Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2023, nr. 37417750, houdende regels voor de subsidiëring van een verrijkte schooldag voor leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs 2023–2025 (Subsidieregeling School en omgeving 2023–2025)
2 versions
· 2024-02-24
2024-02-24
Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025 — arts. 1, 4, 10 y 2 más
Wijzigingen op 2024-02-24
@@ -12,9 +12,9 @@
- **buitenschoolse opvang:** buitenschoolse opvang als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet kinderopvang](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017017&artikel=1.1);
- **categorie A-vestiging:** vestiging, opgenomen in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&bijlage=1&z=2023-07-07&g=2023-07-07);
- **categorie B-vestiging:** vestiging, opgenomen in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&bijlage=2&z=2023-07-07&g=2023-07-07);
- **categorie A-vestiging:** vestiging, opgenomen in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&bijlage=1&z=2024-02-24&g=2024-02-24);
- **categorie B-vestiging:** vestiging, opgenomen in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&bijlage=2&z=2024-02-24&g=2024-02-24);
- **convenant Rijke Schooldag:** document waarin een lokale coalitie de samenwerking voor het uitvoeren en uitbreiden van een lokale verrijkte schooldag heeft vastgelegd en waarin is vastgelegd aan welke ambities de lokale coalitie zich committeert;
@@ -38,7 +38,7 @@
- **programma verrijkte schooldag:** lokaal programma met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een school, aangeboden door een lokale coalitie ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand;
- **regievoerder:** regievoerder als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=4&z=2023-07-07&g=2023-07-07);
- **regievoerder:** regievoerder als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=4&z=2024-02-24&g=2024-02-24);
- **school:** school als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=1), [artikel 1 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=1) of [artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=1.1);
@@ -54,9 +54,15 @@
1. De minister kan voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging, als deelnemer aan een lokale coalitie voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
2. De minister kan voor het schooljaar 2024–2025 uitsluitend aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
3. De subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma verrijkte schooldag voor de volgende ontwikkelgebieden:
2. De Minister kan voor het schooljaar 2024–2025 aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
3. Voor subsidieverstrekking op grond van het tweede lid, wordt, in afwijking van [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=1&z=2024-02-24&g=2024-02-24), verstaan onder:
- a. categorie A-vestiging: vestiging, opgenomen in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&bijlage=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24) of [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&bijlage=4&z=2024-02-24&g=2024-02-24); en
- b. categorie B-vestiging: vestiging, opgenomen in [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&bijlage=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24).
4. De subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma verrijkte schooldag voor de volgende ontwikkelgebieden:
- a. sport;
@@ -70,15 +76,17 @@
- f. oriëntatie op de wereld.
4. Van het programma verrijkte schooldag kunnen geen deel uitmaken: uren die behoren tot de onderwijstijd;
- a. uren die betrekking hebben op bijles, trainingen voor de eindtoets of examentraining; of
- b. buitenlandse reizen.
5. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt aan:
- a. een bevoegd gezag dat als starter subsidie heeft ontvangen op grond van [artikel 3 van de Subsidieregeling School en omgeving](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046936&artikel=3) en niet vóór 1 augustus 2023 heeft voldaan aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in [artikel 15, tweede lid, van die regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046936&artikel=15);
5. Van het programma verrijkte schooldag kunnen geen deel uitmaken:
- a. uren die behoren tot de onderwijstijd;
- b. uren die betrekking hebben op bijles, trainingen voor de eindtoets of examentraining; of
- c. buitenlandse reizen.
6. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt aan:
- a. een bevoegd gezag dat als starter subsidie heeft ontvangen op grond van [artikel 3 van de Subsidieregeling School en omgeving](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046936&artikel=3) en niet vóór 8 maart 2024 heeft voldaan aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in [artikel 15, tweede lid, van die regeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046936&artikel=15);
- b. een bevoegd gezag van een school die deel uitmaakt van een coalitie waarvoor middelen heeft aangevraagd op grond van de specifieke uitkering Kansrijke wijk, te weten de coalities: RSOV22003 Leeuwarden, RSOV22018 Heerlen, RSOV22019 Zaanstad, RSOV22026 Groningen stad en RSOV22034 Rotterdam Zuid.
@@ -88,7 +96,7 @@
2. Een lokale coalitie bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één maatschappelijke organisaties of lokale partij.
3. De regievoerder dient namens de lokale coalitie bij DUS-I het plan van aanpak in, bedoeld in [artikel 5, tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2023-07-07&g=2023-07-07). Indien een bevoegd gezag dat aan een coalitie deelneemt, op grond van [artikel 3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), van deze regeling een subsidieaanvraag doet, wordt het plan van aanpak aangemerkt als onderdeel van deze aanvraag.
