Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 30 juni 1992 houdende regelen betreffende de veiligheid van machines
15 versions
· 2020-02-01
2020-02-01
Warenwetbesluit machines — art. 6
2018-12-15
Warenwetbesluit machines — art. 6
Wijzigingen op 2018-12-15
@@ -64,7 +64,7 @@
- d. samenstellen van machines als bedoeld onder a, b of c, of niet voltooide machines die om tot hetzelfde resultaat te komen zodanig zijn opgesteld en worden bestuurd dat zij als één geheel functioneren;
- e. samenstel van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één kan bewegen en die in hun samenhang bestemd zijn voor het heffen van lasten en die uitsluitend rechtstreeks aangedreven worden door menselijke spierkracht;
- e. samenstel van onderling verbonden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één kan bewegen en die in hun samenhang bestemd zijn voor het hijsen of heffen van lasten en die uitsluitend rechtstreeks aangedreven worden door menselijke spierkracht;
- f. verwisselbaar uitrustingsstuk;
@@ -140,7 +140,7 @@
##### Artikel 4
Machines die voldoen aan de door Onze Minister die het aangaat aangewezen normen, en die met inachtneming van de procedures, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2016-09-30&g=2016-09-30), voorzien zijn van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde aanduiding houdende de CE-markering en vergezeld gaan van de in bijlage II, punt A, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, bestaande uit de in die bijlage aangegeven onderdelen voor zover deze van toepassing zijn, worden vermoed te voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen.
Machines die voldoen aan de door Onze Minister aangewezen normen, en die met inachtneming van de procedures, genoemd in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2018-12-15&g=2018-12-15), voorzien zijn van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde aanduiding houdende de CE-markering en vergezeld gaan van de in bijlage II, punt A, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, bestaande uit de in die bijlage aangegeven onderdelen voor zover deze van toepassing zijn, worden vermoed te voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen.
##### Artikel 5
@@ -148,7 +148,7 @@
- a. voor machines die niet worden genoemd in bijlage IV bij de richtlijn, de procedure, bedoeld in bijlage VIII bij de richtlijn, toepast;
- b. voor machines die worden genoemd in bijlage IV bij de richtlijn en die zijn vervaardigd met inachtneming van de normen, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-09-30&g=2016-09-30), indien deze normen alle van toepassing zijnde essentiële veiligheids- en gezondheidseisen betreffen:
- b. voor machines die worden genoemd in bijlage IV bij de richtlijn en die zijn vervaardigd met inachtneming van de normen, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2018-12-15&g=2018-12-15), indien deze normen alle van toepassing zijnde essentiële veiligheids- en gezondheidseisen betreffen:
- 1°. de procedure, bedoeld in bijlage VIII bij de richtlijn, toepast;
@@ -156,7 +156,7 @@
- 3°. de procedure, bedoeld in bijlage X bij de richtlijn, toepast;
- c. voor machines die worden genoemd in bijlage IV bij de richtlijn en die niet of slechts ten dele zijn vervaardigd met inachtneming van de normen, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2016-09-30&g=2016-09-30), of die zijn vervaardigd met inachtneming van dergelijke normen terwijl op het moment van vervaardiging van de machines deze normen niet alle van toepassing zijnde essentiële veiligheids- en gezondheidseisen betreffen:
- c. voor machines die worden genoemd in bijlage IV bij de richtlijn en die niet of slechts ten dele zijn vervaardigd met inachtneming van de normen, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2018-12-15&g=2018-12-15), of die zijn vervaardigd met inachtneming van dergelijke normen terwijl op het moment van vervaardiging van de machines deze normen niet alle van toepassing zijnde essentiële veiligheids- en gezondheidseisen betreffen:
- 1°. de procedure, bedoeld in bijlage IX bij de richtlijn, toepast en de maatregelen, bedoeld in bijlage VIII, punt 3, bij de richtlijn, neemt; of
@@ -166,9 +166,9 @@
##### Artikel 6
1. De in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2016-09-30&g=2016-09-30) bedoelde aanduiding wordt duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op de machine aangebracht, overeenkomstig de bijlagen I, punt 1.7.3, en III van de richtlijn.
