Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 30 september 1893, op het faillissement en de surséance van betaling
73 versions
· 2002-01-01 — 2026-03-25
2026-03-25
Faillissementswet
2025-11-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2025-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-07-10
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2024-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 91 más
2023-11-15
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 92 más
2023-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 92 más
2023-01-01
Faillissementswet
2022-11-04
Faillissementswet
2022-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2022-07-08
Faillissementswet
2022-03-03
Faillissementswet
2021-12-21
Faillissementswet
2021-10-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2021-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2020-10-15
Faillissementswet
2020-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2019-03-07
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 104 más
2019-01-01
Faillissementswet
2018-12-14
Faillissementswet
2018-09-19
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 120 más
2018-07-01
Faillissementswet
2018-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 7, 9 y 122 más
2017-12-23
Faillissementswet
2017-09-01
Faillissementswet — arts. 3, 6, 7 y 133 más
2017-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 147 más
2017-06-27
Faillissementswet
2017-04-01
Faillissementswet
2017-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 315 más
2016-07-01
Faillissementswet
2016-04-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 156 más
2016-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 163 más
2015-11-26
Faillissementswet
2015-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 163 más
2015-06-12
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2015-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2014-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 165 más
2013-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 164 más
2013-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 167 más
2012-10-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 170 más
2012-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 171 más
2012-06-13
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 172 más
2012-01-20
Faillissementswet
2012-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 172 más
2011-07-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 359 más
2011-05-11
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 363 más
2011-04-30
Faillissementswet — arts. 3, 3, 3 y 363 más
2011-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 180 más
2009-04-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 180 más
2009-03-16
Faillissementswet
2009-01-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 181 más
2008-09-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 182 más
2008-05-01
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 190 más
2008-03-26
Faillissementswet — arts. 3, 3, 4 y 190 más
2008-01-01
Faillissementswet
2007-01-01
Faillissementswet
2006-02-01
Faillissementswet — arts. 285, 297
2006-01-20
Faillissementswet
2006-01-01
Faillissementswet
2005-12-01
Faillissementswet — arts. 1, 2, 3 y 414 más
2005-10-15
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 25 más
2005-09-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 25 más
2005-05-15
Faillissementswet
2005-01-15
Faillissementswet
2004-03-23
Faillissementswet
2004-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 28 más
2003-11-15
Faillissementswet
2003-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 28 más
2002-08-01
Faillissementswet
2002-07-01
Faillissementswet
2002-01-01
Faillissementswet — arts. 8, 9, 10 y 114 más
2002-01-01
Faillissementswet
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2003-11-15
@@ -30,7 +30,7 @@
##### Artikel 3
1. Indien een verzoek of een vordering tot faillietverklaring een natuurlijke persoon betreft en hij geen verzoekschrift heeft ingediend tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2003-01-01&g=2003-01-01), geeft de griffier de schuldenaar terstond bij brief kennis dat hij binnen veertien dagen na de dag van de verzending van die brief een verzoekschrift als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-01-01&g=2003-01-01) kan indienen.
1. Indien een verzoek of een vordering tot faillietverklaring een natuurlijke persoon betreft en hij geen verzoekschrift heeft ingediend tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [titel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&z=2003-11-15&g=2003-11-15), geeft de griffier de schuldenaar terstond bij brief kennis dat hij binnen veertien dagen na de dag van de verzending van die brief een verzoekschrift als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-11-15&g=2003-11-15) kan indienen.
2. De behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring wordt geschorst totdat de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken.
@@ -44,37 +44,43 @@
##### Artikel 3b
De[artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3a&z=2003-01-01&g=2003-01-01) blijven buiten toepassing indien een verzoek of een vordering tot faillietverklaring een schuldenaar betreft ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is.
De[artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3a&z=2003-11-15&g=2003-11-15) blijven buiten toepassing indien een verzoek of een vordering tot faillietverklaring een schuldenaar betreft ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is.
##### Artikel 4
1. De aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan en het verzoek daartoe ingediend ter griffie en met den meesten spoed in raadkamer behandeld. Het Openbaar Ministerie wordt daarop gehoord. De griffier stelt de schuldenaar terstond ervan in kennis dat hij onverminderd [artikel 15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2003-01-01&g=2003-01-01), een verzoekschrift, als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-01-01&g=2003-01-01), kan indienen.
1. De aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan en het verzoek daartoe ingediend ter griffie en met den meesten spoed in raadkamer behandeld. Het Openbaar Ministerie wordt daarop gehoord. De griffier stelt de schuldenaar terstond ervan in kennis dat hij onverminderd [artikel 15b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2003-11-15&g=2003-11-15), een verzoekschrift, als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-11-15&g=2003-11-15), kan indienen.
2. Een schuldenaar die gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan kan slechts aangifte doen met medewerking van zijn echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner tenzij iedere gemeenschap tussen echtgenoten onderscheidenlijk geregistreerde partners, is uitgesloten.
3. Ten aanzien eener vennootschap onder eene firma, moet de aangifte inhouden den naam en de woonplaats van elk der hoofdelijk voor het geheel verbondene vennooten.
4. Het vonnis van faillietverklaring wordt ter openbare terechtzitting uitgesproken en is bij voorraad, op de minute uitvoerbaar, niettegenstaande eenige daartegen gerichte voorziening.
4. De aangifte of het verzoek tot faillietverklaring bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
5. Het vonnis van faillietverklaring wordt ter openbare terechtzitting uitgesproken en is bij voorraad, op de minute uitvoerbaar, niettegenstaande eenige daartegen gerichte voorziening.
##### Artikel 5
1. De verzoekschriften, bedoeld in het vorige artikel en in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=11&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [15c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15c&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=67&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Negende&artikel=198&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [206](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=206&z=2003-01-01&g=2003-01-01), worden ingediend door een procureur.
1. De verzoekschriften, bedoeld in het vorige artikel en in de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=11&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [15c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15c&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=67&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [198](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Negende&artikel=198&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [206](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=206&z=2003-11-15&g=2003-11-15), worden ingediend door een procureur.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een hoger beroep dat wordt ingesteld tegen een beschikking van de rechter-commissaris, houdende machtiging aan de curator tot opzegging van een arbeidsovereenkomst.
3. Verzoekschriften op de voet van artikel 33 van de [verordening (EG) nr. 1346/2000](32000R1346) van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160) worden ingediend door een procureur.
##### Artikel 6
1. De rechtbank kan bevelen, dat de schuldenaar worde opgeroepen, om in persoon of bij gemachtigde gehoord te worden. De griffier doet de oproeping op de wijze, bij algemeenen maatregel van bestuur te bepalen.
1. De rechtbank kan bevelen, dat de schuldenaar worde opgeroepen, om in persoon of bij gemachtigde gehoord te worden. De griffier doet de oproeping op de wijze, bij algemeenen maatregel van bestuur te bepalen. Is buiten Nederland een hoofdprocedure geopend op de voet van artikel 3, eerste lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), genoemde verordening, dan stelt de griffier de curator in de hoofdprocedure onverwijld schriftelijk in kennis van de aanvraag onder mededeling dat deze zijn zienswijze binnen een daartoe door de rechter bepaalde termijn kenbaar kan maken.
2. Indien de schuldenaar, die is opgeroepen om gehoord te worden, gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, is zijn echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner mede bevoegd om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen.
3. De faillietverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantoonen, dat de schuldenaar in den toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zoo een schuldeischer het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van dezen.
4. Ontleent de Nederlandse rechter zijn rechtsmacht aan de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), genoemde verordening, dan wordt in het vonnis van faillietverklaring vermeld of het een hoofdprocedure dan wel een territoriale procedure in de zin van de verordening betreft.
##### Artikel 7
1. Hangende het onderzoek kan de rechtbank de verzoeker desverlangd verlof verlenen de boedel te doen verzegelen. Zij kan daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling tot een door haar te bepalen bedrag, verbinden.
2. De verzegeling geschiedt door een bij dit verlof aan te wijzen notaris. Buiten de verzegeling blijven zaken die onder [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vallen; in het proces-verbaal wordt een korte beschrijving daarvan opgenomen.
2. De verzegeling geschiedt door een bij dit verlof aan te wijzen notaris. Buiten de verzegeling blijven zaken die onder [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vallen; in het proces-verbaal wordt een korte beschrijving daarvan opgenomen.
##### Artikel 8
@@ -88,7 +94,7 @@
5. Deze kennisgeving geldt voor oproeping van den schuldeischer, die de faillietverklaring heeft uitgelokt.
6. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-01-01&g=2003-01-01) voorgeschreven.
6. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-11-15&g=2003-11-15) voorgeschreven.
##### Artikel 9
@@ -96,7 +102,7 @@
2. Hetzelfde geldt bij vernietiging der faillietverklaring ten gevolge van verzet, in welk geval van het hooger beroep door den griffier van het gerechtshof, waarbij het is aangebracht, onverwijld wordt kennis gegeven aan den griffier van de rechtbank die de vernietiging heeft uitgesproken.
3. De instelling en behandeling van het hooger beroep geschiedt op de wijze in de[artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01) voorgeschreven.
3. De instelling en behandeling van het hooger beroep geschiedt op de wijze in de[artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15) voorgeschreven.
##### Artikel 10
@@ -108,29 +114,29 @@
4. Deze kennisgeving geldt voor oproeping van den schuldenaar en van dien schuldeischer.
5. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-01-01&g=2003-01-01) voorgeschreven.
5. De behandeling geschiedt op de wijze bij [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-11-15&g=2003-11-15) voorgeschreven.
##### Artikel 11
1. De schuldeischer of de belanghebbende, wiens in het vorige artikel bedoeld verzet door de rechtbank is afgewezen, heeft recht van hooger beroep, gedurende acht dagen na den dag der afwijzing.
2. Hetzelfde geldt, bij vernietiging der faillietverklaring door de rechtbank ten gevolge van dat verzet, voor den schuldenaar, den schuldeischer, die de faillietverklaring verzocht heeft, en het Openbaar Ministerie, in welk geval tevens het[tweede lid van artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van toepassing is.
3. De instelling en behandeling van het hooger beroep geschiedt op de wijze in de[artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01) voorgeschreven.
2. Hetzelfde geldt, bij vernietiging der faillietverklaring door de rechtbank ten gevolge van dat verzet, voor den schuldenaar, den schuldeischer, die de faillietverklaring verzocht heeft, en het Openbaar Ministerie, in welk geval tevens het[tweede lid van artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=9&z=2003-11-15&g=2003-11-15) van toepassing is.
3. De instelling en behandeling van het hooger beroep geschiedt op de wijze in de[artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15) voorgeschreven.
4. Is het verzet bij het gerechtshof gedaan, dan is hooger beroep uitgesloten.
##### Artikel 12
1. Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kunnen de schuldenaar, de schuldeischer die de faillietverklaring verzocht, de in [art. 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde schuldeischer of belanghebbende en het Openbaar Ministerie, gedurende acht dagen na den dag der uitspraak, in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt aangebracht en behandeld op de wijze bij de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bepaald.
1. Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kunnen de schuldenaar, de schuldeischer die de faillietverklaring verzocht, de in [art. 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=10&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde schuldeischer of belanghebbende en het Openbaar Ministerie, gedurende acht dagen na den dag der uitspraak, in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt aangebracht en behandeld op de wijze bij de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=8&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bepaald.
3. Indien de cassatie is gericht tegen een arrest, houdende vernietiging van het vonnis van faillietverklaring, geeft de griffier van den Hoogen Raad van het verzoek tot cassatie onverwijld kennis aan den griffier van het gerechtshof dat de vernietiging heeft uitgesproken.
##### Artikel 13
1. Indien ten gevolge van verzet, hooger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, blijven niettemin geldig en verbindend voor den schuldenaar de handelingen, door den curator verricht vóór of op den dag, waarop aan het voorschrift tot aankondiging overeenkomstig [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is voldaan.
1. Indien ten gevolge van verzet, hooger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, blijven niettemin geldig en verbindend voor den schuldenaar de handelingen, door den curator verricht vóór of op den dag, waarop aan het voorschrift tot aankondiging overeenkomstig [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is voldaan.
2. Hangende het verzet, het hooger beroep of de cassatie kan geene raadpleging over een akkoord plaats hebben, noch tot de vereffening van den boedel buiten toestemming van den schuldenaar worden overgegaan.
@@ -142,9 +148,11 @@
3. Een uittreksel uit het vonnis van faillietverklaring, houdende vermelding van den naam, de woonplaats of het kantoor en het beroep van den gefailleerde, van den naam van den rechter-commissaris, van den naam en de woonplaats of het kantoor des curators, van den dag der uitspraak, alsmede van den naam, het beroep en de woonplaats of het kantoor van ieder lid der voorloopige commissie uit de schuldeischers, zoo er eene benoemd is, wordt door den curator onverwijld geplaatst in de **Nederlandsche Staatscourant** en in een of meer door den rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen.
4. Op verzoek van een curator in een insolventieprocedure op de voet van artikel 3, eerste of tweede lid, van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), genoemde verordening geeft de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage onverwijld in de Staatscourant kennis van de in artikel 21 van die verordening bedoelde gegevens. Een zodanige kennisgeving vindt in elk geval plaats wanneer de schuldenaar in Nederland een vestiging heeft in de zin van artikel 1, onder h, van de in de eerste zin bedoelde verordening. De gegevens, bedoeld in de eerste zin, worden aan de griffier verstrekt in de Nederlandse, Engelse, Duitse of Franse taal.
##### Artikel 15
1. Zoodra een vonnis van faillietverklaring ten gevolge van verzet, hooger beroep of cassatie is vernietigd, en in de twee eerste gevallen de termijn, om in hooger beroep of in cassatie te komen, verstreken is zonder dat daarvan gebruik is gemaakt, wordt door den griffier van het rechtscollege, dat de vernietiging heeft uitgesproken, van die uitspraak kennis gegeven aan den curator en aan de administratie der posterijen en der telegrafie. De curator doet daarvan aankondiging in de bladen in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01) genoemd.
1. Zoodra een vonnis van faillietverklaring ten gevolge van verzet, hooger beroep of cassatie is vernietigd, en in de twee eerste gevallen de termijn, om in hooger beroep of in cassatie te komen, verstreken is zonder dat daarvan gebruik is gemaakt, wordt door den griffier van het rechtscollege, dat de vernietiging heeft uitgesproken, van die uitspraak kennis gegeven aan den curator en aan de administratie der posterijen en der telegrafie. De curator doet daarvan aankondiging in de bladen in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15) genoemd.
2. Gelijke kennisgeving geschiedt, in geval van vernietiging van een vonnis van faillietverklaring in hooger beroep of cassatie, aan den griffier van de rechtbank, die het vonnis heeft gewezen.
@@ -156,9 +164,9 @@
##### Artikel 15b
1. Indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2003-01-01&g=2003-01-01), geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of indien het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar, kan de rechtbank, totdat de verificatievergadering is gehouden of, indien de verificatievergadering achterwege blijft, totdat de rechter-commissaris de beschikkingen als bedoeld in [artikel 137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), heeft gegeven, op verzoek van de gefailleerde diens faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in titel III.
2. De gefailleerde zal zich daartoe bij een verzoekschrift als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-01-01&g=2003-01-01) wenden tot de rechtbank waarbij de aangifte, het verzoek of de vordering tot faillietverklaring werd ingediend. Het [derde lid van artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is niet van toepassing.
1. Indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=3&z=2003-11-15&g=2003-11-15), geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of indien het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar, kan de rechtbank, totdat de verificatievergadering is gehouden of, indien de verificatievergadering achterwege blijft, totdat de rechter-commissaris de beschikkingen als bedoeld in [artikel 137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), heeft gegeven, op verzoek van de gefailleerde diens faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in titel III.
2. De gefailleerde zal zich daartoe bij een verzoekschrift als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-11-15&g=2003-11-15) wenden tot de rechtbank waarbij de aangifte, het verzoek of de vordering tot faillietverklaring werd ingediend. Het [derde lid van artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is niet van toepassing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing:
@@ -166,13 +174,13 @@
- b. indien de schuldenaar in staat van faillissement verkeert door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- c. indien het faillissement is uitgesproken op grond van [artikel 340, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=340&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
4. Alvorens te beslissen kan de rechtbank de gefailleerde, de rechtercommissaris en de curator oproepen om te worden gehoord. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van toepassing.
- c. indien het faillissement is uitgesproken op grond van [artikel 340, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=340&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
4. Alvorens te beslissen kan de rechtbank de gefailleerde, de rechtercommissaris en de curator oproepen om te worden gehoord. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van toepassing.
5. Bij toewijzing van het verzoek, spreekt de rechtbank de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
6. Van de opheffing van het faillissement wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01). Indien in het faillissement overeenkomstig [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-01-01&g=2003-01-01) reeds het tijdstip voor de verificatievergadering was bepaald, zal in die aankondiging tevens mededeling worden gedaan dat die verificatievergadering niet zal worden gehouden.
6. Van de opheffing van het faillissement wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15). Indien in het faillissement overeenkomstig [artikel 108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-11-15&g=2003-11-15) reeds het tijdstip voor de verificatievergadering was bepaald, zal in die aankondiging tevens mededeling worden gedaan dat die verificatievergadering niet zal worden gehouden.
##### Artikel 15c
@@ -184,7 +192,7 @@
4. Indien het gerechtshof het faillissement handhaaft, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling. De griffier van de Hoge Raad geeft van het beroep in cassatie en van de uitspraak van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
5. Zolang niet op het verzoekschrift bedoeld in [artikel 15b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan in het faillissement geen raadpleging over een akkoord plaatshebben, noch tot uitdeling aan de schuldeisers worden overgegaan.
5. Zolang niet op het verzoekschrift bedoeld in [artikel 15b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan in het faillissement geen raadpleging over een akkoord plaatshebben, noch tot uitdeling aan de schuldeisers worden overgegaan.
##### Artikel 15d
@@ -196,7 +204,7 @@
- c. in het faillissement ingediende vorderingen gelden als ingediend in de schuldsaneringsregeling.
2. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de[artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de faillietverklaring.
2. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de[artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de faillietverklaring.
##### Artikel 16
@@ -228,7 +236,7 @@
- 4°. het bedrag van de uitdeelingen bij vereffening;
- 5°. de opheffing van het faillissement ingevolge [artikel 15b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=16&z=2003-01-01&g=2003-01-01);
- 5°. de opheffing van het faillissement ingevolge [artikel 15b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15b&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=16&z=2003-11-15&g=2003-11-15);
- 6°. de rehabilitatie.
@@ -256,7 +264,7 @@
- 5°. het ingevolge [artikel 642c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=642c) in de kas der gerechtelijke consignaties gestorte bedrag;
- 6°. de goederen bedoeld in [artikel 60a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
- 6°. de goederen bedoeld in [artikel 60a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 21a
@@ -310,7 +318,7 @@
3. Indien de curator verschijnende dadelijk in den eisch toestemt, zijn de proceskosten van de tegenpartij geen boedelschuld.
4. Zoo de curator niet verschijnt, is op het tegen den gefailleerde te verkrijgen vonnis de bepaling van het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2003-01-01&g=2003-01-01) niet toepasselijk.
4. Zoo de curator niet verschijnt, is op het tegen den gefailleerde te verkrijgen vonnis de bepaling van het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2003-11-15&g=2003-11-15) niet toepasselijk.
##### Artikel 29
@@ -318,17 +326,17 @@
##### Artikel 30
1. Indien vóór de faillietverklaring de stukken van het geding tot het geven van eene beslissing aan den rechter zijn overgelegd, zijn het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en de [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-01-01&g=2003-01-01) niet toepasselijk.
2. De [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-01-01&g=2003-01-01) worden weder toepasselijk, indien het geding voor den rechter, bij wien het aanhangig is, ten gevolge van zijne beslissing wordt voortgezet.
1. Indien vóór de faillietverklaring de stukken van het geding tot het geven van eene beslissing aan den rechter zijn overgelegd, zijn het [tweede lid van artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en de [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-11-15&g=2003-11-15) niet toepasselijk.
2. De [artikelen 27-29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-11-15&g=2003-11-15) worden weder toepasselijk, indien het geding voor den rechter, bij wien het aanhangig is, ten gevolge van zijne beslissing wordt voortgezet.
##### Artikel 31
Indien een geding door of tegen den curator, of ook in het geval van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=29&z=2003-01-01&g=2003-01-01) tegen een schuldeischer wordt voortgezet, kan door den curator of door dien schuldeischer de nietigheid worden ingeroepen van handelingen, door den schuldenaar vóór zijne faillietverklaring in het geding verricht, zoo bewezen wordt dat deze door die handelingen de schuldeischers desbewust heeft benadeeld en dat dit aan zijne tegenpartij bekend was.
Indien een geding door of tegen den curator, of ook in het geval van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=29&z=2003-11-15&g=2003-11-15) tegen een schuldeischer wordt voortgezet, kan door den curator of door dien schuldeischer de nietigheid worden ingeroepen van handelingen, door den schuldenaar vóór zijne faillietverklaring in het geding verricht, zoo bewezen wordt dat deze door die handelingen de schuldeischers desbewust heeft benadeeld en dat dit aan zijne tegenpartij bekend was.
##### Artikel 43
1. Indien de rechtshandeling waardoor de schuldeisers zijn benadeeld, is verricht binnen een jaar voor de faillietverklaring en de schuldenaar zich niet reeds voor de aanvang van die termijn daartoe had verplicht, wordt de aan het slot van [artikel 42, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2003-01-01&g=2003-01-01), bedoelde wetenschap, behoudens tegenbewijs, vermoed aan beide zijden te bestaan:
1. Indien de rechtshandeling waardoor de schuldeisers zijn benadeeld, is verricht binnen een jaar voor de faillietverklaring en de schuldenaar zich niet reeds voor de aanvang van die termijn daartoe had verplicht, wordt de aan het slot van [artikel 42, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2003-11-15&g=2003-11-15), bedoelde wetenschap, behoudens tegenbewijs, vermoed aan beide zijden te bestaan:
- 1°. bij overeenkomsten, waarbij de waarde der verbintenis aan de zijde van de schuldenaar aanmerkelijk die der verbintenis aan de andere zijde overtreft;
@@ -376,7 +384,7 @@
2. Gelegde beslagen vervallen; de inschrijving van een desbetreffende verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling. Het beslag herleeft, zodra het faillissement een einde neemt ten gevolge van vernietiging of opheffing van het faillissement, mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploit is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
3. Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, wordt hij ontslagen, zoodra het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, behoudens toepassing van [artikel 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
3. Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, wordt hij ontslagen, zoodra het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, behoudens toepassing van [artikel 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
4. Het bepaalde bij dit artikel geldt niet voor lijfsdwang bij vonnissen, beschikkingen en authentieke akten, waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens het [Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656) verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen, waarbij een uitkering, krachtens [artikel 85 lid 2 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=85) door de ene partner aan de andere partner verschuldigd, is bevolen, alsmede besluiten op grond van [Hoofdstuk VII van de Algemene bijstandswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007333&hoofdstuk=VII).
@@ -394,11 +402,11 @@
2. Heeft de schuldenaar voor de dag van de faillietverklaring een toekomstig goed bij voorbaat geleverd, dan valt dit goed, indien het eerst na de aanvang van die dag door hem is verkregen, in de boedel, tenzij het gaat om nog te velde staande vruchten of beplantingen die reeds voor de faillietverklaring uit hoofde van een zakelijk recht of een huur- of pachtovereenkomst aan de schuldenaar toekwamen.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=86) en [238 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=238) wordt degene die van de schuldenaar heeft verkregen, geacht na de bekendmaking van de faillietverklaring, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01), diens onbevoegdheid te hebben gekend.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=86) en [238 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=238) wordt degene die van de schuldenaar heeft verkregen, geacht na de bekendmaking van de faillietverklaring, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15), diens onbevoegdheid te hebben gekend.
##### Artikel 35a
Indien een beding als bedoeld in [artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=252) op de dag van de faillietverklaring nog niet in de openbare registers was ingeschreven, kan de curator het registergoed ten aanzien waarvan het is gemaakt, vrij van het beding overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01) verkopen.
Indien een beding als bedoeld in [artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=252) op de dag van de faillietverklaring nog niet in de openbare registers was ingeschreven, kan de curator het registergoed ten aanzien waarvan het is gemaakt, vrij van het beding overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15) verkopen.
##### Artikel 35b
@@ -406,7 +414,7 @@
##### Artikel 36
1. Wanneer een verjaringstermijn betreffende een rechtsvordering, als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=26&z=2003-01-01&g=2003-01-01), zou aflopen gedurende het faillissement of binnen zes maanden na het einde daarvan, loopt de termijn voort totdat zes maanden na het einde van het faillissement zijn verstreken.
1. Wanneer een verjaringstermijn betreffende een rechtsvordering, als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=26&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zou aflopen gedurende het faillissement of binnen zes maanden na het einde daarvan, loopt de termijn voort totdat zes maanden na het einde van het faillissement zijn verstreken.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op van rechtswege aanvangende vervaltermijnen.
@@ -428,7 +436,7 @@
##### Artikel 38
Indien in het geval van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-01-01&g=2003-01-01) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalden termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na de faillietverklaring, wordt de overeenkomst door de faillietverklaring ontbonden en kan de wederpartij van den gefailleerde zonder meer voor schadevergoeding als concurrent schuldeischer opkomen. Lijdt de boedel door de ontbinding schade, dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
Indien in het geval van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-11-15&g=2003-11-15) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalden termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na de faillietverklaring, wordt de overeenkomst door de faillietverklaring ontbonden en kan de wederpartij van den gefailleerde zonder meer voor schadevergoeding als concurrent schuldeischer opkomen. Lijdt de boedel door de ontbinding schade, dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
##### Artikel 38a
@@ -526,7 +534,7 @@
##### Artikel 49
1. Rechtsvorderingen, gegrond op de bepalingen der [artikelen 42-48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2003-01-01&g=2003-01-01), worden ingesteld door den curator.
1. Rechtsvorderingen, gegrond op de bepalingen der [artikelen 42-48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2003-11-15&g=2003-11-15), worden ingesteld door den curator.
2. Niettemin kunnen de schuldeischers op gronden, aan die bepalingen ontleend, de toelating eener vordering bestrijden.
@@ -554,7 +562,7 @@
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de gefailleerde is, kan zijn schuld met zijn vordering op de gefailleerde verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de faillietverklaring of voortvloeien uit handelingen, vóór de faillietverklaring met de gefailleerde verricht.
2. De vordering op de gefailleerde wordt zonodig berekend naar de regels in de[artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2003-01-01&g=2003-01-01) gesteld.
2. De vordering op de gefailleerde wordt zonodig berekend naar de regels in de[artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2003-11-15&g=2003-11-15) gesteld.
3. De curator kan geen beroep doen op [artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=136).
@@ -570,7 +578,7 @@
##### Artikel 56
Hij die met de gefailleerde deelgenoot is in een gemeenschap waarvan tijdens het faillissement een verdeling plaatsvindt, kan toepassing van [artikel 184, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=184) verlangen, ook als de schuld van de gefailleerde aan de gemeenschap er een is onder een nog niet vervulde opschortende voorwaarde. De [artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van toepassing.
Hij die met de gefailleerde deelgenoot is in een gemeenschap waarvan tijdens het faillissement een verdeling plaatsvindt, kan toepassing van [artikel 184, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=184) verlangen, ook als de schuld van de gefailleerde aan de gemeenschap er een is onder een nog niet vervulde opschortende voorwaarde. De [artikelen 130](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=130&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=131&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van toepassing.
##### Artikel 57
@@ -584,7 +592,7 @@
##### Artikel 58
1. De curator kan de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige artikel over te gaan. Heeft de pand- of hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator de goederen opeisen en met toepassing van de[artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01) verkopen, onverminderd het recht van de pand- en hypotheekhouders op de opbrengst. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de pand- of hypotheekhouder een of meer malen te verlengen.
1. De curator kan de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige artikel over te gaan. Heeft de pand- of hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator de goederen opeisen en met toepassing van de[artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15) verkopen, onverminderd het recht van de pand- en hypotheekhouders op de opbrengst. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de pand- of hypotheekhouder een of meer malen te verlengen.
2. De curator kan een met pand of hypotheek bezwaard goed tot op het tijdstip van de verkoop lossen tegen voldoening van hetgeen waarvoor het pand- of hypotheekrecht tot zekerheid strekt, alsmede van de reeds gemaakte kosten van executie.
@@ -594,9 +602,9 @@
##### Artikel 59a
1. De [artikelen 57-59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn niet van toepassing wanneer de hypotheek rust op een luchtvaartuig dat teboekstaat in het register, bedoeld in [artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1302), of in een verdragsregister als bedoeld in [artikel 1300 onder **d** van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1300).
2. Hypotheekhouders wier rechten rusten op luchtvaartuigen als bedoeld in het vorige lid, en andere schuldeisers die op grond van [artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1317) een voorrecht op het luchtvaartuig hebben, kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was. [Artikel 57, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
1. De [artikelen 57-59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn niet van toepassing wanneer de hypotheek rust op een luchtvaartuig dat teboekstaat in het register, bedoeld in [artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1302), of in een verdragsregister als bedoeld in [artikel 1300 onder **d** van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1300).
2. Hypotheekhouders wier rechten rusten op luchtvaartuigen als bedoeld in het vorige lid, en andere schuldeisers die op grond van [artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005034&artikel=1317) een voorrecht op het luchtvaartuig hebben, kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was. [Artikel 57, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
3. De curator kan deze schuldeisers een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige lid over te gaan. Heeft de schuldeiser het luchtvaartuig niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator het luchtvaartuig verkopen. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de schuldeiser een of meer malen te verlengen.
@@ -606,13 +614,13 @@
6. De curator kan het luchtvaartuig tot op het tijdstip van de verkoop lossen tegen voldoening van het daarop verschuldigde, alsmede van de reeds gemaakte kosten van executie.
7. [Artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
7. [Artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 60
1. De schuldeiser die retentierecht heeft op een aan de schuldenaar toebehorende zaak, verliest dit recht niet door de faillietverklaring.
2. De zaak kan door de curator worden opgeëist en met toepassing van [artikel 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01) worden verkocht, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De curator kan ook, voor zover dit in het belang is van de boedel, de zaak in de boedel terugbrengen door voldoening van de vordering waarvoor het retentierecht kan worden uitgeoefend.
2. De zaak kan door de curator worden opgeëist en met toepassing van [artikel 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15) worden verkocht, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De curator kan ook, voor zover dit in het belang is van de boedel, de zaak in de boedel terugbrengen door voldoening van de vordering waarvoor het retentierecht kan worden uitgeoefend.
3. De schuldeiser kan de curator een redelijke termijn stellen om tot toepassing van het vorige lid over te gaan. Heeft de curator de zaak niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de schuldeiser haar verkopen met overeenkomstige toepassing van de bepalingen betreffende parate executie door een pandhouder of, als het een registergoed betreft, die betreffende parate executie door een hypotheekhouder. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de curator een of meer malen te verlengen.
@@ -622,7 +630,7 @@
1. Indien tot het vermogen van de gefailleerde onder bewind staande goederen behoren en zich schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld, die deze goederen onbelast met het bewind kunnen uitwinnen, zal de curator deze goederen van de bewindvoerder opeisen, onder zijn beheer nemen en te gelde maken, voor zover dit voor de voldoening van deze schuldeisers uit de opbrengst nodig is. Door de opeising eindigt het bewind over het goed. De opbrengst wordt overeenkomstig deze wet onder deze schuldeisers verdeeld, voor zover zij zijn geverifieerd. De curator draagt hetgeen na deze verdeling van de opbrengst over is, aan de bewindvoerder af, tenzij de andere schuldeisers de onder bewind staande goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen in welk geval het restant overeenkomstig deze wet onder deze laatste schuldeisers verdeeld wordt.
2. Indien zich slechts schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld die de goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen, worden deze goederen door de curator overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01) onder die last verkocht.
2. Indien zich slechts schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld die de goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen, worden deze goederen door de curator overeenkomstig de [artikelen 101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15) onder die last verkocht.
3. Buiten de gevallen, bedoeld in de vorige leden, blijven de onder bewind staande goederen buiten het faillissement en wordt slechts aan de curator uitgekeerd wat de goederen netto aan vruchten hebben opgebracht.
@@ -654,7 +662,7 @@
##### Artikel 63
1. Het faillissement van de persoon die in enige gemeenschap van goederen gehuwd is of in enige gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, wordt als faillissement van die gemeenschap behandeld. Het omvat, behoudens de uitzonderingen van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01), alle goederen, die in de gemeenschap vallen, en strekt ten behoeve van alle schuldeischers, die op de goederen der gemeenschap verhaal hebben. Goederen die de gefailleerde buiten de gemeenschap heeft, strekken slechts tot verhaal van schulden die daarop verhaald zouden kunnen worden, indien er generlei gemeenschap was.
1. Het faillissement van de persoon die in enige gemeenschap van goederen gehuwd is of in enige gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, wordt als faillissement van die gemeenschap behandeld. Het omvat, behoudens de uitzonderingen van [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15), alle goederen, die in de gemeenschap vallen, en strekt ten behoeve van alle schuldeischers, die op de goederen der gemeenschap verhaal hebben. Goederen die de gefailleerde buiten de gemeenschap heeft, strekken slechts tot verhaal van schulden die daarop verhaald zouden kunnen worden, indien er generlei gemeenschap was.
2. Bij het faillissement van een schuldenaar die in gemeenschap van goederen gehuwd is of die in gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, zijn de bepalingen van deze wet omtrent handelingen door de schuldenaar verricht, toepasselijk op de handelingen waardoor de gemeenschap wettig verbonden is, onverschillig wie van de echtgenoten onderscheidenlijk van de geregistreerde partners deze verrichtte.
@@ -694,7 +702,7 @@
1. Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris is gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank mogelijk, te rekenen vanaf de dag waarop de beschikking is gegeven. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.
Niettemin staat geen hoger beroep open van de beschikkingen, vermeld in de artikelen [21, 2° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [60, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [73a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [93a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=93a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [127, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=174&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [175, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [176, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
Niettemin staat geen hoger beroep open van de beschikkingen, vermeld in de artikelen [21, 2° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [60, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [73a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [93a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=93a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [127, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [137a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=174&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [175, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [176, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. In afwijking van het eerste lid vangt in het geval van hoger beroep tegen een machtiging van de rechter-commissaris aan de curator tot opzegging van een arbeidsovereenkomst de termijn van vijf dagen aan op de dag dat de werknemer die het beroep instelt van de machtiging kennis heeft kunnen nemen. Op straffe van vernietigbaarheid wijst de curator de werknemer bij de opzegging op de mogelijkheid van beroep en op de termijn daarvan. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende veertien dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd.
@@ -704,7 +712,7 @@
1. De curator is belast met het beheer en de vereffening van den faillieten boedel.
2. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de[artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [60, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [60**a**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), behoeft de curator machtiging van den rechter-commissaris.
2. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de[artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [60, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [60**a**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), behoeft de curator machtiging van den rechter-commissaris.
##### Artikel 69
@@ -720,15 +728,15 @@
##### Artikel 71
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-01-01&g=2003-01-01), wordt het salaris van den curator in elk faillissement door de rechtbank vastgesteld.
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-11-15&g=2003-11-15), wordt het salaris van den curator in elk faillissement door de rechtbank vastgesteld.
2. In geval van akkoord wordt het salaris bij het vonnis van homologatie bepaald.
##### Artikel 72
1. Het ontbreken van de machtiging van den rechter-commissaris, waar die vereischt is, of de niet-inachtneming van de bepalingen vervat in de[artikelen 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=78&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2003-01-01&g=2003-01-01), heeft, voor zooveel derden betreft, geen invloed op de geldigheid van de door den curator verrichte handeling. De curator is deswege alleen jegens den gefailleerde en de schuldeischers aansprakelijk.
2. In afwijking van het eerste lid is de opzegging van een arbeidsovereenkomst door de curator zonder dat de rechter-commissaris daarvoor de machtiging, bedoeld in [artikel 68, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2003-01-01&g=2003-01-01), heeft gegeven, vernietigbaar. Daarnaast is de curator jegens de gefailleerde en de werknemer aansprakelijk. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende vijf dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd.
1. Het ontbreken van de machtiging van den rechter-commissaris, waar die vereischt is, of de niet-inachtneming van de bepalingen vervat in de[artikelen 78](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=78&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [79](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=79&z=2003-11-15&g=2003-11-15), heeft, voor zooveel derden betreft, geen invloed op de geldigheid van de door den curator verrichte handeling. De curator is deswege alleen jegens den gefailleerde en de schuldeischers aansprakelijk.
2. In afwijking van het eerste lid is de opzegging van een arbeidsovereenkomst door de curator zonder dat de rechter-commissaris daarvoor de machtiging, bedoeld in [artikel 68, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=68&z=2003-11-15&g=2003-11-15), heeft gegeven, vernietigbaar. Daarnaast is de curator jegens de gefailleerde en de werknemer aansprakelijk. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende vijf dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd.
##### Artikel 73
@@ -768,7 +776,7 @@
##### Artikel 78
1. De curator is verplicht het advies der commissie in te winnen, alvorens eene rechtsvordering in te stellen of eene aanhangige voort te zetten of zich tegen eene ingestelde of aanhangige rechtsvordering te verdedigen, behalve waar het geldt verificatie-geschillen; omtrent het al of niet voortzetten van het bedrijf des gefailleerden; alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [73, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [175, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en in het algemeen omtrent de wijze van vereffening en tegeldemaking van den boedel en het tijdstip en het bedrag der te houden uitdeelingen.
