Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 24 december 1986, tot vaststelling van regels als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Toeslagenwet

15 versions · 2016-12-28
2016-12-28
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — art. 4
2015-07-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet
2012-03-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet
2011-06-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 8, 8,
2011-01-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 2,
2010-01-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 2,
2008-04-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 2,
2008-01-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet
2006-01-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 9
2005-12-29
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 9
2005-01-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 9
2004-12-10
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 9
2002-07-03
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 2, 9

Wijzigingen op 2002-07-03

@@ -22,7 +22,7 @@
##### Artikel 2
Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01), van de wet wordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan:
Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-07-03&g=2002-07-03), van de wet wordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan:
- a. opbrengst van arbeid;
@@ -30,23 +30,23 @@
##### Artikel 3
1. Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in [artikel 2, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), wordt, voor zover bedoelde arbeid in dienstbetrekking als bedoeld in [artikel 3**a**, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002126&artikel=3a) (**Stb.** 1966,64) wordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet.
1. Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in [artikel 2, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-07-03&g=2002-07-03), wordt, voor zover bedoelde arbeid in dienstbetrekking als bedoeld in [artikel 3**a**, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002126&artikel=3a) (**Stb.** 1966,64) wordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet.
2. In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd:
- a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer;
- b. een loondervingsuitkering in de zin van de wet en een uitkering op grond van [artikel 57 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=57) (**Stb.** 1967, 473), al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de wet;
- b. een loondervingsuitkering in de zin van de wet en een uitkering op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&afdeling=2) aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in [artikel 3:6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:6) of aan de zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in [artikel 3:17 van die wet](onbekend), al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de wet;
- c. een aanvulling op een loondervingsuitkering;
- d. vakantie-uitkering.
3. Indien op grond van [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.2&artikel=7&z=2002-01-01&g=2002-01-01), van de wet van inkomen uit arbeid een gedeelte is vrijgelaten, worden, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdelen **b** en **c**, de op dat inkomen betrekking hebbende uitkeringen op grond van de verplichte verzekering dan wel [artikel 57 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=57) en op grond van de verplichte verzekering van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als opbrengst van arbeid beschouwd.
3. Indien op grond van [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.2&artikel=7&z=2002-07-03&g=2002-07-03), van de wet van inkomen uit arbeid een gedeelte is vrijgelaten, worden, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdelen **b** en **c**, de op dat inkomen betrekking hebbende uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van [de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](onbekend) aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in [artikel 3:6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:6) en op grond van de verplichte verzekering van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als opbrengst van arbeid beschouwd.
##### Artikel 4
1. Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in [artikel 2, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), worden, voor zover bedoelde arbeid in dienstbetrekking wordt verricht doch niet in de zin van de [Coördinatiewet Sociale Verzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002126) verstaan de gelden en alle andere voordelen welke als beloning voor die arbeid worden genoten.
1. Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in [artikel 2, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-07-03&g=2002-07-03), worden, voor zover bedoelde arbeid in dienstbetrekking wordt verricht doch niet in de zin van de [Coördinatiewet Sociale Verzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002126) verstaan de gelden en alle andere voordelen welke als beloning voor die arbeid worden genoten.
2. Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 5 tot en met 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002126&artikel=5) van overeenkomstige toepassing.
@@ -54,11 +54,13 @@
- a. een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een loondervingsuitkering in de zin van de wet;
- b. vakantie-uitkering.
- b. vakantie-uitkering;
- c. een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering in de zin van [hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&afdeling=2).
##### Artikel 5
1. Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), wordt, voorzover bedoelde arbeid niet in dienstbetrekking wordt verricht, verstaan het belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=3) en [7 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=7), behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de [artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.91), en [3.92 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.92).
1. Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-07-03&g=2002-07-03), wordt, voorzover bedoelde arbeid niet in dienstbetrekking wordt verricht, verstaan het belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=3) en [7 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=7), behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de [artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.91), en [3.92 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.92).
