Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 30 september 1893, op het faillissement en de surséance van betaling
73 versions
· 2002-01-01 — 2026-03-25
2026-03-25
Faillissementswet
2025-11-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2025-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-07-10
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2023-11-15
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 92 más
2023-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 92 más
2023-01-01
Faillissementswet
2022-11-04
Faillissementswet
2022-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2022-07-08
Faillissementswet
2022-03-03
Faillissementswet
2021-12-21
Faillissementswet
2021-10-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2021-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2020-10-15
Faillissementswet
2020-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2019-03-07
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2019-01-01
Faillissementswet
2018-12-14
Faillissementswet
2018-09-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 120 más
2018-07-01
Faillissementswet
2018-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 122 más
2017-12-23
Faillissementswet
2017-09-01
Faillissementswet — arts. 3, 6, 7 y 133 más
2017-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 147 más
2017-06-27
Faillissementswet
2017-04-01
Faillissementswet
2017-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 315 más
2016-07-01
Faillissementswet
2016-04-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 156 más
2016-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 163 más
2015-11-26
Faillissementswet
2015-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 163 más
2015-06-12
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2015-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2014-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 165 más
2013-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2013-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 167 más
2012-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 170 más
2012-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 171 más
2012-06-13
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 172 más
2012-01-20
Faillissementswet
2012-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 172 más
2011-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 359 más
2011-05-11
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 363 más
2011-04-30
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 363 más
2011-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 180 más
2009-04-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 180 más
2009-03-16
Faillissementswet
2009-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 181 más
2008-09-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 182 más
2008-05-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 190 más
2008-03-26
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 190 más
2008-01-01
Faillissementswet
2007-01-01
Faillissementswet
2006-02-01
Faillissementswet — arts. 285, 297
2006-01-20
Faillissementswet
2006-01-01
Faillissementswet
2005-12-01
Faillissementswet — arts. 1, 2, 3 y 414 más
2005-10-15
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 25 más
2005-09-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 25 más
2005-05-15
Faillissementswet
2005-01-15
Faillissementswet
2004-03-23
Faillissementswet
2004-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 28 más
2003-11-15
Faillissementswet
2003-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 28 más
2002-08-01
Faillissementswet
2002-07-01
Faillissementswet
2002-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 114 más
2002-01-01
Faillissementswet
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2022-11-04
@@ -30,7 +30,7 @@
##### Artikel 3
1. Indien een verzoek tot faillietverklaring een natuurlijke persoon betreft en hij geen verzoek heeft ingediend tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geeft de griffier de schuldenaar terstond bij brief kennis dat hij binnen veertien dagen na de dag van de verzending van die brief alsnog een verzoek als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kan indienen.
1. Indien een verzoek tot faillietverklaring een natuurlijke persoon betreft en hij geen verzoek heeft ingediend tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geeft de griffier de schuldenaar terstond bij brief kennis dat hij binnen veertien dagen na de dag van de verzending van die brief alsnog een verzoek als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kan indienen.
2. De behandeling van het verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst totdat de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken.
@@ -44,23 +44,23 @@
##### Artikel 3b
De [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) blijven buiten toepassing indien een verzoek tot faillietverklaring een schuldenaar betreft ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is.
De [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) blijven buiten toepassing indien een verzoek tot faillietverklaring een schuldenaar betreft ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is.
##### Artikel 4
1. De aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan en het verzoek daartoe ingediend ter griffie en met de meeste spoed in raadkamer behandeld. Het Openbaar Ministerie wordt daarop gehoord. Indien de aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan door een natuurlijk persoon, stelt de griffier deze terstond ervan in kennis dat hij, onverminderd [artikel 15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een verzoek als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kan indienen.
1. De aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan en het verzoek daartoe ingediend ter griffie en met de meeste spoed in raadkamer behandeld. Het Openbaar Ministerie wordt daarop gehoord. Indien de aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan door een natuurlijk persoon, stelt de griffier deze terstond ervan in kennis dat hij, onverminderd [artikel 15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een verzoek als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kan indienen.
2. Een schuldenaar die gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan kan slechts aangifte doen met medewerking van zijn echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner tenzij iedere gemeenschap tussen echtgenoten onderscheidenlijk geregistreerde partners, is uitgesloten.
3. Ten aanzien ener vennootschap onder ene firma, moet de aangifte inhouden de naam en de woonplaats van elk der hoofdelijk voor het geheel verbonden vennoten.
4. De aangifte of het verzoek tot faillietverklaring bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
4. De aangifte of het verzoek tot faillietverklaring bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
5. Het vonnis van faillietverklaring wordt ter openbare zitting uitgesproken en is bij voorraad, op de minuut uitvoerbaar, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.
##### Artikel 5
1. De verzoeken, bedoeld in het vorige artikel en in de [artikelen 5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=11&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [15c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15c&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [42a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=67&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Negende&artikel=198&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [206](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=206&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [371, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [376, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [378, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [379, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), worden ingediend door een advocaat.
1. De verzoeken, bedoeld in het vorige artikel en in de [artikelen 5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=11&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [15c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15c&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [42a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=67&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Negende&artikel=198&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [206](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=206&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [371, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [376, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [378, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [379, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), worden ingediend door een advocaat.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een hoger beroep dat wordt ingesteld tegen een beschikking van de rechter-commissaris, houdende machtiging aan de curator tot opzegging van een arbeidsovereenkomst.
@@ -68,19 +68,19 @@
##### Artikel 6
1. De rechtbank kan bevelen, dat de schuldenaar worde opgeroepen, om in persoon of bij gemachtigde gehoord te worden. De griffier doet de oproeping op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Is buiten Nederland een hoofdinsolventieprocedure geopend op de voet van artikel 3, eerste lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening, dan stelt de griffier de insolventiefunctionaris of de schuldenaar als bedoeld in artikel 2, onder 3, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening in de hoofdinsolventieprocedure onverwijld schriftelijk in kennis van de aanvraag onder mededeling dat deze zijn zienswijze binnen een daartoe door de rechter bepaalde termijn kenbaar kan maken.
1. De rechtbank kan bevelen, dat de schuldenaar worde opgeroepen, om in persoon of bij gemachtigde gehoord te worden. De griffier doet de oproeping op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Is buiten Nederland een hoofdinsolventieprocedure geopend op de voet van artikel 3, eerste lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening, dan stelt de griffier de insolventiefunctionaris of de schuldenaar als bedoeld in artikel 2, onder 3, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening in de hoofdinsolventieprocedure onverwijld schriftelijk in kennis van de aanvraag onder mededeling dat deze zijn zienswijze binnen een daartoe door de rechter bepaalde termijn kenbaar kan maken.
2. Indien de schuldenaar, die is opgeroepen om gehoord te worden, gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, is zijn echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner mede bevoegd om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen.
3. De faillietverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zo een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.
4. Ontleent de Nederlandse rechter zijn rechtsmacht aan de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening, dan wordt in het vonnis van faillietverklaring vermeld of het een hoofdinsolventieprocedure dan wel een territoriale insolventieprocedure in de zin van de verordening betreft.
4. Ontleent de Nederlandse rechter zijn rechtsmacht aan de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening, dan wordt in het vonnis van faillietverklaring vermeld of het een hoofdinsolventieprocedure dan wel een territoriale insolventieprocedure in de zin van de verordening betreft.
##### Artikel 7
1. Hangende het onderzoek kan de rechtbank de verzoeker desverlangd verlof verlenen de boedel te doen verzegelen. Zij kan daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling tot een door haar te bepalen bedrag, verbinden.
2. De verzegeling geschiedt door een bij dit verlof aan te wijzen notaris. Buiten de verzegeling blijven zaken die onder [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vallen; in het proces-verbaal wordt een korte beschrijving daarvan opgenomen.
2. De verzegeling geschiedt door een bij dit verlof aan te wijzen notaris. Buiten de verzegeling blijven zaken die onder [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vallen; in het proces-verbaal wordt een korte beschrijving daarvan opgenomen.
##### Artikel 8
@@ -94,7 +94,7 @@
5. De schuldenaar, de schuldeiser die het faillissement heeft verzocht, en, in geval van verzet, de curator, worden opgeroepen op de wijze bepaald in de [artikelen 271 tot en met 277 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=271).
6. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven.
6. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven.
##### Artikel 9
@@ -102,7 +102,7 @@
2. Hetzelfde geldt bij vernietiging der faillietverklaring ten gevolge van verzet, in welk geval van het hoger beroep door de griffier van het gerechtshof, waarbij het is aangebracht, onverwijld wordt kennis gegeven aan de griffier van de rechtbank die de vernietiging heeft uitgesproken.
3. De instelling en behandeling van het hoger beroep geschiedt op de wijze in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven.
3. De instelling en behandeling van het hoger beroep geschiedt op de wijze in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven.
##### Artikel 10
@@ -114,21 +114,21 @@
4. De schuldenaar, de schuldeiser die het faillissement heeft verzocht, de curator en de schuldeiser of belanghebbende die het verzet heeft ingesteld, worden opgeroepen op de wijze bepaald in de [artikelen 271 tot en met 277 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=271).
5. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven.
5. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven.
##### Artikel 11
1. De schuldeiser of de belanghebbende, wiens in het vorige artikel bedoeld verzet door de rechtbank is afgewezen, heeft recht van hoger beroep, gedurende acht dagen na de dag der afwijzing.
2. Hetzelfde geldt, bij vernietiging der faillietverklaring door de rechtbank ten gevolge van dat verzet, voor de schuldenaar, de schuldeiser, die de faillietverklaring verzocht heeft, en het Openbaar Ministerie, in welk geval tevens het [tweede lid van artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van toepassing is.
3. De instelling en behandeling van het hoger beroep geschiedt op de wijze in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven.
2. Hetzelfde geldt, bij vernietiging der faillietverklaring door de rechtbank ten gevolge van dat verzet, voor de schuldenaar, de schuldeiser, die de faillietverklaring verzocht heeft, en het Openbaar Ministerie, in welk geval tevens het [tweede lid van artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van toepassing is.
3. De instelling en behandeling van het hoger beroep geschiedt op de wijze in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven.
4. Is het verzet bij het gerechtshof gedaan, dan is hoger beroep uitgesloten.
##### Artikel 12
1. Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kunnen de schuldenaar, de schuldeiser die de faillietverklaring verzocht, de in [art. 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde schuldeiser of belanghebbende en het Openbaar Ministerie, gedurende acht dagen na de dag der uitspraak, in cassatie komen.
1. Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kunnen de schuldenaar, de schuldeiser die de faillietverklaring verzocht, de in [art. 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde schuldeiser of belanghebbende en het Openbaar Ministerie, gedurende acht dagen na de dag der uitspraak, in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt aangebracht en behandeld op de wijze bepaald in de [artikelen 426 tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=426).
@@ -136,7 +136,7 @@
##### Artikel 13
1. Indien ten gevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, blijven niettemin geldig en verbindend voor de schuldenaar de handelingen, door de curator verricht vóór of op de dag, waarop aan het voorschrift tot aankondiging overeenkomstig [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is voldaan.
1. Indien ten gevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, blijven niettemin geldig en verbindend voor de schuldenaar de handelingen, door de curator verricht vóór of op de dag, waarop aan het voorschrift tot aankondiging overeenkomstig [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is voldaan.
2. Hangende het verzet, het hoger beroep of de cassatie kan geen raadpleging over een akkoord plaats hebben, noch tot de vereffening van de boedel buiten toestemming van de schuldenaar worden overgegaan.
@@ -148,7 +148,7 @@
3. Een uittreksel uit het vonnis van faillietverklaring, houdende vermelding van de naam, de woonplaats of het kantoor en het beroep van de gefailleerde, van de naam van de rechter-commissaris, van de naam en de woonplaats of het kantoor des curators, van de dag der uitspraak, alsmede van de naam, het beroep en de woonplaats of het kantoor van ieder lid der voorlopige commissie uit de schuldeisers, zo er een benoemd is, wordt door de curator onverwijld geplaatst in de **Nederlandsche Staatscourant**.
4. Op verzoek van een insolventiefunctionaris of een schuldenaar als bedoeld in artikel 2, onder 3 en 5, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening geeft de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld in de Staatscourant kennis van de in artikel 28 van die verordening bedoelde gegevens. Een zodanige kennisgeving vindt in elk geval plaats wanneer de schuldenaar in Nederland een vestiging heeft in de zin van artikel 2, onder 10, van de in de eerste zin bedoelde verordening. De gegevens, bedoeld in de eerste zin, worden aan de griffier verstrekt in de Nederlandse, Engelse, Duitse of Franse taal.
4. Op verzoek van een insolventiefunctionaris of een schuldenaar als bedoeld in artikel 2, onder 3 en 5, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening geeft de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld in de Staatscourant kennis van de in artikel 28 van die verordening bedoelde gegevens. Een zodanige kennisgeving vindt in elk geval plaats wanneer de schuldenaar in Nederland een vestiging heeft in de zin van artikel 2, onder 10, van de in de eerste zin bedoelde verordening. De gegevens, bedoeld in de eerste zin, worden aan de griffier verstrekt in de Nederlandse, Engelse, Duitse of Franse taal.
##### Artikel 15
@@ -164,9 +164,9 @@
##### Artikel 15b
1. Indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geen verzoek tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of indien het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar, kan de rechtbank, totdat de verificatievergadering is gehouden of, indien de verificatievergadering achterwege blijft, totdat de rechter-commissaris de beschikkingen als bedoeld in [artikel 137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), heeft gegeven, op verzoek van de gefailleerde diens faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. De gefailleerde dient daartoe een verzoek als bedoeld in artikel 284 in bij de rechtbank waar de aangifte of het verzoek tot faillietverklaring werd ingediend. Het [derde lid van artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is niet van toepassing.
1. Indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geen verzoek tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of indien het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar, kan de rechtbank, totdat de verificatievergadering is gehouden of, indien de verificatievergadering achterwege blijft, totdat de rechter-commissaris de beschikkingen als bedoeld in [artikel 137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), heeft gegeven, op verzoek van de gefailleerde diens faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De gefailleerde dient daartoe een verzoek als bedoeld in artikel 284 in bij de rechtbank waar de aangifte of het verzoek tot faillietverklaring werd ingediend. Het [derde lid van artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing:
@@ -174,13 +174,13 @@
- b. indien de schuldenaar in staat van faillissement verkeert door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- c. indien het faillissement is uitgesproken op grond van [artikel 340, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=340&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
4. Alvorens te beslissen kan de rechtbank de gefailleerde, de rechter-commissaris en de curator oproepen om te worden gehoord. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van toepassing.
- c. indien het faillissement is uitgesproken op grond van [artikel 340, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=340&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
4. Alvorens te beslissen kan de rechtbank de gefailleerde, de rechter-commissaris en de curator oproepen om te worden gehoord. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van toepassing.
5. Bij toewijzing van het verzoek, spreekt de rechtbank de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
6. Van de opheffing van het faillissement wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Indien in het faillissement overeenkomstig [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-10-01&g=2022-10-01) reeds het tijdstip voor de verificatievergadering was bepaald, zal in die aankondiging tevens mededeling worden gedaan dat die verificatievergadering niet zal worden gehouden.
6. Van de opheffing van het faillissement wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Indien in het faillissement overeenkomstig [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-11-04&g=2022-11-04) reeds het tijdstip voor de verificatievergadering was bepaald, zal in die aankondiging tevens mededeling worden gedaan dat die verificatievergadering niet zal worden gehouden.
##### Artikel 15c
@@ -192,7 +192,7 @@
4. Indien het gerechtshof het faillissement handhaaft, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling. De griffier van de Hoge Raad geeft van het beroep in cassatie en van de uitspraak van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
5. Zolang niet op het verzoek bedoeld in [artikel 15b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan in het faillissement geen raadpleging over een akkoord plaatshebben, noch tot uitdeling aan de schuldeisers worden overgegaan.
5. Zolang niet op het verzoek bedoeld in [artikel 15b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan in het faillissement geen raadpleging over een akkoord plaatshebben, noch tot uitdeling aan de schuldeisers worden overgegaan.
##### Artikel 15d
@@ -204,7 +204,7 @@
- c. in het faillissement ingediende vorderingen gelden als ingediend in de schuldsaneringsregeling.
2. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de faillietverklaring.
2. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de faillietverklaring.
##### Artikel 16
@@ -236,11 +236,11 @@
- 4°. het bedrag van de uitdelingen bij vereffening;
- 5°. de opheffing van het faillissement ingevolge [artikel 15b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=16&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- 5°. de opheffing van het faillissement ingevolge [artikel 15b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=16&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- 6°. de rehabilitatie;
- 7°. de vereisten vermeld in artikel 24, tweede lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening;
- 7°. de vereisten vermeld in artikel 24, tweede lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening;
- 8°. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen stukken.
@@ -270,7 +270,7 @@
- 5°. het ingevolge [artikel 642c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=642c) in de kas der gerechtelijke consignaties gestorte bedrag;
- 6°. de goederen bedoeld in [artikel 60a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- 6°. de goederen bedoeld in [artikel 60a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- 7°. een aanspraak op het tegoed van een lijfrenterekening of op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in [artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=1.7) voor zover de ter zake ingelegde bedragen voor de heffing van de inkomstenbelasting in aanmerking konden worden genomen voor de bepaling van het belastbare inkomen uit werk en woning.
@@ -308,7 +308,7 @@
##### Artikel 26
Rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende het faillissement ook tegen de gefailleerde op geen andere dan een in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bepaalde wijze worden ingesteld.
Rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende het faillissement ook tegen de gefailleerde op geen andere dan een in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bepaalde wijze worden ingesteld.
##### Artikel 27
@@ -326,7 +326,7 @@
3. Indien de curator verschijnende dadelijk in de eis toestemt, zijn de proceskosten van de tegenpartij geen boedelschuld.
4. Zo de curator niet verschijnt, is op het tegen de gefailleerde te verkrijgen vonnis de bepaling van het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2022-10-01&g=2022-10-01) niet toepasselijk.
4. Zo de curator niet verschijnt, is op het tegen de gefailleerde te verkrijgen vonnis de bepaling van het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2022-11-04&g=2022-11-04) niet toepasselijk.
##### Artikel 29
@@ -334,17 +334,17 @@
##### Artikel 30
1. Indien vóór de faillietverklaring de stukken van het geding tot het geven van een beslissing aan de rechter zijn overgelegd, zijn het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en de [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2022-10-01&g=2022-10-01) niet toepasselijk.
2. De [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden weer toepasselijk, indien het geding voor de rechter, bij wie het aanhangig is, ten gevolge van zijn beslissing wordt voortgezet.
1. Indien vóór de faillietverklaring de stukken van het geding tot het geven van een beslissing aan de rechter zijn overgelegd, zijn het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en de [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2022-11-04&g=2022-11-04) niet toepasselijk.
2. De [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden weer toepasselijk, indien het geding voor de rechter, bij wie het aanhangig is, ten gevolge van zijn beslissing wordt voortgezet.
##### Artikel 31
Indien een geding door of tegen de curator, of ook in het geval van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=29&z=2022-10-01&g=2022-10-01) tegen een schuldeiser wordt voortgezet, kan door de curator of door die schuldeiser de nietigheid worden ingeroepen van handelingen, door de schuldenaar vóór zijn faillietverklaring in het geding verricht, zo bewezen wordt dat deze door die handelingen de schuldeisers desbewust heeft benadeeld en dat dit aan zijn tegenpartij bekend was.
Indien een geding door of tegen de curator, of ook in het geval van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=29&z=2022-11-04&g=2022-11-04) tegen een schuldeiser wordt voortgezet, kan door de curator of door die schuldeiser de nietigheid worden ingeroepen van handelingen, door de schuldenaar vóór zijn faillietverklaring in het geding verricht, zo bewezen wordt dat deze door die handelingen de schuldeisers desbewust heeft benadeeld en dat dit aan zijn tegenpartij bekend was.
##### Artikel 43
1. Indien de rechtshandeling waardoor de schuldeisers zijn benadeeld, is verricht binnen een jaar voor de faillietverklaring en de schuldenaar zich niet reeds voor de aanvang van die termijn daartoe had verplicht, wordt de aan het slot van [artikel 42, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bedoelde wetenschap, behoudens tegenbewijs, vermoed aan beide zijden te bestaan:
1. Indien de rechtshandeling waardoor de schuldeisers zijn benadeeld, is verricht binnen een jaar voor de faillietverklaring en de schuldenaar zich niet reeds voor de aanvang van die termijn daartoe had verplicht, wordt de aan het slot van [artikel 42, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bedoelde wetenschap, behoudens tegenbewijs, vermoed aan beide zijden te bestaan:
- 1°. bij overeenkomsten, waarbij de waarde der verbintenis aan de zijde van de schuldenaar aanmerkelijk die der verbintenis aan de andere zijde overtreft;
@@ -392,7 +392,7 @@
2. Gelegde beslagen vervallen; de inschrijving van een desbetreffende verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling. Het beslag herleeft, zodra het faillissement een einde neemt ten gevolge van vernietiging of opheffing van het faillissement, mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploot is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
3. Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, wordt hij ontslagen, zodra het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, behoudens toepassing van [artikel 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, wordt hij ontslagen, zodra het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, behoudens toepassing van [artikel 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
4. Het bepaalde bij dit artikel geldt niet voor lijfsdwang bij vonnissen, beschikkingen en authentieke akten, waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens het [Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656) verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen, waarbij een uitkering, krachtens [artikel 85 lid 2 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=85) door de ene partner aan de andere partner verschuldigd, is bevolen, alsmede besluiten op grond van [paragraaf 6.5 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703¶graaf=6.5).
@@ -410,11 +410,11 @@
2. Heeft de schuldenaar voor de dag van de faillietverklaring een toekomstig goed bij voorbaat geleverd, dan valt dit goed, indien het eerst na de aanvang van die dag door hem is verkregen, in de boedel, tenzij het gaat om nog te velde staande vruchten of beplantingen die reeds voor de faillietverklaring uit hoofde van een zakelijk recht of een huur- of pachtovereenkomst aan de schuldenaar toekwamen.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=86) en [238 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=238) wordt degene die van de schuldenaar heeft verkregen, geacht na de bekendmaking van de faillietverklaring, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), diens onbevoegdheid te hebben gekend.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=86) en [238 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=238) wordt degene die van de schuldenaar heeft verkregen, geacht na de bekendmaking van de faillietverklaring, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), diens onbevoegdheid te hebben gekend.
##### Artikel 35a
Indien een beding als bedoeld in [artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=252) op de dag van de faillietverklaring nog niet in de openbare registers was ingeschreven, kan de curator het registergoed ten aanzien waarvan het is gemaakt, vrij van het beding overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) verkopen.
Indien een beding als bedoeld in [artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=252) op de dag van de faillietverklaring nog niet in de openbare registers was ingeschreven, kan de curator het registergoed ten aanzien waarvan het is gemaakt, vrij van het beding overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) verkopen.
##### Artikel 35b
@@ -422,7 +422,7 @@
##### Artikel 36
1. Wanneer een verjaringstermijn betreffende een rechtsvordering, als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=26&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zou aflopen gedurende het faillissement of binnen zes maanden na het einde daarvan, loopt de termijn voort totdat zes maanden na het einde van het faillissement zijn verstreken.
1. Wanneer een verjaringstermijn betreffende een rechtsvordering, als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=26&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zou aflopen gedurende het faillissement of binnen zes maanden na het einde daarvan, loopt de termijn voort totdat zes maanden na het einde van het faillissement zijn verstreken.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op van rechtswege aanvangende vervaltermijnen.
@@ -444,7 +444,7 @@
##### Artikel 38
Indien in het geval van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-10-01&g=2022-10-01) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalde termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na de faillietverklaring, wordt de overeenkomst door de faillietverklaring ontbonden en kan de wederpartij van de gefailleerde zonder meer voor schadevergoeding als concurrent schuldeiser opkomen. Lijdt de boedel door de ontbinding schade, dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
Indien in het geval van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-11-04&g=2022-11-04) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalde termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na de faillietverklaring, wordt de overeenkomst door de faillietverklaring ontbonden en kan de wederpartij van de gefailleerde zonder meer voor schadevergoeding als concurrent schuldeiser opkomen. Lijdt de boedel door de ontbinding schade, dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
##### Artikel 38a
@@ -532,7 +532,7 @@
##### Artikel 47
De voldoening door de schuldenaar aan een opeisbare schuld kan alleen dan worden vernietigd, wanneer wordt aangetoond, hetzij dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was, en er geen sprake was van een schorsing van de behandeling van die aanvraag overeenkomstig de [artikelen 3d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3d&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [376, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-10-01&g=2022-10-01) hetzij dat de betaling het gevolg was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te begunstigen.
De voldoening door de schuldenaar aan een opeisbare schuld kan alleen dan worden vernietigd, wanneer wordt aangetoond, hetzij dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was, en er geen sprake was van een schorsing van de behandeling van die aanvraag overeenkomstig de [artikelen 3d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3d&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [376, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-11-04&g=2022-11-04) hetzij dat de betaling het gevolg was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te begunstigen.
##### Artikel 48
@@ -542,7 +542,7 @@
##### Artikel 49
1. Rechtsvorderingen, gegrond op de bepalingen der [artikelen 42-48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-10-01&g=2022-10-01), worden ingesteld door de curator.
1. Rechtsvorderingen, gegrond op de bepalingen der [artikelen 42-48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-11-04&g=2022-11-04), worden ingesteld door de curator.
2. Niettemin kunnen de schuldeisers op gronden, aan die bepalingen ontleend, de toelating ener vordering bestrijden.
@@ -570,7 +570,7 @@
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de gefailleerde is, kan zijn schuld met zijn vordering op de gefailleerde verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de faillietverklaring of voortvloeien uit handelingen, vóór de faillietverklaring met de gefailleerde verricht.
2. De vordering op de gefailleerde wordt zonodig berekend naar de regels in de [artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2022-10-01&g=2022-10-01) gesteld.
2. De vordering op de gefailleerde wordt zonodig berekend naar de regels in de [artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2022-11-04&g=2022-11-04) gesteld.
3. De curator kan geen beroep doen op [artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=136).
@@ -582,7 +582,7 @@
3. Degene die een verrekening verricht, is te goeder trouw als bedoeld in het eerste lid als deze verrekening:
- a. geschiedt nadat de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, en
- a. geschiedt nadat de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, en
- b. wordt verricht in het kader van de financiering van de voortzetting van de door de schuldenaar gedreven onderneming en niet strekt tot inperking van die financiering.
@@ -592,7 +592,7 @@
##### Artikel 56
Hij die met de gefailleerde deelgenoot is in een gemeenschap waarvan tijdens het faillissement een verdeling plaatsvindt, kan toepassing van [artikel 184, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=184) verlangen, ook als de schuld van de gefailleerde aan de gemeenschap er een is onder een nog niet vervulde opschortende voorwaarde. De [artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van toepassing.
Hij die met de gefailleerde deelgenoot is in een gemeenschap waarvan tijdens het faillissement een verdeling plaatsvindt, kan toepassing van [artikel 184, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=184) verlangen, ook als de schuld van de gefailleerde aan de gemeenschap er een is onder een nog niet vervulde opschortende voorwaarde. De [artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van toepassing.
##### Artikel 57
@@ -606,7 +606,7 @@
##### Artikel 58
1. De curator kan de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige artikel over te gaan. Heeft de pand- of hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator de goederen opeisen en met toepassing van de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) verkopen, onverminderd het recht van de pand- en hypotheekhouders op de opbrengst. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de pand- of hypotheekhouder een of meer malen te verlengen.
1. De curator kan de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige artikel over te gaan. Heeft de pand- of hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator de goederen opeisen en met toepassing van de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) verkopen, onverminderd het recht van de pand- en hypotheekhouders op de opbrengst. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de pand- of hypotheekhouder een of meer malen te verlengen.
2. De curator kan een met pand of hypotheek bezwaard goed tot op het tijdstip van de verkoop lossen tegen voldoening van hetgeen waarvoor het pand- of hypotheekrecht tot zekerheid strekt, alsmede van de reeds gemaakte kosten van executie.
@@ -616,9 +616,9 @@
##### Artikel 59a
1. De [artikelen 57-59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn niet van toepassing wanneer de hypotheek rust op een luchtvaartuig dat te boek staat in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2), of in een verdragsregister als bedoeld in [artikel 1300 onder **d** van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1300).
2. Hypotheekhouders wier rechten rusten op luchtvaartuigen als bedoeld in het vorige lid, en andere schuldeisers die op grond van [artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1317) een voorrecht op het luchtvaartuig hebben, kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was. [Artikel 57, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. De [artikelen 57-59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn niet van toepassing wanneer de hypotheek rust op een luchtvaartuig dat te boek staat in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2), of in een verdragsregister als bedoeld in [artikel 1300 onder **d** van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1300).
2. Hypotheekhouders wier rechten rusten op luchtvaartuigen als bedoeld in het vorige lid, en andere schuldeisers die op grond van [artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1317) een voorrecht op het luchtvaartuig hebben, kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was. [Artikel 57, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. De curator kan deze schuldeisers een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige lid over te gaan. Heeft de schuldeiser het luchtvaartuig niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator het luchtvaartuig verkopen. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de schuldeiser een of meer malen te verlengen.
@@ -628,13 +628,13 @@
6. De curator kan het luchtvaartuig tot op het tijdstip van de verkoop lossen tegen voldoening van het daarop verschuldigde, alsmede van de reeds gemaakte kosten van executie.
7. [Artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
7. [Artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 60
1. De schuldeiser die retentierecht heeft op een aan de schuldenaar toebehorende zaak, verliest dit recht niet door de faillietverklaring.
2. De zaak kan door de curator worden opgeëist en met toepassing van [artikel 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden verkocht, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De curator kan ook, voorzover dit in het belang is van de boedel, de zaak in de boedel terugbrengen door voldoening van de vordering waarvoor het retentierecht kan worden uitgeoefend.
2. De zaak kan door de curator worden opgeëist en met toepassing van [artikel 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden verkocht, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De curator kan ook, voorzover dit in het belang is van de boedel, de zaak in de boedel terugbrengen door voldoening van de vordering waarvoor het retentierecht kan worden uitgeoefend.
3. De schuldeiser kan de curator een redelijke termijn stellen om tot toepassing van het vorige lid over te gaan. Heeft de curator de zaak niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de schuldeiser haar verkopen met overeenkomstige toepassing van de bepalingen betreffende parate executie door een pandhouder of, als het een registergoed betreft, die betreffende parate executie door een hypotheekhouder. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de curator een of meer malen te verlengen.
@@ -644,7 +644,7 @@
1. Indien tot het vermogen van de gefailleerde onder bewind staande goederen behoren en zich schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld, die deze goederen onbelast met het bewind kunnen uitwinnen, zal de curator deze goederen van de bewindvoerder opeisen, onder zijn beheer nemen en te gelde maken, voorzover dit voor de voldoening van deze schuldeisers uit de opbrengst nodig is. Door de opeising eindigt het bewind over het goed. De opbrengst wordt overeenkomstig deze wet onder deze schuldeisers verdeeld, voorzover zij zijn geverifieerd. De curator draagt hetgeen na deze verdeling van de opbrengst over is, aan de bewindvoerder af, tenzij de andere schuldeisers de onder bewind staande goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen in welk geval het restant overeenkomstig deze wet onder deze laatste schuldeisers verdeeld wordt.
2. Indien zich slechts schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld die de goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen, worden deze goederen door de curator overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) onder die last verkocht.
2. Indien zich slechts schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld die de goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen, worden deze goederen door de curator overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) onder die last verkocht.
3. Buiten de gevallen, bedoeld in de vorige leden, blijven de onder bewind staande goederen buiten het faillissement en wordt slechts aan de curator uitgekeerd wat de goederen netto aan vruchten hebben opgebracht.
@@ -666,7 +666,7 @@
##### Artikel 63
1. Het faillissement van de persoon die in enige gemeenschap van goederen gehuwd is of in enige gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, wordt als faillissement van die gemeenschap behandeld. Het omvat, behoudens de uitzonderingen van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alle goederen, die in de gemeenschap vallen, en strekt ten behoeve van alle schuldeisers, die op de goederen der gemeenschap verhaal hebben. Goederen die de gefailleerde buiten de gemeenschap heeft, strekken slechts tot verhaal van schulden die daarop verhaald zouden kunnen worden, indien er generlei gemeenschap was.
1. Het faillissement van de persoon die in enige gemeenschap van goederen gehuwd is of in enige gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, wordt als faillissement van die gemeenschap behandeld. Het omvat, behoudens de uitzonderingen van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alle goederen, die in de gemeenschap vallen, en strekt ten behoeve van alle schuldeisers, die op de goederen der gemeenschap verhaal hebben. Goederen die de gefailleerde buiten de gemeenschap heeft, strekken slechts tot verhaal van schulden die daarop verhaald zouden kunnen worden, indien er generlei gemeenschap was.
2. Bij het faillissement van een schuldenaar die in gemeenschap van goederen gehuwd is of die in gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, zijn de bepalingen van deze wet omtrent handelingen door de schuldenaar verricht, toepasselijk op de handelingen waardoor de gemeenschap wettig verbonden is, onverschillig wie van de echtgenoten onderscheidenlijk van de geregistreerde partners deze verrichtte.
@@ -706,11 +706,11 @@
1. Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris is gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank mogelijk, te rekenen vanaf de dag waarop de beschikking is gegeven. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.
Niettemin staat geen hoger beroep open van de beschikkingen, vermeld in de artikelen [21, 2° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [60, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [68, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [73a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [75a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=75a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [93a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=93a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [127, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=174&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [175, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [176, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
Niettemin staat geen hoger beroep open van de beschikkingen, vermeld in de artikelen [21, 2° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [60, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [68, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [73a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [75a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=75a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [93a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=93a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [127, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=174&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [175, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [176, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. In afwijking van het eerste lid vangt in het geval van hoger beroep tegen een machtiging van de rechter-commissaris aan de curator tot opzegging van een arbeidsovereenkomst de termijn van vijf dagen aan op de dag dat de werknemer die het beroep instelt van de machtiging kennis heeft kunnen nemen. Op straffe van vernietigbaarheid wijst de curator de werknemer bij de opzegging op de mogelijkheid van beroep en op de termijn daarvan. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende veertien dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen beschikkingen van de rechter-commissaris en van de rechtbank worden aangewezen die uiterlijk de werkdag volgend op de dag van de uitspraak worden ingeschreven in het centraal openbaar register, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie van de aangewezen beschikking langs de hiervoor genoemde weg wordt ingeschreven.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen beschikkingen van de rechter-commissaris en van de rechtbank worden aangewezen die uiterlijk de werkdag volgend op de dag van de uitspraak worden ingeschreven in het centraal openbaar register, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie van de aangewezen beschikking langs de hiervoor genoemde weg wordt ingeschreven.
#### § 2. Van den curator
@@ -726,13 +726,13 @@
- c. doet, zo hij of de rechter-commissaris dit nodig acht, melding of aangifte van onregelmatigheden bij de bevoegde instanties.
3. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [60, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [60a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), behoeft de curator machtiging van de rechter-commissaris.
4. Ingeval in Nederland geen secundaire insolventieprocedure is geopend, wordt de machtiging tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten, bedoeld in artikel 13 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening op verzoek van de insolventiefunctionaris in de hoofdinsolventieprocedure verleend door de rechter-commissaris van de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01). De rechtbank benoemt de rechter-commissaris binnen vijf werkdagen na ontvangst van dit machtigingsverzoek.
3. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [60, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [60a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), behoeft de curator machtiging van de rechter-commissaris.
4. Ingeval in Nederland geen secundaire insolventieprocedure is geopend, wordt de machtiging tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten, bedoeld in artikel 13 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening op verzoek van de insolventiefunctionaris in de hoofdinsolventieprocedure verleend door de rechter-commissaris van de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04). De rechtbank benoemt de rechter-commissaris binnen vijf werkdagen na ontvangst van dit machtigingsverzoek.
##### Artikel 69
1. Iedere schuldeiser, de schuldeiserscommissie en ook de gefailleerde kunnen door het indienen van een verzoek tegen elke handeling van de curator bij de rechter-commissaris opkomen, of van deze een bevel uitlokken, dat de curator een bepaalde handeling verrichte of een voorgenomen handeling nalate. Niettemin staat geen beroep open tegen de beslissing van de curator om al dan niet melding of aangifte van onregelmatigheden te doen, als bedoeld in [artikel 68, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. Iedere schuldeiser, de schuldeiserscommissie en ook de gefailleerde kunnen door het indienen van een verzoek tegen elke handeling van de curator bij de rechter-commissaris opkomen, of van deze een bevel uitlokken, dat de curator een bepaalde handeling verrichte of een voorgenomen handeling nalate. Niettemin staat geen beroep open tegen de beslissing van de curator om al dan niet melding of aangifte van onregelmatigheden te doen, als bedoeld in [artikel 68, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De rechter-commissaris beslist, na de curator gehoord te hebben, binnen drie dagen.
@@ -744,17 +744,17 @@
##### Artikel 71
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-10-01&g=2022-10-01), wordt het salaris van de curator in elk faillissement door de rechtbank vastgesteld.
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-11-04&g=2022-11-04), wordt het salaris van de curator in elk faillissement door de rechtbank vastgesteld.
2. In geval van akkoord wordt het salaris bij het vonnis van homologatie bepaald.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de financiering van de werkzaamheden van de curator, bedoeld in [artikel 68, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de financiering van de werkzaamheden van de curator, bedoeld in [artikel 68, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 72
1. Het ontbreken van de machtiging van de rechter-commissaris, waar die vereist is, of de niet-inachtneming van de bepalingen vervat in de [artikelen 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=78&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2022-10-01&g=2022-10-01), heeft, voor zoveel derden betreft, geen invloed op de geldigheid van de door de curator verrichte handeling. De curator is deswege alleen jegens de gefailleerde en de schuldeisers aansprakelijk.
2. In afwijking van het eerste lid is de opzegging van een arbeidsovereenkomst door de curator zonder dat de rechter-commissaris daarvoor de machtiging, bedoeld in [artikel 68, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-10-01&g=2022-10-01), heeft gegeven, vernietigbaar. Daarnaast is de curator jegens de gefailleerde en de werknemer aansprakelijk. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende vijf dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd.
1. Het ontbreken van de machtiging van de rechter-commissaris, waar die vereist is, of de niet-inachtneming van de bepalingen vervat in de [artikelen 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=78&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2022-11-04&g=2022-11-04), heeft, voor zoveel derden betreft, geen invloed op de geldigheid van de door de curator verrichte handeling. De curator is deswege alleen jegens de gefailleerde en de schuldeisers aansprakelijk.
2. In afwijking van het eerste lid is de opzegging van een arbeidsovereenkomst door de curator zonder dat de rechter-commissaris daarvoor de machtiging, bedoeld in [artikel 68, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-11-04&g=2022-11-04), heeft gegeven, vernietigbaar. Daarnaast is de curator jegens de gefailleerde en de werknemer aansprakelijk. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende vijf dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd.
##### Artikel 73
@@ -768,7 +768,7 @@
2. De termijn, bedoeld in het vorige lid, kan door de rechter-commissaris worden verlengd.
3. In zijn verslag geeft de curator aan hoe hij zich heeft gekweten van zijn taak, bedoeld in [artikel 68, tweede lid, onder a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. In zijn verslag geeft de curator aan hoe hij zich heeft gekweten van zijn taak, bedoeld in [artikel 68, tweede lid, onder a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
#### § 2. Van de curator
@@ -796,7 +796,7 @@
##### Artikel 78
1. De curator is verplicht het advies der commissie in te winnen, alvorens een rechtsvordering in te stellen of een aanhangige voort te zetten of zich tegen een ingestelde of aanhangige rechtsvordering te verdedigen, behalve waar het geldt verificatiegeschillen; omtrent het al of niet voortzetten van het bedrijf des gefailleerden; alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [73, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [175, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en in het algemeen omtrent de wijze van vereffening en tegeldemaking van de boedel en het tijdstip en het bedrag der te houden uitdelingen.
1. De curator is verplicht het advies der commissie in te winnen, alvorens een rechtsvordering in te stellen of een aanhangige voort te zetten of zich tegen een ingestelde of aanhangige rechtsvordering te verdedigen, behalve waar het geldt verificatiegeschillen; omtrent het al of niet voortzetten van het bedrijf des gefailleerden; alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [73, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [175, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en in het algemeen omtrent de wijze van vereffening en tegeldemaking van de boedel en het tijdstip en het bedrag der te houden uitdelingen.
2. Dit advies wordt niet vereist, wanneer de curator de commissie tot het uitbrengen daarvan, met inachtneming van een bekwamen termijn, ter vergadering heeft opgeroepen en er geen advies wordt uitgebracht.
@@ -884,7 +884,7 @@
1. De curator doet, zo hij of de rechter-commissaris dit nodig acht, dadelijk de boedel verzegelen door een notaris.
2. Buiten de verzegeling blijven, doch worden in het proces-verbaal kortelijk beschreven, de goederen vermeld in de [artikelen 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alsmede de voorwerpen tot het bedrijf van de gefailleerde vereist, indien dit wordt voortgezet.
2. Buiten de verzegeling blijven, doch worden in het proces-verbaal kortelijk beschreven, de goederen vermeld in de [artikelen 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alsmede de voorwerpen tot het bedrijf van de gefailleerde vereist, indien dit wordt voortgezet.
##### Artikel 93a
@@ -900,7 +900,7 @@
##### Artikel 95
Van de goederen, vermeld in [artikel 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01), wordt een staat aan de beschrijving gehecht; die, vermeld in [artikel 92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2022-10-01&g=2022-10-01), worden in de beschrijving opgenomen.
Van de goederen, vermeld in [artikel 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04), wordt een staat aan de beschrijving gehecht; die, vermeld in [artikel 92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2022-11-04&g=2022-11-04), worden in de beschrijving opgenomen.
##### Artikel 96
@@ -918,7 +918,7 @@
##### Artikel 99
1. De curator opent krachtens de last bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), de brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht. Die, welke niet op de boedel betrekking hebben, stelt hij terstond aan de gefailleerde ter hand. Het postvervoerbedrijf of de postvervoerbedrijven die zijn aangewezen als verlener van de universele postdienst, alsmede de andere geregistreerde postvervoerbedrijven, bedoeld in de [Postwet 2009](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572) is, na van de griffier ontvangen kennisgeving, verplicht de curator de brieven en telegrammen, voor de gefailleerde bestemd, af te geven, totdat de curator of de rechter-commissaris haar van die verplichting ontslaat of zij de kennisgeving ontvangt, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-10-01&g=2022-10-01). De rechterlijke last tot het openen van brieven en telegrammen verliest zijn kracht op het in de vorige zin bedoelde tijdstip waarop de verplichting van de administratie tot afgifte van brieven en telegrammen eindigt.
1. De curator opent krachtens de last bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), de brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht. Die, welke niet op de boedel betrekking hebben, stelt hij terstond aan de gefailleerde ter hand. Het postvervoerbedrijf of de postvervoerbedrijven die zijn aangewezen als verlener van de universele postdienst, alsmede de andere geregistreerde postvervoerbedrijven, bedoeld in de [Postwet 2009](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572) is, na van de griffier ontvangen kennisgeving, verplicht de curator de brieven en telegrammen, voor de gefailleerde bestemd, af te geven, totdat de curator of de rechter-commissaris haar van die verplichting ontslaat of zij de kennisgeving ontvangt, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-11-04&g=2022-11-04). De rechterlijke last tot het openen van brieven en telegrammen verliest zijn kracht op het in de vorige zin bedoelde tijdstip waarop de verplichting van de administratie tot afgifte van brieven en telegrammen eindigt.
2. Protesten, exploten, verklaringen en termijnstellingen betreffende de boedel geschieden door en aan de curator.
@@ -930,7 +930,7 @@
1. De curator is bevoegd om goederen te vervreemden.
2. De bepaling van [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is toepasselijk.
2. De bepaling van [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is toepasselijk.
##### Artikel 102
@@ -960,7 +960,7 @@
##### Artikel 106
1. Bij het faillissement van een rechtspersoon zijn de bepalingen van de [artikelen 87 tot en met 92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [105, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=105&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alsmede [105a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=105a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), op bestuurders en commissarissen toepasselijk alsmede op eenieder die in de drie jaar voorafgaande aan het faillissement bestuurder of commissaris was.
1. Bij het faillissement van een rechtspersoon zijn de bepalingen van de [artikelen 87 tot en met 92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [105, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=105&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alsmede [105a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=105a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), op bestuurders en commissarissen toepasselijk alsmede op eenieder die in de drie jaar voorafgaande aan het faillissement bestuurder of commissaris was.
2. Met een bestuurder wordt voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld:
@@ -980,11 +980,11 @@
##### Artikel 108
De rechter-commissaris bepaalt na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis van faillietverklaring zo nodig dag, uur en plaats van een of meer verificatievergaderingen, alsmede de wijze waarop wordt vergaderd overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
De rechter-commissaris bepaalt na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis van faillietverklaring zo nodig dag, uur en plaats van een of meer verificatievergaderingen, alsmede de wijze waarop wordt vergaderd overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 109
1. De curator geeft van de beschikking, bedoeld in [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-10-01&g=2022-10-01), onmiddellijk schriftelijk kennis aan alle bekende schuldeisers.
1. De curator geeft van de beschikking, bedoeld in [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-11-04&g=2022-11-04), onmiddellijk schriftelijk kennis aan alle bekende schuldeisers.
2. De curator stelt alle bekende schuldeisers zo spoedig mogelijk nadat het vonnis tot faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan schriftelijk op de hoogte van de dag waarop uiterlijk de schuldvorderingen moeten worden ingediend, alsmede dat de vordering niet voor verificatie in aanmerking komt, wanneer niet aan deze voorwaarde wordt voldaan.
@@ -994,7 +994,7 @@
2. De schuldeisers zijn bevoegd van de curator een ontvangbewijs te vorderen.
3. Indien de curator een overeenkomst als bedoeld in [artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=907) heeft gesloten die door de rechter verbindend is verklaard, kunnen de gerechtigden onder de overeenkomst die niet de in [artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=908) bedoelde mededeling hebben gedaan, hun vordering krachtens de overeenkomst uitsluitend indienen op de wijze als in deze overeenkomst is bepaald. In afwijking van artikel 907, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kan de overeenkomst als bedoeld in de eerste zin, bepalen dat een vordering vervalt indien een gerechtigde onder de overeenkomst deze vordering niet indient binnen een termijn van ten minste drie maanden na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn is verstreken. Op de vorderingen als bedoeld in de eerste zin, zijn de [artikelen 128](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=128&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=133&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=136&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing
3. Indien de curator een overeenkomst als bedoeld in [artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=907) heeft gesloten die door de rechter verbindend is verklaard, kunnen de gerechtigden onder de overeenkomst die niet de in [artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=908) bedoelde mededeling hebben gedaan, hun vordering krachtens de overeenkomst uitsluitend indienen op de wijze als in deze overeenkomst is bepaald. In afwijking van artikel 907, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kan de overeenkomst als bedoeld in de eerste zin, bepalen dat een vordering vervalt indien een gerechtigde onder de overeenkomst deze vordering niet indient binnen een termijn van ten minste drie maanden na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn is verstreken. Op de vorderingen als bedoeld in de eerste zin, zijn de [artikelen 128](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=128&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=133&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=136&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing
##### Artikel 111
@@ -1010,13 +1010,13 @@
##### Artikel 114
1. Van ieder der lijsten, in [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoeld, wordt een afschrift door de curator ter griffie van de rechtbank neergelegd, om aldaar gedurende de zeven aan de verificatievergadering voorafgaande dagen kosteloos ter inzage te liggen van een ieder.
1. Van ieder der lijsten, in [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoeld, wordt een afschrift door de curator ter griffie van de rechtbank neergelegd, om aldaar gedurende de zeven aan de verificatievergadering voorafgaande dagen kosteloos ter inzage te liggen van een ieder.
2. De neerlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 115
Van de krachtens [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-10-01&g=2022-10-01) gedane neerlegging der lijsten geeft de curator aan alle bekende schuldeisers schriftelijk bericht, waarbij hij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegt en tevens vermeldt of een ontwerp-akkoord door de gefailleerde ter griffie is neergelegd.
Van de krachtens [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-11-04&g=2022-11-04) gedane neerlegging der lijsten geeft de curator aan alle bekende schuldeisers schriftelijk bericht, waarbij hij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegt en tevens vermeldt of een ontwerp-akkoord door de gefailleerde ter griffie is neergelegd.
##### Artikel 116
@@ -1024,7 +1024,7 @@
##### Artikel 117
1. De in [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=116&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde verplichtingen van de gefailleerde rusten bij het faillissement van een rechtspersoon op elk van de in [artikel 106, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bedoelde personen als zij door de curator worden opgeroepen tot bijwoning van de verificatievergadering.
1. De in [artikel 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=116&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde verplichtingen van de gefailleerde rusten bij het faillissement van een rechtspersoon op elk van de in [artikel 106, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bedoelde personen als zij door de curator worden opgeroepen tot bijwoning van de verificatievergadering.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap.
@@ -1100,13 +1100,13 @@
##### Artikel 127
1. Vorderingen worden uiterlijk veertien dagen voor de dag van de eerste verificatievergadering, bedoeld in [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ingediend bij de curator, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
2. De rechter-commissaris kan, na raadpleging van de curator en na afweging van de gerechtvaardigde belangen van de gezamenlijke schuldeisers, bepalen dat de in het eerste lid bedoelde termijn wordt aangepast. [Artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing op deze beschikking.
1. Vorderingen worden uiterlijk veertien dagen voor de dag van de eerste verificatievergadering, bedoeld in [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ingediend bij de curator, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
2. De rechter-commissaris kan, na raadpleging van de curator en na afweging van de gerechtvaardigde belangen van de gezamenlijke schuldeisers, bepalen dat de in het eerste lid bedoelde termijn wordt aangepast. [Artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing op deze beschikking.
3. Een vordering ingediend na de dag, bedoeld in het eerste lid, wordt niet voor verificatie in behandeling genomen.
4. De uiterste dag waarop de vorderingen worden ingediend, wordt door de griffier ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
4. De uiterste dag waarop de vorderingen worden ingediend, wordt door de griffier ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 128
@@ -1170,11 +1170,11 @@
##### Artikel 138
De gefailleerde is bevoegd aan zijn gezamenlijke schuldeisers een akkoord aan te bieden. De gefailleerde mist deze bevoegdheid indien de curator een overeenkomst als bedoeld in [artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=907) heeft gesloten en bij de rechter een verzoek als bedoeld in dit lid is ingediend, tenzij onherroepelijk vaststaat dat dit verzoek niet tot toewijzing zal leiden. Indien de gefailleerde overeenkomstig [artikel 139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=139&z=2022-10-01&g=2022-10-01) een ontwerp van een akkoord ter griffie van de rechtbank heeft neergelegd, kan geen verzoek als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek worden ingediend, tenzij het akkoord is verworpen, de homologatie van het akkoord onherroepelijk is geweigerd of door de rechter de ontbinding van het akkoord is uitgesproken.
De gefailleerde is bevoegd aan zijn gezamenlijke schuldeisers een akkoord aan te bieden. De gefailleerde mist deze bevoegdheid indien de curator een overeenkomst als bedoeld in [artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=907) heeft gesloten en bij de rechter een verzoek als bedoeld in dit lid is ingediend, tenzij onherroepelijk vaststaat dat dit verzoek niet tot toewijzing zal leiden. Indien de gefailleerde overeenkomstig [artikel 139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=139&z=2022-11-04&g=2022-11-04) een ontwerp van een akkoord ter griffie van de rechtbank heeft neergelegd, kan geen verzoek als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek worden ingediend, tenzij het akkoord is verworpen, de homologatie van het akkoord onherroepelijk is geweigerd of door de rechter de ontbinding van het akkoord is uitgesproken.
