Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2021-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 401
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Wat grensoverschrijdende dienstverlening aangaat, is deze afdeling alleen van toepassing op sectoren waarvoor de partij specifieke verbintenissen is aangegaan, en voor zover die specifieke verbintenissen van toepassing zijn. Wat vestiging aangaat, is deze afdeling niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen VIII-A en VIII-E. Wat het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen aangaat, is deze afdeling niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen VIII-C, VIII-D en VIII-G.

3.

Deze afdeling is niet van toepassing op maatregelen voor zover zij beperkingen vormen waarvoor lijsten worden opgesteld.

4.

Voor de toepassing van deze afdeling gelden de volgende definities:

  • a. „vergunningsvereisten”: andere materiële eisen dan kwalificatievereisten, waaraan een natuurlijke persoon of rechtspersoon moet voldoen om een vergunning voor het verrichten van de in lid 1 omschreven activiteiten te verkrijgen, te wijzigen of te verlengen;
  • b. „vergunningsprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die verzoekt om een vergunning voor het verrichten van de in lid 1 omschreven activiteiten, met inbegrip van de wijziging of verlenging van een vergunning, moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de vergunningsvereisten;
  • c. „kwalificatievereisten”: materiële eisen met betrekking tot de bevoegdheid van een natuurlijke persoon om een dienst te verlenen, die moeten worden aangetoond om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen;
  • d. „kwalificatieprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de kwalificatievereisten om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen; alsmede
  • e. „bevoegde autoriteit”: alle centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten of niet-gouvernementele organisaties die door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden uitoefenen, die een besluit nemen betreffende de afgifte van een vergunning voor het verlenen van een dienst, ook als dat vestiging inhoudt, of betreffende afgifte van een vergunning om zich te vestigen teneinde een andere economische activiteit dan dienstverlening uit te oefenen.
Artikel 159. Voorwaarden voor het verlenen van vergunningen en kwalificaties
1.

Elke partij draagt er zorg voor dat maatregelen inzake vergunningsvereisten en -procedures en kwalificatievereisten en -procedures gebaseerd zijn op criteria die de bevoegde autoriteiten beletten hun beoordelingsbevoegdheid op een willekeurige wijze uit te oefenen.

2.

De in lid 1 bedoelde criteria zijn:

  • a. evenredig met een doelstelling van het overheidsbeleid;
  • b. duidelijk en ondubbelzinnig;
  • c. objectief;
  • d. vooraf vastgesteld;
  • e. vooraf openbaar gemaakt; alsmede
  • f. transparant en toegankelijk.
3.

Een vergunning wordt verleend zodra bij een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning is voldaan.

4.

Elke partij houdt gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve instanties of procedures in stand, of stelt deze in, waar of waarmee op verzoek van een betrokken ondernemer of dienstverlener administratieve besluiten met betrekking tot vestiging, grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken onverwijld kunnen worden onderzocht en, indien gerechtvaardigd, door passende maatregelen kunnen worden herzien. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van het orgaan dat bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, ziet elke partij erop toe dat de procedures daadwerkelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

5.

Indien het aantal voor een bepaalde activiteit beschikbare vergunningen beperkt is vanwege de schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de gebrekkige technische capaciteit, zorgt elke partij ten aanzien van potentiële kandidaten voor een selectieprocedure die alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie biedt, met inbegrip van in het bijzonder een passende bekendmaking wat de aanvang, het verloop en de afronding van de procedure betreft.

6.

Onverminderd de in dit artikel genoemde vereisten, kan elke partij bij het opstellen van de voorschriften voor de selectieprocedure rekening houden met legitieme doelstellingen van overheidsbeleid, met inbegrip van overwegingen inzake gezondheid, veiligheid, milieubescherming en de instandhouding van cultureel erfgoed.

Artikel 160. Vergunnings- en kwalificatieprocedures
1.

Vergunnings- en kwalificatieprocedures en -formaliteiten zijn duidelijk, worden vooraf bekendgemaakt en waarborgen voor aanvragers dat hun aanvraag op objectieve en onpartijdige wijze wordt behandeld.

2.

Vergunnings- en kwalificatieprocedures en -formaliteiten zijn zo eenvoudig mogelijk en bemoeilijken of vertragen het verlenen van de dienst niet onnodig. Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen19)Vergoedingen voor het verlenen van vergunningen omvatten niet betalingen in verband met veiling, aanbesteding of andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, of verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst. die de aanvragers eventueel in het kader van hun aanvraag moeten betalen, zijn redelijk en evenredig met de kosten van de desbetreffende vergunningsprocedures.

3.

Elke partij zorgt ervoor dat de door de bevoegde autoriteit gevolgde procedures van de bevoegde autoriteit bij het verlenen van vergunningen en het nemen van besluiten onpartijdig zijn ten aanzien van alle aanvragers. De bevoegde autoriteit is bij haar besluitvorming onafhankelijk en is geen verantwoording verschuldigd aan verleners van de diensten waarvoor de vergunning vereist is.

4.

Wanneer voor aanvragen specifieke termijnen bestaan, krijgt een aanvrager de beschikking over een redelijke termijn voor het indienen van een aanvraag. De bevoegde autoriteit behandelt een aanvraag onverwijld. Waar mogelijk worden aanvragen in elektronische vorm geaccepteerd onder dezelfde voorwaarden inzake echtheid als aanvragen op papier.

5.

Elke partij ziet erop toe dat de behandeling van een aanvraag, inclusief het definitieve besluit, wordt voltooid binnen een redelijke termijn na de indiening van een volledige aanvraag. Elke partij streeft ernaar voor het behandelen van een aanvraag het normale tijdsbestek vast te stellen.

6.

De bevoegde autoriteit stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een aanvraag die haars inziens onvolledig is, de aanvrager daarvan in kennis, vermeldt, voor zover dit haalbaar is, welke aanvullende informatie nodig is om de aanvraag te vervolledigen en biedt de mogelijkheid om tekortkomingen te corrigeren.

7.

Waar mogelijk worden in plaats van originele documenten gewaarmerkte kopieën aanvaard.

8.

Indien de bevoegde autoriteit een aanvraag afwijst, wordt dat de aanvrager schriftelijk en zonder onnodige vertraging meegedeeld. In beginsel wordt de aanvrager desgevraagd ook in kennis gesteld van de redenen voor de afwijzing van de aanvraag en van de termijn waarbinnen tegen het besluit beroep kan worden ingesteld.

9.

