Wijzigingsgeschiedenis
Besluit noodmaatregelen coronacrisis
5 versions
· 2024-01-01
2021-10-01
Besluit noodmaatregelen coronacrisis — arts. 1, 1, 31 y 27 más
2020-07-01
Besluit noodmaatregelen coronacrisis — arts. 1, 1, 1 y 2 más
2020-04-01
Besluit noodmaatregelen coronacrisis — arts. 2, 56, 6 y 41 más
Wijzigingen op 2020-04-01
@@ -26,10 +26,88 @@
### 3.1. Uitstel van betaling van belastingschulden
Ondernemers die door bijzondere omstandigheden waarvan de oorzaak buiten hun invloed ligt, tijdelijk in liquiditeitsproblemen zijn gekomen kunnen om uitstel van betaling vragen, het zogenoemde ‘bijzonder uitstel’. Dit is geregeld in [artikel 25.6.2a LI](onbekend). De gevolgen van de coronacrisis geven aanleiding voor een tijdelijk soepeler beleid. Daarom keur ik het volgende goed.
Het toepassen van de goedkeuringen in onderdelen 2.1 en 2.2 kan tot een onbedoeld effect leiden bij verzoeken om teruggaaf van EB en ODE. Om dit onbedoelde effect op te heffen is in onderdeel 2.5 een goedkeuring opgenomen.
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
Op grond van [artikel 56, eerste lid, onderdeel a, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of een voorschotbedrag wordt ontvangen de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip van de uitreiking van de voorschotnota of de ontvangst van het voorschotbedrag en op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om in de situatie dat de eindfactuur van een klant betrekking heeft op een kalendermaand soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onderdeel a, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen of een eindfactuur wordt uitgereikt.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende 6 voorwaarden:
De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw.
Door deze goedkeuring en de daaraan gestelde voorwaarden wordt bewerkstelligd dat wanneer de eindfactuur van een klant betrekking heeft op een kalendermaand, de energieleverancier de EB en de ODE op een later moment verschuldigd is en deze belastingen dus ook later op aangifte zal afdragen.
Doordat de energieleverancier op de voorschotnota, in het voorschotbedrag en op de eindfactuur geen bedrag opneemt voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, komt dit uitstel van verschuldigdheid ten goede aan de klanten van de energieleveranciers.
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
Op grond van [artikel 56, eerste lid, onderdeel b, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit, in gevallen waarin geen voorschotnota wordt uitgereikt of voorschotbedrag wordt ontvangen, maar wel een factuur wordt uitgereikt, de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip van de uitreiking van die factuur. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onderdeel b, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan op het tijdstip van de uitreiking van de factuur.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende 4 voorwaarden:
De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw.
Door deze goedkeuring en de daaraan gestelde voorwaarden wordt bewerkstelligd dat de energieleverancier de EB en de ODE op een later moment verschuldigd is en deze belastingen dus ook later op aangifte zal afdragen.
Doordat de energieleverancier op de betreffende factuur geen EB en ODE, noch de btw hierover, in rekening brengt, komt dit uitstel van verschuldigdheid ten goede aan de klanten van de energieleveranciers.
**In de toelichting bij de verklaring geeft de derde-deskundige aan welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt. Zo nodig licht hij dit nader toe. Niet vereist is dat de derde-deskundige een zogenoemde assuranceverklaring geeft dat de ondernemer voldoet aan de voorwaarden.**
Op grond van [artikel 56, eerste lid, onderdeel c, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit in overige gevallen (er wordt geen voorschotnota uitgereikt, geen voorschotbedrag ontvangen en geen factuur uitgereikt) de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in [artikel 56, eerste lid, onderdeel c, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) voor leveringen in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, niet worden verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt, maar op 1 januari 2021.
Ik keur goed dat de ontvanger gedurende de periode van uitstel, bedoeld in de onderdelen 3.4a en 3.5, geen belastingteruggaven (van enige soort) verrekent met de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend, tenzij de ondernemer hierom verzoekt of de belangen van de Staat worden geschaad.
In een aantal gevallen is de verbruiker op grond van [artikel 53, tweede lid, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=53) de EB en de ODE verschuldigd, te weten bij:
[Artikel 56, derde lid, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) bepaalt dat de belasting dan verschuldigd is op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed.
### 3.2. Invorderingsrente
Vervallen.
### 3.3. Diverse invorderingsonderwerpen
Bij beide onderdelen is een van de voorwaarden voor de goedkeuring dat voor leveringen in die maanden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in december 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening worden gebracht. Die belastingen worden verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt.
### 3.3.1. Meldingsregeling bodemrecht
Het is mogelijk dat voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de periode april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, nog niet in rekening zijn gebracht binnen die termijn. Er kan dan niet tijdig een verzoek om teruggaaf worden gedaan. Dit is een onbedoeld effect van die twee goedkeuringen. Om dit onbedoelde effect op te heffen keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat verzoeken om teruggaaf, als bedoeld in de [artikelen 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=67), [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), [69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), [70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) en [70a Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a), kunnen worden gedaan binnen dertien weken na 31 december 2020. Deze goedkeuring geldt voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de periode april 2020 tot en met september 2020 waarbij de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, in een aanvullende factuur (of facturen) in rekening zijn gebracht en die factuur (of facturen) bij het verzoek om teruggaaf wordt overgelegd. (In die gevallen heeft de leverancier gebruik gemaakt van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit).
De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om bij het toepassen van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 in het geval van zgn. oninbare vorderingen bij de aanvullende factuur (of facturen) geen rekening te hoeven houden met ontvangen bedragen voor voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen. Hiertoe zijn in onderdeel 2.6 twee goedkeuringen opgenomen.
### 2.6. Oninbare vorderingen bij toepassing onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit
Bij levering van aardgas en elektriciteit zijn EB en ODE verschuldigd. De in een tijdvak verschuldigd geworden EB en ODE moet op aangifte worden voldaan en binnen 1 maand na het einde van dat tijdvak overeenkomstig de aangifte zijn betaald.
### 3.3.3. Melding betalingsonmacht
Bij beide onderdelen is een van de voorwaarden voor de goedkeuring dat voor leveringen in die maanden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in december 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening worden gebracht. Die belastingen worden verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op voor de klanten van de energieleveranciers.
### 3.3.4. G-rekening
Op basis van de bestaande regelgeving kan de energieleverancier op zijn maandelijkse aangifte EB/ODE een vermindering toepassen op de verschuldigde EB en ODE, voor zover komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake te ontvangen bedrag niet is en niet zal worden ontvangen (zgn. oninbare vorderingen). Voor de btw geldt eenzelfde regeling. Voor zover de voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen en de aanvullende factuur (of facturen) voor de EB en ODE, en de btw hierover, oninbaar blijken, kunnen de bestaande regelingen van [artikel 92 Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=92) en [artikel 29 Wet OB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=29) worden toegepast. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om onderdeel 2 zodanig aan te vullen dat bij het toepassen van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 in het geval van oninbare vorderingen ontvangen bedragen volgtijdig mogen worden toegerekend aan voorschotten en (eind)facturen waarop geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, is opgenomen en de aanvullende factuur (of facturen). Dit geldt ook voor de situaties waarbij een aanvullende factuur in 2021 wordt uitgereikt. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat bij toepassing van onderdeel 2.1 van dit besluit, voor leveringen in kalendermaanden binnen de periode april 2020 t/m september 2020 ontvangen bedragen:
### 3.4. Tijdelijke aanvullende tegemoetkoming: 1 oktober 2021 – 31 januari 2022
In het [besluit van 24 september 2021](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045655), nr. 2021-191442 (Stcrt. 2021, 42308) was in dit onderdeel een regeling opgenomen die zag op het verlenen van uitstel in specifieke gevallen. Deze regeling vervang ik met terugwerkende kracht door de regeling van onderdeel 3.4a.
### 3.1. Uitstel van betaling van belastingschulden
### 3.5. Betalingsregeling voor opgebouwde belastingschuld
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
**Ik keur goed dat de ontvanger na ontvangst van een verzoek om uitstel van betaling door een ondernemer van een van de hierna genoemde belastingen, dat is ingediend op of na 12 maart 2020 doch uiterlijk 30 september 2021, gedurende drie maanden, doch uiterlijk tot en met 30 september 2021 geen invorderingsmaatregelen treft.**
**Het verzoek om uitstel kan schriftelijk of digitaal via een daartoe bestemd formulier worden ingediend nadat er een belastingaanslag is opgelegd. Het verzoek om uitstel wordt geacht een verzoek om uitstel van betaling te zijn voor alle openstaande en nog op te leggen belastingaanslagen waarop deze goedkeuring betrekking heeft.**
@@ -46,7 +124,7 @@
**Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de ontvanger uitstel van betaling van belasting verleent voor een periode langer dan drie maanden. De ondernemer kan om deze langere uitsteltermijn vragen in zijn eerste verzoek om uitstel, of kan hier na zijn eerste uitstelverzoek doch uiterlijk 30 september 2021, alsnog schriftelijk of digitaal via een daartoe bestemd formulier om vragen.**
**Voor deze goedkeuring gelden de volgende zes voorwaarden:**
### 4. Betalingsverzuimboeten
**Er wordt geen uitstel van betaling verleend en verleend uitstel van betaling wordt ingetrokken als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten.**
@@ -54,9 +132,9 @@
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
**Ik keur goed dat de verklaring van de derde-deskundige, die op grond van goedkeuring 2 is vereist bij een belastingschuld van € 20.000 of meer, door de Belastingdienst wordt geaccepteerd als de verklaring in ieder geval de volgende elementen bevat:**
**In de toelichting bij de verklaring geeft de derde-deskundige aan welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt. Zo nodig licht hij dit nader toe. Niet vereist is dat de derde-deskundige een zogenoemde assuranceverklaring geeft dat de ondernemer voldoet aan de voorwaarden.**
### 5. Douane
### 5.1. Uitstel van betaling
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
@@ -64,79 +142,79 @@
Ik keur goed dat de ontvanger gedurende de periode van uitstel, bedoeld in de onderdelen 3.4a en 3.5, geen belastingteruggaven (van enige soort) verrekent met de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend, tenzij de ondernemer hierom verzoekt of de belangen van de Staat worden geschaad.
