Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 30 september 1893, op het faillissement en de surséance van betaling
73 versions
· 2002-01-01 — 2026-03-25
2026-03-25
Faillissementswet
2025-11-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2025-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-07-10
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2023-11-15
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 92 más
2023-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 92 más
2023-01-01
Faillissementswet
2022-11-04
Faillissementswet
2022-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2022-07-08
Faillissementswet
2022-03-03
Faillissementswet
2021-12-21
Faillissementswet
2021-10-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2021-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2020-10-15
Faillissementswet
2020-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2019-03-07
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2019-01-01
Faillissementswet
2018-12-14
Faillissementswet
2018-09-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 120 más
2018-07-01
Faillissementswet
2018-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 122 más
2017-12-23
Faillissementswet
2017-09-01
Faillissementswet — arts. 3, 6, 7 y 133 más
2017-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 147 más
2017-06-27
Faillissementswet
2017-04-01
Faillissementswet
2017-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 315 más
2016-07-01
Faillissementswet
2016-04-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 156 más
2016-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 163 más
2015-11-26
Faillissementswet
2015-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 163 más
2015-06-12
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2015-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2014-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 165 más
2013-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2013-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 167 más
2012-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 170 más
2012-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 171 más
2012-06-13
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 172 más
2012-01-20
Faillissementswet
2012-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 172 más
2011-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 359 más
2011-05-11
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 363 más
2011-04-30
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 363 más
2011-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 180 más
2009-04-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 180 más
2009-03-16
Faillissementswet
2009-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 181 más
2008-09-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 182 más
2008-05-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 190 más
2008-03-26
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 190 más
2008-01-01
Faillissementswet
2007-01-01
Faillissementswet
2006-02-01
Faillissementswet — arts. 285, 297
2006-01-20
Faillissementswet
2006-01-01
Faillissementswet
2005-12-01
Faillissementswet — arts. 1, 2, 3 y 414 más
2005-10-15
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 25 más
2005-09-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 25 más
2005-05-15
Faillissementswet
2005-01-15
Faillissementswet
2004-03-23
Faillissementswet
2004-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 28 más
2003-11-15
Faillissementswet
2003-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 28 más
2002-08-01
Faillissementswet
2002-07-01
Faillissementswet
2002-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 114 más
2002-01-01
Faillissementswet
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2002-01-01
@@ -3159,3105 +3159,3 @@
2. De [derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](onbekend) is niet van toepassing op verzoeken ingevolge deze wet.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 13a
Indien de faillietverklaring wordt vernietigd wordt de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een curator, in afwijking van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2002-07-01&g=2002-07-01), met terugwerkende kracht beheerst door de wettelijke of overeengekomen regels die van toepassing zijn buiten faillissement, met dien verstande dat de termijnen, bedoeld in [artikel 683 leden 1 en 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=683) en in [artikel 9, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=9), aanvangen op het tijdstip waarop het faillissement wordt vernietigd.
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 32
Vervallen
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 1. Van den rechter-commissaris
#### § 2. Van den curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeischers
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeischers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Van het faillissement eener nalatenschap
### afdeeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2002-07-01&g=2002-07-01)
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
##### Artikel 137a
1. Indien aannemelijk is dat de beschikbare baten niet voldoende zijn om daaruit de concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, kan de rechter-commissaris op verzoek van de curator dan wel ambtshalve bepalen dat afhandeling van concurrente vorderingen achterwege blijft en dat geen verificatievergadering wordt gehouden.
2. De curator geeft van de in het eerste lid bedoelde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2002-08-01&g=2002-08-01).
3. Ingeval de in het eerste lid bedoelde beschikking is gegeven, is deze afdeling van toepassing. De vijfde afdeling vindt geen toepassing op concurrente vorderingen. Op niet-concurrente vorderingen zijn de artikelen 128 tot en met 136 van de vijfde afdeling van overeenkomstige toepassing. Dezesde en de zevende afdeling vinden geen toepassing, tenzij hierna anders is bepaald.
##### Artikel 137b
1. De curator gaat na welke vorderingen bevoorrecht zijn of door pand, hypotheek of retentierecht gedekt zijn.
2. Indien de curator een vordering dan wel de aan een vordering verbonden voorrang betwist, geeft hij de desbetreffende schuldeiser daarvan bericht en treedt hij met hem in overleg ter regeling van dit geschil.
3. Indien de curator geen overeenstemming bereikt met de in het vorige lid bedoelde schuldeiser, legt hij het geschil aan de rechter-commissaris voor. [Artikel 122, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2002-08-01&g=2002-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. De gefailleerde is bevoegd zijn bezwaren tegen een vordering dan wel tegen de aan een vordering verbonden voorrang aan de curator kenbaar te maken, die, als hij de bezwaren niet kan wegnemen, deze aan de rechter-commissaris voorlegt. [Artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2002-08-01&g=2002-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137c
1. De curator gaat over tot tegeldemaking van de boedel. De [artikelen 175 , tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2002-08-01&g=2002-08-01), [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2002-08-01&g=2002-08-01) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2002-08-01&g=2002-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De curator maakt een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator), de namen van de schuldeisers die een bevoorrechte of door pand, hypotheek of retentierecht gedekte vordering hebben, het bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering.
3. Voor de vorderingen waarover een geschil als bedoeld in [artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2002-08-01&g=2002-08-01) aanhangig is, trekt de curator op de lijst percenten over het volle bedrag uit, alsmede percenten voor in verband daarmee nog aan te wenden kosten. [Artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2002-08-01&g=2002-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137d
1. De curator legt de uitdelingslijst ter goedkeuring aan de rechter-commissaris voor.
2. De curator legt een afschrift van de door de rechter-commissaris goedgekeurde lijst alsmede een verslag over de toestand van de boedel ter griffie van de rechtbank neder om aldaar gedurende tien dagen kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
3. Van de nederlegging doet de curator aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2002-08-01&g=2002-08-01).
4. De curator geeft daarvan schriftelijk bericht aan alle bekende schuldeisers, met mededeling dat de uitdelingslijst geen betrekking heeft op concurrente vorderingen.
5. [Artikel 182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2002-08-01&g=2002-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137e
1. Gedurende de in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2002-08-01&g=2002-08-01), genoemde termijn kan iedere schuldeiser in verzet komen tegen de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem wordt door de griffier een bewijs van ontvangst gegeven.
2. Het bezwaarschrift wordt als bijlage bij de uitdelingslijst gevoegd.
3. Het verzet door een concurrente schuldeiser kan niet worden gegrond op het enkele feit dat zijn vordering niet op de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst is geplaatst.
4. De [artikelen 185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=185&z=2002-08-01&g=2002-08-01) en [187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=187&z=2002-08-01&g=2002-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137f
1. Na afloop van de termijn, genoemd in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2002-08-01&g=2002-08-01), of, indien verzet is gedaan, nadat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, gaat de curator over tot het doen van de vastgestelde uitkering.
2. De [artikelen 188](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=188&z=2002-08-01&g=2002-08-01), [189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2002-08-01&g=2002-08-01), [190](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=190&z=2002-08-01&g=2002-08-01), [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2002-08-01&g=2002-08-01) en [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2002-08-01&g=2002-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137g
1. Indien tijdens de vereffening baten opkomen die van zodanige omvang zijn dat uit de opbrengst daarvan ook concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden voldaan, bepaalt de rechter-commissaris dat alsnog een verificatievergadering wordt gehouden en stelt daartoe dag, uur en plaats vast, alsmede de dag waarop uiterlijk de vorderingen ingediend moeten worden. [Artikel 108, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2002-08-01&g=2002-08-01), is van toepassing.
2. De curator geeft van de in het vorige lid genoemde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers kennis en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2002-08-01&g=2002-08-01).
3. De vijfde, zesde en zevende afdeling zijn van toepassing.
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2002-08-01&g=2002-08-01)
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19b
In het geval, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15), worden de gegevens met betrekking tot de daar bedoelde insolventieprocedure door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 32
De [artikelen 27 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 16 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), te erkennen insolventieprocedure, indien deze een liquidatieprocedure is in de zin van artikel 2, onder c, van die verordening.
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 1. Van den rechter-commissaris
#### § 2. Van den curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeischers
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeischers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
##### Artikel 172a
De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in[artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
##### Artikel 231a
[Artikel 231](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=231&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 16 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), te erkennen insolventieprocedure, indien deze geen liquidatieprocedure is in de zin van artikel 2, onder c, van die verordening.
##### Artikel 247d
In het geval van een verzoek tot omzetting als bedoeld in artikel 37 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn, wanneer het de omzetting in een faillissement betreft, de [artikelen 242, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [243 tot en met 246](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2003-11-15&g=2003-11-15) dan wel, wanneer het de omzetting in een toepassing van de schuldsaneringsregeling betreft, de [artikelen 247a, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [247b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [247c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247c&z=2003-11-15&g=2003-11-15) van overeenkomstige toepassing.
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2003-11-15&g=2003-11-15)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
##### Artikel 333a
De bepalingen van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213a
1. [Artikel 2, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2004-03-23&g=2004-03-23), is niet van toepassing op een verzekeraar die in een andere lidstaat dan Nederland zijn zetel heeft en daar een vergunning heeft verkregen.
2. Een verzekeraar die in een andere lidstaat dan Nederland zijn zetel heeft en daar een vergunning heeft verkregen, kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
##### Artikel 213b
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzoek tot faillietverklaring als bedoeld in [artikel 169, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=169), zonder tussenkomst van een procureur indienen.
##### Artikel 213c
De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. indien het een verzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie;
- b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland en, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Europese Unie is belast met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende autoriteit.
##### Artikel 213d
1. Op een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet beslist dan nadat de rechter de Pensioen- & Verzekeringskamer in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer trekt de vergunning van de verzekeraar in, indien deze op het tijdstip van faillietverklaring nog een vergunning heeft.
##### Artikel 213e
1. Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling aanhangig is tegelijk met een verzoek tot faillietverklaring, wordt de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt.
2. Indien de rechtbank de noodregeling uitspreekt, vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege.
##### Artikel 213f
1. Het uitspreken van de noodregeling heeft mede tot gevolg dat de verzekeraar slechts in staat van faillissement kan worden verklaard overeenkomstig [artikel 169, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=169), alsmede dat de faillietverklaring wordt uitgesproken ongeacht of de verzekeraar verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.
2. Het bepaalde in de [eerste titel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&z=2004-03-23&g=2004-03-23) en [artikel 362](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&artikel=362&z=2004-03-23&g=2004-03-23) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 213g
1. De griffier stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 213h
1. Onverminderd [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2004-03-23&g=2004-03-23), plaatst de curator een uittreksel van het vonnis tot faillietverklaring in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
2. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2004-03-23&g=2004-03-23), vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is.
##### Artikel 213i
1. De curator geeft van het vonnis tot faillietverklaring onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
2. Nadat de beschikkingen, bedoeld in [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2004-03-23&g=2004-03-23), zijn gegeven, geeft de curator daarvan onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis. Deze kennisgeving betreft in ieder geval tevens de gevolgen van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in [artikel 108, eerste lid, onderdeel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2004-03-23&g=2004-03-23), de mededeling dat de vordering bij de curator moet worden ingediend, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht aanspraak wordt gemaakt. Aan schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt de kennisgeving voorts welke de belangrijkste gevolgen van de faillietverklaring voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn, en de rechten en verplichtingen van de verzekerde en anderen in verband met de overeenkomst van verzekering.
##### Artikel 213j
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 213i, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2004-03-23&g=2004-03-23), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat, die een vordering uit hoofde van verzekering heeft, geschiedt in een officiële taal van die lidstaat.
2. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 213i, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2004-03-23&g=2004-03-23), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat , die een andere vordering heeft dan de vordering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van schuldvorderingen. Termijnen».
3. Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering», onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
##### Artikel 213k
1. De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
##### Artikel 213l
Indien de machtiging ingevolge [artikel 169, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=169) ophoudt van kracht te zijn, alsmede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na het intrekken van de machtiging, gelden de volgende bepalingen:
- a. het tijdstip waarop de termijnen, bedoeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2004-03-23&g=2004-03-23) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2004-03-23&g=2004-03-23), en in [artikel 138, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138), aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de noodregeling is uitgesproken;
- b. een beroep op verrekening kan in afwijking van [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2004-03-23&g=2004-03-23) slechts worden gedaan indien de vordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan voor het tijdstip waarop de beschikking, houdende het uitspreken van de noodregeling is gegeven, of voortvloeien uit een handeling voor dat tijdstip met de verzekeraar verricht;
- c. handelingen, ingevolge [artikel 161 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=161) door of namens de bewindvoerders, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel cc](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2004-03-23&g=2004-03-23), verricht gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator, terwijl boedelschulden, gedurende die tijd ontstaan, ook in het faillissement als boedelschulden zullen gelden;
- d. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de verzekeraar die in strijd met [artikel 161, eerste en zesde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=161), zijn aangegaan gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, dan voor zover deze daardoor is gebaat;
- e. vorderingen uit overeenkomsten van levensverzekering kunnen in afwijking van [artikel 110, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2004-03-23&g=2004-03-23), worden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat het bedrag van de vordering behoeft te worden vermeld; voor zover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast;
- f. voor zover niet reeds [artikel 163a van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=163a) tot volledige uitvoering is gekomen, is het bepaalde in titel I overigens van toepassing.
##### Artikel 213m
1. In geval van een faillietverklaring op grond van deze afdeling worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. Onder boedelschulden vallen in ieder geval de kosten van inschrijving in een openbaar register in een andere lidstaat dan Nederland.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden in geval van faillissement van een schadeverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
- b. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- c. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar bij wie zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- d. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar is verschuldigd, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens [titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- e. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd;
- f. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende uitkeringen ter zake van andere dan in de onderdelen a en e bedoelde schaden, ontstaan uit overeenkomsten van schadeverzekering;
- g. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden ingeval het faillissement van een levensverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens [titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- d. de vorderingen uit hoofde van verzekering en rechten betreffende uitkeringen, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van levensverzekering;
- e. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald.
4. Onder de vorderingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, e en f, en derde lid, onderdeel d, worden mede verstaan de vorderingen ter zake van uitkeringen krachtens lopende overeenkomsten van verzekering, ontstaan op of na de dag waarop de noodregeling is uitgesproken.
5. Vorderingen die niet worden genoemd in het tweede en derde lid, worden eerst dan voldaan indien de vorderingen, bedoeld in het tweede en derde lid zijn voldaan en indien vaststaat dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
6. De in het vijfde lid bedoelde redenen van voorrang gelden zowel voor vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in Nederland als voor soortgelijke vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in een andere lidstaat dan Nederland.
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 213n
1. Een in een andere lidstaat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot opening van een liquidatieprocedure met betrekking tot een verzekeraar wordt van rechtswege erkend.
2. De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat van herkomst.
##### Artikel 213o
De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure, de liquidatieprocedure zelf en de rechtsgevolgen van de liquidatieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat van herkomst, tenzij de wet anders bepaalt.
##### Artikel 213p
1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
- a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
- b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
- c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
- d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
- a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen:de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
- b. met betrekking tot zaken, voor zover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
- c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar zijn statutaire zetel heeft.
##### Artikel 213q
1. Ingeval de verzekeraar een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Ingeval de verzekeraar een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
3. [Artikel 171c, vierde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=171c) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 213r
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de verzekeraar, laat de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure de bedoelde bevoegdheid onverlet.
##### Artikel 213s
De [artikelen 213p tot en met 213r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213p&z=2004-03-23&g=2004-03-23) staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
##### Artikel 213t
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2004-03-23&g=2004-03-23) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
##### Artikel 213u
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2004-03-23&g=2004-03-23) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 213v
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2004-03-23&g=2004-03-23) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten van de verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
##### Artikel 213w
1. In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2004-03-23&g=2004-03-23) worden, onverminderd [artikel 213p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213p&z=2004-03-23&g=2004-03-23), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1, onder 13, van [richtlijn nr. 93/22/EEG](31993L0022) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141) uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
2. Het eerste lid staat er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers die van die rechtshandeling het gevolg is.
##### Artikel 213x
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2004-03-23&g=2004-03-23) wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de verzekeraar na het tijdstip van opening van een liquidatieprocedure, waarmee hij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 213ij
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2004-03-23&g=2004-03-23) worden de gevolgen van de liquidatieprocedure voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
##### Artikel 213z
[Artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2004-03-23&g=2004-03-23) is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
- a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst; en
- b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast respectievelijk niet kan worden tegengeworpen.
##### Artikel 213aa
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
##### Artikel 213bb
1. Voor het bewijs van aanwijzing van de curator uit een andere lidstaat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lidstaat van herkomst gegeven schriftelijke verklaring.
2. De curator uit een andere lidstaat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
##### Artikel 213cc
Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een liquidatieprocedure, geopend in een andere lidstaat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2004-03-23&g=2004-03-23).
##### Artikel 213dd
1. Indien een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Pensioen- & Verzekeringskamer hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarin aan de verzekeraar een vergunning is verleend.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in die andere lidstaten.
##### Artikel 213ee
In afwijking van [artikel 182 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=182) kunnen gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de curator worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in [artikel 73a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2004-03-23&g=2004-03-23).
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2004-03-23&g=2004-03-23)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 37b
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften of voor het voortzetten van de door de schuldenaar gedreven onderneming, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een vóór de faillietverklaring ontstane verbintenis tot betaling van een geldsom.
2. Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een verbintenis als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de faillietverklaring, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat het faillissement, de aanvraag van het faillissement of het leggen van beslag door een derde grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de curator.
##### Artikel 63b
1. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, blijft de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode bevoegd de mededeling, bedoeld in [artikel 239, derde lid, van dat Boek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) te doen en betalingen in ontvangst te nemen.
2. [Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=490b), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.
##### Artikel 63c
1. Tijdens de afkoelingsperiode kan de Ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in [artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22), niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechter-commissaris anders beslist.