1. De curator is verplicht het advies der commissie in te winnen, alvorens eene rechtsvordering in te stellen of eene aanhangige voort te zetten of zich tegen eene ingestelde of aanhangige rechtsvordering te verdedigen, behalve waar het geldt verificatie-geschillen; omtrent het al of niet voortzetten van het bedrijf des gefailleerden; alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [73, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=73&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=101&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [175, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en in het algemeen omtrent de wijze van vereffening en tegeldemaking van den boedel en het tijdstip en het bedrag der te houden uitdeelingen.
2. Dit advies wordt niet vereischt, wanneer de curator de commissie tot het uitbrengen daarvan, met inachtneming van een bekwamen termijn, ter vergadering heeft opgeroepen en er geen advies wordt uitgebracht.
@@ -804,7 +812,7 @@
1. Behalve de door deze wet voorgeschreven vergaderingen, wordt er eene vergadering van schuldeischers gehouden, zoo dikwijls de rechter-commissaris dit noodig oordeelt of hem daartoe door de commissie uit de schuldeischers of door ten minste vijf schuldeischers, vertegenwoordigende één vijfde deel der erkende en der voorwaardelijk toegelaten schuldvorderingen, een met redenen omkleed verzoek wordt gedaan.
2. In elk geval bepaalt de rechter-commissaris dag, uur en plaats der vergadering, waartoe de stemgerechtigde schuldeischers ten minste tien dagen van te voren door den curator worden opgeroepen, bij advertentie in het nieuwsblad of de nieuwsbladen vermeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en bij brieven, beide vermeldende het in de vergadering te behandelen onderwerp.
2. In elk geval bepaalt de rechter-commissaris dag, uur en plaats der vergadering, waartoe de stemgerechtigde schuldeischers ten minste tien dagen van te voren door den curator worden opgeroepen, bij advertentie in het nieuwsblad of de nieuwsbladen vermeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en bij brieven, beide vermeldende het in de vergadering te behandelen onderwerp.
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
@@ -856,7 +864,7 @@
1. De curator doet, zoo hij of de rechter-commissaris dit noodig acht, dadelijk den boedel verzegelen door een notaris.
2. Buiten de verzegeling blijven, doch worden in het proces-verbaal kortelijk beschreven, de goederen vermeld in de [artikelen 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2003-01-01&g=2003-01-01), alsmede de voorwerpen tot het bedrijf van den gefailleerde vereischt, indien dit wordt voortgezet.
2. Buiten de verzegeling blijven, doch worden in het proces-verbaal kortelijk beschreven, de goederen vermeld in de [artikelen 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2003-11-15&g=2003-11-15), alsmede de voorwerpen tot het bedrijf van den gefailleerde vereischt, indien dit wordt voortgezet.
##### Artikel 93a
@@ -872,7 +880,7 @@
##### Artikel 95
Van de goederen, vermeld in [artikel 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01), wordt een staat aan de beschrijving gehecht; die, vermeld in [artikel 92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2003-01-01&g=2003-01-01), worden in de beschrijving opgenomen.
Van de goederen, vermeld in [artikel 21, nr. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15), wordt een staat aan de beschrijving gehecht; die, vermeld in [artikel 92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=92&z=2003-11-15&g=2003-11-15), worden in de beschrijving opgenomen.
##### Artikel 96
@@ -890,7 +898,7 @@
##### Artikel 99
1. De curator opent krachtens de last bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01), de brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht. Die, welke niet op den boedel betrekking hebben, stelt hij terstond aan den gefailleerde ter hand. De administratie der posterijen en der telegrafie is, na van den griffier ontvangen kennisgeving, verplicht den curator de brieven en telegrammen, voor den gefailleerde bestemd, af te geven, totdat de curator of de rechter-commissaris haar van die verplichting ontslaat of zij de kennisgeving ontvangt, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-01-01&g=2003-01-01). De rechterlijke last tot het openen van brieven en telegrammen verliest zijn kracht op het in de vorige zin bedoelde tijdstip waarop de verplichting van de administratie tot afgifte van brieven en telegrammen eindigt.
1. De curator opent krachtens de last bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15), de brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht. Die, welke niet op den boedel betrekking hebben, stelt hij terstond aan den gefailleerde ter hand. De administratie der posterijen en der telegrafie is, na van den griffier ontvangen kennisgeving, verplicht den curator de brieven en telegrammen, voor den gefailleerde bestemd, af te geven, totdat de curator of de rechter-commissaris haar van die verplichting ontslaat of zij de kennisgeving ontvangt, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-11-15&g=2003-11-15). De rechterlijke last tot het openen van brieven en telegrammen verliest zijn kracht op het in de vorige zin bedoelde tijdstip waarop de verplichting van de administratie tot afgifte van brieven en telegrammen eindigt.
2. Protesten, exploiten, verklaringen en termijnstellingen betreffende de boedel geschieden door en aan de curator.
@@ -902,7 +910,7 @@
1. De curator is bevoegd goederen te vervreemden, indien en voor zoo ver de vervreemding noodzakelijk is ter bestrijding der kosten van het faillissement, of de goederen niet dan met nadeel voor den boedel bewaard kunnen blijven.
2. De bepaling van [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is toepasselijk.
2. De bepaling van [artikel 176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is toepasselijk.
##### Artikel 102
@@ -926,7 +934,7 @@
##### Artikel 106
Bij het faillissement van een rechtspersoon zijn de bepalingen van de [artikelen 87-91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2003-01-01&g=2003-01-01) op de bestuurders, die van [artikel 105, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=105&z=2003-01-01&g=2003-01-01), op bestuurders en commissarissen toepasselijk.
Bij het faillissement van een rechtspersoon zijn de bepalingen van de [artikelen 87-91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=87&z=2003-11-15&g=2003-11-15) op de bestuurders, die van [artikel 105, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=105&z=2003-11-15&g=2003-11-15), op bestuurders en commissarissen toepasselijk.
##### Artikel 107
@@ -948,7 +956,7 @@
##### Artikel 109
De curator geeft van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeischers bij brieven kennis, en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
De curator geeft van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeischers bij brieven kennis, en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 110
@@ -970,13 +978,13 @@
##### Artikel 114
1. Van ieder der lijsten, in [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoeld, wordt een afschrift door den curator ter griffie van de rechtbank nedergelegd, om aldaar gedurende de zeven aan de verificatievergadering voorafgaande dagen kosteloos ter inzage te liggen van een ieder.
1. Van ieder der lijsten, in [artikel 112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=112&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoeld, wordt een afschrift door den curator ter griffie van de rechtbank nedergelegd, om aldaar gedurende de zeven aan de verificatievergadering voorafgaande dagen kosteloos ter inzage te liggen van een ieder.
2. De nederlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 115
Van de krachtens [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-01-01&g=2003-01-01) gedane nederlegging der lijsten geeft de curator aan alle bekende schuldeischers schriftelijk bericht, waarbij hij eene nadere oproeping tot de verificatie-vergadering voegt en tevens vermeldt of een ontwerp-akkoord door den gefailleerde ter griffie is nedergelegd.
Van de krachtens [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-11-15&g=2003-11-15) gedane nederlegging der lijsten geeft de curator aan alle bekende schuldeischers schriftelijk bericht, waarbij hij eene nadere oproeping tot de verificatie-vergadering voegt en tevens vermeldt of een ontwerp-akkoord door den gefailleerde ter griffie is nedergelegd.
##### Artikel 116
@@ -1010,7 +1018,7 @@
1. De vorderingen, welke niet betwist worden, worden overgebracht op eene in het proces-verbaal op te nemen lijst van erkende schuldeischers. Op het papier aan order en aan toonder wordt door den curator de erkenning aangeteekend.
2. De schuldvorderingen, van welke de curator de beëediging heeft gevorderd, worden voorwaardelijk toegelaten, totdat door het al of niet afleggen van den eed, op den bij het [eerste lid van artikel 120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=120&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelden tijd, over hare toelating definitief zal zijn beslist.
2. De schuldvorderingen, van welke de curator de beëediging heeft gevorderd, worden voorwaardelijk toegelaten, totdat door het al of niet afleggen van den eed, op den bij het [eerste lid van artikel 120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=120&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelden tijd, over hare toelating definitief zal zijn beslist.
3. Het proces-verbaal der vergadering wordt onderteekend door den rechter-commissaris en den griffier.
@@ -1060,7 +1068,7 @@
##### Artikel 127
1. Vorderingen, na afloop van den in [artikel 108, 1°.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-01-01&g=2003-01-01) genoemden termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór den dag, waarop de verificatie-vergadering zal worden gehouden, bij den curator ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek geverifieerd, indien noch de curator noch een der aanwezige schuldeischers daartegen bezwaar maakt.
1. Vorderingen, na afloop van den in [artikel 108, 1°.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-11-15&g=2003-11-15) genoemden termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór den dag, waarop de verificatie-vergadering zal worden gehouden, bij den curator ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek geverifieerd, indien noch de curator noch een der aanwezige schuldeischers daartegen bezwaar maakt.
2. Vorderingen, daarna ingediend, worden niet geverifieerd.
@@ -1134,7 +1142,7 @@
##### Artikel 139
1. Indien de gefailleerde een ontwerp van akkoord, ten minste acht dagen vóór de vergadering tot verificatie der schuldvorderingen, ter griffie van de rechtbank heeft nedergelegd, ter kostelooze inzage van een ieder, wordt daarover in die vergadering na afloop der verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist, behoudens de bepaling van [artikel 141](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=141&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
1. Indien de gefailleerde een ontwerp van akkoord, ten minste acht dagen vóór de vergadering tot verificatie der schuldvorderingen, ter griffie van de rechtbank heeft nedergelegd, ter kostelooze inzage van een ieder, wordt daarover in die vergadering na afloop der verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist, behoudens de bepaling van [artikel 141](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=141&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. Een afschrift van het ontwerp van akkoord moet, gelijktijdig met de nederlegging ter griffie, worden toegezonden aan den curator en aan ieder der leden van de voorloopige commissie uit de schuldeischers.
@@ -1190,9 +1198,9 @@
1. Indien het akkoord is aangenomen, bepaalt de rechter-commissaris vóór het sluiten der vergadering de terechtzitting, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen.
2. Bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-01-01&g=2003-01-01) geschiedt de bepaling der terechtzitting door de rechtbank in hare beschikking. Van deze beschikking geeft de curator aan de schuldeischers schriftelijk kennis.
3. De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-01-01&g=2003-01-01), na de beschikking van de rechtbank.
2. Bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-11-15&g=2003-11-15) geschiedt de bepaling der terechtzitting door de rechtbank in hare beschikking. Van deze beschikking geeft de curator aan de schuldeischers schriftelijk kennis.
3. De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-11-15&g=2003-11-15), na de beschikking van de rechtbank.
##### Artikel 151
@@ -1214,19 +1222,21 @@
- 2°. indien de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
- 3°. indien het akkoord door bedrog, door begunstiging van een of meer schuldeischers of met behulp van andere oneerlijke middelen is tot stand gekomen, onverschillig of de gefailleerde dan wel een ander daartoe heeft medegewerkt.
- 3°. indien het akkoord door bedrog, door begunstiging van een of meer schuldeischers of met behulp van andere oneerlijke middelen is tot stand gekomen, onverschillig of de gefailleerde dan wel een ander daartoe heeft medegewerkt;
- 4°. indien de curator in een hoofdprocedure als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, derde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn instemming aan het akkoord heeft onthouden, tenzij de rechtbank van oordeel is dat het akkoord de financiële belangen van de schuldeisers van de hoofdprocedure niet aantast.
3. Zij kan ook op andere gronden en ook ambtshalve de homologatie weigeren.
##### Artikel 154
Binnen acht dagen na de beschikking van de rechtbank kunnen, zoo de homologatie is geweigerd, zoowel de schuldeischers, die vóór het akkoord stemden, als de gefailleerde; zoo de homologatie is toegestaan, de schuldeischers, die tegenstemden of bij de stemming afwezig waren, tegen die beschikking in hooger beroep komen. In het laatste geval hebben ook de schuldeischers, die vóór stemden, ditzelfde recht, doch alleen op grond van het ontdekken na de homologatie van handelingen als in [artikel 153 onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2003-01-01&g=2003-01-01). genoemd.
Binnen acht dagen na de beschikking van de rechtbank kunnen, zoo de homologatie is geweigerd, zoowel de schuldeischers, die vóór het akkoord stemden, als de gefailleerde; zoo de homologatie is toegestaan, de schuldeischers, die tegenstemden of bij de stemming afwezig waren, tegen die beschikking in hooger beroep komen. In het laatste geval hebben ook de schuldeischers, die vóór stemden, ditzelfde recht, doch alleen op grond van het ontdekken na de homologatie van handelingen als in [artikel 153 onder 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2003-11-15&g=2003-11-15). genoemd.
##### Artikel 155
1. Het hooger beroep geschiedt bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak moet kennis nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaats hebben binnen twintig dagen. Van het hooger beroep wordt door den griffier van het rechtscollege, waarbij het is aangebracht, onverwijld kennis gegeven aan den griffier van de rechtbank, die de beschikking omtrent de homologatie heeft gegeven.
2. Op de behandeling van het hooger beroep zijn, met uitzondering van het bepaalde omtrent den rechter-commissaris, [artikel 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [artikel 153, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2003-01-01&g=2003-01-01), toepasselijk.
2. Op de behandeling van het hooger beroep zijn, met uitzondering van het bepaalde omtrent den rechter-commissaris, [artikel 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [artikel 153, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2003-11-15&g=2003-11-15), toepasselijk.
##### Artikel 156
@@ -1242,7 +1252,7 @@
##### Artikel 159
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het proces-verbaal der verificatie, ten behoeve der erkende vorderingen, voor zoover zij niet door den gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2003-01-01&g=2003-01-01) betwist zijn, een voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het proces-verbaal der verificatie, ten behoeve der erkende vorderingen, voor zoover zij niet door den gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2003-11-15&g=2003-11-15) betwist zijn, een voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
##### Artikel 160
@@ -1250,7 +1260,7 @@
##### Artikel 161
Zoodra de homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, eindigt het faillissement. De curator draagt zorg voor de bekendmaking daarvan in de in het[derde lid van artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde bladen.
Zoodra de homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, eindigt het faillissement. De curator draagt zorg voor de bekendmaking daarvan in de in het[derde lid van artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde bladen.
##### Artikel 162
@@ -1280,7 +1290,7 @@
##### Artikel 166
De vordering tot ontbinding van het akkoord wordt op dezelfde wijze aangebracht en beslist, als ten aanzien van het verzoek tot faillietverklaring in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [6-9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=12&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is voorgeschreven.
De vordering tot ontbinding van het akkoord wordt op dezelfde wijze aangebracht en beslist, als ten aanzien van het verzoek tot faillietverklaring in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [6-9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=12&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is voorgeschreven.
##### Artikel 167
@@ -1288,11 +1298,11 @@
2. Bij voorkeur zullen daartoe de personen gekozen worden, die vroeger in het faillissement die betrekkingen hebben waargenomen.
3. De curator draagt zorg voor de bekendmaking van het vonnis op de wijze in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01), voorgeschreven.
3. De curator draagt zorg voor de bekendmaking van het vonnis op de wijze in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15), voorgeschreven.
##### Artikel 168
1. De [artikelen 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [15-18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en die, welke vervat zijn in de [tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [derde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [vierde afdeeling van dezen titel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&z=2003-01-01&g=2003-01-01), zijn bij heropening van het faillissement toepasselijk.
1. De [artikelen 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [15-18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en die, welke vervat zijn in de [tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [derde](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [vierde afdeeling van dezen titel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn bij heropening van het faillissement toepasselijk.
2. Evenzoo zijn toepasselijk de bepalingen van de afdeeling over de verificatie der schuldvorderingen, behoudens deze wijziging, dat de verificatie beperkt blijft tot de schuldvorderingen, die niet reeds vroeger geverifieerd werden.
@@ -1300,7 +1310,7 @@
##### Artikel 169
De handelingen, door den schuldenaar in den tijd tusschen de homologatie van het akkoord en de heropening van het faillissement verricht, zijn voor den boedel verbindend, behoudens de toepassing van [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en volgende zoo daartoe gronden zijn.
De handelingen, door den schuldenaar in den tijd tusschen de homologatie van het akkoord en de heropening van het faillissement verricht, zijn voor den boedel verbindend, behoudens de toepassing van [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=42&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en volgende zoo daartoe gronden zijn.
##### Artikel 170
@@ -1324,7 +1334,7 @@
1. Indien op de verificatie-vergadering geen akkoord aangeboden of indien het aangeboden akkoord verworpen of de homologatie definitief geweigerd is, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie.
2. De [artikelen 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2003-01-01&g=2003-01-01) houden op van toepassing te zijn, wanneer vaststaat, dat het bedrijf van den gefailleerde niet overeenkomstig de volgende artikelen zal worden voortgezet of wanneer de voortzetting wordt gestaakt.
2. De [artikelen 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=98&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=100&z=2003-11-15&g=2003-11-15) houden op van toepassing te zijn, wanneer vaststaat, dat het bedrijf van den gefailleerde niet overeenkomstig de volgende artikelen zal worden voortgezet of wanneer de voortzetting wordt gestaakt.
##### Artikel 173a
@@ -1334,15 +1344,15 @@
3. Op verlangen van den curator of van een der aanwezige schuldeischers, stelt de rechter-commissaris de beraadslaging en beslissing over het voorstel uit, tot eene op ten hoogste veertien dagen later te bepalen vergadering.
4. De curator geeft onverwijld aan de schuldeischers, die niet ter vergadering aanwezig waren, kennis van deze nadere vergadering bij brieven, waarin het ingediend voorstel wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-01-01&g=2003-01-01) wordt herinnerd.
5. Op deze vergadering zal, zoo noodig, tevens de verificatie plaats hebben van de schuldvorderingen, die na afloop van den in [artikel 108, n°. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-01-01&g=2003-01-01), bepaalden termijn zijn ingediend en niet reeds ingevolge [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-01-01&g=2003-01-01) geverifieerd zijn. De curator handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111-114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
4. De curator geeft onverwijld aan de schuldeischers, die niet ter vergadering aanwezig waren, kennis van deze nadere vergadering bij brieven, waarin het ingediend voorstel wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-11-15&g=2003-11-15) wordt herinnerd.
5. Op deze vergadering zal, zoo noodig, tevens de verificatie plaats hebben van de schuldvorderingen, die na afloop van den in [artikel 108, n°. 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-11-15&g=2003-11-15), bepaalden termijn zijn ingediend en niet reeds ingevolge [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-11-15&g=2003-11-15) geverifieerd zijn. De curator handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111-114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 173b
1. Het voorstel is aangenomen, indien schuldeischers, vertegenwoordigende meer dan de helft der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldvorderingen, welke niet door pand, hypotheek of retentierecht zijn gedekt, zich daarvóór verklaren.
2. In dit geval vindt, indien eene commissie uit de schuldeischers niet bestaat, [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=75&z=2003-01-01&g=2003-01-01) overeenkomstige toepassing.
2. In dit geval vindt, indien eene commissie uit de schuldeischers niet bestaat, [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=3&artikel=75&z=2003-11-15&g=2003-11-15) overeenkomstige toepassing.
3. Het proces-verbaal der vergadering vermeldt de namen der verschenen schuldeischers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, den uitslag der stemming en al wat verder ter vergadering is voorgevallen.
@@ -1352,9 +1362,9 @@
1. Indien binnen acht dagen, nadat de homologatie van een akkoord definitief is geweigerd, de curator of een schuldeischer bij den rechter-commissaris een voorstel indient tot voortzetting van het bedrijf van den gefailleerde, zal de rechter-commissaris op door hem terstond te bepalen dag, uur en plaats eene vergadering van schuldeischers beleggen ten einde over het voorstel te doen beraadslagen en beslissen.
2. De curator roept de schuldeischers, ten minste tien dagen vóór de vergadering, op bij brieven, waarin het ingediend voorstel wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-01-01&g=2003-01-01) wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
3. [Artikel 173a, lid 2 en 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), alsmede [artikel 173b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173b&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van toepassing.
2. De curator roept de schuldeischers, ten minste tien dagen vóór de vergadering, op bij brieven, waarin het ingediend voorstel wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-11-15&g=2003-11-15) wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
3. [Artikel 173a, lid 2 en 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), alsmede [artikel 173b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=173b&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van toepassing.
##### Artikel 173d
@@ -1386,7 +1396,7 @@
##### Artikel 178
Nadat de boedel insolvent is geworden, kan de rechter-commissaris, op door hem te bepalen dag, uur en plaats, eene vergadering van schuldeischers beleggen, ten einde hen zoo noodig te raadplegen over de wijze van vereffening des boedels, en zoo noodig de verificatie te doen plaats hebben der schuldvorderingen, die na afloop van den in artikel 108, n°. 1 bepaalden termijn nog zijn ingediend en niet reeds ingevolge [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-01-01&g=2003-01-01) geverifieerd zijn. De curator handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111-114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2003-01-01&g=2003-01-01). Hij roept de schuldeischers, ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op, waarin het onderwerp der vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-01-01&g=2003-01-01) wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in het nieuwsblad of de nieuwsbladen bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
Nadat de boedel insolvent is geworden, kan de rechter-commissaris, op door hem te bepalen dag, uur en plaats, eene vergadering van schuldeischers beleggen, ten einde hen zoo noodig te raadplegen over de wijze van vereffening des boedels, en zoo noodig de verificatie te doen plaats hebben der schuldvorderingen, die na afloop van den in artikel 108, n°. 1 bepaalden termijn nog zijn ingediend en niet reeds ingevolge [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-11-15&g=2003-11-15) geverifieerd zijn. De curator handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111-114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2003-11-15&g=2003-11-15). Hij roept de schuldeischers, ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op, waarin het onderwerp der vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-11-15&g=2003-11-15) wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in het nieuwsblad of de nieuwsbladen bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 179
@@ -1396,7 +1406,7 @@
1. De curator maakt telkens de uitdeelingslijst op en onderwerpt die aan de goedkeuring van den rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat der ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van den curator), de namen der schuldeischers, het geverifieerde bedrag van ieders vordering, benevens de daarop te ontvangen uitkeering.
2. Voor de concurrente schuldeisers worden de door de rechter-commissaris te bepalen percenten uitgetrokken. Voor de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze betwist wordt, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [60 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-01-01&g=2003-01-01) voldaan zijn wordt het bedrag uitgetrokken waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden voor het ontbrekende - zo de goederen waarop hun vordering betrekking heeft nog niet verkocht zijn, voor hun hele vordering - gelijke percenten als voor de concurrente schuldeisers uitgetrokken.
2. Voor de concurrente schuldeisers worden de door de rechter-commissaris te bepalen percenten uitgetrokken. Voor de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze betwist wordt, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [60 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-11-15&g=2003-11-15) voldaan zijn wordt het bedrag uitgetrokken waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden voor het ontbrekende - zo de goederen waarop hun vordering betrekking heeft nog niet verkocht zijn, voor hun hele vordering - gelijke percenten als voor de concurrente schuldeisers uitgetrokken.
##### Artikel 181
@@ -1404,9 +1414,9 @@
##### Artikel 182
1. De algemene faillissementskosten worden omgeslagen over ieder deel van de boedel, met uitzondering van hetgeen na een executie overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [artikel 60, derde lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-01-01&g=2003-01-01), toekomt aan de pand- of hypotheekhouders, aan de schuldeisers met retentierecht en aan de beperkt gerechtigden, huurders en pachters wier recht door de executie is vervallen of verloren gegaan, maar met inbegrip van hetgeen krachtens een zodanige executie aan de curator is uitgekeerd ten behoeve van een schuldeiser die boven een of meer van voormelde personen bevoorrecht was.
2. De in het vorige lid genoemde uitzondering geldt eveneens ten aanzien van luchtvaartuigen, welke overeenkomstig de bepaling van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-01-01&g=2003-01-01) door een schuldeiser zelf zijn verkocht.
1. De algemene faillissementskosten worden omgeslagen over ieder deel van de boedel, met uitzondering van hetgeen na een executie overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [artikel 60, derde lid, tweede zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60&z=2003-11-15&g=2003-11-15), toekomt aan de pand- of hypotheekhouders, aan de schuldeisers met retentierecht en aan de beperkt gerechtigden, huurders en pachters wier recht door de executie is vervallen of verloren gegaan, maar met inbegrip van hetgeen krachtens een zodanige executie aan de curator is uitgekeerd ten behoeve van een schuldeiser die boven een of meer van voormelde personen bevoorrecht was.
2. De in het vorige lid genoemde uitzondering geldt eveneens ten aanzien van luchtvaartuigen, welke overeenkomstig de bepaling van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-11-15&g=2003-11-15) door een schuldeiser zelf zijn verkocht.
##### Artikel 183
@@ -1414,7 +1424,7 @@
2. Vervallen.
3. Van de nederlegging wordt door de zorg van den curator aankondiging gedaan in het nieuwsblad of de nieuwsbladen bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01), terwijl daarvan bovendien aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeischers schriftelijk kennis wordt gegeven, met vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag.
3. Van de nederlegging wordt door de zorg van den curator aankondiging gedaan in het nieuwsblad of de nieuwsbladen bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15), terwijl daarvan bovendien aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeischers schriftelijk kennis wordt gegeven, met vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag.
##### Artikel 184
@@ -1424,7 +1434,7 @@
##### Artikel 185
1. Zoo er verzet gedaan is, bepaalt de rechter-commissaris, onmiddellijk na afloop van den termijn van inzage, den dag, waarop het ter openbare terechtzitting behandeld zal worden. Deze beschikking ligt ter griffie ter kostelooze inzage van een ieder. Bovendien doet de griffier daarvan aan de opposanten en den curator schriftelijk mededeeling. De dag van behandeling mag niet later gesteld worden dan veertien dagen na afloop van den termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
1. Zoo er verzet gedaan is, bepaalt de rechter-commissaris, onmiddellijk na afloop van den termijn van inzage, den dag, waarop het ter openbare terechtzitting behandeld zal worden. Deze beschikking ligt ter griffie ter kostelooze inzage van een ieder. Bovendien doet de griffier daarvan aan de opposanten en den curator schriftelijk mededeeling. De dag van behandeling mag niet later gesteld worden dan veertien dagen na afloop van den termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. Op den bepaalden dag wordt ter openbare terechtzitting door den rechter-commissaris een schriftelijk rapport uitgebracht, en kan de curator en ieder der schuldeischers in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur de gronden uiteenzetten ter verdediging of bestrijding van de uitdeelingslijst.
@@ -1434,7 +1444,7 @@
1. Ook een niet-geverifieerde schuldeischer, zoomede een schuldeischer, wiens vordering voor een te laag bedrag is geverifieerd, doch overeenkomstig zijn opgave, kan verzet doen, mits hij uiterlijk twee dagen vóór dien waarop het verzet ter openbare terechtzitting zal behandeld worden, de vordering of het niet-geverifieerde deel der vordering bij den curator indiene, een afschrift daarvan bij het bezwaarschrift voege, en in dit bezwaarschrift tevens verzoek doe om geverifieerd te worden.
2. De verificatie geschiedt alsdan op de wijze, bij [artikel 119](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en volgende voorgeschreven, ter openbare terechtzitting, bestemd voor de behandeling van het verzet en voordat daarmede een aanvang wordt gemaakt.
2. De verificatie geschiedt alsdan op de wijze, bij [artikel 119](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en volgende voorgeschreven, ter openbare terechtzitting, bestemd voor de behandeling van het verzet en voordat daarmede een aanvang wordt gemaakt.
3. Indien dit verzet alleen ten doel heeft als schuldeischer geverifieerd te worden, en er niet tevens door anderen verzet is gedaan, komen de kosten van het verzet ten laste van den nalatigen schuldeischer.
@@ -1446,7 +1456,7 @@
3. Het beroep wordt ter openbare terechtzitting behandeld. De curator en alle schuldeischers kunnen aan de behandeling deelnemen.
4. Door verloop van den termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-01-01&g=2003-01-01), of, zoo verzet is gedaan, doordat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de uitdeelingslijst verbindend.
4. Door verloop van den termijn van [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-11-15&g=2003-11-15), of, zoo verzet is gedaan, doordat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de uitdeelingslijst verbindend.
##### Artikel 188
@@ -1464,7 +1474,7 @@
##### Artikel 190
Indien enig goed met betrekking waartoe een schuldeiser voorrang heeft, wordt verkocht nadat hem ingevolge [artikel 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2003-01-01&g=2003-01-01) in verband met het slot van [artikel 180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2003-01-01&g=2003-01-01), reeds een uitkering is gedaan, wordt hem bij een volgende uitdeling het bedrag waarvoor hij op de opbrengst van goed batig gerangschikt is, niet anders uitgekeerd dan onder aftrek van de percenten die hij reeds tevoren over dit bedrag ontving.
Indien enig goed met betrekking waartoe een schuldeiser voorrang heeft, wordt verkocht nadat hem ingevolge [artikel 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=179&z=2003-11-15&g=2003-11-15) in verband met het slot van [artikel 180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=180&z=2003-11-15&g=2003-11-15), reeds een uitkering is gedaan, wordt hem bij een volgende uitdeling het bedrag waarvoor hij op de opbrengst van goed batig gerangschikt is, niet anders uitgekeerd dan onder aftrek van de percenten die hij reeds tevoren over dit bedrag ontving.
##### Artikel 191
@@ -1474,11 +1484,11 @@
##### Artikel 192
Na afloop van den termijn van inzage, bedoeld bij [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-01-01&g=2003-01-01), of na uitspraak van het vonnis op het verzet, is de curator verplicht de vastgestelde uitkeering onverwijld te doen. De uitkeeringen, waarover niet binnen ééne maand daarna is beschikt of welke ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-01-01&g=2003-01-01) gereserveerd zijn, worden door hem in de kas der gerechtelijke consignatiën gestort.
Na afloop van den termijn van inzage, bedoeld bij [artikel 183](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-11-15&g=2003-11-15), of na uitspraak van het vonnis op het verzet, is de curator verplicht de vastgestelde uitkeering onverwijld te doen. De uitkeeringen, waarover niet binnen ééne maand daarna is beschikt of welke ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-11-15&g=2003-11-15) gereserveerd zijn, worden door hem in de kas der gerechtelijke consignatiën gestort.
##### Artikel 193
1. Zoodra aan de geverifieerde schuldeischers het volle bedrag hunner vorderingen is uitgekeerd, of zoodra de slotuitdeelingslijst verbindend is geworden, neemt het faillissement een einde, behoudens de bepaling van [artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2003-01-01&g=2003-01-01). Door den curator geschiedt daarvan aankondiging op de wijze bij [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bepaald.
1. Zoodra aan de geverifieerde schuldeischers het volle bedrag hunner vorderingen is uitgekeerd, of zoodra de slotuitdeelingslijst verbindend is geworden, neemt het faillissement een einde, behoudens de bepaling van [artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2003-11-15&g=2003-11-15). Door den curator geschiedt daarvan aankondiging op de wijze bij [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bepaald.
2. Na verloop van eene maand doet de curator rekening en verantwoording van zijn beheer aan den rechter-commissaris.
@@ -1486,7 +1496,7 @@
##### Artikel 194
Indien na de slotuitdeeling ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-01-01&g=2003-01-01) gereserveerde uitdeelingen aan den boedel terugvallen, of mocht blijken dat er nog baten van den boedel aanwezig zijn, welke ten tijde der vereffening niet bekend waren, gaat de curator, op bevel van de rechtbank, tot vereffening en verdeeling daarvan over op den grondslag van de vroegere uitdeelingslijsten.
Indien na de slotuitdeeling ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-11-15&g=2003-11-15) gereserveerde uitdeelingen aan den boedel terugvallen, of mocht blijken dat er nog baten van den boedel aanwezig zijn, welke ten tijde der vereffening niet bekend waren, gaat de curator, op bevel van de rechtbank, tot vereffening en verdeeling daarvan over op den grondslag van de vroegere uitdeelingslijsten.
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
@@ -1496,11 +1506,11 @@
##### Artikel 196
De in het [vierde lid van artikel 121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=121&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde erkenning eener vordering heeft kracht van gewijsde zaak tegen den schuldenaar; het proces-verbaal der verificatie-vergadering levert voor de daarin als erkend vermelde vorderingen den voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar.
De in het [vierde lid van artikel 121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=121&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde erkenning eener vordering heeft kracht van gewijsde zaak tegen den schuldenaar; het proces-verbaal der verificatie-vergadering levert voor de daarin als erkend vermelde vorderingen den voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar.
##### Artikel 197
De bepaling van het vorige artikel geldt niet voor zoover de vordering door den gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2003-01-01&g=2003-01-01) betwist is.
De bepaling van het vorige artikel geldt niet voor zoover de vordering door den gefailleerde overeenkomstig [artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2003-11-15&g=2003-11-15) betwist is.
### afdeeling Negende. Van het faillissement eener nalatenschap
@@ -1546,7 +1556,7 @@
##### Artikel 206
Nadat het faillissement overeenkomstig de[artikelen 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2003-01-01&g=2003-01-01) geëindigd is, is de schuldenaar of zijn zijne erfgenamen bevoegd een verzoek van rehabilitatie in te leveren bij de rechtbank, die het faillissement heeft berecht.
Nadat het faillissement overeenkomstig de[artikelen 161](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=161&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2003-11-15&g=2003-11-15) geëindigd is, is de schuldenaar of zijn zijne erfgenamen bevoegd een verzoek van rehabilitatie in te leveren bij de rechtbank, die het faillissement heeft berecht.
##### Artikel 207
@@ -1560,7 +1570,7 @@
1. Ieder erkend schuldeischer is bevoegd om binnen den tijd van twee maanden na voorschreven aankondiging verzet tegen het verzoek te doen, door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem wordt door den griffier een bewijs van ontvangst afgegeven.
2. Dit verzet zal alleen daarop kunnen gegrond zijn, dat door den verzoeker niet behoorlijk aan het voorschrift van [artikel 207](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=207&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is voldaan.
2. Dit verzet zal alleen daarop kunnen gegrond zijn, dat door den verzoeker niet behoorlijk aan het voorschrift van [artikel 207](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Elfde&artikel=207&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is voldaan.
##### Artikel 210
@@ -1572,1840 +1582,1942 @@
##### Artikel 212
Het vonnis, waarbij de rehabilitatie wordt toegestaan, wordt ter openbare terechtzitting uitgesproken, terwijl mede daarvan aanteekening geschiedt in het in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde register.
Het vonnis, waarbij de rehabilitatie wordt toegestaan, wordt ter openbare terechtzitting uitgesproken, terwijl mede daarvan aanteekening geschiedt in het in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde register.
### afdeeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
##### Artikel 212a
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. instelling:
- 1°. een kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1);
- 2°. een financiële instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1);
- 3°. een effecteninstelling als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&artikel=1);
- 4°. een centrale tegenpartij, indien deze in het kader van deelname aan het systeem op grond van een overboekingsopdracht effectentegoeden verkrijgt;
- 5°. een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie;
- 6°. een in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling of effecteninstelling uitoefent door middel van een bijkantoor in Nederland;
- b. systeem:
- 1°. een door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen systeem;
- 2°. een formele overeenkomst waarop het recht van een lidstaat van de Europese Unie van toepassing is en die door een andere lidstaat van de Europese Unie als systeem in de zin van [richtlijn nr. 98/26/EG](31998L0026) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 mei 1998 (PbEG L 166) is aangemeld bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
- c. centrale tegenpartij: een lichaam dat tussen de instellingen die deelnemen aan een systeem, in staat en dat optreedt als de exclusieve tegenpartij van deze instellingen met betrekking tot hun overboekingsopdrachten;
- d. afwikkelende instantie: een lichaam dat aan instellingen of centrale tegenpartijen die deelnemen aan systemen, afwikkelingsrekeningen beschikbaar stelt via welke overboekingsopdrachten binnen die systemen worden afgewikkeld;
- e. verrekeningsinstituut: een lichaam dat verantwoordelijk is voor de berekening van de netto posities van de instellingen, een eventuele centrale tegenpartij of een eventuele afwikkelende instantie;
- f. deelnemer: een instelling, een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie, dan wel een verrekeningsinstituut;
- g. indirecte deelnemer: een kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1), dan wel een financiële instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1), die op grond van een overeenkomst met een instelling die deelneemt in een systeem via het systeem een geldsom ter beschikking van een ontvanger kan stellen door middel van een boeking in de rekening van een kredietinstelling, een financiële instelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie;
- h. centrale bank: een centrale bank van een lidstaat van de Europese Unie, de centrale bank van een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel de Europese Centrale Bank;
- i. bijkantoor: één of meer onderdelen zonder rechtspersoonlijkheid van een instelling die in een andere staat zijn gevestigd dan die waarin die instelling gevestigd is;
- j. effecten: effecten als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&artikel=1);
- k. overboekingsopdracht: een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking op de rekeningen van een kredietinstelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie een geldsom ter beschikking van een ontvanger te stellen, of iedere opdracht die resulteert in het op zich nemen of het nakomen van een betalingsverplichting zoals gedefinieerd in de regels van het systeem, dan wel een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking in een register of anderszins, de rechten op of de rechten ten aanzien van één of meer effecten over te boeken;
- 1. insolventieprocedure: elke collectieve maatregel waarin de wetgeving van een lidstaat of van een derde land voorziet, met het oog op de liquidatie of de sanering van de deelnemer indien een dergelijke maatregel gepaard gaat met opschorting van, of oplegging van beperkingen aan overboekingen en betalingen;
- m. verrekening: het in één nettovordering of nettoverplichting omzetten van vorderingen en verplichtingen die voortvloeien uit overboekingsopdrachten die een deelnemer geeft aan of ontvangt van, dan wel die deelnemers geven aan of ontvangen van, één of meer andere deelnemers, met als gevolg dat er alleen een nettovordering of een nettoverplichting ontstaat;
- n. afwikkelingsrekening: een rekening bij een centrale bank, een afwikkelende instantie of een centrale tegenpartij, die gebruikt wordt voor het houden van geld of effecten en waarmee ook transacties tussen deelnemers aan een systeem worden afgewikkeld.