Deze goedkeuring 5 is niet van toepassing bij de verrekening van rechten bij invoer.
### 5.2. Termijn verkoop voorraad tabaksproducten aan wederverkopers
Voornoemde goedkeuringen 1 tot en met 5 gelden in aanvulling op het uitstelbeleid als verwoord in [artikel 25.6 LI](onbekend).
### 3.2. Invorderingsrente
Vervallen.
### 3.3. Diverse invorderingsonderwerpen
Bij het robuust faciliteren van uitstel van betaling van belasting past een soepelere houding ten aanzien van een aantal aanvullende onderwerpen. Deze soepelere houding komt tot uitdrukking in onderstaande goedkeuringen.
### 3.3.1. Meldingsregeling bodemrecht
Dit onderdeel is met ingang van 1 april 2022 vervallen.
### 6.1. Administratieve verplichtingen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 6.2. Ongewijzigd doorlopen vaste reiskostenvergoedingen en andere vaste vergoedingen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022.
### 6.3. Gebruikelijk loon 2020 en 2021 AB-houders
**Ik keur goed dat, in afwijking van artikel 22bis.1, ad 1.B.c LI, de verplichting tot mededeling, bedoeld in artikel 22bis, tweede lid of derde lid IW niet geldt in het geval de derde en de ondernemer in verband met de gevolgen van de coronacrisis nader zijn overeengekomen dat de termijn waar binnen de vordering ter zake waarvan het pandrecht of het eigendomsrecht van de derde geldt dient te worden afbetaald, wordt verlengd.**
**Ik keur goed dat in afwijking van artikel 22bis.2, ad a LI de meldingsplicht van het voornemen om rechten op een bodemzaak of bodemzaken uit te oefenen of enigerlei andere handeling te (laten) verrichten waardoor het niet meer als bodemzaak kwalificeert, niet van toepassing is als de betalingsachterstand is veroorzaakt door de gevolgen van de coronacrisis.**
### 3.3.2. Verklaring betalingsgedrag
Ik keur goed dat in afwijking van [artikel 35.12.2 LI](onbekend) de ontvanger, indien voldaan wordt aan de overige voorwaarden, een schone verklaring betalingsgedrag afgeeft als voor de nageheven loonheffingen of voor de (door de uitlener verschuldigde) omzetbelasting ingevolge dit besluit geen invorderingsmaatregelen worden genomen of zolang de ondernemer daarvoor uitstel van betaling geniet.
### 3.3.3. Melding betalingsonmacht
Ik keur goed dat voor zover het verzoek om uitstel van betaling op grond van dit besluit betrekking heeft op de verschuldigde belasting die behoorde te zijn afgedragen of voldaan vanaf 12 maart 2020 en uiterlijk op 31 maart 2022, het verzoek in voorkomend geval mede geldt als tijdige melding van betalingsonmacht als bedoeld in [artikel 36, tweede lid IW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=36). De melding wordt bovendien rechtsgeldig geacht, tenzij achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.
### 6.4. Werkkostenregeling
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022. Vooruitlopend op wijziging van [artikel 31a, derde lid, van de Wet LB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31a) heb ik in dit onderdeel goedgekeurd dat voor het jaar 2021 in artikel 31a, derde lid, onderdeel a, van de Wet LB ‘1,7%’ en ‘€ 6.800’ gelezen worden als ‘3%’ en ‘€ 12.000’. Deze wetswijziging is opgenomen in het per 1 januari 2022 in werking getreden [artikel VII van het Belastingplan 2022](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046105&artikel=VII).
### 7. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Vervallen.
### 8. Vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting (winst)
### 3.3.4. G-rekening
Ik keur goed dat in afwijking van [artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016131&artikel=10), het saldo van de g-rekening dat overeenkomt met de verschuldigde loonheffing en omzetbelasting waarvoor ingevolge dit besluit geen invorderingsmaatregelen worden genomen of uitstel van betaling wordt genoten op verzoek kan worden gedeblokkeerd door de ontvanger. De in de vorige zin bedoelde goedkeuring geldt niet indien en voor zover de belangen van de Staat zich tegen deblokkering verzetten. Dit geldt ook in situaties van misbruik of oneigenlijk gebruik.
Ik keur goed dat uitwinning van de g-rekening achterwege blijft zolang ingevolge dit besluit geen invorderingsmaatregelen worden genomen of uitstel van betaling wordt genoten, tenzij en voor zover de belangen van de Staat zich tegen het niet-uitwinnen van de g-rekening verzetten.
### 3.4. Tijdelijke aanvullende tegemoetkoming: 1 oktober 2021 – 31 januari 2022
### 8.2. Urencriterium
Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting (als bedoeld in [artikel 3.4 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.4)) kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Op sommige van deze ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve, kan uitsluitend aanspraak worden gemaakt als aan het zogenoemde urencriterium wordt voldaan. Aan dit urencriterium wordt in het algemeen voldaan wanneer de ondernemer ten minste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming.
In het [besluit van 24 september 2021](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045655), nr. 2021-191442 (Stcrt. 2021, 42308) was in dit onderdeel een regeling opgenomen die zag op het verlenen van uitstel in specifieke gevallen. Deze regeling vervang ik met terugwerkende kracht door de regeling van onderdeel 3.4a.
### 3.4a. Aanvullende regeling voor uitstel van betaling van belastingen
### 3.5. Betalingsregeling voor opgebouwde belastingschuld
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal in een kalenderjaar aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen bestede uren in het kader van het urencriterium zoals bepaald in [artikel 3.6 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.6), worden ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) te hebben besteed.
Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 30 september een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2020 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019. De ondernemer kan in dat geval met behulp van zijn administratie bepalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019.
Gelet op de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis, heb ik eerder goedgekeurd om naast de reguliere betalingsregeling voor ondernemers (in [artikel 25.6 LI](onbekend) e.v.), een meer ruimhartige betalingsregeling toe te staan voor de in dit onderdeel bedoelde belastingen van ondernemers. De uitgangspunten en voorwaarden van deze betalingsregeling zijn opgenomen in goedkeuring 1 en 2. Vanwege de hoge financiële nood bij sommige ondernemers met een belastingschuld als gevolg van de coronacrisis en daartoe opgeroepen door de Tweede Kamer1Zie onder meer de aangenomen motie van het lid Aartsen c.s. van 5 juli 2022 bij het tweeminutendebat coronasteunpakket (Kamerstukken II, 2021/22, 35 420, nr. 505). heb ik besloten om enkele aanvullende versoepelingen van de ruimhartige betalingsregeling toe te staan. Deze aanvullende versoepelingen zijn opgenomen in onderdeel a tot en met d van goedkeuring 3. De mogelijkheid om per kwartaal af te lossen en een betaalpauze aan te vragen, komen in de plaats van de mogelijkheid om later aan te vangen met aflossen.
De ontvanger verleent tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling voor belastingen van ondernemers die uiterlijk 30 september 2021 betaald hadden moeten zijn, mits aan de ondernemer ingevolge goedkeuring 1 van onderdeel 3.1 van dit besluit is toegezegd dat geen invorderingsmaatregelen zouden worden genomen.
De ontvanger verleent tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling voor belastingen van ondernemers die uiterlijk 31 maart 2022 betaald hadden moeten zijn en waarvoor ingevolge onderdeel 3.4a van dit besluit uitstel van betaling is verleend, tenzij de betalingsproblemen niet hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.
### 8.2.1. Verlaagd urencriterium voor startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
De ondernemer lost de hiervoor onder goedkeuring 1 en 2 bedoelde belastingen af voor 1 oktober 2027 met een betalingsregeling.
Voor de onder goedkeuring 1 en 2 verleende betalingsregeling gelden de volgende uitgangspunten en voorwaarden:
De voorwaarden b, c en d gelden ook als gebruik wordt gemaakt van een of meer van de mogelijkheden bedoeld onder goedkeuring 3.
### 8.3. Fiscale reserve 2019 voor coronagerelateerd verlies 2020 (fiscale coronareserve)
Daarnaast keur ik het volgende goed:
Voor kwartaalaflossing en betaalpauze geldt dat de ondernemer zijn gehele belastingschuld voor 1 oktober 2027 moet hebben betaald. Dit tijdstip is later, maar uiterlijk 30 september 2029, indien en voor zover de ontvanger heeft ingestemd met een verlenging van de betalingsregeling (zie onder a). Dit betekent ook dat als de ontvanger het verzoek om betaling per kwartaal of betaalpauze inwilligt, de ontvanger voor de nog te betalen belastingschuld de termijnen opnieuw zal berekenen.
### 8.4. Voorlopige aanslag
De ontvanger beslist in beginsel binnen acht weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld onder goedkeuring 3 (zie [artikel 1.1.5 LI 2008](onbekend)).
