Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne
100 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
Wijzigingen op 2026-01-01
@@ -24,7 +24,7 @@
afvalstoffenproducent: natuurlijke of rechtspersoon wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen of die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
@@ -32,7 +32,7 @@
beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing, met inbegrip van sortering, en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars;
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde beschikkingen;
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde beschikkingen;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
@@ -42,13 +42,13 @@
broeikasgas: gas, genoemd in bijlage II bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent te veroorzaken;
circulair materialenplan: circulair materialenplan als bedoeld in [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.26&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende circulair materialenplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent te veroorzaken;
circulair materialenplan: circulair materialenplan als bedoeld in [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.26&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende circulair materialenplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
één ton kooldioxide-equivalent: een metrische ton kooldioxide of een hoeveelheid van een ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingsvermogen;
@@ -64,7 +64,7 @@
emissie: stoffen, trillingen, warmte, die of geluid dat direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of de bodem worden, onderscheidenlijk wordt gebracht;
de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
emissiereductie-eenheid: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 6 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (ERU);
@@ -268,13 +268,13 @@
##### Artikel 2.2
1. De emissieautoriteit heeft de in de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer, met uitzondering van artikel 20, derde, vierde en vijfde lid, van die verordening, en de in de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en de [titels 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30) opgedragen taken. De emissieautoriteit is voorts de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens. De emissieautoriteit is daarnaast de bevoegde autoriteit als bedoeld in de artikelen 14, vierde lid, 17, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 20, vierde lid, 22, tweede en vijfde lid, 23, tweede, derde, vijfde en zevende lid, en 26, eerste en tweede lid, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) en als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid en 11, eerste lid, van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405) ten aanzien van luchtvaartuigexploitanten en luchtvaartbrandstofleveranciers.
1. De emissieautoriteit heeft de in de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer, met uitzondering van artikel 20, derde, vierde en vijfde lid, van die verordening, en de in de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en de [titels 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) opgedragen taken. De emissieautoriteit is voorts de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens. De emissieautoriteit is daarnaast de bevoegde autoriteit als bedoeld in de artikelen 14, vierde lid, 17, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 20, vierde lid, 22, tweede en vijfde lid, 23, tweede, derde, vijfde en zevende lid, en 26, eerste en tweede lid, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) en als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid en 11, eerste lid, van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405) ten aanzien van luchtvaartuigexploitanten en luchtvaartbrandstofleveranciers.
2. De emissieautoriteit heeft voorts tot taak:
- a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen tot doel heeft;
- b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop, [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [hoofdstuk 16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van toepassing is;
- b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop, [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [hoofdstuk 16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van toepassing is;
- c. het verzamelen van andere gegevens die met het oog op de uitoefening van haar taken van belang zijn;
@@ -312,7 +312,7 @@
1. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat stelt aan het bestuur van de emissieautoriteit ambtenaren ter beschikking.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat de werkzaamheden die voortvloeien uit [artikel 18.2f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2f&z=2025-12-30&g=2025-12-30), gescheiden worden uitgevoerd van de overige werkzaamheden.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat de werkzaamheden die voortvloeien uit [artikel 18.2f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2f&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gescheiden worden uitgevoerd van de overige werkzaamheden.
##### Artikel 2.8
@@ -348,7 +348,7 @@
##### Artikel 2.16
1. Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30) verstrekken het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een milieubelastende activiteit met betrekking tot een broeikasgasinstallatie als bedoeld in [artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), elkaar op verzoek of uit eigen beweging tijdig alle redelijkerwijs benodigde gegevens voor de uitoefening van de taken, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van deze wet, onderscheidenlijk de [afdelingen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=4.1), [5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=5.1), [16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.1), [16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.2), [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.3), [16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.5) en [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.8) en [hoofdstuk 18 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=18).
1. Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) verstrekken het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een milieubelastende activiteit met betrekking tot een broeikasgasinstallatie als bedoeld in [artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), elkaar op verzoek of uit eigen beweging tijdig alle redelijkerwijs benodigde gegevens voor de uitoefening van de taken, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van deze wet, onderscheidenlijk de [afdelingen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=4.1), [5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=5.1), [16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.1), [16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.2), [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.3), [16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.5) en [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.8) en [hoofdstuk 18 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=18).
2. Bij het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt waar nodig aangegeven welke gegevens een vertrouwelijk karakter dragen. Dit vertrouwelijk karakter kan voortvloeien uit de aard van de gegevens, dan wel uit het feit dat personen deze aan de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, hebben verstrekt onder het beding dat zij als vertrouwelijk zullen gelden.
@@ -470,7 +470,7 @@
##### Artikel 2.36
1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie stelt bij haar in [artikel 2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde besluit regels betreffende de openbaarheid van de vergaderingen van de subcommissies.
1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie stelt bij haar in [artikel 2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde besluit regels betreffende de openbaarheid van de vergaderingen van de subcommissies.
2. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in [artikel 5.1, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) genoemde belangen.
@@ -482,7 +482,7 @@
##### Artikel 2.38
De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister en van de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.27, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.27&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister en van de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.27, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.27&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 2.39
@@ -1244,11 +1244,11 @@
##### Artikel 8.50
1. Het bevoegd gezag is belast met de maatregelen, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Het bevoegd gezag kan de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde maatregelen, opdragen aan een daartoe door hem aangewezen rechtspersoon of instantie.
3. In afwijking van het eerste lid berust de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde maatregelen met betrekking tot:
1. Het bevoegd gezag is belast met de maatregelen, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Het bevoegd gezag kan de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde maatregelen, opdragen aan een daartoe door hem aangewezen rechtspersoon of instantie.
3. In afwijking van het eerste lid berust de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde maatregelen met betrekking tot:
- a. gesloten stortplaatsen waar baggerspecie is gestort en die worden gedreven of mede worden gedreven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bij die minister;
@@ -1276,7 +1276,7 @@
4. Onder handelingen als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval verstaan: inzamelen of anderszins in ontvangst nemen, bewaren, nuttig toepassen, verwijderen, vervoeren of verhandelen van afvalstoffen of bemiddelen bij het beheer van afvalstoffen.
5. De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet, een in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), genoemde wet, de [Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885) of de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
5. De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet, een in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), genoemde wet, de [Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885) of de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
##### Artikel 10.1a
@@ -1322,7 +1322,7 @@
Bij de vaststelling van het circulair materialenplan en bij het nemen van andere maatregelen voor de preventie en het beheer van afvalstoffen:
- a. kan zonodig voor bepaalde specifieke afvalstromen van de afvalhiërarchie, bedoeld in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), worden afgeweken, indien dit, de gehele levenscyclus in beschouwing nemende, met betrekking tot de algemene effecten van het produceren en beheren van dergelijke afvalstoffen gerechtvaardigd is;
- a. kan zonodig voor bepaalde specifieke afvalstromen van de afvalhiërarchie, bedoeld in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), worden afgeweken, indien dit, de gehele levenscyclus in beschouwing nemende, met betrekking tot de algemene effecten van het produceren en beheren van dergelijke afvalstoffen gerechtvaardigd is;
- b. houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen vereist dat het beheer op effectieve en efficiënte wijze geschiedt en effectief toezicht dan wel douanecontrole op het beheer mogelijk is.
@@ -1354,9 +1354,9 @@
##### Artikel 10.8
1. Onze Minister stelt het onderdeel van het circulair materialenplan, bedoeld in [artikel 10.7, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
2. Onze Minister stelt de onderdelen van het circulair materialenplan, bedoeld in [artikel 10.7, derde lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
1. Onze Minister stelt het onderdeel van het circulair materialenplan, bedoeld in [artikel 10.7, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
2. Onze Minister stelt de onderdelen van het circulair materialenplan, bedoeld in [artikel 10.7, derde lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
3. Onze Minister betrekt voorts bij de voorbereiding van het circulair materialenplan de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende andere bestuursorganen, instellingen en organisaties.
@@ -1380,7 +1380,7 @@
1. Zodra het circulair materialenplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het circulair materialenplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan gedeputeerde staten van de provincies en burgemeester en wethouders van de gemeenten.
2. Onze Minister zendt het circulair materialenplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig [artikel 10.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
2. Onze Minister zendt het circulair materialenplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig [artikel 10.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
##### Artikel 10.12
@@ -1400,13 +1400,13 @@
1. Het circulair materialenplan kan worden gewijzigd.
2. Met betrekking tot een wijziging van het circulair materialenplan zijn [de artikelen 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) tot en met [10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot een wijziging van het circulair materialenplan zijn [de artikelen 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) tot en met [10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.14
1. Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende circulair materialenplan bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet of bij het uitoefenen van een taak of bevoegdheid krachtens [artikel 4.1 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.1), voor zover de taak of bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
2. Voor zover het circulair materialenplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de taak of bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Voor zover het circulair materialenplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de taak of bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij het uitoefenen van een taak of bevoegdheid krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
@@ -1506,9 +1506,9 @@
##### Artikel 10.23
1. De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast, tenzij de op grond van [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), te stellen regels zijn opgenomen in het omgevingsplan.
2. De afvalstoffenverordening of het omgevingsplan bevat geen regels als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast, tenzij de op grond van [artikel 10.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), te stellen regels zijn opgenomen in het omgevingsplan.
2. De afvalstoffenverordening of het omgevingsplan bevat geen regels als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
#### Paragraaf 8.2
@@ -1524,7 +1524,7 @@
##### Artikel 10.26
1. De gemeenteraad kan, in afwijking van [artikel 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30), in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening of bij omgevingsplan bepalen dat:
1. De gemeenteraad kan, in afwijking van [artikel 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening of bij omgevingsplan bepalen dat:
- a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel;
@@ -1536,7 +1536,7 @@
##### Artikel 10.27
In gevallen als bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2025-12-30&g=2025-12-30), dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
In gevallen als bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2026-01-01&g=2026-01-01), dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
##### Artikel 10.28
@@ -1544,7 +1544,7 @@
2. Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste lid, binnen de gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat [de artikelen 10.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [10.24, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat [de artikelen 10.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [10.24, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid.
##### Artikel 10.29
@@ -1564,7 +1564,7 @@
##### Artikel 10.31
[De artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30) tot en met [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en titel 10.6 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert.
[De artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01) tot en met [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en titel 10.6 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert.
##### Artikel 10.32
@@ -1602,29 +1602,29 @@
2. Het verbod geldt niet indien bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon:
- a. die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen;
- a. die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen;
- b. die bevoegd is de betrokken afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen:
- 1°. krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van deze wet of [artikel 4.3 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.3) of op grond van een omgevingsvergunning;
- 2°. op grond van een krachtens [artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- 3°. krachtens [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- 4°. op grond van een krachtens [artikel 10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2025-12-30&g=2025-12-30), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- c. die krachtens [artikel 10.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.50&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- 1°. krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van deze wet of [artikel 4.3 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.3) of op grond van een omgevingsvergunning;
- 2°. op grond van een krachtens [artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- 3°. krachtens [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- 4°. op grond van een krachtens [artikel 10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2026-01-01&g=2026-01-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. die krachtens [artikel 10.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.50&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- d. die op grond van een omgevingsvergunning bevoegd is afvalstoffen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen;
- e. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) die afvalstoffen naar dat land brengt;
- f. die krachtens [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bevoegd is de betrokken afvalstoffen te vervoeren of te verhandelen.
- e. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) die afvalstoffen naar dat land brengt;
- f. die krachtens [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen te vervoeren of te verhandelen.
##### Artikel 10.38
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
- a. de datum van afgifte;
@@ -1640,7 +1640,7 @@
2. De geregistreerde gegevens worden ten minste vijf jaar bewaard en gedurende die periode door de afvalstoffenhouder ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht of de douanecontrole op de naleving van de wet en van voorgaande afvalstoffenhouders.
3. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
3. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
@@ -1664,9 +1664,9 @@
##### Artikel 10.43
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30) niet gelden.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in [artikel 10.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), de verplichting opgelegd de in de betrokken bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01) niet gelden.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in [artikel 10.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), de verplichting opgelegd de in de betrokken bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
##### Artikel 10.43a
@@ -1728,7 +1728,7 @@
- a. zonder vermelding op een lijst van inzamelaars, of
- b. ingeval de afvalstoffen tot de krachtens [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30) aangewezen categorieën behoren, zonder vergunning van Onze Minister.
- b. ingeval de afvalstoffen tot de krachtens [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01) aangewezen categorieën behoren, zonder vergunning van Onze Minister.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
@@ -1744,7 +1744,7 @@
2. Tot de regels behoren:
- a. regels omtrent de wijze waarop een inzamelaar zich bij de krachtens [artikel 10.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen instantie meldt en de gegevens die daarbij worden overgelegd;
- a. regels omtrent de wijze waarop een inzamelaar zich bij de krachtens [artikel 10.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen instantie meldt en de gegevens die daarbij worden overgelegd;
- b. regels inhoudende de verplichting een wijziging te melden in de gegevens welke bij de melding zijn overgelegd;
@@ -1824,7 +1824,7 @@
##### Artikel 13.1
1. Bij de toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) op de voorbereiding van beschikkingen krachtens deze wet en van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten, wordt [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) in acht genomen, voor zover dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
1. Bij de toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) op de voorbereiding van beschikkingen krachtens deze wet en van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten, wordt [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) in acht genomen, voor zover dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
2. De in het eerste lid bedoelde wetten zijn de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402), en de [Wet bescherming Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009449).
@@ -1844,13 +1844,13 @@
##### Artikel 13.5
1. Bij het geven van een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan het bevoegd gezag zich in ieder geval baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
1. Bij het geven van een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan het bevoegd gezag zich in ieder geval baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een beschikking die krachtens de [Wet bescherming Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009449) wordt genomen.
##### Artikel 13.6
Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30). Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig [artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17), en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15).
Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01). Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig [artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17), en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15).
##### Artikel 13.7
@@ -1878,7 +1878,7 @@
- b. betrekking heeft op het beheer van andere dan gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid en in verband met de hoeveelheid waarin die afvalstoffen vrijkomen, op korte termijn nodig is;
- c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30)
- c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01)
##### Artikel 10.16a
@@ -2146,13 +2146,13 @@
1. Indien degene tot wie een beschikking is gericht krachtens:
- a. [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), juncto [artikel 9.2.2.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30),
- b. [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30) juncto één of meer der onder **a** genoemde bepalingen,
- a. [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), juncto [artikel 9.2.2.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01),
- b. [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01) juncto één of meer der onder **a** genoemde bepalingen,
zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven, kent het gezag dat de beschikking in eerste aanleg heeft gegeven, hem, voor zover op andere wijze in een redelijke vergoeding niet is of kan worden voorzien, op zijn verzoek dan wel uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in [artikel 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in [artikel 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
3. Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid op aanvraag wordt gegeven, kan een verzoek om vergoeding worden ingediend na de toezending van een exemplaar van het ontwerp van die beschikking aan de aanvrager.
@@ -2164,11 +2164,11 @@
##### Artikel 15.21
1. [Artikel 15.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in
- a. de [artikelen 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30),
- b. [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30),
1. [Artikel 15.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in
- a. de [artikelen 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01),
- b. [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01),
- c. de [artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=6),
@@ -2224,21 +2224,21 @@
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van vergoedingen voor keuringen als bedoeld in
- a. [artikel 9.2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. [artikel 9.5.1, derde lid, onder e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
- a. [artikel 9.2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. [artikel 9.5.1, derde lid, onder e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
## Titel 11.1. Algemeen
##### Artikel 15.32
1. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kunnen regels worden gesteld,
1. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, mengsels of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, voor zodanige verpakkingen een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige verpakkingen na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen;
- b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, mengsels of produkten in Nederland op de markt brengen, voor zodanige stoffen, mengsels of produkten een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige stoffen, mengsels of produkten na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kunnen regels worden gesteld,
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, mengsels of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, zodanige verpakkingen na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen;
@@ -2252,7 +2252,7 @@
##### Artikel 15.33
1. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de [artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2025-12-30&g=2025-12-30) een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
1. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de [artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2026-01-01&g=2026-01-01) een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt:
@@ -2292,11 +2292,11 @@
2. Onze Minister stelt regels met betrekking tot de onderwerpen die in ieder geval in een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage, waarvoor een algemeen verbindend verklaring wordt gevraagd, aan de orde dienen te komen, alsmede met betrekking tot de bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te leggen gegevens. Tot die gegevens behoren in ieder geval gegevens, waaruit duidelijk wordt dat redelijkerwijs is getracht te voorkomen, dat gebruikers van die stof, dat mengsels of dat produkt in de praktijk meer dan eenmaal een bijdrage voor het beheer daarvan verschuldigd zullen zijn.
3. [Artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die is opgelegd middels een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst.
3. [Artikel 9.5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die is opgelegd middels een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst.
##### Artikel 15.37
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan slechts worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, mengsels of produkten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. Onze Minister betrekt bij zijn oordeel met betrekking tot de vraag of degenen die, onderscheidenlijk de organisaties van degenen die het verzoek hebben ingediend, een belangrijke meerderheid vormen, in ieder geval het aantal van hen in verhouding met het totale aantal van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen.
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan slechts worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, mengsels of produkten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. Onze Minister betrekt bij zijn oordeel met betrekking tot de vraag of degenen die, onderscheidenlijk de organisaties van degenen die het verzoek hebben ingediend, een belangrijke meerderheid vormen, in ieder geval het aantal van hen in verhouding met het totale aantal van degenen die deze stoffen, mengsels of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen.
2. Op de voorbereiding van een besluit op het verzoek is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
@@ -2310,17 +2310,17 @@
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. [Artikel 15.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.39&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel **b** van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste.
4. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen.
3. Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. [Artikel 15.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.39&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel **b** van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste.
4. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen.
5. Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de gegevens die een verzoeker bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid dient te overleggen.
##### Artikel 15.39
1. Een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30), geldt voor een daarbij aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar.
2. Onze Minister kan een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30), intrekken, indien:
1. Een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01), geldt voor een daarbij aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar.
2. Onze Minister kan een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01), intrekken, indien:
- a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist zijn of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
@@ -2328,9 +2328,9 @@
- c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten.
3. Alvorens een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30), op grond van het tweede lid, onder **a**, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
4. Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30), op grond van het tweede lid, onder b of c, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van overeenkomstige toepassing.
3. Alvorens een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01), op grond van het tweede lid, onder **a**, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
4. Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01), op grond van het tweede lid, onder b of c, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.40
@@ -2338,13 +2338,13 @@
##### Artikel 15.41
Indien een of meer van degenen die een stof, mengsels of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van [artikel 15.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30) Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd.
Indien een of meer van degenen die een stof, mengsels of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van [artikel 15.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01) Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd.
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 15.42
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in [paragraaf 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in [paragraaf 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 15.43
@@ -2356,7 +2356,7 @@
- a. de in artikel 8.49 bedoelde zorg voor de in de betrokken provincie gelegen stortplaatsen;
- b. een voor de betrokken provincie geldende verplichting tot afdracht aan een fonds als bedoeld in [artikel 15.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. een voor de betrokken provincie geldende verplichting tot afdracht aan een fonds als bedoeld in [artikel 15.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. de door de provincie uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten vóór 1 september 1996 is beëindigd, en het onderzoek naar en systematische controle van aanwezigheid, aard en omvang van eventuele verontreiniging aldaar.
@@ -2368,19 +2368,19 @@
1. De heffing wordt geheven van degene die een stortplaats drijft.
2. Het bedrag van de heffing wordt zodanig vastgesteld dat uit de opbrengst van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten de kosten kunnen worden bestreden, die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het in [artikel 8.49, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde nazorgplan waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd, of, indien geen nazorgplan geldt, de in [artikel 8.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde zorg voor die stortplaats. Indien na de vaststelling blijkt dat de opbrengst van de heffing hoger dan wel lager is dan het bedrag dat nodig is om de kosten te bestrijden die naar verwachting met die zorg van die stortplaats gemoeid zullen zijn, kan het bedrag van de heffing opnieuw worden vastgesteld. Het reeds betaalde bedrag van de heffing wordt hierop in mindering gebracht.
3. In afwijking van het tweede lid kan de heffing terzake van de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in de betrokken provincie worden vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen die op de stortplaats zijn afgegeven. Het bedrag wordt zodanig vastgesteld dat uit het totaal van de opbrengsten van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten voor de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in die provincie de kosten kunnen worden bestreden die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de zorg voor die stortplaatsen. De kosten, bedoeld in [de tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30), worden berekend met inachtneming van de voor die stortplaatsen geldende nazorgplannen waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd.
2. Het bedrag van de heffing wordt zodanig vastgesteld dat uit de opbrengst van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten de kosten kunnen worden bestreden, die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het in [artikel 8.49, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde nazorgplan waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd, of, indien geen nazorgplan geldt, de in [artikel 8.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde zorg voor die stortplaats. Indien na de vaststelling blijkt dat de opbrengst van de heffing hoger dan wel lager is dan het bedrag dat nodig is om de kosten te bestrijden die naar verwachting met die zorg van die stortplaats gemoeid zullen zijn, kan het bedrag van de heffing opnieuw worden vastgesteld. Het reeds betaalde bedrag van de heffing wordt hierop in mindering gebracht.
3. In afwijking van het tweede lid kan de heffing terzake van de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in de betrokken provincie worden vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen die op de stortplaats zijn afgegeven. Het bedrag wordt zodanig vastgesteld dat uit het totaal van de opbrengsten van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten voor de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in die provincie de kosten kunnen worden bestreden die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de zorg voor die stortplaatsen. De kosten, bedoeld in [de tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01), worden berekend met inachtneming van de voor die stortplaatsen geldende nazorgplannen waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd.
4. Het derde lid is niet van toepassing op stortplaatsen waar baggerspecie is gestort.
##### Artikel 15.46
1. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat degenen die een stortplaats drijven, waarop [artikel 15.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30), niet van toepassing is, financiële zekerheid stellen voor het nakomen van de krachtens [de artikelen 15.44, eerste lid, onder a, en 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30) voor hen geldende verplichting. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven het bedrag waarvoor de zekerheid ten hoogste in stand moet worden gehouden.
2. De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt op het tijdstip waarop een bedrag aan heffing, als bedoeld in [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is betaald, voor zover het betreft het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag dat is betaald.
3. Gedeputeerde staten kunnen verhaal nemen op de gestelde zekerheid, voor zover degene die de zekerheid heeft gesteld, het bedrag van de heffing, zoals dat is vastgesteld ingevolge [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30), niet tijdig heeft betaald.
1. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat degenen die een stortplaats drijven, waarop [artikel 15.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01), niet van toepassing is, financiële zekerheid stellen voor het nakomen van de krachtens [de artikelen 15.44, eerste lid, onder a, en 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voor hen geldende verplichting. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven het bedrag waarvoor de zekerheid ten hoogste in stand moet worden gehouden.
2. De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt op het tijdstip waarop een bedrag aan heffing, als bedoeld in [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is betaald, voor zover het betreft het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag dat is betaald.
3. Gedeputeerde staten kunnen verhaal nemen op de gestelde zekerheid, voor zover degene die de zekerheid heeft gesteld, het bedrag van de heffing, zoals dat is vastgesteld ingevolge [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01), niet tijdig heeft betaald.
4. Gedeputeerde staten kunnen het ingevolge het derde lid te verhalen bedrag invorderen bij dwangbevel.
@@ -2388,7 +2388,7 @@
##### Artikel 15.47
1. Gedeputeerde staten van een provincie richten voor hun provincie een fonds op, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
1. Gedeputeerde staten van een provincie richten voor hun provincie een fonds op, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten van verschillende provincies gezamenlijk voor hun provincies een fonds als bedoeld in het eerste lid oprichten.
@@ -2398,39 +2398,39 @@
5. Een fonds ontvangt jaarlijks:
- a. de opbrengst van de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde heffing, verminderd met het bedrag ter bestrijding van de kosten in verband met de in [artikel 15.44, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde handelingen en met het gedeelte van de heffingen, bedoeld in [artikel 15.48, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. de bedragen die ingevolge [artikel 15.46, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2025-12-30&g=2025-12-30), worden verhaald;
- a. de opbrengst van de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde heffing, verminderd met het bedrag ter bestrijding van de kosten in verband met de in [artikel 15.44, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde handelingen en met het gedeelte van de heffingen, bedoeld in [artikel 15.48, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. de bedragen die ingevolge [artikel 15.46, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2026-01-01&g=2026-01-01), worden verhaald;
- c. rentebaten en beleggingsopbrengsten die via het fonds zijn verkregen;
- d. het batig saldo van de laatstelijk afgesloten rekening van het fonds.
6. Een fonds is gerechtigd ook andere bedragen, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde zorg, dan die, bedoeld in het vijfde lid, in ontvangst te nemen.
6. Een fonds is gerechtigd ook andere bedragen, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde zorg, dan die, bedoeld in het vijfde lid, in ontvangst te nemen.
7. Uit het fonds worden uitsluitend bestreden de kosten die:
- a. worden gemaakt in verband met de uitvoering van de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde zorg met betrekking tot gesloten stortplaatsen in de betrokken provincie of provincies;
- a. worden gemaakt in verband met de uitvoering van de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde zorg met betrekking tot gesloten stortplaatsen in de betrokken provincie of provincies;
- b. zijn verbonden aan de werkzaamheden van het fonds dat in de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies werkzaam is;
- c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), doch slechts voor zover de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde heffing mede op deze kosten betrekking heeft.
8. Onder de kosten, bedoeld in het zevende lid, worden niet begrepen de kosten die in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen door de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies worden gemaakt ten behoeve van haar bestuurlijk apparaat.
- c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), doch slechts voor zover de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde heffing mede op deze kosten betrekking heeft.
8. Onder de kosten, bedoeld in het zevende lid, worden niet begrepen de kosten die in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen door de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies worden gemaakt ten behoeve van haar bestuurlijk apparaat.
##### Artikel 15.48
1. Gedeputeerde staten van provincies kunnen gezamenlijk een fonds oprichten ter dekking van grote financiële risico's in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. Het in het eerste lid bedoelde fonds ontvangt jaarlijks van die provincies een door het bestuur van dat fonds te bepalen gedeelte van de aan die provincies afgedragen heffingen als bedoeld in [artikel 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
3. Van [artikel 15.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.47&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn het derde en vierde lid, alsmede het achtste lid, in verbinding met het zevende lid, onder b, van overeenkomstige toepassing.
1. Gedeputeerde staten van provincies kunnen gezamenlijk een fonds oprichten ter dekking van grote financiële risico's in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. Het in het eerste lid bedoelde fonds ontvangt jaarlijks van die provincies een door het bestuur van dat fonds te bepalen gedeelte van de aan die provincies afgedragen heffingen als bedoeld in [artikel 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. Van [artikel 15.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.47&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn het derde en vierde lid, alsmede het achtste lid, in verbinding met het zevende lid, onder b, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.49
1. Ter zake van door een stortplaats veroorzaakte schade, die bekend is geworden na het tijdstip waarop een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2025-12-30&g=2025-12-30), met betrekking tot die stortplaats is afgegeven, doet noch een provincie, noch het in deze titel bedoelde fonds een beroep op de aansprakelijkheid van degene die als laatste de stortplaats heeft gedreven op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
2. Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is.
1. Ter zake van door een stortplaats veroorzaakte schade, die bekend is geworden na het tijdstip waarop een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2026-01-01&g=2026-01-01), met betrekking tot die stortplaats is afgegeven, doet noch een provincie, noch het in deze titel bedoelde fonds een beroep op de aansprakelijkheid van degene die als laatste de stortplaats heeft gedreven op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
2. Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
@@ -2464,7 +2464,7 @@
jaarvracht: totale hoeveelheid van een emissie gedurende een kalenderjaar;
nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
niet-CO2-effecten van de luchtvaart: de effecten op het klimaat van het vrijkomen, bij de verbranding van brandstof, van stikstofoxiden (NOx), roetdeeltjes, geoxideerde zwavelsoorten en effecten van waterdamp, met inbegrip van contrails (het toevoegen of vervangen met condensstrepen), uit een vliegtuig dat een in bijlage I van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten opgenomen luchtvaartactiviteit uitvoert;
@@ -2476,11 +2476,11 @@
verwijderingseenheid: eenheid als bedoeld in artikel 3, van de Verordening EU-register handel in emissierechten (RMU).
2. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
2. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas.
3. Voor de toepassing van [afdeling 16.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) onderscheidenlijk [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) wordt verstaan onder:
3. Voor de toepassing van [afdeling 16.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) onderscheidenlijk [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) wordt verstaan onder:
- **emissieverslag:** verslag betreffende de emissies in een kalenderjaar als bedoeld in artikel 67 en bijlage X van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel en artikel 11 en 11bis van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer;
@@ -2546,11 +2546,11 @@
##### Artikel 18.2a
1. Voor zover [artikel 18.2 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.2) niet van toepassing is, hebben Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van [artikel 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [de artikelen 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
3. Onze betrokken Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 11a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [11a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. Voor zover [artikel 18.2 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.2) niet van toepassing is, hebben Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van [artikel 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [de artikelen 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. Onze betrokken Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 11a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [11a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.3
@@ -2558,9 +2558,9 @@
##### Artikel 18.4
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bepaalde, alsmede de naleving van de in [artikel 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de naleving van de in [artikel 18.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) genoemde bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, de naleving van de in [artikel 18.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) genoemde bepalingen van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, de naleving van de in [artikel 18.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5c&z=2025-12-30&g=2025-12-30) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies, de naleving van de in [artikel 18.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5d&z=2025-12-30&g=2025-12-30) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer en van de in [artikel 18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) genoemde bepalingen van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel de naleving van de in artikel 18.6c genoemde bepalingen van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) en de in artikel 18.6d genoemde bepalingen van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in [artikelen 18.6c, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.6d, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6d&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [titels 16c.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16c.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bepaalde, alsmede de naleving van de in [artikel 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, de naleving van de in [artikel 18.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, de naleving van de in [artikel 18.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, de naleving van de in [artikel 18.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5c&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies, de naleving van de in [artikel 18.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5d&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer en van de in [artikel 18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genoemde bepalingen van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel de naleving van de in artikel 18.6c genoemde bepalingen van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) en de in artikel 18.6d genoemde bepalingen van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), zijn belast de bij besluit van Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat aangewezen ambtenaren.
2. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in [artikelen 18.6c, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.6d, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6d&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), zijn belast de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
3. Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de [artikelen 5:15 tot en met 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15).
@@ -2582,7 +2582,7 @@
##### Artikel 18.8
Tot de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens [artikel 18.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.4) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
Tot de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens [artikel 18.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.4) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
##### Artikel 18.9
@@ -2622,11 +2622,11 @@
##### Artikel 18.17
Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), die de betrokken persoon houdt, intrekken.
Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), die de betrokken persoon houdt, intrekken.
##### Artikel 18.18
Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens deze wet of een verordening als bedoeld in [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) verleende vergunning of ontheffing, is verboden.
Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens deze wet of een verordening als bedoeld in [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) verleende vergunning of ontheffing, is verboden.
##### Artikel 18.19
@@ -2656,9 +2656,9 @@
##### Artikel 19.4
1. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), vult de verzoeker, indien een tweede tekst naar het oordeel van het bevoegd gezag niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
2. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), vult Onze betrokken Minister, indien een tweede tekst naar zijn oordeel niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
1. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), vult de verzoeker, indien een tweede tekst naar het oordeel van het bevoegd gezag niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
2. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), vult Onze betrokken Minister, indien een tweede tekst naar zijn oordeel niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
3. Op de tweede tekst stelt het bevoegd gezag een aantekening waaruit blijkt dat die tekst dient ter vervanging van de oorspronkelijke tekst waarin gegevens voorkomen, waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd onderscheidenlijk geboden is. Indien het eerste of tweede lid toepassing heeft gevonden, vermeldt de aantekening tevens dat de stukken zijn aangevuld met gegevens als in die leden bedoeld.
@@ -2666,9 +2666,9 @@
1. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van [afdeling 16.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.4) is gedaan en betrekking heeft op een plan of programma onderscheidenlijk besluit waarover de Commissie voor de milieueffectrapportage op grond van [artikel 16.39 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.39) onderscheidenlijk [16.47 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.47), in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen, wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan die commissie.
2. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het een besluit op aanvraag betreft, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de [artikelen 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) en [4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5), [artikel 31 van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=31), [artikel 16.64 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.64) en [artikel 13.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30) geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het geen besluit op aanvraag betreft, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
2. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het een besluit op aanvraag betreft, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de [artikelen 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) en [4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5), [artikel 31 van de Dienstenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026759&artikel=31), [artikel 16.64 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.64) en [artikel 13.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het geen besluit op aanvraag betreft, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 19.6
@@ -2676,11 +2676,11 @@
##### Artikel 19.7
1. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of een elektriciteitsemissieverslag als bedoeld in [artikel 16a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of een industrieel emissieverslag als bedoeld in [artikel 16b.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.1&artikel=16b.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) gerechtvaardigd is, kan het bestuur van de emissieautoriteit op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
2. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of een elektriciteitsemissieverslag als bedoeld in [artikel 16a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of een industrieel emissieverslag als bedoeld in [artikel 16b.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.1&artikel=16b.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1), wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van het bestuur van de emissieautoriteit opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
3. [De artikelen 19.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [19.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag.
1. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of een elektriciteitsemissieverslag als bedoeld in [artikel 16a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of een industrieel emissieverslag als bedoeld in [artikel 16b.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.1&artikel=16b.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) gerechtvaardigd is, kan het bestuur van de emissieautoriteit op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
2. Indien in een emissieverslag als bedoeld in [artikel 16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of een elektriciteitsemissieverslag als bedoeld in [artikel 16a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of een industrieel emissieverslag als bedoeld in [artikel 16b.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.1&artikel=16b.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1), wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van het bestuur van de emissieautoriteit opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
3. [De artikelen 19.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [19.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag.
4. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, kan openbaarmaking van het betrokken emissieverslag of elektriciteitsemissieverslag of industrieel emissieverslag achterwege blijven tot uiterlijk vier weken nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist.
@@ -2690,17 +2690,17 @@
##### Artikel 20.1
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op een beroep tegen een besluit op grond van deze wet of tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2025-12-30&g=2025-12-30), binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit.
2. Het beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan uitsluitend worden ingesteld door een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de wijzigingen die ten opzichte van het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit zijn aangebracht. [Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:13) is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van [artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:8) vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aan met ingang van de dag na die waarop in de Staatscourant een mededeling is gedaan als bedoeld in [artikel 16.30a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), dan wel met ingang van de dag na die waarop het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit overeenkomstig artikel 16.30a, derde lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.30, vierde lid, in de Staatscourant is bekendgemaakt. In afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) bedraagt de termijn voor het instellen van beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2025-12-30&g=2025-12-30), vier weken.
