Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs
100 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2025-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-09-14
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2024-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2022-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 6, 1
2022-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 2 y 3 más
2022-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2021-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-07-16
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2020-03-05
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-03-15
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2019-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-07-28
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-05-25
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2018-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2017-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2016-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 7 más
2016-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-06-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-03-04
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 12, 12 y 12 más
2014-07-19
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-06
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2013-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-07-04
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 2 más
2013-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-06-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2011-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-03-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-03-25
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-22
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-04-30
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-02-27
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-12-21
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-07-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2007-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2006-03-08
Wet educatie en beroepsonderwijs
2006-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-12-30
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2005-04-27
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-10-02
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
Wijzigingen op 2004-08-01
@@ -20,45 +20,51 @@
- b. instelling: tenzij anders blijkt;
- 1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- 2º. een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- 3º. een vakinstelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2020-03-05&g=2004-07-02), of
- 4º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- b1. innovatie- en praktijkcentrum: innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- b2. kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- 1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- 2º. een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- 3º. een vakinstelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), of
- 4º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- b1. innovatie- en praktijkcentrum: innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- b2. kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- c. openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740), waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
- d. bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- f. onderwijs: educatie en beroepsonderwijs;
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), eindtermen zijn vastgesteld;
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- o. externe legitimering: de externe legitimering, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), eindtermen zijn vastgesteld;
- i1. voltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- i2. deeltijdse beroepsopleiding: een andere dan een voltijdse beroepsopleiding;
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- o1. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding in relatie tot de eindtermen, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd;
- o2. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen: het in [artikel 7.4.9a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1a&artikel=7.4.9a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen;
- p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder , alsmede degene die nieuwkomer is ingevolge [artikel 1, derde en vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=1);
@@ -66,11 +72,11 @@
- s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800);
- t. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- v. commissie onderwijs-bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- t. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- v. commissie onderwijs-bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- w. bevoegd gezag:
@@ -78,23 +84,23 @@
- 2. wat een bijzondere instelling betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 5. wat een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan dat centrum uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 5. wat een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan dat centrum uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- y. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de [Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320);
- z. persoonsgebonden nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in [artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2), dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- z. persoonsgebonden nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in [artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2), dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- aa. personeel:
- 1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan;
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.2 tot en met 4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.3.1 tot en met 4.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen.
- 1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling, het innovatie- en praktijkcentrum of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven;
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, het innovatie- en praktijkcentrum of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.2 tot en met 4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.3.1 tot en met 4.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen.
##### Artikel 1.1.2. Reikwijdte
@@ -102,9 +108,9 @@
##### Artikel 1.1.3. Aard bepalingen
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.7&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2020-03-05&g=2004-07-02), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02),[9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=4.1.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.6 tot en met 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=4.1.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2020-03-05&g=2004-07-02), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.7&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-08-01&g=2004-08-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01),[9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=4.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.6 tot en met 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=4.1.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-08-01&g=2004-08-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
## Titel 2. Doelstellingen onderwijs
@@ -122,11 +128,11 @@
1. Aan regionale opleidingencentra worden opleidingen educatie en beroepsonderwijs verzorgd.
2. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit 's Rijks kas voor het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) voor bekostiging in aanmerking komen, en die zijn geregistreerd in het Centraal register.
3. De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02) in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie een bedrag van het gemeentebestuur.
4. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het tweede en derde lid, is een bewijsstuk als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) dan wel [artikel 7.4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=3&artikel=7.4.15&z=2020-03-05&g=2004-07-02) verbonden.
2. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit 's Rijks kas voor het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) voor bekostiging in aanmerking komen, en die zijn geregistreerd in het Centraal register.
3. De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01) in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie een bedrag van het gemeentebestuur.
4. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het tweede en derde lid, is een bewijsstuk als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) dan wel [artikel 7.4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=3&artikel=7.4.15&z=2004-08-01&g=2004-08-01) verbonden.
##### Artikel 1.3.2. Regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband
@@ -142,17 +148,17 @@
2. De in het eerste lid bedoelde regionale opleidingencentra staan onder bestuur van één bevoegd gezag.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [2.2.1 tot en met 2.2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.1 tot en met 4.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [7.4.2 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11¶graaf=1&artikel=11.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) gelden de regionale opleidingencentra die deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als één regionaal opleidingencentrum.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [2.2.1 tot en met 2.2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.1 tot en met 4.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [7.4.2 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11¶graaf=1&artikel=11.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) gelden de regionale opleidingencentra die deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als één regionaal opleidingencentrum.
##### Artikel 1.3.3. Agrarische opleidingscentra
1. Agrarische opleidingscentra zijn instellingen waarin beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving en voorbereidend beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in [artikel 10c, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10c), worden verzorgd.
2. [Artikel 1.3.1, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 1.3.1, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 1.3.4. Agrarische innovatie- en praktijkcentra
Agrarische innovatie- en praktijkcentra zijn werkzaam ten behoeve van het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving. De centra die daarvoor op grond van [artikel 2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2020-03-05&g=2004-07-02) in aanmerking komen, hebben ten behoeve van het vervullen van de hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
Agrarische innovatie- en praktijkcentra zijn werkzaam ten behoeve van het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving. De centra die daarvoor op grond van [artikel 2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2004-08-01&g=2004-08-01) in aanmerking komen, hebben ten behoeve van het vervullen van de hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
#### § 2. Taken
@@ -174,9 +180,19 @@
##### Artikel 1.3.6. Kwaliteitszorg
1. Het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de instelling dan wel voor het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in en draagt er in dat verband zorg voor dat, zo veel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de in de eerste volzin bedoelde beoordeling geschiedt met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen. De uitkomsten van de beoordeling zijn openbaar.
2. Het bevoegd gezag maakt om het andere jaar een verslag omtrent de kwaliteitszorg openbaar en zendt dit voor 1 mei van dat jaar aan de inspectie. Het verslag wordt ingericht volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften en omvat een uiteenzetting over de gebruikte methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, de resultaten van de in het eerste lid bedoelde regelmatige beoordeling, het voorgenomen beleid van de instelling in het licht van die resultaten en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling.
1. Het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de instelling dan wel voor het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in en draagt er in dat verband zorg voor dat, zo veel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de in de eerste volzin bedoelde beoordeling geschiedt met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden. De uitkomsten van de beoordeling zijn openbaar.
2. Het bevoegd gezag maakt regelmatig, en voor zover het de examens betreft jaarlijks, een verslag openbaar omtrent:
- a. de beoordeling, bedoeld in het eerste lid,
- b. de uitkomsten van die beoordeling, en
- c. het voorgenomen beleid in het licht van die uitkomsten.
3. Het bevoegd gezag beslist of een verslag als bedoeld in het tweede lid onderdeel uitmaakt van een jaarverslag als bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de frequentie en de inrichting van het verslag.
#### § 4. Overige voorschriften
@@ -200,53 +216,53 @@
##### Artikel 1.4.1. Andere instellingen voor beroepsonderwijs
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- b. het onderwijs, met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- b. het onderwijs, met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- f. de opneming in het Centraal register.
Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft.
Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft.
2. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
3. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen. Het verslag bevat tevens het aantal deelnemers per beroepsopleiding en het aantal uitgereikte certificaten en diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
3. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen. Het verslag bevat tevens het aantal deelnemers per beroepsopleiding en het aantal uitgereikte certificaten en diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
4. Voor zover ten aanzien van een instelling toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling.
5. [Artikel 1.3.8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
5. [Artikel 1.3.8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
## Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
##### Artikel 1.4a.1. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2020-03-05&g=2004-07-02), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling geen bedrag als bedoeld in [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02) van de gemeente ontvangt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-08-01&g=2004-08-01), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling geen bedrag als bedoeld in [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01) van de gemeente ontvangt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
5. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Een begunstigende beschikking is voor het eerst van kracht ten aanzien van een opleiding educatie die aanvangt nadat die beschikking is bekend gemaakt.
6. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. De opgave bevat per opleiding educatie met betrekking tot het lopende studiejaar het aantal deelnemers op de peildatum 1 oktober, en met betrekking tot het daaraan voorafgaande studiejaar het aantal verstrekte diploma's en certificaten, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
7. Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
6. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. De opgave bevat per opleiding educatie met betrekking tot het lopende studiejaar het aantal deelnemers op de peildatum 1 oktober, en met betrekking tot het daaraan voorafgaande studiejaar het aantal verstrekte diploma's en certificaten, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
7. Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
## Titel 5. Landelijke organen
##### Artikel 1.5.1. Aanspraak bekostiging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven die daartoe op voet van [artikel 2.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02) door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.
De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven die daartoe op voet van [artikel 2.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01) door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.
##### Artikel 1.5.2. Taken kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -258,25 +274,19 @@
4. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven dragen zoveel mogelijk zorg voor de beschikbaarheid van een toereikend aantal bedrijven en organisaties van voldoende kwaliteit die de beroepspraktijkvorming verzorgen. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven zijn voorts belast met een regelmatige beoordeling van die bedrijven en organisaties.
5. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven hebben mede tot taak het verzorgen van externe legitimering.
## Titel 6. De exameninstellingen
##### Artikel 1.6.1. Exameninstellingen
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een exameninstelling, dat de exameninstelling de externe legitimering met betrekking tot een beroepsopleiding kan verzorgen.
2. Onze Minister willigt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid uitsluitend in, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a. het bevoegd gezag toont aan dat de exameninstelling haar taken vervult onafhankelijk van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- b. het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de exameninstelling in en draagt er in dat verband zorg voor dat wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de externe legitimering, met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen,
- c. het bevoegd gezag maakt om het andere jaar een verslag omtrent de kwaliteitszorg openbaar, ten aanzien van welk verslag [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van overeenkomstige toepassing is, en
- d. het bevoegd gezag is aangesloten bij een commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens als bedoeld in [artikel 7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&artikel=7.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
3. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
1. Onze Minister besluit, het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen gehoord, op aanvraag van het bevoegd gezag van een exameninstelling, dat de exameninstelling het recht heeft tot examinering van een beroepsopleiding in opdracht van een instelling, indien die exameninstelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald over:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voorzover het betreft de examinering,
- b. de examens, en
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
## Titel 7. Contractactiviteiten
@@ -286,7 +296,7 @@
2. Het bevoegd gezag van een instelling en een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum en het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven dragen er zorg voor dat de toepassing van het eerste lid, al dan niet in combinatie met aanstelling van personeel voor eigen rekening anders dan voor contractactiviteiten, er niet toe leidt dat minder dan 51% van de personeelskosten van de instelling, het centrum of het kenniscentrum wordt bekostigd uit de openbare kas.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
4. Het bevoegd gezag voorziet in een regeling voor het verrichten van contractactiviteiten door het personeel van de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum en het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven met het oog op het voorkomen van vermenging van belangen.
@@ -306,7 +316,7 @@
- c. de mate waarin de inhoud van de opleiding bijdraagt aan een duurzame en brede beroepskwalificatie.
3. De ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), omvat mede een overzicht van de beroepsopleidingen die op grond van het eerste lid voor bekostiging in aanmerking komen. Bij deze ministeriële regeling wordt tevens het tijdstip bepaald met ingang waarvan de bekostiging wordt beëindigd. Dat tijdstip wordt zodanig bepaald dat het bevoegd gezag in de gelegenheid is om de voor de opleiding ingeschreven deelnemers in staat te stellen de opleiding te voltooien.
3. De ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), omvat mede een overzicht van de beroepsopleidingen die op grond van het eerste lid voor bekostiging in aanmerking komen. Bij deze ministeriële regeling wordt tevens het tijdstip bepaald met ingang waarvan de bekostiging wordt beëindigd. Dat tijdstip wordt zodanig bepaald dat het bevoegd gezag in de gelegenheid is om de voor de opleiding ingeschreven deelnemers in staat te stellen de opleiding te voltooien.
##### Artikel 2.1.2. Beëindiging bekostiging landelijk aanbod beroepsonderwijs
@@ -318,15 +328,15 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- b. instellingen die zijn voortgekomen uit een samenvoeging van bekostigde instellingen dan wel uit de omzetting van een bijzondere instelling in een openbare of omgekeerd.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
4. Onze Minister besluit binnen tien maanden na ontvangst van een aanvraag op grond van het tweede lid, onder **b**. Indien de beschikking niet binnen tien maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
##### Artikel 2.1.4. Werkgebieden kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -346,11 +356,11 @@
##### Artikel 2.1.6. Beëindiging bekostigingsaanspraak kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Onze Minister kan besluiten dat een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het kenniscentrum of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), vervalt.
Onze Minister kan besluiten dat een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het kenniscentrum of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), vervalt.
##### Artikel 2.1.7. Vestiging en beëindiging bekostigingsaanspraak agrarische innovatie- en praktijkcentra
[Artikel 2.1.5, met uitzondering van de derde volzin van het eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en [artikel 2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
[Artikel 2.1.5, met uitzondering van de derde volzin van het eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [artikel 2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
## Titel 2. Bekostiging beroepsonderwijs
@@ -358,7 +368,7 @@
##### Artikel 2.2.1. Rijksbijdrage beroepsonderwijs
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze die ten aanzien van de in [artikel 2.2.2, tweede lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde gegevens betrekking heeft op het tweede aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaar. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze die ten aanzien van de in [artikel 2.2.2, tweede lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde gegevens betrekking heeft op het tweede aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaar. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. De rijksbijdrage bestaat uit afzonderlijk berekende bijdragen ten behoeve van exploitatiekosten en huisvestingskosten.
@@ -380,7 +390,7 @@
- h. inkoop van diensten,
- i. kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid aan gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- i. kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid aan gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- j. loopbaanoriëntatie en -begeleiding, en
@@ -394,31 +404,31 @@
- c. eerste inrichting.
5. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van instellingen, waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en agrarische innovatie- en praktijkcentra. Deze regels kunnen in elk geval voorzien in onderscheid in verband met de datum waarop gewezen personeel is ontslagen, alsmede onderscheid in verband met de beslissing van de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 4.4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), zoals luidend op 31 juli 1998.
5. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van instellingen, waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en agrarische innovatie- en praktijkcentra. Deze regels kunnen in elk geval voorzien in onderscheid in verband met de datum waarop gewezen personeel is ontslagen, alsmede onderscheid in verband met de beslissing van de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 4.4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), zoals luidend op 31 juli 1998.
6. Een in het eerste lid en in het vijfde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
##### Artikel 2.2.2. Berekeningswijze
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
2. De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van:
- a. de instroom van deelnemers, en
- b. het aantal behaalde diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
3. Voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), wordt een afzonderlijk bedrag berekend, aan de hand van de instroom van deelnemers.
- b. het aantal deelnemers en examendeelnemers dat een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) heeft behaald.
3. Voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), wordt een afzonderlijk bedrag berekend, aan de hand van de instroom van deelnemers.
4. In de maatstaven, bedoeld in het tweede lid, kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers en naar opleidingen.
##### Artikel 2.2.3. Aanvullende middelen
1. Onze Minister kan aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), ten behoeve van specifieke, door Onze Minister aan te duiden activiteiten van beperkte duur en onder door hem op te leggen verplichtingen aanvullende bedragen toevoegen. Onze Minister maakt in voorkomend geval zijn voornemens hiertoe bij gelegenheid van de indiening van het voorstel van wet inzake de rijksbegroting voor het jaar waarop de aanvullende bedragen betrekking hebben, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal bekend.
2. De omvang van de aanvullende bedragen bedraagt ten hoogste 2% van de rijksbijdrage berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02). Indien Onze Minister bij gelegenheid van de indiening van de in het eerste lid bedoelde begroting aantoont dat voor de in dat lid bedoelde activiteiten een groter bedrag noodzakelijk is, kan van het in de eerste volzin bedoelde percentage worden afgeweken.
3. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), welk bedrag betrekking heeft op andere dan in dat artikel genoemde kostensoorten.
1. Onze Minister kan aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), ten behoeve van specifieke, door Onze Minister aan te duiden activiteiten van beperkte duur en onder door hem op te leggen verplichtingen aanvullende bedragen toevoegen. Onze Minister maakt in voorkomend geval zijn voornemens hiertoe bij gelegenheid van de indiening van het voorstel van wet inzake de rijksbegroting voor het jaar waarop de aanvullende bedragen betrekking hebben, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal bekend.
2. De omvang van de aanvullende bedragen bedraagt ten hoogste 2% van de rijksbijdrage berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01). Indien Onze Minister bij gelegenheid van de indiening van de in het eerste lid bedoelde begroting aantoont dat voor de in dat lid bedoelde activiteiten een groter bedrag noodzakelijk is, kan van het in de eerste volzin bedoelde percentage worden afgeweken.
3. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), welk bedrag betrekking heeft op andere dan in dat artikel genoemde kostensoorten.
4. Onze Minister besluit binnen negen maanden na ontvangst van een aanvraag voor een aanvullend bedrag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen negen maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
@@ -434,11 +444,11 @@
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de uitvoering van deze paragraaf. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op aard, inrichting en wijze van verstrekking van gegevens met betrekking tot de deelnemers.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
##### Artikel 2.2.4a. Gebruik sociaal-fiscaal nummer door de minister
1. Onze Minister kan het sociaal-fiscaal nummer van een persoon, behorend tot gewezen personeel als bedoeld in [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), uitsluitend in het kader van het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), gebruiken in het verkeer met:
1. Onze Minister kan het sociaal-fiscaal nummer van een persoon, behorend tot gewezen personeel als bedoeld in [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), uitsluitend in het kader van het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), gebruiken in het verkeer met:
- a. het gewezen personeelslid,
@@ -482,11 +492,11 @@
##### Artikel 2.2.12. Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
1. De rijksbijdrage waarop de in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per centrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.3.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=2&artikel=1.3.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. [Artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van toepassing.
3. De [artikelen 2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.4a&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De rijksbijdrage waarop de in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per centrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.3.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=2&artikel=1.3.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. [Artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is van toepassing.
3. De [artikelen 2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.4a&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
## Titel 3. Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie en de huisvesting van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -496,25 +506,25 @@
2. Onze Minister verstrekt, na overleg met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeenten jaarlijks een rijksbijdrage ten behoeve van de educatie, voor zover het betreft de educatieve programma's, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6). De bijdrage wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever vastgestelde middelen, berekend op grond van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. De rijksbijdrage kan mede worden aangewend voor in [artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=16) bedoelde doeleinden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de rijksbijdrage. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op voorwaarden, te verbinden aan de verstrekking van de rijksbijdrage en aan de in de derde volzin bedoelde aanwending, tussentijdse wijziging van de rijksbijdrage, verantwoording van de besteding van de rijksbijdrage en bestemming van niet bestede middelen. De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage kan mede worden aangewend ten behoeve van educatieve programma's als bedoeld in de eerste volzin.
