Besluit van 14 oktober 2021, houdende nadere regels over de inrichting, examinering en bekostiging van en deelname aan het voortgezet onderwijs (Uitvoeringsbesluit WVO 2020)

Type AMvB
Publication 2025-10-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-25
State In force
Source BWB
artikelen 300
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

De rector of directeur bepaalt het eindcijfer op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

3.

Indien in een vak alleen een schoolexamen is afgenomen en niet ook een centraal examen, is het cijfer voor het schoolexamen ook het eindcijfer.

Artikel 3.33. Vaststelling uitslag eindexamen
1.

De rector of directeur stelt voor de vaststelling van de uitslag van het eindexamen vast of de examenkandidaat het eindexamen heeft afgelegd in de voor het eindexamen voorgeschreven vakken, bedoeld in de artikelen 3.1 tot en met 3.7.

2.

De examenkandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de rector of directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling op grond van artikel 3.8.

3.

Indien dat nodig is om de examenkandidaat te laten slagen betrekken de rector of directeur en de examensecretaris een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag. De overgebleven vakken dienen een eindexamen te vormen.

4.

Indien de examenkandidaat eindexamen heeft afgelegd en in datzelfde jaar deelstaatsexamen heeft afgelegd of eindexamen in een of meer vakken aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, betrekken de rector of directeur en de examensecretaris de met het deelstaatsexamen respectievelijk dat eindexamen behaalde cijfers, indien de examenkandidaat daarom tijdig en schriftelijk heeft verzocht, bij de uitslagbepaling.

Artikel 3.34. Uitslag eindexamen vwo en havo
1.

De examenkandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

  • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;
  • b. hij voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 of hoger heeft behaald en hij voor het andere vak of andere hier genoemde vakken als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald;
  • c. hij onverminderd onderdeel b:
  • 1°. voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of hoger en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald;
  • 2°. voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
  • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of
  • 4°. voor een van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor een van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
  • d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het tweede lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; en
  • e. hij voor het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
2.

Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van een vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming en het profielwerkstuk. Het bevoegd gezag kan daaraan toevoegen:

  • a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van die taal en literatuur;
  • b. algemene natuurwetenschappen in vwo en havo;
3.

Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan het tweede lid, tweede volzin, wordt in het examenreglement vermeld welk onderdeel of welke onderdelen zijn toegevoegd voor de bepaling van het eindcijfer, bedoeld in dat lid.

4.

De rector of directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het tweede lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

5.

Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de rector of directeur deze schriftelijk aan de examenkandidaat bekend, onder mededeling van het recht van herkansing, bedoeld in artikel 3.38. Indien de examenkandidaat geen herexamen doet is deze uitslag de definitieve uitslag.

Artikel 3.35. Uitslag eindexamen vmbo
1.

De examenkandidaat die het eindexamen vmbo in een leerweg heeft afgelegd, is geslaagd indien:

  • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;
  • b. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of hoger heeft behaald;
  • c. hij onverminderd onderdeel b:
  • 1°. voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of hoger en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald;
  • 2°. voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger waarvan ten minste een 7 of hoger heeft behaald; of
  • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger waarvan ten minste een 7 of hoger heeft behaald;
  • d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;
  • e. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en kunstvakken inclusief culturele en kunstzinnige vorming de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en
  • f. als het gaat om een eindexamen vmbo gemengde of theoretische leerweg: hij voor het profielwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
2.

Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt bij het eindexamen vmbo theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen vmbo gemengde leerweg bij de uitslagbepaling betrokken als deze vakken samen ten minste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onderdeel d, dan wel het praktijkgerichte programma, als bedoeld in artikel 3.7, lid 1a, vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

3.

Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt bij het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van een vak.

4.

Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel c, wordt bij het eindexamen vmbo gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak, dan wel het praktijkgerichte vak dat in de plaats van het profielvak is gekozen, en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van een vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak, dan wel het praktijkgerichte vak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

5.

De rector of directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

6.

In afwijking van het eerste lid is de examenkandidaat die het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg heeft afgelegd ter afsluiting van een leer-werktraject als bedoeld in artikel 2.103 van de wet geslaagd indien:

  • a. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald;
  • b. hij voor het profielvak als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald; en
  • c. hij als eindcijfer, bedoeld in het derde lid, 6 of hoger heeft behaald.

Indien de vakken waarin examen is afgelegd, samen het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg vormen, zijn het eerste en derde lid van overeenkomstige toepassing.

7.

Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de rector of directeur deze schriftelijk aan de examenkandidaat bekend, onder mededeling van het recht van herkansing, bedoeld in artikel 3.38. Indien de examenkandidaat geen herexamen doet is deze uitslag de definitieve uitslag.

Artikel 3.36. Bekendmaking cijfer bij eindexamen in eerder leerjaar
1.

Indien een leerling overeenkomstig artikel 2.56, vierde lid, van de wet in een of meer vakken eindexamen heeft afgelegd in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar, maakt de rector of directeur het eindcijfer van dit eindexamen schriftelijk aan de examenkandidaat bekend zodra deze is vastgesteld, onder mededeling van het recht van herkansing, bedoeld in artikel 3.38.

2.