##### Artikel 212b
1. In afwijking van de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2003-11-15&g=2003-11-15) werkt de faillietverklaring van een instelling niet terug tot aan het begin van de dag waarop zij wordt uitgesproken, ten aanzien van een door die instelling vóór het tijdstip van faillietverklaring van die instelling gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig in het systeem uit te voeren.
2. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [54, tweede lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2003-11-15&g=2003-11-15), alsmede [artikel 72, aanhef en onder a, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=72), kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een instelling na het tijdstip van faillietverklaring van die instelling gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren, indien de opdracht in het systeem wordt uitgevoerd op de dag van faillietverklaring en de centrale tegenpartij, de afwikkelende instantie of het verrekeningsinstituut kan aantonen dat deze ten tijde van de uitvoering van de opdracht de faillietverklaring niet kende of behoorde te kennen.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een goederenrechtelijk zekerheidsrecht dat door een instelling in verband met deelname aan het systeem is gevestigd ten behoeve van een centrale bank of ten behoeve van een andere instelling die deelneemt aan het systeem.
4. De rechtbank vermeldt op het vonnis het tijdstip van de faillietverklaring tot op de minuut nauwkeurig.
##### Artikel 212c
1. De griffier van de rechtbank stelt De Nederlandsche Bank N.V. terstond in kennis van de faillietverklaring.
2. De Nederlandsche Bank N.V. stelt daarna terstond de door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in kennis van de faillietverklaring.
##### Artikel 212d
1. De Minister van Financiën kan, De Nederlandsche Bank N.V. gehoord, als systeem aanwijzen een formele overeenkomst tussen drie of meer deelnemers, een afwikkelende instantie, een centrale tegenpartij, een verrekeningsinstituut of een indirecte deelnemer niet meegerekend, met gemeenschappelijke regels en standaardprocedures voor het uitvoeren van overboekingsopdrachten tussen de deelnemers, waarop het recht van toepassing is van een door de deelnemers gekozen lidstaat van de Europese Unie waarin ten minste één van de deelnemers zijn hoofdvestiging heeft.
2. Indien dit noodzakelijk is met het oog op het vermijden van systeemrisico's, kan de Minister van Financiën, De Nederlandsche Bank N.V. gehoord, als systeem aanwijzen een formele overeenkomst tussen twee deelnemers, een afwikkelende instantie, een centrale tegenpartij, een verrekeningsinstituut of een indirecte deelnemer niet meegerekend, met gemeenschappelijke regels en standaardprocedures voor het uitvoeren van overboekingsopdrachten tussen de deelnemers, waarop het recht van toepassing is van een door de deelnemers gekozen lidstaat waarin ten minste één van de deelnemers zijn hoofdvestiging heeft.
3. Aan de beschikking tot aanwijzing als systeem kan de Minister van Financiën voorschriften verbinden.
4. Het systeem stelt de Minister van Financiën in kennis van de instellingen die direct of indirect deelnemen aan het systeem, alsmede van elke aanvang of beëindiging van deelname door een instelling aan het systeem.
5. Van een beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.
6. De Minister van Financiën meldt de aangewezen systemen aan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
##### Artikel 212e
Ingeval een insolventieprocedure wordt geopend tegen een instelling, worden de rechten en de verplichtingen die zij uit of in verband met deelname aan dat systeem heeft, bepaald door het recht waardoor dat systeem wordt beheerst.
##### Artikel 212f
Wanneer, in verband met deelname aan het systeem, ten behoeve van een deelnemer of een centrale bank, dan wel ten behoeve van een derde die namens een deelnemer of een centrale bank optreedt, een goederenrechtelijk zekerheidsrecht is gevestigd op effecten of op rechten ten aanzien van effecten, en deze effecten of rechten ten aanzien van effecten op grond van een wettelijke bepaling zijn opgenomen in een register, rekening of gecentraliseerd effectendepot dat zich bevindt in een lidstaat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, wordt de bepaling van de rechten van die personen als houders van goederenrechtelijke zekerheidsrechten ten aanzien van deze effecten beheerst door het recht van die lidstaat, onderscheidenlijk die andere lidstaat.
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
##### Artikel 213
1. De schuldenaar die voorziet, dat hij met betalen van zijne opeischbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surséance van betaling aanvragen.
2. Surséance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent.
##### Artikel 214
1. Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafden staat, als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2003-11-15&g=2003-11-15), bij verzoekschrift, door hem zelf en zijn procureur onderteekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2003-11-15&g=2003-11-15). Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. Bij het verzoekschrift kan een ontwerp van akkoord worden gevoegd.
##### Artikel 215
1. Het verzoekschrift met bijbehoorende stukken wordt ter griffie van de rechtbank neergelegd, ter kostelooze inzage van een ieder.
2. De rechtbank zal dadelijk de gevraagde surséance voorloopig verleenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met den schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt zij, dat de bekende schuldeischers, benevens de schuldenaar, tegen een door haar op korten termijn bepaalden dag, door den griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verleenen van de gevraagde surséance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd. [Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 216
De griffier doet van de indiening van het verzoek, van de voorloopige verleening van surséance, van de naam van de rechter-commissaris zo die is benoemd, van de namen en woonplaatsen der benoemde bewindvoerders en van den overeenkomstig het tweede lid van het voorgaande artikel bepaalden dag onmiddellijk aankondiging in de **Nederlandsche Staatscourant** en in een of meer door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen. Indien bij het verzoekschrift een ontwerp van akkoord is gevoegd, wordt daarvan in de aankondiging melding gemaakt.
##### Artikel 217
De surséance wordt geacht te zijn ingegaan bij den aanvang van den dag, waarop zij voorloopig is verleend.
##### Artikel 218
1. Ten bepaalden dage hoort de rechtbank in raadkamer de schuldenaar, de rechter-commissaris zo die is benoemd, de bewindvoerders en de in persoon bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur opgekomen schuldeisers. Iedere schuldeischer is bevoegd om, zelfs zonder opgeroepen te zijn, op te komen.
2. De rechtbank kan den schuldenaar definitief surséance verleenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zoodanige vorderingen.
3. Over de toelating tot de stemming beslist, bij verschil, de rechtbank.
4. Surséance kan nimmer definitief worden verleend, indien er gegronde vrees bestaat, dat de schuldenaar zal trachten de schuldeischers tijdens de surséance te benadeelen of het vooruitzicht niet bestaat, dat hij na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen.
5. De rechtbank, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking den schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorloopig verleende surséance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
6. Indien eene aanvrage tot faillietverklaring en een verzoek tot surséance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
7. De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting.
##### Artikel 219
1. Gedurende acht dagen na den dag der uitspraak heeft, in geval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surséance verleend is, iedere schuldeischer, die zich niet vóór het verleenen daarvan heeft verklaard, recht van hooger beroep.
2. Het hooger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.
3. Indien het hooger beroep door een schuldeischer is ingesteld, geeft deze uiterlijk op den vierden dag volgende op dien, waarop hij zijn verzoek heeft gedaan, aan den procureur, die het verzoek tot surséance heeft ingediend, bij deurwaarders-exploot kennis van het hooger beroep en van den tijd voor de behandeling bepaald. Deze kennisgeving geldt voor oproeping van den schuldenaar.
4. De griffier van het gerechtshof doet van het hooger beroep en van den tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de nieuwsbladen, waarin het verzoek tot surséance volgens [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is aangekondigd. Tevens geeft hij van het ingestelde hooger beroep aan den griffier der rechtbank kennis, neemt van dezen de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde stukken over en legt die op zijne griffie voor een ieder ter kostelooze inzage.
##### Artikel 220
1. Bij de behandeling van het hooger beroep wordt het verzoek niet opnieuw in stemming gebracht, maar ieder schuldeischer is bevoegd in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur aan de bestrijding of verdediging van de uitspraak, waartegen het beroep gericht is, deel te nemen.
2. De behandeling heeft plaats in raadkamer; het arrest wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting.
##### Artikel 221
1. Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kan, ingeval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surséance is verleend, iedere schuldeischer, die zich niet vóór het verleenen daarvan heeft verklaard, gedurende acht dagen na den dag der uitspraak, in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van den Hoogen Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.
3. De griffier van den Hoogen Raad doet van het beroep in cassatie en van den tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de nieuwsbladen, waarin het verzoek tot surséance volgens [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is aangekondigd. Tevens geeft hij van het ingestelde beroep kennis aan den griffier van het gerechtshof, neemt van dezen de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde stukken over en legt die op zijne griffie voor een ieder ter kostelooze inzage.
4. De bepalingen van het [derde lid van artikel 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en van het [tweede lid van artikel 220](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=220&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 222
1. De beschikking, waarbij de surséance definitief wordt toegestaan, is bij voorraad uitvoerbaar, niettegenstaande eenige daartegen gerichte voorziening.
2. Zij wordt aangekondigd op de wijze, in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) voorgeschreven.
##### Artikel 222a
1. Bij elke rechtbank wordt door de griffier een openbaar register aangehouden, waarin hij voor iedere surséance van betaling afzonderlijk, achtereenvolgens, met vermelding van de dagtekening, inschrijft:
- 1°. een uittreksel van de rechterlijke beslissingen, waarbij voorlopig of definitief surséance van betaling is verleend, waarbij deze is verlengd of waarbij de surséance van betaling is ingetrokken;
- 2°. de benoeming van een rechter-commissaris;
- 3°. de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord;
- 4°. de ontbinding van het akkoord.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. De griffier is verplicht aan ieder kosteloze inzage van het register en tegen betaling een uittreksel daaruit te verstrekken.
##### Artikel 223
1. Bij het definitief verleenen der surséance bepaalt de rechtbank haar duur ten hoogste op anderhalf jaar. Indien de surséance is geëindigd door het verloop van de termijn waarvoor zij is verleend, doen de bewindvoerders daarvan aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde bladen.
2. Vóór het einde der surséance kan door de schuldenaar eenmaal of meermalen haar verlenging voor ten hoogste anderhalf jaar worden gevraagd. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot verleening van surséance. Zoolang bij afloop der surséance op een verzoek tot verlenging nog niet is beschikt, blijft de surséance gehandhaafd. De door de rechtbank gewezen beschikking wordt bekendgemaakt op de wijze als in het eerste lid is bepaald.
##### Artikel 223a
Bij het voorlopig verlenen der surséance of bij een latere beschikking kan de rechtbank een harer leden tot rechter-commissaris benoemen, teneinde de bewindvoerders op hun verzoek van advies te dienen.
##### Artikel 223b
1. Op verzoek van de bewindvoerders is de rechter-commissaris bevoegd ter opheldering van alle omstandigheden, de surséance betreffende, getuigen te horen of een onderzoek van deskundigen te bevelen. De getuigen worden gedagvaard namens de rechter-commissaris. [Artikel 177 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=177) is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij niet-verschijning of weigering om de eed of getuigenis af te leggen, zijn de [artikelen 171](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=171), [172](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=172), [173, eerste lid, eerste volzin, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=173), [174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=174) en [175 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=175) toepasselijk.
3. De echtgenoot of gewezen echtgenoot van de schuldenaar of degene met wie de schuldenaar een geregistreerd partnerschap is of was aangegaan, de kinderen en verdere afkomelingen en de ouders en grootouders van de schuldenaar kunnen zich van het geven van getuigenis verschonen.
##### Artikel 224
1. Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, wordt voor de geldigheid hunner handelingen toestemming der meerderheid of bij staking van stemmen eene beslissing van de rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, van de voorzieningenrechter der rechtbank vereischt. Het [tweede lid van artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=70&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vindt overeenkomstige toepassing.
2. De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen of hem één of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van hem zelven, van de andere bewindvoerders of van één of meer schuldeischers, op voordracht van de rechter-commissaris zo die is benoemd, dan wel ambtshalve.
##### Artikel 225
1. Bij het voorloopig verleenen der surséance kan de rechtbank zoodanige bepalingen maken, als zij ter beveiliging van de belangen der schuldeischers noodig oordeelt.
2. Zij kan dit ook gedurende de surséance doen op voordracht van de rechter-commissaris zo die is benoemd, op verzoek van de bewindvoerders of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
##### Artikel 226
1. Bij het voorloopig verleenen der surséance kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen teneinde binnen een door haar te bepalen termijn, die zoo noodig kan worden verlengd, een onderzoek naar den staat van den boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hunne bevinding uit te brengen. Het [laatste lid van artikel 225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Het verslag van de deskundigen bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door den schuldenaar overgelegde staat en bescheiden, en over de vraag of er vooruitzicht bestaat, dat de schuldenaar na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen. Het verslag geeft zoo mogelijk de maatregelen aan, welke tot die bevrediging kunnen leiden.
3. De deskundigen leggen hun verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter kostelooze inzage van een ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
4. Het [laatste lid van artikel 224](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=224&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vindt ten aanzien van de deskundigen overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 227
1. De bewindvoerders brengen, telkens na verloop van drie maanden, een verslag uit over den toestand van den boedel. Met dit verslag wordt gehandeld, gelijk in het[derde lid van artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is voorgeschreven.
2. De termijn, bedoeld in het vorige lid, kan door de rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, de rechtbank worden verlengd.
##### Artikel 228
1. Gedurende de surséance is de schuldenaar onbevoegd eenige daad van beheer of beschikking betreffende den boedel te verrichten zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders. Indien de schuldenaar in strijd daarmede gehandeld heeft, zijn de bewindvoerders bevoegd alles te doen, wat vereischt wordt, om den boedel te dier zake schadeloos te houden.
2. Voor verbintenissen van den schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders na den aanvang der surséance ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk, dan voorzooverre deze tengevolge daarvan is gebaat.
##### Artikel 229
1. Indien de schuldenaar in enige gemeenschap gehuwd is of in enige gemeenschap een geregistreerd partnerschap is aangegaan, worden onder de boedel de baten en lasten van die gemeenschap begrepen.
2. [Artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=61&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vindt overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 230
1. Gedurende de surséance kan de schuldenaar niet tot betaling zijner in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde schulden worden genoodzaakt en blijven alle tot verhaal van die schulden aangevangen executiën geschorst.
2. De gelegde beslagen vervallen en de schuldenaar, die zich in gijzeling bevindt, wordt daaruit ontslagen, zoodra de uitspraak, houdende definitieve verleening der surséance of homologatie van het akkoord, in kracht van gewijsde is gegaan, beide tenzij de rechtbank op verzoek van de bewindvoerders reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerders af te geven verklaring van de rechtercommissaris of, zo geen rechtercommissaris is benoemd, van de voorzieningenrechter van de rechtbank, machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
3. Het in de voorgaande leden bepaalde vindt geen toepassing ten aanzien van executies en beslagen ten behoeve van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, voor zover het de goederen betreft, waarop de voorrang rust.
4. Ter zake van schulden waarvoor het eerste lid geldt, is [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=36&z=2003-11-15&g=2003-11-15) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 231
1. De surséance stuit den loop niet van reeds aanhangige rechtsvorderingen, noch belet het aanleggen van nieuwe.
2. Indien niettemin de rechtsgedingen blootelijk betreffen de vordering van betaling eener schuld, door den schuldenaar erkend, en de aanlegger geen belang heeft om vonnis te verkrijgen, teneinde rechten tegen derden te doen gelden, kan de rechter, na van de erkenning der schuld akte te hebben verleend, het uitspreken van het vonnis opschorten tot na het einde der surséance.
3. De schuldenaar kan, voor zooveel betreft rechtsvorderingen, welke rechten of verplichtingen tot den boedel behoorende ten onderwerp hebben, noch eischende, noch verwerende in rechte optreden, zonder medewerking der bewindvoerders.
##### Artikel 232
De surséance werkt niet ten aanzien van:
- 1°. vorderingen waaraan voorrang is verbonden, behoudens voor zover zij niet verhaald kunnen worden op de goederen waarop de voorrang rust;
- 2°. vorderingen wegens kosten van levensonderhoud of van verzorging of opvoeding, verschuldigd krachtens de wet en vastgesteld bij overeenkomst of rechterlijke uitspraak, behoudens voor zover het gaat om vóór de aanvang der surséance vervallen termijnen, waarvan de rechtbank het bedrag heeft vastgesteld, waarvoor de surséance werkt;
- 3°. termijnen van huurkoop en van scheepshuurkoop.
##### Artikel 233
De betaling van alle andere schulden, bestaande vóór den aanvang der surséance, kan, zoolang de surséance duurt, niet anders plaats hebben dan aan alle schuldeischers gezamenlijk, in evenredigheid hunner vorderingen.
##### Artikel 234
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de boedel is, kan zijn schuld met zijn vordering op de boedel verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de aanvang van de surséance of voortvloeien uit een handeling vóór de aanvang van de surséance met de schuldenaar verricht.
2. De vordering op de schuldenaar wordt zo nodig berekend naar de regels in de [artikelen 261](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=261&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=262&z=2003-11-15&g=2003-11-15) gesteld.
3. Van de zijde van de boedel kan geen beroep worden gedaan op [artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=136).
##### Artikel 235
1. Niettemin is degene die een schuld aan de boedel of een vordering op de boedel vóór de aanvang van de surséance van een derde heeft overgenomen, niet bevoegd tot verrekening, indien hij bij de overneming niet te goeder trouw heeft gehandeld.
2. Na de aanvang van de surséance overgenomen vorderingen of schulden kunnen niet worden verrekend.
3. De [artikelen 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=55&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=56&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 236
1. Indien een wederkerige overeenkomst bij de aanvang van de surséance zowel door de schuldenaar als door zijn wederpartij in het geheel niet of slechts gedeeltelijk is nagekomen en de schuldenaar en de bewindvoerder zich niet binnen een hun daartoe schriftelijk door de wederpartij gestelde redelijke termijn bereid verklaren de overeenkomst gestand te doen, verliezen zij het recht hunnerzijds nakoming van de overeenkomst te vorderen.
2. Indien de schuldenaar en de bewindvoerder zich wel tot nakoming van de overeenkomst bereid verklaren, zijn zij verplicht desverlangd voor deze nakoming zekerheid te stellen.
3. De vorige leden zijn niet van toepassing op overeenkomsten waarbij de schuldenaar slechts verbintenissen op zich heeft genomen tot door hem persoonlijk te verrichten handelingen.
##### Artikel 236a
Voor vorderingen die de wederpartij uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór de aanvang van de surséance met de schuldenaar gesloten overeenkomst op deze heeft verkregen, of die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de aanvang van de surséance op deze verkregen vordering, kan zij opkomen op de voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bepaald.
##### Artikel 237
Indien in het geval van [artikel 236](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=236&z=2003-11-15&g=2003-11-15) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalden termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na den aanvang der surséance, wordt de overeenkomst door de voorloopige verleening van surséance ontbonden en kan de wederpartij van den schuldenaar zonder meer voor schadevergoeding opkomen op den voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bepaald. Lijdt de boedel door de ontbinding schade dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
##### Artikel 237a
1. Zoodra de surséance een aanvang heeft genomen, kan zoowel de schuldenaar, die huurkooper is, als de verkooper den huurkoop dan wel scheepshuurkoop ontbonden verklaren.
2. Deze ontbinding heeft dezelfde gevolgen als ontbinding der overeenkomst wegens het niet nakomen door den kooper van zijne verplichtingen.
3. De verkooper kan voor het hem verschuldigde bedrag opkomen op den voet als in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bepaald.
##### Artikel 238
1. Zoodra de surséance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, die huurder is, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bepaalde, de huur tusschentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiede tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen den dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
2. Van den aanvang der surséance af is de huurprijs boedelschuld.
3. Indien de schuldenaar pachter is, vindt het bovenstaande overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 239
1. Zodra de surséance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bepaalde, aan werknemers in zijn dienst, de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de overeengekomen of wettelijke termijnen, met dien verstande echter, dat in elk geval de arbeidsovereenkomst kan worden geëindigd door opzegging met een termijn van zes weken of, indien de termijn, omschreven in [artikel 672 lid 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=672) langer is dan zes weken, met inachtneming van die termijn.
2. Zodra de surséance een aanvang heeft genomen, behoeft bij opzegging der arbeidsovereenkomst door werknemers in dienst van de schuldenaar het bepaalde in [artikel 672 lid 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=672) niet in acht te worden genomen.
3. Van de aanvang der surséance af zijn het loon en de met de arbeidsovereenkomst samenhangende premieschulden boedelschuld.
4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op agentuurovereenkomsten.
##### Artikel 240
1. Voldoening nadat de surséance voorloopig is verleend doch vóór de bekendmaking daarvan, aan den schuldenaar gedaan, ter vervulling van verbintenissen jegens dezen vóórdien ontstaan, bevrijdt hem, die haar deed, tegenover den boedel, zoolang zijne bekendheid met de voorloopige verleening van de surséance niet bewezen wordt.
2. Voldoening, als in het vorig lid bedoeld, nà de bekendmaking aan den schuldenaar gedaan, bevrijdt tegenover den boedel alleen dan, wanneer hij, die haar deed, bewijst, dat de voorloopige verleening van de surséance te zijner woonplaats langs den weg der wettelijke aankondiging nog niet bekend kon zijn, behoudens het recht van bewindvoerders om aan te toonen, dat zij hem toch bekend was.
3. In elk geval bevrijdt voldoening aan den schuldenaar hem, die haar deed, tegenover den boedel, voor zooverre hetgeen door hem voldaan werd ten bate van den boedel is gekomen.
##### Artikel 241
De surséance werkt niet ten voordeele van de borgen en andere medeschuldenaren.
##### Artikel 241a
1. De rechtbank kan op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bepalen dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden, voor een periode van ten hoogste één maand niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank of, zo een rechter-commissaris is benoemd, van deze. De rechtbank kan deze periode éénmaal voor ten hoogste één maand verlengen.
2. De rechtbank kan haar beschikking beperken tot bepaalde derden en daaraan voorwaarden verbinden. De rechtbank en rechter-commissaris kunnen voorwaarden verbinden aan een door hen gegeven machtiging van een derde tot uitoefening van een aan deze toekomende bevoegdheid.
3. Gedurende de in het eerste lid bedoelde perioden lopen aan of door de derden ter zake van hun bevoegdheid gestelde termijnen voort, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is om de derde dan wel de schuldenaar en de bewindvoerder in staat te stellen na afloop van de periode hun standpunt te bepalen. De wederpartij kan hun daartoe opnieuw een redelijke termijn stellen.
##### Artikel 242
1. Nadat de surséance is verleend, kan zij, op voordracht van de rechter-commissaris zo die is benoemd, op verzoek van de bewindvoerders, van één of meer der schuldeisers of ook ambtshalve door de rechtbank worden ingetrokken:
- 1°. indien de schuldenaar zich, gedurende den loop der surséance, aan kwade trouw in het beheer van den boedel schuldig maakt;
- 2°. indien hij zijne schuldeischers tracht te benadeelen;
- 3°. indien hij handelt in strijd met [artikel 228, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-11-15&g=2003-11-15);
- 4°. indien hij nalaat te doen, wat in de bepalingen, door de rechtbank bij het verleenen der surséance of later gesteld, aan hem is opgelegd of wat naar het oordeel der bewindvoerders door hem in het belang des boedels moet worden gedaan;
- 5°. indien, hangende de surséance, de staat des boedels zoodanig blijkt te zijn, dat handhaving der surséance niet langer wenschelijk is of het vooruitzicht, dat de schuldenaar na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen, blijkt niet te bestaan.
2. In de gevallen, vermeld onder 1° en 5°, zijn de bewindvoerders verplicht de intrekking te vragen.
3. De verzoeker, de schuldenaar en de bewindvoerders worden gehoord of behoorlijk opgeroepen. De oproeping geschiedt door den griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag. De beschikking is met redenen omkleed.
4. Indien op grond van dit artikel de surséance wordt ingetrokken, kan bij dezelfde beschikking de faillietverklaring van den schuldenaar worden uitgesproken. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de surséance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
##### Artikel 243
1. Gedurende acht dagen na den dag der beschikking heeft, in geval van intrekking der surséance, de schuldenaar, en, ingeval de intrekking der surséance geweigerd is, hij, die het verzoek tot intrekking heeft gedaan, recht van hooger beroep tegen de beschikking der rechtbank.
2. Het hooger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak moet kennis nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening terstond kennis aan dien van de rechtbank.
3. De voorzitter van het gerechtshof bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoekschrift. De griffier roept ten spoedigste hen, die het verzoek tot intrekking hebben gedaan, den schuldenaar en de bewindvoerders bij brieven tegen den bepaalden dag op.
4. De beschikking van het gerechtshof wordt door den griffier terstond medegedeeld aan dien van de rechtbank.
##### Artikel 244
1. Gedurende acht dagen na de beschikking van het gerechtshof kan de daarbij in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van den Hoogen Raad. De griffier van den Hoogen Raad geeft van die indiening terstond kennis aan dien van de rechtbank.
3. De voorzitter van den Hoogen Raad bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoekschrift. De griffier roept ten spoedigste de partijen bij brieven tegen den bepaalden dag op. De beschikking van den Hoogen Raad wordt door den griffier terstond medegedeeld aan dien van de rechtbank.
##### Artikel 245
Zoodra eene beschikking, waarbij de surséance is ingetrokken, in kracht van gewijsde is gegaan, wordt zij aangekondigd, gelijk is voorgeschreven in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 246
1. Indien de rechtbank van oordeel is, dat de behandeling van het verzoek tot intrekking van de surséance niet zal zijn beëindigd vóór den dag, waarop de schuldeischers krachtens [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-11-15&g=2003-11-15), worden gehoord, gelast zij, dat de griffier den schuldeischers bij brieven zal mededeelen, dat dit verhoor op dien dag niet zal worden gehouden.
2. Zoo noodig bepaalt zij later den dag waarop dit verhoor alsnog zal plaats vinden; de schuldeischers worden door den griffier bij brieven opgeroepen.
##### Artikel 247
1. De schuldenaar is steeds bevoegd aan de rechtbank de intrekking van de surséance te verzoeken, op grond dat de toestand des boedels hem weder in staat stelt zijne betalingen te hervatten. De bewindvoerders en, indien het eene definitief verleende surséance betreft, de schuldeischers worden gehoord of behoorlijk opgeroepen.
2. Deze oproeping geschiedt bij brieven door den griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag.
##### Artikel 247a
1. Uiterlijk op de achtste dag voorafgaande aan de dag bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-11-15&g=2003-11-15), doch in ieder geval niet later dan twee maanden na de dag waarop de surséance voorlopig is verleend, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, zijnde een natuurlijke persoon, de hem voorlopig verleende surséance intrekken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in titel III.
2. De schuldenaar zal zich daartoe bij een verzoekschrift als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-11-15&g=2003-11-15) wenden tot de rechtbank die de surséance voorlopig heeft verleend.
3. Alvorens te beslissen kan de rechtbank de schuldenaar, de rechtercommissaris en de bewindvoerder oproepen om te worden gehoord.
4. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van toepassing.
5. Bij toewijzing van het verzoek, spreekt de rechtbank de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
6. Van de intrekking van de voorlopig verleende surséance wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15). In die aankondiging wordt tevens mededeling gedaan dat het verhoor van de schuldeisers, bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-11-15&g=2003-11-15), niet zal worden gehouden. Indien op de voet van [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [264](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2003-11-15&g=2003-11-15) reeds een tijdstip was bepaald voor de raadpleging en stemming over een akkoord, wordt in die aankondiging mededeling gedaan dat die raadpleging en stemming niet zullen plaatsvinden.
##### Artikel 247b
1. Tegen het vonnis, houdende uitspraak tot de intrekking van de voorlopig verleende surséance en tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, kunnen noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden rechtsmiddelen worden ingesteld.
2. Indien het verzoek tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen, heeft de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
3. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting. Van het arrest van het gerechtshof wordt door de griffier onverwijld mededeling gedaan aan de griffier van de rechtbank.
4. De schuldenaar kan van de uitspraak van het gerechtshof gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling. De griffier van de Hoge Raad geeft van het beroep in cassatie en van de uitspraak van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
5. Zolang niet op het verzoekschrift bedoeld in [artikel 247a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan de surséance van betaling niet definitief worden verleend en kan geen raadpleging over een akkoord plaatshebben.
##### Artikel 247c
1. Indien de surséance van betaling wordt ingetrokken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, gelden de volgende regelen:
- a. de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 228, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-11-15&g=2003-11-15), aan de bewindvoerder in de surséance toegekend;
- b. boedelschulden, gedurende de toepassing van de surséance ontstaan, gelden ook in de toepassing van de schuldsaneringsregeling als boedelschulden;
- c. in de surséance ingediende vorderingen gelden als ingediend in de schuldsaneringsregeling.
2. [Artikel 249, eerste lid, onder 1° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=249&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 248
1. Gedurende eene surséance kan faillietverklaring niet rauwelijks worden gevorderd.
2. Indien ingevolge eene der bepalingen van dezen titel eene faillietverklaring uitgesproken wordt, vindt [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15) overeenkomstige toepassing; wordt ingevolge die bepalingen een faillissement vernietigd, dan vinden de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-11-15&g=2003-11-15) overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 249
1. Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge eene der bepalingen van dezen titel of wel binnen ééne maand na het einde der surséance, gelden de volgende regelen:
- 1°. het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de artikelen [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [45 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en in de artikelen [138, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138), en [248, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248) aanvangen, wordt berekend van de aanvang der surséance af;
- 2°. de curator oefent de bevoegdheid uit, in het [eerste lid van artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aan de bewindvoerders toegekend;
- 3°. handelingen, door den schuldenaar met medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders verricht, worden beschouwd als handelingen van den curator en boedelschulden, gedurende de surséance ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden;
- 4°. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van den schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders gedurende de surséance ontstaan, dan voor zooverre deze ten gevolge daarvan gebaat is.
2. Is opnieuw surséance verzocht, binnen eene maand na afloop van eene vroeger verleende, dan geldt hetgeen in het eerste lid is bepaald mede voor het tijdvak der eerstvolgende surséance.
##### Artikel 250
1. Het loon van de deskundigen, benoemd ingevolge de bepaling van [artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en van de bewindvoerders wordt bepaald door de rechtbank en bij voorrang voldaan.
2. Dit laatste is ook van toepassing op hunne verschotten en op die, door den griffier ten gevolge van de bepalingen van dezen titel gedaan.
##### Artikel 250a
1. Ingeval een niet ingevolge [artikel 52, tweede lid, onder **a, b** of **c**, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=52) (**Stb.** 1992, 722) geregistreerde onderneming of instelling, waarbij De Nederlandsche Bank N.V. op grond van die wet inlichtingen heeft ingewonnen, naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, kan De Nederlandsche Bank N.V. met machtiging van de voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank voor zodanige onderneming of instelling surséance van betaling aanvragen op de wijze, voorzien in [artikel 214, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. De voorzieningenrechter van de rechtbank beslist over een verzoek tot machtiging als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk, doch niet dan nadat de onderneming of instelling in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze terzake aan hem kenbaar te maken.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid, zal surséance nimmer definitief worden verleend, indien de onderneming of instelling zich daartegen verzet.
4. De [artikelen 215-250](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [251](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=251&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien het verzoek wordt afgewezen anders dan op grond van het derde lid, heeft De Nederlandsche Bank N.V. recht van hoger beroep en kan zij in cassatie komen overeenkomstig het bepaalde in de [artikelen 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=221&z=2003-11-15&g=2003-11-15). De Nederlandsche Bank N.V. is bevoegd zowel in hoger beroep als in cassatie aan de behandeling van het beroep deel te nemen.
##### Artikel 251
De bepalingen van internationaal recht van de [artikelen 203-205](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tiende&artikel=203&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vinden bij surséance overeenkomstige toepassing.
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
##### Artikel 252
De schuldenaar is bevoegd bij of na het verzoek tot surséance aan hen, die vorderingen hebben, ten aanzien waarvan de surséance werkt, een akkoord aan te bieden.
##### Artikel 253
1. Het ontwerp van akkoord wordt, indien het niet ingevolge [artikel 215](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-11-15&g=2003-11-15) ter griffie van de rechtbank berust, aldaar nedergelegd ter kostelooze inzage van een ieder.
2. Een afschrift moet zoodra mogelijk aan de bewindvoerders en de deskundigen worden toegezonden.
##### Artikel 254
Het ontwerp van akkoord vervalt, indien, voordat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, eene rechterlijke beslissing houdende beëindiging der surséance in kracht van gewijsde gaat.
##### Artikel 255
1. Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verleening van surséance ter griffie is nedergelegd, kan de rechtbank, de rechter-commissaris zo die is benoemd en bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in [artikel 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval zij tevens zal vaststellen:
- 1°. den dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen, ten aanzien waarvan de surséance werkt, bij de bewindvoerders moeten worden ingediend;
- 2°. dag en uur, waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris of, bij gebreke van dien, in raadkamer zal worden geraadpleegd en beslist.
2. Tusschen de dagen, onder 1°. en 2°. vermeld, moeten ten minste veertien dagen verloopen.
3. Indien de rechtbank van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of het ontwerp van akkoord niet tegelijk met het verzoekschrift tot het verleenen van surséance ter griffie is nedergelegd, zal de rechtbank de rechter-commissaris zo die is benoemd en, bewindvoerders gehoord, de dagen en uren, in het eerste lid bedoeld, vaststellen zoodra de beschikking, waarbij de surséance definitief is verleend, kracht van gewijsde heeft verkregen of, indien het ontwerp van akkoord eerst daarna ter griffie is nedergelegd, dadelijk na die nederlegging.
##### Artikel 256
1. De bewindvoerders doen dadelijk zoowel van de in het vorige artikel bedoelde beschikking als van de nederlegging ter griffie van het ontwerp van akkoord - tenzij deze reeds ingevolge [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is bekend gemaakt - aankondiging in de **Nederlandsche Staatscourant** en in de door de rechtbank ingevolge [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen.
2. Zij geven tevens van een en ander bij brieven kennis aan alle bekende schuldeischers. Daarbij wordt op het bepaalde bij [artikel 257, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=257&z=2003-11-15&g=2003-11-15), gewezen.
3. De schuldeischers kunnen verschijnen in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur.
4. De bewindvoerders kunnen vorderen, dat de schuldenaar hun een door hen te bepalen bedrag ter bestrijding van de kosten dezer aankondigingen en kennisgevingen vooraf ter hand stelt.
##### Artikel 257
1. De indiening der schuldvorderingen geschiedt bij de bewindvoerders door de overlegging eener rekening of andere schriftelijke verklaring, aangevende den aard en het bedrag der vordering, vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan.
2. Vorderingen, ten aanzien waarvan de surséance niet werkt, komen voor indiening niet in aanmerking. Heeft nochtans indiening plaats gehad, dan werkt de surséance ook ten aanzien van die vorderingen en gaat een aan de vordering verbonden voorrecht, retentierecht, pandrecht of hypotheek verloren. Een en ander geldt niet voor zoover de vordering vóór den aanvang der stemming wordt teruggenomen.
3. De schuldeischers zijn bevoegd van de bewindvoerders een ontvangbewijs te vorderen.
##### Artikel 258
De bewindvoerders toetsen de ingezonden rekeningen aan de administratie en opgaven van den schuldenaar, treden, als zij tegen de toelating eener vordering bezwaar hebben, met den schuldeischer in overleg, en zijn bevoegd van dezen overlegging van ontbrekende stukken alsook raadpleging van zijn administratie en van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen.
##### Artikel 259
De bewindvoerders brengen de bij hen ingediende vorderingen op eene lijst, vermeldende de namen en woonplaatsen der schuldeischers, het bedrag en de omschrijving der vorderingen, alsmede of en in hoever de bewindvoerders die vorderingen erkennen of betwisten.
##### Artikel 260
1. Eene rentedragende vordering wordt op de lijst gebracht met bijrekening der rente tot den aanvang der surséance.
2. De [artikelen 129](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [133-135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=133&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [136, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=136&z=2003-11-15&g=2003-11-15), vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 261
1. Eene vordering onder eene opschortende voorwaarde kan op de lijst gebracht worden voor hare waarde bij den aanvang der surséance.
2. Indien de bewindvoerders en de schuldeischers het niet eens kunnen worden over deze waardebepaling, wordt zoodanige vordering voor het volle bedrag voorwaardelijk toegelaten.
##### Artikel 262
1. Eene vordering, waarvan het tijdstip der opeischbaarheid onzeker is, of welke recht geeft op periodieke uitkeeringen, wordt op de lijst gebracht voor hare waarde bij den aanvang der surséance.
