Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds
Tenzij de partijen binnen vijf dagen na de datum van aanwijzing van de arbiters anders overeenkomen, luidt de taakomschrijving van het arbitragepanel als volgt:
„In het licht van de desbetreffende bepalingen van titel V van deze overeenkomst waarop de partijen bij het geschil zich beroepen, de aangelegenheid onderzoeken die in het verzoek om instelling van het arbitragepanel is beschreven, zich uitspreken over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met de genoemde relevante bepalingen en een verslag uitbrengen overeenkomstig de artikelen 324, 325, 326 en 338 van deze overeenkomst.”.
De partijen stellen het arbitragepanel binnen drie dagen in kennis van de overeengekomen taakomschrijving.
Artikel 323. Voorlopige uitspraak van het arbitragepanel bij dringendheid
Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen 10 dagen na zijn instelling uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht. Een dergelijk verzoek aan het arbitragepanel wordt tegelijkertijd aan de andere partij meegedeeld.
Artikel 324. Verslagen van het arbitragepanel
Het arbitragepanel legt een tussentijds verslag voor aan de partijen over de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen en de beweegredenen die aan de bevindingen en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen.
Een partij kan binnen 14 dagen na ontvangst van het verslag het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij meegedeeld.
Het arbitragepanel kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijke opmerkingen van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken.
Het eindverslag van het arbitragepanel bevat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de bepalingen van deze titel en de beweegredenen die aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggen. Het eindverslag bevat een toereikende bespreking van de argumenten die zijn ingeroepen gedurende de fase van de tussentijdse beoordeling en een duidelijk antwoord op de vragen en opmerkingen van de partijen.
Artikel 325. Tussentijds verslag van het arbitragepanel
Uiterlijk 90 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel, legt het een tussentijds verslag voor aan de partijen. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Partnerschapscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het arbitragepanel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijds verslag later dan 120 dagen na de instelling van het arbitragepanel worden uitgebracht.
In dringende gevallen, als bedoeld in artikel 323, zoals wanneer het bederfelijke waren, seizoensgebonden goederen of diensten of energie-gerelateerde aangelegenheden betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijdse verslag binnen 45, maar in geen geval later dan 60 dagen na de datum van zijn instelling voor te leggen.
Een partij kan binnen 14 dagen na ontvangst van het tussentijdse verslag het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten te heroverwegen, overeenkomstig artikel 324, lid 2. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij meegedeeld. Een partij kan binnen 7 dagen na ontvangst van het schriftelijke verzoek van de andere partij aan het arbitragepanel aantekeningen daarbij maken.
Artikel 326. Eindverslag van het arbitragepanel
Uiterlijk 120 dagen na de datum van instelling legt het arbitragepanel een eindverslag voor aan de partijen en het Partnerschapscomité. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Partnerschapscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het arbitragepanel zijn eindverslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval wordt het eindverslag later dan 150 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel voorgelegd.
In dringende gevallen, als bedoeld in artikel 323, zoals wanneer het bederfelijke waren, seizoensgebonden goederen of diensten of energie-gerelateerde aangelegenheden betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om binnen 60 dagen na de datum van zijn instelling kennis te geven van zijn eindverslag. In geen geval wordt het eindverslag later dan 75 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel voorgelegd.
ONDERAFDELING II. NALEVING
Artikel 327. Naleving van het eindverslag van het arbitragepanel
De partij waartegen de klacht is gericht, neemt de nodige maatregelen om het eindverslag van het arbitragepanel zo spoedig mogelijk en te goeder trouw na te leven, teneinde te voldoen aan de bepalingen van deze titel.
Artikel 328. Redelijke termijn voor naleving
Indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is, trachten de partijen overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen het eindverslag moet worden nageleefd. In dat geval stelt de partij waartegen de klacht is gericht, uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het eindverslag de klagende partij en het Partnerschapscomité in kennis van de tijd die zij nodig heeft om het verslag na te kunnen leven („redelijke termijn”).
Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn, kan de klagende partij, binnen 20 dagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 1, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij en aan het Partnerschapscomité meegedeeld. Uiterlijk 20 dagen na ontvangst van het verzoek legt het arbitragepanel zijn besluit over een redelijke termijn voor aan de partijen en aan het Partnerschapscomité.
De partij waartegen de klacht is gericht, stelt de klagende partij schriftelijk in kennis van haar vorderingen met betrekking tot de naleving van het eindverslag. Deze kennisgeving geschiedt schriftelijk, ten minste één maand voor afloop van de redelijke termijn.
De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.
Artikel 329. Onderzoek van maatregelen tot naleving van het eindverslag van het arbitragepanel
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Partnerschapscomité in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen tot naleving van het eindverslag. Deze kennisgeving geschiedt voor het einde van de redelijke termijn.
Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over het bestaan van een maatregel waarvan overeenkomstig lid 1 kennis is gegeven, of over de vraag of die maatregel verenigbaar is met de bepalingen van deze titel, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. De partij waartegen de klacht gericht is en het Partnerschapscomité worden tegelijkertijd van dit verzoek in kennis gesteld. In dat verzoek wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat en waarom deze maatregel onverenigbaar is met de bedoelde bepalingen, op zodanige wijze dat de rechtsgrond van de klacht duidelijk is. Uiterlijk 45 dagen na ontvangst van het verzoek legt het arbitragepanel zijn verslag voor aan de partijen en aan het Partnerschapscomité.
Artikel 330. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
Indien de partij waartegen de klacht is gericht, niet voor afloop van de redelijke termijn kennis geeft van een maatregel die zij heeft getroffen om het eindverslag van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat er geen dergelijke maatregel is getroffen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 329, lid 1, kennis is gegeven, niet verenigbaar is met de verplichtingen van de partij krachtens de bepalingen van deze titel, biedt de partij waartegen de klacht is gericht de klagende partij, op verzoek van en na overleg met deze laatste, een compensatie aan.
Indien de klagende partij besluit niet om een aanbod voor tijdelijke compensatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel te verzoeken of, wanneer zij wel daarom verzoekt maar de partijen geen akkoord over compensatie bereiken binnen 30 dagen na afloop van de redelijke termijn of de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel op grond van artikel 329, lid 2, heeft de klagende partij het recht, na kennisgeving aan de andere partij en het Partnerschapscomité, de verplichtingen uit hoofde van de bepalingen van deze titel op te schorten. In de kennisgeving wordt gespecificeerd in welke mate de verplichtingen worden opgeschort. Deze mate stemt overeen met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. De klagende partij mag de opschorting 10 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is, toepassen, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is, uit hoofde van lid 3 van dit artikel een verzoek tot arbitrage heeft ingediend.
