Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666113, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over het elektriciteitssysteem (Systeemcode elektriciteit 2026)
2 versions
· 2026-03-01
2026-03-01
Systeemcode elektriciteit 2026 — arts. 1, 1, 2 y 216 más
Wijzigingen op 2026-03-01
@@ -26,13 +26,13 @@
6. In deze code wordt onder distributiesysteem en transmissiesysteem verstaan een distributiesysteem en een transmissiesysteem waarvoor op grond van [artikel 3.2 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.2) een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit respectievelijk een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit is aangewezen.
7. In deze code wordt onder leverancier mede verstaan een marktdeelnemer die invoeding aggregeert, met uitzondering van de [artikelen 10.38 tot en met 10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.38&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
7. In deze code wordt onder leverancier mede verstaan een marktdeelnemer die invoeding aggregeert, met uitzondering van de [artikelen 10.38 tot en met 10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.38&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 1.3
1. Indien een aansluiting deel uitmaakt van een groepstransportovereenkomst, dient voor de toepasselijkheid van deze code in plaats van “aansluit- en transportovereenkomst” gelezen te worden “aansluitovereenkomst”, tenzij anders vermeld.
2. Voor een groepstransportovereenkomst geldt in de [paragrafen 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7.3 tot en met 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) dat:
2. Voor een groepstransportovereenkomst geldt in de [paragrafen 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7.3 tot en met 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) dat:
- a. voor “gecontracteerd transportvermogen” en voor “het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen” gelezen dient te worden “het door aangeslotenen die deel uitmaken van een groepstransportovereenkomst gezamenlijk gecontracteerde transportvermogen”;
@@ -54,7 +54,7 @@
1. De aansluiting voldoet aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden.
2. De systeemkoppeling voldoet aan de [artikelen 2.2 tot en met 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.10&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De systeemkoppeling voldoet aan de [artikelen 2.2 tot en met 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.10&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 2.2
@@ -76,9 +76,9 @@
6. Indien aan een aansluiting bestaande uit één verbinding, meer dan één allocatiepunt is toegekend, identificeert de systeembeheerder het overdrachtspunt van die aansluiting door het toekennen van een unieke EAN-code, onverminderd de verplichting om overeenkomstig het eerste lid aan de aansluiting als geheel een EAN-code toe te kennen.
7. De systeembeheerder identificeert elke overeenkomstig [artikel 2.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gemelde elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid met een unieke EAN-code en verstrekt deze desgevraagd aan de aangeslotene. De systeembeheerder legt deze unieke EAN-code vast in het register, bedoeld in [paragraaf 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
8. De systeembeheerder identificeert desgevraagd een verbruiksinstallatie die vraagsturing levert aan een systeembeheerder per vraagsturingleverende verbruikseenheid door het toekennen van een unieke EAN-code en legt deze vast in het register, bedoeld in [paragraaf 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
7. De systeembeheerder identificeert elke overeenkomstig [artikel 2.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gemelde elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid met een unieke EAN-code en verstrekt deze desgevraagd aan de aangeslotene. De systeembeheerder legt deze unieke EAN-code vast in het register, bedoeld in [paragraaf 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
8. De systeembeheerder identificeert desgevraagd een verbruiksinstallatie die vraagsturing levert aan een systeembeheerder per vraagsturingleverende verbruikseenheid door het toekennen van een unieke EAN-code en legt deze vast in het register, bedoeld in [paragraaf 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 2.4
@@ -144,13 +144,13 @@
##### Artikel 2.9
1. De elektrische installaties bevatten geen bedrijfsmiddelen die tot invoeding in het systeem van de systeembeheerder kunnen leiden, tenzij aan de aanvullende voorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden uit [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) wordt voldaan.
1. De elektrische installaties bevatten geen bedrijfsmiddelen die tot invoeding in het systeem van de systeembeheerder kunnen leiden, tenzij aan de aanvullende voorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden uit [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) wordt voldaan.
2. De aangeslotene stelt de systeembeheerder tijdig op de hoogte van zijn voornemen tot het plaatsen of wijzigen van een elektriciteitsproductie-eenheid of een elektriciteitsopslageenheid, opdat de systeembeheerder eventueel noodzakelijke wijzigingen in het systeem kan doorvoeren.
3. Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding in het systeem van de systeembeheerder kan leiden, bedoeld in het eerste lid, een elektriciteitsopslageenheid betreft:
- a. zijn aansluitvoorwaarden als bedoeld in [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) en de daarbij behorende onderdelen van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
- a. zijn aansluitvoorwaarden als bedoeld in [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) en de daarbij behorende onderdelen van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
- 1°. een synchroon gekoppelde elektriciteitsopslageenheid voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 13 tot en met 19, artikel 40, de artikelen 42 tot en met 46 en de artikelen 51 tot en met 53 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG);
@@ -166,13 +166,13 @@
- b. beschikt de elektriciteitsopslageenheid over de mogelijkheid tot het automatisch overschakelen van de opslagmodus naar de opwekkingsmodus, bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER), alsmede over de mogelijkheid tot automatisch ontkoppelen, bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER);
- c. zijn de relevante artikelen van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) en [paragraaf 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid is aangesloten op een transmissiesysteem;
- d. zijn de relevante artikelen van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) en [paragraaf 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een systeembeheerder;
- e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de systeembeheerder de [artikelen 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing;
- f. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de systeembeheerder tevens de [artikelen 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.23&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een systeembeheerder;
- c. zijn de relevante artikelen van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) en [paragraaf 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid is aangesloten op een transmissiesysteem;
- d. zijn de relevante artikelen van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) en [paragraaf 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een systeembeheerder;
- e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de systeembeheerder de [artikelen 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing;
- f. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de systeembeheerder tevens de [artikelen 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.23&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een systeembeheerder;
- g. geldt in afwijking van onderdeel a dat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie in zowel de opslag- als in de opwekkingsmodus de statiek ingesteld is op:
@@ -180,19 +180,19 @@
- 2°. 1% voor elektriciteitsopslageenheden groter dan of gelijk aan 1 MW; en
- h. is [artikel 9.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.36&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing op het beïnvloeden van het via het overdrachtspunt van de aansluiting van een elektriciteitsopslageenheid uit te wisselen werkzaam vermogen.
- h. is [artikel 9.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.36&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing op het beïnvloeden van het via het overdrachtspunt van de aansluiting van een elektriciteitsopslageenheid uit te wisselen werkzaam vermogen.
4. Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding van blindvermogen in het systeem van de systeembeheerder kan leiden, bedoeld in het eerste lid, een synchrone condensor, aangesloten op een transmissiesysteem betreft:
- a. zijn de aansluitvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 19, 29, 33 tot en met 37, 40 tot en met 46 en 51 tot en met 53 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, en de daarbij behorende artikelen van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van overeenkomstige toepassing;
- b. in afwijking van onderdeel a, juncto [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), geldt voor de frequentiegradiënt van een synchrone condensor een drempelwaarde van 2 Hertz per seconde gedurende een voortschrijdend tijdsvenster van 500 milliseconden;
- c. in afwijking van onderdeel a, juncto [artikel 3.27, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.27&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de synchrone condensor in staat bij variërende spanning ten minste een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,3 bij een spanning van 1,05 pu, gelijk aan 0,65 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,65 en 0,3 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu, en een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,9 pu, gelijk aan 0,5 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,5 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu, en is daarmee in staat blindvermogen te leveren of op te nemen ten minste binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Smax-diagram:
- d. zijn de [artikelen 9.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.37&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [9.39 tot en met 9.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.5&artikel=9.39&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing;
- e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een synchrone condensor en de systeembeheerder de [artikelen 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, van overeenkomstige toepassing.
- a. zijn de aansluitvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 19, 29, 33 tot en met 37, 40 tot en met 46 en 51 tot en met 53 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, en de daarbij behorende artikelen van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van overeenkomstige toepassing;
- b. in afwijking van onderdeel a, juncto [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), geldt voor de frequentiegradiënt van een synchrone condensor een drempelwaarde van 2 Hertz per seconde gedurende een voortschrijdend tijdsvenster van 500 milliseconden;
- c. in afwijking van onderdeel a, juncto [artikel 3.27, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.27&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de synchrone condensor in staat bij variërende spanning ten minste een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,3 bij een spanning van 1,05 pu, gelijk aan 0,65 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,65 en 0,3 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu, en een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,9 pu, gelijk aan 0,5 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,5 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu, en is daarmee in staat blindvermogen te leveren of op te nemen ten minste binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Smax-diagram:
- d. zijn de [artikelen 9.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.37&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [9.39 tot en met 9.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.5&artikel=9.39&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing;
- e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een synchrone condensor en de systeembeheerder de [artikelen 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, van overeenkomstige toepassing.
5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing indien de synchrone condensor een volledig geïntegreerde systeemcomponent is.
@@ -226,7 +226,7 @@
##### Artikel 2.12
In aanvulling op de voorwaarden in [paragraaf 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gelden voor een aansluiting op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 1 kV de voorwaarden van deze paragraaf.
In aanvulling op de voorwaarden in [paragraaf 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gelden voor een aansluiting op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 1 kV de voorwaarden van deze paragraaf.
##### Artikel 2.13
@@ -250,11 +250,11 @@
##### Artikel 2.16
1. [Artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2026-02-21&g=2026-02-21) is van overeenkomstige toepassing op laagspanningsaansluitingen die deel uitmaken van met koppeling te realiseren aansluitingen als bedoeld in [artikel 3.39, eerste lid, onderdeel b, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.39).
1. [Artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2026-03-01&g=2026-03-01) is van overeenkomstige toepassing op laagspanningsaansluitingen die deel uitmaken van met koppeling te realiseren aansluitingen als bedoeld in [artikel 3.39, eerste lid, onderdeel b, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.39).
2. Indien de aansluitingswerkzaamheden met betrekking tot het verbreken van het laagspanningssysteem, om een fysieke verbinding van de installatie van de aangeslotene met dat laagspanningssysteem tot stand te brengen, onder spanning dient plaats te vinden ten behoeve van de handhaving van de ongestoorde transportdienst bij andere aangeslotenen, toont het bedrijf dat de aansluitingswerkzaamheden verricht aan dat:
- a. de personen die de bedoelde werkzaamheden uitvoeren, beschikken over de in [artikel 2.30, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde aanwijzing;
- a. de personen die de bedoelde werkzaamheden uitvoeren, beschikken over de in [artikel 2.30, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.30&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde aanwijzing;
- b. de personen die de bedoelde werkzaamheden uitvoeren, beschikken over de voor het onder spanning werken vereiste aanvullende opleidingen en bevoegdheden; en
@@ -264,9 +264,9 @@
##### Artikel 2.17
1. In aanvulling op de voorwaarden in [paragraaf 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gelden voor een aansluiting op een wisselstroomsysteem, ongeacht het spanningsniveau, de voorwaarden van deze paragraaf.
2. In afwijking van het eerste lid, gelden de bepalingen van de [artikelen 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet voor systeemkoppelingen.
1. In aanvulling op de voorwaarden in [paragraaf 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gelden voor een aansluiting op een wisselstroomsysteem, ongeacht het spanningsniveau, de voorwaarden van deze paragraaf.
2. In afwijking van het eerste lid, gelden de bepalingen van de [artikelen 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet voor systeemkoppelingen.
##### Artikel 2.18
@@ -284,7 +284,7 @@
- f. groter dan 100 MVA wordt aangesloten op een systeem met een spanningsniveau groter dan 66 kV.
2. Op basis van het eerste lid bepaalt de systeembeheerder, rekening houdend met de [artikelen 2.24 tot en met 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en met de aard en de omvang van de elektrische installatie, in welke vorm van de in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) genoemde vormen de transportcapaciteit op de aansluiting ter beschikking wordt gesteld.
2. Op basis van het eerste lid bepaalt de systeembeheerder, rekening houdend met de [artikelen 2.24 tot en met 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en met de aard en de omvang van de elektrische installatie, in welke vorm van de in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) genoemde vormen de transportcapaciteit op de aansluiting ter beschikking wordt gesteld.
3. In gebieden waar geen systeem met een spanningsniveau van 25 kV tot en met 66 kV voorhanden is, wordt op een systeem met het naast hoger of lager spanningsniveau aangesloten. De systeembeheerder dient daartoe de waarden voor de aansluitcapaciteit aan te passen.
@@ -310,7 +310,7 @@
##### Artikel 2.21
In aanvulling op de voorwaarden in de [paragrafen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gelden voor aansluitingen op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 1 kV de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf.
In aanvulling op de voorwaarden in de [paragrafen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gelden voor aansluitingen op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 1 kV de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf.
##### Artikel 2.22
@@ -336,7 +336,7 @@
- c. de tijden dat niet het volledige vermogen van de installatie wordt benut en de omvang van het dan ingeschakelde vermogen en
- d. voor zover van toepassing, de overige gegevens, bedoeld in [bijlage 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=15&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- d. voor zover van toepassing, de overige gegevens, bedoeld in [bijlage 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=15&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Indien er wijzigingen worden aangebracht in de installatie of apparatuur achter een overdrachtspunt van een aansluiting als bedoeld in het eerste lid, meldt de aangeslotene dit aan de systeembeheerder teneinde te kunnen beoordelen of continuering van de onbemeten situatie verantwoord is.
@@ -356,7 +356,7 @@
- d. de aangeslotene bij de systeembeheerder een verzoek heeft ingediend tot verlaging van de doorlaatwaarde van de aansluiting tot een waarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A.
2. [Artikel 2.22, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is van overeenkomstige toepassing op een installatie als bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 2.22, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is van overeenkomstige toepassing op een installatie als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 2.24
@@ -390,9 +390,9 @@
##### Artikel 2.27
1. In aanvulling op de voorwaarden in de [paragrafen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gelden voor een aansluiting op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau groter dan 1 kV de voorwaarden van deze paragraaf.
2. In afwijking van het eerste lid, geldt [artikel 2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet voor systeemkoppelingen.
1. In aanvulling op de voorwaarden in de [paragrafen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gelden voor een aansluiting op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau groter dan 1 kV de voorwaarden van deze paragraaf.
2. In afwijking van het eerste lid, geldt [artikel 2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet voor systeemkoppelingen.
##### Artikel 2.28
@@ -448,7 +448,7 @@
- c. toont aan dat het beschikt over aantoonbare ervaring met het uitvoeren van desbetreffende aansluitingswerkzaamheden aan de desbetreffende installaties en met de daarin toegepaste materialen en bedrijfsmiddelen en op het desbetreffende spanningsniveau.
3. Indien het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert niet over de bedoelde ervaring beschikt, maar wel aan de overige voorwaarden uit het tweede lid, onderdelen a en b, en eventueel [artikel 2.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21), wordt voldaan, vinden de werkzaamheden plaats onder toezicht van de systeembeheerder op kosten van het bedoelde bedrijf.
3. Indien het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert niet over de bedoelde ervaring beschikt, maar wel aan de overige voorwaarden uit het tweede lid, onderdelen a en b, en eventueel [artikel 2.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01), wordt voldaan, vinden de werkzaamheden plaats onder toezicht van de systeembeheerder op kosten van het bedoelde bedrijf.
4. Het in bedrijf nemen van de (gewijzigde) aansluiting geschiedt pas na:
@@ -460,7 +460,7 @@
##### Artikel 2.31
1. In aanvulling op [artikel 2.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voldoen de elektrische installatie en de daarin opgenomen machines, toestellen, materialen en onderdelen aan NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en "Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems".
1. In aanvulling op [artikel 2.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voldoen de elektrische installatie en de daarin opgenomen machines, toestellen, materialen en onderdelen aan NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en "Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems".
2. In geval van een aansluiting op een hoogspanningssysteem, toont de aangeslotene door middel van berekening aan dat zijn elektrische installatie voldoet aan het eerste lid.
@@ -468,7 +468,7 @@
4. Indien een van de leden twee of drie van toepassing is, wordt de wijze van toepassing van de NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en "Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems" vastgelegd in een uitvoeringsinstructie en als bijlage toegevoegd aan de aansluit- en transportovereenkomst.
5. In aanvulling op [artikel 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) is voor de aansluiting van éénfasige tractievoedingen op hoogspanningssystemen de “Richtlijn voor harmonische stromen en netspanningsasymmetrie bij éénfasige 25 kV-voedingen” uit maart 1999, uitgegeven door EnergieNed van toepassing.
5. In aanvulling op [artikel 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) is voor de aansluiting van éénfasige tractievoedingen op hoogspanningssystemen de “Richtlijn voor harmonische stromen en netspanningsasymmetrie bij éénfasige 25 kV-voedingen” uit maart 1999, uitgegeven door EnergieNed van toepassing.
### Hoofdstuk 3. Aansluitvoorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden
@@ -496,11 +496,11 @@
##### Artikel 3.4
In afwijking van [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ligt de arbeidsfactor in het overdrachtspunt van een aansluiting waarachter zich een elektriciteitsproductie-eenheid bevindt tussen 0,9 capacitief en 0,9 inductief.
In afwijking van [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ligt de arbeidsfactor in het overdrachtspunt van een aansluiting waarachter zich een elektriciteitsproductie-eenheid bevindt tussen 0,9 capacitief en 0,9 inductief.
##### Artikel 3.5
1. In geval van een elektriciteitsproductie-eenheid gebruik makend van warmtekrachtkoppeling die rechtstreeks of als onderdeel van een installatie wordt aangesloten op een laagspanningssysteem, informeert de aangeslotene de systeembeheerder van het voornemen tot invoeding in afwijking van [artikel 2.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21), binnen een maand na de inbedrijfname van de elektriciteitsproductie-eenheid.
1. In geval van een elektriciteitsproductie-eenheid gebruik makend van warmtekrachtkoppeling die rechtstreeks of als onderdeel van een installatie wordt aangesloten op een laagspanningssysteem, informeert de aangeslotene de systeembeheerder van het voornemen tot invoeding in afwijking van [artikel 2.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01), binnen een maand na de inbedrijfname van de elektriciteitsproductie-eenheid.
2. De in het eerste lid bedoelde afwijking is niet van toepassing indien sprake is van het op projectmatige basis gepland installeren van meerdere elektriciteitsproductie-eenheden gebruik makend van warmtekrachtkoppeling binnen een deelsysteem.
@@ -544,7 +544,7 @@
1. Wanneer bij een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid compensatiecondensatoren worden toegepast, wordt de omvang daarvan en het aantal stappen waarin deze worden geschakeld in overleg met de beheerder van de elektriciteitsproductie-eenheid door de systeembeheerder bepaald.
2. Een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid mag, indien de systeemspanning buiten de gestelde grenzen genoemd in [artikel 3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), komt, zich van het systeem vrijschakelen. Na uitschakeling mag de door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid direct weer inschakelen.
2. Een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid mag, indien de systeemspanning buiten de gestelde grenzen genoemd in [artikel 3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), komt, zich van het systeem vrijschakelen. Na uitschakeling mag de door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid direct weer inschakelen.
#### § 3.3. Aansluitvoorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type A als bedoeld in artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG)
@@ -552,9 +552,9 @@
1. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden.
2. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, kleiner dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A groter dan of gelijk aan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gestelde voorwaarden, met uitzondering van de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, kleiner dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A groter dan of gelijk aan 11 kW, aangesloten op een laagspanningssysteem, voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gestelde voorwaarden, met uitzondering van de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 3.11
@@ -628,7 +628,7 @@
##### Artikel 3.13
1. In afwijking van [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ligt de arbeidsfactor van een elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningssysteem of op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, in het overdrachtspunt tussen 0,98 capacitief en 0,98 inductief.
1. In afwijking van [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ligt de arbeidsfactor van een elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningssysteem of op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, in het overdrachtspunt tussen 0,98 capacitief en 0,98 inductief.
2. De elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een midden- of hoogspanningssysteem is voorzien van een bedrijfsmeting.
@@ -648,35 +648,35 @@
8. In overleg met de systeembeheerder gaat de aangeslotene door berekeningen na of en zo ja door welke maatregelen, de bijdrage aan het kortsluitvermogen door de elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een midden- of hoogspanningssysteem, redelijkerwijs kan worden beperkt.
9. De elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een middenspanningssysteem of op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is, in aanvulling op [artikel 3.11, eerste en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), in staat om op het systeem aangesloten en in bedrijf te blijven:
9. De elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een middenspanningssysteem of op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is, in aanvulling op [artikel 3.11, eerste en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), in staat om op het systeem aangesloten en in bedrijf te blijven:
- a. gedurende 3 minuten bij een spanning op het overdrachtspunt tussen 0,85 pu en 0,90 pu, waarbij geldt dat het werkzame vermogen mag worden gereduceerd tot 80% van de maximum capaciteit;
- b. overeenkomstig de in [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde perioden
- b. overeenkomstig de in [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde perioden
- 1°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband tussen 0,9 pu en 1,1 pu voor een frequentiebereik van 50 tot 51,5 Hz;
- 2°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband die lineair verloopt van 0,9 pu en 1,01 pu bij 47,5 Hz tot 0,9 en 1,1 pu bij 50 Hz.
10. De elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een middenspanningssysteem of op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is op grond van het negende lid en op grond van [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) in staat aangesloten en in bedrijf te blijven binnen de in onderstaand diagram weergegeven tijdsperioden, frequentiebereiken en spanningsbanden.
11. Indien [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een kortere tijdsperiode toestaat dan het negende en tiende lid, prevaleert artikel 3.11, eerste lid.
12. Indien het negende en tiende lid een kortere tijdsperiode toestaat dan [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), prevaleert het negende lid.
10. De elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een middenspanningssysteem of op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is op grond van het negende lid en op grond van [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) in staat aangesloten en in bedrijf te blijven binnen de in onderstaand diagram weergegeven tijdsperioden, frequentiebereiken en spanningsbanden.
11. Indien [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een kortere tijdsperiode toestaat dan het negende en tiende lid, prevaleert artikel 3.11, eerste lid.
12. Indien het negende en tiende lid een kortere tijdsperiode toestaat dan [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), prevaleert het negende lid.
13. De elektriciteitsproductie-eenheid die met gebruikmaking van de vrijstellingen voor productie als bedoeld in [artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.5), [artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.6), [artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.7), artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, [artikel 3.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.8) en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het [Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745) is aangesloten op een hoogspanningssysteem of op het onderliggende middenspanningssysteem dient voldoende snel en selectief afgeschakeld of afgeregeld te kunnen worden, in een uitvalsituatie als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen van het Energiebesluit. Aan deze eis is voldaan indien:
- a. de systeembeheerder de elektriciteitsproductie-eenheid kan afschakelen of afregelen door middel van een aan te bieden signaal op of in de nabijheid van het overdrachtspunt van de aansluiting;
- b. de systeembeheerder en de aangeslotene overeenkomstig [artikel 9.35, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21), overeenkomen dat de systeembeheerder de aansluiting afschakelt of afregelt; of
- c. de systeembeheerder en de aangeslotene overeenkomstig [artikel 9.35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21), overeenkomen dat voor het afschakelen of afregelen gebruik gemaakt kan worden van de in artikel 13, zesde lid, en artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) bedoelde interface of de in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) bedoelde regelbaarheid.
- b. de systeembeheerder en de aangeslotene overeenkomstig [artikel 9.35, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01), overeenkomen dat de systeembeheerder de aansluiting afschakelt of afregelt; of
- c. de systeembeheerder en de aangeslotene overeenkomstig [artikel 9.35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01), overeenkomen dat voor het afschakelen of afregelen gebruik gemaakt kan worden van de in artikel 13, zesde lid, en artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) bedoelde interface of de in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) bedoelde regelbaarheid.
#### § 3.4. Aansluitvoorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B als bedoeld in artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG)
##### Artikel 3.14
Elektriciteitsproductie-eenheden van het type B voldoen aan de voorwaarden in deze paragraaf en aan de voorwaarden in [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) met uitzondering van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
Elektriciteitsproductie-eenheden van het type B voldoen aan de voorwaarden in deze paragraaf en aan de voorwaarden in [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) met uitzondering van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 3.15
@@ -908,15 +908,15 @@
##### Artikel 3.19
1. Indien het feitelijke gedrag van de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 5 MW tijdens een storingssituatie daartoe aanleiding geeft, kan de transmissiesysteembeheerder aan de betrokken aangeslotene verzoeken aan te tonen dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de technische eisen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De aangeslotene toont binnen twee maanden na het in het eerste lid bedoelde verzoek aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de technische eisen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Indien het feitelijke gedrag van de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 5 MW tijdens een storingssituatie daartoe aanleiding geeft, kan de transmissiesysteembeheerder aan de betrokken aangeslotene verzoeken aan te tonen dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de technische eisen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De aangeslotene toont binnen twee maanden na het in het eerste lid bedoelde verzoek aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de technische eisen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Op verzoek van de aangeslotene kan de transmissiesysteembeheerder een langere termijn vaststellen dan de in het tweede lid genoemde termijn en kan hij de in het tweede lid genoemde termijn of de met toepassing van dit artikel vastgestelde langere termijn verlengen.
##### Artikel 3.20
1. De beproevingen, waarmee aan een verzoek als bedoeld in [artikel 3.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), kan worden voldaan, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de transmissiesysteembeheerder van de beproevingen worden gespecificeerd door de transmissiesysteembeheerder en gepubliceerd op diens website.
1. De beproevingen, waarmee aan een verzoek als bedoeld in [artikel 3.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), kan worden voldaan, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de transmissiesysteembeheerder van de beproevingen worden gespecificeerd door de transmissiesysteembeheerder en gepubliceerd op diens website.
2. Indien uit de beproevingsresultaten blijkt dat de elektriciteitsproductie-eenheid niet aan de eisen voldoet, verplicht de transmissiesysteembeheerder de aangeslotene om maatregelen te nemen. De transmissiesysteembeheerder stelt, na de aangeslotene daarover te hebben gehoord, een termijn voor het uitvoeren van de maatregelen vast. Nadat de maatregelen genomen zijn, wordt de beproeving herhaald.
@@ -928,9 +928,9 @@
1. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden.
2. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 3.22
@@ -942,7 +942,7 @@
- c. De tolerantie voor de nieuwe referentiewaarde bedraagt 2% van de maximumcapaciteit.
2. Onverminderd [artikel 3.11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de elektriciteitsproductie-eenheid is in staat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen te activeren overeenkomstig de volgende parameters, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG):
2. Onverminderd [artikel 3.11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de elektriciteitsproductie-eenheid is in staat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen te activeren overeenkomstig de volgende parameters, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG):
- a. de frequentiedrempelwaarde is instelbaar tussen 49,5 en 49,8 Hz;
@@ -1022,9 +1022,9 @@
##### Artikel 3.24
1. Het U-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het U-Q/Pmax-profiel als bedoeld in [artikel 3.17, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. Het P-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het P-Q/Pmax-profiel als bedoeld in [artikel 3.17, vijfde tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Het U-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het U-Q/Pmax-profiel als bedoeld in [artikel 3.17, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. Het P-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het P-Q/Pmax-profiel als bedoeld in [artikel 3.17, vijfde tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De tijdsperiodes voor een power park module om over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn P-Q/Pmax-profiel worden overeengekomen tussen de aangeslotene en de distributiesysteembeheerder, in overleg met de transmissiesysteembeheerder. De overeengekomen tijdsperiodes worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
@@ -1060,11 +1060,11 @@
1. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden.
2. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.11, zesde lid en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
4. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.22, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.11, zesde lid en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de in [paragraaf 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gestelde voorwaarden, met uitzondering van [artikel 3.22, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 3.26
@@ -1120,11 +1120,11 @@
6. De aangeslotene en de transmissiesysteembeheerder bereiken overeenstemming over de instellingen van de synchronisatieapparatuur, als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG). De overeenstemming wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
7. De combinatie van spanningseisen als bedoeld in het eerste lid en de frequentie-eisen als bedoeld in [artikel 3.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), gelden bij een spanningsgradiënt van maximaal 0,05 pu/min en een frequentiegradiënt van maximaal 0,5 %/min.
7. De combinatie van spanningseisen als bedoeld in het eerste lid en de frequentie-eisen als bedoeld in [artikel 3.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), gelden bij een spanningsgradiënt van maximaal 0,05 pu/min en een frequentiegradiënt van maximaal 0,5 %/min.
##### Artikel 3.27
1. De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een systeem met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat blindvermogen te leveren, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), overeenkomstig [artikel 3.23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.23&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een systeem met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat blindvermogen te leveren, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), overeenkomstig [artikel 3.23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.23&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG):
@@ -1152,13 +1152,13 @@
##### Artikel 3.28
1. In afwijking van [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de power park module aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG):
1. In afwijking van [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de power park module aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG):
- a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu; en
- b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,0 bij een spanning tussen 1 pu en 1,05 pu.
2. In afwijking van [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de power park module aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG):
2. In afwijking van [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de power park module aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG):
- a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,95 pu tot 1,05 pu; en
@@ -1166,9 +1166,9 @@
3. In aanvulling op het eerste lid is het toegestaan het werkzame vermogen, zoveel als met het oog op de begrenzing door de maximale stroom technisch nodig is, te verminderen ten gunste van het leveren van blindvermogen binnen het deel van het U-Q/Pmax-profiel dat begrensd wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,2 en 0,33 bij een spanning tussen 0,90 pu en 0,95 pu en het profiel overeenkomstig het eerste lid.
4. In afwijking van [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de power park module aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is op grond van het eerste tot en met het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram:
5. Indien de power park module via een transformator met een onder belasting verstelbare trappenschakelaar (on-line step changer) is aangesloten op een transmissiesysteem is de afwijking bedoeld in het derde lid en in [artikel 3.17, derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), uitsluitend toegestaan gedurende de regelactie van de trappenschakelaar van de transformator.
4. In afwijking van [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de power park module aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is op grond van het eerste tot en met het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram:
5. Indien de power park module via een transformator met een onder belasting verstelbare trappenschakelaar (on-line step changer) is aangesloten op een transmissiesysteem is de afwijking bedoeld in het derde lid en in [artikel 3.17, derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), uitsluitend toegestaan gedurende de regelactie van de trappenschakelaar van de transformator.
##### Artikel 3.29
@@ -1180,13 +1180,13 @@
1. Offshore-power park modules voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden.
2. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.11, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.13, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), gestelde voorwaarden.
3. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van het eerste en zevende lid, [artikel 3.17, tiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.18, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), gestelde voorwaarden.
4. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van het zevende lid, en [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21) met uitzondering van het eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden.
5. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.26, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.28, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.28&z=2026-02-21&g=2026-02-21), gestelde voorwaarden.
2. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.11, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.13, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), gestelde voorwaarden.
3. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van het eerste en zevende lid, [artikel 3.17, tiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.18, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), gestelde voorwaarden.
4. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van het zevende lid, en [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01) met uitzondering van het eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden.
5. Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in [artikel 3.26, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.28, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.28&z=2026-03-01&g=2026-03-01), gestelde voorwaarden.
##### Artikel 3.31
@@ -1216,7 +1216,7 @@
4. De offshore-power park module, aangesloten op een systeem met een spanningsniveau lager dan 300 kV is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram:
5. Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is [artikel 3.17, achtste en tiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), behalve het twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules. In het geval dat de vereiste waarde van sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning, als bedoeld in artikel 3.17, twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, leidt tot ongewenste activering van extra blindstroominjectie, kan de systeembeheerder een andere waarde overeenkomen met de aangeslotene die beschikt over een offshore-power park module en deze vastleggen in de aansluit- en transportovereenkomst.
5. Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is [artikel 3.17, achtste en tiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), behalve het twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules. In het geval dat de vereiste waarde van sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning, als bedoeld in artikel 3.17, twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, leidt tot ongewenste activering van extra blindstroominjectie, kan de systeembeheerder een andere waarde overeenkomen met de aangeslotene die beschikt over een offshore-power park module en deze vastleggen in de aansluit- en transportovereenkomst.
##### Artikel 3.32
@@ -1256,7 +1256,7 @@
6. Voor de aansluiting van de offshore-power park module op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee kan, in afwijking van artikel 27 en artikel 15, vijfde lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631), de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee met de aangeslotene overeenkomen dat een black-start-mogelijkheid niet vereist is.
7. In aanvulling op de [artikelen 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gelden voor een aansluiting van de offshore-power park module op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee de volgende eisen ten aanzien van harmonische emissielimieten:
7. In aanvulling op de [artikelen 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gelden voor een aansluiting van de offshore-power park module op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee de volgende eisen ten aanzien van harmonische emissielimieten:
- a. Het compatibiliteitsniveau voor de totale harmonische vervorming (THD) op een (66 kV) overdrachtspunt van een aansluiting van een offshore-power park module bedraagt:
@@ -1274,7 +1274,7 @@
##### Artikel 3.33
Indien de lokale systeemkenmerken daartoe aanleiding geven, kunnen de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee en de aangeslotenen op een offshore-platform overeenkomen om voor alle offshore-power park modules aangesloten op dat offshore-platform af te wijken van één of meer van de in de [artikelen 3.30 tot en met 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.30&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde voorwaarden. In dat geval worden de afwijkende voorwaarden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
Indien de lokale systeemkenmerken daartoe aanleiding geven, kunnen de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee en de aangeslotenen op een offshore-platform overeenkomen om voor alle offshore-power park modules aangesloten op dat offshore-platform af te wijken van één of meer van de in de [artikelen 3.30 tot en met 3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.30&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde voorwaarden. In dat geval worden de afwijkende voorwaarden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
### Hoofdstuk 4. Aansluitvoorwaarden voor verbruiksinstallaties
@@ -1296,7 +1296,7 @@
1. De maximale kortsluitstroom, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), wordt in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd.
2. In afwijking van [artikel 2.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), informeert de transmissiesysteembeheerder de aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie en overlegt met hem voor zover van toepassing bij eerste aansluiting en bij latere wijzigingen van het systeem omtrent:
2. In afwijking van [artikel 2.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), informeert de transmissiesysteembeheerder de aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie en overlegt met hem voor zover van toepassing bij eerste aansluiting en bij latere wijzigingen van het systeem omtrent:
- a. de minimum en maximum waarde van de kortsluitstroom, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), tijdens de normale bedrijfstoestand;
@@ -1314,7 +1314,7 @@
##### Artikel 4.4
1. De arbeidsfactor, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), varieert, in afwijking van [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), in het overdrachtspunt van de aansluiting van een verbruiksinstallatie:
1. De arbeidsfactor, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), varieert, in afwijking van [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), in het overdrachtspunt van de aansluiting van een verbruiksinstallatie:
- a. zonder lokale elektriciteitsproductie tussen 0,9 (inductief) en 1,0;
@@ -1370,9 +1370,9 @@
##### Artikel 5.1
1. In aanvulling op de voorwaarden in de [paragrafen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gelden voor een aansluiting van een distributiesysteem op een ander systeem de voorwaarden van deze paragraaf.
2. De voorwaarden in [paragraaf 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van [artikelen 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), zijn van overeenkomstige toepassing op distributiesystemen, als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC).
1. In aanvulling op de voorwaarden in de [paragrafen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gelden voor een aansluiting van een distributiesysteem op een ander systeem de voorwaarden van deze paragraaf.
2. De voorwaarden in [paragraaf 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van [artikelen 4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), zijn van overeenkomstige toepassing op distributiesystemen, als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC).
##### Artikel 5.2
@@ -1424,17 +1424,17 @@
##### Artikel 5.7
1. In aanvulling op de voorwaarden in [paragraaf 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gelden voor een aansluiting van een gesloten systeem op een systeem de voorwaarden van deze paragraaf voor zover van toepassing op het spanningsniveau waarop het gesloten systeem aangesloten is op het systeem van de systeembeheerder. In paragraaf 5.1 dient dan in plaats van ‘de systeembeheerders’ gelezen te worden ‘de beheerder van het gesloten systeem en de systeembeheerder’.
2. De voorwaarden in [paragraaf 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zijn van overeenkomstige toepassing op gesloten systemen die vraagsturing leveren aan een systeembeheerder.
1. In aanvulling op de voorwaarden in [paragraaf 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gelden voor een aansluiting van een gesloten systeem op een systeem de voorwaarden van deze paragraaf voor zover van toepassing op het spanningsniveau waarop het gesloten systeem aangesloten is op het systeem van de systeembeheerder. In paragraaf 5.1 dient dan in plaats van ‘de systeembeheerders’ gelezen te worden ‘de beheerder van het gesloten systeem en de systeembeheerder’.
2. De voorwaarden in [paragraaf 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zijn van overeenkomstige toepassing op gesloten systemen die vraagsturing leveren aan een systeembeheerder.
##### Artikel 5.8
1. De beheerder van een gesloten systeem draagt er ten behoeve van het gebruik van het elektronisch berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van deze code en [artikel 9.1.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=9.1.2), zorg voor dat hij:
- a. daartoe op grond van [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van deze code respectievelijk [artikel 9.1.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=9.1.6) gerechtigd is;
- b. de [artikelen 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van het tweede lid, [2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.23&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.12, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [10.4 tot en met 10.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.23&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [10.24, eerste lid, onderdeel b en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [10.25, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21), inclusief de [bijlagen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.12, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.14, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [12.31 tot en met 12.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) toepast voor de aansluitingen op zijn gesloten systeem; en
1. De beheerder van een gesloten systeem draagt er ten behoeve van het gebruik van het elektronisch berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van deze code en [artikel 9.1.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=9.1.2), zorg voor dat hij:
- a. daartoe op grond van [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van deze code respectievelijk [artikel 9.1.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=9.1.6) gerechtigd is;
- b. de [artikelen 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van het tweede lid, [2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.23&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.12, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [10.4 tot en met 10.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.23&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [10.24, eerste lid, onderdeel b en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [10.25, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01), inclusief de [bijlagen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.12, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.14, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [12.31 tot en met 12.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) toepast voor de aansluitingen op zijn gesloten systeem; en
- c. de [Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934), met uitzondering van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&hoofdstuk=3), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&hoofdstuk=5) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&hoofdstuk=8) alsmede van de [artikelen 2.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=2.1.2), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=9.1.1) en [9.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=9.1.3) toepast voor de aansluitingen op zijn gesloten systeem.
@@ -1442,13 +1442,13 @@
##### Artikel 5.9
1. De beheerder van een gesloten systeem faciliteert de aangeslotenen op zijn gesloten systeem vrijwillige biedingen te doen overeenkomstig [artikel 9.1, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. Indien de beheerder van een gesloten systeem overeenkomstig [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21) biedingen moet doen of indien aangeslotenen op een gesloten systeem gebruik willen maken van de mogelijkheid tot vrijwillige biedingen overeenkomstig artikel 9.1, eerste of tweede lid, maakt de beheerder van het gesloten systeem een keuze uit één van de volgende mogelijkheden om dit te faciliteren:
- a. de beheerder van het gesloten systeem wijst een congestiedienstverlener (in geval van biedingen overeenkomstig [artikel 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), derde of vierde lid) of een balanceringsdienstverlener (in geval van biedingen overeenkomstig [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21)) aan en deze functioneert als de congestiedienstverlener of balanceringsdienstverlener als bedoeld in artikel 9.1, derde of vierde lid, of in artikel 9.42 voor alle deelnemende aangeslotenen op het betreffende gesloten systeem die hun flexibiliteit via de beheerder van het gesloten systeem ter beschikking stellen aan de systeembeheerder of aan de systeembeheerder van het eventuele bovenliggende systeem;
- b. de beheerder van een gesloten systeem draagt er zorg voor dat de op zijn gesloten systeem aangesloten derden die flexibiliteit leveren aan de systeembeheerder of de transmissiesysteembeheerder, dan wel de door die derden aan te wijzen congestiedienstverlener of balanceringsdienstverlener, zelfstandig deel kunnen nemen aan het elektronische berichtenverkeer als bedoeld in [artikel 12.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. De beheerder van een gesloten systeem faciliteert de aangeslotenen op zijn gesloten systeem vrijwillige biedingen te doen overeenkomstig [artikel 9.1, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. Indien de beheerder van een gesloten systeem overeenkomstig [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01) biedingen moet doen of indien aangeslotenen op een gesloten systeem gebruik willen maken van de mogelijkheid tot vrijwillige biedingen overeenkomstig artikel 9.1, eerste of tweede lid, maakt de beheerder van het gesloten systeem een keuze uit één van de volgende mogelijkheden om dit te faciliteren:
- a. de beheerder van het gesloten systeem wijst een congestiedienstverlener (in geval van biedingen overeenkomstig [artikel 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), derde of vierde lid) of een balanceringsdienstverlener (in geval van biedingen overeenkomstig [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01)) aan en deze functioneert als de congestiedienstverlener of balanceringsdienstverlener als bedoeld in artikel 9.1, derde of vierde lid, of in artikel 9.42 voor alle deelnemende aangeslotenen op het betreffende gesloten systeem die hun flexibiliteit via de beheerder van het gesloten systeem ter beschikking stellen aan de systeembeheerder of aan de systeembeheerder van het eventuele bovenliggende systeem;
- b. de beheerder van een gesloten systeem draagt er zorg voor dat de op zijn gesloten systeem aangesloten derden die flexibiliteit leveren aan de systeembeheerder of de transmissiesysteembeheerder, dan wel de door die derden aan te wijzen congestiedienstverlener of balanceringsdienstverlener, zelfstandig deel kunnen nemen aan het elektronische berichtenverkeer als bedoeld in [artikel 12.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
### Hoofdstuk 6. Aansluitvoorwaarden voor HVDC-systemen en DC-aangesloten power park modules
@@ -1574,7 +1574,7 @@
- a. de snelle foutstroomregelmodus zonder voorgeschreven foutstroom waarbij het HVDC-converterstation in staat is om in het geval van symmetrische (driefasen) en asymmetrische storingen de spanningsverandering op het overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-converterstation tegen te werken; of
- b. de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom waarbij [artikel 3.17, tiende lid, twaalfde lid en veertiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van overeenkomstige toepassing is op het HVDC-converterstation, waarbij “overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-converterstation” gelezen dient te worden in plaats van “aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheid van de power park module”.
- b. de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom waarbij [artikel 3.17, tiende lid, twaalfde lid en veertiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van overeenkomstige toepassing is op het HVDC-converterstation, waarbij “overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-converterstation” gelezen dient te worden in plaats van “aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheid van de power park module”.
3. De transmissiesysteembeheerder en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen de regelmodus of regelmodi alsmede ingeval van de in onderdeel a bedoelde regelmodus het principe en de prestatieparameters van de regelmodus, overeen, en leggen dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
@@ -1626,13 +1626,13 @@
3. Een HVDC-convertorstation is op grond van het eerste en het tweede lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand P-Q/Pmax-diagram:
4. De variatie van het blindvermogen, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), leidt niet tot een spanningsstap in het transmissiesysteem die groter is dan de grenswaarden voor snelle spanningsvariaties die volgen uit de bepalingen van [artikel 2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
4. De variatie van het blindvermogen, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), leidt niet tot een spanningsstap in het transmissiesysteem die groter is dan de grenswaarden voor snelle spanningsvariaties die volgen uit de bepalingen van [artikel 2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 6.11
1. Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is het HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de drie regelmodi bedoeld in artikel 22 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), waarbij de transmissiesysteembeheerder de gewenste regelmodus vaststelt.
2. Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is, in aanvulling op de regelmodi, genoemd in het eerste lid, een HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de spanningsregelmodus, waarbij het blindvermogen zich bevindt binnen een door de transmissiesysteembeheerder gespecificeerde bandbreedte en waarbij de referentiewaarde voor de spanning wordt afgestemd op het uitgewisselde blindvermogen, als bedoeld in [artikel 3.24, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 9.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.37&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is, in aanvulling op de regelmodi, genoemd in het eerste lid, een HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de spanningsregelmodus, waarbij het blindvermogen zich bevindt binnen een door de transmissiesysteembeheerder gespecificeerde bandbreedte en waarbij de referentiewaarde voor de spanning wordt afgestemd op het uitgewisselde blindvermogen, als bedoeld in [artikel 3.24, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 9.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.37&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De dode band van de spanningsregeling, bedoeld in artikel 22, derde lid, onderdeel b, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), kan worden aangepast in stappen van 0,5% van de 1 pu-referentiespanning.
@@ -1654,7 +1654,7 @@
##### Artikel 6.13
1. In overeenstemming met artikel 24 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC) voldoet een HVDC-systeem aan de normen voor elektromagnetische compatibiliteit, zoals opgenomen in de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. In overeenstemming met artikel 24 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC) voldoet een HVDC-systeem aan de normen voor elektromagnetische compatibiliteit, zoals opgenomen in de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. In aanvulling op deze artikelen komen de systeembeheerder en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem, in overleg met de transmissiesysteembeheerder, eisen voor harmonischen overeen, en leggen deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
@@ -1702,7 +1702,7 @@
##### Artikel 6.16
Een HVDC-convertorstation is in staat om gedurende het onder spanning brengen van dat station of de synchronisatie ervan met het wisselstroomsysteem, dan wel gedurende de aansluiting van een onder spanning gebracht HVDC-convertorstation op een HVDC-systeem, bedoeld in artikel 28 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), de spanningsschommelingen te beperken tot de grenswaarden voor snelle spanningsvariaties die volgen uit [artikel 2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
Een HVDC-convertorstation is in staat om gedurende het onder spanning brengen van dat station of de synchronisatie ervan met het wisselstroomsysteem, dan wel gedurende de aansluiting van een onder spanning gebracht HVDC-convertorstation op een HVDC-systeem, bedoeld in artikel 28 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), de spanningsschommelingen te beperken tot de grenswaarden voor snelle spanningsvariaties die volgen uit [artikel 2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 6.17
@@ -1836,11 +1836,11 @@
4. De DC-aangesloten power park module is in staat zich automatisch te ontkoppelen, als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel c, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), bij lage frequenties en bij hoge frequenties. De transmissiesysteembeheerder komt de voorwaarden en instellingen voor automatische ontkoppeling overeen met de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module en neemt deze op in de aansluit- en transportovereenkomst.
