Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
- a). voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, wordt alles wat op enige wijze, waar ook ter wereld, ter beschikking van het publiek is gesteld als stand van de techniek beschouwd, mits dit ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond voor de van belang zijnde datum.
- b). Voor de toepassing van paragraaf a is de van belang zijnde datum:
- i. onverminderd ii en iii, de datum van internationale indiening van de internationale aanvrage die het voorwerp is van een internationale voorlopige beoordeling;
- ii. indien in de internationale aanvrage die het voorwerp is van een internationale voorlopige beoordeling een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang van een eerdere aanvrage en die aanvrage een datum van internationale indiening heeft die valt binnen de termijn van voorrang, de datum van indiening van de eerdere aanvrage, tenzij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling oordeelt dat het beroep op een recht van voorrang niet rechtsgeldig is;
- iii. indien in de internationale aanvrage die het voorwerp is van een internationale voorlopige beoordeling een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang van een eerdere aanvrage en die aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang verstreek maar minder dan twee maanden na die datum, de datum van indiening van die eerdere aanvrage, tenzij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling oordeelt dat het beroep op een recht van voorrang niet rechtsgeldig is om andere redenen dan het feit dat de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang verstreek.
64.2. Niet-schriftelijke openbaarmakingen
In gevallen waarin het ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond door middel van een mondelinge uiteenzetting, gebruik, tentoonstelling of op andere niet-schriftelijke wijze („niet-schriftelijke openbaarmaking”) voor de van belang zijnde datum als omschreven in Regel 64.1 b en de datum van deze niet-schriftelijke openbaarmaking is aangegeven in een schriftelijke publicatie die ter beschikking van het publiek is gesteld op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, wordt in het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht gevestigd op deze niet-schriftelijke openbaarmaking op de in Regel 70.9 voorgeschreven wijze.
64.3. Bepaalde gepubliceerde literatuurplaatsen
In gevallen waarin een aanvrage die, of een octrooi dat voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, zou behoren tot de stand van de techniek, indien zij of het zou zijn gepubliceerd voor de in Regel 64.1 bedoelde van belang zijnde datum, werd gepubliceerd op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, doch werd ingediend voor de van belang zijnde datum of daarbij een beroep werd gedaan op een recht van voorrang ten aanzien van een eerdere aanvrage die was ingediend voor de van belang zijnde datum, wordt deze gepubliceerde aanvrage of dit gepubliceerde octrooi voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze aanvrage of dit octrooi te vestigen op de in Regel 70.10 voorgeschreven wijze.
Regel 65. Uitvinderswerkzaamheid of niet voor de hand liggen
65.1. Samenhang met de stand van de techniek
Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, wordt bij de internationale voorlopige beoordeling rekening gehouden met de samenhang tussen een bepaalde conclusie en de stand van de techniek in zijn geheel. Er dient rekening te worden gehouden met de samenhang van de conclusie niet alleen met afzonderlijke literatuurplaatsen of afzonderlijk daarvan beschouwde delen, maar ook met haar samenhang met combinaties van deze literatuurplaatsen of delen van literatuurplaatsen, wanneer deze combinaties voor een deskundige voor de hand liggen.
65.2. Van belang zijnde datum
Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, is de van belang zijnde datum voor de beoordeling van uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) de in Regel 64.1 voorgeschreven datum.
Regel 66. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
66.1. Grondslag van de internationale voorlopige beoordeling
- a. Behoudens het in de paragrafen b tot en met d bepaalde, wordt de internationale voorlopige beoordeling gebaseerd op de internationale aanvrage zoals ingediend.
- b. De aanvrager kan wijzigingen ingevolge artikel 34indienen bij de indiening van het verzoek of, onverminderd Regel 66.4bis, totdat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld.
- c. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht voordat het verzoek werd ingediend, worden in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij deze worden vervangen, of worden geacht te zijn achterhaald, door een wijziging ingevolge artikel 34.
- d. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht nadat het verzoek werd ingediend en wijzigingen ingevolge artikel 34 die zijn ingediend bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, worden, onverminderd Regel 66.4bis, in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
- d-bis. Een ingevolge Regel 91.1 toegestane verbetering van een kennelijke fout wordt ten behoeve van de internationale voorlopige beoordeling met inachtneming van Regel 66.4bis in aanmerking genomen door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- e. Conclusies met betrekking tot uitvindingen ten aanzien waarvan geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek is opgesteld, behoeven niet het voorwerp te vormen van de internationale voorlopige beoordeling.