3. Voor zover het de huisvestingskosten voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, wordt aan de instellingen een rijksbijdrage verstrekt door Onze Minister. Deze rijksbijdrage wordt berekend hetzij op grond van voor elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven, neergelegd in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze, hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. [Artikel 2.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van toepassing.
3. Voor zover het de huisvestingskosten voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, wordt aan de instellingen een rijksbijdrage verstrekt door Onze Minister. Deze rijksbijdrage wordt berekend hetzij op grond van voor elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven, neergelegd in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze, hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. [Artikel 2.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is van toepassing.
4. De in het eerste onderscheidenlijk derde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
##### Artikel 2.3.2. Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage
1. Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdragen als bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
2. Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
3. De rijksbijdrage, bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
1. Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdragen als bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
2. Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
3. De rijksbijdrage, bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
##### Artikel 2.3.3. Gemeentelijk besluit educatiebedragen
Het bestuur van een gemeente waaraan een rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is verstrekt, besluit jaarlijks voor 1 november ten behoeve van het daaropvolgende jaar welke bedragen zullen worden bestemd voor de educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
Het bestuur van een gemeente waaraan een rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is verstrekt, besluit jaarlijks voor 1 november ten behoeve van het daaropvolgende jaar welke bedragen zullen worden bestemd voor de educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
##### Artikel 2.3.4. Verstrekking bedragen educatie
1. Bedragen die Onze Minister op grond van [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) ten behoeve van de educatie aan een gemeente verstrekt, worden door het gemeentebestuur betaald aan een of meer regionale opleidingencentra. In afwijking van [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) berust de betaling van de bedragen aan die instelling of regionale opleidingencentra op een door het gemeentebestuur met het bevoegd gezag gesloten overeenkomst. De [titels 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.1) en [4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) zijn niet van toepassing.
1. Bedragen die Onze Minister op grond van [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) ten behoeve van de educatie aan een gemeente verstrekt, worden door het gemeentebestuur betaald aan een of meer regionale opleidingencentra. In afwijking van [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) berust de betaling van de bedragen aan die instelling of regionale opleidingencentra op een door het gemeentebestuur met het bevoegd gezag gesloten overeenkomst. De [titels 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.1) en [4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) zijn niet van toepassing.
2. De rijksbijdrage per gemeente wordt aan de gemeente verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende het jaar waarvoor de middelen worden toegekend, een of meer overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid van kracht zijn op grond waarvan die gemeente jegens het desbetreffende bevoegd gezag gehouden is tot betaling van het totale bedrag van de rijksbijdrage gedurende de looptijd van die overeenkomst of overeenkomsten.
@@ -532,7 +542,7 @@
- f. de wijze waarop verantwoording jegens het gemeentebestuur wordt afgelegd.
4. Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
4. Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
##### Artikel 2.3.5. Samenwerkende gemeenten
@@ -544,7 +554,7 @@
##### Artikel 2.3.6. Informatie educatie
1. De in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde gemeentebesturen en de instellingen dragen er zorg voor dat zij beschikken over geordende gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot de educatie en verlenen desgevraagd medewerking aan door of namens Onze Minister uit te voeren onderzoek dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.
1. De in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde gemeentebesturen en de instellingen dragen er zorg voor dat zij beschikken over geordende gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot de educatie en verlenen desgevraagd medewerking aan door of namens Onze Minister uit te voeren onderzoek dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld over de wijze van beschikbaarstelling van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
@@ -558,9 +568,9 @@
##### Artikel 2.4.1. Berekeningswijze
1. De rijksbijdrage voor de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven waarop de in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per kenniscentrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven. De [artikelen 2.2.1, vijfde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.4a&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De rijksbijdrage voor de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven waarop de in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per kenniscentrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven. De [artikelen 2.2.1, vijfde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.4a&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een in het eerste lid en in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
@@ -626,7 +636,7 @@
1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarrekening vast over het afgelopen jaar.
2. In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financiële beheer van de instelling voor zover het betreft de ingevolge deze wet uit ’s Rijks kas ontvangen middelen. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de rijksbijdrage. In de jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de verantwoording van de rechtmatigheid van de aanwending van de rijksbijdrage nadere voorschriften worden gegeven voor de inrichting van de jaarrekening.
2. In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financiële beheer van de instelling voor zover het betreft de ingevolge deze wet uit ’s Rijks kas ontvangen middelen. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de rijksbijdrage. Van niet doelmatige aanwending van de rijksbijdrage is in ieder geval sprake voorzover bedragen daaruit worden aangewend voor het op enigerlei wijze compenseren van de deelnemers of examendeelnemers voor les- en cursusgeld respectievelijk examengeld. In de jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de verantwoording van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de aanwending van de rijksbijdrage nadere voorschriften worden gegeven voor de inrichting van de jaarrekening.
3. Het resultaat van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft wordt verrekend met de algemene reserve van de instelling.
@@ -634,7 +644,7 @@
5. Het bevoegd gezag maakt de jaarrekening, vergezeld van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, openbaar.
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=3&artikel=2.2.12&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=3&artikel=2.2.12&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
7. Het bevoegd gezag houdt per begrotingsjaar nauwkeurig boek van baten en lasten en draagt er zorg voor dat de baten en lasten nauwkeurig en herkenbaar zijn verwerkt in de in het zesde lid bedoelde informatieverzameling.
@@ -644,7 +654,9 @@
##### Artikel 2.5.4. Jaarverslag
Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het afgelopen jaar vast en maakt dit openbaar.
1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het afgelopen jaar vast en maakt het openbaar. Het jaarverslag bevat ten minste het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voorzover dat in het desbetreffende jaar is uitgebracht, dan wel de hoofdpunten van laatstgenoemd verslag, alsmede de hoofdpunten van de bevindingen van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen met betrekking tot de examens.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inrichting van het jaarverslag.
##### Artikel 2.5.5. Informatie beroepsonderwijs
@@ -656,7 +668,7 @@
##### Artikel 2.5.6. Onderzoek vanwege minister
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.
##### Artikel 2.5.7. Informatieplicht ministeriële accountant
@@ -680,27 +692,27 @@
5. Vervallen.
6. De vermindering, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt niet plaats indien toepassing is gegeven aan [artikel 4.2.1, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02). Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke overige gevallen geen vermindering plaatsvindt.
6. De vermindering, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt niet plaats indien toepassing is gegeven aan [artikel 4.2.1, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01). Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke overige gevallen geen vermindering plaatsvindt.
##### Artikel 2.5.9. Correctie rijksbijdrage en verrekening correcties
1. Indien de vaststelling van de rijksbegroting daartoe noopt, kan Onze Minister tot acht weken na die vaststelling correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen acht weken na de vaststelling van de rijksbegroting een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar of uitbetaald in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.7&z=2020-03-05&g=2004-07-02) blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of uitbetaald in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.7&z=2004-08-01&g=2004-08-01) blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig of niet doelmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of uitbetaald in dat jaar.
#### § 2. Landelijke organen
##### Artikel 2.5.10. Van overeenkomstige toepassing paragraaf 1
De [artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
De [artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
##### Artikel 2.6. Scholengemeenschap ROC of AOC-school voor voortgezet onderwijs
1. In een scholengemeenschap zijn tot één instelling verenigd een regionaal opleidingencentrum en een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), dan wel een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=9). Ten aanzien van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in de eerste volzin, bestaat aanspraak op rijksbijdrage ten aanzien van de huisvesting, waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een berekeningswijze wordt vastgesteld. [Hoofdstuk 2, titel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een scholengemeenschap als bedoeld in de eerste volzin.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van scholengemeenschappen als bedoeld in het eerste lid nadere voorschriften worden gegeven, zo nodig in afwijking van [hoofdstuk 1, titel 3, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
1. In een scholengemeenschap zijn tot één instelling verenigd een regionaal opleidingencentrum en een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), dan wel een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=9). Ten aanzien van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in de eerste volzin, bestaat aanspraak op rijksbijdrage ten aanzien van de huisvesting, waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een berekeningswijze wordt vastgesteld. [Hoofdstuk 2, titel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een scholengemeenschap als bedoeld in de eerste volzin.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van scholengemeenschappen als bedoeld in het eerste lid nadere voorschriften worden gegeven, zo nodig in afwijking van [hoofdstuk 1, titel 3, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 2.6a. Voorschriften t.a.v. vbo in AOC
@@ -710,7 +722,7 @@
##### Artikel 2.7. Bijdrage voor derden
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de [artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4) van toepassing.
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de [artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4) van toepassing.
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
@@ -754,19 +766,19 @@
##### Artikel 3.1.1. EB-kamer; AB-kamer
1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit plegen geregeld overleg met een vertegenwoordiging van de instellingen, van de andere instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van de exameninstellingen, bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en van de gemeentebesturen, gezamenlijk dan wel afzonderlijk, over aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs, waaronder mede wordt verstaan het informatieverkeer met Onze Minister. Het gezamenlijk overleg wordt aangeduid als EB-kamer.
1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit plegen geregeld overleg met een vertegenwoordiging van de instellingen, van de andere instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), van de exameninstellingen, bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en van de gemeentebesturen, gezamenlijk dan wel afzonderlijk, over aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs, waaronder mede wordt verstaan het informatieverkeer met Onze Minister. Het gezamenlijk overleg wordt aangeduid als EB-kamer.
2. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit pleegt geregeld overleg met een vertegenwoordiging van de agrarische opleidingscentra, het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven werkzaam op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving en de agrarische innovatie- en praktijkcentra, over aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving voor zover die aangelegenheden niet behoren tot de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot het beroepsonderwijs. Dit overleg wordt aangeduid als AB-kamer.
3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg heeft onder meer betrekking op:
- a. de wijze van de verslaglegging, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- b. de wijze waarop het aantal behaalde diploma's, bedoeld in [artikel 2.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), als maatstaf wordt betrokken in de algemene berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- c. de voorgenomen toepassing van [artikel 2.3.6, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en [2.5.5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- d. de voorgenomen toepassing van [artikel 8.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
- a. de wijze van de verslaglegging, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- b. de wijze waarop het aantal behaalde diploma's, bedoeld in [artikel 2.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), als maatstaf wordt betrokken in de algemene berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- c. de voorgenomen toepassing van [artikel 2.3.6, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [2.5.5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- d. de voorgenomen toepassing van [artikel 8.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
4. In elk geval ten aanzien van de in het derde lid genoemde onderwerpen is het overleg gericht op het bereiken van overeenstemming. Indien overeenstemming uitblijft, kan ten aanzien van die onderwerpen uitvoering worden gegeven aan het ter zake bij of krachtens deze wet bepaalde.
@@ -778,13 +790,13 @@
##### Artikel 3.2.1. Georganiseerd overleg
Over de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag van de instellingen en de agrarische innovatie- en praktijkcentra overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.
Over de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag van de instellingen en de agrarische innovatie- en praktijkcentra overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.
## Titel 7. Stimuleringsmiddelen voor educatie en beroepsonderwijs en voor afstemming onderwijs-arbeidsmarkt
##### Artikel 3.3.1. Georganiseerd overleg kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
[Artikel 3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
[Artikel 3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
### Hoofdstuk 4. Personeel
@@ -820,11 +832,11 @@
##### Artikel 4.1.3. Benoeming, schorsing en ontslag en disciplinaire maatregelen personeel openbare instellingen
In afwijking van de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), leggen de gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie de disciplinaire maatregel of de schorsing op of verlenen zij het ontslag, indien het betreft een lid van de centrale directie, een lid van het college van bestuur of een docent aan een gemeentelijke instelling, die tevens lid is van de raad van de gemeente die de instelling in stand houdt.
In afwijking van de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), leggen de gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie de disciplinaire maatregel of de schorsing op of verlenen zij het ontslag, indien het betreft een lid van de centrale directie, een lid van het college van bestuur of een docent aan een gemeentelijke instelling, die tevens lid is van de raad van de gemeente die de instelling in stand houdt.
##### Artikel 4.1.4. Personeel agrarische innovatie- en praktijkcentra
De [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
De [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
#### § 2. Commissie van beroep
@@ -886,9 +898,9 @@
- b.
- 1°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- 2°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), alsmede van een bij ministeriële regeling aangewezen bewijs van voldoende didactische bekwaamheid tot het geven van educatie en beroepsonderwijs, dan wel
- 1°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- 2°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), alsmede van een bij ministeriële regeling aangewezen bewijs van voldoende didactische bekwaamheid tot het geven van educatie en beroepsonderwijs, dan wel
- 3°. in het bezit is van een ten aanzien van het door hem te geven onderwijs afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de [Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006317) dan wel in de [Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006781), of
@@ -896,7 +908,7 @@
- 1°. ten minste drie jaren ervaring heeft in de praktijk van het beroep waarop het desbetreffende onderwijs is gericht,
- 2°. door een combinatie van opleiding en ervaring geacht moet worden te beschikken over een kwalificatieniveau dat vergelijkbaar is met een kwalificatieniveau op basis van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en
- 2°. door een combinatie van opleiding en ervaring geacht moet worden te beschikken over een kwalificatieniveau dat vergelijkbaar is met een kwalificatieniveau op basis van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- 3°. in het bezit is van een in onderdeel b onder 2° bedoeld bewijs van voldoende didactische bekwaamheid, en
@@ -912,7 +924,7 @@
##### Artikel 4.2.2. Bewijzen van bekwaamheid docenten
1. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), zijn:
1. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), zijn:
- a. een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.11) van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
@@ -926,7 +938,7 @@
- f. een buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de lidstaten van de Europese Unie, dat gelijkwaardig is aan een getuigschrift of diploma als bedoeld onder a tot en met d.
2. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), zijn:
2. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), zijn:
- a. een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.11) van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a,
@@ -942,7 +954,7 @@
##### Artikel 4.2a.1. Vereiste benoembaarheid overig personeel
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
@@ -1050,7 +1062,7 @@
##### Artikel 6.1.1. Onderwijsaanbod instellingen
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.
##### Artikel 6.1.2. Adviescommissie onderwijs-arbeidsmarkt
@@ -1058,11 +1070,11 @@
- a. de beoordeling van de doelmatigheid van de beroepsopleidingen die de instellingen voornemens zijn te verzorgen of reeds verzorgen, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs,
- b. de beoordeling van het belang van beroepsopleidingen aan vakinstellingen, bedoeld in [artikel 6.1.3a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en
- c. de in [artikel 7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde taak.
2. De commissie bestaat uit zes leden. Drie leden worden benoemd door Onze Minister. Van de overige leden wordt door Onze Minister een lid benoemd op voordracht van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, een lid op voordracht van de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties, en een lid op voordracht van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02). Onze Minister benoemt voor elk lid een plaatsvervangend lid. De derde volzin is van overeenkomstige toepassing.
- b. de beoordeling van het belang van beroepsopleidingen aan vakinstellingen, bedoeld in [artikel 6.1.3a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- c. de in [artikel 7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde taak.
2. De commissie bestaat uit zes leden. Drie leden worden benoemd door Onze Minister. Van de overige leden wordt door Onze Minister een lid benoemd op voordracht van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, een lid op voordracht van de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties, en een lid op voordracht van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01). Onze Minister benoemt voor elk lid een plaatsvervangend lid. De derde volzin is van overeenkomstige toepassing.
3. De leden en plaatsvervangende leden worden door Onze Minister geschorst en ontslagen. De benoeming geschiedt voor een termijn van vier jaren. De leden en plaatsvervangende leden zijn opnieuw benoembaar. De leden en plaatsvervangende leden worden tussentijds op eigen verzoek of om zwaarwichtige redenen ontslagen. Aan het ontslag om zwaarwichtige redenen kan een schorsing voorafgaan. Degene die een tussentijds opengevallen plaats vervult, wordt benoemd voor de duur van de voor degene in wiens plaats hij treedt nog resterende benoemingstermijn.
@@ -1070,21 +1082,21 @@
##### Artikel 6.1.3. Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijsaanbod, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs
1. Onverminderd [artikel 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2020-03-05&g=2004-07-02) kan Onze Minister ten aanzien van een beroepsopleiding, vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), die de instelling voornemens is te verzorgen, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), onthouden indien de verzorging van die opleiding kennelijk niet doelmatig kan worden geacht, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs. Onze Minister kan alvorens een beschikking als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), horen. Indien het betreft een beroepsopleiding waarvan Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), derde lid, heeft besloten dat zij zowel in de beroepsopleidende als de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, zijn de eerste en tweede volzin van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de afzonderlijke leerwegen.
1. Onverminderd [artikel 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2004-08-01&g=2004-08-01) kan Onze Minister ten aanzien van een beroepsopleiding, vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), die de instelling voornemens is te verzorgen, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), onthouden indien de verzorging van die opleiding kennelijk niet doelmatig kan worden geacht, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs. Onze Minister kan alvorens een beschikking als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), horen. Indien het betreft een beroepsopleiding waarvan Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), derde lid, heeft besloten dat zij zowel in de beroepsopleidende als de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, zijn de eerste en tweede volzin van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de afzonderlijke leerwegen.
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs:
- a. geen aanspraak bestaat op bekostiging als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is verbonden, en
- a. geen aanspraak bestaat op bekostiging als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is verbonden, en
- c. de registratie in het Centraal register wordt geweigerd.
3. Onze Minister neemt een beschikking als bedoeld in het eerste lid voor 1 februari van het jaar waarin een aanvang zal worden gemaakt met het onderwijs en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), daarvan mededeling. Wanneer Onze Minister daarbij afwijkt van het standpunt van de commissie, doet hij de Tweede Kamer der Staten-Generaal daarvan mededeling.
3. Onze Minister neemt een beschikking als bedoeld in het eerste lid voor 1 februari van het jaar waarin een aanvang zal worden gemaakt met het onderwijs en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), daarvan mededeling. Wanneer Onze Minister daarbij afwijkt van het standpunt van de commissie, doet hij de Tweede Kamer der Staten-Generaal daarvan mededeling.
