Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 30 juni 1992 houdende regelen betreffende de veiligheid van machines

15 versions · 2020-02-01
2020-02-01
Warenwetbesluit machines — art. 6
2018-12-15
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-09-30
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-04-20
Warenwetbesluit machines
2016-03-02
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-02-19
Warenwetbesluit machines — art. 6
2012-01-01
Warenwetbesluit machines
2011-12-15
Warenwetbesluit machines — art. 6
2011-06-29
Warenwetbesluit machines — art. 6
2009-12-29
Warenwetbesluit machines
2007-01-01
Warenwetbesluit machines — arts. 4, 5, 6 y 3 más

Wijzigingen op 2007-01-01

@@ -64,9 +64,9 @@
##### Artikel 4
1. Machines die voldoen aan de door Onze Minister aangewezen normen, en die met inachtneming van de procedures, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01), voorzien zijn van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde aanduiding houdende de CE-markering en vergezeld gaan van de in bijlage II, punt A, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, bestaande uit de in die bijlage aangegeven onderdelen voor zover deze van toepassing zijn, worden vermoed te voldoen aan het in [artikel 3, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01), bepaalde.
2. Veiligheidscomponenten die voldoen aan de door Onze Minister aangewezen normen, en die met inachtneming van de procedures, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01), vergezeld gaan van de in bijlage II, punt C, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, bestaande uit de in die bijlage aangegeven onderdelen voor zover deze van toepassing zijn, worden vermoed te voldoen aan het in [artikel 3, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01), bepaalde.
1. Machines die voldoen aan de door Onze Minister aangewezen normen, en die met inachtneming van de procedures, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01), voorzien zijn van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde aanduiding houdende de CE-markering en vergezeld gaan van de in bijlage II, punt A, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, bestaande uit de in die bijlage aangegeven onderdelen voor zover deze van toepassing zijn, worden vermoed te voldoen aan het in [artikel 3, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bepaalde.
2. Veiligheidscomponenten die voldoen aan de door Onze Minister aangewezen normen, en die met inachtneming van de procedures, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01), vergezeld gaan van de in bijlage II, punt C, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, bestaande uit de in die bijlage aangegeven onderdelen voor zover deze van toepassing zijn, worden vermoed te voldoen aan het in [artikel 3, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bepaalde.
##### Artikel 5
@@ -78,29 +78,29 @@
- 1e. voor machines welke niet genoemd worden in bijlage IV, punt A, van de richtlijn, indien de in de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde of, indien zij geen van beide binnen de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, degene die de machines binnen de Europese Economische Ruimte brengt, de in bijlage V van de richtlijn onder punt 3, onderdelen **a** en **b**, bedoelde documenten heeft samengesteld met inachtneming van het onder punt 4 van laatstgenoemde bijlage bepaalde;
- 2e. voor machines welke genoemd worden in bijlage IV, punt A, en waarvan de vervaardiging plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2006-04-01&g=2006-04-01) bedoelde normen, indien een van de onder 1e genoemde personen;
- 2e. voor machines welke genoemd worden in bijlage IV, punt A, en waarvan de vervaardiging plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde normen, indien een van de onder 1e genoemde personen;
- a. het in bijlage Vl, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en ter bewaring heeft doen toekomen aan een aangewezen aangemelde instelling en daarvan bericht van ontvangst van deze instelling heeft verkregen, hetzij;
- b. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een aangewezen aangemelde instelling en deze instelling een schriftelijke verklaring heeft afgegeven, inhoudende dat volgens voornoemd dossier de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2006-04-01&g=2006-04-01) bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij;
- b. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een aangewezen aangemelde instelling en deze instelling een schriftelijke verklaring heeft afgegeven, inhoudende dat volgens voornoemd dossier de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij;
- c. een EG-type-onderzoekverklaring zoals bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een aangewezen aangemelde instelling;
- 3e. voor machines welke zijn genoemd in bijlage IV, punt **a**, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging niet of slechts ten dele plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2006-04-01&g=2006-04-01) bedoelde normen dan wel bij de vervaardiging waarvan dergelijke normen weliswaar in acht worden genomen maar op het moment van vervaardiging van de machines deze normen niet alle van toepassing zijnde fundamentele eisen, opgenomen in bijlage I van de richtlijn, betreffen, indien een van de onder **a** genoemde personen een EG-type-onderzoekverklaring zoals bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een aangewezen aangemelde instelling.
