Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne

100 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2025-12-30
Wet milieubeheer — arts. 10, 5
2025-09-17
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2025-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 60 más
2024-10-02
Wet milieubeheer — arts. 8, 5
2024-03-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 57 más
2024-01-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2023-12-06
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 58 más
2023-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2023-04-19
Wet milieubeheer — arts. 9, 1, 1 y 56 más
2023-02-13
Wet milieubeheer — arts. 3, 3, 5, 5
2023-01-01
Wet milieubeheer — arts. 9, 1, 1 y 56 más
2022-05-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 4, 4
2022-04-05
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2022-03-02
Wet milieubeheer — arts. 1, 1
2022-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 53 más
2021-11-03
Wet milieubeheer — art. 1
2021-08-02
Wet milieubeheer — arts. 1, 1
2021-07-01
Wet milieubeheer — art. 1
2021-06-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 53 más
2021-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 52 más
2020-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 55 más
2019-11-14
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2019-07-01
Wet milieubeheer — art. 1
2019-01-01
Wet milieubeheer — art. 1
2018-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 14 más
2018-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 73 más
2017-08-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 58 más
2017-05-16
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2017-05-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más

Wijzigingen op 2017-05-01

@@ -14,7 +14,7 @@
adviseurs: bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift in de gelegenheid moeten worden gesteld advies uit te brengen met betrekking tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
afvalbeheerplan: afvalbeheerplan, bedoeld in [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
afvalbeheerplan: afvalbeheerplan, bedoeld in [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
@@ -26,7 +26,7 @@
afvalstoffenproducent: natuurlijke of rechtspersoon wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen of die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
afvalvoorziening: inrichting waar uitsluitend winningsafvalstoffen worden gestort of verzameld, dan wel het gedeelte van een inrichting waar winningsafvalstoffen worden gestort of verzameld;
@@ -40,7 +40,7 @@
beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars;
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde beschikkingen.
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde beschikkingen.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
@@ -50,13 +50,13 @@
broeikasgas: gas, genoemd in bijlage II bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken;
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
Commissie voor de milieueffectrapportage: de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=2.17&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken;
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
Commissie voor de milieueffectrapportage: de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=2.17&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling: [richtlijn nr. 85/337/EEG](31985L0337) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG L 175), zoals gewijzigd bij [richtlijn nr. 97/11/EG](31997L0011) van de Raad van de Europese gemeenschappen van 3 maart 1997 (PbEG L 73) tot wijziging van [richtlijn 85/337/EEG](31985L0337) betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;
@@ -74,7 +74,7 @@
emissie: stoffen, trillingen, warmte, die of geluid dat direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of de bodem worden, onderscheidenlijk wordt gebracht;
de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
emissiegrenswaarde: massa gerelateerd aan bepaalde parameters, dan wel concentratie of niveau van een emissie uit een of meer bronnen, die gedurende een bepaalde periode niet mag worden overschreden;
@@ -86,7 +86,7 @@
geluidhinder: gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid;
gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
gescheiden inzameling: inzameling waarbij een afvalstoffenstroom gescheiden gehouden wordt naar soort en aard van de afvalstoffen om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;
@@ -114,7 +114,7 @@
mengsel: een mengsel of een oplossing bestaande uit twee of meer stoffen;
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
nuttige toepassing: elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, tot welke handelingen in ieder geval behoren de handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de kaderrichtlijn afvalstoffen;
@@ -140,11 +140,11 @@
Protocol van Kyoto: op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110);
provinciaal milieubeleidsplan: het provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
provinciale milieucommissie: de provinciale milieucommissie, bedoeld in [artikel 2.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
provinciaal milieubeleidsplan: het provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
provinciale milieucommissie: de provinciale milieucommissie, bedoeld in [artikel 2.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering: op 9 mei 1992 te New York totstandgekomen Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1992, 189);
@@ -294,13 +294,13 @@
##### Artikel 2.2
1. De emissieautoriteit heeft de in de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel en de in de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [titel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgedragen taken.
1. De emissieautoriteit heeft de in de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel en de in de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [titel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgedragen taken.
2. De emissieautoriteit heeft voorts tot taak:
- a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft;
- b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing is;
- b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van toepassing is;
- c. het verzamelen van andere gegevens die met het oog op de uitoefening van haar taken van belang zijn;
@@ -334,7 +334,7 @@
1. Onze Minister stelt aan het bestuur van de emissieautoriteit ambtenaren ter beschikking.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat de werkzaamheden die voortvloeien uit [artikel 18.2f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2f&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gescheiden worden uitgevoerd van de overige werkzaamheden.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat de werkzaamheden die voortvloeien uit [artikel 18.2f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2f&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gescheiden worden uitgevoerd van de overige werkzaamheden.
##### Artikel 2.8
@@ -370,7 +370,7 @@
##### Artikel 2.16
1. Het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) te verlenen voor een inrichting waarop [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) betrekking heeft, dan wel, in geval voor een inrichting waarop dat hoofdstuk betrekking heeft, het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken, verstrekken elkaar desgevraagd of uit eigen beweging tijdig alle voor de uitoefening van hun taken redelijkerwijs benodigde inlichtingen.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) te verlenen voor een inrichting waarop [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) betrekking heeft, dan wel, in geval voor een inrichting waarop dat hoofdstuk betrekking heeft, het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken, verstrekken elkaar desgevraagd of uit eigen beweging tijdig alle voor de uitoefening van hun taken redelijkerwijs benodigde inlichtingen.
2. Bij het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen wordt waar nodig aangegeven welke gegevens een vertrouwelijk karakter dragen. Dit vertrouwelijk karakter kan voortvloeien uit de aard van de gegevens, dan wel uit het feit dat personen deze aan de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, hebben verstrekt onder het beding dat zij als vertrouwelijk zullen gelden.
@@ -384,7 +384,7 @@
1. Er is een Commissie voor de milieueffectrapportage.
2. De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag overeenkomstig [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in samenhang met [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van advies te dienen met betrekking tot milieueffectrapporten.
2. De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag overeenkomstig [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in samenhang met [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van advies te dienen met betrekking tot milieueffectrapporten.
##### Artikel 2.18
@@ -392,7 +392,7 @@
##### Artikel 2.19
1. De commissie bestaat uit leden die deskundig zijn op het gebied van de beschrijving, de bescherming en de verontreiniging en aantasting van het milieu en op het gebied van de overeenkomstig de [artikelen 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) aangewezen activiteiten.
1. De commissie bestaat uit leden die deskundig zijn op het gebied van de beschrijving, de bescherming en de verontreiniging en aantasting van het milieu en op het gebied van de overeenkomstig de [artikelen 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) aangewezen activiteiten.
2. De voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters van de commissie worden door Ons, op gezamenlijke voordracht van Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, benoemd en ontslagen. De voordracht tot benoeming van de voorzitter geschiedt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad.
@@ -408,7 +408,7 @@
1. Zodra de commissie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen met betrekking tot een milieueffectrapport, stelt de voorzitter, na overleg met de plaatsvervangende voorzitters, uit de leden van de commissie een werkgroep samen, die aan het bevoegd gezag advies uitbrengt. De voorzitter of de door hem aangewezen plaatsvervangende voorzitter van de commissie is voorzitter van de werkgroep.
2. Als lid van een werkgroep worden slechts leden van de commissie aangewezen, die niet rechtstreeks betrokken zijn of zijn geweest bij de activiteit of bij de alternatieven daarvoor, als bedoeld in [artikel 7.7, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk [artikel 7.23, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of bij een plan onderscheidenlijk een besluit bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt.
2. Als lid van een werkgroep worden slechts leden van de commissie aangewezen, die niet rechtstreeks betrokken zijn of zijn geweest bij de activiteit of bij de alternatieven daarvoor, als bedoeld in [artikel 7.7, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onderscheidenlijk [artikel 7.23, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of bij een plan onderscheidenlijk een besluit bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt.
3. Indien een lid van een werkgroep niet meer voldoet aan het in het tweede lid gestelde vereiste, ontheft de voorzitter van de werkgroep hem, na overleg met de voorzitter van de commissie, van zijn lidmaatschap van de werkgroep.
@@ -512,7 +512,7 @@
##### Artikel 2.36
1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie stelt bij haar in [artikel 2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde besluit regels betreffende de openbaarheid van de vergaderingen van de subcommissies.
1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie stelt bij haar in [artikel 2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde besluit regels betreffende de openbaarheid van de vergaderingen van de subcommissies.
2. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), van die wet genoemde belangen.
@@ -524,7 +524,7 @@
##### Artikel 2.38
De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister en van de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.27, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister en van de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.27, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 2.39
@@ -564,7 +564,7 @@
##### Artikel 4.2
1. Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen. Het rapport wordt uitgebracht ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voordat Onze Ministers het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan vaststellen. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen in gevallen waarin de geldingsduur van een nationaal milieubeleidsplan met toepassing van [artikel 4.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt verlengd, kan worden afgeweken van de in de eerste volzin gestelde termijn van vier jaar.
1. Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen. Het rapport wordt uitgebracht ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voordat Onze Ministers het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan vaststellen. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen in gevallen waarin de geldingsduur van een nationaal milieubeleidsplan met toepassing van [artikel 4.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt verlengd, kan worden afgeweken van de in de eerste volzin gestelde termijn van vier jaar.
2. Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt eenmaal in de twee jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven, die het resultaat is van de uitvoering van de beleidsmaatregelen die van invloed zijn op die kwaliteit en die in de periode waarop het rapport betrekking heeft, van kracht waren. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven in hoeverre die maatregelen hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van de resultaten, waarvan in het geldende nationale milieubeleidsplan is aangegeven dat zij voor de betrokken periode zijn beoogd. Tevens wordt aangegeven hoe de beschreven ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu zich verhoudt tot de ontwikkeling daarvan die is beschreven in de overeenkomstige eerder uitgebrachte rapporten. Indien zich onvoorzien een omstandigheid voordoet die belangrijke gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu op langere termijn, en Onze Minister daarom verzoekt, neemt het Planbureau voor de Leefomgeving in een rapport tevens een beschrijving op van die ontwikkeling die daarvan het resultaat kan zijn.
@@ -574,11 +574,11 @@
##### Artikel 4.2a
1. Onze Minister kan aanwijzingen geven omtrent veronderstelde ontwikkelingen die in ieder geval als grondslag voor beschrijvingen als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), moeten worden aangenomen. Hij kan tevens aanwijzingen geven omtrent onderwerpen die in ieder geval in een rapport, als bedoeld in dat artikellid, moeten worden beschreven.
2. Behoudens het in het [artikel 4.2, tweede lid, vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en in het eerste lid van dit artikel bepaalde, geven Onze betrokken Ministers het Planbureau voor de Leefomgeving en de krachtens [artikel 4.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen instellingen geen aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van de rapporten.
3. Onze Minister zendt de rapporten aan de Staten-Generaal; een rapport als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor of gelijktijdig met het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan. Het Planbureau voor de Leefomgeving draagt ervoor zorg dat de rapporten algemeen verkrijgbaar worden gesteld.
1. Onze Minister kan aanwijzingen geven omtrent veronderstelde ontwikkelingen die in ieder geval als grondslag voor beschrijvingen als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), moeten worden aangenomen. Hij kan tevens aanwijzingen geven omtrent onderwerpen die in ieder geval in een rapport, als bedoeld in dat artikellid, moeten worden beschreven.
2. Behoudens het in het [artikel 4.2, tweede lid, vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en in het eerste lid van dit artikel bepaalde, geven Onze betrokken Ministers het Planbureau voor de Leefomgeving en de krachtens [artikel 4.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen instellingen geen aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van de rapporten.
3. Onze Minister zendt de rapporten aan de Staten-Generaal; een rapport als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor of gelijktijdig met het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan. Het Planbureau voor de Leefomgeving draagt ervoor zorg dat de rapporten algemeen verkrijgbaar worden gesteld.
##### Artikel 4.2b
@@ -620,11 +620,11 @@
##### Artikel 4.6
1. Het nationale milieubeleidsplan geldt met ingang van een bij besluit van Onze Ministers vast te stellen tijdstip. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin, wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het plan ingevolge [artikel 4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is overgelegd aan de Staten-Generaal. Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het plan is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het plan in het openbaar wil beraadslagen, wordt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het plan, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen. Onze Ministers stellen de Staten-Generaal schriftelijk op de hoogte van de gevolgtrekkingen die zij aan de beraadslagingen verbinden voor het nationale milieubeleid en voor de uitvoering van het plan. Onze Minister maakt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, bekend in de **Staatscourant** en vermeldt daarbij de gevolgtrekkingen die aan de Staten-Generaal zijn meegedeeld.
1. Het nationale milieubeleidsplan geldt met ingang van een bij besluit van Onze Ministers vast te stellen tijdstip. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin, wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het plan ingevolge [artikel 4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is overgelegd aan de Staten-Generaal. Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het plan is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het plan in het openbaar wil beraadslagen, wordt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het plan, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen. Onze Ministers stellen de Staten-Generaal schriftelijk op de hoogte van de gevolgtrekkingen die zij aan de beraadslagingen verbinden voor het nationale milieubeleid en voor de uitvoering van het plan. Onze Minister maakt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, bekend in de **Staatscourant** en vermeldt daarbij de gevolgtrekkingen die aan de Staten-Generaal zijn meegedeeld.
2. Het plan geldt, behoudens ingeval eerder een nieuw plan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar. Onze Ministers kunnen de geldingsduur van het plan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Onze Minister doet mededeling van een besluit als bedoeld in de tweede volzin, door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en maakt het bekend in de **Staatscourant**.
3. De organen van het Rijk houden in elk geval rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
3. De organen van het Rijk houden in elk geval rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op besluiten:
@@ -654,7 +654,7 @@
3. Tot deze hoofdzaken behoren ten minste:
- a. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake de kwaliteit van de onderscheidene onderdelen van het milieu, mede gelet op de krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vastgestelde milieukwaliteitseisen en de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen luchtkwaliteitseisen;
- a. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake de kwaliteit van de onderscheidene onderdelen van het milieu, mede gelet op de krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vastgestelde milieukwaliteitseisen en de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen luchtkwaliteitseisen;
- b. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake het voorkomen, beperken of ongedaan maken van gevolgen van menselijke activiteiten die het milieu verontreinigen, aantasten of uitputten;
@@ -694,11 +694,11 @@
##### Artikel 4.12
1. Het provinciale milieubeleidsplan geldt, behoudens ingeval eerder een nieuw plan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar nadat de vaststelling ervan overeenkomstig [artikel 4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is bekendgemaakt.
1. Het provinciale milieubeleidsplan geldt, behoudens ingeval eerder een nieuw plan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar nadat de vaststelling ervan overeenkomstig [artikel 4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.11&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is bekendgemaakt.
2. Provinciale staten kunnen de geldingsduur van het plan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Gedeputeerde staten doen mededeling van een besluit als bedoeld in de eerste volzin, door toezending daarvan aan Onze Minister en aan de bestuursorganen waaraan provinciale bevoegdheden zijn gedelegeerd bij de uitoefening waarvan met het plan rekening moet worden gehouden. Zij maken het bekend in de **Staatscourant**.
3. Provinciale staten en gedeputeerde staten houden in elk geval rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
3. Provinciale staten en gedeputeerde staten houden in elk geval rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op besluiten:
@@ -772,7 +772,7 @@
2. De gemeenteraad kan de geldingsduur eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Artikel 4.18, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad onderscheidenlijk houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met dat plan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad onderscheidenlijk houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met dat plan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op besluiten krachtens een bevoegdheid van een ander openbaar lichaam, die aan de gemeenteraad of burgemeester en wethouders is gedelegeerd.
@@ -794,7 +794,7 @@
2. Het plan bevat ten minste:
- a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in [artikel 3.5 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.5), en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in [artikel 3.6 van laatstgenoemde wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.6) en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
- a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01), alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in [artikel 3.5 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.5), en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in [artikel 3.6 van laatstgenoemde wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.6) en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
- b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a ;
@@ -806,7 +806,7 @@
3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede de taken, bedoeld in de [artikelen 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.5) en [3.6 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.6). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01), alsmede de taken, bedoeld in de [artikelen 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.5) en [3.6 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.6). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.
##### Artikel 4.23
@@ -860,7 +860,7 @@
##### Artikel 5.2
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden de bevoegdheden aangewezen bij de uitoefening waarvan:
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden de bevoegdheden aangewezen bij de uitoefening waarvan:
- a. de bij de maatregel gestelde grenswaarden in acht moeten worden genomen,
@@ -872,7 +872,7 @@
2. Het eerste lid vindt slechts toepassing voor zover de wettelijke regeling waarop een bevoegdheid als bedoeld in dat lid berust, zich daartegen niet verzet.
3. Indien in een gebied waarvoor een milieukwaliteitseis geldt, voor het betrokken onderdeel van het milieu de kwaliteit beter is dan de eis aangeeft, treedt die kwaliteit voor de toepassing van de krachtens het eerste lid aangewezen bevoegdheden voor dit gebied in de plaats van de in de eis aangegeven kwaliteit. In een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan worden bepaald dat [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ten aanzien van de daarbij gestelde milieukwaliteitseis niet van toepassing is.
3. Indien in een gebied waarvoor een milieukwaliteitseis geldt, voor het betrokken onderdeel van het milieu de kwaliteit beter is dan de eis aangeeft, treedt die kwaliteit voor de toepassing van de krachtens het eerste lid aangewezen bevoegdheden voor dit gebied in de plaats van de in de eis aangegeven kwaliteit. In een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan worden bepaald dat [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) ten aanzien van de daarbij gestelde milieukwaliteitseis niet van toepassing is.
4. Indien bij de uitoefening van een bevoegdheid ten aanzien waarvan krachtens het eerste lid is bepaald dat daarbij rekening moet worden gehouden met een richtwaarde, van die waarde wordt afgeweken, vermeldt de motivering van het desbetreffende besluit in ieder geval welke gewichtige redenen daartoe hebben geleid.
@@ -896,13 +896,13 @@
##### Artikel 5.4
Indien ter uitvoering van deze titel een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt vastgesteld, zijn daarop de [artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
Indien ter uitvoering van deze titel een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt vastgesteld, zijn daarop de [artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.5
1. Provinciale staten kunnen in de provinciale milieuverordening milieukwaliteitseisen stellen als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01). De artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid, 5.2 en 5.3 zijn van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van milieukwaliteitseisen als bedoeld in [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met dien verstande, dat overeenkomstig [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geen bevoegdheden van organen van het Rijk worden aangewezen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of bij een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot een onderwerp ten aanzien waarvan in die maatregel of in die regeling een milieukwaliteitseis is vastgesteld, voor zover dat in het algemeen belang geboden is, worden beperkt.
1. Provinciale staten kunnen in de provinciale milieuverordening milieukwaliteitseisen stellen als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01). De artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid, 5.2 en 5.3 zijn van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van milieukwaliteitseisen als bedoeld in [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met dien verstande, dat overeenkomstig [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geen bevoegdheden van organen van het Rijk worden aangewezen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of bij een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot een onderwerp ten aanzien waarvan in die maatregel of in die regeling een milieukwaliteitseis is vastgesteld, voor zover dat in het algemeen belang geboden is, worden beperkt.
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
@@ -922,17 +922,17 @@
de commissie: de Commissie voor de milieueffectrapportage.
2. Tenzij anders is bepaald, wordt in de [paragrafen 7.3 tot en met 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [7.7 tot en met 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
2. Tenzij anders is bepaald, wordt in de [paragrafen 7.3 tot en met 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [7.7 tot en met 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
- a. activiteit:
- 1°. activiteit die is aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en waarop [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing is, of krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- 2°. activiteit als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. plan: plan bij de voorbereiding waarvan krachtens de [artikelen 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [7.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een milieueffectrapport moet worden gemaakt;
- c. besluit: besluit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), krachtens artikel 7.2, vierde lid, in samenhang met [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of krachtens [artikel 7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- 1°. activiteit die is aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en waarop [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van toepassing is, of krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- 2°. activiteit als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. plan: plan bij de voorbereiding waarvan krachtens de [artikelen 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [7.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een milieueffectrapport moet worden gemaakt;
- c. besluit: besluit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), krachtens artikel 7.2, vierde lid, in samenhang met [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of krachtens [artikel 7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Het tweede lid, onder a, onder 2°, geldt niet indien een bepaling uitsluitend betrekking heeft op een besluit als bedoeld in dat lid, onder c.
@@ -966,7 +966,7 @@
3. Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden de categorieën van besluiten aangewezen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
4. Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag krachtens de [artikelen 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01) moet beoordelen of die activiteiten de in dat onderdeel bedoelde gevolgen hebben, en indien dat het geval is, bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
4. Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag krachtens de [artikelen 7.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01) moet beoordelen of die activiteiten de in dat onderdeel bedoelde gevolgen hebben, en indien dat het geval is, bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
5. Bij de maatregel kan een plan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in het derde of vierde lid, mits dat plan voor de desbetreffende activiteit niet is aangewezen op grond van het tweede lid.
@@ -978,13 +978,13 @@
##### Artikel 7.3
1. Bij de maatregel, bedoeld in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden geen plannen aangewezen die:
1. Bij de maatregel, bedoeld in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden geen plannen aangewezen die:
- a. uitsluitend betrekking hebben op de landsverdediging of op een noodsituatie als bedoeld in de [Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981);
- b. betrekking hebben op de begroting of financiën van het Rijk, de provincie, de gemeente of een waterschap.
2. [Artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 7.4
@@ -996,13 +996,13 @@
##### Artikel 7.6
1. Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde Natura 2000-gebieden als bedoeld in de [Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552), die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Artikel 7.2, zesde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Terzake van die activiteiten kunnen zij de categorieën van plannen aanwijzen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. De [artikelen 7.2, tweede lid, tweede en derde volzin, vijfde en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [7.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde Natura 2000-gebieden als bedoeld in de [Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552), die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. Artikel 7.2, zesde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Terzake van die activiteiten kunnen zij de categorieën van plannen aanwijzen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. De [artikelen 7.2, tweede lid, tweede en derde volzin, vijfde en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [7.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Terzake van die activiteiten wijzen zij de categorieën van besluiten aan bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd.
4. Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste tot en met derde lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten en de dagelijkse besturen van de waterschappen in hun provincie. Zij stellen de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.1, vijfde lid, onder b, onder 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen.
4. Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste tot en met derde lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten en de dagelijkse besturen van de waterschappen in hun provincie. Zij stellen de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.1, vijfde lid, onder b, onder 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen.
5. Gedeputeerde staten leggen met het ontwerp van het besluit aan provinciale staten een verslag over van het gevoerde overleg, de uitgebrachte adviezen en de naar voren gebrachte zienswijzen, waarbij zij onder opgave van redenen aangeven in hoeverre daarmee rekening is gehouden.
@@ -1042,7 +1042,7 @@
##### Artikel 7.8
Alvorens het milieueffectrapport op te stellen, raadpleegt het bevoegd gezag de adviseurs en de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het plan berust bij de voorbereiding van het plan worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die gericht is op wat relevant is voor het plan en die op grond van [artikel 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in het milieueffectrapport moet worden opgenomen.
Alvorens het milieueffectrapport op te stellen, raadpleegt het bevoegd gezag de adviseurs en de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het plan berust bij de voorbereiding van het plan worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die gericht is op wat relevant is voor het plan en die op grond van [artikel 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in het milieueffectrapport moet worden opgenomen.
#### § 7.3. Procedurevoorschriften bij het ondernemen van activiteiten, aangewezen krachtens artikel 7.4
@@ -1120,7 +1120,7 @@
##### Artikel 7.9
1. Zo spoedig mogelijk nadat het bevoegd gezag het voornemen heeft opgevat tot het voorbereiden van een plan, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan [artikel 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geeft het kennis van dat voornemen, met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12).
1. Zo spoedig mogelijk nadat het bevoegd gezag het voornemen heeft opgevat tot het voorbereiden van een plan, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan [artikel 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geeft het kennis van dat voornemen, met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12).
2. In de kennisgeving wordt vermeld:
@@ -1130,13 +1130,13 @@
- c. of de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen, en
- d. of met betrekking tot het ontwerp van het plan toepassing moet worden gegeven aan [artikel 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- d. of met betrekking tot het ontwerp van het plan toepassing moet worden gegeven aan [artikel 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.11&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. In de kennisgeving wordt voorts vermeld dat in het milieueffectrapport tevens een passende beoordeling wordt opgenomen in verband met de mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied als bedoeld in [artikel 1, onderdeel n, van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=1) indien dat milieueffectrapport betrekking heeft op:
- a. een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen plan, en voor dat plan een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura-2000 gebied;
- b. een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- a. een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen plan, en voor dat plan een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura-2000 gebied;
- b. een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
4. Kennisgeving vindt plaats in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land.
@@ -1168,7 +1168,7 @@
##### Artikel 7.12
1. Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen plan of op een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt de commissie uiterlijk op het moment dat de in [artikel 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde stukken ter inzage worden gelegd in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over dat rapport overeenkomstig de termijn die geldt voor het inbrengen van zienswijzen.
1. Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen plan of op een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt de commissie uiterlijk op het moment dat de in [artikel 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.11&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde stukken ter inzage worden gelegd in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over dat rapport overeenkomstig de termijn die geldt voor het inbrengen van zienswijzen.
2. Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie, indien zij advies uitbrengt, daar in haar advies op in.
@@ -1176,7 +1176,7 @@
Het bevoegd gezag stelt een plan niet vast:
- a. dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de [paragrafen 7.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- a. dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de [paragrafen 7.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. indien het plan ten opzichte van het ontwerp van dat plan zodanig is gewijzigd dat de gegevens die in het milieueffectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het plan ten grondslag kunnen worden gelegd.
@@ -1190,15 +1190,15 @@
- c. hetgeen is overwogen omtrent de bij het ontwerp van het plan terzake van het milieueffectrapport naar voren gebrachte zienswijzen;
- d. hetgeen is overwogen omtrent het door de commissie overeenkomstig [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01) uitgebrachte advies.
- d. hetgeen is overwogen omtrent het door de commissie overeenkomstig [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01) uitgebrachte advies.
2. Indien van toepassing wordt in het plan tevens vermeld:
- a. hetgeen in het milieueffectrapport of in het advies, bedoeld in [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), omtrent mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen is overwogen;
- b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. Het bevoegd gezag bepaalt bij het plan de termijn of de termijnen waarop met het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt begonnen, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
- a. hetgeen in het milieueffectrapport of in het advies, bedoeld in [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), omtrent mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen is overwogen;
- b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Het bevoegd gezag bepaalt bij het plan de termijn of de termijnen waarop met het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt begonnen, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
4. Degene die de in dat plan voorgenomen activiteit onderneemt, verleent aan het bevoegd gezag desgevraagd alle medewerking en verstrekt alle inlichtingen, die het redelijkerwijs voor het verrichten van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, behoeft.
@@ -1214,9 +1214,9 @@
##### Artikel 7.16
1. Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval aandacht besteed aan de in [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben.
1. Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval aandacht besteed aan de in [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben.
3. Bij een mededeling als bedoeld in het eerste lid kan degene die de activiteit wil ondernemen, verklaren dat hij bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport maakt.
@@ -1224,7 +1224,7 @@
##### Artikel 7.17
1. Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan [artikel 7.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
1. Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan [artikel 7.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
2. Indien met betrekking tot de activiteit meer dan één besluit is aangewezen, nemen de bevoegde bestuursorganen de in het eerste lid bedoelde beslissing gezamenlijk.
@@ -1246,15 +1246,15 @@
##### Artikel 7.18
Degene die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wil ondernemen, maakt een milieueffectrapport, indien:
Degene die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wil ondernemen, maakt een milieueffectrapport, indien:
- a. het bevoegd gezag heeft beslist dat bij de voorbereiding van het betrokken besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt;
- b. hij een verklaring gegeven heeft als bedoeld in [artikel 7.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- b. hij een verklaring gegeven heeft als bedoeld in [artikel 7.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 7.19
1. Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wil ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit dat krachtens het vierde lid van dat artikel is aangewezen een beslissing omtrent de vraag of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. [Artikel 7.17, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
1. Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wil ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit dat krachtens het vierde lid van dat artikel is aangewezen een beslissing omtrent de vraag of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. [Artikel 7.17, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Onder een zo vroeg mogelijk stadium wordt verstaan het stadium voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-besluit.
@@ -1276,11 +1276,11 @@
##### Artikel 7.20
De [artikelen 7.16 tot en met 7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) vinden geen toepassing ten aanzien van een activiteit, aangewezen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover die activiteit bij een provinciale verordening krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), overeenkomstig de omschrijving in die algemene maatregel van bestuur is aangewezen en het een besluit betreft dat ter zake van die activiteit bij die verordening overeenkomstig die maatregel is aangewezen.
De [artikelen 7.16 tot en met 7.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) vinden geen toepassing ten aanzien van een activiteit, aangewezen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover die activiteit bij een provinciale verordening krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), overeenkomstig de omschrijving in die algemene maatregel van bestuur is aangewezen en het een besluit betreft dat ter zake van die activiteit bij die verordening overeenkomstig die maatregel is aangewezen.
##### Artikel 7.21
1. Het bevoegd gezag kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt ontheffing verlenen van de verplichting tot het maken van een milieueffectrapport bij de voorbereiding van een krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel [artikel 7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen besluit in gevallen waarin het algemeen belang het onverwijld ondernemen van de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, noodzakelijk maakt.
1. Het bevoegd gezag kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt ontheffing verlenen van de verplichting tot het maken van een milieueffectrapport bij de voorbereiding van een krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel [artikel 7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen besluit in gevallen waarin het algemeen belang het onverwijld ondernemen van de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, noodzakelijk maakt.
2. Een verzoek om ontheffing bevat in elk geval:
@@ -1328,41 +1328,41 @@
- j. alsmede de gegevens die zijn aangewezen in bijlage IV van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, voor zover het milieueffectrapport deze gegevens niet reeds op grond van de onderdelen a tot en met i bevat.
2. Het milieueffectrapport is gesteld in de Nederlandse taal. Het bevoegd gezag kan aan degene die de activiteit onderneemt, bij het geven van het in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde advies toestemming verlenen het rapport in een daarbij aan te wijzen andere taal te stellen. De in het eerste lid, onder i, bedoelde samenvatting is steeds in de Nederlandse taal gesteld. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben.
2. Het milieueffectrapport is gesteld in de Nederlandse taal. Het bevoegd gezag kan aan degene die de activiteit onderneemt, bij het geven van het in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde advies toestemming verlenen het rapport in een daarbij aan te wijzen andere taal te stellen. De in het eerste lid, onder i, bedoelde samenvatting is steeds in de Nederlandse taal gesteld. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens worden bepaald en beschreven.
##### Artikel 7.24
1. Degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens de [artikelen 7.2, eerste lid, onder a, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in samenhang met [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en die voornemens is een aanvraag in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, of 7.6, derde lid, en waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en een of meer artikelen van [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing zijn, deelt dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
1. Degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens de [artikelen 7.2, eerste lid, onder a, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in samenhang met [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en die voornemens is een aanvraag in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, of 7.6, derde lid, en waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en een of meer artikelen van [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van toepassing zijn, deelt dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Op verzoek van de aanvrager brengt het bevoegd gezag advies uit inzake de reikwijdte en het detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieueffectrapport.
3. Bij afwezigheid van een verzoek als bedoeld in het tweede lid kan het bevoegd gezag ambtshalve advies uitbrengen.
4. In afwijking van deze paragraaf is [paragraaf 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een milieueffectrapport, ten aanzien van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, dat betrekking heeft op een besluit als bedoeld in dat lid en voor welke activiteit tevens:
4. In afwijking van deze paragraaf is [paragraaf 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een milieueffectrapport, ten aanzien van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, dat betrekking heeft op een besluit als bedoeld in dat lid en voor welke activiteit tevens:
- a. een besluit is vereist waarvoor op grond van [artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=2.8) een passende beoordeling moet worden gemaakt,
- b. een besluit is vereist dat mede uitvoering geeft aan [artikel 2.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1). juncto [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12), voor zover het betreft een geval dat behoort tot een krachtens [artikel 7.2, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie besluiten, of
- c. een plan is vereist als bedoeld in [artikel 14.4b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.4b&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- b. een besluit is vereist dat mede uitvoering geeft aan [artikel 2.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1). juncto [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12), voor zover het betreft een geval dat behoort tot een krachtens [artikel 7.2, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie besluiten, of
- c. een plan is vereist als bedoeld in [artikel 14.4b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.4b&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 7.25
Het bevoegd gezag raadpleegt de adviseurs en de bestuursorganen, die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het besluit berust bij de voorbereiding van het besluit worden betrokken, ten behoeve van het geven van advies als bedoeld in [artikel 7.24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en pleegt voorts overleg over dat advies met degene die de activiteit onderneemt.
Het bevoegd gezag raadpleegt de adviseurs en de bestuursorganen, die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het besluit berust bij de voorbereiding van het besluit worden betrokken, ten behoeve van het geven van advies als bedoeld in [artikel 7.24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en pleegt voorts overleg over dat advies met degene die de activiteit onderneemt.
##### Artikel 7.26
Het bevoegd gezag geeft uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek dan wel bij ontstentenis daarvan uiterlijk zes weken na de mededeling van het voornemen, een advies als bedoeld in [artikel 7.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01). Het bevoegd gezag kan de termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.
Het bevoegd gezag geeft uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek dan wel bij ontstentenis daarvan uiterlijk zes weken na de mededeling van het voornemen, een advies als bedoeld in [artikel 7.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01). Het bevoegd gezag kan de termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
##### Artikel 7.27
1. Degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a, dan wel onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in samenhang met [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en die voornemens is een aanvraag in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, en waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of een of meer artikelen van [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing zijn, deelt dat voornemen zo spoedig mogelijk schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel alvorens het milieueffectrapport op te stellen, indien het bevoegd gezag degene is die de activiteit wil ondernemen, raadpleegt het bevoegd gezag de adviseurs en de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het besluit berust bij de voorbereiding van het besluit worden betrokken, over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die is gericht op wat relevant is voor het besluit en die op grond van [artikel 7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in het milieueffectrapport moet worden opgenomen.
1. Degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a, dan wel onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in samenhang met [artikel 7.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en die voornemens is een aanvraag in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens artikel 7.2, derde of vierde lid, en waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of een of meer artikelen van [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing zijn, deelt dat voornemen zo spoedig mogelijk schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel alvorens het milieueffectrapport op te stellen, indien het bevoegd gezag degene is die de activiteit wil ondernemen, raadpleegt het bevoegd gezag de adviseurs en de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het besluit berust bij de voorbereiding van het besluit worden betrokken, over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die is gericht op wat relevant is voor het besluit en die op grond van [artikel 7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in het milieueffectrapport moet worden opgenomen.
3. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling dan wel na het opvatten van het voornemen door het bevoegd gezag, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan het tweede lid, geeft het bevoegd gezag kennis van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, dan wel van zijn eigen voornemen, met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12).
@@ -1374,7 +1374,7 @@
- c. of de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen.
5. In de kennisgeving wordt voorts vermeld indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen besluit en voor de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid, onder a, van dat artikel aangewezen, activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=1.1): dat voor de activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=1.1).
5. In de kennisgeving wordt voorts vermeld indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen besluit en voor de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid, onder a, van dat artikel aangewezen, activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=1.1): dat voor de activiteit een passende beoordeling moet worden gemaakt in verband met de mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=1.1).
6. Kennisgeving vindt plaats in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. Degene die de activiteit wil ondernemen overlegt op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de mededeling in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben.
@@ -1384,27 +1384,27 @@
1. Het bevoegd gezag laat een aanvraag om een besluit buiten behandeling indien
- a. bij het indienen van de aanvraag geen milieueffectrapport is overgelegd, tenzij van de plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport op grond van [artikel 7.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ontheffing is verleend;
- b. het overgelegde milieueffectrapport, mede gelet op het advies wanneer dat daarover op grond van [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is gegeven, niet voldoet aan [artikel 7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel onjuistheden bevat;
- c. in gevallen waarin krachtens [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ter voorbereiding van meer dan een besluit één milieueffectrapport wordt gemaakt, de van de aanvrager afkomstige aanvragen tot het nemen van de andere betrokken besluiten niet tegelijkertijd worden ingediend.
2. Het bevoegd gezag laat de aanvraag tevens buiten behandeling indien deze een krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen besluit betreft, dat krachtens wettelijk voorschrift op aanvraag wordt genomen, en
- a. bij het indienen van de aanvraag geen afschrift is gevoegd van de beslissing krachtens [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-01-01&g=2017-01-01), inhoudende dat geen milieueffectrapport behoeft te worden gemaakt, of
- b. geen beslissing is genomen krachtens [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel is beslist dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt en dat rapport niet is overgelegd.
- a. bij het indienen van de aanvraag geen milieueffectrapport is overgelegd, tenzij van de plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport op grond van [artikel 7.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) ontheffing is verleend;
- b. het overgelegde milieueffectrapport, mede gelet op het advies wanneer dat daarover op grond van [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is gegeven, niet voldoet aan [artikel 7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel onjuistheden bevat;
- c. in gevallen waarin krachtens [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) ter voorbereiding van meer dan een besluit één milieueffectrapport wordt gemaakt, de van de aanvrager afkomstige aanvragen tot het nemen van de andere betrokken besluiten niet tegelijkertijd worden ingediend.
2. Het bevoegd gezag laat de aanvraag tevens buiten behandeling indien deze een krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen besluit betreft, dat krachtens wettelijk voorschrift op aanvraag wordt genomen, en
- a. bij het indienen van de aanvraag geen afschrift is gevoegd van de beslissing krachtens [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-05-01&g=2017-05-01), inhoudende dat geen milieueffectrapport behoeft te worden gemaakt, of
- b. geen beslissing is genomen krachtens [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel is beslist dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt en dat rapport niet is overgelegd.
##### Artikel 7.29
1. Indien van een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.28&z=2017-01-01&g=2017-01-01), openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieueffectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven.
1. Indien van een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieueffectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven.
2. In het geval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land, geschiedt de openbare kennisgeving van de aanvraag en het milieueffectrapport in een publicatie in dat andere land.
##### Artikel 7.30
1. Indien de procedure van totstandkoming van het besluit voorziet in openbare kennisgeving van het ontwerp van een besluit, wordt van het milieueffectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven, behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Indien de procedure van totstandkoming van het besluit voorziet in openbare kennisgeving van het ontwerp van een besluit, wordt van het milieueffectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven, behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de openbare kennisgeving in een publicatie in een ander land in het geval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land.
@@ -1416,15 +1416,15 @@
##### Artikel 7.32
1. Indien een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.28&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel het ontwerp van een besluit als bedoeld in [artikel 7.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld daarover zienswijzen naar voren te brengen, kunnen zienswijzen over het milieueffectrapport gelijktijdig naar voren worden gebracht met zienswijzen over die aanvraag dan wel dat ontwerp, waarmee het milieueffectrapport ter inzage is gelegd.
1. Indien een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel het ontwerp van een besluit als bedoeld in [artikel 7.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld daarover zienswijzen naar voren te brengen, kunnen zienswijzen over het milieueffectrapport gelijktijdig naar voren worden gebracht met zienswijzen over die aanvraag dan wel dat ontwerp, waarmee het milieueffectrapport ter inzage is gelegd.
2. Indien de procedure van totstandkoming van een besluit er niet in voorziet dat de aanvraag of het ontwerp van het besluit ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze daarover naar voren te brengen, zijn in afwijking van die procedure de [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), [3:12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), [3:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) en [3:16 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) van toepassing. Zienswijzen over het milieueffectrapport kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Zienswijzen over het milieueffectrapport kunnen gelijktijdig naar voren worden gebracht met de zienswijzen over het ontwerp van het besluit.
3. De zienswijzen op het milieueffectrapport kunnen slechts betrekking hebben op de inhoud van het milieueffectrapport, het niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens [artikel 7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat.
3. De zienswijzen op het milieueffectrapport kunnen slechts betrekking hebben op de inhoud van het milieueffectrapport, het niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens [artikel 7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat.
4. Indien het eerste lid van toepassing is en de procedure van totstandkoming van een besluit voorziet in de vaststelling van een besluit binnen een bepaalde termijn, dan wordt die termijn, wanneer deze korter is dan de termijn, bedoeld in [artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16), verlengd tot de termijn, bedoeld in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht vermeerderd met twee weken.
5. [Artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing op een besluit waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of een of meer artikelen van [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met uitzondering van [artikel 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing zijn, en op een besluit ter zake van een activiteit als bedoeld in [artikel 7.24, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
5. [Artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing op een besluit waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of een of meer artikelen van [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met uitzondering van [artikel 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing zijn, en op een besluit ter zake van een activiteit als bedoeld in [artikel 7.24, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 7.33
@@ -1456,7 +1456,7 @@
##### Artikel 7.36
Een krachtens een andere wettelijke regeling te nemen besluit wordt, ook voor zover daarbij [artikel 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.35&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt toegepast, geacht krachtens die regeling te worden genomen.
Een krachtens een andere wettelijke regeling te nemen besluit wordt, ook voor zover daarbij [artikel 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt toegepast, geacht krachtens die regeling te worden genomen.
##### Artikel 7.37
@@ -1466,17 +1466,17 @@
- b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieueffectrapport beschreven alternatieven;
- c. hetgeen is overwogen omtrent de overeenkomstig [artikel 7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ter zake van het milieueffectrapport naar voren gebrachte zienswijzen.
- c. hetgeen is overwogen omtrent de overeenkomstig [artikel 7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01) ter zake van het milieueffectrapport naar voren gebrachte zienswijzen.
2. In het besluit wordt tevens vermeld:
- a. indien de commissie overeenkomstig [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in samenhang met [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), advies heeft uitgebracht, hetgeen is overwogen omtrent dat advies;
- a. indien de commissie overeenkomstig [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in samenhang met [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), advies heeft uitgebracht, hetgeen is overwogen omtrent dat advies;
- b. indien van toepassing, hetgeen in het milieueffectrapport omtrent mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen is overwogen, en
- c. indien van toepassing, hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. Het bevoegd gezag bepaalt bij het besluit de termijn of de termijnen waarop met het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt begonnen, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
- c. indien van toepassing, hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Het bevoegd gezag bepaalt bij het besluit de termijn of de termijnen waarop met het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt begonnen, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
4. Degene die de in dat besluit voorgenomen activiteit onderneemt, verleent aan het bevoegd gezag desgevraagd alle medewerking en verstrekt alle inlichtingen, die het redelijkerwijs voor het verrichten van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, behoeft.
@@ -1502,11 +1502,11 @@
3. Indien een in een besluit voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, wordt, onverminderd het eerste lid, aan de regering van dat land of een door die regering aan te wijzen autoriteit van dat land verstrekt:
- a. de aanvraag, bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.28&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit alsmede de milieueffectrapportage en, indien van toepassing, een advies als bedoeld in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gelijktijdig met de terinzagelegging daarvan in Nederland;
- a. de aanvraag, bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit alsmede de milieueffectrapportage en, indien van toepassing, een advies als bedoeld in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gelijktijdig met de terinzagelegging daarvan in Nederland;
- b. het besluit en het milieueffectrapport gelijktijdig met de bekendmaking daarvan in Nederland.
4. Op de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van het andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied zijn de [artikelen 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) en de [artikelen 7.9, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 7.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing. Tevens worden de in het tweede en derde lid bedoelde bescheiden toegezonden aan deze instanties.
4. Op de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van het andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied zijn de [artikelen 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) en de [artikelen 7.9, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 7.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing. Tevens worden de in het tweede en derde lid bedoelde bescheiden toegezonden aan deze instanties.
5. De ingevolge het tweede of derde lid te verstrekken stukken dienen als grondslag voor het overleg met bestuursorganen in het betrokken andere land over de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu in dat andere land kan hebben, en de maatregelen die worden overwogen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.
@@ -1526,11 +1526,11 @@
##### Artikel 7.38d
Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu meent te kunnen ondervinden van een in een plan dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland, geven het bevoegd gezag, onderscheidenlijk Onze Minister op verzoek van dat land toepassing aan [artikel 7.38a, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met inachtneming van de taakverdeling tussen het bevoegd gezag en Onze Minister, bedoeld in artikel 7.38a, zesde en zevende lid.
Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu meent te kunnen ondervinden van een in een plan dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland, geven het bevoegd gezag, onderscheidenlijk Onze Minister op verzoek van dat land toepassing aan [artikel 7.38a, eerste tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met inachtneming van de taakverdeling tussen het bevoegd gezag en Onze Minister, bedoeld in artikel 7.38a, zesde en zevende lid.
##### Artikel 7.38e
Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland kan Onze Minister bepalen dat het bevoegd gezag dat plan dan wel besluit niet vaststelt dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de termijn waarbinnen zienswijzen over het ontwerp van dat plan dan wel over de aanvraag, of het ontwerp van dat besluit naar voren kunnen worden gebracht, in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aan het bevoegd gezag te doen toekomen.
Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland kan Onze Minister bepalen dat het bevoegd gezag dat plan dan wel besluit niet vaststelt dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de termijn waarbinnen zienswijzen over het ontwerp van dat plan dan wel over de aanvraag, of het ontwerp van dat besluit naar voren kunnen worden gebracht, in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.11&artikel=7.38a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aan het bevoegd gezag te doen toekomen.
##### Artikel 7.38f
@@ -1556,17 +1556,17 @@
1. Het bevoegd gezag stelt een verslag op van het onderzoek.
2. Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een plan zendt het bevoegd gezag het verslag aan de adviseurs, de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en aan de commissie.
2. Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een plan zendt het bevoegd gezag het verslag aan de adviseurs, de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en aan de commissie.
3. Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een besluit zendt het bevoegd gezag het verslag aan degene die de activiteit onderneemt, aan de bestuursorganen en aan de adviseurs. Het maakt het verslag gelijktijdig bekend met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12).
4. Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een besluit waarover de commissie overeenkomstig [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in samenhang met [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), advies heeft uitgebracht, zendt het bevoegd gezag het verslag tevens aan die commissie.
4. Indien het milieueffectrapport betrekking heeft op een besluit waarover de commissie overeenkomstig [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in samenhang met [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), advies heeft uitgebracht, zendt het bevoegd gezag het verslag tevens aan die commissie.
##### Artikel 7.42
1. Indien uit het in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde onderzoek blijkt dat de activiteit in belangrijke mate nadeliger gevolgen voor het milieu heeft dan die welke bij het vaststellen van het plan, dan wel bij het nemen van het besluit werden verwacht, neemt het bevoegd gezag, indien dat naar zijn oordeel nodig is, de hem ter beschikking staande maatregelen ten einde die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
2. Indien het bevoegd gezag met betrekking tot een besluit tot het oordeel komt dat het moet worden gewijzigd of ingetrokken, zijn op die wijziging of intrekking de [artikelen 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.35&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [7.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
1. Indien uit het in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde onderzoek blijkt dat de activiteit in belangrijke mate nadeliger gevolgen voor het milieu heeft dan die welke bij het vaststellen van het plan, dan wel bij het nemen van het besluit werden verwacht, neemt het bevoegd gezag, indien dat naar zijn oordeel nodig is, de hem ter beschikking staande maatregelen ten einde die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
2. Indien het bevoegd gezag met betrekking tot een besluit tot het oordeel komt dat het moet worden gewijzigd of ingetrokken, zijn op die wijziging of intrekking de [artikelen 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [7.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7.43
@@ -1778,7 +1778,7 @@
- d. de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die inrichtingen die tot de betrokken categorieën behoren, kunnen veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
- e. de voor onderdelen van het milieu, waarvoor de betrokken categorieën van inrichtingen gevolgen kunnen hebben, geldende milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of bij [Bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- e. de voor onderdelen van het milieu, waarvoor de betrokken categorieën van inrichtingen gevolgen kunnen hebben, geldende milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of bij [Bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- f. de redelijkerwijs te verwachten financiële en economische gevolgen van de maatregel.
@@ -1790,7 +1790,7 @@
##### Artikel 8.41
1. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen de verplichting worden opgelegd tot het melden van het oprichten of het veranderen van een inrichting waarop de maatregel betrekking heeft, dan wel van het veranderen van de werking daarvan.
1. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen de verplichting worden opgelegd tot het melden van het oprichten of het veranderen van een inrichting waarop de maatregel betrekking heeft, dan wel van het veranderen van de werking daarvan.
2. Bij de maatregel wordt aangegeven:
@@ -1804,13 +1804,13 @@
3. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid, onder **c**, bedoelde gegevens en de wijze waarop zij moeten worden verstrekt.
4. Van de melding wordt openbaar kennisgegeven in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. Indien op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ook anderszins gegevens moeten worden verstrekt, kunnen bij de maatregel regels over de openbare kennisgeving daarvan worden gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen, waaraan een exemplaar van de melding of de anderszins verstrekte gegevens moet worden toegezonden.
4. Van de melding wordt openbaar kennisgegeven in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. Indien op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) ook anderszins gegevens moeten worden verstrekt, kunnen bij de maatregel regels over de openbare kennisgeving daarvan worden gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen, waaraan een exemplaar van de melding of de anderszins verstrekte gegevens moet worden toegezonden.
##### Artikel 8.42
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu, gesteld door een bij die maatregel aangegeven bestuursorgaan.
2. Op het stellen van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu, gesteld door een bij die maatregel aangegeven bestuursorgaan.
2. Op het stellen van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, kan voorschriften stellen die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens de maatregel, bedoeld in dat lid, indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
@@ -1894,11 +1894,11 @@
##### Artikel 8.50
1. Het bevoegd gezag is belast met de maatregelen, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Het bevoegd gezag kan de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde maatregelen, opdragen aan een daartoe door hem aangewezen rechtspersoon of instantie.
3. In afwijking van het eerste lid berust de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde maatregelen met betrekking tot:
1. Het bevoegd gezag is belast met de maatregelen, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Het bevoegd gezag kan de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde maatregelen, opdragen aan een daartoe door hem aangewezen rechtspersoon of instantie.
3. In afwijking van het eerste lid berust de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde maatregelen met betrekking tot:
- a. gesloten stortplaatsen waar baggerspecie is gestort en die worden gedreven of mede worden gedreven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bij die minister;
@@ -1908,7 +1908,7 @@
##### Artikel 8.51
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd, is verplicht te gedogen dat werkzaamheden worden verricht ten behoeve van die zorg, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd, is verplicht te gedogen dat werkzaamheden worden verricht ten behoeve van die zorg, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
@@ -1926,7 +1926,7 @@
4. Onder handelingen als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval verstaan: inzamelen of anderszins in ontvangst nemen, bewaren, nuttig toepassen, verwijderen, vervoeren of verhandelen van afvalstoffen of bemiddelen bij het beheer van afvalstoffen.
5. De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet of een in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde wet of de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
5. De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet of een in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde wet of de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
##### Artikel 10.1a
@@ -1970,7 +1970,7 @@
Bij de vaststelling van het afvalbeheerplan en bij het nemen van andere maatregelen voor de preventie en het beheer van afvalstoffen:
- a. kan zonodig voor bepaalde specifieke afvalstromen van de afvalhiërarchie, bedoeld in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden afgeweken, indien dit, de gehele levenscyclus in beschouwing nemende, met betrekking tot de algemene effecten van het produceren en beheren van dergelijke afvalstoffen gerechtvaardigd is;
- a. kan zonodig voor bepaalde specifieke afvalstromen van de afvalhiërarchie, bedoeld in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden afgeweken, indien dit, de gehele levenscyclus in beschouwing nemende, met betrekking tot de algemene effecten van het produceren en beheren van dergelijke afvalstoffen gerechtvaardigd is;
- b. houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen vereist dat het beheer op effectieve en efficiënte wijze geschiedt en effectief toezicht dan wel douanecontrole op het beheer mogelijk is.
@@ -2002,9 +2002,9 @@
##### Artikel 10.8
1. Onze Minister stelt het onderdeel van het afvalbeheerplan, bedoeld in [artikel 10.7, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
2. Onze Minister stelt de onderdelen van het afvalbeheerplan, bedoeld in [artikel 10.7, derde lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
1. Onze Minister stelt het onderdeel van het afvalbeheerplan, bedoeld in [artikel 10.7, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
2. Onze Minister stelt de onderdelen van het afvalbeheerplan, bedoeld in [artikel 10.7, derde lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
3. Onze Minister betrekt voorts bij de voorbereiding van het afvalbeheerplan de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende andere bestuursorganen, instellingen en organisaties.
@@ -2028,7 +2028,7 @@
1. Zodra het afvalbeheerplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het afvalbeheerplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan gedeputeerde staten van de provincies en burgemeester en wethouders van de gemeenten.
2. Onze Minister zendt het afvalbeheerplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig [artikel 10.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
2. Onze Minister zendt het afvalbeheerplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig [artikel 10.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
##### Artikel 10.12
@@ -2048,13 +2048,13 @@
1. Het afvalbeheerplan kan worden gewijzigd.
2. Met betrekking tot een wijziging van het afvalbeheerplan zijn [de artikelen 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) tot en met [10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot een wijziging van het afvalbeheerplan zijn [de artikelen 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) tot en met [10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.11&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.14
1. Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheerplan bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
2. Voor zover het afvalbeheerplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Voor zover het afvalbeheerplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
@@ -2148,9 +2148,9 @@
1. De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast.
2. Onverminderd [artikel 10.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening gehouden met het gemeentelijke milieubeleidsplan, indien in de gemeente een milieubeleidsplan geldt.
3. De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Onverminderd [artikel 10.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening gehouden met het gemeentelijke milieubeleidsplan, indien in de gemeente een milieubeleidsplan geldt.
3. De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
#### § 10.4.7. Het in-, uit- en doorvoeren van huishoudelijke afvalstoffen, autowrakken en bedrijfsafvalstoffen
@@ -2166,7 +2166,7 @@
##### Artikel 10.26
1. De gemeenteraad kan, in afwijking van [artikel 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening bepalen dat:
1. De gemeenteraad kan, in afwijking van [artikel 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening bepalen dat:
- a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel;
@@ -2182,7 +2182,7 @@
##### Artikel 10.27
In gevallen als bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
In gevallen als bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
##### Artikel 10.28
@@ -2190,7 +2190,7 @@
2. Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste lid, binnen de gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat [de artikelen 10.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [10.24, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat [de artikelen 10.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [10.24, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid.
##### Artikel 10.29
@@ -2210,11 +2210,11 @@
##### Artikel 10.31
[De artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) tot en met [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en titel 10.6 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert.
[De artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) tot en met [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en titel 10.6 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert.
##### Artikel 10.32
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting. Daarbij kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. De [artikelen 8.40, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [8.40a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [8.41, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [8.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [8.42b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42b&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor «inrichting» gelezen wordt: het brengen van afvalwater en andere stoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting. Daarbij kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. De [artikelen 8.40, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [8.40a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [8.41, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [8.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [8.42b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42b&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor «inrichting» gelezen wordt: het brengen van afvalwater en andere stoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, anders dan vanuit een inrichting.
##### Artikel 10.33
@@ -2262,31 +2262,31 @@
2. Het verbod geldt niet indien bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon:
- a. die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen;
- a. die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen;
- b. die bevoegd is de betrokken afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen:
- 1°. krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of op grond van een omgevingsvergunning;
- 2°. op grond van een krachtens [artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- 3°. krachtens [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- 4°. op grond van een krachtens [artikel 10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. die krachtens [artikel 10.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.50&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- 1°. krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of op grond van een omgevingsvergunning;
- 2°. op grond van een krachtens [artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- 3°. krachtens [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- 4°. op grond van een krachtens [artikel 10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. die krachtens [artikel 10.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.50&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- d. die op grond van een krachtens de [Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458) verleende vergunning bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen;
- e. die krachtens de [Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458) bevoegd is afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren;
- f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) die afvalstoffen naar dat land brengt;
- g. die krachtens [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen te vervoeren of te verhandelen.
- f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) die afvalstoffen naar dat land brengt;
- g. die krachtens [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen te vervoeren of te verhandelen.
##### Artikel 10.38
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
- a. de datum van afgifte;
@@ -2302,7 +2302,7 @@
2. De geregistreerde gegevens worden ten minste vijf jaar bewaard en gedurende die periode door de afvalstoffenhouder ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht of de douanecontrole op de naleving van de wet en van voorgaande afvalstoffenhouders.
3. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
3. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
@@ -2326,9 +2326,9 @@
##### Artikel 10.43
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet gelden.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in [artikel 10.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), de verplichting opgelegd de in de betrokken bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet gelden.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in [artikel 10.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), de verplichting opgelegd de in de betrokken bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
##### Artikel 10.43a
@@ -2390,7 +2390,7 @@
- a. zonder vermelding op een lijst van inzamelaars, of
- b. ingeval de afvalstoffen tot de krachtens [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01) aangewezen categorieën behoren, zonder vergunning van Onze Minister.
- b. ingeval de afvalstoffen tot de krachtens [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01) aangewezen categorieën behoren, zonder vergunning van Onze Minister.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
@@ -2406,7 +2406,7 @@
2. Tot de regels behoren:
- a. regels omtrent de wijze waarop een inzamelaar zich bij de krachtens [artikel 10.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen instantie meldt en de gegevens die daarbij worden overgelegd;
- a. regels omtrent de wijze waarop een inzamelaar zich bij de krachtens [artikel 10.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen instantie meldt en de gegevens die daarbij worden overgelegd;
- b. regels inhoudende de verplichting een wijziging te melden in de gegevens welke bij de melding zijn overgelegd;
@@ -2442,13 +2442,13 @@
- **bestemmingsplan:** bestemmingsplan als bedoeld in [artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.1);
- **binnenwaarde:** binnenwaarde als bedoeld in [artikel 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- **binnenwaarde:** binnenwaarde als bedoeld in [artikel 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- **brongegevens:** bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen gegevens, benodigd voor de vaststelling van de geluidproductie en de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg;
- **geluidbeperkende maatregel:** bij ministeriële regeling aangewezen maatregel die de geluidproductie vanwege een weg of spoorweg beperkt, met uitzondering van een maatregel inzake het gebruik van de weg of spoorweg;
- **geluidplafondkaart:** kaart met daarop aangegeven de wegen en spoorwegen, alsmede de geprojecteerde wegen en spoorwegen, waarop [titel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de daarop berustende bepalingen van toepassing zijn;
- **geluidplafondkaart:** kaart met daarop aangegeven de wegen en spoorwegen, alsmede de geprojecteerde wegen en spoorwegen, waarop [titel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de daarop berustende bepalingen van toepassing zijn;
- **geluidplan:** plan als bedoeld in [artikel 6, vijfde lid, van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=6);
@@ -2472,11 +2472,11 @@
- **Lden:** maat ter bepaling van de geluidsbelasting of een andere geluidwaarde op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00–19.00 uur, van 19.00–23.00 uur en van 23.00–07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
- **maximale waarde:** ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting als bedoeld in [artikel 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- **maximale waarde:** ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting als bedoeld in [artikel 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- **saneringsmaatregel:** geluidbeperkende maatregel dan wel een andere als zodanig aangewezen maatregel;
- **saneringsobject:** object als bedoeld in [artikel 11.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.57&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- **saneringsobject:** object als bedoeld in [artikel 11.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.57&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- **spoorweg:** spoorweg als bedoeld in [artikel 1 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=1);
@@ -2488,11 +2488,11 @@
- b. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen, die zijn gelegen binnen een daarbij aangegeven gebied;
- **voorkeurswaarde:** voorkeurswaarde van de geluidsbelasting, als bedoeld in [artikel 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- **voorkeurswaarde:** voorkeurswaarde van de geluidsbelasting, als bedoeld in [artikel 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- **weg:** voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg, met inbegrip van de daarin liggende bruggen of viaducten;
- **woonwagenstandplaats:** standplaats als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder e, van de Huisvestingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005674&artikel=1).
- **woonwagenstandplaats:** standplaats als bedoeld in [artikel 1, onder j, van de Wet op de huurtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=1).
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde wordt mede verstaan onder:
@@ -2552,7 +2552,7 @@
##### Artikel 13.1
1. Bij de toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) op de voorbereiding van beschikkingen krachtens deze wet en van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten of wettelijke bepalingen, wordt [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in acht genomen, voor zover dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
1. Bij de toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) op de voorbereiding van beschikkingen krachtens deze wet en van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten of wettelijke bepalingen, wordt [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in acht genomen, voor zover dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
2. De in het eerste lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen zijn:
@@ -2580,7 +2580,7 @@
##### Artikel 13.2
Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), [3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), en [3:14 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:14) en [de artikelen 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [13.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), [3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), en [3:14 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:14) en [de artikelen 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [13.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 13.3
@@ -2592,13 +2592,13 @@
##### Artikel 13.5
1. Bij het geven van een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan het bevoegd gezag zich in ieder geval baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
1. Bij het geven van een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan het bevoegd gezag zich in ieder geval baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een beschikking die krachtens de [Wet bescherming Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009449) wordt genomen.
##### Artikel 13.6
Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01). Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig [artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17), en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15). [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is niet van toepassing.
Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01). Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig [artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17), en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15). [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is niet van toepassing.
##### Artikel 13.7
@@ -2626,7 +2626,7 @@
- b. betrekking heeft op het beheer van andere dan gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid en in verband met de hoeveelheid waarin die afvalstoffen vrijkomen, op korte termijn nodig is;
- c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01)
- c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01)
##### Artikel 10.16a
@@ -2740,7 +2740,7 @@
##### Artikel 14.2
1. Ten aanzien van aanvragen als bedoeld in de [aanhef van artikel 14.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), die binnen een tijdsverloop van zes weken zijn gedaan, kunnen gedeputeerde staten, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, bepalen dat als datum van ontvangst van die aanvragen geldt de datum waarop de laatste daarvan is ontvangen. Indien het ontwerp van de beschikking op een aanvraag al overeenkomstig [artikel 3:13 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:13) is toegezonden, blijft de eerste volzin met betrekking tot die aanvraag buiten toepassing.
1. Ten aanzien van aanvragen als bedoeld in de [aanhef van artikel 14.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), die binnen een tijdsverloop van zes weken zijn gedaan, kunnen gedeputeerde staten, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, bepalen dat als datum van ontvangst van die aanvragen geldt de datum waarop de laatste daarvan is ontvangen. Indien het ontwerp van de beschikking op een aanvraag al overeenkomstig [artikel 3:13 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:13) is toegezonden, blijft de eerste volzin met betrekking tot die aanvraag buiten toepassing.
2. Gedeputeerde staten zijn gehouden ten aanzien van aanvragen als bedoeld in het eerste lid een bepaling als daar bedoeld te stellen wanneer een ander bestuursorgaan waartoe één of meer der aanvragen is gericht, dan wel de aanvrager of een der aanvragers hun daarom verzoekt. Een verzoek wordt schriftelijk bij gedeputeerde staten ingediend.
@@ -2752,7 +2752,7 @@
2. Zij dragen er daarnaast ten minste zorg voor dat zoveel mogelijk:
- a. ten aanzien van de ontwerpen van de betrokken beschikkingen gezamenlijk toepassing wordt gegeven aan de [artikelen 3:11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), en [3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) en [artikel 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- a. ten aanzien van de ontwerpen van de betrokken beschikkingen gezamenlijk toepassing wordt gegeven aan de [artikelen 3:11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), en [3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) en [artikel 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. de gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen overeenkomstig [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) wordt gegeven met betrekking tot de ontwerpen van de betrokken beschikkingen te zamen;
@@ -2760,21 +2760,21 @@
##### Artikel 14.4
Gedeputeerde staten kunnen van de bestuursorganen die bevoegd zijn te beslissen op de aanvragen waarover de in [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde coördinatie zich uitstrekt, alsmede van de bij de beslissingen op die aanvragen betrokken adviseurs de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen en adviseurs zijn gehouden de van hen gevorderde medewerking te verlenen.
Gedeputeerde staten kunnen van de bestuursorganen die bevoegd zijn te beslissen op de aanvragen waarover de in [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde coördinatie zich uitstrekt, alsmede van de bij de beslissingen op die aanvragen betrokken adviseurs de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen en adviseurs zijn gehouden de van hen gevorderde medewerking te verlenen.
#### § 9.7.6. Overgangsbepalingen hernieuwbare energie vervoer
##### Artikel 14.5
1. Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieueffectrapport gemaakt, met toepassing van [paragraaf 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in geval op al die besluiten paragraaf 7.8 van toepassing is en met toepassing van [paragraaf 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in de overige gevallen.
2. Buiten de gevallen, in het eerste lid bedoeld, kan, ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, worden besloten dat ter voorbereiding van die besluiten één milieueffectrapport wordt gemaakt, met toepassing van [paragraaf 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieueffectrapport gemaakt, met toepassing van [paragraaf 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in geval op al die besluiten paragraaf 7.8 van toepassing is en met toepassing van [paragraaf 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in de overige gevallen.
2. Buiten de gevallen, in het eerste lid bedoeld, kan, ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, worden besloten dat ter voorbereiding van die besluiten één milieueffectrapport wordt gemaakt, met toepassing van [paragraaf 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Een besluit krachtens het tweede lid wordt genomen:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de in het tweede lid bedoelde besluiten berust bij één bestuursorgaan: door dat orgaan;
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: door gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: door gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- c. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van de betrokken besluiten, te zamen.
@@ -2782,11 +2782,11 @@
##### Artikel 14.6
1. Degene die een activiteit onderneemt in een geval als bedoeld in [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan tegelijkertijd met een mededeling als bedoeld in [artikel 7.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel in [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verzoeken aan [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), toepassing te geven.
2. In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan een zodanig verzoek ook worden gedaan door een bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. Het wordt ingediend uiterlijk twee weken na de dag waarop met betrekking tot het milieueffectrapport de mededeling krachtens [artikel 7.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), heeft plaatsgevonden.
3. Het verzoek - waarin alle besluiten vermeld zijn, waarop het betrekking heeft - wordt schriftelijk ingediend bij het orgaan dat erover moet beslissen. In een geval als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt het verzoek ingediend bij een der bevoegde bestuursorganen; dat orgaan zendt het onverwijld aan de andere bevoegde organen.
1. Degene die een activiteit onderneemt in een geval als bedoeld in [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan tegelijkertijd met een mededeling als bedoeld in [artikel 7.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel in [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verzoeken aan [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), toepassing te geven.
2. In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan een zodanig verzoek ook worden gedaan door een bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. Het wordt ingediend uiterlijk twee weken na de dag waarop met betrekking tot het milieueffectrapport de mededeling krachtens [artikel 7.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), heeft plaatsgevonden.
3. Het verzoek - waarin alle besluiten vermeld zijn, waarop het betrekking heeft - wordt schriftelijk ingediend bij het orgaan dat erover moet beslissen. In een geval als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt het verzoek ingediend bij een der bevoegde bestuursorganen; dat orgaan zendt het onverwijld aan de andere bevoegde organen.
##### Artikel 14.7
@@ -2798,37 +2798,37 @@
##### Artikel 14.8
In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bevoegde bestuursorganen het orgaan aangewezen dat met de in [artikel 14.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde coördinatie wordt belast.
In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bevoegde bestuursorganen het orgaan aangewezen dat met de in [artikel 14.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde coördinatie wordt belast.
##### Artikel 14.9
1. Indien op grond van [artikel 14.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een milieueffectrapport moet worden gemaakt, dan wel overeenkomstig [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is besloten tot het maken van één milieueffectrapport, wordt dat rapport gecoördineerd voorbereid en behandeld.
1. Indien op grond van [artikel 14.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een milieueffectrapport moet worden gemaakt, dan wel overeenkomstig [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is besloten tot het maken van één milieueffectrapport, wordt dat rapport gecoördineerd voorbereid en behandeld.
2. Met de coördinatie is belast:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de betrokken besluiten berust bij één bestuursorgaan: dat orgaan;
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- c. in andere gevallen: het krachtens [artikel 14.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) daartoe aangewezen bestuursorgaan.
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- c. in andere gevallen: het krachtens [artikel 14.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) daartoe aangewezen bestuursorgaan.
##### Artikel 14.10
1. Het met de coördinatie belaste orgaan bevordert dat bij het geven van de in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde adviezen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die adviezen en dat bij het nemen van de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt gemaakt, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die besluiten.
1. Het met de coördinatie belaste orgaan bevordert dat bij het geven van de in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde adviezen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die adviezen en dat bij het nemen van de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt gemaakt, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die besluiten.
2. Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zoveel mogelijk zorg voor dat:
- a. van de mededelingen van de voornemens tot het indienen van een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede van het opvatten door het bevoegd gezag van het voornemen, als bedoeld in artikel 7.27, tweede lid, te zamen overeenkomstig artikel 7.27, derde lid, wordt kennisgegeven;
- b. de krachtens [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), te geven adviezen te zamen worden toegezonden aan degene die het milieueffectrapport maakt;
- c. het milieueffectrapport wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen, aan de adviseurs en de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- d. van het milieueffectrapport overeenkomstig [artikel 7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [7.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt kennisgegeven;
- e. overigens toepassing wordt gegeven aan [artikel 7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
- a. van de mededelingen van de voornemens tot het indienen van een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), alsmede van het opvatten door het bevoegd gezag van het voornemen, als bedoeld in artikel 7.27, tweede lid, te zamen overeenkomstig artikel 7.27, derde lid, wordt kennisgegeven;
- b. de krachtens [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), te geven adviezen te zamen worden toegezonden aan degene die het milieueffectrapport maakt;
- c. het milieueffectrapport wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen, aan de adviseurs en de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- d. van het milieueffectrapport overeenkomstig [artikel 7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [7.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt kennisgegeven;
- e. overigens toepassing wordt gegeven aan [artikel 7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.11
@@ -2836,15 +2836,15 @@
- a. kan het rapport aan dat orgaan worden overgelegd;
- b. kunnen de adviseurs en de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en de Comissie voor de milieueffectrapportage hun adviezen over het geven van adviezen inzake de inhoud van het rapport en over het rapport bij dat orgaan indienen;
- c. kan degene die gebruik maakt van de in [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) juncto [artikel 7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01) geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren brengen.
- b. kunnen de adviseurs en de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en de Comissie voor de milieueffectrapportage hun adviezen over het geven van adviezen inzake de inhoud van het rapport en over het rapport bij dat orgaan indienen;
- c. kan degene die gebruik maakt van de in [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) juncto [artikel 7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01) geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren brengen.
2. Indien stukken met een inhoud als bedoeld in het eerste lid worden overgelegd onderscheidenlijk ingediend bij een ander bevoegd gezag, zendt het deze onverwijld aan het met de coördinatie belaste orgaan.
##### Artikel 14.12
1. Ingeval ter zake van een activiteit een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, en ter zake van die activiteit één of meer besluiten moeten worden genomen ten aanzien waarvan [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet kan worden toegepast, kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, dan wel ambtshalve, worden besloten tot een gecoördineerde voorbereiding van deze besluiten.
1. Ingeval ter zake van een activiteit een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, en ter zake van die activiteit één of meer besluiten moeten worden genomen ten aanzien waarvan [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet kan worden toegepast, kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, dan wel ambtshalve, worden besloten tot een gecoördineerde voorbereiding van deze besluiten.
2. Een besluit krachtens het eerste lid wordt genomen:
@@ -2854,31 +2854,31 @@
##### Artikel 14.13
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt schriftelijk bij het bevoegd gezag ingediend gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in [artikel 7.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01). Het verzoek vermeldt alle besluiten waarop het betrekking heeft.
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt schriftelijk bij het bevoegd gezag ingediend gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in [artikel 7.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01). Het verzoek vermeldt alle besluiten waarop het betrekking heeft.
2. Het bevoegd gezag zendt onverwijld een afschrift van het verzoek aan de andere bevoegde organen.
3. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt alleen ingewilligd, indien het bevoegd gezag en de andere bevoegde organen daarmee instemmen. Artikel 14.7, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt alleen ingewilligd, indien het bevoegd gezag en de andere bevoegde organen daarmee instemmen. Artikel 14.7, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.14
1. Indien een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt ingewilligd, treedt het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport moet worden gemaakt, op als het met de coördinatie belaste orgaan.
De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de [artikelen 7.24 tot en met 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01) aangemerkt als adviseur.
1. Indien een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt ingewilligd, treedt het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport moet worden gemaakt, op als het met de coördinatie belaste orgaan.
De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de [artikelen 7.24 tot en met 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onderscheidenlijk [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01) aangemerkt als adviseur.
2. Indien ter zake van de activiteit waarop het verzoek betrekking heeft, meer dan één besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van die besluiten, het met de coördinatie belaste orgaan aangewezen.
3. Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zo veel mogelijk zorg voor dat:
- a. bij het geven van de in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde adviezen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van de besluiten waarop het verzoek betrekking heeft;
- a. bij het geven van de in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.27, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde adviezen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van de besluiten waarop het verzoek betrekking heeft;
- b. tussen de bevoegde bestuursorganen tijdig overleg wordt gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten te bevorderen.
4. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.15
Met betrekking tot de termijn waarbinnen de betrokken besluiten moeten worden genomen, is [artikel 7.32, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
Met betrekking tot de termijn waarbinnen de betrokken besluiten moeten worden genomen, is [artikel 7.32, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.16
@@ -2986,9 +2986,9 @@
1. Indien degene tot wie een beschikking is gericht krachtens:
- a. [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), juncto [artikel 9.2.2.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01),
- b. de [artikelen 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01) juncto één of meer der onder **a** genoemde bepalingen,
- a. [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), juncto [artikel 9.2.2.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01),
- b. de [artikelen 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01) juncto één of meer der onder **a** genoemde bepalingen,
- c. de [artikelen 13, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=13), juncto [16, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=16), of [43, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=43),
@@ -2996,7 +2996,7 @@
zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven, kent het gezag dat de beschikking in eerste aanleg heeft gegeven, hem, voor zover op andere wijze in een redelijke vergoeding niet is of kan worden voorzien, op zijn verzoek dan wel uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in [artikel 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in [artikel 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
3. Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid op aanvraag wordt gegeven, kan een verzoek om vergoeding worden ingediend na de toezending van een exemplaar van het ontwerp van die beschikking aan de aanvrager.
@@ -3008,13 +3008,13 @@
##### Artikel 15.21
1. [Artikel 15.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in
- a. [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet,
- b. de [artikelen 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01),
- c. [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01),
1. [Artikel 15.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in
- a. [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet,
- b. de [artikelen 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01),
- c. [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01),
- d. de [artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=6),
@@ -3026,7 +3026,7 @@
1. Voor zover de toekenning van de vergoeding niet is geschied met instemming van Onze Minister, komen de kosten daarvan ten laste van het bevoegd gezag.
2. In afwijking van het eerste lid komen in gevallen als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid, onder a, d, f of h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.2) voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en de verlening van schadevergoeding niet is geschied met instemming van gedeputeerde staten, de kosten daarvan ten laste van het bevoegd gezag.
2. In afwijking van het eerste lid komen in gevallen als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid, onder a, d, f of h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.2) voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en de verlening van schadevergoeding niet is geschied met instemming van gedeputeerde staten, de kosten daarvan ten laste van het bevoegd gezag.
##### Artikel 15.23
@@ -3072,9 +3072,9 @@
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van vergoedingen voor keuringen als bedoeld in
- a. [artikel 9.2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. [artikel 9.5.1, derde lid, onder e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- a. [artikel 9.2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. [artikel 9.5.1, derde lid, onder e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. [artikel 15, tweede lid, van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=15).
@@ -3082,13 +3082,13 @@
##### Artikel 15.32
1. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kunnen regels worden gesteld,
1. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, mengsels of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, voor zodanige verpakkingen een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige verpakkingen na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen;
- b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, mengsels of produkten in Nederland op de markt brengen, voor zodanige stoffen, mengsels of produkten een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige stoffen, mengsels of produkten na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kunnen regels worden gesteld,
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, mengsels of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, zodanige verpakkingen na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen;
@@ -3102,7 +3102,7 @@
##### Artikel 15.33
1. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de [artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
1. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de [artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt:
@@ -3118,7 +3118,7 @@
##### Artikel 15.34
1. Voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding krachtens [artikel 4.2, eerste lid, onder a, d, f of h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.2) of [artikel 15.21, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van deze wet, vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kunnen provinciale staten ter bestrijding van die kosten een heffing instellen ter zake van het onttrekken van grondwater.
1. Voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding krachtens [artikel 4.2, eerste lid, onder a, d, f of h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.2) of [artikel 15.21, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van deze wet, vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kunnen provinciale staten ter bestrijding van die kosten een heffing instellen ter zake van het onttrekken van grondwater.
2. De heffing wordt geheven van houders van inrichtingen, bestemd tot het onttrekken van grondwater, daaronder niet begrepen inrichtingen welke uitsluitend dienen tot het regelen van de vrije grondwaterspiegel of van de stijghoogte van het grondwater.
@@ -3126,7 +3126,7 @@
4. Als grondslag voor de heffing geldt de onttrokken hoeveelheid water.
5. Tot het instellen van een heffing wordt overgegaan binnen een jaar nadat de beschikking waarbij de in het eerste lid bedoelde schadevergoeding is verleend, ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in werking is getreden.
5. Tot het instellen van een heffing wordt overgegaan binnen een jaar nadat de beschikking waarbij de in het eerste lid bedoelde schadevergoeding is verleend, ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in werking is getreden.
6. De heffing wordt jaarlijks geheven gedurende een termijn van ten hoogste tien jaren. In de verordening tot instelling van de heffing kan worden bepaald dat de heffing op verzoek van de heffingplichtige voor de ten tijde van de indiening van het verzoek nog niet aangevangen jaren waarover de heffing wordt geheven, ineens kan worden voldaan volgens een in de verordening op te nemen regeling.
@@ -3156,7 +3156,7 @@
##### Artikel 15.37
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan slechts worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, mengsels of produkten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. Onze Minister betrekt bij zijn oordeel met betrekking tot de vraag of degenen die, onderscheidenlijk de organisaties van degenen die het verzoek hebben ingediend, een belangrijke meerderheid vormen, in ieder geval het aantal van hen in verhouding met het totale aantal van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen.
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan slechts worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, mengsels of produkten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. Onze Minister betrekt bij zijn oordeel met betrekking tot de vraag of degenen die, onderscheidenlijk de organisaties van degenen die het verzoek hebben ingediend, een belangrijke meerderheid vormen, in ieder geval het aantal van hen in verhouding met het totale aantal van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen.
2. Op de voorbereiding van een besluit op het verzoek is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
@@ -3170,15 +3170,15 @@
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. [Artikel 15.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel **b** van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste.
4. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen.
3. Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. [Artikel 15.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel **b** van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste.
4. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen.
##### Artikel 15.39
1. Een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geldt voor een daarbij aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar.
2. Onze Minister kan een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01), na overleg met Onze Minister van Economische Zaken intrekken, indien:
1. Een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geldt voor een daarbij aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar.
2. Onze Minister kan een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), na overleg met Onze Minister van Economische Zaken intrekken, indien:
- a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist zijn of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
@@ -3186,9 +3186,9 @@
- c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten.
3. Alvorens een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op grond van het tweede lid, onder **a**, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
4. Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op grond van het tweede lid, onder b of c, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Alvorens een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op grond van het tweede lid, onder **a**, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
4. Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op grond van het tweede lid, onder b of c, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.40
@@ -3196,13 +3196,13 @@
##### Artikel 15.41
Indien een of meer van degenen die een stof, mengsels of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van [artikel 15.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd.
Indien een of meer van degenen die een stof, mengsels of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van [artikel 15.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd.
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 15.42
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in [paragraaf 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in [paragraaf 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 15.43
@@ -3214,7 +3214,7 @@
- a. de in artikel 8.49 bedoelde zorg voor de in de betrokken provincie gelegen stortplaatsen;
- b. een voor de betrokken provincie geldende verplichting tot afdracht aan een fonds als bedoeld in [artikel 15.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. een voor de betrokken provincie geldende verplichting tot afdracht aan een fonds als bedoeld in [artikel 15.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. de door de provincie uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten vóór 1 september 1996 is beëindigd, en het onderzoek naar en systematische controle van aanwezigheid, aard en omvang van eventuele verontreiniging aldaar.
@@ -3226,19 +3226,19 @@
1. De heffing wordt geheven van degene die een stortplaats drijft.
2. Het bedrag van de heffing wordt zodanig vastgesteld dat uit de opbrengst van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten de kosten kunnen worden bestreden, die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het in [artikel 8.49, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde nazorgplan waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd, of, indien geen nazorgplan geldt, de in [artikel 8.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde zorg voor die stortplaats. Indien na de vaststelling blijkt dat de opbrengst van de heffing hoger dan wel lager is dan het bedrag dat nodig is om de kosten te bestrijden die naar verwachting met die zorg van die stortplaats gemoeid zullen zijn, kan het bedrag van de heffing opnieuw worden vastgesteld. Het reeds betaalde bedrag van de heffing wordt hierop in mindering gebracht.
3. In afwijking van het tweede lid kan de heffing terzake van de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in de betrokken provincie worden vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen die op de stortplaats zijn afgegeven. Het bedrag wordt zodanig vastgesteld dat uit het totaal van de opbrengsten van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten voor de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in die provincie de kosten kunnen worden bestreden die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de zorg voor die stortplaatsen. De kosten, bedoeld in [de tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden berekend met inachtneming van de voor die stortplaatsen geldende nazorgplannen waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd.
2. Het bedrag van de heffing wordt zodanig vastgesteld dat uit de opbrengst van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten de kosten kunnen worden bestreden, die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het in [artikel 8.49, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde nazorgplan waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd, of, indien geen nazorgplan geldt, de in [artikel 8.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde zorg voor die stortplaats. Indien na de vaststelling blijkt dat de opbrengst van de heffing hoger dan wel lager is dan het bedrag dat nodig is om de kosten te bestrijden die naar verwachting met die zorg van die stortplaats gemoeid zullen zijn, kan het bedrag van de heffing opnieuw worden vastgesteld. Het reeds betaalde bedrag van de heffing wordt hierop in mindering gebracht.
3. In afwijking van het tweede lid kan de heffing terzake van de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in de betrokken provincie worden vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen die op de stortplaats zijn afgegeven. Het bedrag wordt zodanig vastgesteld dat uit het totaal van de opbrengsten van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten voor de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in die provincie de kosten kunnen worden bestreden die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de zorg voor die stortplaatsen. De kosten, bedoeld in [de tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden berekend met inachtneming van de voor die stortplaatsen geldende nazorgplannen waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd.
4. Het derde lid is niet van toepassing op stortplaatsen waar baggerspecie is gestort.
##### Artikel 15.46
1. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat degenen die een stortplaats drijven, waarop [artikel 15.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet van toepassing is, financiële zekerheid stellen voor het nakomen van de krachtens [de artikelen 15.44, eerste lid, onder a, en 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voor hen geldende verplichting. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven het bedrag waarvoor de zekerheid ten hoogste in stand moet worden gehouden.
2. De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt op het tijdstip waarop een bedrag aan heffing, als bedoeld in [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is betaald, voor zover het betreft het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag dat is betaald.
3. Gedeputeerde staten kunnen verhaal nemen op de gestelde zekerheid, voor zover degene die de zekerheid heeft gesteld, het bedrag van de heffing, zoals dat is vastgesteld ingevolge [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet tijdig heeft betaald.
1. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat degenen die een stortplaats drijven, waarop [artikel 15.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), niet van toepassing is, financiële zekerheid stellen voor het nakomen van de krachtens [de artikelen 15.44, eerste lid, onder a, en 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor hen geldende verplichting. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven het bedrag waarvoor de zekerheid ten hoogste in stand moet worden gehouden.
2. De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt op het tijdstip waarop een bedrag aan heffing, als bedoeld in [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is betaald, voor zover het betreft het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag dat is betaald.
3. Gedeputeerde staten kunnen verhaal nemen op de gestelde zekerheid, voor zover degene die de zekerheid heeft gesteld, het bedrag van de heffing, zoals dat is vastgesteld ingevolge [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), niet tijdig heeft betaald.
4. Gedeputeerde staten kunnen het ingevolge het derde lid te verhalen bedrag invorderen bij dwangbevel.
@@ -3246,7 +3246,7 @@
##### Artikel 15.47
1. Gedeputeerde staten van een provincie richten voor hun provincie een fonds op, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
1. Gedeputeerde staten van een provincie richten voor hun provincie een fonds op, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten van verschillende provincies gezamenlijk voor hun provincies een fonds als bedoeld in het eerste lid oprichten.
@@ -3256,39 +3256,39 @@
5. Een fonds ontvangt jaarlijks:
- a. de opbrengst van de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde heffing, verminderd met het bedrag ter bestrijding van de kosten in verband met de in [artikel 15.44, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde handelingen en met het gedeelte van de heffingen, bedoeld in [artikel 15.48, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. de bedragen die ingevolge [artikel 15.46, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden verhaald;
- a. de opbrengst van de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde heffing, verminderd met het bedrag ter bestrijding van de kosten in verband met de in [artikel 15.44, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde handelingen en met het gedeelte van de heffingen, bedoeld in [artikel 15.48, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. de bedragen die ingevolge [artikel 15.46, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden verhaald;
- c. rentebaten en beleggingsopbrengsten die via het fonds zijn verkregen;
- d. het batig saldo van de laatstelijk afgesloten rekening van het fonds.
6. Een fonds is gerechtigd ook andere bedragen, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde zorg, dan die, bedoeld in het vijfde lid, in ontvangst te nemen.
6. Een fonds is gerechtigd ook andere bedragen, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde zorg, dan die, bedoeld in het vijfde lid, in ontvangst te nemen.
7. Uit het fonds worden uitsluitend bestreden de kosten die:
- a. worden gemaakt in verband met de uitvoering van de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde zorg met betrekking tot gesloten stortplaatsen in de betrokken provincie of provincies;
- a. worden gemaakt in verband met de uitvoering van de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde zorg met betrekking tot gesloten stortplaatsen in de betrokken provincie of provincies;
- b. zijn verbonden aan de werkzaamheden van het fonds dat in de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies werkzaam is;
- c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), doch slechts voor zover de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde heffing mede op deze kosten betrekking heeft.
8. Onder de kosten, bedoeld in het zevende lid, worden niet begrepen de kosten die in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen door de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies worden gemaakt ten behoeve van haar bestuurlijk apparaat.
- c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), doch slechts voor zover de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde heffing mede op deze kosten betrekking heeft.
8. Onder de kosten, bedoeld in het zevende lid, worden niet begrepen de kosten die in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen door de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies worden gemaakt ten behoeve van haar bestuurlijk apparaat.
##### Artikel 15.48
1. Gedeputeerde staten van provincies kunnen gezamenlijk een fonds oprichten ter dekking van grote financiële risico's in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. Het in het eerste lid bedoelde fonds ontvangt jaarlijks van die provincies een door het bestuur van dat fonds te bepalen gedeelte van de aan die provincies afgedragen heffingen als bedoeld in [artikel 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. Van [artikel 15.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn het derde en vierde lid, alsmede het achtste lid, in verbinding met het zevende lid, onder b, van overeenkomstige toepassing.
1. Gedeputeerde staten van provincies kunnen gezamenlijk een fonds oprichten ter dekking van grote financiële risico's in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. Het in het eerste lid bedoelde fonds ontvangt jaarlijks van die provincies een door het bestuur van dat fonds te bepalen gedeelte van de aan die provincies afgedragen heffingen als bedoeld in [artikel 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Van [artikel 15.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn het derde en vierde lid, alsmede het achtste lid, in verbinding met het zevende lid, onder b, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.49
1. Ter zake van door een stortplaats veroorzaakte schade, die bekend is geworden na het tijdstip waarop een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met betrekking tot die stortplaats is afgegeven, doet noch een provincie, noch het in deze titel bedoelde fonds een beroep op de aansprakelijkheid van degene die als laatste de stortplaats heeft gedreven op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
2. Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is.
1. Ter zake van door een stortplaats veroorzaakte schade, die bekend is geworden na het tijdstip waarop een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met betrekking tot die stortplaats is afgegeven, doet noch een provincie, noch het in deze titel bedoelde fonds een beroep op de aansprakelijkheid van degene die als laatste de stortplaats heeft gedreven op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
2. Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
@@ -3300,7 +3300,7 @@
jaarvracht: totale hoeveelheid van een emissie gedurende een kalenderjaar;
nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
toegewezen eenheid: eenheid als bedoeld in artikel 3, onder 6, van de Verordening EU-register handel in broeikasgasemissierechten (AAU);
@@ -3310,11 +3310,11 @@
verwijderingseenheid: eenheid als bedoeld in artikel 3, onder 10, van de Verordening EU-register handel in emissierechten (RMU).
2. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
2. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas in de lucht veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas in de lucht.
3. Voor de toepassing van [afdeling 16.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt verstaan onder:
3. Voor de toepassing van [afdeling 16.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt verstaan onder:
- **emissieverslag:** verslag betreffende de emissies in een kalenderjaar als bedoeld in artikel 67 en bijlage X van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel;
@@ -3332,11 +3332,11 @@
1. Indien zich in een inrichting een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, treft degene die de inrichting drijft, onmiddellijk de maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, om herhaling of de gevolgen van dat voorval te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken.
2. Indien door het voorval direct gevaar voor de menselijke gezondheid ontstaat of dreigt te ontstaan of onmiddellijke en aanmerkelijke gevolgen voor het milieu ontstaan of dreigen te ontstaan en zolang niet kan worden gewaarborgd dat door de getroffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, of de aanvullende maatregelen, bedoeld in [artikel 17.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning voor de inrichting of aan de bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voor de inrichting geldende regels, legt degene die de inrichting drijft de inrichting geheel of gedeeltelijk stil.
2. Indien door het voorval direct gevaar voor de menselijke gezondheid ontstaat of dreigt te ontstaan of onmiddellijke en aanmerkelijke gevolgen voor het milieu ontstaan of dreigen te ontstaan en zolang niet kan worden gewaarborgd dat door de getroffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, of de aanvullende maatregelen, bedoeld in [artikel 17.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning voor de inrichting of aan de bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor de inrichting geldende regels, legt degene die de inrichting drijft de inrichting geheel of gedeeltelijk stil.
##### Artikel 17.2
1. Degene die een inrichting drijft, waarin zich een voorval, als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voordoet of heeft voorgedaan, meldt dat voorval zo spoedig mogelijk aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht dan wel, in andere gevallen, aan burgemeester en wethouders.
1. Degene die een inrichting drijft, waarin zich een voorval, als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voordoet of heeft voorgedaan, meldt dat voorval zo spoedig mogelijk aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht dan wel, in andere gevallen, aan burgemeester en wethouders.
2. Hij verstrekt dat bestuursorgaan tevens, zodra zij bekend zijn, de gegevens met betrekking tot:
@@ -3362,9 +3362,9 @@
- e. andere bestuursorganen of overheidsdiensten, die direct belang hebben bij een onverwijlde mededeling.
4. Het bevoegd gezag kan voor categorieën van voorvallen als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), waarvan de nadelige gevolgen voor het milieu niet significant zijn, voorschriften stellen die afwijken van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. In deze voorschriften kan worden bepaald dat de daarbij aangegeven categorieën van voorvallen binnen een bepaalde termijn worden gemeld of worden geregistreerd. De voorschriften worden gesteld in een omgevingsvergunning voor een inrichting of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in een beschikking. Van laatstbedoelde beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
5. Indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, zijn het tweede en derde lid, alsmede de [artikelen 17.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [17.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing.
4. Het bevoegd gezag kan voor categorieën van voorvallen als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), waarvan de nadelige gevolgen voor het milieu niet significant zijn, voorschriften stellen die afwijken van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. In deze voorschriften kan worden bepaald dat de daarbij aangegeven categorieën van voorvallen binnen een bepaalde termijn worden gemeld of worden geregistreerd. De voorschriften worden gesteld in een omgevingsvergunning voor een inrichting of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in een beschikking. Van laatstbedoelde beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
5. Indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, zijn het tweede en derde lid, alsmede de [artikelen 17.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [17.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing.
6. Het bestuursorgaan dat een melding als bedoeld in het vierde lid ontvangt, geeft van die melding kennis aan de inspecteur.
@@ -3376,11 +3376,11 @@
- b. herhaling van het gemelde voorval te voorkomen of
- c. ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning voor de inrichting of aan de bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voor de inrichting geldende regels.
- c. ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning voor de inrichting of aan de bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor de inrichting geldende regels.
2. Het bevoegde bestuursorgaan ziet erop toe dat de nodige gegevens worden verzameld om het voorval te analyseren en de oorzaken ervan te achterhalen.
3. Om herhaling te voorkomen wijzigt het bevoegde bestuursorgaan zo nodig de omgevingsvergunning, doet het daarop gerichte aanbevelingen of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), stelt het voorschriften in een beschikking. Van laatstbedoelde beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
3. Om herhaling te voorkomen wijzigt het bevoegde bestuursorgaan zo nodig de omgevingsvergunning, doet het daarop gerichte aanbevelingen of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), stelt het voorschriften in een beschikking. Van laatstbedoelde beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
4. Met betrekking tot een beschikking tot wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in het derde lid is [artikel 3.15, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.15) van overeenkomstige toepassing.
@@ -3400,7 +3400,7 @@
2. Een verplichting of verbod als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd:
- a. voor zover de verplichting of het verbod betrekking heeft op een inrichting: door het bestuursorgaan dat ingevolge het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.4) het bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning voor de inrichting, of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), door het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in [artikel 8.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan of, in andere gevallen, door burgemeester en wethouders;
- a. voor zover de verplichting of het verbod betrekking heeft op een inrichting: door het bestuursorgaan dat ingevolge het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.4) het bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning voor de inrichting, of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), door het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in [artikel 8.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan of, in andere gevallen, door burgemeester en wethouders;
- b. in andere gevallen: door gedeputeerde staten.
@@ -3414,11 +3414,11 @@
##### Artikel 18.2
1. Het bestuursorgaan dat ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht, dan wel in andere gevallen burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, hebben tot taak:
1. Het bestuursorgaan dat ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht, dan wel in andere gevallen burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, hebben tot taak:
- a. zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de voorschriften die voor degene die de inrichting drijft, gelden op grond van:
- 1°. het bepaalde bij of krachtens deze wet en de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde wetten, voor zover dat bij of krachtens die wetten is bepaald;
- 1°. het bepaalde bij of krachtens deze wet en de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde wetten, voor zover dat bij of krachtens die wetten is bepaald;
- 2°. de EG-verordening PRTR;
@@ -3434,11 +3434,11 @@
##### Artikel 18.2a
1. Voor zover [artikel 5.2, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) niet van toepassing is, hebben Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het bestuursorgaan dat tot verlening van vergunningen als bedoeld in [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) bevoegd is tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de [artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het bestuursorgaan dat tot verlening van vergunningen als bedoeld in [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) bevoegd is hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [de artikelen 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. Onverminderd [artikel 18.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), heeft Onze betrokken Minister tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 11A.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11A.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Voor zover [artikel 5.2, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) niet van toepassing is, hebben Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het bestuursorgaan dat tot verlening van vergunningen als bedoeld in [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) bevoegd is tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de [artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het bestuursorgaan dat tot verlening van vergunningen als bedoeld in [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) bevoegd is hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [de artikelen 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Onverminderd [artikel 18.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), heeft Onze betrokken Minister tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 11A.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11A.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.3
@@ -3446,9 +3446,9 @@
##### Artikel 18.4
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde, alsmede de naleving van de in [artikel 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel en van de in [artikel 18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bepaalde, alsmede de naleving van de in [artikel 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel en van de in [artikel 18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde bepalingen van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
3. Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de [artikelen 5:15 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15).
@@ -3470,7 +3470,7 @@
##### Artikel 18.8
Tot de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens [artikel 5.15 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.15) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
Tot de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens [artikel 5.15 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.15) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
##### Artikel 18.9
@@ -3510,7 +3510,7 @@
##### Artikel 18.17
Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), die de betrokken persoon houdt, intrekken.
Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), die de betrokken persoon houdt, intrekken.
##### Artikel 18.18
@@ -3540,19 +3540,19 @@
##### Artikel 19.4
1. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vult de verzoeker, indien een tweede tekst naar het oordeel van het bevoegd gezag niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
2. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vult Onze betrokken Minister, indien een tweede tekst naar zijn oordeel niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
1. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vult de verzoeker, indien een tweede tekst naar het oordeel van het bevoegd gezag niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
2. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vult Onze betrokken Minister, indien een tweede tekst naar zijn oordeel niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
3. Op de tweede tekst stelt het bevoegd gezag een aantekening waaruit blijkt dat die tekst dient ter vervanging van de oorspronkelijke tekst waarin gegevens voorkomen, waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd onderscheidenlijk geboden is. Indien het eerste of tweede lid toepassing heeft gevonden, vermeldt de aantekening tevens dat de stukken zijn aangevuld met gegevens als in die leden bedoeld.
##### Artikel 19.5
1. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is gedaan en betrekking heeft op een plan onderscheidenlijk besluit waarover de Commissie voor de milieueffectrapportage overeenkomstig [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in samenhang met [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen, wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan die commissie.
2. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het een besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onderscheidenlijk [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de [artikelen 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) en [4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5), [artikel 31 van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=31), [artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.9) en [artikel 7.21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [13.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het geen besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
1. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is gedaan en betrekking heeft op een plan onderscheidenlijk besluit waarover de Commissie voor de milieueffectrapportage overeenkomstig [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [artikel 7.32, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in samenhang met [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen, wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan die commissie.
2. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het een besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onderscheidenlijk [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de [artikelen 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) en [4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5), [artikel 31 van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=31), [artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.9) en [artikel 7.21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [13.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het geen besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 19.6
@@ -3560,11 +3560,11 @@
##### Artikel 19.7
1. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bestuur van de emissieautoriteit op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
2. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), onderscheidenlijk [artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van het bestuur van de emissieautoriteit opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
3. [De artikelen 19.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [19.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag.
1. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bestuur van de emissieautoriteit op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
2. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), onderscheidenlijk [artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van het bestuur van de emissieautoriteit opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
3. [De artikelen 19.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [19.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag.
4. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, kan openbaarmaking van het betrokken emissieverslag achterwege blijven tot uiterlijk vier weken nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist.
@@ -3574,13 +3574,13 @@
##### Artikel 20.1
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op een beroep tegen een besluit op grond van deze wet of tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01), binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit.
2. Het beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan uitsluitend worden ingesteld door een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de wijzigingen die ten opzichte van het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit zijn aangebracht. [Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:13) is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van [artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:8) vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aan met ingang van de dag na die waarop in de Staatscourant een mededeling is gedaan als bedoeld in [artikel 16.30a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel met ingang van de dag na die waarop het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit overeenkomstig artikel 16.30a, derde lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.30, vierde lid, in de Staatscourant is bekendgemaakt. In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het maken van bezwaar tegen een besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten op grond van [artikel 16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aan met ingang van de dag na die waarop aan de aanvrager een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 16.32, vierde lid, dan wel met ingang van de dag na die waarop het overeenkomstig artikel 16.32, vijfde lid, gewijzigde toewijzingsbesluit is bekendgemaakt. In afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) bedraagt de termijn voor het instellen van beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vier weken.
4. In afwijking van [artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:19) wordt het beroep tegen het nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geacht mede gericht te zijn tegen het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op een beroep tegen een besluit op grond van deze wet of tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01), binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit.
2. Het beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan uitsluitend worden ingesteld door een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de wijzigingen die ten opzichte van het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit zijn aangebracht. [Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:13) is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van [artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:8) vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aan met ingang van de dag na die waarop in de Staatscourant een mededeling is gedaan als bedoeld in [artikel 16.30a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel met ingang van de dag na die waarop het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit overeenkomstig artikel 16.30a, derde lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.30, vierde lid, in de Staatscourant is bekendgemaakt. In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het maken van bezwaar tegen een besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten op grond van [artikel 16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aan met ingang van de dag na die waarop aan de aanvrager een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 16.32, vierde lid, dan wel met ingang van de dag na die waarop het overeenkomstig artikel 16.32, vijfde lid, gewijzigde toewijzingsbesluit is bekendgemaakt. In afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) bedraagt de termijn voor het instellen van beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vier weken.
4. In afwijking van [artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:19) wordt het beroep tegen het nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geacht mede gericht te zijn tegen het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 20.2
@@ -3612,7 +3612,7 @@
Indien gedurende die termijn bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
2. In afwijking van het eerste lid treedt een besluit als bedoeld in [artikel 8.40a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [8.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in werking met ingang van de dag na zijn bekendmaking, tenzij deze is voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4).
2. In afwijking van het eerste lid treedt een besluit als bedoeld in [artikel 8.40a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [8.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in werking met ingang van de dag na zijn bekendmaking, tenzij deze is voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4).
3. In afwijking van het eerste lid, eerste volzin, treedt een besluit op een aanvraag om een vergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15) die tevens is aan te merken als een bouwactiviteit als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, niet eerder in werking dan nadat de betrokken omgevingsvergunning is verleend.
@@ -3620,15 +3620,15 @@
##### Artikel 20.4
[Artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is niet van toepassing op besluiten:
[Artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is niet van toepassing op besluiten:
- a. houdende vergunning of bezwaren krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. krachtens de [artikelen 125 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=125), [122 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=122), [61 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=61) en [5:32 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de in [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde wetten of wettelijke bepalingen.
- b. krachtens de [artikelen 125 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=125), [122 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=122), [61 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=61) en [5:32 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de in [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde wetten of wettelijke bepalingen.
##### Artikel 20.5
1. In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kan het in afwijking van dat lid in het besluit bepalen dat het terstond in werking treedt.
1. In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kan het in afwijking van dat lid in het besluit bepalen dat het terstond in werking treedt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op besluiten op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
@@ -3674,7 +3674,7 @@
##### Artikel 20.14
1. Onze Minister is gemachtigd namens de Staat tot oprichting over te gaan van een stichting die tot doel heeft de taak te verrichten bedoeld in [artikel 20.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.2&artikel=20.15&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Onze Minister is gemachtigd namens de Staat tot oprichting over te gaan van een stichting die tot doel heeft de taak te verrichten bedoeld in [artikel 20.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.2&artikel=20.15&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Wijziging van de statuten van de stichting, dan wel ontbinding van de stichting behoeft de toestemming van Onze Minister. Alvorens te beslissen over de toestemming, hoort Onze Minister de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
@@ -3682,7 +3682,7 @@
##### Artikel 20.15
De stichting heeft tot taak aan de bestuursrechter op diens verzoek deskundigenbericht uit te brengen inzake beroepen tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van deze wet alsmede beroepen tegen beschikkingen krachtens de [hoofdstukken 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&hoofdstuk=6), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&hoofdstuk=7) en [8 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&hoofdstuk=8) met betrekking tot het lozen of storten van stoffen en het onttrekken van grondwater als bedoeld in [artikel 6.1 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.1). Op verzoek van de bestuursrechter brengt de stichting tevens deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten, voor zover het onderwerpen betreft die samenhangen met aspecten van het milieubeheer waarvoor Onze Minister verantwoordelijk is.
De stichting heeft tot taak aan de bestuursrechter op diens verzoek deskundigenbericht uit te brengen inzake beroepen tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van deze wet alsmede beroepen tegen beschikkingen krachtens de [hoofdstukken 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&hoofdstuk=6), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&hoofdstuk=7) en [8 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&hoofdstuk=8) met betrekking tot het lozen of storten van stoffen en het onttrekken van grondwater als bedoeld in [artikel 6.1 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.1). Op verzoek van de bestuursrechter brengt de stichting tevens deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten, voor zover het onderwerpen betreft die samenhangen met aspecten van het milieubeheer waarvoor Onze Minister verantwoordelijk is.
##### Artikel 20.16
@@ -3690,7 +3690,7 @@
##### Artikel 20.17
1. Indien met toepassing van [artikel 20.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.2&artikel=20.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een stichting is opgericht, verstrekt Onze Minister aan de stichting subsidie overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede taakuitoefening.
1. Indien met toepassing van [artikel 20.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.2&artikel=20.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een stichting is opgericht, verstrekt Onze Minister aan de stichting subsidie overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede taakuitoefening.
2. [Artikel 8:36, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:36) is niet van toepassing.
@@ -3714,7 +3714,7 @@
##### Artikel 21.1
1. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en ieder Onzer betrokken Ministers doen jaarlijks verslag aan onderscheidenlijk de gemeenteraad, provinciale staten en de Staten-Generaal over hun beleid met betrekking tot de uitvoering van de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [paragraaf 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet. Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten zenden het verslag gelijktijdig met de aanbieding aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten, aan de inspecteur.
1. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en ieder Onzer betrokken Ministers doen jaarlijks verslag aan onderscheidenlijk de gemeenteraad, provinciale staten en de Staten-Generaal over hun beleid met betrekking tot de uitvoering van de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [paragraaf 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet. Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten zenden het verslag gelijktijdig met de aanbieding aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten, aan de inspecteur.
2. Zij vermelden in hun verslag in ieder geval:
@@ -3722,7 +3722,7 @@
- b. afzonderlijk de wijze waarop zij de in het eerste lid genoemde hoofdstukken van deze wet hebben uitgevoerd ten aanzien van inrichtingen die geheel of gedeeltelijk gedreven worden door onderscheidenlijk de betrokken gemeente, de betrokken provincie of het rijk.
3. Gevallen ten aanzien waarvan [artikel 13.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is toegepast, worden in het verslag van Onze Minister niet vermeld.
3. Gevallen ten aanzien waarvan [artikel 13.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is toegepast, worden in het verslag van Onze Minister niet vermeld.
##### Artikel 21.2
@@ -3746,21 +3746,21 @@
1. Bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet wordt rekening gehouden met het geldende nationale milieubeleidsplan.
2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in [artikel 18.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [paragraaf 14.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de [artikelen 12.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) Ons mede door hem gedaan.
4. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5.2b, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2b&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [7.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [8.49, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.3.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.62&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.3&artikel=11.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [12.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [12.12, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [12.13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [12.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [12.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.5&artikel=12.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [15.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.3&artikel=15.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [15.32, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.8&artikel=15.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [15.46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [21.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
5. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Een krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in [artikel 18.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [paragraaf 14.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de [artikelen 12.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) Ons mede door hem gedaan.
4. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [5.2b, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2b&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [5.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [7.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [8.49, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.3.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.62&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.3&artikel=11.11&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.29, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12.12, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12.13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [12.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.5&artikel=12.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [15.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.3&artikel=15.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [15.32, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.8&artikel=15.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [15.46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [21.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
5. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Een krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
6. Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, wordt in afwijking daarvan bij ministeriële regeling geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Indien wijziging van een algemene maatregel van bestuur noodzakelijk is, wordt daarvan, gelijktijdig met de voordracht aan Ons, gemotiveerd kennis gegeven aan de beide kamers der Staten-Generaal, onder korte vermelding van de inhoud van de voorgenomen algemene maatregel van bestuur. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in de eerste volzin wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn het tweede en het derde lid van overeenkomstige toepassing.
7. Het tweede tot en met vijfde lid en het zesde lid, tweede, derde en vierde volzin, gelden niet voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voorzover deze uitsluitend betrekking heeft op inrichtingen die een krachtens [artikel 1 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1) aangewezen mijnbouwwerk zijn. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur wordt Ons in dit geval gedaan door Onze Minister van Economische Zaken. Bij toepassing in dit geval van het zesde lid, eerste volzin, wordt de ministeriële regeling vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken.
7. Het tweede tot en met vijfde lid en het zesde lid, tweede, derde en vierde volzin, gelden niet voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voorzover deze uitsluitend betrekking heeft op inrichtingen die een krachtens [artikel 1 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1) aangewezen mijnbouwwerk zijn. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur wordt Ons in dit geval gedaan door Onze Minister van Economische Zaken. Bij toepassing in dit geval van het zesde lid, eerste volzin, wordt de ministeriële regeling vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken.
##### Artikel 21.7
De bevoegdheid van gemeenteraden en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
De bevoegdheid van gemeenteraden en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
##### Artikel 21.8
@@ -3770,23 +3770,23 @@
##### Artikel 22.1
1. [De hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
2. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor een vergunning of erkenning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens de [artikelen 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=3.1), [3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=3.3), [6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=6.4) en [7.1 van de Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=7.1) met betrekking tot dierlijke bijproducten of de [Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt.
3. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de [Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054) worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft.
4. De [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505), de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670) of de [hoofdstuk 2, paragraaf 3, van de Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&paragraaf=3).
5. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) laat het met betrekking tot stoffen of mengsels bij of krachtens de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402) bepaalde onverlet.
6. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, mengsels of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, mengsels of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555), dan wel op de handelingen, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=2) ten aanzien van stoffen, mengsels of micro-organismen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892). In afwijking van de eerste volzin is [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die terzake zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) of de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555).
7. Krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en mengsels door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien krachtens [artikel 6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.6) juncto [artikel 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) of [6.3 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.3).
8. [Titel 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606).
9. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
1. [De hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
2. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor een vergunning of erkenning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens de [artikelen 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=3.1), [3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=3.3), [6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=6.4) en [7.1 van de Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&artikel=7.1) met betrekking tot dierlijke bijproducten of de [Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt.
3. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de [Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054) worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft.
4. De [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505), de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670) of de [hoofdstuk 2, paragraaf 3, van de Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250&paragraaf=3).
5. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) laat het met betrekking tot stoffen of mengsels bij of krachtens de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402) bepaalde onverlet.
6. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, mengsels of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, mengsels of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555), dan wel op de handelingen, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=2) ten aanzien van stoffen, mengsels of micro-organismen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892). In afwijking van de eerste volzin is [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die terzake zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) of de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555).
7. Krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en mengsels door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien krachtens [artikel 6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.6) juncto [artikel 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) of [6.3 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.3).
8. [Titel 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606).
9. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670),
@@ -3806,7 +3806,7 @@
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt.
10. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met uitzondering van [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften met betrekking tot diervoeders gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250).
10. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met uitzondering van [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften met betrekking tot diervoeders gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250).
##### Artikel 22.2
@@ -3976,17 +3976,17 @@
##### Artikel 10.39
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verstrekt:
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verstrekt:
- a. aan deze persoon een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen;
- b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief.
2. De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde gegevens.
2. De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde gegevens.
##### Artikel 10.40
1. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
1. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
- a. de datum van afgifte;
@@ -4000,21 +4000,21 @@
- f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen naar hem te vervoeren: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt.
2. Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in [artikel 10.39, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden verstrekt.
2. Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in [artikel 10.39, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden verstrekt.
3. Op verzoek van gedeputeerde staten van een provincie of burgemeester en wethouders van een gemeente die terzake bevoegd gezag zijn, worden de gegevens, als bedoeld in het eerste lid, aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders gezonden.
##### Artikel 10.41
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) uitvoering wordt gegeven.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de melding, bedoeld in [de artikelen 10.38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen plaatsvindt of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van afvalstoffen.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) uitvoering wordt gegeven.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de melding, bedoeld in [de artikelen 10.38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen plaatsvindt of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van afvalstoffen.
##### Artikel 10.42
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde personen de verplichting worden opgelegd de in dat artikel bedoelde gegevens te melden aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
2. [De artikelen 10.40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde personen de verplichting worden opgelegd de in dat artikel bedoelde gegevens te melden aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
2. [De artikelen 10.40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
@@ -4046,7 +4046,7 @@
##### Artikel 10.49
1. De aan de vergunning, bedoeld in [artikel 10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01), te verbinden voorschriften kunnen in ieder geval inhouden:
1. De aan de vergunning, bedoeld in [artikel 10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01), te verbinden voorschriften kunnen in ieder geval inhouden:
- a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen niet mogen worden ingezameld zonder afzonderlijke toestemming van Onze Minister;
@@ -4064,7 +4064,7 @@
##### Artikel 10.50
1. Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, mengsels of voorwerpen een verplichting deze in te nemen als bedoeld in [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet gelden.
1. Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, mengsels of voorwerpen een verplichting deze in te nemen als bedoeld in [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet gelden.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid omvat de verplichting tot het registreren van daarbij aan te geven gegevens op een daarbij aan te geven wijze.
@@ -4088,15 +4088,15 @@
##### Artikel 10.53
Het voor activiteiten met betrekking tot inrichtingen bij of krachtens de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.8), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.14), [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.20), [2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.22), [2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.23), [2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.25), [2.26, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.26), [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.29), [2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.30), [2.31, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.31), [2.33, eerste lid, onder a tot en met d, en tweede lid, onder a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.33), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.2), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.10), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.12), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.13), [3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.15) en [4.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.1) bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in [artikel 10.52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
Het voor activiteiten met betrekking tot inrichtingen bij of krachtens de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.8), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.14), [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.20), [2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.22), [2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.23), [2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.25), [2.26, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.26), [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.29), [2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.30), [2.31, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.31), [2.33, eerste lid, onder a tot en met d, en tweede lid, onder a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.33), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.2), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.10), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.12), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.13), [3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.15) en [4.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.1) bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in [artikel 10.52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 10.54
1. Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen.
2. Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens [artikel 10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [10.54a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54a&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. [Artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens [artikel 10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [10.54a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54a&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. [Artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.55
@@ -4110,7 +4110,7 @@
zonder vermelding als respectievelijk vervoerder, handelaar of bemiddelaar op de lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor degene die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegd is tot het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor degene die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegd is tot het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
3. Onze Minister wijst een instantie aan die namens hem zorg draagt voor de vermelding van vervoerders, handelaars en bemiddelaars op de lijst, bedoeld in het eerste lid.
@@ -4126,7 +4126,7 @@
- b. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen.
6. [Artikel 10.38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 10.38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
7. Onze Minister stelt regels inhoudende de verplichting dat een vervoerder als bedoeld in het eerste lid tijdens het vervoeren daarbij aan te geven bescheiden aanwezig heeft, waaruit blijkt dat hij staat vermeld op de lijst van vervoerders.
@@ -4184,7 +4184,7 @@
##### Artikel 10.61
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die regels moeten zijn opgenomen in de verordening.
@@ -4194,17 +4194,17 @@
##### Artikel 10.63
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft. Op de ontheffing, bedoeld in de vorige volzin, is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) van toepassing.
2. Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te storten of anderszins op of in de bodem te brengen, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft, en, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in de [artikelen 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verboden.
3. Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens de [artikelen 10.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, van [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [de artikelen 10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede van het bepaalde in de [artikelen 10.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft. Op de ontheffing, bedoeld in de vorige volzin, is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) van toepassing.
2. Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te storten of anderszins op of in de bodem te brengen, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft, en, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in de [artikelen 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verboden.
3. Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens de [artikelen 10.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, van [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [de artikelen 10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2017-05-01&g=2017-05-01), alsmede van het bepaalde in de [artikelen 10.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 10.64
1. Het voor activiteiten met betrekking tot inrichtingen bij of krachtens de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.8), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.14), [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.20), [2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.22), [2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.23), [2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.25), [2.26, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.26), [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.29), [2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.30), [2.31, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.31), [2.33, eerste lid, onder a tot en met d, en tweede lid, onder a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.33), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.2), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.10), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.12), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.13), [3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.15) en [4.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.1) bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van de in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gestelde verboden –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen.
2. In afwijking van het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Het voor activiteiten met betrekking tot inrichtingen bij of krachtens de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.8), [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.14), [2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.20), [2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.22), [2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.23), [2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.25), [2.26, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.26), [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.29), [2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.30), [2.31, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.31), [2.33, eerste lid, onder a tot en met d, en tweede lid, onder a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.33), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.2), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.10), [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.12), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.13), [3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=3.15) en [4.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.1) bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van de in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gestelde verboden –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen.
2. In afwijking van het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
@@ -4292,7 +4292,7 @@
1. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de [titels 9.2 tot en met 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [artikel 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- a. de [titels 9.2 tot en met 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [artikel 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
@@ -4300,23 +4300,23 @@
- d. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
2. Onverminderd het eerste lid hebben Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels voor zover het bepaalde bij of krachtens genoemde titels of verordeningen betrekking heeft op beleid dat tot hun verantwoordelijkheid behoort.
3. In afwijking van het eerste lid kan bij een amvb als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden bepaald dat gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders in plaats van Onze Minister of Onze betrokken Minister tot taak hebben zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bij de amvb gestelde regels of van daaromtrent gestelde nadere regels.
4. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. overbrengen van afvalstoffen als bedoeld in [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Onverminderd het eerste lid hebben Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels voor zover het bepaalde bij of krachtens genoemde titels of verordeningen betrekking heeft op beleid dat tot hun verantwoordelijkheid behoort.
3. In afwijking van het eerste lid kan bij een amvb als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden bepaald dat gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders in plaats van Onze Minister of Onze betrokken Minister tot taak hebben zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bij de amvb gestelde regels of van daaromtrent gestelde nadere regels.
4. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. overbrengen van afvalstoffen als bedoeld in [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.2c
1. Gedeputeerde staten hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichtingen, voorzover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Gedeputeerde staten hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichtingen.
1. Gedeputeerde staten hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichtingen, voorzover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Gedeputeerde staten hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichtingen.
##### Artikel 18.2d
@@ -4324,21 +4324,21 @@
- a. de afvalstoffenverordening;
- b. [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. het zich ontdoen van afvalwater als bedoeld in [artikel 10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
- b. [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. het zich ontdoen van afvalwater als bedoeld in [artikel 10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.2e
Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in [de artikelen 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) tot en met [18.2d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2d&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt rekening gehouden met het voor het betrokken bestuursorgaan geldende milieubeleidsplan.
Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in [de artikelen 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) tot en met [18.2d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2d&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt rekening gehouden met het voor het betrokken bestuursorgaan geldende milieubeleidsplan.
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
@@ -4612,7 +4612,7 @@
##### Artikel 16.3
Onder inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.1&artikel=16.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
Onder inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.1&artikel=16.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
##### Artikel 16.4
@@ -4632,11 +4632,11 @@
##### Artikel 16.24
1. Onverminderd [artikel 16.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01) beslist Onze Minister per handelsperiode over de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten.
1. Onverminderd [artikel 16.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01) beslist Onze Minister per handelsperiode over de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten.
2. Het nationale toewijzingsbesluit bevat in ieder geval:
- a. een lijst van alle inrichtingen die op 30 juni 2011 beschikken over een vergunning op grond van [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- a. een lijst van alle inrichtingen die op 30 juni 2011 beschikken over een vergunning op grond van [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. de aantallen broeikasgasemissierechten die op grond van deze paragraaf voor elk kalenderjaar binnen de handelsperiode kosteloos worden toegewezen voor inrichtingen die zijn opgenomen op de lijst, bedoeld onder a;
@@ -4660,7 +4660,7 @@
##### Artikel 16.26
Bij de in [artikel 16.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde berekening wordt de in artikel 9 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde lineaire factor toegepast, voor zover de in artikel 16.25 bedoelde uitvoeringsmaatregelen daartoe nopen.
Bij de in [artikel 16.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde berekening wordt de in artikel 9 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde lineaire factor toegepast, voor zover de in artikel 16.25 bedoelde uitvoeringsmaatregelen daartoe nopen.
##### Artikel 16.27
@@ -4668,7 +4668,7 @@
2. In afwijking van het eerste lid wordt in geval van een bedrijfstak of een deeltak die overeenkomstig artikel 10bis, dertiende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico voor de handelsperiode die aanvangt op 1 januari 2013 van de voor dat geval berekende aantallen broeikasgasemissierechten 100% kosteloos toegewezen.
3. In afwijking van het eerste lid wordt van de aantallen broeikasgasemissierechten die voor een handelsperiode zijn berekend voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.1&artikel=16.2b&z=2017-01-01&g=2017-01-01), 0% kosteloos toegewezen.
3. In afwijking van het eerste lid wordt van de aantallen broeikasgasemissierechten die voor een handelsperiode zijn berekend voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.1&artikel=16.2b&z=2017-05-01&g=2017-05-01), 0% kosteloos toegewezen.
##### Artikel 16.28
@@ -4676,7 +4676,7 @@
- a. het opwekken van elektriciteit, behoudens voor zover de elektriciteit met restgassen wordt geproduceerd;
- b. elektriciteitsopwekkers als bedoeld in artikel 3, onder u, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, tenzij het betreft een activiteit als bedoeld in [artikel 16.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of tenzij in de uitvoeringsmaatregelen, bedoeld in [artikel 16.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), anders is bepaald;
- b. elektriciteitsopwekkers als bedoeld in artikel 3, onder u, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, tenzij het betreft een activiteit als bedoeld in [artikel 16.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of tenzij in de uitvoeringsmaatregelen, bedoeld in [artikel 16.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01), anders is bepaald;
- c. het afvangen van CO2 met het oog op transport en geologische opslag op een opslaglocatie als bedoeld in artikel 3, onder 3, van richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140) waarvoor op grond van hoofdstuk 3 van die richtlijn vergunning is verleend, het transporteren van CO2 met het oog op een dergelijke opslag alsmede het geologisch opslaan van CO2 op een dergelijke opslaglocatie.
@@ -4706,9 +4706,9 @@
##### Artikel 16.31
1. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een tussenuitspraak heeft gedaan, wijzigt Onze Minister het nationale toewijzingsbesluit met inachtneming van die uitspraak. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
2. Het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen binnen tien weken na de dag waarop de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in het openbaar is uitgesproken.
1. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een tussenuitspraak heeft gedaan, wijzigt Onze Minister het nationale toewijzingsbesluit met inachtneming van die uitspraak. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
2. Het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen binnen tien weken na de dag waarop de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in het openbaar is uitgesproken.
3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk vervangt een met toepassing van het eerste lid gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit.
@@ -4716,7 +4716,7 @@
1. Degene die een inrichting drijft, die kan worden aangemerkt als nieuwkomer als bedoeld in artikel 3, onder h, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, kan Onze Minister verzoeken om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten. De toewijzing geschiedt overeenkomstig artikel 10bis, zevende lid, en de op grond van dat artikellid door de Europese Commissie gestelde regels en, indien het betreft een activiteit die op grond van artikel 24 van genoemde richtlijn in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten is opgenomen, overeenkomstig artikel 24, tweede lid, van genoemde richtlijn.
