Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 7 juli 1988, houdende regels betreffende loodsen
30 versions
· 2022-01-01
2022-01-01
Loodsenwet — art. 52
2021-07-01
Loodsenwet — art. 52
2021-01-01
Loodsenwet — art. 52
2020-06-23
Loodsenwet — art. 52
2020-01-01
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
Wijzigingen op 2020-01-01
@@ -20,13 +20,13 @@
- 1°. registerloods;
- 2°. degene die voldoet aan de eisen met betrekking tot opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- c. corporatie: de Nederlandse loodsencorporatie, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=6&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- 2°. degene die voldoet aan de eisen met betrekking tot opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- c. corporatie: de Nederlandse loodsencorporatie, bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- d. algemene raad: de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie;
- e. register: het loodsenregister, bedoeld in [artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=21&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- e. register: het loodsenregister, bedoeld in [artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- f. registerloods: degene die is ingeschreven in het register;
@@ -58,7 +58,7 @@
##### Artikel 3
De loods is, voor zover hij handelt in de uitoefening van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01) genoemde taken en bevoegdheden, slechts aansprakelijk voor schade door hem veroorzaakt door opzet of grove schuld.
De loods is, voor zover hij handelt in de uitoefening van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01) genoemde taken en bevoegdheden, slechts aansprakelijk voor schade door hem veroorzaakt door opzet of grove schuld.
#### § 2. Registerloodsen
@@ -80,7 +80,7 @@
##### Artikel 5
1. Onverminderd [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2019-01-01&g=2019-01-01), worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen gesteld met betrekking tot de opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid voor het loodsen van schepen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wateren en ten aanzien van het in verband met de beroepsuitoefening af te geven document.
1. Onverminderd [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01), worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen gesteld met betrekking tot de opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid voor het loodsen van schepen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wateren en ten aanzien van het in verband met de beroepsuitoefening af te geven document.
2. De kosten verbonden aan en de kosten die samenhangen met de bij of krachtens het eerste lid, gestelde eisen, kunnen ten laste worden gebracht van de aanvrager van het in die maatregel genoemde examen of document.
@@ -192,7 +192,7 @@
- c. het voorbereiden van ledenvergaderingen.
2. De taken, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, worden uitsluitend verricht voor zover daarin niet is voorzien krachtens [artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3° of 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
2. De taken, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, worden uitsluitend verricht voor zover daarin niet is voorzien krachtens [artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3° of 5°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
#### § 3. De vergaderingen
@@ -220,7 +220,7 @@
- b. een doelmatige dienstverlening, waarbij ten minste dient te worden voorzien in:
- 1°. de verplichting van de registerloods zijn diensten tijdig en op non-discriminatoire wijze aan te bieden en te verlenen aan schepen als bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2019-01-01&g=2019-01-01); en
- 1°. de verplichting van de registerloods zijn diensten tijdig en op non-discriminatoire wijze aan te bieden en te verlenen aan schepen als bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01); en
- 2°. de verplichting van de registerloodsen om in onderling verband zorg te dragen voor het vervoer ten behoeve van hun beroepsuitoefening en de verdere organisatie van de dienstverlening;
@@ -242,7 +242,7 @@
5. De verordeningen treden, tenzij zij anders bepalen, in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.
6. Het vierde en vijfde lid zijn eveneens van toepassing op de nadere voorschriften, bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
6. Het vierde en vijfde lid zijn eveneens van toepassing op de nadere voorschriften, bedoeld in [artikel 15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 17
@@ -254,7 +254,7 @@
1. Besluiten van de algemene raad of van de ledenvergadering van de corporatie kunnen op de voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden vernietigd.
2. Ingeval van vernietiging geschiedt deze binnen zes maanden na de in [artikel 16, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=16&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedoelde ter kennis brenging of, wanneer het een ander besluit betreft, binnen zes maanden nadat het besluit ter kennis van Onze Minister is gekomen.
2. Ingeval van vernietiging geschiedt deze binnen zes maanden na de in [artikel 16, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=16&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedoelde ter kennis brenging of, wanneer het een ander besluit betreft, binnen zes maanden nadat het besluit ter kennis van Onze Minister is gekomen.
### Hoofdstuk IV. Adspirant-registerloodsen
@@ -276,7 +276,7 @@
3. De tarieven voor de kosten van het verstrekken van afschriften uit het register worden vastgesteld bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk VIA.
4. In het register wordt degene die voldoet aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=22&z=2019-01-01&g=2019-01-01), op zijn aanvraag ingeschreven als registerloods. Bij een inschrijving worden in het register vermeld de naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de aanvrager, alsmede de loodsplichtige scheepvaartwegen en de categorieën van schepen waarvoor hij bevoegd is en tot welke regionale corporatie hij behoort.
4. In het register wordt degene die voldoet aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), op zijn aanvraag ingeschreven als registerloods. Bij een inschrijving worden in het register vermeld de naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de aanvrager, alsmede de loodsplichtige scheepvaartwegen en de categorieën van schepen waarvoor hij bevoegd is en tot welke regionale corporatie hij behoort.
5. Indien een registerloods in meer dan een regio bevoegd is, bepaalt de algemene raad, gehoord de besturen van de betreffende regionale corporaties en de betrokken registerloods, ten aanzien van welke regionale corporatie de inschrijving zal plaatsvinden.
@@ -284,9 +284,9 @@
##### Artikel 22
1. Degene die met goed gevolg de examens, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2019-01-01&g=2019-01-01), heeft afgelegd, of beschikt over een ten aanzien van het beroep van registerloods verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5)" wordt op zijn aanvraag in het register ingeschreven, indien hij:
- a. beschikt over de geneeskundige verklaringen, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en
1. Degene die met goed gevolg de examens, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), heeft afgelegd, of beschikt over een ten aanzien van het beroep van registerloods verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5)" wordt op zijn aanvraag in het register ingeschreven, indien hij:
- a. beschikt over de geneeskundige verklaringen, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en
- b. beschikt over een verklaring van toelating, afgegeven door het bestuur van de desbetreffende regionale corporatie.
@@ -298,9 +298,9 @@
1. De inschrijving in het register wordt geweigerd, indien:
- a. de aanvrager niet de bewijsstukken van het voldoen aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=22&z=2019-01-01&g=2019-01-01), binnen dertien weken nadat het laatste bewijsstuk is uitgegeven, heeft overgelegd of, na het verstrijken van deze termijn, niet tevens een aanvullende verklaring van toelating, afgegeven door het bestuur van de betreffende regionale corporatie, heeft overgelegd; of
- b. ten aanzien van de aanvrager ingevolge [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2019-01-01&g=2019-01-01), of [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=48&z=2019-01-01&g=2019-01-01), de bevoegdheid als registerloods is geschorst of vervallen verklaard.