4. In afwijking van [artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:19) wordt het beroep tegen het nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), geacht mede gericht te zijn tegen het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op een beroep tegen een besluit op grond van deze wet of tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2026-01-01&g=2026-01-01), binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit.
2. Het beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan uitsluitend worden ingesteld door een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de wijzigingen die ten opzichte van het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit zijn aangebracht. [Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:13) is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van [artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:8) vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aan met ingang van de dag na die waarop in de Staatscourant een mededeling is gedaan als bedoeld in [artikel 16.30a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), dan wel met ingang van de dag na die waarop het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit overeenkomstig artikel 16.30a, derde lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.30, vierde lid, in de Staatscourant is bekendgemaakt. In afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) bedraagt de termijn voor het instellen van beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2026-01-01&g=2026-01-01), vier weken.
4. In afwijking van [artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:19) wordt het beroep tegen het nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), geacht mede gericht te zijn tegen het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 20.2
Het beroep tegen een beschikking omtrent het nemen van maatregelen als bedoeld in [artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan ook worden ingesteld door degenen die milieuschade dreigen te lijden.
Het beroep tegen een beschikking omtrent het nemen van maatregelen als bedoeld in [artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan ook worden ingesteld door degenen die milieuschade dreigen te lijden.
##### Artikel 20.3
@@ -2726,11 +2726,11 @@
##### Artikel 20.4
[Artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is niet van toepassing op besluiten op een aanvraag om een vergunning of op bezwaren krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
[Artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is niet van toepassing op besluiten op een aanvraag om een vergunning of op bezwaren krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
##### Artikel 20.5
1. In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kan het in afwijking van dat lid in het besluit bepalen dat het terstond in werking treedt.
1. In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld in [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kan het in afwijking van dat lid in het besluit bepalen dat het terstond in werking treedt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op besluiten op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
@@ -2810,7 +2810,7 @@
##### Artikel 21.1
1. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en ieder Onzer betrokken Ministers doen jaarlijks verslag aan onderscheidenlijk de gemeenteraad, provinciale staten en de Staten-Generaal over hun beleid met betrekking tot de uitvoering van de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2025-12-30&g=2025-12-30). Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten zenden het verslag gelijktijdig met de aanbieding aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten, aan de inspecteur.
1. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en ieder Onzer betrokken Ministers doen jaarlijks verslag aan onderscheidenlijk de gemeenteraad, provinciale staten en de Staten-Generaal over hun beleid met betrekking tot de uitvoering van de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2026-01-01&g=2026-01-01). Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten zenden het verslag gelijktijdig met de aanbieding aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten, aan de inspecteur.
2. Zij vermelden in hun verslag in ieder geval:
@@ -2818,7 +2818,7 @@
- b. afzonderlijk de wijze waarop zij de in het eerste lid genoemde hoofdstukken van deze wet hebben uitgevoerd ten aanzien van inrichtingen die geheel of gedeeltelijk gedreven worden door onderscheidenlijk de betrokken gemeente, de betrokken provincie of het rijk.
3. Gevallen ten aanzien waarvan [artikel 13.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is toegepast, worden in het verslag van Onze Minister niet vermeld.
3. Gevallen ten aanzien waarvan [artikel 13.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is toegepast, worden in het verslag van Onze Minister niet vermeld.
##### Artikel 21.2
@@ -2840,9 +2840,9 @@
##### Artikel 21.6
1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) wordt Ons gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1¶graaf=1.1&artikel=1.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [8.49, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.3.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.61&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2¶graaf=11.2.3&artikel=11.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [15.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.3&artikel=15.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [15.32, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.8&artikel=15.32&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [15.46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [21.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1¶graaf=1.1&artikel=1.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [8.49, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.3.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.61&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2¶graaf=11.2.3&artikel=11.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [15.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.3&artikel=15.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [15.32, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.8&artikel=15.32&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [15.46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [21.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
3. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst.
@@ -2850,7 +2850,7 @@
##### Artikel 21.7
De bevoegdheid van gemeenteraden en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
De bevoegdheid van gemeenteraden en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
##### Artikel 21.8
@@ -2860,21 +2860,21 @@
##### Artikel 22.1
1. [De hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
2. [Artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is niet van toepassing op activiteiten voor zover daaromtrent regels zijn gesteld op grond van [artikel 4.3 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.3).
3. De [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505), de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670) of de [hoofdstuk 2, paragraaf 3, van de Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250¶graaf=3).
4. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) laat het met betrekking tot stoffen of mengsels bij of krachtens de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402) bepaalde onverlet.
5. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, mengsels of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, mengsels of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555), dan wel op de handelingen, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=2) ten aanzien van stoffen, mengsels of micro-organismen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892). In afwijking van de eerste volzin is [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die terzake zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) of de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555).
6. Krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en mengsels door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien in op grond van [artikel 4.3 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.3) gestelde regels.
7. [Titel 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606).
8. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
1. [De hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
2. [Artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is niet van toepassing op activiteiten voor zover daaromtrent regels zijn gesteld op grond van [artikel 4.3 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.3).
3. De [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505), de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670) of de [hoofdstuk 2, paragraaf 3, van de Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250¶graaf=3).
4. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) laat het met betrekking tot stoffen of mengsels bij of krachtens de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402) bepaalde onverlet.
5. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, mengsels of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, mengsels of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555), dan wel op de handelingen, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=2) ten aanzien van stoffen, mengsels of micro-organismen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892). In afwijking van de eerste volzin is [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die terzake zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) of de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555).
6. Krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en mengsels door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien in op grond van [artikel 4.3 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.3) gestelde regels.
7. [Titel 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606).
8. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670),
@@ -2890,7 +2890,7 @@
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt.
9. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften met betrekking tot diervoeders gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250).
9. [Artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften met betrekking tot diervoeders gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de [Wet dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030250).
##### Artikel 22.2
@@ -3060,17 +3060,17 @@
##### Artikel 10.39
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), verstrekt:
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), verstrekt:
- a. aan deze persoon een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen;
- b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief.
2. De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde gegevens.
2. De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde gegevens.
##### Artikel 10.40
1. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
1. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
- a. de datum van afgifte;
@@ -3084,21 +3084,21 @@
- f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen naar hem te vervoeren: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt.
2. Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in [artikel 10.39, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.39&z=2025-12-30&g=2025-12-30), worden verstrekt.
2. Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in [artikel 10.39, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.39&z=2026-01-01&g=2026-01-01), worden verstrekt.
3. Op verzoek van gedeputeerde staten van een provincie of burgemeester en wethouders van een gemeente die terzake bevoegd gezag zijn, worden de gegevens, als bedoeld in het eerste lid, aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders gezonden.
##### Artikel 10.41
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30) uitvoering wordt gegeven.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de melding, bedoeld in [de artikelen 10.38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen plaatsvindt of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van afvalstoffen.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01) uitvoering wordt gegeven.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de melding, bedoeld in [de artikelen 10.38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen plaatsvindt of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van afvalstoffen.
##### Artikel 10.42
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde personen de verplichting worden opgelegd de in dat artikel bedoelde gegevens te melden aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
2. [De artikelen 10.40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde personen de verplichting worden opgelegd de in dat artikel bedoelde gegevens te melden aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
2. [De artikelen 10.40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 9.2.2. Maatregelen
@@ -3130,7 +3130,7 @@
##### Artikel 10.49
1. De aan de vergunning, bedoeld in [artikel 10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30), te verbinden voorschriften kunnen in ieder geval inhouden:
1. De aan de vergunning, bedoeld in [artikel 10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01), te verbinden voorschriften kunnen in ieder geval inhouden:
- a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen niet mogen worden ingezameld zonder afzonderlijke toestemming van Onze Minister;
@@ -3148,7 +3148,7 @@
##### Artikel 10.50
1. Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, mengsels of voorwerpen een verplichting deze in te nemen als bedoeld in [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30) niet gelden.
1. Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, mengsels of voorwerpen een verplichting deze in te nemen als bedoeld in [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01) niet gelden.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid omvat de verplichting tot het registreren van daarbij aan te geven gegevens op een daarbij aan te geven wijze.
@@ -3172,9 +3172,9 @@
- b. te mengen, daaronder mede begrepen verdunnen, met andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van afvalstoffen of met andere stoffen dan afvalstoffen.
2. Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens [artikel 10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
3. [Artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
2. Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens [artikel 10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. [Artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.55
@@ -3188,7 +3188,7 @@
zonder vermelding als respectievelijk vervoerder, handelaar of bemiddelaar op de lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor degene die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bevoegd is tot het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor degene die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bevoegd is tot het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
3. Onze Minister wijst een instantie aan die namens hem zorg draagt voor de vermelding van vervoerders, handelaars en bemiddelaars op de lijst, bedoeld in het eerste lid.
@@ -3204,7 +3204,7 @@
- b. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen.
6. [Artikel 10.38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 10.38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
7. Onze Minister stelt regels inhoudende de verplichting dat een vervoerder als bedoeld in het eerste lid tijdens het vervoeren daarbij aan te geven bescheiden aanwezig heeft, waaruit blijkt dat hij staat vermeld op de lijst van vervoerders.
@@ -3262,7 +3262,7 @@
##### Artikel 10.61
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die regels moeten zijn opgenomen in de verordening.
@@ -3272,17 +3272,17 @@
##### Artikel 10.63
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), gestelde verbod om huishoudelijke afvalstoffen te verbranden, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft. Op de ontheffing, bedoeld in de vorige volzin, is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537¶graaf=4.1.3.3) van toepassing.
2. Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), gestelde verbod om huishoudelijke afvalstoffen te storten of anderszins op of in de bodem te brengen, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft, en, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in de [artikelen 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verboden.
3. Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.28, 10.29, 10.47 en, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [de artikelen 10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2025-12-30&g=2025-12-30), alsmede van het bepaalde in de [artikelen 10.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gestelde verbod om huishoudelijke afvalstoffen te verbranden, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft. Op de ontheffing, bedoeld in de vorige volzin, is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537¶graaf=4.1.3.3) van toepassing.
2. Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gestelde verbod om huishoudelijke afvalstoffen te storten of anderszins op of in de bodem te brengen, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft, en, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in de [artikelen 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde verboden.
3. Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.28, 10.29, 10.47 en, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [de artikelen 10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2026-01-01&g=2026-01-01), alsmede van het bepaalde in de [artikelen 10.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 10.64
1. Het voor milieubelastende activiteiten bij of krachtens de [artikelen 4.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.5), [5.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.18), [5.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.19), [5.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.26), [5.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.31), [5.34, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.34), [5.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.37), [5.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.38), [5.39, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.39), [5.40, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.40), [5.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.41), [5.42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.42), [13.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=13.5), [16.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.15), [16.55, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.55), [16.65 tot en met 16.68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.65) en [16.139 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.139) bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2025-12-30&g=2025-12-30), met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van de in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2025-12-30&g=2025-12-30), gestelde verboden –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen.
2. In afwijking van het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. Het voor milieubelastende activiteiten bij of krachtens de [artikelen 4.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=4.5), [5.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.18), [5.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.19), [5.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.26), [5.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.31), [5.34, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.34), [5.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.37), [5.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.38), [5.39, aanhef en onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.39), [5.40, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.40), [5.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.41), [5.42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.42), [13.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=13.5), [16.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.15), [16.55, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.55), [16.65 tot en met 16.68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.65) en [16.139 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=16.139) bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2026-01-01&g=2026-01-01), met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van de in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gestelde verboden –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen.
2. In afwijking van het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
@@ -3370,7 +3370,7 @@
1. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de [titels 9.2 tot en met 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en de [artikelen 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18.21, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- a. de [titels 9.2 tot en met 9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en de [artikelen 17.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.3&artikel=17.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18.21, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
@@ -3380,33 +3380,33 @@
- e. de EG-verordening EU-milieukeur.
2. Onverminderd het eerste lid hebben Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels voor zover het bepaalde bij of krachtens genoemde titels of verordeningen betrekking heeft op beleid dat tot hun verantwoordelijkheid behoort.
3. In afwijking van het eerste lid kan bij een maatregel als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), worden bepaald dat gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders in plaats van Onze Minister of Onze betrokken Minister tot taak hebben zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bij de maatregel gestelde regels of van daaromtrent gestelde nadere regels.
4. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. overbrengen van afvalstoffen als bedoeld in [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- c. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Onverminderd het eerste lid hebben Onze Minister van Klimaat en Groene Groei, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels voor zover het bepaalde bij of krachtens genoemde titels of verordeningen betrekking heeft op beleid dat tot hun verantwoordelijkheid behoort.
3. In afwijking van het eerste lid kan bij een maatregel als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), worden bepaald dat gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders in plaats van Onze Minister of Onze betrokken Minister tot taak hebben zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bij de maatregel gestelde regels of van daaromtrent gestelde nadere regels.
4. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. overbrengen van afvalstoffen als bedoeld in [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.2c
1. Gedeputeerde staten hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verplichtingen, voorzover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Gedeputeerde staten hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) opgelegde verplichtingen.
1. Gedeputeerde staten hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde verplichtingen, voorzover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Gedeputeerde staten hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) opgelegde verplichtingen.
##### Artikel 18.2d
1. Voor zover [artikel 18.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.1) niet van toepassing is, hebben burgemeester en wethouders tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens:
- a. de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan voor zover het verplichtingen krachtens de [artikelen 10.24 tot en met 10.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30) betreft;
- b. [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
- a. de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan voor zover het verplichtingen krachtens de [artikelen 10.24 tot en met 10.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01) betreft;
- b. [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.2e
@@ -3700,7 +3700,7 @@
##### Artikel 16.24
1. Onverminderd [artikel 16.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2025-12-30&g=2025-12-30) beslist het bestuur van de emissieautoriteit per handelsperiode over de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten.
1. Onverminderd [artikel 16.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2026-01-01&g=2026-01-01) beslist het bestuur van de emissieautoriteit per handelsperiode over de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten.
2. De kosteloze toewijzing geschiedt overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld.
@@ -3712,13 +3712,13 @@
##### Artikel 16.26
Bij de in [artikel 16.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde berekening wordt de in artikel 9 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde lineaire factor toegepast, voor zover de in artikel 16.25 bedoelde uitvoeringsmaatregelen daartoe nopen.
Bij de in [artikel 16.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde berekening wordt de in artikel 9 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde lineaire factor toegepast, voor zover de in artikel 16.25 bedoelde uitvoeringsmaatregelen daartoe nopen.
##### Artikel 16.27
1. In geval een bedrijfstak of een deeltak die overeenkomstig artikel 10ter, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico wordt voor de handelsperiode die aanvangt op 1 januari 2021 van de voor dat geval berekende aantallen broeikasgasemissierechten 100% kosteloos toegewezen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt van de aantallen broeikasgasemissierechten die voor een handelsperiode zijn berekend voor broeikasgasinstallaties als bedoeld in [artikel 16.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.2b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 0% kosteloos toegewezen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt van de aantallen broeikasgasemissierechten die voor een handelsperiode zijn berekend voor broeikasgasinstallaties als bedoeld in [artikel 16.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.2b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 0% kosteloos toegewezen.
3. Andere bedrijfstakken en deeltakken krijgen tot 2026 kosteloze emissierechten toegewezen ten belope van 30% van de hoeveelheid die op grond van artikel 10bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten is bepaald. Na 2026 worden kosteloze toewijzingen met gelijke hoeveelheden verminderd om in 2030 een hoeveelheid kosteloze toewijzing van 0% te bereiken.
@@ -3778,9 +3778,9 @@
##### Artikel 16.31
1. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) een tussenuitspraak heeft gedaan, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit het nationale toewijzingsbesluit met inachtneming van die uitspraak. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
2. Het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen binnen tien weken na de dag waarop de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), in het openbaar is uitgesproken.
1. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) een tussenuitspraak heeft gedaan, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit het nationale toewijzingsbesluit met inachtneming van die uitspraak. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
2. Het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen binnen tien weken na de dag waarop de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&artikel=20.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20¶graaf=20.1&artikel=20.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in het openbaar is uitgesproken.
3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk vervangt een met toepassing van het eerste lid gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit.
@@ -3788,7 +3788,7 @@
1. De exploitant van de broeikasgasinstallatie, die kan worden aangemerkt als nieuwkomer als bedoeld in artikel 3, onder h, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten. De toewijzing geschiedt overeenkomstig artikel 10bis, zevende lid, en de op grond van artikel 10bis, eerste lid, door de Europese Commissie gestelde regels en, indien het betreft een activiteit die op grond van artikel 24 van genoemde richtlijn in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten is opgenomen, overeenkomstig artikel 24, tweede lid, van genoemde richtlijn.
2. De [artikelen 16.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 16.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een op grond van het eerste lid genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten wordt toegezonden aan de Europese Commissie.
@@ -3804,9 +3804,9 @@
##### Artikel 16.35
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan de exploitant van de broeikasgasinstallatie. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken broeikasgasinstallatie een vergunning als bedoeld in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is verleend.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit verleent voor een broeikasgasinstallatie als bedoeld in [artikel 16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2025-12-30&g=2025-12-30), het aantal broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig dat lid aan die broeikasgasinstallatie is toegewezen. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan de exploitant van de broeikasgasinstallatie. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken broeikasgasinstallatie een vergunning als bedoeld in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is verleend.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit verleent voor een broeikasgasinstallatie als bedoeld in [artikel 16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2026-01-01&g=2026-01-01), het aantal broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig dat lid aan die broeikasgasinstallatie is toegewezen. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
@@ -3832,15 +3832,15 @@
- e. de EG-verordening EU-milieukeur.
2. In afwijking van het eerste lid is [artikel 18.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.4) niet van toepassing voor zover het betreft de handhaving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bepaalde.
3. Tot de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.3) of [18.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.4) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
2. In afwijking van het eerste lid is [artikel 18.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.4) niet van toepassing voor zover het betreft de handhaving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bepaalde.
3. Tot de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.3) of [18.4 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.4) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
##### Artikel 18.2f
1. De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verplichtingen.
2. Onverminderd [artikel 18.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), draagt de emissieautoriteit zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [artikel 9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [titels 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [titels 16c.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16c.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gestelde verplichtingen.
2. Onverminderd [artikel 18.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), draagt de emissieautoriteit zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [artikel 9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [titels 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.4a
@@ -3848,13 +3848,13 @@
##### Artikel 18.6a
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.12 in verbinding met [16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.12 in verbinding met [16.39ab, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.12 in verbinding met [16.39ae](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ae&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.13 in verbinding met 16.39h, [16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.14 in verbinding met 16.39h, 16.14 in verbinding met 16.39ae, derde lid, [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.21 in verbinding met 16.39h, 16.21, eerste lid, in verbinding met [16.39ak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ak&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2025-12-30&g=2025-12-30), in verbinding met [16.39ai](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ai&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.29, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ab, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ad](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ad&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ae, eerste en tweede lid, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ae&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39af](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39af&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ag&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5d&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of van [18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of van artikel 56, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16a.3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), dan wel het derde lid in verbinding met de [artikelen 16.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of de [artikelen 16a.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16a.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [16a.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
3. In geval van het niet tijdig terug leveren van teruggevorderde emissierechten als bedoeld in [artikel 16.35c, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
4. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16b.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.20&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.22&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.23&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [artikel 16c.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.1&artikel=16c.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.12 in verbinding met [16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.12 in verbinding met [16.39ab, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.12 in verbinding met [16.39ae](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ae&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.13 in verbinding met 16.39h, [16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.14 in verbinding met 16.39h, 16.14 in verbinding met 16.39ae, derde lid, [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.21 in verbinding met 16.39h, 16.21, eerste lid, in verbinding met [16.39ak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ak&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in verbinding met [16.39ai](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ai&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.29, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ab, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ad](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ad&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ae, eerste en tweede lid, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ae&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39af](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39af&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ag&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5d&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of van [18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of van artikel 56, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16a.3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), dan wel het derde lid in verbinding met de [artikelen 16.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of de [artikelen 16a.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16a.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [16a.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
3. In geval van het niet tijdig terug leveren van teruggevorderde emissierechten als bedoeld in [artikel 16.35c, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.3&artikel=16.35c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
4. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16b.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.20&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.22&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.23&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16c.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.1&artikel=16c.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of artikel [16c.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.2&artikel=16c.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
##### Artikel 18.7a
@@ -3862,25 +3862,27 @@
##### Artikel 18.16a
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.12 in verbinding met [16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.12 in verbinding met [16.39ab, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.12 in verbinding met [16.39af, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39af&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.13 in verbinding met 16.39h, [16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.14 in verbinding met 16.39h, 16.14 in verbinding met 16.39af, derde lid, [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.20a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en 16.20a, derde lid in verbinding met [16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.21 in verbinding met 16.39h, 16.21, eerste lid, in verbinding met [16.39ak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ak&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2025-12-30&g=2025-12-30), in verbinding met [16.39ai](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ai&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.29, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ab, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ad](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ad&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ae, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ae&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39af](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39af&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ag&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.39aj](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39aj&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5d&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2025-12-30&g=2025-12-30), voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30). [Artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:14) is niet van toepassing.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.39&z=2025-12-30&g=2025-12-30) dient in te leveren. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid en kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat de vliegtuigexploitant met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39w&z=2025-12-30&g=2025-12-30) dient in te leveren.
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.12 in verbinding met [16.39h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.2&artikel=16.39h&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.12 in verbinding met [16.39ab, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.12 in verbinding met [16.39af, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39af&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.13 in verbinding met 16.39h, [16.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.14 in verbinding met 16.39h, 16.14 in verbinding met 16.39af, derde lid, [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.20a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en 16.20a, derde lid in verbinding met [16.20c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.21 in verbinding met 16.39h, 16.21, eerste lid, in verbinding met [16.39ak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ak&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in verbinding met [16.39ai](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39ai&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.29, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.29&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ab, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ad](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ad&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ae, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ae&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39af](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39af&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39ag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.3&artikel=16.39ag&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.39aj](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.4&artikel=16.39aj&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of van de [artikelen 18.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.5d&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01). [Artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:14) is niet van toepassing.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.39&z=2026-01-01&g=2026-01-01) dient in te leveren. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid en kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat de vliegtuigexploitant met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39w&z=2026-01-01&g=2026-01-01) dient in te leveren.
4. Door vernummering vervallen.
5. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30), neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
5. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01), neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.16b
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16a.3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), dan wel het derde lid in verbinding met de [artikelen 16.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of de [artikelen 16a.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16a.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16a.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [16a.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16a.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan de goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan krachtens [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen opleggen.
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16a.3, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), dan wel het derde lid in verbinding met de [artikelen 16.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of de [artikelen 16a.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16a.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16a.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [16a.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16a.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan de goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan krachtens [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen opleggen.
##### Artikel 18.16c
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16b.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.20&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.22&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16b.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.23&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [artikel 16c.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.1&artikel=16c.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16b.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&artikel=16b.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.20&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.22&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16b.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.23&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16c.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.1&artikel=16c.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [artikel 16c.3, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.2&artikel=16c.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde in [artikel 16c.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.2&artikel=16c.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
##### Artikel 18.16d
@@ -3888,27 +3890,29 @@
##### Artikel 18.16e
1. Een bestuurlijke boete als bedoeld in de [artikelen 18.16a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.16b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18.16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die meer is veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.39t, eerste lid, is ingeleverd. [Artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:46) is niet van toepassing.
1. Een bestuurlijke boete als bedoeld in de [artikelen 18.16a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.16b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18.16c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die meer is veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.39t, eerste lid, is ingeleverd. [Artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:46) is niet van toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot het kalenderjaar 2013 en daarop volgende kalenderjaren per ton emissie van een kooldioxide-equivalent het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag, jaarlijks verhoogd overeenkomstig de Europese consumentenprijsindex.
4. [Artikel 16.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 16.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in [artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=377) voor de netto-omzet.
##### Artikel 18.16f
Vervallen
1. Een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedraagt bij overtreding van het bepaalde in [artikel 16c.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.2&artikel=16c.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in overeenstemming met artikel 26, eerste lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, voor elk CBAM-certificaat dat de toegelaten CBAM-aangever niet heeft ingeleverd: het bedrag dat gelijk is aan het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bepaalde bedrag, inclusief de verhoging zoals bepaald in artikel 16, vierde lid, van die richtlijn.
2. Een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedraagt bij overtreding van het bepaalde in [artikel 16c.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16c&titeldeel=16c.2&artikel=16c.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voor iemand anders dan een toegelaten CBAM-aangever, in overeenstemming met artikel 26, tweede lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, drie- tot maximaal vijfmaal de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 18.16g
1. [Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in de [artikelen 18.6c, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18.16b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18.16c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), genoemde artikelen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30), vermeldt het rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), naast de in het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48) bedoelde gegevens, tevens het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
3. Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van [artikel 18.16d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16d&z=2025-12-30&g=2025-12-30), wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
1. [Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in de [artikelen 18.6c, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.6c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18.16b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18.16c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genoemde artikelen.
2. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01), vermeldt het rapport, bedoeld in [artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48), naast de in het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:48) bedoelde gegevens, tevens het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van [artikel 18.16d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16d&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
##### Artikel 18.16h
@@ -3916,7 +3920,7 @@
##### Artikel 18.16i
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30), hebben de [artikelen 5:49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:49), [5:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:50), [5:51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:51) en [5:53, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) mede betrekking op het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01), hebben de [artikelen 5:49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:49), [5:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:50), [5:51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:51) en [5:53, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) mede betrekking op het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.16j
@@ -3924,11 +3928,11 @@
##### Artikel 18.16k
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30) vermeldt de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete tevens dat de naam van de overtreder wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01) vermeldt de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete tevens dat de naam van de overtreder wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.16l
In afwijking van [artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:45) vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de [artikelen 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [18.16b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18.16c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2025-12-30&g=2025-12-30), tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
In afwijking van [artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:45) vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de [artikelen 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [18.16b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18.16c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16c&z=2026-01-01&g=2026-01-01), tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 18.16m
@@ -3944,13 +3948,13 @@
##### Artikel 18.16p
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30), hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2025-12-30&g=2025-12-30), onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01), hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2026-01-01&g=2026-01-01), onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 18.16q
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in [artikel 18.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde personen in strijd handelt met [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 4 500 of een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5.20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in [artikel 18.4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde personen in strijd handelt met [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 4 500 of een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5.20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. [Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=184) is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
@@ -3980,7 +3984,7 @@
##### Artikel 19.6a
De [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
De [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
##### Artikel 19.6b
@@ -3992,11 +3996,11 @@
##### Artikel 20.5a
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voegt de behandeling van bij haar aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), die op dezelfde handelsperiode betrekking hebben. De eerste volzin is niet van toepassing op latere wijzigingen van een nationaal toewijzingsbesluit overeenkomstig subparagraaf 16.2.1.3.2.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), geeft de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, toepassing aan [artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:51d), met dien verstande dat de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:80a), wordt gedaan binnen achttien weken na afloop van de voor dat besluit geldende beroepstermijn.
3. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2025-12-30&g=2025-12-30), ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.
1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voegt de behandeling van bij haar aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), die op dezelfde handelsperiode betrekking hebben. De eerste volzin is niet van toepassing op latere wijzigingen van een nationaal toewijzingsbesluit overeenkomstig subparagraaf 16.2.1.3.2.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), geeft de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, toepassing aan [artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:51d), met dien verstande dat de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:80a), wordt gedaan binnen achttien weken na afloop van de voor dat besluit geldende beroepstermijn.
3. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2026-01-01&g=2026-01-01), ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
@@ -4074,7 +4078,7 @@
##### Artikel 2.16a
Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een milieubelastende activiteit met betrekking tot een broeikasgasinstallatie als bedoeld in [artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van deze wet, onderscheidenlijk de [afdelingen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=4.1), [5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=5.1), [16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.1), [16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.2), [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.3), [16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.5) en [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.8) en [hoofdstuk 18 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=18).
Onverminderd [artikel 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een milieubelastende activiteit met betrekking tot een broeikasgasinstallatie als bedoeld in [artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van deze wet, onderscheidenlijk de [afdelingen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=4.1), [5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=5.1), [16.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.1), [16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.2), [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.3), [16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.5) en [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=16.8) en [hoofdstuk 18 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=18).
##### Artikel 16.5
@@ -4096,13 +4100,13 @@
##### Artikel 16.8
1. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aan het bestuursorgaan dat voor de broeikasgasinstallatie waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen, dan wel, in geval voor de broeikasgasinstallatie het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aan het bestuursorgaan dat voor de broeikasgasinstallatie waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, gedurende vier weken in de gelegenheid advies uit te brengen over het monitoringsplan met het oog op de samenhang tussen dit plan en de betrokken omgevingsvergunning, dan wel de betrokken aanvraag om een omgevingsvergunning.
##### Artikel 16.9
Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de broeikasgasinstallatie gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van deze wet of [afdeling 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=2.2), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=4), [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=5.1) of [hoofdstuk 16 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=16).
Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de broeikasgasinstallatie gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van deze wet of [afdeling 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=2.2), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=4), [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&afdeling=5.1) of [hoofdstuk 16 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=16).
##### Artikel 16.10
@@ -4122,7 +4126,7 @@
- b. het emissieverslag;
- c. andere personen dan de vergunninghouder krachtens [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), die bij de uitvoering van het monitoringsplan zijn betrokken.
- c. andere personen dan de vergunninghouder krachtens [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), die bij de uitvoering van het monitoringsplan zijn betrokken.
##### Artikel 16.13
@@ -4130,7 +4134,7 @@
- a. wijziging van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel daartoe aanleiding geeft;
- b. de krachtens de [artikelen 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde regels daartoe aanleiding geven;
- b. de krachtens de [artikelen 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde regels daartoe aanleiding geven;
- c. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
@@ -4142,7 +4146,7 @@
##### Artikel 16.15
Het bestuur van de emissieautoriteit zendt op verzoek het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 16.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), een exemplaar van het voor de betrokken broeikasgasinstallatie opgestelde emissieverslag en het bijbehorende verificatierapport.
Het bestuur van de emissieautoriteit zendt op verzoek het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 16.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), een exemplaar van het voor de betrokken broeikasgasinstallatie opgestelde emissieverslag en het bijbehorende verificatierapport.
##### Artikel 16.16
@@ -4176,13 +4180,13 @@
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de vergunning wijzigen of aanvullen, de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van overeenkomstige toepassing.
3. In een geval als bedoeld in [artikel 16.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. In een geval als bedoeld in [artikel 16.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.
##### Artikel 16.21
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot broeikasgasinstallaties waarvoor het in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), vervatte verbod geldt en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot broeikasgasinstallaties waarvoor het in [artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), vervatte verbod geldt en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Bij of krachtens de maatregel kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bestuur van de emissieautoriteit bij het verlenen of wijzigen van de vergunning daaraan voorschriften kan verbinden. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald dat de voorschriften van de bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken. Bij of krachtens de maatregel kan tevens worden bepaald in welke mate de voorschriften van die regels kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
@@ -4204,7 +4208,7 @@
##### Artikel 16.37
1. Onverminderd artikel 30, tiende lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, levert de exploitant van de broeikasgasinstallatie, niet zijnde een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval, met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 oktober van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten, niet zijnde broeikasgasemissierechten die zijn verleend krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de broeikasgasinstallatie in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
1. Onverminderd artikel 30, tiende lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, levert de exploitant van de broeikasgasinstallatie, niet zijnde een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval, met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 oktober van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten, niet zijnde broeikasgasemissierechten die zijn verleend krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de broeikasgasinstallatie in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
2. Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten in het EU-register voor de handel in emissierechten zijn opgenomen.
@@ -4218,7 +4222,7 @@
##### Artikel 16.39
Indien de exploitant van de broeikasgasinstallatie, ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de broeikasgasinstallatie gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
Indien de exploitant van de broeikasgasinstallatie, ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de broeikasgasinstallatie gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
@@ -5336,7 +5340,7 @@
##### Artikel 22.1a
De [artikelen 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.30a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.34b, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 15 december 2021 tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ([Verzamelwet EZK 2022](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046223)) (Stb. 2022, 23) blijven van toepassing op besluiten op grond van die artikelen waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld voor dat tijdstip.
De [artikelen 16.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.30a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.31&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.32&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.34b, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 15 december 2021 tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ([Verzamelwet EZK 2022](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046223)) (Stb. 2022, 23) blijven van toepassing op besluiten op grond van die artikelen waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld voor dat tijdstip.
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
@@ -5408,13 +5412,13 @@
##### Artikel 16.42a
1. De [artikelen 16.40, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.42&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden.
2. Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden, wordt voor de toepassing van de [artikelen 16.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [16.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2025-12-30&g=2025-12-30), onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol.
1. De [artikelen 16.40, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.42&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden.
2. Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden, wordt voor de toepassing van de [artikelen 16.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [16.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&artikel=16.41&z=2026-01-01&g=2026-01-01), onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol.
##### Artikel 16.46a
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.46b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) indient.
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.46b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) indient.
##### Artikel 16.46b
@@ -6036,7 +6040,7 @@
1. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake, met uitzondering van het besluit tot intrekking van de emissievergunning, zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van overeenkomstige toepassing. Op het besluit tot intrekking van de emissievergunning zijn de [artikelen 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.9 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake, met uitzondering van het besluit tot intrekking van de emissievergunning, zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van overeenkomstige toepassing. Op het besluit tot intrekking van de emissievergunning zijn de [artikelen 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.9 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van overeenkomstige toepassing.
3. De verplichting tot het indienen van een emissieverslag als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel blijft, voor wat betreft het kalenderjaar waarin de beschikking tot intrekking van de vergunning van kracht is geworden, na intrekking van de vergunning op de laatste houder daarvan rusten, totdat aan die verplichting is voldaan, tenzij in het gehele jaar van intrekking geen broeikasgasinstallatie aanwezig is.
@@ -6562,7 +6566,7 @@
**wateren:** wateren waarop de kaderrichtlijn water van toepassing is.
2. In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1¶graaf=1.1&artikel=1.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) wordt in deze titel en de daarop berustende bepalingen onder **emissie** verstaan: het als gevolg van menselijke activiteiten in het milieu brengen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen.
2. In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01 jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1¶graaf=1.1&artikel=1.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) wordt in deze titel en de daarop berustende bepalingen onder **emissie** verstaan: het als gevolg van menselijke activiteiten in het milieu brengen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen.
