Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2014-10-03
State In force
Source BWB
artikelen 283
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere overeenkomstsluitende partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op onderwerpen waarop dit Protocol van toepassing is en daarbij de voor het gerechtelijk onderzoek noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp, op welke grond en in welke hoedanigheid de ambtenaar zal worden ondervraagd.

2.

De gemachtigde ambtenaar geniet op het grondgebied van de verzoekende autoriteit dezelfde rechtsbescherming als de eigen ambtenaren van die autoriteit.

Artikel 13. Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit Protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel 14. Tenuitvoerlegging

1.

Dit Protocol wordt ten uitvoer gelegd door de nationale douaneautoriteiten van Marokko, enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en bepalingen voor de toepassing van dit Protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen, via het bij artikel 40 van Protocol nr. 4 ingestelde Comité Douanesamenwerking, de Associatieraad aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit Protocol dienen te worden aangebracht.

2.

De overeenkomstsluitende partijen plegen overleg over en geven elkaar kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit Protocol worden vastgesteld.

Artikel 15. Complementariteit

1.

Dit Protocol vormt een aanvulling op de overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen een of meer Lid-Staten van de Europese Unie en Marokko zijn of kunnen worden gesloten en doet geen afbreuk aan de toepassing van deze overeenkomsten. Het vormt geen beletsel voor een ruimere wederzijdse bijstand indien deze overeenkomsten daarin voorzien.

2.

Onverminderd artikel 11 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de bepalingen van de Gemeenschap betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van alle informatie over douanezaken die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.

GEDAAN te Brussel, de zesentwintigste februari negentienhonderdzesennegentig.

Voor de invoer in de Europese Unie van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Marokko gelden de hieronder vastgestelde voorwaarden.

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

1.

In verband met de versnelde liberalisering van de bilaterale handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten tussen het Koninkrijk Marokko en de Europese Unie hebben beide partijen, overeenkomstig de Euro-mediterrane routekaart van Rabat 2005 voor de liberalisering van de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten, nieuwe bepalingen en concessies vastgesteld.

2.

Deze nieuwe bepalingen en concessies, zoals neergelegd in de hierna volgende specifieke bepalingen, gelden voor de bilaterale handel van beide partijen in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten.

TITEL II. SPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel 2. Tariefbepalingen

1.

Op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige protocol worden de douanerechten (ad valorem en specifiek) bij invoer in de Europese Unie van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Marokko afgeschaft, tenzij anders is bepaald in de leden 2 en 3 voor landbouwproducten en in artikel 5 voor verwerkte landbouwproducten.

2.

Voor de in de bijlage bij het onderhavige protocol genoemde producten van oorsprong uit Marokko worden de douanerechten binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor elk van die producten in kolom b zijn vermeld, verlaagd met het in kolom a vermelde percentage.

Voor de hoeveelheden die de tariefcontingenten overschrijden, worden de douanerechten verlaagd met het voor elk van die producten in kolom c vermelde percentage.

3.

In afwijking van de leden 1 en 2 geldt het volgende:

  • a). voor de producten waarop, enerzijds, invoerprijzen overeenkomstig artikel 140 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad2)PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. en, anderzijds, ad-valoremdouanerechten en specifieke douanerechten overeenkomstig het gemeenschappelijk douanetarief van toepassing zijn, is de afschaffing alleen van toepassing op het ad-valoremgedeelte;
  • b). voor de producten in onderstaande tabel zijn de conventionele invoerprijzen op basis waarvan de specifieke rechten in de aangegeven perioden tot nul worden verlaagd, gelijk aan de hieronder aangegeven prijzen en wordt het ad-valoremrecht afgeschaft binnen de grenzen van de in de bijlage bij het onderhavige protocol vastgestelde tariefcontingenten en voor onbeperkte hoeveelheden bij de producten van de GN-codes 07099080, 08051020, 08061010, 08091000 en 30. Voor de producten in bovenstaande tabel geldt hetgeen hieronder volgt: Indien de invoerprijs van een zending 2, 4, 6 of 8 % lager is dan de conventionele invoerprijs, bedraagt het specifieke preferentiële douanerecht respectievelijk 2, 4, 6 of 8 % van die conventionele invoerprijs; Indien de invoerprijs van een zending minder dan 92 % van de conventionele invoerprijs bedraagt, dan is het in de WTO geconsolideerde specifieke douanerecht van toepassing; De conventionele invoerprijzen worden in dezelfde verhouding en hetzelfde tempo verlaagd als de in het kader van de WTO geconsolideerde invoerprijzen;
GN-code Product Periode Conventionele invoerprijs (EUR/100 kg)
0702 00 00 Tomaten, vers of gekoeld 1.10-31.5 46,1
0707 00 05 Komkommers, vers of gekoeld 1.11-31.5 44,9
0709 90 70 Kleine pompoenen (zogenaamde courgettes), vers of gekoeld 1.10-31.1 1.2-31.3 1.4-20.4 42,4 41,3 42,4
0709 90 80 Artisjokken, vers of gekoeld 1.11-31.12 57,1
0805 10 20 Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers 1.12-31.5 26,4
0805 20 10 Clementines, vers 1.11-eind februari 48,4
0806 10 10 Druiven voor tafelgebruik 21.7-20.11 35,8
0809 10 00 Abrikozen, vers 1.6-31.7 64,5
0809 30 Perziken (nectarines daaronder begrepen), vers 11.6-30.9 49,1
  • c). voor de producten van de GN-codes 1701 en 1702, behalve de GN-codes 17021100, ex17023050, ex17023090 (lactose en chemisch zuivere, al van douanerechten vrijgestelde glucose) en behalve het in de bijlage bij het onderhavige protocol genoemde product van GN-code 17025000, geldt geen enkele preferentiële tariefconcessie.
4.