2. Een beslag als bedoeld in [artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22) dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de gefailleerde bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 2. Van den curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeischers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
##### Artikel 222b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 237b
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften of voor het voortzetten van de door de schuldenaar gedreven onderneming, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een vóór de surseance ontstane verbintenis tot betaling van een geldsom.
2. Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een verbintenis als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de verlening van de surseance, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat verlening van de surseance, de aanvraag van de surseance of het leggen van beslag grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de schuldenaar en de bewindvoerder.
##### Artikel 241b
1. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, blijft de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode bevoegd de mededeling, bedoeld in [artikel 239, derde lid, van dat Boek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239), te doen en betalingen in ontvangst te nemen.
2. [Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=490b), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.
##### Artikel 241c
1. Tijdens de afkoelingsperiode kan de Ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in [artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22), niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechtbank of de rechter-commissaris zo die is benoemd, anders beslist.
2. Een beslag als bedoeld in [artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22) dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de schuldenaar bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
##### Artikel 268a
In afwijking van [artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=268&z=2005-01-15&g=2005-01-15) kan de rechtbank of, zo die is benoemd, de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien:
- a. drie vierde van de ter vergadering verschenen erkende en toegelaten schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
- b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de boedel worden vereffend, naar verwachting aan betaling op hun vordering zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
##### Artikel 294a
1. Door onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 294, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2005-01-15&g=2005-01-15), een ander bestuursorgaan is aangewezen, door dat bestuursorgaan wordt een centraal register gehouden, waarin de in [artikel 294, eerste lid, onder a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2005-01-15&g=2005-01-15) genoemde gegevens worden ingeschreven.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. Een ieder heeft kosteloos inzage in het register en kan tegen betaling een uittreksel daaruit verkrijgen.
##### Artikel 294b
De griffier geeft voor iedere van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling een uittreksel van het verzoekschrift met bijlagen op grond van [artikel 285](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2005-01-15&g=2005-01-15) door aan Onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 294, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2005-01-15&g=2005-01-15), een ander bestuursorgaan is aangewezen, dat bestuursorgaan ter inschrijving in het in [artikel 294a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2005-01-15&g=2005-01-15) bedoelde register. Onze Minister van Justitie onderscheidenlijk het bestuursorgaan, bedoeld in de eerste zin, stelt vast welke gegevens in het uittreksel worden opgenomen. [Artikel 294a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2005-01-15&g=2005-01-15), is op het uittreksel niet van toepassing.
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 359a
De [artikelen 203 tot en met 205](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tiende&artikel=203&z=2005-01-15&g=2005-01-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212g
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. kredietinstelling: de kredietinstelling, bedoeld in [artikel 1 van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1), met uitzondering van een kredietinstelling:
- 1°. die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6);
- 2°. die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 31, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 31, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31);
- 3°. die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 38, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 38, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38);
- 4°. die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 6, derde lid, Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6) is ontheven van het verbod van [artikel 6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6);
- 5°. die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 31, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31) is ontheven van het verbod van [artikel 31, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31);
- 6°. die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38) is ontheven van het verbod van [artikel 38, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38).
- b. liquidatieprocedure: een collectieve procedure, het faillissement daaronder begrepen, geopend in een lidstaat, die het te gelde maken van de activa van een kredietinstelling en het op toepasselijke wijze verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van administratieve of rechterlijke instanties behelst, daaronder begrepen de collectieve procedure die wordt afgesloten met een gerechtelijk akkoord of een andere maatregel van dezelfde strekking;
- c. lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);
- d. lidstaat van herkomst: ingeval de kredietinstelling een rechtspersoon is, de lidstaat waarin aan een kredietinstelling haar zetel heeft, dan wel, ingeval de kredietinstelling geen rechtspersoon is, de lidstaat waar zij haar hoofdbestuur heeft;
- e. bevoegde instanties: de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van liquidatieprocedures;
- f. toezichthoudende autoriteit: de instantie die in een lidstaat bij of krachtens de wet met het toezicht op het kredietwezen is belast;
- g. curator: de curator of elke andere persoon of ander orgaan, aangewezen door de bevoegde instanties van een andere lidstaat dan Nederland of door een bestuursorgaan van de kredietinstelling om de liquidatieprocedure uit te voeren;
- h. financiële instrumenten: instrumenten, bedoeld in deel B van de bijlage bij [richtlijn nr. 93/22/EEG](31993L0022) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141).
2. Voor de toepassing van deze afdeling is een kredietinstelling gevestigd in:
- a. de staat waar de statutaire zetel is, indien het een rechtspersoon betreft die overeenkomstig het toepasselijke recht een statutaire zetel heeft; en
- b. de staat waar haar zij haar hoofdbestuur heeft en zij feitelijk werkzaam is, indien het een andere kredietinstelling betreft dan de kredietinstelling, bedoeld in onderdeel a.
##### Artikel 212h
1. [Artikel 2, tweede tot met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2005-05-15&g=2005-05-15), is niet van toepassing op een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde kredietinstelling die daar een vergunning heeft verkregen.
2. Een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde kredietinstelling die daar een vergunning heeft verkregen kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
##### Artikel 212i
De Nederlandsche Bank N.V. kan een verzoek om een kredietinstelling in staat van faillissement te verklaren zonder tussenkomst van een procureur indienen.
##### Artikel 212j
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de kredietinstelling en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waar de kredietinstelling een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie, indien het een in Nederland gevestigde kredietinstelling betreft;
- b. de toezichthoudende autoriteiten van de andere Lidstaten waarheen zij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland indien het een buiten de Europese Unie gevestigde kredietinstelling betreft.
##### Artikel 212k
1. Op een verzoek tot faillietverklaring van een kredietinstelling, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet beslist dan nadat de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken.
2. De Nederlandsche Bank N.V. trekt de vergunning van de kredietinstelling in, indien deze op het tijdstip van de faillietverklaring nog een vergunning heeft.
##### Artikel 212l
1. Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling, bedoeld in [hoofdstuk X van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&hoofdstuk=X), aanhangig is tegelijk met een verzoek tot faillietverklaring, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring geschorst, totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt.
2. Wordt een verklaring als bedoeld in [artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=71) gegeven, dan vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege.
##### Artikel 212m
1. Nadat de rechtbank een verklaring als bedoeld in [artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=71), heeft gegeven dan wel verlengd, kan zij in afwijking van het bepaalde in de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2005-05-15&g=2005-05-15) en [6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2005-05-15&g=2005-05-15), een kredietinstelling slechts in staat van faillissement verklaren, indien een naar goed koopmansgebruik opgemaakte balans van de kredietinstelling een tekort aanwijst, ongeacht of de kredietinstelling verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.
2. De faillietverklaring vindt plaats, De Nederlandsche Bank N.V. gehoord, op verzoek van de bewindvoerders, bedoeld in [artikel 71, zevende lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=71), op verzoek van het Openbaar Ministerie of ambtshalve onder intrekking van bedoelde verklaring.
3. Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na het intrekken van de verklaring, gelden de volgende bepalingen:
- a. het tijdstip, waarop de termijnen, bedoeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2005-05-15&g=2005-05-15) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2005-05-15&g=2005-05-15), aanvangen, wordt berekend vanaf het geven van de verklaring, bedoeld in [artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=71);
- b. boedelschulden, na het geven van de verklaring ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden;
- c. het tijdstip waarop de termijnen, vermeld in de [artikelen 138, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138), en [248, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248) aanvangen, wordt berekend vanaf de aanvang van de bijzondere voorziening.
##### Artikel 212n
Na de inkennisstelling, bedoeld in [artikel 212c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212c&z=2005-05-15&g=2005-05-15), stelt De Nederlandsche Bank N.V. onverwijld de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 212o
1. Onverminderd [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2005-05-15&g=2005-05-15), plaatst de curator het uittreksel van het vonnis van faillietverklaring en, indien de verklaring als bedoeld in [artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=71) is ingetrokken, van die intrekking, in het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee landelijke dagbladen van iedere andere lidstaat dan Nederland waar de kredietinstelling een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht.
2. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2005-05-15&g=2005-05-15), vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is.
3. De curator kan verzoeken dat het faillissement wordt ingeschreven in een openbaar register in een andere lidstaat.
4. De kosten van inschrijving op de voet van het derde lid zijn boedelschuld.
##### Artikel 212p
1. De curator geeft van het vonnis tot faillietverklaring onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
2. De curator die op de voet van [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2005-05-15&g=2005-05-15) aan alle bekende schuldeisers kennis geeft van de in dat artikel bedoelde beschikkingen, deelt daarbij tevens mede wat de gevolgen zijn van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in [artikel 108, eerste lid, onderdeel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2005-05-15&g=2005-05-15), en dat schuldeisers, daaronder begrepen de schuldeisers met een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht, hun vorderingen bij de curator moeten indienen, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht aanspraak wordt gemaakt.
3. De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure.
##### Artikel 212q
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 212p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212p&z=2005-05-15&g=2005-05-15), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Europese Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van opmerkingen betreffende schuldvorderingen. Termijnen».
2. Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering» onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
3. De curator kan een vertaling in het Nederlands van het stuk waarbij de vordering wordt ingediend en van de opmerkingen betreffende de vordering verlangen.
##### Artikel 212r
In afwijking van [artikel 52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=52&z=2005-05-15&g=2005-05-15), bevrijdt voldoening na de bekendmaking van de faillietverklaring van een kredietinstelling die geen natuurlijk persoon is tegenover de boedel indien degene die haar deed, bewijst dat hij niet bekend was met de faillietverklaring.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 212s
1. Een in een andere lidstaat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot opening van een liquidatieprocedure met betrekking tot een kredietinstelling wordt van rechtswege erkend.
2. De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat van herkomst.
##### Artikel 212t
De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure, de liquidatieprocedure zelf en de rechtsgevolgen van de liquidatieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat waar de liquidatieprocedure is geopend, tenzij de wet anders bepaalt.
##### Artikel 212u
1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen van onbepaalde goederen met een wisselende samenstelling, die toebehoren aan de kredietinstelling en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
- a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
- b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
- c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
- d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld met in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid dat aan derden kan worden tegengeworpen.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
- a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
- b. met betrekking tot zaken, voor zover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
- c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar is gevestigd.
##### Artikel 212v
1. Ingeval de kredietinstelling een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Ingeval de kredietinstelling een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
3. [Artikel 212u, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212u&z=2005-05-15&g=2005-05-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 212w
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de kredietinstelling bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de kredietinstelling op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de kredietinstelling, laat de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure de bedoelde bevoegdheid onverlet.
##### Artikel 212x
De [artikelen 212u tot en met 212w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212u&z=2005-05-15&g=2005-05-15) staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
##### Artikel 212ij
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
##### Artikel 212z
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen. Dit recht bepaalt of een zaak roerend dan wel onroerend is.
##### Artikel 212aa
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten van de kredietinstelling op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
##### Artikel 212bb
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden, onverminderd [artikel 212hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212hh&z=2005-05-15&g=2005-05-15), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1, onder 13, van [richtlijn nr. 93/22/EEG](31993L0022) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141) uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
##### Artikel 212cc
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de kredietinstelling na het tijdstip van opening van een liquidatieprocedure, waarmee zij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 212dd
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden de gevolgen van de liquidatieprocedure voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de kredietinstelling het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
##### Artikel 212ee
[Artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
- a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst; en
- b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast onderscheidenlijk niet kan worden tegengeworpen.
##### Artikel 212ff
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in [artikel 212a, onderdeel m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2005-05-15&g=2005-05-15), uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst.
##### Artikel 212gg
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden, onverminderd [artikel 212hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212hh&z=2005-05-15&g=2005-05-15), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat van toepassing is op die overeenkomst.
##### Artikel 212hh
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2005-05-15&g=2005-05-15) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor het uitoefenen van het rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt bijgehouden of is gesitueerd.
##### Artikel 212ii
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. De curator kan personen aanwijzen om hem te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan.
3. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
##### Artikel 212jj
1. Voor het bewijs van aanwijzing van de curator uit een andere lidstaat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lidstaat gegeven schriftelijke verklaring.
2. De curator uit een andere lidstaat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
##### Artikel 212kk
Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een liquidatieprocedure, geopend in een andere lidstaat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2005-05-15&g=2005-05-15).
##### Artikel 212ll
Indien het faillissement is uitgesproken van een kredietinstelling die niet is gevestigd in een staat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en een bijkantoor in Nederland heeft, stelt de griffier van de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank N.V. stelt daarna onverwijld de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in kennis van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank N.V. stelt de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in kennis van de beschikking en van de beëindiging van de faillietverklaring.
##### Artikel 212mm
1. Indien een kredietinstelling die niet is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economscue Ruimte en een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van die andere lidstaten.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in de andere lidstaten waarin aan de financiële onderneming een vergunning is verleend.
##### Artikel 212nn
In afwijking van [artikel 64 Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=64) kunnen gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de kredietinstelling in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de curator worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in [artikel 73a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2005-05-15&g=2005-05-15).
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2005-05-15&g=2005-05-15)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 22a
1. Ten aanzien van een overeenkomst van levensverzekering vallen voorts buiten de boedel:
- a. het recht op het doen afkopen van een levensverzekering voorzover de begunstigde of de verzekeringnemer door afkoop onredelijk benadeeld wordt;
- b. het recht om de begunstiging te wijzigen, tenzij de wijziging geschiedt ten behoeve van de boedel en de begunstigde of de verzekeringnemer daardoor niet onredelijk benadeeld wordt;
- c. het recht om de verzekering te belenen.
2. Voor de uitoefening van het recht op het doen afkopen en het recht om de begunstiging te wijzigen, behoeft de curator de toestemming van de rechter-commissaris, die daarbij zonodig vaststelt tot welk bedrag deze rechten mogen worden uitgeoefend. Slechts met schriftelijke toestemming van de verzekeringnemer is de curator bevoegd tot overdracht van de verzekering.
3. Indien de curator de begunstiging heeft gewijzigd, vervalt deze wijziging met de beëindiging van het faillissement.
4. Indien de begunstiging na de faillietverklaring onherroepelijk wordt, kan deze onherroepelijkheid niet aan de boedel worden tegengeworpen. De verzekeraar is verplicht een uitkering, waarop de begunstiging betrekking heeft, onder zich te houden. Voor zover vaststaat dat de begunstiging niet zal worden gewijzigd, blijven de eerste en de tweede volzin buiten toepassing. Ten aanzien van de begunstigde is [artikel 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=69&z=2006-01-01&g=2006-01-01) van overeenkomstige toepassing.
5. In afwijking van het vierde lid, tweede zin, kan de verzekeraar een betaling aan de begunstigde tegenwerpen aan de boedel, voorzover de curator niet bewijst dat de verzekeraar op het tijdstip van betaling op de hoogte was van het faillissement of van een daaraan voorafgegaan beslag ten laste van de verzekeringnemer. In dat geval heeft de curator verhaal op de begunstigde.
##### Artikel 241d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 241e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 63d
Van de goederen als bedoeld in [artikel 63a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=63a&z=2006-01-20&g=2006-01-20), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
##### Artikel 63e
1. In afwijking van de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2006-01-20&g=2006-01-20) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2006-01-20&g=2006-01-20) werkt de faillietverklaring van een schuldenaar uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) niet terug tot aan het begin van de dag waarop zij wordt uitgesproken, ten aanzien van een door de schuldenaar voor het tijdstip van faillietverklaring gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst of een overdracht, vestiging van een pandrecht of een opdracht tot verrekening op grond daarvan.
2. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2006-01-20&g=2006-01-20), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2006-01-20&g=2006-01-20), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2006-01-20&g=2006-01-20), [53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2006-01-20&g=2006-01-20), [54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2006-01-20&g=2006-01-20), van deze wet, alsmede [artikel 72, aanhef en onder a, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=72), kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een schuldenaar na het tijdstip van faillietverklaring gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51), een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst, alsmede elke rechtshandeling op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst vanwege verbintenissen van de schuldenaar die na het tijdstip van faillietverklaring zijn ontstaan, mits de betreffende rechtshandeling plaatsvindt op de dag van faillietverklaring en de wederpartij kan aantonen dat deze ten tijde van de rechtshandeling de faillietverklaring niet kende of behoorde te kennen.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een kredietinstelling
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2006-01-20&g=2006-01-20)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 309a
Van de goederen als bedoeld in [artikel 309, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=309&z=2006-01-20&g=2006-01-20), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
### afdeling VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
##### Artikel 213ff
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. natura-uitvaartverzekeraar: de natura-uitvaartverzekeraar, bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1).
- b. natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat: de natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat, bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1).
##### Artikel 213gg
De [artikelen 213b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213b&z=2007-01-01&g=2007-01-01), [213d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213d&z=2007-01-01&g=2007-01-01), [213e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213e&z=2007-01-01&g=2007-01-01), [213f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213f&z=2007-01-01&g=2007-01-01), [213i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [213k, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213k&z=2007-01-01&g=2007-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de natura-uitvaartverzekeraar.
##### Artikel 213hh
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift, bedoeld in [artikel 213b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213b&z=2007-01-01&g=2007-01-01), aan de natura-uitvaartverzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. indien het een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) waar de natura-uitvaartverzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit vestigingen in op grond van [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) aangewezen staten;
- b. indien het een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een andere staat betreft, de toezichthoudende autoriteiten van andere staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland.
##### Artikel 213ii
1. De griffier stelt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring.
2. De Nederlandsche Bank N.V. stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van de andere staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 213jj
De Nederlandsche Bank N.V. stelt de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
##### Artikel 213kk
1. In geval van faillietverklaring op grond van deze paragraaf worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij over ieder deel van de boedel omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand en hypotheek gedekt, worden de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioenen, voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de natura-uitvaartverzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de natura-uitvaartverzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de natura-uitvaartverzekeraar aan de werknemer krachtens [artikel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit een natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland.
