Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 november 2021, nr. 2021-0000613325, houdende regels voor de subsidiëring van de realisatie van ontmoetingsruimten voor ouderen in of nabij geclusterde woonvormen (Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting)

6 versions · 2026-04-17
2026-04-18
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting
2026-04-17
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting

Wijzigingen op 2026-04-17

@@ -12,19 +12,19 @@
- **algemene groepsvrijstellingsverordening:** [Verordening (EU) 651/2014](32014R0651) van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- **bouwkosten:** alle kosten van de investeringen in materiële en immateriële activa die direct raken aan de bouw van de ontmoetingsruimte, waaronder niet wordt verstaan kosten voor aanschaf of gebruik van de bouwgrond van de ontmoetingsruimte, en de kosten voor de arbeid voor constructie van de ontmoetingsruimte, met dien verstande dat, indien sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-10-01&g=2024-10-01), de arbeid door een derde wordt verricht tegen marktconforme voorwaarden, blijkend uit een aanbestedingsprocedure of een vergelijk van minstens drie onderhandse offertes aan relevante partijen;
- **bouwplan:** door één of meer bij de bouw betrokken partijen opgesteld dossier, waarin staat wat er gebouwd zal worden, op welke locatie, welke partijen hierbij betrokken zijn, en wat de planning is voor de bouw, inclusief de aanvangs- en einddatum;
- **bouwkosten:** alle kosten van de investeringen in materiële en immateriële activa die direct raken aan de bouw van de ontmoetingsruimte, waaronder niet wordt verstaan kosten voor aanschaf of gebruik van de bouwgrond van de ontmoetingsruimte, en de kosten voor de arbeid voor constructie van de ontmoetingsruimte, met dien verstande dat, indien sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2026-04-17&g=2026-04-17), de arbeid door een derde wordt verricht tegen marktconforme voorwaarden, blijkend uit een aanbestedingsprocedure of een vergelijk van minstens drie onderhandse offertes aan relevante partijen;
- **bouwplan:** door één of meer bij de bouw betrokken partijen opgesteld dossier, waarin staat wat er gebouwd zal worden, op welke locatie, welke partijen hierbij betrokken zijn, en wat de planning is voor de bouw, inclusief de datum van de start van de bouwwerkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.1 van de Tijdelijke regeling realisatiestimulans](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051707&artikel=1.1), en de einddatum;
- **exploitatieplan:** : door één of meer eigenaren van de geclusterde woonvorm opgesteld plan waarin staat hoe de exploitatie van de ontmoetingsruimte zal plaatsvinden gedurende de vijf jaren na de opleveringsdatum daarvan, inclusief de wijze waarop een exploitant zal worden gevonden en een overzicht van de verwachte kosten en opbrengsten van exploitatie;
- **geclusterde woonvorm:** vijf of meer zelfstandige woningen als bedoeld in [artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=234), die fysiek verbonden zijn, dan wel zich in elkaars directe nabijheid bevinden, die gelegen zijn in Nederland en waarvan:
- a. indien sprake is van huurwoningen, minimaal 75% bij de oplevering van de ontmoetingsruimte wordt verhuurd tegen een huurprijs van niet meer dan het bedrag behorende bij een kwaliteit van een woonruimte van 186 punten, bedoeld in [Bijlage I bij de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=I);
- b. indien sprake is van nieuwbouw, minimaal 75% bij de verkoop een verkoopprijs heeft van maximaal 1,25 maal het bedrag van de Nationale Hypotheek Garantie, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&artikel=3); of
- c. indien sprake is van bestaande bouw, minimaal 75% bij de indiening van de aanvraag voor de subsidie een WOZ-waarde heeft van maximaal 1,25 maal het bedrag van de Nationale Hypotheek Garantie, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&artikel=3);
- a. indien sprake is van huurwoningen, minimaal 75% bij de oplevering van de ontmoetingsruimte wordt verhuurd tegen een huurprijs van niet meer dan het bedrag behorende bij een kwaliteit van een woonruimte van 186 punten, bedoeld in [Bijlage I bij de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015386&bijlage=I);
- b. indien sprake is van nieuwbouw, minimaal 75% bij de verkoop een verkoopprijs heeft van maximaal 1,25 maal het bedrag van de Nationale Hypotheek Garantie, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&artikel=3); of
- c. indien sprake is van bestaande bouw, minimaal 75% bij de indiening van de aanvraag voor de subsidie een WOZ-waarde heeft van maximaal 1,25 maal het bedrag van de Nationale Hypotheek Garantie, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011919&artikel=3);
- **Kaderbesluit:** [Kaderbesluit BZK-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033530);
@@ -80,9 +80,9 @@
- j. voor aanvragers als bedoeld in lid 2, onder a en b:
- i. een beschrijving van de grootte van de aanvrager in fte’s en jaaromzet;
- ii. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
- i. een beschrijving van de grootte van de aanvrager in fte’s en jaaromzet;
