Wijzigingsgeschiedenis

Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, en IJsland

2 versions · 2023-06-01
2023-06-01
Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten

Wijzigingen op 2023-06-01

@@ -28,7 +28,7 @@
- 3. wordt onder „[het Verdrag van Chicago](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005507)” verstaan, het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944, met inbegrip van alle overeenkomstig [artikel 94, onderdeel a, van het Verdrag van Chicago](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005507&artikel=94) in werking getreden wijzigingen die door beide partijen zijn bekrachtigd en alle [overeenkomstig artikel 90 van het Verdrag van Chicago](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0005507&artikel=90) aangenomen Bijlagen of alle wijzigingen daarvan, voor zover deze Bijlagen of wijzigingen op enig moment van kracht zijn voor beide partijen;
- 4. wordt onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” verstaan, een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=3&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag;
- 4. wordt onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” verstaan, een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=3&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag;
- 5. wordt onder „Europese Economische Ruimte” (EER) verstaan, de uitgebreide vrijhandelszone die tot stand kwam krachtens de [Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0001070), gedaan te Oporto op 2 mei 1992, tussen enerzijds de Europese Unie en haar lidstaten en anderzijds de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), uitgezonderd Zwitserland, waarvan IJsland een lidstaat is;
@@ -58,7 +58,7 @@
##### Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen
1. Elke partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het verrichten van de overeengekomen diensten in overeenstemming met dit Verdrag, op elke van de in [Bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=I&z=2022-03-30&g=2022-03-30) bij dit Verdrag omschreven routes en deze aanwijzingen in te trekken of te wijzigen.
1. Elke partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het verrichten van de overeengekomen diensten in overeenstemming met dit Verdrag, op elke van de in [Bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=I&z=2023-06-01&g=2023-06-01) bij dit Verdrag omschreven routes en deze aanwijzingen in te trekken of te wijzigen.
2. Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van aanvragen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen en technische vergunningen, verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere partij de desbetreffende exploitatievergunningen en vergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, op voorwaarde dat:
@@ -80,9 +80,9 @@
- c. de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanvraag of aanvragen ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten; en
- d. de aangewezen luchtvaartmaatschappij de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=7&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Veiligheid) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=8&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte bepalingen handhaaft en toepast.
3. Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en gemachtigd, kan zij beginnen met de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in [Bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=I&z=2022-03-30&g=2022-03-30) bij dit Verdrag omschreven routes, mits zij alle toepasselijke bepalingen van dit Verdrag naleeft.
- d. de aangewezen luchtvaartmaatschappij de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=7&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Veiligheid) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=8&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte bepalingen handhaaft en toepast.
3. Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en gemachtigd, kan zij beginnen met de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in [Bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=I&z=2023-06-01&g=2023-06-01) bij dit Verdrag omschreven routes, mits zij alle toepasselijke bepalingen van dit Verdrag naleeft.
##### Artikel 4. Intrekking van vergunningen
@@ -106,11 +106,11 @@
- c. de aangewezen luchtvaartmaatschappij niet in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanvraag of aanvragen ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten; of
- d. de aangewezen luchtvaartmaatschappij de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=7&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Veiligheid) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=8&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte bepalingen niet handhaaft en toepast.
- d. de aangewezen luchtvaartmaatschappij de in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=7&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Veiligheid) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=8&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte bepalingen niet handhaaft en toepast.
2. Tenzij onmiddellijke intrekking of opschorting van de exploitatievergunning of technische vergunning genoemd in het eerste lid van dit artikel, of oplegging van de voorwaarden daarvan, van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de wetten en voorschriften, wordt dit recht slechts uitgeoefend na overleg met de andere partij.
3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van een partij de exploitatievergunning of technische vergunning van een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere partij in overeenstemming met het bepaalde in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=7&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Veiligheid) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=8&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag te weigeren, in te trekken, op te schorten, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden.
3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van een partij de exploitatievergunning of technische vergunning van een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere partij in overeenstemming met het bepaalde in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=7&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Veiligheid) en [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=8&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag te weigeren, in te trekken, op te schorten, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden.
##### Artikel 5. Toepassing van wetten
@@ -168,7 +168,7 @@
3. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen hebben het recht zelf hun gronddiensten te verrichten op het grondgebied van de andere partij („self-handling”), of, naar keuze, voor al deze diensten of een deel daarvan een keuze te maken uit concurrerende agenten. De rechten zijn uitsluitend onderworpen aan fysieke beperkingen die voortvloeien uit overwegingen op het gebied van de veiligheid van luchthavens. Wanneer dergelijke overwegingen self-handling uitsluiten, dienen gronddiensten op basis van gelijkheid beschikbaar te zijn voor alle luchtvaartmaatschappijen, heffingen dienen gebaseerd te zijn op de kosten van de verleende diensten, en de aard en kwaliteit van dergelijke diensten dienen vergelijkbaar te zijn met die van diensten die beschikbaar zouden zijn als self-handling wel mogelijk zou zijn.
4. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke partij mogen zich rechtstreeks en, naar eigen goeddunken, via hun agenten bezighouden met de verkoop van luchtdiensten op het grondgebied van de andere partij. Een uitzondering hierop kunnen de specifieke bepalingen inzake charters vormen in het land waaruit het charter afkomstig is met betrekking tot de bescherming van passagiersfondsen, annulerings- en terugbetalingsrechten van passagiers ingevolge [Hoofdstuk 2 van Bijlage II bij dit Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=II&deel=2&z=2022-03-30&g=2022-03-30). Elke luchtvaartmaatschappij heeft het recht dit luchtvervoer te verkopen in de valuta van dat grondgebied of in vrij omwisselbare valuta en het staat iedere persoon vrij deze te kopen.
4. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke partij mogen zich rechtstreeks en, naar eigen goeddunken, via hun agenten bezighouden met de verkoop van luchtdiensten op het grondgebied van de andere partij. Een uitzondering hierop kunnen de specifieke bepalingen inzake charters vormen in het land waaruit het charter afkomstig is met betrekking tot de bescherming van passagiersfondsen, annulerings- en terugbetalingsrechten van passagiers ingevolge [Hoofdstuk 2 van Bijlage II bij dit Verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=II&deel=2&z=2023-06-01&g=2023-06-01). Elke luchtvaartmaatschappij heeft het recht dit luchtvervoer te verkopen in de valuta van dat grondgebied of in vrij omwisselbare valuta en het staat iedere persoon vrij deze te kopen.
5. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke partij hebben het recht, op verzoek, het na aftrek van plaatselijke uitgaven overblijvende bedrag van de plaatselijk verkregen inkomsten te wisselen en naar hun land over te maken. Inwisseling en overmaking worden onverwijld en zonder beperkingen of belastingheffing toegestaan, tegen de wisselkoers die van toepassing is op lopende transacties en overmaking op de datum waarop de vervoerder de eerste aanvraag tot overmaking doet.
@@ -214,7 +214,7 @@
3. Elke partij moedigt overleg aan tussen de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen op haar grondgebied en de luchtvaartmaatschappijen die gebruikmaken van de diensten en voorzieningen, en moedigt de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen en de luchtvaartmaatschappijen aan de informatie uit te wisselen die nodig kan zijn voor accurate toetsing van de redelijkheid van de heffingen in overeenstemming met de grondbeginselen van het eerste en tweede lid van dit artikel. Elke partij moedigt de bevoegde inningsautoriteiten aan de gebruikers binnen een redelijke termijn in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging van gebruikersheffingen zodat de gebruikers hun mening kenbaar kunnen maken voordat de wijzigingen plaatsvinden.
4. Geen van de partijen wordt bij procedures ter regeling van geschillen ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=16&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Overleg en regeling van geschillen) van dit Verdrag geacht inbreuk te maken op een bepaling van dit artikel, tenzij:
4. Geen van de partijen wordt bij procedures ter regeling van geschillen ingevolge [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=16&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Overleg en regeling van geschillen) van dit Verdrag geacht inbreuk te maken op een bepaling van dit artikel, tenzij:
- a. zij nalaat de gebruikersheffing of praktijk waarop een klacht van de andere partij betrekking heeft binnen een redelijke termijn te toetsen; of
@@ -272,15 +272,15 @@
7. De kosten van dit mechanisme worden bij de invoering ervan geraamd en gelijkelijk verdeeld, maar met de mogelijkheid van herverdeling in het kader van het definitieve besluit.
8. Het mechanisme doet geen afbreuk aan het verdere gebruik van het overlegproces, het daaropvolgende gebruik van arbitrage of beëindiging overeenkomstig [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=18&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Beëindiging) van dit Verdrag.
8. Het mechanisme doet geen afbreuk aan het verdere gebruik van het overlegproces, het daaropvolgende gebruik van arbitrage of beëindiging overeenkomstig [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=18&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Beëindiging) van dit Verdrag.
##### Artikel 17. Wijzigingen
1. Indien een partij het wenselijk acht een bepaling van dit Verdrag, met inbegrip van de Bijlagen daarbij, te wijzigen, kan zij verzoeken om overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van beide partijen met betrekking tot de voorgestelde wijziging. Dergelijk overleg vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.
2. Elke wijziging van dit Verdrag wordt overeengekomen tussen de partijen en geschiedt bij diplomatieke notawisseling. Een dergelijke wijziging treedt in werking in overeenstemming met de bepalingen van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=21&z=2022-03-30&g=2022-03-30) (Inwerkingtreding) van dit Verdrag.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, kunnen wijzigingen van [Bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=I&z=2022-03-30&g=2022-03-30) bij dit Verdrag tussen de luchtvaartautoriteiten van beide partijen worden overeengekomen en bij diplomatieke notawisseling worden bevestigd, en treden in werking op een in de diplomatieke notawisseling te bepalen datum. Deze uitzondering op het tweede lid van dit artikel is niet van toepassing indien er verkeersrechten worden toegevoegd aan bovengenoemde Bijlage.
2. Elke wijziging van dit Verdrag wordt overeengekomen tussen de partijen en geschiedt bij diplomatieke notawisseling. Een dergelijke wijziging treedt in werking in overeenstemming met de bepalingen van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&artikel=21&z=2023-06-01&g=2023-06-01) (Inwerkingtreding) van dit Verdrag.
3. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, kunnen wijzigingen van [Bijlage I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006957&bijlage=I&z=2023-06-01&g=2023-06-01) bij dit Verdrag tussen de luchtvaartautoriteiten van beide partijen worden overeengekomen en bij diplomatieke notawisseling worden bevestigd, en treden in werking op een in de diplomatieke notawisseling te bepalen datum. Deze uitzondering op het tweede lid van dit artikel is niet van toepassing indien er verkeersrechten worden toegevoegd aan bovengenoemde Bijlage.
##### Artikel 18. Beëindiging
2022-03-30
Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden,
original version Tekst op deze datum