Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 november 2021, 2021-0000084573, tot vaststelling van een nieuwe Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-05-15
State In force
Source BWB
artikelen 53
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur; artikel 11 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur inzake de zetel van het UNESCO-IHE instituut voor wateropleiding (Trb. 2003, 49);
    1. Afhankelijke gezinsleden van diplomaten, consulaire ambtenaren en van het administratieve, technische en dienstverlenende personeel dat werkzaam is bij diplomatieke, consulaire en permanente vertegenwoordigingen van de volgende staten:
  • –. Argentinië (Trb. 1996, 250)
  • –. Australië (Trb. 1997, 309)
  • –. Brazilië (Trb. 1996, 236
  • –. Canada (Trb. 1991, 86)
  • –. Chili (Trb. 1995, 297)
  • –. El Salvador (Trb. 2016, 157)
  • –. Hongarije (Trb. 1995, 131)
  • –. Kroatië (Trb. 2005, 246)
  • –. Peru (Trb. 2005, 283)
  • –. Tsjechië (Trb. 1996, 232)
  • –. Venezuela (Trb. 1995, 95)
  • –. Verenigde Staten (Trb. 1986, 145, gewijzigd Trb. 2013, 116)
  • –. Vietnam (Trb. 2019, 119)
  • –. Zwitserland (Trb. 1958, 110)
    1. Stafleden van de diplomatieke vertegenwoordiging als bepaald in artikel 7 van het Verdrag van Wenen inzake het diplomatiek verkeer (Trb. 1962, 101);
    1. Consulaire stafleden als bepaald in artikel 19 van het Verdrag inzake consulaire betrekkingen (Trb. 1965, 40);
    1. Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden. Artikel 4 en artikel 7 aanhef en onderdeel e van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse bondstaat anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Pb. 2002, L 114);
    1. Vertegenwoordigers van organisaties van raadslieden van juridische verenigingen, media en vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties die voor werkzaamheden verbonden aan het Internationaal Strafhof in Nederland verblijven (Trb. 2007, 125);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Strafhof Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland, ’s-Gravenhage (Trb. 2007, 125), 07-06-2007;
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van een rechter, (adjunct) openbaar aanklager, griffier, hoofd van het kantoor van de verdediging of stafpersoneel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon, New York (Trb. 2007, 228).Afhankelijke gezinsleden van diplomaten, consulaire ambtenaren en van het administratieve, technische en dienstverlenende personeel dat werkzaam is bij diplomatieke, consulaire en permanente vertegenwoordigingen van de volgende staten;
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van ‘an official of the Office’ van het United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs in Den Haag (Trb. 2020, 19);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van staff members (functionarissen) het Europees Geneesmiddelenbureau (Trb. 2019, 106);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van ‘an official’ van het Centre for Artificial Intelligence and Robotics in ’s-Gravenhage van het United Nations Interregional Crime and Justice Research Institute (Trb. 2017,17);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen (Trb. 2015, 59).

Bijlage III. Lijst van landen waarmee een vrijhandelsakkoord is afgesloten

Artikel 24. Wav: Standstill-bepaling

World Trade Organization (WTO)

Op de onderdanen van deze landen zijn de paragrafen 8.3.b.11., 8.3.b.12. en 8.3.b.13 van toepassing.

Op de onderdanen van deze landen zijn de paragrafen 8.3.b.11. en 8.3.b.12. van toepassing.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

3.5a. Overgangsbepaling in het kader van de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG)

Het UWV heeft een termijn van vijf weken om advies te geven over het verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning. De termijn van vijf weken start zodra het UWV het verzoek om advies en alle relevante gegevens of documenten, zoals bedoeld in paragraaf 5.3, heeft ontvangen van de IND.

Artikel 5. Wav: Advies gecombineerde vergunning

5.2. De inhoud van de advisering over gecombineerde vergunning

Indien het advies van het UWV inzake het verlenen of verlengen van een gecombineerde vergunning inhoudt dat aan alle voorwaarden van de Wav is voldaan (positief advies) bevat het advies de volgende gegevens:

5.4. Advies omtrent geldigheidsduur van gecombineerde vergunning

5.4. Advies omtrent geldigheidsduur van gecombineerde vergunning

Voor een gecombineerde vergunning waarbij sprake is van een arbeidsmarkttoets adviseert het UWV over de begin- en einddatum van de tewerkstelling en is het advies niet langer dan drie jaar geldig. Met deze termijn wordt aangesloten bij de duur van de verlening van een tewerkstellingsvergunning, die in artikel 11 Wav bepaald is op ten hoogste drie jaar. Bij een gecombineerde vergunning waar ook de arbeidsmarkttoets heeft plaatsgevonden is het advies niet langer dan twee jaar geldig. Met deze termijn wordt aangesloten bij de duur van de verlening van de tewerkstellingsvergunning voor deze groep in het BuWav 2022. De vreemdeling mag alleen arbeid verrichten gedurende de periode die in het advies van UWV staat. Indien wordt verzocht om verlenging van de duur van de gecombineerde vergunning zal het UWV opnieuw advies worden gevraagd over het arbeidsgedeelte van de gecombineerde vergunning.

6.1. Kwalificaties van de vreemdeling

Een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning wordt door de werkgever gedaan.

8.1.a.1. Prioriteitgenietend aanbod

Een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning wordt geweigerd als voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is. Of er voldoende prioriteitgenietend aanbod aanwezig is, blijkt in eerste instantie uit de bestanden van het UWV zelf. Daarnaast zal het UWV ook andere beschikbare informatie gebruiken zoals van Gemeenten, EURES, het Europese netwerk van arbeidsbureaus waarin gegevens over werkzoekenden op de Europese arbeidsmarkt wordt uitgewisseld of van bijvoorbeeld informatie van (internationale) uitzend- en detacheringsbureaus. Ook niet vergunningplichtige vreemdelingen in Nederland en uit de overige EER-landen en Zwitserland behoren tot het prioriteitgenietend aanbod. Het prioriteitgenietend aanbod is immers het aanbod van de zijde van Nederlanders en vreemdelingen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, en 4, eerste lid, van de Wav.