### 4. Betalingsverzuimboeten
Ondernemers die in 2020, 2021 of 2022 een lagere winst verwachten dan waarmee rekening is gehouden bij het opleggen van de voorlopige aanslag(en), kunnen een verzoek om vermindering indienen bij de inspecteur. De inspecteur zal dit verzoek inwilligen.
Ik acht het onwenselijk dat ondernemers waaraan uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis is, wordt of kan worden verleend, worden beboet omdat zij niet of niet tijdig aan hun betalingsverplichtingen hebben voldaan. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat verzuimboeten voor betalingsverzuimen in een periode waarvoor op grond van dit besluit bijzonder uitstel van betaling is of wordt verleend, worden geacht niet te zijn opgelegd. Als een verzuimboete wordt opgelegd, zorgt de ontvanger ervoor dat deze ambtshalve wordt vernietigd.
### 8.5. Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren & subsidie financiering vaste lasten
Ik keur goed dat verzuimboeten voor betalingsverzuimen in een periode waarvoor op grond van dit besluit bijzonder uitstel van betaling kan worden verleend, worden geacht niet te zijn opgelegd als de naheffingsaanslag binnen de betalingstermijn volledig wordt voldaan. De ontvanger zorgt er dan voor dat de verzuimboete ambtshalve wordt vernietigd.
### 5. Douane
### 5.1. Uitstel van betaling
De in onderdeel 3.1 en onderdeel 3.4a van dit besluit opgenomen goedkeuringen met betrekking tot uitstel van betaling van belastingschulden zijn niet van toepassing op de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer. Voor die gevallen voorziet de douanewetgeving in een eigen regeling. Zie met name de artikelen 110, 112 en 114 van het Douanewetboek van de Unie.
Zorglichamen zijn onder bepaalde voorwaarden subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting ([artikel 5, eerste lid, onderdeel c, Wet Vpb 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=5), hierna ook aan te duiden als de zorgvrijstelling).2Zie uitgebreid het besluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751 (Stcrt. 2019, 66223), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575 (Stcrt. 2020-62958).
### 8.6.1. Continuïteitsbijdragen zorglichamen
De in onderdeel 3.1 van dit verzamelbesluit opgenomen goedkeuring 5 inzake schorsing van de verrekening van belastingen is niet van toepassing bij de verrekening van rechten bij invoer.
@@ -146,63 +224,63 @@
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 juni 2021
### 6. Loonheffingen
### 6.1. Administratieve verplichtingen
In [onderdeel 4.2.1. van het besluit van 25 november 2019](onbekend), nr. 2019 – 187751 (Stcrt. 2019, 66223) zijn de kaders van het begrip ‘genezen, verplegen en verzorgen’ (zorg) zoals gehanteerd binnen de zorgvrijstelling aangegeven. Aangezien de werkzaamheden op grond van het Rijksvaccinatieprogramma zoals vastgesteld op grond van de [Wet publieke gezondheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705) (Wpg) al in [onderdeel 4.4.2](onbekend) van het hiervoor genoemde besluit als kwalificerende werkzaamheden voor toepassing van de zorgvrijstelling zijn aangemerkt, geldt dat ook voor de werkzaamheden in het kader van het COVID-19 Rijksvaccinatieprogramma.
Overigens ben ik van mening dat de diagnostische werkzaamheden die medische laboratoria of diagnostische centra verrichten als gevolg van het afnemen van COVID-19 testen op grond van de [Wpg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705) ook voor de werkzaamhedeneis in de zorgvrijstelling kwalificeren.
### 8.7. Verlenging overgangsregelingen zorg- en sociale werkbedrijf-lichamen
Zorglichamen en sociale werkbedrijven zijn onder voorwaarden subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting.3Artikel 5, eerste lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, Wet Vpb 1969 juncto artikel 4 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971. Om voor deze vrijstelling – die ook wel wordt aangeduid als de zorgvrijstelling – in aanmerking te komen, moet zijn voldaan aan een werkzaamheden- en winstbestemmingseis. In het [besluit van 25 november 2019](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042886), nr. 2019-187751 (Stcrt. 2019, 66223), is over deze voorwaarden beleid opgenomen. [Onderdeel 7](onbekend) van dat besluit bevat overgangsregelingen voor bepaalde groepen zorglichamen en sociale werkbedrijven. De termijn van deze overgangsregelingen eindigt op 31 december 2020.
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022.
Ik keur goed dat de termijn van de overgangsregelingen die gelden voor zorglichamen en sociale werkbedrijven en die zijn opgenomen in [onderdeel 7 van het besluit van 25 november 2019](onbekend), nr. 2019-187751 (Stcrt. 2019, 66223), wordt verlengd tot en met 31 december 2021.4Zie ook het besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575 (Stcrt. 2020, 62958).
### 8.8. Herinvesteringsreserve
De bij een vervreemding van bedrijfsmiddelen behaalde boekwinst kan onder voorwaarden worden opgenomen in een herinvesteringsreserve ([artikel 3.54 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54)). Een belangrijke voorwaarde is dat een voornemen bestaat om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Bij herinvestering wordt de herinvesteringsreserve afgeboekt op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel waarin wordt geherinvesteerd.
### 8.8.1. Bijzondere omstandigheid
Wanneer de herinvestering nog niet heeft plaatsgevonden, wordt de herinvesteringsreserve uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is ontstaan, in de winst opgenomen ([artikel 3.54, vijfde lid, Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54)). Op grond van onderdeel b van het vijfde lid geldt dit niet voor zover de aanschaffing of voortbrenging, mits daaraan een begin van uitvoering is gegeven, door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Daarbij mag ervan worden uitgegaan dat de coronacrisis als bijzondere omstandigheid kwalificeert. Daarbij merk ik op dat nog wel aan de overige voorwaarden, waaronder dat aan de aanschaffing of voortbrenging een begin van uitvoering is gegeven, moet worden voldaan.
### 8.8.2. Ruiming pelsdieren en overheidsingrijpen
Voor de herinvesteringsreserve en voor de doorschuiving van te conserveren inkomen bij staking ([artikel 3.64 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.64)) is van belang of sprake is van vervreemding die een gevolg is van overheidsingrijpen. Als sprake is van overheidsingrijpen dan zijn er ruimere mogelijkheden om een herinvesteringsreserve te vormen en af te boeken. De vraag is voorgelegd of de ruiming van pelsdieren wegens COVID-19 in combinatie met de vervroegde inwerkingtreding van de Wet verbod pelsdierhouderij wordt aangemerkt als overheidsingrijpen.
Ik keur goed dat de ruiming van pelsdieren wegens COVID-19 mede in het zicht van de vervroegde inwerkingtreding van de [Wet verbod pelsdierhouderij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032739) voor de toepassing van [artikel 3.54 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54) (en daarmee ook voor de toepassing van [artikel 3.64 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.64)) kwalificeert als overheidsingrijpen.
Vervallen.
### 8.2. Urencriterium
### 9a. Zorgpersoneel en hulpgoederen
Het is denkbaar dat ondernemers door de coronacrisis minder of geen werkzaamheden voor hun onderneming(en) kunnen verrichten. Hierdoor kan het voor ondernemers lastig zijn om aannemelijk te maken dat aan het urencriterium is voldaan. Het feit dat ondernemers puur als gevolg van de coronacrisis bepaalde ondernemersfaciliteiten verliezen, vind ik onwenselijk en onrechtvaardig. Daarom keur ik het volgende goed.
### 9b. Verlaagd btw-tarief voor online sportlessen door sportscholen
Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 30 september een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2020 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019. De ondernemer kan in dat geval met behulp van zijn administratie bepalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal in een kalenderjaar aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen bestede uren in het kader van het urencriterium zoals bepaald in [artikel 3.6 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.6), worden ondernemers in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 geacht ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) te hebben besteed.
Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 januari tot en met 30 juni een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2021 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019. De ondernemer kan in dat geval met behulp van zijn administratie bepalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019.
### 8.2.1. Verlaagd urencriterium voor startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
Ook startende ondernemers die arbeidsongeschikt zijn kunnen mogelijk door de coronacrisis minder of geen werkzaamheden voor hun onderneming verrichten. Hiervoor acht ik het passend om in lijn met de systematiek van de hiervoor aangegeven versoepeling van het urencriterium ook het verlaagde urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid te versoepelen. Daarom keur ik het volgende goed.
### 9d. Levering van COVID-19-vaccins en COVID-19-testkits
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 6.2. Ongewijzigd doorlopen vaste reiskostenvergoedingen en andere vaste vergoedingen
### 10. Heffing over Duitse netto-uitkeringen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022.
### 6.3. Gebruikelijk loon 2020 en 2021 AB-houders
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022.
### 6.4. Werkkostenregeling
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022. Vooruitlopend op wijziging van [artikel 31a, derde lid, van de Wet LB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31a) heb ik in dit onderdeel goedgekeurd dat voor het jaar 2021 in artikel 31a, derde lid, onderdeel a, van de Wet LB ‘1,7%’ en ‘€ 6.800’ gelezen worden als ‘3%’ en ‘€ 12.000’. Deze wetswijziging is opgenomen in het per 1 januari 2022 in werking getreden [artikel VII van het Belastingplan 2022](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046105&artikel=VII).
### 7. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Vervallen.
### 8. Vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting (winst)
### 8.1. Termijn bij gebruikmaking terugwerkende kracht bij geruisloze omzetting, bedrijfsfusie, juridische fusie, splitsing en geruisloze terugkeer
Vervallen.