Indien de partij waartegen de klacht gericht is, van oordeel is dat de geplande mate van opschorting van de verplichtingen niet overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor het verstrijken van de in lid 2 bedoelde periode van 10 dagen meegedeeld aan de klagende partij en aan het Partnerschapscomité. Het oorspronkelijke arbitragepanel maakt zijn verslag over de mate van opschorting van verplichtingen binnen 30 dagen na indiening van het verzoek aan de partijen en het Partnerschapscomité bekend. De verplichtingen worden niet opgeschort voordat het oorspronkelijke arbitragepanel zijn verslag heeft bekendgemaakt. De opschorting stemt overeen met de mate van opschorting die in het verslag van het arbitragepanel wordt aangegeven.
De opschorting van de verplichtingen en de in dit artikel voorziene compensatie zijn van tijdelijke aard en mogen niet meer worden toegepast nadat:
- a. de partijen ingevolge artikel 334 tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen;
- b. de partijen zijn overeengekomen dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 329, lid 1, is kennis gegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht is gericht, in overeenstemming is met de bepalingen van deze titel; of
- c. de maatregel waarvan het arbitragepanel overeenkomstig artikel 329, lid 2, heeft vastgesteld dat deze niet verenigbaar is met de bepalingen van deze titel, is ingetrokken of gewijzigd zodat de maatregel met die bepalingen in overeenstemming is gebracht.
Artikel 331. Onderzoek van nalevingsmaatregelen die zijn getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Partnerschapscomité in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om na de schorsing van concessies of na de toepassing van tijdelijke compensatie, naargelang het geval, het verslag van het arbitragepanel na te leven. Behalve in de in lid 2 bedoelde gevallen beëindigt de klagende partij de schorsing van concessies binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving. In de gevallen waarin compensatie is geboden, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde gevallen, kan de partij waartegen de klacht gericht is, binnen 30 dagen na haar kennisgeving dat zij heeft voldaan aan het verslag van het arbitragepanel, die compensatie beëindigen.
Indien de partijen binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de vraag of de maatregel waarvan is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is, in overeenstemming met de bedoelde bepalingen handelt, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij en aan het Partnerschapscomité meegedeeld. Het arbitragepanel legt zijn verslag binnen 45 dagen na de indiening van het verzoek voor aan de partijen en aan het Partnerschapscomité. Indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven in overeenstemming is met de bepalingen van deze titel, wordt de opschorting van de verplichtingen of de compensatie, naargelang het geval, beëindigd. Indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan de partij waartegen de klacht gericht is, kennis heeft gegeven uit hoofde van lid 1, niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze titel, wordt de mate van opschorting van de verplichtingen of van de compensatie, naargelang het geval, aangepast in het licht van het verslag van het arbitragepanel.
ONDERAFDELING III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 332. Vervanging van arbiters
Indien in een in het kader van dit hoofdstuk gevoerde arbitrageprocedure het oorspronkelijke arbitragepanel niet in staat is of een of meer leden ervan niet in staat zijn om aan de werkzaamheden van het panel deel te nemen, zich terugtrekken of moeten worden vervangen wegens schending van de gedragscode, is de procedure van artikel 321 van toepassing. De termijn voor kennisgeving van het verslag kan worden verlengd met de tijd die nodig is om een nieuwe arbiter te benoemen, maar in geen geval met meer dan 20 dagen.
Artikel 333. Schorsing en beëindiging van arbitrage- en nalevingsprocedures
Het arbitragepanel kan op verzoek van beide partijen te allen tijde zijn werkzaamheden schorsen gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan 12 opeenvolgende maanden mag bedragen. Op schriftelijk verzoek van alle partijen respectievelijk een van de partijen hervat het zijn werkzaamheden vóór respectievelijk aan het einde van deze periode. De partij die het verzoek indient, stelt de voorzitter van het Partnerschapscomité en de andere partij hiervan in kennis. Indien een partij bij het verstrijken van de overeengekomen schorsingsperiode het arbitragepanel niet verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, wordt de procedure beëindigd. Indien de werkzaamheden van het arbitragepanel worden geschorst, worden de relevante termijnen in dit hoofdstuk verlengd met hetzelfde aantal dagen als de opschorting van de werkzaamheden heeft geduurd.
Artikel 334. Onderling overeengekomen oplossing
De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen.
Indien een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt tijdens de procedures van het arbitragepanel of tijdens een bemiddelingsprocedure, stellen de partijen gezamenlijk het Partnerschapscomité en de voorzitter van het arbitragepanel of de bemiddelaar daarvan in kennis, naargelang het geval. Na deze kennisgeving worden de procedures van het arbitragepanel of de bemiddelingsprocedure stopgezet.
Elke partij neemt de maatregelen die nodig zijn om de onderling overeengekomen oplossing binnen de overeengekomen termijn ten uitvoer te leggen. Niet later dan na afloop van de overeengekomen termijn stelt de uitvoerende partij de andere partij schriftelijk in kennis van alle maatregelen die zij heeft genomen om de onderling overeengekomen oplossing ten uitvoer te leggen.
Artikel 335. Reglement van orde en gedragscode
Op de procedures voor de geschillenbeslechting in het kader van dit hoofdstuk zijn dit hoofdstuk, het reglement van orde en de gedragscode van toepassing.
Het Partnerschapscomité keurt op zijn eerste vergadering bij besluit het reglement van orde en de gedragscode goed en kan besluiten tot wijzigingen daarvan.
Alle hoorzittingen van het arbitragepanel zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij in het reglement van orde anders wordt bepaald.
Artikel 336. Informatie en technisch advies
Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij, dat tegelijk aan het arbitragepanel en aan de andere partij is meegedeeld, of op eigen initiatief, alle inlichtingen inwinnen die het voor de uitoefening van zijn taken nuttig acht, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen. De partijen antwoorden onverwijld en volledig op elk verzoek om informatie van het arbitragepanel.
Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij, dat tegelijk aan het arbitragepanel en aan de andere partij is meegedeeld, of op eigen initiatief, alle inlichtingen inwinnen die het voor de uitoefening van zijn taken nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen.
Op het grondgebied van een partij gevestigde natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen overeenkomstig het reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen.