- a. de aanvrager niet de bewijsstukken van het voldoen aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), binnen dertien weken nadat het laatste bewijsstuk is uitgegeven, heeft overgelegd of, na het verstrijken van deze termijn, niet tevens een aanvullende verklaring van toelating, afgegeven door het bestuur van de betreffende regionale corporatie, heeft overgelegd; of
- b. ten aanzien van de aanvrager ingevolge [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01), of [artikel 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=48&z=2020-01-01&g=2020-01-01), de bevoegdheid als registerloods is geschorst of vervallen verklaard.
2. De algemene raad doet van een beschikking tot weigering van de inschrijving in het register mededeling door toezending van een afschrift daarvan aan het bestuur van de regionale corporatie.
@@ -312,7 +312,7 @@
- b. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;
- c. indien ten aanzien van de ingeschrevene verval van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 28, eerste lid, onderdeel **d,**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2019-01-01&g=2019-01-01) of [artikel 48, eerste lid, onderdeel **b,** of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=48&z=2019-01-01&g=2019-01-01), voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden;
- c. indien ten aanzien van de ingeschrevene verval van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 28, eerste lid, onderdeel **d,**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01) of [artikel 48, eerste lid, onderdeel **b,** of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=48&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden;
- d. bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), of van een bij verordening vastgestelde lagere leeftijd;
@@ -324,7 +324,7 @@
- h. indien de reden voor weigering van de inschrijving eerst na de inschrijving is gebleken.
2. Bij doorhaling is [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2019-01-01&g=2019-01-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Bij doorhaling is [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2020-01-01&g=2020-01-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Doorhaling van de inschrijving brengt mee verlies van de betrekkingen waarbij de hoedanigheid van lid van de corporatie of van de regionale corporatie, ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde, vereiste voor benoembaarheid of verkiesbaarheid is.
@@ -332,7 +332,7 @@
##### Artikel 25
Degene die in het register ingeschreven is geweest, wordt, indien de vorige inschrijving is doorgehaald op de grond, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdeel **e**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2019-01-01&g=2019-01-01), op zijn verzoek opnieuw in het register ingeschreven als bij de aanvraag daarvoor het bewijs wordt overgelegd dat deze grond heeft opgehouden te bestaan.
Degene die in het register ingeschreven is geweest, wordt, indien de vorige inschrijving is doorgehaald op de grond, bedoeld in [artikel 24, eerste lid, onderdeel **e**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), op zijn verzoek opnieuw in het register ingeschreven als bij de aanvraag daarvoor het bewijs wordt overgelegd dat deze grond heeft opgehouden te bestaan.
### Hoofdstuk VI. Financiën
@@ -354,15 +354,15 @@
- c. een waarborg voor het kunnen verzorgen van de taken van de algemene raad en de besturen van de regionale corporaties.
3. In afwijking van [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt de verordening, bedoeld in het eerste lid, voor de eerste keer vastgesteld door de algemene raad.
4. [Artikel 16, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=16&z=2019-01-01&g=2019-01-01), is op de vaststelling, bedoeld in het derde lid, niet van toepassing.
5. Onder functioneel leeftijdspensioen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt verstaan de vergoeding op grond van het doorhalen van de inschrijving in het register ten gevolge van het bereiken van de bij of krachtens [artikel 24, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2019-01-01&g=2019-01-01), vastgestelde leeftijd, alsmede bij het bereiken van die leeftijd na een voorafgegane doorhaling krachtens [artikel 24, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
3. In afwijking van [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt de verordening, bedoeld in het eerste lid, voor de eerste keer vastgesteld door de algemene raad.
4. [Artikel 16, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=16&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is op de vaststelling, bedoeld in het derde lid, niet van toepassing.
5. Onder functioneel leeftijdspensioen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt verstaan de vergoeding op grond van het doorhalen van de inschrijving in het register ten gevolge van het bereiken van de bij of krachtens [artikel 24, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vastgestelde leeftijd, alsmede bij het bereiken van die leeftijd na een voorafgegane doorhaling krachtens [artikel 24, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 27
Vaststelling van een verordening tot wijziging van de verordening, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01), voor zover deze betrekking heeft op een wijziging van de bedragen of de maatstaven voor de vaststelling daarvan, vindt slechts plaats door een besluit van de ledenvergadering met een meerderheid van twee derden van de in die ledenvergadering uitgebrachte geldige stemmen.
Vaststelling van een verordening tot wijziging van de verordening, bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor zover deze betrekking heeft op een wijziging van de bedragen of de maatstaven voor de vaststelling daarvan, vindt slechts plaats door een besluit van de ledenvergadering met een meerderheid van twee derden van de in die ledenvergadering uitgebrachte geldige stemmen.
### Hoofdstuk VIA. Tarieven en markttoezicht
@@ -370,7 +370,7 @@
##### Artikel 28
1. De registerloods is onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enige overtreding van een verordening of van de krachtens een verordening gegeven nadere voorschriften, als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01). Voor een dergelijke overtreding kan een van de volgende maatregelen worden opgelegd:
1. De registerloods is onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enige overtreding van een verordening of van de krachtens een verordening gegeven nadere voorschriften, als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Voor een dergelijke overtreding kan een van de volgende maatregelen worden opgelegd:
- a. berisping;
@@ -398,7 +398,7 @@
1. Er is een tuchtcollege loodsen dat is gevestigd te 's-Gravenhage.
2. Het tuchtcollege loodsen is belast met de behandeling van zaken als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
2. Het tuchtcollege loodsen is belast met de behandeling van zaken als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
3. Het tuchtcollege loodsen bestaat uit een voorzitter en vier registerloodsen.
@@ -448,9 +448,9 @@
##### Artikel 33
1. De voorzitter is bevoegd ambtshalve aan de leden en hun plaatsvervangers, die de waardigheid van hun ambt, hun ambtsbezigheden of ambtsplichten verwaarlozen of die zich schuldig maken aan overtreding van [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=2&artikel=34&z=2019-01-01&g=2019-01-01), de nodige waarschuwing te doen, na hen in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord.
2. De voorzitter van het College als bedoeld krachtens [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=3&artikel=44&z=2019-01-01&g=2019-01-01), heeft gelijke bevoegdheid ten aanzien van de voorzitter van het tuchtcollege loodsen en diens plaatsvervangers.
1. De voorzitter is bevoegd ambtshalve aan de leden en hun plaatsvervangers, die de waardigheid van hun ambt, hun ambtsbezigheden of ambtsplichten verwaarlozen of die zich schuldig maken aan overtreding van [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=2&artikel=34&z=2020-01-01&g=2020-01-01), de nodige waarschuwing te doen, na hen in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord.