2. Ten aanzien van machines mogen geen vermeldingen, vaststellingen of aanduidingen worden gebezigd, welke met de in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2016-09-30&g=2016-09-30) bedoelde aanduiding kunnen worden verward. Op de machines mogen andere markeringen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en de leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.
1. De in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2018-12-15&g=2018-12-15) bedoelde aanduiding wordt duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op de machine aangebracht, overeenkomstig de bijlagen I, punt 1.7.3, en III van de richtlijn.
2. Ten aanzien van machines mogen geen vermeldingen, vaststellingen of aanduidingen worden gebezigd, welke met de in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2018-12-15&g=2018-12-15) bedoelde aanduiding kunnen worden verward. Op de machines mogen andere markeringen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en de leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.
##### Artikel 7
@@ -194,13 +194,13 @@
1. De fabrikant of diens gemachtigde die voornemens is aan het model van de machine of aan te vervaardigen en in de handel te brengen machines, waarvoor door een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie een verklaring van EG-typeonderzoek is afgegeven, wijzigingen aan te brengen, stelt deze instelling hiervan onverwijld in kennis.
2. De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie beoordeelt de wijzigingen en bevestigt de geldigheid van de bestaande verklaring van EG-typeonderzoek of stelt een nieuwe verklaring op als de overeenstemming met de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen of met de gebruiksvoorwaarden van het type door de wijzigingen in het geding kan komen. [Artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2016-09-30&g=2016-09-30), is van overeenkomstige toepassing.
2. De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie beoordeelt de wijzigingen en bevestigt de geldigheid van de bestaande verklaring van EG-typeonderzoek of stelt een nieuwe verklaring op als de overeenstemming met de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen of met de gebruiksvoorwaarden van het type door de wijzigingen in het geding kan komen. [Artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=5&z=2018-12-15&g=2018-12-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6a
1. Indien een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie vaststelt dat de fabrikant niet of niet langer aan de toepasselijke eisen van dit besluit voldoet of dat geen verklaring van EG-typeonderzoek of goedkeuring van het kwaliteitsborgingssysteem verleend had mogen worden, schort zij de verleende verklaring of goedkeuring op, dan wel trekt zij deze in of verbindt zij daar beperkingen aan, tenzij de naleving van de eisen is gewaarborgd door de toepassing van passende corrigerende maatregelen van de fabrikant.
2. Indien de verklaring of goedkeuring wordt opgeschort, beperkt of ingetrokken of indien het nodig kan zijn dat Onze Minister die het aangaat maatregelen neemt, stelt de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie Onze Minister die het aangaat daarvan onverwijld in kennis.
2. Indien de verklaring of goedkeuring wordt opgeschort, beperkt of ingetrokken of indien het nodig kan zijn dat Onze Minister maatregelen neemt, stelt de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie Onze Minister daarvan onverwijld in kennis.
### Hoofdstuk 4. Verkeer en gebruik
@@ -210,7 +210,7 @@
##### Artikel 6c
[Artikel 2, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2016-09-30&g=2016-09-30), is niet van toepassing op het tentoonstellen en demonstreren op (jaar)beurzen, exposities en bij demonstraties van machines of niet voltooide machines die niet in overeenstemming zijn met dit besluit, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat zij niet in overeenstemming zijn met dit besluit en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde gevolmachtigde in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit. Bij demonstraties zijn alle passende veiligheidsmaatregelen genomen om de bescherming van de mens te waarborgen.
[Artikel 2, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2018-12-15&g=2018-12-15), is niet van toepassing op het tentoonstellen en demonstreren op (jaar)beurzen, exposities en bij demonstraties van machines of niet voltooide machines die niet in overeenstemming zijn met dit besluit, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat zij niet in overeenstemming zijn met dit besluit en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde gevolmachtigde in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit. Bij demonstraties zijn alle passende veiligheidsmaatregelen genomen om de bescherming van de mens te waarborgen.