8.1.b. Vacaturemelding

Op grond van het eerste lid, onderdeel b wordt een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning geweigerd als het een arbeidsplaats betreft waarvan niet ten minste vijf weken voor het indienen van de aanvraag aan het UWV is gemeld dat deze beschikbaar is voor vervulling. Daarnaast wordt een vacaturemelding van ouder dan drie maanden in de regel niet aanvaard als een tijdige melding omdat het aanbod op de arbeidsmarkt kan fluctueren. De UWV Beleidsregels uitvoering Wav 2018 geven aan hoe en waar de vacature moet worden gemeld.

8.1.c. Voldoende inspanningen

8.1.d. Tekortschietende arbeidsvoorwaarden, -omstandigheden en -verhoudingen

8.1.d. Tekortschietende arbeidsvoorwaarden, -omstandigheden en -verhoudingen

8.1.f. Minimumloon

In geval van studenten die arbeid van bijkomende aard willen verrichten, als beschreven in paragraaf 8.3.c.7., verklaart de werkgever dat de vreemdeling beschikt over een bewijs van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking verband houdende met het volgen van studie.

8.1.g. Geen vergunning voor het verrichten van seksuele handelingen

In het eerste lid, onderdeel g, is bepaald dat een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning wordt geweigerd als een arbeidsplaats behoort tot een categorie werkzaamheden waarbij het niet in het belang van Nederland is dat deze door vreemdelingen worden verricht. Deze categorie werkzaamheden wordt in het BuWav 2022 verder uitgewerkt. In artikel 8.1. van het BuWav 2022 is bepaald dat voor werkzaamheden geheel of ten dele bestaande uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning wordt geweigerd. Onder deze dwingende weigeringsgrond worden alle werkzaamheden begrepen waarvan het niet ongebruikelijk is dat het verrichten van seksuele handelingen of het verlenen van seksuele diensten daarvan onderdeel uitmaakt.

8.1.h. Quota

In het eerste lid, onderdeel h, is bepaald dat een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning wordt geweigerd indien het een categorie van werkzaamheden of van vreemdelingen betreft waarvoor overeenkomstig artikel 5a een limiet aan het aantal te verlenen tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen is gesteld, welke limiet is bereikt. Limieten moeten worden opgenomen in het BuWav 2022. In artikel 8.2. van het BuWav 2022 is bepaald dat ten behoeve van vreemdelingen met de Noord-Koreaanse nationaliteit geen tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen worden verleend. Slechts indien het Sanctiecomité, bedoeld in Resolutie 1718 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, vooraf per geval goedkeuring geeft voor de tewerkstelling van vreemdelingen met de Noord-Koreaanse nationaliteit wordt hierop een uitzondering gemaakt.

8.3.b. Afwijkingen ten behoeve van internationale handelscontacten of in het kader van de uitoefening van een geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie.

Afwijking van de verplichting in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, Wav kan ook plaatsvinden indien het UWV voor ommekomst van de termijn van vijf weken heeft vastgesteld dat er voor de desbetreffende arbeidsplaats geen prioriteitgenietend aanbod aanwezig is. Het UWV kan eveneens in individuele gevallen afwijken van de verplichte vacaturemelding als vanwege het zeer specifieke karakter van de werkzaamheden en de duur van de tijdelijke werkzaamheden het duidelijk is dat prioriteitgenietend arbeidsaanbod voor de desbetreffende functie niet beschikbaar is.

8.3.b.1. Geestelijk bedienaren: voorgangers

8.3.b.1. Geestelijk bedienaren: voorgangers

8.3.b.3. Monteren en repareren van door buitenlandse bedrijven geleverde apparatuur

8.3.b.4. Inspectie en opleiding in verband met levering van goederen door buitenlandse onderneming

8.3.b.5. Overplaatsing van personeel

8.3.b.6. Vestiging kleine bedrijven

Voor vreemdelingen die niet onder de reikwijdte van de ICT-richtlijn vallen en die door hun internationale werkgever tijdelijk naar Nederland worden overgeplaatst, wordt afgeweken van artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wav.

8.3.b.7. Sleutelpersoneel van non-profit organisaties

Ten behoeve van de tewerkstelling van sleutelpersoneel kan op grond van artikel 8, derde lid, onderdeel b van de Wav voor maximaal drie jaar van grote internationaal georiënteerde non-profit organisaties worden afgeweken van artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de Wav. Het UWV stelt met betrekking tot de grootte van de internationaal georiënteerde non-profitorganisaties een criterium vast. Onder sleutelpersoneel wordt in dit verband verstaan: vreemdelingen in leidinggevende of specialistische functies op ten minste HBO-niveau, die voor de organisatie van direct belang zijn vanwege de internationale activiteiten van de organisatie. De beloning van het sleutelpersoneel is marktconform.

8.3.b.8. Kort verblijf kennismigranten

In het kader van de bevordering van de internationale handelscontacten kan worden afgeweken van artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wav ten behoeve van vreemdelingen die maximaal 3 maanden binnen een periode van zes maanden arbeid verrichten voor een werkgever die als erkend referent is toegelaten tot de kennismigrantenprocedure en:

8.3.b.9. In Nederland werkzame kennismigranten die woonachtig zijn in een andere EER-lidstaat of Zwitserland

8.3.b.9. In Nederland werkzame kennismigranten die woonachtig zijn in een andere EER-lidstaat of Zwitserland

8.3.b.11. Dienstverleners op contractbasis

Voorts mogen ten aanzien van onderdanen van landen waarmee een vrijhandelsakkoord is gesloten de volgende passages uit de paragrafen 8.3.b.11. en 8.3.b.12. niet worden toegepast:

8.3.b.12. Sleutelpersoneel

8.3.b.13. Trainees

Een manager is iemand die deel uitmaakt van het hogere kader van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk is voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder de persoon die:

8.3.b.14. Zeevisserij

8.3.b.15. Tijdelijke tewerkstelling van vreemdelingen ten behoeve van wereldtuinbouwtentoonstelling de Floriade 2022

De tewerkstellingsvergunning wordt, in afwijking van paragraaf 12.2 van deze bijlage, niet ingetrokken indien er langer dan vier weken geen gebruik van wordt gemaakt. In afwijking van artikel 4 van deze regeling hoeft er in deze situatie geen mededeling gedaan te worden.

