Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs
100 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2025-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-09-14
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2024-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2022-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 6, 1
2022-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 2 y 3 más
2022-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2021-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-07-16
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2020-03-05
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-03-15
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2019-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-07-28
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-05-25
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2018-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
Wijzigingen op 2017-10-01
@@ -20,43 +20,43 @@
- b. instelling: tenzij anders blijkt;
- 1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- 2º. een vakinstelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of
- 3º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- b1. Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- 1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- 2º. een vakinstelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of
- 3º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- b1. Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- c. openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740), waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
- d. bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- f. onderwijs: educatie en beroepsonderwijs;
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- g1. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), tenzij anders bepaald;
- l. beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- m. beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- n1. opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, alsmede op een opleiding educatie;
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- g1. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), tenzij anders bepaald;
- l. beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- m. beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- n1. opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, alsmede op een opleiding educatie;
- p. centraal examen: centraal examen of examenonderdeel bestaande uit door het College voor toetsen en examens, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025364&artikel=2), vastgestelde toetsen die door of in opdracht van de instelling worden afgenomen overeenkomstig daarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen;
@@ -68,15 +68,15 @@
- s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800);
- t. kwalificatie: de kwalificatie, bedoeld in [artikel 7.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- t. kwalificatie: de kwalificatie, bedoeld in [artikel 7.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- t1. kwalificatiedossier: een document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven;
- t2. opleidingsdomein: een samenhangend geheel van kwalificatiedossiers die zijn gericht op en van belang zijn voor eenzelfde bedrijfstak of groep van bedrijfstakken;
- t3. keuzedeel: het keuzedeel, bedoeld in [artikel 7.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- t3. keuzedeel: het keuzedeel, bedoeld in [artikel 7.1.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- v. vervallen;
@@ -86,23 +86,23 @@
- 1. wat een openbare instelling betreft: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;
- 2. wat een bijzondere instelling betreft: het college van bestuur, of indien [artikel 9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is toegepast, het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- 2. wat een bijzondere instelling betreft: het college van bestuur, of indien [artikel 9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is toegepast, het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- x1. burgerservicenummer: burgerservicenummer als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022428&artikel=1);
- y. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- y. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- z. personeel:
- 1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling;
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [4.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [4.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
- aa. vervallen;
@@ -114,13 +114,13 @@
- ee. ondernemingsraad: een ondernemingsraad als bedoeld in de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747);
- ff. lerarenregister: lerarenregister als bedoeld in [artikel 4.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- ff. lerarenregister: lerarenregister als bedoeld in [artikel 4.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
- gg. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- hh. registervoorportaal: registervoorportaal als bedoeld in [artikel 4.4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.14&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- ii. basisgegevens: gegevens als bedoeld in [artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- hh. registervoorportaal: registervoorportaal als bedoeld in [artikel 4.4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.14&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- ii. basisgegevens: gegevens als bedoeld in [artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 1.1.2. Reikwijdte
@@ -128,9 +128,9 @@
##### Artikel 1.1.3. Aard bepalingen
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.2.1 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [6.1.2 tot en met 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), de [artikelen 8.0.1 tot en met 8.1.1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.2.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), alsmede de bepalingen vastgesteld in [hoofdstuk 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) voor zover zij de instellingen betreffen, zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [2.1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.2.1 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [6.1.2 tot en met 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en met uitzondering van[titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), de [artikelen 8.0.1 tot en met 8.1.1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.2.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), alsmede de bepalingen vastgesteld in [hoofdstuk 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) voor zover zij de instellingen betreffen, zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.2.1 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [6.1.2 tot en met 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), de [artikelen 8.0.1 tot en met 8.1.1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.2.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), alsmede de bepalingen vastgesteld in [hoofdstuk 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) voor zover zij de instellingen betreffen, zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [2.1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.2.1 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [6.1.2 tot en met 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en met uitzondering van[titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), de [artikelen 8.0.1 tot en met 8.1.1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.2.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=5&artikel=8.5.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), alsmede de bepalingen vastgesteld in [hoofdstuk 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) voor zover zij de instellingen betreffen, zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
## Titel 2. Doelstellingen onderwijs
@@ -154,13 +154,13 @@
2. Aan regionale opleidingencentra kunnen een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs worden verzorgd, indien de desbetreffende instelling op 1 augustus 2012 geen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde.
3. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas voor
- a. het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) voor bekostiging in aanmerking komen en
- b. het verzorgen van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die op de voet van [artikel 2.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) voor bekostiging in aanmerking komen.
4. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het derde lid is een bewijsstuk als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, [7.4.11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-08-01&g=2017-08-01), verbonden.
3. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas voor
- a. het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) voor bekostiging in aanmerking komen en
- b. het verzorgen van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die op de voet van [artikel 2.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) voor bekostiging in aanmerking komen.
4. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het derde lid is een bewijsstuk als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, [7.4.11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-10-01&g=2017-10-01), verbonden.
##### Artikel 1.3.2. Regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband
@@ -170,7 +170,7 @@
1. Agrarische opleidingscentra zijn instellingen waarin beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel en voorbereidend beroepsonderwijs in het profiel groen, bedoeld in [artikel 10b, derde lid, onderdeel i, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b), worden verzorgd. Voor zover dat bij wet is bepaald, kan aan een agrarisch opleidingscentrum tevens ander voortgezet onderwijs worden verzorgd.
2. [Artikel 1.3.1, derde lid, onder a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 1.3.1, derde lid, onder a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 1.3.4. Agrarische innovatie- en praktijkcentra
@@ -222,27 +222,27 @@
##### Artikel 1.4.1. Andere instellingen voor beroepsonderwijs
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of van een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of een certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- a1. de informatie aan aspirant-deelnemers, bedoeld in [artikel 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- b. het onderwijs, met uitzondering van de [artikelen 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [7.2.4a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), mits het aantal begeleide onderwijsuren en het aantal uren beroepspraktijkvorming op grond van de studieduur, naar evenredigheid ten minste gelijk is aan het aantal uren, bedoeld in [artikel 7.2.7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of van een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of een certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- a1. de informatie aan aspirant-deelnemers, bedoeld in [artikel 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- b. het onderwijs, met uitzondering van de [artikelen 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [7.2.4a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), mits het aantal begeleide onderwijsuren en het aantal uren beroepspraktijkvorming op grond van de studieduur, naar evenredigheid ten minste gelijk is aan het aantal uren, bedoeld in [artikel 7.2.7, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en
- f. de opneming in het Centraal register.
Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft.
1a. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in andere dan in het eerste lid genoemde leerwegen, met dien verstande dat voor die opleiding [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), niet van toepassing is en ten aanzien van het onderwijs [artikel 7.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), niet in acht behoeft te worden genomen voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming en artikel 7.2.7, tweede tot en met achtste lid, niet in acht behoeft te worden genomen. Het tweede tot en met elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
1b. Een beroepsopleiding als bedoeld in lid 1 of lid 1a van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde instelling bevat geen keuzedelen die niet zijn gekoppeld aan een kwalificatie, behorend bij een beroepsopleiding waarvoor de instelling een diploma-erkenning heeft op grond van lid 1 of lid 1a.
Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft.
1a. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in andere dan in het eerste lid genoemde leerwegen, met dien verstande dat voor die opleiding [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), niet van toepassing is en ten aanzien van het onderwijs [artikel 7.2.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), niet in acht behoeft te worden genomen voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming en artikel 7.2.7, tweede tot en met achtste lid, niet in acht behoeft te worden genomen. Het tweede tot en met elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
1b. Een beroepsopleiding als bedoeld in lid 1 of lid 1a van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde instelling bevat geen keuzedelen die niet zijn gekoppeld aan een kwalificatie, behorend bij een beroepsopleiding waarvoor de instelling een diploma-erkenning heeft op grond van lid 1 of lid 1a.
2. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.
@@ -250,7 +250,7 @@
- a. een bevoegd gezag dat geen andere beroepsopleiding verzorgt waaraan een diploma of certificaat als bedoeld in het eerste lid is verbonden, of
- b. een bevoegd gezag dat drie jaren of minder voorafgaand aan de aanvraag voor een andere beroepsopleiding die het verzorgt, een waarschuwing als bedoeld in [artikelen 6.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of [6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) heeft ontvangen, indien de inspectie uit een oogpunt van kwaliteitsbewaking hiertoe aanleiding ziet.
- b. een bevoegd gezag dat drie jaren of minder voorafgaand aan de aanvraag voor een andere beroepsopleiding die het verzorgt, een waarschuwing als bedoeld in [artikelen 6.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of [6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) heeft ontvangen, indien de inspectie uit een oogpunt van kwaliteitsbewaking hiertoe aanleiding ziet.
4. Bij toepassing van het derde lid wordt de toewijzing na de in het derde lid bedoelde periode van anderhalf jaar voor onbepaalde tijd van rechtswege verlengd, tenzij Onze Minister uiterlijk twee maanden voordat die periode van anderhalf jaar is verstreken, besluit om de desbetreffende beschikking in te trekken omdat:
@@ -268,59 +268,59 @@
8. Voor zover ten aanzien van een instelling toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling.
9. De [artikelen 1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
10. Voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
- a. de [artikelen 2.5.5a, eerste, tweede, vijfde tot en met zevende, en negende tot en met twaalfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met dien verstande dat van de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, uitsluitend worden verstrekt de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, h tot en met j, l en o tot en met s, van dat lid;
- b. [artikel 2.5.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5b&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- c. [artikel 2.5.5c, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5c&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met dien verstande dat artikel 2.5.5c, eerste lid, onderdeel a, wordt gelezen als: Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding;
- d. [artikel 2.5.5e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5e&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- e. de [artikelen 8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [8.1.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01); en
- f. de [artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
11. Voor een beroepsopleiding als bedoeld in de aanhef van het tiende lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het tiende lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van [artikel 2.5.5c, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5c&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het tiende lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
9. De [artikelen 1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
10. Voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
- a. de [artikelen 2.5.5a, eerste, tweede, vijfde tot en met zevende, en negende tot en met twaalfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met dien verstande dat van de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, uitsluitend worden verstrekt de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, h tot en met j, l en o tot en met s, van dat lid;
- b. [artikel 2.5.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5b&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- c. [artikel 2.5.5c, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5c&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met dien verstande dat artikel 2.5.5c, eerste lid, onderdeel a, wordt gelezen als: Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding;
- d. [artikel 2.5.5e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5e&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- e. de [artikelen 8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [8.1.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01); en
- f. de [artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
11. Voor een beroepsopleiding als bedoeld in de aanhef van het tiende lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het tiende lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van [artikel 2.5.5c, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5c&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het tiende lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
## Titel 4. Niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen werkzaam op het gebied van het beroepsonderwijs
##### Artikel 1.4a.1. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1d&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en in [artikel 1.4a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling een rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.2a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) ontvangt of op een opleiding educatie die daarmee overeenkomt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.11, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1d&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en in [artikel 1.4a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling een rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.2a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) ontvangt of op een opleiding educatie die daarmee overeenkomt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
5. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Een begunstigende beschikking is voor het eerst van kracht ten aanzien van een opleiding educatie die aanvangt nadat die beschikking is bekend gemaakt.
6. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar.
7. Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
8. Voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
- a. [artikel 2.3.6a, eerste, tweede, vierde, vijfde, en zevende tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met dien verstande dat van de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, uitsluitend worden verstrekt de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, e tot en met i, en k tot en met m, waarbij onderdeel g wordt gelezen als: het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald;
- b. [artikel 2.3.6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6b&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- c. [artikel 2.3.6c, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6c&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met dien verstande dat artikel 2.3.6c, eerste lid, onderdeel a, wordt gelezen als: Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding;
- d. [artikel 2.3.6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6d&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- e. de [artikelen 8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [8.1.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01); en
- f. de [artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
9. Voor een opleiding educatie als bedoeld in de aanhef van het achtste lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het achtste lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van [artikel 2.3.6c, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6c&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het achtste lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
10. [Artikel 1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
7. Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
8. Voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
- a. [artikel 2.3.6a, eerste, tweede, vierde, vijfde, en zevende tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met dien verstande dat van de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, uitsluitend worden verstrekt de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, e tot en met i, en k tot en met m, waarbij onderdeel g wordt gelezen als: het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald;
- b. [artikel 2.3.6b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6b&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- c. [artikel 2.3.6c, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6c&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met dien verstande dat artikel 2.3.6c, eerste lid, onderdeel a, wordt gelezen als: Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding;
- d. [artikel 2.3.6d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6d&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- e. de [artikelen 8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [8.1.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01); en
- f. de [artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
9. Voor een opleiding educatie als bedoeld in de aanhef van het achtste lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het achtste lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van [artikel 2.3.6c, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6c&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het achtste lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
10. [Artikel 1.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=4&artikel=1.3.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
## Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
@@ -328,7 +328,7 @@
1. Bij ministeriële regeling wordt een rechtspersoon aangewezen die is belast met de volgende taken:
- a. het ontwikkelen en onderhouden van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarkt voor afgestudeerden, en mede gelet op van belang zijnde ontwikkelingen in internationaal verband, onder meer door het doen van voorstellen aan Onze Minister voor de kwalificatiedossiers, bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- a. het ontwikkelen en onderhouden van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarkt voor afgestudeerden, en mede gelet op van belang zijnde ontwikkelingen in internationaal verband, onder meer door het doen van voorstellen aan Onze Minister voor de kwalificatiedossiers, bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- b. het bijdragen aan een doelmatige en doelgerichte inzet van overheidsmiddelen door het ontwikkelen van voorstellen, welke beroepsopleidingen voor bekostiging uit ’s Rijks kas in aanmerking komen,
@@ -366,11 +366,11 @@
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een exameninstelling, dat de exameninstelling het recht heeft tot examinering van een beroepsopleiding in opdracht van een instelling, indien die exameninstelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald over:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voorzover het betreft de examinering,
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voorzover het betreft de examinering,
- b. de examens, en
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.
@@ -382,7 +382,7 @@
2. Het bevoegd gezag van een instelling draagt er zorg voor dat [artikel 2 van de Wet privatisering ABP](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007791&artikel=2) van toepassing blijft op het personeel.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
4. Het bevoegd gezag voorziet in een regeling voor het verrichten van contractactiviteiten door het personeel van de instelling met het oog op het voorkomen van vermenging van belangen.
@@ -392,13 +392,13 @@
##### Artikel 2.1.1. Bekostiging landelijk aanbod beroepsonderwijs
Onverminderd de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) komt een beroepsopleiding bij een instelling voor bekostiging in aanmerking indien zij is gericht op een kwalificatie of kwalificaties als bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede lid, onder b3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), alsmede op een keuzedeel of keuzedelen en de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding niet zijn ontnomen op grond van [artikel 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
Onverminderd de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) komt een beroepsopleiding bij een instelling voor bekostiging in aanmerking indien zij is gericht op een kwalificatie of kwalificaties als bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede lid, onder b3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), alsmede op een keuzedeel of keuzedelen en de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding niet zijn ontnomen op grond van [artikel 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 2.1.2. Bekostiging aanbod voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
1. Een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), komt voor bekostiging in aanmerking indien
- a. de instelling op 1 augustus 2012 een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde op grond van een overeenkomst als bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zoals luidend op die datum, of
1. Een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), komt voor bekostiging in aanmerking indien
- a. de instelling op 1 augustus 2012 een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde op grond van een overeenkomst als bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zoals luidend op die datum, of
- b. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op aanvraag van de instelling heeft bepaald dat opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van de instelling voor bekostiging in aanmerking komen.
@@ -410,7 +410,7 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- b. instellingen die zijn voortgekomen
@@ -420,11 +420,11 @@
- 3°. uit een omzetting van een bijzondere instelling in een openbare of omgekeerd.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
4. Onze Minister besluit binnen 26 weken na ontvangst van een aanvraag op grond van het tweede lid, onder b. Op het besluit bedoeld in het eerste lid is [paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537¶graaf=4.1.3.3) van toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het tweede lid, onder b.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
##### Artikel 2.1.4. Werkgebieden kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -448,7 +448,7 @@
##### Artikel 2.2.1. Rijksbijdrage beroepsonderwijs
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. De rijksbijdrage bestaat uit bijdragen ten behoeve van exploitatiekosten en huisvestingskosten.
@@ -470,7 +470,7 @@
- h. inkoop van diensten,
- i. kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid aan gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zoals luidend op 31 december 2008,
- i. kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid aan gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zoals luidend op 31 december 2008,
- j. loopbaanoriëntatie en -begeleiding,
@@ -492,17 +492,17 @@
##### Artikel 2.2.2. Berekeningswijze
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
2. De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van:
- a. het aantal ingeschreven deelnemers, en
- b. het aantal deelnemers dat een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) heeft behaald, waaronder mede begrepen het aantal examendeelnemers dat een dergelijk diploma bij een instelling heeft behaald binnen twee kalenderjaren volgend op het kalenderjaar waarin de inschrijving als deelnemer bij een instelling voor een beroepsopleiding waarvoor de instelling bekostiging heeft of zal ontvangen, zonder het behalen van een dergelijk diploma is geëindigd.
- b. het aantal deelnemers dat een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) heeft behaald, waaronder mede begrepen het aantal examendeelnemers dat een dergelijk diploma bij een instelling heeft behaald binnen twee kalenderjaren volgend op het kalenderjaar waarin de inschrijving als deelnemer bij een instelling voor een beroepsopleiding waarvoor de instelling bekostiging heeft of zal ontvangen, zonder het behalen van een dergelijk diploma is geëindigd.
3. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, geldt inschrijving van een deelnemer voor twee of meer beroepsopleidingen in enig studiejaar als inschrijving voor één beroepsopleiding.
4. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat indien in enig kalenderjaar door een deelnemer of examendeelnemer een diploma wordt behaald van een beroepsopleiding die niet van een hoger niveau als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is dan de beroepsopleiding waarvan die deelnemer al eerder in dat kalenderjaar een diploma heeft behaald, uitsluitend het eerstbehaalde van die diploma’s wordt meegeteld.
4. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat indien in enig kalenderjaar door een deelnemer of examendeelnemer een diploma wordt behaald van een beroepsopleiding die niet van een hoger niveau als bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is dan de beroepsopleiding waarvan die deelnemer al eerder in dat kalenderjaar een diploma heeft behaald, uitsluitend het eerstbehaalde van die diploma’s wordt meegeteld.
5. Bij de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder b, blijven de deelnemers aan de entreeopleiding buiten beschouwing.
@@ -516,15 +516,15 @@
##### Artikel 2.2.3. Aanvullende middelen
1. Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), een bedrag toevoegen in verband met een onevenredig grote toename van het aantal deelnemers ten opzichte van het voorafgaande jaar.
2. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
1. Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), een bedrag toevoegen in verband met een onevenredig grote toename van het aantal deelnemers ten opzichte van het voorafgaande jaar.
2. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
3. Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld.
##### Artikel 2.2.4. Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage beroepsonderwijs
1. Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend en vermeldt daarbij afzonderlijk het bedrag voor gehandicapte deelnemers alsmede het bedrag voor de entreeopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
1. Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend en vermeldt daarbij afzonderlijk het bedrag voor gehandicapte deelnemers alsmede het bedrag voor de entreeopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. De rijksbijdrage wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
@@ -532,7 +532,7 @@
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de uitvoering van deze paragraaf. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op aard, inrichting en wijze van verstrekking van gegevens met betrekking tot de deelnemers.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
##### Artikel 2.2.4a. Rijksbijdrage en private activiteiten
@@ -578,7 +578,7 @@
##### Artikel 2.3.1. Aanbod educatie
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor een aanbod van opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met voldoende aandacht voor alle doelgroepen.
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor een aanbod van opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met voldoende aandacht voor alle doelgroepen.
2. Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taak werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij ministeriële regeling vastgestelde regio’s. Bij ministeriële regeling wordt voor elke regio een contactgemeente aangewezen.
@@ -596,7 +596,7 @@
1. Onze Minister verstrekt ten behoeve van de taak van de colleges van burgemeester en wethouders in de betreffende regio aan de contactgemeenten een uitkering. De uitkering wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, berekend aan de hand van voor elke gemeente gelijkelijk geldende maatstaven.
2. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de doelgroepen in alle gemeenten in de betreffende regio overeenkomstig het regionaal programma, bedoeld in het [artikel 2.3.1, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), gebruik kunnen maken van de educatievoorzieningen die met behulp van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, tot stand zijn gekomen.
2. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de doelgroepen in alle gemeenten in de betreffende regio overeenkomstig het regionaal programma, bedoeld in het [artikel 2.3.1, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), gebruik kunnen maken van de educatievoorzieningen die met behulp van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, tot stand zijn gekomen.
3. De uitkering wordt vastgesteld in september voorafgaande aan het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.
@@ -606,13 +606,13 @@
1. Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente biedt aan personen uit de doelgroep opleidingen educatie aan overeenkomstig het regionaal programma. Daarbij geldt dat opleidingen educatie alleen kunnen worden aangeboden aan personen van achttien jaar of ouder die ingezetene zijn van een gemeente in de desbetreffende regio.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorwaarden worden gesteld waaronder de kosten van opleidingen educatie, niet zijnde uitvoeringskosten, ten laste van de uitkering, bedoeld in [artikel 2.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kunnen worden gebracht.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorwaarden worden gesteld waaronder de kosten van opleidingen educatie, niet zijnde uitvoeringskosten, ten laste van de uitkering, bedoeld in [artikel 2.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kunnen worden gebracht.
##### Artikel 2.3.4. Verantwoording en terugvordering uitkering
1. Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente legt verantwoording af aan Onze Minister over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in [artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a).
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in [artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a), blijkt dat de uitkering, bedoeld in [artikel 2.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), niet volledig of onrechtmatig is besteed, wordt de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door Onze Minister teruggevorderd. Onze Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in [artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a), blijkt dat de uitkering, bedoeld in [artikel 2.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), niet volledig of onrechtmatig is besteed, wordt de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door Onze Minister teruggevorderd. Onze Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente.
3. Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in [artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a), niet volledig door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen binnen dertien maanden na het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, wordt de uitkering teruggevorderd. Indien volledige terugvordering naar het oordeel van Onze Minister leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, stelt Onze Minister de terugvordering op een lager bedrag vast. Onze Minister doet binnen drie maanden na afloop van de dertien maanden, bedoeld in de eerste volzin, mededeling van terugvordering aan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente.
@@ -620,13 +620,13 @@
##### Artikel 2.3.5. Informatievoorziening
1. Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens die betrekking hebben op het aanbod bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), teneinde deze in staat te stellen een zorgvuldig en samenhangend beleid met betrekking tot educatie te voeren en zijn stelselverantwoordelijkheid te waarborgen. De gegevens worden kosteloos verstrekt.
1. Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens die betrekking hebben op het aanbod bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), teneinde deze in staat te stellen een zorgvuldig en samenhangend beleid met betrekking tot educatie te voeren en zijn stelselverantwoordelijkheid te waarborgen. De gegevens worden kosteloos verstrekt.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens en
- b. de betaling van de uitkering, bedoeld in [artikel 2.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), indien het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente de in het eerste lid bedoelde gegevens niet of niet tijdig verstrekt dan wel de kwaliteit van die gegevens te kort schiet.
- b. de betaling van de uitkering, bedoeld in [artikel 2.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), indien het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente de in het eerste lid bedoelde gegevens niet of niet tijdig verstrekt dan wel de kwaliteit van die gegevens te kort schiet.
##### Artikel 2.3.6. Informatie voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -642,7 +642,7 @@
##### Artikel 2.4.1. Subsidieverlening per boekjaar
De subsidie voor de uitvoering van de taken, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), wordt per boekjaar verstrekt.
De subsidie voor de uitvoering van de taken, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), wordt per boekjaar verstrekt.
##### Artikel 2.4.2. Nadere regels
@@ -670,9 +670,9 @@
2. Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt voor zover nodig onderscheid gemaakt tussen subsidie voor:
- a. de taken, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- b. de taken, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- a. de taken, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- b. de taken, bedoeld in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
#### § 2
@@ -728,7 +728,7 @@
5. Het bevoegd gezag maakt de jaarrekening, vergezeld van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, openbaar.
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=3&artikel=2.2.12&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=3&artikel=2.2.12&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
7. Het bevoegd gezag houdt per begrotingsjaar nauwkeurig boek van baten en lasten en draagt er zorg voor dat de baten en lasten nauwkeurig en herkenbaar zijn verwerkt in de in het zesde lid bedoelde informatieverzameling.
@@ -738,7 +738,7 @@
##### Artikel 2.5.4. Bestuursverslag
1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een bestuursverslag over het afgelopen jaar vast en maakt het openbaar. Het bestuursverslag bevat ten minste het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voorzover dat in het desbetreffende jaar is uitgebracht, dan wel de hoofdpunten van laatstgenoemd verslag, alsmede de hoofdpunten van de bevindingen van de inspectie met betrekking tot de examens. Ook legt het bevoegd gezag in het bestuursverslag verantwoording af over de omgang met een branchecode voor goed bestuur. Bij ministeriële regeling kan een branchecode worden aangewezen.
1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een bestuursverslag over het afgelopen jaar vast en maakt het openbaar. Het bestuursverslag bevat ten minste het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voorzover dat in het desbetreffende jaar is uitgebracht, dan wel de hoofdpunten van laatstgenoemd verslag, alsmede de hoofdpunten van de bevindingen van de inspectie met betrekking tot de examens. Ook legt het bevoegd gezag in het bestuursverslag verantwoording af over de omgang met een branchecode voor goed bestuur. Bij ministeriële regeling kan een branchecode worden aangewezen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inrichting van het bestuursverslag.
@@ -752,7 +752,7 @@
##### Artikel 2.5.6. Onderzoek vanwege minister
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling.
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling.
##### Artikel 2.5.7. Informatieplicht ministeriële accountant
@@ -766,7 +766,7 @@
1. Indien de vaststelling van de rijksbegroting daartoe noopt, kan Onze Minister tot acht weken na die vaststelling correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen acht weken na de vaststelling van de rijksbegroting een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. Onze Minister verrekent de correctie met de rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar of betaalt uit in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig of niet doelmatig was, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister verrekent een correctie met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar na het besluit tot correctie, of betaalt uit in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig of niet doelmatig was, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister verrekent een correctie met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar na het besluit tot correctie, of betaalt uit in dat jaar.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid is Onze Minister bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens deze wet van of op het bevoegd gezag van een instelling met vorderingen krachtens een andere wet.
@@ -786,7 +786,7 @@
- b. een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=9) of een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f).
1a. Ten aanzien van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid, bestaat aanspraak op rijksbijdrage ten aanzien van de huisvesting, waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een berekeningswijze wordt vastgesteld. [Hoofdstuk 2, titel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid.
1a. Ten aanzien van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid, bestaat aanspraak op rijksbijdrage ten aanzien van de huisvesting, waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een berekeningswijze wordt vastgesteld. [Hoofdstuk 2, titel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid.
2. In afwijking van de [Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685) zijn de bepalingen inzake de medezeggenschap bij of krachtens de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747) en deze wet van toepassing op scholengemeenschappen als bedoeld in het eerste lid.
@@ -800,7 +800,7 @@
##### Artikel 2.7. Bijdrage voor derden
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Bij de toepassing van dit artikel zijn de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=5), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=9) en [10 van de Wet overige OCW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=10) van toepassing.
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Bij de toepassing van dit artikel zijn de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=5), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=9) en [10 van de Wet overige OCW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=10) van toepassing.
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
@@ -920,7 +920,7 @@
- a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
- b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in [artikel 4.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), blijkend uit het bezit van:
- b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in [artikel 4.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), blijkend uit het bezit van:
- 1°. een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.11) van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
@@ -934,11 +934,11 @@
- 6°. een gelijkwaardig buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de Lid-Staten van de EU, dan wel een gelijkwaardig Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma, of
- c. in het bezit is van een door het bevoegd gezag afgegeven geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en
- c. in het bezit is van een door het bevoegd gezag afgegeven geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en
- d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het geven van onderwijs.
3. In geval van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01) vindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming voor zover betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4) plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten studiejaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
3. In geval van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01) vindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming voor zover betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4) plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten studiejaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
4. Het tweede lid is niet van toepassing voor zover een docent is belast met contractactiviteiten.
@@ -948,13 +948,13 @@
##### Artikel 4.2.2. Belasten met onderwijsondersteunende werkzaamheden
1. Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, mogen slechts worden verricht door degene die:
1. Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, mogen slechts worden verricht door degene die:
- a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
- b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of
- c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5), of
- b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of
- c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5), of
- d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
@@ -962,7 +962,7 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een onderwijsondersteunende functionaris voor zover deze is belast met werkzaamheden in verband met contractactiviteiten.
3. Ten aanzien van studenten aan een opleiding als bedoeld in [artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.7) en deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) die in het kader van die opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, kan voor de duur van die werkzaamheden worden afgeweken van het eerste lid, onder b tot en met d.
3. Ten aanzien van studenten aan een opleiding als bedoeld in [artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.7) en deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) die in het kader van die opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, kan voor de duur van die werkzaamheden worden afgeweken van het eerste lid, onder b tot en met d.
4. Het bevoegd gezag kan voor een periode van ten hoogste twee jaar afwijken van de eisen, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met d. Het bevoegd gezag kan deze periode met ten hoogste de helft verlengen indien bijzondere omstandigheden daartoe naar zijn oordeel aanleiding geven. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
@@ -970,7 +970,7 @@
##### Artikel 4.2a.1. Vereiste benoembaarheid overig personeel
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
## Titel 6b. **Examinering VSO-leerlingen**
@@ -980,7 +980,7 @@
##### Artikel 4.3.2. Rechtspositie personeel Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
[Artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met uitzondering van het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van het personeel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, met dien verstande dat het gaat om de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven en het bestuur daarvan in plaats van om instellingen en de bevoegde gezagsorganen daarvan.
[Artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met uitzondering van het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van het personeel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, met dien verstande dat het gaat om de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven en het bestuur daarvan in plaats van om instellingen en de bevoegde gezagsorganen daarvan.
##### Artikel 4.3.3. Beroepsmogelijkheid personeel kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -998,11 +998,11 @@
##### Artikel 4.4.1. Lerarenregister
1. Er is een lerarenregister. In het lerarenregister zijn van docenten voor wie de grond voor benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is gelegen in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), onder c, persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de instelling, de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, en de herregistratie opgenomen.
1. Er is een lerarenregister. In het lerarenregister zijn van docenten voor wie de grond voor benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is gelegen in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), onder c, persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de instelling, de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, en de herregistratie opgenomen.
2. Het lerarenregister heeft tot doel:
- a. het vastleggen van het onderwijs waarvoor een docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4);
- a. het vastleggen van het onderwijs waarvoor een docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4);
- b. het vastleggen op welke wijze een docent voldoet aan de bekwaamheidseisen; en
@@ -1010,7 +1010,7 @@
3. In aanvulling op het tweede lid heeft het lerarenregister tot doel gegevens te verstrekken:
- a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van docenten als bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en 4.2.3b; en
- a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van docenten als bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en 4.2.3b; en
- b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
@@ -1054,7 +1054,7 @@
##### Artikel 6.1.1. Onderwijsaanbod instellingen
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien de opleidingen krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) voor bekostiging in aanmerking komen.
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien de opleidingen krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) voor bekostiging in aanmerking komen.
##### Artikel 6.1.2. Melding voornemen starten of beëindigen beroepsopleidingen
@@ -1068,29 +1068,29 @@
1. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat een beroepsopleiding alleen door de instelling wordt aangeboden als er na beëindiging van de opleiding voldoende arbeidsmarktperspectief is voor de deelnemers. Onder arbeidsmarktperspectief wordt in ieder geval verstaan het perspectief voor gediplomeerde schoolverlaters op het binnen een redelijke termijn vinden van werk op het niveau van de gevolgde opleiding.
2. Onverminderd het eerste lid kan het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) een beroepsopleiding aanbieden als de soort instelling in de regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is vermeld bij de kwalificatie waarop de opleiding is gericht of als de opleiding aantoonbaar gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt.
2. Onverminderd het eerste lid kan het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) een beroepsopleiding aanbieden als de soort instelling in de regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is vermeld bij de kwalificatie waarop de opleiding is gericht of als de opleiding aantoonbaar gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt.
3. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat een beroepsopleiding alleen door de instelling wordt aangeboden als de verzorging van die opleiding, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het beroepsonderwijs, doelmatig is.
4. Het bevoegd gezag legt over wijzigingen van het opleidingenaanbod van een instelling met betrekking tot het arbeidsmarktperspectief en de doelmatige verzorging van een opleiding verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
4. Het bevoegd gezag legt over wijzigingen van het opleidingenaanbod van een instelling met betrekking tot het arbeidsmarktperspectief en de doelmatige verzorging van een opleiding verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 6.1.4. Ontneming rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod
1. Onze Minister kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), gedurende twee jaar worden ontnomen indien:
1. Onze Minister kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), gedurende twee jaar worden ontnomen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, het onderwijs of de examens, dan wel
- c. niet of niet meer wordt voldaan aan een of meer zorgplichten, bedoeld in [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- c. niet of niet meer wordt voldaan aan een of meer zorgplichten, bedoeld in [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs:
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) meer is verbonden, en
- c. in het Centraal register wordt geregistreerd dat de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van de instelling met betrekking tot de opleiding zijn ontnomen en de ingangsdatum en de einddatum daarvan.
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) meer is verbonden, en
- c. in het Centraal register wordt geregistreerd dat de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van de instelling met betrekking tot de opleiding zijn ontnomen en de ingangsdatum en de einddatum daarvan.
3. Bij een beschikking tot ontneming van rechten bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop die beschikking van kracht wordt zodanig, dat de voor de opleiding ingeschreven deelnemers de opleiding aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
@@ -1098,15 +1098,15 @@
##### Artikel 6.1.5. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een nader onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
2a. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de naleving van een of meer zorgplichten, bedoeld in [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), waarbij wordt bepaald aan welke maatregelen het bevoegd gezag gevolg dient te geven. Aan de waarschuwing kan een termijn van ten minste drie maanden worden verbonden waarbinnen aan de maatregelen gevolg moet worden gegeven.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
2a. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de naleving van een of meer zorgplichten, bedoeld in [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), waarbij wordt bepaald aan welke maatregelen het bevoegd gezag gevolg dient te geven. Aan de waarschuwing kan een termijn van ten minste drie maanden worden verbonden waarbinnen aan de maatregelen gevolg moet worden gegeven.
3. Onze Minister maakt de waarschuwingen, bedoeld in dit artikel, openbaar.
@@ -1118,37 +1118,37 @@
##### Artikel 6.2.1. Diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, tweede lid, en derde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de naam van de instelling bij de kwalificatie waarop de opleiding is gericht in het Centraal register.
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, tweede lid, en derde lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de naam van de instelling bij de kwalificatie waarop de opleiding is gericht in het Centraal register.
##### Artikel 6.2.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), ontnemen indien
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), ontnemen indien
- a. gebleken is dat de kwaliteit van de opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest,
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of aan [artikel 1.4.1, tiende lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of aan [artikel 1.4.1, tiende lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of
- c. in strijd is gehandeld met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in een andere leerweg als bedoeld in [artikel 1.4.1, lid 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in een andere leerweg als bedoeld in [artikel 1.4.1, lid 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 6.2.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
4. Onze Minister maakt de waarschuwingen, bedoeld in dit artikel, openbaar.
@@ -1156,17 +1156,17 @@
##### Artikel 6.3.1. Examinering exameninstellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.3.2. Ontneming recht op examinering exameninstellingen; waarschuwing
[Artikel 6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is van overeenkomstige toepassing op exameninstellingen.
[Artikel 6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is van overeenkomstige toepassing op exameninstellingen.