3. Een wijziging van een van de bijlagen bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid gaat voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
@@ -6870,7 +6874,7 @@
**CE-markering**: markering als bedoeld in besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de conformiteitbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) en bestaande uit het opschrift «CE» als weergegeven in bijlage III bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten;
**componenten en subeenheden**: onderdelen die bedoeld zijn om in een ingevolge een algemene maatregel van bestuur of een uitvoeringsmaatregel als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen energiegerelateerd product te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen, dan wel waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk van voornoemd product kunnen worden beoordeeld;
**componenten en subeenheden**: onderdelen die bedoeld zijn om in een ingevolge een algemene maatregel van bestuur of een uitvoeringsmaatregel als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen energiegerelateerd product te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van gebruikers op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen, dan wel waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk van voornoemd product kunnen worden beoordeeld;
**conformiteitsverklaring**: document waarbij de fabrikant overeenkomstig bijlage VI bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten verklaart dat aan alle voor dat product relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt voldaan, onder verwijzing naar die uitvoeringsmaatregel;
@@ -6910,31 +6914,31 @@
##### Artikel 9.4.5
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur draagt er zorg voor dat een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, alvorens dat product op de markt wordt geïntroduceerd of in gebruik wordt genomen, aan een conformiteitsbeoordeling wordt onderworpen, waarbij wordt getoetst of het voldoet aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de toetsing met betrekking tot dat product plaatsvindt. Onze Minister kan een of meer instanties aanwijzen, die de conformiteitsbeoordeling verrichten.
2. De fabrikant maakt met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, een conformiteitsverklaring op en brengt een CE-markering op het product aan. De importeur draagt er zorg voor dat hij met betrekking tot een dergelijk product beschikt over de conformiteitsverklaring en dat op het product een CE-markering is aangebracht.
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur draagt er zorg voor dat een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, alvorens dat product op de markt wordt geïntroduceerd of in gebruik wordt genomen, aan een conformiteitsbeoordeling wordt onderworpen, waarbij wordt getoetst of het voldoet aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de toetsing met betrekking tot dat product plaatsvindt. Onze Minister kan een of meer instanties aanwijzen, die de conformiteitsbeoordeling verrichten.
2. De fabrikant maakt met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, een conformiteitsverklaring op en brengt een CE-markering op het product aan. De importeur draagt er zorg voor dat hij met betrekking tot een dergelijk product beschikt over de conformiteitsverklaring en dat op het product een CE-markering is aangebracht.
##### Artikel 9.4.6
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, bewaart na het in Nederland op de markt introduceren of in gebruik nemen van dat product de relevante documenten betreffende de conformiteitsbeoordeling, als bedoeld in [artikel 9.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en de daaromtrent afgegeven conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na beëindiging van de vervaardiging van dat product.
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, bewaart na het in Nederland op de markt introduceren of in gebruik nemen van dat product de relevante documenten betreffende de conformiteitsbeoordeling, als bedoeld in [artikel 9.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en de daaromtrent afgegeven conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na beëindiging van de vervaardiging van dat product.
2. De fabrikant onderscheidenlijk importeur stelt de in het eerste lid bedoelde documenten binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van het bevoegd gezag, belast met het toezicht op de naleving van de wet, beschikbaar aan dat bevoegde gezag.
3. Fabrikanten van componenten en subeenheden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, worden verplicht aan de fabrikant onderscheidenlijk importeur van dat product daarbij aangegeven relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.
3. Fabrikanten van componenten en subeenheden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, worden verplicht aan de fabrikant onderscheidenlijk importeur van dat product daarbij aangegeven relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.
##### Artikel 9.4.7
1. Het is verboden op een energiegerelateerd product een markering aan te brengen, die de gebruikers van dat product kan misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.
2. Het is verboden een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat nog niet op de markt is geïntroduceerd en niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, te tonen of te demonstreren op handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen. Het verbod geldt niet indien duidelijk zichtbaar is aangegeven dat het product nog niet met die uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is en niet op de markt zal worden geïntroduceerd, zolang het product nog niet met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is.
2. Het is verboden een energiegerelateerd product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat nog niet op de markt is geïntroduceerd en niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, te tonen of te demonstreren op handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen. Het verbod geldt niet indien duidelijk zichtbaar is aangegeven dat het product nog niet met die uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is en niet op de markt zal worden geïntroduceerd, zolang het product nog niet met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is.
##### Artikel 9.4.8
1. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat van een CE-markering is voorzien, wordt vermoed te voldoen aan de voor dat product bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
2. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor een geharmoniseerde norm is toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die norm betrekking heeft.
3. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor overeenkomstig verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PbEU L 27) de communautaire milieukeur is verleend, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voor zover de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
1. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, dat van een CE-markering is voorzien, wordt vermoed te voldoen aan de voor dat product bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
2. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor een geharmoniseerde norm is toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die norm betrekking heeft.
3. Een energiegerelateerd product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen categorie of tot een categorie, aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, waarvoor overeenkomstig verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PbEU L 27) de communautaire milieukeur is verleend, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voor zover de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
@@ -7608,13 +7612,13 @@
##### Artikel 8.42a
Het bevoegd gezag kan voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een inrichting verbinden die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
Het bevoegd gezag kan voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een inrichting verbinden die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
##### Artikel 8.42b
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat bij provinciale of gemeentelijke verordening gestelde regels omtrent die onderwerpen van de bij of krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, in welke mate kan worden afgeweken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Op het stellen van provinciale of gemeentelijke regels als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat bij provinciale of gemeentelijke verordening gestelde regels omtrent die onderwerpen van de bij of krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, in welke mate kan worden afgeweken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Op het stellen van provinciale of gemeentelijke regels als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.1&artikel=8.40&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
@@ -8216,7 +8220,7 @@
##### Artikel 17.5b
Indien de situatie, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), betrekking heeft op een winningsafvalvoorziening categorie A, voert de exploitant van de winningsafvalvoorziening, onmiddellijk het voor die winningsafvalvoorziening voorgeschreven interne noodplan uit
Indien de situatie, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), betrekking heeft op een winningsafvalvoorziening categorie A, voert de exploitant van de winningsafvalvoorziening, onmiddellijk het voor die winningsafvalvoorziening voorgeschreven interne noodplan uit
##### Artikel 17.5c
@@ -8232,11 +8236,11 @@
Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
6. [Artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.5d
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten winningsafvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten winningsafvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten winningsafvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten winningsafvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.49&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 18.2g
@@ -8358,9 +8362,9 @@
##### Artikel 9.2.1.5
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de in [artikel 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) , [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verplichtingen.
2. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging ontheffing worden verleend van de bij of krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verboden en verplichtingen.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de in [artikel 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) , [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde verplichtingen.
2. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging ontheffing worden verleend van de bij of krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&artikel=9.3a.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde verboden en verplichtingen.
3. Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu.
@@ -8404,11 +8408,11 @@
##### Artikel 9.2.2.2
Een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
Een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
##### Artikel 9.2.2.3
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), worden tevens bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld betreffende het ter zake bevoegde gezag, de wijze waarop de aanvraag om een vergunning geschiedt, en de gegevens die van de aanvrager kunnen worden verlangd.
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), worden tevens bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld betreffende het ter zake bevoegde gezag, de wijze waarop de aanvraag om een vergunning geschiedt, en de gegevens die van de aanvrager kunnen worden verlangd.
2. De vergunning kan slechts worden geweigerd:
@@ -8420,7 +8424,7 @@
3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onder c, of het zesde lid, aanhef en onder c, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8), om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9) worden gevraagd.
4. Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van toepassing. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
4. Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van toepassing. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
5. Een vergunning kan in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu voorschriften worden verbonden. Deze kunnen, voorzover bij de maatregel niet anders is bepaald, de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij het voorschrift zijn aangewezen, in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
@@ -8434,31 +8438,31 @@
7. Voor zover bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, kan de vergunning in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu worden gewijzigd.
8. Op de voorbereiding van een intrekking of wijziging als bedoeld in het zesde lid, respectievelijk het zevende lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) niet van toepassing, tenzij uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt.
8. Op de voorbereiding van een intrekking of wijziging als bedoeld in het zesde lid, respectievelijk het zevende lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) niet van toepassing, tenzij uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe noopt.
##### Artikel 9.2.2.4
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), wijst Onze Minister de instantie aan, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een zodanige keuring plaatsheeft en de gronden waarop de in de eerste volzin bedoelde aanwijzing kan worden ingetrokken dan wel gewijzigd.
2. Indien ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en het verdrag of besluit van die volkenrechtelijke organisatie niet verplicht tot aanwijzing van een instantie als bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking van het eerste lid geen verplichting tot aanwijzing van een instantie.
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wijst Onze Minister de instantie aan, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een zodanige keuring plaatsheeft en de gronden waarop de in de eerste volzin bedoelde aanwijzing kan worden ingetrokken dan wel gewijzigd.
2. Indien ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en het verdrag of besluit van die volkenrechtelijke organisatie niet verplicht tot aanwijzing van een instantie als bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking van het eerste lid geen verplichting tot aanwijzing van een instantie.
##### Artikel 9.2.2.5
Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan tevens worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, mengsels, genetisch gemodificeerde organismen of producten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, mengsels, organismen of producten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die deze stoffen, mengsels, organismen of producten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.
Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan tevens worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, mengsels, genetisch gemodificeerde organismen of producten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, mengsels, organismen of producten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die deze stoffen, mengsels, organismen of producten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.
##### Artikel 9.2.2.6
1. Indien de verwachte of gebleken effecten van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen op de gezondheid van de mens of op het milieu het stellen van regels als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk maken en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur krachtens dat artikel niet kan worden afgewacht, kan hij een besluit nemen van de in dat lid bedoelde strekking. Onze Minister neemt een zodanig besluit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich daartegen naar zijn oordeel verzet. De [artikelen 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Indien de verwachte of gebleken effecten van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen op de gezondheid van de mens of op het milieu het stellen van regels als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk maken en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur krachtens dat artikel niet kan worden afgewacht, kan hij een besluit nemen van de in dat lid bedoelde strekking. Onze Minister neemt een zodanig besluit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich daartegen naar zijn oordeel verzet. De [artikelen 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
##### Artikel 9.2.2.7
1. Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bepaalde op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
1. Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.2.2.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bepaalde op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen de voorschriften worden verbonden, die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk zijn.
3. Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld eerste lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van toepassing.
3. Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld eerste lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van toepassing.
4. Een ontheffing kan door Onze Minister worden gewijzigd of ingetrokken, indien dat in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk is.
@@ -8490,17 +8494,17 @@
##### Artikel 9.2.3.4
Het aanduiden van een genetisch gemodificeerd organisme op een wijze die misleidend is ten aanzien van de effecten daarvan op de gezondheid van de mens of op het milieu of ten aanzien van het krachtens [artikel 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bepaalde, is verboden.
Het aanduiden van een genetisch gemodificeerd organisme op een wijze die misleidend is ten aanzien van de effecten daarvan op de gezondheid van de mens of op het milieu of ten aanzien van het krachtens [artikel 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bepaalde, is verboden.
##### Artikel 9.2.3.5
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangewezen gevallen de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn:
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangewezen gevallen de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn:
- a. ter uitvoering van een krachtens het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Unie tot stand gekomen bindende regeling of
- b. indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) geregelde onderwerpen.
2. Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de [artikelen 9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) geregelde onderwerpen.
## Titel 9.3a. De EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels
@@ -8616,7 +8620,7 @@
##### Artikel 17.8
In afwijking van [artikel 17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is deze titel niet van toepassing op:
In afwijking van [artikel 17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is deze titel niet van toepassing op:
- a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan ten gevolge van:
@@ -8668,7 +8672,7 @@
5. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, of bij of krachtens deze of een andere wet aan een ander bestuursorgaan bevoegdheden zijn toegekend, wordt tussen deze bestuursorganen tijdig overleg gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten of de te treffen maatregelen te bevorderen. De bestuursorganen stemmen onderling af welk orgaan zich met de coördinatie belast.
6. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 17.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.15&z=2025-12-30&g=2025-12-30), gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.
6. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 17.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.15&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.
7. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan bij of krachtens deze of een andere wet aan het bevoegd gezag bevoegdheden zijn toegekend, geeft het bevoegd gezag onverminderd die bevoegdheden toepassing aan deze titel en draagt het er zorg voor dat, voor zover het ook uitvoering geeft aan bedoelde bevoegdheden, er geen strijd ontstaat met het bepaalde bij of krachtens deze titel.
@@ -8684,7 +8688,7 @@
- d. instructies geven met betrekking tot de maatregelen, bedoeld onder c.
2. Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in [artikel 17.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
2. Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in [artikel 17.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
3. Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder c, of tweede lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=19.3).
@@ -8696,7 +8700,7 @@
1. Indien door een activiteit een onmiddellijke dreiging van milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige preventieve maatregelen.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=19.3).
@@ -8716,27 +8720,27 @@
4. Onze Minister informeert na ontvangst van de informatie als bedoeld in het derde lid de regering van het betrokken land of een door die regering aan te wijzen autoriteit of instantie.
5. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. [Artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
5. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. [Artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. Degene die de activiteit verricht, stelt in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid potentiële herstelmaatregelen vast en legt die aan het bevoegd gezag ter instemming voor.
##### Artikel 17.14
1. Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. [Artikel 17.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. [Artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.
1. Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. [Artikel 17.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. [Artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.
4. Indien zich meerdere gevallen van milieuschade voordoen en de nodige herstelmaatregelen niet gelijktijdig kunnen worden getroffen, beslist het bevoegd gezag welke schade het eerst wordt hersteld.
5. Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is [artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van overeenkomstige toepassing.
5. Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is [artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.15
1. Belanghebbenden, alsmede degenen die milieuschade dreigen te lijden, kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan, het bevoegd gezag verzoeken een beschikking te geven tot het treffen van maatregelen als bedoeld in [artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.14&z=2025-12-30&g=2025-12-30). De [artikelen 121 tot en met 121f van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=121) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Belanghebbenden, alsmede degenen die milieuschade dreigen te lijden, kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan, het bevoegd gezag verzoeken een beschikking te geven tot het treffen van maatregelen als bedoeld in [artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.14&z=2026-01-01&g=2026-01-01). De [artikelen 121 tot en met 121f van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=121) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.16
@@ -9452,7 +9456,7 @@
##### Artikel 18.2i
Het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
Het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
@@ -9668,7 +9672,7 @@
##### Artikel 8.47a
Het bevoegd gezag stelt Onze Minister zo spoedig mogelijk op de hoogte van een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
Het bevoegd gezag stelt Onze Minister zo spoedig mogelijk op de hoogte van een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
@@ -9696,7 +9700,7 @@
##### Artikel 10.40a
1. De in [artikel 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde verplichting de afgifte van afvalstoffen te registreren of te melden, geldt niet voor degene die zich ontdoet van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen.
1. De in [artikel 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde verplichting de afgifte van afvalstoffen te registreren of te melden, geldt niet voor degene die zich ontdoet van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen.
2. Degene die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen in ontvangst neemt, bevestigt deze ontvangst op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze op een formulier.
@@ -9840,7 +9844,7 @@
##### Artikel 8.53
1. Onze Minister houdt een lijst bij van gesloten stortplaatsen als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en van de stortplaatsen, bedoeld in [artikel 8.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.52&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
1. Onze Minister houdt een lijst bij van gesloten stortplaatsen als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.2&artikel=8.47&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en van de stortplaatsen, bedoeld in [artikel 8.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8¶graaf=8.3&artikel=8.52&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Hij draagt zorgt voor bekendmaking van deze lijst en doet een afschrift van de lijst alsmede de aanvullingen erop toekomen aan de ter zake van de afvalstoffenbelasting bevoegde inspecteur van de Belastingdienst.
@@ -10050,7 +10054,7 @@
- b. het bestuur van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de vliegtuigexploitant of scheepvaartmaatschappij in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op vluchten vermeld in [artikel 16.39sb, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.3a&artikel=16.39sb&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Het eerste lid is niet van toepassing op vluchten vermeld in [artikel 16.39sb, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.3a&artikel=16.39sb&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 16.39e
@@ -10066,15 +10070,15 @@
##### Artikel 16.39h
1. De [artikelen 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.17&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing op luchtvaartactiviteiten, met dien verstande dat in artikel 16.13, eerste lid, onder b, in plaats van «de artikelen 16.6 of 16.12» wordt gelezen: artikel 16.12.
2. De [artikelen 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing op maritiem vervoer, met dien verstande dat:
1. De [artikelen 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.17&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op luchtvaartactiviteiten, met dien verstande dat in artikel 16.13, eerste lid, onder b, in plaats van «de artikelen 16.6 of 16.12» wordt gelezen: artikel 16.12.
2. De [artikelen 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op maritiem vervoer, met dien verstande dat:
- a. voor «Verordening monitoring en rapportage emissiehandel» en «Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel» wordt gelezen «Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer»;
- b. in [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30) voor «vergunninghouder» wordt gelezen «scheepvaartmaatschappij»; en
- c. in [artikel 16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) voor «artikel 68» wordt gelezen «artikel 11bis».
- b. in [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voor «vergunninghouder» wordt gelezen «scheepvaartmaatschappij»; en
- c. in [artikel 16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voor «artikel 68» wordt gelezen «artikel 11bis».
##### Artikel 16.39i
@@ -10100,7 +10104,7 @@
- b. met inachtneming van de krachtens het zevende lid, aanhef en onder a en b, gestelde regels.
4. Het plan, bedoeld in het derde lid, onder a, is goedgekeurd door het bestuur van de emissieautoriteit. [Artikel 16.39d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.2&artikel=16.39d&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is van overeenkomstige toepassing.
4. Het plan, bedoeld in het derde lid, onder a, is goedgekeurd door het bestuur van de emissieautoriteit. [Artikel 16.39d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.2&artikel=16.39d&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, berekent het bestuur van de emissieautoriteit het kostenverschil met toepassing van de door de Europese Commissie op grond van artikel 3 quater, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde regels voor de jaarlijkse berekening van genoemd kostenverschil en verleent aan een vliegtuigexploitant het aantal emissierechten dat hem krachtens genoemd onderdeel is toegewezen en maakt hier melding van in de Staatscourant.
@@ -10124,7 +10128,7 @@
##### Artikel 16.39k
Het bestuur van de emissieautoriteit legt aanvragen die tijdig zijn ingediend en voldoen aan [artikel 16.39j, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2025-12-30&g=2025-12-30) voor wat betreft de eisen waaraan de onafhankelijke deskundige moet voldoen, voor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Het bestuur van de emissieautoriteit legt aanvragen die tijdig zijn ingediend en voldoen aan [artikel 16.39j, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.3&artikel=16.39j&z=2026-01-01&g=2026-01-01) voor wat betreft de eisen waaraan de onafhankelijke deskundige moet voldoen, voor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
##### Artikel 16.39l
@@ -10168,7 +10172,7 @@
3. Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het tweede lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten in het EU-register voor de handel in emissierechten zijn opgenomen.
4. De in het eerste lid vermelde verplichting is vervuld voor ieder kalenderjaar in de periode tot en met 31 december 2030 met betrekking tot een vliegtuigexploitant waarvan Nederland overeenkomstig [artikel 16.39a, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.1&artikel=16.39a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), de administrerende lidstaat is, voor de vluchten die deze vliegtuigexploitant uitvoert tussen een luchthaven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en:
4. De in het eerste lid vermelde verplichting is vervuld voor ieder kalenderjaar in de periode tot en met 31 december 2030 met betrekking tot een vliegtuigexploitant waarvan Nederland overeenkomstig [artikel 16.39a, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.1&artikel=16.39a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), de administrerende lidstaat is, voor de vluchten die deze vliegtuigexploitant uitvoert tussen een luchthaven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en:
- a. een luchthaven in dezelfde lidstaat;
@@ -10176,7 +10180,7 @@
- c. een luchthaven in een ander ultraperifeer gebied van dezelfde lidstaat.
5. De in het tweede lid vermelde verplichting is vervuld voor ieder kalenderjaar in de periode tot en met 31 december 2030 met betrekking tot een scheepvaartmaatschappij waarvan Nederland overeenkomstig [artikel 16.39a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.1&artikel=16.39a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), de administrerende lidstaat is, voor de reizen en in verband met deze reizen uitgevoerde activiteiten in een haven die deze scheepvaartmaatschappij uitvoert tussen en in een haven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en:
5. De in het tweede lid vermelde verplichting is vervuld voor ieder kalenderjaar in de periode tot en met 31 december 2030 met betrekking tot een scheepvaartmaatschappij waarvan Nederland overeenkomstig [artikel 16.39a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.1&artikel=16.39a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), de administrerende lidstaat is, voor de reizen en in verband met deze reizen uitgevoerde activiteiten in een haven die deze scheepvaartmaatschappij uitvoert tussen en in een haven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en:
- a. een haven in dezelfde lidstaat;
@@ -10198,7 +10202,7 @@
9. Indien de eindverantwoordelijkheid voor de aankoop van de brandstof of de exploitatie van een schip op grond van een contractuele regeling berust bij een ander dan de emissiegerechtigde scheepvaartmaatschappij, heeft die scheepvaartmaatschappij recht op terugbetaling door die ander van de kosten die voortvloeien uit het inleveren van de in het tweede en zesde lid bedoelde emissierechten door de emissiegerechtigde scheepvaartmaatschappij.
10. [Artikel 16.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
10. [Artikel 16.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39u
@@ -10206,11 +10210,11 @@
##### Artikel 16.39v
[Artikel 16.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 16.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39w
Indien een vliegtuigexploitant ter voldoening aan [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of een scheepvaartmaatschappij ter voldoening aan artikel 16.39t, tweede lid, minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die hij gedurende het betrokken kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
Indien een vliegtuigexploitant ter voldoening aan [artikel 16.39t, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2¶graaf=16.2.2.4&artikel=16.39t&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of een scheepvaartmaatschappij ter voldoening aan artikel 16.39t, tweede lid, minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die hij gedurende het betrokken kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
@@ -10242,7 +10246,7 @@
##### Artikel 18.16r
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de Commissie van Europese Gemeenschappen verzoeken een exploitatieverbod als bedoeld in artikel 16, tiende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), indien zulks niet met andere handhavingsmaatregelen kon worden gewaarborgd. Het verzoek voldoet in elk geval aan de in artikel 16, zesde lid, van genoemde richtlijn opgenomen eisen.
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de Commissie van Europese Gemeenschappen verzoeken een exploitatieverbod als bedoeld in artikel 16, tiende lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens [afdeling 16.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), indien zulks niet met andere handhavingsmaatregelen kon worden gewaarborgd. Het verzoek voldoet in elk geval aan de in artikel 16, zesde lid, van genoemde richtlijn opgenomen eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid. Indien regels worden gesteld, worden in de maatregel in elk geval geregeld:
@@ -10752,26 +10756,3262 @@
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-03-05&g=2011-03-05), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-03-05&g=2011-03-05), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-03-05&g=2011-03-05), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.1
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39b
Vervallen
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39b
Vervallen
##### Artikel 8.41a
Vervallen
##### Artikel 8.43
1. Bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen wordt een bedrag in rekening gebracht als van anderen afkomstige afvalstoffen worden gestort, waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met de kosten van:
- a. de inrichting en exploitatie van het terrein waar de afvalstoffen worden gestort,
- b. de voorzieningen die bewerkstelligen dat na buitengebruikstelling van het terrein, geen nadelige gevolgen voor het milieu worden veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens [artikel 15.44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2026-01-01&g=2026-01-01), verschuldigde heffing, en
- c. financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor het stellen van financiële zekerheid krachtens [artikel 13.5 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=13.5) is voorgeschreven.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
## Titel 9.6. De bijdrage van de vervoerssector aan milieu-, klimaat- en energiebeleid
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.3. Winningsafvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2010-12-01&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2010-12-01&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2010-12-01&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.2.2.6a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij het op de markt brengen van brandstoffen ten behoeve van vervoer in bij de maatregel aangewezen gevallen wordt voldaan aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen van duurzaamheid, waaronder begrepen de uitstoot van broeikasgassen.
2. De eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in elk geval betrekking hebben op de voor brandstoffen gebruikte grondstoffen en de omstandigheden waaronder die grondstoffen worden vervaardigd, omgezet en, al dan niet omgezet, worden overgebracht voor eindgebruik in Nederland.
3. Bij of krachtens de maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de overlegging van gegevens waaruit blijkt dat de brandstoffen voldoen aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen van duurzaamheid, alsmede van gegevens, waaruit blijkt in hoeverre de brandstoffen aan andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen duurzaamheidscriteria voldoen.
4. [Artikel 9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.31
Vervallen
##### Artikel 12.32
Vervallen
##### Artikel 12.33
Vervallen
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.4
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 10.1a
1. Dit hoofdstuk is, met uitzondering van de [artikelen 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [titel 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen:
- a. gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten, alsmede kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140), dan wel op grond van artikel 2, tweede lid, van die richtlijn buiten de werkingssfeer van die richtlijn valt;
- b. bodem met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
- c. niet-verontreinigde grond en ander van nature voorkomend materiaal, afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat zal worden gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie waar het werd afgegraven;
- d. radioactieve afvalstoffen;
- e. afgedankte explosieven;
- f. uitwerpselen, voor zover niet vallend onder onderdeel h, onder 1°, stro en ander natuurlijk, niet-gevaarlijk landbouw- of bosbouwmateriaal dat wordt gebruikt in de landbouw, de bosbouw of voor de productie van energie uit die biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en die de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen;
- g. sediment dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst met het oog op het beheer van water en waterwegen of om overstromingen te voorkomen of de gevolgen van overstromingen en droogte te verminderen, of met het oog op landwinning, indien is aangetoond dat het sediment ongevaarlijk is;
- h. voor zover daarover bij of krachtens communautaire regelgeving regels zijn gesteld:
- 1°. dierlijke bijproducten, met inbegrip van verwerkte producten, in de zin van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)(PbEU 2009, L 300), behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie;
- 2°. kadavers van niet door slachting gestorven dieren, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien en overeenkomstig de onder 1° genoemde verordening nr. 1069/2009 worden verwijderd;
- 3°. stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als omschreven in artikel 3, tweede lid, onderdeel g, van Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van [Richtlijn 79/373/EEG](31979L0373) van de Raad, [Richtlijn 80/511/EEG](31980L0511) van de Commissie, [Richtlijnen 82/471/EEG](31982L0471), [83/228/EEG](31983L0228), [93/74/EEG](31993L0074), [93/113/EG](31993L0113) en [96/25/EG](31996L0025) van de Raad en Beschikking [2004/217/EG](32004L0217) van de Commissie (PbEU L 229) en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan.
2. Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 15.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.9&artikel=15.33&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [15.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.35&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01), alsmede de [artikelen 5.8 tot en met 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.10), [5.34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.34), en [5.36, vierde lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.36), evenmin van toepassing.
##### Artikel 10.54a
Vervallen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### § 20.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 9.6.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld om te verzekeren dat bij die maatregel genoemde aanbestedende diensten en aanbestedende instanties bij een aanbesteding waarbij in die maatregel genoemde wegvoertuigen zijn betrokken, rekening wordt gehouden met de minimumstreefcijfers voor schone wegvoertuigen, bedoeld in artikel 5, van [richtlijn 2009/33/EG](32009L0033) van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit (PbEU 2009, L120).
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2026-01-01&g=2026-01-01)
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.6b
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [9.7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.1&artikel=9.7.1.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.8.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.8.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
##### Artikel 18.16s
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.1&artikel=9.7.1.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.8.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.8.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. De boete, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding, of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
3. [Artikel 18.16e, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16e&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de [artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.7.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.
##### Artikel 18.16t
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-09-01&g=2011-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-09-01&g=2011-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-09-01&g=2011-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.51
Vervallen
##### Artikel 15.52
Vervallen
##### Artikel 15.53
Vervallen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Afdeling 11.3.6. Sanering
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.3. PRTR
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-12-31&g=2011-12-31), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-12-31&g=2011-12-31), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2011-12-31&g=2011-12-31), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.1.1
Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone, voor zover dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
##### Artikel 9.5.1
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren en gebruiken van bij de maatregel aangewezen producten.
2. In afwijking van het eerste lid worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid geen regels gesteld met betrekking tot luchtvaartuigen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige producten een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die producten bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten met producten, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, op de bij de maatregel aangegeven plaatsen, op de bij de maatregel aangegeven wijze of onder de bij de maatregel aangegeven omstandigheden;
- d. te verrichten indien de producten niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen;
- e. te verrichten indien de producten niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels is goedgekeurd;
- f. te verrichten indien de producten niet overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels zijn goedgekeurd.
4. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de krachtens het eerste lid gestelde verboden en verplichtingen. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging dan wel van geluidhinder.
6. Voor zover een maatregel als bedoeld in het eerste lid strekt tot nakoming van verplichtingen op grond van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, kunnen tot de regels, bedoeld in het eerste lid, tevens behoren regels die voorzien in:
- a. een verbod om zonder vergunning, verleend door een bij die maatregel aangewezen bestuursorgaan, handelingen te verrichten met betrekking tot de bij die maatregel aangewezen producten of categorieën daarvan;
- b. een verplichting om ten aanzien van die producten of categorieën daarvan in bij de maatregel aangegeven gevallen van het gebruik daarvan aangifte te doen bij een bestuursorgaan, dat bij die maatregel is aangewezen, dan wel te voldoen aan meetvoorschriften op een bij de maatregel te bepalen wijze;
- c. een verplichting te voldoen aan door een bestuursorgaan, dat bij de maatregel is aangewezen, gestelde nadere eisen omtrent de onderwerpen die in die maatregel zijn geregeld, op een door het bestuursorgaan te bepalen tijdstip.
7. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onder e of f, wijst Onze Minister op grond van de bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen de instanties aan die de in die onderdelen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens die maatregel wordt in dat geval tevens bepaald op grond waarvan Onze Minister de aanwijzing kan schorsen of intrekken en worden regels gesteld over de wijze waarop de keuringen plaatsvinden.
8. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.2
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen, innemen, nuttig toepassen en verwijderen van bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen. Met betrekking tot producten worden zodanige regels niet gesteld in het belang dat [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) beoogt te beschermen.
2. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten op een bij de maatregel aangewezen wijze, onder daarbij aangegeven omstandigheden, of voor daarbij aangewezen doeleinden;
- d. te verrichten indien de stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten op de markt brengt:
- a. die stoffen, mengsels of producten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding;
- b. om geheel of gedeeltelijk de financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheid voor de inname en het beheer van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen te dragen, waarbij, in het geval van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de verplichtingen die daaruit voortvloeien tevens kunnen worden uitgevoerd door een organisatie die namens diegene de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt;
- c. zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten na inname op een bij de maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
- d. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die stoffen, mengsels of producten aan een persoon, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie;
- e. openbaar beschikbare informatie te verstrekken over:
- 1°. de mate waarin die stoffen, preparaten of producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn;
- 2°. voorzieningen die er op gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten in te nemen voor hergebruik of nuttig toepassing; en
- 3°. afvalpreventiemaatregelen.
4. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verder behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. voor bij de maatregel aangewezen personen bij de maatregel aangewezen afvalstoffen of andere stoffen, mengsels of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij de maatregel aangegeven wijze toe te passen;
- b. voor burgemeester en wethouders er zorg voor te dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens het derde lid, onder b, op een bij de maatregel aangegeven wijze.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
6. [Artikel 9.5.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, aangewezen stoffen en mengsels of categorieën daarvan.
7. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.3
Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan worden bepaald dat het gezag dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot bij de maatregel aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel of de krachtens artikel 9.5.1, zesde lid, gestelde regels met betrekking tot producten kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
##### Artikel 9.5.4
Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder, dan wel in het belang van de stimulering van hergebruik, preventie, recycling of andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bedoelde strekking voor een termijn van ten hoogste twee jaar.
##### Artikel 9.5.5
1. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing worden verleend van het bepaalde krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Onze Minister kan voorts op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
3. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan worden bepaald dat een bij de maatregel aangewezen ander bestuursorgaan in plaats van Onze Minister ontheffing kan verlenen van het bepaalde krachtens deze artikelen, indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
4. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) beogen te beschermen.
5. De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) beogen te beschermen.
6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) beogen te beschermen.
7. Bij algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om ontheffing te verlenen, [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
##### Artikel 9.5.6
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.5.1, zesde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of [artikel 9.5.2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in samenhang met artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om een vergunning.
2. Een vergunning kan slechts worden geweigerd in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) beogen te beschermen.
3. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend.
4. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Hiertoe kan behoren het voorschrift, dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen, die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld.
5. Bij de betrokken algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
6. Voor zover dat bij de betrokken maatregel is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd of ingetrokken. Op de voorbereiding van een zodanige wijziging of intrekking is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 15.9A. Rechten
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-03-30&g=2012-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-03-30&g=2012-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2012-03-30&g=2012-03-30), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.3
##### Artikel 11.4
Vervallen
##### Artikel 11.5
Vervallen
##### Artikel 11.6
Vervallen
##### Artikel 11.7
Vervallen
##### Artikel 11.8
Vervallen
##### Artikel 11.9
Vervallen
##### Artikel 11.10
Vervallen
##### Artikel 11.11
Vervallen
##### Artikel 11.12
Vervallen
##### Artikel 11.13
Vervallen
##### Artikel 11.14
Vervallen
##### Artikel 11.15
Vervallen
##### Artikel 11.16
Vervallen
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
##### Artikel 11.17
Vervallen
##### Artikel 11.18
Vervallen
##### Artikel 11.19
Vervallen
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
##### Artikel 11.20
Vervallen
##### Artikel 11.21
Vervallen
##### Artikel 11.22
Vervallen
##### Artikel 11.23
Vervallen
##### Artikel 11.24
Vervallen
##### Artikel 11.25
Vervallen
##### Artikel 11.26
Vervallen
##### Artikel 11.27
Vervallen
##### Artikel 11.28
Vervallen
##### Artikel 11.29
Vervallen
##### Artikel 11.30
Vervallen
##### Artikel 11.31
Vervallen
##### Artikel 11.32
Vervallen
##### Artikel 11.33
Vervallen
##### Artikel 11.34
Vervallen
##### Artikel 11.35
Vervallen
##### Artikel 11.36
Vervallen
##### Artikel 11.37
Vervallen
##### Artikel 11.38
Vervallen
##### Artikel 11.39
Vervallen
##### Artikel 11.40
Vervallen
##### Artikel 11.41
Vervallen
##### Artikel 11.42
Vervallen
##### Artikel 11.43
Vervallen
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
##### Artikel 11.44
Vervallen
##### Artikel 11.45
Vervallen
##### Artikel 11.46
Vervallen
##### Artikel 11.47
Vervallen
##### Artikel 11.48
Vervallen
##### Artikel 11.49
Vervallen
##### Artikel 11.50
Vervallen
##### Artikel 11.51
Vervallen
##### Artikel 11.52
Vervallen
##### Artikel 11.53
Vervallen
##### Artikel 11.54
Vervallen
##### Artikel 11.55
Vervallen
##### Artikel 11.56
Vervallen
##### Artikel 11.57
Vervallen
##### Artikel 11.58
Vervallen
##### Artikel 11.59
Vervallen
##### Artikel 11.60
Vervallen
##### Artikel 11.61
Vervallen
##### Artikel 11.62
Vervallen
##### Artikel 11.63
Vervallen
##### Artikel 11.64
Vervallen
##### Artikel 11.65
Vervallen
##### Artikel 11.66
Vervallen
##### Artikel 11a.1
Vervallen
##### Artikel 11a.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.
2. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. het verrichten van berekeningen, metingen of tellingen;
- b. het nemen of analyseren van monsters of het anderszins verrichten van onderzoek naar de aard of mate van verontreinigingen in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond, organismen of bodem;
- c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond of bodem;
- d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
- e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
- f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f;
- h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten, of
- i. werkzaamheden met betrekking tot een bodemenergiesysteem.
3. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:
- a. een erkenning waarmee Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, heeft vastgesteld dat degene die een werkzaamheid als bedoeld in het eerste lid uitvoert voldoet aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- b. een certificaat waarmee een krachtens onderdeel a erkende certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voldoet aan de voor de certificering geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd;
- c. een accreditatie waarmee de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een certificeringsinstelling, een inspectie-instelling, een laboratorium of een andere instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid en dat wordt voldaan aan eisen omtrent de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
4. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. te handelen overeenkomstig de aan de erkenning verbonden voorschriften;
- b. te handelen overeenkomstig het voor de desbetreffende werkzaamheid bij of krachtens de maatregel aangewezen document;
- c. te handelen overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde eisen omtrent de onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- d. van een intrekking of een schorsing van een certificaat of een accreditatie een kennisgeving te doen aan Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de aanvraag voor een erkenning moet geschieden en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag;
- b. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, en
- c. de termijn waarvoor een erkenning kan worden verleend of geschorst.
6. Indien op grond van het vijfde lid, onderdeel b, bij de maatregel is bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), kan bij die maatregel worden bepaald dat voorafgaand aan de weigering of intrekking het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8) om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9) kan worden gevraagd.
7. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
##### Artikel 11a.3
Voor zover uitvoering is gegeven aan [artikel 11A.2, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:
- a. het bevoegd gezag een aanvraag om een beschikking die bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), genoemde wetten wordt gegeven, niet in behandeling neemt indien daarbij gegevens zijn gevoegd die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), genoemde wetten geldende verplichting geen gegevens worden verstrekt die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
##### Artikel 16.11a
Vervallen
##### Artikel 16.13a
1. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf regels gesteld met betrekking tot het melden aan het bestuur van de emissieautoriteit van:
- a. het beëindigen van de werking van een broeikasgasinstallatie;
- b. het niveau van in bedrijf zijn van een broeikasgasinstallatie.
2. Bij ministeriële regeling kan ter uitvoering van deze paragraaf worden bepaald dat ook andere handelingen of omstandigheden aan het bestuur van de emissieautoriteit moeten worden gemeld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.
##### Artikel 16.20c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:
- a. met betrekking tot de broeikasgasinstallaties de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit is ingetrokken;
- b. deze afdeling niet meer op de broeikasgasinstallatie van toepassing is.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake is [artikel 16.20a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van overeenkomstige toepassing.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.30a
1. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de beoordeling door de Europese Commissie overeenkomstig de artikelen 10bis, vijfde lid, 11, derde lid, 27, eerste en tweede lid, en 27 bis, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten niet behoeft te worden gewijzigd, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde beoordeling, dan wel op basis van overige aanwijzingen of aanvullingen van de Europese Commissie, geheel of gedeeltelijk moet worden gewijzigd, stelt het bestuur van de emissieautoriteit het nationale toewijzingsbesluit opnieuw vast.
3. [Artikel 16.30, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is niet van toepassing. Artikel 16.30, vierde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.33a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 24bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de kosteloze toewijzing en verlening van broeikasgasemissierechten voor projecten die de emissie van broeikasgassen verlagen maar waarop deze titel niet van toepassing is. Deze regels voldoen aan genoemde uitvoeringsmaatregelen.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
##### Artikel 16.34a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de groep bedrijfstakken en deeltakken die geacht worden een koolstofweglekrisico te lopen, aanpast, en het bedrijfstakken of deeltakken betreft die in Nederland zijn gevestigd, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van die richtlijn heeft vastgesteld. De [artikelen 16.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34b
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan overeenkomstig de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste en eenentwintigste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. indien de werking van een broeikasgasinstallatie wordt beëindigd, of
- b. indien het niveau van in bedrijf zijn van de broeikasgasinstallatie wordt verminderd of verhoogd in de zin van artikel 10bis, twintigste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
3. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34c
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan tevens worden gewijzigd of ingetrokken, indien:
- a. degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid, of
- b. het besluit anderszins onjuist was en degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert, dit wist of behoorde te weten.
2. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34d
Bij intrekking of wijziging op grond van [artikel 16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [artikel 16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2026-01-01&g=2026-01-01) kan worden bepaald dat de intrekking of wijziging terugwerkt tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 16.34e
Op de voorbereiding van een krachtens [artikel 16.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of [16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2026-01-01&g=2026-01-01) genomen besluit, voor zover een dergelijk besluit strekt tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit, zijn [artikel 16.30, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van deze wet en [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
##### Artikel 16.39sa
1. Het is vliegtuigexploitanten die over een door Nederland afgegeven bewijs luchtvaartexploitant beschikken of in Nederland geregistreerd zijn toegestaan om overeenkomstig artikel 11 bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de door de ICAO-raad aanvaarde eenheden te annuleren met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit overeenkomstig artikel 12, zesde lid, van de genoemde richtlijn vastgestelde compensatievereisten.
2. Vliegtuigexploitanten annuleren de in het eerste lid vermelde eenheden met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde compensatievereisten:
- a. uiterlijk op 31 januari 2025 voor emissies in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023;
- b. uiterlijk op 31 januari 2028 voor emissies in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
##### Artikel 16.47a
Vervallen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 18.2j
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-10-01&g=2012-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-10-01&g=2012-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-10-01&g=2012-10-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.5
### Voorschrift 4.6
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.6
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.2a
1. Deze afdeling is, met uitzondering van [paragraaf 16.2.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), mede van toepassing op het transport van CO2 (CCS).
2. Voor de toepassing van deze afdeling op het transport van CO2 (CCS) wordt onder «de exploitant van de broeikasgasinstallatie» verstaan: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de transportactiviteit verricht of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van die activiteit is overgedragen.
##### Artikel 16.2b
1. De artikelen [16.24 tot en met 16.30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op broeikasgasinstallaties die op grond van artikel 27, eerste lid of artikel 27bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten zijn uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten.
2. Het eerste lid geldt met ingang van 1 januari van het eerste kalenderjaar van de betrokken handelsperiode.
3. Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid of artikel 27bis, tweede lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de door die broeikasgasinstallatie veroorzaakte emissies de in artikel 27, eerste lid, van die richtlijn opgenomen hoeveelheid overschrijden, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer voldoet aan de voorwaarden voor uitsluiting. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer aan bedoelde voorwaarden voldoet.
4. Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de maatregelen die een gelijkwaardige bijdrage leveren tot emissiereductie, niet langer van toepassing zijn, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2026-01-01&g=2026-01-01), op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van de dag volgend op de dag waarop bedoelde maatregelen zijn vervallen. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin bedoelde maatregelen zijn vervallen.
5. Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten blijft de broeikasgasinstallatie in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten gedurende de rest van de in artikel 11, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde periode waarin ze werd ingevoerd.
##### Artikel 16.4a
1. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid emissierechten en de toewijzing daarvan en met de bewaking, rapportage en verificatie van emissies onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt.
2. [Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.35a
Vervallen
##### Artikel 16.35b
Vervallen
##### Artikel 16.35c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, terugvorderen van de exploitant van de broeikasgasinstallatie. Indien de exploitant van de broeikasgasinstallatie, onvoldoende broeikasgasemissierechten bezit, kan een met de waarde van die rechten corresponderend bedrag worden teruggevorderd.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het terug te vorderen bedrag dat met de waarde van de onverschuldigd verleende broeikasgasemissierechten correspondeert, bij dwangbevel invorderen.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, verrekenen met de hoeveelheid voor de exploitant van de broeikasgasinstallatie, te verlenen broeikasgasemissierechten voor de daarop volgende handelsperiode.
4. Bij het bepalen van de waarde van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, wordt uitgegaan van de gemiddelde marktprijs van een dergelijk recht op het moment van terugvordering. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2013-04-25&g=2013-04-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2013-04-25&g=2013-04-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2013-04-25&g=2013-04-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-01-25&g=2014-01-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-01-25&g=2014-01-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-01-25&g=2014-01-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 3.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 5.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 17.5e
Vervallen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-11-01&g=2014-11-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-11-01&g=2014-11-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-11-01&g=2014-11-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.23a
Vervallen
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
#### § 2.4. De provinciale milieucommissie
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.2. Het nationale milieubeleidsplan
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.6. Het gemeentelijke milieubeleidsplan
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.5. Beoordeling van de luchtkwaliteit
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.3. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.12. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
#### Paragraaf 8.2
#### Paragraaf 8.2
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
#### § 11.2.3. Actieplannen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-08-30&g=2018-01-01)
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 9.7.1. Algemeen
##### Artikel 9.7.1.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **afboekrekening:** rekening in het register, bedoeld om de naar die rekening overgeboekte hernieuwbare brandstofeenheden te onttrekken aan het aantal, voor het voldoen aan de jaarverplichting, beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden;
- **benzine:** ongelode lichte olie als bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van ongelode lichte olie aan de accijns onderworpen zijn;
- **bijproduct:** product dat een hoofddoel vormt van het productieproces, niet zijnde een residu;
- **biobrandstof:** biogas als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van de richtlijn hernieuwbare energie, vloeibare biomassa als bedoeld in artikel 2, onderdeel 32, van die richtlijn of biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van die richtlijn;
- **diesel:** gasolie als bedoeld in [artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
- **duurzaamheidssysteem:** vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie dat door de Europese Commissie is erkend;
- **energie-inhoud:** energie-inhoud als bedoeld in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of, indien niet opgenomen in die bijlage, berekend volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. In afwijking van de vorige volzin geldt voor benzine en diesel de energie-inhoud als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder c, van richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad van 20 april 2015 tot vaststelling van berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen overeenkomstig Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (PbEU L 107);
- **hernieuwbare brandstof:** hernieuwbare vloeibare en gasvormige vervoersbrandstof van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2, onderdeel 36, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **hernieuwbare brandstofeenheid:** hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in [artikel 9.7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.3&artikel=9.7.3.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **hernieuwbare energie:** energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **importeur:** onderneming die minerale oliën invoert in Nederland, maar geen houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën is;
- **inboeker:** onderneming die ingevolge bij of krachtens [artikel 9.7.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) bevoegd is om een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie in het register in te voeren;
- **inboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van hernieuwbare energie overeenkomstig [artikel 9.7.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) mogelijk maakt;
- **jaarverplichting:** aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat de leverancier tot eindverbruik is verschuldigd op grond van [artikel 9.7.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **jaarverplichtingfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die een leverancier tot eindverbruik ingevolge [artikel 9.7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) heeft om aan zijn jaarverplichting te voldoen;
- **leverancier tot eindverbruik:** houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën, of importeur, met een levering tot eindverbruik;
- **leveren aan de Nederlandse markt:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), dan wel leveren van minerale oliën door een houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, voor zover de inboeker kan aantonen dat de hoeveelheid ingeboekte biobrandstof is uitgeslagen tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns;
- **levering tot eindverbruik:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2) van benzine, diesel en zware stookolie;
- **luchtvaart:** nationaal en internationaal transport door de lucht;
- **minerale oliën:** oliën als bedoeld in [artikel 25 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25);
- **onderneming:** onderneming als bedoeld in [artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5);
- **overboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
- **register:** register hernieuwbare energie als bedoeld in [artikel 9.7.5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **residu:** een stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 43, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **richtlijn hernieuwbare energie:** [richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001) van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
- **verordening (EU) 2019/807:** gedelegeerde [verordening (EU) 2019/807](32707R2019) van de commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van [Richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001) van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik (PbEU 2019, L 133);
- **vervoer:** alle vormen van transport over de weg, het spoor, het water en door de lucht;
- **voedsel- en voedergewassen:** voedsel- en voedergewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 40, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **zetmeelrijke gewassen:** gewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 39, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **zware stookolie:** zware stookolie als bedoeld in [artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van zware stookolie aan de accijns onderworpen zijn.
##### Artikel 9.7.1.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen leveringen van soorten biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen aan luchtvaart en zeevaart van de toepassing van [paragraaf 9.7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) worden uitgesloten.
##### Artikel 9.7.1.3
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de invoer en het gebruik van informatie door inboekers en andere marktdeelnemers in de Uniedatabank als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
##### Artikel 9.7.1.4
Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
##### Artikel 9.7.2.1
1. De leverancier tot eindverbruik is in enig kalenderjaar het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden verschuldigd dat overeenkomt met het bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen gedeelte van de energie-inhoud van zijn levering tot eindverbruik in het direct aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de toepassing van het eerste lid eisen gesteld aan het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden.
##### Artikel 9.7.2.2
De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register.
##### Artikel 9.7.2.3
1. De leverancier tot eindverbruik voert voor 1 maart van enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register in.
2. Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde levering tot eindverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken, worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
##### Artikel 9.7.2.4
1. Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik niet voor 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar ambtshalve vaststellen.
2. Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar tot vijf jaar na dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.7.2.5
1. Op 1 mei van enig kalenderjaar:
- a. heeft de leverancier tot eindverbruik ten minste het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
- b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier tot eindverbruik het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden af,
dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien toepassing van [artikel 9.7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), leidt tot een verhoging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de leverancier tot eindverbruik.
4. Indien toepassing van [artikel 9.7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), leidt tot een verlaging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit, met inachtneming van het tweede lid, het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.7.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan.
##### Artikel 9.7.3.1
1. Het register heeft vier soorten hernieuwbare brandstofeenheden:
- a. een hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel;
- b. een hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd;
- c. een hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B;
- d. een hernieuwbare brandstofeenheid overig.
2. Een hernieuwbare brandstofeenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één gigajoule hernieuwbare energie.
##### Artikel 9.7.3.2
Een hernieuwbare brandstofeenheid kan uitsluitend in het register, bedoeld in [paragraaf 9.7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.8.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gehouden worden.
##### Artikel 9.7.3.3
Een hernieuwbare brandstofeenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
##### Artikel 9.7.3.4
1. Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden kan niet leiden tot een aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd, bijlage IX-B of overig op een rekening dat minder is dan nul.
2. Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden is niet toegestaan, indien het aantal of soort hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd, bijlage IX-B of overig op een rekening minder is dan nul.
##### Artikel 9.7.3.5
1. De voor overdracht van een hernieuwbare brandstofeenheid vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van de hernieuwbare brandstofeenheid van de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid overdraagt, en
- b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.
##### Artikel 9.7.3.6
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.
##### Artikel 9.7.3.7
1. In afwijking van [artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=228) kan op een hernieuwbare brandstofeenheid geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een hernieuwbare brandstofeenheid kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
3. Een hernieuwbare brandstofeenheid is niet vatbaar voor beslag.
#### § 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
##### Artikel 9.7.4.1
1. Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem aan:
- a. de Nederlandse markt geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- d. vervoer in Nederland geleverde gasvormige hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of
- e. vervoer in Nederland geleverde elektriciteit, met uitzondering van elektriciteit geleverd aan spoorvoertuigen, die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
2. De inboeker kan aan een inboeking tot 1 april een verklaring van een verificateur als bedoeld in [artikel 9.7.4.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), koppelen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.2
De in te boeken vloeibare biobrandstof:
- a. voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
- b. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt op een locatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde duurzaamheidsysteem is gecertificeerd, dan wel op een andere locatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt,
- c. voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen, en
- d. wordt niet geproduceerd uit olie uit sojabonen, met uitzondering van olie uit sojabonen met een gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in [verordening (EU) 2019/807](32707R2019).
##### Artikel 9.7.4.3
De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan:
- a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
- b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
##### Artikel 9.7.4.4
1. De in te boeken vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof voldoet aan:
- a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde broeikasgasemissiereductiedrempels;
- b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten hernieuwbare brandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
##### Artikel 9.7.4.5
1. Bij ministeriële regeling:
- a. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie;
- b. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan de [artikelen 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald;
- d. kunnen regels worden gesteld voor het geaggregeerd inboeken van elektriciteit.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
##### Artikel 9.7.4.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule hernieuwbare energie die is ingeboekt in het register:
- a. één hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
- 1°. voedsel- en voedergewassen, met een laag risico of gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in [verordening (EU) 2019/807](32707R2019); of
- 2°. een bijproduct van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
- b. één hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
- 1°. grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare energie; en
- 2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit de grondstof als bedoeld in bijlage IX, deel A, onderdeel d, van de richtlijn hernieuwbare energie, de grondstof voorkomt op een bij ministeriële regeling vast te stellen lijst van materialen;
- c. één hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- d. één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker:
- 1°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen die als tussenteelt op landbouwgrond worden geteeld en die niet leiden tot de vraag naar meer land;
- 2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit een residu van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
- 3°. bij een geleverde vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof;
- 4°. voor het gedeelte van de geleverde elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare bronnen, of
- 5°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in de onderdelen a b, c en d, onder 1.
2. De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie wordt per soort hernieuwbare brandstofeenheid naar beneden afgerond op één gigajoule.
3. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij die ministeriële regeling vastgestelde factor, van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit.
4. In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijschrijven ter grootte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor groter dan één, voor aan luchtvaart en zeevaart geleverde brandstoffen, met uitzondering van uit voedsel- en voedergewassen geproduceerde brandstoffen, of een factor kleiner dan één, voor aan zeevaart geleverde brandstoffen.
5. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt is geleverd.
6. In aanvulling op het eerste lid en gelet op [artikel 9.7.4.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), schrijft het bestuur van de emissieautoriteit op de rekening van de inboeker het resterende aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij, na koppeling van een verklaring als bedoeld in [artikel 9.7.4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
7. Een geleverde biobrandstof die geproduceerd is uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen wordt geacht niet als tussenteelt op landbouwgrond te zijn geteeld en te hebben geleid tot de vraag naar meer land, tenzij de inboeker het tegendeel aantoont.
##### Artikel 9.7.4.7
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal per soort beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden openbaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.8
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten biobrandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
2. De inboeker die een hoeveelheid biobrandstof als bedoeld in het eerste lid inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die biobrandstof voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid.
3. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
4. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.9
Voor hernieuwbare energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.
##### Artikel 9.7.4.10
Een hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt ingeboekt in het register is niet als duurzaam overgedragen en wordt niet nog een keer ingeboekt in het register.
##### Artikel 9.7.4.11
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van hernieuwbare brandstofeenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.12
1. De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de [artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.7.4.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde eisen.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.13
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie of de verificatie, bedoeld in [artikel 9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur die hoeveelheid, de kenmerken van die hoeveelheid of de factor, bedoeld in [artikel 9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.7.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden.
##### Artikel 9.7.4.14
1. De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker van biobrandstof de aard en herkomst van de door die inboeker ingeboekte biobrandstoffen alsmede het door die inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen. [Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.5.1
1. Er is een elektronisch register hernieuwbare energie.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in [artikel 9.7.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 9.7.5.2
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het register vaststellen.
##### Artikel 9.7.5.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de leverancier tot eindverbruik op diens naam een rekening met jaarverplichtingfaciliteit en met overboekfaciliteit.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een inboeker op diens naam een rekening met inboekfaciliteit en met overboekfaciliteit.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een andere onderneming dan die bedoeld in het eerste of tweede lid, die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, op diens naam een rekening met overboekfaciliteit.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een onderneming niet meer dan één rekening. Een rekening kan alle in het eerste en tweede lid genoemde faciliteiten omvatten.
5. Het bestuur van de emissieautoriteit opent een afboekrekening.
6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
##### Artikel 9.7.5.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan indien het redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van fraude of misbruik of dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. weigeren een rekening te openen;
- b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
- c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening opheffen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.5.5
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening met overboekfaciliteit, inboekfaciliteit of jaarverplichtingfaciliteit een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
##### Artikel 9.7.5.6
1. Van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van een leverancier tot eindverbruik nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), een inboeker of een onderneming als bedoeld in [artikel 9.7.5.3. derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid, en de volgorde waarin de soort hernieuwbare brandstofeenheden gespaard worden. Voor de leverancier tot eindverbruik, de inboeker of de onderneming, bedoeld in [artikel 9.7.5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen verschillende regels worden vastgesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het gedeelte dat gespaard kan worden ten behoeve van enig ander kalenderjaar dan het direct daaropvolgende kalenderjaar.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.6.1
1. De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:
- a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;
- b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;
- c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
2. De producent van hernieuwbare brandstof controleert:
- a. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;
- b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en tot de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof;
- c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.7.6.2
1. Een onderneming die gecertificeerd is volgens een duurzaamheidssysteem voert een massabalans over duurzame grondstof en duurzame biobrandstof.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de massabalans.
##### Artikel 9.7.6.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certificeringsorgaan dat namens het duurzaamheidsysteem in het kader van de naleving van duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria voor grondstoffen voor biobrandstof en biobrandstof onafhankelijke audits uitvoert.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit brengt bij vastgestelde non-conformiteit met de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria onverwijld het duurzaamheidsysteem hiervan op de hoogte.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 16c. Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
### Hoofdstuk 18. Handhaving
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
### Voorschrift 4.4
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 3.1
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.1
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.4
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 14.4d
Vervallen
## Titel 15.1
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.1
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.7. Keuringen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.3
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.20a
Vervallen
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
##### Artikel 7.28a
Vervallen
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.12. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
#### Paragraaf 8.3
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.2.3. Actieplannen
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-16&g=2017-05-16)
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
## Titel 15.1
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-03-05&g=2011-03-05), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-03-05&g=2011-03-05), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-03-05&g=2011-03-05), van de Wet milieubeheer:
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-05-16&g=2017-05-16), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-05-16&g=2017-05-16), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-05-16&g=2017-05-16), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
@@ -10794,6678 +14034,3634 @@
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.4
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 4.7
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.2.2.1b
De regels, bedoeld in [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder i of j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kunnen, in afwijking van de [artikelen 2:7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=2:7), en [2:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=2:8) een verplichting inhouden een handeling met betrekking tot asbest of een asbesthoudend product of een voornemen tot het verrichten van die handeling langs elektronische weg te melden dan wel met betrekking tot die handeling of dat voornemen langs elektronische weg gegevens en bescheiden te verstrekken dan wel de resultaten van een controleonderzoek.
##### Artikel 9.5.7
1. Er is een elektronisch landelijk asbestvolgsysteem, waarin met betrekking tot saneringen van asbest gegevens en bescheiden worden opgenomen die betrekking hebben op handelingen die in de achtereenvolgende fasen van de asbestsanering worden verricht, in het bijzonder de inventarisatie en verwijdering van asbest, de eindbeoordeling van het resultaat van de verwijdering en de afvoer en de verwerking van het asbestafval. Hiertoe kunnen ook persoonsgegevens behoren.
2. Onze Minister draagt zorg voor de inrichting, instandhouding, werking, toegankelijkheid en beveiliging van het landelijk asbestvolgsysteem en voor het beheer van de daarin opgenomen gegevens en bescheiden en treft de nodige voorzieningen voor de elektronische uitwisseling van gegevens en bescheiden met betrekking tot saneringen van asbest tussen het landelijk asbestvolgsysteem en de landelijke voorziening, bedoeld in [artikel 20.21 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=20.21). Onze Minister wordt tevens aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens.
3. De gegevens en bescheiden die in het landelijk asbestvolgsysteem zijn opgenomen, zijn langs elektronische weg toegankelijk voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen, bedrijven en personen.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens en bescheiden aangewezen die in het landelijk asbestvolgsysteem worden opgenomen en worden regels gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van het systeem en de periode gedurende welke de gegevens en bescheiden worden bewaard. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het systeem en het beheer van de gegevens en bescheiden die daarin zijn opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld.
#### § 9.7.1. Algemeen
#### § 9.7.1. Algemeen
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
#### § 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-08-30&g=2018-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-08-30&g=2018-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-08-30&g=2018-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.7.3.8
Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening minder is dan nul, worden de bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden per soort volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels afgeschreven.
#### § 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
#### § 9.7.5. Register hernieuwbare energie
##### Artikel 9.8.1.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **benzine:** ongelode lichte olie als bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en andere minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van ongelode lichte olie aan de accijns onderworpen zijn;
- **betere fossiele brandstof:** brandstof van fossiele herkomst die:
- 1°. is genoemd in bijlage I, deel 2, onderdeel 5, van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652);
- 2°. een broeikasgasintensiteit heeft die lager is dan het voor dat kalenderjaar vastgestelde reductiepercentage ten opzichte van de in bijlage II van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652) bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen;
- **broeikasgasintensiteit:** broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus per eenheid energie uitgedrukt in gCO2-eq/MJ, als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder e, van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652);
- **diesel:** gasolie als bedoeld in [artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en andere minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
- **hernieuwbare brandstofeenheid:** hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in [artikel 9.7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.3&artikel=9.7.3.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **importeur:** onderneming die minerale oliën invoert in Nederland, maar geen houder is van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën;
- **minerale oliën:** oliën als bedoeld in [artikel 25 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25);
- **onderneming:** onderneming als bedoeld in [artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5);
- **overboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
- **rapportageplichtige:** houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën, of importeur, met een uitslag tot vervoersverbruik;
- **reductiepercentage:** het percentage ten opzichte van de uitgangsnorm voor brandstoffen, bedoeld in bijlage II van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652), dat ingevolge [artikel 9.8.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor een kalenderjaar vastgesteld is;
- **reductieverplichting:** verplichting als bedoeld in [artikel 9.8.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **reductieverplichtingfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die een rapportageplichtige ingevolge [artikel 9.8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) heeft om aan zijn reductieverplichting te voldoen;
- **register:** register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies als bedoeld in [artikel 9.8.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **richtlijn 98/70/EG:** [richtlijn nr. 98/70/EG](31998L0070) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van [Richtlijn 93/12/EEG](31993L0012) van de Raad (PbEG L 350);
- **richtlijn (EU) 2015/652:** richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad van 20 april 2015 tot vaststelling van berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen overeenkomstig [Richtlijn 98/70/EG](31998L0070) van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (PbEU L 107);
- **uitslag tot vervoersverbruik:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van benzine, diesel en betere fossiele brandstof, aan de bestemmingen, bedoeld in [artikel 9.8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.1&artikel=9.8.1.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 9.8.1.2
Deze titel is van toepassing op brandstoffen en energie voor:
- a. wegvoertuigen;
- b. niet voor de weg bestemde mobiele machines;
- c. landbouwtrekkers;
- d. bosbouwmachines, en
- e. pleziervaartuigen, niet zijnde zeeschepen, wanneer die niet op zee varen.
##### Artikel 9.8.1.3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën rapportageplichtigen worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen niet van toepassing zijn.
##### Artikel 9.8.1.4
Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
##### Artikel 9.8.2.1
1. De rapportageplichtige vermindert de broeikasgasintensiteit van zijn uitslag tot verbruik van benzine en diesel aan de bestemmingen, bedoeld in [artikel 9.8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.1&artikel=9.8.1.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voor enig kalenderjaar met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage ten opzichte van de in bijlage II van die richtlijn bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen.
2. De rapportageplichtige voldoet aan de reductieverplichting, bedoeld in het eerste lid, met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden of geleverde betere fossiele brandstof, met inachtneming van [artikel 9.7.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het in het eerste lid genoemde kalenderjaar.
##### Artikel 9.8.2.2
De rapportageplichtige heeft een rekening met reductieverplichtingfaciliteit in het register.
##### Artikel 9.8.2.3
1. De rapportageplichtige voert voor 1 maart van enig kalenderjaar zijn uitslag tot vervoersverbruik van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met reductieverplichtingfaciliteit in het register in.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van benzine en diesel volgens de gegevens van de rijksbelastingdienst beschouwd als uitslag tot vervoersverbruik, tenzij de rapportageplichtige aantoont dat die uitslag tot verbruik betrekking heeft op andere bestemmingen.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van betere fossiele brandstof volgens de gegevens van de rijksbelastingdienst niet beschouwd als uitslag tot vervoersverbruik, tenzij de rapportageplichtige het tegendeel aantoont.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van benzine en diesel en samengeperste waterstof, niet aangemerkt als een betere fossiele brandstof, tenzij de rapportageplichtige het tegendeel aantoont.
5. Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde uitslag tot vervoersverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de rapportageplichtige aan het bestuur van de emissieautoriteit.
6. Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens en te hanteren berekeningsmethode als bedoeld in richtlijn (EU) 2015/652 bepaald.
7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantonen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, plaatsvindt.
8. De gegevens, bedoeld in het zesde lid, en de onderliggende stukken worden door de rapportageplichtige bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
##### Artikel 9.8.2.4
1. Indien een rapportageplichtige in enig kalenderjaar zijn uitslag tot vervoersverbruik niet voor 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening met een reductieverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit hem ambtshalve vaststellen.
2. Indien een rapportageplichtige in enig kalenderjaar zijn uitslag tot vervoersverbruik niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening met een reductieverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit hem tot vijf jaar na dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.8.2.5
1. Op 1 mei van enig kalenderjaar:
- a. heeft de rapportageplichtige ten minste het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
- b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de rapportageplichtige het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden af,
dat overeenkomt met de voor die rapportageplichtige voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende reductieverplichting.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien toepassing van [artikel 9.8.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), leidt tot een verhoging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de rapportageplichtige.
4. Indien toepassing van [artikel 9.8.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), leidt tot een verlaging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar en de rapportageplichtige met hernieuwbare brandstofeenheden aan zijn reductieverplichting voldaan heeft, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de rapportageplichtige. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.7.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de rapportageplichtige als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden, met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden.
##### Artikel 9.8.3.1
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.2
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.3
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.4
Het bestuur van de emissieautoriteit stelt jaarlijks de broeikasgasemissiereductiebijdrage van de hernieuwbare brandstofeenheid vast voor het behalen van de reductieverplichting. Bij of krachtens algemene regels van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de jaarlijkse vaststelling.
##### Artikel 9.8.3.5
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.6
Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening minder is dan nul, worden de bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden per soort volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels afgeschreven.
##### Artikel 9.8.4.1
1. Er is een elektronisch register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in [artikel 9.8.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 9.8.4.2
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het register vaststellen.
##### Artikel 9.8.4.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de rapportageplichtige op diens naam een rekening met reductieverplichtingfaciliteit en met overboekfaciliteit.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een onderneming niet meer dan één rekening.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
##### Artikel 9.8.4.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan bij een vermoeden van fraude of misbruik of indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. weigeren een rekening te openen;
- b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
- c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening opheffen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.8.4.5
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening, bedoeld in [artikel 9.8.4.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
##### Artikel 9.8.4.6
1. Nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt een gedeelte van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van een rapportageplichtige gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar, met inachtneming van [artikel 9.7.5.6, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid.
3. De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.8.5.1
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2021-01-01&g=2021-01-01)
### Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2019-07-01&g=2019-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2019-07-01&g=2019-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2019-07-01&g=2019-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2019-11-14&g=2019-11-14), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2019-11-14&g=2019-11-14), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2019-11-14&g=2019-11-14), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.1a
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 18.5a
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten: de artikelen 4, tweede lid, onderdeel a, 5, tweede lid, en 6 tot en met 9.
2. Het is voorts verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten: artikelen 10, 11, 12, 23 en 25.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 2.1
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.51a
Vervallen
##### Artikel 15.51b
Vervallen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2020-07-01&g=2020-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2020-07-01&g=2020-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2020-07-01&g=2020-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16b.1
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **broeikasgasinstallatie:** broeikasgasinstallatie als bedoeld in de [artikelen 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **dispensatierecht:** dispensatierecht als bedoeld in [artikel 71h, onderdeel d, van de Wet belasting op milieugrondslag](onbekend);
- **historisch industrieel emissieverslag:** verslag ten behoeve van het vaststellen van het historisch activiteitenniveau van afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties;
- **industrieel emissieverslag:** verslag betreffende de industriële jaarvracht in een kalenderjaar als bedoeld in [artikel 16b.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- **industriële jaarvracht:** industriële jaarvracht als bedoeld in [artikel 71h, onderdeel h, van de Wet belastingen op milieugrondslag](onbekend);
- **industrieel monitoringsplan:** plan betreffende de bepaling en registratie van de industriële jaarvracht;
- **restgassen:** afgas als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.
2. [Artikel 16.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van toepassing.
##### Artikel 16b.2
Dit hoofdstuk is van toepassing op de exploitant van een industriële installatie als bedoeld in [artikel 71h, onderdeel g](onbekend), in samenhang met de [artikelen 71i](onbekend) en [71k, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](onbekend).
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
##### Artikel 16b.3
1. De exploitant van een industriële installatie dient na afloop van elk jaar op uiterlijk 31 maart een industrieel emissieverslag in bij het bestuur van de emissieautoriteit.
2. Het industrieel emissieverslag bevat de industriële jaarvracht.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bepaling en registratie van de industriële jaarvracht, het industrieel emissieverslag, het historisch industrieel emissieverslag en de verificatie van deze emissieverslagen.
##### Artikel 16b.4
De exploitant van een industriële installatie bepaalt de industriële jaarvracht op basis van:
- a. de gegevens uit het emissieverslag dan wel de schatting hiervan door het bestuur van de emissieautoriteit als bedoeld in de artikel 70 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel;
- b. de gegevens uit het verslag over het activiteitsniveau, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau dan wel de schatting hiervan door het bestuur van de emissieautoriteit, bedoeld in de artikel 3, vierde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau; of
- c. de monitoring op basis van een industrieel monitoringsplan als bedoeld in [afdeling 16b.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 16b.5
1. Bij een warmtekrachtkoppeling wordt de industriële jaarvracht bepaald en geregistreerd op basis van het brandstofverbruik, de elektriciteitsopwekking en de warmteopwekking.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de bepaling en registratie van de industriële jaarvracht. Deze regels kunnen betrekking hebben op warmtekrachtkoppelingen, bij het gebruik van restgassen en de overdracht van warmte naar een andere industriële installatie.