2. De voorzitter van het College als bedoeld krachtens [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=3&artikel=44&z=2020-01-01&g=2020-01-01), heeft gelijke bevoegdheid ten aanzien van de voorzitter van het tuchtcollege loodsen en diens plaatsvervangers.
##### Artikel 34
@@ -470,15 +470,15 @@
##### Artikel 36
Het tuchtcollege loodsen houdt zitting in de samenstelling als genoemd in [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=2&artikel=29&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
Het tuchtcollege loodsen houdt zitting in de samenstelling als genoemd in [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=2&artikel=29&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 37
1. Een zaak betreffende een onderwerp als bedoeld in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt bij het tuchtcollege loodsen aanhangig gemaakt door een schriftelijke klacht van de algemene raad, het bestuur van een regionale corporatie of van degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
1. Een zaak betreffende een onderwerp als bedoeld in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt bij het tuchtcollege loodsen aanhangig gemaakt door een schriftelijke klacht van de algemene raad, het bestuur van een regionale corporatie of van degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
2. Zodra een klacht is ingekomen stelt de voorzitter een voorlopig onderzoek in. De organen van de corporatie of een regionale corporatie verlenen daarbij desgevraagd medewerking.
3. Blijkt dat de klacht is ingediend door iemand die daartoe niet ingevolge het eerste lid bevoegd is, dan verklaart de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klager zonder nader onderzoek bij met reden omklede beslissing schriftelijk niet ontvankelijk. Blijkt dat de klacht kennelijk ongegrond is in die zin, dat de feiten waarop zij berust niet tot toepassing van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2019-01-01&g=2019-01-01), kunnen leiden, dan kan de voorzitter van het tuchtcollege loodsen zonder verder onderzoek de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk afwijzen. Blijkt dat het tuchtcollege loodsen onbevoegd is, dan wijst de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk af.
3. Blijkt dat de klacht is ingediend door iemand die daartoe niet ingevolge het eerste lid bevoegd is, dan verklaart de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klager zonder nader onderzoek bij met reden omklede beslissing schriftelijk niet ontvankelijk. Blijkt dat de klacht kennelijk ongegrond is in die zin, dat de feiten waarop zij berust niet tot toepassing van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01), kunnen leiden, dan kan de voorzitter van het tuchtcollege loodsen zonder verder onderzoek de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk afwijzen. Blijkt dat het tuchtcollege loodsen onbevoegd is, dan wijst de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk af.
4. Intrekken van de klacht, nadat deze is ingekomen, of staking van de werkzaamheden door de persoon over wie geklaagd is, heeft op de verdere behandeling geen invloed, wanneer naar het oordeel van het tuchtcollege loodsen het algemeen belang dat vermoedelijk is geschonden vordert dat de behandeling wordt voortgezet of wanneer degene over wie geklaagd is, schriftelijk heeft verklaard voortzetting van de behandeling van de klacht te verlangen.
@@ -490,7 +490,7 @@
##### Artikel 39
1. De behandeling van een zaak, betreffende een onderwerp als bedoeld in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2019-01-01&g=2019-01-01), door het tuchtcollege loodsen geschiedt in een openbare zitting, tenzij het tuchtcollege loodsen om gewichtige redenen beveelt dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel daartoe houdt de overwegingen in waarop het steunt.
1. De behandeling van een zaak, betreffende een onderwerp als bedoeld in [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01), door het tuchtcollege loodsen geschiedt in een openbare zitting, tenzij het tuchtcollege loodsen om gewichtige redenen beveelt dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel daartoe houdt de overwegingen in waarop het steunt.
2. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde ter zitting en kan daartoe de nodige maatregelen treffen.
@@ -500,7 +500,7 @@
##### Artikel 40
1. Behoudens in de gevallen, als bedoeld in [artikel 37, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=3&artikel=37&z=2019-01-01&g=2019-01-01), neemt het tuchtcollege loodsen geen beslissing aangaande een ingediende klacht dan na verhoor, althans behoorlijke oproeping van de persoon over wie geklaagd is en van de klager.
1. Behoudens in de gevallen, als bedoeld in [artikel 37, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=3&artikel=37&z=2020-01-01&g=2020-01-01), neemt het tuchtcollege loodsen geen beslissing aangaande een ingediende klacht dan na verhoor, althans behoorlijke oproeping van de persoon over wie geklaagd is en van de klager.
2. De persoon over wie geklaagd is kan, tenzij het tuchtcollege loodsen beveelt dat hij in persoon zal verschijnen, zich ter terechtzitting doen vertegenwoordigen door een advocaat of een daartoe schriftelijk gemachtigd persoon. Hij kan zich door een raadsman doen bijstaan.
@@ -516,7 +516,7 @@
3. Verschijnt een getuige of deskundige op de dagvaarding niet, dan doet de officier, bedoeld in het vorige lid, op verzoek van het tuchtcollege loodsen hem andermaal dagvaarden, desverzocht met bevel tot medebrenging.
4. [Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=556) is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=6:1:5) is van overeenkomstige toepassing.
5. De getuigen leggen in handen van de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, de deskundigen hun diensten als zodanig te verlenen.
@@ -558,9 +558,9 @@
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake:
- a. de tenuitvoerlegging van de maatregelen, vermeld in [artikel 28, eerste lid, onderdelen **a, c** en **d**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- b. de klachten, als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=3&artikel=37&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- a. de tenuitvoerlegging van de maatregelen, vermeld in [artikel 28, eerste lid, onderdelen **a, c** en **d**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=1&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- b. de klachten, als bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VII¶graaf=3&artikel=37&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- c. de rechtsgang, welke waarborgen geven voor een deugdelijke berechting.
@@ -568,25 +568,25 @@
##### Artikel 46
1. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens [artikel 9, eerste lid, onder a, onder 1° en 2°, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [artikel 13, eerste lid, onder a, onder 1°, en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=13&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [artikel 15, eerste lid, onder b, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=21&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01). Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie onderscheidenlijk de regionale corporatie.
2. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27b, eerste en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=2&artikel=27b&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en [27l, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=7&artikel=27l&z=2019-01-01&g=2019-01-01). Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie.
1. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens [artikel 9, eerste lid, onder a, onder 1° en 2°, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [artikel 13, eerste lid, onder a, onder 1°, en onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=13&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [artikel 15, eerste lid, onder b, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=21&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie onderscheidenlijk de regionale corporatie.
2. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27b, eerste en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=2&artikel=27b&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [27l, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=7&artikel=27l&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie.
3. Van de krachtens het eerste of tweede lid genomen maatregelen wordt binnen tweemaal vierentwintig uur een schriftelijk verslag opgemaakt dat onverwijld in afschrift wordt gezonden aan de belanghebbenden alsmede aan de algemene raad onderscheidenlijk het bestuur van de regionale corporatie.