66.1bis. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
- a. Onverminderd paragraaf b., wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke oordeel beschouwd als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a.
- b. Een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het Internationaal Bureau ervan in kennis stellen dat op de voor haar te voeren procedure paragraaf a. niet van toepassing is ter zake van schriftelijke oordelen ingevolge Regel 43bis. 1, opgesteld door de in de kennisgeving vermelde Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, met dien verstande dat deze kennisgeving niet van toepassing is op gevallen waarin het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die is opgetreden als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Het Internationaal Bureau publiceert een dergelijke kennisgeving onverwijld in het mededelingenblad.
- c. Wanneer het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel, uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager dienovereenkomstig schriftelijk daarvan in kennis.
- d. Een ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld schriftelijk oordeel, dat uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., wordt desalniettemin door de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling in aanmerking genomen in de procedure ingevolge Regel 66.2 a.
66.1ter. Aanvullende nieuwheidsonderzoeken
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voert een nieuwheidsonderzoek uit („aanvullend nieuwheidsonderzoek”) om de in Regel 64 bedoelde documenten te achterhalen die, na de datum waarop het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld, zijn gepubliceerd of voor de genoemde Instantie ten behoeve van nieuwheidsonderzoek beschikbaar zijn geworden, tenzij zij van mening is dat dit nieuwheidsonderzoek geen enkel doel zou dienen. Indien de Instantie van oordeel is dat een van de in artikel 34, derde of vierde lid, of in Regel 66.1.e) bedoelde situaties bestaat, heeft het aanvullende nieuwheidsonderzoek uitsluitend betrekking op de delen van de internationale aanvrage waarop de internationale voorlopige beoordeling van toepassing is.
66.2. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling optreedt, niet toestaat dat er meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een andere wijze dan voorgeschreven in de tweede en derde volzin van Regel 6.4 a, kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval de conclusies niet op die wijze worden ingediend, artikel 34, vierde lid, b, toepassen. In dat geval dient zij de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen.
- (i). van oordeel is dat er sprake is van een van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde omstandigheden,
- (ii). van oordeel is dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling negatief dient te zijn ten aanzien van enige conclusie omdat de uitvinding waarvoor daarin bescherming wordt gevraagd niet nieuw lijkt te zijn, niet op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten (niet voor de hand lijkt te liggen) of niet vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid,
- (iii). opmerkt dat er een gebrek is in de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage ingevolge het Verdrag of dit Reglement,
- (iv). van oordeel is dat een wijziging verder gaat dan de openbaarmaking in de internationale aanvrage zoals ingediend,
- (v). het verslag van de internationale voorlopige beoordeling vergezeld wenst te doen gaan van opmerkingen over de duidelijkheid van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen of de vraag of de conclusies ten volle door de beschrijving worden ondersteund, dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de tweede en derde zin van Regel 6.4 a), kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval van niet-volgen van die wijze van opstellen, artikel 34, vierde lid, onder b) toepassen. In zo'n geval stelt het de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis,
- (vi). van oordeel is dat een conclusie betrekking heeft op een uitvinding ten aanzien waarvan geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld en heeft besloten geen internationale voorlopige beoordeling te verrichten ten aanzien van die conclusie, of
- (vii). van oordeel is dat er geen sequentie-opsomming van nucleotiden en/of aminozuren beschikbaar is in zodanige vorm dat er een zinvolle internationale voorlopige beoordeling kan worden verricht,
- b). De kennisgeving dient een volledige uiteenzetting te geven van de redenen voor het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c). In de kennisgeving wordt de aanvrager uitgenodigd een schriftelijk antwoord in te dienen, waar passend vergezeld van wijzigingen.
- d). In de kennisgeving wordt een termijn vastgesteld voor het antwoord. De termijn dient redelijk te zijn gegeven de omstandigheden. De termijn bedraagt gewoonlijk twee maanden vanaf de datum van de kennisgeving. In geen geval mag de termijn korter zijn dan een maand na de bedoelde datum. De termijn dient ten minste twee maanden na de bedoelde datum te zijn wanneer het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek tegelijkertijd met de kennisgeving wordt verzonden. De termijn mag, onverminderd paragraaf e. niet langer zijn dan drie maanden na de bedoelde datum.
