Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 30 juni 1992 houdende regelen betreffende de veiligheid van machines
15 versions
· 2020-02-01
2020-02-01
Warenwetbesluit machines — art. 6
2018-12-15
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-09-30
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-04-20
Warenwetbesluit machines
2016-03-02
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-02-19
Warenwetbesluit machines — art. 6
2012-01-01
Warenwetbesluit machines
2011-12-15
Warenwetbesluit machines — art. 6
2011-06-29
Warenwetbesluit machines — art. 6
2009-12-29
Warenwetbesluit machines
2007-01-01
Warenwetbesluit machines — arts. 4, 5, 6 y 3 más
2006-04-01
Warenwetbesluit machines — arts. 4, 5, 6 y 4 más
2003-09-01
Warenwetbesluit machines
1995-01-01
Warenwetbesluit machines — arts. 6, 8, 9
Wijzigingen op 1995-01-01
@@ -153,377 +153,3 @@
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1993, met dien verstande dat machines die voor de datum van inwerkingtreding voor het eerst zijn verhandeld en die voldoen aan de van toepassing zijnde regelgeving zoals die luidde direct voor de inwerkingtreding van dit besluit, nog tot 31 december 1994 mogen worden verhandeld.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
### Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
### Hoofdstuk 2. Vervaardiging
### Hoofdstuk 3. Keuring en certificering
##### Artikel 5a
1. De verplichtingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01) rusten tevens op degene die machines, machineonderdelen of veiligheidscomponenten van verschillende herkomst assembleert of die machines of veiligheidscomponenten voor eigen gebruik vervaardigt.
2. De verplichtingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01) gelden niet voor degenen die een verwisselbaar uitrustingsstuk als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a, sub 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2003-09-01&g=2003-09-01) op een machine of een trekker aansluiten, mits de elementen compatibel zijn, en alle delen waaruit de machine na de aansluiting bestaat voorzien zijn van de CE-markering en vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming.
3. [Artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01), is niet van toepassing op machines die volgens de in bijlage II, onderdeel B, van de richtlijn bedoelde verklaring van de in de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikant of diens gemachtigde of, indien zij geen van beide in de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, degene die de machines in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, bestemd zijn om
- -. te worden ingebouwd in een machine, of
- -. met andere machines te worden samengebouwd tot één machine, en op de samenstellingen dit besluit van toepassing is, tenzij de machines waarop de verklaring betrekking heeft, zelfstandig kunnen werken.
##### Artikel 6a
Een EG-typeonderzoekverklaring wordt door de aangewezen aangemelde instelling die haar heeft afgegeven ingetrokken indien de fundamentele eisen van bijlage I van de richtlijn zodanig zijn gewijzigd dat het model niet aan de gewijzigde eisen voldoet.
### Hoofdstuk 4. Verkeer en gebruik
##### Artikel 6b
1. Degene die een machine of een veiligheidscomponent verhandelt of gebruikt zorgt er voor dat de machine of de veiligheidscomponent in goede staat van onderhoud verkeert.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op degene die een machine of een veiligheidscomponent voorhanden heeft die hetzij is afgekeurd, hetzij onklaar gemaakt, hetzij anderszins kennelijk niet meer voor gebruik bestemd is.
##### Artikel 6c
Artikel 2, eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing op het tentoonstellen en demonstreren op (jaar)beurzen, exposities en bij demonstraties van machines of veiligheidscomponenten die niet in overeenstemming zijn met dit besluit, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat zij niet in overeenstemming zijn met dit besluit en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde gevolmachtigde in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit. Bij demonstraties zijn alle passende veiligheidsmaatregelen genomen om de bescherming van de mens te waarborgen.
##### Artikel 6d
1. Een hijskraan met een bedrijfslast die gelijk is aan of hoger is dan twee ton wordt ten minste eenmaal per 12 maanden gekeurd. In aanvulling daarop wordt een mobiele kraan of torenkraan, die behoort tot een bij ministeriële regeling omschreven categorie, ten hoogste 24 maanden na de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste vierentwintig maanden gekeurd.