##### Artikel 6.1.4. Ontneming rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod
1. Onze Minister, gehoord de in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) genoemde commissie, kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), ontnomen worden indien:
1. Onze Minister, gehoord de in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) genoemde commissie, kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), ontnomen worden indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding gedurende een reeks van jaren onvoldoende is geweest,
@@ -1094,9 +1106,9 @@
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs:
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) meer is verbonden, en
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) meer is verbonden, en
- c. de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
@@ -1106,23 +1118,23 @@
##### Artikel 6.1.5. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt deze in het Centraal register bekend. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt deze in het Centraal register bekend. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een nader onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6.1.6. Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijs uit oogpunt van kwaliteit of niet naleving wettelijke voorschriften
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor registratie voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a of onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), onthouden wanneer naar het oordeel van Onze Minister:
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor registratie voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a of onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), onthouden wanneer naar het oordeel van Onze Minister:
- a. de kwaliteit van die opleiding onvoldoende zal zijn, onderscheidenlijk
- b. niet wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, het onderwijs of de examens.
2. [Artikel 6.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van toepassing.
2. [Artikel 6.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is van toepassing.
3. Onze Minister neemt een beschikking tot onthouding van rechten als bedoeld in het eerste lid voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het studiejaar waarin een aanvang gemaakt zal worden met het onderwijs.
@@ -1130,81 +1142,73 @@
##### Artikel 6.2.1. Diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, en zesde lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de opleiding in het Centraal register.
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, en zesde lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.2.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), ontnemen indien
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), ontnemen indien
- a. gebleken is dat de kwaliteit van de opleiding gedurende een reeks van jaren onvoldoende is geweest,
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), of
- c. in strijd is gehandeld met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
##### Artikel 6.2.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt hij deze in het Centraal register bekend.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt hij deze in het Centraal register bekend.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
## Titel 3. De exameninstellingen
##### Artikel 6.3.1. Erkenning exameninstellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de externe legitimering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.3.2. Beëindiging erkenning exameninstelling
1. Onze Minister kan aan een exameninstelling het recht, bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), ten aanzien van een beroepsopleiding ontnemen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van de externe legitimering onvoldoende is geweest,
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.6.1, tweede lid, of
- c. in strijd is gehandeld met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat de exameninstelling niet langer gerechtigd is de externe legitimering van de beroepsopleiding te verzorgen en dat de registratie bij die opleiding in het Centraal register wordt beëindigd.
##### Artikel 6.3.1. Examinering exameninstellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.3.2. Ontneming recht op examinering exameninstellingen; waarschuwing
1. Onze Minister kan aan een exameninstelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de in het eerste lid bedoelde ontneming het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.3.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de externe legitimering van de opleiding en maakt hij deze in het Centraal register bekend.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
Vervallen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
##### Artikel 6.4.1. Het Centraal register beroepsopleidingen
1. Het Centraal register beroepsopleidingen is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de beroepsopleidingen die door de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), worden verzorgd. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register.
1. Het Centraal register beroepsopleidingen is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de beroepsopleidingen die door de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), worden verzorgd alsmede met betrekking tot de examinering die door de exameninstellingen wordt verzorgd. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register.
2. Het Centraal register wordt jaarlijks voor 1 mei bekendgemaakt. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de **Staatscourant**. Het register heeft betrekking op het studiejaar dat aanvangt in datzelfde jaar.
3. Onze Minister stelt de inrichting van het Centraal register vast. Onze Minister stelt de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven in de gelegenheid, hem een voorstel te doen voor de indeling van het Centraal register.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het verstrekken van informatie uit het Centraal register. Daarbij kan worden bepaald dat voor het verstrekken van informatie aan anderen dan de bevoegde gezagsorganen van de instellingen en exameninstellingen waarop deze wet betrekking heeft, een vergoeding verschuldigd is.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het verstrekken van informatie uit het Centraal register. Daarbij kan worden bepaald dat voor het verstrekken van informatie aan anderen dan het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen en de bevoegde gezagsorganen van de instellingen en exameninstellingen waarop deze wet betrekking heeft, een vergoeding verschuldigd is.
5. Het Centraal register bevat van elke beroepsopleiding de volgende gegevens:
- a. de naam van de opleiding, de leerweg of leerwegen waarin de opleiding wordt verzorgd, de code waarmee het geheel van de eindtermen van de opleiding wordt aangeduid, de code waarmee de deelkwalificaties van de opleiding worden aangeduid, alsmede de deelkwalificaties die onderworpen zijn aan externe legitimering,
- b. of de opleiding is vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- a. de naam van de opleiding, de leerweg of leerwegen waarin de opleiding wordt verzorgd, de code waarmee het geheel van de eindtermen van de opleiding wordt aangeduid, de code waarmee de deelkwalificaties van de opleiding worden aangeduid,
- b. of de opleiding is vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- c. de studielast, en
@@ -1214,35 +1218,39 @@
- a. de namen van de instellingen die de opleiding verzorgen,
- b. de namen van de exameninstellingen die zijn gerechtigd tot het verzorgen van de externe legitimering,
- c. de waarschuwing, bedoeld in [artikel 6.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [artikel 6.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), of [artikel 6.3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en
- d. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop.
- b. de namen van de exameninstellingen die het recht hebben tot examinering van een beroepsopleiding,
- c. de waarschuwing, bedoeld in [artikel 6.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [artikel 6.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), of [artikel 6.3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- d. de bepaling dat het recht op examinering is ontnomen, en met ingang van welk tijdstip, en
- e. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop.
##### Artikel 6.4.2. De registratieprocedure voor beroepsopleidingen
1. Het bevoegd gezag meldt elke beroepsopleiding met de verzorging waarvan de instelling voornemens is een aanvang te maken, voor registratie in het Centraal register aan.
2. De aanmelding geschiedt voor 1 december voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan een aanvang gemaakt zal worden met de opleiding, onder vermelding van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), behalve wat de gegevens over deelkwalificaties betreft.
3. Onze Minister registreert de opleiding overeenkomstig de door het bevoegd gezag overgelegde gegevens binnen drie maanden in het Centraal register en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), daarvan mededeling. Indien registratie binnen deze termijn niet mogelijk is, stelt Onze Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen registratie wel mogelijk is.
4. Onverminderd de [artikelen 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) weigert Onze Minister registratie in het Centraal register uitsluitend indien:
2. De aanmelding geschiedt voor 1 december voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan een aanvang gemaakt zal worden met de opleiding, onder vermelding van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), behalve wat de gegevens over deelkwalificaties betreft.
3. Onze Minister registreert de opleiding overeenkomstig de door het bevoegd gezag overgelegde gegevens binnen drie maanden in het Centraal register en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), daarvan mededeling. Indien registratie binnen deze termijn niet mogelijk is, stelt Onze Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen registratie wel mogelijk is.
4. Onverminderd de [artikelen 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) weigert Onze Minister registratie in het Centraal register uitsluitend indien:
- a. hij de gegevens niet tijdig of niet volledig heeft ontvangen, of
- b. hij de aanvraag, bedoeld in [artikel 6.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), afwijst.
- b. hij de aanvraag, bedoeld in [artikel 6.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), afwijst.
5. Onze Minister kan toestaan dat in spoedeisende gevallen in het belang van de deelnemers wordt afgeweken van de termijnen in de voorgaande leden, indien het een opleiding betreft:
- a. die door een instelling waaronder in dit onderdeel mede wordt begrepen een instelling als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), niet meer kan worden verzorgd, waarvan de deelnemers redelijkerwijs niet kunnen worden ingeschreven aan een andere instelling die deze opleiding verzorgt, en die wordt aangemeld voor registratie in het Centraal register door het bevoegd gezag van een andere instelling, of
- b. waarvoor Onze Minister toepassing heeft gegeven aan [artikel 7.2.4, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
- a. die door een instelling waaronder in dit onderdeel mede wordt begrepen een instelling als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), niet meer kan worden verzorgd, waarvan de deelnemers redelijkerwijs niet kunnen worden ingeschreven aan een andere instelling die deze opleiding verzorgt, en die wordt aangemeld voor registratie in het Centraal register door het bevoegd gezag van een andere instelling, of
- b. waarvoor Onze Minister toepassing heeft gegeven aan [artikel 7.2.4, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
6. Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van de examinering door exameninstellingen.
##### Artikel 6.4.3. Hernieuwde registratie van beroepsopleidingen
Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), gegevens waaruit blijkt dat
Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), gegevens waaruit blijkt dat
- a. het onderwijs van voldoende kwaliteit is, en
@@ -1250,73 +1258,67 @@
##### Artikel 6.4.4. Beëindiging registratie van beroepsopleidingen
1. Onverminderd de [artikelen 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) beëindigt Onze Minister de registratie van een opleiding indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen.
1. Onverminderd de [artikelen 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) beëindigt Onze Minister de registratie van een opleiding indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) beëindigt Onze Minister de registratie van de examinering van een bepaalde beroepsopleiding, met ingang van het tijdstip waarop de examinering niet meer plaatsvindt, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling die examinering niet langer zal verzorgen.
2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de opleiding niet meer openstaat.
3. Onze Minister beëindigt de registratie ambtshalve wanneer de instelling de opleiding niet langer verzorgt en het bevoegd gezag de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, niet of niet tijdig doet.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van de examinering door exameninstellingen.
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
##### Artikel 6.5.1. De registratieprocedure voor externe legitimering
1. Het bevoegd gezag van een exameninstelling meldt de externe legitimering die het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde deelkwalificaties voornemens is te verzorgen, voor registratie in het Centraal register aan.
2. [Artikel 6.4.2, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
##### Artikel 6.5.2. Hernieuwde registratie van externe legitimering
Indien de aanmelding voor registratie van een exameninstelling betrekking heeft op externe legitimering ten aanzien waarvan Onze Minister toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de krachtens [artikel 6.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) te verstrekken gegevens, gegevens waaruit blijkt dat:
- a. de externe legitimering van voldoende kwaliteit is, en
- b. wordt voldaan aan hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de externe legitimering.
Vervallen
##### Artikel 6.5.3. Beëindiging registratie van externe legitimering
1. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) beëindigt Onze Minister de registratie van de externe legitimering voor een bepaalde deelkwalificatie met ingang van het tijdstip waarop de externe legitimering niet meer plaatsvindt, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling de desbetreffende externe legitimering niet langer zal verzorgen.
2. [Artikel 6.4.4, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
- a. de naam van de instelling en van de opleiding die de instelling verzorgt,
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- c. in voorkomende gevallen, de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop.
2. Als peildatum voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, hanteert Onze Minister 1 juni voorafgaand aan de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is verbonden.
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is verbonden.
##### Artikel 6a.1.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar is verstreken, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging diploma-erkenning van rechtswege van opleidingen educatie van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), uit te reiken.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging diploma-erkenning van rechtswege van opleidingen educatie van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), uit te reiken.
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
@@ -1324,7 +1326,7 @@
##### Artikel 7.1.1. Taal
Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd [artikel 7.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), kan een andere taal worden gebezigd:
Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd [artikel 7.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), kan een andere taal worden gebezigd:
- a. wanneer het onderwijs met betrekking tot die taal betreft, of
@@ -1336,7 +1338,7 @@
2. Een opleiding is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen dan wel gericht op het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de [artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7), of onderdelen van een dergelijk diploma. Een of meer onderwijseenheden van een beroepsopleiding leiden tot een deelkwalificatie.
3. Elke opleiding wordt afgesloten met een examen, uitgezonderd een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6). Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), wordt afgesloten met een toets.
3. Elke opleiding wordt afgesloten met een examen, uitgezonderd een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6). Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), wordt afgesloten met een toets.
##### Artikel 7.1.3. Eindtermen
@@ -1398,7 +1400,7 @@
##### Artikel 7.2.4. Landelijke kwalificatiestructuur; eindtermen beroepsonderwijs
1. Met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van het beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden, draagt Onze Minister, in voorkomende gevallen in overeenstemming met Onze Minister wie het, gezien de aard van de in artikel 7.2.6 bedoelde vereisten, mede aangaat, zorg voor het vaststellen en onderhouden van een samenhangend en gedifferentieerd geheel van eindtermen voor beroepsopleidingen die voor de desbetreffende bedrijfstakken of beroepencategorieën van betekenis zijn.
1. Met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van het beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden, draagt Onze Minister, in voorkomende gevallen in overeenstemming met Onze Minister wie het, gezien de aard van de in [artikel 7.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde vereisten, mede aangaat, zorg voor het vaststellen en onderhouden van een samenhangend en gedifferentieerd geheel van eindtermen voor beroepsopleidingen die voor de desbetreffende bedrijfstakken of beroepencategorieën van betekenis zijn.
2. Daartoe worden bij ministeriële regeling per beroepsopleiding vóór 1 september vastgesteld:
@@ -1406,13 +1408,13 @@
- b. de indeling daarvan in deelkwalificaties,
- c. welke deelkwalificaties van de beroepsopleiding zijn onderworpen aan externe legitimering, waarbij geldt dat de externe legitimering minimaal de kleinst mogelijke meerderheid omvat van het totale aantal verplichte deelkwalificaties van die opleiding,
- c. welke deelkwalificaties verplicht zijn voor het behalen van het diploma van de desbetreffende beroepsopleiding,
- d. de hoogte van de studielast, met inachtneming van het negende lid,
- e. welk van de soorten opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, het betreft,
- f. in welke leerwegen, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, de opleiding verzorgd wordt, en, voor zover mogelijk
- e. welk van de soorten opleidingen, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), het betreft,
- f. in welke leerwegen, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), de opleiding verzorgd wordt, en, voor zover mogelijk
- g. het beroep of de beroepencategorie op de voorbereiding waarvan de beroepsopleiding is gericht.
@@ -1420,19 +1422,19 @@
4. Bij het voorstel voor de eindtermen voegt het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven:
- a. het advies van de commissie, bedoeld in artikel 6.1.2, en
- b. het voorstel, bedoeld in artikel 1.5.2, tweede lid. Uit het voorstel blijkt dat het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voldoende acht heeft geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor de eindtermen zijn betrokken, maakt het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in zijn voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel.
5. Indien het in het derde en vierde lid een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven betreft waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan artikel 9.2.1, tweede lid, onder b, wordt het voorstel gedaan door de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
- a. het advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- b. het voorstel, bedoeld in [artikel 1.5.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01). Uit het voorstel blijkt dat het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voldoende acht heeft geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor de eindtermen zijn betrokken, maakt het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in zijn voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel.
5. Indien het in het derde en vierde lid een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven betreft waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), wordt het voorstel gedaan door de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
6. De eindtermen hebben betrekking op opleidingen met de verzorging waarvan de instellingen in het studiejaar na het jaar van de vaststelling een aanvang kunnen maken.
7. In bijzondere gevallen, verband houdend met de gebleken dringende maatschappelijke behoefte aan een beroepsopleiding, kan Onze Minister bij de vaststelling van de eindtermen voor die opleiding in afwijking van het zesde lid beslissen dat deze eindtermen betrekking hebben op opleidingen met de verzorging waarvan de instellingen reeds kunnen beginnen in het studiejaar dat aanvangt in het jaar van die vaststelling. De dringende maatschappelijke behoefte blijkt in ieder geval uit een advies van de commissie, bedoeld in artikel 6.1.2.
7. In bijzondere gevallen, verband houdend met de gebleken dringende maatschappelijke behoefte aan een beroepsopleiding, kan Onze Minister bij de vaststelling van de eindtermen voor die opleiding in afwijking van het zesde lid beslissen dat deze eindtermen betrekking hebben op opleidingen met de verzorging waarvan de instellingen reeds kunnen beginnen in het studiejaar dat aanvangt in het jaar van die vaststelling. De dringende maatschappelijke behoefte blijkt in ieder geval uit een advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
8. Het bevoegd gezag stelt de studieduur van de opleiding vast met inachtneming van de studielast. De studieduur kan verschillen voor onderscheiden deelnemers of groepen van deelnemers.
9. De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **a** tot en met **f**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan:
9. De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan:
- a. ten minste een half jaar en ten hoogste 1 jaar,
@@ -1450,11 +1452,15 @@
##### Artikel 7.2.5. Beoordeling voorstellen vaststelling en wijziging eindtermen
De in [artikel 6.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde taak van de in dat artikel bedoelde commissie behelst de advisering aan de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven onderscheidenlijk commissies onderwijs-bedrijfsleven over de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde voorstellen voor de eindtermen. De advisering heeft in elk geval betrekking op de vraag of en in hoeverre deze voorstellen bijdragen aan de totstandkoming van een kwalificatiestructuur als bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
De in [artikel 6.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde taak van de in dat artikel bedoelde commissie behelst de advisering aan de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven onderscheidenlijk commissies onderwijs-bedrijfsleven over de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde voorstellen voor de eindtermen. De advisering heeft in elk geval betrekking op de vraag of en in hoeverre deze voorstellen bijdragen aan de totstandkoming van een kwalificatiestructuur als bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 7.2.6. Beroepsvereisten
Indien ten aanzien van een bepaald beroep bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld ten aanzien van de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de eindtermen. Tot de in de eerste volzin bedoelde vereisten behoren die welke zijn neergelegd in Richtlijnen van de Raad van Europese Gemeenschappen.
Indien voor een beroep bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, vereisten zijn vastgesteld over de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, of over de examinering bij de desbetreffende beroepsopleiding:
- a. neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de eindtermen en bij de vaststelling van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- b. draagt de instelling er bij het aanbieden van een beroepsopleiding zorg voor dat degenen die deze opleiding volgen, ten minste in de gelegenheid zijn aan die vereisten te voldoen, en dat bij de examinering, zo nodig in afwijking van [titel 4 van dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), aan die vereisten wordt voldaan.
##### Artikel 7.2.7. Inrichting opleidingen
@@ -1464,7 +1470,7 @@
1. Van elke beroepsopleiding maakt onderricht in de praktijk van het beroep deel uit.
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.9&z=2020-03-05&g=2004-07-02) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.9&z=2004-08-01&g=2004-08-01) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
- a. de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming, alsmede het aantal te volgen praktijkuren per kalenderjaar,
@@ -1474,21 +1480,21 @@
- d. de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden.
3. Het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de deelnemers binnen het bedrijf. Het bevoegd gezag beoordeelt of de deelnemer het in het tweede lid, onder **c**, bedoelde deel van de eindtermen heeft gerealiseerd. Met betrekking tot andere deelkwalificaties dan die waarop de externe legitimering betrekking heeft, betrekt het bevoegd gezag bij die beoordeling het oordeel van het bedrijf onderscheidenlijk de organisatie, met inachtneming van de desbetreffende in de onderwijs- en examenregeling op te nemen regels.
3. Het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de deelnemers binnen het bedrijf. Het bevoegd gezag beoordeelt of de deelnemer het in het tweede lid, onder **c**, bedoelde deel van de eindtermen heeft gerealiseerd. Het bevoegd gezag betrekt bij die beoordeling het oordeel van het bedrijf onderscheidenlijk de organisatie, met inachtneming van de desbetreffende in de onderwijs- en examenregeling op te nemen regels.