##### Artikel 47
1. Overtreding van de bepalingen, gesteld krachtens [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), voor zover daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit aangewezen, of overtreding van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
1. Overtreding van de bepalingen, gesteld krachtens [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor zover daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit aangewezen, of overtreding van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
##### Artikel 48
1. Bij veroordeling wegens een overtreding genoemd in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=47&z=2019-01-01&g=2019-01-01), kan het vonnis tevens inhouden:
- a. schorsing of beperking van de bevoegdheid als registerloods onderscheidenlijk schorsing of beperking van de krachtens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01) verkregen bevoegdheid, voor de duur van ten hoogste een jaar;
- b. verval of beperking van de bevoegdheid als registerloods onderscheidenlijk verval of beperking van de krachtens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01) verkregen bevoegdheid.
1. Bij veroordeling wegens een overtreding genoemd in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=47&z=2020-01-01&g=2020-01-01), kan het vonnis tevens inhouden:
- a. schorsing of beperking van de bevoegdheid als registerloods onderscheidenlijk schorsing of beperking van de krachtens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01) verkregen bevoegdheid, voor de duur van ten hoogste een jaar;
- b. verval of beperking van de bevoegdheid als registerloods onderscheidenlijk verval of beperking van de krachtens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01) verkregen bevoegdheid.
2. Het in het eerste lid gestelde geldt ook bij veroordeling van de loods wegens een overtreding, genoemd in de [Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364), indien de loods die overtreding heeft begaan bij de uitoefening van zijn beroep.
@@ -608,7 +608,7 @@
##### Artikel 50
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), en [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8) kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=52&z=2019-01-01&g=2019-01-01) in werking worden gesteld.
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), en [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8) kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=52&z=2020-01-01&g=2020-01-01) in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepaling.
@@ -628,23 +628,23 @@
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1. Onze Minister is bevoegd aanwijzingen te geven aan de registerloodsen met betrekking tot de beschikbaarheid voor het verrichten van de in [artikel 2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedoelde diensten en het verrichten van die diensten alsmede aan de organen van de corporatie en de regionale corporaties met betrekking tot het verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten.
2. De bepalingen gesteld krachtens [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en de bepalingen gesteld bij of krachtens verordeningen als bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), vinden geen toepassing, voor zover zij onverenigbaar zijn met krachtens het eerste lid gegeven aanwijzingen.
1. Onze Minister is bevoegd aanwijzingen te geven aan de registerloodsen met betrekking tot de beschikbaarheid voor het verrichten van de in [artikel 2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), bedoelde diensten en het verrichten van die diensten alsmede aan de organen van de corporatie en de regionale corporaties met betrekking tot het verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten.
2. De bepalingen gesteld krachtens [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en de bepalingen gesteld bij of krachtens verordeningen als bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vinden geen toepassing, voor zover zij onverenigbaar zijn met krachtens het eerste lid gegeven aanwijzingen.
##### Artikel 53
Het bij of krachtens de [Oorlogswet voor Nederland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007983) aangewezen militair gezag is bevoegd om indien de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, in afwijking van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet, regels te stellen met betrekking tot de beschikbaarheid van registerloodsen voor het verrichten van diensten als bedoeld in [artikel 2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en het door registerloodsen verrichten van die diensten, alsmede met betrekking tot het door de organen van de corporatie en de regionale corporaties verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten, voor zover zulks met het oog op de uitvoering van de militaire taak ter handhaving van de uitwendige of inwendige veiligheid noodzakelijk is.
Het bij of krachtens de [Oorlogswet voor Nederland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007983) aangewezen militair gezag is bevoegd om indien de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, in afwijking van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet, regels te stellen met betrekking tot de beschikbaarheid van registerloodsen voor het verrichten van diensten als bedoeld in [artikel 2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en het door registerloodsen verrichten van die diensten, alsmede met betrekking tot het door de organen van de corporatie en de regionale corporaties verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten, voor zover zulks met het oog op de uitvoering van de militaire taak ter handhaving van de uitwendige of inwendige veiligheid noodzakelijk is.
##### Artikel 54
1. Een registerloods die als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=52&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt beperkt in zijn mogelijkheden tot het verrichten van diensten als bedoeld in [artikel 2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en daardoor onevenredig financieel nadeel ondervindt, wordt door Onze Minister een naar billijkheid te bepalen vergoeding toegekend, die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
2. Ingeval [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=53&z=2019-01-01&g=2019-01-01) toepassing vindt, kan aan de corporatie een vergoeding worden toegekend die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Deze regels kunnen afwijken van het bepaalde bij of krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
1. Een registerloods die als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=52&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt beperkt in zijn mogelijkheden tot het verrichten van diensten als bedoeld in [artikel 2, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en daardoor onevenredig financieel nadeel ondervindt, wordt door Onze Minister een naar billijkheid te bepalen vergoeding toegekend, die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
2. Ingeval [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=53&z=2020-01-01&g=2020-01-01) toepassing vindt, kan aan de corporatie een vergoeding worden toegekend die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Deze regels kunnen afwijken van het bepaalde bij of krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 55
1. Overtreding van de krachtens [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=52&z=2019-01-01&g=2019-01-01) gegeven aanwijzingen en van het bepaalde bij of krachtens de op grond van [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=53&z=2019-01-01&g=2019-01-01) gestelde regels wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
1. Overtreding van de krachtens [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=52&z=2020-01-01&g=2020-01-01) gegeven aanwijzingen en van het bepaalde bij of krachtens de op grond van [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IX&artikel=53&z=2020-01-01&g=2020-01-01) gestelde regels wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
@@ -652,13 +652,13 @@
##### Artikel 56
1. Het stellen van regels krachtens de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en [9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2019-01-01&g=2019-01-01), kan dienen ter uitvoering van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
1. Het stellen van regels krachtens de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), kan dienen ter uitvoering van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.
2. Daarbij wordt afgeweken van het bepaalde in deze wet, voor zover de bepalingen van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe nopen.
##### Artikel 57
1. De verordeningsbevoegdheid van andere openbare lichamen dan genoemd in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=6&z=2019-01-01&g=2019-01-01), blijft ten aanzien van het onderwerp waarin bij of krachtens deze wet is voorzien, gehandhaafd.
1. De verordeningsbevoegdheid van andere openbare lichamen dan genoemd in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01), blijft ten aanzien van het onderwerp waarin bij of krachtens deze wet is voorzien, gehandhaafd.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de financiële gevolgen van een verordening als bedoeld in het eerste lid.