Indien een leerling als bedoeld in het eerste lid niet is bevorderd tot het volgende leerjaar, vervallen de met dit centraal examen of deze centrale examens behaalde resultaten.

Artikel 3.37. Afleggen eindexamen in vak op niveau inschrijving na eindexamen in overeenkomstig vak op hoger niveau

Indien een examenkandidaat gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het afleggen van eindexamen in een overeenkomstig vak op een hoger niveau dan het niveau van de schoolsoort of leerweg van inschrijving, stelt de rector of directeur de examenkandidaat in de gelegenheid alsnog in dat vak het eindexamen af te leggen van die schoolsoort of leerweg.

Artikel 3.38. Herkansing centraal examen
1.

De examenkandidaat kan voor één vak van het eindexamen waarin hij centraal examen heeft afgelegd, in het tweede of, indien artikel 3.29, eerste lid, van toepassing is, het derde tijdvak, opnieuw deelnemen aan het centraal examen of aan het cspe.

2.

Bij het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg kan de examenkandidaat ook opnieuw deelnemen aan het cspe dat door het bevoegd gezag aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak wordt afgenomen.

3.

De herkansing van het cspe bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van een of meer onderdelen daarvan.

4.

De examenkandidaat heeft het recht, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien op grond van artikel 3.34, vijfde lid, of artikel 3.35, zevende lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt.

5.

De examenkandidaat deelt de rector of directeur voor een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk mee dat hij gebruik maakt van het recht van herkansing, bedoeld in het eerste of tweede lid.

6.

Dit artikel is ook van toepassing als in plaats van een volledig eindexamen, eindexamen in een of meer vakken wordt afgelegd. De examenkandidaat die in een examenjaar zowel een volledig eindexamen als eindexamen in een of meer vakken aflegt, oefent het recht, bedoeld in het eerste en tweede lid, ten hoogste eenmaal uit.

Artikel 3.39. Cijfer en uitslag na herkansing
1.

Het hoogste cijfer voor een vak, behaald bij het centraal examen of de herkansing, is het definitieve cijfer van het centraal examen in dat vak.

2.

Na afloop van de herkansing in het laatste leerjaar stelt de rector of directeur de uitslag definitief vast met overeenkomstige toepassing van artikel 2.57, tweede lid, van de wet en de artikelen 3.34 en 3.35 en maakt deze schriftelijk aan de examenkandidaat bekend.

3.

Na afloop van een herkansing in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar maakt de rector of directeur het definitief cijfer schriftelijk aan de examenkandidaat bekend.

Paragraaf 5. Cijferlijsten, diploma’s en certificaten

Artikel 3.40. Cijferlijst eindexamen
1.

Op de cijferlijst van het eindexamen worden vermeld:

  • a. de cijfers voor het schoolexamen en de cijfers voor het centraal examen;
  • b. voor vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk;
  • c. voor vmbo theoretische leerweg en gemengde leerweg het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk;
  • d. de beoordeling van het vak lichamelijke opvoeding in vwo en havo;
  • e. de beoordeling van de vakken lichamelijke opvoeding en kunstvakken inclusief culturele en kunstzinnige vorming uit het gemeenschappelijk deel van een leerweg in mavo en vbo;
  • f. de beoordeling van de maatschappelijke stage, indien deze onderdeel is van het eindexamen en is beoordeeld met «voldoende» of «goed»;
2.

Indien een examenkandidaat in meer vakken examen heeft afgelegd dan in de vakken die ten minste samen een eindexamen vormen, worden de vakken die niet bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken, op de cijferlijst vermeld, tenzij de examenkandidaat daartegen bedenkingen heeft geuit.

3.

De rector of directeur en de examensecretaris ondertekenen de cijferlijst.

4.

Indien de examenkandidaat in een bepaald jaar is geslaagd voor het eindexamen, draagt de rector of directeur er op verzoek van de examenkandidaat zorg voor dat de behaalde cijfers voor de vakken waarin in datzelfde jaar eindexamen in een of meer vakken of deelstaatsexamen is afgelegd, worden vermeld op de cijferlijst.

Artikel 3.41. Cijferlijst voor vso-leerling bij eindexamen vmbo in een of meer vakken

Op de cijferlijst van een examenkandidaat als bedoeld in artikel 3.52 die eindexamen vmbo aan een school heeft afgelegd in een of meer vakken worden vermeld:

  • a. de leerweg;
  • b. de cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen;
  • c. het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk; en
Artikel 3.42. Vermelding van vakken met vrijstelling op cijferlijst vwo en havo

Bij het eindexamen vwo en het eindexamen havo geldt voor de vermelding op de cijferlijst van vakken waarvoor de examenkandidaat bij het eindexamen vrijstelling is verleend het volgende:

  • a. het vak maatschappijleer waarvoor de examenkandidaat bij het eindexamen vwo is vrijgesteld op grond van het bezit van een diploma havo, wordt niet vermeld op de cijferlijst;
  • b. vakken waarvoor de examenkandidaat bij het eindexamen vwo is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen havo of eindexamen vmbo waarvan deze vwo-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
  • c. vakken waarvoor de examenkandidaat bij het eindexamen havo is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen vmbo waarvan deze havo-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; en
  • d. andere vakken waarvoor de examenkandidaat vrijstelling is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer.
Artikel 3.43. Vermelding van vakken met vrijstelling op cijferlijst vmbo