2. De [artikelen 16.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 16.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een op grond van het eerste lid genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten wordt toegezonden aan de Europese Commissie. Toezending vindt plaats gelijktijdig met of zo spoedig mogelijk na toezending van het besluit aan de aanvrager.
@@ -4730,7 +4730,7 @@
1. Overeenkomstig artikel 10bis, zevende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten worden broeikasgasemissierechten in de reserve voor nieuwkomers die niet kosteloos zijn toegewezen, geveild. Daarbij wordt rekening gehouden met de mate waarin inrichtingen gebruik hebben kunnen maken van deze reserve.
2. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34
@@ -4738,9 +4738,9 @@
##### Artikel 16.35
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 53 van de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan degene die de inrichting drijft. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken inrichting een vergunning als bedoeld in [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is verleend.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit verleent voor een inrichting als bedoeld in [artikel 16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01), het aantal broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig dat lid aan die inrichting is toegewezen. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 53 van de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan degene die de inrichting drijft. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken inrichting een vergunning als bedoeld in [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is verleend.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit verleent voor een inrichting als bedoeld in [artikel 16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), het aantal broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig dat lid aan die inrichting is toegewezen. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
@@ -4756,7 +4756,7 @@
1. De [artikelen 5.3 tot en met 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.10) en de [artikelen 5.18 tot en met 5.26 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.18) zijn van toepassing met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
2. [Artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet en de [artikelen 5.3 tot en met 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.10) en de [artikelen 5.18 tot en met 5.26 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.18) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
2. [Artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet en de [artikelen 5.3 tot en met 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.10) en de [artikelen 5.18 tot en met 5.26 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.18) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
@@ -4766,15 +4766,15 @@
- d. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.
3. In afwijking van het eerste lid is [artikel 5.15, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.15) niet van toepassing voor zover het betreft de handhaving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde.
4. Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens [artikel 5.15 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.15) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
3. In afwijking van het eerste lid is [artikel 5.15, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.15) niet van toepassing voor zover het betreft de handhaving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bepaalde.
4. Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens [artikel 5.15 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.15) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
##### Artikel 18.2f
1. De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichtingen.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikel 18.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2017-01-01&g=2017-01-01), draagt de emissieautoriteit zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover dat betrekking heeft op het aan een ander ter beschikking stellen van brandstoffen ten behoeve van vervoer, [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.2.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [titel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichtingen.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikel 18.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2017-05-01&g=2017-05-01), draagt de emissieautoriteit zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover dat betrekking heeft op het aan een ander ter beschikking stellen van brandstoffen ten behoeve van vervoer, [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.2.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [titel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.4a
@@ -4782,7 +4782,7 @@
##### Artikel 18.6a
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) artikel [artikel 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), artikel 16.12 in verbinding met [artikel 16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), artikel 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, [artikel 16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, [16.29, de onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.34&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of van artikel 67, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) artikel [artikel 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), artikel 16.12 in verbinding met [artikel 16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), artikel 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, [artikel 16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, [16.29, de onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.34&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of van artikel 67, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
##### Artikel 18.7a
@@ -4790,15 +4790,15 @@
##### Artikel 18.16a
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), 16.12 in verbinding met [artikel 16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, [16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, [artikel 16.29, de onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 16.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.34&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01). [Artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:14) is niet van toepassing.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd.
4. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01) dient in te leveren. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid en kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat de vliegtuigexploitant met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39w&z=2017-01-01&g=2017-01-01) dient in te leveren.
5. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01), neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), 16.12 in verbinding met [artikel 16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, [16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, [artikel 16.29, de onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 16.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.34&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01). [Artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:14) is niet van toepassing.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd.
4. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01) dient in te leveren. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid en kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat de vliegtuigexploitant met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39w&z=2017-05-01&g=2017-05-01) dient in te leveren.
5. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01), neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.16b
@@ -4814,13 +4814,13 @@
##### Artikel 18.16e
1. Een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die meer is veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.39t, eerste lid, is ingeleverd. [Artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:46) is niet van toepassing.
1. Een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die meer is veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.39t, eerste lid, is ingeleverd. [Artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:46) is niet van toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot het kalenderjaar 2013 en daarop volgende kalenderjaren per ton emissie van een kooldioxide-equivalent het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag, jaarlijks verhoogd overeenkomstig de Europese consumentenprijsindex.
4. [Artikel 16.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.1&artikel=16.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 16.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.1&artikel=16.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in [artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=377) voor de netto-omzet.
@@ -4830,11 +4830,11 @@
##### Artikel 18.16g
1. [Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde artikelen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vermeldt het rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), naast de in het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48) bedoelde gegevens, tevens het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van [artikel 18.16d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16d&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
1. [Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde artikelen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vermeldt het rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), naast de in het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48) bedoelde gegevens, tevens het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van [artikel 18.16d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16d&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
##### Artikel 18.16h
@@ -4842,7 +4842,7 @@
##### Artikel 18.16i
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01), hebben de [artikelen 5:49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:49), [5:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:50), [5:51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:51) en [5:53, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) mede betrekking op het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01), hebben de [artikelen 5:49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:49), [5:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:50), [5:51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:51) en [5:53, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) mede betrekking op het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.16j
@@ -4850,11 +4850,11 @@
##### Artikel 18.16k
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01) vermeldt de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete tevens dat de naam van de overtreder wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01) vermeldt de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete tevens dat de naam van de overtreder wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.16l
In afwijking van [artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:45) vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
In afwijking van [artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:45) vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 18.16m
@@ -4870,13 +4870,13 @@
##### Artikel 18.16p
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01), hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01), hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 18.16q
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in [artikel 18.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde personen in strijd handelt met [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in [artikel 18.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde personen in strijd handelt met [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
2. [Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=184) is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
@@ -4906,11 +4906,11 @@
##### Artikel 19.6a
De [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
De [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
##### Artikel 19.6b
Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ter zake van een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake een omgevingsvergunning voor een inrichting, ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) tegen de openbaarmaking verzet, is [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.
Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) ter zake van een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake een omgevingsvergunning voor een inrichting, ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) tegen de openbaarmaking verzet, is [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.
### Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
@@ -4918,11 +4918,11 @@
##### Artikel 20.5a
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voegt de behandeling van bij haar aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), die op dezelfde handelsperiode betrekking hebben. De eerste volzin is niet van toepassing op latere wijzigingen van een nationaal toewijzingsbesluit overeenkomstig subparagraaf 16.2.1.3.2.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geeft de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, toepassing aan [artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:51d), met dien verstande dat de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:80a), wordt gedaan binnen achttien weken na afloop van de voor dat besluit geldende beroepstermijn.
3. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01), ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voegt de behandeling van bij haar aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), die op dezelfde handelsperiode betrekking hebben. De eerste volzin is niet van toepassing op latere wijzigingen van een nationaal toewijzingsbesluit overeenkomstig subparagraaf 16.2.1.3.2.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geeft de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, toepassing aan [artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:51d), met dien verstande dat de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:80a), wordt gedaan binnen achttien weken na afloop van de voor dat besluit geldende beroepstermijn.
3. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01), ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
@@ -5000,9 +5000,9 @@
##### Artikel 2.16a
1. Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet en het bepaalde krachtens [artikel 5.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.3) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een inrichting waarop [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet betrekking heeft, onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de hoofdstukken 16 en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet, onderscheidenlijk de [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=2), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=3) en [5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=5).
2. Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en Onze Minister van Economische Zaken ingeval voor een inrichting waarop [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet betrekking heeft, het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens hoofdstuk 16 van deze wet, onderscheidenlijk artikel 40 van de Mijnbouwwet.
1. Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet en het bepaalde krachtens [artikel 5.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.3) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een inrichting waarop [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet betrekking heeft, onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de hoofdstukken 16 en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet, onderscheidenlijk de [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=2), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=3) en [5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=5).
2. Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en Onze Minister van Economische Zaken ingeval voor een inrichting waarop [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet betrekking heeft, het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens hoofdstuk 16 van deze wet, onderscheidenlijk artikel 40 van de Mijnbouwwet.
##### Artikel 16.5
@@ -5022,13 +5022,13 @@
##### Artikel 16.8
1. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aan het bestuursorgaan dat voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen, dan wel, in geval voor de inrichting het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aan het bestuursorgaan dat voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen, dan wel, in geval voor de inrichting het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, gedurende vier weken in de gelegenheid advies uit te brengen over het monitoringsplan met het oog op de samenhang tussen dit plan en de betrokken omgevingsvergunning of vergunning, bedoeld in [artikel 40 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40), dan wel de betrokken aanvraag om een omgevingsvergunning of vergunning als hiervoor bedoeld.
##### Artikel 16.9
Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet of de [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=2) en [3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=3).
Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet of de [hoofdstukken 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=2) en [3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&hoofdstuk=3).
##### Artikel 16.10
@@ -5048,7 +5048,7 @@
- b. het emissieverslag;
- c. andere personen dan de vergunninghouder krachtens [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), die bij de uitvoering van het monitoringsplan zijn betrokken.
- c. andere personen dan de vergunninghouder krachtens [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), die bij de uitvoering van het monitoringsplan zijn betrokken.
##### Artikel 16.13
@@ -5056,7 +5056,7 @@
- a. wijziging van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel daartoe aanleiding geeft;
- b. de krachtens de [artikelen 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde regels daartoe aanleiding geven;
- b. de krachtens de [artikelen 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde regels daartoe aanleiding geven;
- c. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
@@ -5068,7 +5068,7 @@
##### Artikel 16.15
Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het betrokken andere bestuurorgaan, bedoeld in [artikel 16.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een exemplaar van het voor de betrokken inrichting opgestelde emissieverslag en het bijbehorende verificatierapport.
Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het betrokken andere bestuurorgaan, bedoeld in [artikel 16.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een exemplaar van het voor de betrokken inrichting opgestelde emissieverslag en het bijbehorende verificatierapport.
##### Artikel 16.16
@@ -5102,15 +5102,15 @@
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de vergunning wijzigen of aanvullen, de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. In een geval als bedoeld in [artikel 16.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
3. In een geval als bedoeld in [artikel 16.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.
##### Artikel 16.21
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor het in [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vervatte verbod geldt en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Bij of krachtens de maatregel kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bestuur van de emissieautoriteit bij het verlenen of wijzigen van de vergunning daaraan voorschriften kan verbinden. [Artikel 8.42a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor het in [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vervatte verbod geldt en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Bij of krachtens de maatregel kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bestuur van de emissieautoriteit bij het verlenen of wijzigen van de vergunning daaraan voorschriften kan verbinden. [Artikel 8.42a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.42a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.22
@@ -5128,7 +5128,7 @@
##### Artikel 16.37
1. Onverminderd artikel 34, tiende lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, levert degene die een inrichting drijft, met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten, niet zijnde broeikasgasemissierechten die zijn verleend krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
1. Onverminderd artikel 34, tiende lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, levert degene die een inrichting drijft, met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten, niet zijnde broeikasgasemissierechten die zijn verleend krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
2. Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten in het EU-register voor de handel in emissierechten zijn opgenomen.
@@ -5138,7 +5138,7 @@
##### Artikel 16.39
Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
@@ -5290,17 +5290,17 @@
##### Artikel 19.1b
1. Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) ter inzage dienden te worden gelegd.
2. Nadat een beschikking krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde wetten tot verlening of wijziging van een vergunning, die betrekking heeft op een IPPC-installatie als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=1.1), onherroepelijk is geworden, stelt het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid de tekst daarvan voor eenieder elektronisch beschikbaar.
1. Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) ter inzage dienden te worden gelegd.
2. Nadat een beschikking krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde wetten tot verlening of wijziging van een vergunning, die betrekking heeft op een IPPC-installatie als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=1.1), onherroepelijk is geworden, stelt het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid de tekst daarvan voor eenieder elektronisch beschikbaar.
##### Artikel 5.2b
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), ter uitvoering van de kaderrichtlijn water, wordt aan provinciale staten opgedragen milieukwaliteitseisen, voorzover die niet zijn vastgesteld bij een maatregel op grond van [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 5.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vast te stellen.
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), ter uitvoering van de kaderrichtlijn water, wordt aan provinciale staten opgedragen milieukwaliteitseisen, voorzover die niet zijn vastgesteld bij een maatregel op grond van [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 5.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vast te stellen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld die provinciale staten bij de vaststelling van de eisen in de provinciale milieuverordening in daarbij aan te wijzen gevallen in acht moeten nemen. Een zodanige regeling wordt vastgesteld door Onze Minister tezamen met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ieder voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren.
3. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt overeenkomstig artikel 4, vierde, vijfde en zevende lid, van de kaderrichtlijn water bepaald in hoeverre en onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van de ter uitvoering van artikel 4, eerste en tweede lid, van die richtlijn gestelde milieukwaliteitseisen en termijnen.
3. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt overeenkomstig artikel 4, vierde, vijfde en zevende lid, van de kaderrichtlijn water bepaald in hoeverre en onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van de ter uitvoering van artikel 4, eerste en tweede lid, van die richtlijn gestelde milieukwaliteitseisen en termijnen.
4. In:
@@ -5308,7 +5308,7 @@
- b. een regionaal waterplan als bedoeld in [artikel 4.4, eerste lid, van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=4.4),
- c. een beheerplan als bedoeld in [artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=4.6), worden de maatregelen opgenomen of uiteengezet ter voorkoming van achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen die in verband met de uitvoering van de verplichtingen van de kaderrichtlijn water zijn aangewezen, behoudens voor zover overeenkomstig artikel 4, zesde, zevende en achtste lid, van die richtlijn bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is bepaald dat achteruitgang van een toestand is toegelaten.
- c. een beheerplan als bedoeld in [artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=4.6), worden de maatregelen opgenomen of uiteengezet ter voorkoming van achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen die in verband met de uitvoering van de verplichtingen van de kaderrichtlijn water zijn aangewezen, behoudens voor zover overeenkomstig artikel 4, zesde, zevende en achtste lid, van die richtlijn bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is bepaald dat achteruitgang van een toestand is toegelaten.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het vierde lid.
@@ -5494,7 +5494,7 @@
Vervallen
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
##### Artikel 16.50
@@ -5648,7 +5648,7 @@
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een melding wordt gericht;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
@@ -5660,7 +5660,7 @@
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister voor de buisleidingen die behoren tot een krachtens [artikel 12.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie;
- 8°. Onze Minister voor de buisleidingen die behoren tot een krachtens [artikel 12.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
@@ -5854,7 +5854,7 @@
##### Artikel 4.1b
1. Voorzover op de voorbereiding van een in deze wet voorzien plan of programma dat wordt genoemd in bijlage I bij [richtlijn nr. 2003/35/EG](32003L0035) van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de [Richtlijnen 85/337/EEG](31985L0337) en [96/61/EG](31996L0061) van de Raad (PbEU L 156), de procedure van toepassing is die is voorgeschreven in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geldt uitsluitend die procedure en blijven de bepalingen die terzake in andere hoofdstukken, onderscheidenlijk in deze wet, zijn opgenomen, voorzover nodig buiten toepassing.
1. Voorzover op de voorbereiding van een in deze wet voorzien plan of programma dat wordt genoemd in bijlage I bij [richtlijn nr. 2003/35/EG](32003L0035) van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de [Richtlijnen 85/337/EEG](31985L0337) en [96/61/EG](31996L0061) van de Raad (PbEU L 156), de procedure van toepassing is die is voorgeschreven in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geldt uitsluitend die procedure en blijven de bepalingen die terzake in andere hoofdstukken, onderscheidenlijk in deze wet, zijn opgenomen, voorzover nodig buiten toepassing.
2. Een wijziging van bijlage I bij de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
@@ -6288,11 +6288,11 @@
##### Artikel 19.8
1. Indien in de gegevens die ingevolge [artikel 12.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in het register, bedoeld in artikel 12.12, eerste lid, moeten worden opgenomen gegevens voorkomen of kunnen worden afgeleid waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, of uit eigen beweging in afwijking van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), besluiten dat die gegevens niet aan de instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, worden verstrekt onderscheidenlijk niet wordt ingestemd met de voorgestelde weergave, bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
1. Indien in de gegevens die ingevolge [artikel 12.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in het register, bedoeld in artikel 12.12, eerste lid, moeten worden opgenomen gegevens voorkomen of kunnen worden afgeleid waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, of uit eigen beweging in afwijking van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), besluiten dat die gegevens niet aan de instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, worden verstrekt onderscheidenlijk niet wordt ingestemd met de voorgestelde weergave, bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding is gedaan, verstrekt het bevoegd gezag de gegevens ingevolge [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), over de externe veiligheid betreffende die inrichting of buisleiding niet onderscheidenlijk geeft het bevoegd gezag geen instemming als bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2017-01-01&g=2017-01-01), totdat de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding is gedaan, verstrekt het bevoegd gezag de gegevens ingevolge [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), over de externe veiligheid betreffende die inrichting of buisleiding niet onderscheidenlijk geeft het bevoegd gezag geen instemming als bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2017-05-01&g=2017-05-01), totdat de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
@@ -6386,13 +6386,13 @@
##### Artikel 16.42a
1. De [artikelen 16.40, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden.
2. Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden, wordt voor de toepassing van de [artikelen 16.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [16.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol.
1. De [artikelen 16.40, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden.
2. Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden, wordt voor de toepassing van de [artikelen 16.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [16.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol.
##### Artikel 16.46a
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.46b&z=2017-01-01&g=2017-01-01) indient.
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.46b&z=2017-05-01&g=2017-05-01) indient.
##### Artikel 16.46b
@@ -6724,11 +6724,11 @@
##### Artikel 14.4a
In deze paragraaf wordt onder activiteit, plan of besluit verstaan een activiteit, plan of besluit als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
In deze paragraaf wordt onder activiteit, plan of besluit verstaan een activiteit, plan of besluit als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 14.4b
Ingeval terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan wordt ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieueffectrapport gemaakt. Het rapport wordt voorbereid met toepassing van [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de [paragrafen 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met dien verstande dat de aanvraag om een besluit, het ontwerp van een besluit, het ontwerpplan en het milieueffectrapport tegelijkertijd ter inzage worden gelegd. Het milieueffectrapport voldoet aan de [artikelen 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
Ingeval terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan wordt ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieueffectrapport gemaakt. Het rapport wordt voorbereid met toepassing van [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de [paragrafen 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met dien verstande dat de aanvraag om een besluit, het ontwerp van een besluit, het ontwerpplan en het milieueffectrapport tegelijkertijd ter inzage worden gelegd. Het milieueffectrapport voldoet aan de [artikelen 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 14.4c
@@ -6879,7 +6879,7 @@
- 2°. spoorwegen die in gebruik zijn genomen op of na 1 juli 1987;
- b. geluidsgevoelige objecten langs overige wegen of spoorwegen, indien voor de bouw van die objecten een bouwvergunning is afgegeven na 1 januari 1982.
- b. geluidsgevoelige objecten langs overige wegen of spoorwegen, indien voor de bouw van die objecten een bouwvergunning of omgevingsvergunning is afgegeven na 1 januari 1982.
4. Binnenwaarde B is van toepassing op geluidsgevoelige ruimten van andere geluidsgevoelige objecten dan bedoeld in het derde lid.
@@ -6967,23 +6967,5043 @@
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-10-01&g=2006-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-10-01&g=2006-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-10-01&g=2006-10-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.20a
1. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.20b
1. Het bestuur van de emissieautoriteit beziet ten minste elke vijf jaar of de vergunning, de aan de vergunning verbonden voorschriften en het van de vergunning deel uitmakende monitoringsplan nog juist en volledig zijn, mede gezien de in artikel 14 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel en in [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde veranderingen en ontwikkelingen.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de voorschriften zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [16.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing. Het bestuur van de emissieautoriteit kan tevens het van de vergunning deel uitmakende monitoringsplan wijzigen voor zover de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, daartoe noopt.
#### § 15.2.5. Tarief
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-16&g=2007-03-16), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-16&g=2007-03-16), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-16&g=2007-03-16), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-03-30&g=2007-03-30), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
##### Artikel 12.12
1. Er is een openbaar register dat gegevens bevat over de externe veiligheid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de categorieën van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen aangewezen dan wel mede de gevallen waarover het register gegevens bevat inzake de externe veiligheid.
3. Het register wordt beheerd door een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die door de instantie, bedoeld in het derde lid, in het register worden opgenomen.
5. Bij of krachtens de in het vierde lid bedoelde maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de vorm, inrichting en de toegankelijkheid van het register en de wijze waarop het register wordt bijgehouden.
##### Artikel 12.13
1. Het bevoegd gezag is verplicht gegevens over externe veiligheid aan de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), te verstrekken, evenals de wijzigingen die in deze gegevens optreden.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het tijdstip waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dienen te worden verstrekt.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door het bevoegd gezag aan de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden verstrekt.
##### Artikel 12.14
1. Degene die een inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en voert de voor de totstandkoming van de gegevens benodigde berekeningen uit.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer aanbiedt en op degene aan wie een concessie voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur is verleend voor zover de hoofdspoorweg wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, met dien verstande dat geen gegevens hoeven te worden verstrekt voor zover voor de totstandkoming van de gegevens berekeningen moeten worden uitgevoerd.
3. Het eerste en tweede lid blijven buiten toepassing voor zover de gegevens reeds door het bevoegd gezag zijn verkregen of door het bevoegd gezag op grond van het vijfde lid kunnen worden verkregen.
4. Tot de ingevolge het eerste lid op verzoek van het bevoegd gezag te verstrekken gegevens behoren mede de berekeningen die aan de te verstrekken gegevens ten grondslag liggen.
5. Een bestuursorgaan dat beschikt over gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag die gegevens.
6. De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op het uitvoeren van nieuwe berekeningen in verband met de vaststelling van besluiten krachtens de [Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449) die betrekking hebben op het gebied dat van belang is voor de externe veiligheid, indien reeds eerder berekeningen ingevolge het eerste lid aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, dan wel anderszins bij dat gezag beschikbaar zijn.
7. Het verzoek om gegevens te verstrekken wordt schriftelijk gedaan en vermeldt een termijn van ten hoogste drie maanden waarbinnen aan het verzoek moet worden voldaan.
8. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de op grond van het eerste en tweede lid te verstrekken gegevens, en de wijze waarop deze aan het bevoegd gezag worden verstrekt.
##### Artikel 12.15
1. De instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst geschikt voor weergave in het register.
2. De instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het register niet voor een ieder toegankelijk dan nadat het bevoegd gezag met de door die instantie voorgestelde weergave heeft ingestemd. Het bevoegd gezag beslist hierover binnen vier weken na ontvangst van de voorgestelde weergave. Alvorens in te stemmen met de voorgestelde weergave zendt het bevoegd gezag ten minste twee weken voordat wordt ingestemd aan degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, een afschrift van de voorgestelde weergave.
##### Artikel 12.16
1. Op verzoek verstrekt de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een afschrift van in het register opgenomen gegevens over de externe veiligheid.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en wijze van het verstrekken door de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het op verzoek vervaardigen van afschriften van in het register opgenomen gegevens. De vergoeding bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten.
##### Artikel 12.17
1. Een verzoek tot herstel van een fout in het register bevat de redenen voor dat verzoek en zo mogelijk de aan te brengen wijzigingen. Het verzoek wordt gericht tot het bevoegd gezag.
2. Uiterlijk binnen acht weken na de dag van ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist het bevoegd gezag op het verzoek. Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing mede aan de verzoeker en aan degene die de betreffende inrichting drijft onderscheidenlijk degene die de betreffende buisleiding gebruikt, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, waarop het verzoek tot herstel van een fout betrekking heeft.
3. Op de beslissing van het bevoegd gezag tot herstel van een fout is [artikel 12.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01)
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-30&g=2007-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-30&g=2007-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-30&g=2007-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 9.3.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
##### Artikel 9.3.2
1. Onze Minister is de bevoegde instantie, bedoeld in de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
2. Voor onderdelen van de verordening die betrekking hebben op beleid dat behoort tot de verantwoordelijkheid van een Onzer andere Ministers, wordt voor die onderdelen die minister als bevoegde instantie aangewezen. De aanwijzing geschiedt bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met die minister.
##### Artikel 9.3.3
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 5, 7, derde lid, 8, tweede lid, 9, vierde en zesde lid, 14, eerste, zesde en zevende lid, 31, eerste, tweede, derde, zevende en negende lid, 32, eerste en derde lid, 33, 34, 35, 37, vierde tot en met zevende lid, 38, eerste, derde en vierde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, derde en vierde lid, 50, vierde lid, 55, 56, eerste en tweede lid, 60, tiende lid, 65 en 67, eerste lid.
2. Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 6, eerste en derde lid, 7, eerste, tweede en vijfde lid, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste, derde en vierde lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 22, eerste, tweede en vierde lid, 24, tweede lid, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste en derde lid, 30, eerste, tweede, derde en vierde lid, 31, vijfde en achtste lid, 32, tweede lid, 36, 37, tweede en derde lid, 41, vierde lid, 46, tweede lid, 49, 50, tweede en derde lid, 61, eerste en derde lid, 63, derde lid, 66, eerste lid en 105.
3. Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 126 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
4. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Warenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969).
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-09-01&g=2007-09-01), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.7. Keuringen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
## Titel 16.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 17.6
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**activiteit:** beroepshalve of bedrijfsmatig verrichte activiteit, ongeacht het openbare of particuliere, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
**beschermde soorten:** soorten als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**degene die de activiteit verricht:** de natuurlijke persoon of de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die de activiteit verricht of heeft verricht, regelt of heeft geregeld, of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van de activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van de activiteit en de persoon die de activiteit laat of heeft laten registreren of er kennisgeving van doet of heeft gedaan;
**ecosysteemfuncties:** functies die natuurlijke rijkdommen vervullen ten behoeve van andere natuurlijke rijkdommen of het publiek;
**EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid:** richtlijn nr. 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PbEU L 143);
**herstelmaatregelen:** maatregelen of combinatie van maatregelen, met inbegrip van inperkende of tussentijdse maatregelen, gericht op herstel, rehabilitatie of vervanging van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties, of op het verschaffen van een gelijkwaardig alternatief voor rijkdommen of functies als bedoeld in bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**kosten:** kosten verbonden aan de toepassing van preventieve maatregelen of herstelmaatregelen, met inbegrip van ramingskosten van milieuschade, onmiddellijke dreiging van zulke schade en alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingskosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht;
**milieuschade:**
- 1°. elke vorm van schade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats die, gelet op de referentietoestand en de criteria van bijlage I bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid, aanmerkelijke negatieve effecten heeft op het bereiken of handhaven van de gunstige staat van instandhouding van deze soorten of habitats;
- 2°. elke vorm van schade aan wateren die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel, als omschreven in de kaderrichtlijn water, van de betrokken wateren, met uitzondering van de negatieve effecten waarop artikel 4, zevende lid, van die richtlijn van toepassing is;
- 3°. elke vorm van schade die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de milieutoestand van de betrokken maritieme wateren, als omschreven in richtlijn 2008/56/EG van het Europees parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PbEU 2008, L 164), voor zover bijzondere aspecten van de milieutoestand van het mariene milieu al niet in de kaderrichtlijn water worden behandeld;
- 4°. elke vorm van bodemverontreiniging die een aanmerkelijk risico inhoudt voor negatieve effecten op de menselijke gezondheid, waarbij direct of indirect op, in of onder de bodem, stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen gebracht zijn;
**milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan:** milieuschade of een voldoende waarschijnlijkheid dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen;
**natuurlijke habitats:** habitats van de soorten, natuurlijke habitats en voortplantings- of rustplaatsen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**natuurlijke regeneratie:**
- 1°. in het geval van schade aan wateren, beschermde soorten of natuurlijke habitats: de terugkeer van aangetaste natuurlijke rijkdommen en ecosysteemfuncties tot de referentietoestand;
- 2°. in geval van bodemverontreiniging: het verdwijnen van een aanmerkelijk gevaar van een nadelig effect op de menselijke gezondheid;
**natuurlijke rijkdommen:** beschermde soorten, natuurlijke habitats, wateren of bodem;
**preventieve maatregelen:** maatregelen naar aanleiding van een gebeurtenis, handeling of nalatigheid waardoor een onmiddellijke dreiging van milieuschade is ontstaan, teneinde die schade te voorkomen of tot een minimum te beperken;
**referentietoestand:** de toestand waarin de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties zich ten tijde van de schade zouden hebben bevonden indien zich geen milieuschade had voorgedaan, gereconstrueerd aan de hand van de beste beschikbare informatie;
**schade:** meetbare negatieve verandering in de natuurlijke rijkdommen of aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt;
**staat van instandhouding:** staat van instandhouding als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**wateren:** wateren waarop de kaderrichtlijn water van toepassing is.
2. In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt in deze titel en de daarop berustende bepalingen onder **emissie** verstaan: het als gevolg van menselijke activiteiten in het milieu brengen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen.
3. Een wijziging van een van de bijlagen bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid gaat voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
4. Onder schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats wordt voor de toepassing van deze titel mede begrepen schade aan deze soorten en habitats binnen de exclusieve economische zone.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-09-01&g=2007-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-09-01&g=2007-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-09-01&g=2007-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-17&g=2007-10-17), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.1
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
## Titel 16.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
##### Artikel 20.2a
In een rechterlijke procedure ten aanzien van een besluit, andere rechtshandeling of feitelijke handeling die strekt tot uitvoering van een overeenkomstig [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genomen besluit of toegepast wettelijk voorschrift, kunnen uitsluitend gevolgen voor de luchtkwaliteit worden aangevoerd voor zover deze redelijkerwijs niet in een eerdere rechterlijke procedure aan de orde zijn of hadden kunnen worden gesteld.
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-17&g=2007-10-17), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-17&g=2007-10-17), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-17&g=2007-10-17), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.4.1
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**CE-markering**: markering als bedoeld in besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de conformiteitbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) en bestaande uit het opschrift «CE» als weergegeven in bijlage III bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten;
**componenten en subeenheden**: onderdelen die bedoeld zijn om in een ingevolge een algemene maatregel van bestuur of een uitvoeringsmaatregel als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen energiegerelateerd product te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen, dan wel waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk van voornoemd product kunnen worden beoordeeld;
**conformiteitsverklaring**: document waarbij de fabrikant overeenkomstig bijlage VI bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten verklaart dat aan alle voor dat product relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt voldaan, onder verwijzing naar die uitvoeringsmaatregel;
**EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten**: richtlijn nr. 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking) (PbEU L 285);
**energiegerelateerd product**: product dat wanneer het op de markt is geïntroduceerd of in gebruik is genomen, een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in dat product te worden ingebouwd en die ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
**fabrikant**: degene die een energiegerelateerd product vervaardigt met het oog op het op de markt introduceren onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik;
**importeur**: in de Europese Gemeenschap gevestigde persoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een land buiten de Europese Unie op de markt introduceert;
**op de markt introduceren**: op de markt aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan, ongeacht de wijze waarop dat geschiedt;
**uitvoeringsmaatregel**: krachtens de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten goedgekeurde maatregel tot vaststelling van voorschriften voor een ecologisch ontwerp voor daarin aangegeven energiegerelateerde producten.
2. Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder **ecologisch ontwerp, ecologisch profiel, geharmoniseerde norm, materialen, milieuprestaties, productontwerp** onderscheidenlijk **verbetering van de milieuprestaties** verstaan hetgeen daaronder in artikel 2 van de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten wordt verstaan.
3. Bij het ontbreken van een fabrikant of importeur van een energiegerelateerd product wordt degene die dat energiegerelateerde product op de markt introduceert of in gebruik neemt, voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen als fabrikant aangemerkt.
4. Een wijziging van de in het tweede lid genoemde begrippen in de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten of van een bijlage bij die richtlijn waarnaar bij of krachtens deze titel wordt verwezen, gaat voor de toepassing van het bij of krachtens deze titel bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
##### Artikel 9.4.2
Een fabrikant kan een persoon schriftelijk machtigen om namens hem bij of krachtens deze titel geldende verplichtingen na te komen, mits deze gemachtigde binnen de Europese Gemeenschap is gevestigd.
##### Artikel 9.4.3
Deze titel is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.
##### Artikel 9.4.4
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van energie-efficiëntie en bescherming van het milieu met betrekking tot het ecologisch ontwerp van een categorie van energiegerelateerde producten en de verstrekking van daarmee verband houdende informatie over die producten aan de gebruikers regels worden gesteld.
2. Het is de fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden dat product op de markt te introduceren of in gebruik te nemen, indien met betrekking tot dat product niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
##### Artikel 9.4.5
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur draagt er zorg voor dat een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, alvorens dat product op de markt wordt geïntroduceerd of in gebruik wordt genomen, aan een conformiteitsbeoordeling wordt onderworpen, waarbij wordt getoetst of het voldoet aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de toetsing met betrekking tot dat product plaatsvindt.
2. De fabrikant maakt met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, een conformiteitsverklaring op en brengt een CE-markering op het product aan. De importeur draagt er zorg voor dat hij met betrekking tot een dergelijk product beschikt over de conformiteitsverklaring en dat op het product een CE-markering is aangebracht.
##### Artikel 9.4.6
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, bewaart na het in Nederland op de markt introduceren of in gebruik nemen van dat product de relevante documenten betreffende de conformiteitsbeoordeling, als bedoeld in [artikel 9.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en de daaromtrent afgegeven conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na beëindiging van de vervaardiging van dat product.
2. De fabrikant onderscheidenlijk importeur stelt de in het eerste lid bedoelde documenten binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van het bevoegd gezag, belast met het toezicht op de naleving van de wet, beschikbaar aan dat bevoegde gezag.
3. Fabrikanten van componenten en subeenheden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, worden verplicht aan de fabrikant onderscheidenlijk importeur van dat product daarbij aangegeven relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.
##### Artikel 9.4.7
1. Het is verboden op een energiegerelateerd product een markering aan te brengen, die de gebruikers van dat product kan misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.
2. Het is verboden een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat nog niet op de markt is geïntroduceerd en niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, te tonen of te demonstreren op handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen. Het verbod geldt niet indien duidelijk zichtbaar is aangegeven dat het product nog niet met die uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is en niet op de markt zal worden geïntroduceerd, zolang het product nog niet met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is.
##### Artikel 9.4.8
1. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat van een CE-markering is voorzien, wordt vermoed te voldoen aan de voor dat product bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
2. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor een geharmoniseerde norm is toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die norm betrekking heeft.
3. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor overeenkomstig verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PbEU L 27) de communautaire milieukeur is verleend, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voor zover de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
## Titel 10.1. Algemeen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-24&g=2007-10-24), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 12.3.3. PRTR
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
## Titel 15.1
### Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.3. PRTR
### Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-24&g=2007-10-24), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-24&g=2007-10-24), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-24&g=2007-10-24), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
##### Artikel 5.6
1. In afwijking van [titel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gelden ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht uitsluitend deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen.
2. Deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen zijn niet van toepassing op plaatsen als gedefinieerd in artikel 2 van de Richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (PbEG L 393), op welke plaatsen bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op de arbeidsplaats van toepassing zijn en waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben.
##### Artikel 5.7
1. In deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht wordt verstaan onder:
**acht-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**agglomeratie**: stedelijk gebied met ten minste 250 000 inwoners;
**alarmdrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het waarschuwen van de bevolking noodzakelijk is teneinde de risico’s voor de gezondheid van de mens ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**AOT40-waarde**: gesommeerd verschil tussen de uurgemiddelde concentraties van ozon boven 80 microgram per m3 en 80 microgram per m3 tussen 08.00 uur en 20.00 uur Midden-Europese-Tijd, over een bepaalde periode, uitgedrukt in (microgram per m3) • uur;
**autosnelweg**: autosnelweg als bedoeld in [artikel 1, onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004825&artikel=1);
**beoordelen van de luchtkwaliteit:** vaststellen van het kwaliteitsniveau en bepalen van de mate waarin een vastgesteld kwaliteitsniveau voldoet aan een grenswaarde, blootstellingsconcentratieverplichting, richtwaarde, plandrempel, alarmdrempel of informatiedrempel als bedoeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
**blootstellingsconcentratieverplichting:** een op grond van de gemiddelde blootstellingsindex bepaald kwaliteitsniveau met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen, waaraan binnen een bepaalde termijn moet worden voldaan;
**buitenlucht:** buitenlucht in de troposfeer;
**bijdragen van natuurlijke bronnen:** emissies van verontreinigende stoffen die niet direct of indirect zijn veroorzaakt door menselijke activiteiten, met inbegrip van natuurverschijnselen zoals vulkanische uitbarstingen, seismische activiteiten, geothermische activiteiten, bosbranden, stormen, zeezout als gevolg van verstuivend zeewater of de atmosferische opwerveling of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge regio’s;
**EG-richtlijn luchtkwaliteit:** richtlijn nr. 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEG L 152);
**gemiddelde blootstellingsindex:** gemiddeld kwaliteitsniveau dat overeenkomstig de [Regeling beoordeling luchtkwaliteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022817) wordt bepaald op basis van stedelijke achtergrondlocaties verspreid over het gehele Nederlandse grondgebied en dat de blootstelling van de bevolking weergeeft;
**grenswaarde**: kwaliteitsniveau met als doel schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, wanneer het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden;
**informatiedrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het informeren van de bevolking noodzakelijk is, teneinde de risico’s voor de gezondheid van bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**jaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, lood en benzeen en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10) en voor zwevende deeltjes (PM2,5);
**kwaliteitsniveau**: concentratie in de buitenlucht of de depositiesnelheid van een verontreinigende stof;
**luchtverontreiniging**: aanwezigheid in de buitenlucht van verontreinigende stoffen;
**plandrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan een planmatige aanpak van de luchtverontreiniging noodzakelijk is;
**richtwaarde**: kwaliteitsniveau dat is vastgesteld met het doel om schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat voor zover mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt;
**stikstofoxiden**: het totale aantal volumedelen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard volumedelen, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxide per m3;
**uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**vaststellen van het kwaliteitsniveau:** door middel van meting of berekening bepalen of prognosticeren van de concentratie van een verontreinigende stof in de buitenlucht of van de depositie van die stof;
**verontreinigende stof:** stof die zich in de lucht bevindt en die waarschijnlijk schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel heeft;
**vierentwintig-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over het tijdvak van 0.00 uur tot 24.00 uur Midden-Europese-Tijd, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10);
**winterhalfjaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties van 1 oktober tot en met 31 maart, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kilo Pascal;
**zone**: gedeelte van het Nederlandse grondgebied;
**zwevende deeltjes (PM10)**: in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aërodynamische diameter van 10 micrometer;
**zwevende deeltjes (PM2,5):** in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aerodynamische diameter van 2,5 micrometer.
2. In afwijking van [artikel 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt in deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen onder **stoffen** verstaan: chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens worden voortgebracht.
##### Artikel 5.8
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2009/158.
1. Indien wijziging van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of de op deze titel berustende bepalingen wenselijk is ter uitvoering van een richtlijn van de Raad van de Europese Unie betreffende de kwaliteit van de buitenlucht, kan Onze Minister, gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, een tijdelijke regeling vaststellen, die voor zover daarbij is aangegeven in de plaats treedt van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of de op deze titel berustende bepalingen.
2. Binnen achttien maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van die regeling wordt een voorstel van wet van gelijke strekking aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
##### Artikel 5.9
1. Burgemeester en wethouders stellen in de in [bijlage 2, voorschrift 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangegeven gevallen waarin een plandrempel wordt overschreden een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke maatregelen voldaan zal worden aan de desbetreffende in de [bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde grenswaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Zij dragen zorg voor de uitvoering van het plan.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Gedeputeerde staten, Onze Minister, Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Verkeer en Waterstaat en andere bestuursorganen die maatregelen kunnen treffen leveren op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van een plan als bedoeld in het eerste lid. Daarbij geven de desbetreffende bestuursorganen in het plan gemotiveerd rekenschap van het al dan niet treffen van maatregelen. Omtrent het opstellen en uitvoeren van het plan bevorderen burgemeester en wethouders overleg met die bestuursorganen.
4. Voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de desbetreffende plandrempel, met inachtneming van de krachtens [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde regels, is vastgesteld en gerapporteerd, stellen burgemeester en wethouders gedeputeerde staten in kennis van een vastgesteld plan als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen plannen.
5. Burgemeester en wethouders rapporteren eenmaal in de drie jaar, voor 1 mei van het op die periode volgende jaar, aan gedeputeerde staten omtrent de voortgang van de uitvoering van een plan of plannen als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen voortgangsrapportages.
6. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat het plan, bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming is met een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 5.10
Vervallen
##### Artikel 5.11
1. Een plan als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bevat ten minste de gegevens, bedoeld in bijlage XV, deel A, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
2. Een wijziging van bijlage XV, deel A, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit geldt voor de toepassing van het eerste lid met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven en heeft geen betrekking op een vóór die dag vastgesteld plan, tenzij uit de desbetreffende wijziging anders volgt.
3. Voor gevallen waarin ingevolge [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor meer dan één stof een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt het betrokken bestuursorgaan zorg voor één plan voor de desbetreffende stoffen. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12
1. Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarde die op of na het daarbij behorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een programma vast dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Het programma heeft betrekking op een daarbij aan te geven periode van vijf jaar.
2. In het programma, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste genoemd of beschreven de gedurende de in dat lid bedoelde periode door een of meer bestuursorganen van het Rijk te treffen generieke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit en de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
3. Met betrekking tot één of meer in het programma, bedoeld in het eerste lid, aangewezen gebieden omvat het programma, na overleg met de betrokken bestuursorganen, tevens:
- a. een beschrijving van de in de buitenlucht aanwezige concentraties verontreinigende stoffen en de autonome ontwikkeling daarvan boven het desbetreffende gebied, op basis van de laatst beschikbare gegevens met betrekking tot die concentraties, alsmede een beschrijving van de oorzaken van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende grenswaarde;
- b. indien op het moment van vaststelling van het programma op één of meer plaatsen binnen een aangewezen gebied een geldende grenswaarde wordt overschreden: een overzicht van alle redelijkerwijs, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, door de betrokken bestuursorganen te treffen maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van beleid dat erop gericht is die grenswaarde te bereiken, de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit alsmede het tijdstip waarop die grenswaarde naar verwachting zal zijn bereikt;
- c. een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het desbetreffende gebied en van de besluiten die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen worden genomen en die in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een grenswaarde is opgenomen, op basis van de krachtens het zevende lid verstrekte gegevens, alsmede de effecten van die ontwikkelingen en besluiten op de luchtkwaliteit;
- d. een beschrijving van de door de bestuursorganen, die daartoe in het programma zijn aangewezen, te treffen overige maatregelen dan bedoeld onder b, die samenhangen met de onder c bedoelde ontwikkelingen of besluiten en die gericht zijn op het bereiken van de grenswaarde of grenswaarden in de betreffende gebieden, alsmede de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit;
- e. een prognose van de ontwikkeling van de onder a bedoelde concentraties, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, met dien verstande dat daarbij tevens wordt aangegeven hoeveel eerder als gevolg van de maatregelen, bedoeld onder b en d, en rekening houdend met de effecten van de verwachte ontwikkelingen en besluiten, bedoeld onder c, een grenswaarde in het betreffende gebied wordt bereikt dan overeenkomstig de autonome ontwikkeling, bedoeld onder a, naar verwachting het geval zou zijn.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoering van de onderdelen a tot en met e en van het vierde en zesde lid, met inbegrip van daarbij te hanteren uitgangspunten en criteria.
4. Bij het beschrijven van:
- a. de autonome ontwikkeling, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt mede in aanmerking genomen het gesommeerde effect van de uitoefening van bevoegdheden en de toepassing van wettelijke voorschriften die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen plaatsvinden en die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een grenswaarde is opgenomen;
- b. de effecten van de maatregelen, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen de effecten van sinds 1 januari 2005 ter verbetering van de luchtkwaliteit ingevoerde maatregelen mede in aanmerking worden genomen.
5. In een programma als bedoeld in het eerste lid worden geen besluiten als bedoeld in het derde lid, onder c, opgenomen, indien het aannemelijk is dat deze een overschrijding of verdere overschrijding van een geldende grenswaarde tot gevolg hebben op het tijdstip waarop, met toepassing van:
- a. uitstel als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit, van de tijdstippen waarop aan de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarden voor stikstofdioxide of benzeen moet worden voldaan,
- b. vrijstelling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit, van de verplichting om aan de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) te voldoen,
ingevolge die richtlijn aan de desbetreffende grenswaarde moet worden voldaan.
6. Het programma, bedoeld in het eerste lid, kan in delen worden vastgesteld, met dien verstande dat:
- a. alle onderscheiden delen binnen een tijdvak van ten hoogste dertien weken worden vastgesteld, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten, en
- b. met elkaar, vanwege de daarin opgenomen ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, samenhangende delen zoveel mogelijk tegelijkertijd worden vastgesteld.
7. Na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister verstrekken de desbetreffende bestuursorganen hem binnen een daarbij aangegeven termijn de daarbij gevraagde gegevens over de ontwikkelingen en besluiten, bedoeld in het derde lid, onder c, en de maatregelen, bedoeld in dat lid, onder b en d.
8. Op de voorbereiding van een programma als bedoeld in het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
9. De daartoe bevoegde bestuursorganen dragen zorg voor de tijdige uitvoering van de maatregelen die in het programma zijn genoemd of beschreven, met dien verstande dat maatregelen die onlosmakelijk verbonden zijn met de ontwikkelingen en besluiten als bedoeld in het derde lid, onder c, ten behoeve van deze ontwikkelingen en besluiten worden uitgevoerd.
10. Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het programma, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen indien naar zijn oordeel:
- a. uit de rapportages, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01), naar voren komt dat de in dat programma opgenomen gegevens omtrent de effecten op de luchtkwaliteit van in het programma genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, niet of niet langer in redelijkheid kunnen worden gehanteerd bij de uitoefening van de in [artikel 5.16, eerste lid, aanhef en onder c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), juncto het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde bevoegdheden en de toepassing van de daar bedoelde wettelijke voorschriften;
- b. het programma, de periode waarop het betrekking heeft of de daarin genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen om andere redenen wijziging behoeven.
Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing.
11. De in het negende lid bedoelde plicht tot tijdige uitvoering van maatregelen blijft van kracht totdat die uitvoering of verdere uitvoering naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, niet langer vereist is om een grenswaarde te bereiken of daaraan te blijven voldoen.
12. Binnen een gebied als bedoeld in het derde lid kunnen bestuursorganen die het aangaat, na een daartoe strekkende melding aan Onze Minister, een of meer in het programma genoemde of beschreven maatregelen, ontwikkelingen of besluiten wijzigen of vervangen, of een of meer maatregelen, ontwikkelingen of besluiten aan het programma toevoegen, indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die gewijzigde, vervangende of nieuwe maatregelen, ontwikkelingen of besluiten per saldo passen binnen of in elk geval niet in strijd zijn met het programma. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen, ontwikkelingen of besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen, ontwikkelingen of besluiten is en op welke termijn een maatregel wordt getroffen of een besluit genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met toepassing van de [artikelen 5.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de daarop berustende bepalingen aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
13. De bij de melding, bedoeld in het twaalfde lid, aangegeven wijziging of wijzigingen behoeven de instemming van Onze Minister. Onze Minister beslist hieromtrent binnen zes weken na ontvangst van de melding. De instemming is van rechtswege gegeven indien Onze Minister niet binnen de genoemde termijn een beslissing heeft genomen.
14. Binnen zes weken nadat een instemming als bedoeld in het dertiende lid is verkregen wordt door de betrokken bestuursorganen kennis gegeven van de bij de melding aangegeven wijziging of wijzingen en van de daarmee verleende instemming in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huis blad, dan wel op een andere geschikte wijze.
##### Artikel 5.13
1. Een of meerdere bestuursorganen gezamenlijk, niet zijnde bestuursorganen van het Rijk, kunnen een programma vaststellen dat gericht is op het bereiken van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarde in een bij dat programma aan te wijzen gebied, niet zijnde een krachtens [artikel 5.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen of aan te wijzen gebied, waar een grenswaarde wordt overschreden of dreigt te worden overschreden.
2. Bij de vaststelling van een programma op grond van het eerste lid wordt het krachtens [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vastgestelde programma in acht genomen.
3. [Artikel 5.12, derde en vierde lid en achtste tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de wijziging, bedoeld in het [tiende lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), plaatsvindt in overeenstemming met de andere betrokken bestuursorganen en dat de plicht tot melding, bedoeld in het [twaalfde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), niet van toepassing is.
4. Het programma wordt na vaststelling of wijziging toegezonden aan Onze Minister.
5. Indien voor een gebied als bedoeld in het eerste lid geen programma als bedoeld in dat lid wordt vastgesteld, treffen de betrokken bestuursorganen onverwijld de redelijkerwijs mogelijke maatregelen die er op gericht zijn de betreffende grenswaarde te bereiken. De [artikelen 5.12, negende en elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.14
De daartoe in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen bestuursorganen rapporteren jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister over de voortgang en uitvoering van een programma en de daarin opgenomen maatregelen, ontwikkelingen en besluiten, alsmede over de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
##### Artikel 5.15
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt afgestemd met andere bij of krachtens wettelijk voorschrift vast te stellen of vastgestelde plannen;
- b. de voorbereiding, vormgeving, inhoud en uitvoering van een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. de verslaglegging, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 5.16
1. Bestuursorganen maken bij de uitoefening van een in het tweede lid bedoelde bevoegdheid of toepassing van een daar bedoeld wettelijk voorschrift, welke uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, gebruik van een of meer van de volgende gronden en maken daarbij aannemelijk:
- a. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet leidt tot het overschrijden, of tot het op of na het tijdstip van ingang waarschijnlijk overschrijden, van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarde;
- b. dat, met inachtneming van het vijfde lid en de krachtens dat lid gestelde regels:
- 1°. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van die uitoefening of toepassing per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of
- 2°. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert;
- c. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een grenswaarde is opgenomen;
- d. dat een uitoefening dan wel toepassing is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een op grond van [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), vastgesteld programma.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden of wettelijke voorschriften zijn de bevoegdheden en wettelijke voorschriften, bedoeld in:
- a. de [artikelen 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [7.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [8.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. de [artikelen 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.1), [3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.26) en [3.28 van de Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.28);
- d. [artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=9);
- e. [artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=9);
- f. [artikel 2 van de Interimwet stad-en-milieubenadering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019466&artikel=2);
- g. [artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.4), voor zover die bevoegdheid betrekking heeft op:
- 1°. activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder e, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1);
- 2°. activiteiten die op grond van [artikel 2.1, eerste lid, onder i, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1), bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover die activiteiten plaatsvinden binnen een inrichting en voor zover dat bij die maatregel is bepaald;
- 3°. gevallen waarin van het bestemmingsplan wordt afgeweken met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) of, voor zover daartoe aangewezen bij algemene maatregel van bestuur, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van die wet;
- h. [artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027431&artikel=2.3).
3. Bij de uitoefening van een bevoegdheid of toepassing van een wettelijk voorschrift als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c of d, gedurende de periode waar een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), betrekking op heeft, vindt met betrekking tot de effecten van de desbetreffende ontwikkeling of het desbetreffende besluit op de luchtkwaliteit geen afzonderlijke beoordeling van de luchtkwaliteit plaats voor een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarde voor die periode, noch voor enig jaar daarna.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het in betekenende mate bijdragen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, waaronder begrepen het aanwijzen van categorieën van gevallen die in ieder geval al dan niet in betekenende mate bijdragen in de daar bedoelde zin.
5. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, aanhef en sub 2, of onder c, voor zover het betreft de onlosmakelijk met een uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen:
- a. worden voor iedere stof afzonderlijk de positieve of negatieve effecten voor de luchtkwaliteit in beschouwing genomen;
- b. is er een functionele of geografische samenhang tussen enerzijds het gebied of de gebieden waarop de uitoefening van bevoegdheden of de toepassing van wettelijke voorschriften, bedoeld in dat lid, betrekking heeft, en anderzijds de maatregel of maatregelen die in verband met die uitoefening of toepassing wordt of worden genomen;
- c. worden maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof niet later dan gelijktijdig met de te compenseren activiteiten uitgevoerd, tenzij een gelijktijdige uitvoering een vermindering van de concentratie van die stof op de langere termijn in de weg staat of anderszins niet doelmatig is, en
- d. worden waarborgen getroffen opdat de maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
6. Buiten een periode als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of een in een programma als bedoeld in [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), opgenomen periode, blijft het eerste lid, aanhef en onder d, buiten toepassing, met dien verstande dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift met betrekking tot een ontwikkeling of voorgenomen besluit dat eerder was genoemd of beschreven in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), ook na het verstrijken van de desbetreffende periode mogelijk blijft.
##### Artikel 5.16a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift, bedoeld in [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in daarbij aangewezen categorieën van gevallen waarin een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarde op of na het tijdstip van ingang wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, en waarin de betreffende uitoefening of toepassing betrekking heeft op een bestaand of nieuw te bouwen bouwwerk in de zin van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181), op een zodanige wijze plaatsvindt dat deze niet leidt tot een toename van het aantal ter plaatse verblijvende personen met een verhoogde gevoeligheid voor de concentraties in de buitenlucht van een stof waar de betreffende grenswaarde betrekking op heeft.
2. Bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan dat lid, met inbegrip van het beperken van een categorie tot gevallen waarin niet wordt voldaan aan daarbij gestelde eisen met betrekking tot de locatie of afstand van een bouwwerk ten opzichte van een bron of bronnen van luchtverontreiniging.
##### Artikel 5.17
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bestuursorganen stellen alle nodige maatregelen vast, gericht op het voor zover mogelijk bereiken van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen richtwaarde binnen de daarvoor gestelde termijn. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van een plan of programma als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel van een ander plan of programma.
2. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de in dat lid bedoelde maatregelen, waartoe in elk geval behoren regels omtrent de aard van die maatregelen.
##### Artikel 5.18
1. De commissaris van de Koning doet van een overschrijding van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde alarmdrempel of informatiedrempel in zijn provincie zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek. Wanneer overschrijding van een informatiedrempel of alarmdrempel voorkomt in samenhang met overschrijding van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde grenswaarde voor een andere verontreinigende stof in de buitenlucht, doet de commissaris van de Koning tevens mededeling van laatstbedoelde overschrijding.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde mededeling en de daarbij aan het publiek te verstrekken gegevens alsmede met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 24 van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
3. [Artikel 48, derde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=48) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.19
1. Het beoordelen van de luchtkwaliteit vindt overeenkomstig de bij of krachtens deze paragraaf gestelde regels plaats in alle agglomeraties en zones, aangewezen krachtens [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.22&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. In afwijking van het eerste lid vindt op de volgende locaties geen beoordeling van de luchtkwaliteit plaats met betrekking tot luchtkwaliteitseisen voor de bescherming van de gezondheid van de mens, opgenomen in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01):
- a. locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is;
- b. terreinen waarop een of meer inrichtingen zijn gelegen, waar bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op arbeidsplaatsen als bedoeld in [artikel 5.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van toepassing zijn;
- c. de rijbaan van wegen en de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.
3. Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau worden bij het bepalen van de concentraties verontreinigende stoffen de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen, na afzonderlijk te zijn bepaald, meegerekend.
4. Bij het bepalen van de mate waarin een vastgesteld kwaliteitsniveau voldoet aan een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgenomen grenswaarde worden, indien dat kwaliteitsniveau hoger is dan die grenswaarde, de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen steeds in aftrek gebracht.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld indien noodzakelijk voor een juiste uitvoering van het eerste tot en met vierde lid.
##### Artikel 5.20
1. Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen regels gesteld ten aanzien van het beoordelen van de luchtkwaliteit met betrekking tot de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genoemde stoffen, waartoe in elk geval kunnen behoren regels omtrent:
- a. de voor beoordeling van de luchtkwaliteit verantwoordelijke bestuursorganen;
- b. de wijze waarop en de frequentie waarmee de luchtkwaliteit wordt beoordeeld, met inbegrip van de locaties waar de luchtkwaliteit wordt beoordeeld, en de te gebruiken gegevens;
- c. de wijze waarop en de frequentie waarmee het kwaliteitsniveau gemeten of berekend wordt;
- d. de wijze van bekostiging van de metingen en berekeningen;
- e. de wijze en het tijdstip waarop verslag wordt gedaan van beoordeling van de luchtkwaliteit en de in het verslag op te nemen gegevens;
- f. de wijze waarop het bereiken van de grenswaarden, bedoeld in de [artikelen 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt vastgesteld;
- g. de wijze waarop de effecten van ontwikkelingen, besluiten en maatregelen als bedoeld in deze titel afzonderlijk en in samenhang worden bepaald en daarbij te gebruiken gegevens;
- h. de wijze waarop de autonome ontwikkeling als bedoeld in deze titel wordt bepaald.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat daarbij aangewezen regels van toepassing zijn dan wel buiten toepassing blijven in daarbij genoemde gevallen.
3. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gebruik van andere dan de daarin genoemde methoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit of voor het bepalen van effecten of het gebruik van andere dan daarin genoemde gegevens niet is toegestaan dan na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister.
4. De goedkeuring, bedoeld in het derde lid, kan worden onthouden of ingetrokken indien het gebruik van de betreffende methode of gegevens naar het oordeel van Onze Minister niet, of niet langer, leidt tot een voldoende nauwkeurige of betrouwbare beoordeling van de luchtkwaliteit of bepaling van effecten en daarvoor meer geschikte methoden of gegevens beschikbaar zijn.
5. Aan de goedkeuring kunnen voorwaarden of beperkingen worden verbonden. Deze kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.
##### Artikel 5.21
1. Onze Minister kan:
- a. de nauwkeurigheid van een meetmethode of een andere methode waarmee het kwaliteitsniveau of effecten gemeten of berekend wordt toetsen,
- b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen.
2. De door middel van de toetsing verkregen resultaten treden in de plaats van eerdere of anderszins verkregen resultaten.
3. Onze Minister maakt de in het tweede lid bedoelde resultaten kenbaar aan het desbetreffende bestuursorgaan.
##### Artikel 5.22
1. Onze Minister wijst voor de toepassing van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen ten behoeve van de metingen en berekeningen van het kwaliteitsniveau zones, onderscheidenlijk agglomeraties, aan.
2. Onze Minister overweegt ten minste eenmaal in de vijf jaar in hoeverre de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, wijziging behoeft.
3. Onze Minister stelt op basis van de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, en de resultaten van de metingen en berekeningen, bedoeld in dat lid, lijsten vast als bedoeld in artikel 27 van de EG-richtlijn luchtkwaliteit en artikel 3 van richtlijn nr. 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (PbEG L 23).
##### Artikel 5.23
Vervallen
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
#### § 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
#### § 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2009-01-01&g=2009-01-01)
#### § 7.5. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.6a. Het plan
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
#### Paragraaf 8.2
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-11-15&g=2007-11-15), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 11.2.3. Actieplannen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### § 20.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-11-15&g=2007-11-15), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-11-15&g=2007-11-15), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-11-15&g=2007-11-15), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
### Voorschrift 7.1
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 8.2
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.40a
1. Indien bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een verplichting is opgenomen voor degene die de inrichting drijft, om daarbij aangegeven maatregelen te treffen, kan daarbij worden bepaald dat diegene in plaats daarvan andere maatregelen kan treffen, wanneer met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
2. Degene die de inrichting drijft dient een aanvraag in tot het kunnen treffen van andere maatregelen bij het bestuursorgaan, aangegeven bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, welke aanvraag gegevens bevat waaruit blijkt dat met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, beslist binnen acht weken over de gelijkwaardigheid van de andere maatregelen. Het bestuursorgaan kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.
4. Indien de maatregelen waarop de aanvraag betrekking heeft, direct verband houden met activiteiten waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend of die zijn toegestaan krachtens een omgevingsvergunning, wordt de beslissing op de aanvraag afgestemd op de betrokken aanvraag om een omgevingsvergunning, onderscheidenlijk de betrokken omgevingsvergunning.
##### Artikel 8.42a
Het bevoegd gezag kan voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een inrichting verbinden die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
##### Artikel 8.42b
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat bij provinciale of gemeentelijke verordening gestelde regels omtrent die onderwerpen van de bij of krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, in welke mate kan worden afgeweken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Op het stellen van provinciale of gemeentelijke regels als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
##### Artikel 10.29a
Een bestuursorgaan houdt er bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover die bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalwater, rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat in de navolgende voorkeursvolgorde:
- a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- c. afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater;
- d. huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in [artikel 3.4 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.4) getransporteerd;
- e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt;
- f. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en
- g. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in [artikel 3.4 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.4) wordt getransporteerd.
##### Artikel 10.32a
1. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat:
- a. bij het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels, en
- b. het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater binnen een in die verordening aangegeven termijn wordt beëindigd.
2. Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruikgemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd.