- 3e. voor machines welke zijn genoemd in bijlage IV, punt **a**, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging niet of slechts ten dele plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde normen dan wel bij de vervaardiging waarvan dergelijke normen weliswaar in acht worden genomen maar op het moment van vervaardiging van de machines deze normen niet alle van toepassing zijnde fundamentele eisen, opgenomen in bijlage I van de richtlijn, betreffen, indien een van de onder **a** genoemde personen een EG-type-onderzoekverklaring zoals bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een aangewezen aangemelde instelling.
- b. De in het eerste lid, onder **b**, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming mag uitsluitend worden gebezigd:
- 1e. voor veiligheidscomponenten welke niet genoemd worden in bijlage IV, punt B, van de richtlijn, indien de in de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde of, indien zij geen van beide binnen de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, degene die de machines binnen de Europese Economische Ruimte brengt, de in bijlage V van de richtlijn onder punt 3, onderdelen **a** en **b**, bedoelde documenten heeft samengesteld met inachtneming van het onder punt 4 van laatstgenoemde bijlage bepaalde;
- 2e. voor veiligheidscomponenten welke genoemd worden in bijlage IV, punt B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2006-04-01&g=2006-04-01) bedoelde normen, indien een van de onder 1e genoemde personen:
- 2e. voor veiligheidscomponenten welke genoemd worden in bijlage IV, punt B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde normen, indien een van de onder 1e genoemde personen:
- a. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en ter bewaring heeft doen toekomen aan een aangewezen aangemelde instelling en daarvan bericht van ontvangst van deze instelling heeft verkregen, hetzij;
- b. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een aangewezen aangemelde instelling en deze instelling een schriftelijke verklaring heeft afgegeven, inhoudende dat volgens voornoemd dossier de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2006-04-01&g=2006-04-01) bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij;
- b. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een aangewezen aangemelde instelling en deze instelling een schriftelijke verklaring heeft afgegeven, inhoudende dat volgens voornoemd dossier de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij;
- c. een EG-type-onderzoekverklaring zoals bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een aangewezen aangemelde instelling;
- 3e. voor veiligheidscomponenten welke zijn genoemd in bijlage IV, punt B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging niet of slechts ten dele plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2006-04-01&g=2006-04-01) bedoelde normen dan wel bij de vervaardiging waarvan dergelijke normen weliswaar in acht worden genomen maar op het moment van vervaardiging van de veiligheidscomponenten deze normen niet alle van toepassing zijnde fundamentele eisen, opgenomen in bijlage I van de richtlijn, betreffen, indien een van de onder **a** genoemde personen een EG-type-onderzoekverklaring zoals bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een aangewezen aangemelde instelling.
- 3e. voor veiligheidscomponenten welke zijn genoemd in bijlage IV, punt B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging niet of slechts ten dele plaatsvindt met inachtneming van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde normen dan wel bij de vervaardiging waarvan dergelijke normen weliswaar in acht worden genomen maar op het moment van vervaardiging van de veiligheidscomponenten deze normen niet alle van toepassing zijnde fundamentele eisen, opgenomen in bijlage I van de richtlijn, betreffen, indien een van de onder **a** genoemde personen een EG-type-onderzoekverklaring zoals bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een aangewezen aangemelde instelling.