Voor de producten van de GN-codes 07070005 en 07099070 wordt de omvang van de tariefcontingenten verhoogd in vier gelijke tranches van elk 3 % van de hoeveelheden die zijn vermeld in kolom b in de bijlage bij het onderhavige protocol. De eerste verhoging vindt plaats op de datum van de tweede opening van elk tariefcontingent na de inwerkingtreding van het onderhavige protocol.

5.

Voor het eerste toepassingsjaar van het onderhavige protocol wordt de omvang van de tariefcontingenten waarvan de toepassingsperiode is begonnen vóór de datum van inwerkingtreding van het onderhavige protocol, berekend in verhouding tot het basisvolume, rekening houdend met het gedeelte van de periode dat op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige protocol reeds is verstreken.

Artikel 3. Tomaten

1.

Tomaten, vers of gekoeld, van GN-code 07020000 valt voor elke periode van 1 oktober tot en met 31 mei, hierna „verkoopseizoen” genoemd, de in de bijlage bij het onderhavige protocol vermelde preferentiële behandeling ten deel overeenkomstig de maandelijkse tariefcontingenten en het aanvullende tariefcontinent zoals hieronder aangegeven:

Maandelijks basistariefcontingent Verkoopsei-zoen 2011/2012 Verkoopsei-zoen 2012/2013 Verkoopsei-zoen 2013/2014 Verkoopsei-zoen 2014/2015 Verkoopseizoen 2015/2016 en volgende
Oktober 12 900 13 350 13 800 14 250 14 700
November 33 700 34 900 36 100 37 300 38 500
December 38 100 39 450 40 800 42 150 43 500
Januari 38 100 39 450 40 800 42 150 43 500
Februari 38 100 39 450 40 800 42 150 43 500
Maart 38 100 39 450 40 800 42 150 43 500
April 20 000 20 700 21 400 22 100 22 800
Mei 6 000 6 250 6 500 6 750 7 000
Totaal 225 000 233 000 241 000 249 000 257 000
Aanvullend tariefcontingent (van 1 november tot en met 31 mei) 28 000 28 000 28 000 28 000 28 000
2.

Marokko verbindt zich ertoe in een bepaalde maand niet meer dan 30 % van het aanvullende tariefcontingent te benutten.

3.

In elk verkoopseizoen worden op 15 januari en op de tweede werkdag na 1 april de afboekingen op de van oktober tot en met december, respectievelijk van januari tot en maart geldende maandelijkse basistariefcontingenten beëindigd. Op de daaropvolgende werkdag bepalen de diensten van de Commissie het ongebruikte saldo van deze maandelijkse basiscontingenten en boeken deze over naar het aanvullende contingent voor dat verkoopseizoen. Vanaf deze data worden aanvragen om met terugwerkende kracht gebruik te maken van een van de stopgezette maandelijkse basistariefcontingenten die in de maanden november, december en januari tot en met maart gelden, en eventuele terugboekingen van ongebruikte hoeveelheden van deze stopgezette maandelijkse basiscontingenten toegerekend aan het voor dat verkoopseizoen geldende aanvullende tariefcontingent.

4.

Marokko deelt de diensten van de Commissie binnen een termijn die een nauwkeurige en betrouwbare kennisgeving mogelijk maakt, de hoeveelheden mee die wekelijks naar de Europese Unie worden uitgevoerd. Deze termijn mag in geen geval meer dan 15 dagen bedragen.

Artikel 4. Samenwerking

1.

De in artikel 2, leden 2 en 3, en artikel 3 overeengekomen specifieke regeling heeft tot doel de traditionele uitvoer uit Marokko naar de Europese Unie in stand te houden en verstoring van de communautaire markten te voorkomen.

2.

Om dit doel volledig te kunnen bereiken en de marktstabiliteit en de continue voorziening in de sector groenten en fruit te verbeteren, raadplegen beide partijen elkaar ten minste eenmaal per jaar, dan wel op enig ander tijdstip binnen ten hoogste vijf werkdagen nadat een van de partijen een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan.

3.

Het overleg heeft betrekking op de handel in het vorige verkoopseizoen en op de vooruitzichten voor het volgende verkoopseizoen, met name wat betreft de marktsituatie, de productievooruitzichten, de verwachte producenten- en uitvoerprijzen, de mogelijke ontwikkeling van de markten en de uitvoeringsbepalingen voor de specifieke regelingen krachtens artikel 2, lid 3, en artikel 3. Bij dit overleg kunnen de partijen zo nodig door deskundigen of vertegenwoordigers uit de sector worden bijgestaan.

Artikel 5. Verwerkte landbouwproducten

1.

Voor de hierna volgende producten met een gehalte aan sacharose of isoglucose van 70 % of meer geldt een bijzonder toezichtmechanisme:

GN-code1) Omschrijving2)
ex 17049099 Ander suikerwerk zonder cacao, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten
ex 18061030 Cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van 70 of meer doch minder dan 80 gewichtspercenten
18061090 Cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van 80 of meer gewichtspercenten
ex 18062095 Andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van meer dan 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van meer dan 2 kg, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten
ex 19019099 Andere bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten
ex 21011298 Preparaten op basis van koffie, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten
ex 21012098 Preparaten op basis van thee of van maté, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten
ex 21069059 Andere suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten
ex21069098 Andere producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten
ex 33021029 Andere mengsels en bereidingen op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt in de drankenindustrie, met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte van 70 of meer gewichtspercenten

1) GN-codes overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1031/2008 (PB L 291 van 31.10.2008, blz. 1).

2) Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur dient de tekst van de productomschrijving als louter indicatief te worden beschouwd, aangezien het preferentiestelsel in het kader van deze bijlage door de draagwijdte van de GN-codes wordt bepaald. Voor ex GN-codes is de draagwijdte van zowel de GN-code als de omschrijving bepalend.

2.