3. De regievoerder dient namens de lokale coalitie bij DUS-I het plan van aanpak in, bedoeld in [artikel 5, tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24). Indien een bevoegd gezag dat aan een coalitie deelneemt, op grond van [artikel 3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), van deze regeling een subsidieaanvraag doet, wordt het plan van aanpak aangemerkt als onderdeel van deze aanvraag.
4. De regievoerder draagt er zorg voor dat op een publiek toegankelijke plaats een kwaliteitsplan wordt gepubliceerd.
@@ -96,13 +104,13 @@
##### Artikel 5. Aanvraag subsidie
1. De subsidie wordt door het bevoegd gezag van een vestiging aangevraagd. Het bevoegd gezag kan per vestiging maximaal één aanvraag indienen.
2. Een aanvraag als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), kan worden ingediend van 28 augustus 2023 tot en met 29 september 2023. Aanvragen die worden ingediend na 29 september 2023 worden afgewezen.
3. Een aanvraag als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), kan worden ingediend van 1 april 2024 tot en met 30 april 2024. Aanvragen die worden ingediend na 30 april 2024 worden afgewezen.
4. De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van de DUS-I beschikbaar wordt gesteld. In dit aanvraagformulier vermeld de aanvrager:
1. De subsidie wordt door het bevoegd gezag van een vestiging aangevraagd. Het bevoegd gezag kan per vestiging maximaal één aanvraag indienen, met dien verstande dat een aanvraag als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3a&z=2024-02-24&g=2024-02-24) niet meetelt bij de bepaling van het aantal aanvragen.
2. Een aanvraag als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), kan worden ingediend van 28 augustus 2023 tot en met 29 september 2023. Aanvragen die worden ingediend na 29 september 2023 worden afgewezen.
3. Een aanvraag als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), kan worden ingediend van 1 april 2024 tot en met 30 april 2024. Aanvragen die worden ingediend na 30 april 2024 worden afgewezen.
4. De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van de DUS-I beschikbaar wordt gesteld. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:
- a. de naam van de vestiging;
@@ -114,21 +122,21 @@
- e. het geschatte aantal leerlingen op vestigingsniveau dat zal deelnemen aan de activiteiten;
- f. het geschatte totaal aantal klokuren van de activiteiten, verdeeld over schooljaar 2023–2024 en schooljaar 2024–2025, of, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), schooljaar 2024–2025;
- f. het geschatte totaal aantal klokuren van de activiteiten, verdeeld over schooljaar 2023–2024 en schooljaar 2024–2025, of, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), schooljaar 2024–2025;
- g. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in het tweede lid, of de activiteiten starten met ingang van 1 augustus 2023 of met ingang van 1 januari 2024.
5. In aanvulling op het vierde lid vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), die betrekking heeft op een categorie A-vestiging, in het aanvraagformulier:
5. In aanvulling op het vierde lid vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), die betrekking heeft op een categorie A-vestiging, in het aanvraagformulier:
- a. voor hoeveel klokuren activiteiten per week subsidie wordt aangevraagd in het schooljaar 2023–2024 met een minimum van vier uur en een maximum van tien uur per week;
- b. met hoeveel klokuren het aanbod zal worden uitgebreid in het schooljaar 2024–2025, met een minimum van één klokuur per week en tot een maximum van tien uur aanbod per week in totaal.
6. In aanvulling op het vierde lid, vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), in het aanvraagformulier aangegeven voor hoeveel klokuren activiteiten per week subsidie wordt aangevraagd in het schooljaar 2024–2025 met een minimum van vier uur en een maximum van tien uur per week;
7. In aanvulling op het vierde lid dient de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), die betrekking heeft op een categorie B-vestiging, een aanvraag in voor tien klokuren activiteiten per week in de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025.
8. De klokuren, bedoeld in het vijfde, zesde lid en zevende lid, zijn gericht op één of meer van de in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), bedoelde ontwikkelgebieden.
6. In aanvulling op het vierde lid, vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), die betrekking heeft op een categorie A-vestiging, in het aanvraagformulier voor hoeveel klokuren activiteiten per week subsidie wordt aangevraagd in het schooljaar 2024–2025 met een minimum van vier uur en een maximum van tien uur per week;
7. In aanvulling op het vierde lid dient de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste lid of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), die betrekking heeft op een categorie B-vestiging, een aanvraag in voor tien klokuren activiteiten per week in de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 onderscheidenlijk in het schooljaar 2024–2025.
