Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne

100 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2025-12-30
Wet milieubeheer — arts. 10, 5
2025-09-17
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2025-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 60 más
2024-10-02
Wet milieubeheer — arts. 8, 5
2024-03-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 57 más
2024-01-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2023-12-06
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 58 más
2023-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2023-04-19
Wet milieubeheer — arts. 9, 1, 1 y 56 más
2023-02-13
Wet milieubeheer — arts. 3, 3, 5, 5
2023-01-01
Wet milieubeheer — arts. 9, 1, 1 y 56 más
2022-05-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 4, 4
2022-04-05
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2022-03-02
Wet milieubeheer — arts. 1, 1
2022-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 53 más
2021-11-03
Wet milieubeheer — art. 1
2021-08-02
Wet milieubeheer — arts. 1, 1
2021-07-01
Wet milieubeheer — art. 1
2021-06-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 53 más
2021-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 52 más
2020-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 55 más
2019-11-14
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2019-07-01
Wet milieubeheer — art. 1
2019-01-01
Wet milieubeheer — art. 1
2018-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 14 más
2018-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 73 más
2017-08-30
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 58 más
2017-05-16
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2017-05-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2017-01-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-12-31
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2016-04-14
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-07-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-06-01
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2015-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 59 más
2014-11-01
Wet milieubeheer — arts. 3, 400
2014-10-15
Wet milieubeheer — arts. 3, 400
2014-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 2, 2 y 56 más
2014-01-25
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2014-01-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-12-12
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-07-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 30
2013-05-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2013-04-25
Wet milieubeheer — art. 3
2013-04-12
Wet milieubeheer — art. 3
2013-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 2 y 55 más
2012-10-01
Wet milieubeheer — art. 1
2012-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2012-03-30
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2012-03-23
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2012-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 59 más
2011-12-31
Wet milieubeheer — arts. 13, 5
2011-10-26
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2011-09-01
Wet milieubeheer — arts. 12, 1
2011-07-27
Wet milieubeheer — arts. 12, 1
2011-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2011-04-09
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 48 más
2011-03-05
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 93 más
2011-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-12-01
Wet milieubeheer — art. 7
2010-11-20
Wet milieubeheer — art. 7
2010-10-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2010-09-01
Wet milieubeheer — art. 9
2010-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 54 más
2010-06-23
Wet milieubeheer — arts. 9, 6
2010-03-31
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-02-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 55 más
2010-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 56 más
2009-12-28
Wet milieubeheer — arts. 4, 2
2009-12-23
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 56 más
2009-12-22
Wet milieubeheer — arts. 2, 10
2009-11-04
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 57 más
2009-09-10
Wet milieubeheer — arts. 2, 2
2009-08-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 47 más
2009-07-15
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 500 y 3 más
2009-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 51 más
2009-04-24
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2009-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 9 más
2008-11-26
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-08-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-07-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2008-06-13
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 50 más
2008-06-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 46 más

Wijzigingen op 2008-06-01

@@ -14,11 +14,11 @@
adviseurs: bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift in de gelegenheid moeten worden gesteld advies uit te brengen met betrekking tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
afvalbeheersplan: het afvalbeheersplan, bedoeld in [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
afvalbeheersplan: het afvalbeheersplan, bedoeld in [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 10.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
afvalvoorziening: inrichting waar uitsluitend winningsafvalstoffen worden gestort of verzameld, dan wel het gedeelte van een inrichting waar winningsafvalstoffen worden gestort of verzameld;
@@ -34,7 +34,7 @@
beste beschikbare technieken: voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die – kosten en baten in aanmerking genomen – economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld;
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde beschikkingen.
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in [artikel 13.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde beschikkingen.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
@@ -44,13 +44,13 @@
broeikasgas: gas, genoemd in bijlage II bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken;
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
Commissie voor de milieu-effectrapportage: de Commissie voor de milieu-effectrapportage, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=2.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken;
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
Commissie voor de milieu-effectrapportage: de Commissie voor de milieu-effectrapportage, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&artikel=2.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling: [richtlijn nr. 85/337/EEG](31985L0337) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG L 175), zoals gewijzigd bij [richtlijn nr. 97/11/EG](31997L0011) van de Raad van de Europese gemeenschappen van 3 maart 1997 (PbEG L 73) tot wijziging van [richtlijn 85/337/EEG](31985L0337) betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;
@@ -70,7 +70,7 @@
emissie: stoffen, trillingen, warmte, die of geluid dat direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of de bodem worden, onderscheidenlijk wordt gebracht;
de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
emissiegrenswaarde: massa gerelateerd aan bepaalde parameters, dan wel concentratie of niveau van een emissie uit een of meer bronnen, die gedurende een bepaalde periode niet mag worden overschreden;
@@ -78,7 +78,7 @@
gecertificeerde emissiereductie: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 12 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (CER);
gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
gevaarlijke afvalstoffen: bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
@@ -96,9 +96,9 @@
de kaderrichtlijn water: [richtlijn nr. 2000/60/EG](32000L0060) van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327), zoals deze is gewijzigd bij beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van [richtlijn 2000/60/EG](32000L0060) (PbEG L 331) en met inbegrip van wijzigingen uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, doch voor het overige naar de tekst zoals deze bij de richtlijn is vastgesteld.
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
NOx-emissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één kilogram stikstofoxiden in de lucht te veroorzaken;
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
NOx-emissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één kilogram stikstofoxiden in de lucht te veroorzaken;
nuttige toepassing: de als zodanig in artikel 1 van de richtlijn nr. 2006/12/EG van 5 april 2006 van het Europees parlement en de Raad betreffende afvalstoffen, aangeduide activiteit;
@@ -114,11 +114,11 @@
Protocol van Kyoto: op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110);
provinciaal milieubeleidsplan: het provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
provinciale milieucommissie: de provinciale milieucommissie, bedoeld in [artikel 2.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
provinciaal milieubeleidsplan: het provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in [artikel 4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
provinciale milieucommissie: de provinciale milieucommissie, bedoeld in [artikel 2.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering: op 9 mei 1992 te New York totstandgekomen Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1992, 189);
@@ -216,11 +216,11 @@
6. De verordening kan slechts, voor zover dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving bijzonder aangewezen is, regels bevatten die rechtstreeks betrekking hebben op bij die regels aangewezen categorieën van inrichtingen, voor zover:
- a. ten aanzien van die inrichtingen de in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verboden niet gelden, en die regels noodzakelijk zijn ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden, of
- a. ten aanzien van die inrichtingen de in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verboden niet gelden, en die regels noodzakelijk zijn ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden, of
- b. het regels betreft, inhoudende een verbod tot het oprichten of in werking hebben van dergelijke inrichtingen in gebieden als bedoeld onder a, dan wel tot het op een bij die verordening aan te geven wijze veranderen van dergelijke inrichtingen in die gebieden, of het veranderen van de werking daarvan.
7. Bij de verordening kan, voor zover het gevallen betreft als bedoeld in het zesde lid, worden bepaald dat het orgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot de daarbij aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de verordening gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt bij de verordening aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de verordening kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
7. Bij de verordening kan, voor zover het gevallen betreft als bedoeld in het zesde lid, worden bepaald dat het orgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) te verlenen, bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot de daarbij aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de verordening gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt bij de verordening aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de verordening kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
8. Bij de vaststelling van de verordening houden provinciale staten rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan.
@@ -232,7 +232,7 @@
1. Bij de provinciale milieuverordening kan worden bepaald dat daarbij aangewezen bestuursorganen in daarbij aangegeven categorieën van gevallen ontheffing kunnen verlenen van bij die verordening aangewezen regels, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt niet met betrekking tot inrichtingen waarvoor een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is vereist.
2. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt niet met betrekking tot inrichtingen waarvoor een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is vereist.
3. Het betrokken orgaan houdt bij de beslissing op de aanvraag om een ontheffing in ieder geval rekening met het voor hem geldende milieubeleidsplan.
@@ -256,13 +256,13 @@
##### Artikel 2.2
1. De emissieautoriteit heeft de in de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgedragen taken.
1. De emissieautoriteit heeft de in de [hoofdstukken 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgedragen taken.
2. De emissieautoriteit heeft voorts tot taak:
- a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden in de lucht tot doel heeft;
- b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden, waarop [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) onderscheidenlijk [titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van toepassing is;
- b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden, waarop [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) onderscheidenlijk [titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van toepassing is;
- c. het verzamelen van andere gegevens die met het oog op de uitoefening van haar taken van belang zijn;
@@ -340,9 +340,9 @@
2. De commissie heeft tot taak:
- a. Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overeenkomstig [artikel 7.5, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van advies te dienen met betrekking tot verzoeken om ontheffing van de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport;
- b. het bevoegd gezag overeenkomstig de [artikelen 7.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van advies te dienen met betrekking tot milieu-effectrapporten.
- a. Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overeenkomstig [artikel 7.5, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van advies te dienen met betrekking tot verzoeken om ontheffing van de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport;
- b. het bevoegd gezag overeenkomstig de [artikelen 7.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van advies te dienen met betrekking tot milieu-effectrapporten.
##### Artikel 2.18
@@ -350,7 +350,7 @@
##### Artikel 2.19
1. De commissie bestaat uit deskundigen op het gebied van de beschrijving, de bescherming en de verontreiniging en aantasting van het milieu en op het gebied van de overeenkomstig de [artikelen 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangewezen activiteiten.
1. De commissie bestaat uit deskundigen op het gebied van de beschrijving, de bescherming en de verontreiniging en aantasting van het milieu en op het gebied van de overeenkomstig de [artikelen 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangewezen activiteiten.
2. De voorzitter, een of meer plaatsvervangende voorzitters en de overige leden van de commissie worden door Ons, op gezamenlijke voordracht van Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, benoemd en ontslagen. De voordracht tot benoeming van de voorzitter geschiedt in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad.
@@ -366,7 +366,7 @@
1. Zodra de commissie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen met betrekking tot een verzoek om ontheffing of een milieu-effectrapport, stelt de voorzitter, na overleg met de plaatsvervangende voorzitters, uit de leden van de commissie een werkgroep samen, die aan het bevoegd gezag advies uitbrengt. De voorzitter of de door hem aangewezen plaatsvervangende voorzitter van de commissie is voorzitter van de werkgroep.
2. Als lid van een werkgroep worden slechts leden van de commissie aangewezen, die niet rechtstreeks betrokken zijn of zijn geweest bij de activiteit of bij de alternatieven daarvoor, als bedoeld in [artikel 7.10, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of bij een besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt.
2. Als lid van een werkgroep worden slechts leden van de commissie aangewezen, die niet rechtstreeks betrokken zijn of zijn geweest bij de activiteit of bij de alternatieven daarvoor, als bedoeld in [artikel 7.10, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of bij een besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt.
3. Indien een lid van een werkgroep niet meer voldoet aan het in het tweede lid gestelde vereiste, ontheft de voorzitter van de werkgroep hem, na overleg met de voorzitter van de commissie, van zijn lidmaatschap van de werkgroep.
@@ -404,7 +404,7 @@
- a. Onze Minister te adviseren over kennisgevingen en aanvragen om vergunning met betrekking tot het vervaardigen van of handelen met genetisch gemodificeerde organismen en over veiligheidsmaatregelen die in het kader daarvan moeten worden getroffen ter bescherming van mens en milieu;
- b. het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het verlenen van vergunningen krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), te adviseren over aanvragen om vergunning met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen voor zover die aanvragen betrekking hebben op het vervaardigen van of handelen met genetisch gemodificeerde organismen;
- b. het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het verlenen van vergunningen krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), te adviseren over aanvragen om vergunning met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen voor zover die aanvragen betrekking hebben op het vervaardigen van of handelen met genetisch gemodificeerde organismen;
- c. het bestuursorgaan dat belast is met het toezicht op het vervaardigen van of handelen met genetisch gemodificeerde organismen, te adviseren met betrekking tot dat toezicht.
@@ -470,7 +470,7 @@
##### Artikel 2.36
1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie stelt bij haar in [artikel 2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde besluit regels betreffende de openbaarheid van de vergaderingen van de subcommissies.
1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie stelt bij haar in [artikel 2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde besluit regels betreffende de openbaarheid van de vergaderingen van de subcommissies.
2. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), van die wet genoemde belangen.
@@ -482,7 +482,7 @@
##### Artikel 2.38
De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister en van de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.27, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.27&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken ter beschikking van Onze Minister en van de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.27, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.27&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 2.39
@@ -522,7 +522,7 @@
##### Artikel 4.2
1. Het RIVM brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen. Het rapport wordt uitgebracht ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voordat Onze Ministers het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan vaststellen. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen in gevallen waarin de geldingsduur van een nationaal milieubeleidsplan met toepassing van [artikel 4.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt verlengd, kan worden afgeweken van de in de eerste volzin gestelde termijn van vier jaar.
1. Het RIVM brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen. Het rapport wordt uitgebracht ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voordat Onze Ministers het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan vaststellen. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen in gevallen waarin de geldingsduur van een nationaal milieubeleidsplan met toepassing van [artikel 4.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt verlengd, kan worden afgeweken van de in de eerste volzin gestelde termijn van vier jaar.
2. Het RIVM brengt jaarlijks aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven, die het resultaat is van de uitvoering van de beleidsmaatregelen die van invloed zijn op die kwaliteit en die in het jaar waarop het rapport betrekking heeft, van kracht waren. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven in hoeverre die maatregelen hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van de resultaten, waarvan in het geldende nationale milieubeleidsplan is aangegeven dat zij voor het betrokken jaar zijn beoogd. Tevens wordt aangegeven hoe de beschreven ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu zich verhoudt tot de ontwikkeling daarvan die is beschreven in de overeenkomstige eerder uitgebrachte rapporten. Indien zich onvoorzien een omstandigheid voordoet die belangrijke gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu op langere termijn, en Onze Minister daarom verzoekt, neemt het RIVM in een rapport tevens een beschrijving op van die ontwikkeling die daarvan het resultaat kan zijn.
@@ -532,11 +532,11 @@
##### Artikel 4.2a
1. Onze Minister kan aanwijzingen geven omtrent veronderstelde ontwikkelingen die in ieder geval als grondslag voor beschrijvingen als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moeten worden aangenomen. Hij kan tevens aanwijzingen geven omtrent onderwerpen die in ieder geval in een rapport, als bedoeld in dat artikellid, moeten worden beschreven.
2. Behoudens het in het [artikel 4.2, tweede lid, vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en in het eerste lid van dit artikel bepaalde, geven Onze betrokken Ministers het RIVM en de krachtens [artikel 4.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen instellingen geen aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van de rapporten.
3. Onze Minister zendt de rapporten aan de Staten-Generaal; een rapport als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor of gelijktijdig met het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan; een rapport als bedoeld in [artikel 4.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor of gelijktijdig met het eerstvolgende nationale milieuprogramma. Het RIVM draagt ervoor zorg dat de rapporten algemeen verkrijgbaar worden gesteld.
1. Onze Minister kan aanwijzingen geven omtrent veronderstelde ontwikkelingen die in ieder geval als grondslag voor beschrijvingen als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moeten worden aangenomen. Hij kan tevens aanwijzingen geven omtrent onderwerpen die in ieder geval in een rapport, als bedoeld in dat artikellid, moeten worden beschreven.
2. Behoudens het in het [artikel 4.2, tweede lid, vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en in het eerste lid van dit artikel bepaalde, geven Onze betrokken Ministers het RIVM en de krachtens [artikel 4.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen instellingen geen aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van de rapporten.
3. Onze Minister zendt de rapporten aan de Staten-Generaal; een rapport als bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor of gelijktijdig met het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan; een rapport als bedoeld in [artikel 4.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.1&artikel=4.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor of gelijktijdig met het eerstvolgende nationale milieuprogramma. Het RIVM draagt ervoor zorg dat de rapporten algemeen verkrijgbaar worden gesteld.
##### Artikel 4.2b
@@ -578,11 +578,11 @@
##### Artikel 4.6
1. Het nationale milieubeleidsplan geldt met ingang van een bij besluit van Onze Ministers vast te stellen tijdstip. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin, wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het plan ingevolge [artikel 4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is overgelegd aan de Staten-Generaal. Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het plan is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het plan in het openbaar wil beraadslagen, wordt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het plan, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen. Onze Ministers stellen de Staten-Generaal schriftelijk op de hoogte van de gevolgtrekkingen die zij aan de beraadslagingen verbinden voor het nationale milieubeleid en voor de uitvoering van het plan. Onze Minister maakt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, bekend in de **Staatscourant** en vermeldt daarbij de gevolgtrekkingen die aan de Staten-Generaal zijn meegedeeld.
1. Het nationale milieubeleidsplan geldt met ingang van een bij besluit van Onze Ministers vast te stellen tijdstip. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin, wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het plan ingevolge [artikel 4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is overgelegd aan de Staten-Generaal. Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het plan is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het plan in het openbaar wil beraadslagen, wordt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het plan, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen. Onze Ministers stellen de Staten-Generaal schriftelijk op de hoogte van de gevolgtrekkingen die zij aan de beraadslagingen verbinden voor het nationale milieubeleid en voor de uitvoering van het plan. Onze Minister maakt een besluit als bedoeld in de eerste volzin, bekend in de **Staatscourant** en vermeldt daarbij de gevolgtrekkingen die aan de Staten-Generaal zijn meegedeeld.
2. Het plan geldt, behoudens ingeval eerder een nieuw plan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar. Onze Ministers kunnen de geldingsduur van het plan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Onze Minister doet mededeling van een besluit als bedoeld in de tweede volzin, door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en maakt het bekend in de **Staatscourant**.
3. De organen van het Rijk houden in elk geval rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
3. De organen van het Rijk houden in elk geval rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op besluiten:
@@ -602,7 +602,7 @@
- a. een programma van van rijkswege in de eerstvolgende vier jaar te verrichten activiteiten ter bescherming van het milieu;
- b. een programma voor de vaststelling en herziening van milieukwaliteitseisen krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onder aanduiding van de daarbij beoogde resultaten;
- b. een programma voor de vaststelling en herziening van milieukwaliteitseisen krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onder aanduiding van de daarbij beoogde resultaten;
- c. een overzicht van de in de onderscheidene begrotingshoofdstukken opgenomen begrotingsposten op het gebied van het milieubeheer, alsmede een aanduiding van de financiële gevolgen van de onder a bedoelde activiteiten voor het Rijk voor de volgende jaren;
@@ -628,7 +628,7 @@
3. Tot deze hoofdzaken behoren ten minste:
- a. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake de kwaliteit van de onderscheidene onderdelen van het milieu, mede gelet op de krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vastgestelde grenswaarden en richtwaarden en de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgenomen luchtkwaliteitseisen;
- a. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake de kwaliteit van de onderscheidene onderdelen van het milieu, mede gelet op de krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vastgestelde grenswaarden en richtwaarden en de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgenomen luchtkwaliteitseisen;
- b. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake het voorkomen, beperken of ongedaan maken van gevolgen van menselijke activiteiten die het milieu verontreinigen, aantasten of uitputten;
@@ -672,11 +672,11 @@
##### Artikel 4.12
1. Het provinciale milieubeleidsplan geldt, behoudens ingeval eerder een nieuw plan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar nadat de vaststelling ervan overeenkomstig [artikel 4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is bekendgemaakt.
1. Het provinciale milieubeleidsplan geldt, behoudens ingeval eerder een nieuw plan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar nadat de vaststelling ervan overeenkomstig [artikel 4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is bekendgemaakt.
2. Provinciale staten kunnen de geldingsduur van het plan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Gedeputeerde staten doen mededeling van een besluit als bedoeld in de eerste volzin, door toezending daarvan aan Onze Minister en aan de bestuursorganen waaraan provinciale bevoegdheden zijn gedelegeerd bij de uitoefening waarvan met het plan rekening moet worden gehouden. Zij maken het bekend in de **Staatscourant**.
3. Provinciale staten en gedeputeerde staten houden in elk geval rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
3. Provinciale staten en gedeputeerde staten houden in elk geval rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op besluiten:
@@ -720,11 +720,11 @@
##### Artikel 4.15
1. [Artikel 4.10, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
1. [Artikel 4.10, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Gedeputeerde staten maken het programma bekend door het bij het ontwerp van de begroting over te leggen aan provinciale staten. Zij doen gelijktijdig mededeling van het programma door toezending aan Onze Minister.
3. [Artikel 4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 4.5a. Het regionale milieubeleidsplan
@@ -732,7 +732,7 @@
1. Het algemeen bestuur van een plusregio als bedoeld in [artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=104) die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat, kan een regionaal milieubeleidsplan vaststellen, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan beslissingen tot het nemen waarvan de bevoegdheid bij of krachtens de wet aan een orgaan van dat lichaam is toegekend.
2. [De artikelen 4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat naast de in [artikel 4.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde bestuursorganen ook burgemeester en wethouders van de in de plusregio gelegen gemeenten bij de voorbereiding van het plan worden betrokken.
2. [De artikelen 4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat naast de in [artikel 4.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde bestuursorganen ook burgemeester en wethouders van de in de plusregio gelegen gemeenten bij de voorbereiding van het plan worden betrokken.
#### § 4.5a. Het regionale milieubeleidsplan
@@ -740,7 +740,7 @@
1. Het dagelijks bestuur van een plusregio als bedoeld in [artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=104) die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat, stelt jaarlijks een milieuprogramma vast.
2. [De artikelen 4.20, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.7&artikel=4.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [4.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.7&artikel=4.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het programma naast de in [artikel 4.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.7&artikel=4.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde onderdelen ook een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende regionale milieubeleidsplan bevat.
2. [De artikelen 4.20, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.7&artikel=4.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [4.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.7&artikel=4.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het programma naast de in [artikel 4.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.7&artikel=4.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde onderdelen ook een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende regionale milieubeleidsplan bevat.
#### § 4.5a. Het regionale milieubeleidsplan
@@ -776,7 +776,7 @@
2. De gemeenteraad kan de geldingsduur eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen. Artikel 4.18, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad onderscheidenlijk houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met dat plan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad onderscheidenlijk houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met dat plan bij het nemen van een besluit dat daartoe is aangewezen in deze wet, en bij het nemen van een besluit krachtens een wet, genoemd in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu in beschouwing moet of kan worden genomen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op besluiten krachtens een bevoegdheid van een ander openbaar lichaam, die aan de gemeenteraad of burgemeester en wethouders is gedelegeerd.
@@ -800,7 +800,7 @@
1. Het gemeentelijke milieuprogramma wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders leggen het ontwerp van het programma bij het ontwerp van de begroting voor aan de gemeenteraad.
2. [Artikel 4.17, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 4.17, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Zodra het gemeentelijke milieuprogramma is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het programma aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur.
@@ -814,7 +814,7 @@
2. Het plan bevat ten minste:
- a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2008-05-01&g=2008-05-01), alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in [artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9a), en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in [artikel 9b van laatstgenoemde wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9b) en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
- a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2008-06-01&g=2008-06-01), alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in [artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9a), en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in [artikel 9b van laatstgenoemde wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9b) en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
- b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a ;
@@ -826,7 +826,7 @@
3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2008-05-01&g=2008-05-01), alsmede de taken, bedoeld in de [artikelen 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9a) en [9b van de Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9b). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 10.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.33&z=2008-06-01&g=2008-06-01), alsmede de taken, bedoeld in de [artikelen 9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9a) en [9b van de Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575&artikel=9b). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.
##### Artikel 4.23
@@ -876,11 +876,11 @@
##### Artikel 5.2
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden de bevoegdheden aangewezen bij de uitoefening waarvan de bij de maatregel gestelde grenswaarden in acht moeten worden genomen, of met de bij de maatregel gestelde richtwaarden rekening moet worden gehouden. Bij de maatregel kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de daarin opgenomen verplichtingen uitvoering moet worden gegeven.
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden de bevoegdheden aangewezen bij de uitoefening waarvan de bij de maatregel gestelde grenswaarden in acht moeten worden genomen, of met de bij de maatregel gestelde richtwaarden rekening moet worden gehouden. Bij de maatregel kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan de daarin opgenomen verplichtingen uitvoering moet worden gegeven.
2. Het eerste lid vindt slechts toepassing voor zover de wettelijke regeling waarop een bevoegdheid als bedoeld in dat lid berust, zich daartegen niet verzet.
3. Indien in een gebied waarvoor een milieukwaliteitseis geldt, voor het betrokken onderdeel van het milieu de kwaliteit beter is dan de eis aangeeft, treedt die kwaliteit voor de toepassing van de krachtens het eerste lid aangewezen bevoegdheden voor dit gebied in de plaats van de in de eis aangegeven kwaliteit. In een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan worden bepaald dat [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) ten aanzien van de daarbij gestelde milieukwaliteitseis niet van toepassing is.
3. Indien in een gebied waarvoor een milieukwaliteitseis geldt, voor het betrokken onderdeel van het milieu de kwaliteit beter is dan de eis aangeeft, treedt die kwaliteit voor de toepassing van de krachtens het eerste lid aangewezen bevoegdheden voor dit gebied in de plaats van de in de eis aangegeven kwaliteit. In een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan worden bepaald dat [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) ten aanzien van de daarbij gestelde milieukwaliteitseis niet van toepassing is.
4. Indien bij de uitoefening van een bevoegdheid ten aanzien waarvan krachtens het eerste lid is bepaald dat daarbij rekening moet worden gehouden met een richtwaarde, van die waarde wordt afgeweken, vermeldt de motivering van het desbetreffende besluit in ieder geval welke gewichtige redenen daartoe hebben geleid.
@@ -904,13 +904,13 @@
##### Artikel 5.4
Indien ter uitvoering van deze titel een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt vastgesteld, zijn daarop de [artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
Indien ter uitvoering van deze titel een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt vastgesteld, zijn daarop de [artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.5
1. Provinciale staten kunnen in de provinciale milieuverordening milieukwaliteitseisen stellen als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01). De artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid, 5.2 en 5.3 zijn van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van milieukwaliteitseisen als bedoeld in [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met dien verstande, dat overeenkomstig [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geen bevoegdheden van organen van het Rijk worden aangewezen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of bij een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot een onderwerp ten aanzien waarvan in die maatregel of in die regeling een milieukwaliteitseis is vastgesteld, voor zover dat in het algemeen belang geboden is, worden beperkt.
1. Provinciale staten kunnen in de provinciale milieuverordening milieukwaliteitseisen stellen als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01). De artikelen 5.1, derde, vierde en vijfde lid, 5.2 en 5.3 zijn van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van milieukwaliteitseisen als bedoeld in [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met dien verstande, dat overeenkomstig [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geen bevoegdheden van organen van het Rijk worden aangewezen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of bij een ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 21.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot een onderwerp ten aanzien waarvan in die maatregel of in die regeling een milieukwaliteitseis is vastgesteld, voor zover dat in het algemeen belang geboden is, worden beperkt.
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
@@ -930,19 +930,19 @@
de commissie: de Commissie voor de milieu-effectrapportage.
2. Tenzij anders is bepaald, wordt vanaf [paragraaf 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in dit hoofdstuk verstaan onder:
2. Tenzij anders is bepaald, wordt vanaf [paragraaf 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in dit hoofdstuk verstaan onder:
- a. activiteit:
- 1°. activiteit die is aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en waarop [artikel 7.8c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8c&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van toepassing is, of krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- 2°. activiteit als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. plan: plan bij de voorbereiding waarvan krachtens de [artikelen 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [7.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), een milieu-effectrapport moet worden gemaakt;
- c. besluit: besluit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in samenhang met [artikel 7.8c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8c&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of krachtens [artikel 7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- d. ecologische hoofdstructuur: het samenstel van de gebieden en de verbindingen tussen die gebieden, dat krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening door het provinciaal bestuur als zodanig is aangewezen en begrensd, alsmede de grote wateren en de Noordzee, overeenkomstig kaart 5 van de Nota Ruimte, deel 3A (Kamerstukken II 2004/05, 29 435, nr. 154), voorzover die niet behoren tot een gebied als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- 1°. activiteit die is aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en waarop [artikel 7.8c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8c&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van toepassing is, of krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- 2°. activiteit als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. plan: plan bij de voorbereiding waarvan krachtens de [artikelen 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [7.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), een milieu-effectrapport moet worden gemaakt;
- c. besluit: besluit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in samenhang met [artikel 7.8c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8c&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of krachtens [artikel 7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- d. ecologische hoofdstructuur: het samenstel van de gebieden en de verbindingen tussen die gebieden, dat krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening door het provinciaal bestuur als zodanig is aangewezen en begrensd, alsmede de grote wateren en de Noordzee, overeenkomstig kaart 5 van de Nota Ruimte, deel 3A (Kamerstukken II 2004/05, 29 435, nr. 154), voorzover die niet behoren tot een gebied als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Het tweede lid, onder a, onder 2°, geldt niet indien een bepaling uitsluitend betrekking heeft op een besluit als bedoeld in dat lid, onder c.
@@ -956,7 +956,7 @@
- 1º. een door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen bestuursorgaan en een door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangewezen bestuursorgaan, en
- 2º. de inspecteur, voor zover het betreft het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een inrichting die behoort tot een krachtens [artikel 8.7, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie.
- 2º. de inspecteur, voor zover het betreft het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een inrichting die behoort tot een krachtens [artikel 8.7, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot een daarbij aangewezen activiteit of plan, dan wel besluit worden bepaald wie, onderscheidenlijk welk orgaan voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt aangemerkt als degene die de activiteit onderneemt, onderscheidenlijk als bevoegd gezag. Daarbij kunnen voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillende personen of organen worden aangewezen.
@@ -978,7 +978,7 @@
3. Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden de categorieën van besluiten aangewezen bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
4. Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag krachtens de [artikelen 7.8b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [7.8d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8d&z=2008-05-01&g=2008-05-01) moet beoordelen of die activiteiten de in dat onderdeel bedoelde gevolgen hebben, en indien dat het geval is, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
4. Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag krachtens de [artikelen 7.8b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [7.8d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8d&z=2008-06-01&g=2008-06-01) moet beoordelen of die activiteiten de in dat onderdeel bedoelde gevolgen hebben, en indien dat het geval is, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
5. Bij de maatregel kan een plan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in het derde of vierde lid, mits dat plan voor de desbetreffende activiteit niet is aangewezen op grond van het tweede lid.
@@ -990,7 +990,7 @@
##### Artikel 7.3
1. Bij de maatregel, bedoeld in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden geen plannen aangewezen die:
1. Bij de maatregel, bedoeld in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden geen plannen aangewezen die:
- a. uitsluitend betrekking hebben op de landsverdediging of op een noodsituatie als bedoeld in de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden;
@@ -1002,21 +1002,21 @@
- 2°. [verordening (EG) nr. 1257/1999](31999R1257) van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).
2. [Artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in het eerste lid.
2. [Artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing met betrekking tot plannen als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 7.4
1. Indien Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of een van Onze andere Ministers voornemens is een activiteit te ondernemen, die niet is opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en die belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu, deelt hij dat voornemen onverwijld mede aan Onze Minister.
1. Indien Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of een van Onze andere Ministers voornemens is een activiteit te ondernemen, die niet is opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en die belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu, deelt hij dat voornemen onverwijld mede aan Onze Minister.
2. Jaarlijks doen Onze Ministers en Onze andere Ministers in de memorie van toelichting op het desbetreffende hoofdstuk van de Rijksbegroting ieder voor hun ministerie verslag van de toepassing van het eerste lid.
##### Artikel 7.5
1. Onze Ministers te zamen kunnen ontheffing verlenen van de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport bij de voorbereiding van een krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen besluit in gevallen waarin:
1. Onze Ministers te zamen kunnen ontheffing verlenen van de verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport bij de voorbereiding van een krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen besluit in gevallen waarin:
- a. degene die de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, onderneemt, daarmee een activiteit ten aanzien waarvan reeds eerder een milieu-effectrapport is gemaakt, herhaalt of voortzet, indien het milieu-effectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens betreffende mogelijke nadelige gevolgen van de te ondernemen activiteit voor het milieu kan bevatten en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land;
- b. met betrekking tot dezelfde activiteit reeds eerder een milieu-effectrapport overeenkomstig het bij of krachtens de [paragrafen 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bepaalde is gemaakt, indien het milieu-effectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens betreffende mogelijke nadelige gevolgen van die activiteit voor het milieu kan bevatten en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land;
- b. met betrekking tot dezelfde activiteit reeds eerder een milieu-effectrapport overeenkomstig het bij of krachtens de [paragrafen 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde is gemaakt, indien het milieu-effectrapport redelijkerwijs geen nieuwe gegevens betreffende mogelijke nadelige gevolgen van die activiteit voor het milieu kan bevatten en de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land;
- c. het algemeen belang het onverwijld ondernemen van de activiteit waarop die besluiten betrekking hebben, noodzakelijk maakt.
@@ -1038,13 +1038,13 @@
##### Artikel 7.6
1. Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde gebieden als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. [Artikel 7.2, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Terzake van die activiteiten kunnen zij de categorieën van plannen aanwijzen bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. De [artikelen 7.2, tweede lid, tweede en derde volzin, vijfde, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [7.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Terzake van die activiteiten wijzen zij de categorieën van besluiten aan bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. [Artikel 7.2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste tot en met derde lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten en de besturen van de waterschappen in hun provincie. Zij stellen de in [artikel 7.1, vijfde lid, onder b, 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde instantie, alsmede Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen.
1. Provinciale staten kunnen met het oog op de bescherming van het milieu in binnen hun provincie gelegen gebieden, niet zijnde gebieden als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die van bijzondere betekenis zijn of waarin het milieu reeds in ernstige mate is verontreinigd of aangetast in de provinciale milieuverordening activiteiten aanwijzen, die niet zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu in die gebieden. [Artikel 7.2, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Terzake van die activiteiten kunnen zij de categorieën van plannen aanwijzen bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. De [artikelen 7.2, tweede lid, tweede en derde volzin, vijfde, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [7.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Terzake van die activiteiten wijzen zij de categorieën van besluiten aan bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt indien die activiteiten binnen hun provincie worden uitgevoerd. [Artikel 7.2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Op de voorbereiding van een besluit, houdende een aanwijzing krachtens het eerste tot en met derde lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing; zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Gedeputeerde staten plegen over het ontwerp overleg met burgemeester en wethouders van de gemeenten en de besturen van de waterschappen in hun provincie. Zij stellen de in [artikel 7.1, vijfde lid, onder b, 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde instantie, alsmede Onze Minister in de gelegenheid omtrent het ontwerp advies uit te brengen.
5. Gedeputeerde staten leggen met het ontwerp van het besluit aan provinciale staten een verslag over van het gevoerde overleg, de uitgebrachte adviezen en de naar voren gebrachte zienswijzen, waarbij zij onder opgave van redenen aangeven in hoeverre daarmee rekening is gehouden.
@@ -1052,29 +1052,29 @@
##### Artikel 7.7
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over een aanwijzing als bedoeld in [artikel 7.6, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over een aanwijzing als bedoeld in [artikel 7.6, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 7.8
1. Gedeputeerde staten kunnen van de krachtens een aanwijzing als bedoeld in [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) geldende verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport ontheffing verlenen in gevallen als bedoeld in [artikel 7.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01). [Artikel 7.5, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Behoudens in een geval als bedoeld in [artikel 7.5, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), stellen gedeputeerde staten, voordat zij een ontheffing verlenen, het bevoegd gezag, indien het verzoek daarvan niet afkomstig is, en de in [artikel 7.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde instanties met uitzondering van de inspecteur in de gelegenheid advies uit te brengen. [Artikel 7.5, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij een besluit, houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) worden regelen gesteld omtrent de in [artikel 7.5, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde onderwerpen.
1. Gedeputeerde staten kunnen van de krachtens een aanwijzing als bedoeld in [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) geldende verplichting tot het maken van een milieu-effectrapport ontheffing verlenen in gevallen als bedoeld in [artikel 7.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01). [Artikel 7.5, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Behoudens in een geval als bedoeld in [artikel 7.5, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), stellen gedeputeerde staten, voordat zij een ontheffing verlenen, het bevoegd gezag, indien het verzoek daarvan niet afkomstig is, en de in [artikel 7.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde instanties met uitzondering van de inspecteur in de gelegenheid advies uit te brengen. [Artikel 7.5, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij een besluit, houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) worden regelen gesteld omtrent de in [artikel 7.5, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde onderwerpen.
#### § 7.3. Procedurevoorschriften bij het ondernemen van activiteiten, aangewezen krachtens artikel 7.4
##### Artikel 7.8a
1. Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval aandacht besteed aan de in [artikel 7.8**b**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde bijzondere omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen.
1. Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval aandacht besteed aan de in [artikel 7.8**b**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde bijzondere omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen.
3. Bij een mededeling als bedoeld in het eerste lid kan degene die de activiteit wil ondernemen, verklaren dat hij bij de voorbereiding van het besluit een milieu-effectrapport maakt.
##### Artikel 7.8b
1. Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan [artikel 7.8**a**, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
1. Behoudens in het geval dat toepassing is gegeven aan [artikel 7.8**a**, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
2. Indien wenselijk, vindt, alvorens het bevoegd gezag een beslissing neemt, overleg plaats met degene die de mededeling heeft gedaan.
@@ -1098,15 +1098,15 @@
##### Artikel 7.8c
Degene die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wil ondernemen, is verplicht een milieu-effectrapport te maken indien:
Degene die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wil ondernemen, is verplicht een milieu-effectrapport te maken indien:
- a. het bevoegd gezag heeft beslist dat bij de voorbereiding van het betrokken besluit een milieu-effectrapport moet worden gemaakt;
- b. hij een verklaring heeft gedaan als bedoeld in [artikel 7.8a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- b. hij een verklaring heeft gedaan als bedoeld in [artikel 7.8a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 7.8d
1. Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wil ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit dat krachtens het vierde lid van dat artikel is aangewezen een beslissing omtrent de vraag of vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt. [Artikel 7.8b, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
1. Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit, aangewezen krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wil ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit dat krachtens het vierde lid van dat artikel is aangewezen een beslissing omtrent de vraag of vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen, een milieu-effectrapport moet worden gemaakt. [Artikel 7.8b, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Onder een zo vroeg mogelijk stadium wordt het volgende verstaan:
@@ -1132,7 +1132,7 @@
##### Artikel 7.8e
De [artikelen 7.8a tot en met 7.8d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) vinden geen toepassing ten aanzien van een activiteit, aangewezen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor zover die activiteit bij een provinciale verordening krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), overeenkomstig de omschrijving in die algemene maatregel van bestuur is aangewezen en het een besluit betreft dat ter zake van die activiteit bij die verordening overeenkomstig die maatregel is aangewezen.
De [artikelen 7.8a tot en met 7.8d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) vinden geen toepassing ten aanzien van een activiteit, aangewezen in een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor zover die activiteit bij een provinciale verordening krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), overeenkomstig de omschrijving in die algemene maatregel van bestuur is aangewezen en het een besluit betreft dat ter zake van die activiteit bij die verordening overeenkomstig die maatregel is aangewezen.
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
@@ -1170,7 +1170,7 @@
- h. een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieu-effectrapport en van de daarin beschreven gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven.
2. Het milieu-effectrapport is gesteld in de Nederlandse taal. Indien het rapport betrekking heeft op een besluit kan het bevoegd gezag aan degene die de activiteit onderneemt, bij het geven van de in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde richtlijnen toestemming verlenen het rapport in een daarbij aan te wijzen andere taal te stellen. De in het eerste lid, onder h, bedoelde samenvatting is steeds in de Nederlandse taal gesteld. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben.
2. Het milieu-effectrapport is gesteld in de Nederlandse taal. Indien het rapport betrekking heeft op een besluit kan het bevoegd gezag aan degene die de activiteit onderneemt, bij het geven van de in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde richtlijnen toestemming verlenen het rapport in een daarbij aan te wijzen andere taal te stellen. De in het eerste lid, onder h, bedoelde samenvatting is steeds in de Nederlandse taal gesteld. Indien een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, zendt degene die de activiteit onderneemt, op verzoek van het bevoegd gezag binnen een bij dat verzoek te bepalen termijn een vertaling van de samenvatting in de landstaal van het gebied in het andere land waar de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben.
3. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit behoort tot de ingevolge het eerste lid, onder **b**, te beschrijven alternatieven in ieder geval het alternatief waarbij de nadelige gevolgen voor het milieu worden voorkomen, dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, deze met gebruikmaking van de beste bestaande mogelijkheden ter bescherming van het milieu, zoveel mogelijk worden beperkt.
@@ -1186,7 +1186,7 @@
##### Artikel 7.11
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit, gegevens worden aangewezen, die een milieu-effectrapport in het belang van een goede besluitvorming, naast de in [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde, moet bevatten. Daarbij kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop die gegevens worden bepaald en beschreven.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit, gegevens worden aangewezen, die een milieu-effectrapport in het belang van een goede besluitvorming, naast de in [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde, moet bevatten. Daarbij kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop die gegevens worden bepaald en beschreven.
2. Bij een maatregel krachtens het eerste lid kan worden bepaald dat een aanwijzing of regel slechts geldt in daarbij aangewezen categorieën van gevallen.
@@ -1196,7 +1196,7 @@
##### Artikel 7.12
1. Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens de [artikelen 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens het derde lid van die artikelen, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
1. Indien degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens de [artikelen 7.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit, aangewezen krachtens het derde lid van die artikelen, deelt hij dat voornemen schriftelijk mee aan het bevoegd gezag.
2. Het bevoegd gezag tekent de datum van ontvangst van de mededeling aan op het geschrift waarbij zij is gedaan, en zendt degene die haar heeft gedaan, onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
@@ -1204,7 +1204,7 @@
4. Het geeft voorts tegelijkertijd kennis van de ontvangst van de mededeling met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12). Kennisgeving geschiedt in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land.
5. Indien overeenkomstig [artikel 14.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), een verzoek is gedaan tot toepassing van [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vindt toepassing van het derde en vierde lid eerst plaats nadat op dat verzoek is beslist.
5. Indien overeenkomstig [artikel 14.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), een verzoek is gedaan tot toepassing van [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vindt toepassing van het derde en vierde lid eerst plaats nadat op dat verzoek is beslist.
6. Onze Ministers stellen regelen omtrent de inhoud van een mededeling als bedoeld in het eerste lid.
@@ -1214,15 +1214,15 @@
1. Indien het bevoegd gezag degene is die het milieu-effectrapport moet maken dat betrekking heeft op een besluit, deelt het aan de commissie en de adviseurs mee in het kader van welk door hem voorgenomen besluit het dat rapport zal maken.
2. Het geeft tegelijkertijd kennis van het door hem voorgenomen besluit met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) en [artikel 7.12, vierde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. [Artikel 7.12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Het geeft tegelijkertijd kennis van het door hem voorgenomen besluit met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) en [artikel 7.12, vierde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. [Artikel 7.12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7.14
1. Het bevoegd gezag stelt de commissie en de adviseurs in de gelegenheid advies uit te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit.
2. De commissie brengt haar advies uit binnen negen weken na de openbare kennisgeving van de in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde mededeling, onderscheidenlijk van het in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde voornemen. Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie in haar advies daarop in.
2. De commissie brengt haar advies uit binnen negen weken na de openbare kennisgeving van de in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde mededeling, onderscheidenlijk van het in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde voornemen. Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie in haar advies daarop in.
3. Indien het bevoegd gezag het milieu-effectrapport niet zelf maakt, pleegt het voorts overleg over het geven van richtlijnen inzake de inhoud ervan met degene die de activiteit onderneemt.
@@ -1230,23 +1230,23 @@
##### Artikel 7.15
1. Het bevoegd gezag geeft uiterlijk dertien weken na de openbare kennisgeving van een mededeling als bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of van een voornemen als bedoeld in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport. In gevallen als bedoeld in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan het bevoegd gezag de termijn, bedoeld in de eerste volzin, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
1. Het bevoegd gezag geeft uiterlijk dertien weken na de openbare kennisgeving van een mededeling als bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of van een voornemen als bedoeld in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport. In gevallen als bedoeld in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan het bevoegd gezag de termijn, bedoeld in de eerste volzin, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
2. De in het eerste lid bedoelde richtlijnen kunnen:
- a. betrekking hebben op de wijze waarop aan het bij of krachtens [de artikelen 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bepaalde moet worden voldaan;
- b. gegevens als bedoeld in [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aanwijzen die het milieu-effectrapport in elk geval moet inhouden, zo nodig nadat daarnaar onderzoek is verricht.
- a. betrekking hebben op de wijze waarop aan het bij of krachtens [de artikelen 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde moet worden voldaan;
- b. gegevens als bedoeld in [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aanwijzen die het milieu-effectrapport in elk geval moet inhouden, zo nodig nadat daarnaar onderzoek is verricht.
3. De gegevens bedoeld in het tweede lid, onder b, omvatten de gegevens die zijn aangegeven in bijlage IV bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, voor zover het bevoegd gezag dat noodzakelijk acht ter uitvoering van artikel 5, eerste lid, van die richtlijn.
4. Ingeval de richtlijnen een milieu-effectrapport betreffen, dat moet worden gemaakt bij de voorbereiding van een besluit waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, kan geen onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden verlangd ter verkrijging van gegevens als bedoeld in [artikel 7.10, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
5. De richtlijnen worden bekendgemaakt aan degene die de activiteit onderneemt en meegedeeld aan de commissie, de adviseurs en degenen die bij het bevoegd gezag overeenkomstig [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zienswijzen naar voren hebben gebracht. [Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) is van overeenkomstige toepassing.
4. Ingeval de richtlijnen een milieu-effectrapport betreffen, dat moet worden gemaakt bij de voorbereiding van een besluit waarop [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, kan geen onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onder b, worden verlangd ter verkrijging van gegevens als bedoeld in [artikel 7.10, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
5. De richtlijnen worden bekendgemaakt aan degene die de activiteit onderneemt en meegedeeld aan de commissie, de adviseurs en degenen die bij het bevoegd gezag overeenkomstig [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zienswijzen naar voren hebben gebracht. [Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7.16
[De artikelen 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) vinden geen toepassing indien degene die het milieu-effectrapport zou moeten maken, reeds beschikt over een milieu-effectrapport, opgesteld overeenkomstig het bij of krachtens [dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bepaalde, en in dat milieu-effectrapport als alternatief de activiteit is beschreven, waarop het besluit betrekking heeft, bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
[De artikelen 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) vinden geen toepassing indien degene die het milieu-effectrapport zou moeten maken, reeds beschikt over een milieu-effectrapport, opgesteld overeenkomstig het bij of krachtens [dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde, en in dat milieu-effectrapport als alternatief de activiteit is beschreven, waarop het besluit betrekking heeft, bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt.
#### § 7.6. De beoordeling van het milieu-effectrapport
@@ -1258,7 +1258,7 @@
##### Artikel 7.18
1. Indien het bevoegd gezag van oordeel is, dat een aan hem overgelegd milieu-effectrapport, mede gelet op de daarvoor overeenkomstig [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gegeven richtlijnen, niet voldoet aan de bij of krachtens [de artikelen 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels, dan wel dat het onjuistheden bevat, deelt het dat onder opgave van redenen uiterlijk zes weken na de in [artikel 7.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde datum mede aan degene die het rapport heeft gemaakt.
1. Indien het bevoegd gezag van oordeel is, dat een aan hem overgelegd milieu-effectrapport, mede gelet op de daarvoor overeenkomstig [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gegeven richtlijnen, niet voldoet aan de bij of krachtens [de artikelen 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels, dan wel dat het onjuistheden bevat, deelt het dat onder opgave van redenen uiterlijk zes weken na de in [artikel 7.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde datum mede aan degene die het rapport heeft gemaakt.
2. Indien het bevoegd gezag van oordeel is dat het milieu-effectrapport slechts te kort schiet op ondergeschikte punten, kan het de mededeling, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten.
@@ -1266,17 +1266,17 @@
##### Artikel 7.19
Het bevoegd gezag kan een orgaan aanwijzen, dat voor de toepassing van [artikel 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voor hem in de plaats treedt.
Het bevoegd gezag kan een orgaan aanwijzen, dat voor de toepassing van [artikel 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voor hem in de plaats treedt.
##### Artikel 7.20
1. Het bevoegd gezag zendt van een milieu-effectrapport onverwijld een exemplaar aan de commissie en aan de adviseurs. Het vermeldt daarbij de in [artikel 7.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde datum.
2. Het geeft kennis van het milieu-effectrapport met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12). Kennisgeving geschiedt in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. Van een milieu-effectrapport dat niet door het bevoegd gezag is gemaakt, wordt uiterlijk acht weken na de in [artikel 7.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde datum openbaar kennisgegeven.
1. Het bevoegd gezag zendt van een milieu-effectrapport onverwijld een exemplaar aan de commissie en aan de adviseurs. Het vermeldt daarbij de in [artikel 7.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde datum.
2. Het geeft kennis van het milieu-effectrapport met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12). Kennisgeving geschiedt in een publicatie in een ander land ingeval er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in dat andere land. Van een milieu-effectrapport dat niet door het bevoegd gezag is gemaakt, wordt uiterlijk acht weken na de in [artikel 7.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde datum openbaar kennisgegeven.
3. De [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), [3:14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:14), [3:15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15), [3:16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) en [3:17 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «het ontwerp van het te nemen besluit» en «het ontwerp» wordt gelezen: het milieu-effectrapport. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
4. De zienswijzen kunnen slechts betrekking hebben op het, mede gelet op de overeenkomstig [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gegeven richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport, niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens de [artikelen 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat.
4. De zienswijzen kunnen slechts betrekking hebben op het, mede gelet op de overeenkomstig [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gegeven richtlijnen inzake de inhoud van het milieu-effectrapport, niet voldoen van het rapport aan de bij of krachtens de [artikelen 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels dan wel op onjuistheden die het rapport bevat.
##### Artikel 7.21
@@ -1300,9 +1300,9 @@
##### Artikel 7.26
1. De commissie wordt tot uiterlijk vijf weken na het einde van de in [artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) bedoelde termijn in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. [Artikel 7.20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. De commissie betrekt in haar advies de overeenkomstig [afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.3) uitgebrachte adviezen en de overeenkomstig [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), juncto [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen.
1. De commissie wordt tot uiterlijk vijf weken na het einde van de in [artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) bedoelde termijn in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. [Artikel 7.20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. De commissie betrekt in haar advies de overeenkomstig [afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.3) uitgebrachte adviezen en de overeenkomstig [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen.
3. Indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu, gaat de commissie in haar advies daarop in.
@@ -1310,11 +1310,11 @@
##### Artikel 7.27
1. Het bevoegd gezag neemt een krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen besluit niet dan nadat toepassing is gegeven aan de [artikelen 7.12 tot en met 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
1. Het bevoegd gezag neemt een krachtens [artikel 7.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [7.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen besluit niet dan nadat toepassing is gegeven aan de [artikelen 7.12 tot en met 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Het bevoegd gezag neemt een besluit evenmin, indien de gegevens die in het milieu-effectrapport zijn opgenomen, redelijkerwijs niet meer aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd in verband met aanmerkelijke wijziging van de omstandigheden waarvan bij het maken van het milieu-effectrapport is uitgegaan.
3. Het bevoegd gezag neemt een beslissing omtrent een krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen activiteit, en ten aanzien waarvan geen provinciale verordening krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van toepassing is, niet dan nadat toepassing is gegeven aan de [artikelen 7.8a tot en met 7.8d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. Het bevoegd gezag neemt een beslissing omtrent een krachtens [artikel 7.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen activiteit, en ten aanzien waarvan geen provinciale verordening krachtens [artikel 7.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van toepassing is, niet dan nadat toepassing is gegeven aan de [artikelen 7.8a tot en met 7.8d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 7.28
@@ -1322,25 +1322,25 @@
- a. bij het indienen van de aanvraag geen milieu-effectrapport is overgelegd;
- b. ten aanzien van het overgelegde milieu-effectrapport [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01), toepassing heeft gevonden;
- c. in gevallen waarin krachtens [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) ter voorbereiding van meer dan een besluit één milieu-effectrapport wordt gemaakt, de van de aanvrager afkomstige aanvragen tot het nemen van de andere betrokken besluiten niet tegelijkertijd worden ingediend.
2. Het bevoegd gezag laat de aanvraag tevens buiten behandeling indien een besluit als bedoeld in [artikel 7.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) krachtens wettelijk voorschrift op aanvraag wordt genomen en
- a. bij het indienen van de aanvraag geen afschrift is gevoegd van de beslissing krachtens [artikel 7.8b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), inhoudende dat geen milieu-effectrapport behoeft te worden gemaakt, of
- b. ten aanzien van het overgelegde milieu-effectrapport [artikel 7.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01), toepassing heeft gevonden;
- c. in gevallen waarin krachtens [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) ter voorbereiding van meer dan een besluit één milieu-effectrapport wordt gemaakt, de van de aanvrager afkomstige aanvragen tot het nemen van de andere betrokken besluiten niet tegelijkertijd worden ingediend.
2. Het bevoegd gezag laat de aanvraag tevens buiten behandeling indien een besluit als bedoeld in [artikel 7.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) krachtens wettelijk voorschrift op aanvraag wordt genomen en
- a. bij het indienen van de aanvraag geen afschrift is gevoegd van de beslissing krachtens [artikel 7.8b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.3&artikel=7.8b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), inhoudende dat geen milieu-effectrapport behoeft te worden gemaakt, of
- b. bij het indienen van de aanvraag geen milieu-effectrapport is overgelegd.
##### Artikel 7.29
Indien van een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport - zo nodig in afwijking van [artikel 7.20, tweede lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01) - in ieder geval gelijktijdig openbaar kennisgegeven.
Indien van een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport - zo nodig in afwijking van [artikel 7.20, tweede lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01) - in ieder geval gelijktijdig openbaar kennisgegeven.
##### Artikel 7.30
1. Indien krachtens wettelijk voorschrift van het voorontwerp of het ontwerp van een besluit openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven, behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Indien krachtens wettelijk voorschrift zowel van een voorontwerp als van een ontwerp van het besluit openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig met het voorontwerp kennisgegeven.
2. Van het ontwerp van een besluit wordt, indien van een aanvraag om of een voorontwerp van het besluit openbaar kennis is gegeven, niet openbaar kennisgegeven dan nadat toepassing is gegeven aan de [artikelen 7.17 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
1. Indien krachtens wettelijk voorschrift van het voorontwerp of het ontwerp van een besluit openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig openbaar kennisgegeven, behoudens in gevallen als bedoeld in [artikel 7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Indien krachtens wettelijk voorschrift zowel van een voorontwerp als van een ontwerp van het besluit openbaar kennis wordt gegeven, wordt van het milieu-effectrapport gelijktijdig met het voorontwerp kennisgegeven.
2. Van het ontwerp van een besluit wordt, indien van een aanvraag om of een voorontwerp van het besluit openbaar kennis is gegeven, niet openbaar kennisgegeven dan nadat toepassing is gegeven aan de [artikelen 7.17 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 7.31
@@ -1348,7 +1348,7 @@
##### Artikel 7.32
Indien over een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01) dan wel het voorontwerp of het ontwerp van een besluit zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen zienswijzen over het milieu-effectrapport in ieder geval gelijktijdig naar voren worden gebracht met zienswijzen over die aanvraag dan wel dat voorontwerp of ontwerp.
Indien over een aanvraag als bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01) dan wel het voorontwerp of het ontwerp van een besluit zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen zienswijzen over het milieu-effectrapport in ieder geval gelijktijdig naar voren worden gebracht met zienswijzen over die aanvraag dan wel dat voorontwerp of ontwerp.
##### Artikel 7.33
@@ -1356,7 +1356,7 @@
##### Artikel 7.34
1. Indien met betrekking tot handelingen als bedoeld in de [artikelen 7.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.30&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01) de krachtens deze wet en krachtens andere wettelijke voorschriften geldende termijnen niet even lang zijn, geldt voor de betrokken perioden met betrekking tot de totstandkoming van het besluit de langste van die termijnen.
1. Indien met betrekking tot handelingen als bedoeld in de [artikelen 7.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.30&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01) de krachtens deze wet en krachtens andere wettelijke voorschriften geldende termijnen niet even lang zijn, geldt voor de betrokken perioden met betrekking tot de totstandkoming van het besluit de langste van die termijnen.
2. Indien krachtens wettelijk voorschrift een besluit binnen een bepaalde termijn moet worden genomen, wordt die termijn verlengd met vijf weken, alsmede, indien ingevolge het eerste lid langere termijnen in de plaats treden van termijnen die bij de totstandkoming van het besluit zouden gelden, met de som van de verschillen tussen de laatstbedoelde en de ingevolge het eerste lid geldende termijnen.
@@ -1382,7 +1382,7 @@
##### Artikel 7.36
Een krachtens een andere wettelijke regeling te nemen besluit wordt, ook voor zover daarbij [artikel 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt toegepast, geacht krachtens die regeling te worden genomen.
Een krachtens een andere wettelijke regeling te nemen besluit wordt, ook voor zover daarbij [artikel 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt toegepast, geacht krachtens die regeling te worden genomen.
##### Artikel 7.37
@@ -1392,13 +1392,13 @@
- b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieu-effectrapport beschreven alternatieven;
- c. hetgeen is overwogen omtrent de terzake van het milieu-effectrapport overeenkomstig [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), juncto [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen en de overeenkomstig [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01) uitgebrachte adviezen.
2. Het bevoegd gezag bepaalt bij het besluit de termijn of de termijnen waarop het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt gestart, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
- c. hetgeen is overwogen omtrent de terzake van het milieu-effectrapport overeenkomstig [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen en de overeenkomstig [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01) uitgebrachte adviezen.
2. Het bevoegd gezag bepaalt bij het besluit de termijn of de termijnen waarop het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt gestart, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
##### Artikel 7.38
1. Van een besluit doet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk mededeling door toezending van een exemplaar aan degenen die overeenkomstig [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), juncto [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) zienswijzen naar voren hebben gebracht, en, voorzover van toepassing, aan de commissie en aan de adviseurs. [Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) is van overeenkomstige toepassing.
1. Van een besluit doet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk mededeling door toezending van een exemplaar aan degenen die overeenkomstig [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) zienswijzen naar voren hebben gebracht, en, voorzover van toepassing, aan de commissie en aan de adviseurs. [Artikel 3:44, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) is van overeenkomstige toepassing.
2. Het doet van zijn besluit tevens zo spoedig mogelijk mededeling met overeenkomstige toepassing van [artikel 3.44, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44).
@@ -1412,7 +1412,7 @@
- b. het vastgestelde plan, en, indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in dat plan, het milieu-effectrapport, gelijktijdig met de bekendmaking daarvan in Nederland.
2. Indien een in een besluit voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, worden de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie, alsmede de aanvraag, bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit en het besluit aan de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in het andere land verstrekt gelijktijdig met de bekendmaking in Nederland. Tevens worden deze informatie en deze bescheiden toegezonden aan de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van dat andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied. [Artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) en de [artikelen 7.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [7.20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn ten aanzien van die instanties van overeenkomstige toepassing.
2. Indien een in een besluit voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu in een ander land, worden de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie, alsmede de aanvraag, bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onderscheidenlijk het ontwerp van het besluit en het besluit aan de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in het andere land verstrekt gelijktijdig met de bekendmaking in Nederland. Tevens worden deze informatie en deze bescheiden toegezonden aan de instanties die daartoe door de bevoegde autoriteit van dat andere land zijn aangewezen op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid op milieugebied. [Artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) en de [artikelen 7.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [7.20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn ten aanzien van die instanties van overeenkomstige toepassing.
3. De ingevolge het eerste, dan wel tweede lid te verstrekken stukken dienen als grondslag voor het overleg met bestuursorganen in het betrokken andere land over de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu in dat andere land kan hebben, en de maatregelen die worden overwogen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.
@@ -1422,7 +1422,7 @@
##### Artikel 7.38b
Behoudens het bepaalde in [artikel 7.38a, eerste dan wel tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), informeren Onze Minister onderscheidenlijk het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk nadat uit de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie duidelijk is geworden dat er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in dat andere land. [Artikel 7.38a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
Behoudens het bepaalde in [artikel 7.38a, eerste dan wel tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), informeren Onze Minister onderscheidenlijk het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk nadat uit de in het kader van dit hoofdstuk verzamelde informatie duidelijk is geworden dat er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land de regering of een door die regering aan te wijzen autoriteit in dat andere land. [Artikel 7.38a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7.38c
@@ -1434,37 +1434,37 @@
2. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit zendt het bevoegd gezag indien er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in een ander land, aan Onze Minister:
- a. een exemplaar van de mededeling, bedoeld in [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. een exemplaar van de richtlijnen, bedoeld in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. een exemplaar van het milieu-effectrapport, bedoeld in [artikel 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- d. een exemplaar van de aanvraag, bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onderscheidenlijk van het ontwerp van het besluit;
- e. een exemplaar van het besluit, bedoeld in [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.27&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. Bij de toezending verzoekt het bevoegd gezag Onze Minister toepassing te geven aan [artikel 7.38a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- a. een exemplaar van de mededeling, bedoeld in [artikel 7.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. een exemplaar van de richtlijnen, bedoeld in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. een exemplaar van het milieu-effectrapport, bedoeld in [artikel 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- d. een exemplaar van de aanvraag, bedoeld in [artikel 7.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onderscheidenlijk van het ontwerp van het besluit;
- e. een exemplaar van het besluit, bedoeld in [artikel 7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.27&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Bij de toezending verzoekt het bevoegd gezag Onze Minister toepassing te geven aan [artikel 7.38a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 7.38d
Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu meent te kunnen ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland, geven Onze Minister, onderscheidenlijk het bevoegd gezag op verzoek van dat land toepassing aan [artikel 7.38a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu meent te kunnen ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland, geven Onze Minister, onderscheidenlijk het bevoegd gezag op verzoek van dat land toepassing aan [artikel 7.38a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 7.38e
Indien een ander land belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan ondervinden van een in een plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit in Nederland kan Onze Minister:
- a. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan, bepalen dat het bevoegd gezag dat plan niet vaststelt dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de termijn waarbinnen zienswijzen over het ontwerp van dat plan naar voren kunnen worden gebracht, in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan het bevoegd gezag te doen toekomen;
- b. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit, bepalen dat het bevoegd gezag dat besluit niet neemt, dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde termijn in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan het bevoegd gezag te doen toekomen.
- a. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan, bepalen dat het bevoegd gezag dat plan niet vaststelt dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de termijn waarbinnen zienswijzen over het ontwerp van dat plan naar voren kunnen worden gebracht, in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan het bevoegd gezag te doen toekomen;
- b. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit, bepalen dat het bevoegd gezag dat besluit niet neemt, dan nadat Onze Minister gedurende dertien weken na het einde van de in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde termijn in de gelegenheid is gesteld de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan het bevoegd gezag te doen toekomen.
##### Artikel 7.38f
De motivering van een besluit vermeldt in ieder geval:
- a. indien in het milieu-effectrapport of in het advies, bedoeld in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aandacht wordt geschonken aan mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen, hetgeen daaromtrent is overwogen;
- b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- a. indien in het milieu-effectrapport of in het advies, bedoeld in [artikel 7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aandacht wordt geschonken aan mogelijke belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen, hetgeen daaromtrent is overwogen;
- b. hetgeen is overwogen omtrent de uitkomsten van het overleg, bedoeld in [artikel 7.38a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.8&artikel=7.38a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 7.38g
@@ -1482,25 +1482,25 @@
##### Artikel 7.40
Degene die de in dat plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit onderneemt, is verplicht aan het bevoegd gezag desgevraagd alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken, die het redelijkerwijs voor het verrichten van het in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde onderzoek behoeft.
Degene die de in dat plan, dan wel besluit voorgenomen activiteit onderneemt, is verplicht aan het bevoegd gezag desgevraagd alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken, die het redelijkerwijs voor het verrichten van het in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde onderzoek behoeft.