Alle in het kader van dit artikel verkregen informatie moet voor commentaar aan elk van de partijen worden voorgelegd.
Artikel 337. Interpretatieregels
Het arbitragepanel legt de bepalingen van deze titel uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969 zijn neergelegd. Het arbitragepanel neemt tevens de relevante interpretaties in aanmerking uit de WTO-panelverslagen en de verslagen van de Beroepsinstantie die zijn goedgekeurd door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO. De verslagen van het arbitragepanel kunnen de rechten en plichten van de partijen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.
Artikel 338. Besluiten en verslagen van het arbitragepanel
Het arbitragepanel stelt alles in het werk om besluiten bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen. In geen geval worden afwijkende meningen van arbiters openbaar gemaakt.
Het eindverslag van het arbitragepanel bevat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen en de beweegredenen die aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggen.
De uitspraken en verslagen van het arbitragepanel zijn onvoorwaardelijk bindend voor de partijen en scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke personen of rechtspersonen.
Het Partnerschapscomité maakt de verslagen van het arbitragepanel openbaar, waarbij vertrouwelijke informatie moet worden beschermd, zoals bepaald in het reglement van orde.
AFDELING D. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 339. Lijsten van arbiters
Het Partnerschapscomité stelt op basis van voorstellen van de partijen uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste 15 personen die bereid en geschikt zijn om als arbiter op te treden. Deze lijst bestaat uit 3 sublijsten: één sublijst voor elke partij en een sublijst van personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en als voorzitter van het arbitragepanel optreden. Elke sublijst bevat ten minste 5 personen. Het Partnerschapscomité ziet erop toe dat de lijst te allen tijde uit dit aantal personen blijft bestaan.
De arbiters beschikken over aantoonbare deskundigheid op het gebied van het recht, de internationale handel en andere onderwerpen waarop de bepalingen van deze titel betrekking hebben. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies aan van enige organisatie of regering, zijn niet verbonden aan de regering van een van de partijen en houden zich aan de gedragscode. De voorzitter beschikt ook over ervaring met procedures voor geschillenbeslechting.
Het Partnerschapscomité kan aanvullende lijsten van 15 personen met kennis van en ervaring in specifieke, onder de bepalingen van deze titel vallende sectoren opstellen. Met instemming van de partijen worden die aanvullende lijsten gebruikt voor de samenstelling van het arbitragepanel overeenkomstig de procedure van artikel 321.
Artikel 340. Forumkeuze
Indien in verband met een specifieke maatregel een geschil ontstaat over een mogelijke inbreuk op een verplichting in het kader van deze overeenkomst, en een in wezen gelijkwaardige verplichting uit hoofde van een andere internationale overeenkomst waarbij beide partijen partij zijn, met inbegrip van de WTO-Overeenkomst, kiest de partij die de procedure inleidt, het forum om het geschil bij te leggen.
Zodra een partij het forum heeft gekozen en de procedures voor de geschillenbeslechting uit hoofde van dit hoofdstuk of uit hoofde van een andere internationale overeenkomst heeft ingeleid, stelt deze partij met betrekking tot de specifieke maatregel als bedoeld in lid 1, niet ook een procedure in voor de geschillenbeslechting uit hoofde van de andere overeenkomst, tenzij het eerst gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak kan doen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt:
- a. een procedure voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 320 een verzoek tot instelling van een arbitragepanel indient;
- b. een procedure voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de geschillenbeslechting een verzoek om instelling van een panel indient; alsmede
- c. een procedure voor geschillenbeslechting krachtens enige andere overeenkomst geacht te zijn ingeleid overeenkomstig de relevante bepalingen van die overeenkomst.
Onverlet het bepaalde in lid 2, belet deze overeenkomst een partij niet een schorsing van verplichtingen die is toegestaan door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, ten uitvoer te leggen. Er kan geen beroep op de WTO-overeenkomst worden gedaan om te beletten dat een partij de verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk opschort.
Artikel 341. Termijnen
Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen arbitragepanels hun verslagen moeten voorleggen, worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag volgende op die waarop het desbetreffende besluit werd genomen of het desbetreffende feit plaatsvond, tenzij anders bepaald.
De partijen bij het geschil kunnen in onderling overleg alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen wijzigen. Het arbitragepanel kan de partijen te allen tijde voorstellen alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen te wijzigen, met opgave van de redenen daarvoor.
Artikel 342. Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie
De procedure als bedoeld in lid 2 is van toepassing op geschillen die vragen opwerpen over de interpretatie van de bepalingen inzake aanpassing van de artikelen 169, 180, 189 en 192.
Indien een geschil als bedoeld in lid 1 een vraag opwerpt over de interpretatie van een bepaling van recht van de Europese Unie, verzoekt het arbitragepanel het Hof van Justitie van de Europese Unie daarover uitspraak te doen, mits deze vraag noodzakelijk is voor het besluit van het arbitragepanel. In die gevallen worden de termijnen voor het doen van een uitspraak door het arbitragepanel opgeschort totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak heeft gedaan. De uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie is bindend voor het arbitragepanel.
TITEL VII. FINANCIËLE BIJSTAND EN FRAUDEBESTRIJDINGS- EN CONTROLEBEPALINGEN
HOOFDSTUK 1. FINANCIËLE BIJSTAND
Artikel 343
De Republiek Armenië komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante mechanismen en -instrumenten voor financiering van de Europese Unie. De Republiek Armenië kan ook een beroep doen op leningen van de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en andere internationale financiële instellingen. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig dit hoofdstuk.
Artikel 344
De voornaamste beginselen van de financiële bijstand zijn in overeenstemming met de relevante regelgeving betreffende de financiële instrumenten van de Europese Unie.
De prioritaire gebieden voor de financiële bijstand van de Europese Unie worden door de partijen bepaald en vastgelegd in jaarlijkse actieprogramma’s, die, voor zover van toepassing, gebaseerd zijn op meerjarige kaderregelingen waarin de overeengekomen beleidsprioriteiten tot uiting komen. Bij de vaststelling van de bedragen van de bijstand in deze programma's wordt rekening gehouden met de behoeften van de Republiek Armenië, de sectorale capaciteit en de vorderingen met betrekking tot de hervormingen, in het bijzonder op de werkterreinen die vallen onder deze overeenkomst.