3. [Artikel 213m, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213m&z=2007-01-01&g=2007-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 287a
1. De schuldenaar kan in het verzoekschrift, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2008-01-01&g=2008-01-01), de rechtbank verzoeken één of meer schuldeisers die weigert of weigeren mee te werken aan een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
2. De rechtbank stelt terstond dag, uur en plaats vast waarop zij de schuldenaar en schuldeiser of schuldeisers op wie het verzoek betrekking heeft, zal horen, onverminderd [artikel 287, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2008-01-01&g=2008-01-01).
3. De griffier roept de schuldenaar op bij brief en roept de schuldeiser of schuldeisers op bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt.
4. De rechtbank doet op de dag van de zitting of anders uiterlijk op de achtste dag daarna uitspraak op het verzoekschrift. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
5. De rechtbank wijst het verzoek toe indien de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. [Artikel 300, lid 1, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=300) is van toepassing.
6. Indien de rechtbank het verzoek toewijst, veroordeelt de rechtbank de schuldeiser die instemming met de schuldregeling heeft geweigerd, in de kosten.
7. Indien de rechtbank het verzoek afwijst, beslist zij op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, indien de schuldenaar het verzoek daartoe handhaaft.
##### Artikel 287b
1. Voorafgaand aan de behandeling van het verzoek, bedoeld in [artikel 287a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2008-01-01&g=2008-01-01), kan de schuldenaar onderscheidenlijk kunnen burgemeester en wethouders indien een verzoek op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2008-01-01&g=2008-01-01), is ingediend, middels het verzoekschrift, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2008-01-01&g=2008-01-01), de rechtbank verzoeken een voorlopige voorziening te geven indien er sprake is van een bedreigende situatie.
2. Onder een bedreigende situatie, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.
3. [Artikel 287a, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2008-01-01&g=2008-01-01), is van toepassing.
4. De voorlopige voorziening strekt tot het van toepassing verklaren van de [artikelen 304](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=304&z=2008-01-01&g=2008-01-01) of [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2008-01-01&g=2008-01-01) alsmede tot een verbod tot het opzeggen of ontbinden van de zorgverzekering.
5. De voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden.
6. Een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de [Wet financiële dienstverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018329) of een krachtens [artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48) aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan wel categorie daarvan, die namens de schuldenaar de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, brengt na afloop van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, verslag uit aan de rechtbank.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 328a
1. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder verzoeken hem binnen acht dagen na dagtekening van het verzoek te melden of hij de verificatie van de vorderingen wenst voor te leggen aan de verificatievergadering. In het bevestigende geval stelt de rechter-commissaris dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden en geeft de bewindvoerder hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
2. Indien de bewindvoerder geen verificatievergadering wenst, kan de rechter-commissaris bepalen dat de verificatievergadering slechts pro forma gehouden zal worden op een door hem te bepalen dag en plaats en dat de vorderingen als geverifieerd zullen gelden zoals door de bewindvoerder in overeenstemming met de [artikelen 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2008-01-01&g=2008-01-01), [113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=113&z=2008-01-01&g=2008-01-01) en [114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2008-01-01&g=2008-01-01) aangegeven, tenzij een schuldeiser binnen acht dagen na dagtekening van de in de tweede volzin bedoelde oproeping mededeling doet aan de rechtbank dat hij gebruik wenst te maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in de [artikelen 116, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=116&z=2008-01-01&g=2008-01-01), en [119, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2008-01-01&g=2008-01-01). De bewindvoerder geeft van deze beschikking onmiddellijk kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
3. Ontvangt de rechtbank een mededeling van een of meer schuldeisers als bedoeld in het tweede lid, dan stelt de rechter-commissaris een dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerder geeft hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
4. In geval van het tweede lid ligt een afschrift van de lijsten als bedoeld in [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2008-01-01&g=2008-01-01) ter griffie van de rechtbank ter inzage gedurende acht dagen na dagtekening van de kennisgeving van de pro forma zitting dan wel, indien een verificatievergadering wordt gehouden, tot de dag van die vergadering.
5. Met ingang van de dag van de pro forma zitting, gelden de vorderingen als geverifieerd zoals door de bewindvoerder ingevolge [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2008-01-01&g=2008-01-01) vastgesteld.
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 349a
1. De termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen. In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste vijf jaar stellen, indien voor de gehele termijn tevens een nominaal bedrag wordt vastgesteld als bedoeld in [artikel 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2008-01-01&g=2008-01-01).
2. De rechter-commissaris kan bij schriftelijke beschikking de termijn ambtshalve, dan wel op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar, of een of meer schuldeisers wijzigen. De termijn bedraagt ten hoogste vijf jaar. De bewindvoerder geeft van de gewijzigde termijn onverwijld kennis aan de schuldeisers. De rechter-commissaris dient de schuldenaar in de gelegenheid stellen te worden gehoord, alvorens te beslissen de termijn te verlengen.
3. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechtbank in het kader van [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2008-01-01&g=2008-01-01) of [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=352&z=2008-01-01&g=2008-01-01) de termijn ambtshalve dan wel op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, schuldenaar of een of meer schuldeisers wijzigen. Tegen dit vonnis kunnen de schuldeisers die om de wijziging gevraagd hebben en kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. [Artikel 351, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=351&z=2008-01-01&g=2008-01-01), is van toepassing.
##### Artikel 351a
Uiterlijk drie maanden voordat de termijn volgend uit [artikel 349a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349a&z=2008-01-01&g=2008-01-01) afloopt, brengt de bewindvoerder verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
##### Artikel 354a
1. Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en minstens een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder omtrent de vraag of redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder bevelen deze verklaring op te stellen en aan de rechtbank en de betrokken partijen te doen toekomen.
2. De rechtbank beëindigt de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoeld in [artikel 350, derde lid, onder c tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2008-01-01&g=2008-01-01) niet is gebleken.
3. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden voor nader onderzoek. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt.
4. De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212ma
Indien een kredietinstelling in staat van faillissement wordt verklaard zonder dat [artikel 212m, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212m&z=2009-03-16&g=2009-03-16), tot toepassing is gekomen, is [afdeling 3.5.6 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3.5.6) van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
## Titel II. Van surseance van betaling
##### Artikel 249a
Indien de faillietverklaring van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), van een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in [artikel 3:110 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:110) heeft, of van een persoon die een vergunning heeft ingevolge [artikel 3:4, eerste lid van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:4), wordt uitgesproken ingevolge een bepaling van deze titel of binnen een maand na het einde van een surseance van betaling die aan een dergelijke onderneming is verleend, wordt de uitvoering van de vangnetregeling die werd uitgevoerd tijdens de surseance van betaling voortgezet tijdens het faillissement op de voet van [afdeling 3.5.6 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3.5.6).
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212ha
1. Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. oordeelt dat er ten aanzien van een bank die een vergunning als bedoeld in [artikel 2:11 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:11) heeft tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling zijn met betrekking tot het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit en redelijkerwijs is te voorzien dat die ontwikkeling niet voldoende of niet tijdig ten goede zal keren, kan zij de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van die bank het faillissement uit te spreken.
2. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. of een in een noodregeling benoemde bewindvoerder kan niet het faillissement van een bank die een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.
3. Een bank die een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte.
##### Artikel 212hb
Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van een bank met zetel in Nederland die niet een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement uitspreken.
##### Artikel 212hc
De Nederlandsche Bank N.V. kan bij haar verzoek een overdrachtsplan als bedoeld in [artikel 3:159c, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159c) overleggen met het verzoek het overdrachtsplan goed te keuren.
##### Artikel 212hd
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de bank en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in een andere lidstaat.
##### Artikel 212he
De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. tot het uitspreken van het faillissement of een aangifte door de bank met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voorzover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
##### Artikel 212hf
1. De bank kan, na in de gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen:
- a. beslissingen als bedoeld in [artikel 3:159d, tweede lid van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159d);
- b. beslissingen als bedoeld in [artikel 3:159f, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159f);
- c. beslissingen als bedoeld in de [artikelen 1:75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:75) en [1:76 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:76) die zijn genomen nadat De Nederlandsche Bank N.V. een mededeling als bedoeld in [artikel 3:159d, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159d) heeft gedaan;
- d. het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. dat zich een situatie als bedoeld in [artikel 212ha, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ha&z=2012-06-13&g=2012-01-20), voordoet.
2. Ingeval een bank zich heeft verweerd tegen een beslissing of oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot die beslissing of dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 212hg
1. De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat zich een situatie, als bedoeld in [artikel 212ha, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ha&z=2012-06-13&g=2012-01-20), voordoet.
2. Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. een overdrachtsplan als bedoeld in [artikel 212hc](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hc&z=2012-06-13&g=2012-01-20) heeft overgelegd, keurt de rechtbank het overdrachtsplan goed, tenzij de in het overdrachtsplan genoemde prijs of wijze waarop de prijs die de overnemer bereid is te betalen wordt vastgesteld, gegeven de omstandigheden van het geval, niet een redelijke prijs of wijze is. Bij het vaststellen of de prijs of wijze redelijk is wordt uitgegaan van het te verwachten toekomstperspectief van de bank in de situatie dat het overdrachtsplan niet wordt goedgekeurd.
3. Onverminderd het tweede lid, keurt de rechtbank het plan met betrekking tot de overdracht van activa of passiva goed, tenzij de schuldeisers die een vordering houden op de bank daardoor zouden worden benadeeld.
##### Artikel 212hi
1. Een beschikking als bedoeld in [artikel 212hb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hb&z=2012-06-13&g=2012-01-20) of [212hg, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hg&z=2012-06-13&g=2012-01-20), is uitvoerbaar bij voorraad.
2. In afwijking van [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2012-06-13&g=2012-01-20), staat geen hoger beroep open tegen het uitspreken van het faillissement indien de rechtbank eveneens een verzoek om goedkeuring van een overdrachtsplan als bedoeld in [artikel 212hc](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hc&z=2012-06-13&g=2012-01-20) heeft toegewezen.
3. [Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2012-06-13&g=2012-01-20) is niet van toepassing.
##### Artikel 212hj
De [artikelen 3:159k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159k), [3:159l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159l) en [3:159p van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159p) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 212hk
1. Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. bij haar verzoek tot faillietverklaring geen overdrachtsplan als bedoeld in [artikel 3:159c, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159c) heeft overgelegd of indien zij dat wel heeft gedaan maar de rechtbank het overdrachtsplan niet heeft goedgekeurd, kan De Nederlandsche Bank N.V. alsnog of opnieuw een overdrachtsplan voorbereiden.
2. Het overdrachtsplan kan betrekking hebben op de overdracht van deposito-overeenkomsten en activa of passiva anders dan uit hoofde van deposito-overeenkomsten.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het overdrachtsplan en de voorbereiding daarvan.
##### Artikel 212hl
1. Indien De Nederlandsche Bank N.V. een overdrachtsplan voorbereidt, deelt zij dat terstond na aanvang van de voorbereiding mede aan de curator.
2. Nadat De Nederlandsche Bank N.V. de mededeling, bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan, kan zij, onverminderd hetgeen is bepaald in de [artikelen 5:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15) en [5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), de curator verplichten:
- a. gegevens of inlichtingen te verschaffen aan:
- 1°. een door De Nederlandsche Bank N.V. met name genoemde overnemer en deskundigen die de overnemer bijstaan; en
- 2°. door De Nederlansche Bank N.V. met name genoemde deskundigen die De Nederlandsche Bank N.V. bijstaan bij de voorbereiding van het overdrachtsplan; en
- b. toe te staan dat de door De Nederlandsche Bank N.V. met name genoemde overnemer en in onderdeel a van dit lid genoemde personen elke plaats met uitzondering van een woning van de bank betreden.
3. De personen, bedoeld in het tweede lid, maken van de medewerking, gegevens of inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, gebruik en betreden de plaats, bedoeld in het tweede lid, slechts voor zover dat redelijkerwijs in verband met de voorbereiding van het overdrachtsplan nodig is.
4. [Artikel 1:89 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:89) is van overeenkomstige toepassing op personen die op grond van het tweede lid vertrouwelijke gegevens of inlichtingen hebben verkregen.
5. Onverminderd het eerste lid, is het een ieder verboden, al dan niet op grond van de wet of enige overeenkomst, aan de voorbereiding van het overdrachtsplan bekendheid te geven.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen is bepaald in het derde, vierde en vijfde lid.
7. De curator, de bank en een onderneming die tot de groep behoort waartoe ook de bank behoort waarop De Nederlandsche Bank N.V. toezicht houdt, alsmede de personen, bedoeld in het tweede lid, en de overnemer zijn uitgezonderd van alle bij of krachtens de wet geldende verplichtingen tot openbaarmaking van gegevens of inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, tot aan het moment waarop het overdrachtsplan is goedgekeurd.
##### Artikel 212hm
Na de mededeling, bedoeld in [artikel 212hl, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hl&z=2012-06-13&g=2012-01-20), verleent de curator alle medewerking aan de voorbereiding van het overdrachtsplan.
##### Artikel 212hn
1. De [artikelen 3:159g tot en met 3:159p van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159g) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Indien De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 212hk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hk&z=2012-06-13&g=2012-01-20) een overdrachtsplan heeft voorbereid, kan zij de rechtbank Amsterdam verzoeken het overdrachtsplan goed te keuren.
##### Artikel 212ho
1. De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. om goedkeuring van het overdrachtsplan met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
2. De rechtbank keurt het overdrachtsplan goed tenzij de in het overdrachtsplan genoemde prijs of wijze waarop de prijs die de overnemer bereid is te betalen wordt vastgesteld, gegeven de omstandigheden van het geval, niet een redelijke prijs of wijze is.
##### Artikel 212hp
De curator voert het overdrachtsplan uit zo spoedig mogelijk nadat de rechtbank het heeft goedgekeurd.
##### Artikel 212hq
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan, in overleg met de curator, de rechtbank Amsterdam verzoeken om een reeds goedgekeurd overdrachtsplan aan te passen. [Artikel 3:159ij, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159ij), is van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring van de wijziging.
2. Ingeval de rechtbank de aanpassing niet goedkeurt, wijst zij het verzoek om aanpassing van het overdrachtsplan af en blijft het overdrachtsplan ongewijzigd in stand.
3. De [artikelen 212hd tot en met 212hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hd&z=2012-06-13&g=2012-01-20) en [212hk, tweede lid, tot en met 212hp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hk&z=2012-06-13&g=2012-01-20) zijn van overeenkomstige toepassing op de aanpassing van het overdrachtsplan.
##### Artikel 212hr
De [artikelen 212ha tot en met 212hq](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ha&z=2012-06-13&g=2012-01-20) zijn van overeenkomstige toepassing op een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 212hh
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2012-06-13&g=2012-01-20) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor het uitoefenen van het rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt bijgehouden of is gesitueerd.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213ab
Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar die niet een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam, onverminderd [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2012-06-13&g=2012-01-20), op verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement uitspreken.
##### Artikel 213ac
De Nederlandsche Bank N.V. kan bij haar verzoek een overdrachtsplan als bedoeld in [artikel 3:159c, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159c) overleggen met het verzoek het overdrachtsplan goed te keuren.
##### Artikel 213ad
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in een andere lidstaat.
##### Artikel 213ae
De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. tot het uitspreken van het faillissement of een aangifte door de verzekeraar met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
##### Artikel 213af
1. De verzekeraar kan, na in de gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen:
- a. beslissingen als bedoeld in [artikel 3:159d, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159d);
- b. beslissingen als bedoeld in [artikel 3:159f, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159f);
- c. beslissingen als bedoeld in de [artikelen 1:75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:75) en [1:76 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:76) die zijn genomen nadat De Nederlandsche Bank N.V. een mededeling als bedoeld in [artikel 3:159d, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159d) heeft gedaan;
- d. het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. dat zich een situatie als bedoeld in [artikel 213aa, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aa*&z=2012-06-13&g=2012-01-20), voordoet.
2. Ingeval een verzekeraar zich heeft verweerd tegen een beslissing of oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot die beslissing of dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 213ag
1. De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat zich een situatie, als bedoeld in [artikel 213aa, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aa*&z=2012-06-13&g=2012-01-20), voordoet.
2. Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. een overdrachtsplan als bedoeld in [artikel 213ac](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ac&z=2012-06-13&g=2012-01-20) heeft overgelegd, keurt de rechtbank het overdrachtsplan goed, tenzij de in het overdrachtsplan genoemde prijs of wijze waarop de prijs die de overnemer bereid is te betalen wordt vastgesteld, gegeven de omstandigheden van het geval, niet een redelijke prijs of wijze is. Bij het vaststellen of de prijs of wijze redelijk is wordt uitgegaan van het te verwachten toekomstperspectief van de verzekeraar in de situatie dat het overdrachtsplan niet wordt goedgekeurd.
3. Bij het uitspreken van het faillissement benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer curatoren. De Nederlandsche Bank N.V. kan voor de benoeming van curatoren voordrachten doen.
4. Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de curator bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht. De uittreksels vermelden naam en zetel van de desbetreffende verzekeraar, de woonplaats of het kantoor van de curator alsmede de datum van de beschikking. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarnaar hij diensten verricht wordt daarenboven vermeld dat op het faillissement, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, de rechtsgrondslag, dat De Nederlandsche Bank N.V. de bevoegde toezichthouder is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beschikking beroep in cassatie kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van de Hoge Raad en het onderwerp van de beschikking.
##### Artikel 213ah
1. Een beschikking als bedoeld in [artikel 213ab](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ab&z=2012-06-13&g=2012-01-20) of [213ag, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ag&z=2012-06-13&g=2012-01-20), is uitvoerbaar bij voorraad.
2. In afwijking van [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2012-06-13&g=2012-01-20), staat geen hoger beroep open tegen het uitspreken van het faillissement indien de rechtbank eveneens een verzoek om goedkeuring van een overdrachtsplan als bedoeld in [artikel 212ac](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ac&z=2012-06-13&g=2012-01-20) heeft toegewezen.
##### Artikel 213ai
Indien de rechtbank het overdrachtsplan heeft goedgekeurd, voert de curator het uit zo spoedig mogelijk nadat de rechtbank het faillissement heeft uitgesproken.