Wanneer de ingevoerde hoeveelheid van de in lid 1 genoemde producten van oorsprong uit Marokko in het lopende kalenderjaar cumulatief met meer dan 20 % is gestegen ten opzichte van de gemiddelde jaarlijkse invoer over de drie voorgaande kalenderjaren, schorst de Europese Unie de preferentiële behandeling in het lopende kalenderjaar.

3.

Lid 2 is niet van toepassing indien de totale ingevoerde hoeveelheid vanaf het begin van het lopende kalenderjaar voor alle in lid 1 genoemde producten minder dan 5000 ton bedraagt.

4.

Binnen vijf werkdagen nadat de schorsing van de preferentiële behandeling van kracht is geworden, plegen de partijen overleg om samen de marktsituatie te beoordelen, zowel in kwantitatief opzicht als wat betreft de indeling van de betrokken producten in het douanetarief, teneinde tot een akkoord over de voorwaarden voor de herinvoering van de preferentiële behandeling te komen.

5.

Zodra aan de in lid 4 bedoelde voorwaarden is voldaan, stelt de Europese Unie binnen ten hoogste 15 werkdagen de maatregelen vast om de schorsing met onmiddellijke ingang op te heffen.

De preferentiële behandeling wordt evenwel in elk geval weer ingesteld:

  • –. uiterlijk aan het begin van het volgende jaar indien de schorsing vóór 30 juni ingaat;
  • –. binnen ten hoogste zes maanden na de vankrachtwording van de schorsing, indien deze na 30 juni ingaat.
6.

Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van het onderhavige protocol komen de partijen bijeen om de werking van dit toezichtsmechanisme gezamenlijk te toetsen.

Artikel 6. Rendez-vousclausule

De partijen komen uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen om na te gaan of het mogelijk is om de preferentiële concessies wederzijds te verbeteren, zulks rekening houdend met het landbouwbeleid en met de gevoeligheid en de specifieke kenmerken van elk betrokken product.

Artikel 7. Vrijwaringsmaatregel

Onverminderd de artikelen 25, 26 en 27 van de overeenkomst openen de partijen, indien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten tot gevolg heeft dat een verhoogde invoer van producten van oorsprong uit Marokko waarop de krachtens dit protocol verleende concessies van toepassing zijn, ernstige problemen veroorzaakt op de markt en/of de productiesector ernstig schaadt, onverwijld overleg om een passende oplossing voor de problemen te vinden. In afwachting van deze oplossing mag de importerende partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

De vrijwaringsmaatregel uit hoofde van de vorige alinea mag voor ten hoogste één jaar worden toegepast en mag slechts eenmaal worden verlengd nadat het associatiecomité een daartoe strekkend besluit heeft genomen.

Artikel 8. Sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften, normen

Om de belemmeringen voor de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten weg te nemen, passen de partijen in het kader van hun bilaterale handel de hierna volgende sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften en normen toe:

    1. Bij de toepassing van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen wordt rekening gehouden met de normen, procedures en aanbevelingen van de internationale normalisatieorganisaties (de Commissie van de Codex Alimentarius, de Wereldorganisatie voor diergezondheid, het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten, het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten en de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee).
    1. De partijen stellen elkaar in kennis van de namen en contactgegevens van de contactpunten om de behandeling en oplossing van problemen in verband met de toepassing van de leden 1, 2 en 3 te vergemakkelijken.

Artikel 9. Geografische aanduidingen

De partijen hebben overeenkomstig de Euro-mediterrane routekaart voor de landbouw 2005 besprekingen gevoerd over de afzetbevordering, de valorisatie van kwaliteitsproducten en de bescherming van kwaliteitsmerken.

Deze besprekingen hebben ertoe geleid dat de partijen, gezien hun gemeenschappelijke belang om een akkoord te sluiten over de bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten, zijn overeengekomen om binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het onderhavige protocol onderhandelingen daarover te starten.

Artikel 10. Wijnen met oorsprongsbenaming

Wijn met een geografische aanduiding van oorsprong uit Marokko met de vermelding „gecontroleerde oorsprongsbenaming” overeenkomstig het Marokkaanse recht moet vergezeld gaan van een document V I 1 of V I 2 zoals voorgeschreven in Verordening (EG) nr. 555/20083)PB L 170 van 30.6.2008, blz. 1. , en met name artikel 50, lid 2, betreffende het bij invoer van wijn, druivensap en druivenmost voorgeschreven attest en analyseverslag.

Voor de invoer in het Koninkrijk Marokko van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Unie gelden de hieronder vastgestelde voorwaarden.

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

1.

In verband met de versnelde liberalisering van de bilaterale handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten tussen het Koninkrijk Marokko en de Europese Unie hebben beide partijen, overeenkomstig de Euro-mediterrane routekaart van Rabat 2005 voor de liberalisering van de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten, nieuwe bepalingen en concessies vastgesteld.

2.

Deze nieuwe bepalingen en concessies, zoals neergelegd in de hierna volgende specifieke bepalingen, gelden voor de bilaterale handel van beide partijen in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten.

TITEL II. SPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel 2. Tariefbepalingen

1.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van het onderhavige protocol gelden voor de invoer in het Koninkrijk Marokko van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Unie de voorwaarden zoals vastgesteld in de lijsten 1, 2 en 3 bij het onderhavige protocol.

2.

De in lijst 1 bij het onderhavige protocol genoemde producten worden aan een liberaliseringsproces onderworpen waarbij de douanerechten vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst jaarlijks lineair (in gelijke tranches) worden afgebouwd overeenkomstig de volgende gegevens in kolom (a):

  • –. G1: de douanerechten worden vanaf de inwerkingtreding van het onderhavige protocol afgeschaft;
  • –. G2: de douanerechten worden vanaf de inwerkingtreding van het onderhavige protocol in vijf jaar lineair afgebouwd tot 0 %; voor de producten van deze groep die in kolom (a) met een asterix zijn gemarkeerd, bedraagt de periode van afbouw twee jaar, te rekenen vanaf 1 maart 2010;
  • –. G3: de douanerechten worden vanaf de inwerkingtreding van het onderhavige protocol in tien jaar lineair afgebouwd tot 0 %.
3.