Bij het eindexamen vmbo geldt voor de vermelding op de cijferlijst van vakken waarvoor de examenkandidaat bij het eindexamen vrijstelling is verleend het volgende:

  • a. vakken waarvoor de examenkandidaat bij het eindexamen vmbo theoretische leerweg is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen vmbo kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg waarvan deze vakken van de theoretische leerweg deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
  • b. de extra vakken die op grond van artikel 3.4, vierde lid, bij het eindexamen vmbo theoretische leerweg zijn gekozen worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het daarvoor behaalde cijfer;
  • c. andere vakken waarvoor de examenkandidaat vrijstelling is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer.
Artikel 3.44. Atheneumdiploma in plaats van gymnasiumdiploma

De rector of directeur van een scholengemeenschap of school voor vwo die gymnasium verzorgt, kan in plaats van een diploma gymnasium een diploma atheneum uitreiken aan een examenkandidaat indien:

  • a. de scholengemeenschap of school voor vwo atheneum onderwijs verzorgt;
  • b. de scholengemeenschap of school voor vwo overeenkomstig artikel 2.93 van de wet kenbaar heeft gemaakt dat het behalen van een diploma atheneum en het volgen van atheneumonderwijs mogelijk is; en
  • c. de examenkandidaat staat ingeschreven voor atheneum onderwijs.
Artikel 3.45. Diploma vmbo theoretische leerweg bij inschrijving gemengde leerweg

De rector of directeur van een scholengemeenschap die in elk geval een school voor mavo omvat, reikt op verzoek van de examenkandidaat die met goed gevolg het examen vmbo gemengde leerweg aan die school heeft afgelegd en bovendien examen heeft afgelegd in een extra algemeen vak en met het meetellen van dat vak voldoet aan artikel 3.35 voor zover het gaat om de uitslag van het eindexamen vmbo theoretische leerweg, het diploma vmbo theoretische leerweg uit.

Artikel 3.46. Vermelding profiel en leerweg op diploma
1.

Het diploma voor het eindexamen vermeldt het profiel of de profielen die bij de uitslag van het eindexamen zijn betrokken.

2.

Het diploma vmbo vermeldt in elk geval de leerweg die bij de uitslag is betrokken.

3.

De rector of directeur en de examensecretaris ondertekenen het diploma.

Artikel 3.47. Judicium cum laude vwo en havo
1.

Een examenkandidaat is geslaagd voor het eindexamen vwo met toekenning van het judicium cum laude indien de eindexamenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:

  • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:
  • 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer, bedoeld in artikel 3.34, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
  • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en
  • b. ten minste het eindcijfer 7 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 3.34.
2.

Een examenkandidaat is geslaagd voor het eindexamen havo met toekenning van het judicium cum laude indien de eindexamenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:

  • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:
  • 1°. de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer, bedoeld in artikel 3.34, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
  • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en
  • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 3.34.
Artikel 3.48. Judicium cum laude vmbo
1.

Een examenkandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo theoretische leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien de eindexamenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:

  • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:
  • 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel; en
  • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en
  • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 3.35.
2.

Een examenkandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien de eindexamenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:

  • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van:
  • 1°. de eindcijfers voor het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel; en
  • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 3.35.
3.

Een examenkandidaat is geslaagd voor het eindexamen vmbo gemengde leerweg met toekenning van het judicium cum laude indien de eindexamenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:

  • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:
  • 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de algemene vakken van het profieldeel; en
  • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 3.35.
Artikel 3.49. Voorlopige cijferlijst
1.

De rector of directeur verstrekt een voorlopige cijferlijst aan de examenkandidaat:

  • a. die:
  • 1°. in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar een centraal examen of een afsluitend schoolexamen in een of meer vakken heeft afgelegd, voor zover de cijfers niet op grond van artikel 3.36, tweede lid, zijn vervallen; of
  • 2°. het gespreid centraal examen, bedoeld in artikel 3.56, aflegt; en
  • b. die vervolgens de school verlaat zonder het eindexamen te voltooien.
2.

Op de voorlopige cijferlijst worden vermeld:

  • a. het vak of de vakken waarin de examenkandidaat centraal examen of een afsluitend schoolexamen heeft afgelegd;
  • b. het cijfer van het schoolexamen;
  • c. het cijfer van het centraal examen;
  • d. het eindcijfer voor het vak;
  • e. de aantekening of gebruik is gemaakt van het recht van herkansing, bedoeld in artikel 3.38.
3.

Bij ministeriële regeling wordt het model voor de voorlopige cijferlijst vastgesteld.

4.

De examenkandidaat kan geen rechten meer ontlenen aan de voorlopige cijferlijst met ingang van het moment waarop aan de examenkandidaat een cijferlijst als bedoeld in artikel 2.58, eerste lid, van de wet is uitgereikt die in ieder geval de eindcijfers van de voorlopige cijferlijst omvat.