- e). De termijn voor het beantwoorden van de kennisgeving kan worden verlengd indien de aanvrager voor het verstrijken ervan daarom verzoekt.
66.3. Formeel antwoord aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a). De aanvrager kan aan de in Regel 66.2 c) bedoelde uitnodiging van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gehoor geven door wijzigingen aan te brengen, of - indien hij het niet eens is met het oordeel van die Instantie - door argumenten aan te voeren, al naar het geval, dan wel beide doen.
- b). Een antwoord dient rechtstreeks bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden ingediend.
66.4. Bijkomende gelegenheid voor het indienen van wijzigingen of het aanvoeren van argumenten
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een of meer bijkomende schriftelijke oordelen wenst te geven, kan zij zulks doen; in dit geval zijn de Regels 66.2 en 66.3 van toepassing.
- b). Op verzoek van de aanvrager kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling hem één of meer bijkomende gelegenheden bieden om wijzigingen in te dienen of argumenten aan te voeren.
66.4bis. In aanmerking nemen van wijzigingen, argumenten en verbeteringen van kennelijke fouten
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling behoeft geen wijzigingen, argumenten en verbeteringen van kennelijke fouten in aanmerking te nemen ten behoeve van een schriftelijk oordeel of het verslag van de internationale voorlopige beoordeling indien deze worden ontvangen of toegestaan door of ter kennis gebracht van die Instantie, naargelang hetgeen van toepassing is, nadat deze begonnen is met het opstellen van dat oordeel of verslag.
66.5. Wijziging
Een verandering, niet zijnde een verbetering van een kennelijke fout, in de conclusies, de beschrijving of de tekeningen, met inbegrip van de intrekking van conclusies, het schrappen van passages in de beschrijving of het schrappen van bepaalde tekeningen wordt aangemerkt als een wijziging.
66.6. Informele contacten met de aanvrager
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan te allen tijde informeel, telefonisch, schriftelijk of door middel van persoonlijke gesprekken contact met de aanvrager onderhouden. De genoemde Instantie beslist naar eigen goeddunken, of zij meer dan één persoonlijk onderhoud wenst toe te staan, indien de aanvrager daarom verzoekt, dan wel of zij wenst te antwoorden op een informele schriftelijke mededeling van de aanvrager.
66.7. Afschrift en vertaling van een eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift nodig heeft van de eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen in de internationale aanvrage, dient het Internationaal Bureau dat desgevraagd onverwijld te verstrekken. Indien dat afschrift niet wordt verstrekt aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, omdat de aanvrager verzuimd heeft te voldoen aan de vereisten van Regel 17.1 en indien de eerdere aanvrage niet was ingediend bij die Instantie in haar hoedanigheid van nationaal bureau of indien het voorrangsbewijs voor die Instantie niet beschikbaar is via een digitale bibliotheek in overeenstemming met de Administratieve Instructies, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld als zou geen voorrang zijn ingeroepen.
- b). Indien de aanvrage op grond waarvan in de internationale aanvrage een recht van voorrang is ingeroepen in een andere taal is gesteld dan de taal of een van de talen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan die Instantie, wanneer de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is voor het formuleren van het in artikel 33, eerste lid, bedoelde oordeel, de aanvrager uitnodigen een vertaling in die taal of een van die talen te verstrekken binnen 2 maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. Indien de vertaling niet wordt verstrekt binnen die termijn, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld alsof het recht van voorrang niet was ingeroepen.
66.8. Vorm van de wijzigingen
- a. Onverminderd paragraaf b wordt van de aanvrager verlangd dat hij bij wijziging van de beschrijving of de tekeningen een vervangend blad indient voor elk blad van de internationale aanvrage dat wegens wijziging verschilt van het eerder ingediende blad. Het vervangende blad of de vervangende bladen gaat of gaan vergezeld van een brief, waarin de aandacht wordt gevestigd op de verschillen tussen de vervangen en de vervangende bladen, de grond voor de wijziging van de aanvrage zoals ingediend wordt aangeduid en bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging worden verklaard.