##### Artikel 139
1. Indien de gefailleerde een ontwerp van akkoord, ten minste acht dagen vóór de vergadering tot verificatie der schuldvorderingen, ter griffie van de rechtbank heeft nedergelegd, ter kosteloze inzage van een ieder, wordt daarover in die vergadering na afloop der verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist, behoudens de bepaling van [artikel 141](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=141&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. Indien de gefailleerde een ontwerp van akkoord, ten minste acht dagen vóór de vergadering tot verificatie der schuldvorderingen, ter griffie van de rechtbank heeft nedergelegd, ter kosteloze inzage van een ieder, wordt daarover in die vergadering na afloop der verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist, behoudens de bepaling van [artikel 141](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=141&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. Een afschrift van het ontwerp van akkoord moet, gelijktijdig met de nederlegging ter griffie, worden toegezonden aan de curator en aan ieder der leden van de voorlopige schuldeiserscommissie.
@@ -1210,7 +1210,7 @@
##### Artikel 146
In afwijking van [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=145&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de curator bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien
In afwijking van [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=145&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de curator bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien
- a. drie vierde van de ter vergadering verschenen erkende en voorwaardelijk toegelaten concurrente schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
@@ -1234,9 +1234,9 @@
1. Indien het akkoord is aangenomen of vastgesteld, bepaalt de rechter-commissaris vóór het sluiten der vergadering de zitting, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen.
2. Bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-10-01&g=2022-10-01) geschiedt de bepaling van de zitting door de rechtbank in haar beschikking. Van deze beschikking geeft de curator aan de schuldeisers schriftelijk kennis.
3. De zitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-10-01&g=2022-10-01), na de beschikking van de rechtbank.
2. Bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-11-04&g=2022-11-04) geschiedt de bepaling van de zitting door de rechtbank in haar beschikking. Van deze beschikking geeft de curator aan de schuldeisers schriftelijk kennis.
3. De zitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-11-04&g=2022-11-04), na de beschikking van de rechtbank.
##### Artikel 151
@@ -1264,13 +1264,13 @@
##### Artikel 154
Binnen acht dagen na de beschikking van de rechtbank kunnen, zo de homologatie is geweigerd, zowel de schuldeisers, die vóór het akkoord stemden, als de gefailleerde; zo de homologatie is toegestaan, de schuldeisers, die tegenstemden of bij de stemming afwezig waren, tegen die beschikking in hoger beroep komen. In het laatste geval hebben ook de schuldeisers, die vóór stemden, ditzelfde recht, doch alleen op grond van het ontdekken na de homologatie van handelingen als in [artikel 153 onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2022-10-01&g=2022-10-01). genoemd.
Binnen acht dagen na de beschikking van de rechtbank kunnen, zo de homologatie is geweigerd, zowel de schuldeisers, die vóór het akkoord stemden, als de gefailleerde; zo de homologatie is toegestaan, de schuldeisers, die tegenstemden of bij de stemming afwezig waren, tegen die beschikking in hoger beroep komen. In het laatste geval hebben ook de schuldeisers, die vóór stemden, ditzelfde recht, doch alleen op grond van het ontdekken na de homologatie van handelingen als in [artikel 153 onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2022-11-04&g=2022-11-04). genoemd.
##### Artikel 155
1. Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak moet kennis nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaats hebben binnen twintig dagen. Van het hoger beroep wordt door de griffier van het rechtscollege, waarbij het is aangebracht, onverwijld kennis gegeven aan de griffier van de rechtbank, die de beschikking omtrent de homologatie heeft gegeven.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn, met uitzondering van het bepaalde omtrent de rechter-commissaris, [artikel 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [artikel 153, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2022-10-01&g=2022-10-01), toepasselijk.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn, met uitzondering van het bepaalde omtrent de rechter-commissaris, [artikel 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [artikel 153, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2022-11-04&g=2022-11-04), toepasselijk.
##### Artikel 156
@@ -1286,7 +1286,7 @@
##### Artikel 159
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het proces-verbaal der verificatie, ten behoeve der erkende vorderingen, voorzover zij niet door de gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2022-10-01&g=2022-10-01) betwist zijn, een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het proces-verbaal der verificatie, ten behoeve der erkende vorderingen, voorzover zij niet door de gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2022-11-04&g=2022-11-04) betwist zijn, een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
##### Artikel 160
@@ -1324,7 +1324,7 @@
##### Artikel 166
De vordering tot ontbinding van het akkoord wordt op dezelfde wijze aangebracht en beslist, als ten aanzien van het verzoek tot faillietverklaring in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [6-9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=12&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is voorgeschreven.
De vordering tot ontbinding van het akkoord wordt op dezelfde wijze aangebracht en beslist, als ten aanzien van het verzoek tot faillietverklaring in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [6-9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=12&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is voorgeschreven.
##### Artikel 167
@@ -1332,19 +1332,19 @@
2. Bij voorkeur zullen daartoe de personen gekozen worden, die vroeger in het faillissement die betrekkingen hebben waargenomen.
3. De curator draagt zorg voor de bekendmaking van het vonnis op de wijze in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), voorgeschreven.
3. De curator draagt zorg voor de bekendmaking van het vonnis op de wijze in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), voorgeschreven.
##### Artikel 168
1. De [artikelen 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [15-18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en die, welke vervat zijn in de [tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [derde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [vierde afdeling van deze titel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zijn bij heropening van het faillissement toepasselijk.
2. Evenzo zijn toepasselijk de bepalingen van de afdeling over de verificatie der schuldvorderingen, met dien verstande dat afdwingbaarheid van de vorderingen, bedoeld in [artikel 161a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), herleeft en zij ter verificatie ingediend kunnen worden, en de verificatie overigens beperkt blijft tot de schuldvorderingen die niet reeds vroeger geverifieerd zijn.
1. De [artikelen 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [15-18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en die, welke vervat zijn in de [tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [derde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [vierde afdeling van deze titel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zijn bij heropening van het faillissement toepasselijk.
2. Evenzo zijn toepasselijk de bepalingen van de afdeling over de verificatie der schuldvorderingen, met dien verstande dat afdwingbaarheid van de vorderingen, bedoeld in [artikel 161a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), herleeft en zij ter verificatie ingediend kunnen worden, en de verificatie overigens beperkt blijft tot de schuldvorderingen die niet reeds vroeger geverifieerd zijn.
3. Niettemin worden ook de reeds geverifieerde schuldeisers tot bijwoning der verificatievergadering opgeroepen en hebben zij het recht de vorderingen, waarvoor toelating verzocht wordt, te betwisten.
##### Artikel 169
De handelingen, door de schuldenaar in de tijd tussen de homologatie van het akkoord en de heropening van het faillissement verricht, zijn voor de boedel verbindend, behoudens de toepassing van [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en volgende zo daartoe gronden zijn.
De handelingen, door de schuldenaar in de tijd tussen de homologatie van het akkoord en de heropening van het faillissement verricht, zijn voor de boedel verbindend, behoudens de toepassing van [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en volgende zo daartoe gronden zijn.
##### Artikel 170
@@ -1368,7 +1368,7 @@
1. Indien geen nadere verificatievergadering is bepaald of op de verificatievergadering geen akkoord is aangeboden of indien het aangeboden akkoord verworpen of de homologatie definitief geweigerd is, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie.
2. De [artikelen 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2022-10-01&g=2022-10-01) houden op van toepassing te zijn, wanneer vaststaat, dat het bedrijf van de gefailleerde niet overeenkomstig de volgende artikelen zal worden voortgezet of wanneer de voortzetting wordt gestaakt.
2. De [artikelen 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2022-11-04&g=2022-11-04) houden op van toepassing te zijn, wanneer vaststaat, dat het bedrijf van de gefailleerde niet overeenkomstig de volgende artikelen zal worden voortgezet of wanneer de voortzetting wordt gestaakt.
##### Artikel 173a
@@ -1378,13 +1378,13 @@
3. Op verlangen van de curator of van een der aanwezige schuldeisers, stelt de rechter-commissaris de beraadslaging en beslissing over het voorstel uit, tot een op ten hoogste veertien dagen later te bepalen vergadering.
4. De curator geeft onverwijld aan de schuldeisers, die niet ter vergadering aanwezig waren, schriftelijk kennis van deze nadere vergadering, waarin het ingediend voorstel wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt herinnerd.
4. De curator geeft onverwijld aan de schuldeisers, die niet ter vergadering aanwezig waren, schriftelijk kennis van deze nadere vergadering, waarin het ingediend voorstel wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt herinnerd.
##### Artikel 173b
1. Het voorstel is aangenomen, indien schuldeisers, vertegenwoordigende meer dan de helft der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldvorderingen, welke niet door pand, hypotheek of retentierecht zijn gedekt, zich daarvóór verklaren.
2. In dit geval vindt, indien een schuldeiserscommissie niet bestaat, [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=75&z=2022-10-01&g=2022-10-01) overeenkomstige toepassing.
2. In dit geval vindt, indien een schuldeiserscommissie niet bestaat, [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=75&z=2022-11-04&g=2022-11-04) overeenkomstige toepassing.
3. Het proces-verbaal der vergadering vermeldt de namen der verschenen schuldeisers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, de uitslag der stemming en al wat verder ter vergadering is voorgevallen.
@@ -1392,11 +1392,11 @@
##### Artikel 173c
1. Indien binnen acht dagen, nadat de homologatie van een akkoord definitief is geweigerd, de curator of een schuldeiser bij de rechter-commissaris een voorstel indient tot voortzetting van het bedrijf van de gefailleerde, zal de rechter-commissaris op door hem terstond te bepalen dag, uur, plaats en, overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), wijze waarop een vergadering van schuldeisers beleggen ten einde over het voorstel te doen beraadslagen en beslissen.
2. De curator roept de schuldeisers schriftelijk en ten minste tien dagen vóór de vergadering op. De oproeping bevat het ingediende voorstel en wijst de schuldeisers op het bepaalde in [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. [Artikel 173a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alsmede [artikel 173b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173b&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van toepassing.
1. Indien binnen acht dagen, nadat de homologatie van een akkoord definitief is geweigerd, de curator of een schuldeiser bij de rechter-commissaris een voorstel indient tot voortzetting van het bedrijf van de gefailleerde, zal de rechter-commissaris op door hem terstond te bepalen dag, uur, plaats en, overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), wijze waarop een vergadering van schuldeisers beleggen ten einde over het voorstel te doen beraadslagen en beslissen.
2. De curator roept de schuldeisers schriftelijk en ten minste tien dagen vóór de vergadering op. De oproeping bevat het ingediende voorstel en wijst de schuldeisers op het bepaalde in [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. [Artikel 173a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alsmede [artikel 173b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173b&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van toepassing.
##### Artikel 173d
@@ -1428,17 +1428,17 @@
##### Artikel 178
Nadat de boedel insolvent is geworden, kan de rechter-commissaris, op door hem te bepalen dag, uur, plaats en, overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bepaalde wijze, een vergadering van schuldeisers beleggen om hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel.
Nadat de boedel insolvent is geworden, kan de rechter-commissaris, op door hem te bepalen dag, uur, plaats en, overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bepaalde wijze, een vergadering van schuldeisers beleggen om hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel.
##### Artikel 179
Zo dikwijls er, naar het oordeel van de rechter-commissaris, voldoende gerede penningen aanwezig zijn, beveelt deze een uitdeling aan de geverifieerde schuldeisers en aan de schuldeisers, bedoeld in het derde lid van [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ten aanzien van wie een beslissing is genomen over hetgeen hun krachtens de in dat lid bedoelde overeenkomst toekomt.
Zo dikwijls er, naar het oordeel van de rechter-commissaris, voldoende gerede penningen aanwezig zijn, beveelt deze een uitdeling aan de geverifieerde schuldeisers en aan de schuldeisers, bedoeld in het derde lid van [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ten aanzien van wie een beslissing is genomen over hetgeen hun krachtens de in dat lid bedoelde overeenkomst toekomt.
##### Artikel 180
1. De curator maakt telkens de uitdelingslijst op en onderwerpt die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat der ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator), de namen der schuldeisers, het geverifieerde bedrag van hun vorderingen dan wel het bedrag van de vorderingen waarop zij als gerechtigden onder de in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bedoelde overeenkomst aanspraak maken, benevens de daarop te ontvangen uitkering.
2. Voor de concurrente schuldeisers worden de door de rechter-commissaris te bepalen percenten uitgetrokken. Voor de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze betwist wordt, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [60 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voldaan zijn wordt het bedrag uitgetrokken waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden voor het ontbrekende - zo de goederen waarop hun vordering betrekking heeft nog niet verkocht zijn, voor hun hele vordering - gelijke percenten als voor de concurrente schuldeisers uitgetrokken.
1. De curator maakt telkens de uitdelingslijst op en onderwerpt die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat der ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator), de namen der schuldeisers, het geverifieerde bedrag van hun vorderingen dan wel het bedrag van de vorderingen waarop zij als gerechtigden onder de in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bedoelde overeenkomst aanspraak maken, benevens de daarop te ontvangen uitkering.
2. Voor de concurrente schuldeisers worden de door de rechter-commissaris te bepalen percenten uitgetrokken. Voor de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze betwist wordt, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [60 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voldaan zijn wordt het bedrag uitgetrokken waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden voor het ontbrekende - zo de goederen waarop hun vordering betrekking heeft nog niet verkocht zijn, voor hun hele vordering - gelijke percenten als voor de concurrente schuldeisers uitgetrokken.
##### Artikel 181
@@ -1446,17 +1446,17 @@
##### Artikel 182
1. De algemene faillissementskosten worden omgeslagen over ieder deel van de boedel, met uitzondering van hetgeen na een executie overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [artikel 60, derde lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-10-01&g=2022-10-01), toekomt aan de pand- of hypotheekhouders, aan de schuldeisers met retentierecht en aan de beperkt gerechtigden, huurders en pachters wier recht door de executie is vervallen of verloren gegaan, maar met inbegrip van hetgeen krachtens een zodanige executie aan de curator is uitgekeerd ten behoeve van een schuldeiser die boven een of meer van voormelde personen bevoorrecht was.
2. De in het vorige lid genoemde uitzondering geldt eveneens ten aanzien van luchtvaartuigen, welke overeenkomstig de bepaling van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door een schuldeiser zelf zijn verkocht.
1. De algemene faillissementskosten worden omgeslagen over ieder deel van de boedel, met uitzondering van hetgeen na een executie overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [artikel 60, derde lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-11-04&g=2022-11-04), toekomt aan de pand- of hypotheekhouders, aan de schuldeisers met retentierecht en aan de beperkt gerechtigden, huurders en pachters wier recht door de executie is vervallen of verloren gegaan, maar met inbegrip van hetgeen krachtens een zodanige executie aan de curator is uitgekeerd ten behoeve van een schuldeiser die boven een of meer van voormelde personen bevoorrecht was.
2. De in het vorige lid genoemde uitzondering geldt eveneens ten aanzien van luchtvaartuigen, welke overeenkomstig de bepaling van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door een schuldeiser zelf zijn verkocht.
##### Artikel 183
1. De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst ligt gedurende tien dagen ter griffie van de rechtbank ter kosteloze inzage van de schuldeisers.
2. Van de neerlegging wordt door de zorg van de curator aan ieder van de erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers, alsmede aan de schuldeisers als bedoeld in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-10-01&g=2022-10-01), schriftelijk kennis gegeven, met vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag.
3. Van de neerlegging wordt door zorg van de curator aankondiging gedaan in het nieuwsblad of de nieuwsbladen bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), terwijl daarvan bovendien aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers, alsmede aan de schuldeisers als bedoeld in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-10-01&g=2022-10-01), schriftelijk kennis wordt gegeven, met vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag.
2. Van de neerlegging wordt door de zorg van de curator aan ieder van de erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers, alsmede aan de schuldeisers als bedoeld in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-11-04&g=2022-11-04), schriftelijk kennis gegeven, met vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag.
3. Van de neerlegging wordt door zorg van de curator aankondiging gedaan in het nieuwsblad of de nieuwsbladen bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), terwijl daarvan bovendien aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers, alsmede aan de schuldeisers als bedoeld in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-11-04&g=2022-11-04), schriftelijk kennis wordt gegeven, met vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag.
##### Artikel 184
@@ -1466,7 +1466,7 @@
##### Artikel 185
1. Zo er verzet gedaan is, bepaalt de rechter-commissaris, onmiddellijk na afloop van de termijn van inzage, de dag, waarop het ter openbare zitting behandeld zal worden. Deze beschikking ligt ter griffie ter kosteloze inzage van een ieder. Bovendien doet de griffier daarvan aan de opposanten en de curator schriftelijk mededeling. De dag van behandeling mag niet later gesteld worden dan veertien dagen na afloop van de termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. Zo er verzet gedaan is, bepaalt de rechter-commissaris, onmiddellijk na afloop van de termijn van inzage, de dag, waarop het ter openbare zitting behandeld zal worden. Deze beschikking ligt ter griffie ter kosteloze inzage van een ieder. Bovendien doet de griffier daarvan aan de opposanten en de curator schriftelijk mededeling. De dag van behandeling mag niet later gesteld worden dan veertien dagen na afloop van de termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. Op de bepaalde dag wordt ter openbare zitting door de rechter-commissaris een schriftelijk rapport uitgebracht, en kan de curator en ieder der schuldeisers in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij advocaat de gronden uiteenzetten ter verdediging of bestrijding van de uitdelingslijst.
@@ -1484,7 +1484,7 @@
3. Het beroep wordt ter openbare zitting behandeld. De curator en alle schuldeisers kunnen aan de behandeling deelnemen.
4. Door verloop van de termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of, zo verzet is gedaan, doordat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de uitdelingslijst verbindend.
4. Door verloop van de termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of, zo verzet is gedaan, doordat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de uitdelingslijst verbindend.
##### Artikel 188
@@ -1502,7 +1502,7 @@
##### Artikel 190
Indien enig goed met betrekking waartoe een schuldeiser voorrang heeft, wordt verkocht nadat hem ingevolge [artikel 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2022-10-01&g=2022-10-01) in verband met het slot van [artikel 180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2022-10-01&g=2022-10-01), reeds een uitkering is gedaan, wordt hem bij een volgende uitdeling het bedrag waarvoor hij op de opbrengst van goed batig gerangschikt is, niet anders uitgekeerd dan onder aftrek van de percenten die hij reeds tevoren over dit bedrag ontving.
Indien enig goed met betrekking waartoe een schuldeiser voorrang heeft, wordt verkocht nadat hem ingevolge [artikel 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2022-11-04&g=2022-11-04) in verband met het slot van [artikel 180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2022-11-04&g=2022-11-04), reeds een uitkering is gedaan, wordt hem bij een volgende uitdeling het bedrag waarvoor hij op de opbrengst van goed batig gerangschikt is, niet anders uitgekeerd dan onder aftrek van de percenten die hij reeds tevoren over dit bedrag ontving.
##### Artikel 191
@@ -1510,11 +1510,11 @@
##### Artikel 192
Na afloop van de termijn van inzage, bedoeld bij [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of na uitspraak van het vonnis op het verzet, is de curator verplicht de vastgestelde uitkering onverwijld te doen. De uitkeringen, waarover niet binnen één maand daarna is beschikt of welke ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2022-10-01&g=2022-10-01) gereserveerd zijn, worden door hem in de kas der gerechtelijke consignatiën gestort.
Na afloop van de termijn van inzage, bedoeld bij [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of na uitspraak van het vonnis op het verzet, is de curator verplicht de vastgestelde uitkering onverwijld te doen. De uitkeringen, waarover niet binnen één maand daarna is beschikt of welke ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2022-11-04&g=2022-11-04) gereserveerd zijn, worden door hem in de kas der gerechtelijke consignatiën gestort.
##### Artikel 193
1. Zodra aan de geverifieerde schuldeisers het volle bedrag hunner vorderingen is uitgekeerd, of zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, neemt het faillissement een einde, behoudens de bepaling van [artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Door de curator geschiedt daarvan aankondiging op de wijze bij [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bepaald.
1. Zodra aan de geverifieerde schuldeisers het volle bedrag hunner vorderingen is uitgekeerd, of zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, neemt het faillissement een einde, behoudens de bepaling van [artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Door de curator geschiedt daarvan aankondiging op de wijze bij [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bepaald.
2. Na verloop van een maand doet de curator rekening en verantwoording van zijn beheer aan de rechter-commissaris.
@@ -1522,7 +1522,7 @@
##### Artikel 194
Indien na de slotuitdeling ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2022-10-01&g=2022-10-01) gereserveerde uitdelingen aan de boedel terugvallen, of mocht blijken dat er nog baten van de boedel aanwezig zijn, welke ten tijde der vereffening niet bekend waren, gaat de curator, op bevel van de rechtbank, tot vereffening en verdeling daarvan over op de grondslag van de vroegere uitdelingslijsten.
Indien na de slotuitdeling ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2022-11-04&g=2022-11-04) gereserveerde uitdelingen aan de boedel terugvallen, of mocht blijken dat er nog baten van de boedel aanwezig zijn, welke ten tijde der vereffening niet bekend waren, gaat de curator, op bevel van de rechtbank, tot vereffening en verdeling daarvan over op de grondslag van de vroegere uitdelingslijsten.
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
@@ -1532,11 +1532,11 @@
##### Artikel 196
De in het [vierde lid van artikel 121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=121&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde erkenning ener vordering heeft kracht van gewijsde zaak tegen de schuldenaar; het proces-verbaal der verificatievergadering levert voor de daarin als erkend vermelde vorderingen de voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar.
De in het [vierde lid van artikel 121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=121&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde erkenning ener vordering heeft kracht van gewijsde zaak tegen de schuldenaar; het proces-verbaal der verificatievergadering levert voor de daarin als erkend vermelde vorderingen de voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar.
##### Artikel 197
De bepaling van het vorige artikel geldt niet voorzover de vordering door de gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2022-10-01&g=2022-10-01) betwist is.
De bepaling van het vorige artikel geldt niet voorzover de vordering door de gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2022-11-04&g=2022-11-04) betwist is.
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
@@ -1582,7 +1582,7 @@
##### Artikel 206
Nadat het faillissement overeenkomstig de [artikelen 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2022-10-01&g=2022-10-01) geëindigd is, is de schuldenaar of zijn zijn erfgenamen bevoegd een verzoek van rehabilitatie in te leveren bij de rechtbank, die het faillissement heeft berecht.
Nadat het faillissement overeenkomstig de [artikelen 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2022-11-04&g=2022-11-04) geëindigd is, is de schuldenaar of zijn zijn erfgenamen bevoegd een verzoek van rehabilitatie in te leveren bij de rechtbank, die het faillissement heeft berecht.
##### Artikel 207
@@ -1596,7 +1596,7 @@
1. Ieder erkend schuldeiser is bevoegd om binnen de tijd van twee maanden na voorschreven aankondiging verzet tegen het verzoek te doen, door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem wordt door de griffier een bewijs van ontvangst afgegeven.
2. Dit verzet zal alleen daarop kunnen gegrond zijn, dat door de verzoeker niet behoorlijk aan het voorschrift van [artikel 207](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=207&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is voldaan.
2. Dit verzet zal alleen daarop kunnen gegrond zijn, dat door de verzoeker niet behoorlijk aan het voorschrift van [artikel 207](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=207&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is voldaan.
##### Artikel 210
@@ -1608,13 +1608,13 @@
##### Artikel 212
Het vonnis, waarbij de rehabilitatie wordt toegestaan, wordt ter openbare zitting uitgesproken, terwijl mede daarvan aantekening geschiedt in het in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde register.
Het vonnis, waarbij de rehabilitatie wordt toegestaan, wordt ter openbare zitting uitgesproken, terwijl mede daarvan aantekening geschiedt in het in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde register.
### afdeeling Negende. Vervallen
##### Artikel 212a
Voor de toepassing van deze afdeling en [afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt verstaan onder:
Voor de toepassing van deze afdeling en [afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt verstaan onder:
- a. instelling:
@@ -1636,13 +1636,13 @@
- b. systeem:
- 1°. een door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aangewezen systeem;
- 1°. een door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aangewezen systeem;
- 2°. een formele overeenkomst waarop het recht van een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is en die door een andere lidstaat van de Europese Unie als systeem in de zin van [richtlijn nr. 98/26/EG](31998L0026) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 mei 1998 (PbEG L 166) is aangemeld bij de Europese Autoriteit voor effecten en markten; of
- 3°. een formele overeenkomst tussen twee of meer deelnemers, de systeemexploitant, een afwikkelende instantie, een centrale tegenpartij, een verrekeningsinstituut of een indirecte deelnemer niet meegerekend, met gemeenschappelijke regels en standaardprocedures voor de clearing of het uitvoeren van overboekingsopdrachten tussen de deelnemers, waarop het recht van een staat die geen lidstaat van de Europese Unie of partij bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is van toepassing is, indien op het systeem toezicht wordt uitgeoefend door een toezichthouder die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden;
- c. centrale tegenpartij: een rechtspersoon die zichzelf plaatst tussen de tegenpartijen bij overeenkomsten die op een of meer financiële markten worden verhandeld en daarbij de koper wordt voor elke verkoper en de verkoper voor elke koper;
- c. **centrale tegenpartij:** een centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de [Verordening (EU) nr. 648/2012](32012R0648) van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);
- d. afwikkelende instantie: een lichaam dat aan instellingen of centrale tegenpartijen die deelnemen aan systemen, afwikkelingsrekeningen beschikbaar stelt via welke overboekingsopdrachten binnen die systemen worden afgewikkeld;
@@ -1672,11 +1672,11 @@
##### Artikel 212b
1. Het tijdstip waarop de faillietverklaring is uitgesproken is, in afwijking van de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-10-01&g=2022-10-01), tevens het tijdstip van waaraf de faillietverklaring van een deelnemer werkt ten aanzien van een door die deelnemer gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig in het systeem of op grond van een andere overeenkomst uit te voeren of rechten en verplichtingen die voor een deelnemer zijn ontstaan ingevolge of in verband met zijn deelname aan het systeem of het zijn van partij bij een andere overeenkomst waarop het recht van een staat die geen lidstaat van de Europese Unie of partij bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is van toepassing is, indien op de overeenkomst toezicht wordt uitgeoefend door een toezichthouder die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden. De rechtbank vermeldt dit tijdstip tot op de minuut nauwkeurig op het vonnis.
2. In afwijking van [artikel 63a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=63a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geldt de afkoelingsperiode niet voor een bevoegdheid tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de gefailleerde of de curator bevinden, noch voor de goederen waarop een dergelijke bevoegdheid betrekking heeft, indien die bevoegdheid is toegekend aan een centrale bank of, in verband met deelname aan het systeem of het zijn van partij bij een andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, aan een andere deelnemer aan het systeem of partij bij een andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [54, tweede lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alsmede [artikel 72, aanhef en onder a, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=72), kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een deelnemer na het tijdstip van faillietverklaring van die deelnemer gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren, indien de opdracht in het systeem of op grond van een andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd binnen een werkdag als omschreven in de regels van het systeem of in de andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, gedurende welke de faillietverklaring heeft plaatsgevonden en de systeemexploitant kan aantonen dat deze op het tijdstip waarop deze opdrachten onherroepelijk worden de faillietverklaring niet kende of behoorde te kennen.
1. Het tijdstip waarop de faillietverklaring is uitgesproken is, in afwijking van de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-11-04&g=2022-11-04), tevens het tijdstip van waaraf de faillietverklaring van een deelnemer werkt ten aanzien van een door die deelnemer gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig in het systeem of op grond van een andere overeenkomst uit te voeren of rechten en verplichtingen die voor een deelnemer zijn ontstaan ingevolge of in verband met zijn deelname aan het systeem of het zijn van partij bij een andere overeenkomst waarop het recht van een staat die geen lidstaat van de Europese Unie of partij bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is van toepassing is, indien op de overeenkomst toezicht wordt uitgeoefend door een toezichthouder die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden. De rechtbank vermeldt dit tijdstip tot op de minuut nauwkeurig op het vonnis.
2. In afwijking van [artikel 63a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=63a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geldt de afkoelingsperiode niet voor een bevoegdheid tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de gefailleerde of de curator bevinden, noch voor de goederen waarop een dergelijke bevoegdheid betrekking heeft, indien die bevoegdheid is toegekend aan een centrale bank of, in verband met deelname aan het systeem of het zijn van partij bij een andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, aan een andere deelnemer aan het systeem of partij bij een andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [54, tweede lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alsmede [artikel 72, aanhef en onder a, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=72), kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een deelnemer na het tijdstip van faillietverklaring van die deelnemer gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren, indien de opdracht in het systeem of op grond van een andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd binnen een werkdag als omschreven in de regels van het systeem of in de andere overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, gedurende welke de faillietverklaring heeft plaatsgevonden en de systeemexploitant kan aantonen dat deze op het tijdstip waarop deze opdrachten onherroepelijk worden de faillietverklaring niet kende of behoorde te kennen.
4. Het eerste en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning en op de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het tweede lid alsmede in geval van een faillietverklaring van een systeemexploitant van een interoperabel systeem die geen deelnemer is.
@@ -1686,9 +1686,9 @@
1. De griffier van de rechtbank stelt De Nederlandsche Bank N.V. terstond in kennis van de faillietverklaring van een deelnemer.
2. De Nederlandsche Bank N.V. stelt daarna terstond de door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, alsmede het Europees Comité voor systeemrisico’s en de Europese autoriteit voor effecten en markten, in kennis van de faillietverklaring.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden tevens regels gesteld met betrekking tot de inkennisstelling door De Nederlandsche Bank N.V. van de faillietverklaring aan een systeem als bedoeld in [artikel 212a, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Die regels kunnen bepalen dat deelnemers gegevens aan De Nederlandsche Bank N.V. verstrekken die De Nederlandsche Bank N.V. in staat stellen aan deze verplichting van inkennisstelling te voldoen.
2. De Nederlandsche Bank N.V. stelt daarna terstond de door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, alsmede het Europees Comité voor systeemrisico’s en de Europese autoriteit voor effecten en markten, in kennis van de faillietverklaring.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden tevens regels gesteld met betrekking tot de inkennisstelling door De Nederlandsche Bank N.V. van de faillietverklaring aan een systeem als bedoeld in [artikel 212a, onderdeel b, onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Die regels kunnen bepalen dat deelnemers gegevens aan De Nederlandsche Bank N.V. verstrekken die De Nederlandsche Bank N.V. in staat stellen aan deze verplichting van inkennisstelling te voldoen.
##### Artikel 212d
@@ -1770,21 +1770,21 @@
1. De schuldenaar die voorziet, dat hij met het betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surseance van betaling aanvragen.
2. Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bij verzoekschrift, door hemzelf en zijn advocaat ondertekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bij verzoekschrift, door hemzelf en zijn advocaat ondertekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. Bij het verzoekschrift kan een ontwerp van een akkoord worden gevoegd.
4. Surseance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch aan een bank als bedoeld in [artikel 212g, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212g&z=2022-10-01&g=2022-10-01), noch aan een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=1&artikel=213&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
4. Surseance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch aan een bank als bedoeld in [artikel 212g, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212g&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch aan een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 212oo, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AB&artikel=212oo&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch aan een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=1&artikel=213&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch aan een centrale tegenpartij als bedoeld in [artikel 213ll, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11C&artikel=213ll&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 215
1. Het verzoekschrift met bijbehorende stukken wordt ter griffie van de rechtbank neergelegd, ter kosteloze inzage van een ieder. Indien de schuldenaar een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar met een vergunning als bedoeld in [artikel 2:26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:26), [2:27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:27) of [2:54a van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:54a) is stelt de griffier van de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. terstond in kennis van de neerlegging.
2. De rechtbank zal dadelijk de gevraagde surseance voorlopig verlenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met de schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt de rechtbank, dat de bekende schuldeisers, benevens de schuldenaar, en indien de schuldenaar een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar met een vergunning als bedoeld in [artikel 2:26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:26a), [2:27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:27) of [2:54a van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:54a) is, De Nederlandsche Bank N.V., tegen een door de rechtbank op korte termijn bepaalde dag, door de griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verlenen van de gevraagde surseance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd. [Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Als een verzoek tot verlening van surseance en een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling en vindt in afwijking van het tweede lid geen voorlopige verlening van surseance plaats.
4. De behandeling van het verzoek en de voorlopige verlening van surseance van betaling worden in ieder geval geschorst totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek tot aanwijzing van de herstructureringsdeskundige. Wijst de rechtbank het verzoek toe, dan kondigt zij daarbij tevens overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-10-01&g=2022-10-01) een afkoelingsperiode af en blijft de schorsing tijdens die periode van kracht.
2. De rechtbank zal dadelijk de gevraagde surseance voorlopig verlenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met de schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt de rechtbank, dat de bekende schuldeisers, benevens de schuldenaar, en indien de schuldenaar een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar met een vergunning als bedoeld in [artikel 2:26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:26a), [2:27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:27) of [2:54a van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:54a) is, De Nederlandsche Bank N.V., tegen een door de rechtbank op korte termijn bepaalde dag, door de griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verlenen van de gevraagde surseance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd. [Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
3. Als een verzoek tot verlening van surseance en een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling en vindt in afwijking van het tweede lid geen voorlopige verlening van surseance plaats.
4. De behandeling van het verzoek en de voorlopige verlening van surseance van betaling worden in ieder geval geschorst totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek tot aanwijzing van de herstructureringsdeskundige. Wijst de rechtbank het verzoek toe, dan kondigt zij daarbij tevens overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-11-04&g=2022-11-04) een afkoelingsperiode af en blijft de schorsing tijdens die periode van kracht.
##### Artikel 216
@@ -1798,7 +1798,7 @@
1. Ten bepaalden dage hoort de rechtbank in raadkamer de schuldenaar, de rechter-commissaris zo die is benoemd, de bewindvoerders en de in persoon bij schriftelijk gemachtigde of bij advocaat opgekomen schuldeisers. Iedere schuldeiser is bevoegd om, zelfs zonder opgeroepen te zijn, op te komen.
2. De rechtbank kan de schuldenaar definitief surseance verlenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zodanige vorderingen.
2. De rechtbank kan de schuldenaar definitief surseance verlenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zodanige vorderingen.
3. Over de toelating tot de stemming beslist, bij verschil, de rechtbank.
@@ -1806,11 +1806,11 @@
5. De rechtbank, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorlopig verleende surseance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
6. Indien een aanvrage tot faillietverklaring, niet zijnde een verzoek als bedoeld in [artikel 213ar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ar&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het verzoek tot surseance in behandeling. Indien een aanvrage tot faillietverklaring als bedoeld in artikel 213ar en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst de aanvrage tot faillietverklaring in behandeling.
6. Indien een aanvrage tot faillietverklaring, niet zijnde een verzoek als bedoeld in [artikel 213ar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ar&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het verzoek tot surseance in behandeling. Indien een aanvrage tot faillietverklaring als bedoeld in artikel 213ar en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst de aanvrage tot faillietverklaring in behandeling.
7. De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare zitting.
8. In afwijking van het vijfde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in staat van faillissement te verklaren.
8. In afwijking van het vijfde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in staat van faillissement te verklaren.
##### Artikel 219
@@ -1820,7 +1820,7 @@
3. Indien het hoger beroep door een schuldeiser is ingesteld, geeft deze uiterlijk op de vierde dag volgende op die, waarop hij zijn verzoek heeft gedaan, aan de advocaat, die het verzoek tot surseance heeft ingediend, bij deurwaardersexploot kennis van het hoger beroep en van de tijd voor de behandeling bepaald. Deze kennisgeving geldt voor oproeping van de schuldenaar.
4. De griffier van het gerechtshof doet van het hoger beroep en van de tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft hij van het ingestelde hoger beroep aan de griffier der rechtbank kennis, neemt van deze de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde stukken over en legt die op zijn griffie voor een ieder ter kosteloze inzage.
4. De griffier van het gerechtshof doet van het hoger beroep en van de tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft hij van het ingestelde hoger beroep aan de griffier der rechtbank kennis, neemt van deze de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde stukken over en legt die op zijn griffie voor een ieder ter kosteloze inzage.
##### Artikel 220
@@ -1834,15 +1834,15 @@
2. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.
3. De griffier van de Hoge Raad doet van het beroep in cassatie en van de tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft hij van het ingestelde beroep kennis aan de griffier van het gerechtshof, neemt van deze de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde stukken over en legt die op zijn griffie voor een ieder ter kosteloze inzage.
4. De bepalingen van het [derde lid van artikel 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en van het [tweede lid van artikel 220](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=220&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vinden overeenkomstige toepassing.
3. De griffier van de Hoge Raad doet van het beroep in cassatie en van de tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft hij van het ingestelde beroep kennis aan de griffier van het gerechtshof, neemt van deze de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde stukken over en legt die op zijn griffie voor een ieder ter kosteloze inzage.
4. De bepalingen van het [derde lid van artikel 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en van het [tweede lid van artikel 220](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=220&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 222
1. De beschikking, waarbij de surseance definitief wordt toegestaan, is bij voorraad uitvoerbaar, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.
2. Zij wordt aangekondigd op de wijze, in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven.
2. Zij wordt aangekondigd op de wijze, in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven.
##### Artikel 222a
@@ -1856,13 +1856,13 @@
- 4°. de ontbinding van het akkoord;
- 5°. de vereisten vermeld in artikel 24, tweede lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening.
- 5°. de vereisten vermeld in artikel 24, tweede lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. De griffier is verplicht aan ieder kosteloze inzage van het register en tegen betaling een uittreksel daaruit te verstrekken.
4. De griffier geeft de in het eerste lid onder 1° tot en met 5° genoemde gegevens door aan Onze Minister van Justitie of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ander orgaan ten behoeve van het in [artikel 222b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=222b&z=2022-10-01&g=2022-10-01) genoemde centrale register.
4. De griffier geeft de in het eerste lid onder 1° tot en met 5° genoemde gegevens door aan Onze Minister van Justitie of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ander orgaan ten behoeve van het in [artikel 222b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=222b&z=2022-11-04&g=2022-11-04) genoemde centrale register.
##### Artikel 223
@@ -1884,7 +1884,7 @@
##### Artikel 224
1. Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, wordt voor de geldigheid hunner handelingen toestemming der meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, van de voorzieningenrechter der rechtbank vereist. Het [tweede lid van artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=70&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt overeenkomstige toepassing.
1. Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, wordt voor de geldigheid hunner handelingen toestemming der meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, van de voorzieningenrechter der rechtbank vereist. Het [tweede lid van artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=70&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt overeenkomstige toepassing.
2. De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen of hem één of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van hemzelf, van de andere bewindvoerders of van één of meer schuldeisers, op voordracht van de rechter-commissaris zo die is benoemd, dan wel ambtshalve.
@@ -1896,17 +1896,17 @@
##### Artikel 226
1. Bij het voorlopig verlenen der surseance kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen teneinde binnen een door haar te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hun bevinding uit te brengen. Het [laatste lid van artikel 225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt overeenkomstige toepassing.
1. Bij het voorlopig verlenen der surseance kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen teneinde binnen een door haar te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hun bevinding uit te brengen. Het [laatste lid van artikel 225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Het verslag van de deskundigen bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door de schuldenaar overgelegde staat en bescheiden, en over de vraag of er vooruitzicht bestaat, dat de schuldenaar na verloop van tijd zijn schuldeisers zal kunnen bevredigen. Het verslag geeft zo mogelijk de maatregelen aan, welke tot die bevrediging kunnen leiden.
3. De deskundigen leggen hun verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van een ieder. De neerlegging geschiedt kosteloos.
4. Het [laatste lid van artikel 224](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=224&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt ten aanzien van de deskundigen overeenkomstige toepassing.
4. Het [laatste lid van artikel 224](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=224&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt ten aanzien van de deskundigen overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 227
1. De bewindvoerders brengen, telkens na verloop van drie maanden, een verslag uit over de toestand van de boedel. Met dit verslag wordt gehandeld, gelijk in het [derde lid van artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is voorgeschreven.
1. De bewindvoerders brengen, telkens na verloop van drie maanden, een verslag uit over de toestand van de boedel. Met dit verslag wordt gehandeld, gelijk in het [derde lid van artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is voorgeschreven.
2. De termijn, bedoeld in het vorige lid, kan door de rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, de rechtbank worden verlengd.
@@ -1920,17 +1920,17 @@
1. Indien de schuldenaar in enige gemeenschap gehuwd is of in enige gemeenschap een geregistreerd partnerschap is aangegaan, worden onder de boedel de baten en lasten van die gemeenschap begrepen.
2. [Artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=61&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=61&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 230
1. Gedurende de surseance kan de schuldenaar niet tot betaling zijner in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde schulden worden genoodzaakt en blijven alle tot verhaal van die schulden aangevangen executies geschorst.
1. Gedurende de surseance kan de schuldenaar niet tot betaling zijner in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde schulden worden genoodzaakt en blijven alle tot verhaal van die schulden aangevangen executies geschorst.
2. De gelegde beslagen vervallen en de schuldenaar, die zich in gijzeling bevindt, wordt daaruit ontslagen, zodra de uitspraak, houdende definitieve verlening der surseance of homologatie van het akkoord, in kracht van gewijsde is gegaan, beide tenzij de rechtbank op verzoek van de bewindvoerders reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerders af te geven verklaring van de rechter-commissaris of, zo geen rechter-commissaris is benoemd, van de voorzieningenrechter van de rechtbank, machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
3. Het in de voorgaande leden bepaalde vindt geen toepassing ten aanzien van executies en beslagen ten behoeve van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, voorzover het de goederen betreft, waarop de voorrang rust.
4. Ter zake van schulden waarvoor het eerste lid geldt, is [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=36&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing.
4. Ter zake van schulden waarvoor het eerste lid geldt, is [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=36&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 231
@@ -1958,7 +1958,7 @@
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de boedel is, kan zijn schuld met zijn vordering op de boedel verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de aanvang van de surseance of voortvloeien uit een handeling vóór de aanvang van de surseance met de schuldenaar verricht.
2. De vordering op de schuldenaar wordt zo nodig berekend naar de regels in de [artikelen 261](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=261&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=262&z=2022-10-01&g=2022-10-01) gesteld.
2. De vordering op de schuldenaar wordt zo nodig berekend naar de regels in de [artikelen 261](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=261&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=262&z=2022-11-04&g=2022-11-04) gesteld.
3. Van de zijde van de boedel kan geen beroep worden gedaan op [artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=136).
@@ -1968,7 +1968,7 @@
2. Na de aanvang van de surseance overgenomen vorderingen of schulden kunnen niet worden verrekend.
3. De [artikelen 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=55&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=56&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De [artikelen 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=55&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=56&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 236
@@ -1980,11 +1980,11 @@
##### Artikel 236a
Voor vorderingen die de wederpartij uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór de aanvang van de surseance met de schuldenaar gesloten overeenkomst op deze heeft verkregen, of die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de aanvang van de surseance op deze verkregen vordering, kan zij opkomen op de voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bepaald.
Voor vorderingen die de wederpartij uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór de aanvang van de surseance met de schuldenaar gesloten overeenkomst op deze heeft verkregen, of die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de aanvang van de surseance op deze verkregen vordering, kan zij opkomen op de voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bepaald.
##### Artikel 237
Indien in het geval van [artikel 236](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=236&z=2022-10-01&g=2022-10-01) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalde termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na de aanvang der surseance, wordt de overeenkomst door de voorlopige verlening van surseance ontbonden en kan de wederpartij van de schuldenaar zonder meer voor schadevergoeding opkomen op de voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bepaald. Lijdt de boedel door de ontbinding schade dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
Indien in het geval van [artikel 236](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=236&z=2022-11-04&g=2022-11-04) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalde termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na de aanvang der surseance, wordt de overeenkomst door de voorlopige verlening van surseance ontbonden en kan de wederpartij van de schuldenaar zonder meer voor schadevergoeding opkomen op de voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bepaald. Lijdt de boedel door de ontbinding schade dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
##### Artikel 237a
@@ -1992,11 +1992,11 @@
2. Deze ontbinding heeft dezelfde gevolgen als ontbinding der overeenkomst wegens het niet nakomen door de koper van zijn verplichtingen.
3. De verkoper kan voor het hem verschuldigde bedrag opkomen op de voet als in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bepaald.
3. De verkoper kan voor het hem verschuldigde bedrag opkomen op de voet als in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bepaald.
##### Artikel 238
1. Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, die huurder is, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bepaalde, de huur tussentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiede tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen de dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
1. Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, die huurder is, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bepaalde, de huur tussentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiede tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen de dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
2. Van de aanvang der surseance af is de huurprijs boedelschuld.
@@ -2004,7 +2004,7 @@
##### Artikel 239
1. Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bepaalde, aan werknemers in zijn dienst, de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de overeengekomen of wettelijke termijnen, met dien verstande echter, dat in elk geval de arbeidsovereenkomst kan worden geëindigd door opzegging met een termijn van zes weken of, indien de termijn, omschreven in [artikel 672 lid 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=672) langer is dan zes weken, met inachtneming van die termijn.
1. Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bepaalde, aan werknemers in zijn dienst, de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de overeengekomen of wettelijke termijnen, met dien verstande echter, dat in elk geval de arbeidsovereenkomst kan worden geëindigd door opzegging met een termijn van zes weken of, indien de termijn, omschreven in [artikel 672 lid 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=672) langer is dan zes weken, met inachtneming van die termijn.
2. Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, behoeft bij opzegging der arbeidsovereenkomst door werknemers in dienst van de schuldenaar het bepaalde in [artikel 672 lid 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=672) niet in acht te worden genomen.
@@ -2042,7 +2042,7 @@
- 2°. indien hij zijn schuldeisers tracht te benadelen;
- 3°. indien hij handelt in strijd met [artikel 228, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- 3°. indien hij handelt in strijd met [artikel 228, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- 4°. indien hij nalaat te doen, wat in de bepalingen, door de rechtbank bij het verlenen der surseance of later gesteld, aan hem is opgelegd of wat naar het oordeel der bewindvoerders door hem in het belang des boedels moet worden gedaan;
@@ -2054,7 +2054,7 @@
4. Indien op grond van dit artikel de surseance wordt ingetrokken, kan bij dezelfde beschikking de faillietverklaring van de schuldenaar worden uitgesproken. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de surseance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
5. In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens de faillietverklaring uit te spreken van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
5. In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens de faillietverklaring uit te spreken van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 243
@@ -2076,11 +2076,11 @@
##### Artikel 245
Zodra een beschikking, waarbij de surseance is ingetrokken, in kracht van gewijsde is gegaan, wordt zij aangekondigd, gelijk is voorgeschreven in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
Zodra een beschikking, waarbij de surseance is ingetrokken, in kracht van gewijsde is gegaan, wordt zij aangekondigd, gelijk is voorgeschreven in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 246
1. Indien de rechtbank van oordeel is, dat de behandeling van het verzoek tot intrekking van de surseance niet zal zijn beëindigd vóór de dag, waarop de schuldeisers of, indien van toepassing, De Nederlandsche Bank N.V. krachtens [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-10-01&g=2022-10-01), worden gehoord, gelast zij, dat de griffier de schuldeisers schriftelijk zal mededelen, dat dit verhoor op die dag niet zal worden gehouden.
1. Indien de rechtbank van oordeel is, dat de behandeling van het verzoek tot intrekking van de surseance niet zal zijn beëindigd vóór de dag, waarop de schuldeisers of, indien van toepassing, De Nederlandsche Bank N.V. krachtens [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-11-04&g=2022-11-04), worden gehoord, gelast zij, dat de griffier de schuldeisers schriftelijk zal mededelen, dat dit verhoor op die dag niet zal worden gehouden.
2. Zo nodig bepaalt zij later de dag waarop dit verhoor alsnog zal plaats vinden; de schuldeisers of, indien van toepassing, De Nederlandsche Bank N.V. worden door de griffier schriftelijk opgeroepen.
@@ -2092,17 +2092,17 @@
##### Artikel 247a
1. Uiterlijk op de achtste dag voorafgaande aan de dag bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-10-01&g=2022-10-01), doch in ieder geval niet later dan twee maanden na de dag waarop de surseance voorlopig is verleend, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, zijnde een natuurlijke persoon, de hem voorlopig verleende surseance intrekken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. De schuldenaar zal zich daartoe met een verzoek als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wenden tot de rechtbank die de surseance voorlopig heeft verleend.
1. Uiterlijk op de achtste dag voorafgaande aan de dag bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-11-04&g=2022-11-04), doch in ieder geval niet later dan twee maanden na de dag waarop de surseance voorlopig is verleend, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, zijnde een natuurlijke persoon, de hem voorlopig verleende surseance intrekken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De schuldenaar zal zich daartoe met een verzoek als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wenden tot de rechtbank die de surseance voorlopig heeft verleend.
3. Alvorens te beslissen kan de rechtbank de schuldenaar, de rechter-commissaris en de bewindvoerder oproepen om te worden gehoord.
4. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van toepassing.
4. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van toepassing.
5. Bij toewijzing van het verzoek, spreekt de rechtbank de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
6. Van de intrekking van de voorlopig verleende surseance wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2022-10-01&g=2022-10-01). In die aankondiging wordt tevens mededeling gedaan dat het verhoor van de schuldeisers, bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-10-01&g=2022-10-01), niet zal worden gehouden. Indien op de voet van [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [264](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2022-10-01&g=2022-10-01) reeds een tijdstip was bepaald voor de raadpleging en stemming over een akkoord, wordt in die aankondiging mededeling gedaan dat die raadpleging en stemming niet zullen plaatsvinden.
6. Van de intrekking van de voorlopig verleende surseance wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2022-11-04&g=2022-11-04). In die aankondiging wordt tevens mededeling gedaan dat het verhoor van de schuldeisers, bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-11-04&g=2022-11-04), niet zal worden gehouden. Indien op de voet van [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [264](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2022-11-04&g=2022-11-04) reeds een tijdstip was bepaald voor de raadpleging en stemming over een akkoord, wordt in die aankondiging mededeling gedaan dat die raadpleging en stemming niet zullen plaatsvinden.
##### Artikel 247b
@@ -2114,33 +2114,33 @@
4. De schuldenaar kan van de uitspraak van het gerechtshof gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling. De griffier van de Hoge Raad geeft van het beroep in cassatie en van de uitspraak van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
5. Zolang niet op het verzoek bedoeld in [artikel 247a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan de surseance van betaling niet definitief worden verleend en kan geen raadpleging over een akkoord plaatshebben.
5. Zolang niet op het verzoek bedoeld in [artikel 247a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan de surseance van betaling niet definitief worden verleend en kan geen raadpleging over een akkoord plaatshebben.
##### Artikel 247c
1. Indien de surseance van betaling wordt ingetrokken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, gelden de volgende regelen:
- a. de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 228, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-10-01&g=2022-10-01), aan de bewindvoerder in de surseance toegekend;
- a. de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 228, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-11-04&g=2022-11-04), aan de bewindvoerder in de surseance toegekend;
- b. boedelschulden, gedurende de toepassing van de surseance ontstaan, gelden ook in de toepassing van de schuldsaneringsregeling als boedelschulden;
- c. in de surseance ingediende vorderingen gelden als ingediend in de schuldsaneringsregeling.
2. [Artikel 249, eerste lid, onder 1° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=249&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 249, eerste lid, onder 1° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=249&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 248
1. Gedurende een surseance kan faillietverklaring behoudens de mogelijkheid van [artikel 213ar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ar&z=2022-10-01&g=2022-10-01) niet rauwelijks worden verzocht.
2. Indien ingevolge een der bepalingen van deze titel een faillietverklaring uitgesproken wordt, vindt [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01) overeenkomstige toepassing; wordt ingevolge die bepalingen een faillissement vernietigd, dan vinden de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-10-01&g=2022-10-01) overeenkomstige toepassing.