##### Artikel 213aj
1. Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. bij haar verzoek tot faillietverklaring geen overdrachtsplan heeft overgelegd of indien zij dat wel heeft gedaan maar de rechtbank het overdrachtsplan niet heeft goedgekeurd, kan De Nederlandsche Bank N.V. alsnog of opnieuw een overdrachtsplan voorbereiden.
2. Het overdrachtsplan kan betrekking hebben op de overdracht van activa of passiva.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het overdrachtsplan en de voorbereiding daarvan.
##### Artikel 213ak
1. Indien De Nederlandsche Bank N.V. een overdrachtsplan voorbereidt, deelt zij dat terstond na aanvang van de voorbereiding mede aan de curator.
2. Nadat De Nederlandsche Bank N.V. de mededeling, bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan, kan zij, onverminderd hetgeen is bepaald in de [artikelen 5:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15) en [5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), de curator verplichten:
- a. gegevens of inlichtingen te verschaffen aan:
- 1°. door De Nederlandsche Bank N.V. met name genoemde overnemer en deskundigen die een overnemer bijstaan; en
- 2°. door De Nederlandsche Bank N.V. met name genoemde deskundigen die De Nederlandsche Bank N.V. bijstaan bij de voorbereiding van het overdrachtsplan; en
- b. toe te staan dat een door De Nederlandsche Bank N.V. met name genoemde overnemer en de in onderdeel a van dit lid genoemde personen elke plaats met uitzondering van een woning van de verzekeraar betreden.
3. De personen, bedoeld in het tweede lid, maken van de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, gebruik en betreden de plaats, bedoeld in het tweede lid, slechts voor zover dat redelijkerwijs in verband met de voorbereiding van het overdrachtsplan nodig is.
4. [Artikel 1:89 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:89) is van overeenkomstige toepassing op personen die op grond van het tweede lid vertrouwelijke gegevens of inlichtingen hebben verkregen.
5. Onverminderd het eerste lid, is het een ieder verboden aan de voorbereiding van het overdrachtsplan bekendheid te geven.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen is bepaald in het derde, vierde en vijfde lid.
7. De curator, de verzekeraar en een onderneming die tot de groep behoort waartoe ook de verzekeraar behoort waarop De Nederlandsche Bank N.V. toezicht houdt, alsmede de personen, bedoeld in het tweede lid, zijn uitgezonderd van alle bij of krachtens de wet geldende verplichtingen tot openbaarmaking van gegevens of inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, tot aan het moment waarop het overdrachtsplan is goedgekeurd.
##### Artikel 213al
Na de mededeling, bedoeld in [artikel 213ak, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ak&z=2012-06-13&g=2012-01-20), verleent de curator alle medewerking aan de voorbereiding van het overdrachtsplan.
##### Artikel 213am
1. [Artikel 3:159u van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159u) is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 213aj](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aj&z=2012-06-13&g=2012-01-20) een overdrachtsplan heeft voorbereid, kan zij de rechtbank Amsterdam verzoeken het overdrachtsplan goed te keuren.
##### Artikel 213an
1. De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. om goedkeuring van het overdrachtsplan met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
2. De rechtbank keurt het overdrachtsplan goed tenzij de in het overdrachtsplan genoemde prijs of wijze waarop de prijs die de overnemer bereid is te betalen wordt vastgesteld, gegeven de omstandigheden van het geval, niet een redelijke prijs of wijze is.
##### Artikel 213ao
De curator voert het overdrachtsplan uit zo spoedig mogelijk nadat de rechtbank het heeft goedgekeurd.
##### Artikel 213ap
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan, in overleg met de curator, de rechtbank Amsterdam verzoeken om een reeds goedgekeurd overdrachtsplan aan te passen.
2. Ingeval de rechtbank de aanpassing niet goedkeurt, wijst zij het verzoek om aanpassing van het overdrachtsplan af en blijft het overdrachtsplan ongewijzigd in stand.
3. De [artikelen 213ad tot en met 213ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ad&z=2012-06-13&g=2012-01-20) en [213aj, tweede lid, tot en met 213ao](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aj&z=2012-06-13&g=2012-01-20) zijn van overeenkomstige toepassing op de aanpassing van het overdrachtsplan.
##### Artikel 213aq
De [artikelen 213aa tot en met 213ap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aa*&z=2012-06-13&g=2012-01-20) zijn van overeenkomstige toepassing op een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is.
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 213aa
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hga
1. Bij het uitspreken van het faillissement benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer curatoren. De Nederlandsche Bank N.V. kan voor de benoeming van de curator of curatoren voordrachten doen.
2. Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de curator bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar zij diensten verricht. De uittreksels vermelden naam en zetel van de bank, de woonplaats of het kantoor van de curator alsmede de datum van de beschikking. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de bank een bijkantoor heeft of waarnaar zij diensten verricht wordt daarenboven vermeld dat op het faillissement, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, de rechtsgrondslag, dat De Nederlandsche Bank N.V. de bevoegde toezichthouder is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beschikking beroep in cassatie kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van de Hoge Raad en het onderwerp van de beschikking.
##### Artikel 213abis
1. Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. oordeelt dat er ten aanzien van een verzekeraar die een vergunning als bedoeld in [artikel 2:26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:26a), [2:27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:27) of [2:54a van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:54a) heeft tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling zijn met betrekking tot het eigen vermogen, de solvabiliteit of de technische voorzieningen en redelijkerwijs is te voorzien dat die ontwikkeling niet voldoende of niet tijdig ten goede zal keren, kan zij de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van die verzekeraar het faillissement uit te spreken.
2. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een verzekeraar die een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.
3. Een verzekeraar die een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van zijn eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte.
##### Artikel 212ra
1. De volgende vorderingen worden verhaald op de boedel na de vorderingen, genoemd in [artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=288) en voor de vorderingen van concurrente schuldeisers, in de volgende volgorde:
- a. vorderingen ter zake van gegarandeerde deposito’s en vorderingen van de Nederlandsche Bank die op grond van [artikel 3:261, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:261) in de rechten van de depositohouder ter zake van een vordering op de betalingsonmachtige kredietinstelling is getreden;
- b. vorderingen ter zake van het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s dat groter is dan het bedrag van de vergoeding dat krachtens [artikel 3:259, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:259) is vastgesteld, welke deposito’s worden aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, alsmede van deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden in buiten de Europese Unie gelegen bijkantoren van banken met zetel in de Europese Unie.
2. Zowel binnen onderdeel a als binnen onderdeel b van het eerste lid hebben de vorderingen onderling een gelijke rang.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
##### Artikel 212oo
De [artikelen 212h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212h&z=2015-11-26&g=2015-11-26), [212ha tot en met 212hq](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ha&z=2015-11-26&g=2015-11-26), [212i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212i&z=2015-11-26&g=2015-11-26), [212j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212j&z=2015-11-26&g=2015-11-26), en [212l tot en met 212nn](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212l&z=2015-11-26&g=2015-11-26) zijn van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen, bedoeld in [artikel 3A:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3a:2), met dien verstande dat in artikel 212ha voor «artikel 2:11» wordt gelezen: 2:96.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213ar
1. Onverminderd [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2015-11-26&g=2015-11-26) kan De Nederlandsche Bank N.V. de rechtbank Amsterdam verzoeken het faillissement uit te spreken ten aanzien van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2015-11-26&g=2015-11-26), indien zich ten aanzien van die verzekeraar een situatie als bedoeld in dat artikel voordoet en De Nederlandsche Bank N.V. oordeelt dat:
- a. er ten aanzien van de moedermaatschappij tekenen zijn van een gevaarlijke ontwikkeling met betrekking tot het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit, onderscheidenlijk de technische voorzieningen, en redelijkerwijs is te voorzien dat die ontwikkeling niet voldoende of niet tijdig ten goede zal keren; en
- b. het faillissement voor de afwikkeling van die verzekeraar of de groep, bedoeld in [artikel 3:159a, onderdeel d, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159a), waartoe de verzekeraar behoort nodig is.
2. Indien ten aanzien van een verzekeraar en diens moedermaatschappij de situaties, bedoeld in het eerste lid, zich voordoen, kan een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement van de moedermaatschappij niet aanvragen.
3. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2015-11-26&g=2015-11-26), geschiedt de faillietverklaring van een moedermaatschappij op een verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. als bedoeld in het eerste lid door de rechtbank Amsterdam.
4. Indien een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement verzoekt van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2015-11-26&g=2015-11-26), stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte of het verzoek tot faillietverklaring.
5. De [artikelen 213ac tot en met 213ap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ac&z=2015-11-26&g=2015-11-26) zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van de [artikelen 213af](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213af&z=2015-11-26&g=2015-11-26) en [213ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ag&z=2015-11-26&g=2015-11-26) voor «[artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2015-11-26&g=2015-11-26),» wordt gelezen: «[artikel 213ar, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ar&z=2015-11-26&g=2015-11-26),».
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 106a
1. Op vordering van de curator of op verzoek van het openbaar ministerie kan de rechtbank een bestuursverbod opleggen aan de bestuurder van een in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3) genoemde rechtspersoon, de gewezen bestuurder daaronder begrepen, als tijdens of in de drie jaren voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement van die rechtspersoon:
- a. door de rechter bij onherroepelijk geworden uitspraak is geoordeeld dat hij voor zijn handelen of nalaten bij die rechtspersoon aansprakelijk is, als bedoeld in de [artikelen 138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138) of [248 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248);
- b. de bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon rechtshandelingen heeft verricht, toegelaten of mogelijk gemaakt waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld en die overeenkomstig de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2016-07-01&g=2016-07-01) of [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=47&z=2016-07-01&g=2016-07-01) bij onherroepelijk geworden uitspraak door de rechter zijn vernietigd;
- c. de bestuurder, ondanks een verzoek van de curator, in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsverplichtingen, bedoeld in deze wet, jegens de curator;
- d. de bestuurder, hetzij als zodanig, hetzij als natuurlijke persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft; of
- e. aan de rechtspersoon of de bestuurder ervan een boete wegens een vergrijp als bedoeld in de [artikelen 67d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67d), [67e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67e) of [67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67f) is opgelegd en deze beschikking onherroepelijk is.
2. Een bestuursverbod kan mede worden uitgesproken jegens de bestuurder van een of meer rechtspersonen die bestuurder is of zijn als bedoeld in het eerste lid.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek aan het openbaar ministerie of de curator de voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, benodigde gegevens.
4. Met uitzondering van het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op een natuurlijke persoon die handelt of heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
##### Artikel 106b
1. Een bestuurder aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan gedurende vijf jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, of zoveel korter als in de uitspraak is bepaald, niet tot bestuurder of commissaris van een in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3) genoemde rechtspersoon worden benoemd. Een benoeming tot bestuurder of commissaris in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig.
2. Tenzij in de uitspraak anders is bepaald, vormt het bestuursverbod voor betrokkene tevens een beletsel voor de uitoefening van zijn functie als bestuurder of commissaris bij alle op grond van [artikel 106c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106c&z=2016-07-01&g=2016-07-01), in de procedure betrokken rechtspersonen.
3. De griffier van de rechtbank, of in geval van hoger beroep, van het gerechtshof, biedt de onherroepelijke uitspraak waarin een bestuursverbod is opgelegd met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan, die terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister overgaat. Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij het Handelsregister.
4. De rechtbank regelt zo nodig alle overige gevolgen van het door haar uitgesproken bestuursverbod.
5. De rechtbank kan ter verzekering van de naleving van haar uitspraak een dwangsom opleggen. Wordt de dwangsom verbeurd, dan komt deze toe aan de boedel of, als daarvan geen sprake is, aan de staat. De Minister van Veiligheid en Justitie kan de ontvangen gelden besteden aan nader door hem te bepalen doeleinden van faillissementsfraudebestrijding.
6. Een uitspraak houdende oplegging van een bestuursverbod kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
##### Artikel 106c
1. Bij een verzoek of vordering tot het opleggen van een bestuursverbod wordt een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd van de overige rechtspersonen, bedoeld in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3), waarvan de betrokkene bestuurder of commissaris is. De Kamer van Koophandel verstrekt dit uittreksel op verzoek van de curator of het openbaar ministerie.
2. De rechtbank stelt de in het vorige lid bedoelde rechtspersonen in de gelegenheid om hun zienswijze over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan naar voren te brengen. Daarbij kunnen zij niet worden vertegenwoordigd door de bestuurder jegens wie een bestuursverbod is gevorderd of verzocht, tenzij deze de enige bestuurder van de betrokken rechtspersoon is.
3. Indien een bestuursverbod ertoe leidt dat een rechtspersoon zonder bestuurder of commissaris komt te verkeren, kan de rechtbank overgaan tot de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen wier bezoldiging door de rechtbank wordt vastgesteld en voor rekening van de rechtspersoon komt.
4. De rechtbank bij wie een verzoek of vordering tot het opleggen van een bestuursverbod aanhangig is, kan de desbetreffende bestuurder of commissaris op verzoek van het openbaar ministerie of op vordering van de curator schorsen en zo nodig voorzien in de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen.
5. De schorsing en de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen kan in elke stand van het geding worden verzocht of gevorderd. Zij gelden voor ten hoogste de duur van het geding.
6. De schorsing of de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen wordt, voor de duur van de schorsing of tijdelijke aanstelling, ingeschreven in het Handelsregister.
##### Artikel 106d
1. Voor de toepassing van de [artikelen 106a tot en met 106c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2016-07-01&g=2016-07-01) wordt als bestuurder tevens aangemerkt degene die het beleid van de rechtspersoon heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder.
2. Voor de toepassing van de [artikelen 106a tot en met 106c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2016-07-01&g=2016-07-01) wordt met bestuurder gelijk gesteld de uitvoerende bestuurder en met de commissaris de niet uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken zijn verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders.
##### Artikel 106e
De artikelen [106a tot en met 106d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2016-07-01&g=2016-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing op bestuurders, gewezen bestuurders, commissarissen en feitelijk leidinggevenden bij een Europees Economisch samenwerkingsverband, een Europese vennootschap en een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 105a
1. De gefailleerde verleent de curator alle medewerking aan het beheer en de vereffening van de boedel.
2. De gefailleerde draagt terstond de administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers volledig en ongeschonden aan de curator over. Zo nodig stelt de gefailleerde de curator alle middelen ter beschikking om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken.
3. Indien de gefailleerde in enige gemeenschap van goederen is gehuwd of in enige gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, rust de plicht om medewerking te verlenen op ieder van de echtgenoten onderscheidenlijk van de geregistreerde partners voor zover het faillissement de gemeenschap betreft.
##### Artikel 105b
1. Derden met inbegrip van accountantsorganisaties en een externe accountant, die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, de administratie van de gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, stellen die administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers desgevraagd volledig en ongeschonden aan de curator ter beschikking, zo nodig met inbegrip van de middelen om de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar te maken.
2. In afwijking van [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2017-04-01&g=2017-04-01) kunnen derden geen beroep op een retentierecht doen ten aanzien van de administratie van de gefailleerde die zij in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, onder zich hebben als de curator die administratie op grond van het eerste lid heeft opgevraagd.
3. Elk beding dat strijdig is met het bepaalde in het eerste of tweede lid is nietig.
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212nna
Indien De Nederlandsche Bank N.V. gebruik heeft gemaakt van een bevoegdheid op grond van [afdeling 3A.2.5 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3a.2.5) ten aanzien van een entiteit als bedoeld in [artikel 3A:2, onderdelen c tot en met g, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3a:2), is [afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2017-06-27&g=2017-06-27), met uitzondering van de [artikelen 212r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212r&z=2017-06-27&g=2017-06-27) en [212k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212k&z=2017-06-27&g=2017-06-27), van overeenkomstige toepassing op het faillissement van die entiteit.
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5a
1. Een verzoek tot opening van een groepscoördinatieprocedure als bedoeld in artikel 61 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2017-12-23&g=2017-12-23), genoemde verordening kan worden gedaan door een insolventiefunctionaris bij de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2017-12-23&g=2017-12-23).
2. Tegen een beslissing van de rechtbank als bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2017-12-23&g=2017-12-23), genoemde verordening, kan een bij de groepscoördinatieprocedure betrokken insolventiefunctionaris gedurende acht dagen, na de dag waarop die beslissing is genomen, in hoger beroep komen.
3. Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoek, in te dienen ter griffie van het rechtscollege dat bevoegd is van de zaak kennis te nemen.
4. De rechter beveelt in geval van een mondelinge behandeling de oproeping van de verzoeker in hoger beroep, de bij de groepscoördinatieprocedure betrokken coördinator en de in eerste aanleg in de procedure verschenen belanghebbenden.
5. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan de rechtbank.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
##### Artikel 110a
Indien sprake is van een onvolledig ingevuld standaardformulier als bedoeld in artikel 55 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2017-12-23&g=2017-12-23), genoemde verordening, wordt de schuldeiser door de curator in de gelegenheid gesteld het standaardformulier aan te vullen.
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
##### Artikel 215a
1. Elke schuldeiser heeft tegen de voorlopige verlening van surseance recht van verzet gedurende acht dagen na de dag waarop de surseance voorlopig is verleend op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2017-12-23&g=2017-12-23).
2. De rechter, die een voorlopige verlening van surseance intrekt, stelt tevens het bedrag vast van de kosten van de surseance van betaling en van het salaris van de bewindvoerder. Hij brengt dit bedrag ten laste van de schuldenaar. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Een bevelschrift van tenuitvoerlegging zal daarvan worden uitgegeven ten behoeve van de bewindvoerder.
### afdeling Tweede. Van het akkoord
##### Artikel 257a
[Artikel 110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110a&z=2017-12-23&g=2017-12-23) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 14b
Benoemt de rechtbank meerdere rechters-commissarissen, dan zijn zij zowel afzonderlijk als tezamen bevoegd om de in deze wet genoemde bevoegdheden uit te oefenen.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeisers
##### Artikel 75a
1. De rechtbank dan wel de rechter-commissaris kan bij het instellen van de voorlopige of definitieve schuldeiserscommissie een reglement vaststellen over de werkwijze van de schuldeiserscommissie. Dit reglement wordt op passende wijze bekend gemaakt.