### 8.2. Urencriterium
Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting (als bedoeld in [artikel 3.4 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.4)) kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Op sommige van deze ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve, kan uitsluitend aanspraak worden gemaakt als aan het zogenoemde urencriterium wordt voldaan. Aan dit urencriterium wordt in het algemeen voldaan wanneer de ondernemer ten minste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming.
Het is denkbaar dat ondernemers door de coronacrisis minder of geen werkzaamheden voor hun onderneming(en) kunnen verrichten. Hierdoor kan het voor ondernemers lastig zijn om aannemelijk te maken dat aan het urencriterium is voldaan. Het feit dat ondernemers puur als gevolg van de coronacrisis bepaalde ondernemersfaciliteiten verliezen, vind ik onwenselijk en onrechtvaardig. Daarom keur ik het volgende goed.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal in een kalenderjaar aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen bestede uren in het kader van het urencriterium zoals bepaald in [artikel 3.6 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.6), worden ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) te hebben besteed.
Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 30 september een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2020 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019. De ondernemer kan in dat geval met behulp van zijn administratie bepalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal in een kalenderjaar aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen bestede uren in het kader van het urencriterium zoals bepaald in [artikel 3.6 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.6), worden ondernemers in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 geacht ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) te hebben besteed.
Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 januari tot en met 30 juni een piek hebben in het aantal uren dat ze besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2021 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019. De ondernemer kan in dat geval met behulp van zijn administratie bepalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019.
### 8.2.1. Verlaagd urencriterium voor startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
Ook startende ondernemers die arbeidsongeschikt zijn kunnen mogelijk door de coronacrisis minder of geen werkzaamheden voor hun onderneming verrichten. Hiervoor acht ik het passend om in lijn met de systematiek van de hiervoor aangegeven versoepeling van het urencriterium ook het verlaagde urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid te versoepelen. Daarom keur ik het volgende goed.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal in een kalenderjaar aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen bestede uren in het kader van de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid zoals bepaald in [artikel 3.78a Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.78a), worden de betreffende ondernemers, voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 en voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021, geacht ten minste 16 uren per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed. De hiervoor genoemde goedkeuring voor ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten is van overeenkomstige toepassing.
### 8.3. Fiscale reserve 2019 voor coronagerelateerd verlies 2020 (fiscale coronareserve)
Vervallen.
### 8.4. Voorlopige aanslag
De [Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672) en de [Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) bieden de mogelijkheid om een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting te verminderen.
Ondernemers die in 2020, 2021 of 2022 een lagere winst verwachten dan waarmee rekening is gehouden bij het opleggen van de voorlopige aanslag(en), kunnen een verzoek om vermindering indienen bij de inspecteur. De inspecteur zal dit verzoek inwilligen.
### 11. Inkomstenbelasting
### 11.1. Eigenwoningrente
Heeft de ondernemer meer belasting betaald dan het bedrag dat is verschuldigd na inwilliging van het verzoek, dan krijgt hij het verschil terugbetaald.
@@ -212,23 +290,23 @@
### 8.6. Zorglichamen
Zorglichamen zijn onder bepaalde voorwaarden subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting ([artikel 5, eerste lid, onderdeel c, Wet Vpb 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=5), hierna ook aan te duiden als de zorgvrijstelling).2Zie uitgebreid het besluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751 (Stcrt. 2019, 66223), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575 (Stcrt. 2020-62958).
### 8.6.1. Continuïteitsbijdragen zorglichamen
Zorglichamen ontvangen continuïteitsbijdragen ter compensatie van omzetdaling en extra gemaakte kosten als gevolg van de coronapandemie. Met deze continuïteitsbijdragen wordt beoogd de financiële continuïteit van de zorgaanbieders te garanderen en ervoor te zorgen dat de zorginfrastructuur ook na de coronacrisis beschikbaar blijft. In de praktijk is de vraag opgekomen of de continuïteitsbijdragen die zorglichamen ontvangen van invloed zijn op de toepassing van de zorgvrijstelling. Ik vind het niet wenselijk dat bij zorglichamen louter door de ontvangst van continuïteitsbijdragen de zorgvrijstelling over de boekjaren 2020 of 2021 ter discussie komt te staan en mogelijk niet zou kunnen worden toegepast. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat een continuïteitsbijdrage voor zorglichamen, de vrijgestelde status van deze zorglichamen voor de boekjaren 2020 of 2021 niet ontneemt als de zorgvrijstelling in het boekjaar 2019 ook van toepassing was op deze zorglichamen. Als voorwaarde geldt hierbij dat er zich buiten de ontvangst van de continuïteitsbijdrage(n) in het boekjaar 2020 respectievelijk in het boekjaar 2021, ten opzichte van het boekjaar 2019, geen wijziging in de feiten en omstandigheden heeft voorgedaan respectievelijk voordoet, die tot gevolg heeft dat de zorgvrijstelling niet meer van toepassing is.
### 8.6.2. Werkzaamheden COVID-19 testen en COVID-19 Rijksvaccinatieprogramma
### 12. Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s
Vervallen.
### 13. [Wet implementatie EU-richtlijn grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034)
### 13.1. Uitstel termijnen [Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034)
Met de [Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034) is [Richtlijn (EU) 2018/822](32018L0822)6[Richtlijn (EU) 2018/822](32018L0822) van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU wat betreftverplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtigegrensoverschrijdende constructies (PbEU 2018, L 139). in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Op basis hiervan geldt vanaf 1 juli 2020 een meldingsplicht voor zulke constructies. Vanwege de belemmeringen die door de COVID-19-pandemie worden veroorzaakt en de genomen maatregelen om het virus te helpen indammen is op Europees niveau geoordeeld dat tijdige naleving van deze verplichting niet goed mogelijk is. Daarom wordt in [Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876)7[Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876) van de Raad van 24 juni 2020 tot wijziging van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU om te voorzien in de dringende behoefte aan uitstel van bepaalde termijnen voor de verstrekking en uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied vanwege de COVID-19-pandemie (PbEU 2020, L 204). van de Raad van 24 juni 2020 lidstaten de mogelijkheid geboden over te gaan tot uitstel voor het verstrekken en uitwisselen van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Met het oog hierop en om een meer uniforme uitvoering tussen de lidstaten te waarborgen, keur ik het volgende goed.
Als gevolg van de coronapandemie verrichten (een aantal) medische laboratoria en diagnostische centra de laboratoriumwerkzaamheden naar aanleiding van de afname van coronatesten. Tevens verrichten verschillende zorglichamen werkzaamheden in het kader van het COVID-19 Rijksvaccinatieprogramma. In de praktijk is de vraag opgekomen of deze werkzaamheden van invloed zijn op de toepassing van de zorgvrijstelling. Ik vind het niet wenselijk dat hierover bij deze zorglichamen onzekerheid bestaat.
In [onderdeel 4.2.1. van het besluit van 25 november 2019](onbekend), nr. 2019 – 187751 (Stcrt. 2019, 66223) zijn de kaders van het begrip ‘genezen, verplegen en verzorgen’ (zorg) zoals gehanteerd binnen de zorgvrijstelling aangegeven. Aangezien de werkzaamheden op grond van het Rijksvaccinatieprogramma zoals vastgesteld op grond van de [Wet publieke gezondheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705) (Wpg) al in [onderdeel 4.4.2](onbekend) van het hiervoor genoemde besluit als kwalificerende werkzaamheden voor toepassing van de zorgvrijstelling zijn aangemerkt, geldt dat ook voor de werkzaamheden in het kader van het COVID-19 Rijksvaccinatieprogramma.
Overigens ben ik van mening dat de diagnostische werkzaamheden die medische laboratoria of diagnostische centra verrichten als gevolg van het afnemen van COVID-19 testen op grond van de [Wpg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705) ook voor de werkzaamhedeneis in de zorgvrijstelling kwalificeren.
### 8.7. Verlenging overgangsregelingen zorg- en sociale werkbedrijf-lichamen
### 13.2. Voorkomen van dubbele meldingen vanwege het feit dat niet alle lidstaten gebruikmaken van de mogelijkheid de termijnen voor het melden van constructies te verschuiven
Sommige lidstaten hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die in [Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876) van de Raad van 24 juni 2020 wordt geboden om de termijnen voor het verstrekken en uitwisselen van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te verschuiven. Door de verschillende deadlines die lidstaten hanteren kunnen situaties ontstaan die niet eerder voorzien waren door de richtlijn en de wetgever.
Zorglichamen en sociale werkbedrijven zijn onder voorwaarden subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting.3Artikel 5, eerste lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, Wet Vpb 1969 juncto artikel 4 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971. Om voor deze vrijstelling – die ook wel wordt aangeduid als de zorgvrijstelling – in aanmerking te komen, moet zijn voldaan aan een werkzaamheden- en winstbestemmingseis. In het [besluit van 25 november 2019](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042886), nr. 2019-187751 (Stcrt. 2019, 66223), is over deze voorwaarden beleid opgenomen. [Onderdeel 7](onbekend) van dat besluit bevat overgangsregelingen voor bepaalde groepen zorglichamen en sociale werkbedrijven. De termijn van deze overgangsregelingen eindigt op 31 december 2020.
@@ -244,89 +322,11 @@
Wanneer de herinvestering nog niet heeft plaatsgevonden, wordt de herinvesteringsreserve uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is ontstaan, in de winst opgenomen ([artikel 3.54, vijfde lid, Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54)). Op grond van onderdeel b van het vijfde lid geldt dit niet voor zover de aanschaffing of voortbrenging, mits daaraan een begin van uitvoering is gegeven, door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Daarbij mag ervan worden uitgegaan dat de coronacrisis als bijzondere omstandigheid kwalificeert. Daarbij merk ik op dat nog wel aan de overige voorwaarden, waaronder dat aan de aanschaffing of voortbrenging een begin van uitvoering is gegeven, moet worden voldaan.