##### Artikel 7.41
1. Het bevoegd gezag stelt een verslag op van het onderzoek.
2. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan zendt het bevoegd gezag het verslag aan de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.11b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4a&artikel=7.11b&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan waarover de commissie overeenkomstig [artikel 7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-05-01&g=2008-05-01) advies heeft uitgebracht, zendt het bevoegd gezag het verslag tevens aan de commissie.
2. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan zendt het bevoegd gezag het verslag aan de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 7.11b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4a&artikel=7.11b&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan waarover de commissie overeenkomstig [artikel 7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-06-01&g=2008-06-01) advies heeft uitgebracht, zendt het bevoegd gezag het verslag tevens aan de commissie.
3. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een besluit zendt het bevoegd gezag het verslag aan degene die de activiteit onderneemt, aan de commissie en aan de adviseurs. Het maakt het verslag gelijktijdig bekend met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12).
##### Artikel 7.42
1. Indien uit het in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde onderzoek blijkt dat de activiteit in belangrijke mate nadeliger gevolgen voor het milieu heeft dan die welke bij het vaststellen van het plan, dan wel bij het nemen van het besluit werden verwacht, neemt het bevoegd gezag, indien dat naar zijn oordeel nodig is, de hem ter beschikking staande maatregelen ten einde die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
2. Indien het bevoegd gezag met betrekking tot een besluit tot het oordeel komt dat het moet worden gewijzigd of ingetrokken, zijn op die wijziging of intrekking de [artikelen 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.36&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
1. Indien uit het in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde onderzoek blijkt dat de activiteit in belangrijke mate nadeliger gevolgen voor het milieu heeft dan die welke bij het vaststellen van het plan, dan wel bij het nemen van het besluit werden verwacht, neemt het bevoegd gezag, indien dat naar zijn oordeel nodig is, de hem ter beschikking staande maatregelen ten einde die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
2. Indien het bevoegd gezag met betrekking tot een besluit tot het oordeel komt dat het moet worden gewijzigd of ingetrokken, zijn op die wijziging of intrekking de [artikelen 7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.36&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7.43
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in de [artikelen 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.42&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in de [artikelen 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.42&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
@@ -1522,7 +1522,7 @@
3. Voor een inrichting als bedoeld in het eerste lid dan wel voor een inrichting die behoort tot een aangewezen categorie van inrichtingen als bedoeld in het tweede lid, geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet met betrekking tot veranderingen van die inrichting of van de werking daarvan, die in overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften.
4. Voor een inrichting die behoort tot een aangewezen categorie van inrichtingen als bedoeld in het tweede lid, geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder b, evenmin met betrekking tot veranderingen van die inrichting of van de werking daarvan, voor zover daarop regels, gesteld krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van toepassing zijn.
4. Voor een inrichting die behoort tot een aangewezen categorie van inrichtingen als bedoeld in het tweede lid, geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder b, evenmin met betrekking tot veranderingen van die inrichting of van de werking daarvan, voor zover daarop regels, gesteld krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van toepassing zijn.
##### Artikel 8.2
@@ -1550,11 +1550,11 @@
##### Artikel 8.4
1. Indien een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in [artikel 8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), juncto [artikel 8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor het veranderen van een inrichting of van de werking daarvan en voor die inrichting al een of meer vergunningen krachtens deze wet zijn verleend, kan het bevoegd gezag, uit eigen beweging of op verzoek, bepalen dat een vergunning moet worden aangevraagd voor die verandering en voor het in werking hebben na die verandering van de gehele inrichting of onderdelen daarvan, waarmee die verandering samenhangt.
1. Indien een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in [artikel 8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto [artikel 8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor het veranderen van een inrichting of van de werking daarvan en voor die inrichting al een of meer vergunningen krachtens deze wet zijn verleend, kan het bevoegd gezag, uit eigen beweging of op verzoek, bepalen dat een vergunning moet worden aangevraagd voor die verandering en voor het in werking hebben na die verandering van de gehele inrichting of onderdelen daarvan, waarmee die verandering samenhangt.
2. Indien het bevoegd gezag heeft bepaald dat een zodanige vergunning moet worden aangevraagd, besluit het tot het buiten behandeling laten van aanvragen om een vergunning voor de betrokken verandering van de inrichting of van de werking daarvan, die geen betrekking hebben op een zodanige vergunning.
3. Het bevoegd gezag kan de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunningen ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van [afdeling 8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. Het bevoegd gezag kan de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunningen ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van [afdeling 8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
4. Een met toepassing van dit artikel verleende vergunning vervangt met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treedt, de eerder voor de inrichting of met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde onderdelen daarvan verleende vergunningen. Deze vergunningen vervallen op het tijdstip waarop de met toepassing van dit artikel verleende vergunning onherroepelijk wordt.
@@ -1600,7 +1600,7 @@
- c. de met betrekking tot de inrichting en het gebied waar de inrichting zal zijn of is gelegen, redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu;
- d. de voor het einde van de in [artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) bedoelde termijn overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen en door de krachtens [artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangewezen adviseurs en overeenkomstig [artikel 8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01) uitgebrachte adviezen;
- d. de voor het einde van de in [artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) bedoelde termijn overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen en door de krachtens [artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangewezen adviseurs en overeenkomstig [artikel 8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01) uitgebrachte adviezen;
- e. de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
@@ -1610,25 +1610,25 @@
- a. het voor hem geldende milieubeleidsplan;
- b. het bepaalde in [artikel 10.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. de voor de onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende richtwaarden, voor zover de verplichting tot het rekening houden daarmee is vastgelegd krachtens of overeenkomstig [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [artikel 5.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- b. het bepaalde in [artikel 10.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. de voor de onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende richtwaarden, voor zover de verplichting tot het rekening houden daarmee is vastgelegd krachtens of overeenkomstig [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [artikel 5.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Het bevoegd gezag neemt bij de beslissing op de aanvraag in ieder geval in acht:
- a. de voor de onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende grenswaarden, voor zover de verplichting tot het in acht nemen daarvan is vastgelegd krachtens of overeenkomstig [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is vastgelegd in of krachtens [artikel 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) dan wel voortvloeit uit de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=40), [44 tot en met 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=44), [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=50), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=51), [53 tot en met 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=53), [59 tot en met 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=59), [63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=63) , [64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=64), [65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=65) of [66 van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=66);
- b. de voor hem geldende, krachtens [artikel 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels;
- c. de voor hem geldende, krachtens [artikel 8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels, behoudens voor zover een aanwijzing van Onze Minister krachtens [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.1&artikel=8.27&z=2008-05-01&g=2008-05-01) afwijking noodzakelijk maakt;
- d. aanwijzingen die met betrekking tot de beslissing op de aanvraag krachtens [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.1&artikel=8.27&z=2008-05-01&g=2008-05-01) door Onze Minister zijn gegeven.
- a. de voor de onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende grenswaarden, voor zover de verplichting tot het in acht nemen daarvan is vastgelegd krachtens of overeenkomstig [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is vastgelegd in of krachtens [artikel 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) dan wel voortvloeit uit de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=40), [44 tot en met 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=44), [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=50), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=51), [53 tot en met 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=53), [59 tot en met 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=59), [63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=63) , [64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=64), [65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=65) of [66 van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=66);
- b. de voor hem geldende, krachtens [artikel 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels;
- c. de voor hem geldende, krachtens [artikel 8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels, behoudens voor zover een aanwijzing van Onze Minister krachtens [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.1&artikel=8.27&z=2008-06-01&g=2008-06-01) afwijking noodzakelijk maakt;
- d. aanwijzingen die met betrekking tot de beslissing op de aanvraag krachtens [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.1&artikel=8.27&z=2008-06-01&g=2008-06-01) door Onze Minister zijn gegeven.
4. Het bevoegd gezag geeft in de motivering van de beslissing op de aanvraag aan, op welke wijze de in het eerste lid genoemde aspecten de inhoud van het besluit hebben beïnvloed.
##### Artikel 8.9
Het bevoegd gezag draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat er geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde wetten.
Het bevoegd gezag draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat er geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde wetten.
##### Artikel 8.10
@@ -1638,9 +1638,9 @@
- a. door verlening daarvan niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast;
- b. verlening daarvan niet in overeenstemming zou zijn met hetgeen overeenkomstig [artikel 8.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01), door het bevoegd gezag in acht moet worden genomen;
- c. door verlening daarvan strijd zou ontstaan met regels als bedoeld in [artikel 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- b. verlening daarvan niet in overeenstemming zou zijn met hetgeen overeenkomstig [artikel 8.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01), door het bevoegd gezag in acht moet worden genomen;
- c. door verlening daarvan strijd zou ontstaan met regels als bedoeld in [artikel 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. In afwijking van het eerste lid kan de vergunning tevens worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3).
@@ -1656,9 +1656,9 @@
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de voor een inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden bepaald. Daarbij kan worden bepaald dat de gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
5. Voor zover met betrekking tot de inrichting regels gelden, gesteld bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde wetten, kunnen de beperkingen en voorschriften daarvan alleen afwijken voor zover dat bij wettelijk voorschrift is toegestaan.
6. Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort, wordt in de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden, van de in het vijfde lid bedoelde regels afgeweken voor zover met die regels voor de gpbv-installatie niet wordt voldaan aan het bepaalde in de [artikelen 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
5. Voor zover met betrekking tot de inrichting regels gelden, gesteld bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde wetten, kunnen de beperkingen en voorschriften daarvan alleen afwijken voor zover dat bij wettelijk voorschrift is toegestaan.
6. Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort, wordt in de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden, van de in het vijfde lid bedoelde regels afgeweken voor zover met die regels voor de gpbv-installatie niet wordt voldaan aan het bepaalde in de [artikelen 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 8.12
@@ -1676,17 +1676,17 @@
5. In afwijking van het vierde lid, onder b, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het ter beschikking stellen van gegevens als bedoeld in dat onderdeel, voor zover:
- a. die gegevens krachtens [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
- b. die gegevens krachtens [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
- c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de [artikelen 12.4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- a. die gegevens krachtens [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
- b. die gegevens krachtens [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
- c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de [artikelen 12.4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 8.13
1. Aan een vergunning kunnen in het belang van de bescherming van het milieu andere voorschriften worden verbonden. Die voorschriften kunnen in ieder geval inhouden:
- a. dat daarbij aangegeven metingen, berekeningen of tellingen – andere dan bedoeld in de [artikelen 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [8.12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) – moeten worden verricht ter bepaling van de mate waarin de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt;
- a. dat daarbij aangegeven metingen, berekeningen of tellingen – andere dan bedoeld in de [artikelen 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [8.12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) – moeten worden verricht ter bepaling van de mate waarin de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt;
- b. dat in een mate als bij het voorschrift aangegeven, onderzoek moet worden verricht naar mogelijkheden tot verdergaande bescherming van het milieu dan waarin de andere aan de vergunning verbonden voorschriften voorzien;
@@ -1694,11 +1694,11 @@
- d. dat moet worden voldaan aan daarbij aangegeven eisen ten aanzien van de vakbekwaamheid van in de inrichting werkzame personen;
- e. dat aan de in de inrichting werkzame personen schriftelijk instructies worden gegeven om handelen in strijd met de vergunning, de daaraan verbonden voorschriften of bij of krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels tegen te gaan, en dat toezicht wordt gehouden op het naleven van die instructies;
- e. dat aan de in de inrichting werkzame personen schriftelijk instructies worden gegeven om handelen in strijd met de vergunning, de daaraan verbonden voorschriften of bij of krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels tegen te gaan, en dat toezicht wordt gehouden op het naleven van die instructies;
- f. dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde, daarbij aangegeven onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld;
- g. dat van daarbij aangegeven veranderingen als bedoeld in [artikel 8.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), binnen een in het voorschrift te bepalen termijn schriftelijk mededeling wordt gedaan aan het bevoegd gezag of een door hem aangewezen instantie;
- g. dat van daarbij aangegeven veranderingen als bedoeld in [artikel 8.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), binnen een in het voorschrift te bepalen termijn schriftelijk mededeling wordt gedaan aan het bevoegd gezag of een door hem aangewezen instantie;
- h. dat met het oog op het kunnen voldoen aan de andere aan de vergunning verbonden voorschriften daarbij aangegeven organisatorische en administratieve maatregelen moeten worden getroffen;
@@ -1706,11 +1706,11 @@
2. In afwijking van het eerste lid, onder **c**, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het melden of ter beschikking stellen van uitkomsten als bedoeld in dat onderdeel, indien:
- a. die uitkomsten als gegevens krachtens [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
- b. die uitkomsten als gegevens krachtens [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
- c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de [artikelen 12.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- a. die uitkomsten als gegevens krachtens [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld,
- b. die uitkomsten als gegevens krachtens [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moeten worden opgenomen in een PRTR-verslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of
- c. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de [artikelen 12.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Bij een voorschrift inzake nadere eisen als bedoeld in het eerste lid, onder **f**, kan worden aangegeven hoe van die eisen door het aangewezen bestuursorgaan openbaar wordt kennisgegeven.
@@ -1718,9 +1718,9 @@
1. Aan een vergunning worden geen voorschriften verbonden, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten.
2. Aan een vergunning worden, indien het een inrichting betreft waarop de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vervatte verboden betrekking hebben, geen voorschriften verbonden:
- a. inhoudende een emissiegrenswaarde voor de directe emissie van broeikasgassen waarop de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vervatte verboden betrekking hebben, tenzij zulks noodzakelijk is om te verzekeren dat geen significante gevolgen voor het milieu in de onmiddellijke omgeving van de inrichting worden veroorzaakt;
2. Aan een vergunning worden, indien het een inrichting betreft waarop de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vervatte verboden betrekking hebben, geen voorschriften verbonden:
- a. inhoudende een emissiegrenswaarde voor de directe emissie van broeikasgassen waarop de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vervatte verboden betrekking hebben, tenzij zulks noodzakelijk is om te verzekeren dat geen significante gevolgen voor het milieu in de onmiddellijke omgeving van de inrichting worden veroorzaakt;
- b. ter bevordering van een zuinig gebruik van energie in de inrichting.
@@ -1792,7 +1792,7 @@
- a. indien de inrichting niet binnen drie jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is voltooid en in werking gebracht;
- b. indien de inrichting een stortplaats is, als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.47&z=2008-05-01&g=2008-05-01): indien de stortplaats krachtens het derde lid van genoemd artikel voor gesloten is verklaard.
- b. indien de inrichting een stortplaats is, als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.47&z=2008-06-01&g=2008-06-01): indien de stortplaats krachtens het derde lid van genoemd artikel voor gesloten is verklaard.
2. Indien kan worden verwacht dat de inrichting niet binnen de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn kan worden voltooid en in werking gebracht, kan in de vergunning een andere termijn worden vastgesteld, die daarvoor in de plaats treedt.
@@ -1806,13 +1806,13 @@
- b. het voornemen tot het uitvoeren van de verandering door de vergunninghouder schriftelijk overeenkomstig de krachtens het zevende lid, onder a, gestelde regels aan het bevoegd gezag is gemeld, en
- c. het bevoegd gezag aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de voorgenomen verandering voldoet aan de aanhef en onderdeel a en de verandering naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot toepassing van de [artikelen 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
- c. het bevoegd gezag aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de voorgenomen verandering voldoet aan de aanhef en onderdeel a en de verandering naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot toepassing van de [artikelen 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Het eerste lid is niet van toepassing op veranderingen ten aanzien waarvan, indien zij vergunningplichtig zouden zijn geweest, bij de voorbereiding van de besluiten terzake, een milieu-effectrapport had moeten worden gemaakt.
3. Een besluit inzake een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes weken na ontvangst van de melding, bekendgemaakt.
4. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee weken na de bekendmaking van de verklaring geeft het bevoegd gezag openbaar kennis daarvan. Indien de verklaring betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens [artikel 8.7, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, zendt het bevoegd gezag bovendien een afschrift van de melding en de verklaring aan de inspecteur.
4. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee weken na de bekendmaking van de verklaring geeft het bevoegd gezag openbaar kennis daarvan. Indien de verklaring betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens [artikel 8.7, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, zendt het bevoegd gezag bovendien een afschrift van de melding en de verklaring aan de inspecteur.
5. Het bevoegd gezag geeft een ieder desgevraagd kosteloos inzage in de melding en de daarbij behorende stukken en verstrekt daarvan desgevraagd tegen betaling van de kosten een afschrift.
@@ -1832,15 +1832,15 @@
- a. de vergunning nog gedurende een daarbij aangegeven termijn blijft gelden voor rechtsopvolgers van degene aan wie zij is verleend;
- b. de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen door een andere rechtspersoon, indien daarvoor door het bevoegd gezag, dan wel – in gevallen als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01) – Onze Minister toestemming is verleend.
- b. de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen door een andere rechtspersoon, indien daarvoor door het bevoegd gezag, dan wel – in gevallen als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01) – Onze Minister toestemming is verleend.
##### Artikel 8.21
1. Indien met betrekking tot een inrichting waarvoor de bij of krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verboden niet gelden, die verboden op enig tijdstip gaan gelden, kan die inrichting in afwijking van die bepaling zonder vergunning in werking worden gehouden tot twaalf weken na dat tijdstip en, indien binnen deze termijn een aanvraag om de krachtens die bepaling vereiste vergunning is ingediend, vervolgens tot acht weken na het tijdstip waarop de beschikking op die aanvraag in werking is getreden.
1. Indien met betrekking tot een inrichting waarvoor de bij of krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verboden niet gelden, die verboden op enig tijdstip gaan gelden, kan die inrichting in afwijking van die bepaling zonder vergunning in werking worden gehouden tot twaalf weken na dat tijdstip en, indien binnen deze termijn een aanvraag om de krachtens die bepaling vereiste vergunning is ingediend, vervolgens tot acht weken na het tijdstip waarop de beschikking op die aanvraag in werking is getreden.
2. Indien zodanige verboden gaan gelden ten gevolge van een verandering van de inrichting of van de werking daarvan, is het eerste lid niet van toepassing, voor zover het die verandering betreft.
3. Indien de bij of krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verboden met betrekking tot de inrichting niet golden, blijven de voorschriften die krachtens een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voor de inrichting golden of krachtens de provinciale milieuverordening krachtens [artikel 1.2, zesde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onmiddellijk voor het gaan gelden van die verboden, voor de inrichting van toepassing gedurende de periode waarin de inrichting ingevolge het eerste lid zonder vergunning in werking mag worden gehouden, behoudens voor zover het veranderingen als bedoeld in het tweede lid betreft.
3. Indien de bij of krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verboden met betrekking tot de inrichting niet golden, blijven de voorschriften die krachtens een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voor de inrichting golden of krachtens de provinciale milieuverordening krachtens [artikel 1.2, zesde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onmiddellijk voor het gaan gelden van die verboden, voor de inrichting van toepassing gedurende de periode waarin de inrichting ingevolge het eerste lid zonder vergunning in werking mag worden gehouden, behoudens voor zover het veranderingen als bedoeld in het tweede lid betreft.
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
@@ -1852,7 +1852,7 @@
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het eerste lid wordt toegepast met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
4. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.23
@@ -1860,19 +1860,19 @@
2. Een belanghebbende, met uitzondering van de vergunninghouder, kan het bevoegd gezag verzoeken een vergunning in het belang van de bescherming van het milieu met toepassing van het eerste lid te wijzigen.
3. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van de beperkingen en voorschriften zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.24
1. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bevoegd gezag beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van die beperkingen en voorschriften zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake en de inhoud van die beperkingen en voorschriften zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.25
1. Het bevoegd gezag kan - onverminderd het in de[artikelen 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.34&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [18.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bepaalde - een vergunning voor een inrichting geheel of gedeeltelijk intrekken:
- a. indien de inrichting ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt en toepassing van [artikel 8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01) redelijkerwijs daarvoor geen oplossing biedt;
1. Het bevoegd gezag kan - onverminderd het in de[artikelen 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.34&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [18.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde - een vergunning voor een inrichting geheel of gedeeltelijk intrekken:
- a. indien de inrichting ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt en toepassing van [artikel 8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01) redelijkerwijs daarvoor geen oplossing biedt;
- b. indien dit in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is;
@@ -1880,25 +1880,25 @@
- d. indien de inrichting geheel of gedeeltelijk is verwoest;
- e. indien, in gevallen als aangegeven krachtens [artikel 8.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), de vergunninghouder niet meer degene is, die de inrichting drijft;
- e. indien, in gevallen als aangegeven krachtens [artikel 8.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), de vergunninghouder niet meer degene is, die de inrichting drijft;
- f. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3).
2. Het bevoegd gezag trekt de vergunning in:
- a. indien door toepassing van [artikel 8.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01), redelijkerwijs niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast;
- a. indien door toepassing van [artikel 8.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01), redelijkerwijs niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast;
- b. voor zover regels vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, hiertoe verplichten.
3. Een belanghebbende, met uitzondering van de vergunninghouder, kan het bevoegd gezag verzoeken een vergunning met toepassing van het eerste lid in te trekken.
4. Met betrekking tot een beslissing als bedoeld in het eerste lid zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing is op de voorbereiding van de intrekking van een vergunning op grond van het eerste lid, onder c, d, e of f, of tweede lid.
5. In een geval als aangegeven krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan een voorschrift overeenkomstig de betrokken algemene maatregel van bestuur aan de beschikking tot intrekking worden verbonden. [Artikel 8.15, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot een beslissing als bedoeld in het eerste lid zijn de [artikelen 8.6 tot en met 8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing is op de voorbereiding van de intrekking van een vergunning op grond van het eerste lid, onder c, d, e of f, of tweede lid.
5. In een geval als aangegeven krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan een voorschrift overeenkomstig de betrokken algemene maatregel van bestuur aan de beschikking tot intrekking worden verbonden. [Artikel 8.15, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. In de beschikking tot intrekking kan worden bepaald dat een voorschrift als bedoeld in het vijfde lid, dan wel daarbij aangewezen aan de vergunning verbonden voorschriften gedurende een daarbij aan te geven termijn blijven gelden.
7. Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid, onder f, is [artikel 8.10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
7. Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid, onder f, is [artikel 8.10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
8. Het bevoegd gezag gaat tot intrekking van een vergunning op grond van het eerste lid, onder c, d, e of f, of het tweede lid niet over zonder de vergunninghouder in de gelegenheid te hebben gesteld binnen een termijn van zes weken schriftelijk of mondeling zienswijzen over de intrekking naar voren te brengen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan door toezending daarvan aan de adviseurs.
@@ -1906,9 +1906,9 @@
1. Het bevoegd gezag kan de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken op verzoek van de vergunninghouder, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 8.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 8.25, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 8.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 8.25, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
@@ -1926,15 +1926,15 @@
##### Artikel 8.28
In gevallen waarin een vergunning krachtens deze wet wordt aangevraagd, die betrekking heeft op een inrichting van waaruit stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1) in het oppervlaktewater worden gebracht, worden, indien daarvoor een vergunning krachtens die wet vereist is, bij de toepassing van dit hoofdstuk, van [hoofdstuk 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.
In gevallen waarin een vergunning krachtens deze wet wordt aangevraagd, die betrekking heeft op een inrichting van waaruit stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1) in het oppervlaktewater worden gebracht, worden, indien daarvoor een vergunning krachtens die wet vereist is, bij de toepassing van dit hoofdstuk, van [hoofdstuk 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.
##### Artikel 8.29
Indien in de vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) een bepaling wordt opgenomen als bedoeld in [artikel 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) over de termijn waarvoor zij geldt, kan een gelijke bepaling worden opgenomen in de vergunning krachtens deze wet.
Indien in de vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) een bepaling wordt opgenomen als bedoeld in [artikel 8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) over de termijn waarvoor zij geldt, kan een gelijke bepaling worden opgenomen in de vergunning krachtens deze wet.
##### Artikel 8.30
1. De aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning overeenkomstig [artikel 8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt tegelijk ingediend met de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682). De aanvraag wordt door de aanvrager tevens gezonden aan het bestuursorgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens die wet bevoegd is.
1. De aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning overeenkomstig [artikel 8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt tegelijk ingediend met de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682). De aanvraag wordt door de aanvrager tevens gezonden aan het bestuursorgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens die wet bevoegd is.
2. Indien de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) niet is ingediend binnen zes weken na het tijdstip waarop de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning krachtens deze wet is ingediend, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.
@@ -1950,7 +1950,7 @@
##### Artikel 8.31a
1. In een geval als bedoeld in [artikel 8.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), waarin burgemeester en wethouders bevoegd zijn de beschikking op de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet te verlenen, kunnen gedeputeerde staten, indien dat met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, en zo nodig in afwijking van regels, gesteld krachtens [artikel 8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01), op een daartoe strekkend verzoek van het orgaan dat bevoegd is de vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) te verlenen, aan burgemeester en wethouders een bindende aanwijzing geven ter zake van de inhoud van die beschikking.
1. In een geval als bedoeld in [artikel 8.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), waarin burgemeester en wethouders bevoegd zijn de beschikking op de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet te verlenen, kunnen gedeputeerde staten, indien dat met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, en zo nodig in afwijking van regels, gesteld krachtens [artikel 8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01), op een daartoe strekkend verzoek van het orgaan dat bevoegd is de vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) te verlenen, aan burgemeester en wethouders een bindende aanwijzing geven ter zake van de inhoud van die beschikking.
2. Een aanwijzing wordt gegeven binnen acht weken na de dag waarop het ontwerp van de beschikking op de aanvraag overeenkomstig [artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11) ter inzage is gelegd. Zij wordt niet gegeven dan na overleg met het bevoegd gezag.
@@ -1962,25 +1962,25 @@
##### Artikel 8.33
Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de [artikelen 8.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn de [artikelen 8.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.31, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.31a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [8.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de [artikelen 8.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn de [artikelen 8.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.31, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.31a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [8.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.34
1. Het bevoegd gezag kan een vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien de krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) verleende vergunning geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken.
2. Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is [artikel 8.25, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is [artikel 8.25, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
##### Artikel 8.35
1. Indien een vergunning betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie, waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, worden bij de toepassing van dit hoofdstuk, van [hoofdstuk 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.
1. Indien een vergunning betrekking heeft op een inrichting, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie, waarin afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd, worden bij de toepassing van dit hoofdstuk, van [hoofdstuk 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.
2. Bij de maatregel kan worden bepaald dat een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts betrekking heeft op daarbij aangewezen categorieën van gevallen.
##### Artikel 8.36
1. Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatige beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde strekking.
1. Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatige beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde strekking.
2. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
@@ -1988,13 +1988,13 @@
1. Het bevoegd gezag zendt Onze Minister onverwijld een exemplaar van de aanvraag en van de daarbij gevoegde stukken.
2. Indien de aanvrager de krachtens [artikel 8.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) te verstrekken gegevens, voorzover deze betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen, niet of niet volledig heeft verstrekt, laat het bevoegd gezag de aanvraag op verzoek van Onze Minister buiten behandeling.
2. Indien de aanvrager de krachtens [artikel 8.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) te verstrekken gegevens, voorzover deze betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen, niet of niet volledig heeft verstrekt, laat het bevoegd gezag de aanvraag op verzoek van Onze Minister buiten behandeling.
3. Op verzoek van Onze Minister neemt het bevoegd gezag de aanvraag ondanks de onvolledigheid van de in het tweede lid bedoelde gegevens in behandeling. Het stelt de aanvrager op verzoek van Onze Minister in de gelegenheid de aanvraag overeenkomstig [artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) binnen een bij het verzoek aan te geven termijn aan te vullen.
4. Onze Minister zendt een exemplaar van het ontwerp van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het met een exemplaar van het ontwerp van de beschikking overeenkomstig [artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:13) aan de aanvrager van de vergunning en aan de betrokken bestuursorganen kan worden gezonden.
5. Zienswijzen die overeenkomstig [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren worden gebracht alsmede door de krachtens [artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangewezen adviseurs en overeenkomstig [artikel 8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01) uitgebrachte adviezen kunnen mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring. Voor zover dat het geval is, zendt het bevoegd gezag ze onverwijld aan Onze Minister. Onze Minister deelt zijn oordeel over de zienswijzen en adviezen mee aan het bevoegd gezag.
5. Zienswijzen die overeenkomstig [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren worden gebracht alsmede door de krachtens [artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangewezen adviseurs en overeenkomstig [artikel 8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01) uitgebrachte adviezen kunnen mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring. Voor zover dat het geval is, zendt het bevoegd gezag ze onverwijld aan Onze Minister. Onze Minister deelt zijn oordeel over de zienswijzen en adviezen mee aan het bevoegd gezag.
6. Het bevoegd gezag kan Onze Minister te allen tijde advies uitbrengen met het oog op de samenhang tussen de beslissing omtrent de verklaring en de beslissing op de aanvraag. Het brengt met het oog op deze samenhang in ieder geval advies uit over het ontwerp van de verklaring.
@@ -2002,9 +2002,9 @@
##### Artikel 8.38
1. De [artikelen 8.36a tot en met 8.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot wijziging en intrekking van een vergunning overeenkomstig de [artikelen 8.22 tot en met 8.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.34&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het besluit kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) dan wel [artikel 8.26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.26a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
1. De [artikelen 8.36a tot en met 8.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot wijziging en intrekking van een vergunning overeenkomstig de [artikelen 8.22 tot en met 8.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.34&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Onze Minister zendt een exemplaar van de verklaring zo tijdig aan het bevoegd gezag dat het besluit kan worden genomen binnen de termijn, genoemd in [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) dan wel [artikel 8.26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.26a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 8.39
@@ -2018,7 +2018,7 @@
2. Overeenkomstig het verzoek wijzigt het bevoegd gezag de vergunning of trekt het deze in.
3. Het bevoegd gezag brengt adviezen en overeenkomstig [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen ter kennis van Onze Minister. Deze deelt zijn oordeel daarover aan het bevoegd gezag mee. [Artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag brengt adviezen en overeenkomstig [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) naar voren gebrachte zienswijzen ter kennis van Onze Minister. Deze deelt zijn oordeel daarover aan het bevoegd gezag mee. [Artikel 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 8.2. Algemene regels
@@ -2038,17 +2038,17 @@
- d. de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die inrichtingen die tot de betrokken categorieën behoren, kunnen veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
- e. de voor onderdelen van het milieu, waarvoor de betrokken categorieën van inrichtingen gevolgen kunnen hebben, geldende milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of bij [Bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- e. de voor onderdelen van het milieu, waarvoor de betrokken categorieën van inrichtingen gevolgen kunnen hebben, geldende milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens of overeenkomstig [artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of bij [Bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- f. de redelijkerwijs te verwachten financiële en economische gevolgen van de maatregel.
In een toelichting bij de maatregel wordt aangegeven op welke wijze deze aspecten bij de voorbereiding van de maatregel zijn betrokken.
3. Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de [artikelen 8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [8.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [8.22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting veroorzaakt.
3. Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de [artikelen 8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [8.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [8.22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting veroorzaakt.
##### Artikel 8.41
1. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen de verplichting worden opgelegd tot het melden van het oprichten of het veranderen van een inrichting waarop de maatregel betrekking heeft, dan wel van het veranderen van de werking daarvan.
1. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen de verplichting worden opgelegd tot het melden van het oprichten of het veranderen van een inrichting waarop de maatregel betrekking heeft, dan wel van het veranderen van de werking daarvan.
2. Bij de maatregel wordt aangegeven:
@@ -2062,13 +2062,13 @@
3. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid, onder **c**, bedoelde gegevens en de wijze waarop zij moeten worden verstrekt.
4. Van de melding wordt openbaar kennisgegeven in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. Indien op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) ook anderszins gegevens moeten worden verstrekt, kunnen bij de maatregel regels over de openbare kennisgeving daarvan worden gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen, waaraan een exemplaar van de melding of de anderszins verstrekte gegevens moet worden toegezonden.
4. Van de melding wordt openbaar kennisgegeven in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. Indien op grond van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) ook anderszins gegevens moeten worden verstrekt, kunnen bij de maatregel regels over de openbare kennisgeving daarvan worden gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen, waaraan een exemplaar van de melding of de anderszins verstrekte gegevens moet worden toegezonden.
##### Artikel 8.42
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu, gesteld door een bij die maatregel aangegeven bestuursorgaan.
2. Op het stellen van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu, gesteld door een bij die maatregel aangegeven bestuursorgaan.
2. Op het stellen van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, kan voorschriften stellen die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens de maatregel, bedoeld in dat lid, indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
@@ -2090,7 +2090,7 @@
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag beperkingen of voorschriften, die nodig zijn ter bescherming van het milieu en waarvan de inhoud in die maatregel is aangegeven, aan te brengen onderscheidenlijk te verbinden aan de vergunningen voor inrichtingen die behoren tot een bij de maatregel aangewezen categorie. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. Artikel 8.40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Ten aanzien van krachtens het eerste lid aan te geven beperkingen en voorschriften zijn [de artikelen 8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [8.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [8.22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Ten aanzien van krachtens het eerste lid aan te geven beperkingen en voorschriften zijn [de artikelen 8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [8.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [8.22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens het eerste lid wordt bepaald in hoeverre het bevoegd gezag met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij de maatregel gestelde regels kan afwijken of nadere eisen kan stellen. Daarbij kan worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken of tot het stellen van nadere eisen slechts geldt in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen.
@@ -2102,7 +2102,7 @@
2. Regels als bedoeld in het eerste lid kunnen niet betrekking hebben op beslissingen inzake vergunningen ten aanzien waarvan Onze Minister of Onze Minister van Economische Zaken het bevoegd gezag is.
3. [Artikel 8.45, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 8.45, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 8.2. Algemene regels
@@ -2128,9 +2128,9 @@
##### Artikel 8.48
1. Deze titel is van toepassing op stortplaatsen waarvoor een vergunning ingevolge [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is vereist, waar op of na 1 september 1996 afvalstoffen worden gestort, en
- a. waarvoor een algemene maatregel van bestuur geldt als bedoeld in [artikel 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of
1. Deze titel is van toepassing op stortplaatsen waarvoor een vergunning ingevolge [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is vereist, waar op of na 1 september 1996 afvalstoffen worden gestort, en
- a. waarvoor een algemene maatregel van bestuur geldt als bedoeld in [artikel 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of
- b. uitsluitend baggerspecie wordt gestort.
@@ -2158,21 +2158,21 @@
##### Artikel 8.50
1. Het bevoegd gezag is belast met de maatregelen, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Het bevoegd gezag kan de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde maatregelen, opdragen aan een daartoe door hem aangewezen rechtspersoon of instantie.
3. In afwijking van het eerste lid berust de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde maatregelen met betrekking tot:
1. Het bevoegd gezag is belast met de maatregelen, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Het bevoegd gezag kan de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde maatregelen, opdragen aan een daartoe door hem aangewezen rechtspersoon of instantie.
3. In afwijking van het eerste lid berust de zorg voor de uitvoering van de werkzaamheden die verband houden met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde maatregelen met betrekking tot:
- a. gesloten stortplaatsen waar baggerspecie is gestort en die worden gedreven of mede worden gedreven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, bij die minister;
- b. gesloten afvalvoorzieningen, waarvoor ingevolge [artikel 8.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), Onze Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is, bij degene die de afvalvoorziening het laatst heeft gedreven.
- b. gesloten afvalvoorzieningen, waarvoor ingevolge [artikel 8.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), Onze Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is, bij degene die de afvalvoorziening het laatst heeft gedreven.
4. Op verzoek van degene die een bedrijfsgebonden stortplaats het laatst heeft gedreven, wordt bij het al dan niet toepassen van het tweede lid rekening gehouden met de mogelijkheid die zorg aan die persoon op te dragen.
##### Artikel 8.51
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd, is verplicht te gedogen dat werkzaamheden worden verricht ten behoeve van die zorg, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd, is verplicht te gedogen dat werkzaamheden worden verricht ten behoeve van die zorg, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
@@ -2190,7 +2190,7 @@
4. Onder handelingen als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval verstaan: inzamelen of anderszins in ontvangst nemen, bewaren, nuttig toepassen, verwijderen, vervoeren of verhandelen van afvalstoffen of bemiddelen bij het beheer van afvalstoffen.
5. De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet of een in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde wet of de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
5. De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet of een in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde wet of de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
##### Artikel 10.1a
@@ -2240,7 +2240,7 @@
- b. een effectief toezicht op het beheer van afvalstoffen mogelijk is.
2. Ten aanzien van een inrichting die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01), alsmede ten aanzien van een beslissing omtrent een vergunning als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01), houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen voorts vereist dat:
2. Ten aanzien van een inrichting die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01), alsmede ten aanzien van een beslissing omtrent een vergunning als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01), houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen voorts vereist dat:
- a. de continuïteit van het beheer van afvalstoffen wordt gewaarborgd;
@@ -2266,13 +2266,13 @@
- b. een uitwerking van deze hoofdlijnen met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen of wijzen van beheer van afvalstoffen;
- c. de capaciteit die benodigd is voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen in inrichtingen die behoren tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daaropvolgende zes jaar;
- c. de capaciteit die benodigd is voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen in inrichtingen die behoren tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daaropvolgende zes jaar;
- d. een beschrijving van het beleid ter uitvoering van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar.
##### Artikel 10.8
1. Onze Minister stelt het onderdeel van het afvalbeheersplan, bedoeld in [artikel 10.7, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
1. Onze Minister stelt het onderdeel van het afvalbeheersplan, bedoeld in [artikel 10.7, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
2. Onze Minister stelt de onderdelen van het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.7, tweede lid, onder b en c, op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
@@ -2298,7 +2298,7 @@
1. Zodra het afvalbeheersplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het afvalbeheersplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan gedeputeerde staten van de provincies en burgemeester en wethouders van de gemeenten.
2. Onze Minister zendt het afvalbeheersplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig [artikel 10.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01), waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
2. Onze Minister zendt het afvalbeheersplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig [artikel 10.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01), waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
##### Artikel 10.12
@@ -2318,13 +2318,13 @@
1. Het afvalbeheersplan kan worden gewijzigd.
2. Met betrekking tot een wijziging van het afvalbeheersplan zijn [de artikelen 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot een wijziging van het afvalbeheersplan zijn [de artikelen 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [10.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.14
1. Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheersplan bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
2. Voor zover het afvalbeheersplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Voor zover het afvalbeheersplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en de criteria, genoemd in [artikel 10.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
@@ -2416,7 +2416,7 @@
##### Artikel 10.19
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om daarbij aangewezen stoffen, preparaten of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om daarbij aangewezen stoffen, preparaten of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid.
@@ -2424,7 +2424,7 @@
##### Artikel 10.20
1. Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in [de artikelen 10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [10.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde strekking.
1. Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, een regeling vaststellen van de in [de artikelen 10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [10.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde strekking.
2. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. Onze Minister kan de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
@@ -2456,13 +2456,13 @@
1. De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast.
2. Onverminderd [artikel 10.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening gehouden met:
2. Onverminderd [artikel 10.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt bij het vaststellen of wijzigen van de verordening rekening gehouden met:
- a. het gemeentelijke milieubeleidsplan;
- b. het gemeentelijke milieuprogramma, indien in de gemeente geen milieubeleidsplan geldt.
3. De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. De afvalstoffenverordening bevat geen regels als bedoeld in [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
#### § 10.4.7. Het in-, uit- en doorvoeren van huishoudelijke afvalstoffen, autowrakken en bedrijfsafvalstoffen
@@ -2478,7 +2478,7 @@
##### Artikel 10.26
1. De gemeenteraad kan, in afwijking van [artikel 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening bepalen dat:
1. De gemeenteraad kan, in afwijking van [artikel 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening bepalen dat:
- a. huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel;
@@ -2494,7 +2494,7 @@
##### Artikel 10.27
In gevallen als bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01), dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
In gevallen als bedoeld in [artikel 10.26, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01), dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dat op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
##### Artikel 10.28
@@ -2502,7 +2502,7 @@
2. Bij de maatregel kan worden aangegeven op welke wijze de gemeenteraad en burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat plaatsen als bedoeld in het eerste lid, binnen de gemeente in voldoende mate beschikbaar zijn.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat [de artikelen 10.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [10.24, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat [de artikelen 10.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [10.24, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet van toepassing zijn met betrekking tot de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, die zijn aangewezen krachtens het eerste lid.
##### Artikel 10.29
@@ -2532,7 +2532,7 @@
##### Artikel 10.31
[De artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en titel 10.6 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert.
[De artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en titel 10.6 zijn niet van toepassing op het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en transporteren van afvalwater in een zodanige voorziening en het vanuit een zodanige voorziening afgeven van afvalwater aan een persoon die een zuiveringstechnisch werk beheert.
##### Artikel 10.32
@@ -2584,29 +2584,29 @@
2. Het verbod geldt niet indien bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon:
- a. die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen;
- a. die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bevoegd is de betrokken afvalstoffen in te zamelen;
- b. die bevoegd is de betrokken afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen:
- 1°. krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- 2°. op grond van een krachtens [artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- 3°. krachtens [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- 4°. op grond van een krachtens [artikel 10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. die krachtens [artikel 10.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- 1°. krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- 2°. op grond van een krachtens [artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- 3°. krachtens [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- 4°. op grond van een krachtens [artikel 10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01), verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens [artikel 10.63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van het verbod, bedoeld in [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. die krachtens [artikel 10.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de [artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- d. die op grond van een krachtens de [Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975) verleende ontheffing bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen;
- e. die krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) bevoegd is afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren;
- f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) die afvalstoffen naar dat land brengt.
- f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) die afvalstoffen naar dat land brengt.
##### Artikel 10.38
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), registreert met betrekking tot zodanige afgifte:
- a. de datum van afgifte;
@@ -2622,7 +2622,7 @@
2. De geregistreerde gegevens worden tenminste vijf jaar bewaard en gedurende die periode ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de wet.
3. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
3. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
#### § 10.5.4. Het in-, uit- en doorvoeren van gevaarlijke afvalstoffen
@@ -2646,9 +2646,9 @@
##### Artikel 10.43
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01) niet gelden.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in [artikel 10.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), de verplichting opgelegd de in de betrokken bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.38 tot en met 10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01) niet gelden.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur aan personen als bedoeld in [artikel 10.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), de verplichting opgelegd de in de betrokken bepalingen bedoelde gegevens te registreren op een daarbij aan te geven wijze.
##### Artikel 10.43a
@@ -2710,7 +2710,7 @@
- a. zonder vermelding op een lijst van inzamelaars, of
- b. ingeval de afvalstoffen tot de krachtens [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangewezen categorieën behoren, zonder vergunning van Onze Minister.
- b. ingeval de afvalstoffen tot de krachtens [artikel 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangewezen categorieën behoren, zonder vergunning van Onze Minister.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
@@ -2726,7 +2726,7 @@
2. Tot de regels behoren:
- a. regels omtrent de wijze waarop een inzamelaar zich bij de krachtens [artikel 10.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen instantie meldt en de gegevens die daarbij worden overgelegd;
- a. regels omtrent de wijze waarop een inzamelaar zich bij de krachtens [artikel 10.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen instantie meldt en de gegevens die daarbij worden overgelegd;
- b. regels inhoudende de verplichting een wijziging te melden in de gegevens welke bij de melding zijn overgelegd;
@@ -2762,7 +2762,7 @@
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder verslagjaar: kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin een milieuverslag moet worden opgesteld.
2. De bij of krachtens deze titel gestelde bepalingen gelden voor bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorieën van gevallen waarin inrichtingen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij aangegeven regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. De maatregel heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen waarvoor gedeputeerde staten van de provincie krachtens [artikel 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bevoegd zijn te beslissen op een aanvraag om een vergunning.
2. De bij of krachtens deze titel gestelde bepalingen gelden voor bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorieën van gevallen waarin inrichtingen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij aangegeven regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. De maatregel heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen waarvoor gedeputeerde staten van de provincie krachtens [artikel 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bevoegd zijn te beslissen op een aanvraag om een vergunning.
##### Artikel 12.2
@@ -2774,7 +2774,7 @@
##### Artikel 12.4
1. Degene die de inrichting drijft, stelt jaarlijks ten behoeve van het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voor de betrokken inrichting te verlenen, een milieuverslag op. In de gevallen waarin een vergunning vereist is krachtens [artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1) wordt het verslag tevens opgesteld ten behoeve van het bestuursorgaan dat tot verlening van die vergunning bevoegd is.
1. Degene die de inrichting drijft, stelt jaarlijks ten behoeve van het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voor de betrokken inrichting te verlenen, een milieuverslag op. In de gevallen waarin een vergunning vereist is krachtens [artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1) wordt het verslag tevens opgesteld ten behoeve van het bestuursorgaan dat tot verlening van die vergunning bevoegd is.
2. Het verslag wordt opgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Het bevat de bij of krachtens die maatregel aan te wijzen gegevens omtrent:
@@ -2788,7 +2788,7 @@
4. Als gegevens als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, worden slechts aangewezen gegevens die redelijkerwijs nodig zijn voor:
- a. de vervulling door de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, van de in [artikel 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van de Wet milieubeheer, onderscheidenlijk [artikel 29 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=24) bedoelde taak,
- a. de vervulling door de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, van de in [artikel 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van de Wet milieubeheer, onderscheidenlijk [artikel 29 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=24) bedoelde taak,
- b. de vaststelling van het door die bestuursorganen of andere bestuursorganen te voeren milieubeleid en de controle op de voortgang van de uitvoering van dat beleid, of
@@ -2798,19 +2798,19 @@
##### Artikel 12.5
1. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt bepaald in hoeverre een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorschriften aan de vergunning kan verbinden, die de verplichting inhouden hem gegevens ter beschikking te stellen, die niet krachtens artikel 12.4 in een milieuverslag dat ten behoeve van dat bestuursorgaan wordt opgesteld, behoeven te worden opgenomen.
2. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kunnen regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen regeling behoeft in verband met het gaan gelden van de bij of krachtens die maatregel gestelde regels.
1. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt bepaald in hoeverre een bestuursorgaan als bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorschriften aan de vergunning kan verbinden, die de verplichting inhouden hem gegevens ter beschikking te stellen, die niet krachtens artikel 12.4 in een milieuverslag dat ten behoeve van dat bestuursorgaan wordt opgesteld, behoeven te worden opgenomen.
2. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 12.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kunnen regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen regeling behoeft in verband met het gaan gelden van de bij of krachtens die maatregel gestelde regels.
##### Artikel 12.6
1. Een milieuverslag wordt in de Nederlandse taal gesteld.
2. Het eerste lid geldt niet voor een milieuverslag als bedoeld in [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) dat ten behoeve van een bestuursorgaan wordt opgesteld, indien overeenkomstig [afdeling 2.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=2.2) de Friese taal gebruikt wordt. Indien het milieuverslag in de Friese taal is gesteld, verstrekt degene die de inrichting drijft, daarvan op verzoek een vertaling in de Nederlandse taal.
2. Het eerste lid geldt niet voor een milieuverslag als bedoeld in [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) dat ten behoeve van een bestuursorgaan wordt opgesteld, indien overeenkomstig [afdeling 2.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=2.2) de Friese taal gebruikt wordt. Indien het milieuverslag in de Friese taal is gesteld, verstrekt degene die de inrichting drijft, daarvan op verzoek een vertaling in de Nederlandse taal.
##### Artikel 12.7
1. Zo spoedig mogelijk, maar niet later dan zes maanden na afloop van het verslagjaar geeft degene die de inrichting drijft, desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt hij tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een milieuverslag dat hij ingevolge [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) moet opstellen.
1. Zo spoedig mogelijk, maar niet later dan zes maanden na afloop van het verslagjaar geeft degene die de inrichting drijft, desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt hij tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een milieuverslag dat hij ingevolge [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) moet opstellen.
2. Degene die de inrichting drijft geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage en de verkrijgbaarheid van het verslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt.
@@ -2818,13 +2818,13 @@
##### Artikel 12.8
1. Zo spoedig mogelijk na het opstellen van een milieuverslag ten behoeve van een bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), maar niet later dan drie maanden na afloop van het verslagjaar, zendt degene die de inrichting drijft, het milieuverslag elektronisch of indien dat verslag niet elektronisch wordt verzonden, twee exemplaren van het door hem over het afgelopen verslagjaar opgestelde milieuverslag aan dat bestuursorgaan. In gevallen als bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zendt hij, indien het milieuverslag niet elektronisch wordt verzonden, tegelijkertijd tevens twee exemplaren van dat verslag aan het in die volzin bedoelde bestuursorgaan.
2. Het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan de inspecteur. Het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan het rijksinstituut, bedoeld in [artikel 32 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=32).
1. Zo spoedig mogelijk na het opstellen van een milieuverslag ten behoeve van een bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), maar niet later dan drie maanden na afloop van het verslagjaar, zendt degene die de inrichting drijft, het milieuverslag elektronisch of indien dat verslag niet elektronisch wordt verzonden, twee exemplaren van het door hem over het afgelopen verslagjaar opgestelde milieuverslag aan dat bestuursorgaan. In gevallen als bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zendt hij, indien het milieuverslag niet elektronisch wordt verzonden, tegelijkertijd tevens twee exemplaren van dat verslag aan het in die volzin bedoelde bestuursorgaan.
2. Het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan de inspecteur. Het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zendt van elk ontvangen verslag een exemplaar aan het rijksinstituut, bedoeld in [artikel 32 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=32).
##### Artikel 12.9
Indien degene die de inrichting drijft, verplicht is aan een ander bestuursorgaan dan de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gegevens ter beschikking te stellen, die in de vereiste vorm zijn opgenomen in een milieuverslag als bedoeld in [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) dat ten behoeve van een bestuursorgaan is opgesteld, kan aan deze verplichting worden voldaan door dat verslag over te leggen en voor deze gegevens te verwijzen naar het betrokken onderdeel van dat verslag.
Indien degene die de inrichting drijft, verplicht is aan een ander bestuursorgaan dan de bestuursorganen, bedoeld in [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gegevens ter beschikking te stellen, die in de vereiste vorm zijn opgenomen in een milieuverslag als bedoeld in [artikel 12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) dat ten behoeve van een bestuursorgaan is opgesteld, kan aan deze verplichting worden voldaan door dat verslag over te leggen en voor deze gegevens te verwijzen naar het betrokken onderdeel van dat verslag.
##### Artikel 10.44c
@@ -2836,7 +2836,7 @@
##### Artikel 13.1
1. Bij de toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) op de voorbereiding van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten of wettelijke bepalingen, wordt [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in acht genomen, indien dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
1. Bij de toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) op de voorbereiding van beschikkingen krachtens de in het tweede lid genoemde wetten of wettelijke bepalingen, wordt [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in acht genomen, indien dat bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
2. De in het eerste lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen zijn:
@@ -2856,8 +2856,6 @@
de [Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975),
de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892),
de [Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994),
de [Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505),
@@ -2868,7 +2866,7 @@
##### Artikel 13.2
Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven uiterlijk tien weken na ontvangst van de aanvraag. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), [3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), en [3:14 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:14) en [de artikelen 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [13.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
Indien bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt van die aanvraag kennisgegeven uiterlijk tien weken na ontvangst van de aanvraag. Met betrekking tot die kennisgeving zijn de [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), [3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), en [3:14 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:14) en [de artikelen 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [13.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 13.3
@@ -2884,7 +2882,7 @@
##### Artikel 13.6
Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig [artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17), en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15). [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is niet van toepassing.
Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig [artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17), en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15). [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is niet van toepassing.
##### Artikel 13.7
@@ -2900,7 +2898,7 @@
##### Artikel 13.10
In gevallen waarin Onze Minister bevoegd is een vergunning of ontheffing te verlenen, kan hij in overeenstemming met Onze betrokken Minister in het belang van de veiligheid van de Staat de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) en van de [artikelen 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.30, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.30&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01) geheel of gedeeltelijk achterwege laten, voor zover dat belang zulks vereist.
In gevallen waarin Onze Minister bevoegd is een vergunning of ontheffing te verlenen, kan hij in overeenstemming met Onze betrokken Minister in het belang van de veiligheid van de Staat de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) en van de [artikelen 8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.30, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.30&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01) geheel of gedeeltelijk achterwege laten, voor zover dat belang zulks vereist.
##### Artikel 13.11
@@ -2910,1358 +2908,8132 @@
- b. betrekking heeft op het beheer van andere dan gevaarlijke afvalstoffen waarvan het beheer door een ongewone omstandigheid en in verband met de hoeveelheid waarin die afvalstoffen vrijkomen, op korte termijn nodig is;
- c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01)
2. In gevallen als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan Onze Minister in gevallen als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) buiten toepassing blijft.
- c. strekt tot uitvoering van een verplichting, opgelegd krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01)
2. In gevallen als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan Onze Minister in gevallen als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) buiten toepassing blijft.
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 12.10
Vervallen
##### Artikel 13.14
Vervallen
##### Artikel 13.15
Vervallen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 13.16
Vervallen
##### Artikel 13.17
Vervallen
##### Artikel 13.18
Vervallen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
##### Artikel 13.19
Vervallen
##### Artikel 13.20
Vervallen
##### Artikel 13.21
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
##### Artikel 13.22
Vervallen
##### Artikel 13.23
Vervallen
##### Artikel 13.24
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
##### Artikel 13.25
Vervallen
##### Artikel 13.26
Vervallen
##### Artikel 13.27
Vervallen
##### Artikel 13.28
Vervallen
##### Artikel 13.29
Vervallen
##### Artikel 13.30
Vervallen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.31
Vervallen
##### Artikel 13.32
Vervallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 14.1
1. Ingeval ten behoeve van een zelfde inrichting aanvragen zijn gedaan tot het geven van met elkaar samenhangende beschikkingen en op de voorbereiding van ten minste een daarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, kunnen gedeputeerde staten van de provincie waar die inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, een gecoördineerde behandeling van die aanvragen bevorderen.
2. Gedeputeerde staten zijn gehouden een gecoördineerde behandeling van aanvragen als bedoeld in de aanhef van het eerste lid, indien zij zijn gericht tot verschillende bestuursorganen, te bevorderen wanneer een van die organen dan wel de aanvrager of een der aanvragers hun daarom verzoekt.
3. Gedeputeerde staten zijn voorts gehouden op verzoek van degene die voornemens is een of meer aanvragen te doen als in de aanhef van het eerste lid bedoeld, indien die aanvragen zullen worden gericht tot verschillende bestuursorganen, een gecoördineerde voorbereiding van die aanvragen te bevorderen.
4. De verplichtingen, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden, voor zover het betreft aanvragen om beschikkingen op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing is, slechts voor zover nakoming daarvan mogelijk is in verband met de wettelijke voorschriften betreffende de totstandkoming van die beschikkingen.
5. Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste, tweede of derde lid, delen zij dit onverwijld schriftelijk mede aan de aanvragers en elk der andere bestuursorganen waartoe één of meer der aanvragen mocht zijn gericht.
##### Artikel 14.2
1. Ten aanzien van aanvragen als bedoeld in de [aanhef van artikel 14.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die binnen een tijdsverloop van zes weken zijn gedaan, kunnen gedeputeerde staten, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, bepalen dat als datum van ontvangst van die aanvragen geldt de datum waarop de laatste daarvan is ontvangen. Indien het ontwerp van de beschikking op een aanvraag al overeenkomstig [artikel 3:13 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:13) is toegezonden, blijft de eerste volzin met betrekking tot die aanvraag buiten toepassing.
2. Gedeputeerde staten zijn gehouden ten aanzien van aanvragen als bedoeld in het eerste lid een bepaling als daar bedoeld te stellen wanneer een ander bestuursorgaan waartoe één of meer der aanvragen is gericht, dan wel de aanvrager of een der aanvragers hun daarom verzoekt. Een verzoek wordt schriftelijk bij gedeputeerde staten ingediend.
3. Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste of tweede lid, delen zij dit onverwijld mede aan de aanvragers en aan elk der andere bestuursorganen waartoe één of meer der aanvragen mocht zijn gericht, onder vermelding van de datum waarop de laatste aanvraag is ontvangen.
##### Artikel 14.3
1. In geval van gecoördineerde behandeling van aanvragen bevorderen gedeputeerde staten in ieder geval, dat bij de beoordeling van de aanvragen door de onderscheidene bestuursorganen die bevoegd zijn daarop te beslissen, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen de betrokken aanvragen en dat door die organen tevens gelet wordt op de samenhang tussen de beschikkingen die op de aanvragen worden gegeven.
2. Zij dragen er daarnaast ten minste zorg voor dat zoveel mogelijk:
- a. ten aanzien van de ontwerpen van de betrokken beschikkingen gezamenlijk toepassing wordt gegeven aan de [artikelen 3:11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), en [3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) en [artikel 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. de gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen overeenkomstig [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) wordt gegeven met betrekking tot de ontwerpen van de betrokken beschikkingen te zamen;
- c. de betrokken beschikkingen gezamenlijk overeenkomstig [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) worden bekendgemaakt.
##### Artikel 14.4
Gedeputeerde staten kunnen van de bestuursorganen die bevoegd zijn te beslissen op de aanvragen waarover de in [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde coördinatie zich uitstrekt, alsmede van de bij de beslissingen op die aanvragen betrokken adviseurs de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen en adviseurs zijn gehouden de van hen gevorderde medewerking te verlenen.
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 14.5
1. Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt en op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport gemaakt.
2. Buiten de gevallen, in het eerste lid bedoeld, kan, ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, worden besloten dat ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport wordt gemaakt.
3. Een besluit krachtens het tweede lid wordt genomen:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de in het tweede lid bedoelde besluiten berust bij één bestuursorgaan: door dat orgaan;
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: door gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- c. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van de betrokken besluiten, te zamen.
4. Een besluit krachtens het tweede lid kan ambtshalve of op verzoek worden genomen. In gevallen als bedoeld in het derde lid, onder **b**, kan het besluit, indien gedeputeerde staten niet bevoegd zijn tot het nemen van een der betrokken besluiten, uitsluitend op verzoek worden genomen.
##### Artikel 14.6
1. Degene die een activiteit onderneemt in een geval als bedoeld in [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan tegelijkertijd met een mededeling als bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), verzoeken aan [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), toepassing te geven.
2. In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder **b** en **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan een zodanig verzoek ook worden gedaan door een bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. Het wordt ingediend uiterlijk twee weken na de dag waarop met betrekking tot het milieu-effectrapport de kennisgeving krachtens of met overeenkomstige toepassing van [artikel 7.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), heeft plaatsgevonden.
3. Het verzoek - waarin alle besluiten vermeld zijn, waarop het betrekking heeft - wordt schriftelijk ingediend bij het orgaan dat erover moet beslissen. In een geval als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt het verzoek ingediend bij een der bevoegde bestuursorganen; dat orgaan zendt het onverwijld aan de andere bevoegde organen.
4. Het orgaan waarbij het verzoek is ingediend, tekent de datum van ontvangst aan op het geschrift waarbij het verzoek is ingediend, en zendt de verzoeker een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
##### Artikel 14.7
1. Een verzoek wordt ingewilligd, tenzij het belang van een goede besluitvorming zich daartegen verzet.
2. Op een verzoek wordt niet beslist dan nadat degene die de betrokken activiteit onderneemt, en de tot het nemen van de betrokken besluiten bevoegde bestuursorganen in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze daarover te geven.
3. Het besluit op het verzoek wordt genomen uiterlijk vier weken na de datum van ontvangst.
##### Artikel 14.8
In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bevoegde bestuursorganen het orgaan aangewezen dat met de in [artikel 14.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde coördinatie wordt belast.
##### Artikel 14.9
1. Indien op grond van [artikel 14.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, dan wel overeenkomstig [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is besloten tot het maken van één milieu-effectrapport, wordt dat rapport gecoördineerd voorbereid en behandeld.
2. Met de coördinatie is belast:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de betrokken besluiten berust bij één bestuursorgaan: dat orgaan;
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- c. in andere gevallen: het krachtens [artikel 14.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) daartoe aangewezen bestuursorgaan.
##### Artikel 14.10
1. Het met de coördinatie belaste orgaan bevordert dat bij het geven van de in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde richtlijnen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die richtlijnen en dat bij het nemen van de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport wordt gemaakt, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die besluiten.
2. Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zoveel mogelijk zorg voor dat:
- a. van de mededelingen van de voornemens tot het indienen van verzoeken, als bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), alsmede van de voornemens tot het nemen van besluiten, als bedoeld in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), te zamen overeenkomstig [artikel 7.12, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt kennisgegeven;
- b. de krachtens artikel 7.15 te geven richtlijnen te zamen worden toegezonden aan degene die het milieu-effectrapport maakt;
- c. het milieu-effectrapport wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen en overeenkomstig [artikel 7.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan de adviseurs en de Commissie voor de milieu-effectrapportage;
- d. van het milieu-effectrapport overeenkomstig [artikel 7.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt kennisgegeven;
- e. overigens toepassing wordt gegeven aan [artikel 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en aan [artikel 7.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.11
1. In gevallen waarin een orgaan met de coördinatie van de voorbereiding en behandeling van een milieu-effectrapport is belast, kan:
- a. in afwijking van [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het rapport aan dat orgaan worden overgelegd;
- b. de Commissie voor de milieu-effectrapportage en kunnen de adviseurs hun adviezen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport en over het rapport bij dat orgaan indienen;
- c. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen;
- d. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) juncto [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen.
2. Indien stukken met een inhoud als bedoeld in het eerste lid worden overgelegd onderscheidenlijk ingediend bij een ander bevoegd gezag, zendt het deze onverwijld aan het met de coördinatie belaste orgaan.
##### Artikel 14.12
1. Ingeval ter zake van een activiteit een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, en ter zake van die activiteit één of meer besluiten moeten worden genomen ten aanzien waarvan [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) niet kan worden toegepast, kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, worden besloten tot een gecoördineerde voorbereiding van deze besluiten.
2. Een besluit krachtens het eerste lid wordt genomen:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de in het eerste lid bedoelde besluiten berust bij één bestuursorgaan: door dat orgaan;
- b. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van de betrokken besluiten, te zamen.
##### Artikel 14.13
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt schriftelijk ingediend gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Het verzoek vermeldt alle besluiten waarop het betrekking heeft.
2. [Artikel 7.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag zendt onverwijld een afschrift van het verzoek aan de andere bevoegde organen.
3. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt alleen ingewilligd, indien het bevoegd gezag en de andere bevoegde organen daarmee instemmen. Artikel 14.7, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.14
1. Indien een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt ingewilligd, treedt het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt, op als het met de coördinatie belaste orgaan.
De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de [artikelen 7.12 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangemerkt als adviseur.
2. Indien ter zake van de activiteit waarop het verzoek betrekking heeft, meer dan één besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van die besluiten, het met de coördinatie belaste orgaan aangewezen.
3. Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zo veel mogelijk zorg voor dat:
- a. bij het geven van de in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde richtlijnen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van de besluiten waarop het verzoek betrekking heeft;
- b. tussen de bevoegde bestuursorganen tijdig overleg wordt gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten te bevorderen.
4. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.15
Met betrekking tot de termijn waarbinnen de betrokken besluiten moeten worden genomen, is [artikel 7.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.34&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.16
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot de taken van het met de coördinatie belaste orgaan.
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 15.1
##### Artikel 15.1
Vervallen
##### Artikel 15.2
Vervallen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
##### Artikel 15.3
Vervallen
##### Artikel 15.4
Vervallen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
##### Artikel 15.5
Vervallen
##### Artikel 15.6
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
##### Artikel 15.7
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
##### Artikel 15.8
Vervallen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
##### Artikel 15.9
Vervallen
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
##### Artikel 15.10
Vervallen
##### Artikel 15.11
Vervallen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
##### Artikel 15.12
In afwijking van [artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:21), is [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) van toepassing op subsidies die krachtens deze titel uitsluitend worden verstrekt aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.