@@ -672,7 +672,7 @@
##### Artikel 59
De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=46&z=2019-01-01&g=2019-01-01), zijn verplicht Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die hij nodig acht om te kunnen beoordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=46&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=46&z=2020-01-01&g=2020-01-01), zijn verplicht Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die hij nodig acht om te kunnen beoordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=46&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 60
@@ -690,23 +690,23 @@
##### Artikel 62
In de [artikelen 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=65&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=67&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=68&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt onder overgangsdatum verstaan:
- a. voor degenen, bedoeld in [artikel 63, eerste lid, onderdeel **a,** en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01): de datum waarop artikel 3, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken;
- b. voor degenen, bedoeld in [artikel 63, eerste lid, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01): de datum waarop artikel 2, derde lid, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken;
- c. voor degenen, bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01): de datum waarop artikel 9, onderdeel **a,** van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken.
In de [artikelen 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=65&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=67&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=68&z=2020-01-01&g=2020-01-01), wordt onder overgangsdatum verstaan:
- a. voor degenen, bedoeld in [artikel 63, eerste lid, onderdeel **a,** en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01): de datum waarop artikel 3, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken;
- b. voor degenen, bedoeld in [artikel 63, eerste lid, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01): de datum waarop artikel 2, derde lid, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken;
- c. voor degenen, bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01): de datum waarop artikel 9, onderdeel **a,** van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken.
##### Artikel 63
1. Op hun verzoek worden in het register ingeschreven degenen die, zonder te voldoen aan het bepaalde krachtens [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=22&z=2019-01-01&g=2019-01-01), op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum:
1. Op hun verzoek worden in het register ingeschreven degenen die, zonder te voldoen aan het bepaalde krachtens [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=22&z=2020-01-01&g=2020-01-01), op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum:
- a. hetzij loods zijn als bedoeld in artikel 3 van de Loodswet 1957;
- b. hetzij gemeentelijke havenloods zijn als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Loodswet 1957.
2. Op hun verzoek worden degenen die op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum adspirant-loods zijn als bedoeld in artikel 6 van het Algemeen Loodsreglement (**Stb.** 1932, 433), of als zodanig zijn aangesteld, aangemerkt als adspirant-loods als bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IV&artikel=19&z=2019-01-01&g=2019-01-01). Zij hebben het recht op een leerovereenkomst als bedoeld in [artikel 19, eerste lid,onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IV&artikel=19&z=2019-01-01&g=2019-01-01), met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen regionale corporatie, ingaande op de overgangsdatum.
2. Op hun verzoek worden degenen die op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum adspirant-loods zijn als bedoeld in artikel 6 van het Algemeen Loodsreglement (**Stb.** 1932, 433), of als zodanig zijn aangesteld, aangemerkt als adspirant-loods als bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IV&artikel=19&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Zij hebben het recht op een leerovereenkomst als bedoeld in [artikel 19, eerste lid,onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=IV&artikel=19&z=2020-01-01&g=2020-01-01), met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen regionale corporatie, ingaande op de overgangsdatum.
3. Degenen die op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum behoren tot het personeel van de loodsdienst als bedoeld in artikel 4 van het Algemeen Loodsreglement, en op wie het eerste of tweede lid niet van toepassing is, hebben het recht om in dienst te treden bij een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, ingaande op de overgangsdatum. Dit geldt eveneens voor het personeel in dienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk van een gemeente die een functie vervullen ten behoeve van de uitoefening van de loodsdienst en waarvan de functie als zodanig is aangewezen door Onze Minister. Voor het personeel in dienst van een gemeente vindt die aanwijzing plaats in overeenstemming met het bestuur van die gemeente. Aanwijzing van de rechtspersoon vindt plaats in overeenstemming met het bestuur van die rechtspersoon.
@@ -722,11 +722,11 @@
##### Artikel 64
Degenen die krachtens [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), worden ingeschreven in het loodsenregister, degenen die een leerovereenkomst als bedoeld in [artikel 63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), hebben gesloten, en degenen die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), hebben gesloten, zijn met ingang van de datum van die inschrijving onderscheidenlijk van ingang van die overeenkomst van rechtswege eervol ontslagen uit het dienstverband met het Rijk onderscheidenlijk uit het dienstverband met de betreffende gemeente.
Degenen die krachtens [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), worden ingeschreven in het loodsenregister, degenen die een leerovereenkomst als bedoeld in [artikel 63, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), hebben gesloten, en degenen die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), hebben gesloten, zijn met ingang van de datum van die inschrijving onderscheidenlijk van ingang van die overeenkomst van rechtswege eervol ontslagen uit het dienstverband met het Rijk onderscheidenlijk uit het dienstverband met de betreffende gemeente.
##### Artikel 65
1. Met ingang van de overgangsdatum verkrijgen de in [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=64&z=2019-01-01&g=2019-01-01) bedoelde personen aanspraken jegens een bij verordening aan te wijzen pensioenfonds onderscheidenlijk een door het bestuur van de rechtspersoon als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), aan te wijzen fonds als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioen- en Spaarfondsenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002089&artikel=1) (**Stb.** 1981, 18), welke gelijkwaardig zijn aan die welke deze personen op de overgangsdatum krachtens de [Algemene burgerlijke pensioenwet](onbekend) (**Stb.** 1986, 540) hebben jegens het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, en neemt het hiervoor bedoelde fonds de daarmee verband houdende verplichtingen op zich.
1. Met ingang van de overgangsdatum verkrijgen de in [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=64&z=2020-01-01&g=2020-01-01) bedoelde personen aanspraken jegens een bij verordening aan te wijzen pensioenfonds onderscheidenlijk een door het bestuur van de rechtspersoon als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), aan te wijzen fonds als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioen- en Spaarfondsenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002089&artikel=1) (**Stb.** 1981, 18), welke gelijkwaardig zijn aan die welke deze personen op de overgangsdatum krachtens de [Algemene burgerlijke pensioenwet](onbekend) (**Stb.** 1986, 540) hebben jegens het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, en neemt het hiervoor bedoelde fonds de daarmee verband houdende verplichtingen op zich.
2. Bij toepassing van het eerste lid vervallen de aanspraken van de in dat lid bedoelde personen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet en de daaruit voortvloeiende verplichtingen van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds jegens die personen op de overgangsdatum.
@@ -736,17 +736,17 @@
##### Artikel 66
1. Indien de vaststelling van het bedrag, bedoeld in [artikel 65, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=65&z=2019-01-01&g=2019-01-01), niet plaatsvindt in overeenstemming met de krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen pensioenfondsen, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld betreffende het ondervangen van nadeel in de opbouw van pensioen, dat voor personen als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), mogelijkerwijs ontstaat als gevolg van het in [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=64&z=2019-01-01&g=2019-01-01) bedoelde ontslag.