### 8.8.2. Ruiming pelsdieren en overheidsingrijpen
De onderdelen 3.3.1 en 3.4a zijn vervallen met ingang van 1 april 2022.
Voor de herinvesteringsreserve en voor de doorschuiving van te conserveren inkomen bij staking ([artikel 3.64 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.64)) is van belang of sprake is van vervreemding die een gevolg is van overheidsingrijpen. Als sprake is van overheidsingrijpen dan zijn er ruimere mogelijkheden om een herinvesteringsreserve te vormen en af te boeken. De vraag is voorgelegd of de ruiming van pelsdieren wegens COVID-19 in combinatie met de vervroegde inwerkingtreding van de Wet verbod pelsdierhouderij wordt aangemerkt als overheidsingrijpen.
Ik keur goed dat de ruiming van pelsdieren wegens COVID-19 mede in het zicht van de vervroegde inwerkingtreding van de [Wet verbod pelsdierhouderij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032739) voor de toepassing van [artikel 3.54 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54) (en daarmee ook voor de toepassing van [artikel 3.64 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.64)) kwalificeert als overheidsingrijpen.
Immers, wanneer de pelsdieren niet geruimd zouden worden vanwege COVID-19, dan zouden de pelsdieren uiterlijk 8 januari 2021 vervreemd worden als gevolg van de vervroegde inwerkingtreding van het verbod om pelsdieren te houden op grond van de [Wet verbod pelsdierhouderij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032739). Die vervreemding zou het gevolg zijn van overheidsingrijpen ([artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c, Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54) juncto [artikel 12a, onderdeel a, Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&artikel=12a)). Ik acht het, gezien deze specifieke omstandigheden, onwenselijk dat de gevolgen ten aanzien van de herinvesteringsreserve verschillen bij de vervreemding als gevolg van de ruiming wegens COVID-19 en de vervreemding als gevolg van de vervroegde inwerkingtreding van het verbod om pelsdieren te houden. Met deze goedkeuring worden de gevolgen gelijkgetrokken.
### 9. Omzetbelasting
### 9a. Zorgpersoneel en hulpgoederen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 9b. Verlaagd btw-tarief voor online sportlessen door sportscholen
In verband met de bestrijding van de coronacrisis waren sportscholen vanaf 28 november 2021 beperkt geopend en vanaf 19 december 2021 tot en met 14 januari 2022 verplicht gesloten. Sportscholen werken veelal met abonnementen, waarbij hun afnemers voor langere tijd of meerdere keren de gelegenheid wordt geboden tot het volgen van groepslessen. Om hun afnemers tijdens de verplichte sluiting toch nog van dienst te kunnen zijn, boden sportscholen sportlessen in een aangepaste vorm online aan. De toepassing van het verlaagde btw-tarief is echter gekoppeld aan het door de sportschool ter beschikking stellen van een sportaccommodatie aan afnemers. Dit was sinds 28 november 2021 maar beperkt mogelijk en tijdens de sluiting vanaf 19 december 2021 tot en met 14 januari 2022 niet meer mogelijk.
Gelet op de bijzondere situatie en het tijdelijke karakter van de sluiting keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat het verlaagde btw-tarief vanaf 28 november 2021 tot en met 14 januari 2022 van toepassing is op de sportlessen die sportscholen en dergelijke ondernemers online aanbieden.
### 9c. Levering van mondkapjes
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 9d. Levering van COVID-19-vaccins en COVID-19-testkits
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 10. Heffing over Duitse netto-uitkeringen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022.
### 11. Inkomstenbelasting
### 11.1. Eigenwoningrente
In het besluit ‘[Inkomstenbelasting. Eigenwoningrente; betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045648)’ van 23 september 2021, nr. 2021-20581 zijn goedkeuringen opgenomen waardoor een eigenwoningschuld die onder de fiscale aflossingseis valt, blijft behoren tot de eigenwoningschuld als met de geldverstrekker een betaalpauze voor rente en aflossing wordt overeengekomen vanwege (dreigende) betalingsproblemen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus en de daardoor ontstane aflossingsachterstand op een andere wijze dan waarin wettelijk is voorzien, wordt ingehaald. Daarnaast wordt in dit besluit toegelicht op welk moment de tijdens de betaalpauze verschuldigde rente aftrekbaar is. Dit besluit geldt onder voorwaarden ook voor al vóór 8 mei 20205Dit betreft de publicatiedatum van het oorspronkelijke besluit van 6 mei 2020, nr. 2020-85139 (Stcrt. 2020, 26069). overeengekomen betaalpauzes in verband met de uitbraak van het coronavirus. Tijdens een betaalpauze hoeft een belastingplichtige gedurende een bepaalde periode (gedeeltelijk) geen rente en aflossing te betalen.
### 11.2. Reisaftrek
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2021.
### 11.3. Belastingrente en ‘hulp bij aangifte’ (aangifte 2019 en 2020)
### 12. Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s
Vervallen.
### 13. [Wet implementatie EU-richtlijn grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034)
### 13.1. Uitstel termijnen [Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034)
Met de [Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034) is [Richtlijn (EU) 2018/822](32018L0822)6[Richtlijn (EU) 2018/822](32018L0822) van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU wat betreftverplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtigegrensoverschrijdende constructies (PbEU 2018, L 139). in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Op basis hiervan geldt vanaf 1 juli 2020 een meldingsplicht voor zulke constructies. Vanwege de belemmeringen die door de COVID-19-pandemie worden veroorzaakt en de genomen maatregelen om het virus te helpen indammen is op Europees niveau geoordeeld dat tijdige naleving van deze verplichting niet goed mogelijk is. Daarom wordt in [Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876)7[Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876) van de Raad van 24 juni 2020 tot wijziging van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU om te voorzien in de dringende behoefte aan uitstel van bepaalde termijnen voor de verstrekking en uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied vanwege de COVID-19-pandemie (PbEU 2020, L 204). van de Raad van 24 juni 2020 lidstaten de mogelijkheid geboden over te gaan tot uitstel voor het verstrekken en uitwisselen van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Met het oog hierop en om een meer uniforme uitvoering tussen de lidstaten te waarborgen, keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat:
Vanwege bovenstaande goedkeuring zal het vanaf 1 januari 2021 mogelijk zijn om meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te melden aan de Belastingdienst.
### 13.2. Voorkomen van dubbele meldingen vanwege het feit dat niet alle lidstaten gebruikmaken van de mogelijkheid de termijnen voor het melden van constructies te verschuiven
Sommige lidstaten hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die in [Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876) van de Raad van 24 juni 2020 wordt geboden om de termijnen voor het verstrekken en uitwisselen van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te verschuiven. Door de verschillende deadlines die lidstaten hanteren kunnen situaties ontstaan die niet eerder voorzien waren door de richtlijn en de wetgever.
Het kan voor komen dat een lidstaat zonder uitstel verwacht dat een relevante belastingplichtige, gevestigd in die lidstaat, een melding doet binnen de aldaar geldende termijnen wanneer het een grensoverschrijdende constructie betreft waarbij (alleen) een intermediair is betrokken uit een lidstaat waar wél uitstel van de termijnen bestaat, bijvoorbeeld Nederland.
Om te voorkomen dat een Nederlandse intermediair, op het moment dat de meldplicht in Nederland ingaat, alsnog is gehouden over te gaan tot melding van een constructie die al in een andere lidstaat is gemeld door een relevante belastingplichtige aldaar, waardoor dubbele meldingen komen te bestaan, keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat de intermediair, bedoeld in [artikel 10h, eerste lid, WIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10h), is ontheven van de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10h, tweede lid, WIB, indien hij door middel van een referentienummer aannemelijk kan maken dat die gegevens en inlichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, zesde lid, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU overeenkomende wettelijke bepaling gedurende de periode tot 1 januari 2021 reeds door een relevante belastingplichtige, bedoeld in [artikel 2d, eerste lid, onderdeel e, WIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=2d), in een andere lidstaat zijn verstrekt.
### 14. Ingetrokken regeling
Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
### 15. Inwerkingtreding en vervaldatum
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 maart 2020 met dien verstande dat
De onderdelen 3.3.1 en 3.4a zijn vervallen met ingang van 1 april 2022.
Onderdeel 11.3 vervalt met ingang van 1 januari 2024.
Onderdeel 3.5 vervalt met ingang van 1 oktober 2029.
### 16. Citeertitel
@@ -380,3 +380,270 @@
| **VI. Medische verbruiksartikelen** | Papieren lakens | Papieren lakens | 4818.90 |
Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Bij levering of verbruik van aardgas en elektriciteit zijn energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) verschuldigd. Het tijdstip van verschuldigdheid is geregeld in [artikel 56, eerste en derde lid, Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) (Wbm). Hierbij worden vier situaties onderscheiden.
De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. De beschrijving van de vier situaties en de goedkeuring voor (delen van) die situaties zijn hierna in afzonderlijke onderdelen opgenomen (onderdelen 2.1 tot en met 2.4).