##### Artikel 6.3.3. Maatregelen
1. In het geval, bedoeld in [artikel 6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
1. In het geval, bedoeld in [artikel 6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een externe deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
@@ -1176,17 +1176,17 @@
##### Artikel 6.4.1. Het Centraal register beroepsonderwijs
1. Het Centraal register beroepsonderwijs is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de opleidingsdomeinen, kwalificatiedossiers, kwalificaties, keuzedelen en onderdelen van kwalificaties waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in het beroepsonderwijs, de instellingen en de exameninstellingen. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register. De bekendmaking en het verstrekken van informatie kunnen digitaal plaatsvinden.
1. Het Centraal register beroepsonderwijs is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de opleidingsdomeinen, kwalificatiedossiers, kwalificaties, keuzedelen en onderdelen van kwalificaties waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in het beroepsonderwijs, de instellingen en de exameninstellingen. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register. De bekendmaking en het verstrekken van informatie kunnen digitaal plaatsvinden.
2. Het Centraal register bevat de volgende gegevens:
- a. de naam en de code van de opleidingsdomeinen, de kwalificatiedossiers en de bijbehorende kwalificaties, de keuzedelen en de onderdelen van kwalificaties waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- a. de naam en de code van de opleidingsdomeinen, de kwalificatiedossiers en de bijbehorende kwalificaties, de keuzedelen en de onderdelen van kwalificaties waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- b. of in een kwalificatiedossier ten behoeve van een kwalificatie vereisten zijn opgenomen die bij of krachtens wet zijn vastgesteld voor het beroep waarop de kwalificatie is gericht en
- c. een overzicht van de keuzedelen en onderdelen van kwalificaties waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en
- d. of ten aanzien van een keuzedeel of een onderdeel van een kwalificatie waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), vereisten zijn opgenomen als bedoeld in [artikel 7.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- c. een overzicht van de keuzedelen en onderdelen van kwalificaties waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en
- d. of ten aanzien van een keuzedeel of een onderdeel van een kwalificatie waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), vereisten zijn opgenomen als bedoeld in [artikel 7.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
3. Het Centraal register bevat voorts per kwalificatie de volgende gegevens, voor zover van toepassing:
@@ -1194,15 +1194,15 @@
- 1°. die blijkens de opgave van het aantal deelnemers daadwerkelijk de desbetreffende beroepsopleiding verzorgen,
- 2°. waaraan de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding zijn ontnomen en de ingangs- en einddatum daarvan,
- 2°. waaraan de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding zijn ontnomen en de ingangs- en einddatum daarvan,
- 3°. waaraan het recht op examinering van de desbetreffende beroepsopleiding is ontnomen en de ingangsdatum daarvan,
- b. de namen van de niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
- 1°. waaraan het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding is toegekend en die niet te kennen hebben gegeven dat zij deze beroepsopleiding niet langer zullen verzorgen,
- 2°. waaraan het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding is ontnomen en de ingangsdatum daarvan,
- 1°. waaraan het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding is toegekend en die niet te kennen hebben gegeven dat zij deze beroepsopleiding niet langer zullen verzorgen,
- 2°. waaraan het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding is ontnomen en de ingangsdatum daarvan,
- 3°. waaraan het recht op examinering van de desbetreffende beroepsopleiding is ontnomen en de ingangsdatum daarvan,
@@ -1222,7 +1222,7 @@
##### Artikel 6.4.4. Beëindiging registratie beroepsopleidingen niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen; beëindiging registratie examinering
1. Onverminderd [artikel 6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) beëindigt Onze Minister de registratie bij een kwalificatie van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de desbetreffende beroepsopleiding niet langer zal verzorgen. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) beëindigt Onze Minister de registratie bij een kwalificatie van de examinering door een exameninstelling, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling de examinering van de desbetreffende beroepsopleiding niet langer zal verzorgen.
1. Onverminderd [artikel 6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) beëindigt Onze Minister de registratie bij een kwalificatie van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de desbetreffende beroepsopleiding niet langer zal verzorgen. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) beëindigt Onze Minister de registratie bij een kwalificatie van de examinering door een exameninstelling, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling de examinering van de desbetreffende beroepsopleiding niet langer zal verzorgen.
2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de opleiding niet meer openstaat.
@@ -1248,41 +1248,41 @@
## Titel 4
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
- a. de naam van de instelling en van de opleiding die de instelling verzorgt,
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en
- c. in voorkomende gevallen, de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop.
2. Als peildatum voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, hanteert Onze Minister 1 juni voorafgaand aan de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of aan [artikel 1.4a.1, achtste lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is verbonden.
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of aan [artikel 1.4a.1, achtste lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is verbonden.
##### Artikel 6a.1.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar is verstreken, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging diploma-erkenning van rechtswege van opleidingen educatie van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), uit te reiken.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging diploma-erkenning van rechtswege van opleidingen educatie van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), uit te reiken.
### Hoofdstuk 5. Toezicht
@@ -1300,7 +1300,7 @@
1. De instelling biedt het onderwijs aan in de vorm van beroepsopleidingen of opleidingen educatie. Een beroepsopleiding wordt door de instelling in het maatschappelijk verkeer aangeduid met de naam van de kwalificatie waarop zij is gericht of voorzover het gaat om deelnemers die ingeschreven zijn of zullen worden voor een opleidingsdomein of kwalificatiedossier, de naam van dat opleidingsdomein of dat kwalificatiedossier. Het keuzedeel dat deel uitmaakt van de beroepsopleiding wordt door de instelling in het maatschappelijk verkeer aangeduid met de naam van dat keuzedeel.
2. Een beroepsopleiding is een onderwijstraject dat voor een deelnemer is ingericht overeenkomstig de eisen van [hoofdstuk 7, titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), onverminderd [artikel 1.4.1, lid 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en dat is gericht op het behalen van een kwalificatie in het beroepsonderwijs alsmede een of meer daarbij behorende keuzedelen, ten bewijze waarvan een diploma wordt uitgereikt.
2. Een beroepsopleiding is een onderwijstraject dat voor een deelnemer is ingericht overeenkomstig de eisen van [hoofdstuk 7, titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), onverminderd [artikel 1.4.1, lid 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en dat is gericht op het behalen van een kwalificatie in het beroepsonderwijs alsmede een of meer daarbij behorende keuzedelen, ten bewijze waarvan een diploma wordt uitgereikt.
3. Een opleiding educatie is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen of het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de [artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7), of onderdelen van een dergelijk diploma.
@@ -1360,7 +1360,7 @@
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat aan onderdelen van een kwalificatie of kwalificaties dan wel aan een keuzedeel of keuzedelen een certificaat is verbonden.
2. [Artikel 7.4.6, eerste en derde lid,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is van overeenkomstige toepassing op certificaten.
2. [Artikel 7.4.6, eerste en derde lid,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is van overeenkomstige toepassing op certificaten.
##### Artikel 7.2.4. Landelijke kwalificatiestructuur beroepsonderwijs
@@ -1380,21 +1380,21 @@
- c. van elke kwalificatie:
- 1°. de soort beroepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), waarop de kwalificatie is gericht,
- 2°. de leerweg of leerwegen, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), waarin die beroepsopleiding kan worden verzorgd,
- 3°. het niveau, bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van die beroepsopleiding,
- 4°. of toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en
- 5°. in voorkomend geval, door welke soorten instellingen als bedoeld in de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), een beroepsopleiding mag worden verzorgd die is gericht op de kwalificatie,
- 1°. de soort beroepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), waarop de kwalificatie is gericht,
- 2°. de leerweg of leerwegen, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), waarin die beroepsopleiding kan worden verzorgd,
- 3°. het niveau, bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van die beroepsopleiding,
- 4°. of toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en
- 5°. in voorkomend geval, door welke soorten instellingen als bedoeld in de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), een beroepsopleiding mag worden verzorgd die is gericht op de kwalificatie,
- d. de keuzedelen, waarbij van elk keuzedeel wordt aangegeven bij welke kwalificatie of kwalificaties het behoort.
3. De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven neemt bij het voorstel voor een kwalificatiedossier het bepaalde in het tweede, vierde, vijfde en zesde lid in acht. Uit het voorstel blijkt dat voldoende acht is geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor het kwalificatiedossier zijn betrokken, maakt de Samenwerkingsorganisatie in haar voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel.
4. Bij de vaststelling van een kwalificatiedossier worden de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen in acht genomen die op grond van [artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027679&artikel=2) zijn vastgesteld voor de soorten opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
4. Bij de vaststelling van een kwalificatiedossier worden de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen in acht genomen die op grond van [artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027679&artikel=2) zijn vastgesteld voor de soorten opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de inhoud van een kwalificatiedossier.
@@ -1412,13 +1412,13 @@
1. Indien voor een beroep bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, vereisten zijn vastgesteld over de kwaliteiten onder meer op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, of over de examinering bij de desbetreffende beroepsopleiding:
- a. draagt de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven ervoor zorg dat deze vereisten verwerkt zijn bij het doen van het voorstel, bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- b. voegt de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven een verklaring van Onze Minister die het aangaat dat deze vereisten correct zijn verwerkt in het voorstel, bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en
- c. neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. De instelling draagt er bij het aanbieden van een beroepsopleiding zorg voor dat degenen die deze opleiding volgen, ten minste in de gelegenheid zijn aan de in het eerste lid bedoelde vereisten te voldoen en dat bij de examinering, zo nodig in afwijking van [titel 4 van dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), aan die vereisten wordt voldaan.
- a. draagt de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven ervoor zorg dat deze vereisten verwerkt zijn bij het doen van het voorstel, bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- b. voegt de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven een verklaring van Onze Minister die het aangaat dat deze vereisten correct zijn verwerkt in het voorstel, bedoeld in [artikel 7.2.4, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en
- c. neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. De instelling draagt er bij het aanbieden van een beroepsopleiding zorg voor dat degenen die deze opleiding volgen, ten minste in de gelegenheid zijn aan de in het eerste lid bedoelde vereisten te voldoen en dat bij de examinering, zo nodig in afwijking van [titel 4 van dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), aan die vereisten wordt voldaan.
##### Artikel 7.2.7. Inrichting beroepsopleidingen
@@ -1436,27 +1436,27 @@
- d. voor een driejarige vakopleiding en de middenkaderopleiding ten minste 3000 klokuren omvat, waarvan ten minste 1800 begeleide onderwijsuren en ten minste 900 klokuren beroepspraktijkvorming, met dien verstande dat in het eerste studiejaar ten minste 700 begeleide onderwijsuren worden verzorgd.
Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de onder a tot en met d genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01) dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
4. Het onderwijsprogramma voor een opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg voldoet aan de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, bedoeld in het eerste lid, indien het bevoegd gezag voor de deelnemer een onderwijsprogramma verzorgt dat elk studiejaar ten minste 850 klokuren omvat, waarvan ten minste 200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren beroepspraktijkvorming. Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01) dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de onder a tot en met d genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01) dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
4. Het onderwijsprogramma voor een opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg voldoet aan de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, bedoeld in het eerste lid, indien het bevoegd gezag voor de deelnemer een onderwijsprogramma verzorgt dat elk studiejaar ten minste 850 klokuren omvat, waarvan ten minste 200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren beroepspraktijkvorming. Het bevoegd gezag kan een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01) dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
5. Het onderwijsprogramma, bedoeld in het derde en vierde lid, omvat alle onderwijsactiviteiten, gericht op het bereiken van de onderwijs- en vormingsdoelen van de opleiding, waaraan door de deelnemer wordt deelgenomen onder verantwoordelijkheid en toezicht van het bevoegd gezag en bestaat uitsluitend uit begeleide onderwijsuren en beroepspraktijkvorming.
6. De begeleide onderwijsuren, bedoeld in het eerste, derde, vierde en vijfde lid, zijn klokuren waarin onderwijs wordt gegeven onder verantwoordelijkheid en met actieve betrokkenheid van onderwijspersoneel als bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), niet zijnde uren die deel uit maken van de beroepspraktijkvorming.
6. De begeleide onderwijsuren, bedoeld in het eerste, derde, vierde en vijfde lid, zijn klokuren waarin onderwijs wordt gegeven onder verantwoordelijkheid en met actieve betrokkenheid van onderwijspersoneel als bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), niet zijnde uren die deel uit maken van de beroepspraktijkvorming.
7. Indien in het laatste studiejaar van de basisberoepsopleiding of de vakopleiding de studieduur van de opleiding gerekend vanaf 1 september en naar boven afgerond op hele maanden minder is dan 10 maanden, worden het aantal begeleide onderwijsuren en het aantal klokuren beroepspraktijkvorming, genoemd in het derde lid, onder b, c en d en het vierde lid, in dat studiejaar evenredig verlaagd. De laatste twee volzinnen van het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
8. Voor opleidingen waarvan op grond van [artikel 7.2.4a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), een studieduur is vastgesteld van meer dan drie volledige studiejaren wordt het onderwijsprogramma, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, naar evenredigheid verhoogd met begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming. De laatste twee volzinnen van het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het aanbod van keuzedelen aan deelnemers alsmede de omvang van het keuzedeel of de keuzedelen die onderdeel uitmaken van de beroepsopleiding en de omvang van de onderdelen, bedoeld in [artikel 6.1.2a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
10. Het bevoegd gezag kan op verzoek van de deelnemer bij het aanbod van keuzedelen bij een opleiding afwijken van de koppeling van keuzedelen aan de kwalificatie van de opleiding zoals opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01). De keuzedelen die bij een opleiding worden aangeboden, vallen niet samen met een of meer onderdelen van de kwalificatie van de opleiding. Het bevoegd gezag legt verantwoording af over de toepassing van de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
8. Voor opleidingen waarvan op grond van [artikel 7.2.4a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), een studieduur is vastgesteld van meer dan drie volledige studiejaren wordt het onderwijsprogramma, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, naar evenredigheid verhoogd met begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming. De laatste twee volzinnen van het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het aanbod van keuzedelen aan deelnemers alsmede de omvang van het keuzedeel of de keuzedelen die onderdeel uitmaken van de beroepsopleiding en de omvang van de onderdelen, bedoeld in [artikel 6.1.2a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
10. Het bevoegd gezag kan op verzoek van de deelnemer bij het aanbod van keuzedelen bij een opleiding afwijken van de koppeling van keuzedelen aan de kwalificatie van de opleiding zoals opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01). De keuzedelen die bij een opleiding worden aangeboden, vallen niet samen met een of meer onderdelen van de kwalificatie van de opleiding. Het bevoegd gezag legt verantwoording af over de toepassing van de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
##### Artikel 7.2.8. De beroepspraktijkvorming
1. Van elke beroepsopleiding maakt onderricht in de praktijk van het beroep deel uit. De beroepspraktijkvorming kan voor een deel plaatsvinden in de periode waarin de deelnemer is ingeschreven voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier of tijdens het onderwijsprogramma op basis van een of meer keuzedelen.
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
- a. de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming, alsmede het totale aantal te volgen praktijkuren en de verdeling daarvan over de studiejaren,
@@ -1470,9 +1470,9 @@
##### Artikel 7.2.9. Beschikbaarheid praktijkplaats en totstandkoming praktijkovereenkomst
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de beschikbaarheid van de praktijkplaats en de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt.
2. Indien het bevoegd gezag en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.10&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevordert het bevoegd gezag, na overleg met het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de beschikbaarheid van de praktijkplaats en de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt.
2. Indien het bevoegd gezag en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.10&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevordert het bevoegd gezag, na overleg met het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
##### Artikel 7.2.10. **Beoordeling kwaliteit en erkenning leerbedrijven voor de beroepspraktijkvorming**
@@ -1516,15 +1516,15 @@
##### Artikel 7.3.2. Nadere omschrijving opleidingssoorten
1. De opleiding Nederlands als tweede taal I is gericht op de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen of de uitoefening van functies op het niveau van een vakopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die ten minste het niveau van het primair onderwijs hebben bereikt.
1. De opleiding Nederlands als tweede taal I is gericht op de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen of de uitoefening van functies op het niveau van een vakopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die ten minste het niveau van het primair onderwijs hebben bereikt.
2. De opleiding Nederlands als tweede taal II is gericht op de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen in het hoger onderwijs en de uitoefening van hogere functies door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die wat betreft vooropleiding of werkervaring functioneren op ten minste het niveau van het middenkader.
##### Artikel 7.3.3. Eindtermen opleidingen educatie
1. Bij ministeriële regeling worden eindtermen vastgesteld voor de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en kunnen eindtermen worden vastgesteld voor de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, d, e en f.
2. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, d, e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), indien daarvoor geen eindtermen zijn vastgesteld bij ministeriële regeling.
1. Bij ministeriële regeling worden eindtermen vastgesteld voor de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en kunnen eindtermen worden vastgesteld voor de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, d, e en f.
2. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, d, e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), indien daarvoor geen eindtermen zijn vastgesteld bij ministeriële regeling.
##### Artikel 7.3.4. Inrichting voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -1556,7 +1556,7 @@
Bij ministeriële regeling worden landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen vastgesteld die betrekking hebben op:
- a. de inhoud en het niveau van de examens, in relatie tot de kwalificatie-eisen in het kwalificatiedossier alsmede de eisen van de keuzedelen, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- a. de inhoud en het niveau van de examens, in relatie tot de kwalificatie-eisen in het kwalificatiedossier alsmede de eisen van de keuzedelen, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- b. de procedures rond de examens en de voorwaarden waaronder examens worden afgenomen.
@@ -1564,7 +1564,7 @@
1. Het bevoegd gezag van een instelling of exameninstelling stelt, al dan niet in samenwerking met een of meer bevoegde gezagsorganen van andere instellingen, ten behoeve van de examinering een examencommissie in voor elke door de instelling verzorgde opleiding of voor groepen van opleidingen.
2. Het bevoegd gezag kan de taken en bevoegdheden, bedoeld in [artikel 7.4.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) gedeeltelijk opdragen aan een centrale examencommissie.