5. Op de DC-aangesloten power park module is [artikel 3.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [artikel 3.15, derde en achtste tot en met elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [artikel 3.17, tiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 3.26, derde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van overeenkomstige toepassing.
5. Op de DC-aangesloten power park module is [artikel 3.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [artikel 3.15, derde en achtste tot en met elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [artikel 3.17, tiende tot en met zestiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 3.26, derde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van overeenkomstige toepassing.
6. Het uitgangsvermogen van een DC-aangesloten power park module wijzigt, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), niet als gevolg van een wijziging van de frequentie, behalve wanneer het werkzame vermogen wordt gemoduleerd als gevolg van de frequentierespons van de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – overfrequentie (LFSM-O), gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie (LFSM-U) en frequentiegevoelige modus (FSM).
7. Op de DC-aangesloten power park module is [artikel 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van het zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
7. Op de DC-aangesloten power park module is [artikel 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van het zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.29
@@ -1874,35 +1874,35 @@
##### Artikel 6.30
1. De DC-aangesloten power park module voldoet ook tijdens het onder spanning brengen en gedurende de periode volgend op de synchronisatie aan de eisen in de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. De DC-aangesloten power park module voldoet ook tijdens het onder spanning brengen en gedurende de periode volgend op de synchronisatie aan de eisen in de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, specificeert in overleg met de transmissiesysteembeheerder de uitgangssignalen, als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), die de DC-aangesloten power park module verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder en aan de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
##### Artikel 6.31
1. Voor de methode en de condities op basis waarvan de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee het minimum- en maximumkortsluitvermogen bepaalt, als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), geldt dat [artikel 6.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van onderdeel d, van overeenkomstige toepassing is.
1. Voor de methode en de condities op basis waarvan de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee het minimum- en maximumkortsluitvermogen bepaalt, als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), geldt dat [artikel 6.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van onderdeel d, van overeenkomstige toepassing is.
2. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module de netwerkequivalenten, als bedoeld in artikel 42, onderdeel c, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), die het gedrag van het systeem beschrijven voor frequenties tot ten minste 2.500 Hz.
##### Artikel 6.32
Voor de beveiliging van de DC-aangesloten power park module en overige onderdelen van de elektrische installatie, als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), is [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing.
Voor de beveiliging van de DC-aangesloten power park module en overige onderdelen van de elektrische installatie, als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), is [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.33
1. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert als bedoeld in artikel 44 van [Verordening (EU)2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), in aanvulling op de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.32&z=2026-02-21&g=2026-02-21) de eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
2. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert als bedoeld in artikel 44 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), in aanvulling op [artikel 2.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de eisen voor de spanningsasymmetrie waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
1. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert als bedoeld in artikel 44 van [Verordening (EU)2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), in aanvulling op de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.32&z=2026-03-01&g=2026-03-01) de eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
2. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert als bedoeld in artikel 44 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), in aanvulling op [artikel 2.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de eisen voor de spanningsasymmetrie waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
#### § 6.3. Eisen voor remote-end HVDC-convertorstations
##### Artikel 6.34
Remote-end HVDC-convertorstations voldoen, overeenkomstig artikel 46 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), aan de eisen uit [paragraaf 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en aan de eisen uit deze paragraaf.
Remote-end HVDC-convertorstations voldoen, overeenkomstig artikel 46 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), aan de eisen uit [paragraaf 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en aan de eisen uit deze paragraaf.
##### Artikel 6.35
1. Indien de nominale frequentie in het systeem waarop de DC-aangesloten power park modules en het remote-end HVDC-convertorstation zijn aangesloten, een andere vaste waarde heeft dan 50 Hz of variabel is, specificeert de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee de frequentiebereiken, behorend bij de tijdsperiodes die in [artikel 6.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zijn gespecificeerd, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
1. Indien de nominale frequentie in het systeem waarop de DC-aangesloten power park modules en het remote-end HVDC-convertorstation zijn aangesloten, een andere vaste waarde heeft dan 50 Hz of variabel is, specificeert de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee de frequentiebereiken, behorend bij de tijdsperiodes die in [artikel 6.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zijn gespecificeerd, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
2. Het HVDC-systeem, waarvan het remote-end HVDC-convertorstation deel uitmaakt, is in staat de systeemfrequentie op het aansluitpunt in de synchrone zone, waaraan het HVDC-systeem is gekoppeld, als snel signaal te verstrekken als bedoeld in artikel 47, tweede lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC).
@@ -1914,17 +1914,17 @@
3. Voor remote-end HVDC-convertorstations aangesloten op een systeem waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning kleiner is dan 110 kV gelden de overeenkomstige, in pu-waarden opgestelde, eisen als voor remote-end HVDC-convertorstations aangesloten op een systeem waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning gelijk is aan 110 kV.
4. Voor remote-end HVDC-convertorstations is [artikel 6.29, vierde tot en met achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=6.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van overeenkomstige toepassing.
4. Voor remote-end HVDC-convertorstations is [artikel 6.29, vierde tot en met achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.2&artikel=6.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.37
De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module de systeemkenmerken, als bedoeld in artikel 49 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), berekend overeenkomstig [artikel 6.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module de systeemkenmerken, als bedoeld in artikel 49 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), berekend overeenkomstig [artikel 6.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 6.38
1. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert in aanvulling op de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.32&z=2026-02-21&g=2026-02-21) de eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, bedoeld in artikel 50 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
2. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert in aanvulling op [artikel 2.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
1. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert in aanvulling op de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [2.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.32&z=2026-03-01&g=2026-03-01) de eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, bedoeld in artikel 50 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
2. De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee specificeert in aanvulling op [artikel 2.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
### Hoofdstuk 7. Transportvoorwaarden
@@ -1940,9 +1940,9 @@
- c. driefasen-wisselstroom van lage spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz en een nominale spanning van 230 volt tussen de fasen;
- d. éénfase-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis van [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst;
- e. driefasen-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis van [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en wordt vastgelegd in het de aansluit- en transportovereenkomst.
- d. éénfase-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis van [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst;
- e. driefasen-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis van [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en wordt vastgelegd in het de aansluit- en transportovereenkomst.
##### Artikel 7.2
@@ -1966,21 +1966,21 @@
- d. een tijdsblokgebonden transportrecht.
4. Op een groepstransportovereenkomst zijn de [artikelen 7.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [7.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet van toepassing.
5. Op het deel van het transportrecht dat overeenkomstig de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet vast is, is [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing.
4. Op een groepstransportovereenkomst zijn de [artikelen 7.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [7.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet van toepassing.
5. Op het deel van het transportrecht dat overeenkomstig de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet vast is, is [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing.
##### Artikel 7.3
1. De systeembeheerder kan het transportrecht, bedoeld in [artikel 7.2, derde lid, onderdelen b, c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21), opschorten wanneer vast komt te staan dat de aangeslotene twee keer of meer de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) heeft geschonden en de systeembeheerder de aangeslotene hierover schriftelijk heeft geïnformeerd.
2. Bij de beslissing om het transportrecht op te schorten, houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. De systeembeheerder beëindigt de opschorting wanneer de aangeslotene aan de systeembeheerder aantoont maatregelen te hebben getroffen die voorkomen dat de aangeslotene nogmaals de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) schendt.
4. Indien de aangeslotene na beëindiging van de opschorting ondanks de getroffen maatregelen nogmaals de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) schendt, kan de systeembeheerder het transportrecht waarvan de voorwaarden geschonden zijn, laten vervallen.
5. Bij de beslissing om het transportrecht te laten vervallen houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. De systeembeheerder kan het transportrecht, bedoeld in [artikel 7.2, derde lid, onderdelen b, c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01), opschorten wanneer vast komt te staan dat de aangeslotene twee keer of meer de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) heeft geschonden en de systeembeheerder de aangeslotene hierover schriftelijk heeft geïnformeerd.
2. Bij de beslissing om het transportrecht op te schorten, houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De systeembeheerder beëindigt de opschorting wanneer de aangeslotene aan de systeembeheerder aantoont maatregelen te hebben getroffen die voorkomen dat de aangeslotene nogmaals de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) schendt.
4. Indien de aangeslotene na beëindiging van de opschorting ondanks de getroffen maatregelen nogmaals de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) schendt, kan de systeembeheerder het transportrecht waarvan de voorwaarden geschonden zijn, laten vervallen.
5. Bij de beslissing om het transportrecht te laten vervallen houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 7.4
@@ -1998,9 +1998,9 @@
1. Een volledig variabel transportrecht geeft de aangeslotene transportrecht ter grootte van het transportvermogen dat de systeembeheerder uiterlijk voor de gatesluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan de dag waarop het beoogde transport zal plaatsvinden ten behoeve van de aangeslotene vrijgeeft.
2. De voorwaarden voor het volledig variabel transportrecht worden in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd en bevatten tenminste de voorwaarden, bedoeld in [bijlage 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=1&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. Het volledig variabele transportrecht wordt aangeboden aan een aangeslotene met een grote aansluiting in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), waarbij geldt dat de tariefstructuren als bedoeld in de[artikelen 3.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.14), en [3.15 van de Tarievencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.15) van toepassing zijn.
2. De voorwaarden voor het volledig variabel transportrecht worden in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd en bevatten tenminste de voorwaarden, bedoeld in [bijlage 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=1&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Het volledig variabele transportrecht wordt aangeboden aan een aangeslotene met een grote aansluiting in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), waarbij geldt dat de tariefstructuren als bedoeld in de[artikelen 3.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.14), en [3.15 van de Tarievencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.15) van toepassing zijn.
4. De systeembeheerder informeert de aangeslotene voorafgaand aan het overeenkomen van een volledig variabel transportrecht over:
@@ -2012,7 +2012,7 @@
##### Artikel 7.6
1. Een tijdsduurgebonden transportrecht geeft de aangeslotene transportrecht tot een hoeveelheid ter grootte van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding, gedurende het in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde percentage van het aantal uren in een kalenderjaar met inachtneming van de [paragrafen 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van de [artikelen 7.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [7.26, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Een tijdsduurgebonden transportrecht geeft de aangeslotene transportrecht tot een hoeveelheid ter grootte van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding, gedurende het in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde percentage van het aantal uren in een kalenderjaar met inachtneming van de [paragrafen 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van de [artikelen 7.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [7.26, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De voorwaarden voor het tijdsduurgebonden transportrecht worden in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd en bevatten tenminste de voorwaarden, bedoeld in bijlage 1, eerste lid.
@@ -2022,23 +2022,23 @@
- b. de verwachte bijdrage van het tijdsduurgebonden transportrecht van een individuele aangeslotene aan de belastingduurkromme op basis van de prognoses voor het voor de beschikbare transportcapaciteit meest kritische jaar in de periode tot 15 jaar na 1 april 2025 van het station waarop diens aansluiting is aangesloten, of in geval van vermaasde systemen van de voor de die aangeslotene beschikbare transportcapaciteit meest bepalende locatie in het systeem, wordt begrensd ter linkerzijde door de lijn van 1.314 uur, ter rechterzijde door de lijn van 8.760 uur en in hoogte, in geval de aansluiting:
- 1°. zich bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door het verschil tussen de maximale fysieke belastbaarheid van de relevante beperkende systeemelement(en) en de waarde van de belastingduurkromme waarop deze de lijn van 1.314 uur snijdt;
- 2°. zich niet bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door het verschil tussen de maximale waarde van de belastingduurkromme en de waarde van de belastingduurkromme waarop deze de lijn van 1.314 uur snijdt;
- 1°. zich bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door het verschil tussen de maximale fysieke belastbaarheid van de relevante beperkende systeemelement(en) en de waarde van de belastingduurkromme waarop deze de lijn van 1.314 uur snijdt;
- 2°. zich niet bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door het verschil tussen de maximale waarde van de belastingduurkromme en de waarde van de belastingduurkromme waarop deze de lijn van 1.314 uur snijdt;
- c. op grond van onderdeel b de verwachtte bijdrage van het tijdsduurgebonden transportrecht van de aangeslotene aan de belastingduurkromme, in geval de aansluiting:
- 1°. zich bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is begrensd als schematisch weergegeven in het groene gebied in onderstaand diagram met een fictieve belastingsduurkromme;
- 2°. zich niet bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is begrensd als schematisch weergegeven in het groene gebied in onderstaand diagram met een fictieve belastingsduurkromme; en
- 1°. zich bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is begrensd als schematisch weergegeven in het groene gebied in onderstaand diagram met een fictieve belastingsduurkromme;
- 2°. zich niet bevindt in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is begrensd als schematisch weergegeven in het groene gebied in onderstaand diagram met een fictieve belastingsduurkromme; en
- d. de tariefstructuren, bedoeld in de [artikelen 3.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.14), en [3.15, eerste lid, van de Tarievencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.15), van toepassing zijn.
##### Artikel 7.7
1. Een tijdsblokgebonden transportrecht geeft de aangeslotene transportrecht gedurende de in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde tijdsblokken in hele uren tot een hoeveelheid ter grootte van het in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde deel van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding, indien van toepassing gedifferentieerd per tijdsblok, met inachtneming van [paragraaf 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van de [artikelen 7.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [7.26, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De voorwaarden voor het tijdsblokgebonden transportrecht worden in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd en bevatten tenminste de voorwaarden, bedoeld in [bijlage 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=1&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Een tijdsblokgebonden transportrecht geeft de aangeslotene transportrecht gedurende de in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde tijdsblokken in hele uren tot een hoeveelheid ter grootte van het in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde deel van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding, indien van toepassing gedifferentieerd per tijdsblok, met inachtneming van [paragraaf 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van de [artikelen 7.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [7.26, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.4&artikel=7.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De voorwaarden voor het tijdsblokgebonden transportrecht worden in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd en bevatten tenminste de voorwaarden, bedoeld in [bijlage 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=1&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Het tijdsblokgebonden transportrecht, bedoeld in het eerste lid, is beschikbaar voor een aangeslotene met een grote aansluiting aangesloten op een distributiesysteem, waarbij geldt dat:
@@ -2140,7 +2140,7 @@
##### Artikel 7.9
1. Indien op grond van [artikel 7.8, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21), aanpassingen aan de meetinrichting of de meethulpmiddelen nodig zijn, zijn de voor onderdeel d benodigde aanpassingen gereed op het moment van afsluiten van de groepstransportovereenkomst en zijn de voor onderdeel e benodigde aanpassingen gereed uiterlijk zes maanden na het afsluiten van de groepstransportovereenkomst.
1. Indien op grond van [artikel 7.8, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01), aanpassingen aan de meetinrichting of de meethulpmiddelen nodig zijn, zijn de voor onderdeel d benodigde aanpassingen gereed op het moment van afsluiten van de groepstransportovereenkomst en zijn de voor onderdeel e benodigde aanpassingen gereed uiterlijk zes maanden na het afsluiten van de groepstransportovereenkomst.
2. De systeembeheerder kan, indien hij dit nodig acht om de veiligheid en betrouwbaarheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer te borgen, bij het aangaan of wijzigen van een groepstransportovereenkomst aan één of meer aansluitingen die deelnemen aan een groep, in aanvulling op het door de groep gecontracteerde transportvermogen voor invoeding of voor afname en de aansluitcapaciteit van de individuele aansluitingen:
@@ -2148,7 +2148,7 @@
- b. verplicht stellen dat de aangeslotenen die deel uitmaken van de groep op de deelnemende aansluiting(en) op eigen kosten een technische voorziening installeren teneinde de opgelegde beperking te borgen.
3. Indien de systeembeheerder het op grond van het tweede lid noodzakelijk acht om een beperking op te leggen en/of een voorziening te verplichten, informeert de systeembeheerder de gemachtigde van de groep van aangeslotenen hierover schriftelijk binnen een redelijke termijn, waarbij het standpunt van de systeembeheerder is voorzien van een deugdelijke motivering aan de hand van de criteria genoemd in [artikel 7.8, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 4°, punt i tot en met iv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21), over de noodzaak van deze beperking en/of de voorziening, inclusief de relevante informatie die de systeembeheerder bij zijn standpunt heeft betrokken.
3. Indien de systeembeheerder het op grond van het tweede lid noodzakelijk acht om een beperking op te leggen en/of een voorziening te verplichten, informeert de systeembeheerder de gemachtigde van de groep van aangeslotenen hierover schriftelijk binnen een redelijke termijn, waarbij het standpunt van de systeembeheerder is voorzien van een deugdelijke motivering aan de hand van de criteria genoemd in [artikel 7.8, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 4°, punt i tot en met iv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01), over de noodzaak van deze beperking en/of de voorziening, inclusief de relevante informatie die de systeembeheerder bij zijn standpunt heeft betrokken.
4. De systeembeheerder houdt rekening met de belangen van de groep van aangeslotenen die deelneemt aan een groepstransportovereenkomst en informeert de gemachtigde van de groep vooraf indien aanpassing van het systeem nodig is vanuit het oogpunt van veiligheid, betrouwbaarheid of doelmatig systeembeheer voor zover die systeemaanpassing van invloed is op de groep.
@@ -2156,7 +2156,7 @@
##### Artikel 7.10
1. Alvorens een groepstransportovereenkomst in werking treedt en voorts bij elke wijziging van de groepstransportovereenkomst vergewist de systeembeheerder zich ervan dat de groep in staat is te borgen dat het gecontracteerd transportvermogen en, indien van toepassing, de in [artikel 7.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde beperking, niet worden overschreden.
1. Alvorens een groepstransportovereenkomst in werking treedt en voorts bij elke wijziging van de groepstransportovereenkomst vergewist de systeembeheerder zich ervan dat de groep in staat is te borgen dat het gecontracteerd transportvermogen en, indien van toepassing, de in [artikel 7.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde beperking, niet worden overschreden.
2. Voor de toetsing, bedoeld in het eerste lid, stellen de gezamenlijke systeembeheerders in samenspraak met relevante organisaties transparante toetsingsprotocollen op, welke uiterlijk 1 juli 2026 gepubliceerd worden op een door of namens de gezamenlijke systeembeheerders beheerde website.
@@ -2168,17 +2168,17 @@
##### Artikel 7.11
1. De systeembeheerder informeert de gemachtigde van een groep van aangeslotenen die deelneemt aan een groepstransportovereenkomst schriftelijk over elke overtreding van de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. In aanvulling op [artikel 7.3, eerste tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), geldt dat de systeembeheerder bij een groepstransportovereenkomst het transportrecht, bedoeld in [artikel 7.2, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21), kan opschorten wanneer vast komt te staan dat de groep van aangeslotenen twee keer of meer de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21) heeft geschonden en de systeembeheerder de in artikel 7.8, eerste lid, onderdeel c, bedoelde gemachtigde hierover schriftelijk heeft geïnformeerd.
3. Bij de beslissing om het transportrecht op te schorten houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
4. De systeembeheerder beëindigt de in het derde lid bedoelde opschorting wanneer de gemachtigde aan de systeembeheerder aantoont dat de groep van aangeslotenen maatregelen heeft getroffen die voorkomen dat de groep nogmaals de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21) schendt.
5. Indien de groep van aangeslotenen na beëindiging van de opschorting ondanks de getroffen maatregelen nogmaals de voorwaarden van de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21) schendt, kan de systeembeheerder het transportrecht waarvan de voorwaarden geschonden zijn, laten vervallen.
6. Bij de beslissing om het transportrecht te laten vervallen houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. De systeembeheerder informeert de gemachtigde van een groep van aangeslotenen die deelneemt aan een groepstransportovereenkomst schriftelijk over elke overtreding van de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. In aanvulling op [artikel 7.3, eerste tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), geldt dat de systeembeheerder bij een groepstransportovereenkomst het transportrecht, bedoeld in [artikel 7.2, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01), kan opschorten wanneer vast komt te staan dat de groep van aangeslotenen twee keer of meer de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01) heeft geschonden en de systeembeheerder de in artikel 7.8, eerste lid, onderdeel c, bedoelde gemachtigde hierover schriftelijk heeft geïnformeerd.
3. Bij de beslissing om het transportrecht op te schorten houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. De systeembeheerder beëindigt de in het derde lid bedoelde opschorting wanneer de gemachtigde aan de systeembeheerder aantoont dat de groep van aangeslotenen maatregelen heeft getroffen die voorkomen dat de groep nogmaals de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01) schendt.
5. Indien de groep van aangeslotenen na beëindiging van de opschorting ondanks de getroffen maatregelen nogmaals de voorwaarden van de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01) schendt, kan de systeembeheerder het transportrecht waarvan de voorwaarden geschonden zijn, laten vervallen.
6. Bij de beslissing om het transportrecht te laten vervallen houdt de systeembeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden in de [artikelen 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 7.12. [gereserveerd]
@@ -2208,9 +2208,9 @@
- c. het meest aannemelijke profiel voor de belasting van het beperkende systeemelement op basis van een berekening van het verwachte profiel en richting van transport van de aangeslotenen, rekening houdend met de topologie van het systeem;
- d. informatie die hij op grond van [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ontvangt;
- e. de mogelijkheden om overeenkomstig [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), fysieke congestie op te lossen; en
- d. informatie die hij op grond van [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ontvangt;
- e. de mogelijkheden om overeenkomstig [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), fysieke congestie op te lossen; en
- f. overheidsbeleid dat van invloed is op de inrichting van het systeem, als bedoeld in [artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3°, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.3).
@@ -2222,17 +2222,17 @@
##### Artikel 7.15
1. Indien bij een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46) de gevraagde transportcapaciteit de beschikbare transportcapaciteit als bedoeld in [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), overschrijdt, onderzoekt de systeembeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de gevraagde transportcapaciteit en beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De systeembeheerder onderzoekt daartoe:
1. Indien bij een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46) de gevraagde transportcapaciteit de beschikbare transportcapaciteit als bedoeld in [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), overschrijdt, onderzoekt de systeembeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de gevraagde transportcapaciteit en beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De systeembeheerder onderzoekt daartoe:
- a. de mogelijkheid om de gevraagde transportcapaciteit te verlagen;
- b. de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan systeemverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten;
- c. de mogelijkheid overeenkomstig [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), het optreden van fysieke congestie op te lossen;
- d. volgens de procedure van de [artikelen 7.18 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de mogelijkheid om congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21) toe te passen;
- e. in het geval van de transmissiesysteembeheerder, de mogelijkheid om overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), het optreden van fysieke congestie op te lossen.
- c. de mogelijkheid overeenkomstig [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), het optreden van fysieke congestie op te lossen;
- d. volgens de procedure van de [artikelen 7.18 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de mogelijkheid om congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01) toe te passen;
- e. in het geval van de transmissiesysteembeheerder, de mogelijkheid om overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), het optreden van fysieke congestie op te lossen.
2. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het met één of meer van de genoemde mogelijkheden lukt de gevraagde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de beschikbare transportcapaciteit, voert de systeembeheerder dit zo snel mogelijk uit.
@@ -2242,31 +2242,31 @@
##### Artikel 7.16
1. Indien de systeembeheerder op grond van [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voorziet dat in een systeem de beschikbare transportcapaciteit, als bedoeld in [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ontoereikend is en er geen sprake is van een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport maar van groei binnen de tussen de aangeslotenen en de systeembeheerder overeengekomen gecontracteerde transportvermogens voor afname en voor invoeding en de van toepassing zijnde doorlaatwaardes, of wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, onderzoekt de systeembeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de benodigde transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De systeembeheerder onderzoekt daartoe:
1. Indien de systeembeheerder op grond van [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voorziet dat in een systeem de beschikbare transportcapaciteit, als bedoeld in [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ontoereikend is en er geen sprake is van een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport maar van groei binnen de tussen de aangeslotenen en de systeembeheerder overeengekomen gecontracteerde transportvermogens voor afname en voor invoeding en de van toepassing zijnde doorlaatwaardes, of wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, onderzoekt de systeembeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de benodigde transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De systeembeheerder onderzoekt daartoe:
- a. de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan systeemverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten;
- b. de mogelijkheid overeenkomstig [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), het optreden van fysieke congestie op te lossen;
- c. volgens de procedure van de [artikelen 7.18 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de mogelijkheid om congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21) toe te passen;
- d. in het geval van de transmissiesysteembeheerder de mogelijkheid overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), het optreden van fysieke congestie op te lossen.
- b. de mogelijkheid overeenkomstig [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), het optreden van fysieke congestie op te lossen;
- c. volgens de procedure van de [artikelen 7.18 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de mogelijkheid om congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01) toe te passen;
- d. in het geval van de transmissiesysteembeheerder de mogelijkheid overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), het optreden van fysieke congestie op te lossen.
2. Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat het met één of meer van de genoemde mogelijkheden lukt de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, voert de systeembeheerder dit zo snel mogelijk uit.
3. Indien uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat er op korte termijn geen of onvoldoende mogelijkheid blijkt om de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, past de systeembeheerder de procedure overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en de [artikelen 9.31 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) toe om de benodigde transportcapaciteit te verlagen.
4. Wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, als bedoeld in het eerste lid, door een wijziging in het beschikbare aanbod van flexibiliteitsdiensten als bedoeld in artikel 9.14, eerste lid, onderzoekt de systeembeheerder of in het congestiegebied aan artikel 13, derde lid, onder c of d, van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943) wordt voldaan en gaat de systeembeheerder indien mogelijk over tot de toepassing van congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. Indien uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat er op korte termijn geen of onvoldoende mogelijkheid blijkt om de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, past de systeembeheerder de procedure overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en de [artikelen 9.31 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) toe om de benodigde transportcapaciteit te verlagen.
4. Wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, als bedoeld in het eerste lid, door een wijziging in het beschikbare aanbod van flexibiliteitsdiensten als bedoeld in artikel 9.14, eerste lid, onderzoekt de systeembeheerder of in het congestiegebied aan artikel 13, derde lid, onder c of d, van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943) wordt voldaan en gaat de systeembeheerder indien mogelijk over tot de toepassing van congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 7.17
Systeembeheerders communiceren op een publiek toegankelijke website aangeslotenen en overige belanghebbenden over de uitvoering van de [artikelen 8.19, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.18 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [9.25 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
Systeembeheerders communiceren op een publiek toegankelijke website aangeslotenen en overige belanghebbenden over de uitvoering van de [artikelen 8.19, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.18 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [9.25 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 7.18
1. De systeembeheerder meldt op grond van de [artikelen 7.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of [7.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door middel van een vooraankondiging op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website dat er voor een afgebakend en duidelijk gedefinieerd gebied dat geen kritisch systeemelement omvat sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde situatie zich voordoet op de deelsystemen van gekoppelde systemen die door verschillende systeembeheerders worden beheerd, doen de systeembeheerders van die systemen gezamenlijk de vooraankondiging dat er sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit. In dat geval dient in de rest van dit artikel en in de [artikelen 7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) in plaats van ‘de systeembeheerder’ gelezen te worden ‘de betrokken systeembeheerders’. Voor zover nodig en beschikbaar delen de betrokken systeembeheerders onderling de informatie verkregen op grond van de [artikelen 12.1 tot en met 12.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. De systeembeheerder meldt op grond van de [artikelen 7.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of [7.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door middel van een vooraankondiging op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website dat er voor een afgebakend en duidelijk gedefinieerd gebied dat geen kritisch systeemelement omvat sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde situatie zich voordoet op de deelsystemen van gekoppelde systemen die door verschillende systeembeheerders worden beheerd, doen de systeembeheerders van die systemen gezamenlijk de vooraankondiging dat er sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit. In dat geval dient in de rest van dit artikel en in de [artikelen 7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) in plaats van ‘de systeembeheerder’ gelezen te worden ‘de betrokken systeembeheerders’. Voor zover nodig en beschikbaar delen de betrokken systeembeheerders onderling de informatie verkregen op grond van de [artikelen 12.1 tot en met 12.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde vooraankondiging zal ten minste de volgende gegevens bevatten:
@@ -2284,39 +2284,39 @@
##### Artikel 7.19
1. In het onderzoek, als bedoeld in de [artikelen 7.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [7.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21), onderzoekt de systeembeheerder voor een gebied waarvoor de systeembeheerder een vooraankondiging heeft afgegeven, de mogelijkheden voor de toepassing van congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. In het onderzoek, als bedoeld in de [artikelen 7.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [7.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01), onderzoekt de systeembeheerder voor een gebied waarvoor de systeembeheerder een vooraankondiging heeft afgegeven, de mogelijkheden voor de toepassing van congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De volgende uitzonderingen gelden voor het toepassen van congestiemanagement, als bedoeld in het eerste lid:
- a. de systeembeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen als de periode van het verwachte tekort aan beschikbare transportcapaciteit korter duurt dan 1 jaar en het congestiegebied in drie jaar daarvoor geen congestiegebied is geweest of onderdeel uitmaakte van een of meer congestiegebieden beheerd door de desbetreffende systeembeheerder;
- b. de systeembeheerder past geen niet-marktgebaseerde redispatch toe om de vraag naar transport van verbruikende aangeslotenen te verminderen ten behoeve van een verzoek als bedoeld in [artikel 7.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- c. de systeembeheerder hoeft per congestiegebied geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor geldt dat de kosten voor congestiemanagement gedurende de periode de systeembeheerder hoeft per congestiegebied geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor geldt dat de kosten voor congestiemanagement gedurende de periode vanaf de vooraankondiging als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), tot het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit, groter is dan de financiële grens. Deze financiële grens bedraagt 1,02 euro per MWh van de hoeveelheid elektriciteit die met de aanwezige transportcapaciteit kan worden getransporteerd in dit congestiegebied gedurende de periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen;
- d. de systeembeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor de benodigde transportcapaciteit groter is dan de technische grens van de aanwezige transportcapaciteit. Deze technische grens bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit vermeerderd met het aanwezige regelbaar vermogen, tot een maximum van 150% van de aanwezige transportcapaciteit. Bij de bepaling van deze technische grens worden aansluitingen die gebruik maken van [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [artikel 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet betrokken;
- b. de systeembeheerder past geen niet-marktgebaseerde redispatch toe om de vraag naar transport van verbruikende aangeslotenen te verminderen ten behoeve van een verzoek als bedoeld in [artikel 7.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- c. de systeembeheerder hoeft per congestiegebied geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor geldt dat de kosten voor congestiemanagement gedurende de periode de systeembeheerder hoeft per congestiegebied geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor geldt dat de kosten voor congestiemanagement gedurende de periode vanaf de vooraankondiging als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), tot het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit, groter is dan de financiële grens. Deze financiële grens bedraagt 1,02 euro per MWh van de hoeveelheid elektriciteit die met de aanwezige transportcapaciteit kan worden getransporteerd in dit congestiegebied gedurende de periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen;
- d. de systeembeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor de benodigde transportcapaciteit groter is dan de technische grens van de aanwezige transportcapaciteit. Deze technische grens bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit vermeerderd met het aanwezige regelbaar vermogen, tot een maximum van 150% van de aanwezige transportcapaciteit. Bij de bepaling van deze technische grens worden aansluitingen die gebruik maken van [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [artikel 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet betrokken;
- e. de technische grens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit indien het beperkende systeemelement gelegen is in het laagspanningssysteem; of
- f. de systeembeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waardoor het toegestane kortsluitvermogen van het systeem wordt overschreden.
3. De systeembeheerder publiceert het onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website voor invoedingscongestie binnen zes maanden na het doen van de vooraankondiging en voor afnamecongestie binnen twaalf maanden na het doen van de vooraankondiging, als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21). Het onderzoeksrapport bevat ten minste de elementen als benoemd in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=2&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
4. Indien de systeembeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van [artikel 7.15, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt of de in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), gemelde vooraankondiging, om wat voor reden dan ook, is komen te vervallen, doet de systeembeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, of na het bekend worden van elke andere reden, melding via de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten:
3. De systeembeheerder publiceert het onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website voor invoedingscongestie binnen zes maanden na het doen van de vooraankondiging en voor afnamecongestie binnen twaalf maanden na het doen van de vooraankondiging, als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01). Het onderzoeksrapport bevat ten minste de elementen als benoemd in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=2&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. Indien de systeembeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van [artikel 7.15, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt of de in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), gemelde vooraankondiging, om wat voor reden dan ook, is komen te vervallen, doet de systeembeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, of na het bekend worden van elke andere reden, melding via de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten:
- a. het gebied waarop de melding betrekking heeft; en
- b. een verklaring waarom de vooraankondiging is komen te vervallen.
5. Indien de systeembeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van [artikel 7.16, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt, doet de systeembeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, melding via de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten:
5. Indien de systeembeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van [artikel 7.16, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt, doet de systeembeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, melding via de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten:
- a. het gebied waarop de melding betrekking heeft; en
- b. de termijn waarbinnen overgegaan zal worden op de procedure overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en de [artikelen 9.31 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21). Deze termijn zal niet korter zijn dan een week.
- b. de termijn waarbinnen overgegaan zal worden op de procedure overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en de [artikelen 9.31 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01). Deze termijn zal niet korter zijn dan een week.
##### Artikel 7.20
1. Indien op basis van het in [artikel 7.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde onderzoek blijkt dat in het congestiegebied waarvoor een vooraankondiging is afgegeven congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21) een oplossing biedt, doet de systeembeheerder binnen één week na afronding van het onderzoek aan de hierna in onderdeel a bedoelde aangeslotenen in het congestiegebied hiervan melding.
1. Indien op basis van het in [artikel 7.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde onderzoek blijkt dat in het congestiegebied waarvoor een vooraankondiging is afgegeven congestiemanagement overeenkomstig de [artikelen 9.13 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01) een oplossing biedt, doet de systeembeheerder binnen één week na afronding van het onderzoek aan de hierna in onderdeel a bedoelde aangeslotenen in het congestiegebied hiervan melding.
2. De melding bevat in ieder geval de volgende gegevens:
@@ -2330,7 +2330,7 @@
- e. een onderbouwing en motivering van de onmogelijkheid om de fysieke congestie binnen de in onderdeel c genoemde periode op andere wijze op te lossen dan door het toepassen van congestiemanagement.
3. De melding als bedoeld in het eerste lid, alsmede het in het eerste lid bedoelde onderzoek en de uitkomsten daarvan, worden binnen één week na afronding van het in het eerste lid bedoelde onderzoek gepubliceerd op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website. Het onderzoeksrapport bevat de elementen zoals benoemd in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=2&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. De melding als bedoeld in het eerste lid, alsmede het in het eerste lid bedoelde onderzoek en de uitkomsten daarvan, worden binnen één week na afronding van het in het eerste lid bedoelde onderzoek gepubliceerd op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website. Het onderzoeksrapport bevat de elementen zoals benoemd in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=2&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. De systeembeheerder doet de in het eerste lid bedoelde melding tevens aan systeembeheerders van wie het systeem gekoppeld is met het systeem van het in het eerste lid bedoelde congestiegebied en aan de transmissiesysteembeheerder.
@@ -2348,41 +2348,41 @@
2. De systeembeheerder honoreert een verzoek om prioriteit voor zover:
- a. een partij een functie heeft zoals opgenomen in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21):
- 1°. indien de systeembeheerder vaststelt dat de verzoekende partij een congestieverzachter is overeenkomstig de omschrijving in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21); en
- 2°. indien de verzoeker contractuele afspraken heeft gemaakt met de systeembeheerder waarin is vastgelegd dat hij zich zal gedragen als congestieverzachter als bedoeld in de omschrijving in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- b. de (sub)functie is genoemd in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21):
- 1°. indien de verzoekende partij aangeeft dat hij een (sub)functie overeenkomstig de omschrijving in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) uitoefent;
- 2°. indien de verzoekende partij de in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) genoemde bewijsstukken heeft overgelegd aan de systeembeheerder; en
- a. een partij een functie heeft zoals opgenomen in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01):
- 1°. indien de systeembeheerder vaststelt dat de verzoekende partij een congestieverzachter is overeenkomstig de omschrijving in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01); en
- 2°. indien de verzoeker contractuele afspraken heeft gemaakt met de systeembeheerder waarin is vastgelegd dat hij zich zal gedragen als congestieverzachter als bedoeld in de omschrijving in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- b. de (sub)functie is genoemd in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01):
- 1°. indien de verzoekende partij aangeeft dat hij een (sub)functie overeenkomstig de omschrijving in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) uitoefent;
- 2°. indien de verzoekende partij de in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) genoemde bewijsstukken heeft overgelegd aan de systeembeheerder; en
- 3°. indien de gevraagde transportcapaciteit alleen wordt gebruikt voor de afname van elektriciteit.
3. De in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde bestuursverklaring bevat:
- a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving zoals opgenomen per (sub)functie in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of taken als bedoeld in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;
3. De in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde bestuursverklaring bevat:
- a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving zoals opgenomen per (sub)functie in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of taken als bedoeld in tabel 2 of 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;
- c. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;
- d. een verklaring dat de bewijsstukken als bedoeld in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) compleet zijn;
- d. een verklaring dat de bewijsstukken als bedoeld in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) compleet zijn;
- e. een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld; en
- f. instemming dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen indien de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of indien er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
4. In aanvulling op het derde lid, bevat de in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde bestuursverklaring voor de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3:
- f. instemming dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen indien de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of indien er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. In aanvulling op het derde lid, bevat de in tabel 4 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde bestuursverklaring voor de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3:
- a. indien er sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren;
- b. indien er sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.
5. De systeembeheerder spant zich in om binnen elk gebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), partijen te vinden als bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vast of de partij kwalificeert als congestieverzachter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
5. De systeembeheerder spant zich in om binnen elk gebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), partijen te vinden als bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vast of de partij kwalificeert als congestieverzachter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
6. De systeembeheerder toetst binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de verzoekende partij voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel b.
@@ -2396,51 +2396,51 @@
- c. hoe na een periode van staking, als bedoeld in onderdeel a, de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart.
9. In geval van een staking als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, vermeldt de systeembeheerder de reden voor het staken, de duur daarvan, hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit, bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, en hoe na een periode van staking de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart, bedoeld in het achtste lid, onderdeel c, op de website, bedoeld in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
9. In geval van een staking als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, vermeldt de systeembeheerder de reden voor het staken, de duur daarvan, hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit, bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, en hoe na een periode van staking de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart, bedoeld in het achtste lid, onderdeel c, op de website, bedoeld in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 7.22
1. De systeembeheerder hanteert voor het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46):
- a. indien het transportverzoek betrekking heeft op gebieden als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de volgorde van prioriteit als bedoeld in het derde lid; of
- a. indien het transportverzoek betrekking heeft op gebieden als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de volgorde van prioriteit als bedoeld in het derde lid; of
- b. indien het transportverzoek betrekking heeft op andere gebieden, de volgorde op basis van binnenkomst.
2. Indien een aanvrager op basis van [artikel 7.15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde als bedoeld in het eerste lid behouden.
2. Indien een aanvrager op basis van [artikel 7.15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde als bedoeld in het eerste lid behouden.
3. De systeembeheerder bepaalt de volgorde van prioriteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, als volgt:
- a. verzoeken uit tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), aan wie op grond van [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door de systeembeheerder prioriteit is toegekend hebben de hoogste prioriteit;
- b. verzoeken uit tabel 2 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), aan wie op grond van [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door de systeembeheerder prioriteit is toegekend hebben de op één na hoogste prioriteit;
- c. verzoeken uit tabel 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), aan wie op grond van [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door de systeembeheerder prioriteit is toegekend hebben de op twee na hoogste prioriteit;
- a. verzoeken uit tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), aan wie op grond van [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door de systeembeheerder prioriteit is toegekend hebben de hoogste prioriteit;
- b. verzoeken uit tabel 2 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), aan wie op grond van [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door de systeembeheerder prioriteit is toegekend hebben de op één na hoogste prioriteit;
- c. verzoeken uit tabel 3 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), aan wie op grond van [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door de systeembeheerder prioriteit is toegekend hebben de op twee na hoogste prioriteit;
- d. verzoeken van partijen zonder toegekende prioriteit krijgen geen prioriteit.
4. Voor partijen als bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) beoordeelt en rangschikt de systeembeheerder op een vooraf door de systeembeheerder vastgesteld moment de ontvangen verzoeken, bedoeld in [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), eerst op doelmatigheid. De systeembeheerder is transparant over de toetsingscriteria, de weging van de toetsingscriteria, de toepassing van de toetsingscriteria en de uitkomst van de toetsing op doelmatigheid, waarbij de systeembeheerder de uitkomst van de toetsing voorziet van een deugdelijke en voor partijen kenbare motivering. De systeembeheerder betrekt ten minste de volgende criteria bij de toets op doelmatigheid:
- a. de locatie van de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ten opzichte van het knelpunt of de knelpunten in het in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde gebied;
- b. de door de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), aangeboden hoeveelheid regelbaar vermogen;
- c. de ingangsdatum waarop het door de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar is en de datum waarop de systeembeheerder het regelbaar vermogen nodig heeft of verwacht te hebben;
- d. de periode waarin de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), het aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar stelt aan de systeembeheerder; en
- e. de prijs in €/MWh die de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) 3, vraagt voor de naar verwachting te leveren congestiemanagementdiensten, bedoeld in [artikel 9.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van de Systeemcode elektriciteit 2026.
4. Voor partijen als bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) beoordeelt en rangschikt de systeembeheerder op een vooraf door de systeembeheerder vastgesteld moment de ontvangen verzoeken, bedoeld in [artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), eerst op doelmatigheid. De systeembeheerder is transparant over de toetsingscriteria, de weging van de toetsingscriteria, de toepassing van de toetsingscriteria en de uitkomst van de toetsing op doelmatigheid, waarbij de systeembeheerder de uitkomst van de toetsing voorziet van een deugdelijke en voor partijen kenbare motivering. De systeembeheerder betrekt ten minste de volgende criteria bij de toets op doelmatigheid:
- a. de locatie van de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ten opzichte van het knelpunt of de knelpunten in het in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde gebied;
- b. de door de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), aangeboden hoeveelheid regelbaar vermogen;
- c. de ingangsdatum waarop het door de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar is en de datum waarop de systeembeheerder het regelbaar vermogen nodig heeft of verwacht te hebben;
- d. de periode waarin de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), het aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar stelt aan de systeembeheerder; en
- e. de prijs in €/MWh die de partij, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) 3, vraagt voor de naar verwachting te leveren congestiemanagementdiensten, bedoeld in [artikel 9.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van de Systeemcode elektriciteit 2026.
5. Voor partijen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, hanteert de systeembeheerder bij het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport, bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46) de volgorde die volgt uit de rangschikking op doelmatigheid, bedoeld in het vierde lid, en voor partijen als bedoeld in het derde lid, onderdelen b, c en d, de volgorde van het moment van binnenkomst van het transportverzoek.
5. Voordat de systeembeheerder een partij of meerdere partijen op basis van de volgorde, bedoeld in het derde en vierde lid, een aanbod doet voor het uitvoeren van transport als bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46), toetst de systeembeheerder in lijn met [artikel 7.21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), eerst alle verzoeken als bedoeld in artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b, die de systeembeheerder heeft ontvangen tot de dag voorafgaand aan het vrijkomen van transportcapaciteit.
5. Voordat de systeembeheerder een partij of meerdere partijen op basis van de volgorde, bedoeld in het derde en vierde lid, een aanbod doet voor het uitvoeren van transport als bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46), toetst de systeembeheerder in lijn met [artikel 7.21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), eerst alle verzoeken als bedoeld in artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b, die de systeembeheerder heeft ontvangen tot de dag voorafgaand aan het vrijkomen van transportcapaciteit.
##### Artikel 7.23
1. Indien de systeembeheerder op grond van [artikel 7.22, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en deze partij de met de systeembeheerder gemaakte contractuele afspraken, bedoeld in artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a, vervolgens niet nakomt, neemt de systeembeheerder de toegekende transportcapaciteit af.
2. Indien de systeembeheerder op grond van [artikel 7.22, derde lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en vervolgens blijkt dat deze partij in strijd met artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b, onjuiste of frauduleuze bewijsstukken heeft overgelegd bij zijn prioriteringsverzoek, neemt de systeembeheerder de met prioriteit toegekende transportcapaciteit af.
3. De systeembeheerder stelt de partij van wie transportcapaciteit is afgenomen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in staat om een nieuw verzoek tot het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46) en een verzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), in te dienen.
1. Indien de systeembeheerder op grond van [artikel 7.22, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en deze partij de met de systeembeheerder gemaakte contractuele afspraken, bedoeld in artikel 7.21, tweede lid, onderdeel a, vervolgens niet nakomt, neemt de systeembeheerder de toegekende transportcapaciteit af.
2. Indien de systeembeheerder op grond van [artikel 7.22, derde lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), prioriteit heeft gegeven aan een partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en vervolgens blijkt dat deze partij in strijd met artikel 7.21, tweede lid, onderdeel b, onjuiste of frauduleuze bewijsstukken heeft overgelegd bij zijn prioriteringsverzoek, neemt de systeembeheerder de met prioriteit toegekende transportcapaciteit af.
3. De systeembeheerder stelt de partij van wie transportcapaciteit is afgenomen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in staat om een nieuw verzoek tot het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in [artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46) en een verzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), in te dienen.
4. De systeembeheerder meldt afgenomen transportcapaciteit als bedoeld in het eerste en tweede lid binnen een maand na afname aan de Autoriteit Consument en Markt.
@@ -2462,7 +2462,7 @@
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, past de systeembeheerder het gecontracteerd transportvermogen voor afname behorende bij aansluitingen als bedoeld in het eerste lid maximaal eenmaal per jaar naar boven of beneden aan, indien de aangeslotene hier op redelijke gronden om verzoekt, bijvoorbeeld naar aanleiding van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien. De systeembeheerder kan nadere onderbouwing van de aangegeven gronden voor het verzoek verlangen. De nieuwe waarde gaat ten vroegste in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan.
4. Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede lid, is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
4. Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede lid, is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 7.26
@@ -2474,7 +2474,7 @@
4. Onverminderd het bepaalde in het eerste en het tweede lid past de systeembeheerder binnen twaalf maanden na de verhoging het gecontracteerd transportvermogen voor afname behorende bij aansluitingen als bedoeld in het eerste lid naar beneden aan, indien de aangeslotene hier op redelijke gronden om verzoekt, bijvoorbeeld naar aanleiding van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien. De systeembeheerder kan nadere onderbouwing van de aangegeven gronden voor het verzoek verlangen. De nieuwe waarde gaat ten vroegste in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan.
5. Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
5. Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 7.27
@@ -2482,7 +2482,7 @@
- a. de aangeslotene hier om verzoekt; en
- b. in geval van een aanpassing naar boven, overeenkomstig de [artikelen 7.13 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21) blijkt dat de beschikbare transportcapaciteit toereikend is voor de gewenste verhoging.
- b. in geval van een aanpassing naar boven, overeenkomstig de [artikelen 7.13 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01) blijkt dat de beschikbare transportcapaciteit toereikend is voor de gewenste verhoging.
##### Artikel 7.28. [gereserveerd]
@@ -2494,7 +2494,7 @@
1. De systeembeheerder kan het gecontracteerde transportvermogen van een aangeslotene verlagen indien:
- a. de desbetreffende aansluiting gelegen is in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21); en
- a. de desbetreffende aansluiting gelegen is in een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01); en
- b. de aangeslotene:
@@ -2528,7 +2528,7 @@
- a. voor zover beschikbaar, de hoogste kWmax-waarde van de aangeslotene over de voorafgaande 24 maanden;
- b. de prognoses, bedoeld in de [artikelen 12.11, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.12, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.13, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of [12.14, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- b. de prognoses, bedoeld in de [artikelen 12.11, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.12, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.13, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of [12.14, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- c. de informatie die volgt uit het tweede lid, onderdelen b, c en e; en
@@ -2544,7 +2544,7 @@
5. De in het vierde lid bedoelde aanpassing van het gecontracteerde transportvermogen gaat in op het moment dat de systeembeheerder het door de aangeslotene gecontracteerde transportvermogen aanpast in de aansluit- en transportovereenkomst en de systeembeheerder de aangeslotene hierover schriftelijk informeert.
6. Na een aanpassing als bedoeld in het vijfde lid kan het gecontracteerd transportvermogen conform [artikel 3.46 eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46) verhoogd worden, indien de aangeslotene hier om verzoekt en, indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de aangeslotene op grond van nieuwe prognoses als bedoeld in de [artikelen 12.11, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.12, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.13, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of [12.14, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), aannemelijk maakt dat hij het verzochte transportvermogen nodig heeft.
6. Na een aanpassing als bedoeld in het vijfde lid kan het gecontracteerd transportvermogen conform [artikel 3.46 eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46) verhoogd worden, indien de aangeslotene hier om verzoekt en, indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de aangeslotene op grond van nieuwe prognoses als bedoeld in de [artikelen 12.11, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.12, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.13, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of [12.14, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), aannemelijk maakt dat hij het verzochte transportvermogen nodig heeft.
7. Het gecontracteerd transportvermogen wordt niet aangepast bij:
@@ -2756,7 +2756,7 @@
1. De systeembeheerder evalueert binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar per meetlocatie het aantal opgetreden hinderlijke spanningsdips over de voorafgaande periode van vijf aaneengesloten kalenderjaren en de oorzaken van deze spanningsdips en maakt de resultaten van deze evaluatie openbaar binnen drie maanden na het begin van de evaluatie.
2. Indien het vijfjaargemiddelde van het jaarlijks op een meetlocatie gemeten aantal hinderlijke spanningsdips, niet zijnde spanningsdips ten gevolge van omstandigheden als bedoeld in [artikel 8.3, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), hoger is dan het in [artikel 7.8, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21), vermelde aantal voor de desbetreffende categorie, doet de systeembeheerder binnen drie maanden na de in het eerste lid bedoelde evaluatie een onderzoek naar de fysieke oorzaak en duur van deze spanningsdips en maakt de resultaten van dit onderzoek openbaar behoudens informatie die tot een individuele aansluiting herleidbaar is.
2. Indien het vijfjaargemiddelde van het jaarlijks op een meetlocatie gemeten aantal hinderlijke spanningsdips, niet zijnde spanningsdips ten gevolge van omstandigheden als bedoeld in [artikel 8.3, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), hoger is dan het in [artikel 7.8, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01), vermelde aantal voor de desbetreffende categorie, doet de systeembeheerder binnen drie maanden na de in het eerste lid bedoelde evaluatie een onderzoek naar de fysieke oorzaak en duur van deze spanningsdips en maakt de resultaten van dit onderzoek openbaar behoudens informatie die tot een individuele aansluiting herleidbaar is.
3. Het in het tweede lid bedoelde onderzoek wordt uitgevoerd door:
@@ -2776,13 +2776,13 @@
##### Artikel 8.6
1. Indien uit het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van één onomstotelijk aanwijsbare oorzaak van de spanningsdips in een systeem of een elektrische installatie, worden de kosten van het onderzoek in rekening gebracht bij de beheerder van het desbetreffende systeem of van de desbetreffende elektrische installatie, tenzij dat disproportioneel is.
2. In overige gevallen komen de kosten van het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde onderzoek voor rekening van de systeembeheerder.
3. Ten behoeve van het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde onderzoek naar spanningsdips zullen alle desbetreffende aangeslotenen meewerken met de systeembeheerder om de oorsprong van de spanningsdips te achterhalen en, indien technisch mogelijk, zo nodig mogelijkheden bieden om meetapparatuur, spannings- en stroomopnemers voor het onderzoek naar de spanningsdips te plaatsen.
4. Indien uit het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde onderzoek blijkt dat sprake is geweest van spanningsdips afkomstig uit het systeem of uit een installatie van een aangeslotene, dan treft de systeembeheerder dan wel de aangeslotene maatregelen om deze spanningsdips te reduceren tot het niveau aangegeven in [artikel 8.3, tweede lid, onderdeel e, en derde lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), indien de maatregelen technisch, maatschappelijk en economisch verantwoord zijn.
1. Indien uit het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van één onomstotelijk aanwijsbare oorzaak van de spanningsdips in een systeem of een elektrische installatie, worden de kosten van het onderzoek in rekening gebracht bij de beheerder van het desbetreffende systeem of van de desbetreffende elektrische installatie, tenzij dat disproportioneel is.
2. In overige gevallen komen de kosten van het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde onderzoek voor rekening van de systeembeheerder.
3. Ten behoeve van het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde onderzoek naar spanningsdips zullen alle desbetreffende aangeslotenen meewerken met de systeembeheerder om de oorsprong van de spanningsdips te achterhalen en, indien technisch mogelijk, zo nodig mogelijkheden bieden om meetapparatuur, spannings- en stroomopnemers voor het onderzoek naar de spanningsdips te plaatsen.
4. Indien uit het in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde onderzoek blijkt dat sprake is geweest van spanningsdips afkomstig uit het systeem of uit een installatie van een aangeslotene, dan treft de systeembeheerder dan wel de aangeslotene maatregelen om deze spanningsdips te reduceren tot het niveau aangegeven in [artikel 8.3, tweede lid, onderdeel e, en derde lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), indien de maatregelen technisch, maatschappelijk en economisch verantwoord zijn.
#### § 8.3. Veiligheid
@@ -2802,35 +2802,35 @@
##### Artikel 8.9
1. Aan de in [artikel 8.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde eis wordt voldaan wanneer het laagspanningswisselstroomsysteem zo is ontworpen en aangelegd dat een optredende foutspanning boven 66 V in uiterlijk 5 seconden wordt uitgeschakeld in het geval de aardingsvoorziening:
- a. aan de aangeslotene ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in [artikel 2.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of
1. Aan de in [artikel 8.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde eis wordt voldaan wanneer het laagspanningswisselstroomsysteem zo is ontworpen en aangelegd dat een optredende foutspanning boven 66 V in uiterlijk 5 seconden wordt uitgeschakeld in het geval de aardingsvoorziening:
- a. aan de aangeslotene ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in [artikel 2.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of
- b. door de systeembeheerder wordt gebruikt voor de elektrische veiligheid van de laagspanningssystemen.
2. Aan de in [artikel 8.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde eis wordt voldaan wanneer het laagspanningswisselstroomsysteem zo is ontworpen en aangelegd dat een optredende foutspanning boven 25 V in uiterlijk 5 seconden wordt uitgeschakeld in het geval de aardingsvoorziening:
- a. aan de aangeslotene ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in [artikel 2.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of
2. Aan de in [artikel 8.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde eis wordt voldaan wanneer het laagspanningswisselstroomsysteem zo is ontworpen en aangelegd dat een optredende foutspanning boven 25 V in uiterlijk 5 seconden wordt uitgeschakeld in het geval de aardingsvoorziening:
- a. aan de aangeslotene ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in [artikel 2.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of
- b. door de systeembeheerder wordt gebruikt voor de elektrische veiligheid van de laagspanningssystemen.
3. Een systeembeheerder kan ook andere maatregelen treffen dan beschreven in het eerste en tweede lid om te voldoen aan de eisen in [artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. Een systeembeheerder kan ook andere maatregelen treffen dan beschreven in het eerste en tweede lid om te voldoen aan de eisen in [artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. De laagspanningssystemen zijn kortsluitvast. Hiervan kan worden afgeweken mits dit niet leidt tot veiligheidsrisico’s ten gevolge van een kortsluiting.
##### Artikel 8.10
1. De systeembeheerder hanteert de eisen genoemd in de [artikelen 8.7 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bij het ontwerp en de aanleg van laagspanningssystemen vanaf 1 april 2018.
2. De systeembeheerder hanteert de eisen genoemd in de [artikelen 8.7 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bij de inspectie, de bedrijfsvoering en de herinspectie van laagspanningssystemen als bedoeld in het eerste lid.
1. De systeembeheerder hanteert de eisen genoemd in de [artikelen 8.7 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bij het ontwerp en de aanleg van laagspanningssystemen vanaf 1 april 2018.
2. De systeembeheerder hanteert de eisen genoemd in de [artikelen 8.7 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bij de inspectie, de bedrijfsvoering en de herinspectie van laagspanningssystemen als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 8.11
1. Laagspanningssystemen ontworpen en aangelegd voor 1 april 2018 voldoen uiterlijk 22 september 2027 aan de eisen genoemd in de [artikelen 8.7 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Laagspanningssystemen ontworpen en aangelegd voor 1 april 2018 voldoen uiterlijk 22 september 2027 aan de eisen genoemd in de [artikelen 8.7 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. Onverlet het eerste lid spant de systeembeheerder zich er voor in die situaties als eerste aan te pakken die het totale veiligheidsrisico ten gevolge van aanraakspanning in het door hem beheerde laagspanningssysteem als snelste doen afnemen.
3. Op laagspanningssystemen die op grond van dit artikel aangepast zijn, is [artikel 8.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.10&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van overeenkomstige toepassing.
3. Op laagspanningssystemen die op grond van dit artikel aangepast zijn, is [artikel 8.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.10&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.4. Servicekwaliteit
@@ -2866,27 +2866,27 @@
- b. de aangeslotene op een middenspanningssysteem of een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV tenminste tien werkdagen van tevoren op de hoogte stelt van door de systeembeheerder geplande werkzaamheden indien de transportdienst aan de aangeslotene wordt onderbroken en de datum van de genoemde werkzaamheden pas vaststelt na overleg met de daardoor getroffen aangeslotene, waarbij de systeembeheerder in redelijkheid belangen van de aangeslotenen weegt;
- c. met de aangeslotene op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau van 110 kV of 150 kV die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid, de niet-beschikbaarheid afstemt overeenkomstig [artikel 9.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.6&artikel=9.40&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- c. met de aangeslotene op een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau van 110 kV of 150 kV die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid, de niet-beschikbaarheid afstemt overeenkomstig [artikel 9.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.6&artikel=9.40&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- d. correspondentie van een aangeslotene binnen tien werkdagen afhandelt. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht;
- e. een offerte voor een aansluiting met een aansluitcapaciteit tot en met 10 MVA verzendt binnen tien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag daarvoor. In deze offerte is in ieder geval opgenomen:
- 1°. indien van toepassing de mededeling dat er sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 8.19, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- 1°. indien van toepassing de mededeling dat er sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 8.19, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- 2°. een verwijzing naar de relevante informatie over het offerte- en aansluitproces;
- 3°. de huidige dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21); en
- 3°. de huidige dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01); en
- 4°. informatie over de van toepassing zijnde annuleringsvoorwaarden;
- f. na een vooraankondiging die betrekking heeft op een gebied waarin de aanleg of wijziging van de aansluiting is aangevraagd als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door de systeembeheerder of de bovenliggende systeembeheerder, in afwijking van onderdeel e, de offerte verzendt 10 werkdagen na publicatie van het onderzoek, als bedoeld in [artikel 7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), indien de periode tot aan deze dag langer is dan de tien werkdagen bedoeld in onderdeel e;
- g. na ontvangst van een volledige aanvraag voor transportcapaciteit tot en met een capaciteit van 10 MVA, offertes, de mogelijkheid als bedoeld in [artikel 7.15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of afwijzingen als bedoeld in [artikel 3.46, tweede lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46), verzendt:
- f. na een vooraankondiging die betrekking heeft op een gebied waarin de aanleg of wijziging van de aansluiting is aangevraagd als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door de systeembeheerder of de bovenliggende systeembeheerder, in afwijking van onderdeel e, de offerte verzendt 10 werkdagen na publicatie van het onderzoek, als bedoeld in [artikel 7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), indien de periode tot aan deze dag langer is dan de tien werkdagen bedoeld in onderdeel e;
- g. na ontvangst van een volledige aanvraag voor transportcapaciteit tot en met een capaciteit van 10 MVA, offertes, de mogelijkheid als bedoeld in [artikel 7.15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of afwijzingen als bedoeld in [artikel 3.46, tweede lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.46), verzendt:
- 1°. binnen een periode van tien werkdagen;
- 2°. na een melding van een vooraankondiging als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door de systeembeheerder of de bovenliggende systeembeheerder, binnen de periode tot de publicatie van het onderzoek, als bedoeld in [artikel 7.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), indien deze periode langer is dan tien werkdagen; of
- 2°. na een melding van een vooraankondiging als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door de systeembeheerder of de bovenliggende systeembeheerder, binnen de periode tot de publicatie van het onderzoek, als bedoeld in [artikel 7.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), indien deze periode langer is dan tien werkdagen; of
- 3°. in geval van een aanvraag voor een groepstransportovereenkomst, binnen een redelijke termijn;
@@ -2900,15 +2900,15 @@
- l. aan door een onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen op hun verzoek binnen tien werkdagen een verklaring van het ontstaan van de onderbreking geeft. Indien dit binnen deze termijn niet mogelijk is, geeft de systeembeheerder binnen genoemde termijn aan wanneer de aangeslotene de verklaring van de systeembeheerder mag verwachten; en
- m. ondertekende offertes voor de aanleg of de wijziging van aansluitingen met een aansluitcapaciteit tot en met 10 MVA afhandelt overeenkomstig [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- m. ondertekende offertes voor de aanleg of de wijziging van aansluitingen met een aansluitcapaciteit tot en met 10 MVA afhandelt overeenkomstig [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 8.14
Indien de systeembeheerder in overleg met de aangeslotene voor een of meer van de in de [artikelen 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [8.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21) genoemde kwaliteitscriteria afwijkende afspraken heeft gemaakt, zijn deze afspraken van toepassing in plaats van de desbetreffende in de artikelen 8.1, 8.12 en 8.13 genoemde kwaliteitscriteria.
Indien de systeembeheerder in overleg met de aangeslotene voor een of meer van de in de [artikelen 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [8.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01) genoemde kwaliteitscriteria afwijkende afspraken heeft gemaakt, zijn deze afspraken van toepassing in plaats van de desbetreffende in de artikelen 8.1, 8.12 en 8.13 genoemde kwaliteitscriteria.
##### Artikel 8.15
De systeembeheerder handelt een verzoek van een aangeslotene tot verstrekking van EAN-codes, als bedoeld in [artikel 2.3, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), binnen tien werkdagen af. Indien afhandeling binnen deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een reactie kan worden verwacht.
De systeembeheerder handelt een verzoek van een aangeslotene tot verstrekking van EAN-codes, als bedoeld in [artikel 2.3, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), binnen tien werkdagen af. Indien afhandeling binnen deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een reactie kan worden verwacht.
##### Artikel 8.16
@@ -2930,15 +2930,15 @@
##### Artikel 8.18
1. Indien de systeembeheerder een dynamische regionale wachttijd hanteert, berekent de systeembeheerder ieder kwartaal de dynamische regionale wachttijd volgens de methode in artikel 1 van [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=4&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De systeembeheerder publiceert de dynamische regionale wachttijd op de website als bedoeld in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Indien de systeembeheerder een dynamische regionale wachttijd hanteert, berekent de systeembeheerder ieder kwartaal de dynamische regionale wachttijd volgens de methode in artikel 1 van [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=4&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De systeembeheerder publiceert de dynamische regionale wachttijd op de website als bedoeld in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De systeembeheerder spant zich ervoor in om de dynamische regionale wachttijd te verminderen.
##### Artikel 8.19
1. Na ontvangst van een ondertekende offerte voor de aanleg of wijziging van een grote aansluiting maar met een aansluitcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 10 MVA als bedoeld in [artikel 8.13, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), realiseert de distributiesysteembeheerder de gevraagde aansluiting of wijziging uiterlijk in de laatste week van de realisatietermijn die wordt vastgesteld op grond van dit artikel, tenzij er sprake is van overmacht als bedoeld in [artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=75), of omstandigheden die buiten de invloed van de distributiesysteembeheerder liggen die de distributiesysteembeheerder redelijkerwijs niet had kunnen voorzien, waaronder onder meer maar niet uitsluitend gerekend worden:
1. Na ontvangst van een ondertekende offerte voor de aanleg of wijziging van een grote aansluiting maar met een aansluitcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 10 MVA als bedoeld in [artikel 8.13, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), realiseert de distributiesysteembeheerder de gevraagde aansluiting of wijziging uiterlijk in de laatste week van de realisatietermijn die wordt vastgesteld op grond van dit artikel, tenzij er sprake is van overmacht als bedoeld in [artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=75), of omstandigheden die buiten de invloed van de distributiesysteembeheerder liggen die de distributiesysteembeheerder redelijkerwijs niet had kunnen voorzien, waaronder onder meer maar niet uitsluitend gerekend worden:
- a. niet tijdige verlening van vergunningen of toestemmingen van derden;
@@ -2946,15 +2946,15 @@
- c. omstandigheden die de aangeslotene zijn toe te rekenen zoals het niet tijdig beschikbaar hebben van een geschikte ruimte voor de aansluiting.
2. De distributiesysteembeheerder bepaalt, behoudens de situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, binnen 5 weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, op basis van [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, waarbij geldt dat deze week, ten opzichte van het moment van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, niet verder in de toekomst ligt dan:
- a. 26 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘laag’ is;
- b. 52 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘midden’ is; en
- c. een door de distributiesysteembeheerder vast te stellen aantal weken, indien de complexiteitscategorie ‘hoog’ is waarbij de distributiesysteembeheerder inzichtelijk maakt dat deze vast te stellen termijn in redelijkheid niet korter kan zijn, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte.
3. Indien de distributiesysteembeheerder geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport overeenkomstig de bepalingen van [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), derde lid, en de periode tussen de in het eerste lid bedoelde ontvangst van de ondertekende offerte en het beschikbaar komen van transport:
2. De distributiesysteembeheerder bepaalt, behoudens de situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, binnen 5 weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, op basis van [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, waarbij geldt dat deze week, ten opzichte van het moment van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, niet verder in de toekomst ligt dan:
- a. 26 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘laag’ is;
- b. 52 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘midden’ is; en
- c. een door de distributiesysteembeheerder vast te stellen aantal weken, indien de complexiteitscategorie ‘hoog’ is waarbij de distributiesysteembeheerder inzichtelijk maakt dat deze vast te stellen termijn in redelijkheid niet korter kan zijn, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld in [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte.
3. Indien de distributiesysteembeheerder geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport overeenkomstig de bepalingen van [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), derde lid, en de periode tussen de in het eerste lid bedoelde ontvangst van de ondertekende offerte en het beschikbaar komen van transport:
- a. langer is dan twee jaar, bepaalt de distributiesysteembeheerder, in afwijking van de termijn genoemd in de aanhef van het tweede lid, uiterlijk twee jaar voor het geplande beschikbaar komen van transport de in het tweede lid bedoelde week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is; of
@@ -3014,7 +3014,7 @@
2. De in het eerste lid genoemde verplichting geldt niet:
- a. wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een automatische afschakeling van belasting als bedoeld in [artikel 9.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.49&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of een handmatige afschakeling van belasting op verzoek van de transmissiesysteembeheerder als bedoeld in [artikel 9.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- a. wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een automatische afschakeling van belasting als bedoeld in [artikel 9.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.49&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of een handmatige afschakeling van belasting op verzoek van de transmissiesysteembeheerder als bedoeld in [artikel 9.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- b. wanneer de systeembeheerder kan aantonen dat deze systeembeheerder als gevolg van een extreme situatie niet binnen de hersteltijden, als bedoeld in het eerste lid, een onderbreking kan herstellen. Met een extreme situatie wordt bedoeld een incident dat zo weinig voorkomt dat het oneconomisch zou zijn om daarmee rekening te houden in de reguleringssystematiek en dat bovendien niet beïnvloed kan worden door de systeembeheerder. Een incident is een niet te voorziene gebeurtenis of situatie die redelijkerwijs buiten de controle van een systeembeheerder ligt en niet te wijten is aan een fout van een systeembeheerder. Hierbij kan gedacht worden aan aardbevingen, overstromingen, uitzonderlijke weersomstandigheden, terroristische aanslagen en oorlog;
@@ -3024,13 +3024,13 @@
- e. voor aansluitingen op het systeem op zee; of
- f. wanneer een vergoeding wordt betaald op grond van [artikel 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.5&artikel=8.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- f. wanneer een vergoeding wordt betaald op grond van [artikel 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.5&artikel=8.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Indien een onderbreking van de transportdienst zijn oorsprong vindt in het systeem van een andere systeembeheerder, komen de in het eerste lid bedoelde compensatievergoedingen voor rekening van de systeembeheerder van het systeem waarin de onderbreking zijn oorsprong vindt.
4. De in het eerste lid genoemde termijnen vangen voor alle door de onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen aan op het moment dat de systeembeheerder de eerste melding van die onderbreking van een aangeslotene ontvangt of, indien dat eerder is, op het moment van vaststelling van de onderbreking door de systeembeheerder.
5. In aanvulling op het eerste lid geldt dat indien de aangeslotene en de systeembeheerder een transportrecht overeen zijn gekomen, als bedoeld in de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) voor de desbetreffende aansluiting alleen de uren waarvoor transport door de systeembeheerder aan de aangeslotene beschikbaar zou zijn gesteld, meetellen voor de bepaling van de compensatievergoeding.
5. In aanvulling op het eerste lid geldt dat indien de aangeslotene en de systeembeheerder een transportrecht overeen zijn gekomen, als bedoeld in de [artikelen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) voor de desbetreffende aansluiting alleen de uren waarvoor transport door de systeembeheerder aan de aangeslotene beschikbaar zou zijn gesteld, meetellen voor de bepaling van de compensatievergoeding.
##### Artikel 8.21
@@ -3040,7 +3040,7 @@
- b. de elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid ten gevolge van deze uitvalsituatie wordt afgeschakeld of afgeregeld; en
- c. de uitvalsituatie langer duurt dan de compensatievrije hersteltijden genoemd in de compensatieregeling in [artikel 8.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.5&artikel=8.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- c. de uitvalsituatie langer duurt dan de compensatievrije hersteltijden genoemd in de compensatieregeling in [artikel 8.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.5&artikel=8.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij de elementen uit artikel 13, zevende lid, van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943) van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit.
@@ -3052,15 +3052,15 @@
##### Artikel 9.1
1. Systeembeheerders stellen aangeslotenen in staat, vrijwillig tegen vooraf met de systeembeheerder overeengekomen voorwaarden overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie. Individuele aangeslotenen wijzen hiertoe desgewenst een congestiebeheersdienstverlener aan. Een groep van aangeslotenen wijst hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan.
2. Systeembeheerders stellen aangeslotenen die beschikken over een allocatiepunt waarvan de allocatiemethode de waarde “telemetrie” of “slimme-meter-allocatie” heeft, in staat dagelijks het vermogen dat de volgende dag of gedurende de dag meer of minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden geproduceerd, ter beschikking te stellen van de systeembeheerder door middel van het indienen van biedingen, tegen door de systeembeheerder vast te stellen procedures en specificaties overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21). Aangeslotenen wijzen hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan.
3. Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zijn aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, met een gecontracteerd transportvermogen, voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW verplicht om tegen vooraf met de systeembeheerder overeengekomen procedures en specificaties overeenkomstig [bijlagen 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie in het systeem waarop deze aangeslotenen zijn aangesloten of in een bovenliggend systeem, dan wel een bijdrage te leveren aan een tegengestelde redispatch-actie ten behoeve van het oplossen van een fysieke congestie elders, en wijzen hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan, of, in het geval van groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, één of meerdere congestiebeheersdienstverleners.
4. Indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), kan de systeembeheerder aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, op zijn systeem of op een onderliggend systeem, met een gecontracteerd transportvermogen, voor afname of voor invoeding van meer dan een door de systeembeheerder overeenkomstig [artikel 9.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), te bepalen waarde tussen 1 en 60 MW verplichten om tegen met de systeembeheerder overeengekomen procedures en specificaties overeenkomstig [bijlagen 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie in het systeem waarop deze aangeslotenen zijn aangesloten of in een bovenliggend systeem. Aangeslotenen en groepen van aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen voor invoeding op wie de hier bedoelde verplichting van toepassing is, laten de betreffende elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid binnen drie maanden na bekendmaking van de verplichting prekwalificeren. Aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen voor afname op wie de hier bedoelde verplichting van toepassing is, laten de betreffende verbruiksinstallatie of elektriciteitsopslageenheid binnen zes maanden na bekendmaking van de verplichting prekwalificeren. Deze aangeslotenen wijzen hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan, of, in het geval van groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, één of meerdere congestiebeheersdienstverleners.
5. Aangesloten op wie de in het vierde lid bedoelde verplichting betrekking heeft, worden door de systeembeheerder schriftelijk en door middel van publicatie op een in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde en door of namens de gezamenlijke systeembeheerders beheerde website geïnformeerd over de in het vierde lid bedoelde verplichting, procedures en specificaties, alsmede de overeenkomstig [artikel 9.3, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door de systeembeheerder vastgestelde grenswaarde(n) en voorschriften en de verplichting om een congestiebeheersdienstverlener aan te wijzen overeenkomstig [artikel 9.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Systeembeheerders stellen aangeslotenen in staat, vrijwillig tegen vooraf met de systeembeheerder overeengekomen voorwaarden overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie. Individuele aangeslotenen wijzen hiertoe desgewenst een congestiebeheersdienstverlener aan. Een groep van aangeslotenen wijst hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan.
2. Systeembeheerders stellen aangeslotenen die beschikken over een allocatiepunt waarvan de allocatiemethode de waarde “telemetrie” of “slimme-meter-allocatie” heeft, in staat dagelijks het vermogen dat de volgende dag of gedurende de dag meer of minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden geproduceerd, ter beschikking te stellen van de systeembeheerder door middel van het indienen van biedingen, tegen door de systeembeheerder vast te stellen procedures en specificaties overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01). Aangeslotenen wijzen hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan.
3. Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zijn aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, met een gecontracteerd transportvermogen, voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW verplicht om tegen vooraf met de systeembeheerder overeengekomen procedures en specificaties overeenkomstig [bijlagen 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie in het systeem waarop deze aangeslotenen zijn aangesloten of in een bovenliggend systeem, dan wel een bijdrage te leveren aan een tegengestelde redispatch-actie ten behoeve van het oplossen van een fysieke congestie elders, en wijzen hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan, of, in het geval van groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, één of meerdere congestiebeheersdienstverleners.
4. Indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), kan de systeembeheerder aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, op zijn systeem of op een onderliggend systeem, met een gecontracteerd transportvermogen, voor afname of voor invoeding van meer dan een door de systeembeheerder overeenkomstig [artikel 9.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), te bepalen waarde tussen 1 en 60 MW verplichten om tegen met de systeembeheerder overeengekomen procedures en specificaties overeenkomstig [bijlagen 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie in het systeem waarop deze aangeslotenen zijn aangesloten of in een bovenliggend systeem. Aangeslotenen en groepen van aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen voor invoeding op wie de hier bedoelde verplichting van toepassing is, laten de betreffende elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid binnen drie maanden na bekendmaking van de verplichting prekwalificeren. Aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen voor afname op wie de hier bedoelde verplichting van toepassing is, laten de betreffende verbruiksinstallatie of elektriciteitsopslageenheid binnen zes maanden na bekendmaking van de verplichting prekwalificeren. Deze aangeslotenen wijzen hiertoe een congestiebeheersdienstverlener aan, of, in het geval van groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, één of meerdere congestiebeheersdienstverleners.
5. Aangesloten op wie de in het vierde lid bedoelde verplichting betrekking heeft, worden door de systeembeheerder schriftelijk en door middel van publicatie op een in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde en door of namens de gezamenlijke systeembeheerders beheerde website geïnformeerd over de in het vierde lid bedoelde verplichting, procedures en specificaties, alsmede de overeenkomstig [artikel 9.3, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door de systeembeheerder vastgestelde grenswaarde(n) en voorschriften en de verplichting om een congestiebeheersdienstverlener aan te wijzen overeenkomstig [artikel 9.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
6. De systeembeheerder maakt, ten behoeve van de verificatie en de financiële afhandeling bij de uitvoering van het in het eerste en tweede lid bepaalde, gebruik van meetgegevens per onbalansverrekeningsperiode, geregistreerd door:
@@ -3070,11 +3070,11 @@
7. De systeembeheerder stemt bij maatregelen, die de systemen van andere systeembeheerders beïnvloeden, de voorgenomen acties af met de desbetreffende systeembeheerders. Indien maatregelen worden gevraagd in een systeem van een andere systeembeheerder, is daarvoor instemming van de systeembeheerder van het desbetreffende systeem nodig.
8. De transmissiesysteembeheerder coördineert indien hij dit noodzakelijk acht uit hoofde van zijn wettelijke taken overeenkomstig [artikel 3.23, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.23), dan wel op verzoek van andere relevante systeembeheerders, de te nemen maatregelen, als bedoeld in [artikel 9.11, derde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [artikel 9.29, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 9.33, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-02-21&g=2026-02-21). Hij maakt daarbij gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1 ter beschikking gestelde vermogen.
8. De transmissiesysteembeheerder coördineert indien hij dit noodzakelijk acht uit hoofde van zijn wettelijke taken overeenkomstig [artikel 3.23, eerste lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.23), dan wel op verzoek van andere relevante systeembeheerders, de te nemen maatregelen, als bedoeld in [artikel 9.11, derde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [artikel 9.29, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 9.33, vierde, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-03-01&g=2026-03-01). Hij maakt daarbij gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1 ter beschikking gestelde vermogen.
##### Artikel 9.2
1. Onverminderd de mogelijkheid van vrijwillige deelname, is de verplichting als bedoeld in [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en de uitvoering van congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch als bedoeld in de [artikelen 9.31 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing op:
1. Onverminderd de mogelijkheid van vrijwillige deelname, is de verplichting als bedoeld in [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en de uitvoering van congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch als bedoeld in de [artikelen 9.31 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing op:
- a. aansluitingen ten behoeve van vitale processen zoals gepubliceerd door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid met uitzondering van elektriciteitsproductie-eenheden; en
@@ -3084,49 +3084,49 @@
##### Artikel 9.3
1. De systeembeheerder kan voorschrijven dat de te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie als bedoeld in [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een bieding voor redispatch is als bedoeld in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of een aanbod voor capaciteitsbeperking als bedoeld in [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of beide.
2. De systeembeheerder maakt in een voorschrift als bedoeld in het eerste lid bekend of de te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie als bedoeld in [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), betrekking heeft op invoeding op het systeem of afname vanuit het systeem.
3. De systeembeheerder stelt de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde waarde tussen 1 en 60 MW niet lager vast dan noodzakelijk is voor het oplossen van fysieke congestie.
4. De in het derde lid bedoelde waarde kan verschillen per congestiegebied en kan verschillen voor biedingen voor redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en voor capaciteitsbeperking overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. De systeembeheerder kan voorschrijven dat de te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie als bedoeld in [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een bieding voor redispatch is als bedoeld in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of een aanbod voor capaciteitsbeperking als bedoeld in [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of beide.
2. De systeembeheerder maakt in een voorschrift als bedoeld in het eerste lid bekend of de te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie als bedoeld in [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), betrekking heeft op invoeding op het systeem of afname vanuit het systeem.
3. De systeembeheerder stelt de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde waarde tussen 1 en 60 MW niet lager vast dan noodzakelijk is voor het oplossen van fysieke congestie.
4. De in het derde lid bedoelde waarde kan verschillen per congestiegebied en kan verschillen voor biedingen voor redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en voor capaciteitsbeperking overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 9.4
1. Indien een aangeslotene overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een capaciteitsbeperking aan een systeembeheerder heeft aangeboden en een systeembeheerder deze capaciteitsbeperking heeft afgeroepen, is deze aangeslotene voor de periode waarop de afroep van de capaciteitsbeperking betrekking heeft, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), indien deze verplichting op de aangeslotene rust.
2. Op het volume dat door een aangeslotene overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), als capaciteitsbeperking aan de systeembeheerder is aangeboden, maar dat niet door de systeembeheerder is afgeroepen voor de periode waarop de afroep van de capaciteitsbeperking betrekking heeft, is de verplichting tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) onverkort van toepassing, indien deze verplichting op de aangeslotene rust.
1. Indien een aangeslotene overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een capaciteitsbeperking aan een systeembeheerder heeft aangeboden en een systeembeheerder deze capaciteitsbeperking heeft afgeroepen, is deze aangeslotene voor de periode waarop de afroep van de capaciteitsbeperking betrekking heeft, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), indien deze verplichting op de aangeslotene rust.
2. Op het volume dat door een aangeslotene overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), als capaciteitsbeperking aan de systeembeheerder is aangeboden, maar dat niet door de systeembeheerder is afgeroepen voor de periode waarop de afroep van de capaciteitsbeperking betrekking heeft, is de verplichting tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) onverkort van toepassing, indien deze verplichting op de aangeslotene rust.
##### Artikel 9.5
1. Indien systeembeheerders van ten opzichte van elkaar onderliggende en bovenliggende systemen beide een beroep wensen te doen op een op grond van [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door een aangeslotene te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, stemmen de betrokken systeembeheerders de inzet van de door elk van hen benodigde bijdrage onderling af.
2. Indien een andere systeembeheerder dan de systeembeheerder van het systeem waarop de aangeslotenen zijn aangesloten, zich tegenover deze aangeslotenen beroept op de verplichting als bedoeld in [artikel 9.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of aan deze aangeslotenen de verplichting oplegt als bedoeld in artikel 9.1, vierde lid, stelt de laatstgenoemde systeembeheerder al de benodigde gegevens ter uitvoering van de [artikelen 9.2 tot en met 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [9.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [9.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ter beschikking aan de eerstgenoemde systeembeheerder.
1. Indien systeembeheerders van ten opzichte van elkaar onderliggende en bovenliggende systemen beide een beroep wensen te doen op een op grond van [artikel 9.1, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door een aangeslotene te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, stemmen de betrokken systeembeheerders de inzet van de door elk van hen benodigde bijdrage onderling af.
2. Indien een andere systeembeheerder dan de systeembeheerder van het systeem waarop de aangeslotenen zijn aangesloten, zich tegenover deze aangeslotenen beroept op de verplichting als bedoeld in [artikel 9.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of aan deze aangeslotenen de verplichting oplegt als bedoeld in artikel 9.1, vierde lid, stelt de laatstgenoemde systeembeheerder al de benodigde gegevens ter uitvoering van de [artikelen 9.2 tot en met 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [9.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [9.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ter beschikking aan de eerstgenoemde systeembeheerder.
##### Artikel 9.6
1. Een bestaande aangeslotene met een gecontracteerd transportvermogen voor invoeding op wie de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde verplichting van toepassing is, wijst binnen drie maanden na de in artikel 9.1, vijfde lid, bedoelde publicatie een congestiebeheersdienstverlener aan en doet binnen drie maanden na de publicatie een aanbod voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, zoals bedoeld in artikel 9.1, vierde lid.
2. Een bestaande aangeslotene met een gecontracteerd transportvermogen voor afname op wie de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde verplichting van toepassing is, wijst binnen 6 maanden na de in artikel 9.1, vijfde lid, bedoelde publicatie een congestiebeheersdienstverlener aan en doet binnen zes maanden na de publicatie een aanbod voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, zoals bedoeld in artikel 9.1, vierde lid.
3. Voor nieuwe aansluitingen vindt de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde verplichting tot het aanwijzen van een congestiebeheersdienstverlener plaats voorafgaand aan de ingebruikname van de desbetreffende aansluiting.
4. In afwijking van [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), hoeft een aangeslotene geen congestiebeheersdienstverlener aan te wijzen wanneer deze uitsluitend verplicht is om overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een bieding voor capaciteitsbeperking te doen.
1. Een bestaande aangeslotene met een gecontracteerd transportvermogen voor invoeding op wie de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde verplichting van toepassing is, wijst binnen drie maanden na de in artikel 9.1, vijfde lid, bedoelde publicatie een congestiebeheersdienstverlener aan en doet binnen drie maanden na de publicatie een aanbod voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, zoals bedoeld in artikel 9.1, vierde lid.
2. Een bestaande aangeslotene met een gecontracteerd transportvermogen voor afname op wie de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde verplichting van toepassing is, wijst binnen 6 maanden na de in artikel 9.1, vijfde lid, bedoelde publicatie een congestiebeheersdienstverlener aan en doet binnen zes maanden na de publicatie een aanbod voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, zoals bedoeld in artikel 9.1, vierde lid.
3. Voor nieuwe aansluitingen vindt de in [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde verplichting tot het aanwijzen van een congestiebeheersdienstverlener plaats voorafgaand aan de ingebruikname van de desbetreffende aansluiting.
4. In afwijking van [artikel 9.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), hoeft een aangeslotene geen congestiebeheersdienstverlener aan te wijzen wanneer deze uitsluitend verplicht is om overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een bieding voor capaciteitsbeperking te doen.
##### Artikel 9.7
1. De in [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde verplichting tot het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie met behulp van redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of met behulp van capaciteitsbeperking overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) betekent dat elke in artikel 9.1, derde en vierde lid, bedoelde aangeslotene al zijn beschikbare vermogen aanbiedt. De aangeslotene neemt hierbij de in het tweede lid bedoelde niet-bindende leidraad als uitgangspunt.
2. De gezamenlijke systeembeheerders stellen in samenspraak met de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt, bedoeld in [artikel 3.120, tweede lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.120), een niet-bindende leidraad op met daarin per type aangeslotene, onderscheiden naar aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid, een verbruiksinstallatie of een gesloten systeem, een nadere indicatie van welk vermogen redelijkerwijs verstaan wordt onder het in het eerste lid bedoelde beschikbare vermogen, onderscheiden naar redispatch, overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en capaciteitsbeperking, overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), alsmede onderscheiden naar op het systeem in te voeden vermogen en van het systeem af te nemen vermogen.
3. De gezamenlijke systeembeheerders publiceren de in het tweede lid bedoelde leidraad op een in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde door of namens de gezamenlijke systeembeheerders beheerde website.
4. Een aangeslotene op wie de in [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde verplichting betrekking heeft en die niet of slechts in beperktere mate dan volgt uit de in het tweede lid bedoelde leidraad in staat is om een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie stelt de systeembeheerder hier schriftelijk en onderbouwd van op de hoogte.
1. De in [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde verplichting tot het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie met behulp van redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of met behulp van capaciteitsbeperking overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) betekent dat elke in artikel 9.1, derde en vierde lid, bedoelde aangeslotene al zijn beschikbare vermogen aanbiedt. De aangeslotene neemt hierbij de in het tweede lid bedoelde niet-bindende leidraad als uitgangspunt.
2. De gezamenlijke systeembeheerders stellen in samenspraak met de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt, bedoeld in [artikel 3.120, tweede lid, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.120), een niet-bindende leidraad op met daarin per type aangeslotene, onderscheiden naar aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid, een verbruiksinstallatie of een gesloten systeem, een nadere indicatie van welk vermogen redelijkerwijs verstaan wordt onder het in het eerste lid bedoelde beschikbare vermogen, onderscheiden naar redispatch, overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en capaciteitsbeperking, overeenkomstig [bijlage 6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), alsmede onderscheiden naar op het systeem in te voeden vermogen en van het systeem af te nemen vermogen.
3. De gezamenlijke systeembeheerders publiceren de in het tweede lid bedoelde leidraad op een in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde door of namens de gezamenlijke systeembeheerders beheerde website.
4. Een aangeslotene op wie de in [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde verplichting betrekking heeft en die niet of slechts in beperktere mate dan volgt uit de in het tweede lid bedoelde leidraad in staat is om een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie stelt de systeembeheerder hier schriftelijk en onderbouwd van op de hoogte.
##### Artikel 9.8
1. Indien een aangeslotene niet heeft voldaan aan de verplichting overeenkomstig [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig [artikel 9.29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ongeacht of de oorzaak voor dit nalaten bij de aangeslotene zelf of bij diens congestiebeheersdienstverlener ligt, stuurt de systeembeheerder de aangeslotene na de eerste constatering een schriftelijke herinnering, waarin de systeembeheerder minimaal:
1. Indien een aangeslotene niet heeft voldaan aan de verplichting overeenkomstig [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig [artikel 9.29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ongeacht of de oorzaak voor dit nalaten bij de aangeslotene zelf of bij diens congestiebeheersdienstverlener ligt, stuurt de systeembeheerder de aangeslotene na de eerste constatering een schriftelijke herinnering, waarin de systeembeheerder minimaal:
- a. de aangeslotene wijst op de op hem rustende verplichting;
@@ -3140,7 +3140,7 @@
##### Artikel 9.9
1. Indien een aangeslotene niet heeft voldaan aan de verplichting overeenkomstig [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), tot het doen van een aanbod voor capaciteitsbeperking overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ongeacht of de oorzaak voor dit nalaten bij de aangeslotene zelf of bij diens congestiebeheersdienstverlener ligt, stuurt de systeembeheerder de aangeslotene na de eerste constatering een schriftelijke herinnering, waarin de systeembeheerder minimaal:
1. Indien een aangeslotene niet heeft voldaan aan de verplichting overeenkomstig [artikel 9.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), tot het doen van een aanbod voor capaciteitsbeperking overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ongeacht of de oorzaak voor dit nalaten bij de aangeslotene zelf of bij diens congestiebeheersdienstverlener ligt, stuurt de systeembeheerder de aangeslotene na de eerste constatering een schriftelijke herinnering, waarin de systeembeheerder minimaal:
- a. de aangeslotene wijst op de op hem rustende verplichting;
@@ -3154,11 +3154,11 @@
##### Artikel 9.10
De gezamenlijke systeembeheerders evalueren in afstemming met representatieve organisaties jaarlijks de hoogte van de in [artikel 9.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 9.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.9&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde bedragen op in ieder geval noodzakelijkheid en effectiviteit.
De gezamenlijke systeembeheerders evalueren in afstemming met representatieve organisaties jaarlijks de hoogte van de in [artikel 9.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 9.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.9&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde bedragen op in ieder geval noodzakelijkheid en effectiviteit.
##### Artikel 9.11
1. De systeembeheerders controleren mede op basis van de ingediende prognoses als bedoeld in de[artikelen 12.11, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.12, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.13, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.14, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.15 zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.17, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of transportproblemen te verwachten zijn. De systeembeheerders hanteren daarbij bedrijfsvoeringscriteria voor de veilig toelaatbare transporten.
1. De systeembeheerders controleren mede op basis van de ingediende prognoses als bedoeld in de[artikelen 12.11, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.12, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.13, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.14, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.15 zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.17, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of transportproblemen te verwachten zijn. De systeembeheerders hanteren daarbij bedrijfsvoeringscriteria voor de veilig toelaatbare transporten.
2. In geval van koppeling tussen twee distributiesystemen controleren beide betrokken systeembeheerders of er fysieke congestie te verwachten is.
@@ -3166,17 +3166,17 @@
- a. bepaalt de te nemen maatregelen en verifieert de effectiviteit van deze maatregelen door een (loadflow)analyse uit te voeren op de betrouwbaarheid van het transport van elektriciteit;
- b. maakt bij het oplossen gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken;
- b. maakt bij het oplossen gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken;
- c. stuurt, indien de maatregelen als bedoeld in onderdeel b niet afdoende zijn om het transportprobleem op te heffen, verzoeken aan de desbetreffende aangeslotenen om meer respectievelijk minder te produceren of af te nemen en geeft aan waar en hoelang de gevraagde acties duren; en
- d. zorgt ervoor dat de onbalans ten gevolge van de maatregel wordt opgeheven, door per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering elders een gelijke tegengestelde hoeveelheid vermogen af te roepen voor dezelfde onbalansverrekeningsperiode. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken.