### 2.1. Voorschot en eindfactuur per kalendermaand
### 2.2. Geen voorschot, wel factuur
### 2.3. Geen voorschot, geen factuur, wel levering
### 2.4. Geen voorschot, geen factuur, geen levering, wel verbruik
Ik keur goed dat met betrekking tot gevallen als bedoeld in [artikel 56, derde lid, Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=56) voor verbruik in de maanden april 2020 tot en met september 2020 de EB en de ODE niet worden verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt, maar op 31 december 2020.
### 2.5. Termijn indienen teruggaafverzoeken EB en ODE
Bij levering van aardgas en elektriciteit zijn EB en ODE verschuldigd. In onderdelen 2.1 en 2.2 van dit besluit keur ik voor bepaalde leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april 2020 tot en met september 2020 goed dat de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan normaal.
Het toepassen van deze goedkeuringen kan gevolgen hebben voor verzoeken om teruggaaf, bedoeld in de [artikelen 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=67), [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), [69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), [70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) en [70a Wbm](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a). In het [Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178) is namelijk bepaald dat die verzoeken om teruggaaf moeten worden gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode of het tijdvak.
In onderdelen 2.1 en 2.2 van dit besluit keur ik voor bepaalde leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april 2020 tot en met september 2020 goed dat de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan normaal.
Als onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit wordt toegepast, dan bestaat de kans dat de oorspronkelijke factuur wel nog (gedeeltelijk) kan worden betaald, maar de aanvullende factuur niet meer of slechts gedeeltelijk.
Ik keur goed dat bij toepassing van onderdeel 2.2 van dit besluit, voor leveringen in kalendermaanden binnen de periode april 2020 t/m september 2020 ontvangen bedragen:
### 3. Invordering
Ondernemers die door bijzondere omstandigheden waarvan de oorzaak buiten hun invloed ligt, tijdelijk in liquiditeitsproblemen zijn gekomen kunnen om uitstel van betaling vragen, het zogenoemde ‘bijzonder uitstel’. Dit is geregeld in [artikel 25.6.2a LI](onbekend). De gevolgen van de coronacrisis geven aanleiding voor een tijdelijk soepeler beleid. Daarom keur ik het volgende goed.
**Voor deze goedkeuring gelden de volgende zes voorwaarden:**
**Ik keur goed dat de verklaring van de derde-deskundige, die op grond van goedkeuring 2 is vereist bij een belastingschuld van € 20.000 of meer, door de Belastingdienst wordt geaccepteerd als de verklaring in ieder geval de volgende elementen bevat:**
**In de toelichting bij de verklaring geeft de derde-deskundige aan welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt. Zo nodig licht hij dit nader toe. Niet vereist is dat de derde-deskundige een zogenoemde assuranceverklaring geeft dat de ondernemer voldoet aan de voorwaarden.**
Deze goedkeuring 5 is niet van toepassing bij de verrekening van rechten bij invoer.
Vervallen.
### 3.3. Diverse invorderingsonderwerpen
Bij het robuust faciliteren van uitstel van betaling van belasting past een soepelere houding ten aanzien van een aantal aanvullende onderwerpen. Deze soepelere houding komt tot uitdrukking in onderstaande goedkeuringen.
### 3.3.1. Meldingsregeling bodemrecht
Dit onderdeel is met ingang van 1 april 2022 vervallen.
**Ik keur goed dat in afwijking van artikel 22bis.2, ad a LI de meldingsplicht van het voornemen om rechten op een bodemzaak of bodemzaken uit te oefenen of enigerlei andere handeling te (laten) verrichten waardoor het niet meer als bodemzaak kwalificeert, niet van toepassing is als de betalingsachterstand is veroorzaakt door de gevolgen van de coronacrisis.**
### 3.3.2. Verklaring betalingsgedrag
Ik keur goed dat in afwijking van [artikel 35.12.2 LI](onbekend) de ontvanger, indien voldaan wordt aan de overige voorwaarden, een schone verklaring betalingsgedrag afgeeft als voor de nageheven loonheffingen of voor de (door de uitlener verschuldigde) omzetbelasting ingevolge dit besluit geen invorderingsmaatregelen worden genomen of zolang de ondernemer daarvoor uitstel van betaling geniet.
### 3.3.3. Melding betalingsonmacht
Ik keur goed dat voor zover het verzoek om uitstel van betaling op grond van dit besluit betrekking heeft op de verschuldigde belasting die behoorde te zijn afgedragen of voldaan vanaf 12 maart 2020 en uiterlijk op 31 maart 2022, het verzoek in voorkomend geval mede geldt als tijdige melding van betalingsonmacht als bedoeld in [artikel 36, tweede lid IW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=36). De melding wordt bovendien rechtsgeldig geacht, tenzij achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.
Ik keur goed dat uitwinning van de g-rekening achterwege blijft zolang ingevolge dit besluit geen invorderingsmaatregelen worden genomen of uitstel van betaling wordt genoten, tenzij en voor zover de belangen van de Staat zich tegen het niet-uitwinnen van de g-rekening verzetten.
### 3.4. Tijdelijke aanvullende tegemoetkoming: 1 oktober 2021 – 31 januari 2022
### 3.4a. Aanvullende regeling voor uitstel van betaling van belastingen
### 3.5. Betalingsregeling voor opgebouwde belastingschuld
De ontvanger verleent tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling voor belastingen van ondernemers die uiterlijk 31 maart 2022 betaald hadden moeten zijn en waarvoor ingevolge onderdeel 3.4a van dit besluit uitstel van betaling is verleend, tenzij de betalingsproblemen niet hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.
De voorwaarden b, c en d gelden ook als gebruik wordt gemaakt van een of meer van de mogelijkheden bedoeld onder goedkeuring 3.
Voor kwartaalaflossing en betaalpauze geldt dat de ondernemer zijn gehele belastingschuld voor 1 oktober 2027 moet hebben betaald. Dit tijdstip is later, maar uiterlijk 30 september 2029, indien en voor zover de ontvanger heeft ingestemd met een verlenging van de betalingsregeling (zie onder a). Dit betekent ook dat als de ontvanger het verzoek om betaling per kwartaal of betaalpauze inwilligt, de ontvanger voor de nog te betalen belastingschuld de termijnen opnieuw zal berekenen.
### 4. Betalingsverzuimboeten
Ik keur goed dat verzuimboeten voor betalingsverzuimen in een periode waarvoor op grond van dit besluit bijzonder uitstel van betaling is of wordt verleend, worden geacht niet te zijn opgelegd. Als een verzuimboete wordt opgelegd, zorgt de ontvanger ervoor dat deze ambtshalve wordt vernietigd.
### 5.1. Uitstel van betaling
De in onderdeel 3.1 en onderdeel 3.4a van dit besluit opgenomen goedkeuringen met betrekking tot uitstel van betaling van belastingschulden zijn niet van toepassing op de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer. Voor die gevallen voorziet de douanewetgeving in een eigen regeling. Zie met name de artikelen 110, 112 en 114 van het Douanewetboek van de Unie.
### 6. Loonheffingen
### 6.1. Administratieve verplichtingen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 6.2. Ongewijzigd doorlopen vaste reiskostenvergoedingen en andere vaste vergoedingen
### 6.3. Gebruikelijk loon 2020 en 2021 AB-houders
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022.
### 6.4. Werkkostenregeling
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022. Vooruitlopend op wijziging van [artikel 31a, derde lid, van de Wet LB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=31a) heb ik in dit onderdeel goedgekeurd dat voor het jaar 2021 in artikel 31a, derde lid, onderdeel a, van de Wet LB ‘1,7%’ en ‘€ 6.800’ gelezen worden als ‘3%’ en ‘€ 12.000’. Deze wetswijziging is opgenomen in het per 1 januari 2022 in werking getreden [artikel VII van het Belastingplan 2022](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046105&artikel=VII).
### 7. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Vervallen.
### 8. Vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting (winst)
### 8.1. Termijn bij gebruikmaking terugwerkende kracht bij geruisloze omzetting, bedrijfsfusie, juridische fusie, splitsing en geruisloze terugkeer
Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting (als bedoeld in [artikel 3.4 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.4)) kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Op sommige van deze ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve, kan uitsluitend aanspraak worden gemaakt als aan het zogenoemde urencriterium wordt voldaan. Aan dit urencriterium wordt in het algemeen voldaan wanneer de ondernemer ten minste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal in een kalenderjaar aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen bestede uren in het kader van het urencriterium zoals bepaald in [artikel 3.6 Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.6), worden ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) te hebben besteed.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het aantal in een kalenderjaar aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen bestede uren in het kader van de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid zoals bepaald in [artikel 3.78a Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.78a), worden de betreffende ondernemers, voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 en voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021, geacht ten minste 16 uren per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed. De hiervoor genoemde goedkeuring voor ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten is van overeenkomstige toepassing.
### 8.3. Fiscale reserve 2019 voor coronagerelateerd verlies 2020 (fiscale coronareserve)
Vervallen.
### 8.4. Voorlopige aanslag
De [Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672) en de [Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) bieden de mogelijkheid om een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting te verminderen.
Ondernemers die in 2020, 2021 of 2022 een lagere winst verwachten dan waarmee rekening is gehouden bij het opleggen van de voorlopige aanslag(en), kunnen een verzoek om vermindering indienen bij de inspecteur. De inspecteur zal dit verzoek inwilligen.
Zorglichamen zijn onder bepaalde voorwaarden subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting ([artikel 5, eerste lid, onderdeel c, Wet Vpb 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=5), hierna ook aan te duiden als de zorgvrijstelling).2Zie uitgebreid het besluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751 (Stcrt. 2019, 66223), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 17 december 2020, nr. 2020-27575 (Stcrt. 2020-62958).
