Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 4 december 2023, nr. IENW/BSK-2023/360435, tot verstrekking van subsidie voor de elektrificatie van binnenvaartschepen voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2027 (Tijdelijke subsidieregeling elektrificatie binnenvaartschepen 2023–2027)

2 versions · 2025-05-29
2025-05-29
Tijdelijke subsidieregeling elektrificatie binnenvaartschepen 2023–2027

Wijzigingen op 2025-05-29

@@ -32,7 +32,7 @@
- **staatssteun:** steunmaatregelen als omschreven in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- **uitvoeringsinstantie:** uitvoeringsinstantie als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=6&z=2023-12-08&g=2023-12-08).
- **uitvoeringsinstantie:** uitvoeringsinstantie als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=6&z=2025-05-29&g=2025-05-29).
##### Artikel 2. Doel en toepassingsbereik van de subsidie
@@ -50,25 +50,33 @@
##### Artikel 4. Subsidieplafond, hoogte van de subsidie en subsidiabele kosten
1. Voor de periode tot en met 31 december 2025 is voor de subsidiëring van de activiteiten, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2023-12-08&g=2023-12-08), ten hoogste € 15.100.000,– beschikbaar.
2. Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend in de volgende perioden:
- a. met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling, 9.00 uur tot en met 28 februari 2024, 12.00 uur;
- b. in 2024 van 1 mei 2024, 9.00 uur tot en met 30 juni 2024, 12.00 uur;
- c. in 2024 van 1 september 2024, 9.00 uur tot en met 15 oktober 2024, 12.00 uur.
3. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
4. De subsidieverlening wordt gerechtvaardigd op grond van artikel 25, eerste lid, en artikel 36 ter, eerste lid, van de AGVV.
5. De subsidie voor de activiteiten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2023-12-08&g=2023-12-08), bedraagt ten hoogste 40% van de in aanmerking komende kosten tot een maximum van € 400.000,– per vaartuig.
6. De aanvullende subsidie voor een industrieel onderzoeksproject bedraagt ten hoogste € 75.000,– per aanvraag.
7. Voor een industrieel onderzoeksproject komt 50% van de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten voor industriële onderzoeksprojecten voor subsidie in aanmerking:
1. Voor de periode tot en met 31 december 2026 is voor de subsidiëring van de activiteiten, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), ten hoogste € 15.100.000,– beschikbaar.
2. Voor de periode tot en met 31 december 2025 is voor de subsidiëring van de activiteiten, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), ten hoogste € 7.397.000,– beschikbaar.
3. Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 is € 3.698.000,– beschikbaar.
4. Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend in de volgende perioden:
- a. met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling, 9.00 uur tot en met 31 juli 2025, 12.00 uur;
- b. van 1 september 2025, 9.00 uur tot en met 15 oktober 2025, 12.00 uur;
- c. van 15 januari 2026, 9.00 uur tot en met 15 maart 2026, 12.00 uur.
5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
6. De subsidieverlening wordt gerechtvaardigd op grond van artikel 25, eerste lid, en artikel 36 ter, eerste lid, van de AGVV.
7. De subsidie voor de activiteiten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), bedraagt ten hoogste 40% van de in aanmerking komende kosten tot een maximum van:
- a. € 550.000,– per nieuw te bouwen vaartuig of als het vaartuig vóór de uitvoering van het project was uitgerust met een diesel elektrische aandrijving of volledig elektrische aandrijving; of
- b. € 750.000,– per vaartuig als het vaartuig vóór de uitvoering van het project enkel was uitgerust met een conventionele aandrijving met verbrandingsmotoren.
8. De aanvullende subsidie voor een industrieel onderzoeksproject als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), bedraagt ten hoogste € 75.000,– per aanvraag.
9. Voor een industrieel onderzoeksproject komt 50% van de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten voor industriële onderzoeksprojecten voor subsidie in aanmerking:
- a. loonkosten van direct bij het project betrokken personeel, waarbij het uurloon wordt berekend aan de hand van het brutoloon: loon in geld, volgens de verzamelloonstaat, ingevolge [artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028236&artikel=7.2), te delen door 1.650 productieve uren, verhoogd met een forfaitair percentage van 20 voor de werkgeverslasten.
@@ -84,11 +92,11 @@
- g. aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de aanschaf van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van bescherming van die rechten.
8. De steunintensiteit van een onderzoek als bedoeld in het zesde lid kan met 10 procentpunten worden verhoogd voor subsidie aan middelgrote ondernemingen en met 20 procentpunten voor subsidie aan kleine ondernemingen.
10. De steunintensiteit van een onderzoek als bedoeld in het zesde lid kan met 10 procentpunten worden verhoogd voor subsidie aan middelgrote ondernemingen en met 20 procentpunten voor subsidie aan kleine ondernemingen.
##### Artikel 5. Verdelingsregime
1. De Minister verleent subsidie voor projecten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2023-12-08&g=2023-12-08), op basis van een door de uitvoeringsorganisatie schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria:
1. De Minister verleent subsidie voor projecten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), op basis van een door de uitvoeringsorganisatie schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria:
- a. emissievrij;
@@ -98,7 +106,7 @@
- d. plan en onderbouwing.
2. De Minister verleent subsidie voor projecten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2023-12-08&g=2023-12-08), op basis van een door de uitvoeringsorganisatie schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria, waarbij gebruik wordt gemaakt van de volgende, op het eerste lid, aanvullende criteria:
2. De Minister verleent subsidie voor projecten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), op basis van een door de uitvoeringsorganisatie schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria, waarbij gebruik wordt gemaakt van de volgende, op het eerste lid, aanvullende criteria:
- a. schaalbaarheid;
@@ -150,13 +158,13 @@
##### Artikel 9. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
1. De subsidie-ontvanger rondt de activiteiten, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2023-12-08&g=2023-12-08), binnen 18 maanden na de subsidieverlening af.
2. Binnen twee weken na afronding van de activiteiten, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2023-12-08&g=2023-12-08), vraagt de subsidie-ontvanger voor het binnenschip waarop de subsidie betrekking heeft een emissielabel aan bij de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart.
3. Het label voor het binnenschip is bij eerste uitreiking minimaal B1. Uiterlijk met ingang van 1 juli 2026 is het label A0.
4. De subsidie-ontvanger toont gedurende 24 maanden na afronding van een activiteit als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2023-12-08&g=2023-12-08), bij een steekproefsgewijze controle aan dat het binnenschip functioneert binnen de kaders van het NGF-project.
1. De subsidie-ontvanger rondt de activiteiten, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), binnen 18 maanden na de subsidieverlening af.
2. De subsidieontvanger vraagt, binnen twee weken nadat het binnenschip een volledig kalenderjaar binnen het NGF-project heeft gevaren, een emissielabel aan bij de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart.
3. Het label voor het binnenschip is bij eerste uitreiking minimaal B2 voor binnenschepen die aan de Stage V emissienormen voldoen en minimaal B3 voor schepen die niet aan de Stage V emissienormen voldoen.
4. De subsidie-ontvanger toont gedurende 24 maanden na afronding van een activiteit als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049024&artikel=3&z=2025-05-29&g=2025-05-29), bij een steekproefsgewijze controle aan dat het binnenschip functioneert binnen de kaders van het NGF-project.
5. Indien blijkt dat de subsidie-ontvanger niet voldaan heeft aan de in dit artikel opgenomen verplichtingen, kan de subsidie teruggevorderd worden.
2023-12-08
Tijdelijke subsidieregeling elektrificatie binnenvaartschepen 2023–2
original version Tekst op deze datum