Onverminderd lid 2 worden voor de in lijst 2 bij het onderhavige protocol genoemde producten van oorsprong uit de Europese Unie de douanerechten binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor elk van die producten in kolom b zijn vermeld, verlaagd met het in kolom a vermelde percentage.

Voor de hoeveelheden die de tariefcontingenten overschrijden, worden de douanerechten vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst lineair afgebouwd volgens het schema dat is vastgesteld voor groep G2 of G3, als genoemd in lid 2.

4.

Voor de producten van oorsprong uit de Europese Unie die niet worden geliberaliseerd en in lijst 3 bij het onderhavige protocol zijn vermeld, worden de douanerechten binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor elk van die producten in kolom b zijn vermeld, verlaagd met het in kolom a vermelde percentage. Op invoer buiten het quotum is het geldende MFN-recht van toepassing.

5.

Voor de producten van GS-code 1701 geldt geen enkele preferentiële tariefconcessie, behalve voor de in lijst 1 bij het onderhavige protocol opgenomen producten van de GS-codes 1701 99 10 11, 1701 99 10 19, 1701 99 20 00 en 1701 99 99 00.

Artikel 3. Granen

1.

Voor granen van Marokkaanse code 1001 90 90 10 wordt het tariefcontingent overeenkomstig voetnoot 2 bij lijst 3 van het onderhavige protocol vastgesteld op basis van de Marokkaanse productie van het lopende jaar, zoals die in mei door de Marokkaanse autoriteiten geraamd en bekendgemaakt wordt. In voorkomend geval wordt dit contingent einde juli aangepast ingevolge een mededeling van de Marokkaanse autoriteiten waarin de definitieve omvang van de Marokkaanse productie wordt vastgesteld. Met wederzijds goedvinden van beide partijen kan het resultaat van deze aanpassing evenwel, naargelang van de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde overleg, met 5 % naar boven of naar beneden worden bijgesteld.

2.

Het bovenbedoelde tariefcontingent geldt niet voor juni en juli. De partijen spreken bij het in het voorgaande lid bedoelde overleg af dat zij zullen nagaan of het wenselijk is deze periode te verlengen in het licht van de vooruitzichten voor de Marokkaanse markt. Deze periode kan evenwel niet langer dan tot en met 31 augustus worden verlengd.

3.

Voor de in lijst 3 van het onderhavige protocol vermelde producten van code 1001 90 90 10 is het in kolom a aangegeven douanerecht het op 1 oktober 2003 toegepaste douanerecht, dat als maximum blijft gelden voor de berekening van de tariefverlaging.

Wanneer het douanerecht na die datum erga omnes wordt verlaagd, wordt het in kolom „a” vermelde percentage als volgt gewijzigd:

  • –. bij een verlaging erga omnes wordt het percentage met 0,275 % verhoogd voor elk procentpunt waarmee het douanerecht verlaagd wordt;
  • –. bij een daaropvolgende verhoging erga omnes wordt het percentage met 0,275 % verlaagd voor elk procentpunt waarmee het douanerecht verhoogd wordt;
  • –. bij nieuwe aanpassingen naar beneden of naar boven wordt het uit de toepassing van de voorgaande streepjes resulterende percentage volgens de desbetreffende formule gewijzigd.
4.

Wanneer Marokko na de inwerkingtreding van het onderhavige protocol [op grond van een internationale overeenkomst] een grotere tariefverlaging voor granen van Marokkaanse code 1001 90 90 10 aan een derde land toekent, verbindt het zich ertoe op autonome wijze dezelfde tariefverlaging aan de Europese Unie toe te kennen.

Artikel 4. Samenwerking

1.

Om het beheer in het kader van artikel 3, lid 1, mogelijk te maken en de voorziening van de Marokkaanse markt, alsook de stabiliteit en de continuïteit ervan te garanderen, de marktprijzen in Marokko te stabiliseren en de traditionele handelsstromen in stand te houden, wordt in deze sector de volgende samenwerkingsregeling toegepast: vóór het begin van elk verkoopseizoen, doch uiterlijk in de eerste helft van juni, vindt overleg tussen beide partijen plaats.

2.

Tijdens dit overleg wordt de marktsituatie voor granen besproken, en met name de productievooruitzichten voor zachte tarwe in Marokko, de voorraadsituatie, het verbruik, de producentenprijzen, de mogelijke marktontwikkelingen en de mogelijkheden om het aanbod op de vraag af te stemmen.

Artikel 5. Rendez-vousclausule

De partijen komen uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van onderhavig protocol bijeen om na te gaan of het mogelijk is om de preferentiële concessies wederzijds te verbeteren, zulks rekening houdend met het landbouwbeleid en met de gevoeligheid en de specifieke kenmerken van elk betrokken product.

Artikel 6. Vrijwaringsmaatregel

Onverminderd de artikelen 25, 26 en 27 van de overeenkomst openen de partijen, indien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten tot gevolg heeft dat een verhoogde invoer van producten van oorsprong uit de Europese Unie waarop de krachtens dit protocol verleende concessies van toepassing zijn, ernstige problemen veroorzaakt op de markt en/of de productiesector ernstig schaadt, onverwijld overleg om een passende oplossing voor de problemen te vinden. In afwachting van deze oplossing mag de importerende partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

De vrijwaringsmaatregel uit hoofde van de vorige alinea mag voor ten hoogste één jaar worden toegepast en mag slechts eenmaal worden verlengd nadat het associatiecomité een daartoe strekkend besluit heeft genomen.