2. De periodieke keuring, bedoeld in het eerste lid, vindt ten hoogste een maand na het verstrijken van de genoemde periode plaats indien degene die de keuring uitvoert dit uit oogpunt van bedrijfsvoering noodzakelijk acht.
3. De keuring bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling. In afwijking daarvan wordt de keuring bedoeld in het eerste lid, tweede zin, van een mobiele kraan of torenkraan uitgevoerd door een aangewezen instelling.
##### Artikel 6e
1. De aangewezen instelling geeft op aanvraag een certificaat van goedkeuring af aan de aanvrager indien zij heeft vastgesteld dat de hijskraan voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde voorschriften.
2. Een certificaat kan worden geweigerd of onder voorschriften worden afgegeven, worden verlengd dan wel geschorst of ingetrokken, indien is gebleken dat niet of niet volledig is voldaan aan bij of krachtens de wet met betrekking tot het certificaat gestelde eisen.
##### Artikel 6f
1. In de nabijheid van een hijskraan als bedoeld in [artikel 6d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2003-09-01&g=2003-09-01), bevindt zich een kraanboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de op grond van [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2003-09-01&g=2003-09-01) uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.
2. Op het certificaat van goedkeuring wordt de datum van keuring vermeld, alsmede gegevens betreffende de identificatie van de hijskraan. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van de hijskraan.
3. Het kraanboek en het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in [artikel 25 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=25).
### Hoofdstuk 5. Aangewezen instellingen
##### Artikel 6g
1. Als aangewezen instelling of aangewezen aangemelde instelling kan worden aangewezen een instelling die:
- a. rechtspersoonlijkheid heeft;
- b. haar zetel of een vestiging in Nederland heeft;
- c. onafhankelijk is van degenen die bij het resultaat van de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen belang hebben;
- d. beschikt over voldoende deskundigheid en outillage om de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren te kunnen vervullen;
- e. beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de gekeurde of gecertificeerde machines afdoende te identificeren;
- f. naar behoren functioneert.
2. In aanvulling op het eerste lid komen voor een aanwijzing als aangewezen aangemelde instelling slechts in aanmerking instellingen die ten minste voldoen aan de in bijlage VII van de richtlijn neergelegde voorwaarden.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
##### Artikel 6h
De instelling verstrekt jaarlijks aan Onze Minister een afschrift van de polis van de afgesloten verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid tegen alle risico's die voortvloeien uit de uitoefening van de taken waarvoor zij is aangewezen.
##### Artikel 6i
1. Indien een wijziging plaatsvindt in de gegevens op grond waarvan de instelling is aangewezen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister.
2. Indien een instelling voornemens is een of meer van de taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister en de certificaathouders. In dat geval worden door de instelling de gegevens, bedoeld in artikel 6g, eerste lid, onder e, overgedragen aan Onze Minister dan wel, na toestemming van Onze Minister en de certificaathouders, een andere instelling die voor dezelfde taken is aangewezen.
##### Artikel 6j
1. Een aanvraag om aanwijzing gaat vergezeld van het bewijs dat is voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 6g, eerste lid, dan wel in geval van artikel 6g, tweede lid, tevens van bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid, dan wel van een verklaring waaruit de bereidheid blijkt om voor eigen rekening een onderzoek naar het voldoen aan deze criteria dan wel voorwaarden te ondergaan.
2. Een aanwijzing kan worden geweigerd, dan wel worden gewijzigd of ingetrokken, indien niet of niet volledig is voldaan aan de bij de wet of bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Een aanwijzing kan worden ingetrokken indien de instelling gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar geen werkzaamheden, waarvoor zij is aangewezen, heeft uitgevoerd.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 6k
1. Onverminderd het tweede tot en met vijfde lid zijn op machines waarop het [Besluit machines](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005884) van toepassing was, die voor 17 maart 1993 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01) niet van toepassing voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) worden gebracht.
2. Op de machines ten aanzien waarvan op 31 december 1992 het Besluit acetyleenontwikkelaars, het Veiligheidsbesluit gevaarlijke werktuigen, het Dorsgarniturenbesluit dan wel het Besluit verplaatsbare transporteurs van toepassing is en die vóór 1 januari 1995 in overeenstemming met de bepalingen van die algemene maatregelen van bestuur zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) worden gebracht.