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Economische Zaken, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede beheerders als bedoeld in [artikel 1.1 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=1.1), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 11.2.1. Algemeen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2014-01-25&g=2014-01-25)
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.7. Keuringen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-01-01&g=2008-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-01-01&g=2008-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 6.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.1
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
##### Artikel 12.18
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**PRTR**: register inzake de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen als bedoeld in [artikel 12.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
**PRTR-protocol**: op 21 mei 2003 te Kiev tot stand gekomen Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, met Bijlagen (Trb. 2003, 153, en Trb. 2007, 95);
**PRTR-verslag**: verslag als bedoeld in [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
**verslagjaar**: kalenderjaar waarover ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR of [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een PRTR-verslag moet worden opgesteld.
##### Artikel 12.19
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin een of meer van de in bijlage I bij de EG-verordening PRTR genoemde activiteiten worden verricht in een mate die de ingevolge die bijlage van toepassing zijnde capaciteitsdrempelwaarde overschrijdt.
2. Onder inrichtingen als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
##### Artikel 12.20
1. Indien degene die een inrichting drijft, ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR met betrekking tot een kalenderjaar rapportageplichtig is, zendt hij uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar aan de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegde instantie langs elektronische weg een verslag bevattende de in artikel 5, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens.
2. Het PRTR-verslag voldoet aan de in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR genoemde kwaliteitseisen.
3. Het eerste verslagjaar is 2007.
##### Artikel 12.21
1. Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR en ingevolge deze titel wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een omgevingsvergunning of een vergunning als bedoeld in [artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken.
2. In afwijking van het eerste lid wordt Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen als bevoegde instantie voor inrichtingen waar activiteiten worden verricht als bedoeld in bijlage I, nummer 7, onder a, bij de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.22
De kwaliteitsbeoordeling van het PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, geschiedt uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
##### Artikel 12.23
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegde instantie kan uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat een PRTR-verslag niet voldoet aan de bij artikel 5, eerste of tweede lid, van de EG-verordening PRTR, de bij of krachtens [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van deze wet of de bij artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR gestelde eisen of niet is opgesteld met inachtneming van de bij artikel 5, derde of vierde lid, van de EG-verordening PRTR of de krachtens [artikel 12.29, aanhef en onder a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.5&artikel=12.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gestelde eisen.
2. De bevoegde instantie kan het afgeven van de in het eerste lid bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die de betrokken inrichting drijft.
3. De bevoegde instantie kan na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, na het tijdstip dat met toepassing van het tweede lid is vastgesteld, alsnog verklaren dat het PRTR-verslag niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen, indien:
- a. het verslag onjuiste of onvolledige gegevens bevat of
- b. het verslag anderszins onjuist was, en degene die het verslag heeft ingediend, dit wist of behoorde te weten.
4. De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, vervalt vijf jaren na afloop van het verslagjaar.
5. In gevallen waarin niet tijdig een PRTR-verslag is ingediend, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring inhoudt dat geen PRTR-verslag is ingediend en dat in plaats van 30 juni wordt gelezen: 30 september. Het tweede lid is niet van toepassing.
##### Artikel 12.24
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegde instanties verstrekken de in de [artikelen 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. op gegevens, opgenomen in een PRTR-verslag ten aanzien waarvan een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is afgegeven, en
- b. indien een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is afgegeven,
in welke gevallen de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip aan Onze Minister meldt dat een verklaring als bedoeld onder a onderscheidenlijk b is afgegeven.
3. De bevoegde instantie kan op verzoek van degene die de inrichting drijft, of ambtshalve bepalen dat bepaalde in een PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister worden verstrekt. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt ingediend gelijktijdig met het toezenden van het PRTR-verslag, doch uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar. Een ambtshalve bepaling als bedoeld in de eerste volzin vindt plaats uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, deelt de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid, tweede volzin, genoemde tijdstip aan Onze Minister mee:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
5. In afwijking van het eerste lid worden gegevens ten aanzien waarvan een verzoek als bedoeld in het derde lid is afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is niet van toepassing.
6. In afwijking van het tweede lid worden verklaringen als bedoeld in [artikel 12.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet eerder gemeld dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is niet van toepassing.
##### Artikel 12.25
1. Er is een register dat gegevens bevat over de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen.
2. Het PRTR is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.
3. Het PRTR wordt beheerd door Onze Minister.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de vorm en de inrichting van het PRTR.
##### Artikel 12.26
1. Het PRTR bevat de door de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegde instanties overeenkomstig [artikel 12.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aan Onze Minister verstrekte gegevens alsmede de overeenkomstig [artikel 12.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aan Onze Minister gemelde verklaringen.
2. Het PRTR bevat tevens gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen als bedoeld in artikel 2, negende lid, van het PRTR-protocol, voorzover die gegevens bij Onze Minister aanwezig zijn, die gegevens een voldoende mate van ruimtelijke detaillering bezitten en het opnemen van die gegevens in het PRTR in praktische zin mogelijk is. Indien in het PRTR gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen worden opgenomen, wordt tevens aangegeven met behulp van welke methode die gegevens zijn vergaard.
3. Indien een bevoegde instantie bepaalde gegevens met toepassing van [artikel 12.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), niet aan Onze Minister heeft verstrekt, wordt in het PRTR aangegeven:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
##### Artikel 12.27
1. Onze Minister maakt de in [artikel 12.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde gegevens per verslagjaar via het PRTR openbaar telkens uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de openbaarmaking met betrekking tot het verslagjaar 2007 uiterlijk op 30 juni 2009.
##### Artikel 12.28
Onze Minister is belast met de uitvoering van artikel 7, tweede lid, van de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.29
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de goede werking van het PRTR en ter uitvoering van de EG-verordening PRTR regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de voor de gegevensinzameling gebruikte methodiek, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de EG-verordening PRTR;
- b. de frequentie van informatievergaring, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de EG-verordening PRTR;
- c. de wijze waarop een PRTR-verslag moet worden opgesteld en de inhoud van een dergelijk verslag;
- d. de geheimhouding van gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.24, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [12.26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- e. de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, moet worden uitgevoerd, of
- f. de informatie die mag worden gebruikt om vast te stellen of een inrichting rapportageplichtig is op grond van [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 12.30
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5 van de EG-verordening PRTR.
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.9A. Rechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2h
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-04-01&g=2008-04-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 3.1
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
##### Artikel 13.12
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een ander land, en over het op die aanvraag te nemen besluit overleg plaatsvindt met bestuursorganen in het betrokken andere land, wordt dit overleg in de kennisgeving vermeld.
##### Artikel 13.13
1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die is gelegen in een ander land en die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in Nederland kan hebben, wordt de aanvraag met de daarop betrekking hebbende stukken door gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen bedoelde gevolgen zich kunnen voordoen, ter inzage gelegd.
2. [Artikel 3:12, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 11.2.1. Algemeen
#### § 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
## Titel 15.1
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
##### Artikel 17.5a
1. Indien zich een gebeurtenis voordoet, die gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van een afvalvoorziening, of indien bij controle- en monitoringsprocedures met betrekking tot die voorziening blijkt dat nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt degene die de afvalvoorziening drijft, dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 48 uur, aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor die inrichting te verlenen. [Artikel 17.2, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën van afvalvoorzieningen aangewezen, waarop ingevolge artikel 2, derde lid, van de richtlijn beheer winningsafval deze titel niet van toepassing is.
##### Artikel 17.5b
Indien de situatie, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, voert degene die de afvalvoorziening drijft, onmiddellijk het voor die afvalvoorziening voorgeschreven interne noodplan uit.
##### Artikel 17.5c
1. Het bevoegd gezag kan instructies geven met betrekking tot het treffen van de nodige preventieve of herstelmaatregelen.
2. Degene die de afvalvoorziening drijft, volgt de in het eerste lid bedoelde instructies op en draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen.
3. Het bevoegd gezag kan zelf elke nodige preventieve of herstelmaatregel treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking.
5. In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteiten verricht.
Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
6. [Artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.5d
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten afvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten afvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 2.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 9.2.1. Algemeen
##### Artikel 9.2.1.1
Deze titel en de daarop berustende bepalingen zijn, met uitzondering van de regels die uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, niet van toepassing op voedingsmiddelen, genotmiddelen en diervoeders.
##### Artikel 9.2.1.2
Een ieder die beroepshalve een stof, mengsel of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door zijn handelingen met die stof of dat mengsel of organisme gevaren kunnen optreden voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevaren zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
##### Artikel 9.2.1.3
1. Een ieder die beroepshalve een stof, mengsel of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens over die stof of dat mengsel of organisme waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens.
##### Artikel 9.2.1.4
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat degene die beroepshalve stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt of verwerkt, in daarbij aangegeven categorieën van gevallen een administratie bijhoudt van de hoeveelheden die hij daarvan heeft vervaardigd, in Nederland heeft ingevoerd, heeft toegepast, bewerkt of verwerkt of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.
2. Bij of krachtens de maatregel worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de administratie wordt bijgehouden en kunnen andere gegevens worden aangewezen die in de administratie dienen te worden opgenomen.
##### Artikel 9.2.1.5
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de in [artikel 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) , [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichtingen.
2. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging ontheffing worden verleend van de bij of krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verboden en verplichtingen.
3. Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu.
4. De voordracht voor een besluit krachtens het eerste of tweede lid wordt Ons niet gedaan dan op verzoek van Onze Minister van Defensie.
#### § 9.2.2. Maatregelen
##### Artikel 9.2.2.1
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien een redelijk vermoeden is gerezen dat door handelingen met stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of voor het milieu zullen ontstaan, regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, bewerken, verwerken, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren, uitvoeren en zich ontdoen van deze stoffen, mengsels of organismen.
2. Hiertoe kunnen behoren regels, inhoudende:
- a. een verbod een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen;
- b. een verbod een zodanige handeling te verrichten op een bij de maatregel aangegeven wijze, voor daarbij aangegeven doeleinden, op daarbij aangegeven plaatsen of onder daarbij aangegeven omstandigheden;
- c. een verbod een handeling als onder a of b bedoeld te verrichten zonder daartoe verleende vergunning;
- d. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien met betrekking tot de stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan;
- e. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien bij degene die die handeling verricht, niet de bij de maatregel aangegeven deskundigheid aanwezig is;
- f. een verbod een zodanige handeling te verrichten met betrekking tot producten, indien deze daarbij aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen bevatten, of indien deze zodanige stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen bevatten in grotere dan daarbij aangegeven hoeveelheden;
- g. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen of mengsels toe te passen in producten die niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht aan de hand van de bij de maatregel daartoe vastgestelde regels, is goedgekeurd;
- h. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen ter beschikking te stellen aan een daarbij aangewezen categorie van personen;
- i. een verplichting een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, mengsels of organismen voorkomen, of een voornemen tot het verrichten van die handelingen, te melden op een daarbij aangegeven wijze aan een daarbij aangewezen bestuursorgaan onder overlegging van daarbij aangegeven gegevens;
- j. een verplichting met betrekking tot zodanige handelingen volgens bij de maatregel gestelde regels controleonderzoeken te verrichten en de resultaten van die onderzoeken op de bij de maatregel aangegeven wijze aan Onze Minister over te leggen;
- k. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen of mengsels voorkomen, na toepassing terug te zenden aan degene die de stoffen, mengsels of producten ter beschikking heeft gesteld;
- l. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, mengsels of organismen voorkomen, af te geven aan daarbij aangewezen personen of instellingen;
- m. een verplichting voor degenen die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, mengsels of organismen voorkomen, vervaardigen, in Nederland invoeren of aan een ander ter beschikking stellen, voor daarbij aangewezen personen of instellingen die krachtens hoofdstuk 10 bevoegd zijn tot of vergunning hebben voor het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel voor bij de maatregel aangewezen bestuursorganen, om die stoffen, mengsels, organismen of producten in te zamelen.
3. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.2.2.2
Een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
##### Artikel 9.2.2.3
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden tevens bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld betreffende het ter zake bevoegde gezag, de wijze waarop de aanvraag om een vergunning geschiedt, en de gegevens die van de aanvrager kunnen worden verlangd.
2. De vergunning kan slechts worden geweigerd:
- a. in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu;
- b. indien de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt, of
- c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), indien dat bij de maatregel is bepaald.
3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onder b, of het zesde lid, aanhef en onder b, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8), om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9) worden gevraagd.
4. Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van toepassing. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
5. Een vergunning kan in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu voorschriften worden verbonden. Deze kunnen, voorzover bij de maatregel niet anders is bepaald, de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij het voorschrift zijn aangewezen, in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
6. Onverminderd [artikel 5.19, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.19) kan een vergunning worden ingetrokken:
- a. indien de handeling aanmerkelijk gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of voor het milieu en wijziging of aanvulling van de aan de vergunning verbonden voorschriften redelijkerwijs geen oplossing kan bieden;
- b. indien de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt, of
- c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), indien dat bij de maatregel is bepaald.
7. Voor zover bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, kan de vergunning in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu worden gewijzigd.
8. Op de voorbereiding van een intrekking of wijziging als bedoeld in het zesde lid, respectievelijk het zevende lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing, tenzij uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt.
##### Artikel 9.2.2.4
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wijst Onze Minister de instantie aan, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een zodanige keuring plaatsheeft en de gronden waarop de in de eerste volzin bedoelde aanwijzing kan worden ingetrokken dan wel gewijzigd.
2. Indien ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en het verdrag of besluit van die volkenrechtelijke organisatie niet verplicht tot aanwijzing van een instantie als bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking van het eerste lid geen verplichting tot aanwijzing van een instantie.
##### Artikel 9.2.2.5
Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan tevens worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, mengsels, genetisch gemodificeerde organismen of producten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, mengsels, organismen of producten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die deze stoffen, mengsels, organismen of producten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.
##### Artikel 9.2.2.6
1. Indien de verwachte of gebleken effecten van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen op de gezondheid van de mens of op het milieu het stellen van regels als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk maken en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur krachtens dat artikel niet kan worden afgewacht, kan hij een besluit nemen van de in dat lid bedoelde strekking. Onze Minister neemt een zodanig besluit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich daartegen naar zijn oordeel verzet. De [artikelen 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
##### Artikel 9.2.2.7
1. Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bepaalde op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen de voorschriften worden verbonden, die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk zijn.
3. Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld eerste lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van toepassing.
4. Een ontheffing kan door Onze Minister worden gewijzigd of ingetrokken, indien dat in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk is.
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
##### Artikel 9.2.3.1
Vervallen
##### Artikel 9.2.3.2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van producten waarin bepaalde stoffen of mengsels voorkomen.
##### Artikel 9.2.3.3
1. De verpakking en sluiting die een genetisch gemodificeerd organisme rechtstreeks omsluiten, zijn:
- a. zodanig dat ongewild verlies van de inhoud niet kan plaatsvinden,
- b. vervaardigd van materiaal dat niet door het organisme kan worden aangetast, noch hiermee een gevaarlijke reactie kan aangaan of een gevaarlijke verbinding kan vormen, en
- c. zodanig dat zij niet kunnen losraken en tegen normale behandeling bestand zijn.
2. Indien de verpakking is voorzien van een sluiting die meermalen kan worden gebruikt, zijn de verpakking en sluiting zodanig dat de verpakking meermalen opnieuw kan worden afgesloten zonder dat ongewild verlies van de inhoud plaatsvindt.
3. In afwijking van het eerste lid, onder a, mogen aan de verpakking, indien nodig, een of meer ontluchtingsventielen of andersoortige veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de verpakking en sluiting regels worden gesteld. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden voor daarbij aangewezen genetisch gemodificeerde organismen of categorieën daarvan of in daarbij aangewezen gevallen.
##### Artikel 9.2.3.4
Het aanduiden van een genetisch gemodificeerd organisme op een wijze die misleidend is ten aanzien van de effecten daarvan op de gezondheid van de mens of op het milieu of ten aanzien van het krachtens [artikel 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bepaalde, is verboden.
##### Artikel 9.2.3.5
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangewezen gevallen de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn:
- a. ter uitvoering van een krachtens het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Unie tot stand gekomen bindende regeling of
- b. indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01) geregelde onderwerpen.
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 12.3.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
##### Artikel 17.7
Deze titel is van toepassing op:
- a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door activiteiten als bedoeld in bijlage III bij de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
- b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door een andere activiteit dan bedoeld onder a, indien degene die de activiteit verricht schuld of nalatigheid kan worden verweten.
##### Artikel 17.8
In afwijking van [artikel 17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is deze titel niet van toepassing op:
- a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan ten gevolge van:
- 1°. een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog of oproer;
- 2°. een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is;
- 3°. een gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage IV bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen, waaraan Nederland gebonden is;
- 4°. nucleaire risico’s of een activiteit waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is;
- 5°. een activiteit of gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage V bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen;
- 6°. een activiteit die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dient, of
- 7°. een activiteit die uitsluitend tot doel heeft bescherming te bieden tegen natuurrampen;
- b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats bestaande uit de vooraf vastgestelde negatieve effecten van activiteiten waarvoor door het bevoegd gezag vergunning is verleend:
- 1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, of,
- 2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten of habitats, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens [artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=3.10);
- c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis:
- 1°. die voor 30 april 2007 heeft plaatsgevonden,
- 2°. die na 30 april 2007 heeft plaatsgevonden, indien de schade het gevolg is van een specifieke activiteit die heeft plaatsgevonden en is beëindigd voor die datum, of
- 3°. die meer dan 30 jaar geleden heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 17.9
1. Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht binnen een inrichting of in het kader van het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting, is het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen, dan wel het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), het bevoegd gezag.
2. In afwijking van het eerste lid is het bevoegd gezag, indien de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan geheel of in hoofdzaak betrekking heeft op wateren, het bestuursorgaan waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
3. Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht buiten een inrichting is het bevoegd gezag voor zover de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan betrekking heeft op:
- a. de bodem: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 95, derde en vierde lid, van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=95);
- b. beschermde soorten: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 7.2 van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=7.2);
- c. natuurlijke habitats: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 2.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in samenhang met [artikel 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=1.3), of [7.2 van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=7.2);
- d. wateren: het bestuursorgaan, waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
4. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is Onze Minister het bevoegd gezag, indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, betrekking heeft op genetisch gemodificeerde organismen.
5. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, of bij of krachtens deze of een andere wet aan een ander bestuursorgaan bevoegdheden zijn toegekend, wordt tussen deze bestuursorganen tijdig overleg gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten of de te treffen maatregelen te bevorderen. De bestuursorganen stemmen onderling af welk orgaan zich met de coördinatie belast.
6. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 17.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.15&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.
7. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan bij of krachtens deze of een andere wet aan het bevoegd gezag bevoegdheden zijn toegekend, geeft het bevoegd gezag onverminderd die bevoegdheden toepassing aan deze titel en draagt het er zorg voor dat, voor zover het ook uitvoering geeft aan bedoelde bevoegdheden, er geen strijd ontstaat met het bepaalde bij of krachtens deze titel.
##### Artikel 17.10
1. Het bevoegd gezag kan degene die een activiteit verricht, waardoor zich milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan voordoet:
- a. verplichten informatie te verstrekken over een onmiddellijke dreiging van milieuschade of in gevallen waarin een dergelijke dreiging vermoed wordt;
- b. verplichten aanvullende gegevens te verstrekken over elke milieuschade die zich heeft voorgedaan;
- c. verplichten de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen;
- d. instructies geven met betrekking tot de maatregelen, bedoeld onder c.
2. Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in [artikel 17.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
3. Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder c, of tweede lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 17.11
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de activiteit wordt verricht of waar de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan zich voordoet, is verplicht te gedogen dat preventieve of herstelmaatregelen als bedoeld in deze titel worden getroffen, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
##### Artikel 17.12
1. Indien door een activiteit een onmiddellijke dreiging van milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige preventieve maatregelen.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. Wanneer de onmiddellijke dreiging van milieuschade ondanks de in het eerste lid bedoelde preventieve maatregelen niet is beëindigd, verstrekt degene die de activiteit verricht aanvullende informatie over de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
4. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen.
5. Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen, respectievelijk advies uit te brengen over het ontwerp van het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.
6. Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing, bedoeld in het vierde lid, de naar voren gebrachte zienswijzen en houdt bij die beslissing rekening met de uitgebrachte adviezen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 17.13
1. Indien door een activiteit milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht elke haalbare maatregel om de betrokken verontreinigende stoffen of andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen, teneinde verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies te voorkomen of te beperken.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), alsmede in het geval de milieuschade zich voordoet of kan voordoen buiten de grenzen van Nederland Onze Minister.
4. Onze Minister informeert na ontvangst van de informatie als bedoeld in het derde lid de regering van het betrokken land of een door die regering aan te wijzen autoriteit of instantie.
5. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. [Artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. Degene die de activiteit verricht, stelt in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid potentiële herstelmaatregelen vast en legt die aan het bevoegd gezag ter instemming voor.
##### Artikel 17.14
1. Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. [Artikel 17.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. [Artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.
4. Indien zich meerdere gevallen van milieuschade voordoen en de nodige herstelmaatregelen niet gelijktijdig kunnen worden getroffen, beslist het bevoegd gezag welke schade het eerst wordt hersteld.
5. Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is [artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.15
1. Belanghebbenden, alsmede de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het bevoegd gezag verzoeken een beschikking tot het treffen van maatregelen als bedoeld in [artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), te geven.
2. Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01). De [artikelen 121 tot en met 121f van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=121) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.16
1. Degene die de activiteit verricht waardoor milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen, tenzij hij bewijst dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan:
- a. ondanks door hem getroffen passende veiligheidsmaatregelen door een derde is veroorzaakt, of
- b. het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een bestuursorgaan, niet zijnde een opdracht of instructie naar aanleiding van een emissie of gebeurtenis die door hemzelf is veroorzaakt.
2. In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
3. Het bevoegd gezag kan afzien van kostenverhaal indien:
- a. de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag, of
- b. niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht.
4. Terzake van herstelmaatregelen die uit hoofde van deze titel zijn genomen, kan het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk afzien van kostenverhaal, voor zover deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van degene die de activiteit verricht behoren te komen, indien degene die de activiteit verricht, bewijst dat
- a. hij niet in gebreke of nalatig is geweest, en
- b. de schade is veroorzaakt door een activiteit, emissie of gebeurtenis, die op het tijdstip dat deze plaatsvond:
- 1°. uitdrukkelijk was toegestaan op grond van en geheel in overeenstemming was met de aan een vergunning verbonden voorschriften, of
- 2°. op grond van de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis niet als schadelijk werd beschouwd.
##### Artikel 17.17
De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen vervalt vijf jaren na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.
##### Artikel 17.18
Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 18 van de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid opgelegde verplichting tot verslaglegging. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
##### Artikel 17.19
1. Indien stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen, dan wel handelingen daarmee, naar het oordeel van Onze Minister onduldbaar gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, kan hij, zo nodig met behulp van de sterke arm, alle maatregelen nemen die hij in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk acht.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen kunnen behoren:
- a. het geheel of gedeeltelijk stopzetten van het vervaardigen of in Nederland invoeren van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- b. het in beslag nemen en, zo nodig, vernietigen van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- c. het beletten dat bepaalde gebieden zonder toestemming van Onze Minister worden betreden of dat dieren, planten of goederen zonder zodanige toestemming daarbinnen of daarbuiten worden gebracht;
- d. het verwijderen van personen, dieren, planten of goederen uit bepaalde gebieden.
3. Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich naar zijn oordeel daartegen verzet. In laatstgenoemd geval onderwerpt Onze Minister de maatregel zo spoedig mogelijk aan het oordeel van de Raad van Ministers. Indien deze met de maatregel niet instemt, trekt Onze Minister hem terstond in.
4. Onze Minister geeft van een maatregel krachtens het eerste lid en van de intrekking daarvan kennis in de Staatscourant, alsmede op zodanige wijze dat de maatregel, onderscheidenlijk de intrekking daarvan, zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokkenen komt.
5. Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet die betrekking hebben op stoffen, van toepassing worden verklaard op micro-organismen, niet zijnde genetisch gemodificeerde organismen.
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-01-01&g=2009-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-01-01&g=2009-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-01-01&g=2009-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.50
1. Onze Minister kan uitkeringen verlenen aan personen bij wie ten gevolge van blootstelling aan asbest maligne mesothelioom of asbestose is vastgesteld en die niet in aanmerking kunnen komen voor een daarmee verband houdende uitkering op grond van de [Kaderwet SZW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008754).
2. Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het eerste lid.
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2009-01-01&g=2009-01-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2009-01-01&g=2009-01-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5.12a
Indien op of na het daarbij behorende tijdstip niet wordt voldaan of dreigt te worden voldaan aan de blootstellingsconcentratieverplichting, opgenomen in [voorschrift 4.6 van bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), draagt Onze Minister zorg voor het nemen van maatregelen waardoor aan die verplichting wordt voldaan. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van het programma, bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 5.24
1. Onze Minister is belast met de organisatie van de samenwerking met andere lidstaten en met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, ter uitvoering van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de samenwerking, bedoeld in het eerste lid.
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2010-02-24&g=2010-02-24)
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.4. Regels met betrekking tot plaatsing van stortplaatsen op een lijst
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### § 9.2.1. Algemeen
#### § 9.2.2. Maatregelen
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
##### Artikel 12.20a
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere gegevens dan de in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens worden aangewezen, die in het PRTR-verslag moeten worden opgenomen. Als gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden uitsluitend aangewezen gegevens omtrent de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt, en die redelijkerwijs nodig zijn voor:
- a. de vervulling door het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning dan wel een vergunning krachtens [artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) voor de betrokken inrichting te verlenen, van de in onderscheidenlijk [artikel 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van deze wet, [artikel 5.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) en [artikel 8.1 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=8.1) bedoelde taak,
- b. de vaststelling van het door die bestuursorganen of andere bestuursorganen te voeren milieubeleid en de controle op de voortgang van de uitvoering van dat beleid, of
- c. de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
2. De artikelen 5, tweede tot en met vijfde lid, en 9, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR en [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de krachtens het eerste lid aangewezen gegevens.
##### Artikel 12.20b
Degene die de inrichting drijft, zendt gelijktijdig met toezending van het PRTR-verslag aan de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevoegde instantie, langs elektronische weg een afschrift hiervan aan Onze Minister.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2009-04-24&g=2009-04-24) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2009-04-24&g=2009-04-24), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-04-24&g=2009-04-24), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-04-24&g=2009-04-24), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-04-24&g=2009-04-24), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-09-10&g=2009-09-10), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-09-10&g=2009-09-10), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-09-10&g=2009-09-10), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.28a
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in hoeverre een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 12.20a, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voorschriften aan de vergunning kan verbinden, die de verplichting inhouden andere gegevens dan de in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde en de krachtens [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen gegevens aan te wijzen, die in het PRTR-verslag moeten worden opgenomen. Als andere gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden uitsluitend aangemerkt gegevens:
- a. omtrent de lokale nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt, en
- b. die redelijkerwijs nodig zijn voor de vervulling door het bestuursorgaan van de in [artikel 12.20a, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde taak.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2009-07-01&g=2009-07-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 18.2i
Het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 2.1a
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.3a.1
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wijst bij ministeriële regeling het orgaan aan dat belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. In de ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoeren van die taak.
##### Artikel 9.3a.2
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 43 van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, voor zover het betreft het doen van voorstellen voor een geharmoniseerde indeling en etikettering van stoffen en mengsels.
##### Artikel 9.3a.3
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 4, eerste tot en met vierde lid, zevende lid, achtste lid en tiende lid, 7, eerste tot en met derde lid, 13, 15, vierde lid, 17, eerste en tweede lid, 18, eerste tot en met derde lid, 19, eerste en tweede lid, 20, eerste en derde lid, 21, eerste en derde lid, 22, eerste en vierde lid, 23, 25, eerste, tweede en vierde tot en met zesde lid, 28, tweede en derde lid, 29, eerste en derde lid, 30, eerste lid, 31, eerste tot en met vijfde lid, 32, eerste tot en met vierde en zesde lid, 33, eerste tot en met derde lid, 35, eerste en tweede lid, en 48, eerste en tweede lid.
2. Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 16, eerste lid, 26, eerste en tweede lid, 27, 28, eerste lid, 30, tweede en derde lid, 40, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste en tweede lid.
3. Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 47 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
4. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
##### Artikel 9.3a.4
Vervallen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
##### Artikel 10.16b
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-12-22&g=2009-12-22), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-12-22&g=2009-12-22), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.47a
Het bevoegd gezag stelt Onze Minister zo spoedig mogelijk op de hoogte van een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### § 9.2.1. Algemeen
#### § 9.2.1. Algemeen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.40a
1. De in [artikel 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichting de afgifte van afvalstoffen te registreren of te melden, geldt niet voor degene die zich ontdoet van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen.
2. Degene die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen in ontvangst neemt, bevestigt deze ontvangst op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze op een formulier, vastgesteld ingevolge [artikel 10.1 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=10.1).
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-12-28&g=2009-12-28), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### Voorschrift 4.2
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.52
Naar aanleiding van de door de provincie uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten voor 1 september 1996 is beëindigd, delen gedeputeerde staten van de provincie waar de desbetreffende stortplaatsen liggen, Onze Minister zo spoedig mogelijk mede welke stortplaatsen dit betreft.
##### Artikel 8.53
1. Onze Minister houdt een lijst bij van gesloten stortplaatsen als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en van de stortplaatsen, bedoeld in [artikel 8.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=8.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Hij draagt zorgt voor bekendmaking van deze lijst en doet een afschrift van de lijst alsmede de aanvullingen erop toekomen aan de ter zake van de afvalstoffenbelasting bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 8.4. Regels met betrekking tot plaatsing van stortplaatsen op een lijst
#### § 9.2.2. Maatregelen
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.7. **Hernieuwbare energie vervoer**
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.1. Algemeen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
#### § 11.3.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2010-01-01&g=2010-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2010-01-01&g=2010-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 4.5
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
##### Artikel 16.39a
1. Deze afdeling is van toepassing op:
- a. vliegtuigexploitanten ten aanzien waarvan Nederland verantwoordelijk is voor de administratie van de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en die luchtvaartactiviteiten als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeren;
- b. emissies van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen broeikasgassen veroorzaakt door luchtvaartactiviteiten als bedoeld onder a.
2. Nederland is ten aanzien van een vliegtuigexploitant administrerende lidstaat als bedoeld in het eerste lid, onder a:
- a. indien de vliegtuigexploitant beschikt over een geldige vergunning als bedoeld in [artikel 16 van de Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267&artikel=16) die valt onder verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PbEU L 293);
- b. in gevallen waarin de vliegtuigexploitant niet beschikt over een geldige, door een lidstaat overeenkomstig de verordening, genoemd onder a, verleende exploitatievergunning: indien aan Nederland het grootste deel van de geschatte luchtvaartemissies van door de betrokken vliegtuigexploitant in het basisjaar uitgevoerde vluchten kan worden toegeschreven als bedoeld in artikel 18bis, eerste lid, onder b, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
3. Voor de toepasselijkheid van het tweede lid, aanhef en onder b, wordt uitgegaan van de meest actuele uitgave van de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 18bis, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten gepubliceerde lijst.
4. Bij de administratie van vliegtuigexploitanten neemt het bestuur van de emissieautoriteit de richtsnoeren in acht die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 18bis, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39b
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de interpretatie van de luchtvaartactiviteiten, bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten. Deze regels voldoen in elk geval aan de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 3b van genoemde richtlijn heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39c
Vervallen
##### Artikel 16.39d
De ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel vereiste goedkeuring wordt door het bestuur van de emissieautoriteit geweigerd, indien:
- a. het monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij genoemde verordening of bij of krachtens dit hoofdstuk;
- b. het bestuur van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de vliegtuigexploitant in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16.39e
Vervallen
##### Artikel 16.39f
Vervallen
##### Artikel 16.39g
Vervallen
##### Artikel 16.39h
De [artikelen 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.17&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 16.13, eerste lid, onder b, in plaats van «de artikelen 16.6 of 16.12» wordt gelezen: artikel 16.12.
##### Artikel 16.39i
Vervallen
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.39j
1. Een vliegtuigexploitant kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten met betrekking tot:
- a. de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012,
- b. de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020 en
- c. periodes van acht jaar die beginnen na 31 december 2020.
2. Bij de aanvraag worden tonkilometergegevens overgelegd over de in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteiten die de vliegtuigexploitant in het referentiejaar heeft uitgevoerd. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling van de tonkilometergegevens. [Artikel 16.39g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39g&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. De overgelegde tonkilometergegevens zijn bepaald en geregistreerd:
- a. overeenkomstig een plan dat een beschrijving bevat van de wijze waarop de tonkilometergegevens worden bepaald, geregistreerd en bewaard;
- b. met inachtneming van de krachtens het zevende lid, aanhef en onder a en b, gestelde regels.
4. Het plan, bedoeld in het derde lid, onder a, is goedgekeurd door het bestuur van de emissieautoriteit. [Artikel 16.39d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39d&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. Voor de toepassing van het tweede lid wordt als referentiejaar aangemerkt:
- a. ten aanzien van de in het eerste lid, onder a, bedoelde periode: 2010;
- b. ten aanzien van de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde periodes: het kalenderjaar dat eindigt 24 maanden voor het begin van de betrokken periode.
6. De aanvraag wordt ingediend:
- a. ten aanzien van de in het eerste lid, onder a, bedoelde periode: uiterlijk 31 maart 2011;
- b. ten aanzien van de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde periodes: ten minste 21 maanden voor het begin van de betrokken periode.
7. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van dit artikel regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop een tonkilometer wordt berekend;
- b. het bepalen en registreren van tonkilometergegevens;
- c. het indienen van een ontwerp van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- d. het goedkeuren van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- e. het actualiseren van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- f. het melden van veranderingen en afwijkingen van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- g. de wijze waarop een aanvraag om toewijzing van emissierechten dient te worden gedaan en de gegevens die door de aanvrager dienen te worden verstrekt.
##### Artikel 16.39k
1. Het bestuur van de emissieautoriteit legt aanvragen die tijdig zijn ingediend en voldoen aan [artikel 16.39j, tweede lid, eerste en tweede volzin, en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor wat betreft de eisen waaraan de onafhankelijke deskundige moet voldoen, voor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2. De toezending geschiedt ten minste achttien maanden voor het begin van de periode waarop de aanvraag betrekking heeft of, voor wat betreft de periode, bedoeld in [artikel 16.39j, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-05-01&g=2017-05-01), uiterlijk 30 juni 2011.
##### Artikel 16.39l
1. Binnen drie maanden nadat de Commissie van de Europese Gemeenschappen een besluit heeft genomen overeenkomstig artikel 3sexies, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, berekent het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken periode wordt toegewezen aan de vliegtuigexploitanten wier aanvragen overeenkomstig [artikel 16.39k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39k&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn voorgelegd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en
- b. het aantal broeikasgasemissierechten dat voor elk kalenderjaar binnen die periode aan de vliegtuigexploitanten, bedoeld onder a, wordt toegewezen.
2. De berekening geschiedt:
- a. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder a: door het aantal in de aanvraag opgenomen tonkilometers te vermenigvuldigen met de benchmark die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 3sexies, derde lid, aanhef en onder e, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld;
- b. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder b: door het met toepassing van onderdeel a berekende totale aantal broeikasgasemissierechten voor de betrokken periode te delen door het aantal jaren in die periode.
3. Een krachtens het eerste lid door het bestuur van de emissieautoriteit genomen besluit wordt bekendgemaakt binnen de in dat lid genoemde termijn van drie maanden. Van het besluit wordt tevens mededeling gedaan door kennisgeving ervan in de Staatscourant.
##### Artikel 16.39m
Voor iedere in [artikel 16.39j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde periode wordt van het totale aantal broeikasgasemissierechten voor de luchtvaart, bedoeld in artikel 3quater van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, een gedeelte geveild. Dit gedeelte komt overeen met het aantal broeikasgasemissierechten dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de betrokken periode op grond van artikel 3sexies, derde lid, aanhef en onder b, van genoemde richtlijn ten aanzien van Nederland heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39n
1. Bij het bestuur van de emissieautoriteit kan een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten uit de bijzondere reserve voor bepaalde vliegtuigexploitanten, bedoeld in artikel 3septies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, worden ingediend door een vliegtuigexploitant:
- a. die een luchtvaartactiviteit als bedoeld in bijlage I bij genoemde richtlijn aanvangt na het jaar waarvoor tonkilometergegevens zijn overgelegd overeenkomstig [artikel 16.39j, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met betrekking tot een periode, bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, onder b of c, of
- b. van wie het aantal tonkilometers gemiddeld met meer dan 18% per jaar is gestegen tussen het referentiejaar, bedoeld in [artikel 16.39j, vijfde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en het tweede kalenderjaar van de betrokken periode, bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, onder b of c,
en waarvan de activiteit, bedoeld onder a, of de bijkomende activiteit, bedoeld onder b, niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit.
2. Bij de aanvraag worden tonkilometergegevens overgelegd over de in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteiten die de vliegtuigexploitant heeft uitgevoerd in het tweede kalenderjaar van de betrokken periode. [Artikel 16.39j, tweede lid, tweede en derde volzin, derde, vierde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing. De aanvraag bevat tevens:
- a. gegevens waaruit blijkt dat aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onder a dan wel b, is voldaan;
- b. in het geval van een vliegtuigexploitant als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b: gegevens met betrekking tot de procentuele stijging en de absolute groei van het aantal door de vliegtuigexploitant gerealiseerde tonkilometers.
3. De aanvraag wordt uiterlijk 30 juni van het derde jaar van de betrokken periode ingediend.
4. Bij de beoordeling of een activiteit niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit wordt tevens acht geslagen op luchtvaartactiviteiten uitgevoerd door vliegtuigexploitanten ten aanzien waarvan Nederland geen administrerende lidstaat is.
##### Artikel 16.39o
1. Het bestuur van de emissieautoriteit legt overeenkomstig [artikel 16.39n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39n&z=2017-05-01&g=2017-05-01) ingediende aanvragen die voldoen aan de bij of krachtens artikel 16.39n gestelde eisen, voor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2. De toezending geschiedt voor 1 januari van het vierde jaar van de betrokken periode.
##### Artikel 16.39p
1. Binnen drie maanden nadat de Commissie van de Europese Gemeenschappen een besluit heeft genomen overeenkomstig artikel 3septies, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, berekent het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. het aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken periode uit de bijzondere reserve wordt toegewezen aan de vliegtuigexploitanten wier aanvragen overeenkomstig [artikel 16.39o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39o&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn voorgelegd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
- b. het aantal broeikasgasemissierechten dat voor elk kalenderjaar binnen die periode uit de bijzondere reserve aan de vliegtuigexploitanten, bedoeld onder a, wordt toegewezen.
2. De berekening geschiedt:
- a. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder a: door de benchmark die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 3septies, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, te vermenigvuldigen met:
- 1°. in het geval van [artikel 16.39n, eerste lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39n&z=2017-05-01&g=2017-05-01): het aantal in de aanvraag opgenomen tonkilometers;
- 2°. in het geval van [artikel 16.39n, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39n&z=2017-05-01&g=2017-05-01): de absolute groei in tonkilometers boven het in dat onderdeel genoemde percentage;
- b. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder b: door het met toepassing van onderdeel a berekende aantal broeikasgasemissierechten te delen door het aantal volledige kalenderjaren dat resteert in de betrokken periode.
3. In het geval van het tweede lid, aanhef en onder b, bedraagt het aantal aan een vliegtuigexploitant toe te wijzen broeikasgasemissierechten in de betrokken periode ten hoogste één miljoen.
4. Een krachtens het eerste lid door het bestuur van de emissieautoriteit genomen besluit wordt bekendgemaakt binnen de in dat lid genoemde termijn van drie maanden. Van het besluit wordt tevens mededeling gedaan door kennisgeving ervan in de Staatscourant.
##### Artikel 16.39q
1. Broeikasgasemissierechten in de bijzondere reserve die niet kosteloos zijn toegewezen, worden geveild.
2. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39r
Bij de toepassing van de [artikelen 16.39m tot en met 16.39o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39m&z=2017-05-01&g=2017-05-01) neemt het bestuur van de emissieautoriteit de eisen met betrekking tot de werking van de bijzondere reserve in acht die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 3septies, negende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39s
Het bestuur van de emissieautoriteit verleent uiterlijk 28 februari van een kalenderjaar aan een vliegtuigexploitant het aantal broeikasgasemissierechten dat hem krachtens [artikel 16.39l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39l&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [artikel 16.39p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39p&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor het betrokken jaar is toegewezen.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
##### Artikel 16.39t
1. Een vliegtuigexploitant levert met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie gedurende het eerstbedoelde kalenderjaar van in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteiten waarvoor die vliegtuigexploitant verantwoordelijk is en die op of na 1 januari 2012 hebben plaatsgevonden.
2. [Artikel 16.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39u
Vervallen
##### Artikel 16.39v
De [artikelen 16.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [16.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39w
Indien een vliegtuigexploitant ter voldoening aan [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-05-01&g=2017-05-01), minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die hij gedurende het betrokken kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.16r
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de Commissie van Europese Gemeenschappen verzoeken een exploitatieverbod als bedoeld in artikel 16, tiende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), indien zulks niet met andere handhavingsmaatregelen kon worden gewaarborgd. Het verzoek voldoet in elk geval aan de in artikel 16, zesde lid, van genoemde richtlijn opgenomen eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid. Indien regels worden gesteld, worden in de maatregel in elk geval geregeld:
- a. de gevallen waarin een verzoek kan worden ingediend;
- b. de procedure die voorafgaand aan het indienen van het verzoek moet worden gevolgd.
3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, regels stellen met betrekking tot de eisen waaraan een verzoek overigens moet voldoen.
4. Krachtens het tweede en derde lid gestelde regels voldoen in elk geval aan de eisen die de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 16, twaalfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
5. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt een afschrift van een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan Onze Minister en aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Het afschrift wordt verzonden gelijktijdig met het indienen van het verzoek bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-03-05), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-03-05), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-03-05), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 4.1
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.7
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.7
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 4.5
### Voorschrift 7.1
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 5.1
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 6.1
### Voorschrift 8.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 7.1
### § 9. Richtwaarde voor arseen
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 10.1
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 8.2
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 1.3a
1. De aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een project waarvan een activiteit deel uitmaakt waarvoor tevens een ontheffing als bedoeld in [artikel 1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is vereist van:
- a. regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01),
- b. regels met betrekking tot activiteiten in, op, onder of over een plaats waar de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd, of
- c. andere bij provinciale milieuverordening daartoe aangewezen regels, draagt er zorg voor dat de aanvraag mede betrekking heeft op die activiteit.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de activiteit is toegestaan krachtens een ontheffing als bedoeld in [artikel 1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of voor de activiteit een zodanige ontheffing is aangevraagd.
3. De krachtens [artikel 1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), aangewezen regels gelden niet voor zover de activiteiten waarop die regels betrekking hebben, zijn toegestaan krachtens een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid.
4. Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning dat betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in het eerste lid.
5. [Artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.2) is niet van toepassing op ontheffingen die ingevolge een provinciale milieuverordening zijn vereist.
##### Artikel 1.3b
1. [Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&paragraaf=3.3) zijn van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend en wordt de omgevingsvergunning geweigerd op de gronden die ten aanzien van een ontheffing voor de activiteit zijn aangegeven in de provinciale milieuverordening.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.5), is het tweede lid van overeenkomstige toepassing op de beschikking met betrekking tot de eerste en tweede fase.
4. Voor zover de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan deze geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of kunnen de daaraan verbonden voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken, dan wel kunnen alsnog voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, op de gronden die ten aanzien van een ontheffing voor die activiteit zijn aangegeven in de provinciale milieuverordening.
5. Indien bij provinciale milieuverordening regels zijn aangewezen als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden bij de verordening regels gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de aanvrager om een omgevingsvergunning worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag met betrekking tot de activiteiten waarop die regels van toepassing zijn.
##### Artikel 1.3c
1. Bij de provinciale milieuverordening kunnen regels worden gesteld inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu en waarvan de inhoud in die verordening is aangegeven, te verbinden aan de omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of voor inrichtingen die behoren tot een bij de verordening aangewezen categorie. Bij de verordening kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Regels als bedoeld in het eerste lid kunnen niet betrekking hebben op beslissingen inzake vergunningen ten aanzien waarvan Onze Minister of Onze Minister van Economische Zaken het bevoegd gezag is.
3. Bij de verordening wordt bepaald in hoeverre het bevoegd gezag met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij de verordening gestelde regels kan afwijken of nadere eisen kan stellen. Daarbij kan worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken of tot het stellen van nadere eisen slechts geldt in bij de verordening aangegeven categorieën van gevallen.
4. Bij de verordening wordt voor de daarbij opgelegde verplichtingen het tijdstip aangegeven, waarop zij met betrekking tot de al verleende omgevingsvergunningen moeten zijn uitgevoerd.
### Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen en adviesorganen
#### § 2.1. De Nederlandse emissieautoriteit
#### § 2.2. De Commissie voor de milieueffectrapportage
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.4. Het provinciale milieubeleidsplan
#### § 4.5a. Het regionale milieubeleidsplan
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.2. Plannen
##### Artikel 5.12b
1. Indien krachtens enig wettelijk voorschrift een besluit is vereist voor de door of vanwege Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot het hoofdwegennet uit te voeren maatregelen als bedoeld in [artikel 5.12, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn deze wettelijke voorschriften op die uitvoering niet van toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het vereist zijn van een besluit voortvloeit uit Europeesrechtelijke of internationaalrechtelijke verplichtingen.
3. Voor zover het uitvoeren van de in het eerste lid bedoelde maatregelen niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan of de beheerverordening, geldt het op die maatregelen betrekking hebbende onderdeel van het programma, bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), als een omgevingsvergunning waarbij ten behoeve van een project van nationaal belang, met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12), van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. Bij de toepassing van [artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.10) worden onder bestemmingsplan of beheersverordening mede de betrokken onderdelen van het programma, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, begrepen.
4. In de gevallen waarin het derde lid van toepassing is, stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de [Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449) vast overeenkomstig de onderdelen van het programma, bedoeld in het derde lid. Dit geschiedt binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van de [Crisis- en herstelwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027431) of, ingeval van een wijziging van dat programma die of nieuw programma dat na die datum wordt vastgesteld, binnen een jaar nadat die wijziging of dat programma onherroepelijk is geworden.
5. Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in de onderdelen van het programma, bedoeld in het derde lid, kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerp van het bestemmingsplan.
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het besluit
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) vereist is
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 8.43
Vervallen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
##### Artikel 18.1b
Het in [artikel 5.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet, de EG-verordening PRTR en de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen voor degene die het project, bedoeld in dat lid, uitvoert, geldende voorschriften.
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-10-01&g=2006-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-10-01&g=2006-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-10-01&g=2006-10-01), van de Wet milieubeheer:
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-04-09), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-04-09), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-04-09), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
@@ -6995,7 +12015,7 @@
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
@@ -7005,28 +12025,382 @@
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.2
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 5.1
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 8.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 10.1
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.36a
Het bevoegd gezag neemt een besluit niet:
- a. dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de [artikelen 7.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.22&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en aan [paragraaf 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. indien de gegevens die in het milieueffectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd.
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) vereist is
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 15.1
## Titel 15.7. Keuringen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 15.2.3. Vrijstelling
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
#### § 20.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-03-05&g=2011-03-05), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-03-05&g=2011-03-05), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-03-05&g=2011-03-05), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.1
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39b
Vervallen
##### Artikel 8.39c
Vervallen
##### Artikel 8.39e
Vervallen
##### Artikel 8.41a
1. Indien activiteiten ten aanzien waarvan ingevolge het bepaalde krachtens [artikel 8.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een melding moet worden gedaan, tevens zijn aan te merken als activiteiten die behoren tot een categorie waarvoor ingevolge [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) of [2.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.2) een omgevingsvergunning is vereist, wordt, indien de melding nog niet gedaan is of de bij de melding te verstrekken gegevens niet volledig zijn, tegelijkertijd met de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning een melding van die activiteiten overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 8.41 gedaan.
2. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid besluit het bevoegd gezag de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen de door dat bestuursorgaan gestelde termijn alsnog te melden dan wel de ontbrekende gegevens te verstrekken.
3. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt nadat de krachtens het tweede lid gestelde termijn ongebruikt is verstreken of binnen die termijn de gegevens, bedoeld in het tweede lid, niet of niet volledig zijn verstrekt.
4. In gevallen als bedoeld in het eerste lid wordt de melding gedaan bij het bestuursorgaan waarbij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend.
5. Indien het bestuursorgaan waaraan de melding is gedaan, niet het bestuursorgaan is waaraan ingevolge het bepaalde krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-05-01&g=2017-05-01), de melding moet worden gericht, zendt het eerstbedoelde bestuursorgaan onverwijld de bij die melding verstrekte gegevens door naar het bestuursorgaan, bedoeld in dat onderdeel, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender.
##### Artikel 8.43
1. Inrichtingen waarin van anderen afkomstige afvalstoffen worden gestort, brengen bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen een bedrag in rekening waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden:
- a. met de kosten van het totstandbrengen, instandhouden en in werking hebben van de inrichting,
- b. met de kosten van de voorzieningen die bewerkstelligen dat de inrichting, nadat zij buiten gebruik is gesteld, geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens [artikel 15.44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verschuldigde heffing, en
- c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor het stellen van financiële zekerheid krachtens [artikel 4.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.1) is voorgeschreven.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2010-12-01&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2010-12-01&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2010-12-01&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
@@ -7037,8496 +12411,3356 @@
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.20a
1. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.20b
1. Het bestuur van de emissieautoriteit beziet ten minste elke vijf jaar of de vergunning, de aan de vergunning verbonden voorschriften en het van de vergunning deel uitmakende monitoringsplan nog juist en volledig zijn, mede gezien de in artikel 14 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel en in [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde veranderingen en ontwikkelingen.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de voorschriften zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [16.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing. Het bestuur van de emissieautoriteit kan tevens het van de vergunning deel uitmakende monitoringsplan wijzigen voor zover de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, daartoe noopt.
##### Artikel 9.2.2.6a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij het op de markt brengen van brandstoffen ten behoeve van vervoer in bij de maatregel aangewezen gevallen wordt voldaan aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen van duurzaamheid, waaronder begrepen de uitstoot van broeikasgassen.
2. De eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in elk geval betrekking hebben op de voor brandstoffen gebruikte grondstoffen en de omstandigheden waaronder die grondstoffen worden vervaardigd, omgezet en, al dan niet omgezet, worden overgebracht voor eindgebruik in Nederland.
3. Bij of krachtens de maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de overlegging van gegevens waaruit blijkt dat de brandstoffen voldoen aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen van duurzaamheid, alsmede van gegevens, waaruit blijkt in hoeverre de brandstoffen aan andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen duurzaamheidscriteria voldoen.
4. [Artikel 9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.31
Vervallen
##### Artikel 12.32
Vervallen
##### Artikel 12.33
Vervallen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.4
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 10.1a
1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen:
- a. gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten, alsmede kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140), dan wel op grond van artikel 2, tweede lid, van die richtlijn buiten de werkingssfeer van die richtlijn valt;
- b. bodem met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
- c. niet-verontreinigde grond en ander van nature voorkomend materiaal, afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat zal worden gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie waar het werd afgegraven;
- d. radioactieve afvalstoffen;
- e. afgedankte explosieven;
- f. uitwerpselen, voor zover niet vallend onder onderdeel h, onder 1°, stro en ander natuurlijk, niet-gevaarlijk landbouw- of bosbouwmateriaal dat wordt gebruikt in de landbouw, de bosbouw of voor de productie van energie uit die biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en die de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen;
- g. sediment dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst met het oog op het beheer van water en waterwegen of om overstromingen te voorkomen of de gevolgen van overstromingen en droogte te verminderen, of met het oog op landwinning, indien is aangetoond dat het sediment ongevaarlijk is;
- h. voor zover daarover bij of krachtens communautaire regelgeving regels zijn gesteld:
- 1°. dierlijke bijproducten, met inbegrip van verwerkte producten, in de zin van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)(PbEU 2009, L 300), behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie;
- 2°. kadavers van niet door slachting gestorven dieren, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien en overeenkomstig de onder 1° genoemde verordening nr. 1069/2009 worden verwijderd.
2. Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 15.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.9&artikel=15.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [15.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), alsmede de [artikelen 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.4), [2.22, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.22), en [2.23, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.23), evenmin van toepassing.
##### Artikel 10.54a
1. Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen te mengen, daaronder mede begrepen verdunnen, met andere bij ministeriële regeling aangewezen categorieën gevaarlijke afvalstoffen of met andere bij ministeriële regeling aangewezen afvalstoffen, stoffen of materialen.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover het mengen van gevaarlijke afvalstoffen is toegestaan krachtens een omgevingsvergunning.
3. Onze Minister bepaalt bij ministeriële regeling in welke gevallen gevaarlijke afvalstoffen die in strijd met het eerste lid zijn gemengd, gescheiden dienen te worden.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
##### Artikel 9.6.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld om te bevorderen dat bij de aankoop van de in of bij die maatregel aangewezen wegvoertuigen rekening wordt gehouden met de energie- en milieueffecten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (PbEU L 120) door de volgende partijen:
- a. aanbestedende diensten als bedoeld in artikel 4, onder 1, van die richtlijn, en
- b. exploitanten als bedoeld in artikel 3, onder b, van die richtlijn.
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 12.3.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.6b
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover dat betrekking heeft op het aan een ander ter beschikking stellen van brandstoffen ten behoeve van vervoer, [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.7.2.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01),[9.7.2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01),[9.7.4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
##### Artikel 18.16s
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover dat betrekking heeft op het aan een ander ter beschikking stellen van brandstoffen ten behoeve van vervoer, [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-05-01&g=2017-05-01)[9.7.2.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.2.5, eerste lid, onderdeel a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.4, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.8, tweede, derde, vierde, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.12, eerste, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [9.7.4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. De boete, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding, of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
3. [Artikel 18.16e, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16e&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de [artikelen 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01),[9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.4, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01),[9.7.4.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.8, tweede, derde, vierde, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01),[9.7.4.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [9.7.4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2017-05-01&g=2017-05-01), heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie vervoer kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.
##### Artikel 18.16t
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
## Titel 9.5. Overige bepalingen met betrekking tot stoffen, preparaten en producten
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-09-01&g=2011-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-09-01&g=2011-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-09-01&g=2011-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.51
1. Op inrichtingen die:
- a. uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het telen van gewassen onder een permanente opstand van glas of van kunststof, of
- b. mede zijn bestemd tot het telen van gewassen onder een permanente opstand van glas of van kunststof met een minimale oppervlakte van 2 500 m2,
is een systeem van verevening van kosten verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk voor dat kalenderjaar vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies van toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op inrichtingen:
- a. die uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het telen van eetbare paddenstoelen of witlof onder een opstand als bedoeld in dat lid, of
- b. waarop [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van toepassing is.
3. Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de in het eerste lid bedoelde hoeveelheid emissies vast. Het besluit tot vaststelling van die hoeveelheid emissies wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
##### Artikel 15.52
Indien de hoeveelheid emissies, bedoeld in [artikel 15.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.13&artikel=15.51&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt overschreden, is diegene die een inrichting als bedoeld in artikel 15.51 drijft een vergoeding verschuldigd aan Onze Minister. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van die vergoeding dan wel de wijze van berekenen van de hoogte van die vergoeding vastgesteld.
##### Artikel 15.53
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van de [artikelen 15.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.13&artikel=15.51&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [15.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.13&artikel=15.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 16.1. Algemeen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-12-31&g=2011-12-31), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-12-31&g=2011-12-31), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2011-12-31&g=2011-12-31), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.1.1
Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone, voor zover dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
##### Artikel 9.5.1
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren en gebruiken van bij de maatregel aangewezen producten.
2. In afwijking van het eerste lid worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid geen regels gesteld met betrekking tot luchtvaartuigen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige producten een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die producten bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten met producten, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, op de bij de maatregel aangegeven plaatsen, op de bij de maatregel aangegeven wijze of onder de bij de maatregel aangegeven omstandigheden;
- d. te verrichten indien de producten niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen;
- e. te verrichten indien de producten niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels is goedgekeurd;
- f. te verrichten indien de producten niet overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels zijn goedgekeurd.
4. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de krachtens het eerste lid gestelde verboden en verplichtingen. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging dan wel van geluidhinder.
6. Voor zover een maatregel als bedoeld in het eerste lid strekt tot nakoming van verplichtingen op grond van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, kunnen tot de regels, bedoeld in het eerste lid, tevens behoren regels die voorzien in:
- a. een verbod om zonder vergunning, verleend door een bij die maatregel aangewezen bestuursorgaan, handelingen te verrichten met betrekking tot de bij die maatregel aangewezen producten of categorieën daarvan;
- b. een verplichting om ten aanzien van die producten of categorieën daarvan in bij de maatregel aangegeven gevallen van het gebruik daarvan aangifte te doen bij een bestuursorgaan, dat bij die maatregel is aangewezen, dan wel te voldoen aan meetvoorschriften op een bij de maatregel te bepalen wijze;
- c. een verplichting te voldoen aan door een bestuursorgaan, dat bij de maatregel is aangewezen, gestelde nadere eisen omtrent de onderwerpen die in die maatregel zijn geregeld, op een door het bestuursorgaan te bepalen tijdstip.
7. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onder e of f, wijst Onze Minister op grond van de bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen de instanties aan die de in die onderdelen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens die maatregel wordt in dat geval tevens bepaald op grond waarvan Onze Minister de aanwijzing kan schorsen of intrekken en worden regels gesteld over de wijze waarop de keuringen plaatsvinden.
8. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.2
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen, innemen, nuttig toepassen en verwijderen van bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen. Met betrekking tot producten worden zodanige regels niet gesteld in het belang dat [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) beoogt te beschermen.
2. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten op een bij de maatregel aangewezen wijze, onder daarbij aangegeven omstandigheden, of voor daarbij aangewezen doeleinden;
- d. te verrichten indien de stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten op de markt brengt:
- a. die stoffen, mengsels of producten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding;
- b. die stoffen, mengsels of producten en de daarvan overgebleven afvalstoffen, na gebruik, in te nemen en te beheren, alsmede de financiële verantwoordelijkheid daarvoor of de verantwoordelijkheid voor het regelen van het afvalbeheer geheel of gedeeltelijk te dragen;
- c. zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten na inname op een bij de maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
- d. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die stoffen, mengsels of producten aan een persoon, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie;
- e. openbaar beschikbare informatie te verstrekken over de mate waarin die stoffen, preparaten of producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn.
4. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verder behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. voor bij de maatregel aangewezen personen bij de maatregel aangewezen afvalstoffen of andere stoffen, mengsels of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij de maatregel aangegeven wijze toe te passen;
- b. voor burgemeester en wethouders er zorg voor te dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens het derde lid, onder b, op een bij de maatregel aangegeven wijze.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
6. [Artikel 9.5.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, aangewezen stoffen en mengsels of categorieën daarvan.
7. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.3
Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan worden bepaald dat het gezag dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor een inrichting te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot bij de maatregel aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel of de krachtens artikel 9.5.1, zesde lid, gestelde regels met betrekking tot producten kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
##### Artikel 9.5.4
Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder, dan wel in het belang van de stimulering van hergebruik, preventie, recycling of andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde strekking voor een termijn van ten hoogste twee jaar.
##### Artikel 9.5.5
1. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing worden verleend van het bepaalde krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
2. Onze Minister kan voorts op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
3. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan worden bepaald dat een bij de maatregel aangewezen ander bestuursorgaan in plaats van Onze Minister ontheffing kan verlenen van het bepaalde krachtens deze artikelen, indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
4. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) beogen te beschermen.
5. De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) beogen te beschermen.
6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) beogen te beschermen.
7. Bij algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om ontheffing te verlenen, [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
##### Artikel 9.5.6
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.5.1, zesde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 9.5.2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in samenhang met artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om een vergunning. [Artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. Een vergunning kan slechts worden geweigerd in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) beogen te beschermen.
3. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend.
4. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Hiertoe kan behoren het voorschrift, dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen, die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld.
5. Bij de betrokken algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
6. Voor zover dat bij de betrokken maatregel is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd of ingetrokken. Op de voorbereiding van een zodanige wijziging of intrekking is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. [Artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-03-30&g=2012-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-03-30&g=2012-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2012-03-30&g=2012-03-30), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.3
##### Artikel 11.4
1. Gedeputeerde staten melden vóór 1 april 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 1 april aan Onze Minister:
- a. op welke delen van provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren;
- b. op welke delen van andere spoorwegen dan hoofdspoorwegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
2. Onze Minister publiceert vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke delen van wegen en spoorwegen overeenkomstig het eerste lid zijn gemeld.
##### Artikel 11.5
Onze Minister wijst vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 100 000 inwoners.
##### Artikel 11.6
1. Onze Minister stelt geluidsbelastingkaarten vast voor wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen.
2. Gedeputeerde staten stellen geluidsbelastingkaarten vast voor de krachtens [artikel 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gepubliceerde delen van wegen en spoorwegen.
3. De geluidsbelastingkaarten hebben betrekking op:
- a. de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight van geluidsgevoelige objecten vanwege de betrokken wegen en spoorwegen;
- b. de bij algemene maatregel van bestuur of overeenkomstig de maatregel als stille gebieden aangewezen categorieën van gebieden die zijn gelegen in de omgeving van wegen en spoorwegen als bedoeld onder a.
4. Burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot krachtens [artikel 11.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) aangewezen agglomeraties, stellen geluidsbelastingkaarten vast die betrekking hebben op de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight vanwege:
- a. wegen, daaronder begrepen spoorwegen die deel uitmaken van een weg;
- b. spoorwegen die niet deel uitmaken van een weg;
- c. luchthavens als bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=1.1);
- d. de luchthaven Schiphol, bedoeld in [hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8);
- e. inrichtingen of verzamelingen van inrichtingen.
5. De geluidsbelastingkaarten geven ten minste een weergave van:
- a. de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight veroorzaakt door de in het eerste, tweede onderscheidenlijk vierde lid, bedoelde geluidsbronnen in het kalenderjaar voorafgaand aan dat van de vaststelling van de geluidsbelastingkaart;
- b. het aantal geluidsgevoelige objecten en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight worden blootgesteld.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van geluidsbelastingkaarten, welke regels kunnen verschillen voor wegen en spoorwegen als bedoeld in het eerste en tweede lid en agglomeraties.
7. De vaststelling van de geluidsbelastingkaarten geschiedt ten minste elk vijf jaar vóór 30 juni, te rekenen vanaf 2012.
##### Artikel 11.7
1. Ten behoeve van de vaststelling van een geluidsbelastingkaart als bedoeld in [artikel 11.6, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verstrekken burgemeester en wethouders aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten op hun verzoek, alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor het opstellen van die kaart noodzakelijk zijn.
2. Ten behoeve van de vaststelling van een geluidsbelastingkaart als bedoeld in [artikel 11.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verstrekken Onze Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders aan betrokken burgemeester en wethouders op hun verzoek, alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor het opstellen van die kaart noodzakelijk zijn. Op een dergelijk verzoek verstrekt Onze Minister van Defensie de contourenkaarten, bedoeld in [artikel 10.23 van de Wet Luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=10.23).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de te verstrekken inlichtingen en gegevens, waaronder de wijze waarop en de termijn waarbinnen of de datum waarvoor deze verstrekt worden.
##### Artikel 11.8
1. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight vanwege een weg, spoorweg, inrichting of verzameling van inrichtingen worden bij regeling van Onze Minister regels gesteld.
2. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight vanwege een luchthaven kunnen bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie regels worden gesteld.
##### Artikel 11.9
1. Binnen één maand na de vaststelling van een geluidsbelastingkaart als bedoeld in [artikel 11.6, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), geven Onze Minister, gedeputeerde staten, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van deze vaststelling kennis in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, dan wel op andere geschikte wijze. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van de geluidsbelastingkaart.
2. De in het eerste lid bedoelde bestuursorganen:
- a. stellen de geluidsbelastingkaart voor een ieder langs elektronische weg beschikbaar;
- b. voegen bij de geluidsbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart.
3. Binnen één maand na vaststelling zenden gedeputeerde staten, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders de geluidsbelastingkaart langs elektronische weg aan Onze Minister.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de geluidsbelastingkaart ter beschikking van Onze Minister wordt gesteld.
##### Artikel 11.10
1. Indien gedeputeerde staten niet of niet tijdig voldoen aan een verplichting als bedoeld in [artikel 11.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is [artikel 121 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=121) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Indien burgemeester en wethouders niet of niet tijdig voldoen aan een verplichting als bedoeld in [artikel 11.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is [artikel 124 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=124) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
##### Artikel 11.11
1. Onze Minister stelt vóór 18 juli 2013 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in [artikel 11.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een actieplan vast met betrekking tot de wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling, wordt het actieplan opnieuw overwogen en zo nodig aangepast.
2. Een actieplan bevat ten minste een beschrijving van:
- a. het te voeren beleid om de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight te beperken, en
- b. de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig algemene maatregel van bestuur vast te stellen waarden van de geluidsbelasting of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.
3. Het actieplan houdt rekening met de resultaten van de evaluatie, bedoeld in [artikel 11.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
4. In het actieplan wordt aangegeven in hoeverre het voornemen bestaat om de geluidproductieplafonds voor wegen en spoorwegen aan te passen aan ontwikkelingen met betrekking tot het bronbeleid.
5. Het actieplan bevat tevens:
- a. een overzicht van de geldende overschrijdingsbesluiten, bedoeld in [artikel 11.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. een beschrijving van de ontwikkelingen met betrekking tot het bronbeleid en andere relevante ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op een of meer van de geldende overschrijdingsbesluiten;
- c. een motivering of de in onderdeel b bedoelde ontwikkelingen aanleiding geven tot het intrekken of wijzigen van een of meer van de geldende overschrijdingsbesluiten;
- d. de planning van de sanering voor de eerstvolgende vijf jaar.
##### Artikel 11.12
1. Gedeputeerde staten stellen vóór 18 juli 2013 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in [artikel 11.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een actieplan vast met betrekking tot de krachtens [artikel 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gepubliceerde delen van wegen en spoorwegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling, wordt het actieplan opnieuw overwogen en zo nodig aangepast.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot krachtens [artikel 11.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01) aangewezen agglomeraties, met dien verstande dat het actieplan betrekking heeft op de in [artikel 11.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), bedoelde geluidsbronnen.
3. [Artikel 11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.3&artikel=11.11&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.13
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van actieplannen. Deze regels kunnen verschillen voor wegen en spoorwegen als bedoeld in [artikel 11.6, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en agglomeraties.
2. Een actieplan met betrekking tot een weg wordt niet vastgesteld, dan nadat daarover overleg is gevoerd met de beheerder van die weg en de verantwoordelijke voor het bronbeleid.
##### Artikel 11.14
1. Een actieplan wordt voorbereid met overeenkomstige toepassing van de in [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) geregelde procedure, met dien verstande dat in afwijking van [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15), een ieder zienswijzen naar voren kan brengen.
2. Burgemeester en wethouders stellen een actieplan niet vast dan nadat de gemeenteraad een ontwerp van het actieplan is toegezonden en deze in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en zienswijze ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen.
##### Artikel 11.15
[Artikel 11.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van actieplannen.
##### Artikel 11.16
1. Onze Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders verstrekken op verzoek van een bevoegde autoriteit van een van de lidstaten van de Europese Unie alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor het opstellen van een geluidsbelastingkaart in de desbetreffende lidstaat noodzakelijk zijn. Op een dergelijk verzoek verstrekt Onze Minister van Defensie de contourenkaarten, bedoeld in [artikel 10.23 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=10.23).
2. [Artikel 11.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
##### Artikel 11.17
1. Deze titel is van toepassing op de wegen in het beheer van het Rijk en de hoofdspoorwegen, alsmede de aan te leggen wegen in het beheer van het Rijk en hoofdspoorwegen, die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart.
2. Op de geluidplafondkaart kunnen andere wegen en spoorwegen, alsmede aan te leggen wegen en spoorwegen, worden aangegeven, waarop deze titel van toepassing is.
##### Artikel 11.18
1. De geluidplafondkaart wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld.
2. Onze Minister stelt de geluidplafondkaart voor een ieder langs elektronische weg beschikbaar.
##### Artikel 11.19
1. Aan weerszijden van een weg of spoorweg of een geprojecteerde weg of spoorweg bevinden zich referentiepunten.
2. Op elk referentiepunt geldt een geluidproductieplafond:
- a. dat tot stand gekomen is met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. dat vastgesteld is op grond van [artikel 11.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.27&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of
- c. dat gewijzigd is op grond van [artikel 11.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
3. In bijzondere gevallen bevinden de referentiepunten zich langs een samenstel van wegen of geprojecteerde wegen dan wel langs een samenstel van spoorwegen of geprojecteerde spoorwegen. Voor de toepassing van [titel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt onder weg of spoorweg dan wel geprojecteerde weg of geprojecteerde spoorweg een dergelijk samenstel van al dan niet geprojecteerde wegen of spoorwegen begrepen.
4. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder een geluidproductieplafond als bedoeld in het tweede lid, onder a of b, mede begrepen een geluidproductieplafond dat is opgenomen in een tracébesluit, een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in [artikel 5 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=5), of een geluidplan.
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
##### Artikel 11.20
De beheerder draagt zorg voor de naleving van de geluidproductieplafonds.
##### Artikel 11.21
Een maatregel die de geluidoverdracht vanwege een weg of spoorweg beperkt, wordt ten aanzien van de naleving van de geluidproductieplafonds in de beschouwing betrokken, indien zij in het geluidregister is opgenomen. De beheerder kan daartoe een verzoek doen als bedoeld in [artikel 11.31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 11.22
1. De beheerder zendt voor 1 oktober van het kalenderjaar, volgend op het eerste kalenderjaar waarin dit hoofdstuk het gehele jaar van toepassing is, en vervolgens elk kalenderjaar voor 1 oktober, aan Onze Minister een verslag met betrekking tot de naleving van de geluidproductieplafonds in het voorafgaande kalenderjaar.
2. Onze Minister stelt het verslag, vergezeld van zijn bevindingen, voor een ieder langs elektronische weg beschikbaar.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die het verslag ten minste bevat.
4. Tot de in het derde lid bedoelde gegevens behoren in elk geval:
- a. een vergelijking van de hoogte van de berekende geluidproductie op de referentiepunten met de geluidproductieplafonds zoals deze golden op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar;
- b. een overzicht van de weg- of baanvakken waar de berekende geluidproductie op een of meer referentiepunten 0,5 dB of minder onder de geluidproductieplafonds, bedoeld in onderdeel a ligt;
- c. een verantwoording van de validatie van de berekende waarden voor de referentiepunten, waarbij de validatie in ieder geval plaatsvindt middels steekproefsgewijze metingen door een onafhankelijke partij.
5. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze waarop de geluidproductie, bedoeld in het vierde lid, wordt berekend.
##### Artikel 11.23
1. Artikel 11.20 geldt niet met betrekking tot geluidproductieplafonds voor een spoorweg, die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), waarvoor door de beheerder op verzoek van een gerechtigde als bedoeld in [artikel 57 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=57) extra capaciteit is verdeeld, indien:
- a. op die spoorweg op een of meer dagen in het kalenderjaar voorafgaand aan 1 juli 2012 een of meer goederentreinen hebben gereden tussen 23.00 en 07.00 uur, en
- b. de berekende geluidproductie op de langs die spoorweg gelegen referentiepunten inclusief de extra vervoerscapaciteit niet meer bedraagt dan 60,0 dB, en
- c. er langs die spoorweg geen overdrachtsmaatregelen aanwezig zijn.
2. Deze vrijstelling is eenmalig voor een termijn van vier jaren met ingang van het kalenderjaar waarin de extra capaciteit is verdeeld. De vrijstelling geldt alleen voor de referentiepunten waarvoor de geluidproductieplafonds sinds 1 juli 2012 niet zijn gewijzigd.
3. Een wijziging van een geluidproductieplafond op grond van de [artikelen 11.28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [11.47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.2&artikel=11.47&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt voor de toepassing van het tweede lid buiten beschouwing gelaten.
4. De beheerder meldt onverwijld en gemotiveerd aan Onze Minister dat:
- a. hij een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft ingewilligd;
- b. daardoor een overschrijding optreedt van een of meer geluidproductieplafonds langs het daarbij aangegeven baanvak;
- c. is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
5. Onze Minister doet mededeling van de vrijstelling in de Staatscourant. De mededeling bevat ten minste de kalenderjaren waarvoor de vrijstelling geldt, alsmede een geografische omschrijving van het baanvak waarop de vrijstelling betrekking heeft.
##### Artikel 11.24
1. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder in verband met bijzondere omstandigheden voor een termijn van ten hoogste vijf jaar ontheffing verlenen van de verplichting tot naleving van een geluidproductieplafond.
2. Onze Minister beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag. [Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) is van toepassing.
3. Onze Minister kan aan de ontheffing voorschriften verbinden met betrekking tot:
- a. de mate en de duur van de overschrijding van het geluidproductieplafond;
- b. het treffen van geluidwerende maatregelen aan de gevel van een geluidsgevoelige object, indien de ontheffing kan leiden tot een overschrijding van de binnenwaarde voor het betrokken geluidsgevoelig object met meer dan 5 dB.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt.
5. Onze Minister kan de voorschriften die aan de ontheffing verbonden zijn, wijzigen of de ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
6. Onze Minister doet mededeling van de ontheffing in de Staatscourant. De mededeling bevat ten minste de kalenderjaren waarvoor de ontheffing geldt, alsmede een geografische omschrijving van het baanvak of wegvak waarop de ontheffing betrekking heeft.
7. De [artikelen 11.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.25
1. Er is een openbaar geluidregister dat gegevens bevat met betrekking tot de geldende geluidproductieplafonds.
2. Voor zover in [artikel 11.46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.46&z=2017-05-01&g=2017-05-01), niet anders is bepaald, worden de gegevens in het geluidregister opgenomen op de dag van de bekendmaking van het besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond of tot verlening of wijziging van een ontheffing dan wel op de dag waarop mededeling wordt gedaan van een vrijstelling dan wel op de dag waarop de mededeling van de beheerder, bedoeld in [artikel 11.36, derde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is ontvangen.
3. Tot de gegevens behoren ten minste voor elk geluidproductieplafond:
- a. het laatstelijk genomen besluit waarbij het geluidproductieplafond is vastgesteld of gewijzigd;
- b. de ligging van de referentiepunten;
- c. de brongegevens;
- d. indien van toepassing:
- 1°. de mededeling van Onze Minister, bedoeld in [artikel 11.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), onderdeel b, en [artikel 11.63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- 2°. een krachtens [artikel 11.23, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.23&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gepubliceerde vrijstelling;
- 3°. een krachtens [artikel 11.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verleende ontheffing;
- 4°. een vermelding dat een vrijstelling geldt krachtens [artikel 11.36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
4. In het geluidregister wordt geregistreerd voor welke wegen en spoorwegen een saneringsplan is vastgesteld.
5. Indien de werking van een besluit tot verlaging van het geluidproductieplafond is opgeschort op grond van [artikel 11.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [11.63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bevat het geluidregister in afwijking van het derde lid de brongegevens met betrekking tot het geluidproductieplafond opgenomen in dat besluit.
6. Het geluidregister wordt beheerd door Onze Minister.
7. Het geluidregister is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.
8. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud, vorm en inrichting van het geluidregister, alsmede omtrent de wijze waarop het geluidregister wordt beheerd, bijgehouden en gecontroleerd.
##### Artikel 11.26
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2012/267.
In deze afdeling wordt onder bevoegd gezag verstaan: het bevoegd gezag, genoemd in [artikel 11 van de Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=11), dan wel indien de [Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147) niet van toepassing is, de Minister van Verkeer en Waterstaat.
##### Artikel 11.27
1. Onze Minister stelt een geluidproductieplafond vast op elk daartoe door hem aangegeven referentiepunt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien op een referentiepunt reeds een geluidproductieplafond geldt, dat tot stand is gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 11.28
1. Onze Minister kan een geluidproductieplafond wijzigen. Ingeval een ambtshalve wijziging geen deel uitmaakt van een tracébesluit, een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in [artikel 5 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=5), of een geluidplan, zijn de [artikelen 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.33, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing.
2. Indien de beheerder een verzoek heeft ingediend tot verhoging van een geluidproductieplafond, wordt dat geluidproductieplafond niet verhoogd indien:
- a. de beheerder niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in [artikel 11.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of
- b. het geldende geluidproductieplafond naar redelijke verwachting niet binnen een periode van tien jaar volledig zal worden benut.
3. Een geluidproductieplafond wordt niet op verzoek verlaagd indien het gewijzigde geluidproductieplafond na verlaging naar redelijke verwachting binnen een periode van minder dan tien jaar volledig zou worden benut, tenzij het een verzoek betreft als bedoeld in het vierde lid of in [artikel 11.63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
4. Onze Minister kan op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente een geluidproductieplafond verlagen, indien de gemeente voornemens is een maatregel te treffen of te bekostigen dan wel een maatregel heeft getroffen of bekostigd die de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg vermindert.
5. [Artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is bij de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het vierde lid niet van toepassing.
##### Artikel 11.29
1. Bij de voorbereiding van een besluit omtrent het vaststellen of wijzigen van een geluidproductieplafond neemt Onze Minister een geluidbeperkende maatregel niet in aanmerking, indien het treffen daarvan:
- a. financieel niet doelmatig is met betrekking tot het beperken van de geluidsbelasting van een of meer geluidsgevoelige objecten, dan wel
- b. stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard.
2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing, indien de beheerder Onze Minister uitdrukkelijk verzoekt om bij de besluitvorming rekening te houden met een door hem voorgestelde financieel niet doelmatige geluidbeperkende maatregel.
3. Op uitdrukkelijk verzoek van de beheerder houdt Onze Minister bij de voorbereiding van een besluit omtrent het vaststellen of wijzigen van een geluidproductieplafond rekening met een door de beheerder voorgestelde maatregel die niet is aangewezen als geluidbeperkende maatregel.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de toepassing van het criterium, bedoeld in het eerste lid, onder a.
##### Artikel 11.30
1. Onze Minister stelt een geluidproductieplafond op een zodanige waarde vast dat de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg niet hoger is dan de hoogste van de volgende twee waarden:
- a. de voorkeurswaarde;
- b. de geluidsbelasting die de betrokken geluidsgevoelige objecten vanwege de weg of spoorweg ondervinden bij volledige benutting van de geldende geluidproductieplafonds.
2. Bij wijziging wordt een geluidproductieplafond op een zodanige waarde vastgesteld dat de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg niet hoger is dan de geluidsbelasting, die de betrokken geluidsgevoelige objecten vanwege de weg of spoorweg ondervinden bij volledige benutting van de geldende geluidproductieplafonds.
3. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de geluidsbelasting na de wijziging van het geluidproductieplafond de voorkeurswaarde niet overschrijdt.
4. Onze Minister kan afwijken van het eerste of tweede lid, indien geen geluidbeperkende maatregelen in aanmerking komen om aan die leden te voldoen. De afwijking wordt zoveel mogelijk beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen.
5. Onze Minister kan voorts afwijken van het eerste of tweede lid, indien een geluidsgevoelig object tevens een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde kan ondervinden vanwege een andere geluidsbron die behoort tot een bij ministeriële regeling aangegeven categorie. [Artikel 11.29, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is niet van toepassing.
6. Bij de toepassing van het vierde en vijfde lid wordt de maximale waarde niet overschreden.
7. Het zesde lid is niet van toepassing indien in samenhang met het besluit tot het wijzigen van een geluidproductieplafond een overschrijdingsbesluit als bedoeld in [artikel 11.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt genomen.
##### Artikel 11.31
1. Vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond geschiedt ambtshalve of op verzoek.
2. Een verzoek tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond kan worden gedaan door de beheerder van de betreffende weg of spoorweg.
3. Een verzoek tot wijziging van een geluidproductieplafond kan tevens worden gedaan door burgemeester en wethouders van de gemeente:
- a. waarin het desbetreffende referentiepunt is gelegen, of
- b. waartoe gronden behoren die zijn gelegen langs de betreffende weg of spoorweg binnen de zone, bedoeld in [hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&hoofdstuk=VI).
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt.
##### Artikel 11.32
[Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) is van toepassing op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond dat wordt genomen op een verzoek als bedoeld in [artikel 11.31, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.31&z=2017-05-01&g=2017-05-01). Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
##### Artikel 11.33
1. Ter voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt een akoestisch onderzoek verricht.
2. Het akoestisch onderzoek heeft betrekking op de geluidsbelasting die vanwege de weg of spoorweg zou kunnen worden ondervonden door geluidsgevoelige objecten, andere objecten en gebieden. Het onderzoek bevat een berekening van de geluidproductie op elk betrokken referentiepunt.
3. Bij het berekenen van de geluidproductie, bedoeld in het vorige lid, wordt uitgegaan van de gemiddelde waarden over de technische levensduur van de weg of spoorweg, welke zijn gevalideerd door metingen uitgevoerd door een onafhankelijke partij.
4. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd:
- a. bij een ambtshalve besluit: door de beheerder;
- b. bij een besluit op verzoek: door de aanvrager.
5. In afwijking van het vierde lid wordt de geluidproductie op de referentiepunten in alle gevallen berekend door de beheerder. De beheerder stelt de resultaten desgevraagd ter beschikking van een aanvrager als bedoeld in het vierde lid, onder b.
6. Degene die het akoestisch onderzoek uitvoert, doet tevens akoestisch onderzoek naar de effecten van de samenloop van de geluidsbelasting van de weg of spoorweg en een andere geluidsbron als bedoeld in [artikel 11.30, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
7. Onze Minister stelt nadere regels omtrent:
- a. de wijze waarop het akoestisch onderzoek en de berekeningen worden uitgevoerd;
- b. de situaties waarop het akoestisch onderzoek en de berekeningen betrekking hebben;
- c. de gevallen waarin redelijkerwijs kan worden aangenomen dat geen behoefte bestaat aan een onderzoek naar de effecten van samenloop.
##### Artikel 11.34
Ter voorbereiding van een besluit tot ambtshalve vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond verstrekt de beheerder op verzoek van Onze Minister en binnen de gestelde termijn, alle inlichtingen en gegevens die hij redelijkerwijs nodig heeft ter voorbereiding van het besluit, waaronder de resultaten van het akoestisch onderzoek en de berekeningen, bedoeld in [artikel 11.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 11.35
In het besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt aangegeven welke maatregelen met toepassing van [artikel 11.28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bij de besluitvorming in aanmerking zijn genomen.
##### Artikel 11.36
1. De werking van een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond, waarin overeenkomstig [artikel 11.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01) maatregelen zijn aangegeven, wordt in afwijking van [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgeschort tot de dag, volgend op die waarop:
- a. ingeval de beheerder een verzoek tot vaststelling of wijziging heeft gedaan, de beheerder aan Onze Minister heeft medegedeeld dat de werkzaamheden aan de weg of spoorweg, ter uitvoering van het besluit, zijn begonnen, of
- b. ingeval een gemeente een verzoek als bedoeld in [artikel 11.28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.28&z=2017-05-01&g=2017-05-01), heeft gedaan, Onze Minister heeft medegedeeld dat de maatregelen ten genoegen van Onze Minister zijn getroffen. Deze mededeling geschiedt op dezelfde wijze als waarop van het besluit kennis is gegeven.
2. De werking van een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond dat is opgenomen in een tracébesluit wordt in afwijking van [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) opgeschort tot de dag, volgend op die waarop de beheerder aan Onze Minister heeft medegedeeld dat met de werkzaamheden aan de weg of spoorweg voor de uitvoering van het tracébesluit is begonnen.
3. [Artikel 11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is niet van toepassing op de geluidproductieplafonds op referentiepunten gelegen binnen het gebied dat is aangegeven in een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond op verzoek van de beheerder, waarin overeenkomstig [artikel 11.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01) maatregelen zijn aangegeven, dan wel in een tracébesluit, met ingang van het kalenderjaar waarin de beheerder aan Onze Minister heeft medegedeeld dat met de werkzaamheden aan de weg of spoorweg ter uitvoering van het besluit is begonnen. Onze Minister kan regels stellen over de wijze waarop dit gebied wordt bepaald.
4. Het derde lid is van toepassing tot en met het kalenderjaar waarin de beheerder aan Onze Minister heeft medegedeeld dat de werkzaamheden aan de weg of spoorweg, of een deel van de weg of spoorweg, zijn afgerond.
5. De beheerder doet voor het einde van het kalenderjaar waarin de werkzaamheden aan de weg of spoorweg zijn afgerond, hiervan mededeling aan Onze Minister. Onverminderd de eerste volzin, kan de beheerder ook een mededeling doen als de werkzaamheden aan een deel van de weg of spoorweg zijn afgerond. Die mededeling heeft het gevolg, bedoeld in het vierde lid, voor de geluidproductieplafonds op de referentiepunten gelegen in het deel van het in het derde lid bedoelde gebied dat in de melding is aangegeven. De laatste volzin van het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.37
Een afschrift van het besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt gezonden aan burgemeester en wethouders van de gemeente:
- a. waarin het desbetreffende referentiepunt is gelegen;
- b. waartoe de gronden behoren die zijn gelegen langs de desbetreffende weg of spoorweg binnen de zone, bedoeld in [hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&hoofdstuk=VI).
##### Artikel 11.38
1. Indien in een onherroepelijk besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond toepassing is gegeven aan [artikel 11.30, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en het geluidproductieplafond een zodanige waarde heeft dat de binnenwaarde bij volledige benutting van het geluidproductieplafond wordt overschreden, treft de beheerder geluidwerende maatregelen.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, strekt ertoe dat binnen een termijn van twee jaar nadat het besluit onherroepelijk is geworden de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige ruimten van het betreffende geluidsgevoelige object wordt teruggebracht tot een waarde die ten minste 3 dB is gelegen onder de binnenwaarde.
3. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder een andere termijn vaststellen waarbinnen de maatregelen worden getroffen.
4. Indien een geluidproductieplafond wordt verlaagd, is dit artikel uitsluitend van toepassing ten aanzien van geluidsgevoelige objecten waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg toeneemt bij volledige benutting van het verlaagde geluidproductieplafond.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in bij die maatregel te bepalen gevallen geluidwerende maatregelen niet worden getroffen.
##### Artikel 11.39
1. Indien de rechthebbende ten aanzien van een geluidsgevoelig object niet heeft toegestemd mee te werken aan maatregelen die moeten worden getroffen ingevolge [artikel 11.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01), verklaart Onze Minister de verplichting, bedoeld in artikel 11.38, eerste lid, vervallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de rechthebbende wordt verzocht om mee te werken aan de realisatie van de maatregelen en de wijze waarop deze zijn toestemming verleent of onthoudt.
3. Onze Minister zendt een afschrift van de vervallenverklaring bij aangetekend schrijven aan de rechthebbende.
4. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de vervallenverklaring aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter inschrijving van die verklaring in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2). De [artikelen 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=24), en [26 van Boek 3 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=26) zijn niet van toepassing.
##### Artikel 11.40
De [artikelen 11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn niet van toepassing op:
- a. een geluidsgevoelig object ten aanzien waarvan met toepassing van de [Interimwet stad-en-milieubenadering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019466) een hogere geluidsbelasting is toegestaan dan de wettelijke maximumwaarde ingevolge de [Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227), en
- b. een geluidsgevoelig object ten aanzien waarvan met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) een omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan.
##### Artikel 11.41
Bij vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt de geluidproductie vanwege een spoorwegemplacement als bedoeld in het [Besluit omgevingsrecht, bijlage I, onderdeel C, categorie 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027464&bijlage=I), alleen betrokken voor zover op die geluidproductie de [Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779) en [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing zijn.
##### Artikel 11.42
1. Het tweede tot en met vijfde lid zijn van toepassing indien een verzoek tot wijziging van een geluidproductieplafond of een wijziging van een geluidproductieplafond in het kader van een tracébesluit betrekking heeft op een weg of spoorweg waarvoor de beheerder op grond van [artikel 11.56, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.56&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een verzoek tot vaststelling van een saneringsplan moet doen, en er voor deze weg of spoorweg nog niet eerder een saneringsplan is vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het tweede tot en met het vijfde lid in bij die maatregel te bepalen gevallen niet van toepassing zijn.
2. In afwijking van [artikel 11.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt het geluidproductieplafond op een zodanige waarde vastgesteld dat op saneringsobjecten de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg niet hoger is dan de streefwaarde, bedoeld in [artikel 11.59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-05-01&g=2017-05-01), dan wel de overeenkomstig artikel 11.59, tweede lid, gereduceerde geluidsbelasting.
3. [Artikel 11.30, derde tot en met zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is voor een saneringsobject van toepassing, met dien verstande dat:
- a. in het vierde en vijfde lid van dat artikel in plaats van «het eerste of tweede lid» wordt gelezen: het [tweede lid van artikel 11.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. het zesde lid slechts van toepassing is indien toepassing van het vierde of vijfde lid ertoe leidt dat de geluidsbelasting bij volledige benutting van het gewijzigde geluidproductieplafond hoger is dan de geluidsbelasting die de betrokken geluidsgevoelige objecten vanwege de weg of spoorweg ondervinden bij volledige benutting van het geldende geluidproductieplafond.
4. Voor saneringsobjecten zijn de [artikelen 11.64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.64&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.65&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing en is [artikel 11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing.
5. In afwijking van [artikel 11.64, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.64&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden de geluidwerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.64, eerste lid en tweede lid, getroffen uiterlijk twee jaar na het onherroepelijk worden van het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond.
##### Artikel 11.43
1. Voor zover de in [artikel 11.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde maatregelen en het bestemmingsplan, of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit tot vaststelling of wijziging van het geluidproductieplafond voor de uitvoering van de daarin opgenomen maatregelen als een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken.
2. Voor zover een bestemmingsplan of een ander besluit een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
##### Artikel 11.44
Deze afdeling is van toepassing op geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01) voor een op 1 juli 2012 bestaande weg of spoorweg en geprojecteerde weg of spoorweg, die wordt geplaatst op de geluidplafondkaart.
##### Artikel 11.45
1. De geluidproductieplafonds voor de wegen of spoorwegen, bedoeld in [artikel 11.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.44&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn de over de door Onze Minister aangewezen referentieperiode door hem berekende heersende geluidproducties op de daartoe door hem aangegeven referentiepunten, vermeerderd met 1,5 dB.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de geluidproductieplafonds voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen wegen of spoorwegen de in die maatregel aangegeven, of de op basis van de in de maatregel aangegeven gegevens door Onze Minister berekende, geluidproducties op de desbetreffende referentiepunten.
3. In afwijking van het eerste lid zijn voor een spoorweg waarvan de heersende geluidproductie op referentiepunten lager is dan 50,5 dB, en waarlangs geen geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn, de geluidproductieplafonds op 1 juli 2012 52,0 dB.
4. De heersende geluidproductie wordt met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen wegen, bepaald op basis van de situatie waarbij een daarbij aangegeven wegdek is aangebracht.
5. Indien de heersende geluidproductie op een referentiepunt langs een weg als bedoeld in het vierde lid, blijkens het verslag hoger is dan het krachtens het vierde lid berekende geluidproductieplafond, geldt voor het betreffende referentiepunt een vrijstelling van [artikel 11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01) totdat door vervanging van de wegverharding het geluidproductieplafond wordt nageleefd, maar uiterlijk tot 1 januari 2016.
6. Een vrijstelling van [artikel 11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.20&z=2017-05-01&g=2017-05-01) geldt voor geluidproductieplafonds die op grond van het tweede lid zijn bepaald met inachtneming van het effect van nog te treffen maatregelen. De vrijstelling geldt tot het moment waarop de maatregelen zijn uitgevoerd, of uiterlijk tot het moment waarop de maatregelen moeten zijn uitgevoerd ingevolge het besluit op grond waarvan zij moeten worden getroffen.
##### Artikel 11.46
1. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze waarop de geluidproductie, bedoeld in [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt berekend.
2. In afwijking van [artikel 11.25, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.2&artikel=11.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01), worden ten minste de navolgende gegevens in het geluidregister opgenomen op 1 juli 2012:
- a. de ligging van de referentiepunten, bedoeld in [artikel 11.45, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. de heersende geluidproductie op elk van die referentiepunten;
- c. de hoogte van het geluidproductieplafond op elk van die referentiepunten;
- d. een vermelding van het lid van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01) met toepassing waarvan elk van die geluidproductieplafonds tot stand is gekomen;
- e. de brongegevens die behoren bij elk van deze geluidproductieplafonds.
##### Artikel 11.47
1. De [artikelen 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.33, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) blijven buiten toepassing indien een geluidproductieplafond wordt gewijzigd omdat:
- a. onjuiste brongegevens of onjuiste overige, voor de berekening van geluidproductieplafonds gebruikte, gegevens met betrekking tot de weg of spoorweg zijn opgenomen in het geluidregister, bedoeld in [artikel 11.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.2&artikel=11.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. het geluidproductieplafond niet overeenkomt met de in het geluidregister, bedoeld in [artikel 11.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.2&artikel=11.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01), opgenomen brongegevens of overige, voor de berekening van geluidproductieplafonds gebruikte, gegevens met betrekking tot de weg of spoorweg.
2. In een geval als bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister besluiten dat de beheerder geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen treft ten behoeve van geluidsgevoelige objecten die geprojecteerd zijn na 1 juli 2012. De [artikelen 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.43&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister kan een termijn stellen waarbinnen de beheerder de in het tweede lid bedoelde maatregelen treft.
##### Artikel 11.48
1. Tot 18 juli 2018 wordt een geluidproductieplafond als bedoeld in [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente slechts verlaagd in verband met door die gemeente te treffen of te bekostigen dan wel getroffen of bekostigde maatregelen tot verlaging van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten.
2. In afwijking van het eerste lid kan verlaging van een geluidproductieplafond als bedoeld in [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente eerder dan 18 juli 2018 plaatsvinden, indien uit de gegevens van het verslag, bedoeld in [artikel 11.22, vierde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.22&z=2017-05-01&g=2017-05-01), blijkt dat de berekende geluidproductie ten minste 5 dB lager is dan het geldende geluidproductieplafond.
3. Onze Minister overweegt in het actieplan dat in 2018 wordt vastgesteld, of de geluidproductieplafonds, bedoeld in [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), gelet op de geluidproductie van de weg of spoorweg, kunnen worden verlaagd.
##### Artikel 11.49
1. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder een besluit nemen, inhoudende dat het naar hun oordeel onvermijdelijk is om met toepassing van [artikel 11.30, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een geluidproductieplafond zodanig te wijzigen dat een geluidsgevoelig object vanwege een weg of spoorweg bij volledige benutting van dat plafond een geluidsbelasting ondervindt die de maximale waarde overschrijdt.
2. Een overschrijdingsbesluit als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden genomen, indien:
- a. een geluidproductieplafond:
- 1°. niet kan worden nageleefd met maatregelen die ingevolge [artikel 11.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in aanmerking komen;
- 2°. ingevolge [artikel 11.30, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), niet kan worden gewijzigd,
- 3°. niet kan worden nageleefd met toepassing van de maatregelen, bedoeld in [artikel 11.50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.50&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en
- b. voor de overschrijding van het geluidproductieplafond geen ontheffing van de verplichting tot naleving van het geluidproductieplafond, bedoeld in [artikel 11.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan worden verleend.
3. Onze Minister kan aan een overschrijdingsbesluit voorschriften verbinden, inhoudende dat de beheerder binnen een daarbij aangegeven termijn maatregelen treft die de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg beperken.
4. Toepassing van het eerste lid laat de toepasselijkheid van de [artikelen 11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01) onverlet.
##### Artikel 11.50
1. In een overschrijdingsbesluit wordt gemotiveerd aangegeven op welke gronden de volgende maatregelen in het specifieke geval in redelijkheid te kostbaar zijn, of op maatschappelijke bezwaren of de bezwaren, genoemd in [artikel 11.29, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), stuiten, dan wel niet geschikt of niet voldoende zijn om de overschrijding van de maximale waarde, of een verdere toename van die overschrijding, te voorkomen:
- a. een minnelijke overeenkomst met de rechthebbende over:
- 1°. het nemen van bouwkundige maatregelen met betrekking tot een geluidsgevoelig object of een wijziging van de bestemming of functie van het geluidsgevoelige object, tegen vergoeding van de kosten daarvan, of
- 2°. de aankoop van het geluidsgevoelige object;
- b. het treffen van andere maatregelen tot verlaging van de geluidsbelasting dan geluidbeperkende maatregelen;
- c. het treffen van geluidbeperkende maatregelen die financieel niet doelmatig zijn als bedoeld in [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- d. het gaan voldoen aan de akoestische kwaliteit, bedoeld in [artikel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), terwijl geen sprake is van aanleg of vervanging;
- e. onteigening van het geluidsgevoelige object.
2. De beheerder verstrekt bij een verzoek om een overschrijdingsbesluit alle inlichtingen en gegevens die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en motivering van het overschrijdingsbesluit.
3. Indien het verzoek om een overschrijdingsbesluit wordt geweigerd, bevordert Onze Minister de naleving van de geldende geluidproductieplafonds door:
- a. het benutten van zijn wettelijke bevoegdheden met het oog op het treffen van maatregelen als bedoeld in het eerste lid, of
- b. het ter beschikking stellen van budget voor het treffen van bedoelde maatregelen, voor zover de kosten van die maatregelen redelijkerwijze niet ten laste van de beheerder behoren te komen.
4. Indien de beheerder ingevolge het derde lid van [artikel 11.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.49&z=2017-05-01&g=2017-05-01) een of meer maatregelen als bedoeld in het eerste lid moet treffen, bevordert Onze Minister het treffen van die maatregelen op de wijze, aangegeven in het derde lid, onder a en b.
##### Artikel 11.51
1. Indien een belanghebbende ten gevolge van een overschrijdingsbesluit schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kent Onze Minister hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de indiening en afhandeling van een verzoek om schadevergoeding.
##### Artikel 11.52
1. De voorbereiding en het nemen van een overschrijdingsbesluit vinden gelijktijdig plaats met de voorbereiding en het nemen van het besluit tot wijziging van een geluidproductieplafond.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het weigeren van de in dat lid bedoelde besluiten.
3. De [artikelen 11.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.32&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.53
1. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van het overschrijdingsbesluit aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter inschrijving van dat besluit in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2). De [artikelen 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=24), en [26 van Boek 3 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=26) zijn niet van toepassing.
2. Indien een overschrijdingsbesluit ingevolge een besluit of uitspraak in rechte is vernietigd, is ingetrokken of gewijzigd, doet Onze Minister daarvan mededeling aan de Dienst, bedoeld in het eerste lid. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.54
1. Onze Minister kan een overschrijdingsbesluit wijzigen of intrekken.
2. Op een besluit tot wijziging van een overschrijdingsbesluit zijn de [artikelen 11.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.50&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.51&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.53&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
3. Op een besluit tot intrekking van een overschrijdingsbesluit zijn de [artikelen 11.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.52&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.53&z=2017-05-01&g=2017-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.55
1. Voor de mogelijkheid van beroep worden als één besluit aangemerkt het overschrijdingsbesluit en het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond, dan wel de weigering om deze besluiten te nemen.
2. Indien het overschrijdingsbesluit wordt vernietigd, vervalt het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond van rechtswege.
##### Artikel 11.56
1. De beheerder van een weg of spoorweg waarvoor de geluidproductieplafonds tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), doet uiterlijk 31 december 2020 een verzoek aan Onze Minister tot vaststelling van een saneringsplan.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een weg of spoorweg waarvoor de geluidproductieplafonds tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor zover dit is aangegeven bij algemene maatregel van bestuur.
3. Bij het verzoek worden ten minste overgelegd:
- a. een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting die vanwege de weg of spoorweg bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds wordt ondervonden door saneringsobjecten;
- b. het mede op basis van het akoestisch onderzoek opgesteld voorstel voor een saneringsplan;
- c. een planning voor de uitvoering van het saneringsplan;
- d. een voorstel voor de saneringsmaatregelen, bedoeld in [artikel 11.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de gegevens die bij het verzoek worden overgelegd.
5. Op het akoestisch onderzoek is [artikel 11.33, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van overeenkomstige toepassing.
6. Dit artikel is niet van toepassing op wegen en spoorwegen met betrekking waartoe toepassing is gegeven aan [artikel 11.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.42&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 11.57
1. Saneringsobjecten zijn geluidsgevoelige objecten die vallen onder een of meer van de volgende categorieën:
- a. woningen en andere geluidsgevoelige objecten langs wegen en spoorwegen die op de geluidplafondkaart zijn aangegeven, die op grond van [artikel 88 van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=88), zoals dat luidde voor 1 januari 2007, of [artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020445&artikel=4.17) bij Onze Minister tijdig zijn gemeld, voor zover deze nog niet zijn gesaneerd, en de geluidsbelasting bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds hoger is dan 60 dB als het een weg betreft of 65 dB als het een spoorweg betreft,
- b. woningen alsmede in een bestemmingsplan opgenomen ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens, waarvan de geluidsbelasting vanwege een in [artikel 11.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.56&z=2017-05-01&g=2017-05-01) bedoelde weg of spoorweg bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds hoger is dan 65 dB als het een weg betreft of 70 dB als het een spoorweg betreft,
- c. woningen alsmede in een bestemmingsplan opgenomen ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens, waarvan de geluidsbelasting vanwege bij algemene maatregel van bestuur genoemde delen van wegen of spoorwegen bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds hoger is dan 55 dB als het een weg betreft of 60 dB als het een spoorweg betreft.
2. Onder saneringsobjecten als bedoeld in het eerste lid worden niet verstaan:
- a. geluidsgevoelige objecten ten aanzien waarvan met toepassing van de [Interimwet stad-en-milieubenadering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019466) een hogere geluidsbelasting is toegestaan dan de wettelijke maximumwaarde ingevolge de [Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227), en
- b. geluidsgevoelige objecten ten aanzien waarvan met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) een omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan.
##### Artikel 11.58
1. Een saneringsplan kan betrekking hebben op een of meer delen van wegen of spoorwegen.
2. Voor een deel van een weg of spoorweg wordt slechts eenmaal een saneringsplan vastgesteld.
##### Artikel 11.59
1. Een saneringsplan bevat voor saneringsobjecten de maatregelen die met overeenkomstige toepassing van [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in aanmerking zijn genomen om de geluidsbelasting vanwege de desbetreffende weg of spoorweg bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds op de gevel van de saneringsobjecten te beperken tot de streefwaarde van 60 dB als het een weg betreft of 65 dB als het een spoorweg betreft.
2. In afwijking van het eerste lid bevat een saneringsplan de maatregelen die met overeenkomstige toepassing van [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01) in aanmerking zijn genomen om de geluidsbelasting vanwege de desbetreffende weg of spoorweg op de gevel van de saneringsobjecten die voldoen aan [artikel 11.57, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.57&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met minimaal 5 dB te reduceren, tenzij toepassing van het eerste lid leidt tot een lagere geluidsbelasting.
3. Een saneringsplan kan voor saneringsobjecten voorts andere in aanmerking komende saneringsmaatregelen bevatten.
##### Artikel 11.60
1. Een saneringsplan wordt vastgesteld door Onze Minister.
2. Op de voorbereiding van de vaststelling van een saneringplan is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van overeenkomstige toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door eenieder.
3. Bij zijn beslissing geeft Onze Minister aan binnen hoeveel tijd na het onherroepelijk worden van het saneringsplan, de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan getroffen moeten zijn.
4. [Artikel 11.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.61
In bijzondere gevallen kan Onze Minister het saneringsplan of de termijn waarbinnen de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan getroffen moeten zijn, wijzigen.
##### Artikel 11.62
1. Voor zover de in een vastgesteld saneringsplan opgenomen saneringsmaatregelen en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit tot vaststelling van het saneringsplan voor de uitvoering van de daarin opgenomen saneringsmaatregelen als een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken.
2. [Artikel 11.43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.43&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.63
1. Indien de saneringsmaatregelen, bedoeld in [artikel 11.59, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-05-01&g=2017-05-01), leiden tot een verlaging van de geluidsbelasting van de saneringsobjecten, doet de beheerder gelijktijdig met het verzoek, bedoeld in [artikel 11.56, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.56&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een verzoek tot een verlaging van de betrokken geluidproductieplafonds overeenkomstig het geluideffect van die maatregelen.
2. De voorbereiding, het nemen en het ter inzage leggen van een wijziging van een geluidproductieplafond als bedoeld in het eerste lid vinden gelijktijdig plaats met de voorbereiding, het vaststellen en het ter inzage leggen van het saneringsplan waarop die wijziging betrekking heeft.
3. In afwijking van [artikel 11.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-05-01&g=2017-05-01) wordt in het besluit tot verlaging bepaald dat de werking van het besluit wordt opgeschort tot het eerste van de volgende tijdstippen:
- a. het tijdstip waarop Onze Minister heeft medegedeeld dat de ingevolge het saneringsplan te treffen maatregelen ten genoegen van het bevoegd gezag zijn getroffen, of
- b. het tijdstip met ingang waarvan de maatregelen ingevolge [artikel 11.60, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.60&z=2017-05-01&g=2017-05-01), eventueel verlengd overeenkomstig [artikel 11.61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.61&z=2017-05-01&g=2017-05-01), getroffen moeten zijn.
4. In afwijking van het derde lid heeft een verzoek tot wijziging van een betrokken geluidproductieplafond dat wordt gedaan tussen het besluit tot verlaging, bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip waarop de laatstgenoemde verlaging gaat werken, betrekking op de waarde van het geluidproductieplafond na het gaan werken van deze verlaging.
5. Op het besluit tot verlaging van het geluidproductieplafond zijn de [artikelen 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [11.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.35&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-05-01&g=2017-05-01) niet van toepassing.
6. De mededeling, bedoeld in het derde lid, onder a, geschiedt op dezelfde wijze als waarop is kennisgegeven van het besluit.
7. Voor de mogelijkheid van beroep worden als één besluit aangemerkt een wijziging van een geluidproductieplafond als bedoeld in het eerste lid en het vaststellen van het saneringsplan waarop die wijziging betrekking heeft.
8. Indien het saneringsplan wordt vernietigd, vervalt het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond van rechtswege.
##### Artikel 11.64
1. Indien bij volledige benutting van het op grond van [artikel 11.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gewijzigde geluidproductieplafond de geluidsbelasting van een saneringsobject hoger is dan de in [artikel 11.59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde streefwaarde, en de binnenwaarde wordt overschreden, treft de beheerder geluidwerende maatregelen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien geen maatregelen in aanmerking komen om de geluidsbelasting van een saneringsobject te beperken tot de in [artikel 11.59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde streefwaarde, en de binnenwaarde wordt overschreden.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, strekt ertoe dat uiterlijk 31 december 2021 de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige ruimten van het betreffende saneringsobject wordt teruggebracht tot een waarde die ten minste 3 dB is gelegen onder de binnenwaarde.
4. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder een andere termijn vaststellen waarbinnen de maatregelen worden getroffen.
5. [Artikel 11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in bij die maatregel te bepalen gevallen geluidwerende maatregelen niet worden getroffen.
##### Artikel 11.65
1. Het tweede en derde lid zijn van toepassing op saneringsobjecten waarop de geluidsbelasting, vanwege de weg of spoorweg, de maximale waarde overschrijdt, bij volledige benutting van:
- a. het geluidproductieplafond, zoals dat met toepassing van [artikel 11.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is gewijzigd, of
- b. het geluidproductieplafond, indien in het saneringsplan geen maatregelen zijn opgenomen om de geluidsbelasting van het saneringsobject te beperken.
2. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van het besluit inzake vaststelling van het saneringsplan aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter inschrijving van dat besluit in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2). De [artikelen 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=24), en [26 van Boek 3 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=26) zijn niet van toepassing.
3. Indien de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg, voor een saneringsobject als bedoeld in het eerste lid niet meer de maximale waarde zal overschrijden ingevolge een besluit tot wijziging van een geluidproductieplafond, doet Onze Minister daarvan mededeling aan de Dienst, bedoeld in het tweede lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.66
Onze Minister zendt uiterlijk op 1 juli 2022 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit hoofdstuk in de praktijk.
##### Artikel 11a.1
In deze titel wordt, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot de verantwoordelijkheid behoren van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onder Onze betrokken Minister verstaan: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
##### Artikel 11a.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.
2. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. het verrichten van berekeningen, metingen of tellingen;
- b. het nemen of analyseren van monsters of het anderszins verrichten van onderzoek naar de aard of mate van verontreinigingen in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond, organismen of bodem;
- c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond of bodem;
- d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
- e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
- f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f;
- h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten, of
- i. werkzaamheden met betrekking tot een bodemenergiesysteem.
3. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:
- a. een erkenning waarmee Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, heeft vastgesteld dat degene die een werkzaamheid als bedoeld in het eerste lid uitvoert voldoet aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- b. een certificaat waarmee een krachtens onderdeel a erkende certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voldoet aan de voor de certificering geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd;
- c. een accreditatie waarmee de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een certificeringsinstelling, een inspectie-instelling, een laboratorium of een andere instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid en dat wordt voldaan aan eisen omtrent de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
4. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. te handelen overeenkomstig de aan de erkenning verbonden voorschriften;
- b. te handelen overeenkomstig het voor de desbetreffende werkzaamheid bij of krachtens de maatregel aangewezen document;
- c. te handelen overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde eisen omtrent de onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- d. van een intrekking of een schorsing van een certificaat of een accreditatie een kennisgeving te doen aan Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de aanvraag voor een erkenning moet geschieden en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag;
- b. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, en
- c. de termijn waarvoor een erkenning kan worden verleend of geschorst.
6. Indien op grond van het vijfde lid, onderdeel b, bij de maatregel is bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), kan bij die maatregel worden bepaald dat voorafgaand aan de weigering of intrekking het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8) om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9) kan worden gevraagd.
7. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
##### Artikel 11a.3
Voor zover uitvoering is gegeven aan [artikel 11A.2, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:
- a. het bevoegd gezag een aanvraag om een beschikking die bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde wetten wordt gegeven, niet in behandeling neemt indien daarbij gegevens zijn gevoegd die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), genoemde wetten geldende verplichting geen gegevens worden verstrekt die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
##### Artikel 16.11a
Vervallen
##### Artikel 16.13a
1. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van deze paragraaf regels gesteld met betrekking tot het melden aan het bestuur van de emissieautoriteit van:
- a. het geheel, gedeeltelijk of tijdelijk beëindigen van de werking van een broeikasgasinstallatie;
- b. het hervatten van de productie na beëindiging van de werking van een broeikasgasinstallatie;
- c. een aanzienlijke vermindering van de capaciteit van een broeikasgasinstallatie.
2. Bij ministeriële regeling kan ter uitvoering van deze paragraaf worden bepaald dat ook andere handelingen of omstandigheden aan het bestuur van de emissieautoriteit moeten worden gemeld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.
##### Artikel 16.20c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:
- a. met betrekking tot de inrichting een krachtens [artikel 2.33 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.33) genomen beschikking in werking is getreden;
- b. deze afdeling niet meer op de inrichting van toepassing is.
2. De verplichting tot het indienen van een emissieverslag als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel blijft, voor wat betreft het kalenderjaar waarin de beschikking tot intrekking van de vergunning van kracht is geworden, na intrekking van de vergunning op de laatste houder daarvan rusten, totdat aan die verplichting is voldaan.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.30a
1. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de beoordeling door de Europese Commissie overeenkomstig de artikelen 10bis, vijfde lid, 11, derde lid, en 27, eerste en tweede lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten niet behoeft te worden gewijzigd, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde beoordeling geheel of gedeeltelijk moet worden gewijzigd, stelt Onze Minister het nationale toewijzingsbesluit opnieuw vast nadat daarin zijn verwerkt de door de Europese Commissie voorgestelde wijzigingen met betrekking tot:
- a. de toepassing van een uniforme correctiefactor als bedoeld in artikel 10bis, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
- b. het weigeren op grond van artikel 11, derde lid, van de onder a genoemde richtlijn van:
- 1°. opname van een inrichting op de lijst, bedoeld in [artikel 16.24, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- 2°. toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een inrichting als bedoeld onder 1° of het aantal voor een dergelijke inrichting kosteloos toegewezen broeikasgasemissierechten;
- c. uitsluiting van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten van inrichtingen die daartoe zijn gemeld op grond van artikel 27, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor die inrichtingen.
3. [Artikel 16.30, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is niet van toepassing. Artikel 16.30, vierde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.33a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 24bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de kosteloze toewijzing en verlening van broeikasgasemissierechten voor projecten die de emissie van broeikasgassen verlagen maar waarop deze titel niet van toepassing is. Deze regels voldoen aan genoemde uitvoeringsmaatregelen.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
##### Artikel 16.34a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, dertiende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de lijst van bedrijfstakken of deeltakken die geacht worden te zijn blootgesteld aan een significant risico op het weglekeffect, aanpast, en het bedrijfstakken of deeltakken betreft die in Nederland zijn gevestigd, wijzigt Onze Minister een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste en dertiende lid, van die richtlijn heeft vastgesteld. De [artikelen 16.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34b
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. indien de werking van een broeikasgasinstallatie geheel wordt beëindigd, tenzij de vergunninghouder ten genoegen van Onze Minister aantoont dat de productie binnen een concrete en redelijke termijn zal worden hervat,
- b. indien de werking van een broeikasgasinstallatie tijdelijk wordt beëindigd,
- c. indien de werking van een broeikasgasinstallatie gedeeltelijk wordt beëindigd,
- d. indien de capaciteit van een broeikasgasinstallatie aanzienlijk wordt verminderd, of
- e. indien de omstandigheid, bedoeld onder c, geheel of gedeeltelijk heeft opgehouden te bestaan.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt de werking van een broeikasgasinstallatie geacht geheel beëindigd te zijn indien de vergunning, bedoeld in [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), voor de betrokken inrichting is ingetrokken of indien de broeikasgasinstallatie technisch gezien niet meer kan werken of in werking kan worden gesteld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
4. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34c
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan tevens worden gewijzigd of ingetrokken, indien:
- a. degene die de inrichting drijft, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid, of
- b. het besluit anderszins onjuist was en degene die de inrichting drijft, dit wist of behoorde te weten.
2. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de betrokken inrichting worden gewijzigd indien acht jaren zijn verstreken sedert de dag waarop het besluit is bekendgemaakt.
##### Artikel 16.34d
Bij intrekking of wijziging op grond van [artikel 16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [artikel 16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2017-05-01&g=2017-05-01) kan worden bepaald dat de intrekking of wijziging terugwerkt tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 16.34e
Op de voorbereiding van een krachtens [artikel 16.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2017-05-01&g=2017-05-01) of [16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2017-05-01&g=2017-05-01) genomen besluit, voor zover een dergelijk besluit strekt tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit, zijn [artikel 16.30, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van deze wet en [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
##### Artikel 16.39sa
De [artikelen 16.35a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35a&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [16.35b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35b&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
##### Artikel 16.47a
Vervallen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 18.2j
Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde verplichtingen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-10-01&g=2012-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-10-01&g=2012-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-10-01&g=2012-10-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.5
### Voorschrift 4.6
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.6
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.2a
1. Deze afdeling is, met uitzondering van [paragraaf 16.2.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), mede van toepassing op het transport van CO2 (CCS).
2. Voor de toepassing van deze afdeling op het transport van CO2 (CCS) wordt onder «degene die de inrichting drijft» verstaan: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de transportactiviteit verricht of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van die activiteit is overgedragen.
##### Artikel 16.2b
1. De artikelen [16.24 tot en met 16.30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-05-01&g=2017-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing op inrichtingen die op grond van artikel 27, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten zijn uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten.
2. Het eerste lid geldt met ingang van 1 januari van het eerste kalenderjaar van de betrokken handelsperiode.
3. Indien een inrichting op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de door die inrichting veroorzaakte emissies de in artikel 27, eerste lid, van die richtlijn opgenomen hoeveelheid overschrijden, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op die inrichting van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de inrichting niet meer voldoet aan de voorwaarden voor uitsluiting. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de inrichting niet meer aan bedoelde voorwaarden voldoet.
4. Indien een inrichting op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de maatregelen die een gelijkwaardige bijdrage leveren tot emissiereductie, niet langer van toepassing zijn, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-05-01&g=2017-05-01), op die inrichting van toepassing met ingang van de dag volgend op de dag waarop bedoelde maatregelen zijn vervallen. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin bedoelde maatregelen zijn vervallen.
##### Artikel 16.4a
1. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid emissierechten en de toewijzing daarvan en met de bewaking, rapportage en verificatie van emissies onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt.
2. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.35a
1. Op verzoek van degene die een inrichting drijft, verleent het bestuur van de emissieautoriteit broeikasgasemissierechten die geldig zijn met ingang van 1 januari 2013 ter vervanging van emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties die zijn verleend ten behoeve van:
- a. voor 1 januari 2013 gerealiseerde emissiereducties uit projectactiviteiten in het kader van het mechanisme van gemeenschappelijke uitvoering, bedoeld in artikel 6 van het Protocol van Kyoto, onderscheidenlijk het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van genoemd protocol;
- b. op of na 1 januari 2013 gerealiseerde emissiereducties uit projectactiviteiten als bedoeld onder a die voor die datum zijn geregistreerd.
2. Op verzoek van degene die een inrichting drijft, verleent het bestuur van de emissieautoriteit broeikasgasemissierechten die geldig zijn met ingang van 1 januari 2013 ter vervanging van gecertificeerde emissiereducties die zijn verleend voor emissiereducties uit projectactiviteiten in het kader van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, die op of na 1 januari 2013 zijn geregistreerd in een land dat ten tijde van die registratie was opgenomen op de vanwege de Verenigde Naties uitgegeven lijst van minst ontwikkelde landen.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op projectactiviteiten voor:
- a. het opwekken van elektriciteit door het vrijmaken van kernenergie;
- b. landgebruik, verandering in het landgebruik en bosbouwactiviteiten.
4. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing zolang het aantal emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties het percentage ten hoogste toegestaan gebruik dat voor de betrokken categorie inrichtingen is gespecificeerd in de overeenkomstig artikel 11bis, achtste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde maatregelen, niet overschrijdt.
5. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van toepassing tot 31 maart 2015.
6. Het tweede lid is van toepassing totdat het betrokken minst ontwikkelde land een op de betrokken emissiereducties betrekking hebbend verdrag met de Europese Unie heeft bekrachtigd, doch, indien voor 1 januari 2020 geen bekrachtiging heeft plaatsgevonden, uiterlijk tot 1 januari 2020.
7. Zodra een internationale overeenkomst over klimaatverandering tot stand is gekomen, is dit artikel uitsluitend van toepassing indien de betrokken derde staat die overeenkomst heeft bekrachtigd.
8. Bij de toepassing van dit artikel neemt het bestuur van de emissieautoriteit de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 11bis, negende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, in acht.
##### Artikel 16.35b
1. Op verzoek van degene die een inrichting drijft, verleent het bestuur van de emissieautoriteit broeikasgasemissierechten die geldig zijn met ingang van 1 januari 2013 ter vervanging van kredieten uit projecten of andere emissiereducerende activiteiten in derde staten als bedoeld in artikel 11bis, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
2. [Artikel 16.35a, vierde, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.35c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, terugvorderen van degene die de betrokken inrichting drijft. Indien degene die de inrichting drijft, onvoldoende broeikasgasemissierechten bezit, kan een met de waarde van die rechten corresponderend bedrag worden teruggevorderd.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de terug te vorderen broeikasgasemissierechten dan wel het met de waarde van die rechten corresponderende bedrag bij dwangbevel invorderen.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, verrekenen met de hoeveelheid voor degene die de inrichting drijft, te verlenen broeikasgasemissierechten voor de daarop volgende handelsperiode.
4. Terugvordering vindt niet plaats voor zover na de dag waarop het besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten is bekendgemaakt, acht jaren zijn verstreken.
5. Bij het bepalen van de waarde van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, wordt uitgegaan van de gemiddelde marktprijs van een dergelijk recht op het moment van terugvordering. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2013-04-25&g=2013-04-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2013-04-25&g=2013-04-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2013-04-25&g=2013-04-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-01-25&g=2014-01-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-01-25&g=2014-01-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-01-25&g=2014-01-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 3.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 5.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 17.5e
[Titel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) is van overeenkomstige toepassing op een niet onder die titel begrepen inbreuk op de voorschriften, verbonden aan een omgevingsvergunning of gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-05-01&g=2017-05-01), met betrekking tot activiteiten als bedoeld in richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L334), met dien verstande dat:
- a. in [artikel 17.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), in plaats van «om herhaling of de gevolgen van dat voorval te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken» wordt gelezen: om ervoor te zorgen dat op een zo kort mogelijke termijn weer aan de voorschriften wordt voldaan.
- b. voor de toepassing van deze titel alle overige verwijzingen in [titel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) naar een ongewoon voorval als verwijzingen gelden naar de in dit artikel bedoelde inbreuk.
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-11-01&g=2014-11-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-11-01&g=2014-11-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-11-01&g=2014-11-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.23a
1. De kosten van de commissie en het bureau worden gedekt uit door de commissie vast te stellen en in rekening te brengen tarieven voor de uit te brengen adviezen.
2. De in het eerste lid bedoelde tarieven hebben een rechtstreeks verband met de in dat lid bedoelde adviezen en belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten voor die adviezen.
3. De in het eerste lid bedoelde tarieven behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
4. De [artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=10:28) zijn van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring, bedoeld in het derde lid.