4. Indien na het oplossen van het transportprobleem de mogelijkheid bestaat dat in hetzelfde systeem opnieuw één of meer transportproblemen optreden, kan de systeembeheerder van dat systeem, in afwijking van de [artikelen 7.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), restricties opleggen aan aangeslotenen of balanceringsverantwoordelijken.
5. De restrictie, bedoeld in het vierde lid, houdt in dat de systeembeheerder, gedurende de tijd waarvoor de restrictie geldt, wijzigingen van prognoses als bedoeld in de [artikelen 12.11, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.12, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.13, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.15, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [12.17, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet accepteert indien deze leiden tot nieuwe transportproblemen. In dat geval worden wijzigingen van prognoses als bedoeld in [artikel 9.18, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) eveneens niet geaccepteerd.
6. De systeembeheerder publiceert de afroep van de maatregel als bedoeld in het vierde lid op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website.
- d. zorgt ervoor dat de onbalans ten gevolge van de maatregel wordt opgeheven, door per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering elders een gelijke tegengestelde hoeveelheid vermogen af te roepen voor dezelfde onbalansverrekeningsperiode. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken.
4. Indien na het oplossen van het transportprobleem de mogelijkheid bestaat dat in hetzelfde systeem opnieuw één of meer transportproblemen optreden, kan de systeembeheerder van dat systeem, in afwijking van de [artikelen 7.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), restricties opleggen aan aangeslotenen of balanceringsverantwoordelijken.
5. De restrictie, bedoeld in het vierde lid, houdt in dat de systeembeheerder, gedurende de tijd waarvoor de restrictie geldt, wijzigingen van prognoses als bedoeld in de [artikelen 12.11, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.12, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.13, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.15, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [12.17, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet accepteert indien deze leiden tot nieuwe transportproblemen. In dat geval worden wijzigingen van prognoses als bedoeld in [artikel 9.18, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) eveneens niet geaccepteerd.
6. De systeembeheerder publiceert de afroep van de maatregel als bedoeld in het vierde lid op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website.
7. In de communicatie als bedoeld in het vijfde lid, wordt aangegeven:
@@ -3190,17 +3190,17 @@
8. De in het vierde lid genoemde restrictie wordt met onmiddellijke ingang opgeheven zodra de noodzaak daartoe niet meer aanwezig is.
9. Indien de restrictie opgeheven is, meldt de systeembeheerder dit zo spoedig mogelijk aan alle betrokkenen met een bericht op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website.
10. De systeembeheerder die een maatregel, als bedoeld in het derde lid, treft, verzorgt de administratieve afhandeling daarvan, waaronder begrepen de financiële afrekening op basis van de biedingen zoals genoemd in de [artikelen 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
11. Indien een systeembeheerder een bieding ontvangt van een aangeslotene in het systeemgebied van een andere systeembeheerder, wisselen de betrokken systeembeheerders de ten behoeve van de verificatie en financiële afrekening benodigde gegevens uit, waaronder begrepen de op grond van [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) door of namens de aangeslotene aangeleverde gegevens en de in [artikel 9.1, zesde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde gegevens. De systeembeheerders dragen onderling zorg voor een correcte financiële afwikkeling.
9. Indien de restrictie opgeheven is, meldt de systeembeheerder dit zo spoedig mogelijk aan alle betrokkenen met een bericht op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website.
10. De systeembeheerder die een maatregel, als bedoeld in het derde lid, treft, verzorgt de administratieve afhandeling daarvan, waaronder begrepen de financiële afrekening op basis van de biedingen zoals genoemd in de [artikelen 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
11. Indien een systeembeheerder een bieding ontvangt van een aangeslotene in het systeemgebied van een andere systeembeheerder, wisselen de betrokken systeembeheerders de ten behoeve van de verificatie en financiële afrekening benodigde gegevens uit, waaronder begrepen de op grond van [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) door of namens de aangeslotene aangeleverde gegevens en de in [artikel 9.1, zesde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde gegevens. De systeembeheerders dragen onderling zorg voor een correcte financiële afwikkeling.
##### Artikel 9.12
1. Indien in de uitvoering of de actuele bedrijfsvoering een transportprobleem ontstaat, hanteert de systeembeheerder de procedure als genoemd in [artikel 9.11, derde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De systeembeheerder is bevoegd om in de actuele bedrijfsvoering, na het verstrijken van het tijdstip als bedoeld in [bijlage 7, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), belasting af te schakelen of om aangeslotenen opdracht te geven om meer of minder af te nemen of in te voeden, gericht op het beperken of voorkomen van:
1. Indien in de uitvoering of de actuele bedrijfsvoering een transportprobleem ontstaat, hanteert de systeembeheerder de procedure als genoemd in [artikel 9.11, derde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De systeembeheerder is bevoegd om in de actuele bedrijfsvoering, na het verstrijken van het tijdstip als bedoeld in [bijlage 7, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), belasting af te schakelen of om aangeslotenen opdracht te geven om meer of minder af te nemen of in te voeden, gericht op het beperken of voorkomen van:
- a. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing; of
@@ -3218,11 +3218,11 @@
##### Artikel 9.13
1. Systeembeheerders passen in het betreffende congestiegebied congestiemanagement toe overeenkomstig het in [artikel 7.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde onderzoek.
2. Congestiemanagement in een bepaald gebied eindigt op het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit in het desbetreffende gebied zoals aangekondigd in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. Het einde van congestiemanagement in een bepaald gebied zal door de systeembeheerder ten minste één week voor het daadwerkelijke einde worden gepubliceerd via de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website. Deze publicatie bevat ten minste de volgende gegevens:
1. Systeembeheerders passen in het betreffende congestiegebied congestiemanagement toe overeenkomstig het in [artikel 7.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde onderzoek.
2. Congestiemanagement in een bepaald gebied eindigt op het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit in het desbetreffende gebied zoals aangekondigd in [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. Het einde van congestiemanagement in een bepaald gebied zal door de systeembeheerder ten minste één week voor het daadwerkelijke einde worden gepubliceerd via de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website. Deze publicatie bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. een aanduiding van het desbetreffende congestiegebied;
@@ -3230,15 +3230,15 @@
- c. de onderbouwing van de beëindiging van congestiemanagement.
4. Aangeslotenen in het congestiegebied, die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, stellen de systeembeheerder op de hoogte van de benodigde gegevens om vergoeding voor niet-marktgebaseerde redispatch, als bedoeld in [artikel 9.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), uit te kunnen voeren overeenkomstig artikel 13, zevende lid, van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943).
4. Aangeslotenen in het congestiegebied, die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, stellen de systeembeheerder op de hoogte van de benodigde gegevens om vergoeding voor niet-marktgebaseerde redispatch, als bedoeld in [artikel 9.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), uit te kunnen voeren overeenkomstig artikel 13, zevende lid, van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943).
##### Artikel 9.14
1. Systeembeheerders verkrijgen congestiebeheersdiensten door de volgende producten aan te kopen:
- a. bieding redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21); of
- b. capaciteitssturing overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- a. bieding redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01); of
- b. capaciteitssturing overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. In aanvulling op het eerste lid geldt dat, als de congestiebeheersdiensten als bedoeld in het eerste lid, in de dagelijkse voorbereiding en de dagelijkse uitvoering de voorziene fysieke congestie niet in voldoende mate oplossen, de systeembeheerder niet-marktgebaseerde redispatch toepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden en elektriciteitsopslageenheden, volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943) zijn opgenomen.
@@ -3254,9 +3254,9 @@
- a. namens een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, een elektriciteitsopslageenheid met een capaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW of een verbruiksinstallatie met een capaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW;
- b. in het geval van een bieding redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, een elektriciteitsopslageenheid met een capaciteit kleiner dan 1 MW of een verbruiksinstallatie met een capaciteit kleiner dan 1 MW;
- c. in het geval van een capaciteitssturing overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid of een verbruiksinstallatie; en
- b. in het geval van een bieding redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, een elektriciteitsopslageenheid met een capaciteit kleiner dan 1 MW of een verbruiksinstallatie met een capaciteit kleiner dan 1 MW;
- c. in het geval van een capaciteitssturing overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid of een verbruiksinstallatie; en
- d. op grond van compensatiehandel als bedoeld in artikel 2.27 van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943).
@@ -3264,31 +3264,31 @@
5. Een erkenning als congestiebeheersdienstverlener wordt verleend nadat:
- a. de aanvrager met succes het pre-kwalificatieproces voor het leveren van ten minste één product op grond van [bijlagen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) heeft afgerond; en
- a. de aanvrager met succes het pre-kwalificatieproces voor het leveren van ten minste één product op grond van [bijlagen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) heeft afgerond; en
- b. de systeembeheerder zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om als congestiebeheersdienstverlener te kunnen optreden.
6. De systeembeheerders stellen gezamenlijk de criteria op voor de vereisten als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b. Deze criteria worden gepubliceerd op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website.
7. De systeembeheerders stellen pre-kwalificatiecriteria op voor elk van de op grond van [bijlagen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) te leveren congestiebeheersdiensten.
6. De systeembeheerders stellen gezamenlijk de criteria op voor de vereisten als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b. Deze criteria worden gepubliceerd op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website.
7. De systeembeheerders stellen pre-kwalificatiecriteria op voor elk van de op grond van [bijlagen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) te leveren congestiebeheersdiensten.
8. Een erkenning als congestiebeheersdienstverlener wordt ingetrokken wanneer een congestiebeheersdienstverlener zijn verplichtingen jegens een of meer systeembeheerders niet nakomt, nadat de systeembeheerders de congestiebeheersdienstverlener hierop heeft geattendeerd en de congestiebeheersdienstverlener in staat is gesteld om alsnog te voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in het zesde lid.
9. De systeembeheerders stellen gezamenlijk de omstandigheden, criteria en procedures op die leiden tot de intrekking van een erkenning als congestiebeheersdienstverlener. Deze omstandigheden, criteria en procedures worden gepubliceerd op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website.
9. De systeembeheerders stellen gezamenlijk de omstandigheden, criteria en procedures op die leiden tot de intrekking van een erkenning als congestiebeheersdienstverlener. Deze omstandigheden, criteria en procedures worden gepubliceerd op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website.
##### Artikel 9.16
1. De systeembeheerders publiceren het volledige overzicht van specificaties voor de producten op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), inclusief procedures en pre-kwalificatiecriteria op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website.
1. De systeembeheerders publiceren het volledige overzicht van specificaties voor de producten op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), inclusief procedures en pre-kwalificatiecriteria op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website.
2. De systeembeheerder geeft in de productspecificaties als bedoeld in het eerste lid ten minste aan hoe de verrekening zal plaatsvinden en op welke termijn. Deze verrekening zal gebaseerd zijn op ten minste de volgende gegevens:
- a. per onbalansverrekeningsperiode, het volume van biedingen redispatch per richting en de prijs van de geaccepteerde bieding bij producten op grond van [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- b. de hoeveelheid capaciteitssturing en de sturing voor de beperking bij producten op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- a. per onbalansverrekeningsperiode, het volume van biedingen redispatch per richting en de prijs van de geaccepteerde bieding bij producten op grond van [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- b. de hoeveelheid capaciteitssturing en de sturing voor de beperking bij producten op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 9.17
1. Een congestiebeheersdienstverlener die namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), dan wel namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), dient de aansluiting of de groep van bij die aangeslotenen horende aansluitingen bij de systeembeheerder te pre-kwalificeren.
1. Een congestiebeheersdienstverlener die namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), dan wel namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), dient de aansluiting of de groep van bij die aangeslotenen horende aansluitingen bij de systeembeheerder te pre-kwalificeren.
2. Een groep van aansluitingen bestaat uit één of meer aansluitingen.
@@ -3302,15 +3302,15 @@
- 2°. “slimme-meter-allocatie”.
- c. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de maximumcapaciteit van een met de aansluiting aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid kleiner dan 1 MW; en
- d. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de capaciteit van een met de aansluiting aangesloten verbruiksinstallatie kleiner dan 1 MW.
- c. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de maximumcapaciteit van een met de aansluiting aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid kleiner dan 1 MW; en
- d. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de capaciteit van een met de aansluiting aangesloten verbruiksinstallatie kleiner dan 1 MW.
4. In aanvulling op het derde lid geldt de voorwaarde dat:
- a. voor elke aansluiting waarbij de maximumcapaciteit van de aangesloten productie-eenheid of de capaciteit van de aangesloten verbruiksinstallatie kleiner is dan 1 MW en die deel uitmaakt van de groep in het aansluitingenregister van de systeembeheerder dezelfde balanceringsverantwoordelijke vermeld staat; en
- b. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aansluitingen biedingen wil doen als bedoeld in [artikel 9.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21), elke aansluiting deel uitmaakt van het desbetreffende congestiegebied.
- b. indien de congestiebeheersdienstverlener met een groep van aansluitingen biedingen wil doen als bedoeld in [artikel 9.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01), elke aansluiting deel uitmaakt van het desbetreffende congestiegebied.
5. Ten behoeve van de prekwalificatie van een aansluiting deelt de congestiebeheersdienstverlener de systeembeheerder de EAN-code mee van de aansluiting. Voor de aansluiting geldt dat:
@@ -3318,7 +3318,7 @@
- b. de aansluiting niet reeds bij een andere of dezelfde congestiebeheersdienstverlener is vermeld.
6. De systeembeheerder beoordeelt mede op basis van het derde, vierde en vijfde lid of de congestiebeheersdienstverlener gerechtigd is met die aansluiting of groep van aansluitingen biedingen te doen overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), dan wel met die aansluiting of groep van aansluitingen bij te dragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
6. De systeembeheerder beoordeelt mede op basis van het derde, vierde en vijfde lid of de congestiebeheersdienstverlener gerechtigd is met die aansluiting of groep van aansluitingen biedingen te doen overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), dan wel met die aansluiting of groep van aansluitingen bij te dragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
7. De systeembeheerder informeert de betrokken balanceringsverantwoordelijke over de opname van een aansluiting waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid uitoefent in een portfolio van een congestiebeheersdienstverlener.
@@ -3330,21 +3330,21 @@
##### Artikel 9.18
1. In afwijking van [artikel 12.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.10&z=2026-02-21&g=2026-02-21) geldt voor de uitvoering van de regeling in de [artikelen 9.25 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zonder uitzondering een grenswaarde van 1 MW voor de in de [artikelen 12.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde gegevensuitwisseling.
2. In aanvulling op [artikel 12.12, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 12.14, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), geldt voor aansluitingen die deelnemen aan een groep van aansluitingen als bedoeld in [artikel 9.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) dat de gegevens als bedoeld in artikel 12.12, zevende en achtste lid en artikel 12.14, zesde en zevende lid, tevens geaggregeerd per groep worden aangeleverd door de congestiebeheersdienstverlener indien de congestiebeheersdienstverlener bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie op grond van [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) waarbij, met inachtneming van bijlage 6, zesde lid, onderdeel a, inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt is afgesproken.
3. In afwijking van [artikel 12.12, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 12.14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) geldt voor de uitvoering van de regeling in de [artikelen 9.25 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21) dat wijzigingen van de ter beschikking gestelde prognoses direct na het bekend worden van die wijziging aan de systeembeheerder ter beschikking worden gesteld indien de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit dan wel van het maximaal af te nemen vermogen, of indien de wijziging groter is dan 1 MW.
1. In afwijking van [artikel 12.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.10&z=2026-03-01&g=2026-03-01) geldt voor de uitvoering van de regeling in de [artikelen 9.25 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zonder uitzondering een grenswaarde van 1 MW voor de in de [artikelen 12.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde gegevensuitwisseling.
2. In aanvulling op [artikel 12.12, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 12.14, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), geldt voor aansluitingen die deelnemen aan een groep van aansluitingen als bedoeld in [artikel 9.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) dat de gegevens als bedoeld in artikel 12.12, zevende en achtste lid en artikel 12.14, zesde en zevende lid, tevens geaggregeerd per groep worden aangeleverd door de congestiebeheersdienstverlener indien de congestiebeheersdienstverlener bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie op grond van [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) waarbij, met inachtneming van bijlage 6, zesde lid, onderdeel a, inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt is afgesproken.
3. In afwijking van [artikel 12.12, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 12.14, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) geldt voor de uitvoering van de regeling in de [artikelen 9.25 tot en met 9.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01) dat wijzigingen van de ter beschikking gestelde prognoses direct na het bekend worden van die wijziging aan de systeembeheerder ter beschikking worden gesteld indien de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit dan wel van het maximaal af te nemen vermogen, of indien de wijziging groter is dan 1 MW.
4. Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het tweede lid ter beschikking gestelde geaggregeerde prognose van de hoeveelheid van het systeem af te nemen vermogen dan wel op het systeem in te voeden vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de systeembeheerder ter beschikking gesteld indien die wijzigingen groter zijn dan 1 MW.
5. Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het eerste en het tweede lid ter beschikking gestelde gegevens worden direct na het bekend worden van die wijziging ter beschikking gesteld van de systeembeheerder indien die wijziging wordt geïnitieerd door het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig [artikel 9.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21), dan wel [artikel 9.33, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
5. Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het eerste en het tweede lid ter beschikking gestelde gegevens worden direct na het bekend worden van die wijziging ter beschikking gesteld van de systeembeheerder indien die wijziging wordt geïnitieerd door het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig [artikel 9.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01), dan wel [artikel 9.33, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 9.19
1. Indien de CG-aangeslotene afwijkt van de op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aangeleverde gegevens, berekent de systeembeheerder voor het verschil tussen die gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie op de desbetreffende aansluiting dan wel groep van aansluitingen per onbalansverrekeningsperiode een prijs per MWh, hierna te noemen de congestie-nietleveringsprijs.
2. De congestie-nietleveringsprijs is ten hoogste gelijk aan, indien het in het eerste lid bedoelde verschil tussen de op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aangeleverde gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie het karakter heeft van:
1. Indien de CG-aangeslotene afwijkt van de op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aangeleverde gegevens, berekent de systeembeheerder voor het verschil tussen die gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie op de desbetreffende aansluiting dan wel groep van aansluitingen per onbalansverrekeningsperiode een prijs per MWh, hierna te noemen de congestie-nietleveringsprijs.
2. De congestie-nietleveringsprijs is ten hoogste gelijk aan, indien het in het eerste lid bedoelde verschil tussen de op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aangeleverde gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie het karakter heeft van:
- a. het invoeden van energie, de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode geldende landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter invoeden aangevuld met de financiële ondersteuning die de CG-aangeslotene op basis van het geproduceerde elektriciteitsvolume ontvangt. Indien de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode geldende landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter invoeden negatief is, dan bedraagt de congestie-nietleveringprijs € 0,00;
@@ -3356,7 +3356,7 @@
4. De systeembeheerder brengt ten hoogste de hoogste van de op het tweede en derde lid gebaseerde vergoeding in rekening.
5. De verrekening van de congestie-nietleveringsprijs of de additionele kosten, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt gelijktijdig plaats met de verrekening, bedoeld in [artikel 9.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
5. De verrekening van de congestie-nietleveringsprijs of de additionele kosten, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt gelijktijdig plaats met de verrekening, bedoeld in [artikel 9.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 9.20. [gereserveerd]
@@ -3378,35 +3378,35 @@
–
#### § 9.2.1. Nadere voorwaarden voor marktgebaseerd congestiemanagement met inzet van de middelen benoemd in [artikel 9.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21)
#### § 9.2.1. Nadere voorwaarden voor marktgebaseerd congestiemanagement met inzet van de middelen benoemd in [artikel 9.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01)
##### Artikel 9.25
1. Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van de middelen als benoemd in [artikel 9.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van de middelen als benoemd in [artikel 9.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De aangeslotene kan de uitvoering van de regeling van deze paragraaf overdragen aan een congestiebeheersdienstverlener.
3. Een congestiebeheersdienstverlener dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij biedingen overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) wil doen, dan wel waarmee hij wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) daartoe op grond van [artikel 9.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gerechtigd te zijn.
3. Een congestiebeheersdienstverlener dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij biedingen overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) wil doen, dan wel waarmee hij wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) daartoe op grond van [artikel 9.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gerechtigd te zijn.
##### Artikel 9.26
Indien de systeembeheerder vermoedt dat één of meer bij het biedproces betrokken aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners uitzonderlijk afwijkende biedingen overeenkomstig de specificaties [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) doen waardoor het biedproces als bedoeld in [artikel 9.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21) mogelijk ondoelmatig verloopt, meldt de systeembeheerder dit vermoeden aan de Autoriteit Consument en Markt.
Indien de systeembeheerder vermoedt dat één of meer bij het biedproces betrokken aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners uitzonderlijk afwijkende biedingen overeenkomstig de specificaties [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) doen waardoor het biedproces als bedoeld in [artikel 9.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01) mogelijk ondoelmatig verloopt, meldt de systeembeheerder dit vermoeden aan de Autoriteit Consument en Markt.
##### Artikel 9.27
1. Voor de uitvoering van de regeling van deze paragraaf kan de systeembeheerder nadere voorwaarden stellen aan de mate waarin de overeenkomstig [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan te leveren gegevens overeenkomen met de realisatie alvorens biedingen overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van of namens de desbetreffende aangeslotene(n) te accepteren.
2. De systeembeheerder publiceert op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website per congestiegebied het tijdstip waarop overeenkomstig [artikel 9.29, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21), biedingen ten uiterste afgeroepen worden.
1. Voor de uitvoering van de regeling van deze paragraaf kan de systeembeheerder nadere voorwaarden stellen aan de mate waarin de overeenkomstig [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan te leveren gegevens overeenkomen met de realisatie alvorens biedingen overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van of namens de desbetreffende aangeslotene(n) te accepteren.
2. De systeembeheerder publiceert op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website per congestiegebied het tijdstip waarop overeenkomstig [artikel 9.29, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01), biedingen ten uiterste afgeroepen worden.
##### Artikel 9.28
1. De systeembeheerder voert dagelijks de procedure uit zoals beschreven in [artikel 9.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De systeembeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven in [artikel 9.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie.
1. De systeembeheerder voert dagelijks de procedure uit zoals beschreven in [artikel 9.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De systeembeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven in [artikel 9.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie.
##### Artikel 9.29
1. Mede op basis van de gegevens die de systeembeheerder ontvangt op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bepaalt de systeembeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd.
1. Mede op basis van de gegevens die de systeembeheerder ontvangt op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bepaalt de systeembeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd.
2. De systeembeheerder publiceert uiterlijk om 15:30 uur voor welke tijdsblokken de volgende dag hij biedingen verwacht.
@@ -3414,21 +3414,21 @@
4. De systeembeheerder brengt de benodigde capaciteit in overeenstemming met de beschikbare capaciteit met behulp van
- a. het hem overeenkomstig het derde lid of [artikel 9.1, tweede en derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ter beschikking gestelde vermogen ten behoeve van redispatch;
- b. met behulp van het op grond van [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken; of
- a. het hem overeenkomstig het derde lid of [artikel 9.1, tweede en derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ter beschikking gestelde vermogen ten behoeve van redispatch;
- b. met behulp van het op grond van [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken; of
- c. niet-marktgebaseerde redispatch van elektriciteitsproductie-eenheden indien de middelen benoemd in onderdelen a en b niet toereikend zijn.
5. Aangeslotenen en congestiebeheersdienstverleners waarvan een bieding overeenkomstig het vierde lid is afgeroepen, ontvangen hiervan uiterlijk op het overeenkomstig [artikel 9.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.27&z=2026-02-21&g=2026-02-21), gepubliceerde tijdstip bericht.
6. De systeembeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering dan wel per opgedragen niet-marktgebaseerde redispatch een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ter beschikking gestelde vermogen of met behulp van het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken.
7. Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), volgt de systeembeheerder bij wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde gegevens de stappen, bedoeld in het eerste, vierde, vijfde en zesde lid.
5. Aangeslotenen en congestiebeheersdienstverleners waarvan een bieding overeenkomstig het vierde lid is afgeroepen, ontvangen hiervan uiterlijk op het overeenkomstig [artikel 9.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.27&z=2026-03-01&g=2026-03-01), gepubliceerde tijdstip bericht.
6. De systeembeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering dan wel per opgedragen niet-marktgebaseerde redispatch een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ter beschikking gestelde vermogen of met behulp van het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken.
7. Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), volgt de systeembeheerder bij wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde gegevens de stappen, bedoeld in het eerste, vierde, vijfde en zesde lid.
##### Artikel 9.30
De systeembeheerder publiceert maandelijks op de website, bedoeld in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), het in de voorgaande maand afgeroepen vermogen per dag. De systeembeheerder maakt daarbij onderscheid tussen vermogen op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ingezet voor het sluiten van de day-aheadmarkt en het overeenkomstig [artikel 9.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ingezette vermogen. Tevens zal de systeembeheerder aangeven wanneer bij de selectie van een energie- of capaciteitssturing andere redenen dan kosteneffectiviteit een rol hebben gespeeld en deze keuze motiveren.
De systeembeheerder publiceert maandelijks op de website, bedoeld in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), het in de voorgaande maand afgeroepen vermogen per dag. De systeembeheerder maakt daarbij onderscheid tussen vermogen op grond van [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ingezet voor het sluiten van de day-aheadmarkt en het overeenkomstig [artikel 9.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.1&artikel=9.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ingezette vermogen. Tevens zal de systeembeheerder aangeven wanneer bij de selectie van een energie- of capaciteitssturing andere redenen dan kosteneffectiviteit een rol hebben gespeeld en deze keuze motiveren.
#### § 9.2.2. Nadere voorwaarden voor congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch
@@ -3436,23 +3436,23 @@
1. Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch.
2. Een congestiebeheersdienstverlener dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21), daartoe op grond van [artikel 9.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gerechtigd te zijn.
3. De systeembeheerder maakt bij de uitvoering van congestiemanagement overeenkomstig deze paragraaf uitsluitend gebruik van capaciteitssturing overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en van niet-marktgebaseerde redispatch toegepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden, en de in het congestiegebied aanwezige verbruiksinstallaties volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943) zijn opgenomen.
2. Een congestiebeheersdienstverlener dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01), daartoe op grond van [artikel 9.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gerechtigd te zijn.
3. De systeembeheerder maakt bij de uitvoering van congestiemanagement overeenkomstig deze paragraaf uitsluitend gebruik van capaciteitssturing overeenkomstig [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en van niet-marktgebaseerde redispatch toegepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden, en de in het congestiegebied aanwezige verbruiksinstallaties volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943) zijn opgenomen.
4. Bij het uitvoeren van congestiemanagement overeenkomstig deze paragraaf werkt de systeembeheerder op volgorde:
- a. van kosteneffectiviteit op grond van [artikel 9.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.32&z=2026-02-21&g=2026-02-21) verschuldigde vergoeding; en
- a. van kosteneffectiviteit op grond van [artikel 9.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.32&z=2026-03-01&g=2026-03-01) verschuldigde vergoeding; en
- b. van toerbeurtsgewijze toewijzing, waarbij de systeembeheerder een ondergrens stelt aan het gecontracteerd transportvermogen voor afname en voor invoeding van in aanmerking komende aansluitingen.
5. De systeembeheerder publiceert de in het zesde lid, onderdeel b, bedoelde ondergrens van te voren op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website.
6. Indien het congestiegebied een systeem van een andere systeembeheerder omvat, maken de betrokken systeembeheerders, onverminderd [artikel 9.1, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), afspraken over de uitwisseling van de voor de uitvoering van deze paragraaf benodigde gegevens en indien nodig over de uitvoering van deze paragraaf.
5. De systeembeheerder publiceert de in het zesde lid, onderdeel b, bedoelde ondergrens van te voren op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website.
6. Indien het congestiegebied een systeem van een andere systeembeheerder omvat, maken de betrokken systeembeheerders, onverminderd [artikel 9.1, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), afspraken over de uitwisseling van de voor de uitvoering van deze paragraaf benodigde gegevens en indien nodig over de uitvoering van deze paragraaf.
##### Artikel 9.32
1. Voor het uitvoeren van een overeenkomstig [artikel 9.33, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-02-21&g=2026-02-21), opgedragen beperking betaalt de systeembeheerder een vergoeding overeenkomstig artikel 13, zevende lid, van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943). De aangeslotene overlegt daartoe bewijsstukken aan de systeembeheerder.
1. Voor het uitvoeren van een overeenkomstig [artikel 9.33, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-03-01&g=2026-03-01), opgedragen beperking betaalt de systeembeheerder een vergoeding overeenkomstig artikel 13, zevende lid, van [Verordening (EU) 2019/943](32019R0943). De aangeslotene overlegt daartoe bewijsstukken aan de systeembeheerder.
2. De financiële verrekening, bedoeld in het eerste lid, vindt uiterlijk 30 dagen na afloop van de desbetreffende kalendermaand plaats.
@@ -3462,29 +3462,29 @@
1. De systeembeheerder voert dagelijks de procedure zoals beschreven in het tweede tot en met het zesde lid uit.
2. De systeembeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven in dit artikel gebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie.
3. Mede op basis van de gegevens die de systeembeheerder ontvangt op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bepaalt de systeembeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd.
2. De systeembeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven in dit artikel gebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of congestiebeheersdienstverleners overeenkomstig de specificaties in [bijlage 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie.
3. Mede op basis van de gegevens die de systeembeheerder ontvangt op grond van [artikel 9.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [paragraaf 12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bepaalt de systeembeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd.
4. De systeembeheerder publiceert uiterlijk om 15:30 uur of de volgende dag in (een deel van) het congestiegebied congestie verwacht wordt.
5. De systeembeheerder draagt met in achtneming van [artikel 9.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aangeslotenen op hoeveel zij per onbalansverrekeningsperiode de volgende dag meer of minder dienen in te voeden dan wel te verbruiken.
6. De systeembeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per opgedragen actie overeenkomstig het vijfde lid een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ter beschikking gestelde vermogen.
7. Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), volgt de systeembeheerder bij wijzigingen van de in het derde lid bedoelde gegevens de stappen, bedoeld in het vijfde en zesde lid.
5. De systeembeheerder draagt met in achtneming van [artikel 9.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aangeslotenen op hoeveel zij per onbalansverrekeningsperiode de volgende dag meer of minder dienen in te voeden dan wel te verbruiken.
6. De systeembeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per opgedragen actie overeenkomstig het vijfde lid een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig [artikel 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ter beschikking gestelde vermogen.
7. Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), volgt de systeembeheerder bij wijzigingen van de in het derde lid bedoelde gegevens de stappen, bedoeld in het vijfde en zesde lid.
##### Artikel 9.34
1. Indien een aangeslotene drie keer de opdracht van de systeembeheerder overeenkomstig [artikel 9.33, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet nakomt, is de systeembeheerder gerechtigd de aansluiting fysiek aan te passen teneinde de capaciteit van de aansluiting in overeenstemming te brengen met de capaciteit die ten maximale toegestaan kan worden teneinde de operationele veiligheidsgrenzen te waarborgen.
2. De in het eerste lid bedoelde aanpassing wordt bij het beëindigen van congestiemanagement, bedoeld in [artikel 9.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ongedaan gemaakt.
1. Indien een aangeslotene drie keer de opdracht van de systeembeheerder overeenkomstig [artikel 9.33, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2.2&artikel=9.33&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet nakomt, is de systeembeheerder gerechtigd de aansluiting fysiek aan te passen teneinde de capaciteit van de aansluiting in overeenstemming te brengen met de capaciteit die ten maximale toegestaan kan worden teneinde de operationele veiligheidsgrenzen te waarborgen.
2. De in het eerste lid bedoelde aanpassing wordt bij het beëindigen van congestiemanagement, bedoeld in [artikel 9.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ongedaan gemaakt.
#### § 9.3. Voorwaarden met betrekking tot de systeemontwerp- en bedrijfsvoeringscriteria
##### Artikel 9.35
1. De systeembeheerder past de vrijstellingen voor productie uit [artikel 3.5 , onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.5), [artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.6), [artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.7), artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.7, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en [artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.8) toe indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten productie afkomstig is van elektriciteitsproductie-eenheden die, overeenkomstig [artikel 3.15, dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), automatisch, voldoende snel en selectief kunnen worden afgeschakeld of afgeregeld zonder dat ook verbruik mee wordt afgeschakeld, behoudens verbruik dat gerelateerd is aan die elektriciteitsproductie-eenheid.
1. De systeembeheerder past de vrijstellingen voor productie uit [artikel 3.5 , onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.5), [artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.6), [artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.7), artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.7, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en [artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.8) toe indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten productie afkomstig is van elektriciteitsproductie-eenheden die, overeenkomstig [artikel 3.15, dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), automatisch, voldoende snel en selectief kunnen worden afgeschakeld of afgeregeld zonder dat ook verbruik mee wordt afgeschakeld, behoudens verbruik dat gerelateerd is aan die elektriciteitsproductie-eenheid.
2. In aanvulling op het eerste lid geldt dat de systeembeheerder de vrijstellingen voor productie uit [artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.5), [artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.6), [artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.7), artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, [artikel 3.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.8), en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het [Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745) toepast indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid tevens voldoet aan de eisen van artikel 13.22, onafhankelijk van de grootte van de maximumcapaciteit van de aan te sluiten elektriciteitsproductie-eenheid.
@@ -3496,13 +3496,13 @@
- b. de criteria met betrekking tot kortsluitvastheid, bedoeld in hoofdstuk 3 van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO) en toegepast in hoofdstuk 2 en artikel 8.9, vierde lid;
- c. de criteria met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding als bedoeld in [paragraaf 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- c. de criteria met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding als bedoeld in [paragraaf 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- d. de isolatiecoördinatie van systemen met spanningsniveau hoger dan 1 kV als bedoeld in NEN-EN-IEC 60071;
- e. de criteria met betrekking tot de aanraakveiligheid, bedoeld in de [artikelen 8.7 tot en met 8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- f. de criteria met betrekking tot de kwaliteit van de systeemspanning, bedoeld in de [artikelen 8.3 tot en met 8.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21); en
- e. de criteria met betrekking tot de aanraakveiligheid, bedoeld in de [artikelen 8.7 tot en met 8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- f. de criteria met betrekking tot de kwaliteit van de systeemspanning, bedoeld in de [artikelen 8.3 tot en met 8.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01); en
- g. de criteria met betrekking tot dynamische stabiliteit van de hoogspanningssystemen, bedoeld in hoofdstuk 6 van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO).
@@ -3512,7 +3512,7 @@
##### Artikel 9.36
De in [artikel 3.11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde extra apparatuur waarmee het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid op afstand te sturen is, kan worden toegepast voor het op afstand sturen van het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid voor andere doeleinden dan frequentiestabiliteit. Voor zover die toepassing niet al in deze code is bepaald, maken de systeembeheerder en de aangeslotene afspraken over de specifieke toepassing.
De in [artikel 3.11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde extra apparatuur waarmee het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid op afstand te sturen is, kan worden toegepast voor het op afstand sturen van het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid voor andere doeleinden dan frequentiestabiliteit. Voor zover die toepassing niet al in deze code is bepaald, maken de systeembeheerder en de aangeslotene afspraken over de specifieke toepassing.
#### § 9.4. Voorwaarden met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding
@@ -3584,13 +3584,13 @@
1. Indien voor een overeenkomstig artikel 99 van [Verordening 2017/1485](33385R2017) (GL SO) ingediende planning een afwijking wordt ingediend overeenkomstig artikel 100 van [Verordening 2017/1485](33385R2017) (GL SO) en deze afwijking tot extra kosten leidt, zullen deze kosten gedragen worden door de veroorzakende partij, waarbij de andere partij al het mogelijke zal doen om de extra kosten te beperken.
2. Indien een afwijking van een bindende planning als bedoeld in [artikel 9.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.6&artikel=9.40&z=2026-02-21&g=2026-02-21) tot extra kosten leidt, zullen deze kosten gedragen worden door de veroorzakende partij, waarbij de andere partij al het mogelijke zal doen om de extra kosten te beperken.
2. Indien een afwijking van een bindende planning als bedoeld in [artikel 9.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.6&artikel=9.40&z=2026-03-01&g=2026-03-01) tot extra kosten leidt, zullen deze kosten gedragen worden door de veroorzakende partij, waarbij de andere partij al het mogelijke zal doen om de extra kosten te beperken.
#### § 9.7. Voorwaarden met betrekking tot de belasting-frequentieregeling en reserves
##### Artikel 9.42
Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), stellen aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW dagelijks het vermogen dat minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden ingevoed, ter beschikking van de transmissiesysteembeheerder door middel van het aanwijzen van een balanceringsdienstverlener, of in het geval van groepen aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten één of meerdere balanceringsdienstverleners, om biedingen voor balanceringsenergie uit automatische frequentieherstelreserves in te dienen.
Onverminderd het bepaalde in [artikel 9.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), stellen aangeslotenen, niet zijnde systeembeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW dagelijks het vermogen dat minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden ingevoed, ter beschikking van de transmissiesysteembeheerder door middel van het aanwijzen van een balanceringsdienstverlener, of in het geval van groepen aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten één of meerdere balanceringsdienstverleners, om biedingen voor balanceringsenergie uit automatische frequentieherstelreserves in te dienen.
##### Artikel 9.43
@@ -3598,19 +3598,19 @@
2. Indien nodig, neemt de transmissiesysteembeheerder vervolgens maatregelen volgens onderstaande volgorde:
- a. hij activeert de hem ter beschikking staande middelen, waaronder het in [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde vermogen.
- b. indien hem niet voldoende middelen ter beschikking staan om de enkelvoudige storingsreserve te handhaven is de transmissiesysteembeheerder bevoegd reeds toegelaten exporten geheel of gedeeltelijk te annuleren overeenkomstig de in [artikel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=11&artikel=11.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) vermelde procedure bij onvoorziene fysieke congestie. De transmissiesysteembeheerder stelt onverwijld de andere systeembeheerders en de balanceringsverantwoordelijken op de hoogte van de ontstane situatie en de genomen of te nemen maatregelen.
- c. indien de in onderdeel a genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden en de systeemtoestand afwijkt van de normaaltoestand,, draagt hij beheerders van hem nog niet ter beschikking gesteld vermogen van elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit van 5 MW of meer op om dit vermogen op dan wel af te (doen) regelen of in dan wel uit bedrijf te (doen) nemen, één en ander met inachtneming van [artikel 9.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.44&z=2026-02-21&g=2026-02-21). De andere systeembeheerders en de balanceringsverantwoordelijken worden door de transmissiesysteembeheerder onverwijld bericht dat deze situatie is ontstaan.
- d. indien de in onderdeel a tot en met c genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden, schakelt hij belasting af dan wel draagt hij een of meer andere systeembeheerders op om belasting af te schakelen, een en ander met inachtneming van [artikel 9.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- a. hij activeert de hem ter beschikking staande middelen, waaronder het in [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde vermogen.
- b. indien hem niet voldoende middelen ter beschikking staan om de enkelvoudige storingsreserve te handhaven is de transmissiesysteembeheerder bevoegd reeds toegelaten exporten geheel of gedeeltelijk te annuleren overeenkomstig de in [artikel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=11&artikel=11.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) vermelde procedure bij onvoorziene fysieke congestie. De transmissiesysteembeheerder stelt onverwijld de andere systeembeheerders en de balanceringsverantwoordelijken op de hoogte van de ontstane situatie en de genomen of te nemen maatregelen.
- c. indien de in onderdeel a genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden en de systeemtoestand afwijkt van de normaaltoestand,, draagt hij beheerders van hem nog niet ter beschikking gesteld vermogen van elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit van 5 MW of meer op om dit vermogen op dan wel af te (doen) regelen of in dan wel uit bedrijf te (doen) nemen, één en ander met inachtneming van [artikel 9.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.44&z=2026-03-01&g=2026-03-01). De andere systeembeheerders en de balanceringsverantwoordelijken worden door de transmissiesysteembeheerder onverwijld bericht dat deze situatie is ontstaan.
- d. indien de in onderdeel a tot en met c genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden, schakelt hij belasting af dan wel draagt hij een of meer andere systeembeheerders op om belasting af te schakelen, een en ander met inachtneming van [artikel 9.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De onbalansnetting, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van aanvullende uitwisselingen van de zonale regelfout tussen de transmissiesysteembeheerder en buitenlandse transmissiesysteembeheerders om op Europees niveau zorg te dragen voor een economisch efficiënt gebruik van biedingen van het standaardproduct automatische frequentieherstelreserves. Deze aanvullende maatregelen vinden plaats door uitwisselingen via het Europees platform voor uitwisseling van balanceringsenergie uit automatische frequentieherstelreserves als bedoeld in artikel 21 van [Verordening (EU) 2017/2195](32017R2195) (GL EB).
##### Artikel 9.44
1. De transmissiesysteembeheerder geeft een opdracht als bedoeld in [artikel 9.43, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-02-21&g=2026-02-21), telefonisch.
1. De transmissiesysteembeheerder geeft een opdracht als bedoeld in [artikel 9.43, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-03-01&g=2026-03-01), telefonisch.
2. De transmissiesysteembeheerder kondigt de opdracht tevoren aan en verstrekt daarbij een toelichting. Deze toelichting wordt, zonodig achteraf, schriftelijk bevestigd.
@@ -3624,7 +3624,7 @@
1. De systeembeheerders beschikken over onderling afgestemde afschakelplannen en herstelplannen. Deze plannen liggen ter inzage bij de systeembeheerder.
2. De in [artikel 9.43, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde afschakeling geschiedt handmatig en wordt, in geval van een door de transmissiesysteembeheerder aan een andere systeembeheerder opgedragen afschakeling, telefonisch opgedragen.
2. De in [artikel 9.43, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde afschakeling geschiedt handmatig en wordt, in geval van een door de transmissiesysteembeheerder aan een andere systeembeheerder opgedragen afschakeling, telefonisch opgedragen.
3. De transmissiesysteembeheerder kondigt een opdracht tot afschakeling tevoren aan en verstrekt daarbij een toelichting.
@@ -3646,7 +3646,7 @@
1. De transmissiesysteembeheerder publiceert op zijn website een verwijzing naar de informatie die Entso-E op zijn website publiceert aangaande het onbalansnettingsproces en de uitwisseling van balanceringsenergie via het Europese platform voor de uitwisseling van balanceringenergie uit automatische frequentieherstelreserves als bedoeld in artikel 21 van [Verordening (EU) 2017/2195](32017R2195) (GL EB), waaronder:
- a. welke participanten deelnemen in de overeenkomst bedoeld in [artikel 9.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en per wanneer zij participant zijn;
- a. welke participanten deelnemen in de overeenkomst bedoeld in [artikel 9.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en per wanneer zij participant zijn;
- b. de actuele omvang van de onbalansnettingvermogensuitwisseling;
@@ -3656,103 +3656,49 @@
##### Artikel 9.48
1. De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor de komende dimensioneringsperiode de reservecapaciteit in de vorm van frequentieherstelreserves die verwacht wordt ten minste nodig te zijn op basis van de hoogste uitkomst van elk van de volgende drie methoden:
- a. door vast te stellen wat de grootst mogelijke uitval is in zowel positieve als negatieve richting die wordt veroorzaakt door één elektriciteitsproductie-eenheid, één verbruiksinstallatie, één HVDC-interconnector of één wisselstroomverbinding;
- b. door vast te stellen wat de benodigde reserves waren geweest om in 99% van de onbalansverrekeningsperiodes de onbalansen van het LFC-blok op te kunnen lossen gedurende de periode van een volledig jaar dat niet eerder is beëindigd dan een half jaar voorafgaand aan de berekeningsdatum;
- c. door het resultaat van de in onderdeel b omschreven historische onbalansen van het LFC-blok te corrigeren voor de significante veranderingen in te verwachten toekomstige onbalansen van het LFC-blok.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, hanteert de transmissiesysteembeheerder de procedure die bestaat uit de volgende stappen:
- a. de identificatie van veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok;
- b. de bepaling van toekomstige veranderingen;
- c. de toepassing van het regressiemodel;
- d. de toepassing van het voorspellingmodel;
- e. de toepassing van de convolutie met ruis;
- f. de bepaling van de opregel- en afregelbehoefte.
3. Bij de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde identificatie van veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok:
- a. beschouwt de transmissiesysteembeheerder de mogelijk verklarende variabelen voor veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok, zoals bijvoorbeeld:
- 1°. de uitval van grootschalige elektriciteitsproductie-eenheden;
- 2°. de voorspelfout van de belasting;
- 3°. de zonsvermogensverandering per onbalansverrekeningsperiode;
- 4°. een snelle windvermogensverandering per onbalansverrekeningsperiode;
- 5°. het aantal met het systeem verbonden elektrische voertuigen;
- b. bepaalt de transmissiesysteembeheerder door middel van een statistische analyse of de mogelijk verklarende variabelen daadwerkelijk een significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok en wordt bij een niet-significant verband de desbetreffende mogelijk verklarende variabele uit het model gefilterd.
4. Bij de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde bepaling van toekomstige veranderingen:
- a. bepaalt de transmissiesysteembeheerder welke mogelijk verklarende variabelen er veranderen in de komende dimensioneringsperiode, ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode;
- b. gebruikt de transmissiesysteembeheerder voor de in onderdeel a bedoelde bepaling het jaarlijks door hem gepubliceerde document "Monitoring leveringszekerheid" en eventuele andere relevante brondocumenten;
- c. worden mogelijk verklarende variabelen die geen significante verandering ondergaan uit het model gefilterd.