8. De klokuren, bedoeld in het vijfde, zesde lid en zevende lid, zijn gericht op één of meer van de in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), bedoelde ontwikkelgebieden.
9. In aanvulling op het vierde lid levert de regievoerder bij een aanvraag het plan van aanpak in van de lokale coalitie.
@@ -148,31 +156,33 @@
2. Van het bedrag, bedoeld in het eerste lid is:
- a. € 303.703.011,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan bevoegde gezagsorganen van categorie A-vestigingen;
- a. € 303.703.011,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan bevoegde gezagsorganen van categorie A-vestigingen, met inbegrip van, voor wat betreft het schooljaar 2024–2025, vestigingen die op grond van [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3a&z=2024-02-24&g=2024-02-24) te gelden hebben als categorie A-vestigingen;
- b. € 259.010.412,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan bevoegde gezagsorganen van categorie B-vestigingen; en.
- c. € 390.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidie als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=10&z=2023-07-07&g=2023-07-07).
3. Indien een subsidieplafond als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, wordt het subsidiebedrag per aanvraag binnen het desbetreffende subsidieplafond naar rato naar beneden bijgesteld.
4. Als de middelen na afloop van de aanvraagperiode als bedoeld in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2023-07-07&g=2023-07-07), niet volledig zijn benut, wordt het resterende bedrag beschikbaar gesteld voor subsidieaanvragen van de coalities voor activiteiten die betrekking hebben op kennisdeling, of ten behoeve van het landelijke programma School en Omgeving. Subsidie kan in september 2024 worden aangevraagd.
- c. € 390.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidie als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=10&z=2024-02-24&g=2024-02-24).
3. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen gerangschikt op aflopende onderwijsachterstandsscore gecorrigeerd voor schoolgrootte, waarbij de subsidie aan de vestigingen met de hoogste scores wordt toegekend.
4. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt het subsidiebedrag per aanvraag naar rato naar beneden bijgesteld tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut.
5. Als de middelen na afloop van de aanvraagperiode als bedoeld in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24), niet volledig zijn benut, wordt het resterende bedrag beschikbaar gesteld voor subsidieaanvragen van de coalities voor activiteiten die betrekking hebben op kennisdeling, of ten behoeve van het landelijke programma School en Omgeving. Subsidie kan in september 2024 worden aangevraagd.
##### Artikel 7. Subsidiebedrag
1. Het subsidiebedrag voor een categorie A-vestiging wordt berekend door het aantal opgegeven leerlingen van de desbetreffende vestiging dat naar verwachting zal deelnemen aan het programma verrijkte schooldag te vermenigvuldigen met een bedrag van € 236,– per aangevraagd klokuur, per schooljaar.
2. Het subsidiebedrag voor een categorie B-vestiging wordt berekend door het aantal opgegeven leerlingen van de desbetreffende vestiging dat naar verwachting zal deelnemen aan het programma verrijkte schooldag te vermenigvuldigen met een bedrag van € 118,– per klokuur, per schooljaar voor tien uur per week.
2. Het subsidiebedrag voor een categorie B-vestiging wordt berekend door het aantal opgegeven leerlingen van de desbetreffende vestiging dat naar verwachting zal deelnemen aan het programma verrijkte schooldag te vermenigvuldigen met een bedrag van € 118,– per klokuur, per schooljaar voor tien uur per week, met dien verstande dat voor een vestiging die op grond van [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3a&z=2024-02-24&g=2024-02-24) voor het schooljaar 2024–2025 te gelden heeft als categorie A-vestiging voor dat schooljaar het bedrag en de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, van toepassing zijn.