2. Alle schuldvorderingen, vervallende binnen één jaar na den aanvang der surséance, worden behandeld, alsof zij op dat tijdstip opeischbaar waren. Alle later dan één jaar daarna vervallende schuldvorderingen worden op de lijst gebracht voor de waarde, die zij hebben na verloop van een jaar na dat tijdstip.
3. Bij de berekening wordt uitsluitend gelet op het tijdstip en de wijze van aflossing, het kansgenot, waar dit bestaat, en, indien de vordering rentedragend is, op den bedongen rentevoet.
##### Artikel 263
1. Van de in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde lijst wordt een afschrift door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank nedergelegd, om aldaar gedurende de zeven dagen voorafgaande aan de vergadering, in [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoeld, kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
2. De nederlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 264
1. De rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, de rechtbank kan, op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve, de raadpleging en stemming over het akkoord tot een lateren dag uitstellen.
2. [Artikel 256](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vindt alsdan overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 265
1. Ter vergadering brengen zoowel de bewindvoerders als de deskundigen, zoo die er zijn, schriftelijk verslag uit over het aangeboden akkoord. [Artikel 144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=144&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Vorderingen, na afloop van den in [artikel 255, 1°.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2003-11-15&g=2003-11-15), genoemden termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór den dag, waarop de vergadering zal worden gehouden, bij de bewindvoerders ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek op de lijst geplaatst, indien noch de bewindvoerders, noch een der aanwezige schuldeischers daartegen bezwaar maken.
3. Vorderingen, daarna ingediend, worden niet op de lijst geplaatst.
4. De bepalingen van de twee voorgaande leden zijn niet toepasselijk, indien de schuldeischer buiten het Rijk in Europa woont en daardoor verhinderd was zich eerder aan te melden.
5. Ingeval van bezwaar, als in het tweede lid bedoeld, of van geschil over het al of niet aanwezig zijn der verhindering, in het vierde lid bedoeld, beslist de rechter-commissaris zo die is benoemd of bij gebreke van dien de rechtbank, na de vergadering te hebben geraadpleegd.
##### Artikel 266
1. De bewindvoerders zijn bevoegd ter vergadering op elke door hen gedane erkenning of betwisting terug te komen.
2. Zoowel de schuldenaar als ieder verschenen schuldeischer kan eene door de bewindvoerders geheel of gedeeltelijk erkende vordering betwisten.
3. Betwistingen of erkenningen, op de vergadering gedaan, worden op de lijst aangeteekend.
##### Artikel 267
De rechter-commissaris zo die is benoemd of bij gebreke van dien de rechtbank bepaalt of en tot welk bedrag de schuldeisers, wier vorderingen betwist zijn, tot de stemming zullen worden toegelaten.
##### Artikel 268
1. Tot het aannemen van het akkoord wordt vereischt de toestemming van twee derde der erkende en der toegelaten schuldeischers, welke drie vierde van het bedrag der erkende en der toegelaten schuldvorderingen vertegenwoordigen. Geen toestemming is vereist van een erkende of toegelaten schuldeiser, voor zover zijn schuldvordering is gegrond op een verbeurde dwangsom.
2. De [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=146&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=147&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 269
1. Het proces-verbaal van het verhandelde vermeldt den inhoud van het akkoord, de namen der verschenen stemgerechtigde schuldeischers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, den uitslag der stemming en al wat verder is voorgevallen. De door de bewindvoerders opgemaakte lijst van schuldeisers, zoals zij tijdens de raadpleging is aangevuld of gewijzigd, wordt, door de rechter-commissaris zo die is benoemd en bij gebreke van dien, door de voorzieningenrechter en de griffier gewaarmerkt, aan het proces-verbaal gehecht.
2. Gedurende acht dagen kan een ieder ter griffie kosteloos inzage van het proces-verbaal verkrijgen.
##### Artikel 269a
Indien ten overstaan van een rechter-commissaris is geraadpleegd en beslist en het akkoord verworpen is verklaard, stelt de rechter-commissaris de rechtbank onverwijld in kennis van deze verwerping door toezending van het ontwerp van akkoord en het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde proces-verbaal. Zowel de schuldeisers, die vóór gestemd hebben, als de schuldenaar kunnen gedurende acht dagen na afloop der vergadering aan de rechtbank verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken zelve blijkt dat het akkoord door de rechter-commissaris ten onrechte als verworpen is beschouwd.
##### Artikel 269b
1. Indien het akkoord is aangenomen, bepaalt de rechter-commissaris vóór het sluiten der vergadering de terechtzitting, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen.
2. Bij toepassing van [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-11-15&g=2003-11-15) geschiedt de bepaling der terechtzitting door de rechtbank in haar beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeisers.
3. De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), na de beschikking der rechtbank.
4. Gedurende die tijd kunnen de schuldeisers aan de rechter-commissaris schriftelijk de redenen opgeven, waarom zij weigering der homologatie wenselijk achten.
##### Artikel 270
1. Indien de raadpleging en beslissing over het akkoord in raadkamer der rechtbank heeft plaats gehad, kunnen zowel de schuldeisers, die vóór gestemd hebben, als de schuldenaar gedurende acht dagen na afloop der stemming aan het gerechtshof verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken zelve blijkt, dat het akkoord door de rechtbank ten onrechte als verworpen is beschouwd.
2. Indien het gerechtshof het proces-verbaal verbetert, bepaalt het bij zijne beschikking den dag, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen, welke dag gesteld wordt op niet vroeger dan acht en niet later dan veertien dagen na de beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeischers. Deze beschikking brengt van rechtswege vernietiging mede van een ingevolge [artikel 277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2003-11-15&g=2003-11-15) uitgesproken faillissement.
##### Artikel 271
1. Indien het akkoord is aangenomen, wordt op de bepaalde dag ter openbare terechtzitting door de rechter-commissaris zo die is benoemd een schriftelijk rapport uitgebracht en kunnen zoowel de bewindvoerders als elke schuldeischer de gronden uiteenzetten, waarop zij de homologatie wenschen of haar bestrijden. [Artikel 152, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2003-11-15&g=2003-11-15), vindt overeenkomstige toepassing.
2. De rechtbank kan bepalen, dat de behandeling der homologatie op een lateren, terstond door haar vast te stellen, dag zal plaats vinden.
##### Artikel 272
1. De rechtbank geeft zoo spoedig mogelijk hare met redenen omkleede beschikking.
2. Zij zal de homologatie weigeren:
- 1°. indien de baten van de boedel de bij het akkoord bedongen som te boven gaan;
- 2°. indien de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
- 3°. indien het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer schuldeischers of met behulp van andere oneerlijke middelen is tot stand gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft medegewerkt;
- 4°. indien het loon en de verschotten van de deskundigen en de bewindvoerders niet in handen van de bewindvoerders zijn gestort of daarvoor zekerheid is gesteld;
- 5°. indien de curator in een hoofdprocedure als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, derde zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn instemming aan het akkoord heeft onthouden, tenzij de rechtbank van oordeel is dat het akkoord de financiële belangen van de schuldeisers van de hoofdprocedure niet aantast.
3. Zij kan ook op andere gronden en ook ambtshalve de homologatie weigeren.
4. De rechtbank, de homologatie weigerende, kan bij dezelfde beschikking den schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surséance zoodra de beschikking, waarbij de homologatie geweigerd is, in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde bladen.
5. De [artikelen 154-156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 273
Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle schuldeischers te wier aanzien de surséance werkt.
##### Artikel 274
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde proces-verbaal, ten behoeve der door den schuldenaar niet betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
##### Artikel 275
Zoolang niet over het aangeboden akkoord uiteindelijk is beslist, eindigt de surséance niet door verloop van den termijn, waarvoor zij is verleend.
##### Artikel 276
De surséance neemt een einde zoodra de homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde bladen.
##### Artikel 277
De rechtbank kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, den schuldenaar bij vonnis in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surséance zodra de termijn, in [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-11-15&g=2003-11-15) dan wel in [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoeld, ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bedoelde bladen.
##### Artikel 278
1. Indien de rechtbank de schuldenaar in staat van faillissement heeft verklaard, heeft deze recht van hoger beroep tegen de faillietverklaring gedurende acht dagen na de dag waarop de termijn van [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-11-15&g=2003-11-15) dan wel van [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-11-15&g=2003-11-15) ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is.
2. Het hooger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur van de behandeling.
3. De griffier doet van het hooger beroep en van dag en uur, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de nieuwsbladen, waarin het verzoek tot surséance volgens [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is aangekondigd. Elke schuldeischer is bevoegd bij de behandeling op te komen.
##### Artikel 279
1. Tot het instellen van het beroep in cassatie is, indien het gerechtshof de faillietverklaring handhaaft, de schuldenaar en, indien het gerechtshof de faillietverklaring vernietigt, elke in hooger beroep opgekomen schuldeischer bevoegd.
2. Het beroep in cassatie wordt binnen denzelfden termijn en op dezelfde wijze als het hooger beroep ingesteld en behandeld, met dien verstande, dat de aankondiging in de dagbladen wordt vervangen door een exploot, binnen vier dagen na de aanteekening van het beroep uit te brengen aan de wederpartij.
##### Artikel 280
1. Ten aanzien van de ontbinding van het akkoord vinden de [artikelen 165](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=165&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2003-11-15&g=2003-11-15) overeenkomstige toepassing.
2. Bij het vonnis, waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, wordt de schuldenaar tevens in staat van faillissement verklaard.
##### Artikel 281
1. In een faillissement, uitgesproken krachtens de[artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [280](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2003-11-15&g=2003-11-15) kan een akkoord niet worden aangeboden.
2. De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 281a
1. Indien er meer dan 10 000 schuldeisers zijn, behoeven op de staat, welke de schuldenaar krachtens [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-11-15&g=2003-11-15) bij zijn verzoek moet overleggen, de namen en woonplaatsen der schuldeisers, alsmede het bedrag der vorderingen van ieder hunner, niet te worden vermeld, doch kan worden volstaan met vermelding van de verschillende groepen van crediteuren, al naar gelang van de aard hunner vorderingen, en van het globale aantal en het globale bedrag van de gezamenlijke vorderingen van iedere groep.
2. Indien het aantal schuldeisers niet meer dan 10 000, doch wel meer dan 5000 bedraagt, kan de rechtbank toestaan dat de schuldenaar een staat overeenkomstig het vorige lid overlegt.
##### Artikel 281b
1. Indien blijkt dat het aantal schuldeisers meer dan 5000 bedraagt, kan de rechtbank op verzoek van de bewindvoerders de voorzieningen treffen, omschreven in de [artikelen 281c-281f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281c&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. De voorzieningen krachtens de [artikelen 281d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281d&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281e&z=2003-11-15&g=2003-11-15) kunnen slechts gezamenlijk worden getroffen.
##### Artikel 281c
De rechtbank kan bepalen dat de oproepingen van de schuldeisers, bedoeld in de [artikelen 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [256, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [264, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2003-11-15&g=2003-11-15), niet bij brieven, doch door aankondigingen in de door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen zullen plaatsvinden. In dat geval bepaalt de rechtbank tevens op welke datum uiterlijk deze aankondigingen moeten geschieden en welke punten in de aankondigingen moeten worden opgenomen.
##### Artikel 281d
De rechtbank kan bepalen, dat bepaalde soorten van vorderingen of vorderingen beneden een bepaald bedrag - dat echter niet hoger zal mogen zijn dan € 450 - niet op de lijst bedoeld in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zullen behoeven te worden geplaatst.
##### Artikel 281e
1. De rechtbank kan een commissie van vertegenwoordiging benoemen, bestaande uit ten minste 9 leden. Bij de samenstelling van de commissie wordt er op gelet, dat daarin personen zitting hebben die geacht kunnen worden de belangrijkste groepen van de schuldeisers te vertegenwoordigen.
2. Bij de stemmingen, bedoeld in de [artikelen 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=268&z=2003-11-15&g=2003-11-15), hebben alleen de leden van de commissie stemrecht.
3. Surséance kan niet definitief worden verleend, indien zich daartegen verklaren meer dan een vierde van de ter vergadering, waarin daarover moet worden beslist, verschenen leden der commissie.
4. Tot het aannemen van een akkoord wordt vereist de toestemming van drie vierde van de ter vergadering, waarin daarover moet worden beslist, verschenen leden der commissie. Indien ter vergadering niet ten minste twee derde van de leden verschenen is, wordt de stemming over het akkoord tot een latere dag uitgesteld. Een nadere oproeping van de schuldeisers is niet vereist, doch de leden der commissie zullen door de bewindvoerders bij brieven tot de volgende vergadering worden opgeroepen. In deze vergadering wordt de stemming gehouden onafhankelijk van het aantal verschenen leden der commissie.
5. Voor de toepassing van de [artikelen 269, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en voor de overeenkomstige toepassing van [artikel 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2003-11-15&g=2003-11-15) wordt telkens in plaats van "schuldeisers" gelezen "leden der commissie" en voor de toepassing van [artikel 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=271&z=2003-11-15&g=2003-11-15) in plaats van "elke schuldeiser": elke schuldeiser en elk lid der commissie.
##### Artikel 281f
Indien te voorzien is dat er meer dan één uitkering aan de schuldeisers zal moeten geschieden, kan de rechtbank bij de homologatie van het akkoord bepalen, dat bij de eerste uitkering aan de schuldeisers een of meer papieren aan toonder zullen worden ter hand gesteld en dat betaling van de volgende uitkeringen uitsluitend door middel van aanbieding van zodanig papier zal kunnen worden gevorderd.
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die niet wordt beschouwd als een kredietinstelling op grond van de Wet toezicht kredietwezen 1992, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 281g
##### Artikel 281g
Deze afdeling is van toepassing op:
- a. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6);
- b. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 31, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 31, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31);
- c. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 38, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 38, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38);
- d. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 6, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6) is ontheven van het verbod van [artikel 6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6);
- e. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 31, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31) is ontheven van het verbod van [artikel 31, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31);
- f. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38) is ontheven van het verbod van [artikel 38, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38);
- g. een financiële instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1);
- h. een effecteninstelling als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&artikel=1);
- i. een centrale tegenpartij, indien deze in het kader van deelname aan het systeem op grond van een overboekingsopdracht effectentegoeden verkrijgt;
- j. een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie;
- k. een in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van effecteninstelling uitoefent door middel van een bijkantoor in Nederland.
##### Artikel 281h
De [artikelen 212a, onderdelen b tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [212b tot en met 212f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212b&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van de surséance van betaling, met dien verstande dat:
- –. voor «[artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2003-11-15&g=2003-11-15)» wordt gelezen: [artikel 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
- –. voor «[artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2003-11-15&g=2003-11-15)» wordt gelezen: [artikel 228, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
- –. voor «[artikel 53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2003-11-15&g=2003-11-15)» wordt gelezen: [artikel 234, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=234&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
- –. voor «[artikel 54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2003-11-15&g=2003-11-15)» wordt gelezen: [artikel 235, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=235&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 282
Tegen de beslissingen van den rechter, ingevolge de bepalingen van dezen titel gegeven, staat geen hoogere voorziening open, behalve in de gevallen, waarin het tegendeel is bepaald, en behoudens de mogelijkheid van cassatie in het belang der wet.
##### Artikel 283
1. De verzoeken, te doen ingevolge de [artikelen 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [223](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=223&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [242](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [243](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [247](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [247b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [272, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2003-11-15&g=2003-11-15) , [278](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=278&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [280, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2003-11-15&g=2003-11-15), moeten door een procureur zijn onderteekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerders.
2. Een verzoekschrift op de voet van artikel 37 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), genoemde verordening wordt ingediend door een procureur.
3. Voor het instellen van beroep in cassatie is steeds de medewerking noodig van een advocaat bij den Hoogen Raad.
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 284
1. Een natuurlijke persoon kan, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
2. Hij zal zich daartoe bij een door hem of een gevolmachtigde ondertekend verzoekschrift wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2003-11-15&g=2003-11-15). Indien de gevolmachtigde niet als advocaat of procureur is ingeschreven, moet een geschrift waaruit de volmacht blijkt, bij het verzoekschrift worden overgelegd.[Artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=4&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
3. Een gehuwde schuldenaar of een schuldenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan kan het verzoek slechts doen met medewerking van zijn echtgenoot onderscheidenlijk zijn geregistreerde partner, tenzij iedere gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten onderscheidenlijk de geregistreerde partners is uitgesloten.
4. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ten behoeve van een natuurlijke persoon ook worden gedaan door burgemeester en wethouders van de gemeente waar die persoon woon- of verblijfplaats heeft.
##### Artikel 285
1. In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage worden opgenomen:
- a. een staat als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2003-11-15&g=2003-11-15);
- b. een gespecificeerde opgave van de inkomsten van de schuldenaar, hoe ook genaamd en ongeacht de titel van verkrijging, die de schuldenaar pleegt te verwerven of kan verwerven;
- c. een gespecificeerde opgave van de vaste lasten van de schuldenaar;
- d. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder b en c betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner;
- e. een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldsanering te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een kredietbank als bedoeld in de [Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815) of aan krachtens [artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48) aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan.
2. In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage dan wel in een nadien, binnen een door de rechter in de uitspraak bedoeld in [artikel 287, eerste of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2003-11-15&g=2003-11-15), te bepalen termijn, doch uiterlijk op de vijftiende dag voorafgaande aan de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden, ter griffie neer te leggen stuk worden opgenomen:
- a. een ontwerp van een saneringsplan;
- b. een beredeneerde opgave van redelijkerwijs voorzienbare wijzigingen omtrent de in het eerste lid, onder b, bedoelde inkomsten gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag van de indiening van het verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- c. een opgave van de goederen van de schuldenaar, met vermelding van eventueel daarop rustende rechten van pand en hypotheek en retentierechten die daarop uitgeoefend kunnen worden;
- d. een opgave van de aard en het bedrag van de vorderingen ter zake waarvan de schuldenaar zich als borg of anderszins als medeschuldenaar heeft verbonden;
- e. indien de schuldenaar aan zijn schuldeisers een buitengerechtelijk akkoord heeft aangeboden dat niet is aanvaard, de inhoud van het ontwerp van het akkoord, de reden waarom het akkoord niet is aanvaard alsmede met welke middelen, bij aanvaarding van het akkoord, bevrediging van schuldeisers zou kunnen plaatsvinden;
- f. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder b betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner.
- g. een opgave van andere gegevens van belang voor het vaststellen door de rechter van een saneringsplan.
3. In het ontwerp van een saneringsplan doet de schuldenaar voorstellen omtrent door de rechtbank in het saneringsplan op te nemen regelingen.
4. De colleges van burgemeester en wethouders, een daartoe gemandateerde kredietbank of een daartoe aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de afgifte van verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
##### Artikel 286
Het verzoekschrift met bijbehorende stukken en die bedoeld in [artikel 285, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-11-15&g=2003-11-15), worden ter griffie van de rechtbank neergelegd en zijn vanaf de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ter kosteloze inzage van een ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 287
1. De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoekschrift uitspraak doen. Zij kan de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreken.
De uitspraak geschiedt bij vonnis. [Artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt geacht te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.
2. Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-11-15&g=2003-11-15), ontbreken, kan de rechtbank de schuldsaneringsregeling slechts voorlopig van toepassing verklaren, in welk geval zij de schuldenaar een termijn van ten hoogste eenentwintig dagen gunt om de ontbrekende gegevens te verstrekken.
3. Het vonnis bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een van de leden van de rechtbank tot rechter-commissaris en de benoeming van een bewindvoerder.
4. Heeft de rechtbank de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing verklaard, dan beslist zij uiterlijk op de achtentwintigste dag na de dag van die uitspraak of de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken. Zij kan alvorens te beslissen de schuldenaar, de rechter-commissaris, de bewindvoerder en een of meer schuldeisers oproepen om te worden gehoord. [Artikel 6, eerste lid, derde zin, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De rechtbank spreekt de definitieve toepassing niet uit indien de schuldenaar niet binnen de termijn bedoeld in het tweede of achtste lid de ontbrekende gegevens heeft verstrekt. De rechtbank kan de definitieve toepassing wel uitspreken indien de verklaring, bedoeld in [artikel 285, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-11-15&g=2003-11-15), ontbreekt op grond van een weigering of verzuim van de gemeente, de door haar gemandateerde kredietbank of van de aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon om de verklaring af te geven, en de rechtbank van oordeel is dat de afgifte van de door de schuldenaar verzochte verklaring in redelijkheid niet geweigerd had mogen worden.
6. Wordt geen definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, dan vervalt de voorlopige toepassing pas met ingang van de dag waarop de uitspraak waarbij de definitieve toepassing is afgewezen, in kracht van gewijsde is gegaan.
7. Indien het verzoekschrift op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-11-15&g=2003-11-15), door burgemeester en wethouders is ingediend, kan de rechtbank de schuldsaneringsregeling slechts voorlopig van toepassing verklaren, in welk geval de schuldenaar wordt opgeroepen om te worden gehoord als bedoeld in het vierde lid, tweede volzin.
8. Indien het zevende lid toepassing vindt en in het verzoekschrift of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-11-15&g=2003-11-15), ontbreken, stelt de rechtbank de schuldenaar in de gelegenheid om binnen een termijn van eenentwintig dagen de ontbrekende gegevens te verstrekken.
9. De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
##### Artikel 288
1. Het verzoek wordt afgewezen:
- a. indien de schuldenaar in staat geacht wordt te kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
- b. indien er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal trachten zijn schuldeisers te benadelen of zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen;
- c. indien de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is.
2. Het verzoek kan worden afgewezen:
- a. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, de schuldenaar ingevolge een bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak in staat van faillissement heeft verkeerd of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest;
- b. indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.
3. Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.
4. Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
##### Artikel 289
1. Het vonnis waarbij de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken, kan tevens de vaststelling inhouden van de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. In de verificatievergadering worden tevens behandeld het ontwerp van een saneringsplan en, indien de schuldenaar dat heeft ingediend, het ontwerp van een akkoord.
2. Indien de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden niet in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, zijn vastgesteld, kunnen deze op een later tijdstip door de rechtbank worden vastgesteld, ambtshalve, of op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de schuldenaar of van de bewindvoerder. De rechtbank kan, zolang geen verificatievergadering is bepaald, te allen tijde ambtshalve, op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de schuldenaar of van de bewindvoerder een saneringsplan vaststellen.
3. Indien de rechtbank de verificatievergadering bepaalt, stelt zij tevens vast de dag waarop uiterlijk de schuldvorderingen bij de bewindvoerder moeten worden ingediend.
4. Tussen de in het derde lid bedoelde dag en de dag van de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.
5. De verificatievergadering zal niet eerder worden gehouden dan twee maanden na de dag van de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling.
##### Artikel 290
1. De rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt, kan in deze uitspraak tevens voorzieningen treffen die hij ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers nodig oordeelt.
2. De rechtbank kan dit ook terwijl de schuldsaneringsregeling van toepassing is op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
##### Artikel 291
1. De rechter kan in de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling één of meer deskundigen benoemen ten einde binnen een door hem te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hun bevindingen uit te brengen. Het [tweede lid van artikel 290](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=290&z=2003-11-15&g=2003-11-15) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Het verslag bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door de schuldenaar overgelegde staat en bescheiden en, indien de rechter daarom heeft verzocht, een voorstel omtrent door de rechtbank in het saneringsplan op te nemen regelingen.
##### Artikel 292
1. Tegen de uitspraak tot de voorlopige of definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld.
2. Indien het verzoek wordt afgewezen, heeft de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen.
3. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting.
4. Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldenaar door het gerechtshof is afgewezen, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.
5. Indien de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing is verklaard en het hoger beroep of de cassatie zich richt tegen de afwijzing tot het definitief van toepassing verklaren van die regeling, geeft de griffier van het gerechtshof onderscheidenlijk de Hoge Raad van de indiening van het verzoek en van het arrest van het gerechtshof onderscheidenlijk de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
6. De schuldsaneringsregeling kan in hoger beroep of in cassatie slechts definitief van toepassing worden verklaard.
7. Indien het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
8. Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank, waarbij de schuldenaar zijn verzoek heeft ingediend. De rechtbank gaat terstond na die kennisgeving over tot benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
##### Artikel 293
1. De griffier van de rechtbank doet van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, van de naam, de woonplaats en het beroep van de schuldenaar, van de naam van de rechter-commissaris, van de naam en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerder alsmede van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2003-11-15&g=2003-11-15), onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen.
2. De griffier van de rechtbank geeft van de verlening van de schuldsanering onverwijld kennis aan de administratie der posterijen. In de kennisgeving wordt melding gemaakt van de in [artikel 287, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2003-11-15&g=2003-11-15), bedoelde last.
##### Artikel 294
1. Bij elke rechtbank wordt door de griffier een openbaar register gehouden, waarin hij, voor iedere van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling afzonderlijk, achtereenvolgens, met vermelding van de dagtekening, inschrijft:
- a. een uittreksel van de rechterlijke uitspraken tot de voorlopige en definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot beëindiging daarvan;
- b. de beëindiging en de herleving van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [artikel 312](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2003-11-15&g=2003-11-15);
- c. de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord;
- d. de ontbinding van het akkoord;
- e. de summiere inhoud van het vastgestelde en gewijzigde saneringsplan;
- f. het bedrag van de uitdelingen;
- g. de summiere inhoud van de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-11-15&g=2003-11-15);
- h. de datum waarop de schuldsaneringsregeling ingevolge het bepaalde in [artikel 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=356&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is geëindigd.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. De griffier is verplicht aan een ieder kosteloze inzage van het register en tegen betaling een uittreksel daaruit te verstrekken.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 295
1. De boedel omvat de goederen van de schuldenaar ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, alsmede de goederen die hij tijdens de toepassing van die regeling verkrijgt.
2. Van het inkomen en van periodieke uitkeringen onder welke benaming ook die de schuldenaar verkrijgt, wordt, onverminderd het derde lid, slechts buiten de boedel gelaten een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in [artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d).
3. Totdat het saneringsplan is vastgesteld, kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking het bedrag bedoeld in het tweede lid verhogen met een in die beschikking vast te stellen nominaal bedrag. De rechtercommissaris kan aan zijn beschikking voorwaarden verbinden. Een verhoging kan ook door de rechter worden vastgesteld in de uitspraak tot de voorlopige of definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling.
4. Buiten de boedel vallen voorts:
- a. de goederen die de schuldenaar, anders dan om niet, verkrijgt krachtens een tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot stand gekomen overeenkomst indien de met die verkrijging samenhangende prestatie van de schuldenaar niet ten laste van de boedel komt;
- b. de inboedel, voor zover niet bovenmatig, bedoeld in [artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=5);
- c. hetgeen is vermeld in [artikel 21, onder 1°, 3°, 5° en 6°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15);
- d. het door de rechter of, totdat het saneringsplan is vastgesteld, door de rechter-commissaris overeenkomstig [artikel 21, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15), vastgestelde bedrag.
5. Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. In dat geval ontvangt de schuldenaar uit de boedel, indien dat goed op de voet van [artikel 347](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=347&z=2003-11-15&g=2003-11-15) te gelde wordt gemaakt en voor zover de opbrengst daarvan toereikend is, de waarde van zijn prestatie tot verkrijging van dat goed, bij voorrang te voldoen voordat met betalingen uit de boedel aan schuldeisers kan worden begonnen.
6. Ten aanzien van het tweede en vierde lid, onder c en d, is [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22&z=2003-11-15&g=2003-11-15) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 295a
1. Ten aanzien van een overeenkomst van levensverzekering als omschreven in [artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=1), vallen voorts buiten de boedel:
- a. het recht op het doen afkopen van een levensverzekering voor zover de begunstigde of de verzekeringnemer door afkoop onredelijk benadeeld wordt;
- b. het recht om de begunstiging te wijzigen, tenzij de wijziging geschiedt ten behoeve van de boedel en de begunstigde of de verzekeringnemer daardoor niet onredelijk benadeeld wordt;
- c. het recht om de verzekering te belenen.
2. Voor de uitoefening van het recht op het doen afkopen en het recht om de begunstiging te wijzigen, behoeft de bewindvoerder de toestemming van de rechter-commissaris, die daarbij zonodig vaststelt tot welk bedrag deze rechten mogen worden uitgeoefend. Slechts met schriftelijke toestemming van de verzekeringnemer is de bewindvoerder bevoegd tot overdracht van de verzekering.
3. Indien de bewindvoerder de begunstiging heeft gewijzigd, vervalt deze aanwijzing met de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
##### Artikel 296
1. Door de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling verliest de schuldenaar van rechtswege:
- a. de bevoegdheid om over de tot de boedel behorende goederen te beschikken;
- b. de bevoegdheid om ten aanzien van die goederen feitelijke handelingen te verrichten en toe te laten.
2. De schuldenaar is verplicht alle goederen die tot de boedel behoren op verzoek van de bewindvoerder aan hem af te leveren.
3. De rechter-commissaris kan op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking ten aanzien van bepaaldelijk daartoe aan te wijzen goederen bepalen dat de schuldenaar daarover het beheer heeft.
##### Artikel 297
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 296](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is de schuldenaar zelfstandig bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen.
2. De schuldenaar behoeft niettemin de toestemming van de bewindvoerder voor de volgende rechtshandelingen:
- a. het aangaan van een krediettransactie als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=1) (Stb. 1990, 395);
- b. overeenkomsten waarbij hij zich als borg of anderszins als medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt;
- c. giften, met uitzondering van de gebruikelijke, voor zover niet bovenmatig.
3. Een rechtshandeling in strijd met het tweede lid verricht, is vernietigbaar. Slechts de bewindvoerder kan deze vernietigingsgrond inroepen.
##### Artikel 298
Voor verbintenissen van de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk dan voor zover deze ten gevolge daarvan is gebaat.
##### Artikel 299
1. De schuldsaneringsregeling werkt ten aanzien van:
- a. vorderingen op de schuldenaar die ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaan;
- b. vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór die uitspraak met de schuldenaar gesloten overeenkomst;
- c. vorderingen die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de schuldenaar verkregen vordering;
- d. vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan door de vervulling van een vóór die uitspraak overeengekomen ontbindende voorwaarde;
- e. vorderingen op de schuldenaar die ontstaan krachtens [artikel 10 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=10) uit hoofde van een ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling reeds bestaande rechtsbetrekking.
2. Rechtsvorderingen die voldoening van een vordering uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ook tegen de schuldenaar op geen andere wijze worden ingesteld dan door aanmelding ter verificatie.
3. De [artikelen 57 tot en met 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 299a
1. De schuldsaneringsregeling werkt niet ten aanzien van vorderingen uit hoofde van studieschulden waarop [hoofdstuk 6 van de Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6) van toepassing is, behoudens voor zover die vorderingen betrekking hebben op de in [artikel 6.8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.8) bedoelde achterstallige schulden die bestaan ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. Zolang de schuldsaneringsregeling van toepassing is, wordt de aflosfase bedoeld in [artikel 6.7 van de Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.7) opgeschort. Gedurende deze periode is over de studieschuld geen rente verschuldigd.
##### Artikel 299b
1. De schuldeiser die retentierecht heeft op een aan de schuldenaar toebehorende zaak, verliest dit recht niet door het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling.
2. De bewindvoerder kan, voor zover dit in het belang is van de boedel, de zaak in de boedel terugbrengen door voldoening van de vordering waarvoor het retentierecht kan worden uitgeoefend.
3. De schuldeiser kan de bewindvoerder een redelijke termijn stellen om tot toepassing van het tweede lid over te gaan. Heeft de bewindvoerder niet binnen deze termijn de zaak in de boedel teruggebracht, dan kan de schuldeiser haar verkopen met overeenkomstige toepassing van de bepalingen betreffende parate executie door een pandhouder of, als het een registergoed betreft, die betreffende parate executie door een hypotheekhouder. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de bewindvoerder een of meermalen te verlengen.
4. Betreft het een registergoed, dan dient de schuldeiser, op straffe van verval van het recht van parate executie, binnen veertien dagen na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, aan de bewindvoerder bij exploit aan te zeggen dat hij tot executie overgaat, en dit exploit in de openbare registers te doen inschrijven.
5. De bewindvoerder kan de schuldeiser die overeenkomstig het derde lid het recht van parate executie kan uitoefenen, een redelijk termijn stellen daartoe over te gaan. Heeft de schuldeiser de zaak niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de bewindvoerder haar opeisen en met toepassing van [artikel 326](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=326&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=347&z=2003-11-15&g=2003-11-15), verkopen, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de schuldeiser een of meermalen te verlengen.
##### Artikel 300
De schuldsaneringsregeling werkt niet ten voordele van borgen en andere medeschuldenaren.
##### Artikel 301
1. Een vordering van de ontvanger als bedoeld in [artikel 19 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) (Stb. 221) is niet toegelaten.
2. Alle ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot verhaal van zijn schulden aangevangen executies worden geschorst.
3. De gelegde beslagen vervallen zodra de uitspraak, houdende de vaststelling van het saneringsplan, in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij de rechter op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerder af te geven verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
4. Een vervallen beslag herleeft, zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 350, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploit is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
5. Het tweede, derde en vierde lid zijn eveneens van toepassing ten aanzien van executies en beslagen, aangevangen of gelegd ten behoeve van vorderingen welke door pand of hypotheek zijn gedekt, voor zover die executies en beslagen niet zijn aangevangen en gelegd op goederen, welke voor die vorderingen bijzonderlijk zijn verbonden.
##### Artikel 302
Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, is hij daaruit van rechtswege ontslagen door de uitspraak tot de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, tenzij de gijzeling plaatsvindt anders dan wegens een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
##### Artikel 303
1. Met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is de schuldenaar wettelijke noch bedongen rente verschuldigd over vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien:
- a. de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling niet wordt uitgesproken;
- b. de schuldenaar tijdens het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak failliet is verklaard of door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in staat van faillissement komt te verkeren.
##### Artikel 304
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een verbintenis tot betaling van een geldsom die is ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. Een tekortkoming in de nakoming van de schuldenaar als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat een uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de bewindvoerder.
##### Artikel 305
1. Indien de schuldenaar huurder is, kan hij met machtiging van de bewindvoerder en, indien de schuldsaneringsregeling definitief van toepassing is verklaard, kan de bewindvoerder de huur tussentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiedt tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen de dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
2. De verhuurder is bevoegd de huur tussentijds te beëindigen indien de schuldenaar jegens de verhuurder een verplichting die ontstaat na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, niet nakomt, mits de opzegging geschiedt tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. De tweede en derde volzin van het eerste lid zijn van toepassing.
3. Indien de schuldenaar pachter is, vinden het eerste en tweede lid overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 306
Een betaling ten laste van niet tot de boedel behorende goederen van de schuldenaar verricht, op vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, is nietig.
##### Artikel 307
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser is van de persoon ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling is uitgesproken, kan zijn schuld met zijn vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, slechts verrekenen indien beide zijn ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. [Artikel 53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 308
Een betaling door de schuldenaar anders dan ten laste van de boedel verricht, wordt niet toegerekend op een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
##### Artikel 309
1. De rechter-commissaris kan op verzoek van elke belanghebbende of ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar of de bewindvoerder bevinden, voor een periode van ten hoogste één maand niet dan met machtiging van de rechter-commissaris kan worden uitgeoefend.
2. De rechter-commissaris kan de periode telkens met een maand verlengen, met dien verstande dat de periode in ieder geval eindigt op het tijdstip waarop de uitspraak, houdende de vaststelling van het saneringsplan, in kracht van gewijsde is gegaan.
3. De rechter-commissaris kan de beschikking beperken tot bepaalde derden en voorwaarden verbinden zowel aan de beschikking als aan de machtiging van een derde tot uitoefening van een aan deze toekomende bevoegdheid.
4. Gedurende de in het eerste en tweede lid bedoelde perioden lopen aan of door de derden ter zake van hun bevoegdheid gestelde termijnen voort, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is om de derde dan wel de bewindvoerder in staat te stellen na afloop van de periode zijn standpunt te bepalen. Degene die de termijn heeft gesteld kan opnieuw een redelijke termijn stellen.
5. De in de eerste volzin van het eerste lid bedoelde beslissing kan ook op verzoek van de schuldenaar dan wel ambtshalve worden gegeven door de rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt.
##### Artikel 310
1. De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat betaling op niet tot de boedel behorende vorderingen van de schuldenaar tot betaling van een geldsom, moet geschieden aan de bewindvoerder. De rechter-commissaris kan de beschikking beperken tot een bepaalde periode en tot bepaalde vorderingen.
2. De bewindvoerder brengt de schuldenaren die het aangaat bij brief van de beschikking bedoeld in het eerste lid op de hoogte.
3. De door de bewindvoerder ingevolge het eerste lid ontvangen gelden behoren niet tot de boedel. De bewindvoerder voert ter zake een afzonderlijke administratie.
4. De bewindvoerder voldoet uit de door hem ingevolge het eerste lid ontvangen gelden voor en namens de schuldenaar vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling niet werkt en die ter voldoening door de rechter-commissaris zijn aangewezen.
##### Artikel 311
1. De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder of de schuldenaar dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat de schuldenaar gedurende een in die beschikking vast te stellen periode bevoegd is ten behoeve van de boedel de uitoefening van zijn zelfstandig beroep of bedrijf voort te zetten. De rechter-commissaris kan een periode telkens verlengen en aan zijn beschikking voorwaarden verbinden.
2. Een beschikking als bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat de schuldenaar bevoegd is alle handelingen waartoe de bewindvoerder toestemming heeft gegeven en die voor de normale uitoefening van het beroep of bedrijf nodig zijn, te verrichten.