##### Artikel 7.2.9. Totstandkoming praktijkovereenkomst; vervangende praktijkplaats
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt. De overeenkomst wordt voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, mede ondertekend door het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat daarmee verklaart:
- a. dat het een bedrijf of organisatie betreft met een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.10&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt. De overeenkomst wordt voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, mede ondertekend door het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat daarmee verklaart:
- a. dat het een bedrijf of organisatie betreft met een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- b. dat de gronden voor deze gunstige beoordeling nog steeds aanwezig zijn.
2. Indien het bevoegd gezag en het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in het eerste lid, of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevordert het bevoegd gezag, na overleg met het bestuur van het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
2. Indien het bevoegd gezag en het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in het eerste lid, of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevordert het bevoegd gezag, na overleg met het bestuur van het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
##### Artikel 7.2.10. Beoordeling van praktijkplaatsen
1. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van bedrijven en organisaties die de beroepspraktijkvorming verzorgen, aan de hand van daartoe door dat kenniscentrum vastgestelde criteria. In geval van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), worden deze criteria vastgesteld op voorstel van de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
1. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van bedrijven en organisaties die de beroepspraktijkvorming verzorgen, aan de hand van daartoe door dat kenniscentrum vastgestelde criteria. In geval van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), worden deze criteria vastgesteld op voorstel van de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
2. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven maakt de in het eerste lid bedoelde criteria bekend. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de **Staatscourant**.
@@ -1510,7 +1516,7 @@
- d. andere opleidingen, gericht op sociale redzaamheid.
2. De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder **b**, sluiten aan bij de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder **b**, sluiten aan bij de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 7.3.2. Nadere omschrijving opleidingssoorten
@@ -1522,9 +1528,9 @@
1. Bij ministeriële regeling worden eindtermen vastgesteld voor de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke opleidingen in elk geval behoren tot de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **b** en **d**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en kunnen daarvoor eindtermen worden vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de overige opleidingen educatie, met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke opleidingen in elk geval behoren tot de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **b** en **d**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en kunnen daarvoor eindtermen worden vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de overige opleidingen educatie, met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 7.3.4. Inrichting voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -1542,7 +1548,7 @@
##### Artikel 7.4.1. Reikwijdte
Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, opleidingen Nederlands als tweede taal I en II en in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde opleidingen, voor zover deze deel uitmaken van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6).
Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, opleidingen Nederlands als tweede taal I en II en in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde opleidingen, voor zover deze deel uitmaken van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6).
##### Artikel 7.4.2. Algemene bepaling inzake examens
@@ -1550,39 +1556,41 @@
2. Het examen omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht, de vaardigheden en, in voorkomende gevallen, de beroepshoudingen die de examinandus zich bij voltooiing van de opleiding moet hebben eigen gemaakt, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek aan de hand van de eindtermen.
3. Het examen kan bestaan uit afzonderlijke onderdelen. Het examen van een beroepsopleiding is met gunstig gevolg afgelegd indien alle toetsen van die opleiding met gunstig gevolg zijn afgelegd, onverminderd [artikel 7.4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
3. Het examen kan bestaan uit afzonderlijke onderdelen. Het examen van een beroepsopleiding is met gunstig gevolg afgelegd indien alle toetsen van die opleiding met gunstig gevolg zijn afgelegd, onverminderd [artikel 7.4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de [artikelen 6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan de in dit artikel bedoelde examens.
##### Artikel 7.4.3. Examens beroepsopleidingen
1. Het examen van een beroepsopleiding is niet met gunstig gevolg afgelegd dan na een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
1. Het examen van een beroepsopleiding is niet met gunstig gevolg afgelegd dan na een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Het examen van beroepsopleidingen bestaat uit onderdelen die overeenkomen met de deelkwalificaties.
3. Deelnemers die in het bezit zijn van een certificaat van een andere instelling zijn vrijgesteld van het daarmee overeenkomende examenonderdeel.
##### Artikel 7.4.4. Externe legitimering examens beroepsopleidingen
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de externe legitimering van de daartoe op grond van [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) aangewezen deelkwalificaties. Externe legitimering geschiedt door of vanwege exameninstellingen en houdt voorzieningen in die waarborgen dat de inhoud en het niveau van de examens ten minste zijn afgestemd op de eindtermen.
2. Indien in bijzondere gevallen, verband houdend met [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) of [artikel 6.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), niet langer kan worden voorzien in externe legitimering, of ingeval voor een nieuwe in het Centraal register opgenomen opleiding de externe legitimering niet of nog niet volledig vorm heeft gekregen, bevordert Onze Minister dat een andere daarvoor in aanmerking komende exameninstelling, of indien deze ontbreekt, de desbetreffende instelling of instellingen de in verband daarmee noodzakelijke voorzieningen treffen ten behoeve van de deelnemers.
##### Artikel 7.4.5. Examencommissie en examinatoren
1. Het bevoegd gezag stelt, al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen, een examencommissie in ten behoeve van de organisatie en het afnemen van de examens voor elke door de instelling verzorgde opleiding of voor groepen van opleidingen.
2. Het bevoegd gezag benoemt de leden van de examencommissie uit de leden van het personeel van de instelling die met het verzorgen van onderwijs in die opleiding of opleidingen zijn belast, en wat de beroepspraktijkvorming betreft uit personen die met het verzorgen daarvan voor die opleiding of opleidingen zijn belast.
3. Ten behoeve van het afnemen van het examen wijst de examencommissie examinatoren aan. Als examinator kunnen slechts worden aangewezen leden van het personeel van de instelling of van het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum die met het verzorgen van het desbetreffende onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid zijn belast en wat de beroepspraktijkvorming betreft uit personen die met het verzorgen van het desbetreffende onderricht zijn belast. Het bevoegd gezag kan in afwijking van de tweede volzin bepalen dat een of meer toetsen worden afgenomen door andere examinatoren dan bedoeld in die volzin.
4. Het eerste tot en met derde lid vinden geen toepassing voor zover dat voortvloeit uit de in [artikel 7.4.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde voorzieningen waaruit de externe legitimering bestaat.
##### Artikel 7.4.4. Kwaliteitsstandaarden
Bij ministeriële regeling worden landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen vastgesteld die betrekking hebben op:
- a. de inhoud en het niveau van de examens, in relatie tot de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- b. de procedures rond de examens en de voorwaarden waaronder examens worden afgenomen.
##### Artikel 7.4.5. Examencommissie
1. Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling stelt, al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen, een examencommissie in ten behoeve van de organisatie en het afnemen van de examens voor elke door de instelling verzorgde opleiding of voor groepen van opleidingen.
2. Het bevoegd gezag benoemt de leden van de examencommissie.
##### Artikel 7.4.6. Bewijsstukken van afgelegde toetsen, examenonderdelen en examens
1. Ten bewijze dat een toets of examenonderdeel met goed gevolg is afgelegd, reikt de examencommissie een bewijsstuk uit. Indien het examenonderdeel een deelkwalificatie betreft reikt de examencommissie een certificaat uit. Ten bewijze dat een examen met goed gevolg is afgelegd reikt de examencommissie een diploma uit. Het examen van beroepsopleidingen is eerst dan met goed gevolg afgesloten wanneer zowel de beroepspraktijkvorming als het overige deel van het onderricht met goed gevolg zijn afgesloten.
2. De in het eerste lid bedoelde bewijsstukken vermelden, voor zover zij betrekking hebben op een beroepsopleiding, de naam van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op voorstel waarvan de eindtermen van die beroepsopleiding zijn vastgesteld.
2. De bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid, vermelden, voorzover zij betrekking hebben op een beroepsopleiding:
- a. de naam van het kenniscentrum beroepsopleidingen bedrijfsleven op voorstel waarvan de eindtermen van die beroepsopleiding zijn vastgesteld, en
- b. de naam van de instelling waaraan de deelnemer is ingeschreven.
##### Artikel 7.4.7. Internationale diplomawaardering
@@ -1592,7 +1600,7 @@
- b. de getuigschriften van overeenkomstige Nederlandse beroepsopleidingen.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
3. De vergelijking of waardering wordt slechts verstrekt:
@@ -1600,7 +1608,7 @@
- b. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan een Nederlandse beroepsopleiding, of
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
4. Onze minister kan beleidsregels stellen met het oog op een doelmatige vervulling van de in het eerste lid genoemde taken door de rechtspersoon.
@@ -1618,11 +1626,11 @@
- b. de onderwijseenheden die deel uitmaken van de opleiding,
- c. de inhoud en inrichting van de opleiding, daaronder begrepen de onderscheiding van de opleiding in leerwegen als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en de inhoud en inrichting van de beroepspraktijkvorming,
- c. de inhoud en inrichting van de opleiding, daaronder begrepen de onderscheiding van de opleiding in leerwegen als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en de inhoud en inrichting van de beroepspraktijkvorming,
- d. de inhoud en, in voorkomende gevallen, de indeling in onderdelen van het examen,
- e. de studieduur van de opleiding en van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden en deelkwalificaties, voor zover de studieduur op grond van [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is vastgesteld voor een groep of voor groepen van deelnemers,
- e. de studieduur van de opleiding en van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden en deelkwalificaties, voor zover de studieduur op grond van [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is vastgesteld voor een groep of voor groepen van deelnemers,
- f. de opleidingstrajecten van een opleiding die voldoen aan de eisen van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) of van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=3) en [4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4),
@@ -1630,21 +1638,23 @@
- h. de wijze waarop de toetsen en het examen of onderdelen daarvan worden afgenomen, daaronder begrepen de wijze waarop gehandicapte deelnemers in voorkomende gevallen in de gelegenheid worden gesteld de toetsen en het examen of onderdelen daarvan af te leggen,
- i. de deelkwalificaties ten aanzien waarvan externe legitimering plaatsvindt, de exameninstelling die de externe legitimering verzorgt en de wijze waarop de externe legitimering plaatsvindt,
- j. op welke andere gronden dan genoemd in [artikel 7.4.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), de examencommissie vrijstelling van het afleggen van een of meer toetsen en examenonderdelen kan verlenen,
- i. Vervallen,
- j. op welke andere gronden dan genoemd in [artikel 7.4.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), de examencommissie vrijstelling van het afleggen van een of meer toetsen en examenonderdelen kan verlenen,
- k. waar nodig, dat het met goed gevolg afleggen van een of meer toetsen of examenonderdelen voorwaarde is voor het afleggen van andere toetsen of onderdelen,
- l. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deelnemer inzage verkrijgt in zijn beoordeelde schriftelijk werk,
- l. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deelnemer inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk,
- m. de wijze waarop en de termijn waarbinnen kennis genomen kan worden van schriftelijke opgaven, en
- n. de termijn waarbinnen de uitslag van een toets, examenonderdeel en examen bekend wordt gemaakt.
2. De examencommissie stelt, met inachtneming van de onderwijs- en examenregeling, regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen. Zij kan aan de examinatoren richtlijnen en aanwijzingen geven met betrekking tot de beoordeling, onverminderd [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en met betrekking tot de vaststelling van de uitslag.
3. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), die uitgaat van verschillende godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, houdt bij de vaststelling van de onderwijs- en examenregeling rekening met die verschillen.
2. De examencommissie stelt, met inachtneming van de onderwijs- en examenregeling, regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen.
3. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), die uitgaat van verschillende godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, houdt bij de vaststelling van de onderwijs- en examenregeling rekening met die verschillen.
4. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 7.4.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), dan treedt de examenregeling van de instelling of exameninstelling die de examinering verzorgt in de plaats van de examenregeling van de instelling die het onderwijs verzorgt.
##### Artikel 7.4.9. Bekendmaking onderwijs- en examenregels
@@ -1660,13 +1670,13 @@
1. Aan de deelnemers wordt gelegenheid gegeven een examen af te leggen.
2. [Artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a** en **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen.
2. [Artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a** en **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen.
4. Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een instelling kan Onze Minister toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens het tweede en derde lid. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
5. [Artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van het examen Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
5. [Artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van het examen Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de artikelen [6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan de in dit artikel bedoelde examens.
@@ -1686,13 +1696,13 @@
##### Artikel 7.4.15. Bewijsstukken van afgelegde toetsen
1. Ten bewijze dat een toets is afgelegd, reikt het bevoegd gezag aan de deelnemer een verklaring uit. De verklaring vermeldt de in [artikel 7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=3&artikel=7.4.13&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde resultaten.
1. Ten bewijze dat een toets is afgelegd, reikt het bevoegd gezag aan de deelnemer een verklaring uit. De verklaring vermeldt de in [artikel 7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=3&artikel=7.4.13&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde resultaten.
2. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de verklaring aan het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=1).
##### Artikel 7.4.16. Toetsregeling educatieve programma's
1. De [artikelen 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.9&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing op de educatieve programma's en de toetsen, met dien verstande dat de examencommissie als toetsingscommissie optreedt.
1. De [artikelen 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.9&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de educatieve programma's en de toetsen, met dien verstande dat de examencommissie als toetsingscommissie optreedt.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de [artikelen 6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan een toets.
@@ -1700,11 +1710,11 @@
##### Artikel 7.5.1. Commissie van beroep voor de examens
1. Het bevoegd gezag stelt al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen een commissie van beroep voor de examens in, dan wel sluit zich bij een dergelijke commissie aan. Beslissingen van de examencommissie of van de examinatoren kunnen worden onderworpen aan het oordeel van een commissie van beroep voor de examens.
1. Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling stelt al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen of exameninstellingen een commissie van beroep voor de examens in, dan wel sluit zich bij een dergelijke commissie aan. Beslissingen van de examencommissie of van de examinatoren kunnen worden onderworpen aan het oordeel van een commissie van beroep voor de examens.
2. De commissie van beroep voor de examens bestaat uit een even aantal gewone leden en evenveel plaatsvervangende leden, een voorzitter, tevens lid, en een plaatsvervangend voorzitter.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde beoordeling.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde beoordeling.
4. Op eigen verzoek wordt aan de leden en plaatsvervangende leden van de commissie van beroep voor de examens ontslag verleend. Bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar wordt hun ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. Zij worden ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld. Alvorens het ontslag op grond van het in de derde volzin bepaalde wordt verleend, wordt de betrokkene van het voornemen tot ontslag in kennis gesteld en wordt hem de gelegenheid geboden zich ter zake te doen horen.
@@ -1734,15 +1744,13 @@
##### Artikel 7.5.5. Toepassing op toetsen educatieve programma's
De [artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen, bedoeld in [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), met dien verstande dat de commissie van beroep voor de examens tevens als commissie van beroep voor de toetsen optreedt.
De [artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen, bedoeld in [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), met dien verstande dat de commissie van beroep voor de examens tevens als commissie van beroep voor de toetsen optreedt.
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
##### Artikel 7.6.1. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
1. Het bevoegd gezag van een exameninstelling stelt in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere exameninstellingen een commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens in. Beslissingen, genomen door of onder verantwoordelijkheid van de exameninstellingen met betrekking tot het afnemen van toetsen kunnen worden onderworpen aan het oordeel van de commissie van beroep.
2. De artikelen 7.5.1, tweede tot en met vierde lid, 7.5.2, 7.5.3 en 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
@@ -1750,7 +1758,7 @@
##### Artikel 8.1.1. Inschrijving
1. Een ieder die gebruik wenst te kunnen maken van onderwijsvoorzieningen en examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als deelnemer te laten inschrijven. Een ieder die uitsluitend wenst te worden toegelaten tot examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als examendeelnemer te laten inschrijven. Voor de inschrijving als examendeelnemer is aan het bevoegd gezag een door dat gezag te bepalen vergoeding verschuldigd. De inschrijving voor een opleiding of een onderdeel van een opleiding staat uitsluitend open voor degene waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij:
1. Een ieder die gebruik wenst te kunnen maken van onderwijsvoorzieningen en examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als deelnemer te laten inschrijven. Een ieder die uitsluitend wenst te worden toegelaten tot examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als examendeelnemer te laten inschrijven. Voor de inschrijving als examendeelnemer is aan het bevoegd gezag een door dat gezag te bepalen vergoeding verschuldigd. Indien het een meerderjarige examendeelnemer betreft die het examengeld niet zelf voldoet, wordt niet overgegaan tot inschrijving dan nadat de deelnemer schriftelijk heeft verklaard dat hij ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het examengeld voldoet. De inschrijving voor een opleiding of een onderdeel van een opleiding staat uitsluitend open voor degene waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij:
- a. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld,
@@ -1760,17 +1768,17 @@
- d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b of c, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen is ingeschreven voor een opleiding of het onderdeel van de opleiding van een instelling, welke opleiding of welk onderdeel van de opleiding nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vierde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2020-03-05&g=2004-07-02), met onmiddellijke ingang ontbonden.
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onder **f**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
3. De inschrijving staat uitsluitend open voor degenen ten aanzien van wie het bevoegd gezag beslist dat zij tot de instelling worden toegelaten, onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, het vijfde lid en [artikel 8.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02). Het bevoegd gezag kan het nemen van de beslissing over de toelating opdragen aan een door hem in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de bevoegdheden en de werkzaamheden van de toelatingscommissie.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vijfde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01), met onmiddellijke ingang ontbonden.
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onder **f**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
3. De inschrijving staat uitsluitend open voor degenen ten aanzien van wie het bevoegd gezag beslist dat zij tot de instelling worden toegelaten, onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, het vijfde lid en [artikel 8.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01). Het bevoegd gezag kan het nemen van de beslissing over de toelating opdragen aan een door hem in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de bevoegdheden en de werkzaamheden van de toelatingscommissie.
4. De toelating tot beroepsopleidingen staat voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, uitsluitend open voor degenen voor wie de volledige leerplicht, bedoeld in [paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628¶graaf=2), is geëindigd.
5. In afwijking van het derde lid en met inachtneming van [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en het krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bepaalde”“bepaalde”” moet zijn “bepaalde,”doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) alsmede voor een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6), open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
6. De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), in acht.
5. In afwijking van het derde lid en met inachtneming van [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en het krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bepaalde”“bepaalde”” moet zijn “bepaalde,”doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) alsmede voor een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6), open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
6. De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), in acht.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de [artikelen 7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor het op een bezwaar- of beroepschrift te nemen besluit ter zake van de toelating van deelnemers.
