Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van Onze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2023, nr. 2023-0000224684, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van de regionale structuur van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie)

3 versions · 2024-01-01
2024-01-01
Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma L

Wijzigingen op 2024-01-01

@@ -10,13 +10,13 @@
- **accounthouder:** aan de gemeenten gekoppelde contactpersoon van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie;
- **budgethouder:** gemeente, provincie of omgevingsdienst als bedoeld in [artikel 5.3, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.3);
- **budgethouder:** gemeente, provincie of omgevingsdienst;
- **minister:** Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- **NPLW:** Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie;
- **regio:** regio, genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&bijlage=I&z=2023-07-08&g=2023-07-08);
- **regio:** regio, genoemd in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&bijlage=I&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- **regiocoördinator:** een door de budgethouder binnen de regio aangewezen regiocoördinator voor de warmtetransitie;
@@ -56,13 +56,13 @@
1. De minister kan per kalenderjaar in totaal ten hoogste € 9.000.000,– aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
2. Een specifieke uitkering bedraagt per kalenderjaar per regio het genoemde bedrag in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&bijlage=I&z=2023-07-08&g=2023-07-08) verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
2. Een specifieke uitkering bedraagt per kalenderjaar per regio het genoemde bedrag in [bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&bijlage=I&z=2024-01-01&g=2024-01-01) verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
3. De minister stort de uitkering op het rekeningnummer van de budgethouder verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. Het bedrag aan compensabele BTW stort de minister in het BTW-compensatiefonds. De budgethouder kan de compensabele BTW via het BTW-compensatiefonds terugvorderen.
4. In afwijking van het eerste lid kan de Minister in het kalenderjaar 2023 in aanvulling op het genoemde bedrag in het eerste lid ten hoogste € 7.500.000 aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
5. Het aanvullende bedrag, genoemd in het vierde lid, bedraagt per regio het genoemde bedrag in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&bijlage=II&z=2023-07-08&g=2023-07-08) verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
5. Het aanvullende bedrag, genoemd in het vierde lid, bedraagt per regio het genoemde bedrag in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&bijlage=II&z=2024-01-01&g=2024-01-01) verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
##### Artikel 5. Aanvraag en beslistermijn
@@ -82,7 +82,7 @@
- f. het bankrekeningnummer waarop de specifieke uitkering dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat;
- g. een verklaring of de aanvraag ook wordt gedaan voor het bedrag, bedoeld in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=4&z=2023-07-08&g=2023-07-08).
- g. een verklaring of de aanvraag ook wordt gedaan voor het bedrag, bedoeld in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
3. Per regio kan maximaal eenmaal per jaar een specifieke uitkering worden verstrekt.
@@ -92,7 +92,7 @@
##### Artikel 6. In aanmerking komende kosten
1. Een specifieke uitkering kan worden verstrekt voor alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2023-07-08&g=2023-07-08).
1. Een specifieke uitkering kan worden verstrekt voor alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
2. Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van de [Wet op het BTW-compensatiefonds](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013817) of aftrek op grond van de [Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629).
@@ -102,7 +102,7 @@
Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien:
- a. de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2023-07-08&g=2023-07-08);
- a. de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- b. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 januari 2027 zijn afgerond; of
@@ -112,7 +112,7 @@
1. De ontvanger van de specifieke uitkering is verplicht om:
- a. de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2023-07-08&g=2023-07-08), af te ronden voor 1 januari 2027;
- a. de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), af te ronden voor 1 januari 2027;
- b. het NPLW op verzoek te informeren over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; en
@@ -124,13 +124,13 @@
1. De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2027.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=7&z=2023-07-08&g=2023-07-08), het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2028.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2028.
##### Artikel 10. Verantwoording en terugvordering
1. De bijlage bij de jaarrekening van de budgethouder over het jaar waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in [artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&artikel=58a) en [artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a).
2. De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat de budgethouder, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de verantwoordingsinformatie aan de minister heeft verstrekt. Indien de uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2023-07-08&g=2023-07-08), is verstreken en de budgethouder geen verantwoordingsinformatie heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.
2. De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat de budgethouder, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de verantwoordingsinformatie aan de minister heeft verstrekt. Indien de uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is verstreken en de budgethouder geen verantwoordingsinformatie heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.
3. Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet of niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling over de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
@@ -148,12 +148,12 @@
## Bijlage I. Verdeling middelen
### Bijlage bij de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=1&z=2023-07-08&g=2023-07-08) en [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=4&z=2023-07-08&g=2023-07-08)
### Bijlage bij de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage II. Verdeling middelen aanvullend bedrag 2023
### Bijlage bij [artikel 4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=4&z=2023-07-08&g=2023-07-08)
### Bijlage bij [artikel 4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048174&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2023-07-08
Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma L
2023-07-01
Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programm
original version Tekst op deze datum