Artikel 7. Sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften, normen

Om de belemmeringen voor de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten weg te nemen, passen de partijen in het kader van hun bilaterale handel de hierna volgende sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften en normen toe:

    1. Bij de toepassing van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen wordt rekening gehouden met de normen, procedures en aanbevelingen van de internationale normalisatieorganisaties (de Commissie van de Codex Alimentarius, de Wereldorganisatie voor diergezondheid, het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten, het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten en de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee).
    1. De partijen stellen elkaar in kennis van de namen en contactgegevens van de contactpunten om de behandeling en oplossing van problemen in verband met de toepassing van de leden 1, 2 en 3 te vergemakkelijken.

Artikel 8. Geografische aanduidingen

De partijen hebben overeenkomstig de Euro-mediterrane routekaart voor de landbouw 2005 besprekingen gevoerd over de afzetbevordering, de valorisatie van kwaliteitsproducten en de bescherming van kwaliteitsmerken.

Deze besprekingen hebben ertoe geleid dat de partijen, gezien hun gemeenschappelijke belang om een akkoord te sluiten over de bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten, zijn overeengekomen om binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het onderhavige protocol onderhandelingen daarover te starten.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a. „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
  • b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
  • c. „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  • d. „goederen”: zowel materialen als producten;
  • f. „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Marokko in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  • g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Marokko is betaald;
  • h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
  • i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waar cumulatie van toepassing is of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de Gemeenschap of in Marokko voor deze materialen is betaald;
  • j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;
  • k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
  • l. „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
  • m. „gebieden”: omvatten ook de territoriale wateren.

TITEL II. DEFINITIE VAN HET BEGRIP ,,PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

Artikel 2. Algemene voorwaarden

1.

Voor de toepassing van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de Gemeenschap:

  • a. geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5;
  • b. in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6;
2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Marokko:

  • a. geheel en al in Marokko verkregen producten in de zin van artikel 5;
  • b. in Marokko verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Marokko een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
3.

De bepalingen van lid 1, onder c), zijn alleen van toepassing indien er een vrijhandelsovereenkomst van toepassing is tussen enerzijds Marokko en anderzijds de EER/EVA-landen (IJsland, Liechtenstein en Noorwegen).

Artikel 3. Cumulatie in de Gemeenschap

1.

Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein)1)Het Vorstendom Liechtenstein heeft een douane-unie met Zwitserland en is partij bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. , IJsland, Noorwegen, Turkije of de Gemeenschap, op voorwaarde dat deze materialen in de Gemeenschap be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

2.

Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Faeröer of een land dat deelneemt aan het Euro-mediterrane partnerschap, dat is gebaseerd op de Verklaring van Barcelona die werd vastgesteld tijdens de Euro-mediterrane conferentie van 27 en 28 november 1995, met uitzondering van Turkije, op voorwaarde dat deze materialen in de Gemeenschap be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

3.

Indien de in de Gemeenschap verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product enkel als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere dan in de leden 1 en 2 bedoelde landen. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in de Gemeenschap gebruikte materialen van oorsprong.

4.

De producten van oorsprong uit een van de in de leden 1 en 2 genoemde landen die in de Gemeenschap geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.

4a. Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b), worden in Marokko, Algerije of Tunesië uitgevoerde be- en verwerkingen geacht in de Gemeenschap te hebben plaatsgevonden, wanneer de daarbij verkregen producten later in de Gemeenschap worden be- of verwerkt. Wanneer bij toepassing van deze bepaling producten van oorsprong in twee of meer van de in deze leden bedoelde landen zijn verkregen, worden ze geacht van oorsprong te zijn uit de Gemeenschap, voorzover dezelfde be- en verwerkingen meer inhouden dan de in artikel 7 genoemde be- of verwerkingen.

5.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan uitsluitend worden toegepast op voorwaarde dat:

  • a. een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) van toepassing is tussen de landen die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming;
  • b. materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol; en
  • c. kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in Marokko volgens zijn eigen procedures.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

De Gemeenschap zal Marokko door tussenkomst van de Commissie van de Europese Gemeenschappen nadere gegevens verstrekken over de overeenkomsten, met inbegrip van de datums van inwerkingtreding, en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in de leden 1 en 2 genoemde landen worden toegepast.

Artikel 4. Cumulatie in Marokko

1.

Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Marokko beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein)2)Het Vorstendom Liechtenstein heeft een douane-unie met Zwitserland en is partij bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. , IJsland, Noorwegen, Turkije of de Gemeenschap, op voorwaarde dat deze materialen in Marokko be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

2.

Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Marokko beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Faeröer of een land dat deelneemt aan het Euro-mediterrane partnerschap, dat gebaseerd is op de Verklaring van Barcelona die werd vastgesteld tijdens de Euro-mediterrane conferentie van 27 en 28 november 1995, met uitzondering van Turkije, op voorwaarde dat deze materialen in Marokko be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

3.

Indien de in Marokko verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product enkel als van oorsprong uit Marokko beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in de leden 1 en 2 bedoelde landen. Is dit niet het geval dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land waar de meeste waarde is toegevoegd aan de bij de vervaardiging in Marokko gebruikte materialen van oorsprong.

4.

De producten van oorsprong uit een van de in de leden 1 en 2 genoemde landen die in Marokko geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.

4a. Voor de toepassing van artikel 2, lid 2, onder b), worden in de Gemeenschap, Algerije of Tunesië uitgevoerde be- en verwerkingen geacht in Marokko te hebben plaatsgevonden, wanneer de daarbij verkregen producten later in Marokko worden be- of verwerkt. Wanneer bij toepassing van deze bepaling producten van oorsprong in twee of meer van de betrokken landen zijn verkregen, worden ze geacht van oorsprong te zijn uit Marokko, voorzover dezelfde be- en verwerkingen meer inhouden dan de in artikel 7 genoemde be- of verwerkingen.