8.3.b.16. Wervingsinspanningen bij aanvraag tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor koks ten behoeve van de Aziatische horeca

8.3.c. Afwijkingen in het kader van scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere internationale culturele contacten alsmede ten behoeve van vreemdelingen die beschikken over een voor het verrichten van arbeid geldige vergunning.

Paragraaf 19a van bijlage I van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 (RuWav 2014) zoals die luidde voor 1 januari 2022, blijft van toepassing op:

8.3.c.1. Docenten in het internationaal onderwijs

8.3.c. Afwijkingen in het kader van scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere internationale culturele contacten alsmede ten behoeve van vreemdelingen die beschikken over een voor het verrichten van arbeid geldige vergunning.

8.3.c.2. Stagiairs HBO en universitair

8.3.c.3. Stagiairs MBO

8.3.c.5. Stagiairs in het kader van internationale uitwisselingsprogramma’s tussen MBO-instellingen

8.3.c.5. Stagiairs in het kader van internationale uitwisselingsprogramma’s tussen MBO-instellingen

8.3.c.6. Praktikanten

8.3.c.7. Arbeid van bijkomende aard door studenten

8.3.c.9. Beroepsvoetballers

8.3.c.9. Beroepsvoetballers

8.3.c.10. Musici en artiesten

Voor musici en artiesten die behoren tot bepaalde artistieke functiegroepen in een beperkt aantal branches, te weten dans, klassieke muziek, opera, musical, theater, toneel en cultuurwerkplaatsen gelden afwijkende regelingen. Deze functiegroepen zijn in onderstaande lijst opgenomen.

Artikel 9. Wav: facultatieve weigeringsgronden

De in deze tabel vermelde salarissen zijn gebaseerd op de CAO Nederlandse orkesten, de CAO Theater en dans en ontleend aan de arbeidsvoorwaardenregeling analoog aan de sector Rijk en sector Onderwijs.

9.1.a. Binnen redelijke termijn prioriteitgenietend aanbod aanwezig

Wanneer voorzienbaar is dat voor een aangevraagde tewerkstellingsvergunning binnen redelijke termijn prioriteitgenietend aanbod beschikbaar is, kan een vergunning worden geweigerd. Het staat dan namelijk te bezien in hoeverre de Nederlandse arbeidsmarkt er mee gediend is dat vreemdelingen worden toegelaten, terwijl binnen afzienbare tijd binnenlands aanbod of arbeidsaanbod uit de EER beschikbaar zal zijn. Wordt een vergunning afgegeven terwijl kort daarna wel dergelijk prioriteitgenietend aanbod beschikbaar komt, dan is de desbetreffende arbeidsplaats dus reeds opgevuld en kunnen prioriteit-genietende personen niet terecht. Centraal in de beoordeling zal hierbij staan wat moet worden begrepen onder een redelijke termijn. Hierover is in zijn algemeenheid geen eenduidige uitspraak te doen. Wat in het kader van een bepaalde categorie werkzaamheden als een onredelijk lange periode zal gelden, kan bij een andere categorie als kort worden ervaren. Dit zal derhalve per geval worden bekeken.

9.1.b. Leeftijdsgrens

Artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Wav biedt de mogelijkheid leeftijdsgrenzen te stellen. Op grond daarvan is in artikel 9 van de RuWav bepaald dat een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning kan worden geweigerd ten aanzien van een vreemdeling die jonger is dan 18 jaar. Een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning zal niet worden geweigerd voor de vreemdeling die minimaal 16 jaar is en voor wie een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning kan worden verleend op grond van paragraaf 8.3.c.5. voor het volgen van een stage van maximaal drie maanden in het kader van internationale uitwisselingsprogramma’s tussen MBO-instellingen.

9.1.c. Niet naleven voorschrift

Op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning worden geweigerd als de aanvraag een werkgever betreft aan wie in de voorafgaande vijf jaar een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning is afgegeven, waaraan een voorschrift als bedoeld in artikel 10 van de Wav is verbonden. In dat geval zal steeds worden nagegaan of de in die eerdere vergunning gestelde voorschriften geheel zijn nagekomen. Als de voorschriften in betekenende mate niet zijn nagevolgd, wordt een vergunning in de regel geweigerd. Als de voorschriften wel in aanzienlijke mate maar niet geheel zijn nagevolgd, zal in de regel geen vergunning op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wav worden afgegeven.

9.1.d. Huisvesting

Op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel d, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning worden geweigerd, als er geen passende huisvesting voor de vreemdeling beschikbaar is. De beoordeling vindt in eerste instantie plaats op grond van de bij de aanvraag verstrekte informatie. Zo nodig zal de aanvrager de gemeente om een oordeel over de huisvesting dienen te verzoeken. Deze beoordeling behelst zowel de beschikbaarheid van de huisvesting, inclusief de rechtmatigheid van het betrekken van de huisvesting, alsook een kwalificatie van de geschiktheid van de huisvesting, zoals veiligheid en hygiëne, gedurende de periode van tewerkstelling. Ook het UWV kan de gemeente om dit oordeel verzoeken.

9.1.e. Sectorale convenanten

9.1.d. Huisvesting

Op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel d, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning worden geweigerd, als er geen passende huisvesting voor de vreemdeling beschikbaar is. De beoordeling vindt in eerste instantie plaats op grond van de bij de aanvraag verstrekte informatie. Zo nodig zal de aanvrager de gemeente om een oordeel over de huisvesting dienen te verzoeken. Deze beoordeling behelst zowel de beschikbaarheid van de huisvesting, inclusief de rechtmatigheid van het betrekken van de huisvesting, alsook een kwalificatie van de geschiktheid van de huisvesting, zoals veiligheid en hygiëne, gedurende de periode van tewerkstelling. Ook het UWV kan de gemeente om dit oordeel verzoeken.