Elke partij zorgt ervoor dat zodra een vergunning of licentie is verleend, deze overeenkomstig de daarin gestelde voorwaarden zo spoedig mogelijk in werking treedt.

ONDERAFDELING II. ALGEMEEN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN

Artikel 161. Wederzijdse erkenning
1.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.

2.

Elke partij moedigt de desbetreffende beroepsorganisaties op haar respectievelijk grondgebied aan aanbevelingen over wederzijdse erkenning van kwalificaties en beroepservaring aan het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken voor te leggen, opdat ondernemers en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elke partij toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van ondernemers en dienstverleners, in het bijzonder beoefenaren van een vrij beroep.

3.

Wanneer het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken een aanbeveling als bedoeld in lid 2 ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is, en op basis van de daarin vervatte informatie beoordeelt het met name:

  • a. de mate waarin de normen en de criteria die elke partij hanteert voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van dienstverleners en ondernemers, met elkaar verenigbaar zijn; alsmede
  • b. de mogelijke economische waarde van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van kwalificaties en beroepservaring.
4.

Indien aan de vereisten van lid 3 is voldaan, neemt het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de nodige maatregelen om tot onderhandelingen te komen over de wederzijdse erkenning en beveelt het vervolgens aan dat de bevoegde autoriteiten van de partijen de onderhandelingen opstarten.

5.

Dergelijke overeenkomsten zijn in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst en in het bijzonder met artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, als opgenomen in bijlage 1B bij de WTO-Overeenkomst (“GATS“).

Artikel 162. Transparantie en bekendmaking van vertrouwelijke informatie
1.

Elke partij beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke algemene informatie over algemene maatregelen of internationale overeenkomsten die op deze overeenkomst betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Elke partij richt ook één of meer informatiepunten op, die over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie verstrekken aan ondernemers en dienstverleners van de andere partij. De partijen stellen elkaar binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van hun informatiepunten. Het is niet nodig dat de informatiepunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.

2.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen.

ONDERAFDELING III. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel 163. Afspraak over diensten in verband met computers
1.

Bij de liberalisering van de handel in diensten in verband met computers overeenkomstig de afdelingen B, C, en D, gelden voor de partijen de bepalingen van de leden 2 tot en met 4.

2.

De centrale productenclassificatie („CPC”20)De centrale productenclassificatie, zoals vastgesteld in „Statistical Office of the United Nations, Statistical Papers, Series M, N° 77, CPC prov, 1991”.) 84, de VN-code die wordt gebruikt voor het beschrijven van diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten in verband met computers: computerprogramma’s, gedefinieerd als de instructies waardoor computers kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan), gegevensverwerking en -opslag, en aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van klanten. De technologische ontwikkeling heeft geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket aanverwante diensten die alle of een deel van die basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van diensten in verband met computers.

3.

Ongeacht of zij via een netwerk, zoals internet, worden geleverd, omvatten de diensten in verband met computers alle diensten op het gebied van:

  • a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;
  • b. computerprogramma’s, gedefinieerd als de instructies waardoor computers zelfstandig kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren, plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma’s;
  • c. de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;
  • d. onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers; of,
  • e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma’s, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.
4.

Diensten in verband met computers maken het verlenen van andere diensten, zoals bankieren, elektronisch of anderszins, mogelijk. In dergelijke gevallen is het van belang een onderscheid te maken tussen ondersteunende diensten, zoals webhosting of applicatiehosting, en inhouds- of hoofddiensten, zoals bankieren, die elektronisch worden geleverd. In dergelijke gevallen valt de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84.

ONDERAFDELING IV. POSTDIENSTEN21)Deze afdeling heeft betrekking op zowel CPC 7511 als CPC 7512.

Artikel 164. Toepassingsgebied en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle postdiensten.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van de afdelingen B, C, en D, gelden de volgende definities:

  • a. „vergunning”: een vergunning die door een regelgevende autoriteit aan een individuele aanbieder moet worden verleend alvorens deze een bepaalde activiteit mag uitvoeren of een bepaalde dienst mag verlenen; alsmede
  • b. „universele dienst”: het op permanente basis verlenen van een minimale postdienst met een specifieke hoedanigheid, op het hele grondgebied van een partij.
Artikel 165. Preventie van marktverstorende praktijken

Elke partij garandeert dat een verstrekker van postdiensten die tot universele dienst verplicht is, of een postmonopolie heeft, geen marktverstorende praktijken opzet, zoals:

  • a. het gebruik van inkomsten die zijn verkregen uit dergelijke diensten, om de levering van expresbesteldiensten of enige andere niet-universele besteldienst te kruissubsidiëren; alsmede
  • b. bonrechtmatig differentiëren tussen consumenten, zoals bedrijven, aanbieders van grote partijen post of tussenpersonen, met betrekking tot tarieven of andere voorwaarden voor de levering van een dienst waarvoor een verplichting tot universele dienst of een postmonopolie geldt.
Artikel 166. Universele dienst
1.

Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universele-dienstverplichtingen zij in stand wenst te houden. Dergelijke verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een transparante, niet-discriminerende en uit mededingingsoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en voor de door de partij vastgestelde soort universele dienst geen grotere last vertegenwoordigen dan nodig is.

2.

De tarieven voor de universele dienst moeten betaalbaar zijn om aan de behoeften van de gebruikers tegemoet te komen.

Artikel 167. Vergunningen
1.

Elke partij streeft ernaar alle vergunningen voor diensten die niet onder de universele dienst vallen, te vervangen door een eenvoudige registratie.

2.

Wanneer een vergunning vereist is:

  • a. zijn de voorwaarden voor een vergunning niet belastender dan nodig is voor het bereiken van het doel ervan en worden zij algemeen bekendgemaakt;
  • b. worden de redenen voor weigering van een vergunning de aanvrager desgevraagd meegedeeld; alsmede
  • c. voorziet elke partij in een beroepsprocedure bij een onafhankelijk orgaan, op een transparante, niet-discriminatoire en op objectieve criteria gebaseerde manier.
Artikel 168. Onafhankelijkheid van de regelgevende instantie

De regelgevende instantie is juridisch gescheiden van en niet aansprakelijk jegens verleners van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instantie neemt en de procedures die zij volgt, zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers onpartijdig.

Artikel 169. Geleidelijke aanpassing

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake postdiensten aan die van de Europese Unie.