5.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan uitsluitend worden toegepast op voorwaarde dat:

  • a. een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) van toepassing is tussen de landen die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming;
  • b. materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol; en
  • c. kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in Marokko volgens zijn eigen procedures.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Marokko zal de Gemeenschap door tussenkomst van de Commissie van de Europese Gemeenschappen nadere gegevens verstrekken over de overeenkomsten, met inbegrip van de datums van inwerkingtreding, en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in de leden 1 en 2 genoemde landen worden toegepast.

Artikel 5. Geheel en al verkregen producten

1.

Als geheel en al in de Gemeenschap of in Marokko verkregen worden beschouwd:

  • a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen minerale producten;
  • b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
  • c. aldaar geboren en gefokte levende dieren;
  • d. producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
  • e. voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
  • f. producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Marokko door hun schepen uit de zee gewonnen producten;
  • g. producten uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
  • h. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
  • i. afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
  • j. producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
  • k. goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.
2.

De termen „hun schepen” en „hun fabrieksschepen” in lid 1, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen:

  • a. die in een lidstaat van de Gemeenschap of Marokko zijn ingeschreven of geregistreerd;
  • b. die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap of van Marokko voeren;
  • c. die voor ten minste 50% toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Marokko of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of van Marokko, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen daarvan;
  • d. waarvan de kapitein en de officieren onderdanen zijn van lidstaten van de Gemeenschap of van Marokko; en
  • e. waarvan de bemanning voor ten minste 75% bestaat uit onderdanen van lidstaten of van Marokko.

Artikel 6. Toereikende bewerking of verwerking

1.

Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan.

In deze lijst is voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aangegeven welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan om de oorsprong te verkrijgen en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt.

2.

In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst in bijlage II bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt:

  • a. wanneer de totale waarde ervan niet meer dan 10% bedraagt van de prijs af fabriek van het product;
  • b. wanneer een in de lijst vermelde maximumwaarde voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet wordt overschreden.

Dit lid is niet van toepassing op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerde systeem zijn ingedeeld.

3.

De leden 1 en 2 zijn van toepassing onder voorbehoud van artikel 7.

Artikel 7. Ontoereikende be- of verwerking

1.

Behoudens lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen beschouwd als ontoereikend om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan:

  • a. behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;
  • b. het splitsen en samenvoegen van colli;
  • c. het wassen, schoonmaken; het stofvrij maken, verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;
  • d. het strijken of persen van textiel;
  • e. het eenvoudig schilderen of polijsten;
  • f. het doppen, het geheel of gedeeltelijk bleken, het polijsten of glanzen van granen en rijst;
  • g. het kleuren van suiker of het vormen van suikerklonten;
  • h. het pellen, ontpitten of schillen van noten, vruchten of groenten;
  • i. het aanscherpen, eenvoudig vermalen of eenvoudig versnijden;
  • j. het zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van sets van artikelen);
  • k. het eenvoudig plaatsen in flessen, flacons, blikken, zakken, kratten of dozen, het bevestigen op kaarten of platen en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de opmaak;
  • l. het aanbrengen of opdrukken van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op de verpakking;
  • m. het eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten;
  • n. het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel dan wel het uit elkaar nemen van artikelen in onderdelen;
  • o. twee of meer van de onder a) tot en met n) vermelde behandelingen tezamen;
  • p. het slachten van dieren.
2.

Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1, worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Marokko heeft ondergaan tezamen genomen.

Artikel 8. Determinerende eenheid

1.

De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol is het product dat bij de bepaling van de indeling volgens het geharmoniseerd systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.

Hieruit volgt:

  • a. wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder één enkele post van het geharmoniseerd systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
  • b. wanneer een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het geharmoniseerd systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
2.

Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.

Artikel 9. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel 10. Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel 11. Neutrale elementen

Om te bepalen of een product een product van oorsprong is, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a. energie en brandstof;
  • b. fabrieksuitrusting;
  • c. machines en werktuigen;
  • d. goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL III. TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel 12. Territorialiteitsbeginsel

1.

Behoudens artikel 2, lid 1, onder c), de artikelen 3 en 4, en lid 3 van dit artikel moet aan de voorwaarden in titel II voor het verkrijgen van de oorsprong zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Marokko zijn voldaan.

2.

Behoudens de artikelen 3 en 4 worden producten van oorsprong die uit de Gemeenschap of Marokko naar een ander land worden uitgevoerd en vervolgens opnieuw worden ingevoerd, als niet van oorsprong beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:

  • a. de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen, en
  • b. de goederen tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.
3.

Het verkrijgen van de oorsprong overeenkomstig de voorwaarden van titel II wordt niet beïnvloed door be- of verwerkingen buiten de Gemeenschap of Marokko van uit de Gemeenschap of Marokko uitgevoerde en later wederingevoerde materialen, indien:

  • a. deze materialen geheel en al in de Gemeenschap of Marokko zijn verkregen dan wel, voorafgaand aan de uitvoer, aldaar be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd, en
  • b. ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:
  • i. de wederingevoerde goederen het resultaat zijn van de be- of verwerking van de uitgevoerde materialen, en
  • ii. de totale buiten de Gemeenschap of Marokko toegevoegde waarde niet meer dan 10% bedraagt van de prijs af fabriek van het als product van oorsprong aangemerkte eindproduct.
4.

Voor de toepassing van lid 3 is titel II betreffende het verlenen van de oorsprong niet van toepassing op buiten de Gemeenschap of Marokko verrichte be- of verwerkingen. Wanneer evenwel de lijst in bijlage II de regel bevat volgens welke de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen een bepaalde waarde niet mogen overschrijden, mogen de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die in het gebied van de betrokken partij zijn be- of verwerkt, tezamen met de totale, door de toepassing van dit artikel buiten de Gemeenschap of Marokko toegevoegde waarde, het vermelde percentage niet overschrijden.

5.