Artikel 3.50. Certificaat voor vakken eindexamen vmbo bij afwijzing eindexamen

Op het certificaat, bedoeld in artikel 2.58, eerste lid, onderdeel d, van de wet, voor de voor het eindexamen vmbo afgewezen examenkandidaat die de school verlaat, worden vermeld:

  • a. het vak of de vakken waarvoor de examenkandidaat een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald; en
  • b. het thema van het profielwerkstuk, indien beoordeeld met «goed» of «voldoende».
Artikel 3.51. Duplicaten, afgifte verklaringen en vervangende opleidingsdocumenten
1.

Van een afgegeven diploma, certificaat, bewijs van ontheffing of cijferlijst wordt geen duplicaat verstrekt.

2.

Onze Minister kan een schriftelijke verklaring verstrekken dat een document als bedoeld in het eerste lid is afgegeven. Deze verklaring heeft dezelfde waarde als dat document zelf.

3.

Onze Minister kan een document ter vervanging van een diploma, certificaat of cijferlijst verstrekken indien op grond van artikel 4, vierde lid, artikel 7, eerste lid, of artikel 28b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of ten gevolge van het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van artikel 7, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, de voornaam respectievelijk de geslachtsnaam van de examenkandidaat is gewijzigd.

Paragraaf 6. Specifieke voorzieningen eindexamen

Artikel 3.52. Eindexamen VSO-leerling aan vbo of mavo school in een of meer vakken
1.

Het bevoegd gezag van een school voor vbo kan een leerling in de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg die is ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de gelegenheid stellen als extraneus het eindexamen af te leggen in een of meer profielvakken, praktijkgerichte vakken of beroepsgerichte keuzevakken van die leerwegen.

2.

Het bevoegd gezag van een school voor mavo kan een leerling in de theoretische leerweg die is ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet onderwijs in de gelegenheid stellen als extraneus het eindexamen af te leggen in een praktijkgericht vak.

Artikel 3.53. Financiële bijdrage eindexamen extraneus
1.

Een extraneus is aan het bevoegd gezag een financiële bijdrage verschuldigd van € 720 voor het afleggen van een eindexamen.

2.

De financiële bijdrage voor het afleggen van een eindexamen is niet verschuldigd door de extraneus die is ingeschreven bij een andere uit ’s Rijks kas bekostigde school, afdeling of onderwijsinstelling en die aldaar geen eindexamen of geen eindexamen in alle vakken aflegt.

3.

Bij ministeriële regeling kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.

4.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de financiële bijdrage, bedoeld in het eerste lid, in 2022 € 685.

Artikel 3.54. Afwijkende wijze van examineren bij handicap of ziekte
1.

De rector of directeur kan toestaan dat een examenkandidaat op grond van zijn handicap of ziekte het eindexamen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die examenkandidaat.

2.

De rector of directeur bepaalt de wijze waarop het eindexamen door de examenkandidaat vanwege zijn handicap of ziekte wordt afgelegd, met dien verstande dat aan de overige bepalingen van dit besluit wordt voldaan.

3.

Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap of ziekte, geldt voor de aangepaste wijze van examineren, bedoeld in het eerste lid, dat:

  • a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake kundige psycholoog, orthopedagoog, neuroloog of psychiater is opgesteld;
  • b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen in elk geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten; en
  • c. een andere aanpassing kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onderdeel a genoemde deskundigenverklaring over betrokkene een voorstel wordt gedaan of indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.
4.

De rector of directeur doet van de wijze waarop het examen ingevolge dit artikel wordt afgelegd zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie.

Artikel 3.55. Afwijkende wijze van examineren bij onvoldoende beheersing Nederlandse taal
1.

Het bevoegd gezag kan toestaan dat voor een examenkandidaat op grond van onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal wordt afgeweken van dit besluit, indien deze examenkandidaat met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogste zes jaar onderwijs in Nederland heeft gevolgd en het Nederlands niet de moedertaal is.

2.

De afwijking, bedoeld in het eerste lid, kan betrekking hebben op:

  • a. het vak Nederlandse taal en literatuur;
  • b. het vak Nederlandse taal; of
  • c. enig ander vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is.
3.

De afwijking bestaat voor zover betrekking hebbend op het centraal examen uit een verlenging van de duur van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten en het verlenen van toestemming tot het gebruik van een verklarend woordenboek van de Nederlandse taal.

4.

De rector of directeur doet van elke afwijking ingevolge dit artikel mededeling aan de inspectie.

Artikel 3.56. Spreiding voltooiing eindexamen
1.

Het bevoegd gezag kan, de inspectie gehoord, toestaan dat een examenkandidaat die in het laatste leerjaar langdurig ziek is of die lange tijd ten gevolge van een bijzondere, van zijn wil onafhankelijke, omstandigheid niet in staat is geweest het onderwijs in alle eindexamenvakken gedurende het laatste leerjaar te volgen, het centraal examen en in voorkomend geval het schoolexamen, voor een deel van de vakken in het ene schooljaar en voor het andere deel in het daarop volgende schooljaar aflegt. In dat geval wordt het eindexamen in een vak in het eerste of in het tweede van deze schooljaren afgesloten.

2.

Het bevoegd gezag geeft de toestemming, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afwijken van de eerste volzin voor een examenkandidaat die nog niet in alle betrokken eindexamenvakken centraal examen heeft afgelegd.

3.