ONDERAFDELING V. NETWERKEN EN DIENSTEN VOOR ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE

Artikel 170. Toepassingsgebied en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor de verstrekking van elektronische-communicatienetwerken en -diensten die ingevolge de afdelingen B, C en D zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling gelden de volgende definities:

  • a. „elektronische-communicatienetwerk”: de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, met inbegrip van netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen;
  • b. „elektronische-communicatiedienst”: alle diensten die volledig of voornamelijk bestaan uit de verzending van signalen via elektronische-communicatienetwerken, met inbegrip van telecommunicatiediensten en transmissiediensten met behulp van netwerken die voor de omroep worden gebruikt; deze diensten hebben geen betrekking op diensten die met behulp van elektronische-communicatienetwerken en elektronische-communicatiediensten doorgezonden inhoud aanbieden of hierover redactionele controle hebben;
  • c. „openbare elektronische-communicatiedienst”: elke elektronische-communicatiedienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden;
  • d. „openbaar elektronische-communicatienetwerk”: een elektronische-communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten aan te bieden ter ondersteuning van de overdracht van informatie tussen netwerkaansluitpunten;
  • e. „openbare telecommunicatiedienst”: elke telecommunicatie-vervoersdienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden, zoals telegraaf, telefoon, telex en gegevensoverdracht waarbij transmissie geschiedt van in werkelijke tijd door de klant tussen twee of meer punten verzonden informatie zonder dat de vorm of inhoud van die informatie van eindpunt tot eindpunt wordt gewijzigd;
  • f. „regelgevende autoriteit in de elektronische-communicatiesector”: de instantie of instanties die door een partij belast is/zijn met de regelgeving inzake de in deze onderafdeling bedoelde elektronische communicatie;
  • g. „essentiële faciliteiten”: faciliteiten in het kader van een openbaar elektronische-communicatienetwerk en -dienst die:
  • i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal dienstverleners; alsmede
  • ii. bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;
  • h. „bijbehorende faciliteiten”: de bij een elektronische-communicatienetwerk en/of een elektronische-communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of die dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten, en die onder meer gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;
  • i. „grote aanbieder”22)De partijen komen overeen dat een „grote aanbieder” een dienstverlener is met een aanzienlijke marktmacht.: in de elektronische-telecommunicatiesector, een aanbieder die de voorwaarden voor deelname (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor elektronische-communicatiediensten door zijn controle over essentiële faciliteiten of door zijn marktpositie te gebruiken, in belangrijke mate kan beïnvloeden;
  • j. „toegang”: het beschikbaar stellen van faciliteiten of diensten aan een andere dienstverlener, onder vastgestelde voorwaarden, met het doel elektronische-communicatiediensten te verlenen, en onder meer de toegang omvat tot:
  • i. netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten waarbij eventueel apparatuur kan worden verbonden met vaste of niet-vaste middelen (dit houdt met name toegang in tot het aansluitnet en tot faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om diensten te kunnen aanbieden via het aansluitnet);
  • ii. materiële infrastructuur waaronder gebouwen, goten en masten;
  • iii. relevante programmatuursystemen waaronder operationele ondersteuningssystemen,
  • iv. informatiesystemen of databanken voor reservering, levering, bestelling, onderhouds- en herstelverzoeken en facturering;
  • v. nummervertaling of systemen met vergelijkbare functionaliteit;
  • vi. toegang tot vaste en mobiele netwerken, met name voor roaming; alsmede
  • vii. toegang tot virtuele netwerkdiensten;
  • k. „interconnectie”: de fysieke en logische koppeling van openbare elektronische-communicatienetwerken die door dezelfde of een andere dienstverlener worden benut om gebruikers van een dienstverlener in staat te stellen te communiceren met gebruikers van dezelfde of van een andere dienstverlener, of toegang te hebben tot diensten van een andere dienstverlener, diensten die kunnen worden verstrekt door de betrokken partijen of door andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;
  • l. „universele dienst”: het minimale pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van een partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar is voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie; elke partij beslist over het toepassingsgebied en de uitvoering van de universele dienst; alsmede
  • m. „nummerportabiliteit”: de mogelijkheid voor eindgebruikers van openbare elektronische-communicatiediensten om op dezelfde locatie dezelfde telefoonnummers te houden zonder dat de kwaliteit, de betrouwbaarheid of het gemak eronder lijdt wanneer binnen dezelfde categorie aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten van aanbieder wordt veranderd.
Artikel 171. Regelgevende autoriteit
1.

Elke partij draagt er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk zijn van de aanbieders van elektronische-communicatienetwerken, -diensten of -uitrusting.

2.

Lidstaten die de eigendom van of de zeggenschap over aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten behouden, zorgen voor een daadwerkelijke structurele scheiding tussen de regelgevende taken en de met eigendom of zeggenschap verband houdende activiteiten. De regelgevende autoriteit handelt onafhankelijk en vraagt noch ontvangt aanwijzingen van enig ander orgaan in verband met de uitoefening van de taken die op grond van interne wetgeving aan haar zijn toegewezen.

3.

Elke partij draagt er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten voldoende bevoegd zijn om de sector te reguleren, en beschikken over passende financiële en personele middelen om de taken die hun zijn toegewezen, uit te voeren. Alleen beroepsinstanties als bedoeld in lid 7 hebben de bevoegdheid om besluiten van de regelgevende autoriteiten op te schorten of te vernietigen.

De taken van een regelgevende autoriteit worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan één instantie met die taken belast is. Elke partij draagt er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten een afzonderlijke jaarlijkse begroting hebben. De begrotingen worden openbaar gemaakt.

4.

De beslissingen die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

5.

De bevoegdheden van de regelgevende autoriteiten worden op een transparante en tijdige manier uitgeoefend.

6.

De regelgevende autoriteiten hebben de bevoegdheid ervoor te zorgen dat aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en elektronische-communicatiediensten hun op verzoek onverwijld alle informatie, met inbegrip van financiële informatie, verstrekken die zij nodig hebben om hun taken overeenkomstig deze onderafdeling uit te oefenen. De gevraagde informatie staat in verhouding tot de uitoefening van de taken van de regelgevende autoriteiten en wordt overeenkomstig de vereisten van vertrouwelijkheid behandeld.

7.