##### Artikel 6d
@@ -224,7 +224,7 @@
##### Artikel 6e
1. De deskundige, bedoeld in [artikel 6d, derde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2016-09-30&g=2016-09-30), Onze Minister of, indien Onze Minister een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft aangewezen, deze instelling, geeft op verzoek een certificaat van goedkeuring af wanneer hij respectievelijk zij heeft vastgesteld dat de hijskraan, bedoeld in [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2016-09-30&g=2016-09-30), voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
1. De deskundige, bedoeld in [artikel 6d, derde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2018-12-15&g=2018-12-15), Onze Minister of, indien Onze Minister een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft aangewezen, deze instelling, geeft op verzoek een certificaat van goedkeuring af wanneer hij respectievelijk zij heeft vastgesteld dat de hijskraan, bedoeld in [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2018-12-15&g=2018-12-15), voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en de afhandeling van het verzoek.
@@ -232,7 +232,7 @@
##### Artikel 6f
1. In de nabijheid van een hijskraan als bedoeld in [artikel 6d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2016-09-30&g=2016-09-30), bevindt zich een kraanboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de op grond van [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2016-09-30&g=2016-09-30) uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.
1. In de nabijheid van een hijskraan als bedoeld in [artikel 6d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2018-12-15&g=2018-12-15), bevindt zich een kraanboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de op grond van [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2018-12-15&g=2018-12-15) uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.
2. Op het certificaat van goedkeuring wordt de datum van keuring vermeld, alsmede gegevens betreffende de identificatie van de hijskraan. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van de hijskraan.
@@ -308,7 +308,7 @@
1. Als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kunnen worden aangewezen de instellingen die voldoen aan de volgende eisen:
- a. eisen, genoemd in [artikel 6g, eerste lid, a tot en met n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30);
- a. eisen, genoemd in [artikel 6g, eerste lid, a tot en met n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15);
- b. zij beschikken over een registratiesysteem waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken waarvoor zij aangewezen willen worden, naar behoren worden vastgelegd; en
@@ -354,7 +354,7 @@
##### Artikel 6l
Instellingen die op het tijdstip waarop artikel II, eerste, derde en vierde lid, van de [Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de Warenwet met het oog op de incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de gevaarlijke werktuigen, zulks onder intrekking van deze wet en de Stoomwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012951) (Stb. 557) in werking treedt, door Onze Minister krachtens [artikel 20 van de Arbeidsomstandighedenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=20) zijn aangewezen om de keuringen, bedoeld in [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2016-09-30&g=2016-09-30), uit te voeren, worden aangemerkt als aangewezen instellingen.
Instellingen die op het tijdstip waarop artikel II, eerste, derde en vierde lid, van de [Wet van 1 november 2001 tot wijziging van de Warenwet met het oog op de incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de gevaarlijke werktuigen, zulks onder intrekking van deze wet en de Stoomwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012951) (Stb. 557) in werking treedt, door Onze Minister krachtens [artikel 20 van de Arbeidsomstandighedenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=20) zijn aangewezen om de keuringen, bedoeld in [artikel 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2018-12-15&g=2018-12-15), uit te voeren, worden aangemerkt als aangewezen instellingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
@@ -422,7 +422,7 @@
##### Artikel 2a
Besluiten bedoeld in de [artikelen 21, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=21), en [30 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=30) die betrekking hebben op machines worden onverwijld door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt in de Staatscourant dan wel op andere passende wijze.
Besluiten bedoeld in de [artikelen 21, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=21), en [30 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=30) die betrekking hebben op machines worden onverwijld door Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant dan wel op andere passende wijze.
##### Artikel 3a
@@ -436,7 +436,7 @@
- d. stelt de EG-verklaring van overeenstemming op die voldoet aan bijlage II, deel 1, onder A, bij de richtlijn en zorgt dat deze de machine vergezelt;
- e. brengt de CE-markering, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=6&z=2016-09-30&g=2016-09-30), op de machine aan, alvorens een machine in de handel te brengen of in bedrijf te stellen.