De examenkandidaat heeft het recht van herkansing, bedoeld in artikel 3.38, in het eerste en in het tweede schooljaar van het gespreid centraal examen, met dien verstande dat het recht van herkansing in het eerste schooljaar ontstaat nadat de eindcijfers van de vakken waarvoor in het eerste schooljaar het centraal examen is afgesloten, voor de eerste maal zijn vastgesteld.

4.

De rector of directeur en de examensecretaris stellen op verzoek van de examenkandidaat de uitslag van het eindexamen vast aan het einde van het eerste schooljaar van het gespreid centraal examen of het gespreid schoolexamen, met overeenkomstige toepassing van artikel 3.34 of artikel 3.35.

Artikel 3.57. Herkansing schoolexamen bij overmacht

In het examenreglement, bedoeld in artikel 2.60 van de wet, kan worden opgenomen dat tot herkansingsmogelijkheden van het schoolexamen, bedoeld in artikel 2.60, eerste lid, onderdeel c, van de wet kunnen behoren gevallen dat de examenkandidaat door ziekte of ten gevolge van een bijzondere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid, niet in staat is geweest aan de toets deel te nemen.

Paragraaf 7. Maatregelen in geval van onregelmatigheden

Artikel 3.58. Maatregelen in geval van onregelmatigheden of afwezigheid
1.

De maatregelen, bedoeld in artikel 2.61, eerste lid, van de wet, die de rector of directeur jegens een examenkandidaat kan nemen, zijn:

  • a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen;
  • b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen of het centraal examen;
  • c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het al afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen; of
  • d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst alleen kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de rector of directeur aan te wijzen onderdelen.
2.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid afzonderlijk of in combinatie met elkaar genomen worden.

3.

Indien een hernieuwd examen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen legt de examenkandidaat dat examen af in een volgend tijdvak van het centraal examen.

4.

De rector of directeur zendt de beslissing waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt genomen aan de examenkandidaat en zijn wettelijke vertegenwoordigers, en in afschrift aan de inspectie.

Artikel 3.59. Beslissing en gegevens commissie van beroep voor de eindexamens
1.

De commissie van beroep voor de eindexamens stelt bij haar beslissing op een bezwaarschrift tegen een maatregel als bedoeld in artikel 3.58 zo nodig vast op welke wijze de examenkandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen, onverminderd artikel 3.58, derde lid.

2.

De commissie zendt haar beslissing aan de examenkandidaat en zijn wettelijke vertegenwoordigers, en in afschrift aan de rector of directeur en aan de inspectie.

3.

De samenstelling en het adres van de commissie van beroep voor de eindexamens worden vermeld in het examenreglement, bedoeld in artikel 2.60, eerste lid, van de wet.

Paragraaf 8. Het eindexamen bij opleidingen vavo aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs

Artikel 3.60. Algemene bepaling
1.

De bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, met uitzondering van de artikelen 3.10 en 3.53, zijn ook van toepassing op het eindexamen bij een opleiding vavo aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, tenzij in deze paragraaf hiervan wordt afgeweken, met dien verstande dat:

  • b. voor «leerling» telkens wordt gelezen «vavo-student»;
  • c. voor «school» telkens wordt gelezen «instelling voor educatie en beroepsonderwijs», met dien verstande dat in de artikelen 3.22 en 3.62 onder «school» wordt verstaan «school voor voortgezet onderwijs»;
  • d. voor «rector of directeur» of voor «rector of directeur en examensecretaris» telkens wordt gelezen «de examencommissie vavo».
2.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • instelling voor educatie en beroepsonderwijs: een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, voor zover het gaat om door die instelling verzorgde opleidingen vavo.
Artikel 3.61. Volledig vavo-eindexamen vwo, havo of vmbo theoretische leerweg of vavo-eindexamen in een of meer vakken

Het bevoegd gezag stelt de vavo-student in de gelegenheid af te leggen:

  • a. het volledig eindexamen vwo, havo of vmbo theoretische leerweg; of
  • b. het eindexamen vwo, havo of vmbo theoretische leerweg in een of meer vakken.
Artikel 3.62. Vakken en profielwerkstuk vavo-eindexamen
1.

Het volledig eindexamen vwo (atheneum), havo en vmbo theoretische leerweg aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs omvat de vakken van het eindexamen vwo (atheneum), havo, respectievelijk vmbo theoretische leerweg aan een school, met uitzondering van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel:

  • a. lichamelijke opvoeding;
  • b. voor vwo (atheneum) en havo: culturele en kunstzinnige vorming; en
  • c. voor vmbo theoretische leerweg: de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
2.

Het volledig eindexamen vwo (gymnasium) aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs omvat de vakken van het eindexamen vwo (gymnasium) aan een school, met uitzondering van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.

3.

Het volledig eindexamen vwo (atheneum), havo en vmbo theoretische leerweg aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs omvat ook het profielwerkstuk.

Artikel 3.63. Volledig vavo-eindexamen met eerder behaalde resultaten
1.

Indien de examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs eindexamen aflegt in een vak of in een aantal vakken die samen geen eindexamen vormen, kan de examenkandidaat daaraan voorafgaand aan de examencommissie vavo kenbaar maken, het volledig eindexamen te willen afsluiten.

2.