##### Artikel 15.13
1. Onze Minister kan voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen activiteiten op het gebied van het milieubeheer subsidie verstrekken.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval regels worden gesteld omtrent:
- a. criteria voor de verstrekking;
- b. het tijdvak waarvoor de subsidie wordt verleend;
- c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
- d. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
- e. de verplichtingen voor de subsidie-ontvanger;
- f. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald;
- g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
3. Onze Minister kan ieder jaar bij ministeriële regeling subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt. Daarbij bepaalt hij de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag.
4. Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking inhoudende de verstrekking van een subsidie op grond van deze wet kan worden ingetrokken of gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. De [artikelen 4:49, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:49), en [4:57 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:57) zijn niet van toepassing op de intrekking of wijziging.
##### Artikel 15.14
1. De door Onze Minister aangewezen personen zijn bevoegd van de aanvrager van een subsidie inlichtingen te vorderen. De [artikelen 5:13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:13), [5:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15), voor zover het door de aanvrager gebruikte plaatsen betreft, en [5:17 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:17) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een aanvraag kan worden afgewezen, indien de aanvrager geen medewerking verleent bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden.
##### Artikel 15.15
1. Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de [artikelen 5:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:18) en [5:19 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:19).
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
4. Aan de krachtens deze wet verstrekte subsidies is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
##### Artikel 15.16
Vervallen
##### Artikel 15.17
Vervallen
##### Artikel 15.18
Vervallen
##### Artikel 15.19
Vervallen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
##### Artikel 15.20
1. Indien degene tot wie een beschikking is gericht krachtens:
- a. de [artikelen 8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto [8.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in gevallen waarin [artikel 8.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet van toepassing is, [8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto [8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in gevallen waarin [artikel 8.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet van toepassing is, [8.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.25, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.34&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [8.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- b. [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto [artikel 9.2.2.3, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- c. de [artikelen 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01) juncto één of meer der onder **a** genoemde bepalingen,
- d. [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=2), juncto [5, vijfde lid, onder **b**, van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=5),
- e. de [artikelen 13, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=13), juncto [16, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=16), of [43, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=43),
- f. de [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=30) of [31 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=31),
zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven, kent het gezag dat de beschikking in eerste aanleg heeft gegeven, hem, voor zover op andere wijze in een redelijke vergoeding niet is of kan worden voorzien, op zijn verzoek dan wel uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in [artikel 17.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
3. Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid op aanvraag wordt gegeven, kan een verzoek om vergoeding worden ingediend na de toezending van een exemplaar van het ontwerp van die beschikking aan de aanvrager.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde gezag een advies van deskundigen heeft ingewonnen omtrent een verzoek om vergoeding of omtrent het voornemen tot een toekenning daarvan uit eigen beweging zendt het een exemplaar van het advies aan de belanghebbende. Het vermeldt daarbij de termijn waarbinnen de belanghebbende zijn opvattingen omtrent het advies kenbaar kan maken.
5. Een beschikking op een verzoek om schadevergoeding wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk vier maanden na de datum waarop het verzoek is ontvangen, of, in gevallen als bedoeld in het vierde lid, uiterlijk zeven maanden na die datum.
##### Artikel 15.21
1. [Artikel 15.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in
- a. [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet,
- b. de [artikelen 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- c. de [artikelen 10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van deze wet;
- d. de [artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=6),
van toepassing worden en die zich daardoor voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven.
2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid, beslist Onze Minister over het toekennen van de vergoeding, behoudens in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder **a**. In die gevallen beslissen gedeputeerde staten.
##### Artikel 15.22
1. Voor zover de toekenning van de vergoeding niet is geschied met instemming van Onze Minister, komen de kosten daarvan ten laste van het bevoegd gezag.
2. In afwijking van het eerste lid komen in gevallen als bedoeld in [artikel 15.20, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en de verlening van schadevergoeding niet is geschied met instemming van gedeputeerde staten, de kosten daarvan ten laste van het bevoegd gezag.
##### Artikel 15.23
1. Bij koninklijk besluit kan, naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van het bevoegd gezag, worden bepaald dat de kosten van een toegekende vergoeding alsnog geheel of gedeeltelijk ten laste van het Rijk komen.
2. [Artikel 15**c** van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&artikel=15c) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
##### Artikel 15.24
Vervallen
##### Artikel 15.25
Vervallen
##### Artikel 15.26
Vervallen
##### Artikel 15.27
Vervallen
##### Artikel 15.28
Vervallen
## Titel 15.1
##### Artikel 15.29
Vervallen
##### Artikel 15.30
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 15.31
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van vergoedingen voor keuringen als bedoeld in
- a. [artikel 9.2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. [artikel 13, tweede lid, onder **d** en **e**, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=13);
- c. [artikel 2, tweede lid, onder **d** en **e**, van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=2);
- d. [artikel 15, tweede lid, van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=15).
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
##### Artikel 15.32
1. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, voor zodanige verpakkingen een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige verpakkingen na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen;
- b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen, voor zodanige stoffen, preparaten of produkten een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige stoffen, preparaten of produkten na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, zodanige verpakkingen na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen;
- b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen, deze na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, kan worden bepaald dat daarbij aangegeven handelingen door andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde, bij die maatregel aangewezen categorieën van personen moeten worden verricht. In deze gevallen kan tevens worden bepaald dat eveneens bij de maatregel aangewezen categorieën van personen het statiegeld, bedoeld in het eerste lid, of de premie, bedoeld in het tweede lid, geheel of gedeeltelijk op een daarbij aangegeven wijze dienen af te dragen aan een of meer daarbij aangewezen andere personen.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, wordt een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan die regels ten aanzien van stoffen, preparaten of produkten die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en in Nederland aanwezig waren, gaan gelden.
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
##### Artikel 15.33
1. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de[artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01) een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde kosten wordt mede verstaan de omzetbelasting die ingevolge de [Wet op het BTW-compensatiefonds](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013817) recht geeft op een bijdrage uit het fonds.
3. Met betrekking tot deze heffingen zijn [de artikelen 216 tot en met 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=216) en [230 tot en met 257 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=230) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.34
1. Voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding krachtens [artikel 15.20, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 15.21, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kunnen provinciale staten ter bestrijding van die kosten een heffing instellen ter zake van het onttrekken van grondwater.
2. De heffing wordt geheven van houders van inrichtingen, bestemd tot het onttrekken van grondwater, daaronder niet begrepen inrichtingen welke uitsluitend dienen tot het regelen van de vrije grondwaterspiegel of van de stijghoogte van het grondwater.
3. In de verordening tot instelling van de heffing kan worden bepaald dat de heffing wordt geheven van houders van inrichtingen als bedoeld in het tweede lid in één of meer beschermingsgebieden als bedoeld in [hoofdstuk VI, paragraaf 2, van de Wet bodembescherming](onbekend), dan wel van houders van zodanige inrichtingen in de gehele provincie.
4. Als grondslag voor de heffing geldt de onttrokken hoeveelheid water.
5. Tot het instellen van een heffing wordt overgegaan binnen een jaar nadat de beschikking waarbij de in het eerste lid bedoelde schadevergoeding is verleend, ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in werking is getreden.
6. De heffing wordt jaarlijks geheven gedurende een termijn van ten hoogste tien jaren. In de verordening tot instelling van de heffing kan worden bepaald dat de heffing op verzoek van de heffingplichtige voor de ten tijde van de indiening van het verzoek nog niet aangevangen jaren waarover de heffing wordt geheven, ineens kan worden voldaan volgens een in de verordening op te nemen regeling.
7. [Hoofdstuk XV van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&hoofdstuk=XV) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 15.1
##### Artikel 15.34a
Met betrekking tot beschikkingen tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing krachtens deze wet worden geen rechten geheven.
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
##### Artikel 15.35
Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
afvalbeheersbijdrage: bijdrage in de kosten van het beheer van een afvalstof;
overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen degenen die een stof, preparaat of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, tot het afdragen van een afvalbeheersbijdrage.
##### Artikel 15.36
1. Onze Minister kan, indien dat in het belang is van een doelmatig beheer van afvalstoffen, op een met redenen omkleed verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend verklaren voor een ieder die die stof, dat preparaat of dat produkt in Nederland invoert of op de markt brengt.
2. Onze Minister stelt regels met betrekking tot de onderwerpen die in ieder geval in een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage, waarvoor een algemeen verbindend verklaring wordt gevraagd, aan de orde dienen te komen, alsmede met betrekking tot de bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te leggen gegevens. Tot die gegevens behoren in ieder geval gegevens, waaruit duidelijk wordt dat redelijkerwijs is getracht te voorkomen, dat gebruikers van die stof, dat preparaat of dat produkt in de praktijk meer dan eenmaal een bijdrage voor het beheer daarvan verschuldigd zullen zijn.
##### Artikel 15.37
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan slechts worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, preparaten of produkten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, preparaten of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. Onze Minister betrekt bij zijn oordeel met betrekking tot de vraag of degenen die, onderscheidenlijk de organisaties van degenen die het verzoek hebben ingediend, een belangrijke meerderheid vormen, in ieder geval het aantal van hen in verhouding met het totale aantal van degenen die deze stoffen, preparaten of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen.
2. Op de voorbereiding van een besluit op het verzoek is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Indien een besluit niet kan worden genomen dan nadat is voldaan aan een uit een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voortvloeiende verplichting, wordt de termijn voor het nemen van dat besluit opgeschort tot de ten aanzien van die verplichting geldende procedure is afgerond. Van de opschorting wordt mededeling gedaan aan de verzoeker.
4. Indien bij het besluit een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend wordt verklaard, wordt de tekst van de overeenkomst in de **Staatscourant** geplaatst.
##### Artikel 15.38
1. Onze Minister kan van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage op een daartoe strekkend verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken ontheffing verlenen, indien de verzoeker zorg draagt voor een zodanig beheer van de betrokken afvalstoffen dat deze naar het oordeel van Onze Minister ten minste gelijkwaardig is aan het beheer overeenkomstig de betrokken algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. [Artikel 15.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel **b** van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste.
4. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen.
##### Artikel 15.39
1. Een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geldt voor een daarbij aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar.
2. Onze Minister kan een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-06-01&g=2008-06-01), na overleg met Onze Minister van Economische Zaken intrekken, indien:
- a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist zijn of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
- b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het nemen van het besluit, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven van het besluit het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen op onaanvaardbare wijze zou schaden;
- c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten.
3. Alvorens een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-06-01&g=2008-06-01), op grond van het tweede lid, onder **a**, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
4. Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-06-01&g=2008-06-01), op grond van het tweede lid, onder b of c, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.40
Een ieder is tot naleving van een voor hem geldende algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage gehouden tegenover ieder ander, die bij de naleving een redelijk belang heeft.
##### Artikel 15.41
Indien een of meer van degenen die een stof, preparaat of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van [artikel 15.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd.
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
##### Artikel 15.42
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in titel 8.3.
##### Artikel 15.43
Deze titel is niet van toepassing op stortplaatsen waar baggerspecie is gestort en die worden gedreven of mede worden gedreven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
##### Artikel 15.44
1. Provinciale staten stellen een heffing in ter bestrijding van de kosten die gemoeid zullen zijn met:
- a. de in artikel 8.49 bedoelde zorg voor de in de betrokken provincie gelegen stortplaatsen;
- b. een voor de betrokken provincie geldende verplichting tot afdracht aan een fonds als bedoeld in [artikel 15.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. de door de provincie uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten vóór 1 september 1996 is beëindigd, en het onderzoek naar en systematische controle van aanwezigheid, aard en omvang van eventuele verontreiniging aldaar.
2. De in het eerste lid bedoelde heffing kan mede betrekking hebben op de kosten die gemoeid zullen zijn met de dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
3. Met betrekking tot de heffing en invordering zijn de [artikelen 227](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=227) tot en met [232h van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=232h) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.45
1. De heffing wordt geheven van degene die een stortplaats drijft.
2. Het bedrag van de heffing wordt zodanig vastgesteld dat uit de opbrengst van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten de kosten kunnen worden bestreden, die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het in [artikel 8.49, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde nazorgplan waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd, of, indien geen nazorgplan geldt, de in [artikel 8.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde zorg voor die stortplaats. Indien na de vaststelling blijkt dat de opbrengst van de heffing hoger dan wel lager is dan het bedrag dat nodig is om de kosten te bestrijden die naar verwachting met die zorg van die stortplaats gemoeid zullen zijn, kan het bedrag van de heffing opnieuw worden vastgesteld. Het reeds betaalde bedrag van de heffing wordt hierop in mindering gebracht.
3. In afwijking van het tweede lid kan de heffing terzake van de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in de betrokken provincie worden vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen die op de stortplaats zijn afgegeven. Het bedrag wordt zodanig vastgesteld dat uit het totaal van de opbrengsten van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten voor de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in die provincie de kosten kunnen worden bestreden die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de zorg voor die stortplaatsen. De kosten, bedoeld in [de tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden berekend met inachtneming van de voor die stortplaatsen geldende nazorgplannen waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd.
4. Het derde lid is niet van toepassing op stortplaatsen waar baggerspecie is gestort.
##### Artikel 15.46
1. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat degenen die een stortplaats drijven, waarop [artikel 15.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet van toepassing is, financiële zekerheid stellen voor het nakomen van de krachtens [de artikelen 15.44, eerste lid, onder a, en 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voor hen geldende verplichting. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven het bedrag waarvoor de zekerheid ten hoogste in stand moet worden gehouden.
2. De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt op het tijdstip waarop een bedrag aan heffing, als bedoeld in [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is betaald, voor zover het betreft het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag dat is betaald.
3. Gedeputeerde staten kunnen verhaal nemen op de gestelde zekerheid, voor zover degene die de zekerheid heeft gesteld, het bedrag van de heffing, zoals dat is vastgesteld ingevolge [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet tijdig heeft betaald.
4. Met betrekking tot de invordering van het ingevolge het derde lid te verhalen bedrag is [artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:26) van overeenkomstige toepassing.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld.
##### Artikel 15.47
1. Gedeputeerde staten van een provincie richten voor hun provincie een fonds op, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten van verschillende provincies gezamenlijk voor hun provincies een fonds als bedoeld in het eerste lid oprichten.
3. Een fonds is rechtspersoon.
4. Gedeputeerde staten van de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies zijn belast met het beheer van het in hun provincie, onderscheidenlijk provincies werkzame fonds.
5. Een fonds ontvangt jaarlijks:
- a. de opbrengst van de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde heffing, verminderd met het bedrag ter bestrijding van de kosten in verband met de in [artikel 15.44, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde handelingen en met het gedeelte van de heffingen, bedoeld in [artikel 15.48, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. de bedragen die ingevolge [artikel 15.46, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden verhaald;
- c. rentebaten en beleggingsopbrengsten die via het fonds zijn verkregen;
- d. het batig saldo van de laatstelijk afgesloten rekening van het fonds.
6. Een fonds is gerechtigd ook andere bedragen, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde zorg, dan die, bedoeld in het vijfde lid, in ontvangst te nemen.
7. Uit het fonds worden uitsluitend bestreden de kosten die:
- a. worden gemaakt in verband met de uitvoering van de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde zorg met betrekking tot gesloten stortplaatsen in de betrokken provincie of provincies;
- b. zijn verbonden aan de werkzaamheden van het fonds dat in de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies werkzaam is;
- c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), doch slechts voor zover de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde heffing mede op deze kosten betrekking heeft.
8. Onder de kosten, bedoeld in het zevende lid, worden niet begrepen de kosten die in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen door de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies worden gemaakt ten behoeve van haar bestuurlijk apparaat.
##### Artikel 15.48
1. Gedeputeerde staten van provincies kunnen gezamenlijk een fonds oprichten ter dekking van grote financiële risico's in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. Het in het eerste lid bedoelde fonds ontvangt jaarlijks van die provincies een door het bestuur van dat fonds te bepalen gedeelte van de aan die provincies afgedragen heffingen als bedoeld in [artikel 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Van [artikel 15.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.47&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn het derde en vierde lid, alsmede het achtste lid, in verbinding met het zevende lid, onder b, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.49
1. Ter zake van door een stortplaats veroorzaakte schade, die bekend is geworden na het tijdstip waarop een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.47&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot die stortplaats is afgegeven, doet noch een provincie, noch het in deze titel bedoelde fonds een beroep op de aansprakelijkheid van degene die als laatste de stortplaats heeft gedreven op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
2. Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.47&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 16.1
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
emissieverslag: verslag als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
jaarvracht: totale hoeveelheid van een emissie gedurende een kalenderjaar;
monitoringsplan: plan als bedoeld in [artikel 16.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
nationaal toewijzingsplan: plan als bedoeld in [artikel 16.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken;
planperiode: periode waarop een nationaal toewijzingsplan ingevolge [artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01), betrekking heeft;
projectactiviteit: project of activiteit als bedoeld in artikel 6 onderscheidenlijk artikel 12 van het Protocol van Kyoto;
register voor handel in broeikasgasemissierechten: register als bedoeld in [artikel 16.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.6&artikel=16.43&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
register voor handel in NOx-emissierechten: register als bedoeld in [artikel 16.58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.58&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
verificateur: onafhankelijke deskundige als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
verificatie: beoordeling als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
verkoopplafond: het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in [artikel 16.49, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas in de lucht veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas in de lucht;
kalenderjaar: jaar als bedoeld in artikel 2, onder y, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
3. Voor de toepassing van [titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de daarop berustende bepalingen wordt onder NOx-installatie verstaan: vaste technische eenheid die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaakt en die behoort tot een categorie die bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen.
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
##### Artikel 17.1
Indien zich in een inrichting een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, treft degene die de inrichting drijft, onmiddellijk de maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken.
##### Artikel 17.2
1. Degene die een inrichting drijft, waarin zich een voorval, als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voordoet of heeft voorgedaan, meldt dat voorval zo spoedig mogelijk aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht dan wel, in andere gevallen, aan burgemeester en wethouders.
2. Hij verstrekt dat bestuursorgaan tevens, zodra zij bekend zijn, de gegevens met betrekking tot:
- a. de oorzaken van het voorval en de omstandigheden waaronder het voorval zich heeft voorgedaan;
- b. de ten gevolge van het voorval vrijgekomen stoffen, alsmede hun eigenschappen;
- c. andere gegevens die van belang zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor het milieu van het voorval te kunnen beoordelen;
- d. de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de gevolgen van het voorval te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;
- e. de maatregelen die worden overwogen om te voorkomen dat een zodanig voorval zich nogmaals kan voordoen.
3. Het bestuursorgaan dat een melding als bedoeld in het eerste of tweede lid ontvangt, geeft van die melding en de daarbij verstrekte gegevens onverwijld kennis aan:
- a. de burgemeesters van de betrokken gemeenten;
- b. de inspecteur;
- c. de commissarissen van de Koningin in de betrokken provincies in de gevallen dat de gevolgen van het voorval zich voordoen dan wel kunnen voordoen buiten de grenzen van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen;
- d. gedeputeerde staten van de betrokken provincie in de gevallen dat het voorval verontreiniging of aantasting van de bodem tot gevolg heeft;
- e. andere bestuursorganen of overheidsdiensten, die direct belang hebben bij een onverwijlde mededeling.
##### Artikel 17.3
Het bevoegd gezag ziet er op toe dat de nodige gegevens worden verzameld om een ongewoon voorval, als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), te analyseren en de oorzaken ervan te achterhalen. Om herhaling te voorkomen wijzigt het zo nodig de vergunning met toepassing van de [artikelen 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of doet het zo mogelijk daarop gerichte aanbevelingen.
##### Artikel 17.4
1. Indien dat door een ongewoon voorval nodig is, kunnen in het belang van de bescherming van het milieu een of meer van de volgende verplichtingen of het volgende verbod worden opgelegd aan degene bij wie afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, die zijn aangewezen in de daartoe strekkende beschikking:
- a. een verplichting die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden;
- b. een verplichting die afvalstoffen gescheiden af te geven, wanneer zij zich daarvan ontdoen;
- c. een verplichting die afvalstoffen ter plaatse waar zij zijn ontstaan, op een bij de beschikking aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
- d. een verbod die afvalstoffen langer onder zich te houden dan gedurende een bij de beschikking aangegeven termijn;
- e. een verplichting die afvalstoffen af te geven aan een persoon behorende tot een bij de beschikking aangewezen categorie, of te brengen naar een daartoe aangewezen plaats.
2. Een verplichting of verbod als bedoeld in het eerste lid, kan worden opgelegd:
- a. voor zover de verplichting of het verbod betrekking heeft op een inrichting: door het bestuursorgaan dat ingevolge [artikel 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet het bevoegd gezag is ten aanzien van de vergunning voor de inrichting, of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), door het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in [artikel 8.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan of, in andere gevallen, door burgemeester en wethouders;
- b. in andere gevallen: door gedeputeerde staten.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, kan bij zijn beschikking aangeven binnen welke termijn en op welke wijze de verplichting moet worden uitgevoerd.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.1
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
overtreding: gedraging die in strijd is met het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde, [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of artikel 52, eerste lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten;
overtreder: de persoon die de overtreding pleegt of medepleegt;
bestuurlijke boete: bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, gericht op bestraffing van de overtreder;
dwangbevel: schriftelijk bevel van een bestuursorgaan dat ertoe strekt de betaling van een geldsom af te dwingen, voorzover de verplichting tot betaling van de geldsom uitsluitend aan dat bestuursorgaan voortvloeit uit een bij of krachtens deze wet gestelde regel;
onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan.
##### Artikel 18.2
1. Het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht, dan wel, in andere gevallen, burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, heeft tot taak:
- a. zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de voorschriften die voor degene die de inrichting drijft, gelden op grond van:
- 1°. de betrokken wetten;
- 2°. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- 3°. de EG-verordening PRTR;
- b. andere gegevens dan die bedoeld in de [artikelen 8.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.12a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [8.14, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die eveneens van belang zijn met het oog op de onder a bedoelde taak, te verzamelen en te registreren;
- c. klachten, die betrekking hebben op de naleving van het met betrekking tot de inrichting bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, te behandelen.
2. Indien met betrekking tot een inrichting door het krachtens het eerste lid bevoegde bestuursorgaan een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van [artikel 18.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is gegeven en, nadat die beschikking is gegeven, voor deze inrichting als gevolg van een verandering daarvan of van de werking daarvan een ander bestuursorgaan bevoegd wordt de vergunning te verlenen dan wel het orgaan wordt waaraan de melding wordt gericht, blijft het bestuursorgaan dat de beschikking heeft gegeven, bevoegd met betrekking tot die beschikking totdat zij
- a. onherroepelijk is geworden en is tenuitvoergelegd, dan wel de dwangsom is ingevorderd, of
- b. is ingetrokken, dan wel de bij de beschikking opgelegde last overeenkomstig [artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:34) is opgeheven.
##### Artikel 18.2a
1. Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van [de artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [de artikelen 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Onverminderd [artikel 18.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), heeft Onze betrokken Minister tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 18.3
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige handhaving regels gesteld.
2. Bij de maatregel worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de handhavingsbevoegdheden door de bestuursorganen die belast zijn met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten en van het toezicht op de naleving door de onder hun gezag werkzame toezichthouders.
3. Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de afstemming van de werkzaamheden van de bestuursorganen en toezichthouders, bedoeld in het tweede lid, op die van andere organen en ambtenaren, die belast zijn met de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde bij de maatregel.
##### Artikel 18.4
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde, zijn belast de bij besluit van Onze betrokken Minister aangewezen ambtenaren. Ambtenaren, ressorterende onder een ander dan zijn ministerie, wijst hij niet aan dan in overeenstemming met Onze Minister onder wiens ministerie zij ressorteren.
2. Voor de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze betrokken Minister, worden regels betreffende de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taak niet gesteld dan in overeenstemming met Onze betrokken Minister.
3. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde binnen hun ambtsgebied zijn eveneens belast de bij besluit van gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders of andere met de uitvoering van de betrokken wet belaste bestuursorganen aangewezen ambtenaren.
4. Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid kan Onze betrokken Minister gevallen of categorieën van gevallen aanwijzen met betrekking waartoe, in afwijking van het derde lid, bij zijn besluit aangewezen ambtenaren uitsluitend belast zijn met het toezicht op de naleving.
5. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
6. Van een besluit als bedoeld in het eerste en vijfde lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
##### Artikel 18.5
De krachtens [artikel 18.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangewezen ambtenaren zijn voor de vervulling van hun taak met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.
##### Artikel 18.6
Het bevoegd gezag is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](onbekend), voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens [artikel 18.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangewezen ambtenaren.
##### Artikel 18.7
Onze betrokken Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet in gevallen waarin:
- a. hem de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving daarvan is opgedragen of
- b. geen ander bestuursorgaan daartoe bevoegd is.
##### Artikel 18.8
Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens [artikel 18.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
##### Artikel 18.9
1. Een bestuursorgaan past geen bestuursdwang toe indien ter zake van de betrokken overtreding door een ander bestuursorgaan reeds een beschikking tot toepassing van bestuursdwang is gegeven en deze niet is ingetrokken.
2. Een bestuursorgaan legt geen last onder dwangsom op indien ter zake van de betrokken overtreding door een ander bestuursorgaan reeds een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom is gegeven en deze niet is ingetrokken.
##### Artikel 18.10
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van [de artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van het bepaalde bij of krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of krachtens [artikel 17.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of van [artikel 13 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=13), zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
##### Artikel 18.11
Indien een verzoek als bedoeld in [artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:34) wordt gedaan, geeft het bestuursorgaan dat de last onder dwangsom heeft opgelegd, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken, de beschikking op het verzoek.
##### Artikel 18.12
1. Het ten aanzien van een vergunning of ontheffing bevoegde gezag kan de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien niet overeenkomstig die vergunning of ontheffing is of wordt gehandeld, dan wel indien aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of voor de houder van de vergunning of ontheffing als zodanig geldende algemene regels niet worden nageleefd.
2. Een vergunning of ontheffing, die betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel van andere afvalstoffen die van elders afkomstig zijn, kan, voor zover zij het beheer van afvalstoffen betreft, tevens worden ingetrokken, indien op grond van [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voor de houder geldende voorschriften niet worden nageleefd.
3. Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die de betrokken persoon houdt, intrekken.
4. Het bevoegd gezag gaat niet tot intrekking als bedoeld in het eerste en tweede lid over dan nadat het de betrokkene de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de vergunning of ontheffing, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels, bedoeld in het eerste of tweede lid, na te leven.
##### Artikel 18.13
In een geval als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geeft het bevoegd gezag geen beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning dan na overleg met Onze Minister, voorzover het uitoefenen van die bevoegdheid verplichtingen betreft, die betrekking hebben op de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 18.14
1. Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
2. Op verzoek van Onze Minister geeft het bevoegd gezag een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning, indien in een geval als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het bij of krachtens deze wet met betrekking tot de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bepaalde niet wordt nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan.
##### Artikel 18.14a
1. Indien een overeenkomstig [artikel 18.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gedaan verzoek betrekking heeft op [de artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01), op het bepaalde bij of krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of krachtens [artikel 17.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of op [artikel 13 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=13), geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. een ander bestuursorgaan dat eveneens bevoegd is tot handhaving, schriftelijk heeft verklaard het verzoek in behandeling te willen nemen, en
- b. het bestuursorgaan waarbij het verzoek tot toepassing van bestuursdwang is ingediend, daarop het verzoek binnen twee weken na de datum waarop het is ontvangen, heeft doorgezonden aan dat andere bestuursorgaan.
3. In een geval als bedoeld in het tweede lid:
- a. deelt het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, onverwijld aan de afzender mede dat zijn verzoek is doorgezonden;
- b. geeft het bestuursorgaan waaraan het verzoek is doorgezonden, een beschikking op het verzoek.
##### Artikel 18.15
Het bestuursorgaan zendt een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, tot oplegging van een last onder dwangsom of tot intrekking van zodanige beschikkingen dan wel van de beschikking tot intrekking van een vergunning of ontheffing aan:
- a. de inspecteur, in gevallen waarin de beschikking betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens [artikel 8.7, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, en
- b. de andere adviseurs.
##### Artikel 18.16
1. De beschikking op een overeenkomstig [artikel 18.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gedaan verzoek wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk:
- a. indien het verzoek overeenkomstig [artikel 18.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.14a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is doorgezonden: zes weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen door het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend;
- b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.
2. Indien het verzoek wordt ingewilligd, voegt het bestuursorgaan bij de bekendmaking van de beschikking aan de verzoeker een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning of ontheffing.
##### Artikel 18.17
1. Een overheidslichaam kan - behoudens matiging door de rechter - de te zijnen laste komende kosten van het beheer van afvalstoffen ten aanzien waarvan in strijd is gehandeld met het bij of krachtens deze wet bepaalde, verhalen op degene door wiens onrechtmatige daad die kosten zijn veroorzaakt, of op degene die anderszins krachtens burgerlijk recht buiten overeenkomst aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan.
2. Een overheidslichaam kan in een geval als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking, de daar bedoelde kosten verhalen op degene die door het beheer van de betrokken afvalstoffen ongerechtvaardigd wordt verrijkt.
3. Voor de toepassing van [dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet vereist dat op het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde handeling met de in dat lid bedoelde afvalstoffen zich heeft voorgedaan, reeds jegens de overheid onrechtmatig werd gehandeld.
##### Artikel 18.18
Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens deze wet verleende vergunning of ontheffing, is verboden.
##### Artikel 18.19
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid
##### Artikel 19.1
Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2005-02-05&g=2005-02-05) waarop [afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.5) van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel [afdeling 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.5) of [artikel 3:44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) of [7:4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:4) ter inzage dienden te worden gelegd.
##### Artikel 19.2
1. In het geval van een gebeurtenis waardoor een onmiddellijke bedreiging van het leven of de gezondheid van personen, van het milieu of van grote materiële belangen is ontstaan, verstrekken burgemeester en wethouders voorzover deze informatie niet reeds ingevolge [artikel 10b van de Wet rampen en zware ongevallen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003765&artikel=10b) of een ander wettelijk voorschrift moet worden verstrekt, aan de personen die getroffen kunnen worden, terstond op passende wijze alle informatie over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en beperking van de bedreiging en de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen en de daartoe door die personen te volgen gedragslijn.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de gevallen waarin ingevolge het eerste lid informatie wordt verstrekt, over de inhoud van de te verstrekken informatie en over de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
##### Artikel 19.3
1. Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de belanghebbende toestaan dat deze ten behoeve van de openbaarmaking een, door het bevoegd gezag goedgekeurde, tweede tekst overlegt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. Het bevoegd gezag maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet kunnen ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie gegevens worden aangewezen waarvoor de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid eveneens geldt.
2. Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), onderscheidenlijk [artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), wordt op aanwijzing van Onze betrokken Minister ten behoeve van de openbaarmaking een tweede tekst overgelegd, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
##### Artikel 19.4
1. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vult de verzoeker, indien een tweede tekst naar het oordeel van het bevoegd gezag niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
2. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vult Onze betrokken Minister, indien een tweede tekst naar zijn oordeel niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
3. Op de tweede tekst stelt het bevoegd gezag een aantekening waaruit blijkt dat die tekst dient ter vervanging van de oorspronkelijke tekst waarin gegevens voorkomen, waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd onderscheidenlijk geboden is. Indien het eerste of tweede lid toepassing heeft gevonden, vermeldt de aantekening tevens dat de stukken zijn aangevuld met gegevens als in die leden bedoeld.
##### Artikel 19.5
1. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is gedaan en betrekking heeft op een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan waarover de commissie overeenkomstig [artikel 7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-06-01&g=2008-06-01) om advies moet worden gevraagd, dan wel op een besluit als bedoeld in [artikel 7.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan de Commissie voor de milieu-effectrapportage.
2. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het een besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de [artikelen 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) en [4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) en [de artikelen 7.5, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [13.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [13.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het geen besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 19.6
Vervallen
##### Artikel 19.7
1. Indien in een milieuverslag als bedoeld in [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), eerste onderscheidenlijk tweede volzin, op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door dat bestuursorgaan goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuursorgaan maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
2. Indien in een milieuverslag als bedoeld in [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), onderscheidenlijk [artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van Onze betrokken Minister opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
3. [De artikelen 19.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [19.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag.
4. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, kan openbaarmaking van het betrokken milieuverslag achterwege blijven tot uiterlijk vier weken nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist.
5. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een verslag als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
6. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een milieuverslag als bedoeld in [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of die uit zodanig verslag kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
##### Artikel 20.1
1. Tegen een besluit op grond van deze wet - met uitzondering van een besluit ten aanzien waarvan op grond van deze wet een andere beroepsgang is opengesteld - of een van de in het derde lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2. De Afdeling beslist op een beroep als bedoeld in het eerste lid, binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01), binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit.
3. De in het eerste lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen zijn:
de [artikelen 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=34) en [40 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40),
[hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&hoofdstuk=VIIa),
de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402),
de [Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227),
de [Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406),
de [Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731),
de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682),
de [Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975),
de [Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994),
de [Wet bescherming Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009449),
de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en
de [artikelen 125 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=125), [122 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=122), [61 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=61) en [5:32 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de wetten waarop [hoofdstuk 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet van toepassing is.
4. Het beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan uitsluitend worden ingesteld door een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de wijzigingen die ten opzichte van het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit zijn aangebracht. [Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:13) is van overeenkomstige toepassing.
5. In afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) bedraagt de termijn voor het instellen van beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vier weken.
6. In afwijking van [artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:19) wordt het beroep tegen het nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geacht mede gericht te zijn tegen het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
7. Tegen een besluit op grond van [artikel 18.16a, eerste, tweede of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage.
##### Artikel 20.2
1. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit:
- a. inzake een milieubeleidsplan, genomen krachtens de [artikelen 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.5a&artikel=4.15a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. inzake een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of een instemming als bedoeld in [artikel 5.12, dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. inzake een afvalbeheersplan, genomen krachtens [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- d. inzake een nationaal toewijzingsplan, genomen krachtens [artikel 16.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- e. inzake de toewijzing van broeikasgasemissierechten, genomen krachtens [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke inrichting.
2. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking:
- a. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.6&artikel=5.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- b. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.1&artikel=8.27&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- c. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 8.31a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31a&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- d. inzake een verklaring als bedoeld in [artikel 8.36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36a&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- e. houdende een verzoek als bedoeld in [artikel 8.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- f. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in [artikel 11.2, derde lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- g. houdende een verzoek als bedoeld in [artikel 17.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- h. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 18.3d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3d&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [18.3f, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3f&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- i. houdende een aanwijzing van Onze Minister met toepassing van [artikel 18.3f, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3f&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- j. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in [artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3e&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- k. houdende een vordering als bedoeld in [artikel 18.8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8a&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- l. inhoudende een aanmaning als bedoeld in [artikel 18.16m, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16m&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of
- l. inhoudende een dwangbevel als bedoeld in [artikel 18.16n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16n&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder a, c, d, e of f, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag.
4. In afwijking van [artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:8) vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig [artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) ter inzage is gelegd.
##### Artikel 20.3
1. Een besluit als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift dan wel, indien ingevolge [artikel 7:1, eerste lid, onder **d**, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:1) geen bezwaar kan worden gemaakt, van een beroepschrift. Indien gedurende die termijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dan wel, in een geval waarin [artikel 20.1, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van toepassing is, de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
2. Indien het gebruik maken van een besluit als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voordat op een beroep is beslist, wegens de daaraan verbonden kosten, dan wel wegens de daardoor veroorzaakte wijziging in feitelijke omstandigheden die bij de beslissing op het beroep een rol kunnen spelen, aanmerkelijke invloed kan hebben op die beslissing, wordt een zodanige voorlopige voorziening getroffen dat die invloed zich niet kan voordoen.
##### Artikel 20.4
[Artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing op besluiten:
- a. houdende vergunning of bezwaren krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. krachtens de [artikelen 18.3e, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3e&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [18.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [18.8a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van deze wet, de [artikelen 125 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=125), [122 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=122), [61 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=61) en [5:32 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de wetten waarop [hoofdstuk 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van toepassing is.
##### Artikel 20.5
In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kan het in afwijking van [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in het besluit bepalen dat het terstond in werking treedt.
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
##### Artikel 20.6
1. Deze paragraaf is van toepassing op het beroep tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
2. [Artikel 20.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing op een besluit als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 20.7
Vervallen
##### Artikel 20.8
In afwijking van [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), treedt een besluit als bedoeld in [artikel 20.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.2&artikel=20.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in gevallen als bedoeld in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), - waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting, dat tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181) - niet eerder in werking dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend.
##### Artikel 20.9
Indien in een geval als bedoeld in [artikel 8.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01) ingevolge [dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&z=2008-06-01&g=2008-06-01) beroep is ingesteld tegen een beschikking op de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning krachtens [artikel 7 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=7) en krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [artikel 8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet een daarmee samenhangende beschikking is gegeven, kan de uitspraak in beroep ook op de laatstbedoelde beschikking betrekking hebben.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
##### Artikel 20.10
Vervallen
##### Artikel 20.11
Vervallen
##### Artikel 20.12
Vervallen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
##### Artikel 20.13
Vervallen
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
##### Artikel 20.14
1. Onze Minister is gemachtigd namens de Staat tot oprichting over te gaan van een stichting die tot doel heeft de taak te verrichten bedoeld in [artikel 20.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.3&artikel=20.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Wijziging van de statuten van de stichting, dan wel ontbinding van de stichting behoeft de toestemming van Onze Minister. Alvorens te beslissen over de toestemming, hoort Onze Minister de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3. De statuten van de stichting waarborgen dat de stichting haar werkzaamheden onpartijdig en onafhankelijk verricht.
##### Artikel 20.15
De stichting heeft tot taak aan de administratieve rechter op diens verzoek deskundigenbericht uit te brengen inzake beroepen op grond van [artikel 20.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet. Op verzoek van de administratieve rechter brengt de stichting tevens deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten, voor zover het onderwerpen betreft die samenhangen met aspecten van het milieubeheer waarvoor Onze Minister verantwoordelijk is.
##### Artikel 20.16
De personen die deel uitmaken van de organen van de stichting, en het personeel van de stichting vervullen geen functies en betrekkingen, waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de stichting dan wel van het vertrouwen daarin.
##### Artikel 20.17
1. Indien met toepassing van [artikel 20.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.3&artikel=20.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01) een stichting is opgericht, verstrekt Onze Minister aan de stichting subsidie overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede taakuitoefening.
2. [Artikel 8:36, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:36) is niet van toepassing.
##### Artikel 20.18
Vervallen
##### Artikel 20.19
Vervallen
##### Artikel 20.20
Vervallen
##### Artikel 20.21
Vervallen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.1
1. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en ieder Onzer betrokken Ministers doen jaarlijks verslag aan onderscheidenlijk de gemeenteraad, provinciale staten en de Staten-Generaal over hun beleid met betrekking tot de uitvoering van [de hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [paragraaf 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet. Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten zenden het verslag gelijktijdig met de aanbieding aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten, aan de inspecteur.
2. Zij vermelden in hun verslag in ieder geval:
- a. het aantal malen dat in de periode waarop het verslag betrekking heeft, de termijnen zijn overschreden, die ingevolge [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) alsmede [artikel 13.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gelden voor het geven van de beschikking, de oorzaken daarvan en de maatregelen die zij hebben getroffen of zullen treffen om het overschrijden van die termijnen zo veel mogelijk te voorkomen;
- b. afzonderlijk de wijze waarop zij de in het eerste lid genoemde hoofdstukken van deze wet hebben uitgevoerd ten aanzien van inrichtingen die geheel of gedeeltelijk gedreven worden door onderscheidenlijk de betrokken gemeente, de betrokken provincie of het rijk.
3. Gevallen ten aanzien waarvan [artikel 13.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is toegepast, worden in het verslag van Onze Minister niet vermeld.
##### Artikel 21.2
1. Onze Minister zendt - voor zover het betreft het ambtsterrein van één of meer Onzer andere Ministers, in overeenstemming met die Ministers - binnen drie jaar na het in werking treden van deze wet, en vervolgens telkens om de vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop zij is toegepast.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Deze regelen kunnen voor daarbij aangewezen bestuursorganen de verplichting inhouden jaarlijks op de daarbij aangegeven wijze de gegevens te verstrekken, die voor de opstelling van het in het eerste lid bedoelde verslag nodig zijn.
##### Artikel 21.3
1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. De [artikelen 5:13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:13), [5:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15), [5:16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:16), [5:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:17) en [5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
##### Artikel 21.4
Vervallen
##### Artikel 21.5
Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken van een gemeente of provincie, worden, voor zover nodig, bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de bestuursorganen die de in deze wet vervatte bevoegdheden uitoefenen en ten aanzien van de bestuursorganen die bij die uitvoering dienen te worden betrokken.
##### Artikel 21.6
1. Bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet wordt rekening gehouden met het geldende nationale milieubeleidsplan.
2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 9.2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [paragraaf 14.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [de artikelen 12.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) Ons mede door hem gedaan.
4. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [5.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.49, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.30, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.30&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.62&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.12, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [12.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.4&artikel=12.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [15.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.3&artikel=15.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [15.32, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.8&artikel=15.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [15.46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01)[16.53, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [21.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=21&artikel=21.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
5. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Een krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
6. Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, wordt in afwijking daarvan bij ministeriële regeling geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Indien wijziging van een algemene maatregel van bestuur noodzakelijk is, wordt daarvan, gelijktijdig met de voordracht aan Ons, gemotiveerd kennis gegeven aan de beide kamers der Staten-Generaal, onder vermelding van de korte inhoud van de voorgenomen algemene maatregel van bestuur. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in de eerste volzin wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn het tweede en het derde lid van overeenkomstige toepassing.
7. Het tweede tot en met vijfde lid en het zesde lid, tweede, derde en vierde volzin, gelden niet voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorzover deze uitsluitend betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 8.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01). De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur wordt Ons in dit geval gedaan door Onze Minister van Economische Zaken. Bij toepassing in dit geval van het zesde lid, eerste volzin, wordt de ministeriële regeling vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken.
##### Artikel 21.7
De bevoegdheid van gemeenteraden en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
##### Artikel 21.8
Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van deze wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 22.1
1. [De hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
2. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor een vergunning of erkenning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens
[hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&hoofdstuk=VIIa),
de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682),
de [Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406),
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt.
3. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de [Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054) worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft.
4. De [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet op de geneesmiddelenvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002290), de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670) of de [Diergeneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003818).
5. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) laat het met betrekking tot stoffen of preparaten bij of krachtens de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402) bepaalde onverlet.
6. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, preparaten of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, preparaten of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555), dan wel op de handelingen, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=2) ten aanzien van stoffen, preparaten of micro-organismen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892). In afwijking van de eerste volzin is [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die terzake zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) of de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555).
7. Krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en preparaten door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien door het vaststellen van grenswaarden krachtens [artikel 1a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1a) of daarvoor een verbod geldt krachtens [artikel 3 van de Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975&artikel=3).
8. [Hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
de [Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380),
de [Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642),
de [Diergeneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003818),
de [Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054),
de [Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364),
[hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&hoofdstuk=VIIa),
de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402),
de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682),
de [Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975),
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt.
##### Artikel 22.2
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet milieubeheer.
##### Artikel 22.2a
Vervallen
##### Artikel 22.3
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2002-04-01&g=2002-04-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2002-04-01&g=2002-04-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2002-04-01&g=2002-04-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnwet 1903](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001870)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Mijnwet continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002504)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
[Interimwet bodemsanering](onbekend)
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.36a
1. Een vergunning wordt, voor zover zij een inrichting betreft die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet verleend dan nadat Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. [Artikel 10:32 van de Algemene wet bestuursrecht](onbekend) is niet van toepassing met betrekking tot de verklaring.
2. De verklaring kan slechts worden geweigerd op grond van de criteria, genoemd in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 8.36b
1. Onze Minister kan bij de verklaring, bedoeld in [artikel 8.36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bepalen dat de vergunning onder beperkingen wordt verleend of dat er voorschriften aan worden verbonden.
2. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt de vergunning onder de aangegeven beperkingen verleend en worden de aangegeven voorschriften eraan verbonden.
##### Artikel 8.36c
1. [De artikelen 8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn bij de toepassing van [artikel 8.36b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beperkingen en voorschriften slechts berusten op de criteria, genoemd in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Voorts kunnen de voorschriften, bedoeld in [artikel 8.36b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), inhouden:
- a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen in de inrichting niet nuttig mogen worden toegepast of mogen worden verwijderd zonder afzonderlijke toestemming van het bevoegd gezag, dan wel van Onze Minister; daarbij kan worden bepaald dat de toestemming door het bevoegd gezag eerst wordt gegeven nadat een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat geen andere wijze van nuttige toepassing of verwijdering mogelijk is;
- b. de verplichting overeenkomstig het in de vergunning ter zake bepaalde, daarbij aangewezen afvalstoffen in ontvangst te nemen.
##### Artikel 8.36d
In gevallen waarin een verklaring als bedoeld in [artikel 8.36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) vereist is, geeft het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag om de vergunning geen toepassing aan [artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en evenmin aan artikel 10.14 j° [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor zover deze bepalingen betrekking hebben op de criteria, genoemd in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 8.36e
1. De verklaring wordt vermeld in de beschikking ter zake waarvan zij is gegeven.
2. Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van de beschikking.
##### Artikel 8.36f
1. Inrichtingen waarin van anderen afkomstige afvalstoffen worden gestort, brengen bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen een bedrag in rekening waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden:
- a. met de kosten van het totstandbrengen, instandhouden en in werking hebben van de inrichting,
- b. met de kosten van de voorzieningen die bewerkstelligen dat de inrichting, nadat zij buiten gebruik is gesteld, geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens [artikel 15.44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01), verschuldigde heffing, en
- c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor het stellen van financiële zekerheid krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is voorgeschreven.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 10.24
1. De afvalstoffenverordening bevat ten minste regels omtrent:
- a. het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan een bij of krachtens de verordening aangewezen inzameldienst;
- b. het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander;
- c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter beschikking gestelde plaats.
2. Bij de afvalstoffenverordening kunnen voorts regels worden gesteld omtrent het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
##### Artikel 10.25
Bij de afvalstoffenverordening kunnen in ieder geval regels worden gesteld:
- a. ten einde te voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min mogelijk gebeurt;
- b. omtrent het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het milieu terecht zijn gekomen;
- c. omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen.
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.39
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), verstrekt:
- a. aan deze persoon een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen;
- b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief.
2. De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde gegevens.
##### Artikel 10.40
1. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
- a. de datum van afgifte;
- b. de naam en het adres van degene van wie de afvalstoffen afkomstig zijn;
- c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen;
- d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven;
- e. de wijze waarop de afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd;
- f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen naar hem te vervoeren: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt.
2. Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in [artikel 10.39, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden verstrekt.
3. Op verzoek van gedeputeerde staten van een provincie of burgemeester en wethouders van een gemeente die terzake bevoegd gezag zijn, worden de gegevens, als bedoeld in het eerste lid, aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders gezonden.
##### Artikel 10.41
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) uitvoering wordt gegeven.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de melding, bedoeld in [de artikelen 10.38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen plaatsvindt of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van afvalstoffen.
##### Artikel 10.42
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde personen de verplichting worden opgelegd de in dat artikel bedoelde gegevens te melden aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
2. [De artikelen 10.40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.48
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden bepaald dat voor het inzamelen van daarbij aangewezen categorieën van zodanige afvalstoffen een vergunning van Onze Minister is vereist.
2. De[artikelen 8.5 tot en met 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van genoemde artikelen het belang van de bescherming van het milieu beperkt wordt tot het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
3. Onze Minister kan in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen de tarieven vaststellen, die ten minste dan wel ten hoogste in rekening worden gebracht bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen door de houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 10.49
1. De aan de vergunning, bedoeld in [artikel 10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01), te verbinden voorschriften kunnen in ieder geval inhouden:
- a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen niet mogen worden ingezameld zonder afzonderlijke toestemming van Onze Minister;
- b. de verplichting, daarbij aangewezen afvalstoffen, wanneer zij aan de inzamelaar worden aangeboden, in ontvangst te nemen;
- c. de verplichting, daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen die gescheiden worden afgegeven, afzonderlijk in te zamelen;
- d. de verplichting, daarbij aangewezen afvalstoffen, wanneer zij aan de inzamelaar worden aangeboden, op te halen;
- e. de verplichting afvalstoffen af te geven aan daarbij aangewezen personen.
2. Een vergunning geldt slechts voor degene aan wie zij is verleend. Deze draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd.
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.50
1. Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, preparaten of producten een verplichting deze in te nemen als bedoeld in [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01) niet gelden.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid omvat de verplichting tot het registreren van daarbij aan te geven gegevens op een daarbij aan te geven wijze.
##### Artikel 10.51
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen regels worden gesteld omtrent het zich ontdoen buiten een inrichting van bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
2. Bij de maatregel kunnen in ieder geval regels worden gesteld, inhoudende de verplichting:
- a. die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden;
- b. ingeval van afgifte aan een ander, die afvalstoffen gescheiden af te geven.
##### Artikel 10.52
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld omtrent het beheer van bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen.
2. Bij de maatregel kunnen in ieder geval regels worden gesteld, inhoudende een verbod bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen zonder vergunning van het bestuursorgaan dat daartoe bij de maatregel is aangewezen.
3. Bij de maatregel kan de verplichting worden opgelegd te voldoen aan nadere eisen met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen. Bij de maatregel wordt het bestuursorgaan aangewezen, dat die eisen kan stellen.
##### Artikel 10.53
[De artikelen 8.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in [artikel 10.52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 10.54
1. Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen.
2. Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens [de artikelen 10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. [Artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.55
1. Het is verboden:
- a. bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor anderen tegen vergoeding te vervoeren,
- b. bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen te verhandelen,
- c. ten behoeve van anderen te bemiddelen bij het beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen,
zonder vermelding als respectievelijk vervoerder, handelaar of bemiddelaar op de lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor degene die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bevoegd is tot het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
3. Onze Minister wijst een instantie aan die namens hem zorg draagt voor de vermelding van vervoerders, handelaars en bemiddelaars op de lijst, bedoeld in het eerste lid.
4. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de vermelding van vervoerders, handelaars en bemiddelaars op de lijst, bedoeld in het eerste lid. Deze regels bevatten in ieder geval criteria voor vermelding op de lijst en voor beëindiging daarvan.
5. Een vervoerder, handelaar of bemiddelaar als bedoeld in het eerste lid registreert met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens:
- a. de naam en het adres van degene:
- 1°. van wie de afvalstoffen afkomstig zijn,
- 2°. aan wie de afvalstoffen worden afgegeven;
- b. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen.
6. [Artikel 10.38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.56
1. Onze Minister stelt regels ter uitvoering van artikel 6 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
2. Ter uitvoering van andere artikelen dan het in het eerste lid genoemde artikel van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen kan Onze Minister regels stellen.
##### Artikel 10.57
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de titels II en VII van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen van overeenkomstige toepassing zijn met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen binnen Nederland.
##### Artikel 10.58
Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 53 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
##### Artikel 10.59
Op een kennisgeving als bedoeld in de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen is [artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:15) niet van toepassing.
##### Artikel 10.60
1. Het is verboden afvalstoffen waarop de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen, indien de voorgenomen overbrenging, nuttige toepassing of verwijdering, naar het oordeel van Onze Minister in strijd zou zijn met het belang van de bescherming van het milieu.
2. Het is verboden handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 2, onder 35, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
3. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 49, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
4. Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften als bedoeld in de artikelen 35, vijfde lid, 37, vierde lid, of 38, zesde lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
5. Het is verboden afvalstoffen over te brengen indien gehandeld wordt in strijd met een voorschrift gesteld bij:
- a. artikel 13, tweede lid, 15, onder c, 16, onder a, b, c, eerste of tweede volzin, of d, 18, eerste of tweede lid, of 19 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. artikel 35, eerste lid, 38, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 45 in verbinding met 42, eerste lid, 46, eerste lid, 47 in verbinding met 42, eerste lid, of 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, telkens in verbinding met één of meer van de onder a genoemde bepalingen;
- c. artikel 55, laatste volzin, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
6. Het is verboden afvalstoffen over te brengen indien gehandeld wordt in strijd met een voorwaarde gesteld krachtens:
- a. artikel 10, eerste of tweede lid, of 13, derde lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. artikel 35, eerste lid, 38, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 45 in verbinding met 42, eerste lid, 46, eerste lid, 47 in verbinding met 42, eerste lid, of 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, telkens in verbinding met één of meer van de onder a genoemde bepalingen.
7. Het is verboden afvalstoffen over te brengen indien gehandeld wordt in strijd met een voorschrift gesteld bij:
- a. artikel 15, onder d of e, laatste volzin, 16, onder c, laatste volzin, of onder e, of 20 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. artikel 35, eerste lid, 38, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 45 in verbinding met 42, eerste lid, 46, eerste lid, 47 in verbinding met 42, eerste lid, of 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, telkens in verbinding met één of meer van de onder a genoemde bepalingen;
- c. artikel 35, derde lid, onder c, 38, derde lid, onder b, 42, derde lid, onder c, 44, derde lid, in verbinding met 42, derde lid, onder c, 45 in verbinding met artikel 42, derde lid, onder c, 47 in verbinding met 42, derde lid, onder c, 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, derde lid, onder c, of 48, tweede lid, aanhef, in verbinding met 44, derde lid, en 42, derde lid, onder c, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
##### Artikel 10.61
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die regels moeten zijn opgenomen in de verordening.
##### Artikel 10.62
1. Onze Minister kan, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, aan de gemeenteraad een bindende aanwijzing geven met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening, van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. [Artikel 10.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.61&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken gemeente. Hij deelt het voornemen, onder vermelding van de redenen daarvoor, mee aan de Staten-Generaal.
4. Van de aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
##### Artikel 10.63
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalwater zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.30&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gestelde verbod.
2. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft.
3. Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te storten of anderszins op of in de bodem te brengen, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft, en, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in de [artikelen 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verboden.
4. Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.15 tot en met 10.19, [10.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, van [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [de artikelen 10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-06-01&g=2008-06-01), alsmede van het bepaalde in de [artikelen 10.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 10.64
1. De [artikelen 8.5 tot en met 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van de in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gestelde verboden –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen, dan wel – indien het een ontheffing betreft van krachtens de [artikelen 10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels – het door dat artikel beoogde belang.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de [artikelen 10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan – in afwijking van het eerste lid – worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing is.
3. In afwijking van het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.1
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Financiële zekerheid
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
##### Artikel 17.5
1. Onze Minister kan het bevoegde bestuursorgaan verzoeken binnen een door hem aangegeven termijn:
- a. op de daarbij aangegeven wijze toepassing te geven aan [artikel 17.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. in verband daarmee een voor de betrokkene krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) geldende vergunning te wijzigen.
2. Indien de geboden spoed een zodanig verzoek niet toelaat of het bevoegde bestuursorgaan niet binnen de aangegeven termijn aan het verzoek gevolg heeft gegeven, geeft Onze Minister toepassing aan [artikel 17.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onderscheidenlijk wijzigt hij de vergunning.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2b
1. Onze betrokken Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [titels 9.2 tot en met 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en krachtens [artikel 17.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Onze betrokken Minister heeft tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
3. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. preventie en nuttige toepassing als bedoeld in [titel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. overbrengen van afvalstoffen als bedoeld in [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- d. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
4. Onze Minister heeft tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen gestelde verplichtingen.
##### Artikel 18.2c
1. Gedeputeerde staten hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verplichtingen, voorzover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Gedeputeerde staten hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verplichtingen.
##### Artikel 18.2d
1. Burgemeester en wethouders hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens:
- a. de afvalstoffenverordening;
- b. [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. het zich ontdoen van afvalwater als bedoeld in [de artikelen 10.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.30&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 18.2e
Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in [de artikelen 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) tot en met [18.2d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2d&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt rekening gehouden met het voor het betrokken bestuursorgaan geldende milieubeleidsplan.
### Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2004-05-01&g=2004-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2004-05-01&g=2004-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2004-05-01&g=2004-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.16b
De emissieautoriteit draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van haar gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens.
##### Artikel 2.16c
Vervallen
#### § 2.2. De Commissie voor de milieu-effectrapportage
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
#### § 2.4. De provinciale milieucommissie
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.2. Het nationale milieubeleidsplan
#### § 4.3. Het nationale milieuprogramma
#### § 4.4. Het provinciale milieubeleidsplan
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.5b. Het regionale milieuprogramma
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 5.2.1. Algemene bepalingen
#### § 5.2.3. Nationaal programma en overige programma's
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 5.2.5. Vaststelling van het kwaliteitsniveau
#### § 7.6. De beoordeling van het milieu-effectrapport
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.9. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 7.9. Evaluatie
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.1
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.2
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden.
2. Een emissie van een broeikasgas in de lucht wordt uitgedrukt in tonnen kooldioxide-equivalent.
3. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt onder brandstofverbruik en grondstofgebruik verstaan het verbruik van brandstoffen, onderscheidenlijk het gebruik van grondstoffen, voorzover dat verbruik, onderscheidenlijk gebruik, waarschijnlijk tot emissies van een broeikasgas zal leiden.
##### Artikel 16.3
Onder inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&artikel=16.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
##### Artikel 16.4
Een wijziging van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten of van een bijlage bij die richtlijn gaat voor de toepassing van deze titel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
##### Artikel 16.23
1. Onze Ministers stellen gezamenlijk een plan vast waarin voornemens zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten.
2. Nationale toewijzingsplannen gelden voor aansluitende perioden. Deze periode bedraagt voor elk plan vijf jaar, met uitzondering van de periode voor het eerste plan, welke drie jaar bedraagt, ingaande 1 januari 2005.
##### Artikel 16.24
Het nationale toewijzingsplan wordt vastgesteld met inachtneming van de artikelen 10 en 30, derde lid, eerste alinea, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en van de termijnen, genoemd in artikel 9 van de richtlijn. Het plan wordt vastgesteld met gebruikmaking van objectieve en transparante criteria, waaronder de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij die richtlijn, en de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen daaromtrent overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de richtlijn heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.25
1. Het nationale toewijzingsplan bevat ten minste:
- a. een aanduiding van het totale aantal broeikasgasemissierechten dat Onze Ministers voornemens zijn voor de planperiode toe te wijzen;
- b. een beschrijving van de manier waarop Onze Ministers voornemens zijn broeikasgasemissierechten toe te wijzen;
- c. een lijst van alle inrichtingen waarvoor Onze Ministers voornemens zijn op grond van [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), broeikasgasemissierechten toe te wijzen, onder vermelding van het aantal broeikasgasemissierechten dat zij voornemens zijn toe te wijzen voor elke afzonderlijke inrichting;
- d. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten zal worden verleend;
- e. een aanduiding van het gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder c, dat degene die een inrichting drijft, ten hoogste in de vorm van emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties met betrekking tot de betrokken planperiode ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), mag inleveren.
2. Het nationale toewijzingsplan kan tevens bevatten:
- a. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om te kunnen worden toegewezen voor een of meer daarbij aangegeven categorieën van inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), indien deze vergunning nog niet is verleend op het moment dat het plan overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen is toegezonden;
- b. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om te kunnen worden toegewezen voor inrichtingen waarvoor als gevolg van een wijziging van het nationale toewijzingsbesluit overeenkomstig [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01), meer broeikasgasemissierechten worden toegewezen dan in het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit het geval was.
##### Artikel 16.26
1. Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsplan is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De terinzagelegging van het ontwerp van het plan geschiedt tevens ter griffie van de provincies. Het ontwerp van het plan wordt tevens toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. De toezending, bedoeld in de derde volzin, geschiedt ten minste vier weken voordat het plan overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt toegezonden.
2. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Onze Ministers stellen het nationale toewijzingsplan vast uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp.
4. Het vastgestelde nationale toewijzingsplan wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het plan in de Staatscourant.
5. Indien het overeenkomstig het vierde lid bekendgemaakte plan niet behoeft te worden gewijzigd naar aanleiding van de beoordeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het plan dat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan haar is toegezonden, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.
##### Artikel 16.27
Indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen het overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan haar toegezonden nationale toewijzingsplan geheel of gedeeltelijk verwerpt, stellen Onze Ministers het nationale toewijzingsplan opnieuw vast nadat daarin de door hen voorgestelde en door de Commissie aanvaarde wijzigingen zijn aangebracht. [Artikel 16.26, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is niet van toepassing. [Artikel 16.26, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.28
Het nationale toewijzingsplan geldt met ingang van de dag na die waarop in de Staatscourant een mededeling is gedaan als bedoeld in [artikel 16.26, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01), dan wel, indien het plan dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de beoordeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, bedoeld in dat lid, de dag waarop het overeenkomstig [artikel 16.26, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.27, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.27&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is bekendgemaakt in de Staatscourant.
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.29
1. Onverminderd [artikel 16.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01) beslissen Onze Ministers met betrekking tot elke planperiode gezamenlijk over de toewijzing van broeikasgasemissierechten. Dat besluit bevat:
- a. een aanduiding van het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de planperiode wordt toegewezen;
- b. de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor afzonderlijke inrichtingen;
- c. onverminderd onderdeel d: een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten zal worden verleend;
- d. indien het nationale toewijzingsplan hierin voorziet: een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om in de planperiode te kunnen worden toegewezen voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Bij het nemen van het nationale toewijzingsbesluit nemen Onze Ministers het geldende nationale toewijzingsplan, voorzover het betreft de in [artikel 16.25, eerste lid, onder a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde onderdelen, alsmede artikel 10 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten in acht, en houden ze rekening met dat plan, voorzover het betreft het in [artikel 16.25, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde onderdeel. Het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen met inachtneming van de termijnen, genoemd in artikel 11, eerste en tweede lid, van de richtlijn.
3. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.30
1. Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De terinzagelegging van het ontwerp van het besluit geschiedt tevens ter griffie van de provincies. Het ontwerp van het besluit wordt tevens toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal.
2. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Onze Ministers nemen het nationale toewijzingsbesluit uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp.
4. Van het vastgestelde nationale toewijzingsbesluit wordt mededeling gedaan door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant.
##### Artikel 16.31
1. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) een tussenuitspraak heeft gedaan, wijzigen Onze Ministers het nationale toewijzingsbesluit met inachtneming van die uitspraak. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
2. Het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen binnen tien weken na de dag waarop de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in het openbaar is uitgesproken. [Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:1) is niet van toepassing.
3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk vervangt een met toepassing van het eerste lid gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit.
##### Artikel 16.32
1. Dit artikel is van toepassing indien in het nationale toewijzingsplan broeikasgasemissierechten beschikbaar worden gehouden voor toewijzing voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Onze Ministers beslissen gezamenlijk, op verzoek van degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid drijft, over de toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid voor de desbetreffende planperiode.
3. Bij het nemen van een besluit krachtens het tweede lid nemen Onze Ministers het betrokken nationale toewijzingsplan, voorzover het betreft het in [artikel 16.25, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde onderdeel, alsmede het betrokken nationale toewijzingsbesluit, voorzover het betreft het in [artikel 16.29, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde onderdeel in acht.
4. Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen voorzover door toewijzing van die rechten het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de toewijzing aan de in het betrokken nationale toewijzingsplan aangegeven categorie van inrichtingen als bedoeld in het eerste lid waartoe de inrichting behoort, in de betrokken planperiode ten hoogste beschikbaar is, zou worden overschreden.
5. Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid kan worden afgewezen indien:
- a. voor 1 september van het betrokken kalenderjaar voor de inrichting, bedoeld in het eerste lid, geen vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is verleend;
- b. gerede twijfel bestaat of de inrichting, bedoeld in het eerste lid, voor 31 december van het betrokken kalenderjaar feitelijk in werking zal zijn gesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in het betrokken nationale toewijzingsplan;
- c. niet is voldaan aan de eisen die overeenkomstig [artikel 16.25, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in het betrokken nationale toewijzingsplan zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- d. de verzoeker onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op het verzoek zou hebben geleid.