Om de beschikbare middelen optimaal te benutten streven de partijen ernaar de bijstand van de Europese Unie uit te voeren in nauwe samenwerking en coördinatie met andere donorlanden, donororganisaties en internationale financiële instellingen en overeenkomstig de internationale beginselen inzake doeltreffendheid van hulp.
Op verzoek van de Republiek Armenië en afhankelijk van de toepasselijke voorwaarden kan de Europese Unie macro-financiële steun verstrekken aan de Republiek Armenië.
Artikel 345
De fundamentele juridische, administratieve en technische grondslag van de financiële bijstand wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen de partijen.
Artikel 346
De Partnerschapsraad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de uitvoering van de financiële bijstand en de impact op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Daartoe zorgen de relevante organen van de partijen op passende wijze en op wederzijdse en permanente basis voor toezicht en evaluatie van informatie.
Artikel 347
De partijen voeren de financiële steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en de Republiek Armenië te beschermen, overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel.
HOOFDSTUK 2. FRAUDEBESTRIJDINGS- EN CONTROLEBEPALINGEN
Artikel 348. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities bepaald in Protocol I bij deze overeenkomst.
Artikel 349. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die worden gesloten tussen de partijen en op alle EU-financieringsinstrumenten waarmee de Republiek Armenië, of andere entiteiten of personen die onder haar rechtsmacht vallen, zich eventueel associëren, zonder afbreuk te doen aan andere aanvullende bepalingen inzake audits, verificaties ter plaatse, inspecties, controles en fraudebestrijdingsmaatregelen, onder andere die van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer.
Artikel 350. Maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden
De partijen nemen doeltreffende maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten in verband met de besteding van EU-middelen, te voorkomen en te bestrijden, onder andere door middel van wederzijdse administratieve en juridische bijstand op de terreinen waarop de overeenkomst van toepassing is.
Artikel 351. Informatie-uitwisseling en verdere samenwerking op operationeel niveau
Met het oog op een goede uitvoering van dit hoofdstuk wisselen de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en de Republiek Armenië regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een van de partijen overleg.
Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding kan met de instanties voor fraudebestrijding van de Republiek Armenië afspraken maken over verdere samenwerking op het vlak van fraudebestrijding met inbegrip van operationele regelingen met de autoriteiten van de Republiek Armenië.
Voor de overdracht en de verwerking van persoonsgegevens is artikel 13 van toepassing.
Artikel 352. Samenwerking met het oog op de bescherming van de euro en de Armeense dram tegen valsemunterij
De bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en de Republiek Armenië werken samen met het oog op een doeltreffende bescherming van de euro en de dram tegen valsemunterij. Deze samenwerking omvat de bijstand die nodig is om valsemunterij van de euro en de dram te voorkomen en te bestrijden, met inbegrip van de uitwisseling van informatie.
Artikel 353. Preventie van fraude, corruptie en onregelmatigheden
Indien de besteding van EU-middelen hun is toevertrouwd, vergewissen de autoriteiten van de Republiek Armenië zich er regelmatig van dat de met EU-middelen gefinancierde acties correct zijn uitgevoerd. Zij nemen passende maatregelen om onregelmatigheden en fraude te voorkomen en ongedaan te maken.
De autoriteiten van de Republiek Armenië nemen passende maatregelen om praktijken van actieve of passieve corruptie te voorkomen en ongedaan te maken en elk belangenconflict te voorkomen in elke fase van de procedure die betrekking heeft op de besteding van EU-middelen.
De autoriteiten van de Republiek Armenië stellen de Europese Commissie in kennis van elke preventief genomen maatregel.
Hiertoe verstrekken de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië aan de Europese Commissie alle informatie met betrekking tot de besteding van EU-middelen en stellen zij de Europese Commissie onverwijld van elke wezenlijke wijziging van hun procedures of systemen in kennis.
Artikel 354. Onderzoek en vervolging
De autoriteiten van de Republiek Armenië zien erop toe dat naar aanleiding van nationale of EU-controles alle vermoedelijke en effectieve gevallen van fraude of corruptie of elke andere onregelmatigheid met inbegrip van belangenconflicten worden onderzocht en vervolgd. In voorkomend geval kan het Europees Bureau voor Fraudebestrijding de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië bijstaan bij het vervullen van deze opdracht.
Artikel 355. Kennisgeving van fraude, corruptie en onregelmatigheden
De autoriteiten van de Republiek Armenië stellen de Europese Commissie onverwijld in kennis van ieder onder hun aandacht gebracht feit inzake vermoede en bewezen gevallen van fraude, corruptie of elke andere onregelmatigheid, met inbegrip van belangenconflicten, die verband houden met de besteding van EU-middelen. Bij vermoeden van fraude of corruptie wordt het Europees Bureau voor Fraudebestrijding hiervan ook in kennis gesteld.
De autoriteiten van de Republiek Armenië brengen ook verslag uit over alle maatregelen die zijn genomen met betrekking tot de in het kader van dit artikel meegedeelde feiten. Indien geen melding moet worden gemaakt van vermoede of bewezen gevallen van fraude, corruptie of elke andere onregelmatigheid, dan stellen de autoriteiten van de Republiek Armenië de Europese Commissie hiervan in kennis tijdens de jaarlijkse vergadering van het relevante subcomité.
Artikel 356. Audits
De Europese Commissie en de Europese Rekenkamer kunnen de wettigheid en de regelmatigheid onderzoeken van alle uitgaven met betrekking tot de besteding van EU-middelen en gaan tevens na of een goed financieel beheer werd gevoerd.
De audits geschieden aan de hand van aangegane betalingsverplichtingen en van gedane betalingen. De audits geschieden aan de hand van stukken en, zo nodig, ter plaatse in de gebouwen van elke entiteit die EU-middelen beheert of betrokken is bij de besteding van deze middelen, met inbegrip van alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die direct of indirect EU-middelen hebben ontvangen. De audits kunnen worden uitgevoerd vóór de indiening van de rekeningen van het desbetreffende begrotingsjaar en gedurende een termijn van vijf jaar na de datum van betaling van het saldo.
Inspecteurs van de Europese Commissie of andere door de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer gemachtigde personen kunnen overgaan tot controles van documenten of tot controles ter plaatse en audits in de lokalen van elke entiteit die de besteding van EU-middelen beheert of hierbij betrokken is, en van hun subcontractanten in de Republiek Armenië.