- b. Wanneer de wijziging bestaat in het schrappen van passages of in kleine veranderingen of toevoegingen, kan het in paragraaf a genoemde vervangende blad een afschrift van het desbetreffende blad van de internationale aanvrage met de veranderingen of toevoegingen zijn, mits de duidelijkheid en de mogelijkheid tot directe verveelvoudiging van dat blad niet nadelig worden beïnvloed. Voor zover een wijziging leidt tot het vervallen van een geheel blad, wordt deze wijziging medegedeeld in een brief die bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging verklaart.
- c. Bij wijziging van de conclusies is Regel 46.5 van overeenkomstige toepassing. Het stel conclusies, ingediend ingevolge Regel 46.5 zoals van toepassing uit hoofde van deze paragraaf, vervangt alle oorspronkelijk ingediende of ingevolge de artikelen 19 of 34 eerder gewijzigde conclusies, al naar gelang van het geval.
Regel 67. Onderwerpen ingevolge artikel 34, vierde lid, onder a) sub (i)
67.1. Begripsomschrijving
Van een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling mag niet worden verlangd, dat zij een internationale voorlopige beoordeling verricht van een internationale aanvrage, indien en voor zover het onderwerp op een van de onderstaande gebieden ligt:
- (i). natuurwetenschappelijke en wiskundige theorieën,
- (ii). planten- of dierenrassen of werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten en dieren, die geen microbiologische werkwijzen en hierdoor verkregen voortbrengselen zijn,
- (iii). stelsels, regels of methoden voor de bedrijfsvoering, voor het verrichten van uitsluitend geestelijke handelingen of voor het spelen,
- (iv). methoden voor de behandeling van het menselijke of het dierlijke lichaam door chirurgische ingrepen of geneeskundige behandeling, alsmede methoden voor het stellen van een diagnose,
- (v). enkele presentatie van gegevens,
- (vi). programma's voor rekenautomaten voor zover de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet is uitgerust voor het verrichten van een internationale voorlopige beoordeling van zodanige programma's.
Regel 68. Gebrek aan eenheid van uitvinding (internationale voorlopige beoordeling)
68.1. Geen uitnodiging tot beperking of betaling
Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen, zet zij de internationale voorlopige beoordeling voort, behoudens artikel 34, vierde lid, b, en Regel 66.1 e, ten aanzien van de gehele internationale aanvrage, maar vermeldt zij in elk schriftelijk oordeel en het verslag van de internationale voorlopige beoordeling dat zij van oordeel is dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en geeft zij de redenen daarvoor aan.
68.2. Uitnodiging tot beperking of betaling
Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan de vereiste eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager uit te nodigen, naar zijn keuze, de conclusies te beperken of aanvullende taksen te betalen, dient in de uitnodiging:
- i. ten minste een mogelijkheid tot beperking te worden aangegeven die naar het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling in overeenstemming zou zijn met het van toepassing zijnde vereiste;
- ii. aangegeven te worden op welke gronden de internationale aanvrage geacht wordt niet te voldoen aan de vereiste eenheid van uitvinding;
- iii. de aanvrager te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging te voldoen aan de uitnodiging;
- iv. het bedrag van de te betalen vereiste bijkomende taksen te worden aangegeven, mocht de aanvrager daartoe besluiten; en
- v. dient de aanvrager, indien van toepassing, te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging de in Regel 68.3 e bedoelde protesttaks te betalen en dient het te betalen bedrag te worden vermeld.
68.3. Bijkomende taksen
- a. Het bedrag voor de bijkomende taksen verschuldigd voor een internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, wordt bepaald door de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- b. De ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, verschuldigde bijkomende taksen voor de internationale voorlopige beoordeling dienen rechtstreeks te worden betaald aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c. Een aanvrager kan de bijkomende taksen onder protest betalen, dat wil zeggen, vergezeld van een met redenen omklede uiteenzetting dat de internationale aanvrage voldoet aan de vereiste eenheid van uitvinding of dat het bedrag van de vereiste bijkomende taksen buitensporig hoog is. Een zodanig protest dient te worden onderzocht door een in het kader van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ingesteld toetsingsorgaan, dat, voorzover het het protest gerechtvaardigd acht, beveelt dat de bijkomende taksen geheel of gedeeltelijk aan de aanvrager dienen te worden terugbetaald. Op verzoek van de aanvrager worden de tekst van het protest en van de beslissing dienaangaande als bijlage bij het verslag omtrent de internationale voorlopige beoordeling ter kennis van de gekozen bureaus gebracht.