- ii. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
##### Artikel 5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
@@ -90,9 +90,11 @@
2. Het subsidieplafond voor 2023 bedraagt € 26.000.000.
3. Het subsidieplafond behorende bij de aanvraagperiode, bedoeld in [artikel 6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2024-10-01&g=2024-10-01), bedraagt € 23.000.000.
4. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
3. Het subsidieplafond behorende bij de aanvraagperiode, bedoeld in [artikel 6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2026-04-17&g=2026-04-17), bedraagt € 23.000.000.
4. Het subsidieplafond behorende bij de aanvraagperiode, bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2026-04-17&g=2026-04-17), bedraagt € 39.848.018,00.
5. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
##### Artikel 6. Aanvraagperiode en wijze van indienen
@@ -102,7 +104,9 @@
3. In 2024 en 2025 kan een aanvraag voor een subsidie worden ingediend met ingang van 14 oktober 2024 tot en met 19 september 2025.
4. Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een digitaal formulier dat door de Minister beschikbaar is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
4. In 2026 kan een aanvraag voor een subsidie worden ingediend met ingang van 18 mei 2026 om 9:00 tot en met 18 december 2026 om 17:00.
5. Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een digitaal formulier dat door de Minister beschikbaar is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
##### Artikel 7. Subsidiabele kosten
@@ -122,15 +126,15 @@
1. De subsidieontvanger is verplicht:
- a. de bouw van de ontmoetingsruimte te voltooien op de wijze beschreven in het bouwplan, bedoeld in [artikel 4, derde lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-10-01&g=2024-10-01);
- b. uiterlijk op 30 september 2026:
- 1°. de benodigde en onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw van de ontmoetingsruimte te overleggen; of
- 2°. indien voor de bouw van de ontmoetingsruimte geen omgevingsvergunning is vereist, een tweezijdig getekende overeenkomst tussen de opdrachtnemer van en opdrachtgever voor de bouw van de ontmoetingsruimte te overleggen;
- c. aan te vangen met de bouw van de ontmoetingsruimte binnen drie jaar na de datum van verlening van de subsidie;
- a. de bouw van de ontmoetingsruimte te voltooien op de wijze beschreven in het bouwplan, bedoeld in [artikel 4, derde lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2026-04-17&g=2026-04-17);
- b. uiterlijk op 30 september 2027:
- 1°. de benodigde en onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw van de ontmoetingsruimte te overleggen; of
- 2°. indien voor de bouw van de ontmoetingsruimte geen omgevingsvergunning is vereist, een tweezijdig getekende overeenkomst tussen de opdrachtnemer van en opdrachtgever voor de bouw van de ontmoetingsruimte te overleggen;
- c. aan te vangen met de start van de bouwwerkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.1 van de Tijdelijke regeling realisatiestimulans](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051707&artikel=1.1), voor de ontmoetingsruimte binnen drie jaar na de datum van verlening van de subsidie;
- d. de bouw van de ontmoetingsruimte te voltooien binnen zeven jaar na de datum van verlening van de subsidie;
@@ -138,21 +142,21 @@
- f. gedurende de vijf jaren na de datum van oplevering van de ontmoetingsruimte:
- 1°. te borgen dat de ontmoetingsruimte conform het aangeleverde exploitatieplan wordt gebruikt als ontmoetingsruimte voor bewoners van de geclusterde woonvorm en, indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-10-01&g=2024-10-01), voor anderen;
- 2°. de ontmoetingsruimte op open, transparante en niet-discriminerende basis, als bedoeld in artikel 56, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, beschikbaar te stellen aan de bewoners van de bijhorende geclusterde woonruimte en, indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-10-01&g=2024-10-01), voor anderen;
- 3°. de ontmoetingsruimte bij gebruik of verkoop minimaal tegen een marktconforme prijs aan te bieden, als bedoeld in artikel 56, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 4°. indien er sprake is van verkoop van die ontmoetingsruimte, de Minister te melden tegen welke prijs, aan welke partij en per welke datum deze verkocht wordt, en hoe ook na verkoop voldaan kan blijven worden aan de subsidieverplichtingen; en
- 5°. indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-10-01&g=2024-10-01):
- 1. geen nettowinst te maken op de exploitatie van de ontmoetingsruimte; en
- 2. iedere concessie of iedere andere vorm van toewijzing aan een derde om de ontmoetingsruimte te exploiteren, op open, transparante en niet-discriminerende basis plaats te laten vinden, rekening houdende met de geldende aanbestedingsregels, als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, door minstens drie onderhandse offertes aan te vragen aan relevante partijen of de exploitatie aan te besteden; en
- g. indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2024-10-01&g=2024-10-01), de in het kader van de subsidieverlening gevoerde administratie te bewaren tot tien belastingjaren na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