2. Het bevoegd gezag kan de taken en bevoegdheden, bedoeld in [artikel 7.4.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) gedeeltelijk opdragen aan een centrale examencommissie.
3. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie voldoende is gewaarborgd.
@@ -1596,7 +1596,7 @@
- b. de getuigschriften van overeenkomstige Nederlandse beroepsopleidingen.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
3. De vergelijking of waardering wordt slechts verstrekt:
@@ -1604,7 +1604,7 @@
- b. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan een Nederlandse beroepsopleiding, of
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
4. Onze minister kan beleidsregels stellen met het oog op een doelmatige vervulling van de in het eerste lid genoemde taken door de rechtspersoon.
@@ -1618,15 +1618,15 @@
1. Het bevoegd gezag zorgt voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering.
2. Het bevoegd gezag legt de beschrijving van het onderwijsprogramma, met vermelding van het aantal begeleide onderwijsuren als bedoeld in [artikel 7.2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) per programmaonderdeel per studiejaar en het aantal klokuren beroepspraktijkvorming per studiejaar, en de regels met betrekking tot het examen tijdig voor aanvang van de opleiding vast in de onderwijs- en examenregeling van de instelling en zorgt ervoor dat deelnemers volledig en tijdig worden geïnformeerd over het onderwijsprogramma, examens en het ondersteuningsaanbod voor gehandicapte deelnemers die extra ondersteuning behoeven.
3. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat beroepsopleidingen aantoonbaar voldoen aan de eisen van [artikel 7.2.7, derde, vierde, zesde, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
4. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de instelling beschikt over een deelnemersstatuut waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen. In het deelnemersstatuut zijn in elk geval de nadere regels, bedoeld in [artikel 8.1.7a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.7a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), opgenomen.
2. Het bevoegd gezag legt de beschrijving van het onderwijsprogramma, met vermelding van het aantal begeleide onderwijsuren als bedoeld in [artikel 7.2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) per programmaonderdeel per studiejaar en het aantal klokuren beroepspraktijkvorming per studiejaar, en de regels met betrekking tot het examen tijdig voor aanvang van de opleiding vast in de onderwijs- en examenregeling van de instelling en zorgt ervoor dat deelnemers volledig en tijdig worden geïnformeerd over het onderwijsprogramma, examens en het ondersteuningsaanbod voor gehandicapte deelnemers die extra ondersteuning behoeven.
3. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat beroepsopleidingen aantoonbaar voldoen aan de eisen van [artikel 7.2.7, derde, vierde, zesde, zevende, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
4. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de instelling beschikt over een deelnemersstatuut waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen. In het deelnemersstatuut zijn in elk geval de nadere regels, bedoeld in [artikel 8.1.7a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.7a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), opgenomen.
5. De examencommissie stelt regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen.
6. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 7.4.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), dan treedt de examenregeling van de instelling of exameninstelling die de examinering verzorgt in de plaats van de examenregeling van de instelling die het onderwijs verzorgt.
6. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 7.4.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), dan treedt de examenregeling van de instelling of exameninstelling die de examinering verzorgt in de plaats van de examenregeling van de instelling die het onderwijs verzorgt.
##### Artikel 7.4.9. Zorgplicht regeling exameninstelling
@@ -1644,15 +1644,15 @@
1. Aan de deelnemers wordt gelegenheid gegeven een examen af te leggen.
2. [Artikel 7.4.5, eerste tot en met vijfde en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen. De examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs omvatten een rekentoets. Bij de vaststelling van de opgaven van de rekentoets worden de referentieniveaus rekenen in acht genomen die voor de desbetreffende schoolsoorten zijn vastgesteld op grond van [artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027679&artikel=2). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent deze toets vastgesteld.
2. [Artikel 7.4.5, eerste tot en met vijfde en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen. De examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs omvatten een rekentoets. Bij de vaststelling van de opgaven van de rekentoets worden de referentieniveaus rekenen in acht genomen die voor de desbetreffende schoolsoorten zijn vastgesteld op grond van [artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027679&artikel=2). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent deze toets vastgesteld.
4. Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een instelling kan Onze Minister toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens het tweede en derde lid. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag.
5. [Artikel 7.4.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van een examen van de opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
6. De [artikelen 7.4.8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en [7.4.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
5. [Artikel 7.4.6, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van een examen van de opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
6. De [artikelen 7.4.8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en [7.4.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
@@ -1684,7 +1684,7 @@
2. De commissie van beroep voor de examens bestaat uit een even aantal gewone leden en evenveel plaatsvervangende leden, een voorzitter, tevens lid, en een plaatsvervangend voorzitter.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde beoordeling.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde beoordeling.
4. Op eigen verzoek wordt aan de leden en plaatsvervangende leden van de commissie van beroep voor de examens ontslag verleend. Bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar wordt hun ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. Zij worden ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld. Alvorens het ontslag op grond van het in de derde volzin bepaalde wordt verleend, wordt de betrokkene van het voornemen tot ontslag in kennis gesteld en wordt hem de gelegenheid geboden zich ter zake te doen horen.
@@ -1738,17 +1738,17 @@
- d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b of c, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen is ingeschreven voor een opleiding of het onderdeel van de opleiding van een instelling, welke opleiding of welk onderdeel van de opleiding nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vijfde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met onmiddellijke ingang ontbonden.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vijfde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met onmiddellijke ingang ontbonden.
1b. Voor de student die zich heeft ingeschreven voor een Ad-programma als bedoeld in [artikel 7.8a, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.8a) geldt niet de verplichting, bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid, om gebruik te kunnen maken van de onderwijsvoorzieningen.
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding educatie of een onderdeel daarvan of voor een beroepsopleiding. In geval van een beroepsopleiding geschiedt de inschrijving voor een opleidingsdomein, een kwalificatiedossier of een kwalificatie. Bij de inschrijving worden alle gegevens vermeld die het bevoegd gezag nodig heeft om te kunnen voldoen aan de verplichting, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of ingeval van een beroepsopleiding, [artikel 2.5.5a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding educatie of een onderdeel daarvan of voor een beroepsopleiding. In geval van een beroepsopleiding geschiedt de inschrijving voor een opleidingsdomein, een kwalificatiedossier of een kwalificatie. Bij de inschrijving worden alle gegevens vermeld die het bevoegd gezag nodig heeft om te kunnen voldoen aan de verplichting, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of ingeval van een beroepsopleiding, [artikel 2.5.5a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
3. De toelating tot beroepsopleidingen staat voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, uitsluitend open voor degenen voor wie de volledige leerplicht, bedoeld in [paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628¶graaf=2), is geëindigd.
4. Het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven voor een entreeopleiding of een basisberoepsopleiding, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel beëindigd indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. Ten aanzien van degenen die wensen te worden ingeschreven voor een vakopleiding, middenkaderopleiding of een specialistenopleiding, kan het bevoegd gezag ook aangeven dat zij geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te onderschrijven en kan de inschrijving van een betrokkene ook worden geweigerd dan wel beëindigd, indien deze de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet onderschrijft. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel beëindigd indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel beëindiging van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden beëindigd op grond van de tweede of derde volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
5. De inschrijving voor een opleidingsdomein kan uitsluitend geschieden voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op het tweede, derde of vierde niveau, bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
5. De inschrijving voor een opleidingsdomein kan uitsluitend geschieden voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op het tweede, derde of vierde niveau, bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
6. Bij ministeriële regeling kan een maximum worden vastgesteld voor het percentage van de deelnemers in het beroepsonderwijs dat in een jaar kan worden ingeschreven voor een opleidingsdomein.
@@ -1766,13 +1766,13 @@
3. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen, daaronder begrepen die, welke voortvloeien uit de wet, en omvat ten minste bepalingen over:
- a. de inhoud en inrichting van een opleiding, waaronder voor een beroepsopleiding begrepen de leerweg, de examenvoorzieningen en de kwalificatie, of, bij inschrijving voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier, dat opleidingsdomein of dat kwalificatiedossier, het beoogde niveau van de te behalen kwalificatie en het keuzedeel, de keuzedelen en het onderdeel of de onderdelen, bedoeld in [artikel 6.1.2a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), die deel uitmaken van de beroepsopleiding,
- a. de inhoud en inrichting van een opleiding, waaronder voor een beroepsopleiding begrepen de leerweg, de examenvoorzieningen en de kwalificatie, of, bij inschrijving voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier, dat opleidingsdomein of dat kwalificatiedossier, het beoogde niveau van de te behalen kwalificatie en het keuzedeel, de keuzedelen en het onderdeel of de onderdelen, bedoeld in [artikel 6.1.2a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), die deel uitmaken van de beroepsopleiding,
- b. de tijdvakken waarbinnen en, voor zover mogelijk, de lokaties waarop het onderwijs verzorgd wordt,
- c. de wijze waarop partijen uit de overeenkomst voortkomende prestaties gestalte zullen geven,
- d. in voorkomend geval, terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in [artikel 8.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- d. in voorkomend geval, terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in [artikel 8.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- e. de terugbetaling van cursusgeld in andere gevallen dan bedoeld in [artikel 14, tweede lid onder a tot en met d, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011400&artikel=14),
@@ -1786,7 +1786,7 @@
5. Definitieve verwijdering van een deelnemer waarop de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere instelling, een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling als bedoeld in [artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1) bereid is de deelnemer toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 8.1.4. Onderwijsbijdragen
@@ -1804,7 +1804,7 @@
1. Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de instelling ingeschreven deelnemer die valt onder de werking van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) of van de [Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438), vast, of deze deelnemer gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. In afwijking van de vorige volzin kan Onze Minister bepalen dat voor soorten van onderwijs als bedoeld in deze wet, de in die volzin bedoelde vaststelling wordt gedaan indien een ingeschreven deelnemer in een of meer vakken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Onder afwezigheid met geldige reden wordt verstaan afwezigheid wegens ziekte van de deelnemer, welke ziekte uitsluitend kan worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts, en afwezigheid wegens bijzondere familie-omstandigheden.
2. Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de deelnemer dat daarvan in de administratie van de instelling aantekening is gemaakt en verzoekt de deelnemer om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de deelnemer, bedoeld in [artikel 8.1.8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de deelnemer dat daarvan in de administratie van de instelling aantekening is gemaakt en verzoekt de deelnemer om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de deelnemer, bedoeld in [artikel 8.1.8a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
3. Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bevoegd gezag vast:
@@ -1824,7 +1824,7 @@
9. Onder «deelnemer» als bedoeld in het vijfde en zevende lid wordt verstaan de deelnemer die
- a. een entreeopleiding of een basisberoepsopleiding volgt als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of
- a. een entreeopleiding of een basisberoepsopleiding volgt als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of
- b. voor 1 augustus 2005 studiefinanciering in de zin van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) ontving.
@@ -1834,7 +1834,7 @@
- a. op wie de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt,
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- c. die bij de instelling wordt verwijderd.
@@ -1844,7 +1844,7 @@
##### Artikel 8.2.1. Vooropleidingseisen
1. Vereiste voor toelating tot een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) het bezit van:
1. Vereiste voor toelating tot een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg,
@@ -1856,13 +1856,13 @@
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk,
- f. een diploma basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of
- g. een diploma vakopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Vereiste voor toelating tot een vakopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) het bezit van:
- f. een diploma basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of
- g. een diploma vakopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Vereiste voor toelating tot een vakopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg,
@@ -1874,9 +1874,9 @@
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk, of
- f. een diploma basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
4. Vereiste voor toelating tot een basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) het bezit van:
- f. een diploma basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
4. Vereiste voor toelating tot een basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg,
@@ -1888,29 +1888,29 @@
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk, of
- f. een diploma entreeopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- f. een diploma entreeopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
5. Voor de toelating tot een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs gelden geen vooropleidingseisen.
6. Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen personen die niet voldoen aan de vooropleidingseis voor een basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding, vrijstellen van die vooropleidingseis, indien zij bij een onderzoek hebben blijk gegeven van geschiktheid voor het desbetreffende onderwijs.
7. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
7. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
## Titel 3. De educatie
##### Artikel 8.3.1. Voortijdige schoolverlater
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van toepassing is en
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van toepassing is en
- a. die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of
- b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549).
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), een getuigschrift van het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel of het uitstroomprofiel dagbesteding als bedoeld in [artikel 14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=14d) respectievelijk [artikel 14g van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=14g) dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), een getuigschrift van het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel of het uitstroomprofiel dagbesteding als bedoeld in [artikel 14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=14d) respectievelijk [artikel 14g van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=14g) dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
##### Artikel 8.3.2. Bestrijding voortijdig schoolverlaten door gemeente
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) heeft gemeld of waarover zij op grond van [artikel 8.1.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of op grond van [artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24f) beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) heeft gemeld of waarover zij op grond van [artikel 8.1.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of op grond van [artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24f) beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
2. Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), scholen en instellingen als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
@@ -1936,7 +1936,7 @@
##### Artikel 8.3.3. Informatie over voortijdig schoolverlaten
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
2. Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de door Onze Minister aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage te geven en de gevraagde inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het voortijdig schoolverlaten door niet-leerplichtigen.
@@ -1964,11 +1964,11 @@
##### Artikel 9.1.3. Bestuursoverdracht bijzondere instelling
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van overeenkomstige toepassing.
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=9.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
@@ -1978,7 +1978,7 @@
2. Een lid van een raad van toezicht heeft geen directe belangen bij de instelling. Een lid van het college van bestuur kan niet tevens lid zijn van het college van bestuur van een andere instelling.
3. De raad van toezicht houdt, met het oog op de taken van de desbetreffende instelling, genoemd in [artikel 1.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=2&artikel=1.3.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01), toezicht op de uitvoering van werkzaamheden en de uitoefening van bevoegdheden door het college van bestuur en staat dit college met raad ter zijde. De raad van toezicht is in elk geval belast met:
3. De raad van toezicht houdt, met het oog op de taken van de desbetreffende instelling, genoemd in [artikel 1.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=2&artikel=1.3.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01), toezicht op de uitvoering van werkzaamheden en de uitoefening van bevoegdheden door het college van bestuur en staat dit college met raad ter zijde. De raad van toezicht is in elk geval belast met:
- a. het benoemen, schorsen, ontslaan en vaststellen van de beloning van de leden van het college van bestuur;
@@ -1986,9 +1986,9 @@
- c. het goedkeuren van de begroting, de jaarrekening, het bestuursverslag en, indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de instelling;
- d. het toezien op de naleving van wettelijke verplichtingen en de omgang met de branchecode, bedoeld in [artikel 2.5.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), door het college van bestuur;
- e. het toezien op de rechtmatige verwerving en op de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de instelling verkregen op grond van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [2.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- d. het toezien op de naleving van wettelijke verplichtingen en de omgang met de branchecode, bedoeld in [artikel 2.5.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), door het college van bestuur;
- e. het toezien op de rechtmatige verwerving en op de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de instelling verkregen op grond van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [2.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- f. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) die verslag uitbrengt aan de raad, en
@@ -2010,7 +2010,7 @@
- b. een bindende voordracht te doen voor één lid van de raad van toezicht.
[Artikel 8a.4.3, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van overeenkomstige toepassing. De tweede en derde volzin zijn niet van toepassing voor zover de ondernemingsraad schriftelijk aan de raad van toezicht te kennen heeft gegeven van de mogelijkheid een voordracht te doen geen gebruik te willen maken.
[Artikel 8a.4.3, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van overeenkomstige toepassing. De tweede en derde volzin zijn niet van toepassing voor zover de ondernemingsraad schriftelijk aan de raad van toezicht te kennen heeft gegeven van de mogelijkheid een voordracht te doen geen gebruik te willen maken.
7. De statuten van de rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, voorzien in een regeling die waarborgt dat de raad van toezicht de ondernemingsraad vertrouwelijk hoort over een voorgenomen beslissing tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur, niet zijnde bestuurder in de zin van de [Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747). Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
@@ -2018,7 +2018,7 @@
##### Artikel 9.1.5. Overdracht taken en bevoegdheden
Het bevoegd gezag van een openbare instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in te stellen college van bestuur. [Artikel 9.1.4, eerste, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en [artikel 9.1.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.
Het bevoegd gezag van een openbare instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in te stellen college van bestuur. [Artikel 9.1.4, eerste, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en [artikel 9.1.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 9.1.6. Organisatorische eenheden
@@ -2056,7 +2056,7 @@
3. De voorzitter van het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven en diens plaatsvervanger worden op voordracht van vertegenwoordigers van het beroepsonderwijs en van het bedrijfsleven benoemd door Onze Minister, voor een periode van ten hoogste vier jaar. Zij kunnen ten hoogste eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.
4. De statuten van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven bevatten een regeling voor de betrokkenheid van het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven bij de totstandkoming van voorstellen voor kwalificatiedossiers en de criteria, bedoeld in [artikel 7.2.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.10&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en bij de uitvoering van de overige taken van de organisatie. De regeling kan nader worden uitgewerkt in een bestuursreglement.
4. De statuten van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven bevatten een regeling voor de betrokkenheid van het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven bij de totstandkoming van voorstellen voor kwalificatiedossiers en de criteria, bedoeld in [artikel 7.2.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.10&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en bij de uitvoering van de overige taken van de organisatie. De regeling kan nader worden uitgewerkt in een bestuursreglement.
5. De statuten en het bestuursreglement alsmede wijzigingen daarvan behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
@@ -2074,13 +2074,13 @@
##### Artikel 10.2. Intreden gevolgen van toekennen van rechten na sprongberoep
Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 2 van de bij de Algemene wet bestuursrecht behorende [Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&bijlage=2) strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), diploma-erkenning als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), examinering als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 2 van de bij de Algemene wet bestuursrecht behorende [Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&bijlage=2) strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), diploma-erkenning als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), examinering als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
##### Artikel 11.1. Inhouding bekostiging
1. Indien het bevoegd gezag van een instelling in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet dan wel indien de raad van toezicht een aanwijzing als bedoeld in [artikel 9.1.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) niet opvolgt, kan Onze Minister bepalen dat de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort.