9.1.e. Sectorale convenanten

Het UWV kan een tewerkstellingsvergunning weigeren of adviseren een gecombineerde vergunning niet te verlenen als niet is voldaan aan bepalingen die zijn opgenomen in een sectoraal convenant als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel e, van de Wav.

9.1.h. Weigering van een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning vanwege het ontbreken van economische activiteiten

9.1.i

Wanneer het gaat om werkzaamheden of een werkgever die vanwege de aard van de werkzaamheden (bijvoorbeeld onbezoldigd) of de aard van de werkgever (bijvoorbeeld non profit) niet gericht zijn op economische activiteiten zal deze weigeringsgrond niet worden toegepast.

9.1.j. Weigering van de tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning vanwege afwijzing, schorsing of intrekking van de erkenning als referent van de werkgever

9.1.k. Weigering van de tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning vanwege oplegging van een bestuurlijke boete aan de werkgever met erkenning als referent

9.1.l. Weigering tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning na opleggen bestuurlijke boete

9.1.m. Weigering tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning na strafrechtelijke veroordeling naar aanleiding van overtreding arbeidswetten

9.2. Convenant

11.1. Tijdelijk werk

UWV verleent een tewerkstellingsvergunning voor seizoensarbeid, dan wel een gecombineerde vergunning onder de beperking ‘seizoensarbeid’ voor arbeid in de land- en tuinbouwsector.

12.1. Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning wegens onjuiste gegevens

12a.2. Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning indien aan (erkende) referent een bestuurlijke boete is opgelegd

13. Intrekking van de tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor seizoensarbeid

Op grond van artikel 13, aanhef, en onderdeel a, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning worden ingetrokken wanneer de beperking waaronder de vergunning is verleend, niet in acht wordt genomen.

De Wav kende tot 2014 bijvoorbeeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, een bepaling die aangaf dat de vreemdeling die gedurende een ononderbroken tijdvak van drie jaar heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wv en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd vrij is op de arbeidsmarkt. De verlenging van deze periode in 2014 naar vijf jaar, is in strijd met de standstill-bepaling als genoemd in artikel 13 van het besluit. Ook het vereiste dat een tewerkstellingsvergunning is vereist ten aanzien van Turkse zelfstandigen in de vrije termijn is in strijd met de standstill-bepaling in artikel 41 van het protocol.

Mededeling als bedoeld in paragraaf 8.3.b.10.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

8.3.c.2. Stagiairs HBO en universitair

8.3.c.3. Stagiairs MBO

8.3.c.5. Stagiairs in het kader van internationale uitwisselingsprogramma’s tussen MBO-instellingen

8.3.c.8. Werknemers in de sportsector

8.3.c.9. Beroepsvoetballers

8.3.c.10. Musici en artiesten

9.1.i

9.1.k. Weigering van de tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning vanwege oplegging van een bestuurlijke boete aan de werkgever met erkenning als referent

Artikel 10. Wav: Voorschriften

11.2. Seizoensarbeid

Artikel 12a. Wav: Facultatieve intrekkingsgronden: bij ontbreken erkende referentstatus

12a.1. Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning indien erkenning als referent is afgewezen, geschorst of ingetrokken

12a.2. Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning indien aan (erkende) referent een bestuurlijke boete is opgelegd

Artikel 12b. Wav: Facultatieve intrekkingsgronden bij overtreding arbeidswetten

12b. Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning na opleggen bestuurlijke boete of strafrechtelijke veroordeling naar aanleiding van overtreding arbeidswetten

Zo trekt UWV, wanneer de houder van een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor seizoensarbeid andere arbeid verricht dan als seizoensarbeider (zonder dat hier een tewerkstellingsvergunning voor is afgegeven), de tewerkstellingsvergunning in, of adviseert UWV de gecombineerde vergunning in te trekken.

Bijlage II. Overzicht van overeenkomsten met andere mogendheden dan wel bij een voor Nederland verbindend besluiten van een volkenrechtelijke organisatie waarin is vastgelegd dat er geen tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning van een vreemdeling mag worden verlangd