- e. brengt de CE-markering, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=3&artikel=6&z=2018-12-15&g=2018-12-15), op de machine aan, alvorens een machine in de handel te brengen of in bedrijf te stellen.
2. De fabrikant of diens gemachtigde beschikt over of heeft toegang tot de middelen die nodig zijn om zich ervan te vergewissen dat de machine voldoet aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen.
@@ -466,11 +466,11 @@
##### Artikel 6ea
1. De afgifte van een certificaat van goedkeuring, als bedoeld in [artikel 6e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6e&z=2016-09-30&g=2016-09-30), wordt geweigerd indien de verzoeker niet heeft voldaan aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen.
1. De afgifte van een certificaat van goedkeuring, als bedoeld in [artikel 6e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6e&z=2018-12-15&g=2018-12-15), wordt geweigerd indien de verzoeker niet heeft voldaan aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen.
2. Een certificaat van goedkeuring kan worden geschorst, ten nadele van de certificaathouder worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de deskundige, bedoeld in [artikel 6d, derde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2016-09-30&g=2016-09-30), Onze Minister of, indien Onze Minister een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft aangewezen, deze instelling, bij het afgeven van het certificaat redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan hij respectievelijk zij het certificaat niet of alleen met voorschriften, bedoeld in [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=7a), zou hebben gegeven;
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de deskundige, bedoeld in [artikel 6d, derde lid, eerste zin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2018-12-15&g=2018-12-15), Onze Minister of, indien Onze Minister een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft aangewezen, deze instelling, bij het afgeven van het certificaat redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan hij respectievelijk zij het certificaat niet of alleen met voorschriften, bedoeld in [artikel 7a, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969&artikel=7a), zou hebben gegeven;
- b. op grond van door de certificaathouder verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten en omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan de houder bekend was of kon zijn;
@@ -484,7 +484,7 @@
2. Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer worden voor de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging op de arbeidsplaats door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie gekeurd.
3. Bij de keuringen wordt getoetst of voldaan is aan de voor het desbetreffende hijs- en hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2016-09-30&g=2016-09-30). Indien uit de keuring blijkt dat wordt voldaan aan de voor het desbetreffende hijs- of hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2016-09-30&g=2016-09-30), geeft de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie een certificaat van goedkeuring af. Op dit certificaat wordt tevens de herkeuringstermijn aangegeven. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van het desbetreffende hijs- of hefwerktuig.
3. Bij de keuringen wordt getoetst of voldaan is aan de voor het desbetreffende hijs- en hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2018-12-15&g=2018-12-15). Indien uit de keuring blijkt dat wordt voldaan aan de voor het desbetreffende hijs- of hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2018-12-15&g=2018-12-15), geeft de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie een certificaat van goedkeuring af. Op dit certificaat wordt tevens de herkeuringstermijn aangegeven. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van het desbetreffende hijs- of hefwerktuig.
4. Als blijk van goedkeuring brengt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie op een duidelijke zichtbare plaats op het desbetreffende hijs- of hefwerktuig een kenmerk aan waarop tevens de herkeuringstermijn, welke volgt uit het eerste lid, wordt aangegeven.
@@ -504,19 +504,19 @@
##### Artikel 7a. Certificaat van goedkeuring
Een certificaat van goedkeuring, afgegeven op grond van de wet, en geldend op dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395 wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van evengenoemd besluit, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6ea](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6ea&z=2016-09-30&g=2016-09-30).
Een certificaat van goedkeuring, afgegeven op grond van de wet, en geldend op dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395 wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van evengenoemd besluit, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6d&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6ea](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=4&artikel=6ea&z=2018-12-15&g=2018-12-15).
##### Artikel 7b. Aangewezen (aangemelde) instelling op verzoek
1. De aanwijzing als aangewezen instelling en aangewezen aangemelde instelling op verzoek, afgegeven op grond van de wet, en geldend op de dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395 worden geacht te zijn gegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van evengenoemd besluit.
2. Onverminderd het derde en zesde lid, vervalt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, van rechtswege vierentwintig maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de betrokken instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30).
3. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, met een vervaldatum, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum, vervalt van rechtswege op de oorspronkelijke vervaldatum, tenzij de betrokken instelling binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30), en voorafgaand aan de oorspronkelijke vervaldatum een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht. Alsdan blijft de aanwijzing van kracht tot uiterlijk de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege.
2. Onverminderd het derde en zesde lid, vervalt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, van rechtswege vierentwintig maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de betrokken instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15).
3. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, met een vervaldatum, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum, vervalt van rechtswege op de oorspronkelijke vervaldatum, tenzij de betrokken instelling binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15), en voorafgaand aan de oorspronkelijke vervaldatum een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht. Alsdan blijft de aanwijzing van kracht tot uiterlijk de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege.
4. De instelling waarvan de aanwijzing op grond van het bepaalde in het tweede of derde lid vervalt, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vragen om hernieuwde aanwijzing met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395.
5. In afwijking van [artikel 6h, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-09-30&g=2016-09-30), zijn de aan de beoordeling door de in het derde lid genoemde Stichting Raad voor Accreditatie verbonden kosten voor rekening van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, indien de instelling, bedoeld in het eerste lid, een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij voornoemde Stichting Raad voor Accreditatie binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30).
5. In afwijking van [artikel 6h, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2018-12-15&g=2018-12-15), zijn de aan de beoordeling door de in het derde lid genoemde Stichting Raad voor Accreditatie verbonden kosten voor rekening van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, indien de instelling, bedoeld in het eerste lid, een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij voornoemde Stichting Raad voor Accreditatie binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 6g, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15).
6. Indien Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op een aanvraag tot hernieuwde aanwijzing beslist op een tijdstip, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege, vervalt de oorspronkelijke aanwijzing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de hernieuwde aanwijzing.
@@ -526,7 +526,7 @@
##### Artikel 6ga. Uitbesteden taken door EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties
1. Indien een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie conformiteitsbeoordelingstaken uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen, bedoeld in [artikel 6g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30), voldoet, en brengt zij Onze Minister hiervan op de hoogte.
1. Indien een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie conformiteitsbeoordelingstaken uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen, bedoeld in [artikel 6g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15), voldoet, en brengt zij Onze Minister hiervan op de hoogte.
2. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie neemt de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteitsbeoordelingstaken die worden verricht door een onderaannemer of dochteronderneming.
@@ -538,9 +538,9 @@
##### Artikel 6gb. De aanvraag tot aanwijzing
1. De instelling, bedoeld in [artikel 6g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30), dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.
2. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in de [artikelen 6g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30), en [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-09-30&g=2016-09-30), door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.
1. De instelling, bedoeld in [artikel 6g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15), dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.
2. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in de [artikelen 6g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15), en [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2018-12-15&g=2018-12-15), door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.
3. Indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het tweede lid.
@@ -548,13 +548,13 @@
##### Artikel 6gc. Weigering, schorsing, wijziging of intrekking aanwijzing
1. Een aanwijzing als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt geweigerd door Onze Minister indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6gb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2016-09-30&g=2016-09-30).
1. Een aanwijzing als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt geweigerd door Onze Minister indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6gb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2018-12-15&g=2018-12-15).
2. Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. op grond van door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan deze instantie bekend was of kon zijn;
- b. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6gb, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2016-09-30&g=2016-09-30); of
- b. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6gb, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2018-12-15&g=2018-12-15); of
- c. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.
@@ -570,7 +570,7 @@
1. Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie:
- a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6gb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2016-09-30&g=2016-09-30); en
- a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6g, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15), [6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6gb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6gb&z=2018-12-15&g=2018-12-15); en
- b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomt en de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren uitvoert.
@@ -582,13 +582,13 @@
##### Artikel 6ha. Uitbesteden taken door NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties
Op het uitbesteden van conformiteitsbeoordelingstaken door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie is [artikel 6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2016-09-30&g=2016-09-30) van overeenkomstige toepassing.