De Europese Commissie of andere door de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer gemachtigde personen krijgen passende toegang tot locaties, werkzaamheden en documenten, alsmede tot alle nodige informatie, met inbegrip van informatie in elektronische vorm, om deze audits naar behoren te kunnen uitvoeren. Dit recht van toegang wordt meegedeeld aan alle openbare instellingen van de Republiek Armenië en wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten die worden gesloten in uitvoering van de instrumenten waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen.
Bij de uitvoering van hun taken werken de Europese Rekenkamer en de auditinstanties van de Republiek Armenië samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid.
Artikel 357. Controles ter plaatse
In het kader van deze overeenkomst is het Europees Bureau voor Fraudebestrijding gemachtigd om controles en verificaties ter plaatse uit te voeren ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie.
Controles en verificaties ter plaatse worden voorbereid en uitgevoerd door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië.
De autoriteiten van de Republiek Armenië worden tijdig in kennis gesteld van voorwerp, doel en rechtsgrondslag van de controles en verificaties teneinde alle nodige hulp te kunnen verstrekken. Te dien einde kunnen ambtenaren van de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen.
Wanneer de betrokken instanties van de Republiek Armenië dat verlangen, worden de controles en verificaties ter plaatse gezamenlijk door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding en henzelf uitgevoerd.
Wanneer een marktdeelnemer zich verzet tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de autoriteiten van de Republiek Armenië het Europees Bureau voor Fraudebestrijding overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Armenië de nodige assistentie om de aan het Bureau opgedragen controles en verificaties ter plaatse tot een goed einde te kunnen brengen.
Artikel 358. Administratieve maatregelen en sancties
Er kunnen door de Europese Commissie administratieve maatregelen en sancties worden opgelegd aan marktdeelnemers overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie. Ter aanvulling van de in de eerste zin vermelde maatregelen en sancties kunnen de autoriteiten van de Republiek Armenië overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving aanvullende maatregelen en sancties opleggen.
Artikel 359. Terugvordering
Daar waar de besteding van EU-middelen aan de autoriteiten van de Republiek Armenië wordt toevertrouwd, is de Europese Commissie gemachtigd ten onrechte betaalde EU-middelen terug te vorderen, in het bijzonder door middel van financiële correcties. De autoriteiten van de Republiek Armenië nemen passende maatregelen om ten onrechte betaalde EU-middelen terug te vorderen. De Europese Commissie houdt hierbij rekening met de door de autoriteiten van de Republiek Armenië genomen maatregelen om het verlies van de desbetreffende EU-middelen te voorkomen.
In de gevallen als bedoeld in lid 1 raadpleegt de Europese Commissie de Republiek Armenië over de aangelegenheid alvorens een terugvorderingsbesluit te nemen. Betwistingen over terugvordering komen in de Partnerschapsraad aan de orde.
De bepalingen van deze titel die voor personen, met uitzondering van staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen in de Republiek Armenië een executoriale titel overeenkomstig de volgende beginselen:
- a. de tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de Republiek Armenië. De executoriale titel wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de beslissing tot tenuitvoerlegging, afgegeven door de nationale autoriteit die daartoe door de regering van de Republiek Armenië wordt aangewezen. De regering van de Republiek Armenië stelt de Europese Commissie en het Hof van Justitie van de Europese Unie in kennis van de identiteit van die nationale autoriteit;
- b. nadat de in punt a) bedoelde formaliteiten op verzoek van de Europese Commissie zijn vervuld, kan de Europese Commissie de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving van de Republiek Armenië voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde autoriteit;
- c. het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd voor de controle van de rechtsgeldigheid van de executoriale titel. De tenuitvoerlegging kan uitsluitend worden geschorst door een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Europese Commissie stelt de autoriteiten van de Republiek Armenië in kennis van elk besluit van het Hof van Justitie van de Europese Unie om de tenuitvoerlegging op te schorten. De behandeling van klachten met betrekking tot de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging behoort tot de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de Republiek Armenië.
Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vormen onder dezelfde voorwaarden een executoriale titel.
Artikel 360. Vertrouwelijkheid
Ingevolge dit hoofdstuk meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt beschermd op dezelfde wijze als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het recht van de Republiek Armenië en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de instellingen van de Europese Unie. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de instellingen van de Europese Unie, in de lidstaten of in de Republiek Armenië op grond van hun functie van deze informatie op de hoogte moeten zijn, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.
Artikel 361. Aanpassing van de wetgeving
De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XII en volgens de bepalingen van die bijlage.
TITEL VIII. INSTITUTIONELE BEPALINGEN, ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK 1. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 362. Partnerschapsraad
Er wordt een Partnerschapsraad opgericht. De Partnerschapsraad houdt toezicht op en toetst regelmatig de uitvoering van deze overeenkomst.
De Partnerschapsraad is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen op ministerieel niveau en komt regelmatig bijeen, ten minste eenmaal per jaar en verder wanneer de omstandigheden zulks vereisen. De Partnerschapsraad komt bijeen in een samenstelling die in onderling overleg wordt bepaald.
De Partnerschapsraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang, teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken.
De Partnerschapsraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
De Partnerschapsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Armenië.
Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, heeft de Partnerschapsraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. De besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Partnerschapsraad kan tevens aanbevelingen doen. De Partnerschapsraad stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in overleg tussen de partijen, mits deze hun respectievelijke interne procedures hebben voltooid.
De Partnerschapsraad is een forum voor uitwisseling van informatie over de wetgeving van de Europese Unie en de Republiek Armenië, zowel wetgeving die in voorbereiding is als wetgeving die van kracht is, en over de maatregelen ter uitvoering, afdwinging en naleving ervan.
De Partnerschapsraad is bevoegd om de bijlagen bij te werken of te wijzigen, zonder afbreuk te doen aan eventuele specifieke bepalingen uit hoofde van titel VI.
Artikel 363. Partnerschapscomité
Er wordt een Partnerschapscomité opgericht. Het Partnerschapscomité staat de Partnerschapsraad bij in de uitvoering van zijn taken en werking.
Het Partnerschapscomité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
Het Partnerschapscomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Armenië.
De Partnerschapsraad stelt in zijn reglement van orde de taken en de werking van het Partnerschapscomité vast; in ieder geval behoort de voorbereiding van de vergaderingen van de Partnerschapsraad tot de taken van het Partnerschapscomité. Het Partnerschapscomité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.
De Partnerschapsraad kan bevoegdheden overdragen aan het Partnerschapscomité, waaronder de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen.