1. Gedurende een surseance kan faillietverklaring behoudens de mogelijkheid van [artikel 213ar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ar&z=2022-11-04&g=2022-11-04) niet rauwelijks worden verzocht.
2. Indien ingevolge een der bepalingen van deze titel een faillietverklaring uitgesproken wordt, vindt [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04) overeenkomstige toepassing; wordt ingevolge die bepalingen een faillissement vernietigd, dan vinden de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-11-04&g=2022-11-04) overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 249
1. Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge een der bepalingen van deze titel of wel binnen één maand na het einde der surseance, gelden de volgende regelen:
- 1°. het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van deze wet en in de [artikelen 138, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138), en [248, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248) aanvangen, wordt berekend van de aanvang der surseance af;
- 2°. de curator oefent de bevoegdheid uit, in het [eerste lid van artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aan de bewindvoerders toegekend;
- 1°. het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van deze wet en in de [artikelen 138, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138), en [248, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248) aanvangen, wordt berekend van de aanvang der surseance af;
- 2°. de curator oefent de bevoegdheid uit, in het [eerste lid van artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aan de bewindvoerders toegekend;
- 3°. handelingen, door de schuldenaar met medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders verricht, worden beschouwd als handelingen van de curator en boedelschulden, gedurende de surseance ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden;
@@ -2150,7 +2150,7 @@
##### Artikel 250
1. Het loon van de deskundigen, benoemd ingevolge de bepaling van [artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en van de bewindvoerders wordt bepaald door de rechtbank en bij voorrang voldaan.
1. Het loon van de deskundigen, benoemd ingevolge de bepaling van [artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en van de bewindvoerders wordt bepaald door de rechtbank en bij voorrang voldaan.
2. Dit laatste is ook van toepassing op hun verschotten en op die, door de griffier ten gevolge van de bepalingen van deze titel gedaan.
@@ -2160,7 +2160,7 @@
##### Artikel 251
De bepalingen van internationaal recht van de [artikelen 203-205](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tiende&artikel=203&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vinden bij surseance overeenkomstige toepassing.
De bepalingen van internationaal recht van de [artikelen 203-205](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tiende&artikel=203&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vinden bij surseance overeenkomstige toepassing.
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
@@ -2170,7 +2170,7 @@
##### Artikel 253
1. Het ontwerp van akkoord wordt, indien het niet ingevolge [artikel 215](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-10-01&g=2022-10-01) ter griffie van de rechtbank berust, aldaar neergelegd ter kosteloze inzage van een ieder.
1. Het ontwerp van akkoord wordt, indien het niet ingevolge [artikel 215](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-11-04&g=2022-11-04) ter griffie van de rechtbank berust, aldaar neergelegd ter kosteloze inzage van een ieder.
2. Een afschrift moet zodra mogelijk aan de bewindvoerders en de deskundigen worden toegezonden.
@@ -2180,7 +2180,7 @@
##### Artikel 255
1. Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verlening van surseance ter griffie is nedergelegd, kan de rechtbank, de rechter-commissaris zo die is benoemd en bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in [artikel 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval zij tevens zal vaststellen:
1. Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verlening van surseance ter griffie is nedergelegd, kan de rechtbank, de rechter-commissaris zo die is benoemd en bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in [artikel 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval zij tevens zal vaststellen:
- 1°. de dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen, ten aanzien waarvan de surseance werkt, bij de bewindvoerders moeten worden ingediend;
@@ -2192,9 +2192,9 @@
##### Artikel 256
1. De bewindvoerders doen dadelijk zowel van de in het vorige artikel bedoelde beschikking als van de neerlegging ter griffie van het ontwerp van akkoord – tenzij deze reeds ingevolge [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is bekend gemaakt – aankondiging in de Staatscourant.
2. Zij geven tevens van een en ander bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers. Daarbij wordt op het bepaalde bij [artikel 257, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=257&z=2022-10-01&g=2022-10-01), gewezen.
1. De bewindvoerders doen dadelijk zowel van de in het vorige artikel bedoelde beschikking als van de neerlegging ter griffie van het ontwerp van akkoord – tenzij deze reeds ingevolge [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is bekend gemaakt – aankondiging in de Staatscourant.
2. Zij geven tevens van een en ander bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers. Daarbij wordt op het bepaalde bij [artikel 257, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=257&z=2022-11-04&g=2022-11-04), gewezen.
3. De schuldeisers kunnen verschijnen in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij advocaat.
@@ -2220,7 +2220,7 @@
1. Een rentedragende vordering wordt op de lijst gebracht met bijrekening der rente tot de aanvang der surseance.
2. De [artikelen 129](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [133-135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=133&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [136, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=136&z=2022-10-01&g=2022-10-01), vinden overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 129](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [133-135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=133&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [136, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=136&z=2022-11-04&g=2022-11-04), vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 261
@@ -2238,7 +2238,7 @@
##### Artikel 263
1. Van de in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde lijst wordt een afschrift door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd, om aldaar gedurende de zeven dagen voorafgaande aan de vergadering, in [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoeld, kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
1. Van de in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde lijst wordt een afschrift door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd, om aldaar gedurende de zeven dagen voorafgaande aan de vergadering, in [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoeld, kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
2. De neerlegging geschiedt kosteloos.
@@ -2246,13 +2246,13 @@
1. De rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, de rechtbank kan, op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve, de raadpleging en stemming over het akkoord tot een latere dag uitstellen.
2. [Artikel 256](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt alsdan overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 256](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt alsdan overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 265
1. Ter vergadering brengen zowel de bewindvoerders als de deskundigen, zo die er zijn, schriftelijk verslag uit over het aangeboden akkoord. [Artikel 144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=144&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Vorderingen, na afloop van de in [artikel 255, 1°.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór de dag, waarop de vergadering zal worden gehouden, bij de bewindvoerders ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek op de lijst geplaatst, indien noch de bewindvoerders, noch een der aanwezige schuldeisers daartegen bezwaar maken.
1. Ter vergadering brengen zowel de bewindvoerders als de deskundigen, zo die er zijn, schriftelijk verslag uit over het aangeboden akkoord. [Artikel 144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=144&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Vorderingen, na afloop van de in [artikel 255, 1°.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór de dag, waarop de vergadering zal worden gehouden, bij de bewindvoerders ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek op de lijst geplaatst, indien noch de bewindvoerders, noch een der aanwezige schuldeisers daartegen bezwaar maken.
3. Vorderingen, daarna ingediend, worden niet op de lijst geplaatst.
@@ -2276,7 +2276,7 @@
1. Tot het aannemen van het akkoord wordt vereist de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en toegelaten schuldeisers, die tezamen ten minste de helft van het bedrag van de erkende en toegelaten schuldvorderingen vertegenwoordigen. Geen toestemming is vereist van een erkende of toegelaten schuldeiser, voorzover zijn schuldvordering is gegrond op een verbeurde dwangsom.
2. [Artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=147&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=147&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 269
@@ -2286,15 +2286,15 @@
##### Artikel 269a
Indien ten overstaan van een rechter-commissaris is geraadpleegd en beslist en het akkoord verworpen is verklaard, stelt de rechter-commissaris de rechtbank onverwijld in kennis van deze verwerping door toezending van het ontwerp van akkoord en het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde proces-verbaal. Zowel de schuldeisers, die vóór gestemd hebben, als de schuldenaar kunnen gedurende acht dagen na afloop der vergadering aan de rechtbank verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken zelve blijkt dat het akkoord door de rechter-commissaris ten onrechte als verworpen is beschouwd.
Indien ten overstaan van een rechter-commissaris is geraadpleegd en beslist en het akkoord verworpen is verklaard, stelt de rechter-commissaris de rechtbank onverwijld in kennis van deze verwerping door toezending van het ontwerp van akkoord en het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde proces-verbaal. Zowel de schuldeisers, die vóór gestemd hebben, als de schuldenaar kunnen gedurende acht dagen na afloop der vergadering aan de rechtbank verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken zelve blijkt dat het akkoord door de rechter-commissaris ten onrechte als verworpen is beschouwd.
##### Artikel 269b
1. Indien het akkoord is aangenomen of vastgesteld, bepaalt de rechter-commissaris vóór het sluiten der vergadering de zitting, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen.
2. Bij toepassing van [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) geschiedt de bepaling van de zitting door de rechtbank in haar beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeisers.
3. De zitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), na de beschikking der rechtbank.
2. Bij toepassing van [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) geschiedt de bepaling van de zitting door de rechtbank in haar beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeisers.
3. De zitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), na de beschikking der rechtbank.
4. Gedurende die tijd kunnen de schuldeisers aan de rechter-commissaris schriftelijk de redenen opgeven, waarom zij weigering der homologatie wenselijk achten.
@@ -2302,11 +2302,11 @@
1. Indien de raadpleging en beslissing over het akkoord in raadkamer der rechtbank heeft plaats gehad, kunnen zowel de schuldeisers, die vóór gestemd hebben, als de schuldenaar gedurende acht dagen na afloop der stemming aan het gerechtshof verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken zelve blijkt, dat het akkoord door de rechtbank ten onrechte als verworpen is beschouwd.
2. Indien het gerechtshof het proces-verbaal verbetert, bepaalt het bij zijn beschikking de dag, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen, welke dag gesteld wordt op niet vroeger dan acht en niet later dan veertien dagen na de beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeisers. Deze beschikking brengt van rechtswege vernietiging mede van een ingevolge [artikel 277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2022-10-01&g=2022-10-01) uitgesproken faillissement.
2. Indien het gerechtshof het proces-verbaal verbetert, bepaalt het bij zijn beschikking de dag, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen, welke dag gesteld wordt op niet vroeger dan acht en niet later dan veertien dagen na de beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeisers. Deze beschikking brengt van rechtswege vernietiging mede van een ingevolge [artikel 277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2022-11-04&g=2022-11-04) uitgesproken faillissement.
##### Artikel 271
1. Indien het akkoord is aangenomen, wordt op de bepaalde dag ter openbare zitting door de rechter-commissaris zo die is benoemd een schriftelijk rapport uitgebracht en kunnen zowel de bewindvoerders als elke schuldeiser de gronden uiteenzetten, waarop zij de homologatie wensen of haar bestrijden. [Artikel 152, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2022-10-01&g=2022-10-01), vindt overeenkomstige toepassing.
1. Indien het akkoord is aangenomen, wordt op de bepaalde dag ter openbare zitting door de rechter-commissaris zo die is benoemd een schriftelijk rapport uitgebracht en kunnen zowel de bewindvoerders als elke schuldeiser de gronden uiteenzetten, waarop zij de homologatie wensen of haar bestrijden. [Artikel 152, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2022-11-04&g=2022-11-04), vindt overeenkomstige toepassing.
2. De rechtbank kan bepalen, dat de behandeling der homologatie op een latere, terstond door haar vast te stellen, dag zal plaats vinden.
@@ -2326,11 +2326,11 @@
3. Zij kan ook op andere gronden en ook ambtshalve de homologatie weigeren.
4. De rechtbank, de homologatie weigerende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de beschikking, waarbij de homologatie geweigerd is, in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven wijze.
5. In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in staat van faillissement te verklaren.
6. De [artikelen 154-156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vinden overeenkomstige toepassing.
4. De rechtbank, de homologatie weigerende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de beschikking, waarbij de homologatie geweigerd is, in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven wijze.
5. In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in staat van faillissement te verklaren.
6. De [artikelen 154-156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 273
@@ -2338,7 +2338,7 @@
##### Artikel 274
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde proces-verbaal, ten behoeve der door de schuldenaar niet betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde proces-verbaal, ten behoeve der door de schuldenaar niet betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
##### Artikel 275
@@ -2346,15 +2346,15 @@
##### Artikel 276
De surseance neemt een einde zodra de homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven wijze.
De surseance neemt een einde zodra de homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven wijze.
##### Artikel 277
De rechtbank kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, de schuldenaar bij vonnis in staat van faillissement verklaren. De rechtbank stelt de Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in staat van faillissement te verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de termijn, in [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) dan wel in [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoeld, ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven wijze.
De rechtbank kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, de schuldenaar bij vonnis in staat van faillissement verklaren. De rechtbank stelt de Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in staat van faillissement te verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de termijn, in [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) dan wel in [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoeld, ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven wijze.
##### Artikel 278
1. Indien de rechtbank de schuldenaar in staat van faillissement heeft verklaard, heeft deze recht van hoger beroep tegen de faillietverklaring gedurende acht dagen na de dag waarop de termijn van [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) dan wel van [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-10-01&g=2022-10-01) ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is.
1. Indien de rechtbank de schuldenaar in staat van faillissement heeft verklaard, heeft deze recht van hoger beroep tegen de faillietverklaring gedurende acht dagen na de dag waarop de termijn van [artikel 269a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) dan wel van [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-11-04&g=2022-11-04) ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is.
2. Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur van de behandeling.
@@ -2368,51 +2368,51 @@
##### Artikel 280
1. Ten aanzien van de ontbinding van het akkoord vinden de [artikelen 165](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=165&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2022-10-01&g=2022-10-01) overeenkomstige toepassing.
1. Ten aanzien van de ontbinding van het akkoord vinden de [artikelen 165](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=165&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2022-11-04&g=2022-11-04) overeenkomstige toepassing.
2. Bij het vonnis, waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, wordt de schuldenaar tevens in staat van faillissement verklaard.
3. In afwijking van het tweede lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in staat van faillissement te verklaren.
3. In afwijking van het tweede lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in staat van faillissement te verklaren.
##### Artikel 281
1. In een faillissement, uitgesproken krachtens de [artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [280](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kan een akkoord niet worden aangeboden.
2. De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 47, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. In een faillissement, uitgesproken krachtens de [artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [280](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kan een akkoord niet worden aangeboden.
2. De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 47, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
##### Artikel 281a
1. Indien er meer dan 10 000 schuldeisers zijn, behoeven op de staat, welke de schuldenaar krachtens [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bij zijn verzoek moet overleggen, de namen en woonplaatsen der schuldeisers, alsmede het bedrag der vorderingen van ieder hunner, niet te worden vermeld, doch kan worden volstaan met vermelding van de verschillende groepen van crediteuren, al naar gelang van de aard hunner vorderingen, en van het globale aantal en het globale bedrag van de gezamenlijke vorderingen van iedere groep.
1. Indien er meer dan 10 000 schuldeisers zijn, behoeven op de staat, welke de schuldenaar krachtens [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bij zijn verzoek moet overleggen, de namen en woonplaatsen der schuldeisers, alsmede het bedrag der vorderingen van ieder hunner, niet te worden vermeld, doch kan worden volstaan met vermelding van de verschillende groepen van crediteuren, al naar gelang van de aard hunner vorderingen, en van het globale aantal en het globale bedrag van de gezamenlijke vorderingen van iedere groep.
2. Indien het aantal schuldeisers niet meer dan 10 000, doch wel meer dan 5000 bedraagt, kan de rechtbank toestaan dat de schuldenaar een staat overeenkomstig het vorige lid overlegt.
##### Artikel 281b
1. Indien blijkt dat het aantal schuldeisers meer dan 5000 bedraagt, kan de rechtbank op verzoek van de bewindvoerders de voorzieningen treffen, omschreven in de [artikelen 281c-281f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281c&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. De voorzieningen krachtens de [artikelen 281d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281d&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281e&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kunnen slechts gezamenlijk worden getroffen.
1. Indien blijkt dat het aantal schuldeisers meer dan 5000 bedraagt, kan de rechtbank op verzoek van de bewindvoerders de voorzieningen treffen, omschreven in de [artikelen 281c-281f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281c&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De voorzieningen krachtens de [artikelen 281d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281d&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281e&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kunnen slechts gezamenlijk worden getroffen.
##### Artikel 281c
De rechtbank kan bepalen dat de oproepingen van de schuldeisers, bedoeld in de [artikelen 215, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-10-01&g=2022-10-01), 216a, tweede lid, tweede zin, [256, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [264, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2022-10-01&g=2022-10-01), niet bij brieven, doch door aankondigingen in de Staatscourant dan wel in een of meer door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen zullen plaatsvinden. In dat geval bepaalt de rechtbank tevens op welke datum uiterlijk deze aankondigingen moeten geschieden en welke punten in de aankondigingen moeten worden opgenomen.
De rechtbank kan bepalen dat de oproepingen van de schuldeisers, bedoeld in de [artikelen 215, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2022-11-04&g=2022-11-04), 216a, tweede lid, tweede zin, [256, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [264, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2022-11-04&g=2022-11-04), niet bij brieven, doch door aankondigingen in de Staatscourant dan wel in een of meer door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen zullen plaatsvinden. In dat geval bepaalt de rechtbank tevens op welke datum uiterlijk deze aankondigingen moeten geschieden en welke punten in de aankondigingen moeten worden opgenomen.
##### Artikel 281d
De rechtbank kan bepalen, dat bepaalde soorten van vorderingen of vorderingen beneden een bepaald bedrag - dat echter niet hoger zal mogen zijn dan € 450 - niet op de lijst bedoeld in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zullen behoeven te worden geplaatst.
De rechtbank kan bepalen, dat bepaalde soorten van vorderingen of vorderingen beneden een bepaald bedrag - dat echter niet hoger zal mogen zijn dan € 450 - niet op de lijst bedoeld in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zullen behoeven te worden geplaatst.
##### Artikel 281e
1. De rechtbank kan een commissie van vertegenwoordiging benoemen, bestaande uit ten minste 9 leden. Bij de samenstelling van de commissie wordt er op gelet, dat daarin personen zitting hebben die geacht kunnen worden de belangrijkste groepen van de schuldeisers te vertegenwoordigen.
2. Bij de stemmingen, bedoeld in de [artikelen 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=268&z=2022-10-01&g=2022-10-01), hebben alleen de leden van de commissie stemrecht.
2. Bij de stemmingen, bedoeld in de [artikelen 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=268&z=2022-11-04&g=2022-11-04), hebben alleen de leden van de commissie stemrecht.
3. Surseance kan niet definitief worden verleend, indien zich daartegen verklaren meer dan een vierde van de ter vergadering, waarin daarover moet worden beslist, verschenen leden der commissie.
4. Tot het aannemen van een akkoord wordt vereist de toestemming van drie vierde van de ter vergadering, waarin daarover moet worden beslist, verschenen leden der commissie. Indien ter vergadering niet ten minste twee derde van de leden verschenen is, wordt de stemming over het akkoord tot een latere dag uitgesteld. Een nadere oproeping van de schuldeisers is niet vereist, doch de leden der commissie zullen door de bewindvoerders bij brieven tot de volgende vergadering worden opgeroepen. In deze vergadering wordt de stemming gehouden onafhankelijk van het aantal verschenen leden der commissie.
5. Voor de toepassing van de [artikelen 269, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en voor de overeenkomstige toepassing van [artikel 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt telkens in plaats van "schuldeisers" gelezen "leden der commissie" en voor de toepassing van [artikel 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=271&z=2022-10-01&g=2022-10-01) in plaats van "elke schuldeiser": elke schuldeiser en elk lid der commissie.
5. Voor de toepassing van de [artikelen 269, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en voor de overeenkomstige toepassing van [artikel 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt telkens in plaats van "schuldeisers" gelezen "leden der commissie" en voor de toepassing van [artikel 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=271&z=2022-11-04&g=2022-11-04) in plaats van "elke schuldeiser": elke schuldeiser en elk lid der commissie.
##### Artikel 281f
@@ -2422,7 +2422,7 @@
##### Artikel 281g
De [artikelen 212a, onderdelen b tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [212b tot en met 212f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212b&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van surseance van betaling aan:
De [artikelen 212a, onderdelen b tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [212b tot en met 212f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212b&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van surseance van betaling aan:
- a. een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
@@ -2434,13 +2434,13 @@
- e. een beleggingsonderneming met zetel in een staat die niet een lidstaat is die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, met dien verstande dat:
- –. voor «[artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-10-01&g=2022-10-01)» wordt gelezen: [artikel 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- –. voor «[artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-10-01&g=2022-10-01)» wordt gelezen: [artikel 228, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- –. voor «[artikel 53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-10-01&g=2022-10-01),» wordt gelezen: [artikel 234, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=234&z=2022-10-01&g=2022-10-01); en
- –. voor «[artikel 54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-10-01&g=2022-10-01),» wordt gelezen: [artikel 235, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=235&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
- –. voor «[artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-11-04&g=2022-11-04)» wordt gelezen: [artikel 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- –. voor «[artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-11-04&g=2022-11-04)» wordt gelezen: [artikel 228, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- –. voor «[artikel 53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-11-04&g=2022-11-04),» wordt gelezen: [artikel 234, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=234&z=2022-11-04&g=2022-11-04); en
- –. voor «[artikel 54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-11-04&g=2022-11-04),» wordt gelezen: [artikel 235, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=235&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 281h
@@ -2454,9 +2454,9 @@
##### Artikel 283
1. De verzoeken, te doen ingevolge de [artikelen 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [223](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=223&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [242](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [243](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [247](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [247b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [272, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [278](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=278&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [280, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2022-10-01&g=2022-10-01), moeten door een advocaat zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerders.
2. Een verzoek op de voet van artikel 51, eerste lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening wordt ingediend door een advocaat.
1. De verzoeken, te doen ingevolge de [artikelen 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [223](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=223&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [242](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [243](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [247](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [247b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [272, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [278](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=278&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [280, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2022-11-04&g=2022-11-04), moeten door een advocaat zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerders.
2. Een verzoek op de voet van artikel 51, eerste lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening wordt ingediend door een advocaat.
3. Voor het instellen van beroep in cassatie is steeds de medewerking nodig van een advocaat bij de Hoge Raad.
@@ -2468,19 +2468,19 @@
1. Een natuurlijke persoon kan, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
2. Hij zal zich daartoe bij een door hem of een gevolmachtigde ondertekend verzoekschrift wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Indien de gevolmachtigde niet als advocaat is ingeschreven, moet een geschrift waaruit de volmacht blijkt, bij het verzoekschrift worden overgelegd. [Artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Hij zal zich daartoe bij een door hem of een gevolmachtigde ondertekend verzoekschrift wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Indien de gevolmachtigde niet als advocaat is ingeschreven, moet een geschrift waaruit de volmacht blijkt, bij het verzoekschrift worden overgelegd. [Artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
3. Een gehuwde schuldenaar of een schuldenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan kan het verzoek slechts doen met medewerking van zijn echtgenoot onderscheidenlijk zijn geregistreerde partner, tenzij iedere gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten onderscheidenlijk de geregistreerde partners is uitgesloten.
4. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ten behoeve van een natuurlijke persoon ook worden gedaan door burgemeester en wethouders van de gemeente waar die persoon woon- of verblijfplaats heeft.
5. De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen kan niet van toepassing worden verklaard op een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=1&artikel=213&z=2022-10-01&g=2022-10-01), noch op een bank als bedoeld in [artikel 212g, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212g&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
5. De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen kan niet van toepassing worden verklaard op een bank als bedoeld in [artikel 212g, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212g&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch op een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 212oo](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AB&artikel=212oo&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch op een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=1&artikel=213&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 285
1. In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage worden opgenomen:
- a. een staat als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- a. een staat als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- b. een opgave van de goederen van de schuldenaar, met vermelding van eventueel daarop rustende rechten van pand en hypotheek en retentierechten die daarop uitgeoefend kunnen worden;
@@ -2502,13 +2502,13 @@
##### Artikel 286
Het verzoekschrift met bijbehorende stukken, bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-10-01&g=2022-10-01), worden ter griffie van de rechtbank neergelegd en zijn vanaf de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ter kosteloze inzage van een ieder. De neerlegging geschiedt kosteloos.
Het verzoekschrift met bijbehorende stukken, bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-11-04&g=2022-11-04), worden ter griffie van de rechtbank neergelegd en zijn vanaf de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ter kosteloze inzage van een ieder. De neerlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 287
1. De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoek uitspraak doen. De uitspraak geschiedt bij vonnis. [Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling gaat in bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.
2. Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ontbreken, kan de rechtbank de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De griffier brengt het orgaan of de persoon, bedoeld in [artikel 285, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-10-01&g=2022-10-01), hiervan onverwijld op de hoogte. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard.
1. De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoek uitspraak doen. De uitspraak geschiedt bij vonnis. [Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling gaat in bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.
2. Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ontbreken, kan de rechtbank de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De griffier brengt het orgaan of de persoon, bedoeld in [artikel 285, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-11-04&g=2022-11-04), hiervan onverwijld op de hoogte. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard.
3. Het vonnis, bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
@@ -2516,13 +2516,13 @@
5. De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden. De bewindvoerder kan gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechter-commissaris verzoeken om wijziging van de termijn of om een nieuwe last gedurende een bepaalde termijn.
6. Indien het verzoek op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01), door burgemeester en wethouders is ingediend, wordt het verzoek niet toegewezen dan nadat de schuldenaar is opgeroepen om te worden gehoord. Dit geldt niet voor zover het verzoek strekt tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad.
7. Indien het verzoek op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01), door burgemeester en wethouders is ingediend en in het verzoek of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ontbreken, stelt de rechtbank burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een termijn van een maand de ontbrekende gegevens te verstrekken.
6. Indien het verzoek op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04), door burgemeester en wethouders is ingediend, wordt het verzoek niet toegewezen dan nadat de schuldenaar is opgeroepen om te worden gehoord. Dit geldt niet voor zover het verzoek strekt tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad.
7. Indien het verzoek op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04), door burgemeester en wethouders is ingediend en in het verzoek of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ontbreken, stelt de rechtbank burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een termijn van een maand de ontbrekende gegevens te verstrekken.
##### Artikel 288
1. Het verzoek, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01), wordt slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is:
1. Het verzoek, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04), wordt slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is:
- a. dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
@@ -2536,9 +2536,9 @@
- b. indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in [artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48);
- c. indien de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in [artikel 358, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=358&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ter zake van een of meer misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar voor de dag van indiening van het verzoek, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere termijn in acht te nemen; of
- d. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van [artikel 350, derde lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of op grond van [artikel 350, derde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01), om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.
- c. indien de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in [artikel 358, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=358&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ter zake van een of meer misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar voor de dag van indiening van het verzoek, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere termijn in acht te nemen; of
- d. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van [artikel 350, derde lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of op grond van [artikel 350, derde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04), om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.
3. Het verzoek kan in afwijking van het eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder c, worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen.
@@ -2566,15 +2566,15 @@
##### Artikel 291
1. De rechter kan in de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling één of meer deskundigen benoemen ten einde binnen een door hem te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hun bevindingen uit te brengen. Het [tweede lid van artikel 290](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=290&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt overeenkomstige toepassing.
1. De rechter kan in de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling één of meer deskundigen benoemen ten einde binnen een door hem te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hun bevindingen uit te brengen. Het [tweede lid van artikel 290](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=290&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Het verslag bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door de schuldenaar overgelegde staat en bescheiden.
##### Artikel 292
1. Tegen de uitspraak tot toewijzing van het verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling, bedoeld in [artikel 287a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. Tegen de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld, onverminderd overeenkomstige toepassing van [artikel 215a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215a&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. Tegen de uitspraak tot toewijzing van het verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling, bedoeld in [artikel 287a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. Tegen de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld, onverminderd overeenkomstige toepassing van [artikel 215a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215a&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. Tegen de uitspraak tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. Wanneer het verzoek tevens een verzoek inhield als bedoeld in het eerste lid, wordt dit verzoek eveneens aan het gerechtshof voorgelegd.
@@ -2592,9 +2592,9 @@
##### Artikel 293
1. De griffier van de rechtbank doet van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, van de naam, de woonplaats en het beroep van de schuldenaar, van de naam van de rechter-commissaris, van de naam en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerder alsmede van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-10-01&g=2022-10-01), onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
2. De griffier van de rechtbank geeft van de toepassing van de schuldsaneringsregeling onverwijld kennis aan het postvervoerbedrijf of de postvervoerbedrijven die zijn aangewezen als verlener van de universele postdienst, alsmede de andere geregistreerde postvervoerbedrijven, bedoeld in de [Postwet 2009](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572). In de kennisgeving wordt melding gemaakt van de in [artikel 287, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bedoelde last.
1. De griffier van de rechtbank doet van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, van de naam, de woonplaats en het beroep van de schuldenaar, van de naam van de rechter-commissaris, van de naam en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerder alsmede van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-11-04&g=2022-11-04), onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
2. De griffier van de rechtbank geeft van de toepassing van de schuldsaneringsregeling onverwijld kennis aan het postvervoerbedrijf of de postvervoerbedrijven die zijn aangewezen als verlener van de universele postdienst, alsmede de andere geregistreerde postvervoerbedrijven, bedoeld in de [Postwet 2009](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025572). In de kennisgeving wordt melding gemaakt van de in [artikel 287, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bedoelde last.
##### Artikel 294
@@ -2602,7 +2602,7 @@
- a. een uittreksel van de rechterlijke uitspraken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot beëindiging daarvan;
- b. de beëindiging en de herleving van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [artikel 312](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- b. de beëindiging en de herleving van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [artikel 312](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- c. de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord;
@@ -2610,17 +2610,17 @@
- e. het bedrag van de uitdelingen;
- f. de summiere inhoud van de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- g. de datum waarop de schuldsaneringsregeling ingevolge het bepaalde in [artikel 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=356&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is geëindigd;
- h. de vereisten vermeld in artikel 24, tweede lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening.
- f. de summiere inhoud van de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- g. de datum waarop de schuldsaneringsregeling ingevolge het bepaalde in [artikel 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=356&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is geëindigd;
- h. de vereisten vermeld in artikel 24, tweede lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. De griffier is verplicht aan een ieder kosteloze inzage van het register en tegen betaling een uittreksel daaruit te verstrekken.
4. De griffier geeft de in het eerste lid, onder a tot en met h, genoemde gegevens door aan Onze Minister van Justitie of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ander orgaan ten behoeve van het in [artikel 294a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) genoemde centrale register.
4. De griffier geeft de in het eerste lid, onder a tot en met h, genoemde gegevens door aan Onze Minister van Justitie of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ander orgaan ten behoeve van het in [artikel 294a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) genoemde centrale register.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
@@ -2638,13 +2638,13 @@
- b. de inboedel, voorzover niet bovenmatig, bedoeld in [artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=5);
- c. hetgeen is vermeld in [artikel 21, onder 1°, 3°, 5°, 6° en 7°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- d. het door de rechter of door de rechter-commissaris overeenkomstig [artikel 21, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01), vastgestelde bedrag.
5. Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. [Artikel 22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
6. Ten aanzien van het tweede en vierde lid, onder c en d, is [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing. [Artikel 22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
- c. hetgeen is vermeld in [artikel 21, onder 1°, 3°, 5°, 6° en 7°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- d. het door de rechter of door de rechter-commissaris overeenkomstig [artikel 21, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04), vastgestelde bedrag.
5. Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. [Artikel 22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
6. Ten aanzien van het tweede en vierde lid, onder c en d, is [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing. [Artikel 22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 295a
@@ -2664,7 +2664,7 @@
##### Artikel 297
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 296](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is de schuldenaar zelfstandig bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen.
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 296](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is de schuldenaar zelfstandig bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen.
2. De schuldenaar behoeft niettemin de toestemming van de bewindvoerder voor de volgende rechtshandelingen:
@@ -2696,7 +2696,7 @@
2. Rechtsvorderingen die voldoening van een vordering uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ook tegen de schuldenaar op geen andere wijze worden ingesteld dan door aanmelding ter verificatie.
3. De [artikelen 57 tot en met 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De [artikelen 57 tot en met 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 299a
@@ -2714,7 +2714,7 @@
4. Betreft het een registergoed, dan dient de schuldeiser, op straffe van verval van het recht van parate executie, binnen veertien dagen na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, aan de bewindvoerder bij exploot aan te zeggen dat hij tot executie overgaat, en dit exploot in de openbare registers te doen inschrijven.
5. De bewindvoerder kan de schuldeiser die overeenkomstig het derde lid het recht van parate executie kan uitoefenen, een redelijk termijn stellen daartoe over te gaan. Heeft de schuldeiser de zaak niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de bewindvoerder haar opeisen en met toepassing van [artikel 326](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=326&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=347&z=2022-10-01&g=2022-10-01), verkopen, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de schuldeiser een of meermalen te verlengen.
5. De bewindvoerder kan de schuldeiser die overeenkomstig het derde lid het recht van parate executie kan uitoefenen, een redelijk termijn stellen daartoe over te gaan. Heeft de schuldeiser de zaak niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de bewindvoerder haar opeisen en met toepassing van [artikel 326](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=326&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=347&z=2022-11-04&g=2022-11-04), verkopen, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de schuldeiser een of meermalen te verlengen.
##### Artikel 300
@@ -2728,7 +2728,7 @@
3. De gelegde beslagen vervallen met ingang van de dag waarop de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerder af te geven verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
4. Een vervallen beslag herleeft, zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 350, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01), mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploot is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
4. Een vervallen beslag herleeft, zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 350, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04), mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploot is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
5. Het tweede, derde en vierde lid zijn eveneens van toepassing ten aanzien van executies en beslagen, aangevangen of gelegd ten behoeve van vorderingen welke door pand of hypotheek zijn gedekt, voorzover die executies en beslagen niet zijn aangevangen en gelegd op goederen, welke voor die vorderingen bijzonderlijk zijn verbonden.
@@ -2740,7 +2740,7 @@
1. Met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is de schuldenaar wettelijke noch bedongen rente verschuldigd over vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
2. De renteverplichting herleeft met terugwerkende kracht zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd op voet van [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of met ingang van de dag waarop de uitspraak tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling krachtens [artikel 350, derde lid, onder c tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in kracht van gewijsde is gegaan.
2. De renteverplichting herleeft met terugwerkende kracht zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd op voet van [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of met ingang van de dag waarop de uitspraak tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling krachtens [artikel 350, derde lid, onder c tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in kracht van gewijsde is gegaan.
3. De rechtbank kan in de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling of bij beschikking het eerste lid buiten toepassing verklaren ten aanzien van rente die verschuldigd is over een vordering waarvoor een hypotheek tot zekerheid strekt die is gevestigd op het registergoed waarin de schuldenaar woonachtig is, indien dat in het belang van de boedel is. De rechter-commissaris kan dit op verzoek van de bewindvoerder bij schriftelijke beschikking verklaren indien dit in het belang van de boedel is, nadat de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard.
@@ -2770,7 +2770,7 @@
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser is van de persoon ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling is uitgesproken, kan zijn schuld met zijn vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, slechts verrekenen indien beide zijn ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. [Artikel 53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 308
@@ -2802,15 +2802,15 @@
1. Gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar in staat van faillissement worden verklaard ter zake van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling niet werkt.
2. Door de faillietverklaring van de schuldenaar eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Van de beëindiging wordt door de curator melding gemaakt in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. Indien tengevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, herleeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Daarvan wordt melding gemaakt in de aankondiging bedoeld in [artikel 15, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-10-01&g=2022-10-01). [Artikel 15d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15d&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Door de faillietverklaring van de schuldenaar eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Van de beëindiging wordt door de curator melding gemaakt in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. Indien tengevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, herleeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Daarvan wordt melding gemaakt in de aankondiging bedoeld in [artikel 15, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2022-11-04&g=2022-11-04). [Artikel 15d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15d&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 313
1. De [artikelen 24 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [34 tot en met 38a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [40 tot en met 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [54 tot en met 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [60a tot en met 63a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De in de [eerste volzin van artikel 63a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=63a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bedoelde beslissing kan ook op verzoek van de schuldenaar dan wel ambtshalve worden gegeven door de rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt.
1. De [artikelen 24 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [34 tot en met 38a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [40 tot en met 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [54 tot en met 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [60a tot en met 63a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De in de [eerste volzin van artikel 63a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=63a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bedoelde beslissing kan ook op verzoek van de schuldenaar dan wel ambtshalve worden gegeven door de rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt.
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
@@ -2818,13 +2818,13 @@
1. De rechter-commissaris houdt toezicht op de vervulling door de bewindvoerder van de door hem ingevolge deze titel te verrichten taken.
2. De [artikelen 65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=65&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=66&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=65&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=66&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 315
1. Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris staat gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank open. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.
2. Niettemin kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikkingen die zijn genomen overeenkomstig de [artikelen 21, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [94, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [102, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en de beschikkingen bedoeld in de [artikelen 287, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [289, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [290, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=290&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [artikel 299b, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [310, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=310&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [311, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=311&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [316, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=316&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [318, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=318&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [320, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=320&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=324&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [328a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [328b, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [332, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=332&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=347&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. Niettemin kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikkingen die zijn genomen overeenkomstig de [artikelen 21, onder 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [94, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [102, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en de beschikkingen bedoeld in de [artikelen 287, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [289, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [290, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=290&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [artikel 299b, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [310, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=310&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [311, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=311&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [316, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=316&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [318, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=318&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [320, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=320&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=324&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [328a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [328b, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [332, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=332&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=347&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 316
@@ -2834,7 +2834,7 @@
- b. het beheer en de vereffening van de boedel.
2. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [59a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [326, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=326&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [349, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=349&z=2022-10-01&g=2022-10-01), behoeft de bewindvoerder machtiging van de rechter-commissaris. [Artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=72&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [59a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [326, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=326&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [349, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=349&z=2022-11-04&g=2022-11-04), behoeft de bewindvoerder machtiging van de rechter-commissaris. [Artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=72&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 317
@@ -2856,47 +2856,47 @@
##### Artikel 320
1. De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast in het vonnis bedoeld in [artikel 354, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast in het vonnis bedoeld in [artikel 354, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling telkens voor een daarbij vast te stellen periode een voorschot op het salaris toekennen.
3. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op de voet van [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), stelt de rechtbank daarbij tevens het salaris vast.
4. Eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-10-01&g=2022-10-01), dan stelt de rechtbank het salaris vast zodra de uitspraak tot faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.
3. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op de voet van [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), stelt de rechtbank daarbij tevens het salaris vast.
4. Eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-11-04&g=2022-11-04), dan stelt de rechtbank het salaris vast zodra de uitspraak tot faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.
5. In geval van akkoord wordt het salaris bij het vonnis van homologatie bepaald.
6. Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
7. Het salaris van de bewindvoerder is schuld van de boedel en wordt bij voorrang voldaan boven alle andere schulden en boven een betaling bedoeld in [artikel 295, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Het in de vorige volzin bepaalde is ook van toepassing op de verschotten en op de publicaties die ingevolge deze titel zijn voorgeschreven.
7. Het salaris van de bewindvoerder is schuld van de boedel en wordt bij voorrang voldaan boven alle andere schulden en boven een betaling bedoeld in [artikel 295, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Het in de vorige volzin bepaalde is ook van toepassing op de verschotten en op de publicaties die ingevolge deze titel zijn voorgeschreven.
8. De kosten van de ingevolge deze titel voorgeschreven publicaties die niet uit de boedel kunnen worden voldaan, en het salaris van deskundigen komen ten laste van de Staat. De griffier van de rechtbank waarbij de schuldenaar zijn verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend, draagt zorg voor de voldoening van het door de rechter die het eindsalaris van de bewindvoerder bepaalt, vast te stellen bedrag dat ten laste van de Staat komt.
##### Artikel 321
De [artikelen 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=85&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=86&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=85&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=86&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 322
De bewindvoerder geeft van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-10-01&g=2022-10-01) onverwijld aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis. Indien de schuldenaar een ontwerp van akkoord ter griffie heeft neergelegd, wordt daarvan eveneens melding gemaakt.
De bewindvoerder geeft van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-11-04&g=2022-11-04) onverwijld aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis. Indien de schuldenaar een ontwerp van akkoord ter griffie heeft neergelegd, wordt daarvan eveneens melding gemaakt.
##### Artikel 323
De bewindvoerder zorgt, dadelijk na zijn benoeming, door alle nodige en gepaste middelen voor de bewaring van de boedel. Tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt, neemt de bewindvoerder de tot de boedel behorende bescheiden en andere gegevensdragers, gelden, kleinodiën, effecten en andere papieren van waarde tegen ontvangstbewijs onder zich, behoudens voorzover het beheer daarover op grond van een beslissing als bedoeld in [artikel 296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2022-10-01&g=2022-10-01), toekomt aan de schuldenaar.
De bewindvoerder zorgt, dadelijk na zijn benoeming, door alle nodige en gepaste middelen voor de bewaring van de boedel. Tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt, neemt de bewindvoerder de tot de boedel behorende bescheiden en andere gegevensdragers, gelden, kleinodiën, effecten en andere papieren van waarde tegen ontvangstbewijs onder zich, behoudens voorzover het beheer daarover op grond van een beslissing als bedoeld in [artikel 296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2022-11-04&g=2022-11-04), toekomt aan de schuldenaar.
##### Artikel 324
1. [Artikel 94, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Van de goederen bedoeld in [artikel 295, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-10-01&g=2022-10-01), wordt een staat aan de beschrijving gehecht.
3. De rechter-commissaris kan bepalen dat de bewindvoerder een staat opmaakt als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2022-10-01&g=2022-10-01) ter vervanging van de staat bedoeld in [artikel 285, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
1. [Artikel 94, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
2. Van de goederen bedoeld in [artikel 295, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-11-04&g=2022-11-04), wordt een staat aan de beschrijving gehecht.
3. De rechter-commissaris kan bepalen dat de bewindvoerder een staat opmaakt als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2022-11-04&g=2022-11-04) ter vervanging van de staat bedoeld in [artikel 285, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 325
Een afschrift van de boedelbeschrijving en, indien toepassing is gegeven aan [artikel 324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=324&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van de staat in dat artikellid bedoeld, worden ter kosteloze inzage van een ieder neergelegd ter griffie van de rechtbank die de schuldsaneringsregeling van toepassing heeft verklaard.
Een afschrift van de boedelbeschrijving en, indien toepassing is gegeven aan [artikel 324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vierde&artikel=324&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van de staat in dat artikellid bedoeld, worden ter kosteloze inzage van een ieder neergelegd ter griffie van de rechtbank die de schuldsaneringsregeling van toepassing heeft verklaard.
De neerlegging geschiedt kosteloos.
@@ -2906,7 +2906,7 @@
##### Artikel 327
De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=99&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [102 tot en met 105b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [107](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=107&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=99&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [102 tot en met 105b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [107](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=107&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
@@ -2914,7 +2914,7 @@
##### Artikel 328
1. Op de verificatie van vorderingen zijn de [artikelen 110 tot en met 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [119 tot en met 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2022-10-01&g=2022-10-01) (in welk laatste artikel in de plaats van 108 wordt gelezen: 289, derde lid) en [129 tot en met 137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing.
1. Op de verificatie van vorderingen zijn de [artikelen 110 tot en met 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [119 tot en met 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2022-11-04&g=2022-11-04) (in welk laatste artikel in de plaats van 108 wordt gelezen: 289, derde lid) en [129 tot en met 137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing.
2. Renten, na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling lopende ten aanzien van door pand of hypotheek gedekte vorderingen, worden pro memorie geverifieerd. Voorzover de renten op de opbrengst daarvan niet batig gerangschikt worden, kan de schuldeiser aan deze verificatie geen rechten ontlenen.
@@ -2930,7 +2930,7 @@
4. De rechter-commissaris stelt dadelijk na nederlegging van het akkoord dag, uur en plaats vast waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van hem zal worden geraadpleegd en beslist.
5. Indien er nog geen dag, uur en plaats voor een verificatievergadering is bepaald, stelt de rechter-commissaris deze vast overeenkomstig [artikel 289, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Over het akkoord wordt in de vergadering na afloop van de verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist.
5. Indien er nog geen dag, uur en plaats voor een verificatievergadering is bepaald, stelt de rechter-commissaris deze vast overeenkomstig [artikel 289, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Over het akkoord wordt in de vergadering na afloop van de verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist.
6. De bewindvoerder geeft van de nederlegging en, indien van toepassing, van de dag bedoeld in het vijfde lid, onverwijld schriftelijk kennis aan alle bekende schuldeisers. Indien het vijfde lid van toepassing is, doet de bewindvoerder tevens onverwijld aankondiging in de Staatscourant van de nederlegging en van de dag bedoeld in dat lid.
@@ -2942,7 +2942,7 @@
- b. indien, voordat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, een rechterlijke uitspraak tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde gaat;
- c. indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
- c. indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 331
@@ -2952,7 +2952,7 @@
1. De schuldenaar is ter vergadering bevoegd tot toelichting en verdediging van het akkoord op te treden en het, staande de raadpleging, te wijzigen.
2. Tot stemming over het akkoord zijn bevoegd de schuldeisers van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt. Pandhouders, hypotheekhouders en schuldeisers als bedoeld in [artikel 299b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn tot stemmen bevoegd, indien zij vóór de aanvang van de stemming van hun recht van parate executie afstand doen. Zij herkrijgen dat recht niet, ongeacht of het akkoord wordt aanvaard, verworpen of overeenkomstig het vierde lid wordt vastgesteld.
2. Tot stemming over het akkoord zijn bevoegd de schuldeisers van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt. Pandhouders, hypotheekhouders en schuldeisers als bedoeld in [artikel 299b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn tot stemmen bevoegd, indien zij vóór de aanvang van de stemming van hun recht van parate executie afstand doen. Zij herkrijgen dat recht niet, ongeacht of het akkoord wordt aanvaard, verworpen of overeenkomstig het vierde lid wordt vastgesteld.
3. Tot het aannemen van het akkoord wordt vereist:
@@ -2968,7 +2968,7 @@
5. Het proces-verbaal van de vergadering vermeldt de inhoud van het akkoord, de namen van de verschenen stemgerechtigde schuldeisers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, de uitslag van de stemming en, indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, de beschikking van de rechter-commissaris.
6. [Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 333
@@ -2984,13 +2984,13 @@
1. Is een akkoord aangenomen of vastgesteld, dan bepaalt de rechter-commissaris vóór het sluiten van de verificatievergadering dag en tijd voor de zitting waarop de rechtbank achtereenvolgens zal behandelen:
- a. verzoeken, indien deze op de voet van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn ingediend;
- a. verzoeken, indien deze op de voet van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn ingediend;
- b. de homologatie van het akkoord, indien een akkoord is aangenomen of vastgesteld.
2. De zitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de dag waarop de verificatievergadering heeft plaatsgevonden. [Artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=151&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Is een akkoord afgewezen, dan wordt de schuldsaneringregeling voortgezet, tenzij [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van toepassing is.
2. De zitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de dag waarop de verificatievergadering heeft plaatsgevonden. [Artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=151&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
3. Is een akkoord afgewezen, dan wordt de schuldsaneringregeling voortgezet, tenzij [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van toepassing is.
##### Artikel 336
@@ -3000,7 +3000,7 @@
##### Artikel 337
1. Op de openbare zitting, bepaald ingevolge [artikel 335, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=335&z=2022-10-01&g=2022-10-01), wordt door de rechter-commissaris verslag uitgebracht.
1. Op de openbare zitting, bepaald ingevolge [artikel 335, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=335&z=2022-11-04&g=2022-11-04), wordt door de rechter-commissaris verslag uitgebracht.
2. Ieder van de schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, kan in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij advocaat de gronden uiteenzetten waarop hij de homologatie van een akkoord wenst of haar bestrijdt.
@@ -3008,17 +3008,17 @@
##### Artikel 338
1. Op de dag van de zitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank uitspraak.
2. Zij zal, voorzover van toepassing, eerst bij met redenen omklede beschikking uitspraak doen op verzoeken als bedoeld in [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en tot homologatie van het akkoord dan wel tot weigering daarvan. [Artikel 153, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de homologatie wordt geweigerd, kan de rechter de schuldenaar niet in staat van faillissement verklaren. De schuldsaneringsregeling wordt voortgezet, tenzij [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van toepassing is.
1. Op de dag van de zitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank uitspraak.
2. Zij zal, voorzover van toepassing, eerst bij met redenen omklede beschikking uitspraak doen op verzoeken als bedoeld in [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en tot homologatie van het akkoord dan wel tot weigering daarvan. [Artikel 153, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de homologatie wordt geweigerd, kan de rechter de schuldenaar niet in staat van faillissement verklaren. De schuldsaneringsregeling wordt voortgezet, tenzij [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van toepassing is.
##### Artikel 339
1. Ten aanzien van de uitspraak tot weigering dan wel verlening van homologatie, zijn de [artikelen 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [155, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=156&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het recht van hoger beroep en cassatie slechts toekomt aan schuldeisers die op de zitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn verschenen.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn de [artikelen 337, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [338, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van overeenkomstige toepassing.
1. Ten aanzien van de uitspraak tot weigering dan wel verlening van homologatie, zijn de [artikelen 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [155, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=156&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het recht van hoger beroep en cassatie slechts toekomt aan schuldeisers die op de zitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn verschenen.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn de [artikelen 337, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [338, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van overeenkomstige toepassing.
3. Wordt de homologatie in hoger beroep of cassatie vernietigd, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
@@ -3028,7 +3028,7 @@
2. Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, onverschillig of zij al dan niet in de schuldsaneringsregeling opgekomen zijn.
3. De [artikelen 159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=159&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [162 tot en met 166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=162&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De [artikelen 159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=159&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [162 tot en met 166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=162&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Bij het vonnis waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, kan de schuldenaar tevens in staat van faillissement worden verklaard indien er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen.
@@ -3068,11 +3068,11 @@
2. De goederen worden ondershands verkocht, tenzij de rechter-commissaris bepaalt dat de verkoop in het openbaar zal geschieden.
3. [Artikel 176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 348
De rechter-commissaris kan op verzoek van de schuldenaar, bewindvoerder of een schuldeiser alsmede ambtshalve op een door hem te bepalen dag, uur en plaats een vergadering van schuldeisers beleggen, teneinde hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel alsmede over andere onderwerpen de schuldsanering betreffende en zo nodig verificatie te doen plaatsvinden van de schuldvorderingen die na afloop van de ingevolge [artikel 289, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bepaalde termijn zijn ingediend en niet reeds overeenkomstig [artikel 328b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328b&z=2022-10-01&g=2022-10-01) geverifieerd zijn. De bewindvoerder handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111 tot en met 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Hij roept de schuldeisers ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op waarin het onderwerp van de vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt herinnerd.
De rechter-commissaris kan op verzoek van de schuldenaar, bewindvoerder of een schuldeiser alsmede ambtshalve op een door hem te bepalen dag, uur en plaats een vergadering van schuldeisers beleggen, teneinde hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel alsmede over andere onderwerpen de schuldsanering betreffende en zo nodig verificatie te doen plaatsvinden van de schuldvorderingen die na afloop van de ingevolge [artikel 289, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bepaalde termijn zijn ingediend en niet reeds overeenkomstig [artikel 328b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328b&z=2022-11-04&g=2022-11-04) geverifieerd zijn. De bewindvoerder handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111 tot en met 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Hij roept de schuldeisers ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op waarin het onderwerp van de vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt herinnerd.
##### Artikel 349
@@ -3084,11 +3084,11 @@
2. De uitdeling geschiedt naar evenredigheid van ieders vordering, met dien verstande dat, zolang de vorderingen waaraan voorrang is verbonden niet volledig zijn voldaan, daarop een twee keer zo groot percentage wordt betaald als op de concurrente vorderingen.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden de vorderingen van de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze wordt betwist, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [299b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), voldaan zijn, bepaald op het bedrag waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden zij voor het ontbrekende als concurrent behandeld.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden de vorderingen van de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze wordt betwist, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [299b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), voldaan zijn, bepaald op het bedrag waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden zij voor het ontbrekende als concurrent behandeld.
4. De bewindvoerder maakt telkens een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven, de namen van de schuldeisers, het geverifieerde bedrag van ieders vordering, benevens de daarop te ontvangen uitkering.