    1. Onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap dan wel gezinsleden van dergelijke onderdanen waarop artikel 23 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148 EEG, 75/34 EEG, 75/35 EEG, 90/364 EEG, 90/365/EEG en 93/96 EEG (PB 2004 L158) van toepassing is;
    1. Onderdanen van een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132 en Trb. 1993, 69 en 156) waarop artikel 7 dan wel gezinsleden van dergelijke onderdanen waarop artikel 23 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148 EEG, 75/34 EEG, 75/35 EEG, 90/364 EEG, 90/365/EEG en 93/96 EEG (PB 2004 L158) van toepassing is;
    1. Burgers van het Verenigd Koninkrijk en hun familieleden op wie deel twee van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 66 I/01) van toepassing is;
    1. Personeelsleden van het Europees Ruimte-Agentschap voor de werkzaamheden in dienst van ESTEC; artikel XV, tweede lid, van het Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap (Trb. 1975, 123);
    1. Personeelsleden van het Europees Octrooibureau; artikel 7 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooi-organisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage (Trb. 1978,16);
    1. Stafleden van het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling CTA; artikel 13 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (Trb. 1984, 99);
    1. Personeelsleden van het UNU Maastricht Economic and Social Research Institute on Innovation and Technology (UNU-MERIT); artikel XV van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Universiteit van de Verenigde Naties inzake het Instituut voor nieuwe technologieën van de Universiteit van de Verenigde Naties (Trb. 1989, 74); alsmede de gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Instituut; artikel X.1 van de Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Universiteit van de Verenigde Naties inzake de toevoeging van een artikel aan de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Universiteit van de Verenigde Naties inzake het Instituut voor nieuwe technologieën van de Universiteit van de Verenigde Naties, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Instituut voor nieuwe technologieën van de Universiteit van de Verenigde Naties om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 46);
    1. Een vreemdeling, zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Richtlijn (EG) 2003/109(PB L 16 van 23.1.2004), betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, die gedurende ten minste één jaar legaal in Nederland verblijf heeft gehad;
    1. Stafleden van de African Management Services Company (AMSCO); artikel 11 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Financieringsmaatschappij (IFC) inzake het ‘African Training and Management Services (ATMS) Project’ van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (Trb. 1989, 61), alsmede de gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden (Trb. 2007, 214);
    1. Personeelsleden van de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BOIE) alsmede de inwonende gezinsleden; artikel 8 en artikel 9 van de Zetelovereenkomst voor de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen) (Trb. 2007, 202);
    1. Stafleden van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen; artikel 17 van de Zetelovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen (Trb. 1992, 8) (CFC), alsmede de inwonende gezinsleden; artikel 19A van de Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen inzake de invoeging van artikel 19 A in de Zetelovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Fonds om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 35);
    1. Stafleden van het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (CTA); artikel 13 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (Trb. 1984, 99), alsmede de inwonende gezinsleden; Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling inzake de tewerkstelling van gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de functionarissen van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (Trb. 2007, 132);
    1. Personeelsleden van het Europees Octrooi Bureau (EOB) alsmede de inwonende gezinsleden; artikel 7 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage (Trb. 2006, 155);
    1. Gezinsleden van stafleden van Europees Ruimte Agentschap (ESA-ESTEC), bepaald in artikel 18 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Europees Ruimte Agentschap inzake het Europees Centrum voor onderzoek en technologie-ontwikkeling op ruimtevaartgebied (Trb. 1999, 41);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de functionarissen van EUROCONTROL; Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart inzake de toevoeging van een artikel aan de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart ‘EUROCONTROL’ inzake de vestiging van ‘EUROCONTROL’ te Beek (Limburg) van 10/31 oktober 1975, met betrekking tot de mogelijkheid van gezinsleden van functionarissen van de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 144);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van bepaalde functionarissen van EUROJUST; artikel 17 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Eurojust (Trb. 2006, 68);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de EuropOL-functionarissen genoemd in artikel XVII van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Politiedienst (Europol) betreffende de zetel van Europol (Trb. 1998, 241) art. XII, alsmede gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van EuropOL-verbindingsofficieren die niet de nationaliteit van een EU-zendstaat hebben. Het betreft de gezinsleden van de officieren uit de volgende landen: België (Trb. 1999,49); Bulgarije (Trb. 2004, 199); Cyprus (Trb. 2004, 136); Denemarken (Trb. 1999, 25); Duitsland (Trb. 1999, 57); Estland (Trb. 2002, 212); (Trb. 1999, 26); Frankrijk (Trb. 1999, 63); Griekenland (Trb. 1999, 64); Hongarije (Trb. 2002, 77); Ierland (Trb. 1999, 42); Italië (Trb. 1999, 67); Letland (Trb. 2004, 301); Litouwen (Trb. 2004, 165); Luxemburg (Trb. 1999, 82); Malta (Trb. 2004, 312); Noorwegen (Trb. 2002, 40); Oekraïne (Trb. 2021, 121), Oostenrijk (Trb. 1999, 73); Polen (Trb. 2004, 311); Portugal (Trb. 1999, 96); Roemenië (Trb. 2006, 63); Slovenië (Trb. 2004, 53); Spanje (Trb. 1999, 32); Tsjechië (Trb. 2004, 45); Verenigd Koninkrijk (Trb. 1999, 65); Zweden (Trb. 1999, 40) en Zwitserland (Trb. 2006, 115);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden (HCNM); artikel 13 van het Besluit van 18 november 2002, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet HCNM (Stb 2002, 581);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal (ICTY); Notawisseling tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Joegoslavië Tribunaal (ICTY) houdende een verdrag inzake de toevoeging van artikel XV bis aan het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het ICTY, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Tribunaal om in Nederland betaald werk te verrichten; ’s-Gravenhage, 20 juli 2001 (Trb. 2001, 148);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationale Gerechtshof (IGH); Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationale Gerechtshof inzake de aanvulling van de notawisseling nopens de voorrechten en immuniteiten van het Internationale Gerechtshof, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Internationale Gerechtshof om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 51);
    1. Gezinsleden van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM); artikel 14 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Migratie betreffende de juridische status, de voorrechten en immuniteiten van de Organisatie in Nederland (Trb. 2012, 73);
    1. Gezinsleden van functionarissen van het Iran-United States Claim Tribunal; Briefwisseling tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de President van het ‘Iran-United States Claims Tribunal’ inzake het toekennen van voorrechten en immuniteiten aan het Tribunaal (Trb. 2004, 158);
    1. Burgerpersoneel van het Regionale Hoofdkwartier Allied Forces North (JFC HQ) zoals bedoeld in artikel 3 van het Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag – nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord – Atlantisch Verdrag (Trb. 1953, 111); artikel 9 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa inzake de bijzondere voorwaarden die toepasselijk zijn op de vestiging en het functioneren van internationale militaire hoofdkwartieren binnen het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 1969, 165);
    1. Gezinsleden van personeelsleden van de NATO Consultation, Command and Control Agency (NC3A); artikel 9 van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de voorrechten en immuniteiten van de NATO Communications & Information Agency (NCIA) (Trb. 2004, 5);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het NATO Airborne Early Warning and Control Programme Management Agency (NAPMA); artikel 1 van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Noord Atlantische Verdragsorganisatie inzake de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het NATO Airborne Early Warning and Control Programme Management Agency (NAPMA) om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2007, 124);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Headquarters Allied Joint Force Command Brunssum (JFC HQ Brunssum) en Headquarters Joint Logistics Support Group Brunssum (JLSGBS HQ); artikel 1 van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) inzake de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Headquarters Allied Joint Force Command Brunssum (JFC HQ Brunssum) om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2023, 6);
    1. Echtgenoten en ten laste komende leden van de huishoudens van functionarissen van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW); artikel 23 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW) (Trb. 1997, 114);
    1. Gezinsleden van functionarissen van het Permanente Hof van Arbitrage (PHA) opgenoemd in artikel 13 van het Verdrag inzake de zetel van het Permanente Hof van Arbitrage (Trb. 1999, 68);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur; artikel 11 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur inzake de zetel van het UNESCO-IHE instituut voor wateropleiding (Trb. 2003, 49);
    1. Afhankelijke gezinsleden van diplomaten, consulaire ambtenaren en van het administratieve, technische en dienstverlenende personeel dat werkzaam is bij diplomatieke, consulaire en permanente vertegenwoordigingen van de volgende staten:
  • –. Argentinië (Trb. 1996, 250)
  • –. Australië (Trb. 1997, 309)
  • –. Brazilië (Trb. 1996, 236
  • –. Canada (Trb. 1991, 86)
  • –. Chili (Trb. 1995, 297, gewijzigd Trb. 2023, 15)
  • –. El Salvador (Trb. 2016, 157)
  • –. Hongarije (Trb. 1995, 131)
  • –. Kroatië (Trb. 2005, 246)
  • –. Peru (Trb. 2005, 283)
  • –. Tsjechië (Trb. 1996, 232)
  • –. Venezuela (Trb. 1995, 95)
  • –. Verenigde Staten (Trb. 1986, 145, gewijzigd Trb. 2013, 116)
  • –. Vietnam (Trb. 2019, 119)
  • –. Zwitserland (Trb. 1958, 110)
    1. Stafleden van de diplomatieke vertegenwoordiging als bepaald in artikel 7 van het Verdrag van Wenen inzake het diplomatiek verkeer (Trb. 1962, 101);
    1. Consulaire stafleden als bepaald in artikel 19 van het Verdrag inzake consulaire betrekkingen (Trb. 1965, 40);
    1. Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden. Artikel 4 en artikel 7 aanhef en onderdeel e van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse bondstaat anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Pb. 2002, L 114);
    1. Vertegenwoordigers van organisaties van raadslieden van juridische verenigingen, media en vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties die voor werkzaamheden verbonden aan het Internationaal Strafhof in Nederland verblijven (Trb. 2007, 125);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Strafhof Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland, ’s-Gravenhage (Trb. 2007, 125), 07-06-2007;
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van een rechter, (adjunct) openbaar aanklager, griffier, hoofd van het kantoor van de verdediging of stafpersoneel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon, New York (Trb. 2007, 228).Afhankelijke gezinsleden van diplomaten, consulaire ambtenaren en van het administratieve, technische en dienstverlenende personeel dat werkzaam is bij diplomatieke, consulaire en permanente vertegenwoordigingen van de volgende staten;
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van ‘an official of the Office’ van het United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs in Den Haag (Trb. 2020, 19);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van staff members (functionarissen) het Europees Geneesmiddelenbureau (Trb. 2019, 106);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van ‘an official’ van het Centre for Artificial Intelligence and Robotics in ’s-Gravenhage van het United Nations Interregional Crime and Justice Research Institute (Trb. 2017,17);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen (Trb. 2015, 59).