5. Bij de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde toepassing van het regressiemodel:
- a. neemt de transmissiesysteembeheerder persistentie aan voor alle mogelijk verklarende variabelen die óf gelijk blijven in de komende dimensioneringsperiode ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode, óf geen significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok;
- b. gebruikt de transmissiesysteembeheerder de n mogelijk verklarende variabelen die zowel veranderen als een significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok als onafhankelijke variabelen X1...Xn in een meervoudige lineaire kleinste-kwadraten regressieanalyse;
- c. test de transmissiesysteembeheerder of deze onafhankelijke variabelen onderling niet een te grote afhankelijkheid laten zien;
- d. doet de regressieanalyse een verklaring van de historische onbalansen van het LFC-blok op basis van de onafhankelijke variabelen, die wordt aangeduid met de afhankelijke variabele YH, aan de hand van de onafhankelijke variabelen X1...Xn door parameters ai voor i = 1..n, constante c en residu ε te vinden, zodanig dat de som van de kwadraten van het residu minimaal is in het volgende regressiemodel:
6. Bij de in het tweede lid, onderdeel d, bedoelde toepassing van het voorspellingsmodel:
- a. vertaalt de transmissiesysteembeheerder het in het vijfde lid toegepaste regressiemodel naar een voorspellingsmodel door te bepalen met welke factor de onafhankelijke variabelen verwacht worden te veranderen in de komende dimensioneringsperiode ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode;
- b. wordt de in onderdeel a bedoelde factor bepaald uit dezelfde bron als genoemd in het vierde lid, onderdeel b, en wordt aangeduid met ki voor i = 1..n;
- c. worden de onbalansen van het LFC-blok voor de komende dimensioneringsperiode YF voorspeld in het volgende voorspellingsmodel:
7. Bij de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde toepassing van de convolutie met de ruis:
- a. bepaalt de transmissiesysteembeheerder de ruis R als het verschil van de vijfminutengemiddelde waardes van de onbalansen van het LFC-blok uit de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode met het vijftienminutengemiddelde waardes van de onbalansen van een LFC-blok van dezelfde periode;
- b. bepaalt de transmissiesysteembeheerder de kansdichtheidsfunctie fR(o) van de ruis R, waarbij o de onbalans van het LFC-blok representeert binnen de kansdichtheidsfunctie;
- c. convolueert de transmissiesysteembeheerder de in onderdeel b bedoelde kansdichtheidsfunctie fR(o) met de kansdichtheidsfunctie fYF(o) van de in het zesde lid, onderdeel c, bedoelde onbalansen van het LFC-blok voor de komende dimensioneringsperiode YF;
- d. het resultaat van de in onderdeel c bedoelde convolutie is de voorspelling van de kansdichtheidsfunctie van de onbalansen van het LFC-blok op vijfminutenbasis fYF,5m(o):
8. Voor de in het tweede lid, onderdeel f, bedoelde bepaling van de afregel- en opregelbehoefte:
- a. berekent de transmissiesysteembeheerder het 0,5e en het 99,5e percentiel van de in het zevende lid bepaalde onbalansen van het LFC-blok op vijfminutenbasis fYF,5m(o);
- b. vormt het 0,5e percentiel de afregelbehoefte voor de komende dimensioneringsperiode;
- c. vormt het 99,5e percentiel de opregelbehoefte voor de komende dimensioneringsperiode.
9. De transmissiesysteembeheerder bepaalt de verdeling van de verwachte benodigde reservecapaciteit in de vorm van frequentieherstelreserves als bedoeld in het eerste lid als volgt:
- a. in de vorm van automatische frequentieherstelreserves tenminste een hoeveelheid die ertoe leidt dat:
- 1°. de positieve automatische frequentieherstelreserves groter is dan het 0,5e percentiel van het verschil van het één-minuut-gemiddelde en het vijftien-minuten-gemiddelde van de actuele zonale regelfout van Nederland gesommeerd met de reeds uitgevoerde onbalansaanpassingen in de vorm van geactiveerde frequentieherstelreserves en de onbalansnettingvermogensuitwisseling;
- 2°. de negatieve automatische frequentieherstelreserves groter is dan het 99,5e percentiel van het verschil van het één-minuut-gemiddelde en het vijftien-minuten-gemiddelde van de actuele zonale regelfout van Nederland gesommeerd met de reeds uitgevoerde onbalansaanpassingen in de vorm van geactiveerde frequentieherstelreserves en de onbalansnettingvermogensuitwisseling;
- b. in de vorm van handmatige frequentieherstelreserves: de resterende verwachte benodigde hoeveelheid.
1. De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor de komende dimensioneringsperiode de reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen die verwacht wordt ten minste nodig te zijn op basis van de hoogste uitkomst van de volgende drie methoden:
- a. een deterministische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk de grootst mogelijke uitval vast te stellen, die kan worden veroorzaakt door een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid, een verbruiksinstallatie, een HVDC-systeem of een verbinding binnen het landelijk hoogspanningsnet;
- b. een stochastische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk vast te stellen wat de benodigde reserves waren geweest om in 99% van de tijd de onbalansen van het LFC-blok op te kunnen lossen gedurende de periode van een volledig jaar dat niet eerder is geëindigd dan een half jaar voorafgaand aan de berekeningsdatum;
- c. een probabilistische methode, namelijk door voorspellingen te doen als bedoeld in het tweede lid, die kunnen leiden tot significante onbalansen van het LFC-blok.
2. Voor de toepassing van de probabilistische methode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, maakt de transmissiesysteembeheerder voorspellingen van onder andere:
- a. de voorspellingsfout voor de productie uit windenergie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor wind;
- b. de voorspellingsfout voor de productie uit zonne-energie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor zon;
- c. de verwachte impact van de uitval van HVDC-systemen, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval;
- d. de verwachte impact van de uitval van thermische productie-eenheden op het net van de transmissiesysteembeheerder, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval.
3. De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde reservecapaciteit verminderen:
- a. met een deel van het volume frequentieherstelreserves dat op grond van een overeenkomst met een transmissiesysteembeheerder van een aangrenzend LFC-blok wordt gedeeld, onder de in artikel 157, tweede lid, onderdelen j en k, en deel IV, Titel 8 van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO) bedoelde voorwaarden;
- b. met een deel van het te verwachten volume aan vrijwillige biedingen automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen, mits dit deel met voldoende zekerheid voor de gehele contractperiode beschikbaar is.
4. De transmissiesysteembeheerder bepaalt de verdeling van de verwachte benodigde reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen als bedoeld in het eerste lid, na eventuele vermindering op basis van het derde lid, als volgt:
- a. voor automatische frequentieherstelreserves ten minste een hoeveelheid die ertoe leidt dat:
- 1°. de positieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 0,5e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier;
- 2°. de negatieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 99,5e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier;
- b. voor noodvermogen voor het deel dat resteert na de onder a bepaalde hoeveelheid automatische frequentieherstelreserves in mindering te hebben gebracht op de overeenkomstig het eerste en derde lid vastgestelde totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit.
5. De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het vierde lid, onderdeel a, vastgestelde hoeveelheid reservecapaciteit automatische frequentieherstelreserves bijstellen indien operationele omstandigheden dit vereisen.
6. De transmissiesysteembeheerder hanteert de door hem vast te stellen fallback-waarden, indien hij om technische redenen niet in staat is om overeenkomstig het eerste lid de totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit te bepalen.
#### § 9.8. Voorwaarden met betrekking tot de nood- en hersteltoestand
##### Artikel 9.49
1. De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerders dragen er zorg voor dat de mogelijkheid om bij lage frequentie automatisch verbruik te ontkoppelen, als bedoeld in [artikel 4.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), vanaf 18 december 2022 geactiveerd wordt bij de volgende frequentiedrempelwaardes en met de bijbehorende gespecificeerde hoeveelheden:
1. De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerders dragen er zorg voor dat de mogelijkheid om bij lage frequentie automatisch verbruik te ontkoppelen, als bedoeld in [artikel 4.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), vanaf 18 december 2022 geactiveerd wordt bij de volgende frequentiedrempelwaardes en met de bijbehorende gespecificeerde hoeveelheden:
- a. bij 49,0 Hz een hoeveelheid nettoverbruik ter grootte van 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting;
@@ -3794,9 +3740,9 @@
##### Artikel 9.50
1. Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, bedoeld in [artikel 3.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 49,8 Hz en met een statiek van 5%.
2. Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, bedoeld in [artikel 3.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 50,2 Hz en met een statiek van 5%.
1. Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, bedoeld in [artikel 3.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 49,8 Hz en met een statiek van 5%.
2. Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, bedoeld in [artikel 3.11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 50,2 Hz en met een statiek van 5%.
##### Artikel 9.51
@@ -3806,9 +3752,9 @@
- b. handmatig afgeschakelde belasting, voor zover de afschakeling valt onder de coördinatie van de transmissiesysteembeheerder.
2. De transmissiesysteembeheerder verwerft black-startmogelijkheden in een door hem te bepalen omvang. Hij bepaalt waar zij bij voorkeur gelokaliseerd moeten zijn en hanteert de productspecificaties, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER) die zijn opgenomen in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=9&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. De in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER) bedoelde lijst met soorten significante systeemgebruikers en de door hen toe te passen maatregelen is opgenomen in [bijlage 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=10&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De transmissiesysteembeheerder verwerft black-startmogelijkheden in een door hem te bepalen omvang. Hij bepaalt waar zij bij voorkeur gelokaliseerd moeten zijn en hanteert de productspecificaties, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER) die zijn opgenomen in [bijlage 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=9&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER) bedoelde lijst met soorten significante systeemgebruikers en de door hen toe te passen maatregelen is opgenomen in [bijlage 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=10&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. Significante systeemgebruikers met hoge prioriteit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel d, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER) zijn aangeslotenen:
@@ -3816,11 +3762,11 @@
- b. waarvan de installatie een elektriciteitsproductie-installatie is die nucleaire energie als primaire energiebron heeft.
5. Distributiesysteembeheerders en aangeslotenen, die beschikken over een verbruiksinstallatie als bedoeld in artikel 19 van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) juncto [artikel 4.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), dragen er zorg voor dat hun distributiesysteem of verbruiksinstallatie na een spanningsloze toestand van (een deel van) het transmissiesysteem weer onder spanning gebracht wordt zodra de spanning in het transmissiesysteem is hersteld.
6. De transmissiesysteembeheerder kan, indien de hersteltoestand van kracht is, aangeslotenen die beschikken over een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, opdragen de dode band van de frequentiegevoelige modus, bedoeld in [artikel 3.22, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21), uit te schakelen, in welk geval de aangeslotenen deze opdracht onverwijld uitvoeren.
7. Indien de transmissiesysteembeheerder vermogen vordert van een marktpartij in het bescherm- en herstelproces zonder toepassing van een onbalansaanpassing, bedoeld in [artikel 10.24, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), biedt de transmissiesysteembeheerder een vergoeding aan de balanceringsverantwoordelijke voor de onbalanskosten als gevolg van de vermogensvordering die de balanceringsverantwoordelijke redelijkerwijs niet kan voorkomen.
5. Distributiesysteembeheerders en aangeslotenen, die beschikken over een verbruiksinstallatie als bedoeld in artikel 19 van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) juncto [artikel 4.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4¶graaf=4.1&artikel=4.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), dragen er zorg voor dat hun distributiesysteem of verbruiksinstallatie na een spanningsloze toestand van (een deel van) het transmissiesysteem weer onder spanning gebracht wordt zodra de spanning in het transmissiesysteem is hersteld.
6. De transmissiesysteembeheerder kan, indien de hersteltoestand van kracht is, aangeslotenen die beschikken over een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, opdragen de dode band van de frequentiegevoelige modus, bedoeld in [artikel 3.22, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01), uit te schakelen, in welk geval de aangeslotenen deze opdracht onverwijld uitvoeren.
7. Indien de transmissiesysteembeheerder vermogen vordert van een marktpartij in het bescherm- en herstelproces zonder toepassing van een onbalansaanpassing, bedoeld in [artikel 10.24, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), biedt de transmissiesysteembeheerder een vergoeding aan de balanceringsverantwoordelijke voor de onbalanskosten als gevolg van de vermogensvordering die de balanceringsverantwoordelijke redelijkerwijs niet kan voorkomen.
##### Artikel 9.52
@@ -3830,15 +3776,15 @@
- b. de indiening van biedingen voor balanceringscapaciteit, reservecapaciteit frequentiebegrenzingsreserves en balanceringsenergie door een aanbieder van een balanceringsdienst overeenkomstig de gepubliceerde fallbackprocedures op de website van de transmissiesysteembeheerder;
- c. de aanlevering van een gebalanceerde positie aan het einde van het day-aheadtijdsbestek door een balanceringsverantwoordelijke, als dat volgens de voorwaarden met betrekking tot balancering vereist is overeenkomstig [artikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- d. de aanlevering van positiewijzigingen van balanceringsverantwoordelijken overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig a[rtikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), zoals gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder, waarbij geldt dat indien op de dag waarop de positiewijziging betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden, of indien er een fout in de systemen van de transmissiesysteembeheerder heeft plaats gevonden, de transmissiesysteembeheerder het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment;
- c. de aanlevering van een gebalanceerde positie aan het einde van het day-aheadtijdsbestek door een balanceringsverantwoordelijke, als dat volgens de voorwaarden met betrekking tot balancering vereist is overeenkomstig [artikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- d. de aanlevering van positiewijzigingen van balanceringsverantwoordelijken overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig a[rtikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), zoals gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder, waarbij geldt dat indien op de dag waarop de positiewijziging betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden, of indien er een fout in de systemen van de transmissiesysteembeheerder heeft plaats gevonden, de transmissiesysteembeheerder het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment;
- e. de aanlevering van de schema's, bedoeld in artikel 111, eerste en tweede lid, van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO):
- 1°. indien deze betrekking hebben op prognoses als bedoeld in de [artikelen 12.11, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.12, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.13, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.14, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [12.15, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.17, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), overeenkomstig de fallbackprocedures gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder;
- 2°. indien deze betrekking hebben op commerciële handelsprogramma's overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig [artikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), zoals gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder, waarbij geldt dat indien op de dag waarop het energieprogramma betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden of indien er een fout in de systemen van de transmissiesysteembeheerder heeft plaats gevonden, de transmissiesysteembeheerder het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment.
- 1°. indien deze betrekking hebben op prognoses als bedoeld in de [artikelen 12.11, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.12, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.13, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.14, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [12.15, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.17, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), overeenkomstig de fallbackprocedures gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder;
- 2°. indien deze betrekking hebben op commerciële handelsprogramma's overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig [artikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), zoals gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder, waarbij geldt dat indien op de dag waarop het energieprogramma betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden of indien er een fout in de systemen van de transmissiesysteembeheerder heeft plaats gevonden, de transmissiesysteembeheerder het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment.
2. indien marktactiviteiten als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER) niet of niet volledig uitvoerbaar zijn voor één of meer betrokken partijen doordat een buitenlandse transmissiesysteembeheerder haar markt heeft opgeschort, zijn overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER) de volgende back-up en fallbackprocedures van de marktactiviteiten van toepassing:
@@ -3852,9 +3798,9 @@
- e. balanceringsmarkten overeenkomstig de artikelen 146 en 147 van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO);
- f. binnenlandse intradayhandel buiten de benoemde elektriciteitsmarktbeheerders om overeenkomstig [artikel 10.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.1&artikel=10.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- g. onbalansverrekening overeenkomstig [artikel 10.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.1&artikel=10.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- f. binnenlandse intradayhandel buiten de benoemde elektriciteitsmarktbeheerders om overeenkomstig [artikel 10.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.1&artikel=10.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- g. onbalansverrekening overeenkomstig [artikel 10.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.1&artikel=10.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. De in het eerste en tweede lid genoemde fallbackprocedures alsmede de interactie van de marktprocessen met het real-time herstelproces worden nader toegelicht op de website van de transmissiesysteembeheerder.
@@ -3870,9 +3816,9 @@
- b. **afregelen:** het leveren van elektrische energie door de transmissiesysteembeheerder aan het door de transmissiesysteembeheerder ten behoeve van de systeembalans ingezette automatische frequentieherstelreserves, noodvermogen, en het MARI-product;
- c. **prijs voor opregelen:** de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstig [artikel 10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.46&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ter bepaling van de waarde van energie in geval van opregelen;
- d. **prijs voor afregelen:** de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstig [artikel 10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.46&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ter bepaling van de waarde van energie in geval van afregelen;
- c. **prijs voor opregelen:** de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstig [artikel 10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.46&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ter bepaling van de waarde van energie in geval van opregelen;
- d. **prijs voor afregelen:** de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstig [artikel 10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.46&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ter bepaling van de waarde van energie in geval van afregelen;
- e. **regeltoestand:** een parameter waarmee de gevraagde regelactie aan balanceringsdienstverleners die automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen leveren en het verloop daarvan gedurende een onbalansverrekeningsperiode wordt geïdentificeerd. Deze parameter wordt door de transmissiesysteembeheerder vastgesteld overeenkomstig artikel 10.28;
@@ -3880,7 +3826,7 @@
- g. **middenprijs:** het gemiddelde van de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, van de laagste bieding voor opregelen van automatische frequentieherstelreserves aan de transmissiesysteembeheerder en de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, van de hoogste bieding voor afregelen van automatische frequentieherstelreserves aan de transmissiesysteembeheerder;
- h. **prijs voor ingezet noodvermogen:** de prijs die tot stand komt door middel van twee berekeningsmethodes, één voor opregelen en één voor afregelen. Deze prijs wordt door de transmissiesysteembeheerder bepaald volgens [artikel 10.45 achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- h. **prijs voor ingezet noodvermogen:** de prijs die tot stand komt door middel van twee berekeningsmethodes, één voor opregelen en één voor afregelen. Deze prijs wordt door de transmissiesysteembeheerder bepaald volgens [artikel 10.45 achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De voorwaarden uit dit hoofdstuk zijn van toepassing, ongeacht de systeemtoestand van het transmissiesysteem.
@@ -3906,7 +3852,7 @@
##### Artikel 10.3
1. De transmissiesysteembeheerder beheert het balanceringsverantwoordelijkenregister, waarin de namen, adressen, telefoonnummers en e-mailadressen alsmede de gegevens ten behoeve van het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), zijn vermeld van de in [artikel 10.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde balanceringsverantwoordelijken.
1. De transmissiesysteembeheerder beheert het balanceringsverantwoordelijkenregister, waarin de namen, adressen, telefoonnummers en e-mailadressen alsmede de gegevens ten behoeve van het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), zijn vermeld van de in [artikel 10.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde balanceringsverantwoordelijken.
2. De transmissiesysteembeheerder deelt aan de balanceringsverantwoordelijke de datum van zijn inschrijving in het balanceringsverantwoordelijkenregister mee.
@@ -3916,7 +3862,7 @@
##### Artikel 10.4
1. Tot het uitoefenen van balanceringsverantwoordelijkheid voor een allocatiepunt laat een systeembeheerder slechts natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen toe aan wie de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21) een erkenning als balanceringsverantwoordelijke heeft verleend.
1. Tot het uitoefenen van balanceringsverantwoordelijkheid voor een allocatiepunt laat een systeembeheerder slechts natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen toe aan wie de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01) een erkenning als balanceringsverantwoordelijke heeft verleend.
2. Een aangeslotene die de balanceringsverantwoordelijkheid voor zijn allocatiepunt niet zelf uitoefent, draagt die balanceringsverantwoordelijkheid over aan een balanceringsverantwoordelijke.
@@ -3932,11 +3878,11 @@
1. Systeembeheerders dragen hun balanceringsverantwoordelijkheid voor de compensatie van systeemverliezen over aan een balanceringsverantwoordelijke.
2. Met betrekking tot de balanceringsverantwoordelijkheid van een distributiesysteembeheerder voor de compensatie van systeemverliezen is het in [artikel 10.4, derde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bepaalde van toepassing, met dien verstande dat de in kennis te stellen systeembeheerder de systeembeheerder is van het systeem op een hoger spanningsniveau waaraan het systeem van de eerstgenoemde systeembeheerder is gekoppeld.
2. Met betrekking tot de balanceringsverantwoordelijkheid van een distributiesysteembeheerder voor de compensatie van systeemverliezen is het in [artikel 10.4, derde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bepaalde van toepassing, met dien verstande dat de in kennis te stellen systeembeheerder de systeembeheerder is van het systeem op een hoger spanningsniveau waaraan het systeem van de eerstgenoemde systeembeheerder is gekoppeld.
3. Op de overdrachtspunten van systeemkoppelingen wordt geen onbalans bepaald in het kader van de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid.
4. Op de aansluiting van een gesloten systeem op het systeem van een systeembeheerder wordt geen onbalans bepaald in het kader van de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid indien het een gesloten systeem betreft waarvan de beheerder gebruik maakt van het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ten behoeve van het faciliteren van derdentoegang.
4. Op de aansluiting van een gesloten systeem op het systeem van een systeembeheerder wordt geen onbalans bepaald in het kader van de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid indien het een gesloten systeem betreft waarvan de beheerder gebruik maakt van het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ten behoeve van het faciliteren van derdentoegang.
##### Artikel 10.6
@@ -3944,9 +3890,9 @@
2. De in het eerste lid bedoelde inkennisstelling van de aangeslotene met een grote aansluiting vindt plaats bij aangetekende brief en de in dat lid bedoelde termijn van twintig werkdagen vangt aan op het moment van ontvangst van deze aangetekende brief.
3. De aangeslotene met een grote aansluiting laat de beoogde balanceringsverantwoordelijke of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), tenminste vijf werkdagen voor de in het eerste lid bedoelde ingangsdatum aan de systeembeheerder die het aangaat overeenkomstig het proces uit [paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934¶graaf=4.5) melden welke balanceringsverantwoordelijke vanaf die datum voor het allocatiepunt balanceringsverantwoordelijkheid draagt.
4. Indien de aangeslotene met een grote aansluiting of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet tijdig aan zijn in het derde lid bedoelde verplichting voldoet, treedt [artikel 10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.41&z=2026-02-21&g=2026-02-21) voor het betreffende allocatiepunt in werking. De systeembeheerder die het aangaat, verwittigt onverwijld de transmissiesysteembeheerder en de Autoriteit Consument en Markt.
3. De aangeslotene met een grote aansluiting laat de beoogde balanceringsverantwoordelijke of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), tenminste vijf werkdagen voor de in het eerste lid bedoelde ingangsdatum aan de systeembeheerder die het aangaat overeenkomstig het proces uit [paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934¶graaf=4.5) melden welke balanceringsverantwoordelijke vanaf die datum voor het allocatiepunt balanceringsverantwoordelijkheid draagt.
4. Indien de aangeslotene met een grote aansluiting of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet tijdig aan zijn in het derde lid bedoelde verplichting voldoet, treedt [artikel 10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.41&z=2026-03-01&g=2026-03-01) voor het betreffende allocatiepunt in werking. De systeembeheerder die het aangaat, verwittigt onverwijld de transmissiesysteembeheerder en de Autoriteit Consument en Markt.
##### Artikel 10.7
@@ -3960,7 +3906,7 @@
- a. de transmissiesysteembeheerder zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om balanceringsverantwoordelijkheid te kunnen uitoefenen, en;
- b. de aanvrager financiële zekerheid heeft gesteld overeenkomstig [artikel 10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- b. de aanvrager financiële zekerheid heeft gesteld overeenkomstig [artikel 10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
5. Wanneer een eerdere erkenning van de aanvrager is ingetrokken, willigt de transmissiesysteembeheerder de aanvraag niet in dan nadat hij zich ervan heeft vergewist dat de redenen die tot intrekking van de eerdere erkenning hebben geleid niet meer aanwezig zijn en geen grond bestaat voor het vermoeden dat deze redenen zich opnieuw zullen voordoen.
@@ -3968,7 +3914,7 @@
##### Artikel 10.8
1. De financiële zekerheid, bedoeld in [artikel 10.7, vierde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie overeenkomstig een door de transmissiesysteembeheerder uit te geven model, al dan niet, naar keuze van de balanceringsverantwoordelijke, aangevuld met een bij de transmissiesysteembeheerder aangehouden deposito.
1. De financiële zekerheid, bedoeld in [artikel 10.7, vierde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie overeenkomstig een door de transmissiesysteembeheerder uit te geven model, al dan niet, naar keuze van de balanceringsverantwoordelijke, aangevuld met een bij de transmissiesysteembeheerder aangehouden deposito.
2. De omvang van de door een balanceringsverantwoordelijke te stellen financiële zekerheid wordt afgeleid van:
@@ -4020,7 +3966,7 @@
##### Artikel 10.10
1. De erkenning van een balanceringsverantwoordelijke wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de transmissiesysteembeheerder hiertoe besluit overeenkomstig artikel 10.34, eerste en tweede lid, rekening houdend met een eventueel besluit tot opschorting overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21), ongeacht of de betreffende balanceringsverantwoordelijke op die datum is uitgeschreven uit het balanceringsverantwoordelijkenregister en de intrekking van zijn erkenning is gepubliceerd, een en ander als bedoeld in het tweede en derde lid.
1. De erkenning van een balanceringsverantwoordelijke wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de transmissiesysteembeheerder hiertoe besluit overeenkomstig artikel 10.34, eerste en tweede lid, rekening houdend met een eventueel besluit tot opschorting overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01), ongeacht of de betreffende balanceringsverantwoordelijke op die datum is uitgeschreven uit het balanceringsverantwoordelijkenregister en de intrekking van zijn erkenning is gepubliceerd, een en ander als bedoeld in het tweede en derde lid.
2. Wanneer de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke is ingetrokken of de intrekking van de erkenning is opgeschort, stelt de transmissiesysteembeheerder de andere systeembeheerders en balanceringsverantwoordelijken daarvan onverwijld in kennis en verwerkt hij dit in het balanceringsverantwoordelijkenregister voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke.
@@ -4048,15 +3994,15 @@
##### Artikel 10.13
1. Voor zover in de in [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde energieprogramma’s andere externe commerciële handelsprogramma's zijn opgenomen dan de externe commerciële handelsprogramma's die overeenkomstig [artikel 10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zijn toegewezen, bericht de transmissiesysteembeheerder uiterlijk een half uur na het in artikel 10.12 genoemde tijdstip welke van die externe commerciële handelsprogramma's hij, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van de zoneoverschrijdende verbindingen, heeft toegewezen.
2. In geval de toewijzing, bedoeld in het eerste lid, niet overeenstemt met het in [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde energieprogramma, dient de balanceringsverantwoordelijke bij de transmissiesysteembeheerder vóór 16:00 uur een met betrekking tot het extern commercieel handelsprogramma bijgesteld energieprogramma in.
1. Voor zover in de in [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde energieprogramma’s andere externe commerciële handelsprogramma's zijn opgenomen dan de externe commerciële handelsprogramma's die overeenkomstig [artikel 10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zijn toegewezen, bericht de transmissiesysteembeheerder uiterlijk een half uur na het in artikel 10.12 genoemde tijdstip welke van die externe commerciële handelsprogramma's hij, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van de zoneoverschrijdende verbindingen, heeft toegewezen.
2. In geval de toewijzing, bedoeld in het eerste lid, niet overeenstemt met het in [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde energieprogramma, dient de balanceringsverantwoordelijke bij de transmissiesysteembeheerder vóór 16:00 uur een met betrekking tot het extern commercieel handelsprogramma bijgesteld energieprogramma in.
3. Artikel 10.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde externe commerciële handelsprogramma's.
4. Indien een toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in het eerste lid of in [artikel 10.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet vóór 17:30 uur op dezelfde dag wordt bevestigd door de beheerder van dat deel van de desbetreffende interconnector of het desbetreffende interconnectorsysteem dat niet in Nederland is gelegen, vervalt de toewijzing.
5. Zo spoedig mogelijk nadat de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijke die het aangaat heeft ingelicht dat zich het in het vierde lid bedoelde geval heeft voorgedaan, dient deze balanceringsverantwoordelijke een wijziging van het energieprogramma in waarin het vervallen van de toewijzing is verwerkt en waarbij [artikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), in acht is genomen.
4. Indien een toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in het eerste lid of in [artikel 10.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet vóór 17:30 uur op dezelfde dag wordt bevestigd door de beheerder van dat deel van de desbetreffende interconnector of het desbetreffende interconnectorsysteem dat niet in Nederland is gelegen, vervalt de toewijzing.
5. Zo spoedig mogelijk nadat de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijke die het aangaat heeft ingelicht dat zich het in het vierde lid bedoelde geval heeft voorgedaan, dient deze balanceringsverantwoordelijke een wijziging van het energieprogramma in waarin het vervallen van de toewijzing is verwerkt en waarbij [artikel 10.14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), in acht is genomen.
##### Artikel 10.14
@@ -4070,7 +4016,7 @@
5. Indien hetgeen in het intern commercieel handelsprogramma per onbalansverrekeningsperiode omtrent een energietransactie is vermeld niet strookt met hetgeen omtrent diezelfde transactie is vermeld in het intern commercieel handelsprogramma van enige andere balanceringsverantwoordelijke, hanteert de transmissiesysteembeheerder voor beide balanceringsverantwoordelijken in de betreffende onbalansverrekeningsperiode 0 waardes. De transmissiesysteembeheerder informeert de betreffende balanceringsverantwoordelijke hierover onverwijld.
6. In het in [artikel 10.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde geval, of in geval van een aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma dient een balanceringsverantwoordelijke een wijziging op het energieprogramma in die zodanig is dat daardoor het evenwicht wordt hersteld dat door aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma verloren is gegaan.
6. In het in [artikel 10.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde geval, of in geval van een aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma dient een balanceringsverantwoordelijke een wijziging op het energieprogramma in die zodanig is dat daardoor het evenwicht wordt hersteld dat door aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma verloren is gegaan.
7. In de volgende gevallen leidt een door een balanceringsverantwoordelijke ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma, dan wel door conform de Regeling betreffende meer dan één NEMO in een biedzone namens balanceringsverantwoordelijke ingediende wijziging van de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma, tot goedkeuring daarvan door de transmissiesysteembeheerder:
@@ -4112,17 +4058,17 @@
##### Artikel 10.16
1. De door de systeembeheerder, op basis van [artikel 10.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van een balanceringsverantwoordelijke ontvangen verzoeken tot aanpassing van de hem eerder op basis van [artikel 10.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [10.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), toegezonden meetgegevens zullen door de systeembeheerder worden afgehandeld binnen twee werkdagen na ontvangst van het verzoek tot aanpassing.
2. Verzoeken op basis van [artikel 10.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), neemt de systeembeheerder aan wie het verzoek is gericht niet in behandeling wanneer meer dan vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop hij overeenkomstig [artikel 10.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of [10.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de meetgegevens aan die balanceringsverantwoordelijke heeft verzonden, tenzij de balanceringsverantwoordelijke de fout waarvan hij correctie verzoekt redelijkerwijs niet binnen die termijn heeft kunnen opmerken.
1. De door de systeembeheerder, op basis van [artikel 10.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van een balanceringsverantwoordelijke ontvangen verzoeken tot aanpassing van de hem eerder op basis van [artikel 10.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [10.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), toegezonden meetgegevens zullen door de systeembeheerder worden afgehandeld binnen twee werkdagen na ontvangst van het verzoek tot aanpassing.
2. Verzoeken op basis van [artikel 10.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), neemt de systeembeheerder aan wie het verzoek is gericht niet in behandeling wanneer meer dan vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop hij overeenkomstig [artikel 10.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of [10.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de meetgegevens aan die balanceringsverantwoordelijke heeft verzonden, tenzij de balanceringsverantwoordelijke de fout waarvan hij correctie verzoekt redelijkerwijs niet binnen die termijn heeft kunnen opmerken.
3. De systeembeheerder beoordeelt het verzoek tot aanpassing en beantwoordt dit met een acceptatie of afwijzing met reden.
##### Artikel 10.17
1. De systeembeheerder deelt ten behoeve van het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid de allocatiepunten van aansluitingen op het door hem beheerde systeem in profielcategorieën in overeenkomstig [bijlage 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=11&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De systeembeheerder hanteert voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor de profielcategorie E4A de overeenkomstig bijlage 1 van de Informatiecode elektriciteit en gas vastgestelde profielen en voor de overige profielcategorieën de overeenkomstig [bijlage 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=12&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bepaalde profielen.
1. De systeembeheerder deelt ten behoeve van het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid de allocatiepunten van aansluitingen op het door hem beheerde systeem in profielcategorieën in overeenkomstig [bijlage 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=11&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De systeembeheerder hanteert voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor de profielcategorie E4A de overeenkomstig bijlage 1 van de Informatiecode elektriciteit en gas vastgestelde profielen en voor de overige profielcategorieën de overeenkomstig [bijlage 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=12&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bepaalde profielen.
3. De systeembeheerder gaat voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid uit van de meetgegevens:
@@ -4134,17 +4080,17 @@
4. [gereserveerd]
5. In afwijking van respectievelijk in aanvulling op het derde lid gaat de systeembeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van aangeslotenen met een kleine aansluiting waarvan de allocatiemethode van de aansluiting “profielallocatie” heeft, uit van de gegevens die hij overeenkomstig [bijlage 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bepaalt.
5. In afwijking van respectievelijk in aanvulling op het derde lid gaat de systeembeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van aangeslotenen met een kleine aansluiting waarvan de allocatiemethode van de aansluiting “profielallocatie” heeft, uit van de gegevens die hij overeenkomstig [bijlage 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bepaalt.
6. In aanvulling op het vierde lid gaat de systeembeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van aangeslotenen die beschikken over een aansluiting die op grond van [artikel 2.46 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=2.46) niet voorzien is van een meetinrichting, uit van:
- a. het belastingprofiel dat overeenkomstig de systematiek beschreven in [bijlage 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=15&z=2026-02-21&g=2026-02-21) is vastgesteld; of
- b. de gegevens die hij overeenkomstig [bijlage 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bepaalt indien aan de aansluiting om historische redenen een profielcategorie is toegekend.
- a. het belastingprofiel dat overeenkomstig de systematiek beschreven in [bijlage 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=15&z=2026-03-01&g=2026-03-01) is vastgesteld; of
- b. de gegevens die hij overeenkomstig [bijlage 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bepaalt indien aan de aansluiting om historische redenen een profielcategorie is toegekend.
7. De systeembeheerder bepaalt per systeemgebied, per onbalansverrekeningsperiode het restantvolume door het saldo te bepalen van de uitwisseling van het systeemgebied met andere systemen bedoeld in het derde lid, onderdeel c, de gemeten volumes bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, de gegevens bedoeld in het vierde en vijfde lid en de systeemverliezen.
8. De systeembeheerder bepaalt per systeemgebied de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor geprofileerde allocatiepunten van aansluitingen overeenkomstig [bijlage 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=16&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
8. De systeembeheerder bepaalt per systeemgebied de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor geprofileerde allocatiepunten van aansluitingen overeenkomstig [bijlage 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=16&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
9. De transmissiesysteembeheerder en de andere systeembeheerders leggen de in het derde, vijfde en zevende lid bedoelde meetgegevens met betrekking tot de allocatiepunten van aansluitingen op hun systemen per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie per onbalansverrekeningsperiode vast in dagrapporten.
@@ -4160,13 +4106,13 @@
- d. voor de allocatiepunten waarvoor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft: per leverancier.
12. De systeembeheerder vermeldt bij de verstrekking van de in het tiende lid bedoelde meetgegevens of deze een voorlopig karakter hebben. In dat geval worden de definitieve meetgegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) verwerkt.
12. De systeembeheerder vermeldt bij de verstrekking van de in het tiende lid bedoelde meetgegevens of deze een voorlopig karakter hebben. In dat geval worden de definitieve meetgegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) verwerkt.
##### Artikel 10.18
1. De systeembeheerder stuurt de op grond van [artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), verzamelde meetgegevens inzake alle allocatiepunten op zijn systeem aan de transmissiesysteembeheerder voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.
2. De systeembeheerder stuurt de op grond van [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.
2. De systeembeheerder stuurt de op grond van [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.
3. De systeembeheerder die allocatiepunten in een congestiegebied beheert, stuurt aan de transmissiesysteembeheerder voor iedere CG-aangeslotene in dat gebied de hoeveelheid op de desbetreffende allocatiepunten met het systeem uitgewisselde energie per onbalansverrekeningsperiode voor 16:00 uur van de eerste werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.
@@ -4176,7 +4122,7 @@
1. De systeembeheerder vervangt indien van toepassing voor de desbetreffende allocatiepunten de op basis van [artikel 6.2.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.2) van de meetverantwoordelijke partij ontvangen meetgegevens door de herziene meetgegevens die hem op basis van [artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.3) door de desbetreffende meetverantwoordelijke partij voor 10:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag zijn toegestuurd.
2. De systeembeheerder voert opnieuw de in [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), beschreven acties uit.
2. De systeembeheerder voert opnieuw de in [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), beschreven acties uit.
3. De systeembeheerder stuurt de op grond van het tweede lid opnieuw verzamelde meetgegevens inzake al zijn allocatiepunten aan de transmissiesysteembeheerder voor 16:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.
@@ -4184,13 +4130,13 @@
##### Artikel 10.20
1. De systeembeheerder voert de in [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), beschreven acties uit op de op grond van [artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.3) van de meetverantwoordelijke partijen ontvangen definitieve meetgegevens.
1. De systeembeheerder voert de in [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), beschreven acties uit op de op grond van [artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.3) van de meetverantwoordelijke partijen ontvangen definitieve meetgegevens.
2. De systeembeheerder stuurt de op grond van het eerste lid opnieuw verzamelde meetgegevens inzake al zijn allocatiepunten aan de transmissiesysteembeheerder onverwijld doch uiterlijk voor 12:00 uur van de tiende werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.
3. De systeembeheerder stuurt de op grond van het eerste lid opnieuw verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken voor 12:00 uur van de tiende werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.
4. Indien de systeembeheerder tussen 12:00 en 16:00 uur van de tiende werkdag na de dag van collectie van de meetgegevens van de balanceringsverantwoordelijken een verzoek zoals bedoeld in [artikel 10.25, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), heeft ontvangen, zal de systeembeheerder zo mogelijk en nodig de op grond van [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), verzamelde meetgegevens aanpassen. Vervolgens worden deze meetgegevens als definitieve meetgegevens diezelfde dag voor 24:00 uur verzonden aan de transmissiesysteembeheerder en aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke.
4. Indien de systeembeheerder tussen 12:00 en 16:00 uur van de tiende werkdag na de dag van collectie van de meetgegevens van de balanceringsverantwoordelijken een verzoek zoals bedoeld in [artikel 10.25, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), heeft ontvangen, zal de systeembeheerder zo mogelijk en nodig de op grond van [artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), verzamelde meetgegevens aanpassen. Vervolgens worden deze meetgegevens als definitieve meetgegevens diezelfde dag voor 24:00 uur verzonden aan de transmissiesysteembeheerder en aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke.
##### Artikel 10.21
@@ -4208,7 +4154,7 @@
2. Iedere werkdag geven de systeembeheerders ten behoeve van de publicatie op grond van het eerste lid de meetgegevens per aangeslotene met een installatie met een maximumcapaciteit van 10 MW of meer per onbalansverrekeningsperiode door aan de transmissiesysteembeheerder.
3. [Artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op het tweede lid.
3. [Artikel 10.17, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op het tweede lid.
4. De transmissiesysteembeheerder geeft bij de op grond van het eerste lid gepubliceerde gegevens aan wat de sommatie is van de geprogrammeerde importen en exporten.
@@ -4218,7 +4164,7 @@
1. Op basis van de volgens [artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.17), ontvangen gegevens vergelijkt de transmissiesysteembeheerder de som van de invoedingen in elk deelsysteem waarvan het spanningsniveau gelijk is aan of hoger is dan 110 kV, met de som van het verbruik in dat deelsysteem. Bij een geconstateerde afwijking groter dan 1000 kWh per dag wordt een melding gemaakt naar de desbetreffende systeembeheerder en wordt deze systeembeheerder verzocht de gegevens te corrigeren.
2. Elk kwartaal zal de transmissiesysteembeheerder de overige systeembeheerders berichten over de trends in de restantvolumecorrectiefactoren die de transmissiesysteembeheerder op grond van [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) ontvangt.
2. Elk kwartaal zal de transmissiesysteembeheerder de overige systeembeheerders berichten over de trends in de restantvolumecorrectiefactoren die de transmissiesysteembeheerder op grond van [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) ontvangt.
##### Artikel 10.24
@@ -4226,21 +4172,21 @@
- a. het door de balanceringsverantwoordelijke bij de transmissiesysteembeheerder ingediende en door hem goedgekeurde energieprogramma, met inbegrip van eventuele goedgekeurde wijzigingen daarvan;
- b. de door de transmissiesysteembeheerder op basis van [artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van systeembeheerders ontvangen meetgegevens;
- b. de door de transmissiesysteembeheerder op basis van [artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van systeembeheerders ontvangen meetgegevens;
- c. de onbalans en onbalansaanpassing;
- d. de in [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.6&artikel=10.29&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde onbalansprijs voor elke onbalansverrekeningsperiode;
- d. de in [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.6&artikel=10.29&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde onbalansprijs voor elke onbalansverrekeningsperiode;
- e. het totaalbedrag ter zake van de onbalans.
2. De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 17:00 uur van de eerste werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft.
3. De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 17:00 uur van de vijfde werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “[artikel 10.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21)” in plaats van “[artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21)” gelezen te worden.
4. De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht, aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 15:00 uur van de tiende werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “[artikel 10.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21)” in plaats van “[artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21)” gelezen te worden.
5. De transmissiesysteembeheerder stuurt, indien van toepassing, direct na de op basis van [artikel 10.21, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van een systeembeheerder ontvangen meetgegevens van een bepaalde kalenderdag, het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht onverwijld aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “[artikel 10.20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21)” in plaats van “[artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21)” gelezen te worden.
3. De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 17:00 uur van de vijfde werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “[artikel 10.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01)” in plaats van “[artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01)” gelezen te worden.
4. De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht, aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 15:00 uur van de tiende werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “[artikel 10.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01)” in plaats van “[artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01)” gelezen te worden.
5. De transmissiesysteembeheerder stuurt, indien van toepassing, direct na de op basis van [artikel 10.21, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van een systeembeheerder ontvangen meetgegevens van een bepaalde kalenderdag, het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht onverwijld aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “[artikel 10.20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01)” in plaats van “[artikel 10.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01)” gelezen te worden.
6. Wanneer de in het eerste lid bedoelde werkdag volgt op een weekeinde of een algemeen erkende feestdag, betreft de in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking dat weekeinde dan wel die feestdag of -dagen en de kalenderdag dat daaraan is voorafgegaan.
@@ -4248,15 +4194,15 @@
- a. de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen waarop een balanceringsdienstverlener actief is met wie de transmissiesysteembeheerder een overeenkomst met betrekking tot de terbeschikkingstelling van automatische frequentieherstelreserves, noodvermogen of het MARI-product heeft gesloten en het meer of minder leveren heeft plaatsgevonden onder die overeenkomst;
- b. de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen waarop een congestiedienstverlener actief is waarvan een redispatchproduct wordt afgeroepen als bedoeld in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), waarbij de afroep in overeenstemming met bijlage 7, vierde lid, onderdeel b, niet genomineerd wordt als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke;
- b. de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen waarop een congestiedienstverlener actief is waarvan een redispatchproduct wordt afgeroepen als bedoeld in [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), waarbij de afroep in overeenstemming met bijlage 7, vierde lid, onderdeel b, niet genomineerd wordt als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke;
- c. de balanceringsverantwoordelijkheid voor het allocatiepunt of de allocatiepunten van een significante systeemgebruiker, wanneer deze eenduidig te bepalen is naar aanleiding van een maatregel vanuit het systeembeschermings- en herstelplan die leidt tot aanpassing van invoeding of afname van werkzaam vermogen.
##### Artikel 10.25
1. De balanceringsverantwoordelijke kan bij controle op grond van het tweede en vijfde lid gebruik maken van de gegevens die hij ingevolge [artikel 10.24, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van de transmissiesysteembeheerder heeft ontvangen.
2. De balanceringsverantwoordelijke controleert voor de meetgegevens per allocatiepunt die hij op grond van [artikel 10.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [10.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van de systeembeheerders ontvangen heeft of de systeembeheerder de volumes heeft toegerekend overeenkomstig de gegevens in zijn aansluitingenregister.
1. De balanceringsverantwoordelijke kan bij controle op grond van het tweede en vijfde lid gebruik maken van de gegevens die hij ingevolge [artikel 10.24, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van de transmissiesysteembeheerder heeft ontvangen.
2. De balanceringsverantwoordelijke controleert voor de meetgegevens per allocatiepunt die hij op grond van [artikel 10.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [10.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van de systeembeheerders ontvangen heeft of de systeembeheerder de volumes heeft toegerekend overeenkomstig de gegevens in zijn aansluitingenregister.
3. Indien uit de controle in het tweede lid blijkt dat deze niet voldoet, dient de balanceringsverantwoordelijke een herzieningsverzoek in bij de desbetreffende systeembeheerder. Daarbij wordt aangegeven om welk van de volgende redenen de meetgegevens zijn afgekeurd.
@@ -4264,7 +4210,7 @@
- b. de meetwaarden zijn ontvangen maar werden niet verwacht.
4. De balanceringsverantwoordelijke kan tot 16:00 uur van de dag waarop hij op grond van [artikel 10.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), meetgegevens heeft ontvangen bij de desbetreffende systeembeheerder reclameren over deze meetgegevens.
4. De balanceringsverantwoordelijke kan tot 16:00 uur van de dag waarop hij op grond van [artikel 10.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), meetgegevens heeft ontvangen bij de desbetreffende systeembeheerder reclameren over deze meetgegevens.