6. Broeikasgasemissierechten worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de inrichting in werking is gesteld of naar verwachting in werking zal worden gesteld. Een besluit als bedoeld in tweede lid bevat een aanduiding van het gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten dat per kalenderjaar in de betrokken planperiode overeenkomstig [artikel 16.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zal worden verleend.
##### Artikel 16.33
1. Verzoeken om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die na 1 september van een kalenderjaar zijn ingediend, worden op 1 september van het daarop volgende kalenderjaar in behandeling genomen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moet worden gedaan en de gegevens die door de verzoeker moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op het verzoek.
3. Op de voorbereiding van het besluit, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing, met uitzondering van [artikel 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18).
4. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
5. Onze Ministers nemen het besluit, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01), uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp, doch in elk geval uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het betrokken verzoek in behandeling is genomen.
##### Artikel 16.34
Vervallen
##### Artikel 16.35
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 40 of 46 van de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten verleend aan degene die de inrichting drijft. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken inrichting een vergunning als bedoeld in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is verleend.
2. Voorzover het betrokken nationale toewijzingsbesluit daarin voorziet, verleent het bestuur van de emissieautoriteit voor een inrichting als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor 1 maart van elk betrokken kalenderjaar een gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten dat voor die inrichting is toegewezen in het besluit, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. De verlening vindt plaats overeenkomstig artikel 42 van de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten voorzover het betreft de planperiode die loopt van 2005 tot en met 2007, dan wel artikel 48 van die verordening voorzover het betreft latere planperiodes.
3. Voorzover het geldende nationale toewijzingsplan daarin voorziet, verleent het bestuur van de emissieautoriteit, indien het geval, bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zich voordoet, voor 1 maart van het laatste kalenderjaar in een planperiode voor inrichtingen als bedoeld in dat onderdeel, het aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken inrichtingen is toegewezen in het besluit, bedoeld in [artikel 16.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.34&z=2008-06-01&g=2008-06-01), dat op die periode betrekking heeft.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.1a
1. Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, alsmede met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde wetten bepaalde, voor zover dit bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
2. De [artikelen 18.3 tot en met 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- c. de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 18.2f
De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 16 gestelde verplichtingen.
##### Artikel 18.4a
1. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn belast de krachtens [artikel 18.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen ambtenaren.
2. Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de [artikelen 5:15 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15).
##### Artikel 18.6a
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of van artikel 52, eerste lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
2. De [artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32) zijn van toepassing.
##### Artikel 18.7a
Artikel 18.7, aanhef en onder b, is niet van toepassing voorzover het betreft de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk 16 bepaalde.
##### Artikel 18.16a
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [16.51, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), eerste lid. [Artikel 18.16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd.
4. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.51, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten onderscheidenlijk NOx-emissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01) onderscheidenlijk [artikel 16.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01) dient in te leveren.
5. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 18.16b
Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op voorzover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
##### Artikel 18.16c
Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in [artikel 18.16i, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16i&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is gedaan.
##### Artikel 18.16d
1. Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging:
- a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of
- b. het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74) of [74c van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74c), dan wel ingevolge [artikel 37 van de Wet op de economische delicten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063&artikel=37).
2. Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is en de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd.
3. Voor een gedraging die aan het openbaar ministerie moet worden voorgelegd, kan het bestuur van de emissieautoriteit alsnog een bestuurlijke boete opleggen indien:
- a. het openbaar ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien, of
- b. sedert het voorleggen van de gedraging dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het openbaar ministerie is ontvangen.
##### Artikel 18.16e
1. Een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit stemt de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot dat jaar overeenkomstig [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onderscheidenlijk [artikel 16.37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), heeft ingeleverd. Het tweede lid is niet van toepassing.
4. In afwijking van het derde lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent.
5. [Artikel 16.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&artikel=16.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing.
6. De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in [artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=377) voor de netto-omzet.
##### Artikel 18.16f
1. Degene die aan een handeling van de emissieautoriteit redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet langer verplicht ten behoeve van deze oplegging inlichtingen omtrent de overtreding te verstrekken.
2. De overtreder wordt op het bepaalde in het eerste lid gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken, en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen.
##### Artikel 18.16g
1. Indien een overtreding als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is gepleegd en het bestuur van de emissieautoriteit voornemens is in verband daarmee een bestuurlijke boete op te leggen, maakt het bestuur van de emissieautoriteit een rapport op.
2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
- a. de naam van de overtreder;
- b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
- c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd;
- d. in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01): het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
4. Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in [artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=152) is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van dit hoofdstuk in de plaats van het rapport.
5. Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van [artikel 18.16d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16d&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
##### Artikel 18.16h
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt op verzoek afschriften daarvan beschikbaar.
2. Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de emissieautoriteit er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
##### Artikel 18.16i
1. In afwijking van [afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.1.2) stelt het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder in de gelegenheid om zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot:
- a. het opleggen van een bestuurlijke boete;
- b. in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01): het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Het rapport, bedoeld in [artikel 18.16g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16g&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt reeds bij de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
3. Indien het bestuur van de emissieautoriteit nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
- a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of, in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), de naam van de overtreder niet wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of
- b. de overtreding alsnog aan het openbaar ministerie zal worden voorgelegd,
wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
##### Artikel 18.16j
1. Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport, bedoeld in [artikel 18.16g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16g&z=2008-06-01&g=2008-06-01), omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete en, in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuur van de emissieautoriteit bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
##### Artikel 18.16k
De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:
- a. de naam van de overtreder;
- b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
- c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd;
- d. het bedrag van de boete;
- e. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden;
- f. in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01): het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 18.16l
1. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vervalt tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
2. Indien tegen de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
##### Artikel 18.16m
1. De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen zes weken nadat de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift of, indien gedurende die termijn bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, op dat verzoek is beslist, tenzij de beschikking, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2008-06-01&g=2008-06-01), een later tijdstip vermeldt.
2. De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het bedrag van de verschuldigde rente vast.
3. Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, maant het bestuur van de emissieautoriteit degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd schriftelijk aan binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden, alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen. De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen.
##### Artikel 18.16n
1. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in [artikel 18.16m, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16m&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde termijn van twee weken kan het bestuur van de emissieautoriteit de verschuldigde boete invorderen bij dwangbevel.
2. Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827) ten uitvoer kan worden gelegd.
3. De uitvaardiging en betekening van het dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd. De kosten die het bestuur van de emissieautoriteit in rekening kan brengen, betreffen ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten.
4. Bij het dwangbevel worden tevens de kosten van de aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening gebracht.
5. De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van betekening van een exploot als bedoeld in het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827). De [artikelen 3:41 tot en met 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:41) zijn niet van toepassing. Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de [artikelen 438](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=438) en [438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=438a) kan worden opgekomen.
##### Artikel 18.16o
[Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 18.16m, derde lid, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid.
##### Artikel 18.16p
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 18.16q
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in [artikel 18.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 18.4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde personen in strijd handelt met [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen boete op als bedoeld in het eerste lid, indien de overtreder aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
3. [Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=184) is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
### Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid
##### Artikel 19.1a
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over:
- a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen;
- b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten;
- c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen;
- d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving;
- e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten;
- f. de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voorzover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de onder b en c bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.
2. [Artikel 1, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=1) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 19.1c
Onverminderd [artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=8) verstrekt een bestuursorgaan uit eigen beweging informatie over de openbare verantwoordelijkheden en functies die het heeft alsmede de openbare diensten die het verleent met betrekking tot het milieu.
##### Artikel 19.6a
De [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
##### Artikel 19.6b
Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) ter zake van een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake vergunning voor een inrichting krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) tegen de openbaarmaking verzet, is [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
##### Artikel 20.5a
1. In afwijking van [artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&artikel=36) worden bij de Afdeling aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die op dezelfde planperiode betrekking hebben, ter behandeling gevoegd.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), doet de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, binnen achttien weken na afloop van de beroepstermijn en na sluiting van het onderzoek een tussenuitspraak, waarbij zij Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken in de gelegenheid stelt de gebreken in het besluit te herstellen.
3. In haar tussenuitspraak, bedoeld in het tweede lid, stelt de Afdeling vast in welke opzichten het beroep gegrond is. [Afdeling 8.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=8.2.6), met uitzondering van [artikel 8:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:72) is van overeenkomstige toepassing. In haar tussenuitspraak bepaalt de Afdeling dat het onderzoek wordt geschorst en ter voorbereiding van de einduitspraak wordt heropend nadat van het overeenkomstig [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genomen besluit aan haar mededeling is gedaan.
4. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.
5. Voor de toepassing van [hoofdstuk II, titel II, paragraaf 1, van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&paragraaf=1) wordt de tussenuitspraak geacht deel uit te maken van de einduitspraak.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2004-10-20&g=2004-10-20), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2004-10-20&g=2004-10-20), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2004-10-20&g=2004-10-20), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.16a
Onverminderd de [artikelen 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en de betrokken andere bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet of [artikel 40 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40).
##### Artikel 16.5
1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. een inrichting in werking te hebben;
- b. een inrichting te veranderen of de werking daarvan te veranderen op zodanige wijze dat dit een significante toename van de emissie van broeikasgassen in de lucht tot gevolg heeft;
- c. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsplan ingrijpend te veranderen.
2. Indien voor een inrichting tevens de in [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vervatte verboden gelden, hebben de in het eerste lid vervatte verboden tevens betrekking op de emissies van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en zijn de in [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vervatte verboden niet van toepassing. [Titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met uitzondering van [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing, voorzover het de emissie van stikstofoxiden in de lucht betreft.
##### Artikel 16.6
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.
2. Bij of krachtens de maatregel wordt in ieder geval bepaald dat de aanvrager bij de aanvraag een monitoringsplan indient, dat voor de inrichting een beschrijving bevat van de wijze waarop:
- a. de jaarvracht wordt bepaald,
- b. het brandstofverbruik en het grondstofgebruik worden bepaald,
- c. gegevens die op het bepaalde onder a en b betrekking hebben, worden geregistreerd en bewaard, en
- d. aan het bestuur van de emissieautoriteit verslag wordt gedaan van de jaarvracht en de gegevens betreffende het brandstofverbruik en het grondstofgebruik.
3. Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van het bepaalde krachtens het eerste of tweede lid. Deze regels voldoen in elk geval aan de beschikking die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
4. Voor het bepalen van de jaarvracht van een inrichting worden uitsluitend de emissies in aanmerking genomen, die worden veroorzaakt door activiteiten die in een broeikasgasinstallatie worden verricht en die krachtens [artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn aangewezen.
##### Artikel 16.7
Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
##### Artikel 16.8
1. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan het bestuursorgaan dat voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een vergunning te verlenen krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), dan wel, in geval voor de inrichting het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, gedurende vier weken in de gelegenheid advies uit te brengen over het monitoringsplan met het oog op de samenhang tussen dit plan en de aanvraag of vergunning, bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet of [artikel 40 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40).
##### Artikel 16.9
Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk of [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 16.10
1. De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de houder van de vergunning in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
2. In een geval als bedoeld in [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt de vergunning gedeeltelijk geweigerd voorzover het de emissies van broeikasgassen, onderscheidenlijk de emissies van stikstofoxiden, betreft, indien een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onderscheidenlijk [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zou zijn geweigerd in geval uitsluitend het vereiste van een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onderscheidenlijk [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zou gelden.
##### Artikel 16.11
1. In een vergunning wordt duidelijk aangegeven waarop zij betrekking heeft. De vergunning vermeldt de naam en het adres van degene die de inrichting drijft, waarop de vergunning betrekking heeft.
2. Het monitoringsplan maakt in ieder geval deel uit van de vergunning. De overige onderdelen van de aanvraag om de vergunning maken deel uit van de vergunning, voorzover dat in de vergunning is aangegeven.
##### Artikel 16.12
1. Aan een vergunning worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Deze voorschriften houden voorts in ieder geval de verplichting in dat:
- a. gedurende ieder kalenderjaar de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik worden bepaald en geregistreerd overeenkomstig het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsplan;
- b. met betrekking tot ieder kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit voor 1 april van het daarop volgende kalenderjaar een verslag wordt ingediend, waarin voor de inrichting alsmede voor elke broeikasgasinstallatie die zich in de inrichting bevindt, met betrekking tot het kalenderjaar waarop het verslag betrekking heeft, worden vermeld:
- 1°. de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en de wijze waarop deze zijn bepaald en geregistreerd;
- 2°. de veranderingen van het monitoringsplan die hebben plaatsgevonden;
- 3°. de gevallen waarin van het monitoringsplan is afgeweken, de redenen daarvoor en de wijze waarop het meten en registreren van de emissies in die gevallen heeft plaatsgevonden;
- c. het emissieverslag vergezeld gaat van een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling van het verslag overeenkomstig [artikel 16.14, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- d. aan het bestuur van de emissieautoriteit een verandering van de naam of het adres van de houder van de vergunning wordt gemeld.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot:
- a. een andere persoon dan de houder van een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die bij de uitvoering van het monitoringsplan is betrokken;
- b. de bepaling en de registratie van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, bedoeld in het eerste lid, onder a;
- c. het emissieverslag.
3. Eisen die krachtens het tweede lid worden gesteld, voldoen in elk geval aan de beschikking die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
4. In een vergunning kan worden bepaald dat:
- a. een verandering, anders dan bedoeld in [artikel 16.5, eerste lid, onder b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of
- b. een tijdelijke afwijking van het monitoringsplan
aan het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemeld overeenkomstig de krachtens het vijfde lid gestelde regels.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het melden van een verandering of afwijking als bedoeld in het vierde lid. Aan deze regels kan terugwerkende kracht worden verleend tot en met 1 januari 2005.
6. In een vergunning kan worden bepaald dat een verandering of afwijking als bedoeld in het vierde lid, voordat zij ten uitvoer wordt gebracht, de goedkeuring behoeft van het bestuur van de emissieautoriteit.
7. Indien toepassing is gegeven aan het zesde lid, kan het bestuur van de emissieautoriteit goedkeuring onthouden:
- a. indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten;
- b. op grond dat het, gezien de aard of omvang van de betrokken verandering, naar zijn oordeel noodzakelijk is de vergunning te wijzigen.
##### Artikel 16.13
1. De houder van de vergunning beziet regelmatig of de in het monitoringsplan opgenomen gegevens met betrekking tot het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, het registreren en bewaren van de daarop betrekking hebbende gegevens en de verslaglegging aan het bestuur van de emissieautoriteit nog juist en volledig zijn, gezien:
- a. veranderingen die zijn opgetreden in de voor het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en het registreren van de daarop betrekking hebbende gegevens relevante omstandigheden;
- b. ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden inzake het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en het registreren van de daarop betrekking hebbende gegevens.
2. Hij wijzigt het monitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de veranderingen of ontwikkelingen, bedoeld in het eerste lid, onder a onderscheidenlijk b, daartoe aanleiding geven;
- b. wijziging van de krachtens [artikel 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels daartoe aanleiding geeft;
- c. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
##### Artikel 16.14
1. Bij de verificatie wordt nagegaan of het emissieverslag voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Indien het emissieverslag niet aan deze eisen voldoet, geeft de verificateur geen verklaring af als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. De verificateur mag niet betrokken zijn geweest bij het opstellen, beoordelen of uitvoeren van het monitoringsplan voor de betrokken inrichting.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, inhoudende eisen waaraan een verificateur en een verificatie moeten voldoen. Deze regels voldoen in elk geval aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage V bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en de beschikking die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van die richtlijn.
##### Artikel 16.15
Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het betrokken andere bestuurorgaan, bedoeld in [artikel 16.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01), een exemplaar van het voor de betrokken inrichting opgestelde emissieverslag en de daarbij gevoegde verklaring van de verificateur.
##### Artikel 16.16
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het emissieverslag overeenkomstig [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het emissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:
- a. degene die overeenkomstig [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bij het bestuur van de emissieautoriteit een emissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere jaarvracht,
- b. het betrokken emissieverslag anderszins onjuist was,
en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 16.17
Indien degene die een inrichting drijft, waarop de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gestelde verboden betrekking hebben, niet tijdig een emissieverslag bij het bestuur van de emissieautoriteit heeft ingediend, of het bestuur van de emissieautoriteit ingevolge [artikel 16.16, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), heeft verklaard dat het emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, kan het bestuur van de emissieautoriteit de betrokken gegevens op basis van bedoelde eisen ambtshalve vaststellen. Voordat het bestuur van de emissieautoriteit deze gegevens ambtshalve vaststelt, stelt het de betrokken persoon in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
##### Artikel 16.18
1. Het bestuur van de emissieautoriteit geeft desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een emissieverslag dat bij hem is ingediend.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage in en van de verkrijgbaarheid van het emissieverslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt.
##### Artikel 16.19
Een voor een inrichting verleende vergunning geldt voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd.
##### Artikel 16.20
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de voorschriften die aan een vergunning zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
3. In een geval als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.
4. Indien het geval, bedoeld in [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van [titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
5. Indien het geval, bedoeld in [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer installaties bevinden, die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaken, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van broeikasgassen in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
6. In geval het vierde of vijfde lid van toepassing is, kan het bestuur van de emissieautoriteit de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunning ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van het eerste lid.
##### Artikel 16.21
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. [Artikel 8.42a, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.42a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.22
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, inhoudende de verplichting voor het bestuur van de emissieautoriteit aan de vergunning voorschriften te verbinden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. [Artikel 8.45, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.36
1. Een broeikasgasemissierecht dat overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is geldig ten behoeve van de planperiode waarin of waarvoor het is verleend.
2. Een broeikasgasemissierecht is geldig met ingang van het tijdstip waarop het overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is verleend.
##### Artikel 16.37
1. Onverminderd artikel 67, tweede lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten, levert degene die een inrichting drijft, met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
2. Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten in het register voor handel in broeikasgasemissierechten zijn opgenomen.
##### Artikel 16.38
Degene op wiens naam een rekening in het register voor handel in broeikasgasemissierechten staat, kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken een broeikasgasemissierecht dat, of een emissiereductie-eenheid of een gecertificeerde emissiereductie die op zijn rekening staat bijgeschreven, te annuleren.
##### Artikel 16.39
Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat hij te weinig had ingeleverd.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
##### Artikel 16.40
1. Een broeikasgasemissierecht dat overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is vatbaar voor overdracht indien alle bij de overdracht betrokken personen op hun naam een rekening hebben in het register voor handel in broeikasgasemissierechten of in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op broeikasgasemissierechten die overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten in een andere lidstaat van de Europese Unie zijn verleend.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen broeikasgasemissierechten die zijn ontstaan in andere landen dan de lidstaten van de Europese Unie worden aangewezen als broeikasgasemissierechten die kunnen worden overgedragen of verkregen door een persoon op wiens naam in het register voor handel in broeikasgasemissierechten of in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld, een rekening staat.
3. Een broeikasgasemissierecht is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.41
1. De voor overdracht van een broeikasgasemissierecht vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van het broeikasgasemissierecht van de rekening die in het register voor handel in broeikasgasemissierechten dan wel in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld, op naam staat van de persoon die het broeikasgasemissierecht overdraagt, en
- b. bijschrijving op een rekening in een register als bedoeld onder a, die op naam staat van de persoon die het broeikasgasemissierecht verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat het bestuur van de emissieautoriteit de overgang heeft geregistreerd.
##### Artikel 16.42
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.
3. In afwijking van [artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=228) kan op een broeikasgasemissierecht geen recht van pand worden gevestigd.
4. Op een broeikasgasemissierecht kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
5. Een broeikasgasemissierecht is niet vatbaar voor beslag.
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.43
1. Er is een register inzake de handel in broeikasgasemissierechten, als bedoeld in de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit voert de taken die het heeft als bevoegde autoriteit voor het register voor handel in broeikasgasemissierechten uit in overeenstemming met de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten en draagt er zorg voor dat het register voldoet aan de vereisten die daaraan ingevolge de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten worden gesteld.
4. Als registeradministrateur als bedoeld in artikel 2, onder q, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten wordt aangewezen een bij besluit van het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen medewerker van de emissieautoriteit. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
5. Onze Minister wordt aangewezen als betrokken instantie en desbetreffende instantie als bedoeld in de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
6. In het register voor handel in broeikasgasemissierechten kunnen naast broeikasgasemissierechten tevens emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties worden geregistreerd.
##### Artikel 16.44
Een ieder kan broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties bezitten.
##### Artikel 16.45
Onze Minister kan regels stellen ter uitvoering van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
##### Artikel 16.46
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-02-25&g=2005-02-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-02-25&g=2005-02-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-02-25&g=2005-02-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19.1b
Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) ter inzage dienden te worden gelegd.
##### Artikel 5.2b
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ter uitvoering van de kaderrichtlijn water, wordt aan provinciale staten opgedragen milieukwaliteitseisen, voorzover die niet zijn vastgesteld bij een maatregel op grond van [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 5.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vast te stellen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld die provinciale staten bij de vaststelling van de eisen in de provinciale milieuverordening in daarbij aan te wijzen gevallen in acht moeten nemen. Een zodanige regeling wordt vastgesteld door Onze Minister tezamen met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ieder voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren.
3. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt overeenkomstig artikel 4, vierde, vijfde en zevende lid, van de kaderrichtlijn water bepaald in hoeverre en onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van de eisen en streeftermijnen van artikel 4, eerste en tweede lid, van de kaderrichtlijn water.
4. De kwaliteit van oppervlaktewateren en grondwatervoorkomens waarvoor milieukwaliteitseisen gelden mag niet verslechteren, behoudens voor zover overeenkomstig artikel 4, zesde of zevende lid, van de kaderrichtlijn water bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is bepaald dat een achteruitgang is toegelaten.
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.3. Procedurevoorschriften bij het ondernemen van activiteiten, aangewezen krachtens artikel 7.4
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.6. De beoordeling van het milieu-effectrapport
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.9. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
##### Artikel 8.26a
Een ingevolge deze afdeling ambtshalve gegeven beschikking op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt gegeven binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp van die beschikking.
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
##### Artikel 13.14
Vervallen
##### Artikel 13.15
Vervallen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.47
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin zich een of meer NOx-installaties bevinden.
2. Een emissie van stikstofoxiden in de lucht wordt uitgedrukt in kilogrammen.
3. [Artikel 16.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&artikel=16.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.48
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.49
1. Onverminderd [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is het verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. een inrichting in werking te hebben;
- b. een inrichting te veranderen of de werking daarvan te veranderen op zodanige wijze dat dit significante gevolgen heeft voor de emissie van stikstofoxiden in de lucht;
- c. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsplan ingrijpend te veranderen.
2. Het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.6 tot en met 16.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van [artikel 16.6, derde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [artikel 16.14, derde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en met dien verstande dat:
- a. [artikel 16.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.12, eerste lid, onder a en b, onder 1°, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [artikel 16.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geen betrekking hebben op het grondstofgebruik;
- b. voorzover in de algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01) het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in dat artikel, is vastgesteld per eenheid product: [artikel 16.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 16.12, eerste lid, onder a en b, onder 1°, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [artikel 16.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), mede betrekking hebben op de productie;
- c. voor de toepassing van [artikel 16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in plaats van «op basis van bedoelde eisen» wordt gelezen «op basis van een redelijke schatting»;
- d. het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien bij toepassing van [artikel 16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gegevens ambtshalve worden vastgesteld, bepalen dat deze gegevens gelden met ingang van 30 april van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop die gegevens betrekking hebben.
3. In de vergunning wordt het aantal NOx-emissierechten vastgesteld dat in een kalenderjaar per overdracht ten hoogste mag worden overgedragen.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verkoopplafond wordt bepaald.
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
##### Artikel 16.50
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu dan wel ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voor een bij de maatregel aangegeven tijdvak regels worden gesteld omtrent het aantal NOx-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, in een kalenderjaar opbouwt per bij de maatregel aangegeven eenheid brandstof die in de NOx-installatie wordt verbruikt, of, in bij de maatregel aangegeven gevallen, per bij de maatregel aangegeven eenheid product dat in de NOx-installatie wordt vervaardigd.
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.51
1. Degene die een inrichting drijft, levert met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar ten minste een aantal NOx-emissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie van stikstofoxiden, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
2. Onverminderd het eerste lid heeft de houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01), op 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar een saldo van nul of meer NOx-emissierechten die betrekking hebben op het eerstbedoelde kalenderjaar op zijn rekening, bedoeld in [artikel 16.60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-06-01&g=2008-06-01), staan.
3. Voor de toepassing van het eerste lid worden ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in dat lid, en het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01), de gegevens in acht genomen, die daaromtrent zijn opgenomen in het emissieverslag dat degene die de inrichting drijft, overeenkomstig [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot dat kalenderjaar heeft ingediend of de gegevens die overeenkomstig [artikel 16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.17&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ambtshalve zijn vastgesteld.
4. Indien toepassing is gegeven aan [artikel 16.49, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit, in afwijking van het eerste lid, in naam van degene die de inrichting drijft, NOx-emissierechten inleveren. [Artikel 16.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing. Als datum van inlevering geldt 30 april van het kalenderjaar, bedoeld in [artikel 16.49, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 16.52
Het aantal NOx-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ten behoeve van enig kalenderjaar mag inleveren, wordt bepaald door:
- a. bij elkaar op te tellen:
- 1°. het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft opgebouwd op grond van [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- 2°. het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft verkregen, indien de overdracht overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is geregistreerd,
- 3°. het aantal NOx-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht aan hem is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is geregistreerd, en
- 4°. het aantal NOx-emissierechten dat hij ten behoeve van het kalenderjaar heeft ingeleverd op grond van [artikel 16.53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01), indien de betrokken rechten overeenkomstig [artikel 16.59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.59&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn geregistreerd, en
- b. het overeenkomstig onderdeel a berekende aantal NOx-emissierechten te verminderen met:
- 1°. het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft overgedragen, indien de overdracht overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is geregistreerd,
- 2°. het aantal NOx-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht van hem naar een ander is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is geregistreerd,
- 3°. het aantal NOx-emissierechten dat hij op grond van [artikel 16.53, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar zal inleveren, indien de betrokken rechten overeenkomstig [artikel 16.59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.59&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn geregistreerd,
- 4°. het aantal NOx-emissierechten dat hij op grond van [artikel 16.53, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ten behoeve van het daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ingeleverd, indien de betrokken rechten overeenkomstig [artikel 16.59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.59&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn geregistreerd, en
- 5°. het aantal NOx-emissierechten dat hij op grond van [artikel 16.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.54&z=2008-06-01&g=2008-06-01) ten behoeve van het kalenderjaar dient in te leveren.
##### Artikel 16.53
1. De houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), mag ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01):
- a. NOx-emissierechten die hij ten behoeve van een kalenderjaar zou mogen gebruiken, in plaats daarvan ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar inleveren;
- b. NOx-emissierechten ten behoeve van een kalenderjaar inleveren, in plaats van ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar waarvoor hij de betrokken rechten anders zou mogen gebruiken.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing voorzover het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, het aantal NOx-emissierechten, dat overeenkomt met een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage van het voor de houder, bedoeld in het eerste lid, geldende verkoopplafond, niet overschrijdt.
##### Artikel 16.54
1. Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot een kalenderjaar minder NOx-emissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van een emissie van stikstofoxiden, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal NOx-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NOx-emissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
2. Indien de houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot een kalenderjaar een nadelig saldo van NOx-emissierechten op zijn rekening, bedoeld in [artikel 16.60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-06-01&g=2008-06-01), heeft staan, wordt het aantal NOx-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan [artikel 16.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NOx-emissierechten dat overeenkomt met het saldotekort.
##### Artikel 16.55
1. Een NOx-emissierecht is geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin het op grond van [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is opgebouwd.
2. In afwijking van het eerste lid is een NOx-emissierecht in een geval als bedoeld in [artikel 16.53, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin dat emissierecht ingevolge [artikel 16.53, eerste lid, onder a onderscheidenlijk b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01), mag worden ingeleverd.
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.56
1. Een NOx-emissierecht is met inachtneming van het tweede en derde lid vatbaar voor overdracht.
2. Een NOx-emissierecht kan uitsluitend worden overgedragen:
- a. tussen houders van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01),
- b. indien het betrekking heeft op een kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak waarvoor op het tijdstip van de voorgenomen overdracht toepassing is gegeven aan [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en
- c. voorzover het aantal NOx-emissierechten dat de houder, bedoeld onder a, voornemens is over te dragen met betrekking tot een kalenderjaar, door de overdracht het voor hem geldende verkoopplafond niet overschrijdt.
- 1°. vermeerderd met het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar reeds heeft overgedragen,
- 2°. verminderd met het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar heeft verkregen,
3. Een NOx-emissierecht is ook vatbaar voor andere overgang dan overdracht. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.57
1. De voor overdracht van een NOx-emissierecht vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van het NOx-emissierecht van de rekening of de deelrekening, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die in het register voor handel in NOx-emissierechten op naam staat van de persoon die het NOx-emissierecht overdraagt, en
- b. bijschrijving op de rekening of de deelrekening, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-06-01&g=2008-06-01), die in het register voor handel in NOx-emissierechten op naam staat van de persoon die het NOx-emissierecht verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op andere overgang dan overdracht.
3. De [artikelen 16.41, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.42&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.58
1. Er is een register inzake de handel in NOx-emissierechten.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. In het register worden voor elke inrichting op de bijbehorende rekening of deelrekening, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-06-01&g=2008-06-01), de gegevens, bedoeld in de [artikelen 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [16.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.52&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgenomen.
4. Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de werking, de organisatie, de beschikbaarheid en de beveiliging van het register voor handel in NOx-emissierechten en het openen, bijhouden en opheffen van rekeningen en deelrekeningen, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Onze Minister kan tevens regels stellen ter uitvoering van het tweede en derde lid.
##### Artikel 16.59
1. De emissieautoriteit registreert de overdracht of andere overgang van NOx-emissierechten indien:
- a. wordt voldaan aan het bepaalde in de [artikelen 16.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.56&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. bij de overdracht of overgang wordt aangegeven op welk kalenderjaar, bedoeld in [artikel 16.56, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.56&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het NOx-emissierecht betrekking heeft.
2. De emissieautoriteit registreert de NOx-emissierechten die worden ingeleverd op grond van [artikel 16.53, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01), indien wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 16.60
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent voor elke houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor de inrichting op diens naam een rekening in het register voor handel in NOx-emissierechten.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de houder, bedoeld in het eerste lid, een deelrekening, die onderdeel uitmaakt van de rekening die voor die persoon is geopend.
##### Artikel 16.61
l. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat betrokkenen wegens het openen van een rekening in het register voor handel in NOx-emissierechten of voor het onderhoud van een dergelijke rekening vergoedingen verschuldigd zijn overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van de werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd.
3. Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.62
Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel I, van de wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de invoering van een systeem van handel in emissierechten met het oog op het beperken van de emissies van stikstofoxiden (handel in NOx-emissierechten)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018260&artikel=I)(Stb. 233), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze titel in de praktijk.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-06-01&g=2005-06-02), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-06-01&g=2005-06-02), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-06-01&g=2005-06-02), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.11
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die behoren tot een of meer van de in [artikel 9.2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde categorieën, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
#### § 15.2.5. Tarief
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.1
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.5. Tarief
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het intrekken van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-07-08&g=2005-07-08), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-07-08&g=2005-07-08), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-07-08&g=2005-07-08), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4.1a
1. Indien ter uitvoering van een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie een plan of programma moet worden vastgesteld waarvoor geen grondslag in de wet is opgenomen en ten aanzien waarvan ingevolge artikel 2, tweede lid, van [richtlijn nr. 2003/35/EG](32003L0035) van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de [Richtlijnen 85/337/EEG](31985L0337) en [96/61/EG](31996L0061) van de Raad (PbEU L 156) in inspraak van het publiek moet worden voorzien, is op de voorbereiding van dat plan of programma [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een herziening van een plan of programma.
2. Zienswijzen als bedoeld in [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Een wijziging van de in het eerste lid genoemde richtlijn of van een bijlage bij die richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
##### Artikel 4.1b
1. Voorzover op de voorbereiding van een in deze wet voorzien plan of programma dat wordt genoemd in bijlage I bij [richtlijn nr. 2003/35/EG](32003L0035) van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de [Richtlijnen 85/337/EEG](31985L0337) en [96/61/EG](31996L0061) van de Raad (PbEU L 156), de procedure van toepassing is die is voorgeschreven in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), geldt uitsluitend die procedure en blijven de bepalingen die terzake in andere hoofdstukken, onderscheidenlijk in deze wet, zijn opgenomen, voorzover nodig buiten toepassing.
2. Een wijziging van bijlage I bij de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
#### § 4.2. Het nationale milieubeleidsplan
#### § 4.3. Het nationale milieuprogramma
#### § 4.4. Het provinciale milieubeleidsplan
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.6. Het gemeentelijke milieubeleidsplan
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 7.2. Activiteiten en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
#### § 7.3. Procedurevoorschriften bij het ondernemen van activiteiten, aangewezen krachtens artikel 7.4
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.5. De voorbereiding van het milieu-effectrapport
#### § 7.5. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.9. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 13.16
Vervallen
##### Artikel 13.17
Vervallen
##### Artikel 13.18
Vervallen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 12.10
Vervallen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.1
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-06-30&g=2005-06-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-06-30&g=2005-06-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-06-30&g=2005-06-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.12a
1. Voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden, inhoudende de verplichting tot het treffen van technische maatregelen. Voor zover die voorschriften betrekking hebben op gpbv-installaties wordt daarbij niet het gebruik van bepaalde technieken of technologieën voorgeschreven.
2. Indien voorschriften als bedoeld in het eerste lid, aan de vergunning worden verbonden in plaats van voorschriften als bedoeld in [artikel 8.12, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), leiden de technische maatregelen tot een gelijkwaardige bescherming van het milieu.
3. Voor zover aan een vergunning voorschriften worden verbonden als bedoeld in het eerste lid, kunnen daaraan in ieder geval ook voorschriften worden verbonden, inhoudende dat:
- a. over de uitvoering van technische maatregelen waartoe die voorschriften verplichten, verslag wordt gedaan aan het bevoegd gezag;
- b. daarbij aangegeven metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht ter bepaling van de mate waarin de inrichting de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, ter voorkoming of beperking waarvan die voorschriften zijn bedoeld.
4. Voor zover aan een vergunning voorschriften worden verbonden als bedoeld in het derde lid, is [artikel 8.12, vierde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.12b
Aan de vergunning worden in ieder geval de voor de betrokken inrichting in aanmerking komende voorschriften verbonden met betrekking tot:
- a. een doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
- b. de bescherming van bodem en grondwater;
- c. het voorkomen van het ontstaan van afvalstoffen en afvalwater en, voor zover dat niet mogelijk is, het doelmatig beheer van afvalstoffen en van afvalwater;
- d. het beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting;
- e. het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van door de inrichting veroorzaakte verontreinigingen over lange afstand of grensoverschrijdende verontreinigingen;
- f. het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu, die kunnen worden veroorzaakt door opstarten, lekken, storingen, korte stilleggingen, definitieve bedrijfsbeëindiging of andere bijzondere bedrijfsomstandigheden;
- g. het voorkomen van ongevallen en het beperken van de gevolgen van ongevallen;
- h. het treffen van maatregelen om bij definitieve bedrijfsbeëindiging de nadelige gevolgen die de inrichting heeft veroorzaakt voor het terrein waarop zij was gevestigd, ongedaan te maken of te beperken voor zover dat nodig is om dat terrein weer geschikt te maken voor een volgende functie.
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) vereist is
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 12.3.3. PRTR
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het intrekken van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
##### Artikel 18.3a
Gedeputeerde staten dragen zorg voor de coördinatie van de uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in de provincie.
##### Artikel 18.3b
1. Ter uitvoering van [artikel 18.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt in iedere provincie regelmatig overleg gevoerd tussen de bestuursorganen die belast zijn met de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten.
2. Gedeputeerde staten stellen voor dat overleg een of meer overlegorganen in. Aan het overleg kunnen, op uitnodiging, andere organen en ambtenaren, die belast zijn met de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, deelnemen.
3. In dat overleg maken die bestuursorganen in ieder geval afspraken over de wijze waarop zij uitvoering zullen geven aan het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en aan [artikel 18.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en over de voorzieningen die zij voor die uitvoering zullen treffen.
##### Artikel 18.3c
Onze Minister draagt zorg voor de coördinatie van de uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voorzover die coördinatie naar zijn oordeel van meer dan provinciaal belang is.
##### Artikel 18.3d
1. Gedeputeerde staten kunnen, indien dat in het belang van een doelmatige handhaving geboden is, aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap een aanwijzing geven ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01). Daarbij houden gedeputeerde staten rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan.
2. Bij een aanwijzing wordt een termijn gesteld binnen welke daaraan gevolg moet zijn gegeven. Burgemeester en wethouders doen, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van een waterschap doet, schriftelijk mededeling aan gedeputeerde staten van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de aanwijzing.
3. Gedeputeerde staten plegen over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap.
4. Gedeputeerde staten doen van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan Onze betrokken Minister en aan provinciale staten en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
5. Indien burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur geen gevolg geven, onderscheidenlijk geeft, aan een aanwijzing, kunnen gedeputeerde staten daaraan gevolg geven voor rekening van de gemeente, onderscheidenlijk het waterschap.
##### Artikel 18.3e
1. Gedeputeerde staten kunnen, indien zij hebben vastgesteld dat een behoorlijke uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in de provincie onvoldoende gewaarborgd is, gemeenten of waterschappen aanwijzen waarvan burgemeester en wethouders, respectievelijk de dagelijkse besturen een gemeenschappelijke regeling moeten treffen als bedoeld in de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740), ter behartiging van het belang van een doelmatige handhaving. [Artikel 99, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=99) is niet van toepassing. Een waterschap wordt niet aangewezen dan nadat Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bezwaar heeft.
2. Gedeputeerde staten houden bij een aanwijzing rekening met de regio’s die overeenkomstig de [bijlage, behorend bij de Politiewet 1993](onbekend), zijn vastgesteld.
3. Gedeputeerde staten kunnen te allen tijde bepalen dat de provincie deelneemt aan een regeling. Indien een aan te wijzen waterschap in meer dan een provincie ligt, geschiedt de aanwijzing in overeenstemming met gedeputeerde staten van de betrokken provincie.
4. Bij de regeling wordt een openbaar lichaam als bedoeld in [artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=8) ingesteld.
5. Bij de regeling worden door de deelnemende gemeenten of waterschappen aan het bestuur van het openbaar lichaam ten minste de volgende taken opgedragen:
- a. het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, het verzamelen en registreren van gegevens, bedoeld in [artikel 18.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en het behandelen van klachten, bedoeld in dat artikellid, onder c, en
- b. het voorbereiden en het uitvoeren van door burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente of van door het dagelijks bestuur van een deelnemend waterschap te geven, dan wel gegeven beschikkingen tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van [artikel 18.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
6. Gedeputeerde staten doen van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan Onze betrokken Minister en aan provinciale staten en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
##### Artikel 18.3f
1. Onze Minister kan, indien dat in het belang van een doelmatige handhaving geboden is, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, aan gedeputeerde staten een aanwijzing geven ter zake van:
- a. de uitvoering door gedeputeerde staten van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en van de [artikelen 18.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [18.3d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3d&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. het bepaalde in [artikel 18.3e, eerste, tweede, derde lid, eerste volzin, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3e&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Bij het geven van een aanwijzing houdt Onze Minister rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan en stelt hij een termijn binnen welke gevolg moet zijn gegeven aan de aanwijzing.
3. Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met gedeputeerde staten.
4. In een geval als bedoeld in het eerste lid, onder b, is [artikel 102, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=102) niet van toepassing.
5. Gedeputeerde staten doen schriftelijk mededeling aan Onze betrokken Minister van de wijze waarop zij gevolg hebben gegeven aan de aanwijzing.
6. Onze Minister doet van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en aan provinciale staten en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
7. Indien gedeputeerde staten geen gevolg geven aan een aanwijzing, kan Onze Minister gevolg geven aan de aanwijzing voor rekening van de betrokken provincie.
##### Artikel 18.8a
1. Onze betrokken Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, vorderen dat gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van een overtreding van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten waartoe zij tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd zijn, binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren.
2. Het bestuursorgaan doet van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de vordering schriftelijk mededeling aan Onze betrokken Minister.
3. Indien het bestuursorgaan niet of niet volledig gevolg geeft aan een vordering kan Onze betrokken Minister voor rekening van dat bestuursorgaan daarin voorzien.
4. [Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:26) is van toepassing, met dien verstande dat voor het bestuursorgaan dat bestuursdwang heeft toegepast, wordt gelezen: het bestuursorgaan dat geen gevolg heeft gegeven aan de vordering.
##### Artikel 18.8b
1. Onze betrokken Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een vordering als bedoeld in [artikel 18.8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), overleg met burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van het waterschap, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de gemeenteraad, provinciale staten, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap, tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet.
2. Onze betrokken Minister doet van het besluit, houdende de vordering, mededeling door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
3. Indien in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde vordering geboden is, en Onze betrokken Minister de vordering daardoor niet vooraf op schrift kan stellen, stelt hij deze alsnog zo spoedig mogelijk op schrift.
##### Artikel 19.8
1. Indien in de gegevens die ingevolge [artikel 12.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), door het RIVM in het register, bedoeld in [artikel 12.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), moeten worden opgenomen gegevens voorkomen of kunnen worden afgeleid waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, of uit eigen beweging in afwijking van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), besluiten dat die gegevens niet aan het RIVM worden verstrekt onderscheidenlijk niet wordt ingestemd met de voorgestelde weergave, bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding is gedaan, verstrekt het bevoegd gezag de gegevens ingevolge [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), over de externe veiligheid betreffende die inrichting of buisleiding niet onderscheidenlijk geeft het bevoegd gezag geen instemming als bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01), totdat de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.2a
Een bestuursorgaan verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 16 van de EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging opgelegde verplichting tot informatieverstrekking. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 22.1a
Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat vergunningen, verleend krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van de Wet milieubeheer voor inrichtingen waartoe gpbv-installaties behoren, voor zover die niet in overeenstemming zijn met de regels die voor 31 oktober 2007 ter uitvoering van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging bij of krachtens deze wet zijn gesteld, uiterlijk met ingang van die datum daarmee in overeenstemming zijn.
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-03-08&g=2006-03-08), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-03-08&g=2006-03-08), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.37a
1. Ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan degene die een inrichting drijft, in plaats van broeikasgasemissierechten emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties inleveren.
2. Voor de toepassing van [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en van het eerste lid van dit artikel wordt één emissiereductie-eenheid of gecertificeerde emissiereductie gelijkgesteld met één broeikasgasemissierecht.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot een kalenderjaar dat valt binnen de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, uitsluitend broeikasgasemissierechten en gecertificeerde emissiereducties worden ingeleverd.
##### Artikel 16.37b
1. [Artikel 16.37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van toepassing zolang het aantal emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties het gedeelte van het aantal toegewezen broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig [artikel 16.25, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01), met betrekking tot de desbetreffende inrichting in het voor de betrokken planperiode geldende nationale toewijzingsplan is aangeduid, niet overschrijdt.
2. [Artikel 16.37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is niet van toepassing met betrekking tot emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties die afkomstig zijn van projectactiviteiten voor:
- a. het opwekken van elektriciteit door het vrijmaken van kernenergie;
- b. landgebruik, verandering in het landgebruik en bosbouwactiviteiten.
3. Het tweede lid, aanhef en onder a, geldt met betrekking tot de in artikel 11bis, derde lid, onder a, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde planperiodes.
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.42a
1. De [artikelen 16.40, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [16.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.42&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties.
2. Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, wordt voor de toepassing van de [artikelen 16.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [16.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.41&z=2008-06-01&g=2008-06-01), onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol.
##### Artikel 16.46a
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 16.46c, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46c&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in verbinding met [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), indient.
##### Artikel 16.46b
1. Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto (CDM).
2. Onze Minister verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten.
3. De instemming wordt op verzoek van de projectdeelnemer verleend indien:
- a. de deelname door de projectdeelnemer aan de projectactiviteit voldoet aan de eisen die in het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten aan die deelname zijn gesteld;
- b. voorzover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: bij de projectactiviteit en de uitvoering daarvan de in artikel 11ter, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde richtlijnen van de Wereldcommissie Stuwdammen in acht worden genomen.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen met betrekking tot het derde lid nadere regels worden gesteld.
5. De instemming kan worden geweigerd indien:
- a. niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onder a, of, voorzover van toepassing, onder b;
- b. is gebleken dat bij de uitvoering van een andere projectactiviteit waarbij de projectdeelnemer is of was betrokken en waarvoor Onze Minister reeds instemming heeft verleend, niet is voldaan aan de eisen die in het derde lid met betrekking tot die uitvoering zijn gesteld.
6. Een verleende instemming omvat mede de machtiging van de betrokken projectdeelnemer, voorzover een dergelijke machtiging op grond van artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is vereist. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt in de beslissing op het verzoek aangegeven dat de instemming mede de machtiging omvat.
7. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verzoek om instemming, de bij het verzoek te verstrekken gegevens en over te leggen bescheiden.
8. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor het verlenen van instemming een vergoeding is verschuldigd. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald.
9. Onze Minister stelt bij hem berustende informatie over projectactiviteiten waarvoor hij instemming heeft verleend, voor het publiek beschikbaar. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.46c
1. Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme van gemeenschappelijke uitvoering, bedoeld in artikel 6 van het Protocol van Kyoto (JI), die buiten Nederland of buiten de Nederlandse exclusieve economische zone worden uitgevoerd.
2. Onze Minister van Economische Zaken verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten.
3. [Artikel 16.46b, derde tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 16.46b, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in plaats van «artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto» wordt gelezen: artikel 6, derde lid, van het Protocol van Kyoto.
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 18. Handhaving
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-07-01&g=2006-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-07-01&g=2006-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-07-01&g=2006-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.1a
Dit hoofdstuk is mede van toepassing op:
- a. activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) die plaatsvinden in de exclusieve economische zone;
- b. de ter zake van de onder a bedoelde activiteiten krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangewezen plannen of besluiten;
- c. plannen als bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor zover een daarin voorgenomen activiteit plaats zal vinden in de exclusieve economische zone;
- d. activiteiten als bedoeld in [artikel 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) die plaatsvinden in de exclusieve economische zone.
#### § 5.2.2. Plannen
##### Artikel 7.2a
1. Een milieu-effectrapport wordt gemaakt bij de voorbereiding van een op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht vast te stellen plan waarvoor, in verband met een daarin opgenomen activiteit, een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van [artikel 19f, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19f).
2. In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt de passende beoordeling opgenomen in het milieu-effectrapport. Die beoordeling wordt als zodanig herkenbaar weergegeven in dat rapport.
#### § 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften
#### § 5.2.6. Handhaving
##### Artikel 7.11a
1. Een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan is gereed op het moment dat het ontwerp van het plan ter inzage wordt gelegd.
2. Het milieu-effectrapport kan worden opgenomen bij of in het plan, mits het daarin als zodanig herkenbaar is weergegeven.
##### Artikel 7.11b
Alvorens het milieu-effectrapport op te stellen, raadpleegt het bevoegd gezag de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het plan berust bij de voorbereiding van het plan moeten worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die gericht is op wat relevant is voor het plan en die op grond van [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in het milieu-effectrapport moet worden opgenomen.
##### Artikel 7.11c
1. Zo spoedig mogelijk nadat een bestuursorgaan het voornemen heeft opgevat tot het voorbereiden van een plan, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan [artikel 7.11b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4a&artikel=7.11b&z=2008-06-01&g=2008-06-01), geeft het kennis van dat voornemen, met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12).
2. In de kennisgeving wordt vermeld of:
- a. stukken betreffende het voornemen ter inzage zullen worden gelegd, en waar en wanneer,
- b. er gelegenheid wordt geboden zienswijzen over het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn,
- c. de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen of het ontwerp van het plan, en
- d. met betrekking tot het ontwerp van het plan toepassing moet worden gegeven aan [artikel 7.26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
3. In de kennisgeving wordt voorts vermeld:
- a. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen plan, en de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen, activiteit plaatsvindt in een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur: dat de in het plan voorgenomen activiteit plaatsvindt in de ecologische hoofdstructuur;
- b. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01): dat in het milieu-effectrapport tevens een passende beoordeling als bedoeld in dat artikel wordt opgenomen.
#### § 7.6a. Het plan
##### Artikel 7.26a
1. Indien de procedure van totstandkoming van een plan er niet in voorziet dat het ontwerp van dat plan ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze over dat ontwerp naar voren te brengen, wordt in afwijking van die procedure:
- a. met betrekking tot het ontwerp van dat plan toepassing gegeven aan de [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11) en [3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), en
- b. een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen, overeenkomstig de [artikelen 3:16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) en [3:17, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17).
2. Indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in het ontwerp van het plan:
- a. wordt bij de terinzagelegging, bedoeld in [artikel 3:11, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), tevens het rapport ter inzage gelegd,
- b. wordt bij de kennisgeving, bedoeld in [artikel 3:12, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), tevens kennisgegeven van het rapport, en
- c. kan een zienswijze als bedoeld in [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) tevens betrekking hebben op het rapport.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt, indien krachtens wettelijk voorschrift een plan binnen een bepaalde termijn moet worden vastgesteld, die termijn verlengd met ten minste de termijn, bedoeld in [artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16).
##### Artikel 7.26b
1. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen plan, en de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen, activiteit plaatsvindt in een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur of indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt de commissie uiterlijk op het moment dat de in [artikel 7.26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) genoemde stukken ter inzage worden gelegd in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over dat rapport.
2. [Artikel 7.26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van toepassing.
##### Artikel 7.26c
1. Het bevoegd gezag stelt een plan niet vast dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de [paragrafen 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4a&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Het bevoegd gezag stelt een plan evenmin vast indien het plan ten opzichte van het ontwerp van dat plan zodanig is gewijzigd dat de gegevens die in het milieu-effectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het plan ten grondslag kunnen worden gelegd.
##### Artikel 7.26d
1. Bij het plan wordt in ieder geval vermeld:
- a. de wijze waarop rekening is gehouden met de in het milieu-effectrapport beschreven gevolgen voor het milieu van de activiteit waarop het plan betrekking heeft;
- b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieu-effectrapport beschreven alternatieven;
- c. hetgeen is overwogen omtrent de bij het ontwerp van het plan terzake van het milieu-effectrapport naar voren gebrachte zienswijzen;
- d. indien de commissie overeenkomstig [artikel 7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-06-01&g=2008-06-01) advies heeft uitgebracht, hetgeen is overwogen omtrent dat advies.
2. Het bevoegd gezag bepaalt bij de vaststelling van het plan de termijn of de termijnen waarop het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt gestart, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
##### Artikel 7.26e
1. Indien de procedure van totstandkoming van een plan niet voorziet in een openbare kennisgeving van een vastgesteld plan, wordt van dat plan kennisgegeven op de wijze, voorzien in [artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:42).
2. Indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in het plan wordt van dat rapport kennisgegeven tegelijk met het plan.
#### § 7.4a. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.6a. Het plan
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) vereist is
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) vereist is
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 12.10
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
##### Artikel 13.19
Vervallen
##### Artikel 13.20
Vervallen
##### Artikel 13.21
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
##### Artikel 13.22
Vervallen
##### Artikel 13.23
Vervallen
##### Artikel 13.24
Vervallen
##### Artikel 14.4a
In deze paragraaf wordt onder activiteit, plan of besluit verstaan een activiteit, plan of besluit als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 14.4b
Ingeval terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan wordt ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieu-effectrapport gemaakt. Het rapport wordt voorbereid met toepassing van de [paragrafen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 14.4c
1. Ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt ter voorbereiding van die plannen één milieu-effectrapport gemaakt.
2. Buiten de gevallen, bedoeld in het eerste lid, kan, ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan moet worden vastgesteld, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, door de bestuursorganen die die plannen moeten vaststellen, worden besloten dat ter voorbereiding van die plannen één milieu-effectrapport wordt gemaakt.
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-09-28&g=2006-09-28), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-09-28&g=2006-09-28), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-09-28&g=2006-09-28), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
##### Artikel 11.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.
2. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. het verrichten van berekeningen, metingen of tellingen;
- b. het nemen of analyseren van monsters of het anderszins verrichten van onderzoek naar de aard of mate van verontreinigingen in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond, organismen of bodem;
- c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond of bodem;
- d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
- e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
- f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f, of
- h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten.
3. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:
- a. een erkenning waarmee Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, heeft vastgesteld dat degene die een werkzaamheid als bedoeld in het eerste lid uitvoert voldoet aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- b. een certificaat waarmee een krachtens onderdeel a erkende certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voldoet aan de voor de certificering geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd;
- c. een accreditatie waarmee de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een certificeringsinstelling, een inspectie-instelling, een laboratorium of een andere instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid en dat wordt voldaan aan eisen omtrent de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
4. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. te handelen overeenkomstig de aan de erkenning verbonden voorschriften;
- b. te handelen overeenkomstig het voor de desbetreffende werkzaamheid bij of krachtens de maatregel aangewezen document;
- c. te handelen overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde eisen omtrent de onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- d. van een intrekking of een schorsing van een certificaat of een accreditatie een kennisgeving te doen aan Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de aanvraag voor een erkenning moet geschieden en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag;
- b. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, en
- c. de termijn waarvoor een erkenning kan worden verleend of geschorst.
6. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
##### Artikel 11.3
Voor zover uitvoering is gegeven aan [artikel 11.2, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:
- a. het bevoegd gezag een aanvraag om een beschikking die bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde wetten wordt gegeven, niet in behandeling neemt indien daarbij gegevens zijn gevoegd die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genoemde wetten geldende verplichting geen gegevens worden verstrekt die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
##### Artikel 13.25
Vervallen
##### Artikel 13.26
Vervallen
##### Artikel 13.27
Vervallen
##### Artikel 13.28
Vervallen
##### Artikel 13.29
Vervallen
##### Artikel 13.30
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-10-01&g=2006-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-10-01&g=2006-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-10-01&g=2006-10-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.20a
1. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning wijzigen, aanvullen of intrekken.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.20b
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:
- a. met betrekking tot de inrichting een krachtens [artikel 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01) genomen beschikking in werking is getreden;
- b. deze titel niet meer op de inrichting van toepassing is.
2. In de beschikking tot intrekking kan worden bepaald dat aan de vergunning verbonden voorschriften gedurende een daarbij aangegeven termijn blijven gelden.
3. Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
## Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-16&g=2007-03-16), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-16&g=2007-03-16), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-16&g=2007-03-16), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-03-30&g=2007-03-30), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
##### Artikel 12.12
1. Er is een openbaar register dat gegevens bevat over de externe veiligheid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de categorieën van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen aangewezen dan wel mede de gevallen waarover het register gegevens bevat inzake de externe veiligheid.
3. Het register wordt beheerd door het RIVM.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die door het RIVM in het register worden opgenomen.
5. Bij of krachtens de in het vierde lid bedoelde maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de vorm, inrichting en de toegankelijkheid van het register en de wijze waarop het register wordt bijgehouden.
##### Artikel 12.13
1. Het bevoegd gezag is verplicht gegevens over externe veiligheid aan het RIVM te verstrekken, evenals de wijzigingen die in deze gegevens optreden.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens. Voor zover deze regels betrekking hebben op gegevens in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute onderscheidenlijk door een buisleiding worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het tijdstip waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dienen te worden verstrekt.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door het bevoegd gezag aan het RIVM worden verstrekt.
##### Artikel 12.14
1. Degene die een inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en voert de voor de totstandkoming van de gegevens benodigde berekeningen uit.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer aanbiedt en op degene aan wie een concessie voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur is verleend voor zover de hoofdspoorweg wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, met dien verstande dat geen gegevens hoeven te worden verstrekt voor zover voor de totstandkoming van de gegevens berekeningen moeten worden uitgevoerd.
3. Het eerste en tweede lid blijven buiten toepassing voor zover de gegevens reeds door het bevoegd gezag zijn verkregen of door het bevoegd gezag op grond van het vijfde lid kunnen worden verkregen.
4. Tot de ingevolge het eerste lid op verzoek van het bevoegd gezag te verstrekken gegevens behoren mede de berekeningen die aan de te verstrekken gegevens ten grondslag liggen.
5. Een bestuursorgaan dat beschikt over gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag die gegevens.
6. De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op het uitvoeren van nieuwe berekeningen in verband met de vaststelling van besluiten krachtens de [Wet op de Ruimtelijke Ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375) die betrekking hebben op het gebied dat van belang is voor de externe veiligheid, indien reeds eerder berekeningen ingevolge het eerste lid aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, dan wel anderszins bij dat gezag beschikbaar zijn.
7. Het verzoek om gegevens te verstrekken wordt schriftelijk gedaan en vermeldt een termijn van ten hoogste drie maanden waarbinnen aan het verzoek moet worden voldaan.
8. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de op grond van het eerste en tweede lid te verstrekken gegevens, en de wijze waarop deze aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Voor zover deze regels betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute of door een buisleiding worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken.
##### Artikel 12.15
1. Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst geschikt voor weergave in het register.
2. Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het register niet voor een ieder toegankelijk dan nadat het bevoegd gezag met de door het RIVM voorgestelde weergave heeft ingestemd. Het bevoegd gezag beslist hierover binnen vier weken na ontvangst van de voorgestelde weergave. Alvorens in te stemmen met de voorgestelde weergave zendt het bevoegd gezag ten minste twee weken voordat wordt ingestemd aan degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, een afschrift van de voorgestelde weergave.
##### Artikel 12.16
1. Op verzoek verstrekt het RIVM een afschrift van in het register opgenomen gegevens over de externe veiligheid.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en wijze van het verstrekken door het RIVM van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het op verzoek vervaardigen van afschriften van in het register opgenomen gegevens. De vergoeding bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten.
##### Artikel 12.17
1. Een verzoek tot herstel van een fout in het register bevat de redenen voor dat verzoek en zo mogelijk de aan te brengen wijzigingen. Het verzoek wordt gericht tot het bevoegd gezag.
2. Uiterlijk binnen acht weken na de dag van ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist het bevoegd gezag op het verzoek. Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing mede aan de verzoeker en aan degene die de betreffende inrichting drijft onderscheidenlijk degene die de betreffende buisleiding gebruikt, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, waarop het verzoek tot herstel van een fout betrekking heeft.
3. Op de beslissing van het bevoegd gezag tot herstel van een fout is [artikel 12.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.31
Vervallen
##### Artikel 13.32
Vervallen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-30&g=2007-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-30&g=2007-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-30&g=2007-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 9.3.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
##### Artikel 9.3.2
1. Onze Minister is de bevoegde instantie, bedoeld in de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
2. Voor onderdelen van de verordening die betrekking hebben op beleid dat behoort tot de verantwoordelijkheid van een Onzer andere Ministers, wordt voor die onderdelen die minister als bevoegde instantie aangewezen. De aanwijzing geschiedt bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met die minister.
##### Artikel 9.3.3
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 5, 7, derde lid, 8, tweede lid, 9, vierde en zesde lid, 14, eerste, zesde en zevende lid, 31, eerste, tweede, derde, zevende en negende lid, 32, eerste en derde lid, 33, 34, 35, 37, vierde tot en met zevende lid, 38, eerste, derde en vierde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, derde en vierde lid, 50, vierde lid, 55, 56, eerste en tweede lid, 60, tiende lid, 65 en 67, eerste lid.
2. Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 6, eerste en derde lid, 7, eerste, tweede en vijfde lid, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste, derde en vierde lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 22, eerste, tweede en vierde lid, 24, tweede lid, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste en derde lid, 30, eerste, tweede, derde en vierde lid, 31, vijfde en achtste lid, 32, tweede lid, 36, 37, tweede en derde lid, 41, vierde lid, 46, tweede lid, 49, 50, tweede en derde lid, 61, eerste en derde lid, 63, derde lid, 66, eerste lid, 105 en 113, eerste en derde lid.
3. Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 126 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
4. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Warenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969).
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-09-01&g=2007-09-01), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.12
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
##### Artikel 14.1
1. Ingeval ten behoeve van een zelfde inrichting aanvragen zijn gedaan tot het geven van met elkaar samenhangende beschikkingen en op de voorbereiding van ten minste een daarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, kunnen gedeputeerde staten van de provincie waar die inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, een gecoördineerde behandeling van die aanvragen bevorderen.
2. Gedeputeerde staten zijn gehouden een gecoördineerde behandeling van aanvragen als bedoeld in de aanhef van het eerste lid, indien zij zijn gericht tot verschillende bestuursorganen, te bevorderen wanneer een van die organen dan wel de aanvrager of een der aanvragers hun daarom verzoekt.
3. Gedeputeerde staten zijn voorts gehouden op verzoek van degene die voornemens is een of meer aanvragen te doen als in de aanhef van het eerste lid bedoeld, indien die aanvragen zullen worden gericht tot verschillende bestuursorganen, een gecoördineerde voorbereiding van die aanvragen te bevorderen.
4. De verplichtingen, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden, voor zover het betreft aanvragen om beschikkingen op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing is, slechts voor zover nakoming daarvan mogelijk is in verband met de wettelijke voorschriften betreffende de totstandkoming van die beschikkingen.
5. Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste, tweede of derde lid, delen zij dit onverwijld schriftelijk mede aan de aanvragers en elk der andere bestuursorganen waartoe één of meer der aanvragen mocht zijn gericht.
##### Artikel 14.2
1. Ten aanzien van aanvragen als bedoeld in de [aanhef van artikel 14.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die binnen een tijdsverloop van zes weken zijn gedaan, kunnen gedeputeerde staten, indien ten minste één van die aanvragen tot hen is gericht, bepalen dat als datum van ontvangst van die aanvragen geldt de datum waarop de laatste daarvan is ontvangen. Indien het ontwerp van de beschikking op een aanvraag al overeenkomstig [artikel 3:13 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:13) is toegezonden, blijft de eerste volzin met betrekking tot die aanvraag buiten toepassing.
2. Gedeputeerde staten zijn gehouden ten aanzien van aanvragen als bedoeld in het eerste lid een bepaling als daar bedoeld te stellen wanneer een ander bestuursorgaan waartoe één of meer der aanvragen is gericht, dan wel de aanvrager of een der aanvragers hun daarom verzoekt. Een verzoek wordt schriftelijk bij gedeputeerde staten ingediend.
3. Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste of tweede lid, delen zij dit onverwijld mede aan de aanvragers en aan elk der andere bestuursorganen waartoe één of meer der aanvragen mocht zijn gericht, onder vermelding van de datum waarop de laatste aanvraag is ontvangen.
##### Artikel 14.3
1. In geval van gecoördineerde behandeling van aanvragen bevorderen gedeputeerde staten in ieder geval, dat bij de beoordeling van de aanvragen door de onderscheidene bestuursorganen die bevoegd zijn daarop te beslissen, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen de betrokken aanvragen en dat door die organen tevens gelet wordt op de samenhang tussen de beschikkingen die op de aanvragen worden gegeven.
2. Zij dragen er daarnaast ten minste zorg voor dat zoveel mogelijk:
- a. ten aanzien van de ontwerpen van de betrokken beschikkingen gezamenlijk toepassing wordt gegeven aan de [artikelen 3:11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), en [3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) en [artikel 13.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. de gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen overeenkomstig [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) wordt gegeven met betrekking tot de ontwerpen van de betrokken beschikkingen te zamen;
- c. de betrokken beschikkingen gezamenlijk overeenkomstig [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) worden bekendgemaakt.
##### Artikel 14.4
Gedeputeerde staten kunnen van de bestuursorganen die bevoegd zijn te beslissen op de aanvragen waarover de in [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde coördinatie zich uitstrekt, alsmede van de bij de beslissingen op die aanvragen betrokken adviseurs de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen en adviseurs zijn gehouden de van hen gevorderde medewerking te verlenen.