3. Vorderingen die voortvloeien uit een voortzetting van de uitoefening van het beroep of bedrijf waartoe de schuldenaar op grond van dit artikel bevoegd is, waaronder te begrijpen de verschuldigde huurpenningen, voor zover aan die voortzetting toe te rekenen, zijn boedelschulden.
##### Artikel 312
1. Gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar in staat van faillissement worden verklaard ter zake van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling niet werkt.
2. Door de faillietverklaring van de schuldenaar eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Van de beëindiging wordt door de curator melding gemaakt in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
3. Indien tengevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, herleeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Daarvan wordt melding gemaakt in de aankondiging bedoeld in [artikel 15, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-11-15&g=2003-11-15). [Artikel 15d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15d&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 313
De[artikelen 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [27 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [34 tot en met 38a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [40 tot en met 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [54 tot en met 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [60a tot en met 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
##### Artikel 314
1. De rechter-commissaris houdt toezicht op de vervulling door de bewindvoerder van de door hem ingevolge deze titel te verrichten taken.
2. De[artikelen 65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=65&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=66&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 315
1. Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris staat gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank open. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.
2. Niettemin kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikkingen die zijn genomen overeenkomstig de[artikelen 21, onder 4°, 34, 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [94, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [102, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [127, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en de beschikkingen bedoeld in de[artikelen 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [artikel 299b, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [310, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=310&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [311, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=311&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [316, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=DERDE&artikel=316&z=2003-11-15&g=2003-11-15),[318, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=DERDE&artikel=318&z=2003-11-15&g=2003-11-15),[324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=324&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [326, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=326&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [332, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=2&artikel=332&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=347&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 316
1. De bewindvoerder is belast met:
- a. het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien;
- b. het beheer en de vereffening van de boedel;
- c. de uitvoering van het saneringsplan.
2. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [59a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [326, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=326&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [349, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349&z=2003-11-15&g=2003-11-15), behoeft de bewindvoerder machtiging van de rechter-commissaris. [Artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=72&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 317
1. Ieder der schuldeisers van vorderingen waarvoor de schuldsaneringsregeling werkt en de schuldenaar kunnen bij verzoekschrift tegen elke handeling van de bewindvoerder bij de rechter-commissaris opkomen, of van deze een bevel uitlokken dat de bewindvoerder een bepaalde handeling zal verrichten of een voorgenomen handeling zal nalaten.
2. De rechter-commissaris beslist, na de bewindvoerder te hebben gehoord, binnen drie dagen.
##### Artikel 318
1. De bewindvoerder brengt uiterlijk tien dagen voor de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden een verslag uit over de toestand van de boedel en vervolgens telkens na verloop van zes maanden, een verslag over de uitvoering van het saneringsplan. De bewindvoerder legt zijn verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van schuldeisers. De nederlegging geschiedt kosteloos.
2. De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden, kan op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve door de rechter-commissaris worden verlengd.
##### Artikel 319
1. De rechtbank is bevoegd de bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, te ontslaan en door een ander te vervangen, hetzij op voordracht van de rechter-commissaris hetzij op een met redenen omkleed verzoek van de bewindvoerder, een of meer schuldeisers dan wel de schuldenaar.
2. De ontslagen bewindvoerder legt rekening en verantwoording af aan de in zijn plaats benoemde bewindvoerder.
##### Artikel 320
1. De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast in het vonnis bedoeld in [artikel 354, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerder tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling telkens voor een daarbij door de rechtbank vast te stellen periode een voorschot op het salaris toekennen.
3. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op de voet van [artikel 338, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-11-15&g=2003-11-15), of [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), stelt de rechtbank daarbij tevens het salaris vast.
4. Eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2003-11-15&g=2003-11-15), dan stelt de rechtbank het salaris vast zodra de uitspraak tot faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.
5. In geval van akkoord wordt het salaris bij het vonnis van homologatie bepaald.
6. Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
7. Het salaris van de bewindvoerder is schuld van de boedel en wordt bij voorrang voldaan boven alle andere schulden en boven een betaling bedoeld in [artikel 295, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-11-15&g=2003-11-15). Het in de vorige volzin bepaalde is ook van toepassing op de verschotten en op de publicaties die ingevolge deze titel zijn voorgeschreven.
8. De kosten van de ingevolge deze titel voorgeschreven publicaties die niet uit de boedel kunnen worden voldaan, en het salaris van deskundigen komen ten laste van de Staat. De griffier van de rechtbank waarbij de schuldenaar zijn verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend, draagt zorg voor de voldoening van het door de rechtbank vast te stellen bedrag dat ten laste van de Staat komt.
##### Artikel 321
De [artikelen 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=85&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=86&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
##### Artikel 322
De bewindvoerder geeft van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2003-11-15&g=2003-11-15) onverwijld aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis. In de kennisgeving wordt melding gemaakt dat gedurende een termijn van veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering een ontwerp van een saneringsplan op de griffie ter inzage ligt. Indien de schuldenaar een ontwerp van akkoord ter griffie heeft neergelegd, wordt daarvan eveneens melding gemaakt.
##### Artikel 323
De bewindvoerder zorgt, dadelijk na zijn benoeming, door alle nodige en gepaste middelen voor de bewaring van de boedel. Tenzij de rechtercommissaris anders bepaalt, neemt de bewindvoerder de tot de boedel behorende bescheiden en andere gegevensdragers, gelden, kleinodiën, effecten en andere papieren van waarde tegen ontvangstbewijs onder zich, behoudens voor zover het beheer daarover op grond van een beslissing als bedoeld in [artikel 296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-11-15&g=2003-11-15), toekomt aan de schuldenaar.
##### Artikel 324
1. [Artikel 94, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
2. Van de goederen bedoeld in [artikel 295, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-11-15&g=2003-11-15), wordt een staat aan de beschrijving gehecht.
3. De rechter-commissaris kan bepalen dat de bewindvoerder een staat opmaakt als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2003-11-15&g=2003-11-15) ter vervanging van de staat bedoeld in [artikel 285, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 325
Een afschrift van de boedelbeschrijving en, indien toepassing is gegeven aan [artikel 324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=324&z=2003-11-15&g=2003-11-15), van de staat in dat artikellid bedoeld, worden ter kosteloze inzage van een ieder nedergelegd ter griffie van de rechtbank die de schuldsaneringsregeling van toepassing heeft verklaard.
De nederlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 326
1. De bewindvoerder is, voordat de uitspraak houdende de vaststelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan, bevoegd tot de boedel behorende goederen te vervreemden, voor zover de vervreemding noodzakelijk is ter bestrijding van de kosten van de schuldsaneringsregeling of de goederen niet dan met nadeel voor de boedel bewaard kunnen blijven.
2. De goederen worden ondershands verkocht, tenzij de rechtercommissaris bepaalt dat de verkoop in het openbaar zal geschieden.
##### Artikel 327
De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=99&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [102 tot en met 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [107](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=107&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
##### Artikel 328
1. Op de verificatie van vorderingen zijn de [artikelen 110 tot en met 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [119 tot en met 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2003-11-15&g=2003-11-15) (in welk laatste artikel in de plaats van 108, 1°, wordt gelezen: 289, derde lid) en [129 tot en met 137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2003-11-15&g=2003-11-15) van overeenkomstige toepassing.
2. Renten, na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling lopende ten aanzien van door pand of hypotheek gedekte vorderingen, worden pro memorie geverifieerd. Voor zover de renten op de opbrengst daarvan niet batig gerangschikt worden, kan de schuldeiser aan deze verificatie geen rechten ontlenen.
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
##### Artikel 329
1. De schuldenaar is bevoegd ten aanzien van vorderingen waarvoor de schuldsaneringsregeling werkt aan de schuldeisers van die vorderingen een akkoord aan te bieden.
2. Het ontwerp van akkoord wordt ter griffie van de rechtbank nedergelegd ter kosteloze inzage van een ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
3. Aanbieding van een akkoord op een tijdstip nadat een saneringsplan is vastgesteld, is ook toegelaten indien vóór die vaststelling een akkoord is verworpen of de homologatie is geweigerd. De in de vorige volzin bedoelde bevoegdheid kan één keer worden uitgeoefend.
4. Vóórdat een saneringsplan is vastgesteld, kan aanbieding van een akkoord slechts geschieden door nederlegging van het ontwerp van akkoord ter griffie uiterlijk op de vijftiende dag vóór de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden.
5. Is een ontwerp van akkoord gevoegd bij het verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan doet de griffier daarvan opgave in de aankondiging bedoeld in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
6. Indien de nederlegging van een ontwerp van akkoord geschiedt na de indiening van het verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, doet de bewindvoerder daarvan onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechtercommissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen. Tevens geeft de bewindvoerder van de nederlegging onverwijld bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers, tenzij daarvan reeds melding is gemaakt in de kennisgeving bedoeld in [artikel 322](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=322&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 330
Het ontwerp van een akkoord vervalt:
- a. indien de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling niet wordt uitgesproken;
- b. indien, voordat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, een rechterlijke uitspraak tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde gaat;
- c. indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 331
1. Indien het ontwerp van akkoord is nedergelegd overeenkomstig [artikel 329, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=2&artikel=329&z=2003-11-15&g=2003-11-15), wordt daarover in de vergadering na afloop van de verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist.
2. Indien het ontwerp van akkoord is nedergelegd nadat een saneringsplan is vastgesteld, zal de rechter-commissaris dadelijk dag, uur en plaats vaststellen waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris zal worden geraadpleegd en beslist.
3. Bij toepassing van het tweede lid doet de bewindvoerder van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen.
Tevens geeft de bewindvoerder daarvan onverwijld bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers.
##### Artikel 332
1. De schuldenaar is ter vergadering bevoegd tot toelichting en verdediging van het akkoord op te treden en het, staande de raadpleging, te wijzigen.
2. Tot stemming over het akkoord zijn bevoegd de schuldeisers van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt. Pandhouders, hypotheekhouders en schuldeisers als bedoeld in [artikel 299b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn tot stemmen bevoegd, indien zij vóór de aanvang van de stemming van hun recht van parate executie afstand doen. Zij herkrijgen dat recht niet, ongeacht of het akkoord wordt aanvaard, verworpen of overeenkomstig het vierde lid wordt vastgesteld.
3. Tot het aannemen van het akkoord wordt vereist:
- a. de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, welke tezamen ten minste de helft van het totale bedrag van hun vorderingen vertegenwoordigen; en
- b. de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en voorwaardelijk toegelaten concurrente schuldeisers, welke tezamen ten minste de helft van het totale bedrag van hun vorderingen vertegenwoordigen.
4. In afwijking van het derde lid kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien:
- a. drie vierde van de schuldeisers van vorderingen waaraan voorrang is verbonden en drie vierde van de concurrente schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
- b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de toepassing van de schuldsaneringsregeling worden voortgezet, naar verwachting aan betaling op hun vorderingen zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
5. Het proces-verbaal van de vergadering vermeldt de inhoud van het akkoord, de namen van de verschenen stemgerechtigde schuldeisers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, de uitslag van de stemming en, indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, de beschikking van de rechter-commissaris.
6. [Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 333
Indien over het akkoord is gestemd in een vergadering als bedoeld in [artikel 331, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=2&artikel=331&z=2003-11-15&g=2003-11-15), vinden de [artikelen 335, eerste lid, aanhef en onder a en b, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=3&artikel=335&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [336](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=3&artikel=336&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [337, eerste en tweede lid, aanhef en onder a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [338, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [339, eerste, tweede, derde en vierde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=339&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [340](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=340&z=2003-11-15&g=2003-11-15) overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
##### Artikel 334
1. In de verificatievergadering stelt de rechter-commissaris iedere verschenen schuldeiser van een of meer vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, in de gelegenheid zijn standpunt kenbaar te maken omtrent het al dan niet voortzetten van de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsmede omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
2. De schuldenaar is bevoegd tot verdediging van de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot toelichting en verdediging van het ontwerp van een saneringsplan. Hij kan het ontwerp staande de vergadering wijzigen.
3. Over de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en over het ontwerp van een saneringsplan wordt niet door ter vergadering verschenen schuldeisers bij stemming beslist.
4. Het proces-verbaal van de verificatievergadering vermeldt het standpunt van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 335
1. De rechter-commissaris bepaalt vóór het sluiten van de verificatievergadering de terechtzitting waarop de rechtbank achtereenvolgens zal behandelen:
- a. verzoekschriften, indien deze op de voet van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn ingediend;
- b. de homologatie van het akkoord, indien een akkoord is aangenomen of vastgesteld;
- c. de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- d. het door de schuldenaar ingediende ontwerp van een saneringsplan.
2. De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de dag waarop de verificatievergadering heeft plaatsgevonden. [Artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=151&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 336
1. Het proces-verbaal van de verificatievergadering wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier. Bij het proces-verbaal worden gevoegd het ontwerp van een saneringsplan en, indien van toepassing, het akkoord.
2. Gedurende acht dagen kan een ieder ter griffie kosteloze inzage verkrijgen van de stukken bedoeld in het eerste lid.
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
##### Artikel 337
1. Op de openbare terechtzitting, bepaald ingevolge [artikel 335, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=3&artikel=335&z=2003-11-15&g=2003-11-15), wordt door de rechter-commissaris verslag uitgebracht.
2. Ieder van de schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, kan in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur:
- a. de gronden uiteenzetten waarop hij de homologatie van een akkoord wenst of haar bestrijdt;
- b. de gronden uiteenzetten waarop hij de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wenst of haar bestrijdt;
- c. zijn standpunt verklaren omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
3. De schuldenaar is bevoegd tot verdediging van zijn belangen op te treden.
##### Artikel 338
1. Op de dag van de terechtzitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-11-15&g=2003-11-15), of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank uitspraak.
2. Zij zal, voor zover van toepassing, eerst bij met redenen omklede beschikking uitspraak doen op verzoekschriften als bedoeld in [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en tot homologatie van het akkoord dan wel tot weigering daarvan. [Artikel 153, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de homologatie wordt geweigerd, kan de rechter de schuldenaar niet in staat van faillissement verklaren.
4. Indien de schuldenaar geen akkoord heeft aangeboden of de homologatie is geweigerd, bepaalt de rechtbank of de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet of dat de toepassing wordt beëindigd.[Artikel 350, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van toepassing. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
5. In de uitspraak tot voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt tevens een saneringsplan vastgesteld.
6. Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, dan vervalt de toepassing pas met ingang van de dag waarop de desbetreffende uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. [Artikel 350, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van toepassing.
##### Artikel 339
1. Ten aanzien van de uitspraak tot weigering dan wel verlening van homologatie, zijn de [artikelen 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [155, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=156&z=2003-11-15&g=2003-11-15) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het recht van hoger beroep en cassatie slechts toekomt aan schuldeisers die op de terechtzitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn verschenen.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn de [artikelen 337, tweede lid, aanhef en onder a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [338, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-11-15&g=2003-11-15), van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de homologatie in hoger beroep of cassatie is verleend, verliest een door de rechter vastgesteld saneringsplan van rechtswege zijn kracht zodra de uitspraak tot verlening van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan.
4. Wordt de homologatie in hoger beroep of cassatie vernietigd, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank. Zodra de uitspraak tot vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan, doet de rechtbank uitspraak als bedoeld in [artikel 338, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 340
1. De toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt van rechtswege zodra de homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. Van de beëindiging doet de bewindvoerder aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen.
2. Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, onverschillig of zij al dan niet in de schuldsaneringsregeling opgekomen zijn.
3. De [artikelen 159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=159&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [162 tot en met 166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=162&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Bij het vonnis, waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, wordt de schuldenaar tevens in staat van faillissement verklaard.
5. In een faillissement, uitgesproken overeenkomstig het vierde lid, kan geen akkoord worden aangeboden.
##### Artikel 341
1. Van het vonnis, houdende beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
3. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welk zal moeten plaatsvinden binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift.
4. De griffier van het gerechtshof doet van het hoger beroep en van de dag en uur, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant en in de nieuwsbladen waarin de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is aangekondigd.
5. Op de behandeling van het hoger beroep is [artikel 337, tweede lid, aanhef en onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-11-15&g=2003-11-15), van toepassing.
6. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting. Van het arrest van het gerechtshof wordt door de griffier onverwijld mededeling gedaan aan de griffier van de rechtbank.
7. Van het arrest kunnen de schuldeisers die op de voet van het vijfde lid bij de behandeling van het hoger beroep zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening en van het arrest van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
##### Artikel 342
1. Van het vonnis, houdende uitspraak tot voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een saneringsplan, kunnen de schuldeisers die op de terechtzitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn verschenen, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. De schuldenaar heeft dezelfde bevoegdheid voor zover het de vaststelling van het saneringsplan betreft.
2. [Artikel 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van toepassing.
3. Gedurende acht dagen na het arrest van het gerechtshof kan de daarbij in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening en van het arrest van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
##### Artikel 343
1. De rechtbank is vrij in het saneringsplan bepalingen op te nemen die haar, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk en billijk voorkomen.
2. In een saneringsplan stelt de rechter in ieder geval de termijn vast gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, welke termijn ten hoogste drie jaar zal zijn, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen. In afwijking van de eerste volzin kan de termijn op ten hoogste vijf jaar worden vastgesteld, indien voor de gehele termijn vanaf de vaststelling van het saneringsplan in dat plan tevens een nominaal bedrag wordt vastgesteld als bedoeld in [artikel 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
3. De rechter kan in een saneringsplan onder meer:
- a. een nominaal bedrag vaststellen als bedoeld in [artikel 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-11-15&g=2003-11-15);
- b. ten aanzien van goederen van de boedel waarop geen recht van pand, hypotheek of retentie rust, bepalen dat deze niet of gedurende een daarvoor vast te stellen termijn niet bij de vereffening en tegeldemaking betrokken zullen worden;
- c. ten aanzien van goederen als bedoeld onder b bepalen dat de schuldenaar daarover het beheer zal voeren;
- d. een bedrag vaststellen als bedoeld in [artikel 21, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
4. Een vóór de vaststelling van het saneringsplan gegeven beslissing op de voet van de [artikelen 21, onder 4°, 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-11-15&g=2003-11-15), verliest haar kracht zodra de uitspraak houdende vaststelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan.
##### Artikel 344
Een door de rechter vastgesteld saneringsplan is verbindend voor alle schuldeisers van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zonder uitzondering en onverschillig of zij in de schuldsaneringsregeling zijn opgekomen.
##### Artikel 345
1. De rechtbank kan een saneringsplan op voordracht van de rechtercommissaris, op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar dan wel een of meer schuldeisers wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid het plan niet ongewijzigd in stand kan blijven. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
2. Alvorens te beslissen bepaalt de rechtbank dag en uur voor de terechtzitting waarop de zaak zal worden behandeld en kan zij tevens de oproeping bevelen van schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt.
3. De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen. Tevens geeft de bewindvoerder bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers. [Artikel 337, tweede lid, aanhef en onder c, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
4. Van het vonnis bedoeld in het eerste lid kunnen de schuldeisers die bij de behandeling van de zaak zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. De [artikelen 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [342, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn van toepassing.
##### Artikel 346
Het saneringsplan verliest van rechtswege zijn kracht door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
##### Artikel 347
1. Zodra de uitspraak waarbij het saneringsplan is vastgesteld in kracht van gewijsde is gegaan, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie en gaat de bewindvoerder over tot vereffening en tegeldemaking van de tot de boedel behorende goederen voor zover daaromtrent in het saneringsplan niet anders is bepaald, zonder dat daartoe toestemming of medewerking van de schuldenaar nodig is.
2. De goederen worden ondershands verkocht, tenzij de rechtercommissaris bepaalt dat de verkoop in het openbaar zal geschieden.
3. [Artikel 176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 348
De rechter-commissaris kan op een door hem te bepalen dag, uur en plaats een vergadering van schuldeisers beleggen, ten einde hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel en zo nodig verificatie te doen plaatsvinden van de schuldvorderingen die na afloop van de ingevolge [artikel 289, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2003-11-15&g=2003-11-15), bepaalde termijn zijn ingediend en niet reeds overeenkomstig [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-11-15&g=2003-11-15) geverifieerd zijn. De bewindvoerder handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111 tot en met 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2003-11-15&g=2003-11-15). Hij roept de schuldeisers ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op waarin het onderwerp van de vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-11-15&g=2003-11-15) wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen.
##### Artikel 349
1. Zo dikwijls er voldoende gerede penningen aanwezig zijn, gaat de bewindvoerder over tot een uitdeling aan de geverifieerde schuldeisers.
Niettemin vindt geen uitdeling plaats, indien de verkoop van een goed nog moet plaatsvinden en daarop pand of hypotheek rust of ten aanzien van dat goed voorrang geldt als bedoeld in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292), dan wel op dat bepaalde goed een voorrecht rust.
Indien een goed als bedoeld in de vorige volzin in de boedel valt nadat een uitdeling heeft plaatsgevonden, heeft dat geen invloed op de geldigheid van die uitdeling.
2. De uitdeling geschiedt naar evenredigheid van ieders vordering, met dien verstande dat, zolang de vorderingen waaraan voorrang is verbonden niet volledig zijn voldaan, daarop een twee keer zo groot percentage wordt betaald als op de concurrente vorderingen.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden de vorderingen van de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze wordt betwist, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-11-15&g=2003-11-15) of [299b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2003-11-15&g=2003-11-15), voldaan zijn, bepaald op het bedrag waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden zij voor het ontbrekende als concurrent behandeld.
4. De bewindvoerder maakt telkens een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven, de namen van de schuldeisers, het geverifieerde bedrag van ieders vordering, benevens de daarop te ontvangen uitkering.
5. De [artikelen 181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=181&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2003-11-15&g=2003-11-15) (in welk artikel in de plaats van 60, derde lid, tweede zin, wordt gelezen: 299b, derde lid, tweede volzin), [183 tot en met 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [191](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=191&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 350
1. De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
2. Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers daartoe oproepen.
3. Een beëindiging bedoeld in het eerste lid kan geschieden indien:
- a. de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan;
- b. de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten;
- c. de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt;
- d. de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan;
- e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
4. De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling vervalt pas met ingang van de dag waarop de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan.
5. Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c, d of e, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
6. Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
##### Artikel 351
1. Van het vonnis bedoeld in [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15) heeft, in geval van beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de schuldenaar, of, in geval de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling geweigerd is, hij die het verzoek tot die beëindiging heeft gedaan, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep.
2. De [artikelen 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [342, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn van toepassing.
##### Artikel 352
1. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, bepaalt de rechtbank op voordracht van de rechtercommissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn bedoeld in het [tweede lid van artikel 343](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=343&z=2003-11-15&g=2003-11-15), dag, uur en plaats voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld.
2. Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechter op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde zitting zal niet eerder dan veertien dagen en niet later dan eenentwintig dagen na de beschikking van de rechtbank bedoeld in het eerste lid gehouden worden.
4. De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen. Tevens geeft de bewindvoerder bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers.
##### Artikel 353
1. Op de terechtzitting, bepaald ingevolge [artikel 352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=352&z=2003-11-15&g=2003-11-15), wordt door de bewindvoerder een schriftelijk verslag uitgebracht. De schuldenaar woont de zitting in persoon bij.
2. De rechtbank kan iedere verschenen schuldeiser in de gelegenheid stellen in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur het woord te voeren.
##### Artikel 354
1. Op de dag van de terechtzitting, of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank bij vonnis uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend.
2. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter daarbij bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft.
3. Indien de terechtzitting is bepaald ingevolge [artikel 352, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=352&z=2003-11-15&g=2003-11-15), beëindigt de rechtbank de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen en van omstandigheden als bedoeld in [artikel 350, derde lid onderdeel c, d of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15) niet is gebleken. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden, hetzij voor nader onderzoek, hetzij indien uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de schuldenaar op een later tijdstip geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt met inachtneming van de termijn, bedoeld in [artikel 343, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=343&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
4. Indien de rechtbank de voordracht of het verzoek om beëindiging van de schuldsaneringsregeling afwijst, en geen toepassing geeft aan [artikel 350, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), bepaalt de rechtbank alsnog een verificatievergadering. Tussen de uitspraak en de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.
##### Artikel 355
1. Van het vonnis bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-11-15&g=2003-11-15) kunnen de schuldeisers die op de voet van [artikel 353, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=353&z=2003-11-15&g=2003-11-15), bij de behandeling van de zaak zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. De [artikelen 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [342, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn van toepassing.
##### Artikel 356
1. De bewindvoerder gaat, zodra de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-11-15&g=2003-11-15) in kracht van gewijsde is gegaan, onverwijld over tot het opmaken van een slotuitdelingslijst.
2. De toepassing van de schuldsaneringsregeling is van rechtswege beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. De bewindvoerder doet daarvan aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aangewezen nieuwsbladen.
3. Na verloop van een maand na de beëindiging doet de bewindvoerder rekening en verantwoording van zijn beheer aan de rechter-commissaris.
##### Artikel 357
Indien na de slotuitdeling ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-11-15&g=2003-11-15) gereserveerde uitdelingen aan de boedel terugvallen, of mocht blijken dat er nog baten van de boedel aanwezig zijn, welke ten tijde van de vereffening niet bekend waren, gaat de bewindvoerder, op bevel van de rechtbank, tot vereffening en verdeling daarvan over op de grondslag van de vroegere uitdelingslijsten.
##### Artikel 358
1. Door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van [artikei 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=356&z=2003-11-15&g=2003-11-15),“artikei” moet zijn “artikel”. is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser al dan niet in de schuldsaneringsregeling is opgekomen en onverschillig of de vordering al dan niet is geverifieerd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de rechter in het vonnis bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-11-15&g=2003-11-15) heeft vastgesteld dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten en de rechter daarbij geen toepassing heeft gegeven aan het[tweede lid van artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 358a
1. Indien na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling waardoor het rechtsgevolg bedoeld in [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=358&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is ingetreden, blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van [artikel 350, derde lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), kan de rechter op verzoek van iedere belanghebbende bepalen dat [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=358&z=2003-11-15&g=2003-11-15), verder geen toepassing vindt.
2. Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord.
3. Van het vonnis kan gedurende acht dagen na de uitspraak in hoger beroep worden gekomen. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen.
4. Gedurende acht dagen na het arrest van het gerechtshof kan beroep in cassatie worden ingesteld. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.
5. Zodra de uitspraak bedoeld in het eerste lid in kracht van gewijsde is gegaan, doet de griffier van het gerecht dat deze uitspraak heeft gedaan daarvan onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
##### Artikel 359
1. Indien de faillietverklaring van de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken of indien de schuldenaar door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in staat van faillissement komt te verkeren, gelden de volgende regelen:
- a. handelingen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling door de bewindvoerder verricht, blijven geldend en verbindend;
- b. boedelschulden, gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, gelden als boedelschulden in het faillissement;
- c. in de schuldsaneringsregeling ingediende vorderingen gelden als ingediend in het faillissement.
2. De curator oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 297, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=297&z=2003-11-15&g=2003-11-15), aan de bewindvoerder toegekend.
3. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
##### Artikel 360
Tegen de beslissingen van de rechter, ingevolge de bepalingen van deze titel gegeven, staat geen hogere voorziening open, behalve in de gevallen, waarin het tegendeel is bepaald, en behoudens de mogelijkheid van cassatie in het belang der wet.
##### Artikel 361
1. De verzoeken, te doen ingevolge de [artikelen 292, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=292&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [315, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=DERDE&artikel=315&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [341, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [342, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [345, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=345&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [351, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=351&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [355, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=355&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [358a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tiende&artikel=358a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), moeten door een procureur zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerder of, bij een verzoek ingevolge [artikel 350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-11-15&g=2003-11-15), door de schuldenaar.
2. Verzoekschriften op de voet van artikel 33 van de in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), genoemde verordening worden ingediend door een procureur.
3. Voor het instellen van beroep in cassatie is steeds de medewerking nodig van een advocaat bij de Hoge Raad.
### Algemene slotbepaling
##### Artikel 362
1. De [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de [artikelen 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [238](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=238&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [239](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=239&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
2. De [derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](onbekend) is niet van toepassing op verzoeken ingevolge deze wet.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 13a
Indien de faillietverklaring wordt vernietigd wordt de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een curator, in afwijking van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2003-11-15&g=2003-11-15), met terugwerkende kracht beheerst door de wettelijke of overeengekomen regels die van toepassing zijn buiten faillissement, met dien verstande dat de termijnen, bedoeld in [artikel 683 leden 1 en 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=683) en in [artikel 9, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=9), aanvangen op het tijdstip waarop het faillissement wordt vernietigd.
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 32
Vervallen
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 1. Van den rechter-commissaris
#### § 2. Van den curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeischers
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeischers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Van het faillissement eener nalatenschap
### afdeeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
##### Artikel 212a
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. instelling:
- 1°. een kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1);
- 2°. een financiële instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1);
- 3°. een effecteninstelling als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&artikel=1);
- 4°. een centrale tegenpartij, indien deze in het kader van deelname aan het systeem op grond van een overboekingsopdracht effectentegoeden verkrijgt;
- 5°. een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie;
- 6°. een in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling of effecteninstelling uitoefent door middel van een bijkantoor in Nederland;
- b. systeem:
- 1°. een door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen systeem;
- 2°. een formele overeenkomst waarop het recht van een lidstaat van de Europese Unie van toepassing is en die door een andere lidstaat van de Europese Unie als systeem in de zin van [richtlijn nr. 98/26/EG](31998L0026) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 mei 1998 (PbEG L 166) is aangemeld bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
- c. centrale tegenpartij: een lichaam dat tussen de instellingen die deelnemen aan een systeem, in staat en dat optreedt als de exclusieve tegenpartij van deze instellingen met betrekking tot hun overboekingsopdrachten;
- d. afwikkelende instantie: een lichaam dat aan instellingen of centrale tegenpartijen die deelnemen aan systemen, afwikkelingsrekeningen beschikbaar stelt via welke overboekingsopdrachten binnen die systemen worden afgewikkeld;
- e. verrekeningsinstituut: een lichaam dat verantwoordelijk is voor de berekening van de netto posities van de instellingen, een eventuele centrale tegenpartij of een eventuele afwikkelende instantie;
- f. deelnemer: een instelling, een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie, dan wel een verrekeningsinstituut;
- g. indirecte deelnemer: een kredietinstelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1), dan wel een financiële instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1), die op grond van een overeenkomst met een instelling die deelneemt in een systeem via het systeem een geldsom ter beschikking van een ontvanger kan stellen door middel van een boeking in de rekening van een kredietinstelling, een financiële instelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie;
- h. centrale bank: een centrale bank van een lidstaat van de Europese Unie, de centrale bank van een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel de Europese Centrale Bank;
- i. bijkantoor: één of meer onderdelen zonder rechtspersoonlijkheid van een instelling die in een andere staat zijn gevestigd dan die waarin die instelling gevestigd is;
- j. effecten: effecten als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&artikel=1);
- k. overboekingsopdracht: een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking op de rekeningen van een kredietinstelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie een geldsom ter beschikking van een ontvanger te stellen, of iedere opdracht die resulteert in het op zich nemen of het nakomen van een betalingsverplichting zoals gedefinieerd in de regels van het systeem, dan wel een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking in een register of anderszins, de rechten op of de rechten ten aanzien van één of meer effecten over te boeken;
- 1. insolventieprocedure: elke collectieve maatregel waarin de wetgeving van een lidstaat of van een derde land voorziet, met het oog op de liquidatie of de sanering van de deelnemer indien een dergelijke maatregel gepaard gaat met opschorting van, of oplegging van beperkingen aan overboekingen en betalingen;
- m. verrekening: het in één nettovordering of nettoverplichting omzetten van vorderingen en verplichtingen die voortvloeien uit overboekingsopdrachten die een deelnemer geeft aan of ontvangt van, dan wel die deelnemers geven aan of ontvangen van, één of meer andere deelnemers, met als gevolg dat er alleen een nettovordering of een nettoverplichting ontstaat;
- n. afwikkelingsrekening: een rekening bij een centrale bank, een afwikkelende instantie of een centrale tegenpartij, die gebruikt wordt voor het houden van geld of effecten en waarmee ook transacties tussen deelnemers aan een systeem worden afgewikkeld.
##### Artikel 212b
1. In afwijking van de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2003-01-01&g=2003-01-01) werkt de faillietverklaring van een instelling niet terug tot aan het begin van de dag waarop zij wordt uitgesproken, ten aanzien van een door die instelling vóór het tijdstip van faillietverklaring van die instelling gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig in het systeem uit te voeren.
2. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=35&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [54, tweede lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2003-01-01&g=2003-01-01), alsmede [artikel 72, aanhef en onder a, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=72), kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een instelling na het tijdstip van faillietverklaring van die instelling gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren, indien de opdracht in het systeem wordt uitgevoerd op de dag van faillietverklaring en de centrale tegenpartij, de afwikkelende instantie of het verrekeningsinstituut kan aantonen dat deze ten tijde van de uitvoering van de opdracht de faillietverklaring niet kende of behoorde te kennen.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een goederenrechtelijk zekerheidsrecht dat door een instelling in verband met deelname aan het systeem is gevestigd ten behoeve van een centrale bank of ten behoeve van een andere instelling die deelneemt aan het systeem.
4. De rechtbank vermeldt op het vonnis het tijdstip van de faillietverklaring tot op de minuut nauwkeurig.
##### Artikel 212c
1. De griffier van de rechtbank stelt De Nederlandsche Bank N.V. terstond in kennis van de faillietverklaring.
2. De Nederlandsche Bank N.V. stelt daarna terstond de door de Minister van Financiën op grond van [artikel 212d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212d&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in kennis van de faillietverklaring.
##### Artikel 212d
1. De Minister van Financiën kan, De Nederlandsche Bank N.V. gehoord, als systeem aanwijzen een formele overeenkomst tussen drie of meer deelnemers, een afwikkelende instantie, een centrale tegenpartij, een verrekeningsinstituut of een indirecte deelnemer niet meegerekend, met gemeenschappelijke regels en standaardprocedures voor het uitvoeren van overboekingsopdrachten tussen de deelnemers, waarop het recht van toepassing is van een door de deelnemers gekozen lidstaat van de Europese Unie waarin ten minste één van de deelnemers zijn hoofdvestiging heeft.
2. Indien dit noodzakelijk is met het oog op het vermijden van systeemrisico's, kan de Minister van Financiën, De Nederlandsche Bank N.V. gehoord, als systeem aanwijzen een formele overeenkomst tussen twee deelnemers, een afwikkelende instantie, een centrale tegenpartij, een verrekeningsinstituut of een indirecte deelnemer niet meegerekend, met gemeenschappelijke regels en standaardprocedures voor het uitvoeren van overboekingsopdrachten tussen de deelnemers, waarop het recht van toepassing is van een door de deelnemers gekozen lidstaat waarin ten minste één van de deelnemers zijn hoofdvestiging heeft.
3. Aan de beschikking tot aanwijzing als systeem kan de Minister van Financiën voorschriften verbinden.
4. Het systeem stelt de Minister van Financiën in kennis van de instellingen die direct of indirect deelnemen aan het systeem, alsmede van elke aanvang of beëindiging van deelname door een instelling aan het systeem.
5. Van een beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.
6. De Minister van Financiën meldt de aangewezen systemen aan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
##### Artikel 212e
Ingeval een insolventieprocedure wordt geopend tegen een instelling, worden de rechten en de verplichtingen die zij uit of in verband met deelname aan dat systeem heeft, bepaald door het recht waardoor dat systeem wordt beheerst.
##### Artikel 212f
Wanneer, in verband met deelname aan het systeem, ten behoeve van een deelnemer of een centrale bank, dan wel ten behoeve van een derde die namens een deelnemer of een centrale bank optreedt, een goederenrechtelijk zekerheidsrecht is gevestigd op effecten of op rechten ten aanzien van effecten, en deze effecten of rechten ten aanzien van effecten op grond van een wettelijke bepaling zijn opgenomen in een register, rekening of gecentraliseerd effectendepot dat zich bevindt in een lidstaat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, wordt de bepaling van de rechten van die personen als houders van goederenrechtelijke zekerheidsrechten ten aanzien van deze effecten beheerst door het recht van die lidstaat, onderscheidenlijk die andere lidstaat.
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
##### Artikel 213
1. De schuldenaar die voorziet, dat hij met betalen van zijne opeischbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surséance van betaling aanvragen.
2. Surséance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent.
##### Artikel 214
1. Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafden staat, als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2003-01-01&g=2003-01-01), bij verzoekschrift, door hem zelf en zijn procureur onderteekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
2. Bij het verzoekschrift kan een ontwerp van akkoord worden gevoegd.
##### Artikel 215
1. Het verzoekschrift met bijbehoorende stukken wordt ter griffie van de rechtbank neergelegd, ter kostelooze inzage van een ieder.
2. De rechtbank zal dadelijk de gevraagde surséance voorloopig verleenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met den schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt zij, dat de bekende schuldeischers, benevens de schuldenaar, tegen een door haar op korten termijn bepaalden dag, door den griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verleenen van de gevraagde surséance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd.
##### Artikel 216
De griffier doet van de indiening van het verzoek, van de voorloopige verleening van surséance, van de naam van de rechter-commissaris zo die is benoemd, van de namen en woonplaatsen der benoemde bewindvoerders en van den overeenkomstig het tweede lid van het voorgaande artikel bepaalden dag onmiddellijk aankondiging in de **Nederlandsche Staatscourant** en in een of meer door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen. Indien bij het verzoekschrift een ontwerp van akkoord is gevoegd, wordt daarvan in de aankondiging melding gemaakt.