- a. In de in het eerste lid, onder **a**, genoemde EG-verklaring van overeenstemming wordt voor wat betreft het onderwerp overeenstemming:
@@ -150,9 +150,9 @@
##### Artikel 6
1. De in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01), bedoelde aanduiding wordt duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op de machine aangebracht, overeenkomstig de bijlagen I, punt 1.7.3, en III van de richtlijn.
2. Ten aanzien van machines mogen geen vermeldingen, vaststellingen of aanduidingen worden gebezigd, welke met de in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01), bedoelde aanduiding kunnen worden verward. Op de machines mogen andere markeringen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en de leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.
1. De in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde aanduiding wordt duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op de machine aangebracht, overeenkomstig de bijlagen I, punt 1.7.3, en III van de richtlijn.
2. Ten aanzien van machines mogen geen vermeldingen, vaststellingen of aanduidingen worden gebezigd, welke met de in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde aanduiding kunnen worden verward. Op de machines mogen andere markeringen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en de leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.
##### Artikel 7
@@ -178,11 +178,11 @@
##### Artikel 5a
1. De verplichtingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01) rusten tevens op degene die machines, machineonderdelen of veiligheidscomponenten van verschillende herkomst assembleert of die machines of veiligheidscomponenten voor eigen gebruik vervaardigt.
2. De verplichtingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01) gelden niet voor degenen die een verwisselbaar uitrustingsstuk als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, sub 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2006-04-01&g=2006-04-01) op een machine of een trekker aansluiten, mits de elementen compatibel zijn, en alle delen waaruit de machine na de aansluiting bestaat voorzien zijn van de CE-markering en vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming.
3. [Artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01), is niet van toepassing op machines die volgens de in bijlage II, onderdeel B, van de richtlijn bedoelde verklaring van de in de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikant of diens gemachtigde of, indien zij geen van beide in de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, degene die de machines in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, bestemd zijn om
1. De verplichtingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) rusten tevens op degene die machines, machineonderdelen of veiligheidscomponenten van verschillende herkomst assembleert of die machines of veiligheidscomponenten voor eigen gebruik vervaardigt.
2. De verplichtingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) gelden niet voor degenen die een verwisselbaar uitrustingsstuk als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, sub 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2007-01-01&g=2007-01-01) op een machine of een trekker aansluiten, mits de elementen compatibel zijn, en alle delen waaruit de machine na de aansluiting bestaat voorzien zijn van de CE-markering en vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming.
3. [Artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01), is niet van toepassing op machines die volgens de in bijlage II, onderdeel B, van de richtlijn bedoelde verklaring van de in de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikant of diens gemachtigde of, indien zij geen van beide in de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, degene die de machines in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, bestemd zijn om
- -. te worden ingebouwd in een machine, of
@@ -218,7 +218,7 @@
##### Artikel 6f
1. In de nabijheid van een hijskraan als bedoeld in [artikel 6d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2006-04-01&g=2006-04-01), bevindt zich een kraanboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de op grond van [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2006-04-01&g=2006-04-01) uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.
1. In de nabijheid van een hijskraan als bedoeld in [artikel 6d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bevindt zich een kraanboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de op grond van [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2007-01-01&g=2007-01-01) uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.
2. Op het certificaat van goedkeuring wordt de datum van keuring vermeld, alsmede gegevens betreffende de identificatie van de hijskraan. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van de hijskraan.
@@ -268,20 +268,20 @@
##### Artikel 6k
1. Onverminderd het tweede tot en met vijfde lid zijn op machines waarop het [Besluit machines](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005884) van toepassing was, die voor 17 maart 1993 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01) niet van toepassing voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) worden gebracht.
2. Op de machines ten aanzien waarvan op 31 december 1992 het Besluit acetyleenontwikkelaars, het Veiligheidsbesluit gevaarlijke werktuigen, het Dorsgarniturenbesluit dan wel het Besluit verplaatsbare transporteurs van toepassing is en die vóór 1 januari 1995 in overeenstemming met de bepalingen van die algemene maatregelen van bestuur zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) worden gebracht.