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.7. Keuringen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 17.6
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**activiteit:** beroepshalve of bedrijfsmatig verrichte activiteit, ongeacht het openbare of particuliere, winstgevende of niet-winstgevende karakter daarvan;
**beschermde soorten:** soorten als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**degene die de activiteit verricht:** de natuurlijke persoon of de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die de activiteit verricht of heeft verricht, regelt of heeft geregeld, of aan wie een doorslaggevende economische zeggenschap over het technisch functioneren van de activiteit is overgedragen, met inbegrip van de houder van een vergunning of toelating voor het verrichten van de activiteit en de persoon die de activiteit laat of heeft laten registreren of er kennisgeving van doet of heeft gedaan;
**ecosysteemfuncties:** functies die natuurlijke rijkdommen vervullen ten behoeve van andere natuurlijke rijkdommen of het publiek;
**EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid:** richtlijn nr. 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PbEU L 143);
**herstelmaatregelen:** maatregelen of combinatie van maatregelen, met inbegrip van inperkende of tussentijdse maatregelen, gericht op herstel, rehabilitatie of vervanging van de aangetaste natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties, of op het verschaffen van een gelijkwaardig alternatief voor rijkdommen of functies als bedoeld in bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**kosten:** kosten verbonden aan de toepassing van preventieve maatregelen of herstelmaatregelen, met inbegrip van ramingskosten van milieuschade, onmiddellijke dreiging van zulke schade en alternatieve maatregelen, alsook de administratieve, juridische en handhavingskosten, de kosten van het vergaren van gegevens en andere algemene kosten, en de kosten in verband met monitoring en toezicht;
**milieuschade:**
- 1°. elke vorm van schade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats die, gelet op de referentietoestand en de criteria van bijlage I bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid, aanmerkelijke negatieve effecten heeft op het bereiken of handhaven van de gunstige staat van instandhouding van deze soorten of habitats;
- 2°. elke vorm van schade aan wateren die een aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de ecologische, chemische of kwantitatieve toestand of het ecologisch potentieel, als omschreven in de kaderrichtlijn water, van de betrokken wateren, met uitzondering van de negatieve effecten waarop artikel 4, zevende lid, van die richtlijn van toepassing is;
- 3°. elke vorm van bodemverontreiniging die een aanmerkelijk risico inhoudt voor negatieve effecten op de menselijke gezondheid, waarbij direct of indirect op, in of onder de bodem, stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen gebracht zijn;
**milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan:** milieuschade of een voldoende waarschijnlijkheid dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen;
**natuurlijke habitats:** habitats van de soorten als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**natuurlijke regeneratie:**
- 1°. in het geval van schade aan wateren, beschermde soorten of natuurlijke habitats: de terugkeer van aangetaste natuurlijke rijkdommen en ecosysteemfuncties tot de referentietoestand;
- 2°. in geval van bodemverontreiniging: het verdwijnen van een aanmerkelijk gevaar van een nadelig effect op de menselijke gezondheid;
**natuurlijke rijkdommen:** beschermde soorten, natuurlijke habitats, wateren of bodem;
**preventieve maatregelen:** maatregelen naar aanleiding van een gebeurtenis, handeling of nalatigheid waardoor een onmiddellijke dreiging van milieuschade is ontstaan, teneinde die schade te voorkomen of tot een minimum te beperken;
**referentietoestand:** de toestand waarin de natuurlijke rijkdommen of ecosysteemfuncties zich ten tijde van de schade zouden hebben bevonden indien zich geen milieuschade had voorgedaan, gereconstrueerd aan de hand van de beste beschikbare informatie;
**schade:** meetbare negatieve verandering in de natuurlijke rijkdommen of aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt;
**staat van instandhouding:** staat van instandhouding als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
**wateren:** wateren waarop de kaderrichtlijn water van toepassing is.
2. In afwijking van het bepaalde in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) wordt in deze titel en de daarop berustende bepalingen onder **emissie** verstaan: het als gevolg van menselijke activiteiten in het milieu brengen van stoffen, preparaten, organismen of micro-organismen.
3. Een wijziging van een van de bijlagen bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid gaat voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-09-01&g=2007-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-09-01&g=2007-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-09-01&g=2007-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 14.5
1. Ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt en op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport gemaakt.
2. Buiten de gevallen, in het eerste lid bedoeld, kan, ingeval ter zake van een activiteit, dan wel ter zake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, worden besloten dat ter voorbereiding van die besluiten één milieu-effectrapport wordt gemaakt.
3. Een besluit krachtens het tweede lid wordt genomen:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de in het tweede lid bedoelde besluiten berust bij één bestuursorgaan: door dat orgaan;
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: door gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- c. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van de betrokken besluiten, te zamen.
4. Een besluit krachtens het tweede lid kan ambtshalve of op verzoek worden genomen. In gevallen als bedoeld in het derde lid, onder **b**, kan het besluit, indien gedeputeerde staten niet bevoegd zijn tot het nemen van een der betrokken besluiten, uitsluitend op verzoek worden genomen.
##### Artikel 14.6
1. Degene die een activiteit onderneemt in een geval als bedoeld in [artikel 14.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan tegelijkertijd met een mededeling als bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), verzoeken aan [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), toepassing te geven.
2. In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder **b** en **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan een zodanig verzoek ook worden gedaan door een bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. Het wordt ingediend uiterlijk twee weken na de dag waarop met betrekking tot het milieu-effectrapport de kennisgeving krachtens of met overeenkomstige toepassing van [artikel 7.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), heeft plaatsgevonden.
3. Het verzoek - waarin alle besluiten vermeld zijn, waarop het betrekking heeft - wordt schriftelijk ingediend bij het orgaan dat erover moet beslissen. In een geval als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt het verzoek ingediend bij een der bevoegde bestuursorganen; dat orgaan zendt het onverwijld aan de andere bevoegde organen.
4. Het orgaan waarbij het verzoek is ingediend, tekent de datum van ontvangst aan op het geschrift waarbij het verzoek is ingediend, en zendt de verzoeker een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
##### Artikel 14.7
1. Een verzoek wordt ingewilligd, tenzij het belang van een goede besluitvorming zich daartegen verzet.
2. Op een verzoek wordt niet beslist dan nadat degene die de betrokken activiteit onderneemt, en de tot het nemen van de betrokken besluiten bevoegde bestuursorganen in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze daarover te geven.
3. Het besluit op het verzoek wordt genomen uiterlijk vier weken na de datum van ontvangst.
##### Artikel 14.8
In gevallen als bedoeld in [artikel 14.5, derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bevoegde bestuursorganen het orgaan aangewezen dat met de in [artikel 14.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde coördinatie wordt belast.
##### Artikel 14.9
1. Indien op grond van [artikel 14.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, dan wel overeenkomstig [artikel 14.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is besloten tot het maken van één milieu-effectrapport, wordt dat rapport gecoördineerd voorbereid en behandeld.
2. Met de coördinatie is belast:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de betrokken besluiten berust bij één bestuursorgaan: dat orgaan;
- b. indien die besluiten ingevolge wettelijk voorschrift op aanvraag worden genomen en de betrokken aanvragen ingevolge [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gecoördineerd kunnen worden voorbereid of behandeld: gedeputeerde staten van de betrokken provincie;
- c. in andere gevallen: het krachtens [artikel 14.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) daartoe aangewezen bestuursorgaan.
##### Artikel 14.10
1. Het met de coördinatie belaste orgaan bevordert dat bij het geven van de in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde richtlijnen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die richtlijnen en dat bij het nemen van de besluiten bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport wordt gemaakt, rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang tussen die besluiten.
2. Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zoveel mogelijk zorg voor dat:
- a. van de mededelingen van de voornemens tot het indienen van verzoeken, als bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), alsmede van de voornemens tot het nemen van besluiten, als bedoeld in [artikel 7.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), te zamen overeenkomstig [artikel 7.12, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt kennisgegeven;
- b. de krachtens artikel 7.15 te geven richtlijnen te zamen worden toegezonden aan degene die het milieu-effectrapport maakt;
- c. het milieu-effectrapport wordt toegezonden aan elk der bevoegde organen en overeenkomstig [artikel 7.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan de adviseurs en de Commissie voor de milieu-effectrapportage;
- d. van het milieu-effectrapport overeenkomstig [artikel 7.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt kennisgegeven;
- e. overigens toepassing wordt gegeven aan [artikel 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en aan [artikel 7.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.11
1. In gevallen waarin een orgaan met de coördinatie van de voorbereiding en behandeling van een milieu-effectrapport is belast, kan:
- a. in afwijking van [artikel 7.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), het rapport aan dat orgaan worden overgelegd;
- b. de Commissie voor de milieu-effectrapportage en kunnen de adviseurs hun adviezen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport en over het rapport bij dat orgaan indienen;
- c. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig [artikel 7.14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het geven van richtlijnen inzake de inhoud van het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen;
- d. degene die gebruik maakt van de overeenkomstig [artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) juncto [artikel 7.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geboden gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het rapport, die zienswijze bij dat orgaan naar voren te brengen.
2. Indien stukken met een inhoud als bedoeld in het eerste lid worden overgelegd onderscheidenlijk ingediend bij een ander bevoegd gezag, zendt het deze onverwijld aan het met de coördinatie belaste orgaan.
##### Artikel 14.12
1. Ingeval ter zake van een activiteit een besluit is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, en ter zake van die activiteit één of meer besluiten moeten worden genomen ten aanzien waarvan [artikel 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) niet kan worden toegepast, kan op verzoek van degene die de activiteit onderneemt, worden besloten tot een gecoördineerde voorbereiding van deze besluiten.
2. Een besluit krachtens het eerste lid wordt genomen:
- a. indien de bevoegdheid tot het nemen van de in het eerste lid bedoelde besluiten berust bij één bestuursorgaan: door dat orgaan;
- b. in andere gevallen: door de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van de betrokken besluiten, te zamen.
##### Artikel 14.13
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt schriftelijk ingediend gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in [artikel 7.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Het verzoek vermeldt alle besluiten waarop het betrekking heeft.
2. [Artikel 7.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag zendt onverwijld een afschrift van het verzoek aan de andere bevoegde organen.
3. Een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt alleen ingewilligd, indien het bevoegd gezag en de andere bevoegde organen daarmee instemmen. Artikel 14.7, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.14
1. Indien een verzoek als bedoeld in [artikel 14.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&artikel=14.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt ingewilligd, treedt het orgaan dat bevoegd is tot het nemen van het besluit bij de voorbereiding waarvan het milieu-effectrapport moet worden gemaakt, op als het met de coördinatie belaste orgaan.
De overige betrokken organen worden voor wat betreft de toepassing van de [artikelen 7.12 tot en met 7.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangemerkt als adviseur.
2. Indien ter zake van de activiteit waarop het verzoek betrekking heeft, meer dan één besluit moet worden genomen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt bij de beslissing op het verzoek uit de bestuursorganen die bevoegd zijn tot het nemen van die besluiten, het met de coördinatie belaste orgaan aangewezen.
3. Het met de coördinatie belaste orgaan draagt er in ieder geval zo veel mogelijk zorg voor dat:
- a. bij het geven van de in [artikel 7.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&artikel=7.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde richtlijnen rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van de besluiten waarop het verzoek betrekking heeft;
- b. tussen de bevoegde bestuursorganen tijdig overleg wordt gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten te bevorderen.
4. [Artikel 14.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&artikel=14.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.15
Met betrekking tot de termijn waarbinnen de betrokken besluiten moeten worden genomen, is [artikel 7.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.34&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 14.16
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot de taken van het met de coördinatie belaste orgaan.
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-17&g=2007-10-17), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 13.13
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
## Titel 15.1
##### Artikel 15.1
Vervallen
##### Artikel 15.2
Vervallen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
##### Artikel 20.2a
In een rechterlijke procedure ten aanzien van een besluit, andere rechtshandeling of feitelijke handeling die strekt tot uitvoering van een overeenkomstig [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), genomen besluit of toegepast wettelijk voorschrift, kunnen uitsluitend gevolgen voor de luchtkwaliteit worden aangevoerd voor zover deze redelijkerwijs niet in een eerdere rechterlijke procedure aan de orde zijn of hadden kunnen worden gesteld.
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-17&g=2007-10-17), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-17&g=2007-10-17), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-17&g=2007-10-17), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.4.1
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**CE-markering**: markering als bedoeld in besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de conformiteitbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) en bestaande uit het opschrift «CE» als weergegeven in bijlage III bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten;
**componenten en subeenheden**: onderdelen die bedoeld zijn om in een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen energieverbruikend product te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van gebruikers op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen, dan wel waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk van voornoemd product kunnen worden beoordeeld;
**conformiteitsverklaring**: document waarbij de fabrikant overeenkomstig bijlage VI bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten verklaart dat aan alle voor dat product relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt voldaan, onder verwijzing naar die uitvoeringsmaatregel;
**EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten**: richtlijn nr. 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 191);
**energieverbruikend product:**
- 1°. product dat wanneer het op de markt is gebracht of in gebruik is genomen, voor zijn functioneren afhankelijk is van energietoevoer in de vorm van elektriciteit of van fossiele of hernieuwbare brandstoffen;
- 2°. product voor de opwekking, overbrenging en meting van de onder 1° bedoelde energie, met inbegrip van onderdelen die van energietoevoer afhankelijk zijn en bedoeld zijn om te worden ingebouwd in het onder 1° bedoelde product en die ten behoeve van gebruikers op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk van het onder 1° bedoelde product kunnen worden beoordeeld;
**fabrikant**: degene die een energieverbruikend product vervaardigt met het oog op het op de markt brengen onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik;
**importeur**: in de Europese Gemeenschap gevestigde persoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een land buiten de Europese Unie op de markt brengt;
**op de markt brengen**: op de markt brengen, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan, ongeacht de wijze waarop dat geschiedt;
**uitvoeringsmaatregel**: krachtens de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten goedgekeurde maatregel tot vaststelling van voorschriften voor een ecologisch ontwerp voor daarin aangegeven energieverbruikende producten, alsmede uitvoeringsmaatregel als bedoeld in artikel 21 van de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten.
2. Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder **ecologisch ontwerp, ecologisch profiel, geharmoniseerde norm, materialen, milieuprestaties, productontwerp** onderscheidenlijk **verbetering van de milieuprestaties** verstaan hetgeen daaronder in artikel 2 van de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten wordt verstaan.
3. Bij het ontbreken van een fabrikant of importeur van een energieverbruikend product wordt degene die dat energieverbruikende product op de markt brengt of in gebruik neemt, voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen als fabrikant aangemerkt.
4. Een wijziging van de in het tweede lid genoemde begrippen in de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten of van een bijlage bij die richtlijn waarnaar bij of krachtens deze titel wordt verwezen, gaat voor de toepassing van het bij of krachtens deze titel bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
##### Artikel 9.4.2
Een fabrikant kan een persoon schriftelijk machtigen om namens hem bij of krachtens deze titel geldende verplichtingen na te komen, mits deze gemachtigde binnen de Europese Gemeenschap is gevestigd.
##### Artikel 9.4.3
Deze titel is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.
##### Artikel 9.4.4
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van energie-efficiëntie en bescherming van het milieu met betrekking tot het ecologisch ontwerp van een categorie van energieverbruikende producten en de verstrekking van daarmee verband houdende informatie over die producten aan de gebruikers regels worden gesteld.
2. Het is de fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energieverbruikend product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, verboden dat product op de markt te brengen of in gebruik te nemen, indien met betrekking tot dat product niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
##### Artikel 9.4.5
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur draagt er zorg voor dat een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, alvorens dat product op de markt wordt gebracht of in gebruik wordt genomen, aan een conformiteitsbeoordeling wordt onderworpen, waarbij wordt getoetst of het voldoet aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de toetsing met betrekking tot dat product plaatsvindt.
2. De fabrikant maakt met betrekking tot een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, een conformiteitsverklaring op en brengt een CE-markering op het product aan. De importeur draagt er zorg voor dat hij met betrekking tot een dergelijk product beschikt over de conformiteitsverklaring en dat op het product een CE-markering is aangebracht.
##### Artikel 9.4.6
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, bewaart na het in Nederland op de markt brengen of in gebruik nemen van dat product de relevante documenten betreffende de conformiteitsbeoordeling, als bedoeld in [artikel 9.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en de daaromtrent afgegeven conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na beëindiging van de vervaardiging van dat product.
2. De fabrikant onderscheidenlijk importeur stelt de in het eerste lid bedoelde documenten binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van het bevoegd gezag, belast met het toezicht op de naleving van de wet, beschikbaar aan dat bevoegde gezag.
3. Fabrikanten van componenten en subeenheden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, worden verplicht aan de fabrikant onderscheidenlijk importeur van dat product daarbij aangegeven relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.
##### Artikel 9.4.7
1. Het is verboden op een energieverbruikend product een markering aan te brengen, die de gebruikers van dat product kan misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.
2. Het is verboden een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, dat nog niet op de markt is gebracht en niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, te tonen of te demonstreren op handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen. Het verbod geldt niet indien duidelijk zichtbaar is aangegeven dat het product nog niet met die uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is en niet op de markt zal worden gebracht, zolang het product nog niet met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is.
##### Artikel 9.4.8
1. Een energieverbruikend product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, dat van een CE-markering is voorzien, wordt vermoed te voldoen aan de voor dat product bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
2. Een energieverbruikend product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, waarvoor een geharmoniseerde norm is toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die norm betrekking heeft.
3. Een energieverbruikend product, behorende tot een ingevolge een maatregel als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen categorie, waarvoor overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 de communautaire milieukeur is verleend, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voor zover de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-24&g=2007-10-24), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-24&g=2007-10-24), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-24&g=2007-10-24), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-24&g=2007-10-24), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
##### Artikel 5.6
1. In afwijking van [titel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gelden ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht uitsluitend deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de op deze titel berustende bepalingen.
2. Deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de op deze titel berustende bepalingen zijn niet van toepassing op een arbeidsplaats als bedoeld in [artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=1).
##### Artikel 5.7
In deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de op deze titel berustende bepalingen met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht wordt verstaan onder:
**acht-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**agglomeratie**: stedelijk gebied met ten minste 250 000 inwoners;
**alarmdrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het waarschuwen van de bevolking noodzakelijk is teneinde de risico’s voor de gezondheid van de mens ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**AOT40-waarde**: gesommeerd verschil tussen de uurgemiddelde concentraties van ozon boven 80 microgram per m3 en 80 microgram per m3 tussen 08.00 uur en 20.00 uur Midden-Europese-Tijd, over een bepaalde periode, uitgedrukt in (microgram per m3) • uur;
**autosnelweg**: autosnelweg als bedoeld in [artikel 1, onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004825&artikel=1);
**EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit**: richtlijn nr. 96/62/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296);
**grenswaarde**: kwaliteitsniveau dat moet zijn bereikt en vervolgens moet worden instandgehouden;
**informatiedrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het informeren van de bevolking noodzakelijk is, teneinde de risico’s voor de gezondheid van bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**jaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, lood en benzeen en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10);
**kwaliteitsniveau**: concentratie in de buitenlucht of de depositiesnelheid van een verontreinigende stof;
**luchtverontreiniging**: aanwezigheid in de buitenlucht van verontreinigende stoffen;
**plandrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan een planmatige aanpak van de luchtverontreiniging noodzakelijk is;
**richtwaarde**: kwaliteitsniveau dat zoveel mogelijk moet zijn bereikt en dat, waar aanwezig, zoveel mogelijk moet worden instandgehouden;
**stikstofoxiden**: het totale aantal volumedelen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard volumedelen, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxide per m3;
**uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**verontreinigende stoffen**: vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, niet zijnde splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in de Kernenergiewet, die op zichzelf dan wel tezamen of in verbinding met andere stoffen nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken;
**vierentwintig-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over het tijdvak van 0.00 uur tot 24.00 uur Midden-Europese-Tijd, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10);
**winterhalfjaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties van 1 oktober tot en met 31 maart, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kilo Pascal;
**zone**: gedeelte van het Nederlandse grondgebied;
**zwevende deeltjes (PM10)**: in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aërodynamische diameter van 10 micrometer.
##### Artikel 5.8
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2009/158.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 5.9
1. Burgemeester en wethouders stellen in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangegeven gevallen waarin een plandrempel wordt overschreden een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke maatregelen voldaan zal worden aan de desbetreffende in de [bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) genoemde grenswaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Zij dragen zorg voor de uitvoering van het plan.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Gedeputeerde staten, Onze Minister, Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Verkeer en Waterstaat en andere bestuursorganen die maatregelen kunnen treffen leveren op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van een plan als bedoeld in het eerste lid. Daarbij geven de desbetreffende bestuursorganen in het plan gemotiveerd rekenschap van het al dan niet treffen van maatregelen. Omtrent het opstellen en uitvoeren van het plan bevorderen burgemeester en wethouders overleg met die bestuursorganen.
4. Voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de desbetreffende plandrempel, met inachtneming van de krachtens [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels, is vastgesteld en gerapporteerd, stellen burgemeester en wethouders gedeputeerde staten in kennis van een vastgesteld plan als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen plannen.
5. Burgemeester en wethouders rapporteren eenmaal in de drie jaar, voor 1 mei van het op die periode volgende jaar, aan gedeputeerde staten omtrent de voortgang van de uitvoering van een plan of plannen als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen voortgangsrapportages.
6. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat het plan, bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming is met een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 5.10
1. Onze Minister stelt in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangegeven gevallen een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze, met inzet van proportionele maatregelen, zoveel mogelijk voldaan zal worden aan een in [die bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) genoemde richtwaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Onze Minister draagt zorg voor de uitvoering van het plan.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Een plan als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld voor 1 december van het tweede jaar volgend op de periode waarover de overschrijding van de richtwaarde met inachtneming van de krachtens [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde regels is vastgesteld en gerapporteerd.
##### Artikel 5.11
1. Een plan als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bevat ten minste de gegevens, bedoeld in bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit.
2. Een wijziging van bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit geldt voor de toepassing van het eerste lid met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven en heeft geen betrekking op een vóór die dag vastgesteld plan, tenzij uit de desbetreffende wijziging anders volgt.
3. Voor gevallen waarin ingevolge [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), voor meer dan één stof een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt het betrokken bestuursorgaan zorg voor één plan voor de desbetreffende stoffen. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12
1. Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgenomen grenswaarde die op of na het daarbij behorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een programma vast dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Het programma heeft betrekking op een daarbij aan te geven periode van vijf jaar.
2. In het programma, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste genoemd of beschreven de gedurende de in dat lid bedoelde periode door een of meer bestuursorganen van het Rijk te treffen generieke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit en de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
3. Bij ministeriële regeling worden één of meer gebieden aangewezen met betrekking waartoe, na overleg met de betrokken bestuursorganen, het in het eerste lid bedoelde programma tevens omvat:
- a. een beschrijving van de in de buitenlucht aanwezige concentraties verontreinigende stoffen en de autonome ontwikkeling daarvan boven het desbetreffende gebied, op basis van de laatst beschikbare gegevens met betrekking tot die concentraties, alsmede een beschrijving van de oorzaken van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende grenswaarde;
- b. indien op het moment van vaststelling van het programma op één of meer plaatsen binnen een aangewezen gebied een geldende grenswaarde wordt overschreden: een overzicht van alle redelijkerwijs, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, door de betrokken bestuursorganen te treffen maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van beleid dat erop gericht is die grenswaarde te bereiken, de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit alsmede het tijdstip waarop die grenswaarde naar verwachting zal zijn bereikt;
- c. een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het desbetreffende gebied en van de besluiten die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen worden genomen en die in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) een grenswaarde is opgenomen, op basis van de krachtens het zevende lid verstrekte gegevens, alsmede de effecten van die ontwikkelingen en besluiten op de luchtkwaliteit;
- d. een beschrijving van de door de bestuursorganen, die daartoe in het programma zijn aangewezen, te treffen overige maatregelen dan bedoeld onder b, die samenhangen met de onder c bedoelde ontwikkelingen of besluiten en die gericht zijn op het bereiken van de grenswaarde of grenswaarden in de betreffende gebieden, alsmede de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit;
- e. een prognose van de ontwikkeling van de onder a bedoelde concentraties, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, met dien verstande dat daarbij tevens wordt aangegeven hoeveel eerder als gevolg van de maatregelen, bedoeld onder b en d, en rekening houdend met de effecten van de verwachte ontwikkelingen en besluiten, bedoeld onder c, een grenswaarde in het betreffende gebied wordt bereikt dan overeenkomstig de autonome ontwikkeling, bedoeld onder a, naar verwachting het geval zou zijn.
4. Bij het beschrijven van:
- a. de autonome ontwikkeling, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt mede in aanmerking genomen het gesommeerde effect van de uitoefening van bevoegdheden en de toepassing van wettelijke voorschriften die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen plaatsvinden en die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) een grenswaarde is opgenomen;
- b. de effecten van de maatregelen, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen de effecten van sinds 1 januari 2005 ter verbetering van de luchtkwaliteit ingevoerde maatregelen mede in aanmerking worden genomen.
5. Bij de regeling, bedoeld in het derde lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de coördinatie van de uitvoering van het derde en zesde lid.
6. Het programma, bedoeld in het eerste lid, kan in delen worden vastgesteld, met dien verstande dat:
- a. alle onderscheiden delen binnen een tijdvak van ten hoogste dertien weken worden vastgesteld, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten, en
- b. met elkaar, vanwege de daarin opgenomen ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, samenhangende delen zoveel mogelijk tegelijkertijd worden vastgesteld.
7. Na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister verstrekken de desbetreffende bestuursorganen hem binnen een daarbij aangegeven termijn de daarbij gevraagde gegevens over de ontwikkelingen en besluiten, bedoeld in het derde lid, onder c, en de maatregelen, bedoeld in dat lid, onder b en d.
8. Op de voorbereiding van een programma als bedoeld in het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
9. De daartoe bevoegde bestuursorganen dragen zorg voor de tijdige uitvoering van de maatregelen die in het programma zijn genoemd of beschreven, met dien verstande dat maatregelen die onlosmakelijk verbonden zijn met de ontwikkelingen en besluiten als bedoeld in het derde lid, onder c, ten behoeve van deze ontwikkelingen en besluiten worden uitgevoerd.
10. Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het programma, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen indien naar zijn oordeel:
- a. uit de rapportages, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01), naar voren komt dat de in dat programma opgenomen gegevens omtrent de effecten op de luchtkwaliteit van in het programma genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, niet of niet langer in redelijkheid kunnen worden gehanteerd bij de uitoefening van de in [artikel 5.16, eerste lid, aanhef en onder c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), juncto het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde bevoegdheden en de toepassing van de daar bedoelde wettelijke voorschriften;
- b. het programma, de periode waarop het betrekking heeft of de daarin genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen om andere redenen wijziging behoeven.
Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing.
11. De in het negende lid bedoelde plicht tot tijdige uitvoering van maatregelen blijft van kracht totdat die uitvoering of verdere uitvoering naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, niet langer vereist is om een grenswaarde te bereiken of daaraan te blijven voldoen.
12. Binnen een krachtens het derde lid aangewezen gebied kunnen bestuursorganen die het aangaat, na een daartoe strekkende melding aan Onze Minister:
- a. een of meer in het programma genoemde of beschreven maatregelen of voorgenomen besluiten vervangen door een of meer andere maatregelen of voorgenomen besluiten,
- b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programma toevoegen, indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die andere of extra maatregelen of besluiten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit hebben. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen dan wel besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen en besluiten is en op welke termijn deze worden getroffen of genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met overeenkomstige toepassing van [artikel 5.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01) aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
13. De bij de melding, bedoeld in het twaalfde lid, aangegeven wijziging of wijzigingen behoeven de instemming van Onze Minister. Onze Minister beslist hieromtrent binnen zes weken na ontvangst van de melding. De instemming is van rechtswege gegeven indien Onze Minister niet binnen de genoemde termijn een beslissing heeft genomen.
14. Binnen zes weken nadat een instemming als bedoeld in het dertiende lid is verkregen wordt door de betrokken bestuursorganen kennis gegeven van de bij de melding aangegeven wijziging of wijzingen en van de daarmee verleende instemming in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huis blad, dan wel op een andere geschikte wijze.
##### Artikel 5.13
1. Een of meerdere bestuursorganen gezamenlijk, niet zijnde bestuursorganen van het Rijk, kunnen een programma vaststellen dat gericht is op het bereiken van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgenomen grenswaarde in een bij dat programma aan te wijzen gebied, niet zijnde een krachtens [artikel 5.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen of aan te wijzen gebied, waar een grenswaarde wordt overschreden of dreigt te worden overschreden.
2. Bij de vaststelling van een programma op grond van het eerste lid wordt het krachtens [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vastgestelde programma in acht genomen.
3. [Artikel 5.12, derde en vierde lid en achtste tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de wijziging, bedoeld in het [tiende lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), plaatsvindt in overeenstemming met de andere betrokken bestuursorganen en dat de plicht tot melding, bedoeld in het [twaalfde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet van toepassing is.
4. Het programma wordt na vaststelling of wijziging toegezonden aan Onze Minister.
5. Indien voor een gebied als bedoeld in het eerste lid geen programma als bedoeld in dat lid wordt vastgesteld, treffen de betrokken bestuursorganen onverwijld de redelijkerwijs mogelijke maatregelen die er op gericht zijn de betreffende grenswaarde te bereiken. De [artikelen 5.12, negende en elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.14
De daartoe in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen bestuursorganen rapporteren jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister over de voortgang en uitvoering van een programma en de daarin opgenomen maatregelen, ontwikkelingen en besluiten, alsmede over de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
##### Artikel 5.15
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt afgestemd met andere bij of krachtens wettelijk voorschrift vast te stellen of vastgestelde plannen;
- b. de voorbereiding, vormgeving, inhoud en uitvoering van een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- c. de verslaglegging, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot methoden of criteria aan de hand waarvan:
- a. het bereiken van de grenswaarden, bedoeld in [artikel 5.12, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, eerste, derde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wordt bepaald, of
- b. de effecten van ontwikkelingen, besluiten en maatregelen als bedoeld in [artikel 5.12, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in samenhang worden bepaald.
##### Artikel 5.16
1. Bestuursorganen kunnen de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden of de daar bedoelde wettelijke voorschriften, waarvan de uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, uitoefenen dan wel toepassen:
- a. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing aannemelijk is gemaakt dat die uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet leidt tot het overschrijden, of tot het op of na het tijdstip van ingang waarschijnlijk overschrijden, van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgenomen grenswaarde;
- b. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing, met inachtneming van het vijfde lid en de krachtens dat lid gestelde regels, aannemelijk is gemaakt dat:
- 1°. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van die uitoefening of toepassing per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of
- 2°. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert;
- c. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing aannemelijk is gemaakt dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) een grenswaarde is opgenomen;
- d. hetzij indien een uitoefening dan wel toepassing is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een op grond van [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), vastgesteld programma.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden of wettelijke voorschriften zijn de bevoegdheden en wettelijke voorschriften, bedoeld in:
- a. de [artikelen 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.5a&artikel=4.15a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.27&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.35&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [7.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.42&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [8.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- b. de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=13), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=16), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=43), [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=48) en [53 van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=53);
- c. de [artikelen 2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=2a), [2b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=2b), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=4a), [6, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=6), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=7), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=10), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=17), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=19), [37, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=37), [38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=38), [39b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=39b), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=40) en [41 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=41);
- d. de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=11) en [15 van de Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=15);
- e. de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009642&artikel=2), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009642&artikel=5)en [8 van de Planwet verkeer en vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009642&artikel=8);
- f. [artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=9);
- g. [artikel 7 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003709&artikel=7).
3. Indien een onverwijlde wijziging of aanvulling van de in het tweede lid, onder a tot en met g, genoemde artikelen noodzakelijk is kan dat bij tijdelijke ministeriële regeling plaatsvinden, die voor zover daarbij is aangegeven in de plaats treedt van de daarbij genoemde artikelen. [Artikel 5.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.8&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het in betekenende mate bijdragen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, waaronder begrepen het aanwijzen van categorieën van gevallen die in ieder geval al dan niet in betekenende mate bijdragen in de daar bedoelde zin.
5. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, aanhef en sub 2, of onder c, voor zover het betreft de onlosmakelijk met een uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen:
- a. worden voor iedere stof afzonderlijk de positieve of negatieve effecten voor de luchtkwaliteit in beschouwing genomen;
- b. is er een functionele of geografische samenhang tussen enerzijds het gebied of de gebieden waarop de uitoefening van bevoegdheden of de toepassing van wettelijke voorschriften, bedoeld in dat lid, betrekking heeft, en anderzijds de maatregel of maatregelen die in verband met die uitoefening of toepassing wordt of worden genomen;
- c. worden maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof niet later dan gelijktijdig met de te compenseren activiteiten uitgevoerd, tenzij een gelijktijdige uitvoering een vermindering van de concentratie van die stof op de langere termijn in de weg staat of anderszins niet doelmatig is, en
- d. worden waarborgen getroffen opdat de maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
6. Buiten een periode als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of een in een programma als bedoeld in [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), opgenomen periode, blijft het eerste lid, aanhef en onder d, buiten toepassing, met dien verstande dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift met betrekking tot een ontwikkeling of voorgenomen besluit dat eerder was genoemd of beschreven in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), ook na het verstrijken van de desbetreffende periode mogelijk blijft.
##### Artikel 5.16a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift, bedoeld in [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in daarbij aangewezen categorieën van gevallen waarin een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgenomen grenswaarde op of na het tijdstip van ingang wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, en waarin de betreffende uitoefening of toepassing betrekking heeft op een bestaand of nieuw te bouwen bouwwerk in de zin van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181), op een zodanige wijze plaatsvindt dat deze niet leidt tot een toename van het aantal ter plaatse verblijvende personen met een verhoogde gevoeligheid voor de concentraties in de buitenlucht van een stof waar de betreffende grenswaarde betrekking op heeft.
2. Bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan dat lid, met inbegrip van het beperken van een categorie tot gevallen waarin niet wordt voldaan aan daarbij gestelde eisen met betrekking tot de locatie of afstand van een bouwwerk ten opzichte van een bron of bronnen van luchtverontreiniging.
##### Artikel 5.17
1. De bestuursorganen die het aangaat houden bij de uitoefening van bevoegdheden dan wel bij de toepassing van wettelijke voorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit rekening met de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) opgenomen richtwaarden en treffen maatregelen om zoveel mogelijk aan die richtwaarden te voldoen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
##### Artikel 5.18
1. De commissaris van de Koningin doet van een overschrijding van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) genoemde alarmdrempel of informatiedrempel in zijn provincie zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde mededeling en de daarbij aan het publiek te verstrekken gegevens alsmede met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 7, derde lid, van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit.
3. [Artikel 48, derde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=48) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.19
1. De daartoe krachtens [artikel 5.20, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aangewezen bestuursorganen stellen het kwaliteitsniveau met betrekking tot de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) genoemde stoffen vast met behulp van metingen of berekeningen.
2. Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau, bedoeld in het eerste lid, worden als concentraties van verontreinigende stoffen in beschouwing genomen: stoffen, die direct of indirect door de mens in de lucht worden gebracht en die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de mens of het milieu in zijn geheel.
3. Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau, bedoeld in het eerste lid, worden concentraties van zwevende deeltjes (PM10), die veroorzaakt worden door natuurverschijnselen, buiten beschouwing gelaten.
4. Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten doen aan gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze Minister, schriftelijk verslag van de uitkomsten van de op grond van het eerste lid verrichte metingen of berekeningen.
5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede en derde lid.
6. Voor de toepassing van het derde lid wordt onder natuurverschijnselen verstaan: seismische activiteit, spontane branden, stormen, atmosferische resuspensie en verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge gebieden, die een significante verhoging van de normale achtergrondconcentraties van natuurlijke oorsprong ten gevolge hebben.
##### Artikel 5.20
1. Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van deze titel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop en de frequentie waarmee het kwaliteitsniveau gemeten of berekend wordt,
- b. de voor de onder a bedoelde metingen en berekeningen verantwoordelijke bestuursorganen,
- c. de wijze van bekostiging van de onder a bedoelde metingen en berekeningen,
- d. de wijze en het tijdstip waarop verslag wordt gedaan van de uitkomsten van de onder a bedoelde metingen en berekeningen en de in het verslag op te nemen gegevens,
- e. de wijze waarop de effecten en kwaliteitsniveaus, bedoeld in de [artikelen 5.12, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden berekend.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gebruik van daarbij aangewezen gegevens of van daarbij aangewezen methoden voor het meten of berekenen van het kwaliteitsniveau uitsluitend is toegestaan na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister.
3. De goedkeuring, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden of ingetrokken indien het gebruik van de betreffende gegevens of methoden naar het oordeel van Onze Minister niet of niet langer leidt tot een voldoende nauwkeurige of betrouwbare weergave van het kwaliteitsniveau en andere, met het oog daarop meer geschikte gegevens of methoden beschikbaar zijn.
4. Aan de goedkeuring kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Deze kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.
##### Artikel 5.21
1. Onze Minister kan:
- a. de nauwkeurigheid van een meetmethode of een andere methode waarmee het kwaliteitsniveau of effecten gemeten of berekend wordt toetsen,
- b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen.
2. De door middel van de toetsing verkregen resultaten treden in de plaats van eerdere of anderszins verkregen resultaten.
3. Onze Minister maakt de in het tweede lid bedoelde resultaten kenbaar aan het desbetreffende bestuursorgaan.
##### Artikel 5.22
1. Onze Minister wijst voor de toepassing van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de op deze titel berustende bepalingen ten behoeve van de metingen en berekeningen van het kwaliteitsniveau zones, onderscheidenlijk agglomeraties, aan.
2. Onze Minister overweegt ten minste eenmaal in de vijf jaar in hoeverre de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, wijziging behoeft.
3. Onze Minister stelt op basis van de aanwijzing van zones en agglomeraties en de resultaten van de metingen en berekeningen, bedoeld in het eerste lid, lijsten als bedoeld in artikel 8 van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit vast, alsmede lijsten als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van richtlijn nr. 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 februari 2002 betreffende ozon in de lucht (PgEG L 67) en artikel 3 van richtlijn nr. 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (PbEG L23).
##### Artikel 5.23
1. Onze Minister kan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders, indien niet of niet tijdig wordt voldaan aan een verplichting als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [5.12, zevende en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [5.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01), een aanwijzing geven om daar alsnog uitvoering aan te geven. Onze Minister houdt daarbij rekening met een doelmatig luchtkwaliteitsbeleid dat gericht is op het bereiken van en het blijven voldoen aan een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) genoemde grenswaarde.
2. Bij de aanwijzing wordt een termijn gesteld waarbinnen uitvoering wordt gegeven aan de aanwijzing.
3. Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat het betrokken bestuursorgaan in de gelegenheid is gesteld van zijn gevoelen omtrent het voornemen tot het geven van de aanwijzing te doen blijken, tenzij spoedeisende omstandigheden zich daartegen verzetten.
4. Wanneer het betrokken bestuursorgaan een krachtens het eerste lid gevorderd besluit of gevorderde handeling niet of niet naar behoren neemt dan wel uitvoert, is Onze Minister bevoegd daarin namens dat bestuursorgaan en ten laste van dat bestuursorgaan te voorzien.
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
#### § 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01)
#### § 7.6. De beoordeling van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-11-15&g=2007-11-15), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-11-15&g=2007-11-15), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-11-15&g=2007-11-15), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-11-15&g=2007-11-15), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
### Voorschrift 7.1
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 8.2
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.40a
1. Indien bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) een verplichting is opgenomen voor degene die de inrichting drijft, om daarbij aangegeven maatregelen te treffen, kan daarbij worden bepaald dat diegene in plaats daarvan andere maatregelen kan treffen, wanneer met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
2. Degene die de inrichting drijft dient een aanvraag in tot het kunnen treffen van andere maatregelen bij het bestuursorgaan, aangegeven bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, welke aanvraag gegevens bevat waaruit blijkt dat met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, beslist binnen acht weken over de gelijkwaardigheid van de andere maatregelen. Het bestuursorgaan kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.
##### Artikel 8.42a
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bevoegd gezag bij het verlenen of wijzigen van de vergunning daaraan voorschriften kan verbinden.
2. Op het stellen van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan voorschriften stellen die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
4. Het bevoegd gezag kan de voorschriften aanvullen, wijzigen of intrekken indien dat nodig is ter bescherming van het milieu.
5. [Artikel 8.42, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.42&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.42b
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat bij provinciale of gemeentelijke verordening gestelde regels omtrent die onderwerpen van de bij of krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, in welke mate kan worden afgeweken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Op het stellen van provinciale of gemeentelijke regels als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 10.29a
Een bestuursorgaan houdt er bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover die bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalwater, rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat in de navolgende voorkeursvolgorde:
- a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- c. afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater;
- d. huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in [artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=15a) getransporteerd;
- e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt;
- f. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en
- g. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in [artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=15a) wordt getransporteerd.
##### Artikel 10.32a
1. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat:
- a. bij het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels, en
- b. het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater binnen een in die verordening aangegeven termijn wordt beëindigd.
2. Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruikgemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd.
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10*
1. In afwijking van [artikel 12.4, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden in het milieuverslag niet de gegevens opgenomen die degene die de inrichting drijft, met betrekking tot het verslagjaar reeds overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR dient te verstrekken.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de afbakening, bedoeld in het eerste lid, wordt aangebracht.
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
##### Artikel 15.3
Vervallen
##### Artikel 15.4
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
##### Artikel 15.5
Vervallen
##### Artikel 15.6
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
##### Artikel 15.7
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g*
Het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-01-01&g=2008-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-01-01&g=2008-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 6.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 12.1
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.18
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**PRTR**: register inzake de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen als bedoeld in [artikel 12.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.25&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
**PRTR-protocol**: op 21 mei 2003 te Kiev tot stand gekomen Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, met Bijlagen (Trb. 2003, 153, en Trb. 2007, 95);
**PRTR-verslag**: verslag als bedoeld in [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
**verslagjaar**: kalenderjaar waarover ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR een PRTR-verslag moet worden opgesteld.
##### Artikel 12.19
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin een of meer van de in bijlage I bij de EG-verordening PRTR genoemde activiteiten worden verricht in een mate die de ingevolge die bijlage van toepassing zijnde capaciteitsdrempelwaarde overschrijdt.
2. Onder inrichtingen als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
##### Artikel 12.20
1. Indien degene die een inrichting drijft, ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR met betrekking tot een kalenderjaar rapportageplichtig is, zendt hij uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar aan de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bevoegde instantie langs elektronische weg een verslag bevattende de in artikel 5, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens.
2. Het PRTR-verslag voldoet aan de in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR genoemde kwaliteitseisen.
3. Het eerste verslagjaar is 2007.
##### Artikel 12.21
1. Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van deze wet of [artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1) te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken.
2. In afwijking van het eerste lid wordt Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen als bevoegde instantie voor inrichtingen waar activiteiten worden verricht als bedoeld in bijlage I, nummer 7, onder a, bij de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.22
De kwaliteitsbeoordeling van het PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, geschiedt uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
##### Artikel 12.23
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bevoegde instantie kan uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat een PRTR-verslag niet voldoet aan de bij artikel 5, eerste of tweede lid, of artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR gestelde eisen of niet is opgesteld met inachtneming van de bij artikel 5, derde of vierde lid, van de EG-verordening PRTR of de krachtens [artikel 12.29, aanhef en onder a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.4&artikel=12.29&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gestelde eisen.
2. De bevoegde instantie kan het afgeven van de in het eerste lid bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het PRTR-verslag heeft ingediend.
3. De bevoegde instantie kan na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, na het tijdstip dat met toepassing van het tweede lid is vastgesteld, alsnog verklaren dat het PRTR-verslag niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen, indien:
- a. het verslag onjuiste of onvolledige gegevens bevat of
- b. het verslag anderszins onjuist was, en degene die het verslag heeft ingediend, dit wist of behoorde te weten.
4. De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, vervalt vijf jaren na afloop van het verslagjaar.
5. In gevallen waarin niet tijdig een PRTR-verslag is ingediend, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring inhoudt dat geen PRTR-verslag is ingediend en dat in plaats van 30 juni wordt gelezen: 30 september. Het tweede lid is niet van toepassing.
##### Artikel 12.24
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bevoegde instanties verstrekken de in [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. op gegevens, opgenomen in een PRTR-verslag ten aanzien waarvan een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is afgegeven, en
- b. indien een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is afgegeven,
in welke gevallen de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip aan Onze Minister meldt dat een verklaring als bedoeld onder a onderscheidenlijk b is afgegeven.
3. De bevoegde instantie kan op verzoek van degene die de inrichting drijft, of ambtshalve bepalen dat bepaalde in een PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister worden verstrekt. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt ingediend gelijktijdig met het toezenden van het PRTR-verslag, doch uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar. Een ambtshalve bepaling als bedoeld in de eerste volzin vindt plaats uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, deelt de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid, tweede volzin, genoemde tijdstip aan Onze Minister mee:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
5. In afwijking van het eerste lid worden gegevens ten aanzien waarvan een verzoek als bedoeld in het derde lid is afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing.
6. In afwijking van het tweede lid worden verklaringen als bedoeld in [artikel 12.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2008-06-01&g=2008-06-01) niet eerder gemeld dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is niet van toepassing.
##### Artikel 12.25
1. Er is een register dat gegevens bevat over de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen.
2. Het PRTR is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.
3. Het PRTR wordt beheerd door Onze Minister.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de vorm en de inrichting van het PRTR.
##### Artikel 12.26
1. Het PRTR bevat de door de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bevoegde instanties overeenkomstig [artikel 12.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan Onze Minister verstrekte gegevens alsmede de overeenkomstig [artikel 12.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01), aan Onze Minister gemelde verklaringen.
2. Het PRTR bevat tevens gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen als bedoeld in artikel 2, negende lid, van het PRTR-protocol, voorzover die gegevens bij Onze Minister aanwezig zijn, die gegevens een voldoende mate van ruimtelijke detaillering bezitten en het opnemen van die gegevens in het PRTR in praktische zin mogelijk is. Indien in het PRTR gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen worden opgenomen, wordt tevens aangegeven met behulp van welke methode die gegevens zijn vergaard.
3. Indien een bevoegde instantie bepaalde gegevens met toepassing van [artikel 12.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01), niet aan Onze Minister heeft verstrekt, wordt in het PRTR aangegeven:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
##### Artikel 12.27
1. Onze Minister maakt de in [artikel 12.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bedoelde gegevens per verslagjaar via het PRTR openbaar telkens uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de openbaarmaking met betrekking tot het verslagjaar 2007 uiterlijk op 30 juni 2009.
##### Artikel 12.28
Onze Minister is belast met de uitvoering van artikel 7, tweede lid, van de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.29
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de goede werking van het PRTR en ter uitvoering van de EG-verordening PRTR regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de voor de gegevensinzameling gebruikte methodiek, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de EG-verordening PRTR;
- b. de frequentie van informatievergaring, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de EG-verordening PRTR;
- c. de wijze waarop een PRTR-verslag moet worden opgesteld en de inhoud van een dergelijk verslag;
- d. de geheimhouding van gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.24, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [12.26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2008-06-01&g=2008-06-01);
- e. de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, moet worden uitgevoerd.
##### Artikel 12.30
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5 van de EG-verordening PRTR.
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
##### Artikel 15.8
Vervallen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
##### Artikel 15.9
Vervallen
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
##### Artikel 15.10
Vervallen
##### Artikel 15.11
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 15.12
In afwijking van [artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:21), is [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) van toepassing op subsidies die krachtens deze titel uitsluitend worden verstrekt aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.
##### Artikel 15.13
1. Onze Minister kan voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen activiteiten op het gebied van het milieubeheer subsidie verstrekken.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval regels worden gesteld omtrent:
- a. criteria voor de verstrekking;
- b. het tijdvak waarvoor de subsidie wordt verleend;
- c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
- d. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
- e. de verplichtingen voor de subsidie-ontvanger;
- f. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald;
- g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
3. Onze Minister kan ieder jaar bij ministeriële regeling subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt. Daarbij bepaalt hij de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag.
4. Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking inhoudende de verstrekking van een subsidie op grond van deze wet kan worden ingetrokken of gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. De [artikelen 4:49, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:49), en [4:57 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:57) zijn niet van toepassing op de intrekking of wijziging.
##### Artikel 15.14
1. De door Onze Minister aangewezen personen zijn bevoegd van de aanvrager van een subsidie inlichtingen te vorderen. De [artikelen 5:13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:13), [5:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15), voor zover het door de aanvrager gebruikte plaatsen betreft, en [5:17 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:17) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een aanvraag kan worden afgewezen, indien de aanvrager geen medewerking verleent bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden.
##### Artikel 15.15
1. Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de [artikelen 5:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:18) en [5:19 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:19).
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
4. Aan de krachtens deze wet verstrekte subsidies is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
##### Artikel 15.16
Vervallen
##### Artikel 15.17
Vervallen
##### Artikel 15.18
Vervallen
##### Artikel 15.19
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2h
Het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de krachtens de [artikelen 17.5a tot en met 17.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verplichtingen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-04-01&g=2008-04-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### § 5. Grenswaarde voor lood
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 7.2
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
### Voorschrift 8.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-04-01&g=2008-04-01), zijn:
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
##### Artikel 13.12
Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een ander land, en over het op die aanvraag te nemen besluit overleg plaatsvindt met bestuursorganen in het betrokken andere land, wordt dit overleg in de kennisgeving vermeld.
##### Artikel 13.13
1. Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die is gelegen in een ander land en die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in Nederland kan hebben, wordt de aanvraag met de daarop betrekking hebbende stukken door gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen bedoelde gevolgen zich kunnen voordoen, ter inzage gelegd.
2. [Artikel 3:12, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
##### Artikel 15.20
1. Indien degene tot wie een beschikking is gericht krachtens:
- a. de [artikelen 8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), juncto [8.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in gevallen waarin [artikel 8.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet van toepassing is, [8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), juncto [8.1, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in gevallen waarin [artikel 8.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet van toepassing is, [8.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.25, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.34&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [8.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- b. de [artikelen 10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01) juncto één of meer der onder **a** genoemde bepalingen,
- c. [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=2), juncto [5, vijfde lid, onder b, van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=5),
- d. de [artikelen 13, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=13), juncto [16, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=16), of [43, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=43),
- e. [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=24), juncto [26, zevende lid, onder b, van de Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=26),
- f. de [artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=30) of [31 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=31),
zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven, kent het gezag dat de beschikking in eerste aanleg heeft gegeven, hem, voor zover op andere wijze in een redelijke vergoeding niet is of kan worden voorzien, op zijn verzoek dan wel uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die tengevolge van een maatregel als bedoeld in [artikel 40 van de Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=40) zich voor kosten ziet gesteld dan wel daardoor schade lijdt, als in het eerste lid bedoeld.
3. Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid op aanvraag wordt gegeven, kan een verzoek om vergoeding worden ingediend na de toezending van een exemplaar van het ontwerp van die beschikking aan de aanvrager.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde gezag een advies van deskundigen heeft ingewonnen omtrent een verzoek om vergoeding of omtrent het voornemen tot een toekenning daarvan uit eigen beweging zendt het een exemplaar van het advies aan de belanghebbende. Het vermeldt daarbij de termijn waarbinnen de belanghebbende zijn opvattingen omtrent het advies kenbaar kan maken.
5. Een beschikking op een verzoek om schadevergoeding wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk vier maanden na de datum waarop het verzoek is ontvangen, of, in gevallen als bedoeld in het vierde lid, uiterlijk zeven maanden na die datum.
##### Artikel 15.21
1. [Artikel 15.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene op wie bepalingen van een algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk een ministeriële regeling of een verordening als bedoeld in
- a. artikel 1.2 van deze wet,
- b. de artikelen 10.15 of 10.17, eerste lid, van deze wet;
- c. de [artikelen 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=24) of [31 van de Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=31),
- d. de [artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=6),
van toepassing worden en die zich daardoor voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te blijven.
2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid, beslist Onze Minister over het toekennen van de vergoeding, behoudens in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder **a**. In die gevallen beslissen gedeputeerde staten.
##### Artikel 15.22
1. Voor zover de toekenning van de vergoeding niet is geschied met instemming van Onze Minister, komen de kosten daarvan ten laste van het bevoegd gezag.
2. In afwijking van het eerste lid komen in gevallen als bedoeld in [artikel 15.20, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en de verlening van schadevergoeding niet is geschied met instemming van gedeputeerde staten, de kosten daarvan ten laste van het bevoegd gezag.
##### Artikel 15.23
1. Bij koninklijk besluit kan, naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van het bevoegd gezag, worden bepaald dat de kosten van een toegekende vergoeding alsnog geheel of gedeeltelijk ten laste van het Rijk komen.
2. [Artikel 15**c** van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&artikel=15c) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
##### Artikel 15.24
Vervallen
##### Artikel 15.25
Vervallen
##### Artikel 15.26
Vervallen
##### Artikel 15.27
Vervallen
##### Artikel 15.28
Vervallen
## Titel 15.1
##### Artikel 15.29
Vervallen
##### Artikel 15.30
Vervallen
## Titel 15.1
##### Artikel 15.31
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van vergoedingen voor keuringen als bedoeld in
- a. [artikel 13, tweede lid, onder **d** en **e**, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=13);
- b. [artikel 2, tweede lid, onder **d** en **e**, van de Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227&artikel=2);
- c. [artikel 27 van de Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=27);
- d. [artikel 15, tweede lid, van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=15).
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
##### Artikel 15.32
1. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, voor zodanige verpakkingen een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige verpakkingen na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen;
- b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen, voor zodanige stoffen, preparaten of produkten een bij of krachtens de maatregel te bepalen statiegeld in rekening te brengen en zodanige stoffen, preparaten of produkten na gebruik met terugbetaling van het statiegeld in te nemen.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kunnen regels worden gesteld,
- a. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen in bij de maatregel aangewezen verpakkingen, zodanige verpakkingen na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen;
- b. inhoudende een verplichting voor bij de maatregel aangewezen categorieën van personen die daarbij aangewezen stoffen, preparaten of produkten in Nederland op de markt brengen, deze na gebruik tegen betaling van een bij of krachtens de maatregel te bepalen premie in te nemen.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, kan worden bepaald dat daarbij aangegeven handelingen door andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde, bij die maatregel aangewezen categorieën van personen moeten worden verricht. In deze gevallen kan tevens worden bepaald dat eveneens bij de maatregel aangewezen categorieën van personen het statiegeld, bedoeld in het eerste lid, of de premie, bedoeld in het tweede lid, geheel of gedeeltelijk op een daarbij aangegeven wijze dienen af te dragen aan een of meer daarbij aangewezen andere personen.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid, wordt een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan die regels ten aanzien van stoffen, preparaten of produkten die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en in Nederland aanwezig waren, gaan gelden.
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
##### Artikel 15.33
1. De gemeenteraad kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de[artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01) een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde kosten wordt mede verstaan de omzetbelasting die ingevolge de [Wet op het BTW-compensatiefonds](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013817) recht geeft op een bijdrage uit het fonds.
3. Met betrekking tot deze heffingen zijn [de artikelen 216 tot en met 219](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=216) en [230 tot en met 257 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=230) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.34
1. Voor zover kosten zijn gemaakt in verband met de verlening van schadevergoeding krachtens [artikel 15.20, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 15.21, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.4&artikel=15.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vanwege het van toepassing worden van bepalingen van een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 1.2, tweede lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kunnen provinciale staten ter bestrijding van die kosten een heffing instellen ter zake van het onttrekken van grondwater.
2. De heffing wordt geheven van houders van inrichtingen, bestemd tot het onttrekken van grondwater, daaronder niet begrepen inrichtingen welke uitsluitend dienen tot het regelen van de vrije grondwaterspiegel of van de stijghoogte van het grondwater.
3. In de verordening tot instelling van de heffing kan worden bepaald dat de heffing wordt geheven van houders van inrichtingen als bedoeld in het tweede lid in één of meer beschermingsgebieden als bedoeld in [hoofdstuk VI, paragraaf 2, van de Wet bodembescherming](onbekend), dan wel van houders van zodanige inrichtingen in de gehele provincie.
4. Als grondslag voor de heffing geldt de onttrokken hoeveelheid water.
5. Tot het instellen van een heffing wordt overgegaan binnen een jaar nadat de beschikking waarbij de in het eerste lid bedoelde schadevergoeding is verleend, ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in werking is getreden.
6. De heffing wordt jaarlijks geheven gedurende een termijn van ten hoogste tien jaren. In de verordening tot instelling van de heffing kan worden bepaald dat de heffing op verzoek van de heffingplichtige voor de ten tijde van de indiening van het verzoek nog niet aangevangen jaren waarover de heffing wordt geheven, ineens kan worden voldaan volgens een in de verordening op te nemen regeling.
7. [Hoofdstuk XV van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&hoofdstuk=XV) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 15.1
##### Artikel 15.34a
Met betrekking tot beschikkingen tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing krachtens deze wet worden geen rechten geheven.
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
##### Artikel 15.35
Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
afvalbeheersbijdrage: bijdrage in de kosten van het beheer van een afvalstof;
overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage: schriftelijke overeenkomst tussen degenen die een stof, preparaat of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, tot het afdragen van een afvalbeheersbijdrage.
##### Artikel 15.36
1. Onze Minister kan, indien dat in het belang is van een doelmatig beheer van afvalstoffen, op een met redenen omkleed verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend verklaren voor een ieder die die stof, dat preparaat of dat produkt in Nederland invoert of op de markt brengt.
2. Onze Minister stelt regels met betrekking tot de onderwerpen die in ieder geval in een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage, waarvoor een algemeen verbindend verklaring wordt gevraagd, aan de orde dienen te komen, alsmede met betrekking tot de bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te leggen gegevens. Tot die gegevens behoren in ieder geval gegevens, waaruit duidelijk wordt dat redelijkerwijs is getracht te voorkomen, dat gebruikers van die stof, dat preparaat of dat produkt in de praktijk meer dan eenmaal een bijdrage voor het beheer daarvan verschuldigd zullen zijn.
##### Artikel 15.37
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 15.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan slechts worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, preparaten of produkten een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, preparaten of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen. Onze Minister betrekt bij zijn oordeel met betrekking tot de vraag of degenen die, onderscheidenlijk de organisaties van degenen die het verzoek hebben ingediend, een belangrijke meerderheid vormen, in ieder geval het aantal van hen in verhouding met het totale aantal van degenen die deze stoffen, preparaten of produkten in Nederland invoeren of op de markt brengen.
2. Op de voorbereiding van een besluit op het verzoek is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Indien een besluit niet kan worden genomen dan nadat is voldaan aan een uit een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voortvloeiende verplichting, wordt de termijn voor het nemen van dat besluit opgeschort tot de ten aanzien van die verplichting geldende procedure is afgerond. Van de opschorting wordt mededeling gedaan aan de verzoeker.
4. Indien bij het besluit een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend wordt verklaard, wordt de tekst van de overeenkomst in de **Staatscourant** geplaatst.
##### Artikel 15.38
1. Onze Minister kan van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage op een daartoe strekkend verzoek, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken ontheffing verlenen, indien de verzoeker zorg draagt voor een zodanig beheer van de betrokken afvalstoffen dat deze naar het oordeel van Onze Minister ten minste gelijkwaardig is aan het beheer overeenkomstig de betrokken algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of ingetrokken. [Artikel 15.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel **b** van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste.
4. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing. Onze Minister stelt de houder van de ontheffing, behoudens in gevallen waarin deze om wijziging of intrekking verzoekt, van zijn voornemen tot wijziging of intrekking in kennis, alvorens een besluit te nemen.
##### Artikel 15.39
1. Een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geldt voor een daarbij aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar.
2. Onze Minister kan een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-05-01&g=2008-05-01), na overleg met Onze Minister van Economische Zaken intrekken, indien:
- a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist zijn of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
- b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het nemen van het besluit, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven van het besluit het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen op onaanvaardbare wijze zou schaden;
- c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten.
3. Alvorens een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-05-01&g=2008-05-01), op grond van het tweede lid, onder **a**, in te trekken, stelt Onze Minister degenen die het verzoek tot algemeen verbindend verklaring hebben gedaan, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
4. Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit krachtens [artikel 15.36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.36&z=2008-05-01&g=2008-05-01), op grond van het tweede lid, onder b of c, is [artikel 15.37, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.40
Een ieder is tot naleving van een voor hem geldende algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage gehouden tegenover ieder ander, die bij de naleving een redelijk belang heeft.
##### Artikel 15.41
Indien een of meer van degenen die een stof, preparaat of product in Nederland invoeren of op de markt brengen, waarvoor een overeenkomst over een afvalbeheersbijdrage algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat door een of meer anderen een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit die overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering op grond van [artikel 15.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.10&artikel=15.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. De inspecteur stelt het onderzoek in en brengt aan Onze Minister verslag uit van hetgeen bij het onderzoek is gebleken. Onze Minister stelt het verslag ter beschikking van degene of degenen, die om het onderzoek hebben gevraagd.
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
##### Artikel 17.5a
1. Indien zich een gebeurtenis voordoet, die gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van een afvalvoorziening, of indien bij controle- en monitoringsprocedures met betrekking tot die voorziening blijkt dat nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt degene die de afvalvoorziening drijft, dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 48 uur, aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning voor die afvalvoorziening te verlenen. [Artikel 17.2, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën van afvalvoorzieningen aangewezen, waarop ingevolge artikel 2, derde lid, van de richtlijn beheer winningsafval deze titel niet van toepassing is.
##### Artikel 17.5b
Indien de situatie, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, voert degene die de afvalvoorziening drijft, onmiddellijk het voor die afvalvoorziening voorgeschreven interne noodplan uit.
##### Artikel 17.5c
1. Het bevoegd gezag kan instructies geven met betrekking tot het treffen van de nodige preventieve of herstelmaatregelen.
2. Degene die de afvalvoorziening drijft, volgt de in het eerste lid bedoelde instructies op en draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen.
3. Het bevoegd gezag kan zelf elke nodige preventieve of herstelmaatregel treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking.
5. In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteiten verricht. [Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:26) is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 17.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.5d
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten afvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten afvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 2.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 13.2
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn: plaatsen waar de in voorschrift 8.1 genoemde richtwaarden voor ozon worden overschreden, waarbij geldt dat in het plan wordt aangegeven op welke wijze zo veel mogelijk voldaan zal worden aan die waarden binnen de daarvoor gestelde termijnen.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
#### § 9.2.1. Algemeen
##### Artikel 9.2.1.1
Deze titel en de daarop berustende bepalingen zijn, met uitzondering van de regels die uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, niet van toepassing op voedingsmiddelen, genotmiddelen en diervoeders.
##### Artikel 9.2.1.2
Een ieder die beroepshalve een stof, preparaat of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door zijn handelingen met die stof of dat preparaat of organisme gevaren kunnen optreden voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevaren zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
##### Artikel 9.2.1.3
1. Een ieder die beroepshalve een stof, preparaat of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens over die stof of dat preparaat of organisme waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens.
##### Artikel 9.2.1.4
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat degene die beroepshalve stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt of verwerkt, in daarbij aangegeven categorieën van gevallen een administratie bijhoudt van de hoeveelheden die hij daarvan heeft vervaardigd, in Nederland heeft ingevoerd, heeft toegepast, bewerkt of verwerkt of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.
2. Bij of krachtens de maatregel worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de administratie wordt bijgehouden en kunnen andere gegevens worden aangewezen die in de administratie dienen te worden opgenomen.
##### Artikel 9.2.1.5
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de landsverdediging vrijstelling worden verleend van de in [artikel 9.2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verplichtingen.
2. Bij koninklijk besluit kan in het belang van de landsverdediging ontheffing worden verleend van de bij of krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.5&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [9.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&artikel=9.3.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) gestelde verboden en verplichtingen.
3. Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu.
4. De voordracht voor een besluit krachtens het eerste of tweede lid wordt Ons niet gedaan dan op verzoek van Onze Minister van Defensie.
#### § 9.2.2. Maatregelen
##### Artikel 9.2.2.1
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien een redelijk vermoeden is gerezen dat door handelingen met stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of voor het milieu zullen ontstaan, regels worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, bewerken, verwerken, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren, uitvoeren en zich ontdoen van deze stoffen, preparaten of organismen.
2. Hiertoe kunnen behoren regels, inhoudende:
- a. een verbod een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen;
- b. een verbod een zodanige handeling te verrichten op een bij de maatregel aangegeven wijze, voor daarbij aangegeven doeleinden, op daarbij aangegeven plaatsen of onder daarbij aangegeven omstandigheden;
- c. een verbod een handeling als onder a of b bedoeld te verrichten zonder daartoe verleende vergunning;
- d. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien met betrekking tot de stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan;
- e. een verbod een zodanige handeling te verrichten indien bij degene die die handeling verricht, niet de bij de maatregel aangegeven deskundigheid aanwezig is;
- f. een verbod een zodanige handeling te verrichten met betrekking tot producten, indien deze daarbij aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen bevatten, of indien deze zodanige stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen bevatten in grotere dan daarbij aangegeven hoeveelheden;
- g. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen of preparaten toe te passen in producten die niet behoren tot een type dat bij een keuring, verricht aan de hand van de bij de maatregel daartoe vastgestelde regels, is goedgekeurd;
- h. een verbod bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen ter beschikking te stellen aan een daarbij aangewezen categorie van personen;
- i. een verplichting een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, preparaten of organismen voorkomen, of een voornemen tot het verrichten van die handelingen, te melden op een daarbij aangegeven wijze aan een daarbij aangewezen bestuursorgaan onder overlegging van daarbij aangegeven gegevens;
- j. een verplichting met betrekking tot zodanige handelingen volgens bij de maatregel gestelde regels controleonderzoeken te verrichten en de resultaten van die onderzoeken op de bij de maatregel aangegeven wijze aan Onze Minister over te leggen;
- k. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen of preparaten voorkomen, na toepassing terug te zenden aan degene die de stoffen, preparaten of producten ter beschikking heeft gesteld;
- l. een verplichting bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, preparaten of organismen voorkomen, af te geven aan daarbij aangewezen personen of instellingen;
- m. een verplichting voor degenen die bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of daarbij aangewezen categorieën van producten waarin die stoffen, preparaten of organismen voorkomen, vervaardigen, in Nederland invoeren of aan een ander ter beschikking stellen, voor daarbij aangewezen personen of instellingen die krachtens hoofdstuk 10 bevoegd zijn tot of vergunning hebben voor het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel voor bij de maatregel aangewezen bestuursorganen, om die stoffen, preparaten, organismen of producten in te zamelen.
3. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen.
##### Artikel 9.2.2.2
Een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
##### Artikel 9.2.2.3
1. Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), worden tevens bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld betreffende de wijze waarop de aanvraag om een vergunning geschiedt, en de gegevens die van de aanvrager kunnen worden verlangd.
2. De vergunning kan slechts in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu worden geweigerd.
3. Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van toepassing. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
4. Een vergunning kan in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu voorschriften worden verbonden. Deze kunnen, voorzover bij de maatregel niet anders is bepaald, de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij het voorschrift zijn aangewezen, in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu gestelde nadere eisen. Bij het stellen van een zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.
5. Onverminderd [artikel 18.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan een vergunning worden ingetrokken indien de handeling aanmerkelijk gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of voor het milieu en wijziging of aanvulling van de aan de vergunning verbonden voorschriften redelijkerwijs geen oplossing kan bieden.
6. Voor zover bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, kan de vergunning worden gewijzigd.
7. Op de voorbereiding van een intrekking of wijziging als bedoeld in het vijfde lid, respectievelijk het zesde lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) niet van toepassing.
##### Artikel 9.2.2.4
Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), wijst Onze Minister de instantie aan, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een zodanige keuring plaatsheeft.
##### Artikel 9.2.2.5
Indien toepassing wordt gegeven aan [artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kan tevens worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, preparaten, genetisch gemodificeerde organismen of producten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, preparaten, organismen of producten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die deze stoffen, preparaten, organismen of producten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.
##### Artikel 9.2.2.6
1. Indien de verwachte of gebleken effecten van stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen op de gezondheid van de mens of op het milieu het stellen van regels als bedoeld in [artikel 9.2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk maken en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur krachtens dat artikel niet kan worden afgewacht, kan hij een besluit nemen van de in dat lid bedoelde strekking. Onze Minister neemt een zodanig besluit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich daartegen naar zijn oordeel verzet. De [artikelen 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
##### Artikel 9.2.2.7
1. Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het krachtens [artikel 9.2.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.1&artikel=9.2.1.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen de voorschriften worden verbonden, die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk zijn.
3. Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld eerste lid, zijn [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) en [afdeling 13.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01) van toepassing.
4. Een ontheffing kan door Onze Minister worden gewijzigd of ingetrokken, indien dat in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk is.
#### § 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
##### Artikel 9.2.3.1
1. Degene die een stof of preparaat aan een ander ter beschikking stelt of in Nederland invoert, behorende tot een of meer van de in het tweede lid aangewezen categorieën, draagt er zorg voor dat die stof of dat preparaat bij de aflevering en bij het ter aflevering voorhanden hebben is verpakt en op de verpakking is aangeduid overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen van deze paragraaf.
2. De in het eerste lid bedoelde categorieën zijn:
- a. de categorie ontplofbaar;
- b. de categorie oxiderend;
- c. de categorie zeer licht ontvlambaar;
- d. de categorie licht ontvlambaar;
- e. de categorie ontvlambaar;
- f. de categorie zeer vergiftig;
- g. de categorie vergiftig;
- h. de categorie schadelijk;
- i. de categorie bijtend;
- j. de categorie irriterend;
- k. de categorie sensibiliserend;
- l. de categorie kankerverwekkend;
- m. de categorie mutageen;
- n. de categorie voor de voortplanting vergiftig;
- o. de categorie milieugevaarlijk.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de criteria en methoden aangewezen volgens welke wordt bepaald of een stof of preparaat behoort tot een categorie als bedoeld in het tweede lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van stoffen of preparaten waarvan nog niet is bepaald in hoeverre zij behoren tot een of meer van de in het tweede lid bedoelde categorieën.
##### Artikel 9.2.3.2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van stoffen en preparaten waarin daarbij aangewezen stoffen voorkomen, alsmede met betrekking tot de aanduiding van producten waarin daarbij aangewezen stoffen of preparaten voorkomen. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden in daarbij aangewezen gevallen.
##### Artikel 9.2.3.3
1. De verpakking en sluiting die een stof of preparaat als bedoeld in [artikel 9.2.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of een genetisch gemodificeerd organisme rechtstreeks omsluiten, zijn:
- a. zodanig dat ongewild verlies van de inhoud niet kan plaatsvinden,
- b. vervaardigd van materiaal dat niet door de stof, het preparaat of het organisme kan worden aangetast, noch hiermee een gevaarlijke reactie kan aangaan of een gevaarlijke verbinding kan vormen, en
- c. zodanig dat zij niet kunnen losraken en tegen normale behandeling bestand zijn.
2. Indien de verpakking is voorzien van een sluiting die meermalen kan worden gebruikt, zijn de verpakking en sluiting zodanig dat de verpakking meermalen opnieuw kan worden afgesloten zonder dat ongewild verlies van de inhoud plaatsvindt.
3. In afwijking van het eerste lid, onder a, mogen aan de verpakking, indien nodig, een of meer ontluchtingsventielen of andersoortige veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de verpakking en sluiting regels worden gesteld. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden voor daarbij aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of categorieën daarvan of in daarbij aangewezen gevallen.
##### Artikel 9.2.3.4
1. Het aanbevelen of aanprijzen van een stof of preparaat, behorende tot een of meer van de in [artikel 9.2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), bedoelde categorieën, zonder vermelding van de categorie of categorieën waartoe die stof of dat preparaat behoort, is verboden.
2. Het aanduiden van een stof, preparaat of genetisch gemodificeerd organisme op een wijze die misleidend is ten aanzien van de effecten daarvan op de gezondheid van de mens of op het milieu of ten aanzien van het krachtens [artikel 9.2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01) of [9.2.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.2&artikel=9.2.2.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01) bepaalde, is verboden.
##### Artikel 9.2.3.5
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangewezen gevallen de [artikelen 9.2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn:
- a. ter uitvoering van een krachtens het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Unie tot stand gekomen bindende regeling of
- b. indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
2. Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de [artikelen 9.2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.1&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [9.2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en [9.2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&paragraaf=9.2.3&artikel=9.2.3.4&z=2008-06-01&g=2008-06-01) geregelde onderwerpen.
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
#### § 12.3.3. PRTR
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
##### Artikel 15.42
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder «stortplaats», «gesloten stortplaats» en «bedrijfsgebonden stortplaats» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in titel 8.3.
##### Artikel 15.43
Deze titel is niet van toepassing op stortplaatsen waar baggerspecie is gestort en die worden gedreven of mede worden gedreven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
##### Artikel 15.44
1. Provinciale staten stellen een heffing in ter bestrijding van de kosten die gemoeid zullen zijn met:
- a. de in artikel 8.49 bedoelde zorg voor de in de betrokken provincie gelegen stortplaatsen;
- b. een voor de betrokken provincie geldende verplichting tot afdracht aan een fonds als bedoeld in [artikel 15.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. de door de provincie uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten vóór 1 september 1996 is beëindigd, en het onderzoek naar en systematische controle van aanwezigheid, aard en omvang van eventuele verontreiniging aldaar.
2. De in het eerste lid bedoelde heffing kan mede betrekking hebben op de kosten die gemoeid zullen zijn met de dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
3. Met betrekking tot de heffing en invordering zijn de [artikelen 227](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=227) tot en met [232h van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=232h) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.45
1. De heffing wordt geheven van degene die een stortplaats drijft.
2. Het bedrag van de heffing wordt zodanig vastgesteld dat uit de opbrengst van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten de kosten kunnen worden bestreden, die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het in [artikel 8.49, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde nazorgplan waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd, of, indien geen nazorgplan geldt, de in [artikel 8.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde zorg voor die stortplaats. Indien na de vaststelling blijkt dat de opbrengst van de heffing hoger dan wel lager is dan het bedrag dat nodig is om de kosten te bestrijden die naar verwachting met die zorg van die stortplaats gemoeid zullen zijn, kan het bedrag van de heffing opnieuw worden vastgesteld. Het reeds betaalde bedrag van de heffing wordt hierop in mindering gebracht.
3. In afwijking van het tweede lid kan de heffing terzake van de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in de betrokken provincie worden vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen die op de stortplaats zijn afgegeven. Het bedrag wordt zodanig vastgesteld dat uit het totaal van de opbrengsten van de heffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten voor de niet-bedrijfsgebonden stortplaatsen in die provincie de kosten kunnen worden bestreden die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de zorg voor die stortplaatsen. De kosten, bedoeld in [de tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden berekend met inachtneming van de voor die stortplaatsen geldende nazorgplannen waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd.
4. Het derde lid is niet van toepassing op stortplaatsen waar baggerspecie is gestort.
##### Artikel 15.46
1. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat degenen die een stortplaats drijven, waarop [artikel 15.45, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet van toepassing is, financiële zekerheid stellen voor het nakomen van de krachtens [de artikelen 15.44, eerste lid, onder a, en 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voor hen geldende verplichting. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven het bedrag waarvoor de zekerheid ten hoogste in stand moet worden gehouden.
2. De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt op het tijdstip waarop een bedrag aan heffing, als bedoeld in [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is betaald, voor zover het betreft het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag dat is betaald.
3. Gedeputeerde staten kunnen verhaal nemen op de gestelde zekerheid, voor zover degene die de zekerheid heeft gesteld, het bedrag van de heffing, zoals dat is vastgesteld ingevolge [artikel 15.45, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet tijdig heeft betaald.
4. Met betrekking tot de invordering van het ingevolge het derde lid te verhalen bedrag is [artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:26) van overeenkomstige toepassing.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld.
##### Artikel 15.47
1. Gedeputeerde staten van een provincie richten voor hun provincie een fonds op, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten van verschillende provincies gezamenlijk voor hun provincies een fonds als bedoeld in het eerste lid oprichten.
3. Een fonds is rechtspersoon.
4. Gedeputeerde staten van de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies zijn belast met het beheer van het in hun provincie, onderscheidenlijk provincies werkzame fonds.
5. Een fonds ontvangt jaarlijks:
- a. de opbrengst van de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde heffing, verminderd met het bedrag ter bestrijding van de kosten in verband met de in [artikel 15.44, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde handelingen en met het gedeelte van de heffingen, bedoeld in [artikel 15.48, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. de bedragen die ingevolge [artikel 15.46, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden verhaald;
- c. rentebaten en beleggingsopbrengsten die via het fonds zijn verkregen;
- d. het batig saldo van de laatstelijk afgesloten rekening van het fonds.
6. Een fonds is gerechtigd ook andere bedragen, bestemd voor de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde zorg, dan die, bedoeld in het vijfde lid, in ontvangst te nemen.
7. Uit het fonds worden uitsluitend bestreden de kosten die:
- a. worden gemaakt in verband met de uitvoering van de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde zorg met betrekking tot gesloten stortplaatsen in de betrokken provincie of provincies;
- b. zijn verbonden aan de werkzaamheden van het fonds dat in de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies werkzaam is;
- c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), doch slechts voor zover de in [artikel 15.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde heffing mede op deze kosten betrekking heeft.
8. Onder de kosten, bedoeld in het zevende lid, worden niet begrepen de kosten die in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen door de betrokken provincie, onderscheidenlijk provincies worden gemaakt ten behoeve van haar bestuurlijk apparaat.
##### Artikel 15.48
1. Gedeputeerde staten van provincies kunnen gezamenlijk een fonds oprichten ter dekking van grote financiële risico's in verband met de in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde zorg voor gesloten stortplaatsen.
2. Het in het eerste lid bedoelde fonds ontvangt jaarlijks van die provincies een door het bestuur van dat fonds te bepalen gedeelte van de aan die provincies afgedragen heffingen als bedoeld in [artikel 15.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. Van [artikel 15.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.47&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn het derde en vierde lid, alsmede het achtste lid, in verbinding met het zevende lid, onder b, van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15.49
1. Ter zake van door een stortplaats veroorzaakte schade, die bekend is geworden na het tijdstip waarop een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.47&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot die stortplaats is afgegeven, doet noch een provincie, noch het in deze titel bedoelde fonds een beroep op de aansprakelijkheid van degene die als laatste de stortplaats heeft gedreven op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176).
2. Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.47&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van [artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=176), kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is.
### Hoofdstuk 16. Financiële zekerheid
##### Artikel 16.1
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
emissieverslag: verslag als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
jaarvracht: totale hoeveelheid van een emissie gedurende een kalenderjaar;
monitoringsplan: plan als bedoeld in [artikel 16.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
nationaal toewijzingsplan: plan als bedoeld in [artikel 16.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken;
planperiode: periode waarop een nationaal toewijzingsplan ingevolge [artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01), betrekking heeft;
projectactiviteit: project of activiteit als bedoeld in artikel 6 onderscheidenlijk artikel 12 van het Protocol van Kyoto;
register voor handel in broeikasgasemissierechten: register als bedoeld in [artikel 16.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.6&artikel=16.43&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
register voor handel in NOx-emissierechten: register als bedoeld in [artikel 16.58, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.58&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
verificateur: onafhankelijke deskundige als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
verificatie: beoordeling als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
verkoopplafond: het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in [artikel 16.49, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas in de lucht veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas in de lucht;
kalenderjaar: jaar als bedoeld in artikel 2, onder y, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
3. Voor de toepassing van [titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de daarop berustende bepalingen wordt onder NOx-installatie verstaan: vaste technische eenheid die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaakt en die behoort tot een categorie die bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen.
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
##### Artikel 17.1
Indien zich in een inrichting een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, treft degene die de inrichting drijft, onmiddellijk de maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken.
##### Artikel 17.2
1. Degene die een inrichting drijft, waarin zich een voorval, als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voordoet of heeft voorgedaan, meldt dat voorval zo spoedig mogelijk aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht dan wel, in andere gevallen, aan burgemeester en wethouders.
2. Hij verstrekt dat bestuursorgaan tevens, zodra zij bekend zijn, de gegevens met betrekking tot:
- a. de oorzaken van het voorval en de omstandigheden waaronder het voorval zich heeft voorgedaan;
- b. de ten gevolge van het voorval vrijgekomen stoffen, alsmede hun eigenschappen;
- c. andere gegevens die van belang zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor het milieu van het voorval te kunnen beoordelen;
- d. de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de gevolgen van het voorval te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;
- e. de maatregelen die worden overwogen om te voorkomen dat een zodanig voorval zich nogmaals kan voordoen.
3. Het bestuursorgaan dat een melding als bedoeld in het eerste of tweede lid ontvangt, geeft van die melding en de daarbij verstrekte gegevens onverwijld kennis aan:
- a. de burgemeesters van de betrokken gemeenten;
- b. de inspecteur;
- c. de commissarissen van de Koningin in de betrokken provincies in de gevallen dat de gevolgen van het voorval zich voordoen dan wel kunnen voordoen buiten de grenzen van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen;
- d. gedeputeerde staten van de betrokken provincie in de gevallen dat het voorval verontreiniging of aantasting van de bodem tot gevolg heeft;
- e. andere bestuursorganen of overheidsdiensten, die direct belang hebben bij een onverwijlde mededeling.
##### Artikel 17.3
Het bevoegd gezag ziet er op toe dat de nodige gegevens worden verzameld om een ongewoon voorval, als bedoeld in [artikel 17.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), te analyseren en de oorzaken ervan te achterhalen. Om herhaling te voorkomen wijzigt het zo nodig de vergunning met toepassing van de [artikelen 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of doet het zo mogelijk daarop gerichte aanbevelingen.
##### Artikel 17.4
1. Indien dat door een ongewoon voorval nodig is, kunnen in het belang van de bescherming van het milieu een of meer van de volgende verplichtingen of het volgende verbod worden opgelegd aan degene bij wie afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, die zijn aangewezen in de daartoe strekkende beschikking:
- a. een verplichting die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden;
- b. een verplichting die afvalstoffen gescheiden af te geven, wanneer zij zich daarvan ontdoen;
- c. een verplichting die afvalstoffen ter plaatse waar zij zijn ontstaan, op een bij de beschikking aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
- d. een verbod die afvalstoffen langer onder zich te houden dan gedurende een bij de beschikking aangegeven termijn;
- e. een verplichting die afvalstoffen af te geven aan een persoon behorende tot een bij de beschikking aangewezen categorie, of te brengen naar een daartoe aangewezen plaats.
2. Een verplichting of verbod als bedoeld in het eerste lid, kan worden opgelegd:
- a. voor zover de verplichting of het verbod betrekking heeft op een inrichting: door het bestuursorgaan dat ingevolge [artikel 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet het bevoegd gezag is ten aanzien van de vergunning voor de inrichting, of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), door het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in [artikel 8.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan of, in andere gevallen, door burgemeester en wethouders;
- b. in andere gevallen: door gedeputeerde staten.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, kan bij zijn beschikking aangeven binnen welke termijn en op welke wijze de verplichting moet worden uitgevoerd.
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
## Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
##### Artikel 17.7
Deze titel is van toepassing op:
- a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door:
- 1°. activiteiten als bedoeld in bijlage III bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid;
- 2°. andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten;
- b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats of een onmiddellijke dreiging daarvan die wordt veroorzaakt door een andere activiteit dan bedoeld onder a, onderdeel 1°, indien degene die de activiteit verricht schuld of nalatigheid kan worden verweten.
##### Artikel 17.8
In afwijking van [artikel 17.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.7&z=2008-06-01&g=2008-06-01) is deze titel niet van toepassing op:
- a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan ten gevolge van:
- 1°. een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog of oproer;
- 2°. een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is;
- 3°. een gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage IV bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen, waaraan Nederland gebonden is;
- 4°. nucleaire risico’s of een activiteit waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is;
- 5°. een activiteit of gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage V bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen;
- 6°. een activiteit die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dient, of
- 7°. een activiteit die uitsluitend tot doel heeft bescherming te bieden tegen natuurrampen;
- b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats bestaande uit de vooraf vastgestelde negatieve effecten van activiteiten waarvoor door het bevoegd gezag vergunning is verleend:
- 1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, of,
- 2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten of habitats, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=3), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=4) en [5 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=5) of de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=10) en [10a van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=10a);
- c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis:
- 1°. die voor 30 april 2007 heeft plaatsgevonden,
- 2°. die na 30 april 2007 heeft plaatsgevonden, indien de schade het gevolg is van een specifieke activiteit die heeft plaatsgevonden en is beëindigd voor die datum, of
- 3°. die meer dan 30 jaar geleden heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 17.9
1. Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht binnen een inrichting of in het kader van het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting, is het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), het bevoegd gezag.
2. In afwijking van het eerste lid is het bevoegd gezag, indien de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan geheel of in hoofdzaak betrekking heeft op wateren, het bestuursorgaan waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
3. Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht buiten een inrichting is het bevoegd gezag voor zover de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan betrekking heeft op:
- a. de bodem: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 95, derde en vierde lid, van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=95);
- b. beschermde soorten: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 112 van de Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640&artikel=112);
- c. natuurlijke habitats: het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=16), [19d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19d) of [57 van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=57);
- d. wateren: het bestuursorgaan, waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
4. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is Onze Minister het bevoegd gezag, indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, betrekking heeft op genetisch gemodificeerde organismen.
5. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, of bij of krachtens deze of een andere wet aan een ander bestuursorgaan bevoegdheden zijn toegekend, wordt tussen deze bestuursorganen tijdig overleg gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten of de te treffen maatregelen te bevorderen. De bestuursorganen stemmen onderling af welk orgaan zich met de coördinatie belast.
6. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 17.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.15&z=2008-06-01&g=2008-06-01), gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.
7. Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan bij of krachtens deze of een andere wet aan het bevoegd gezag bevoegdheden zijn toegekend, geeft het bevoegd gezag onverminderd die bevoegdheden toepassing aan deze titel en draagt het er zorg voor dat, voor zover het ook uitvoering geeft aan bedoelde bevoegdheden, er geen strijd ontstaat met het bepaalde bij of krachtens deze titel.
##### Artikel 17.10
1. Het bevoegd gezag kan degene die een activiteit verricht, waardoor zich milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan voordoet:
- a. verplichten informatie te verstrekken over een onmiddellijke dreiging van milieuschade of in gevallen waarin een dergelijke dreiging vermoed wordt;
- b. verplichten aanvullende gegevens te verstrekken over elke milieuschade die zich heeft voorgedaan;
- c. verplichten de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen;
- d. instructies geven met betrekking tot de maatregelen, bedoeld onder c.
2. Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in [artikel 17.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
3. Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder c, of tweede lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 17.11
De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de activiteit wordt verricht of waar de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan zich voordoet, is verplicht te gedogen dat preventieve of herstelmaatregelen als bedoeld in deze titel worden getroffen, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
##### Artikel 17.12
1. Indien door een activiteit een onmiddellijke dreiging van milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige preventieve maatregelen.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. Wanneer de onmiddellijke dreiging van milieuschade ondanks de in het eerste lid bedoelde preventieve maatregelen niet is beëindigd, verstrekt degene die de activiteit verricht aanvullende informatie over de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
4. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen.
5. Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), in de gelegenheid hun zienswijze, respectievelijk advies uit te brengen over het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.
6. Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing, bedoeld in het vierde lid, de naar voren gebrachte zienswijzen en houdt bij die beslissing rekening met de uitgebrachte adviezen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01).
##### Artikel 17.13
1. Indien door een activiteit milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht elke haalbare maatregel om de betrokken verontreinigende stoffen of andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen, teneinde verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies te voorkomen of te beperken.
2. Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. [Artikel 17.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), alsmede in het geval de milieuschade zich voordoet of kan voordoen buiten de grenzen van Nederland Onze Minister.
4. Onze Minister informeert na ontvangst van de informatie als bedoeld in het derde lid de regering van het betrokken land of een door die regering aan te wijzen autoriteit of instantie.
5. Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. [Artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. Degene die de activiteit verricht, stelt in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid potentiële herstelmaatregelen vast en legt die aan het bevoegd gezag ter instemming voor.
##### Artikel 17.14
1. Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. [Artikel 17.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. [Artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in [artikel 17.13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.
4. Indien zich meerdere gevallen van milieuschade voordoen en de nodige herstelmaatregelen niet gelijktijdig kunnen worden getroffen, beslist het bevoegd gezag welke schade het eerst wordt hersteld.
5. Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is [artikel 17.12, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.15
1. Belanghebbenden, alsmede de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in [artikel 17.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1&artikel=17.2&z=2008-06-01&g=2008-06-01), kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het bevoegd gezag verzoeken een beschikking tot het treffen van maatregelen als bedoeld in [artikel 17.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), te geven.
2. Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan [artikel 17.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [artikel 17.13, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.13&z=2008-06-01&g=2008-06-01), of [artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.2&artikel=17.14&z=2008-06-01&g=2008-06-01). De [artikelen 18.8a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8a&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [18.8b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8b&z=2008-06-01&g=2008-06-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.16
1. Degene die de activiteit verricht waardoor milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen, tenzij hij bewijst dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan:
- a. ondanks door hem getroffen passende veiligheidsmaatregelen door een derde is veroorzaakt, of
- b. het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een bestuursorgaan, niet zijnde een opdracht of instructie naar aanleiding van een emissie of gebeurtenis die door hemzelf is veroorzaakt.
2. In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. [Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:26) is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan afzien van kostenverhaal indien:
- a. de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag, of
- b. niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht.
4. Terzake van herstelmaatregelen die uit hoofde van deze titel zijn genomen, kan het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk afzien van kostenverhaal, voor zover deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van degene die de activiteit verricht behoren te komen, indien degene die de activiteit verricht, bewijst dat
- a. hij niet in gebreke of nalatig is geweest, en
- b. de schade is veroorzaakt door een activiteit, emissie of gebeurtenis, die op het tijdstip dat deze plaatsvond:
- 1°. uitdrukkelijk was toegestaan op grond van en geheel in overeenstemming was met de aan een vergunning verbonden voorschriften, of
- 2°. op grond van de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis niet als schadelijk werd beschouwd.
##### Artikel 17.17
De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen verjaart door verloop van een periode van vijf jaar na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.
##### Artikel 17.18
Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 18 van de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid opgelegde verplichting tot verslaglegging. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
## Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 17.19
1. Indien stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen, dan wel handelingen daarmee, naar het oordeel van Onze Minister onduldbaar gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, kan hij, zo nodig met behulp van de sterke arm, alle maatregelen nemen die hij in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk acht.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen kunnen behoren:
- a. het geheel of gedeeltelijk stopzetten van het vervaardigen of in Nederland invoeren van stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- b. het in beslag nemen en, zo nodig, vernietigen van stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- c. het beletten dat bepaalde gebieden zonder toestemming van Onze Minister worden betreden of dat dieren, planten of goederen zonder zodanige toestemming daarbinnen of daarbuiten worden gebracht;
- d. het verwijderen van personen, dieren, planten of goederen uit bepaalde gebieden.
3. Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich naar zijn oordeel daartegen verzet. In laatstgenoemd geval onderwerpt Onze Minister de maatregel zo spoedig mogelijk aan het oordeel van de Raad van Ministers. Indien deze met de maatregel niet instemt, trekt Onze Minister hem terstond in.
4. Onze Minister geeft van een maatregel krachtens het eerste lid en van de intrekking daarvan kennis in de Staatscourant, alsmede op zodanige wijze dat de maatregel, onderscheidenlijk de intrekking daarvan, zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokkenen komt.
5. Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.1
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
overtreding: gedraging die in strijd is met het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bepaalde, [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of artikel 52, eerste lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten;
overtreder: de persoon die de overtreding pleegt of medepleegt;
bestuurlijke boete: bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, gericht op bestraffing van de overtreder;
dwangbevel: schriftelijk bevel van een bestuursorgaan dat ertoe strekt de betaling van een geldsom af te dwingen, voorzover de verplichting tot betaling van de geldsom uitsluitend aan dat bestuursorgaan voortvloeit uit een bij of krachtens deze wet gestelde regel;
onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan.
##### Artikel 18.2
1. Het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voor een inrichting te verlenen, dan wel ingevolge [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), het orgaan is waaraan de melding wordt gericht, dan wel, in andere gevallen, burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, heeft tot taak:
- a. zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de voorschriften die voor degene die de inrichting drijft, gelden op grond van:
- 1°. de betrokken wetten;
- 2°. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- 3°. de EG-verordening PRTR;
- b. andere gegevens dan die bedoeld in de [artikelen 8.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.12a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [8.14, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die eveneens van belang zijn met het oog op de onder a bedoelde taak, te verzamelen en te registreren;
- c. klachten, die betrekking hebben op de naleving van het met betrekking tot de inrichting bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, te behandelen.
2. Indien met betrekking tot een inrichting door het krachtens het eerste lid bevoegde bestuursorgaan een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van [artikel 18.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is gegeven en, nadat die beschikking is gegeven, voor deze inrichting als gevolg van een verandering daarvan of van de werking daarvan een ander bestuursorgaan bevoegd wordt de vergunning te verlenen dan wel het orgaan wordt waaraan de melding wordt gericht, blijft het bestuursorgaan dat de beschikking heeft gegeven, bevoegd met betrekking tot die beschikking totdat zij
- a. onherroepelijk is geworden en is tenuitvoergelegd, dan wel de dwangsom is ingevorderd, of
- b. is ingetrokken, dan wel de bij de beschikking opgelegde last overeenkomstig [artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:34) is opgeheven.
##### Artikel 18.2a
1. Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van [de artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens [de artikelen 10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. Onverminderd [artikel 18.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), heeft Onze betrokken Minister tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [11.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 18.3
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige handhaving regels gesteld.
2. Bij de maatregel worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de handhavingsbevoegdheden door de bestuursorganen die belast zijn met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten en van het toezicht op de naleving door de onder hun gezag werkzame toezichthouders.
3. Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de afstemming van de werkzaamheden van de bestuursorganen en toezichthouders, bedoeld in het tweede lid, op die van andere organen en ambtenaren, die belast zijn met de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde bij de maatregel.
##### Artikel 18.4
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde, zijn belast de bij besluit van Onze betrokken Minister aangewezen ambtenaren. Ambtenaren, ressorterende onder een ander dan zijn ministerie, wijst hij niet aan dan in overeenstemming met Onze Minister onder wiens ministerie zij ressorteren.
2. Voor de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze betrokken Minister, worden regels betreffende de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taak niet gesteld dan in overeenstemming met Onze betrokken Minister.
3. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde binnen hun ambtsgebied zijn eveneens belast de bij besluit van gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders of andere met de uitvoering van de betrokken wet belaste bestuursorganen aangewezen ambtenaren.
4. Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid kan Onze betrokken Minister gevallen of categorieën van gevallen aanwijzen met betrekking waartoe, in afwijking van het derde lid, bij zijn besluit aangewezen ambtenaren uitsluitend belast zijn met het toezicht op de naleving.
5. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
6. Van een besluit als bedoeld in het eerste en vijfde lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
##### Artikel 18.5
De krachtens [artikel 18.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangewezen ambtenaren zijn voor de vervulling van hun taak met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.
##### Artikel 18.6
Het bevoegd gezag is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](onbekend), voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens [artikel 18.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangewezen ambtenaren.
##### Artikel 18.7
Onze betrokken Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet in gevallen waarin:
- a. hem de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving daarvan is opgedragen of
- b. geen ander bestuursorgaan daartoe bevoegd is.
##### Artikel 18.8
Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens [artikel 18.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen of [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht.
##### Artikel 18.9
1. Een bestuursorgaan past geen bestuursdwang toe indien ter zake van de betrokken overtreding door een ander bestuursorgaan reeds een beschikking tot toepassing van bestuursdwang is gegeven en deze niet is ingetrokken.
2. Een bestuursorgaan legt geen last onder dwangsom op indien ter zake van de betrokken overtreding door een ander bestuursorgaan reeds een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom is gegeven en deze niet is ingetrokken.
##### Artikel 18.10
Het bestuursorgaan dat een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom heeft gegeven terzake van overtreding van [de artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van [artikel 13 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=13) of van het bepaalde bij of krachtens de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892), zendt onverwijld een afschrift van die beschikking aan de bestuursorganen die eveneens bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van die bepalingen.
##### Artikel 18.11
Indien een verzoek als bedoeld in [artikel 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:34) wordt gedaan, geeft het bestuursorgaan dat de last onder dwangsom heeft opgelegd, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken, de beschikking op het verzoek.
##### Artikel 18.12
1. Het ten aanzien van een vergunning of ontheffing bevoegde gezag kan de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien niet overeenkomstig die vergunning of ontheffing is of wordt gehandeld, dan wel indien aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of voor de houder van de vergunning of ontheffing als zodanig geldende algemene regels niet worden nageleefd.
2. Een vergunning of ontheffing, die betrekking heeft op het beheer van gevaarlijke afvalstoffen, dan wel van andere afvalstoffen die van elders afkomstig zijn, kan, voor zover zij het beheer van afvalstoffen betreft, tevens worden ingetrokken, indien op grond van [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voor de houder geldende voorschriften niet worden nageleefd.
3. Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die de betrokken persoon houdt, intrekken.
4. Het bevoegd gezag gaat niet tot intrekking als bedoeld in het eerste en tweede lid over dan nadat het de betrokkene de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de vergunning of ontheffing, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels, bedoeld in het eerste of tweede lid, na te leven.
##### Artikel 18.13
In een geval als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geeft het bevoegd gezag geen beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning dan na overleg met Onze Minister, voorzover het uitoefenen van die bevoegdheid verplichtingen betreft, die betrekking hebben op de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 18.14
1. Een belanghebbende kan aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
2. Op verzoek van Onze Minister geeft het bevoegd gezag een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning, indien in een geval als aangegeven krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01), het bij of krachtens deze wet met betrekking tot de continuïteit of de capaciteit, bedoeld in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bepaalde niet wordt nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister een termijn bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan.
##### Artikel 18.14a
1. Indien een overeenkomstig [artikel 18.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gedaan verzoek betrekking heeft op [de artikelen 1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of 10.54, op [artikel 13 van de Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994&artikel=13) of op het bepaalde bij of krachtens de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892), geeft het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, een beschikking op het verzoek.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. een ander bestuursorgaan dat eveneens bevoegd is tot handhaving, schriftelijk heeft verklaard het verzoek in behandeling te willen nemen, en
- b. het bestuursorgaan waarbij het verzoek tot toepassing van bestuursdwang is ingediend, daarop het verzoek binnen twee weken na de datum waarop het is ontvangen, heeft doorgezonden aan dat andere bestuursorgaan.
3. In een geval als bedoeld in het tweede lid:
- a. deelt het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend, onverwijld aan de afzender mede dat zijn verzoek is doorgezonden;
- b. geeft het bestuursorgaan waaraan het verzoek is doorgezonden, een beschikking op het verzoek.
##### Artikel 18.15
Het bestuursorgaan zendt een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, tot oplegging van een last onder dwangsom of tot intrekking van zodanige beschikkingen dan wel van de beschikking tot intrekking van een vergunning of ontheffing aan:
- a. de inspecteur, in gevallen waarin de beschikking betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens [artikel 8.7, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, en
- b. de andere adviseurs.
##### Artikel 18.16
1. De beschikking op een overeenkomstig [artikel 18.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gedaan verzoek wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk:
- a. indien het verzoek overeenkomstig [artikel 18.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.14a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is doorgezonden: zes weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen door het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend;
- b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.
2. Indien het verzoek wordt ingewilligd, voegt het bestuursorgaan bij de bekendmaking van de beschikking aan de verzoeker een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning of ontheffing.
##### Artikel 18.17
1. Een overheidslichaam kan - behoudens matiging door de rechter - de te zijnen laste komende kosten van het beheer van afvalstoffen ten aanzien waarvan in strijd is gehandeld met het bij of krachtens deze wet bepaalde, verhalen op degene door wiens onrechtmatige daad die kosten zijn veroorzaakt, of op degene die anderszins krachtens burgerlijk recht buiten overeenkomst aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan.
2. Een overheidslichaam kan in een geval als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking, de daar bedoelde kosten verhalen op degene die door het beheer van de betrokken afvalstoffen ongerechtvaardigd wordt verrijkt.
3. Voor de toepassing van [dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet vereist dat op het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde handeling met de in dat lid bedoelde afvalstoffen zich heeft voorgedaan, reeds jegens de overheid onrechtmatig werd gehandeld.
##### Artikel 18.18
Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens deze wet verleende vergunning of ontheffing, is verboden.
##### Artikel 18.19
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid
##### Artikel 19.1
Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2005-02-05&g=2005-02-05) waarop [afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.5) van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel [afdeling 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.5) of [artikel 3:44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) of [7:4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:4) ter inzage dienden te worden gelegd.
##### Artikel 19.2
1. In het geval van een gebeurtenis waardoor een onmiddellijke bedreiging van het leven of de gezondheid van personen, van het milieu of van grote materiële belangen is ontstaan, verstrekken burgemeester en wethouders voorzover deze informatie niet reeds ingevolge [artikel 10b van de Wet rampen en zware ongevallen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003765&artikel=10b) of een ander wettelijk voorschrift moet worden verstrekt, aan de personen die getroffen kunnen worden, terstond op passende wijze alle informatie over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en beperking van de bedreiging en de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen en de daartoe door die personen te volgen gedragslijn.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de gevallen waarin ingevolge het eerste lid informatie wordt verstrekt, over de inhoud van de te verstrekken informatie en over de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
##### Artikel 19.3
1. Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de belanghebbende toestaan dat deze ten behoeve van de openbaarmaking een, door het bevoegd gezag goedgekeurde, tweede tekst overlegt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. Het bevoegd gezag maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet kunnen ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie gegevens worden aangewezen waarvoor de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid eveneens geldt.
2. Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), onderscheidenlijk [artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), wordt op aanwijzing van Onze betrokken Minister ten behoeve van de openbaarmaking een tweede tekst overgelegd, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
##### Artikel 19.4
1. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vult de verzoeker, indien een tweede tekst naar het oordeel van het bevoegd gezag niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
2. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan [artikel 19.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vult Onze betrokken Minister, indien een tweede tekst naar zijn oordeel niet voldoende gegevens zou verschaffen voor een goede beoordeling van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, een ander stuk in samenhang waarmee het stuk wordt ingediend, het ontwerp van het besluit of het besluit, de stukken zoveel mogelijk aan met andere gegevens die voor die beoordeling bevorderlijk kunnen zijn.
3. Op de tweede tekst stelt het bevoegd gezag een aantekening waaruit blijkt dat die tekst dient ter vervanging van de oorspronkelijke tekst waarin gegevens voorkomen, waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd onderscheidenlijk geboden is. Indien het eerste of tweede lid toepassing heeft gevonden, vermeldt de aantekening tevens dat de stukken zijn aangevuld met gegevens als in die leden bedoeld.
##### Artikel 19.5
1. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. Van de beslissing wordt mededeling gedaan aan de betrokken bestuursorganen. Indien het verzoek in het kader van de toepassing van [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is gedaan en betrekking heeft op een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan waarover de commissie overeenkomstig [artikel 7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-05-01&g=2008-05-01) om advies moet worden gevraagd, dan wel op een besluit als bedoeld in [artikel 7.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt van de beslissing tevens mededeling gedaan aan de Commissie voor de milieu-effectrapportage.
2. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het een besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is gedaan, schort het bevoegd gezag de verdere behandeling van de aanvraag op totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. De krachtens de [artikelen 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) en [4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) en [de artikelen 7.5, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [13.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [13.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) geldende termijnen lopen niet zolang de behandeling is opgeschort.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding in het kader van de toepassing van [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [3.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.6) indien het geen besluit op aanvraag betreft of van [paragraaf 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is gedaan, laat het bevoegd gezag de openbaarmaking van het stuk waarop het verzoek betrekking heeft, achterwege totdat, indien het verzoek wordt toegestaan, de tweede tekst is overgelegd en de stukken zijn aangevuld met de in [artikel 19.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde gegevens, dan wel, indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
##### Artikel 19.6
Vervallen
##### Artikel 19.7
1. Indien in een milieuverslag als bedoeld in [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bestuursorgaan, bedoeld in [artikel 12.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), eerste onderscheidenlijk tweede volzin, op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door dat bestuursorgaan goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuursorgaan maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd.
2. Indien in een milieuverslag als bedoeld in [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van [artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), onderscheidenlijk [artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10), wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van Onze betrokken Minister opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid.
3. [De artikelen 19.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [19.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag.
4. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, kan openbaarmaking van het betrokken milieuverslag achterwege blijven tot uiterlijk vier weken nadat op dat verzoek onherroepelijk is beslist.
5. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een verslag als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
6. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een milieuverslag als bedoeld in [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of die uit zodanig verslag kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
##### Artikel 20.1
1. Tegen een besluit op grond van deze wet - met uitzondering van een besluit ten aanzien waarvan op grond van deze wet een andere beroepsgang is opengesteld - of een van de in het derde lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2. De Afdeling beslist op een beroep als bedoeld in het eerste lid, binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01), binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit.
3. De in het eerste lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen zijn:
de [artikelen 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=34) en [40 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40),
[hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&hoofdstuk=VIIa),
de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402),
de [Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227),
de [Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406),
de [Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731),
de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682),
de [Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975),
de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892),
de [Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994),
de [Wet bescherming Antarctica](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009449),
de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en
de [artikelen 125 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=125), [122 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=122), [61 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=61) en [5:32 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de wetten waarop [hoofdstuk 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet van toepassing is.
4. Het beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan uitsluitend worden ingesteld door een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de wijzigingen die ten opzichte van het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit zijn aangebracht. [Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:13) is van overeenkomstige toepassing.
5. In afwijking van [artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7) bedraagt de termijn voor het instellen van beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vier weken.
6. In afwijking van [artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:19) wordt het beroep tegen het nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geacht mede gericht te zijn tegen het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
7. Tegen een besluit op grond van [artikel 18.16a, eerste, tweede of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage.
##### Artikel 20.2
1. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit:
- a. inzake een milieubeleidsplan, genomen krachtens de [artikelen 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.5a&artikel=4.15a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. inzake een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of een instemming als bedoeld in [artikel 5.12, dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. inzake een afvalbeheersplan, genomen krachtens [artikel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- d. inzake een nationaal toewijzingsplan, genomen krachtens [artikel 16.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- e. inzake de toewijzing van broeikasgasemissierechten, genomen krachtens [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke inrichting.
2. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking:
- a. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 5.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.6&artikel=5.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- b. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.1&artikel=8.27&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- c. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 8.31a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.31a&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- d. inzake een verklaring als bedoeld in [artikel 8.36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36a&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- e. houdende een verzoek als bedoeld in [artikel 8.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- f. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in [artikel 11.2, derde lid, onderdeel b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- g. houdende een verzoek als bedoeld in [artikel 17.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- h. houdende een aanwijzing als bedoeld in [artikel 18.3d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3d&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [18.3f, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3f&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- i. houdende een aanwijzing van Onze Minister met toepassing van [artikel 18.3f, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3f&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- j. houdende een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in [artikel 18.3e, eerste lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3e&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- k. houdende een vordering als bedoeld in [artikel 18.8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8a&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- l. inhoudende een aanmaning als bedoeld in [artikel 18.16m, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16m&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of
- l. inhoudende een dwangbevel als bedoeld in [artikel 18.16n, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16n&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder a, c, d, e of f, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag.
4. In afwijking van [artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:8) vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig [artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) ter inzage is gelegd.
##### Artikel 20.3
1. Een besluit als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift dan wel, indien ingevolge [artikel 7:1, eerste lid, onder **d**, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:1) geen bezwaar kan worden gemaakt, van een beroepschrift. Indien gedurende die termijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dan wel, in een geval waarin [artikel 20.1, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van toepassing is, de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
2. Indien het gebruik maken van een besluit als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voordat op een beroep is beslist, wegens de daaraan verbonden kosten, dan wel wegens de daardoor veroorzaakte wijziging in feitelijke omstandigheden die bij de beslissing op het beroep een rol kunnen spelen, aanmerkelijke invloed kan hebben op die beslissing, wordt een zodanige voorlopige voorziening getroffen dat die invloed zich niet kan voordoen.
##### Artikel 20.4
[Artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing op besluiten:
- a. houdende vergunning of bezwaren krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. krachtens de [artikelen 18.3e, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3e&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [18.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [18.8a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van deze wet, de [artikelen 125 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=125), [122 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=122), [61 van de Waterschapswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005108&artikel=61) en [5:32 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de wetten waarop [hoofdstuk 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van toepassing is.
##### Artikel 20.5
In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kan het in afwijking van [artikel 20.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in het besluit bepalen dat het terstond in werking treedt.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
##### Artikel 20.6
1. Deze paragraaf is van toepassing op het beroep tegen besluiten als bedoeld in [artikel 20.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is.
2. [Artikel 20.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing op een besluit als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 20.7
Vervallen
##### Artikel 20.8
In afwijking van [artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), treedt een besluit als bedoeld in [artikel 20.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.2&artikel=20.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in gevallen als bedoeld in [artikel 8.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), - waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting, dat tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181) - niet eerder in werking dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend.
##### Artikel 20.9
Indien in een geval als bedoeld in [artikel 8.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.2&artikel=8.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01) ingevolge [dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&z=2008-05-01&g=2008-05-01) beroep is ingesteld tegen een beschikking op de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning krachtens [artikel 7 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=7) en krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [artikel 8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet een daarmee samenhangende beschikking is gegeven, kan de uitspraak in beroep ook op de laatstbedoelde beschikking betrekking hebben.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
##### Artikel 20.10
Vervallen
##### Artikel 20.11
Vervallen
##### Artikel 20.12
Vervallen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
##### Artikel 20.13
Vervallen
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
##### Artikel 20.14
1. Onze Minister is gemachtigd namens de Staat tot oprichting over te gaan van een stichting die tot doel heeft de taak te verrichten bedoeld in [artikel 20.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.3&artikel=20.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Wijziging van de statuten van de stichting, dan wel ontbinding van de stichting behoeft de toestemming van Onze Minister. Alvorens te beslissen over de toestemming, hoort Onze Minister de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3. De statuten van de stichting waarborgen dat de stichting haar werkzaamheden onpartijdig en onafhankelijk verricht.
##### Artikel 20.15
De stichting heeft tot taak aan de administratieve rechter op diens verzoek deskundigenbericht uit te brengen inzake beroepen op grond van [artikel 20.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet. Op verzoek van de administratieve rechter brengt de stichting tevens deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten, voor zover het onderwerpen betreft die samenhangen met aspecten van het milieubeheer waarvoor Onze Minister verantwoordelijk is.
##### Artikel 20.16
De personen die deel uitmaken van de organen van de stichting, en het personeel van de stichting vervullen geen functies en betrekkingen, waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de stichting dan wel van het vertrouwen daarin.
##### Artikel 20.17
1. Indien met toepassing van [artikel 20.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.3&artikel=20.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01) een stichting is opgericht, verstrekt Onze Minister aan de stichting subsidie overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede taakuitoefening.
2. [Artikel 8:36, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:36) is niet van toepassing.
##### Artikel 20.18
Vervallen
##### Artikel 20.19
Vervallen
##### Artikel 20.20
Vervallen
##### Artikel 20.21
Vervallen
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2008-06-01&g=2008-06-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-06-01&g=2008-06-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.1
1. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en ieder Onzer betrokken Ministers doen jaarlijks verslag aan onderscheidenlijk de gemeenteraad, provinciale staten en de Staten-Generaal over hun beleid met betrekking tot de uitvoering van [de hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [paragraaf 14.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet. Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten zenden het verslag gelijktijdig met de aanbieding aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten, aan de inspecteur.
2. Zij vermelden in hun verslag in ieder geval:
- a. het aantal malen dat in de periode waarop het verslag betrekking heeft, de termijnen zijn overschreden, die ingevolge [artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18) alsmede [artikel 13.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gelden voor het geven van de beschikking, de oorzaken daarvan en de maatregelen die zij hebben getroffen of zullen treffen om het overschrijden van die termijnen zo veel mogelijk te voorkomen;
- b. afzonderlijk de wijze waarop zij de in het eerste lid genoemde hoofdstukken van deze wet hebben uitgevoerd ten aanzien van inrichtingen die geheel of gedeeltelijk gedreven worden door onderscheidenlijk de betrokken gemeente, de betrokken provincie of het rijk.
3. Gevallen ten aanzien waarvan [artikel 13.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&artikel=13.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is toegepast, worden in het verslag van Onze Minister niet vermeld.
##### Artikel 21.2
1. Onze Minister zendt - voor zover het betreft het ambtsterrein van één of meer Onzer andere Ministers, in overeenstemming met die Ministers - binnen drie jaar na het in werking treden van deze wet, en vervolgens telkens om de vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop zij is toegepast.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Deze regelen kunnen voor daarbij aangewezen bestuursorganen de verplichting inhouden jaarlijks op de daarbij aangegeven wijze de gegevens te verstrekken, die voor de opstelling van het in het eerste lid bedoelde verslag nodig zijn.
##### Artikel 21.3
1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. De [artikelen 5:13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:13), [5:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15), [5:16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:16), [5:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:17) en [5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
##### Artikel 21.4
Vervallen
##### Artikel 21.5
Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken van een gemeente of provincie, worden, voor zover nodig, bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de bestuursorganen die de in deze wet vervatte bevoegdheden uitoefenen en ten aanzien van de bestuursorganen die bij die uitvoering dienen te worden betrokken.
##### Artikel 21.6
1. Bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet wordt rekening gehouden met het geldende nationale milieubeleidsplan.
2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en, voorzover het de strafrechtelijke handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de andere in [artikel 18.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.1a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde wetten, Onze Minister van Justitie.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [paragraaf 14.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=14&paragraaf=14.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [de artikelen 12.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) Ons mede door hem gedaan.
4. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.1&artikel=1.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [5.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.20, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.49, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.22&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.30, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.30&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.54, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.62&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.12, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [12.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.4&artikel=12.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [15.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.3&artikel=15.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [15.32, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.8&artikel=15.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [15.46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [16.53, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01), dan wel [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
5. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Een krachtens [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
6. Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, wordt in afwijking daarvan bij ministeriële regeling geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Indien wijziging van een algemene maatregel van bestuur noodzakelijk is, wordt daarvan, gelijktijdig met de voordracht aan Ons, gemotiveerd kennis gegeven aan de beide kamers der Staten-Generaal, onder vermelding van de korte inhoud van de voorgenomen algemene maatregel van bestuur. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in de eerste volzin wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn het tweede en het derde lid van overeenkomstige toepassing.
7. Het tweede tot en met vijfde lid en het zesde lid, tweede, derde en vierde volzin, gelden niet voor een algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorzover deze uitsluitend betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 8.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01). De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur wordt Ons in dit geval gedaan door Onze Minister van Economische Zaken. Bij toepassing in dit geval van het zesde lid, eerste volzin, wordt de ministeriële regeling vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken.
##### Artikel 21.7
De bevoegdheid van gemeenteraden en waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
##### Artikel 21.8
Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van deze wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 22.1
1. [De hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [titel 12.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15), behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt.
2. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor een vergunning of erkenning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens
[hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&hoofdstuk=VIIa),
de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682),
de [Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406),
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt.
3. [Hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de [Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054) worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft.
4. De [titels 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet op de geneesmiddelenvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002290), de [Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670) of de [Diergeneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003818).
5. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) laat het met betrekking tot stoffen of preparaten bij of krachtens de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402) bepaalde onverlet.
6. [Titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, preparaten of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, preparaten of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555), dan wel op de handelingen, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&artikel=2) ten aanzien van stoffen, preparaten of micro-organismen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892). In afwijking van de eerste volzin is [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die terzake zijn gesteld bij of krachtens de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) of de [Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555).
7. Krachtens [titel 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en preparaten door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien door het vaststellen van grenswaarden krachtens [artikel 1a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1a) of daarvoor een verbod geldt krachtens [artikel 3 van de Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975&artikel=3).
8. [Hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden, die zijn gesteld bij of krachtens:
de [Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380),
de [Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642),
de [Diergeneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003818),
de [Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054),
de [Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364),
[hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005662&hoofdstuk=VIIa),
de [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402),
de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682),
de [Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975),
behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt.
##### Artikel 22.2
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet milieubeheer.
##### Artikel 22.2a
Vervallen
##### Artikel 22.3
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2002-04-01&g=2002-04-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2002-04-01&g=2002-04-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2002-04-01&g=2002-04-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnwet 1903](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001870)
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet die betrekking hebben op stoffen, van toepassing worden verklaard op micro-organismen, niet zijnde genetisch gemodificeerde organismen.
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-06-01&g=2008-06-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-06-01&g=2008-06-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Mijnwet continentaal plat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002504)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
@@ -4272,13 +11044,11 @@
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
[Interimwet bodemsanering](onbekend)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
@@ -4288,6 +11058,8 @@
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
@@ -4296,6168 +11068,64 @@
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 6.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 7.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 8.2
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn:
### Voorschrift 13.2
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-06-01&g=2008-06-01), zijn: plaatsen waar de in voorschrift 8.1 genoemde richtwaarden voor ozon worden overschreden, waarbij geldt dat in het plan wordt aangegeven op welke wijze zo veel mogelijk voldaan zal worden aan die waarden binnen de daarvoor gestelde termijnen.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.36a
1. Een vergunning wordt, voor zover zij een inrichting betreft die behoort tot een categorie of een categorie van gevallen die is aangewezen krachtens [artikel 8.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet verleend dan nadat Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. [Artikel 10:32 van de Algemene wet bestuursrecht](onbekend) is niet van toepassing met betrekking tot de verklaring.
2. De verklaring kan slechts worden geweigerd op grond van de criteria, genoemd in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 8.36b
1. Onze Minister kan bij de verklaring, bedoeld in [artikel 8.36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bepalen dat de vergunning onder beperkingen wordt verleend of dat er voorschriften aan worden verbonden.
2. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt de vergunning onder de aangegeven beperkingen verleend en worden de aangegeven voorschriften eraan verbonden.
##### Artikel 8.36c
1. [De artikelen 8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [8.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn bij de toepassing van [artikel 8.36b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beperkingen en voorschriften slechts berusten op de criteria, genoemd in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Voorts kunnen de voorschriften, bedoeld in [artikel 8.36b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), inhouden:
- a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen in de inrichting niet nuttig mogen worden toegepast of mogen worden verwijderd zonder afzonderlijke toestemming van het bevoegd gezag, dan wel van Onze Minister; daarbij kan worden bepaald dat de toestemming door het bevoegd gezag eerst wordt gegeven nadat een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat geen andere wijze van nuttige toepassing of verwijdering mogelijk is;
- b. de verplichting overeenkomstig het in de vergunning ter zake bepaalde, daarbij aangewezen afvalstoffen in ontvangst te nemen.
##### Artikel 8.36d
In gevallen waarin een verklaring als bedoeld in [artikel 8.36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.3&paragraaf=8.1.3.3&artikel=8.36a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) vereist is, geeft het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag om de vergunning geen toepassing aan [artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en evenmin aan artikel 10.14 j° [artikel 10.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor zover deze bepalingen betrekking hebben op de criteria, genoemd in [artikel 10.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 8.36e
1. De verklaring wordt vermeld in de beschikking ter zake waarvan zij is gegeven.
2. Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van de beschikking.
##### Artikel 8.36f
1. Inrichtingen waarin van anderen afkomstige afvalstoffen worden gestort, brengen bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen een bedrag in rekening waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden:
- a. met de kosten van het totstandbrengen, instandhouden en in werking hebben van de inrichting,
- b. met de kosten van de voorzieningen die bewerkstelligen dat de inrichting, nadat zij buiten gebruik is gesteld, geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, daaronder mede begrepen de kosten van de krachtens [artikel 15.44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=15&titeldeel=15.11&artikel=15.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01), verschuldigde heffing, en
- c. met de kosten van financiële zekerheid in categorieën van gevallen waarvoor het stellen van financiële zekerheid krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is voorgeschreven.
2. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid.
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 10.24
1. De afvalstoffenverordening bevat ten minste regels omtrent:
- a. het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan een bij of krachtens de verordening aangewezen inzameldienst;
- b. het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander;
- c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter beschikking gestelde plaats.
2. Bij de afvalstoffenverordening kunnen voorts regels worden gesteld omtrent het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
##### Artikel 10.25
Bij de afvalstoffenverordening kunnen in ieder geval regels worden gesteld:
- a. ten einde te voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min mogelijk gebeurt;
- b. omtrent het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het milieu terecht zijn gekomen;
- c. omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen.
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.39
1. Degene die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), verstrekt:
- a. aan deze persoon een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen;
- b. aan degene die opdracht heeft de afvalstoffen naar die persoon te vervoeren, een begeleidingsbrief.
2. De begeleidingsbrief bevat ten minste de in het eerste lid, onder a, en de in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde gegevens.
##### Artikel 10.40
1. Een persoon als bedoeld in [artikel 10.37, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan wie bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte, aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie:
- a. de datum van afgifte;
- b. de naam en het adres van degene van wie de afvalstoffen afkomstig zijn;
- c. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen;
- d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven;
- e. de wijze waarop de afvalstoffen nuttig worden toegepast of worden verwijderd;
- f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen naar hem te vervoeren: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt.
2. Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid verboden bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in [artikel 10.39, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden verstrekt.
3. Op verzoek van gedeputeerde staten van een provincie of burgemeester en wethouders van een gemeente die terzake bevoegd gezag zijn, worden de gegevens, als bedoeld in het eerste lid, aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders gezonden.
##### Artikel 10.41
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop aan [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) uitvoering wordt gegeven.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de melding, bedoeld in [de artikelen 10.38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorafgaand aan de afgifte, onderscheidenlijk de ontvangst van afvalstoffen plaatsvindt of erna. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt naar categorie van afvalstoffen.
##### Artikel 10.42
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan in [artikel 10.38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde personen de verplichting worden opgelegd de in dat artikel bedoelde gegevens te melden aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
2. [De artikelen 10.40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [10.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.48
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden bepaald dat voor het inzamelen van daarbij aangewezen categorieën van zodanige afvalstoffen een vergunning van Onze Minister is vereist.
2. De[artikelen 8.5 tot en met 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van genoemde artikelen het belang van de bescherming van het milieu beperkt wordt tot het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
3. Onze Minister kan in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen de tarieven vaststellen, die ten minste dan wel ten hoogste in rekening worden gebracht bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen door de houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 10.49
1. De aan de vergunning, bedoeld in [artikel 10.48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01), te verbinden voorschriften kunnen in ieder geval inhouden:
- a. dat in daarbij aangewezen categorieën van gevallen afvalstoffen niet mogen worden ingezameld zonder afzonderlijke toestemming van Onze Minister;
- b. de verplichting, daarbij aangewezen afvalstoffen, wanneer zij aan de inzamelaar worden aangeboden, in ontvangst te nemen;
- c. de verplichting, daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen die gescheiden worden afgegeven, afzonderlijk in te zamelen;
- d. de verplichting, daarbij aangewezen afvalstoffen, wanneer zij aan de inzamelaar worden aangeboden, op te halen;
- e. de verplichting afvalstoffen af te geven aan daarbij aangewezen personen.
2. Een vergunning geldt slechts voor degene aan wie zij is verleend. Deze draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd.
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.50
1. Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, preparaten of producten een verplichting deze in te nemen als bedoeld in [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens [de artikelen 10.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [10.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01) niet gelden.
2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid omvat de verplichting tot het registreren van daarbij aan te geven gegevens op een daarbij aan te geven wijze.
##### Artikel 10.51
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatig beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen regels worden gesteld omtrent het zich ontdoen buiten een inrichting van bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
2. Bij de maatregel kunnen in ieder geval regels worden gesteld, inhoudende de verplichting:
- a. die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden;
- b. ingeval van afgifte aan een ander, die afvalstoffen gescheiden af te geven.
##### Artikel 10.52
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld omtrent het beheer van bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen.
2. Bij de maatregel kunnen in ieder geval regels worden gesteld, inhoudende een verbod bij de maatregel aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen zonder vergunning van het bestuursorgaan dat daartoe bij de maatregel is aangewezen.
3. Bij de maatregel kan de verplichting worden opgelegd te voldoen aan nadere eisen met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen. Bij de maatregel wordt het bestuursorgaan aangewezen, dat die eisen kan stellen.
##### Artikel 10.53
[De artikelen 8.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een vergunning als bedoeld in [artikel 10.52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 10.54
1. Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen.
2. Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens [de artikelen 10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. [Artikel 10.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.55
1. Het is verboden:
- a. bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor anderen tegen vergoeding te vervoeren,
- b. bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen te verhandelen,
- c. ten behoeve van anderen te bemiddelen bij het beheer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen,
zonder vermelding als respectievelijk vervoerder, handelaar of bemiddelaar op de lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor degene die krachtens [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bevoegd is tot het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
3. Onze Minister wijst een instantie aan die namens hem zorg draagt voor de vermelding van vervoerders, handelaars en bemiddelaars op de lijst, bedoeld in het eerste lid.
4. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de vermelding van vervoerders, handelaars en bemiddelaars op de lijst, bedoeld in het eerste lid. Deze regels bevatten in ieder geval criteria voor vermelding op de lijst en voor beëindiging daarvan.
5. Een vervoerder, handelaar of bemiddelaar als bedoeld in het eerste lid registreert met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens:
- a. de naam en het adres van degene:
- 1°. van wie de afvalstoffen afkomstig zijn,
- 2°. aan wie de afvalstoffen worden afgegeven;
- b. de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de afvalstoffen.
6. [Artikel 10.38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.38&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.56
1. Onze Minister stelt regels ter uitvoering van artikel 6 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
2. Ter uitvoering van andere artikelen dan het in het eerste lid genoemde artikel van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen kan Onze Minister regels stellen.
##### Artikel 10.57
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de titels II en VII van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen van overeenkomstige toepassing zijn met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen binnen Nederland.
##### Artikel 10.58
Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 53 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
##### Artikel 10.59
Op een kennisgeving als bedoeld in de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen is [artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:15) niet van toepassing.
##### Artikel 10.60
1. Het is verboden afvalstoffen waarop de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen, indien de voorgenomen overbrenging, nuttige toepassing of verwijdering, naar het oordeel van Onze Minister in strijd zou zijn met het belang van de bescherming van het milieu.
2. Het is verboden handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 2, onder 35, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
3. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 49, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
4. Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften als bedoeld in de artikelen 35, vijfde lid, 37, vierde lid, of 38, zesde lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
5. Het is verboden afvalstoffen over te brengen indien gehandeld wordt in strijd met een voorschrift gesteld bij:
- a. artikel 13, tweede lid, 15, onder c, 16, onder a, b, c, eerste of tweede volzin, of d, 18, eerste of tweede lid, of 19 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. artikel 35, eerste lid, 38, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 45 in verbinding met 42, eerste lid, 46, eerste lid, 47 in verbinding met 42, eerste lid, of 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, telkens in verbinding met één of meer van de onder a genoemde bepalingen;
- c. artikel 55, laatste volzin, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
6. Het is verboden afvalstoffen over te brengen indien gehandeld wordt in strijd met een voorwaarde gesteld krachtens:
- a. artikel 10, eerste of tweede lid, of 13, derde lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. artikel 35, eerste lid, 38, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 45 in verbinding met 42, eerste lid, 46, eerste lid, 47 in verbinding met 42, eerste lid, of 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, telkens in verbinding met één of meer van de onder a genoemde bepalingen.