2. Degene bij wie het pensioen van een persoon als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), is verzekerd, alsmede de rechtspersoon als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), zijn verplicht desgevraagd aan Onze Minister binnen een door deze te stellen termijn de gegevens te verschaffen waarvan kennisneming naar het oordeel van Onze Minister nodig is in verband met het voorbereiden of uitvoeren van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid.
1. Indien de vaststelling van het bedrag, bedoeld in [artikel 65, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=65&z=2020-01-01&g=2020-01-01), niet plaatsvindt in overeenstemming met de krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen pensioenfondsen, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld betreffende het ondervangen van nadeel in de opbouw van pensioen, dat voor personen als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), mogelijkerwijs ontstaat als gevolg van het in [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=64&z=2020-01-01&g=2020-01-01) bedoelde ontslag.
2. Degene bij wie het pensioen van een persoon als bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is verzekerd, alsmede de rechtspersoon als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), zijn verplicht desgevraagd aan Onze Minister binnen een door deze te stellen termijn de gegevens te verschaffen waarvan kennisneming naar het oordeel van Onze Minister nodig is in verband met het voorbereiden of uitvoeren van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de vergoeding van kosten, verbonden aan het verschaffen van gegevens als bedoeld in het tweede lid.
##### Artikel 67
1. Onze Minister kan verordeningen als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), voor de eerste maal als ministeriële regeling vaststellen, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, op de overgangsdatum, bedoeld in [artikel 62, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=62&z=2019-01-01&g=2019-01-01), in werking dienen te treden. Zij blijven, behoudens eerdere intrekking door Onze Minister, van kracht totdat zij bij verordening zijn ingetrokken en vervangen.
2. Onze Minister benoemt, in overeenstemming met de meerderheid van de personen als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), voor de eerste maal de voorzitter van de corporatie. Dit geldt overeenkomstig voor het bestuur van een regionale corporatie. Deze benoemingen gelden voor ten hoogste negentig dagen. Binnen die termijn geven de ledenvergadering van de corporatie onderscheidenlijk de ledenvergadering van een regionale corporatie uitvoering aan [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01), onderscheidenlijk [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=12&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
1. Onze Minister kan verordeningen als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor de eerste maal als ministeriële regeling vaststellen, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, op de overgangsdatum, bedoeld in [artikel 62, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=62&z=2020-01-01&g=2020-01-01), in werking dienen te treden. Zij blijven, behoudens eerdere intrekking door Onze Minister, van kracht totdat zij bij verordening zijn ingetrokken en vervangen.
2. Onze Minister benoemt, in overeenstemming met de meerderheid van de personen als bedoeld in [artikel 63, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor de eerste maal de voorzitter van de corporatie. Dit geldt overeenkomstig voor het bestuur van een regionale corporatie. Deze benoemingen gelden voor ten hoogste negentig dagen. Binnen die termijn geven de ledenvergadering van de corporatie onderscheidenlijk de ledenvergadering van een regionale corporatie uitvoering aan [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=8&z=2020-01-01&g=2020-01-01), onderscheidenlijk [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=12&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
3. Overdracht van de eigendom van de roerende en onroerende goederen van het Rijk die worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van de loodsdienst, vindt van rechtswege plaats. Onze Minister en Onze Minister van Financiën wijzen deze goederen aan.
@@ -760,9 +760,9 @@
##### Artikel 68
1. De rechtspersoon die is aangewezen krachtens [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), is gehouden het geheel van de taken van het personeel als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), voor zover die tot de overgangsdatum door Onze Minister onderscheidenlijk de gemeente in eigen beheer zijn verzorgd, gedurende een termijn van ten minste vijf jaren na de overgangsdatum eveneens in eigen beheer te verzorgen. De corporatie is, behoudens bij toepassing van het tweede lid, gehouden om bij of krachtens de verordening als bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdeel **b**, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), hiermee rekening te houden.
2. Onze Minister kan het bestuur van de rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien dat bestuur voldoende garanties heeft verkregen voor het behoud van de werkgelegenheid van het betrokken personeel als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2019-01-01&g=2019-01-01), tot afloop van de in het eerste lid genoemde termijn.
1. De rechtspersoon die is aangewezen krachtens [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is gehouden het geheel van de taken van het personeel als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor zover die tot de overgangsdatum door Onze Minister onderscheidenlijk de gemeente in eigen beheer zijn verzorgd, gedurende een termijn van ten minste vijf jaren na de overgangsdatum eveneens in eigen beheer te verzorgen. De corporatie is, behoudens bij toepassing van het tweede lid, gehouden om bij of krachtens de verordening als bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdeel **b**, 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), hiermee rekening te houden.
2. Onze Minister kan het bestuur van de rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien dat bestuur voldoende garanties heeft verkregen voor het behoud van de werkgelegenheid van het betrokken personeel als bedoeld in [artikel 63, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=III&artikel=63&z=2020-01-01&g=2020-01-01), tot afloop van de in het eerste lid genoemde termijn.
## Artikel IV
@@ -782,13 +782,13 @@
##### Artikel 27b
1. De ledenvergadering van de corporatie stelt in het belang van een op de kosten gebaseerde tariefstelling een toerekeningssysteem vast voor de kosten van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
1. De ledenvergadering van de corporatie stelt in het belang van een op de kosten gebaseerde tariefstelling een toerekeningssysteem vast voor de kosten van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Het toerekeningssysteem bevat een omschrijving van:
- a. de wijze waarop de kosten van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), in de tarieven worden doorberekend, en,
- b. de wijze waarop en de frequentie waarmee reserveringen ten behoeve van de financiering van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01), worden gedaan.
- a. de wijze waarop de kosten van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), in de tarieven worden doorberekend, en,
- b. de wijze waarop en de frequentie waarmee reserveringen ten behoeve van de financiering van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01), worden gedaan.
3. Het toerekeningssysteem wordt opgesteld met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens [artikel 15ba, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15ba).
@@ -804,7 +804,7 @@
##### Artikel 27c
1. De algemene raad doet de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven en vergoedingen voor de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
1. De algemene raad doet de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven en vergoedingen voor de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Een voorstel als bedoeld in het eerste lid wordt opgesteld met inachtneming van het uitgangspunt dat elk afzonderlijk tarief redelijk en non-discriminatoir is.
@@ -830,7 +830,7 @@
- e. een raming van de overige omzet en kosten, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet en kosten in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan;
- f. een raming van de kosten, de stortingen en het rendement van de gestorte bedragen, gemoeid met de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01), voor het desbetreffende kalenderjaar;
- f. een raming van de kosten, de stortingen en het rendement van de gestorte bedragen, gemoeid met de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01), voor het desbetreffende kalenderjaar;
- g. een raming van de voor het desbetreffende kalenderjaar voorziene algemene besparing op de kosten;
@@ -846,19 +846,19 @@
##### Artikel 27d
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de vaststelling van kostengeoriënteerde loodsgeldtarieven zeehavengebieden aangewezen, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de redelijkheid, bedoeld in [artikel 27c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2019-01-01&g=2019-01-01), de kostenoriëntatie, bedoeld in artikel 27c, derde lid, onder a, en kunnen overige maatstaven voor de structuur van deze tarieven worden geregeld. Bij deze maatregel kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen.
