Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 juni 2025, kenmerk 4136017-1084380-MEVA, houdende regels voor de verstrekking van subsidie ter ondersteuning van samenwerkingsverbanden bij het inrichten van een vernieuwde opleidingsstructuur voor helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen (Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen) [KetenID WGK027676]
3 versions
· 2026-03-14
2026-03-14
Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgenden
2026-03-02
Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgenden
Wijzigingen op 2026-03-02
@@ -88,7 +88,7 @@
4. Subsidie kan enkel worden verstrekt indien de penvoerder en ten minste een andere zorg- of welzijnsaanbieder beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code.
5. In afwijking van het eerste en vierde lid, kan subsidie worden verstrekt indien naar het oordeel van de minister op de in [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=11&z=2025-06-28&g=2025-06-28), aangegeven wijze is aangetoond dat het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee zorgaanbieders of één welzijnsaanbieder en één zorgaanbieder, waaronder de penvoerder.
5. In afwijking van het eerste en vierde lid, kan subsidie worden verstrekt indien naar het oordeel van de minister op de in [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=11&z=2025-06-28&g=2026-03-02), aangegeven wijze is aangetoond dat het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee zorgaanbieders of één welzijnsaanbieder en één zorgaanbieder, waaronder de penvoerder.
6. Indien de penvoerder mbo-leerlingen begeleidt, kan subsidie enkel worden verstrekt indien het een erkend leerbedrijf betreft.
@@ -108,21 +108,21 @@
##### Artikel 6. Staatssteun
1. De activiteit, zoals genoemd in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), wordt aangewezen als een DAEB.
1. De activiteit, zoals genoemd in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), wordt aangewezen als een DAEB.
2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de penvoerder met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat hem belast met en hij zich verplicht tot het verrichten van de DAEB, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 7. Hoogte van de subsidie
1. De subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), bedraagt:
1. De subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), bedraagt:
- a. € 13.000 per deelnemer in het samenwerkingsverband tot een maximum van € 78.000; en
- b. een vast bedrag van € 22.500 per samenwerkingsverband.
2. De subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), bedraagt per aanvraag minimaal € 125.000 en maximaal € 750.000.
##### Artikel 8. Subsidiabele kosten voor activiteit [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28)
2. De subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), bedraagt per aanvraag minimaal € 125.000 en maximaal € 750.000.
##### Artikel 8. Subsidiabele kosten voor activiteit [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02)
1. Het subsidiabele bedrag bestaat voor ten hoogste 40% uit andere kosten dan personele kosten.
@@ -140,9 +140,9 @@
2. De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, met dien verstande dat wanneer de penvoerder krachtens [artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt.
##### Artikel 10. Activiteitenplan voor activiteit [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28)
In aanvulling op [artikel 3.4 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.4), vermeldt de penvoerder voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), in het activiteitenplan:
##### Artikel 10. Activiteitenplan voor activiteit [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02)
In aanvulling op [artikel 3.4 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.4), vermeldt de penvoerder voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), in het activiteitenplan:
- a. een beschrijving van de wijze waarop het activiteitenplan aansluit bij een of meerdere regiobeelden of regioplannen;
@@ -156,9 +156,9 @@
##### Artikel 11. Aanvraag tot subsidieverlening
1. De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), kan worden ingediend in de periode van 18 augustus 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 13.00 uur.
2. De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), kan worden ingediend in de periode:
1. De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), kan worden ingediend in de periode van 18 augustus 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 13.00 uur.
2. De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), kan worden ingediend in de periode:
- a. van 18 augustus 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 13.00 uur;
@@ -172,15 +172,15 @@
- b. een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband.
4. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.
5. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van:
4. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.
5. Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van:
- a. een door de minister vastgestelde ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een DAEB als bedoeld in artikel 7, tweede lid; en
- b. een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de DAEB de-minimisverordening.
6. Indien de penvoerder of de andere zorg- of welzijnsaanbieder niet beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code, bedoeld in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=4&z=2025-06-28&g=2025-06-28), dan dient de aanvraag vergezeld te gaan van:
6. Indien de penvoerder of de andere zorg- of welzijnsaanbieder niet beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code, bedoeld in [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=4&z=2025-06-28&g=2026-03-02), dan dient de aanvraag vergezeld te gaan van:
- a. een contract tussen de financier en de betreffende zorg- of welzijnsaanbieder waaruit blijkt dat er in het jaar van de aanvraag zorg is of wordt ingekocht bij deze zorg- of welzijnsaanbieder in combinatie met factuur en betalingsbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat prestaties in het jaar van de aanvraag of het jaar voorafgaand aan de aanvraag, zijn geleverd; of
@@ -196,29 +196,29 @@
In aanvulling op [hoofdstuk 5 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&hoofdstuk=5) is de penvoerder verplicht:
- a. bij de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), in de administratie verslagen bij te houden van de overleggen tussen de deelnemers van het samenwerkingsverband;
- b. bij de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), eenmaal in de 12 maanden verslag te doen aan de minister over de voortgang van de gesubsidieerde activiteit.
- a. bij de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), in de administratie verslagen bij te houden van de overleggen tussen de deelnemers van het samenwerkingsverband;
- b. bij de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), eenmaal in de 12 maanden verslag te doen aan de minister over de voortgang van de gesubsidieerde activiteit.
##### Artikel 14. Afwijzingsgronden
De minister wijst een subsidieaanvraag in ieder geval af indien:
- a. deze na de periode, bedoeld in [artikel 11, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=11&z=2025-06-28&g=2025-06-28), wordt ontvangen;
- a. deze na de periode, bedoeld in [artikel 11, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=11&z=2025-06-28&g=2026-03-02), wordt ontvangen;
- b. aan het samenwerkingsverband al een subsidie is verleend voor dezelfde activiteit;
- c. de verstrekking van een subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), niet in overeenstemming is met de de-minimisverordening; of
- d. de verstrekking van een subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), niet in overeenstemming is met de DAEB de-minimisverordening.
- c. de verstrekking van een subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), niet in overeenstemming is met de de-minimisverordening; of
- d. de verstrekking van een subsidie voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), niet in overeenstemming is met de DAEB de-minimisverordening.
##### Artikel 15. Verantwoording en vaststelling
1. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.
2. In aanvulling op [artikel 7.6 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=7.6), gaat de aanvraag tot vaststelling voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), vergezeld van een breed gedragen plan ondersteund door de deelnemers in het samenwerkingsverband.
3. In aanvulling op [artikel 7.8 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=7.8), gaat de aanvraag tot vaststelling voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2025-06-28), vergezeld van een publieksvriendelijke samenvatting waarin de geleerde lessen en resultaten worden gedeeld.
2. In aanvulling op [artikel 7.6 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=7.6), gaat de aanvraag tot vaststelling voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), vergezeld van een breed gedragen plan ondersteund door de deelnemers in het samenwerkingsverband.
3. In aanvulling op [artikel 7.8 van de Kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=7.8), gaat de aanvraag tot vaststelling voor de activiteit, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051150&artikel=5&z=2025-06-28&g=2026-03-02), vergezeld van een publieksvriendelijke samenvatting waarin de geleerde lessen en resultaten worden gedeeld.
##### Artikel 16. Hardheidsclausule
2025-06-28
Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgend
original version
Tekst op deze datum