5. De [artikelen 181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=181&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2022-10-01&g=2022-10-01) (in welk artikel in de plaats van 60, derde lid, tweede zin, wordt gelezen: 299b, derde lid, tweede volzin), [183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=184&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=185&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [187 tot en met 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=187&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [328c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328c&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [349aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=349aa&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De [artikelen 181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=181&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2022-11-04&g=2022-11-04) (in welk artikel in de plaats van 60, derde lid, tweede zin, wordt gelezen: 299b, derde lid, tweede volzin), [183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=184&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=185&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [187 tot en met 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=187&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [328c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Vijfde&artikel=328c&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [349aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=349aa&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
@@ -3110,7 +3110,7 @@
- e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen;
- f. feiten en omstandigheden bekend worden die op het tijdstip van de indiening van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig [artikel 288, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=288&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- f. feiten en omstandigheden bekend worden die op het tijdstip van de indiening van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig [artikel 288, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=288&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- g. de schuldenaar aannemelijk maakt niet in staat te zijn aan zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
@@ -3118,11 +3118,11 @@
5. Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c tot en met g, en er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
6. Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
6. Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 351
1. Van het vonnis bedoeld in [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01) heeft, in geval van beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de schuldenaar, of, in geval de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling geweigerd is, hij die het verzoek tot die beëindiging heeft gedaan, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep.
1. Van het vonnis bedoeld in [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04) heeft, in geval van beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de schuldenaar, of, in geval de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling geweigerd is, hij die het verzoek tot die beëindiging heeft gedaan, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep.
2. Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
@@ -3134,7 +3134,7 @@
##### Artikel 352
1. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, bepaalt de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn bedoeld in [artikel 349a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), dag, uur en plaats voor de zitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld.
1. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, bepaalt de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn bedoeld in [artikel 349a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), dag, uur en plaats voor de zitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld.
2. De zitting zal niet eerder dan veertien dagen en niet later dan eenentwintig dagen na de beschikking van de rechtbank gehouden worden.
@@ -3142,7 +3142,7 @@
##### Artikel 353
1. Voor de zitting, bepaald ingevolge [artikel 352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=352&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kunnen de bewindvoerder en de schuldenaar schriftelijk worden opgeroepen. De schuldenaar en bewindvoerder worden opgeroepen indien twijfel bestaat of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet toerekenbaar is tekortgeschoten.
1. Voor de zitting, bepaald ingevolge [artikel 352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=352&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kunnen de bewindvoerder en de schuldenaar schriftelijk worden opgeroepen. De schuldenaar en bewindvoerder worden opgeroepen indien twijfel bestaat of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet toerekenbaar is tekortgeschoten.
2. De rechtbank kan iedere verschenen schuldeiser in de gelegenheid stellen in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij advocaat het woord te voeren.
@@ -3154,19 +3154,19 @@
##### Artikel 355
1. Van het vonnis, bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en in [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kunnen de schuldeisers en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. [Artikel 351, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=351&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van toepassing.
1. Van het vonnis, bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en in [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kunnen de schuldeisers en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. [Artikel 351, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=351&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van toepassing.
##### Artikel 356
1. De bewindvoerder gaat, zodra de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-10-01&g=2022-10-01) in kracht van gewijsde is gegaan, onverwijld over tot het opmaken van een slotuitdelingslijst. Geen slotuitdelingslijst wordt opgemaakt indien de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft beëindigd op grond van [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. De toepassing van de schuldsaneringsregeling is van rechtswege beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden dan wel, indien de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft beëindigd op grond van [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zodra de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan. De bewindvoerder doet daarvan aankondiging in de Staatscourant.
1. De bewindvoerder gaat, zodra de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-11-04&g=2022-11-04) in kracht van gewijsde is gegaan, onverwijld over tot het opmaken van een slotuitdelingslijst. Geen slotuitdelingslijst wordt opgemaakt indien de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft beëindigd op grond van [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De toepassing van de schuldsaneringsregeling is van rechtswege beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden dan wel, indien de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft beëindigd op grond van [artikel 354a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zodra de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan. De bewindvoerder doet daarvan aankondiging in de Staatscourant.
3. Na verloop van een maand na de beëindiging doet de bewindvoerder rekening en verantwoording van zijn beheer aan de rechter-commissaris.
4. [Artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van toepassing.
4. [Artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van toepassing.
##### Artikel 357
@@ -3174,13 +3174,13 @@
##### Artikel 358
1. Door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van [artikel 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=356&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voorzover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser al dan niet in de schuldsaneringsregeling is opgekomen en onverschillig of de vordering al dan niet is geverifieerd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de rechter in het vonnis bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-10-01&g=2022-10-01) heeft vastgesteld dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten en de rechter daarbij geen toepassing heeft gegeven aan het [tweede lid van artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. Het eerste lid is tevens van toepassing op boedelschulden, bedoeld in [artikel 15d, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15d&z=2022-10-01&g=2022-10-01), voor zover deze niet uit de boedel van de schuldsaneringsregeling voldaan kunnen worden.
4. Onverminderd [artikel 288, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=288&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is bij beëindiging van de schuldsaneringsregeling het eerste lid niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die voortvloeien uit een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling
1. Door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van [artikel 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=356&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voorzover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser al dan niet in de schuldsaneringsregeling is opgekomen en onverschillig of de vordering al dan niet is geverifieerd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de rechter in het vonnis bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-11-04&g=2022-11-04) heeft vastgesteld dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten en de rechter daarbij geen toepassing heeft gegeven aan het [tweede lid van artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=354&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. Het eerste lid is tevens van toepassing op boedelschulden, bedoeld in [artikel 15d, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15d&z=2022-11-04&g=2022-11-04), voor zover deze niet uit de boedel van de schuldsaneringsregeling voldaan kunnen worden.
4. Onverminderd [artikel 288, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=288&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is bij beëindiging van de schuldsaneringsregeling het eerste lid niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die voortvloeien uit een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling
- a. tot betaling van een geldboete als bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onder 4, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=9),
@@ -3192,7 +3192,7 @@
Met een vordering onder dit lid wordt gelijkgesteld een vordering die voortvloeit uit een in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot betaling van schadevergoeding die is vastgesteld door de burgerlijke rechter nadat de strafrechter die over het misdrijf of de overtreding heeft geoordeeld, heeft vastgesteld dat de vordering tot betaling van schadevergoeding of een deel daarvan slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
5. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een vordering waarvoor een hypotheek tot zekerheid strekt, die is gevestigd op het registergoed waarin de schuldenaar woonachtig is, indien op de rente van deze vordering [artikel 303, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=303&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van toepassing is.
5. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een vordering waarvoor een hypotheek tot zekerheid strekt, die is gevestigd op het registergoed waarin de schuldenaar woonachtig is, indien op de rente van deze vordering [artikel 303, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=303&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van toepassing is.
6. Het eerste lid is niet van toepassing indien de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling is overleden.
@@ -3200,7 +3200,7 @@
##### Artikel 358a
1. Indien na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling waardoor het rechtsgevolg bedoeld in [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=358&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is ingetreden, blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van [artikel 350, derde lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kan de rechter op verzoek van iedere belanghebbende bepalen dat [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=358&z=2022-10-01&g=2022-10-01), verder geen toepassing vindt.
1. Indien na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling waardoor het rechtsgevolg bedoeld in [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=358&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is ingetreden, blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van [artikel 350, derde lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kan de rechter op verzoek van iedere belanghebbende bepalen dat [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=358&z=2022-11-04&g=2022-11-04), verder geen toepassing vindt.
2. Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord.
@@ -3212,7 +3212,7 @@
##### Artikel 359
1. Indien de faillietverklaring van de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken of indien de schuldenaar ingevolge [artikel 350, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in staat van faillissement komt te verkeren, gelden de volgende regelen:
1. Indien de faillietverklaring van de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken of indien de schuldenaar ingevolge [artikel 350, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in staat van faillissement komt te verkeren, gelden de volgende regelen:
- a. handelingen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling door de bewindvoerder verricht, blijven geldend en verbindend;
@@ -3222,11 +3222,11 @@
- d. in de schuldsaneringsregeling ingediende vorderingen gelden als ingediend in het faillissement;
- e. rentevorderingen als bedoeld in [artikel 303](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=303&z=2022-10-01&g=2022-10-01) moeten alsnog worden ingediend.
2. De curator oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 297, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=297&z=2022-10-01&g=2022-10-01), aan de bewindvoerder toegekend.
3. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
- e. rentevorderingen als bedoeld in [artikel 303](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=303&z=2022-11-04&g=2022-11-04) moeten alsnog worden ingediend.
2. De curator oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 297, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=297&z=2022-11-04&g=2022-11-04), aan de bewindvoerder toegekend.
3. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
### afdeling Derde. Slotbepalingen
@@ -3236,9 +3236,9 @@
##### Artikel 361
1. De verzoeken, te doen ingevolge de [artikelen 292, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=292&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [315, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=315&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=348&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [349a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [351, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=351&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [355, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=355&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [358a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=358a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), moeten door een advocaat zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerder of, bij een verzoek ingevolge [artikel 350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01), door de schuldenaar.
2. Verzoeken op de voet van artikel 46 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening worden ingediend door een advocaat.
1. De verzoeken, te doen ingevolge de [artikelen 292, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=292&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [315, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Derde&artikel=315&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [348](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=348&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [349a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [351, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=351&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [355, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=355&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [358a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=358a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), moeten door een advocaat zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerder of, bij een verzoek ingevolge [artikel 350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04), door de schuldenaar.
2. Verzoeken op de voet van artikel 46 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening worden ingediend door een advocaat.
3. Voor het instellen van beroep in cassatie is steeds de medewerking nodig van een advocaat bij de Hoge Raad.
@@ -3246,9 +3246,9 @@
##### Artikel 362
1. De [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de [artikelen 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [238](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=238&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [239](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=239&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. De [derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](onbekend) is niet van toepassing op verzoeken ingevolge deze wet, met uitzondering van de [artikelen 262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=262) en [269 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=269) voor zover het verzoeken betreft die op basis van de [tweede afdeling van titel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden ingediend in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
1. De [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de [artikelen 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [238](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=238&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [239](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=239&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De [derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](onbekend) is niet van toepassing op verzoeken ingevolge deze wet, met uitzondering van de [artikelen 262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=262) en [269 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=269) voor zover het verzoeken betreft die op basis van de [tweede afdeling van titel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden ingediend in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
3. De rechtbank weigert homologatie van een akkoord, bedoeld in deze wet, indien het akkoord niet voorziet in de terugbetaling van de staatssteun die ingevolge een Commissiebesluit als bedoeld in [artikel 1 van de Wet terugvordering staatssteun](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040718&artikel=1) moet worden teruggevorderd.
@@ -3256,7 +3256,7 @@
##### Artikel 13a
Indien de faillietverklaring wordt vernietigd wordt de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een curator, in afwijking van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2022-10-01&g=2022-10-01), met terugwerkende kracht beheerst door de wettelijke of overeengekomen regels die van toepassing zijn buiten faillissement, met dien verstande dat de termijnen, bedoeld in [artikel 686a, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=686a), aanvangen op het tijdstip waarop het faillissement wordt vernietigd.
Indien de faillietverklaring wordt vernietigd wordt de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een curator, in afwijking van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2022-11-04&g=2022-11-04), met terugwerkende kracht beheerst door de wettelijke of overeengekomen regels die van toepassing zijn buiten faillissement, met dien verstande dat de termijnen, bedoeld in [artikel 686a, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=686a), aanvangen op het tijdstip waarop het faillissement wordt vernietigd.
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
@@ -3332,2796 +3332,2872 @@
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
##### Artikel 137a
1. Indien aannemelijk is dat de beschikbare baten niet voldoende zijn om daaruit de concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, kan de rechter-commissaris op verzoek van de curator dan wel ambtshalve bepalen dat afhandeling van concurrente vorderingen achterwege blijft en dat geen verificatievergadering wordt gehouden.
2. De curator geeft van de in het eerste lid bedoelde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doet daarvan aankondiging in de Staatscourant.
3. Ingeval de in het eerste lid bedoelde beschikking is gegeven, is deze afdeling van toepassing. De [vijfde afdeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vindt geen toepassing. Op niet-concurrente vorderingen zijn de [artikelen 128 tot en met 136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=128&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van de vijfde afdeling van overeenkomstige toepassing. De [zesde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en de [zevende afdeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vinden geen toepassing, tenzij hierna anders is bepaald.
##### Artikel 137b
1. De curator gaat na welke vorderingen bevoorrecht zijn of door pand, hypotheek of retentierecht gedekt zijn.
2. Indien de curator een vordering dan wel de aan een vordering verbonden voorrang betwist, geeft hij de desbetreffende schuldeiser daarvan bericht en treedt hij met hem in overleg ter regeling van dit geschil.
3. Indien de curator geen overeenstemming bereikt met de in het vorige lid bedoelde schuldeiser, legt hij het geschil aan de rechter-commissaris voor. [Artikel 122, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
4. De gefailleerde is bevoegd zijn bezwaren tegen een vordering dan wel tegen de aan een vordering verbonden voorrang aan de curator kenbaar te maken, die, als hij de bezwaren niet kan wegnemen, deze aan de rechter-commissaris voorlegt. [Artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137c
1. De curator gaat over tot tegeldemaking van de boedel. De [artikelen 175 , tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De curator maakt een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator), de namen van de schuldeisers die een bevoorrechte of door pand, hypotheek of retentierecht gedekte vordering hebben, het bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering.
3. Voor de vorderingen waarover een geschil als bedoeld in [artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aanhangig is, trekt de curator op de lijst percenten over het volle bedrag uit, alsmede percenten voor in verband daarmee nog aan te wenden kosten. [Artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137d
1. De curator legt de uitdelingslijst ter goedkeuring aan de rechter-commissaris voor.
2. De curator legt een afschrift van de door de rechter-commissaris goedgekeurde lijst alsmede een verslag over de toestand van de boedel ter griffie van de rechtbank neder om aldaar gedurende tien dagen kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
3. Van de neerlegging doet de curator aankondiging in de Staatscourant.
4. De curator geeft daarvan schriftelijk bericht aan alle bekende schuldeisers, met mededeling dat de uitdelingslijst geen betrekking heeft op concurrente vorderingen.
5. [Artikel 182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137e
1. Gedurende de in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde termijn kan iedere schuldeiser in verzet komen tegen de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem wordt door de griffier een bewijs van ontvangst gegeven.
2. Het bezwaarschrift wordt als bijlage bij de uitdelingslijst gevoegd.
3. Het verzet door een concurrente schuldeiser kan niet worden gegrond op het enkele feit dat zijn vordering niet op de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst is geplaatst.
4. De [artikelen 185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=185&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=187&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137f
1. Na afloop van de termijn, genoemd in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of, indien verzet is gedaan, nadat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie en gaat de curator over tot het doen van de vastgestelde uitkering.
2. De [artikelen 188](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=188&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [190](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=190&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137g
1. Indien tijdens de vereffening baten opkomen die van zodanige omvang zijn dat uit de opbrengst daarvan ook concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden voldaan, bepaalt de rechter-commissaris dat alsnog een verificatievergadering wordt gehouden en stelt daartoe dag, uur, plaats en wijze waarop wordt vergaderd, overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), vast, alsmede de dag waarop uiterlijk de vorderingen ingediend moeten worden. [Artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van toepassing.
2. De curator geeft van de in het vorige lid genoemde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers kennis en doet daarvan aankondiging in de Staatscourant.
3. De [vijfde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [zesde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [zevende afdeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van toepassing.
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
## Titel II. Van surséance van betaling
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19b
In het geval, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), worden de gegevens met betrekking tot de daar bedoelde insolventieprocedure door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register.
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 32
De [artikelen 27 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 19 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), te erkennen insolventieprocedure.
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 1. Van den rechter-commissaris
#### § 2. Van den curator
#### § 2. Van de curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeisers
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
##### Artikel 172a
De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 47, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
##### Artikel 231a
[Artikel 231](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=231&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 19 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), te erkennen insolventieprocedure.
##### Artikel 247d
In het geval van een verzoek tot omzetting als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zijn, wanneer het de omzetting in een faillissement betreft, de [artikelen 242, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [243 tot en met 246](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2022-11-04&g=2022-11-04) dan wel, wanneer het de omzetting in een toepassing van de schuldsaneringsregeling betreft, de [artikelen 247a, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [247b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [247c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247c&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing.
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2004-01-01&g=2004-01-01)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
##### Artikel 333a
De bepalingen van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 47, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213a
1. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geschiedt de faillietverklaring van een verzekeraar met zetel in Nederland door de rechtbank Amsterdam.
2. Een verzekeraar met zetel in een in een andere lidstaat dan Nederland die daar een vergunning heeft verkregen kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
3. Het eerste lid is, in afwijking van [artikel 2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van overeenkomstige toepassing op de faillietverklaring van:
- a. een verzekeraar met zetel in een andere lidstaat dan Nederland die in die lidstaat geen vergunning heeft verkregen, en die zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en
- b. een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, en die zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
##### Artikel 213b
De Nederlandsche Bank N.V. kan een verzoek om een verzekeraar in staat van faillissement te verklaren zonder tussenkomst van een advocaat indienen.
##### Artikel 213c
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. indien het een verzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie;
- b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland en, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Europese Unie is belast met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende autoriteit.
##### Artikel 213d
1. Op een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet beslist dan nadat de rechter de Nederlandsche Bank N.V. in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken.
2. de Nederlandsche Bank N.V. trekt de vergunning van de verzekeraar in, indien deze op het tijdstip van faillietverklaring nog een vergunning heeft.
##### Artikel 213e
Indien op een verzekeraar een maatregel als bedoeld in de [afdeling 3A.34 van de Wet op het financieel toezicht](onbekend) van toepassing is tegelijkertijd met een eigen aangifte door de verzekeraar, vervalt de eigen aangifte van rechtswege.
##### Artikel 213f
Vervallen
##### Artikel 213g
1. De griffier stelt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de vonnis tot faillietverklaring en van de machtiging, bedoeld in artikel 212ag bis, eerste lid.
2. de Nederlandsche Bank N.V. stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, van de overgang, bedoeld in [artikel 213aga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aga&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en van de machtiging, bedoeld in [artikel 212agb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213agb&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 213h
1. Onverminderd [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), plaatst de curator een uittreksel van het vonnis tot faillietverklaring in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
2. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is.
##### Artikel 213i
1. De curator geeft van het vonnis tot faillietverklaring, van de overgang, bedoeld in [artikel 213aga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aga&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en van de machtiging, bedoeld in artikel 212agb, eerste lid, onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
2. De curator die op de voet van [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aan alle bekende schuldeisers kennis geeft van de in dat artikel bedoelde beschikkingen, deelt daarbij tevens mede wat de gevolgen zijn van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 109, eerste lid, alsmede [artikel 127, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en dat schuldeisers, daaronder begrepen de schuldeisers met een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht, hun vorderingen bij de curator moeten indienen, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht aanspraak wordt gemaakt. Aan schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt de kennisgeving voorts welke de belangrijkste gevolgen van de faillietverklaring voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn, en de rechten en verplichtingen van de verzekerde en anderen in verband met de overeenkomst van verzekering.
##### Artikel 213j
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 213i, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2022-11-04&g=2022-11-04), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat, die een vordering uit hoofde van verzekering heeft, geschiedt in een officiële taal van die lidstaat.
2. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 213i, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2022-11-04&g=2022-11-04), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat , die een andere vordering heeft dan de vordering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van schuldvorderingen. Termijnen».
3. Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering», onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
##### Artikel 213k
1. De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure.
2. de Nederlandsche Bank N.V. stelt de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
##### Artikel 213l
1. In afwijking van [artikel 131, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2022-11-04&g=2022-11-04), worden vorderingen uit hoofde van een verzekering, vervallende na de dag waarop het faillissement is aangevangen, geverifieerd voor de waarde die zij hebben op de dag van de aanvang van het faillissement.
2. In afwijking van het eerste lid worden vorderingen uit hoofde van een verzekering, vervallende na de dag waarop het faillissement is aangevangen, op grond een overeenkomst waarbij de wederpartij van de verzekeraar zich heeft verbonden tot het betalen van premie in termijnen en de wederpartij op het tijdstip van de faillietverklaring de laatste termijn nog niet heeft voldaan, geverifieerd voor de waarde die zij hebben op de dag van de verificatie.
3. Een vordering ter zake van de verwezenlijking na de faillietverklaring van een risico dat is verzekerd krachtens een overeenkomst van verzekering wordt geverifieerd voor haar waarde op de dag dat het risico zich verwezenlijkt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de waardering van activa en passiva in geval van een faillietverklaring op grond van deze afdeling.
##### Artikel 213m
1. In geval van een faillietverklaring op grond van deze afdeling worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. Onder boedelschulden vallen in ieder geval de kosten van inschrijving in een openbaar register in een andere lidstaat dan Nederland.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden in geval van faillissement van een schadeverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
- b. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- c. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar bij wie zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- d. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar is verschuldigd, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens [titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- e. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd;
- f. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende uitkeringen ter zake van andere dan in de onderdelen a en e bedoelde schaden, ontstaan uit overeenkomsten van schadeverzekering;
- g. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald;
- h. de vorderingen tot vergoeding van de schade die schuldeisers met een vordering als bedoeld in de onderdelen a en e lijden doordat de bedragen die zij hebben ontvangen uit hoofde van die vorderingen niet toereikend zijn om hen te brengen in de toestand waarin zij zouden hebben verkeerd indien de verzekeraar niet in staat van faillissement was verklaard.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden ingeval het faillissement van een levensverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens [titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- d. de vorderingen uit hoofde van verzekering en rechten betreffende uitkeringen, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van levensverzekering;
- e. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies dan wel vergoedingen voor verrichtingen zijn betaald;
- f. de vorderingen tot vergoeding van de schade die schuldeisers met een vordering als bedoeld in de onderdeel d lijden doordat de bedragen die zij hebben ontvangen uit hoofde van die vorderingen niet toereikend zijn om hen te brengen in de toestand waarin zij zouden hebben verkeerd indien de verzekeraar niet in staat van faillissement was verklaard.
4. Onder de vorderingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, e en f, en derde lid, onderdeel d, worden mede verstaan de vorderingen ter zake van uitkeringen krachtens lopende overeenkomsten van verzekering, ontstaan op of na de dag waarop de noodregeling is uitgesproken.
5. Vorderingen die niet worden genoemd in het tweede en derde lid, worden eerst dan voldaan indien de vorderingen, bedoeld in het tweede en derde lid zijn voldaan en indien vaststaat dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
6. De in het vijfde lid bedoelde redenen van voorrang gelden zowel voor vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in Nederland als voor soortgelijke vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in een andere lidstaat dan Nederland.
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 213n
1. Een in een andere lidstaat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot opening van een liquidatieprocedure met betrekking tot een verzekeraar wordt van rechtswege erkend.
2. De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat van herkomst.
##### Artikel 213o
De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure, de liquidatieprocedure zelf en de rechtsgevolgen van de liquidatieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat van herkomst, tenzij de wet anders bepaalt.
##### Artikel 213p
1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
- a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
- b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
- c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
- d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
- a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
- b. met betrekking tot zaken, voorzover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
- c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar zijn statutaire zetel heeft.
##### Artikel 213q
1. Ingeval de verzekeraar een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Ingeval de verzekeraar een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
3. [Artikel 3:241, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:241) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 213r
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de verzekeraar, laat de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure de bedoelde bevoegdheid onverlet.
##### Artikel 213s
De [artikelen 213p tot en met 213r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213p&z=2022-11-04&g=2022-11-04) staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
##### Artikel 213t
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
##### Artikel 213u
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 213v
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten van de verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
##### Artikel 213w
1. In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden, onverminderd [artikel 213p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213p&z=2022-11-04&g=2022-11-04), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 21, van [richtlijn 2014/65](32014L0065)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van [Richtlijn 2002/92/EG](32002L0092) en [Richtlijn 2011/61](32011L0061)/EU (PbEU 2014, L 173) uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
2. Het eerste lid staat er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers die van die rechtshandeling het gevolg is.
3. Voor de toepassing van het eerste lid op een liquidatieprocedure met betrekking tot een verzekeraar, wordt onder gereglementeerde markt mede verstaan een in een staat die geen lidstaat is gelegen financiële markt die aan de volgende voorwaarden voldoet:
- a. de markt is, in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland of een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is met een bijkantoor in Nederland, aangewezen door de Minister van Financiën of is, in geval van een verzekeraar met zetel in een andere lidstaat, erkend door een daartoe bevoegde autoriteit van die lidstaat en voldoet voorts aan vereisten die vergelijkbaar zijn met die van [richtlijn 2014/65](32014L0065)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van [Richtlijn 2002/92/EG](32002L0092) en [Richtlijn 2011/61](32011L0061)/EU (PbEU 2014, L 173); en
- b. de financiële instrumenten die op de markt worden verhandeld, zijn van een kwaliteit die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die worden verhandeld op de gereglementeerde markten van Nederland, onderscheidenlijk de markten van de andere lidstaat.
##### Artikel 213x
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de verzekeraar na het tijdstip van opening van een liquidatieprocedure, waarmee hij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 213ij
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van de liquidatieprocedure voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
##### Artikel 213z
[Artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
- a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst; en
- b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast respectievelijk niet kan worden tegengeworpen.
##### Artikel 213aa
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
##### Artikel 213bb
1. Voor het bewijs van aanwijzing van de curator uit een andere lidstaat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lidstaat van herkomst gegeven schriftelijke verklaring.
2. De curator uit een andere lidstaat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
##### Artikel 213cc
Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een liquidatieprocedure, geopend in een andere lidstaat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 213dd
1. Indien een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank N.V. hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarin aan de verzekeraar een vergunning is verleend.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in die andere lidstaten.
##### Artikel 213ee
De curator kan in de verslagen, bedoeld in [artikel 73a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geen gegevens of inlichtingen opnemen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn of zijn geweest bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2004-03-23&g=2004-03-23)
## Titel II. Van surseance van betaling
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19a
Door Onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een ander orgaan is aangewezen, door dat orgaan, wordt het centrale register gehouden, waarin de in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde gegevens worden ingeschreven.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 37b
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften of voor het voortzetten van de door de schuldenaar gedreven onderneming, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een vóór de faillietverklaring ontstane verbintenis tot betaling van een geldsom.
2. Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een verbintenis als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de faillietverklaring, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat het faillissement, de aanvraag van het faillissement of het leggen van beslag door een derde grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de curator.
##### Artikel 63b
1. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, blijft de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode bevoegd de mededeling, bedoeld in [artikel 239, derde lid, van dat Boek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) te doen en betalingen in ontvangst te nemen.
2. [Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=490b), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.
##### Artikel 63c
1. Tijdens de afkoelingsperiode kan de ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in [artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22), niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechter-commissaris anders beslist.
2. Een beslag als bedoeld in [artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22) dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de gefailleerde bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 2. Van de curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeisers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### Vijfde afdeling A
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
#### § 1. In Nederland gevestigde kredietinstellingen en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde kredietinstellingen met bijkantoor in Nederland
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surséance van betaling
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
##### Artikel 222b
1. Door onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 222a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=222a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een ander orgaan is aangewezen, door dat orgaan, wordt een centraal register gehouden, waarin de in [artikel 222a, eerste lid, onder 1° tot en met 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=222a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) genoemde gegevens worden ingeschreven.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. Een ieder heeft kosteloos inzage in het register en kan tegen betaling een uittreksel daaruit verkrijgen.
##### Artikel 237b
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften of voor het voortzetten van de door de schuldenaar gedreven onderneming, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een vóór de surseance ontstane verbintenis tot betaling van een geldsom.
2. Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een verbintenis als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de verlening van de surseance, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat verlening van de surseance, de aanvraag van de surseance of het leggen van beslag grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de schuldenaar en de bewindvoerder.
##### Artikel 241b
1. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, blijft de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode bevoegd de mededeling, bedoeld in [artikel 239, derde lid, van dat Boek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239), te doen en betalingen in ontvangst te nemen.
2. [Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=490b), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.
##### Artikel 241c
1. Tijdens de afkoelingsperiode kan de ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in [artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22), niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechtbank of de rechter-commissaris zo die is benoemd, anders beslist.
2. Een beslag als bedoeld in [artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22) dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de schuldenaar bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
##### Artikel 268a
In afwijking van [artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=268&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kan de rechtbank of, zo die is benoemd, de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien:
- a. drie vierde van de ter vergadering verschenen erkende en toegelaten schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
- b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de boedel worden vereffend, naar verwachting aan betaling op hun vordering zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
##### Artikel 294a
1. Door onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 294, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een ander orgaan is aangewezen, door dat orgaan wordt een centraal register gehouden, waarin de in [artikel 294, eerste lid, onder a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde gegevens worden ingeschreven.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. Een ieder heeft kosteloos inzage in het register en kan tegen betaling een uittreksel daaruit verkrijgen.
##### Artikel 294b
De griffier geeft voor iedere van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling een uittreksel van het verzoekschrift met bijlagen op grond van [artikel 285](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door aan Onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 294, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een ander orgaan is aangewezen, dat orgaan ter inschrijving in het in [artikel 294a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bedoelde register. Onze Minister van Justitie onderscheidenlijk het orgaan, bedoeld in de eerste zin, stelt vast welke gegevens in het uittreksel worden opgenomen. [Artikel 294a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is op het uittreksel niet van toepassing.
### afdeling Tweede. Van het akkoord
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Derde. Slotbepalingen
##### Artikel 359a
De [artikelen 203 tot en met 205](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tiende&artikel=203&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212g
1. Voor de toepassing van deze afdeling en [afdeling 11AB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AB&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt verstaan onder:
- a. bank: bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- b. liquidatieprocedure: een collectieve procedure, het faillissement daaronder begrepen, geopend in een lidstaat, die het te gelde maken van de activa van een bank en het op toepasselijke wijze verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van administratieve of rechterlijke instanties behelst, daaronder begrepen de collectieve procedure die wordt afgesloten met een gerechtelijk akkoord of een andere maatregel van dezelfde strekking;
- c. lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);
- d. lidstaat van herkomst: de lidstaat waar aan een bank de vergunning voor de uitoefening van haar bedrijf is verleend;
- e. bevoegde instanties: de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van liquidatieprocedures;
- f. bevoegde autoriteit:
- 1°. een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 40, van de verordening kapitaalvereisten; of
- 2°. een afwikkelingsautoriteit in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel 18, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, met betrekking tot uit hoofde van die richtlijn genomen maatregelen;
- g. curator: de curator of elke andere persoon of ander orgaan, aangewezen door de bevoegde instanties van een andere lidstaat dan Nederland of door een bestuursorgaan van de bank om de liquidatieprocedure uit te voeren;
- h. financiële instrumenten: instrumenten, bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- i. deposito: een deposito als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- j. gegarandeerd deposito: een deposito voor zover dit voor vergoeding ingevolge het depositogarantiestelsel, bedoeld in [artikel 3:259, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:259) in aanmerking komt;
- k. deposito-overeenkomst: de overeenkomst op grond waarvan een depositohouder een deposito houdt bij een bank;
- l. overnemer: degene die deposito-overeenkomsten, activa of passiva anders dan uit hoofde van deposito-overeenkomsten overneemt, degene die bereid is zulks te doen en degene die onderzoekt of hij daartoe bereid is;
- m. in aanmerking komend deposito: deposito dat valt onder de werking van het depositogarantiestelsel, bedoeld in [artikel 3:259, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:259);
- n. kleine, middelgrote en micro-ondernemingen: kleine, middelgrote en mirco-ondernemingen als met betrekking tot het criterium jaaromzet gedefinieerd in de aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, (PbEU 2003, L 124/16);
- o. verordening kapitaalvereisten: [Verordening (EU) nr. 575/2013](32013R0575) van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176);
- p. verordening bankentoezicht: [Verordening (EU) nr. 1024/2013](32013R1024) van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287);
- q. richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsafbmondernemingen: [Richtlijn 2014/59](32014L0059)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van [Richtlijn 82/891/EEG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=31982L0891) van de Raad en de [Richtlijnen 2001/24/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32001L0024), [2002/47/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32002L0047), [2004/25/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32004L0025), [2005/56/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32005L0056), [2007/36/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32007L0036), [2011/35](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32011L0035)/EU,[2012/30](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32012L0030)/EU en [2013/36](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32013L0036)/EU en Verordeningen (EU) nr. [1093/2010](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32993L2010) en (EU) nr. [648/2012](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32548L2012), van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 173);
- r. richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014: [Richtlijn 2014/65](32014L0065)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van [Richtlijn 2002/92/EG](32002L0092) en [Richtlijn 2011/61](32011L0061)/EU (PbEU 2014, L 173);
- s. verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme: [Verordening (EU) nr. 806/2014](32014R0806) van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225);
- t. richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen: [Richtlijn (EU) 2019/2034](32019L2034) van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van [Richtlijnen 2002/87/EG](32002L0087), [2009/65/EG](32009L0065), [2011/61](32011L0061)/EU, [2013/36](32013L0036)/EU, [2014/59](32014L0059)/EU en [2014/65](32014L0065)/EU (PbEU 2019, L 314);
- u. richtlijn gedekte obligaties: [Richtlijn (EU) 2019/2162](32019L2162) van het Europees Parlement en de Raad van 27 november betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van de [Richtlijnen 2009/65/EG](32009L0065) en [2014/59](32014L0059)/EU (PbEU 2019, L 328).
2. Voor de toepassing van deze afdeling is een bank gevestigd in:
- a. de staat waar de statutaire zetel is, indien het een rechtspersoon betreft die overeenkomstig het toepasselijke recht een statutaire zetel heeft; en
- b. de staat waar haar zij haar hoofdbestuur heeft en zij feitelijk werkzaam is, indien het een andere bank betreft dan de bank, bedoeld in onderdeel a.
##### Artikel 212h
1. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geschiedt de faillietverklaring van een in Nederland gevestigde bank door de rechtbank Amsterdam.
2. Een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde bank die daar een vergunning heeft verkregen kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
3. Het eerste lid is, in afwijking van [artikel 2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van overeenkomstige toepassing op de faillietverklaring van:
- a. een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde bank die in die lidstaat geen vergunning heeft verkregen, en die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en
- b. een in een staat die geen lidstaat is gevestigde bank die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
##### Artikel 212i
De Nederlandsche Bank N.V. kan een verzoek om een bank in staat van faillissement te verklaren zonder tussenkomst van een advocaat indienen.
##### Artikel 212j
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de bank en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten waar de bank een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie, indien het een in Nederland gevestigde bank betreft;
- b. de bevoegde autoriteiten van de andere Lidstaten waarheen zij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland indien het een buiten de Europese Unie gevestigde bank betreft.
##### Artikel 212k
De Nederlandsche Bank N.V. stelt een ontwerpbesluit als bedoeld in [artikel 1:104, vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:104) op of trekt de vergunning van de bank in, indien deze op het tijdstip van de faillietverklaring nog een vergunning heeft.
##### Artikel 212l
Indien op een bank een maatregel als bedoeld in de [afdeling 3A.1.5 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3a.1.5) van toepassing is tegelijkertijd met een eigen aangifte door de bank, vervalt de eigen aangifte van rechtswege.
##### Artikel 212m
Vervallen
##### Artikel 212n
Na de inkennisstelling, bedoeld in [artikel 212c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212c&z=2022-11-04&g=2022-11-04), stelt De Nederlandsche Bank N.V. onverwijld de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 212o
1. Onverminderd [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), plaatst de curator het uittreksel van het vonnis van faillietverklaring in het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee landelijke dagbladen van iedere andere lidstaat dan Nederland waar de bank een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht.
2. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-11-04&g=2022-11-04), vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is.
3. De curator kan verzoeken dat het faillissement wordt ingeschreven in een openbaar register in een andere lidstaat.
4. De kosten van inschrijving op de voet van het derde lid zijn boedelschuld.
##### Artikel 212p
1. De curator geeft van het vonnis tot faillietverklaring onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
2. De curator die op de voet van [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aan alle bekende schuldeisers kennis geeft van de in dat artikel bedoelde beschikkingen, deelt daarbij tevens mede wat de gevolgen zijn van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 109, eerste lid, alsmede [artikel 127, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en dat schuldeisers, daaronder begrepen de schuldeisers met een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht, hun vorderingen bij de curator moeten indienen, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht aanspraak wordt gemaakt.
3. De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure.
##### Artikel 212q
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 212p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212p&z=2022-11-04&g=2022-11-04), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Europese Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van opmerkingen betreffende schuldvorderingen. Termijnen».
2. Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering» onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
3. De curator kan een vertaling in het Nederlands van het stuk waarbij de vordering wordt ingediend en van de opmerkingen betreffende de vordering verlangen.
##### Artikel 212r
In afwijking van [artikel 52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=52&z=2022-11-04&g=2022-11-04), bevrijdt voldoening na de bekendmaking van de faillietverklaring van een bank die geen natuurlijk persoon is tegenover de boedel indien degene die haar deed, bewijst dat hij niet bekend was met de faillietverklaring.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 212s
1. Een in een andere lidstaat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot opening van een liquidatieprocedure met betrekking tot een bank wordt van rechtswege erkend.
2. De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat van herkomst.
##### Artikel 212t
De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure, de liquidatieprocedure zelf en de rechtsgevolgen van de liquidatieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat waar de liquidatieprocedure is geopend, tenzij de wet anders bepaalt.
##### Artikel 212u
1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen van onbepaalde goederen met een wisselende samenstelling, die toebehoren aan de bank en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
- a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
- b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
- c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
- d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld met in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid dat aan derden kan worden tegengeworpen.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
- a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
- b. met betrekking tot zaken, voor zover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
- c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar is gevestigd.
##### Artikel 212v
1. Ingeval de bank een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Ingeval de bank een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
3. [Artikel 212u, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212u&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 212w
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de bank bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de bank op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de bank, laat de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure de bedoelde bevoegdheid onverlet.
##### Artikel 212x
De [artikelen 212u tot en met 212w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212u&z=2022-11-04&g=2022-11-04) staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
##### Artikel 212ij
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
##### Artikel 212z
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen. Dit recht bepaalt of een zaak roerend dan wel onroerend is.
##### Artikel 212aa
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten van de bank op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
##### Artikel 212bb
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden, onverminderd [artikel 212hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212hh&z=2022-11-04&g=2022-11-04), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 21, van richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
##### Artikel 212cc
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de bank na het tijdstip van opening van een liquidatieprocedure, waarmee zij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 212dd
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van de liquidatieprocedure voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de bank het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
##### Artikel 212ee
[Artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
- a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst; en
- b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast onderscheidenlijk niet kan worden tegengeworpen.
##### Artikel 212ff
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in [artikel 212a, onderdeel m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst.
##### Artikel 212gg
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden, onverminderd [artikel 212hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212hh&z=2022-11-04&g=2022-11-04), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat van toepassing is op die overeenkomst.
##### Artikel 212hh
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-11-04&g=2022-11-04) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor het uitoefenen van het rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt bijgehouden of is gesitueerd.
##### Artikel 212ii
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. De curator kan personen aanwijzen om hem te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan.
3. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
##### Artikel 212jj
1. Voor het bewijs van aanwijzing van de curator uit een andere lidstaat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lidstaat gegeven schriftelijke verklaring.
2. De curator uit een andere lidstaat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
##### Artikel 212kk
Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een liquidatieprocedure, geopend in een andere lidstaat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 212ll
Indien het faillissement is uitgesproken van een bank die niet is gevestigd in een staat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en een bijkantoor in Nederland heeft, stelt de griffier van de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank N.V. stelt daarna onverwijld de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in kennis van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank N.V. stelt de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in kennis van de beschikking en van de beëindiging van de faillietverklaring.
##### Artikel 212mm
1. Indien een bank die niet is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaten.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in de andere lidstaten waarin aan de financiële onderneming een vergunning is verleend.
##### Artikel 212nn
De curator kan in de verslagen, bedoeld in [artikel 73a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geen gegevens of inlichtingen opnemen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn of zijn geweest bij pogingen de bank in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten.
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2005-12-01&g=2005-12-01)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 22a
1. Ten aanzien van een overeenkomst van levensverzekering vallen voorts buiten de boedel:
- a. het recht op het doen afkopen van een levensverzekering voorzover de begunstigde of de verzekeringnemer door afkoop onredelijk benadeeld wordt;
- b. het recht om de begunstiging te wijzigen, tenzij de wijziging geschiedt ten behoeve van de boedel en de begunstigde of de verzekeringnemer daardoor niet onredelijk benadeeld wordt;
- c. het recht om de verzekering te belenen.
2. Voor de uitoefening van het recht op het doen afkopen en het recht om de begunstiging te wijzigen, behoeft de curator de toestemming van de rechter-commissaris, die daarbij zonodig vaststelt tot welk bedrag deze rechten mogen worden uitgeoefend. Slechts met schriftelijke toestemming van de verzekeringnemer is de curator bevoegd tot overdracht van de verzekering.
3. Indien de curator de begunstiging heeft gewijzigd, vervalt deze wijziging met de beëindiging van het faillissement.
4. Indien de begunstiging na de faillietverklaring onherroepelijk wordt, kan deze onherroepelijkheid niet aan de boedel worden tegengeworpen. De verzekeraar is verplicht een uitkering, waarop de begunstiging betrekking heeft, onder zich te houden. Voor zover vaststaat dat de begunstiging niet zal worden gewijzigd, blijven de eerste en de tweede volzin buiten toepassing. Ten aanzien van de begunstigde is [artikel 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=69&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing.
5. In afwijking van het vierde lid, tweede zin, kan de verzekeraar een betaling aan de begunstigde tegenwerpen aan de boedel, voorzover de curator niet bewijst dat de verzekeraar op het tijdstip van betaling op de hoogte was van het faillissement of van een daaraan voorafgegaan beslag ten laste van de verzekeringnemer. In dat geval heeft de curator verhaal op de begunstigde.
##### Artikel 241d
Van de goederen als bedoeld in [artikel 241a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
##### Artikel 241e
1. In afwijking van [artikel 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2022-11-04&g=2022-11-04) werkt het verlenen van surseance aan een schuldenaar uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) niet terug tot aan het begin van de dag waarop zij voorlopig is verleend, ten aanzien van een door de schuldenaar voor het tijdstip van het verlenen van surseance gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst of een overdracht, vestiging van een pandrecht of een opdracht tot verrekening op grond daarvan.
2. De [artikelen 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [228, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [234, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=234&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [235, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=235&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van deze wet, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een schuldenaar na het tijdstip van het verlenen van surseance gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51), een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst, alsmede elke rechtshandeling op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst vanwege verbintenissen van de schuldenaar die na het tijdstip van het verlenen van surseance zijn ontstaan, mits de betreffende rechtshandeling plaatsvindt op de dag van het verlenen van surseance en de wederpartij kan aantonen dat deze ten tijde van de rechtshandeling het verlenen van surseance niet kende of behoorde te kennen.
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Tweede. Van het akkoord
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 63d
Van de goederen als bedoeld in [artikel 63a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=63a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
##### Artikel 63e
1. In afwijking van de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-11-04&g=2022-11-04) werkt de faillietverklaring van een schuldenaar uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) niet terug tot aan het begin van de dag waarop zij wordt uitgesproken, ten aanzien van een door de schuldenaar voor het tijdstip van faillietverklaring gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst of een overdracht, vestiging van een pandrecht of een opdracht tot verrekening op grond daarvan.
2. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van deze wet, alsmede [artikel 72, aanhef en onder a, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=72), kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een schuldenaar na het tijdstip van faillietverklaring gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51), een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst, alsmede elke rechtshandeling op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst vanwege verbintenissen van de schuldenaar die na het tijdstip van faillietverklaring zijn ontstaan, mits de betreffende rechtshandeling plaatsvindt op de dag van faillietverklaring en de wederpartij kan aantonen dat deze ten tijde van de rechtshandeling de faillietverklaring niet kende of behoorde te kennen.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
##### Artikel 137a
1. Indien aannemelijk is dat de beschikbare baten niet voldoende zijn om daaruit de concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, kan de rechter-commissaris op verzoek van de curator dan wel ambtshalve bepalen dat afhandeling van concurrente vorderingen achterwege blijft en dat geen verificatievergadering wordt gehouden.
2. De curator geeft van de in het eerste lid bedoelde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doet daarvan aankondiging in de Staatscourant.
3. Ingeval de in het eerste lid bedoelde beschikking is gegeven, is deze afdeling van toepassing. De [vijfde afdeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vindt geen toepassing. Op niet-concurrente vorderingen zijn de [artikelen 128 tot en met 136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=128&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van de vijfde afdeling van overeenkomstige toepassing. De [zesde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en de [zevende afdeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vinden geen toepassing, tenzij hierna anders is bepaald.
##### Artikel 137b
1. De curator gaat na welke vorderingen bevoorrecht zijn of door pand, hypotheek of retentierecht gedekt zijn.
2. Indien de curator een vordering dan wel de aan een vordering verbonden voorrang betwist, geeft hij de desbetreffende schuldeiser daarvan bericht en treedt hij met hem in overleg ter regeling van dit geschil.
3. Indien de curator geen overeenstemming bereikt met de in het vorige lid bedoelde schuldeiser, legt hij het geschil aan de rechter-commissaris voor. [Artikel 122, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. De gefailleerde is bevoegd zijn bezwaren tegen een vordering dan wel tegen de aan een vordering verbonden voorrang aan de curator kenbaar te maken, die, als hij de bezwaren niet kan wegnemen, deze aan de rechter-commissaris voorlegt. [Artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137c
1. De curator gaat over tot tegeldemaking van de boedel. De [artikelen 175 , tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De curator maakt een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator), de namen van de schuldeisers die een bevoorrechte of door pand, hypotheek of retentierecht gedekte vordering hebben, het bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering.
3. Voor de vorderingen waarover een geschil als bedoeld in [artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aanhangig is, trekt de curator op de lijst percenten over het volle bedrag uit, alsmede percenten voor in verband daarmee nog aan te wenden kosten. [Artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137d
1. De curator legt de uitdelingslijst ter goedkeuring aan de rechter-commissaris voor.
2. De curator legt een afschrift van de door de rechter-commissaris goedgekeurde lijst alsmede een verslag over de toestand van de boedel ter griffie van de rechtbank neder om aldaar gedurende tien dagen kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
3. Van de neerlegging doet de curator aankondiging in de Staatscourant.
4. De curator geeft daarvan schriftelijk bericht aan alle bekende schuldeisers, met mededeling dat de uitdelingslijst geen betrekking heeft op concurrente vorderingen.
5. [Artikel 182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137e
1. Gedurende de in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde termijn kan iedere schuldeiser in verzet komen tegen de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem wordt door de griffier een bewijs van ontvangst gegeven.
2. Het bezwaarschrift wordt als bijlage bij de uitdelingslijst gevoegd.
3. Het verzet door een concurrente schuldeiser kan niet worden gegrond op het enkele feit dat zijn vordering niet op de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst is geplaatst.
4. De [artikelen 185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=185&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=187&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137f
1. Na afloop van de termijn, genoemd in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of, indien verzet is gedaan, nadat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie en gaat de curator over tot het doen van de vastgestelde uitkering.
2. De [artikelen 188](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=188&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [190](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=190&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137g
1. Indien tijdens de vereffening baten opkomen die van zodanige omvang zijn dat uit de opbrengst daarvan ook concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden voldaan, bepaalt de rechter-commissaris dat alsnog een verificatievergadering wordt gehouden en stelt daartoe dag, uur, plaats en wijze waarop wordt vergaderd, overeenkomstig [artikel 80a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=4&artikel=80a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), vast, alsmede de dag waarop uiterlijk de vorderingen ingediend moeten worden. [Artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van toepassing.
2. De curator geeft van de in het vorige lid genoemde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers kennis en doet daarvan aankondiging in de Staatscourant.
3. De [vijfde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [zesde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [zevende afdeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van toepassing.
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### Vijfde afdeling A
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 309a
Van de goederen als bedoeld in [artikel 309, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=309&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
##### Artikel 213ff
Deze paragraaf is van toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1).
##### Artikel 213gg
De artikelen [213a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [213b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [213d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213d&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [213e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213e&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [213i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [213k, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213k&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang.
##### Artikel 213hh
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift, bedoeld in [artikel 213b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213b&z=2022-11-04&g=2022-11-04), aan de verzekeraar met beperkte risico-omvang en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. indien het een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) waar de verzekeraar met beperkte risico-omvang een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit vestigingen in op grond van [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) aangewezen staten;
- b. indien het een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een andere staat betreft, de toezichthoudende autoriteiten van andere staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland.
##### Artikel 213ii
1. De griffier stelt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring.
2. De Nederlandsche Bank N.V. stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van de andere staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 213jj
De Nederlandsche Bank N.V. stelt de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
##### Artikel 213kk
1. In geval van faillietverklaring van een natura-uitvaartverzekeraar op grond van deze paragraaf worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij over ieder deel van de boedel omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand en hypotheek gedekt, worden de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioenen, voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de natura-uitvaartverzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de natura-uitvaartverzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de natura-uitvaartverzekeraar aan de werknemer krachtens [artikel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit een natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland.
3. [Artikel 213m, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213m&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
4. In geval van faillietverklaring van een levensverzekeraar met beperkte risico-omvang op grond van deze paragraaf is [artikel 213m, eerste, derde en vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213m&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van overeenkomstige toepassing.
5. In geval van faillietverklaring van een schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang op grond van deze paragraaf is [artikel 213m, eerste, derde en vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213m&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 287a
1. De schuldenaar kan in het verzoekschrift, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04), de rechtbank verzoeken één of meer schuldeisers die weigert of weigeren mee te werken aan een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
2. De rechtbank stelt terstond dag, uur en plaats vast waarop zij de schuldenaar en schuldeiser of schuldeisers op wie het verzoek betrekking heeft, zal horen, onverminderd [artikel 287, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. De oproeping van de schuldenaar en de schuldeiser of schuldeisers geschiedt schriftelijk door de griffier. De rechter kan nader bepalen hoe deze oproeping geschiedt.
4. De rechtbank doet op de dag van de zitting of anders uiterlijk op de achtste dag daarna uitspraak op het verzoek. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
5. De rechtbank wijst het verzoek toe indien de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. [Artikel 300, lid 1, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=300) is van toepassing.
6. Indien de rechtbank het verzoek toewijst, veroordeelt de rechtbank de schuldeiser die instemming met de schuldregeling heeft geweigerd, in de kosten.
7. De rechtbank wijst het verzoek af indien de schuldbemiddeling niet wordt uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in [artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48).
8. Indien de rechtbank het verzoek afwijst, beslist zij op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, indien de schuldenaar het verzoek daartoe handhaaft.
##### Artikel 287b
1. Voorafgaand aan de behandeling van het verzoek, bedoeld in [artikel 287a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kan de schuldenaar onderscheidenlijk kunnen burgemeester en wethouders indien een verzoek op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is ingediend, in het verzoek, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-11-04&g=2022-11-04), de rechtbank verzoeken een voorlopige voorziening te geven indien er sprake is van een bedreigende situatie.
2. Onder een bedreigende situatie, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.
3. [Artikel 287a, tweede, derde, vierde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van toepassing.
4. De voorlopige voorziening strekt tot het van toepassing verklaren van de [artikelen 304](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=304&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2022-11-04&g=2022-11-04) alsmede tot een verbod tot het opzeggen of ontbinden van de zorgverzekering.