2. Het bepaalde bij of krachtens [artikel 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002126&artikel=8) is met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
@@ -66,13 +68,13 @@
##### Artikel 5a
Onder opbrengst van arbeid wordt tevens verstaan een financiële tegemoetkoming op grond van de Wet financiering loopbaanonderbreking.
Onder opbrengst van arbeid wordt tevens verstaan een financiële tegemoetkoming op grond van [hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&hoofdstuk=7).
##### Artikel 6
1. Onder winst als bedoeld in [artikel 2, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-01-01&g=2002-01-01), wordt verstaan de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1. van de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353), vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in [artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.78), niet geacht worden te behoren tot die winst.
2. [Artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=5&z=2002-01-01&g=2002-01-01), laatste volzin, is voor het inkomen, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing.
1. Onder winst als bedoeld in [artikel 2, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=2&z=2002-07-03&g=2002-07-03), wordt verstaan de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1. van de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353), vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in [artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.78), niet geacht worden te behoren tot die winst.
2. [Artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=5&z=2002-07-03&g=2002-07-03), laatste volzin, is voor het inkomen, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de berekening van de in het eerste lid bedoelde winst leidt tot een negatief bedrag, wordt die winst op nihil gesteld.
@@ -82,21 +84,21 @@
##### Artikel 7
1. Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01), van de wet wordt onder inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven verstaan:
- a. een loondervingsuitkering in de zin van de wet alsmede een uitkering die naar aard en strekking daarmede overeenkomt, met uitzondering van de uitkeringen die op grond van [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), als opbrengst van arbeid worden beschouwd;
1. Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-07-03&g=2002-07-03), van de wet wordt onder inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven verstaan:
- a. een loondervingsuitkering in de zin van de wet of een uitkering in de zin van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](onbekend) aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in [artikel 3:6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:6), alsmede een uitkering die naar aard en strekking daarmede overeenkomt, met uitzondering van de uitkeringen die op grond van [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-07-03&g=2002-07-03), als opbrengst van arbeid worden beschouwd;
- b. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, welke ten behoeve van de werknemer in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten;
- c. een uitkering op grond van een pensioenregeling, voorzover niet begrepen onder a;
- d. een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voorzover niet begrepen onder **a**, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van de [Algemene Kinderbijslagwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) of een verstrekking op grond van de [Ziekenfondswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002460) (**Stb.** 1964, 392), of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614&wetgeving);
- d. een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voorzover niet begrepen onder a, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van de [Algemene Kinderbijslagwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) of een verstrekking op grond van de [Ziekenfondswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002460) (**Stb.** 1964, 392), of de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614&wetgeving);
- e. een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding of een regeling, die naar aard en strekking daarmede overeenkomt;
- f. een uitkering op grond van een regeling voor functioneel leeftijdsontslag;
- g. loon dat uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten, voorzover niet begrepen onder a , b, c , d , e of f;
- g. loon dat uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten, voorzover niet begrepen onder a , b, c, d, e of f;
- h. een toeslag op grond van de wet;
@@ -136,7 +138,7 @@
- g. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een loondervingsuitkering, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, wiens arbeidsverhouding niet als dienstbetrekking als bedoeld in [artikel 3a, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002126&artikel=3a), wordt beschouwd;
- h. afkoopsommen als bedoeld in de artikelen 32c , 32d en 32p van de Liquidatiewet invaliditeitswetten (**Stb.** 1967, 307);
- h. afkoopsommen als bedoeld in de artikelen 32c, 32d en 32p van de Liquidatiewet invaliditeitswetten (**Stb.** 1967, 307);
- i. een uitkering op grond van artikel 15 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet;
@@ -150,15 +152,15 @@
4. Voor zover over een inkomen, genoemd in het eerste lid, geen aanspraak op vakantie-uitkering bestaat, wordt dit inkomen slechts voor een deel in aanmerking genomen. Artikel 5, derde lid, laatste volzin, is voor het vaststellen van dit deel van overeenkomstige toepassing.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op uitkeringen op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) (**Stb.** 1987, 88), tenzij de dienstbetrekking van de werknemer tijdens het genot van de uitkering eindigt en tengevolge hiervan het dagloon met een evenredig deel van de vakantietoeslag wordt verhoogd.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op uitkeringen op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) (**Stb.** 1987, 88) en op grond van [hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg](onbekend) aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in [artikel 3:6, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:6), tenzij de dienstbetrekking van de werknemer tijdens het genot van de uitkering eindigt en tengevolge hiervan het dagloon met een evenredig deel van de vakantietoeslag wordt verhoogd.