De examenkandidaat kan het volledige eindexamen afsluiten door voor de ontbrekende vakken in aanvulling op de cijferlijst voor die vakken aan de examencommissie vavo een of meer van de volgende bewijsstukken over te leggen:

3.

Een cijferlijst wordt bij de vaststelling van de uitslag van het eindexamen betrokken, indien na het jaar waarin deze is vastgesteld, nog geen tien jaar zijn verstreken. Een bewijs van ontheffing wordt bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen tien jaar zijn verstreken.

Artikel 3.64. Vrijstellingen vavo-eindexamen wegens eerder behaalde resultaten
1.

De examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs is vrijgesteld van:

  • a. het eindexamen in een vak in vwo op grond van een examen vwo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
  • b. het eindexamen in een vak in havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
  • c. het eindexamen in een vak van de theoretische leerweg in het vmbo op grond van een examen vwo, havo, theoretische leerweg of gemengde leerweg vmbo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
  • d. het eindexamen in een vak van vwo, havo of vmbo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Curaçao, Sint Maarten of Aruba, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
  • e. het profielwerkstuk vwo of havo, indien eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de examenkandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald; of
  • f. het profielwerkstuk vmbo, indien eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit het profiel van de examenkandidaat, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
2.

Het eerste lid is van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen tien jaar zijn verstreken. Het eerste lid, onderdeel f, is van overeenkomstige toepassing op een eerder gemaakt sectorwerkstuk dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».

3.

De examenkandidaat, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met d, is ook vrijgesteld van het eindexamen in dat vak indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de examenkandidaat voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 3.34 of 3.35, om te slagen voor het eindexamen.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.

Artikel 3.65. Overige vrijstellingen vavo-eindexamen
1.

Onverminderd de toepasselijkheid van artikel 3.8 op het eindexamen bij een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, is de examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs die eerder op grond van de artikelen 3.8, 3.64 of het tweede en derde lid, bij het eindexamen is vrijgesteld in een vak, bij het eindexamen vrijgesteld van dat vak.

2.

De examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, aan wie eerder op grond van artikel 3.66 of artikel 4.8 een bewijs van ontheffing is verleend voor het eindexamen of staatsexamen in een vak, is bij het eindexamen vrijgesteld van dat vak.

3.

Op grond van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, van de wet, is de examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, die op grond van artikel 12 van de Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020 of artikel 13 van de Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO 2020, ontheffing heeft verkregen voor een vak als genoemd in die artikelen, bij het eindexamen vrijgesteld van dat vak.

4.

Een bewijs van ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt bij de vaststelling van de uitslag van het eindexamen betrokken, indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen tien jaar zijn verstreken.

Artikel 3.66. Ontheffingen vavo-eindexamen wegens eerder gevolgd onderwijs
1.

Het college kan op aanvraag van de examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs bij het eindexamen ontheffing verlenen voor een vak, indien de examenkandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden over dat vak.

2.

De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al dan niet behaald in Nederland, dat door het college wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het college dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de examenkandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.

3.

Het tweede lid is van toepassing indien na het jaar waarin het diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen tien jaar zijn verstreken.

4.

Tot het diploma, getuigschrift, certificaat en ander bewijsstuk, bedoeld in het tweede lid, behoren in elk geval die van het Internationaal Baccalaureaat, het Europees Baccalaureaat en die van het overeenkomstige onderwijs in een lidstaat van de Europese Unie.

Artikel 3.67. Ontheffingsprocedure vavo-eindexamen wegens eerder gevolgd onderwijs
1.

De aanvrager voegt bij een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.66:

  • a. een gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisregistratie personen; en
  • b. een gewaarmerkte kopie van het diploma, getuigschrift, certificaat of andere bewijsstuk waarop de aanvraag om ontheffing berust.
2.

Indien het college de gevraagde ontheffing verleent, verstrekt het college de aanvrager een bewijs van ontheffing, en zendt het college Onze Minister een afschrift daarvan.

3.

Het bewijs van ontheffing vermeldt:

  • a. de gronden van de ontheffing; en
  • b. het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de ontheffing berust.
4.

Indien van toepassing gaat het bewijs van ontheffing vergezeld van een verklaring over het onderzoek, bedoeld in artikel 3.66, tweede lid, naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de bewijsstukken, bedoeld in dat lid.

5.

Bij ministeriële regeling wordt het model voor het bewijs van ontheffing vastgesteld.

Artikel 3.68. Ontheffing vavo-eindexamen atheneum voor tweede moderne vreemde taal
1.

Het bevoegd gezag kan de examenkandidaat die het eindexamen atheneum aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs bij het eindexamen ontheffing verlenen voor een tweede moderne vreemde taal, genoemd in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, indien de leerling:

  • a. een stoornis heeft die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis heeft die effect heeft op taal;
  • b. een andere moedertaal heeft dan de Nederlandse taal; of
  • c. onderwijs volgt in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en het onderwijs in de taal verhindert naar verwachting dat de opleiding met goed gevolg wordt afgerond.
2.

In geval van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt het eindexamen in de taal vervangen door het eindexamen in een van de vakken, genoemd in artikel 2.6 of in artikel 2.7, onderdeel c, met een normatieve studielast van ten minste 440 uren, naar keuze van de examenkandidaat, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt.