##### Artikel 217
De surséance wordt geacht te zijn ingegaan bij den aanvang van den dag, waarop zij voorloopig is verleend.
##### Artikel 218
1. Ten bepaalden dage hoort de rechtbank in raadkamer de schuldenaar, de rechter-commissaris zo die is benoemd, de bewindvoerders en de in persoon bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur opgekomen schuldeisers. Iedere schuldeischer is bevoegd om, zelfs zonder opgeroepen te zijn, op te komen.
2. De rechtbank kan den schuldenaar definitief surséance verleenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zoodanige vorderingen.
3. Over de toelating tot de stemming beslist, bij verschil, de rechtbank.
4. Surséance kan nimmer definitief worden verleend, indien er gegronde vrees bestaat, dat de schuldenaar zal trachten de schuldeischers tijdens de surséance te benadeelen of het vooruitzicht niet bestaat, dat hij na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen.
5. De rechtbank, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking den schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorloopig verleende surséance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
6. Indien eene aanvrage tot faillietverklaring en een verzoek tot surséance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
7. De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting.
##### Artikel 219
1. Gedurende acht dagen na den dag der uitspraak heeft, in geval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surséance verleend is, iedere schuldeischer, die zich niet vóór het verleenen daarvan heeft verklaard, recht van hooger beroep.
2. Het hooger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.
3. Indien het hooger beroep door een schuldeischer is ingesteld, geeft deze uiterlijk op den vierden dag volgende op dien, waarop hij zijn verzoek heeft gedaan, aan den procureur, die het verzoek tot surséance heeft ingediend, bij deurwaarders-exploot kennis van het hooger beroep en van den tijd voor de behandeling bepaald. Deze kennisgeving geldt voor oproeping van den schuldenaar.
4. De griffier van het gerechtshof doet van het hooger beroep en van den tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de nieuwsbladen, waarin het verzoek tot surséance volgens [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is aangekondigd. Tevens geeft hij van het ingestelde hooger beroep aan den griffier der rechtbank kennis, neemt van dezen de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde stukken over en legt die op zijne griffie voor een ieder ter kostelooze inzage.
##### Artikel 220
1. Bij de behandeling van het hooger beroep wordt het verzoek niet opnieuw in stemming gebracht, maar ieder schuldeischer is bevoegd in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur aan de bestrijding of verdediging van de uitspraak, waartegen het beroep gericht is, deel te nemen.
2. De behandeling heeft plaats in raadkamer; het arrest wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting.
##### Artikel 221
1. Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kan, ingeval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surséance is verleend, iedere schuldeischer, die zich niet vóór het verleenen daarvan heeft verklaard, gedurende acht dagen na den dag der uitspraak, in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van den Hoogen Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.
3. De griffier van den Hoogen Raad doet van het beroep in cassatie en van den tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de nieuwsbladen, waarin het verzoek tot surséance volgens [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is aangekondigd. Tevens geeft hij van het ingestelde beroep kennis aan den griffier van het gerechtshof, neemt van dezen de in [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde stukken over en legt die op zijne griffie voor een ieder ter kostelooze inzage.
4. De bepalingen van het [derde lid van artikel 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en van het [tweede lid van artikel 220](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=220&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 222
1. De beschikking, waarbij de surséance definitief wordt toegestaan, is bij voorraad uitvoerbaar, niettegenstaande eenige daartegen gerichte voorziening.
2. Zij wordt aangekondigd op de wijze, in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) voorgeschreven.
##### Artikel 222a
1. Bij elke rechtbank wordt door de griffier een openbaar register aangehouden, waarin hij voor iedere surséance van betaling afzonderlijk, achtereenvolgens, met vermelding van de dagtekening, inschrijft:
- 1°. een uittreksel van de rechterlijke beslissingen, waarbij voorlopig of definitief surséance van betaling is verleend, waarbij deze is verlengd of waarbij de surséance van betaling is ingetrokken;
- 2°. de benoeming van een rechter-commissaris;
- 3°. de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord;
- 4°. de ontbinding van het akkoord.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. De griffier is verplicht aan ieder kosteloze inzage van het register en tegen betaling een uittreksel daaruit te verstrekken.
##### Artikel 223
1. Bij het definitief verleenen der surséance bepaalt de rechtbank haar duur ten hoogste op anderhalf jaar. Indien de surséance is geëindigd door het verloop van de termijn waarvoor zij is verleend, doen de bewindvoerders daarvan aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde bladen.
2. Vóór het einde der surséance kan door de schuldenaar eenmaal of meermalen haar verlenging voor ten hoogste anderhalf jaar worden gevraagd. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot verleening van surséance. Zoolang bij afloop der surséance op een verzoek tot verlenging nog niet is beschikt, blijft de surséance gehandhaafd. De door de rechtbank gewezen beschikking wordt bekendgemaakt op de wijze als in het eerste lid is bepaald.
##### Artikel 223a
Bij het voorlopig verlenen der surséance of bij een latere beschikking kan de rechtbank een harer leden tot rechter-commissaris benoemen, teneinde de bewindvoerders op hun verzoek van advies te dienen.
##### Artikel 223b
1. Op verzoek van de bewindvoerders is de rechter-commissaris bevoegd ter opheldering van alle omstandigheden, de surséance betreffende, getuigen te horen of een onderzoek van deskundigen te bevelen. De getuigen worden gedagvaard namens de rechter-commissaris. [Artikel 177 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=177) is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij niet-verschijning of weigering om de eed of getuigenis af te leggen, zijn de [artikelen 171](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=171), [172](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=172), [173, eerste lid, eerste volzin, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=173), [174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=174) en [175 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=175) toepasselijk.
3. De echtgenoot of gewezen echtgenoot van de schuldenaar of degene met wie de schuldenaar een geregistreerd partnerschap is of was aangegaan, de kinderen en verdere afkomelingen en de ouders en grootouders van de schuldenaar kunnen zich van het geven van getuigenis verschonen.
##### Artikel 224
1. Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, wordt voor de geldigheid hunner handelingen toestemming der meerderheid of bij staking van stemmen eene beslissing van de rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, van de voorzieningenrechter der rechtbank vereischt. Het [tweede lid van artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=70&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vindt overeenkomstige toepassing.
2. De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen of hem één of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van hem zelven, van de andere bewindvoerders of van één of meer schuldeischers, op voordracht van de rechter-commissaris zo die is benoemd, dan wel ambtshalve.
##### Artikel 225
1. Bij het voorloopig verleenen der surséance kan de rechtbank zoodanige bepalingen maken, als zij ter beveiliging van de belangen der schuldeischers noodig oordeelt.
2. Zij kan dit ook gedurende de surséance doen op voordracht van de rechter-commissaris zo die is benoemd, op verzoek van de bewindvoerders of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
##### Artikel 226
1. Bij het voorloopig verleenen der surséance kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen teneinde binnen een door haar te bepalen termijn, die zoo noodig kan worden verlengd, een onderzoek naar den staat van den boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hunne bevinding uit te brengen. Het [laatste lid van artikel 225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Het verslag van de deskundigen bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door den schuldenaar overgelegde staat en bescheiden, en over de vraag of er vooruitzicht bestaat, dat de schuldenaar na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen. Het verslag geeft zoo mogelijk de maatregelen aan, welke tot die bevrediging kunnen leiden.
3. De deskundigen leggen hun verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter kostelooze inzage van een ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
4. Het [laatste lid van artikel 224](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=224&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vindt ten aanzien van de deskundigen overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 227
1. De bewindvoerders brengen, telkens na verloop van drie maanden, een verslag uit over den toestand van den boedel. Met dit verslag wordt gehandeld, gelijk in het[derde lid van artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is voorgeschreven.
2. De termijn, bedoeld in het vorige lid, kan door de rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, de rechtbank worden verlengd.
##### Artikel 228
1. Gedurende de surséance is de schuldenaar onbevoegd eenige daad van beheer of beschikking betreffende den boedel te verrichten zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders. Indien de schuldenaar in strijd daarmede gehandeld heeft, zijn de bewindvoerders bevoegd alles te doen, wat vereischt wordt, om den boedel te dier zake schadeloos te houden.
2. Voor verbintenissen van den schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders na den aanvang der surséance ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk, dan voorzooverre deze tengevolge daarvan is gebaat.
##### Artikel 229
1. Indien de schuldenaar in enige gemeenschap gehuwd is of in enige gemeenschap een geregistreerd partnerschap is aangegaan, worden onder de boedel de baten en lasten van die gemeenschap begrepen.
2. [Artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=61&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vindt overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 230
1. Gedurende de surséance kan de schuldenaar niet tot betaling zijner in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde schulden worden genoodzaakt en blijven alle tot verhaal van die schulden aangevangen executiën geschorst.
2. De gelegde beslagen vervallen en de schuldenaar, die zich in gijzeling bevindt, wordt daaruit ontslagen, zoodra de uitspraak, houdende definitieve verleening der surséance of homologatie van het akkoord, in kracht van gewijsde is gegaan, beide tenzij de rechtbank op verzoek van de bewindvoerders reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerders af te geven verklaring van de rechtercommissaris of, zo geen rechtercommissaris is benoemd, van de voorzieningenrechter van de rechtbank, machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
3. Het in de voorgaande leden bepaalde vindt geen toepassing ten aanzien van executies en beslagen ten behoeve van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, voor zover het de goederen betreft, waarop de voorrang rust.
4. Ter zake van schulden waarvoor het eerste lid geldt, is [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=36&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 231
1. De surséance stuit den loop niet van reeds aanhangige rechtsvorderingen, noch belet het aanleggen van nieuwe.
2. Indien niettemin de rechtsgedingen blootelijk betreffen de vordering van betaling eener schuld, door den schuldenaar erkend, en de aanlegger geen belang heeft om vonnis te verkrijgen, teneinde rechten tegen derden te doen gelden, kan de rechter, na van de erkenning der schuld akte te hebben verleend, het uitspreken van het vonnis opschorten tot na het einde der surséance.
3. De schuldenaar kan, voor zooveel betreft rechtsvorderingen, welke rechten of verplichtingen tot den boedel behoorende ten onderwerp hebben, noch eischende, noch verwerende in rechte optreden, zonder medewerking der bewindvoerders.
##### Artikel 232
De surséance werkt niet ten aanzien van:
- 1°. vorderingen waaraan voorrang is verbonden, behoudens voor zover zij niet verhaald kunnen worden op de goederen waarop de voorrang rust;
- 2°. vorderingen wegens kosten van levensonderhoud of van verzorging of opvoeding, verschuldigd krachtens de wet en vastgesteld bij overeenkomst of rechterlijke uitspraak, behoudens voor zover het gaat om vóór de aanvang der surséance vervallen termijnen, waarvan de rechtbank het bedrag heeft vastgesteld, waarvoor de surséance werkt;
- 3°. termijnen van huurkoop en van scheepshuurkoop.
##### Artikel 233
De betaling van alle andere schulden, bestaande vóór den aanvang der surséance, kan, zoolang de surséance duurt, niet anders plaats hebben dan aan alle schuldeischers gezamenlijk, in evenredigheid hunner vorderingen.
##### Artikel 234
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de boedel is, kan zijn schuld met zijn vordering op de boedel verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de aanvang van de surséance of voortvloeien uit een handeling vóór de aanvang van de surséance met de schuldenaar verricht.
2. De vordering op de schuldenaar wordt zo nodig berekend naar de regels in de [artikelen 261](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=261&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [262](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=262&z=2003-01-01&g=2003-01-01) gesteld.
3. Van de zijde van de boedel kan geen beroep worden gedaan op [artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=136).
##### Artikel 235
1. Niettemin is degene die een schuld aan de boedel of een vordering op de boedel vóór de aanvang van de surséance van een derde heeft overgenomen, niet bevoegd tot verrekening, indien hij bij de overneming niet te goeder trouw heeft gehandeld.
2. Na de aanvang van de surséance overgenomen vorderingen of schulden kunnen niet worden verrekend.
3. De [artikelen 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=55&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=56&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 236
1. Indien een wederkerige overeenkomst bij de aanvang van de surséance zowel door de schuldenaar als door zijn wederpartij in het geheel niet of slechts gedeeltelijk is nagekomen en de schuldenaar en de bewindvoerder zich niet binnen een hun daartoe schriftelijk door de wederpartij gestelde redelijke termijn bereid verklaren de overeenkomst gestand te doen, verliezen zij het recht hunnerzijds nakoming van de overeenkomst te vorderen.
2. Indien de schuldenaar en de bewindvoerder zich wel tot nakoming van de overeenkomst bereid verklaren, zijn zij verplicht desverlangd voor deze nakoming zekerheid te stellen.
3. De vorige leden zijn niet van toepassing op overeenkomsten waarbij de schuldenaar slechts verbintenissen op zich heeft genomen tot door hem persoonlijk te verrichten handelingen.
##### Artikel 236a
Voor vorderingen die de wederpartij uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór de aanvang van de surséance met de schuldenaar gesloten overeenkomst op deze heeft verkregen, of die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de aanvang van de surséance op deze verkregen vordering, kan zij opkomen op de voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bepaald.
##### Artikel 237
Indien in het geval van [artikel 236](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=236&z=2003-01-01&g=2003-01-01) de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalden termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na den aanvang der surséance, wordt de overeenkomst door de voorloopige verleening van surséance ontbonden en kan de wederpartij van den schuldenaar zonder meer voor schadevergoeding opkomen op den voet, in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bepaald. Lijdt de boedel door de ontbinding schade dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.
##### Artikel 237a
1. Zoodra de surséance een aanvang heeft genomen, kan zoowel de schuldenaar, die huurkooper is, als de verkooper den huurkoop dan wel scheepshuurkoop ontbonden verklaren.
2. Deze ontbinding heeft dezelfde gevolgen als ontbinding der overeenkomst wegens het niet nakomen door den kooper van zijne verplichtingen.
3. De verkooper kan voor het hem verschuldigde bedrag opkomen op den voet als in [artikel 233](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=233&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bepaald.
##### Artikel 238
1. Zoodra de surséance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, die huurder is, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bepaalde, de huur tusschentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiede tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen den dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
2. Van den aanvang der surséance af is de huurprijs boedelschuld.
3. Indien de schuldenaar pachter is, vindt het bovenstaande overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 239
1. Zodra de surséance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, met inachtneming van het bij [artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bepaalde, aan werknemers in zijn dienst, de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de overeengekomen of wettelijke termijnen, met dien verstande echter, dat in elk geval de arbeidsovereenkomst kan worden geëindigd door opzegging met een termijn van zes weken of, indien de termijn, omschreven in [artikel 672 lid 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=672) langer is dan zes weken, met inachtneming van die termijn.
2. Zodra de surséance een aanvang heeft genomen, behoeft bij opzegging der arbeidsovereenkomst door werknemers in dienst van de schuldenaar het bepaalde in [artikel 672 lid 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=672) niet in acht te worden genomen.
3. Van de aanvang der surséance af zijn het loon en de met de arbeidsovereenkomst samenhangende premieschulden boedelschuld.
4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op agentuurovereenkomsten.
##### Artikel 240
1. Voldoening nadat de surséance voorloopig is verleend doch vóór de bekendmaking daarvan, aan den schuldenaar gedaan, ter vervulling van verbintenissen jegens dezen vóórdien ontstaan, bevrijdt hem, die haar deed, tegenover den boedel, zoolang zijne bekendheid met de voorloopige verleening van de surséance niet bewezen wordt.
2. Voldoening, als in het vorig lid bedoeld, nà de bekendmaking aan den schuldenaar gedaan, bevrijdt tegenover den boedel alleen dan, wanneer hij, die haar deed, bewijst, dat de voorloopige verleening van de surséance te zijner woonplaats langs den weg der wettelijke aankondiging nog niet bekend kon zijn, behoudens het recht van bewindvoerders om aan te toonen, dat zij hem toch bekend was.
3. In elk geval bevrijdt voldoening aan den schuldenaar hem, die haar deed, tegenover den boedel, voor zooverre hetgeen door hem voldaan werd ten bate van den boedel is gekomen.
##### Artikel 241
De surséance werkt niet ten voordeele van de borgen en andere medeschuldenaren.
##### Artikel 241a
1. De rechtbank kan op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bepalen dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden, voor een periode van ten hoogste één maand niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank of, zo een rechter-commissaris is benoemd, van deze. De rechtbank kan deze periode éénmaal voor ten hoogste één maand verlengen.
2. De rechtbank kan haar beschikking beperken tot bepaalde derden en daaraan voorwaarden verbinden. De rechtbank en rechter-commissaris kunnen voorwaarden verbinden aan een door hen gegeven machtiging van een derde tot uitoefening van een aan deze toekomende bevoegdheid.
3. Gedurende de in het eerste lid bedoelde perioden lopen aan of door de derden ter zake van hun bevoegdheid gestelde termijnen voort, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is om de derde dan wel de schuldenaar en de bewindvoerder in staat te stellen na afloop van de periode hun standpunt te bepalen. De wederpartij kan hun daartoe opnieuw een redelijke termijn stellen.
##### Artikel 242
1. Nadat de surséance is verleend, kan zij, op voordracht van de rechter-commissaris zo die is benoemd, op verzoek van de bewindvoerders, van één of meer der schuldeisers of ook ambtshalve door de rechtbank worden ingetrokken:
- 1°. indien de schuldenaar zich, gedurende den loop der surséance, aan kwade trouw in het beheer van den boedel schuldig maakt;
- 2°. indien hij zijne schuldeischers tracht te benadeelen;
- 3°. indien hij handelt in strijd met [artikel 228, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-01-01&g=2003-01-01);
- 4°. indien hij nalaat te doen, wat in de bepalingen, door de rechtbank bij het verleenen der surséance of later gesteld, aan hem is opgelegd of wat naar het oordeel der bewindvoerders door hem in het belang des boedels moet worden gedaan;
- 5°. indien, hangende de surséance, de staat des boedels zoodanig blijkt te zijn, dat handhaving der surséance niet langer wenschelijk is of het vooruitzicht, dat de schuldenaar na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen, blijkt niet te bestaan.
2. In de gevallen, vermeld onder 1° en 5°, zijn de bewindvoerders verplicht de intrekking te vragen.
3. De verzoeker, de schuldenaar en de bewindvoerders worden gehoord of behoorlijk opgeroepen. De oproeping geschiedt door den griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag. De beschikking is met redenen omkleed.
4. Indien op grond van dit artikel de surséance wordt ingetrokken, kan bij dezelfde beschikking de faillietverklaring van den schuldenaar worden uitgesproken. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de surséance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
##### Artikel 243
1. Gedurende acht dagen na den dag der beschikking heeft, in geval van intrekking der surséance, de schuldenaar, en, ingeval de intrekking der surséance geweigerd is, hij, die het verzoek tot intrekking heeft gedaan, recht van hooger beroep tegen de beschikking der rechtbank.
2. Het hooger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak moet kennis nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening terstond kennis aan dien van de rechtbank.
3. De voorzitter van het gerechtshof bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoekschrift. De griffier roept ten spoedigste hen, die het verzoek tot intrekking hebben gedaan, den schuldenaar en de bewindvoerders bij brieven tegen den bepaalden dag op.
4. De beschikking van het gerechtshof wordt door den griffier terstond medegedeeld aan dien van de rechtbank.
##### Artikel 244
1. Gedurende acht dagen na de beschikking van het gerechtshof kan de daarbij in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van den Hoogen Raad. De griffier van den Hoogen Raad geeft van die indiening terstond kennis aan dien van de rechtbank.
3. De voorzitter van den Hoogen Raad bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoekschrift. De griffier roept ten spoedigste de partijen bij brieven tegen den bepaalden dag op. De beschikking van den Hoogen Raad wordt door den griffier terstond medegedeeld aan dien van de rechtbank.
##### Artikel 245
Zoodra eene beschikking, waarbij de surséance is ingetrokken, in kracht van gewijsde is gegaan, wordt zij aangekondigd, gelijk is voorgeschreven in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 246
1. Indien de rechtbank van oordeel is, dat de behandeling van het verzoek tot intrekking van de surséance niet zal zijn beëindigd vóór den dag, waarop de schuldeischers krachtens [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-01-01&g=2003-01-01), worden gehoord, gelast zij, dat de griffier den schuldeischers bij brieven zal mededeelen, dat dit verhoor op dien dag niet zal worden gehouden.
2. Zoo noodig bepaalt zij later den dag waarop dit verhoor alsnog zal plaats vinden; de schuldeischers worden door den griffier bij brieven opgeroepen.
##### Artikel 247
1. De schuldenaar is steeds bevoegd aan de rechtbank de intrekking van de surséance te verzoeken, op grond dat de toestand des boedels hem weder in staat stelt zijne betalingen te hervatten. De bewindvoerders en, indien het eene definitief verleende surséance betreft, de schuldeischers worden gehoord of behoorlijk opgeroepen.
2. Deze oproeping geschiedt bij brieven door den griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag.
##### Artikel 247a
1. Uiterlijk op de achtste dag voorafgaande aan de dag bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-01-01&g=2003-01-01), doch in ieder geval niet later dan twee maanden na de dag waarop de surséance voorlopig is verleend, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, zijnde een natuurlijke persoon, de hem voorlopig verleende surséance intrekken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in titel III.
2. De schuldenaar zal zich daartoe bij een verzoekschrift als bedoeld in [artikel 284](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-01-01&g=2003-01-01) wenden tot de rechtbank die de surséance voorlopig heeft verleend.
3. Alvorens te beslissen kan de rechtbank de schuldenaar, de rechtercommissaris en de bewindvoerder oproepen om te worden gehoord.
4. [Artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van toepassing.
5. Bij toewijzing van het verzoek, spreekt de rechtbank de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
6. Van de intrekking van de voorlopig verleende surséance wordt door de griffier kennis gegeven in de aankondiging die is voorgeschreven in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01). In die aankondiging wordt tevens mededeling gedaan dat het verhoor van de schuldeisers, bepaald overeenkomstig [artikel 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-01-01&g=2003-01-01), niet zal worden gehouden. Indien op de voet van [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [264](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2003-01-01&g=2003-01-01) reeds een tijdstip was bepaald voor de raadpleging en stemming over een akkoord, wordt in die aankondiging mededeling gedaan dat die raadpleging en stemming niet zullen plaatsvinden.
##### Artikel 247b
1. Tegen het vonnis, houdende uitspraak tot de intrekking van de voorlopig verleende surséance en tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, kunnen noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden rechtsmiddelen worden ingesteld.
2. Indien het verzoek tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen, heeft de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
3. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting. Van het arrest van het gerechtshof wordt door de griffier onverwijld mededeling gedaan aan de griffier van de rechtbank.
4. De schuldenaar kan van de uitspraak van het gerechtshof gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling. De griffier van de Hoge Raad geeft van het beroep in cassatie en van de uitspraak van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
5. Zolang niet op het verzoekschrift bedoeld in [artikel 247a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan de surséance van betaling niet definitief worden verleend en kan geen raadpleging over een akkoord plaatshebben.
##### Artikel 247c
1. Indien de surséance van betaling wordt ingetrokken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, gelden de volgende regelen:
- a. de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 228, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-01-01&g=2003-01-01), aan de bewindvoerder in de surséance toegekend;
- b. boedelschulden, gedurende de toepassing van de surséance ontstaan, gelden ook in de toepassing van de schuldsaneringsregeling als boedelschulden;
- c. in de surséance ingediende vorderingen gelden als ingediend in de schuldsaneringsregeling.
2. [Artikel 249, eerste lid, onder 1° en 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=249&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 248
1. Gedurende eene surséance kan faillietverklaring niet rauwelijks worden gevorderd.
2. Indien ingevolge eene der bepalingen van dezen titel eene faillietverklaring uitgesproken wordt, vindt [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01) overeenkomstige toepassing; wordt ingevolge die bepalingen een faillissement vernietigd, dan vinden de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-01-01&g=2003-01-01) overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 249
1. Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge eene der bepalingen van dezen titel of wel binnen ééne maand na het einde der surséance, gelden de volgende regelen:
- 1°. het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de artikelen [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [45 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en in de artikelen [138, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=138), en [248, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=248) aanvangen, wordt berekend van de aanvang der surséance af;
- 2°. de curator oefent de bevoegdheid uit, in het [eerste lid van artikel 228](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aan de bewindvoerders toegekend;
- 3°. handelingen, door den schuldenaar met medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders verricht, worden beschouwd als handelingen van den curator en boedelschulden, gedurende de surséance ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden;
- 4°. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van den schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders gedurende de surséance ontstaan, dan voor zooverre deze ten gevolge daarvan gebaat is.
2. Is opnieuw surséance verzocht, binnen eene maand na afloop van eene vroeger verleende, dan geldt hetgeen in het eerste lid is bepaald mede voor het tijdvak der eerstvolgende surséance.
##### Artikel 250
1. Het loon van de deskundigen, benoemd ingevolge de bepaling van [artikel 226](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=226&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en van de bewindvoerders wordt bepaald door de rechtbank en bij voorrang voldaan.
2. Dit laatste is ook van toepassing op hunne verschotten en op die, door den griffier ten gevolge van de bepalingen van dezen titel gedaan.
##### Artikel 250a
1. Ingeval een niet ingevolge [artikel 52, tweede lid, onder **a, b** of **c**, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=52) (**Stb.** 1992, 722) geregistreerde onderneming of instelling, waarbij De Nederlandsche Bank N.V. op grond van die wet inlichtingen heeft ingewonnen, naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, kan De Nederlandsche Bank N.V. met machtiging van de voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank voor zodanige onderneming of instelling surséance van betaling aanvragen op de wijze, voorzien in [artikel 214, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
2. De voorzieningenrechter van de rechtbank beslist over een verzoek tot machtiging als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk, doch niet dan nadat de onderneming of instelling in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze terzake aan hem kenbaar te maken.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid, zal surséance nimmer definitief worden verleend, indien de onderneming of instelling zich daartegen verzet.
4. De [artikelen 215-250](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [251](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=251&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien het verzoek wordt afgewezen anders dan op grond van het derde lid, heeft De Nederlandsche Bank N.V. recht van hoger beroep en kan zij in cassatie komen overeenkomstig het bepaalde in de [artikelen 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=221&z=2003-01-01&g=2003-01-01). De Nederlandsche Bank N.V. is bevoegd zowel in hoger beroep als in cassatie aan de behandeling van het beroep deel te nemen.
##### Artikel 251
De bepalingen van internationaal recht van de [artikelen 203-205](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tiende&artikel=203&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vinden bij surséance overeenkomstige toepassing.
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
##### Artikel 252
De schuldenaar is bevoegd bij of na het verzoek tot surséance aan hen, die vorderingen hebben, ten aanzien waarvan de surséance werkt, een akkoord aan te bieden.
##### Artikel 253
1. Het ontwerp van akkoord wordt, indien het niet ingevolge [artikel 215](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-01-01&g=2003-01-01) ter griffie van de rechtbank berust, aldaar nedergelegd ter kostelooze inzage van een ieder.
2. Een afschrift moet zoodra mogelijk aan de bewindvoerders en de deskundigen worden toegezonden.
##### Artikel 254
Het ontwerp van akkoord vervalt, indien, voordat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, eene rechterlijke beslissing houdende beëindiging der surséance in kracht van gewijsde gaat.
##### Artikel 255
1. Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verleening van surséance ter griffie is nedergelegd, kan de rechtbank, de rechter-commissaris zo die is benoemd en bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in [artikel 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval zij tevens zal vaststellen:
- 1°. den dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen, ten aanzien waarvan de surséance werkt, bij de bewindvoerders moeten worden ingediend;
- 2°. dag en uur, waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris of, bij gebreke van dien, in raadkamer zal worden geraadpleegd en beslist.
2. Tusschen de dagen, onder 1°. en 2°. vermeld, moeten ten minste veertien dagen verloopen.
3. Indien de rechtbank van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of het ontwerp van akkoord niet tegelijk met het verzoekschrift tot het verleenen van surséance ter griffie is nedergelegd, zal de rechtbank de rechter-commissaris zo die is benoemd en, bewindvoerders gehoord, de dagen en uren, in het eerste lid bedoeld, vaststellen zoodra de beschikking, waarbij de surséance definitief is verleend, kracht van gewijsde heeft verkregen of, indien het ontwerp van akkoord eerst daarna ter griffie is nedergelegd, dadelijk na die nederlegging.
##### Artikel 256
1. De bewindvoerders doen dadelijk zoowel van de in het vorige artikel bedoelde beschikking als van de nederlegging ter griffie van het ontwerp van akkoord - tenzij deze reeds ingevolge [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is bekend gemaakt - aankondiging in de **Nederlandsche Staatscourant** en in de door de rechtbank ingevolge [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen.
2. Zij geven tevens van een en ander bij brieven kennis aan alle bekende schuldeischers. Daarbij wordt op het bepaalde bij [artikel 257, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=257&z=2003-01-01&g=2003-01-01), gewezen.
3. De schuldeischers kunnen verschijnen in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur.
4. De bewindvoerders kunnen vorderen, dat de schuldenaar hun een door hen te bepalen bedrag ter bestrijding van de kosten dezer aankondigingen en kennisgevingen vooraf ter hand stelt.
##### Artikel 257
1. De indiening der schuldvorderingen geschiedt bij de bewindvoerders door de overlegging eener rekening of andere schriftelijke verklaring, aangevende den aard en het bedrag der vordering, vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan.
2. Vorderingen, ten aanzien waarvan de surséance niet werkt, komen voor indiening niet in aanmerking. Heeft nochtans indiening plaats gehad, dan werkt de surséance ook ten aanzien van die vorderingen en gaat een aan de vordering verbonden voorrecht, retentierecht, pandrecht of hypotheek verloren. Een en ander geldt niet voor zoover de vordering vóór den aanvang der stemming wordt teruggenomen.
3. De schuldeischers zijn bevoegd van de bewindvoerders een ontvangbewijs te vorderen.
##### Artikel 258
De bewindvoerders toetsen de ingezonden rekeningen aan de administratie en opgaven van den schuldenaar, treden, als zij tegen de toelating eener vordering bezwaar hebben, met den schuldeischer in overleg, en zijn bevoegd van dezen overlegging van ontbrekende stukken alsook raadpleging van zijn administratie en van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen.
##### Artikel 259
De bewindvoerders brengen de bij hen ingediende vorderingen op eene lijst, vermeldende de namen en woonplaatsen der schuldeischers, het bedrag en de omschrijving der vorderingen, alsmede of en in hoever de bewindvoerders die vorderingen erkennen of betwisten.
##### Artikel 260
1. Eene rentedragende vordering wordt op de lijst gebracht met bijrekening der rente tot den aanvang der surséance.
2. De [artikelen 129](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [133-135](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=133&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [136, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=136&z=2003-01-01&g=2003-01-01), vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 261
1. Eene vordering onder eene opschortende voorwaarde kan op de lijst gebracht worden voor hare waarde bij den aanvang der surséance.
2. Indien de bewindvoerders en de schuldeischers het niet eens kunnen worden over deze waardebepaling, wordt zoodanige vordering voor het volle bedrag voorwaardelijk toegelaten.
##### Artikel 262
1. Eene vordering, waarvan het tijdstip der opeischbaarheid onzeker is, of welke recht geeft op periodieke uitkeeringen, wordt op de lijst gebracht voor hare waarde bij den aanvang der surséance.
2. Alle schuldvorderingen, vervallende binnen één jaar na den aanvang der surséance, worden behandeld, alsof zij op dat tijdstip opeischbaar waren. Alle later dan één jaar daarna vervallende schuldvorderingen worden op de lijst gebracht voor de waarde, die zij hebben na verloop van een jaar na dat tijdstip.
3. Bij de berekening wordt uitsluitend gelet op het tijdstip en de wijze van aflossing, het kansgenot, waar dit bestaat, en, indien de vordering rentedragend is, op den bedongen rentevoet.
##### Artikel 263
1. Van de in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde lijst wordt een afschrift door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank nedergelegd, om aldaar gedurende de zeven dagen voorafgaande aan de vergadering, in [artikel 255](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoeld, kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
2. De nederlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 264
1. De rechter-commissaris zo die is benoemd of, bij gebreke van dien, de rechtbank kan, op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve, de raadpleging en stemming over het akkoord tot een lateren dag uitstellen.
2. [Artikel 256](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vindt alsdan overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 265
1. Ter vergadering brengen zoowel de bewindvoerders als de deskundigen, zoo die er zijn, schriftelijk verslag uit over het aangeboden akkoord. [Artikel 144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=144&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Vorderingen, na afloop van den in [artikel 255, 1°.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=255&z=2003-01-01&g=2003-01-01), genoemden termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór den dag, waarop de vergadering zal worden gehouden, bij de bewindvoerders ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek op de lijst geplaatst, indien noch de bewindvoerders, noch een der aanwezige schuldeischers daartegen bezwaar maken.
3. Vorderingen, daarna ingediend, worden niet op de lijst geplaatst.
4. De bepalingen van de twee voorgaande leden zijn niet toepasselijk, indien de schuldeischer buiten het Rijk in Europa woont en daardoor verhinderd was zich eerder aan te melden.
5. Ingeval van bezwaar, als in het tweede lid bedoeld, of van geschil over het al of niet aanwezig zijn der verhindering, in het vierde lid bedoeld, beslist de rechter-commissaris zo die is benoemd of bij gebreke van dien de rechtbank, na de vergadering te hebben geraadpleegd.
##### Artikel 266
1. De bewindvoerders zijn bevoegd ter vergadering op elke door hen gedane erkenning of betwisting terug te komen.
2. Zoowel de schuldenaar als ieder verschenen schuldeischer kan eene door de bewindvoerders geheel of gedeeltelijk erkende vordering betwisten.
3. Betwistingen of erkenningen, op de vergadering gedaan, worden op de lijst aangeteekend.
##### Artikel 267
De rechter-commissaris zo die is benoemd of bij gebreke van dien de rechtbank bepaalt of en tot welk bedrag de schuldeisers, wier vorderingen betwist zijn, tot de stemming zullen worden toegelaten.
##### Artikel 268
1. Tot het aannemen van het akkoord wordt vereischt de toestemming van twee derde der erkende en der toegelaten schuldeischers, welke drie vierde van het bedrag der erkende en der toegelaten schuldvorderingen vertegenwoordigen. Geen toestemming is vereist van een erkende of toegelaten schuldeiser, voor zover zijn schuldvordering is gegrond op een verbeurde dwangsom.
2. De [artikelen 146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=146&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=147&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 269
1. Het proces-verbaal van het verhandelde vermeldt den inhoud van het akkoord, de namen der verschenen stemgerechtigde schuldeischers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, den uitslag der stemming en al wat verder is voorgevallen. De door de bewindvoerders opgemaakte lijst van schuldeisers, zoals zij tijdens de raadpleging is aangevuld of gewijzigd, wordt, door de rechter-commissaris zo die is benoemd en bij gebreke van dien, door de voorzieningenrechter en de griffier gewaarmerkt, aan het proces-verbaal gehecht.
2. Gedurende acht dagen kan een ieder ter griffie kosteloos inzage van het proces-verbaal verkrijgen.
##### Artikel 269a
Indien ten overstaan van een rechter-commissaris is geraadpleegd en beslist en het akkoord verworpen is verklaard, stelt de rechter-commissaris de rechtbank onverwijld in kennis van deze verwerping door toezending van het ontwerp van akkoord en het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde proces-verbaal. Zowel de schuldeisers, die vóór gestemd hebben, als de schuldenaar kunnen gedurende acht dagen na afloop der vergadering aan de rechtbank verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken zelve blijkt dat het akkoord door de rechter-commissaris ten onrechte als verworpen is beschouwd.
##### Artikel 269b
1. Indien het akkoord is aangenomen, bepaalt de rechter-commissaris vóór het sluiten der vergadering de terechtzitting, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen.
2. Bij toepassing van [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-01-01&g=2003-01-01) geschiedt de bepaling der terechtzitting door de rechtbank in haar beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeisers.
3. De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord of, bij toepassing van [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), na de beschikking der rechtbank.
4. Gedurende die tijd kunnen de schuldeisers aan de rechter-commissaris schriftelijk de redenen opgeven, waarom zij weigering der homologatie wenselijk achten.
##### Artikel 270
1. Indien de raadpleging en beslissing over het akkoord in raadkamer der rechtbank heeft plaats gehad, kunnen zowel de schuldeisers, die vóór gestemd hebben, als de schuldenaar gedurende acht dagen na afloop der stemming aan het gerechtshof verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken zelve blijkt, dat het akkoord door de rechtbank ten onrechte als verworpen is beschouwd.
2. Indien het gerechtshof het proces-verbaal verbetert, bepaalt het bij zijne beschikking den dag, waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen, welke dag gesteld wordt op niet vroeger dan acht en niet later dan veertien dagen na de beschikking. Van deze beschikking geven de bewindvoerders schriftelijk kennis aan de schuldeischers. Deze beschikking brengt van rechtswege vernietiging mede van een ingevolge [artikel 277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2003-01-01&g=2003-01-01) uitgesproken faillissement.
##### Artikel 271
1. Indien het akkoord is aangenomen, wordt op de bepaalde dag ter openbare terechtzitting door de rechter-commissaris zo die is benoemd een schriftelijk rapport uitgebracht en kunnen zoowel de bewindvoerders als elke schuldeischer de gronden uiteenzetten, waarop zij de homologatie wenschen of haar bestrijden. [Artikel 152, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=152&z=2003-01-01&g=2003-01-01), vindt overeenkomstige toepassing.