Een door de beslissing van de regelgevende instantie getroffen gebruiker of aanbieder kan beroep tegen die beslissing aantekenen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk van de betrokken partijen is. Dit lichaam, bijvoorbeeld een rechtbank, bezit de nodige deskundigheid om zijn taken effectief te kunnen uitoefenen. Alle aspecten van de zaak worden terdege in rekening gebracht en er wordt een doeltreffend beroepsmechanisme ingesteld. Wat betreft beroepsinstanties die geen rechterlijke instantie zijn, draagt elke partij er zorg voor dat hun beslissingen altijd schriftelijk met redenen worden omkleed en tevens door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke instantie kunnen worden getoetst. Beslissingen van beroepsinstanties worden op doeltreffende wijze ten uitvoer gelegd. In afwachting van de uitkomst van het beroep wordt de beslissing van de regelgevende autoriteit gehandhaafd, behalve wanneer overeenkomstig nationaal recht voorlopige maatregelen worden verleend.

8.

Elke partij draagt er zorg voor dat het hoofd van de regelgevende autoriteit, of, in voorkomend geval, de leden van het collegiale orgaan dat die functie binnen een regelgevend orgaan vervult, of hun plaatsvervangers, alleen kunnen worden ontslagen indien zij niet langer voldoen aan de voorwaarden om hun taken te vervullen zoals die vooraf in interne wetgeving zijn vastgelegd. Elke beslissing tot ontslag wordt op het ogenblik van het ontslag openbaar gemaakt. Het ontslagen hoofd van de regelgevende autoriteit, of, in voorkomend geval, de ontslagen leden van het collegiale orgaan dat die functie vervult, ontvangen een motivering en hebben het recht de openbaarmaking daarvan te verlangen, indien zulks anders niet zou geschieden; in dat geval wordt zij openbaar gemaakt.

Artikel 172. Vergunning voor het verlenen van elektronische-communicatienetwerken en -diensten
1.

Elke partij staat het verlenen van elektronische-communicatienetwerken of -diensten toe, waar mogelijk, bij gewone kennisgeving. Na kennisgeving wordt van de betrokken dienstenverlener niet verlangd dat hij een expliciet besluit of andere bestuurshandeling van de regelgevende instantie moet verkrijgen alvorens de uit de machtiging voortvloeiende rechten te kunnen uitoefenen. De rechten en plichten die uit een dergelijke machtiging voortvloeien, worden in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt. De plichten moeten evenredig zijn met de betrokken dienstverlening.

2.

Waar nodig kan een partij een vergunning eisen voor het recht om gebruik te maken van radiofrequenties en nummers, teneinde:

  • a. schadelijke inmenging te vermijden;
  • b. de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;
  • c. een efficiënt spectrumgebruik te waarborgen; of
  • d. andere doelstellingen van algemeen belang te vervullen.
3.

Indien een partij een vergunning eist, geldt het volgende:

  • a. alle vergunningscriteria en de periode die normaal gezien nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, worden openbaar gemaakt;
  • b. de redenen voor afwijzing van een vergunning worden de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekend gemaakt; alsmede
  • c. de aanvrager van een vergunning kan zich ingeval een vergunning wordt geweigerd, tot een beroepsinstantie wenden.
4.

Eventuele administratieve kosten worden op een objectieve, transparante, proportionele en kostendrukkende wijze op de aanbieders verhaald. Administratieve kosten die door een partij worden verhaald op aanbieders die een dienst of een netwerk verlenen op grond van een machtiging als bedoeld in lid 1, of een vergunning als bedoeld in lid 2, blijven beperkt tot de feitelijke administratieve kosten die normaal worden gedaan bij het beheer, de controle en de afdwinging van de toepasselijke machtiging en vergunning. Dergelijke administratieve kosten kunnen de kosten omvatten voor internationale samenwerking, harmonisatie en normalisatie, marktanalyse, toezicht op de naleving en andere marktcontroles, alsook voor regelgevende werkzaamheden voor de voorbereiding en afdwinging van wetgeving en administratieve besluiten, zoals besluiten over toegang en interconnecties.

Administratieve kosten als bedoeld in de eerste alinea omvatten geen veiling- of aanbestedingskosten of kosten van andere niet-discriminatoire middelen om concessies te verlenen, of verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst.

Artikel 173. Schaarse middelen
1.

Alle procedures voor de toewijzing en het gunnen van rechten voor het gebruik van schaarse middelen, zoals radiospectra, nummers en doorgangsrechten, worden toegepast op open, objectieve, tijdige, transparante, niet-discriminerende en proportionele wijze. Elke partij baseert haar procedures op objectieve, transparante, niet-discriminatoire en proportionele criteria.

2.

De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van radiospectra die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

3.

Elke partij behoudt het recht maatregelen voor het vaststellen en toepassen van spectra en frequenties te treffen die tot gevolg kunnen hebben dat het aantal aanbieders van elektronische-communicatiediensten wordt beperkt, op voorwaarde dat dit geschiedt op een manier die overeenstemt met deze overeenkomst. Dit recht omvat de mogelijkheid om frequentiebanden toe te wijzen rekening houdend met bestaande en toekomstige behoeften en spectrumbeschikbaarheid. De maatregelen die een partij treft voor de toewijzing en toekenning van spectra en voor het beheer van de frequenties, worden niet beschouwd als maatregelen die op zich in strijd zijn met de artikelen 144, 149 en 150.

Artikel 174. Toegang en interconnectie
1.

In beginsel worden afspraken over toegang en interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken aanbieders.

2.

Elke partij zorgt ervoor dat elke verlener van elektronische-communicatiediensten, gerechtigd is en, indien hij daartoe wordt verzocht door een andere aanbieder, verplicht is tot het bedingen van interconnectie met andere aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Geen enkele partij handhaaft wettelijke of administratieve maatregelen die de aanbieders die toegang of interconnectie verlenen, ertoe verplichten voor gelijke diensten verschillende voorwaarden te hanteren voor verschillende aanbieders, of verplichtingen op te leggen die geen verband houden met de verleende diensten.

3.

Elke partij ziet erop toe dat dienstverleners die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere dienstverlener ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

4.

Elke partij ziet erop toe dat een grote aanbieder op zijn grondgebied aan verleners van elektronische-communicatiediensten toegang verleent tot zijn essentiële faciliteiten, zoals netwerkelementen, bijbehorende faciliteiten en aanverwante diensten, op redelijke en niet-discriminatoire23)Voor de toepassing van deze onderafdeling verwijst de uitdrukking „niet-discriminatoir” naar de nationale behandeling als gedefinieerd in artikel 150, en ook naar het sectorspecifieke gebruik van de term in de zin van „voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan die onder soortgelijke omstandigheden aan andere gebruikers van soortgelijke openbare elektronische-communicatienetwerken en -diensten worden opgelegd”. voorwaarden.

5.