5. De voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden.
6. Een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de [Wet financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368) of een persoon of instelling als bedoeld in [artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48) die namens de schuldenaar de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, brengt na afloop van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, verslag uit aan de rechtbank.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 328a
1. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder verzoeken hem binnen acht dagen na dagtekening van het verzoek te melden of hij de verificatie van de vorderingen wenst voor te leggen aan de verificatievergadering. In het bevestigende geval stelt de rechter-commissaris dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden en geeft de bewindvoerder hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
2. Indien de bewindvoerder geen verificatievergadering wenst, kan de rechter-commissaris bepalen dat de verificatievergadering slechts pro forma gehouden zal worden op een door hem te bepalen dag en plaats en dat de vorderingen als geverifieerd zullen gelden zoals door de bewindvoerder in overeenstemming met de [artikelen 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=113&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aangegeven, tenzij een schuldeiser binnen acht dagen na dagtekening van de in de tweede volzin bedoelde oproeping mededeling doet aan de rechtbank dat hij gebruik wenst te maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in de [artikelen 116, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=116&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [119, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2022-11-04&g=2022-11-04). De bewindvoerder geeft van deze beschikking onmiddellijk kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
3. Ontvangt de rechtbank een mededeling van een of meer schuldeisers als bedoeld in het tweede lid, dan stelt de rechter-commissaris een dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerder geeft hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
4. In geval van het tweede lid ligt een afschrift van de lijsten als bedoeld in [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-11-04&g=2022-11-04) ter griffie van de rechtbank ter inzage gedurende acht dagen na dagtekening van de kennisgeving van de pro forma zitting dan wel, indien een verificatievergadering wordt gehouden, tot de dag van die vergadering.
5. Met ingang van de dag van de pro forma zitting, gelden de vorderingen als geverifieerd zoals door de bewindvoerder ingevolge [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vastgesteld.
### afdeling Zesde. Het akkoord
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 349a
1. De termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen. In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste vijf jaar stellen, indien voor de gehele termijn tevens een nominaal bedrag wordt vastgesteld als bedoeld in [artikel 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De rechter-commissaris kan bij schriftelijke beschikking de termijn ambtshalve, dan wel op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar, of een of meer schuldeisers wijzigen. De termijn bedraagt ten hoogste vijf jaar. De bewindvoerder geeft van de gewijzigde termijn onverwijld kennis aan de schuldeisers. De rechter-commissaris dient de schuldenaar in de gelegenheid stellen te worden gehoord, alvorens te beslissen de termijn te verlengen.
3. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechtbank in het kader van [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=352&z=2022-11-04&g=2022-11-04) de termijn ambtshalve dan wel op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, schuldenaar of een of meer schuldeisers wijzigen. Tegen dit vonnis kunnen de schuldeisers die om de wijziging gevraagd hebben en kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. [Artikel 351, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=351&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van toepassing.
##### Artikel 351a
Uiterlijk drie maanden voordat de termijn volgend uit [artikel 349a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) afloopt, brengt de bewindvoerder verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
##### Artikel 354a
1. Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en minstens een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de zitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder omtrent de vraag of redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder bevelen deze verklaring op te stellen en aan de rechtbank en de betrokken partijen te doen toekomen.
2. De rechtbank beëindigt de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoeld in [artikel 350, derde lid, onder c tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-11-04&g=2022-11-04) niet is gebleken.
3. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden voor nader onderzoek. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt.
4. De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212ma
Vervallen
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 1. Definities
## Titel II. Van surseance van betaling
##### Artikel 249a
Indien de faillietverklaring van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), van een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in [artikel 3:110 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:110) heeft, of van een persoon die een vergunning heeft ingevolge [artikel 3:4, eerste lid van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:4), wordt uitgesproken ingevolge een bepaling van deze titel of binnen een maand na het einde van een surseance van betaling die aan een dergelijke onderneming is verleend, wordt de uitvoering van de vangnetregeling die werd uitgevoerd tijdens de surseance van betaling voortgezet tijdens het faillissement op de voet van [afdeling 3.5.6 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3.5.6).
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212ha
1. Indien De Nederlandsche Bank N.V. of de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, naar gelang welke autoriteit bevoegd is, oordeelt ten aanzien van een bank dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme is voldaan, maar dat een afwikkelingsmaatregel niet in het algemeen belang, bedoeld in onderdeel c van dat artikel, is, verzoekt De Nederlandsche Bank N.V. binnen een redelijke termijn de rechtbank Amsterdam het faillissement van de bank uit te spreken.
2. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.
3. Een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V., al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte.
##### Artikel 212hb
Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van een bank met zetel in Nederland die niet een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement uitspreken.
##### Artikel 212hc
Vervallen
##### Artikel 212hd
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de bank en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in een andere lidstaat.
##### Artikel 212he
De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. tot het uitspreken van het faillissement of een aangifte door de bank met de meeste spoed op een niet openbare zitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voorzover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
##### Artikel 212hf
1. De bank kan, na in gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van de Nederlandsche Bank N.V. dat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in [artikel 212ha, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ha&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. Ingeval een bank zich heeft verweerd tegen een oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 212hg
De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.
##### Artikel 212hi
1. Een beschikking als bedoeld in [artikel 212hb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hb&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [212hga, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hga*&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of [212hgb, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hgb&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is uitvoerbaar bij voorraad.
2. [Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing.
##### Artikel 212hj
Vervallen
##### Artikel 212hk
Vervallen
##### Artikel 212hl
Vervallen
##### Artikel 212hm
Vervallen
##### Artikel 212hn
Vervallen
##### Artikel 212ho
Vervallen
##### Artikel 212hp
Vervallen
##### Artikel 212hq
Vervallen
##### Artikel 212hr
Vervallen
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 212hh
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2013-07-01&g=2013-07-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor het uitoefenen van het rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt bijgehouden of is gesitueerd.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213ab
Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar die niet een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam, onverminderd [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2022-11-04&g=2022-11-04), op verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement uitspreken.
##### Artikel 213ac
Vervallen
##### Artikel 213ad
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in een andere lidstaat.
##### Artikel 213ae
De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. tot het uitspreken van het faillissement of een aangifte door de verzekeraar met de meeste spoed op een niet openbare zitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
##### Artikel 213af
1. De verzekeraar kan, na in de gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. dat zich een situatie als bedoeld in [artikel 213a bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voordoet.
2. Ingeval een verzekeraar zich heeft verweerd tegen een beslissing of oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot die beslissing of dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 213ag
1. De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat zich een situatie, als bedoeld in [artikel 213a bis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04), voordoet.
2. Bij het uitspreken van het faillissement benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer curatoren. De Nederlandsche Bank N.V. kan voor de benoeming van curatoren voordrachten doen.
3. Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare zitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de curator bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht. De uittreksels vermelden naam en zetel van de desbetreffende verzekeraar, de woonplaats of het kantoor van de curator alsmede de datum van de beschikking. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarnaar hij diensten verricht wordt daarenboven vermeld dat op het faillissement, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, de rechtsgrondslag, dat De Nederlandsche Bank N.V. de bevoegde toezichthouder is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beschikking beroep in cassatie kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van de Hoge Raad en het onderwerp van de beschikking.
##### Artikel 213ah
Een beschikking als bedoeld in de [artikelen 213agb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213agb&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [213aga, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aga&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is uitvoerbaar bij voorraad.
##### Artikel 213ai
Vervallen
##### Artikel 213aj
Vervallen
##### Artikel 213ak
Vervallen
##### Artikel 213al
Vervallen
##### Artikel 213am
Vervallen
##### Artikel 213an
Vervallen
##### Artikel 213ao
Vervallen
##### Artikel 213ap
Vervallen
##### Artikel 213aq
Vervallen
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 213aa
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hga
1. Bij het uitspreken van het faillissement benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer curatoren. De Nederlandsche Bank N.V. kan voor de benoeming van de curator of curatoren voordrachten doen.
2. Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare zitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de curator bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar zij diensten verricht. De uittreksels vermelden naam en zetel van de bank, de woonplaats of het kantoor van de curator alsmede de datum van de beschikking. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de bank een bijkantoor heeft of waarnaar zij diensten verricht wordt daarenboven vermeld dat op het faillissement, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, de rechtsgrondslag, of de Europese Centrale Bank dan wel De Nederlandsche Bank N.V. de bevoegde toezichthouder is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beschikking beroep in cassatie kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van de Hoge Raad en het onderwerp van de beschikking.
##### Artikel 213abis
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van een verzekeraar het faillissement uit te spreken indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel, 3A:85, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend).
2. De omstandigheid dat De Nederlandsche Bank N.V. de vergunning van een verzekeraar heeft ingetrokken, staat niet eraan in de weg dat ten aanzien van die verzekeraar toepassing wordt gegeven aan deze afdeling.
3. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een verzekeraar die een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft of heeft gehad aanvragen.
4. De Nederlandsche Bank N.V. overlegt bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een advies over de uitvoering van het faillissement door de curator.
##### Artikel 212ra
1. De volgende vorderingen worden verhaald op de boedel na de vorderingen, genoemd in [artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=288) en voor de vorderingen van concurrente schuldeisers, in de volgende volgorde:
- a. vorderingen ter zake van gegarandeerde deposito’s, met inbegrip van vorderingen van het Depositogarantiefonds die op grond van [artikel 3:261, vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:261) in de rechten van de depositohouder ter zake van een vordering op de betalingsonmachtige bank is getreden, alsmede vorderingen van het Depositogarantiefonds als bedoeld in [artikel 3:265e, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:265e);
- b. vorderingen ter zake van het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s dat groter is dan het bedrag van de vergoeding dat krachtens [artikel 3:259, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:259) is vastgesteld, welke deposito’s worden aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, alsmede van deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden in buiten de Europese Unie gelegen bijkantoren van banken met zetel in de Europese Unie.
2. Zowel binnen onderdeel a als binnen onderdeel b van het eerste lid hebben de vorderingen onderling een gelijke rang.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
##### Artikel 212oo
[Afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2022-11-04&g=2022-11-04) met uitzondering van de [artikelen 212k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212k&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [212ra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ra&z=2022-11-04&g=2022-11-04), 212rc tot en met 212rf en [212nna](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212nna&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in [artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:96) is verleend en, waar van toepassing, haar bijkantoor in een andere lidstaat. De artikelen 212rc, 212rd en 212rf zijn van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdeel 1, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 waarop artikel 9, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen van toepassing is.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213ar
1. Onverminderd [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kan De Nederlandsche Bank N.V. de rechtbank Amsterdam verzoeken het faillissement uit te spreken ten aanzien van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04), indien zich ten aanzien van die verzekeraar een situatie als bedoeld in dat artikel voordoet en De Nederlandsche Bank N.V. oordeelt dat:
- a. er ten aanzien van de moedermaatschappij tekenen zijn van een gevaarlijke ontwikkeling met betrekking tot het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit, onderscheidenlijk de technische voorzieningen, en redelijkerwijs is te voorzien dat die ontwikkeling niet voldoende of niet tijdig ten goede zal keren; en
- b. het faillissement voor de afwikkeling van die verzekeraar of de groep, bedoeld in [artikel 3:159a, onderdeel d, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159a), waartoe de verzekeraar behoort nodig is.
2. Indien ten aanzien van een verzekeraar en diens moedermaatschappij de situaties, bedoeld in het eerste lid, zich voordoen, kan een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement van de moedermaatschappij niet aanvragen.
3. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geschiedt de faillietverklaring van een moedermaatschappij op een verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. als bedoeld in het eerste lid door de rechtbank Amsterdam.
4. Indien een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement verzoekt van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04), stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte of het verzoek tot faillietverklaring.
5. De [artikelen 213ac tot en met 213ap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ac&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van de [artikelen 213af](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213af&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [213ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ag&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voor «[artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-11-04&g=2022-11-04),» wordt gelezen: «[artikel 213ar, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ar&z=2022-11-04&g=2022-11-04),».
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 106a
1. Op vordering van de curator of op verzoek van het openbaar ministerie kan de rechtbank een bestuursverbod opleggen aan de bestuurder van een in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3) genoemde rechtspersoon, de gewezen bestuurder daaronder begrepen, als tijdens of in de drie jaren voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement van die rechtspersoon:
- a. door de rechter bij onherroepelijk geworden uitspraak is geoordeeld dat hij voor zijn handelen of nalaten bij die rechtspersoon aansprakelijk is, als bedoeld in de [artikelen 138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138) of [248 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248);
- b. de bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon rechtshandelingen heeft verricht, toegelaten of mogelijk gemaakt waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld en die overeenkomstig de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=47&z=2022-11-04&g=2022-11-04) bij onherroepelijk geworden uitspraak door de rechter zijn vernietigd;
- c. de bestuurder, ondanks een verzoek van de curator, in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsverplichtingen, bedoeld in deze wet, jegens de curator;
- d. de bestuurder, hetzij als zodanig, hetzij als natuurlijke persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft; of
- e. aan de rechtspersoon of de bestuurder ervan een boete wegens een vergrijp als bedoeld in de [artikelen 67d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67d), [67e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67e) of [67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67f) is opgelegd en deze beschikking onherroepelijk is.
2. Een bestuursverbod kan mede worden uitgesproken jegens de bestuurder van een of meer rechtspersonen die bestuurder is of zijn als bedoeld in het eerste lid.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek aan het openbaar ministerie of de curator de voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, benodigde gegevens.
4. Met uitzondering van het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op een natuurlijke persoon die handelt of heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
##### Artikel 106b
1. Een bestuurder aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan gedurende vijf jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, of zoveel korter als in de uitspraak is bepaald, niet tot bestuurder of commissaris van een in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3) genoemde rechtspersoon worden benoemd. Een benoeming tot bestuurder of commissaris in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig.
2. Tenzij in de uitspraak anders is bepaald, vormt het bestuursverbod voor betrokkene tevens een beletsel voor de uitoefening van zijn functie als bestuurder of commissaris bij alle op grond van [artikel 106c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106c&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in de procedure betrokken rechtspersonen.
3. De griffier van de rechtbank, of in geval van hoger beroep, van het gerechtshof, biedt de onherroepelijke uitspraak waarin een bestuursverbod is opgelegd met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan, die terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister overgaat. Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij het Handelsregister.
4. De rechtbank regelt zo nodig alle overige gevolgen van het door haar uitgesproken bestuursverbod.
5. De rechtbank kan ter verzekering van de naleving van haar uitspraak een dwangsom opleggen. Wordt de dwangsom verbeurd, dan komt deze toe aan de boedel of, als daarvan geen sprake is, aan de staat. De Minister van Veiligheid en Justitie kan de ontvangen gelden besteden aan nader door hem te bepalen doeleinden van faillissementsfraudebestrijding.
6. Een uitspraak houdende oplegging van een bestuursverbod kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
##### Artikel 106c
1. Bij een verzoek of vordering tot het opleggen van een bestuursverbod wordt een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd van de overige rechtspersonen, bedoeld in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3), waarvan de betrokkene bestuurder of commissaris is. De Kamer van Koophandel verstrekt dit uittreksel op verzoek van de curator of het openbaar ministerie.
2. De rechtbank stelt de in het vorige lid bedoelde rechtspersonen in de gelegenheid om hun zienswijze over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan naar voren te brengen. Daarbij kunnen zij niet worden vertegenwoordigd door de bestuurder jegens wie een bestuursverbod is gevorderd of verzocht, tenzij deze de enige bestuurder van de betrokken rechtspersoon is.
3. Indien een bestuursverbod ertoe leidt dat een rechtspersoon zonder bestuurder of commissaris komt te verkeren, kan de rechtbank overgaan tot de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen wier bezoldiging door de rechtbank wordt vastgesteld en voor rekening van de rechtspersoon komt.
4. De rechtbank bij wie een verzoek of vordering tot het opleggen van een bestuursverbod aanhangig is, kan de desbetreffende bestuurder of commissaris op verzoek van het openbaar ministerie of op vordering van de curator schorsen en zo nodig voorzien in de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen.
5. De schorsing en de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen kan in elke stand van het geding worden verzocht of gevorderd. Zij gelden voor ten hoogste de duur van het geding.
6. De schorsing of de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen wordt, voor de duur van de schorsing of tijdelijke aanstelling, ingeschreven bij het Handelsregister.
##### Artikel 106d
1. Voor de toepassing van de [artikelen 106a tot en met 106c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt als bestuurder tevens aangemerkt degene die het beleid van de rechtspersoon heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder.
2. Voor de toepassing van de [artikelen 106a tot en met 106c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt met bestuurder gelijk gesteld de uitvoerende bestuurder en met de commissaris de niet uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken zijn verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders.
##### Artikel 106e
De artikelen [106a tot en met 106d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing op bestuurders, gewezen bestuurders, commissarissen en feitelijk leidinggevenden bij een Europees Economisch samenwerkingsverband, een Europese vennootschap en een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### Vijfde afdeling A
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 105a
1. De gefailleerde verleent de curator alle medewerking aan het beheer en de vereffening van de boedel.
2. De gefailleerde draagt terstond de administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers volledig en ongeschonden aan de curator over. Zo nodig stelt de gefailleerde de curator alle middelen ter beschikking om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken.
3. Indien de gefailleerde in enige gemeenschap van goederen is gehuwd of in enige gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, rust de plicht om medewerking te verlenen op ieder van de echtgenoten onderscheidenlijk van de geregistreerde partners voor zover het faillissement de gemeenschap betreft.
##### Artikel 105b
1. Derden met inbegrip van accountantsorganisaties en een externe accountant, die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, de administratie van de gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, stellen die administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers desgevraagd volledig en ongeschonden aan de curator ter beschikking, zo nodig met inbegrip van de middelen om de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar te maken.
2. In afwijking van [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kunnen derden geen beroep op een retentierecht doen ten aanzien van de administratie van de gefailleerde die zij in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, onder zich hebben als de curator die administratie op grond van het eerste lid heeft opgevraagd.
3. Elk beding dat strijdig is met het bepaalde in het eerste of tweede lid is nietig.
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
## Titel II. Van surséance van betaling
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212nna
Indien De Nederlandsche Bank N.V. gebruik heeft gemaakt van een bevoegdheid op grond van [afdeling 3A.1.5 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3a.1.5) ten aanzien van een entiteit als bedoeld in [artikel 3A:2, onderdelen c tot en met g, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3a:2), is [afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2022-11-04&g=2022-11-04), met uitzondering van de [artikelen 212k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212k&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [212r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212r&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van overeenkomstige toepassing op het faillissement van die entiteit.
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Zesde. Het akkoord
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5a
1. Een verzoek tot opening van een groepscoördinatieprocedure als bedoeld in artikel 61 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening kan worden gedaan door een insolventiefunctionaris bij de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. Tegen een beslissing van de rechtbank als bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening, kan een bij de groepscoördinatieprocedure betrokken insolventiefunctionaris gedurende acht dagen, na de dag waarop die beslissing is genomen, in hoger beroep komen.
3. Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoek, in te dienen ter griffie van het rechtscollege dat bevoegd is van de zaak kennis te nemen.
4. De rechter beveelt in geval van een mondelinge behandeling de oproeping van de verzoeker in hoger beroep, de bij de groepscoördinatieprocedure betrokken coördinator en de in eerste aanleg in de procedure verschenen belanghebbenden.
5. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan de rechtbank.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
##### Artikel 110a
Indien sprake is van een onvolledig ingevuld standaardformulier als bedoeld in artikel 55 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening, wordt de schuldeiser door de curator in de gelegenheid gesteld het standaardformulier aan te vullen.
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
##### Artikel 215a
1. Elke schuldeiser heeft tegen de voorlopige verlening van surseance recht van verzet gedurende acht dagen na de dag waarop de surseance voorlopig is verleend op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. De rechter, die een voorlopige verlening van surseance intrekt, stelt tevens het bedrag vast van de kosten van de surseance van betaling en van het salaris van de bewindvoerder. Hij brengt dit bedrag ten laste van de schuldenaar. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Een bevelschrift van tenuitvoerlegging zal daarvan worden uitgegeven ten behoeve van de bewindvoerder.
### afdeling Tweede. Van het akkoord
##### Artikel 257a
[Artikel 110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110a&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 14b
Benoemt de rechtbank meerdere rechters-commissarissen, dan zijn zij zowel afzonderlijk als tezamen bevoegd om de in deze wet genoemde bevoegdheden uit te oefenen.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 3. Van de schuldeiserscommissie
##### Artikel 75a
1. De rechtbank dan wel de rechter-commissaris kan bij het instellen van de voorlopige of definitieve schuldeiserscommissie een reglement vaststellen over de werkwijze van de schuldeiserscommissie. Dit reglement wordt op passende wijze bekend gemaakt.
2. Na het instellen van de voorlopige of definitieve schuldeiserscommissie beslist de rechtbank dan wel de rechter-commissaris over het ontslag van leden van de schuldeiserscommissie.
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
##### Artikel 80a
De rechter-commissaris bepaalt of een vergadering van schuldeisers fysiek, dan wel schriftelijk of met gebruikmaking van een elektronisch communicatiemiddel plaatsvindt.
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
##### Artikel 161a
Na beëindiging van het faillissement overeenkomstig [artikel 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn verifieerbare vorderingen die niet binnen de termijn van [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn ingediend ter verificatie niet langer afdwingbaar, tenzij de schuldeiser redelijkerwijs niet in staat was de vordering binnen de bedoelde termijn voor verificatie in te dienen.
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hga*
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van bank tot het ter beschikking krijgen van gelden is aangegaan.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
##### Artikel 212hgb
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator, aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overgang van verbintenissen die de bank met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden is aangegaan, van die verbintenissen, met dien verstande dat de bedingen in overeenkomsten waaruit de volgende vorderingen voortvloeien daarbij niet kunnen worden gewijzigd:
- a. vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de bank zijn gedekt;
- b. termijnen van huurkoop;
- c. vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de richtlijn financiëlezekerheidsovereenkomsten; of
- d. de verplichtingen die voortvloeien uit corresponderende posities en daarmee samenhangende cliëntposities als bedoeld in [hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003109&hoofdstuk=3b), alsmede de verplichtingen met betrekking tot het stellen van zekerheid in verband met de betreffende derivatenposities, voor wat betreft de verplichtingen jegens cliënten beperkt tot de verplichtingen die kunnen worden voldaan uit het derivatenvermogen, bedoeld in [artikel 49g, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003109&artikel=49g).
2. De verbintenissen kunnen overgaan met uitsluiting van enig met deze rechten en verplichtingen samenhangend recht op schadevergoeding.
3. Indien de curator na het uitspreken van het faillissement het verzoek doet, behandelt de rechtbank het verzoek met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van rechtspleging in burgerlijke zaken. De Nederlandsche Bank N.V. wordt gehoord.
4. Indien de rechtbank de machtiging verleent, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. De curator kan verlenging van de geldigheidsduur voor telkens ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Zolang bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, wordt de machtiging gehandhaafd.
5. Indien een curator voornemens is over te gaan tot overdracht van verbintenissen die een bank met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, vraagt hij daaromtrent advies van De Nederlandsche Bank N.V.. Indien de curator toestemming als bedoeld in [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vraagt, legt hij daarbij dit advies over.
##### Artikel 212hgc
1. Zodra de overgang van rechten en verplichtingen heeft plaatsgevonden, maakt de curator de overgang en, ingeval de overeenkomst is gewijzigd, de wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant en in ten minste drie dagbladen die door de rechtbank kunnen zijn aangewezen. Ingeval de rechtbank geen dagbladen heeft aangewezen, kan de curator de overgang en de wijzigingen ook op andere wijze bekendmaken.
2. De overdracht en de wijzigingen worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de bank en de derde van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst.
3. De Nederlandsche Bank N.V. deelt de overdracht en de wijzigingen mede aan de toezichthoudende instanties waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in lidstaten.
##### Artikel 212rb
1. Onmiddellijk na de vorderingen van concurrente schuldeisers en voor vorderingen die op enige grond zijn achtergesteld op concurrente schuldeisers, worden vorderingen uit schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 48, onder ii, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, die voldoen aan de criteria, genoemd in artikel 108, tweede lid, van die richtlijn, verhaald op de boedel.
2. De vorderingen uit schuldinstrumenten, bedoeld in het eerste lid, hebben onderling een gelijke rang.
3. Dit artikel is van toepassing op een gefailleerde die ten tijde van de uitgifte van de schuldinstrumenten een entiteit was als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19b
In het geval, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), worden de gegevens met betrekking tot de daar bedoelde insolventieprocedure door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register.
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 32
De [artikelen 27 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 19 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), te erkennen insolventieprocedure.
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 1. Van den rechter-commissaris
#### § 2. Van den curator
##### Artikel 213ad1
1. De rechtbank is bevoegd inzage te nemen of te doen nemen, door daartoe door haar aangewezen deskundigen, van zakelijke gegevens en bescheiden van de betrokken verzekeraar.
2. Degene die de gegevens onder zich heeft, verstrekt de gegevens en bescheiden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn.
##### Artikel 213aga
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering die de verzekeraar heeft gesloten.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
##### Artikel 213agb
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator, aan de curator een machtiging verlenen die strekt bij de overgang op een derde van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering die de verzekeraar heeft gesloten, tot wijziging van die overeenkomst van verzekering.
2. De rechten en verplichtingen kunnen overgaan met uitsluiting van enig met de rechten en verplichtingen samenhangend recht op schadevergoeding.
3. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid die betrekking heeft op een levensverzekering kan niet tot gevolg hebben dat aan verzekeringnemers meer verplichtingen worden opgelegd.
4. Ingeval de curator na het uitspreken van het faillissement het verzoek doet, behandelt de rechtbank het verzoek met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van rechtspleging in burgerlijke zaken. De Nederlandsche Bank N.V. wordt gehoord.
5. Indien de rechtbank de machtiging verleent, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de termijn kan de curator verlenging van de geldigheidsduur voor telkens ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Zolang bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, wordt de machtiging gehandhaafd.
6. Indien een curator voornemens is over te gaan tot overgang van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering, vraagt hij daaromtrent advies van De Nederlandsche Bank N.V.. Indien de curator toestemming als bedoeld in [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vraagt, legt hij daarbij dit advies over.
##### Artikel 213agc
1. Zodra de overgang van rechten en verplichtingen heeft plaatsgevonden, maakt de curator de overgang en, ingeval de overeenkomst is gewijzigd, de wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant en in ten minste drie dagbladen, die door de rechtbank kunnen zijn aangewezen.
2. De overgang en de wijzigingen worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de verzekeraar en de derde van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst.
3. De Nederlandsche Bank N.V. deelt de overgang en de wijzigingen mede aan de toezichthoudende instanties waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in lidstaten.
##### Artikel 213ka
1. Indien de wederpartij van de verzekeraar zich heeft verbonden tot het betalen van premie in termijnen en zij op het tijdstip van faillietverklaring de laatste termijn nog niet heeft voldaan en indien tevens een onzeker voorval waarop de overeenkomst van verzekering betrekking heeft zich op dat tijdstip nog kan voordoen, kan de curator eigener beweging of op schriftelijk verzoek van de wederpartij met toestemming van de rechter-commissaris verklaren of de overeenkomst wordt nagekomen, en, zo ja, of de wederpartij de voldoening van premies kan opschorten dan wel dat zij dient door te gaan met de voldoening van de premies. [Artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing.
2. Indien de voldoening van de premies wordt opgeschort, wordt, ingeval de verzekering een spaarelement bevat, de verhoging van het gespaarde bedrag dienovereenkomstig opgeschort.
3. Indien de curator verklaart dat de overeenkomst wordt nagekomen en de rechten en verplichtingen krachtens de overeenkomst van verzekering nadien niet overgaan op een derde, en indien tevens de wederpartij na de verklaring premies heeft voldaan, heeft, ingeval de verzekering een spaarelement bevat, de wederpartij een vordering tot teruggave van de na de verklaring voldane premies, voor zover deze premies niet hebben geleid tot een evenredige verhoging van het gespaarde bedrag na de verklaring. Ingeval de premies zijn voldaan aan de boedel, is de verplichting tot teruggave van de premies boedelschuld. Ingeval de na de verklaring voldane premies hebben geleid tot een evenredige verhoging van het gespaarde bedrag, is deze verhoging boedelschuld.
4. De rechter-commissaris kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, zowel per overeenkomst als voor een groep overeenkomsten geven.
##### Artikel 213kaa
1. De curator kan eigener beweging of op schriftelijk verzoek van de wederpartij met toestemming van de rechter-commissaris de verzekering beëindigen met inachtneming van een termijn van drie maanden, indien:
- a. de wederpartij van de verzekeraar op het tijdstip van de faillietverklaring aan haar verplichting tot het betalen van premie volledig heeft voldaan;
- b. het een verzekering betreft op grond waarvan alleen dan een uitkering wordt gedaan indien zich een onzeker voorval voordoet voorafgaand aan een in de overeenkomst bepaald tijdstip; en
- c. een onzeker voorval waarop de verzekering betrekking heeft zich nog kan voordoen.
2. [Artikel 213ka, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ka&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 213ma
1. De curator vraagt de rechter-commissaris toestemming voor het doen van tussentijdse periodieke uitkeringen onderscheidenlijk een eenmalige uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling, op opeisbare vorderingen:
- a. betreffende uitkeringen, ontstaan krachtens overeenkomsten van levensverzekering;
- b. ontstaan krachtens overeenkomsten van schadeverzekering betreffende uitkeringen ter zake van letsel, ziekte of overlijden van natuurlijke personen;
- c. betreffende reeds vervallen termijnen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
- d. ontstaan krachtens overeenkomsten van verzekering anders dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, indien deze het bedrag van € 12.500 te boven gaan, en indien het verzekerde risico zich heeft verwezenlijkt voorafgaand aan de negentigste dag na de faillietverklaring.
2. Onder een vordering als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een vordering die een begunstigde heeft doordat hij voorafgaand aan de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt van zijn recht de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar te doen afkopen.
3. De curator doet het verzoek, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot vorderingen die reeds voor de dag van de faillietverklaring opeisbaar zijn geworden, uiterlijk op de negentigste dag na de faillietverklaring.
4. De curator vraagt de rechter-commissaris op verzoek van de begunstigde of de verzekeringnemer tevens toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling op een vordering die een schuldeiser heeft doordat degene die het recht heeft de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar af te doen kopen van dat recht na de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt, indien het eerst na de verificatievergadering doen van een uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben.
5. Indien het risico zich na de faillietverklaring heeft verwezenlijkt, vraagt de curator slechts toestemming indien de vordering ter verificatie is ingediend.
6. De curator vraagt tevens toestemming met betrekking tot de hoogte, en, in geval van periodieke uitkeringen, de frequentie daarvan.
##### Artikel 213mb
In afwijking van [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-11-04&g=2022-11-04) vraagt de curator geen toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering als bedoeld in artikel 213ma voorafgaand aan de slotuitdeling op:
- a. vorderingen die het Zorginstituut ingevolge [artikel 31, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=31) gehouden is te voldoen aan de verzekerde;
- b. vorderingen van het Zorginstituut waarin dat instituut op grond van [artikel 31, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=31) is gesubrogeerd;
- c. vorderingen van een benadeelde als bedoeld in [artikel 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=1) die ter zake van dezelfde schade ingevolge [artikel 25, eerste lid, onderdeel d, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=25) een recht op schadevergoeding geldend kan maken tegen het Waarborgfonds Motorverkeer;
- d. vorderingen tot verhaal die het Waarborgfonds Motorverkeer op grond van [artikel 27, eerste lid, tweede alinea, tweede zin, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=27) heeft;
- e. vorderingen die ontstaan, dan wel opeisbaar of onvoorwaardelijk zijn geworden louter door of in verband met het aanvragen van het faillissement of de faillietverklaring dan wel door een handelen of nalaten van de curator; en
- f. vorderingen waarbij voor het ontstaan dan wel het opeisbaar of onvoorwaardelijk worden wilsovereenstemming met de verzekeraar of een wilsuiting van een derde is vereist, en die wilsovereenstemming of wilsuiting eerst na de faillietverklaring plaatsvindt.
##### Artikel 213mc
1. In zijn verzoek maakt de curator aannemelijk dat het percentage dat de desbetreffende schuldeisers op hun vordering ontvangen als gevolg van de tussentijdse uitkering of de wijziging is gebaseerd op een prudente schatting van het percentage dat de schuldeisers op hun vordering zouden hebben ontvangen na de verificatievergadering indien geen tussentijdse uitkeringen waren gedaan onderscheidenlijk deze niet waren gewijzigd.
2. De rechter-commissaris geeft toestemming tenzij hij oordeelt dat de curator het bepaalde in het eerste lid niet aannemelijk heeft gemaakt.
##### Artikel 213md
1. De curator doet de tussentijdse uitkeringen waarvoor de rechter-commissaris toestemming heeft gegeven.
2. In afwijking van het eerste lid doet de curator, indien tot aan de faillietverklaring op vorderingen, bedoeld in [artikel 213ma, eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een of meer periodieke uitkeringen zijn gedaan, zonder toestemming van de rechter-commissaris tussentijdse uitkeringen totdat de rechter-commissaris heeft beslist op een verzoek om toestemming dat is gedaan gedurende de eerste negentig dagen na de dag van de faillietverklaring, per periode voor hetzelfde bedrag als het bedrag dat de schuldeiser voorafgaand aan de faillietverklaring in eenzelfde periode ontving.
##### Artikel 213me
1. De curator vraagt toestemming voor het doen van een uitkering als bedoeld in [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aan ten behoeve van:
- a. natuurlijke personen; en
- b. rechtspersonen die op het tijdstip dat de vordering opeisbaar wordt een micro-onderneming of kleine onderneming drijven als bedoeld in artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid van de [richtlijn 2014/34](32014L0034)/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van [Richtlijn 2006/43/EG](32006L0043) van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van [Richtlijnen 78/660/EEG](31978L0660) en [83/349/EEG](31983L0349) van de Raad.
2. De curator doet aan een schuldeiser die niet een persoon is als bedoeld in het eerste lid een uitkering indien de rechter-commissaris op verzoek van die schuldeiser of een belanghebbende daartoe beslist. De rechter-commissaris beslist daartoe indien het eerst na de verificatievergadering doen van een uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben.
##### Artikel 213mf
1. Een belanghebbende die van oordeel is dat de curator in strijd met [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of [213me, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213me&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geen toestemming aan de rechter-commissaris vraagt voor het doen van een tussentijdse uitkering, kan de rechter-commissaris verzoeken de curator te bevelen een tussentijdse uitkering te doen.
2. De rechter-commissaris beslist, na de curator te hebben gehoord, binnen drie dagen.
3. Wanneer de rechter-commissaris het verzoek toewijst, bepaalt hij tevens de hoogte van de tussentijdse uitkering, en, in geval van periodieke uitkeringen, de frequentie daarvan.
##### Artikel 213mg
[Artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing indien een schuldeiser een vordering heeft als bedoeld in artikel 213ma op zowel de verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard als een andere verzekeraar ter zake van dezelfde schade.
##### Artikel 213mh
1. Indien het bedrag dat een schuldeiser aan tussentijdse periodieke uitkeringen heeft ontvangen groter is dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd, en voorafgaand aan de verificatievergadering vorderingen uit hoofde van verzekering zijn overgedragen aan een overnemer, heeft de curator, indien hij niet anders is overeengekomen met de overnemer, ter zake van het bedrag dat hij niet meer kan verrekenen doordat de vorderingen uit hoofde van verzekering en activa zijn overgedragen, een vordering op de overnemer.
2. De overnemer kan het bedrag dat hij op de vordering, bedoeld in het eerste lid, heeft voldaan aan de curator, in termijnen in mindering brengen op de uitkeringen die hij is verschuldigd uit hoofde van de op hem overgegane overeenkomst van verzekering met de desbetreffende schuldeiser.
##### Artikel 213mi
Voor zover de boedel een vordering heeft op een schuldeiser omdat deze aan tussentijdse uitkeringen meer heeft ontvangen dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd, is deze vordering nihil, tenzij een schuldeiser meer aan tussentijdse uitkeringen heeft ontvangen dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd doordat hij niet te goeder trouw is.
##### Artikel 213mj
De curator kan met toestemming van de rechter-commissaris een tussentijdse periodieke uitkering beëindigen of de hoogte of de frequentie daarvan wijzigen.
##### Artikel 213mk
In afwijking van [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=67&z=2022-11-04&g=2022-11-04):
- a. kan beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris waarbij toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering wordt gegeven of geweigerd of waarbij een bevel als bedoeld in [artikel 213mf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213mf&z=2022-11-04&g=2022-11-04) wordt gegeven worden ingesteld door de belanghebbende wiens vordering het betreft, de curator en De Nederlandsche Bank N.V..
- b. beslist de rechtbank na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbende, de curator en De Nederlandsche Bank N.V.; en
- c. wordt de beschikking door de rechtbank in hoogste ressort gewezen.
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
##### Artikel 328b
1. Vorderingen, na afloop van de in [artikel 289, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden bij de bewindvoerder ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek geverifieerd, indien noch de bewindvoerder noch een van de aanwezige schuldeisers daartegen bezwaar maakt.
2. Vorderingen, ingediend na het in het eerste lid genoemde tijdstip, worden niet geverifieerd.
3. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet toepasselijk, indien de schuldeiser buiten het Rijk in Europa woont en daardoor verhinderd was zich eerder aan te melden.
4. In geval van bezwaar, zoals in het eerste lid bedoeld, of van verhindering, zoals in het derde lid bedoeld, beslist de rechter-commissaris na raadpleging van de verificatievergadering.
##### Artikel 328c
1. Aan schuldeisers die ten gevolge van hun verzuim om op te komen pas geverifieerd worden nadat er reeds een uitdeling heeft plaats gehad, wordt uit de nog voorhanden baten een bedrag vooruitbetaald, evenredig aan hetgeen door de overige erkende schuldeisers reeds is ontvangen.
2. Schuldeisers met voorrang verliezen die voorrang voorzover de opbrengst van de zaak, waaraan die voorrang kleefde, bij een vroegere uitdelingslijst aan andere schuldeisers bij voorrang is toegekend.
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
##### Artikel 349aa
1. De schuldeiser van wie de vordering niet of voor een te laag bedrag is geverifieerd, ook al was dit overeenkomstig zijn opgave, kan bij de overeenkomstige toepassing van [artikel 184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=184&z=2022-11-04&g=2022-11-04) in verzet komen. De schuldeiser dient daartoe een bezwaarschrift in met het verzoek om geverifieerd te worden uiterlijk twee dagen vóór die waarop het verzet ter openbare zitting zal behandeld worden. Voorts dient de schuldeiser de vordering of het niet-geverifieerde deel van de vordering in bij de curator en voegt een afschrift daarvan bij het bezwaarschrift.
2. De verificatie, bedoeld in het vorige lid, vindt plaats zoals bepaald bij [artikel 119](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en volgende, ter openbare zitting, bestemd voor de behandeling van het verzet en voordat met de behandeling van het verzet een aanvang wordt gemaakt.
3. Indien dit verzet alleen verificatie als schuldeiser tot doel heeft, en niet tevens door anderen verzet is gedaan, komen de kosten van het verzet ten laste van deze schuldeiser.
4. Door een schuldeiser bedoeld in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kan niet het in het eerste lid bedoelde verzet worden gedaan.
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 3d
1. Als een eigen aangifte of een verzoek tot faillietverklaring en een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
2. De behandeling van de eigen aangifte of het verzoek tot faillietverklaring wordt in ieder geval geschorst totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek tot aanwijzing van de herstructureringsdeskundige. Wijst de rechtbank het verzoek toe, dan kondigt zij daarbij tevens overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-11-04&g=2022-11-04) een afkoelingsperiode af en blijft de schorsing tijdens die periode van kracht.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 42a
Een rechtshandeling die is verricht nadat de schuldenaar ter griffie van rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan niet met een beroep op het vorige artikel worden vernietigd, als de rechter op verzoek van de schuldenaar voor die rechtshandeling een machtiging heeft afgegeven. De rechter honoreert dit verzoek als:
- a. het verrichten van de rechtshandeling noodzakelijk is om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van een akkoord als bedoeld in de genoemde artikelen te kunnen blijven voortzetten, en
- b. op het moment dat de machtiging wordt verstrekt redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar bij deze rechtshandeling gediend zijn, terwijl geen van de individuele schuldeisers daardoor wezenlijk in zijn belangen wordt geschaad.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 2. Van de curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeisers
#### § 3. Van de schuldeiserscommissie
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
##### Artikel 172a
De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 47, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
##### Artikel 231a
[Artikel 231](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=231&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 19 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), te erkennen insolventieprocedure.
##### Artikel 247d
In het geval van een verzoek tot omzetting als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zijn, wanneer het de omzetting in een faillissement betreft, de [artikelen 242, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [243 tot en met 246](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2022-10-01&g=2022-10-01) dan wel, wanneer het de omzetting in een toepassing van de schuldsaneringsregeling betreft, de [artikelen 247a, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [247b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [247c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247c&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing.
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2004-01-01&g=2004-01-01)
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 212hga*
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van bank tot het ter beschikking krijgen van gelden is aangegaan.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming
#### § 1. Definities
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
#### § 1. Algemene bepalingen
##### Artikel 369
1. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch op een bank als bedoeld in [artikel 212g, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212g&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch op een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 212oo, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AB&artikel=212oo&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch op een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=1&artikel=213&z=2022-11-04&g=2022-11-04), noch op een centrale tegenpartij als bedoeld in [artikel 213ll, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11C&artikel=213ll&z=2022-11-04&g=2022-11-04), als schuldenaar.
2. Het in deze afdeling ten aanzien van stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders bepaalde, is van toepassing op de schuldeisers en aandeelhouders die overeenkomstig [artikel 381, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04), stemgerechtigd zijn.
3. Als de schuldenaar een vereniging of coöperatie is, is het in deze afdeling ten aanzien van aandeelhouders bepaalde van overeenkomstige toepassing op de leden.
4. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op rechten van werknemers in dienst van de schuldenaar die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten in de zin van [artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=610).
5. Behoudens de gevallen waarin sprake is van de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is het in deze afdeling bepaalde niet van toepassing als de schuldenaar in de afgelopen drie jaar een akkoord heeft aangeboden dat bij een stemming als bedoeld in [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door alle klassen is verworpen of ten aanzien waarvan de rechtbank op de voet van [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04) de homologatie heeft geweigerd.
6. Een akkoord kan op basis van deze afdeling naar keuze worden voorbereid en aangeboden in een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
7. Of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om verzoeken als bedoeld in deze afdeling in behandeling te nemen wordt bepaald:
- a. op grond van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening voor zover het verzoeken betreft die worden ingediend in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement en de genoemde verordening van toepassing is, dan wel
- b. [artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=3).
8. Het in deze afdeling ten aanzien van de rechtbank bepaalde is van toepassing op de rechtbank die ingevolge de [artikelen 262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=262) of [269 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=269) relatief bevoegd is om verzoeken als bedoeld in deze afdeling in behandeling te nemen. Heeft een rechtbank zich in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement eenmaal relatief bevoegd verklaard om kennis te nemen van een verzoek ten aanzien van een schuldenaar, dan is deze rechtbank met uitsluiting van andere relatief bevoegde rechtbanken, eveneens relatief bevoegd om kennis te nemen van alle verdere verzoeken die in die procedure op grond van deze afdeling ten aanzien van de schuldenaar worden ingediend. Bieden meerdere rechtspersonen die samen een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) tegelijkertijd een akkoord aan op grond van deze afdeling, dan kunnen zij één van de gerechten die relatief bevoegd is, in een gezamenlijk verzoek vragen kennis te nemen van alle verzoeken die worden ingediend in het kader van de totstandkoming van een akkoord ten aanzien van deze rechtspersonen op grond van deze afdeling.
9. Verzoeken aan de rechter in het kader van deze afdeling worden in raadkamer behandeld, tenzij het akkoord wordt voorbereid en aangeboden in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
10. Tegen de beslissingen van de rechtbank in het kader van deze afdeling staat geen rechtsmiddel open, tenzij anders is bepaald.
#### § 1. Algemene bepalingen
##### Artikel 370
1. Als een schuldenaar verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan, kan hij zijn schuldeisers en zijn aandeelhouders, of een aantal van hen, een akkoord aanbieden dat voorziet in een wijziging van hun rechten en dat door de rechtbank overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04) kan worden gehomologeerd.
2. Als een derde, waaronder een borg en een medeschuldenaar, aansprakelijk is voor een schuld van de schuldenaar aan een schuldeiser als bedoeld in het eerste lid of op enigerlei wijze zekerheid heeft gesteld voor de betaling van die schuld, is [artikel 160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2022-11-04&g=2022-11-04) Fw van overeenkomstige toepassing, behoudens voor zover het een akkoord betreft als bedoeld in [artikel 372, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=372&z=2022-11-04&g=2022-11-04). De derde kan voor het bedrag dat hij na de homologatie van het akkoord voldoet aan de schuldeiser geen verhaal nemen op de schuldenaar. Voldoet de derde een schuld van de schuldenaar of een deel daarvan, terwijl de schuldeiser voor die schuld of dat deel van de schuld op basis van het akkoord ook rechten aangeboden krijgt, dan gaan die rechten van rechtswege over op de derde indien en voor zover de schuldeiser als gevolg van de betaling van de derde en de op basis van het akkoord toegekende rechten, waarde zou ontvangen die het bedrag van zijn vordering, zoals deze bestond voor de homologatie van het akkoord, te boven gaat.
3. Zodra de schuldenaar start met de voorbereiding van een akkoord, deponeert hij een verklaring waaruit dit blijkt ter griffie van de rechtbank, alwaar deze gedurende uiterlijk één jaar zal blijven liggen. De deponering geschiedt kosteloos. Nadat de schuldenaar het akkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voorlegt, kunnen zij de verklaring kosteloos inzien totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek, bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), dan wel totdat het verslag, bedoeld in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=382&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is gedeponeerd en de schuldenaar daarin meedeelt dat hij een dergelijk verzoek niet zal indienen.
4. Biedt de schuldenaar het akkoord aan in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement, dan verzoekt hij zodra de rechter voor het eerst een beslissing heeft genomen op basis van deze afdeling, de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld in de registers, bedoeld in de [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en [19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en in de Staatscourant melding te maken van de gegevens, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening.
5. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, heeft het bestuur voor het aanbieden van een akkoord als bedoeld in het eerste lid en de uitvoering van een akkoord dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de rechtbank is gehomologeerd geen instemming nodig van de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding en, voor zover en voor zolang de volgende afwijkingen nodig zijn en zonder afbreuk te doen aan het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders, zijn de [artikelen 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=38), [96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=96), [96a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=96a), [99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=99), [100 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=100), [107a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=107a) en [108a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=108a) en [titel 5.3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=3), alsmede [artikel 5:25ka van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=5:25ka) en eventuele statutaire bepalingen of tussen de rechtspersoon en haar aandeelhouders dan wel tussen twee of meer aandeelhouders onderling overeengekomen regelingen ten aanzien van de besluitvorming door de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, niet van toepassing. Voor zover de uitvoering van een akkoord een besluit van de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding vereist, treedt het akkoord dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de rechtbank is gehomologeerd daarvoor in de plaats.
##### Artikel 371
1. Iedere schuldeiser, aandeelhouder of de krachtens wettelijke bepalingen bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kunnen bij de rechtbank een verzoek indienen tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige die aan de schuldeisers en aandeelhouders van een schuldenaar, of een aantal van hen, overeenkomstig deze afdeling een akkoord kan aanbieden. Ook de schuldenaar kan een dergelijk verzoek doen. In dit laatste geval is [artikel 370, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), van overeenkomstige toepassing. Wordt het verzoek toegewezen, dan kan de schuldenaar zolang de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige duurt geen akkoord aanbieden op basis van artikel 370, eerste lid. Wel kan hij een akkoord aan de herstructureringsdeskundige overhandigen met het verzoek dit aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voor te leggen.
2. Heeft de rechter nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, dan vermeldt de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, in het verzoek voor welke procedure als bedoeld in [artikel 369, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=1&artikel=369&z=2022-11-04&g=2022-11-04), hij kiest en welke redenen daaraan ten grondslag liggen. Het verzoek bevat dan ook zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt. Is het verzoek niet ingediend door de schuldenaar, dan stelt de rechtbank de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid zich uit te laten over de keuze voor één van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures. In geval van een geschil hierover, beslist de rechtbank welke van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures toepassing vindt. [Artikel 370, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het in dat lid bedoelde verzoek in dit geval kan worden gedaan door de herstructureringsdeskundige of de schuldenaar.
3. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt toegewezen als de schuldenaar verkeert in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), tenzij summierlijk blijkt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hierbij niet gediend zijn. Een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt in ieder geval toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van de schuldeisers.
4. De rechtbank kan één of meer deskundigen benoemen om een onderzoek in te stellen naar de vraag of sprake is van een toestand als bedoeld in het vorige lid. [Artikel 378, zesde lid, eerste en vierde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en het zevende en achtste lid van dit artikel zijn dan van overeenkomstige toepassing.
5. Over een verzoek als bedoeld in het eerste lid, beslist de rechtbank niet dan nadat zij de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, de schuldenaar en de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangesteld, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Dit geldt ook voor de beslissingen, bedoeld in het tiende, twaalfde en dertiende lid. In de laatste drie gevallen roept de rechtbank ook de herstructureringsdeskundige op om te worden gehoord.
6. De herstructureringsdeskundige voert zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk uit.
7. De herstructureringsdeskundige is gerechtigd tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de schuldenaar waarvan hij kennisneming nodig acht voor een juiste vervulling van zijn taak.
8. De schuldenaar of zijn bestuurders en de aandeelhouders en commissarissen zo die er zijn, alsmede degenen die in dienst zijn van de schuldenaar, zijn verplicht de herstructureringsdeskundige alle inlichtingen te verschaffen als dit van hen wordt verlangd, op de wijze als daarbij is bepaald. Zij lichten de herstructureringsdeskundige eigener beweging in over feiten en omstandigheden waarvan zij weten of behoren te weten dat deze voor de herstructureringsdeskundige voor een juiste vervulling van zijn taak van belang zijn en verlenen alle medewerking die daarvoor nodig is.
9. Behoudens in het kader van de toepassing van het in deze afdeling bepaalde, deelt de herstructureringsdeskundige de verkregen informatie niet met derden.
10. De rechtbank bepaalt het salaris van de herstructureringsdeskundige. Ook stelt de rechtbank een bedrag vast dat de werkzaamheden van herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan gedurende het proces door de rechtbank op verzoek van de herstructureringsdeskundige worden verhoogd. Voor zover niet anders overeengekomen is, betaalt de schuldenaar deze kosten, met dien verstande dat als het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt gesteund door de meerderheid van de schuldeisers, de schuldeisers de kosten dragen. De rechtbank kan ten behoeve hiervan aan de aanwijzing de voorwaarde verbinden van zekerheidstelling of bijschrijving van een voorschot op de rekening van de rechtbank.
11. De herstructureringsdeskundige is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de poging om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, tenzij hem een persoonlijk ernstig verwijt treft dat hij niet heeft gehandeld zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende herstructureringsdeskundige die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht.
12. Zodra duidelijk wordt dat het niet mogelijk is om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, stelt de herstructureringsdeskundige de rechtbank hiervan op de hoogte en verzoekt hij om de intrekking van zijn aanwijzing.
13. De aanwijzing eindigt van rechtswege zodra de rechtbank het akkoord overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04) homologeert, tenzij de rechtbank bij haar homologatiebeslissing bepaalt dat deze nog met een door haar te bepalen termijn voortduurt. Daarnaast kan de rechtbank te allen tijde een herstructureringsdeskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
14. Heeft de rechtbank nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, en ontleent zij haar rechtsmacht aan de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), genoemde verordening, dan wordt in de aanwijzingsbeschikking vermeld of het een hoofdinsolventieprocedure dan wel een territoriale insolventieprocedure in de zin van de verordening betreft. Elke schuldeiser die niet al op basis van het vijfde lid in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken, kan gedurende acht dagen na de melding, bedoeld in [artikel 370, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), daartegen in verzet komen op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de genoemde verordening.