Bijlage III. Lijst van landen waarmee een vrijhandelsakkoord is afgesloten

World Trade Organization (WTO)

Op de onderdanen van deze landen zijn de paragrafen 8.3.b.12. en 8.3.b.13. van toepassing.

Op de onderdanen van deze landen is alleen de paragraaf 8.3.b.12. van toepassing.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 7.8. BuWav 2022 bepaalt dat geen tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning is vereist voor een vreemdeling die op grond van de daar genoemde artikelen uit de Vw rechtmatig in Nederland verblijft en deelneemt aan vrijwilligerswerk dat naar het oordeel van het UWV gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel heeft. Zodra er door een maatschappelijke organisatie zonder winstoogmerk (de werkgever) bij UWV een vrijwilligersverklaring is aangevraagd, mag de vreemdeling beginnen met de werkzaamheden als vrijwilliger. Een kopie van de ondertekende aanvraag en de ontvangstbevestiging van UWV dienen bij de werkgever in de administratie aanwezig te zijn. Indien een vreemdeling geen rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 7.8. BuWav 2022 heeft, wanneer er geen vrijwilligersverklaring bij UWV is aangevraagd, wanneer de arbeid niet wordt verricht bij een organisatie die een algemeen maatschappelijk doel dient en geen winstoogmerk heeft, of wanneer de aanvraag is afgewezen, is het verbod uit artikel 2 Wav geheel van toepassing. Dit verbod geldt eveneens gedurende de bezwaar- en beroepsprocedure tegen een eventuele afwijzing van de aanvraag voor een vrijwilligersverklaring.

De tewerkstellingsvergunning vermeldt:

8.1.c. Voldoende inspanningen

Tweede lid. Afwijking voor asielzoekers

8.2. Asielzoekers

Derde lid. Mogelijkheid afwijking van dwingende weigeringsgronden

8.3.b.2. Geestelijk bedienaren: kloosterlingen en zendelingen

8.3.b.10. Vrijhandelsverdragen

8.3.b.14. Zeevisserij

8.3.b.16. Wervingsinspanningen bij aanvraag tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor koks ten behoeve van de Aziatische horeca

8.3.c.1. Docenten in het internationaal onderwijs

8.3.c.7. Arbeid van bijkomende aard door studenten

8.3.c.8. Werknemers in de sportsector

9.1.j. Weigering van de tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning vanwege afwijzing, schorsing of intrekking van de erkenning als referent van de werkgever

9.1.k. Weigering van de tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning vanwege oplegging van een bestuurlijke boete aan de werkgever met erkenning als referent

11.1. Tijdelijk werk

12.1. Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning wegens onjuiste gegevens

Artikel 12a. Wav: Facultatieve intrekkingsgronden: bij ontbreken erkende referentstatus

Artikel 12b. Wav: Facultatieve intrekkingsgronden bij overtreding arbeidswetten

12b. Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning na opleggen bestuurlijke boete of strafrechtelijke veroordeling naar aanleiding van overtreding arbeidswetten

13. Intrekking van de tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor seizoensarbeid

Op grond van artikel 13, aanhef, en onderdeel a, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning worden ingetrokken wanneer de beperking waaronder de vergunning is verleend, niet in acht wordt genomen.