#### § 3. Bepaling van het inkomen
##### Artikel 8
1. Het inkomen uit of in verband met arbeid wordt vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in [de artikelen 3 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), dat degene, die aanspraak maakt op een toeslag, en zijn echtgenoot verwerven in het betalingstijdvak, waarover de loondervingsuitkering wordt uitbetaald.
2. Indien degene, die aanspraak maakt op een toeslag of zijn echtgenoot in het betalingstijdvak waarover de loondervingsuitkering wordt betaald, bestendig inkomen gaat verwerven, dan wel indien zij ophouden bestendig inkomen te verwerven, wordt het inkomen uit of in verband met arbeid gedurende het resterende gedeelte van dat betalingstijdvak vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in [de artikelen 3 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), dat zij gedurende dat gedeelte hebben verworven.
1. Het inkomen uit of in verband met arbeid wordt vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in [de artikelen 3 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-07-03&g=2002-07-03), dat degene, die aanspraak maakt op een toeslag, en zijn echtgenoot verwerven in het betalingstijdvak, waarover de loondervingsuitkering wordt uitbetaald.
2. Indien degene, die aanspraak maakt op een toeslag of zijn echtgenoot in het betalingstijdvak waarover de loondervingsuitkering wordt betaald, bestendig inkomen gaat verwerven, dan wel indien zij ophouden bestendig inkomen te verwerven, wordt het inkomen uit of in verband met arbeid gedurende het resterende gedeelte van dat betalingstijdvak vastgesteld op het tot een bedrag per dag herleide inkomen, bedoeld in [de artikelen 3 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-07-03&g=2002-07-03), dat zij gedurende dat gedeelte hebben verworven.
3. Voor de herleiding van het inkomen uit of in verband met arbeid tot een bedrag per dag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voor inkomensbestanddelen die niet reeds op een bedrag per dag zijn vastgesteld, de week gesteld op 5 dagen en de maand op 21,75 dagen.
@@ -166,7 +168,7 @@
5. Indien aannemelijk is, dat een inkomensbestanddeel geen juiste maatstaf biedt voor de bepaling van het in het eerste lid bedoelde inkomen, dat met ingang van de dag, waarop aanspraak op toeslag wordt gemaakt, wordt verworven, wordt dat inkomensbestanddeel per dag vastgesteld op 1/65,25 onderscheidenlijk 1/261 van het bedrag, dat over 3 maanden onderscheidenlijk een jaar als dat inkomensbestanddeel is verworven.
6. Indien op een dag, dat aanspraak wordt gemaakt op de toeslag, winst als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01) wordt genoten, wordt het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per dag vastgesteld op 1/261 van de winst over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar waarin die dag valt.
6. Indien op een dag, dat aanspraak wordt gemaakt op de toeslag, winst als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-07-03&g=2002-07-03) wordt genoten, wordt het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per dag vastgesteld op 1/261 van de winst over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar waarin die dag valt.
7. Indien de toepassing van de leden 1 tot en met 6, gelet op het tijdstip van verwerving van een inkomensbestanddeel, tot een kennelijk onredelijk resultaat leidt, bepaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op welke periode dat inkomensbestanddeel geacht moet worden betrekking te hebben en hoe dit bestanddeel geacht moet worden over deze periode te zijn verdeeld.