Artikel 3.69. Ontheffing vavo-eindexamen vmbo theoretische leerweg voor Franse taal of Duitse taal
1.

Het bevoegd gezag kan de examenkandidaat die het eindexamen vmbo theoretische leerweg aflegt aan een instelling voor educatie of beroepsonderwijs bij het eindexamen ontheffing verlenen van de vakken Franse taal of Duitse taal van het profieldeel, of van beide, indien de leerling:

  • a. een stoornis heeft die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis heeft die effect heeft op taal;
  • b. een andere moedertaal heeft dan de Nederlandse taal; of
  • c. onderwijs volgt in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en het onderwijs in de taal verhindert naar verwachting dat de opleiding met goed gevolg wordt afgerond.
2.

In geval van een ontheffing op grond van het eerste lid, wordt het eindexamen in de taal vervangen door het eindexamen in een van de vakken, genoemd in artikel 2.33, tweede lid.

Artikel 3.70. Vaststelling uitslag volledig vavo-eindexamen met bewijsstukken
1.

Onverminderd artikel 3.33, eerste lid, betrekt de eindexamencommissie vavo bij de vaststelling van de uitslag van een volledig eindexamen bewijsstukken als bedoeld in artikel 3.63, tweede en derde lid.

2.

Onverminderd artikel 3.33, tweede lid, toont de examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs in voorkomend geval ten genoegen van de eindexamencommissie vavo aan dat hij recht heeft op een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in deze paragraaf.

Artikel 3.71. Vermelding van vakken met vrijstelling op cijferlijst vwo, havo en vmbo

Onverminderd de artikelen 3.42 en 3.43, wordt op de cijferlijst van de examenkandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vermeld de vakken waarvoor de examenkandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 3.64 of 4.5, met vermelding van het eerder behaalde cijfer.

Artikel 3.72. Cijferlijst vavo-eindexamen in een of meer vakken

De examencommissie vavo reikt aan de examenkandidaat die eindexamen heeft afgelegd aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs in een of meer vakken, een cijferlijst uit waarop worden vermeld:

  • a. de cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen;
  • b. voor vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk;
  • c. voor het vmbo het thema en de beoordeling van het profielwerkstuk; en
Artikel 3.73. Certificaat vavo bij eindexamen in een of meer vakken of bij geen uitreiking diploma

De examencommissie vavo reikt aan de examenkandidaat die aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs eindexamen heeft afgelegd en aan wie op grond van de uitslag niet een diploma kan worden uitgereikt of die eindexamen heeft afgelegd in een of meer vakken, een certificaat uit, waarop voor zover van toepassing zijn vermeld:

  • a. het vak of de vakken waarvoor de examenkandidaat een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald;
  • b. voor vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk; en
  • c. voor het vmbo het thema van het profielwerkstuk, indien beoordeeld met «goed» of «voldoende».

Paragraaf 9. Experimenten

Artikel 3.74. Experimenten

Onze Minister kan toestaan dat wordt afgeweken van dit hoofdstuk voor experimenten met een andere inrichting van het eindexamen dan in dit hoofdstuk geregeld.

Hoofdstuk 4. Staatsexamen

Paragraaf 1. Aanmelding en toelating tot het staatsexamen

Artikel 4.1. Aanmelding voor het (deel)staatsexamen
1.

Het college stelt de aanmeldingsprocedure voor het staatsexamen en het deelstaatsexamen vast.

2.

De aanmelding heeft betrekking op:

  • a. het verkrijgen van toelating tot het afleggen van het staatsexamen of het deelstaatsexamen ten overstaan van het college; of
  • b. het overleggen aan het college van de bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.72, tweede lid, onderdeel b, van de wet, ter verkrijging van het staatsexamendiploma, al dan niet in combinatie met het afleggen van het staatsexamen in een of meer vakken ten overstaan van het college.
3.

Onze Minister maakt de aanmeldingsprocedure tijdig bekend, voert die uit en bevestigt schriftelijk de aanmelding aan de examenkandidaat.

4.

Uit de aanmelding voor het staatsexamen blijkt ook of sprake is van een of meer vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in de artikelen 4.5, 4.6, 4.7 of 4.8.

5.

Indien de examenkandidaat minderjarig is, ondertekenen ook de wettelijke vertegenwoordigers de aanmelding.

Artikel 4.2. Toelating tot staatsexamen vmbo beroepsgerichte leerwegen en gemengde leerweg
1.

Tot het staatsexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg, kaderberoepsgerichte leerweg of gemengde leerweg wordt toegelaten de examenkandidaat die:

  • a. ten tijde van de aanmelding voor het staatsexamen:
  • 1°. is ingeschreven als student aan een beroepsopleiding als bedoeld in de WEB of WEB BES; of
  • 2°. is ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en als extraneus het eindexamen vmbo in een in de aanhef genoemde leerweg heeft afgelegd;
  • b. eerder voor het eindexamen vmbo in een in de aanhef genoemde leerweg is afgewezen; en
2.

Tot het deelstaatsexamen vmbo voor een of meer algemene vakken in de basisberoepsgerichte leerweg, kaderberoepsgerichte leerweg of gemengde leerweg wordt ook toegelaten de examenkandidaat die is ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs of school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

Artikel 4.3. Financiële bijdrage voor toelating (deel)staatsexamen
1.