2. Na het instellen van de voorlopige of definitieve schuldeiserscommissie beslist de rechtbank dan wel de rechter-commissaris over het ontslag van leden van de schuldeiserscommissie.
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
##### Artikel 80a
De rechter-commissaris bepaalt of een vergadering van schuldeisers fysiek, dan wel schriftelijk of met gebruikmaking van een elektronisch communicatiemiddel plaatsvindt.
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
##### Artikel 161a
Na beëindiging van het faillissement overeenkomstig [artikel 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161&z=2018-07-01&g=2018-07-01) zijn verifieerbare vorderingen die niet binnen de termijn van [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2018-07-01&g=2018-07-01) zijn ingediend ter verificatie niet langer afdwingbaar, tenzij de schuldeiser redelijkerwijs niet in staat was de vordering binnen de bedoelde termijn voor verificatie in te dienen.
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hga*
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van bank tot het ter beschikking krijgen van gelden is aangegaan.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
##### Artikel 212hgb
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator, aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overgang van verbintenissen die de bank met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden is aangegaan, van die verbintenissen, met dien verstande dat de bedingen in overeenkomsten waaruit de volgende vorderingen voortvloeien daarbij niet kunnen worden gewijzigd:
- a. vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de bank zijn gedekt;
- b. termijnen van huurkoop;
- c. vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de richtlijn financiëlezekerheidsovereenkomsten; of
- d. de verplichtingen die voortvloeien uit corresponderende posities en daarmee samenhangende cliëntposities als bedoeld in [hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003109&hoofdstuk=3b), alsmede de verplichtingen met betrekking tot het stellen van zekerheid in verband met de betreffende derivatenposities, voor wat betreft de verplichtingen jegens cliënten beperkt tot de verplichtingen die kunnen worden voldaan uit het derivatenvermogen, bedoeld in [artikel 49g, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003109&artikel=49g).
2. De verbintenissen kunnen overgaan met uitsluiting van enig met deze rechten en verplichtingen samenhangend recht op schadevergoeding.
3. Indien de curator na het uitspreken van het faillissement het verzoek doet, behandelt de rechtbank het verzoek met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van rechtspleging in burgerlijke zaken. De Nederlandsche Bank N.V. wordt gehoord.
4. Indien de rechtbank de machtiging verleent, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. De curator kan verlenging van de geldigheidsduur voor telkens ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Zolang bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, wordt de machtiging gehandhaafd.
5. Indien een curator voornemens is over te gaan tot overdracht van verbintenissen die een bank met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, vraagt hij daaromtrent advies van De Nederlandsche Bank N.V.. Indien de curator toestemming als bedoeld in [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2018-12-14&g=2018-12-14) vraagt, legt hij daarbij dit advies over.
##### Artikel 212hgc
1. Zodra de overgang van rechten en verplichtingen heeft plaatsgevonden, maakt de curator de overgang en, ingeval de overeenkomst is gewijzigd, de wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant en in ten minste drie dagbladen die door de rechtbank kunnen zijn aangewezen. Ingeval de rechtbank geen dagbladen heeft aangewezen, kan de curator de overgang en de wijzigingen ook op andere wijze bekendmaken.
2. De overdracht en de wijzigingen worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de bank en de derde van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst.
3. De Nederlandsche Bank N.V. deelt de overdracht en de wijzigingen mede aan de toezichthoudende instanties waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in lidstaten.
##### Artikel 212rb
1. Onmiddellijk na de vorderingen van concurrente schuldeisers en voor vorderingen die op enige grond zijn achtergesteld op concurrente schuldeisers, worden vorderingen uit schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 48, onder ii, van [richtlijn 2014/59](32014L0059)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van [Richtlijn 82/891/EEG](31982L0891) van de Raad en de [Richtlijnen 2001/24/EG](32001L0024), [2002/47/EG](32002L0047), [2004/25/EG](32004L0025), [2005/56/EG](32005L0056), [2007/36/EG](32007L0036), [2011/35](32011L0035)/EU, [2012/30](32012L0030)/EU en [2013/36](32013L0036)/EU en de Verordeningen (EU) nr. [1093/2010](32993L2010) en (EU) nr. [648/2012](32548L2012), van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 173), die voldoen aan de criteria, genoemd in artikel 108, tweede lid, van die richtlijn, verhaald op de boedel.
2. De vorderingen uit schuldinstrumenten, bedoeld in het eerste lid, hebben onderling een gelijke rang.
3. Dit artikel is van toepassing op een gefailleerde die ten tijde van de uitgifte van de schuldinstrumenten een entiteit was als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van [richtlijn 2014/59](32014L0059)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van [Richtlijn 82/891/EEG](31982L0891) van de Raad en de [Richtlijnen 2001/24/EG](32001L0024), [2002/47/EG](32002L0047), [2004/25/EG](32004L0025), [2005/56/EG](32005L0056), [2007/36/EG](32007L0036), [2011/35](32011L0035)/EU, [2012/30](32012L0030)/EU en [2013/36](32013L0036)/EU en de Verordeningen (EU) nr. [1093/2010](32993L2010) en (EU) nr. [648/2012](32548L2012), van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 173).
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 213ad1
1. De rechtbank is bevoegd inzage te nemen of te doen nemen, door daartoe door haar aangewezen deskundigen, van zakelijke gegevens en bescheiden van de betrokken verzekeraar.
2. Degene die de gegevens onder zich heeft, verstrekt de gegevens en bescheiden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn.
##### Artikel 213aga
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering die de verzekeraar heeft gesloten.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
##### Artikel 213agb
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator, aan de curator een machtiging verlenen die strekt bij de overgang op een derde van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering die de verzekeraar heeft gesloten, tot wijziging van die overeenkomst van verzekering.
2. De rechten en verplichtingen kunnen overgaan met uitsluiting van enig met de rechten en verplichtingen samenhangend recht op schadevergoeding.
3. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid die betrekking heeft op een levensverzekering kan niet tot gevolg hebben dat aan verzekeringnemers meer verplichtingen worden opgelegd.
4. Ingeval de curator na het uitspreken van het faillissement het verzoek doet, behandelt de rechtbank het verzoek met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van rechtspleging in burgerlijke zaken. De Nederlandsche Bank N.V. wordt gehoord.
5. Indien de rechtbank de machtiging verleent, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de termijn kan de curator verlenging van de geldigheidsduur voor telkens ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Zolang bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, wordt de machtiging gehandhaafd.
6. Indien een curator voornemens is over te gaan tot overgang van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering, vraagt hij daaromtrent advies van De Nederlandsche Bank N.V.. Indien de curator toestemming als bedoeld in [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2019-01-01&g=2019-01-01) vraagt, legt hij daarbij dit advies over.
##### Artikel 213agc
1. Zodra de overgang van rechten en verplichtingen heeft plaatsgevonden, maakt de curator de overgang en, ingeval de overeenkomst is gewijzigd, de wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant en in ten minste drie dagbladen, die door de rechtbank kunnen zijn aangewezen.
2. De overgang en de wijzigingen worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de verzekeraar en de derde van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst.
3. De Nederlandsche Bank N.V. deelt de overgang en de wijzigingen mede aan de toezichthoudende instanties waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in lidstaten.
##### Artikel 213ka
1. Indien de wederpartij van de verzekeraar zich heeft verbonden tot het betalen van premie in termijnen en zij op het tijdstip van faillietverklaring de laatste termijn nog niet heeft voldaan en indien tevens een onzeker voorval waarop de overeenkomst van verzekering betrekking heeft zich op dat tijdstip nog kan voordoen, kan de curator eigener beweging of op schriftelijk verzoek van de wederpartij met toestemming van de rechter-commissaris verklaren of de overeenkomst wordt nagekomen, en, zo ja, of de wederpartij de voldoening van premies kan opschorten dan wel dat zij dient door te gaan met de voldoening van de premies. [Artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2019-01-01&g=2019-01-01) is niet van toepassing.
2. Indien de voldoening van de premies wordt opgeschort, wordt, ingeval de verzekering een spaarelement bevat, de verhoging van het gespaarde bedrag dienovereenkomstig opgeschort.
3. Indien de curator verklaart dat de overeenkomst wordt nagekomen en de rechten en verplichtingen krachtens de overeenkomst van verzekering nadien niet overgaan op een derde, en indien tevens de wederpartij na de verklaring premies heeft voldaan, heeft, ingeval de verzekering een spaarelement bevat, de wederpartij een vordering tot teruggave van de na de verklaring voldane premies, voor zover deze premies niet hebben geleid tot een evenredige verhoging van het gespaarde bedrag na de verklaring. Ingeval de premies zijn voldaan aan de boedel, is de verplichting tot teruggave van de premies boedelschuld. Ingeval de na de verklaring voldane premies hebben geleid tot een evenredige verhoging van het gespaarde bedrag, is deze verhoging boedelschuld.
4. De rechter-commissaris kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, zowel per overeenkomst als voor een groep overeenkomsten geven.
##### Artikel 213kaa
1. De curator kan eigener beweging of op schriftelijk verzoek van de wederpartij met toestemming van de rechter-commissaris de verzekering beëindigen met inachtneming van een termijn van drie maanden, indien:
- a. de wederpartij van de verzekeraar op het tijdstip van de faillietverklaring aan haar verplichting tot het betalen van premie volledig heeft voldaan;
- b. het een verzekering betreft op grond waarvan alleen dan een uitkering wordt gedaan indien zich een onzeker voorval voordoet voorafgaand aan een in de overeenkomst bepaald tijdstip; en
- c. een onzeker voorval waarop de verzekering betrekking heeft zich nog kan voordoen.
2. [Artikel 213ka, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ka&z=2019-01-01&g=2019-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 213ma
1. De curator vraagt de rechter-commissaris toestemming voor het doen van tussentijdse periodieke uitkeringen onderscheidenlijk een eenmalige uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling, op opeisbare vorderingen:
- a. betreffende uitkeringen, ontstaan krachtens overeenkomsten van levensverzekering;
- b. ontstaan krachtens overeenkomsten van schadeverzekering betreffende uitkeringen ter zake van letsel, ziekte of overlijden van natuurlijke personen;
- c. betreffende reeds vervallen termijnen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
- d. ontstaan krachtens overeenkomsten van verzekering anders dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, indien deze het bedrag van € 12.500 te boven gaan, en indien het verzekerde risico zich heeft verwezenlijkt voorafgaand aan de negentigste dag na de faillietverklaring.
2. Onder een vordering als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een vordering die een begunstigde heeft doordat hij voorafgaand aan de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt van zijn recht de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar te doen afkopen.
3. De curator doet het verzoek, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot vorderingen die reeds voor de dag van de faillietverklaring opeisbaar zijn geworden, uiterlijk op de negentigste dag na de faillietverklaring.
4. De curator vraagt de rechter-commissaris op verzoek van de begunstigde of de verzekeringnemer tevens toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling op een vordering die een schuldeiser heeft doordat degene die het recht heeft de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar af te doen kopen van dat recht na de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt, indien het eerst na de verificatievergadering doen van een uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben.
5. Indien het risico zich na de faillietverklaring heeft verwezenlijkt, vraagt de curator slechts toestemming indien de vordering ter verificatie is ingediend.
6. De curator vraagt tevens toestemming met betrekking tot de hoogte, en, in geval van periodieke uitkeringen, de frequentie daarvan.
##### Artikel 213mb
In afwijking van [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2019-01-01&g=2019-01-01) vraagt de curator geen toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering als bedoeld in artikel 213ma voorafgaand aan de slotuitdeling op:
- a. vorderingen die het Zorginstituut ingevolge [artikel 31, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=31) gehouden is te voldoen aan de verzekerde;
- b. vorderingen van het Zorginstituut waarin dat instituut op grond van [artikel 31, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=31) is gesubrogeerd;
- c. vorderingen van een benadeelde als bedoeld in [artikel 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=1) die ter zake van dezelfde schade ingevolge [artikel 25, eerste lid, onderdeel d, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=25) een recht op schadevergoeding geldend kan maken tegen het Waarborgfonds Motorverkeer;
- d. vorderingen tot verhaal die het Waarborgfonds Motorverkeer op grond van [artikel 27, eerste lid, tweede alinea, tweede zin, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=27) heeft;
- e. vorderingen die ontstaan, dan wel opeisbaar of onvoorwaardelijk zijn geworden louter door of in verband met het aanvragen van het faillissement of de faillietverklaring dan wel door een handelen of nalaten van de curator; en
- f. vorderingen waarbij voor het ontstaan dan wel het opeisbaar of onvoorwaardelijk worden wilsovereenstemming met de verzekeraar of een wilsuiting van een derde is vereist, en die wilsovereenstemming of wilsuiting eerst na de faillietverklaring plaatsvindt.
##### Artikel 213mc
1. In zijn verzoek maakt de curator aannemelijk dat het percentage dat de desbetreffende schuldeisers op hun vordering ontvangen als gevolg van de tussentijdse uitkering of de wijziging is gebaseerd op een prudente schatting van het percentage dat de schuldeisers op hun vordering zouden hebben ontvangen na de verificatievergadering indien geen tussentijdse uitkeringen waren gedaan onderscheidenlijk deze niet waren gewijzigd.
2. De rechter-commissaris geeft toestemming tenzij hij oordeelt dat de curator het bepaalde in het eerste lid niet aannemelijk heeft gemaakt.
##### Artikel 213md
1. De curator doet de tussentijdse uitkeringen waarvoor de rechter-commissaris toestemming heeft gegeven.
2. In afwijking van het eerste lid doet de curator, indien tot aan de faillietverklaring op vorderingen, bedoeld in [artikel 213ma, eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2019-01-01&g=2019-01-01), een of meer periodieke uitkeringen zijn gedaan, zonder toestemming van de rechter-commissaris tussentijdse uitkeringen totdat de rechter-commissaris heeft beslist op een verzoek om toestemming dat is gedaan gedurende de eerste negentig dagen na de dag van de faillietverklaring, per periode voor hetzelfde bedrag als het bedrag dat de schuldeiser voorafgaand aan de faillietverklaring in eenzelfde periode ontving.
##### Artikel 213me
1. De curator vraagt toestemming voor het doen van een uitkering als bedoeld in [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2019-01-01&g=2019-01-01) aan ten behoeve van:
- a. natuurlijke personen; en
- b. rechtspersonen die op het tijdstip dat de vordering opeisbaar wordt een micro-onderneming of kleine onderneming drijven als bedoeld in artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid van de [richtlijn 2014/34](32014L0034)/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van [Richtlijn 2006/43/EG](32006L0043) van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van [Richtlijnen 78/660/EEG](31978L0660) en [83/349/EEG](31983L0349) van de Raad.
2. De curator doet aan een schuldeiser die niet een persoon is als bedoeld in het eerste lid een uitkering indien de rechter-commissaris op verzoek van die schuldeiser of een belanghebbende daartoe beslist. De rechter-commissaris beslist daartoe indien het eerst na de verificatievergadering doen van een uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben.
##### Artikel 213mf
1. Een belanghebbende die van oordeel is dat de curator in strijd met [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2019-01-01&g=2019-01-01) of [213me, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213me&z=2019-01-01&g=2019-01-01), geen toestemming aan de rechter-commissaris vraagt voor het doen van een tussentijdse uitkering, kan de rechter-commissaris verzoeken de curator te bevelen een tussentijdse uitkering te doen.
2. De rechter-commissaris beslist, na de curator te hebben gehoord, binnen drie dagen.
3. Wanneer de rechter-commissaris het verzoek toewijst, bepaalt hij tevens de hoogte van de tussentijdse uitkering, en, in geval van periodieke uitkeringen, de frequentie daarvan.
##### Artikel 213mg
[Artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2019-01-01&g=2019-01-01) is niet van toepassing indien een schuldeiser een vordering heeft als bedoeld in artikel 213ma op zowel de verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard als een andere verzekeraar ter zake van dezelfde schade.
##### Artikel 213mh
1. Indien het bedrag dat een schuldeiser aan tussentijdse periodieke uitkeringen heeft ontvangen groter is dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd, en voorafgaand aan de verificatievergadering vorderingen uit hoofde van verzekering zijn overgedragen aan een overnemer, heeft de curator, indien hij niet anders is overeengekomen met de overnemer, ter zake van het bedrag dat hij niet meer kan verrekenen doordat de vorderingen uit hoofde van verzekering en activa zijn overgedragen, een vordering op de overnemer.
2. De overnemer kan het bedrag dat hij op de vordering, bedoeld in het eerste lid, heeft voldaan aan de curator, in termijnen in mindering brengen op de uitkeringen die hij is verschuldigd uit hoofde van de op hem overgegane overeenkomst van verzekering met de desbetreffende schuldeiser.
##### Artikel 213mi
Voor zover de boedel een vordering heeft op een schuldeiser omdat deze aan tussentijdse uitkeringen meer heeft ontvangen dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd, is deze vordering nihil, tenzij een schuldeiser meer aan tussentijdse uitkeringen heeft ontvangen dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd doordat hij niet te goeder trouw is.
##### Artikel 213mj
De curator kan met toestemming van de rechter-commissaris een tussentijdse periodieke uitkering beëindigen of de hoogte of de frequentie daarvan wijzigen.
##### Artikel 213mk
In afwijking van [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=67&z=2019-01-01&g=2019-01-01):
- a. kan beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris waarbij toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering wordt gegeven of geweigerd of waarbij een bevel als bedoeld in [artikel 213mf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213mf&z=2019-01-01&g=2019-01-01) wordt gegeven worden ingesteld door de belanghebbende wiens vordering het betreft, de curator en De Nederlandsche Bank N.V..
- b. beslist de rechtbank na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbende, de curator en De Nederlandsche Bank N.V.; en
- c. wordt de beschikking door de rechtbank in hoogste ressort gewezen.