Voor publieke telecommunicatiediensten wordt een interconnectie met een grote aanbieder verzekerd op elk technisch haalbaar punt in het netwerk. Deze interconnectie wordt geleverd:

  • a. op niet-discriminatoire voorwaarden, voorwaarden en tarieven (ook wat betreft technische normen, specificaties, kwaliteit en onderhoud), en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten van een dergelijke grote aanbieder, voor soortgelijke diensten van niet-gelieerde dienstverleners of voor soortgelijke diensten van dochterondernemingen of andere gelieerde ondernemingen;
  • b. binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (ook wat betreft technische normen, specificaties, kwaliteit en onderhoud) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de aanbieder niet hoeft te betalen voor netwerkonderdelen of -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft; alsmede
  • c. op verzoek via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.
6.

Elke partij draagt er zorg voor dat de procedures die van toepassing zijn op interconnectie met een grote aanbieder openbaar zijn en dat de grote aanbieders hun interconnectie-overeenkomsten of, in voorkomend geval, hun referentie-aanbiedingen voor interconnectie openbaar maken.

Artikel 175. Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote aanbieders

Elke partij neemt of handhaaft passende maatregelen om te voorkomen dat aanbieders die alleen of met anderen gezamenlijk een grote aanbieder zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen. In dit verband wordt onder meer onder concurrentiebeperkende praktijken verstaan:

  • a. het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring;
  • b. het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; alsmede
  • c. het niet tijdig aan andere aanbieders beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze aanbieders voor het leveren van hun diensten nodig hebben.
Artikel 176. Universele dienst
1.

Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universele-dienstverplichtingen zij in stand wenst te houden.

2.

Deze verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een evenredige, transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de partij wordt vastgesteld.

3.

Alle aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten komen in aanmerking om een universele dienst te verlenen. De aanwijzing van aanbieders van universele diensten geschiedt door middel van een efficiënt, transparant, objectief en niet-discriminerend mechanisme. Indien nodig beoordeelt elke partij of het verlenen van universele diensten een onbillijke last vormt voor de aanbieder die is aangewezen om de universele diensten te verlenen. Wanneer dit op grond van een dergelijke berekening gerechtvaardigd is, bepalen de regelgevende autoriteiten, rekening houdend met het eventuele marktvoordeel voor een aanbieder die de universele dienst verleent, of er een mechanisme nodig is om de betrokken aanbieder te compenseren of de nettokosten van de universele-dienstverplichtingen te delen.

Artikel 177. Nummerportabiliteit

Elke partij draagt er zorg voor dat aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten nummerportabiliteit aanbieden tegen redelijke voorwaarden.

Artikel 178. Vertrouwelijkheid van inlichtingen

Elke partij waarborgt het vertrouwelijke karakter van elektronische communicatie die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk en via openbare elektronische-communicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel 179. Oplossing van geschillen inzake elektronische communicaties
1.

Elke partij draagt er zorg voor dat wanneer er in verband met de in deze onderafdeling bedoelde rechten en verplichtingen een geschil rijst tussen aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of verleners van elektronische-communicatiediensten, de regelgevende autoriteit op verzoek van een van de betrokken partijen een bindende beslissing neemt om het geschil op zo kort mogelijke termijn, maar uiterlijk binnen vier maanden, tot een oplossing te brengen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden.

2.

Indien een dergelijk geschil betrekking heeft op grensoverschrijdende dienstverlening, coördineren de regelgevende autoriteiten hun inspanningen om het geschil tot een oplossing te brengen.

3.

De beslissing van de regelgevende autoriteit wordt openbaar gemaakt, met inachtneming van de vereisten inzake vertrouwelijke bedrijfsgegevens. De betrokken partijen krijgen een volledig verslag van de redenen waarop het besluit is gebaseerd, en hebben het recht ertegen in beroep te gaan, overeenkomstig artikel 171, lid 7.

4.

De procedure van dit artikel laat het recht van elk van de betrokken partijen om bij de rechterlijke instanties een procedure in te leiden, onverlet.

Artikel 180. Geleidelijke aanpassing

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake elektronische-communicatienetwerken aan die van de Europese Unie.

ONDERAFDELING VI. FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 181. Toepassingsgebied en definities
1.

Deze onderafdeling heeft betrekking op maatregelen inzake de verlening van financiële diensten, waar financiële diensten geliberaliseerd worden krachtens de afdelingen B, C en D.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk betekent „financiële dienst” elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten van een partij. Financiële diensten omvatten verzekeringen en verzekeringgerelateerde diensten, alsook bank- en andere financiële diensten.

3.

Verzekeringen en verzekeringgerelateerde diensten als bedoeld in lid 2 omvatten:

  • a. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):
  • i. levensverzekering; alsmede
  • ii. schadeverzekering;
  • b. herverzekering en retrocessie;
  • c. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap; alsmede
  • d. hulpdiensten in de verzekeringssector, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schade-eisen.
4.

Bank- en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen en verzekeringgerelateerde diensten) als bedoeld in lid 2 omvatten:

  • a. aanvaarding van deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
  • b. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;
  • c. financiële leasing;
  • d. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder krediet-, betaal- en debetkaarten, reischeques en bankwissels;
  • e. garanties en verbintenissen;
  • f. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten op de beurs, de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:
  • i. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
  • ii. deviezen;
  • iii. afgeleide producten, zoals bijvoorbeeld termijnen en opties;
  • iv. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;
  • v. verhandelbare effecten; alsmede
  • vi. andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;
  • g. deelname aan de uitgifte van diverse soorten effecten, met inbegrip van het garanderen en plaatsen van effecten als (openbaar of particulier) agent en het verlenen van daarmee verband houdende diensten;
  • h. financiële bemiddeling;
  • i. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;
  • j. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
  • k. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software; alsmede
  • l. advies en bemiddeling en andere ondersteunende financiële diensten in verband met de in dit lid genoemde activiteiten, met inbegrip van kredietreferenties en -analyse, onderzoek en advies in verband met investeringen en beleggingsportefeuilles, alsmede advies over aankopen en over bedrijfsreorganisatie en -strategie.
5.

Voor de toepassing van deze onderafdeling gelden de volgende definities:

  • a. „verlener van financiële diensten”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van een partij die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;
  • b. „openbare instantie”:
  • i. een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of
  • ii. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld; alsmede
  • c. „nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, zoals diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, maar die op het grondgebied van de andere partij wel wordt verleend.
Artikel 182. Prudentiële uitzonderingsbepaling
1.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst staat eraan in de weg dat een van beide partijen prudentiële maatregelen vaststelt of handhaaft, zoals:

  • a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is; of
  • b. het verzekeren van de integriteit en stabiliteit van haar financiële stelsel.
2.