- d. In het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan kan de persoon zitting hebben die de beslissing nam waarop het protest betrekking heeft, met dien verstande dat deze niet het enige lid van het orgaan mag zijn.
- e. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het onderzoek naar aanleiding van een protest zoals bedoeld in paragraaf c afhankelijk stellen van de betaling ten gunste van de Instantie van een protesttaks. Indien de aanvrager verzuimt binnen de termijn ingevolge Regel 68.2 v de vereiste protesttaks te betalen, wordt het protest geacht niet te zijn aangetekend en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zal dienaangaande een verklaring doen uitgaan. De protesttaks wordt aan de aanvrager terugbetaald indien het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan van oordeel is dat het protest volledig gerechtvaardigd was.
68.4. Procedure in geval van onvoldoende beperking van de conclusies
Indien de aanvrager de conclusies beperkt, doch niet voldoende om te voldoen aan het vereiste van eenheid van uitvinding, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zoals bepaald in artikel 34, derde lid, onder c).
68.5. Hoofduitvinding
In geval van twijfel welke uitvinding de hoofduitvinding is voor de toepassing van artikel 34, derde lid, onder c), wordt de als eerste in de conclusies genoemde uitvinding als de hoofduitvinding beschouwd.
Regel 69. Aanvang van en termijn voor de internationale voorlopige beoordeling
69.1. Aanvang van de internationale voorlopige beoordeling
- a. Onverminderd de paragrafen b tot en met e vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling aan zodra zij beschikt over al het volgende: tenzij de aanvrager uitdrukkelijk verzoekt om de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling uit te stellen totdat de toepasselijke termijn ingevolge Regel 54bis.1a is verstreken.
- i. het verzoek;
- ii. het (volledige) verschuldigde bedrag voor de behandelingstaks en de taks voor de voorlopige beoordeling, met inbegrip van, indien van toepassing, de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis.2; en
- iii. hetzij het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, hetzij de verklaring door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a, dat er geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld en het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis.1;
- b. Indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, kan de internationale voorlopige beoordeling, indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie zulks wenst en met inachtneming van de paragrafen d. en e., op hetzelfde tijdstip aanvangen als het internationale nieuwheidsonderzoek.
- b-bis. Indien, in overeenstemming met paragraaf b, het nationaal bureau dat of de intergouvernementele organisatie die optreedt als zowel de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek als de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst aan te vangen en oordeelt dat aan alle in artikel 34, tweede lid, onder c., i. tot en met iii. genoemde voorwaarden is voldaan, behoeft dat nationaal bureau of die intergouvernementele organisatie, in zijn of haar hoedanigheid van Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, geen schriftelijk oordeel ingevolge Regel 43bis. 1 op te stellen.
- c. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat wijzigingen ingevolge artikel 19 in aanmerking moeten worden genomen (Regel 53.9 a i), begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij een afschrift van de desbetreffende wijzigingen heeft ontvangen.
- d. Indien in de verklaring inzake wijzigingen wordt vermeld dat de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling dient te worden uitgesteld (Regel 53.9 b), vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aan vóór de zich het eerst voordoende van de volgende situaties:
- i. voordat zij een afschrift van de wijzigingen ingevolge artikel 19 heeft ontvangen;
- ii. voordat zij een kennisgeving van de aanvrager heeft ontvangen dat hij geen wijzigingen ingevolge artikel 19 wenst door te voeren; of
- iii. het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 46.1
- e. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen ingevolge artikel 34 zijn ingediend, begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij de wijzigingen heeft ontvangen of voordat de termijn vastgesteld in de in Regel 60.1 g bedoelde uitnodiging is verstreken, naar gelang van welke datum het eerst valt.
69.2. Termijn voor de internationale voorlopige beoordeling
De termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is van een van de volgende tijdvakken degene die het laatst verstrijkt:
- i. 28 maanden te rekenen van de datum van voorrang, of
- ii. zes maanden, te rekenen vanaf het tijdstip ingevolge Regel 69.1 voor de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling; of
- iii. zes maanden te rekenen van de datum van ontvangst door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van de ingevolge Regel 55.2 verstrekte vertaling,
DEEL D. Regels betreffende hoofdstuk III van het Verdrag
DEEL F. Regels betreffende verscheidene hoofdstukken van het Verdrag
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Treaty.
DONE at Washington, on June 19, 1970.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)