##### Artikel 372
1. Een akkoord als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kan ook voorzien in de wijziging van rechten van schuldeisers jegens rechtspersonen die samen met de schuldenaar een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) mits:
- a. de rechten van die schuldeisers jegens de betrokken rechtspersonen strekken tot voldoening of tot zekerheid voor de nakoming van verbintenissen van de schuldenaar of van verbintenissen waarvoor die rechtspersonen met of naast de schuldenaar aansprakelijk zijn;
- b. de betrokken rechtspersonen verkeren in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- c. de betrokken rechtspersonen met de voorgestelde wijziging hebben ingestemd of het akkoord wordt aangeboden door een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en
- d. de rechtbank rechtsmacht heeft als deze rechtspersonen zelf een akkoord op grond van deze afdeling zouden aanbieden en een verzoek zouden indienen als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. Bij een akkoord als bedoeld in het eerste lid:
- a. verstrekt de schuldenaar, of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ook de in [artikel 375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-11-04&g=2022-11-04) genoemde informatie ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen, en
- b. toetst de rechtbank bij de behandeling van het homologatieverzoek ambtshalve dan wel op verzoek of het akkoord ten aanzien van deze rechtspersonen voldoet aan [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. De schuldenaar dan wel de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, is bij uitsluiting bevoegd om ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen verzoeken bij de rechtbank in te dienen als bedoeld de [artikelen 376, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [378, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [379, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
##### Artikel 373
1. Als de schuldenaar verkeert in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, aan een wederpartij met wie de schuldenaar een overeenkomst heeft gesloten, een voorstel doen tot wijziging of beëindiging van die overeenkomst. Stemt de wederpartij niet in met het voorstel, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de overeenkomst tussentijds doen opzeggen, mits een akkoord is aangeboden dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de rechtbank wordt gehomologeerd en de rechtbank daarbij toestemming geeft voor deze eenzijdige opzegging. De opzegging vindt in dat geval van rechtswege plaats op de dag waarop het akkoord door de rechtbank is gehomologeerd tegen een door de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige gestelde termijn. Komt deze termijn de rechtbank niet redelijk voor, dan kan zij bij de verlening van de toestemming een langere termijn vaststellen, met dien verstande, dat een termijn van drie maanden vanaf de homologatie van het akkoord in elk geval voldoende is.
2. Na de eenzijdige opzegging, bedoeld in het eerste lid, heeft de wederpartij recht op vergoeding van de schade die hij lijdt vanwege de beëindiging van de overeenkomst. [Afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&afdeling=10) is van toepassing. Het akkoord, bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), kan voorzien in een wijziging van het toekomstige recht op schadevergoeding.
3. Het voorbereiden en aanbieden van een akkoord als bedoeld [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alsmede gebeurtenissen en handelingen die daarmee of met de uitvoering van het akkoord rechtstreeks verband houden en daarvoor redelijkerwijs noodzakelijk zijn, zijn geen grond voor wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar en voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst.
4. Is overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-11-04&g=2022-11-04) een afkoelingsperiode afgekondigd, dan geldt tijdens die periode dat een verzuim in de nakoming van de schuldenaar dat heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode, geen grond is voor de wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar en voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst voor zover zekerheid is gesteld voor de nakoming van de nieuwe verplichtingen die ontstaan tijdens de afkoelingsperiode.
##### Artikel 374
1. Schuldeisers en aandeelhouders worden in verschillende klassen ingedeeld, als de rechten die zij bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement hebben of de rechten die zij op basis van het akkoord aangeboden krijgen zodanig verschillend zijn dat van een vergelijkbare positie geen sprake is. In ieder geval worden schuldeisers of aandeelhouders die overeenkomstig [Titel 10 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&titeldeel=10), een andere wet of een daarop gebaseerde regeling dan wel een overeenkomst bij het verhaal op het vermogen van de schuldenaar een verschillende rang hebben, in verschillende klassen ingedeeld.
2. Concurrente schuldeisers worden tezamen in één of meer aparte klassen ingedeeld, als:
- a. deze schuldeisers op het moment dat het akkoord overeenkomstig [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04) ter stemming wordt voorgelegd, een rechtspersoon zijn als bedoeld in de [artikelen 395a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=395a) en [396 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=396) of een schuldeiser bij wie op dat moment vijftig of minder personen werkzaam zijn dan wel ten aanzien waarvan uit een opgave krachtens de [Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777) blijkt dat er vijftig of minder personen werkzaam zijn met een vordering voor geleverde goederen of diensten of een vordering uit een onrechtmatige daad als bedoeld in [artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=162), en
- b. aan deze schuldeisers op basis van het akkoord een uitkering in geld aangeboden wordt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht wordt aangeboden dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen.
3. Schuldeisers met een voorrang die voortvloeit uit pand of hypotheek als bedoeld in [artikel 278, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=278) worden enkel voor het deel van hun vordering waarvoor de voorrang geldt in één of meer klassen van schuldeisers met een dergelijk voorrang ingedeeld, tenzij hierdoor geen verandering ontstaat in de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd. Voor het overige deel van hun vordering worden deze schuldeisers ingedeeld in een klasse van schuldeisers zonder voorrang. Bij de bepaling van het deel van de vordering waarvoor de voorrang tot zekerheid strekt, wordt uitgegaan van de waarde die naar verwachting in een faillissement volgens de wettelijke rangorde door deze schuldeiser op basis van zijn pand- of hypotheekrechten verkregen zou zijn.
##### Artikel 375
1. Het akkoord bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders nodig hebben om zich voor het plaatsvinden van de stemming, bedoeld in [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over het akkoord, waaronder:
- a. de naam van de schuldenaar;
- b. voor zover van toepassing de naam van de herstructureringsdeskundige;
- c. voor zover van toepassing, de klassenindeling en de criteria op basis waarvan de schuldeisers en aandeelhouders in één of meerdere klassen zijn ingedeeld;
- d. de financiële gevolgen van het akkoord per klasse van schuldeisers en aandeelhouders;
- e. de waarde die naar verwachting gerealiseerd kan worden als het akkoord tot stand komt;
- f. de opbrengst die naar verwachting gerealiseerd kan worden bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement;
- g. de bij de berekening van de waardes, bedoeld onder e en f, gehanteerde uitgangspunten en aannames;
- h. als het akkoord een toedeling van rechten aan de schuldeisers en aandeelhouders behelst: het moment of de momenten waarop de rechten zullen worden toebedeeld;
- i. voor zover van toepassing, de nieuwe financiering die de schuldenaar het in het kader van de uitvoering van het akkoord aan wil gaan en de redenen waarom dit nodig is;
- j. de wijze waarop de schuldeisers en aandeelhouders nadere informatie over het akkoord kunnen verkrijgen;
- k. de procedure voor de stemming over het akkoord alsmede het moment waarop deze plaatsvindt dan wel waarop de stem uiterlijk moet zijn uitgebracht, en
- l. voor zover van toepassing, de wijze waarop de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging overeenkomstig [artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=25) gevraagd is of nog gevraagd zal worden advies uit te brengen.
2. Aan het akkoord worden gehecht:
- a. een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat van alle baten en lasten, en
- b. een lijst waarop:
- 1°. de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij naam worden genoemd of, als dit niet mogelijk is, de schuldeisers of aandeelhouders onder verwijzing naar één of meer categorieën worden vermeld;
- 2°. het bedrag van hun vordering of het nominale bedrag van hun aandeel wordt gemeld, en, indien van toepassing, wordt meegedeeld in hoeverre dat bedrag wordt betwist alsmede voor welk bedrag de schuldeiser of de aandeelhouder tot de stemming wordt toegelaten, en
- 3°. wordt meegedeeld in welke klasse of klassen zij zijn ingedeeld.
- c. voor zover van toepassing, een opgave van schuldeisers of aandeelhouders die niet onder het akkoord vallen, bij naam of, als dit niet mogelijk is, onder verwijzing naar één of meer categorieën, alsmede een toelichting waarom zij niet worden meegenomen in het akkoord;
- d. informatie over de financiële positie van de schuldenaar, en
- e. een beschrijving van:
- 1°. de aard, omvang en oorzaak van de financiële problemen;
- 2°. welke pogingen zijn ondernomen om deze problemen op te lossen;
- 3°. de herstructureringsmaatregelen die onderdeel zijn van het akkoord;
- 4°. de wijze waarop deze maatregelen bijdragen aan een oplossing, en
- 5°. hoeveel tijd het naar verwachting vergt om deze maatregelen uit te voeren;
- f. voor zover van toepassing, een schriftelijke verklaring inhoudende welke zwaarwegende grond aanwezig is waardoor de concurrente schuldeisers, bedoeld in [artikel 374, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2022-11-04&g=2022-11-04), op basis van het akkoord een uitkering in geld aangeboden krijgen die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht aangeboden krijgen dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie verder in het akkoord of in de daaraan te hechten bescheiden wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt, alsmede kan worden voorzien in een standaardformulier.
##### Artikel 376
1. Als de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en een akkoord als bedoeld in het eerste lid van dat artikel heeft aangeboden of toezegt dat hij binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een dergelijk akkoord zal aanbieden, of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de rechtbank verzoeken een afkoelingsperiode af te kondigen.
2. Tijdens de afkoelingsperiode, die geldt voor een termijn van ten hoogste vier maanden:
- a. kan elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van de schuldenaar behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden niet worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat er een akkoord wordt voorbereid;
- b. kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, beslagen opheffen, en
- c. wordt de behandeling van een verzoek tot verlening van surseance, een eigen aangifte of een door een schuldeiser jegens de schuldenaar ingediend verzoek tot faillietverklaring geschorst.
3. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt toegewezen als summierlijk blijkt dat:
- a. dit noodzakelijk is om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten, en
- b. op het moment dat de afkoelingsperiode wordt afgekondigd redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar hierbij gediend zijn en de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.
5. Als de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, hierom verzoeken voordat de uiterste termijn voor de afkoelingsperiode, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, kan de rechtbank deze periode verlengen met een door haar te bepalen termijn, met dien verstande dat de totale termijn met inbegrip van verlengingen niet langer kan zijn dan acht maanden. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige dient in zijn verzoek aannemelijk te maken dat er belangrijke vooruitgang is geboekt in de totstandkoming van het akkoord. Dit laatste wordt geacht in ieder geval aan de orde te zijn als een verzoek tot homologatie van het akkoord als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is ingediend.
6. In afwijking van het vijfde lid, wordt de afkoelingsperiode niet verlengd als:
- a. de afkoelingsperiode is verzocht in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement, en
- b. het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in de drie maanden voorafgaand aan het moment dat de rechter voor het eerst een beslissing heeft genomen op basis van deze afdeling vanuit een andere lidstaat is verplaatst.
7. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, is de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode niet bevoegd de mededeling, bedoeld in het derde lid van dat artikel, te doen of betalingen in ontvangst te nemen dan wel te verrekenen met een vordering op de schuldenaar, mits de schuldenaar op toereikende wijze vervangende zekerheid stelt voor het verhaal van de pandhouder krachtens dat pandrecht.
8. De [artikelen 241a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241a&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [241c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241c&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [241d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241d&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bij de overeenkomstige toepassing van artikel 241a, derde lid, gaat om een termijn die aan de schuldenaar is gesteld.
9. Op verzoek van de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, kan de rechtbank bij haar beslissing tot het afkondigen van een afkoelingsperiode of gedurende de termijn waarbinnen deze geldt, voorzieningen treffen als bedoeld in [artikel 379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-11-04&g=2022-11-04). Bij de afkondiging van een algemene afkoelingsperiode kan de rechtbank een observator als bedoeld [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aanstellen, als zij dit nodig oordeelt ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers of de aandeelhouders.
10. Als niet langer wordt voldaan aan het eerste en het vierde lid, heft de rechtbank de afkoelingsperiode op. Zij kan dit ambtshalve doen of op verzoek van de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, of de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend.
11. De rechtbank beslist niet over het verlenen van een machtiging als bedoeld in het tweede lid, onder a, of verzoeken als bedoeld in het vijfde, negende en tiende lid dan nadat zij de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangesteld, alsmede de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
12. [Artikel 371, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
13. Het verzoek tot verlening van surseance, de eigen aangifte of het verzoek tot faillietverklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, vervalt van rechtswege zodra de rechtbank het akkoord overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04) heeft gehomologeerd. Was de schuldeiser op het moment dat hij het verzoek tot faillietverklaring indiende, niet op de hoogte van het feit dat er een akkoord werd voorbereid, dan beslist de rechter of de schuldenaar de kosten van het geding die de schuldeiser heeft gemaakt, moet vergoeden.
##### Artikel 377
1. Als de schuldenaar voor de afkondiging van de afkoelingsperiode, bedoeld in [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-11-04&g=2022-11-04), de bevoegdheid had tot gebruik, verbruik of vervreemding van goederen, dan wel de inning van vorderingen, blijft deze bevoegdheid hem tijdens de afkoelingsperiode toekomen, voor zover dit past binnen de normale voortzetting van de onderneming die hij drijft.
2. De schuldenaar maakt alleen gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, als de belangen van de betrokken derden, voldoende zijn gewaarborgd.
3. De rechtbank heft de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid op of beperkt het gebruik van deze bevoegdheid op verzoek van één of meer betrokken derden, als niet langer wordt voldaan aan het vorige lid. De rechtbank beslist hierover niet dan nadat zij de genoemde derden, de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangewezen, en de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangesteld, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
##### Artikel 378
1. Voordat het akkoord overeenkomstig [artikel 381, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ter stemming is voorgelegd, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangewezen, de rechtbank verzoeken een uitspraak te doen over aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand brengen van een akkoord overeenkomstig deze afdeling, waaronder:
- a. de inhoud van de informatie die in het akkoord of in de daaraan gehechte bescheiden is opgenomen, als ook de door de schuldenaar gehanteerde waardes en uitgangspunten en aannames, bedoeld in [artikel 375, eerste lid, onderdelen e tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-11-04&g=2022-11-04);
- b. de klassenindeling;
- c. de toelating tot de stemming van een schuldeiser of aandeelhouder;
- d. de procedure voor de stemming en binnen welke termijn nadat het akkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders is voorgelegd of hen is meegedeeld hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, de stemming redelijkerwijs zou mogen plaatsvinden;
- e. of, als alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in [artikel 384, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04), alsnog aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan;
- f. of, als niet alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in [artikel 384, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-11-04&g=2022-11-04), aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan, en
- g. of, als de schuldenaar een rechtspersoon is als bedoeld in de [artikelen 381, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [383, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), het bestuur zonder goede reden weigert instemming te verlenen voor het in stemming brengen van het akkoord of de indiening van het homologatieverzoek.
2. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
3. De rechtbank behandelt de verzoeken die overeenkomstig het eerste lid aan haar worden gedaan zoveel mogelijk gezamenlijk en doet deze zoveel mogelijk op één zitting af.
4. Wordt de rechter op grond van het eerste lid verzocht zich uit te laten over de toelating van een schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming of over de hoogte van het bedrag van de vordering van een stemgerechtigde schuldeiser dan wel het nominale bedrag van het aandeel van een stemgerechtigde aandeelhouder, dan bepaalt de rechtbank of en tot welk bedrag, deze schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming over het akkoord wordt toegelaten. [Artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=147&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is van overeenkomstige toepassing.
5. Wordt de rechter op grond van het eerste lid, onderdeel g, verzocht zich uit te laten over de weigering van het bestuur om de daar bedoelde instemming te verlenen en constateert hij dat het bestuur daarvoor geen goede reden heeft, dan kan de rechter op verzoek van de herstructureringsdeskundige bepalen dat zijn beslissing dezelfde kracht heeft als de instemming van het bestuur.
6. Als zij dit nodig acht in het kader van een door haar te nemen beslissing, kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen om binnen een door haar te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek in te stellen en een beredeneerd verslag van bevindingen uit te brengen. De deskundigen leggen hun verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders. [Artikel 371, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zijn van overeenkomstige toepassing. De rechtbank kan te allen tijde een deskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of ambtshalve.
7. Als informatie ontbreekt om de gevraagde beslissing te kunnen geven, kan de rechtbank de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een redelijke termijn gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken, alvorens zij een beslissing neemt als bedoeld in het eerste en vierde lid.
8. De rechtbank beslist niet als bedoeld in het eerste en vierde lid dan nadat zij de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangesteld, en de schuldeisers en aandeelhouders van wie de belangen rechtstreeks geraakt worden door de beslissing op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Wordt de rechter gevraagd om een beslissing te nemen als bedoeld in het vierde lid, dan is de vorige zin in ieder geval van toepassing op de schuldeiser of aandeelhouder, bedoeld in dat lid.
9. Beslissingen van de rechtbank op grond van dit artikel zijn slechts bindend voor die schuldeisers en aandeelhouders die op grond van het vorige lid door de rechtbank in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven.
10. [Artikel 371, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 379
1. Als de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige dan wel ambtshalve zodanige bepalingen maken en voorzieningen treffen als zij ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers of de aandeelhouders nodig oordeelt.
2. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, en veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 380
1. Als het akkoord overeenkomstig [artikel 370](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04) door de schuldenaar wordt voorbereid, kan een voorziening als bedoeld in [artikel 379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn de aanstelling van een observator. Deze heeft tot taak toezicht te houden op de totstandkoming van het akkoord en daarbij oog te hebben voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.
2. Zodra duidelijk wordt dat het de schuldenaar niet zal lukken om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen of dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden geschaad, stelt de observator de rechtbank hiervan op de hoogte. De rechtbank stelt in dat geval de observator en de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid een zienswijze te geven en verbindt hieraan de gevolgen die zij geraden acht. Een dergelijke gevolgtrekking kan zijn dat de rechtbank een herstructureringsdeskundige aanwijst als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
3. Wordt na de aanstelling van een observator een verzoek ingediend tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) en wijst de rechtbank dit verzoek toe, dan trekt zij daarbij de aanstelling van de observator in.
4. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, en het vijfde tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 381
1. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangewezen, legt het akkoord gedurende een redelijke termijn die in ieder geval niet korter is dan acht dagen, voor het plaatsvinden van de stemming voor aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders of bericht hen hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, zodat zij hierover een geïnformeerd oordeel kunnen vormen.
2. De herstructureringsdeskundige kan het akkoord alleen met instemming van de schuldenaar aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voorleggen als:
- a. de herstructureringsdeskundige is aangewezen op verzoek van één of meer schuldeisers of de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, en
- b. de schuldenaar of, als de schuldenaar een rechtspersoon is, de groep, bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b), waartoe de schuldenaar behoort, een onderneming drijft waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet in het voorgaande boekjaar € 50 miljoen of het balanstotaal aan het eind van het voorgaande boekjaar € 43 miljoen niet overschreed.
Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mogen de aandeelhouders het bestuur niet op onredelijke wijze belemmeren instemming te verlenen.
3. Stemgerechtigd zijn schuldeisers en aandeelhouders van wie de rechten op basis van het akkoord worden gewijzigd.
4. Biedt de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een akkoord aan dat mede betrekking heeft op vorderingsrechten waarvoor geldt dat het economisch belang geheel of in overwegende mate ligt bij een ander dan de schuldeiser en waardoor die ander zich in een positie bevindt die, gegeven de omstandigheden van het geval, redelijkerwijs gelijkgesteld moet worden met die van een schuldeiser als bedoeld in het derde lid, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige deze ander in plaats van de schuldeiser uitnodigen naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de schuldeiser bepaalde van toepassing op de ander.
5. Biedt de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een akkoord aan dat mede betrekking heeft op aandelen ten aanzien waarvan certificaten zijn uitgegeven, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, de certificaathouder, in plaats van de aandeelhouder, uitnodigen om naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de aandeelhouder bepaalde van toepassing op de certificaathouders. Hetzelfde geldt voor vruchtgebruikers.
6. De stemming over het akkoord geschiedt per klasse van schuldeisers of aandeelhouders, overeenkomstig de in [artikel 375, eerste lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-11-04&g=2022-11-04), gegeven informatie, in een fysieke of door middel van een elektronisch communicatiemiddel te houden vergadering of schriftelijk.
7. Een klasse van schuldeisers heeft met het akkoord ingestemd als het besluit tot instemming is genomen door een groep van schuldeisers die samen ten minste twee derden vertegenwoordigen van het totale bedrag aan vorderingen behorend tot de schuldeisers die binnen die klasse hun stem hebben uitgebracht.
8. Een klasse van aandeelhouders heeft met het akkoord ingestemd als het besluit tot instemming is genomen door een groep van aandeelhouders die samen ten minste twee derden vertegenwoordigen van het totale bedrag aan geplaatst kapitaal behorend tot de aandeelhouders die binnen die klasse een stem hebben uitgebracht.
##### Artikel 382
1. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangewezen, stelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zeven dagen na de stemming een verslag op dat vermeldt:
- a. de namen van de schuldeisers en aandeelhouders of, als dit niet mogelijk is, een verwijzing naar één of meer categorieën van schuldeisers en aandeelhouders, die een stem hebben uitgebracht en of zij zich daarbij voor of tegen het akkoord hebben uitgesproken, alsmede de hoogte van het bedrag van hun vorderingen dan wel het nominale bedrag van hun aandelen;
- b. de uitslag van de stemming, en
- c. of de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige voornemens zijn een verzoek als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), in te dienen, en indien dat het geval is, wat verder rondom de stemming of, indien aan de orde, bij de vergadering waarin deze heeft plaatsgevonden, is voorgevallen en relevant is in het kader van dat verzoek.
2. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige stelt de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onverwijld in staat van het verslag kennis te nemen. Wordt door de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een verzoek gedaan als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), dan deponeert hij het verslag ter griffie van de rechtbank. Het verslag ligt aldaar ter kosteloze inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek, bedoeld in artikel 383, eerste lid.
#### § 3. De homologatie van het akkoord
##### Artikel 383
1. Als ten minste één klasse van schuldeisers met het akkoord heeft ingestemd, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangewezen, de rechtbank schriftelijk verzoeken om homologatie van het akkoord. Als het akkoord een wijziging omvat van rechten van schuldeisers met een vordering die bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement naar verwachting geheel of tenminste gedeeltelijk kan worden voldaan, dient die ene klasse, bedoeld in de vorige zin, te bestaan uit schuldeisers die vallen binnen deze categorie schuldeisers.
2. De herstructureringsdeskundige kan alleen met instemming van de schuldenaar een homologatieverzoek indienen als:
- a. de herstructureringsdeskundige is aangewezen op verzoek van één of meer schuldeisers of de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging;
- b. niet alle klassen met het akkoord hebben ingestemd, en
- c. de schuldenaar of, als de schuldenaar een rechtspersoon is, de groep, bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b), waartoe de schuldenaar behoort, een onderneming drijft waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet in het voorgaande boekjaar € 50 miljoen of het balanstotaal aan het eind van het voorgaande boekjaar € 43 miljoen niet overschreed.
Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mogen de aandeelhouders het bestuur niet op onredelijke wijze belemmeren instemming te verlenen.
3. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
4. De rechtbank bepaalt zo spoedig mogelijk bij beschikking de zitting waarop zij de homologatie behandelt. Heeft de schuldenaar een verzoek ingediend tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd en heeft de rechtbank nog geen herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aangewezen of een observator als bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aangesteld, dan stelt de rechtbank bij dezelfde beschikking alsnog een observator aan.
5. Van de beschikking, bedoeld in het vierde lid, geeft de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige onverwijld schriftelijk kennis aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.
6. De zitting wordt ten minste acht en ten hoogste veertien dagen nadat het homologatieverzoek is ingediend en het verslag, bedoeld in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=382&z=2022-11-04&g=2022-11-04), ter griffie ter inzage is gelegd, gehouden.
7. Als de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de mogelijkheid wil gebruiken om een overeenkomst overeenkomstig [artikel 373, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=373&z=2022-11-04&g=2022-11-04), eenzijdig op te zeggen, dan omvat het homologatieverzoek tevens een verzoek om toestemming voor die opzegging.
8. Tot aan de dag van de zitting, bedoeld in het vierde lid, kunnen stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij de rechtbank een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen tot afwijzing van het homologatieverzoek. Tot dat moment kan ook de wederpartij bij de overeenkomst, bedoeld in het vorige lid, een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen tot afwijzing van het verzoek tot verlening van toestemming voor de opzegging, bedoeld in dat lid.
9. Een schuldeiser, aandeelhouder of wederpartij als bedoeld in het vorige lid kan geen beroep doen op een afwijzingsgrond, als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het mogelijke bestaan van die afwijzingsgrond heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, terzake heeft geprotesteerd.
##### Artikel 384
1. Heeft de rechtbank rechtsmacht om het verzoek tot homologatie van het akkoord in behandeling te nemen, dan geeft zij zo spoedig mogelijk haar met redenen omkleed vonnis waarbij zij dit verzoek en, indien aan de orde, een verzoek om toestemming voor de opzegging van een overeenkomst als bedoeld in [artikel 383, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), toewijst, tenzij zich één of meer van de afwijzingsgronden, bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid, voordoet.
2. De rechtbank wijst een verzoek tot homologatie van het akkoord af als:
- a. van een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geen sprake is;
- b. de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige niet jegens alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 381, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [383, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), tenzij de desbetreffende schuldeisers en aandeelhouders verklaren het akkoord te aanvaarden;
- c. het akkoord of de daaraan gehechte bescheiden niet alle in [artikel 375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-11-04&g=2022-11-04) voorgeschreven informatie omvatten, de klasseindeling niet voldoet aan de eisen van [artikel 374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2022-11-04&g=2022-11-04) of de procedure voor de stemming niet voldeed aan [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04), tenzij zodanig gebrek redelijkerwijs niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
- d. een schuldeiser of de aandeelhouder voor een ander bedrag tot de stemming over het akkoord had moeten worden toegelaten, tenzij die beslissing niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
- e. de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
- f. de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het akkoord nieuwe financiering aan wil gaan en de belangen van de gezamenlijke schuldeisers daardoor wezenlijk worden geschaad;
- g. het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders of met behulp van andere oneerlijke middelen tot stand is gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft meegewerkt;
- h. het loon en de verschotten van de door de rechtbank ingevolge respectievelijk de [artikelen 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [378, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04) aangewezen of aangestelde herstructureringsdeskundige, deskundige of observator niet zijn gestort of daarvoor geen zekerheid is gesteld, of
- i. er andere redenen zijn die zich tegen de homologatie verzetten.
3. Op verzoek van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders die zelf niet met het akkoord hebben ingestemd of die ten onrechte niet tot de stemming zijn toegelaten, kan de rechtbank een verzoek tot homologatie van een akkoord, afwijzen als summierlijk blijkt dat deze schuldeisers of aandeelhouders op basis van het akkoord slechter af zijn dan bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement.
4. Op verzoek van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders die zelf niet met het akkoord hebben ingestemd en zijn ingedeeld in een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd of die ten onrechte niet tot de stemming zijn toegelaten en in een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd hadden moeten worden ingedeeld, wijst de rechtbank een verzoek tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd, af als:
- a. bij de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd, aan een klasse van schuldeisers als bedoeld in [artikel 374, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een uitkering in geld wordt aangeboden die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht aangeboden zal worden dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen, terwijl daarvoor geen zwaarwegende grond is aangetoond;
- b. bij de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd ten nadele van de klasse die niet heeft ingestemd wordt afgeweken van de rangorde bij verhaal op het vermogen van de schuldenaar overeenkomstig [Titel 10 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&titeldeel=10), een andere wet of een daarop gebaseerde regeling, dan wel een contractuele regeling, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of aandeelhouders daardoor niet in hun belang worden geschaad;
- c. de genoemde schuldeisers, niet zijnde schuldeisers als bedoeld in onderdeel d, op basis van het akkoord niet het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in geld ter hoogte van het bedrag dat zij bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement naar verwachting aan betaling in geld zouden ontvangen, of
- d. het schuldeisers betreft met een voorrang die voortvloeit uit pand of hypotheek als bedoeld in [artikel 278, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=278) die de schuldenaar bedrijfsmatig een financiering heeft verstrekt en op basis van het akkoord in het kader van een wijziging van hun rechten, aandelen of certificaten hiervan aangeboden krijgen en daarnaast niet het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in een andere vorm.
5. Op verzoek van de wederpartij bij de overeenkomst wijst de rechtbank het verzoek om toestemming voor de opzegging van een overeenkomst, bedoeld in [artikel 383, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), af op de grond bedoeld in het tweede lid, onder a.
6. [Artikel 378, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-11-04&g=2022-11-04), is van overeenkomstige toepassing.
7. De rechtbank beslist niet als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-11-04&g=2022-11-04), zo die is aangesteld, en de stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders, dan wel de wederpartij, zo die een verzoek tot afwijzing van het verzoek tot homologatie van het akkoord of tot verlening van toestemming voor de opzegging van de overeenkomst als bedoeld in [artikel 383, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-11-04&g=2022-11-04), hebben ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
8. [Artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-11-04&g=2022-11-04), veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
##### Artikel 385
Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor de schuldenaar en voor alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders. Heeft niet de schuldeiser of aandeelhouder, maar ingevolge [artikel 381, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-11-04&g=2022-11-04), een ander over het akkoord gestemd, dan is het akkoord desalniettemin verbindend voor de schuldeiser of aandeelhouder.
##### Artikel 386
Het vonnis van homologatie levert ten behoeve van de stemgerechtigde schuldeisers met niet door de schuldenaar betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en tegen de tot het akkoord als borgen toegetreden personen, voor zover de schuldeisers op basis van het akkoord een vordering krijgen tot betaling van een geldsom.
##### Artikel 387
1. De schuldenaar is in verzuim bij iedere tekortkoming in de nakoming van het akkoord en is verplicht de schade die de stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders daardoor lijden te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. [Artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=75) en [afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&afdeling=10) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In het akkoord kan de ontbinding van het akkoord worden uitgesloten. Als het akkoord hiertoe geen bepaling omvat, is [artikel 165](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=165&z=2022-11-04&g=2022-11-04) van overeenkomstige toepassing.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hgd
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard, de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) en de verkrijger verplichten tot het aan elkaar verstrekken van gegevens en verlenen van bijstand.
2. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard en de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) verplichten tot het verschaffen van diensten en faciliteiten die nodig zijn om de overnemer in staat te stellen de op hem overgegane bedrijfsactiviteiten effectief uit te oefenen.
##### Artikel 212rf
1. Voor zover dat niet reeds uit de wet volgt, worden vorderingen die voortvloeien uit bestanddelen van het eigen vermogen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 38, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, op de boedel verhaald na de vorderingen die niet voortvloeien uit een bestanddeel van het eigen vermogen, bedoeld in dat artikel, in de volgende volgorde:
- a. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten;
- b. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten;
- c. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 28, eerste tot en met vierde lid, artikel 29, eerste tot en met vijfde lid, of artikel 31, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten.
2. Vorderingen die niet langer voortvloeien uit bestanddelen van het eigen vermogen als bedoeld in het eerste lid worden op de boedel verhaald onmiddellijk voor de vorderingen, bedoeld in het eerste lid, tenzij een andere wijziging in de achterstelling is overeengekomen die in overeenstemming is met de verordening kapitaalvereisten.
3. Indien een achterstelling van een vordering volgt uit een verwijzing naar een andere achtergestelde vordering en de achterstelling van een van die twee vordering wordt gewijzigd doordat zij niet langer voortvloeit uit bestanddelen van het eigen vermogen is die wijziging niet van invloed op de achterstelling van de andere vordering.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor zover een instrument slechts gedeeltelijk als een eigenvermogensbestanddeel wordt erkend, het gehele instrument behandeld als een uit een eigenvermogensbestanddeel voortvloeiende vordering met een lagere rang dan vorderingen die niet voortvloeien uit een eigenvermogensbestanddeel.
#### § 1. Definities
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212rc
1. De indiening op de voet van artikel 110 van een vordering houdt tevens in de indiening van een vordering met betrekking tot de interesten over die vordering die vanaf de faillietverklaring lopen.
2. In afwijking van artikel 128 wordt ook de vordering met betrekking tot de andere interesten dan die welke door pand of hypotheek zijn gedekt, pro memorie geverifieerd.
##### Artikel 212rd
1. De curator kan een tussentijdse uitkering doen op bepaalde vorderingen, indien de rechter-commissaris daarvoor op verzoek van de curator toestemming geeft.
2. De rechter-commissaris kan toestemming verlenen indien:
- a. voldoende waarschijnlijk is voor welke bedragen de desbetreffende vorderingen geheel of ten minste zullen worden geverifieerd;
- b. een tussentijdse uitkering wenselijk is om te bewerkstelligen dat de periode na de faillietverklaring waarover de interesten lopen, wordt bekort; en
- c. de tussentijdse uitkeringen niet ten koste gaan van andere schuldeisers.
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### Afdeling 11C. Van het faillissement van een centrale tegenpartij
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212re
De faillietverklaring van een bank die een gedekte obligatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, van de richtlijn gedekte obligaties heeft uitgegeven, leidt niet tot wijziging van de rechten van de houder van een gedekte obligatie jegens een derde in verband met die gedekte obligatie.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
##### Artikel 333a
De bepalingen van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 47, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213a
1. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geschiedt de faillietverklaring van een verzekeraar met zetel in Nederland door de rechtbank Amsterdam.
2. Een verzekeraar met zetel in een in een andere lidstaat dan Nederland die daar een vergunning heeft verkregen kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
3. Het eerste lid is, in afwijking van [artikel 2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van overeenkomstige toepassing op de faillietverklaring van:
- a. een verzekeraar met zetel in een andere lidstaat dan Nederland die in die lidstaat geen vergunning heeft verkregen, en die zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en
- b. een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, en die zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
##### Artikel 213b
De Nederlandsche Bank N.V. kan een verzoek om een verzekeraar in staat van faillissement te verklaren zonder tussenkomst van een advocaat indienen.
##### Artikel 213c
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. indien het een verzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie;
- b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland en, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Europese Unie is belast met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende autoriteit.
##### Artikel 213d
1. Op een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet beslist dan nadat de rechter de Nederlandsche Bank N.V. in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken.
2. de Nederlandsche Bank N.V. trekt de vergunning van de verzekeraar in, indien deze op het tijdstip van faillietverklaring nog een vergunning heeft.
##### Artikel 213e
Indien op een verzekeraar een maatregel als bedoeld in de [afdeling 3A.34 van de Wet op het financieel toezicht](onbekend) van toepassing is tegelijkertijd met een eigen aangifte door de verzekeraar, vervalt de eigen aangifte van rechtswege.
##### Artikel 213f
Vervallen
##### Artikel 213g
1. De griffier stelt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de vonnis tot faillietverklaring en van de machtiging, bedoeld in artikel 212ag bis, eerste lid.
2. de Nederlandsche Bank N.V. stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, van de overgang, bedoeld in [artikel 213aga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aga&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en van de machtiging, bedoeld in [artikel 212agb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213agb&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 213h
1. Onverminderd [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), plaatst de curator een uittreksel van het vonnis tot faillietverklaring in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
2. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is.
##### Artikel 213i
1. De curator geeft van het vonnis tot faillietverklaring, van de overgang, bedoeld in [artikel 213aga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aga&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en van de machtiging, bedoeld in artikel 212agb, eerste lid, onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
2. De curator die op de voet van [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aan alle bekende schuldeisers kennis geeft van de in dat artikel bedoelde beschikkingen, deelt daarbij tevens mede wat de gevolgen zijn van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 109, eerste lid, alsmede [artikel 127, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en dat schuldeisers, daaronder begrepen de schuldeisers met een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht, hun vorderingen bij de curator moeten indienen, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht aanspraak wordt gemaakt. Aan schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt de kennisgeving voorts welke de belangrijkste gevolgen van de faillietverklaring voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn, en de rechten en verplichtingen van de verzekerde en anderen in verband met de overeenkomst van verzekering.
##### Artikel 213j
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 213i, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2022-10-01&g=2022-10-01), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat, die een vordering uit hoofde van verzekering heeft, geschiedt in een officiële taal van die lidstaat.
2. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 213i, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2022-10-01&g=2022-10-01), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat , die een andere vordering heeft dan de vordering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van schuldvorderingen. Termijnen».
3. Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering», onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
##### Artikel 213k
1. De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure.
2. de Nederlandsche Bank N.V. stelt de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
##### Artikel 213l
1. In afwijking van [artikel 131, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2022-10-01&g=2022-10-01), worden vorderingen uit hoofde van een verzekering, vervallende na de dag waarop het faillissement is aangevangen, geverifieerd voor de waarde die zij hebben op de dag van de aanvang van het faillissement.
2. In afwijking van het eerste lid worden vorderingen uit hoofde van een verzekering, vervallende na de dag waarop het faillissement is aangevangen, op grond een overeenkomst waarbij de wederpartij van de verzekeraar zich heeft verbonden tot het betalen van premie in termijnen en de wederpartij op het tijdstip van de faillietverklaring de laatste termijn nog niet heeft voldaan, geverifieerd voor de waarde die zij hebben op de dag van de verificatie.
3. Een vordering ter zake van de verwezenlijking na de faillietverklaring van een risico dat is verzekerd krachtens een overeenkomst van verzekering wordt geverifieerd voor haar waarde op de dag dat het risico zich verwezenlijkt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de waardering van activa en passiva in geval van een faillietverklaring op grond van deze afdeling.
##### Artikel 213m
1. In geval van een faillietverklaring op grond van deze afdeling worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. Onder boedelschulden vallen in ieder geval de kosten van inschrijving in een openbaar register in een andere lidstaat dan Nederland.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden in geval van faillissement van een schadeverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
- b. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- c. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar bij wie zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- d. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar is verschuldigd, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens [titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- e. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd;
- f. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende uitkeringen ter zake van andere dan in de onderdelen a en e bedoelde schaden, ontstaan uit overeenkomsten van schadeverzekering;
- g. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald;
- h. de vorderingen tot vergoeding van de schade die schuldeisers met een vordering als bedoeld in de onderdelen a en e lijden doordat de bedragen die zij hebben ontvangen uit hoofde van die vorderingen niet toereikend zijn om hen te brengen in de toestand waarin zij zouden hebben verkeerd indien de verzekeraar niet in staat van faillissement was verklaard.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden ingeval het faillissement van een levensverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens [titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- d. de vorderingen uit hoofde van verzekering en rechten betreffende uitkeringen, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van levensverzekering;
- e. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies dan wel vergoedingen voor verrichtingen zijn betaald;
- f. de vorderingen tot vergoeding van de schade die schuldeisers met een vordering als bedoeld in de onderdeel d lijden doordat de bedragen die zij hebben ontvangen uit hoofde van die vorderingen niet toereikend zijn om hen te brengen in de toestand waarin zij zouden hebben verkeerd indien de verzekeraar niet in staat van faillissement was verklaard.
4. Onder de vorderingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, e en f, en derde lid, onderdeel d, worden mede verstaan de vorderingen ter zake van uitkeringen krachtens lopende overeenkomsten van verzekering, ontstaan op of na de dag waarop de noodregeling is uitgesproken.
5. Vorderingen die niet worden genoemd in het tweede en derde lid, worden eerst dan voldaan indien de vorderingen, bedoeld in het tweede en derde lid zijn voldaan en indien vaststaat dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
6. De in het vijfde lid bedoelde redenen van voorrang gelden zowel voor vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in Nederland als voor soortgelijke vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in een andere lidstaat dan Nederland.
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 213n
1. Een in een andere lidstaat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot opening van een liquidatieprocedure met betrekking tot een verzekeraar wordt van rechtswege erkend.
2. De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat van herkomst.
##### Artikel 213o
De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure, de liquidatieprocedure zelf en de rechtsgevolgen van de liquidatieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat van herkomst, tenzij de wet anders bepaalt.
##### Artikel 213p
1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
- a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
- b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
- c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
- d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
- a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
- b. met betrekking tot zaken, voorzover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
- c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar zijn statutaire zetel heeft.
##### Artikel 213q
1. Ingeval de verzekeraar een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Ingeval de verzekeraar een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
3. [Artikel 3:241, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:241) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 213r
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de verzekeraar, laat de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure de bedoelde bevoegdheid onverlet.
##### Artikel 213s
De [artikelen 213p tot en met 213r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213p&z=2022-10-01&g=2022-10-01) staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
##### Artikel 213t
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
##### Artikel 213u
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 213v
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten van de verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
##### Artikel 213w
1. In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden, onverminderd [artikel 213p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213p&z=2022-10-01&g=2022-10-01), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 21, van [richtlijn 2014/65](32014L0065)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van [Richtlijn 2002/92/EG](32002L0092) en [Richtlijn 2011/61](32011L0061)/EU (PbEU 2014, L 173) uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
2. Het eerste lid staat er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers die van die rechtshandeling het gevolg is.
3. Voor de toepassing van het eerste lid op een liquidatieprocedure met betrekking tot een verzekeraar, wordt onder gereglementeerde markt mede verstaan een in een staat die geen lidstaat is gelegen financiële markt die aan de volgende voorwaarden voldoet:
- a. de markt is, in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland of een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is met een bijkantoor in Nederland, aangewezen door de Minister van Financiën of is, in geval van een verzekeraar met zetel in een andere lidstaat, erkend door een daartoe bevoegde autoriteit van die lidstaat en voldoet voorts aan vereisten die vergelijkbaar zijn met die van [richtlijn 2014/65](32014L0065)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van [Richtlijn 2002/92/EG](32002L0092) en [Richtlijn 2011/61](32011L0061)/EU (PbEU 2014, L 173); en
- b. de financiële instrumenten die op de markt worden verhandeld, zijn van een kwaliteit die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die worden verhandeld op de gereglementeerde markten van Nederland, onderscheidenlijk de markten van de andere lidstaat.
##### Artikel 213x
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de verzekeraar na het tijdstip van opening van een liquidatieprocedure, waarmee hij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 213ij
In afwijking van [artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van de liquidatieprocedure voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
##### Artikel 213z
[Artikel 213o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=3&artikel=213o&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
- a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst; en
- b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast respectievelijk niet kan worden tegengeworpen.
##### Artikel 213aa
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
##### Artikel 213bb
1. Voor het bewijs van aanwijzing van de curator uit een andere lidstaat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lidstaat van herkomst gegeven schriftelijke verklaring.
2. De curator uit een andere lidstaat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
##### Artikel 213cc
Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een liquidatieprocedure, geopend in een andere lidstaat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
##### Artikel 213dd
1. Indien een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank N.V. hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarin aan de verzekeraar een vergunning is verleend.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in die andere lidstaten.
##### Artikel 213ee
De curator kan in de verslagen, bedoeld in [artikel 73a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geen gegevens of inlichtingen opnemen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn of zijn geweest bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2004-03-23&g=2004-03-23)
##### Artikel 213ll
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. **verordening centrale tegenpartijen:** [Verordening (EU) 648/2012](32012R0648) van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);
- b. **centrale tegenpartij:** een centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de verordening centrale tegenpartijen;
- c. **lidstaat:** een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);
- d. **verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen:** [Verordening (EU) 2021/23](31923R2021) van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de [Verordeningen (EU) nr. 1095/2010](32010R1095), [(EU) nr. 648/2012](32012R0648), [(EU) nr. 600/2014](32014R0600), [(EU) nr. 806/2014](32014R0806) en [(EU) 2015/2365](32365R2015), en de [Richtlijnen 2002/47/EG](32002L0047), [2004/25/EG](32004L0025), [2007/36/EG](32007L0036), [2014/59](32014L0059)/EU en (EU) [2017/1132](32017L1132) (PbEU 2021, L 22);
- e. **afwikkelingsmaatregel:** een overeenkomstig artikel 22 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen genomen besluit om een centrale tegenpartij af te wikkelen, de toepassing van een afwikkelingsinstrument als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van die verordening of de uitoefening van een of meer afwikkelingsbevoegdheden als bedoeld in de artikelen 48 tot en met 58 van die verordening;
- f. **afwikkelingscollege:** een college als bedoeld in artikel 4 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen;
- g. **toezichtscollege:** een college als bedoeld in artikel 18 van verordening centrale tegenpartijen.
##### Artikel 213mm
1. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-11-04&g=2022-11-04), geschiedt de faillietverklaring van een in Nederland gevestigde centrale tegenpartij door de rechtbank Amsterdam.
2. Een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde centrale tegenpartij die daar een vergunning heeft verkregen kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
##### Artikel 213nn
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van een centrale tegenpartij het faillissement uit te spreken indien is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen, maar een afwikkelingsmaatregel niet in het algemeen belang, bedoeld in onderdeel c van dat artikel, is.
2. De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de centrale tegenpartij, de leden van het toezichtscollege en de leden van het afwikkelingscollege.
3. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een centrale tegenpartij aanvragen.
4. Een centrale tegenpartij kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte. De rechtbank spreekt het faillissement pas uit nadat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 75, derde lid, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.
##### Artikel 213oo
1. De centrale tegenpartij kan, na in gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. dat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in [artikel 213nn, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11C&artikel=213nn&z=2022-11-04&g=2022-11-04).
2. Ingeval een centrale tegenpartij zich heeft verweerd tegen een oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 213pp
De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a en b van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.
##### Artikel 213qq
De [artikelen 212he](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212he&z=2022-11-04&g=2022-11-04), [212hga, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hga&z=2022-11-04&g=2022-11-04), en [212i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212i&z=2022-11-04&g=2022-11-04) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «bank» gelezen moet worden «centrale tegenpartij».
##### Artikel 213rr
[Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-11-04&g=2022-11-04) is niet van toepassing.
## Titel II. Van surseance van betaling
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19a
Door Onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een ander orgaan is aangewezen, door dat orgaan, wordt het centrale register gehouden, waarin de in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde gegevens worden ingeschreven.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 37b
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften of voor het voortzetten van de door de schuldenaar gedreven onderneming, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een vóór de faillietverklaring ontstane verbintenis tot betaling van een geldsom.
2. Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een verbintenis als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de faillietverklaring, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat het faillissement, de aanvraag van het faillissement of het leggen van beslag door een derde grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de curator.
##### Artikel 63b
1. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, blijft de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode bevoegd de mededeling, bedoeld in [artikel 239, derde lid, van dat Boek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) te doen en betalingen in ontvangst te nemen.
2. [Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=490b), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.
##### Artikel 63c
1. Tijdens de afkoelingsperiode kan de ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in [artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22), niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechter-commissaris anders beslist.
2. Een beslag als bedoeld in [artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22) dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de gefailleerde bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 2. Van de curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeisers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### Vijfde afdeling A
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
#### § 1. In Nederland gevestigde kredietinstellingen en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde kredietinstellingen met bijkantoor in Nederland
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surséance van betaling
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
##### Artikel 222b
1. Door onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 222a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=222a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een ander orgaan is aangewezen, door dat orgaan, wordt een centraal register gehouden, waarin de in [artikel 222a, eerste lid, onder 1° tot en met 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=222a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) genoemde gegevens worden ingeschreven.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. Een ieder heeft kosteloos inzage in het register en kan tegen betaling een uittreksel daaruit verkrijgen.
##### Artikel 237b
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften of voor het voortzetten van de door de schuldenaar gedreven onderneming, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een vóór de surseance ontstane verbintenis tot betaling van een geldsom.
2. Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een verbintenis als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de verlening van de surseance, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat verlening van de surseance, de aanvraag van de surseance of het leggen van beslag grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de schuldenaar en de bewindvoerder.
##### Artikel 241b
1. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, blijft de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode bevoegd de mededeling, bedoeld in [artikel 239, derde lid, van dat Boek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239), te doen en betalingen in ontvangst te nemen.
2. [Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=490b), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.
##### Artikel 241c
1. Tijdens de afkoelingsperiode kan de ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in [artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22), niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechtbank of de rechter-commissaris zo die is benoemd, anders beslist.
2. Een beslag als bedoeld in [artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=22) dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de schuldenaar bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
##### Artikel 268a
In afwijking van [artikel 268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=268&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kan de rechtbank of, zo die is benoemd, de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien:
- a. drie vierde van de ter vergadering verschenen erkende en toegelaten schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
- b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de boedel worden vereffend, naar verwachting aan betaling op hun vordering zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
##### Artikel 294a
1. Door onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 294, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een ander orgaan is aangewezen, door dat orgaan wordt een centraal register gehouden, waarin de in [artikel 294, eerste lid, onder a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde gegevens worden ingeschreven.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. Een ieder heeft kosteloos inzage in het register en kan tegen betaling een uittreksel daaruit verkrijgen.
##### Artikel 294b
De griffier geeft voor iedere van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling een uittreksel van het verzoekschrift met bijlagen op grond van [artikel 285](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door aan Onze Minister van Justitie of, indien ingevolge [artikel 294, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een ander orgaan is aangewezen, dat orgaan ter inschrijving in het in [artikel 294a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bedoelde register. Onze Minister van Justitie onderscheidenlijk het orgaan, bedoeld in de eerste zin, stelt vast welke gegevens in het uittreksel worden opgenomen. [Artikel 294a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=294a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is op het uittreksel niet van toepassing.
### afdeling Tweede. Van het akkoord
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Derde. Slotbepalingen
##### Artikel 359a
De [artikelen 203 tot en met 205](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tiende&artikel=203&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212g
1. Voor de toepassing van deze afdeling en [afdeling 11AB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AB&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt verstaan onder:
- a. bank: bank als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- b. liquidatieprocedure: een collectieve procedure, het faillissement daaronder begrepen, geopend in een lidstaat, die het te gelde maken van de activa van een bank en het op toepasselijke wijze verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van administratieve of rechterlijke instanties behelst, daaronder begrepen de collectieve procedure die wordt afgesloten met een gerechtelijk akkoord of een andere maatregel van dezelfde strekking;
- c. lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);
- d. lidstaat van herkomst: de lidstaat waar aan een bank de vergunning voor de uitoefening van haar bedrijf is verleend;
- e. bevoegde instanties: de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van liquidatieprocedures;
- f. bevoegde autoriteit:
- 1°. een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 40, van de verordening kapitaalvereisten; of
- 2°. een afwikkelingsautoriteit in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel 18, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, met betrekking tot uit hoofde van die richtlijn genomen maatregelen;
- g. curator: de curator of elke andere persoon of ander orgaan, aangewezen door de bevoegde instanties van een andere lidstaat dan Nederland of door een bestuursorgaan van de bank om de liquidatieprocedure uit te voeren;
- h. financiële instrumenten: instrumenten, bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- i. deposito: een deposito als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- j. gegarandeerd deposito: een deposito voor zover dit voor vergoeding ingevolge het depositogarantiestelsel, bedoeld in [artikel 3:259, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:259) in aanmerking komt;
- k. deposito-overeenkomst: de overeenkomst op grond waarvan een depositohouder een deposito houdt bij een bank;
- l. overnemer: degene die deposito-overeenkomsten, activa of passiva anders dan uit hoofde van deposito-overeenkomsten overneemt, degene die bereid is zulks te doen en degene die onderzoekt of hij daartoe bereid is;
- m. in aanmerking komend deposito: deposito dat valt onder de werking van het depositogarantiestelsel, bedoeld in [artikel 3:259, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:259);
- n. kleine, middelgrote en micro-ondernemingen: kleine, middelgrote en mirco-ondernemingen als met betrekking tot het criterium jaaromzet gedefinieerd in de aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, (PbEU 2003, L 124/16);
- o. verordening kapitaalvereisten: [Verordening (EU) nr. 575/2013](32013R0575) van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176);
- p. verordening bankentoezicht: [Verordening (EU) nr. 1024/2013](32013R1024) van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287);
- q. richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsafbmondernemingen: [Richtlijn 2014/59](32014L0059)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van [Richtlijn 82/891/EEG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=31982L0891) van de Raad en de [Richtlijnen 2001/24/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32001L0024), [2002/47/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32002L0047), [2004/25/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32004L0025), [2005/56/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32005L0056), [2007/36/EG](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32007L0036), [2011/35](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32011L0035)/EU,[2012/30](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32012L0030)/EU en [2013/36](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32013L0036)/EU en Verordeningen (EU) nr. [1093/2010](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32993L2010) en (EU) nr. [648/2012](https://wetten.overheid.nl/BWBR0020368/2020-10-15/?celex=32548L2012), van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 173);
- r. richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014: [Richtlijn 2014/65](32014L0065)/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van [Richtlijn 2002/92/EG](32002L0092) en [Richtlijn 2011/61](32011L0061)/EU (PbEU 2014, L 173);
- s. verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme: [Verordening (EU) nr. 806/2014](32014R0806) van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225);
- t. richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen: [Richtlijn (EU) 2019/2034](32019L2034) van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van [Richtlijnen 2002/87/EG](32002L0087), [2009/65/EG](32009L0065), [2011/61](32011L0061)/EU, [2013/36](32013L0036)/EU, [2014/59](32014L0059)/EU en [2014/65](32014L0065)/EU (PbEU 2019, L 314);
- u. richtlijn gedekte obligaties: [Richtlijn (EU) 2019/2162](32019L2162) van het Europees Parlement en de Raad van 27 november betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van de [Richtlijnen 2009/65/EG](32009L0065) en [2014/59](32014L0059)/EU (PbEU 2019, L 328).