Deze maatregelen zijn niet belastender dan nodig is voor het bereiken van het doel ervan.

3.

Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele consumenten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van overheidsinstanties.

Artikel 183. Doeltreffende en transparante regelgeving
1.

Elke partij stelt alles in het werk om alle belanghebbenden vooraf kennis te geven van elke door haar beoogde algemene maatregel, zodat die belanghebbenden opmerkingen over die maatregel kunnen maken. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:

  • a. door officiële publicatie, of
  • b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
2.

Elke partij stelt de belanghebbenden in kennis van haar voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.

Op verzoek van een aanvrager stelt de desbetreffende partij deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de desbetreffende partij aanvullende informatie van de aanvrager verlangt, stelt zij deze daarvan onverwijld in kennis.

3.

Elke partij stelt alles in het werk opdat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Dergelijke internationaal overeengekomen normen zijn onder meer:

  • a. de „Core Principles for Effective Banking Supervision” van het Bazels Comité voor het bankentoezicht;
  • b. de „Insurance Core Principles” van de International Association of Insurance Supervisors;
  • c. de „Objectives and Principles of Securities Regulation” van de International Organisation of Securities Commissions;
  • d. de „Agreement on Exchange of Information on Tax Matters” van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO);
  • e. het „Statement on Transparency and exchange of information for tax purposes” van de G20; alsmede
  • f. de „Veertig aanbevelingen inzake het witwassen van geld” en de „Negen bijzondere aanbevelingen inzake terrorismefinanciering” van de Financial Action Task Force.
4.

De partijen nemen nota van de „Ten Key Principles for Information Exchange” die door de ministers van Financiën van de G7-landen zijn aangenomen en zullen alles doen wat nodig is opdat deze beginselen onderling worden toegepast.

Artikel 184. Nieuwe financiële diensten

Elke partij staat verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die soortgelijk zijn aan diensten voor het verlenen waarvan zij krachtens haar interne wetgeving onder vergelijkbare omstandigheden aan haar eigen verleners van financiële diensten toestemming zou verlenen. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en de vergunning kan uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen, overeenkomstig artikel 182.

Artikel 185. Gegevensverwerking
1.

Elke partij staat verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar haar grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.

2.

Lid 1 doet op generlei wijze afbreuk aan het recht van de partijen om persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer te beschermen, zolang dit recht niet wordt misbruikt om deze overeenkomst te omzeilen.

3.

Elke partij zorgt voor de vaststelling of handhaving van passende waarborgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de grondrechten en de vrijheid van natuurlijke personen, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens.

Artikel 186. Specifieke uitzonderingen
1.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden in het kader van een pensioenregeling van de overheid of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens de interne regelgeving van die partij in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

2.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere openbare instantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

3.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden voor rekening van of met garantiestelling door of gebruikmaking van de financiële middelen van de partij of haar openbare instanties.

Artikel 187. Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelname aan dan wel toegang tot een zelfregulerend lichaam, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, clearinmaatschappijen of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 144 en 150 worden nageleefd.

Artikel 188. Clearing- en betalingssystemen

Onder de voorwaarden voor toekenning van nationale behandeling als bedoeld in de artikelen 144 en 150, verschaft elke partij aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten van de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt geen toegang te verschaffen tot de faciliteiten van kredietverstrekker in laatste instantie van een partij.

Artikel 189. Financiële stabiliteit en regulering van financiële diensten in de Republiek Armenië

De partijen erkennen het belang van een adequate regulering van de financiële diensten om de financiële stabiliteit, eerlijke en efficiënte markten en de bescherming van investeerders, depositohouders, polishouders of personen jegens wie door verleners van financiële diensten een fiduciaire verplichting is aangegaan, te garanderen. Voor deze regulering van de financiële diensten bieden de internationale normen voor beste praktijkstandaarden het algemene ijkpunt, met name de manier waarop zij worden toegepast in de Europese Unie. In die context past de Republiek Armenië haar regulering van de financiële diensten in voorkomend geval aan de wetgeving van de Europese Unie aan.

ONDERAFDELING VII. VERVOERSDIENSTEN

Artikel 190. Toepassingsgebied en doelstellingen

Deze onderafdeling bevat de beginselen voor de liberalisering, op grond van met de afdelingen B, C en D, van internationale vervoersdiensten.

Artikel 191. Definities
1.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van de afdelingen B, C, en D, gelden de volgende definities:

  • a. „internationaal zeevervoer”: vervoer van deur tot deur en multimodaal vervoer, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan één wijze van vervoer, waaronder vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht om rechtstreeks met dienstverleners voor andere wijzen van vervoer contracten te sluiten;
  • b. „behandeling van zeevracht”: activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de directe activiteiten van dokwerkers, wanneer dezen niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zelf in dienst zijn genomen. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:
  • i. het laden of lossen van schepen;
  • ii. het sjorren of losmaken van vracht;
  • iii. het in ontvangst nemen of afleveren en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing;
  • c. „douaneafhandeling” (ook wel genoemd „in- en uitklaring”): de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde partij met betrekking tot in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit is van de dienstverlener of een gebruikelijke aanvulling op de hoofdactiviteit;
  • d. „diensten in verband met de opslag van containers”: de opslag van containers op haventerreinen of verder landinwaarts, om deze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping;
  • e. „diensten van scheepsagenten”: activiteiten waarbij de zakelijke belangen van een of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:
  • i. marketing en verkoop van diensten van zeevervoer en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het kopen en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie; alsmede
  • ii. het optreden namens maatschappijen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht;
  • f. „expediteursdiensten”: de activiteit waarbij namens een verzender de verscheping wordt georganiseerd en gevolgd, door vervoersdiensten en aanverwante diensten te contracteren, documenten op te stellen en bedrijfsinformatie te verschaffen; alsmede
  • g. „feederdiensten”: het vervoer voorafgaand aan en na het internationale vrachtvervoer over zee, met name in containers, tussen in een partij gelegen havens.
2.

Aangaande het internationale zeevervoer dragen de partijen zorg voor de effectieve toepassing van het beginsel van onbeperkte toegang tot lading op commerciële basis, van het vrij verrichten van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer, en van nationale behandeling bij de levering van deze diensten.

3.

Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:

  • a. past elke partij het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminerende grondslag daadwerkelijk toe; alsmede
  • b. kent elke partij aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of worden geëxploiteerd door dienstverleners uit de andere partij, een niet minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan haar eigen vaartuigen of aan die van een derde land toekent indien deze behandeling gunstiger is, voor, onder meer, de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en havendiensten, het gebruik van hulpdiensten voor zeevervoer, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losinstallaties.
4.

Bij het toepassen van de in lid 3 beschreven beginselen geldt het volgende:

  • a. elke partij neemt in toekomstige overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen op met betrekking tot internationale zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, en zij beëindigt binnen een redelijke termijn dergelijke vrachtverdelingsregelingen wanneer deze in eerdere overeenkomsten voorkomen; alsmede
  • b. de partijen heffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op die een verkapte beperking kunnen zijn van of een discriminatoir effect kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer, en zij zien af van invoering ervan.
5.

Elke partij staat toe dat verleners van diensten voor internationaal zeevervoer uit de andere partij een vestiging op haar grondgebied hebben, onder voorwaarden van vestiging en exploitatie die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners van derde landen toekent, indien deze laatste betere voorwaarden genieten.

6.

Elke partij staat verleners van diensten voor internationaal zeevervoer uit de andere partij op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toe gebruik te maken van de volgende havendiensten: loodsen, hulp van duw- en sleepboten, bevoorrading, brandstof- en waterlevering, ophalen en verwerking van afval, kapiteinsdiensten, navigatiehulp, faciliteiten voor noodreparaties, verankering en aan- en afmeren, diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water- en elektriciteitsvoorzieningen.

7.

Elke partij staat het verplaatsen van materiaal zoals lege containers die niet worden vervoerd als vracht tegen betaling, toe tussen havens van de Republiek Armenië of tussen havens van een lidstaat.

8.

Elke partij staat, mits de bevoegde autoriteit daarvoor toestemming heeft verleend, verleners van diensten voor internationaal zeevervoer uit de andere partij toe om “feederdiensten“ tussen haar interne havens te verlenen.

Artikel 192. Geleidelijke aanpassing

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake vervoersdiensten aan die van de Europese Unie.

AFDELING F. ELEKTRONISCHE HANDEL

ONDERAFDELING I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 193. Doelstelling en beginselen
1.

De partijen erkennen dat de elektronische handel de handelsmogelijkheden in veel sectoren verruimt en zij streven ernaar de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handelsverkeer te bevorderen, in het bijzonder door samenwerking op het gebied van de vraagstukken die elektronische handel in het kader van dit hoofdstuk met zich meebrengt.

2.

De partijen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de elektronische handel volledig in overeenstemming moet zijn met de strengste internationale normen inzake gegevensbescherming, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers vertrouwen in de elektronische handel hebben.

3.

De partijen komen overeen dat elektronische transmissies worden beschouwd als dienstverlening in de zin van afdeling C, die niet aan douanerechten kan worden onderworpen.

Artikel 194. Regelgevingsaspecten van elektronische handel
1.

De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met de elektronische handel. De dialoog betreft onder meer de volgende kwesties:

  • a. de erkenning van aan het publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en de facilitering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;
  • b. de aansprakelijkheid van de aanbieders van intermediaire diensten bij de doorgifte of opslag van informatie:
  • i. de behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie; alsmede
  • ii. consumentenbescherming op het gebied van de elektronische handel; alsmede
  • c. andere kwesties die voor de ontwikkeling van de elektronische handel van belang zijn.
2.

Deze dialoog kan worden gevoerd door middel van een uitwisseling van informatie over de wetgeving van elke partij inzake de aangelegenheden als bedoeld in lid 1 en ook inzake de tenuitvoerlegging van dit soort wetgeving.

ONDERAFDELING II. AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel 195. Gebruik van diensten van intermediairs

Beide partijen erkennen dat derde partijen voor activiteiten die een inbreuk vormen op hun binnenlandse wetgeving, gebruik kunnen maken van de diensten van intermediairs. Om rekening te houden met deze mogelijkheid keurt elke partij de in deze onderafdeling genoemde aansprakelijkheidsmaatregelen voor de aanbieders van diensten van intermediairs goed of handhaaft deze.

Artikel 196. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat deze aanbieder:

  • a. niet het initiatief tot doorgifte neemt;
  • b. de ontvanger van de doorgegeven informatie niet selecteert; alsmede
  • c. de doorgegeven informatie niet selecteert of wijzigt.
2.

Het doorgeven van informatie en het verschaffen van toegang in de zin van lid 1 omvatten de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van de doorgegeven informatie, voor zover deze uitsluitend dient om de doorgifte in het communicatienetwerk te bewerkstelligen en niet langer duurt dan redelijkerwijs voor die doorgifte nodig is.

3.

Dit artikel belet niet dat een rechtbank of administratieve instantie in overeenstemming met het rechtsstelsel van elke partij kan verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of verhindert.

Artikel 197. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van die informatie, wanneer deze opslag enkel geschiedt om latere doorgifte van die informatie aan andere afnemers van de dienst op hun verzoek doeltreffender te maken, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. de informatie niet wijzigt;
  • b. de toegangsvoorwaarden voor de informatie in acht neemt;
  • c. de alom erkende en in de bedrijfstak gangbare regels betreffende de bijwerking van de informatie naleeft;
  • d. niets wijzigt aan het alom erkende en in de bedrijfstak gangbare rechtmatige gebruik van technologie voor het verkrijgen van gegevens over het gebruik van de informatie; alsmede
  • e. prompt handelt om de door de aanbieder opgeslagen informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken, zodra hij er daadwerkelijk kennis van heeft dat de informatie verwijderd werd van de plaats waar zij zich oorspronkelijk in het net bevond of de toegang ertoe onmogelijk werd gemaakt, of dat een rechtbank of administratieve autoriteit heeft gelast de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
2.

Dit artikel belet niet dat een rechtbank of administratieve instantie in overeenstemming met het rechtsstelsel van elke partij kan verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of voorkomt.

Artikel 198. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”
1.

De partijen zorgen ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie en, wanneer het een schadevergoedingsvordering betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteit of informatie duidelijk blijkt; of,
  • b. zodra hij van het bovenbedoelde daadwerkelijk kennis heeft of besef krijgt, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
2.

Lid 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de aanbieder van de dienst handelt.

3.