1. Indien het bevoegd gezag van een instelling in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet dan wel indien de raad van toezicht een aanwijzing als bedoeld in [artikel 9.1.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) niet opvolgt, kan Onze Minister bepalen dat de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een instelling in strijd handelt met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
@@ -2102,9 +2102,9 @@
##### Artikel 12.1.1. **Duur van experiment leergang vm2**
1. Het experiment leergang vm2, dat is onderverdeeld in zes leergangen van vier jaar die per opvolgend leerjaar zijn of worden gestart, wordt voor de toepassing van [artikel 11a.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11a&artikel=11a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geacht te zijn gestart op 1 augustus 2008.
2. [Artikel 11a.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11a&artikel=11a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), wordt ten aanzien van de duur van het experiment leergang vm2 zodanig toegepast dat een leerling die deelneemt aan een leergang die binnen de termijn van zes jaar is gestart, de leergang van vier jaar kan doorlopen.
1. Het experiment leergang vm2, dat is onderverdeeld in zes leergangen van vier jaar die per opvolgend leerjaar zijn of worden gestart, wordt voor de toepassing van [artikel 11a.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11a&artikel=11a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geacht te zijn gestart op 1 augustus 2008.
2. [Artikel 11a.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11a&artikel=11a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), wordt ten aanzien van de duur van het experiment leergang vm2 zodanig toegepast dat een leerling die deelneemt aan een leergang die binnen de termijn van zes jaar is gestart, de leergang van vier jaar kan doorlopen.
##### Artikel 12.1.2. Afwijking van toepassing gebleven voorschriften
@@ -2114,11 +2114,11 @@
##### Artikel 12.2.1. Diploma’s en certificaten
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 12.2.2. Handhaving voorschriften personeel
De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1¶graaf=1&artikel=4.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
@@ -2130,7 +2130,7 @@
##### Artikel 12.2.5. Handhaving inrichtings- en examenvoorschriften v.a.v.o.
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 12.2.6. Aanspraken gewezen personeel
@@ -2138,7 +2138,7 @@
##### Artikel 12.2.7. Garantieregeling onderwijsbevoegdheden
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
- a. degene die in het studiejaar 1995-1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen of aan een instelling voor basiseducatie,
@@ -2200,7 +2200,7 @@
##### Artikel 12.3.8. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten.
@@ -2374,9 +2374,9 @@
##### Artikel 12.4.1. Tijdelijke verstrekking middelen aan instellingen
1. Onze Minister voegt voor een bij ministeriële regeling te bepalen periode aan de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, een bedrag toe in verband met de invoering van passend onderwijs.
2. Het bedrag wordt voor een periode van een jaar berekend door het voor leerlinggebonden financiering voor alle instellingen gezamenlijk vastgestelde budget voor het studiejaar dat start op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel over de instellingen te verdelen naar rato van het gemiddelde bedrag dat een instelling voor de drie studiejaren daaraan voorafgaand ontving voor leerlinggebonden financiering. Voor zover het betreft de leerlinggebonden financiering voor cluster 2, bedoeld in [artikel 2, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=2), wordt op het budget, bedoeld in de eerste volzin, het deel van het leerlinggebonden budget als bedoeld in [artikel 2.2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=2.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zoals luidend voor inwerkingtreding van dit artikel in mindering gebracht. Op het budget, bedoeld in de eerste volzin, wordt tevens in mindering gebracht de bedragen die op grond van [artikel 2.7.2, eerste lid, tabel B, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.7.2), zoals dat luidde op 31 juli 2014, zijn toegekend aan het bevoegd gezag van de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs «De Waterlelie» te Cruquius en het bevoegd gezag van de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs «De Berkenschutse» te Heeze op peildatum 1 oktober 2011.
1. Onze Minister voegt voor een bij ministeriële regeling te bepalen periode aan de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, een bedrag toe in verband met de invoering van passend onderwijs.
2. Het bedrag wordt voor een periode van een jaar berekend door het voor leerlinggebonden financiering voor alle instellingen gezamenlijk vastgestelde budget voor het studiejaar dat start op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel over de instellingen te verdelen naar rato van het gemiddelde bedrag dat een instelling voor de drie studiejaren daaraan voorafgaand ontving voor leerlinggebonden financiering. Voor zover het betreft de leerlinggebonden financiering voor cluster 2, bedoeld in [artikel 2, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=2), wordt op het budget, bedoeld in de eerste volzin, het deel van het leerlinggebonden budget als bedoeld in [artikel 2.2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=2.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zoals luidend voor inwerkingtreding van dit artikel in mindering gebracht. Op het budget, bedoeld in de eerste volzin, wordt tevens in mindering gebracht de bedragen die op grond van [artikel 2.7.2, eerste lid, tabel B, van het Uitvoeringsbesluit WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010646&artikel=2.7.2), zoals dat luidde op 31 juli 2014, zijn toegekend aan het bevoegd gezag van de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs «De Waterlelie» te Cruquius en het bevoegd gezag van de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs «De Berkenschutse» te Heeze op peildatum 1 oktober 2011.
##### Artikel 12.4.2. Geldigheid indicatie leerlinggebonden financiering
@@ -2440,11 +2440,11 @@
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-08-01&g=2017-08-01), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2017-08-01&g=2017-08-01), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), 12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J, en 12.4.10, onderdeel A, die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=7.4.11&z=2017-10-01&g=2017-10-01), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2017-10-01&g=2017-10-01), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), 12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J, en 12.4.10, onderdeel A, die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J, 12.4.9 en 12.4.10, met uitzondering van onderdeel A, die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
@@ -2456,7 +2456,7 @@
##### Artikel 6.1.5a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
@@ -2466,7 +2466,7 @@
##### Artikel 6.2.3a. Maatregelen
In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is [artikel 6.1.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) van overeenkomstige toepassing.
In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is [artikel 6.1.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) van overeenkomstige toepassing.
## Titel 4
@@ -2566,7 +2566,7 @@
3. Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid.
4. Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 8.0.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
4. Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 8.0.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
5. Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
@@ -2580,7 +2580,7 @@
##### Artikel 2.3.6b. Verwerking gegevens door Onze Minister
1. Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in [artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24c), zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onze Minister kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
1. Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in [artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24c), zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onze Minister kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
2. Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
@@ -2592,7 +2592,7 @@
- b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht op het onderwijs.
2. Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van [artikel 2.3.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
2. Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van [artikel 2.3.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
3. Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, ziet uitsluitend op gegevens die niet herleid of herleidbaar zijn tot individuele deelnemers aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.
@@ -2602,13 +2602,13 @@
##### Artikel 2.3.6d. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) uitsluitend ten behoeve van:
- a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- c. verwerking van de gegevens, bedoeld in [24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24f) en in [artikel 8.1.8a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bij de registraties, bedoeld in onderdeel a, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel b.
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) uitsluitend ten behoeve van:
- a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- c. verwerking van de gegevens, bedoeld in [24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24f) en in [artikel 8.1.8a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bij de registraties, bedoeld in onderdeel a, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel b.
## Titel 4. Bekostiging van landelijke organen
@@ -2630,7 +2630,7 @@
- b. de datum van inschrijving of van de wijziging of beëindiging daarvan;
- c. de code, bedoeld in [artikel 6.4.1, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier of de kwalificatie waarvoor de deelnemer is ingeschreven en bij inschrijving voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier het niveau, bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van de beroepsopleiding;
- c. de code, bedoeld in [artikel 6.4.1, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier of de kwalificatie waarvoor de deelnemer is ingeschreven en bij inschrijving voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier het niveau, bedoeld in [artikel 7.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van de beroepsopleiding;
- d. de leerweg;
@@ -2662,7 +2662,7 @@
- r. de keuzedelen waarin examen is afgelegd en die niet met goed gevolg zijn afgesloten, alsmede de datum van de beëindiging van de inschrijving; en
- s. de onderdelen van een kwalificatie en de keuzedelen waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en die met goed gevolg zijn afgesloten.
- s. de onderdelen van een kwalificatie en de keuzedelen waarvoor toepassing is gegeven aan [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en die met goed gevolg zijn afgesloten.
3. Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid.
@@ -2670,7 +2670,7 @@
5. Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in [artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1), gebruiken het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in contacten met een gemeente in het kader van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628), tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
6. Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene bij de opgave, bedoeld in [artikel 8.0.3, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en bij de opgave, bedoeld in [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
6. Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene bij de opgave, bedoeld in [artikel 8.0.3, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en bij de opgave, bedoeld in [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
7. Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
@@ -2680,13 +2680,13 @@
10. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van [artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107), anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van [artikel 1 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1).
11. Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer in contacten met een school als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) in het kader van de ondersteuning die deze school biedt op grond van [artikel 8a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=8a) en [artikel 2.2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=2.2.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
11. Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer in contacten met een school als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) in het kader van de ondersteuning die deze school biedt op grond van [artikel 8a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=8a) en [artikel 2.2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=2.2.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
12. De in het negende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
##### Artikel 2.5.5b. Verwerking gegevens door Onze Minister
1. Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), op in het basisregister onderwijs, nadat hij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in [artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24c), zoals hij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd [artikel 2.5.5c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5c&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kan Onze Minister de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
1. Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), op in het basisregister onderwijs, nadat hij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in [artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24c), zoals hij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd [artikel 2.5.5c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5c&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kan Onze Minister de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
2. Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister alle inlichtingen die hij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
@@ -2702,9 +2702,9 @@
- b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht op het onderwijs.
2. Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van [artikel 2.5.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
3. Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, ziet uitsluitend op gegevens die niet herleid of herleidbaar zijn tot individuele deelnemers aan een beroepsopleiding, onverminderd [artikel 2.5.5b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5b&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van [artikel 2.5.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
3. Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, ziet uitsluitend op gegevens die niet herleid of herleidbaar zijn tot individuele deelnemers aan een beroepsopleiding, onverminderd [artikel 2.5.5b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.5b&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
@@ -2716,15 +2716,15 @@
##### Artikel 2.5.5e. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) uitsluitend ten behoeve van:
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) uitsluitend ten behoeve van:
- a. een registratie van leerplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628);
- b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- d. verwerking van de gegevens, bedoeld in [artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24f) en in [artikel 8.1.8a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
- b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- d. verwerking van de gegevens, bedoeld in [artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=24f) en in [artikel 8.1.8a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
#### § 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie
@@ -2800,7 +2800,7 @@
##### Artikel 8.1.1a. Te verstrekken gegevens bij inschrijving
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
@@ -2870,7 +2870,7 @@
##### Artikel 8.2.2. Nadere vooropleidingseisen
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven worden bij ministeriële regeling aangewezen de profielen, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden toegelaten tot een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01). De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de diploma’s van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, ingeval van doorstroom van een lager naar een hoger niveau als bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, met dien verstande dat er geen sprake is van een voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs.
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen en de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven worden bij ministeriële regeling aangewezen de profielen, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden toegelaten tot een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01). De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de diploma’s van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, ingeval van doorstroom van een lager naar een hoger niveau als bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, met dien verstande dat er geen sprake is van een voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs.
2. In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers, dan wel kan worden bepaald dat de regeling niet van toepassing is op groepen van deelnemers.
@@ -2926,19 +2926,19 @@
##### Artikel 6.1.5b. Ontneming recht op examinering instellingen; waarschuwing
1. Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. [Artikel 6.1.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
1. Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. [Artikel 6.1.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.2.3b. Ontneming recht op examinering niet uit 's Rijks kas bekostigde instellingen; waarschuwing
1. Onze Minister kan aan een niet uit 's Rijks kas bekostigde instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
1. Onze Minister kan aan een niet uit 's Rijks kas bekostigde instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. Onze Minister maakt de waarschuwing openbaar.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
@@ -2962,11 +2962,11 @@
##### Artikel 7.4.4a. Examinering door andere instellingen of exameninstellingen
1. Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben.
2. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 6.1.5b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5b&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [6.2.3b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2017-08-01&g=2017-08-01), dan wel [6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is het bevoegd gezag voor die beroepsopleiding gehouden toepassing te geven aan het eerste lid.
3. Het bevoegd gezag kan de examinering van examendeelnemers die op grond van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in [artikel 8.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) een entreeopleiding volgen, onder zijn verantwoordelijkheid laten uitvoeren door het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs.
1. Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben.
2. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 6.1.5b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5b&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [6.2.3b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2017-10-01&g=2017-10-01), dan wel [6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is het bevoegd gezag voor die beroepsopleiding gehouden toepassing te geven aan het eerste lid.
3. Het bevoegd gezag kan de examinering van examendeelnemers die op grond van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in [artikel 8.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=4&artikel=8.4.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) een entreeopleiding volgen, onder zijn verantwoordelijkheid laten uitvoeren door het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs.
##### Artikel 7.4.8a. Klachten
@@ -2974,7 +2974,7 @@
2. Het bevoegd gezag voorziet in de klachtbehandeling met overeenkomstige toepassing van in elk geval de [artikelen 9:3 tot en met 9:7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:3), [9:8, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, en derde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:8), [9:9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:9), [9:10, eerste lid, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:10), [9:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:11), [9:12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:12), [9:12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:12a), [9:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:15) en [9:16 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=9:16).
3. Het bevoegd gezag voorziet in een klachtencommissie die is belast met de behandeling van en advisering over klachten en die bestaat uit ten minste drie leden die geen deel uitmaken van een bevoegd gezag als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag.
3. Het bevoegd gezag voorziet in een klachtencommissie die is belast met de behandeling van en advisering over klachten en die bestaat uit ten minste drie leden die geen deel uitmaken van een bevoegd gezag als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder w](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag.
4. Op een ieder die is betrokken bij de uitvoering van dit artikel is [artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=2:5) van overeenkomstige toepassing.
@@ -3026,7 +3026,7 @@
1. Aan vakinstellingen worden beroepsopleidingen verzorgd die naar hun aard en onderlinge samenhang aantoonbaar gericht zijn op en van belang zijn voor een specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken.
2. [Artikel 1.3.1, derde lid, onder a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 1.3.1, derde lid, onder a, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Taken
@@ -3064,7 +3064,7 @@
##### Artikel 2.4.3. Subsidieplafond
Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in [artikel 1.5.1, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
#### § 2
@@ -3200,17 +3200,17 @@
##### Artikel 4.2.4. Geschiktheidsverklaring zij-instroom in het beroep van docent
1. Aan degene die niet in het bezit is van een in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), genoemd getuigschrift of diploma respectievelijk genoemde erkenning van beroepskwalificaties wordt door het bevoegd gezag dat voornemens is betrokkene te benoemen een geschiktheidsverklaring afgegeven, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag:
1. Aan degene die niet in het bezit is van een in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), genoemd getuigschrift of diploma respectievelijk genoemde erkenning van beroepskwalificaties wordt door het bevoegd gezag dat voornemens is betrokkene te benoemen een geschiktheidsverklaring afgegeven, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag:
- a. vakinhoudelijk bekwaam is en geschikt is voor het beroep van docent, en
- b. voldoet aan de in [artikel 4.2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), onder a genoemde eisen, blijkend uit het bezit van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), of
- c. in staat is verantwoord les te geven en binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming tot docent te voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), genoemde eisen.
- b. voldoet aan de in [artikel 4.2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), onder a genoemde eisen, blijkend uit het bezit van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), of
- c. in staat is verantwoord les te geven en binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming tot docent te voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), genoemde eisen.
2. Het bevoegd gezag geeft de in het eerste lid bedoelde verklaring slechts af, indien:
- a. betrokkene in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, niet zijnde een getuigschrift als bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b 1° tot en met 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- a. betrokkene in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, niet zijnde een getuigschrift als bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b 1° tot en met 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- b. betrokkene in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5),
@@ -3220,7 +3220,7 @@
- e. de gevolgde opleiding en de maatschappelijke of beroepservaring van betrokkene, in onderlinge samenhang bezien, naar het oordeel van het bevoegd gezag van voldoende belang zijn in verhouding tot de beoogde werkzaamheden aan de instelling.
3. Indien betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), stelt het bevoegd gezag vast, welke scholing en begeleiding voor betrokkene noodzakelijk zijn om binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming te kunnen voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), genoemde bekwaamheidseisen ten aanzien van pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden.
3. Indien betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), stelt het bevoegd gezag vast, welke scholing en begeleiding voor betrokkene noodzakelijk zijn om binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming te kunnen voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), genoemde bekwaamheidseisen ten aanzien van pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden.
##### Artikel 4.2.5. Uitvoering pedagogisch-didactische scholing
@@ -3550,7 +3550,7 @@
##### Artikel 2.6aa. Samenwerking met VO-scholen ter bevordering van doelmatig en doeltreffend onderwijs
1. Het bevoegd gezag kan in afwijking van [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van [artikel 25a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=25a) ook tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als deelnemer of examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school voor voortgezet onderwijs.
1. Het bevoegd gezag kan in afwijking van [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van [artikel 25a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=25a) ook tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als deelnemer of examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school voor voortgezet onderwijs.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld over de verantwoording van de bedragen die het bevoegd gezag met toepassing van [artikel 99, achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=99) heeft ontvangen.
@@ -3622,7 +3622,7 @@
##### Artikel 2.5.9a. Verslaglegging, onderzoek minister, accountantsprotocol en correctie rijksbijdrage
De [artikelen 2.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [2.5.7a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.7a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.
De [artikelen 2.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [2.5.7a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.7a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.
#### § 2. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -3712,7 +3712,7 @@
##### Artikel 9.1.8. Functionele scheiding bestuur en toezicht
In afwijking van [artikel 9.1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kan een functionele scheiding tussen bestuur en toezicht worden aangebracht binnen het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat. De [artikelen 9.1.4, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [9.1.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een deugdelijke scheiding tussen bestuur en toezicht, vermeldt in de statuten of het bestuursreglement de wijze waarop deze wordt gewaarborgd en vermeldt jaarlijks in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), de redenen voor de afwijking.