3. Op de machines en veiligheidscomponenten ten aanzien waarvan op 31 december 1992 het Besluit gemotoriseerde transportwerktuigen van toepassing was en die vóór 1 januari 1996 in overeenstemming met de bepalingen van dat besluit zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) worden gebracht.
4. Op de machines en veiligheidscomponenten ten aanzien waarvan op 14 juni 1993 het Besluit kantel- en valbeveiligingen bouwmachines van toepassing was en die vóór 1 januari 1997 in overeenstemming met de bepalingen van dat besluit zijn vervaardigd en in gebruik genomen, zijn de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01) niet van toepassing, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) worden gebracht.
5. De [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2003-09-01&g=2003-09-01) zijn niet van toepassing op machines voor het heffen of verplaatsen van mensen en op veiligheidscomponenten waarop het [Besluit machines](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005884) van toepassing was en die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden op 16 maart 1993 en die voor 1 januari 1997 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming met [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2003-09-01&g=2003-09-01) worden gebracht.
6. Met betrekking tot de machines en veiligheidscomponenten, bedoeld in de voorgaande leden, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop krachtens een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die machines en veiligheidscomponenten gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het **Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen** bekendgemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.
##### Artikel 6l
Instellingen die op het tijdstip waarop artikel II, eerste, derde en vierde lid, van de [Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de Warenwet met het oog op de incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de gevaarlijke werktuigen, zulks onder intrekking van deze wet en de Stoomwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012951) (Stb. 557) in werking treedt, door Onze Minister krachtens [artikel 20 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=20) zijn aangewezen om de keuringen, bedoeld in [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2003-09-01&g=2003-09-01), uit te voeren, worden aangemerkt als aangewezen instellingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 1a
1. Dit besluit is niet van toepassing op:
- a. veiligheidscomponenten die bestemd zijn om identieke componenten te vervangen en die geleverd zijn door de fabrikant van de oorspronkelijke machine;
- b. specifiek voor kermissen of amusementsparken bestemd materieel;
- c. machines die speciaal zijn ontworpen of in bedrijf zijn gesteld voor nucleaire doeleinden en waarvan een defect uitstoot van radioactiviteit tot gevolg kan hebben;
- d. wapens, met inbegrip van vuurwapens;
- e. landbouw- en bosbouwtrekkers voor de risico’s die vallen onder richtlijn 2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, verwisselbare getrokken machines, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan en tot intrekking van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad (PbEU L171), met uitzondering van de machines die op deze voertuigen zijn aangebracht;
- f. motorvoertuigen en hun aanhangwagens die vallen onder richtlijn 70/156/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L42), met uitzondering van de machines die op deze voertuigen zijn aangebracht;
- g. voertuigen die vallen onder richtlijn 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen en de intrekking van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad (PbEU L124), met uitzondering van de machines die op deze voertuigen zijn aangebracht;
- h. motorvoertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor wedstrijden;
- i. vervoermiddelen voor het vervoer door de lucht, over het water of over spoornetten, met uitzondering van de machines die op deze vervoermiddelen zijn aangebracht;
- j. zeeschepen, mobiele offshore-eenheden en machines die aan boord van deze schepen of eenheden zijn geïnstalleerd;
- k. machines die specifiek voor militaire of politiële doeleinden zijn ontworpen en geproduceerd;
- l. machines die specifiek zijn ontworpen en gebouwd voor onderzoeksdoeleinden voor tijdelijk gebruik in laboratoria;
- m. mijnliften;
- n. machines voor het verplaatsen van kunstenaars tijdens een optreden;
- o. de volgende elektrische en elektronische apparatuur, voor zover deze valt onder richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (gecodificeerde versie) (PbEU L374):
- 1°. huishoudelijke apparaten die voor privégebruik zijn bestemd;
- 2°. audio- en videoapparatuur;
- 3°. apparatuur die wordt gebruikt in de informatietechnologie;
- 4°. gewone kantoormachines;
- 5°. schakelmaterieel en besturingsapparatuur voor laagspanning;
- 6°. elektromotoren;
- p. de volgende hoogspanningsinstallaties:
- 1°. schakelmaterieel en besturingsapparatuur;
- 2°. transformators.