@@ -1796,6 +1804,8 @@
- d. de loopbaanoriëntatie en -begeleiding, daaronder begrepen een regelmatige advisering over de voortzetting van de studie binnen of buiten de opleiding,
- d1. in voorkomend geval, terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in [artikel 8.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- e. schorsing en verwijdering,
- f. tussentijdse beëindiging van de overeenkomst en onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst in het geval, bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1a en
@@ -1818,9 +1828,9 @@
##### Artikel 8.1.5. Bepaling verhouding deelnemersaantallen leerwegen van beroepsopleidingen
1. Indien de omvang van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, daaronder voor de toepassing van dit artikel mede begrepen middelen ten behoeve van studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten, daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, overlegt Onze Minister in maart, in het kader van het in [artikel 3.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) geregelde overleg, met de bevoegde gezagsorganen en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven over de aantallen deelnemers voor:
- a. de beroepsbegeleidende leerweg van een bepaalde beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en
1. Indien de omvang van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, daaronder voor de toepassing van dit artikel mede begrepen middelen ten behoeve van studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten, daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, overlegt Onze Minister in maart, in het kader van het in [artikel 3.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) geregelde overleg, met de bevoegde gezagsorganen en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven over de aantallen deelnemers voor:
- a. de beroepsbegeleidende leerweg van een bepaalde beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- b. de beroepsopleidende leerweg van die opleiding.
@@ -1830,7 +1840,7 @@
##### Artikel 8.1.6. Beperking inschrijving assistentopleiding en basisberoepsopleiding wegens opnamecapaciteit instelling
Het bevoegd gezag kan de inschrijving voor een bepaalde assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), opschorten voor zover en voor zolang de organisatorische en technische capaciteit voor het verzorgen van die opleiding, ook na aantoonbare inspanningen van het bevoegd gezag om te komen tot een toereikende capaciteit, daartoe naar zijn oordeel noodzaakt. Met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde beperkingen geschiedt de inschrijving in de volgorde van aanmelding voor de desbetreffende opleiding, volgens in de onderwijs- en examenregeling te geven regels van procedurele aard.
Het bevoegd gezag kan de inschrijving voor een bepaalde assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), opschorten voor zover en voor zolang de organisatorische en technische capaciteit voor het verzorgen van die opleiding, ook na aantoonbare inspanningen van het bevoegd gezag om te komen tot een toereikende capaciteit, daartoe naar zijn oordeel noodzaakt. Met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde beperkingen geschiedt de inschrijving in de volgorde van aanmelding voor de desbetreffende opleiding, volgens in de onderwijs- en examenregeling te geven regels van procedurele aard.
##### Artikel 8.1.7. Controle op langdurige afwezigheid
@@ -1860,7 +1870,7 @@
- a. op wie de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt,
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- c. die
@@ -1874,7 +1884,7 @@
##### Artikel 8.2.1. Vooropleidingseisen
1. Vereiste voor inschrijving voor een vakopleiding en een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) het bezit van:
1. Vereiste voor inschrijving voor een vakopleiding en een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg,
@@ -1886,9 +1896,9 @@
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), is, met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor de inschrijving voor de basisberoepsopleiding vereist het bezit van
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is, met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor de inschrijving voor de basisberoepsopleiding vereist het bezit van
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg,
@@ -1900,29 +1910,29 @@
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding niet voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), geldt, in afwijking van [artikel 8.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), voor inschrijving voor een in de eerste volzin bedoelde basisberoepsopleiding geen vooropleidingseis.
4. Voor de inschrijving voor een assistentopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en voor de inschrijving voor een opleiding educatie, gelden geen vooropleidingseisen.
Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding niet voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), geldt, in afwijking van [artikel 8.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor inschrijving voor een in de eerste volzin bedoelde basisberoepsopleiding geen vooropleidingseis.
4. Voor de inschrijving voor een assistentopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en voor de inschrijving voor een opleiding educatie, gelden geen vooropleidingseisen.
5. Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste tot en met derde lid, indien de deelnemer naar verwachting het onderwijs in de desbetreffende beroepsopleiding met voldoende resultaat zal kunnen volgen.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
##### Artikel 8.3.1. Voortijdige schoolverlater
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van toepassing is en
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01), van toepassing is en
- a. die het onderwijs of de educatie aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of
- b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549).
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
##### Artikel 8.3.2. Bestrijding voortijdig schoolverlaten door gemeente
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2020-03-05&g=2004-07-02) heeft gemeld. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2004-08-01&g=2004-08-01) heeft gemeld. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
2. Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), scholen en instellingen als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
@@ -1948,7 +1958,7 @@
##### Artikel 8.3.3. Informatie over voortijdig schoolverlaten
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
2. Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de door Onze Minister aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage te geven en de gevraagde inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het voortijdig schoolverlaten door niet-leerplichtigen.
@@ -1978,11 +1988,11 @@
##### Artikel 9.1.3. Bestuursoverdracht bijzondere instelling en agrarisch innovatie- en praktijkcentrum
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling onderscheidenlijk dat centrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling onderscheidenlijk het centrum in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling of het centrum overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van overeenkomstige toepassing.
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling onderscheidenlijk dat centrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling onderscheidenlijk het centrum in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling of het centrum overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
@@ -1998,7 +2008,7 @@
1. Het bevoegd gezag van een instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in de plaats van de centrale directie in te stellen college van bestuur.
2. Het college van bestuur van een instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen of door het bevoegd gezag overgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan het bestuur van een organisatorische eenheid als bedoeld in [artikel 9.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Het college van bestuur van een instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen of door het bevoegd gezag overgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan het bestuur van een organisatorische eenheid als bedoeld in [artikel 9.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
3. Indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, kan het bevoegd gezag de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen aan het bestuur van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.
@@ -2010,13 +2020,13 @@
1. Het bevoegd gezag stelt een bestuursreglement vast. In het bestuursreglement worden ten minste vastgelegd:
- a. de taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag overdraagt aan het college van bestuur, indien het bevoegd gezag toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- a. de taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag overdraagt aan het college van bestuur, indien het bevoegd gezag toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- b. de richtlijnen voor de uitoefening van de aan het college van bestuur overgedragen taken en bevoegdheden, en
- c. indien de instelling een of meer organisatorische eenheden omvat:
- 1°. welke bevoegdheden het college van bestuur heeft overgedragen aan het bestuur van de desbetreffende eenheid, indien het college van bestuur toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02),
- 1°. welke bevoegdheden het college van bestuur heeft overgedragen aan het bestuur van de desbetreffende eenheid, indien het college van bestuur toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- 2°. de verhouding van het bestuur van de desbetreffende eenheid tot het bevoegd gezag, het college van bestuur of de centrale directie,
@@ -2038,19 +2048,19 @@
2. Het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven bestaat:
- a. ofwel voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en voor een derde deel uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02);
- a. ofwel voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en voor een derde deel uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- b. ofwel voor de helft uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en voor de helft uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties.
3. Aan het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan het tweede lid, onder **b**, is een commissie onderwijs-bedrijfsleven verbonden, die voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en voor de helft uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), die opleidingen verzorgen op het terrein waarop het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven werkzaam is.
4. Het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven kan indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, aan het bevoegd gezag van een instelling de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen, met uitzondering van de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde taak. Indien het bestuur gebruik maakt van deze mogelijkheid, stelt het een reglement vast waarin in elk geval worden vastgelegd de taken en bevoegdheden die het bestuur ter uitoefening opdraagt aan het bevoegd gezag, alsmede richtlijnen voor uitoefening van de aan het bevoegd gezag opgedragen taken en bevoegdheden.
3. Aan het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan het tweede lid, onder **b**, is een commissie onderwijs-bedrijfsleven verbonden, die voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en voor de helft uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), die opleidingen verzorgen op het terrein waarop het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven werkzaam is.
4. Het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven kan indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, aan het bevoegd gezag van een instelling de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen, met uitzondering van de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde taak. Indien het bestuur gebruik maakt van deze mogelijkheid, stelt het een reglement vast waarin in elk geval worden vastgelegd de taken en bevoegdheden die het bestuur ter uitoefening opdraagt aan het bevoegd gezag, alsmede richtlijnen voor uitoefening van de aan het bevoegd gezag opgedragen taken en bevoegdheden.
##### Artikel 9.2.2. Bestuursoverdracht kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven
1. De rechtspersoon die een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in stand houdt, kan de instandhouding van dat kenniscentrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van toepassing.
1. De rechtspersoon die een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in stand houdt, kan de instandhouding van dat kenniscentrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), van toepassing.
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
@@ -2060,49 +2070,51 @@
2. Het eerste lid heeft betrekking op de artikelen:
- a. 1.4.1,
- b. 1.4a.1,
- c. 1.6.1,
- d. 2.1.1, eerste lid,
- e. 2.1.3, tweede en derde lid,
- f. 2.1.5, eerste lid,
- g. 2.1.6,
- h. 2.1.7,
- i. 2.2.3, eerste en derde lid,
- j. 2.5.9,
- k. 2.5.10, voor zover het de overeenkomstige toepassing betreft van artikel 2.5.9,
- l. 6.1.3 tot en met 6.1.6,
- m. 6.2.1 tot en met 6.2.3,
- n. 6.3.1 tot en met 6.3.3,
- o. 6.4.2 en 6.4.4,
- p. 6a.1.2 en 6a.1.3,
- q. 11.1,
- r. 12.3.36,
- s. 12.3.37, tweede lid, en
- t. 12.3.48, derde lid.
- a. [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- b. [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- c. [1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- d. [2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- e. [2.1.3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- f. [2.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- g. [2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- h. [2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- i. [2.2.3, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- j. [2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.9&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- k. [2.5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=2&artikel=2.5.10&z=2004-08-01&g=2004-08-01), voor zover het de overeenkomstige toepassing betreft van [artikel 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.9&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- l. [6.1.3 tot en met 6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- m. [6.2.1 tot en met 6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- n. [6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- o. [6.3.1 tot en met 6.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- p. [6.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- q. [6a.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- r. [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11¶graaf=1&artikel=11.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- s. [12.3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.36&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- t. [12.3.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.37&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en
- u. [12.3.48, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.48&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 10.2. Intreden gevolgen van toekennen van rechten na sprongberoep
Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in [artikel 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=10&artikel=10.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), diploma-erkenning als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) of [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), externe legitimering als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in [artikel 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=10&artikel=10.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), diploma-erkenning als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) of [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), examinering als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
@@ -2116,7 +2128,7 @@
##### Artikel 11.2. Geldboete niet-gerechtigde aanduiding beroepsopleidingen
1. Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet gerechtigd zijn, verboden onderwijs aan te bieden of te verzorgen, dan wel externe legitimering te verzorgen, onder de naam van een in het Centraal register opgenomen beroepsopleiding.
1. Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet gerechtigd zijn, verboden onderwijs aan te bieden of te verzorgen, dan wel examinering te verzorgen, onder de naam van een in het Centraal register opgenomen beroepsopleiding.
2. Degene die in strijd handelt met het eerste lid, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
@@ -2124,465 +2136,1051 @@
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
## Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
##### Artikel 12.1.1. Intrekking regelingen
Met ingang van 1 januari 1996 worden ingetrokken:
- a. het Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994,
- b. het besluit van 21 februari 1994, houdende aanwijzing van Innovatie- en praktijkcentra op grond van artikel 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs (**Stb.** 1994, 191), en
- c. het Besluit bekostiging Innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.1.2. Afwijking van toepassing gebleven voorschriften
1. Indien dat voor een goede uitvoering van deze wet noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van de ingetrokken of vervallen wetten die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven.
2. Van de ingetrokken of vervallen voorschriften die bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling zijn vastgesteld en die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven, kan worden afgeweken bij algemene maatregel van bestuur respectievelijk ministeriële regeling.
## Titel 1. Inschrijving
##### Artikel 12.2.1. Diploma’s en certificaten
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 12.2.2. Handhaving voorschriften personeel
1. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.55 en 2.59 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs berusten ten aanzien van het personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 12.2.3. Voorziening vakinstelling met vo-school
De vakinstelling die op grond van [artikel 12.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2020-03-05&g=2004-08-01), zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van [artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=76v.1), aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2020-03-05&g=2004-08-01).
##### Artikel 12.2.4. Handhaving voorschriften huisvesting
Vervallen
##### Artikel 12.2.5. Handhaving inrichtings- en examenvoorschriften v.a.v.o.
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 12.2.6. Aanspraken gewezen personeel
Personeelsleden die op 1 januari 1996 niet in dienst zijn van een instelling in de zin van deze wet, een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en die voor die datum ten laste van het Rijk verbonden waren aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, een vormingsinstituut voor jeugdigen, een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool, of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waaruit de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voortkomt en die op dat tijdstip aan bij of krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften aanspraken, rechten en verplichtingen ontlenen of kunnen ontlenen, ontlenen of kunnen deze met ingang van 1 januari 1996 ontlenen aan [artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) onderscheidenlijk [artikel 4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 12.2.7. Garantieregeling onderwijsbevoegdheden
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
- a. degene die in het studiejaar 1995-1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen of aan een instelling voor basiseducatie,
- b. degene die in de periode van 1 augustus 1990 tot en met 31 juli 1995 gedurende ten minste 40 weken bevoegd onderwijs als bedoeld in onderdeel **a** heeft gegeven, en
- c. degene die
- 1°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen van de opleiding cultureel werk of de opleiding culturele en maatschappelijke vorming behorend tot het onderdeel gedrag en maatschappij van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, met de differentiatie basiseducatie, dat op grond van de artikelen 4 en 5 van het Uitvoeringsbesluit KVE 1991 zoals dat luidde op 31 juli 1995 zou hebben geleid tot een bevoegdheid voor het verzorgen van activiteiten basiseducatie, dan wel
- 2°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen binnen het hoger pedagogisch onderwijs met de differentiatie basiseducatie, en
- 3°. uiterlijk aan het begin van het studiejaar 1994-1995 is gestart met de differentiatie basiseducatie.
##### Artikel 12.2.8. Overgangsbepaling 10-jarig onbevoegden
Voor degenen ten aanzien van wie voor 1 januari 1996 [artikel 114**a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a), dan wel de artikelen F.25 of F.38 van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) in samenhang met [artikel 114 **a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a) is toegepast voor de voortzetting van een betrekking aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs of wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, kan het bevoegd gezag voor onbepaalde tijd afwijken van [artikel 4.2.1, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 12.2.9. Gevolgen invoering voor personeel
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de invoering van deze wet.
##### Artikel 12.2.10. Aanhangige beroepsprocedures
1. Op geschillen tussen personeel en bevoegd gezag van een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft van een andere school, van een vormingsinstituut voor jeugdigen, van een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven die ingevolge de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanhangig zijn gemaakt bij een commissie van beroep of bij de burgerlijke rechter, blijven de op die dag geldende regelingen van toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot geschillen tussen het bevoegd gezag en een deelnemer met betrekking tot examens.
##### Artikel 12.2.11. Handhaving aanwijzing v.a.v.o.-scholen op grond van W.V.O. zoals luidend op 31 december 1995
Vervallen
## Titel 1. Intrekking regelingen
##### Artikel 12.3.1. Invoeringsproces ROC-vorming
Vervallen
##### Artikel 12.3.2. Beëindiging bekostiging instellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.3. Omzetting, splitsing, verplaatsing
Vervallen
##### Artikel 12.3.4. Bestuursoverdracht tussen ROC en school, instelling of vormingsinstituut
Vervallen
##### Artikel 12.3.5. Voortzetting bekostiging vakinstellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.6. Voortzetting bekostiging instellingen van een bepaalde richting
Vervallen
##### Artikel 12.3.7. Voortzetting bekostiging instellingen met extra breedtegebrek
Vervallen
##### Artikel 12.3.8. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.9. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen verbonden aan hogescholen Haarlem en Tilburg
1. Ten aanzien van de beroepsopleidingen die een voortzetting vormen van de opleidingen voor deeltijds middelbaar beroepsonderwijs in de sector dienstverlening en gezondheidszorg, op 31 december 1995 op grond van artikel 3.11 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs verbonden aan de Hogeschool Haarlem en aan de Hogeschool Tilburg, behouden deze hogescholen aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde beroepsopleidingen. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.10. Aanvang bekostiging landelijke organen zoals geregeld in deze wet
Vervallen
##### Artikel 12.3.11. Aanvang bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
Vervallen
##### Artikel 12.3.12. Afbouw regionale ondersteuning
Vervallen
##### Artikel 12.3.13. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke ondersteuningsinstellingen KVE1991
Vervallen
##### Artikel 12.3.14. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke organisaties Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994
Vervallen
##### Artikel 12.3.15. Publikatie overzicht van instellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.16. Eerste vaststelling eindtermen beroepsopleidingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.17. Vaststelling eerste overzicht bekostigde beroepsopleidingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.18. Eerste vaststelling Centraal register
Vervallen
##### Artikel 12.3.19. Eerste vaststelling eindtermen educatie
Vervallen
##### Artikel 12.3.20. Eerste vaststelling criteria beoordeling praktijkplaatsen en eerste vaststelling overzicht van gunstig beoordeelde bedrijven en organisaties als bedoeld in artikel 7.2.10
Vervallen
##### Artikel 12.3.21. Invoering assistentopleidingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.22. Eerste onderwijs- en examenregeling
Vervallen
##### Artikel 12.3.23. Tijdelijke handhaving onderwijs en examens oude stijl
1. Tot 1 januari 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften met betrekking tot de scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, de instellingen voor basiseducatie en de opleidingen specifieke scholing.
2. Tot 1 augustus 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs, de opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en het vormingswerk voor jeugdigen, onderscheidenlijk de bij en krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het leerlingwezen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op het onderwijs, de deelnemers, de inschrijving en de examens.
4. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste en tweede lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.24. Afbouw onderwijs en examens oude stijl
1. Het bevoegd gezag stelt, voor zover van toepassing onverminderd de bevoegdheden van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven volgens de op 31 december 1995 geldende voorschriften, deelnemers:
- a. die op 31 december 1996 zijn ingeschreven volgens een beschikking op grond van de artikelen 15, derde lid, 21 of 24 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 zoals luidend op 31 december 1995, voor een opleiding basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of specifieke scholing, of
- b. die op 31 juli 1997 zijn ingeschreven voor een opleiding beroepsbegeleidend onderwijs, een opleiding middelbaar beroepsonderwijs, of een programma aan een vormingsinstituut voor jeugdigen, en
- c. die de onder **a** en **b** bedoelde opleiding onderscheidenlijk het onder **b** bedoelde programma nog niet hebben voltooid, in de gelegenheid hun opleiding onderscheidenlijk programma binnen een redelijke tijd te voltooien, overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften.