Bijlage II. Overzicht van overeenkomsten met andere mogendheden dan wel bij een voor Nederland verbindend besluiten van een volkenrechtelijke organisatie waarin is vastgelegd dat er geen tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning van een vreemdeling mag worden verlangd

    1. Onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap dan wel gezinsleden van dergelijke onderdanen waarop artikel 23 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148 EEG, 75/34 EEG, 75/35 EEG, 90/364 EEG, 90/365/EEG en 93/96 EEG (PB 2004 L158) van toepassing is;
    1. Onderdanen van een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132 en Trb. 1993, 69 en 156) waarop artikel 7 dan wel gezinsleden van dergelijke onderdanen waarop artikel 23 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148 EEG, 75/34 EEG, 75/35 EEG, 90/364 EEG, 90/365/EEG en 93/96 EEG (PB 2004 L158) van toepassing is;
    1. Burgers van het Verenigd Koninkrijk en hun familieleden op wie deel twee van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 66 I/01) van toepassing is;
    1. Ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk die grenscontroles uitvoeren in Nederland; artikel 3, eerste lid, van de Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot grenscontroles op het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding (Trb. 2021, 62);
    1. Personeelsleden van het Europees Ruimte-Agentschap voor de werkzaamheden in dienst van ESTEC; artikel XV, tweede lid, van het Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap (Trb. 1975, 123);
    1. Personeelsleden van het Europees Octrooibureau; artikel 7 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooi-organisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage (Trb. 1978,16);
    1. Stafleden van het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling CTA; artikel 13 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (Trb. 1984, 99);
    1. Personeelsleden van het UNU Maastricht Economic and Social Research Institute on Innovation and Technology (UNU-MERIT); artikel XV van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Universiteit van de Verenigde Naties inzake het Instituut voor nieuwe technologieën van de Universiteit van de Verenigde Naties (Trb. 1989, 74); alsmede de gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Instituut; artikel X.1 van de Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Universiteit van de Verenigde Naties inzake de toevoeging van een artikel aan de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Universiteit van de Verenigde Naties inzake het Instituut voor nieuwe technologieën van de Universiteit van de Verenigde Naties, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Instituut voor nieuwe technologieën van de Universiteit van de Verenigde Naties om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 46);
    1. Een vreemdeling, zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Richtlijn (EG) 2003/109(PB L 16 van 23.1.2004), betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, die gedurende ten minste één jaar legaal in Nederland verblijf heeft gehad;
    1. Stafleden van de African Management Services Company (AMSCO); artikel 11 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Financieringsmaatschappij (IFC) inzake het ‘African Training and Management Services (ATMS) Project’ van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (Trb. 1989, 61), alsmede de gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden (Trb. 2007, 214);
    1. Personeelsleden van de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BOIE) alsmede de inwonende gezinsleden; artikel 8 en artikel 9 van de Zetelovereenkomst voor de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen) (Trb. 2007, 202);
    1. Stafleden van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen; artikel 17 van de Zetelovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen (Trb. 1992, 8) (CFC), alsmede de inwonende gezinsleden; artikel 19A van de Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen inzake de invoeging van artikel 19 A in de Zetelovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Fonds om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 35);
    1. Stafleden van het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (CTA); artikel 13 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (Trb. 1984, 99), alsmede de inwonende gezinsleden; Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling inzake de tewerkstelling van gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de functionarissen van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (Trb. 2007, 132);
    1. Personeelsleden van het Europees Octrooi Bureau (EOB) alsmede de inwonende gezinsleden; artikel 7 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage (Trb. 2006, 155);
    1. Gezinsleden van stafleden van Europees Ruimte Agentschap (ESA-ESTEC), bepaald in artikel 18 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Europees Ruimte Agentschap inzake het Europees Centrum voor onderzoek en technologie-ontwikkeling op ruimtevaartgebied (Trb. 1999, 41);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de functionarissen van EUROCONTROL; Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart inzake de toevoeging van een artikel aan de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart ‘EUROCONTROL’ inzake de vestiging van ‘EUROCONTROL’ te Beek (Limburg) van 10/31 oktober 1975, met betrekking tot de mogelijkheid van gezinsleden van functionarissen van de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 144);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van bepaalde functionarissen van EUROJUST; artikel 17 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Eurojust (Trb. 2006, 68);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de EuropOL-functionarissen genoemd in artikel XVII van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Politiedienst (Europol) betreffende de zetel van Europol (Trb. 1998, 241) art. XII, alsmede gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van EuropOL-verbindingsofficieren die niet de nationaliteit van een EU-zendstaat hebben. Het betreft de gezinsleden van de officieren uit de volgende landen: België (Trb. 1999,49); Bulgarije (Trb. 2004, 199); Cyprus (Trb. 2004, 136); Denemarken (Trb. 1999, 25); Duitsland (Trb. 1999, 57); Estland (Trb. 2002, 212); (Trb. 1999, 26); Frankrijk (Trb. 1999, 63); Griekenland (Trb. 1999, 64); Hongarije (Trb. 2002, 77); Ierland (Trb. 1999, 42); Italië (Trb. 1999, 67); Letland (Trb. 2004, 301); Litouwen (Trb. 2004, 165); Luxemburg (Trb. 1999, 82); Malta (Trb. 2004, 312); Noorwegen (Trb. 2002, 40); Oekraïne (Trb. 2021, 121), Oostenrijk (Trb. 1999, 73); Polen (Trb. 2004, 311); Portugal (Trb. 1999, 96); Roemenië (Trb. 2006, 63); Slovenië (Trb. 2004, 53); Spanje (Trb. 1999, 32); Tsjechië (Trb. 2004, 45); Verenigd Koninkrijk (Trb. 1999, 65); Zweden (Trb. 1999, 40) en Zwitserland (Trb. 2006, 115);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden (HCNM); artikel 13 van het Besluit van 18 november 2002, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet HCNM (Stb 2002, 581);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal (ICTY); Notawisseling tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Joegoslavië Tribunaal (ICTY) houdende een verdrag inzake de toevoeging van artikel XV bis aan het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het ICTY, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Tribunaal om in Nederland betaald werk te verrichten; ’s-Gravenhage, 20 juli 2001 (Trb. 2001, 148);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationale Gerechtshof (IGH); Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationale Gerechtshof inzake de aanvulling van de notawisseling nopens de voorrechten en immuniteiten van het Internationale Gerechtshof, met betrekking tot de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Internationale Gerechtshof om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2002, 51);