Op het uitbesteden van conformiteitsbeoordelingstaken door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie is [artikel 6ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ga&z=2018-12-15&g=2018-12-15) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6hb. De aanvraag tot aanwijzing
1. De instelling, bedoeld in [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-09-30&g=2016-09-30), dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.
2. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-09-30&g=2016-09-30), en [artikel 6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-09-30&g=2016-09-30), door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.
1. De instelling, bedoeld in [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2018-12-15&g=2018-12-15), dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.
2. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2018-12-15&g=2018-12-15), en [artikel 6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2018-12-15&g=2018-12-15), door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.
3. Indien de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het tweede lid.
@@ -596,13 +596,13 @@
##### Artikel 6hc. Weigering, schorsing, wijziging of intrekking aanwijzing
1. Een aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt geweigerd indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-09-30&g=2016-09-30), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2016-09-30&g=2016-09-30).
1. Een aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt geweigerd indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2018-12-15&g=2018-12-15), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2018-12-15&g=2018-12-15).
2. Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. Op grond van door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan die instantie of dienst bekend was of kon zijn;
- b. Indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-09-30&g=2016-09-30), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2016-09-30&g=2016-09-30); of
- b. Indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2018-12-15&g=2018-12-15), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2018-12-15&g=2018-12-15); of
- c. Indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.
@@ -610,16 +610,16 @@
1. Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie:
- a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-09-30&g=2016-09-30), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2016-09-30&g=2016-09-30); en
- a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 6h, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2018-12-15&g=2018-12-15), [6ha](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6ha&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6hb, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6hb&z=2018-12-15&g=2018-12-15); en
- b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomen en de taken waarvoor zij zijn aangewezen, naar behoren uitvoeren.
2. Het bepaalde in [artikel 6ge, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ge&z=2016-09-30&g=2016-09-30), is van overeenkomstige toepassing op de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie.
2. Het bepaalde in [artikel 6ge, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6ge&z=2018-12-15&g=2018-12-15), is van overeenkomstige toepassing op de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie.
### Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 7c. Overgangsbepaling aangewezen en aangemelde aangewezen instellingen
De aanwijzing als aangemelde aangewezen instelling of aangewezen instelling op verzoek als bedoeld in [artikel 6g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2016-09-30&g=2016-09-30) en [6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2016-09-30&g=2016-09-30), zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in [artikel 42, tweede lid, van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037650&artikel=42), afgegeven op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969) en geldend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel 42, tweede lid, van genoemd besluit, worden geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens [Hoofdstuk 5, paragrafen 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5&z=2016-09-30&g=2016-09-30), gestelde bepalingen van genoemd besluit.
De aanwijzing als aangemelde aangewezen instelling of aangewezen instelling op verzoek als bedoeld in [artikel 6g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=1&artikel=6g&z=2018-12-15&g=2018-12-15) en [6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5¶graaf=2&artikel=6h&z=2018-12-15&g=2018-12-15), zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in [artikel 42, tweede lid, van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037650&artikel=42), afgegeven op grond van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001969) en geldend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel 42, tweede lid, van genoemd besluit, worden geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens [Hoofdstuk 5, paragrafen 1 en 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577&hoofdstuk=5&z=2018-12-15&g=2018-12-15), gestelde bepalingen van genoemd besluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
2016-09-30
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-04-20
Warenwetbesluit machines
2016-03-02
Warenwetbesluit machines — art. 6
2016-02-19
Warenwetbesluit machines — art. 6
2012-01-01
Warenwetbesluit machines
2011-12-15
Warenwetbesluit machines — art. 6
2011-06-29
Warenwetbesluit machines — art. 6
2009-12-29
Warenwetbesluit machines
2007-01-01
Warenwetbesluit machines — arts. 4, 5, 6 y 3 más
2006-04-01
Warenwetbesluit machines — arts. 4, 5, 6 y 4 más
2003-09-01
Warenwetbesluit machines
1995-01-01
Warenwetbesluit machines — arts. 6, 8, 9
1995-01-01
Warenwetbesluit machines
original version
Tekst op deze datum