2. Deelnemers die een in het eerste lid bedoelde opleiding of een in dat lid bedoeld programma of een deel daarvan behorend bij een certificaateenheid dan wel betrekking hebbend op het praktijkgedeelte met goed gevolg voltooien, ontvangen een diploma, certificaat of praktijkgetuigschrift overeenkomstig het op 31 december 1995 geldende model.
3. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.25. Handhaving onderwijs van overgangsrecht SVM-wet en WCBO
1. Een opleiding als bedoeld in [artikel II, onderdeel B, zesde lid, onder a, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de in dat lid bedoelde school onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is opgegaan.
2. Artikel II, onderdeel M, van de Wet van 23 mei 1990 (**Stb.** 266) zoals luidend op 31 december 1995, vindt tot en met 31 juli 1997 overeenkomstige toepassing.
3. Een afdeling vooropleiding voor hoger beroepsonderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel R, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is opgegaan.
4. Een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel S, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) is opgegaan.
5. De artikelen F.16 tot en met F.19, F.33 tot en met F.36 en F.43 tot en met F.46 van artikel II van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) zoals luidend op 31 december 1995, vinden op overeenkomstige wijze tot en met 31 juli 1997 toepassing.
6. De [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-08-01&g=2004-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.26. Afbouw MEAO-examens door WEO-instellingen
Instellingen als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) die zijn vermeld in het Centraal register, op 31 juli 1997 zijn erkend op grond van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) en op 31 december 1995 opleidden voor het staatsexamen middelbaar economisch en administratief onderwijs, zijn ten behoeve van deelnemers die op 31 juli 1997 voor de desbetreffende opleiding zijn ingeschreven en die opleiding nog niet hebben voltooid, gerechtigd tot het afnemen van de examens van die opleidingen overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de artikelen 29 en 29**a** van de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften.
##### Artikel 12.3.27. Handhaving aanspraak op studiefinanciering i.v.m. afbouw beroepsbegeleidend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Ten aanzien van de deelnemer op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), a[rtikel 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [artikel 12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-08-01&g=2004-08-01) of [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-08-01&g=2004-08-01) van toepassing is en die op 31 juli 1997 aanspraak heeft op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele, zolang hij de opleiding waarop deze aanspraak betrekking heeft zonder onderbreking voortzet.
##### Artikel 12.3.28. Tijdelijke handhaving oude voorschriften
[Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) in verband met afbouw beroepsbegeleidend onderwijs, alsmede tijdelijke handhaving oude voorschriften [WSF](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955) i.v.m. beperking reikwijdte [WEO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821)
- 1. Ten aanzien van deelnemers op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), van toepassing is, blijft met betrekking tot de in dat lid bedoelde opleidingen voor zover daarop de Leerplichtwet 1969 zoals luidend op 31 december 1995 van toepassing is, het bepaalde bij of krachtens die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) genoemde wijzigingen van toepassing.
- 2. Indien een instelling als bedoeld in de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) cursisten die op 31 juli 1997 bij de instelling een cursus volgen waarover met ingang van 1 augustus 1997 de erkenning zich als gevolg van [artikel 12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2004-08-01&g=2004-08-01) niet langer uitstrekt en ten aanzien van deze cursus evenmin met ingang van 1 augustus 1997 aan deze instelling het in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde recht is toegekend dan wel dit recht wel is toegekend maar ten aanzien van deze cursus met ingang van 1 augustus 1997 niet langer aanspraak op studiefinanciering bestaat,, in de gelegenheid stelt die cursus binnen een redelijke tijd gerekend vanaf die datum te voltooien, en deze cursisten op 31 juli 1997 ten behoeve van die cursus aanspraak hebben op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele van deze cursisten, zolang zij de cursus waarop deze aanspraak betrekking heeft, zonder onderbreking voortzetten. De eerste volzin is van toepassing tot en met 31 juli 2000.
##### Artikel 12.3.29. Tijdelijke handhaving oude voorschriften [Wet op de onderwijsverzorging](onbekend) in verband met afbouw middelbaar beroepsonderwijs
Vervallen
##### Artikel 12.3.30. Instelling Commissie van beroep voor de examens en Commissie van beroep voor de externe examens
Vervallen
##### Artikel 12.3.31. Invoering aantallen extern te legitimeren deelkwalificaties
Vervallen
##### Artikel 12.3.32. Eerste toepassing inschrijvingsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.33. Tijdelijke handhaving mogelijkheid verstrekking middelen ten behoeve van studiekeuzevoorlichting
Vervallen
##### Artikel 12.3.34. Tijdelijke handhaving bepalingen Les- en cursusgeldwet voor oude opleidingen
Ten aanzien van deelnemers op wie de [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-08-01&g=2004-08-01) van toepassing zijn, blijven tot het tijdstip waarop deze deelnemers op grond van [artikel 12.3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-08-01&g=2004-08-01), juncto [artikel 12.3.25, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-08-01&g=2004-08-01), hun opleiding hebben kunnen voltooien, van toepassing de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=1), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=2), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=6) en [9 van de Les- en cursusgeldwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=9) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.6&z=2004-08-01&g=2004-08-01) opgenomen wijzigingen.
##### Artikel 12.3.35. Invoering rijksbijdrage educatie
Vervallen
##### Artikel 12.3.36. Handhaving bekostiging oude stijl
1. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-08-01&g=2004-08-01), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven.
2. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-08-01&g=2004-08-01), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-08-01&g=2004-08-01), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op deelnemers aan opleidingen en afdelingen als bedoeld in [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
3. Voor zover de in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) of [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde algemene berekeningswijze daarin kan voorzien, vindt de berekening in afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid plaats overeenkomstig deze algemene berekeningswijze, met inachtneming van het bedrag waarop het bevoegd gezag aanspraak zou hebben op grond van de berekening volgens de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde voorschriften.
4. Voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 juli 1997 heeft een instelling die een opleiding deeltijds middelbaar beroepsonderwijs verzorgt, voor die opleiding aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ter grootte van 7/12 van het bedrag dat de desbetreffende instelling over het kalenderjaar 1996 bij of krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs als bekostiging voor die opleiding heeft ontvangen.
5. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt:
- a. wat opleidingen basiseducatie en opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, jegens de gemeentebesturen, en, voor zover het huisvestingskosten betreft, jegens Onze Minister, en
- b. wat opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en opleidingen specifieke scholing betreft, jegens het Rijk en jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
##### Artikel 12.3.37. Bekostigingsniveau 1997 uitgangspunt tot 1 januari 2000
1. Voor de periode van 1 augustus 1997 tot en met 31 december 1997, voor het jaar 1998 en voor het jaar 1999 wordt de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs ten behoeve van een instelling, in afwijking van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), telkens vastgesteld op de hoogte of op het overeenkomstige gedeelte van de hoogte van de rijksbijdrage waarop die instelling overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanspraak zou hebben voor het jaar 1997.
2. De voor de in het eerste lid bedoelde periode en jaren vastgestelde rijksbijdrage kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften worden verhoogd of verlaagd in verband met:
- a. de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen,
- b. wijziging van het aantal deelnemers, en
- c. maatregelen van overgangsrechtelijke of invoeringsrechtelijke aard die zijn getroffen bij of krachtens deze wet of die verband houden met de in [artikel 12.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1&artikel=12.1.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01) bedoelde wetten en voorschriften.
##### Artikel 12.3.38. Tijdelijke handhaving bekostiging Innovatie- en praktijkcentra
Vervallen
##### Artikel 12.3.39. Tijdelijke handhaving bekostigingsvoorschriften oude stijl landelijke organen
Vervallen
##### Artikel 12.3.40. Invoering bekostiging nieuwe stijl; afbouw bekostiging oude stijl
Vervallen
##### Artikel 12.3.41. Eerste beschikbaarheid en beschikbaarstelling geordende informatie
Vervallen
##### Artikel 12.3.42. Invoering verslaglegging kwaliteitszorg
Vervallen
##### Artikel 12.3.43. Nadere voorschriften overgang en invoering bekostiging
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de [artikelen 12.3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.36&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [12.3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.37&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
##### Artikel 12.3.44. Financiële afwikkeling
De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 blijven van toepassing ten aanzien van bedragen waarop de instellingen, de agrarische innovatie- en praktijkcentra en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor 1 januari 1996 ingevolge de bedoelde voorschriften aanspraak hebben, maar die nog niet zijn vastgesteld of uitbetaald.
##### Artikel 12.3.45. Overeenkomstige toepassing Wet medezeggenschap onderwijs 1992
Vervallen
##### Artikel 12.3.46. Invoering vaststelling bestuursreglement instellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.47. Arbeidsvoorzieningswet
Vervallen
##### Artikel 12.3.48. Tijdelijke regeling; gevolgen invoering wet
1. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld of kunnen regels worden vastgesteld ten aanzien van onderwerpen waarvan deze wet bepaalt dat zij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden onderscheidenlijk kunnen worden geregeld. De in de eerste volzin bedoelde regels vervallen met ingang van het tijdstip waarop de desbetreffende algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip waarop de bepaling waarop de algemene maatregel van bestuur berust, in werking is getreden.
2. Voor zover deze wet daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij en krachtens deze wet bepaalde, worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet.
3. Onze Minister kan, al dan niet op aanvraag van het bevoegd gezag, volgens bij ministeriële regeling te geven regels, de met inachtneming van hoofdstuk 12 vastgestelde vergoedingen aanvullen met een bedrag ten behoeve van de goede gang van het onderwijs.
##### Artikel 12.3.49. Afschaffing adviesverplichtingen
Bevat wijzigingen in deze regelgeving.
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.4.1. Leerplichtwet 1969
Vervallen
##### Artikel 12.4.2
Vervallen
##### Artikel 12.4.3. Wet op de studiefinanciering
Vervallen
##### Artikel 12.4.4
Vervallen
##### Artikel 12.4.5
Vervallen
##### Artikel 12.4.6
Vervallen
##### Artikel 12.4.7
Vervallen
##### Artikel 12.4.8
Vervallen
##### Artikel 12.4.9. Wet op de erkende onderwijsinstellingen
Vervallen
##### Artikel 12.4.10. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Vervallen
##### Artikel 12.4.11
Vervallen
##### Artikel 12.4.12
Vervallen
##### Artikel 12.4.13
Vervallen
##### Artikel 12.4.14
Vervallen
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.5.1. Evaluatie
Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
##### Artikel 12.5.2. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2004-08-01&g=2004-08-01), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2004-08-01&g=2004-08-01), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [12.4.10, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2004-08-01&g=2004-08-01), die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de [artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en [12.4.10, met uitzondering van onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2004-08-01&g=2004-08-01), die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
##### Artikel 12.5.3. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6.1.5a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
##### Artikel 6.2.3a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 3. De exameninstellingen
##### Artikel 6.3.3a. Maatregelen
Vervallen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 3. De exameninstellingen
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
#### § 1. Reikwijdte
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
##### Artikel 12.1.1. Intrekking regelingen
Met ingang van 1 januari 1996 worden ingetrokken:
- a. het Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994,
- b. het besluit van 21 februari 1994, houdende aanwijzing van Innovatie- en praktijkcentra op grond van artikel 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs (**Stb.** 1994, 191), en
- c. het Besluit bekostiging Innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.1.2. Afwijking van toepassing gebleven voorschriften
1. Indien dat voor een goede uitvoering van deze wet noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van de ingetrokken of vervallen wetten die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven.
2. Van de ingetrokken of vervallen voorschriften die bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling zijn vastgesteld en die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven, kan worden afgeweken bij algemene maatregel van bestuur respectievelijk ministeriële regeling.
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 2. De landelijke organen
##### Artikel 12.2.1. Diploma’s en certificaten
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
##### Artikel 12.2.2. Handhaving voorschriften personeel
1. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.55 en 2.59 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs berusten ten aanzien van het personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
##### Artikel 12.2.3. Voorziening vakinstelling met vo-school
De vakinstelling die op grond van [artikel 12.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2020-03-05&g=2004-07-02), zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van [artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=76v.1), aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
##### Artikel 12.2.4. Handhaving voorschriften huisvesting
Vervallen
##### Artikel 12.2.5. Handhaving inrichtings- en examenvoorschriften v.a.v.o.
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
##### Artikel 12.2.6. Aanspraken gewezen personeel
Personeelsleden die op 1 januari 1996 niet in dienst zijn van een instelling in de zin van deze wet, een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en die voor die datum ten laste van het Rijk verbonden waren aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, een vormingsinstituut voor jeugdigen, een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool, of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waaruit de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voortkomt en die op dat tijdstip aan bij of krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften aanspraken, rechten en verplichtingen ontlenen of kunnen ontlenen, ontlenen of kunnen deze met ingang van 1 januari 1996 ontlenen aan [artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) onderscheidenlijk [artikel 4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
##### Artikel 12.2.7. Garantieregeling onderwijsbevoegdheden
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
- a. degene die in het studiejaar 1995-1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen of aan een instelling voor basiseducatie,
- b. degene die in de periode van 1 augustus 1990 tot en met 31 juli 1995 gedurende ten minste 40 weken bevoegd onderwijs als bedoeld in onderdeel **a** heeft gegeven, en
- c. degene die
- 1°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen van de opleiding cultureel werk of de opleiding culturele en maatschappelijke vorming behorend tot het onderdeel gedrag en maatschappij van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, met de differentiatie basiseducatie, dat op grond van de artikelen 4 en 5 van het Uitvoeringsbesluit KVE 1991 zoals dat luidde op 31 juli 1995 zou hebben geleid tot een bevoegdheid voor het verzorgen van activiteiten basiseducatie, dan wel
- 2°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen binnen het hoger pedagogisch onderwijs met de differentiatie basiseducatie, en
- 3°. uiterlijk aan het begin van het studiejaar 1994-1995 is gestart met de differentiatie basiseducatie.
##### Artikel 12.2.8. Overgangsbepaling 10-jarig onbevoegden
Voor degenen ten aanzien van wie voor 1 januari 1996 [artikel 114**a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a), dan wel de artikelen F.25 of F.38 van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) in samenhang met [artikel 114 **a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a) is toegepast voor de voortzetting van een betrekking aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs of wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, kan het bevoegd gezag voor onbepaalde tijd afwijken van [artikel 4.2.1, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
##### Artikel 12.2.9. Gevolgen invoering voor personeel
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de invoering van deze wet.
##### Artikel 12.2.10. Aanhangige beroepsprocedures
1. Op geschillen tussen personeel en bevoegd gezag van een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft van een andere school, van een vormingsinstituut voor jeugdigen, van een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven die ingevolge de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanhangig zijn gemaakt bij een commissie van beroep of bij de burgerlijke rechter, blijven de op die dag geldende regelingen van toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot geschillen tussen het bevoegd gezag en een deelnemer met betrekking tot examens.
##### Artikel 12.2.11. Handhaving aanwijzing v.a.v.o.-scholen op grond van W.V.O. zoals luidend op 31 december 1995
Vervallen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.3.6a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.3.6b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6d. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 4. Bekostiging van landelijke organen
#### § 1. Bekostiging
#### § 2
## Titel 5. Begroting en verslaglegging
#### § 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra
##### Artikel 2.5.5a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
7. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.5.5b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5d. Toegang minister tot basisregister onderwijs
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5e. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 2. Landelijke organen
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
### Hoofdstuk 3. Overleg
## Titel 1. Overleg Minister
## Titel 1. Overleg Minister
## Titel 3. Overleg landelijke organen
### Hoofdstuk 4. Personeel
## Titel 3. Overleg kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
#### § 1. Formatie; rechtspositie
#### § 2. Commissie van beroep
## Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
## Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
## Titel 3. De exameninstellingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 1. Reikwijdte
#### § 1. Reikwijdte
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
##### Artikel 8.1.1a. Te verstrekken gegevens bij inschrijving
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
3. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan de Informatie Beheer Groep de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats.
4. De Informatie Beheer Groep verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het sociaal-fiscaalnummer van de deelnemer, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de deelnemer. Het onderwijsnummer is een door de Informatie Beheer Groep uitgegeven en aan de deelnemer toegekend persoonsgebonden nummer.
5. Het bevoegd gezag neemt de in het eerste lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
6. Indien aan een deelnemer een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn sociaal-fiscaalnummer, neemt het bevoegd gezag dit sociaal-fiscaalnummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan de Informatie Beheer Groep onder opgave van het sociaal-fiscaalnummer en het onderwijsnummer van de deelnemer.
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
##### Artikel 12.3.1. Invoeringsproces ROC-vorming
Vervallen
##### Artikel 12.3.2. Beëindiging bekostiging instellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.3. Omzetting, splitsing, verplaatsing
Vervallen
##### Artikel 12.3.4. Bestuursoverdracht tussen ROC en school, instelling of vormingsinstituut
Vervallen
##### Artikel 12.3.5. Voortzetting bekostiging vakinstellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.6. Voortzetting bekostiging instellingen van een bepaalde richting
Vervallen
##### Artikel 12.3.7. Voortzetting bekostiging instellingen met extra breedtegebrek
Vervallen
##### Artikel 12.3.8. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.9. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen verbonden aan hogescholen Haarlem en Tilburg
1. Ten aanzien van de beroepsopleidingen die een voortzetting vormen van de opleidingen voor deeltijds middelbaar beroepsonderwijs in de sector dienstverlening en gezondheidszorg, op 31 december 1995 op grond van artikel 3.11 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs verbonden aan de Hogeschool Haarlem en aan de Hogeschool Tilburg, behouden deze hogescholen aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde beroepsopleidingen. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.10. Aanvang bekostiging landelijke organen zoals geregeld in deze wet
Vervallen
##### Artikel 12.3.11. Aanvang bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
Vervallen
##### Artikel 12.3.12. Afbouw regionale ondersteuning
Vervallen
##### Artikel 12.3.13. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke ondersteuningsinstellingen KVE1991
Vervallen
##### Artikel 12.3.14. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke organisaties Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994
Vervallen
##### Artikel 12.3.15. Publikatie overzicht van instellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.16. Eerste vaststelling eindtermen beroepsopleidingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.17. Vaststelling eerste overzicht bekostigde beroepsopleidingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.18. Eerste vaststelling Centraal register
Vervallen
##### Artikel 12.3.19. Eerste vaststelling eindtermen educatie
Vervallen
##### Artikel 12.3.20. Eerste vaststelling criteria beoordeling praktijkplaatsen en eerste vaststelling overzicht van gunstig beoordeelde bedrijven en organisaties als bedoeld in artikel 7.2.10
Vervallen
##### Artikel 12.3.21. Invoering assistentopleidingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.22. Eerste onderwijs- en examenregeling
Vervallen
##### Artikel 12.3.23. Tijdelijke handhaving onderwijs en examens oude stijl
1. Tot 1 januari 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften met betrekking tot de scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, de instellingen voor basiseducatie en de opleidingen specifieke scholing.