2. De rechtbank kan bepalen, dat de behandeling der homologatie op een lateren, terstond door haar vast te stellen, dag zal plaats vinden.
##### Artikel 272
1. De rechtbank geeft zoo spoedig mogelijk hare met redenen omkleede beschikking.
2. Zij zal de homologatie weigeren:
- 1°. indien de baten van de boedel de bij het akkoord bedongen som te boven gaan;
- 2°. indien de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
- 3°. indien het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer schuldeischers of met behulp van andere oneerlijke middelen is tot stand gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft medegewerkt;
- 4°. indien het loon en de verschotten van de deskundigen en de bewindvoerders niet in handen van de bewindvoerders zijn gestort of daarvoor zekerheid is gesteld.
3. Zij kan ook op andere gronden en ook ambtshalve de homologatie weigeren.
4. De rechtbank, de homologatie weigerende, kan bij dezelfde beschikking den schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surséance zoodra de beschikking, waarbij de homologatie geweigerd is, in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde bladen.
5. De [artikelen 154-156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vinden overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 273
Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle schuldeischers te wier aanzien de surséance werkt.
##### Artikel 274
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het in [artikel 269](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde proces-verbaal, ten behoeve der door den schuldenaar niet betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.
##### Artikel 275
Zoolang niet over het aangeboden akkoord uiteindelijk is beslist, eindigt de surséance niet door verloop van den termijn, waarvoor zij is verleend.
##### Artikel 276
De surséance neemt een einde zoodra de homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde bladen.
##### Artikel 277
De rechtbank kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, den schuldenaar bij vonnis in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surséance zodra de termijn, in [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-01-01&g=2003-01-01) dan wel in [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoeld, ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging in de in [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde bladen.
##### Artikel 278
1. Indien de rechtbank de schuldenaar in staat van faillissement heeft verklaard, heeft deze recht van hoger beroep tegen de faillietverklaring gedurende acht dagen na de dag waarop de termijn van [artikel 269**a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269a&z=2003-01-01&g=2003-01-01) dan wel van [artikel 270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-01-01&g=2003-01-01) ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is.
2. Het hooger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur van de behandeling.
3. De griffier doet van het hooger beroep en van dag en uur, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de nieuwsbladen, waarin het verzoek tot surséance volgens [artikel 216](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=216&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is aangekondigd. Elke schuldeischer is bevoegd bij de behandeling op te komen.
##### Artikel 279
1. Tot het instellen van het beroep in cassatie is, indien het gerechtshof de faillietverklaring handhaaft, de schuldenaar en, indien het gerechtshof de faillietverklaring vernietigt, elke in hooger beroep opgekomen schuldeischer bevoegd.
2. Het beroep in cassatie wordt binnen denzelfden termijn en op dezelfde wijze als het hooger beroep ingesteld en behandeld, met dien verstande, dat de aankondiging in de dagbladen wordt vervangen door een exploot, binnen vier dagen na de aanteekening van het beroep uit te brengen aan de wederpartij.
##### Artikel 280
1. Ten aanzien van de ontbinding van het akkoord vinden de [artikelen 165](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=165&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=166&z=2003-01-01&g=2003-01-01) overeenkomstige toepassing.
2. Bij het vonnis, waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, wordt de schuldenaar tevens in staat van faillissement verklaard.
##### Artikel 281
In een faillissement, uitgesproken krachtens de[artikelen 272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [277](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=277&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [280](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2003-01-01&g=2003-01-01) kan een akkoord niet worden aangeboden.
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 281a
1. Indien er meer dan 10 000 schuldeisers zijn, behoeven op de staat, welke de schuldenaar krachtens [artikel 214](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=214&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bij zijn verzoek moet overleggen, de namen en woonplaatsen der schuldeisers, alsmede het bedrag der vorderingen van ieder hunner, niet te worden vermeld, doch kan worden volstaan met vermelding van de verschillende groepen van crediteuren, al naar gelang van de aard hunner vorderingen, en van het globale aantal en het globale bedrag van de gezamenlijke vorderingen van iedere groep.
2. Indien het aantal schuldeisers niet meer dan 10 000, doch wel meer dan 5000 bedraagt, kan de rechtbank toestaan dat de schuldenaar een staat overeenkomstig het vorige lid overlegt.
##### Artikel 281b
1. Indien blijkt dat het aantal schuldeisers meer dan 5000 bedraagt, kan de rechtbank op verzoek van de bewindvoerders de voorzieningen treffen, omschreven in de [artikelen 281c-281f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281c&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
2. De voorzieningen krachtens de [artikelen 281d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281d&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_A&artikel=281e&z=2003-01-01&g=2003-01-01) kunnen slechts gezamenlijk worden getroffen.
##### Artikel 281c
De rechtbank kan bepalen dat de oproepingen van de schuldeisers, bedoeld in de [artikelen 215, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=215&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [256, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=256&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [264, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=264&z=2003-01-01&g=2003-01-01), niet bij brieven, doch door aankondigingen in de door de rechtbank aan te wijzen nieuwsbladen zullen plaatsvinden. In dat geval bepaalt de rechtbank tevens op welke datum uiterlijk deze aankondigingen moeten geschieden en welke punten in de aankondigingen moeten worden opgenomen.
##### Artikel 281d
De rechtbank kan bepalen, dat bepaalde soorten van vorderingen of vorderingen beneden een bepaald bedrag - dat echter niet hoger zal mogen zijn dan € 450 - niet op de lijst bedoeld in [artikel 259](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=259&z=2003-01-01&g=2003-01-01), zullen behoeven te worden geplaatst.
##### Artikel 281e
1. De rechtbank kan een commissie van vertegenwoordiging benoemen, bestaande uit ten minste 9 leden. Bij de samenstelling van de commissie wordt er op gelet, dat daarin personen zitting hebben die geacht kunnen worden de belangrijkste groepen van de schuldeisers te vertegenwoordigen.
2. Bij de stemmingen, bedoeld in de [artikelen 218](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=218&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [268](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=268&z=2003-01-01&g=2003-01-01), hebben alleen de leden van de commissie stemrecht.
3. Surséance kan niet definitief worden verleend, indien zich daartegen verklaren meer dan een vierde van de ter vergadering, waarin daarover moet worden beslist, verschenen leden der commissie.
4. Tot het aannemen van een akkoord wordt vereist de toestemming van drie vierde van de ter vergadering, waarin daarover moet worden beslist, verschenen leden der commissie. Indien ter vergadering niet ten minste twee derde van de leden verschenen is, wordt de stemming over het akkoord tot een latere dag uitgesteld. Een nadere oproeping van de schuldeisers is niet vereist, doch de leden der commissie zullen door de bewindvoerders bij brieven tot de volgende vergadering worden opgeroepen. In deze vergadering wordt de stemming gehouden onafhankelijk van het aantal verschenen leden der commissie.
5. Voor de toepassing van de [artikelen 269, eerste lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=269&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [272](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en voor de overeenkomstige toepassing van [artikel 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2003-01-01&g=2003-01-01) wordt telkens in plaats van "schuldeisers" gelezen "leden der commissie" en voor de toepassing van [artikel 271](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=271&z=2003-01-01&g=2003-01-01) in plaats van "elke schuldeiser": elke schuldeiser en elk lid der commissie.
##### Artikel 281f
Indien te voorzien is dat er meer dan één uitkering aan de schuldeisers zal moeten geschieden, kan de rechtbank bij de homologatie van het akkoord bepalen, dat bij de eerste uitkering aan de schuldeisers een of meer papieren aan toonder zullen worden ter hand gesteld en dat betaling van de volgende uitkeringen uitsluitend door middel van aanbieding van zodanig papier zal kunnen worden gevorderd.
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die niet wordt beschouwd als een kredietinstelling op grond van de Wet toezicht kredietwezen 1992, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 281g
##### Artikel 281g
Deze afdeling is van toepassing op:
- a. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6);
- b. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 31, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 31, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31);
- c. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van [artikel 38, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38) is vrijgesteld van het verbod van [artikel 38, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38);
- d. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 6, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6) is ontheven van het verbod van [artikel 6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6);
- e. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 31, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31) is ontheven van het verbod van [artikel 31, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31);
- f. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van [artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38) is ontheven van het verbod van [artikel 38, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38);
- g. een financiële instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=1);
- h. een effecteninstelling als bedoeld in [artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007657&artikel=1);
- i. een centrale tegenpartij, indien deze in het kader van deelname aan het systeem op grond van een overboekingsopdracht effectentegoeden verkrijgt;
- j. een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie;
- k. een in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van effecteninstelling uitoefent door middel van een bijkantoor in Nederland.
##### Artikel 281h
De [artikelen 212a, onderdelen b tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [212b tot en met 212f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=11A&artikel=212b&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van de surséance van betaling, met dien verstande dat:
- –. voor «[artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=23&z=2003-01-01&g=2003-01-01)» wordt gelezen: [artikel 217](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=217&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
- –. voor «[artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=24&z=2003-01-01&g=2003-01-01)» wordt gelezen: [artikel 228, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=228&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
- –. voor «[artikel 53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2003-01-01&g=2003-01-01)» wordt gelezen: [artikel 234, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=234&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
- –. voor «[artikel 54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2003-01-01&g=2003-01-01)» wordt gelezen: [artikel 235, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=235&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 282
Tegen de beslissingen van den rechter, ingevolge de bepalingen van dezen titel gegeven, staat geen hoogere voorziening open, behalve in de gevallen, waarin het tegendeel is bepaald, en behoudens de mogelijkheid van cassatie in het belang der wet.
##### Artikel 283
1. De verzoeken, te doen ingevolge de[artikelen 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=219&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [223](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=223&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [225](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=225&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [242](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [243](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [247](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [247b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [270](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=270&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [272, laatste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=272&z=2003-01-01&g=2003-01-01) , [278](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=278&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [280, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede&artikel=280&z=2003-01-01&g=2003-01-01), moeten door een procureur zijn onderteekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerders.
2. Voor het instellen van beroep in cassatie is steeds de medewerking noodig van een advocaat bij den Hoogen Raad.
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2002-07-01&g=2002-07-01)
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 284
1. Een natuurlijke persoon kan, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
2. Hij zal zich daartoe bij een door hem of een gevolmachtigde ondertekend verzoekschrift wenden tot de rechtbank, aangewezen in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=2&z=2003-01-01&g=2003-01-01). Indien de gevolmachtigde niet als advocaat of procureur is ingeschreven, moet een geschrift waaruit de volmacht blijkt, bij het verzoekschrift worden overgelegd.
3. Een gehuwde schuldenaar of een schuldenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan kan het verzoek slechts doen met medewerking van zijn echtgenoot onderscheidenlijk zijn geregistreerde partner, tenzij iedere gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten onderscheidenlijk de geregistreerde partners is uitgesloten.
4. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ten behoeve van een natuurlijke persoon ook worden gedaan door burgemeester en wethouders van de gemeente waar die persoon woon- of verblijfplaats heeft.
##### Artikel 285
1. In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage worden opgenomen:
- a. een staat als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2003-01-01&g=2003-01-01);
- b. een gespecificeerde opgave van de inkomsten van de schuldenaar, hoe ook genaamd en ongeacht de titel van verkrijging, die de schuldenaar pleegt te verwerven of kan verwerven;
- c. een gespecificeerde opgave van de vaste lasten van de schuldenaar;
- d. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder b en c betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner;
- e. een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldsanering te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een kredietbank als bedoeld in de [Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815) of aan krachtens [artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=48) aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan.
2. In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage dan wel in een nadien, binnen een door de rechter in de uitspraak bedoeld in [artikel 287, eerste of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2003-01-01&g=2003-01-01), te bepalen termijn, doch uiterlijk op de vijftiende dag voorafgaande aan de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden, ter griffie neer te leggen stuk worden opgenomen:
- a. een ontwerp van een saneringsplan;
- b. een beredeneerde opgave van redelijkerwijs voorzienbare wijzigingen omtrent de in het eerste lid, onder b, bedoelde inkomsten gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag van de indiening van het verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- c. een opgave van de goederen van de schuldenaar, met vermelding van eventueel daarop rustende rechten van pand en hypotheek en retentierechten die daarop uitgeoefend kunnen worden;
- d. een opgave van de aard en het bedrag van de vorderingen ter zake waarvan de schuldenaar zich als borg of anderszins als medeschuldenaar heeft verbonden;
- e. indien de schuldenaar aan zijn schuldeisers een buitengerechtelijk akkoord heeft aangeboden dat niet is aanvaard, de inhoud van het ontwerp van het akkoord, de reden waarom het akkoord niet is aanvaard alsmede met welke middelen, bij aanvaarding van het akkoord, bevrediging van schuldeisers zou kunnen plaatsvinden;
- f. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder b betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner.
- g. een opgave van andere gegevens van belang voor het vaststellen door de rechter van een saneringsplan.
3. In het ontwerp van een saneringsplan doet de schuldenaar voorstellen omtrent door de rechtbank in het saneringsplan op te nemen regelingen.
4. De colleges van burgemeester en wethouders, een daartoe gemandateerde kredietbank of een daartoe aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de afgifte van verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
##### Artikel 286
Het verzoekschrift met bijbehorende stukken en die bedoeld in [artikel 285, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-01-01&g=2003-01-01), worden ter griffie van de rechtbank neergelegd en zijn vanaf de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ter kosteloze inzage van een ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 287
1. De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoekschrift uitspraak doen. Zij kan de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreken.
De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt geacht te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.
2. Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-01-01&g=2003-01-01), ontbreken, kan de rechtbank de schuldsaneringsregeling slechts voorlopig van toepassing verklaren, in welk geval zij de schuldenaar een termijn van ten hoogste eenentwintig dagen gunt om de ontbrekende gegevens te verstrekken.
3. Het vonnis bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een van de leden van de rechtbank tot rechter-commissaris en de benoeming van een bewindvoerder.
4. Heeft de rechtbank de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing verklaard, dan beslist zij uiterlijk op de achtentwintigste dag na de dag van die uitspraak of de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken. Zij kan alvorens te beslissen de schuldenaar, de rechter-commissaris, de bewindvoerder en een of meer schuldeisers oproepen om te worden gehoord. [Artikel 6, tweede lid,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van toepassing.
5. De rechtbank spreekt de definitieve toepassing niet uit indien de schuldenaar niet binnen de termijn bedoeld in het tweede of achtste lid de ontbrekende gegevens heeft verstrekt. De rechtbank kan de definitieve toepassing wel uitspreken indien de verklaring, bedoeld in [artikel 285, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-01-01&g=2003-01-01), ontbreekt op grond van een weigering of verzuim van de gemeente, de door haar gemandateerde kredietbank of van de aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon om de verklaring af te geven, en de rechtbank van oordeel is dat de afgifte van de door de schuldenaar verzochte verklaring in redelijkheid niet geweigerd had mogen worden.
6. Wordt geen definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, dan vervalt de voorlopige toepassing pas met ingang van de dag waarop de uitspraak waarbij de definitieve toepassing is afgewezen, in kracht van gewijsde is gegaan.
7. Indien het verzoekschrift op de voet van [artikel 284, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=284&z=2003-01-01&g=2003-01-01), door burgemeester en wethouders is ingediend, kan de rechtbank de schuldsaneringsregeling slechts voorlopig van toepassing verklaren, in welk geval de schuldenaar wordt opgeroepen om te worden gehoord als bedoeld in het vierde lid, tweede volzin.
8. Indien het zevende lid toepassing vindt en in het verzoekschrift of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in [artikel 285, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-01-01&g=2003-01-01), ontbreken, stelt de rechtbank de schuldenaar in de gelegenheid om binnen een termijn van eenentwintig dagen de ontbrekende gegevens te verstrekken.
9. De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
##### Artikel 288
1. Het verzoek wordt afgewezen:
- a. indien de schuldenaar in staat geacht wordt te kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
- b. indien er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal trachten zijn schuldeisers te benadelen of zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen;
- c. indien de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is.
2. Het verzoek kan worden afgewezen:
- a. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, de schuldenaar ingevolge een bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak in staat van faillissement heeft verkeerd of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest;
- b. indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.
3. Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.
4. Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
##### Artikel 289
1. Het vonnis waarbij de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken, kan tevens de vaststelling inhouden van de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. In de verificatievergadering worden tevens behandeld het ontwerp van een saneringsplan en, indien de schuldenaar dat heeft ingediend, het ontwerp van een akkoord.
2. Indien de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden niet in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, zijn vastgesteld, kunnen deze op een later tijdstip door de rechtbank worden vastgesteld, ambtshalve, of op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de schuldenaar of van de bewindvoerder. De rechtbank kan, zolang geen verificatievergadering is bepaald, te allen tijde ambtshalve, op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de schuldenaar of van de bewindvoerder een saneringsplan vaststellen.
3. Indien de rechtbank de verificatievergadering bepaalt, stelt zij tevens vast de dag waarop uiterlijk de schuldvorderingen bij de bewindvoerder moeten worden ingediend.
4. Tussen de in het derde lid bedoelde dag en de dag van de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.
5. De verificatievergadering zal niet eerder worden gehouden dan twee maanden na de dag van de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling.
##### Artikel 290
1. De rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt, kan in deze uitspraak tevens voorzieningen treffen die hij ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers nodig oordeelt.
2. De rechtbank kan dit ook terwijl de schuldsaneringsregeling van toepassing is op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
##### Artikel 291
1. De rechter kan in de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling één of meer deskundigen benoemen ten einde binnen een door hem te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hun bevindingen uit te brengen. Het [tweede lid van artikel 290](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=290&z=2003-01-01&g=2003-01-01) vindt overeenkomstige toepassing.
2. Het verslag bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door de schuldenaar overgelegde staat en bescheiden en, indien de rechter daarom heeft verzocht, een voorstel omtrent door de rechtbank in het saneringsplan op te nemen regelingen.
##### Artikel 292
1. Tegen de uitspraak tot de voorlopige of definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld.
2. Indien het verzoek wordt afgewezen, heeft de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen.
3. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting.
4. Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldenaar door het gerechtshof is afgewezen, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.
5. Indien de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing is verklaard en het hoger beroep of de cassatie zich richt tegen de afwijzing tot het definitief van toepassing verklaren van die regeling, geeft de griffier van het gerechtshof onderscheidenlijk de Hoge Raad van de indiening van het verzoek en van het arrest van het gerechtshof onderscheidenlijk de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
6. De schuldsaneringsregeling kan in hoger beroep of in cassatie slechts definitief van toepassing worden verklaard.
7. Indien het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
8. Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank, waarbij de schuldenaar zijn verzoek heeft ingediend. De rechtbank gaat terstond na die kennisgeving over tot benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
##### Artikel 293
1. De griffier van de rechtbank doet van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, van de naam, de woonplaats en het beroep van de schuldenaar, van de naam van de rechter-commissaris, van de naam en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerder alsmede van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2003-01-01&g=2003-01-01), onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen.
2. De griffier van de rechtbank geeft van de verlening van de schuldsanering onverwijld kennis aan de administratie der posterijen. In de kennisgeving wordt melding gemaakt van de in [artikel 287, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=287&z=2003-01-01&g=2003-01-01), bedoelde last.
##### Artikel 294
1. Bij elke rechtbank wordt door de griffier een openbaar register gehouden, waarin hij, voor iedere van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling afzonderlijk, achtereenvolgens, met vermelding van de dagtekening, inschrijft:
- a. een uittreksel van de rechterlijke uitspraken tot de voorlopige en definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot beëindiging daarvan;
- b. de beëindiging en de herleving van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in [artikel 312](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2003-01-01&g=2003-01-01);
- c. de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord;
- d. de ontbinding van het akkoord;
- e. de summiere inhoud van het vastgestelde en gewijzigde saneringsplan;
- f. het bedrag van de uitdelingen;
- g. de summiere inhoud van de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-01-01&g=2003-01-01);
- h. de datum waarop de schuldsaneringsregeling ingevolge het bepaalde in [artikel 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=356&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is geëindigd.
2. Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
3. De griffier is verplicht aan een ieder kosteloze inzage van het register en tegen betaling een uittreksel daaruit te verstrekken.
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 295
1. De boedel omvat de goederen van de schuldenaar ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, alsmede de goederen die hij tijdens de toepassing van die regeling verkrijgt.
2. Van het inkomen en van periodieke uitkeringen onder welke benaming ook die de schuldenaar verkrijgt, wordt, onverminderd het derde lid, slechts buiten de boedel gelaten een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in [artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=475d).
3. Totdat het saneringsplan is vastgesteld, kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking het bedrag bedoeld in het tweede lid verhogen met een in die beschikking vast te stellen nominaal bedrag. De rechtercommissaris kan aan zijn beschikking voorwaarden verbinden. Een verhoging kan ook door de rechter worden vastgesteld in de uitspraak tot de voorlopige of definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling.
4. Buiten de boedel vallen voorts:
- a. de goederen die de schuldenaar, anders dan om niet, verkrijgt krachtens een tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot stand gekomen overeenkomst indien de met die verkrijging samenhangende prestatie van de schuldenaar niet ten laste van de boedel komt;
- b. de inboedel, voor zover niet bovenmatig, bedoeld in [artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=5);
- c. hetgeen is vermeld in [artikel 21, onder 1°, 3°, 5° en 6°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01);
- d. het door de rechter of, totdat het saneringsplan is vastgesteld, door de rechter-commissaris overeenkomstig [artikel 21, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01), vastgestelde bedrag.
5. Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. In dat geval ontvangt de schuldenaar uit de boedel, indien dat goed op de voet van [artikel 347](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=347&z=2003-01-01&g=2003-01-01) te gelde wordt gemaakt en voor zover de opbrengst daarvan toereikend is, de waarde van zijn prestatie tot verkrijging van dat goed, bij voorrang te voldoen voordat met betalingen uit de boedel aan schuldeisers kan worden begonnen.
6. Ten aanzien van het tweede en vierde lid, onder c en d, is [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=22&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 295a
1. Ten aanzien van een overeenkomst van levensverzekering als omschreven in [artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006509&artikel=1), vallen voorts buiten de boedel:
- a. het recht op het doen afkopen van een levensverzekering voor zover de begunstigde of de verzekeringnemer door afkoop onredelijk benadeeld wordt;
- b. het recht om de begunstiging te wijzigen, tenzij de wijziging geschiedt ten behoeve van de boedel en de begunstigde of de verzekeringnemer daardoor niet onredelijk benadeeld wordt;
- c. het recht om de verzekering te belenen.
2. Voor de uitoefening van het recht op het doen afkopen en het recht om de begunstiging te wijzigen, behoeft de bewindvoerder de toestemming van de rechter-commissaris, die daarbij zonodig vaststelt tot welk bedrag deze rechten mogen worden uitgeoefend. Slechts met schriftelijke toestemming van de verzekeringnemer is de bewindvoerder bevoegd tot overdracht van de verzekering.
3. Indien de bewindvoerder de begunstiging heeft gewijzigd, vervalt deze aanwijzing met de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
##### Artikel 296
1. Door de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling verliest de schuldenaar van rechtswege:
- a. de bevoegdheid om over de tot de boedel behorende goederen te beschikken;
- b. de bevoegdheid om ten aanzien van die goederen feitelijke handelingen te verrichten en toe te laten.
2. De schuldenaar is verplicht alle goederen die tot de boedel behoren op verzoek van de bewindvoerder aan hem af te leveren.
3. De rechter-commissaris kan op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking ten aanzien van bepaaldelijk daartoe aan te wijzen goederen bepalen dat de schuldenaar daarover het beheer heeft.
##### Artikel 297
1. Onverminderd het bepaalde in [artikel 296](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is de schuldenaar zelfstandig bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen.
2. De schuldenaar behoeft niettemin de toestemming van de bewindvoerder voor de volgende rechtshandelingen:
- a. het aangaan van een krediettransactie als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het consumentenkrediet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&artikel=1) (Stb. 1990, 395);
- b. overeenkomsten waarbij hij zich als borg of anderszins als medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt;
- c. giften, met uitzondering van de gebruikelijke, voor zover niet bovenmatig.
3. Een rechtshandeling in strijd met het tweede lid verricht, is vernietigbaar. Slechts de bewindvoerder kan deze vernietigingsgrond inroepen.
##### Artikel 298
Voor verbintenissen van de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk dan voor zover deze ten gevolge daarvan is gebaat.
##### Artikel 299
1. De schuldsaneringsregeling werkt ten aanzien van:
- a. vorderingen op de schuldenaar die ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaan;
- b. vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór die uitspraak met de schuldenaar gesloten overeenkomst;
- c. vorderingen die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de schuldenaar verkregen vordering;
- d. vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan door de vervulling van een vóór die uitspraak overeengekomen ontbindende voorwaarde;
- e. vorderingen op de schuldenaar die ontstaan krachtens [artikel 10 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=10) uit hoofde van een ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling reeds bestaande rechtsbetrekking.
2. Rechtsvorderingen die voldoening van een vordering uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ook tegen de schuldenaar op geen andere wijze worden ingesteld dan door aanmelding ter verificatie.
3. De [artikelen 57 tot en met 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 299a
1. De schuldsaneringsregeling werkt niet ten aanzien van vorderingen uit hoofde van studieschulden waarop [hoofdstuk 6 van de Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6) van toepassing is, behoudens voor zover die vorderingen betrekking hebben op de in [artikel 6.8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.8) bedoelde achterstallige schulden die bestaan ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. Zolang de schuldsaneringsregeling van toepassing is, wordt de aflosfase bedoeld in [artikel 6.7 van de Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=6.7) opgeschort. Gedurende deze periode is over de studieschuld geen rente verschuldigd.
##### Artikel 299b
1. De schuldeiser die retentierecht heeft op een aan de schuldenaar toebehorende zaak, verliest dit recht niet door het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling.
2. De bewindvoerder kan, voor zover dit in het belang is van de boedel, de zaak in de boedel terugbrengen door voldoening van de vordering waarvoor het retentierecht kan worden uitgeoefend.
3. De schuldeiser kan de bewindvoerder een redelijke termijn stellen om tot toepassing van het tweede lid over te gaan. Heeft de bewindvoerder niet binnen deze termijn de zaak in de boedel teruggebracht, dan kan de schuldeiser haar verkopen met overeenkomstige toepassing van de bepalingen betreffende parate executie door een pandhouder of, als het een registergoed betreft, die betreffende parate executie door een hypotheekhouder. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de bewindvoerder een of meermalen te verlengen.
4. Betreft het een registergoed, dan dient de schuldeiser, op straffe van verval van het recht van parate executie, binnen veertien dagen na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, aan de bewindvoerder bij exploit aan te zeggen dat hij tot executie overgaat, en dit exploit in de openbare registers te doen inschrijven.
5. De bewindvoerder kan de schuldeiser die overeenkomstig het derde lid het recht van parate executie kan uitoefenen, een redelijk termijn stellen daartoe over te gaan. Heeft de schuldeiser de zaak niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de bewindvoerder haar opeisen en met toepassing van [artikel 326](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=326&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=347&z=2003-01-01&g=2003-01-01), verkopen, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292) toegekend. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de schuldeiser een of meermalen te verlengen.
##### Artikel 300
De schuldsaneringsregeling werkt niet ten voordele van borgen en andere medeschuldenaren.
##### Artikel 301
1. Een vordering van de ontvanger als bedoeld in [artikel 19 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=19) (Stb. 221) is niet toegelaten.
2. Alle ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot verhaal van zijn schulden aangevangen executies worden geschorst.
3. De gelegde beslagen vervallen zodra de uitspraak, houdende de vaststelling van het saneringsplan, in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij de rechter op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerder af te geven verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
4. Een vervallen beslag herleeft, zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 350, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploit is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
5. Het tweede, derde en vierde lid zijn eveneens van toepassing ten aanzien van executies en beslagen, aangevangen of gelegd ten behoeve van vorderingen welke door pand of hypotheek zijn gedekt, voor zover die executies en beslagen niet zijn aangevangen en gelegd op goederen, welke voor die vorderingen bijzonderlijk zijn verbonden.
##### Artikel 302
Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, is hij daaruit van rechtswege ontslagen door de uitspraak tot de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, tenzij de gijzeling plaatsvindt anders dan wegens een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
##### Artikel 303
1. Met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is de schuldenaar wettelijke noch bedongen rente verschuldigd over vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien:
- a. de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling niet wordt uitgesproken;
- b. de schuldenaar tijdens het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak failliet is verklaard of door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in staat van faillissement komt te verkeren.
##### Artikel 304
1. Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een verbintenis tot betaling van een geldsom die is ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. Een tekortkoming in de nakoming van de schuldenaar als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.
3. Een beroep door de wederpartij op een beding dat een uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de bewindvoerder.
##### Artikel 305
1. Indien de schuldenaar huurder is, kan hij met machtiging van de bewindvoerder en, indien de schuldsaneringsregeling definitief van toepassing is verklaard, kan de bewindvoerder de huur tussentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiedt tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen de dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
2. De verhuurder is bevoegd de huur tussentijds te beëindigen indien de schuldenaar jegens de verhuurder een verplichting die ontstaat na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, niet nakomt, mits de opzegging geschiedt tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. De tweede en derde volzin van het eerste lid zijn van toepassing.
3. Indien de schuldenaar pachter is, vinden het eerste en tweede lid overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 306
Een betaling ten laste van niet tot de boedel behorende goederen van de schuldenaar verricht, op vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, is nietig.
##### Artikel 307
1. Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser is van de persoon ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling is uitgesproken, kan zijn schuld met zijn vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, slechts verrekenen indien beide zijn ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2. [Artikel 53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=53&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 308
Een betaling door de schuldenaar anders dan ten laste van de boedel verricht, wordt niet toegerekend op een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
##### Artikel 309
1. De rechter-commissaris kan op verzoek van elke belanghebbende of ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar of de bewindvoerder bevinden, voor een periode van ten hoogste één maand niet dan met machtiging van de rechter-commissaris kan worden uitgeoefend.
2. De rechter-commissaris kan de periode telkens met een maand verlengen, met dien verstande dat de periode in ieder geval eindigt op het tijdstip waarop de uitspraak, houdende de vaststelling van het saneringsplan, in kracht van gewijsde is gegaan.
3. De rechter-commissaris kan de beschikking beperken tot bepaalde derden en voorwaarden verbinden zowel aan de beschikking als aan de machtiging van een derde tot uitoefening van een aan deze toekomende bevoegdheid.
4. Gedurende de in het eerste en tweede lid bedoelde perioden lopen aan of door de derden ter zake van hun bevoegdheid gestelde termijnen voort, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is om de derde dan wel de bewindvoerder in staat te stellen na afloop van de periode zijn standpunt te bepalen. Degene die de termijn heeft gesteld kan opnieuw een redelijke termijn stellen.
5. De in de eerste volzin van het eerste lid bedoelde beslissing kan ook op verzoek van de schuldenaar dan wel ambtshalve worden gegeven door de rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt.
##### Artikel 310
1. De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat betaling op niet tot de boedel behorende vorderingen van de schuldenaar tot betaling van een geldsom, moet geschieden aan de bewindvoerder. De rechter-commissaris kan de beschikking beperken tot een bepaalde periode en tot bepaalde vorderingen.
2. De bewindvoerder brengt de schuldenaren die het aangaat bij brief van de beschikking bedoeld in het eerste lid op de hoogte.
3. De door de bewindvoerder ingevolge het eerste lid ontvangen gelden behoren niet tot de boedel. De bewindvoerder voert ter zake een afzonderlijke administratie.
4. De bewindvoerder voldoet uit de door hem ingevolge het eerste lid ontvangen gelden voor en namens de schuldenaar vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling niet werkt en die ter voldoening door de rechter-commissaris zijn aangewezen.
##### Artikel 311
1. De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder of de schuldenaar dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat de schuldenaar gedurende een in die beschikking vast te stellen periode bevoegd is ten behoeve van de boedel de uitoefening van zijn zelfstandig beroep of bedrijf voort te zetten. De rechter-commissaris kan een periode telkens verlengen en aan zijn beschikking voorwaarden verbinden.
2. Een beschikking als bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat de schuldenaar bevoegd is alle handelingen waartoe de bewindvoerder toestemming heeft gegeven en die voor de normale uitoefening van het beroep of bedrijf nodig zijn, te verrichten.
3. Vorderingen die voortvloeien uit een voortzetting van de uitoefening van het beroep of bedrijf waartoe de schuldenaar op grond van dit artikel bevoegd is, waaronder te begrijpen de verschuldigde huurpenningen, voor zover aan die voortzetting toe te rekenen, zijn boedelschulden.
##### Artikel 312
1. Gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar in staat van faillissement worden verklaard ter zake van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling niet werkt.
2. Door de faillietverklaring van de schuldenaar eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Van de beëindiging wordt door de curator melding gemaakt in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
3. Indien tengevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de faillietverklaring wordt vernietigd, herleeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege. Daarvan wordt melding gemaakt in de aankondiging bedoeld in [artikel 15, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15&z=2003-01-01&g=2003-01-01). [Artikel 15d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=15d&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 313
De[artikelen 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=25&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [27 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [34 tot en met 38a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=34&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [40 tot en met 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [54 tot en met 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=54&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [60a tot en met 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=60a&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
##### Artikel 314
1. De rechter-commissaris houdt toezicht op de vervulling door de bewindvoerder van de door hem ingevolge deze titel te verrichten taken.
2. De[artikelen 65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=65&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=1&artikel=66&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 315
1. Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris staat gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank open. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.
2. Niettemin kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikkingen die zijn genomen overeenkomstig de[artikelen 21, onder 4°, 34, 58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [59a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [94, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [102, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [125](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=125&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [127, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en de beschikkingen bedoeld in de[artikelen 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [artikel 299b, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [310, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=310&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [311, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=311&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [316, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=DERDE&artikel=316&z=2003-01-01&g=2003-01-01),[318, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=DERDE&artikel=318&z=2003-01-01&g=2003-01-01),[324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=324&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [326, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=326&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [332, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=2&artikel=332&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [347, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=347&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 316
1. De bewindvoerder is belast met:
- a. het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien;
- b. het beheer en de vereffening van de boedel;
- c. de uitvoering van het saneringsplan.
2. Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=37&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=58&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [59a, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=59a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [326, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=326&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [349, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Achtste&artikel=349&z=2003-01-01&g=2003-01-01), behoeft de bewindvoerder machtiging van de rechter-commissaris. [Artikel 72](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=2&artikel=72&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 317
1. Ieder der schuldeisers van vorderingen waarvoor de schuldsaneringsregeling werkt en de schuldenaar kunnen bij verzoekschrift tegen elke handeling van de bewindvoerder bij de rechter-commissaris opkomen, of van deze een bevel uitlokken dat de bewindvoerder een bepaalde handeling zal verrichten of een voorgenomen handeling zal nalaten.
2. De rechter-commissaris beslist, na de bewindvoerder te hebben gehoord, binnen drie dagen.
##### Artikel 318
1. De bewindvoerder brengt uiterlijk tien dagen voor de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden een verslag uit over de toestand van de boedel en vervolgens telkens na verloop van zes maanden, een verslag over de uitvoering van het saneringsplan. De bewindvoerder legt zijn verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van schuldeisers. De nederlegging geschiedt kosteloos.
2. De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden, kan op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve door de rechter-commissaris worden verlengd.
##### Artikel 319
1. De rechtbank is bevoegd de bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, te ontslaan en door een ander te vervangen, hetzij op voordracht van de rechter-commissaris hetzij op een met redenen omkleed verzoek van de bewindvoerder, een of meer schuldeisers dan wel de schuldenaar.
2. De ontslagen bewindvoerder legt rekening en verantwoording af aan de in zijn plaats benoemde bewindvoerder.
##### Artikel 320
1. De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast in het vonnis bedoeld in [artikel 354, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
2. De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerder tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling telkens voor een daarbij door de rechtbank vast te stellen periode een voorschot op het salaris toekennen.
3. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op de voet van [artikel 338, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-01-01&g=2003-01-01), of [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), stelt de rechtbank daarbij tevens het salaris vast.
4. Eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2003-01-01&g=2003-01-01), dan stelt de rechtbank het salaris vast zodra de uitspraak tot faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.
5. In geval van akkoord wordt het salaris bij het vonnis van homologatie bepaald.
6. Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
7. Het salaris van de bewindvoerder is schuld van de boedel en wordt bij voorrang voldaan boven alle andere schulden en boven een betaling bedoeld in [artikel 295, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-01-01&g=2003-01-01). Het in de vorige volzin bepaalde is ook van toepassing op de verschotten en op de publicaties die ingevolge deze titel zijn voorgeschreven.
8. De kosten van de ingevolge deze titel voorgeschreven publicaties die niet uit de boedel kunnen worden voldaan, en het salaris van deskundigen komen ten laste van de Staat. De griffier van de rechtbank waarbij de schuldenaar zijn verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend, draagt zorg voor de voldoening van het door de rechtbank vast te stellen bedrag dat ten laste van de Staat komt.
##### Artikel 321
De [artikelen 85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=85&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Derde¶graaf=5&artikel=86&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
##### Artikel 137a
1. Indien aannemelijk is dat de beschikbare baten niet voldoende zijn om daaruit de concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, kan de rechter-commissaris op verzoek van de curator dan wel ambtshalve bepalen dat afhandeling van concurrente vorderingen achterwege blijft en dat geen verificatievergadering wordt gehouden.