2. Dit besluit is niet van toepassing op:
- a. liften en veiligheidscomponenten als bedoeld in [artikel 1 van het Warenwetbesluit liften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008212&artikel=1), tenzij deze in het [Warenwetbesluit liften](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008212) zijn uitgezonderd van het toepassingsbereik van [dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008212);
- b. explosieveilig materieel als bedoeld in [artikel 1 van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007497&artikel=1), tenzij dit in het [Warenwetbesluit explosieveilig materieel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007497) is uitgezonderd van het toepassingsbereik van [dat besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007497).
##### Artikel 1b
1. Dit besluit is niet van toepassing op draagbare bevestigingswerktuigen met explosieve lading en andere slagwerktuigen.
2. Dit artikel vervalt met ingang van 29 juni 2011.
##### Artikel 2a
Besluiten bedoeld in de [artikelen 21, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=21), en [30 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=30) die betrekking hebben op machines worden onverwijld door Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant dan wel op andere passende wijze.
##### Artikel 3a
1. De fabrikant of diens gemachtigde:
- a. zorgt dat de machine voldoet aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn;
- b. zorgt dat het technisch dossier beschikbaar is en voldoet aan bijlage VII, onder A, bij de richtlijn;
- c. verstrekt de noodzakelijke informatie, waaronder in ieder geval de gebruiksaanwijzing;
- d. stelt de EG-verklaring van overeenstemming op die voldoet aan bijlage II, deel 1, onder A, bij de richtlijn en zorgt dat deze de machine vergezelt;
- e. brengt de CE-markering, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=6&z=2009-12-29&g=2009-12-29), op de machine aan, alvorens een machine in de handel te brengen of in bedrijf te stellen.
2. De fabrikant of diens gemachtigde beschikt over of heeft toegang tot de middelen die nodig zijn om zich ervan te vergewissen dat de machine voldoet aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn.
3. Indien op machines naast dit besluit ook andere besluiten, die voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, van toepassing zijn, wordt door deze markering aangegeven dat de machines ook aan die andere besluiten voldoen.
4. Indien de fabrikant of diens gemachtigde op grond van de in het derde lid bedoelde andere besluiten gedurende een overgangsperiode de toe te passen regeling kan kiezen, wordt door de CE-markering uitsluitend aangegeven dat de machine in overeenstemming is met de bepalingen van de door de fabrikant of diens gemachtigde toegepaste regelingen.
5. De verwijzingen naar de toegepaste regelingen, zoals in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt, worden in de EG-verklaring van overeenstemming vermeld.
##### Artikel 3b
1. De fabrikant of diens gemachtigde vergewist zich, alvorens een niet voltooide machine in de handel te brengen, ervan dat:
- a. de technische documenten, zoals beschreven in Bijlage VII, onder B, bij de richtlijn, worden opgesteld;
- b. de montagehandleiding, zoals beschreven in Bijlage VI bij de richtlijn, wordt opgesteld;
- c. de inbouwverklaring, zoals beschreven in Bijlage II, deel 1, onder B, bij de richtlijn, wordt opgesteld.
2. De fabrikant of diens gemachtigde voegt de montagehandleiding en de inbouwverklaring bij de niet voltooide machine totdat de inbouw is geschied, en zorgt dat deze vervolgens deel uitmaken van het technische dossier van de voltooide machine.
##### Artikel 3c
De CE-markering wordt niet aangebracht op machines, waarop dit besluit niet van toepassing is, tenzij de CE-markering op grond van een ander besluit mag worden aangebracht.
### Hoofdstuk 3. Keuring en certificering
##### Artikel 6ea
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 6fa
1. Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer worden na elke montage op een nieuwe arbeidsplaats en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste zes maanden, op de arbeidsplaats door een aangewezen instelling gekeurd.
2. Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer worden voor de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging op de arbeidsplaats door een aangewezen instelling gekeurd.