In afwijking van [artikel 9.1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kan een functionele scheiding tussen bestuur en toezicht worden aangebracht binnen het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat. De [artikelen 9.1.4, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [9.1.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een deugdelijke scheiding tussen bestuur en toezicht, vermeldt in de statuten of het bestuursreglement de wijze waarop deze wordt gewaarborgd en vermeldt jaarlijks in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), de redenen voor de afwijking.
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, toelating, bindend studieadvies, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten, samenwerking
@@ -3748,7 +3748,7 @@
##### Artikel 8.1.8a. Melding verzuim niet-leerplichtigen
1. Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan Onze Minister van de gegevens van degene die voldoet aan [artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt.
1. Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan Onze Minister van de gegevens van degene die voldoet aan [artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt.
2. Onze Minister neemt de op grond van dit artikel door het bevoegd gezag verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
@@ -3770,7 +3770,7 @@
11. De gegevens die worden verstrekt op grond van het eerste lid kunnen persoonsgegevens als bedoeld in [artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=16) omvatten, met uitzondering van gegevens over ras, politieke gezindheid, seksueel leven of het lidmaatschap van een vakvereniging, voor zover deze persoonsgegevens noodzakelijk zijn met het oog op de informatieverstrekking over de achtergronden van het verzuim.
12. Op verzoek van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft, komen hun rechten en verplichtingen als bedoeld in dit artikel toe aan burgemeester en wethouders van de contactgemeente, bedoeld in [artikel 8.3.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
12. Op verzoek van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft, komen hun rechten en verplichtingen als bedoeld in dit artikel toe aan burgemeester en wethouders van de contactgemeente, bedoeld in [artikel 8.3.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
@@ -3840,11 +3840,11 @@
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. deelnemersraad: de deelnemersraad, bedoeld in [artikel 8a.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=1&artikel=8a.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- b. reglement: het reglement voor de raad, bedoeld in [artikel 8a.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- c. commissie: de landelijke geschillencommissie medezeggenschap, bedoeld in [artikel 8a.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- a. deelnemersraad: de deelnemersraad, bedoeld in [artikel 8a.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=1&artikel=8a.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- b. reglement: het reglement voor de raad, bedoeld in [artikel 8a.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- c. commissie: de landelijke geschillencommissie medezeggenschap, bedoeld in [artikel 8a.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 8a.1.2. Deelnemersraad
@@ -3862,13 +3862,13 @@
##### Artikel 8a.1.3. Ouderraad
1. Indien ten minste 25 ouders van deelnemers van een regionaal opleidingencentrum daarom verzoeken, stelt het bevoegd gezag een ouderraad in. Indien van de eerste volzin gebruik wordt gemaakt, legt het bevoegd gezag de bevoegdheden van de ouderraad vast in het medezeggenschapsstatuut, na overleg met de ouders die het verzoek hebben ingediend. Op een ouderraad als bedoeld in de eerste volzin, is [artikel 8a.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=1&artikel=8a.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met uitzondering van het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Aan een agrarisch opleidingscentrum en aan een scholengemeenschap als bedoeld in [artikel 2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is een ouderraad verbonden. Een ouderraad als bedoeld in de eerste volzin, behartigt in het bijzonder de belangen van de deelnemers in de leeftijd tot 18 jaar.
3. Indien een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs zich met een regionaal opleidingencentrum verenigt tot een scholengemeenschap als bedoeld in [artikel 2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), vormt het in de [Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685) bedoelde, uit en door de ouders gekozen deel van de medezeggenschapsraad van die school voor voortgezet onderwijs de eerste ouderraad van de scholengemeenschap. Indien een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=9) zich met een agrarisch opleidingscentrum verenigt tot een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, vormen de ouderraad van het agrarisch opleidingscentrum, bedoeld in het tweede lid, en het in de Wet medezeggenschap op scholen bedoelde, uit en door de ouders gekozen deel van de medezeggenschapsraad van die school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs gezamenlijk de eerste ouderraad van de scholengemeenschap.
4. Het bevoegd gezag legt de bevoegdheden van een ouderraad vast in het medezeggenschapsstatuut. Voor de vaststelling is [artikel 8a.2.2, derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van overeenkomstige toepassing op een ouderraad. Op een ouderraad zijn [artikel 8a.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&z=2017-08-01&g=2017-08-01) van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.
1. Indien ten minste 25 ouders van deelnemers van een regionaal opleidingencentrum daarom verzoeken, stelt het bevoegd gezag een ouderraad in. Indien van de eerste volzin gebruik wordt gemaakt, legt het bevoegd gezag de bevoegdheden van de ouderraad vast in het medezeggenschapsstatuut, na overleg met de ouders die het verzoek hebben ingediend. Op een ouderraad als bedoeld in de eerste volzin, is [artikel 8a.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=1&artikel=8a.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met uitzondering van het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Aan een agrarisch opleidingscentrum en aan een scholengemeenschap als bedoeld in [artikel 2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is een ouderraad verbonden. Een ouderraad als bedoeld in de eerste volzin, behartigt in het bijzonder de belangen van de deelnemers in de leeftijd tot 18 jaar.
3. Indien een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs zich met een regionaal opleidingencentrum verenigt tot een scholengemeenschap als bedoeld in [artikel 2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), vormt het in de [Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685) bedoelde, uit en door de ouders gekozen deel van de medezeggenschapsraad van die school voor voortgezet onderwijs de eerste ouderraad van de scholengemeenschap. Indien een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=9) zich met een agrarisch opleidingscentrum verenigt tot een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, vormen de ouderraad van het agrarisch opleidingscentrum, bedoeld in het tweede lid, en het in de Wet medezeggenschap op scholen bedoelde, uit en door de ouders gekozen deel van de medezeggenschapsraad van die school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs gezamenlijk de eerste ouderraad van de scholengemeenschap.
4. Het bevoegd gezag legt de bevoegdheden van een ouderraad vast in het medezeggenschapsstatuut. Voor de vaststelling is [artikel 8a.2.2, derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van overeenkomstige toepassing op een ouderraad. Op een ouderraad zijn [artikel 8a.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&z=2017-10-01&g=2017-10-01) van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8a.1.4. Zorgplicht medezeggenschap; medezeggenschapsstatuut
@@ -3878,7 +3878,7 @@
- b. de medezeggenschapsstructuren sluiten zo veel mogelijk aan bij de organisatiestructuur, besluitvormingsprocedures en verantwoordelijkheidsverdelingen binnen de instelling.
2. Het bevoegd gezag legt de inrichting van de medezeggenschap telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vast in een medezeggenschapsstatuut. Voor de vaststelling is [artikel 8a.2.2, derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van overeenkomstige toepassing op de ondernemingsraad.
2. Het bevoegd gezag legt de inrichting van de medezeggenschap telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vast in een medezeggenschapsstatuut. Voor de vaststelling is [artikel 8a.2.2, derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van overeenkomstige toepassing op de ondernemingsraad.
##### Artikel 8a.1.5. Bijeenkomst deelnemersraad, ondernemingsraad en ouderraad
@@ -3886,11 +3886,11 @@
2. Het bevoegd gezag, de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad komen voorts met elkaar bijeen indien daarom onder opgave van redenen door één of meer der raden wordt verzocht.
3. In geval van een voornemen tot een fusie als bedoeld in [artikel 2.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) komen het bevoegd gezag, de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad bijeen om dat voornemen te bespreken. De bespreking is gericht op het bereiken van overeenstemming. Indien overeenstemming wordt bereikt, wordt dit aangemerkt als instemming met het voornemen tot fusie. Bij het ontbreken van overeenstemming wordt dit aangemerkt als het onthouden van instemming. In het laatste geval kan elk van de deelnemers aan de bespreking het geschil voorleggen aan de geschillencommissie, bedoeld in [artikel 8a.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
3. In geval van een voornemen tot een fusie als bedoeld in [artikel 2.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) komen het bevoegd gezag, de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad bijeen om dat voornemen te bespreken. De bespreking is gericht op het bereiken van overeenstemming. Indien overeenstemming wordt bereikt, wordt dit aangemerkt als instemming met het voornemen tot fusie. Bij het ontbreken van overeenstemming wordt dit aangemerkt als het onthouden van instemming. In het laatste geval kan elk van de deelnemers aan de bespreking het geschil voorleggen aan de geschillencommissie, bedoeld in [artikel 8a.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
4. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, hebben de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad elk afzonderlijk adviesrecht ten aanzien van het voornemen tot fusie, onverminderd het recht het geschil voor te leggen aan de in het vorige lid bedoelde geschillencommissie.
5. Het bevoegd gezag stelt de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad in de gelegenheid om tijdig voorafgaand aan de gezamenlijke bijeenkomst, bedoeld in het derde lid, kennis te nemen van de opgestelde fusie-effectrapportage, bedoeld in [artikel 2.1.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.10&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
5. Het bevoegd gezag stelt de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad in de gelegenheid om tijdig voorafgaand aan de gezamenlijke bijeenkomst, bedoeld in het derde lid, kennis te nemen van de opgestelde fusie-effectrapportage, bedoeld in [artikel 2.1.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.10&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 8a.2.1. Algemene bevoegdheden
@@ -3938,9 +3938,9 @@
- k. de regels op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn voor zover deze de deelnemers betreffen;
- l. het reglement voor de deelnemersraad, met inachtneming van [artikel 8a.3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01);
- m. het onderwijsprogramma indien dit minder uren als bedoeld in [artikel 7.2.7, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), omvat;
- l. het reglement voor de deelnemersraad, met inachtneming van [artikel 8a.3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- m. het onderwijsprogramma indien dit minder uren als bedoeld in [artikel 7.2.7, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), omvat;
- n. het beleid met betrekking tot het beperkt en beheersbaar houden van de middelen die van de deelnemers worden gevraagd voor schoolkosten die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden.
@@ -3956,11 +3956,13 @@
- e. de rol van deelnemers bij de interne kwaliteitszorg en zelfevaluatie;
- f. de te verstrekken informatie aan aspirant-deelnemers van beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- f. de te verstrekken informatie aan aspirant-deelnemers van beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.1.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3a&z=2017-10-01&g=2017-10-01);
- g. de regeling die het bevoegd gezag vaststelt voor de selectiecriteria en de selectieprocedure, bedoeld in [artikel 8.2.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2a&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
5. In het reglement kunnen andere, nader te omschrijven onderwerpen worden opgenomen ten aanzien waarvan een van de bijzondere bevoegdheden aan de deelnemersraad wordt toegekend.
6. De deelnemersraad heeft adviesbevoegdheid met betrekking tot een voorgenomen beslissing van de raad van toezicht ten aanzien van de profielen, bedoeld in [artikel 9.1.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01). De deelnemersraad heeft eveneens adviesbevoegdheid met betrekking tot benoeming of ontslag van de leden van het college van bestuur, bedoeld in artikel 9.1.4, derde lid, onderdeel a.
6. De deelnemersraad heeft adviesbevoegdheid met betrekking tot een voorgenomen beslissing van de raad van toezicht ten aanzien van de profielen, bedoeld in [artikel 9.1.4, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1¶graaf=2&artikel=9.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01). De deelnemersraad heeft eveneens adviesbevoegdheid met betrekking tot benoeming of ontslag van de leden van het college van bestuur, bedoeld in artikel 9.1.4, derde lid, onderdeel a.
7. Alvorens de raad van toezicht tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur overgaat, wordt de deelnemersraad vertrouwelijk gehoord over de voorgenomen beslissing tot benoeming of ontslag. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
@@ -3978,7 +3980,7 @@
- d. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de leden van de deelnemersraad hun uit het lidmaatschap van de deelnemersraad voortvloeiende verplichtingen nakomen;
- e. de voorstellen van de deelnemersraad, bedoeld in [artikel 8a.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), waarover het bevoegd gezag een standpunt inneemt, en de termijnen daarvoor;
- e. de voorstellen van de deelnemersraad, bedoeld in [artikel 8a.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), waarover het bevoegd gezag een standpunt inneemt, en de termijnen daarvoor;
- f. het verschaffen van informatie door het bevoegd gezag aan de deelnemersraad;
@@ -3996,7 +3998,7 @@
3. Een lid en een plaatsvervangend lid worden benoemd op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de gezamenlijke bevoegde gezagsorganen van de instellingen en een lid en een plaatsvervangend lid op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de deelnemersraden van de instellingen. Deze twee leden doen een bindende voordracht voor het derde lid, tevens voorzitter, en diens plaatsvervanger.
4. Indien sprake is van een geschil als bedoeld in [artikel 8a.4.2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover het betreft het ontbreken van de vereiste instemming van de ondernemingsraad met het medezeggenschapsstatuut, wordt voor de duur van behandeling van dat geschil een lid benoemd op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de ondernemingsraden van de instellingen.
4. Indien sprake is van een geschil als bedoeld in [artikel 8a.4.2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover het betreft het ontbreken van de vereiste instemming van de ondernemingsraad met het medezeggenschapsstatuut, wordt voor de duur van behandeling van dat geschil een lid benoemd op bindende voordracht van vertegenwoordigers van de ondernemingsraden van de instellingen.
5. De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel uitmaken van het bevoegd gezag of van de deelnemersraad van een instelling.
@@ -4004,17 +4006,17 @@
De commissie neemt kennis van de volgende geschillen:
- a. op verzoek van het bevoegd gezag of van de deelnemersraad, indien het bevoegd gezag ten aanzien van een voorgenomen beslissing als bedoeld in [artikel 8a.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), niet de vereiste instemming heeft verworven;
- a. op verzoek van het bevoegd gezag of van de deelnemersraad, indien het bevoegd gezag ten aanzien van een voorgenomen beslissing als bedoeld in [artikel 8a.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), niet de vereiste instemming heeft verworven;
- b. op verzoek van het bevoegd gezag of van de deelnemersraad, indien het bevoegd gezag en de raad van mening verschillen over de interpretatie van hoofdstuk 8a dan wel het reglement;
- c. op verzoek van de deelnemersraad, indien het bevoegd gezag een beslissing heeft genomen waarover ingevolge [artikel 8a.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of [artikel 8a.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=5&artikel=8a.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) juncto artikel 8a.2.2 advies door de deelnemersraad is uitgebracht, het bevoegd gezag daarbij het uitgebrachte advies niet of niet geheel heeft gevolgd en de deelnemersraad van oordeel is dat daardoor de belangen van de deelnemers, van de deelnemersraad of van de instelling ernstig worden geschaad.
- c. op verzoek van de deelnemersraad, indien het bevoegd gezag een beslissing heeft genomen waarover ingevolge [artikel 8a.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of [artikel 8a.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=5&artikel=8a.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) juncto artikel 8a.2.2 advies door de deelnemersraad is uitgebracht, het bevoegd gezag daarbij het uitgebrachte advies niet of niet geheel heeft gevolgd en de deelnemersraad van oordeel is dat daardoor de belangen van de deelnemers, van de deelnemersraad of van de instelling ernstig worden geschaad.
##### Artikel 8a.4.3. Bevoegdheden en procedure commissie
1. Voor zover aan een voorgenomen beslissing van het bevoegd gezag als bedoeld in [artikel 8a.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), de vereiste instemming is onthouden, deelt het bevoegd gezag aan de deelnemersraad dan wel de deelnemersraad aan het bevoegd gezag binnen drie maanden mede of het voorstel wordt voorgelegd aan de commissie. Indien een dergelijke mededeling niet binnen drie maanden wordt gedaan, vervalt het voorstel. Het voorstel vervalt eveneens, indien door het bevoegd gezag aan de deelnemersraad dan wel door de deelnemersraad aan het bevoegd gezag is meegedeeld dat het voorstel wordt voorgelegd aan de commissie en het voorstel niet binnen zes weken na het doen van deze mededeling daadwerkelijk wordt voorgelegd aan de commissie.
2. Indien het bevoegd gezag een verzoek doet als bedoeld in [artikel 8a.4.2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), geschiedt dit onder overlegging van de door het bevoegd gezag gemaakte afweging van de belangen die daarbij voor het bevoegd gezag aan de orde zijn, en stelt de commissie de deelnemersraad in de gelegenheid om zijn argumenten voor het onthouden van zijn instemming bij de commissie naar voren te brengen. Indien de deelnemersraad een verzoek doet als bedoeld in artikel 8a.4.2, onderdeel a, wordt het verzoek met redenen omkleed en stelt de commissie het bevoegd gezag in de gelegenheid om zijn argumenten voor handhaving van het voorstel bij de commissie naar voren te brengen.
1. Voor zover aan een voorgenomen beslissing van het bevoegd gezag als bedoeld in [artikel 8a.2.2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), de vereiste instemming is onthouden, deelt het bevoegd gezag aan de deelnemersraad dan wel de deelnemersraad aan het bevoegd gezag binnen drie maanden mede of het voorstel wordt voorgelegd aan de commissie. Indien een dergelijke mededeling niet binnen drie maanden wordt gedaan, vervalt het voorstel. Het voorstel vervalt eveneens, indien door het bevoegd gezag aan de deelnemersraad dan wel door de deelnemersraad aan het bevoegd gezag is meegedeeld dat het voorstel wordt voorgelegd aan de commissie en het voorstel niet binnen zes weken na het doen van deze mededeling daadwerkelijk wordt voorgelegd aan de commissie.
2. Indien het bevoegd gezag een verzoek doet als bedoeld in [artikel 8a.4.2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), geschiedt dit onder overlegging van de door het bevoegd gezag gemaakte afweging van de belangen die daarbij voor het bevoegd gezag aan de orde zijn, en stelt de commissie de deelnemersraad in de gelegenheid om zijn argumenten voor het onthouden van zijn instemming bij de commissie naar voren te brengen. Indien de deelnemersraad een verzoek doet als bedoeld in artikel 8a.4.2, onderdeel a, wordt het verzoek met redenen omkleed en stelt de commissie het bevoegd gezag in de gelegenheid om zijn argumenten voor handhaving van het voorstel bij de commissie naar voren te brengen.