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
##### Artikel 328b
1. Vorderingen, na afloop van de in [artikel 289, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2019-01-01&g=2019-01-01), genoemde termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden bij de bewindvoerder ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek geverifieerd, indien noch de bewindvoerder noch een van de aanwezige schuldeisers daartegen bezwaar maakt.
2. Vorderingen, ingediend na het in het eerste lid genoemde tijdstip, worden niet geverifieerd.
3. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet toepasselijk, indien de schuldeiser buiten het Rijk in Europa woont en daardoor verhinderd was zich eerder aan te melden.
4. In geval van bezwaar, zoals in het eerste lid bedoeld, of van verhindering, zoals in het derde lid bedoeld, beslist de rechter-commissaris na raadpleging van de verificatievergadering.
##### Artikel 328c
1. Aan schuldeisers die ten gevolge van hun verzuim om op te komen pas geverifieerd worden nadat er reeds een uitdeling heeft plaats gehad, wordt uit de nog voorhanden baten een bedrag vooruitbetaald, evenredig aan hetgeen door de overige erkende schuldeisers reeds is ontvangen.
2. Schuldeisers met voorrang verliezen die voorrang voorzover de opbrengst van de zaak, waaraan die voorrang kleefde, bij een vroegere uitdelingslijst aan andere schuldeisers bij voorrang is toegekend.
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
##### Artikel 349aa
1. De schuldeiser van wie de vordering niet of voor een te laag bedrag is geverifieerd, ook al was dit overeenkomstig zijn opgave, kan bij de overeenkomstige toepassing van [artikel 184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=184&z=2019-01-01&g=2019-01-01) in verzet komen. De schuldeiser dient daartoe een bezwaarschrift in met het verzoek om geverifieerd te worden uiterlijk twee dagen vóór die waarop het verzet ter openbare zitting zal behandeld worden. Voorts dient de schuldeiser de vordering of het niet-geverifieerde deel van de vordering in bij de curator en voegt een afschrift daarvan bij het bezwaarschrift.
2. De verificatie, bedoeld in het vorige lid, vindt plaats zoals bepaald bij [artikel 119](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en volgende, ter openbare zitting, bestemd voor de behandeling van het verzet en voordat met de behandeling van het verzet een aanvang wordt gemaakt.
3. Indien dit verzet alleen verificatie als schuldeiser tot doel heeft, en niet tevens door anderen verzet is gedaan, komen de kosten van het verzet ten laste van deze schuldeiser.
4. Door een schuldeiser bedoeld in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2019-01-01&g=2019-01-01), kan niet het in het eerste lid bedoelde verzet worden gedaan.
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 3d
1. Als een eigen aangifte of een verzoek tot faillietverklaring en een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15) gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
2. De behandeling van de eigen aangifte of het verzoek tot faillietverklaring wordt in ieder geval geschorst totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek tot aanwijzing van de herstructureringsdeskundige. Wijst de rechtbank het verzoek toe, dan kondigt zij daarbij tevens overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2020-10-15&g=2020-10-15) een afkoelingsperiode af en blijft de schorsing tijdens die periode van kracht.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 42a
Een rechtshandeling die is verricht nadat de schuldenaar ter griffie van rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan niet met een beroep op het vorige artikel worden vernietigd, als de rechter op verzoek van de schuldenaar voor die rechtshandeling een machtiging heeft afgegeven. De rechter honoreert dit verzoek als:
- a. het verrichten van de rechtshandeling noodzakelijk is om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van een akkoord als bedoeld in de genoemde artikelen te kunnen blijven voortzetten, en
- b. op het moment dat de machtiging wordt verstrekt redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar bij deze rechtshandeling gediend zijn, terwijl geen van de individuele schuldeisers daardoor wezenlijk in zijn belangen wordt geschaad.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 2. Van de curator
#### § 3. Van de schuldeiserscommissie
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 212hga*
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van bank tot het ter beschikking krijgen van gelden is aangegaan.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 1. Algemene bepalingen
##### Artikel 369
1. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch op een bank als bedoeld in [artikel 212g, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212g&z=2020-10-15&g=2020-10-15), of een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=1&artikel=213&z=2020-10-15&g=2020-10-15), als schuldenaar.
2. Het in deze afdeling ten aanzien van stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders bepaalde, is van toepassing op de schuldeisers en aandeelhouders die overeenkomstig [artikel 381, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15), stemgerechtigd zijn.
3. Als de schuldenaar een vereniging of coöperatie is, is het in deze afdeling ten aanzien van aandeelhouders bepaalde van overeenkomstige toepassing op de leden.
4. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op rechten van werknemers in dienst van de schuldenaar die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten in de zin van [artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=610).
5. Behoudens de gevallen waarin sprake is van de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is het in deze afdeling bepaalde niet van toepassing als de schuldenaar in de afgelopen drie jaar een akkoord heeft aangeboden dat bij een stemming als bedoeld in [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door alle klassen is verworpen of ten aanzien waarvan de rechtbank op de voet van [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15) de homologatie heeft geweigerd.
6. Een akkoord kan op basis van deze afdeling naar keuze worden voorbereid en aangeboden in een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
7. Of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om verzoeken als bedoeld in deze afdeling in behandeling te nemen wordt bepaald:
- a. op grond van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2020-10-15&g=2020-10-15), genoemde verordening voor zover het verzoeken betreft die worden ingediend in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement en de genoemde verordening van toepassing is, dan wel
- b. [artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=3).
8. Het in deze afdeling ten aanzien van de rechtbank bepaalde is van toepassing op de rechtbank die ingevolge de [artikelen 262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=262) of [269 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=269) relatief bevoegd is om verzoeken als bedoeld in deze afdeling in behandeling te nemen. Heeft een rechtbank zich in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement eenmaal relatief bevoegd verklaard om kennis te nemen van een verzoek ten aanzien van een schuldenaar, dan is deze rechtbank met uitsluiting van andere relatief bevoegde rechtbanken, eveneens relatief bevoegd om kennis te nemen van alle verdere verzoeken die in die procedure op grond van deze afdeling ten aanzien van de schuldenaar worden ingediend. Bieden meerdere rechtspersonen die samen een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) tegelijkertijd een akkoord aan op grond van deze afdeling, dan kunnen zij één van de gerechten die relatief bevoegd is, in een gezamenlijk verzoek vragen kennis te nemen van alle verzoeken die worden ingediend in het kader van de totstandkoming van een akkoord ten aanzien van deze rechtspersonen op grond van deze afdeling.
9. Verzoeken aan de rechter in het kader van deze afdeling worden in raadkamer behandeld, tenzij het akkoord wordt voorbereid en aangeboden in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
10. Tegen de beslissingen van de rechtbank in het kader van deze afdeling staat geen rechtsmiddel open, tenzij anders is bepaald.
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
##### Artikel 370
1. Als een schuldenaar verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan, kan hij zijn schuldeisers en zijn aandeelhouders, of een aantal van hen, een akkoord aanbieden dat voorziet in een wijziging van hun rechten en dat door de rechtbank overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15) kan worden gehomologeerd.
2. Als een derde, waaronder een borg en een medeschuldenaar, aansprakelijk is voor een schuld van de schuldenaar aan een schuldeiser als bedoeld in het eerste lid of op enigerlei wijze zekerheid heeft gesteld voor de betaling van die schuld, is [artikel 160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2020-10-15&g=2020-10-15) Fw van overeenkomstige toepassing, behoudens voor zover het een akkoord betreft als bedoeld in [artikel 372, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=372&z=2020-10-15&g=2020-10-15). De derde kan voor het bedrag dat hij na de homologatie van het akkoord voldoet aan de schuldeiser geen verhaal nemen op de schuldenaar. Voldoet de derde een schuld van de schuldenaar of een deel daarvan, terwijl de schuldeiser voor die schuld of dat deel van de schuld op basis van het akkoord ook rechten aangeboden krijgt, dan gaan die rechten van rechtswege over op de derde indien en voor zover de schuldeiser als gevolg van de betaling van de derde en de op basis van het akkoord toegekende rechten, waarde zou ontvangen die het bedrag van zijn vordering, zoals deze bestond voor de homologatie van het akkoord, te boven gaat.
3. Zodra de schuldenaar start met de voorbereiding van een akkoord, deponeert hij een verklaring waaruit dit blijkt ter griffie van de rechtbank, alwaar deze gedurende uiterlijk één jaar zal blijven liggen. De deponering geschiedt kosteloos. Nadat de schuldenaar het akkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voorlegt, kunnen zij de verklaring kosteloos inzien totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek, bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), dan wel totdat het verslag, bedoeld in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=382&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is gedeponeerd en de schuldenaar daarin meedeelt dat hij een dergelijk verzoek niet zal indienen.
4. Biedt de schuldenaar het akkoord aan in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement, dan verzoekt hij zodra de rechter voor het eerst een beslissing heeft genomen op basis van deze afdeling, de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld in de registers, bedoeld in de [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2020-10-15&g=2020-10-15) en [19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19a&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en in de Staatscourant melding te maken van de gegevens, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2020-10-15&g=2020-10-15) van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2020-10-15&g=2020-10-15), genoemde verordening.
5. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, heeft het bestuur voor het aanbieden van een akkoord als bedoeld in het eerste lid en de uitvoering van een akkoord dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door de rechtbank is gehomologeerd geen instemming nodig van de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding en, voor zover en voor zolang de volgende afwijkingen nodig zijn en zonder afbreuk te doen aan het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders, zijn de [artikelen 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=38), [96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=96), [96a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=96a), [99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=99), [100 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=100), [107a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=107a) en [108a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=108a) en [titel 5.3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=3), alsmede [artikel 5:25ka van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=5:25ka) en eventuele statutaire bepalingen of tussen de rechtspersoon en haar aandeelhouders dan wel tussen twee of meer aandeelhouders onderling overeengekomen regelingen ten aanzien van de besluitvorming door de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, niet van toepassing. Voor zover de uitvoering van een akkoord een besluit van de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding vereist, treedt het akkoord dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door de rechtbank is gehomologeerd daarvoor in de plaats.
##### Artikel 371
1. Iedere schuldeiser, aandeelhouder of de krachtens wettelijke bepalingen bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kunnen bij de rechtbank een verzoek indienen tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige die aan de schuldeisers en aandeelhouders van een schuldenaar, of een aantal van hen, overeenkomstig deze afdeling een akkoord kan aanbieden. Ook de schuldenaar kan een dergelijk verzoek doen. In dit laatste geval is [artikel 370, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), van overeenkomstige toepassing. Wordt het verzoek toegewezen, dan kan de schuldenaar zolang de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige duurt geen akkoord aanbieden op basis van artikel 370, eerste lid. Wel kan hij een akkoord aan de herstructureringsdeskundige overhandigen met het verzoek dit aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voor te leggen.
2. Heeft de rechter nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, dan vermeldt de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, in het verzoek voor welke procedure als bedoeld in [artikel 369, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=1&artikel=369&z=2020-10-15&g=2020-10-15), hij kiest en welke redenen daaraan ten grondslag liggen. Het verzoek bevat dan ook zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt. Is het verzoek niet ingediend door de schuldenaar, dan stelt de rechtbank de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid zich uit te laten over de keuze voor één van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures. In geval van een geschil hierover, beslist de rechtbank welke van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures toepassing vindt. [Artikel 370, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het in dat lid bedoelde verzoek in dit geval kan worden gedaan door de herstructureringsdeskundige of de schuldenaar.
3. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt toegewezen als de schuldenaar verkeert in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), tenzij summierlijk blijkt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hierbij niet gediend zijn. Een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt in ieder geval toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van de schuldeisers.
4. De rechtbank kan één of meer deskundigen benoemen om een onderzoek in te stellen naar de vraag of sprake is van een toestand als bedoeld in het vorige lid. [Artikel 378, zesde lid, eerste en vierde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en het zevende en achtste lid van dit artikel zijn dan van overeenkomstige toepassing.
5. Over een verzoek als bedoeld in het eerste lid, beslist de rechtbank niet dan nadat zij de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, de schuldenaar en de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangesteld, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Dit geldt ook voor de beslissingen, bedoeld in het tiende, twaalfde en dertiende lid. In de laatste drie gevallen roept de rechtbank ook de herstructureringsdeskundige op om te worden gehoord.
6. De herstructureringsdeskundige voert zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk uit.
7. De herstructureringsdeskundige is gerechtigd tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de schuldenaar waarvan hij kennisneming nodig acht voor een juiste vervulling van zijn taak.
8. De schuldenaar of zijn bestuurders en de aandeelhouders en commissarissen zo die er zijn, alsmede degenen die in dienst zijn van de schuldenaar, zijn verplicht de herstructureringsdeskundige alle inlichtingen te verschaffen als dit van hen wordt verlangd, op de wijze als daarbij is bepaald. Zij lichten de herstructureringsdeskundige eigener beweging in over feiten en omstandigheden waarvan zij weten of behoren te weten dat deze voor de herstructureringsdeskundige voor een juiste vervulling van zijn taak van belang zijn en verlenen alle medewerking die daarvoor nodig is.
9. Behoudens in het kader van de toepassing van het in deze afdeling bepaalde, deelt de herstructureringsdeskundige de verkregen informatie niet met derden.
10. De rechtbank bepaalt het salaris van de herstructureringsdeskundige. Ook stelt de rechtbank een bedrag vast dat de werkzaamheden van herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan gedurende het proces door de rechtbank op verzoek van de herstructureringsdeskundige worden verhoogd. Voor zover niet anders overeengekomen is, betaalt de schuldenaar deze kosten, met dien verstande dat als het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt gesteund door de meerderheid van de schuldeisers, de schuldeisers de kosten dragen. De rechtbank kan ten behoeve hiervan aan de aanwijzing de voorwaarde verbinden van zekerheidstelling of bijschrijving van een voorschot op de rekening van de rechtbank.
11. De herstructureringsdeskundige is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de poging om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, tenzij hem een persoonlijk ernstig verwijt treft dat hij niet heeft gehandeld zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende herstructureringsdeskundige die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht.
12. Zodra duidelijk wordt dat het niet mogelijk is om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, stelt de herstructureringsdeskundige de rechtbank hiervan op de hoogte en verzoekt hij om de intrekking van zijn aanwijzing.
13. De aanwijzing eindigt van rechtswege zodra de rechtbank het akkoord overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15) homologeert, tenzij de rechtbank bij haar homologatiebeslissing bepaalt dat deze nog met een door haar te bepalen termijn voortduurt. Daarnaast kan de rechtbank te allen tijde een herstructureringsdeskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
14. Heeft de rechtbank nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, en ontleent zij haar rechtsmacht aan de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2020-10-15&g=2020-10-15), genoemde verordening, dan wordt in de aanwijzingsbeschikking vermeld of het een hoofdinsolventieprocedure dan wel een territoriale insolventieprocedure in de zin van de verordening betreft. Elke schuldeiser die niet al op basis van het vijfde lid in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken, kan gedurende acht dagen na de melding, bedoeld in [artikel 370, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), daartegen in verzet komen op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de genoemde verordening.
##### Artikel 372
1. Een akkoord als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), kan ook voorzien in de wijziging van rechten van schuldeisers jegens rechtspersonen die samen met de schuldenaar een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) mits:
- a. de rechten van die schuldeisers jegens de betrokken rechtspersonen strekken tot voldoening of tot zekerheid voor de nakoming van verbintenissen van de schuldenaar of van verbintenissen waarvoor die rechtspersonen met of naast de schuldenaar aansprakelijk zijn;
- b. de betrokken rechtspersonen verkeren in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15);
- c. de betrokken rechtspersonen met de voorgestelde wijziging hebben ingestemd of het akkoord wordt aangeboden door een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en
- d. de rechtbank rechtsmacht heeft als deze rechtspersonen zelf een akkoord op grond van deze afdeling zouden aanbieden en een verzoek zouden indienen als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15).
2. Bij een akkoord als bedoeld in het eerste lid:
- a. verstrekt de schuldenaar, of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), ook de in [artikel 375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2020-10-15&g=2020-10-15) genoemde informatie ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen, en
- b. toetst de rechtbank bij de behandeling van het homologatieverzoek ambtshalve dan wel op verzoek of het akkoord ten aanzien van deze rechtspersonen voldoet aan [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15).
3. De schuldenaar dan wel de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, is bij uitsluiting bevoegd om ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen verzoeken bij de rechtbank in te dienen als bedoeld de [artikelen 376, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2020-10-15&g=2020-10-15), [378, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2020-10-15&g=2020-10-15), [379, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en [383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15).
##### Artikel 373
1. Als de schuldenaar verkeert in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, aan een wederpartij met wie de schuldenaar een overeenkomst heeft gesloten, een voorstel doen tot wijziging of beëindiging van die overeenkomst. Stemt de wederpartij niet in met het voorstel, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de overeenkomst tussentijds doen opzeggen, mits een akkoord is aangeboden dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door de rechtbank wordt gehomologeerd en de rechtbank daarbij toestemming geeft voor deze eenzijdige opzegging. De opzegging vindt in dat geval van rechtswege plaats op de dag waarop het akkoord door de rechtbank is gehomologeerd tegen een door de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige gestelde termijn. Komt deze termijn de rechtbank niet redelijk voor, dan kan zij bij de verlening van de toestemming een langere termijn vaststellen, met dien verstande, dat een termijn van drie maanden vanaf de homologatie van het akkoord in elk geval voldoende is.
2. Na de eenzijdige opzegging, bedoeld in het eerste lid, heeft de wederpartij recht op vergoeding van de schade die hij lijdt vanwege de beëindiging van de overeenkomst. [Afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&afdeling=10) is van toepassing. Het akkoord, bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), kan voorzien in een wijziging van het toekomstige recht op schadevergoeding.
3. Het voorbereiden en aanbieden van een akkoord als bedoeld [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), alsmede gebeurtenissen en handelingen die daarmee of met de uitvoering van het akkoord rechtstreeks verband houden en daarvoor redelijkerwijs noodzakelijk zijn, zijn geen grond voor wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar en voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst.