7. Het is verboden afvalstoffen over te brengen indien gehandeld wordt in strijd met een voorschrift gesteld bij:
- a. artikel 15, onder d of e, laatste volzin, 16, onder c, laatste volzin, of onder e, of 20 van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. artikel 35, eerste lid, 38, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 45 in verbinding met 42, eerste lid, 46, eerste lid, 47 in verbinding met 42, eerste lid, of 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, telkens in verbinding met één of meer van de onder a genoemde bepalingen;
- c. artikel 35, derde lid, onder c, 38, derde lid, onder b, 42, derde lid, onder c, 44, derde lid, in verbinding met 42, derde lid, onder c, 45 in verbinding met artikel 42, derde lid, onder c, 47 in verbinding met 42, derde lid, onder c, 48, eerste lid, in verbinding met 47 en 42, derde lid, onder c, of 48, tweede lid, aanhef, in verbinding met 44, derde lid, en 42, derde lid, onder c, van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
##### Artikel 10.61
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt aangegeven binnen welke termijn en, indien nodig, op welke wijze die regels moeten zijn opgenomen in de verordening.
##### Artikel 10.62
1. Onze Minister kan, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, aan de gemeenteraad een bindende aanwijzing geven met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening, van regels als bedoeld in [de artikelen 10.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. [Artikel 10.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.61&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken gemeente. Hij deelt het voornemen, onder vermelding van de redenen daarvoor, mee aan de Staten-Generaal.
4. Van de aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
##### Artikel 10.63
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalwater zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.30&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gestelde verbod.
2. Burgemeester en wethouders kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft.
3. Gedeputeerde staten kunnen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te storten of anderszins op of in de bodem te brengen, voorzover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft, en, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in de [artikelen 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verboden.
4. Onze Minister kan, indien het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het bepaalde in een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.15 tot en met 10.19, [10.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.28&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.47&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, van [10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van [de artikelen 10.41, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.42&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.43, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.43&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.44, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [10.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.46&z=2008-05-01&g=2008-05-01), alsmede van het bepaalde in de [artikelen 10.23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [10.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.48&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 10.64
1. De [artikelen 8.5 tot en met 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met dien verstande dat – behalve ten aanzien van een ontheffing van de in [artikel 10.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [artikel 10.54, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gestelde verboden –, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen, dan wel – indien het een ontheffing betreft van krachtens de [artikelen 10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels – het door dat artikel beoogde belang.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de [artikelen 10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&artikel=10.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan – in afwijking van het eerste lid – worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing is.
3. In afwijking van het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in [artikel 10.63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.8&artikel=10.63&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
##### Artikel 12.10
Vervallen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.1
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
### Hoofdstuk 16. Financiële zekerheid
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
##### Artikel 17.5
1. Onze Minister kan het bevoegde bestuursorgaan verzoeken binnen een door hem aangegeven termijn:
- a. op de daarbij aangegeven wijze toepassing te geven aan [artikel 17.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. in verband daarmee een voor de betrokkene krachtens [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) geldende vergunning te wijzigen.
2. Indien de geboden spoed een zodanig verzoek niet toelaat of het bevoegde bestuursorgaan niet binnen de aangegeven termijn aan het verzoek gevolg heeft gegeven, geeft Onze Minister toepassing aan [artikel 17.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onderscheidenlijk wijzigt hij de vergunning.
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2b
1. Onze betrokken Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [titels 9.2 tot en met 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en krachtens [artikel 17.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Onze betrokken Minister heeft tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
3. Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. preventie en nuttige toepassing als bedoeld in [titel 10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. overbrengen van afvalstoffen als bedoeld in [titel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.3&artikel=10.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- d. verhandelen, bemiddelen of vervoeren als bedoeld in [artikel 10.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.55&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
4. Onze Minister heeft tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen gestelde verplichtingen.
##### Artikel 18.2c
1. Gedeputeerde staten hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verplichtingen, voorzover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.2&artikel=10.44&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Gedeputeerde staten hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de krachtens [artikel 17.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verplichtingen.
##### Artikel 18.2d
1. Burgemeester en wethouders hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens:
- a. de afvalstoffenverordening;
- b. [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.4&artikel=10.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. [artikel 10.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Burgemeester en wethouders hebben tevens tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving buiten een inrichting van de bij of krachtens [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
- a. het zich ontdoen van afvalwater als bedoeld in [de artikelen 10.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.30&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.5&artikel=10.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.1&artikel=10.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in [artikel 10.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=10&titeldeel=10.6&paragraaf=10.6.4&artikel=10.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 18.2e
Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in [de artikelen 18.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) tot en met [18.2d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2d&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt rekening gehouden met het voor het betrokken bestuursorgaan geldende milieubeleidsplan.
### Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2004-05-01&g=2004-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2004-05-01&g=2004-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2004-05-01&g=2004-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.16b
De emissieautoriteit draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van haar gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens.
##### Artikel 2.16c
Vervallen
#### § 2.2. De Commissie voor de milieu-effectrapportage
#### § 2.3. De Commissie genetische modificatie
#### § 2.4. De provinciale milieucommissie
### Hoofdstuk 4. Plannen
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.2. Het nationale milieubeleidsplan
#### § 4.3. Het nationale milieuprogramma
#### § 4.4. Het provinciale milieubeleidsplan
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.5b. Het regionale milieuprogramma
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 5.2.1. Algemene bepalingen
#### § 5.2.3. Nationaal programma en overige programma's
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 5.2.5. Vaststelling van het kwaliteitsniveau
#### § 7.6. De beoordeling van het milieu-effectrapport
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.9. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 7.9. Evaluatie
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.1a
Vervallen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.1
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.2
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden.
2. Een emissie van een broeikasgas in de lucht wordt uitgedrukt in tonnen kooldioxide-equivalent.
3. Voor de toepassing van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt onder brandstofverbruik en grondstofgebruik verstaan het verbruik van brandstoffen, onderscheidenlijk het gebruik van grondstoffen, voorzover dat verbruik, onderscheidenlijk gebruik, waarschijnlijk tot emissies van een broeikasgas zal leiden.
##### Artikel 16.3
Onder inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&artikel=16.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
##### Artikel 16.4
Een wijziging van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten of van een bijlage bij die richtlijn gaat voor de toepassing van deze titel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
##### Artikel 16.23
1. Onze Ministers stellen gezamenlijk een plan vast waarin voornemens zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten.
2. Nationale toewijzingsplannen gelden voor aansluitende perioden. Deze periode bedraagt voor elk plan vijf jaar, met uitzondering van de periode voor het eerste plan, welke drie jaar bedraagt, ingaande 1 januari 2005.
##### Artikel 16.24
Het nationale toewijzingsplan wordt vastgesteld met inachtneming van de artikelen 10 en 30, derde lid, eerste alinea, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en van de termijnen, genoemd in artikel 9 van de richtlijn. Het plan wordt vastgesteld met gebruikmaking van objectieve en transparante criteria, waaronder de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij die richtlijn, en de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen daaromtrent overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de richtlijn heeft vastgesteld.
##### Artikel 16.25
1. Het nationale toewijzingsplan bevat ten minste:
- a. een aanduiding van het totale aantal broeikasgasemissierechten dat Onze Ministers voornemens zijn voor de planperiode toe te wijzen;
- b. een beschrijving van de manier waarop Onze Ministers voornemens zijn broeikasgasemissierechten toe te wijzen;
- c. een lijst van alle inrichtingen waarvoor Onze Ministers voornemens zijn op grond van [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), broeikasgasemissierechten toe te wijzen, onder vermelding van het aantal broeikasgasemissierechten dat zij voornemens zijn toe te wijzen voor elke afzonderlijke inrichting;
- d. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten zal worden verleend;
- e. een aanduiding van het gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder c, dat degene die een inrichting drijft, ten hoogste in de vorm van emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties met betrekking tot de betrokken planperiode ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), mag inleveren.
2. Het nationale toewijzingsplan kan tevens bevatten:
- a. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om te kunnen worden toegewezen voor een of meer daarbij aangegeven categorieën van inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), indien deze vergunning nog niet is verleend op het moment dat het plan overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen is toegezonden;
- b. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om te kunnen worden toegewezen voor inrichtingen waarvoor als gevolg van een wijziging van het nationale toewijzingsbesluit overeenkomstig [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01), meer broeikasgasemissierechten worden toegewezen dan in het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit het geval was.
##### Artikel 16.26
1. Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsplan is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De terinzagelegging van het ontwerp van het plan geschiedt tevens ter griffie van de provincies. Het ontwerp van het plan wordt tevens toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. De toezending, bedoeld in de derde volzin, geschiedt ten minste vier weken voordat het plan overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt toegezonden.
2. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Onze Ministers stellen het nationale toewijzingsplan vast uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp.
4. Het vastgestelde nationale toewijzingsplan wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het plan in de Staatscourant.
5. Indien het overeenkomstig het vierde lid bekendgemaakte plan niet behoeft te worden gewijzigd naar aanleiding van de beoordeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het plan dat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan haar is toegezonden, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant.
##### Artikel 16.27
Indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen het overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan haar toegezonden nationale toewijzingsplan geheel of gedeeltelijk verwerpt, stellen Onze Ministers het nationale toewijzingsplan opnieuw vast nadat daarin de door hen voorgestelde en door de Commissie aanvaarde wijzigingen zijn aangebracht. [Artikel 16.26, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is niet van toepassing. [Artikel 16.26, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.28
Het nationale toewijzingsplan geldt met ingang van de dag na die waarop in de Staatscourant een mededeling is gedaan als bedoeld in [artikel 16.26, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01), dan wel, indien het plan dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de beoordeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, bedoeld in dat lid, de dag waarop het overeenkomstig [artikel 16.26, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.27, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.27&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is bekendgemaakt in de Staatscourant.
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.29
1. Onverminderd [artikel 16.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01) beslissen Onze Ministers met betrekking tot elke planperiode gezamenlijk over de toewijzing van broeikasgasemissierechten. Dat besluit bevat:
- a. een aanduiding van het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de planperiode wordt toegewezen;
- b. de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor afzonderlijke inrichtingen;
- c. onverminderd onderdeel d: een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten zal worden verleend;
- d. indien het nationale toewijzingsplan hierin voorziet: een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om in de planperiode te kunnen worden toegewezen voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Bij het nemen van het nationale toewijzingsbesluit nemen Onze Ministers het geldende nationale toewijzingsplan, voorzover het betreft de in [artikel 16.25, eerste lid, onder a, b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde onderdelen, alsmede artikel 10 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten in acht, en houden ze rekening met dat plan, voorzover het betreft het in [artikel 16.25, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde onderdeel. Het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen met inachtneming van de termijnen, genoemd in artikel 11, eerste en tweede lid, van de richtlijn.
3. [Artikel 16.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.30
1. Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De terinzagelegging van het ontwerp van het besluit geschiedt tevens ter griffie van de provincies. Het ontwerp van het besluit wordt tevens toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal.
2. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Onze Ministers nemen het nationale toewijzingsbesluit uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp.
4. Van het vastgestelde nationale toewijzingsbesluit wordt mededeling gedaan door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant.
##### Artikel 16.31
1. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) een tussenuitspraak heeft gedaan, wijzigen Onze Ministers het nationale toewijzingsbesluit met inachtneming van die uitspraak. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
2. Het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen binnen tien weken na de dag waarop de tussenuitspraak, bedoeld in [artikel 20.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in het openbaar is uitgesproken. [Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:1) is niet van toepassing.
3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk vervangt een met toepassing van het eerste lid gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit.
##### Artikel 16.32
1. Dit artikel is van toepassing indien in het nationale toewijzingsplan broeikasgasemissierechten beschikbaar worden gehouden voor toewijzing voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Onze Ministers beslissen gezamenlijk, op verzoek van degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid drijft, over de toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid voor de desbetreffende planperiode.
3. Bij het nemen van een besluit krachtens het tweede lid nemen Onze Ministers het betrokken nationale toewijzingsplan, voorzover het betreft het in [artikel 16.25, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde onderdeel, alsmede het betrokken nationale toewijzingsbesluit, voorzover het betreft het in [artikel 16.29, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde onderdeel in acht.
4. Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen voorzover door toewijzing van die rechten het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de toewijzing aan de in het betrokken nationale toewijzingsplan aangegeven categorie van inrichtingen als bedoeld in het eerste lid waartoe de inrichting behoort, in de betrokken planperiode ten hoogste beschikbaar is, zou worden overschreden.
5. Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid kan worden afgewezen indien:
- a. voor 1 september van het betrokken kalenderjaar voor de inrichting, bedoeld in het eerste lid, geen vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is verleend;
- b. gerede twijfel bestaat of de inrichting, bedoeld in het eerste lid, voor 31 december van het betrokken kalenderjaar feitelijk in werking zal zijn gesteld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in het betrokken nationale toewijzingsplan;
- c. niet is voldaan aan de eisen die overeenkomstig [artikel 16.25, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in het betrokken nationale toewijzingsplan zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor inrichtingen als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- d. de verzoeker onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op het verzoek zou hebben geleid.
6. Broeikasgasemissierechten worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de inrichting in werking is gesteld of naar verwachting in werking zal worden gesteld. Een besluit als bedoeld in tweede lid bevat een aanduiding van het gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten dat per kalenderjaar in de betrokken planperiode overeenkomstig [artikel 16.35, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zal worden verleend.
##### Artikel 16.33
1. Verzoeken om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die na 1 september van een kalenderjaar zijn ingediend, worden op 1 september van het daarop volgende kalenderjaar in behandeling genomen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moet worden gedaan en de gegevens die door de verzoeker moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op het verzoek.
3. Op de voorbereiding van het besluit, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing, met uitzondering van [artikel 3:18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:18).
4. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
5. Onze Ministers nemen het besluit, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01), uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp, doch in elk geval uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het betrokken verzoek in behandeling is genomen.
##### Artikel 16.34
Vervallen
##### Artikel 16.35
1. Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 40 of 46 van de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten verleend aan degene die de inrichting drijft. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken inrichting een vergunning als bedoeld in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is verleend.
2. Voorzover het betrokken nationale toewijzingsbesluit daarin voorziet, verleent het bestuur van de emissieautoriteit voor een inrichting als bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor 1 maart van elk betrokken kalenderjaar een gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten dat voor die inrichting is toegewezen in het besluit, bedoeld in [artikel 16.32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.32&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. De verlening vindt plaats overeenkomstig artikel 42 van de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten voorzover het betreft de planperiode die loopt van 2005 tot en met 2007, dan wel artikel 48 van die verordening voorzover het betreft latere planperiodes.
3. Voorzover het geldende nationale toewijzingsplan daarin voorziet, verleent het bestuur van de emissieautoriteit, indien het geval, bedoeld in [artikel 16.25, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zich voordoet, voor 1 maart van het laatste kalenderjaar in een planperiode voor inrichtingen als bedoeld in dat onderdeel, het aantal broeikasgasemissierechten dat voor de betrokken inrichtingen is toegewezen in het besluit, bedoeld in [artikel 16.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.34&z=2008-05-01&g=2008-05-01), dat op die periode betrekking heeft.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.1a
1. Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, alsmede met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde wetten bepaalde, voor zover dit bij of krachtens de betrokken wet is bepaald.
2. De [artikelen 18.3 tot en met 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- c. de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 18.2f
De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 16 gestelde verplichtingen.
##### Artikel 18.4a
1. Met het onderzoek met betrekking tot overtredingen als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn belast de krachtens [artikel 18.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen ambtenaren.
2. Ten dienste van het onderzoek beschikken zij over de bevoegdheden, bedoeld in de [artikelen 5:15 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15).
##### Artikel 18.6a
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.6, eerste, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of van artikel 52, eerste lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
2. De [artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32) zijn van toepassing.
##### Artikel 18.7a
Artikel 18.7, aanhef en onder b, is niet van toepassing voorzover het betreft de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk 16 bepaalde.
##### Artikel 18.16a
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [16.51, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), eerste lid. [Artikel 18.16b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16b&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of van [artikel 18.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.18&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens [hoofdstuk 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd.
4. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.51, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten onderscheidenlijk NOx-emissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig [artikel 16.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01) onderscheidenlijk [artikel 16.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01) dient in te leveren.
5. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 18.16b
Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op voorzover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
##### Artikel 18.16c
Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in [artikel 18.16i, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16i&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is gedaan.
##### Artikel 18.16d
1. Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging:
- a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of
- b. het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge [artikel 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74) of [74c van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74c), dan wel ingevolge [artikel 37 van de Wet op de economische delicten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002063&artikel=37).
2. Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is en de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd.
3. Voor een gedraging die aan het openbaar ministerie moet worden voorgelegd, kan het bestuur van de emissieautoriteit alsnog een bestuurlijke boete opleggen indien:
- a. het openbaar ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien, of
- b. sedert het voorleggen van de gedraging dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het openbaar ministerie is ontvangen.
##### Artikel 18.16e
1. Een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit stemt de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
3. In geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die de inrichting in een kalenderjaar meer heeft veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot dat jaar overeenkomstig [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onderscheidenlijk [artikel 16.37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), heeft ingeleverd. Het tweede lid is niet van toepassing.
4. In afwijking van het derde lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 het in artikel 16, vierde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton kooldioxide-equivalent.
5. [Artikel 16.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&artikel=16.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
6. De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in [artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=377) voor de netto-omzet.
##### Artikel 18.16f
1. Degene die aan een handeling van de emissieautoriteit redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet langer verplicht ten behoeve van deze oplegging inlichtingen omtrent de overtreding te verstrekken.
2. De overtreder wordt op het bepaalde in het eerste lid gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken, en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen.
##### Artikel 18.16g
1. Indien een overtreding als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is gepleegd en het bestuur van de emissieautoriteit voornemens is in verband daarmee een bestuurlijke boete op te leggen, maakt het bestuur van de emissieautoriteit een rapport op.
2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
- a. de naam van de overtreder;
- b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
- c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd;
- d. in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01): het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
4. Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in [artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=152) is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van dit hoofdstuk in de plaats van het rapport.
5. Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van [artikel 18.16d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16d&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.
##### Artikel 18.16h
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt op verzoek afschriften daarvan beschikbaar.
2. Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de emissieautoriteit er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
##### Artikel 18.16i
1. In afwijking van [afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.1.2) stelt het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder in de gelegenheid om zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot:
- a. het opleggen van een bestuurlijke boete;
- b. in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01): het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Het rapport, bedoeld in [artikel 18.16g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16g&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt reeds bij de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
3. Indien het bestuur van de emissieautoriteit nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
- a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of, in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), de naam van de overtreder niet wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of
- b. de overtreding alsnog aan het openbaar ministerie zal worden voorgelegd,
wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
##### Artikel 18.16j
1. Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport, bedoeld in [artikel 18.16g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16g&z=2008-05-01&g=2008-05-01), omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete en, in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuur van de emissieautoriteit bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
##### Artikel 18.16k
De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:
- a. de naam van de overtreder;
- b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
- c. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd;
- d. het bedrag van de boete;
- e. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden;
- f. in geval van overtreding van het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01): het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in [artikel 18.16p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16p&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 18.16l
1. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in [artikel 18.16a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vervalt tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
2. Indien tegen de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
##### Artikel 18.16m
1. De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen zes weken nadat de termijn afloopt voor het indienen van een bezwaarschrift of, indien gedurende die termijn bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, op dat verzoek is beslist, tenzij de beschikking, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2008-05-01&g=2008-05-01), een later tijdstip vermeldt.
2. De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het bedrag van de verschuldigde rente vast.
3. Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, maant het bestuur van de emissieautoriteit degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd schriftelijk aan binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden, alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen. De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen.
##### Artikel 18.16n
1. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in [artikel 18.16m, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16m&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde termijn van twee weken kan het bestuur van de emissieautoriteit de verschuldigde boete invorderen bij dwangbevel.
2. Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827) ten uitvoer kan worden gelegd.
3. De uitvaardiging en betekening van het dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd. De kosten die het bestuur van de emissieautoriteit in rekening kan brengen, betreffen ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten.
4. Bij het dwangbevel worden tevens de kosten van de aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening gebracht.
5. De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van betekening van een exploot als bedoeld in het [Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827). De [artikelen 3:41 tot en met 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:41) zijn niet van toepassing. Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de [artikelen 438](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=438) en [438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=438a) kan worden opgekomen.
##### Artikel 18.16o
[Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 18.16m, derde lid, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 18.16n, eerste lid.
##### Artikel 18.16p
1. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 18.16k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.16k&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 18.16q
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in [artikel 18.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 18.4a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.4a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde personen in strijd handelt met [artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20), een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit legt geen boete op als bedoeld in het eerste lid, indien de overtreder aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
3. [Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=184) is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
### Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid
##### Artikel 19.1a
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over:
- a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen;
- b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten;
- c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen;
- d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving;
- e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten;
- f. de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voorzover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de onder b en c bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.
2. [Artikel 1, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=1) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 19.1c
Onverminderd [artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=8) verstrekt een bestuursorgaan uit eigen beweging informatie over de openbare verantwoordelijkheden en functies die het heeft alsmede de openbare diensten die het verleent met betrekking tot het milieu.
##### Artikel 19.6a
De [artikelen 19.3 tot en met 19.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=19&artikel=19.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.
##### Artikel 19.6b
Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) ter zake van een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake vergunning voor een inrichting krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) tegen de openbaarmaking verzet, is [artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
##### Artikel 20.5a
1. In afwijking van [artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&artikel=36) worden bij de Afdeling aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die op dezelfde planperiode betrekking hebben, ter behandeling gevoegd.
2. Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), doet de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, binnen achttien weken na afloop van de beroepstermijn en na sluiting van het onderzoek een tussenuitspraak, waarbij zij Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken in de gelegenheid stelt de gebreken in het besluit te herstellen.
3. In haar tussenuitspraak, bedoeld in het tweede lid, stelt de Afdeling vast in welke opzichten het beroep gegrond is. [Afdeling 8.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=8.2.6), met uitzondering van [artikel 8:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:72) is van overeenkomstige toepassing. In haar tussenuitspraak bepaalt de Afdeling dat het onderzoek wordt geschorst en ter voorbereiding van de einduitspraak wordt heropend nadat van het overeenkomstig [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genomen besluit aan haar mededeling is gedaan.
4. De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in [artikel 16.31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.2&artikel=16.31&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.
5. Voor de toepassing van [hoofdstuk II, titel II, paragraaf 1, van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&paragraaf=1) wordt de tussenuitspraak geacht deel uit te maken van de einduitspraak.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2004-10-20&g=2004-10-20), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2004-10-20&g=2004-10-20), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2004-10-20&g=2004-10-20), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.16a
Onverminderd de [artikelen 16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en de betrokken andere bestuursorganen, bedoeld in [artikel 2.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet of [artikel 40 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40).
##### Artikel 16.5
1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. een inrichting in werking te hebben;
- b. een inrichting te veranderen of de werking daarvan te veranderen op zodanige wijze dat dit een significante toename van de emissie van broeikasgassen in de lucht tot gevolg heeft;
- c. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsplan ingrijpend te veranderen.
2. Indien voor een inrichting tevens de in [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vervatte verboden gelden, hebben de in het eerste lid vervatte verboden tevens betrekking op de emissies van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en zijn de in [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vervatte verboden niet van toepassing. [Titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met uitzondering van [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing, voorzover het de emissie van stikstofoxiden in de lucht betreft.
##### Artikel 16.6
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.
2. Bij of krachtens de maatregel wordt in ieder geval bepaald dat de aanvrager bij de aanvraag een monitoringsplan indient, dat voor de inrichting een beschrijving bevat van de wijze waarop:
- a. de jaarvracht wordt bepaald,
- b. het brandstofverbruik en het grondstofgebruik worden bepaald,
- c. gegevens die op het bepaalde onder a en b betrekking hebben, worden geregistreerd en bewaard, en
- d. aan het bestuur van de emissieautoriteit verslag wordt gedaan van de jaarvracht en de gegevens betreffende het brandstofverbruik en het grondstofgebruik.
3. Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van het bepaalde krachtens het eerste of tweede lid. Deze regels voldoen in elk geval aan de beschikking die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
4. Voor het bepalen van de jaarvracht van een inrichting worden uitsluitend de emissies in aanmerking genomen, die worden veroorzaakt door activiteiten die in een broeikasgasinstallatie worden verricht en die krachtens [artikel 16.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.1&artikel=16.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn aangewezen.
##### Artikel 16.7
Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
##### Artikel 16.8
1. Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan het bestuursorgaan dat voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een vergunning te verlenen krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), dan wel, in geval voor de inrichting het in [artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40) vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, gedurende vier weken in de gelegenheid advies uit te brengen over het monitoringsplan met het oog op de samenhang tussen dit plan en de aanvraag of vergunning, bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet of [artikel 40 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=40).
##### Artikel 16.9
Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk of [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 16.10
1. De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de houder van de vergunning in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
2. In een geval als bedoeld in [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt de vergunning gedeeltelijk geweigerd voorzover het de emissies van broeikasgassen, onderscheidenlijk de emissies van stikstofoxiden, betreft, indien een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onderscheidenlijk [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zou zijn geweigerd in geval uitsluitend het vereiste van een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onderscheidenlijk [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zou gelden.
##### Artikel 16.11
1. In een vergunning wordt duidelijk aangegeven waarop zij betrekking heeft. De vergunning vermeldt de naam en het adres van degene die de inrichting drijft, waarop de vergunning betrekking heeft.
2. Het monitoringsplan maakt in ieder geval deel uit van de vergunning. De overige onderdelen van de aanvraag om de vergunning maken deel uit van de vergunning, voorzover dat in de vergunning is aangegeven.
##### Artikel 16.12
1. Aan een vergunning worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Deze voorschriften houden voorts in ieder geval de verplichting in dat:
- a. gedurende ieder kalenderjaar de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik worden bepaald en geregistreerd overeenkomstig het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsplan;
- b. met betrekking tot ieder kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit voor 1 april van het daarop volgende kalenderjaar een verslag wordt ingediend, waarin voor de inrichting alsmede voor elke broeikasgasinstallatie die zich in de inrichting bevindt, met betrekking tot het kalenderjaar waarop het verslag betrekking heeft, worden vermeld:
- 1°. de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en de wijze waarop deze zijn bepaald en geregistreerd;
- 2°. de veranderingen van het monitoringsplan die hebben plaatsgevonden;
- 3°. de gevallen waarin van het monitoringsplan is afgeweken, de redenen daarvoor en de wijze waarop het meten en registreren van de emissies in die gevallen heeft plaatsgevonden;
- c. het emissieverslag vergezeld gaat van een verklaring van een onafhankelijke deskundige, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling van het verslag overeenkomstig [artikel 16.14, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- d. aan het bestuur van de emissieautoriteit een verandering van de naam of het adres van de houder van de vergunning wordt gemeld.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot:
- a. een andere persoon dan de houder van een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die bij de uitvoering van het monitoringsplan is betrokken;
- b. de bepaling en de registratie van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, bedoeld in het eerste lid, onder a;
- c. het emissieverslag.
3. Eisen die krachtens het tweede lid worden gesteld, voldoen in elk geval aan de beschikking die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
4. In een vergunning kan worden bepaald dat:
- a. een verandering, anders dan bedoeld in [artikel 16.5, eerste lid, onder b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of
- b. een tijdelijke afwijking van het monitoringsplan
aan het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemeld overeenkomstig de krachtens het vijfde lid gestelde regels.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het melden van een verandering of afwijking als bedoeld in het vierde lid. Aan deze regels kan terugwerkende kracht worden verleend tot en met 1 januari 2005.
6. In een vergunning kan worden bepaald dat een verandering of afwijking als bedoeld in het vierde lid, voordat zij ten uitvoer wordt gebracht, de goedkeuring behoeft van het bestuur van de emissieautoriteit.
7. Indien toepassing is gegeven aan het zesde lid, kan het bestuur van de emissieautoriteit goedkeuring onthouden:
- a. indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten;
- b. op grond dat het, gezien de aard of omvang van de betrokken verandering, naar zijn oordeel noodzakelijk is de vergunning te wijzigen.
##### Artikel 16.13
1. De houder van de vergunning beziet regelmatig of de in het monitoringsplan opgenomen gegevens met betrekking tot het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, het registreren en bewaren van de daarop betrekking hebbende gegevens en de verslaglegging aan het bestuur van de emissieautoriteit nog juist en volledig zijn, gezien:
- a. veranderingen die zijn opgetreden in de voor het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en het registreren van de daarop betrekking hebbende gegevens relevante omstandigheden;
- b. ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden inzake het bepalen van de jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik en het registreren van de daarop betrekking hebbende gegevens.
2. Hij wijzigt het monitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de veranderingen of ontwikkelingen, bedoeld in het eerste lid, onder a onderscheidenlijk b, daartoe aanleiding geven;
- b. wijziging van de krachtens [artikel 16.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels daartoe aanleiding geeft;
- c. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
##### Artikel 16.14
1. Bij de verificatie wordt nagegaan of het emissieverslag voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Indien het emissieverslag niet aan deze eisen voldoet, geeft de verificateur geen verklaring af als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. De verificateur mag niet betrokken zijn geweest bij het opstellen, beoordelen of uitvoeren van het monitoringsplan voor de betrokken inrichting.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, inhoudende eisen waaraan een verificateur en een verificatie moeten voldoen. Deze regels voldoen in elk geval aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage V bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en de beschikking die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van die richtlijn.
##### Artikel 16.15
Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het betrokken andere bestuurorgaan, bedoeld in [artikel 16.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01), een exemplaar van het voor de betrokken inrichting opgestelde emissieverslag en de daarbij gevoegde verklaring van de verificateur.
##### Artikel 16.16
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het emissieverslag overeenkomstig [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het emissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:
- a. degene die overeenkomstig [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bij het bestuur van de emissieautoriteit een emissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere jaarvracht,
- b. het betrokken emissieverslag anderszins onjuist was,
en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
3. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 16.17
Indien degene die een inrichting drijft, waarop de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gestelde verboden betrekking hebben, niet tijdig een emissieverslag bij het bestuur van de emissieautoriteit heeft ingediend, of het bestuur van de emissieautoriteit ingevolge [artikel 16.16, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), heeft verklaard dat het emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, kan het bestuur van de emissieautoriteit de betrokken gegevens op basis van bedoelde eisen ambtshalve vaststellen. Voordat het bestuur van de emissieautoriteit deze gegevens ambtshalve vaststelt, stelt het de betrokken persoon in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
##### Artikel 16.18
1. Het bestuur van de emissieautoriteit geeft desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een emissieverslag dat bij hem is ingediend.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage in en van de verkrijgbaarheid van het emissieverslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt.
##### Artikel 16.19
Een voor een inrichting verleende vergunning geldt voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd.
##### Artikel 16.20
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de voorschriften die aan een vergunning zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.7&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [16.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
3. In een geval als bedoeld in [artikel 16.12, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.
4. Indien het geval, bedoeld in [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van [titel 16.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
5. Indien het geval, bedoeld in [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer installaties bevinden, die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaken, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van broeikasgassen in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van [titel 16.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
6. In geval het vierde of vijfde lid van toepassing is, kan het bestuur van de emissieautoriteit de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunning ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van het eerste lid.
##### Artikel 16.21
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. [Artikel 8.42a, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.42a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.22
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor de in [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vervatte verboden gelden en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, inhoudende de verplichting voor het bestuur van de emissieautoriteit aan de vergunning voorschriften te verbinden, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. [Artikel 8.45, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.45&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.36
1. Een broeikasgasemissierecht dat overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is geldig ten behoeve van de planperiode waarin of waarvoor het is verleend.
2. Een broeikasgasemissierecht is geldig met ingang van het tijdstip waarop het overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is verleend.
##### Artikel 16.37
1. Onverminderd artikel 67, tweede lid, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten, levert degene die een inrichting drijft, met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
2. Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten in het register voor handel in broeikasgasemissierechten zijn opgenomen.
##### Artikel 16.38
Degene op wiens naam een rekening in het register voor handel in broeikasgasemissierechten staat, kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken een broeikasgasemissierecht dat, of een emissiereductie-eenheid of een gecertificeerde emissiereductie die op zijn rekening staat bijgeschreven, te annuleren.
##### Artikel 16.39
Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat hij te weinig had ingeleverd.
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
##### Artikel 16.40
1. Een broeikasgasemissierecht dat overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is verleend, is vatbaar voor overdracht indien alle bij de overdracht betrokken personen op hun naam een rekening hebben in het register voor handel in broeikasgasemissierechten of in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op broeikasgasemissierechten die overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten in een andere lidstaat van de Europese Unie zijn verleend.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen broeikasgasemissierechten die zijn ontstaan in andere landen dan de lidstaten van de Europese Unie worden aangewezen als broeikasgasemissierechten die kunnen worden overgedragen of verkregen door een persoon op wiens naam in het register voor handel in broeikasgasemissierechten of in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld, een rekening staat.
3. Een broeikasgasemissierecht is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.41
1. De voor overdracht van een broeikasgasemissierecht vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van het broeikasgasemissierecht van de rekening die in het register voor handel in broeikasgasemissierechten dan wel in een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld, op naam staat van de persoon die het broeikasgasemissierecht overdraagt, en
- b. bijschrijving op een rekening in een register als bedoeld onder a, die op naam staat van de persoon die het broeikasgasemissierecht verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat het bestuur van de emissieautoriteit de overgang heeft geregistreerd.
##### Artikel 16.42
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.
3. In afwijking van [artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=228) kan op een broeikasgasemissierecht geen recht van pand worden gevestigd.
4. Op een broeikasgasemissierecht kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
5. Een broeikasgasemissierecht is niet vatbaar voor beslag.
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.43
1. Er is een register inzake de handel in broeikasgasemissierechten, als bedoeld in de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit voert de taken die het heeft als bevoegde autoriteit voor het register voor handel in broeikasgasemissierechten uit in overeenstemming met de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten en draagt er zorg voor dat het register voldoet aan de vereisten die daaraan ingevolge de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten worden gesteld.
4. Als registeradministrateur als bedoeld in artikel 2, onder q, van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten wordt aangewezen een bij besluit van het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen medewerker van de emissieautoriteit. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
5. Onze Minister wordt aangewezen als betrokken instantie en desbetreffende instantie als bedoeld in de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
6. In het register voor handel in broeikasgasemissierechten kunnen naast broeikasgasemissierechten tevens emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties worden geregistreerd.
##### Artikel 16.44
Een ieder kan broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties bezitten.
##### Artikel 16.45
Onze Minister kan regels stellen ter uitvoering van de EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.
##### Artikel 16.46
Vervallen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-02-25&g=2005-02-25), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-02-25&g=2005-02-25), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-02-25&g=2005-02-25), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 19.1b
Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in [artikel 13.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel [afdeling 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) of [artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:44) ter inzage dienden te worden gelegd.
##### Artikel 5.2b
1. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ter uitvoering van de kaderrichtlijn water, wordt aan provinciale staten opgedragen milieukwaliteitseisen, voorzover die niet zijn vastgesteld bij een maatregel op grond van [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in een provinciale milieuverordening als bedoeld in [artikel 5.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vast te stellen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld die provinciale staten bij de vaststelling van de eisen in de provinciale milieuverordening in daarbij aan te wijzen gevallen in acht moeten nemen. Een zodanige regeling wordt vastgesteld door Onze Minister tezamen met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ieder voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren.
3. Bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt overeenkomstig artikel 4, vierde, vijfde en zevende lid, van de kaderrichtlijn water bepaald in hoeverre en onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van de eisen en streeftermijnen van artikel 4, eerste en tweede lid, van de kaderrichtlijn water.
4. De kwaliteit van oppervlaktewateren en grondwatervoorkomens waarvoor milieukwaliteitseisen gelden mag niet verslechteren, behoudens voor zover overeenkomstig artikel 4, zesde of zevende lid, van de kaderrichtlijn water bij een maatregel als bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is bepaald dat een achteruitgang is toegelaten.
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.3. Procedurevoorschriften bij het ondernemen van activiteiten, aangewezen krachtens artikel 7.4
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.6. De beoordeling van het milieu-effectrapport
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.9. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
##### Artikel 8.26a
Een ingevolge deze afdeling ambtshalve gegeven beschikking op de voorbereiding waarvan [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing is, wordt gegeven binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp van die beschikking.
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
##### Artikel 16.47
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin zich een of meer NOx-installaties bevinden.
2. Een emissie van stikstofoxiden in de lucht wordt uitgedrukt in kilogrammen.
3. [Artikel 16.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.1&artikel=16.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.48
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.49
1. Onverminderd [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is het verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit:
- a. een inrichting in werking te hebben;
- b. een inrichting te veranderen of de werking daarvan te veranderen op zodanige wijze dat dit significante gevolgen heeft voor de emissie van stikstofoxiden in de lucht;
- c. het voor de betrokken inrichting geldende monitoringsplan ingrijpend te veranderen.
2. Het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 16.6 tot en met 16.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van [artikel 16.6, derde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [artikel 16.14, derde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en met dien verstande dat:
- a. [artikel 16.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.12, eerste lid, onder a en b, onder 1°, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [artikel 16.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geen betrekking hebben op het grondstofgebruik;
- b. voorzover in de algemene maatregel van bestuur krachtens [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01) het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in dat artikel, is vastgesteld per eenheid product: [artikel 16.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [artikel 16.12, eerste lid, onder a en b, onder 1°, en tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [artikel 16.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), mede betrekking hebben op de productie;
- c. voor de toepassing van [artikel 16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in plaats van «op basis van bedoelde eisen» wordt gelezen «op basis van een redelijke schatting»;
- d. het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien bij toepassing van [artikel 16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gegevens ambtshalve worden vastgesteld, bepalen dat deze gegevens gelden met ingang van 30 april van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop die gegevens betrekking hebben.
3. In de vergunning wordt het aantal NOx-emissierechten vastgesteld dat in een kalenderjaar per overdracht ten hoogste mag worden overgedragen.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verkoopplafond wordt bepaald.
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
##### Artikel 16.50
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu dan wel ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voor een bij de maatregel aangegeven tijdvak regels worden gesteld omtrent het aantal NOx-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, in een kalenderjaar opbouwt per bij de maatregel aangegeven eenheid brandstof die in de NOx-installatie wordt verbruikt, of, in bij de maatregel aangegeven gevallen, per bij de maatregel aangegeven eenheid product dat in de NOx-installatie wordt vervaardigd.
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.51
1. Degene die een inrichting drijft, levert met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar ten minste een aantal NOx-emissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie van stikstofoxiden, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
2. Onverminderd het eerste lid heeft de houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01), op 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar een saldo van nul of meer NOx-emissierechten die betrekking hebben op het eerstbedoelde kalenderjaar op zijn rekening, bedoeld in [artikel 16.60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-05-01&g=2008-05-01), staan.
3. Voor de toepassing van het eerste lid worden ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in dat lid, en het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01), de gegevens in acht genomen, die daaromtrent zijn opgenomen in het emissieverslag dat degene die de inrichting drijft, overeenkomstig [artikel 16.12, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot dat kalenderjaar heeft ingediend of de gegevens die overeenkomstig [artikel 16.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.17&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in verbinding met [artikel 16.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ambtshalve zijn vastgesteld.
4. Indien toepassing is gegeven aan [artikel 16.49, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan het bestuur van de emissieautoriteit, in afwijking van het eerste lid, in naam van degene die de inrichting drijft, NOx-emissierechten inleveren. [Artikel 16.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing. Als datum van inlevering geldt 30 april van het kalenderjaar, bedoeld in [artikel 16.49, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 16.52
Het aantal NOx-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ten behoeve van enig kalenderjaar mag inleveren, wordt bepaald door:
- a. bij elkaar op te tellen:
- 1°. het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft opgebouwd op grond van [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- 2°. het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft verkregen, indien de overdracht overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is geregistreerd,
- 3°. het aantal NOx-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht aan hem is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is geregistreerd, en
- 4°. het aantal NOx-emissierechten dat hij ten behoeve van het kalenderjaar heeft ingeleverd op grond van [artikel 16.53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01), indien de betrokken rechten overeenkomstig [artikel 16.59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.59&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn geregistreerd, en
- b. het overeenkomstig onderdeel a berekende aantal NOx-emissierechten te verminderen met:
- 1°. het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft overgedragen, indien de overdracht overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is geregistreerd,
- 2°. het aantal NOx-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht van hem naar een ander is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig [artikel 16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is geregistreerd,
- 3°. het aantal NOx-emissierechten dat hij op grond van [artikel 16.53, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar zal inleveren, indien de betrokken rechten overeenkomstig [artikel 16.59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.59&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn geregistreerd,
- 4°. het aantal NOx-emissierechten dat hij op grond van [artikel 16.53, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ten behoeve van het daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ingeleverd, indien de betrokken rechten overeenkomstig [artikel 16.59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.59&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn geregistreerd, en
- 5°. het aantal NOx-emissierechten dat hij op grond van [artikel 16.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.54&z=2008-05-01&g=2008-05-01) ten behoeve van het kalenderjaar dient in te leveren.
##### Artikel 16.53
1. De houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), mag ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01):
- a. NOx-emissierechten die hij ten behoeve van een kalenderjaar zou mogen gebruiken, in plaats daarvan ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar inleveren;
- b. NOx-emissierechten ten behoeve van een kalenderjaar inleveren, in plaats van ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar waarvoor hij de betrokken rechten anders zou mogen gebruiken.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing voorzover het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, het aantal NOx-emissierechten, dat overeenkomt met een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage van het voor de houder, bedoeld in het eerste lid, geldende verkoopplafond, niet overschrijdt.
##### Artikel 16.54
1. Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot een kalenderjaar minder NOx-emissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van een emissie van stikstofoxiden, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal NOx-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NOx-emissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
2. Indien de houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ter voldoening aan het bepaalde in [artikel 16.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot een kalenderjaar een nadelig saldo van NOx-emissierechten op zijn rekening, bedoeld in [artikel 16.60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-05-01&g=2008-05-01), heeft staan, wordt het aantal NOx-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan [artikel 16.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NOx-emissierechten dat overeenkomt met het saldotekort.
##### Artikel 16.55
1. Een NOx-emissierecht is geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin het op grond van [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is opgebouwd.
2. In afwijking van het eerste lid is een NOx-emissierecht in een geval als bedoeld in [artikel 16.53, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin dat emissierecht ingevolge [artikel 16.53, eerste lid, onder a onderscheidenlijk b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01), mag worden ingeleverd.
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.56
1. Een NOx-emissierecht is met inachtneming van het tweede en derde lid vatbaar voor overdracht.
2. Een NOx-emissierecht kan uitsluitend worden overgedragen:
- a. tussen houders van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01),
- b. indien het betrekking heeft op een kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak waarvoor op het tijdstip van de voorgenomen overdracht toepassing is gegeven aan [artikel 16.50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.3&artikel=16.50&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en
- c. voorzover het aantal NOx-emissierechten dat de houder, bedoeld onder a, voornemens is over te dragen met betrekking tot een kalenderjaar, door de overdracht het voor hem geldende verkoopplafond niet overschrijdt.
- 1°. vermeerderd met het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar reeds heeft overgedragen,
- 2°. verminderd met het aantal NOx-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar heeft verkregen,
3. Een NOx-emissierecht is ook vatbaar voor andere overgang dan overdracht. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.57
1. De voor overdracht van een NOx-emissierecht vereiste levering geschiedt door:
- a. afschrijving van het NOx-emissierecht van de rekening of de deelrekening, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die in het register voor handel in NOx-emissierechten op naam staat van de persoon die het NOx-emissierecht overdraagt, en
- b. bijschrijving op de rekening of de deelrekening, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-05-01&g=2008-05-01), die in het register voor handel in NOx-emissierechten op naam staat van de persoon die het NOx-emissierecht verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op andere overgang dan overdracht.
3. De [artikelen 16.41, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.42&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.58
1. Er is een register inzake de handel in NOx-emissierechten.
2. Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. In het register worden voor elke inrichting op de bijbehorende rekening of deelrekening, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-05-01&g=2008-05-01), de gegevens, bedoeld in de [artikelen 16.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.51&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [16.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.52&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgenomen.
4. Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de werking, de organisatie, de beschikbaarheid en de beveiliging van het register voor handel in NOx-emissierechten en het openen, bijhouden en opheffen van rekeningen en deelrekeningen, bedoeld in [artikel 16.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.6&artikel=16.60&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Onze Minister kan tevens regels stellen ter uitvoering van het tweede en derde lid.
##### Artikel 16.59
1. De emissieautoriteit registreert de overdracht of andere overgang van NOx-emissierechten indien:
- a. wordt voldaan aan het bepaalde in de [artikelen 16.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.56&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [16.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.57&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. bij de overdracht of overgang wordt aangegeven op welk kalenderjaar, bedoeld in [artikel 16.56, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.5&artikel=16.56&z=2008-05-01&g=2008-05-01), het NOx-emissierecht betrekking heeft.
2. De emissieautoriteit registreert de NOx-emissierechten die worden ingeleverd op grond van [artikel 16.53, eerste lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01), indien wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens [artikel 16.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.4&artikel=16.53&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 16.60
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent voor elke houder van een vergunning krachtens [artikel 16.49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.3&afdeling=16.3.2&artikel=16.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor de inrichting op diens naam een rekening in het register voor handel in NOx-emissierechten.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de houder, bedoeld in het eerste lid, een deelrekening, die onderdeel uitmaakt van de rekening die voor die persoon is geopend.
##### Artikel 16.61
l. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat betrokkenen wegens het openen van een rekening in het register voor handel in NOx-emissierechten of voor het onderhoud van een dergelijke rekening vergoedingen verschuldigd zijn overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
2. Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van de werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd.
3. Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
##### Artikel 16.62
Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel I, van de wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de invoering van een systeem van handel in emissierechten met het oog op het beperken van de emissies van stikstofoxiden (handel in NOx-emissierechten)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018260&artikel=I)(Stb. 233), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze titel in de praktijk.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-06-01&g=2005-06-02), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-06-01&g=2005-06-02), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-06-01&g=2005-06-02), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.11
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 12.3.1. Algemeen
#### § 12.3.2. Rapportage door inrichtingen
#### § 15.2.5. Tarief
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.1
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het intrekken van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de [paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) tot stand zijn gekomen
#### § 20.3. Beroep tegen besluiten die met toepassing van [paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:30) tot stand zijn gekomen
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
#### § 20.4. Beroep tegen andere besluiten
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-07-08&g=2005-07-08), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-07-08&g=2005-07-08), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-07-08&g=2005-07-08), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4.1a
1. Indien ter uitvoering van een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie een plan of programma moet worden vastgesteld waarvoor geen grondslag in de wet is opgenomen en ten aanzien waarvan ingevolge artikel 2, tweede lid, van [richtlijn nr. 2003/35/EG](32003L0035) van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de [Richtlijnen 85/337/EEG](31985L0337) en [96/61/EG](31996L0061) van de Raad (PbEU L 156) in inspraak van het publiek moet worden voorzien, is op de voorbereiding van dat plan of programma [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een herziening van een plan of programma.
2. Zienswijzen als bedoeld in [artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Een wijziging van de in het eerste lid genoemde richtlijn of van een bijlage bij die richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
##### Artikel 4.1b
1. Voorzover op de voorbereiding van een in deze wet voorzien plan of programma dat wordt genoemd in bijlage I bij [richtlijn nr. 2003/35/EG](32003L0035) van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de [Richtlijnen 85/337/EEG](31985L0337) en [96/61/EG](31996L0061) van de Raad (PbEU L 156), de procedure van toepassing is die is voorgeschreven in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), geldt uitsluitend die procedure en blijven de bepalingen die terzake in andere hoofdstukken, onderscheidenlijk in deze wet, zijn opgenomen, voorzover nodig buiten toepassing.
2. Een wijziging van bijlage I bij de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
#### § 4.2. Het nationale milieubeleidsplan
#### § 4.3. Het nationale milieuprogramma
#### § 4.4. Het provinciale milieubeleidsplan
#### § 4.5. Het provinciale milieuprogramma
#### § 4.6. Het gemeentelijke milieubeleidsplan
#### § 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
#### § 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
### Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 7.2. Activiteiten en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
#### § 7.3. Procedurevoorschriften bij het ondernemen van activiteiten, aangewezen krachtens artikel 7.4
#### § 7.4. Het milieu-effectrapport
#### § 7.5. De voorbereiding van het milieu-effectrapport
#### § 7.5. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.9. Evaluatie
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
##### Artikel 12.10
Vervallen
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.1
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.5. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2005-06-30&g=2005-06-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2005-06-30&g=2005-06-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2005-06-30&g=2005-06-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Natuurbeschermingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002611)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.12a
1. Voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden, inhoudende de verplichting tot het treffen van technische maatregelen. Voor zover die voorschriften betrekking hebben op gpbv-installaties wordt daarbij niet het gebruik van bepaalde technieken of technologieën voorgeschreven.
2. Indien voorschriften als bedoeld in het eerste lid, aan de vergunning worden verbonden in plaats van voorschriften als bedoeld in [artikel 8.12, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), leiden de technische maatregelen tot een gelijkwaardige bescherming van het milieu.
3. Voor zover aan een vergunning voorschriften worden verbonden als bedoeld in het eerste lid, kunnen daaraan in ieder geval ook voorschriften worden verbonden, inhoudende dat:
- a. over de uitvoering van technische maatregelen waartoe die voorschriften verplichten, verslag wordt gedaan aan het bevoegd gezag;
- b. daarbij aangegeven metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht ter bepaling van de mate waarin de inrichting de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, ter voorkoming of beperking waarvan die voorschriften zijn bedoeld.
4. Voor zover aan een vergunning voorschriften worden verbonden als bedoeld in het derde lid, is [artikel 8.12, vierde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.12b
Aan de vergunning worden in ieder geval de voor de betrokken inrichting in aanmerking komende voorschriften verbonden met betrekking tot:
- a. een doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
- b. de bescherming van bodem en grondwater;
- c. het voorkomen van het ontstaan van afvalstoffen en afvalwater en, voor zover dat niet mogelijk is, het doelmatig beheer van afvalstoffen en van afvalwater;
- d. het beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting;
- e. het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van door de inrichting veroorzaakte verontreinigingen over lange afstand of grensoverschrijdende verontreinigingen;
- f. het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu, die kunnen worden veroorzaakt door opstarten, lekken, storingen, korte stilleggingen, definitieve bedrijfsbeëindiging of andere bijzondere bedrijfsomstandigheden;
- g. het voorkomen van ongevallen en het beperken van de gevolgen van ongevallen;
- h. het treffen van maatregelen om bij definitieve bedrijfsbeëindiging de nadelige gevolgen die de inrichting heeft veroorzaakt voor het terrein waarop zij was gevestigd, ongedaan te maken of te beperken voor zover dat nodig is om dat terrein weer geschikt te maken voor een volgende functie.
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) vereist is
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
## Titel 8.2. Algemene regels
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 8.2. Algemene regels
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 12.3.3. PRTR
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het intrekken van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
##### Artikel 18.3a
Gedeputeerde staten dragen zorg voor de coördinatie van de uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in de provincie.
##### Artikel 18.3b
1. Ter uitvoering van [artikel 18.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) wordt in iedere provincie regelmatig overleg gevoerd tussen de bestuursorganen die belast zijn met de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten.
2. Gedeputeerde staten stellen voor dat overleg een of meer overlegorganen in. Aan het overleg kunnen, op uitnodiging, andere organen en ambtenaren, die belast zijn met de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, deelnemen.
3. In dat overleg maken die bestuursorganen in ieder geval afspraken over de wijze waarop zij uitvoering zullen geven aan het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en aan [artikel 18.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en over de voorzieningen die zij voor die uitvoering zullen treffen.
##### Artikel 18.3c
Onze Minister draagt zorg voor de coördinatie van de uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voorzover die coördinatie naar zijn oordeel van meer dan provinciaal belang is.
##### Artikel 18.3d
1. Gedeputeerde staten kunnen, indien dat in het belang van een doelmatige handhaving geboden is, aan burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van een waterschap een aanwijzing geven ter zake van de uitvoering door deze bestuursorganen van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01). Daarbij houden gedeputeerde staten rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan.
2. Bij een aanwijzing wordt een termijn gesteld binnen welke daaraan gevolg moet zijn gegeven. Burgemeester en wethouders doen, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van een waterschap doet, schriftelijk mededeling aan gedeputeerde staten van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de aanwijzing.
3. Gedeputeerde staten plegen over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de gemeenteraad, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap.
4. Gedeputeerde staten doen van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan Onze betrokken Minister en aan provinciale staten en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
5. Indien burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur geen gevolg geven, onderscheidenlijk geeft, aan een aanwijzing, kunnen gedeputeerde staten daaraan gevolg geven voor rekening van de gemeente, onderscheidenlijk het waterschap.
##### Artikel 18.3e
1. Gedeputeerde staten kunnen, indien zij hebben vastgesteld dat een behoorlijke uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in de provincie onvoldoende gewaarborgd is, gemeenten of waterschappen aanwijzen waarvan burgemeester en wethouders, respectievelijk de dagelijkse besturen een gemeenschappelijke regeling moeten treffen als bedoeld in de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740), ter behartiging van het belang van een doelmatige handhaving. [Artikel 99, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=99) is niet van toepassing. Een waterschap wordt niet aangewezen dan nadat Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister heeft verklaard dat hij daartegen geen bezwaar heeft.
2. Gedeputeerde staten houden bij een aanwijzing rekening met de regio’s die overeenkomstig de [bijlage, behorend bij de Politiewet 1993](onbekend), zijn vastgesteld.
3. Gedeputeerde staten kunnen te allen tijde bepalen dat de provincie deelneemt aan een regeling. Indien een aan te wijzen waterschap in meer dan een provincie ligt, geschiedt de aanwijzing in overeenstemming met gedeputeerde staten van de betrokken provincie.
4. Bij de regeling wordt een openbaar lichaam als bedoeld in [artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=8) ingesteld.
5. Bij de regeling worden door de deelnemende gemeenten of waterschappen aan het bestuur van het openbaar lichaam ten minste de volgende taken opgedragen:
- a. het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, het verzamelen en registreren van gegevens, bedoeld in [artikel 18.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en het behandelen van klachten, bedoeld in dat artikellid, onder c, en
- b. het voorbereiden en het uitvoeren van door burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente of van door het dagelijks bestuur van een deelnemend waterschap te geven, dan wel gegeven beschikkingen tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van [artikel 18.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
6. Gedeputeerde staten doen van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan Onze betrokken Minister en aan provinciale staten en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
##### Artikel 18.3f
1. Onze Minister kan, indien dat in het belang van een doelmatige handhaving geboden is, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, aan gedeputeerde staten een aanwijzing geven ter zake van:
- a. de uitvoering door gedeputeerde staten van het bepaalde krachtens [artikel 18.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en van de [artikelen 18.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [18.3d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3d&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. het bepaalde in [artikel 18.3e, eerste, tweede, derde lid, eerste volzin, en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.3e&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Bij het geven van een aanwijzing houdt Onze Minister rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan en stelt hij een termijn binnen welke gevolg moet zijn gegeven aan de aanwijzing.
3. Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met gedeputeerde staten.
4. In een geval als bedoeld in het eerste lid, onder b, is [artikel 102, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=102) niet van toepassing.
5. Gedeputeerde staten doen schriftelijk mededeling aan Onze betrokken Minister van de wijze waarop zij gevolg hebben gegeven aan de aanwijzing.
6. Onze Minister doet van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en aan provinciale staten en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
7. Indien gedeputeerde staten geen gevolg geven aan een aanwijzing, kan Onze Minister gevolg geven aan de aanwijzing voor rekening van de betrokken provincie.
##### Artikel 18.8a
1. Onze betrokken Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, vorderen dat gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap ter zake van een overtreding van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten waartoe zij tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd zijn, binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren.
2. Het bestuursorgaan doet van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de vordering schriftelijk mededeling aan Onze betrokken Minister.
3. Indien het bestuursorgaan niet of niet volledig gevolg geeft aan een vordering kan Onze betrokken Minister voor rekening van dat bestuursorgaan daarin voorzien.
4. [Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:26) is van toepassing, met dien verstande dat voor het bestuursorgaan dat bestuursdwang heeft toegepast, wordt gelezen: het bestuursorgaan dat geen gevolg heeft gegeven aan de vordering.
##### Artikel 18.8b
1. Onze betrokken Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een vordering als bedoeld in [artikel 18.8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=18&artikel=18.8a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), overleg met burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van het waterschap, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de gemeenteraad, provinciale staten, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap, tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet.
2. Onze betrokken Minister doet van het besluit, houdende de vordering, mededeling door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en door plaatsing ervan in de Staatscourant.
3. Indien in het belang van de bescherming van het milieu een onverwijlde vordering geboden is, en Onze betrokken Minister de vordering daardoor niet vooraf op schrift kan stellen, stelt hij deze alsnog zo spoedig mogelijk op schrift.
##### Artikel 19.8
1. Indien in de gegevens die ingevolge [artikel 12.12, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), door het RIVM in het register, bedoeld in [artikel 12.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), moeten worden opgenomen gegevens voorkomen of kunnen worden afgeleid waarvan de geheimhouding op grond van [artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, of uit eigen beweging in afwijking van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), besluiten dat die gegevens niet aan het RIVM worden verstrekt onderscheidenlijk niet wordt ingestemd met de voorgestelde weergave, bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst.
3. Indien een verzoek tot geheimhouding is gedaan, verstrekt het bevoegd gezag de gegevens ingevolge [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), over de externe veiligheid betreffende die inrichting of buisleiding niet onderscheidenlijk geeft het bevoegd gezag geen instemming als bedoeld in [artikel 12.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.15&z=2008-05-01&g=2008-05-01), totdat de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden.
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.2a
Een bestuursorgaan verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in artikel 16 van de EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging opgelegde verplichting tot informatieverstrekking. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
##### Artikel 22.1a
Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat vergunningen, verleend krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van de Wet milieubeheer voor inrichtingen waartoe gpbv-installaties behoren, voor zover die niet in overeenstemming zijn met de regels die voor 31 oktober 2007 ter uitvoering van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging bij of krachtens deze wet zijn gesteld, uiterlijk met ingang van die datum daarmee in overeenstemming zijn.
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-03-08&g=2006-03-08), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-03-08&g=2006-03-08), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.37a
1. Ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan degene die een inrichting drijft, in plaats van broeikasgasemissierechten emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties inleveren.
2. Voor de toepassing van [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en van het eerste lid van dit artikel wordt één emissiereductie-eenheid of gecertificeerde emissiereductie gelijkgesteld met één broeikasgasemissierecht.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen ter voldoening aan [artikel 16.37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot een kalenderjaar dat valt binnen de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, uitsluitend broeikasgasemissierechten en gecertificeerde emissiereducties worden ingeleverd.
##### Artikel 16.37b
1. [Artikel 16.37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van toepassing zolang het aantal emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties het gedeelte van het aantal toegewezen broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig [artikel 16.25, eerste lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.3&paragraaf=16.2.3.1&artikel=16.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01), met betrekking tot de desbetreffende inrichting in het voor de betrokken planperiode geldende nationale toewijzingsplan is aangeduid, niet overschrijdt.
2. [Artikel 16.37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.4&artikel=16.37a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is niet van toepassing met betrekking tot emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties die afkomstig zijn van projectactiviteiten voor:
- a. het opwekken van elektriciteit door het vrijmaken van kernenergie;
- b. landgebruik, verandering in het landgebruik en bosbouwactiviteiten.
3. Het tweede lid, aanhef en onder a, geldt met betrekking tot de in artikel 11bis, derde lid, onder a, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde planperiodes.
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
##### Artikel 16.42a
1. De [artikelen 16.40, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [16.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [16.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.42&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties.
2. Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, wordt voor de toepassing van de [artikelen 16.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [16.41, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.5&artikel=16.41&z=2008-05-01&g=2008-05-01), onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol.
##### Artikel 16.46a
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 16.46c, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46c&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in verbinding met [artikel 16.46b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), indient.
##### Artikel 16.46b
1. Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto (CDM).
2. Onze Minister verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten.
3. De instemming wordt op verzoek van de projectdeelnemer verleend indien:
- a. de deelname door de projectdeelnemer aan de projectactiviteit voldoet aan de eisen die in het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten aan die deelname zijn gesteld;
- b. voorzover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: bij de projectactiviteit en de uitvoering daarvan de in artikel 11ter, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde richtlijnen van de Wereldcommissie Stuwdammen in acht worden genomen.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen met betrekking tot het derde lid nadere regels worden gesteld.
5. De instemming kan worden geweigerd indien:
- a. niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onder a, of, voorzover van toepassing, onder b;
- b. is gebleken dat bij de uitvoering van een andere projectactiviteit waarbij de projectdeelnemer is of was betrokken en waarvoor Onze Minister reeds instemming heeft verleend, niet is voldaan aan de eisen die in het derde lid met betrekking tot die uitvoering zijn gesteld.
6. Een verleende instemming omvat mede de machtiging van de betrokken projectdeelnemer, voorzover een dergelijke machtiging op grond van artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is vereist. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt in de beslissing op het verzoek aangegeven dat de instemming mede de machtiging omvat.
7. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verzoek om instemming, de bij het verzoek te verstrekken gegevens en over te leggen bescheiden.
8. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor het verlenen van instemming een vergoeding is verschuldigd. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald.
9. Onze Minister stelt bij hem berustende informatie over projectactiviteiten waarvoor hij instemming heeft verleend, voor het publiek beschikbaar. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.46c
1. Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme van gemeenschappelijke uitvoering, bedoeld in artikel 6 van het Protocol van Kyoto (JI), die buiten Nederland of buiten de Nederlandse exclusieve economische zone worden uitgevoerd.
2. Onze Minister van Economische Zaken verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten.
3. [Artikel 16.46b, derde tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 16.46b, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.7&artikel=16.46b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in plaats van «artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto» wordt gelezen: artikel 6, derde lid, van het Protocol van Kyoto.
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 18. Handhaving
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-07-01&g=2006-07-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-07-01&g=2006-07-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-07-01&g=2006-07-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.1a
Dit hoofdstuk is mede van toepassing op:
- a. activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) die plaatsvinden in de exclusieve economische zone;
- b. de ter zake van de onder a bedoelde activiteiten krachtens [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangewezen plannen of besluiten;
- c. plannen als bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor zover een daarin voorgenomen activiteit plaats zal vinden in de exclusieve economische zone;
- d. activiteiten als bedoeld in [artikel 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) die plaatsvinden in de exclusieve economische zone.
#### § 5.2.2. Plannen
##### Artikel 7.2a
1. Een milieu-effectrapport wordt gemaakt bij de voorbereiding van een op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht vast te stellen plan waarvoor, in verband met een daarin opgenomen activiteit, een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van [artikel 19f, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641&artikel=19f).
2. In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt de passende beoordeling opgenomen in het milieu-effectrapport. Die beoordeling wordt als zodanig herkenbaar weergegeven in dat rapport.
#### § 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften
#### § 5.2.6. Handhaving
##### Artikel 7.11a
1. Een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan is gereed op het moment dat het ontwerp van het plan ter inzage wordt gelegd.
2. Het milieu-effectrapport kan worden opgenomen bij of in het plan, mits het daarin als zodanig herkenbaar is weergegeven.
##### Artikel 7.11b
Alvorens het milieu-effectrapport op te stellen, raadpleegt het bevoegd gezag de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het plan berust bij de voorbereiding van het plan moeten worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die gericht is op wat relevant is voor het plan en die op grond van [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&artikel=7.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in het milieu-effectrapport moet worden opgenomen.