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
#### § 2.4. De provinciale milieucommissie
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.3. Het nationale milieuprogramma
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.5b. Het regionale milieuprogramma
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.3. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.12. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
#### Paragraaf 8.2
#### Paragraaf 8.3
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2014-11-01&g=2014-11-01)
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2014-11-01&g=2014-11-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 9.7.1. Algemeen
##### Artikel 9.7.1.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **benzine:** ongelode lichte olie als bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26);
- **biobrandstof:** biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **diesel:** gasolie als bedoeld in [artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26);
- **duurzaamheidssysteem:** vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie dat door de Europese Commissie is erkend;
- **energie-inhoud:** energie-inhoud als genoemd in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of indien niet opgenomen in die bijlage berekend volgens bij ministeriële regeling te stellen regels;
- **hernieuwbare brandstof:** energie voor vervoer die is:
- 1°. geen elektriciteit of biobrandstof,
- 2°. geproduceerd uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de richtlijn hernieuwbare energie, met behulp van energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in dat artikel;
- **hernieuwbare brandstofeenheid:** hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in [artikel 9.7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.3&artikel=9.7.3.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- **hernieuwbare energie vervoer:** energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de richtlijn hernieuwbare energie bestemd voor vervoer;
- **importeur:** onderneming die benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof invoert in Nederland, maar geen houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25) of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën als bedoeld in artikel 25 van die wet is;
- **inboeker:** onderneming die:
- 1°. houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25) is,
- 2°. geregistreerde geadresseerde als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25) is,
- 3°. importeur is, dan wel
- 4°. elektriciteit of gasvormige biobrandstof levert aan wegvoertuigen in Nederland;
- **inboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van hernieuwbare energie vervoer overeenkomstig [artikel 9.7.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01) mogelijk maakt;
- **jaarverplichting:** aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat de leverancier tot eindverbruik is verschuldigd op grond van [artikel 9.7.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- **jaarverplichtingfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die een leverancier tot eindverbruik ingevolge [artikel 9.7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01) heeft om aan zijn jaarverplichting te voldoen;
- **leverancier tot eindverbruik:** houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25), of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën als bedoeld in artikel 25 van die wet, die benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof levert tot eindverbruik, of importeur;
- **leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer:** leveren tot eindverbruik dan wel leveren aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a);
- **leveren tot eindverbruik:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2);
- **onderneming:** onderneming als bedoeld in [artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5);
- **overboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
- **register:** register hernieuwbare energie vervoer als bedoeld in [artikel 9.7.5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- **richtlijn hernieuwbare energie:** richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging van en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
- **vervoer:** alle vormen van transport over de weg, het spoor, het water en door de lucht binnen Nederland.
##### Artikel 9.7.1.2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.
##### Artikel 9.7.1.3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van deze titel beperkingen worden gesteld aan het gebruik van biobrandstoffen waarvan de energie-inhoud op grond van de richtlijn hernieuwbare energie enkelvoudig telt.
##### Artikel 9.7.1.4
De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
##### Artikel 9.7.2.1
De leverancier tot eindverbruik is in enig kalenderjaar het aantal hernieuwbare brandstofeenheden verschuldigd dat overeenkomt met het bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen gedeelte van de energie-inhoud van de door hem in het direct aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof.
##### Artikel 9.7.2.2
De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register.
##### Artikel 9.7.2.3
1. De leverancier tot eindverbruik voert voor 1 maart van enig kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register de door hem in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof in.
2. Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde hoeveelheid tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
##### Artikel 9.7.2.4
1. Indien een leverancier tot eindverbruik de door hem in enig kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof niet voor 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening kan het bestuur van de emissieautoriteit die hoeveelheid ambtshalve vaststellen.
2. Indien een leverancier tot eindverbruik de door hem in enig kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening kan het bestuur van de emissieautoriteit tot vijf jaar na dat kalenderjaar de juiste hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof ambtshalve vaststellen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.7.2.5
1. Op 1 april van enig kalenderjaar:
- a. heeft de leverancier tot eindverbruik ten minste het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
- b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier tot eindverbruik het aantal hernieuwbare brandstofeenheden af,
dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting.
2. Indien toepassing van [artikel 9.7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), leidt tot een verhoging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar schrijft het bestuur van de emissieautoriteit het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de leverancier tot eindverbruik.
3. Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of tweede lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan.
##### Artikel 9.7.3.1
Een hernieuwbare brandstofeenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één gigajoule hernieuwbare energie vervoer.
##### Artikel 9.7.3.2
Een hernieuwbare brandstofeenheid kan uitsluitend in het register gehouden worden.
##### Artikel 9.7.3.3
1. Een hernieuwbare brandstofeenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
2. Een hernieuwbare brandstofeenheid is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 9.7.3.4
Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden kan niet leiden tot een aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening dat minder is dan nul.
##### Artikel 9.7.3.5
1. De voor overdracht van een hernieuwbare brandstofeenheid vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van de hernieuwbare brandstofeenheid van de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid overdraagt, en
- b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.
##### Artikel 9.7.3.6
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.
##### Artikel 9.7.3.7
1. In afwijking van [artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=228) kan op een hernieuwbare brandstofeenheid geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een hernieuwbare brandstofeenheid kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
3. Een hernieuwbare brandstofeenheid is niet vatbaar voor beslag.
#### § 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
##### Artikel 9.7.4.1
1. Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem aan:
- a. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- b. vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of
- d. wegvoertuigen in Nederland geleverde elektriciteit.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker van gasvormige biobrandstof of elektriciteit.
##### Artikel 9.7.4.2
De in te boeken vloeibare biobrandstof:
- a. voldoet aan de eisen, gesteld krachtens[artikel 9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en
- b. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt voor vervoer op een locatie die voor die vloeibare biobrandstof is gecertificeerd of geverifieerd volgens de eisen van het door de inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem.
##### Artikel 9.7.4.3
De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan de eisen, gesteld:
- a. krachtens [artikel 9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en
- b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
##### Artikel 9.7.4.4
1. De in te boeken vloeibare hernieuwbare brandstof voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
2. De inboeker die een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die brandstof voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
4. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.5
1. Bij ministeriële regeling:
- a. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer;
- b. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan de [artikelen 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en [9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01);
- c. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald;
- d. kunnen nadere regels worden gesteld voor het inboeken van vloeibare hernieuwbare brandstof.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
##### Artikel 9.7.4.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule energie-inhoud hernieuwbare energie vervoer die is ingeboekt in het register één hernieuwbare brandstofeenheid bij op de rekening van de inboeker.
2. De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie vervoer wordt naar beneden afgerond op één gigajoule.
3. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij die ministeriële regeling vastgestelde factor, van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit die is geleverd aan wegvoertuigen in Nederland.
4. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer hernieuwbare brandstoffeneenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt voor vervoer is geleverd.
##### Artikel 9.7.4.7
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden openbaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.8
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën biobrandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij of krachtens die maatregel vastgestelde factor.
2. De inboeker die een hoeveelheid biobrandstof als bedoeld in het eerste lid inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die biobrandstof voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid.
3. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
4. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.9
Voor hernieuwbare energie vervoer die tussen 1 januari en 1 april van enig kalenderjaar wordt geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer, aan vervoer in Nederland respectievelijk aan wegvoertuigen in Nederland en ingeboekt in het register schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 april van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.
##### Artikel 9.7.4.10
Een hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt ingeboekt in het register is niet als duurzaam overgedragen en wordt niet nog een keer ingeboekt in het register.
##### Artikel 9.7.4.11
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van hernieuwbare brandstofeenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.12
1. De inboeker overlegt voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie vervoer aan de Nederlandse markt voor vervoer, aan vervoer in Nederland respectievelijk aan wegvoertuigen in Nederland heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing:
- a. de door hem ingeboekte hernieuwbare energie vervoer voldoet aan de bij of krachtens de [artikelen 9.7.4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.5, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [9.7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde eisen, en
- b. hij heeft voldaan aan de bij of krachtens de [artikelen 9.7.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-05-01&g=2017-05-01),[9.7.4.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [9.7.4.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), of [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01) gestelde eisen.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.13
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer of de verificatie, bedoeld in [artikel 9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kan het bestuur die hoeveelheid, de kenmerken van die hoeveelheid of de factor, bedoeld in [artikel 9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-05-01&g=2017-05-01), tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker teveel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer, wordt het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker teveel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
4. Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul wordt het tekort door de inboeker aangevuld voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan.
##### Artikel 9.7.4.14
1. De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker van vloeibare biobrandstof de aard en herkomst van de door die inboeker ingeboekte vloeibare biobrandstoffen alsmede het door die inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.5.1
1. Er is een elektronisch register hernieuwbare energie vervoer.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in [artikel 9.7.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01).
##### Artikel 9.7.5.2
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het register vaststellen.
##### Artikel 9.7.5.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de leverancier tot eindverbruik op diens naam een rekening met jaarverplichtingfaciliteit en met overboekfaciliteit.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een inboeker op diens naam een rekening met inboekfaciliteit en met overboekfaciliteit.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een andere onderneming dan die bedoeld in het eerste of tweede lid, die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, op diens naam een rekening met overboekfaciliteit.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een onderneming niet meer dan één rekening. Een rekening kan alle in het eerste en tweede lid genoemde faciliteiten omvatten.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
##### Artikel 9.7.5.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan indien het redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van fraude of misbruik of dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. weigeren een rekening te openen;
- b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
- c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening opheffen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.5.5
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening met overboekfaciliteit, inboekfaciliteit of jaarverplichtingfaciliteit een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
##### Artikel 9.7.5.6
1. Van het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op 1 april van enig kalenderjaar op de rekening van een leverancier tot eindverbruik nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), een inboeker of een onderneming als bedoeld in [artikel 9.7.5.3. derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid. Voor de leverancier tot eindverbruik, de inboeker of de onderneming, bedoeld in [artikel 9.7.5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2017-05-01&g=2017-05-01), kunnen verschillende regels worden vastgesteld.
3. De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.6.1
Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft overeenkomstig de[artikelen 9.7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01) en[9.7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.7&z=2017-05-01&g=2017-05-01), volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker of leverancier tot eindverbruik die geregistreerde als bedoeld in [artikel 1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926&artikel=1) was, voor de bij of krachtens die maatregel bepaalde hoeveelheid van de door die inboeker of leverancier tot eindverbruik in het direct aan de datum van inwerkingtreding van deze titel voorafgaande kalenderjaar geleverde hernieuwbare energie vervoer.
##### Artikel 9.7.6.2
De verplichtingen die voor geregistreerden als bedoeld in het [Besluit hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926) voortvloeien uit dat besluit of de [Regeling hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029954) blijven van toepassing voor het direct aan de datum van inwerkingtreding van deze titel voorafgaande kalenderjaar.
##### Artikel 9.7.6.3
1. Indien een leverancier tot eindverbruik die registratieplichtige als bedoeld in [artikel 1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926&artikel=1) was, naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit in enig kalenderjaar niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van [artikel 3, eerste lid, van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926&artikel=3), kan het bestuur tot vijf jaar na dat kalenderjaar het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met het aandeel van de verplichting waaraan de leverancier tot eindverbruik niet heeft voldaan, afschrijven van de rekening van die leverancier tot eindverbruik.
2. [Artikel 9.7.2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-05-01&g=2017-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
### Voorschrift 4.7
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 8.2
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### § 9. Richtwaarde voor arseen
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2017-05-01&g=2017-05-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 14.4d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 15.1
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.5. Tarief
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 13.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-16&g=2007-03-16), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-16&g=2007-03-16), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-16&g=2007-03-16), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.5
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-05-01&g=2017-05-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-03-30&g=2007-03-30), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
##### Artikel 12.12
1. Er is een openbaar register dat gegevens bevat over de externe veiligheid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de categorieën van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen aangewezen dan wel mede de gevallen waarover het register gegevens bevat inzake de externe veiligheid.
3. Het register wordt beheerd door een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die door de instantie, bedoeld in het derde lid, in het register worden opgenomen.
5. Bij of krachtens de in het vierde lid bedoelde maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de vorm, inrichting en de toegankelijkheid van het register en de wijze waarop het register wordt bijgehouden.
##### Artikel 12.13
1. Het bevoegd gezag is verplicht gegevens over externe veiligheid aan de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), te verstrekken, evenals de wijzigingen die in deze gegevens optreden.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het tijdstip waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dienen te worden verstrekt.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door het bevoegd gezag aan de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden verstrekt.
##### Artikel 12.14
1. Degene die een inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en voert de voor de totstandkoming van de gegevens benodigde berekeningen uit.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer aanbiedt en op degene aan wie een concessie voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur is verleend voor zover de hoofdspoorweg wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, met dien verstande dat geen gegevens hoeven te worden verstrekt voor zover voor de totstandkoming van de gegevens berekeningen moeten worden uitgevoerd.
3. Het eerste en tweede lid blijven buiten toepassing voor zover de gegevens reeds door het bevoegd gezag zijn verkregen of door het bevoegd gezag op grond van het vijfde lid kunnen worden verkregen.
4. Tot de ingevolge het eerste lid op verzoek van het bevoegd gezag te verstrekken gegevens behoren mede de berekeningen die aan de te verstrekken gegevens ten grondslag liggen.
5. Een bestuursorgaan dat beschikt over gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag die gegevens.
6. De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op het uitvoeren van nieuwe berekeningen in verband met de vaststelling van besluiten krachtens de [Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449) die betrekking hebben op het gebied dat van belang is voor de externe veiligheid, indien reeds eerder berekeningen ingevolge het eerste lid aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, dan wel anderszins bij dat gezag beschikbaar zijn.
7. Het verzoek om gegevens te verstrekken wordt schriftelijk gedaan en vermeldt een termijn van ten hoogste drie maanden waarbinnen aan het verzoek moet worden voldaan.
8. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de op grond van het eerste en tweede lid te verstrekken gegevens, en de wijze waarop deze aan het bevoegd gezag worden verstrekt.
##### Artikel 12.15
1. De instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst geschikt voor weergave in het register.
2. De instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het register niet voor een ieder toegankelijk dan nadat het bevoegd gezag met de door die instantie voorgestelde weergave heeft ingestemd. Het bevoegd gezag beslist hierover binnen vier weken na ontvangst van de voorgestelde weergave. Alvorens in te stemmen met de voorgestelde weergave zendt het bevoegd gezag ten minste twee weken voordat wordt ingestemd aan degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, een afschrift van de voorgestelde weergave.
##### Artikel 12.16
1. Op verzoek verstrekt de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een afschrift van in het register opgenomen gegevens over de externe veiligheid.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en wijze van het verstrekken door de instantie, bedoeld in [artikel 12.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het op verzoek vervaardigen van afschriften van in het register opgenomen gegevens. De vergoeding bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten.
##### Artikel 12.17
1. Een verzoek tot herstel van een fout in het register bevat de redenen voor dat verzoek en zo mogelijk de aan te brengen wijzigingen. Het verzoek wordt gericht tot het bevoegd gezag.
2. Uiterlijk binnen acht weken na de dag van ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist het bevoegd gezag op het verzoek. Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing mede aan de verzoeker en aan degene die de betreffende inrichting drijft onderscheidenlijk degene die de betreffende buisleiding gebruikt, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, waarop het verzoek tot herstel van een fout betrekking heeft.
3. Op de beslissing van het bevoegd gezag tot herstel van een fout is [artikel 12.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01)
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-30&g=2007-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-30&g=2007-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-30&g=2007-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 9.3.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
##### Artikel 9.3.2
1. Onze Minister is de bevoegde instantie, bedoeld in de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
2. Voor onderdelen van de verordening die betrekking hebben op beleid dat behoort tot de verantwoordelijkheid van een Onzer andere Ministers, wordt voor die onderdelen die minister als bevoegde instantie aangewezen. De aanwijzing geschiedt bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met die minister.
##### Artikel 9.3.3
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 5, 7, derde lid, 8, tweede lid, 9, vierde en zesde lid, 14, eerste, zesde en zevende lid, 31, eerste, tweede, derde, zevende en negende lid, 32, eerste en derde lid, 33, 34, 35, 37, vierde tot en met zevende lid, 38, eerste, derde en vierde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, derde en vierde lid, 50, vierde lid, 55, 56, eerste en tweede lid, 60, tiende lid, 65 en 67, eerste lid.
2. Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 6, eerste en derde lid, 7, eerste, tweede en vijfde lid, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste, derde en vierde lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 22, eerste, tweede en vierde lid, 24, tweede lid, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste en derde lid, 30, eerste, tweede, derde en vierde lid, 31, vijfde en achtste lid, 32, tweede lid, 36, 37, tweede en derde lid, 41, vierde lid, 46, tweede lid, 49, 50, tweede en derde lid, 61, eerste en derde lid, 63, derde lid, 66, eerste lid en 105.
3. Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 126 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
4. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Warenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969).
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-09-01&g=2007-09-01), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.7. Keuringen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
## Titel 16.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 17.6
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**activiteit:** beroepshalve of bedrijfsmatig verrichte activiteit, ongeacht het openbare of particuliere, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
**beschermde soorten:** soorten als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**degene die de activiteit verricht:** de natuurlijke persoon of de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die de activiteit verricht of heeft verricht, regelt of heeft geregeld, of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van de activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van de activiteit en de persoon die de activiteit laat of heeft laten registreren of er kennisgeving van doet of heeft gedaan;
**ecosysteemfuncties:** functies die natuurlijke rijkdommen vervullen ten behoeve van andere natuurlijke rijkdommen of het publiek;
**EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid:** richtlijn nr. 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PbEU L 143);
**herstelmaatregelen:** maatregelen of combinatie van maatregelen, met inbegrip van inperkende of tussentijdse maatregelen, gericht op herstel, rehabilitatie of vervanging van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties, of op het verschaffen van een gelijkwaardig alternatief voor rijkdommen of functies als bedoeld in bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**kosten:** kosten verbonden aan de toepassing van preventieve maatregelen of herstelmaatregelen, met inbegrip van ramingskosten van milieuschade, onmiddellijke dreiging van zulke schade en alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingskosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht;
**milieuschade:**
- 1°. elke vorm van schade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats die, gelet op de referentietoestand en de criteria van bijlage I bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid, aanmerkelijke negatieve effecten heeft op het bereiken of handhaven van de gunstige staat van instandhouding van deze soorten of habitats;
- 2°. elke vorm van schade aan wateren die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel, als omschreven in de kaderrichtlijn water, van de betrokken wateren, met uitzondering van de negatieve effecten waarop artikel 4, zevende lid, van die richtlijn van toepassing is;
- 3°. elke vorm van schade die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de milieutoestand van de betrokken maritieme wateren, als omschreven in richtlijn 2008/56/EG van het Europees parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PbEU 2008, L 164), voor zover bijzondere aspecten van de milieutoestand van het mariene milieu al niet in de kaderrichtlijn water worden behandeld;
- 4°. elke vorm van bodemverontreiniging die een aanmerkelijk risico inhoudt voor negatieve effecten op de menselijke gezondheid, waarbij direct of indirect op, in of onder de bodem, stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen gebracht zijn;
**milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan:** milieuschade of een voldoende waarschijnlijkheid dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen;
**natuurlijke habitats:** habitats van de soorten, natuurlijke habitats en voortplantings- of rustplaatsen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**natuurlijke regeneratie:**
- 1°. in het geval van schade aan wateren, beschermde soorten of natuurlijke habitats: de terugkeer van aangetaste natuurlijke rijkdommen en ecosysteemfuncties tot de referentietoestand;
- 2°. in geval van bodemverontreiniging: het verdwijnen van een aanmerkelijk gevaar van een nadelig effect op de menselijke gezondheid;
**natuurlijke rijkdommen:** beschermde soorten, natuurlijke habitats, wateren of bodem;
**preventieve maatregelen:** maatregelen naar aanleiding van een gebeurtenis, handeling of nalatigheid waardoor een onmiddellijke dreiging van milieuschade is ontstaan, teneinde die schade te voorkomen of tot een minimum te beperken;
**referentietoestand:** de toestand waarin de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties zich ten tijde van de schade zouden hebben bevonden indien zich geen milieuschade had voorgedaan, gereconstrueerd aan de hand van de beste beschikbare informatie;
**schade:** meetbare negatieve verandering in de natuurlijke rijkdommen of aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt;
**staat van instandhouding:** staat van instandhouding als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**wateren:** wateren waarop de kaderrichtlijn water van toepassing is.
2. In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt in deze titel en de daarop berustende bepalingen onder **emissie** verstaan: het als gevolg van menselijke activiteiten in het milieu brengen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen.
3. Een wijziging van een van de bijlagen bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid gaat voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
4. Onder schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats wordt voor de toepassing van deze titel mede begrepen schade aan deze soorten en habitats binnen de exclusieve economische zone.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-09-01&g=2007-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-09-01&g=2007-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-09-01&g=2007-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-17&g=2007-10-17), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.1
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
## Titel 16.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
##### Artikel 20.2a
In een rechterlijke procedure ten aanzien van een besluit, andere rechtshandeling of feitelijke handeling die strekt tot uitvoering van een overeenkomstig [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genomen besluit of toegepast wettelijk voorschrift, kunnen uitsluitend gevolgen voor de luchtkwaliteit worden aangevoerd voor zover deze redelijkerwijs niet in een eerdere rechterlijke procedure aan de orde zijn of hadden kunnen worden gesteld.
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-17&g=2007-10-17), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-17&g=2007-10-17), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-17&g=2007-10-17), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.4.1
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**CE-markering**: markering als bedoeld in besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de conformiteitbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) en bestaande uit het opschrift «CE» als weergegeven in bijlage III bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten;
**componenten en subeenheden**: onderdelen die bedoeld zijn om in een ingevolge een algemene maatregel van bestuur of een uitvoeringsmaatregel als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen energiegerelateerd product te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen, dan wel waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk van voornoemd product kunnen worden beoordeeld;
**conformiteitsverklaring**: document waarbij de fabrikant overeenkomstig bijlage VI bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten verklaart dat aan alle voor dat product relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt voldaan, onder verwijzing naar die uitvoeringsmaatregel;
**EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten**: richtlijn nr. 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking) (PbEU L 285);
**energiegerelateerd product**: product dat wanneer het op de markt is geïntroduceerd of in gebruik is genomen, een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in dat product te worden ingebouwd en die ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
**fabrikant**: degene die een energiegerelateerd product vervaardigt met het oog op het op de markt introduceren onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik;
**importeur**: in de Europese Gemeenschap gevestigde persoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een land buiten de Europese Unie op de markt introduceert;
**op de markt introduceren**: op de markt aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan, ongeacht de wijze waarop dat geschiedt;
**uitvoeringsmaatregel**: krachtens de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten goedgekeurde maatregel tot vaststelling van voorschriften voor een ecologisch ontwerp voor daarin aangegeven energiegerelateerde producten.
2. Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder **ecologisch ontwerp, ecologisch profiel, geharmoniseerde norm, materialen, milieuprestaties, productontwerp** onderscheidenlijk **verbetering van de milieuprestaties** verstaan hetgeen daaronder in artikel 2 van de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten wordt verstaan.
3. Bij het ontbreken van een fabrikant of importeur van een energiegerelateerd product wordt degene die dat energiegerelateerde product op de markt introduceert of in gebruik neemt, voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen als fabrikant aangemerkt.
4. Een wijziging van de in het tweede lid genoemde begrippen in de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten of van een bijlage bij die richtlijn waarnaar bij of krachtens deze titel wordt verwezen, gaat voor de toepassing van het bij of krachtens deze titel bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
##### Artikel 9.4.2
Een fabrikant kan een persoon schriftelijk machtigen om namens hem bij of krachtens deze titel geldende verplichtingen na te komen, mits deze gemachtigde binnen de Europese Gemeenschap is gevestigd.
##### Artikel 9.4.3
Deze titel is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.
##### Artikel 9.4.4
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van energie-efficiëntie en bescherming van het milieu met betrekking tot het ecologisch ontwerp van een categorie van energiegerelateerde producten en de verstrekking van daarmee verband houdende informatie over die producten aan de gebruikers regels worden gesteld.
2. Het is de fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden dat product op de markt te introduceren of in gebruik te nemen, indien met betrekking tot dat product niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
##### Artikel 9.4.5
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur draagt er zorg voor dat een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, alvorens dat product op de markt wordt geïntroduceerd of in gebruik wordt genomen, aan een conformiteitsbeoordeling wordt onderworpen, waarbij wordt getoetst of het voldoet aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de toetsing met betrekking tot dat product plaatsvindt.
2. De fabrikant maakt met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, een conformiteitsverklaring op en brengt een CE-markering op het product aan. De importeur draagt er zorg voor dat hij met betrekking tot een dergelijk product beschikt over de conformiteitsverklaring en dat op het product een CE-markering is aangebracht.
##### Artikel 9.4.6
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, bewaart na het in Nederland op de markt introduceren of in gebruik nemen van dat product de relevante documenten betreffende de conformiteitsbeoordeling, als bedoeld in [artikel 9.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en de daaromtrent afgegeven conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na beëindiging van de vervaardiging van dat product.
2. De fabrikant onderscheidenlijk importeur stelt de in het eerste lid bedoelde documenten binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van het bevoegd gezag, belast met het toezicht op de naleving van de wet, beschikbaar aan dat bevoegde gezag.
3. Fabrikanten van componenten en subeenheden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, worden verplicht aan de fabrikant onderscheidenlijk importeur van dat product daarbij aangegeven relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.
##### Artikel 9.4.7
1. Het is verboden op een energiegerelateerd product een markering aan te brengen, die de gebruikers van dat product kan misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.
2. Het is verboden een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat nog niet op de markt is geïntroduceerd en niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, te tonen of te demonstreren op handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen. Het verbod geldt niet indien duidelijk zichtbaar is aangegeven dat het product nog niet met die uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is en niet op de markt zal worden geïntroduceerd, zolang het product nog niet met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is.
##### Artikel 9.4.8
1. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat van een CE-markering is voorzien, wordt vermoed te voldoen aan de voor dat product bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
2. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor een geharmoniseerde norm is toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die norm betrekking heeft.
3. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor overeenkomstig verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PbEU L 27) de communautaire milieukeur is verleend, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voor zover de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
## Titel 10.1. Algemeen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-24&g=2007-10-24), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 12.3.3. PRTR
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
## Titel 15.1
### Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.3. PRTR
### Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-24&g=2007-10-24), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-24&g=2007-10-24), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-24&g=2007-10-24), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
##### Artikel 5.6
1. In afwijking van [titel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gelden ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht uitsluitend deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de op deze titel berustende bepalingen.
2. Deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de op deze titel berustende bepalingen zijn niet van toepassing op plaatsen als gedefinieerd in artikel 2 van de Richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (PbEG L 393), op welke plaatsen bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op de arbeidsplaats van toepassing zijn en waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben.
##### Artikel 5.7
1. In deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de op deze titel berustende bepalingen met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht wordt verstaan onder:
**acht-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**agglomeratie**: stedelijk gebied met ten minste 250 000 inwoners;
**alarmdrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het waarschuwen van de bevolking noodzakelijk is teneinde de risico’s voor de gezondheid van de mens ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**AOT40-waarde**: gesommeerd verschil tussen de uurgemiddelde concentraties van ozon boven 80 microgram per m3 en 80 microgram per m3 tussen 08.00 uur en 20.00 uur Midden-Europese-Tijd, over een bepaalde periode, uitgedrukt in (microgram per m3) • uur;
**autosnelweg**: autosnelweg als bedoeld in [artikel 1, onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004825&artikel=1);
**beoordelen van de luchtkwaliteit:** vaststellen van het kwaliteitsniveau en bepalen van de mate waarin een vastgesteld kwaliteitsniveau voldoet aan een grenswaarde, blootstellingsconcentratieverplichting, richtwaarde, plandrempel, alarmdrempel of informatiedrempel als bedoeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
**blootstellingsconcentratieverplichting:** een op grond van de gemiddelde blootstellingsindex bepaald kwaliteitsniveau met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen, waaraan binnen een bepaalde termijn moet worden voldaan;
**buitenlucht:** buitenlucht in de troposfeer;
**bijdragen van natuurlijke bronnen:** emissies van verontreinigende stoffen die niet direct of indirect zijn veroorzaakt door menselijke activiteiten, met inbegrip van natuurverschijnselen zoals vulkanische uitbarstingen, seismische activiteiten, geothermische activiteiten, bosbranden, stormen, zeezout als gevolg van verstuivend zeewater of de atmosferische opwerveling of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge regio’s;
**EG-richtlijn luchtkwaliteit:** richtlijn nr. 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEG L 152);
**gemiddelde blootstellingsindex:** gemiddeld kwaliteitsniveau dat overeenkomstig de [Regeling beoordeling luchtkwaliteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022817) wordt bepaald op basis van stedelijke achtergrondlocaties verspreid over het gehele Nederlandse grondgebied en dat de blootstelling van de bevolking weergeeft;
**grenswaarde**: kwaliteitsniveau met als doel schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, wanneer het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden;
**informatiedrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het informeren van de bevolking noodzakelijk is, teneinde de risico’s voor de gezondheid van bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**jaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, lood en benzeen en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10) en voor zwevende deeltjes (PM2,5);
**kwaliteitsniveau**: concentratie in de buitenlucht of de depositiesnelheid van een verontreinigende stof;
**luchtverontreiniging**: aanwezigheid in de buitenlucht van verontreinigende stoffen;
**plandrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan een planmatige aanpak van de luchtverontreiniging noodzakelijk is;
**richtwaarde**: kwaliteitsniveau dat is vastgesteld met het doel om schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat voor zover mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt;
**stikstofoxiden**: het totale aantal volumedelen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard volumedelen, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxide per m3;
**uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**vaststellen van het kwaliteitsniveau:** door middel van meting of berekening bepalen of prognosticeren van de concentratie van een verontreinigende stof in de buitenlucht of van de depositie van die stof;
**verontreinigende stof:** stof die zich in de lucht bevindt en die waarschijnlijk schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu als geheel heeft;
**vierentwintig-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over het tijdvak van 0.00 uur tot 24.00 uur Midden-Europese-Tijd, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10);
**winterhalfjaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties van 1 oktober tot en met 31 maart, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kilo Pascal;
**zone**: gedeelte van het Nederlandse grondgebied;
**zwevende deeltjes (PM10)**: in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aërodynamische diameter van 10 micrometer;
**zwevende deeltjes (PM2,5):** in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aerodynamische diameter van 2,5 micrometer.
2. In afwijking van [artikel 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt in deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de op deze titel berustende bepalingen onder **stoffen** verstaan: chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens worden voortgebracht.
##### Artikel 5.8
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2009/158.
1. Indien wijziging van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of de op deze titel berustende bepalingen wenselijk is ter uitvoering van een richtlijn van de Raad van de Europese Unie betreffende de kwaliteit van de buitenlucht, kan Onze Minister, gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, een tijdelijke regeling vaststellen, die voor zover daarbij is aangegeven in de plaats treedt van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of de op deze titel berustende bepalingen.
2. Binnen achttien maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van die regeling wordt een voorstel van wet van gelijke strekking aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
##### Artikel 5.9
1. Burgemeester en wethouders stellen in de in [bijlage 2, voorschrift 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangegeven gevallen waarin een plandrempel wordt overschreden een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke maatregelen voldaan zal worden aan de desbetreffende in de [bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde grenswaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Zij dragen zorg voor de uitvoering van het plan.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Gedeputeerde staten, Onze Minister, Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Verkeer en Waterstaat en andere bestuursorganen die maatregelen kunnen treffen leveren op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van een plan als bedoeld in het eerste lid. Daarbij geven de desbetreffende bestuursorganen in het plan gemotiveerd rekenschap van het al dan niet treffen van maatregelen. Omtrent het opstellen en uitvoeren van het plan bevorderen burgemeester en wethouders overleg met die bestuursorganen.
4. Voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de desbetreffende plandrempel, met inachtneming van de krachtens [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde regels, is vastgesteld en gerapporteerd, stellen burgemeester en wethouders gedeputeerde staten in kennis van een vastgesteld plan als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen plannen.
5. Burgemeester en wethouders rapporteren eenmaal in de drie jaar, voor 1 mei van het op die periode volgende jaar, aan gedeputeerde staten omtrent de voortgang van de uitvoering van een plan of plannen als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen voortgangsrapportages.
6. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat het plan, bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming is met een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 5.10
Vervallen
##### Artikel 5.11
1. Een plan als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bevat ten minste de gegevens, bedoeld in bijlage XV, deel A, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
2. Een wijziging van bijlage XV, deel A, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit geldt voor de toepassing van het eerste lid met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven en heeft geen betrekking op een vóór die dag vastgesteld plan, tenzij uit de desbetreffende wijziging anders volgt.
3. Voor gevallen waarin ingevolge [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor meer dan één stof een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt het betrokken bestuursorgaan zorg voor één plan voor de desbetreffende stoffen. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12
1. Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarde die op of na het daarbij behorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een programma vast dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Het programma heeft betrekking op een daarbij aan te geven periode van vijf jaar.
2. In het programma, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste genoemd of beschreven de gedurende de in dat lid bedoelde periode door een of meer bestuursorganen van het Rijk te treffen generieke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit en de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
3. Met betrekking tot één of meer in het programma, bedoeld in het eerste lid, aangewezen gebieden omvat het programma, na overleg met de betrokken bestuursorganen, tevens:
- a. een beschrijving van de in de buitenlucht aanwezige concentraties verontreinigende stoffen en de autonome ontwikkeling daarvan boven het desbetreffende gebied, op basis van de laatst beschikbare gegevens met betrekking tot die concentraties, alsmede een beschrijving van de oorzaken van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende grenswaarde;
- b. indien op het moment van vaststelling van het programma op één of meer plaatsen binnen een aangewezen gebied een geldende grenswaarde wordt overschreden: een overzicht van alle redelijkerwijs, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, door de betrokken bestuursorganen te treffen maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van beleid dat erop gericht is die grenswaarde te bereiken, de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit alsmede het tijdstip waarop die grenswaarde naar verwachting zal zijn bereikt;
- c. een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het desbetreffende gebied en van de besluiten die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen worden genomen en die in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een grenswaarde is opgenomen, op basis van de krachtens het zevende lid verstrekte gegevens, alsmede de effecten van die ontwikkelingen en besluiten op de luchtkwaliteit;
- d. een beschrijving van de door de bestuursorganen, die daartoe in het programma zijn aangewezen, te treffen overige maatregelen dan bedoeld onder b, die samenhangen met de onder c bedoelde ontwikkelingen of besluiten en die gericht zijn op het bereiken van de grenswaarde of grenswaarden in de betreffende gebieden, alsmede de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit;
- e. een prognose van de ontwikkeling van de onder a bedoelde concentraties, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, met dien verstande dat daarbij tevens wordt aangegeven hoeveel eerder als gevolg van de maatregelen, bedoeld onder b en d, en rekening houdend met de effecten van de verwachte ontwikkelingen en besluiten, bedoeld onder c, een grenswaarde in het betreffende gebied wordt bereikt dan overeenkomstig de autonome ontwikkeling, bedoeld onder a, naar verwachting het geval zou zijn.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoering van de onderdelen a tot en met e en van het vierde en zesde lid, met inbegrip van daarbij te hanteren uitgangspunten en criteria.
4. Bij het beschrijven van:
- a. de autonome ontwikkeling, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt mede in aanmerking genomen het gesommeerde effect van de uitoefening van bevoegdheden en de toepassing van wettelijke voorschriften die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen plaatsvinden en die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een grenswaarde is opgenomen;
- b. de effecten van de maatregelen, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen de effecten van sinds 1 januari 2005 ter verbetering van de luchtkwaliteit ingevoerde maatregelen mede in aanmerking worden genomen.
5. In een programma als bedoeld in het eerste lid worden geen besluiten als bedoeld in het derde lid, onder c, opgenomen, indien het aannemelijk is dat deze een overschrijding of verdere overschrijding van een geldende grenswaarde tot gevolg hebben op het tijdstip waarop, met toepassing van:
- a. uitstel als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit, van de tijdstippen waarop aan de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarden voor stikstofdioxide of benzeen moet worden voldaan,
- b. vrijstelling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit, van de verplichting om aan de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) te voldoen,
ingevolge die richtlijn aan de desbetreffende grenswaarde moet worden voldaan.
6. Het programma, bedoeld in het eerste lid, kan in delen worden vastgesteld, met dien verstande dat:
- a. alle onderscheiden delen binnen een tijdvak van ten hoogste dertien weken worden vastgesteld, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten, en
- b. met elkaar, vanwege de daarin opgenomen ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, samenhangende delen zoveel mogelijk tegelijkertijd worden vastgesteld.
7. Na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister verstrekken de desbetreffende bestuursorganen hem binnen een daarbij aangegeven termijn de daarbij gevraagde gegevens over de ontwikkelingen en besluiten, bedoeld in het derde lid, onder c, en de maatregelen, bedoeld in dat lid, onder b en d.
8. Op de voorbereiding van een programma als bedoeld in het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
9. De daartoe bevoegde bestuursorganen dragen zorg voor de tijdige uitvoering van de maatregelen die in het programma zijn genoemd of beschreven, met dien verstande dat maatregelen die onlosmakelijk verbonden zijn met de ontwikkelingen en besluiten als bedoeld in het derde lid, onder c, ten behoeve van deze ontwikkelingen en besluiten worden uitgevoerd.
10. Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het programma, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen indien naar zijn oordeel:
- a. uit de rapportages, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01), naar voren komt dat de in dat programma opgenomen gegevens omtrent de effecten op de luchtkwaliteit van in het programma genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, niet of niet langer in redelijkheid kunnen worden gehanteerd bij de uitoefening van de in [artikel 5.16, eerste lid, aanhef en onder c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), juncto het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde bevoegdheden en de toepassing van de daar bedoelde wettelijke voorschriften;
- b. het programma, de periode waarop het betrekking heeft of de daarin genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen om andere redenen wijziging behoeven.
Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing.
11. De in het negende lid bedoelde plicht tot tijdige uitvoering van maatregelen blijft van kracht totdat die uitvoering of verdere uitvoering naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, niet langer vereist is om een grenswaarde te bereiken of daaraan te blijven voldoen.
12. Binnen een gebied als bedoeld in het derde lid kunnen bestuursorganen die het aangaat, na een daartoe strekkende melding aan Onze Minister, een of meer in het programma genoemde of beschreven maatregelen, ontwikkelingen of besluiten wijzigen of vervangen, of een of meer maatregelen, ontwikkelingen of besluiten aan het programma toevoegen, indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die gewijzigde, vervangende of nieuwe maatregelen, ontwikkelingen of besluiten per saldo passen binnen of in elk geval niet in strijd zijn met het programma. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen, ontwikkelingen of besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen, ontwikkelingen of besluiten is en op welke termijn een maatregel wordt getroffen of een besluit genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met toepassing van de [artikelen 5.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de daarop berustende bepalingen aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
13. De bij de melding, bedoeld in het twaalfde lid, aangegeven wijziging of wijzigingen behoeven de instemming van Onze Minister. Onze Minister beslist hieromtrent binnen zes weken na ontvangst van de melding. De instemming is van rechtswege gegeven indien Onze Minister niet binnen de genoemde termijn een beslissing heeft genomen.
14. Binnen zes weken nadat een instemming als bedoeld in het dertiende lid is verkregen wordt door de betrokken bestuursorganen kennis gegeven van de bij de melding aangegeven wijziging of wijzingen en van de daarmee verleende instemming in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huis blad, dan wel op een andere geschikte wijze.
##### Artikel 5.13
1. Een of meerdere bestuursorganen gezamenlijk, niet zijnde bestuursorganen van het Rijk, kunnen een programma vaststellen dat gericht is op het bereiken van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarde in een bij dat programma aan te wijzen gebied, niet zijnde een krachtens [artikel 5.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen of aan te wijzen gebied, waar een grenswaarde wordt overschreden of dreigt te worden overschreden.
2. Bij de vaststelling van een programma op grond van het eerste lid wordt het krachtens [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vastgestelde programma in acht genomen.
3. [Artikel 5.12, derde en vierde lid en achtste tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de wijziging, bedoeld in het [tiende lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), plaatsvindt in overeenstemming met de andere betrokken bestuursorganen en dat de plicht tot melding, bedoeld in het [twaalfde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet van toepassing is.
4. Het programma wordt na vaststelling of wijziging toegezonden aan Onze Minister.
5. Indien voor een gebied als bedoeld in het eerste lid geen programma als bedoeld in dat lid wordt vastgesteld, treffen de betrokken bestuursorganen onverwijld de redelijkerwijs mogelijke maatregelen die er op gericht zijn de betreffende grenswaarde te bereiken. De [artikelen 5.12, negende en elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.14
De daartoe in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen bestuursorganen rapporteren jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister over de voortgang en uitvoering van een programma en de daarin opgenomen maatregelen, ontwikkelingen en besluiten, alsmede over de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
##### Artikel 5.15
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt afgestemd met andere bij of krachtens wettelijk voorschrift vast te stellen of vastgestelde plannen;
- b. de voorbereiding, vormgeving, inhoud en uitvoering van een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. de verslaglegging, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 5.16
1. Bestuursorganen maken bij de uitoefening van een in het tweede lid bedoelde bevoegdheid of toepassing van een daar bedoeld wettelijk voorschrift, welke uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, gebruik van een of meer van de volgende gronden en maken daarbij aannemelijk:
- a. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet leidt tot het overschrijden, of tot het op of na het tijdstip van ingang waarschijnlijk overschrijden, van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarde;
- b. dat, met inachtneming van het vijfde lid en de krachtens dat lid gestelde regels:
- 1°. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van die uitoefening of toepassing per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of
- 2°. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert;
- c. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een grenswaarde is opgenomen;
- d. dat een uitoefening dan wel toepassing is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een op grond van [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vastgesteld programma.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden of wettelijke voorschriften zijn de bevoegdheden en wettelijke voorschriften, bedoeld in:
- a. de [artikelen 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.10&artikel=7.35&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [7.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.12&artikel=7.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [8.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. de [artikelen 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.1), [3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.26) en [3.28 van de Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.28);
- d. [artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=9);
- e. [artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=9);
- f. [artikel 2 van de Interimwet stad-en-milieubenadering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019466&artikel=2);
- g. [artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.4), voor zover die bevoegdheid betrekking heeft op:
- 1°. activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder e, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1);
- 2°. activiteiten die op grond van [artikel 2.1, eerste lid, onder i, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1), bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover die activiteiten plaatsvinden binnen een inrichting en voor zover dat bij die maatregel is bepaald;
- 3°. gevallen waarin van het bestemmingsplan wordt afgeweken met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) of, voor zover daartoe aangewezen bij algemene maatregel van bestuur, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van die wet;
- h. [artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027431&artikel=2.3).
3. Bij de uitoefening van een bevoegdheid of toepassing van een wettelijk voorschrift als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c of d, gedurende de periode waar een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), betrekking op heeft, vindt met betrekking tot de effecten van de desbetreffende ontwikkeling of het desbetreffende besluit op de luchtkwaliteit geen afzonderlijke beoordeling van de luchtkwaliteit plaats voor een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarde voor die periode, noch voor enig jaar daarna.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het in betekenende mate bijdragen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, waaronder begrepen het aanwijzen van categorieën van gevallen die in ieder geval al dan niet in betekenende mate bijdragen in de daar bedoelde zin.
5. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, aanhef en sub 2, of onder c, voor zover het betreft de onlosmakelijk met een uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen:
- a. worden voor iedere stof afzonderlijk de positieve of negatieve effecten voor de luchtkwaliteit in beschouwing genomen;
- b. is er een functionele of geografische samenhang tussen enerzijds het gebied of de gebieden waarop de uitoefening van bevoegdheden of de toepassing van wettelijke voorschriften, bedoeld in dat lid, betrekking heeft, en anderzijds de maatregel of maatregelen die in verband met die uitoefening of toepassing wordt of worden genomen;
- c. worden maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof niet later dan gelijktijdig met de te compenseren activiteiten uitgevoerd, tenzij een gelijktijdige uitvoering een vermindering van de concentratie van die stof op de langere termijn in de weg staat of anderszins niet doelmatig is, en
- d. worden waarborgen getroffen opdat de maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
6. Buiten een periode als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of een in een programma als bedoeld in [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), opgenomen periode, blijft het eerste lid, aanhef en onder d, buiten toepassing, met dien verstande dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift met betrekking tot een ontwikkeling of voorgenomen besluit dat eerder was genoemd of beschreven in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), ook na het verstrijken van de desbetreffende periode mogelijk blijft.
##### Artikel 5.16a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift, bedoeld in [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in daarbij aangewezen categorieën van gevallen waarin een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarde op of na het tijdstip van ingang wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, en waarin de betreffende uitoefening of toepassing betrekking heeft op een bestaand of nieuw te bouwen bouwwerk in de zin van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181), op een zodanige wijze plaatsvindt dat deze niet leidt tot een toename van het aantal ter plaatse verblijvende personen met een verhoogde gevoeligheid voor de concentraties in de buitenlucht van een stof waar de betreffende grenswaarde betrekking op heeft.
2. Bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan dat lid, met inbegrip van het beperken van een categorie tot gevallen waarin niet wordt voldaan aan daarbij gestelde eisen met betrekking tot de locatie of afstand van een bouwwerk ten opzichte van een bron of bronnen van luchtverontreiniging.
##### Artikel 5.17
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bestuursorganen stellen alle nodige maatregelen vast, gericht op het voor zover mogelijk bereiken van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen richtwaarde binnen de daarvoor gestelde termijn. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van een plan of programma als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel van een ander plan of programma.
2. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de in dat lid bedoelde maatregelen, waartoe in elk geval behoren regels omtrent de aard van die maatregelen.
##### Artikel 5.18
1. De commissaris van de Koning doet van een overschrijding van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde alarmdrempel of informatiedrempel in zijn provincie zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek. Wanneer overschrijding van een informatiedrempel of alarmdrempel voorkomt in samenhang met overschrijding van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde grenswaarde voor een andere verontreinigende stof in de buitenlucht, doet de commissaris van de Koning tevens mededeling van laatstbedoelde overschrijding.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde mededeling en de daarbij aan het publiek te verstrekken gegevens alsmede met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 24 van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
3. [Artikel 48, derde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=48) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.19
1. Het beoordelen van de luchtkwaliteit vindt overeenkomstig de bij of krachtens deze paragraaf gestelde regels plaats in alle agglomeraties en zones, aangewezen krachtens [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.22&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. In afwijking van het eerste lid vindt op de volgende locaties geen beoordeling van de luchtkwaliteit plaats met betrekking tot luchtkwaliteitseisen voor de bescherming van de gezondheid van de mens, opgenomen in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01):
- a. locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is;
- b. terreinen waarop een of meer inrichtingen zijn gelegen, waar bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op arbeidsplaatsen als bedoeld in [artikel 5.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van toepassing zijn;
- c. de rijbaan van wegen en de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.
3. Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau worden bij het bepalen van de concentraties verontreinigende stoffen de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen, na afzonderlijk te zijn bepaald, meegerekend.
4. Bij het bepalen van de mate waarin een vastgesteld kwaliteitsniveau voldoet aan een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) opgenomen grenswaarde worden, indien dat kwaliteitsniveau hoger is dan die grenswaarde, de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen steeds in aftrek gebracht.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld indien noodzakelijk voor een juiste uitvoering van het eerste tot en met vierde lid.
##### Artikel 5.20
1. Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de op deze titel berustende bepalingen regels gesteld ten aanzien van het beoordelen van de luchtkwaliteit met betrekking tot de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde stoffen, waartoe in elk geval kunnen behoren regels omtrent:
- a. de voor beoordeling van de luchtkwaliteit verantwoordelijke bestuursorganen;
- b. de wijze waarop en de frequentie waarmee de luchtkwaliteit wordt beoordeeld, met inbegrip van de locaties waar de luchtkwaliteit wordt beoordeeld, en de te gebruiken gegevens;
- c. de wijze waarop en de frequentie waarmee het kwaliteitsniveau gemeten of berekend wordt;
- d. de wijze van bekostiging van de metingen en berekeningen;
- e. de wijze en het tijdstip waarop verslag wordt gedaan van beoordeling van de luchtkwaliteit en de in het verslag op te nemen gegevens;
- f. de wijze waarop het bereiken van de grenswaarden, bedoeld in de [artikelen 5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt vastgesteld;
- g. de wijze waarop de effecten van ontwikkelingen, besluiten en maatregelen als bedoeld in deze titel afzonderlijk en in samenhang worden bepaald en daarbij te gebruiken gegevens;
- h. de wijze waarop de autonome ontwikkeling als bedoeld in deze titel wordt bepaald.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat daarbij aangewezen regels van toepassing zijn dan wel buiten toepassing blijven in daarbij genoemde gevallen.
3. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gebruik van andere dan de daarin genoemde methoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit of voor het bepalen van effecten of het gebruik van andere dan daarin genoemde gegevens niet is toegestaan dan na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister.
4. De goedkeuring, bedoeld in het derde lid, kan worden onthouden of ingetrokken indien het gebruik van de betreffende methode of gegevens naar het oordeel van Onze Minister niet, of niet langer, leidt tot een voldoende nauwkeurige of betrouwbare beoordeling van de luchtkwaliteit of bepaling van effecten en daarvoor meer geschikte methoden of gegevens beschikbaar zijn.
5. Aan de goedkeuring kunnen voorwaarden of beperkingen worden verbonden. Deze kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.
##### Artikel 5.21
1. Onze Minister kan:
- a. de nauwkeurigheid van een meetmethode of een andere methode waarmee het kwaliteitsniveau of effecten gemeten of berekend wordt toetsen,
- b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen.
2. De door middel van de toetsing verkregen resultaten treden in de plaats van eerdere of anderszins verkregen resultaten.
3. Onze Minister maakt de in het tweede lid bedoelde resultaten kenbaar aan het desbetreffende bestuursorgaan.
##### Artikel 5.22
1. Onze Minister wijst voor de toepassing van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de op deze titel berustende bepalingen ten behoeve van de metingen en berekeningen van het kwaliteitsniveau zones, onderscheidenlijk agglomeraties, aan.
2. Onze Minister overweegt ten minste eenmaal in de vijf jaar in hoeverre de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, wijziging behoeft.
3. Onze Minister stelt op basis van de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, en de resultaten van de metingen en berekeningen, bedoeld in dat lid, lijsten vast als bedoeld in artikel 27 van de EG-richtlijn luchtkwaliteit en artikel 3 van richtlijn nr. 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (PbEG L 23).
##### Artikel 5.23
Vervallen
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
#### § 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
#### § 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2009-01-01&g=2009-01-01)
#### § 7.5. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.6a. Het plan
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
#### Paragraaf 8.2
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-11-15&g=2007-11-15), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 11.2.3. Actieplannen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### § 20.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-11-15&g=2007-11-15), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-11-15&g=2007-11-15), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-11-15&g=2007-11-15), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
### Voorschrift 7.1
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 8.2
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.40a
1. Indien bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een verplichting is opgenomen voor degene die de inrichting drijft, om daarbij aangegeven maatregelen te treffen, kan daarbij worden bepaald dat diegene in plaats daarvan andere maatregelen kan treffen, wanneer met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
2. Degene die de inrichting drijft dient een aanvraag in tot het kunnen treffen van andere maatregelen bij het bestuursorgaan, aangegeven bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, welke aanvraag gegevens bevat waaruit blijkt dat met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, beslist binnen acht weken over de gelijkwaardigheid van de andere maatregelen. Het bestuursorgaan kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.
4. Indien de maatregelen waarop de aanvraag betrekking heeft, direct verband houden met activiteiten waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend of die zijn toegestaan krachtens een omgevingsvergunning, wordt de beslissing op de aanvraag afgestemd op de betrokken aanvraag om een omgevingsvergunning, onderscheidenlijk de betrokken omgevingsvergunning.
##### Artikel 8.42a
Het bevoegd gezag kan voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een inrichting verbinden die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
##### Artikel 8.42b
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat bij provinciale of gemeentelijke verordening gestelde regels omtrent die onderwerpen van de bij of krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, in welke mate kan worden afgeweken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Op het stellen van provinciale of gemeentelijke regels als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
##### Artikel 10.29a
Een bestuursorgaan houdt er bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover die bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalwater, rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat in de navolgende voorkeursvolgorde:
- a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- c. afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater;
- d. huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in [artikel 3.4 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.4) getransporteerd;
- e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt;
- f. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en
- g. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in [artikel 3.4 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=3.4) wordt getransporteerd.
##### Artikel 10.32a
1. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat:
- a. bij het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels, en
- b. het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater binnen een in die verordening aangegeven termijn wordt beëindigd.
2. Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruikgemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd.
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Economische Zaken, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede beheerders als bedoeld in [artikel 1.1 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=1.1), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 11.2.1. Algemeen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2014-01-25&g=2014-01-25)
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.7. Keuringen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-01-01&g=2008-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-01-01&g=2008-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 6.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.1
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
##### Artikel 12.18
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**PRTR**: register inzake de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen als bedoeld in [artikel 12.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
**PRTR-protocol**: op 21 mei 2003 te Kiev tot stand gekomen Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, met Bijlagen (Trb. 2003, 153, en Trb. 2007, 95);
**PRTR-verslag**: verslag als bedoeld in [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
**verslagjaar**: kalenderjaar waarover ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR of [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een PRTR-verslag moet worden opgesteld.
##### Artikel 12.19
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin een of meer van de in bijlage I bij de EG-verordening PRTR genoemde activiteiten worden verricht in een mate die de ingevolge die bijlage van toepassing zijnde capaciteitsdrempelwaarde overschrijdt.
2. Onder inrichtingen als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
##### Artikel 12.20
1. Indien degene die een inrichting drijft, ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR met betrekking tot een kalenderjaar rapportageplichtig is, zendt hij uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar aan de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegde instantie langs elektronische weg een verslag bevattende de in artikel 5, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens.
2. Het PRTR-verslag voldoet aan de in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR genoemde kwaliteitseisen.
3. Het eerste verslagjaar is 2007.
##### Artikel 12.21
1. Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR en ingevolge deze titel wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een omgevingsvergunning of een vergunning als bedoeld in [artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken.
2. In afwijking van het eerste lid wordt Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen als bevoegde instantie voor inrichtingen waar activiteiten worden verricht als bedoeld in bijlage I, nummer 7, onder a, bij de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.22
De kwaliteitsbeoordeling van het PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, geschiedt uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
##### Artikel 12.23
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegde instantie kan uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat een PRTR-verslag niet voldoet aan de bij artikel 5, eerste of tweede lid, van de EG-verordening PRTR, de bij of krachtens [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van deze wet of de bij artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR gestelde eisen of niet is opgesteld met inachtneming van de bij artikel 5, derde of vierde lid, van de EG-verordening PRTR of de krachtens [artikel 12.29, aanhef en onder a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.5&artikel=12.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gestelde eisen.
2. De bevoegde instantie kan het afgeven van de in het eerste lid bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die de betrokken inrichting drijft.
3. De bevoegde instantie kan na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, na het tijdstip dat met toepassing van het tweede lid is vastgesteld, alsnog verklaren dat het PRTR-verslag niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen, indien:
- a. het verslag onjuiste of onvolledige gegevens bevat of
- b. het verslag anderszins onjuist was, en degene die het verslag heeft ingediend, dit wist of behoorde te weten.
4. De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, vervalt vijf jaren na afloop van het verslagjaar.
5. In gevallen waarin niet tijdig een PRTR-verslag is ingediend, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring inhoudt dat geen PRTR-verslag is ingediend en dat in plaats van 30 juni wordt gelezen: 30 september. Het tweede lid is niet van toepassing.
##### Artikel 12.24
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegde instanties verstrekken de in de [artikelen 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. op gegevens, opgenomen in een PRTR-verslag ten aanzien waarvan een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is afgegeven, en
- b. indien een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is afgegeven,
in welke gevallen de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip aan Onze Minister meldt dat een verklaring als bedoeld onder a onderscheidenlijk b is afgegeven.
3. De bevoegde instantie kan op verzoek van degene die de inrichting drijft, of ambtshalve bepalen dat bepaalde in een PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister worden verstrekt. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt ingediend gelijktijdig met het toezenden van het PRTR-verslag, doch uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar. Een ambtshalve bepaling als bedoeld in de eerste volzin vindt plaats uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, deelt de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid, tweede volzin, genoemde tijdstip aan Onze Minister mee:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
5. In afwijking van het eerste lid worden gegevens ten aanzien waarvan een verzoek als bedoeld in het derde lid is afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is niet van toepassing.
6. In afwijking van het tweede lid worden verklaringen als bedoeld in [artikel 12.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet eerder gemeld dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is niet van toepassing.
##### Artikel 12.25
1. Er is een register dat gegevens bevat over de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen.
2. Het PRTR is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.
3. Het PRTR wordt beheerd door Onze Minister.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de vorm en de inrichting van het PRTR.
##### Artikel 12.26
1. Het PRTR bevat de door de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegde instanties overeenkomstig [artikel 12.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aan Onze Minister verstrekte gegevens alsmede de overeenkomstig [artikel 12.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aan Onze Minister gemelde verklaringen.
2. Het PRTR bevat tevens gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen als bedoeld in artikel 2, negende lid, van het PRTR-protocol, voorzover die gegevens bij Onze Minister aanwezig zijn, die gegevens een voldoende mate van ruimtelijke detaillering bezitten en het opnemen van die gegevens in het PRTR in praktische zin mogelijk is. Indien in het PRTR gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen worden opgenomen, wordt tevens aangegeven met behulp van welke methode die gegevens zijn vergaard.
3. Indien een bevoegde instantie bepaalde gegevens met toepassing van [artikel 12.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet aan Onze Minister heeft verstrekt, wordt in het PRTR aangegeven:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
##### Artikel 12.27
1. Onze Minister maakt de in [artikel 12.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde gegevens per verslagjaar via het PRTR openbaar telkens uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de openbaarmaking met betrekking tot het verslagjaar 2007 uiterlijk op 30 juni 2009.
##### Artikel 12.28
Onze Minister is belast met de uitvoering van artikel 7, tweede lid, van de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.29
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de goede werking van het PRTR en ter uitvoering van de EG-verordening PRTR regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de voor de gegevensinzameling gebruikte methodiek, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de EG-verordening PRTR;
- b. de frequentie van informatievergaring, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de EG-verordening PRTR;
- c. de wijze waarop een PRTR-verslag moet worden opgesteld en de inhoud van een dergelijk verslag;
- d. de geheimhouding van gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.24, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [12.26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- e. de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, moet worden uitgevoerd, of
- f. de informatie die mag worden gebruikt om vast te stellen of een inrichting rapportageplichtig is op grond van [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 12.30
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5 van de EG-verordening PRTR.
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.9A. Rechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2h
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-04-01&g=2008-04-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 3.1
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
##### Artikel 13.12
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een ander land, en over het op die aanvraag te nemen besluit overleg plaatsvindt met bestuursorganen in het betrokken andere land, wordt dit overleg in de kennisgeving vermeld.
##### Artikel 13.13
1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die is gelegen in een ander land en die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in Nederland kan hebben, wordt de aanvraag met de daarop betrekking hebbende stukken door gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen bedoelde gevolgen zich kunnen voordoen, ter inzage gelegd.
2. [Artikel 3:12, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 11.2.1. Algemeen
#### § 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
## Titel 15.1
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
##### Artikel 17.5a
1. Indien zich een gebeurtenis voordoet, die gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van een afvalvoorziening, of indien bij controle- en monitoringsprocedures met betrekking tot die voorziening blijkt dat nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt degene die de afvalvoorziening drijft, dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 48 uur, aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor die inrichting te verlenen. [Artikel 17.2, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën van afvalvoorzieningen aangewezen, waarop ingevolge artikel 2, derde lid, van de richtlijn beheer winningsafval deze titel niet van toepassing is.
##### Artikel 17.5b
Indien de situatie, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, voert degene die de afvalvoorziening drijft, onmiddellijk het voor die afvalvoorziening voorgeschreven interne noodplan uit.
##### Artikel 17.5c
1. Het bevoegd gezag kan instructies geven met betrekking tot het treffen van de nodige preventieve of herstelmaatregelen.
2. Degene die de afvalvoorziening drijft, volgt de in het eerste lid bedoelde instructies op en draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen.
3. Het bevoegd gezag kan zelf elke nodige preventieve of herstelmaatregel treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking.
5. In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteiten verricht.
Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
6. [Artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.5d
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten afvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten afvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 2.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 9.2.1. Algemeen
##### Artikel 9.2.1.1
Deze titel en de daarop berustende bepalingen zijn, met uitzondering van de regels die uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, niet van toepassing op voedingsmiddelen, genotmiddelen en diervoeders.
##### Artikel 9.2.1.2
Een ieder die beroepshalve een stof, mengsel of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door zijn handelingen met die stof of dat mengsel of organisme gevaren kunnen optreden voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevaren zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
##### Artikel 9.2.1.3
1. Een ieder die beroepshalve een stof, mengsel of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens over die stof of dat mengsel of organisme waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens.
##### Artikel 9.2.1.4
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat degene die beroepshalve stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt of verwerkt, in daarbij aangegeven categorieën van gevallen een administratie bijhoudt van de hoeveelheden die hij daarvan heeft vervaardigd, in Nederland heeft ingevoerd, heeft toegepast, bewerkt of verwerkt of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.
2. Bij of krachtens de maatregel worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de administratie wordt bijgehouden en kunnen andere gegevens worden aangewezen die in de administratie dienen te worden opgenomen.
##### Artikel 9.2.1.5
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de in [artikel 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) , [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichtingen.
2. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging ontheffing worden verleend van de bij of krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verboden en verplichtingen.
3. Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu.