Voor de toepassing van de leden 3 en 4 wordt onder „totale toegevoegde waarde” verstaan alle buiten de Gemeenschap of Marokko gemaakte kosten, met inbegrip van de waarde van de toegevoegde materialen.

6.

De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten die niet aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II voldoen of die slechts kunnen worden aangemerkt als toereikend te zijn be- of verwerkt door toepassing van de algemene tolerantieregel van artikel 6, lid 2.

7.

De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem.

8.

De buiten de Gemeenschap of Marokko verrichte be- of verwerkingen als bedoeld in dit artikel vinden plaats in het kader van de regeling passieve veredeling of een soortgelijke regeling.

Artikel 13. Rechtstreeks vervoer

1.

De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Marokko of over het grondgebied van een ander in de artikelen 3 en 4 genoemd land waarmee cumulatie van toepassing is, zijn vervoerd. Goederen die één enkele zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, voorzover ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.

Producten van oorsprong mogen via een pijpleiding door een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Marokko worden vervoerd.

2.

Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer:

  • a. een enkel vervoerdocument dat het vervoer dekt van het land van uitvoer door het land van doorvoer; of
  • b. een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat:
  • i. een nauwkeurige omschrijving van de goederen,
  • ii. de data waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder vermelding van de gebruikte schepen of andere vervoermiddelen, en
  • iii. dat een verklaring bevat over de voorwaarden waarop de goederen in het land van doorvoer verbleven; of
  • c. hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.

Artikel 14. Tentoonstellingen

1.

De overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zijn verzonden en die na de tentoonstelling zijn verkocht en in de Gemeenschap of in Marokko worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:

  • a. een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Marokko naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
  • b. deze exporteur de producten heeft verkocht of overgedragen aan een geadresseerde in de Gemeenschap of in Marokko;
  • c. de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden; en
  • d. dat de goederen vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
2.

Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend. Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden gevraagd betreffende de aard van de goederen en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld.

3.

Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.

TITEL IV. TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel 15. Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten

  • a. Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Marokko of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarvoor overeenkomstig titel V een bewijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap of in Marokko niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.
  • b. De onder hoofdstuk 3 en de posten 1604 en 1605 van het geharmoniseerd systeem ingedeelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van artikel 2, lid 1, onder c), waarvoor overeenkomstig de bepalingen van titel V een bewijs van de oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.
2.

Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Marokko van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt en op de in lid 1, onder b), bedoelde producten, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen, worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.

3.

De exporteur van producten die door een bewijs van oorsprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffingen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.

4.

De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpakking in de zin van artikel 8, lid 2, op accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10, wanneer dergelijke producten niet van oorsprong zijn.

5.

De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop de overeenkomst van toepassing is. Zij doen geen afbreuk aan het systeem van restituties bij de uitvoer van landbouwproducten overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst.

6.

Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien de producten worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap of Marokko zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen.

7.

Niettegenstaande lid 1 mag Marokko, behalve voor producten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerd systeem, regelingen toepassen voor de teruggave of vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong, op voorwaarde dat:

  • a). een douanerecht van 4 %, of een lager recht indien dit in Marokko van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 25 tot en met 49 en 64 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld;
  • b). een douanerecht van 8 %, of een lager recht indien dit in Marokko van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.

Dit lid is tot en met 31 december 2015 van toepassing en kan in onderling overleg worden herzien.

TITEL V. BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel 16. Algemene voorwaarden

1.

De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Marokko worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Marokko die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van een van de volgende bewijzen van oorsprong:

  • a. een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage IIIa is opgenomen;
  • b. een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED, waarvan het model in bijlage IIIb is opgenomen;
  • c. in de in artikel 22, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur (hierna „factuurverklaring” genoemd, of „factuurverklaring EUR-MED”) op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument, waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden; de teksten van de factuurverklaringen zijn opgenomen in bijlagen IVa en IVb.
2.

In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 27 bedoelde gevallen onder de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst zonder dat een van de in lid 1 genoemde bewijzen van oorsprong behoeft te worden overgelegd.

Artikel 17. Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

1.

Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door de douaneautoriteiten van het land of gebied overzee van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger.

2.

Hiervoor vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formulieren zijn in de bijlagen IIIa en IIIb opgenomen. De formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien zij met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist.

3.

De exporteur die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED verzoekt, dient steeds in staat te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt afgegeven, de nodige documenten over te leggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.

4.

Behoudens lid 5 wordt een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgegeven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Gemeenschap of Marokko in de volgende gevallen:

  • –. indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Marokko, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol;
  • –. indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol, op voorwaarde dat een EUR-MED-certificaat of een factuurverklaring EUR-MED is afgegeven in het land van oorsprong;
  • –. indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Marokko, met toepassing van de in artikel 3, lid 4a, en artikel 4, lid 4a, genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol.
5.

Het certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Gemeenschap of van Marokko indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Marokko of uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is en indien aan de voorwaarden van dit protocol is voldaan, en:

  • –. cumulatie werd toegepast met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
  • –. de producten kunnen worden gebruikt als materialen in het kader van cumulatie voor de vervaardiging van producten voor uitvoer naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
  • –. de producten opnieuw kunnen worden uitgevoerd uit het land van bestemming naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen.
6.

Een certificaat inzake het goederenverkeer EUR-MED bevat een van de volgende verklaringen in het Engels in vak 7:

  • –. indien de oorsprong is verkregen door toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen: „CUMULATIE TOEGEPAST MET …” (naam land(en))
  • –. indien de oorsprong is verkregen zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen: „GEEN CUMULATIE TOEGEPAST”.
7.

De met de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oorsprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten. Zij zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.

8.

De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.

9.

Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen daadwerkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.

Artikel 18. Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

1.

In afwijking van artikel 17, lid 9, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED bij wijze van uitzondering worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, indien

  • a. dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd; of
  • b. ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wel was afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard.
2.