- 1°. te borgen dat de ontmoetingsruimte conform het aangeleverde exploitatieplan wordt gebruikt als ontmoetingsruimte voor bewoners van de geclusterde woonvorm en, indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2026-04-17&g=2026-04-17), voor anderen;
- 2°. de ontmoetingsruimte op open, transparante en niet-discriminerende basis, als bedoeld in artikel 56, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, beschikbaar te stellen aan de bewoners van de bijhorende geclusterde woonruimte en, indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2026-04-17&g=2026-04-17), voor anderen;
- 3°. de ontmoetingsruimte bij gebruik of verkoop minimaal tegen een marktconforme prijs aan te bieden, als bedoeld in artikel 56, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 4°. indien er sprake is van verkoop van die ontmoetingsruimte, de Minister te melden tegen welke prijs, aan welke partij en per welke datum deze verkocht wordt, en hoe ook na verkoop voldaan kan blijven worden aan de subsidieverplichtingen; en
- 5°. indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2026-04-17&g=2026-04-17):
- 1. geen nettowinst te maken op de exploitatie van de ontmoetingsruimte; en
- 2. iedere concessie of iedere andere vorm van toewijzing aan een derde om de ontmoetingsruimte te exploiteren, op open, transparante en niet-discriminerende basis plaats te laten vinden, rekening houdende met de geldende aanbestedingsregels, als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, door minstens drie onderhandse offertes aan te vragen aan relevante partijen of de exploitatie aan te besteden; en
- g. indien er sprake is van een aanvrager als bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2026-04-17&g=2026-04-17), de in het kader van de subsidieverlening gevoerde administratie te bewaren tot tien belastingjaren na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
2. Indien de bouw van de ontmoetingsruimte of het overleggen van de onherroepelijke omgevingsvergunning of tweezijdig getekende overeenkomst tussen opdrachtnemer en opdrachtgever voor de bouw van de ontmoetingsruimte buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is binnen de termijnen, genoemd onder b, c en d, kan de Minister die termijnen op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmalig met ten hoogste één jaar verlengen.
@@ -176,9 +180,9 @@
1. Op subsidieverleningen op grond van deze regeling is [artikel 18, tweede en derde lid, van het Kaderbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033530&artikel=18) van toepassing.
2. De Minister verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van de benodigde en onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2026, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
3. Indien voor de bouw van de ontmoetingsruimte geen omgevingsvergunning is vereist, verstrekt de Minister uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van een tweezijdig getekende overeenkomst tussen de opdrachtnemer van en opdrachtgever voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2026, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
2. De Minister verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van de benodigde en onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2027, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
3. Indien voor de bouw van de ontmoetingsruimte geen omgevingsvergunning is vereist, verstrekt de Minister uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van een kopie van een tweezijdig getekende overeenkomst tussen de opdrachtnemer van en opdrachtgever voor de bouw van de ontmoetingsruimte, maar niet eerder dan januari 2027, een voorschot van 90% van het subsidiebedrag.
4. Indien het voorschot van het subsidiebedrag niet binnen de in het tweede of derde lid bedoelde termijn kan worden verstrekt, kan deze termijn eenmaal met acht weken worden verlengd.
@@ -188,7 +192,7 @@
- a. uit hoeveel m² de gebouwde ontmoetingsruimte bestaat en uit hoeveel woonruimten de bijbehorende geclusterde woonvorm bestaat;
- b. dat is of zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen uit [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2024-10-01&g=2024-10-01); en
- b. dat is of zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen uit [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045929&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2026-04-17&g=2026-04-17); en
- c. wat de definitieve bouwkosten van de ontmoetingsruimte bedragen.
@@ -198,7 +202,7 @@
##### Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2022 en vervalt op 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verleend.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2022 en vervalt op 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verleend of aangevraagd.
##### Artikel 12. Citeertitel
2024-10-01
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting
2022-10-19
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting — arts. 8
2022-01-01
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting — arts. 3
2022-01-01
Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting — vers
original version Tekst op deze datum