Het Partnerschapscomité kan besluiten vaststellen op gebieden waar de Partnerschapsraad bevoegdheden aan het comité heeft gedelegeerd en in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet. Die besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Partnerschapscomité stelt zijn besluiten vast in overleg tussen de partijen, met gepaste eerbiediging voor de voltooiing van de respectievelijke interne procedures van de partijen.
Het Partnerschapscomité komt in een specifieke samenstelling bijeen voor de bespreking van alle onderwerpen met betrekking tot titel VI. Het Partnerschapscomité komt in deze samenstelling ten minste eenmaal per jaar bijeen.
Artikel 364. Subcomités en andere organen
Het Partnerschapscomité wordt bijgestaan door de in het kader van deze overeenkomst opgerichte subcomités en andere organen.
De Partnerschapsraad kan besluiten op specifieke terreinen subcomités of andere organen in te stellen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst, en hij bepaalt de samenstelling, taken en werking van die organen.
De subcomités brengen regelmatig verslag uit over hun activiteiten aan het Partnerschapscomité.
Het bestaan van subcomités belet de partijen niet een aangelegenheid rechtstreeks aan het Partnerschapscomité voor te leggen, ook in zijn specifieke samenstelling voor handel.
Artikel 365. Parlementair Partnerschapscomité
Er wordt een Parlementair Partnerschapscomité ingesteld. Het bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van de Nationale Vergadering van de Republiek Armenië, anderzijds, en dient als forum waar die leden elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het komt met zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
Het Parlementair Partnerschapscomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het voorzitterschap van het Parlementair Partnerschapscomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van de Armeense Nationale Vergadering, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
Het Parlementair Partnerschapscomité kan bij de Partnerschapsraad inlichtingen inwinnen over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst; de Partnerschapsraad verstrekt het Parlementair Partnerschapscomité de verlangde informatie.
Het Parlementair Partnerschapscomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Partnerschapsraad.
Het Parlementair Partnerschapscomité kan aanbevelingen doen aan de Partnerschapsraad.
Het Parlementair Partnerschapscomité kan Parlementaire partnerschapssubcomités instellen.
Artikel 366. Platform van maatschappelijke organisaties
De partijen moedigen regelmatige bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van hun maatschappelijke organisaties aan om hen te informeren over of hun inbreng te verzamelen voor de uitvoering van deze overeenkomst.
Er wordt een platform van maatschappelijke organisaties opgericht. Het platform dient als forum om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen en bestaat uit vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties van de Europese Unie, met onder meer leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité, en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, netwerken en platformen van Armenië, inclusief het nationale platform van het Oostelijk Partnerschap. Het komt met zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
Het platform van maatschappelijke organisaties stelt zijn eigen reglement van orde vast. Dit reglement van orde omvat onder meer de beginselen van transparantie, inclusiviteit en roulatie.
Het voorzitterschap van het platform van maatschappelijke organisaties wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de maatschappelijke organisaties van de Republiek Armenië, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
Het platform van maatschappelijke organisaties wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Partnerschapsraad.
Het platform van maatschappelijke organisaties kan aanbevelingen doen aan de Partnerschapsraad, het Partnerschapscomité en het Parlementair partnerschapscomité.
Het Partnerschapscomité en het Parlementair partnerschapscomité organiseren regelmatige contacten met de vertegenwoordigers van het platform van maatschappelijke organisaties om hun standpunten inzake de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst te vernemen.
HOOFDSTUK 2. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 367. Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties
Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgt elke partij ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang hebben tot de bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties, ter verdediging van hun individuele rechten en eigendomsrechten.
Artikel 368. Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen
Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:
- a. een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken wanneer zij meent dat openbaarmaking van deze gegevens in strijd is met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;
- b. een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:
- i. verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogstuig;
- ii. betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;
- iii. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of
- iv. in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen,
- c. een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van haar verplichtingen in het kader van de VN-Handvest met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
Artikel 369. Niet-discriminatie
Op de door deze overeenkomst bestreken gebieden en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:
- a. de regelingen die de Republiek Armenië ten opzichte van de Europese Unie of haar lidstaten toepast, geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de lidstaten of hun natuurlijke personen of hun rechtspersonen; alsmede
- b. de regelingen die de Europese Unie of haar lidstaten ten opzichte van de Republiek Armenië toepassen, geen aanleiding geven tot discriminatie tussen natuurlijke personen of rechtspersonen van de Republiek Armenië.
Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren wat hun woonplaats betreft.
Artikel 370. Geleidelijke aanpassing
De Republiek Armenië brengt haar wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de in de bijlagen beschreven EU-wetgeving, op basis van de verbintenissen die zijn beschreven in deze overeenkomst en de bepalingen van de genoemde bijlagen. Dit artikel doet geen afbreuk aan eventuele bepalingen uit hoofde van titel VI.
Artikel 371. Dynamische aanpassing
In overeenstemming met de doelstelling van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van Armenië aan de EU-wetgeving, zal de Partnerschapsraad de bijlagen bij deze overeenkomst regelmatig herzien en bijwerken, onder meer om rekening te houden met de ontwikkeling van de EU-wetgeving en toepasselijke normen die worden vastgesteld in internationale instrumenten die de partijen relevant achten, rekening houdend met de voltooiing van de respectievelijke interne procedures van de partijen. Dit artikel doet geen afbreuk aan eventuele bepalingen uit hoofde van titel VI.
Artikel 372. Toezicht en toetsing van de aanpassing
Toezicht houdt in dat de vorderingen met betrekking tot de uitvoering en handhaving van alle maatregelen in het kader van de overeenkomst voortdurend worden geëvalueerd. De partijen werken samen om het toezicht te bevorderen in het kader van de bij deze overeenkomst opgerichte institutionele organen.
De Europese Unie toetst de mate waarin van de wetgeving van de Republiek Armenië is aangepast aan die van de EU, zoals bepaald in deze overeenkomst. Deze toetsing heeft ook betrekking op uitvoering en handhaving. De Europese Unie kan dergelijke toetsingen hetzij individueel hetzij in overleg met de Republiek Armenië doorvoeren. Om de toetsing te vergemakkelijken, brengt de Republiek Armenië aan de Europese Unie verslag uit over de geboekte vooruitgang bij de aanpassing, waar nodig vóór het einde van de overgangsperioden die in deze overeenkomst zijn vastgesteld. Bij de verslaglegging en toetsing, onder andere ook wat betreft de wijze van uitvoering en de frequentie van de toetsingen, wordt rekening gehouden met de specifieke bepalingen van deze overeenkomst of met besluiten van institutionele organen die op grond van deze overeenkomst zijn opgericht.