##### Artikel 7.11c
1. Zo spoedig mogelijk nadat een bestuursorgaan het voornemen heeft opgevat tot het voorbereiden van een plan, maar uiterlijk op het moment dat het toepassing geeft aan [artikel 7.11b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4a&artikel=7.11b&z=2008-05-01&g=2008-05-01), geeft het kennis van dat voornemen, met overeenkomstige toepassing van [artikel 3:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12).
2. In de kennisgeving wordt vermeld of:
- a. stukken betreffende het voornemen ter inzage zullen worden gelegd, en waar en wanneer,
- b. er gelegenheid wordt geboden zienswijzen over het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn,
- c. de commissie of een andere onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen of het ontwerp van het plan, en
- d. met betrekking tot het ontwerp van het plan toepassing moet worden gegeven aan [artikel 7.26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
3. In de kennisgeving wordt voorts vermeld:
- a. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen plan, en de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen, activiteit plaatsvindt in een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur: dat de in het plan voorgenomen activiteit plaatsvindt in de ecologische hoofdstructuur;
- b. indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01): dat in het milieu-effectrapport tevens een passende beoordeling als bedoeld in dat artikel wordt opgenomen.
#### § 7.6a. Het plan
##### Artikel 7.26a
1. Indien de procedure van totstandkoming van een plan er niet in voorziet dat het ontwerp van dat plan ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze over dat ontwerp naar voren te brengen, wordt in afwijking van die procedure:
- a. met betrekking tot het ontwerp van dat plan toepassing gegeven aan de [artikelen 3:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11) en [3:12 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), en
- b. een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen, overeenkomstig de [artikelen 3:16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16) en [3:17, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:17).
2. Indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in het ontwerp van het plan:
- a. wordt bij de terinzagelegging, bedoeld in [artikel 3:11, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:11), tevens het rapport ter inzage gelegd,
- b. wordt bij de kennisgeving, bedoeld in [artikel 3:12, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12), tevens kennisgegeven van het rapport, en
- c. kan een zienswijze als bedoeld in [artikel 3:15 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:15) tevens betrekking hebben op het rapport.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt, indien krachtens wettelijk voorschrift een plan binnen een bepaalde termijn moet worden vastgesteld, die termijn verlengd met ten minste de termijn, bedoeld in [artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:16).
##### Artikel 7.26b
1. Indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een krachtens [artikel 7.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen plan, en de daarin voorgenomen, krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen, activiteit plaatsvindt in een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur of indien het milieu-effectrapport betrekking heeft op een plan als bedoeld in [artikel 7.2a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt de commissie uiterlijk op het moment dat de in [artikel 7.26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) genoemde stukken ter inzage worden gelegd in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over dat rapport.
2. [Artikel 7.26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&artikel=7.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van toepassing.
##### Artikel 7.26c
1. Het bevoegd gezag stelt een plan niet vast dan nadat het toepassing heeft gegeven aan de [paragrafen 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.4a&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Het bevoegd gezag stelt een plan evenmin vast indien het plan ten opzichte van het ontwerp van dat plan zodanig is gewijzigd dat de gegevens die in het milieu-effectrapport zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het plan ten grondslag kunnen worden gelegd.
##### Artikel 7.26d
1. Bij het plan wordt in ieder geval vermeld:
- a. de wijze waarop rekening is gehouden met de in het milieu-effectrapport beschreven gevolgen voor het milieu van de activiteit waarop het plan betrekking heeft;
- b. hetgeen is overwogen omtrent de in het milieu-effectrapport beschreven alternatieven;
- c. hetgeen is overwogen omtrent de bij het ontwerp van het plan terzake van het milieu-effectrapport naar voren gebrachte zienswijzen;
- d. indien de commissie overeenkomstig [artikel 7.26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6a&artikel=7.26b&z=2008-05-01&g=2008-05-01) advies heeft uitgebracht, hetgeen is overwogen omtrent dat advies.
2. Het bevoegd gezag bepaalt bij de vaststelling van het plan de termijn of de termijnen waarop het onderzoek, bedoeld in [artikel 7.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.39&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt gestart, alsmede de wijze waarop het dat onderzoek zal verrichten.
##### Artikel 7.26e
1. Indien de procedure van totstandkoming van een plan niet voorziet in een openbare kennisgeving van een vastgesteld plan, wordt van dat plan kennisgegeven op de wijze, voorzien in [artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:42).
2. Indien het milieu-effectrapport niet is opgenomen in het plan wordt van dat rapport kennisgegeven tegelijk met het plan.
#### § 7.4a. De voorbereiding van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een plan
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
#### § 7.6a. Het plan
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.1. Algemeen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) vereist is
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
##### Artikel 8.43
Vervallen
#### § 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens de [Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682) vereist is
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
##### Artikel 10.1a
Vervallen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 12.10
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
##### Artikel 14.4a
In deze paragraaf wordt onder activiteit, plan of besluit verstaan een activiteit, plan of besluit als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.1&artikel=7.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 14.4b
Ingeval terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan wordt ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieu-effectrapport gemaakt. Het rapport wordt voorbereid met toepassing van de [paragrafen 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en [7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 14.4c
1. Ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan is aangewezen, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, wordt ter voorbereiding van die plannen één milieu-effectrapport gemaakt.
2. Buiten de gevallen, bedoeld in het eerste lid, kan, ingeval terzake van een activiteit, dan wel terzake van verscheidene met elkaar samenhangende activiteiten meer dan een plan moet worden vastgesteld, bij de voorbereiding waarvan op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, door de bestuursorganen die die plannen moeten vaststellen, worden besloten dat ter voorbereiding van die plannen één milieu-effectrapport wordt gemaakt.
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.1. Algemeen
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-09-28&g=2006-09-28), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-09-28&g=2006-09-28), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-09-28&g=2006-09-28), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
##### Artikel 11.2
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van de kwaliteit van bij of krachtens de maatregel aangewezen werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, en ter bevordering van de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren, regels worden gesteld, die nodig zijn in verband met de bescherming van het milieu.
2. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:
- a. het verrichten van berekeningen, metingen of tellingen;
- b. het nemen of analyseren van monsters of het anderszins verrichten van onderzoek naar de aard of mate van verontreinigingen in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond, organismen of bodem;
- c. het beperken, ongedaan maken of anderszins saneren van een verontreiniging in stoffen, producten, afvalstoffen, afvalwater, lucht, oppervlaktewater, grond of bodem;
- d. het beoordelen of inspecteren van stoffen, producten, voorzieningen of installaties;
- e. het toepassen of geschikt maken voor toepassing, van stoffen, producten of afvalstoffen in een werk of het uitvoeren van een werk op of in de bodem;
- f. het houden van toezicht op of het voorbereiden of begeleiden van werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. bemiddelen bij, beoordelen van of adviseren of rapporteren over werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met f, of
- h. het afgeven, wijzigen, schorsen, intrekken of weigeren van certificaten.
3. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen behoren regels, inhoudende een verbod een aangewezen werkzaamheid uit te voeren zonder dat voor die werkzaamheid wordt beschikt over:
- a. een erkenning waarmee Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, heeft vastgesteld dat degene die een werkzaamheid als bedoeld in het eerste lid uitvoert voldoet aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- b. een certificaat waarmee een krachtens onderdeel a erkende certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon voldoet aan de voor de certificering geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd;
- c. een accreditatie waarmee de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een certificeringsinstelling, een inspectie-instelling, een laboratorium of een andere instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid en dat wordt voldaan aan eisen omtrent de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
4. Tot de bij een maatregel krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen tevens behoren regels, inhoudende de verplichting:
- a. te handelen overeenkomstig de aan de erkenning verbonden voorschriften;
- b. te handelen overeenkomstig het voor de desbetreffende werkzaamheid bij of krachtens de maatregel aangewezen document;
- c. te handelen overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde eisen omtrent de onafhankelijkheid, deskundigheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht of andere eisen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden en de integriteit van degene die een werkzaamheid uitvoert kan worden bevorderd;
- d. van een intrekking of een schorsing van een certificaat of een accreditatie een kennisgeving te doen aan Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie.
5. Indien toepassing wordt gegeven aan het derde lid, aanhef en onderdeel a, worden bij de maatregel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de aanvraag voor een erkenning moet geschieden en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag;
- b. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, en
- c. de termijn waarvoor een erkenning kan worden verleend of geschorst.
6. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, voor daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden of categorieën van natuurlijke personen, rechtspersonen of instellingen die werkzaamheden verrichten, vrijstelling verlenen van krachtens het derde tot en met vijfde lid gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
##### Artikel 11.3
Voor zover uitvoering is gegeven aan [artikel 11.2, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), kan bij de maatregel worden bepaald dat in bij de maatregel aangegeven gevallen:
- a. het bevoegd gezag een aanvraag om een beschikking die bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde wetten wordt gegeven, niet in behandeling neemt indien daarbij gegevens zijn gevoegd die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. ter voldoening aan een bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de in [artikel 13.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=13&afdeling=13.1&artikel=13.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genoemde wetten geldende verplichting geen gegevens worden verstrekt die afkomstig zijn van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of instelling die in strijd heeft gehandeld met [artikel 11.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
## Titel 15.1
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2006-10-01&g=2006-10-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2006-10-01&g=2006-10-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2006-10-01&g=2006-10-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Landinrichtingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003793)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 16.20a
1. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning wijzigen, aanvullen of intrekken.
2. Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de [artikelen 16.6 tot en met 16.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=16&titeldeel=16.2&afdeling=16.2.2&artikel=16.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16.20b
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan een vergunning intrekken, indien:
- a. met betrekking tot de inrichting een krachtens [artikel 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.2&artikel=8.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01) genomen beschikking in werking is getreden;
- b. deze titel niet meer op de inrichting van toepassing is.
2. In de beschikking tot intrekking kan worden bepaald dat aan de vergunning verbonden voorschriften gedurende een daarbij aangegeven termijn blijven gelden.
3. Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) niet van toepassing.
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-16&g=2007-03-16), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-16&g=2007-03-16), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-16&g=2007-03-16), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-03-30&g=2007-03-30), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-03-30&g=2007-03-30) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
##### Artikel 12.12
1. Er is een openbaar register dat gegevens bevat over de externe veiligheid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de categorieën van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen aangewezen dan wel mede de gevallen waarover het register gegevens bevat inzake de externe veiligheid.
3. Het register wordt beheerd door het RIVM.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die door het RIVM in het register worden opgenomen.
5. Bij of krachtens de in het vierde lid bedoelde maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de vorm, inrichting en de toegankelijkheid van het register en de wijze waarop het register wordt bijgehouden.
##### Artikel 12.13
1. Het bevoegd gezag is verplicht gegevens over externe veiligheid aan het RIVM te verstrekken, evenals de wijzigingen die in deze gegevens optreden.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens. Voor zover deze regels betrekking hebben op gegevens in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute onderscheidenlijk door een buisleiding worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het tijdstip waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dienen te worden verstrekt.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door het bevoegd gezag aan het RIVM worden verstrekt.
##### Artikel 12.14
1. Degene die een inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en voert de voor de totstandkoming van de gegevens benodigde berekeningen uit.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer aanbiedt en op degene aan wie een concessie voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur is verleend voor zover de hoofdspoorweg wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, met dien verstande dat geen gegevens hoeven te worden verstrekt voor zover voor de totstandkoming van de gegevens berekeningen moeten worden uitgevoerd.
3. Het eerste en tweede lid blijven buiten toepassing voor zover de gegevens reeds door het bevoegd gezag zijn verkregen of door het bevoegd gezag op grond van het vijfde lid kunnen worden verkregen.
4. Tot de ingevolge het eerste lid op verzoek van het bevoegd gezag te verstrekken gegevens behoren mede de berekeningen die aan de te verstrekken gegevens ten grondslag liggen.
5. Een bestuursorgaan dat beschikt over gegevens benodigd voor de uitvoering van [artikel 12.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag die gegevens.
6. De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op het uitvoeren van nieuwe berekeningen in verband met de vaststelling van besluiten krachtens de [Wet op de Ruimtelijke Ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375) die betrekking hebben op het gebied dat van belang is voor de externe veiligheid, indien reeds eerder berekeningen ingevolge het eerste lid aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, dan wel anderszins bij dat gezag beschikbaar zijn.
7. Het verzoek om gegevens te verstrekken wordt schriftelijk gedaan en vermeldt een termijn van ten hoogste drie maanden waarbinnen aan het verzoek moet worden voldaan.
8. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de op grond van het eerste en tweede lid te verstrekken gegevens, en de wijze waarop deze aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Voor zover deze regels betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute of door een buisleiding worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken.
##### Artikel 12.15
1. Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst geschikt voor weergave in het register.
2. Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het register niet voor een ieder toegankelijk dan nadat het bevoegd gezag met de door het RIVM voorgestelde weergave heeft ingestemd. Het bevoegd gezag beslist hierover binnen vier weken na ontvangst van de voorgestelde weergave. Alvorens in te stemmen met de voorgestelde weergave zendt het bevoegd gezag ten minste twee weken voordat wordt ingestemd aan degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, een afschrift van de voorgestelde weergave.
##### Artikel 12.16
1. Op verzoek verstrekt het RIVM een afschrift van in het register opgenomen gegevens over de externe veiligheid.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en wijze van het verstrekken door het RIVM van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het op verzoek vervaardigen van afschriften van in het register opgenomen gegevens. De vergoeding bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten.
##### Artikel 12.17
1. Een verzoek tot herstel van een fout in het register bevat de redenen voor dat verzoek en zo mogelijk de aan te brengen wijzigingen. Het verzoek wordt gericht tot het bevoegd gezag.
2. Uiterlijk binnen acht weken na de dag van ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist het bevoegd gezag op het verzoek. Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing mede aan de verzoeker en aan degene die de betreffende inrichting drijft onderscheidenlijk degene die de betreffende buisleiding gebruikt, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, waarop het verzoek tot herstel van een fout betrekking heeft.
3. Op de beslissing van het bevoegd gezag tot herstel van een fout is [artikel 12.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.2&artikel=12.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-03-30&g=2007-03-30), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-03-30&g=2007-03-30), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-03-30&g=2007-03-30), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.2. Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen
##### Artikel 9.3.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
##### Artikel 9.3.2
1. Onze Minister is de bevoegde instantie, bedoeld in de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
2. Voor onderdelen van de verordening die betrekking hebben op beleid dat behoort tot de verantwoordelijkheid van een Onzer andere Ministers, wordt voor die onderdelen die minister als bevoegde instantie aangewezen. De aanwijzing geschiedt bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met die minister.
##### Artikel 9.3.3
1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 5, 7, derde lid, 8, tweede lid, 9, vierde en zesde lid, 14, eerste, zesde en zevende lid, 31, eerste, tweede, derde, zevende en negende lid, 32, eerste en derde lid, 33, 34, 35, 37, vierde tot en met zevende lid, 38, eerste, derde en vierde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, derde en vierde lid, 50, vierde lid, 55, 56, eerste en tweede lid, 60, tiende lid, 65 en 67, eerste lid.
2. Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: de artikelen 6, eerste en derde lid, 7, eerste, tweede en vijfde lid, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste, derde en vierde lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 22, eerste, tweede en vierde lid, 24, tweede lid, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste en derde lid, 30, eerste, tweede, derde en vierde lid, 31, vijfde en achtste lid, 32, tweede lid, 36, 37, tweede en derde lid, 41, vierde lid, 46, tweede lid, 49, 50, tweede en derde lid, 61, eerste en derde lid, 63, derde lid, 66, eerste lid, 105 en 113, eerste en derde lid.
3. Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 126 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
4. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op gedragingen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de [Warenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969).
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-09-01&g=2007-09-01), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-09-01&g=2007-09-01) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.12
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 13.2.4. Beschikking op de aanvraag
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.7. Keuringen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
##### Artikel 17.6
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-09-01&g=2007-09-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-09-01&g=2007-09-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-09-01&g=2007-09-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Bestrijdingsmiddelenwet 1962](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002380)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-17&g=2007-10-17), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-17&g=2007-10-17) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 13.13
Vervallen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
### Afdeling 16.2.2. Vergunning
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
##### Artikel 20.2a
In een rechterlijke procedure ten aanzien van een besluit, andere rechtshandeling of feitelijke handeling die strekt tot uitvoering van een overeenkomstig [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), genomen besluit of toegepast wettelijk voorschrift, kunnen uitsluitend gevolgen voor de luchtkwaliteit worden aangevoerd voor zover deze redelijkerwijs niet in een eerdere rechterlijke procedure aan de orde zijn of hadden kunnen worden gesteld.
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-17&g=2007-10-17), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-17&g=2007-10-17), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-17&g=2007-10-17), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9.4.1
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**CE-markering**: markering als bedoeld in besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de conformiteitbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) en bestaande uit het opschrift «CE» als weergegeven in bijlage III bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten;
**componenten en subeenheden**: onderdelen die bedoeld zijn om in een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen energieverbruikend product te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van gebruikers op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen, dan wel waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk van voornoemd product kunnen worden beoordeeld;
**conformiteitsverklaring**: document waarbij de fabrikant overeenkomstig bijlage VI bij de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten verklaart dat aan alle voor dat product relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt voldaan, onder verwijzing naar die uitvoeringsmaatregel;
**EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten**: richtlijn nr. 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 191);
**energieverbruikend product:**
- 1°. product dat wanneer het op de markt is gebracht of in gebruik is genomen, voor zijn functioneren afhankelijk is van energietoevoer in de vorm van elektriciteit of van fossiele of hernieuwbare brandstoffen;
- 2°. product voor de opwekking, overbrenging en meting van de onder 1° bedoelde energie, met inbegrip van onderdelen die van energietoevoer afhankelijk zijn en bedoeld zijn om te worden ingebouwd in het onder 1° bedoelde product en die ten behoeve van gebruikers op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk van het onder 1° bedoelde product kunnen worden beoordeeld;
**fabrikant**: degene die een energieverbruikend product vervaardigt met het oog op het op de markt brengen onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik;
**importeur**: in de Europese Gemeenschap gevestigde persoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een land buiten de Europese Unie op de markt brengt;
**op de markt brengen**: op de markt brengen, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan, ongeacht de wijze waarop dat geschiedt;
**uitvoeringsmaatregel**: krachtens de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten goedgekeurde maatregel tot vaststelling van voorschriften voor een ecologisch ontwerp voor daarin aangegeven energieverbruikende producten, alsmede uitvoeringsmaatregel als bedoeld in artikel 21 van de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten.
2. Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt onder **ecologisch ontwerp, ecologisch profiel, geharmoniseerde norm, materialen, milieuprestaties, productontwerp** onderscheidenlijk **verbetering van de milieuprestaties** verstaan hetgeen daaronder in artikel 2 van de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten wordt verstaan.
3. Bij het ontbreken van een fabrikant of importeur van een energieverbruikend product wordt degene die dat energieverbruikende product op de markt brengt of in gebruik neemt, voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen als fabrikant aangemerkt.
4. Een wijziging van de in het tweede lid genoemde begrippen in de EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten of van een bijlage bij die richtlijn waarnaar bij of krachtens deze titel wordt verwezen, gaat voor de toepassing van het bij of krachtens deze titel bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
##### Artikel 9.4.2
Een fabrikant kan een persoon schriftelijk machtigen om namens hem bij of krachtens deze titel geldende verplichtingen na te komen, mits deze gemachtigde binnen de Europese Gemeenschap is gevestigd.
##### Artikel 9.4.3
Deze titel is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.
##### Artikel 9.4.4
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van energie-efficiëntie en bescherming van het milieu met betrekking tot het ecologisch ontwerp van een categorie van energieverbruikende producten en de verstrekking van daarmee verband houdende informatie over die producten aan de gebruikers regels worden gesteld.
2. Het is de fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energieverbruikend product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, verboden dat product op de markt te brengen of in gebruik te nemen, indien met betrekking tot dat product niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
##### Artikel 9.4.5
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur draagt er zorg voor dat een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, alvorens dat product op de markt wordt gebracht of in gebruik wordt genomen, aan een conformiteitsbeoordeling wordt onderworpen, waarbij wordt getoetst of het voldoet aan de bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de toetsing met betrekking tot dat product plaatsvindt.
2. De fabrikant maakt met betrekking tot een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, een conformiteitsverklaring op en brengt een CE-markering op het product aan. De importeur draagt er zorg voor dat hij met betrekking tot een dergelijk product beschikt over de conformiteitsverklaring en dat op het product een CE-markering is aangebracht.
##### Artikel 9.4.6
1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur van een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, bewaart na het in Nederland op de markt brengen of in gebruik nemen van dat product de relevante documenten betreffende de conformiteitsbeoordeling, als bedoeld in [artikel 9.4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en de daaromtrent afgegeven conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na beëindiging van de vervaardiging van dat product.
2. De fabrikant onderscheidenlijk importeur stelt de in het eerste lid bedoelde documenten binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van het bevoegd gezag, belast met het toezicht op de naleving van de wet, beschikbaar aan dat bevoegde gezag.
3. Fabrikanten van componenten en subeenheden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, worden verplicht aan de fabrikant onderscheidenlijk importeur van dat product daarbij aangegeven relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.
##### Artikel 9.4.7
1. Het is verboden op een energieverbruikend product een markering aan te brengen, die de gebruikers van dat product kan misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.
2. Het is verboden een energieverbruikend product dat behoort tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, dat nog niet op de markt is gebracht en niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, te tonen of te demonstreren op handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen. Het verbod geldt niet indien duidelijk zichtbaar is aangegeven dat het product nog niet met die uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is en niet op de markt zal worden gebracht, zolang het product nog niet met het bij of krachtens deze titel bepaalde en met de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is.
##### Artikel 9.4.8
1. Een energieverbruikend product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, dat van een CE-markering is voorzien, wordt vermoed te voldoen aan de voor dat product bij of krachtens deze titel en in de uitvoeringsmaatregel gestelde eisen.
2. Een energieverbruikend product, behorende tot een ingevolge een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, waarvoor een geharmoniseerde norm is toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die norm betrekking heeft.
3. Een energieverbruikend product, behorende tot een ingevolge een maatregel als bedoeld in [artikel 9.4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=9&titeldeel=9.4&artikel=9.4.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen categorie, waarvoor overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 de communautaire milieukeur is verleend, wordt vermoed te voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voor zover de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
##### Artikel 8.43
Vervallen
## Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
##### Artikel 10.16a
Vervallen
##### Artikel 10.16b
Vervallen
##### Artikel 10.16c
Vervallen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44a
Vervallen
##### Artikel 10.44b
Vervallen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
##### Artikel 10.44d
Vervallen
##### Artikel 10.44e
Vervallen
#### § 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
### Hoofdstuk 11. Andere handelingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
## Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-10-24&g=2007-10-24), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-10-24&g=2007-10-24) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
### Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.2.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-10-24&g=2007-10-24), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-10-24&g=2007-10-24), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-10-24&g=2007-10-24), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
## Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
##### Artikel 5.6
1. In afwijking van [titel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gelden ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht uitsluitend deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen.
2. Deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen zijn niet van toepassing op een arbeidsplaats als bedoeld in [artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=1).
##### Artikel 5.7
In deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht wordt verstaan onder:
**acht-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**agglomeratie**: stedelijk gebied met ten minste 250 000 inwoners;
**alarmdrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het waarschuwen van de bevolking noodzakelijk is teneinde de risico’s voor de gezondheid van de mens ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**AOT40-waarde**: gesommeerd verschil tussen de uurgemiddelde concentraties van ozon boven 80 microgram per m3 en 80 microgram per m3 tussen 08.00 uur en 20.00 uur Midden-Europese-Tijd, over een bepaalde periode, uitgedrukt in (microgram per m3) • uur;
**autosnelweg**: autosnelweg als bedoeld in [artikel 1, onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004825&artikel=1);
**EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit**: richtlijn nr. 96/62/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296);
**grenswaarde**: kwaliteitsniveau dat moet zijn bereikt en vervolgens moet worden instandgehouden;
**informatiedrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan het informeren van de bevolking noodzakelijk is, teneinde de risico’s voor de gezondheid van bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen ingeval van een kortstondige overschrijding van dat kwaliteitsniveau te beperken;
**jaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, lood en benzeen en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10);
**kwaliteitsniveau**: concentratie in de buitenlucht of de depositiesnelheid van een verontreinigende stof;
**luchtverontreiniging**: aanwezigheid in de buitenlucht van verontreinigende stoffen;
**plandrempel**: kwaliteitsniveau bij het bereiken waarvan een planmatige aanpak van de luchtverontreiniging noodzakelijk is;
**richtwaarde**: kwaliteitsniveau dat zoveel mogelijk moet zijn bereikt en dat, waar aanwezig, zoveel mogelijk moet worden instandgehouden;
**stikstofoxiden**: het totale aantal volumedelen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard volumedelen, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxide per m3;
**uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
**verontreinigende stoffen**: vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, niet zijnde splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in de Kernenergiewet, die op zichzelf dan wel tezamen of in verbinding met andere stoffen nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken;
**vierentwintig-uurgemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over het tijdvak van 0.00 uur tot 24.00 uur Midden-Europese-Tijd, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM10);
**winterhalfjaargemiddelde concentratie**: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties van 1 oktober tot en met 31 maart, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kilo Pascal;
**zone**: gedeelte van het Nederlandse grondgebied;
**zwevende deeltjes (PM10)**: in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aërodynamische diameter van 10 micrometer.
##### Artikel 5.8
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2009/158.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 5.9
1. Burgemeester en wethouders stellen in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangegeven gevallen waarin een plandrempel wordt overschreden een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke maatregelen voldaan zal worden aan de desbetreffende in de [bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) genoemde grenswaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Zij dragen zorg voor de uitvoering van het plan.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Gedeputeerde staten, Onze Minister, Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Verkeer en Waterstaat en andere bestuursorganen die maatregelen kunnen treffen leveren op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van een plan als bedoeld in het eerste lid. Daarbij geven de desbetreffende bestuursorganen in het plan gemotiveerd rekenschap van het al dan niet treffen van maatregelen. Omtrent het opstellen en uitvoeren van het plan bevorderen burgemeester en wethouders overleg met die bestuursorganen.
4. Voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de desbetreffende plandrempel, met inachtneming van de krachtens [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels, is vastgesteld en gerapporteerd, stellen burgemeester en wethouders gedeputeerde staten in kennis van een vastgesteld plan als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen plannen.
5. Burgemeester en wethouders rapporteren eenmaal in de drie jaar, voor 1 mei van het op die periode volgende jaar, aan gedeputeerde staten omtrent de voortgang van de uitvoering van een plan of plannen als bedoeld in het eerste lid. Voor 1 juli van dat jaar stellen gedeputeerde staten Onze Minister in kennis van alle door hen ontvangen voortgangsrapportages.
6. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat het plan, bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming is met een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 5.10
1. Onze Minister stelt in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangegeven gevallen een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze, met inzet van proportionele maatregelen, zoveel mogelijk voldaan zal worden aan een in [die bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) genoemde richtwaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Onze Minister draagt zorg voor de uitvoering van het plan.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Een plan als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld voor 1 december van het tweede jaar volgend op de periode waarover de overschrijding van de richtwaarde met inachtneming van de krachtens [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde regels is vastgesteld en gerapporteerd.
##### Artikel 5.11
1. Een plan als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bevat ten minste de gegevens, bedoeld in bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit.
2. Een wijziging van bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit geldt voor de toepassing van het eerste lid met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven en heeft geen betrekking op een vóór die dag vastgesteld plan, tenzij uit de desbetreffende wijziging anders volgt.
3. Voor gevallen waarin ingevolge [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), voor meer dan één stof een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt het betrokken bestuursorgaan zorg voor één plan voor de desbetreffende stoffen. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.12
1. Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgenomen grenswaarde die op of na het daarbij behorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een programma vast dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Het programma heeft betrekking op een daarbij aan te geven periode van vijf jaar.
2. In het programma, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste genoemd of beschreven de gedurende de in dat lid bedoelde periode door een of meer bestuursorganen van het Rijk te treffen generieke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit en de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
3. Bij ministeriële regeling worden één of meer gebieden aangewezen met betrekking waartoe, na overleg met de betrokken bestuursorganen, het in het eerste lid bedoelde programma tevens omvat:
- a. een beschrijving van de in de buitenlucht aanwezige concentraties verontreinigende stoffen en de autonome ontwikkeling daarvan boven het desbetreffende gebied, op basis van de laatst beschikbare gegevens met betrekking tot die concentraties, alsmede een beschrijving van de oorzaken van een overschrijding of dreigende overschrijding van de desbetreffende grenswaarde;
- b. indien op het moment van vaststelling van het programma op één of meer plaatsen binnen een aangewezen gebied een geldende grenswaarde wordt overschreden: een overzicht van alle redelijkerwijs, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, door de betrokken bestuursorganen te treffen maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van beleid dat erop gericht is die grenswaarde te bereiken, de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit alsmede het tijdstip waarop die grenswaarde naar verwachting zal zijn bereikt;
- c. een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het desbetreffende gebied en van de besluiten die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen worden genomen en die in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) een grenswaarde is opgenomen, op basis van de krachtens het zevende lid verstrekte gegevens, alsmede de effecten van die ontwikkelingen en besluiten op de luchtkwaliteit;
- d. een beschrijving van de door de bestuursorganen, die daartoe in het programma zijn aangewezen, te treffen overige maatregelen dan bedoeld onder b, die samenhangen met de onder c bedoelde ontwikkelingen of besluiten en die gericht zijn op het bereiken van de grenswaarde of grenswaarden in de betreffende gebieden, alsmede de effecten van die maatregelen op de luchtkwaliteit;
- e. een prognose van de ontwikkeling van de onder a bedoelde concentraties, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode, met dien verstande dat daarbij tevens wordt aangegeven hoeveel eerder als gevolg van de maatregelen, bedoeld onder b en d, en rekening houdend met de effecten van de verwachte ontwikkelingen en besluiten, bedoeld onder c, een grenswaarde in het betreffende gebied wordt bereikt dan overeenkomstig de autonome ontwikkeling, bedoeld onder a, naar verwachting het geval zou zijn.
4. Bij het beschrijven van:
- a. de autonome ontwikkeling, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt mede in aanmerking genomen het gesommeerde effect van de uitoefening van bevoegdheden en de toepassing van wettelijke voorschriften die gedurende de in het eerste lid bedoelde periode naar verwachting zullen plaatsvinden en die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht in dat gebied van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) een grenswaarde is opgenomen;
- b. de effecten van de maatregelen, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen de effecten van sinds 1 januari 2005 ter verbetering van de luchtkwaliteit ingevoerde maatregelen mede in aanmerking worden genomen.
5. Bij de regeling, bedoeld in het derde lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de coördinatie van de uitvoering van het derde en zesde lid.
6. Het programma, bedoeld in het eerste lid, kan in delen worden vastgesteld, met dien verstande dat:
- a. alle onderscheiden delen binnen een tijdvak van ten hoogste dertien weken worden vastgesteld, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten, en
- b. met elkaar, vanwege de daarin opgenomen ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, samenhangende delen zoveel mogelijk tegelijkertijd worden vastgesteld.
7. Na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister verstrekken de desbetreffende bestuursorganen hem binnen een daarbij aangegeven termijn de daarbij gevraagde gegevens over de ontwikkelingen en besluiten, bedoeld in het derde lid, onder c, en de maatregelen, bedoeld in dat lid, onder b en d.
8. Op de voorbereiding van een programma als bedoeld in het eerste lid is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
9. De daartoe bevoegde bestuursorganen dragen zorg voor de tijdige uitvoering van de maatregelen die in het programma zijn genoemd of beschreven, met dien verstande dat maatregelen die onlosmakelijk verbonden zijn met de ontwikkelingen en besluiten als bedoeld in het derde lid, onder c, ten behoeve van deze ontwikkelingen en besluiten worden uitgevoerd.
10. Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het programma, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen indien naar zijn oordeel:
- a. uit de rapportages, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01), naar voren komt dat de in dat programma opgenomen gegevens omtrent de effecten op de luchtkwaliteit van in het programma genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen, niet of niet langer in redelijkheid kunnen worden gehanteerd bij de uitoefening van de in [artikel 5.16, eerste lid, aanhef en onder c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), juncto het [tweede lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde bevoegdheden en de toepassing van de daar bedoelde wettelijke voorschriften;
- b. het programma, de periode waarop het betrekking heeft of de daarin genoemde of beschreven ontwikkelingen, voorgenomen besluiten of maatregelen om andere redenen wijziging behoeven.
Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing.
11. De in het negende lid bedoelde plicht tot tijdige uitvoering van maatregelen blijft van kracht totdat die uitvoering of verdere uitvoering naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, niet langer vereist is om een grenswaarde te bereiken of daaraan te blijven voldoen.
12. Binnen een krachtens het derde lid aangewezen gebied kunnen bestuursorganen die het aangaat, na een daartoe strekkende melding aan Onze Minister:
- a. een of meer in het programma genoemde of beschreven maatregelen of voorgenomen besluiten vervangen door een of meer andere maatregelen of voorgenomen besluiten,
- b. een of meer extra maatregelen of extra voorgenomen besluiten aan het programma toevoegen, indien bij de betreffende melding aannemelijk wordt gemaakt dat die andere of extra maatregelen of besluiten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit hebben. Bij de melding wordt aangegeven welke maatregelen dan wel besluiten het betreft, welke samenhang er tussen die maatregelen en besluiten is en op welke termijn deze worden getroffen of genomen en worden de effecten op de luchtkwaliteit met overeenkomstige toepassing van [artikel 5.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01) aangegeven. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing.
13. De bij de melding, bedoeld in het twaalfde lid, aangegeven wijziging of wijzigingen behoeven de instemming van Onze Minister. Onze Minister beslist hieromtrent binnen zes weken na ontvangst van de melding. De instemming is van rechtswege gegeven indien Onze Minister niet binnen de genoemde termijn een beslissing heeft genomen.
14. Binnen zes weken nadat een instemming als bedoeld in het dertiende lid is verkregen wordt door de betrokken bestuursorganen kennis gegeven van de bij de melding aangegeven wijziging of wijzingen en van de daarmee verleende instemming in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huis blad, dan wel op een andere geschikte wijze.
##### Artikel 5.13
1. Een of meerdere bestuursorganen gezamenlijk, niet zijnde bestuursorganen van het Rijk, kunnen een programma vaststellen dat gericht is op het bereiken van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgenomen grenswaarde in een bij dat programma aan te wijzen gebied, niet zijnde een krachtens [artikel 5.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen of aan te wijzen gebied, waar een grenswaarde wordt overschreden of dreigt te worden overschreden.
2. Bij de vaststelling van een programma op grond van het eerste lid wordt het krachtens [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vastgestelde programma in acht genomen.
3. [Artikel 5.12, derde en vierde lid en achtste tot en met veertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de wijziging, bedoeld in het [tiende lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), plaatsvindt in overeenstemming met de andere betrokken bestuursorganen en dat de plicht tot melding, bedoeld in het [twaalfde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet van toepassing is.
4. Het programma wordt na vaststelling of wijziging toegezonden aan Onze Minister.
5. Indien voor een gebied als bedoeld in het eerste lid geen programma als bedoeld in dat lid wordt vastgesteld, treffen de betrokken bestuursorganen onverwijld de redelijkerwijs mogelijke maatregelen die er op gericht zijn de betreffende grenswaarde te bereiken. De [artikelen 5.12, negende en elfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.14
De daartoe in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen bestuursorganen rapporteren jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister over de voortgang en uitvoering van een programma en de daarin opgenomen maatregelen, ontwikkelingen en besluiten, alsmede over de effecten daarvan op de luchtkwaliteit.
##### Artikel 5.15
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt afgestemd met andere bij of krachtens wettelijk voorschrift vast te stellen of vastgestelde plannen;
- b. de voorbereiding, vormgeving, inhoud en uitvoering van een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- c. de verslaglegging, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot methoden of criteria aan de hand waarvan:
- a. het bereiken van de grenswaarden, bedoeld in [artikel 5.12, eerste of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, eerste, derde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), wordt bepaald, of
- b. de effecten van ontwikkelingen, besluiten en maatregelen als bedoeld in [artikel 5.12, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in samenhang worden bepaald.
##### Artikel 5.16
1. Bestuursorganen kunnen de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden of de daar bedoelde wettelijke voorschriften, waarvan de uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, uitoefenen dan wel toepassen:
- a. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing aannemelijk is gemaakt dat die uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet leidt tot het overschrijden, of tot het op of na het tijdstip van ingang waarschijnlijk overschrijden, van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgenomen grenswaarde;
- b. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing, met inachtneming van het vijfde lid en de krachtens dat lid gestelde regels, aannemelijk is gemaakt dat:
- 1°. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van die uitoefening of toepassing per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of
- 2°. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert;
- c. hetzij in gevallen waarin bij een uitoefening of toepassing aannemelijk is gemaakt dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) een grenswaarde is opgenomen;
- d. hetzij indien een uitoefening dan wel toepassing is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een op grond van [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), vastgesteld programma.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden of wettelijke voorschriften zijn de bevoegdheden en wettelijke voorschriften, bedoeld in:
- a. de [artikelen 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=1&paragraaf=1.2&artikel=1.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.15a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.5a&artikel=4.15a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.27&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.7&artikel=7.35&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [7.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.9&artikel=7.42&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.11&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [8.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- b. de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=13), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=16), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=43), [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=48) en [53 van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=53);
- c. de [artikelen 2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=2a), [2b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=2b), [4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=4a), [6, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=6), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=7), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=10), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=17), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=19), [37, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=37), [38, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=38), [39b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=39b), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=40) en [41 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375&artikel=41);
- d. de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=11) en [15 van de Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147&artikel=15);
- e. de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009642&artikel=2), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009642&artikel=5)en [8 van de Planwet verkeer en vervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009642&artikel=8);
- f. [artikel 9 van de Spoedwet wegverbreding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015158&artikel=9);
- g. [artikel 7 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003709&artikel=7).
3. Indien een onverwijlde wijziging of aanvulling van de in het tweede lid, onder a tot en met g, genoemde artikelen noodzakelijk is kan dat bij tijdelijke ministeriële regeling plaatsvinden, die voor zover daarbij is aangegeven in de plaats treedt van de daarbij genoemde artikelen. [Artikel 5.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.8&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het in betekenende mate bijdragen als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, waaronder begrepen het aanwijzen van categorieën van gevallen die in ieder geval al dan niet in betekenende mate bijdragen in de daar bedoelde zin.
5. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, aanhef en sub 2, of onder c, voor zover het betreft de onlosmakelijk met een uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen:
- a. worden voor iedere stof afzonderlijk de positieve of negatieve effecten voor de luchtkwaliteit in beschouwing genomen;
- b. is er een functionele of geografische samenhang tussen enerzijds het gebied of de gebieden waarop de uitoefening van bevoegdheden of de toepassing van wettelijke voorschriften, bedoeld in dat lid, betrekking heeft, en anderzijds de maatregel of maatregelen die in verband met die uitoefening of toepassing wordt of worden genomen;
- c. worden maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof niet later dan gelijktijdig met de te compenseren activiteiten uitgevoerd, tenzij een gelijktijdige uitvoering een vermindering van de concentratie van die stof op de langere termijn in de weg staat of anderszins niet doelmatig is, en
- d. worden waarborgen getroffen opdat de maatregelen ter vermindering van de concentratie van een stof daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
6. Buiten een periode als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of een in een programma als bedoeld in [artikel 5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), opgenomen periode, blijft het eerste lid, aanhef en onder d, buiten toepassing, met dien verstande dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift met betrekking tot een ontwikkeling of voorgenomen besluit dat eerder was genoemd of beschreven in een programma als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), of [5.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.13&z=2008-05-01&g=2008-05-01), ook na het verstrijken van de desbetreffende periode mogelijk blijft.
##### Artikel 5.16a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitoefening van een bevoegdheid of de toepassing van een wettelijk voorschrift, bedoeld in [artikel 5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), in daarbij aangewezen categorieën van gevallen waarin een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgenomen grenswaarde op of na het tijdstip van ingang wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, en waarin de betreffende uitoefening of toepassing betrekking heeft op een bestaand of nieuw te bouwen bouwwerk in de zin van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181), op een zodanige wijze plaatsvindt dat deze niet leidt tot een toename van het aantal ter plaatse verblijvende personen met een verhoogde gevoeligheid voor de concentraties in de buitenlucht van een stof waar de betreffende grenswaarde betrekking op heeft.
2. Bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan dat lid, met inbegrip van het beperken van een categorie tot gevallen waarin niet wordt voldaan aan daarbij gestelde eisen met betrekking tot de locatie of afstand van een bouwwerk ten opzichte van een bron of bronnen van luchtverontreiniging.
##### Artikel 5.17
1. De bestuursorganen die het aangaat houden bij de uitoefening van bevoegdheden dan wel bij de toepassing van wettelijke voorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit rekening met de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) opgenomen richtwaarden en treffen maatregelen om zoveel mogelijk aan die richtwaarden te voldoen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen.
##### Artikel 5.18
1. De commissaris van de Koningin doet van een overschrijding van een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) genoemde alarmdrempel of informatiedrempel in zijn provincie zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde mededeling en de daarbij aan het publiek te verstrekken gegevens alsmede met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 7, derde lid, van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit.
3. [Artikel 48, derde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731&artikel=48) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 5.19
1. De daartoe krachtens [artikel 5.20, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aangewezen bestuursorganen stellen het kwaliteitsniveau met betrekking tot de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) genoemde stoffen vast met behulp van metingen of berekeningen.
2. Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau, bedoeld in het eerste lid, worden als concentraties van verontreinigende stoffen in beschouwing genomen: stoffen, die direct of indirect door de mens in de lucht worden gebracht en die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de mens of het milieu in zijn geheel.
3. Bij het vaststellen van het kwaliteitsniveau, bedoeld in het eerste lid, worden concentraties van zwevende deeltjes (PM10), die veroorzaakt worden door natuurverschijnselen, buiten beschouwing gelaten.
4. Burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten doen aan gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze Minister, schriftelijk verslag van de uitkomsten van de op grond van het eerste lid verrichte metingen of berekeningen.
5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede en derde lid.
6. Voor de toepassing van het derde lid wordt onder natuurverschijnselen verstaan: seismische activiteit, spontane branden, stormen, atmosferische resuspensie en verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge gebieden, die een significante verhoging van de normale achtergrondconcentraties van natuurlijke oorsprong ten gevolge hebben.
##### Artikel 5.20
1. Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van deze titel regels gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop en de frequentie waarmee het kwaliteitsniveau gemeten of berekend wordt,
- b. de voor de onder a bedoelde metingen en berekeningen verantwoordelijke bestuursorganen,
- c. de wijze van bekostiging van de onder a bedoelde metingen en berekeningen,
- d. de wijze en het tijdstip waarop verslag wordt gedaan van de uitkomsten van de onder a bedoelde metingen en berekeningen en de in het verslag op te nemen gegevens,
- e. de wijze waarop de effecten en kwaliteitsniveaus, bedoeld in de [artikelen 5.12, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [5.16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.4&artikel=5.16&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden berekend.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het gebruik van daarbij aangewezen gegevens of van daarbij aangewezen methoden voor het meten of berekenen van het kwaliteitsniveau uitsluitend is toegestaan na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister.
3. De goedkeuring, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden of ingetrokken indien het gebruik van de betreffende gegevens of methoden naar het oordeel van Onze Minister niet of niet langer leidt tot een voldoende nauwkeurige of betrouwbare weergave van het kwaliteitsniveau en andere, met het oog daarop meer geschikte gegevens of methoden beschikbaar zijn.
4. Aan de goedkeuring kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Deze kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.
##### Artikel 5.21
1. Onze Minister kan:
- a. de nauwkeurigheid van een meetmethode of een andere methode waarmee het kwaliteitsniveau of effecten gemeten of berekend wordt toetsen,
- b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen.
2. De door middel van de toetsing verkregen resultaten treden in de plaats van eerdere of anderszins verkregen resultaten.
3. Onze Minister maakt de in het tweede lid bedoelde resultaten kenbaar aan het desbetreffende bestuursorgaan.
##### Artikel 5.22
1. Onze Minister wijst voor de toepassing van deze titel, [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de op deze titel berustende bepalingen ten behoeve van de metingen en berekeningen van het kwaliteitsniveau zones, onderscheidenlijk agglomeraties, aan.
2. Onze Minister overweegt ten minste eenmaal in de vijf jaar in hoeverre de aanwijzing van zones en agglomeraties, bedoeld in het eerste lid, wijziging behoeft.
3. Onze Minister stelt op basis van de aanwijzing van zones en agglomeraties en de resultaten van de metingen en berekeningen, bedoeld in het eerste lid, lijsten als bedoeld in artikel 8 van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit vast, alsmede lijsten als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van richtlijn nr. 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 februari 2002 betreffende ozon in de lucht (PgEG L 67) en artikel 3 van richtlijn nr. 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (PbEG L23).
##### Artikel 5.23
1. Onze Minister kan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders, indien niet of niet tijdig wordt voldaan aan een verplichting als bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [5.12, zevende en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.14&z=2008-05-01&g=2008-05-01) of [5.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.5&artikel=5.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01), een aanwijzing geven om daar alsnog uitvoering aan te geven. Onze Minister houdt daarbij rekening met een doelmatig luchtkwaliteitsbeleid dat gericht is op het bereiken van en het blijven voldoen aan een in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&bijlage=2&z=2008-05-01&g=2008-05-01) genoemde grenswaarde.
2. Bij de aanwijzing wordt een termijn gesteld waarbinnen uitvoering wordt gegeven aan de aanwijzing.
3. Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat het betrokken bestuursorgaan in de gelegenheid is gesteld van zijn gevoelen omtrent het voornemen tot het geven van de aanwijzing te doen blijken, tenzij spoedeisende omstandigheden zich daartegen verzetten.
4. Wanneer het betrokken bestuursorgaan een krachtens het eerste lid gevorderd besluit of gevorderde handeling niet of niet naar behoren neemt dan wel uitvoert, is Onze Minister bevoegd daarin namens dat bestuursorgaan en ten laste van dat bestuursorgaan te voorzien.
### Hoofdstuk 6. Milieuzonering
### Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
#### § 7.1. Algemeen
#### § 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieu-effectrapport verplicht is
#### § 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens [artikel 7.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=7&paragraaf=7.2&artikel=7.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01)
#### § 7.6. De beoordeling van een milieu-effectrapport dat betrekking heeft op een besluit
#### § 7.7. Het besluit
#### § 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
### Hoofdstuk 8. Inrichtingen
## Titel 8.1. Vergunningen
### Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
### Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
#### § 8.1.3.1. Algemeen
#### § 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
#### § 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen
#### § 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
## Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
## Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10
Vervallen
##### Artikel 12.11*
1. In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag:
- 1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) te verlenen;
- 2°. bestuursorgaan waaraan krachtens [artikel 8.41, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.41&z=2007-11-15&g=2007-11-15), een melding wordt gericht;
- 3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in [artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15);
- 4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorwegen;
- 5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
- 6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
- 7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
- 8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
- 9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is;
- b. gevaarlijke stoffen:
- 1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de [Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892) zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892&artikel=34), alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1 van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1);
- 2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de [Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) als gevaarlijk zijn aangewezen;
- c. transportroute: openbare weg, krachtens [artikel 2 van de Spoorwegwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015007&artikel=2) aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
- d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
- e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2007-11-15&g=2007-11-15) aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 12.3.4. Slotbepalingen
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2007-11-15&g=2007-11-15), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2007-11-15&g=2007-11-15), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2007-11-15&g=2007-11-15), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 1.1
### Voorschrift 2.1
### Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.2
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### § 5. Grenswaarde voor lood
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.1
### § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen
### Voorschrift 7.1
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 8.1
### Voorschrift 8.2
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.40a
1. Indien bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) een verplichting is opgenomen voor degene die de inrichting drijft, om daarbij aangegeven maatregelen te treffen, kan daarbij worden bepaald dat diegene in plaats daarvan andere maatregelen kan treffen, wanneer met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
2. Degene die de inrichting drijft dient een aanvraag in tot het kunnen treffen van andere maatregelen bij het bestuursorgaan, aangegeven bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, welke aanvraag gegevens bevat waaruit blijkt dat met die andere maatregelen ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, beslist binnen acht weken over de gelijkwaardigheid van de andere maatregelen. Het bestuursorgaan kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.
##### Artikel 8.42a
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bevoegd gezag bij het verlenen of wijzigen van de vergunning daaraan voorschriften kan verbinden.
2. Op het stellen van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan voorschriften stellen die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, indien dat bij of krachtens die maatregel is bepaald. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald in welke mate de voorschriften kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
4. Het bevoegd gezag kan de voorschriften aanvullen, wijzigen of intrekken indien dat nodig is ter bescherming van het milieu.
5. [Artikel 8.42, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.42&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.42b
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 8.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01) kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat bij provinciale of gemeentelijke verordening gestelde regels omtrent die onderwerpen van de bij of krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, in welke mate kan worden afgeweken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Op het stellen van provinciale of gemeentelijke regels als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 8.40, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.40&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
## Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
### Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
## Titel 10.1. Algemeen
## Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
## Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
##### Artikel 10.29a
Een bestuursorgaan houdt er bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover die bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalwater, rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat in de navolgende voorkeursvolgorde:
- a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
- c. afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater;
- d. huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in [artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=15a) getransporteerd;
- e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt;
- f. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en
- g. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in [artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=15a) wordt getransporteerd.
##### Artikel 10.32a
1. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat:
- a. bij het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels, en
- b. het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater binnen een in die verordening aangegeven termijn wordt beëindigd.
2. Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruikgemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd.
#### § 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
#### § 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
##### Artikel 10.44c
Vervallen
## Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
## Titel 10.8. Verdere bepalingen
## Titel 11.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
### Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
## Titel 12.1. Milieuverslaglegging
##### Artikel 12.10*
1. In afwijking van [artikel 12.4, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.1&artikel=12.4&z=2008-05-01&g=2008-05-01), worden in het milieuverslag niet de gegevens opgenomen die degene die de inrichting drijft, met betrekking tot het verslagjaar reeds overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR dient te verstrekken.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de afbakening, bedoeld in het eerste lid, wordt aangebracht.
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
### Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.3. Adviezen en bezwaren
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
#### § 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieu-effectrapport
#### § 15.2.3. Vrijstelling
#### § 15.2.4. Teruggaafregeling
#### § 15.2.5. Tarief
#### § 15.2.6. Heffing en invordering
## Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
## Titel 15.10. Afvalbeheersbijdragen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
### Afdeling 16.3.1. Algemeen
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2g*
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-01-01&g=2008-01-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-01-01&g=2008-01-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
### Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
### Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
### Voorschrift 5.1
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
### Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
### Voorschrift 6.1
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### Voorschrift 7.2
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 12.1
### § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-01-01&g=2008-01-01), zijn:
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.10
1. Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de [Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575), dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
## Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
##### Artikel 12.18
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**PRTR**: register inzake de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen als bedoeld in [artikel 12.25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.25&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
**PRTR-protocol**: op 21 mei 2003 te Kiev tot stand gekomen Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, met Bijlagen (Trb. 2003, 153, en Trb. 2007, 95);
**PRTR-verslag**: verslag als bedoeld in [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
**verslagjaar**: kalenderjaar waarover ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR een PRTR-verslag moet worden opgesteld.
##### Artikel 12.19
1. Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin een of meer van de in bijlage I bij de EG-verordening PRTR genoemde activiteiten worden verricht in een mate die de ingevolge die bijlage van toepassing zijnde capaciteitsdrempelwaarde overschrijdt.
2. Onder inrichtingen als bedoeld in het eerste lid worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
##### Artikel 12.20
1. Indien degene die een inrichting drijft, ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR met betrekking tot een kalenderjaar rapportageplichtig is, zendt hij uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar aan de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bevoegde instantie langs elektronische weg een verslag bevattende de in artikel 5, eerste en tweede lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens.
2. Het PRTR-verslag voldoet aan de in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR genoemde kwaliteitseisen.
3. Het eerste verslagjaar is 2007.
##### Artikel 12.21
1. Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een vergunning krachtens [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&afdeling=8.1.1&artikel=8.1&z=2008-05-01&g=2008-05-01) van deze wet of [artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682&artikel=1) te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168) van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken.
2. In afwijking van het eerste lid wordt Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen als bevoegde instantie voor inrichtingen waar activiteiten worden verricht als bedoeld in bijlage I, nummer 7, onder a, bij de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.22
De kwaliteitsbeoordeling van het PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, geschiedt uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
##### Artikel 12.23
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bevoegde instantie kan uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat een PRTR-verslag niet voldoet aan de bij artikel 5, eerste of tweede lid, of artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR gestelde eisen of niet is opgesteld met inachtneming van de bij artikel 5, derde of vierde lid, van de EG-verordening PRTR of de krachtens [artikel 12.29, aanhef en onder a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.4&artikel=12.29&z=2008-05-01&g=2008-05-01), gestelde eisen.
2. De bevoegde instantie kan het afgeven van de in het eerste lid bedoelde verklaring voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het PRTR-verslag heeft ingediend.
3. De bevoegde instantie kan na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, na het tijdstip dat met toepassing van het tweede lid is vastgesteld, alsnog verklaren dat het PRTR-verslag niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen, indien:
- a. het verslag onjuiste of onvolledige gegevens bevat of
- b. het verslag anderszins onjuist was, en degene die het verslag heeft ingediend, dit wist of behoorde te weten.
4. De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, vervalt vijf jaren na afloop van het verslagjaar.
5. In gevallen waarin niet tijdig een PRTR-verslag is ingediend, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring inhoudt dat geen PRTR-verslag is ingediend en dat in plaats van 30 juni wordt gelezen: 30 september. Het tweede lid is niet van toepassing.
##### Artikel 12.24
1. De op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bevoegde instanties verstrekken de in [artikel 12.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.20&z=2008-05-01&g=2008-05-01), bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. op gegevens, opgenomen in een PRTR-verslag ten aanzien waarvan een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is afgegeven, en
- b. indien een verklaring als bedoeld in [artikel 12.23, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is afgegeven,
in welke gevallen de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip aan Onze Minister meldt dat een verklaring als bedoeld onder a onderscheidenlijk b is afgegeven.
3. De bevoegde instantie kan op verzoek van degene die de inrichting drijft, of ambtshalve bepalen dat bepaalde in een PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister worden verstrekt. [Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005252&artikel=10) is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt ingediend gelijktijdig met het toezenden van het PRTR-verslag, doch uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar. Een ambtshalve bepaling als bedoeld in de eerste volzin vindt plaats uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, deelt de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid, tweede volzin, genoemde tijdstip aan Onze Minister mee:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
5. In afwijking van het eerste lid worden gegevens ten aanzien waarvan een verzoek als bedoeld in het derde lid is afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing.
6. In afwijking van het tweede lid worden verklaringen als bedoeld in [artikel 12.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.23&z=2008-05-01&g=2008-05-01) niet eerder gemeld dan nadat het betrokken besluit ingevolge [artikel 20.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) in werking is getreden. [Artikel 20.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=20&paragraaf=20.1&artikel=20.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is niet van toepassing.
##### Artikel 12.25
1. Er is een register dat gegevens bevat over de emissie en overbrenging van verontreinigende stoffen.
2. Het PRTR is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.
3. Het PRTR wordt beheerd door Onze Minister.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de vorm en de inrichting van het PRTR.
##### Artikel 12.26
1. Het PRTR bevat de door de op grond van [artikel 12.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bevoegde instanties overeenkomstig [artikel 12.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan Onze Minister verstrekte gegevens alsmede de overeenkomstig [artikel 12.24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01), aan Onze Minister gemelde verklaringen.
2. Het PRTR bevat tevens gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen als bedoeld in artikel 2, negende lid, van het PRTR-protocol, voorzover die gegevens bij Onze Minister aanwezig zijn, die gegevens een voldoende mate van ruimtelijke detaillering bezitten en het opnemen van die gegevens in het PRTR in praktische zin mogelijk is. Indien in het PRTR gegevens over emissies vanuit diffuse bronnen worden opgenomen, wordt tevens aangegeven met behulp van welke methode die gegevens zijn vergaard.
3. Indien een bevoegde instantie bepaalde gegevens met toepassing van [artikel 12.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01), niet aan Onze Minister heeft verstrekt, wordt in het PRTR aangegeven:
- a. welk type informatie geheim is gehouden;
- b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
##### Artikel 12.27
1. Onze Minister maakt de in [artikel 12.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01) bedoelde gegevens per verslagjaar via het PRTR openbaar telkens uiterlijk op 31 maart van het tweede kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de openbaarmaking met betrekking tot het verslagjaar 2007 uiterlijk op 30 juni 2009.
##### Artikel 12.28
Onze Minister is belast met de uitvoering van artikel 7, tweede lid, van de EG-verordening PRTR.
##### Artikel 12.29
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de goede werking van het PRTR en ter uitvoering van de EG-verordening PRTR regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de voor de gegevensinzameling gebruikte methodiek, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de EG-verordening PRTR;
- b. de frequentie van informatievergaring, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de EG-verordening PRTR;
- c. de wijze waarop een PRTR-verslag moet worden opgesteld en de inhoud van een dergelijk verslag;
- d. de geheimhouding van gegevens, bedoeld in de [artikelen 12.24, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.24&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [12.26, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.3&artikel=12.26&z=2008-05-01&g=2008-05-01);
- e. de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR, moet worden uitgevoerd.
##### Artikel 12.30
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5 van de EG-verordening PRTR.
### Afdeling 13.1. Algemeen
### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 13.12
Vervallen
##### Artikel 13.13
Vervallen
#### § 13.2.5. Bekendmaking van de beschikking
### Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing
### Afdeling 13.4. Bijzondere gevallen
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 14.1. Coördinatie bij aanvragen om een beschikking
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.7. Keuringen
## Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 15.9A. Rechten
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
## Titel 16.1. Algemeen
## Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
#### § 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
### Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
### Hoofdstuk 18. Handhaving
##### Artikel 18.2h
Het bevoegd gezag, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de krachtens de [artikelen 17.5a tot en met 17.5d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2008-05-01&g=2008-05-01) gestelde verplichtingen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-04-01&g=2008-04-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 8.3
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### Voorschrift 8.4
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
### § 9. Richtwaarde voor arseen
### Voorschrift 9.1
Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 10. Richtwaarde voor cadmium
### Voorschrift 10.1
Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 11. Richtwaarde voor nikkel
### Voorschrift 11.1
Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen
### Voorschrift 12.1
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### § 13. Gevallen als bedoeld in de [artikelen 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en [5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-04-01&g=2008-04-01), waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.
### Voorschrift 13.1
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2008-04-01&g=2008-04-01), zijn:
### Voorschrift 13.2
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-04-01&g=2008-04-01), zijn: plaatsen waar de in voorschrift 8.1 genoemde richtwaarden voor ozon worden overschreden, waarbij geldt dat in het plan wordt aangegeven op welke wijze zo veel mogelijk voldaan zal worden aan die waarden binnen de daarvoor gestelde termijnen.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
##### Artikel 13.12
Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een ander land, en over het op die aanvraag te nemen besluit overleg plaatsvindt met bestuursorganen in het betrokken andere land, wordt dit overleg in de kennisgeving vermeld.
##### Artikel 13.13
1. Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, die is gelegen in een ander land en die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in Nederland kan hebben, wordt de aanvraag met de daarop betrekking hebbende stukken door gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen bedoelde gevolgen zich kunnen voordoen, ter inzage gelegd.
2. [Artikel 3:12, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:12) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 14. Coördinatie
#### § 15.2.1. Grondslag en maatstaf
#### § 15.2.2. Belastingplichtigen
#### § 15.2.3. Vrijstelling
## Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
## Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
## Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
### Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
#### § 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
## Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
### Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
## Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
##### Artikel 17.5a
1. Indien zich een gebeurtenis voordoet, die gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van een afvalvoorziening, of indien bij controle- en monitoringsprocedures met betrekking tot die voorziening blijkt dat nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt degene die de afvalvoorziening drijft, dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 48 uur, aan het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning voor die afvalvoorziening te verlenen. [Artikel 17.2, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.2&z=2008-05-01&g=2008-05-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën van afvalvoorzieningen aangewezen, waarop ingevolge artikel 2, derde lid, van de richtlijn beheer winningsafval deze titel niet van toepassing is.
##### Artikel 17.5b
Indien de situatie, bedoeld in [artikel 17.5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&titeldeel=17.1A&artikel=17.5a&z=2008-05-01&g=2008-05-01), betrekking heeft op een afvalvoorziening categorie A, voert degene die de afvalvoorziening drijft, onmiddellijk het voor die afvalvoorziening voorgeschreven interne noodplan uit.
##### Artikel 17.5c
1. Het bevoegd gezag kan instructies geven met betrekking tot het treffen van de nodige preventieve of herstelmaatregelen.
2. Degene die de afvalvoorziening drijft, volgt de in het eerste lid bedoelde instructies op en draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen.
3. Het bevoegd gezag kan zelf elke nodige preventieve of herstelmaatregel treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking.
5. In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteiten verricht. [Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:26) is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 17.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=17&artikel=17.5&z=2008-05-01&g=2008-05-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 17.5d
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op gesloten afvalvoorzieningen, met uitzonderingen van die gesloten afvalvoorzieningen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag is belast met de nazorg, bedoeld in [artikel 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&artikel=8.49&z=2008-05-01&g=2008-05-01).
##### Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens [titel 12.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&z=2008-05-01&g=2008-05-01) en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge [artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=12&titeldeel=12.3&paragraaf=12.3.2&artikel=12.21&z=2008-05-01&g=2008-05-01), als bevoegde instantie zijn aangewezen.
### Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
### Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
#### § 20.1. Algemeen
#### § 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4)
#### § 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
### Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
##### Artikel 21.4
Vervallen
### Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
## Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in [de artikelen 4.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2008-05-01&g=2008-05-01), [4.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2008-05-01&g=2008-05-01), en [4.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=4&paragraaf=4.6&artikel=4.19&z=2008-05-01&g=2008-05-01), van de Wet milieubeheer:
[Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168)
[Waterleidingwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002246)
[Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267)
[Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555)
[Boswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002357)
[Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021670)
[Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402)
[Ontgrondingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002505)
[Wet geluidhinder](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003227)
[Wet inzake de luchtverontreiniging](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002731)
[Wet verontreiniging oppervlaktewateren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002682)
[Grondwaterwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003406)
[Wet verontreiniging zeewater](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002975)
Interimwet bodemsanering
[Wet voorkoming verontreiniging door schepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003642)
[Wet inrichting landelijk gebied](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020748)
[Wet milieugevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003892)
[Wet bodembescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003994)
[Meststoffenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004054)
[Wet energiebesparing toestellen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003916)
[Wet op de waterhuishouding](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004575)
[Natuurbeschermingswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009641)
[Wet vervoer gevaarlijke stoffen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606) (**Stb.** 1995, 525)
[Tracéwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006147)
[Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622)
[Flora- en faunawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009640)
## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
### § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
### Voorschrift 2.1
Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.
### Voorschrift 13.2
De gevallen, bedoeld in [artikel 5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2008-05-01&g=2008-05-01), zijn: plaatsen waar de in voorschrift 8.1 genoemde richtwaarden voor ozon worden overschreden, waarbij geldt dat in het plan wordt aangegeven op welke wijze zo veel mogelijk voldaan zal worden aan die waarden binnen de daarvoor gestelde termijnen.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2008-05-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 42 más
2008-04-01
Wet milieubeheer — arts. 3, 3, 10, 10
2008-03-15
Wet milieubeheer — arts. 4, 4, 10 y 46 más
2008-01-01
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2007-11-15
Wet milieubeheer — arts. 1, 1, 1 y 43 más
2007-10-24
2007-10-17
2007-09-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 5, 5
2007-07-12
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2007-06-01
2007-03-30
2007-03-16
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2007-01-01
Wet milieubeheer — arts. 2, 2, 5 y 3 más
2006-12-13
2006-10-01
Wet milieubeheer
original version Tekst op deze datum