##### Artikel 16b.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het industrieel emissieverslag moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het industrieel emissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het industrieel emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:
- a. degene die bij het bestuur van de emissieautoriteit een industrieel emissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere industriële jaarvracht;
- b. het betrokken industrieel emissieverslag anderszins onjuist was en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de industriële jaarvracht van een industriële installatie op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien:
- a. het industrieel emissieverslag niet of niet tijdig bij de emissieautoriteit is ingediend;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit heeft verklaard dat het industrieel emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn gesteld.
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
##### Artikel 16b.7
1. De exploitant stelt, voor zover dat noodzakelijk is, voor een industriële installatie een industrieel monitoringsplan op dat hij indient bij het bestuur van de emissieautoriteit.
2. Een industrieel monitoringsplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. De [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «industriële installatie»;
- b. voor «emissieverslag» wordt gelezen «industrieel emissieverslag»;
- c. voor «monitoringsplan» wordt gelezen «industrieel monitoringsplan»;
- d. voor «vergunning» wordt gelezen «goedkeuring van een industrieel monitoringsplan»;
- e. voor «vergunninghouder» wordt gelezen «de exploitant»;
- f. voor «bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, hoofdstuk 8 van deze wet» wordt gelezen «bij of krachtens dit hoofdstuk, de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of 16a van deze wet».
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld die nodig zijn in het belang van de goede werking van het monitoren van emissie van de industriële jaarvracht of in welke gevallen een monitoringsplan in elk geval noodzakelijk is.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een goedkeuring van een industrieel monitoringsplan moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.
##### Artikel 16b.8
1. Het industrieel monitoringplan bestaat uit een gedetailleerde, volledige en transparante documentatie over de monitoringmethode voor een industriële installatie.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld aan de inhoud van het industrieel monitoringplan. De regels zijn voor zover mogelijk in overeenstemming met de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.
##### Artikel 16b.9
Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een industrieel monitoringsplan indien het industrieel monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het industrieel monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16b.10
1. De exploitant wijzigt het industrieel monitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de regels gesteld bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) daartoe aanleiding geven;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
2. De exploitant legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het industrieel monitoringsplan over.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden van een wijziging of een tijdelijke afwijking van het industrieel monitoringsplan aan het bestuur van de emissieautoriteit, en
- b. het goedkeuren van een wijziging van een industrieel monitoringsplan.
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
##### Artikel 16b.11
1. Er is een elektronisch register dispensatierechten industrie.
2. Het register wordt beheerd door het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit rekeningen als bedoeld in [artikel 16b.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.1&artikel=16b.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
4. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid dispensatierechten onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16b.12
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden aan het gebruik van het register vaststellen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
##### Artikel 16b.13
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent ambtshalve voor iedere industriële installatie met een goedgekeurd monitoringsplan of industrieel monitoringsplan één rekening op naam van de exploitant.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekening.
##### Artikel 16b.14
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan bij een vermoeden van fraude of misbruik of indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. een rekening blokkeren;
- b. een rekening opheffen; of
- c. het aantal dispensatierechten voor een of meer rekeningen terugzetten op het aantal dispensatierechten voor die rekeningen op een eerder tijdstip waarin de fraude of misbruik zich niet voordeed.
2. Bij ministeriele regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.
##### Artikel 16b.15
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
##### Artikel 16b.16
1. De rekening van een exploitant voor een industriële installatie onderscheidt per kalenderjaar het aantal dispensatierechten dat voor ieder kalenderjaar voor die industriële installatie is opgebouwd.
2. Bij aanvang van ieder kalenderjaar bedraagt het aantal dispensatierechten voor dat kalenderjaar nul.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit stort na afloop van het kalenderjaar op uiterlijk 30 april het aantal dispensatierechten op de rekening in het register dispensatierechten industrie voor dat kalenderjaar. De storting is overeenkomstig het verslag over het aantal dispensatierechten van de exploitant, bedoeld in [artikel 16b.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
4. Het bestuur van de emissieautoriteit stort dispensatierechten op of boekt dispensatierechten af van een rekening op basis van een ambtshalve vaststelling van de dispensatierechten als bedoeld in [artikel 16b.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), nadat die vaststelling is onherroepelijk geworden.
5. De exploitant kan na afloop van het kalenderjaar in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus dispensatierechten verhandelen overeenkomstig [afdeling 16b.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
##### Artikel 16b.17
1. De exploitant dient uiterlijk 31 maart bij het bestuur van de emissieautoriteit een verslag in over het aantal dispensatierechten dat hij heeft berekend. Bij ministeriële regeling kunnen hierover nadere regels worden gesteld. De nadere regels kunnen betrekking hebben op de verificatie van het verslag.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van het aantal dispensatierechten op basis van onder andere de reductiefactor, de correctiefactor voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval en de gegevens die zijn opgenomen in:
- a. het verslag over het activiteitsniveau, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau dan wel de schatting hiervan door het bestuur van de emissieautoriteit als bedoeld in de artikel 3, vierde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau;
- b. het verslag met referentiegegevens, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, in samenhang met artikel 15, eerste en tweede lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
- c. het industriële emissieverslag of de ambtshalve vaststelling van de industriële jaarvracht als bedoeld in [artikel 16b.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01); of
- d. het verslag over het industriële activiteitsniveau dat is gemonitord op basis van een industrieel monitoringsmethodiekplan.
3. De reductiefactor bedraagt 1,023.
4. De correctiefactor voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval bedraagt voor het jaar 2026 0,85, voor het jaar 2027 0,70, voor het jaar 2028 0,55, voor het jaar 2029 0,40, voor het jaar 2030 0,25, voor het jaar 2031 0,17, voor het jaar 2032 0,09 en voor het jaar 2033 en de daaropvolgende jaren 0.
5. De regels zijn voor zover mogelijk in overeenstemming met het vaststellen van de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten in de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten en de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, in ieder geval met dien verstande dat:
- a. geen dispensatierechten worden berekend voor de export van meetbare warmte voor stadsverwarming;
- b. bij een product gerelateerd activiteitsniveau in aanmerking wordt genomen het actuele activiteitsniveau betreffende het kalenderjaar in plaats van het historische activiteitsniveau;
- c. bij een product gerelateerd activiteitsniveau met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof voor een installatie gebruik wordt gemaakt van de voor die installatie beschikbare historische correctiefactor in de periode 2014–2018;
- d. het warmte gerelateerd activiteitsniveau ook meetbare warmte kan omvatten die is geproduceerd op basis van elektriciteit;
- e. bij een activiteitsniveau, anders dan onder b, in aanmerking wordt genomen:
- 1. het jaarlijks activiteitsniveau in plaats van het historisch activiteitsniveau; dan wel
- 2. het historisch activiteitsniveau indien het jaarlijks activiteitsniveau minder dan 15% lager of hoger is dan het historisch activiteitsniveau; dan wel
- 3. het historisch activiteitsniveau als het jaarlijks activiteitsniveau meer dan 15% lager is als het historisch activiteitsniveau als gevolg van een toename van de energie efficiëntie of reductiemaatregelen, dan wel 15% hoger is als het historische activiteitsniveau als gevolg van een afname van de energie efficiëntie of reductiemaatregelen.
- f. generiek de benchmarks die volgen uit deze verordeningen met een voor alle benchmarks gelijk jaarlijks verminderingspercentage kunnen worden bijgewerkt;
- g. van de regels in deze verordeningen in elk geval kan worden afgeweken indien dat wenselijk is ter voorkoming van onnodige administratieve lasten, onnodige uitvoeringshandelingen of manipulatie of misbruik van het activiteitsniveau.
##### Artikel 16b.18
Indien een exploitant voor een industriële installatie het verslag over het aantal dispensatierechten niet of niet tijdig heeft ingediend bedraagt het aantal dispensatierechten nihil.
##### Artikel 16b.19
1. De exploitant stelt, voor zover dat noodzakelijk is om het aantal dispensatierechten te berekenen, voor een industriële installatie een industrieel monitoringsmethodiekplan op dat hij indient bij het bestuur van de emissieautoriteit.
2. Het industrieel monitoringsmethodiekplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. De [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «industriële installatie»;
- b. voor «emissieverslag» wordt gelezen «verslag over het industriële activiteitsniveau»;
- c. voor «monitoringsplan» wordt gelezen «industrieel monitoringsmethodiekplan»;
- d. voor «vergunning» wordt gelezen «goedkeuring van een industrieel monitoringsmethodiekplan»;
- e. voor «vergunninghouder» wordt gelezen «de exploitant»;
- f. voor «bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, hoofdstuk 8 van deze wet» wordt gelezen «bij of krachtens dit hoofdstuk, de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of 16a van deze wet».
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de aanvraag om een goedkeuring van een industrieel monitoringsmethodiekplan moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. Deze regels zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met de artikelen 4, tweede lid, onderdeel b, 5, tweede lid, 8, 9 en 10 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.
##### Artikel 16b.20
1. Het industrieel monitoringsmethodiekplan bestaat uit een gedetailleerde, volledige en transparante documentatie over de monitoringmethodiek voor een industriële installatie.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het industrieel monitoringsmethodiekplan. De regels zijn voor zover mogelijk in overeenstemming met het vaststellen van de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten in de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten en de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, met dien verstande dat van de regels in deze Verordeningen kan worden afgeweken indien dat wenselijk is ter voorkoming van onnodige administratieve lasten, onnodige uitvoeringshandelingen of manipulatie of misbruik van het industrieel monitoringsmethodiekplan.
##### Artikel 16b.21
Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een industrieel monitoringsmethodiekplan indien het industrieel monitoringsmethodiekplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) of het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het industrieel monitoringsmethodiekplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16b.22
1. De exploitant wijzigt het industrieel monitoringsmethodiekplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de regels gesteld bij of krachtens [hoofdstuk 16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) daartoe aanleiding geven; of
- b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
2. De exploitant legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het industrieel monitoringsmethodiekplan over.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden van een wijziging of een tijdelijke afwijking van het industrieel monitoringsmethodiekplan aan het bestuur van de emissieautoriteit; en
- b. het goedkeuren van een wijziging van een industrieel monitoringsmethodiekplan.
4. Deze regels zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met artikel 9 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.
##### Artikel 16b.23
1. Het verslag over het industriële activiteitsniveau bevat het industriële activiteitsniveau van de industriële installatie. Het maakt onderdeel uit van het verslag over het aantal dispensatierechten, bedoeld in [artikel 16b.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Bij ministeriele regeling worden regels gesteld over de inhoud van het verslag over het industriële activiteitsniveau. Deze regels zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten. De regels kunnen betrekking hebben op de verificatie van het verslag over het industriële activiteitsniveau.
##### Artikel 16b.24
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het verslag over het aantal dispensatierechten moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het verslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn gesteld, indien:
- a. degene bij het bestuur van de emissieautoriteit een verslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verwerkt en de verwerking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de storting van een ander aantal dispensatierechten; of
- b. het betrokken verslag anderszins onjuist was en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het aantal dispensatierechten van een industriële installatie op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien het bestuur van de emissieautoriteit heeft verklaard dat het verslag over het aantal dispensatierechten niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn gesteld.
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
##### Artikel 16b.25
Een dispensatierecht kan uitsluitend in het register dispensatierechten industrie worden gehouden.
##### Artikel 16b.26
1. Een dispensatierecht is vatbaar voor overdracht indien de overdragende exploitant en de ontvangende exploitant ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
2. De overdracht vindt uitsluitend plaats in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de dispensatierechten zijn ontstaan.
3. Een dispensatierecht is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16b.27
1. Overdracht van een of meer dispensatierechten kan niet leiden tot een aantal dispensatierechten dat minder is dan de industriële jaarvracht van dat kalenderjaar.
2. Overdracht van een of meer dispensatierechten is niet toegestaan, indien het aantal dispensatierechten op een rekening minder is dan de industriële jaarvracht van dat kalenderjaar.
3. Exploitanten van broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval kunnen uitsluitend dispensatierechten leveren aan en ontvangen van andere exploitanten van broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval.
##### Artikel 16b.28
1. De voor overdracht van een dispensatierecht vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van het dispensatierecht van de rekening die in het register op naam staat van de exploitant die de dispensatierechten overdraagt; en
- b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de exploitant die de dispensatierechten verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.
##### Artikel 16b.29
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de af- en bijschrijvingen van de dispensatierechten in het register dispensatierechten.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de af- en bijschrijving van de dispensatierechten in het register dispensatierechten tot stand is gekomen.
3. Indien het bestuur van de emissieautoriteit ambtshalve het aantal dispensatierechten heeft vastgesteld als bedoeld in [artikel 16b.24, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.24&z=2026-01-01&g=2026-01-01), heeft dat geen gevolgen voor de af- en bijschrijving van dispensatierechten die in het register dispensatierechten tot stand zijn gekomen. Deze ambtshalve vaststelling kan leiden tot een aantal dispensatierechten in het register dispensatierechten dat lager is dan de industriële jaarvracht van dat kalenderjaar.
##### Artikel 16b.30
1. In afwijking van [artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=288) kan op een dispensatierecht geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een dispensatierecht kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
3. Een dispensatierecht is niet vatbaar voor beslag.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2021-01-01&g=2021-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 4.2
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 5.1
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 2.5. EU-milieukeur
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.1. Algemene bepalingen
#### § 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
#### § 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
#### Paragraaf 8.2
#### Paragraaf 8.3
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
#### § 9.8.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16b.1. Algemeen
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2021-11-03&g=2021-11-03), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2021-11-03&g=2021-11-03), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2021-11-03&g=2021-11-03), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1a
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.6
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.51
1. Onze Minister wijst een instantie aan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de EG-verordening EU-milieukeur.
2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.
##### Artikel 2.52
1. Onze Minister kan subsidie verstrekken aan de instantie voor de taken die voortvloeien uit de EG-verordening EU-milieukeur.
2. Op deze subsidieverstrekking is [afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.8) van toepassing.
##### Artikel 2.53
De instantie, bedoeld in [artikel 2.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.51&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voert haar taken uit overeenkomstig het door haar vastgestelde reglement.
##### Artikel 2.54
1. Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepalingen van EG-verordening EU-milieukeur: de artikelen 9, tweede, zesde, negende en dertiende lid, en 10, eerste lid.
2. Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.5b. Het regionale milieuprogramma
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
### Hoofdstuk 8. Milieubelastende activiteiten, gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### Paragraaf 9.2.3. Verpakking en aanduiding
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
#### § 9.7.5. Register hernieuwbare energie
#### § 9.8.3a. Inboeken brandstof en energie
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
### Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
## Titel 16c.1. Overgangsperiode
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.5b
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 3, eerste, tweede en derde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau.
##### Artikel 18.5c
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 4 en 5 van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies.
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2022-03-02&g=2022-03-02), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2022-03-02&g=2022-03-02), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2022-03-02&g=2022-03-02), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16a.1
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **elektriciteitsemissieverslag:** verslag betreffende de emissies in een kalenderjaar als gevolg van elektriciteitsopwekking;
- **elektriciteitsmonitoringsplan:** plan betreffende de bepaling en registratie van de emissies als gevolg van elektriciteitsopwekking;
- **elektriciteitsjaarvracht:** het aantal ton kooldioxide-equivalent dat is veroorzaakt als gevolg van het opwekken van elektriciteit in de betreffende broeikasgasinstallatie in het betreffende kalenderjaar, waarbij een gedeelte van een ton rekenkundig wordt afgerond op een hele ton;
- **noodstroomaggregaat:t** echnische eenheid die uitsluitend wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken indien de gebruikelijke primaire elektriciteitsvoorziening uitvalt en niet meer dan 50 uren per jaar in werking is;
- **Restgassen:** afgas als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
- **warmtekrachtkoppeling:** gelijktijdige opwekking in een proces van thermische energie en elektrische of mechanische energie.
2. [Artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16a.2
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op broeikasgasinstallaties als bedoeld in de [artikelen 16.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), waarin door brandstofverbruik of grondstofgebruik elektriciteit wordt opgewekt, met uitzondering van broeikasgasinstallaties waarin uitsluitend elektriciteit wordt opgewekt door middel van een noodstroomaggregaat.
2. [Artikel 16.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16a.3
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie, monitort de emissie van broeikasgas als gevolg van de opwekking van elektriciteit op basis van een elektriciteitsmonitoringsplan, tenzij het tarief, bedoeld in [artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=71f), nihil is.
2. Het elektriciteitsmonitoringsplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. De [artikelen 16.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «vergunning» wordt gelezen «goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan»;
- b. voor «vergunninghouder» wordt gelezen «de exploitant van een broeikasgasinstallatie»;
- c. voor «monitoringsplan» wordt gelezen «elektriciteitsmonitoringsplan»;
- d. voor «emissieverslag» wordt gelezen «elektriciteitsemissieverslag»;
- e. voor «Verordening monitoring en rapportage emissiehandel» wordt gelezen «de regels gesteld bij of krachtens [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01)».
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden van een wijziging of een tijdelijke afwijking van het elektriciteitsmonitoringsplan aan het bestuur van de emissieautoriteit;
- b. het goedkeuren van een wijziging van het elektriciteitsmonitoringsplan.
##### Artikel 16a.4
Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan indien het elektriciteitsmonitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit hoofdstuk of het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het elektriciteitsmonitoringsplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16a.5
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie wijzigt het elektriciteitsmonitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de regels gesteld bij of krachtens [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) daartoe aanleiding geven;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
2. De exploitant van een broeikasgasinstallatie legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het elektriciteitsmonitoringsplan over.
##### Artikel 16a.6
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie dient elk jaar een elektriciteitsemissieverslag in bij de emissieautoriteit gelijktijdig met het emissieverslag, bedoeld in [artikel 16.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), tenzij het tarief, bedoeld in [artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=71f), nihil is.
2. Het elektriciteitsemissieverslag bevat de elektriciteitsjaarvracht.
##### Artikel 16a.7
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het elektriciteitsemissieverslag moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het elektriciteitsemissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het elektriciteitsemissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:
- a. degene bij het bestuur van de emissieautoriteit een elektriciteitsemissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere elektriciteitsjaarvracht;
- b. het betrokken elektriciteitsemissieverslag anderszins onjuist was en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 16a.8
1. Bij de opwekking van elektriciteit zonder een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik en het grondstofverbruik overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.
2. Bij de opwekking van elektriciteit met een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik, de elektriciteitsopwekking en de warmteopwekking overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:
- a. de bepaling en registratie van de elektriciteitsjaarvracht, bedoeld in het eerste en tweede lid;
- b. de bepaling en registratie van de elektriciteitsjaarvracht bij de opwekking van elektriciteit door middel van restgassen.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de elektriciteitsjaarvracht van een inrichting op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien:
- a. het elektriciteitsemissieverslag niet of niet tijdig bij de emissieautoriteit is ingediend;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit ingevolge [artikel 16a.7, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), heeft verklaard dat het elektriciteitsemissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld.
##### Artikel 16a.9
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot broeikasgasinstallaties als bedoeld in [artikel 16a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), regels worden gesteld die nodig zijn in het belang van de goede werking van het monitoren van emissie als gevolg van elektriciteitsopwekking. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verificatie van het elektriciteitsemissieverslag.
## Titel 16b.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2022-05-01&g=2022-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2022-05-01&g=2022-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2022-05-01&g=2022-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.3.4
Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.
##### Artikel 9.4.9
1. Het is een marktdeelnemer die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, derde en vierde lid, en 7, eerste lid, van de EU-verordening markttoezicht.
2. Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met artikel 7, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.
3. Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van de EU-verordening markttoezicht.
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.20
1. De [artikelen 18.20 tot en met 18.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.20&z=2026-01-01&g=2026-01-01) hebben, in verband met de uitvoering van de EU-verordening markttoezicht, betrekking op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de [titels 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01),
- b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen,
- c. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels,
- d. de EG-verordening EU-milieukeur of
- e. de [titels 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), voor zover daarbij uitvoering wordt gegeven aan een internationale verplichting.
2. In verband met de uitvoering van het eerste lid, zijn bevoegd om, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, stoffen, mengsels of producten te verkrijgen ten behoeve van het controleren van de kenmerken van deze stoffen, mengsels of producten en de verificatie van de betreffende documenten en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is:
- i. krachtens [artikel 18.6 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.6) juncto [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen toezichthouders,
- ii. Onze Minister voor zover de op grond van [artikel 18.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), bedoelde zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving bij hem berust, en
- iii. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover deze de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving ingevolge [artikel 18.2b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2026-01-01&g=2026-01-01), tot taak heeft. [Artikel 5.12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) is niet van toepassing.
3. Degene die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op, waarin vermeld wordt:
- a. zijn naam of nummer en hoedanigheid;
- b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;
- c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;
- d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres waar de stof, het mengsel of het product, is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de EU-verordening markttoezicht;
- e. de onjuiste of onvolledige gegevens die zijn verstrekt bij de verkrijging van de stof, het mengsel of het product;
- f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden;
- g. wat de uitkomst is van het onderzoek van de verkregen stof, het verkregen mengsel of het verkregen product.
##### Artikel 18.21
1. In verband met de uitvoering van [artikel 18.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.20&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan Onze ingevolge artikel 18.20, tweede lid, onderdelen ii en iii, bevoegde Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de EU-verordening markttoezicht, gevormd door een stof, mengsel of product, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de EU-verordening markttoezicht of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers, bedoeld in artikel 3, onderdeel 21, van de EU-verordening markttoezicht, wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface.
2. Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de EU-verordening markttoezicht om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
3. Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of het tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.
4. Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.
5. Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. [Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=171) is van overeenkomstige toepassing.
6. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
7. Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend.
##### Artikel 18.22
[Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=5.2) is van overeenkomstige toepassing voor zover de krachtens [artikel 18.6 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.6) juncto [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), aangewezen toezichthouders, bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de EU-verordening markttoezicht, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2023-02-13&g=2023-02-13), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2023-02-13&g=2023-02-13), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2023-02-13&g=2023-02-13), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2023-07-01&g=2023-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2023-07-01&g=2023-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2023-07-01&g=2023-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1a
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 4.4
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2023-02-13&g=2023-02-13), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.5.8
1. Er is een pyro-passregister, waarin controledocumenten zijn opgenomen waarmee het bewijs wordt geleverd dat een persoon gemachtigd is bepaalde pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken in het bijzonder in een grensoverschrijdende context. In het pyro-passregister kunnen hiertoe persoonsgegevens worden verwerkt.
2. Onze Minister draagt zorgt voor de inrichting, instandhouding, werking, toegankelijkheid en beveiliging van het pyro-passregister en voor het beheer van de daarin opgenomen gegevens en bescheiden en treft de nodige voorzieningen voor de elektronische uitwisseling van gegevens en bescheiden. Onze Minister wordt aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens in het pyro-passregister.
3. De gegevens en bescheiden die in het pyro-passregister zijn opgenomen, zijn langs elektronische weg toegankelijk voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen, bedrijven en personen, met dien verstande dat de aangewezen bedrijven en personen slechts toegang hebben voor zover dat noodzakelijk is om te verifiëren of het controledocument in het pyro-passregister geldig is.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens en bescheiden aangewezen die in het pyro-passregister worden opgenomen en worden regels gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van het systeem en de periode gedurende welke de gegevens en bescheiden worden bewaard. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het systeem en het beheer van de gegevens en bescheiden die daarin zijn opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld.
5. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor de aanvraag om opgenomen te worden in het pyro-passregister een vergoeding verschuldigd is. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald.
6. Alvorens pyrotechnische artikelen te verstrekken die uitsluitend op de markt mogen worden aangeboden aan personen met gespecialiseerde kennis, stellen marktdeelnemers voor personen die in België, Nederland of Luxemburg als persoon met gespecialiseerde kennis zijn aangewezen aan de hand van de pyro-pass, raadpleging van het pyro-passregister en een document als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006297&artikel=1) vast of deze gemachtigd zijn betreffende pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.
#### § 9.7.1. Algemeen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16c.1
Een importeur als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, of in de situaties die onder artikel 32 van die verordening vallen, een overeenkomstig artikel 18 van de Verordening (EU) nr. 952/2013 aangewezen indirecte douanevertegenwoordiger, voldoet tijdig en volledig aan de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van die verordening.
##### Artikel 16c.2
Het bestuur van de emissieautoriteit wisselt alle informatie uit als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 16c.1. Overgangsperiode
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2024-01-01&g=2024-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 1.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
##### Artikel 16.39sb
1. De in deze wet overeenkomstig de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde vereisten aangaande het inleveren van monitoringsplannen en het monitoren en rapporteren van emissies zijn vervuld:
- a. voor ieder kalenderjaar in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026 met betrekking tot vluchten tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven in een land buiten de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is en waarmee overeenkomstig artikel 25 of 25 bis van de genoemde richtlijn een overeenkomst gesloten is met uitzondering van vluchten tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven in het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland;
- b. voor ieder kalenderjaar in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2023 met betrekking tot vluchten tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven in een ultraperifeer gebied van een andere lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 28 ter van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten gepleegde evaluatie in acht genomen.
3. Vliegtuigexploitanten zijn vrijgesteld van het inleveren van door de ICAO-raad aanvaarde eenheden voor vluchten tussen Nederland en de minst ontwikkelde landen en kleine eilandstaten in ontwikkeling zoals gedefinieerd door de Verenigde Naties met uitzondering van landen met een bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking dat gelijk is aan of groter is dan het gemiddelde van de Europese Unie.
4. Voor de periode tot en met 31 december 2026 zijn vliegtuigexploitanten vrijgesteld van het inleveren van door de ICAO-raad aanvaarde eenheden voor vluchten:
- a. tussen Nederland en landen en kleine eilandstaten in ontwikkeling die zijn opgenomen in de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 25 bis, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde uitvoeringshandeling;
- b. tussen Nederland en landen buiten de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is en die niet zijn opgenomen in de in onderdeel a genoemde uitvoeringshandeling met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.
5. Bij de toepassing van [afdeling 16.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van deze wet en de bepalingen aangaande het monitoren en rapporteren van emissies en het inleveren en annuleren van door de ICAO-raad aanvaarde eenheden worden de emissies van vluchten anders dan de vluchten vermeld in het eerste lid, onderdelen a en b, beschouwd als geverifieerde emissies van de vliegtuigexploitant.
6. Voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2026 wordt het totale aantal emissierechten dat geveild wordt verminderd met de toegewezen emissierechten voor vluchten vermeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
##### Artikel 16.39sc
Bij ministeriële regeling worden overeenkomstig artikel 11 bis, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten regels gesteld met betrekking tot het gebruik van de door de ICAO-raad aanvaarde eenheden.
##### Artikel 16.39sd
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt de CORSIA-nalevingsperiodes vast.
2. Met toepassing van de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 12, achtste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde methode berekent het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. jaarlijks de voorlopige compensatievereisten; en
- b. de definitieve compensatievereisten aan het einde van de in het eerste lid genoemde nalevingsperiodes.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt uiterlijk op 30 november:
- a. van elk kalenderjaar melding van de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde voorlopige compensatievereisten aan vliegtuigexploitanten die aan de in artikel 12, zesde lid, onderdelen a en b, van de genoemde richtlijn vermelde voorwaarden voldoen;
- b. van het jaar volgend op het laatste jaar van de in het eerste lid genoemde nalevingsperiodes melding van de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde definitieve compensatievereisten aan vliegtuigexploitanten die aan de in artikel 12, zesde lid, onderdelen a en b, van de genoemde richtlijn vermelde voorwaarden voldoen.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2a.1. Algemeen
##### Artikel 16.39x
1. Deze afdeling is van toepassing op gereglementeerde entiteiten.
2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder «brandstof» verstaan: elk energieproduct, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [Richtlijn 2003/96](32003L0096) van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L283), met inbegrip van de brandstoffen die zijn vermeld in tabel A en tabel C van bijlage I bij die richtlijn, alsmede elk ander product dat voor gebruik bedoeld is, als motor-of verwarmingsbrandstof te koop wordt aangeboden of wordt gebruikt als bedoeld in artikel 2, derde lid, van die richtlijn, ook voor de productie van elektriciteit.
##### Artikel 16.39y
Vervallen
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
##### Artikel 16.39z
Het is vanaf 1 januari 2025 verboden om zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten uit te oefenen.
##### Artikel 16.39aa
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot inhoud van de vergunning, de wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden, de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.
2. Op de vergunningverlening zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens voor «broeikasgasinstallatie» en «exploitant van de broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «gereglementeerde entiteit».
##### Artikel 16.39ab
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de vergunning wijzigen of aanvullen, de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten.
2. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden.
3. De verplichting tot het indienen van een emissieverslag blijft voor wat betreft het kalenderjaar waarin de beschikking tot intrekking van de vergunning van kracht is geworden, na intrekking van de vergunning op de laatste houder daarvan rusten, totdat aan die verplichting is voldaan, tenzij in het gehele jaar van intrekking de gereglementeerde entiteit geen activiteiten verricht.
4. Met betrekking tot de beslissing op grond van het eerste lid zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en met betrekking tot de beslissing op grond van het tweede lid de [artikelen 16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2026-01-01&g=2026-01-01), 16.7, [16.9 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» en «exploitant van de broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «gereglementeerde entiteit»;
- b. voor «[artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01)» wordt gelezen «[artikel 16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2026-01-01&g=2026-01-01)».
##### Artikel 16.39ac
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de vergunning intrekken indien deze afdeling niet meer van toepassing is op de gereglementeerde entiteit.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake is [artikel 16.39ab, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39ad
1. De vergunninghouder meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit een verandering van naam of adres van de gereglementeerde entiteit.
2. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden door de gereglementeerde entiteit aan het bestuur van de emissieautoriteit van alle geplande wijzigingen in de aard van haar activiteiten of in de brandstoffen die zij tot verbruik uitslaat, waarvoor een aanpassing van de broeikasgasemissievergunning nodig zou zijn;
- b. het melden door de gereglementeerde entiteit aan het bestuur van de emissieautoriteit van andere handelingen of omstandigheden;
- c. het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.
#### Paragraaf 16.2.2a.1. Algemeen
##### Artikel 16.39ae
1. De gereglementeerde entiteit monitort vanaf 2025 de emissies die overeenstemmen met de hoeveelheden brandstof die tot verbruik zijn uitgeslagen en brengt hierover vanaf 2026 een emissieverslag uit.
2. De gereglementeerde entiteit die op 1 januari 2025 over een vergunning beschikt rapporteert haar historische emissies voor het jaar 2024 uiterlijk op 30 april 2025.
3. Op de monitoring, rapportage en verificatie van emissies zijn de [artikelen 16.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.4a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.15&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.17&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» en «exploitant van de broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «gereglementeerde entiteit»;
- b. voor «[artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01)» wordt gelezen «[artikel 16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2026-01-01&g=2026-01-01)»;
- c. voor «[artikel 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01)» wordt gelezen «[artikel 16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2026-01-01&g=2026-01-01)».
##### Artikel 16.39af
1. De gereglementeerde entiteit brengt vanaf 1 januari 2028 tot en met 2030 jaarlijks voor 1 mei verslag uit over het gemiddelde aandeel van de kosten in verband met de inlevering van emissierechten die zij het voorgaande jaar aan eindverbruikers heeft doorberekend.
2. Indien artikel 30 duodecies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten van toepassing is brengt de gereglementeerde entiteit het in het eerste lid bedoelde verslag vanaf 1 januari 2029 uit.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verslag moet worden ingediend en de gegevens die door de gereglementeerde entiteit moeten worden verstrekt.
##### Artikel 16.39ag
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld:
- a. ten behoeve van het betrouwbaar en nauwkeurig identificeren en documenteren van de precieze volumes van de tot verbruik uitgeslagen brandstoffen;
- b. ter uitvoering van de uitvoeringhandeling die de Europese Commissie op grond van artikel 30 septies, vijfde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld;
- c. ter voorkoming van dubbeltelling van emissies.
#### Paragraaf 16.2.2a.4. Het veilen, verlenen en inleveren van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.39ah
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 30 quinquies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten geveild.
2. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39ai
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan de gereglementeerde entiteit.
2. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien aan de betreffende gereglementeerde entiteit een vergunning als bedoeld in [artikel 16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is verleend.
3. [Artikel 16.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.36&z=2026-01-01&g=2026-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39aj
1. Met ingang van 1 januari 2028 levert de gereglementeerde entiteit voor 1 juni een hoeveelheid emissierechten in dat gelijk is aan de totale emissies van de gereglementeerde entiteit, die overeenstemmen met de hoeveelheid brandstoffen die zij in het voorgaande kalenderjaar tot verbruik heeft uitgeslagen, voor zover het de gereglementeerde activiteit betreft die bij algemene maatregel van bestuur is aanwezen.
2. Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten in het EU-register voor de handel in emissierechten zijn opgenomen.
3. Indien artikel 30 duodecies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten van toepassing is, levert de gereglementeerde entiteit, in afwijking van het eerste lid, emissierechten in met ingang van 1 januari 2029.
4. Indien de gereglementeerde entiteit met betrekking tot een kalenderjaar minder emissierechten heeft ingeleverd dan noodzakelijk op grond van het eerste lid, wordt het aantal emissierechten dat hij in het daaropvolgende kalenderjaar dient in te leveren van rechtswege verhoogd met het aantal emissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
##### Artikel 16.39ak
[Artikel 16.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «broeikasgasinstallaties» wordt gelezen «gereglementeerde entiteiten» en voor «[artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01)» wordt gelezen «[16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2026-01-01&g=2026-01-01)».
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
## Titel 16b.1. Algemeen
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 16c. Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
## Titel 16c.1. Overgangsperiode
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.5d
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, 5, 6, eerste tot en met derde lid en vijfde tot en met zevende lid, 7, eerste tot en met vierde lid, 8, 9, 10, 11, eerste, tweede en derde lid, 11 bis, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, 13, 14, 15, eerste, tweede, derde en zesde lid, 16, eerste en tweede lid en 17, eerste, tweede en vierde lid, van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2025-01-01&g=2025-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.7
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.5
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 9. Richtwaarde voor arseen
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 8.2
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-01-01&g=2025-01-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.8.3a.1
1. Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar in het register inboeken de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem in Nederland aan de bestemmingen, bedoeld in [artikel 9.8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), geleverde:
- a. vloeibare biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. gasvormige biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- c. vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- d. gasvormige hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- e. elektriciteit;
- f. vloeibare en gasvormige brandstof op basis van hergebruikte koolstof.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inboeken van elektriciteit en vloeibare en gasvormige brandstof op basis van hergebruikte koolstof.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker.
##### Artikel 9.8.3a.2
1. Bij ministeriële regeling:
- a. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan [artikel 9.8.3a.1, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
##### Artikel 9.8.3a.3
1. Ter grootte van de broeikasgasreductie van de in [artikel 9.8.3a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), ingeboekte leveringen, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor één kilogram broeikasgasreductie één broeikasgasreductie-eenheid bij op de rekening van de inboeker.