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de vaststelling van kostengeoriënteerde loodsgeldtarieven zeehavengebieden aangewezen, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de redelijkheid, bedoeld in [artikel 27c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2020-01-01&g=2020-01-01), de kostenoriëntatie, bedoeld in artikel 27c, derde lid, onder a, en kunnen overige maatstaven voor de structuur van deze tarieven worden geregeld. Bij deze maatregel kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt een jaarlijkse indexering van de uurtarieven van de arbeidsvergoeding vastgesteld.
3. Bij ministeriële regeling wordt een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vastgesteld in verband met bestaande onevenwichtigheden in de mate van kostendekkendheid van de loodsgeldtarieven in de verschillende zeehavengebieden.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de samenstelling van de regionale overlegcommissies, bedoeld in [artikel 27c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de samenstelling van de regionale overlegcommissies, bedoeld in [artikel 27c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
##### Artikel 27e
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit een schema vast voor de stortingen ten behoeve van de financiering van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
2. De Autoriteit Consument en Markt kan bij besluit een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vaststellen in verband met de evenwichtige wijze van financiering van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01). Voorafgaand aan het nemen van het besluit wint de Autoriteit Consument en Markt het advies in van een actuaris.
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit een schema vast voor de stortingen ten behoeve van de financiering van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. De Autoriteit Consument en Markt kan bij besluit een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vaststellen in verband met de evenwichtige wijze van financiering van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01). Voorafgaand aan het nemen van het besluit wint de Autoriteit Consument en Markt het advies in van een actuaris.
3. Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.
@@ -868,7 +868,7 @@
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt voor elk kalenderjaar bij besluit de loodsgeldtarieven vast.
2. De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit de tarieven en vergoedingen voor de overige diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), vast.
2. De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit de tarieven en vergoedingen voor de overige diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vast.
3. De loodsgeldtarieven en de andere tarieven en vergoedingen kunnen per zeehavengebied en per verrichting verschillen.
@@ -876,9 +876,9 @@
##### Artikel 27g
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt een besluit als bedoeld in [artikel 27f, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27f&z=2019-01-01&g=2019-01-01), vast in afwijking van het desbetreffende voorstel, indien het voorstel naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt:
- a. niet voldoet aan de bij of krachtens de [artikelen 27c tot en met 27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2019-01-01&g=2019-01-01) gestelde eisen;
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt een besluit als bedoeld in [artikel 27f, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27f&z=2020-01-01&g=2020-01-01), vast in afwijking van het desbetreffende voorstel, indien het voorstel naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt:
- a. niet voldoet aan de bij of krachtens de [artikelen 27c tot en met 27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2020-01-01&g=2020-01-01) gestelde eisen;
- b. in onvoldoende mate bijdraagt aan het bereiken van de meest efficiënte werkwijze van registerloodsen en de productiviteit en kwaliteit van de loodsdienstverlening, of,
@@ -894,17 +894,17 @@
##### Artikel 27h
1. De Autoriteit Consument en Markt kan, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [15 eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [24, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2019-01-01&g=2019-01-01), en [26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01), van deze wet en [artikel 12 van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=12), voorwaarden vaststellen waaronder registerloodsen de diensten verlenen die zij bij of krachtens de wet bij uitsluiting verrichten.
1. De Autoriteit Consument en Markt kan, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=9&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [15 eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [24, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=V&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01), en [26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01), van deze wet en [artikel 12 van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=12), voorwaarden vaststellen waaronder registerloodsen de diensten verlenen die zij bij of krachtens de wet bij uitsluiting verrichten.
2. De voorwaarden hebben slechts betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening en zijn non-discriminatoir.
3. Voorafgaand aan de vaststelling van deze voorwaarden nodigt de Autoriteit Consument en Markt de algemene raad uit haar een voorstel daarvoor te doen. [Artikel 27c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2019-01-01&g=2019-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Voorafgaand aan de vaststelling van deze voorwaarden nodigt de Autoriteit Consument en Markt de algemene raad uit haar een voorstel daarvoor te doen. [Artikel 27c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2020-01-01&g=2020-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 27i
1. De registerloods en de krachtens de [artikelen 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15a), en [15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15b) aangewezen organisaties zijn verplicht de overeenkomstig [artikel 27f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27f&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [27g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27g&z=2019-01-01&g=2019-01-01) vastgestelde tarieven te hanteren.
2. De registerloods en de samenwerkingsverbanden van registerloodsen die ter uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), zijn of worden opgericht zijn verplicht de overeenkomstig [artikel 27h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27h&z=2019-01-01&g=2019-01-01) vastgestelde voorwaarden te hanteren.
1. De registerloods en de krachtens de [artikelen 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15a), en [15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15b) aangewezen organisaties zijn verplicht de overeenkomstig [artikel 27f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27f&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [27g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27g&z=2020-01-01&g=2020-01-01) vastgestelde tarieven te hanteren.
2. De registerloods en de samenwerkingsverbanden van registerloodsen die ter uitvoering van het bepaalde krachtens [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), zijn of worden opgericht zijn verplicht de overeenkomstig [artikel 27h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27h&z=2020-01-01&g=2020-01-01) vastgestelde voorwaarden te hanteren.
#### § 6. Financiële verantwoording en vergelijkend onderzoek
@@ -912,23 +912,23 @@
1. De algemene raad stelt jaarlijks voor 1 mei een financiële verantwoording op over het voorafgaande kalenderjaar die bestaat uit:
- a. een exploitatierekening van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), met inbegrip van een verantwoording van de omzet;
- a. een exploitatierekening van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), met inbegrip van een verantwoording van de omzet;
- b. een overzicht van de aan de exploitatie van die diensten en taken toegerekende materiële vaste activa;
- c. een verantwoording van de gehanteerde afschrijvingsmethoden en afschrijvingstermijnen;
- d. een verantwoording van de uitgaven, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- e. een verantwoording van de stortingen die zijn gedaan ten behoeve van toekomstige uitgaven, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- f. een verantwoording van de algemene besparing, bedoeld in [artikel 27c, zesde lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- d. een verantwoording van de uitgaven, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- e. een verantwoording van de stortingen die zijn gedaan ten behoeve van toekomstige uitgaven, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- f. een verantwoording van de algemene besparing, bedoeld in [artikel 27c, zesde lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- g. een toelichting op de stukken, bedoeld onder a tot en met f;
- h. een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in [artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393).