In afwijking van artikel 17, lid 9, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft en waarvoor ten tijde van de uitvoer een certificaat inzake goederenverkeer EUR-1 was afgegeven, indien ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat aan de in artikel 17, lid 5, genoemde voorwaarden is voldaan.

3.

Met het oog op de toepassing van de leden 1 en 2 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED betrekking heeft, onder opgave van de redenen van zijn aanvraag.

4.

Vóór de douaneautoriteiten tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED overgaan, dienen zij te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.

5.

Op achteraf afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt de volgende Engelse zin aangebracht:

„ISSUED RETROSPECTIVELY”.

Op achteraf krachtens lid 2 afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR-MED wordt de volgende Engelse zin aangebracht:

„ISSUED RETROSPECTIVELY (Original EUR.1 no …(datum en plaats van afgifte)”.

6.

De in lid 5 bedoelde aantekening wordt aangebracht in vak 7 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

Artikel 19. Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

1.

In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED, kan de exporteur de douaneautoriteiten die dit certificaat hadden afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.

2.

Op het aldus afgegeven duplicaat wordt het volgende Engelse woord aangebracht:

„DUPLICATE”.

3.

De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in vak 7 van het duplicaat-certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED.

4.

Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED, is vanaf die datum geldig.

Artikel 20. Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Marokko onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Marokko. Dit certificaat of deze certificaten EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel 21. Gescheiden boekhouding

1.

Wanneer het aanzienlijke kosten of materiële moeilijkheden met zich brengt om afzonderlijke voorraden aan te houden van identieke en onderling verwisselbare materialen die van oorsprong en die niet van oorsprong zijn, kunnen de douaneautoriteiten op schriftelijk verzoek van de betrokkene toestaan dat voor het beheer van deze voorraden de methode van gescheiden boekhouding (hierna: „de methode” genoemd) wordt gebruikt.

2.

Met behulp van deze methode moet het mogelijk zijn dat in een bepaalde referentieperiode hetzelfde aantal producten „van oorsprong” wordt verkregen als verkregen zou zijn indien de voorraden fysiek waren gescheiden.

3.

De douaneautoriteiten kunnen aan de verlening van de in lid 1 bedoelde vergunning voor het gebruik van deze methode de door hen passend geachte voorwaarden verbinden.

4.

De methode wordt toegepast, en de toepassing ervan wordt vastgelegd overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen die van toepassing zijn in het land waar het product is vervaardigd.

5.

Het bedrijf dat de methode toepast, kan bewijzen van de oorsprong afgeven of aanvragen, al naar gelang van het geval, voor de hoeveelheid producten die als van oorsprong kunnen worden beschouwd. De vergunninghouder verstrekt op verzoek van de douaneautoriteiten een verklaring over de wijze waarop de hoeveelheden zijn beheerd.

6.

De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning en kunnen deze intrekken wanneer de vergunninghouder deze niet correct gebruikt of niet aan een van de andere in dit protocol omschreven voorwaarden voldoet.

Artikel 22. Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED

1.

Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder c), kan worden opgesteld door:

  • a. een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23, of
  • b. alle exporteurs, voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6000 EUR bedraagt.
2.

Behoudens lid 3 kan een factuurverklaring worden opgesteld in de volgende gevallen:

  • –. indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Marokko, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol;
  • –. indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol, op voorwaarde dat een EUR-MED-certificaat of een factuurverklaring EUR-MED is afgegeven in het land van oorsprong;
  • –. indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Marokko, met toepassing van de in artikel 3, lid 4a, en artikel 4, lid 4a, genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol.
3.

Een factuurverklaring EUR-MED kan worden opgesteld indien de producten kunnen worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Marokko of uit een van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, en aan de voorwaarden van dit protocol voldoen, en:

  • –. cumulatie werd toegepast met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
  • –. de producten kunnen worden gebruikt als materialen in het kader van cumulatie voor de vervaardiging van producten voor uitvoer naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
  • –. de producten opnieuw kunnen worden uitgevoerd uit het land van bestemming naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen.
4.

Een factuurverklaring EUR-MED bevat een van de volgende verklaringen in het Engels:

  • –. indien de oorsprong is verkregen door toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen: „CUMULATIE TOEGEPAST MET …” (naam land(en))
  • –. indien de oorsprong is verkregen zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen: „GEEN CUMULATIE TOEGEPAST”.
5.

De exporteur die een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED opstelt, moet op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer steeds de nodige documenten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.

6.

Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED, waarvan de tekst in de bijlagen IVa en IVb is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in deze bijlagen opgenomen talenversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de factuurverklaring met de hand wordt opgesteld, moet dit met inkt en in blokletters geschieden.

7.

De factuurverklaring en factuurverklaringen EUR-MED worden door de exporteur eigenhandig ondertekend. Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23 behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend.

8.

Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED kan door de exporteur worden opgesteld bij of na de uitvoer van de goederen waarop zij betrekking heeft, doch dient binnen twee jaar na de invoer van deze producten in het land van invoer te worden aangeboden.

Artikel 23. Toegelaten exporteurs

1.

De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen een exporteur (hierna „toegelaten exporteur” genoemd) die veelvuldig producten verzendt waarop de overeenkomst van toepassing is vergunning verlenen factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED op te stellen ongeacht de waarde van de betrokken producten. Om voor een dergelijke vergunning in aanmerking te komen, moet de exporteur naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol.

2.

De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van door hen noodzakelijk geachte voorwaarden.

3.

De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe, dat in de factuurverklaring of de factuurverklaring EUR-MED wordt vermeld.

4.

De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.

5.

De douaneautoriteiten kunnen de vergunning te allen tijde intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet meer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet meer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet, of de vergunning oneigenlijk gebruikt.

Artikel 24. Geldigheid van bewijzen van oorsprong

1.

Bewijzen van oorsprong zijn vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer en moeten binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.

2.

Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)