#### § 10.5. Reconciliatie
@@ -4272,7 +4218,7 @@
1. De systeembeheerder gaat voor het verzamelen van de meetgegevens ten behoeve van de reconciliatie over maand M voor aansluitingen waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde ‘profielallocatie’ heeft, uit van meterstanden die betrekking hebben op maand M en die uiterlijk op de laatste dag van maand M+3 zijn vastgesteld.
2. De systeembeheerder, niet zijnde de transmissiesysteembeheerder, zendt uiterlijk de laatste werkdag van maand M+4 het aan een balanceringsverantwoordelijke toe te rekenen totale reconciliatievolume voor de reconciliatieperiode zoals bedoeld in [bijlage 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke en deze totalen van alle betrokken balanceringsverantwoordelijken aan de transmissiesysteembeheerder.
2. De systeembeheerder, niet zijnde de transmissiesysteembeheerder, zendt uiterlijk de laatste werkdag van maand M+4 het aan een balanceringsverantwoordelijke toe te rekenen totale reconciliatievolume voor de reconciliatieperiode zoals bedoeld in [bijlage 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke en deze totalen van alle betrokken balanceringsverantwoordelijken aan de transmissiesysteembeheerder.
3. De systeembeheerder zendt uiterlijk op de tiende werkdag van maand M+5 aan de balanceringsverantwoordelijke, ter specificatie van de volgens het vierde lid te ontvangen gegevens de volgende gegevens per gereconcilieerd allocatiepunt en per kalendermaand:
@@ -4288,9 +4234,9 @@
- f. de EAN-code van het systeemgebied waartoe het allocatiepunt behoort;
- g. het op basis van [artikel 10.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), toegerekende volume tijdens normaaluren;
- h. het op basis van [artikel 10.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), toegerekende volume tijdens laaguren;
- g. het op basis van [artikel 10.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), toegerekende volume tijdens normaaluren;
- h. het op basis van [artikel 10.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), toegerekende volume tijdens laaguren;
- i. het op basis van meterstanden berekende volume tijdens normaaluren;
@@ -4300,7 +4246,7 @@
- a. het totaal van de in het tweede lid bedoelde verzamelde gegevens;
- b. de reconciliatieprijs, voor de normaaluren en de laaguren, wordt bepaald overeenkomstig [bijlage 19, artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21); en
- b. de reconciliatieprijs, voor de normaaluren en de laaguren, wordt bepaald overeenkomstig [bijlage 19, artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01); en
- c. het totaal nog te betalen of te ontvangen bedrag.
@@ -4308,13 +4254,13 @@
6. Op de woensdag volgende op die in het vijfde lid bedoelde dinsdag stort de transmissiesysteembeheerder de op grond van het vierde lid uit te keren bedragen op een daartoe door hen bekend gemaakt bankrekeningnummer van de balanceringsverantwoordelijken die per saldo ontvangen. De transmissiesysteembeheerder is niet gehouden meer uit te keren dan door de balanceringsverantwoordelijken aan hem is overgedragen.
7. Indien een balanceringsverantwoordelijke zijn erkenning heeft verloren op grond van [artikel 10.34, eerste lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.34&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en aannemelijk is dat deze balanceringsverantwoordelijke niet meer zal betalen, zullen de in de reconciliatie met deze balanceringsverantwoordelijke te verrekenen bedragen naar evenredigheid over alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken worden verdeeld. Eventuele nagekomen ontvangsten van balanceringsverantwoordelijken met betrekking tot aldus naar evenredigheid verdeelde bedragen, worden in een nadere verrekening ingebracht ten gunste van alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken.
7. Indien een balanceringsverantwoordelijke zijn erkenning heeft verloren op grond van [artikel 10.34, eerste lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.34&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en aannemelijk is dat deze balanceringsverantwoordelijke niet meer zal betalen, zullen de in de reconciliatie met deze balanceringsverantwoordelijke te verrekenen bedragen naar evenredigheid over alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken worden verdeeld. Eventuele nagekomen ontvangsten van balanceringsverantwoordelijken met betrekking tot aldus naar evenredigheid verdeelde bedragen, worden in een nadere verrekening ingebracht ten gunste van alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken.
8. Indien de in het vijfde en zesde lid bedoelde dinsdag of woensdag niet op een werkdag valt, schuiven de termijnen op tot de eerstvolgende werkdag.
9. De formules en de rekenmodellen die de systeembeheerders hanteren bij het bepalen van de te reconciliëren volumes zijn vermeld in [bijlage 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
10. De systeembeheerders leggen ten behoeve van het reconciliatieproces de gegevens vast volgens [bijlage 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
9. De formules en de rekenmodellen die de systeembeheerders hanteren bij het bepalen van de te reconciliëren volumes zijn vermeld in [bijlage 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
10. De systeembeheerders leggen ten behoeve van het reconciliatieproces de gegevens vast volgens [bijlage 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
11. Verschillen tussen de historische allocatie en de herberekende allocatie worden tussen desbetreffende systeembeheerder en balanceringsverantwoordelijke verrekend tegen de reconciliatieprijs, zoals genoemd in het vierde lid, onderdeel b.
@@ -4342,27 +4288,27 @@
4. De transmissiesysteembeheerder zendt uiterlijk op de elfde werkdag van de tweede maand na de reconciliatiemaand en op uiterlijk de elfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand:
- a. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- b. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- a. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- b. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- c. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting de op grond van het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- d. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- e. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- f. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- g. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- e. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- f. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- g. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- h. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- i. per systeembeheerder per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende systeembeheerder;
- j. per systeembeheerder per systeemgebied, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende systeembeheerder; en
- k. per systeembeheerder, per systeemgebied, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de balanceringsverantwoordelijke die verantwoordelijk is voor de systeemverliezen van het desbetreffende systeemgebied.
- i. per systeembeheerder per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende systeembeheerder;
- j. per systeembeheerder per systeemgebied, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende systeembeheerder; en
- k. per systeembeheerder, per systeemgebied, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de balanceringsverantwoordelijke die verantwoordelijk is voor de systeemverliezen van het desbetreffende systeemgebied.
5. De systeembeheerder gaat voor het verzamelen van de meetgegevens ten behoeve van de reconciliatie voor een maand, hierna te noemen reconciliatiemaand voor telemetrisch bemeten aansluitingen uit van de meetgegevens die hij overeenkomstig [artikelen 6.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.6a), [6.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.6a), [6.2.2.15c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.15c) en [6.2.2.16h van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&artikel=6.2.2.16h) ontvangen heeft en overeenkomstig paragraaf 6.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas heeft verwerkt. Indien de systeembeheerder voor een allocatiepunt geen meetgegevens voor de reconciliatiemaand heeft ontvangen treden de voor dit allocatiepunt de overeenkomstig 10.20 voor de desbetreffende maand vastgestelde meetgegevens in de plaats.
@@ -4398,13 +4344,13 @@
8. De transmissiesysteembeheerder zendt uiterlijk op de elfde werkdag van de tweede maand na de reconciliatiemaand en op uiterlijk de elfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand:
- a. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- b. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- c. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- d. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- a. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- b. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- c. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- d. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- e. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
@@ -4414,35 +4360,35 @@
- h. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel b, van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- i. per balanceringsverantwoordelijke per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- j. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- i. per balanceringsverantwoordelijke per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- j. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- k. per balanceringsverantwoordelijke, per systeemgebied, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zevende respectievelijk achtste lid, beide onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- l. per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke;
- m. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- n. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- m. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- n. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting de op grond van [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- o. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- p. per systeembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel b, van de systeembeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende systeembeheerder;
- q. per distributiesysteembeheerder per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende distributiesysteembeheerder;
- q. per distributiesysteembeheerder per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende distributiesysteembeheerder;
- r. per distributiesysteembeheerder, per systeemgebied, per balanceringsverantwoordelijke, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende distributiesysteembeheerder;
- s. per distributiesysteembeheerder per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de desbetreffende distributiesysteembeheerder;
- s. per distributiesysteembeheerder per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de desbetreffende distributiesysteembeheerder;
- t. per distributiesysteembeheerder, per systeemgebied, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende distributiesysteembeheerder;
- u. per distributiesysteembeheerder, per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de balanceringsverantwoordelijke die verantwoordelijk is voor de systeemverliezen van het desbetreffende systeemgebied; en
- u. per distributiesysteembeheerder, per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstig [artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de balanceringsverantwoordelijke die verantwoordelijk is voor de systeemverliezen van het desbetreffende systeemgebied; en
- v. per regionale systeembeheerder, per systeemgebied, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beide onderdeel a, bedoelde gegevens aan de balanceringsverantwoordelijke die verantwoordelijk is voor de systeemverliezen van het desbetreffende systeemgebied.
9. De transmissiesysteembeheerder publiceert de reconciliatieprijs zoals vastgesteld op basis van [bijlage 19, artikel 6, 9 en 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21) voor de reconciliatiemaand op zijn website uiterlijk de elfde werkdag van de maand volgend op de reconciliatiemaand.
9. De transmissiesysteembeheerder publiceert de reconciliatieprijs zoals vastgesteld op basis van [bijlage 19, artikel 6, 9 en 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01) voor de reconciliatiemaand op zijn website uiterlijk de elfde werkdag van de maand volgend op de reconciliatiemaand.
10. De partij die op grond van het tweede of zesde lid gegevens heeft ontvangen van de systeembeheerder op uiterlijk de zesde werkdag van de tweede maand na de reconciliatie maand, kan tot uiterlijk de laatste kalenderdag van de derde maand na de reconciliatiemaand bij de systeembeheerder bezwaar maken tegen de van hem ontvangen gegevens.
@@ -4450,17 +4396,17 @@
12. De transmissiesysteembeheerder zendt uiterlijk op de elfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand aan elke balanceringsverantwoordelijke het door hem op grond van het vierde en het achtste lid te betalen of te ontvangen bedrag. De systeembeheerder hanteert daarbij:
- a. voor de verschillen als bedoeld in het vierde lid de overeenkomstig [bijlage 19, artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bepaalde prijs;
- b. voor de verschillen als bedoeld in het achtste lid, onderdelen j en u de overeenkomstig [bijlage 19, artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bepaalde prijs; en
- c. voor de verschillen als bedoeld in het achtste lid, onderdelen l en v de overeenkomstig [bijlage 19, artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bepaalde prijs.
- a. voor de verschillen als bedoeld in het vierde lid de overeenkomstig [bijlage 19, artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bepaalde prijs;
- b. voor de verschillen als bedoeld in het achtste lid, onderdelen j en u de overeenkomstig [bijlage 19, artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bepaalde prijs; en
- c. voor de verschillen als bedoeld in het achtste lid, onderdelen l en v de overeenkomstig [bijlage 19, artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bepaalde prijs.
13. De balanceringsverantwoordelijke die per saldo moet betalen, draagt er zorg voor dat het te betalen bedrag op de eerste werkdag van de zesde maand na de reconciliatiemaand is gestort op de bankrekening die de transmissiesysteembeheerder speciaal daarvoor heeft geopend.
14. Op de eerste werkdag van de zesde maand na de reconciliatiemaand stort de transmissiesysteembeheerder de op grond van het twaalfde lid uit te keren bedragen op een daartoe door hem bekendgemaakt bankrekeningnummer van de balanceringsverantwoordelijke. De transmissiesysteembeheerder is niet gehouden meer uit te keren dan door de balanceringsverantwoordelijken aan hem is overgedragen.
15. Indien een balanceringsverantwoordelijke zijn erkenning heeft verloren op grond van [artikel 10.34, eerste lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.34&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en aannemelijk is dat deze balanceringsverantwoordelijke niet meer zal betalen, zullen de in de reconciliatie met deze balanceringsverantwoordelijke te verrekenen bedragen naar evenredigheid over alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken worden verdeeld. Eventuele nagekomen ontvangsten van balanceringsverantwoordelijken met betrekking tot aldus naar evenredigheid verdeelde bedragen, worden in een nadere verrekening ingebracht ten gunste van alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken.
15. Indien een balanceringsverantwoordelijke zijn erkenning heeft verloren op grond van [artikel 10.34, eerste lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.34&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en aannemelijk is dat deze balanceringsverantwoordelijke niet meer zal betalen, zullen de in de reconciliatie met deze balanceringsverantwoordelijke te verrekenen bedragen naar evenredigheid over alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken worden verdeeld. Eventuele nagekomen ontvangsten van balanceringsverantwoordelijken met betrekking tot aldus naar evenredigheid verdeelde bedragen, worden in een nadere verrekening ingebracht ten gunste van alle andere bij de reconciliatie betrokken balanceringsverantwoordelijken.
16. De transmissiesysteembeheerder publiceert maandelijks op de twaalfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand een overzicht van de verhouding van de gereconcilieerde volumes ten opzichte van het totaal over alle systeemgebieden vastgestelde volume ten behoeve van onbalansverantwoordelijkheid per reconciliatiemaand op een publieke website, onderscheiden naar de waarde van de allocatiemethode van het allocatiepunt, te weten ‘slimmemeter-allocatie’ en ‘telemetrie’.
@@ -4488,35 +4434,35 @@
##### Artikel 10.29
1. De in [artikel 10.24, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde onbalans wordt met de transmissiesysteembeheerder verrekend tegen een prijs per MWh, hierna te noemen de onbalansprijs.
1. De in [artikel 10.24, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde onbalans wordt met de transmissiesysteembeheerder verrekend tegen een prijs per MWh, hierna te noemen de onbalansprijs.
2. De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand -1 is:
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
3. De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand +1 is:
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
4. De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand 2 is:
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie en de middenprijs hoger is dan de prijs voor opregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de middenprijs. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie en de middenprijs lager is dan de prijs voor afregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de middenprijs. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke;
- c. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie en de middenprijs niet hoger is dan de prijs voor opregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- d. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie en de middenprijs niet lager is dan de prijs voor afregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie en de middenprijs hoger is dan de prijs voor opregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de middenprijs. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie en de middenprijs lager is dan de prijs voor afregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de middenprijs. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke;
- c. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie en de middenprijs niet hoger is dan de prijs voor opregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- d. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie en de middenprijs niet lager is dan de prijs voor afregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
5. De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs voor een balanceringsverantwoordelijke bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand 0 is:
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke de middenprijs. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke de middenprijs. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
- a. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke de middenprijs. In dit geval betaalt de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder;
- b. indien de in [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke de middenprijs. In dit geval betaalt de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke.
##### Artikel 10.30
@@ -4524,7 +4470,7 @@
- a. onbalans met balanceringsverantwoordelijken;
- b. de kosten met balanceringsdienstverleners voor de geactiveerde middelen, bedoeld in [artikel 9.43, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-02-21&g=2026-02-21), met uitzondering van de kosten voor automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen als bedoeld in[artikel 3.2, derde lid, onderdeel a, van de Tarievencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.2);
- b. de kosten met balanceringsdienstverleners voor de geactiveerde middelen, bedoeld in [artikel 9.43, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.43&z=2026-03-01&g=2026-03-01), met uitzondering van de kosten voor automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen als bedoeld in[artikel 3.2, derde lid, onderdeel a, van de Tarievencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.2);
- c. het onbalansnettingproces;
@@ -4534,11 +4480,11 @@
##### Artikel 10.31
1. Een balanceringsverantwoordelijke is aan de transmissiesysteembeheerder een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,– verschuldigd voor iedere keer dat hij zijn energieprogramma niet vóór het daarvoor in [artikel 10.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bepaalde tijdstip via het in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde centrale communicatiesysteem heeft ingediend, te verhogen met € 200,– voor ieder vol uur na dat tijdstip waarin indiening van het energieprogramma uitblijft.
2. Een balanceringsverantwoordelijke is aan de transmissiesysteembeheerder een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,– verschuldigd voor iedere keer dat een energieprogramma wordt afgekeurd overeenkomstig [artikel 10.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
3. In het in het tweede lid bedoelde geval is de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder bovendien een onmiddellijk opeisbare additionele boete van € 1.000,– verschuldigd wanneer hij niet uiterlijk om 24:00 uur op dezelfde dag een gewijzigd energieprogramma heeft ingediend dat kan worden goedgekeurd overeenkomstig [artikel 10.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Een balanceringsverantwoordelijke is aan de transmissiesysteembeheerder een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,– verschuldigd voor iedere keer dat hij zijn energieprogramma niet vóór het daarvoor in [artikel 10.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bepaalde tijdstip via het in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde centrale communicatiesysteem heeft ingediend, te verhogen met € 200,– voor ieder vol uur na dat tijdstip waarin indiening van het energieprogramma uitblijft.
2. Een balanceringsverantwoordelijke is aan de transmissiesysteembeheerder een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,– verschuldigd voor iedere keer dat een energieprogramma wordt afgekeurd overeenkomstig [artikel 10.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
3. In het in het tweede lid bedoelde geval is de balanceringsverantwoordelijke aan de transmissiesysteembeheerder bovendien een onmiddellijk opeisbare additionele boete van € 1.000,– verschuldigd wanneer hij niet uiterlijk om 24:00 uur op dezelfde dag een gewijzigd energieprogramma heeft ingediend dat kan worden goedgekeurd overeenkomstig [artikel 10.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
4. De in het derde lid bedoelde additionele boete bedraagt € 4.000,– voor iedere volgende keer dat zich binnen hetzelfde kalenderjaar voordoet dat de balanceringsverantwoordelijke niet uiterlijk om 24:00 uur op dezelfde dag een gewijzigd energieprogramma heeft ingediend.
@@ -4546,11 +4492,11 @@
##### Artikel 10.32
1. De transmissiesysteembeheerder is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij niet binnen de in [artikel 10.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), of [artikel 10.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), daartoe bepaalde tijdspanne aan één of meer balanceringsverantwoordelijken heeft bericht als in die bepalingen aangegeven.
2. De transmissiesysteembeheerder is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer balanceringsverantwoordelijken niet voor 15.00 uur heeft bericht omtrent het hanteren van de in artikel 10.14, vierde lid, respectievelijk de in [artikel 10.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde waardes in de interne commerciële handelsprogramma’s.
3. De transmissiesysteembeheerder is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer balanceringsverantwoordelijken niet binnen 30 minuten na indiening van het energieprogramma heeft bericht omtrent de in [artikel 10.14, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde consistentie respectievelijk niet binnen 30 minuten na de sluitingstijd voor inzending van energieprogramma's respectievelijk programmawijzigingen heeft bericht omtrent de in artikel 10.14, eerste lid, onderdeel a, bedoelde consistentie van het door een balanceringsverantwoordelijke ingediende energieprogramma.
1. De transmissiesysteembeheerder is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij niet binnen de in [artikel 10.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), of [artikel 10.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), daartoe bepaalde tijdspanne aan één of meer balanceringsverantwoordelijken heeft bericht als in die bepalingen aangegeven.
2. De transmissiesysteembeheerder is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer balanceringsverantwoordelijken niet voor 15.00 uur heeft bericht omtrent het hanteren van de in artikel 10.14, vierde lid, respectievelijk de in [artikel 10.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde waardes in de interne commerciële handelsprogramma’s.
3. De transmissiesysteembeheerder is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer balanceringsverantwoordelijken niet binnen 30 minuten na indiening van het energieprogramma heeft bericht omtrent de in [artikel 10.14, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde consistentie respectievelijk niet binnen 30 minuten na de sluitingstijd voor inzending van energieprogramma's respectievelijk programmawijzigingen heeft bericht omtrent de in artikel 10.14, eerste lid, onderdeel a, bedoelde consistentie van het door een balanceringsverantwoordelijke ingediende energieprogramma.
4. De transmissiesysteembeheerder is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer balanceringsverantwoordelijken niet vóór 24:00 uur van een werkdag een opgave verstrekt van de onbalansen van een balanceringsverantwoordelijke gedurende het daaraan voorafgaande kalenderdag of, als de eerstbedoelde werkdag volgt op een weekeinde of een algemeen erkende feestdag, de onbalansen gedurende dat weekeinde onderscheidenlijk die feestdag of -dagen en de kalenderdag die daaraan vooraf is gegaan.
@@ -4558,15 +4504,15 @@
1. De transmissiesysteembeheerder maakt van iedere door zichzelf en van iedere door een balanceringsverantwoordelijke betaalde boete een aantekening in een register, dat voor iedere balanceringsverantwoordelijke op zijn hoofdkantoor ter inzage ligt en waarvan iedere balanceringsverantwoordelijke desgewenst een afschrift zal worden toegezonden.
2. Uiterlijk de vijftiende van een maand keert de transmissiesysteembeheerder aan balanceringsverantwoordelijken een bedrag uit ter grootte van de door de balanceringsverantwoordelijken betaalde boetes overeenkomstig [artikel 10.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en de door de transmissiesysteembeheerder betaalde boetes overeenkomstig [artikel 10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.32&z=2026-02-21&g=2026-02-21) in de daaraan voorafgaande kalendermaand, gedeeld door het totaal aantal erkende balanceringsverantwoordelijken in die voorafgaande maand, vermeerderd met één, zijnde de transmissiesysteembeheerder als mede-restitutiegerechtigde.
2. Uiterlijk de vijftiende van een maand keert de transmissiesysteembeheerder aan balanceringsverantwoordelijken een bedrag uit ter grootte van de door de balanceringsverantwoordelijken betaalde boetes overeenkomstig [artikel 10.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en de door de transmissiesysteembeheerder betaalde boetes overeenkomstig [artikel 10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.32&z=2026-03-01&g=2026-03-01) in de daaraan voorafgaande kalendermaand, gedeeld door het totaal aantal erkende balanceringsverantwoordelijken in die voorafgaande maand, vermeerderd met één, zijnde de transmissiesysteembeheerder als mede-restitutiegerechtigde.
##### Artikel 10.34
1. In de navolgende gevallen kan de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijkheid van een balanceringsverantwoordelijke met onmiddellijke ingang of tegen een te bepalen datum intrekken. Voor zover het niet voldoen aan een hierna gesteld geval tevens op grond van [artikel 10.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) leidt tot de verschuldigdheid van een boete, wordt een niet voldoen hierna in ieder geval slechts in aanmerking genomen als de verschuldigdheid van de boete onherroepelijk is geworden:
1. In de navolgende gevallen kan de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijkheid van een balanceringsverantwoordelijke met onmiddellijke ingang of tegen een te bepalen datum intrekken. Voor zover het niet voldoen aan een hierna gesteld geval tevens op grond van [artikel 10.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.7&artikel=10.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) leidt tot de verschuldigdheid van een boete, wordt een niet voldoen hierna in ieder geval slechts in aanmerking genomen als de verschuldigdheid van de boete onherroepelijk is geworden:
- a. de balanceringsverantwoordelijke voldoet niet langer aan de bij of krachtens de wet- en regelgeving gestelde voorwaarden voor erkenning als balanceringsverantwoordelijke;
- b. de balanceringsverantwoordelijke heeft op een kalenderdag niet vóór de daartoe in [artikel 10.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bepaalde tijdstippen een energieprogramma voor de daaropvolgende kalenderdag ingediend, en heeft zulks evenmin onverwijld gedaan na daarop door de transmissiesysteembeheerder te zijn gewezen, of is tenminste tweemaal in zeven dagen of driemaal in 30 dagen in gebreke gebleven als in dit onderdeel bedoeld;
- b. de balanceringsverantwoordelijke heeft op een kalenderdag niet vóór de daartoe in [artikel 10.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.12&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bepaalde tijdstippen een energieprogramma voor de daaropvolgende kalenderdag ingediend, en heeft zulks evenmin onverwijld gedaan na daarop door de transmissiesysteembeheerder te zijn gewezen, of is tenminste tweemaal in zeven dagen of driemaal in 30 dagen in gebreke gebleven als in dit onderdeel bedoeld;
- c. de balanceringsverantwoordelijke heeft een energieprogramma ingediend waarin de per onbalansverrekeningsperiode op een tot zijn balanceringsverantwoordelijkheid behorend(e) allocatiepunt(en) in te voeden of af te nemen netto-hoeveelheid energie niet is gedekt door transacties die zijn opgenomen in de energieprogramma’s van andere balanceringsverantwoordelijken of door bij of krachtens de Energiewet en deze code toegestane import- of exporttransacties waarvoor door de transmissiesysteembeheerder transportcapaciteit is toegekend, en
@@ -4576,7 +4522,7 @@
- d. de balanceringsverantwoordelijke houdt met opzet onbalans in stand, waarbij evenwel geldt dat de transmissiesysteembeheerder de erkenning niet kan intrekken dan nadat hij de balanceringsverantwoordelijke in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over de gronden waarop de transmissiesysteembeheerder baseert dat deze intrekkingsgrond aanwezig is;
- e. de balanceringsverantwoordelijke heeft gedurende een kalenderdag meer transacties, uitgedrukt in aantal MW in haar energieprogramma’s verantwoord dan de omvang die ten grondslag ligt aan de met toepassing van [artikel 10.7, vierde lid, onderdeel, b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) vastgestelde hoogte van de verstrekte financiële zekerheden en hij verstrekt niet op eerste verzoek van de transmissiesysteembeheerder aanvullende financiële zekerheid;
- e. de balanceringsverantwoordelijke heeft gedurende een kalenderdag meer transacties, uitgedrukt in aantal MW in haar energieprogramma’s verantwoord dan de omvang die ten grondslag ligt aan de met toepassing van [artikel 10.7, vierde lid, onderdeel, b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) vastgestelde hoogte van de verstrekte financiële zekerheden en hij verstrekt niet op eerste verzoek van de transmissiesysteembeheerder aanvullende financiële zekerheid;
- f. de balanceringsverantwoordelijke oefent voor een grotere totale aansluitcapaciteit, uitgedrukt in MW, balanceringsverantwoordelijkheid uit, dan de capaciteit waarvan is uitgegaan bij de bepaling van de hoogte van de verstrekte financiële zekerheden en hij verstrekt niet op eerste verzoek van de transmissiesysteembeheerder aanvullende financiële zekerheid;
@@ -4604,11 +4550,11 @@
##### Artikel 10.36
1. Indien de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.10&z=2026-02-21&g=2026-02-21), besluit tot intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke en tevens, overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21), besluit tot opschorting van deze intrekking, stelt de transmissiesysteembeheerder, in afwijking van artikel 10.10, tweede lid, onverwijld na het besluit tot opschorting systeembeheerders, balanceringsverantwoordelijken, leveranciers, balanceringsdienstverleners, congestiedienstverleners, meetverantwoordelijke partijen en de Autoriteit Consument en Markt daarvan in kennis, onder vermelding van de tijdstippen waarop de opschorting eindigt en de kennisgeving als bedoeld in [artikel 10.37, eerste lid, onderdeel a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.37&z=2026-02-21&g=2026-02-21), uiterlijk plaatsvindt.
1. Indien de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.10&z=2026-03-01&g=2026-03-01), besluit tot intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke en tevens, overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01), besluit tot opschorting van deze intrekking, stelt de transmissiesysteembeheerder, in afwijking van artikel 10.10, tweede lid, onverwijld na het besluit tot opschorting systeembeheerders, balanceringsverantwoordelijken, leveranciers, balanceringsdienstverleners, congestiedienstverleners, meetverantwoordelijke partijen en de Autoriteit Consument en Markt daarvan in kennis, onder vermelding van de tijdstippen waarop de opschorting eindigt en de kennisgeving als bedoeld in [artikel 10.37, eerste lid, onderdeel a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.37&z=2026-03-01&g=2026-03-01), uiterlijk plaatsvindt.
2. In geval van toepassing van het eerste lid, communiceren de systeembeheerders de in het eerste lid bedoelde opschorting en intrekking inclusief geldende reactietermijnen onverwijld aan:
- a. de betreffende leveranciers, indien deze overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), zijn gemachtigd de balanceringsverantwoordelijkheid voor aangeslotenen met een grote aansluiting te regelen;
- a. de betreffende leveranciers, indien deze overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), zijn gemachtigd de balanceringsverantwoordelijkheid voor aangeslotenen met een grote aansluiting te regelen;
- b. de leveranciers die de balanceringsverantwoordelijkheid hebben geregeld op grond van [artikel 2.17, eerste lid of tweede lid, onderdeel c, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=2.17);
@@ -4618,13 +4564,13 @@
3. Indien het volgens het eerste lid, tot opschorting van de intrekking van de erkenning van de betreffende balanceringsverantwoordelijke leidt, weigert de systeembeheerder gedurende de opschorting alle individuele verzoeken tot overdracht van balanceringsverantwoordelijkheid naar de betreffende balanceringsverantwoordelijke.
4. Indien de transmissiesysteembeheerder besluit tot intrekking van de erkenning en over te gaan tot een verdeling als bedoeld in [artikel 10.37, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.37&z=2026-02-21&g=2026-02-21), worden individuele verzoeken tot overdracht van de balanceringsverantwoordelijkheid van de wegvallende balanceringsverantwoordelijke naar een andere balanceringsverantwoordelijke geweigerd.
4. Indien de transmissiesysteembeheerder besluit tot intrekking van de erkenning en over te gaan tot een verdeling als bedoeld in [artikel 10.37, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.37&z=2026-03-01&g=2026-03-01), worden individuele verzoeken tot overdracht van de balanceringsverantwoordelijkheid van de wegvallende balanceringsverantwoordelijke naar een andere balanceringsverantwoordelijke geweigerd.
##### Artikel 10.37
1. Indien de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.10&z=2026-02-21&g=2026-02-21), besluit tot intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke en tevens overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21), besluit tot opschorting van deze intrekking, verdeelt de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluitingen waarvoor deze balanceringsverantwoordelijke op dat moment in het aansluitingenregister vermeld staat als volgt over de andere balanceringsverantwoordelijken:
- a. de aansluitingen waarvoor de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), dan wel op grond van [artikel 2.17, eerste lid, of tweede lid, onderdeel c, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=2.17), de balanceringsverantwoordelijkheid heeft geregeld en heeft ondergebracht bij een andere rechtspersoon dan hijzelf, worden toegewezen aan de balanceringsverantwoordelijke die de leverancier onverwijld schriftelijk opgeeft aan de systeembeheerder die het aangaat;
1. Indien de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.10&z=2026-03-01&g=2026-03-01), besluit tot intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke en tevens overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01), besluit tot opschorting van deze intrekking, verdeelt de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluitingen waarvoor deze balanceringsverantwoordelijke op dat moment in het aansluitingenregister vermeld staat als volgt over de andere balanceringsverantwoordelijken:
- a. de aansluitingen waarvoor de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), dan wel op grond van [artikel 2.17, eerste lid, of tweede lid, onderdeel c, van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=2.17), de balanceringsverantwoordelijkheid heeft geregeld en heeft ondergebracht bij een andere rechtspersoon dan hijzelf, worden toegewezen aan de balanceringsverantwoordelijke die de leverancier onverwijld schriftelijk opgeeft aan de systeembeheerder die het aangaat;
- b. voor de grote aansluitingen waarbij geen sprake is van machtiging van een leverancier voor het regelen van de balanceringsverantwoordelijkheid, geeft de aangeslotene met een grote aansluiting schriftelijk aan de betreffende systeembeheerder op wie de balanceringsverantwoordelijkheid over gaat nemen;
@@ -4632,7 +4578,7 @@
- d. de grote aansluitingen waarvoor de overdracht van de balanceringsverantwoordelijkheid niet tijdig is geregeld overeenkomstig onderdeel a of b, worden verdeeld naar rato van het totaal van de per aansluiting grootste individuele, of indien de aansluiting deel uitmaakt van een groepstransportovereenkomst, de grootste van de door middel van de groepstransportovereenkomst gecontracteerde waarde van het gecontracteerde transportvermogen voor afname en het gecontracteerde transportvermogens voor invoeding in deze categorie waarvoor een balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid draagt.
2. Indien de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.10&z=2026-02-21&g=2026-02-21), besluit tot intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke, maar niet overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21), besluit tot opschorting van deze intrekking, wordt de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluitingen waarvoor deze balanceringsverantwoordelijke op dat moment in het aansluitingenregister vermeld staat door de transmissiesysteembeheerder over de andere balanceringsverantwoordelijken verdeeld overeenkomstig de onderdelen c en d van het eerste lid.
2. Indien de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig [artikel 10.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.10&z=2026-03-01&g=2026-03-01), besluit tot intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke, maar niet overeenkomstig [artikel 10.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01), besluit tot opschorting van deze intrekking, wordt de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluitingen waarvoor deze balanceringsverantwoordelijke op dat moment in het aansluitingenregister vermeld staat door de transmissiesysteembeheerder over de andere balanceringsverantwoordelijken verdeeld overeenkomstig de onderdelen c en d van het eerste lid.
3. De schriftelijke mededeling, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, bevat tevens een bevestiging van die balanceringsverantwoordelijke dat hij de balanceringsverantwoordelijkheid op zich neemt.
@@ -4640,7 +4586,7 @@
5. Bij verdeling van grote aansluitingen met een individueel, of, indien de aansluiting deel uitmaakt van een groepstransportovereenkomst, met een door middel van de groepstransportovereenkomst gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding boven de 10 MW, of bij substantiële hoeveelheden aansluitingen, kan de transmissiesysteembeheerder vooraf in contact treden met betrokken balanceringsverantwoordelijken ten aanzien van het aanpassen van de verdeling.
6. De balanceringsverantwoordelijken die op grond van het eerste lid, onderdeel c of d, aansluitingen toegewezen hebben gekregen, informeren zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de verdeling, de betrokken aangeslotenen of hun leverancier, indien deze overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is gemachtigd de balanceringsverantwoordelijkheid te regelen, over deze toewijzing en over de bij hen geldende voorwaarden en de opzeggingsmogelijkheden.
6. De balanceringsverantwoordelijken die op grond van het eerste lid, onderdeel c of d, aansluitingen toegewezen hebben gekregen, informeren zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de verdeling, de betrokken aangeslotenen of hun leverancier, indien deze overeenkomstig [artikel 10.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is gemachtigd de balanceringsverantwoordelijkheid te regelen, over deze toewijzing en over de bij hen geldende voorwaarden en de opzeggingsmogelijkheden.
7. Indien op grond van dit artikel de balanceringsverantwoordelijkheid van groepen aangeslotenen wijzigt, zorgt de systeembeheerder die het aangaat ervoor dat de wisseling van balanceringsverantwoordelijkheid binnen één werkdag in het aansluitingenregister is verwerkt.
@@ -4650,7 +4596,7 @@
10. De verwerkingstermijn van een melding, als bedoeld in het tiende lid, bedraagt maximaal twee weken.
11. De ontvangende balanceringsverantwoordelijke, als bedoeld in het tiende lid, kan met toepassing van [artikel 10.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21), de balanceringsverantwoordelijkheid opzeggen.
11. De ontvangende balanceringsverantwoordelijke, als bedoeld in het tiende lid, kan met toepassing van [artikel 10.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01), de balanceringsverantwoordelijkheid opzeggen.
##### Artikel 10.38
@@ -4682,17 +4628,17 @@
##### Artikel 10.40
In geval van samenloop van het dreigen weg te vallen dan wel wegvallen van een leverancier en een balanceringsverantwoordelijke voor aansluitingen die door beide partijen bediend worden, gelden in aanvulling op de [artikelen 10.36 tot en met 10.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.36&z=2026-02-21&g=2026-02-21) de volgende bepalingen:
In geval van samenloop van het dreigen weg te vallen dan wel wegvallen van een leverancier en een balanceringsverantwoordelijke voor aansluitingen die door beide partijen bediend worden, gelden in aanvulling op de [artikelen 10.36 tot en met 10.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.36&z=2026-03-01&g=2026-03-01) de volgende bepalingen:
- a. bij het gelijktijdig nemen van het besluit om een vergunning en een erkenning in te trekken, wordt het besluit waarmee de vergunning wordt ingetrokken geacht eerder te zijn genomen dan de beslissing tot het intrekken van de erkenning als balanceringsverantwoordelijke;
- b. als binnen de opschortingsperiode van de intrekking van de erkenning van de balanceringsverantwoordelijke de vergunning van de leverancier bij besluit ingetrokken wordt, kan, indien noodzakelijk, de opschortingsperiode van de balanceringsverantwoordelijke verlengd worden;
- c. de in onderdeel b bedoelde verlenging loopt ten hoogste tot het einde van de tijdelijke voortzettingsperiode die geldt voor de betreffende leverancier en geldt alleen voor de aansluitingen die onder deze vergunninghouder vallen. Indien noodzakelijk wordt de garantie, als bedoeld in [artikel 10.35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21), verlengd, zodat deze samenloopt met de verlengde opschortingsperiode.
- c. de in onderdeel b bedoelde verlenging loopt ten hoogste tot het einde van de tijdelijke voortzettingsperiode die geldt voor de betreffende leverancier en geldt alleen voor de aansluitingen die onder deze vergunninghouder vallen. Indien noodzakelijk wordt de garantie, als bedoeld in [artikel 10.35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01), verlengd, zodat deze samenloopt met de verlengde opschortingsperiode.
##### Artikel 10.41
1. In de situatie, bedoeld in [artikel 10.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21):
1. In de situatie, bedoeld in [artikel 10.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.2&artikel=10.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01):
- a. treedt de balanceringsverantwoordelijke die de balanceringsverantwoordelijkheid voor die aangeslotene met een grote aansluiting draagt in de plaats van de leverancier tot het moment waarop de grootverbruiker een nieuwe leveringsovereenkomst heeft gesloten dan wel de levering aan die aangeslotene met een grote aansluiting is beëindigd;
@@ -4716,19 +4662,19 @@
- a. reservecapaciteit in de vorm van frequentiebegrenzingsreserves voor het frequentiestabiliseringsproces overeenkomstig ten minste de in artikel 154 van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO) bepaalde technische minimumeisen;
- b. balanceringsenergie in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor het automatische frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=20&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- c. balanceringscapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor het automatische frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=21&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- d. balanceringscapaciteit noodvermogen voor het manuele frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=22&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- b. balanceringsenergie in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor het automatische frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=20&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- c. balanceringscapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor het automatische frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=21&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- d. balanceringscapaciteit noodvermogen voor het manuele frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=22&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- e. [gereserveerd];
- f. het MARI-product betreffende balanceringsenergie voor het manuele frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=24&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
2. De [bijlagen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=20&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=24&z=2026-02-21&g=2026-02-21) beschrijven de onder het eerste lid genoemde producten op basis van de kenmerken voor standaardproducten zoals uiteengezet in artikel 25 van [Verordening (EU) 2017/2195](32017R2195) (GL EB) waar deze relevant zijn. De producten in bijlagen 20, 21 en 24 betreffen standaardproducten. Het product in bijlage 22 betreft een specifiek product overeenkomstig artikel 26 van [Verordening (EU) 2017/2195](32017R2195) (GL EB). Het volledige overzicht van specificaties voor de producten wordt uiteengezet in door de transmissiesysteembeheerder vast te stellen procedures en specificaties.
3. De transmissiesysteembeheerder past bij de verwerving van balanceringscapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c en bij de verwerving van balanceringscapaciteit noodvermogen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d de inkoopprocedure toe die is beschreven in [bijlage 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=25&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- f. het MARI-product betreffende balanceringsenergie voor het manuele frequentieherstelproces overeenkomstig [bijlage 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=24&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De [bijlagen 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=20&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=24&z=2026-03-01&g=2026-03-01) beschrijven de onder het eerste lid genoemde producten op basis van de kenmerken voor standaardproducten zoals uiteengezet in artikel 25 van [Verordening (EU) 2017/2195](32017R2195) (GL EB) waar deze relevant zijn. De producten in bijlagen 20, 21 en 24 betreffen standaardproducten. Het product in bijlage 22 betreft een specifiek product overeenkomstig artikel 26 van [Verordening (EU) 2017/2195](32017R2195) (GL EB). Het volledige overzicht van specificaties voor de producten wordt uiteengezet in door de transmissiesysteembeheerder vast te stellen procedures en specificaties.
3. De transmissiesysteembeheerder past bij de verwerving van balanceringscapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c en bij de verwerving van balanceringscapaciteit noodvermogen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d de inkoopprocedure toe die is beschreven in [bijlage 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=25&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 10.43
@@ -4752,11 +4698,11 @@
5. Een erkenning als balanceringsdienstverlener wordt verleend, nadat:
- a. de aanvrager met succes het prekwalificatieproces voor het leveren van tenminste één van de in [artikel 10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde balanceringsproducten heeft doorlopen, waarbij dit prekwalificatieproces succesvol is indien:
- a. de aanvrager met succes het prekwalificatieproces voor het leveren van tenminste één van de in [artikel 10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde balanceringsproducten heeft doorlopen, waarbij dit prekwalificatieproces succesvol is indien:
- 1°. de aanvrager beschikt over één of meer reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct die met succes het prekwalificatieproces, als bedoeld in artikel 155 of 159 van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO) hebben doorlopen;
- 2°. de aanvrager beschikt over een certificaat als bedoeld in [artikel 12.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.32&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voor het gebruik van het in [artikel 12.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde centrale communicatiesysteem ten behoeve van de informatie-uitwisseling met betrekking tot de levering van het desbetreffende balanceringsproduct;
- 2°. de aanvrager beschikt over een certificaat als bedoeld in [artikel 12.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.32&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voor het gebruik van het in [artikel 12.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde centrale communicatiesysteem ten behoeve van de informatie-uitwisseling met betrekking tot de levering van het desbetreffende balanceringsproduct;
- b. de transmissiesysteembeheerder zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om als balanceringsdienstverlener te kunnen optreden.
@@ -4764,7 +4710,7 @@
##### Artikel 10.44
1. De overeenkomstig [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aangewezen balanceringsdienstverleners, en balanceringsdienstverleners met een biedplicht op grond van een overeenkomst voor balanceringscapaciteit, sturen dagelijks, voor 14:45 uur, biedingen balanceringsenergie in.
1. De overeenkomstig [artikel 9.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.7&artikel=9.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aangewezen balanceringsdienstverleners, en balanceringsdienstverleners met een biedplicht op grond van een overeenkomst voor balanceringscapaciteit, sturen dagelijks, voor 14:45 uur, biedingen balanceringsenergie in.
2. Alle balanceringsdienstverleners kunnen tot aan de gate-sluitingstijd voor balanceringsenergie, zijnde vijfentwintig minuten voorafgaand aan de onbalansverrekeningsperiode, voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode biedingen balanceringsenergie indienen, alsook de omvang en de prijs van een ingediende bieding aanpassen en eerder ingediende biedingen intrekken.
@@ -4794,7 +4740,7 @@
- b. het verrekenen van het in onderdeel a bedoelde volume met de balanceringsdienstverlener;
- c. het aanpassen van de onbalans van de relevante balanceringsverantwoordelijken voor de geactiveerde aansluiting(en) met de onbalansaanpassing, bedoeld in [artikel 10.24, zevende lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bestaande uit de som van alle aan hem toegerekende volumes bepaald op grond van het zesde lid.
- c. het aanpassen van de onbalans van de relevante balanceringsverantwoordelijken voor de geactiveerde aansluiting(en) met de onbalansaanpassing, bedoeld in [artikel 10.24, zevende lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bestaande uit de som van alle aan hem toegerekende volumes bepaald op grond van het zesde lid.
5. De transmissiesysteembeheerder stelt de balanceringsdienstverlener en de bij de balanceringsenergiebieding aangewezen balanceringsverantwoordelijken op de hoogte van activering van de bieding.
@@ -4850,9 +4796,9 @@
- b. [gereserveerd];
- c. de prijs voor ingezet noodvermogen voor opregelen overeenkomstig [artikel 10.45, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21); en
- d. de hoogste biedprijs van de lokaal afgeroepen MARI-productbiedingen voor opregelen ingezet in het kader van [artikel 10.45, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21), indien van toepassing.
- c. de prijs voor ingezet noodvermogen voor opregelen overeenkomstig [artikel 10.45, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01); en
- d. de hoogste biedprijs van de lokaal afgeroepen MARI-productbiedingen voor opregelen ingezet in het kader van [artikel 10.45, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01), indien van toepassing.
2. De prijs voor afregelen voor een bepaalde onbalansverrekeningsperiode is gelijk aan het minimum van de volgende onderdelen:
@@ -4860,9 +4806,9 @@
- b. [gereserveerd];
- c. de prijs voor ingezet noodvermogen voor afregelen overeenkomstig [artikel 10.45, tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21); en
- d. de laagste biedprijs van de lokaal afgeroepen MARI-productbiedingen voor afregelen ingezet in het kader van [artikel 10.45, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21), indien van toepassing.
- c. de prijs voor ingezet noodvermogen voor afregelen overeenkomstig [artikel 10.45, tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01); en
- d. de laagste biedprijs van de lokaal afgeroepen MARI-productbiedingen voor afregelen ingezet in het kader van [artikel 10.45, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01), indien van toepassing.
##### Artikel 10.47
@@ -4870,13 +4816,13 @@
- a. de bedrijfs EAN-code van de aangewezen balanceringsverantwoordelijken;
- b. het bepaalde volume aan balanceringsenergie, en in geval van activering van het MARI-product uitgesplitst volgens [artikel 10.45, derde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- b. het bepaalde volume aan balanceringsenergie, en in geval van activering van het MARI-product uitgesplitst volgens [artikel 10.45, derde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- c. de prijs voor opregelen;
- d. de prijs voor afregelen;
- e. indien van toepassing de prijs of de prijzen voor het geactiveerde MARI-product overeenkomstig [artikel 10.45, zevende lid, onderdelen c tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- e. indien van toepassing de prijs of de prijzen voor het geactiveerde MARI-product overeenkomstig [artikel 10.45, zevende lid, onderdelen c tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.45&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- f. het te verrekenen bedrag.