2. Voor de toepassing van deze afdeling is een bank gevestigd in:
- a. de staat waar de statutaire zetel is, indien het een rechtspersoon betreft die overeenkomstig het toepasselijke recht een statutaire zetel heeft; en
- b. de staat waar haar zij haar hoofdbestuur heeft en zij feitelijk werkzaam is, indien het een andere bank betreft dan de bank, bedoeld in onderdeel a.
##### Artikel 212h
1. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geschiedt de faillietverklaring van een in Nederland gevestigde bank door de rechtbank Amsterdam.
2. Een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde bank die daar een vergunning heeft verkregen kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
3. Het eerste lid is, in afwijking van [artikel 2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van overeenkomstige toepassing op de faillietverklaring van:
- a. een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde bank die in die lidstaat geen vergunning heeft verkregen, en die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en
- b. een in een staat die geen lidstaat is gevestigde bank die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
##### Artikel 212i
De Nederlandsche Bank N.V. kan een verzoek om een bank in staat van faillissement te verklaren zonder tussenkomst van een advocaat indienen.
##### Artikel 212j
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de bank en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten waar de bank een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie, indien het een in Nederland gevestigde bank betreft;
- b. de bevoegde autoriteiten van de andere Lidstaten waarheen zij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland indien het een buiten de Europese Unie gevestigde bank betreft.
##### Artikel 212k
De Nederlandsche Bank N.V. stelt een ontwerpbesluit als bedoeld in [artikel 1:104, vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:104) op of trekt de vergunning van de bank in, indien deze op het tijdstip van de faillietverklaring nog een vergunning heeft.
##### Artikel 212l
Indien op een bank een maatregel als bedoeld in de [afdeling 3A.1.5 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3a.1.5) van toepassing is tegelijkertijd met een eigen aangifte door de bank, vervalt de eigen aangifte van rechtswege.
##### Artikel 212m
Vervallen
##### Artikel 212n
Na de inkennisstelling, bedoeld in [artikel 212c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212c&z=2022-10-01&g=2022-10-01), stelt De Nederlandsche Bank N.V. onverwijld de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 212o
1. Onverminderd [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), plaatst de curator het uittreksel van het vonnis van faillietverklaring in het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee landelijke dagbladen van iedere andere lidstaat dan Nederland waar de bank een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht.
2. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2022-10-01&g=2022-10-01), vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is.
3. De curator kan verzoeken dat het faillissement wordt ingeschreven in een openbaar register in een andere lidstaat.
4. De kosten van inschrijving op de voet van het derde lid zijn boedelschuld.
##### Artikel 212p
1. De curator geeft van het vonnis tot faillietverklaring onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
2. De curator die op de voet van [artikel 109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=109&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aan alle bekende schuldeisers kennis geeft van de in dat artikel bedoelde beschikkingen, deelt daarbij tevens mede wat de gevolgen zijn van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 109, eerste lid, alsmede [artikel 127, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en dat schuldeisers, daaronder begrepen de schuldeisers met een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht, hun vorderingen bij de curator moeten indienen, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht aanspraak wordt gemaakt.
3. De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure.
##### Artikel 212q
1. De kennisgeving, bedoeld in [artikel 212p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212p&z=2022-10-01&g=2022-10-01), aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Europese Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van opmerkingen betreffende schuldvorderingen. Termijnen».
2. Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering» onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
3. De curator kan een vertaling in het Nederlands van het stuk waarbij de vordering wordt ingediend en van de opmerkingen betreffende de vordering verlangen.
##### Artikel 212r
In afwijking van [artikel 52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=52&z=2022-10-01&g=2022-10-01), bevrijdt voldoening na de bekendmaking van de faillietverklaring van een bank die geen natuurlijk persoon is tegenover de boedel indien degene die haar deed, bewijst dat hij niet bekend was met de faillietverklaring.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 212s
1. Een in een andere lidstaat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot opening van een liquidatieprocedure met betrekking tot een bank wordt van rechtswege erkend.
2. De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat van herkomst.
##### Artikel 212t
De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure, de liquidatieprocedure zelf en de rechtsgevolgen van de liquidatieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat waar de liquidatieprocedure is geopend, tenzij de wet anders bepaalt.
##### Artikel 212u
1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen van onbepaalde goederen met een wisselende samenstelling, die toebehoren aan de bank en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
- a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
- b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
- c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
- d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld met in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid dat aan derden kan worden tegengeworpen.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
- a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
- b. met betrekking tot zaken, voor zover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
- c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar is gevestigd.
##### Artikel 212v
1. Ingeval de bank een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
2. Ingeval de bank een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
3. [Artikel 212u, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212u&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 212w
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de bank bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de bank op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de bank, laat de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure de bedoelde bevoegdheid onverlet.
##### Artikel 212x
De [artikelen 212u tot en met 212w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212u&z=2022-10-01&g=2022-10-01) staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
##### Artikel 212ij
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
##### Artikel 212z
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen. Dit recht bepaalt of een zaak roerend dan wel onroerend is.
##### Artikel 212aa
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten van de bank op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
##### Artikel 212bb
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden, onverminderd [artikel 212hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212hh&z=2022-10-01&g=2022-10-01), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 21, van richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
##### Artikel 212cc
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de bank na het tijdstip van opening van een liquidatieprocedure, waarmee zij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
##### Artikel 212dd
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van de liquidatieprocedure voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de bank het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
##### Artikel 212ee
[Artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
- a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst; en
- b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast onderscheidenlijk niet kan worden tegengeworpen.
##### Artikel 212ff
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in [artikel 212a, onderdeel m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst.
##### Artikel 212gg
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden, onverminderd [artikel 212hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212hh&z=2022-10-01&g=2022-10-01), de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat van toepassing is op die overeenkomst.
##### Artikel 212hh
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2022-10-01&g=2022-10-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor het uitoefenen van het rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt bijgehouden of is gesitueerd.
##### Artikel 212ii
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. De curator kan personen aanwijzen om hem te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan.
3. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
##### Artikel 212jj
1. Voor het bewijs van aanwijzing van de curator uit een andere lidstaat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lidstaat gegeven schriftelijke verklaring.
2. De curator uit een andere lidstaat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
##### Artikel 212kk
Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een liquidatieprocedure, geopend in een andere lidstaat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
##### Artikel 212ll
Indien het faillissement is uitgesproken van een bank die niet is gevestigd in een staat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en een bijkantoor in Nederland heeft, stelt de griffier van de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank N.V. stelt daarna onverwijld de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in kennis van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank N.V. stelt de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in kennis van de beschikking en van de beëindiging van de faillietverklaring.
##### Artikel 212mm
1. Indien een bank die niet is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaten.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in de andere lidstaten waarin aan de financiële onderneming een vergunning is verleend.
##### Artikel 212nn
De curator kan in de verslagen, bedoeld in [artikel 73a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geen gegevens of inlichtingen opnemen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn of zijn geweest bij pogingen de bank in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten.
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2005-12-01&g=2005-12-01)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 22a
1. Ten aanzien van een overeenkomst van levensverzekering vallen voorts buiten de boedel:
- a. het recht op het doen afkopen van een levensverzekering voorzover de begunstigde of de verzekeringnemer door afkoop onredelijk benadeeld wordt;
- b. het recht om de begunstiging te wijzigen, tenzij de wijziging geschiedt ten behoeve van de boedel en de begunstigde of de verzekeringnemer daardoor niet onredelijk benadeeld wordt;
- c. het recht om de verzekering te belenen.
2. Voor de uitoefening van het recht op het doen afkopen en het recht om de begunstiging te wijzigen, behoeft de curator de toestemming van de rechter-commissaris, die daarbij zonodig vaststelt tot welk bedrag deze rechten mogen worden uitgeoefend. Slechts met schriftelijke toestemming van de verzekeringnemer is de curator bevoegd tot overdracht van de verzekering.
3. Indien de curator de begunstiging heeft gewijzigd, vervalt deze wijziging met de beëindiging van het faillissement.
4. Indien de begunstiging na de faillietverklaring onherroepelijk wordt, kan deze onherroepelijkheid niet aan de boedel worden tegengeworpen. De verzekeraar is verplicht een uitkering, waarop de begunstiging betrekking heeft, onder zich te houden. Voor zover vaststaat dat de begunstiging niet zal worden gewijzigd, blijven de eerste en de tweede volzin buiten toepassing. Ten aanzien van de begunstigde is [artikel 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=69&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing.
5. In afwijking van het vierde lid, tweede zin, kan de verzekeraar een betaling aan de begunstigde tegenwerpen aan de boedel, voorzover de curator niet bewijst dat de verzekeraar op het tijdstip van betaling op de hoogte was van het faillissement of van een daaraan voorafgegaan beslag ten laste van de verzekeringnemer. In dat geval heeft de curator verhaal op de begunstigde.
##### Artikel 241d
Van de goederen als bedoeld in [artikel 241a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
##### Artikel 241e
1. In afwijking van [artikel 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2022-10-01&g=2022-10-01) werkt het verlenen van surseance aan een schuldenaar uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) niet terug tot aan het begin van de dag waarop zij voorlopig is verleend, ten aanzien van een door de schuldenaar voor het tijdstip van het verlenen van surseance gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst of een overdracht, vestiging van een pandrecht of een opdracht tot verrekening op grond daarvan.
2. De [artikelen 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [228, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [234, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=234&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [235, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=235&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van deze wet, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een schuldenaar na het tijdstip van het verlenen van surseance gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51), een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst, alsmede elke rechtshandeling op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst vanwege verbintenissen van de schuldenaar die na het tijdstip van het verlenen van surseance zijn ontstaan, mits de betreffende rechtshandeling plaatsvindt op de dag van het verlenen van surseance en de wederpartij kan aantonen dat deze ten tijde van de rechtshandeling het verlenen van surseance niet kende of behoorde te kennen.
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Derde. Slotbepalingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 63d
Van de goederen als bedoeld in [artikel 63a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=63a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
##### Artikel 63e
1. In afwijking van de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-10-01&g=2022-10-01) werkt de faillietverklaring van een schuldenaar uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) niet terug tot aan het begin van de dag waarop zij wordt uitgesproken, ten aanzien van een door de schuldenaar voor het tijdstip van faillietverklaring gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst of een overdracht, vestiging van een pandrecht of een opdracht tot verrekening op grond daarvan.
2. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van deze wet, alsmede [artikel 72, aanhef en onder a, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=72), kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een schuldenaar na het tijdstip van faillietverklaring gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51), een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst, alsmede elke rechtshandeling op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst vanwege verbintenissen van de schuldenaar die na het tijdstip van faillietverklaring zijn ontstaan, mits de betreffende rechtshandeling plaatsvindt op de dag van faillietverklaring en de wederpartij kan aantonen dat deze ten tijde van de rechtshandeling de faillietverklaring niet kende of behoorde te kennen.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### Vijfde afdeling A
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 309a
Van de goederen als bedoeld in [artikel 309, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=309&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zijn uitgezonderd de goederen die uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=51) zijn verpand.
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
##### Artikel 213ff
Deze paragraaf is van toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1).
##### Artikel 213gg
De artikelen [213a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [213b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [213d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213d&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [213e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213e&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [213i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213i&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [213k, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213k&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang.
##### Artikel 213hh
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift, bedoeld in [artikel 213b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213b&z=2022-10-01&g=2022-10-01), aan de verzekeraar met beperkte risico-omvang en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
- a. indien het een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) waar de verzekeraar met beperkte risico-omvang een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit vestigingen in op grond van [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) aangewezen staten;
- b. indien het een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een andere staat betreft, de toezichthoudende autoriteiten van andere staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland.
##### Artikel 213ii
1. De griffier stelt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring.
2. De Nederlandsche Bank N.V. stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van de andere staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
##### Artikel 213jj
De Nederlandsche Bank N.V. stelt de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van [artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:50) die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
##### Artikel 213kk
1. In geval van faillietverklaring van een natura-uitvaartverzekeraar op grond van deze paragraaf worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij over ieder deel van de boedel omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand en hypotheek gedekt, worden de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
- a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioenen, voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar;
- b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de natura-uitvaartverzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
- c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge [artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=625) alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de natura-uitvaartverzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de natura-uitvaartverzekeraar aan de werknemer krachtens [artikel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=10) in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
- d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit een natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland.
3. [Artikel 213m, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213m&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. In geval van faillietverklaring van een levensverzekeraar met beperkte risico-omvang op grond van deze paragraaf is [artikel 213m, eerste, derde en vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213m&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van overeenkomstige toepassing.
5. In geval van faillietverklaring van een schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang op grond van deze paragraaf is [artikel 213m, eerste, derde en vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213m&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 287a
1. De schuldenaar kan in het verzoekschrift, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01), de rechtbank verzoeken één of meer schuldeisers die weigert of weigeren mee te werken aan een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
2. De rechtbank stelt terstond dag, uur en plaats vast waarop zij de schuldenaar en schuldeiser of schuldeisers op wie het verzoek betrekking heeft, zal horen, onverminderd [artikel 287, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. De oproeping van de schuldenaar en de schuldeiser of schuldeisers geschiedt schriftelijk door de griffier. De rechter kan nader bepalen hoe deze oproeping geschiedt.
4. De rechtbank doet op de dag van de zitting of anders uiterlijk op de achtste dag daarna uitspraak op het verzoek. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
5. De rechtbank wijst het verzoek toe indien de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. [Artikel 300, lid 1, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=300) is van toepassing.
6. Indien de rechtbank het verzoek toewijst, veroordeelt de rechtbank de schuldeiser die instemming met de schuldregeling heeft geweigerd, in de kosten.
7. De rechtbank wijst het verzoek af indien de schuldbemiddeling niet wordt uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in [artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48).
8. Indien de rechtbank het verzoek afwijst, beslist zij op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, indien de schuldenaar het verzoek daartoe handhaaft.
##### Artikel 287b
1. Voorafgaand aan de behandeling van het verzoek, bedoeld in [artikel 287a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kan de schuldenaar onderscheidenlijk kunnen burgemeester en wethouders indien een verzoek op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is ingediend, in het verzoek, bedoeld in [artikel 284, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2022-10-01&g=2022-10-01), de rechtbank verzoeken een voorlopige voorziening te geven indien er sprake is van een bedreigende situatie.
2. Onder een bedreigende situatie, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.
3. [Artikel 287a, tweede, derde, vierde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van toepassing.
4. De voorlopige voorziening strekt tot het van toepassing verklaren van de [artikelen 304](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=304&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2022-10-01&g=2022-10-01) alsmede tot een verbod tot het opzeggen of ontbinden van de zorgverzekering.
5. De voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden.
6. Een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de [Wet financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368) of een persoon of instelling als bedoeld in [artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48) die namens de schuldenaar de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, brengt na afloop van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, verslag uit aan de rechtbank.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 328a
1. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder verzoeken hem binnen acht dagen na dagtekening van het verzoek te melden of hij de verificatie van de vorderingen wenst voor te leggen aan de verificatievergadering. In het bevestigende geval stelt de rechter-commissaris dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden en geeft de bewindvoerder hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
2. Indien de bewindvoerder geen verificatievergadering wenst, kan de rechter-commissaris bepalen dat de verificatievergadering slechts pro forma gehouden zal worden op een door hem te bepalen dag en plaats en dat de vorderingen als geverifieerd zullen gelden zoals door de bewindvoerder in overeenstemming met de [artikelen 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=113&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aangegeven, tenzij een schuldeiser binnen acht dagen na dagtekening van de in de tweede volzin bedoelde oproeping mededeling doet aan de rechtbank dat hij gebruik wenst te maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in de [artikelen 116, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=116&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [119, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2022-10-01&g=2022-10-01). De bewindvoerder geeft van deze beschikking onmiddellijk kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
3. Ontvangt de rechtbank een mededeling van een of meer schuldeisers als bedoeld in het tweede lid, dan stelt de rechter-commissaris een dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerder geeft hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
4. In geval van het tweede lid ligt een afschrift van de lijsten als bedoeld in [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2022-10-01&g=2022-10-01) ter griffie van de rechtbank ter inzage gedurende acht dagen na dagtekening van de kennisgeving van de pro forma zitting dan wel, indien een verificatievergadering wordt gehouden, tot de dag van die vergadering.
5. Met ingang van de dag van de pro forma zitting, gelden de vorderingen als geverifieerd zoals door de bewindvoerder ingevolge [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vastgesteld.
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 349a
1. De termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen. In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste vijf jaar stellen, indien voor de gehele termijn tevens een nominaal bedrag wordt vastgesteld als bedoeld in [artikel 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. De rechter-commissaris kan bij schriftelijke beschikking de termijn ambtshalve, dan wel op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar, of een of meer schuldeisers wijzigen. De termijn bedraagt ten hoogste vijf jaar. De bewindvoerder geeft van de gewijzigde termijn onverwijld kennis aan de schuldeisers. De rechter-commissaris dient de schuldenaar in de gelegenheid stellen te worden gehoord, alvorens te beslissen de termijn te verlengen.
3. Onder dezelfde voorwaarden kan de rechtbank in het kader van [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=352&z=2022-10-01&g=2022-10-01) de termijn ambtshalve dan wel op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, schuldenaar of een of meer schuldeisers wijzigen. Tegen dit vonnis kunnen de schuldeisers die om de wijziging gevraagd hebben en kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. [Artikel 351, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=351&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van toepassing.
##### Artikel 351a
Uiterlijk drie maanden voordat de termijn volgend uit [artikel 349a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) afloopt, brengt de bewindvoerder verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
##### Artikel 354a
1. Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en minstens een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de zitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder omtrent de vraag of redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder bevelen deze verklaring op te stellen en aan de rechtbank en de betrokken partijen te doen toekomen.
2. De rechtbank beëindigt de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoeld in [artikel 350, derde lid, onder c tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=350&z=2022-10-01&g=2022-10-01) niet is gebleken.
3. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden voor nader onderzoek. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt.
4. De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212ma
Vervallen
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 1. Definities
## Titel II. Van surseance van betaling
##### Artikel 249a
Indien de faillietverklaring van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1), van een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in [artikel 3:110 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:110) heeft, of van een persoon die een vergunning heeft ingevolge [artikel 3:4, eerste lid van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:4), wordt uitgesproken ingevolge een bepaling van deze titel of binnen een maand na het einde van een surseance van betaling die aan een dergelijke onderneming is verleend, wordt de uitvoering van de vangnetregeling die werd uitgevoerd tijdens de surseance van betaling voortgezet tijdens het faillissement op de voet van [afdeling 3.5.6 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3.5.6).
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212ha
1. Indien De Nederlandsche Bank N.V. of de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, naar gelang welke autoriteit bevoegd is, oordeelt ten aanzien van een bank dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme is voldaan, maar dat een afwikkelingsmaatregel niet in het algemeen belang, bedoeld in onderdeel c van dat artikel, is, verzoekt De Nederlandsche Bank N.V. binnen een redelijke termijn de rechtbank Amsterdam het faillissement van de bank uit te spreken.
2. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.
3. Een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V., al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte.
##### Artikel 212hb
Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van een bank met zetel in Nederland die niet een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement uitspreken.
##### Artikel 212hc
Vervallen
##### Artikel 212hd
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de bank en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in een andere lidstaat.
##### Artikel 212he
De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. tot het uitspreken van het faillissement of een aangifte door de bank met de meeste spoed op een niet openbare zitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voorzover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
##### Artikel 212hf
1. De bank kan, na in gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van de Nederlandsche Bank N.V. dat is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in [artikel 212ha, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ha&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. Ingeval een bank zich heeft verweerd tegen een oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 212hg
De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.
##### Artikel 212hi
1. Een beschikking als bedoeld in [artikel 212hb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hb&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [212hga, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hga*&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of [212hgb, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212hgb&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is uitvoerbaar bij voorraad.
2. [Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is niet van toepassing.
##### Artikel 212hj
Vervallen
##### Artikel 212hk
Vervallen
##### Artikel 212hl
Vervallen
##### Artikel 212hm
Vervallen
##### Artikel 212hn
Vervallen
##### Artikel 212ho
Vervallen
##### Artikel 212hp
Vervallen
##### Artikel 212hq
Vervallen
##### Artikel 212hr
Vervallen
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 212hh
In afwijking van [artikel 212t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212t&z=2013-07-01&g=2013-07-01) worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor het uitoefenen van het rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt bijgehouden of is gesitueerd.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213ab
Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar die niet een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam, onverminderd [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2022-10-01&g=2022-10-01), op verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement uitspreken.
##### Artikel 213ac
Vervallen
##### Artikel 213ad
De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in een andere lidstaat.
##### Artikel 213ae
De rechtbank behandelt het verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. tot het uitspreken van het faillissement of een aangifte door de verzekeraar met de meeste spoed op een niet openbare zitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
##### Artikel 213af
1. De verzekeraar kan, na in de gelegenheid te zijn gesteld te worden gehoord, zich verweren tegen het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. dat zich een situatie als bedoeld in [artikel 213a bis](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voordoet.
2. Ingeval een verzekeraar zich heeft verweerd tegen een beslissing of oordeel als bedoeld in het eerste lid, verklaart de rechtbank dat verweer uitsluitend dan gegrond indien De Nederlandsche Bank N.V. in redelijkheid niet tot die beslissing of dat oordeel heeft kunnen komen.
##### Artikel 213ag
1. De rechtbank spreekt het faillissement uit indien summierlijk blijkt dat zich een situatie, als bedoeld in [artikel 213a bis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01), voordoet.
2. Bij het uitspreken van het faillissement benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer curatoren. De Nederlandsche Bank N.V. kan voor de benoeming van curatoren voordrachten doen.
3. Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare zitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de curator bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht. De uittreksels vermelden naam en zetel van de desbetreffende verzekeraar, de woonplaats of het kantoor van de curator alsmede de datum van de beschikking. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarnaar hij diensten verricht wordt daarenboven vermeld dat op het faillissement, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, de rechtsgrondslag, dat De Nederlandsche Bank N.V. de bevoegde toezichthouder is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beschikking beroep in cassatie kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van de Hoge Raad en het onderwerp van de beschikking.
##### Artikel 213ah
Een beschikking als bedoeld in de [artikelen 213agb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213agb&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [213aga, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213aga&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is uitvoerbaar bij voorraad.
##### Artikel 213ai
Vervallen
##### Artikel 213aj
Vervallen
##### Artikel 213ak
Vervallen
##### Artikel 213al
Vervallen
##### Artikel 213am
Vervallen
##### Artikel 213an
Vervallen
##### Artikel 213ao
Vervallen
##### Artikel 213ap
Vervallen
##### Artikel 213aq
Vervallen
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
##### Artikel 213aa
1. Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
2. Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
#### § 4. Natura-uitvaartzekeraars
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hga
1. Bij het uitspreken van het faillissement benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer curatoren. De Nederlandsche Bank N.V. kan voor de benoeming van de curator of curatoren voordrachten doen.
2. Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare zitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de curator bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar zij diensten verricht. De uittreksels vermelden naam en zetel van de bank, de woonplaats of het kantoor van de curator alsmede de datum van de beschikking. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de bank een bijkantoor heeft of waarnaar zij diensten verricht wordt daarenboven vermeld dat op het faillissement, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, de rechtsgrondslag, of de Europese Centrale Bank dan wel De Nederlandsche Bank N.V. de bevoegde toezichthouder is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beschikking beroep in cassatie kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van de Hoge Raad en het onderwerp van de beschikking.
##### Artikel 213abis
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van een verzekeraar het faillissement uit te spreken indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel, 3A:85, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend).
2. De omstandigheid dat De Nederlandsche Bank N.V. de vergunning van een verzekeraar heeft ingetrokken, staat niet eraan in de weg dat ten aanzien van die verzekeraar toepassing wordt gegeven aan deze afdeling.
3. Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een verzekeraar die een door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft of heeft gehad aanvragen.
4. De Nederlandsche Bank N.V. overlegt bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een advies over de uitvoering van het faillissement door de curator.
##### Artikel 212ra
1. De volgende vorderingen worden verhaald op de boedel na de vorderingen, genoemd in [artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=288) en voor de vorderingen van concurrente schuldeisers, in de volgende volgorde:
- a. vorderingen ter zake van gegarandeerde deposito’s, met inbegrip van vorderingen van het Depositogarantiefonds die op grond van [artikel 3:261, vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:261) in de rechten van de depositohouder ter zake van een vordering op de betalingsonmachtige bank is getreden, alsmede vorderingen van het Depositogarantiefonds als bedoeld in [artikel 3:265e, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:265e);
- b. vorderingen ter zake van het gedeelte van in aanmerking komende deposito’s dat groter is dan het bedrag van de vergoeding dat krachtens [artikel 3:259, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:259) is vastgesteld, welke deposito’s worden aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, alsmede van deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden in buiten de Europese Unie gelegen bijkantoren van banken met zetel in de Europese Unie.
2. Zowel binnen onderdeel a als binnen onderdeel b van het eerste lid hebben de vorderingen onderling een gelijke rang.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
##### Artikel 212oo
[Afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2022-10-01&g=2022-10-01) met uitzondering van de [artikelen 212k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212k&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [212ra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212ra&z=2022-10-01&g=2022-10-01), 212rc tot en met 212rf en [212nna](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=2&artikel=212nna&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in [artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:96) is verleend en, waar van toepassing, haar bijkantoor in een andere lidstaat. De artikelen 212rc, 212rd en 212rf zijn van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdeel 1, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 waarop artikel 9, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen van toepassing is.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 213ar
1. Onverminderd [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=1&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kan De Nederlandsche Bank N.V. de rechtbank Amsterdam verzoeken het faillissement uit te spreken ten aanzien van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01), indien zich ten aanzien van die verzekeraar een situatie als bedoeld in dat artikel voordoet en De Nederlandsche Bank N.V. oordeelt dat:
- a. er ten aanzien van de moedermaatschappij tekenen zijn van een gevaarlijke ontwikkeling met betrekking tot het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit, onderscheidenlijk de technische voorzieningen, en redelijkerwijs is te voorzien dat die ontwikkeling niet voldoende of niet tijdig ten goede zal keren; en
- b. het faillissement voor de afwikkeling van die verzekeraar of de groep, bedoeld in [artikel 3:159a, onderdeel d, van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3:159a), waartoe de verzekeraar behoort nodig is.
2. Indien ten aanzien van een verzekeraar en diens moedermaatschappij de situaties, bedoeld in het eerste lid, zich voordoen, kan een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement van de moedermaatschappij niet aanvragen.
3. In afwijking van [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geschiedt de faillietverklaring van een moedermaatschappij op een verzoek van De Nederlandsche Bank N.V. als bedoeld in het eerste lid door de rechtbank Amsterdam.
4. Indien een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. het faillissement verzoekt van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01), stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte of het verzoek tot faillietverklaring.
5. De [artikelen 213ac tot en met 213ap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ac&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van de [artikelen 213af](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213af&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [213ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ag&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voor «[artikel 213abis, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213abis&z=2022-10-01&g=2022-10-01),» wordt gelezen: «[artikel 213ar, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ar&z=2022-10-01&g=2022-10-01),».
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 106a
1. Op vordering van de curator of op verzoek van het openbaar ministerie kan de rechtbank een bestuursverbod opleggen aan de bestuurder van een in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3) genoemde rechtspersoon, de gewezen bestuurder daaronder begrepen, als tijdens of in de drie jaren voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement van die rechtspersoon:
- a. door de rechter bij onherroepelijk geworden uitspraak is geoordeeld dat hij voor zijn handelen of nalaten bij die rechtspersoon aansprakelijk is, als bedoeld in de [artikelen 138](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138) of [248 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248);
- b. de bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon rechtshandelingen heeft verricht, toegelaten of mogelijk gemaakt waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld en die overeenkomstig de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=47&z=2022-10-01&g=2022-10-01) bij onherroepelijk geworden uitspraak door de rechter zijn vernietigd;
- c. de bestuurder, ondanks een verzoek van de curator, in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsverplichtingen, bedoeld in deze wet, jegens de curator;
- d. de bestuurder, hetzij als zodanig, hetzij als natuurlijke persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft; of
- e. aan de rechtspersoon of de bestuurder ervan een boete wegens een vergrijp als bedoeld in de [artikelen 67d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67d), [67e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67e) of [67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67f) is opgelegd en deze beschikking onherroepelijk is.
2. Een bestuursverbod kan mede worden uitgesproken jegens de bestuurder van een of meer rechtspersonen die bestuurder is of zijn als bedoeld in het eerste lid.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek aan het openbaar ministerie of de curator de voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, benodigde gegevens.
4. Met uitzondering van het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op een natuurlijke persoon die handelt of heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
##### Artikel 106b
1. Een bestuurder aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan gedurende vijf jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, of zoveel korter als in de uitspraak is bepaald, niet tot bestuurder of commissaris van een in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3) genoemde rechtspersoon worden benoemd. Een benoeming tot bestuurder of commissaris in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig.
2. Tenzij in de uitspraak anders is bepaald, vormt het bestuursverbod voor betrokkene tevens een beletsel voor de uitoefening van zijn functie als bestuurder of commissaris bij alle op grond van [artikel 106c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106c&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in de procedure betrokken rechtspersonen.
3. De griffier van de rechtbank, of in geval van hoger beroep, van het gerechtshof, biedt de onherroepelijke uitspraak waarin een bestuursverbod is opgelegd met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan, die terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister overgaat. Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij het Handelsregister.
4. De rechtbank regelt zo nodig alle overige gevolgen van het door haar uitgesproken bestuursverbod.
5. De rechtbank kan ter verzekering van de naleving van haar uitspraak een dwangsom opleggen. Wordt de dwangsom verbeurd, dan komt deze toe aan de boedel of, als daarvan geen sprake is, aan de staat. De Minister van Veiligheid en Justitie kan de ontvangen gelden besteden aan nader door hem te bepalen doeleinden van faillissementsfraudebestrijding.
6. Een uitspraak houdende oplegging van een bestuursverbod kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
##### Artikel 106c
1. Bij een verzoek of vordering tot het opleggen van een bestuursverbod wordt een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd van de overige rechtspersonen, bedoeld in [artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=3), waarvan de betrokkene bestuurder of commissaris is. De Kamer van Koophandel verstrekt dit uittreksel op verzoek van de curator of het openbaar ministerie.
2. De rechtbank stelt de in het vorige lid bedoelde rechtspersonen in de gelegenheid om hun zienswijze over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan naar voren te brengen. Daarbij kunnen zij niet worden vertegenwoordigd door de bestuurder jegens wie een bestuursverbod is gevorderd of verzocht, tenzij deze de enige bestuurder van de betrokken rechtspersoon is.
3. Indien een bestuursverbod ertoe leidt dat een rechtspersoon zonder bestuurder of commissaris komt te verkeren, kan de rechtbank overgaan tot de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen wier bezoldiging door de rechtbank wordt vastgesteld en voor rekening van de rechtspersoon komt.
4. De rechtbank bij wie een verzoek of vordering tot het opleggen van een bestuursverbod aanhangig is, kan de desbetreffende bestuurder of commissaris op verzoek van het openbaar ministerie of op vordering van de curator schorsen en zo nodig voorzien in de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen.
5. De schorsing en de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen kan in elke stand van het geding worden verzocht of gevorderd. Zij gelden voor ten hoogste de duur van het geding.
6. De schorsing of de tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen wordt, voor de duur van de schorsing of tijdelijke aanstelling, ingeschreven bij het Handelsregister.
##### Artikel 106d
1. Voor de toepassing van de [artikelen 106a tot en met 106c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt als bestuurder tevens aangemerkt degene die het beleid van de rechtspersoon heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder.
2. Voor de toepassing van de [artikelen 106a tot en met 106c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt met bestuurder gelijk gesteld de uitvoerende bestuurder en met de commissaris de niet uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken zijn verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders.
##### Artikel 106e
De artikelen [106a tot en met 106d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=106a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing op bestuurders, gewezen bestuurders, commissarissen en feitelijk leidinggevenden bij een Europees Economisch samenwerkingsverband, een Europese vennootschap en een Europese coöperatieve vennootschap met statutaire zetel in Nederland.
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### Vijfde afdeling A
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Vervallen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming als bedoeld in [artikel 3a:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht](onbekend)
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 105a
1. De gefailleerde verleent de curator alle medewerking aan het beheer en de vereffening van de boedel.
2. De gefailleerde draagt terstond de administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers volledig en ongeschonden aan de curator over. Zo nodig stelt de gefailleerde de curator alle middelen ter beschikking om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken.
3. Indien de gefailleerde in enige gemeenschap van goederen is gehuwd of in enige gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, rust de plicht om medewerking te verlenen op ieder van de echtgenoten onderscheidenlijk van de geregistreerde partners voor zover het faillissement de gemeenschap betreft.
##### Artikel 105b
1. Derden met inbegrip van accountantsorganisaties en een externe accountant, die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, de administratie van de gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, stellen die administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers desgevraagd volledig en ongeschonden aan de curator ter beschikking, zo nodig met inbegrip van de middelen om de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar te maken.
2. In afwijking van [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kunnen derden geen beroep op een retentierecht doen ten aanzien van de administratie van de gefailleerde die zij in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, op welke wijze dan ook, onder zich hebben als de curator die administratie op grond van het eerste lid heeft opgevraagd.
3. Elk beding dat strijdig is met het bepaalde in het eerste of tweede lid is nietig.
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Achtste. Van de rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212nna
Indien De Nederlandsche Bank N.V. gebruik heeft gemaakt van een bevoegdheid op grond van [afdeling 3A.1.5 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&afdeling=3a.1.5) ten aanzien van een entiteit als bedoeld in [artikel 3A:2, onderdelen c tot en met g, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=3a:2), is [afdeling 11AA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA&z=2022-10-01&g=2022-10-01), met uitzondering van de [artikelen 212k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212k&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [212r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212r&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van overeenkomstige toepassing op het faillissement van die entiteit.
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Zesde. Het akkoord
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5a
1. Een verzoek tot opening van een groepscoördinatieprocedure als bedoeld in artikel 61 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening kan worden gedaan door een insolventiefunctionaris bij de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. Tegen een beslissing van de rechtbank als bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening, kan een bij de groepscoördinatieprocedure betrokken insolventiefunctionaris gedurende acht dagen, na de dag waarop die beslissing is genomen, in hoger beroep komen.
3. Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoek, in te dienen ter griffie van het rechtscollege dat bevoegd is van de zaak kennis te nemen.
4. De rechter beveelt in geval van een mondelinge behandeling de oproeping van de verzoeker in hoger beroep, de bij de groepscoördinatieprocedure betrokken coördinator en de in eerste aanleg in de procedure verschenen belanghebbenden.
5. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan de rechtbank.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
##### Artikel 110a
Indien sprake is van een onvolledig ingevuld standaardformulier als bedoeld in artikel 55 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening, wordt de schuldeiser door de curator in de gelegenheid gesteld het standaardformulier aan te vullen.
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
##### Artikel 215a
1. Elke schuldeiser heeft tegen de voorlopige verlening van surseance recht van verzet gedurende acht dagen na de dag waarop de surseance voorlopig is verleend op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. De rechter, die een voorlopige verlening van surseance intrekt, stelt tevens het bedrag vast van de kosten van de surseance van betaling en van het salaris van de bewindvoerder. Hij brengt dit bedrag ten laste van de schuldenaar. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Een bevelschrift van tenuitvoerlegging zal daarvan worden uitgegeven ten behoeve van de bewindvoerder.
### afdeling Tweede. Van het akkoord
##### Artikel 257a
[Artikel 110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110a&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 14b
Benoemt de rechtbank meerdere rechters-commissarissen, dan zijn zij zowel afzonderlijk als tezamen bevoegd om de in deze wet genoemde bevoegdheden uit te oefenen.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 3. Van de schuldeiserscommissie
##### Artikel 75a
1. De rechtbank dan wel de rechter-commissaris kan bij het instellen van de voorlopige of definitieve schuldeiserscommissie een reglement vaststellen over de werkwijze van de schuldeiserscommissie. Dit reglement wordt op passende wijze bekend gemaakt.
2. Na het instellen van de voorlopige of definitieve schuldeiserscommissie beslist de rechtbank dan wel de rechter-commissaris over het ontslag van leden van de schuldeiserscommissie.
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
##### Artikel 80a
De rechter-commissaris bepaalt of een vergadering van schuldeisers fysiek, dan wel schriftelijk of met gebruikmaking van een elektronisch communicatiemiddel plaatsvindt.
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
##### Artikel 161a
Na beëindiging van het faillissement overeenkomstig [artikel 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn verifieerbare vorderingen die niet binnen de termijn van [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn ingediend ter verificatie niet langer afdwingbaar, tenzij de schuldeiser redelijkerwijs niet in staat was de vordering binnen de bedoelde termijn voor verificatie in te dienen.
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hga*
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van bank tot het ter beschikking krijgen van gelden is aangegaan.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
##### Artikel 212hgb
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator, aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overgang van verbintenissen die de bank met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden is aangegaan, van die verbintenissen, met dien verstande dat de bedingen in overeenkomsten waaruit de volgende vorderingen voortvloeien daarbij niet kunnen worden gewijzigd:
- a. vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de bank zijn gedekt;
- b. termijnen van huurkoop;
- c. vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de richtlijn financiëlezekerheidsovereenkomsten; of
- d. de verplichtingen die voortvloeien uit corresponderende posities en daarmee samenhangende cliëntposities als bedoeld in [hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003109&hoofdstuk=3b), alsmede de verplichtingen met betrekking tot het stellen van zekerheid in verband met de betreffende derivatenposities, voor wat betreft de verplichtingen jegens cliënten beperkt tot de verplichtingen die kunnen worden voldaan uit het derivatenvermogen, bedoeld in [artikel 49g, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003109&artikel=49g).
2. De verbintenissen kunnen overgaan met uitsluiting van enig met deze rechten en verplichtingen samenhangend recht op schadevergoeding.
3. Indien de curator na het uitspreken van het faillissement het verzoek doet, behandelt de rechtbank het verzoek met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van rechtspleging in burgerlijke zaken. De Nederlandsche Bank N.V. wordt gehoord.
4. Indien de rechtbank de machtiging verleent, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. De curator kan verlenging van de geldigheidsduur voor telkens ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Zolang bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, wordt de machtiging gehandhaafd.
5. Indien een curator voornemens is over te gaan tot overdracht van verbintenissen die een bank met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, vraagt hij daaromtrent advies van De Nederlandsche Bank N.V.. Indien de curator toestemming als bedoeld in [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vraagt, legt hij daarbij dit advies over.
##### Artikel 212hgc
1. Zodra de overgang van rechten en verplichtingen heeft plaatsgevonden, maakt de curator de overgang en, ingeval de overeenkomst is gewijzigd, de wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant en in ten minste drie dagbladen die door de rechtbank kunnen zijn aangewezen. Ingeval de rechtbank geen dagbladen heeft aangewezen, kan de curator de overgang en de wijzigingen ook op andere wijze bekendmaken.
2. De overdracht en de wijzigingen worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de bank en de derde van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst.
3. De Nederlandsche Bank N.V. deelt de overdracht en de wijzigingen mede aan de toezichthoudende instanties waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in lidstaten.
##### Artikel 212rb
1. Onmiddellijk na de vorderingen van concurrente schuldeisers en voor vorderingen die op enige grond zijn achtergesteld op concurrente schuldeisers, worden vorderingen uit schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 48, onder ii, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, die voldoen aan de criteria, genoemd in artikel 108, tweede lid, van die richtlijn, verhaald op de boedel.
2. De vorderingen uit schuldinstrumenten, bedoeld in het eerste lid, hebben onderling een gelijke rang.
3. Dit artikel is van toepassing op een gefailleerde die ten tijde van de uitgifte van de schuldinstrumenten een entiteit was als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten
#### § 1. Definities
#### § 1. Definities
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 213ad1
1. De rechtbank is bevoegd inzage te nemen of te doen nemen, door daartoe door haar aangewezen deskundigen, van zakelijke gegevens en bescheiden van de betrokken verzekeraar.
2. Degene die de gegevens onder zich heeft, verstrekt de gegevens en bescheiden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn.
##### Artikel 213aga
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering die de verzekeraar heeft gesloten.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
##### Artikel 213agb
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator, aan de curator een machtiging verlenen die strekt bij de overgang op een derde van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering die de verzekeraar heeft gesloten, tot wijziging van die overeenkomst van verzekering.
2. De rechten en verplichtingen kunnen overgaan met uitsluiting van enig met de rechten en verplichtingen samenhangend recht op schadevergoeding.
3. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid die betrekking heeft op een levensverzekering kan niet tot gevolg hebben dat aan verzekeringnemers meer verplichtingen worden opgelegd.
4. Ingeval de curator na het uitspreken van het faillissement het verzoek doet, behandelt de rechtbank het verzoek met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van rechtspleging in burgerlijke zaken. De Nederlandsche Bank N.V. wordt gehoord.
5. Indien de rechtbank de machtiging verleent, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de termijn kan de curator verlenging van de geldigheidsduur voor telkens ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Zolang bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, wordt de machtiging gehandhaafd.
6. Indien een curator voornemens is over te gaan tot overgang van rechten en verplichtingen krachtens overeenkomst van verzekering, vraagt hij daaromtrent advies van De Nederlandsche Bank N.V.. Indien de curator toestemming als bedoeld in [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vraagt, legt hij daarbij dit advies over.
##### Artikel 213agc
1. Zodra de overgang van rechten en verplichtingen heeft plaatsgevonden, maakt de curator de overgang en, ingeval de overeenkomst is gewijzigd, de wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant en in ten minste drie dagbladen, die door de rechtbank kunnen zijn aangewezen.
2. De overgang en de wijzigingen worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de verzekeraar en de derde van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst.
3. De Nederlandsche Bank N.V. deelt de overgang en de wijzigingen mede aan de toezichthoudende instanties waar een bijkantoor van de verzekeraar is gelegen of waarnaar hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in lidstaten.
##### Artikel 213ka
1. Indien de wederpartij van de verzekeraar zich heeft verbonden tot het betalen van premie in termijnen en zij op het tijdstip van faillietverklaring de laatste termijn nog niet heeft voldaan en indien tevens een onzeker voorval waarop de overeenkomst van verzekering betrekking heeft zich op dat tijdstip nog kan voordoen, kan de curator eigener beweging of op schriftelijk verzoek van de wederpartij met toestemming van de rechter-commissaris verklaren of de overeenkomst wordt nagekomen, en, zo ja, of de wederpartij de voldoening van premies kan opschorten dan wel dat zij dient door te gaan met de voldoening van de premies. [Artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is niet van toepassing.
2. Indien de voldoening van de premies wordt opgeschort, wordt, ingeval de verzekering een spaarelement bevat, de verhoging van het gespaarde bedrag dienovereenkomstig opgeschort.
3. Indien de curator verklaart dat de overeenkomst wordt nagekomen en de rechten en verplichtingen krachtens de overeenkomst van verzekering nadien niet overgaan op een derde, en indien tevens de wederpartij na de verklaring premies heeft voldaan, heeft, ingeval de verzekering een spaarelement bevat, de wederpartij een vordering tot teruggave van de na de verklaring voldane premies, voor zover deze premies niet hebben geleid tot een evenredige verhoging van het gespaarde bedrag na de verklaring. Ingeval de premies zijn voldaan aan de boedel, is de verplichting tot teruggave van de premies boedelschuld. Ingeval de na de verklaring voldane premies hebben geleid tot een evenredige verhoging van het gespaarde bedrag, is deze verhoging boedelschuld.
4. De rechter-commissaris kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, zowel per overeenkomst als voor een groep overeenkomsten geven.
##### Artikel 213kaa
1. De curator kan eigener beweging of op schriftelijk verzoek van de wederpartij met toestemming van de rechter-commissaris de verzekering beëindigen met inachtneming van een termijn van drie maanden, indien:
- a. de wederpartij van de verzekeraar op het tijdstip van de faillietverklaring aan haar verplichting tot het betalen van premie volledig heeft voldaan;
- b. het een verzekering betreft op grond waarvan alleen dan een uitkering wordt gedaan indien zich een onzeker voorval voordoet voorafgaand aan een in de overeenkomst bepaald tijdstip; en
- c. een onzeker voorval waarop de verzekering betrekking heeft zich nog kan voordoen.
2. [Artikel 213ka, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ka&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 213ma
1. De curator vraagt de rechter-commissaris toestemming voor het doen van tussentijdse periodieke uitkeringen onderscheidenlijk een eenmalige uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling, op opeisbare vorderingen:
- a. betreffende uitkeringen, ontstaan krachtens overeenkomsten van levensverzekering;
- b. ontstaan krachtens overeenkomsten van schadeverzekering betreffende uitkeringen ter zake van letsel, ziekte of overlijden van natuurlijke personen;
- c. betreffende reeds vervallen termijnen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
- d. ontstaan krachtens overeenkomsten van verzekering anders dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, indien deze het bedrag van € 12.500 te boven gaan, en indien het verzekerde risico zich heeft verwezenlijkt voorafgaand aan de negentigste dag na de faillietverklaring.
2. Onder een vordering als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een vordering die een begunstigde heeft doordat hij voorafgaand aan de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt van zijn recht de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar te doen afkopen.
3. De curator doet het verzoek, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot vorderingen die reeds voor de dag van de faillietverklaring opeisbaar zijn geworden, uiterlijk op de negentigste dag na de faillietverklaring.
4. De curator vraagt de rechter-commissaris op verzoek van de begunstigde of de verzekeringnemer tevens toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering voorafgaand aan de slotuitdeling op een vordering die een schuldeiser heeft doordat degene die het recht heeft de verzekering of het pensioen geheel of gedeeltelijk door de verzekeraar af te doen kopen van dat recht na de faillietverklaring gebruik heeft gemaakt, indien het eerst na de verificatievergadering doen van een uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben.
5. Indien het risico zich na de faillietverklaring heeft verwezenlijkt, vraagt de curator slechts toestemming indien de vordering ter verificatie is ingediend.
6. De curator vraagt tevens toestemming met betrekking tot de hoogte, en, in geval van periodieke uitkeringen, de frequentie daarvan.
##### Artikel 213mb
In afwijking van [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-10-01&g=2022-10-01) vraagt de curator geen toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering als bedoeld in artikel 213ma voorafgaand aan de slotuitdeling op:
- a. vorderingen die het Zorginstituut ingevolge [artikel 31, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=31) gehouden is te voldoen aan de verzekerde;
- b. vorderingen van het Zorginstituut waarin dat instituut op grond van [artikel 31, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=31) is gesubrogeerd;
- c. vorderingen van een benadeelde als bedoeld in [artikel 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=1) die ter zake van dezelfde schade ingevolge [artikel 25, eerste lid, onderdeel d, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=25) een recht op schadevergoeding geldend kan maken tegen het Waarborgfonds Motorverkeer;
- d. vorderingen tot verhaal die het Waarborgfonds Motorverkeer op grond van [artikel 27, eerste lid, tweede alinea, tweede zin, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002415&artikel=27) heeft;
- e. vorderingen die ontstaan, dan wel opeisbaar of onvoorwaardelijk zijn geworden louter door of in verband met het aanvragen van het faillissement of de faillietverklaring dan wel door een handelen of nalaten van de curator; en
- f. vorderingen waarbij voor het ontstaan dan wel het opeisbaar of onvoorwaardelijk worden wilsovereenstemming met de verzekeraar of een wilsuiting van een derde is vereist, en die wilsovereenstemming of wilsuiting eerst na de faillietverklaring plaatsvindt.
##### Artikel 213mc
1. In zijn verzoek maakt de curator aannemelijk dat het percentage dat de desbetreffende schuldeisers op hun vordering ontvangen als gevolg van de tussentijdse uitkering of de wijziging is gebaseerd op een prudente schatting van het percentage dat de schuldeisers op hun vordering zouden hebben ontvangen na de verificatievergadering indien geen tussentijdse uitkeringen waren gedaan onderscheidenlijk deze niet waren gewijzigd.
2. De rechter-commissaris geeft toestemming tenzij hij oordeelt dat de curator het bepaalde in het eerste lid niet aannemelijk heeft gemaakt.
##### Artikel 213md
1. De curator doet de tussentijdse uitkeringen waarvoor de rechter-commissaris toestemming heeft gegeven.
2. In afwijking van het eerste lid doet de curator, indien tot aan de faillietverklaring op vorderingen, bedoeld in [artikel 213ma, eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een of meer periodieke uitkeringen zijn gedaan, zonder toestemming van de rechter-commissaris tussentijdse uitkeringen totdat de rechter-commissaris heeft beslist op een verzoek om toestemming dat is gedaan gedurende de eerste negentig dagen na de dag van de faillietverklaring, per periode voor hetzelfde bedrag als het bedrag dat de schuldeiser voorafgaand aan de faillietverklaring in eenzelfde periode ontving.
##### Artikel 213me
1. De curator vraagt toestemming voor het doen van een uitkering als bedoeld in [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aan ten behoeve van:
- a. natuurlijke personen; en
- b. rechtspersonen die op het tijdstip dat de vordering opeisbaar wordt een micro-onderneming of kleine onderneming drijven als bedoeld in artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid van de [richtlijn 2014/34](32014L0034)/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van [Richtlijn 2006/43/EG](32006L0043) van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van [Richtlijnen 78/660/EEG](31978L0660) en [83/349/EEG](31983L0349) van de Raad.
2. De curator doet aan een schuldeiser die niet een persoon is als bedoeld in het eerste lid een uitkering indien de rechter-commissaris op verzoek van die schuldeiser of een belanghebbende daartoe beslist. De rechter-commissaris beslist daartoe indien het eerst na de verificatievergadering doen van een uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben.
##### Artikel 213mf
1. Een belanghebbende die van oordeel is dat de curator in strijd met [artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of [213me, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213me&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geen toestemming aan de rechter-commissaris vraagt voor het doen van een tussentijdse uitkering, kan de rechter-commissaris verzoeken de curator te bevelen een tussentijdse uitkering te doen.
2. De rechter-commissaris beslist, na de curator te hebben gehoord, binnen drie dagen.
3. Wanneer de rechter-commissaris het verzoek toewijst, bepaalt hij tevens de hoogte van de tussentijdse uitkering, en, in geval van periodieke uitkeringen, de frequentie daarvan.
##### Artikel 213mg
[Artikel 213ma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213ma&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is niet van toepassing indien een schuldeiser een vordering heeft als bedoeld in artikel 213ma op zowel de verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard als een andere verzekeraar ter zake van dezelfde schade.
##### Artikel 213mh
1. Indien het bedrag dat een schuldeiser aan tussentijdse periodieke uitkeringen heeft ontvangen groter is dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd, en voorafgaand aan de verificatievergadering vorderingen uit hoofde van verzekering zijn overgedragen aan een overnemer, heeft de curator, indien hij niet anders is overeengekomen met de overnemer, ter zake van het bedrag dat hij niet meer kan verrekenen doordat de vorderingen uit hoofde van verzekering en activa zijn overgedragen, een vordering op de overnemer.