2. De broeikasgasreductie, bedoeld in het eerste lid, wordt naar beneden afgerond op één kilogram kooldioxide-equivalent.
3. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte levering een hoeveelheid broeikasgasreductie-eenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt is geleverd.
4. In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit besluiten om voor de vaststelling van de broeikasgasreductie de minimumwaarden, bedoeld in artikel 29, tiende lid, van richtlijn hernieuwbare energie, te hanteren.
##### Artikel 9.8.3a.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal beschikbare broeikasgasreductie-eenheden openbaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken.
##### Artikel 9.8.3a.5
Voor de brandstof en energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de broeikasgasreductie-eenheden bij op de rekening van de inboeker.
##### Artikel 9.8.3a.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van broeikasgasreductie-eenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren.
##### Artikel 9.8.3a.7
1. De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarin hij de brandstof en energie heeft geleverd, aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de [artikelen 9.8.3a.1 tot en met 9.8.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) gestelde eisen.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen.
3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.8.3a.8
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid brandstof en energie of de verificatie, bedoeld in [artikel 9.8.3a.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.7&z=2026-01-01&g=2026-01-01), kan het bestuur die hoeveelheid en de kenmerken van die hoeveelheid, tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel broeikasgasreductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid brandstof en energie, wordt het aantal broeikasgasreductie-eenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig broeikasgasreductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid brandstof en energie, wordt het aantal per soort broeikasgasreductie-eenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.8.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
5. Indien het aantal broeikasgasreductie-eenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul wordt het tekort door de inboeker aangevuld binnen drie kalendermaanden.
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2a.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2a.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.2a.3. Monitoring van emissies
#### Paragraaf 16.2.2a.4. Het veilen, verlenen en inleveren van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 16c. Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
##### Artikel 20.2
Vervallen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2025-09-17&g=2025-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2025-09-17&g=2025-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2025-09-17&g=2025-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.6
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 8.2
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 18.6c
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikelen 4, 5, 6, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid,15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21 van de [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805).
2. In het geval van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een scheepvaartmaatschappij als bedoeld in [artikel 16.1, eerste lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
3. In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, 5, derde lid, en 6, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805), kan het bestuur van de emissieautoriteit aan de scheepvaartmaatschappij als bedoeld in [artikel 16.1, eerste lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01), een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
4. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt:
- a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid, artikel 5, derde lid of artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805), of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de berekening van het nalevingstekort voor de broeikasgasintensiteit van het schip of van de berekening van het nalevingstekort van het schip voor het deelstreefcijfer voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong conform de in deel B van bijlage IV van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) vervatte formule. Indien een schip een nalevingstekort heeft voor twee of meer opeenvolgende verslagperioden, wordt voor de berekening van de bestuurlijke boete tevens de vermenigvuldiging van artikel 23, tweede lid, laatste volzin van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) toegepast.
- b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 6, eerste en tweede lid, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van 1,5 EUR met de vastgestelde totale stroombehoefte van het schip op zijn ligplaats en met het totale aantal uren, naar boven afgerond tot het dichtstbijzijnde hele uur, dat in strijd met de voorschriften van artikel 6 door het schip op de ligplaats is doorgebracht.
5. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 7, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 9, artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, artikel 13, vierde lid, artikel 15 of artikel 21, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805).
##### Artikel 18.6d
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5, 8, 9, eerste en tweede lid, en 10 van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405).
2. In het geval van overtreding de in het eerste lid genoemde artikelen van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een luchtvaartuigexploitant of luchtvaartbrandstofleverancier.
3. In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, 8, 9, eerste en tweede lid, en 10 van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), kan het bestuur van de emissieautoriteit een bestuurlijke boete opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een luchtvaartuigexploitant of luchtvaartbrandstofleverancier. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
4. Indien een luchtvaartbrandstofleverancier misleidende of onjuiste informatie heeft verstrekt over de kenmerken of oorsprong van de duurzame luchtvaartbrandstof, in de zin van artikel 12, zesde lid, van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), kan het bestuur van de emissieautoriteit een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
5. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid bedraagt:
- a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse prijs per ton van conventionele luchtvaartbrandstof en duurzame luchtvaartbrandstoffen of synthetische brandstof met de hoeveelheid luchtvaartbrandstoffen die niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, eerste lid, en bijlage I van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405) met betrekking tot de minimumpercentages.
- b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 5, eerste lid, van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van de gemiddelde jaarlijkse prijs van luchtvaartbrandstof per ton met de totale jaarlijkse niet-getankte hoeveelheid brandstof.
- c. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikelen 8, 9 en 10 van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405).
6. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het vierde lid bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), of, of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse prijs per ton van conventionele luchtvaartbrandstof en duurzame luchtvaartbrandstof met de hoeveelheid luchtvaartbrandstof waarover de misleidende of onjuiste informatie is verstrekt.
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.1a
1. De rijksbelastingdienst, een transmissiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in [artikel 1.1 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=1.1), een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, een beheerder van een gesloten systeem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, en een meetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, verstrekt het bestuur van de emissieautoriteit op verzoek de bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk.
2. Onze Minister van Klimaat en Groene Groei verstrekt het bestuur van de emissieautoriteit op verzoek de bij ministeriële regeling te bepalen gegevens over garanties van oorsprong van gas uit hernieuwbare bronnen, bedoeld in [artikel 1.1 van de Energiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050714&artikel=1.1), die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk.
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden
### Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
#### Paragraaf 16.2.2a.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.2a.3. Monitoring van emissies
#### Paragraaf 16.2.2a.4. Het veilen, verlenen en inleveren van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 16c. Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
## Titel 16c.1. Overgangsperiode
## Titel 16c.2. Nadere operationalisering
##### Artikel 16c.3
1. Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepalingen van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens: de artikelen 5, zevende lid, 6, eerste tot en met vijfde lid, 7, vijfde en zesde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en derde lid, en 22, tweede lid.
2. Het is eveneens verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 en 22, eerste lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens.
3. Het is voorts verboden in strijd te handelen met bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften, gesteld bij of krachtens de Verordening koolstofcorrectie aan de grens.
##### Artikel 16c.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit, de inspecteur of ontvanger, bedoeld in [artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=1:3), en Onze Minister van Financiën verstrekken elkaar op verzoek de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan informatie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens verstrekken aan een andere persoon, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens en de vertrouwelijke omgang met deze informatie door deze andere persoon is geborgd.
##### Artikel 16c.5
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de uitvoering van een bindend onderdeel van:
- a. de Verordening koolstofcorrectie aan de grens;
- b. EU-rechtshandelingen die krachtens de Verordening koolstofcorrectie aan de grens zijn vastgesteld.
## Titel 16c.3. Verkoop en terugkoop van CBAM-certificaten
##### Artikel 16c.6
1. Onze Minister van Financiën is belast met de verkoop en terugkoop van CBAM-certificaten, bedoeld in de artikelen 20 en 23 van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van de verkoop en terugkoop van CBAM-certificaten.
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
##### Artikel 20.2
Vervallen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2026-01-01&g=2026-01-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.1
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39b
Vervallen
##### Artikel 8.39a
Vervallen
##### Artikel 8.39b
Vervallen
##### Artikel 8.41a
Vervallen
##### Artikel 8.43
1. Bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen wordt een bedrag in rekening gebracht als van anderen afkomstige afvalstoffen worden gestort, waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met de kosten van:
- a. de inrichting en exploitatie van het terrein waar de afvalstoffen worden gestort,
- b. de voorzieningen die bewerkstelligen dat na buitengebruikstelling van het terrein, geen nadelige gevolgen voor het milieu worden veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens [artikel 15.44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2025-12-30&g=2025-12-30), verschuldigde heffing, en
- c. financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor het stellen van financiële zekerheid krachtens [artikel 13.5 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=13.5) is voorgeschreven.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
## Titel 9.6. De bijdrage van de vervoerssector aan milieu-, klimaat- en energiebeleid
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.3. Winningsafvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2010-12-01&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2010-12-01&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2010-12-01&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.2.2.6a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij het op de markt brengen van brandstoffen ten behoeve van vervoer in bij de maatregel aangewezen gevallen wordt voldaan aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen van duurzaamheid, waaronder begrepen de uitstoot van broeikasgassen.
2. De eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in elk geval betrekking hebben op de voor brandstoffen gebruikte grondstoffen en de omstandigheden waaronder die grondstoffen worden vervaardigd, omgezet en, al dan niet omgezet, worden overgebracht voor eindgebruik in Nederland.
3. Bij of krachtens de maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de overlegging van gegevens waaruit blijkt dat de brandstoffen voldoen aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen van duurzaamheid, alsmede van gegevens, waaruit blijkt in hoeverre de brandstoffen aan andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen duurzaamheidscriteria voldoen.
4. [Artikel 9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.31
Vervallen
##### Artikel 12.32
Vervallen
##### Artikel 12.33
Vervallen
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-04-09&g=2011-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-04-09&g=2011-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-04-09&g=2011-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.4
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 10.1a
1. Dit hoofdstuk is, met uitzondering van de [artikelen 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6¶graaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [titel 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen:
- a. gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten, alsmede kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140), dan wel op grond van artikel 2, tweede lid, van die richtlijn buiten de werkingssfeer van die richtlijn valt;
- b. bodem met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
- c. niet-verontreinigde grond en ander van nature voorkomend materiaal, afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat zal worden gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie waar het werd afgegraven;
- d. radioactieve afvalstoffen;
- e. afgedankte explosieven;
- f. uitwerpselen, voor zover niet vallend onder onderdeel h, onder 1°, stro en ander natuurlijk, niet-gevaarlijk landbouw- of bosbouwmateriaal dat wordt gebruikt in de landbouw, de bosbouw of voor de productie van energie uit die biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en die de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen;
- g. sediment dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst met het oog op het beheer van water en waterwegen of om overstromingen te voorkomen of de gevolgen van overstromingen en droogte te verminderen, of met het oog op landwinning, indien is aangetoond dat het sediment ongevaarlijk is;
- h. voor zover daarover bij of krachtens communautaire regelgeving regels zijn gesteld:
- 1°. dierlijke bijproducten, met inbegrip van verwerkte producten, in de zin van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten)(PbEU 2009, L 300), behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie;
- 2°. kadavers van niet door slachting gestorven dieren, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien en overeenkomstig de onder 1° genoemde verordening nr. 1069/2009 worden verwijderd;
- 3°. stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als omschreven in artikel 3, tweede lid, onderdeel g, van Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van [Richtlijn 79/373/EEG](31979L0373) van de Raad, [Richtlijn 80/511/EEG](31980L0511) van de Commissie, [Richtlijnen 82/471/EEG](31982L0471), [83/228/EEG](31983L0228), [93/74/EEG](31993L0074), [93/113/EG](31993L0113) en [96/25/EG](31996L0025) van de Raad en Beschikking [2004/217/EG](32004L0217) van de Commissie (PbEU L 229) en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan.
2. Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 15.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.9&artikel=15.33&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [15.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.35&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30), alsmede de [artikelen 5.8 tot en met 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.10), [5.34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.34), en [5.36, vierde lid, van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=5.36), evenmin van toepassing.
##### Artikel 10.54a
Vervallen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### § 20.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 9.6.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld om te verzekeren dat bij die maatregel genoemde aanbestedende diensten en aanbestedende instanties bij een aanbesteding waarbij in die maatregel genoemde wegvoertuigen zijn betrokken, rekening wordt gehouden met de minimumstreefcijfers voor schone wegvoertuigen, bedoeld in artikel 5, van [richtlijn 2009/33/EG](32009L0033) van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit (PbEU 2009, L120).
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2025-12-30&g=2025-12-30)
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.6b
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [9.7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.1&artikel=9.7.1.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.8.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.8.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
##### Artikel 18.16s
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 9.7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.1&artikel=9.7.1.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.8.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.8.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. De boete, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding, of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
3. [Artikel 18.16e, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16e&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de [artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.7.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.6&artikel=9.7.6.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.
##### Artikel 18.16t
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-09-01&g=2011-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-09-01&g=2011-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-09-01&g=2011-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.51
Vervallen
##### Artikel 15.52
Vervallen
##### Artikel 15.53
Vervallen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Afdeling 11.3.6. Sanering
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 12.3.3. PRTR
#### § 12.3.3. PRTR
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2011-12-31&g=2011-12-31), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2011-12-31&g=2011-12-31), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2011-12-31&g=2011-12-31), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2011-12-31&g=2011-12-31), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.1.1
Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone, voor zover dat bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
##### Artikel 9.5.1
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren en gebruiken van bij de maatregel aangewezen producten.
2. In afwijking van het eerste lid worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid geen regels gesteld met betrekking tot luchtvaartuigen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige producten een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die producten bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten met producten, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, op de bij de maatregel aangegeven plaatsen, op de bij de maatregel aangegeven wijze of onder de bij de maatregel aangegeven omstandigheden;
- d. te verrichten indien de producten niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen;
- e. te verrichten indien de producten niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels is goedgekeurd;
- f. te verrichten indien de producten niet overeenkomstig bij de maatregel gestelde regels zijn goedgekeurd.
4. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de krachtens het eerste lid gestelde verboden en verplichtingen. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging dan wel van geluidhinder.
6. Voor zover een maatregel als bedoeld in het eerste lid strekt tot nakoming van verplichtingen op grond van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, kunnen tot de regels, bedoeld in het eerste lid, tevens behoren regels die voorzien in:
- a. een verbod om zonder vergunning, verleend door een bij die maatregel aangewezen bestuursorgaan, handelingen te verrichten met betrekking tot de bij die maatregel aangewezen producten of categorieën daarvan;
- b. een verplichting om ten aanzien van die producten of categorieën daarvan in bij de maatregel aangegeven gevallen van het gebruik daarvan aangifte te doen bij een bestuursorgaan, dat bij die maatregel is aangewezen, dan wel te voldoen aan meetvoorschriften op een bij de maatregel te bepalen wijze;
- c. een verplichting te voldoen aan door een bestuursorgaan, dat bij de maatregel is aangewezen, gestelde nadere eisen omtrent de onderwerpen die in die maatregel zijn geregeld, op een door het bestuursorgaan te bepalen tijdstip.
7. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onder e of f, wijst Onze Minister op grond van de bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen de instanties aan die de in die onderdelen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens die maatregel wordt in dat geval tevens bepaald op grond waarvan Onze Minister de aanwijzing kan schorsen of intrekken en worden regels gesteld over de wijze waarop de keuringen plaatsvinden.
8. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.2
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen, innemen, nuttig toepassen en verwijderen van bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen. Met betrekking tot producten worden zodanige regels niet gesteld in het belang dat [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) beoogt te beschermen.
2. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen:
- a. te verrichten;
- b. te verrichten anders dan met inachtneming van de omtrent die handelingen of die stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen bij de maatregel gestelde regels;
- c. te verrichten op een bij de maatregel aangewezen wijze, onder daarbij aangegeven omstandigheden, of voor daarbij aangewezen doeleinden;
- d. te verrichten indien de stoffen, mengsels of producten of afvalstoffen niet voldoen aan de bij de maatregel gestelde eisen.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten op de markt brengt:
- a. die stoffen, mengsels of producten of de verpakking ervan te voorzien van een door Onze Minister aangegeven aanduiding;
- b. om geheel of gedeeltelijk de financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheid voor de inname en het beheer van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen te dragen, waarbij, in het geval van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de verplichtingen die daaruit voortvloeien tevens kunnen worden uitgevoerd door een organisatie die namens diegene de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt;
- c. zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten na inname op een bij de maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
- d. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die stoffen, mengsels of producten aan een persoon, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie;
- e. openbaar beschikbare informatie te verstrekken over:
- 1°. de mate waarin die stoffen, preparaten of producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn;
- 2°. voorzieningen die er op gericht zijn om die stoffen, mengsels of producten in te nemen voor hergebruik of nuttig toepassing; en
- 3°. afvalpreventiemaatregelen.
4. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen verder behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. voor bij de maatregel aangewezen personen bij de maatregel aangewezen afvalstoffen of andere stoffen, mengsels of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij de maatregel aangegeven wijze toe te passen;
- b. voor burgemeester en wethouders er zorg voor te dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om bij de maatregel aangewezen stoffen, mengsels of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens het derde lid, onder b, op een bij de maatregel aangegeven wijze.
5. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen of in de bij de maatregel aangewezen gebieden.
6. [Artikel 9.5.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels, bedoeld in dat lid, tevens kunnen worden gesteld ten aanzien van bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, aangewezen stoffen en mengsels of categorieën daarvan.
7. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.5.3
Bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan worden bepaald dat het gezag dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot bij de maatregel aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel of de krachtens artikel 9.5.1, zesde lid, gestelde regels met betrekking tot producten kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
##### Artikel 9.5.4
Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging of geluidhinder, dan wel in het belang van de stimulering van hergebruik, preventie, recycling of andere nuttige toepassing, van een doelmatig beheer van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bedoelde strekking voor een termijn van ten hoogste twee jaar.
##### Artikel 9.5.5
1. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing worden verleend van het bepaalde krachtens [artikel 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Onze Minister kan voorts op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
3. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan worden bepaald dat een bij de maatregel aangewezen ander bestuursorgaan in plaats van Onze Minister ontheffing kan verlenen van het bepaalde krachtens deze artikelen, indien het belang dat die artikelen beogen te beschermen, zich daartegen niet verzet.
4. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) beogen te beschermen.
5. De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) beogen te beschermen.
6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) beogen te beschermen.
7. Bij algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om ontheffing te verlenen, [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
##### Artikel 9.5.6
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.5.1, zesde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of [artikel 9.5.2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), in samenhang met artikel 9.5.1, zesde lid, onder a, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om een vergunning.
2. Een vergunning kan slechts worden geweigerd in het belang dat de [artikelen 9.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [9.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&artikel=9.5.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) beogen te beschermen.
3. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend.
4. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Hiertoe kan behoren het voorschrift, dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen, die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld.
5. Bij de betrokken algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
6. Voor zover dat bij de betrokken maatregel is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd of ingetrokken. Op de voorbereiding van een zodanige wijziging of intrekking is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 12.3.5. Slotbepalingen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 15.9A. Rechten
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-03-30&g=2012-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-03-30&g=2012-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2012-03-30&g=2012-03-30), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2012-03-30&g=2012-03-30), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### Paragraaf 8.3
##### Artikel 11.4
Vervallen
##### Artikel 11.5
Vervallen
##### Artikel 11.6
Vervallen
##### Artikel 11.7
Vervallen
##### Artikel 11.8
Vervallen
##### Artikel 11.9
Vervallen
##### Artikel 11.10
Vervallen
##### Artikel 11.11
Vervallen
##### Artikel 11.12
Vervallen
##### Artikel 11.13
Vervallen
##### Artikel 11.14
Vervallen
##### Artikel 11.15
Vervallen
##### Artikel 11.16
Vervallen
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
##### Artikel 11.17
Vervallen
##### Artikel 11.18
Vervallen
##### Artikel 11.19
Vervallen
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
##### Artikel 11.20
Vervallen
##### Artikel 11.21
Vervallen
##### Artikel 11.22
Vervallen
##### Artikel 11.23
Vervallen
##### Artikel 11.24
Vervallen
##### Artikel 11.25
Vervallen
##### Artikel 11.26
Vervallen
##### Artikel 11.27
Vervallen
##### Artikel 11.28
Vervallen
##### Artikel 11.29
Vervallen
##### Artikel 11.30
Vervallen
##### Artikel 11.31
Vervallen
##### Artikel 11.32
Vervallen
##### Artikel 11.33
Vervallen
##### Artikel 11.34
Vervallen
##### Artikel 11.35
Vervallen
##### Artikel 11.36
Vervallen
##### Artikel 11.37
Vervallen
##### Artikel 11.38
Vervallen
##### Artikel 11.39
Vervallen
##### Artikel 11.40
Vervallen
##### Artikel 11.41
Vervallen
##### Artikel 11.42
Vervallen
##### Artikel 11.43
Vervallen
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
##### Artikel 11.44
Vervallen
##### Artikel 11.45
Vervallen
##### Artikel 11.46
Vervallen
##### Artikel 11.47
Vervallen
##### Artikel 11.48
Vervallen
##### Artikel 11.49
Vervallen
##### Artikel 11.50
Vervallen
##### Artikel 11.51
Vervallen
##### Artikel 11.52
Vervallen
##### Artikel 11.53
Vervallen
##### Artikel 11.54
Vervallen
##### Artikel 11.55
Vervallen
##### Artikel 11.56
Vervallen
##### Artikel 11.57
Vervallen
##### Artikel 11.58
Vervallen
##### Artikel 11.59
Vervallen
##### Artikel 11.60
Vervallen
##### Artikel 11.61
Vervallen
##### Artikel 11.62
Vervallen
##### Artikel 11.63
Vervallen
##### Artikel 11.64
Vervallen
##### Artikel 11.65
Vervallen
##### Artikel 11.66
Vervallen
##### Artikel 11a.1
Vervallen
##### Artikel 11a.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.
2. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. het verrichten van berekeningen, metingen of tellingen;
- b. het nemen of analyseren van monsters of het anderszins verrichten van onderzoek naar de aard of mate van verontreinigingen in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond, organismen of bodem;
- c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond of bodem;
- d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
- e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
- f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f;
- h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten, of
- i. werkzaamheden met betrekking tot een bodemenergiesysteem.
3. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:
- a. een erkenning waarmee Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, heeft vastgesteld dat degene die een werkzaamheid als bedoeld in het eerste lid uitvoert voldoet aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- b. een certificaat waarmee een krachtens onderdeel a erkende certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voldoet aan de voor de certificering geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd;
- c. een accreditatie waarmee de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een certificeringsinstelling, een inspectie-instelling, een laboratorium of een andere instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid en dat wordt voldaan aan eisen omtrent de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
4. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. te handelen overeenkomstig de aan de erkenning verbonden voorschriften;
- b. te handelen overeenkomstig het voor de desbetreffende werkzaamheid bij of krachtens de maatregel aangewezen document;
- c. te handelen overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde eisen omtrent de onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- d. van een intrekking of een schorsing van een certificaat of een accreditatie een kennisgeving te doen aan Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de aanvraag voor een erkenning moet geschieden en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag;
- b. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, en
- c. de termijn waarvoor een erkenning kan worden verleend of geschorst.
6. Indien op grond van het vijfde lid, onderdeel b, bij de maatregel is bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3), kan bij die maatregel worden bepaald dat voorafgaand aan de weigering of intrekking het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8) om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9) kan worden gevraagd.
7. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
##### Artikel 11a.3
Voor zover uitvoering is gegeven aan [artikel 11A.2, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:
- a. het bevoegd gezag een aanvraag om een beschikking die bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), genoemde wetten wordt gegeven, niet in behandeling neemt indien daarbij gegevens zijn gevoegd die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), genoemde wetten geldende verplichting geen gegevens worden verstrekt die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11A.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11a&titeldeel=11a.1&artikel=11a.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 11.3.2.1. Naleving van de geluidproductieplafonds
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
##### Artikel 16.11a
Vervallen
##### Artikel 16.13a
1. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf regels gesteld met betrekking tot het melden aan het bestuur van de emissieautoriteit van:
- a. het beëindigen van de werking van een broeikasgasinstallatie;
- b. het niveau van in bedrijf zijn van een broeikasgasinstallatie.
2. Bij ministeriële regeling kan ter uitvoering van deze paragraaf worden bepaald dat ook andere handelingen of omstandigheden aan het bestuur van de emissieautoriteit moeten worden gemeld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.
##### Artikel 16.20c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:
- a. met betrekking tot de broeikasgasinstallaties de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit is ingetrokken;
- b. deze afdeling niet meer op de broeikasgasinstallatie van toepassing is.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake is [artikel 16.20a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.20a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van overeenkomstige toepassing.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.30a
1. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de beoordeling door de Europese Commissie overeenkomstig de artikelen 10bis, vijfde lid, 11, derde lid, 27, eerste en tweede lid, en 27 bis, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten niet behoeft te worden gewijzigd, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. Indien het nationale toewijzingsbesluit naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde beoordeling, dan wel op basis van overige aanwijzingen of aanvullingen van de Europese Commissie, geheel of gedeeltelijk moet worden gewijzigd, stelt het bestuur van de emissieautoriteit het nationale toewijzingsbesluit opnieuw vast.
3. [Artikel 16.30, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is niet van toepassing. Artikel 16.30, vierde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.33a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 24bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de kosteloze toewijzing en verlening van broeikasgasemissierechten voor projecten die de emissie van broeikasgassen verlagen maar waarop deze titel niet van toepassing is. Deze regels voldoen aan genoemde uitvoeringsmaatregelen.
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
##### Artikel 16.34a
Indien de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de groep bedrijfstakken en deeltakken die geacht worden een koolstofweglekrisico te lopen, aanpast, en het bedrijfstakken of deeltakken betreft die in Nederland zijn gevestigd, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen die de Europese Commissie op grond van artikel 10ter van die richtlijn heeft vastgesteld. De [artikelen 16.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34b
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan overeenkomstig de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van artikel 10bis, eerste en eenentwintigste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft vastgesteld, worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. indien de werking van een broeikasgasinstallatie wordt beëindigd, of
- b. indien het niveau van in bedrijf zijn van de broeikasgasinstallatie wordt verminderd of verhoogd in de zin van artikel 10bis, twintigste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
3. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.34c
1. Een overeenkomstig deze afdeling genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan tevens worden gewijzigd of ingetrokken, indien:
- a. degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid, of
- b. het besluit anderszins onjuist was en degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert, dit wist of behoorde te weten.
2. De [artikelen 16.25 tot en met 16.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.25&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de betrokken broeikasgasinstallatie worden gewijzigd indien acht jaren zijn verstreken sedert de dag waarop het besluit is bekendgemaakt.
##### Artikel 16.34d
Bij intrekking of wijziging op grond van [artikel 16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [artikel 16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2025-12-30&g=2025-12-30) kan worden bepaald dat de intrekking of wijziging terugwerkt tot en met een bij dat besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 16.34e
Op de voorbereiding van een krachtens [artikel 16.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.34b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of [16.34c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.2&artikel=16.34c&z=2025-12-30&g=2025-12-30) genomen besluit, voor zover een dergelijk besluit strekt tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit, zijn [artikel 16.30, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.30&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van deze wet en [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
##### Artikel 16.39sa
1. Het is vliegtuigexploitanten die over een door Nederland afgegeven bewijs luchtvaartexploitant beschikken of in Nederland geregistreerd zijn toegestaan om overeenkomstig artikel 11 bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de door de ICAO-raad aanvaarde eenheden te annuleren met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit overeenkomstig artikel 12, zesde lid, van de genoemde richtlijn vastgestelde compensatievereisten.
2. Vliegtuigexploitanten annuleren de in het eerste lid vermelde eenheden met betrekking tot de door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde compensatievereisten:
- a. uiterlijk op 31 januari 2025 voor emissies in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023;
- b. uiterlijk op 31 januari 2028 voor emissies in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
##### Artikel 16.47a
Vervallen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 18.2j
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2012-10-01&g=2012-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2012-10-01&g=2012-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2012-10-01&g=2012-10-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.5
### Voorschrift 4.6
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 4.6
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.2a
1. Deze afdeling is, met uitzondering van [paragraaf 16.2.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), mede van toepassing op het transport van CO2 (CCS).
2. Voor de toepassing van deze afdeling op het transport van CO2 (CCS) wordt onder «de exploitant van de broeikasgasinstallatie» verstaan: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de transportactiviteit verricht of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van die activiteit is overgedragen.
##### Artikel 16.2b
1. De artikelen [16.24 tot en met 16.30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing op broeikasgasinstallaties die op grond van artikel 27, eerste lid of artikel 27bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten zijn uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten.
2. Het eerste lid geldt met ingang van 1 januari van het eerste kalenderjaar van de betrokken handelsperiode.
3. Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid of artikel 27bis, tweede lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de door die broeikasgasinstallatie veroorzaakte emissies de in artikel 27, eerste lid, van die richtlijn opgenomen hoeveelheid overschrijden, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer voldoet aan de voorwaarden voor uitsluiting. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de broeikasgasinstallatie niet meer aan bedoelde voorwaarden voldoet.
4. Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten omdat de maatregelen die een gelijkwaardige bijdrage leveren tot emissiereductie, niet langer van toepassing zijn, is het eerste lid niet langer van toepassing en is deze afdeling, met uitzondering van [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.37&z=2025-12-30&g=2025-12-30), op die broeikasgasinstallatie van toepassing met ingang van de dag volgend op de dag waarop bedoelde maatregelen zijn vervallen. Artikel 16.37 is van toepassing met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin bedoelde maatregelen zijn vervallen.
5. Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten weer is opgenomen in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten blijft de broeikasgasinstallatie in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten gedurende de rest van de in artikel 11, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde periode waarin ze werd ingevoerd.
##### Artikel 16.4a
1. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid emissierechten en de toewijzing daarvan en met de bewaking, rapportage en verificatie van emissies onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt.
2. [Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.35a
Vervallen
##### Artikel 16.35b
Vervallen
##### Artikel 16.35c
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, terugvorderen van de exploitant van de broeikasgasinstallatie. Indien de exploitant van de broeikasgasinstallatie, onvoldoende broeikasgasemissierechten bezit, kan een met de waarde van die rechten corresponderend bedrag worden teruggevorderd.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het terug te vorderen bedrag dat met de waarde van de onverschuldigd verleende broeikasgasemissierechten correspondeert, bij dwangbevel invorderen.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit kan broeikasgasemissierechten die, gelet op de wijziging van het daaraan ten grondslag liggende toewijzingsbesluit, onverschuldigd zijn verleend, verrekenen met de hoeveelheid voor de exploitant van de broeikasgasinstallatie, te verlenen broeikasgasemissierechten voor de daarop volgende handelsperiode.
4. Terugvordering vindt niet plaats voor zover na de dag waarop het besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten is bekendgemaakt, acht jaren zijn verstreken.
5. Bij het bepalen van de waarde van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, wordt uitgegaan van de gemiddelde marktprijs van een dergelijk recht op het moment van terugvordering. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald.
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2013-04-25&g=2013-04-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2013-04-25&g=2013-04-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2013-04-25&g=2013-04-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-01-25&g=2014-01-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-01-25&g=2014-01-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-01-25&g=2014-01-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 3.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 5.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 17.5e
Vervallen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2014-11-01&g=2014-11-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2014-11-01&g=2014-11-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2014-11-01&g=2014-11-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.23a
Vervallen
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
#### § 2.4. De provinciale milieucommissie
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.2. Het nationale milieubeleidsplan
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.6. Het gemeentelijke milieubeleidsplan
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.5. Beoordeling van de luchtkwaliteit
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.3. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.12. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
#### Paragraaf 8.2
#### Paragraaf 8.2
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
### Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op «datum van inwerkingtreding van deze wet» bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
#### § 11.2.3. Actieplannen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-08-30&g=2018-01-01)
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
## Titel 15.1
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 9.7.1. Algemeen
##### Artikel 9.7.1.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **afboekrekening:** rekening in het register, bedoeld om de naar die rekening overgeboekte hernieuwbare brandstofeenheden te onttrekken aan het aantal, voor het voldoen aan de jaarverplichting, beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden;
- **benzine:** ongelode lichte olie als bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van ongelode lichte olie aan de accijns onderworpen zijn;
- **bijproduct:** product dat een hoofddoel vormt van het productieproces, niet zijnde een residu;
- **biobrandstof:** biogas als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van de richtlijn hernieuwbare energie, vloeibare biomassa als bedoeld in artikel 2, onderdeel 32, van die richtlijn of biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van die richtlijn;
- **diesel:** gasolie als bedoeld in [artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
- **duurzaamheidssysteem:** vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie dat door de Europese Commissie is erkend;
- **energie-inhoud:** energie-inhoud als bedoeld in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of, indien niet opgenomen in die bijlage, berekend volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. In afwijking van de vorige volzin geldt voor benzine en diesel de energie-inhoud als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder c, van richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad van 20 april 2015 tot vaststelling van berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen overeenkomstig Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (PbEU L 107);
- **hernieuwbare brandstof:** hernieuwbare vloeibare en gasvormige vervoersbrandstof van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2, onderdeel 36, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **hernieuwbare brandstofeenheid:** hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in [artikel 9.7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.3&artikel=9.7.3.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **hernieuwbare energie:** energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **importeur:** onderneming die minerale oliën invoert in Nederland, maar geen houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën is;
- **inboeker:** onderneming die ingevolge bij of krachtens [artikel 9.7.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) bevoegd is om een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie in het register in te voeren;
- **inboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van hernieuwbare energie overeenkomstig [artikel 9.7.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) mogelijk maakt;
- **jaarverplichting:** aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat de leverancier tot eindverbruik is verschuldigd op grond van [artikel 9.7.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **jaarverplichtingfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die een leverancier tot eindverbruik ingevolge [artikel 9.7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) heeft om aan zijn jaarverplichting te voldoen;
- **leverancier tot eindverbruik:** houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën, of importeur, met een levering tot eindverbruik;
- **leveren aan de Nederlandse markt:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), dan wel leveren van minerale oliën door een houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, voor zover de inboeker kan aantonen dat de hoeveelheid ingeboekte biobrandstof is uitgeslagen tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns;
- **levering tot eindverbruik:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2) van benzine, diesel en zware stookolie;
- **luchtvaart:** nationaal en internationaal transport door de lucht;
- **minerale oliën:** oliën als bedoeld in [artikel 25 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25);
- **onderneming:** onderneming als bedoeld in [artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5);
- **overboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
- **register:** register hernieuwbare energie als bedoeld in [artikel 9.7.5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **residu:** een stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 43, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **richtlijn hernieuwbare energie:** [richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001) van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
- **verordening (EU) 2019/807:** gedelegeerde [verordening (EU) 2019/807](32707R2019) van de commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van [Richtlijn (EU) 2018/2001](32018L2001) van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik (PbEU 2019, L 133);
- **vervoer:** alle vormen van transport over de weg, het spoor, het water en door de lucht;
- **voedsel- en voedergewassen:** voedsel- en voedergewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 40, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **zetmeelrijke gewassen:** gewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 39, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- **zware stookolie:** zware stookolie als bedoeld in [artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van zware stookolie aan de accijns onderworpen zijn.
##### Artikel 9.7.1.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen leveringen van soorten biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen aan luchtvaart en zeevaart van de toepassing van [paragraaf 9.7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) worden uitgesloten.