2. De curator geeft van de in het eerste lid bedoelde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
3. Ingeval de in het eerste lid bedoelde beschikking is gegeven, is deze afdeling van toepassing. De vijfde afdeling vindt geen toepassing op concurrente vorderingen. Op niet-concurrente vorderingen zijn de artikelen 128 tot en met 136 van de vijfde afdeling van overeenkomstige toepassing. Dezesde en de zevende afdeling vinden geen toepassing, tenzij hierna anders is bepaald.
##### Artikel 137b
1. De curator gaat na welke vorderingen bevoorrecht zijn of door pand, hypotheek of retentierecht gedekt zijn.
2. Indien de curator een vordering dan wel de aan een vordering verbonden voorrang betwist, geeft hij de desbetreffende schuldeiser daarvan bericht en treedt hij met hem in overleg ter regeling van dit geschil.
3. Indien de curator geen overeenstemming bereikt met de in het vorige lid bedoelde schuldeiser, legt hij het geschil aan de rechter-commissaris voor. [Artikel 122, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van overeenkomstige toepassing.
4. De gefailleerde is bevoegd zijn bezwaren tegen een vordering dan wel tegen de aan een vordering verbonden voorrang aan de curator kenbaar te maken, die, als hij de bezwaren niet kan wegnemen, deze aan de rechter-commissaris voorlegt. [Artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137c
1. De curator gaat over tot tegeldemaking van de boedel. De [artikelen 175 , tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De curator maakt een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator), de namen van de schuldeisers die een bevoorrechte of door pand, hypotheek of retentierecht gedekte vordering hebben, het bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering.
3. Voor de vorderingen waarover een geschil als bedoeld in [artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2003-11-15&g=2003-11-15) aanhangig is, trekt de curator op de lijst percenten over het volle bedrag uit, alsmede percenten voor in verband daarmee nog aan te wenden kosten. [Artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137d
1. De curator legt de uitdelingslijst ter goedkeuring aan de rechter-commissaris voor.
2. De curator legt een afschrift van de door de rechter-commissaris goedgekeurde lijst alsmede een verslag over de toestand van de boedel ter griffie van de rechtbank neder om aldaar gedurende tien dagen kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
3. Van de nederlegging doet de curator aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
4. De curator geeft daarvan schriftelijk bericht aan alle bekende schuldeisers, met mededeling dat de uitdelingslijst geen betrekking heeft op concurrente vorderingen.
5. [Artikel 182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137e
1. Gedurende de in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2003-11-15&g=2003-11-15), genoemde termijn kan iedere schuldeiser in verzet komen tegen de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem wordt door de griffier een bewijs van ontvangst gegeven.
2. Het bezwaarschrift wordt als bijlage bij de uitdelingslijst gevoegd.
3. Het verzet door een concurrente schuldeiser kan niet worden gegrond op het enkele feit dat zijn vordering niet op de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst is geplaatst.
4. De [artikelen 185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=185&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=187&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137f
1. Na afloop van de termijn, genoemd in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2003-11-15&g=2003-11-15), of, indien verzet is gedaan, nadat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, gaat de curator over tot het doen van de vastgestelde uitkering.
2. De [artikelen 188](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=188&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [190](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=190&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2003-11-15&g=2003-11-15) en [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137g
1. Indien tijdens de vereffening baten opkomen die van zodanige omvang zijn dat uit de opbrengst daarvan ook concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden voldaan, bepaalt de rechter-commissaris dat alsnog een verificatievergadering wordt gehouden en stelt daartoe dag, uur en plaats vast, alsmede de dag waarop uiterlijk de vorderingen ingediend moeten worden. [Artikel 108, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-11-15&g=2003-11-15), is van toepassing.
2. De curator geeft van de in het vorige lid genoemde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers kennis en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
3. De vijfde, zesde en zevende afdeling zijn van toepassing.
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2003-01-01&g=2003-01-01)
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
##### Artikel 322
De bewindvoerder geeft van de dagen, uur en plaats bedoeld in [artikel 289](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2003-01-01&g=2003-01-01) onverwijld aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis. In de kennisgeving wordt melding gemaakt dat gedurende een termijn van veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering een ontwerp van een saneringsplan op de griffie ter inzage ligt. Indien de schuldenaar een ontwerp van akkoord ter griffie heeft neergelegd, wordt daarvan eveneens melding gemaakt.
##### Artikel 323
De bewindvoerder zorgt, dadelijk na zijn benoeming, door alle nodige en gepaste middelen voor de bewaring van de boedel. Tenzij de rechtercommissaris anders bepaalt, neemt de bewindvoerder de tot de boedel behorende bescheiden en andere gegevensdragers, gelden, kleinodiën, effecten en andere papieren van waarde tegen ontvangstbewijs onder zich, behoudens voor zover het beheer daarover op grond van een beslissing als bedoeld in [artikel 296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-01-01&g=2003-01-01), toekomt aan de schuldenaar.
##### Artikel 324
1. [Artikel 94, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=94&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Van de goederen bedoeld in [artikel 295, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-01-01&g=2003-01-01), wordt een staat aan de beschrijving gehecht.
3. De rechter-commissaris kan bepalen dat de bewindvoerder een staat opmaakt als bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=96&z=2003-01-01&g=2003-01-01) ter vervanging van de staat bedoeld in [artikel 285, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=285&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 325
Een afschrift van de boedelbeschrijving en, indien toepassing is gegeven aan [artikel 324, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=324&z=2003-01-01&g=2003-01-01), van de staat in dat artikellid bedoeld, worden ter kosteloze inzage van een ieder nedergelegd ter griffie van de rechtbank die de schuldsaneringsregeling van toepassing heeft verklaard.
De nederlegging geschiedt kosteloos.
##### Artikel 326
1. De bewindvoerder is, voordat de uitspraak houdende de vaststelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan, bevoegd tot de boedel behorende goederen te vervreemden, voor zover de vervreemding noodzakelijk is ter bestrijding van de kosten van de schuldsaneringsregeling of de goederen niet dan met nadeel voor de boedel bewaard kunnen blijven.
2. De goederen worden ondershands verkocht, tenzij de rechtercommissaris bepaalt dat de verkoop in het openbaar zal geschieden.
##### Artikel 327
De [artikelen 99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=99&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [102 tot en met 105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=102&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [107](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vierde&artikel=107&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
##### Artikel 328
1. Op de verificatie van vorderingen zijn de [artikelen 110 tot en met 116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=110&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [119 tot en met 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=119&z=2003-01-01&g=2003-01-01) (in welk laatste artikel in de plaats van 108, 1°, wordt gelezen: 289, derde lid) en [129 tot en met 137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=129&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Renten, na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling lopende ten aanzien van door pand of hypotheek gedekte vorderingen, worden pro memorie geverifieerd. Voor zover de renten op de opbrengst daarvan niet batig gerangschikt worden, kan de schuldeiser aan deze verificatie geen rechten ontlenen.
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
##### Artikel 329
1. De schuldenaar is bevoegd ten aanzien van vorderingen waarvoor de schuldsaneringsregeling werkt aan de schuldeisers van die vorderingen een akkoord aan te bieden.
2. Het ontwerp van akkoord wordt ter griffie van de rechtbank nedergelegd ter kosteloze inzage van een ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.
3. Aanbieding van een akkoord op een tijdstip nadat een saneringsplan is vastgesteld, is ook toegelaten indien vóór die vaststelling een akkoord is verworpen of de homologatie is geweigerd. De in de vorige volzin bedoelde bevoegdheid kan één keer worden uitgeoefend.
4. Vóórdat een saneringsplan is vastgesteld, kan aanbieding van een akkoord slechts geschieden door nederlegging van het ontwerp van akkoord ter griffie uiterlijk op de vijftiende dag vóór de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden.
5. Is een ontwerp van akkoord gevoegd bij het verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan doet de griffier daarvan opgave in de aankondiging bedoeld in [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
6. Indien de nederlegging van een ontwerp van akkoord geschiedt na de indiening van het verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, doet de bewindvoerder daarvan onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechtercommissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen. Tevens geeft de bewindvoerder van de nederlegging onverwijld bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers, tenzij daarvan reeds melding is gemaakt in de kennisgeving bedoeld in [artikel 322](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIERDE&artikel=322&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 330
Het ontwerp van een akkoord vervalt:
- a. indien de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling niet wordt uitgesproken;
- b. indien, voordat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, een rechterlijke uitspraak tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde gaat;
- c. indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in [artikel 312, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=312&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 331
1. Indien het ontwerp van akkoord is nedergelegd overeenkomstig [artikel 329, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=2&artikel=329&z=2003-01-01&g=2003-01-01), wordt daarover in de vergadering na afloop van de verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist.
2. Indien het ontwerp van akkoord is nedergelegd nadat een saneringsplan is vastgesteld, zal de rechter-commissaris dadelijk dag, uur en plaats vaststellen waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris zal worden geraadpleegd en beslist.
3. Bij toepassing van het tweede lid doet de bewindvoerder van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen.
Tevens geeft de bewindvoerder daarvan onverwijld bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers.
##### Artikel 332
1. De schuldenaar is ter vergadering bevoegd tot toelichting en verdediging van het akkoord op te treden en het, staande de raadpleging, te wijzigen.
2. Tot stemming over het akkoord zijn bevoegd de schuldeisers van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt. Pandhouders, hypotheekhouders en schuldeisers als bedoeld in [artikel 299b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn tot stemmen bevoegd, indien zij vóór de aanvang van de stemming van hun recht van parate executie afstand doen. Zij herkrijgen dat recht niet, ongeacht of het akkoord wordt aanvaard, verworpen of overeenkomstig het vierde lid wordt vastgesteld.
3. Tot het aannemen van het akkoord wordt vereist:
- a. de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, welke tezamen ten minste de helft van het totale bedrag van hun vorderingen vertegenwoordigen; en
- b. de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en voorwaardelijk toegelaten concurrente schuldeisers, welke tezamen ten minste de helft van het totale bedrag van hun vorderingen vertegenwoordigen.
4. In afwijking van het derde lid kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien:
- a. drie vierde van de schuldeisers van vorderingen waaraan voorrang is verbonden en drie vierde van de concurrente schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
- b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de toepassing van de schuldsaneringsregeling worden voortgezet, naar verwachting aan betaling op hun vorderingen zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
5. Het proces-verbaal van de vergadering vermeldt de inhoud van het akkoord, de namen van de verschenen stemgerechtigde schuldeisers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, de uitslag van de stemming en, indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, de beschikking van de rechter-commissaris.
6. [Artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 333
Indien over het akkoord is gestemd in een vergadering als bedoeld in [artikel 331, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=2&artikel=331&z=2003-01-01&g=2003-01-01), vinden de [artikelen 335, eerste lid, aanhef en onder a en b, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=3&artikel=335&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [336](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=3&artikel=336&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [337, eerste en tweede lid, aanhef en onder a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [338, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [339, eerste, tweede, derde en vierde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=339&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [340](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=340&z=2003-01-01&g=2003-01-01) overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
##### Artikel 334
1. In de verificatievergadering stelt de rechter-commissaris iedere verschenen schuldeiser van een of meer vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, in de gelegenheid zijn standpunt kenbaar te maken omtrent het al dan niet voortzetten van de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsmede omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
2. De schuldenaar is bevoegd tot verdediging van de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot toelichting en verdediging van het ontwerp van een saneringsplan. Hij kan het ontwerp staande de vergadering wijzigen.
3. Over de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en over het ontwerp van een saneringsplan wordt niet door ter vergadering verschenen schuldeisers bij stemming beslist.
4. Het proces-verbaal van de verificatievergadering vermeldt het standpunt van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 335
1. De rechter-commissaris bepaalt vóór het sluiten van de verificatievergadering de terechtzitting waarop de rechtbank achtereenvolgens zal behandelen:
- a. verzoekschriften, indien deze op de voet van [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ingediend;
- b. de homologatie van het akkoord, indien een akkoord is aangenomen of vastgesteld;
- c. de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- d. het door de schuldenaar ingediende ontwerp van een saneringsplan.
2. De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de dag waarop de verificatievergadering heeft plaatsgevonden. [Artikel 151](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=151&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 336
1. Het proces-verbaal van de verificatievergadering wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier. Bij het proces-verbaal worden gevoegd het ontwerp van een saneringsplan en, indien van toepassing, het akkoord.
2. Gedurende acht dagen kan een ieder ter griffie kosteloze inzage verkrijgen van de stukken bedoeld in het eerste lid.
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
##### Artikel 337
1. Op de openbare terechtzitting, bepaald ingevolge [artikel 335, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=VIJFDE¶graaf=3&artikel=335&z=2003-01-01&g=2003-01-01), wordt door de rechter-commissaris verslag uitgebracht.
2. Ieder van de schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, kan in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur:
- a. de gronden uiteenzetten waarop hij de homologatie van een akkoord wenst of haar bestrijdt;
- b. de gronden uiteenzetten waarop hij de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wenst of haar bestrijdt;
- c. zijn standpunt verklaren omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
3. De schuldenaar is bevoegd tot verdediging van zijn belangen op te treden.
##### Artikel 338
1. Op de dag van de terechtzitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-01-01&g=2003-01-01), of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank uitspraak.
2. Zij zal, voor zover van toepassing, eerst bij met redenen omklede beschikking uitspraak doen op verzoekschriften als bedoeld in [artikel 149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=149&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en tot homologatie van het akkoord dan wel tot weigering daarvan. [Artikel 153, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=153&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de homologatie wordt geweigerd, kan de rechter de schuldenaar niet in staat van faillissement verklaren.
4. Indien de schuldenaar geen akkoord heeft aangeboden of de homologatie is geweigerd, bepaalt de rechtbank of de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet of dat de toepassing wordt beëindigd.[Artikel 350, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van toepassing. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
5. In de uitspraak tot voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt tevens een saneringsplan vastgesteld.
6. Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, dan vervalt de toepassing pas met ingang van de dag waarop de desbetreffende uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. [Artikel 350, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van toepassing.
##### Artikel 339
1. Ten aanzien van de uitspraak tot weigering dan wel verlening van homologatie, zijn de [artikelen 154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=154&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [155, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=155&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=156&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het recht van hoger beroep en cassatie slechts toekomt aan schuldeisers die op de terechtzitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn verschenen.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn de [artikelen 337, tweede lid, aanhef en onder a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [338, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-01-01&g=2003-01-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de homologatie in hoger beroep of cassatie is verleend, verliest een door de rechter vastgesteld saneringsplan van rechtswege zijn kracht zodra de uitspraak tot verlening van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan.
4. Wordt de homologatie in hoger beroep of cassatie vernietigd, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank. Zodra de uitspraak tot vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan, doet de rechtbank uitspraak als bedoeld in [artikel 338, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=338&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 340
1. De toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt van rechtswege zodra de homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. Van de beëindiging doet de bewindvoerder aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen.
2. Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, onverschillig of zij al dan niet in de schuldsaneringsregeling opgekomen zijn.
3. De [artikelen 159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=159&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [160](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=160&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [162 tot en met 166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zesde&artikel=162&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Bij het vonnis, waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, wordt de schuldenaar tevens in staat van faillissement verklaard.
5. In een faillissement, uitgesproken overeenkomstig het vierde lid, kan geen akkoord worden aangeboden.
##### Artikel 341
1. Van het vonnis, houdende beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
3. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welk zal moeten plaatsvinden binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift.
4. De griffier van het gerechtshof doet van het hoger beroep en van de dag en uur, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant en in de nieuwsbladen waarin de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is aangekondigd.
5. Op de behandeling van het hoger beroep is [artikel 337, tweede lid, aanhef en onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-01-01&g=2003-01-01), van toepassing.
6. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting. Van het arrest van het gerechtshof wordt door de griffier onverwijld mededeling gedaan aan de griffier van de rechtbank.
7. Van het arrest kunnen de schuldeisers die op de voet van het vijfde lid bij de behandeling van het hoger beroep zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening en van het arrest van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
##### Artikel 342
1. Van het vonnis, houdende uitspraak tot voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een saneringsplan, kunnen de schuldeisers die op de terechtzitting bedoeld in [artikel 337](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn verschenen, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. De schuldenaar heeft dezelfde bevoegdheid voor zover het de vaststelling van het saneringsplan betreft.
2. [Artikel 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van toepassing.
3. Gedurende acht dagen na het arrest van het gerechtshof kan de daarbij in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening en van het arrest van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
##### Artikel 343
1. De rechtbank is vrij in het saneringsplan bepalingen op te nemen die haar, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk en billijk voorkomen.
2. In een saneringsplan stelt de rechter in ieder geval de termijn vast gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, welke termijn ten hoogste drie jaar zal zijn, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen. In afwijking van de eerste volzin kan de termijn op ten hoogste vijf jaar worden vastgesteld, indien voor de gehele termijn vanaf de vaststelling van het saneringsplan in dat plan tevens een nominaal bedrag wordt vastgesteld als bedoeld in [artikel 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
3. De rechter kan in een saneringsplan onder meer:
- a. een nominaal bedrag vaststellen als bedoeld in [artikel 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=295&z=2003-01-01&g=2003-01-01);
- b. ten aanzien van goederen van de boedel waarop geen recht van pand, hypotheek of retentie rust, bepalen dat deze niet of gedurende een daarvoor vast te stellen termijn niet bij de vereffening en tegeldemaking betrokken zullen worden;
- c. ten aanzien van goederen als bedoeld onder b bepalen dat de schuldenaar daarover het beheer zal voeren;
- d. een bedrag vaststellen als bedoeld in [artikel 21, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
4. Een vóór de vaststelling van het saneringsplan gegeven beslissing op de voet van de [artikelen 21, onder 4°, 295, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [296, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=296&z=2003-01-01&g=2003-01-01), verliest haar kracht zodra de uitspraak houdende vaststelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan.
##### Artikel 344
Een door de rechter vastgesteld saneringsplan is verbindend voor alle schuldeisers van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zonder uitzondering en onverschillig of zij in de schuldsaneringsregeling zijn opgekomen.
##### Artikel 345
1. De rechtbank kan een saneringsplan op voordracht van de rechtercommissaris, op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar dan wel een of meer schuldeisers wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid het plan niet ongewijzigd in stand kan blijven. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
2. Alvorens te beslissen bepaalt de rechtbank dag en uur voor de terechtzitting waarop de zaak zal worden behandeld en kan zij tevens de oproeping bevelen van schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt.
3. De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen. Tevens geeft de bewindvoerder bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers. [Artikel 337, tweede lid, aanhef en onder c, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=337&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Van het vonnis bedoeld in het eerste lid kunnen de schuldeisers die bij de behandeling van de zaak zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. De [artikelen 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [342, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-01-01&g=2003-01-01), zijn van toepassing.
##### Artikel 346
Het saneringsplan verliest van rechtswege zijn kracht door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
##### Artikel 347
1. Zodra de uitspraak waarbij het saneringsplan is vastgesteld in kracht van gewijsde is gegaan, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie en gaat de bewindvoerder over tot vereffening en tegeldemaking van de tot de boedel behorende goederen voor zover daaromtrent in het saneringsplan niet anders is bepaald, zonder dat daartoe toestemming of medewerking van de schuldenaar nodig is.
2. De goederen worden ondershands verkocht, tenzij de rechtercommissaris bepaalt dat de verkoop in het openbaar zal geschieden.
3. [Artikel 176, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 348
De rechter-commissaris kan op een door hem te bepalen dag, uur en plaats een vergadering van schuldeisers beleggen, ten einde hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel en zo nodig verificatie te doen plaatsvinden van de schuldvorderingen die na afloop van de ingevolge [artikel 289, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=289&z=2003-01-01&g=2003-01-01), bepaalde termijn zijn ingediend en niet reeds overeenkomstig [artikel 127](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=127&z=2003-01-01&g=2003-01-01) geverifieerd zijn. De bewindvoerder handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de [artikelen 111 tot en met 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=111&z=2003-01-01&g=2003-01-01). Hij roept de schuldeisers ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op waarin het onderwerp van de vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van [artikel 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=114&z=2003-01-01&g=2003-01-01) wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen.
##### Artikel 349
1. Zo dikwijls er voldoende gerede penningen aanwezig zijn, gaat de bewindvoerder over tot een uitdeling aan de geverifieerde schuldeisers.
Niettemin vindt geen uitdeling plaats, indien de verkoop van een goed nog moet plaatsvinden en daarop pand of hypotheek rust of ten aanzien van dat goed voorrang geldt als bedoeld in [artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=292), dan wel op dat bepaalde goed een voorrecht rust.
Indien een goed als bedoeld in de vorige volzin in de boedel valt nadat een uitdeling heeft plaatsgevonden, heeft dat geen invloed op de geldigheid van die uitdeling.
2. De uitdeling geschiedt naar evenredigheid van ieders vordering, met dien verstande dat, zolang de vorderingen waaraan voorrang is verbonden niet volledig zijn voldaan, daarop een twee keer zo groot percentage wordt betaald als op de concurrente vorderingen.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden de vorderingen van de schuldeisers die voorrang hebben, ongeacht of deze wordt betwist, en die niet reeds overeenkomstig [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=57&z=2003-01-01&g=2003-01-01) of [299b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=299b&z=2003-01-01&g=2003-01-01), voldaan zijn, bepaald op het bedrag waarvoor zij batig gerangschikt kunnen worden op de opbrengst der goederen waarop hun voorrang betrekking heeft. Zo dit minder is dan het gehele bedrag van hun vorderingen, worden zij voor het ontbrekende als concurrent behandeld.
4. De bewindvoerder maakt telkens een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven, de namen van de schuldeisers, het geverifieerde bedrag van ieders vordering, benevens de daarop te ontvangen uitkering.
5. De [artikelen 181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=181&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2003-01-01&g=2003-01-01) (in welk artikel in de plaats van 60, derde lid, tweede zin, wordt gelezen: 299b, derde lid, tweede volzin), [183 tot en met 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=183&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [191](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=191&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19b
In het geval, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-11-15&g=2003-11-15), worden de gegevens met betrekking tot de daar bedoelde insolventieprocedure door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=19&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 32
De [artikelen 27 tot en met 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=27&z=2003-11-15&g=2003-11-15) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 16 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), te erkennen insolventieprocedure, indien deze een liquidatieprocedure is in de zin van artikel 2, onder c, van die verordening.
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 1. Van den rechter-commissaris
#### § 2. Van den curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeischers
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeischers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
##### Artikel 172a
De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in[artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Vervallen
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
##### Artikel 231a
[Artikel 231](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=231&z=2003-11-15&g=2003-11-15) is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 16 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), te erkennen insolventieprocedure, indien deze geen liquidatieprocedure is in de zin van artikel 2, onder c, van die verordening.
##### Artikel 247d
In het geval van een verzoek tot omzetting als bedoeld in artikel 37 van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15), zijn, wanneer het de omzetting in een faillissement betreft, de [artikelen 242, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=242&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [243 tot en met 246](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=243&z=2003-11-15&g=2003-11-15) dan wel, wanneer het de omzetting in een toepassing van de schuldsaneringsregeling betreft, de [artikelen 247a, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247a&z=2003-11-15&g=2003-11-15), [247b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247b&z=2003-11-15&g=2003-11-15), en [247c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=247c&z=2003-11-15&g=2003-11-15) van overeenkomstige toepassing.
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2003-11-15&g=2003-11-15)
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
##### Artikel 333a
De bepalingen van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=5&z=2003-11-15&g=2003-11-15).
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 350
1. De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
2. Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers daartoe oproepen.
3. Een beëindiging bedoeld in het eerste lid kan geschieden indien:
- a. de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan;
- b. de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten;
- c. de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt;
- d. de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan;
- e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
4. De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling vervalt pas met ingang van de dag waarop de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan.
5. Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c, d of e, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
6. Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 351
1. Van het vonnis bedoeld in [artikel 350](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01) heeft, in geval van beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de schuldenaar, of, in geval de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling geweigerd is, hij die het verzoek tot die beëindiging heeft gedaan, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep.
2. De [artikelen 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [342, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-01-01&g=2003-01-01), zijn van toepassing.
##### Artikel 352
1. Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, bepaalt de rechtbank op voordracht van de rechtercommissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn bedoeld in het [tweede lid van artikel 343](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=343&z=2003-01-01&g=2003-01-01), dag, uur en plaats voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld.
2. Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechter op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde zitting zal niet eerder dan veertien dagen en niet later dan eenentwintig dagen na de beschikking van de rechtbank bedoeld in het eerste lid gehouden worden.
4. De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen. Tevens geeft de bewindvoerder bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers.
##### Artikel 353
1. Op de terechtzitting, bepaald ingevolge [artikel 352](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=352&z=2003-01-01&g=2003-01-01), wordt door de bewindvoerder een schriftelijk verslag uitgebracht. De schuldenaar woont de zitting in persoon bij.
2. De rechtbank kan iedere verschenen schuldeiser in de gelegenheid stellen in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur het woord te voeren.
##### Artikel 354
1. Op de dag van de terechtzitting, of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank bij vonnis uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend.
2. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter daarbij bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft.
3. Indien de terechtzitting is bepaald ingevolge [artikel 352, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=352&z=2003-01-01&g=2003-01-01), beëindigt de rechtbank de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen en van omstandigheden als bedoeld in [artikel 350, derde lid onderdeel c, d of e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01) niet is gebleken. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden, hetzij voor nader onderzoek, hetzij indien uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de schuldenaar op een later tijdstip geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt met inachtneming van de termijn, bedoeld in [artikel 343, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=343&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
4. Indien de rechtbank de voordracht of het verzoek om beëindiging van de schuldsaneringsregeling afwijst, en geen toepassing geeft aan [artikel 350, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), bepaalt de rechtbank alsnog een verificatievergadering. Tussen de uitspraak en de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.
##### Artikel 355
1. Van het vonnis bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-01-01&g=2003-01-01) kunnen de schuldeisers die op de voet van [artikel 353, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=353&z=2003-01-01&g=2003-01-01), bij de behandeling van de zaak zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
2. De [artikelen 341, tweede, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [342, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-01-01&g=2003-01-01), zijn van toepassing.
##### Artikel 356
1. De bewindvoerder gaat, zodra de uitspraak bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-01-01&g=2003-01-01) in kracht van gewijsde is gegaan, onverwijld over tot het opmaken van een slotuitdelingslijst.
2. De toepassing van de schuldsaneringsregeling is van rechtswege beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. De bewindvoerder doet daarvan aankondiging in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge [artikel 293](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=293&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aangewezen nieuwsbladen.
3. Na verloop van een maand na de beëindiging doet de bewindvoerder rekening en verantwoording van zijn beheer aan de rechter-commissaris.
##### Artikel 357
Indien na de slotuitdeling ingevolge [artikel 189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-01-01&g=2003-01-01) gereserveerde uitdelingen aan de boedel terugvallen, of mocht blijken dat er nog baten van de boedel aanwezig zijn, welke ten tijde van de vereffening niet bekend waren, gaat de bewindvoerder, op bevel van de rechtbank, tot vereffening en verdeling daarvan over op de grondslag van de vroegere uitdelingslijsten.
##### Artikel 358
1. Door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van [artikei 356, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=356&z=2003-01-01&g=2003-01-01),“artikei” moet zijn “artikel”. is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser al dan niet in de schuldsaneringsregeling is opgekomen en onverschillig of de vordering al dan niet is geverifieerd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de rechter in het vonnis bedoeld in [artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-01-01&g=2003-01-01) heeft vastgesteld dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten en de rechter daarbij geen toepassing heeft gegeven aan het[tweede lid van artikel 354](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=354&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
### afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
##### Artikel 358a
1. Indien na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling waardoor het rechtsgevolg bedoeld in [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=358&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is ingetreden, blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van [artikel 350, derde lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), kan de rechter op verzoek van iedere belanghebbende bepalen dat [artikel 358, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=358&z=2003-01-01&g=2003-01-01), verder geen toepassing vindt.
2. Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord.
3. Van het vonnis kan gedurende acht dagen na de uitspraak in hoger beroep worden gekomen. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen.
4. Gedurende acht dagen na het arrest van het gerechtshof kan beroep in cassatie worden ingesteld. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.
5. Zodra de uitspraak bedoeld in het eerste lid in kracht van gewijsde is gegaan, doet de griffier van het gerecht dat deze uitspraak heeft gedaan daarvan onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
##### Artikel 359
1. Indien de faillietverklaring van de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken of indien de schuldenaar door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in staat van faillissement komt te verkeren, gelden de volgende regelen:
- a. handelingen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling door de bewindvoerder verricht, blijven geldend en verbindend;
- b. boedelschulden, gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, gelden als boedelschulden in het faillissement;
- c. in de schuldsaneringsregeling ingediende vorderingen gelden als ingediend in het faillissement.
2. De curator oefent de bevoegdheid uit, in [artikel 297, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=297&z=2003-01-01&g=2003-01-01), aan de bewindvoerder toegekend.
3. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de [artikelen 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=43&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=45&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
##### Artikel 360
Tegen de beslissingen van de rechter, ingevolge de bepalingen van deze titel gegeven, staat geen hogere voorziening open, behalve in de gevallen, waarin het tegendeel is bepaald, en behoudens de mogelijkheid van cassatie in het belang der wet.
##### Artikel 361
1. De verzoeken, te doen ingevolge de[artikelen 292, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Eerste&artikel=292&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [315, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=DERDE&artikel=315&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [341, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=341&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [342, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zesde&artikel=342&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [345, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Zevende&artikel=345&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [351, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=351&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [355, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=355&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [358a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tiende&artikel=358a&z=2003-01-01&g=2003-01-01), moeten door een procureur zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerder of, bij een verzoek ingevolge [artikel 350, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Negende&artikel=350&z=2003-01-01&g=2003-01-01), door de schuldenaar.
2. Voor het instellen van beroep in cassatie is steeds de medewerking nodig van een advocaat bij de Hoge Raad.
### Algemene slotbepaling
##### Artikel 362
1. De [Algemene termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de [artikelen 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=39&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Tweede&artikel=40&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [238](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=238&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [239](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Eerste&artikel=239&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [305](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=III&afdeling=Tweede&artikel=305&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
2. De [derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](onbekend) is niet van toepassing op verzoeken ingevolge deze wet.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 13a
Indien de faillietverklaring wordt vernietigd wordt de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een curator, in afwijking van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=13&z=2003-01-01&g=2003-01-01), met terugwerkende kracht beheerst door de wettelijke of overeengekomen regels die van toepassing zijn buiten faillissement, met dien verstande dat de termijnen, bedoeld in [artikel 683 leden 1 en 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=683) en in [artikel 9, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=9), aanvangen op het tijdstip waarop het faillissement wordt vernietigd.
### afdeeling Tweede. Van de gevolgen der faillietverklaring
##### Artikel 32
Vervallen
### afdeeling Derde. Van het bestuur over den faillieten boedel
#### § 1. Van den rechter-commissaris
#### § 2. Van den curator
#### § 3. Van de commissie uit de schuldeischers
#### § 4. Van de vergaderingen der schuldeischers
#### § 5. Van de rechterlijke beschikkingen
### afdeeling Vierde. Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer des curators
### afdeeling Vijfde. Van de verificatie der schuldvorderingen
### Vijfde afdeling A
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Achtste. Van den rechtstoestand des schuldenaars na afloop van de vereffening
### afdeeling Negende. Van het faillissement eener nalatenschap
### afdeeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling A. Bijzondere bepalingen
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2002-07-01&g=2002-07-01)
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
### AFDELING DERDE. Het bestuur over de boedel
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Zevende. Het saneringsplan
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Vereenvoudigde afwikkeling van faillissement
##### Artikel 137a
1. Indien aannemelijk is dat de beschikbare baten niet voldoende zijn om daaruit de concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, kan de rechter-commissaris op verzoek van de curator dan wel ambtshalve bepalen dat afhandeling van concurrente vorderingen achterwege blijft en dat geen verificatievergadering wordt gehouden.
2. De curator geeft van de in het eerste lid bedoelde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
3. Ingeval de in het eerste lid bedoelde beschikking is gegeven, is deze afdeling van toepassing. De vijfde afdeling vindt geen toepassing op concurrente vorderingen. Op niet-concurrente vorderingen zijn de artikelen 128 tot en met 136 van de vijfde afdeling van overeenkomstige toepassing. Dezesde en de zevende afdeling vinden geen toepassing, tenzij hierna anders is bepaald.
##### Artikel 137b
1. De curator gaat na welke vorderingen bevoorrecht zijn of door pand, hypotheek of retentierecht gedekt zijn.
2. Indien de curator een vordering dan wel de aan een vordering verbonden voorrang betwist, geeft hij de desbetreffende schuldeiser daarvan bericht en treedt hij met hem in overleg ter regeling van dit geschil.
3. Indien de curator geen overeenstemming bereikt met de in het vorige lid bedoelde schuldeiser, legt hij het geschil aan de rechter-commissaris voor. [Artikel 122, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. De gefailleerde is bevoegd zijn bezwaren tegen een vordering dan wel tegen de aan een vordering verbonden voorrang aan de curator kenbaar te maken, die, als hij de bezwaren niet kan wegnemen, deze aan de rechter-commissaris voorlegt. [Artikel 126](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=126&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137c
1. De curator gaat over tot tegeldemaking van de boedel. De [artikelen 175 , tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=175&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [176](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=176&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [177](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=177&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De curator maakt een uitdelingslijst op. De lijst houdt in een staat van de ontvangsten en uitgaven (daaronder begrepen het salaris van de curator), de namen van de schuldeisers die een bevoorrechte of door pand, hypotheek of retentierecht gedekte vordering hebben, het bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering.
3. Voor de vorderingen waarover een geschil als bedoeld in [artikel 122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=122&z=2003-01-01&g=2003-01-01) aanhangig is, trekt de curator op de lijst percenten over het volle bedrag uit, alsmede percenten voor in verband daarmee nog aan te wenden kosten. [Artikel 194](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=194&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137d
1. De curator legt de uitdelingslijst ter goedkeuring aan de rechter-commissaris voor.
2. De curator legt een afschrift van de door de rechter-commissaris goedgekeurde lijst alsmede een verslag over de toestand van de boedel ter griffie van de rechtbank neder om aldaar gedurende tien dagen kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.
3. Van de nederlegging doet de curator aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
4. De curator geeft daarvan schriftelijk bericht aan alle bekende schuldeisers, met mededeling dat de uitdelingslijst geen betrekking heeft op concurrente vorderingen.
5. [Artikel 182](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=182&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137e
1. Gedurende de in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2003-01-01&g=2003-01-01), genoemde termijn kan iedere schuldeiser in verzet komen tegen de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst door inlevering van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie; hem wordt door de griffier een bewijs van ontvangst gegeven.
2. Het bezwaarschrift wordt als bijlage bij de uitdelingslijst gevoegd.
3. Het verzet door een concurrente schuldeiser kan niet worden gegrond op het enkele feit dat zijn vordering niet op de ter griffie nedergelegde uitdelingslijst is geplaatst.
4. De [artikelen 185](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=185&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=187&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137f
1. Na afloop van de termijn, genoemd in [artikel 137d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde_A&artikel=137d&z=2003-01-01&g=2003-01-01), of, indien verzet is gedaan, nadat de beschikking op het verzet in kracht van gewijsde is gegaan, gaat de curator over tot het doen van de vastgestelde uitkering.
2. De [artikelen 188](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=188&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [189](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=189&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [190](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=190&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [192](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=192&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [193](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Zevende&artikel=193&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137g
1. Indien tijdens de vereffening baten opkomen die van zodanige omvang zijn dat uit de opbrengst daarvan ook concurrente vorderingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden voldaan, bepaalt de rechter-commissaris dat alsnog een verificatievergadering wordt gehouden en stelt daartoe dag, uur en plaats vast, alsmede de dag waarop uiterlijk de vorderingen ingediend moeten worden. [Artikel 108, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Vijfde&artikel=108&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is van toepassing.
2. De curator geeft van de in het vorige lid genoemde beschikking onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers kennis en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad of de nieuwsbladen, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=I&afdeling=Eerste&artikel=14&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
3. De vijfde, zesde en zevende afdeling zijn van toepassing.
### afdeeling Zesde. Van het akkoord
### afdeeling Zevende. Van de vereffening des boedels
### afdeeling Tiende. Bepalingen van internationaal recht
### afdeeling Elfde. Van rehabilitatie
### Afdeling 11A. Van het faillissement van een kredietinstelling, een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in artikel 212a, onder a
## Titel II. Van surséance van betaling
### afdeeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### afdeeling Tweede. Van het akkoord
### Tweede afdeling B. Van de verlening van surséance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=6), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 31, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=31), een kredietinstelling, die ingevolge [artikel 38, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), is vrijgesteld onderscheidenlijk ontheven van [artikel 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005792&artikel=38), een financiële instelling, een effecteninstelling of een andere instelling, genoemd in [artikel 281g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&titeldeel=II&afdeling=Tweede_B&artikel=281g&z=2003-01-01&g=2003-01-01)
### afdeeling Derde. Slotbepalingen
## Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
### afdeling Eerste. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### afdeling Tweede. De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
### AFDELING VIERDE. De voorzieningen na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en de taak van de bewindvoerder
### AFDELING VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
### afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
### afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
### afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
### afdeling Elfde. Slotbepalingen
### Algemene slotbepaling
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.