    1. Gezinsleden van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM); artikel 14 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Migratie betreffende de juridische status, de voorrechten en immuniteiten van de Organisatie in Nederland (Trb. 2012, 73);
    1. Gezinsleden van functionarissen van het Iran-United States Claim Tribunal; Briefwisseling tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de President van het ‘Iran-United States Claims Tribunal’ inzake het toekennen van voorrechten en immuniteiten aan het Tribunaal (Trb. 2004, 158);
    1. Burgerpersoneel van het Regionale Hoofdkwartier Allied Forces North (JFC HQ) zoals bedoeld in artikel 3 van het Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag – nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord – Atlantisch Verdrag (Trb. 1953, 111); artikel 9 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa inzake de bijzondere voorwaarden die toepasselijk zijn op de vestiging en het functioneren van internationale militaire hoofdkwartieren binnen het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 1969, 165);
    1. Gezinsleden van personeelsleden van de NATO Consultation, Command and Control Agency (NC3A); artikel 9 van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de voorrechten en immuniteiten van de NATO Communications & Information Agency (NCIA) (Trb. 2004, 5);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het NATO Airborne Early Warning and Control Programme Management Agency (NAPMA); artikel 1 van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Noord Atlantische Verdragsorganisatie inzake de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het NATO Airborne Early Warning and Control Programme Management Agency (NAPMA) om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2007, 124);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Headquarters Allied Joint Force Command Brunssum (JFC HQ Brunssum) en Headquarters Joint Logistics Support Group Brunssum (JLSGBS HQ); artikel 1 van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) inzake de mogelijkheid voor gezinsleden van functionarissen van het Headquarters Allied Joint Force Command Brunssum (JFC HQ Brunssum) om in Nederland betaald werk te verrichten (Trb. 2023, 6);
    1. Echtgenoten en ten laste komende leden van de huishoudens van functionarissen van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW); artikel 23 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW) (Trb. 1997, 114);
    1. Gezinsleden van functionarissen van het Permanente Hof van Arbitrage (PHA) opgenoemd in artikel 13 van het Verdrag inzake de zetel van het Permanente Hof van Arbitrage (Trb. 1999, 68);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur; artikel 11 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur inzake de zetel van het UNESCO-IHE instituut voor wateropleiding (Trb. 2003, 49);
    1. Afhankelijke gezinsleden van diplomaten, consulaire ambtenaren en van het administratieve, technische en dienstverlenende personeel dat werkzaam is bij diplomatieke, consulaire en permanente vertegenwoordigingen van de volgende staten:
  • –. Argentinië (Trb. 1996, 250)
  • –. Australië (Trb. 1997, 309)
  • –. Brazilië (Trb. 1996, 236
  • –. Canada (Trb. 1991, 86)
  • –. Chili (Trb. 1995, 297, gewijzigd Trb. 2023, 15)
  • –. El Salvador (Trb. 2016, 157)
  • –. Hongarije (Trb. 1995, 131)
  • –. Kroatië (Trb. 2005, 246)
  • –. Peru (Trb. 2005, 283)
  • –. Tsjechië (Trb. 1996, 232)
  • –. Venezuela (Trb. 1995, 95)
  • –. Verenigde Staten (Trb. 1986, 145, gewijzigd Trb. 2013, 116)
  • –. Vietnam (Trb. 2019, 119)
  • –. Zwitserland (Trb. 1958, 110)
    1. Stafleden van de diplomatieke vertegenwoordiging als bepaald in artikel 7 van het Verdrag van Wenen inzake het diplomatiek verkeer (Trb. 1962, 101);
    1. Consulaire stafleden als bepaald in artikel 19 van het Verdrag inzake consulaire betrekkingen (Trb. 1965, 40);
    1. Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden. Artikel 4 en artikel 7 aanhef en onderdeel e van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse bondstaat anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Pb. 2002, L 114);
    1. Vertegenwoordigers van organisaties van raadslieden van juridische verenigingen, media en vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties die voor werkzaamheden verbonden aan het Internationaal Strafhof in Nederland verblijven (Trb. 2007, 125);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Strafhof Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland, ’s-Gravenhage (Trb. 2007, 125), 07-06-2007;
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van een rechter, (adjunct) openbaar aanklager, griffier, hoofd van het kantoor van de verdediging of stafpersoneel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon, New York (Trb. 2007, 228).Afhankelijke gezinsleden van diplomaten, consulaire ambtenaren en van het administratieve, technische en dienstverlenende personeel dat werkzaam is bij diplomatieke, consulaire en permanente vertegenwoordigingen van de volgende staten;
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van ‘an official of the Office’ van het United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs in Den Haag (Trb. 2020, 19);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van staff members (functionarissen) het Europees Geneesmiddelenbureau (Trb. 2019, 106);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van ‘an official’ van het Centre for Artificial Intelligence and Robotics in ’s-Gravenhage van het United Nations Interregional Crime and Justice Research Institute (Trb. 2017,17);
    1. Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van functionarissen van het Internationaal Restmechanisme voor straftribunalen (Trb. 2015, 59).

Bijlage III. Lijst van landen waarmee een vrijhandelsakkoord is afgesloten

Mededeling als bedoeld in paragraaf 8.3.b.10.

Vrijhandelsakkoorden

Verdragen die voorlopig inwerking zijn getreden en waarin afspraken over toegang tot de arbeidsmarkt zijn gemaakt:

Op de onderdanen van deze landen zijn de paragrafen 8.3.b.11., 8.3.b.12. en 8.3.b.13 van toepassing.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)