Dit artikel belet niet dat een rechtbank of administratieve instantie in overeenstemming met het rechtsstelsel van elke partij kan verlangen dat de aanbieder van een dienst een inbreuk beëindigt of voorkomt, en evenmin dat een partij procedures kan vaststellen om informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

Artikel 199. Geen algemene toezichtverplichting
1.

De partijen leggen de aanbieders van de diensten geen algemene verplichting op om bij het aanbieden van de in de artikelen 196, 197 en 198 bedoelde diensten toezicht te houden op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te gaan zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden.

2.

Elke partij kan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij verplichten om de bevoegde overheidsautoriteiten onverwijld in kennis te stellen van vermeende onwettige activiteiten of informatie van de afnemers van hun dienst, of verplichten om de bevoegde autoriteiten op hun verzoek informatie te verstrekken die kan dienen tot het achterhalen van afnemers van hun dienst waarmee zij een opslagovereenkomst hebben.

SECTIE G. UITZONDERINGEN

Artikel 200. Algemene uitzonderingen
1.

Onverminderd de algemene uitzonderingen waarin deze overeenkomst voorziet, gelden voor dit hoofdstuk de uitzonderingen die in de leden 2 en 3 worden gespecificeerd.

2.

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het recht van vestiging of van grensoverschrijdende dienstverlening vormen, kan geen enkele bepaling van dit hoofdstuk zodanig worden uitgelegd dat zij een beletsel vormt voor het vaststellen of toepassen door een partij van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde;
  • b. noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten;
  • c. betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor binnenlandse ondernemers of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;
  • d. noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;
  • e. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met dit hoofdstuk, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:
  • i. het voorkómen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;
  • ii. de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen; of
  • iii. de veiligheid; of
  • f. strijdig zijn met de artikelen 144 en 150, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, ondernemers of dienstverleners uit de andere partij24)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen, omvatten maatregelen die een partij op grond van haar belastingstelsel neemt en die:i.van toepassing zijn op ondernemers en dienstverleners die geen ingezetenen zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die hun oorsprong vinden of geschieden op het grondgebied van de partij;ii.van toepassing zijn op niet-ingezetenen om ervoor te zorgen dat belastingen op het grondgebied van de partij kunnen worden opgelegd of geïnd;iii.van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, inclusief handhavingsbepalingen;iv.van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruikers verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van de partij hebben, kunnen worden opgelegd of geïnd;v.een onderscheid maken tussen enerzijds ondernemers en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten, en anderzijds andere ondernemers en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de heffingsgrondslag tussen hen; ofvi.inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de partij te behouden.De belastingvoorwaarden of -concepten onder f) en in deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten, dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten van het interne recht van de partij die de maatregel neemt..
3.

Dit hoofdstuk en bijlage VIII bij deze overeenkomst zijn niet van toepassing op de sociale-zekerheidsstelsels van de partijen of op activiteiten op het grondgebied van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.

Artikel 201. Belastingmaatregelen

De meestbegunstigingsbehandeling die ingevolge dit hoofdstuk wordt toegekend, is niet van toepassing op de belastingbehandeling die de partijen geven of in de toekomst zullen geven op basis van overeenkomsten tussen hen ter voorkoming van dubbele belasting.

Artikel 202. Uitzonderingen met betrekking tot de veiligheid

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat zij:

  • a. een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken, wanneer zij meent dat openbaarmaking van die gegevens in strijd is met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;
  • b. een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:
  • i. verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogstuig;
  • ii. betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;
  • iii. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of
  • iv. in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of
  • c. een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van de verplichtingen die zij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

SECTIE H. INVESTERINGEN

Artikel 203. Evaluatie

Om bilaterale investeringen te vergemakkelijken, evalueren de partijen gezamenlijk het klimaat en het wettelijke kader voor investeringen, uiterlijk binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en met regelmatige tussenpozen daarna. Op basis van die evaluatie overwegen de partijen of het mogelijk is onderhandelingen te openen over een aanvulling van deze overeenkomst met bepalingen inzake investeringen, met inbegrip van de bescherming van investeringen.

HOOFDSTUK 6. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel 204. Lopende betalingen

De partijen staan overeenkomstig de artikelen van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds toe dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië worden verricht in vrij converteerbare valuta, en stellen geen beperkingen dienaangaande vast.

Artikel 205. Kapitaalverkeer
1.

Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met directe investeringen25)Met inbegrip van de verwerving van onroerend goed in verband met directe investeringen. die volgens het recht van het gastland zijn gedaan en die in overeenstemming zijn met de bepalingen van hoofdstuk 5, alsmede de liquidatie of repatriëring van dergelijk geïnvesteerd kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.

2.

Wat niet door lid 1 bestreken verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans betreft, waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst en onverminderd de overige bepalingen van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met:

  • a. kredieten in verband met commerciële transacties, waaronder het verlenen van diensten waaraan een ingezetene van een van de partijen deelneemt;
  • b. leningen en kredieten van de investeerders uit de andere partij; alsmede
  • c. kapitaalparticipatie in een rechtspersoon, als bedoeld in artikel 142, zonder de intentie duurzame economische banden aan te knopen of te handhaven.
3.

Onverminderd hetgeen elders in deze overeenkomst is bepaald, voeren de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en op lopende betalingen tussen ingezetenen van de Europese Unie en van de Republiek Armenië en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere beperkingen aan.

Artikel 206. Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het kapitaalverkeer vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde; of
  • b. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:
  • i. het voorkomen van overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken, of noodzakelijk zijn om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren (faillissement, insolventie en crediteurenbescherming);
  • ii. maatregelen vastgesteld of gehandhaafd ter waarborging van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van een partij;
  • iii. de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, opties, futures of andere derivaten;
  • iv. financiële verslaglegging of registratie van overdrachten, wanneer die registratie nodig is ter ondersteuning van met de rechtshandhaving of financiële regelgeving belaste instanties; of
  • v. waarborging van naleving van beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures.
Artikel 207. Vrijwaringsmaatregelen

Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden bestaan met betrekking tot, in het geval van de Republiek Armenië, het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid, of, in het geval van de Europese Unie, de werking van de economische en monetaire unie, of wanneer een partij ernstige moeilijkheden ervaart met betrekking tot de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie, of dergelijke moeilijkheden dreigen te ontstaan, kan de betrokken partij voor een periode van ten hoogste één jaar strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van kapitaalbewegingen, betalingen of overdrachten tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië treffen. De partij die de vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de intrekking van deze maatregelen voor.

Artikel 208. Facilitering

De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK 7. INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING A. DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)