3. Bij de keuringen wordt getoetst of voldaan is aan de voor het desbetreffende hijs- en hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2009-12-29&g=2009-12-29). Indien uit de keuring blijkt dat wordt voldaan aan de voor het desbetreffende hijs- of hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2009-12-29&g=2009-12-29), geeft de aangewezen instelling een certificaat van goedkeuring af. Op dit certificaat wordt tevens de herkeuringstermijn aangegeven. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van het desbetreffende hijs- of hefwerktuig.
4. Als blijk van goedkeuring brengt de aangewezen instelling op een duidelijke zichtbare plaats op het desbetreffende hijs- of hefwerktuig een kenmerk aan waarop tevens de herkeuringstermijn, welke volgt uit het eerste lid, wordt aangegeven.
5. In de nabijheid van het hijs- of hefwerktuig voor beroepsmatig personenvervoer bevindt zich het hijs- en hefwerktuigboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.
### Hoofdstuk 5. Aangewezen instellingen
##### Artikel 6ja. Verstrekken van gegevens
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
##### Artikel 7a. Certificaat van goedkeuring
Een certificaat van goedkeuring, afgegeven op grond van de wet, en geldend op dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395 wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van evengenoemd besluit, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2012-01-01&g=2012-01-01) en [6ea](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6ea&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
##### Artikel 7b. Aangewezen (aangemelde) instelling op verzoek
1. De aanwijzing als aangewezen instelling en aangewezen aangemelde instelling op verzoek, afgegeven op grond van de wet, en geldend op de dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395 worden geacht te zijn gegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van evengenoemd besluit.
2. Onverminderd het derde en zesde lid, vervalt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, van rechtswege vierentwintig maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de betrokken instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5&artikel=6g&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
3. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, met een vervaldatum, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum, vervalt van rechtswege op de oorspronkelijke vervaldatum, tenzij de betrokken instelling binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5&artikel=6g&z=2012-01-01&g=2012-01-01), en voorafgaand aan de oorspronkelijke vervaldatum een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht. Alsdan blijft de aanwijzing van kracht tot uiterlijk de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege.
4. De instelling waarvan de aanwijzing op grond van het bepaalde in het tweede of derde lid vervalt, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vragen om hernieuwde aanwijzing met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395.
5. In afwijking van [artikel 6h, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5&artikel=6h&z=2012-01-01&g=2012-01-01), zijn de aan de beoordeling door de in het derde lid genoemde Stichting Raad voor Accreditatie verbonden kosten voor rekening van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, indien de instelling, bedoeld in het eerste lid, een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij voornoemde Stichting Raad voor Accreditatie binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5&artikel=6g&z=2012-01-01&g=2012-01-01).
6. Indien Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op een aanvraag tot hernieuwde aanwijzing beslist op een tijdstip, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege, vervalt de oorspronkelijke aanwijzing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de hernieuwde aanwijzing.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
#### Paragraaf 1. EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie
##### Artikel 6ga. Uitbesteden taken door EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties
1. Indien een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie conformiteitsbeoordelingstaken uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen, bedoeld in [artikel 6g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-04-20&g=2016-04-20), voldoet, en brengt zij Onze Minister hiervan op de hoogte.
2. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie neemt de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteitsbeoordelingstaken die worden verricht door een onderaannemer of dochteronderneming.
3. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie zorgt ervoor dat de activiteiten van een onderaannemer of dochteronderneming geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit en onpartijdigheid van de door haarzelf te verrichten conformiteitsbeoordelingstaken.
4. Conformiteitsbeoordelingstaken mogen uitsluitend met instemming van de opdrachtgever uitbesteed of door een dochteronderneming worden verricht.
5. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie houdt alle relevante documenten betreffende de beoordeling van de kwalificaties van een onderaannemer of dochteronderneming en betreffende de door een onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van dit besluit verrichte conformiteitsbeoordelingstaken ter beschikking van Onze Minister.
##### Artikel 6gb. De aanvraag tot aanwijzing
1. De instelling, bedoeld in [artikel 6g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-04-20&g=2016-04-20), dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.
2. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in de [artikelen 6g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-04-20&g=2016-04-20), en [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-04-20&g=2016-04-20), door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.
3. Indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
##### Artikel 6gc. Weigering, schorsing, wijziging of intrekking aanwijzing
1. Een aanwijzing als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt geweigerd door Onze Minister indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-04-20&g=2016-04-20), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-04-20&g=2016-04-20) en [6gb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2016-04-20&g=2016-04-20).
2. Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. op grond van door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan deze instantie bekend was of kon zijn;
- b. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-04-20&g=2016-04-20), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-04-20&g=2016-04-20) en [6gb, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2016-04-20&g=2016-04-20); of
- c. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.
3. Een aanwijzing kan worden geweigerd of ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in [artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=3).
4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in [artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=8), om een advies als bedoeld in [artikel 9 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013798&artikel=9), worden gevraagd.
##### Artikel 6gd. Aanmeldende autoriteit
Bij de uitoefening van zijn taken als aanmeldende autoriteit voldoet Onze Minister aan artikel 14 van de richtlijn.
##### Artikel 6ge. Periodieke controle
1. Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie:
- a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-04-20&g=2016-04-20), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-04-20&g=2016-04-20) en [6gb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2016-04-20&g=2016-04-20); en
- b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomt en de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren uitvoert.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld betreffende het kosteloos verstrekken van gegevens en inlichtingen door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie aan Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie respectievelijk door Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, die zijn verkregen door de uitvoering of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taken.
3. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie die haar taken waarvoor zij is aangewezen, beëindigt, of waarvan de aanwijzing door Onze Minister wordt ingetrokken, is verplicht tijdig voorafgaand aan de beëindiging van de werkzaamheden respectievelijk de datum, waarop de aanwijzing eindigt, haar dossiers over te dragen aan een andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee de marktdeelnemer een overeenkomst is aangegaan. Indien er geen andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie is, draagt de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie de dossiers over aan Onze Minister.
#### Paragraaf 2. NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie
##### Artikel 6ha. Uitbesteden taken door NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties
Op het uitbesteden van conformiteitsbeoordelingstaken door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie is [artikel 6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-04-20&g=2016-04-20) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6hb. De aanvraag tot aanwijzing
1. De instelling, bedoeld in [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-04-20&g=2016-04-20), dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.
2. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-04-20&g=2016-04-20), en [artikel 6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-04-20&g=2016-04-20), door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.
3. Indien de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
##### Artikel 6hc. Weigering, schorsing, wijziging of intrekking aanwijzing
1. Een aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt geweigerd indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-04-20&g=2016-04-20), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-04-20&g=2016-04-20) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2016-04-20&g=2016-04-20).
2. Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. Op grond van door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan die instantie of dienst bekend was of kon zijn;
- b. Indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-04-20&g=2016-04-20), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-04-20&g=2016-04-20) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2016-04-20&g=2016-04-20); of
- c. Indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.
##### Artikel 6hd. Periodieke controle
1. Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie:
- a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-04-20&g=2016-04-20), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-04-20&g=2016-04-20) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2016-04-20&g=2016-04-20); en
- b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomen en de taken waarvoor zij zijn aangewezen, naar behoren uitvoeren.
2. Het bepaalde in [artikel 6ge, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ge&z=2016-04-20&g=2016-04-20), is van overeenkomstige toepassing op de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 7c. Overgangsbepaling aangewezen en aangemelde aangewezen instellingen
De aanwijzing als aangemelde aangewezen instelling of aangewezen instelling op verzoek als bedoeld in [artikel 6g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-04-20&g=2016-04-20) en [6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-04-20&g=2016-04-20), zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in [artikel 42, tweede lid, van dit besluit](534979), afgegeven op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&wetgeving) en geldend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel 42, tweede lid, van genoemd besluit, worden geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens [Hoofdstuk 5, paragrafen 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5&z=2016-04-20&g=2016-04-20), gestelde bepalingen van genoemd besluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
1995-01-01
Warenwetbesluit machines
original version
Tekst op deze datum