De toetsing van de aanpassing kan missies ter plaatse omvatten, waaraan de instellingen, organen en agentschappen van de Europese Unie deelnemen, evenals indien nodig niet-gouvernementele organisaties, toezichthoudende autoriteiten, onafhankelijke deskundigen en anderen.
Artikel 373. Resultaten van het toezicht, met inbegrip van toetsingen van de aanpassing
De resultaten van de toezichtactiviteiten, waaronder de toetsingen van de aanpassing als bedoeld in artikel 372, worden besproken in alle relevante krachtens deze overeenkomst opgerichte organen. Deze organen kunnen gezamenlijke aanbevelingen goedkeuren die worden voorgelegd aan de Partnerschapsraad.
Als de partijen menen dat de maatregelen die noodzakelijk zijn op grond van titel VI, zijn uitgevoerd en worden nageleefd, kan de Partnerschapsraad volgens de hem bij artikel 319, lid 3, en artikel 335, lid 2, verleende bevoegdheden besluiten tot verdere marktopenstelling zoals gedefinieerd in titel VI.
Een gezamenlijke aanbeveling als bedoeld in lid 1 van dit artikel die is voorgelegd aan de Partnerschapsraad, of het feit dat er geen overeenstemming is bereikt over een dergelijke aanbeveling, valt niet onder de geschillenbeslechtingsprocedure zoals vastgesteld in titel VI. Een besluit van het subcomité voor geografische aanduidingen, of het feit dat een dergelijk besluit niet is genomen, valt niet onder de geschillenbeslechtingsprocedure zoals vastgesteld in titel VI.
Artikel 374. Beperkingen in het geval van problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie
Indien een partij ernstige problemen ondervindt, of dreigt te ondervinden, op het gebied van de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie, mag die partij vrijwarings- of beperkende maatregelen vaststellen of handhaven die gevolgen hebben voor het kapitaalverkeer, betalingen of overdrachten.
De in lid 1 bedoelde maatregelen:
- a. zijn in soortgelijke situaties niet minder gunstig voor een partij dan voor een niet-partij;
- b. zijn in overeenstemming met de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds van 1944, in voorkomend geval;
- c. brengen geen onnodig nadeel toe aan de commerciële, economische en financiële belangen van de andere partij;
- d. zijn tijdelijk en worden geleidelijk opgeheven naarmate de in lid 1 omschreven situatie verbetert.
In geval van handel in goederen kan een partij beperkende maatregelen vaststellen of handhaven ter bescherming van haar betalingsbalans of buitenlandse financiële positie. Deze maatregelen zijn in overeenstemming met GATT 1994 en het Memorandum van overeenstemming betreffende de betalingsbalansbepalingen van GATT 1994.
In geval van handel in diensten kan een partij beperkende maatregelen vaststellen ter bescherming van zijn betalingsbalans of buitenlandse financiële positie. Deze maatregelen moeten in overeenstemming zijn met GATS.
Wanneer een partij beperkende maatregelen als bedoeld in lid 1 vaststelt of handhaaft, stelt zij de andere partij daarvan onverwijld in kennis en verstrekt zij haar zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van die maatregelen.
Wanneer op grond van dit artikel beperkingen worden vastgesteld of gehandhaafd, wordt spoedig overleg gepleegd in het Partnerschapscomité, indien dat overleg niet plaatsvindt buiten het kader van deze overeenkomst.
Tijdens het overleg worden de problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie die tot de respectievelijke maatregelen hebben geleid, beoordeeld, rekening houdend met onder meer de volgende factoren:
- a. de aard en de omvang van de problemen;
- b. de buitenlandse economische positie en handelssituatie; of
- c. andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.
Tijdens het overleg wordt bekeken of de beperkende maatregelen verenigbaar zijn met de leden 1 en 2.
Tijdens het overleg aanvaarden de partijen alle statistische bevindingen en andere gegevens die door het Internationaal Monetair Fonds worden gepresenteerd met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het Internationaal Monetair Fonds over de betalingsbalans- en de buitenlandse financiële positie van de betrokken partij.
Artikel 375. Belastingen
Deze overeenkomst is alleen van toepassing op belastingmaatregelen wanneer dat nodig is om de bepalingen van deze overeenkomst uit te voeren.
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking in overeenstemming met de bepalingen inzake belastingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing, andere belastingregelingen of interne belastingwetten.
Artikel 376. Gedelegeerde autoriteit
Tenzij anderszins bepaald in deze overeenkomst, draagt elke partij er zorg voor dat om het even welke persoon, inclusief een overheidsbedrijf, een bedrijf waaraan bijzondere rechten of privileges zijn toegekend, of een aangewezen monopolie, waaraan door haar regelgevende, administratieve dan wel andere overheidsbevoegdheid is gedelegeerd, om het even op welk overheidsniveau, bij de uitoefening van die bevoegdheid in overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de onderhavige overeenkomst handelt.
Artikel 377. Nakoming van verplichtingen
De partijen treffen alle maatregelen die nodig zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zorgen ervoor dat de in deze overeenkomst vastgelegde doelstellingen worden bereikt.
De partijen komen overeen om op verzoek van een partij onmiddellijk via passende kanalen overleg te plegen over kwesties met betrekking tot de interpretatie of uitvoering van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen.
Elke partij legt geschillen over de interpretatie of de uitvoering van deze overeenkomst voor aan de Partnerschapsraad, overeenkomstig artikel 378.
De Partnerschapsraad kan een bindend besluit vaststellen om het geschil te beslechten, overeenkomstig artikel 378.
Artikel 378. Geschillenbeslechting
Wanneer tussen de partijen een geschil ontstaat over de interpretatie of de uitvoering van deze overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Partnerschapsraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in. In afwijking daarvan worden geschillen die betrekking hebben op de interpretatie en uitvoering van titel VI, uitsluitend opgelost op grond van titel VI, hoofdstuk 13.
De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Partnerschapsraad, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.
In overleg tussen de partijen of op verzoek van een van de partijen kan een geschil ook worden besproken tijdens een vergadering van het Partnerschapscomité of een ander relevant orgaan als bedoeld in artikel 364. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.
De partijen verstrekken de Partnerschapsraad, het Partnerschapscomité of enig ander relevant subcomité of orgaan alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.