2. Tot 1 augustus 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs, de opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en het vormingswerk voor jeugdigen, onderscheidenlijk de bij en krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het leerlingwezen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op het onderwijs, de deelnemers, de inschrijving en de examens.
4. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste en tweede lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.24. Afbouw onderwijs en examens oude stijl
1. Het bevoegd gezag stelt, voor zover van toepassing onverminderd de bevoegdheden van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven volgens de op 31 december 1995 geldende voorschriften, deelnemers:
- a. die op 31 december 1996 zijn ingeschreven volgens een beschikking op grond van de artikelen 15, derde lid, 21 of 24 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 zoals luidend op 31 december 1995, voor een opleiding basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of specifieke scholing, of
- b. die op 31 juli 1997 zijn ingeschreven voor een opleiding beroepsbegeleidend onderwijs, een opleiding middelbaar beroepsonderwijs, of een programma aan een vormingsinstituut voor jeugdigen, en
- c. die de onder **a** en **b** bedoelde opleiding onderscheidenlijk het onder **b** bedoelde programma nog niet hebben voltooid, in de gelegenheid hun opleiding onderscheidenlijk programma binnen een redelijke tijd te voltooien, overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften.
2. Deelnemers die een in het eerste lid bedoelde opleiding of een in dat lid bedoeld programma of een deel daarvan behorend bij een certificaateenheid dan wel betrekking hebbend op het praktijkgedeelte met goed gevolg voltooien, ontvangen een diploma, certificaat of praktijkgetuigschrift overeenkomstig het op 31 december 1995 geldende model.
3. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.25. Handhaving onderwijs van overgangsrecht SVM-wet en WCBO
1. Een opleiding als bedoeld in [artikel II, onderdeel B, zesde lid, onder a, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de in dat lid bedoelde school onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is opgegaan.
2. Artikel II, onderdeel M, van de Wet van 23 mei 1990 (**Stb.** 266) zoals luidend op 31 december 1995, vindt tot en met 31 juli 1997 overeenkomstige toepassing.
3. Een afdeling vooropleiding voor hoger beroepsonderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel R, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is opgegaan.
4. Een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel S, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) is opgegaan.
5. De artikelen F.16 tot en met F.19, F.33 tot en met F.36 en F.43 tot en met F.46 van artikel II van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) zoals luidend op 31 december 1995, vinden op overeenkomstige wijze tot en met 31 juli 1997 toepassing.
6. De [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2020-03-05&g=2004-07-02) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.26. Afbouw MEAO-examens door WEO-instellingen
Instellingen als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) die zijn vermeld in het Centraal register, op 31 juli 1997 zijn erkend op grond van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) en op 31 december 1995 opleidden voor het staatsexamen middelbaar economisch en administratief onderwijs, zijn ten behoeve van deelnemers die op 31 juli 1997 voor de desbetreffende opleiding zijn ingeschreven en die opleiding nog niet hebben voltooid, gerechtigd tot het afnemen van de examens van die opleidingen overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de artikelen 29 en 29**a** van de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften.
##### Artikel 12.3.27. Handhaving aanspraak op studiefinanciering i.v.m. afbouw beroepsbegeleidend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Ten aanzien van de deelnemer op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), a[rtikel 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [artikel 12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2020-03-05&g=2004-07-02) of [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2020-03-05&g=2004-07-02) van toepassing is en die op 31 juli 1997 aanspraak heeft op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele, zolang hij de opleiding waarop deze aanspraak betrekking heeft zonder onderbreking voortzet.
##### Artikel 12.3.28. Tijdelijke handhaving oude voorschriften
[Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) in verband met afbouw beroepsbegeleidend onderwijs, alsmede tijdelijke handhaving oude voorschriften [WSF](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955) i.v.m. beperking reikwijdte [WEO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821)
- 1. Ten aanzien van deelnemers op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), van toepassing is, blijft met betrekking tot de in dat lid bedoelde opleidingen voor zover daarop de Leerplichtwet 1969 zoals luidend op 31 december 1995 van toepassing is, het bepaalde bij of krachtens die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) genoemde wijzigingen van toepassing.
- 2. Indien een instelling als bedoeld in de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) cursisten die op 31 juli 1997 bij de instelling een cursus volgen waarover met ingang van 1 augustus 1997 de erkenning zich als gevolg van [artikel 12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2020-03-05&g=2004-07-02) niet langer uitstrekt en ten aanzien van deze cursus evenmin met ingang van 1 augustus 1997 aan deze instelling het in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde recht is toegekend dan wel dit recht wel is toegekend maar ten aanzien van deze cursus met ingang van 1 augustus 1997 niet langer aanspraak op studiefinanciering bestaat,, in de gelegenheid stelt die cursus binnen een redelijke tijd gerekend vanaf die datum te voltooien, en deze cursisten op 31 juli 1997 ten behoeve van die cursus aanspraak hebben op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele van deze cursisten, zolang zij de cursus waarop deze aanspraak betrekking heeft, zonder onderbreking voortzetten. De eerste volzin is van toepassing tot en met 31 juli 2000.
##### Artikel 12.3.29. Tijdelijke handhaving oude voorschriften [Wet op de onderwijsverzorging](onbekend) in verband met afbouw middelbaar beroepsonderwijs
Vervallen
##### Artikel 12.3.30. Instelling Commissie van beroep voor de examens en Commissie van beroep voor de externe examens
Vervallen
##### Artikel 12.3.31. Invoering aantallen extern te legitimeren deelkwalificaties
Vervallen
##### Artikel 12.3.32. Eerste toepassing inschrijvingsbepalingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.33. Tijdelijke handhaving mogelijkheid verstrekking middelen ten behoeve van studiekeuzevoorlichting
Vervallen
##### Artikel 12.3.34. Tijdelijke handhaving bepalingen Les- en cursusgeldwet voor oude opleidingen
Ten aanzien van deelnemers op wie de [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2020-03-05&g=2004-07-02) van toepassing zijn, blijven tot het tijdstip waarop deze deelnemers op grond van [artikel 12.3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2020-03-05&g=2004-07-02), juncto [artikel 12.3.25, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2020-03-05&g=2004-07-02), hun opleiding hebben kunnen voltooien, van toepassing de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=1), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=2), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=6) en [9 van de Les- en cursusgeldwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=9) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.6&z=2020-03-05&g=2004-07-02) opgenomen wijzigingen.
##### Artikel 12.3.35. Invoering rijksbijdrage educatie
Vervallen
##### Artikel 12.3.36. Handhaving bekostiging oude stijl
1. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2020-03-05&g=2004-07-02), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven.
2. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2020-03-05&g=2004-07-02), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2020-03-05&g=2004-07-02), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op deelnemers aan opleidingen en afdelingen als bedoeld in [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
3. Voor zover de in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) of [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde algemene berekeningswijze daarin kan voorzien, vindt de berekening in afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid plaats overeenkomstig deze algemene berekeningswijze, met inachtneming van het bedrag waarop het bevoegd gezag aanspraak zou hebben op grond van de berekening volgens de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde voorschriften.
4. Voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 juli 1997 heeft een instelling die een opleiding deeltijds middelbaar beroepsonderwijs verzorgt, voor die opleiding aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ter grootte van 7/12 van het bedrag dat de desbetreffende instelling over het kalenderjaar 1996 bij of krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs als bekostiging voor die opleiding heeft ontvangen.
5. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt:
- a. wat opleidingen basiseducatie en opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, jegens de gemeentebesturen, en, voor zover het huisvestingskosten betreft, jegens Onze Minister, en
- b. wat opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en opleidingen specifieke scholing betreft, jegens het Rijk en jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
##### Artikel 12.3.37. Bekostigingsniveau 1997 uitgangspunt tot 1 januari 2000
1. Voor de periode van 1 augustus 1997 tot en met 31 december 1997, voor het jaar 1998 en voor het jaar 1999 wordt de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs ten behoeve van een instelling, in afwijking van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), telkens vastgesteld op de hoogte of op het overeenkomstige gedeelte van de hoogte van de rijksbijdrage waarop die instelling overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanspraak zou hebben voor het jaar 1997.
2. De voor de in het eerste lid bedoelde periode en jaren vastgestelde rijksbijdrage kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften worden verhoogd of verlaagd in verband met:
- a. de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen,
- b. wijziging van het aantal deelnemers, en
- c. maatregelen van overgangsrechtelijke of invoeringsrechtelijke aard die zijn getroffen bij of krachtens deze wet of die verband houden met de in [artikel 12.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1&artikel=12.1.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02) bedoelde wetten en voorschriften.
##### Artikel 12.3.38. Tijdelijke handhaving bekostiging Innovatie- en praktijkcentra
Vervallen
##### Artikel 12.3.39. Tijdelijke handhaving bekostigingsvoorschriften oude stijl landelijke organen
Vervallen
##### Artikel 12.3.40. Invoering bekostiging nieuwe stijl; afbouw bekostiging oude stijl
Vervallen
##### Artikel 12.3.41. Eerste beschikbaarheid en beschikbaarstelling geordende informatie
Vervallen
##### Artikel 12.3.42. Invoering verslaglegging kwaliteitszorg
Vervallen
##### Artikel 12.3.43. Nadere voorschriften overgang en invoering bekostiging
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de [artikelen 12.3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.36&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [12.3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.37&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
##### Artikel 12.3.44. Financiële afwikkeling
De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 blijven van toepassing ten aanzien van bedragen waarop de instellingen, de agrarische innovatie- en praktijkcentra en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor 1 januari 1996 ingevolge de bedoelde voorschriften aanspraak hebben, maar die nog niet zijn vastgesteld of uitbetaald.
##### Artikel 12.3.45. Overeenkomstige toepassing Wet medezeggenschap onderwijs 1992
Vervallen
##### Artikel 12.3.46. Invoering vaststelling bestuursreglement instellingen
Vervallen
##### Artikel 12.3.47. Arbeidsvoorzieningswet
Vervallen
##### Artikel 12.3.48. Tijdelijke regeling; gevolgen invoering wet
1. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld of kunnen regels worden vastgesteld ten aanzien van onderwerpen waarvan deze wet bepaalt dat zij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden onderscheidenlijk kunnen worden geregeld. De in de eerste volzin bedoelde regels vervallen met ingang van het tijdstip waarop de desbetreffende algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip waarop de bepaling waarop de algemene maatregel van bestuur berust, in werking is getreden.
2. Voor zover deze wet daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij en krachtens deze wet bepaalde, worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet.
3. Onze Minister kan, al dan niet op aanvraag van het bevoegd gezag, volgens bij ministeriële regeling te geven regels, de met inachtneming van hoofdstuk 12 vastgestelde vergoedingen aanvullen met een bedrag ten behoeve van de goede gang van het onderwijs.
##### Artikel 12.3.49. Afschaffing adviesverplichtingen
Bevat wijzigingen in deze regelgeving.
## Titel 2. De landelijke organen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.4.1. Leerplichtwet 1969
Vervallen
##### Artikel 12.4.2
Vervallen
##### Artikel 12.4.3. Wet op de studiefinanciering
Vervallen
##### Artikel 12.4.4
Vervallen
##### Artikel 12.4.5
Vervallen
##### Artikel 12.4.6
Vervallen
##### Artikel 12.4.7
Vervallen
##### Artikel 12.4.8
Vervallen
##### Artikel 12.4.9. Wet op de erkende onderwijsinstellingen
Vervallen
##### Artikel 12.4.10. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Vervallen
##### Artikel 12.4.11
Vervallen
##### Artikel 12.4.12
Vervallen
##### Artikel 12.4.13
Vervallen
##### Artikel 12.4.14
Vervallen
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.2.2. Nadere vooropleidingseisen
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen, de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en de commissies onderwijs-bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), worden bij ministeriële regeling aangewezen de sectoren, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers, dan wel kan worden bepaald dat de regeling niet van toepassing is op groepen van deelnemers.
## Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.4.1. Samenwerkingsovereenkomst leer-werktrajecten vmbo
1. Leer-werktrajecten als bedoeld in [artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b1) worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) en het bevoegd gezag van een instelling.
2. Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan [artikel 10b7 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b7).
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.5.1. Evaluatie
Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
##### Artikel 12.5.2. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2020-03-05&g=2004-07-02), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2020-03-05&g=2004-07-02), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en [12.4.10, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2020-03-05&g=2004-07-02), die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de [artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), [12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2020-03-05&g=2004-07-02) en [12.4.10, met uitzondering van onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2020-03-05&g=2004-07-02), die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
##### Artikel 12.5.3. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6.1.5a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2020-03-05&g=2004-07-02), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
##### Artikel 6.1.5b. Ontneming recht op examinering instellingen; waarschuwing
1. Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4. Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. Artikel 1.6.1 is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.2.3b. Ontneming recht op examinering niet uit 's Rijks kas bekostigde instellingen; waarschuwing
1. Onze Minister kan aan een niet uit 's Rijks kas bekostigde instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4. Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. Artikel 1.6.1 is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 3. De exameninstellingen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
##### Artikel 7.4.4a. Examinering door andere instellingen of exameninstellingen
1. Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) of [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben.
2. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 6.1.5b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5b&z=2004-08-01&g=2004-08-01), [6.2.3b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2004-08-01&g=2004-08-01), dan wel [6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-08-01&g=2004-08-01), is het bevoegd gezag voor die beroepsopleiding gehouden toepassing te geven aan het eerste lid.
##### Artikel 7.4.8a. Examenregeling exameninstelling
1. Het bevoegd gezag van een exameninstelling stelt voor elke opleiding waarvoor door de instelling examens mogen worden afgenomen een examenregeling vast.
2. De examenregeling wordt vastgesteld voor 15 april voorafgaand aan het studiejaar. Bij het vaststellen wordt artikel 7.4.8, eerste lid, onder d, alsmede onder g tot en met n, in acht genomen.
3. Artikel 7.4.8, tweede lid, en artikel 7.4.9 zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 2. Vooropleidingseisen
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 1.3.2a. Vakinstellingen
1. Aan vakinstellingen worden beroepsopleidingen verzorgd die naar hun aard en onderlinge samenhang aantoonbaar gericht zijn op en van belang zijn voor een specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken.
2. Artikel 1.3.1, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Taken
#### § 3. Kwaliteitszorg
#### § 4. Overige voorschriften
## Titel 4. Niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen werkzaam op het gebied van het beroepsonderwijs
## Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
## Titel 5. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## Titel 6. De exameninstellingen
## Titel 7. Contractactiviteiten
### Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
## Titel 1. Planning
## Titel 2. Bekostiging beroepsonderwijs
#### § 1. Bekostiging
#### § 2
#### § 3. Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
## Titel 3. Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie en de huisvesting van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
## Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
#### § 1. Bekostiging
##### Artikel 2.4.3. Aanvullende middelen
Indien bijzondere ontwikkelingen in het beroepsonderwijs daartoe aanleiding geven, kan volgens bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden aan de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor een bij die regeling te bepalen periode een aanvullende rijksbijdrage worden toegekend.
#### § 2
## Titel 5. Begroting en verslaglegging
#### § 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra
##### Artikel 2.5.7a. Controleprotocol
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de controle van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen.
#### § 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
### Hoofdstuk 3. Overleg
## Titel 2. Overleg instellingen
### Hoofdstuk 4. Personeel
## Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Formatie; rechtspositie
#### § 2. Commissie van beroep
## Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
##### Artikel 6.1.3a. Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijsaanbod van vakinstellingen
1. Indien een beroepsopleiding die een vakinstelling voornemens is te verzorgen, niet behoort tot het werkgebied van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven dat werkzaam is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de vakinstelling opleidingen verzorgt, onthoudt Onze Minister ten aanzien van die beroepsopleiding de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, indien de vakinstelling naar het oordeel van Onze Minister, gehoord de commissie, bedoeld in artikel 6.1.2, niet heeft aangetoond dat:
- a. de verzorging van die beroepsopleiding, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs en de behoefte aan afgestudeerden, doelmatig is, en
- b. die beroepsopleiding gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de vakinstelling opleidingen verzorgt.
2. Onze Minister kan beleidsregels vaststellen op grond waarvan hij beoordeelt of de vakinstelling genoegzaam heeft aangetoond dat is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Artikel 6.1.3, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
## Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4.2.3. Bekwaamheidseisen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.2.3a. Bekwaamheidsdossier
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.2.4. Geschiktheidsverklaring zij-instroom in het beroep van docent
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.2.5. Uitvoering pedagogisch-didactische scholing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
## Titel 3. Personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
##### Artikel 6.2.3a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 3. De exameninstellingen
##### Artikel 6.3.3a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.3.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 3. De exameninstellingen
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 1. Reikwijdte
@@ -2592,215 +3190,231 @@
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
##### Artikel 7.7.1. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
1. Het bevoegd gezag van een instelling is verplicht, studenten die zijn ingeschreven voor een opleiding voor het beroep van leraar waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, of die anderszins studeren voor een bewijs van voldoende pedagogische bekwaamheid, en die in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs, gelegenheid te bieden de als onderdeel van hun opleiding vereiste ervaring in de instelling te verkrijgen.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting omvat 5% van het in het desbetreffende studiejaar door de instelling in totaal te verzorgen beroepsonderwijs en educatie. Het bevoegd gezag kan een hoger percentage vaststellen mits dat in overeenstemming is met de goede gang van zaken binnen de instelling.
3. Het bevoegd gezag kan een student de verdere toegang tot de instelling ontzeggen, indien deze in de instelling in strijd handelt met de grondslag en doelstellingen van de instelling. Van een besluit tot ontzegging van de toegang tot de instelling wordt mededeling gedaan door toezending of uitreiking van een afschrift aan het bevoegd gezag van de betrokken opleidingsinstelling dan wel aan de betrokken staatsexamencommissie, en aan de inspectie. Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school een student de toegang weigert, maakt het dit besluit, schriftelijk en met redenen omkleed, bekend door toezending of uitreiking aan de student, onverminderd het bepaalde in de vorige volzin.
4. Het bevoegd gezag van de instelling regelt de werkzaamheden in verband met de begeleiding door de leraren van de studenten in de instelling in overeenstemming met de leraren, alsmede in overeenstemming met de betrokken opleidingsinstellingen, dan wel, indien het betreft studenten die zich voorbereiden op het afleggen van een staatsexamen ter verkrijging van een bewijs van bekwaamheid of een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding, in overeenstemming met de betrokken staatsexamencommissie.