3. Op de machines en veiligheidscomponenten ten aanzien waarvan op 31 december 1992 het Besluit gemotoriseerde transportwerktuigen van toepassing was en die vóór 1 januari 1996 in overeenstemming met de bepalingen van dat besluit zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) worden gebracht.
4. Op de machines en veiligheidscomponenten ten aanzien waarvan op 14 juni 1993 het Besluit kantel- en valbeveiligingen bouwmachines van toepassing was en die vóór 1 januari 1997 in overeenstemming met de bepalingen van dat besluit zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) worden gebracht.
5. De [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2006-04-01&g=2006-04-01) zijn niet van toepassing op machines voor het heffen of verplaatsen van mensen en op veiligheidscomponenten waarop het [Besluit machines](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005884) van toepassing was en die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden op 16 maart 1993 en die voor 1 januari 1997 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-04-01&g=2006-04-01) worden gebracht.
1. Onverminderd het tweede tot en met vijfde lid zijn op machines waarop het [Besluit machines](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005884) van toepassing was, die voor 17 maart 1993 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) niet van toepassing voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) worden gebracht.
2. Op de machines ten aanzien waarvan op 31 december 1992 het Besluit acetyleenontwikkelaars, het Veiligheidsbesluit gevaarlijke werktuigen, het Dorsgarniturenbesluit dan wel het Besluit verplaatsbare transporteurs van toepassing is en die vóór 1 januari 1995 in overeenstemming met de bepalingen van die algemene maatregelen van bestuur zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) worden gebracht.
3. Op de machines en veiligheidscomponenten ten aanzien waarvan op 31 december 1992 het Besluit gemotoriseerde transportwerktuigen van toepassing was en die vóór 1 januari 1996 in overeenstemming met de bepalingen van dat besluit zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) worden gebracht.
4. Op de machines en veiligheidscomponenten ten aanzien waarvan op 14 juni 1993 het Besluit kantel- en valbeveiligingen bouwmachines van toepassing was en die vóór 1 januari 1997 in overeenstemming met de bepalingen van dat besluit zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) worden gebracht.
5. De [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2007-01-01&g=2007-01-01) zijn niet van toepassing op machines voor het heffen of verplaatsen van mensen en op veiligheidscomponenten waarop het [Besluit machines](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005884) van toepassing was en die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden op 16 maart 1993 en die voor 1 januari 1997 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) worden gebracht.
6. Met betrekking tot de machines en veiligheidscomponenten, bedoeld in de voorgaande leden, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop krachtens een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die machines en veiligheidscomponenten gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het **Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen** bekendgemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.
##### Artikel 6l
Instellingen die op het tijdstip waarop artikel II, eerste, derde en vierde lid, van de [Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de Warenwet met het oog op de incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de gevaarlijke werktuigen, zulks onder intrekking van deze wet en de Stoomwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012951) (Stb. 557) in werking treedt, door Onze Minister krachtens [artikel 20 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=20) zijn aangewezen om de keuringen, bedoeld in [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2006-04-01&g=2006-04-01), uit te voeren, worden aangemerkt als aangewezen instellingen.
Instellingen die op het tijdstip waarop artikel II, eerste, derde en vierde lid, van de [Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de Warenwet met het oog op de incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de gevaarlijke werktuigen, zulks onder intrekking van deze wet en de Stoomwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012951) (Stb. 557) in werking treedt, door Onze Minister krachtens [artikel 20 van de Arbeidsomstandighedenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=20) zijn aangewezen om de keuringen, bedoeld in [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2007-01-01&g=2007-01-01), uit te voeren, worden aangemerkt als aangewezen instellingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
2006-04-01
Warenwetbesluit machines — arts. 4, 5, 6 y 4 más
2003-09-01
Warenwetbesluit machines
1995-01-01
Warenwetbesluit machines — arts. 6, 8, 9
1995-01-01
Warenwetbesluit machines
original version Tekst op deze datum