Een geschil wordt geacht te zijn beslecht wanneer de Partnerschapsraad een bindend besluit heeft genomen waarbij het geschil wordt beslecht, overeenkomstig artikel 377, lid 4, of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil is beëindigd.
Alle tijdens het overleg verstrekte informatie blijft vertrouwelijk.
Artikel 379. Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen
Een partij kan passende maatregelen treffen als een geschil niet is opgelost binnen drie maanden na indiening van een formeel verzoek tot geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 378 en als de klagende partij van mening is dat de andere partij een verplichting uit hoofde van de overeenkomst niet nakomt. De overlegperiode van drie maanden is niet verplicht in uitzonderlijke gevallen als beschreven in lid 3 van dit artikel.
Bij voorrang moeten passende maatregelen worden gekozen die de werking van de overeenkomst het minst verstoren. Behalve de in lid 3 van dit artikel beschreven gevallen mogen dergelijke maatregelen niet de opschorting behelzen van rechten of plichten in het kader van deze overeenkomst die worden genoemd in titel VI. De in lid 1 van dit artikel genoemde maatregelen moeten onverwijld aan de Partnerschapsraad worden gemeld en vallen onder de overlegprocedure van artikel 377, lid 2, en de geschillenbeslechtingsprocedure van artikel 378, leden 2 en 3.
De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde uitzonderingen betreffen:
- a. een verwerping van deze overeenkomst die in strijd is met de algemene regels van het internationaal recht, of
- b. schending door de andere partij van de essentiële elementen van de overeenkomst als bedoeld in artikel 2, lid 1, en artikel 9, lid 1.
Artikel 380. Verhouding tot andere overeenkomsten
Deze overeenkomst vervangt de PSO. Verwijzingen naar de PSO in alle andere overeenkomsten tussen de partijen worden gelezen als verwijzingen naar deze overeenkomst.
Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds.
Bestaande overeenkomsten die betrekking hebben op specifieke samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen, worden geacht onderdeel te zijn van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst, en deel uit te maken van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
De partijen kunnen deze overeenkomst aanvullen door sluiting van specifieke overeenkomsten op alle samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen. Dergelijke specifieke overeenkomsten vormen een integraal onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst en maken deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
Onverminderd de desbetreffende bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie doet deze overeenkomst of in het kader daarvan ondernomen actie op generlei wijze afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om bilaterale samenwerkingsactiviteiten met de Republiek Armenië te ondernemen of desgewenst nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met de Republiek Armenië te sluiten.
Artikel 381. Duur
Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
De partijen kunnen de overeenkomst beëindigen door een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van ontvangst van die kennisgeving.
Artikel 382. Definitie van de partijen
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Europese Unie, of haar lidstaten, of de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectievelijke bevoegdheden krachtens het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en in voorkomend geval, ook Euratom, overeenkomstig zijn bevoegdheden krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds.
Artikel 383. Territoriaal toepassingsgebied
Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Armenië.
Artikel 384. Depositaris van de overeenkomst
Het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.
Artikel 385. Inwerkingtreding, slotbepalingen en voorlopige toepassing
Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd. Akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij de depositaris.
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van ratificatie of van goedkeuring is neergelegd.
Deze overeenkomst kan met wederzijdse instemming van de partijen schriftelijk worden gewijzigd. De aldus aangenomen wijzigingen treden in werking overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
De bijlagen, protocollen en de verklaring vormen een integraal deel van deze overeenkomst.
Niettegenstaande lid 2 kunnen de Europese Unie en de Republiek Armenië deze overeenkomst op voorlopige basis gedeeltelijk of volledig toepassen, overeenkomstig hun toepasselijke interne procedures, waar van toepassing.
De voorlopige toepassing is van kracht vanaf de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depositaris het volgende heeft ontvangen:
- a. de kennisgeving van de Unie dat de voor de voorlopige toepassing vereiste procedures zijn voltooid, waarin wordt vermeld welke delen van de overeenkomst op voorlopige basis worden toegepast; alsmede
- b. de indiening door de Republiek Armenië van zijn ratificatie-instrument, overeenkomstig haar interne procedures.
Voor de toepassing van de relevante bepalingen van deze overeenkomst, en de bijlagen en protocollen daarbij, worden verwijzingen in die bepalingen naar „de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” geacht eveneens betrekking te hebben op „de datum van voorlopige toepassing van deze overeenkomst” overeenkomstig lid 5.
Gedurende de periode waarin de overeenkomst voorlopig wordt toegepast, blijven de bepalingen van de PSO van toepassing, voor zover zij niet vallen onder de voorlopige toepassing van deze overeenkomst.
Elke partij kan door middel van een schriftelijke kennisgeving de depositaris in kennis stellen van het voornemen om de voorlopige toepassing van de overeenkomst te beëindigen. De beëindiging van de voorlopige toepassing wordt zes maanden na de datum van ontvangst van die kennisgeving door de depositaris van kracht.
Artikel 386. Authentieke teksten
Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Armeense taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een andere douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
- b. „verzoekende autoriteit”: een tot dit doel door een partij aangewezen bevoegde administratieve autoriteit die op grond van dit protocol verzoeken om bijstand indient;
- c. „aangezochte autoriteit”: een tot dit doel door een partij aangewezen bevoegde administratieve autoriteit die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;
- d. „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; alsmede
- e. „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.
Artikel 2. Werkingssfeer
De partijen verlenen elkaar bijstand, op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden, en op de wijze en op de voorwaarden als bij dit protocol vastgesteld, om ervoor te zorgen dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, in het bijzonder bij de preventie, de opsporing en het onderzoek van handelingen in strijd met deze wetgeving.
De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van een partij die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. Deze bijstand laat de bepalingen inzake wederzijdse bijstand in strafzaken onverlet en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van een rechterlijke instantie worden uitgeoefend, tenzij deze ermee instemt dat die informatie wordt verstrekt.
Bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boeten valt niet onder dit protocol.
Artikel 3. Bijstand op verzoek
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende voorgenomen of vastgestelde activiteiten die met deze wetgeving strijdige handelingen zijn of kunnen zijn.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede:
- a. of goederen die uit het gebied van de ene partij zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze in het gebied van de andere partij zijn ingevoerd, in voorkomend geval onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst; of
- b. of goederen die op het grondgebied van een van de partijen zijn ingevoerd, op regelmatige wijze uit het grondgebied van de andere partij zijn uitgevoerd, in voorkomend geval onder vermelding van de op deze goederen toegepaste douaneregeling.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)