5. Onze Minister kan het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden gehele of gedeeltelijke ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verplichting verlenen. De ontheffing geldt voor een studiejaar.
6. De instellingen waarbij studenten als bedoeld in het eerste lid zijn toegelaten, zijn toegankelijk voor de inspectie, belast met het toezicht op de opleidingsinstellingen, voor de directieleden en de door deze aan te wijzen docenten van die opleidingsinstellingen, alsmede voor de leden van de betrokken staatsexamencommissies, een en ander voor zover dat voor de uitoefening van het toezicht op de praktische vorming onderscheidenlijk de begeleiding van de praktische vorming van de in de instelling aanwezige studenten noodzakelijk is.
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Sancties
#### Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
#### Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
##### Artikel 11.3. Opschorten rijksbijdrage educatie
1. Indien de gemeente de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6, dan wel de verantwoording, bedoeld in artikel 2.5.9a, eerste lid, binnen de bij of krachtens die artikelen vastgestelde termijnen niet of niet volledig heeft verstrekt, kan Onze Minister besluiten de betaling van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk op te schorten.
2. Onze Minister kan de rijksbijdrage wederom toekennen indien hem blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste lid is vervallen.
##### Artikel 11.4. Terugvordering rijksbijdrage educatie
1. Onze Minister kan de rijksbijdrage per gemeente, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, binnen een periode van vijf jaren na de vaststelling op de volgende gronden intrekken of ten nadele van de gemeente wijzigen:
- a. handelen in strijd met wettelijke voorschriften dan wel met aan de rijksbijdrage op grond van wettelijke regels verbonden verplichtingen of voorwaarden;
- b. handelen in strijd met het controleprotocol, bedoeld in artikel 2.5.9a, tweede lid, of met de doelstelling van de educatie, bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;
- c. indien de vaststelling van de rijksbijdrage onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten.
2. Onze Minister kan een uit het eerste lid volgende vordering op een gemeente verrekenen met de betaling aan die gemeente, voortvloeiend uit een in een later jaar toegekende rijksbijdrage.
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.4.9a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen: instelling en taken
1. Onze Minister wijst een rechtspersoon aan die tot taak heeft:
- a. het ontwikkelen van voorstellen voor de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01);
- b. het ingevolge [artikel 7.4.9g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1b&artikel=7.4.9g&z=2004-08-01&g=2004-08-01) verrichten van onderzoek naar de kwaliteit van de examinering van beroepsopleidingen door instellingen en exameninstellingen aan de hand van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01).
2. De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen.
3. Alvorens standaarden of een wijziging daarvan voor te stellen, voert het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en van het bedrijfsleven en andere betrokkenen.
4. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verricht het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, op zodanige wijze dat instellingen niet meer worden belast dan voor een zorgvuldig onderzoek noodzakelijk is.
##### Artikel 7.4.9b. Samenstelling en statuten van Kwaliteitscentrum
1. Onze Minister benoemt de bestuurders van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voor ten hoogste vijf jaar, gehoord de vertegenwoordigers van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en van de kenniscentra beroepsopleidingen bedrijfsleven.
2. De statuten van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen of een wijziging van die statuten behoeven de instemming van Onze Minister.
3. Onze Minister kan bij een aanwijzing als bedoeld in [artikel 7.4.9a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1a&artikel=7.4.9a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), de termijn vaststellen waarbinnen voor de eerste keer bestuurders worden voorgedragen of de statuten worden voorgelegd.
##### Artikel 7.4.9c. Taakverwaarlozing
1. Onze Minister is bevoegd tot het treffen van noodzakelijke voorzieningen, waaronder het intrekken van de aanwijzing, bedoeld in [artikel 7.4.9a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1a&artikel=7.4.9a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), indien het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen naar het oordeel van Onze Minister zijn taken ernstig verwaarloost.
2. De voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, worden niet eerder getroffen dan nadat het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog zijn taken naar behoren uit te voeren.
##### Artikel 7.4.9d. Nadere regelgeving
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent taak, samenstelling van het bestuur en werkwijze van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld op grond waarvan Onze Minister subsidie kan verstrekken aan het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voor de op grond van [artikel 7.4.9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1a&artikel=7.4.9a&z=2004-08-01&g=2004-08-01) uit te voeren taken. Bij deze algemene maatregel van bestuur kan voor een subsidie als bedoeld in de eerste volzin een subsidieplafond worden vastgesteld.
##### Artikel 7.4.9e. Jaarverslag; jaarwerkplan; verslag examens
1. Het bestuur van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen richt een stelsel van kwaliteitszorg in en draagt er zorg voor dat wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de taakuitoefening, met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen.
2. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag aan Onze Minister. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen maakt in het jaarverslag de uitkomsten van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, en het voorgenomen beleid in het licht van die uitkomsten bekend.
3. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt jaarlijks voor 1 oktober een jaarwerkplan voor het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister.
4. Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van het jaarverslag en het jaarwerkplan.
5. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt jaarlijks voor 1 november een verslag op over zijn bevindingen over de examens van beroepsopleidingen in het voorafgaande studiejaar.
##### Artikel 7.4.9f. Begroting; jaarrekening
1. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister de begroting voor het daaropvolgende jaar.
2. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen brengt jaarlijks voor 1 juli een jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar uit, die vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in [artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt de stukken, bedoeld in de eerste volzin, algemeen verkrijgbaar.
3. Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van de begroting, de jaarrekening en aandachtspunten voor de accountantscontrole.
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
##### Artikel 7.4.9g. Jaarlijks kwaliteitsonderzoek examinering beroepsopleidingen
1. Ter uitvoering van de taken, bedoeld in [artikel 7.4.9a, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1a&artikel=7.4.9a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), onderzoekt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen jaarlijks de examinering van de beroepsopleidingen door instellingen als bedoeld in de [artikelen 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01), en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-08-01&g=2004-08-01) en door exameninstellingen.
2. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt het bevoegd gezag in kennis van de aanvangsdatum alsmede van de planning van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Kennisgeving geschiedt ten minste vier weken voor aanvang van een onderzoek.
3. Het bevoegd gezag is het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voor het onderzoek vergoeding verschuldigd overeenkomstig een door Onze Minister vastgestelde berekeningswijze.
##### Artikel 7.4.9h. Verklaringen
1. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen legt zijn oordeel na een onderzoek als bedoeld in [artikel 7.4.9g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1b&artikel=7.4.9g&z=2004-08-01&g=2004-08-01), vast in een verklaring. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verstrekt:
- a. een goedkeurende verklaring indien de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01),
- b. een afkeurende verklaring indien de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling niet in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), waarbij het naar het oordeel van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen niet aannemelijk is dat dit binnen een jaar alsnog het geval zal zijn, alsmede in gevallen als bedoeld in het derde lid, of
- c. een voorwaardelijke verklaring indien de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling niet in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), waarbij het naar het oordeel van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen aannemelijk is dat dit binnen een jaar alsnog het geval zal zijn.
2. Indien er naar het oordeel van het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen op enig moment tijdens het onderzoek sprake is van een zodanige discrepantie tussen de kwaliteit van het examen van een opleiding en de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), dat vaststaat dat zonder verbeteringen aan het eind van het onderzoek een afkeurende verklaring zal worden afgegeven, meldt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen dit onverwijld aan Onze Minister.
3. Indien na het afgeven van een voorwaardelijke verklaring bij het eerstvolgende jaarlijks onderzoek blijkt dat de examinering bij de beroepsopleiding door de instelling of exameninstelling opnieuw niet in overeenstemming is met de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-08-01&g=2004-08-01), wordt een afkeurende verklaring afgegeven.
4. Een verklaring wordt door het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen voorzien van een onderbouwing van het oordeel.
5. Alvorens een verklaring vast te stellen, stelt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen het bevoegd gezag in de gelegenheid van de ontwerpverklaring kennis te nemen en daarover overleg te voeren. Indien in het overleg geen overeenstemming is bereikt over door het bevoegd gezag gewenste wijzigingen in de ontwerpverklaring, wordt de zienswijze van het bevoegd gezag, zoals door deze aangegeven, in een bij de verklaring behorende bijlage opgenomen.
6. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen zendt een verklaring onverwijld aan het bevoegd gezag. Indien het een goedkeurende verklaring betreft, meldt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen dit aan Onze Minister. Indien het een afkeurende of voorwaardelijke verklaring betreft, zendt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen een afschrift van die verklaring onverwijld aan Onze Minister.
##### Artikel 7.4.9i. Openbaarmaking verklaringen
1. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen maakt een verklaring als bedoeld in [artikel 7.4.9h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1b&artikel=7.4.9h&z=2004-08-01&g=2004-08-01) in de vijfde week na vaststelling daarvan openbaar.
2. Tevens verstrekt het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen aan derden op verzoek een afschrift van de verklaring. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen kan een vergoeding van de kosten vragen overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen tarief voor de afgifte van een verklaring.
3. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verstrekt een verklaring niet eerder aan derden dan nadat deze op grond van het eerste lid openbaar is gemaakt.
##### Artikel 7.4.9j. Klachtenbehandeling
Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen stelt een klachtenregeling vast inzake behandeling van klachten over gedragingen van personen die belast zijn met het uitoefenen van taken voor het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen.
##### Artikel 7.4.9k. Inlichtingenplicht
1. Het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitvoering van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
2. Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling verstrekt desgevraagd aan het Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen alle voor de uitvoering van zijn taken, bedoeld in [artikel 7.4.9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1a&artikel=7.4.9a&z=2004-08-01&g=2004-08-01), benodigde inlichtingen.
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
## Titel 2. De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Sancties
#### Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
#### Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. De landelijke organen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.3.6a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.3.6b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6d. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 4. Bekostiging van landelijke organen
#### § 1. Bekostiging
#### § 2
## Titel 5. Begroting en verslaglegging
#### § 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra
##### Artikel 2.5.5a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
7. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.5.5b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5d. Toegang minister tot basisregister onderwijs
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5e. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 2. Landelijke organen
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
### Hoofdstuk 3. Overleg
## Titel 1. Overleg Minister
## Titel 1. Overleg Minister
## Titel 3. Overleg landelijke organen
### Hoofdstuk 4. Personeel
## Titel 3. Overleg kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
#### § 1. Formatie; rechtspositie
#### § 2. Commissie van beroep
## Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
## Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
## Titel 3. De exameninstellingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 1. Reikwijdte
#### § 1. Reikwijdte
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
##### Artikel 8.1.1a. Te verstrekken gegevens bij inschrijving
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
3. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan de Informatie Beheer Groep de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats.
4. De Informatie Beheer Groep verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het sociaal-fiscaalnummer van de deelnemer, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de deelnemer. Het onderwijsnummer is een door de Informatie Beheer Groep uitgegeven en aan de deelnemer toegekend persoonsgebonden nummer.
5. Het bevoegd gezag neemt de in het eerste lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
6. Indien aan een deelnemer een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn sociaal-fiscaalnummer, neemt het bevoegd gezag dit sociaal-fiscaalnummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan de Informatie Beheer Groep onder opgave van het sociaal-fiscaalnummer en het onderwijsnummer van de deelnemer.
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
## Titel 3. Invoering van de wet
@@ -2809,441 +3423,3 @@
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 2. De landelijke organen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.2.2. Nadere vooropleidingseisen
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen, de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), en de commissies onderwijs-bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2020-03-05&g=2004-07-02), worden bij ministeriële regeling aangewezen de sectoren, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2020-03-05&g=2004-07-02).
2. In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers, dan wel kan worden bepaald dat de regeling niet van toepassing is op groepen van deelnemers.
## Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.4.1. Samenwerkingsovereenkomst leer-werktrajecten vmbo
1. Leer-werktrajecten als bedoeld in [artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b1) worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) en het bevoegd gezag van een instelling.
2. Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan [artikel 10b7 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b7).
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6.1.5b. Ontneming recht op examinering instellingen; waarschuwing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 6.2.3b. Ontneming recht op examinering niet uit 's Rijks kas bekostigde instellingen; waarschuwing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 3. De exameninstellingen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
##### Artikel 7.4.4a. Examinering door andere instellingen of exameninstellingen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 7.4.8a. Examenregeling exameninstelling
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 2. Vooropleidingseisen
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 1.3.2a. Vakinstellingen
1. Aan vakinstellingen worden beroepsopleidingen verzorgd die naar hun aard en onderlinge samenhang aantoonbaar gericht zijn op en van belang zijn voor een specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken.
2. Artikel 1.3.1, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Taken
#### § 3. Kwaliteitszorg
#### § 4. Overige voorschriften
## Titel 4. Niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen werkzaam op het gebied van het beroepsonderwijs
## Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
## Titel 5. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## Titel 6. De exameninstellingen
## Titel 7. Contractactiviteiten
### Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
## Titel 1. Planning
## Titel 2. Bekostiging beroepsonderwijs
#### § 1. Bekostiging
#### § 2
#### § 3. Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
## Titel 3. Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie en de huisvesting van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
## Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
#### § 1. Bekostiging
##### Artikel 2.4.3. Aanvullende middelen
Indien bijzondere ontwikkelingen in het beroepsonderwijs daartoe aanleiding geven, kan volgens bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden aan de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor een bij die regeling te bepalen periode een aanvullende rijksbijdrage worden toegekend.
#### § 2
## Titel 5. Begroting en verslaglegging
#### § 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra
##### Artikel 2.5.7a. Controleprotocol
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
### Hoofdstuk 3. Overleg
## Titel 2. Overleg instellingen
### Hoofdstuk 4. Personeel
## Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Formatie; rechtspositie
#### § 2. Commissie van beroep
## Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
##### Artikel 6.1.3a. Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijsaanbod van vakinstellingen
1. Indien een beroepsopleiding die een vakinstelling voornemens is te verzorgen, niet behoort tot het werkgebied van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven dat werkzaam is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de vakinstelling opleidingen verzorgt, onthoudt Onze Minister ten aanzien van die beroepsopleiding de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, indien de vakinstelling naar het oordeel van Onze Minister, gehoord de commissie, bedoeld in artikel 6.1.2, niet heeft aangetoond dat:
- a. de verzorging van die beroepsopleiding, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs en de behoefte aan afgestudeerden, doelmatig is, en
- b. die beroepsopleiding gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de vakinstelling opleidingen verzorgt.
2. Onze Minister kan beleidsregels vaststellen op grond waarvan hij beoordeelt of de vakinstelling genoegzaam heeft aangetoond dat is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Artikel 6.1.3, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
## Titel 7. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4.2.3. Bekwaamheidseisen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.2.3a. Bekwaamheidsdossier
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.2.4. Geschiktheidsverklaring zij-instroom in het beroep van docent
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.2.5. Uitvoering pedagogisch-didactische scholing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
## Titel 3. Personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 1. Reikwijdte
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
##### Artikel 7.7.1. Practicumplaatsen voor studenten in opleiding
1. Het bevoegd gezag van een instelling is verplicht, studenten die zijn ingeschreven voor een opleiding voor het beroep van leraar waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, of die anderszins studeren voor een bewijs van voldoende pedagogische bekwaamheid, en die in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs, gelegenheid te bieden de als onderdeel van hun opleiding vereiste ervaring in de instelling te verkrijgen.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting omvat 5% van het in het desbetreffende studiejaar door de instelling in totaal te verzorgen beroepsonderwijs en educatie. Het bevoegd gezag kan een hoger percentage vaststellen mits dat in overeenstemming is met de goede gang van zaken binnen de instelling.
3. Het bevoegd gezag kan een student de verdere toegang tot de instelling ontzeggen, indien deze in de instelling in strijd handelt met de grondslag en doelstellingen van de instelling. Van een besluit tot ontzegging van de toegang tot de instelling wordt mededeling gedaan door toezending of uitreiking van een afschrift aan het bevoegd gezag van de betrokken opleidingsinstelling dan wel aan de betrokken staatsexamencommissie, en aan de inspectie. Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school een student de toegang weigert, maakt het dit besluit, schriftelijk en met redenen omkleed, bekend door toezending of uitreiking aan de student, onverminderd het bepaalde in de vorige volzin.
4. Het bevoegd gezag van de instelling regelt de werkzaamheden in verband met de begeleiding door de leraren van de studenten in de instelling in overeenstemming met de leraren, alsmede in overeenstemming met de betrokken opleidingsinstellingen, dan wel, indien het betreft studenten die zich voorbereiden op het afleggen van een staatsexamen ter verkrijging van een bewijs van bekwaamheid of een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding, in overeenstemming met de betrokken staatsexamencommissie.
5. Onze Minister kan het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden gehele of gedeeltelijke ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verplichting verlenen. De ontheffing geldt voor een studiejaar.
6. De instellingen waarbij studenten als bedoeld in het eerste lid zijn toegelaten, zijn toegankelijk voor de inspectie, belast met het toezicht op de opleidingsinstellingen, voor de directieleden en de door deze aan te wijzen docenten van die opleidingsinstellingen, alsmede voor de leden van de betrokken staatsexamencommissies, een en ander voor zover dat voor de uitoefening van het toezicht op de praktische vorming onderscheidenlijk de begeleiding van de praktische vorming van de in de instelling aanwezige studenten noodzakelijk is.
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Sancties
#### Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
#### Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
##### Artikel 11.3. Opschorten rijksbijdrage educatie
1. Indien de gemeente de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6, dan wel de verantwoording, bedoeld in artikel 2.5.9a, eerste lid, binnen de bij of krachtens die artikelen vastgestelde termijnen niet of niet volledig heeft verstrekt, kan Onze Minister besluiten de betaling van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk op te schorten.
2. Onze Minister kan de rijksbijdrage wederom toekennen indien hem blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste lid is vervallen.
##### Artikel 11.4. Terugvordering rijksbijdrage educatie
1. Onze Minister kan de rijksbijdrage per gemeente, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, binnen een periode van vijf jaren na de vaststelling op de volgende gronden intrekken of ten nadele van de gemeente wijzigen:
- a. handelen in strijd met wettelijke voorschriften dan wel met aan de rijksbijdrage op grond van wettelijke regels verbonden verplichtingen of voorwaarden;
- b. handelen in strijd met het controleprotocol, bedoeld in artikel 2.5.9a, tweede lid, of met de doelstelling van de educatie, bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;
- c. indien de vaststelling van de rijksbijdrage onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten.
2. Onze Minister kan een uit het eerste lid volgende vordering op een gemeente verrekenen met de betaling aan die gemeente, voortvloeiend uit een in een later jaar toegekende rijksbijdrage.
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2004-07-02
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-06-23
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-02-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
2003-08-15
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-01-24
Wet educatie en beroepsonderwijs
2002-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
original version
Tekst op deze datum