2. De overnemer kan het bedrag dat hij op de vordering, bedoeld in het eerste lid, heeft voldaan aan de curator, in termijnen in mindering brengen op de uitkeringen die hij is verschuldigd uit hoofde van de op hem overgegane overeenkomst van verzekering met de desbetreffende schuldeiser.
##### Artikel 213mi
Voor zover de boedel een vordering heeft op een schuldeiser omdat deze aan tussentijdse uitkeringen meer heeft ontvangen dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd, is deze vordering nihil, tenzij een schuldeiser meer aan tussentijdse uitkeringen heeft ontvangen dan het bedrag waarvoor zijn vordering wordt geverifieerd doordat hij niet te goeder trouw is.
##### Artikel 213mj
De curator kan met toestemming van de rechter-commissaris een tussentijdse periodieke uitkering beëindigen of de hoogte of de frequentie daarvan wijzigen.
##### Artikel 213mk
In afwijking van [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=67&z=2022-10-01&g=2022-10-01):
- a. kan beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris waarbij toestemming voor het doen van een tussentijdse uitkering wordt gegeven of geweigerd of waarbij een bevel als bedoeld in [artikel 213mf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=2&artikel=213mf&z=2022-10-01&g=2022-10-01) wordt gegeven worden ingesteld door de belanghebbende wiens vordering het betreft, de curator en De Nederlandsche Bank N.V..
- b. beslist de rechtbank na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbende, de curator en De Nederlandsche Bank N.V.; en
- c. wordt de beschikking door de rechtbank in hoogste ressort gewezen.
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vierde. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
##### Artikel 328b
1. Vorderingen, na afloop van de in [artikel 289, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden bij de bewindvoerder ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek geverifieerd, indien noch de bewindvoerder noch een van de aanwezige schuldeisers daartegen bezwaar maakt.
2. Vorderingen, ingediend na het in het eerste lid genoemde tijdstip, worden niet geverifieerd.
3. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet toepasselijk, indien de schuldeiser buiten het Rijk in Europa woont en daardoor verhinderd was zich eerder aan te melden.
4. In geval van bezwaar, zoals in het eerste lid bedoeld, of van verhindering, zoals in het derde lid bedoeld, beslist de rechter-commissaris na raadpleging van de verificatievergadering.
##### Artikel 328c
1. Aan schuldeisers die ten gevolge van hun verzuim om op te komen pas geverifieerd worden nadat er reeds een uitdeling heeft plaats gehad, wordt uit de nog voorhanden baten een bedrag vooruitbetaald, evenredig aan hetgeen door de overige erkende schuldeisers reeds is ontvangen.
2. Schuldeisers met voorrang verliezen die voorrang voorzover de opbrengst van de zaak, waaraan die voorrang kleefde, bij een vroegere uitdelingslijst aan andere schuldeisers bij voorrang is toegekend.
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
##### Artikel 349aa
1. De schuldeiser van wie de vordering niet of voor een te laag bedrag is geverifieerd, ook al was dit overeenkomstig zijn opgave, kan bij de overeenkomstige toepassing van [artikel 184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=184&z=2022-10-01&g=2022-10-01) in verzet komen. De schuldeiser dient daartoe een bezwaarschrift in met het verzoek om geverifieerd te worden uiterlijk twee dagen vóór die waarop het verzet ter openbare zitting zal behandeld worden. Voorts dient de schuldeiser de vordering of het niet-geverifieerde deel van de vordering in bij de curator en voegt een afschrift daarvan bij het bezwaarschrift.
2. De verificatie, bedoeld in het vorige lid, vindt plaats zoals bepaald bij [artikel 119](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en volgende, ter openbare zitting, bestemd voor de behandeling van het verzet en voordat met de behandeling van het verzet een aanvang wordt gemaakt.
3. Indien dit verzet alleen verificatie als schuldeiser tot doel heeft, en niet tevens door anderen verzet is gedaan, komen de kosten van het verzet ten laste van deze schuldeiser.
4. Door een schuldeiser bedoeld in [artikel 110, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kan niet het in het eerste lid bedoelde verzet worden gedaan.
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 3d
1. Als een eigen aangifte of een verzoek tot faillietverklaring en een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
2. De behandeling van de eigen aangifte of het verzoek tot faillietverklaring wordt in ieder geval geschorst totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek tot aanwijzing van de herstructureringsdeskundige. Wijst de rechtbank het verzoek toe, dan kondigt zij daarbij tevens overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-10-01&g=2022-10-01) een afkoelingsperiode af en blijft de schorsing tijdens die periode van kracht.
### afdeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 42a
Een rechtshandeling die is verricht nadat de schuldenaar ter griffie van rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan niet met een beroep op het vorige artikel worden vernietigd, als de rechter op verzoek van de schuldenaar voor die rechtshandeling een machtiging heeft afgegeven. De rechter honoreert dit verzoek als:
- a. het verrichten van de rechtshandeling noodzakelijk is om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van een akkoord als bedoeld in de genoemde artikelen te kunnen blijven voortzetten, en
- b. op het moment dat de machtiging wordt verstrekt redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar bij deze rechtshandeling gediend zijn, terwijl geen van de individuele schuldeisers daardoor wezenlijk in zijn belangen wordt geschaad.
### afdeling Derde. Van het bestuur over de failliete boedel
#### § 1. Van de rechter-commissaris
#### § 2. Van de curator
#### § 3. Van de schuldeiserscommissie
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeisers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeling Zesde. Van het akkoord
### afdeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### Afdeling 11A. Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
### Afdeling 11AA. Van het faillissement van een bank
#### § 1. In Nederland gevestigde bank en buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde bank met bijkantoor in Nederland
##### Artikel 212hga*
1. De rechtbank kan tegelijk met het uitspreken van het faillissement, of daarna op verzoek van de curator aan de curator een machtiging verlenen die strekt tot het doen overgaan aan een derde van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van bank tot het ter beschikking krijgen van gelden is aangegaan.
2. De toestemming of medewerking van een ander dan de derde is niet vereist.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11AB. Van het faillissement van een beleggingsonderneming
#### § 1. Definities
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### afdeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
#### § 1. Algemene bepalingen
##### Artikel 369
1. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch op een bank als bedoeld in [artikel 212g, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11AA¶graaf=1&artikel=212g&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of een verzekeraar als bedoeld in [artikel 213, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11B¶graaf=1&artikel=213&z=2022-10-01&g=2022-10-01), als schuldenaar.
2. Het in deze afdeling ten aanzien van stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders bepaalde, is van toepassing op de schuldeisers en aandeelhouders die overeenkomstig [artikel 381, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01), stemgerechtigd zijn.
3. Als de schuldenaar een vereniging of coöperatie is, is het in deze afdeling ten aanzien van aandeelhouders bepaalde van overeenkomstige toepassing op de leden.
4. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op rechten van werknemers in dienst van de schuldenaar die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten in de zin van [artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=610).
5. Behoudens de gevallen waarin sprake is van de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is het in deze afdeling bepaalde niet van toepassing als de schuldenaar in de afgelopen drie jaar een akkoord heeft aangeboden dat bij een stemming als bedoeld in [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door alle klassen is verworpen of ten aanzien waarvan de rechtbank op de voet van [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01) de homologatie heeft geweigerd.
6. Een akkoord kan op basis van deze afdeling naar keuze worden voorbereid en aangeboden in een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
7. Of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om verzoeken als bedoeld in deze afdeling in behandeling te nemen wordt bepaald:
- a. op grond van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening voor zover het verzoeken betreft die worden ingediend in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement en de genoemde verordening van toepassing is, dan wel
- b. [artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=3).
8. Het in deze afdeling ten aanzien van de rechtbank bepaalde is van toepassing op de rechtbank die ingevolge de [artikelen 262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=262) of [269 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=269) relatief bevoegd is om verzoeken als bedoeld in deze afdeling in behandeling te nemen. Heeft een rechtbank zich in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement of een openbare akkoordprocedure buiten faillissement eenmaal relatief bevoegd verklaard om kennis te nemen van een verzoek ten aanzien van een schuldenaar, dan is deze rechtbank met uitsluiting van andere relatief bevoegde rechtbanken, eveneens relatief bevoegd om kennis te nemen van alle verdere verzoeken die in die procedure op grond van deze afdeling ten aanzien van de schuldenaar worden ingediend. Bieden meerdere rechtspersonen die samen een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) tegelijkertijd een akkoord aan op grond van deze afdeling, dan kunnen zij één van de gerechten die relatief bevoegd is, in een gezamenlijk verzoek vragen kennis te nemen van alle verzoeken die worden ingediend in het kader van de totstandkoming van een akkoord ten aanzien van deze rechtspersonen op grond van deze afdeling.
9. Verzoeken aan de rechter in het kader van deze afdeling worden in raadkamer behandeld, tenzij het akkoord wordt voorbereid en aangeboden in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.
10. Tegen de beslissingen van de rechtbank in het kader van deze afdeling staat geen rechtsmiddel open, tenzij anders is bepaald.
#### § 1. Algemene bepalingen
##### Artikel 370
1. Als een schuldenaar verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan, kan hij zijn schuldeisers en zijn aandeelhouders, of een aantal van hen, een akkoord aanbieden dat voorziet in een wijziging van hun rechten en dat door de rechtbank overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01) kan worden gehomologeerd.
2. Als een derde, waaronder een borg en een medeschuldenaar, aansprakelijk is voor een schuld van de schuldenaar aan een schuldeiser als bedoeld in het eerste lid of op enigerlei wijze zekerheid heeft gesteld voor de betaling van die schuld, is [artikel 160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2022-10-01&g=2022-10-01) Fw van overeenkomstige toepassing, behoudens voor zover het een akkoord betreft als bedoeld in [artikel 372, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=372&z=2022-10-01&g=2022-10-01). De derde kan voor het bedrag dat hij na de homologatie van het akkoord voldoet aan de schuldeiser geen verhaal nemen op de schuldenaar. Voldoet de derde een schuld van de schuldenaar of een deel daarvan, terwijl de schuldeiser voor die schuld of dat deel van de schuld op basis van het akkoord ook rechten aangeboden krijgt, dan gaan die rechten van rechtswege over op de derde indien en voor zover de schuldeiser als gevolg van de betaling van de derde en de op basis van het akkoord toegekende rechten, waarde zou ontvangen die het bedrag van zijn vordering, zoals deze bestond voor de homologatie van het akkoord, te boven gaat.
3. Zodra de schuldenaar start met de voorbereiding van een akkoord, deponeert hij een verklaring waaruit dit blijkt ter griffie van de rechtbank, alwaar deze gedurende uiterlijk één jaar zal blijven liggen. De deponering geschiedt kosteloos. Nadat de schuldenaar het akkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voorlegt, kunnen zij de verklaring kosteloos inzien totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek, bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), dan wel totdat het verslag, bedoeld in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=382&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is gedeponeerd en de schuldenaar daarin meedeelt dat hij een dergelijk verzoek niet zal indienen.
4. Biedt de schuldenaar het akkoord aan in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement, dan verzoekt hij zodra de rechter voor het eerst een beslissing heeft genomen op basis van deze afdeling, de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld in de registers, bedoeld in de [artikelen 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en [19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en in de Staatscourant melding te maken van de gegevens, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening.
5. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, heeft het bestuur voor het aanbieden van een akkoord als bedoeld in het eerste lid en de uitvoering van een akkoord dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de rechtbank is gehomologeerd geen instemming nodig van de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding en, voor zover en voor zolang de volgende afwijkingen nodig zijn en zonder afbreuk te doen aan het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders, zijn de [artikelen 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=38), [96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=96), [96a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=96a), [99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=99), [100 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=100), [107a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=107a) en [108a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=108a) en [titel 5.3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=3), alsmede [artikel 5:25ka van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=5:25ka) en eventuele statutaire bepalingen of tussen de rechtspersoon en haar aandeelhouders dan wel tussen twee of meer aandeelhouders onderling overeengekomen regelingen ten aanzien van de besluitvorming door de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, niet van toepassing. Voor zover de uitvoering van een akkoord een besluit van de algemene vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding vereist, treedt het akkoord dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de rechtbank is gehomologeerd daarvoor in de plaats.
##### Artikel 371
1. Iedere schuldeiser, aandeelhouder of de krachtens wettelijke bepalingen bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kunnen bij de rechtbank een verzoek indienen tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige die aan de schuldeisers en aandeelhouders van een schuldenaar, of een aantal van hen, overeenkomstig deze afdeling een akkoord kan aanbieden. Ook de schuldenaar kan een dergelijk verzoek doen. In dit laatste geval is [artikel 370, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), van overeenkomstige toepassing. Wordt het verzoek toegewezen, dan kan de schuldenaar zolang de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige duurt geen akkoord aanbieden op basis van artikel 370, eerste lid. Wel kan hij een akkoord aan de herstructureringsdeskundige overhandigen met het verzoek dit aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voor te leggen.
2. Heeft de rechter nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, dan vermeldt de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, in het verzoek voor welke procedure als bedoeld in [artikel 369, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=1&artikel=369&z=2022-10-01&g=2022-10-01), hij kiest en welke redenen daaraan ten grondslag liggen. Het verzoek bevat dan ook zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt. Is het verzoek niet ingediend door de schuldenaar, dan stelt de rechtbank de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid zich uit te laten over de keuze voor één van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures. In geval van een geschil hierover, beslist de rechtbank welke van de in artikel 369, zesde lid, genoemde procedures toepassing vindt. [Artikel 370, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het in dat lid bedoelde verzoek in dit geval kan worden gedaan door de herstructureringsdeskundige of de schuldenaar.
3. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt toegewezen als de schuldenaar verkeert in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), tenzij summierlijk blijkt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hierbij niet gediend zijn. Een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt in ieder geval toegewezen als het is ingediend door de schuldenaar zelf of gesteund wordt door de meerderheid van de schuldeisers.
4. De rechtbank kan één of meer deskundigen benoemen om een onderzoek in te stellen naar de vraag of sprake is van een toestand als bedoeld in het vorige lid. [Artikel 378, zesde lid, eerste en vierde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en het zevende en achtste lid van dit artikel zijn dan van overeenkomstige toepassing.
5. Over een verzoek als bedoeld in het eerste lid, beslist de rechtbank niet dan nadat zij de verzoeker, bedoeld in het eerste lid, de schuldenaar en de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangesteld, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Dit geldt ook voor de beslissingen, bedoeld in het tiende, twaalfde en dertiende lid. In de laatste drie gevallen roept de rechtbank ook de herstructureringsdeskundige op om te worden gehoord.
6. De herstructureringsdeskundige voert zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk uit.
7. De herstructureringsdeskundige is gerechtigd tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de schuldenaar waarvan hij kennisneming nodig acht voor een juiste vervulling van zijn taak.
8. De schuldenaar of zijn bestuurders en de aandeelhouders en commissarissen zo die er zijn, alsmede degenen die in dienst zijn van de schuldenaar, zijn verplicht de herstructureringsdeskundige alle inlichtingen te verschaffen als dit van hen wordt verlangd, op de wijze als daarbij is bepaald. Zij lichten de herstructureringsdeskundige eigener beweging in over feiten en omstandigheden waarvan zij weten of behoren te weten dat deze voor de herstructureringsdeskundige voor een juiste vervulling van zijn taak van belang zijn en verlenen alle medewerking die daarvoor nodig is.
9. Behoudens in het kader van de toepassing van het in deze afdeling bepaalde, deelt de herstructureringsdeskundige de verkregen informatie niet met derden.
10. De rechtbank bepaalt het salaris van de herstructureringsdeskundige. Ook stelt de rechtbank een bedrag vast dat de werkzaamheden van herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan gedurende het proces door de rechtbank op verzoek van de herstructureringsdeskundige worden verhoogd. Voor zover niet anders overeengekomen is, betaalt de schuldenaar deze kosten, met dien verstande dat als het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt gesteund door de meerderheid van de schuldeisers, de schuldeisers de kosten dragen. De rechtbank kan ten behoeve hiervan aan de aanwijzing de voorwaarde verbinden van zekerheidstelling of bijschrijving van een voorschot op de rekening van de rechtbank.
11. De herstructureringsdeskundige is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de poging om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, tenzij hem een persoonlijk ernstig verwijt treft dat hij niet heeft gehandeld zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende herstructureringsdeskundige die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht.
12. Zodra duidelijk wordt dat het niet mogelijk is om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen, stelt de herstructureringsdeskundige de rechtbank hiervan op de hoogte en verzoekt hij om de intrekking van zijn aanwijzing.
13. De aanwijzing eindigt van rechtswege zodra de rechtbank het akkoord overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01) homologeert, tenzij de rechtbank bij haar homologatiebeslissing bepaalt dat deze nog met een door haar te bepalen termijn voortduurt. Daarnaast kan de rechtbank te allen tijde een herstructureringsdeskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
14. Heeft de rechtbank nog niet eerder een beslissing genomen in het kader van deze afdeling, en ontleent zij haar rechtsmacht aan de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), genoemde verordening, dan wordt in de aanwijzingsbeschikking vermeld of het een hoofdinsolventieprocedure dan wel een territoriale insolventieprocedure in de zin van de verordening betreft. Elke schuldeiser die niet al op basis van het vijfde lid in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken, kan gedurende acht dagen na de melding, bedoeld in [artikel 370, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), daartegen in verzet komen op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de genoemde verordening.
##### Artikel 372
1. Een akkoord als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kan ook voorzien in de wijziging van rechten van schuldeisers jegens rechtspersonen die samen met de schuldenaar een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) mits:
- a. de rechten van die schuldeisers jegens de betrokken rechtspersonen strekken tot voldoening of tot zekerheid voor de nakoming van verbintenissen van de schuldenaar of van verbintenissen waarvoor die rechtspersonen met of naast de schuldenaar aansprakelijk zijn;
- b. de betrokken rechtspersonen verkeren in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- c. de betrokken rechtspersonen met de voorgestelde wijziging hebben ingestemd of het akkoord wordt aangeboden door een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en
- d. de rechtbank rechtsmacht heeft als deze rechtspersonen zelf een akkoord op grond van deze afdeling zouden aanbieden en een verzoek zouden indienen als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
2. Bij een akkoord als bedoeld in het eerste lid:
- a. verstrekt de schuldenaar, of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ook de in [artikel 375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-10-01&g=2022-10-01) genoemde informatie ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen, en
- b. toetst de rechtbank bij de behandeling van het homologatieverzoek ambtshalve dan wel op verzoek of het akkoord ten aanzien van deze rechtspersonen voldoet aan [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. De schuldenaar dan wel de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, is bij uitsluiting bevoegd om ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen verzoeken bij de rechtbank in te dienen als bedoeld de [artikelen 376, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [378, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [379, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
##### Artikel 373
1. Als de schuldenaar verkeert in een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, aan een wederpartij met wie de schuldenaar een overeenkomst heeft gesloten, een voorstel doen tot wijziging of beëindiging van die overeenkomst. Stemt de wederpartij niet in met het voorstel, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de overeenkomst tussentijds doen opzeggen, mits een akkoord is aangeboden dat overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de rechtbank wordt gehomologeerd en de rechtbank daarbij toestemming geeft voor deze eenzijdige opzegging. De opzegging vindt in dat geval van rechtswege plaats op de dag waarop het akkoord door de rechtbank is gehomologeerd tegen een door de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige gestelde termijn. Komt deze termijn de rechtbank niet redelijk voor, dan kan zij bij de verlening van de toestemming een langere termijn vaststellen, met dien verstande, dat een termijn van drie maanden vanaf de homologatie van het akkoord in elk geval voldoende is.
2. Na de eenzijdige opzegging, bedoeld in het eerste lid, heeft de wederpartij recht op vergoeding van de schade die hij lijdt vanwege de beëindiging van de overeenkomst. [Afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&afdeling=10) is van toepassing. Het akkoord, bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), kan voorzien in een wijziging van het toekomstige recht op schadevergoeding.
3. Het voorbereiden en aanbieden van een akkoord als bedoeld [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alsmede gebeurtenissen en handelingen die daarmee of met de uitvoering van het akkoord rechtstreeks verband houden en daarvoor redelijkerwijs noodzakelijk zijn, zijn geen grond voor wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar en voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst.
4. Is overeenkomstig [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-10-01&g=2022-10-01) een afkoelingsperiode afgekondigd, dan geldt tijdens die periode dat een verzuim in de nakoming van de schuldenaar dat heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode, geen grond is voor de wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar en voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst voor zover zekerheid is gesteld voor de nakoming van de nieuwe verplichtingen die ontstaan tijdens de afkoelingsperiode.
##### Artikel 374
1. Schuldeisers en aandeelhouders worden in verschillende klassen ingedeeld, als de rechten die zij bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement hebben of de rechten die zij op basis van het akkoord aangeboden krijgen zodanig verschillend zijn dat van een vergelijkbare positie geen sprake is. In ieder geval worden schuldeisers of aandeelhouders die overeenkomstig [Titel 10 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&titeldeel=10), een andere wet of een daarop gebaseerde regeling dan wel een overeenkomst bij het verhaal op het vermogen van de schuldenaar een verschillende rang hebben, in verschillende klassen ingedeeld.
2. Concurrente schuldeisers worden tezamen in één of meer aparte klassen ingedeeld, als:
- a. deze schuldeisers op het moment dat het akkoord overeenkomstig [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01) ter stemming wordt voorgelegd, een rechtspersoon zijn als bedoeld in de [artikelen 395a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=395a) en [396 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=396) of een schuldeiser bij wie op dat moment vijftig of minder personen werkzaam zijn dan wel ten aanzien waarvan uit een opgave krachtens de [Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777) blijkt dat er vijftig of minder personen werkzaam zijn met een vordering voor geleverde goederen of diensten of een vordering uit een onrechtmatige daad als bedoeld in [artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=162), en
- b. aan deze schuldeisers op basis van het akkoord een uitkering in geld aangeboden wordt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht wordt aangeboden dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen.
3. Schuldeisers met een voorrang die voortvloeit uit pand of hypotheek als bedoeld in [artikel 278, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=278) worden enkel voor het deel van hun vordering waarvoor de voorrang geldt in één of meer klassen van schuldeisers met een dergelijk voorrang ingedeeld, tenzij hierdoor geen verandering ontstaat in de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd. Voor het overige deel van hun vordering worden deze schuldeisers ingedeeld in een klasse van schuldeisers zonder voorrang. Bij de bepaling van het deel van de vordering waarvoor de voorrang tot zekerheid strekt, wordt uitgegaan van de waarde die naar verwachting in een faillissement volgens de wettelijke rangorde door deze schuldeiser op basis van zijn pand- of hypotheekrechten verkregen zou zijn.
##### Artikel 375
1. Het akkoord bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders nodig hebben om zich voor het plaatsvinden van de stemming, bedoeld in [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over het akkoord, waaronder:
- a. de naam van de schuldenaar;
- b. voor zover van toepassing de naam van de herstructureringsdeskundige;
- c. voor zover van toepassing, de klassenindeling en de criteria op basis waarvan de schuldeisers en aandeelhouders in één of meerdere klassen zijn ingedeeld;
- d. de financiële gevolgen van het akkoord per klasse van schuldeisers en aandeelhouders;
- e. de waarde die naar verwachting gerealiseerd kan worden als het akkoord tot stand komt;
- f. de opbrengst die naar verwachting gerealiseerd kan worden bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement;
- g. de bij de berekening van de waardes, bedoeld onder e en f, gehanteerde uitgangspunten en aannames;
- h. als het akkoord een toedeling van rechten aan de schuldeisers en aandeelhouders behelst: het moment of de momenten waarop de rechten zullen worden toebedeeld;
- i. voor zover van toepassing, de nieuwe financiering die de schuldenaar het in het kader van de uitvoering van het akkoord aan wil gaan en de redenen waarom dit nodig is;
- j. de wijze waarop de schuldeisers en aandeelhouders nadere informatie over het akkoord kunnen verkrijgen;
- k. de procedure voor de stemming over het akkoord alsmede het moment waarop deze plaatsvindt dan wel waarop de stem uiterlijk moet zijn uitgebracht, en
- l. voor zover van toepassing, de wijze waarop de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging overeenkomstig [artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=25) gevraagd is of nog gevraagd zal worden advies uit te brengen.
2. Aan het akkoord worden gehecht:
- a. een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat van alle baten en lasten, en
- b. een lijst waarop:
- 1°. de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij naam worden genoemd of, als dit niet mogelijk is, de schuldeisers of aandeelhouders onder verwijzing naar één of meer categorieën worden vermeld;
- 2°. het bedrag van hun vordering of het nominale bedrag van hun aandeel wordt gemeld, en, indien van toepassing, wordt meegedeeld in hoeverre dat bedrag wordt betwist alsmede voor welk bedrag de schuldeiser of de aandeelhouder tot de stemming wordt toegelaten, en
- 3°. wordt meegedeeld in welke klasse of klassen zij zijn ingedeeld.
- c. voor zover van toepassing, een opgave van schuldeisers of aandeelhouders die niet onder het akkoord vallen, bij naam of, als dit niet mogelijk is, onder verwijzing naar één of meer categorieën, alsmede een toelichting waarom zij niet worden meegenomen in het akkoord;
- d. informatie over de financiële positie van de schuldenaar, en
- e. een beschrijving van:
- 1°. de aard, omvang en oorzaak van de financiële problemen;
- 2°. welke pogingen zijn ondernomen om deze problemen op te lossen;
- 3°. de herstructureringsmaatregelen die onderdeel zijn van het akkoord;
- 4°. de wijze waarop deze maatregelen bijdragen aan een oplossing, en
- 5°. hoeveel tijd het naar verwachting vergt om deze maatregelen uit te voeren;
- f. voor zover van toepassing, een schriftelijke verklaring inhoudende welke zwaarwegende grond aanwezig is waardoor de concurrente schuldeisers, bedoeld in [artikel 374, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2022-10-01&g=2022-10-01), op basis van het akkoord een uitkering in geld aangeboden krijgen die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht aangeboden krijgen dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie verder in het akkoord of in de daaraan te hechten bescheiden wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt, alsmede kan worden voorzien in een standaardformulier.
##### Artikel 376
1. Als de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en een akkoord als bedoeld in het eerste lid van dat artikel heeft aangeboden of toezegt dat hij binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een dergelijk akkoord zal aanbieden, of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de rechtbank verzoeken een afkoelingsperiode af te kondigen.
2. Tijdens de afkoelingsperiode, die geldt voor een termijn van ten hoogste vier maanden:
- a. kan elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van de schuldenaar behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden niet worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat er een akkoord wordt voorbereid;
- b. kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, beslagen opheffen, en
- c. wordt de behandeling van een verzoek tot verlening van surseance, een eigen aangifte of een door een schuldeiser jegens de schuldenaar ingediend verzoek tot faillietverklaring geschorst.
3. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt toegewezen als summierlijk blijkt dat:
- a. dit noodzakelijk is om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten, en
- b. op het moment dat de afkoelingsperiode wordt afgekondigd redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar hierbij gediend zijn en de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.
5. Als de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, hierom verzoeken voordat de uiterste termijn voor de afkoelingsperiode, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, kan de rechtbank deze periode verlengen met een door haar te bepalen termijn, met dien verstande dat de totale termijn met inbegrip van verlengingen niet langer kan zijn dan acht maanden. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige dient in zijn verzoek aannemelijk te maken dat er belangrijke vooruitgang is geboekt in de totstandkoming van het akkoord. Dit laatste wordt geacht in ieder geval aan de orde te zijn als een verzoek tot homologatie van het akkoord als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is ingediend.
6. In afwijking van het vijfde lid, wordt de afkoelingsperiode niet verlengd als:
- a. de afkoelingsperiode is verzocht in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement, en
- b. het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in de drie maanden voorafgaand aan het moment dat de rechter voor het eerst een beslissing heeft genomen op basis van deze afdeling vanuit een andere lidstaat is verplaatst.
7. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig [artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=239) een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, is de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode niet bevoegd de mededeling, bedoeld in het derde lid van dat artikel, te doen of betalingen in ontvangst te nemen dan wel te verrekenen met een vordering op de schuldenaar, mits de schuldenaar op toereikende wijze vervangende zekerheid stelt voor het verhaal van de pandhouder krachtens dat pandrecht.
8. De [artikelen 241a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241a&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [241c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241c&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [241d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=241d&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bij de overeenkomstige toepassing van artikel 241a, derde lid, gaat om een termijn die aan de schuldenaar is gesteld.
9. Op verzoek van de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, kan de rechtbank bij haar beslissing tot het afkondigen van een afkoelingsperiode of gedurende de termijn waarbinnen deze geldt, voorzieningen treffen als bedoeld in [artikel 379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-10-01&g=2022-10-01). Bij de afkondiging van een algemene afkoelingsperiode kan de rechtbank een observator als bedoeld [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aanstellen, als zij dit nodig oordeelt ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers of de aandeelhouders.
10. Als niet langer wordt voldaan aan het eerste en het vierde lid, heft de rechtbank de afkoelingsperiode op. Zij kan dit ambtshalve doen of op verzoek van de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, of de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend.
11. De rechtbank beslist niet over het verlenen van een machtiging als bedoeld in het tweede lid, onder a, of verzoeken als bedoeld in het vijfde, negende en tiende lid dan nadat zij de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangesteld, alsmede de in het tweede lid bedoelde derden, beslaglegger en schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
12. [Artikel 371, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
13. Het verzoek tot verlening van surseance, de eigen aangifte of het verzoek tot faillietverklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, vervalt van rechtswege zodra de rechtbank het akkoord overeenkomstig [artikel 384](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01) heeft gehomologeerd. Was de schuldeiser op het moment dat hij het verzoek tot faillietverklaring indiende, niet op de hoogte van het feit dat er een akkoord werd voorbereid, dan beslist de rechter of de schuldenaar de kosten van het geding die de schuldeiser heeft gemaakt, moet vergoeden.
##### Artikel 377
1. Als de schuldenaar voor de afkondiging van de afkoelingsperiode, bedoeld in [artikel 376](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=376&z=2022-10-01&g=2022-10-01), de bevoegdheid had tot gebruik, verbruik of vervreemding van goederen, dan wel de inning van vorderingen, blijft deze bevoegdheid hem tijdens de afkoelingsperiode toekomen, voor zover dit past binnen de normale voortzetting van de onderneming die hij drijft.
2. De schuldenaar maakt alleen gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, als de belangen van de betrokken derden, voldoende zijn gewaarborgd.
3. De rechtbank heft de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid op of beperkt het gebruik van deze bevoegdheid op verzoek van één of meer betrokken derden, als niet langer wordt voldaan aan het vorige lid. De rechtbank beslist hierover niet dan nadat zij de genoemde derden, de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangewezen, en de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangesteld, op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
##### Artikel 378
1. Voordat het akkoord overeenkomstig [artikel 381, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ter stemming is voorgelegd, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangewezen, de rechtbank verzoeken een uitspraak te doen over aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand brengen van een akkoord overeenkomstig deze afdeling, waaronder:
- a. de inhoud van de informatie die in het akkoord of in de daaraan gehechte bescheiden is opgenomen, als ook de door de schuldenaar gehanteerde waardes en uitgangspunten en aannames, bedoeld in [artikel 375, eerste lid, onderdelen e tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- b. de klassenindeling;
- c. de toelating tot de stemming van een schuldeiser of aandeelhouder;
- d. de procedure voor de stemming en binnen welke termijn nadat het akkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders is voorgelegd of hen is meegedeeld hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, de stemming redelijkerwijs zou mogen plaatsvinden;
- e. of, als alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in [artikel 384, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01), alsnog aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan;
- f. of, als niet alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in [artikel 384, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=384&z=2022-10-01&g=2022-10-01), aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan, en
- g. of, als de schuldenaar een rechtspersoon is als bedoeld in de [artikelen 381, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [383, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), het bestuur zonder goede reden weigert instemming te verlenen voor het in stemming brengen van het akkoord of de indiening van het homologatieverzoek.
2. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. De rechtbank behandelt de verzoeken die overeenkomstig het eerste lid aan haar worden gedaan zoveel mogelijk gezamenlijk en doet deze zoveel mogelijk op één zitting af.
4. Wordt de rechter op grond van het eerste lid verzocht zich uit te laten over de toelating van een schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming of over de hoogte van het bedrag van de vordering van een stemgerechtigde schuldeiser dan wel het nominale bedrag van het aandeel van een stemgerechtigde aandeelhouder, dan bepaalt de rechtbank of en tot welk bedrag, deze schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming over het akkoord wordt toegelaten. [Artikel 147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=147&z=2022-10-01&g=2022-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. Wordt de rechter op grond van het eerste lid, onderdeel g, verzocht zich uit te laten over de weigering van het bestuur om de daar bedoelde instemming te verlenen en constateert hij dat het bestuur daarvoor geen goede reden heeft, dan kan de rechter op verzoek van de herstructureringsdeskundige bepalen dat zijn beslissing dezelfde kracht heeft als de instemming van het bestuur.
6. Als zij dit nodig acht in het kader van een door haar te nemen beslissing, kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen om binnen een door haar te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek in te stellen en een beredeneerd verslag van bevindingen uit te brengen. De deskundigen leggen hun verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders. [Artikel 371, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zijn van overeenkomstige toepassing. De rechtbank kan te allen tijde een deskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of ambtshalve.
7. Als informatie ontbreekt om de gevraagde beslissing te kunnen geven, kan de rechtbank de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een redelijke termijn gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken, alvorens zij een beslissing neemt als bedoeld in het eerste en vierde lid.
8. De rechtbank beslist niet als bedoeld in het eerste en vierde lid dan nadat zij de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangesteld, en de schuldeisers en aandeelhouders van wie de belangen rechtstreeks geraakt worden door de beslissing op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Wordt de rechter gevraagd om een beslissing te nemen als bedoeld in het vierde lid, dan is de vorige zin in ieder geval van toepassing op de schuldeiser of aandeelhouder, bedoeld in dat lid.
9. Beslissingen van de rechtbank op grond van dit artikel zijn slechts bindend voor die schuldeisers en aandeelhouders die op grond van het vorige lid door de rechtbank in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven.
10. [Artikel 371, veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 379
1. Als de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in [artikel 370, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), of er overeenkomstig [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige dan wel ambtshalve zodanige bepalingen maken en voorzieningen treffen als zij ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers of de aandeelhouders nodig oordeelt.
2. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, en veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 380
1. Als het akkoord overeenkomstig [artikel 370](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01) door de schuldenaar wordt voorbereid, kan een voorziening als bedoeld in [artikel 379](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=379&z=2022-10-01&g=2022-10-01) zijn de aanstelling van een observator. Deze heeft tot taak toezicht te houden op de totstandkoming van het akkoord en daarbij oog te hebben voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.
2. Zodra duidelijk wordt dat het de schuldenaar niet zal lukken om overeenkomstig deze afdeling een akkoord tot stand te brengen of dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden geschaad, stelt de observator de rechtbank hiervan op de hoogte. De rechtbank stelt in dat geval de observator en de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid een zienswijze te geven en verbindt hieraan de gevolgen die zij geraden acht. Een dergelijke gevolgtrekking kan zijn dat de rechtbank een herstructureringsdeskundige aanwijst als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
3. Wordt na de aanstelling van een observator een verzoek ingediend tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) en wijst de rechtbank dit verzoek toe, dan trekt zij daarbij de aanstelling van de observator in.
4. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, en het vijfde tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 381
1. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangewezen, legt het akkoord gedurende een redelijke termijn die in ieder geval niet korter is dan acht dagen, voor het plaatsvinden van de stemming voor aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders of bericht hen hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, zodat zij hierover een geïnformeerd oordeel kunnen vormen.
2. De herstructureringsdeskundige kan het akkoord alleen met instemming van de schuldenaar aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voorleggen als:
- a. de herstructureringsdeskundige is aangewezen op verzoek van één of meer schuldeisers of de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, en
- b. de schuldenaar of, als de schuldenaar een rechtspersoon is, de groep, bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b), waartoe de schuldenaar behoort, een onderneming drijft waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet in het voorgaande boekjaar € 50 miljoen of het balanstotaal aan het eind van het voorgaande boekjaar € 43 miljoen niet overschreed.
Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mogen de aandeelhouders het bestuur niet op onredelijke wijze belemmeren instemming te verlenen.
3. Stemgerechtigd zijn schuldeisers en aandeelhouders van wie de rechten op basis van het akkoord worden gewijzigd.
4. Biedt de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een akkoord aan dat mede betrekking heeft op vorderingsrechten waarvoor geldt dat het economisch belang geheel of in overwegende mate ligt bij een ander dan de schuldeiser en waardoor die ander zich in een positie bevindt die, gegeven de omstandigheden van het geval, redelijkerwijs gelijkgesteld moet worden met die van een schuldeiser als bedoeld in het derde lid, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige deze ander in plaats van de schuldeiser uitnodigen naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de schuldeiser bepaalde van toepassing op de ander.
5. Biedt de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een akkoord aan dat mede betrekking heeft op aandelen ten aanzien waarvan certificaten zijn uitgegeven, dan kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, de certificaathouder, in plaats van de aandeelhouder, uitnodigen om naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de aandeelhouder bepaalde van toepassing op de certificaathouders. Hetzelfde geldt voor vruchtgebruikers.
6. De stemming over het akkoord geschiedt per klasse van schuldeisers of aandeelhouders, overeenkomstig de in [artikel 375, eerste lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-10-01&g=2022-10-01), gegeven informatie, in een fysieke of door middel van een elektronisch communicatiemiddel te houden vergadering of schriftelijk.
7. Een klasse van schuldeisers heeft met het akkoord ingestemd als het besluit tot instemming is genomen door een groep van schuldeisers die samen ten minste twee derden vertegenwoordigen van het totale bedrag aan vorderingen behorend tot de schuldeisers die binnen die klasse hun stem hebben uitgebracht.
8. Een klasse van aandeelhouders heeft met het akkoord ingestemd als het besluit tot instemming is genomen door een groep van aandeelhouders die samen ten minste twee derden vertegenwoordigen van het totale bedrag aan geplaatst kapitaal behorend tot de aandeelhouders die binnen die klasse een stem hebben uitgebracht.
##### Artikel 382
1. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangewezen, stelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zeven dagen na de stemming een verslag op dat vermeldt:
- a. de namen van de schuldeisers en aandeelhouders of, als dit niet mogelijk is, een verwijzing naar één of meer categorieën van schuldeisers en aandeelhouders, die een stem hebben uitgebracht en of zij zich daarbij voor of tegen het akkoord hebben uitgesproken, alsmede de hoogte van het bedrag van hun vorderingen dan wel het nominale bedrag van hun aandelen;
- b. de uitslag van de stemming, en
- c. of de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige voornemens zijn een verzoek als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), in te dienen, en indien dat het geval is, wat verder rondom de stemming of, indien aan de orde, bij de vergadering waarin deze heeft plaatsgevonden, is voorgevallen en relevant is in het kader van dat verzoek.
2. De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige stelt de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onverwijld in staat van het verslag kennis te nemen. Wordt door de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een verzoek gedaan als bedoeld in [artikel 383, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), dan deponeert hij het verslag ter griffie van de rechtbank. Het verslag ligt aldaar ter kosteloze inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek, bedoeld in artikel 383, eerste lid.
#### § 3. De homologatie van het akkoord
##### Artikel 383
1. Als ten minste één klasse van schuldeisers met het akkoord heeft ingestemd, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangewezen, de rechtbank schriftelijk verzoeken om homologatie van het akkoord. Als het akkoord een wijziging omvat van rechten van schuldeisers met een vordering die bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement naar verwachting geheel of tenminste gedeeltelijk kan worden voldaan, dient die ene klasse, bedoeld in de vorige zin, te bestaan uit schuldeisers die vallen binnen deze categorie schuldeisers.
2. De herstructureringsdeskundige kan alleen met instemming van de schuldenaar een homologatieverzoek indienen als:
- a. de herstructureringsdeskundige is aangewezen op verzoek van één of meer schuldeisers of de bij de door de schuldenaar gedreven onderneming ingestelde ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging;
- b. niet alle klassen met het akkoord hebben ingestemd, en
- c. de schuldenaar of, als de schuldenaar een rechtspersoon is, de groep, bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b), waartoe de schuldenaar behoort, een onderneming drijft waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet in het voorgaande boekjaar € 50 miljoen of het balanstotaal aan het eind van het voorgaande boekjaar € 43 miljoen niet overschreed.
Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mogen de aandeelhouders het bestuur niet op onredelijke wijze belemmeren instemming te verlenen.
3. [Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. De rechtbank bepaalt zo spoedig mogelijk bij beschikking de zitting waarop zij de homologatie behandelt. Heeft de schuldenaar een verzoek ingediend tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd en heeft de rechtbank nog geen herstructureringsdeskundige als bedoeld in [artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aangewezen of een observator als bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aangesteld, dan stelt de rechtbank bij dezelfde beschikking alsnog een observator aan.
5. Van de beschikking, bedoeld in het vierde lid, geeft de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige onverwijld schriftelijk kennis aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.
6. De zitting wordt ten minste acht en ten hoogste veertien dagen nadat het homologatieverzoek is ingediend en het verslag, bedoeld in [artikel 382](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=382&z=2022-10-01&g=2022-10-01), ter griffie ter inzage is gelegd, gehouden.
7. Als de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige de mogelijkheid wil gebruiken om een overeenkomst overeenkomstig [artikel 373, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=373&z=2022-10-01&g=2022-10-01), eenzijdig op te zeggen, dan omvat het homologatieverzoek tevens een verzoek om toestemming voor die opzegging.
8. Tot aan de dag van de zitting, bedoeld in het vierde lid, kunnen stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij de rechtbank een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen tot afwijzing van het homologatieverzoek. Tot dat moment kan ook de wederpartij bij de overeenkomst, bedoeld in het vorige lid, een met redenen omkleed schriftelijk verzoek indienen tot afwijzing van het verzoek tot verlening van toestemming voor de opzegging, bedoeld in dat lid.
9. Een schuldeiser, aandeelhouder of wederpartij als bedoeld in het vorige lid kan geen beroep doen op een afwijzingsgrond, als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het mogelijke bestaan van die afwijzingsgrond heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, terzake heeft geprotesteerd.
##### Artikel 384
1. Heeft de rechtbank rechtsmacht om het verzoek tot homologatie van het akkoord in behandeling te nemen, dan geeft zij zo spoedig mogelijk haar met redenen omkleed vonnis waarbij zij dit verzoek en, indien aan de orde, een verzoek om toestemming voor de opzegging van een overeenkomst als bedoeld in [artikel 383, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), toewijst, tenzij zich één of meer van de afwijzingsgronden, bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid, voordoet.
2. De rechtbank wijst een verzoek tot homologatie van het akkoord af als:
- a. van een toestand als bedoeld in [artikel 370, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=370&z=2022-10-01&g=2022-10-01), geen sprake is;
- b. de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige niet jegens alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 381, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [383, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), tenzij de desbetreffende schuldeisers en aandeelhouders verklaren het akkoord te aanvaarden;
- c. het akkoord of de daaraan gehechte bescheiden niet alle in [artikel 375](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=375&z=2022-10-01&g=2022-10-01) voorgeschreven informatie omvatten, de klasseindeling niet voldoet aan de eisen van [artikel 374](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2022-10-01&g=2022-10-01) of de procedure voor de stemming niet voldeed aan [artikel 381](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01), tenzij zodanig gebrek redelijkerwijs niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
- d. een schuldeiser of de aandeelhouder voor een ander bedrag tot de stemming over het akkoord had moeten worden toegelaten, tenzij die beslissing niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
- e. de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
- f. de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het akkoord nieuwe financiering aan wil gaan en de belangen van de gezamenlijke schuldeisers daardoor wezenlijk worden geschaad;
- g. het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders of met behulp van andere oneerlijke middelen tot stand is gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft meegewerkt;
- h. het loon en de verschotten van de door de rechtbank ingevolge respectievelijk de [artikelen 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), [378, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-10-01&g=2022-10-01), en [380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01) aangewezen of aangestelde herstructureringsdeskundige, deskundige of observator niet zijn gestort of daarvoor geen zekerheid is gesteld, of
- i. er andere redenen zijn die zich tegen de homologatie verzetten.
3. Op verzoek van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders die zelf niet met het akkoord hebben ingestemd of die ten onrechte niet tot de stemming zijn toegelaten, kan de rechtbank een verzoek tot homologatie van een akkoord, afwijzen als summierlijk blijkt dat deze schuldeisers of aandeelhouders op basis van het akkoord slechter af zijn dan bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement.
4. Op verzoek van één of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders die zelf niet met het akkoord hebben ingestemd en zijn ingedeeld in een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd of die ten onrechte niet tot de stemming zijn toegelaten en in een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd hadden moeten worden ingedeeld, wijst de rechtbank een verzoek tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd, af als:
- a. bij de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd, aan een klasse van schuldeisers als bedoeld in [artikel 374, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=374&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een uitkering in geld wordt aangeboden die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen of onder het akkoord een recht aangeboden zal worden dat een waarde vertegenwoordigt die minder bedraagt dan 20% van het bedrag van hun vorderingen, terwijl daarvoor geen zwaarwegende grond is aangetoond;
- b. bij de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd ten nadele van de klasse die niet heeft ingestemd wordt afgeweken van de rangorde bij verhaal op het vermogen van de schuldenaar overeenkomstig [Titel 10 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&titeldeel=10), een andere wet of een daarop gebaseerde regeling, dan wel een contractuele regeling, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of aandeelhouders daardoor niet in hun belang worden geschaad;
- c. de genoemde schuldeisers, niet zijnde schuldeisers als bedoeld in onderdeel d, op basis van het akkoord niet het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in geld ter hoogte van het bedrag dat zij bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement naar verwachting aan betaling in geld zouden ontvangen, of
- d. het schuldeisers betreft met een voorrang die voortvloeit uit pand of hypotheek als bedoeld in [artikel 278, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=278) die de schuldenaar bedrijfsmatig een financiering heeft verstrekt en op basis van het akkoord in het kader van een wijziging van hun rechten, aandelen of certificaten hiervan aangeboden krijgen en daarnaast niet het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in een andere vorm.
5. Op verzoek van de wederpartij bij de overeenkomst wijst de rechtbank het verzoek om toestemming voor de opzegging van een overeenkomst, bedoeld in [artikel 383, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), af op de grond bedoeld in het tweede lid, onder a.
6. [Artikel 378, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=378&z=2022-10-01&g=2022-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
7. De rechtbank beslist niet als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in [artikel 380](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=380&z=2022-10-01&g=2022-10-01), zo die is aangesteld, en de stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders, dan wel de wederpartij, zo die een verzoek tot afwijzing van het verzoek tot homologatie van het akkoord of tot verlening van toestemming voor de opzegging van de overeenkomst als bedoeld in [artikel 383, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=3&artikel=383&z=2022-10-01&g=2022-10-01), hebben ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.
8. [Artikel 371](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=371&z=2022-10-01&g=2022-10-01), veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
##### Artikel 385
Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor de schuldenaar en voor alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders. Heeft niet de schuldeiser of aandeelhouder, maar ingevolge [artikel 381, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&afdeling=Tweede¶graaf=2&artikel=381&z=2022-10-01&g=2022-10-01), een ander over het akkoord gestemd, dan is het akkoord desalniettemin verbindend voor de schuldeiser of aandeelhouder.
##### Artikel 386
Het vonnis van homologatie levert ten behoeve van de stemgerechtigde schuldeisers met niet door de schuldenaar betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en tegen de tot het akkoord als borgen toegetreden personen, voor zover de schuldeisers op basis van het akkoord een vordering krijgen tot betaling van een geldsom.
##### Artikel 387
1. De schuldenaar is in verzuim bij iedere tekortkoming in de nakoming van het akkoord en is verplicht de schade die de stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders daardoor lijden te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. [Artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=75) en [afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&afdeling=10) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In het akkoord kan de ontbinding van het akkoord worden uitgesloten. Als het akkoord hiertoe geen bepaling omvat, is [artikel 165](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=165&z=2022-10-01&g=2022-10-01) van overeenkomstige toepassing.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212hgd
1. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard, de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) en de verkrijger verplichten tot het aan elkaar verstrekken van gegevens en verlenen van bijstand.
2. De Nederlandsche Bank N.V. kan de bank die in staat van faillissement is verklaard en de rechtspersonen die met de bank een groep vormen als bedoeld in [artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=24b) verplichten tot het verschaffen van diensten en faciliteiten die nodig zijn om de overnemer in staat te stellen de op hem overgegane bedrijfsactiviteiten effectief uit te oefenen.
##### Artikel 212rf
1. Voor zover dat niet reeds uit de wet volgt, worden vorderingen die voortvloeien uit bestanddelen van het eigen vermogen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 38, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, op de boedel verhaald na de vorderingen die niet voortvloeien uit een bestanddeel van het eigen vermogen, bedoeld in dat artikel, in de volgende volgorde:
- a. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten;
- b. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten;
- c. vorderingen uit hoofde van kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 28, eerste tot en met vierde lid, artikel 29, eerste tot en met vijfde lid, of artikel 31, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten.
2. Vorderingen die niet langer voortvloeien uit bestanddelen van het eigen vermogen als bedoeld in het eerste lid worden op de boedel verhaald onmiddellijk voor de vorderingen, bedoeld in het eerste lid, tenzij een andere wijziging in de achterstelling is overeengekomen die in overeenstemming is met de verordening kapitaalvereisten.
3. Indien een achterstelling van een vordering volgt uit een verwijzing naar een andere achtergestelde vordering en de achterstelling van een van die twee vordering wordt gewijzigd doordat zij niet langer voortvloeit uit bestanddelen van het eigen vermogen is die wijziging niet van invloed op de achterstelling van de andere vordering.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor zover een instrument slechts gedeeltelijk als een eigenvermogensbestanddeel wordt erkend, het gehele instrument behandeld als een uit een eigenvermogensbestanddeel voortvloeiende vordering met een lagere rang dan vorderingen die niet voortvloeien uit een eigenvermogensbestanddeel.
#### § 1. Definities
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
### afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
### afdeling Zesde. Het akkoord
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212rc
1. De indiening op de voet van artikel 110 van een vordering houdt tevens in de indiening van een vordering met betrekking tot de interesten over die vordering die vanaf de faillietverklaring lopen.
2. In afwijking van artikel 128 wordt ook de vordering met betrekking tot de andere interesten dan die welke door pand of hypotheek zijn gedekt, pro memorie geverifieerd.
##### Artikel 212rd
1. De curator kan een tussentijdse uitkering doen op bepaalde vorderingen, indien de rechter-commissaris daarvoor op verzoek van de curator toestemming geeft.
2. De rechter-commissaris kan toestemming verlenen indien:
- a. voldoende waarschijnlijk is voor welke bedragen de desbetreffende vorderingen geheel of ten minste zullen worden geverifieerd;
- b. een tussentijdse uitkering wenselijk is om te bewerkstelligen dat de periode na de faillietverklaring waarover de interesten lopen, wordt bekort; en
- c. de tussentijdse uitkeringen niet ten koste gaan van andere schuldeisers.
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 4. Verzekeraars met beperkte risico-omvang
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Eerste. Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tiende. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 3. De homologatie van het akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 212re
De faillietverklaring van een bank die een gedekte obligatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, van de richtlijn gedekte obligaties heeft uitgegeven, leidt niet tot wijziging van de rechten van de houder van een gedekte obligatie jegens een derde in verband met die gedekte obligatie.
#### § 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### § 1. Definities
#### § 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
#### § 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
## Titel II. Van surseance van betaling
### afdeling Tweede. Van het akkoord
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### Algemene slotbepaling
### afdeling Tweede. Homologatie van een onderhands akkoord
#### § 1. Algemene bepalingen
#### § 2. De aanbieding van en stemming over een akkoord
#### § 4. De gevolgen van de homologatie van het akkoord
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.