##### Artikel 9.7.1.3
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de invoer en het gebruik van informatie door inboekers en andere marktdeelnemers in de Uniedatabank als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
##### Artikel 9.7.1.4
Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
##### Artikel 9.7.2.1
1. De leverancier tot eindverbruik is in enig kalenderjaar het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden verschuldigd dat overeenkomt met het bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen gedeelte van de energie-inhoud van zijn levering tot eindverbruik in het direct aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de toepassing van het eerste lid eisen gesteld aan het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden.
##### Artikel 9.7.2.2
De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register.
##### Artikel 9.7.2.3
1. De leverancier tot eindverbruik voert voor 1 maart van enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register in.
2. Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde levering tot eindverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken, worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
##### Artikel 9.7.2.4
1. Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik niet voor 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar ambtshalve vaststellen.
2. Indien een leverancier tot eindverbruik in enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit haar tot vijf jaar na dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.7.2.5
1. Op 1 mei van enig kalenderjaar:
- a. heeft de leverancier tot eindverbruik ten minste het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
- b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier tot eindverbruik het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden af,
dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien toepassing van [artikel 9.7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), leidt tot een verhoging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de leverancier tot eindverbruik.
4. Indien toepassing van [artikel 9.7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), leidt tot een verlaging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit, met inachtneming van het tweede lid, het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.7.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan.
##### Artikel 9.7.3.1
1. Het register heeft vier soorten hernieuwbare brandstofeenheden:
- a. een hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel;
- b. een hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd;
- c. een hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B;
- d. een hernieuwbare brandstofeenheid overig.
2. Een hernieuwbare brandstofeenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één gigajoule hernieuwbare energie.
##### Artikel 9.7.3.2
Een hernieuwbare brandstofeenheid kan uitsluitend in het register, bedoeld in [paragraaf 9.7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.8.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), gehouden worden.
##### Artikel 9.7.3.3
Een hernieuwbare brandstofeenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
##### Artikel 9.7.3.4
1. Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden kan niet leiden tot een aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd, bijlage IX-B of overig op een rekening dat minder is dan nul.
2. Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden is niet toegestaan, indien het aantal of soort hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd, bijlage IX-B of overig op een rekening minder is dan nul.
##### Artikel 9.7.3.5
1. De voor overdracht van een hernieuwbare brandstofeenheid vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van de hernieuwbare brandstofeenheid van de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid overdraagt, en
- b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de partij die de hernieuwbare brandstofeenheid verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.
##### Artikel 9.7.3.6
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.
##### Artikel 9.7.3.7
1. In afwijking van [artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=228) kan op een hernieuwbare brandstofeenheid geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een hernieuwbare brandstofeenheid kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
3. Een hernieuwbare brandstofeenheid is niet vatbaar voor beslag.
#### § 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
##### Artikel 9.7.4.1
1. Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem aan:
- a. de Nederlandse markt geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- c. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- d. vervoer in Nederland geleverde gasvormige hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), of
- e. vervoer in Nederland geleverde elektriciteit, met uitzondering van elektriciteit geleverd aan spoorvoertuigen, die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
2. De inboeker kan aan een inboeking tot 1 april een verklaring van een verificateur als bedoeld in [artikel 9.7.4.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), koppelen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.2
De in te boeken vloeibare biobrandstof:
- a. voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
- b. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt op een locatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde duurzaamheidsysteem is gecertificeerd, dan wel op een andere locatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt,
- c. voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen, en
- d. wordt niet geproduceerd uit olie uit sojabonen, met uitzondering van olie uit sojabonen met een gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in [verordening (EU) 2019/807](32707R2019).
##### Artikel 9.7.4.3
De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan:
- a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
- b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
##### Artikel 9.7.4.4
1. De in te boeken vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof voldoet aan:
- a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde broeikasgasemissiereductiedrempels;
- b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten hernieuwbare brandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
##### Artikel 9.7.4.5
1. Bij ministeriële regeling:
- a. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie;
- b. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan de [artikelen 9.7.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- c. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald;
- d. kunnen regels worden gesteld voor het geaggregeerd inboeken van elektriciteit.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
##### Artikel 9.7.4.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule hernieuwbare energie die is ingeboekt in het register:
- a. één hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
- 1°. voedsel- en voedergewassen, met een laag risico of gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in [verordening (EU) 2019/807](32707R2019); of
- 2°. een bijproduct van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
- b. één hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
- 1°. grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare energie; en
- 2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit de grondstof als bedoeld in bijlage IX, deel A, onderdeel d, van de richtlijn hernieuwbare energie, de grondstof voorkomt op een bij ministeriële regeling vast te stellen lijst van materialen;
- c. één hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- d. één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker:
- 1°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen die als tussenteelt op landbouwgrond worden geteeld en die niet leiden tot de vraag naar meer land;
- 2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit een residu van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
- 3°. bij een geleverde vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof;
- 4°. voor het gedeelte van de geleverde elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare bronnen, of
- 5°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in de onderdelen a b, c en d, onder 1.
2. De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie wordt per soort hernieuwbare brandstofeenheid naar beneden afgerond op één gigajoule.
3. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij die ministeriële regeling vastgestelde factor, van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit.
4. In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijschrijven ter grootte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor groter dan één, voor aan luchtvaart en zeevaart geleverde brandstoffen, met uitzondering van uit voedsel- en voedergewassen geproduceerde brandstoffen, of een factor kleiner dan één, voor aan zeevaart geleverde brandstoffen.
5. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt is geleverd.
6. In aanvulling op het eerste lid en gelet op [artikel 9.7.4.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), schrijft het bestuur van de emissieautoriteit op de rekening van de inboeker het resterende aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij, na koppeling van een verklaring als bedoeld in [artikel 9.7.4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
7. Een geleverde biobrandstof die geproduceerd is uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen wordt geacht niet als tussenteelt op landbouwgrond te zijn geteeld en te hebben geleid tot de vraag naar meer land, tenzij de inboeker het tegendeel aantoont.
##### Artikel 9.7.4.7
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal per soort beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden openbaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.8
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten biobrandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
2. De inboeker die een hoeveelheid biobrandstof als bedoeld in het eerste lid inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die biobrandstof voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid.
3. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
4. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.9
Voor hernieuwbare energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.
##### Artikel 9.7.4.10
Een hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt ingeboekt in het register is niet als duurzaam overgedragen en wordt niet nog een keer ingeboekt in het register.
##### Artikel 9.7.4.11
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van hernieuwbare brandstofeenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.4.12
1. De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de [artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.7.4.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [9.7.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde eisen.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.7.4.13
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie of de verificatie, bedoeld in [artikel 9.7.4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur die hoeveelheid, de kenmerken van die hoeveelheid of de factor, bedoeld in [artikel 9.7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.7.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden.
##### Artikel 9.7.4.14
1. De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker van biobrandstof de aard en herkomst van de door die inboeker ingeboekte biobrandstoffen alsmede het door die inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen. [Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045754&artikel=5.1) is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 9.7.5.1
1. Er is een elektronisch register hernieuwbare energie.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in [artikel 9.7.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
##### Artikel 9.7.5.2
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het register vaststellen.
##### Artikel 9.7.5.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de leverancier tot eindverbruik op diens naam een rekening met jaarverplichtingfaciliteit en met overboekfaciliteit.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een inboeker op diens naam een rekening met inboekfaciliteit en met overboekfaciliteit.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een andere onderneming dan die bedoeld in het eerste of tweede lid, die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, op diens naam een rekening met overboekfaciliteit.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een onderneming niet meer dan één rekening. Een rekening kan alle in het eerste en tweede lid genoemde faciliteiten omvatten.
5. Het bestuur van de emissieautoriteit opent een afboekrekening.
6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
##### Artikel 9.7.5.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan indien het redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van fraude of misbruik of dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. weigeren een rekening te openen;
- b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
- c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening opheffen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.5.5
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening met overboekfaciliteit, inboekfaciliteit of jaarverplichtingfaciliteit een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
##### Artikel 9.7.5.6
1. Van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van een leverancier tot eindverbruik nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), een inboeker of een onderneming als bedoeld in [artikel 9.7.5.3. derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid, en de volgorde waarin de soort hernieuwbare brandstofeenheden gespaard worden. Voor de leverancier tot eindverbruik, de inboeker of de onderneming, bedoeld in [artikel 9.7.5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kunnen verschillende regels worden vastgesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het gedeelte dat gespaard kan worden ten behoeve van enig ander kalenderjaar dan het direct daaropvolgende kalenderjaar.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.7.6.1
1. De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:
- a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;
- b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;
- c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
2. De producent van hernieuwbare brandstof controleert:
- a. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;
- b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en tot de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof;
- c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof;
en voert hierover een goede boekhouding.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.7.6.2
1. Een onderneming die gecertificeerd is volgens een duurzaamheidssysteem voert een massabalans over duurzame grondstof en duurzame biobrandstof.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de massabalans.
##### Artikel 9.7.6.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certificeringsorgaan dat namens het duurzaamheidsysteem in het kader van de naleving van duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria voor grondstoffen voor biobrandstof en biobrandstof onafhankelijke audits uitvoert.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit brengt bij vastgestelde non-conformiteit met de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria onverwijld het duurzaamheidsysteem hiervan op de hoogte.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
### Afdeling 11.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 16c. Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
### Hoofdstuk 18. Handhaving
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-05-01&g=2017-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-05-01&g=2017-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-05-01&g=2017-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
### Voorschrift 4.4
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1a
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 3.1
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.1
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.3
### Voorschrift 4.4
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 14.4d
Vervallen
## Titel 15.1
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.1
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.7. Keuringen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.1
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.3
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.20a
Vervallen
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
##### Artikel 7.28a
Vervallen
#### § 7.11. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.12. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
#### Paragraaf 8.3
## Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
## Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.2.3. Actieplannen
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2017-05-16&g=2017-05-16)
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
## Titel 15.1
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-05-16&g=2017-05-16), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-05-16&g=2017-05-16), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-05-16&g=2017-05-16), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.4
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 4.7
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.2.2.1b
De regels, bedoeld in [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder i of j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2¶graaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kunnen, in afwijking van [artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=2:15) een verplichting inhouden een handeling met betrekking tot asbest of een asbesthoudend product of een voornemen tot het verrichten van die handeling langs elektronische weg te melden dan wel met betrekking tot die handeling of dat voornemen langs elektronische weg gegevens en bescheiden te verstrekken dan wel de resultaten van een controleonderzoek.
##### Artikel 9.5.7
1. Er is een elektronisch landelijk asbestvolgsysteem, waarin met betrekking tot saneringen van asbest gegevens en bescheiden worden opgenomen die betrekking hebben op handelingen die in de achtereenvolgende fasen van de asbestsanering worden verricht, in het bijzonder de inventarisatie en verwijdering van asbest, de eindbeoordeling van het resultaat van de verwijdering en de afvoer en de verwerking van het asbestafval. Hiertoe kunnen ook persoonsgegevens behoren.
2. Onze Minister draagt zorg voor de inrichting, instandhouding, werking, toegankelijkheid en beveiliging van het landelijk asbestvolgsysteem en voor het beheer van de daarin opgenomen gegevens en bescheiden en treft de nodige voorzieningen voor de elektronische uitwisseling van gegevens en bescheiden met betrekking tot saneringen van asbest tussen het landelijk asbestvolgsysteem en de landelijke voorziening, bedoeld in [artikel 20.21 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=20.21). Onze Minister wordt tevens aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens.
3. De gegevens en bescheiden die in het landelijk asbestvolgsysteem zijn opgenomen, zijn langs elektronische weg toegankelijk voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen, bedrijven en personen.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens en bescheiden aangewezen die in het landelijk asbestvolgsysteem worden opgenomen en worden regels gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van het systeem en de periode gedurende welke de gegevens en bescheiden worden bewaard. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het systeem en het beheer van de gegevens en bescheiden die daarin zijn opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld.
#### § 9.7.1. Algemeen
#### § 9.7.1. Algemeen
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
#### § 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Afdeling 16.2.1. Inrichtingen
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2017-08-30&g=2018-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2017-08-30&g=2018-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2017-08-30&g=2018-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.7.3.8
Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening minder is dan nul, worden de bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden per soort volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels afgeschreven.
#### § 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
#### § 9.7.5. Register hernieuwbare energie
##### Artikel 9.8.1.1
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **benzine:** ongelode lichte olie als bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en andere minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van ongelode lichte olie aan de accijns onderworpen zijn;
- **betere fossiele brandstof:** brandstof van fossiele herkomst die:
- 1°. is genoemd in bijlage I, deel 2, onderdeel 5, van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652);
- 2°. een broeikasgasintensiteit heeft die lager is dan het voor dat kalenderjaar vastgestelde reductiepercentage ten opzichte van de in bijlage II van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652) bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen;
- **broeikasgasintensiteit:** broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus per eenheid energie uitgedrukt in gCO2-eq/MJ, als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder e, van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652);
- **diesel:** gasolie als bedoeld in [artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=26) en andere minerale oliën die op grond van [artikel 28, met uitzondering van het tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=28) voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
- **hernieuwbare brandstofeenheid:** hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in [artikel 9.7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.3&artikel=9.7.3.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **importeur:** onderneming die minerale oliën invoert in Nederland, maar geen houder is van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën;
- **minerale oliën:** oliën als bedoeld in [artikel 25 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=25);
- **onderneming:** onderneming als bedoeld in [artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=5);
- **overboekfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
- **rapportageplichtige:** houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1a) voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van die wet voor minerale oliën, of importeur, met een uitslag tot vervoersverbruik;
- **reductiepercentage:** het percentage ten opzichte van de uitgangsnorm voor brandstoffen, bedoeld in bijlage II van [richtlijn (EU) 2015/652](32015L0652), dat ingevolge [artikel 9.8.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor een kalenderjaar vastgesteld is;
- **reductieverplichting:** verplichting als bedoeld in [artikel 9.8.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **reductieverplichtingfaciliteit:** eigenschap van een rekening in het register die een rapportageplichtige ingevolge [artikel 9.8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) heeft om aan zijn reductieverplichting te voldoen;
- **register:** register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies als bedoeld in [artikel 9.8.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **richtlijn 98/70/EG:** [richtlijn nr. 98/70/EG](31998L0070) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van [Richtlijn 93/12/EEG](31993L0012) van de Raad (PbEG L 350);
- **richtlijn (EU) 2015/652:** richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad van 20 april 2015 tot vaststelling van berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen overeenkomstig [Richtlijn 98/70/EG](31998L0070) van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (PbEU L 107);
- **uitslag tot vervoersverbruik:** uitslag tot verbruik als bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van benzine, diesel en betere fossiele brandstof, aan de bestemmingen, bedoeld in [artikel 9.8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.1&artikel=9.8.1.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
##### Artikel 9.8.1.2
Deze titel is van toepassing op brandstoffen en energie voor:
- a. wegvoertuigen;
- b. niet voor de weg bestemde mobiele machines;
- c. landbouwtrekkers;
- d. bosbouwmachines, en
- e. pleziervaartuigen, niet zijnde zeeschepen, wanneer die niet op zee varen.
##### Artikel 9.8.1.3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën rapportageplichtigen worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen niet van toepassing zijn.
##### Artikel 9.8.1.4
Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
##### Artikel 9.8.2.1
1. De rapportageplichtige vermindert de broeikasgasintensiteit van zijn uitslag tot verbruik van benzine en diesel aan de bestemmingen, bedoeld in [artikel 9.8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.1&artikel=9.8.1.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), voor enig kalenderjaar met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage ten opzichte van de in bijlage II van die richtlijn bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen.
2. De rapportageplichtige voldoet aan de reductieverplichting, bedoeld in het eerste lid, met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden of geleverde betere fossiele brandstof, met inachtneming van [artikel 9.7.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.2&artikel=9.7.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het in het eerste lid genoemde kalenderjaar.
##### Artikel 9.8.2.2
De rapportageplichtige heeft een rekening met reductieverplichtingfaciliteit in het register.
##### Artikel 9.8.2.3
1. De rapportageplichtige voert voor 1 maart van enig kalenderjaar zijn uitslag tot vervoersverbruik van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met reductieverplichtingfaciliteit in het register in.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van benzine en diesel volgens de gegevens van de rijksbelastingdienst beschouwd als uitslag tot vervoersverbruik, tenzij de rapportageplichtige aantoont dat die uitslag tot verbruik betrekking heeft op andere bestemmingen.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van betere fossiele brandstof volgens de gegevens van de rijksbelastingdienst niet beschouwd als uitslag tot vervoersverbruik, tenzij de rapportageplichtige het tegendeel aantoont.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=2), van benzine en diesel en samengeperste waterstof, niet aangemerkt als een betere fossiele brandstof, tenzij de rapportageplichtige het tegendeel aantoont.
5. Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde uitslag tot vervoersverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de rapportageplichtige aan het bestuur van de emissieautoriteit.
6. Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens en te hanteren berekeningsmethode als bedoeld in richtlijn (EU) 2015/652 bepaald.
7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantonen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, plaatsvindt.
8. De gegevens, bedoeld in het zesde lid, en de onderliggende stukken worden door de rapportageplichtige bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
##### Artikel 9.8.2.4
1. Indien een rapportageplichtige in enig kalenderjaar zijn uitslag tot vervoersverbruik niet voor 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ingevoerd op zijn rekening met een reductieverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit hem ambtshalve vaststellen.
2. Indien een rapportageplichtige in enig kalenderjaar zijn uitslag tot vervoersverbruik niet juist heeft ingevoerd op zijn rekening met een reductieverplichtingfaciliteit, kan het bestuur van de emissieautoriteit hem tot vijf jaar na dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 9.8.2.5
1. Op 1 mei van enig kalenderjaar:
- a. heeft de rapportageplichtige ten minste het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
- b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de rapportageplichtige het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden af,
dat overeenkomt met de voor die rapportageplichtige voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende reductieverplichting.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien toepassing van [artikel 9.8.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), leidt tot een verhoging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de rapportageplichtige.
4. Indien toepassing van [artikel 9.8.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30), leidt tot een verlaging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar en de rapportageplichtige met hernieuwbare brandstofeenheden aan zijn reductieverplichting voldaan heeft, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de rapportageplichtige. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.7.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de rapportageplichtige als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden, met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden.
##### Artikel 9.8.3.1
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.2
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.3
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.4
Het bestuur van de emissieautoriteit stelt jaarlijks de broeikasgasemissiereductiebijdrage van de hernieuwbare brandstofeenheid vast voor het behalen van de reductieverplichting. Bij of krachtens algemene regels van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de jaarlijkse vaststelling.
##### Artikel 9.8.3.5
Vervallen
##### Artikel 9.8.3.6
Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening minder is dan nul, worden de bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden per soort volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels afgeschreven.
##### Artikel 9.8.4.1
1. Er is een elektronisch register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in [artikel 9.8.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
##### Artikel 9.8.4.2
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het register vaststellen.
##### Artikel 9.8.4.3
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de rapportageplichtige op diens naam een rekening met reductieverplichtingfaciliteit en met overboekfaciliteit.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een onderneming niet meer dan één rekening.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
##### Artikel 9.8.4.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan bij een vermoeden van fraude of misbruik of indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. weigeren een rekening te openen;
- b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
- c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening opheffen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
4. De hernieuwbare brandstofeenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.8.4.5
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening, bedoeld in [artikel 9.8.4.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
##### Artikel 9.8.4.6
1. Nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), wordt een gedeelte van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van een rapportageplichtige gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar, met inachtneming van [artikel 9.7.5.6, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.5&artikel=9.7.5.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid.
3. De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
##### Artikel 9.8.5.1
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 11.2.4. Inlichtingen aan een andere lidstaat van de Europese Unie
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van [artikel 11.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.3&afdeling=11.3.4¶graaf=11.3.4.1&artikel=11.45&z=2021-01-01&g=2021-01-01)
### Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2019-07-01&g=2019-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2019-07-01&g=2019-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2019-07-01&g=2019-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2019-11-14&g=2019-11-14), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2019-11-14&g=2019-11-14), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2019-11-14&g=2019-11-14), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.1a
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 18.5a
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten: de artikelen 4, tweede lid, onderdeel a, 5, tweede lid, en 6 tot en met 9.
2. Het is voorts verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten: artikelen 10, 11, 12, 23 en 25.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 2.1
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 2.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 15.51a
Vervallen
##### Artikel 15.51b
Vervallen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2020-07-01&g=2020-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2020-07-01&g=2020-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2020-07-01&g=2020-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16b.1
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **broeikasgasinstallatie:** broeikasgasinstallatie als bedoeld in de [artikelen 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **dispensatierecht:** dispensatierecht als bedoeld in [artikel 71h, onderdeel d, van de Wet belasting op milieugrondslag](onbekend);
- **historisch industrieel emissieverslag:** verslag ten behoeve van het vaststellen van het historisch activiteitenniveau van afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties;
- **industrieel emissieverslag:** verslag betreffende de industriële jaarvracht in een kalenderjaar als bedoeld in [artikel 16b.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- **industriële jaarvracht:** industriële jaarvracht als bedoeld in [artikel 71h, onderdeel h, van de Wet belastingen op milieugrondslag](onbekend);
- **industrieel monitoringsplan:** plan betreffende de bepaling en registratie van de industriële jaarvracht;
- **restgassen:** afgas als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.
2. [Artikel 16.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van toepassing.
##### Artikel 16b.2
Dit hoofdstuk is van toepassing op de exploitant van een industriële installatie als bedoeld in [artikel 71h, onderdeel g](onbekend), in samenhang met de [artikelen 71i](onbekend) en [71k, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](onbekend).
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
##### Artikel 16b.3
1. De exploitant van een industriële installatie dient na afloop van elk jaar op uiterlijk 31 maart een industrieel emissieverslag in bij het bestuur van de emissieautoriteit.
2. Het industrieel emissieverslag bevat de industriële jaarvracht.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bepaling en registratie van de industriële jaarvracht, het industrieel emissieverslag, het historisch industrieel emissieverslag en de verificatie van deze emissieverslagen.
##### Artikel 16b.4
De exploitant van een industriële installatie bepaalt de industriële jaarvracht op basis van:
- a. de gegevens uit het emissieverslag dan wel de schatting hiervan door het bestuur van de emissieautoriteit als bedoeld in de artikel 70 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel;
- b. de gegevens uit het verslag over het activiteitsniveau, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau dan wel de schatting hiervan door het bestuur van de emissieautoriteit, bedoeld in de artikel 3, vierde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau; of
- c. de monitoring op basis van een industrieel monitoringsplan als bedoeld in [afdeling 16b.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
##### Artikel 16b.5
1. Bij een warmtekrachtkoppeling wordt de industriële jaarvracht bepaald en geregistreerd op basis van het brandstofverbruik, de elektriciteitsopwekking en de warmteopwekking.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de bepaling en registratie van de industriële jaarvracht. Deze regels kunnen betrekking hebben op warmtekrachtkoppelingen, bij het gebruik van restgassen en de overdracht van warmte naar een andere industriële installatie.
##### Artikel 16b.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het industrieel emissieverslag moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het industrieel emissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het industrieel emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:
- a. degene die bij het bestuur van de emissieautoriteit een industrieel emissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere industriële jaarvracht;
- b. het betrokken industrieel emissieverslag anderszins onjuist was en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de industriële jaarvracht van een industriële installatie op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien:
- a. het industrieel emissieverslag niet of niet tijdig bij de emissieautoriteit is ingediend;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit heeft verklaard dat het industrieel emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn gesteld.
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
##### Artikel 16b.7
1. De exploitant stelt, voor zover dat noodzakelijk is, voor een industriële installatie een industrieel monitoringsplan op dat hij indient bij het bestuur van de emissieautoriteit.
2. Een industrieel monitoringsplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. De [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «industriële installatie»;
- b. voor «emissieverslag» wordt gelezen «industrieel emissieverslag»;
- c. voor «monitoringsplan» wordt gelezen «industrieel monitoringsplan»;
- d. voor «vergunning» wordt gelezen «goedkeuring van een industrieel monitoringsplan»;
- e. voor «vergunninghouder» wordt gelezen «de exploitant»;
- f. voor «bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, hoofdstuk 8 van deze wet» wordt gelezen «bij of krachtens dit hoofdstuk, de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of 16a van deze wet».
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld die nodig zijn in het belang van de goede werking van het monitoren van emissie van de industriële jaarvracht of in welke gevallen een monitoringsplan in elk geval noodzakelijk is.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een goedkeuring van een industrieel monitoringsplan moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.
##### Artikel 16b.8
1. Het industrieel monitoringplan bestaat uit een gedetailleerde, volledige en transparante documentatie over de monitoringmethode voor een industriële installatie.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld aan de inhoud van het industrieel monitoringplan. De regels zijn voor zover mogelijk in overeenstemming met de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.
##### Artikel 16b.9
Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een industrieel monitoringsplan indien het industrieel monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het industrieel monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16b.10
1. De exploitant wijzigt het industrieel monitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de regels gesteld bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) daartoe aanleiding geven;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
2. De exploitant legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het industrieel monitoringsplan over.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden van een wijziging of een tijdelijke afwijking van het industrieel monitoringsplan aan het bestuur van de emissieautoriteit, en
- b. het goedkeuren van een wijziging van een industrieel monitoringsplan.
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
##### Artikel 16b.11
1. Er is een elektronisch register dispensatierechten industrie.
2. Het register wordt beheerd door het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Het register bestaat uit rekeningen als bedoeld in [artikel 16b.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.1&artikel=16b.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
4. Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er zorg voor dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid dispensatierechten onverwijld op passende wijze openbaar worden gemaakt. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16b.12
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden aan het gebruik van het register vaststellen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.
##### Artikel 16b.13
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent ambtshalve voor iedere industriële installatie met een goedgekeurd monitoringsplan of industrieel monitoringsplan één rekening op naam van de exploitant.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekening.
##### Artikel 16b.14
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan bij een vermoeden van fraude of misbruik of indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:
- a. een rekening blokkeren;
- b. een rekening opheffen; of
- c. het aantal dispensatierechten voor een of meer rekeningen terugzetten op het aantal dispensatierechten voor die rekeningen op een eerder tijdstip waarin de fraude of misbruik zich niet voordeed.
2. Bij ministeriele regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.
##### Artikel 16b.15
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
- b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
##### Artikel 16b.16
1. De rekening van een exploitant voor een industriële installatie onderscheidt per kalenderjaar het aantal dispensatierechten dat voor ieder kalenderjaar voor die industriële installatie is opgebouwd.
2. Bij aanvang van ieder kalenderjaar bedraagt het aantal dispensatierechten voor dat kalenderjaar nul.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit stort na afloop van het kalenderjaar op uiterlijk 30 april het aantal dispensatierechten op de rekening in het register dispensatierechten industrie voor dat kalenderjaar. De storting is overeenkomstig het verslag over het aantal dispensatierechten van de exploitant, bedoeld in [artikel 16b.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
4. Het bestuur van de emissieautoriteit stort dispensatierechten op of boekt dispensatierechten af van een rekening op basis van een ambtshalve vaststelling van de dispensatierechten als bedoeld in [artikel 16b.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), nadat die vaststelling is onherroepelijk geworden.
5. De exploitant kan na afloop van het kalenderjaar in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus dispensatierechten verhandelen overeenkomstig [afdeling 16b.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
##### Artikel 16b.17
1. De exploitant dient uiterlijk 31 maart bij het bestuur van de emissieautoriteit een verslag in over het aantal dispensatierechten dat hij heeft berekend. Bij ministeriële regeling kunnen hierover nadere regels worden gesteld. De nadere regels kunnen betrekking hebben op de verificatie van het verslag.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van het aantal dispensatierechten op basis van onder andere de reductiefactor, de correctiefactor voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval en de gegevens die zijn opgenomen in:
- a. het verslag over het activiteitsniveau, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau dan wel de schatting hiervan door het bestuur van de emissieautoriteit als bedoeld in de artikel 3, vierde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau;
- b. het verslag met referentiegegevens, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, in samenhang met artikel 15, eerste en tweede lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
- c. het industriële emissieverslag of de ambtshalve vaststelling van de industriële jaarvracht als bedoeld in [artikel 16b.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.2&afdeling=16b.2.1&artikel=16b.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30); of
- d. het verslag over het industriële activiteitsniveau dat is gemonitord op basis van een industrieel monitoringsmethodiekplan.
3. De reductiefactor voor het jaar 2023 bedraagt 1,213. Bij aanvang van ieder daarop volgend kalenderjaar wordt de reductiefactor telkens verlaagd met 0,078.
4. De correctiefactor voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval bedraagt voor het jaar 2025 1, voor het jaar 2026 0,88, voor het jaar 2027 0,76, voor het jaar 2028 0,64, voor het jaar 2029 0,52 en voor het jaar 2030 en de daaropvolgende jaren 0,4.
5. De regels zijn voor zover mogelijk in overeenstemming met het vaststellen van de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten in de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten en de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, in ieder geval met dien verstande dat:
- a. geen dispensatierechten worden berekend voor de export van meetbare warmte voor stadsverwarming;
- b. bij een product gerelateerd activiteitsniveau in aanmerking wordt genomen het actuele activiteitsniveau betreffende het kalenderjaar in plaats van het historische activiteitsniveau;
- c. bij een product gerelateerd activiteitsniveau met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof voor een installatie gebruik wordt gemaakt van de voor die installatie beschikbare historische correctiefactor in de periode 2014–2018;
- d. het warmte gerelateerd activiteitsniveau ook meetbare warmte kan omvatten die is geproduceerd op basis van elektriciteit;
- e. bij een activiteitsniveau, anders dan onder b, in aanmerking wordt genomen:
- 1. het jaarlijks activiteitsniveau in plaats van het historisch activiteitsniveau; dan wel
- 2. het historisch activiteitsniveau indien het jaarlijks activiteitsniveau minder dan 15% lager of hoger is dan het historisch activiteitsniveau; dan wel
- 3. het historisch activiteitsniveau als het jaarlijks activiteitsniveau meer dan 15% lager is als het historisch activiteitsniveau als gevolg van een toename van de energie efficiëntie of reductiemaatregelen, dan wel 15% hoger is als het historische activiteitsniveau als gevolg van een afname van de energie efficiëntie of reductiemaatregelen.
- f. generiek de benchmarks die volgen uit deze verordeningen met een voor alle benchmarks gelijk jaarlijks verminderingspercentage kunnen worden bijgewerkt;
- g. van de regels in deze verordeningen in elk geval kan worden afgeweken indien dat wenselijk is ter voorkoming van onnodige administratieve lasten, onnodige uitvoeringshandelingen of manipulatie of misbruik van het activiteitsniveau.
##### Artikel 16b.18
Indien een exploitant voor een industriële installatie het verslag over het aantal dispensatierechten niet of niet tijdig heeft ingediend bedraagt het aantal dispensatierechten nihil.
##### Artikel 16b.19
1. De exploitant stelt, voor zover dat noodzakelijk is om het aantal dispensatierechten te berekenen, voor een industriële installatie een industrieel monitoringsmethodiekplan op dat hij indient bij het bestuur van de emissieautoriteit.
2. Het industrieel monitoringsmethodiekplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. De [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «industriële installatie»;
- b. voor «emissieverslag» wordt gelezen «verslag over het industriële activiteitsniveau»;
- c. voor «monitoringsplan» wordt gelezen «industrieel monitoringsmethodiekplan»;
- d. voor «vergunning» wordt gelezen «goedkeuring van een industrieel monitoringsmethodiekplan»;
- e. voor «vergunninghouder» wordt gelezen «de exploitant»;
- f. voor «bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, hoofdstuk 8 van deze wet» wordt gelezen «bij of krachtens dit hoofdstuk, de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of 16a van deze wet».
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de aanvraag om een goedkeuring van een industrieel monitoringsmethodiekplan moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. Deze regels zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met de artikelen 4, tweede lid, onderdeel b, 5, tweede lid, 8, 9 en 10 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.
##### Artikel 16b.20
1. Het industrieel monitoringsmethodiekplan bestaat uit een gedetailleerde, volledige en transparante documentatie over de monitoringmethodiek voor een industriële installatie.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het industrieel monitoringsmethodiekplan. De regels zijn voor zover mogelijk in overeenstemming met het vaststellen van de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten in de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten en de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, met dien verstande dat van de regels in deze Verordeningen kan worden afgeweken indien dat wenselijk is ter voorkoming van onnodige administratieve lasten, onnodige uitvoeringshandelingen of manipulatie of misbruik van het industrieel monitoringsmethodiekplan.
##### Artikel 16b.21
Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een industrieel monitoringsmethodiekplan indien het industrieel monitoringsmethodiekplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) of het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het industrieel monitoringsmethodiekplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16b.22
1. De exploitant wijzigt het industrieel monitoringsmethodiekplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de regels gesteld bij of krachtens [hoofdstuk 16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) daartoe aanleiding geven; of
- b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
2. De exploitant legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het industrieel monitoringsmethodiekplan over.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden van een wijziging of een tijdelijke afwijking van het industrieel monitoringsmethodiekplan aan het bestuur van de emissieautoriteit; en
- b. het goedkeuren van een wijziging van een industrieel monitoringsmethodiekplan.
4. Deze regels zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met artikel 9 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.
##### Artikel 16b.23
1. Het verslag over het industriële activiteitsniveau bevat het industriële activiteitsniveau van de industriële installatie. Het maakt onderdeel uit van het verslag over het aantal dispensatierechten, bedoeld in [artikel 16b.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.17&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
2. Bij ministeriele regeling worden regels gesteld over de inhoud van het verslag over het industriële activiteitsniveau. Deze regels zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten. De regels kunnen betrekking hebben op de verificatie van het verslag over het industriële activiteitsniveau.
##### Artikel 16b.24
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het verslag over het aantal dispensatierechten moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het verslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn gesteld, indien:
- a. degene bij het bestuur van de emissieautoriteit een verslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verwerkt en de verwerking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de storting van een ander aantal dispensatierechten; of
- b. het betrokken verslag anderszins onjuist was en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het aantal dispensatierechten van een industriële installatie op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien het bestuur van de emissieautoriteit heeft verklaard dat het verslag over het aantal dispensatierechten niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit [hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn gesteld.
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
##### Artikel 16b.25
Een dispensatierecht kan uitsluitend in het register dispensatierechten industrie worden gehouden.
##### Artikel 16b.26
1. Een dispensatierecht is vatbaar voor overdracht indien de overdragende exploitant en de ontvangende exploitant ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
2. De overdracht vindt uitsluitend plaats in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de dispensatierechten zijn ontstaan.
3. Een dispensatierecht is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16b.27
1. Overdracht van een of meer dispensatierechten kan niet leiden tot een aantal dispensatierechten dat minder is dan de industriële jaarvracht van dat kalenderjaar.
2. Overdracht van een of meer dispensatierechten is niet toegestaan, indien het aantal dispensatierechten op een rekening minder is dan de industriële jaarvracht van dat kalenderjaar.