### 8.6.1. Continuïteitsbijdragen zorglichamen
Zorglichamen ontvangen continuïteitsbijdragen ter compensatie van omzetdaling en extra gemaakte kosten als gevolg van de coronapandemie. Met deze continuïteitsbijdragen wordt beoogd de financiële continuïteit van de zorgaanbieders te garanderen en ervoor te zorgen dat de zorginfrastructuur ook na de coronacrisis beschikbaar blijft. In de praktijk is de vraag opgekomen of de continuïteitsbijdragen die zorglichamen ontvangen van invloed zijn op de toepassing van de zorgvrijstelling. Ik vind het niet wenselijk dat bij zorglichamen louter door de ontvangst van continuïteitsbijdragen de zorgvrijstelling over de boekjaren 2020 of 2021 ter discussie komt te staan en mogelijk niet zou kunnen worden toegepast. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat een continuïteitsbijdrage voor zorglichamen, de vrijgestelde status van deze zorglichamen voor de boekjaren 2020 of 2021 niet ontneemt als de zorgvrijstelling in het boekjaar 2019 ook van toepassing was op deze zorglichamen. Als voorwaarde geldt hierbij dat er zich buiten de ontvangst van de continuïteitsbijdrage(n) in het boekjaar 2020 respectievelijk in het boekjaar 2021, ten opzichte van het boekjaar 2019, geen wijziging in de feiten en omstandigheden heeft voorgedaan respectievelijk voordoet, die tot gevolg heeft dat de zorgvrijstelling niet meer van toepassing is.
### 8.6.2. Werkzaamheden COVID-19 testen en COVID-19 Rijksvaccinatieprogramma
Overigens ben ik van mening dat de diagnostische werkzaamheden die medische laboratoria of diagnostische centra verrichten als gevolg van het afnemen van COVID-19 testen op grond van de [Wpg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705) ook voor de werkzaamhedeneis in de zorgvrijstelling kwalificeren.
### 8.7. Verlenging overgangsregelingen zorg- en sociale werkbedrijf-lichamen
### 8.8.2. Ruiming pelsdieren en overheidsingrijpen
Immers, wanneer de pelsdieren niet geruimd zouden worden vanwege COVID-19, dan zouden de pelsdieren uiterlijk 8 januari 2021 vervreemd worden als gevolg van de vervroegde inwerkingtreding van het verbod om pelsdieren te houden op grond van de [Wet verbod pelsdierhouderij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032739). Die vervreemding zou het gevolg zijn van overheidsingrijpen ([artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c, Wet IB 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.54) juncto [artikel 12a, onderdeel a, Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012066&artikel=12a)). Ik acht het, gezien deze specifieke omstandigheden, onwenselijk dat de gevolgen ten aanzien van de herinvesteringsreserve verschillen bij de vervreemding als gevolg van de ruiming wegens COVID-19 en de vervreemding als gevolg van de vervroegde inwerkingtreding van het verbod om pelsdieren te houden. Met deze goedkeuring worden de gevolgen gelijkgetrokken.
### 9. Omzetbelasting
### 9a. Zorgpersoneel en hulpgoederen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 9b. Verlaagd btw-tarief voor online sportlessen door sportscholen
In verband met de bestrijding van de coronacrisis waren sportscholen vanaf 28 november 2021 beperkt geopend en vanaf 19 december 2021 tot en met 14 januari 2022 verplicht gesloten. Sportscholen werken veelal met abonnementen, waarbij hun afnemers voor langere tijd of meerdere keren de gelegenheid wordt geboden tot het volgen van groepslessen. Om hun afnemers tijdens de verplichte sluiting toch nog van dienst te kunnen zijn, boden sportscholen sportlessen in een aangepaste vorm online aan. De toepassing van het verlaagde btw-tarief is echter gekoppeld aan het door de sportschool ter beschikking stellen van een sportaccommodatie aan afnemers. Dit was sinds 28 november 2021 maar beperkt mogelijk en tijdens de sluiting vanaf 19 december 2021 tot en met 14 januari 2022 niet meer mogelijk.
Gelet op de bijzondere situatie en het tijdelijke karakter van de sluiting keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat het verlaagde btw-tarief vanaf 28 november 2021 tot en met 14 januari 2022 van toepassing is op de sportlessen die sportscholen en dergelijke ondernemers online aanbieden.
### 9c. Levering van mondkapjes
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 9d. Levering van COVID-19-vaccins en COVID-19-testkits
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
### 10. Heffing over Duitse netto-uitkeringen
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2022.
### 11. Inkomstenbelasting
### 11.1. Eigenwoningrente
In het besluit ‘[Inkomstenbelasting. Eigenwoningrente; betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045648)’ van 23 september 2021, nr. 2021-20581 zijn goedkeuringen opgenomen waardoor een eigenwoningschuld die onder de fiscale aflossingseis valt, blijft behoren tot de eigenwoningschuld als met de geldverstrekker een betaalpauze voor rente en aflossing wordt overeengekomen vanwege (dreigende) betalingsproblemen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus en de daardoor ontstane aflossingsachterstand op een andere wijze dan waarin wettelijk is voorzien, wordt ingehaald. Daarnaast wordt in dit besluit toegelicht op welk moment de tijdens de betaalpauze verschuldigde rente aftrekbaar is. Dit besluit geldt onder voorwaarden ook voor al vóór 8 mei 20205Dit betreft de publicatiedatum van het oorspronkelijke besluit van 6 mei 2020, nr. 2020-85139 (Stcrt. 2020, 26069). overeengekomen betaalpauzes in verband met de uitbraak van het coronavirus. Tijdens een betaalpauze hoeft een belastingplichtige gedurende een bepaalde periode (gedeeltelijk) geen rente en aflossing te betalen.
### 11.2. Reisaftrek
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 januari 2021.
### 11.3. Belastingrente en ‘hulp bij aangifte’ (aangifte 2019 en 2020)
### 12. Uitstel publicatieplicht financiële gegevens ANBI’s
Vervallen.
### 13. [Wet implementatie EU-richtlijn grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034)
### 13.1. Uitstel termijnen [Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034)
Met de [Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043034) is [Richtlijn (EU) 2018/822](32018L0822)6[Richtlijn (EU) 2018/822](32018L0822) van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU wat betreftverplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtigegrensoverschrijdende constructies (PbEU 2018, L 139). in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Op basis hiervan geldt vanaf 1 juli 2020 een meldingsplicht voor zulke constructies. Vanwege de belemmeringen die door de COVID-19-pandemie worden veroorzaakt en de genomen maatregelen om het virus te helpen indammen is op Europees niveau geoordeeld dat tijdige naleving van deze verplichting niet goed mogelijk is. Daarom wordt in [Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876)7[Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876) van de Raad van 24 juni 2020 tot wijziging van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU om te voorzien in de dringende behoefte aan uitstel van bepaalde termijnen voor de verstrekking en uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied vanwege de COVID-19-pandemie (PbEU 2020, L 204). van de Raad van 24 juni 2020 lidstaten de mogelijkheid geboden over te gaan tot uitstel voor het verstrekken en uitwisselen van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Met het oog hierop en om een meer uniforme uitvoering tussen de lidstaten te waarborgen, keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat:
Vanwege bovenstaande goedkeuring zal het vanaf 1 januari 2021 mogelijk zijn om meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te melden aan de Belastingdienst.
### 13.2. Voorkomen van dubbele meldingen vanwege het feit dat niet alle lidstaten gebruikmaken van de mogelijkheid de termijnen voor het melden van constructies te verschuiven
Sommige lidstaten hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die in [Richtlijn (EU) 2020/876](32020L0876) van de Raad van 24 juni 2020 wordt geboden om de termijnen voor het verstrekken en uitwisselen van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies te verschuiven. Door de verschillende deadlines die lidstaten hanteren kunnen situaties ontstaan die niet eerder voorzien waren door de richtlijn en de wetgever.
Het kan voor komen dat een lidstaat zonder uitstel verwacht dat een relevante belastingplichtige, gevestigd in die lidstaat, een melding doet binnen de aldaar geldende termijnen wanneer het een grensoverschrijdende constructie betreft waarbij (alleen) een intermediair is betrokken uit een lidstaat waar wél uitstel van de termijnen bestaat, bijvoorbeeld Nederland.
Om te voorkomen dat een Nederlandse intermediair, op het moment dat de meldplicht in Nederland ingaat, alsnog is gehouden over te gaan tot melding van een constructie die al in een andere lidstaat is gemeld door een relevante belastingplichtige aldaar, waardoor dubbele meldingen komen te bestaan, keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat de intermediair, bedoeld in [artikel 10h, eerste lid, WIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10h), is ontheven van de verplichting tot het verstrekken van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10h, tweede lid, WIB, indien hij door middel van een referentienummer aannemelijk kan maken dat die gegevens en inlichtingen op grond van een met artikel 8 bis ter, zesde lid, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU overeenkomende wettelijke bepaling gedurende de periode tot 1 januari 2021 reeds door een relevante belastingplichtige, bedoeld in [artikel 2d, eerste lid, onderdeel e, WIB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=2d), in een andere lidstaat zijn verstrekt.
### 14. Ingetrokken regeling
Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
### 15. Inwerkingtreding en vervaldatum
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 maart 2020 met dien verstande dat
De onderdelen 3.3.1 en 3.4a zijn vervallen met ingang van 1 april 2022.
Onderdeel 11.3 vervalt met ingang van 1 januari 2024.
Onderdeel 3.5 vervalt met ingang van 1 oktober 2029.