2. De algemene raad draagt jaarlijks voor 1 mei zorg voor een verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2019-01-01&g=2019-01-01), over het voorafgaande kalenderjaar. Voorafgaand aan de vaststelling van de verantwoording vraagt de algemene raad een zienswijze van de bij ministeriële regeling aan te wijzen openbare lichamen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. De ontvangen zienswijzen worden bij de verantwoording gevoegd. De algemene raad motiveert in de verantwoording zijn overwegingen omtrent de ingebrachte zienswijzen.
2. De algemene raad draagt jaarlijks voor 1 mei zorg voor een verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de diensten en taken, bedoeld in [artikel 27a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=1&artikel=27a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), over het voorafgaande kalenderjaar. Voorafgaand aan de vaststelling van de verantwoording vraagt de algemene raad een zienswijze van de bij ministeriële regeling aan te wijzen openbare lichamen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. De ontvangen zienswijzen worden bij de verantwoording gevoegd. De algemene raad motiveert in de verantwoording zijn overwegingen omtrent de ingebrachte zienswijzen.
3. De algemene raad zendt de verantwoordingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, vergezeld van de ontvangen zienswijzen, gelijktijdig aan de Autoriteit Consument en Markt.
@@ -948,17 +948,17 @@
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent:
- a. de inrichting en de mate van detaillering van het toerekeningssysteem, bedoeld in [artikel 27b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=2&artikel=27b&z=2019-01-01&g=2019-01-01);
- a. de inrichting en de mate van detaillering van het toerekeningssysteem, bedoeld in [artikel 27b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=2&artikel=27b&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- b. de termijn waarbinnen een vastgesteld toerekeningssysteem ter verkrijging van instemming aan de Autoriteit Consument en Markt wordt gezonden;
- c. het tijdstip waarop de voorstellen, bedoeld in de [artikelen 27c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [27h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27h&z=2019-01-01&g=2019-01-01) moeten zijn gedaan, en daarbij over te leggen stukken;
- c. het tijdstip waarop de voorstellen, bedoeld in de [artikelen 27c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [27h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27h&z=2020-01-01&g=2020-01-01) moeten zijn gedaan, en daarbij over te leggen stukken;
- d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de tarieven plaatsvindt;
- e. de inrichting en de mate van detaillering van de verantwoordingen, bedoeld in [artikel 27j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27j&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting en mate van detaillering van het vergelijkend onderzoek, bedoeld in [artikel 27k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27k&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
- e. de inrichting en de mate van detaillering van de verantwoordingen, bedoeld in [artikel 27j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27j&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting en mate van detaillering van het vergelijkend onderzoek, bedoeld in [artikel 27k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27k&z=2020-01-01&g=2020-01-01).
3. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen.
@@ -976,7 +976,7 @@
##### Artikel 45a
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van hoofdstuk VIA, zijn belast de ambtenaren aangewezen bij het besluit, bedoeld in [artikel 49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=49&z=2019-01-01&g=2019-01-01), alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen andere ambtenaren.
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van hoofdstuk VIA, zijn belast de ambtenaren aangewezen bij het besluit, bedoeld in [artikel 49, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIII&artikel=49&z=2020-01-01&g=2020-01-01), alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen andere ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@@ -1008,7 +1008,7 @@
##### Artikel 45f
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [27i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27i&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [27j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27j&z=2019-01-01&g=2019-01-01), [27k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27k&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en [27l, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=7&artikel=27l&z=2019-01-01&g=2019-01-01), kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder:
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 27c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=3&artikel=27c&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [27i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=5&artikel=27i&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [27j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27j&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [27k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=6&artikel=27k&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en [27l, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIA¶graaf=7&artikel=27l&z=2020-01-01&g=2020-01-01), kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder:
- a. een bestuurlijke boete opleggen;
@@ -1046,11 +1046,11 @@
##### Artikel 45k
1. Indien krachtens [artikel 45f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIIB¶graaf=1&artikel=45f&z=2019-01-01&g=2019-01-01) of [artikel 12m van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033043&artikel=12m) een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan de corporatie is deze bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het geïnde loodsgeld.
2. Indien een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan een regionale loodsencorporatie of een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2019-01-01&g=2019-01-01), zijn deze natuurlijke en rechtspersonen bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het gedeelte van het geïnde loodsgeld waarop de desbetreffende regionale loodsencorporatie, onderscheidenlijk het desbetreffende samenwerkingsverband, recht heeft ingevolgde de bij en krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en de krachtens de [artikelen 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15a), en [15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15b) gestelde regels en voorschriften.
3. Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2019-01-01&g=2019-01-01) en de krachtens de [artikelen 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15a), en [15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15b) gestelde regels en voorschriften.
1. Indien krachtens [artikel 45f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VIIB¶graaf=1&artikel=45f&z=2020-01-01&g=2020-01-01) of [artikel 12m van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033043&artikel=12m) een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan de corporatie is deze bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het geïnde loodsgeld.
2. Indien een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan een regionale loodsencorporatie of een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van [artikel 15, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=III¶graaf=4&artikel=15&z=2020-01-01&g=2020-01-01), zijn deze natuurlijke en rechtspersonen bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het gedeelte van het geïnde loodsgeld waarop de desbetreffende regionale loodsencorporatie, onderscheidenlijk het desbetreffende samenwerkingsverband, recht heeft ingevolgde de bij en krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en de krachtens de [artikelen 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15a), en [15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15b) gestelde regels en voorschriften.
3. Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtens [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004365&artikel=I&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2020-01-01&g=2020-01-01) en de krachtens de [artikelen 15a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15a), en [15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004364&artikel=15b) gestelde regels en voorschriften.
### Hoofdstuk VIII. Dwang-, straf- en opsporingsbepalingen
2019-01-01
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
2018-07-28
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
2018-05-25
Loodsenwet — arts. 3, 3, 25 y 33 más
2016-07-01
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
2016-01-18
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
2015-01-01
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
2014-08-01
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
2014-01-01
Loodsenwet — arts. 3, 25, 33 y 15 más
2013-04-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 25 y 17 más
2013-01-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 25 y 17 más
2011-07-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 18 más
2011-01-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 18 más
2010-07-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 18 más
2009-07-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 18 más
2008-01-01
Loodsenwet
2007-12-21
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2007-03-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2006-02-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2005-07-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2005-03-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2004-07-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2004-05-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2004-04-01
Loodsenwet — arts. 3, 20, 24 y 19 más
2002-01-01
Loodsenwet — arts. 1, 3, 2 y 44 más
2002-01-01
Loodsenwet
original version
Tekst op deze datum