##### Artikel 8. Subsidieverplichtingen
1. In aanvulling op [hoofdstuk 5 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&hoofdstuk=5) worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
- a. de activiteiten voor het schooljaar 2023–2024 en 2024–2025 bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 55 weken;
- b. in afwijking van onderdeel a, worden de activiteiten van de subsidieontvangers, die een aanvraag hebben gedaan, als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07) en die uitstel hebben gekregen op grond van [artikel 12, tweede lid, van de Subsidieregeling School en omgeving](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046936&artikel=12), uitgevoerd in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan zij ten minste 40 weken;
- c. de activiteiten voor het schooljaar 2024–2025, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 30 weken;
- a. de activiteiten voor het schooljaar 2023–2024 en 2024–2025 bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 55 weken;
- b. in afwijking van onderdeel a, worden de activiteiten van de subsidieontvangers, die een aanvraag hebben gedaan, als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24) en die uitstel hebben gekregen op grond van [artikel 12, tweede lid, van de Subsidieregeling School en omgeving](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046936&artikel=12), uitgevoerd in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan zij ten minste 40 weken;
- c. de activiteiten voor het schooljaar 2024–2025, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 30 weken;
- d. de aanvrager kan verlenging van de looptijd van de subsidie aanvragen tot en met 31 december 2025 indien de activiteiten door onvoorziene omstandigheden niet binnen de in de onderdelen a, b of c gestelde periodes kunnen worden afgerond;
@@ -182,47 +192,61 @@
- g. de subsidieontvanger spant zich in om het aantal opgegeven leerlingen een programma verrijkte schooldag aan te bieden;
- h. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), die betrekking heeft op een categorie A-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om het aantal opgegeven uren aanbod aan te bieden;
- i. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), die betrekking heeft op een categorie B-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om ten minste vijf klokuren aan te bieden;
- h. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), die betrekking heeft op een categorie A-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om het aantal opgegeven uren aanbod aan te bieden;
- i. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), die betrekking heeft op een categorie B-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om ten minste vijf klokuren aan te bieden;
- j. de subsidieontvanger deelt de inhoud van het programma verrijkte schooldag met onderzoekers die in opdracht van de minister de subsidieregeling evalueren met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming.
2. Op een subsidieontvanger waarvan een aanvraag als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3a&z=2024-02-24&g=2024-02-24) is ingewilligd, is:
- a. het eerste lid, aanhef en onderdeel a, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidieontvanger een verdeling mag maken in het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2023–2024 toerekent en het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2024–2025 toerekent;
- b. het eerste lid, aanhef en onderdeel h, van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het schooljaar 2024–2025; en
- c. het eerste lid, aanhef en onderdeel i, uitsluitend van toepassing voor wat betreft het schooljaar 2023–2024.
##### Artikel 9. Vaststelling, betaling, besteding en verantwoording
1. De subsidie, bedoeld in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=7&z=2023-07-07&g=2023-07-07) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=10&z=2023-07-07&g=2023-07-07), worden direct vastgesteld op uiterlijk:
- a. 31 december 2023, voor een categorie B-vestiging indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2023-07-07&g=2023-07-07);
- b. 31 januari 2024, voor een categorie A-vestiging indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2023-07-07&g=2023-07-07);
- c. 31 juli 2024, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2023-07-07&g=2023-07-07).
1. De subsidie, bedoeld in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=7&z=2024-02-24&g=2024-02-24) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=10&z=2024-02-24&g=2024-02-24), wordt direct vastgesteld op uiterlijk:
- a. 31 december 2023, voor een categorie B-vestiging indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24);
- b. 31 januari 2024, voor een categorie A-vestiging indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24);
- c. 31 juli 2024, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24).
2. De minister bepaalt het betaalritme in de beschikking.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de [Regeling jaarverslaggeving onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023132), met model G, onderdeel 1.
4. Na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=8&z=2023-07-07&g=2023-07-07) wordt op basis van het daartoe door DUS-I beschikbaar gestelde format van DUS-I uiterlijk op 1 november 2025 een eindverslag ingediend bij DUS-I. In het eindverslag vermeldt de subsidieontvanger aantallen deelnemende leerlingen en aantal aangeboden uren, als bedoeld in [artikel 5, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2023-07-07&g=2023-07-07), en neemt de subsidieontvanger een verwijzing op naar de vindplaats van het in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=4&z=2023-07-07&g=2023-07-07), bedoelde kwaliteitsplan.
5. De subsidieontvanger meldt schriftelijk indien het daadwerkelijke aantal deelnemende leerlingen of het aantal aangeboden uren aan activiteiten minder is dan 75% van het opgegeven aantal deelnemers of aantal aangeboden uren, in welk geval de subsidie door de minister naar rato lager kan worden vastgesteld. Waarbij de uren die meetellen activiteiten betreffen die vallen onder de ontwikkelgebieden bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07).
6. De activiteiten waarvoor op grond van [artikel 3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), subsidie is verstrekt aan een categorie A-vestiging, gelden als volledig verricht, indien ten minste 75% van de leerlingen, bedoeld in [artikel 5, vierde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2023-07-07&g=2023-07-07), aan het programma verrijkte schooldag heeft deelgenomen en indien ten minste 75% van het aantal uren, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel f, daadwerkelijk is aangeboden.
7. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07), die betrekking heeft op een categorie B-vestiging, dan gelden de activiteiten als volledig verricht wanneer ten minste 75% van de uren als bedoeld in [artikel 8 eerste lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=8&z=2023-07-07&g=2023-07-07) daadwerkelijk is aangeboden.
8. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
9. Indien de activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen.
10. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
4. Na afloop van de periode, bedoeld in [artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=8&z=2024-02-24&g=2024-02-24) wordt op basis van het daartoe door DUS-I beschikbaar gestelde format van DUS-I uiterlijk op 1 november 2025 een eindverslag ingediend bij DUS-I. In het eindverslag vermeldt de subsidieontvanger aantallen deelnemende leerlingen en aantal aangeboden uren, als bedoeld in [artikel 5, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24), en neemt de subsidieontvanger een verwijzing op naar de vindplaats van het in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=4&z=2024-02-24&g=2024-02-24), bedoelde kwaliteitsplan. Voor zover een aanvraag als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3a&z=2024-02-24&g=2024-02-24) is ingewilligd, geschiedt de vermelding van de aantallen, bedoeld in de tweede volzin, aan de hand van een uitsplitsing over de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025.
5. De subsidieontvanger meldt schriftelijk indien het daadwerkelijke aantal deelnemende leerlingen of het aantal aangeboden klokuren aan activiteiten minder is dan 75% van het voorgenomen aantal leerlingen of klokuren. Indien er sprake is van een onderprestatie als bedoeld in de eerste volzin, kan de subsidie lager worden vastgesteld. Voor het lager vaststellen van de subsidie wordt uitgegaan van het product van de leerlingen en uren per week, waarbij:
- a. uren die meetellen activiteiten betreffen die vallen onder de ontwikkelgebieden, bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3a&z=2024-02-24&g=2024-02-24); en
- b. een uitbreiding van uren in de zin van [artikel 5, vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24), buiten beschouwing blijft.
6. De activiteiten waarvoor op grond van [artikel 3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), subsidie is verstrekt aan een categorie A-vestiging, gelden als volledig verricht, indien ten minste 75% van de leerlingen, bedoeld in [artikel 5, vierde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24), aan het programma verrijkte schooldag heeft deelgenomen en indien ten minste 75% van het aantal uren, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel f, daadwerkelijk is aangeboden.
7. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in [artikel 3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24), die betrekking heeft op een categorie B-vestiging, dan gelden de activiteiten als volledig verricht, indien ten minste 75% van de leerlingen bedoeld in [artikel 5, vierde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=5&z=2024-02-24&g=2024-02-24), aan het programma verrijkte schooldag heeft deelgenomen en wanneer ten minste 75% van de uren als bedoeld in [artikel 8 eerste lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=8&z=2024-02-24&g=2024-02-24) daadwerkelijk is aangeboden.
8. Op vestigingen die op grond van [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3a&z=2024-02-24&g=2024-02-24) voor het schooljaar 2024–2025 te gelden hebben als categorie A-vestigingen, is het zevende lid van toepassing op schooljaar 2023–2024 en is het zesde lid van overeenkomstige toepassing op schooljaar 2024–2025.
9. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
10. Indien de activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen.
11. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
##### Artikel 10. Subsidie kosten lerende aanpak
1. De minister kan bovendien voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 aan de regievoerder, bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=4&z=2023-07-07&g=2023-07-07), indien de lokale coalitie als voorloper is aangewezen, een eenmalige subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten om een actieve bijdrage te leveren aan de kennisopbouw en kennisdeling in het kader van de lerende aanpak.
1. De minister kan bovendien voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 aan de regievoerder, bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=4&z=2024-02-24&g=2024-02-24), indien de lokale coalitie als voorloper is aangewezen, een eenmalige subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten om een actieve bijdrage te leveren aan de kennisopbouw en kennisdeling in het kader van de lerende aanpak.
2. In de beschikking wordt opgenomen wanneer de minister de in het eerste lid bedoelde subsidie ambtshalve verstrekt.
3. De subsidie bestaat uit een vast bedrag van € 10.000,–, indien de deelnemende bevoegde gezagsorganen van de lokale coalitie van de regievoerder subsidie hebben aangevraagd als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2023-07-07&g=2023-07-07).
3. De subsidie bestaat uit een vast bedrag van € 10.000,–, indien de deelnemende bevoegde gezagsorganen van de lokale coalitie van de regievoerder subsidie hebben aangevraagd als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048360&artikel=3&z=2024-02-24&g=2024-02-24).
4. De regievoerder is verplicht om namens de lokale coalitie in het kader van de lerende aanpak:
2023-07-07
Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025
original version
Tekst op deze datum