4. Is overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2020-10-15&g=2020-10-15) een afkoelingsperiode afgekondigd, dan geldt tijdens die periode dat een verzuim in de nakoming van de schuldenaar dat heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode, geen grond is voor de wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar en voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst voor zover zekerheid is gesteld voor de nakoming van de nieuwe verplichtingen die ontstaan tijdens de afkoelingsperiode.
##### Artikel 374
1. Schuldeisers en aandeelhouders worden in verschillende klassen ingedeeld, als de rechten die zij bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement hebben of de rechten die zij op basis van het akkoord aangeboden krijgen zodanig verschillend zijn dat van een vergelijkbare positie geen sprake is. In ieder geval worden schuldeisers of aandeelhouders die overeenkomstig [Titel 10 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&titeldeel=10), een andere wet of een daarop gebaseerde regeling dan wel een overeenkomst bij het verhaal op het vermogen van de schuldenaar een verschillende rang hebben, in verschillende klassen ingedeeld.
2. Concurrente schuldeisers worden tezamen in één of meer aparte klassen ingedeeld, als:
- a. deze schuldeisers op het moment dat het akkoord overeenkomstig [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15) ter stemming wordt voorgelegd, een rechtspersoon zijn als bedoeld in de [artikelen 395a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=395a) en [396 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=396) of een schuldeiser bij wie op dat moment vijftig of minder personen werkzaam zijn dan wel ten aanzien waarvan uit een opgave krachtens de [Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777) blijkt dat er vijftig of minder personen werkzaam zijn met een vordering voor geleverde goederen of diensten of een vordering uit een onrechtmatige daad als bedoeld in [artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=162), en
- b. aan deze schuldeisers op basis van het akkoord een uitkering in geld aangeboden wordt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht wordt aangeboden dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen.
3. Schuldeisers met een voorrang die voortvloeit uit pand of hypotheek als bedoeld in [artikel 278, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=278) worden enkel voor het deel van hun vordering waarvoor de voorrang geldt in één of meer klassen van schuldeisers met een dergelijk voorrang ingedeeld, tenzij hierdoor geen verandering ontstaat in de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd. Voor het overige deel van hun vordering worden deze schuldeisers ingedeeld in een klasse van schuldeisers zonder voorrang. Bij de bepaling van het deel van de vordering waarvoor de voorrang tot zekerheid strekt, wordt uitgegaan van de waarde die naar verwachting in een faillissement volgens de wettelijke rangorde door deze schuldeiser op basis van zijn pand- of hypotheekrechten verkregen zou zijn.
##### Artikel 375
1. Het akkoord bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders nodig hebben om zich voor het plaatsvinden van de stemming, bedoeld in [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15), een geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over het akkoord, waaronder:
- a. de naam van de schuldenaar;
- b. voor zover van toepassing de naam van de herstructureringsdeskundige;
- c. voor zover van toepassing, de klassenindeling en de criteria op basis waarvan de schuldeisers en aandeelhouders in één of meerdere klassen zijn ingedeeld;
- d. de financiële gevolgen van het akkoord per klasse van schuldeisers en aandeelhouders;
- e. de waarde die naar verwachting gerealiseerd kan worden als het akkoord tot stand komt;
- f. de opbrengst die naar verwachting gerealiseerd kan worden bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement;
- g. de bij de berekening van de waardes, bedoeld onder e en f, gehanteerde uitgangspunten en aannames;
- h. als het akkoord een toedeling van rechten aan de schuldeisers en aandeelhouders behelst: het moment of de momenten waarop de rechten zullen worden toebedeeld;
- i. voor zover van toepassing, de nieuwe financiering die de schuldenaar het in het kader van de uitvoering van het akkoord aan wil gaan en de redenen waarom dit nodig is;
- j. de wijze waarop de schuldeisers en aandeelhouders nadere informatie over het akkoord kunnen verkrijgen;
- k. de procedure voor de stemming over het akkoord alsmede het moment waarop deze plaatsvindt dan wel waarop de stem uiterlijk moet zijn uitgebracht, en
- l. voor zover van toepassing, de wijze waarop de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging overeenkomstig [artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=25) gevraagd is of nog gevraagd zal worden advies uit te brengen.
2. Aan het akkoord worden gehecht:
- a. een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat van alle baten en lasten, en
- b. een lijst waarop:
- 1°. de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij naam worden genoemd of, als dit niet mogelijk is, de schuldeisers of aandeelhouders onder verwijzing naar één of meer categorieën worden vermeld;
- 2°. het bedrag van hun vordering of het nominale bedrag van hun aandeel wordt gemeld, en, indien van toepassing, wordt meegedeeld in hoeverre dat bedrag wordt betwist alsmede voor welk bedrag de schuldeiser of de aandeelhouder tot de stemming wordt toegelaten, en
- 3°. wordt meegedeeld in welke klasse of klassen zij zijn ingedeeld.
- c. voor zover van toepassing, een opgave van schuldeisers of aandeelhouders die niet onder het akkoord vallen, bij naam of, als dit niet mogelijk is, onder verwijzing naar één of meer categorieën, alsmede een toelichting waarom zij niet worden meegenomen in het akkoord;
- d. informatie over de financiële positie van de schuldenaar, en
- e. een beschrijving van:
- 1°. de aard, omvang en oorzaak van de financiële problemen;
- 2°. welke pogingen zijn ondernomen om deze problemen op te lossen;
- 3°. de herstructureringsmaatregelen die onderdeel zijn van het akkoord;
- 4°. de wijze waarop deze maatregelen bijdragen aan een oplossing, en
- 5°. hoeveel tijd het naar verwachting vergt om deze maatregelen uit te voeren;
- f. voor zover van toepassing, een schriftelijke verklaring inhoudende welke zwaarwegende grond aanwezig is waardoor de concurrente schuldeisers, bedoeld in [artikel 374, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2020-10-15&g=2020-10-15), op basis van het akkoord een uitkering in geld aangeboden krijgen die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht aangeboden krijgen dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie verder in het akkoord of in de daaraan te hechten bescheiden wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt, alsmede kan worden voorzien in een standaardformulier.
##### Artikel 376
1. Als de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en een akkoord als bedoeld in het eerste lid van dat artikel heeft aangeboden of toezegt dat hij binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een dergelijk akkoord zal aanbieden, of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de rechtbank verzoeken een afkoelingsperiode af te kondigen.
2. Tijdens de afkoelingsperiode, die geldt voor een termijn van ten hoogste vier maanden:
- a. kan elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van de schuldenaar behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden niet worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat er een akkoord wordt voorbereid;
- b. kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, beslagen opheffen, en
- c. wordt de behandeling van een verzoek tot verlening van surseance, een eigen aangifte of een door een schuldeiser jegens de schuldenaar ingediend verzoek tot faillietverklaring geschorst.
3. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt toegewezen als summierlijk blijkt dat:
- a. dit noodzakelijk is om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten, en
- b. op het moment dat de afkoelingsperiode wordt afgekondigd redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar hierbij gediend zijn en de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.
5. Als de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, hierom verzoeken voordat de uiterste termijn voor de afkoelingsperiode, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, kan de rechtbank deze periode verlengen met een door haar te bepalen termijn, met dien verstande dat de totale termijn met inbegrip van verlengingen niet langer kan zijn dan acht maanden. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige dient in zijn verzoek aannemelijk te maken dat er belangrijke vooruitgang is geboekt in de totstandkoming van het akkoord. Dit laatste wordt geacht in ieder geval aan de orde te zijn als een verzoek tot homologatie van het akkoord als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is ingediend.
6. In afwijking van het vijfde lid, wordt de afkoelingsperiode niet verlengd als:
- a. de afkoelingsperiode is verzocht in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement, en
- b. het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2020-10-15&g=2020-10-15), in de drie maanden voorafgaand aan het moment dat de rechter voor het eerst een beslissing heeft genomen op basis van deze afdeling vanuit een andere lidstaat is verplaatst.
7. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, is de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode niet bevoegd de mededeling, bedoeld in het derde lid van dat artikel, te doen of betalingen in ontvangst te nemen dan wel te verrekenen met een vordering op de schuldenaar, mits de schuldenaar op toereikende wijze vervangende zekerheid stelt voor het verhaal van de pandhouder krachtens dat pandrecht.
8. De [artikelen 241a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241a&z=2020-10-15&g=2020-10-15), [241c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241c&z=2020-10-15&g=2020-10-15), [241d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241d&z=2020-10-15&g=2020-10-15) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bij de overeenkomstige toepassing van artikel 241a, derde lid, gaat om een termijn die aan de schuldenaar is gesteld.
9. Op verzoek van de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, kan de rechtbank bij haar beslissing tot het afkondigen van een afkoelingsperiode of gedurende de termijn waarbinnen deze geldt, voorzieningen treffen als bedoeld in [artikel 379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2020-10-15&g=2020-10-15). Bij de afkondiging van een algemene afkoelingsperiode kan de rechtbank een observator als bedoeld [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15) aanstellen, als zij dit nodig oordeelt ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers of de aandeelhouders.
10. Als niet langer wordt voldaan aan het eerste en het vierde lid, heft de rechtbank de afkoelingsperiode op. Zij kan dit ambtshalve doen of op verzoek van de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, of de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend.
11. De rechtbank beslist niet over het verlenen van een machtiging als bedoeld in het tweede lid, onder a, of verzoeken als bedoeld in het vijfde, negende en tiende lid dan nadat zij de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangesteld, alsmede de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
12. [Artikel 371, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
13. Het verzoek tot verlening van surseance, de eigen aangifte of het verzoek tot faillietverklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, vervalt van rechtswege zodra de rechtbank het akkoord overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15) heeft gehomologeerd. Was de schuldeiser op het moment dat hij het verzoek tot faillietverklaring indiende, niet op de hoogte van het feit dat er een akkoord werd voorbereid, dan beslist de rechter of de schuldenaar de kosten van het geding die de schuldeiser heeft gemaakt, moet vergoeden.
##### Artikel 377
1. Als de schuldenaar voor de afkondiging van de afkoelingsperiode, bedoeld in [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2020-10-15&g=2020-10-15), de bevoegdheid had tot gebruik, verbruik of vervreemding van goederen, dan wel de inning van vorderingen, blijft deze bevoegdheid hem tijdens de afkoelingsperiode toekomen, voor zover dit past binnen de normale voortzetting van de onderneming die hij drijft.
2. De schuldenaar maakt alleen gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, als de belangen van de betrokken derden, voldoende zijn gewaarborgd.
3. De rechtbank heft de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid op of beperkt het gebruik van deze bevoegdheid op verzoek van één of meer betrokken derden, als niet langer wordt voldaan aan het vorige lid. De rechtbank beslist hierover niet dan nadat zij de genoemde derden, de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangewezen, en de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangesteld, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
##### Artikel 378
1. Voordat het akkoord overeenkomstig [artikel 381, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15), ter stemming is voorgelegd, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangewezen, de rechtbank verzoeken een uitspraak te doen over aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand brengen van een akkoord overeenkomstig deze afdeling, waaronder:
- a. de inhoud van de informatie die in het akkoord of in de daaraan gehechte bescheiden is opgenomen, als ook de door de schuldenaar gehanteerde waardes en uitgangspunten en aannames, bedoeld in [artikel 375, eerste lid, onderdelen e tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2020-10-15&g=2020-10-15);
- b. de klassenindeling;
- c. de toelating tot de stemming van een schuldeiser of aandeelhouder;
- d. de procedure voor de stemming en binnen welke termijn nadat het akkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders is voorgelegd of hen is meegedeeld hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, de stemming redelijkerwijs zou mogen plaatsvinden;
- e. of, als alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in [artikel 384, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15), alsnog aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan;
- f. of, als niet alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in [artikel 384, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2020-10-15&g=2020-10-15), aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan, en
- g. of, als de schuldenaar een rechtspersoon is als bedoeld in de [artikelen 381, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en [383, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), het bestuur zonder goede reden weigert instemming te verlenen voor het in stemming brengen van het akkoord of de indiening van het homologatieverzoek.
2. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
3. De rechtbank behandelt de verzoeken die overeenkomstig het eerste lid aan haar worden gedaan zoveel mogelijk gezamenlijk en doet deze zoveel mogelijk op één zitting af.
4. Wordt de rechter op grond van het eerste lid verzocht zich uit te laten over de toelating van een schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming of over de hoogte van het bedrag van de vordering van een stemgerechtigde schuldeiser dan wel het nominale bedrag van het aandeel van een stemgerechtigde aandeelhouder, dan bepaalt de rechtbank of en tot welk bedrag, deze schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming over het akkoord wordt toegelaten. [Artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=147&z=2020-10-15&g=2020-10-15) is van overeenkomstige toepassing.
5. Wordt de rechter op grond van het eerste lid, onderdeel g, verzocht zich uit te laten over de weigering van het bestuur om de daar bedoelde instemming te verlenen en constateert hij dat het bestuur daarvoor geen goede reden heeft, dan kan de rechter op verzoek van de herstructureringsdeskundige bepalen dat zijn beslissing dezelfde kracht heeft als de instemming van het bestuur.
6. Als zij dit nodig acht in het kader van een door haar te nemen beslissing, kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen om binnen een door haar te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek in te stellen en een beredeneerd verslag van bevindingen uit te brengen. De deskundigen leggen hun verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders. [Artikel 371, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zijn van overeenkomstige toepassing. De rechtbank kan te allen tijde een deskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of ambtshalve.
7. Als informatie ontbreekt om de gevraagde beslissing te kunnen geven, kan de rechtbank de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een redelijke termijn gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken, alvorens zij een beslissing neemt als bedoeld in het eerste en vierde lid.
8. De rechtbank beslist niet als bedoeld in het eerste en vierde lid dan nadat zij de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangesteld, en de schuldeisers en aandeelhouders van wie de belangen rechtstreeks geraakt worden door de beslissing op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Wordt de rechter gevraagd om een beslissing te nemen als bedoeld in het vierde lid, dan is de vorige zin in ieder geval van toepassing op de schuldeiser of aandeelhouder, bedoeld in dat lid.
9. Beslissingen van de rechtbank op grond van dit artikel zijn slechts bindend voor die schuldeisers en aandeelhouders die op grond van het vorige lid door de rechtbank in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven.
10. [Artikel 371, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 379
1. Als de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige dan wel ambtshalve zodanige bepalingen maken en voorzieningen treffen als zij ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers of de aandeelhouders nodig oordeelt.
2. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, en veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 380
1. Als het akkoord overeenkomstig [artikel 370](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15) door de schuldenaar wordt voorbereid, kan een voorziening als bedoeld in [artikel 379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2020-10-15&g=2020-10-15) zijn de aanstelling van een observator. Deze heeft tot taak toezicht te houden op de totstandkoming van het akkoord en daarbij oog te hebben voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.
2. Zodra duidelijk wordt dat het de schuldenaar niet zal lukken om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen of dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden geschaad, stelt de observator de rechtbank hiervan op de hoogte. De rechtbank stelt in dat geval de observator en de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid een zienswijze te geven en verbindt hieraan de gevolgen die zij geraden acht. Een dergelijke gevolgtrekking kan zijn dat de rechtbank een herstructureringsdeskundige aanwijst als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15).
3. Wordt na de aanstelling van een observator een verzoek ingediend tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15) en wijst de rechtbank dit verzoek toe, dan trekt zij daarbij de aanstelling van de observator in.
4. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, en het vijfde tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 381
1. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangewezen, legt het akkoord gedurende een redelijke termijn die in ieder geval niet korter is dan acht dagen, voor het plaatsvinden van de stemming voor aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders of bericht hen hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, zodat zij hierover een geïnformeerd oordeel kunnen vormen.
2. De herstructureringsdeskundige kan het akkoord alleen met instemming van de schuldenaar aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voorleggen als:
- a. de herstructureringsdeskundige is aangewezen op verzoek van één of meer schuldeisers of de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, en
- b. de schuldenaar of, als de schuldenaar een rechtspersoon is, de groep, bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b), waartoe de schuldenaar behoort, een onderneming drijft waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet in het voorgaande boekjaar € 50 miljoen of het balanstotaal aan het eind van het voorgaande boekjaar € 43 miljoen niet overschreed.
Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mogen de aandeelhouders het bestuur niet op onredelijke wijze belemmeren instemming te verlenen.
3. Stemgerechtigd zijn schuldeisers en aandeelhouders van wie de rechten op basis van het akkoord worden gewijzigd.
4. Biedt de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een akkoord aan dat mede betrekking heeft op vorderingsrechten waarvoor geldt dat het economisch belang geheel of in overwegende mate ligt bij een ander dan de schuldeiser en waardoor die ander zich in een positie bevindt die, gegeven de omstandigheden van het geval, redelijkerwijs gelijkgesteld moet worden met die van een schuldeiser als bedoeld in het derde lid, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige deze ander in plaats van de schuldeiser uitnodigen naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de schuldeiser bepaalde van toepassing op de ander.
5. Biedt de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een akkoord aan dat mede betrekking heeft op aandelen ten aanzien waarvan certificaten zijn uitgegeven, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, de certificaathouder, in plaats van de aandeelhouder, uitnodigen om naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de aandeelhouder bepaalde van toepassing op de certificaathouders. Hetzelfde geldt voor vruchtgebruikers.
6. De stemming over het akkoord geschiedt per klasse van schuldeisers of aandeelhouders, overeenkomstig de in [artikel 375, eerste lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2020-10-15&g=2020-10-15), gegeven informatie, in een fysieke of door middel van een elektronisch communicatiemiddel te houden vergadering of schriftelijk.
7. Een klasse van schuldeisers heeft met het akkoord ingestemd als het besluit tot instemming is genomen door een groep van schuldeisers die samen ten minste twee derden vertegenwoordigen van het totale bedrag aan vorderingen behorend tot de schuldeisers die binnen die klasse hun stem hebben uitgebracht.