@@ -174,7 +176,7 @@
1. 1. De bij de toepassing van de voorgaande artikelen noodzakelijke omrekening in euro van een niet in euro uitgedrukte uitkering uit of in verband met arbeid in de Nederlandse munteenheid geschiedt met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen.
2. Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde koers beïnvloedt het op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=3&artikel=8&z=2002-01-01&g=2002-01-01) vastgestelde inkomen niet, met dien verstande dat:
2. Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde koers beïnvloedt het op grond van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=3&artikel=8&z=2002-07-03&g=2002-07-03) vastgestelde inkomen niet, met dien verstande dat:
- 1°. bij wijziging van het inkomen uit of in verband met arbeid van de toeslaggerechtigde en zijn echtgenoot, anders dan ten gevolge van koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en
@@ -184,19 +186,19 @@
##### Artikel 8b
1. Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01), van de wet wordt de overhevelingstoeslag op grond van artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (**Stb.** 1989, 128), alsmede het bedrag, waarmee ingevolge artikel 81, derde lid, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies (**Stb.** 1989, 127) een uitkering ingevolge de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) en een pensioenuitkering ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet is verhoogd, buiten beschouwing gelaten.
2. Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01), van de wet wordt gedurende het jaar 1991 het bedrag waarmee ingevolge artikel 81, vierde lid, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies een uitkering ingevolge de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) is verhoogd, buiten beschouwing gelaten.
1. Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-07-03&g=2002-07-03), van de wet wordt de overhevelingstoeslag op grond van artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies (**Stb.** 1989, 128), alsmede het bedrag, waarmee ingevolge artikel 81, derde lid, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies (**Stb.** 1989, 127) een uitkering ingevolge de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) en een pensioenuitkering ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet is verhoogd, buiten beschouwing gelaten.
2. Voor de toepassing van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-07-03&g=2002-07-03), van de wet wordt gedurende het jaar 1991 het bedrag waarmee ingevolge artikel 81, vierde lid, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies een uitkering ingevolge de [Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) is verhoogd, buiten beschouwing gelaten.
##### Artikel 8c
Voor de toepassing van [artikel 5, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=5&z=2002-01-01&g=2002-01-01), en [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-01-01&g=2002-01-01), van dit besluit wordt op het inkomen een bedrag in mindering gebracht, gelijk aan de overhevelingstoeslag, berekend overeenkomstig de bij en krachtens [artikel 2 van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006353&artikel=2) gestelde regels.
Voor de toepassing van [artikel 5, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=5&z=2002-07-03&g=2002-07-03), en [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=6&z=2002-07-03&g=2002-07-03), van dit besluit wordt op het inkomen een bedrag in mindering gebracht, gelijk aan de overhevelingstoeslag, berekend overeenkomstig de bij en krachtens [artikel 2 van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006353&artikel=2) gestelde regels.
#### § 4. Slotbepalingen
##### Artikel 9
In afwijking van het bepaalde in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-01-01&g=2002-01-01), en [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.2&artikel=7&z=2002-01-01&g=2002-01-01), wordt de eenmalige uitkering op grond van artikel XV van de Wet premieheffing over uitkeringen (**Stb.** 1986, 639) niet als opbrengst van arbeid onderscheidenlijk als inkomen in verband met arbeid beschouwd.
In afwijking van het bepaalde in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.1&artikel=3&z=2002-07-03&g=2002-07-03), en [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004092&paragraaf=2&sub-paragraaf=2.2&artikel=7&z=2002-07-03&g=2002-07-03), wordt de eenmalige uitkering op grond van artikel XV van de Wet premieheffing over uitkeringen (**Stb.** 1986, 639) niet als opbrengst van arbeid onderscheidenlijk als inkomen in verband met arbeid beschouwd.
##### Artikel 10
2002-01-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — arts. 1, 1,
2002-01-01
Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet — versión
original version Tekst op deze datum