@@ -4912,7 +4858,7 @@
- a. de balanceringsdienstverlener het desbetreffende balanceringsproduct niet volgens specificatie levert en overleg hieromtrent tussen de transmissiesysteembeheerder en de balanceringsdienstverlener niet binnen drie maanden na de eerste melding van transmissiesysteembeheerder van de foutieve levering tot verbetering bij de balanceringsdienstverlener leidt, zodat het desbetreffende product alsnog overeenkomstig de specificatie wordt geleverd;
- b. de balanceringsdienstverlener op grond van [artikel 12.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.32&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct de toegang geweigerd is tot het centrale communicatiesysteem als bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21); of
- b. de balanceringsdienstverlener op grond van [artikel 12.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.32&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct de toegang geweigerd is tot het centrale communicatiesysteem als bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01); of
- c. de balanceringsdienstverlener niet meer beschikt over één of meer reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct overeenkomstig de van toepassing zijnde productspecificaties die met succes het prekwalificatieproces, bedoeld in artikel 155 of 159 van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO) hebben doorlopen en er binnen zes maanden na deze constatering geen nieuwe reserveleverende eenheid of reserveleverende groep ter prekwalificatie wordt aangeboden.
@@ -4936,7 +4882,7 @@
##### Artikel 11.1
De transmissiesysteembeheerder maakt ten hoogste één dag voor de dag waarop de day-aheadcapaciteit wordt bekendgemaakt opnieuw een zo nauwkeurig mogelijke op basis van [artikel 11.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=11&artikel=11.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) berekende waarde voor de veilig beschikbare landgrensoverschrijdende transportcapaciteit van de verbindingen Eemshaven-Noorwegen en Eemshaven-Denemarken voor de betreffende dag van transport op uurbasis openbaar.
De transmissiesysteembeheerder maakt ten hoogste één dag voor de dag waarop de day-aheadcapaciteit wordt bekendgemaakt opnieuw een zo nauwkeurig mogelijke op basis van [artikel 11.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=11&artikel=11.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) berekende waarde voor de veilig beschikbare landgrensoverschrijdende transportcapaciteit van de verbindingen Eemshaven-Noorwegen en Eemshaven-Denemarken voor de betreffende dag van transport op uurbasis openbaar.
##### Artikel 11.2
@@ -5028,7 +4974,7 @@
- e. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen;
- f. welk type spanningsregeling als bedoeld in [artikel 3.24, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van toepassing is alsmede de plaats in het systeem waarop de regeling werkzaam is;
- f. welk type spanningsregeling als bedoeld in [artikel 3.24, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van toepassing is alsmede de plaats in het systeem waarop de regeling werkzaam is;
- g. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen;
@@ -5134,7 +5080,7 @@
- a. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen;
- b. welk type spanningsregeling als bedoeld in [artikel 3.24, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21), van toepassing is alsmede de plaats in het systeem waarop de regeling werkzaam is;
- b. welk type spanningsregeling als bedoeld in [artikel 3.24, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01), van toepassing is alsmede de plaats in het systeem waarop de regeling werkzaam is;
- c. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen;
@@ -5422,7 +5368,7 @@
- a. de EAN-code van de systeemkoppeling;
- b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, bedoeld in [artikel 2.4, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, bedoeld in [artikel 2.4, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 12.7
@@ -5500,11 +5446,11 @@
- g. de frequentieresponsiecapaciteit;
- h. de gegevens en modellen die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, genoemd in [artikel 6.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.27&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- i. de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening, bedoeld in de [artikelen 6.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [6.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [6.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21) alsmede de verhouding tussen de kortsluitstroom en de nominale stroom;
- j. de gegevens van de beveiligingsapparaten en -instellingen, bedoeld in [artikel 6.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- h. de gegevens en modellen die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, genoemd in [artikel 6.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.27&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- i. de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening, bedoeld in de [artikelen 6.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [6.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [6.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01) alsmede de verhouding tussen de kortsluitstroom en de nominale stroom;
- j. de gegevens van de beveiligingsapparaten en -instellingen, bedoeld in [artikel 6.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
- k. de transformatorgegevens:
@@ -5534,13 +5480,13 @@
##### Artikel 12.9
1. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.1 tot en met 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), worden geactualiseerd overeenkomstig de termijnen:
1. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.1 tot en met 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), worden geactualiseerd overeenkomstig de termijnen:
- a. halfjaarlijks uiterlijk op 1 april en op 1 oktober;
- b. uiterlijk drie maanden voor de inbedrijfname van een nieuwe of gewijzigde elektriciteitsproductie-eenheid of verbruiksinstallatie of van wijziging in de karakteristieken van een elektriciteitsproductie-eenheid of verbruiksinstallatie.
2. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21), worden geactualiseerd overeenkomstig de termijnen:
2. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01), worden geactualiseerd overeenkomstig de termijnen:
- a. halfjaarlijks, uiterlijk op 1 april en op 1 oktober;
@@ -5548,7 +5494,7 @@
- c. zo spoedig mogelijk indien sprake is van een wijziging van de observatiezone voor zover het gegevens betreft die door deze wijziging van de observatiezone geraakt worden of indien een fout in de eerder aangeleverde gegevens wordt geconstateerd.
3. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), worden geactualiseerd:
3. De gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), worden geactualiseerd:
- a. jaarlijks uiterlijk op 1 april;
@@ -5828,7 +5774,7 @@
- c. de overeenkomst, bedoeld in onderdeel b wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst;
- d. de gegevens, bedoeld in het eerste tot en met het achtste lid, op verzoek van de beheerder van het gesloten systeem worden aangeleverd door zijn balanceringsverantwoordelijke of indien het een beheerder van een gesloten systeem betreft als bedoeld in [artikel 5.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21) door de partij die in opdracht van de beheerder van het gesloten systeem namens hem deelneemt aan het elektronisch berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- d. de gegevens, bedoeld in het eerste tot en met het achtste lid, op verzoek van de beheerder van het gesloten systeem worden aangeleverd door zijn balanceringsverantwoordelijke of indien het een beheerder van een gesloten systeem betreft als bedoeld in [artikel 5.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01) door de partij die in opdracht van de beheerder van het gesloten systeem namens hem deelneemt aan het elektronisch berichtenverkeer, bedoeld in [paragraaf 12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
##### Artikel 12.16
@@ -6172,7 +6118,7 @@
##### Artikel 12.29
In de [artikelen 12.21 tot en met 12.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), wordt met realtime bedoeld een representatie van de momentane status van de elektriciteitsproductie-installaties, de verbruikseenheden en de systeemelementen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de methodologie met de belangrijkste organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van gegevensuitwisseling in verband met de operationele veiligheid, bedoeld in artikel 40, zesde lid, van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO).
In de [artikelen 12.21 tot en met 12.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), wordt met realtime bedoeld een representatie van de momentane status van de elektriciteitsproductie-installaties, de verbruikseenheden en de systeemelementen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de methodologie met de belangrijkste organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van gegevensuitwisseling in verband met de operationele veiligheid, bedoeld in artikel 40, zesde lid, van [Verordening (EU) 2017/1485](32017R1485) (GL SO).
#### § 12.4. Door de systeembeheerder te registreren gegevens
@@ -6180,17 +6126,17 @@
De systeembeheerder registreert per aansluiting de volgende gegevens en geeft de desbetreffende aangeslotene desgevraagd inzage in de omtrent zijn aansluiting en aangesloten installatie vastgelegde gegevens:
- a. van elke aansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-eenheden bevinden, per elektriciteitsproductie-eenheid de gegevens genoemd in de [artikelen 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.2&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- b. van elke aansluiting waarachter zich een of meer verbruikseenheden bevinden, per verbruikseenheid de gegevens genoemd in de [artikelen 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- c. van elke aansluiting waarachter zich een systeem of een gesloten systeem bevindt, per overdrachtspunt van de aansluiting de gegevens genoemd in de [artikelen 12.5 tot en met 12.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- a. van elke aansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-eenheden bevinden, per elektriciteitsproductie-eenheid de gegevens genoemd in de [artikelen 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [12.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.2&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- b. van elke aansluiting waarachter zich een of meer verbruikseenheden bevinden, per verbruikseenheid de gegevens genoemd in de [artikelen 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- c. van elke aansluiting waarachter zich een systeem of een gesloten systeem bevindt, per overdrachtspunt van de aansluiting de gegevens genoemd in de [artikelen 12.5 tot en met 12.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
#### § 12.5. Beheer en organisatie van het berichtenverkeer ten behoeve van gegevensuitwisseling
##### Artikel 12.31
1. Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, bedoeld in de [artikelen 10.11 tot en met 10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [10.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.36&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [12.1 tot en met 12.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [12.11 tot en met 12.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), stellen de systeembeheerders gezamenlijk in onderling overleg regels vast ten aanzien van hetgeen tussen de systeembeheerders onderling alsmede tussen hen en balanceringsverantwoordelijken, balanceringsdienstverleners, congestiebeheersdienstverleners en voor zover van toepassing aangeslotenen en partijen die namens andere partijen deelnemen aan het in het eerder genoemde berichtenverkeer en die op grond van [artikel 12.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.32&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zijn gecertificeerd voor het gebruik van de desbetreffende berichten geldt omtrent:
1. Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, bedoeld in de [artikelen 10.11 tot en met 10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.3&artikel=10.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [10.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.8&artikel=10.36&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [12.1 tot en met 12.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.1&artikel=12.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [12.11 tot en met 12.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.2&artikel=12.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), stellen de systeembeheerders gezamenlijk in onderling overleg regels vast ten aanzien van hetgeen tussen de systeembeheerders onderling alsmede tussen hen en balanceringsverantwoordelijken, balanceringsdienstverleners, congestiebeheersdienstverleners en voor zover van toepassing aangeslotenen en partijen die namens andere partijen deelnemen aan het in het eerder genoemde berichtenverkeer en die op grond van [artikel 12.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.32&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zijn gecertificeerd voor het gebruik van de desbetreffende berichten geldt omtrent:
- a. berichtspecificaties voor de (elektronische) berichtenuitwisseling waaronder mede begrepen gegevensuitwisseling via een webportal;
@@ -6228,31 +6174,31 @@
##### Artikel 12.33
1. Onverminderd [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), stelt de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in artikel 12.31, eerste lid, open voor berichtenverkeer ten behoeve van gesloten systemen. Daarbij stelt de transmissiesysteembeheerder de beheerder van het desbetreffende gesloten systeem op de hoogte van de in artikel 12.31, eerste lid, bedoelde regels door toezending daarvan.
2. Alvorens de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), open stelt voor de beheerder van een gesloten systeem, verstrekt deze beheerder aan de transmissiesysteembeheerder een afschrift van de hem krachtens [artikel 3.6 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.6) verleende aanwijzing en de krachtens [artikel 3.7 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.7) verleende erkenning.
3. Indien de transmissiesysteembeheerder verneemt dat een aanwijzing krachtens [artikel 3.6 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.6) of een erkenning krachtens [artikel 3.7 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.7) vervalt dan wel wordt ingetrokken, stelt de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet langer open voor het desbetreffende gesloten systeem.
4. In afwijking van het tweede lid overlegt de beheerder van een recreatiesysteem als bedoeld in [artikel 5.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.8&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een afschrift van het respectievelijk de in de begripsomschrijving van recreatiesysteem in de [Begrippencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052320) bedoelde bestemmingsplan, WOZ-beschikking of notariële akte alvorens de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), open stelt voor de beheerder van dat recreatiesysteem.
1. Onverminderd [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), stelt de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in artikel 12.31, eerste lid, open voor berichtenverkeer ten behoeve van gesloten systemen. Daarbij stelt de transmissiesysteembeheerder de beheerder van het desbetreffende gesloten systeem op de hoogte van de in artikel 12.31, eerste lid, bedoelde regels door toezending daarvan.
2. Alvorens de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), open stelt voor de beheerder van een gesloten systeem, verstrekt deze beheerder aan de transmissiesysteembeheerder een afschrift van de hem krachtens [artikel 3.6 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.6) verleende aanwijzing en de krachtens [artikel 3.7 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.7) verleende erkenning.
3. Indien de transmissiesysteembeheerder verneemt dat een aanwijzing krachtens [artikel 3.6 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.6) of een erkenning krachtens [artikel 3.7 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.7) vervalt dan wel wordt ingetrokken, stelt de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet langer open voor het desbetreffende gesloten systeem.
4. In afwijking van het tweede lid overlegt de beheerder van een recreatiesysteem als bedoeld in [artikel 5.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.8&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een afschrift van het respectievelijk de in de begripsomschrijving van recreatiesysteem in de [Begrippencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052320) bedoelde bestemmingsplan, WOZ-beschikking of notariële akte alvorens de transmissiesysteembeheerder het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), open stelt voor de beheerder van dat recreatiesysteem.
##### Artikel 12.34
1. Ten behoeve van beheer en onderhoud van de specificaties en protocollen, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), organiseren de systeembeheerders gezamenlijk een overlegplatform, waarin zitting hebben een delegatie van de gezamenlijke systeembeheerders en van representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt, die op basis van deze code gebruik maken van de bedoelde elektronische datacommunicatiemiddelen.
1. Ten behoeve van beheer en onderhoud van de specificaties en protocollen, bedoeld in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), organiseren de systeembeheerders gezamenlijk een overlegplatform, waarin zitting hebben een delegatie van de gezamenlijke systeembeheerders en van representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt, die op basis van deze code gebruik maken van de bedoelde elektronische datacommunicatiemiddelen.
2. De kosten van het overlegplatform ten behoeve van beheer en onderhoud zullen door het in het eerste lid bedoelde platform ten laste worden gebracht van de systeembeheerders.
##### Artikel 12.35
1. Registraties van berichten die zijn verzonden overeenkomstig de in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), vastgestelde regels, leveren, behoudens tegenbewijs, bewijs op van de in die berichten vervatte gegevens.
1. Registraties van berichten die zijn verzonden overeenkomstig de in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), vastgestelde regels, leveren, behoudens tegenbewijs, bewijs op van de in die berichten vervatte gegevens.
2. Een bericht behoeft slechts met ontvangstbevestiging te worden verzonden wanneer de in het eerste lid genoemde regels dat voorschrijven, in welk geval die regels tevens de procedure voor de verzending met ontvangstbevestiging en de verzending van het ontvangstbericht voorschrijven.
3. Indien de in het eerste lid genoemde regels verzending van een bericht met ontvangstbevestiging voorschrijven, is een dergelijk bericht ongeldig indien de ontvangst ervan niet binnen de in die regels daartoe gestelde termijn wordt bevestigd en de verzender de geadresseerde daarvan in kennis heeft gesteld, tenzij in overeenstemming met die regels een herstelprocedure in gang is gezet, bij gebreke of falen waarvan het bericht ongeldig is vanaf het moment waarop de eerder genoemde termijn is verstreken.
4. De transmissiesysteembeheerder verstrekt overeenkomstig de regels, bedoeld in het eerste lid, een toegangscode en versleutelingsmethode aan degenen die gebruik maken van het in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem.
5. Gebruikers van het in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem zijn gehouden tot de uitvoering en instandhouding van beveiligingsprocedures en -maatregelen om berichten te beschermen tegen verlies en tegen ongeautoriseerde kennisneming, wijziging of vernietiging.
4. De transmissiesysteembeheerder verstrekt overeenkomstig de regels, bedoeld in het eerste lid, een toegangscode en versleutelingsmethode aan degenen die gebruik maken van het in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem.
5. Gebruikers van het in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem zijn gehouden tot de uitvoering en instandhouding van beveiligingsprocedures en -maatregelen om berichten te beschermen tegen verlies en tegen ongeautoriseerde kennisneming, wijziging of vernietiging.
6. De in het vijfde lid bedoelde procedures en maatregelen hebben mede betrekking op de verificatie van de oorsprong en de volledigheid van een bericht.
@@ -6260,13 +6206,13 @@
8. De inhoud van de in dit artikel bedoelde berichten is vertrouwelijk en mag slechts worden gebruikt voor het doel waarvoor zij worden verzonden, tenzij de daarin vervatte gegevens algemeen toegankelijk zijn.
9. Van berichten die via het in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem zijn uitgewisseld wordt door iedere ontvanger en verzender een tegen verlies, tenietgaan of wijziging beschermde chronologische registratie bijgehouden, met inachtneming van een termijn die op grond van de regels, bedoeld in het eerste lid, of op grond van enige wettelijke bepaling aangewezen is.
9. Van berichten die via het in [artikel 12.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.5&artikel=12.31&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem zijn uitgewisseld wordt door iedere ontvanger en verzender een tegen verlies, tenietgaan of wijziging beschermde chronologische registratie bijgehouden, met inachtneming van een termijn die op grond van de regels, bedoeld in het eerste lid, of op grond van enige wettelijke bepaling aangewezen is.
10. De verzender bewaart door hem verzonden berichten in het formaat van verzending. De ontvanger bewaart de ontvangen berichten in het formaat van ontvangst.
##### Artikel 12.36
Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, bedoeld in de [artikelen 12.21 tot en met 12.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), worden de op die gegevensuitwisseling van toepassing zijnde delen van de internationale normreeks IEC 61850: ‘Communication networks and systems for power utility automation’ toegepast.
Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, bedoeld in de [artikelen 12.21 tot en met 12.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=12¶graaf=12.3&artikel=12.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), worden de op die gegevensuitwisseling van toepassing zijnde delen van de internationale normreeks IEC 61850: ‘Communication networks and systems for power utility automation’ toegepast.
### Hoofdstuk 13. Voorwaarden voor bestaande installaties
@@ -6274,19 +6220,19 @@
##### Artikel 13.1
1. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, is [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing.
2. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type B zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de [artikelen 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.15 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing.
3. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type C zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de [artikelen 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [3.15 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.22 tot en met 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing.
4. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type D zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de [artikelen 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [3.15 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.22 tot en met 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.26 tot en met 3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing.
5. Bij een elektriciteitsproductie-eenheid kleiner dan 800 W die voor 1 januari 2021 op het distributiesysteem is aangesloten spreekt de in [artikel 3.6, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde frequentiebeveiliging aan bij 48 en 51 Hz.
1. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, is [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing.
2. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type B zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de [artikelen 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.15 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing.
3. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type C zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de [artikelen 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [3.15 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.22 tot en met 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing.
4. Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type D zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de [artikelen 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [3.15 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.22 tot en met 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.26 tot en met 3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing.
5. Bij een elektriciteitsproductie-eenheid kleiner dan 800 W die voor 1 januari 2021 op het distributiesysteem is aangesloten spreekt de in [artikel 3.6, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde frequentiebeveiliging aan bij 48 en 51 Hz.
##### Artikel 13.2
1. Onverminderd [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is en die zijn aangesloten op een laagspanningssysteem, in aanvulling op [paragraaf 3.3 aan het tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Onverminderd [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is en die zijn aangesloten op een laagspanningssysteem, in aanvulling op [paragraaf 3.3 aan het tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. Het parallel schakelen van de elektriciteitsproductie-eenheid dient automatisch te verlopen.
@@ -6294,7 +6240,7 @@
##### Artikel 13.3
1. Onverminderd [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is en die zijn aangesloten op een middenspanningssysteem, in aanvulling op [paragraaf 3.3 aan het tweede tot en met het zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Onverminderd [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is en die zijn aangesloten op een middenspanningssysteem, in aanvulling op [paragraaf 3.3 aan het tweede tot en met het zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. Van de plicht tot het aanbieden van frequentiebegrenzingsreserves en blindvermogen zijn uitgezonderd elektriciteitsproductie-eenheden die uitsluitend afhankelijk zijn van één of meer niet-regelbare energiebronnen.
@@ -6310,7 +6256,7 @@
##### Artikel 13.4
1. Onverminderd [artikel 13.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type B of C zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, en die zijn aangesloten op een middenspanningssysteem, in aanvulling op [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan [artikel 13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en aan het tweede tot en met achtste lid.
1. Onverminderd [artikel 13.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type B of C zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, en die zijn aangesloten op een middenspanningssysteem, in aanvulling op [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan [artikel 13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en aan het tweede tot en met achtste lid.
2. Elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op hoogspanningssystemen kunnen bedrijf voeren met een arbeidsfactor tussen 1,0 en 0,8 (inductief) gemeten op de generatorklemmen.
@@ -6318,11 +6264,11 @@
- a. met betrekking tot de robuustheid van de elektriciteitsproductie-eenheid zijn bepaald in het vijfde tot en met het achtste lid;
- b. met betrekking tot de toetsing en beproeving zijn bepaald in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 13.5, het achtste tot en met dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21). [Artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.20&z=2026-02-21&g=2026-02-21) is niet van toepassing.
4. Het vijfde lid en [artikel 13.5, tweede tot en met zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21), zijn niet van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden die uitsluitend afhankelijk zijn van één of meer niet-regelbare energiebronnen. Beproevingen als bedoeld in artikel 13.5, elfde lid, voor zover ze betrekking hebben op voorgaande uitzonderingen zijn niet van toepassing op voornoemde elektriciteitsproductie-eenheden.
5. Een elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om overeenkomstig de vier gebieden die in [bijlage 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=26&z=2026-02-21&g=2026-02-21) zijn gedefinieerd voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op distributiesystemen onderscheidenlijk elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op transmissiesystemen:
- b. met betrekking tot de toetsing en beproeving zijn bepaald in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 13.5, het achtste tot en met dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01). [Artikel 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.20&z=2026-03-01&g=2026-03-01) is niet van toepassing.
4. Het vijfde lid en [artikel 13.5, tweede tot en met zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01), zijn niet van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden die uitsluitend afhankelijk zijn van één of meer niet-regelbare energiebronnen. Beproevingen als bedoeld in artikel 13.5, elfde lid, voor zover ze betrekking hebben op voorgaande uitzonderingen zijn niet van toepassing op voornoemde elektriciteitsproductie-eenheden.
5. Een elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om overeenkomstig de vier gebieden die in [bijlage 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=26&z=2026-03-01&g=2026-03-01) zijn gedefinieerd voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op distributiesystemen onderscheidenlijk elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op transmissiesystemen:
- a. nominaal vermogen te leveren gedurende een onbeperkte tijd;
@@ -6332,7 +6278,7 @@
- d. parallel aan het systeem gedurende 5 minuten in bedrijf te blijven.
6. Een elektriciteitsproductie-eenheid moet in staat zijn om in de in [bijlage 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=26&z=2026-02-21&g=2026-02-21) gedefinieerde gebieden het blindvermogen te leveren overeenkomstig de [artikelen 3.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [13.3, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [13.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
6. Een elektriciteitsproductie-eenheid moet in staat zijn om in de in [bijlage 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=26&z=2026-03-01&g=2026-03-01) gedefinieerde gebieden het blindvermogen te leveren overeenkomstig de [artikelen 3.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [13.3, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [13.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
7. Indien een elektriciteitsproductie-installatie bestaat uit meerdere elektriciteitsproductie-eenheden die invoeden op systemen met verschillende spanningsniveaus gelden de eisen die van toepassing zijn voor het hoogste spanningsniveau waarop de elektriciteitsproductie-eenheid invoedt.
@@ -6342,7 +6288,7 @@
- b. Voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn gekoppeld aan een transmissiesysteem is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft kleiner dan 0,7 Un, na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd indien 300 ms groter is dan 90% van de kritische kortsluittijd.
9. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) zijn de [artikelen 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.16&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.23&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
9. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) zijn de [artikelen 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.16&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.23&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
- a. die voor 9 september 2021 op het systeem zijn aangesloten, of
@@ -6350,7 +6296,7 @@
##### Artikel 13.5
1. Onverminderd [artikel 13.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type D zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, in aanvulling op [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) aan de [artikelen 13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.3&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [13.4 en aan het tweede tot en met dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
1. Onverminderd [artikel 13.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) als type D zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG), [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) niet van toepassing is, in aanvulling op [paragraaf 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) aan de [artikelen 13.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.3&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [13.4 en aan het tweede tot en met dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
2. De activering van de frequentiebegrenzingsreserves dient:
@@ -6380,25 +6326,25 @@
9. Bij elektriciteitsproductie-eenheden die niet bijdragen aan het frequentiestabiliseringsproces is het toegestaan een dode band van de frequentiesrespons van 500 mHz aan te houden en wordt de statiek ingesteld op 8%.
10. De aangeslotene met een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een transmissiesysteem toont voorafgaand aan de aansluiting en voorts telkens wanneer de eigen bedrijfsinstallatie van een elektriciteitsproductie-eenheid een belangrijke wijziging ondergaat door middel van beproeving ten genoegen van de transmissiesysteembeheerder aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan [artikel 13.4, vijfde tot en met achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
11. De beproevingen, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de transmissiesysteembeheerder van de beproevingen zijn beschreven in [bijlage 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=27&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
10. De aangeslotene met een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een transmissiesysteem toont voorafgaand aan de aansluiting en voorts telkens wanneer de eigen bedrijfsinstallatie van een elektriciteitsproductie-eenheid een belangrijke wijziging ondergaat door middel van beproeving ten genoegen van de transmissiesysteembeheerder aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan [artikel 13.4, vijfde tot en met achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
11. De beproevingen, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de transmissiesysteembeheerder van de beproevingen zijn beschreven in [bijlage 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=27&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
12. Indien uit de beproevingsresultaten blijkt dat een elektriciteitsproductie-eenheid niet aan de eisen voldoet, verplicht de transmissiesysteembeheerder de aangeslotene om maatregelen te nemen. De transmissiesysteembeheerder stelt, na de aangeslotene daarover te hebben gehoord, een termijn voor het uitvoeren van de maatregelen vast. Nadat de maatregelen genomen zijn, wordt de beproeving herhaald.
13. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) zijn de [artikelen 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.28&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden die:
13. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) zijn de [artikelen 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.24&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.28&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden die:
- a. voor 1 juli 2021 op het systeem zijn aangesloten; of
- b. na 1 juli 2021 maar voor 1 januari 2024 op het systeem zijn aangesloten, indien de eigenaar voor 1 juli 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid en hij de transmissiesysteembeheerder uiterlijk 30 september 2021 op de hoogte heeft gesteld van dat contract.
14. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) is [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.27&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
14. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) is [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.27&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
- a. die voor 9 september 2021 op het systeem zijn aangesloten, of
- b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
15. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) is [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
15. Tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/631](32016R0631) (NC RfG) is [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
- a. die voor 9 september 2021 op het systeem zijn aangesloten, of
@@ -6408,27 +6354,27 @@
##### Artikel 13.6
1. Op verbruiksinstallaties waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) niet van toepassing is, is [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet van toepassing.
2. Op gesloten systemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) niet van toepassing is, zijn [artikel 5.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en [artikel 5.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet van toepassing.
1. Op verbruiksinstallaties waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) niet van toepassing is, is [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=4&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet van toepassing.
2. Op gesloten systemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) niet van toepassing is, zijn [artikel 5.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en [artikel 5.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet van toepassing.
#### § 13.3. Bestaande HVDC-systemen
##### Artikel 13.7
1. Op HVDC-systemen waarop, overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), uitsluitend de artikelen 26, 31, 33 en 50 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC) van toepassing zijn, zijn van [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) uitsluitend de [artikelen 6.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [6.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21), [6.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [6.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.38&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van toepassing.
2. In afwijking van [artikel 6.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.15&z=2026-02-21&g=2026-02-21), is de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen gelijk aan 0,3 seconden voor de verbinding Eemshaven-Denemarken, 0,35 seconden voor de verbinding Maasvlakte-Groot-Brittannië en 0,6 seconden voor de verbinding Eemshaven-Noorwegen.
1. Op HVDC-systemen waarop, overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC), uitsluitend de artikelen 26, 31, 33 en 50 van [Verordening (EU) 2016/1447](32016R1447) (NC HVDC) van toepassing zijn, zijn van [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) uitsluitend de [artikelen 6.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [6.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01), [6.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [6.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.3&artikel=6.38&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van toepassing.
2. In afwijking van [artikel 6.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=6¶graaf=6.1&artikel=6.15&z=2026-03-01&g=2026-03-01), is de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen gelijk aan 0,3 seconden voor de verbinding Eemshaven-Denemarken, 0,35 seconden voor de verbinding Maasvlakte-Groot-Brittannië en 0,6 seconden voor de verbinding Eemshaven-Noorwegen.
#### § 13.4. Bestaande distributiesystemen
##### Artikel 13.8
Voor distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) niet van toepassing is, zijn de volgende aanvullingen op [artikel 9.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.49&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van toepassing:
Voor distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC), [Verordening (EU) 2016/1388](32016R1388) (NC DCC) niet van toepassing is, zijn de volgende aanvullingen op [artikel 9.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.49&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van toepassing:
- a. het frequentierelais is zodanig ingesteld, dat:
- 1°. binnen 100 ms na het overschrijden van de in [artikel 9.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.49&z=2026-02-21&g=2026-02-21), genoemde frequentiegrenzen een uitschakelbevel volgt;
- 1°. binnen 100 ms na het overschrijden van de in [artikel 9.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.49&z=2026-03-01&g=2026-03-01), genoemde frequentiegrenzen een uitschakelbevel volgt;
- 2°. de werking van het frequentierelais wordt geblokkeerd als de meetspanning daalt tot beneden 70% van de nominale spanning;
@@ -6486,7 +6432,7 @@
##### Artikel 14.4
Uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van de regeling, bedoeld in [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-02-21&g=2026-02-21) en [artikel 3.14, tweede lid, van de Tarievencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.14) doet de transmissiesysteembeheerder, in samenwerking met de aangeslotenen die gebruik maken van bedoelde regeling een onderzoek naar de wenselijkheid van continuering, wijziging of opheffen per 1 april 2040 van bedoelde regeling.
Uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van de regeling, bedoeld in [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.6&z=2026-03-01&g=2026-03-01) en [artikel 3.14, tweede lid, van de Tarievencode elektriciteit 2026](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052321&artikel=3.14) doet de transmissiesysteembeheerder, in samenwerking met de aangeslotenen die gebruik maken van bedoelde regeling een onderzoek naar de wenselijkheid van continuering, wijziging of opheffen per 1 april 2040 van bedoelde regeling.
##### Artikel 14.5
@@ -6504,7 +6450,7 @@
Dit besluit wordt aangehaald als: Systeemcode elektriciteit 2026.
## Bijlage 1. bij de [artikelen 7.5 tot en met 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21): Productvoorwaarden alternatieve transportrechten
## Bijlage 1. bij de [artikelen 7.5 tot en met 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.1&artikel=7.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01): Productvoorwaarden alternatieve transportrechten
- 1. In de overeenkomsten voor een volledig variabel transportrecht en voor een tijdsduurgebonden transportrecht worden tenminste de volgende productvoorwaarden vastgelegd:
@@ -6516,7 +6462,7 @@
- d. de minimale aankondigingstijd van de vrijgave van de beschikbaarheid van de transportdienst;
- e. dat de vrijgave van de beschikbaarheid van de transportdienst voor het volledig variabele transportrecht uiterlijk plaatsvindt voor de gatesluitingstijd van de dayaheadmarkt en voor het tijdsduurgebonden transportrecht uiterlijk een half uur voor de gatesluitingstijd van de veiling voor frequentieherstelreserves, bedoeld in [bijlage 25, zevende lid, onderdeel d, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=25&z=2026-02-21&g=2026-02-21), op de dag voorafgaande aan de dag waarop het beoogde transport zal plaatsvinden;
- e. dat de vrijgave van de beschikbaarheid van de transportdienst voor het volledig variabele transportrecht uiterlijk plaatsvindt voor de gatesluitingstijd van de dayaheadmarkt en voor het tijdsduurgebonden transportrecht uiterlijk een half uur voor de gatesluitingstijd van de veiling voor frequentieherstelreserves, bedoeld in [bijlage 25, zevende lid, onderdeel d, subonderdeel 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=25&z=2026-03-01&g=2026-03-01), op de dag voorafgaande aan de dag waarop het beoogde transport zal plaatsvinden;
- f. de wijze van activering van de vrijgave van de transportdienst door de systeembeheerder;
@@ -6546,13 +6492,13 @@
- b. de afnemer als alternatief voor het boetebeding de technische voorziening kan treffen.
## Bijlage 2. bij [artikel 7.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21): onderzoeksrapport congestiemanagement
## Bijlage 2. bij [artikel 7.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01): onderzoeksrapport congestiemanagement
- 1. Ten behoeve van de technische analyse van het congestiegebied, neemt de systeembeheerder tenminste de volgende elementen op in het onderzoeksrapport:
- a. een overzicht van de ontwikkeling van de aanwezige transportcapaciteit in het deelsysteem of de deelsystemen, tot het moment waarop het systeem of de systemen zodanig verzwaard, gewijzigd of uitgebreid is (zijn) dat er geen sprake meer is van een tekort aan aanwezige transportcapaciteit;
- b. een overzicht van de van toepassing zijnde systeemontwerpcriteria, inclusief de aangehouden reservecapaciteit, en operationele veiligheidsgrenzen, die gehanteerd zijn bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit. Indien de vrijstelling ten aanzien van productie overeenkomstig [artikel 9.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.35&z=2026-02-21&g=2026-02-21) van toepassing is, geeft de systeembeheerder voor ieder beperkend systeemelement gemotiveerd aan op welke wijze rekening is gehouden met de vrijstelling bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit;
- b. een overzicht van de van toepassing zijnde systeemontwerpcriteria, inclusief de aangehouden reservecapaciteit, en operationele veiligheidsgrenzen, die gehanteerd zijn bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit. Indien de vrijstelling ten aanzien van productie overeenkomstig [artikel 9.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.3&artikel=9.35&z=2026-03-01&g=2026-03-01) van toepassing is, geeft de systeembeheerder voor ieder beperkend systeemelement gemotiveerd aan op welke wijze rekening is gehouden met de vrijstelling bij het bepalen van de aanwezige transportcapaciteit;
- c. een overzicht van de ontwikkeling van de technische transportcapaciteit van het (de) beperkende systeemelementen, tot het moment waarop het systeem of de systemen zodanig verzwaard, gewijzigd of uitgebreid is (zijn) dat er geen sprake meer is van een tekort aan aanwezige transportcapaciteit;
@@ -6564,9 +6510,9 @@
- g. een onderbouwde schatting van de hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh voor ieder jaar, die op moment van publicatie naar verwachting wel kan worden getransporteerd wanneer er geen congestiemanagement wordt toegepast;
- h. de financiële grens, bedoeld in [artikel 7.19, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- f. de technische grens, bedoeld in [artikel 7.19, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- h. de financiële grens, bedoeld in [artikel 7.19, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- f. de technische grens, bedoeld in [artikel 7.19, tweede lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- j. een onderbouwde schatting van de kosten voor congestiemanagement, uitgedrukt in euro voor ieder jaar, die op moment van publicatie naar verwachting zal worden uitgegeven aan congestiemanagement;
@@ -6576,7 +6522,7 @@
- 2. Ten behoeve van de marktanalyse van het congestiegebied, neemt de systeembeheerder ten minste de volgende elementen op in het onderzoeksrapport:
- a. de wijze waarop de systeembeheerder partijen, welke geïnteresseerd zijn om deel te nemen aan congestiemanagement en voldoen aan de in deze code gestelde voorwaarden, heeft betrokken in het onderzoek naar de mogelijkheid van toepassing van congestiemanagement met inzet van de middelen benoemd in [artikel 9.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21);
- a. de wijze waarop de systeembeheerder partijen, welke geïnteresseerd zijn om deel te nemen aan congestiemanagement en voldoen aan de in deze code gestelde voorwaarden, heeft betrokken in het onderzoek naar de mogelijkheid van toepassing van congestiemanagement met inzet van de middelen benoemd in [artikel 9.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01);
- b. het aantal potentiële deelnemers aan congestiemanagement en de wijze waarop de systeembeheerder dat heeft vastgesteld;
@@ -6586,13 +6532,13 @@
- e. de technische maatregelen die de systeembeheerder moet nemen om het systeem veilig te bedrijven wanneer gebruik wordt gemaakt van congestiemanagement.
- 3. In het geval uit de elementen, bedoeld in het eerst lid, onderdeel e, en het tweede lid, onderdelen c en d, bedrijfsgevoelige informatie afgeleid zou kunnen worden, zorgt de systeembeheerder ervoor dat er op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bedoelde website een publieke versie van het onderzoeksrapport gepubliceerd wordt waarin dit risico weggenomen is. Een volledige versie van het onderzoeksrapport wordt in alle gevallen met de Autoriteit Consument en Markt gedeeld.
## Bijlage 3. bij [artikel 7.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21): te onderscheiden functies ten behoeve van prioritering
- 3. In het geval uit de elementen, bedoeld in het eerst lid, onderdeel e, en het tweede lid, onderdelen c en d, bedrijfsgevoelige informatie afgeleid zou kunnen worden, zorgt de systeembeheerder ervoor dat er op de in [artikel 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bedoelde website een publieke versie van het onderzoeksrapport gepubliceerd wordt waarin dit risico weggenomen is. Een volledige versie van het onderzoeksrapport wordt in alle gevallen met de Autoriteit Consument en Markt gedeeld.