8. Een klasse van aandeelhouders heeft met het akkoord ingestemd als het besluit tot instemming is genomen door een groep van aandeelhouders die samen ten minste twee derden vertegenwoordigen van het totale bedrag aan geplaatst kapitaal behorend tot de aandeelhouders die binnen die klasse een stem hebben uitgebracht.
##### Artikel 382
1. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangewezen, stelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zeven dagen na de stemming een verslag op dat vermeldt:
- a. de namen van de schuldeisers en aandeelhouders of, als dit niet mogelijk is, een verwijzing naar één of meer categorieën van schuldeisers en aandeelhouders, die een stem hebben uitgebracht en of zij zich daarbij voor of tegen het akkoord hebben uitgesproken, alsmede de hoogte van het bedrag van hun vorderingen dan wel het nominale bedrag van hun aandelen;
- b. de uitslag van de stemming, en
- c. of de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige voornemens zijn een verzoek als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), in te dienen, en indien dat het geval is, wat verder rondom de stemming of, indien aan de orde, bij de vergadering waarin deze heeft plaatsgevonden, is voorgevallen en relevant is in het kader van dat verzoek.
2. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige stelt de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onverwijld in staat van het verslag kennis te nemen. Wordt door de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een verzoek gedaan als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), dan deponeert hij het verslag ter griffie van de rechtbank. Het verslag ligt aldaar ter kosteloze inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek, bedoeld in artikel 383, eerste lid.
#### § 3. De homologatie van het akkoord
##### Artikel 383
1. Als ten minste één klasse van schuldeisers met het akkoord heeft ingestemd, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangewezen, de rechtbank schriftelijk verzoeken om homologatie van het akkoord. Als het akkoord een wijziging omvat van rechten van schuldeisers met een vordering die bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement naar verwachting geheel of tenminste gedeeltelijk kan worden voldaan, dient die ene klasse, bedoeld in de vorige zin, te bestaan uit schuldeisers die vallen binnen deze categorie schuldeisers.
2. De herstructureringsdeskundige kan alleen met instemming van de schuldenaar een homologatieverzoek indienen als:
- a. de herstructureringsdeskundige is aangewezen op verzoek van één of meer schuldeisers of de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging;
- b. niet alle klassen met het akkoord hebben ingestemd, en
- c. de schuldenaar of, als de schuldenaar een rechtspersoon is, de groep, bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b), waartoe de schuldenaar behoort, een onderneming drijft waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet in het voorgaande boekjaar € 50 miljoen of het balanstotaal aan het eind van het voorgaande boekjaar € 43 miljoen niet overschreed.
Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mogen de aandeelhouders het bestuur niet op onredelijke wijze belemmeren instemming te verlenen.
3. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
4. De rechtbank bepaalt zo spoedig mogelijk bij beschikking de zitting waarop zij de homologatie behandelt. Heeft de schuldenaar een verzoek ingediend tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd en heeft de rechtbank nog geen herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15) aangewezen of een observator als bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15) aangesteld, dan stelt de rechtbank bij dezelfde beschikking alsnog een observator aan.
5. Van de beschikking, bedoeld in het vierde lid, geeft de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige onverwijld schriftelijk kennis aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.
6. De zitting wordt ten minste acht en ten hoogste veertien dagen nadat het homologatieverzoek is ingediend en het verslag, bedoeld in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=382&z=2020-10-15&g=2020-10-15), ter griffie ter inzage is gelegd, gehouden.
7. Als de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de mogelijkheid wil gebruiken om een overeenkomst overeenkomstig [artikel 373, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=373&z=2020-10-15&g=2020-10-15), eenzijdig op te zeggen, dan omvat het homologatieverzoek tevens een verzoek om toestemming voor die opzegging.
8. Tot aan de dag van de zitting, bedoeld in het vierde lid, kunnen stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij de rechtbank een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen tot afwijzing van het homologatieverzoek. Tot dat moment kan ook de wederpartij bij de overeenkomst, bedoeld in het vorige lid, een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen tot afwijzing van het verzoek tot verlening van toestemming voor de opzegging, bedoeld in dat lid.
9. Een schuldeiser, aandeelhouder of wederpartij als bedoeld in het vorige lid kan geen beroep doen op een afwijzingsgrond, als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het mogelijke bestaan van die afwijzingsgrond heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, terzake heeft geprotesteerd.
##### Artikel 384
1. Heeft de rechtbank rechtsmacht om het verzoek tot homologatie van het akkoord in behandeling te nemen, dan geeft zij zo spoedig mogelijk haar met redenen omkleed vonnis waarbij zij dit verzoek en, indien aan de orde, een verzoek om toestemming voor de opzegging van een overeenkomst als bedoeld in [artikel 383, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), toewijst, tenzij zich één of meer van de afwijzingsgronden, bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid, voordoet.
2. De rechtbank wijst een verzoek tot homologatie van het akkoord af als:
- a. van een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2020-10-15&g=2020-10-15), geen sprake is;
- b. de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige niet jegens alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 381, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en [383, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), tenzij de desbetreffende schuldeisers en aandeelhouders verklaren het akkoord te aanvaarden;
- c. het akkoord of de daaraan gehechte bescheiden niet alle in [artikel 375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2020-10-15&g=2020-10-15) voorgeschreven informatie omvatten, de klasseindeling niet voldoet aan de eisen van [artikel 374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2020-10-15&g=2020-10-15) of de procedure voor de stemming niet voldeed aan [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15), tenzij zodanig gebrek redelijkerwijs niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
- d. een schuldeiser of de aandeelhouder voor een ander bedrag tot de stemming over het akkoord had moeten worden toegelaten, tenzij die beslissing niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
- e. de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
- f. de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het akkoord nieuwe financiering aan wil gaan en de belangen van de gezamenlijke schuldeisers daardoor wezenlijk worden geschaad;
- g. het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders of met behulp van andere oneerlijke middelen tot stand is gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft meegewerkt;
- h. het loon en de verschotten van de door de rechtbank ingevolge respectievelijk de [artikelen 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), [378, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2020-10-15&g=2020-10-15), en [380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15) aangewezen of aangestelde herstructureringsdeskundige, deskundige of observator niet zijn gestort of daarvoor geen zekerheid is gesteld, of
- i. er andere redenen zijn die zich tegen de homologatie verzetten.
3. Op verzoek van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders die zelf niet met het akkoord hebben ingestemd of die ten onrechte niet tot de stemming zijn toegelaten, kan de rechtbank een verzoek tot homologatie van een akkoord, afwijzen als summierlijk blijkt dat deze schuldeisers of aandeelhouders op basis van het akkoord slechter af zijn dan bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement.
4. Op verzoek van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders die zelf niet met het akkoord hebben ingestemd en zijn ingedeeld in een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd of die ten onrechte niet tot de stemming zijn toegelaten en in een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd hadden moeten worden ingedeeld, wijst de rechtbank een verzoek tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd, af als:
- a. bij de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd, aan een klasse van schuldeisers als bedoeld in [artikel 374, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2020-10-15&g=2020-10-15), een uitkering in geld wordt aangeboden die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht aangeboden zal worden dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen, terwijl daarvoor geen zwaarwegende grond is aangetoond;
- b. bij de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd ten nadele van de klasse die niet heeft ingestemd wordt afgeweken van de rangorde bij verhaal op het vermogen van de schuldenaar overeenkomstig [Titel 10 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&titeldeel=10), een andere wet of een daarop gebaseerde regeling, dan wel een contractuele regeling, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of aandeelhouders daardoor niet in hun belang worden geschaad;
- c. de genoemde schuldeisers, niet zijnde schuldeisers als bedoeld in onderdeel d, op basis van het akkoord niet het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in geld ter hoogte van het bedrag dat zij bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement naar verwachting aan betaling in geld zouden ontvangen, of
- d. het schuldeisers betreft met een voorrang die voortvloeit uit pand of hypotheek als bedoeld in [artikel 278, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=278) die de schuldenaar bedrijfsmatig een financiering heeft verstrekt en op basis van het akkoord in het kader van een wijziging van hun rechten, aandelen of certificaten hiervan aangeboden krijgen en daarnaast niet het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in een andere vorm.
5. Op verzoek van de wederpartij bij de overeenkomst wijst de rechtbank het verzoek om toestemming voor de opzegging van een overeenkomst, bedoeld in [artikel 383, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), af op de grond bedoeld in het tweede lid, onder a.
6. [Artikel 378, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2020-10-15&g=2020-10-15), is van overeenkomstige toepassing.
7. De rechtbank beslist niet als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2020-10-15&g=2020-10-15), zo die is aangesteld, en de stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders, dan wel de wederpartij, zo die een verzoek tot afwijzing van het verzoek tot homologatie van het akkoord of tot verlening van toestemming voor de opzegging van de overeenkomst als bedoeld in [artikel 383, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2020-10-15&g=2020-10-15), hebben ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
8. [Artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2020-10-15&g=2020-10-15), veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
##### Artikel 385
Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor de schuldenaar en voor alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders. Heeft niet de schuldeiser of aandeelhouder, maar ingevolge [artikel 381, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2020-10-15&g=2020-10-15), een ander over het akkoord gestemd, dan is het akkoord desalniettemin verbindend voor de schuldeiser of aandeelhouder.
##### Artikel 386
Het vonnis van homologatie levert ten behoeve van de stemgerechtigde schuldeisers met niet door de schuldenaar betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en tegen de tot het akkoord als borgen toegetreden personen, voor zover de schuldeisers op basis van het akkoord een vordering krijgen tot betaling van een geldsom.
##### Artikel 387
1. De schuldenaar is in verzuim bij iedere tekortkoming in de nakoming van het akkoord en is verplicht de schade die de stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders daardoor lijden te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. [Artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=75) en [afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&afdeling=10) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In het akkoord kan de ontbinding van het akkoord worden uitgesloten. Als het akkoord hiertoe geen bepaling omvat, is [artikel 165](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=165&z=2020-10-15&g=2020-10-15) van overeenkomstige toepassing.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hgd
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard, de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) en de verkrijger verplichten tot het aan elkaar verstrekken van gegevens en verlenen van bijstand.
2. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard en de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) verplichten tot het verschaffen van diensten en faciliteiten die nodig zijn om de overnemer in staat te stellen de op hem overgegane bedrijfsactiviteiten effectief uit te oefenen.
##### Artikel 212rf
1. Voor zover dat niet reeds uit de wet volgt, worden vorderingen die voortvloeien uit bestanddelen van het eigen vermogen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 38, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, op de boedel verhaald na de vorderingen die niet voortvloeien uit een bestanddeel van het eigen vermogen, bedoeld in dat artikel, in de volgende volgorde:
- a. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten;
- b. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten;
- c. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 28, eerste tot en met vierde lid, artikel 29, eerste tot en met vijfde lid, of artikel 31, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten.
2. Vorderingen die niet langer voortvloeien uit bestanddelen van het eigen vermogen als bedoeld in het eerste lid worden op de boedel verhaald onmiddellijk voor de vorderingen, bedoeld in het eerste lid, tenzij een andere wijziging in de achterstelling is overeengekomen die in overeenstemming is met de verordening kapitaalvereisten.
3. Indien een achterstelling van een vordering volgt uit een verwijzing naar een andere achtergestelde vordering en de achterstelling van een van die twee vordering wordt gewijzigd doordat zij niet langer voortvloeit uit bestanddelen van het eigen vermogen is die wijziging niet van invloed op de achterstelling van de andere vordering.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor zover een instrument slechts gedeeltelijk als een eigenvermogensbestanddeel wordt erkend, het gehele instrument behandeld als een uit een eigenvermogensbestanddeel voortvloeiende vordering met een lagere rang dan vorderingen die niet voortvloeien uit een eigenvermogensbestanddeel.
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212rc
1. De indiening op de voet van artikel 110 van een vordering houdt tevens in de indiening van een vordering met betrekking tot de interesten over die vordering die vanaf de faillietverklaring lopen.
2. In afwijking van artikel 128 wordt ook de vordering met betrekking tot de andere interesten dan die welke door pand of hypotheek zijn gedekt, pro memorie geverifieerd.
##### Artikel 212rd
1. De curator kan een tussentijdse uitkering doen op bepaalde vorderingen, indien de rechter-commissaris daarvoor op verzoek van de curator toestemming geeft.
2. De rechter-commissaris kan toestemming verlenen indien:
- a. voldoende waarschijnlijk is voor welke bedragen de desbetreffende vorderingen geheel of ten minste zullen worden geverifieerd;
- b. een tussentijdse uitkering wenselijk is om te bewerkstelligen dat de periode na de faillietverklaring waarover de interesten lopen, wordt bekort; en
- c. de tussentijdse uitkeringen niet ten koste gaan van andere schuldeisers.
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212re
De faillietverklaring van een bank die een gedekte obligatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, van de richtlijn gedekte obligaties heeft uitgegeven, leidt niet tot wijziging van de rechten van de houder van een gedekte obligatie jegens een derde in verband met die gedekte obligatie.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 213ll
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. **verordening centrale tegenpartijen:** [Verordening (EU) 648/2012](32012R0648) van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);
- b. **centrale tegenpartij:** een centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de verordening centrale tegenpartijen;
- c. **lidstaat:** een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);
- d. **verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen:** [Verordening (EU) 2021/23](31923R2021) van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de [Verordeningen (EU) nr. 1095/2010](32010R1095), [(EU) nr. 648/2012](32012R0648), [(EU) nr. 600/2014](32014R0600), [(EU) nr. 806/2014](32014R0806) en [(EU) 2015/2365](32365R2015), en de [Richtlijnen 2002/47/EG](32002L0047), [2004/25/EG](32004L0025), [2007/36/EG](32007L0036), [2014/59](32014L0059)/EU en (EU) [2017/1132](32017L1132) (PbEU 2021, L 22);
- e. **afwikkelingsmaatregel:** een overeenkomstig artikel 22 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen genomen besluit om een centrale tegenpartij af te wikkelen, de toepassing van een afwikkelingsinstrument als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van die verordening of de uitoefening van een of meer afwikkelingsbevoegdheden als bedoeld in de artikelen 48 tot en met 58 van die verordening;
- f. **afwikkelingscollege:** een college als bedoeld in artikel 4 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen;
- g. **toezichtscollege:** een college als bedoeld in artikel 18 van verordening centrale tegenpartijen.
##### Artikel 213mm
1. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geschiedt de faillietverklaring van een in Nederland gevestigde centrale tegenpartij door de rechtbank Amsterdam.
2. Een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde centrale tegenpartij die daar een vergunning heeft verkregen kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
##### Artikel 213nn
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van een centrale tegenpartij het faillissement uit te spreken indien is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen, maar een afwikkelingsmaatregel niet in het algemeen belang, bedoeld in onderdeel c van dat artikel, is.
2. De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de centrale tegenpartij, de leden van het toezichtscollege en de leden van het afwikkelingscollege.
3. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een centrale tegenpartij aanvragen.
4. Een centrale tegenpartij kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte. De rechtbank spreekt het faillissement pas uit nadat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 75, derde lid, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.
##### Artikel 213oo
1. De centrale tegenpartij kan, na in gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. dat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in [artikel 213nn, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11C&artikel=213nn&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. Ingeval een centrale tegenpartij zich heeft verweerd tegen een oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 213pp
De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a en b van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.
##### Artikel 213qq
De [artikelen 212he](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212he&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [212hga, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hga&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [212i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212i&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «bank» gelezen moet worden «centrale tegenpartij».
##### Artikel 213rr
[Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing.
## Titel II. Van surseance van betaling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 213ll
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. **verordening centrale tegenpartijen:** [Verordening (EU) 648/2012](32012R0648) van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);
- b. **centrale tegenpartij:** een centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de verordening centrale tegenpartijen;
- c. **lidstaat:** een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);
- d. **verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen:** [Verordening (EU) 2021/23](31923R2021) van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de [Verordeningen (EU) nr. 1095/2010](32010R1095), [(EU) nr. 648/2012](32012R0648), [(EU) nr. 600/2014](32014R0600), [(EU) nr. 806/2014](32014R0806) en [(EU) 2015/2365](32365R2015), en de [Richtlijnen 2002/47/EG](32002L0047), [2004/25/EG](32004L0025), [2007/36/EG](32007L0036), [2014/59](32014L0059)/EU en (EU) [2017/1132](32017L1132) (PbEU 2021, L 22);
- e. **afwikkelingsmaatregel:** een overeenkomstig artikel 22 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen genomen besluit om een centrale tegenpartij af te wikkelen, de toepassing van een afwikkelingsinstrument als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van die verordening of de uitoefening van een of meer afwikkelingsbevoegdheden als bedoeld in de artikelen 48 tot en met 58 van die verordening;
- f. **afwikkelingscollege:** een college als bedoeld in artikel 4 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen;
- g. **toezichtscollege:** een college als bedoeld in artikel 18 van verordening centrale tegenpartijen.
## Titel II. Van surseance van betaling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hgd
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard, de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) en de verkrijger verplichten tot het aan elkaar verstrekken van gegevens en verlenen van bijstand.
2. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard en de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) verplichten tot het verschaffen van diensten en faciliteiten die nodig zijn om de overnemer in staat te stellen de op hem overgegane bedrijfsactiviteiten effectief uit te oefenen.
##### Artikel 213kka
De [artikelen 213ma tot en met 213mk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2024-01-01&g=2024-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 212pp
[Afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2026-03-25&g=2026-03-25) is, met uitzondering van de [artikelen 212hb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hb&z=2026-03-25&g=2026-03-25), [212k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212k&z=2026-03-25&g=2026-03-25), [212ra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ra&z=2026-03-25&g=2026-03-25) en [212re](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212re&z=2026-03-25&g=2026-03-25) van overeenkomstige toepassing op een financiële holding, gemengde financiële holding, gemengde holding of financiële instelling als bedoeld in [artikel 3A:2, onderdelen c tot en met f, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3a:2), met zetel in Nederland, met dien verstande dat de passages omtrent het hebben van een vergunning niet relevant zijn voor de hiervoor genoemde ondernemingen.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.