De financiële bijdrage, bedoeld in artikel 2.72, vierde lid, van de wet, voor toelating tot het afleggen van het staatsexamen bedraagt € 720.

2.

De financiële bijdrage voor toelating tot het afleggen van een deelstaatsexamen voor een vak waarin zowel het college-examen als het centraal examen wordt afgelegd bedraagt € 144.

3.

De financiële bijdrage voor toelating tot het afleggen van deelstaatsexamen voor een vak waarin alleen het centraal examen of alleen het college-examen wordt afgelegd, bedraagt € 71.

4.

De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.

5.

Bij ministeriële regeling wordt de financiële bijdrage vastgesteld die per kalenderjaar ten hoogste is verschuldigd voor toelating tot het afleggen van deelstaatsexamens.

6.

De verschuldigde financiële bijdrage wordt voldaan op de wijze en voor de datum, bepaald door het college.

Paragraaf 1. Aanmelding en toelating tot het staatsexamen

Artikel 4.4. Vakken staatsexamen
1.

Het staatsexamen vwo (atheneum), havo en vmbo theoretische leerweg omvat de vakken van het eindexamen vwo (atheneum), havo, respectievelijk vmbo theoretische leerweg, aan een school, met uitzondering van de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel:

  • a. lichamelijke opvoeding;
  • b. voor vwo (atheneum) en havo: culturele en kunstzinnige vorming; en
  • c. voor vmbo theoretische leerweg: de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
2.

Het staatsexamen vmbo theoretische leerweg omvat niet een praktijkgericht vak als bedoeld in artikel 2.17a.

3.

Het staatsexamen vwo (gymnasium) omvat de vakken van het eindexamen vwo (gymnasium) aan een school, met uitzondering van het vak lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.

4.

Het staatsexamen vmbo basisberoepsgerichte leerweg, kaderberoepsgerichte leerweg en gemengde leerweg omvat de vakken van het eindexamen vmbo in deze leerwegen, met dien verstande dat in deze leerwegen alleen de algemene vakken van het eindexamen via het staatsexamen kunnen worden afgesloten, met uitzondering van een praktijkgericht vak, als bedoeld in artikel 2.25a.

5.

Het college kan, al dan niet voor een bepaalde groep examenkandidaten, besluiten dat geen gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van staatsexamen in een vak dat alleen behoort tot het vrije deel van een profiel, het vak kunst (drama) of het vak kunst (dans).

6.

Het profielwerkstuk vwo en havo heeft betrekking op een of meer vakken van het staatsexamen. Ten minste een van deze vakken heeft minimaal de volgende omvang:

  • a. voor havo: 320 uur;
  • b. voor vwo: 400 uur.
7.

Het profielwerkstuk vmbo theoretische leerweg heeft betrekking op een thema uit een profiel waarin de leerling onderwijs volgt.

Artikel 4.5. Vrijstellingen staatsexamen wegens eerder behaalde resultaten
1.

De examenkandidaat die staatsexamen aflegt is vrijgesteld van:

  • a. het staatsexamen in een vak in vwo op grond van een examen vwo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
  • b. het staatsexamen in een vak in havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
  • c. het staatsexamen in een vak in de theoretische of gemengde leerweg van het vmbo op grond van een examen vwo, havo, vmbo theoretische leerweg of vmbo gemengde leerweg, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
  • d. het staatsexamen in een vak in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo op grond van een examen vwo, havo of vmbo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
  • e. het staatsexamen in een vak van vwo, havo of vmbo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Curaçao, Sint Maarten, Aruba, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
  • f. het profielwerkstuk vwo of havo, indien eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de examenkandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald; of
  • g. het profielwerkstuk vmbo, indien eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit dat profiel, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
2.

In aanvulling op het eerste lid, onderdelen a tot en met d, is de examenkandidaat vrijgesteld van het onderdeel literatuur van elke moderne taal, indien de examenkandidaat bij het eerder afgelegde examen, voor literatuur een cijfer 6 of hoger heeft behaald.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen tien jaar zijn verstreken.

4.

De examenkandidaat, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, en derde lid, is ook vrijgesteld van het vak indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits hij voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 4.20 of 4.21 om te slagen voor het staatsexamen.

5.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste lid.

6.

Artikel 3.40, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.6. Vrijstellingen staatsexamen wegens eerdere vrijstellingen of ontheffingen
1.

De examenkandidaat die eerder op grond van de artikelen 3.8, 3.64 of 3.65 bij het eindexamen aan een school of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs is vrijgesteld van een vak, is bij het staatsexamen vrijgesteld van dat vak.

2.

De examenkandidaat aan wie eerder op grond van artikel 3.67 bij het eindexamen aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs of op grond van artikel 4.7 ontheffing is verleend voor het eindexamen in een vak, is bij het staatsexamen vrijgesteld in dat vak.

3.

Een bewijs van ontheffing wordt bij de vaststelling van de uitslag van het staatsexamen betrokken, indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen tien jaar zijn verstreken.

Artikel 4.7. Overige vrijstellingen staatsexamen
1.

De examenkandidaat met het diploma havo is bij het staatsexamen vwo vrijgesteld van het vak maatschappijleer van het gemeenschappelijk deel.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)