##### Artikel 16b.28
1. De voor overdracht van een dispensatierecht vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van het dispensatierecht van de rekening die in het register op naam staat van de exploitant die de dispensatierechten overdraagt; en
- b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de exploitant die de dispensatierechten verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang in het register is geregistreerd.
##### Artikel 16b.29
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de af- en bijschrijvingen van de dispensatierechten in het register dispensatierechten.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de af- en bijschrijving van de dispensatierechten in het register dispensatierechten tot stand is gekomen.
3. Indien het bestuur van de emissieautoriteit ambtshalve het aantal dispensatierechten heeft vastgesteld als bedoeld in [artikel 16b.24, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16b&titeldeel=16b.3&afdeling=16b.3.2&artikel=16b.24&z=2025-12-30&g=2025-12-30), heeft dat geen gevolgen voor de af- en bijschrijving van dispensatierechten die in het register dispensatierechten tot stand zijn gekomen. Deze ambtshalve vaststelling kan leiden tot een aantal dispensatierechten in het register dispensatierechten dat lager is dan de industriële jaarvracht van dat kalenderjaar.
##### Artikel 16b.30
1. In afwijking van [artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=288) kan op een dispensatierecht geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een dispensatierecht kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
3. Een dispensatierecht is niet vatbaar voor beslag.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2021-01-01&g=2021-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2021-01-01&g=2021-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
### Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 3.1
### Voorschrift 4.2
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 5.1
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.4
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 2.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 2.5. EU-milieukeur
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
#### § 5.2.1. Algemene bepalingen
#### § 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
#### § 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
#### Paragraaf 8.2
#### Paragraaf 8.3
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
#### § 9.8.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 11.3.3.1. Algemeen
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
## Titel 12.4. **Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer**
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
## Titel 16b.1. Algemeen
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2021-11-03&g=2021-11-03), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2021-11-03&g=2021-11-03), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2021-11-03&g=2021-11-03), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1a
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.6
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.51
1. Onze Minister wijst een instantie aan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de EG-verordening EU-milieukeur.
2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.
##### Artikel 2.52
1. Onze Minister kan subsidie verstrekken aan de instantie voor de taken die voortvloeien uit de EG-verordening EU-milieukeur.
2. Op deze subsidieverstrekking is [afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.8) van toepassing.
##### Artikel 2.53
De instantie, bedoeld in [artikel 2.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=2.51&z=2025-12-30&g=2025-12-30), voert haar taken uit overeenkomstig het door haar vastgestelde reglement.
##### Artikel 2.54
1. Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepalingen van EG-verordening EU-milieukeur: de artikelen 9, tweede, zesde, negende en dertiende lid, en 10, eerste lid.
2. Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.
### Hoofdstuk 3. Internationale zaken
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.5b. Het regionale milieuprogramma
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
#### § 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.10. Het besluit
### Hoofdstuk 8. Milieubelastende activiteiten, gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
#### Paragraaf 9.2.3. Verpakking en aanduiding
#### § 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
#### § 9.7.5. Register hernieuwbare energie
#### § 9.8.3a. Inboeken brandstof en energie
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
### Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
### Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
## Titel 16c.1. Overgangsperiode
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.5b
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 3, eerste, tweede en derde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau.
##### Artikel 18.5c
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 4 en 5 van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies.
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2022-03-02&g=2022-03-02), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2022-03-02&g=2022-03-02), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2022-03-02&g=2022-03-02), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16a.1
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **elektriciteitsemissieverslag:** verslag betreffende de emissies in een kalenderjaar als gevolg van elektriciteitsopwekking;
- **elektriciteitsmonitoringsplan:** plan betreffende de bepaling en registratie van de emissies als gevolg van elektriciteitsopwekking;
- **elektriciteitsjaarvracht:** het aantal ton kooldioxide-equivalent dat is veroorzaakt als gevolg van het opwekken van elektriciteit in de betreffende broeikasgasinstallatie in het betreffende kalenderjaar, waarbij een gedeelte van een ton rekenkundig wordt afgerond op een hele ton;
- **noodstroomaggregaat:t** echnische eenheid die uitsluitend wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken indien de gebruikelijke primaire elektriciteitsvoorziening uitvalt en niet meer dan 50 uren per jaar in werking is;
- **Restgassen:** afgas als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
- **warmtekrachtkoppeling:** gelijktijdige opwekking in een proces van thermische energie en elektrische of mechanische energie.
2. [Artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16a.2
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op broeikasgasinstallaties als bedoeld in de [artikelen 16.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), waarin door brandstofverbruik of grondstofgebruik elektriciteit wordt opgewekt, met uitzondering van broeikasgasinstallaties waarin uitsluitend elektriciteit wordt opgewekt door middel van een noodstroomaggregaat.
2. [Artikel 16.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16a.3
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie, monitort de emissie van broeikasgas als gevolg van de opwekking van elektriciteit op basis van een elektriciteitsmonitoringsplan, tenzij het tarief, bedoeld in [artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=71f), nihil is.
2. Het elektriciteitsmonitoringsplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. De [artikelen 16.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «vergunning» wordt gelezen «goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan»;
- b. voor «vergunninghouder» wordt gelezen «de exploitant van een broeikasgasinstallatie»;
- c. voor «monitoringsplan» wordt gelezen «elektriciteitsmonitoringsplan»;
- d. voor «emissieverslag» wordt gelezen «elektriciteitsemissieverslag»;
- e. voor «Verordening monitoring en rapportage emissiehandel» wordt gelezen «de regels gesteld bij of krachtens [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30)».
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden van een wijziging of een tijdelijke afwijking van het elektriciteitsmonitoringsplan aan het bestuur van de emissieautoriteit;
- b. het goedkeuren van een wijziging van het elektriciteitsmonitoringsplan.
##### Artikel 16a.4
Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan indien het elektriciteitsmonitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit hoofdstuk of het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het elektriciteitsmonitoringsplan naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 16a.5
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie wijzigt het elektriciteitsmonitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de regels gesteld bij of krachtens [hoofdstuk 16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) daartoe aanleiding geven;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
2. De exploitant van een broeikasgasinstallatie legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het elektriciteitsmonitoringsplan over.
##### Artikel 16a.6
1. De exploitant van een broeikasgasinstallatie dient elk jaar een elektriciteitsemissieverslag in bij de emissieautoriteit gelijktijdig met het emissieverslag, bedoeld in [artikel 16.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), tenzij het tarief, bedoeld in [artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=71f), nihil is.
2. Het elektriciteitsemissieverslag bevat de elektriciteitsjaarvracht.
##### Artikel 16a.7
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het elektriciteitsemissieverslag moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het elektriciteitsemissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het elektriciteitsemissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:
- a. degene bij het bestuur van de emissieautoriteit een elektriciteitsemissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere elektriciteitsjaarvracht;
- b. het betrokken elektriciteitsemissieverslag anderszins onjuist was en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 16a.8
1. Bij de opwekking van elektriciteit zonder een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik en het grondstofverbruik overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.
2. Bij de opwekking van elektriciteit met een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik, de elektriciteitsopwekking en de warmteopwekking overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:
- a. de bepaling en registratie van de elektriciteitsjaarvracht, bedoeld in het eerste en tweede lid;
- b. de bepaling en registratie van de elektriciteitsjaarvracht bij de opwekking van elektriciteit door middel van restgassen.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de elektriciteitsjaarvracht van een inrichting op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien:
- a. het elektriciteitsemissieverslag niet of niet tijdig bij de emissieautoriteit is ingediend;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit ingevolge [artikel 16a.7, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), heeft verklaard dat het elektriciteitsemissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld.
##### Artikel 16a.9
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot broeikasgasinstallaties als bedoeld in [artikel 16a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16a&artikel=16a.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30), regels worden gesteld die nodig zijn in het belang van de goede werking van het monitoren van emissie als gevolg van elektriciteitsopwekking. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verificatie van het elektriciteitsemissieverslag.
## Titel 16b.1. Algemeen
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2022-05-01&g=2022-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2022-05-01&g=2022-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2022-05-01&g=2022-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 3.1
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.1
### Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.3.4
Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.
##### Artikel 9.4.9
1. Het is een marktdeelnemer die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, derde en vierde lid, en 7, eerste lid, van de EU-verordening markttoezicht.
2. Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met artikel 7, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.
3. Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van de EU-verordening markttoezicht.
#### § 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.2.2. Het geluidregister
#### § 11.3.3.3. De binnenwaarde
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.1. Algemeen
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.20
1. De [artikelen 18.20 tot en met 18.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.20&z=2025-12-30&g=2025-12-30) hebben, in verband met de uitvoering van de EU-verordening markttoezicht, betrekking op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de [titels 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3a&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30),
- b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen,
- c. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels,
- d. de EG-verordening EU-milieukeur of
- e. de [titels 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30), voor zover daarbij uitvoering wordt gegeven aan een internationale verplichting.
2. In verband met de uitvoering van het eerste lid, zijn bevoegd om, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, stoffen, mengsels of producten te verkrijgen ten behoeve van het controleren van de kenmerken van deze stoffen, mengsels of producten en de verificatie van de betreffende documenten en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is:
- i. krachtens [artikel 18.6 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.6) juncto [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen toezichthouders,
- ii. Onze Minister voor zover de op grond van [artikel 18.2b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), bedoelde zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving bij hem berust, en
- iii. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover deze de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving ingevolge [artikel 18.2b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2b&z=2025-12-30&g=2025-12-30), tot taak heeft. [Artikel 5.12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) is niet van toepassing.
3. Degene die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op, waarin vermeld wordt:
- a. zijn naam of nummer en hoedanigheid;
- b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;
- c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;
- d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres waar de stof, het mengsel of het product, is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de EU-verordening markttoezicht;
- e. de onjuiste of onvolledige gegevens die zijn verstrekt bij de verkrijging van de stof, het mengsel of het product;
- f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden;
- g. wat de uitkomst is van het onderzoek van de verkregen stof, het verkregen mengsel of het verkregen product.
##### Artikel 18.21
1. In verband met de uitvoering van [artikel 18.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.20&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan Onze ingevolge artikel 18.20, tweede lid, onderdelen ii en iii, bevoegde Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de EU-verordening markttoezicht, gevormd door een stof, mengsel of product, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de EU-verordening markttoezicht of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers, bedoeld in artikel 3, onderdeel 21, van de EU-verordening markttoezicht, wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface.
2. Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de EU-verordening markttoezicht om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
3. Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of het tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.
4. Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.
5. Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. [Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=171) is van overeenkomstige toepassing.
6. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
7. Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend.
##### Artikel 18.22
[Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=5.2) is van overeenkomstige toepassing voor zover de krachtens [artikel 18.6 van de Omgevingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=18.6) juncto [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), aangewezen toezichthouders, bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de EU-verordening markttoezicht, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2023-02-13&g=2023-02-13), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2023-02-13&g=2023-02-13), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2023-02-13&g=2023-02-13), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2023-07-01&g=2023-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2023-07-01&g=2023-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2023-07-01&g=2023-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.2
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 5.1
### Voorschrift 4.4
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2023-02-13&g=2023-02-13), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.5.8
1. Er is een pyro-passregister, waarin controledocumenten zijn opgenomen waarmee het bewijs wordt geleverd dat een persoon gemachtigd is bepaalde pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken in het bijzonder in een grensoverschrijdende context. In het pyro-passregister kunnen hiertoe persoonsgegevens worden verwerkt.
2. Onze Minister draagt zorgt voor de inrichting, instandhouding, werking, toegankelijkheid en beveiliging van het pyro-passregister en voor het beheer van de daarin opgenomen gegevens en bescheiden en treft de nodige voorzieningen voor de elektronische uitwisseling van gegevens en bescheiden. Onze Minister wordt aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens in het pyro-passregister.
3. De gegevens en bescheiden die in het pyro-passregister zijn opgenomen, zijn langs elektronische weg toegankelijk voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen, bedrijven en personen, met dien verstande dat de aangewezen bedrijven en personen slechts toegang hebben voor zover dat noodzakelijk is om te verifiëren of het controledocument in het pyro-passregister geldig is.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens en bescheiden aangewezen die in het pyro-passregister worden opgenomen en worden regels gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van het systeem en de periode gedurende welke de gegevens en bescheiden worden bewaard. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het systeem en het beheer van de gegevens en bescheiden die daarin zijn opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld.
5. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor de aanvraag om opgenomen te worden in het pyro-passregister een vergoeding verschuldigd is. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald.
6. Alvorens pyrotechnische artikelen te verstrekken die uitsluitend op de markt mogen worden aangeboden aan personen met gespecialiseerde kennis, stellen marktdeelnemers voor personen die in België, Nederland of Luxemburg als persoon met gespecialiseerde kennis zijn aangewezen aan de hand van de pyro-pass, raadpleging van het pyro-passregister en een document als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006297&artikel=1) vast of deze gemachtigd zijn betreffende pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.
#### § 9.7.1. Algemeen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
## Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
#### Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
### Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
### Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
## Titel 16b.3. De dispensatierechten
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
### Voorschrift 4.4
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16c.1
Een importeur als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, of in de situaties die onder artikel 32 van die verordening vallen, een overeenkomstig artikel 18 van de Verordening (EU) nr. 952/2013 aangewezen indirecte douanevertegenwoordiger, voldoet tijdig en volledig aan de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van die verordening.
##### Artikel 16c.2
Het bestuur van de emissieautoriteit wisselt alle informatie uit als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 16c.1. Overgangsperiode
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2024-01-01&g=2024-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in [artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=1) gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
### Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
### Voorschrift 4.6
### Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 1.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
##### Artikel 16.39sb
1. De in deze wet overeenkomstig de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde vereisten aangaande het inleveren van monitoringsplannen en het monitoren en rapporteren van emissies zijn vervuld:
- a. voor ieder kalenderjaar in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026 met betrekking tot vluchten tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven in een land buiten de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is en waarmee overeenkomstig artikel 25 of 25 bis van de genoemde richtlijn een overeenkomst gesloten is met uitzondering van vluchten tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven in het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland;
- b. voor ieder kalenderjaar in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2023 met betrekking tot vluchten tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven in een ultraperifeer gebied van een andere lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 28 ter van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten gepleegde evaluatie in acht genomen.
3. Vliegtuigexploitanten zijn vrijgesteld van het inleveren van door de ICAO-raad aanvaarde eenheden voor vluchten tussen Nederland en de minst ontwikkelde landen en kleine eilandstaten in ontwikkeling zoals gedefinieerd door de Verenigde Naties met uitzondering van landen met een bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking dat gelijk is aan of groter is dan het gemiddelde van de Europese Unie.
4. Voor de periode tot en met 31 december 2026 zijn vliegtuigexploitanten vrijgesteld van het inleveren van door de ICAO-raad aanvaarde eenheden voor vluchten:
- a. tussen Nederland en landen en kleine eilandstaten in ontwikkeling die zijn opgenomen in de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 25 bis, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde uitvoeringshandeling;
- b. tussen Nederland en landen buiten de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is en die niet zijn opgenomen in de in onderdeel a genoemde uitvoeringshandeling met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.
5. Bij de toepassing van [afdeling 16.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van deze wet en de bepalingen aangaande het monitoren en rapporteren van emissies en het inleveren en annuleren van door de ICAO-raad aanvaarde eenheden worden de emissies van vluchten anders dan de vluchten vermeld in het eerste lid, onderdelen a en b, beschouwd als geverifieerde emissies van de vliegtuigexploitant.
6. Voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2026 wordt het totale aantal emissierechten dat geveild wordt verminderd met de toegewezen emissierechten voor vluchten vermeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
##### Artikel 16.39sc
Bij ministeriële regeling worden overeenkomstig artikel 11 bis, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten regels gesteld met betrekking tot het gebruik van de door de ICAO-raad aanvaarde eenheden.
##### Artikel 16.39sd
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt de CORSIA-nalevingsperiodes vast.
2. Met toepassing van de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 12, achtste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde methode berekent het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. jaarlijks de voorlopige compensatievereisten; en
- b. de definitieve compensatievereisten aan het einde van de in het eerste lid genoemde nalevingsperiodes.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt uiterlijk op 30 november:
- a. van elk kalenderjaar melding van de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde voorlopige compensatievereisten aan vliegtuigexploitanten die aan de in artikel 12, zesde lid, onderdelen a en b, van de genoemde richtlijn vermelde voorwaarden voldoen;
- b. van het jaar volgend op het laatste jaar van de in het eerste lid genoemde nalevingsperiodes melding van de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde definitieve compensatievereisten aan vliegtuigexploitanten die aan de in artikel 12, zesde lid, onderdelen a en b, van de genoemde richtlijn vermelde voorwaarden voldoen.
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2a.1. Algemeen
##### Artikel 16.39x
1. Deze afdeling is van toepassing op gereglementeerde entiteiten.
2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder «brandstof» verstaan: elk energieproduct, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van [Richtlijn 2003/96](32003L0096) van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L283), met inbegrip van de brandstoffen die zijn vermeld in tabel A en tabel C van bijlage I bij die richtlijn, alsmede elk ander product dat voor gebruik bedoeld is, als motor-of verwarmingsbrandstof te koop wordt aangeboden of wordt gebruikt als bedoeld in artikel 2, derde lid, van die richtlijn, ook voor de productie van elektriciteit.
##### Artikel 16.39y
De rijksbelastingdienst en de netbeheerder voor gas als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Gaswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011440&artikel=1) verstrekken op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze afdeling noodzakelijk zijn.
#### Paragraaf 16.2.2a.2. Vergunning
##### Artikel 16.39z
Het is vanaf 1 januari 2025 verboden om zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten uit te oefenen.
##### Artikel 16.39aa
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot inhoud van de vergunning, de wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden, de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.
2. Op de vergunningverlening zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens voor «broeikasgasinstallatie» en «exploitant van de broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «gereglementeerde entiteit».
##### Artikel 16.39ab
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de vergunning wijzigen of aanvullen, de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten.
2. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden.
3. De verplichting tot het indienen van een emissieverslag blijft voor wat betreft het kalenderjaar waarin de beschikking tot intrekking van de vergunning van kracht is geworden, na intrekking van de vergunning op de laatste houder daarvan rusten, totdat aan die verplichting is voldaan, tenzij in het gehele jaar van intrekking de gereglementeerde entiteit geen activiteiten verricht.
4. Met betrekking tot de beslissing op grond van het eerste lid zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en [16.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.11&z=2025-12-30&g=2025-12-30) en met betrekking tot de beslissing op grond van het tweede lid de [artikelen 16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2025-12-30&g=2025-12-30), 16.7, [16.9 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» en «exploitant van de broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «gereglementeerde entiteit»;
- b. voor «[artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30)» wordt gelezen «[artikel 16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2025-12-30&g=2025-12-30)».
##### Artikel 16.39ac
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de vergunning intrekken indien deze afdeling niet meer van toepassing is op de gereglementeerde entiteit.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake is [artikel 16.39ab, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39ab&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39ad
1. De vergunninghouder meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit een verandering van naam of adres van de gereglementeerde entiteit.
2. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden door de gereglementeerde entiteit aan het bestuur van de emissieautoriteit van alle geplande wijzigingen in de aard van haar activiteiten of in de brandstoffen die zij tot verbruik uitslaat, waarvoor een aanpassing van de broeikasgasemissievergunning nodig zou zijn;
- b. het melden door de gereglementeerde entiteit aan het bestuur van de emissieautoriteit van andere handelingen of omstandigheden;
- c. het goedkeuren van veranderingen van het monitoringsplan.
#### Paragraaf 16.2.2a.3. Monitoring van emissies
##### Artikel 16.39ae
1. De gereglementeerde entiteit monitort vanaf 2025 de emissies die overeenstemmen met de hoeveelheden brandstof die tot verbruik zijn uitgeslagen en brengt hierover vanaf 2026 een emissieverslag uit.
2. De gereglementeerde entiteit die op 1 januari 2025 over een vergunning beschikt rapporteert haar historische emissies voor het jaar 2024 uiterlijk op 30 april 2025.
3. Op de monitoring, rapportage en verificatie van emissies zijn de [artikelen 16.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.1&artikel=16.4a&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.13&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.14&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.15&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.16&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.17&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [16.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.18&z=2025-12-30&g=2025-12-30) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat telkens:
- a. voor «broeikasgasinstallatie» en «exploitant van de broeikasgasinstallatie» wordt gelezen «gereglementeerde entiteit»;
- b. voor «[artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30)» wordt gelezen «[artikel 16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2025-12-30&g=2025-12-30)»;
- c. voor «[artikel 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30)» wordt gelezen «[artikel 16.39aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39aa&z=2025-12-30&g=2025-12-30)».
##### Artikel 16.39af
1. De gereglementeerde entiteit brengt vanaf 1 januari 2028 tot en met 2030 jaarlijks voor 1 mei verslag uit over het gemiddelde aandeel van de kosten in verband met de inlevering van emissierechten die zij het voorgaande jaar aan eindverbruikers heeft doorberekend.
2. Indien artikel 30 duodecies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten van toepassing is brengt de gereglementeerde entiteit het in het eerste lid bedoelde verslag vanaf 1 januari 2029 uit.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verslag moet worden ingediend en de gegevens die door de gereglementeerde entiteit moeten worden verstrekt.
##### Artikel 16.39ag
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten behoeve van het betrouwbaar en nauwkeurig identificeren en documenteren van de precieze volumes van de tot verbruik uitgeslagen brandstoffen, mede ter voorkoming van dubbeltelling van emissies.
#### Paragraaf 16.2.2a.4. Het veilen, verlenen en inleveren van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.39ah
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 30 quinquies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten geveild.
2. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.3&sub-paragraaf=16.2.1.3.1&artikel=16.23&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39ai
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan de gereglementeerde entiteit.
2. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien aan de betreffende gereglementeerde entiteit een vergunning als bedoeld in [artikel 16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is verleend.
3. [Artikel 16.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.4&artikel=16.36&z=2025-12-30&g=2025-12-30) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.39aj
1. Met ingang van 1 januari 2028 levert de gereglementeerde entiteit voor 1 juni een hoeveelheid emissierechten in dat gelijk is aan de totale emissies van de gereglementeerde entiteit, die overeenstemmen met de hoeveelheid brandstoffen die zij in het voorgaande kalenderjaar tot verbruik heeft uitgeslagen, voor zover het de gereglementeerde activiteit betreft die bij algemene maatregel van bestuur is aanwezen.
2. Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten in het EU-register voor de handel in emissierechten zijn opgenomen.
3. Indien artikel 30 duodecies van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten van toepassing is, levert de gereglementeerde entiteit, in afwijking van het eerste lid, emissierechten in met ingang van 1 januari 2029.
4. Indien de gereglementeerde entiteit met betrekking tot een kalenderjaar minder emissierechten heeft ingeleverd dan noodzakelijk op grond van het eerste lid, wordt het aantal emissierechten dat hij in het daaropvolgende kalenderjaar dient in te leveren van rechtswege verhoogd met het aantal emissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
##### Artikel 16.39ak
[Artikel 16.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.21&z=2025-12-30&g=2025-12-30), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «broeikasgasinstallaties» wordt gelezen «gereglementeerde entiteiten» en voor «[artikel 16.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1¶graaf=16.2.1.2&artikel=16.5&z=2025-12-30&g=2025-12-30)» wordt gelezen «[16.39z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2A¶graaf=16.2.2a.2&artikel=16.39z&z=2025-12-30&g=2025-12-30)».
### Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
## Titel 16b.1. Algemeen
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 16c. Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
## Titel 16c.1. Overgangsperiode
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.5d
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, 5, 6, eerste tot en met derde lid en vijfde tot en met zevende lid, 7, eerste tot en met vierde lid, 8, 9, 10, 11, eerste, tweede en derde lid, 11 bis, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, 13, 14, 15, eerste, tweede, derde en zesde lid, 16, eerste en tweede lid en 17, eerste, tweede en vierde lid, van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2025-01-01&g=2025-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 4.7
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 5.1
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 8.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 8.3
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### § 9. Richtwaarde voor arseen
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2025-01-01&g=2025-01-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-01-01&g=2025-01-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.8.3a.1
1. Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar in het register inboeken de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem in Nederland aan de bestemmingen, bedoeld in [artikel 9.8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.2&artikel=9.8.2.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), geleverde:
- a. vloeibare biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. gasvormige biobrandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- c. vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- d. gasvormige hernieuwbare brandstof die voldoet aan [artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.7¶graaf=9.7.4&artikel=9.7.4.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- e. elektriciteit;
- f. vloeibare en gasvormige brandstof op basis van hergebruikte koolstof.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inboeken van elektriciteit en vloeibare en gasvormige brandstof op basis van hergebruikte koolstof.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker.
##### Artikel 9.8.3a.2
1. Bij ministeriële regeling:
- a. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan [artikel 9.8.3a.1, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30);
- b. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
##### Artikel 9.8.3a.3
1. Ter grootte van de broeikasgasreductie van de in [artikel 9.8.3a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), ingeboekte leveringen, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor één kilogram broeikasgasreductie één broeikasgasreductie-eenheid bij op de rekening van de inboeker.
2. De broeikasgasreductie, bedoeld in het eerste lid, wordt naar beneden afgerond op één kilogram kooldioxide-equivalent.
3. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte levering een hoeveelheid broeikasgasreductie-eenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt is geleverd.
4. In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit besluiten om voor de vaststelling van de broeikasgasreductie de minimumwaarden, bedoeld in artikel 29, tiende lid, van richtlijn hernieuwbare energie, te hanteren.
##### Artikel 9.8.3a.4
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen momenten een overzicht van het aantal beschikbare broeikasgasreductie-eenheden openbaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken.
##### Artikel 9.8.3a.5
Voor de brandstof en energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de broeikasgasreductie-eenheden bij op de rekening van de inboeker.
##### Artikel 9.8.3a.6
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van broeikasgasreductie-eenheden opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het opschorten of weigeren.
##### Artikel 9.8.3a.7
1. De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar, volgend op het kalenderjaar waarin hij de brandstof en energie heeft geleverd, aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de [artikelen 9.8.3a.1 tot en met 9.8.3a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30) gestelde eisen.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen.
3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
##### Artikel 9.8.3a.8
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid brandstof en energie of de verificatie, bedoeld in [artikel 9.8.3a.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.3a&artikel=9.8.3a.7&z=2025-12-30&g=2025-12-30), kan het bestuur die hoeveelheid en de kenmerken van die hoeveelheid, tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel broeikasgasreductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid brandstof en energie, wordt het aantal broeikasgasreductie-eenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig broeikasgasreductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid brandstof en energie, wordt het aantal per soort broeikasgasreductie-eenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met [artikel 9.8.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.8¶graaf=9.8.4&artikel=9.8.4.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
5. Indien het aantal broeikasgasreductie-eenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul wordt het tekort door de inboeker aangevuld binnen drie kalendermaanden.
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Geluid
#### § 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
#### § 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
#### Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
#### Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden
#### Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
#### Paragraaf 16.2.2a.1. Algemeen
#### Paragraaf 16.2.2a.2. Vergunning
#### Paragraaf 16.2.2a.3. Monitoring van emissies
#### Paragraaf 16.2.2a.4. Het veilen, verlenen en inleveren van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
## Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
### Afdeling 16b.2.1. Industrieel emissieverslag
### Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
### Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
### Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
### Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
### Hoofdstuk 16c. Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende winningsafvalvoorzieningen
## Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
##### Artikel 20.2
Vervallen
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2025-09-17&g=2025-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2025-09-17&g=2025-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2025-09-17&g=2025-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.2&artikel=4.6&z=2025-12-30&g=2025-12-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.4&artikel=4.12&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4¶graaf=4.6&artikel=4.19&z=2025-12-30&g=2025-12-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Drinkwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026338)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029672)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](onbekend)
[Waterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025458)
[Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779)
[Wet natuurbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037552)
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
### Voorschrift 4.7
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 8.2
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-09-17&g=2025-01-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2025-09-17&g=2025-01-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2025-12-30&g=2025-12-30), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-09-17&g=2025-01-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 18.6c
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikelen 4, 5, 6, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid,15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21 van de [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805).
2. In het geval van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een scheepvaartmaatschappij als bedoeld in [artikel 16.1, eerste lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30).
3. In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, 5, derde lid, en 6, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 9, 10, derde, vierde en vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 20, eerste, tweede en derde lid en 21, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805), kan het bestuur van de emissieautoriteit aan de scheepvaartmaatschappij als bedoeld in [artikel 16.1, eerste lid, van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2025-12-30&g=2025-12-30), een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
4. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt:
- a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid, artikel 5, derde lid of artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805), of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de berekening van het nalevingstekort voor de broeikasgasintensiteit van het schip of van de berekening van het nalevingstekort van het schip voor het deelstreefcijfer voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong conform de in deel B van bijlage IV van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) vervatte formule. Indien een schip een nalevingstekort heeft voor twee of meer opeenvolgende verslagperioden, wordt voor de berekening van de bestuurlijke boete tevens de vermenigvuldiging van artikel 23, tweede lid, laatste volzin van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805) toegepast.
- b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 6, eerste en tweede lid, of indien dat meer is, ten hoogste het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van 1,5 EUR met de vastgestelde totale stroombehoefte van het schip op zijn ligplaats en met het totale aantal uren, naar boven afgerond tot het dichtstbijzijnde hele uur, dat in strijd met de voorschriften van artikel 6 door het schip op de ligplaats is doorgebracht.
5. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 7, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 9, artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, artikel 13, vierde lid, artikel 15 of artikel 21, van [Verordening (EU) 2023/1805](32023R1805).
##### Artikel 18.6d
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5, 8, 9, eerste en tweede lid, en 10 van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405).
2. In het geval van overtreding de in het eerste lid genoemde artikelen van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een luchtvaartuigexploitant of luchtvaartbrandstofleverancier.
3. In het geval van overtreding van de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, 8, 9, eerste en tweede lid, en 10 van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), kan het bestuur van de emissieautoriteit een bestuurlijke boete opleggen, voor zover dit ziet op een overtreding door een luchtvaartuigexploitant of luchtvaartbrandstofleverancier. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
4. Indien een luchtvaartbrandstofleverancier misleidende of onjuiste informatie heeft verstrekt over de kenmerken of oorsprong van de duurzame luchtvaartbrandstof, in de zin van artikel 12, zesde lid, van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), kan het bestuur van de emissieautoriteit een bestuurlijke boete opleggen. Een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete kunnen tezamen worden opgelegd.
5. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid bedraagt:
- a. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 4, eerste lid van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse prijs per ton van conventionele luchtvaartbrandstof en duurzame luchtvaartbrandstoffen of synthetische brandstof met de hoeveelheid luchtvaartbrandstoffen die niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 4, eerste lid, en bijlage I van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405) met betrekking tot de minimumpercentages.
- b. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikel 5, eerste lid, van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405), of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van de gemiddelde jaarlijkse prijs van luchtvaartbrandstof per ton met de totale jaarlijkse niet-getankte hoeveelheid brandstof.
- c. ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), in het geval van overtreding van artikelen 8, 9 en 10 van [Verordening (EU) 2023/2405](32023R2405).
6. Een bestuurlijke boete als bedoeld in het vierde lid bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in [artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=23), of, of indien dat meer is, ten hoogste het dubbele van het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging van het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse prijs per ton van conventionele luchtvaartbrandstof en duurzame luchtvaartbrandstof met de hoeveelheid luchtvaartbrandstof waarover de misleidende of onjuiste informatie is verstrekt.
### Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
#### § 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die met ingang van 1 januari 2013 voor zover mogelijk moet worden bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2¶graaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2025-12-30&g=2025-12-30), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2025-12-30
Wet milieubeheer — arts. 10, 5
2025-09-17
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2025-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 60 más
2024-10-02
Wet milieubeheer — arts. 8, 5
2024-03-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 57 más
2024-01-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2023-12-06
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 58 más
2023-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2023-04-19
Wet milieubeheer — arts. 9, 1, 1 y 56 más
2023-02-13
Wet milieubeheer — arts. 3, 3, 5, 5
2023-01-01
Wet milieubeheer — arts. 9, 1, 1 y 56 más
2022-05-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 4, 4
2022-04-05
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2022-03-02
Wet milieubeheer — arts. 1, 1
2022-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 53 más
2021-11-03
Wet milieubeheer — art. 1
2021-08-02
Wet milieubeheer — arts. 1, 1
2021-07-01
Wet milieubeheer — art. 1
2021-06-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 53 más
2021-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 52 más
2020-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 55 más
2019-11-14
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2019-07-01
Wet milieubeheer — art. 1
2019-01-01
Wet milieubeheer — art. 1
2018-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 14 más
2018-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 73 más
2017-08-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 58 más
2017-05-16
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2017-05-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2017-01-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-12-31
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-04-14
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-06-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 59 más
2014-11-01
Wet milieubeheer — arts. 3, 400
2014-10-15
Wet milieubeheer — arts. 3, 400
2014-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 2, 2 y 56 más
2014-01-25
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2014-01-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-12-12
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-07-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-05-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2013-04-25
Wet milieubeheer — art. 3
2013-04-12
Wet milieubeheer — art. 3
2013-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 55 más
2012-10-01
Wet milieubeheer — art. 1
2012-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2012-03-30
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2012-03-23
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2012-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2011-12-31
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2011-10-26
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2011-09-01
Wet milieubeheer — arts. 12, 1
2011-07-27
Wet milieubeheer — arts. 12, 1
2011-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2011-04-09
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 48 más
2011-03-05
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 93 más
2011-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-12-01
Wet milieubeheer — art. 7
2010-11-20
Wet milieubeheer — art. 7
2010-10-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2010-09-01
Wet milieubeheer — art. 9
2010-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 54 más
2010-06-23
Wet milieubeheer — arts. 9, 6
2010-03-31
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-02-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 56 más
2009-12-28
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2009-12-23
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2009-12-22
Wet milieubeheer — arts. 2, 10
2009-11-04
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2009-09-10
Wet milieubeheer — arts. 2, 2
2009-08-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 47 más
2009-07-15
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 3 más
2009-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 51 más
2009-04-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2009-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 9 más
2008-11-26
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-08-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-06-13
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 50 más
2008-06-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 46 más
2008-05-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 42 más
2008-04-01
Wet milieubeheer — arts. 3, 3, 10, 10
2008-03-15
Wet milieubeheer — arts. 4, 4, 10 y 46 más
2008-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2007-11-15
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2007-10-24
Wet milieubeheer
2007-10-17
Wet milieubeheer
2007-09-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 5, 5
2007-07-12
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2007-06-01
Wet milieubeheer
2007-03-30
Wet milieubeheer
2007-03-16
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2007-01-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2006-12-13
Wet milieubeheer
2006-10-01
Wet milieubeheer
original version
Tekst op deze datum