4. De voordracht voor een besluit krachtens het eerste of tweede lid wordt Ons niet gedaan dan op verzoek van Onze Minister van Defensie.
#### § 9.2.2. Maatregelen
##### Artikel 9.2.2.1
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien een redelijk vermoeden is gerezen dat door handelingen met stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of voor het milieu zullen ontstaan, regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, bewerken, verwerken, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren, uitvoeren en zich ontdoen van deze stoffen, mengsels of organismen.
2. Hiertoe kunnen behoren regels, inhoudende:
- a. een verbod een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen;
- b. een verbod een zodanige handeling te verrichten op een bij de maatregel aangegeven wijze, voor daarbij aangegeven doeleinden, op daarbij aangegeven plaatsen of onder daarbij aangegeven omstandigheden;
- c. een verbod een handeling als onder a of b bedoeld te verrichten zonder daartoe verleende vergunning;
- d. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien met betrekking tot de stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan;
- e. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien bij degene die die handeling verricht, niet de bij de maatregel aangegeven deskundigheid aanwezig is;
- f. een verbod een zodanige handeling te verrichten met betrekking tot producten, indien deze daarbij aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen bevatten, of indien deze zodanige stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen bevatten in grotere dan daarbij aangegeven hoeveelheden;
- g. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen of mengsels toe te passen in producten die niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht aan de hand van de bij de maatregel daartoe vastgestelde regels, is goedgekeurd;
- h. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen ter beschikking te stellen aan een daarbij aangewezen categorie van personen;
- i. een verplichting een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, mengsels of organismen voorkomen, of een voornemen tot het verrichten van die handelingen, te melden op een daarbij aangegeven wijze aan een daarbij aangewezen bestuursorgaan onder overlegging van daarbij aangegeven gegevens;
- j. een verplichting met betrekking tot zodanige handelingen volgens bij de maatregel gestelde regels controleonderzoeken te verrichten en de resultaten van die onderzoeken op de bij de maatregel aangegeven wijze aan Onze Minister over te leggen;
- k. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen of mengsels voorkomen, na toepassing terug te zenden aan degene die de stoffen, mengsels of producten ter beschikking heeft gesteld;
- l. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, mengsels of organismen voorkomen, af te geven aan daarbij aangewezen personen of instellingen;
- m. een verplichting voor degenen die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, mengsels of organismen voorkomen, vervaardigen, in Nederland invoeren of aan een ander ter beschikking stellen, voor daarbij aangewezen personen of instellingen die krachtens hoofdstuk 10 bevoegd zijn tot of vergunning hebben voor het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel voor bij de maatregel aangewezen bestuursorganen, om die stoffen, mengsels, organismen of producten in te zamelen.
3. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.2.2.2
Een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
##### Artikel 9.2.2.3
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden tevens bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld betreffende het ter zake bevoegde gezag, de wijze waarop de aanvraag om een vergunning geschiedt, en de gegevens die van de aanvrager kunnen worden verlangd.
2. De vergunning kan slechts worden geweigerd:
- a. in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu;
- b. indien de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt, of
- c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), indien dat bij de maatregel is bepaald.
3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onder b, of het zesde lid, aanhef en onder b, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8), om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9) worden gevraagd.
4. Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
5. Een vergunning kan in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu voorschriften worden verbonden. Deze kunnen, voorzover bij de maatregel niet anders is bepaald, de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij het voorschrift zijn aangewezen, in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
6. Onverminderd [artikel 5.19, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.19) kan een vergunning worden ingetrokken:
- a. indien de handeling aanmerkelijk gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of voor het milieu en wijziging of aanvulling van de aan de vergunning verbonden voorschriften redelijkerwijs geen oplossing kan bieden;
- b. indien de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt, of
- c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), indien dat bij de maatregel is bepaald.
7. Voor zover bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, kan de vergunning in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu worden gewijzigd.
8. Op de voorbereiding van een intrekking of wijziging als bedoeld in het zesde lid, respectievelijk het zevende lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing, tenzij uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt.
##### Artikel 9.2.2.4
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wijst Onze Minister de instantie aan, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een zodanige keuring plaatsheeft en de gronden waarop de in de eerste volzin bedoelde aanwijzing kan worden ingetrokken dan wel gewijzigd.
2. Indien ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en het verdrag of besluit van die volkenrechtelijke organisatie niet verplicht tot aanwijzing van een instantie als bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking van het eerste lid geen verplichting tot aanwijzing van een instantie.
##### Artikel 9.2.2.5
Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan tevens worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, mengsels, genetisch gemodificeerde organismen of producten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, mengsels, organismen of producten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die deze stoffen, mengsels, organismen of producten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.
##### Artikel 9.2.2.6
1. Indien de verwachte of gebleken effecten van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen op de gezondheid van de mens of op het milieu het stellen van regels als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk maken en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur krachtens dat artikel niet kan worden afgewacht, kan hij een besluit nemen van de in dat lid bedoelde strekking. Onze Minister neemt een zodanig besluit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich daartegen naar zijn oordeel verzet. De [artikelen 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
##### Artikel 9.2.2.7
1. Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen de voorschriften worden verbonden, die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk zijn.
3. Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld eerste lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing.
4. Een ontheffing kan door Onze Minister worden gewijzigd of ingetrokken, indien dat in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk is.
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
##### Artikel 9.2.3.1
Vervallen
##### Artikel 9.2.3.2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van producten waarin bepaalde stoffen of mengsels voorkomen.
##### Artikel 9.2.3.3
1. De verpakking en sluiting die een genetisch gemodificeerd organisme rechtstreeks omsluiten, zijn:
- a. zodanig dat ongewild verlies van de inhoud niet kan plaatsvinden,
- b. vervaardigd van materiaal dat niet door het organisme kan worden aangetast, noch hiermee een gevaarlijke reactie kan aangaan of een gevaarlijke verbinding kan vormen, en
- c. zodanig dat zij niet kunnen losraken en tegen normale behandeling bestand zijn.
2. Indien de verpakking is voorzien van een sluiting die meermalen kan worden gebruikt, zijn de verpakking en sluiting zodanig dat de verpakking meermalen opnieuw kan worden afgesloten zonder dat ongewild verlies van de inhoud plaatsvindt.
3. In afwijking van het eerste lid, onder a, mogen aan de verpakking, indien nodig, een of meer ontluchtingsventielen of andersoortige veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de verpakking en sluiting regels worden gesteld. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden voor daarbij aangewezen genetisch gemodificeerde organismen of categorieën daarvan of in daarbij aangewezen gevallen.
##### Artikel 9.2.3.4
Het aanduiden van een genetisch gemodificeerd organisme op een wijze die misleidend is ten aanzien van de effecten daarvan op de gezondheid van de mens of op het milieu of ten aanzien van het krachtens [artikel 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde, is verboden.
##### Artikel 9.2.3.5
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangewezen gevallen de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn:
- a. ter uitvoering van een krachtens het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Unie tot stand gekomen bindende regeling of
- b. indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01) geregelde onderwerpen.
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 12.3.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
##### Artikel 17.7
Deze titel is van toepassing op:
- a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door activiteiten als bedoeld in bijlage III bij de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
- b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door een andere activiteit dan bedoeld onder a, indien degene die de activiteit verricht schuld of nalatigheid kan worden verweten.
##### Artikel 17.8
In afwijking van [artikel 17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is deze titel niet van toepassing op:
- a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan ten gevolge van:
- 1°. een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog of oproer;
- 2°. een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is;
- 3°. een gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage IV bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen, waaraan Nederland gebonden is;
- 4°. nucleaire risico’s of een activiteit waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is;
- 5°. een activiteit of gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage V bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen;
- 6°. een activiteit die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dient, of
- 7°. een activiteit die uitsluitend tot doel heeft bescherming te bieden tegen natuurrampen;
- b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats bestaande uit de vooraf vastgestelde negatieve effecten van activiteiten waarvoor door het bevoegd gezag vergunning is verleend:
- 1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, of,
- 2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten of habitats, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens [artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=3.10);
- c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis:
- 1°. die voor 30 april 2007 heeft plaatsgevonden,
- 2°. die na 30 april 2007 heeft plaatsgevonden, indien de schade het gevolg is van een specifieke activiteit die heeft plaatsgevonden en is beëindigd voor die datum, of
- 3°. die meer dan 30 jaar geleden heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 17.9
1. Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht binnen een inrichting of in het kader van het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting, is het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen, dan wel het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), het bevoegd gezag.
2. In afwijking van het eerste lid is het bevoegd gezag, indien de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan geheel of in hoofdzaak betrekking heeft op wateren, het bestuursorgaan waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
3. Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht buiten een inrichting is het bevoegd gezag voor zover de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan betrekking heeft op:
- a. de bodem: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 95, derde en vierde lid, van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=95);
- b. beschermde soorten: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 7.2 van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=7.2);
- c. natuurlijke habitats: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 2.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in samenhang met [artikel 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=1.3), of [7.2 van de Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552&artikel=7.2);
- d. wateren: het bestuursorgaan, waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
4. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is Onze Minister het bevoegd gezag, indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, betrekking heeft op genetisch gemodificeerde organismen.
5. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, of bij of krachtens deze of een andere wet aan een ander bestuursorgaan bevoegdheden zijn toegekend, wordt tussen deze bestuursorganen tijdig overleg gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten of de te treffen maatregelen te bevorderen. De bestuursorganen stemmen onderling af welk orgaan zich met de coördinatie belast.
6. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 17.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.15&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.
7. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan bij of krachtens deze of een andere wet aan het bevoegd gezag bevoegdheden zijn toegekend, geeft het bevoegd gezag onverminderd die bevoegdheden toepassing aan deze titel en draagt het er zorg voor dat, voor zover het ook uitvoering geeft aan bedoelde bevoegdheden, er geen strijd ontstaat met het bepaalde bij of krachtens deze titel.
##### Artikel 17.10
1. Het bevoegd gezag kan degene die een activiteit verricht, waardoor zich milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan voordoet:
- a. verplichten informatie te verstrekken over een onmiddellijke dreiging van milieuschade of in gevallen waarin een dergelijke dreiging vermoed wordt;
- b. verplichten aanvullende gegevens te verstrekken over elke milieuschade die zich heeft voorgedaan;
- c. verplichten de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen;
- d. instructies geven met betrekking tot de maatregelen, bedoeld onder c.
2. Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in [artikel 17.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
3. Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder c, of tweede lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 17.11
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de activiteit wordt verricht of waar de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan zich voordoet, is verplicht te gedogen dat preventieve of herstelmaatregelen als bedoeld in deze titel worden getroffen, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
##### Artikel 17.12
1. Indien door een activiteit een onmiddellijke dreiging van milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige preventieve maatregelen.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. Wanneer de onmiddellijke dreiging van milieuschade ondanks de in het eerste lid bedoelde preventieve maatregelen niet is beëindigd, verstrekt degene die de activiteit verricht aanvullende informatie over de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
4. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen.
5. Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen, respectievelijk advies uit te brengen over het ontwerp van het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.
6. Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing, bedoeld in het vierde lid, de naar voren gebrachte zienswijzen en houdt bij die beslissing rekening met de uitgebrachte adviezen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 17.13
1. Indien door een activiteit milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht elke haalbare maatregel om de betrokken verontreinigende stoffen of andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen, teneinde verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies te voorkomen of te beperken.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede in het geval de milieuschade zich voordoet of kan voordoen buiten de grenzen van Nederland Onze Minister.
4. Onze Minister informeert na ontvangst van de informatie als bedoeld in het derde lid de regering van het betrokken land of een door die regering aan te wijzen autoriteit of instantie.
5. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. [Artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. Degene die de activiteit verricht, stelt in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid potentiële herstelmaatregelen vast en legt die aan het bevoegd gezag ter instemming voor.
##### Artikel 17.14
1. Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. [Artikel 17.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. [Artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.
4. Indien zich meerdere gevallen van milieuschade voordoen en de nodige herstelmaatregelen niet gelijktijdig kunnen worden getroffen, beslist het bevoegd gezag welke schade het eerst wordt hersteld.
5. Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is [artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.15
1. Belanghebbenden, alsmede de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het bevoegd gezag verzoeken een beschikking tot het treffen van maatregelen als bedoeld in [artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), te geven.
2. Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01). De [artikelen 121 tot en met 121f van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=121) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.16
1. Degene die de activiteit verricht waardoor milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen, tenzij hij bewijst dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan:
- a. ondanks door hem getroffen passende veiligheidsmaatregelen door een derde is veroorzaakt, of
- b. het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een bestuursorgaan, niet zijnde een opdracht of instructie naar aanleiding van een emissie of gebeurtenis die door hemzelf is veroorzaakt.
2. In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
3. Het bevoegd gezag kan afzien van kostenverhaal indien:
- a. de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag, of
- b. niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht.
4. Terzake van herstelmaatregelen die uit hoofde van deze titel zijn genomen, kan het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk afzien van kostenverhaal, voor zover deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van degene die de activiteit verricht behoren te komen, indien degene die de activiteit verricht, bewijst dat
- a. hij niet in gebreke of nalatig is geweest, en
- b. de schade is veroorzaakt door een activiteit, emissie of gebeurtenis, die op het tijdstip dat deze plaatsvond:
- 1°. uitdrukkelijk was toegestaan op grond van en geheel in overeenstemming was met de aan een vergunning verbonden voorschriften, of
- 2°. op grond van de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis niet als schadelijk werd beschouwd.
##### Artikel 17.17
De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen vervalt vijf jaren na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.
##### Artikel 17.18
Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 18 van de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid opgelegde verplichting tot verslaglegging. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
##### Artikel 17.19
1. Indien stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen, dan wel handelingen daarmee, naar het oordeel van Onze Minister onduldbaar gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, kan hij, zo nodig met behulp van de sterke arm, alle maatregelen nemen die hij in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk acht.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen kunnen behoren:
- a. het geheel of gedeeltelijk stopzetten van het vervaardigen of in Nederland invoeren van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- b. het in beslag nemen en, zo nodig, vernietigen van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- c. het beletten dat bepaalde gebieden zonder toestemming van Onze Minister worden betreden of dat dieren, planten of goederen zonder zodanige toestemming daarbinnen of daarbuiten worden gebracht;
- d. het verwijderen van personen, dieren, planten of goederen uit bepaalde gebieden.
3. Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich naar zijn oordeel daartegen verzet. In laatstgenoemd geval onderwerpt Onze Minister de maatregel zo spoedig mogelijk aan het oordeel van de Raad van Ministers. Indien deze met de maatregel niet instemt, trekt Onze Minister hem terstond in.
4. Onze Minister geeft van een maatregel krachtens het eerste lid en van de intrekking daarvan kennis in de Staatscourant, alsmede op zodanige wijze dat de maatregel, onderscheidenlijk de intrekking daarvan, zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokkenen komt.
5. Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet die betrekking hebben op stoffen, van toepassing worden verklaard op micro-organismen, niet zijnde genetisch gemodificeerde organismen.
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-01-01&g=2009-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-01-01&g=2009-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-01-01&g=2009-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.50
1. Onze Minister kan uitkeringen verlenen aan personen bij wie ten gevolge van blootstelling aan asbest maligne mesothelioom of asbestose is vastgesteld en die niet in aanmerking kunnen komen voor een daarmee verband houdende uitkering op grond van de [Kaderwet SZW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008754).
2. Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het eerste lid.
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2009-01-01&g=2009-01-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2009-01-01&g=2009-01-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5.12a
Indien op of na het daarbij behorende tijdstip niet wordt voldaan of dreigt te worden voldaan aan de blootstellingsconcentratieverplichting, opgenomen in [voorschrift 4.6 van bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), draagt Onze Minister zorg voor het nemen van maatregelen waardoor aan die verplichting wordt voldaan. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van het programma, bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 5.24
1. Onze Minister is belast met de organisatie van de samenwerking met andere lidstaten en met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, ter uitvoering van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de samenwerking, bedoeld in het eerste lid.
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2010-02-24&g=2010-02-24)
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.4. Regels met betrekking tot plaatsing van stortplaatsen op een lijst
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### § 9.2.1. Algemeen
#### § 9.2.2. Maatregelen
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
##### Artikel 12.20a
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere gegevens dan de in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens worden aangewezen, die in het PRTR-verslag moeten worden opgenomen. Als gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden uitsluitend aangewezen gegevens omtrent de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt, en die redelijkerwijs nodig zijn voor:
- a. de vervulling door het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning dan wel een vergunning krachtens [artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) voor de betrokken inrichting te verlenen, van de in onderscheidenlijk [artikel 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van deze wet, [artikel 5.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) en [artikel 8.1 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=8.1) bedoelde taak,
- b. de vaststelling van het door die bestuursorganen of andere bestuursorganen te voeren milieubeleid en de controle op de voortgang van de uitvoering van dat beleid, of
- c. de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
2. De artikelen 5, tweede tot en met vijfde lid, en 9, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR en [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de krachtens het eerste lid aangewezen gegevens.
##### Artikel 12.20b
Degene die de inrichting drijft, zendt gelijktijdig met toezending van het PRTR-verslag aan de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bevoegde instantie, langs elektronische weg een afschrift hiervan aan Onze Minister.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 16.1. Algemeen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2009-04-24&g=2009-04-24) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2009-04-24&g=2009-04-24), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-04-24&g=2009-04-24), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-04-24&g=2009-04-24), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-04-24&g=2009-04-24), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-09-10&g=2009-09-10), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-09-10&g=2009-09-10), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-09-10&g=2009-09-10), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.28a
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in hoeverre een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 12.20a, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voorschriften aan de vergunning kan verbinden, die de verplichting inhouden andere gegevens dan de in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde en de krachtens [artikel 12.20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen gegevens aan te wijzen, die in het PRTR-verslag moeten worden opgenomen. Als andere gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden uitsluitend aangemerkt gegevens:
- a. omtrent de lokale nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt, en
- b. die redelijkerwijs nodig zijn voor de vervulling door het bestuursorgaan van de in [artikel 12.20a, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde taak.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2009-07-01&g=2009-07-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 18.2i
Het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 2.1a
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.3a.1
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wijst bij ministeriële regeling het orgaan aan dat belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. In de ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoeren van die taak.
##### Artikel 9.3a.2
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 43 van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, voor zover het betreft het doen van voorstellen voor een geharmoniseerde indeling en etikettering van stoffen en mengsels.
##### Artikel 9.3a.3
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 4, eerste tot en met vierde lid, zevende lid, achtste lid en tiende lid, 7, eerste tot en met derde lid, 13, 15, vierde lid, 17, eerste en tweede lid, 18, eerste tot en met derde lid, 19, eerste en tweede lid, 20, eerste en derde lid, 21, eerste en derde lid, 22, eerste en vierde lid, 23, 25, eerste, tweede en vierde tot en met zesde lid, 28, tweede en derde lid, 29, eerste en derde lid, 30, eerste lid, 31, eerste tot en met vijfde lid, 32, eerste tot en met vierde en zesde lid, 33, eerste tot en met derde lid, 35, eerste en tweede lid, en 48, eerste en tweede lid.
2. Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 16, eerste lid, 26, eerste en tweede lid, 27, 28, eerste lid, 30, tweede en derde lid, 40, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste en tweede lid.
3. Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 47 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
4. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
##### Artikel 9.3a.4
Vervallen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
##### Artikel 10.16b
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-12-22&g=2009-12-22), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-12-22&g=2009-12-22), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-12-22&g=2009-12-22), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.47a
Het bevoegd gezag stelt Onze Minister zo spoedig mogelijk op de hoogte van een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### § 9.2.1. Algemeen
#### § 9.2.1. Algemeen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.40a
1. De in [artikel 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichting de afgifte van afvalstoffen te registreren of te melden, geldt niet voor degene die zich ontdoet van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen.
2. Degene die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen in ontvangst neemt, bevestigt deze ontvangst op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze op een formulier, vastgesteld ingevolge [artikel 10.1 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=10.1).
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2009-12-28&g=2009-12-28), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2009-12-28&g=2009-12-28), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2009-12-28&g=2009-12-28), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### Voorschrift 4.2
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.52
Naar aanleiding van de door de provincie uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten voor 1 september 1996 is beëindigd, delen gedeputeerde staten van de provincie waar de desbetreffende stortplaatsen liggen, Onze Minister zo spoedig mogelijk mede welke stortplaatsen dit betreft.
##### Artikel 8.53
1. Onze Minister houdt een lijst bij van gesloten stortplaatsen als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.47&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en van de stortplaatsen, bedoeld in [artikel 8.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.3&artikel=8.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Hij draagt zorgt voor bekendmaking van deze lijst en doet een afschrift van de lijst alsmede de aanvullingen erop toekomen aan de ter zake van de afvalstoffenbelasting bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 8.4. Regels met betrekking tot plaatsing van stortplaatsen op een lijst
#### § 9.2.2. Maatregelen
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.7. **Hernieuwbare energie vervoer**
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.1. Algemeen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
#### § 11.3.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2010-01-01&g=2010-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2010-01-01&g=2010-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 4.5
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
##### Artikel 16.39a
1. Deze afdeling is van toepassing op:
- a. vliegtuigexploitanten ten aanzien waarvan Nederland verantwoordelijk is voor de administratie van de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en die luchtvaartactiviteiten als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeren;
- b. emissies van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen broeikasgassen veroorzaakt door luchtvaartactiviteiten als bedoeld onder a.
2. Nederland is ten aanzien van een vliegtuigexploitant administrerende lidstaat als bedoeld in het eerste lid, onder a:
- a. indien de vliegtuigexploitant beschikt over een geldige vergunning als bedoeld in [artikel 16 van de Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267&artikel=16) die valt onder verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PbEU L 293);
- b. in gevallen waarin de vliegtuigexploitant niet beschikt over een geldige, door een lidstaat overeenkomstig de verordening, genoemd onder a, verleende exploitatievergunning: indien aan Nederland het grootste deel van de geschatte luchtvaartemissies van door de betrokken vliegtuigexploitant in het basisjaar uitgevoerde vluchten kan worden toegeschreven als bedoeld in artikel 18bis, eerste lid, onder b, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
3. Voor de toepasselijkheid van het tweede lid, aanhef en onder b, wordt uitgegaan van de meest actuele uitgave van de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 18bis, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten gepubliceerde lijst.
4. Bij de administratie van vliegtuigexploitanten neemt het bestuur van de emissieautoriteit de richtsnoeren in acht die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 18bis, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39b
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de interpretatie van de luchtvaartactiviteiten, bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten. Deze regels voldoen in elk geval aan de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 3b van genoemde richtlijn heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39c
Vervallen
##### Artikel 16.39d
De ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel vereiste goedkeuring wordt door het bestuur van de emissieautoriteit geweigerd, indien:
- a. het monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij genoemde verordening of bij of krachtens dit hoofdstuk;
- b. het bestuur van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de vliegtuigexploitant in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16.39e
Vervallen
##### Artikel 16.39f
Vervallen
##### Artikel 16.39g
Vervallen
##### Artikel 16.39h
De [artikelen 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.17&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 16.13, eerste lid, onder b, in plaats van «de artikelen 16.6 of 16.12» wordt gelezen: artikel 16.12.
##### Artikel 16.39i
Vervallen
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.39j
1. Een vliegtuigexploitant kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten met betrekking tot:
- a. de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012,
- b. de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020 en
- c. periodes van acht jaar die beginnen na 31 december 2020.
2. Bij de aanvraag worden tonkilometergegevens overgelegd over de in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteiten die de vliegtuigexploitant in het referentiejaar heeft uitgevoerd. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling van de tonkilometergegevens. [Artikel 16.39g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39g&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. De overgelegde tonkilometergegevens zijn bepaald en geregistreerd:
- a. overeenkomstig een plan dat een beschrijving bevat van de wijze waarop de tonkilometergegevens worden bepaald, geregistreerd en bewaard;
- b. met inachtneming van de krachtens het zevende lid, aanhef en onder a en b, gestelde regels.
4. Het plan, bedoeld in het derde lid, onder a, is goedgekeurd door het bestuur van de emissieautoriteit. [Artikel 16.39d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.2&artikel=16.39d&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. Voor de toepassing van het tweede lid wordt als referentiejaar aangemerkt:
- a. ten aanzien van de in het eerste lid, onder a, bedoelde periode: 2010;
- b. ten aanzien van de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde periodes: het kalenderjaar dat eindigt 24 maanden voor het begin van de betrokken periode.
6. De aanvraag wordt ingediend:
- a. ten aanzien van de in het eerste lid, onder a, bedoelde periode: uiterlijk 31 maart 2011;
- b. ten aanzien van de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde periodes: ten minste 21 maanden voor het begin van de betrokken periode.
7. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van dit artikel regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop een tonkilometer wordt berekend;
- b. het bepalen en registreren van tonkilometergegevens;
- c. het indienen van een ontwerp van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- d. het goedkeuren van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- e. het actualiseren van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- f. het melden van veranderingen en afwijkingen van een plan als bedoeld in het derde lid, onder a;
- g. de wijze waarop een aanvraag om toewijzing van emissierechten dient te worden gedaan en de gegevens die door de aanvrager dienen te worden verstrekt.
##### Artikel 16.39k
1. Het bestuur van de emissieautoriteit legt aanvragen die tijdig zijn ingediend en voldoen aan [artikel 16.39j, tweede lid, eerste en tweede volzin, en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voor wat betreft de eisen waaraan de onafhankelijke deskundige moet voldoen, voor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2. De toezending geschiedt ten minste achttien maanden voor het begin van de periode waarop de aanvraag betrekking heeft of, voor wat betreft de periode, bedoeld in [artikel 16.39j, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-01-01&g=2017-01-01), uiterlijk 30 juni 2011.
##### Artikel 16.39l
1. Binnen drie maanden nadat de Commissie van de Europese Gemeenschappen een besluit heeft genomen overeenkomstig artikel 3sexies, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, berekent het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken periode wordt toegewezen aan de vliegtuigexploitanten wier aanvragen overeenkomstig [artikel 16.39k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39k&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn voorgelegd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en
- b. het aantal broeikasgasemissierechten dat voor elk kalenderjaar binnen die periode aan de vliegtuigexploitanten, bedoeld onder a, wordt toegewezen.
2. De berekening geschiedt:
- a. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder a: door het aantal in de aanvraag opgenomen tonkilometers te vermenigvuldigen met de benchmark die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 3sexies, derde lid, aanhef en onder e, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld;
- b. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder b: door het met toepassing van onderdeel a berekende totale aantal broeikasgasemissierechten voor de betrokken periode te delen door het aantal jaren in die periode.
3. Een krachtens het eerste lid door het bestuur van de emissieautoriteit genomen besluit wordt bekendgemaakt binnen de in dat lid genoemde termijn van drie maanden. Van het besluit wordt tevens mededeling gedaan door kennisgeving ervan in de Staatscourant.
##### Artikel 16.39m
Voor iedere in [artikel 16.39j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde periode wordt van het totale aantal broeikasgasemissierechten voor de luchtvaart, bedoeld in artikel 3quater van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, een gedeelte geveild. Dit gedeelte komt overeen met het aantal broeikasgasemissierechten dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de betrokken periode op grond van artikel 3sexies, derde lid, aanhef en onder b, van genoemde richtlijn ten aanzien van Nederland heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39n
1. Bij het bestuur van de emissieautoriteit kan een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten uit de bijzondere reserve voor bepaalde vliegtuigexploitanten, bedoeld in artikel 3septies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, worden ingediend door een vliegtuigexploitant:
- a. die een luchtvaartactiviteit als bedoeld in bijlage I bij genoemde richtlijn aanvangt na het jaar waarvoor tonkilometergegevens zijn overgelegd overeenkomstig [artikel 16.39j, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met betrekking tot een periode, bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, onder b of c, of
- b. van wie het aantal tonkilometers gemiddeld met meer dan 18% per jaar is gestegen tussen het referentiejaar, bedoeld in [artikel 16.39j, vijfde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en het tweede kalenderjaar van de betrokken periode, bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, onder b of c,
en waarvan de activiteit, bedoeld onder a, of de bijkomende activiteit, bedoeld onder b, niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit.
2. Bij de aanvraag worden tonkilometergegevens overgelegd over de in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteiten die de vliegtuigexploitant heeft uitgevoerd in het tweede kalenderjaar van de betrokken periode. [Artikel 16.39j, tweede lid, tweede en derde volzin, derde, vierde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing. De aanvraag bevat tevens:
- a. gegevens waaruit blijkt dat aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onder a dan wel b, is voldaan;
- b. in het geval van een vliegtuigexploitant als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b: gegevens met betrekking tot de procentuele stijging en de absolute groei van het aantal door de vliegtuigexploitant gerealiseerde tonkilometers.
3. De aanvraag wordt uiterlijk 30 juni van het derde jaar van de betrokken periode ingediend.
4. Bij de beoordeling of een activiteit niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit wordt tevens acht geslagen op luchtvaartactiviteiten uitgevoerd door vliegtuigexploitanten ten aanzien waarvan Nederland geen administrerende lidstaat is.
##### Artikel 16.39o
1. Het bestuur van de emissieautoriteit legt overeenkomstig [artikel 16.39n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39n&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ingediende aanvragen die voldoen aan de bij of krachtens artikel 16.39n gestelde eisen, voor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2. De toezending geschiedt voor 1 januari van het vierde jaar van de betrokken periode.
##### Artikel 16.39p
1. Binnen drie maanden nadat de Commissie van de Europese Gemeenschappen een besluit heeft genomen overeenkomstig artikel 3septies, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, berekent het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. het aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken periode uit de bijzondere reserve wordt toegewezen aan de vliegtuigexploitanten wier aanvragen overeenkomstig [artikel 16.39o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39o&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn voorgelegd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
- b. het aantal broeikasgasemissierechten dat voor elk kalenderjaar binnen die periode uit de bijzondere reserve aan de vliegtuigexploitanten, bedoeld onder a, wordt toegewezen.
2. De berekening geschiedt:
- a. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder a: door de benchmark die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 3septies, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, te vermenigvuldigen met:
- 1°. in het geval van [artikel 16.39n, eerste lid, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39n&z=2017-01-01&g=2017-01-01): het aantal in de aanvraag opgenomen tonkilometers;
- 2°. in het geval van [artikel 16.39n, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39n&z=2017-01-01&g=2017-01-01): de absolute groei in tonkilometers boven het in dat onderdeel genoemde percentage;
- b. in het geval van het eerste lid, aanhef en onder b: door het met toepassing van onderdeel a berekende aantal broeikasgasemissierechten te delen door het aantal volledige kalenderjaren dat resteert in de betrokken periode.
3. In het geval van het tweede lid, aanhef en onder b, bedraagt het aantal aan een vliegtuigexploitant toe te wijzen broeikasgasemissierechten in de betrokken periode ten hoogste één miljoen.
4. Een krachtens het eerste lid door het bestuur van de emissieautoriteit genomen besluit wordt bekendgemaakt binnen de in dat lid genoemde termijn van drie maanden. Van het besluit wordt tevens mededeling gedaan door kennisgeving ervan in de Staatscourant.
##### Artikel 16.39q
1. Broeikasgasemissierechten in de bijzondere reserve die niet kosteloos zijn toegewezen, worden geveild.
2. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39r
Bij de toepassing van de [artikelen 16.39m tot en met 16.39o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39m&z=2017-01-01&g=2017-01-01) neemt het bestuur van de emissieautoriteit de eisen met betrekking tot de werking van de bijzondere reserve in acht die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 3septies, negende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.39s
Het bestuur van de emissieautoriteit verleent uiterlijk 28 februari van een kalenderjaar aan een vliegtuigexploitant het aantal broeikasgasemissierechten dat hem krachtens [artikel 16.39l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39l&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [artikel 16.39p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.3&artikel=16.39p&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voor het betrokken jaar is toegewezen.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
##### Artikel 16.39t
1. Een vliegtuigexploitant levert met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie gedurende het eerstbedoelde kalenderjaar van in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteiten waarvoor die vliegtuigexploitant verantwoordelijk is en die op of na 1 januari 2012 hebben plaatsgevonden.
2. [Artikel 16.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39u
Vervallen
##### Artikel 16.39v
De [artikelen 16.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [16.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39w
Indien een vliegtuigexploitant ter voldoening aan [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&paragraaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2017-01-01&g=2017-01-01), minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die hij gedurende het betrokken kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.16r
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de Commissie van Europese Gemeenschappen verzoeken een exploitatieverbod als bedoeld in artikel 16, tiende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), indien zulks niet met andere handhavingsmaatregelen kon worden gewaarborgd. Het verzoek voldoet in elk geval aan de in artikel 16, zesde lid, van genoemde richtlijn opgenomen eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid. Indien regels worden gesteld, worden in de maatregel in elk geval geregeld:
- a. de gevallen waarin een verzoek kan worden ingediend;
- b. de procedure die voorafgaand aan het indienen van het verzoek moet worden gevolgd.
3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, regels stellen met betrekking tot de eisen waaraan een verzoek overigens moet voldoen.
4. Krachtens het tweede en derde lid gestelde regels voldoen in elk geval aan de eisen die de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 16, twaalfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
5. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt een afschrift van een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan Onze Minister en aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Het afschrift wordt verzonden gelijktijdig met het indienen van het verzoek bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-03-05), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-03-05), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-03-05), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 4.1
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.7
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.7
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 4.5
### Voorschrift 7.1
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 5.1
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 6.1
### Voorschrift 8.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 7.1
### § 9. Richtwaarde voor arseen
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 10.1
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 8.2
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 1.3a
1. De aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een project waarvan een activiteit deel uitmaakt waarvoor tevens een ontheffing als bedoeld in [artikel 1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is vereist van:
- a. regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01),
- b. regels met betrekking tot activiteiten in, op, onder of over een plaats waar de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.2&artikel=8.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd, of
- c. andere bij provinciale milieuverordening daartoe aangewezen regels, draagt er zorg voor dat de aanvraag mede betrekking heeft op die activiteit.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de activiteit is toegestaan krachtens een ontheffing als bedoeld in [artikel 1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of voor de activiteit een zodanige ontheffing is aangevraagd.
3. De krachtens [artikel 1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), aangewezen regels gelden niet voor zover de activiteiten waarop die regels betrekking hebben, zijn toegestaan krachtens een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid.
4. Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning dat betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in het eerste lid.
5. [Artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.2) is niet van toepassing op ontheffingen die ingevolge een provinciale milieuverordening zijn vereist.
##### Artikel 1.3b
1. [Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&paragraaf=3.3) zijn van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend en wordt de omgevingsvergunning geweigerd op de gronden die ten aanzien van een ontheffing voor de activiteit zijn aangegeven in de provinciale milieuverordening.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.5), is het tweede lid van overeenkomstige toepassing op de beschikking met betrekking tot de eerste en tweede fase.
4. Voor zover de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan deze geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of kunnen de daaraan verbonden voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken, dan wel kunnen alsnog voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, op de gronden die ten aanzien van een ontheffing voor die activiteit zijn aangegeven in de provinciale milieuverordening.
5. Indien bij provinciale milieuverordening regels zijn aangewezen als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden bij de verordening regels gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de aanvrager om een omgevingsvergunning worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag met betrekking tot de activiteiten waarop die regels van toepassing zijn.
##### Artikel 1.3c
1. Bij de provinciale milieuverordening kunnen regels worden gesteld inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu en waarvan de inhoud in die verordening is aangegeven, te verbinden aan de omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in [artikel 1.3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.3a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of voor inrichtingen die behoren tot een bij de verordening aangewezen categorie. Bij de verordening kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Regels als bedoeld in het eerste lid kunnen niet betrekking hebben op beslissingen inzake vergunningen ten aanzien waarvan Onze Minister of Onze Minister van Economische Zaken het bevoegd gezag is.
3. Bij de verordening wordt bepaald in hoeverre het bevoegd gezag met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij de verordening gestelde regels kan afwijken of nadere eisen kan stellen. Daarbij kan worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken of tot het stellen van nadere eisen slechts geldt in bij de verordening aangegeven categorieën van gevallen.
4. Bij de verordening wordt voor de daarbij opgelegde verplichtingen het tijdstip aangegeven, waarop zij met betrekking tot de al verleende omgevingsvergunningen moeten zijn uitgevoerd.
### Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen en adviesorganen
#### § 2.1. De Nederlandse emissieautoriteit
#### § 2.2. De Commissie voor de milieueffectrapportage
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.4. Het provinciale milieubeleidsplan
#### § 4.5a. Het regionale milieubeleidsplan
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.2. Plannen
##### Artikel 5.12b
1. Indien krachtens enig wettelijk voorschrift een besluit is vereist voor de door of vanwege Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot het hoofdwegennet uit te voeren maatregelen als bedoeld in [artikel 5.12, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn deze wettelijke voorschriften op die uitvoering niet van toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het vereist zijn van een besluit voortvloeit uit Europeesrechtelijke of internationaalrechtelijke verplichtingen.
3. Voor zover het uitvoeren van de in het eerste lid bedoelde maatregelen niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan of de beheerverordening, geldt het op die maatregelen betrekking hebbende onderdeel van het programma, bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), als een omgevingsvergunning waarbij ten behoeve van een project van nationaal belang, met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12), van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. Bij de toepassing van [artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.10) worden onder bestemmingsplan of beheersverordening mede de betrokken onderdelen van het programma, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, begrepen.
4. In de gevallen waarin het derde lid van toepassing is, stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de [Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449) vast overeenkomstig de onderdelen van het programma, bedoeld in het derde lid. Dit geschiedt binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van de [Crisis- en herstelwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027431) of, ingeval van een wijziging van dat programma die of nieuw programma dat na die datum wordt vastgesteld, binnen een jaar nadat die wijziging of dat programma onherroepelijk is geworden.
5. Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in de onderdelen van het programma, bedoeld in het derde lid, kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerp van het bestemmingsplan.
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het besluit
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) vereist is
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 8.43
Vervallen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.1b
Het in [artikel 5.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=5.2) bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet, de EG-verordening PRTR en de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen voor degene die het project, bedoeld in dat lid, uitvoert, geldende voorschriften.
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-04-09), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-04-09), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-04-09), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.2
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 5.1
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 8.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 10.1
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.36a
Het bevoegd gezag neemt een besluit niet:
- a. dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de [artikelen 7.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.22&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [7.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en aan [paragraaf 7.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. indien de gegevens die in het milieueffectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd.
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens [artikel 6.2 van de Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458&artikel=6.2) vereist is
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 15.1
## Titel 15.7. Keuringen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 15.2.3. Vrijstelling
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
#### § 20.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-03-05&g=2011-03-05), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-03-05&g=2011-03-05), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-03-05&g=2011-03-05), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.1
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39b
Vervallen
##### Artikel 8.39c
Vervallen
##### Artikel 8.39e
Vervallen
##### Artikel 8.41a
1. Indien activiteiten ten aanzien waarvan ingevolge het bepaalde krachtens [artikel 8.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een melding moet worden gedaan, tevens zijn aan te merken als activiteiten die behoren tot een categorie waarvoor ingevolge [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) of [2.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.2) een omgevingsvergunning is vereist, wordt, indien de melding nog niet gedaan is of de bij de melding te verstrekken gegevens niet volledig zijn, tegelijkertijd met de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning een melding van die activiteiten overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 8.41 gedaan.
2. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid besluit het bevoegd gezag de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen de door dat bestuursorgaan gestelde termijn alsnog te melden dan wel de ontbrekende gegevens te verstrekken.
3. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt nadat de krachtens het tweede lid gestelde termijn ongebruikt is verstreken of binnen die termijn de gegevens, bedoeld in het tweede lid, niet of niet volledig zijn verstrekt.
4. In gevallen als bedoeld in het eerste lid wordt de melding gedaan bij het bestuursorgaan waarbij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend.
5. Indien het bestuursorgaan waaraan de melding is gedaan, niet het bestuursorgaan is waaraan ingevolge het bepaalde krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.41&z=2017-01-01&g=2017-01-01), de melding moet worden gericht, zendt het eerstbedoelde bestuursorgaan onverwijld de bij die melding verstrekte gegevens door naar het bestuursorgaan, bedoeld in dat onderdeel, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender.
##### Artikel 8.43
1. Inrichtingen waarin van anderen afkomstige afvalstoffen worden gestort, brengen bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen een bedrag in rekening waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden:
- a. met de kosten van het totstandbrengen, instandhouden en in werking hebben van de inrichting,
- b. met de kosten van de voorzieningen die bewerkstelligen dat de inrichting, nadat zij buiten gebruik is gesteld, geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens [artikel 15.44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verschuldigde heffing, en
- c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor het stellen van financiële zekerheid krachtens [artikel 4.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=4.1) is voorgeschreven.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2010-12-01&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2010-12-01&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2010-12-01&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.2.2.6a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij het op de markt brengen van brandstoffen ten behoeve van vervoer in bij de maatregel aangewezen gevallen wordt voldaan aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen van duurzaamheid, waaronder begrepen de uitstoot van broeikasgassen.
2. De eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in elk geval betrekking hebben op de voor brandstoffen gebruikte grondstoffen en de omstandigheden waaronder die grondstoffen worden vervaardigd, omgezet en, al dan niet omgezet, worden overgebracht voor eindgebruik in Nederland.
3. Bij of krachtens de maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de overlegging van gegevens waaruit blijkt dat de brandstoffen voldoen aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen van duurzaamheid, alsmede van gegevens, waaruit blijkt in hoeverre de brandstoffen aan andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen duurzaamheidscriteria voldoen.
4. [Artikel 9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.31
Vervallen
##### Artikel 12.32
Vervallen
##### Artikel 12.33
Vervallen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.4
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 10.1a
1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen:
- a. gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten, alsmede kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140), dan wel op grond van artikel 2, tweede lid, van die richtlijn buiten de werkingssfeer van die richtlijn valt;
- b. bodem met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
- c. niet-verontreinigde grond en ander van nature voorkomend materiaal, afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat zal worden gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie waar het werd afgegraven;
- d. radioactieve afvalstoffen;
- e. afgedankte explosieven;
- f. uitwerpselen, voor zover niet vallend onder onderdeel h, onder 1°, stro en ander natuurlijk, niet-gevaarlijk landbouw- of bosbouwmateriaal dat wordt gebruikt in de landbouw, de bosbouw of voor de productie van energie uit die biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en die de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen;
- g. sediment dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst met het oog op het beheer van water en waterwegen of om overstromingen te voorkomen of de gevolgen van overstromingen en droogte te verminderen, of met het oog op landwinning, indien is aangetoond dat het sediment ongevaarlijk is;
- h. voor zover daarover bij of krachtens communautaire regelgeving regels zijn gesteld:
- 1°. dierlijke bijproducten, met inbegrip van verwerkte producten, in de zin van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)(PbEU 2009, L 300), behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie;
- 2°. kadavers van niet door slachting gestorven dieren, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien en overeenkomstig de onder 1° genoemde verordening nr. 1069/2009 worden verwijderd.
2. Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 15.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.9&artikel=15.33&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [15.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.35&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01), alsmede de [artikelen 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.4), [2.22, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.22), en [2.23, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.23), evenmin van toepassing.
##### Artikel 10.54a
1. Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen te mengen, daaronder mede begrepen verdunnen, met andere bij ministeriële regeling aangewezen categorieën gevaarlijke afvalstoffen of met andere bij ministeriële regeling aangewezen afvalstoffen, stoffen of materialen.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover het mengen van gevaarlijke afvalstoffen is toegestaan krachtens een omgevingsvergunning.
3. Onze Minister bepaalt bij ministeriële regeling in welke gevallen gevaarlijke afvalstoffen die in strijd met het eerste lid zijn gemengd, gescheiden dienen te worden.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
##### Artikel 9.6.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld om te bevorderen dat bij de aankoop van de in of bij die maatregel aangewezen wegvoertuigen rekening wordt gehouden met de energie- en milieueffecten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (PbEU L 120) door de volgende partijen:
- a. aanbestedende diensten als bedoeld in artikel 4, onder 1, van die richtlijn, en
- b. exploitanten als bedoeld in artikel 3, onder b, van die richtlijn.
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 12.3.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.6b
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover dat betrekking heeft op het aan een ander ter beschikking stellen van brandstoffen ten behoeve van vervoer, [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.7.2.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01),[9.7.2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01),[9.7.4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
##### Artikel 18.16s
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover dat betrekking heeft op het aan een ander ter beschikking stellen van brandstoffen ten behoeve van vervoer, [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-01-01&g=2017-01-01)[9.7.2.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.2.5, eerste lid, onderdeel a, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.4, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.8, tweede, derde, vierde, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.12, eerste, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [9.7.4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. De boete, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding, of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
3. [Artikel 18.16e, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16e&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de [artikelen 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01),[9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.4, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01),[9.7.4.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.8, tweede, derde, vierde, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01),[9.7.4.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [9.7.4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie vervoer kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.
##### Artikel 18.16t
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
## Titel 9.5. Overige bepalingen met betrekking tot stoffen, preparaten en producten
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-09-01&g=2011-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-09-01&g=2011-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-09-01&g=2011-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.51
1. Op inrichtingen die:
- a. uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het telen van gewassen onder een permanente opstand van glas of van kunststof, of
- b. mede zijn bestemd tot het telen van gewassen onder een permanente opstand van glas of van kunststof met een minimale oppervlakte van 2 500 m2,
is een systeem van verevening van kosten verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk voor dat kalenderjaar vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies van toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op inrichtingen:
- a. die uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het telen van eetbare paddenstoelen of witlof onder een opstand als bedoeld in dat lid, of
- b. waarop [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van toepassing is.
3. Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de in het eerste lid bedoelde hoeveelheid emissies vast. Het besluit tot vaststelling van die hoeveelheid emissies wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
##### Artikel 15.52
Indien de hoeveelheid emissies, bedoeld in [artikel 15.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.13&artikel=15.51&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt overschreden, is diegene die een inrichting als bedoeld in artikel 15.51 drijft een vergoeding verschuldigd aan Onze Minister. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van die vergoeding dan wel de wijze van berekenen van de hoogte van die vergoeding vastgesteld.
##### Artikel 15.53
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van de [artikelen 15.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.13&artikel=15.51&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [15.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.13&artikel=15.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-12-31&g=2011-12-31), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-12-31&g=2011-12-31), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2011-12-31&g=2011-12-31), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.1.1
Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone, voor zover dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
##### Artikel 9.5.1
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren en gebruiken van bij de maatregel aangewezen producten.
2. In afwijking van het eerste lid worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid geen regels gesteld met betrekking tot luchtvaartuigen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige producten een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die producten bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten met producten, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, op de bij de maatregel aangegeven plaatsen, op de bij de maatregel aangegeven wijze of onder de bij de maatregel aangegeven omstandigheden;
- d. te verrichten indien de producten niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen;
- e. te verrichten indien de producten niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels is goedgekeurd;
- f. te verrichten indien de producten niet overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels zijn goedgekeurd.
4. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de krachtens het eerste lid gestelde verboden en verplichtingen. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging dan wel van geluidhinder.
6. Voor zover een maatregel als bedoeld in het eerste lid strekt tot nakoming van verplichtingen op grond van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, kunnen tot de regels, bedoeld in het eerste lid, tevens behoren regels die voorzien in:
- a. een verbod om zonder vergunning, verleend door een bij die maatregel aangewezen bestuursorgaan, handelingen te verrichten met betrekking tot de bij die maatregel aangewezen producten of categorieën daarvan;
- b. een verplichting om ten aanzien van die producten of categorieën daarvan in bij de maatregel aangegeven gevallen van het gebruik daarvan aangifte te doen bij een bestuursorgaan, dat bij die maatregel is aangewezen, dan wel te voldoen aan meetvoorschriften op een bij de maatregel te bepalen wijze;
- c. een verplichting te voldoen aan door een bestuursorgaan, dat bij de maatregel is aangewezen, gestelde nadere eisen omtrent de onderwerpen die in die maatregel zijn geregeld, op een door het bestuursorgaan te bepalen tijdstip.
7. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onder e of f, wijst Onze Minister op grond van de bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen de instanties aan die de in die onderdelen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens die maatregel wordt in dat geval tevens bepaald op grond waarvan Onze Minister de aanwijzing kan schorsen of intrekken en worden regels gesteld over de wijze waarop de keuringen plaatsvinden.
8. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.2
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen, innemen, nuttig toepassen en verwijderen van bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen. Met betrekking tot producten worden zodanige regels niet gesteld in het belang dat [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) beoogt te beschermen.
2. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten op een bij de maatregel aangewezen wijze, onder daarbij aangegeven omstandigheden, of voor daarbij aangewezen doeleinden;
- d. te verrichten indien de stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten op de markt brengt:
- a. die stoffen, mengsels of producten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding;
- b. die stoffen, mengsels of producten en de daarvan overgebleven afvalstoffen, na gebruik, in te nemen en te beheren, alsmede de financiële verantwoordelijkheid daarvoor of de verantwoordelijkheid voor het regelen van het afvalbeheer geheel of gedeeltelijk te dragen;
- c. zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten na inname op een bij de maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
- d. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die stoffen, mengsels of producten aan een persoon, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie;
- e. openbaar beschikbare informatie te verstrekken over de mate waarin die stoffen, preparaten of producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn.
4. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verder behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. voor bij de maatregel aangewezen personen bij de maatregel aangewezen afvalstoffen of andere stoffen, mengsels of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij de maatregel aangegeven wijze toe te passen;
- b. voor burgemeester en wethouders er zorg voor te dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens het derde lid, onder b, op een bij de maatregel aangegeven wijze.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
6. [Artikel 9.5.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, aangewezen stoffen en mengsels of categorieën daarvan.
7. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.3
Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan worden bepaald dat het gezag dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voor een inrichting te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot bij de maatregel aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel of de krachtens artikel 9.5.1, zesde lid, gestelde regels met betrekking tot producten kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
##### Artikel 9.5.4
Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder, dan wel in het belang van de stimulering van hergebruik, preventie, recycling of andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde strekking voor een termijn van ten hoogste twee jaar.
##### Artikel 9.5.5
1. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing worden verleend van het bepaalde krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Onze Minister kan voorts op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
3. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan worden bepaald dat een bij de maatregel aangewezen ander bestuursorgaan in plaats van Onze Minister ontheffing kan verlenen van het bepaalde krachtens deze artikelen, indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
4. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) beogen te beschermen.
5. De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) beogen te beschermen.
6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) beogen te beschermen.
7. Bij algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om ontheffing te verlenen, [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
##### Artikel 9.5.6
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.5.1, zesde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [artikel 9.5.2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in samenhang met artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om een vergunning. [Artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. Een vergunning kan slechts worden geweigerd in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) beogen te beschermen.
3. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend.
4. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Hiertoe kan behoren het voorschrift, dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen, die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld.
5. Bij de betrokken algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
6. Voor zover dat bij de betrokken maatregel is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd of ingetrokken. Op de voorbereiding van een zodanige wijziging of intrekking is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. [Artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-03-30&g=2012-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-03-30&g=2012-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2012-03-30&g=2012-03-30), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.3
##### Artikel 11.4
1. Gedeputeerde staten melden vóór 1 april 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 1 april aan Onze Minister:
- a. op welke delen van provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren;
- b. op welke delen van andere spoorwegen dan hoofdspoorwegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
2. Onze Minister publiceert vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke delen van wegen en spoorwegen overeenkomstig het eerste lid zijn gemeld.
##### Artikel 11.5
Onze Minister wijst vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 100 000 inwoners.
##### Artikel 11.6
1. Onze Minister stelt geluidsbelastingkaarten vast voor wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen.
2. Gedeputeerde staten stellen geluidsbelastingkaarten vast voor de krachtens [artikel 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gepubliceerde delen van wegen en spoorwegen.
3. De geluidsbelastingkaarten hebben betrekking op:
- a. de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight van geluidsgevoelige objecten vanwege de betrokken wegen en spoorwegen;
- b. de bij algemene maatregel van bestuur of overeenkomstig de maatregel als stille gebieden aangewezen categorieën van gebieden die zijn gelegen in de omgeving van wegen en spoorwegen als bedoeld onder a.
4. Burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot krachtens [artikel 11.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) aangewezen agglomeraties, stellen geluidsbelastingkaarten vast die betrekking hebben op de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight vanwege:
- a. wegen, daaronder begrepen spoorwegen die deel uitmaken van een weg;
- b. spoorwegen die niet deel uitmaken van een weg;
- c. luchthavens als bedoeld in [artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=1.1);
- d. de luchthaven Schiphol, bedoeld in [hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8);
- e. inrichtingen of verzamelingen van inrichtingen.
5. De geluidsbelastingkaarten geven ten minste een weergave van:
- a. de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight veroorzaakt door de in het eerste, tweede onderscheidenlijk vierde lid, bedoelde geluidsbronnen in het kalenderjaar voorafgaand aan dat van de vaststelling van de geluidsbelastingkaart;
- b. het aantal geluidsgevoelige objecten en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight worden blootgesteld.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van geluidsbelastingkaarten, welke regels kunnen verschillen voor wegen en spoorwegen als bedoeld in het eerste en tweede lid en agglomeraties.
7. De vaststelling van de geluidsbelastingkaarten geschiedt ten minste elk vijf jaar vóór 30 juni, te rekenen vanaf 2012.
##### Artikel 11.7
1. Ten behoeve van de vaststelling van een geluidsbelastingkaart als bedoeld in [artikel 11.6, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verstrekken burgemeester en wethouders aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten op hun verzoek, alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor het opstellen van die kaart noodzakelijk zijn.
2. Ten behoeve van de vaststelling van een geluidsbelastingkaart als bedoeld in [artikel 11.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verstrekken Onze Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders aan betrokken burgemeester en wethouders op hun verzoek, alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor het opstellen van die kaart noodzakelijk zijn. Op een dergelijk verzoek verstrekt Onze Minister van Defensie de contourenkaarten, bedoeld in [artikel 10.23 van de Wet Luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=10.23).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de te verstrekken inlichtingen en gegevens, waaronder de wijze waarop en de termijn waarbinnen of de datum waarvoor deze verstrekt worden.
##### Artikel 11.8
1. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight vanwege een weg, spoorweg, inrichting of verzameling van inrichtingen worden bij regeling van Onze Minister regels gesteld.
2. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight vanwege een luchthaven kunnen bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie regels worden gesteld.
##### Artikel 11.9
1. Binnen één maand na de vaststelling van een geluidsbelastingkaart als bedoeld in [artikel 11.6, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geven Onze Minister, gedeputeerde staten, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van deze vaststelling kennis in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, dan wel op andere geschikte wijze. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van de geluidsbelastingkaart.
2. De in het eerste lid bedoelde bestuursorganen:
- a. stellen de geluidsbelastingkaart voor een ieder langs elektronische weg beschikbaar;
- b. voegen bij de geluidsbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart.
3. Binnen één maand na vaststelling zenden gedeputeerde staten, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders de geluidsbelastingkaart langs elektronische weg aan Onze Minister.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de geluidsbelastingkaart ter beschikking van Onze Minister wordt gesteld.
##### Artikel 11.10
1. Indien gedeputeerde staten niet of niet tijdig voldoen aan een verplichting als bedoeld in [artikel 11.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is [artikel 121 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=121) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Indien burgemeester en wethouders niet of niet tijdig voldoen aan een verplichting als bedoeld in [artikel 11.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is [artikel 124 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=124) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
##### Artikel 11.11
1. Onze Minister stelt vóór 18 juli 2013 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in [artikel 11.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een actieplan vast met betrekking tot de wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling, wordt het actieplan opnieuw overwogen en zo nodig aangepast.
2. Een actieplan bevat ten minste een beschrijving van:
- a. het te voeren beleid om de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight te beperken, en
- b. de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig algemene maatregel van bestuur vast te stellen waarden van de geluidsbelasting of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.
3. Het actieplan houdt rekening met de resultaten van de evaluatie, bedoeld in [artikel 11.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
4. In het actieplan wordt aangegeven in hoeverre het voornemen bestaat om de geluidproductieplafonds voor wegen en spoorwegen aan te passen aan ontwikkelingen met betrekking tot het bronbeleid.
5. Het actieplan bevat tevens:
- a. een overzicht van de geldende overschrijdingsbesluiten, bedoeld in [artikel 11.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. een beschrijving van de ontwikkelingen met betrekking tot het bronbeleid en andere relevante ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op een of meer van de geldende overschrijdingsbesluiten;
- c. een motivering of de in onderdeel b bedoelde ontwikkelingen aanleiding geven tot het intrekken of wijzigen van een of meer van de geldende overschrijdingsbesluiten;
- d. de planning van de sanering voor de eerstvolgende vijf jaar.
##### Artikel 11.12
1. Gedeputeerde staten stellen vóór 18 juli 2013 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in [artikel 11.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een actieplan vast met betrekking tot de krachtens [artikel 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gepubliceerde delen van wegen en spoorwegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling, wordt het actieplan opnieuw overwogen en zo nodig aangepast.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot krachtens [artikel 11.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01) aangewezen agglomeraties, met dien verstande dat het actieplan betrekking heeft op de in [artikel 11.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde geluidsbronnen.
3. [Artikel 11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.3&artikel=11.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.13
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van actieplannen. Deze regels kunnen verschillen voor wegen en spoorwegen als bedoeld in [artikel 11.6, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en agglomeraties.
2. Een actieplan met betrekking tot een weg wordt niet vastgesteld, dan nadat daarover overleg is gevoerd met de beheerder van die weg en de verantwoordelijke voor het bronbeleid.
##### Artikel 11.14
1. Een actieplan wordt voorbereid met overeenkomstige toepassing van de in [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) geregelde procedure, met dien verstande dat in afwijking van [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15), een ieder zienswijzen naar voren kan brengen.
2. Burgemeester en wethouders stellen een actieplan niet vast dan nadat de gemeenteraad een ontwerp van het actieplan is toegezonden en deze in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en zienswijze ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen.
##### Artikel 11.15
[Artikel 11.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van actieplannen.
##### Artikel 11.16
1. Onze Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders verstrekken op verzoek van een bevoegde autoriteit van een van de lidstaten van de Europese Unie alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor het opstellen van een geluidsbelastingkaart in de desbetreffende lidstaat noodzakelijk zijn. Op een dergelijk verzoek verstrekt Onze Minister van Defensie de contourenkaarten, bedoeld in [artikel 10.23 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=10.23).
2. [Artikel 11.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.2&artikel=11.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
##### Artikel 11.17
1. Deze titel is van toepassing op de wegen in het beheer van het Rijk en de hoofdspoorwegen, alsmede de aan te leggen wegen in het beheer van het Rijk en hoofdspoorwegen, die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart.
2. Op de geluidplafondkaart kunnen andere wegen en spoorwegen, alsmede aan te leggen wegen en spoorwegen, worden aangegeven, waarop deze titel van toepassing is.
##### Artikel 11.18
1. De geluidplafondkaart wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld.
2. Onze Minister stelt de geluidplafondkaart voor een ieder langs elektronische weg beschikbaar.
##### Artikel 11.19
1. Aan weerszijden van een weg of spoorweg of een geprojecteerde weg of spoorweg bevinden zich referentiepunten.
2. Op elk referentiepunt geldt een geluidproductieplafond:
- a. dat tot stand gekomen is met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. dat vastgesteld is op grond van [artikel 11.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.27&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of
- c. dat gewijzigd is op grond van [artikel 11.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.28&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
3. In bijzondere gevallen bevinden de referentiepunten zich langs een samenstel van wegen of geprojecteerde wegen dan wel langs een samenstel van spoorwegen of geprojecteerde spoorwegen. Voor de toepassing van [titel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt onder weg of spoorweg dan wel geprojecteerde weg of geprojecteerde spoorweg een dergelijk samenstel van al dan niet geprojecteerde wegen of spoorwegen begrepen.
4. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder een geluidproductieplafond als bedoeld in het tweede lid, onder a of b, mede begrepen een geluidproductieplafond dat is opgenomen in een tracébesluit, een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in [artikel 5 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=5), of een geluidplan.
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
##### Artikel 11.20
De beheerder draagt zorg voor de naleving van de geluidproductieplafonds.
##### Artikel 11.21
Een maatregel die de geluidoverdracht vanwege een weg of spoorweg beperkt, wordt ten aanzien van de naleving van de geluidproductieplafonds in de beschouwing betrokken, indien zij in het geluidregister is opgenomen. De beheerder kan daartoe een verzoek doen als bedoeld in [artikel 11.31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 11.22
1. De beheerder zendt voor 1 oktober van het kalenderjaar, volgend op het eerste kalenderjaar waarin dit hoofdstuk het gehele jaar van toepassing is, en vervolgens elk kalenderjaar voor 1 oktober, aan Onze Minister een verslag met betrekking tot de naleving van de geluidproductieplafonds in het voorafgaande kalenderjaar.
2. Onze Minister stelt het verslag, vergezeld van zijn bevindingen, voor een ieder langs elektronische weg beschikbaar.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die het verslag ten minste bevat.
4. Tot de in het derde lid bedoelde gegevens behoren in elk geval:
- a. een vergelijking van de hoogte van de berekende geluidproductie op de referentiepunten met de geldende geluidproductieplafonds;
- b. een overzicht van de weg- of baanvakken waar de berekende geluidproductie op een of meer referentiepunten 0,5 dB of minder onder het geldende geluidproductieplafond ligt;
- c. een verantwoording van de validatie van de berekende waarden voor de referentiepunten, waarbij de validatie in ieder geval plaatsvindt middels steekproefsgewijze metingen door een onafhankelijke partij.
5. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze waarop de geluidproductie, bedoeld in het vierde lid, wordt berekend.
##### Artikel 11.23
1. Artikel 11.20 geldt niet met betrekking tot geluidproductieplafonds voor een spoorweg, die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), waarvoor door de beheerder op verzoek van een gerechtigde als bedoeld in [artikel 57 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=57) extra capaciteit is verdeeld, indien:
- a. op die spoorweg op een of meer dagen in het kalenderjaar voorafgaand aan 1 juli 2012 een of meer goederentreinen hebben gereden tussen 23.00 en 07.00 uur, en
- b. de berekende geluidproductie op de langs die spoorweg gelegen referentiepunten inclusief de extra vervoerscapaciteit niet meer bedraagt dan 60 dB, en
- c. er langs die spoorweg geen overdrachtsmaatregelen aanwezig zijn.
2. Deze vrijstelling is eenmalig voor een termijn van vier jaren met ingang van het kalenderjaar waarin de extra capaciteit is verdeeld. De vrijstelling geldt alleen voor de referentiepunten waarvoor de geluidproductieplafonds sinds 1 juli 2012 niet zijn gewijzigd.
3. Een wijziging van een geluidproductieplafond op grond van [artikel 11.28, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.28&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt voor de toepassing van het tweede lid buiten beschouwing gelaten.
4. De beheerder meldt onverwijld en gemotiveerd aan Onze Minister dat:
- a. hij een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft ingewilligd;
- b. daardoor een overschrijding optreedt van een of meer geluidproductieplafonds langs het daarbij aangegeven baanvak;
- c. is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
5. Onze Minister doet mededeling van de vrijstelling in de Staatscourant. De mededeling bevat ten minste de kalenderjaren waarvoor de vrijstelling geldt, alsmede een geografische omschrijving van het baanvak waarop de vrijstelling betrekking heeft.
##### Artikel 11.24
1. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder in verband met bijzondere omstandigheden voor een termijn van ten hoogste vijf jaar ontheffing verlenen van de verplichting tot naleving van een geluidproductieplafond.
2. Onze Minister beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag. [Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&paragraaf=4.1.3.3) is van toepassing.
3. Onze Minister kan aan de ontheffing voorschriften verbinden met betrekking tot:
- a. de mate en de duur van de overschrijding van het geluidproductieplafond;
- b. het treffen van geluidwerende maatregelen aan de gevel van een geluidsgevoelige object, indien de ontheffing kan leiden tot een overschrijding van de binnenwaarde voor het betrokken geluidsgevoelig object met meer dan 5 dB.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt.
5. Onze Minister kan de voorschriften die aan de ontheffing verbonden zijn, wijzigen of de ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
6. Onze Minister doet mededeling van de ontheffing in de Staatscourant. De mededeling bevat ten minste de kalenderjaren waarvoor de ontheffing geldt, alsmede een geografische omschrijving van het baanvak of wegvak waarop de ontheffing betrekking heeft.
7. De [artikelen 11.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.25
1. Er is een openbaar geluidregister dat gegevens bevat met betrekking tot de geldende geluidproductieplafonds.
2. Voor zover in [artikel 11.46, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.46&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet anders is bepaald, worden de gegevens in het register opgenomen op de dag van de bekendmaking van het besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond of tot verlening of wijziging van een ontheffing dan wel op de dag waarop mededeling wordt gedaan van een vrijstelling.
3. Tot de gegevens behoren ten minste voor elk geluidproductieplafond:
- a. het laatstelijk genomen besluit waarbij het geluidproductieplafond is vastgesteld of gewijzigd;
- b. de ligging van de referentiepunten;
- c. de brongegevens;
- d. indien van toepassing:
- 1°. de mededeling, bedoeld in [artikel 11.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [artikel 11.63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- 2°. een krachtens [artikel 11.23, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gepubliceerde vrijstelling;
- 3°. een krachtens [artikel 11.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verleende ontheffing.
4. In het geluidregister wordt geregistreerd voor welke wegen en spoorwegen een saneringsplan is vastgesteld.
5. Indien de werking van een besluit tot verlaging van het geluidproductieplafond is opgeschort op grond van [artikel 11.63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bevat het geluidregister in afwijking van het derde lid de brongegevens met betrekking tot het geluidproductieplafond opgenomen in dat besluit.
6. Het register wordt beheerd door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
7. Het register is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.
8. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud, vorm en inrichting van het register, alsmede omtrent de wijze waarop het register wordt beheerd, bijgehouden en gecontroleerd.
##### Artikel 11.26
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2012/267.
In deze afdeling wordt onder bevoegd gezag verstaan: het bevoegd gezag, genoemd in [artikel 11 van de Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=11), dan wel indien de [Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147) niet van toepassing is, de Minister van Verkeer en Waterstaat.
##### Artikel 11.27
1. Onze Minister stelt een geluidproductieplafond vast op elk daartoe door hem aangegeven referentiepunt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien op een referentiepunt reeds een geluidproductieplafond geldt, dat tot stand is gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 11.28
1. Onze Minister kan een geluidproductieplafond wijzigen. Ingeval een ambtshalve wijziging geen deel uitmaakt van een tracébesluit, een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in [artikel 5 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=5), of een geluidplan, zijn de [artikelen 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing.
2. Indien de beheerder een verzoek heeft ingediend tot verhoging van een geluidproductieplafond, wordt dat geluidproductieplafond niet verhoogd indien:
- a. de beheerder niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in [artikel 11.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of
- b. het geldende geluidproductieplafond naar redelijke verwachting niet binnen een periode van tien jaar volledig zal worden benut.
3. Een geluidproductieplafond wordt niet op verzoek verlaagd indien het gewijzigde geluidproductieplafond na verlaging naar redelijke verwachting binnen een periode van minder dan tien jaar volledig zou worden benut.
4. Onze Minister kan op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente een geluidproductieplafond verlagen, indien de gemeente voornemens is een maatregel te treffen of te bekostigen dan wel een maatregel heeft getroffen of bekostigd die de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg vermindert.
5. [Artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is bij de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het vierde lid niet van toepassing.
##### Artikel 11.29
1. Bij de voorbereiding van een besluit omtrent het vaststellen of wijzigen van een geluidproductieplafond neemt Onze Minister een geluidbeperkende maatregel niet in aanmerking, indien het treffen daarvan:
- a. financieel niet doelmatig is met betrekking tot het beperken van de geluidsbelasting van een of meer geluidsgevoelige objecten, dan wel
- b. stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard.
2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing, indien de beheerder Onze Minister uitdrukkelijk verzoekt om bij de besluitvorming rekening te houden met een door hem voorgestelde financieel niet doelmatige geluidbeperkende maatregel.
3. Op uitdrukkelijk verzoek van de beheerder houdt Onze Minister bij de voorbereiding van een besluit omtrent het vaststellen of wijzigen van een geluidproductieplafond rekening met een door de beheerder voorgestelde maatregel die niet is aangewezen als geluidbeperkende maatregel.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de toepassing van het criterium, bedoeld in het eerste lid, onder a.
##### Artikel 11.30
1. Onze Minister stelt een geluidproductieplafond op een zodanige waarde vast dat de geluidsbelasting die de geluidsgevoelige objecten vanwege de betrokken weg of spoorweg ondervinden, de voorkeurswaarde niet overschrijdt.
2. Bij wijziging wordt een geluidproductieplafond op een zodanige waarde vastgesteld dat de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg niet hoger is dan de geluidsbelasting, die de betrokken geluidsgevoelige objecten vanwege die weg of spoorweg ondervinden bij volledige benutting van het geldende geluidproductieplafond.
3. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de geluidsbelasting na de wijziging van het geluidproductieplafond de voorkeurswaarde niet overschrijdt.
4. Onze Minister kan afwijken van het eerste of tweede lid, indien geen geluidbeperkende maatregelen in aanmerking komen om aan die leden te voldoen. De afwijking wordt zoveel mogelijk beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen.
5. Onze Minister kan voorts afwijken van het eerste of tweede lid, indien een geluidsgevoelig object tevens een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde kan ondervinden vanwege een andere geluidsbron die behoort tot een bij ministeriële regeling aangegeven categorie. [Artikel 11.29, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is niet van toepassing.
6. Bij de toepassing van het vierde en vijfde lid wordt de maximale waarde niet overschreden.
7. Het zesde lid is niet van toepassing indien in samenhang met het besluit tot het wijzigen van een geluidproductieplafond een overschrijdingsbesluit als bedoeld in [artikel 11.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt genomen.
##### Artikel 11.31
1. Vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond geschiedt ambtshalve of op verzoek.
2. Een verzoek tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond kan worden gedaan door de beheerder van de betreffende weg of spoorweg.
3. Een verzoek tot wijziging van een geluidproductieplafond kan tevens worden gedaan door burgemeester en wethouders van de gemeente:
- a. waarin het desbetreffende referentiepunt is gelegen, of
- b. waartoe gronden behoren die zijn gelegen langs de betreffende weg of spoorweg binnen de zone, bedoeld in [hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&hoofdstuk=VI).
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt.
##### Artikel 11.32
[Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) is van toepassing op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond dat wordt genomen op een verzoek als bedoeld in [artikel 11.31, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.31&z=2017-01-01&g=2017-01-01). Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
##### Artikel 11.33
1. Ter voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt een akoestisch onderzoek verricht.
2. Het akoestisch onderzoek heeft betrekking op de geluidsbelasting die vanwege de weg of spoorweg zou kunnen worden ondervonden door geluidsgevoelige objecten, andere objecten en gebieden. Het onderzoek bevat een berekening van de geluidproductie op elk betrokken referentiepunt.
3. Bij het berekenen van de geluidproductie, bedoeld in het vorige lid, wordt uitgegaan van de gemiddelde waarden over de technische levensduur van de weg of spoorweg, welke zijn gevalideerd door metingen uitgevoerd door een onafhankelijke partij.
4. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd:
- a. bij een ambtshalve besluit: door de beheerder;
- b. bij een besluit op verzoek: door de aanvrager.
5. In afwijking van het vierde lid wordt de geluidproductie op de referentiepunten in alle gevallen berekend door de beheerder. De beheerder stelt de resultaten desgevraagd ter beschikking van een aanvrager als bedoeld in het derde lid, onder b.
6. Degene die het akoestisch onderzoek uitvoert, doet tevens akoestisch onderzoek naar de effecten van de samenloop van de geluidsbelasting van de weg of spoorweg en een andere geluidsbron als bedoeld in [artikel 11.30, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
7. Onze Minister stelt nadere regels omtrent:
- a. de wijze waarop het akoestisch onderzoek en de berekeningen worden uitgevoerd;
- b. de situaties waarop het akoestisch onderzoek en de berekeningen betrekking hebben;
- c. de gevallen waarin redelijkerwijs kan worden aangenomen dat geen behoefte bestaat aan een onderzoek naar de effecten van samenloop.
##### Artikel 11.34
Ter voorbereiding van een besluit tot ambtshalve vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond verstrekt de beheerder op verzoek van Onze Minister en binnen de gestelde termijn, alle inlichtingen en gegevens die hij redelijkerwijs nodig heeft ter voorbereiding van het besluit, waaronder de resultaten van het akoestisch onderzoek en de berekeningen, bedoeld in [artikel 11.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 11.35
In het besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt aangegeven welke maatregelen met toepassing van [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bij de besluitvorming in aanmerking zijn genomen.
##### Artikel 11.36
In een besluit tot verlaging van een geluidproductieplafond, waarin overeenkomstig [artikel 11.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.35&z=2017-01-01&g=2017-01-01) maatregelen zijn aangegeven, wordt bepaald dat de werking van het besluit in afwijking van [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt opgeschort totdat Onze Minister heeft medegedeeld dat de maatregelen ten genoegen van Onze Minister zijn getroffen. Deze mededeling geschiedt op dezelfde wijze als waarop van het besluit is kennisgegeven.
##### Artikel 11.37
Een afschrift van het besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt gezonden aan burgemeester en wethouders van de gemeente:
- a. waarin het desbetreffende referentiepunt is gelegen;
- b. waartoe de gronden behoren die zijn gelegen langs de desbetreffende weg of spoorweg binnen de zone, bedoeld in [hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&hoofdstuk=VI).
##### Artikel 11.38
1. Indien in een onherroepelijk besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond toepassing is gegeven aan [artikel 11.30, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en het geluidproductieplafond een zodanige waarde heeft dat de binnenwaarde bij volledige benutting van het geluidproductieplafond wordt overschreden, treft de beheerder geluidwerende maatregelen.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, strekt ertoe dat binnen een termijn van twee jaar nadat het besluit onherroepelijk is geworden de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige ruimten van het betreffende geluidsgevoelige object wordt teruggebracht tot een waarde die ten minste 3 dB is gelegen onder de binnenwaarde.
3. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder een andere termijn vaststellen waarbinnen de maatregelen worden getroffen.
4. Indien een geluidproductieplafond wordt verlaagd, is dit artikel uitsluitend van toepassing ten aanzien van geluidsgevoelige objecten waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg toeneemt bij volledige benutting van het verlaagde geluidproductieplafond.
##### Artikel 11.39
1. Indien de rechthebbende ten aanzien van een geluidsgevoelig object niet heeft toegestemd mee te werken aan maatregelen die moeten worden getroffen ingevolge [artikel 11.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verklaart Onze Minister, op verzoek van de beheerder, de verplichting, bedoeld in artikel 11.38, eerste lid, vervallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de rechthebbende wordt verzocht om mee te werken aan de realisatie van de maatregelen en de wijze waarop deze zijn toestemming verleent of onthoudt.
3. Onze Minister zendt een afschrift van de vervallenverklaring bij aangetekend schrijven aan de rechthebbende.
4. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de vervallenverklaring aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter inschrijving van die verklaring in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2). De [artikelen 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=24), en [26 van Boek 3 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=26) zijn niet van toepassing.
##### Artikel 11.40
De [artikelen 11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn niet van toepassing op een geluidsgevoelig object met betrekking waartoe met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere geluidsbelasting is toegestaan dan de wettelijke maximumwaarde ingevolge de Wet geluidhinder.
##### Artikel 11.41
Bij vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond wordt de geluidproductie vanwege een spoorwegemplacement als bedoeld in het [Besluit omgevingsrecht, bijlage I, onderdeel C, categorie 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027464&bijlage=I), alleen betrokken voor zover op die geluidproductie de [Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779) en [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing zijn.
##### Artikel 11.42
1. Het tweede tot en met vijfde lid zijn van toepassing indien een verzoek tot wijziging van een geluidproductieplafond of een wijziging van een geluidproductieplafond in het kader van een tracébesluit betrekking heeft op een weg of spoorweg waarvoor de beheerder op grond van [artikel 11.56, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.56&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een verzoek tot vaststelling van een saneringsplan moet doen, en er voor deze weg of spoorweg nog niet eerder een saneringsplan is vastgesteld.
2. In afwijking van [artikel 11.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt het geluidproductieplafond op een zodanige waarde vastgesteld dat op saneringsobjecten de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg niet hoger is dan de streefwaarde, bedoeld in [artikel 11.59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-01-01&g=2017-01-01), dan wel de overeenkomstig artikel 11.59, tweede lid, gereduceerde geluidsbelasting.
3. [Artikel 11.30, derde tot en met zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is voor een saneringsobject van toepassing, met dien verstande dat:
- a. in het vierde en vijfde lid van dat artikel in plaats van «het eerste of tweede lid» wordt gelezen: het [tweede lid van artikel 11.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. het zesde lid slechts van toepassing is indien toepassing van het vierde of vijfde lid ertoe leidt dat de geluidsbelasting bij volledige benutting van het gewijzigde geluidproductieplafond hoger is dan de geluidsbelasting die de betrokken geluidsgevoelige objecten vanwege de weg of spoorweg ondervinden bij volledige benutting van het geldende geluidproductieplafond.
4. Voor saneringsobjecten zijn de [artikelen 11.64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.64&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.65&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing en is [artikel 11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing.
5. In afwijking van [artikel 11.64, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.64&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden de geluidwerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.64, eerste lid en tweede lid, getroffen uiterlijk twee jaar na het onherroepelijk worden van het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond.
##### Artikel 11.43
1. Voor zover de in [artikel 11.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.35&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde maatregelen en het bestemmingsplan, of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit tot vaststelling of wijziging van het geluidproductieplafond voor de uitvoering van de daarin opgenomen maatregelen als een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken.
2. Voor zover een bestemmingsplan of een ander besluit een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.1) vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
##### Artikel 11.44
Deze afdeling is van toepassing op geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01) voor een op 1 juli 2012 bestaande weg of spoorweg en geprojecteerde weg of spoorweg, die wordt geplaatst op de geluidplafondkaart.
##### Artikel 11.45
1. De geluidproductieplafonds voor de wegen of spoorwegen, bedoeld in [artikel 11.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.44&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn de over de door Onze Minister aangewezen referentieperiode door hem berekende heersende geluidproducties op de daartoe door hem aangegeven referentiepunten, vermeerderd met 1,5 dB.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de geluidproductieplafonds voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen wegen of spoorwegen de in die maatregel aangegeven, of de op basis van de in de maatregel aangegeven gegevens door Onze Minister berekende, geluidproducties op de desbetreffende referentiepunten.
3. In afwijking van het eerste lid zijn voor een spoorweg waarvan de heersende geluidproductie op referentiepunten lager is dan 50,5 dB, en waarlangs geen geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn, de geluidproductieplafonds op 1 juli 2012 52,0 dB.
4. De heersende geluidproductie wordt met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen wegen, bepaald op basis van de situatie waarbij een daarbij aangegeven wegdek is aangebracht.
5. Indien de heersende geluidproductie op een referentiepunt langs een weg als bedoeld in het vierde lid, blijkens het verslag hoger is dan het krachtens het vierde lid berekende geluidproductieplafond, geldt voor het betreffende referentiepunt een vrijstelling van [artikel 11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01) totdat door vervanging van de wegverharding het geluidproductieplafond wordt nageleefd, maar uiterlijk tot 1 januari 2016.
6. Een vrijstelling van [artikel 11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.20&z=2017-01-01&g=2017-01-01) geldt voor geluidproductieplafonds die op grond van het tweede lid zijn bepaald met inachtneming van het effect van nog te treffen maatregelen. De vrijstelling geldt tot het moment waarop de maatregelen zijn uitgevoerd, of uiterlijk tot het moment waarop de maatregelen moeten zijn uitgevoerd ingevolge het besluit op grond waarvan zij moeten worden getroffen.
##### Artikel 11.46
1. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze waarop de geluidproductie, bedoeld in [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt berekend.
2. In afwijking van [artikel 11.25, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.2&artikel=11.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), worden ten minste de navolgende gegevens in het geluidregister opgenomen op 1 juli 2012:
- a. de ligging van de referentiepunten, bedoeld in [artikel 11.45, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. de heersende geluidproductie op elk van die referentiepunten;
- c. de hoogte van het geluidproductieplafond op elk van die referentiepunten;
- d. een vermelding van het lid van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01) met toepassing waarvan elk van die geluidproductieplafonds tot stand is gekomen;
- e. de brongegevens die behoren bij elk van deze geluidproductieplafonds.
##### Artikel 11.47
1. De [artikelen 11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) blijven buiten toepassing indien een geluidproductieplafond wordt gewijzigd omdat:
- a. onjuiste brongegevens met betrekking tot de weg of spoorweg zijn opgenomen in het geluidregister, bedoeld in [artikel 11.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.2&artikel=11.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. het geluidproductieplafond niet overeenkomt met de brongegevens.
2. In een geval als bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister besluiten dat de beheerder geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen treft ten behoeve van geluidsgevoelige objecten die geprojecteerd zijn na 1 juli 2012. De [artikelen 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.43&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister kan een termijn stellen waarbinnen de beheerder de maatregelen treft.
##### Artikel 11.48
1. Tot 18 juli 2018 wordt een geluidproductieplafond op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente slechts verlaagd in verband met door die gemeente te treffen of te bekostigen dan wel getroffen of bekostigde maatregelen tot verlaging van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten.
2. In afwijking van het eerste lid kan verlaging van een geluidproductieplafond op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente eerder dan 18 juli 2018 plaatsvinden, indien uit de gegevens van het verslag, bedoeld in [artikel 11.22, vierde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.22&z=2017-01-01&g=2017-01-01), blijkt dat de berekende geluidproductie ten minste 5 dB lager is dan het geldende geluidproductieplafond.
3. Onze Minister overweegt in het actieplan dat in 2018 wordt vastgesteld, of de geluidproductieplafonds, bedoeld in [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gelet op de geluidproductie van de weg of spoorweg, kunnen worden verlaagd.
##### Artikel 11.49
1. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder een besluit nemen, inhoudende dat het naar hun oordeel onvermijdelijk is om met toepassing van [artikel 11.30, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een geluidproductieplafond zodanig te wijzigen dat een geluidsgevoelig object vanwege een weg of spoorweg bij volledige benutting van dat plafond een geluidsbelasting ondervindt die de maximale waarde overschrijdt.
2. Een overschrijdingsbesluit als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden genomen, indien:
- a. een geluidproductieplafond:
- 1°. niet kan worden nageleefd met maatregelen die ingevolge [artikel 11.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in aanmerking komen;
- 2°. ingevolge [artikel 11.30, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet kan worden gewijzigd,
- 3°. niet kan worden nageleefd met toepassing van de maatregelen, bedoeld in [artikel 11.50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.50&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en
- b. voor de overschrijding van het geluidproductieplafond geen ontheffing van de verplichting tot naleving van het geluidproductieplafond, bedoeld in [artikel 11.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.2&paragraaf=11.3.2.1&artikel=11.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan worden verleend.
3. Onze Minister kan aan een overschrijdingsbesluit voorschriften verbinden, inhoudende dat de beheerder binnen een daarbij aangegeven termijn maatregelen treft die de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg beperken.
4. Toepassing van het eerste lid laat de toepasselijkheid van de [artikelen 11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01) onverlet.
##### Artikel 11.50
1. In een overschrijdingsbesluit wordt gemotiveerd aangegeven op welke gronden de volgende maatregelen in het specifieke geval in redelijkheid te kostbaar zijn, of op maatschappelijke bezwaren of de bezwaren, genoemd in [artikel 11.29, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), stuiten, dan wel niet geschikt of niet voldoende zijn om de overschrijding van de maximale waarde, of een verdere toename van die overschrijding, te voorkomen:
- a. een minnelijke overeenkomst met de rechthebbende over:
- 1°. het nemen van bouwkundige maatregelen met betrekking tot een geluidsgevoelig object of een wijziging van de bestemming of functie van het geluidsgevoelige object, tegen vergoeding van de kosten daarvan, of
- 2°. de aankoop van het geluidsgevoelige object;
- b. het treffen van andere maatregelen tot verlaging van de geluidsbelasting dan geluidbeperkende maatregelen;
- c. het treffen van geluidbeperkende maatregelen die financieel niet doelmatig zijn als bedoeld in [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- d. het gaan voldoen aan de akoestische kwaliteit, bedoeld in [artikel 11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), terwijl geen sprake is van aanleg of vervanging;
- e. onteigening van het geluidsgevoelige object.
2. De beheerder verstrekt bij een verzoek om een overschrijdingsbesluit alle inlichtingen en gegevens die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en motivering van het overschrijdingsbesluit.
3. Indien het verzoek om een overschrijdingsbesluit wordt geweigerd, bevordert Onze Minister de naleving van de geldende geluidproductieplafonds door:
- a. het benutten van zijn wettelijke bevoegdheden met het oog op het treffen van maatregelen als bedoeld in het eerste lid, of
- b. het ter beschikking stellen van budget voor het treffen van bedoelde maatregelen, voor zover de kosten van die maatregelen redelijkerwijze niet ten laste van de beheerder behoren te komen.
4. Indien de beheerder ingevolge het derde lid van [artikel 11.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.49&z=2017-01-01&g=2017-01-01) een of meer maatregelen als bedoeld in het eerste lid moet treffen, bevordert Onze Minister het treffen van die maatregelen op de wijze, aangegeven in het derde lid, onder a en b.
##### Artikel 11.51
1. Indien een belanghebbende ten gevolge van een overschrijdingsbesluit schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kent Onze Minister hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de indiening en afhandeling van een verzoek om schadevergoeding.
##### Artikel 11.52
1. De voorbereiding en het nemen van een overschrijdingsbesluit vinden gelijktijdig plaats met de voorbereiding en het nemen van het besluit tot wijziging van een geluidproductieplafond.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het weigeren van de in dat lid bedoelde besluiten.
3. De [artikelen 11.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.32&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.53
1. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van het overschrijdingsbesluit aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter inschrijving van dat besluit in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2). De [artikelen 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=24), en [26 van Boek 3 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=26) zijn niet van toepassing.
2. Indien een overschrijdingsbesluit ingevolge een besluit of uitspraak in rechte is vernietigd, is ingetrokken of gewijzigd, doet Onze Minister daarvan mededeling aan de Dienst, bedoeld in het eerste lid. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.54
1. Onze Minister kan een overschrijdingsbesluit wijzigen of intrekken.
2. Op een besluit tot wijziging van een overschrijdingsbesluit zijn de [artikelen 11.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.50&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.51&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.53&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. Op een besluit tot intrekking van een overschrijdingsbesluit zijn de [artikelen 11.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.52&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.5&artikel=11.53&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.55
1. Voor de mogelijkheid van beroep worden als één besluit aangemerkt het overschrijdingsbesluit en het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond, dan wel de weigering om deze besluiten te nemen.
2. Indien het overschrijdingsbesluit wordt vernietigd, vervalt het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond van rechtswege.
##### Artikel 11.56
1. De beheerder van een weg of spoorweg waarvoor de geluidproductieplafonds tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), doet uiterlijk 31 december 2020 een verzoek aan Onze Minister tot vaststelling van een saneringsplan.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een weg of spoorweg waarvoor de geluidproductieplafonds tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor zover dit is aangegeven bij algemene maatregel van bestuur.
3. Bij het verzoek worden ten minste overgelegd:
- a. een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting die vanwege de weg of spoorweg bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds wordt ondervonden door saneringsobjecten;
- b. het mede op basis van het akoestisch onderzoek opgesteld voorstel voor een saneringsplan;
- c. een planning voor de uitvoering van het saneringsplan;
- d. een voorstel voor de saneringsmaatregelen, bedoeld in [artikel 11.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de gegevens die bij het verzoek worden overgelegd.
5. Op het akoestisch onderzoek is [artikel 11.33, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van overeenkomstige toepassing.
6. Dit artikel is niet van toepassing op wegen en spoorwegen met betrekking waartoe toepassing is gegeven aan [artikel 11.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.42&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 11.57
1. Saneringsobjecten zijn objecten die vallen onder een of meer van de volgende categorieën:
- a. woningen en andere geluidsgevoelige objecten langs wegen en spoorwegen die op de geluidplafondkaart zijn aangegeven, die op grond van [artikel 88 van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=88), zoals dat luidde voor 1 januari 2007, of [artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020445&artikel=4.17) bij Onze Minister tijdig zijn gemeld, voor zover deze nog niet zijn gesaneerd, en de geluidsbelasting bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds hoger is dan 60 dB als het een weg betreft of 65 dB als het een spoorweg betreft,
- b. woningen alsmede in een bestemmingsplan opgenomen ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens, waarvan de geluidsbelasting vanwege een in [artikel 11.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.56&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bedoelde weg of spoorweg bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds hoger is dan 65 dB als het een weg betreft of 70 dB als het een spoorweg betreft,
- c. woningen alsmede in een bestemmingsplan opgenomen ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens, waarvan de geluidsbelasting vanwege bij algemene maatregel van bestuur genoemde delen van wegen of spoorwegen bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds hoger is dan 55 dB als het een weg betreft of 60 dB als het een spoorweg betreft.
2. Onder saneringsobjecten als bedoeld in het eerste lid worden niet verstaan geluidsgevoelige objecten met betrekking waartoe met toepassing van de [Interimwet stad-en-milieubenadering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019466) een hogere geluidsbelasting is toegestaan dan de wettelijke maximumwaarde ingevolge de [Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227).
##### Artikel 11.58
1. Een saneringsplan kan betrekking hebben op een of meer delen van wegen of spoorwegen.
2. Voor een deel van een weg of spoorweg wordt slechts eenmaal een saneringsplan vastgesteld.
##### Artikel 11.59
1. Een saneringsplan bevat voor saneringsobjecten de maatregelen die met toepassing van [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in aanmerking zijn genomen om de geluidsbelasting vanwege de desbetreffende weg of spoorweg bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds op de gevel van de saneringsobjecten te beperken tot de streefwaarde van 60 dB als het een weg betreft of 65 dB als het een spoorweg betreft.
2. In afwijking van het eerste lid bevat een saneringsplan de maatregelen die met toepassing van [artikel 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in aanmerking zijn genomen om de geluidsbelasting vanwege de desbetreffende weg of spoorweg op de gevel van de saneringsobjecten die voldoen aan [artikel 11.57, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.57&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met minimaal 5 dB te reduceren, tenzij toepassing van het eerste lid leidt tot een lagere geluidsbelasting.
3. Een saneringsplan kan voor saneringsobjecten voorts andere in aanmerking komende saneringsmaatregelen bevatten.
##### Artikel 11.60
1. Een saneringsplan wordt vastgesteld door Onze Minister.
2. Op de voorbereiding van de vaststelling van een saneringplan is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van overeenkomstige toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door eenieder.
3. Bij zijn beslissing geeft Onze Minister aan binnen hoeveel tijd na het onherroepelijk worden van het saneringsplan, de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan getroffen moeten zijn.
4. [Artikel 11.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.61
In bijzondere gevallen kan Onze Minister het saneringsplan of de termijn waarbinnen de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan getroffen moeten zijn, wijzigen.
##### Artikel 11.62
1. Voor zover de in een vastgesteld saneringsplan opgenomen saneringsmaatregelen en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit tot vaststelling van het saneringsplan voor de uitvoering van de daarin opgenomen saneringsmaatregelen als een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van [artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.12) van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken.
2. [Artikel 11.43, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.4&artikel=11.43&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.63
1. Indien de saneringsmaatregelen, bedoeld in [artikel 11.59, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-01-01&g=2017-01-01), leiden tot een verlaging van de geluidsbelasting van de saneringsobjecten, doet de beheerder gelijktijdig met het verzoek, bedoeld in [artikel 11.56, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.56&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een verzoek tot een verlaging van de betrokken geluidproductieplafonds overeenkomstig het geluideffect van die maatregelen.
2. De voorbereiding, het nemen en het ter inzage leggen van een wijziging van een geluidproductieplafond als bedoeld in het eerste lid vinden gelijktijdig plaats met de voorbereiding, het vaststellen en het ter inzage leggen van het saneringsplan waarop die wijziging betrekking heeft.
3. In afwijking van [artikel 11.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.36&z=2017-01-01&g=2017-01-01) wordt in het besluit tot verlaging bepaald dat de werking van het besluit wordt opgeschort tot het eerste van de volgende tijdstippen:
- a. het tijdstip waarop Onze Minister heeft medegedeeld dat de ingevolge het saneringsplan te treffen maatregelen ten genoegen van het bevoegd gezag zijn getroffen, of
- b. het tijdstip met ingang waarvan de maatregelen ingevolge [artikel 11.60, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.60&z=2017-01-01&g=2017-01-01), eventueel verlengd overeenkomstig [artikel 11.61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.61&z=2017-01-01&g=2017-01-01), getroffen moeten zijn.
4. In afwijking van het derde lid heeft een verzoek tot wijziging van een betrokken geluidproductieplafond dat wordt gedaan tussen het besluit tot verlaging, bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip waarop de laatstgenoemde verlaging gaat werken, betrekking op de waarde van het geluidproductieplafond na het gaan werken van deze verlaging.
5. Op het besluit tot verlaging van het geluidproductieplafond zijn de [artikelen 11.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.29&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.1&artikel=11.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.33&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [11.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.2&artikel=11.35&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [11.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.38&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet van toepassing.
6. De mededeling, bedoeld in het derde lid, onder a, geschiedt op dezelfde wijze als waarop is kennisgegeven van het besluit.
7. Voor de mogelijkheid van beroep worden als één besluit aangemerkt een wijziging van een geluidproductieplafond als bedoeld in het eerste lid en het vaststellen van het saneringsplan waarop die wijziging betrekking heeft.
8. Indien het saneringsplan wordt vernietigd, vervalt het besluit tot wijziging van het geluidproductieplafond van rechtswege.
##### Artikel 11.64
1. Indien bij volledige benutting van het op grond van [artikel 11.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gewijzigde geluidproductieplafond de geluidsbelasting van een saneringsobject hoger is dan de in [artikel 11.59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde streefwaarde, en de binnenwaarde wordt overschreden, treft de beheerder geluidwerende maatregelen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien geen maatregelen in aanmerking komen om de geluidsbelasting van een saneringsobject te beperken tot de in [artikel 11.59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.59&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde streefwaarde, en de binnenwaarde wordt overschreden.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, strekt ertoe dat uiterlijk 31 december 2021 de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige ruimten van het betreffende saneringsobject wordt teruggebracht tot een waarde die ten minste 3 dB is gelegen onder de binnenwaarde.
4. Onze Minister kan op verzoek van de beheerder een andere termijn vaststellen waarbinnen de maatregelen worden getroffen.
5. [Artikel 11.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.3&paragraaf=11.3.3.3&artikel=11.39&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.65
1. Op saneringsobjecten waarop de geluidsbelasting, vanwege de weg of spoorweg, bij volledige benutting van het op grond van [artikel 11.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.6&artikel=11.63&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gewijzigde geluidproductieplafond, de maximale waarde overschrijdt, zijn het tweede en derde lid van toepassing.
2. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van het besluit inzake wijziging van het geluidproductieplafond aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ter inschrijving van dat besluit in de openbare registers, bedoeld in [afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&afdeling=2). De [artikelen 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=24), en [26 van Boek 3 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=26) zijn niet van toepassing.
3. Indien de geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg, voor een saneringsobject als bedoeld in het eerste lid niet meer de maximale waarde zal overschrijden ingevolge een besluit tot wijziging van een geluidproductieplafond, doet Onze Minister daarvan mededeling aan de Dienst, bedoeld in het tweede lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.66
Onze Minister zenden op 1 juli 2022 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit hoofdstuk in de praktijk.
##### Artikel 11a.1
In deze titel wordt, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot de verantwoordelijkheid behoren van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onder Onze betrokken Minister verstaan: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
##### Artikel 11a.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.
2. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. het verrichten van berekeningen, metingen of tellingen;
- b. het nemen of analyseren van monsters of het anderszins verrichten van onderzoek naar de aard of mate van verontreinigingen in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond, organismen of bodem;
- c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond of bodem;
- d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
- e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
- f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f;
- h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten, of
- i. werkzaamheden met betrekking tot een bodemenergiesysteem.
3. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:
- a. een erkenning waarmee Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, heeft vastgesteld dat degene die een werkzaamheid als bedoeld in het eerste lid uitvoert voldoet aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- b. een certificaat waarmee een krachtens onderdeel a erkende certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voldoet aan de voor de certificering geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd;
- c. een accreditatie waarmee de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een certificeringsinstelling, een inspectie-instelling, een laboratorium of een andere instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid en dat wordt voldaan aan eisen omtrent de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
4. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. te handelen overeenkomstig de aan de erkenning verbonden voorschriften;
- b. te handelen overeenkomstig het voor de desbetreffende werkzaamheid bij of krachtens de maatregel aangewezen document;
- c. te handelen overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde eisen omtrent de onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- d. van een intrekking of een schorsing van een certificaat of een accreditatie een kennisgeving te doen aan Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de aanvraag voor een erkenning moet geschieden en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag;
- b. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, en
- c. de termijn waarvoor een erkenning kan worden verleend of geschorst.
6. Indien op grond van het vijfde lid, onderdeel b, bij de maatregel is bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), kan bij die maatregel worden bepaald dat voorafgaand aan de weigering of intrekking het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8) om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9) kan worden gevraagd.
7. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
##### Artikel 11a.3
Voor zover uitvoering is gegeven aan [artikel 11A.2, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:
- a. het bevoegd gezag een aanvraag om een beschikking die bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde wetten wordt gegeven, niet in behandeling neemt indien daarbij gegevens zijn gevoegd die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde wetten geldende verplichting geen gegevens worden verstrekt die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
##### Artikel 16.11a
Vervallen
##### Artikel 16.13a
1. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van deze paragraaf regels gesteld met betrekking tot het melden aan het bestuur van de emissieautoriteit van:
- a. het geheel, gedeeltelijk of tijdelijk beëindigen van de werking van een broeikasgasinstallatie;
- b. het hervatten van de productie na beëindiging van de werking van een broeikasgasinstallatie;
- c. een aanzienlijke vermindering van de capaciteit van een broeikasgasinstallatie.
2. Bij ministeriële regeling kan ter uitvoering van deze paragraaf worden bepaald dat ook andere handelingen of omstandigheden aan het bestuur van de emissieautoriteit moeten worden gemeld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.
##### Artikel 16.20c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:
- a. met betrekking tot de inrichting een krachtens [artikel 2.33 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&artikel=2.33) genomen beschikking in werking is getreden;
- b. deze afdeling niet meer op de inrichting van toepassing is.
2. De verplichting tot het indienen van een emissieverslag als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel blijft, voor wat betreft het kalenderjaar waarin de beschikking tot intrekking van de vergunning van kracht is geworden, na intrekking van de vergunning op de laatste houder daarvan rusten, totdat aan die verplichting is voldaan.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.30a
1. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de beoordeling door de Europese Commissie overeenkomstig de artikelen 10bis, vijfde lid, 11, derde lid, en 27, eerste en tweede lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten niet behoeft te worden gewijzigd, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde beoordeling geheel of gedeeltelijk moet worden gewijzigd, stelt Onze Minister het nationale toewijzingsbesluit opnieuw vast nadat daarin zijn verwerkt de door de Europese Commissie voorgestelde wijzigingen met betrekking tot:
- a. de toepassing van een uniforme correctiefactor als bedoeld in artikel 10bis, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
- b. het weigeren op grond van artikel 11, derde lid, van de onder a genoemde richtlijn van:
- 1°. opname van een inrichting op de lijst, bedoeld in [artikel 16.24, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- 2°. toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een inrichting als bedoeld onder 1° of het aantal voor een dergelijke inrichting kosteloos toegewezen broeikasgasemissierechten;
- c. uitsluiting van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten van inrichtingen die daartoe zijn gemeld op grond van artikel 27, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor die inrichtingen.
3. [Artikel 16.30, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is niet van toepassing. Artikel 16.30, vierde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.33a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 24bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de kosteloze toewijzing en verlening van broeikasgasemissierechten voor projecten die de emissie van broeikasgassen verlagen maar waarop deze titel niet van toepassing is. Deze regels voldoen aan genoemde uitvoeringsmaatregelen.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
##### Artikel 16.34a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, dertiende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de lijst van bedrijfstakken of deeltakken die geacht worden te zijn blootgesteld aan een significant risico op het weglekeffect, aanpast, en het bedrijfstakken of deeltakken betreft die in Nederland zijn gevestigd, wijzigt Onze Minister een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste en dertiende lid, van die richtlijn heeft vastgesteld. De [artikelen 16.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34b
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. indien de werking van een broeikasgasinstallatie geheel wordt beëindigd, tenzij de vergunninghouder ten genoegen van Onze Minister aantoont dat de productie binnen een concrete en redelijke termijn zal worden hervat,
- b. indien de werking van een broeikasgasinstallatie tijdelijk wordt beëindigd,
- c. indien de werking van een broeikasgasinstallatie gedeeltelijk wordt beëindigd,
- d. indien de capaciteit van een broeikasgasinstallatie aanzienlijk wordt verminderd, of
- e. indien de omstandigheid, bedoeld onder c, geheel of gedeeltelijk heeft opgehouden te bestaan.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt de werking van een broeikasgasinstallatie geacht geheel beëindigd te zijn indien de vergunning, bedoeld in [artikel artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor de betrokken inrichting is ingetrokken of indien de broeikasgasinstallatie technisch gezien niet meer kan werken of in werking kan worden gesteld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
4. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34c
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan tevens worden gewijzigd of ingetrokken, indien:
- a. degene die de inrichting drijft, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid, of
- b. het besluit anderszins onjuist was en degene die de inrichting drijft, dit wist of behoorde te weten.
2. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de betrokken inrichting worden gewijzigd indien acht jaren zijn verstreken sedert de dag waarop het besluit is bekendgemaakt.
##### Artikel 16.34d
Bij intrekking of wijziging op grond van [artikel 16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [artikel 16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kan worden bepaald dat de intrekking of wijziging terugwerkt tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 16.34e
Op de voorbereiding van een krachtens [artikel 16.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2017-01-01&g=2017-01-01) of [16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genomen besluit, voor zover een dergelijk besluit strekt tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit, zijn [artikel 16.30, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van deze wet en [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
##### Artikel 16.39sa
De [artikelen 16.35a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35a&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [16.35b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35b&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
##### Artikel 16.47a
Vervallen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 18.2j
Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde verplichtingen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-10-01&g=2012-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-10-01&g=2012-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-10-01&g=2012-10-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.5
### Voorschrift 4.6
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.6
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 8.2
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.4
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.2a
1. Deze afdeling is, met uitzondering van [paragraaf 16.2.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), mede van toepassing op het transport van CO2 (CCS).
2. Voor de toepassing van deze afdeling op het transport van CO2 (CCS) wordt onder «degene die de inrichting drijft» verstaan: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de transportactiviteit verricht of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van die activiteit is overgedragen.
##### Artikel 16.2b
1. De artikelen [16.24 tot en met 16.30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2017-01-01&g=2017-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op inrichtingen die op grond van artikel 27, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten zijn uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten.
2. Het eerste lid geldt met ingang van 1 januari van het eerste kalenderjaar van de betrokken handelsperiode.
3. Indien een inrichting op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de door die inrichting veroorzaakte emissies de in artikel 27, eerste lid, van die richtlijn opgenomen hoeveelheid overschrijden, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op die inrichting van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de inrichting niet meer voldoet aan de voorwaarden voor uitsluiting. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de inrichting niet meer aan bedoelde voorwaarden voldoet.
4. Indien een inrichting op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de maatregelen die een gelijkwaardige bijdrage leveren tot emissiereductie, niet langer van toepassing zijn, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2017-01-01&g=2017-01-01), op die inrichting van toepassing met ingang van de dag volgend op de dag waarop bedoelde maatregelen zijn vervallen. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin bedoelde maatregelen zijn vervallen.
##### Artikel 16.4a
1. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid emissierechten en de toewijzing daarvan en met de bewaking, rapportage en verificatie van emissies onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt.
2. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.35a
1. Op verzoek van degene die een inrichting drijft, verleent het bestuur van de emissieautoriteit broeikasgasemissierechten die geldig zijn met ingang van 1 januari 2013 ter vervanging van emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties die zijn verleend ten behoeve van:
- a. voor 1 januari 2013 gerealiseerde emissiereducties uit projectactiviteiten in het kader van het mechanisme van gemeenschappelijke uitvoering, bedoeld in artikel 6 van het Protocol van Kyoto, onderscheidenlijk het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van genoemd protocol;
- b. op of na 1 januari 2013 gerealiseerde emissiereducties uit projectactiviteiten als bedoeld onder a die voor die datum zijn geregistreerd.
2. Op verzoek van degene die een inrichting drijft, verleent het bestuur van de emissieautoriteit broeikasgasemissierechten die geldig zijn met ingang van 1 januari 2013 ter vervanging van gecertificeerde emissiereducties die zijn verleend voor emissiereducties uit projectactiviteiten in het kader van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, die op of na 1 januari 2013 zijn geregistreerd in een land dat ten tijde van die registratie was opgenomen op de vanwege de Verenigde Naties uitgegeven lijst van minst ontwikkelde landen.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op projectactiviteiten voor:
- a. het opwekken van elektriciteit door het vrijmaken van kernenergie;
- b. landgebruik, verandering in het landgebruik en bosbouwactiviteiten.
4. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing zolang het aantal emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties het percentage ten hoogste toegestaan gebruik dat voor de betrokken categorie inrichtingen is gespecificeerd in de overeenkomstig artikel 11bis, achtste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde maatregelen, niet overschrijdt.
5. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van toepassing tot 31 maart 2015.
6. Het tweede lid is van toepassing totdat het betrokken minst ontwikkelde land een op de betrokken emissiereducties betrekking hebbend verdrag met de Europese Unie heeft bekrachtigd, doch, indien voor 1 januari 2020 geen bekrachtiging heeft plaatsgevonden, uiterlijk tot 1 januari 2020.
7. Zodra een internationale overeenkomst over klimaatverandering tot stand is gekomen, is dit artikel uitsluitend van toepassing indien de betrokken derde staat die overeenkomst heeft bekrachtigd.
8. Bij de toepassing van dit artikel neemt het bestuur van de emissieautoriteit de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 11bis, negende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, in acht.
##### Artikel 16.35b
1. Op verzoek van degene die een inrichting drijft, verleent het bestuur van de emissieautoriteit broeikasgasemissierechten die geldig zijn met ingang van 1 januari 2013 ter vervanging van kredieten uit projecten of andere emissiereducerende activiteiten in derde staten als bedoeld in artikel 11bis, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
2. [Artikel 16.35a, vierde, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&paragraaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.35c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, terugvorderen van degene die de betrokken inrichting drijft. Indien degene die de inrichting drijft, onvoldoende broeikasgasemissierechten bezit, kan een met de waarde van die rechten corresponderend bedrag worden teruggevorderd.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de terug te vorderen broeikasgasemissierechten dan wel het met de waarde van die rechten corresponderende bedrag bij dwangbevel invorderen.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, verrekenen met de hoeveelheid voor degene die de inrichting drijft, te verlenen broeikasgasemissierechten voor de daarop volgende handelsperiode.
4. Terugvordering vindt niet plaats voor zover na de dag waarop het besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten is bekendgemaakt, acht jaren zijn verstreken.
5. Bij het bepalen van de waarde van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, wordt uitgegaan van de gemiddelde marktprijs van een dergelijk recht op het moment van terugvordering. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2013-04-25&g=2013-04-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2013-04-25&g=2013-04-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2013-04-25&g=2013-04-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-01-25&g=2014-01-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-01-25&g=2014-01-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-01-25&g=2014-01-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 3.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 5.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 9. Richtwaarde voor arseen
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 17.5e
[Titel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing op een niet onder die titel begrepen inbreuk op de voorschriften, verbonden aan een omgevingsvergunning of gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&paragraaf=8.1&artikel=8.40&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met betrekking tot activiteiten als bedoeld in richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L334), met dien verstande dat:
- a. in [artikel 17.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in plaats van «om herhaling of de gevolgen van dat voorval te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken» wordt gelezen: om ervoor te zorgen dat op een zo kort mogelijke termijn weer aan de voorschriften wordt voldaan.
- b. voor de toepassing van deze titel alle overige verwijzingen in [titel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) naar een ongewoon voorval als verwijzingen gelden naar de in dit artikel bedoelde inbreuk.
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-11-01&g=2014-11-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-11-01&g=2014-11-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-11-01&g=2014-11-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2014-11-01&g=2014-11-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2014-11-01&g=2014-11-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2014-01-25&g=2014-01-25), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.23a
1. De kosten van de commissie en het bureau worden gedekt uit door de commissie vast te stellen en in rekening te brengen tarieven voor de uit te brengen adviezen.
2. De in het eerste lid bedoelde tarieven hebben een rechtstreeks verband met de in dat lid bedoelde adviezen en belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten voor die adviezen.
3. De in het eerste lid bedoelde tarieven behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
4. De [artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=10:28) zijn van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring, bedoeld in het derde lid.
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
#### § 2.4. De provinciale milieucommissie
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.3. Het nationale milieuprogramma
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.5b. Het regionale milieuprogramma
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.3. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.12. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
#### Paragraaf 8.2
#### Paragraaf 8.3
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4&paragraaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2014-11-01&g=2014-11-01)
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2014-11-01&g=2014-11-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 9.7.1. Algemeen
##### Artikel 9.7.1.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **benzine:** ongelode lichte olie als bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26);
- **biobrandstof:** biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **diesel:** gasolie als bedoeld in [artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26);
- **duurzaamheidssysteem:** vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie dat door de Europese Commissie is erkend;
- **energie-inhoud:** energie-inhoud als genoemd in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of indien niet opgenomen in die bijlage berekend volgens bij ministeriële regeling te stellen regels;
- **hernieuwbare brandstof:** energie voor vervoer die is:
- 1°. geen elektriciteit of biobrandstof,
- 2°. geproduceerd uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de richtlijn hernieuwbare energie, met behulp van energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in dat artikel;
- **hernieuwbare brandstofeenheid:** hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in [artikel 9.7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.3&artikel=9.7.3.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- **hernieuwbare energie vervoer:** energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de richtlijn hernieuwbare energie bestemd voor vervoer;
- **importeur:** onderneming die benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof invoert in Nederland, maar geen houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25) of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën als bedoeld in artikel 25 van die wet is;
- **inboeker:** onderneming die:
- 1°. houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25) is,
- 2°. geregistreerde geadresseerde als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25) is,
- 3°. importeur is, dan wel
- 4°. elektriciteit of gasvormige biobrandstof levert aan wegvoertuigen in Nederland;
- **inboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van hernieuwbare energie vervoer overeenkomstig [artikel 9.7.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) mogelijk maakt;
- **jaarverplichting:** aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat de leverancier tot eindverbruik is verschuldigd op grond van [artikel 9.7.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- **jaarverplichtingfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die een leverancier tot eindverbruik ingevolge [artikel 9.7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) heeft om aan zijn jaarverplichting te voldoen;
- **leverancier tot eindverbruik:** houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën als bedoeld in [artikel 25 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25), of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën als bedoeld in artikel 25 van die wet, die benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof levert tot eindverbruik, of importeur;
- **leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer:** leveren tot eindverbruik dan wel leveren aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a);
- **leveren tot eindverbruik:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2);
- **onderneming:** onderneming als bedoeld in [artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5);
- **overboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
- **register:** register hernieuwbare energie vervoer als bedoeld in [artikel 9.7.5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- **richtlijn hernieuwbare energie:** richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging van en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
- **vervoer:** alle vormen van transport over de weg, het spoor, het water en door de lucht binnen Nederland.
##### Artikel 9.7.1.2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.
##### Artikel 9.7.1.3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van deze titel beperkingen worden gesteld aan het gebruik van biobrandstoffen waarvan de energie-inhoud op grond van de richtlijn hernieuwbare energie enkelvoudig telt.
##### Artikel 9.7.1.4
De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
##### Artikel 9.7.2.1
De leverancier tot eindverbruik is in enig kalenderjaar het aantal hernieuwbare brandstofeenheden verschuldigd dat overeenkomt met het bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen gedeelte van de energie-inhoud van de door hem in het direct aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof.
##### Artikel 9.7.2.2
De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register.
##### Artikel 9.7.2.3
1. De leverancier tot eindverbruik voert voor 1 maart van enig kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register de door hem in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof in.
2. Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde hoeveelheid tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
##### Artikel 9.7.2.4
1. Indien een leverancier tot eindverbruik de door hem in enig kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof niet voor 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening kan het bestuur van de emissieautoriteit die hoeveelheid ambtshalve vaststellen.
2. Indien een leverancier tot eindverbruik de door hem in enig kalenderjaar tot eindverbruik aan wegvoertuigen of spoorvoertuigen in Nederland geleverde hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening kan het bestuur van de emissieautoriteit tot vijf jaar na dat kalenderjaar de juiste hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof ambtshalve vaststellen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.7.2.5
1. Op 1 april van enig kalenderjaar:
- a. heeft de leverancier tot eindverbruik ten minste het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
- b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier tot eindverbruik het aantal hernieuwbare brandstofeenheden af,
dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting.
2. Indien toepassing van [artikel 9.7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), leidt tot een verhoging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar schrijft het bestuur van de emissieautoriteit het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de leverancier tot eindverbruik.
3. Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of tweede lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan.
##### Artikel 9.7.3.1
Een hernieuwbare brandstofeenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één gigajoule hernieuwbare energie vervoer.
##### Artikel 9.7.3.2
Een hernieuwbare brandstofeenheid kan uitsluitend in het register gehouden worden.
##### Artikel 9.7.3.3
1. Een hernieuwbare brandstofeenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
2. Een hernieuwbare brandstofeenheid is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 9.7.3.4
Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden kan niet leiden tot een aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening dat minder is dan nul.
##### Artikel 9.7.3.5
1. De voor overdracht van een hernieuwbare brandstofeenheid vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van de hernieuwbare brandstofeenheid van de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid overdraagt, en
- b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.
##### Artikel 9.7.3.6
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.
##### Artikel 9.7.3.7
1. In afwijking van [artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=228) kan op een hernieuwbare brandstofeenheid geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een hernieuwbare brandstofeenheid kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
3. Een hernieuwbare brandstofeenheid is niet vatbaar voor beslag.
#### § 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
##### Artikel 9.7.4.1
1. Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem aan:
- a. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- b. vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of
- d. wegvoertuigen in Nederland geleverde elektriciteit.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker van gasvormige biobrandstof of elektriciteit.
##### Artikel 9.7.4.2
De in te boeken vloeibare biobrandstof:
- a. voldoet aan de eisen, gesteld krachtens[artikel 9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en
- b. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt voor vervoer op een locatie die voor die vloeibare biobrandstof is gecertificeerd of geverifieerd volgens de eisen van het door de inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem.
##### Artikel 9.7.4.3
De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan de eisen, gesteld:
- a. krachtens [artikel 9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en
- b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
##### Artikel 9.7.4.4
1. De in te boeken vloeibare hernieuwbare brandstof voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
2. De inboeker die een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die brandstof voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
4. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.5
1. Bij ministeriële regeling:
- a. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer;
- b. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan de [artikelen 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01);
- c. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald;
- d. kunnen nadere regels worden gesteld voor het inboeken van vloeibare hernieuwbare brandstof.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
##### Artikel 9.7.4.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule energie-inhoud hernieuwbare energie vervoer die is ingeboekt in het register één hernieuwbare brandstofeenheid bij op de rekening van de inboeker.
2. De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie vervoer wordt naar beneden afgerond op één gigajoule.
3. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij die ministeriële regeling vastgestelde factor, van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit die is geleverd aan wegvoertuigen in Nederland.
4. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer hernieuwbare brandstoffeneenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt voor vervoer is geleverd.
##### Artikel 9.7.4.7
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden openbaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.8
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën biobrandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij of krachtens die maatregel vastgestelde factor.
2. De inboeker die een hoeveelheid biobrandstof als bedoeld in het eerste lid inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die biobrandstof voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid.
3. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
4. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.9
Voor hernieuwbare energie vervoer die tussen 1 januari en 1 april van enig kalenderjaar wordt geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer, aan vervoer in Nederland respectievelijk aan wegvoertuigen in Nederland en ingeboekt in het register schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 april van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.
##### Artikel 9.7.4.10
Een hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt ingeboekt in het register is niet als duurzaam overgedragen en wordt niet nog een keer ingeboekt in het register.
##### Artikel 9.7.4.11
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van hernieuwbare brandstofeenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.12
1. De inboeker overlegt voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie vervoer aan de Nederlandse markt voor vervoer, aan vervoer in Nederland respectievelijk aan wegvoertuigen in Nederland heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing:
- a. de door hem ingeboekte hernieuwbare energie vervoer voldoet aan de bij of krachtens de [artikelen 9.7.4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.5, eerste lid, onderdelen a en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [9.7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde eisen, en
- b. hij heeft voldaan aan de bij of krachtens de [artikelen 9.7.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01),[9.7.4.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [9.7.4.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) gestelde eisen.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.13
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer of de verificatie, bedoeld in [artikel 9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kan het bestuur die hoeveelheid, de kenmerken van die hoeveelheid of de factor, bedoeld in [artikel 9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker teveel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer, wordt het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker teveel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
4. Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul wordt het tekort door de inboeker aangevuld voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan.
##### Artikel 9.7.4.14
1. De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker van vloeibare biobrandstof de aard en herkomst van de door die inboeker ingeboekte vloeibare biobrandstoffen alsmede het door die inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.5.1
1. Er is een elektronisch register hernieuwbare energie vervoer.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in [artikel 9.7.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
##### Artikel 9.7.5.2
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het register vaststellen.
##### Artikel 9.7.5.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de leverancier tot eindverbruik op diens naam een rekening met jaarverplichtingfaciliteit en met overboekfaciliteit.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een inboeker op diens naam een rekening met inboekfaciliteit en met overboekfaciliteit.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een andere onderneming dan die bedoeld in het eerste of tweede lid, die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, op diens naam een rekening met overboekfaciliteit.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een onderneming niet meer dan één rekening. Een rekening kan alle in het eerste en tweede lid genoemde faciliteiten omvatten.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
##### Artikel 9.7.5.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan indien het redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van fraude of misbruik of dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. weigeren een rekening te openen;
- b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
- c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening opheffen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.5.5
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening met overboekfaciliteit, inboekfaciliteit of jaarverplichtingfaciliteit een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
##### Artikel 9.7.5.6
1. Van het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op 1 april van enig kalenderjaar op de rekening van een leverancier tot eindverbruik nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een inboeker of een onderneming als bedoeld in [artikel 9.7.5.3. derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid. Voor de leverancier tot eindverbruik, de inboeker of de onderneming, bedoeld in [artikel 9.7.5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), kunnen verschillende regels worden vastgesteld.
3. De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.6.1
Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft overeenkomstig de[artikelen 9.7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en[9.7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.4&artikel=9.7.4.7&z=2017-01-01&g=2017-01-01), volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker of leverancier tot eindverbruik die geregistreerde als bedoeld in [artikel 1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926&artikel=1) was, voor de bij of krachtens die maatregel bepaalde hoeveelheid van de door die inboeker of leverancier tot eindverbruik in het direct aan de datum van inwerkingtreding van deze titel voorafgaande kalenderjaar geleverde hernieuwbare energie vervoer.
##### Artikel 9.7.6.2
De verplichtingen die voor geregistreerden als bedoeld in het [Besluit hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926) voortvloeien uit dat besluit of de [Regeling hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029954) blijven van toepassing voor het direct aan de datum van inwerkingtreding van deze titel voorafgaande kalenderjaar.
##### Artikel 9.7.6.3
1. Indien een leverancier tot eindverbruik die registratieplichtige als bedoeld in [artikel 1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926&artikel=1) was, naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit in enig kalenderjaar niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van [artikel 3, eerste lid, van dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029926&artikel=3), kan het bestuur tot vijf jaar na dat kalenderjaar het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met het aandeel van de verplichting waaraan de leverancier tot eindverbruik niet heeft voldaan, afschrijven van de rekening van die leverancier tot eindverbruik.
2. [Artikel 9.7.2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&paragraaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 8.2
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2017-01-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-12-31
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-04-14
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-06-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 59 más
2014-11-01
Wet milieubeheer — arts. 3, 400
2014-10-15
Wet milieubeheer — arts. 3, 400
2014-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 2, 2 y 56 más
2014-01-25
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2014-01-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-12-12
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-07-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-05-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2013-04-25
Wet milieubeheer — art. 3
2013-04-12
Wet milieubeheer — art. 3
2013-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 55 más
2012-10-01
Wet milieubeheer — art. 1
2012-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2012-03-30
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2012-03-23
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2012-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2011-12-31
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2011-10-26
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2011-09-01
Wet milieubeheer — arts. 12, 1
2011-07-27
Wet milieubeheer — arts. 12, 1
2011-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2011-04-09
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 48 más
2011-03-05
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 93 más
2011-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-12-01
Wet milieubeheer — art. 7
2010-11-20
Wet milieubeheer — art. 7
2010-10-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2010-09-01
Wet milieubeheer — art. 9
2010-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 54 más
2010-06-23
Wet milieubeheer — arts. 9, 6
2010-03-31
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-02-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 56 más
2009-12-28
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2009-12-23
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2009-12-22
Wet milieubeheer — arts. 2, 10
2009-11-04
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2009-09-10
Wet milieubeheer — arts. 2, 2
2009-08-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 47 más
2009-07-15
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 3 más
2009-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 51 más
2009-04-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2009-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 9 más
2008-11-26
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-08-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-06-13
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 50 más
2008-06-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 46 más
2008-05-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 42 más
2008-04-01
Wet milieubeheer — arts. 3, 3, 10, 10
2008-03-15
Wet milieubeheer — arts. 4, 4, 10 y 46 más
2008-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2007-11-15
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2007-10-24
2007-10-17
2007-09-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 5, 5
2007-07-12
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2007-06-01
2007-03-30
2007-03-16
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2007-01-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2006-12-13
2006-10-01
Wet milieubeheer
original version Tekst op deze datum