## Bijlage 3. bij [artikel 7.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01): te onderscheiden functies ten behoeve van prioritering
| Functie | Omschrijving |
| --- | --- |
| Congestieverzachter | Een congestieverzachter is een partij waarvan de systeembeheerder op basis van de zo actueel mogelijke gegevens uit [bijlage 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=2&z=2026-02-21&g=2026-02-21), vaststelt dat het toekennen van transportcapaciteit aan deze partij ertoe leidt dat de beschikbare transportcapaciteit, bedoeld in [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), voor overige partijen toeneemt en niet leidt tot toename van congestie in een ander deel van het systeem van die systeembeheerder of in het systeem van een andere systeembeheerder. |
| Congestieverzachter | Een congestieverzachter is een partij waarvan de systeembeheerder op basis van de zo actueel mogelijke gegevens uit [bijlage 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=2&z=2026-03-01&g=2026-03-01), vaststelt dat het toekennen van transportcapaciteit aan deze partij ertoe leidt dat de beschikbare transportcapaciteit, bedoeld in [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.2&artikel=7.14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), voor overige partijen toeneemt en niet leidt tot toename van congestie in een ander deel van het systeem van die systeembeheerder of in het systeem van een andere systeembeheerder. |
| Functie | Subfunctie | Omschrijving |
| --- | --- | --- |
@@ -6684,105 +6630,105 @@
| (Sub)functie | Benodigde bewijsstukken per (sub)functie |
| --- | --- |
| Categorie 2 | Categorie 2 |
| Elektriciteitsinfrastructuur – Elektriciteitssystemen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35130 (transmissie van elektriciteit) of SBI 35140 (distributie van elektriciteit). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van [artikel 3.2 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.23). |
| Acute gezondheidszorg – Acute geestelijke gezondheidszorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Bewijs van melding als bedoeld in [artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=2). |
| Acute gezondheidszorg – Apotheken die in de avond, nacht en op zondag farmaceutische zorg aanbieden | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 47730 (detailhandel in farmaceutische artikelen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Bewijs dat de verzoekende partij is geregistreerd in het register van gevestigde apotheken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. |
| Acute gezondheidszorg – Gemeentelijke gezondheidsdiensten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). |
| Acute gezondheidszorg – Huisartsen zorg in huisartsenposten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86210 (huisartsenzorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Bewijs van melding als bedoeld in [artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=2). |
| Acute gezondheidszorg – Medisch specialistische acute zorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in [artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| Acute gezondheidszorg – Regionale Ambulancevoorzieningen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van [artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=4). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). |
| Acute gezondheidszorg – Trauma centra | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008974&artikel=8) blijkt. |
| Acute gezondheidszorg – Uitbesteedde taken van Gemeentelijke gezondheidsdiensten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21) door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document door of namens het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de verzoekende partij is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in [artikel 14 van de Wet publieke gezondheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705&artikel=14). |
| Gezondheidszorg – Algemene en categorale ziekenhuizen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in [artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| Gezondheidszorg – Bloedvoorziening | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009079&artikel=3) blijkt. |
| Ontwikkelaars en aanbieders van zeer sensitieve technologieën | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van [artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=4). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). |
| Openbare drinkwatervoorziening | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008974&artikel=8) blijkt. |
| Telecommunicatie – C2000 en GMS | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document door of namens het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de verzoekende partij is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in [artikel 14 van de Wet publieke gezondheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705&artikel=14). |
| Telecommunicatie – NAFIN | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in [artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| Telecommunicatie – NCV | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009079&artikel=3) blijkt. |
| Veiligheidsdiensten – AIVD | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bevoegde bestuurder van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. |
| Veiligheidsdiensten – Defensie / Krijgsmacht | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bevoegde bestuurder van de Koninklijke Marechaussee, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht of Koninklijke Marine. |
| Veiligheidsdiensten – Douane | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bevoegde bestuurder van het Directoraat-Generaal Douane. |
| Veiligheidsdiensten – Europol | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de uitvoerend directeur van Europol. |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – DV&O | – Bestuursverklaring als bedoeld in a[rtikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen. |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Instellingen voor forensische zorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen rijkinstelling of private instelling is als bedoeld in de [artikelen 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=3.1) en [3.2 van de Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=3.2). |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Justitiële jeugdinrichtingen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen particuliere of rijksinrichting is als bedoeld in [artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011756&artikel=3a). |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Penitentiaire inrichtingen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen inrichting is als bedoeld in [artikel 3 van de Penitentiaire beginselen wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=3). |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Rechtspraak | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84231 (rechtspraak). |
| Veiligheidsdiensten – MIVD | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bevoegde bestuurder van Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst. |
| Veiligheidsdiensten – NCTV | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bevoegde bestuurder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Ambulanceposten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van [artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=4). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Brandweer | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de Veiligheidsregio als bedoeld in [artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466&artikel=8). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84250 (diensten van de brandweer). |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Meldkamers | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de korpschef als bedoeld in [artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=27). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid) of 80090 (beveiligingsactiviteiten, n.e.g.). |
| Veiligheidsdiensten – Politie | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de korpschef als bedoeld in [artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=27). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid). |
| Veiligheidsdiensten – RIVM | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de directeur-generaal van het RIVM. |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – LVNL | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van Luchtverkeersleiding Nederland (‘LVNL’) die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat LVNL door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden, bedoeld in [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.22) en [artikel 5.23, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.23). |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – Andere verlener van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiediensten dan LVNL | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.0a [7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de andere verlener van luchtverkeersdiensten die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die de schriftelijke instemming heeft van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om luchtverkeersdiensten te verrichten. – Afschrift van de schriftelijke instemming van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om de luchtverkeersdiensten te laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten, bedoeld in [artikelen 5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.14b) en [5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.23). |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – Eurocontrol | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van Eurocontrol die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening het vluchtinformatiegebied Amsterdam. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat Eurocontrol is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in het vluchtinformatiegebied Amsterdam, bedoeld in [artikel 5.14 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.14b). |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – hoofdspoorweginfrastructuur | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van [artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=16) is verleend en aan wie de veiligheidsvergunning op grond van [artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=16f) is verleend. – Afschrift van een veiligheidsvergunning, bedoeld in [artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=16f). |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – lokale spoorweginfrastructuur beheerder | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de vergunning op grond van [artikel 9, eerste lid, van de Wet lokaal spoor](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034363&artikel=9) is verleend. – Afschrift van de aanwijzing door het college van Gedeputeerde Staten, bedoeld in de [artikel 18, eerste lid, van de Wet lokaal spoor](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034363&artikel=18). |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – College van Gedeputeerde Staten voor het plaatsen van seinen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van Gedeputeerde Staten. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Gemeentelijke scheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Provinciale scheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van Gedeputeerde Staten. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen Directoraat-generaal Rijkswaterstaat | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – orgaan van een openbaar lichaam | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bevoegde bestuurder van het door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen orgaan van het openbare lichaam. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – college van burgemeester en wethouders van een gemeente | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Scheepvaartwegen in beheer bij een openbaar lichaam | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het dagelijks bestuur van het openbare lichaam. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Waterschapsscheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bevoegde bestuurder van het bevoegd gezag aangewezen door de provinciale staten. |
| Verkeersveiligheid wegen – Openbare wegen niet in beheer bij waterschap, provincie of Rijk | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Verkeersveiligheid wegen – Provinciale wegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van Gedeputeerde Staten. |
| Verkeersveiligheid wegen – Rijkswegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat. |
| Verkeersveiligheid wegen – Waterschapswegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het dagelijks bestuur van de waterschap. |
| Waterbeheer – Derden belast met waterbeheer | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een verklaring namens het waterschap waaruit blijkt dat het waterschap taken heeft uitbesteed aan de verzoekende partij, bedoeld in [artikel 2.17, tweede en derde lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.17). |
| Waterbeheer – Gemeenten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Waterbeheer – Rijkswaterstaat | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat. |
| Waterbeheer – Waterschappen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het bestuurder van het waterschap of namens de dijkgraaf van het waterschap. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als waterschap is ingesteld op grond van [artikel 2, eerste lid, van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=2). |
| Elektriciteitsinfrastructuur – Elektriciteitssystemen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35130 (transmissie van elektriciteit) of SBI 35140 (distributie van elektriciteit). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van [artikel 3.2 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.23). |
| Acute gezondheidszorg – Acute geestelijke gezondheidszorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Bewijs van melding als bedoeld in [artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=2). |
| Acute gezondheidszorg – Apotheken die in de avond, nacht en op zondag farmaceutische zorg aanbieden | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 47730 (detailhandel in farmaceutische artikelen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Bewijs dat de verzoekende partij is geregistreerd in het register van gevestigde apotheken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. |
| Acute gezondheidszorg – Gemeentelijke gezondheidsdiensten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). |
| Acute gezondheidszorg – Huisartsen zorg in huisartsenposten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86210 (huisartsenzorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Bewijs van melding als bedoeld in [artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=2). |
| Acute gezondheidszorg – Medisch specialistische acute zorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in [artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| Acute gezondheidszorg – Regionale Ambulancevoorzieningen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van [artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=4). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). |
| Acute gezondheidszorg – Trauma centra | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008974&artikel=8) blijkt. |
| Acute gezondheidszorg – Uitbesteedde taken van Gemeentelijke gezondheidsdiensten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01) door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document door of namens het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de verzoekende partij is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in [artikel 14 van de Wet publieke gezondheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705&artikel=14). |
| Gezondheidszorg – Algemene en categorale ziekenhuizen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in [artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| Gezondheidszorg – Bloedvoorziening | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009079&artikel=3) blijkt. |
| Ontwikkelaars en aanbieders van zeer sensitieve technologieën | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van [artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=4). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). |
| Openbare drinkwatervoorziening | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008974&artikel=8) blijkt. |
| Telecommunicatie – C2000 en GMS | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in [artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037262&artikel=8a.5). – Afschrift van een document door of namens het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de verzoekende partij is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in [artikel 14 van de Wet publieke gezondheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024705&artikel=14). |
| Telecommunicatie – NAFIN | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in [artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| Telecommunicatie – NCV | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van [artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009079&artikel=3) blijkt. |
| Veiligheidsdiensten – AIVD | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bevoegde bestuurder van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. |
| Veiligheidsdiensten – Defensie / Krijgsmacht | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bevoegde bestuurder van de Koninklijke Marechaussee, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht of Koninklijke Marine. |
| Veiligheidsdiensten – Douane | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bevoegde bestuurder van het Directoraat-Generaal Douane. |
| Veiligheidsdiensten – Europol | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de uitvoerend directeur van Europol. |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – DV&O | – Bestuursverklaring als bedoeld in a[rtikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen. |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Instellingen voor forensische zorg | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen rijkinstelling of private instelling is als bedoeld in de [artikelen 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=3.1) en [3.2 van de Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=3.2). |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Justitiële jeugdinrichtingen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen particuliere of rijksinrichting is als bedoeld in [artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011756&artikel=3a). |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Penitentiaire inrichtingen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen inrichting is als bedoeld in [artikel 3 van de Penitentiaire beginselen wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=3). |
| Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Rechtspraak | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84231 (rechtspraak). |
| Veiligheidsdiensten – MIVD | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bevoegde bestuurder van Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst. |
| Veiligheidsdiensten – NCTV | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bevoegde bestuurder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Ambulanceposten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van [artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=4). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Brandweer | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de Veiligheidsregio als bedoeld in [artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466&artikel=8). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84250 (diensten van de brandweer). |
| Veiligheidsdiensten – Noodhulp Meldkamers | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de korpschef als bedoeld in [artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=27). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid) of 80090 (beveiligingsactiviteiten, n.e.g.). |
| Veiligheidsdiensten – Politie | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de korpschef als bedoeld in [artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=27). – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid). |
| Veiligheidsdiensten – RIVM | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de directeur-generaal van het RIVM. |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – LVNL | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van Luchtverkeersleiding Nederland (‘LVNL’) die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat LVNL door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden, bedoeld in [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.22) en [artikel 5.23, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.23). |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – Andere verlener van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiediensten dan LVNL | – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.0a [7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de andere verlener van luchtverkeersdiensten die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die de schriftelijke instemming heeft van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om luchtverkeersdiensten te verrichten. – Afschrift van de schriftelijke instemming van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om de luchtverkeersdiensten te laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten, bedoeld in [artikelen 5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.14b) en [5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.23). |
| Verkeersveiligheid luchtverkeer – Eurocontrol | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van Eurocontrol die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening het vluchtinformatiegebied Amsterdam. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat Eurocontrol is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in het vluchtinformatiegebied Amsterdam, bedoeld in [artikel 5.14 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=5.14b). |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – hoofdspoorweginfrastructuur | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van [artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=16) is verleend en aan wie de veiligheidsvergunning op grond van [artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=16f) is verleend. – Afschrift van een veiligheidsvergunning, bedoeld in [artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=16f). |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – lokale spoorweginfrastructuur beheerder | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de vergunning op grond van [artikel 9, eerste lid, van de Wet lokaal spoor](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034363&artikel=9) is verleend. – Afschrift van de aanwijzing door het college van Gedeputeerde Staten, bedoeld in de [artikel 18, eerste lid, van de Wet lokaal spoor](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034363&artikel=18). |
| Verkeersveiligheid spoorwegen – College van Gedeputeerde Staten voor het plaatsen van seinen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van Gedeputeerde Staten. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Gemeentelijke scheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Provinciale scheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van Gedeputeerde Staten. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen Directoraat-generaal Rijkswaterstaat | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – orgaan van een openbaar lichaam | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bevoegde bestuurder van het door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen orgaan van het openbare lichaam. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – college van burgemeester en wethouders van een gemeente | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Scheepvaartwegen in beheer bij een openbaar lichaam | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het dagelijks bestuur van het openbare lichaam. |
| Verkeersveiligheid waterwegen – Waterschapsscheepvaartwegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bevoegde bestuurder van het bevoegd gezag aangewezen door de provinciale staten. |
| Verkeersveiligheid wegen – Openbare wegen niet in beheer bij waterschap, provincie of Rijk | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Verkeersveiligheid wegen – Provinciale wegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van Gedeputeerde Staten. |
| Verkeersveiligheid wegen – Rijkswegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat. |
| Verkeersveiligheid wegen – Waterschapswegen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het dagelijks bestuur van de waterschap. |
| Waterbeheer – Derden belast met waterbeheer | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een verklaring namens het waterschap waaruit blijkt dat het waterschap taken heeft uitbesteed aan de verzoekende partij, bedoeld in [artikel 2.17, tweede en derde lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.17). |
| Waterbeheer – Gemeenten | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Waterbeheer – Rijkswaterstaat | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat. |
| Waterbeheer – Waterschappen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het bestuurder van het waterschap of namens de dijkgraaf van het waterschap. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als waterschap is ingesteld op grond van [artikel 2, eerste lid, van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=2). |
| Categorie 3 | Categorie 3 |
| Afvalstoffenbeheer – Inzamelen van (grove) huishoudelijk afval | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de partij die is aangewezen als inzameldienst en wie de bevoegde bestuurder is. – Verklaring van de gemeente dat zij zelf (grove) huishoudelijk afval inzamelt of een afschrift van een document waaruit blijkt dat de partij op dit moment door de gemeente is aangewezen als inzameldienst als bedoeld in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan. |
| Gasinfrastructuur – Gassystemen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35220 (distributie van gasvormige brandstoffen via leidingen) of SBI 49500 (transport via pijpleidingen). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van [artikel 3.2 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.2). |
| Gasinfrastructuur – gasopslagen nodig voor de borging van gasleveringszekerheid in Nederland | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35240 (opslag van gas als onderdeel van netwerkleveringsdiensten). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij een beheerder is (i) van een seizoensopslag als bedoeld in [artikel 1.1 van het Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=1.1) en [artikel 3.43, eerste lid, onderdeel a, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.43); of (ii) van een gasopslagsysteem die wordt gebruikt voor de pieklevering, bedoeld in [artikel 3.64 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.64) en [artikel 3.30 van het Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.30). |
| Onderwijs – Middelbaar beroepsonderwijs | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85320 (middelbaar beroepsonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Onderwijs – Primair onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. |
| | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85100 (kleuteronderwijs); SBI 8520 (basisonderwijs) of SBI 85201 (regulier basisonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Onderwijs – Speciaal onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. |
| Onderwijs – Speciaal onderwijs | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85202 (speciaal basisonderwijs) of SBI 85203 (speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Onderwijs – Voortgezet onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. |
| Onderwijs – Voortgezet onderwijs | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8531 (voortgezet onderwijs); SBI 85311 (havo, vwo en vmbo) of SBI 85312 (praktijkonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Openbaar vervoer – Nationaal OV per trein | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van [artikel 20, eerste, lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) is verleend. – Afschrift van de concessie zoals bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) of een overeenkomst van gelijkgestelde aard. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV per trein | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van [artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) is verleend. – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) of een overeenkomst van gelijkgestelde aard. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – Algemeen | Een partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam een concessie is verleend voor openbaar vervoer: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van [artikel 20, tweede of derde lid van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20). – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 20, tweede of derde lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20). |
| | Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) op grond van [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6) een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6). – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6). |
| | Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) op grond van [artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7) een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van [artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7). – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6). |
| | Partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een concessie is verleend: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van [artikel 7a van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7a). – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 7a, van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7a). |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – in de gemeente Amsterdam, Den Haag of Rotterdam | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van [artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=63a). – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=63a). |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein | Veerdienst per pont: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die een overeenkomst met de gemeente gesloten heeft. – Afschrift van de overeenkomst met een gemeente tot het beheer en/of exploitatie van veerdiensten per pont. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein | Veerdienst per pont in beheer van gemeente: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein | TESO: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 50300 (personenvervoer over binnenwateren). |
| Telecommunicatie – openbaar telecommunicatienetwerk | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet). |
| Telecommunicatie – openbaar elektronisch communicatienetwerk | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet). |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering met vergunningplicht | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 10 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=10). – Afschrift van de melding op grond van [artikel 40 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=40). |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering zonder vergunningplicht | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Bewijsstuk waaruit blijkt dat [artikel 9, tweede lid, van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=9) van toepassing is. – Afschrift van de melding op grond van [artikel 40 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=40). |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering door een verhuurder, een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de verhuurder, het bestuur van de vereniging van eigenaars of de daarmee vergelijkbare rechtsvorm van de woonbehoefte. |
| Warmtevoorziening – Warmtenetbeheer | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht). – Bewijs waaruit blijkt dat de verzoekende partij zich bezighoudt met het beheer, de aanleg of het onderhoud van een warmtenet als bedoeld in de [Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729) en warmte over dat net transporteert. |
| Woonbehoefte – algemeen | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op de specifieke locatie woonbehoefte is voor zien. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld [artikel 7.21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. |
| | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van woonbehoefte. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld [artikel 7.21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. |
| Afvalstoffenbeheer – Inzamelen van (grove) huishoudelijk afval | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de partij die is aangewezen als inzameldienst en wie de bevoegde bestuurder is. – Verklaring van de gemeente dat zij zelf (grove) huishoudelijk afval inzamelt of een afschrift van een document waaruit blijkt dat de partij op dit moment door de gemeente is aangewezen als inzameldienst als bedoeld in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan. |
| Gasinfrastructuur – Gassystemen | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35220 (distributie van gasvormige brandstoffen via leidingen) of SBI 49500 (transport via pijpleidingen). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van [artikel 3.2 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.2). |
| Gasinfrastructuur – gasopslagen nodig voor de borging van gasleveringszekerheid in Nederland | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35240 (opslag van gas als onderdeel van netwerkleveringsdiensten). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij een beheerder is (i) van een seizoensopslag als bedoeld in [artikel 1.1 van het Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=1.1) en [artikel 3.43, eerste lid, onderdeel a, van de Energieregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051774&artikel=3.43); of (ii) van een gasopslagsysteem die wordt gebruikt voor de pieklevering, bedoeld in [artikel 3.64 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=3.64) en [artikel 3.30 van het Energiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0051745&artikel=3.30). |
| Onderwijs – Middelbaar beroepsonderwijs | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85320 (middelbaar beroepsonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Onderwijs – Primair onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. |
| | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85100 (kleuteronderwijs); SBI 8520 (basisonderwijs) of SBI 85201 (regulier basisonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Onderwijs – Speciaal onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. |
| Onderwijs – Speciaal onderwijs | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85202 (speciaal basisonderwijs) of SBI 85203 (speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Onderwijs – Voortgezet onderwijs | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie. |
| Onderwijs – Voortgezet onderwijs | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8531 (voortgezet onderwijs); SBI 85311 (havo, vwo en vmbo) of SBI 85312 (praktijkonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. |
| Openbaar vervoer – Nationaal OV per trein | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van [artikel 20, eerste, lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) is verleend. – Afschrift van de concessie zoals bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) of een overeenkomst van gelijkgestelde aard. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV per trein | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van [artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) is verleend. – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) of een overeenkomst van gelijkgestelde aard. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – Algemeen | Een partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam een concessie is verleend voor openbaar vervoer: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van [artikel 20, tweede of derde lid van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20). – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 20, tweede of derde lid, van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20). |
| | Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) op grond van [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6) een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6). – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6). |
| | Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=20) op grond van [artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7) een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van [artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7). – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in [artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=6). |
| | Partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een concessie is verleend: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van [artikel 7a van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7a). – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 7a, van het Besluit personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011982&artikel=7a). |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – in de gemeente Amsterdam, Den Haag of Rotterdam | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van [artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=63a). – Afschrift van de concessie, bedoeld in [artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011470&artikel=63a). |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein | Veerdienst per pont: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die een overeenkomst met de gemeente gesloten heeft. – Afschrift van de overeenkomst met een gemeente tot het beheer en/of exploitatie van veerdiensten per pont. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein | Veerdienst per pont in beheer van gemeente: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. |
| Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein | TESO: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 50300 (personenvervoer over binnenwateren). |
| Telecommunicatie – openbaar telecommunicatienetwerk | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet). |
| Telecommunicatie – openbaar elektronisch communicatienetwerk | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet). |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering met vergunningplicht | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 10 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=10). – Afschrift van de melding op grond van [artikel 40 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=40). |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering zonder vergunningplicht | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Bewijsstuk waaruit blijkt dat [artikel 9, tweede lid, van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=9) van toepassing is. – Afschrift van de melding op grond van [artikel 40 van de Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729&artikel=40). |
| Warmtevoorziening – Warmtelevering door een verhuurder, een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de verhuurder, het bestuur van de vereniging van eigenaars of de daarmee vergelijkbare rechtsvorm van de woonbehoefte. |
| Warmtevoorziening – Warmtenetbeheer | – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht). – Bewijs waaruit blijkt dat de verzoekende partij zich bezighoudt met het beheer, de aanleg of het onderhoud van een warmtenet als bedoeld in de [Warmtewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033729) en warmte over dat net transporteert. |
| Woonbehoefte – algemeen | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op de specifieke locatie woonbehoefte is voor zien. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld [artikel 7.21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. |
| | Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van woonbehoefte. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld [artikel 7.21, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. |
| | Individuele woningeigenaar nieuwbouw: – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de woning. |
| | Individuele woningeigenaar of -gebruiker bestaande bouw (verzwaring): – Uittreksel van de basisregistratie adressen en gebouwen van het kadaster ([https://bagviewer.kadaster.nl/](https://bagviewer.kadaster.nl/)) waaruit blijkt dat het object een woonfunctie heeft. |
| Woonbehoefte – collectieve woonvormen | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen collectieve woonvorm, bedoeld in tabel 3 onder woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op die locatie is voorzien in een collectieve woonvorm zoals afgebakend in tabel 3 onder woonbehoefte. |
| | Opvang zoals bedoeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel namens de gemeente geregistreerd onder SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van de bestuursovereenkomst tussen de gemeente en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers over de locatie. – Indien de bestuursovereenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van de omgevingsvergunning als bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Opvang van ontheemden uit Oekraïne zoals bedoeld in de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Beschermd wonen zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over beschermd wonen voor die locatie. |
| | Opvang zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de opvang op die locatie. |
| | Instelling zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning zoals bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Instelling voor eerstelijnsverblijf zoals bedoeld in het Zorgverzekeringsbesluit: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Accommodatie zoals bedoeld in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Accommodatie zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Accommodatie zoals bedoeld in de Jeugdwet: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de (gesloten) jeugdhulp voor die locatie. |
| | Woonvoorziening voor studenten zoals bedoeld in de Energiewet: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Woonvoorziening voor arbeidsmigranten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Instelling voor geriatrische revalidatiezorg met verblijf zoals bedoeld in het [Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492): – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
## Bijlage 4. bij [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-02-21&g=2026-02-21): vaststellen van de dynamische regionale wachttijd
| Woonbehoefte – collectieve woonvormen | Overheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen collectieve woonvorm, bedoeld in tabel 3 onder woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op die locatie is voorzien in een collectieve woonvorm zoals afgebakend in tabel 3 onder woonbehoefte. |
| | Opvang zoals bedoeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel namens de gemeente geregistreerd onder SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van de bestuursovereenkomst tussen de gemeente en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers over de locatie. – Indien de bestuursovereenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van de omgevingsvergunning als bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Opvang van ontheemden uit Oekraïne zoals bedoeld in de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Beschermd wonen zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over beschermd wonen voor die locatie. |
| | Opvang zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de opvang op die locatie. |
| | Instelling zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning zoals bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Instelling voor eerstelijnsverblijf zoals bedoeld in het Zorgverzekeringsbesluit: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Accommodatie zoals bedoeld in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Accommodatie zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
| | Accommodatie zoals bedoeld in de Jeugdwet: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de (gesloten) jeugdhulp voor die locatie. |
| | Woonvoorziening voor studenten zoals bedoeld in de Energiewet: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Woonvoorziening voor arbeidsmigranten: – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. |
| | Instelling voor geriatrische revalidatiezorg met verblijf zoals bedoeld in het [Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492): – Bestuursverklaring als bedoeld in [artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in [artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in [afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885¶graaf=5.1.1), voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043797&artikel=4). |
## Bijlage 4. bij [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.18&z=2026-03-01&g=2026-03-01): vaststellen van de dynamische regionale wachttijd
- 1. De systeembeheerder berekent de dynamische regionale wachttijd W in weken per regio en per kwartaal met de volgende formule met een maximum als weergegeven in de tabel in artikel 2 van deze bijlage: V is de voorraad bij de laatste dag van het afgelopen kwartaal. De voorraad bestaat uit alle aanvragen waarvan de realisatie nog niet is gestart en het aandeel van de lopende projecten waarvoor geen realisatiecapaciteit beschikbaar is. R is de realisatiecapaciteit in het voorgaande kwartaal in aantal opdrachten per week (gemeten gemiddelde over kwartaal). W is de wachttijd (in weken) voor nieuwe opdrachten die binnenkomen in het nieuwe kwartaal gebaseerd op de gegevens van het afgelopen kwartaal. W = V/R, als V > R W = 0, als V ≤ R
@@ -6802,15 +6748,15 @@
| 2034 | 22 |
| 2035 | 0 |
## Bijlage 5. bij [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21): criteria bij vaststellen aansluittermijnen
## Bijlage 5. bij [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01): criteria bij vaststellen aansluittermijnen
- 1. De systeembeheerder gebruikt de factoren en de criteria voor de afweging van de complexiteitscategorie volgens onderstaande tabel.
| Factor | Criteria | Uitkomst |
| --- | --- | --- |
| Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. | Aansluiting kan direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt netvlak. Geen additionele werkzaamheden zijn nodig anders dan het realiseren van de klantaansluiting. | Laag |
| Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. | Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een beperkte additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in [artikel 8.19, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-02-21&g=2026-02-21). Voorbeelden van dit type investering: wisselen MS-transformator, aanpassen LS-rek, asbestsanering. | Midden |
| Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. | Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een grote additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in [artikel 8.13, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.13&z=2026-02-21&g=2026-02-21). Voorbeelden van investeringen in deze categorie: middenspanningsdistributiesysteem of transmissiesysteem aanpassen, stichten van nieuwe middenspanningsruimte (inclusief installaties en eventueel benodigde aankoop grond), velduitbreiding op OS/RS/SS. | Hoog |
| Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. | Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een beperkte additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in [artikel 8.19, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.19&z=2026-03-01&g=2026-03-01). Voorbeelden van dit type investering: wisselen MS-transformator, aanpassen LS-rek, asbestsanering. | Midden |
| Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. | Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een grote additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in [artikel 8.13, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=8¶graaf=8.4&artikel=8.13&z=2026-03-01&g=2026-03-01). Voorbeelden van investeringen in deze categorie: middenspanningsdistributiesysteem of transmissiesysteem aanpassen, stichten van nieuwe middenspanningsruimte (inclusief installaties en eventueel benodigde aankoop grond), velduitbreiding op OS/RS/SS. | Hoog |
| Tracécomplexiteit: Vergunningen (privaat/publiek), aankoop grond, zakelijk recht overeenkomst | Het te volgen tracé loopt over publieke grond waardoor enkel een reguliere (gemeentelijke) vergunning benodigd is. Er hoeft geen grond aangekocht te worden. | Laag |
| Tracécomplexiteit: Vergunningen (privaat/publiek), aankoop grond, zakelijk recht overeenkomst | Het te volgen tracé loopt via zowel publieke als private grond waardoor er, naast reguliere (gemeentelijke) vergunningen, ook een zakelijk recht overeenkomst gesloten dient te worden. Er zijn mogelijk een of meerdere niet-reguliere vergunningen benodigd bijv. Natura2000 of waterschap; echter geen beïnvloeding van eventuele andere belanghebbenden zoals ProRail of Gasunie. | Midden |
| Tracécomplexiteit: Vergunningen (privaat/publiek), aankoop grond, zakelijk recht overeenkomst | Er is een combinatie van minimaal twee complicerende aspecten binnen de factor Tracécomplexiteit van toepassing. Het te volgen tracé loopt via zowel publieke als private grond waardoor er naast reguliere vergunningen ook meerdere zakelijk recht overeenkomsten gesloten dienen te worden. Er is mogelijk beïnvloeding van een of meerdere eventuele andere belanghebbenden, zoals ProRail, Gasunie of een waterschap. En er is mogelijk een of meerdere niet-reguliere vergunningen benodigd, zoals Natura2000 vergunning. | Hoog |
@@ -6850,7 +6796,7 @@
| Midden | Hoog | Hoog | Hoog |
| Hoog | Hoog | Hoog | Hoog |
## Bijlage 6. bij [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21): capaciteitssturingproduct
## Bijlage 6. bij [artikel 9.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.1&artikel=9.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01): capaciteitssturingproduct
- 1. Bij een capaciteitssturingsproduct verplichten een aangeslotene of een groep van aangeslotenen zich tegenover de systeembeheerder om voor een afgesproken periode een minimale of maximale capaciteit af te nemen of in te voeden.
@@ -6892,11 +6838,11 @@
- c. de wijze waarop de systeembeheerder de levering van het product valideert.
- 6. Inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen heeft het karakter van een bieding redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-02-21&g=2026-02-21). De systeembeheerder en aangeslotene komen de voorwaarden overeen die gelden voor deze bieding.
- 6. Inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen heeft het karakter van een bieding redispatch overeenkomstig [bijlage 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=7&z=2026-03-01&g=2026-03-01). De systeembeheerder en aangeslotene komen de voorwaarden overeen die gelden voor deze bieding.
- 7. Een capaciteitsbeperking is een vorm van capaciteitssturing waarbij de minimale waarden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdelen 1° en 3°, niet van toepassing zijn, en de maximumwaarde bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° of 4°, lager is dan het van toepassing zijnde gecontracteerde transportvermogen.
## Bijlage 7. bij [artikel 9.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-02-21&g=2026-02-21): redispatch product
## Bijlage 7. bij [artikel 9.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=7¶graaf=7.3&artikel=7.21&z=2026-03-01&g=2026-03-01): redispatch product
- 1. Met een bieding redispatch biedt de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener aan om op een gespecificeerde locatie op te regelen of af te regelen ten opzichte van een prognose voor die locatie.
@@ -6948,11 +6894,11 @@
- 5. De systeembeheerder en de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener kunnen een contract aangaan voor redispatchcapaciteit. Een contract voor redispatchcapaciteit specificeert een plicht voor de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener om voor de duur van het contract op verzoek van de systeembeheerder biedingen redispatch te doen tegen de in het contract overeengekomen voorwaarden.
## Bijlage 8. [reserveren voor bijlage 8 bij [artikel 9.37, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.37&z=2026-02-21&g=2026-02-21)]
## Bijlage 8. [reserveren voor bijlage 8 bij [artikel 9.37, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.37&z=2026-03-01&g=2026-03-01)]
–
## Bijlage 9. bij [artikel 9.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.51&z=2026-02-21&g=2026-02-21): productspecificaties blackstartvoorziening
## Bijlage 9. bij [artikel 9.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=9¶graaf=9.8&artikel=9.51&z=2026-03-01&g=2026-03-01): productspecificaties blackstartvoorziening
- 1. Er zijn tenminste twee synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van elk minimaal 200 MW op de locatie aanwezig die als onderdeel van de blackstartvoorziening kunnen worden ingezet. Ook als één elektriciteitsproductie-eenheid in onderhoud is, is te allen tijde minimaal 200 MW beschikbaar. Het voor de betreffende blackstartvoorziening overeengekomen minimum vermogen wordt in de overeenkomst inzake het leveren van de blackstartvoorziening vastgelegd. Indien de voorziening bestaat uit meerdere kleinere synchrone elektriciteitsproductie-eenheden, wordt de redundantie op andere wijze vastgesteld in overeenstemming met de transmissiesysteembeheerder waarbij altijd minimaal 200 MW beschikbaar is.
@@ -6976,9 +6922,9 @@
- 9. De blackstartvoorziening wordt jaarlijks getest, inclusief de in te schakelen en/of op te spannen systeemdelen.
- 10. De elektriciteitsproductie-eenheid van de blackstartvoorziening is in staat een spanningsloos systeem op gewenste spanning en frequentie te brengen en daarna het overeen te komen werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren. De verbonden elektriciteitsproductie-eenheid is in staat na het koppelen met de hoogspanningsrail onder regie van de transmissiesysteembeheerder op toerenregeling te blijven staan en daarna bij gekoppeld bedrijf (> 2500 MW) onder regie van de transmissiesysteembeheerder op vermogensregeling met frequentie-gevoeligheid overeenkomstig [artikel 3.22, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of artikel [13.5, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- 11. De elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening zijn in staat werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren overeenkomstig [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.27&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of, ingeval van een elektriciteitsproductie-eenheid als bedoeld in [artikel 13.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-02-21&g=2026-02-21), overeenkomstig het generatorbelastingdiagram van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid, tijdens het hele opregeltraject van 0 tot 100 % van het maximale vermogen en ook daarna. De belastingbijschakeling zal tot aan het minimale stabiele vermogen van de elektriciteitsproductie-eenheid in nauw overleg plaatsvinden met de aangeslotene. Boven deze grens zal in stappen tot 5% van het maximaal vermogen worden bijgeschakeld. De hoeveelheid te leveren blindvermogen ligt bij elke netspanning en opgewekt werkzaam vermogen, in de range van minimaal 110 Mvar leveren tot minimaal 80 Mvar ontvangen. Indien de blackstartvoorziening invoedt op een kabel en het blindvermogen van de kabel wordt niet gecompenseerd, wordt het minimaal vereiste capacitieve bereik van 80 Mvar verhoogd ter grootte van het blindvermogen van de kabel bij nomimale spanning.
- 10. De elektriciteitsproductie-eenheid van de blackstartvoorziening is in staat een spanningsloos systeem op gewenste spanning en frequentie te brengen en daarna het overeen te komen werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren. De verbonden elektriciteitsproductie-eenheid is in staat na het koppelen met de hoogspanningsrail onder regie van de transmissiesysteembeheerder op toerenregeling te blijven staan en daarna bij gekoppeld bedrijf (> 2500 MW) onder regie van de transmissiesysteembeheerder op vermogensregeling met frequentie-gevoeligheid overeenkomstig [artikel 3.22, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of artikel [13.5, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
- 11. De elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening zijn in staat werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren overeenkomstig [artikel 3.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.27&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of, ingeval van een elektriciteitsproductie-eenheid als bedoeld in [artikel 13.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.1&z=2026-03-01&g=2026-03-01), overeenkomstig het generatorbelastingdiagram van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid, tijdens het hele opregeltraject van 0 tot 100 % van het maximale vermogen en ook daarna. De belastingbijschakeling zal tot aan het minimale stabiele vermogen van de elektriciteitsproductie-eenheid in nauw overleg plaatsvinden met de aangeslotene. Boven deze grens zal in stappen tot 5% van het maximaal vermogen worden bijgeschakeld. De hoeveelheid te leveren blindvermogen ligt bij elke netspanning en opgewekt werkzaam vermogen, in de range van minimaal 110 Mvar leveren tot minimaal 80 Mvar ontvangen. Indien de blackstartvoorziening invoedt op een kabel en het blindvermogen van de kabel wordt niet gecompenseerd, wordt het minimaal vereiste capacitieve bereik van 80 Mvar verhoogd ter grootte van het blindvermogen van de kabel bij nomimale spanning.
- 12. De voorziene niet-beschikbaarheid ten behoeve van onderhoud aan de startvoorziening van de blackstartvoorziening duurt niet langer dan 8 dagen per jaar en wordt in overleg met de transmissiesysteembeheerder ingepland.
@@ -6994,7 +6940,7 @@
## Bijlage 10. bij artikel 9.51, derde lid: significante systeemgebruikers en door hen te nemen maatregelen in het kader van [Verordening (EU) 2017/2196](32017R2196) (NC ER)
## Bijlage 11. bij [artikel 10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21): Indeling in profielcategorieën
## Bijlage 11. bij [artikel 10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01): Indeling in profielcategorieën
- 1. Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet wordt gebruikt, worden ingedeeld in profielcategorie E1A, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
@@ -7014,7 +6960,7 @@
- 7. Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt, worden ingedeeld in profielcategorie E2B, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
## Bijlage 12. bij [artikel 10.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21): bepalen dynamische profielfracties
## Bijlage 12. bij [artikel 10.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01): bepalen dynamische profielfracties
- 1. De systeembeheerder bepaalt dagelijks, voor 10:00 uur, per etmaal waarvoor hij meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid vaststelt, per profielcategorie de profielfracties per systeemgebied, per energierichting volgens de werkwijze vastgesteld overeenkomstig [bijlage 1 van de Informatiecode elektriciteit en gas](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037934&bijlage=1).
@@ -7024,11 +6970,11 @@
- 4. De systeembeheerder meldt het gebruik van standaardprofielen voor 10:00 uur aan de balanceringsverantwoordelijken, de leveranciers en de transmissiesysteembeheerder.
## Bijlage 13. [reserveren voor bijlage 13 bij [artikel 10.17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21)]
## Bijlage 13. [reserveren voor bijlage 13 bij [artikel 10.17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01)]
–
## Bijlage 14. bij [artikel 10.17, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21): vaststellen volumegegevens voor geprofileerde allocatiepunten
## Bijlage 14. bij [artikel 10.17, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01): vaststellen volumegegevens voor geprofileerde allocatiepunten
- 1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de veronderstelde geprofileerde afname (VGA) per balanceringsverantwoordelijke (BRP), per leverancier (LV), per profielcategorie (PC), per systeemgebied van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: VGABRP,LV,PC = – PFAPC × Σ SJABRP,LV,PC,TP waarin: PFAPC = de profielfractie afname van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode. Σ SJABRP,LV,PC,TP = de som van de standaardjaarafname van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied en de betreffende tariefperiode.
@@ -7036,11 +6982,11 @@
- 3. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het totale veronderstelde geprofileerde volume (TVGV) per systeemgebied, door de absolute waarden van alle veronderstelde geprofileerde afname’s (VGA) bepaald overeenkomstig het eerste lid en de absolute waarden van alle veronderstelde geprofileerde invoedingen (VGI) bepaald overeenkomstig het tweede lid te sommeren.
## Bijlage 15. bij [artikel 10.17, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21): gedimensioneerde profielen voor onbemeten aansluitingen
## Bijlage 15. bij [artikel 10.17, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01): gedimensioneerde profielen voor onbemeten aansluitingen
- 1. Openbare verlichting
- 1.1. In het geval de aansluiting van een installatie voor openbare verlichting op grond van[artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.23&z=2026-02-21&g=2026-02-21), niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder de volgende gegevens:
- 1.1. In het geval de aansluiting van een installatie voor openbare verlichting op grond van[artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.23&z=2026-03-01&g=2026-03-01), niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder de volgende gegevens:
- a. het aantal lampen (inclusief voorschakelapparatuur) behorende tot de installatie;
@@ -7074,7 +7020,7 @@
- 2. Overige onbemeten aansluitingen
- 2.1. In het geval een aansluiting van een installatie, niet zijnde een installatie voor openbare verlichting, op grond van [artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-02-21&g=2026-02-21) of [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.23&z=2026-02-21&g=2026-02-21) niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder het vermogen van de installatie, zowel in normale bedrijfstoestand als – voor zover van toepassing – in de situatie dat de installatie is gedimd respectievelijk buiten bedrijf is en per door de systeembeheerder aan te geven tijdvak – voor zover van toepassing – vooraf de tijden waarop de installatie zich in één van deze bedrijfstoestanden bevindt.
- 2.1. In het geval een aansluiting van een installatie, niet zijnde een installatie voor openbare verlichting, op grond van [artikel 2.22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.22&z=2026-03-01&g=2026-03-01) of [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.23&z=2026-03-01&g=2026-03-01) niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder het vermogen van de installatie, zowel in normale bedrijfstoestand als – voor zover van toepassing – in de situatie dat de installatie is gedimd respectievelijk buiten bedrijf is en per door de systeembeheerder aan te geven tijdvak – voor zover van toepassing – vooraf de tijden waarop de installatie zich in één van deze bedrijfstoestanden bevindt.
- 2.2. De systeembeheerder stelt op basis van de in 2.1 bedoelde gegevens het belastingprofiel voor de installatie vast en geeft de aangeslotene desgevraagd inzage in het rekenmodel of de berekening daarvoor.
@@ -7094,25 +7040,25 @@
- 2.8. Indien naar het oordeel van de systeembeheerder redelijke twijfel bestaat over de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie en van de in 2.7 bedoelde bestuurdersverklaring, overlegt de aangeslotene desgevraagd een extern audit-rapport aangaande de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie.
## Bijlage 16. bij [artikel 10.17, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21): vaststellen meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor geprofileerde allocatiepunten
- 1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de restantvolumecorrectiefactor (RCF) door de waarde één te verminderen met het quotiënt van het overeenkomstig [artikel 10.17, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21) bepaalde restantvolume (REV) en het overeenkomstig [bijlage 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-02-21&g=2026-02-21), bepaalde totale veronderstelde geprofileerde volume (TVGV) volgens de formule: RCF = 1 – ( REV / TVGV )
- 2. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde afname (GGA) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: GGABRP,LV,PC = VGABRP, LV,PC × RCF waarin: VGABRP,LV,PC = de overeenkomstig [bijlage 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) vastgestelde veronderstelde geprofileerde afname voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de desbetreffende leverancier en de betreffende profielcategorie RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumecorrectiefactor
- 3. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde invoeding (GGI) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: GGIBRP,LV,PC = VGIBRP,LV,PC × ( 2 – RCF ) waarin: VGIBRP,LV,PC = de overeenkomstig het [Bijlage 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-02-21&g=2026-02-21) vastgestelde veronderstelde geprofileerde invoeding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier en de betreffende profielcategorie RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumevolumecorrectiefactor.
## Bijlage 17. [reserveren voor bijlage 17 bij [artikel 10.17, achtste lid]](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-02-21&g=2026-02-21)
## Bijlage 16. bij [artikel 10.17, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01): vaststellen meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor geprofileerde allocatiepunten
- 1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de restantvolumecorrectiefactor (RCF) door de waarde één te verminderen met het quotiënt van het overeenkomstig [artikel 10.17, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01) bepaalde restantvolume (REV) en het overeenkomstig [bijlage 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-03-01&g=2026-03-01), bepaalde totale veronderstelde geprofileerde volume (TVGV) volgens de formule: RCF = 1 – ( REV / TVGV )
- 2. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde afname (GGA) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: GGABRP,LV,PC = VGABRP, LV,PC × RCF waarin: VGABRP,LV,PC = de overeenkomstig [bijlage 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) vastgestelde veronderstelde geprofileerde afname voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de desbetreffende leverancier en de betreffende profielcategorie RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumecorrectiefactor
- 3. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde invoeding (GGI) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: GGIBRP,LV,PC = VGIBRP,LV,PC × ( 2 – RCF ) waarin: VGIBRP,LV,PC = de overeenkomstig het [Bijlage 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=14&z=2026-03-01&g=2026-03-01) vastgestelde veronderstelde geprofileerde invoeding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier en de betreffende profielcategorie RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumevolumecorrectiefactor.
## Bijlage 17. [reserveren voor bijlage 17 bij [artikel 10.17, achtste lid]](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.4&artikel=10.17&z=2026-03-01&g=2026-03-01)
–
## Bijlage 18. bij [artikel 10.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21): door systeembeheerders vast te leggen gegevens voor reconciliatie voor allocatiepunten waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde ‘profielallocatie’ heeft
## Bijlage 18. bij [artikel 10.26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01): door systeembeheerders vast te leggen gegevens voor reconciliatie voor allocatiepunten waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde ‘profielallocatie’ heeft
- 1. De systeembeheerder kan op twee manieren zorgen voor de voor reconciliatie benodigde gegevens:
- a. via het veiligstellen van de basisgegevens om later alles uit te kunnen rekenen, of
- b. via het veiligstellen van de procesgegevens om daarmee op het moment van het toekennen van de volumes de gegevens die uiteindelijk nodig zijn bij reconciliatie te kunnen berekenen. ([bijlage 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-02-21&g=2026-02-21) is gebaseerd op de in dit onderdeel beschreven manier.)
- b. via het veiligstellen van de procesgegevens om daarmee op het moment van het toekennen van de volumes de gegevens die uiteindelijk nodig zijn bij reconciliatie te kunnen berekenen. ([bijlage 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=19&z=2026-03-01&g=2026-03-01) is gebaseerd op de in dit onderdeel beschreven manier.)
- 2. In onderstaande tabellen zijn voor beide manieren uit het eerste lid de benodigde gegevens weergegeven. Voor de inrichting van systemen van de systeembeheerder wordt onderscheid gemaakt naar:
@@ -7150,9 +7096,9 @@
- 4. Na het definitief worden van de laatste gegevens van een maand kan door de systeembeheerder een verdere sommatie worden uitgevoerd, waarbij rekening moet worden gehouden met een splitsing van deze gegevens van voor en na de datum van vaststelling van meterstanden, of wijziging van balanceringsverantwoordelijke, leverancier, standaardjaarafname, standaardjaarinvoeding of profielcategorie.
- 5. Na zeventien maanden geldt dat de som van de geprofileerde afnames en de som van de geprofileerde invoedingen in de reconciliatieberichten per tariefperiode gelijk zijn aan de som van deze periode in de berichten van de balanceringsverantwoordelijken die in de uiteindelijke onbalans verrekend zijn. De periode van zeventien maanden begint met de eerste maand na maand M+3, bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
## Bijlage 19. bij [artikel 10.26, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-02-21&g=2026-02-21): formules en rekenmodellen bij het reconciliatieproces
- 5. Na zeventien maanden geldt dat de som van de geprofileerde afnames en de som van de geprofileerde invoedingen in de reconciliatieberichten per tariefperiode gelijk zijn aan de som van deze periode in de berichten van de balanceringsverantwoordelijken die in de uiteindelijke onbalans verrekend zijn. De periode van zeventien maanden begint met de eerste maand na maand M+3, bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
## Bijlage 19. bij [artikel 10.26, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.5&artikel=10.26&z=2026-03-01&g=2026-03-01): formules en rekenmodellen bij het reconciliatieproces
Het reconciliatie proces kent de volgende stappen:
@@ -7182,7 +7128,7 @@
- 1.6. Indien de aangeslotene beschikt over meetinrichting waarbij het schakelmoment afwijkt van het schakelmoment van profielcategorie E1B, corrigeert de systeembeheerder de toewijzing alsof het schakelmoment gelijk was aan het schakelmoment van de profielcategorie E1B.
- 1.7. De systeembeheerder bepaalt het aan de desbetreffende allocatiepunt toegerekende volume per maand en per tariefperiode met gebruikmaking van de gegevens zoals opgenomen in [bijlage 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-02-21&g=2026-02-21).
- 1.7. De systeembeheerder bepaalt het aan de desbetreffende allocatiepunt toegerekende volume per maand en per tariefperiode met gebruikmaking van de gegevens zoals opgenomen in [bijlage 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&bijlage=18&z=2026-03-01&g=2026-03-01).
- 1.8. Na bepaling van het vastgestelde en toegerekende volume per maand, berekent de systeembeheerder het te reconciliëren volume per maand gesplitst per tariefperiode door het verschil tussen het vastgestelde en toegerekende volume te bepalen.
@@ -7216,7 +7162,7 @@
De transmissiesysteembeheerder bepaalt per maand de volumegewogen reconciliatieprijs zonder tariefperiode. De reconciliatieprijs is gelijk aan de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname) vermenigvuldigd met de reconciliatieprijs van de onbalansverrekeningsperiode, gedeeld door de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname). In formule:
## Bijlage 20. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21): specificaties biedingen balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve
## Bijlage 20. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01): specificaties biedingen balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve
- 1. Een bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
@@ -7248,7 +7194,7 @@
- d. ramping rate: % per minuut.
## Bijlage 21. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21): specificaties biedingen balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve
## Bijlage 21. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01): specificaties biedingen balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve
- 1. Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve aanbieden met een contract voor de door de transmissiesysteembeheerder in de uitvraag te specificeren duur. De maximale contractduur voor balanceringscapaciteit bedraagt één dag.
@@ -7272,7 +7218,7 @@
- e. of het volume wel of niet verdeelbaar is, met een minimum granulariteit van 1 MW.
## Bijlage 22. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21): specificaties noodvermogen
## Bijlage 22. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01): specificaties noodvermogen
- 1. Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit noodvermogen aanbieden met een contract voor de door de transmissiesysteembeheerder in de uitvraag te specificeren duur. De maximale contractduur voor balanceringscapaciteit bedraagt één dag.
@@ -7298,11 +7244,11 @@
- 5. Het contract kan een minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering bepalen.
## Bijlage 23. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21): [gereserveerd]
## Bijlage 23. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01): [gereserveerd]
–
## Bijlage 24. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21): specificaties biedingen balanceringsenergie MARI-product
## Bijlage 24. bij [artikel 10.42, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01): specificaties biedingen balanceringsenergie MARI-product
- 1. Een bieding balanceringsenergie MARI-product voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
@@ -7340,13 +7286,13 @@
- 5. Een balanceringsdienstverlener kan optioneel aangeven of een bieding balanceringsenergie voor het MARI-product ingezet kan worden als direct activeerbaar product.
## Bijlage 25. bij [artikel 10.42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-02-21&g=2026-02-21): inkoopprocedure balanceringscapaciteit
## Bijlage 25. bij [artikel 10.42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.42&z=2026-03-01&g=2026-03-01): inkoopprocedure balanceringscapaciteit
- 1. De transmissiesysteembeheerder richt een online platform in ten behoeve van het contracteren van balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve en balanceringscapaciteit noodvermogen.
- 2. De transmissiesysteembeheerder gebruikt het in het eerste lid bedoelde platform voor het informeren van balanceringsdienstverleners over tenders die op hen op basis van prekwalificatiestatus per product van toepassing zijn.
- 3. De balanceringsdienstverlener ontvangt ter gelegenheid van zijn erkenning als balanceringsdienstverlener als bedoeld in [artikel 10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.43&z=2026-02-21&g=2026-02-21), een login voor de webportal behorende bij het in het eerste lid bedoelde platform.
- 3. De balanceringsdienstverlener ontvangt ter gelegenheid van zijn erkenning als balanceringsdienstverlener als bedoeld in [artikel 10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=10¶graaf=10.9&artikel=10.43&z=2026-03-01&g=2026-03-01), een login voor de webportal behorende bij het in het eerste lid bedoelde platform.
- 4. De balanceringsdienstverlener kan biedingen doen voor producten waarvoor hij geprekwalificeerd is via het in het derde lid bedoelde webportal.
@@ -7416,7 +7362,7 @@
- 12. Indien de omstandigheden daar, naar oordeel van de transmissiesysteembeheerder, kan de aanleiding toe geven transmissiesysteembeheerder besluiten om incidenteel af te wijken van de inkoopprocedure voor balanceringscapaciteit in de leden 1 tot en met 11.
## Bijlage 26. bij [artikel 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-02-21&g=2026-02-21): bedrijfssituaties waarbij de elektriciteitsproductie-eenheid verbonden dient te blijven met het systeem van de systeembeheerder
## Bijlage 26. bij [artikel 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.4&z=2026-03-01&g=2026-03-01): bedrijfssituaties waarbij de elektriciteitsproductie-eenheid verbonden dient te blijven met het systeem van de systeembeheerder
- 1. Productiemiddelen aangesloten op systemen lager dan 110 kV dienen aangesloten te blijven:
@@ -7438,7 +7384,7 @@
- d. parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,1 Hz), (48 pu, 1,05 Hz), (48 pu, 0,7 Hz), (50 pu, 0,7 Hz), (51 pu, 0,72 Hz), (51 pu, 1,1 Hz), (50 pu, 1,1 Hz).
## Bijlage 27. bij [artikel 13.5, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-02-21&g=2026-02-21): beproevingen
## Bijlage 27. bij [artikel 13.5, elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0052336&hoofdstuk=13¶graaf=13.1&artikel=13.5&z=2026-03-01&g=2026-03-01): beproevingen
- 1. Voor de vaststelling van de vermogensinstellingen moet de elektriciteitsproductie-eenheid gedurende twee aaneengesloten uren het maximum-netto-vermogen leveren. Het gedurende deze periode geleverde netto vermogen wordt op vijf minuten-basis geregistreerd en vervolgens per half uur gemiddeld. De kleinste waarde van de halfuur-waarden is bepalend voor de vermogensinstellingen voor de hieronder vermelde sprongproeven.
2026-02-21
Systeemcode elektriciteit 2026
original version
Tekst op deze datum