### 16. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit noodmaatregelen coronacrisis.
## Bijlage. Gepubliceerde lijst van de Wereld Douaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak COVID-19
| Categorie | Product namen | Korte informatie | GS indeling |
| --- | --- | --- | --- |
| **I COVID-19 Test kits/instrumenten en apparaten die worden gebruikt in diagnostische tests** | COVID-19 Test kits | Diagnostische reagentia op basis van polymerasekettingreactie (PCR) nucleïnezuurtest. | 3822.00 |
| **I COVID-19 Test kits/instrumenten en apparaten die worden gebruikt in diagnostische tests** | COVID-19 Test kits | Diagnostische reagentia op basis van immunologische reacties | 3002.15 |
| **I COVID-19 Test kits/instrumenten en apparaten die worden gebruikt in diagnostische tests** | COVID-19 Diagnostische Test instrumenten en apparaten | Instrumenten gebruikt in klinische laboratoria voor in vitro diagnose | 9027.80 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | **Gezichts- en oogbescherming** | **Gezichts- en oogbescherming** | |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Textielmaskers, zonder vervangbare filters of mechanische delen, inclusief chirurgische maskers en wegwerpmaskers van niet-geweven textiel | □ Textielmaskers, zonder vervangbare filters of mechanische delen, inclusief chirurgische maskers en wegwerpmaskers van niet-geweven textiel | 6307.90 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Gasmaskers met mechanische delen of vervangbare filters ter bescherming tegen biologische agentia. Omvat eveneens dergelijke maskers met oogbescherming of gelaatsschermen. | □ Gasmaskers met mechanische delen of vervangbare filters ter bescherming tegen biologische agentia. Omvat eveneens dergelijke maskers met oogbescherming of gelaatsschermen. | 9020.00 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Beschermende brillen | □ Beschermende brillen | 9004.90 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Gelaatsschermen van kunststof (bedekken meer dan de ogen) | □ Gelaatsschermen van kunststof (bedekken meer dan de ogen) | 3926.20 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | **Handschoenen** | **Handschoenen** | |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Handschoenen van kunststof | □ Handschoenen van kunststof | 3926.20 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Chirurgische handschoenen van rubber | □ Chirurgische handschoenen van rubber | 4015.11 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Andere handschoenen van rubber | □ Andere handschoenen van rubber | 4015.19 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Handschoenen van brei- of haakwerk die geïmpregneerd zijn of bedekt zijn met kunststof of rubber | □ Handschoenen van brei- of haakwerk die geïmpregneerd zijn of bedekt zijn met kunststof of rubber | 6116.10 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Handschoenen, andere dan van brei- of haakwerk | □ Handschoenen, andere dan van brei- of haakwerk | 6216.00 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | **Andere** | **Andere** | |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | □ Wegwerp haarnetjes | □ Wegwerp haarnetjes | 6505.00 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | Beschermende kleding voor chirurgisch / medisch gebruik van vilt of gebonden textielvlies, ook indien geïmpregneerd, bekleed, bedekt of gelamineerd (textiel bedoeld bij post 56.02 of 56.03). Hieronder vallen ook gesponnen kledingstukken. | Beschermende kleding voor chirurgisch / medisch gebruik van vilt of gebonden textielvlies, ook indien geïmpregneerd, bekleed, bedekt of gelamineerd (textiel bedoeld bij post 56.02 of 56.03). Hieronder vallen ook gesponnen kledingstukken. | 6210.10 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | Andere beschermende kleding van textiel, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of gelamineerd met rubber (textiel van de posten 59.03, 59.06 of 59.07). De daadwerkelijke indeling hangt af van het type kledingstuk en of het kleding voor mannen of vrouwen betreft. Voorbeeld: een unisex geweven pak, geïmpregneerd met kunststof, wordt ingedeeld onder 6210.50 – andere kleding, voor dames of voor meisjes. | Andere beschermende kleding van textiel, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of gelamineerd met rubber (textiel van de posten 59.03, 59.06 of 59.07). De daadwerkelijke indeling hangt af van het type kledingstuk en of het kleding voor mannen of vrouwen betreft. Voorbeeld: een unisex geweven pak, geïmpregneerd met kunststof, wordt ingedeeld onder 6210.50 – andere kleding, voor dames of voor meisjes. | 6210.20 6210.30 6210.40 6210.50 |
| **II. Beschermende kledingstukken en soortgelijke artikelen** | Beschermende kledingstukken gemaakt van kunststof in vellen | Beschermende kledingstukken gemaakt van kunststof in vellen | 3926.20 |
| **III. Thermometers** | Gevuld met vloeistof, met rechtstreekse aflezing | Omvat eveneens standaard ‘Mercury-in-glass’ klinische thermometer | 9025.11 |
| **III. Thermometers** | Andere thermometers | Bijvoorbeeld digitale thermometers of infraroodthermometers voor op het voorhoofd. | 9025.19 |
| **IV. Desinfecteermiddelen / Sterilisatieproducten** | Alcohol oplossing | Niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 80% vol of meer | 2207.10 |
| **IV. Desinfecteermiddelen / Sterilisatieproducten** | Alcohol oplossing | Niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 75% vol | 2208.90 |
| | Desinfecterend middel voor de handen | Vloeibaar of in de vorm van een gel die over het algemeen wordt gebruikt om infectieuze stoffen op de handen, op alcoholbasis, te verminderen. | 3808.94 |
| | Andere desinfecterende bereidingen | Opgemaakt in vormen of verpakkingen voor de verkoop in het klein, zoals doekjes geïmpregneerd met alcohol of andere ontsmettingsmiddelen. | 3808.94 |
| | Medische, chirurgische of laboratoriumsterilisatoren | Werkend met stoom of kokend water | 8419.20 |
| | Waterstofperoxide **in bulk** | H2O2, ook indien gestold met ureum. | 2847.00 |
| | Waterstofperoxide gepresenteerd als medicijn | H2O2 opgemaakt voor intern of extern gebruik als geneesmiddel, ook als antisepticum voor de huid. Alleen hier bedoeld indien in afgemeten doses of in vormen of verpakkingen voor de detailhandel | 3004.90 |
| | Waterstofperoxide verwerkt in desinfecterende bereidingen voor oppervlakken reinigen | H2O2 opgemaakt als reinigingsoplossing voor oppervlakken of apparaten. | 3808.94 |
| | Andere chemische desinfecteermiddelen | Opgemaakt in verpakkingen voor kleinhandel in ontsmettingsmiddelen of als ontsmettingsmiddelen, die alcohol, benzalkoniumchlorideoplossing of peroxyzuren of andere ontsmettingsmiddelen bevatten. | 3808.94 |
| **V. Andere medische apparaten** | Tomografen die werken met behulp van een machine voor het automatisch verwerken van gegevens (CT) -scanners | Gebruikt een roterende röntgenmachine om dunne plakjes van het lichaam af te beelden om ziekten zoals longontsteking te diagnosticeren. | 9022.12 |
| **V. Andere medische apparaten** | Extracorporale membraanoxygenatie (ECMO) | Biedt langdurige cardiale en ademhalings-ondersteuning door bloed uit het lichaam van de persoon te verwijderen en de kooldioxide en zuurstofrijke rode bloedcellen kunstmatig te verwijderen. | 9018.90 |
| **V. Andere medische apparaten** | Medische beademingsapparaten (beademingsapparatuur) | Zorgt voor mechanische ventilatie door ademlucht in en uit de longen te verplaatsen | 9019.20 |
| **V. Andere medische apparaten** | Andere apparaten voor zuurstoftherapie, waaronder zuurstoftenten | Naast volledige zuurstoftherapieapparatuur omvat deze onderverdeling ook herkenbare delen van dergelijke systemen. | 9019.20 |
| **V. Andere medische apparaten** | Patiëntbewakingsapparatuur – elektro-diagnostische apparatuur | Elektrische of elektronische apparatuur voor het waarnemen van een ziekte, aandoening of een of meer medische parameters in de tijd. Dit omvat apparaten zoals pulsoximeters of | 9018.19 |
| | | controlestations aan het bed die worden gebruikt voor het continu bewaken van verschillende vitale functies. (Opmerking: dit omvat geen apparaten die specifieker elders worden omvat, bijv. elektrocardiografen (9018.11) of elektronische thermometers (9025.19).) | |
| **VI. Medische verbruiksartikelen** | Watten, gaas, verband en dergelijke artikelen (bijvoorbeeld zwachtels, pleisters, mosterdpleisters) | Geïmpregneerd of bedekt met farmaceutische stoffen of opgemaakt in vormen of verpakkingen voor de verkoop in het klein voor medisch gebruik | 3005.90 |
| **VI. Medische verbruiksartikelen** | Spuiten, met of zonder naalden | Spuiten, met of zonder naalden | 9018.31 |
| **VI. Medische verbruiksartikelen** | Buisvormige metalen naalden en hechtnaalden | Buisvormige metalen naalden en hechtnaalden | 9018.32 |
| **VI. Medische verbruiksartikelen** | Naalden, katheters, canules en dergelijke | Naalden, katheters, canules en dergelijke | 9018.39 |
| **VI. Medische verbruiksartikelen** | Intubatiekits | Intubatiekits | 9018.90 |
| **VI. Medische verbruiksartikelen** | Papieren lakens | Papieren lakens | 4818.90 |
Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
2020-03-12
Besluit noodmaatregelen coronacrisis — arts. 1, 1, 2 y 53 más
2020-03-12
Besluit noodmaatregelen coronacrisis
original version
Tekst op deze datum