3. De commissie is bevoegd een bemiddelingsvoorstel aan het bevoegd gezag en de deelnemersraad voor te leggen, tenzij het bevoegd gezag of de deelnemersraad te kennen geeft daarop geen prijs te stellen. Indien de commissie van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of indien haar voorstel niet de instemming verwerft van zowel het bevoegd gezag als de deelnemersraad, stelt zij vast, indien het betreft een geschil als bedoeld in:
@@ -4026,13 +4028,13 @@
4. Voor zover de commissie van oordeel is dat het voorstel van het bevoegd gezag niet in redelijkheid tot stand is gekomen, geeft zij aan hoe het voorstel moet worden gewijzigd.
5. Onverminderd [artikel 8a.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is een vaststelling van de commissie als bedoeld in het derde lid, voor het bevoegd gezag en de deelnemersraad bindend. Zo nodig neemt het bevoegd gezag met inachtneming van de vaststelling van de commissie een nieuwe beslissing.
5. Onverminderd [artikel 8a.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is een vaststelling van de commissie als bedoeld in het derde lid, voor het bevoegd gezag en de deelnemersraad bindend. Zo nodig neemt het bevoegd gezag met inachtneming van de vaststelling van de commissie een nieuwe beslissing.
6. Indien de ondernemingsraad ten aanzien van een voorstel tot vaststelling of wijziging van het medezeggenschapsstatuut zijn instemming heeft onthouden, zijn de [artikelen 27, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=27), en [36 van de Wet op de ondernemingsraden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&artikel=36) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bevoegdheden van de bedrijfscommissie, bedoeld in het genoemde artikel 36, worden uitgeoefend door de commissie.
##### Artikel 8a.4.4. Procesbevoegdheid deelnemersraad
1. De deelnemersraad kan in rechte optreden indien de vordering strekt tot naleving door het bevoegd gezag van de verplichtingen jegens de deelnemersraad, voortvloeiend uit [hoofdstuk 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&z=2017-08-01&g=2017-08-01). Tegen een uitspraak van de commissie op grond van [artikel 8a.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01) staat beroep open.
1. De deelnemersraad kan in rechte optreden indien de vordering strekt tot naleving door het bevoegd gezag van de verplichtingen jegens de deelnemersraad, voortvloeiend uit [hoofdstuk 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&z=2017-10-01&g=2017-10-01). Tegen een uitspraak van de commissie op grond van [artikel 8a.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01) staat beroep open.
2. Een vordering of beroep als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
@@ -4044,15 +4046,15 @@
6. In afwijking van [artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=237) en [artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:75) kan de deelnemersraad niet in de proceskosten worden veroordeeld.
7. In dit artikel wordt onder «uitspraak» verstaan: een vaststelling of oordeel van de commissie als bedoeld in [artikel 8a.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
7. In dit artikel wordt onder «uitspraak» verstaan: een vaststelling of oordeel van de commissie als bedoeld in [artikel 8a.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=4&artikel=8a.4.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 8a.4.5. Geschillenregeling adviesbevoegdheid profielen raad van toezicht
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op het advies, bedoeld in [artikel 8a.2.2, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op het advies, bedoeld in [artikel 8a.2.2, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 8a.5.1. Afwijkingen in verband met eigen aard
1. Op gronden die verband houden met de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging die aan de instelling ten grondslag ligt, kan het bevoegd gezag in het reglement een aan de deelnemersraad toekomend instemmingsrecht omzetten in een adviesrecht. In afwijking van [artikel 8a.2.2, derde lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), juncto [artikel 8a.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) stelt het bevoegd gezag het reglement, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, slechts vast nadat het hierover advies heeft ontvangen van de deelnemersraad. Het bevoegd gezag kan slechts toepassing geven aan de eerste volzin indien een meerderheid van twee derden van de deelnemers dat ondersteunt.
1. Op gronden die verband houden met de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging die aan de instelling ten grondslag ligt, kan het bevoegd gezag in het reglement een aan de deelnemersraad toekomend instemmingsrecht omzetten in een adviesrecht. In afwijking van [artikel 8a.2.2, derde lid, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), juncto [artikel 8a.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) stelt het bevoegd gezag het reglement, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, slechts vast nadat het hierover advies heeft ontvangen van de deelnemersraad. Het bevoegd gezag kan slechts toepassing geven aan de eerste volzin indien een meerderheid van twee derden van de deelnemers dat ondersteunt.
2. De mogelijkheid tot afwijking, bedoeld in het eerste lid, komt te vervallen indien de gronden waarop zij berustte niet langer aanwezig zijn dan wel indien zij niet langer worden ondersteund door een meerderheid van twee derden van de deelnemers.
@@ -4150,13 +4152,13 @@
##### Artikel 2.1.10. Aanvraag en fusie-effectrapportage
1. De rechtspersoon dient dan wel de rechtspersonen gezamenlijk dienen een aanvraag in bij Onze Minister voor het verkrijgen van de goedkeuring bedoeld in [artikel 2.1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01). De aanvraag gaat vergezeld van:
1. De rechtspersoon dient dan wel de rechtspersonen gezamenlijk dienen een aanvraag in bij Onze Minister voor het verkrijgen van de goedkeuring bedoeld in [artikel 2.1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01). De aanvraag gaat vergezeld van:
- a. een door de rechtspersoon dan wel rechtspersonen opgestelde fusie-effectrapportage, en
- b. een schriftelijk advies over, of voor zover van toepassing de schriftelijke instemming met de fusie door de betrokken medezeggenschapsraden die is voorafgegaan door de kennisname van de fusie-effectrapportage door de medezeggenschapsraden.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is eveneens een aanvraag als bedoeld in [artikel 2.1.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is eveneens een aanvraag als bedoeld in [artikel 2.1.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
3. De fusie-effectrapportage bevat ten minste een weergave van:
@@ -4190,7 +4192,7 @@
##### Artikel 2.1.12. Toetsingstermijn en verlenging
1. Onze Minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag als bedoeld in [artikel 2.1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.9&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
1. Onze Minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag als bedoeld in [artikel 2.1.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.9&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. De termijn bedoeld in het eerste lid kan ten hoogste met 13 weken worden verlengd. Van deze verlenging wordt, binnen de 13 weken bedoeld in het eerste lid, mededeling gedaan aan de aanvrager.
@@ -4242,7 +4244,7 @@
##### Artikel 8a.2.3. Fusie-effectrapportage
De deelnemersraad neemt voorafgaand aan de uitoefening van de adviesbevoegdheid, bedoeld in [artikel 8a.2.2, vierde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover het betreft fusie en overdracht van de instelling, kennis van de opgestelde fusie-effectrapportage, bedoeld in [artikel 2.1.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.10&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
De deelnemersraad neemt voorafgaand aan de uitoefening van de adviesbevoegdheid, bedoeld in [artikel 8a.2.2, vierde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover het betreft fusie en overdracht van de instelling, kennis van de opgestelde fusie-effectrapportage, bedoeld in [artikel 2.1.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=Ib&artikel=2.1.10&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
### Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
@@ -4320,11 +4322,11 @@
1. Met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het beroepsonderwijs kan bij wijze van experiment bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van:
- –. [titel 2 van hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&z=2017-08-01&g=2017-08-01),
- –. [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en
- –. [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
- –. [titel 2 van hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&z=2017-10-01&g=2017-10-01),
- –. [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en
- –. [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. In geval van toepassing van het eerste lid worden bij algemene maatregel van bestuur in ieder geval bepaald:
@@ -4388,9 +4390,9 @@
##### Artikel 1.4a.2. Samenwerking met onbekostigde VO-scholen
1. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), waarvoor wat betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, kan, ten aanzien van genoemde opleiding, in afwijking van [artikel 8.1.1d, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van de voorschriften gegeven bij of krachtens [artikel 58a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=58a) tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als deelnemer of examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een ingevolge [artikel 56 van de Wet op het voorgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=56) aangewezen school.
2. Indien het bevoegd gezag van een ingevolge [artikel 56 van de Wet op het voorgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=56) aangewezen school ter uitvoering van [artikel 58a, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=58a) leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 58a, derde lid, aanhef en onder a tot en met d, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
1. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), waarvoor wat betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, kan, ten aanzien van genoemde opleiding, in afwijking van [artikel 8.1.1d, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van de voorschriften gegeven bij of krachtens [artikel 58a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=58a) tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als deelnemer of examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een ingevolge [artikel 56 van de Wet op het voorgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=56) aangewezen school.
2. Indien het bevoegd gezag van een ingevolge [artikel 56 van de Wet op het voorgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=56) aangewezen school ter uitvoering van [artikel 58a, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=58a) leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 58a, derde lid, aanhef en onder a tot en met d, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
### Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
@@ -4480,7 +4482,7 @@
##### Artikel 6a.2.1. Ontneming recht op examinering educatie
1. Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een opleiding educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) ontnemen, indien
1. Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een opleiding educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) ontnemen, indien
- a. de kwaliteit van de examens van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest, of
@@ -4488,11 +4490,11 @@
2. Bij de ontneming van het recht, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. Het besluit tot ontneming van het recht op examinering wordt openbaar gemaakt.
3. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering, onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. [Artikel 6.1.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na het besluit tot ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht op examinering opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
3. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering, onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. [Artikel 6.1.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na het besluit tot ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht op examinering opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) is van overeenkomstige toepassing.
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
@@ -4598,13 +4600,13 @@
##### Artikel 2.2a.1. Rijksbijdrage voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
1. De rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze.
2. [Artikel 2.2.1, derde lid, onder a tot en met k, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in onderdeel i onder gewezen personeel mede wordt begrepen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van het beroepsonderwijs.
1. De rijksbijdrage voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=1&artikel=1.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze.
2. [Artikel 2.2.1, derde lid, onder a tot en met k, en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2¶graaf=1&artikel=2.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in onderdeel i onder gewezen personeel mede wordt begrepen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van het beroepsonderwijs.
##### Artikel 2.2a.2. Berekeningswijze
1. De in [artikel 2.2a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
1. De in [artikel 2.2a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
2. De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van:
@@ -4628,7 +4630,7 @@
##### Artikel 2.2a.3. Aanvullende middelen
1. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
1. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld.
@@ -4642,7 +4644,7 @@
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de uitvoering van deze titel. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op aard, inrichting en wijze van verstrekking van gegevens met betrekking tot de deelnemers.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) , gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2a&artikel=2.2a.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) , gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
## Titel 3. Aanbod en uitkering educatie met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs; informatie en gegevensverstrekking educatie
@@ -4816,7 +4818,7 @@
##### Artikel 8.1.1b. Toelating entreeopleiding
1. Onverminderd de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [8.1.7b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.7b&z=2017-08-01&g=2017-08-01), staat de toelating tot de entreeopleiding uitsluitend open voor degenen die niet ten minste voldoen aan de vooropleidingseisen van de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 8.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en op wie [paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628¶graaf=2) niet meer van toepassing is, met uitzondering van degenen ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan [artikel 3b van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=3b).
1. Onverminderd de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [8.1.7b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.7b&z=2017-10-01&g=2017-10-01), staat de toelating tot de entreeopleiding uitsluitend open voor degenen die niet ten minste voldoen aan de vooropleidingseisen van de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 8.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en op wie [paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628¶graaf=2) niet meer van toepassing is, met uitzondering van degenen ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan [artikel 3b van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=3b).
2. Het bevoegd gezag kan de toelating tot de entreeopleiding slechts weigeren indien diegene die om toelating verzoekt in de afgelopen twee studiejaren bij een instelling was ingeschreven voor een entreeopleiding.
@@ -4842,13 +4844,13 @@
1. Het bevoegd gezag brengt aan iedere deelnemer die is ingeschreven in een entreeopleiding uiterlijk binnen vier kalendermaanden na aanvang van de opleiding advies uit over de voortzetting van zijn opleiding.
2. Aan een advies als bedoeld in het eerste lid kan het bevoegd gezag een besluit tot ontbinding van de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), verbinden. De ontbinding is slechts gerechtvaardigd indien de deelnemer naar het oordeel van het bevoegd gezag, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, onvoldoende vordering heeft gemaakt in de opleiding. Het bevoegd gezag kan van de bevoegdheid krachtens dit lid slechts gebruikmaken indien het gezorgd heeft voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede voortgang van de opleiding zijn gewaarborgd.
2. Aan een advies als bedoeld in het eerste lid kan het bevoegd gezag een besluit tot ontbinding van de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), verbinden. De ontbinding is slechts gerechtvaardigd indien de deelnemer naar het oordeel van het bevoegd gezag, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, onvoldoende vordering heeft gemaakt in de opleiding. Het bevoegd gezag kan van de bevoegdheid krachtens dit lid slechts gebruikmaken indien het gezorgd heeft voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede voortgang van de opleiding zijn gewaarborgd.
3. Van de deelnemer waarvan de onderwijsovereenkomst op grond van het tweede lid is ontbonden, wordt de inschrijving voor de desbetreffende entreeopleiding aan de betrokken instelling beëindigd. De deelnemer kan niet opnieuw aan die instelling voor die opleiding worden ingeschreven.
4. Het bevoegd gezag stelt ter uitvoering van de voorgaande leden nadere regels vast. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de te behalen studieresultaten en de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid.
5. Tegen het advies, bedoeld in het eerste lid, staat binnen twee weken na het uitbrengen van het advies, beroep open bij de Commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01). De [artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Tegen het advies, bedoeld in het eerste lid, staat binnen twee weken na het uitbrengen van het advies, beroep open bij de Commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01). De [artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo en entreeopleiding in het vmbo
@@ -4882,7 +4884,7 @@
##### Artikel 2.6b. Examinering VSO-leerlingen
Het bevoegd gezag kan in afwijking van [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van [artikel 14b van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=14b), ook tot examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) wordt verzorgd.
Het bevoegd gezag kan in afwijking van [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van [artikel 14b van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=14b), ook tot examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) wordt verzorgd.
## Titel 3. Overleg kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -4920,7 +4922,7 @@
##### Artikel 12.4a.1. Beëindiging inschrijvingen beroepsopleidingen oude stijl
De deelnemer die in het studiejaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel stond ingeschreven voor een beroepsopleiding wordt door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld deze opleiding te voltooien uiterlijk in het studiejaar volgend op het studiejaar waarin de voor hem geldende studieduur is verstreken. Hierop zijn de [artikelen 7.2.2, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [7.2.4, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [7.2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [12.4a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4a&artikel=12.4a.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) van toepassing zoals die artikelen luidden vóór dat tijdstip.
De deelnemer die in het studiejaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel stond ingeschreven voor een beroepsopleiding wordt door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld deze opleiding te voltooien uiterlijk in het studiejaar volgend op het studiejaar waarin de voor hem geldende studieduur is verstreken. Hierop zijn de [artikelen 7.2.2, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [7.2.4, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [7.2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [12.4a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4a&artikel=12.4a.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) van toepassing zoals die artikelen luidden vóór dat tijdstip.
##### Artikel 12.4a.2. Beroepsbegeleidende leerweg
@@ -4948,7 +4950,7 @@
- a. financieel wanbeleid;
- b. ernstige nalatigheid om, in ieder geval in strijd met de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) en [1.3.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en goede voortgang van het onderwijs aan de instelling en om te voorkomen dat de kwaliteit van het stelsel van beroepsonderwijs en educatie in gevaar komt;.
- b. ernstige nalatigheid om, in ieder geval in strijd met de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [1.3.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3¶graaf=3&artikel=1.3.6a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en goede voortgang van het onderwijs aan de instelling en om te voorkomen dat de kwaliteit van het stelsel van beroepsonderwijs en educatie in gevaar komt;.
- c. ongerechtvaardigde verrijking, al dan niet beoogd, van de rechtspersoon die de instelling in stand houdt, een bestuurder of toezichthouder zelf dan wel een derde;
@@ -5036,7 +5038,7 @@
##### Artikel 6.1.4a. Beleidsregels en adviescommissie
1. Onze Minister stelt beleidsregels vast omtrent de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
1. Onze Minister stelt beleidsregels vast omtrent de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Onze Minister kan zich bij de toepassing van de beleidsregels laten adviseren door een onafhankelijke adviescommissie.
@@ -5106,7 +5108,7 @@
1. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de instelling voldoende keuzedelen verzorgt waar deelnemers uit kunnen kiezen in het kader van hun beroepsopleiding.
2. Het bevoegd gezag kan één of meer onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01), aanbieden die niet behoren tot de kwalificaties of de keuzedelen, mits deze onderdelen betrekking hebben op persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming, aantoonbaar van voldoende kwaliteit zijn en niet samenvallen met onderdelen van de desbetreffende kwalificatie. Bij toepassing van de eerste volzin legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
2. Het bevoegd gezag kan één of meer onderdelen van een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01), aanbieden die niet behoren tot de kwalificaties of de keuzedelen, mits deze onderdelen betrekking hebben op persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming, aantoonbaar van voldoende kwaliteit zijn en niet samenvallen met onderdelen van de desbetreffende kwalificatie. Bij toepassing van de eerste volzin legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5¶graaf=1&artikel=2.5.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), dan wel, bij toepassing van [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
@@ -5126,7 +5128,7 @@
1. Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming over de hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting van een gezamenlijke vergadering van de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan de beoogde verdeling van de middelen over de beleidsterreinen onderwijs, huisvesting en beheer, investeringen en personeel.
2. Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens deze wet, een reglement voor de gezamenlijke vergadering vast. [Artikelen 8a. 3.1, tweede lid, aanhef en onderdeel f, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens deze wet, een reglement voor de gezamenlijke vergadering vast. [Artikelen 8a. 3.1, tweede lid, aanhef en onderdeel f, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=3&artikel=8a.3.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels of nadere regels worden vastgesteld omtrent:
@@ -5138,7 +5140,7 @@
##### Artikel 8a.2.2a. Advies
Indien een te nemen beslissing op grond van [artikel 8a.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-08-01&g=2017-08-01) vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de deelnemersraad, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat:
Indien een te nemen beslissing op grond van [artikel 8a.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=2&artikel=8a.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01) vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de deelnemersraad, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat:
- a. advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming,
@@ -5150,7 +5152,7 @@
##### Artikel 8a.4.6. Geschillen instemmingsrecht hoofdlijnen begroting
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op geschillen die voortvloeien uit [artikel 8a.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=1&artikel=8a.1.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met dien verstande dat:
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op geschillen die voortvloeien uit [artikel 8a.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8a&titeldeel=1&artikel=8a.1.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met dien verstande dat:
- a. onder «deelnemersraad» wordt verstaan: de gezamenlijke vergadering;
@@ -5172,394 +5174,398 @@
##### Artikel 8.2.2a. Aanvullende eisen
1. Indien de uitoefening van het beroep of de beroepen waarop een opleiding voorbereidt, dan wel de organisatie en de inrichting van het onderwijs, specifieke eisen stellen ten aanzien van kennis of vaardigheden die niet of niet in voldoende mate onderdeel zijn van het voortgezet onderwijs, bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), of scholen en instellingen als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) respectievelijk specifieke eisen stellen ten aanzien van de eigenschappen van de deelnemer, kunnen bij ministeriële regeling opleidingen worden aangewezen die op daarbij aangegeven gronden eisen kunnen stellen in aanvulling op de eisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01) en [8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Het bevoegd gezag stelt een regeling vast voor de selectiecriteria en de selectieprocedure en stelt deze uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar waar deze voor geldt, voor een ieder beschikbaar. De selectiecriteria kunnen uitsluitend eisen bevatten die direct verband houden met de gronden, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens voorschriften van procedurele aard worden vastgesteld.
#### Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
### Hoofdstuk 11a. Experimenten
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.4.5a. Taken en bevoegdheden examencommissie
1. Een examencommissie heeft behoudens [artikel 7.4.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01), ten minste de volgende taken en bevoegdheden:
- a. het borgen van de kwaliteit van de examinering en van de instellingsexamens,
- b. het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen om instellingsexamens te beoordelen en vast te stellen,
- c. het vaststellen van de instellingsexamens,
- d. het op objectieve en deskundige wijze vaststellen of een deelnemer voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma, een certificaat of een instellingsverklaring als bedoeld in [artikel 7.4.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6a&z=2017-10-01&g=2017-10-01) alsmede het uitreiken of afgeven daarvan,
- e. het verlenen van vrijstelling van een instellingsexamen of een centraal examen en
- f. het bij de uitslag betrekken van een keuzedeel waarin de deelnemer in het kader van een eerder door hem gevolgde beroepsopleiding examen heeft afgelegd maar dat niet met goed gevolg door hem is afgesloten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, en kunnen andere taken en bevoegdheden dan bedoeld in het eerste lid aan de examencommissie worden toegekend.
3. De examencommissie stelt regels vast over de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, en de maatregelen die zij in dat verband kan nemen.
4. Indien een deelnemer bij het examen fraudeert, kan de examencommissie de deelnemer het recht ontnemen één of meer door de examencommissie aan te wijzen examens af te leggen, gedurende een door de examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar. Bij ernstige fraude kan het bevoegd gezag op voorstel van de examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokkene definitief beëindigen.
5. Indien een deelnemer bij de examencommissie een verzoek of een klacht indient waarbij een lid van de examencommissie is betrokken, neemt het betrokken lid geen deel aan de behandeling van het verzoek of de klacht.
6. De examencommissie stelt jaarlijks een verslag op over de examenkwaliteit per opleiding, aan de hand van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en haar werkzaamheden en verstrekt dit verslag aan het bevoegd gezag van de instelling of de exameninstelling.
##### Artikel 7.4.6a. Instellingsverklaring
Een deelnemer die één of meer onderdelen van de opleiding met goed gevolg heeft afgesloten waarvoor geen diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), of certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-10-01&g=2017-10-01), kan worden uitgereikt, ontvangt desgevraagd een door de desbetreffende examencommissie af te geven instellingsverklaring. Daarin zijn in elk geval opgenomen de onderdelen die op de datum van beëindiging van de opleiding met goed gevolg door de deelnemer zijn afgesloten en een lijst met examenresultaten.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
#### Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4.1a.1. Het beroep van docent
1. Onder het beroep van docent wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de instelling, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de instelling.
2. Docenten komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe als het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van deelnemers.
3. Docenten beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder wordt verstaan de zeggenschap over:
- a. de inhoud van de lesstof;
- b. de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt;
- c. de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de deelnemers en de contacten met de ouders;
- d. het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de docenten als onderdeel van het team.
4. Het bevoegd gezag maakt met de docenten afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van docenten als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd. Bij het maken van deze afspraken wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen.
#### Paragraaf 1. Het lerarenregister
##### Artikel 4.4.4. Functionaris voor de gegevensbescherming
Onze Minister benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in [artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=62) die belast is met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
##### Artikel 4.4.5. Autorisatie
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
##### Artikel 4.4.6. Gegevens in het lerarenregister
1. Het lerarenregister bevat voor elke daarin opgenomen docent:
- a. het burgerservicenummer;
- b. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, het adres, de postcode, en de geboortedatum van de docent;
- c. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, waaronder in ieder geval de ingangsdatum ervan;
- d. gegevens betreffende de instelling waaraan hij benoemd is of tewerkgesteld zonder benoeming, waaronder in ieder geval het registratienummer van de instelling;
- e. het onderwijs waarvoor de docent kan opgaan voor herregistratie;
- f. voor welk onderwijs als bedoeld in onderdeel e de docent opgaat voor herregistratie;
- g. gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en
- h. gegevens betreffende de herregistratie waaronder, indien van toepassing, de aantekening, bedoeld in [artikel 4.4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.11&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met h, nader worden gespecificeerd.
##### Artikel 4.4.7. Levering gegevens door bevoegd gezag en leraar
1. Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het lerarenregister.
2. De docent verstrekt aan Onze Minister de gegevens, genoemd in [artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen e tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tijdstippen en wijze van levering, de correctie van gegevens en over het aantonen van de bekwaamheidseisen, bedoeld in het derde lid.
##### Artikel 4.4.8. Gegevens uit de basisregistratie personen
1. De gegevens, bedoeld in [artikel 4.4.6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zijn gekoppeld aan het burgerservicenummer van de desbetreffende docent en worden door Onze Minister verkregen uit de basisregistratie personen indien de docent als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen.
2. Indien de docent niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, worden de desbetreffende gegevens verkregen uit de levering op grond van [artikel 4.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
##### Artikel 4.4.9. Opneming in het lerarenregister
Nadat een docent de gegevens, bedoeld in [artikel 4.4.7, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01), heeft verstrekt, neemt Onze Minister het burgerservicenummer en de andere gegevens die zijn geleverd op grond van artikel 4.4.7 en verkregen op grond van [artikel 4.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01) of [4.4.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.18&z=2017-10-01&g=2017-10-01), op in het lerarenregister, met dien verstande dat hij de basisgegevens slechts opneemt voor zover deze niet kunnen worden verkregen uit de basisadministratie personen.
##### Artikel 4.4.10. Correctie op verzoek
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.11. Herregistratie
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.12. Gevolgen van niet-herregistreren
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.13. Verwijderen gegevens lerarenregister
1. Gegevens van een docent als bedoeld in [artikel 4.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-10-01&g=2017-10-01) worden verwijderd uit het lerarenregister:
- a. indien betrokkene Onze Minister hier om verzoekt;
- b. indien betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
- c. indien betrokkene is overleden.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden alle in het lerarenregister geregistreerde gegevens van betrokkene verwijderd.
3. Indien een of meerdere gegevens van een docent op grond van het eerste lid worden verwijderd uit het lerarenregister, blijven deze gegevens tot vijf jaar na verwijdering bewaard.
4. Indien op grond van [artikel 4.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.7&z=2017-10-01&g=2017-10-01) gegevens worden verstrekt voor heropname van een docent in het lerarenregister, worden door Onze Minister van deze docent de bewaarde gegevens als bedoeld in artikel 4.4.7, eerste lid, onderdelen e tot en met h, opgenomen in het lerarenregister.
5. Op verzoek van een docent aan Onze Minister is het eerste lid, aanhef en onder b, op deze docent niet van toepassing.
6. Met pensioengerechtigde leeftijd wordt in dit artikel bedoeld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a).
##### Artikel 4.4.14. Het verstrekken van gegevens
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt:
- a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
- b. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming;
- c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming;
- d. indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft van de docent: gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie;
- e. overige gegevens betreffende de herregistratie.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
- a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld;
- b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
4. Uit het lerarenregister kunnen aan betrokkenen het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
5. De betrokkene heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van [artikel 4.4.13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.13&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
6. Uit het lerarenregister worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van:
- a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- b. de beleidsvorming.
7. Uit het lerarenregister worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
8. De gegevens, bedoeld in het zesde lid, onder b, en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
#### Paragraaf 2. Het registervoorportaal
##### Artikel 4.4.15. Registervoorportaal
1. Er is een registervoorportaal. In het registervoorportaal zijn van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming en niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school en de benoeming of tewerkstelling opgenomen.
2. Het registervoorportaal heeft tot doel het inzichtelijk maken welke docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen.
3. In aanvulling op het tweede lid heeft het registervoorportaal tot doel gegevens te verstrekken:
- a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en
- b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
4. Het eerste lid, is niet van toepassing op docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
5. Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het registervoorportaal.
##### Artikel 4.4.16. Gegevens per docent
1. Het registervoorportaal bevat voor elke daarin opgenomen docent de basisgegevens die op grond van [artikel 4.4.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.17&z=2017-10-01&g=2017-10-01) worden geleverd, waaronder in ieder geval het gegeven betreffende het onderwijs waarvoor hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader worden gespecificeerd.
##### Artikel 4.4.17. Gegevenslevering registervoorportaal
1. Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of zijn tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), met uitzondering van de geschiktheidsverklaring afgegeven op grond van [4.2.4, eerste lid, onder b, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2017-10-01&g=2017-10-01), en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het registervoorportaal.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het tijdstip en de wijze van levering en over de correctie van de gegevens.
##### Artikel 4.4.18. Duur van de vermelding, overdracht, verwijderen en bewaren van gegevens
1. De docent blijft voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen vermeld:
- a. totdat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen van dat onderwijs; of
- b. maximaal voor de duur van de periode, genoemd in het artikel op grond waarvan deze docent dit onderwijs geeft.
2. Het bevoegd gezag stelt een docent die in het registervoorportaal is opgenomen in staat te voldoen aan de vereisten om voor het desbetreffende onderwijs in het lerarenregister te kunnen worden opgenomen.
3. Vanaf het moment dat een docent voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen, voldoet aan de criteria om in het lerarenregister te worden vermeld, worden de gegevens van deze docent verstrekt voor opname in het lerarenregister.
4. Indien een docent opgenomen is in het registervoorportaal niet langer voldoet aan de vereisten die op grond van de in [artikel 4.4.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.17&z=2017-10-01&g=2017-10-01), genoemde bepalingen zijn gesteld aan de docent, worden de gegevens van deze docent verwijderd uit het registervoorportaal en gedurende vijf jaar bewaard.
##### Artikel 4.4.19. Het verstrekken van gegevens
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt:
- a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
- b. overige gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; en
- c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
- a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld;
- b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
4. Uit het registervoorportaal kunnen aan de docent het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
5. De docent heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van [artikel 4.4.18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.18&z=2017-10-01&g=2017-10-01).
6. Uit het registervoorportaal worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming.
7. Uit het registervoorportaal worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
8. De gegevens, bedoeld in het zesde en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
##### Artikel 4.4.20. Opname in registervoorportaal bij ontbreken benoemingsgrondslag
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.21. Schakelbepaling
De [artikelen, 4.4.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.4.3 tot en met 4.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), [4.4.8 tot en met 4.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.8&z=2017-10-01&g=2017-10-01), zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal.
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
#### § 2. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
##### Artikel 8.0.1. Aanmelding uiterlijk op 1 april
1. Uiterlijk op 1 april voorafgaand aan een studiejaar meldt degene die zich als deelnemer wenst te laten inschrijven voor een beroepsopleiding die start bij de aanvang van dat studiejaar, zich aan bij de desbetreffende instelling. Na de aanmelding kan de betrokkene zijn aanmelding nog wijzigen.
2. Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal beroepsopleidingen worden vastgesteld waarvoor de betrokkene zich kan aanmelden.
3. Dit artikel is niet van toepassing op:
- a. een deelnemer die zich aanmeldt bij een andere beroepsopleiding dan die waar hij oorspronkelijk was ingeschreven maar kan aantonen dat de aanmelding het gevolg is van een beëindiging van de inschrijving op grond van [artikel 8.1.7a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.7a&z=2017-10-01&g=2017-10-01), op een zodanig tijdstip dat hij zich niet kon aanmelden uiterlijk 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor hij zich wenst in te schrijven; en
- b. deelnemers aan een experiment doorlopende leerlijnen vmbo-mbo als bedoeld in het [Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033984).
##### Artikel 8.0.2. Gegevensverstrekking deelnemers voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die naar verwachting overstappen naar het middelbaar beroepsonderwijs
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van het eerste lid regels vastgesteld. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de bij de opgave te leveren gegevens, het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd.
##### Artikel 8.0.3. Te verstrekken gegevens bij aanmelding; terugmelding gegevens
1. Bij de aanmelding, bedoeld in [artikel 8.0.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), legt de betrokkene of, als deze minderjarig is, diens ouders, voogden of verzorgers, zijn persoonsgebonden nummer over onder vermelding van, indien van toepassing, de school als bedoeld in de [Wet op het voorgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of de instelling als bedoeld in deze wet waar hij op het moment van aanmelding staat ingeschreven.
2. Het persoonsgebonden nummer wordt overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document, waarop tevens de gegevens over de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene zijn vermeld. Indien geen persoonsgebonden nummer kan worden overgelegd, worden in plaats daarvan de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene vermeld.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld ter uitvoering van het derde en vierde lid. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de gegevens en het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
##### Artikel 8.0.4. Intakeactiviteiten en studiekeuzeadvies
1. Een betrokkene die uiterlijk 1 april is aangemeld in overeenstemming met [artikel 8.0.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.1&z=2017-10-01&g=2017-10-01), heeft desgevraagd recht op een studiekeuzeadvies.
Dit recht geldt alleen als betrokkene deelneemt aan de intakeactiviteiten die het bevoegd gezag met het oog op dit studiekeuzeadvies organiseert.
2. Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal studiekeuzeadviezen worden vastgesteld waarop de betrokkene recht heeft.
3. Het bevoegd gezag kan intakeactiviteiten organiseren en aan de hand daarvan een studiekeuzeadvies uitbrengen ten behoeve van andere dan de in het eerste lid bedoelde betrokkenen.
4. De studiekeuzeadviezen zijn niet bindend.
5. Het bevoegd gezag stelt ter uitvoering van dit artikel nadere regels vast die in elk geval betrekking hebben op de intakeactiviteiten die door de instelling, al dan niet per opleiding, worden georganiseerd, de aard en inhoud van de intakeactiviteiten, de termijn waarbinnen de intakeactiviteiten plaatsvinden en de gevallen waarin, de termijn waarbinnen en de wijze waarop studiekeuzeadviezen wordt uitgebracht.
6. Bij het vaststellen van de nadere regels treft het bevoegd gezag voor betrokkenen afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba respectievelijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten zodanige voorzieningen dat zij kunnen deelnemen aan de intakeactiviteiten zonder dat hun fysieke aanwezigheid op de instelling vereist is.
7. Het bevoegd gezag stelt de in het vijfde lid bedoelde informatie voor een ieder beschikbaar uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar waarvoor deze geldt.
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
### Hoofdstuk 11. Sancties
#### Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
#### Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
### Hoofdstuk 11a. Experimenten
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Bepalingen met betrekking tot passend onderwijs
## Titel 4a. Beroepsopleidingen oude stijl
## Titel 4b. **Invoering van de Wet aanscherping eisen examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs**
##### Artikel 12.4b.1. Overgangsbepaling leden examencommissie
De leden van de examencommissie, bedoeld in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-10-01&g=2017-10-01) zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel B, van de wet van 25 januari 2017 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs en een technische aanpassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039194&artikel=I) (Stb. 2017, 43), worden aangemerkt als leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 zoals luidend na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van voornoemde wet.
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Bepalingen met betrekking tot passend onderwijs
## Titel 4a. Beroepsopleidingen oude stijl
## Titel 4b. **Invoering van de Wet aanscherping eisen examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs**
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.4.5a. Taken en bevoegdheden examencommissie
1. Een examencommissie heeft behoudens [artikel 7.4.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01), ten minste de volgende taken en bevoegdheden:
- a. het borgen van de kwaliteit van de examinering en van de instellingsexamens,
- b. het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen om instellingsexamens te beoordelen en vast te stellen,
- c. het vaststellen van de instellingsexamens,
- d. het op objectieve en deskundige wijze vaststellen of een deelnemer voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma, een certificaat of een instellingsverklaring als bedoeld in [artikel 7.4.6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6a&z=2017-08-01&g=2017-08-01) alsmede het uitreiken of afgeven daarvan,
- e. het verlenen van vrijstelling van een instellingsexamen of een centraal examen en
- f. het bij de uitslag betrekken van een keuzedeel waarin de deelnemer in het kader van een eerder door hem gevolgde beroepsopleiding examen heeft afgelegd maar dat niet met goed gevolg door hem is afgesloten.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, en kunnen andere taken en bevoegdheden dan bedoeld in het eerste lid aan de examencommissie worden toegekend.
3. De examencommissie stelt regels vast over de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, en de maatregelen die zij in dat verband kan nemen.
4. Indien een deelnemer bij het examen fraudeert, kan de examencommissie de deelnemer het recht ontnemen één of meer door de examencommissie aan te wijzen examens af te leggen, gedurende een door de examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar. Bij ernstige fraude kan het bevoegd gezag op voorstel van de examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokkene definitief beëindigen.
5. Indien een deelnemer bij de examencommissie een verzoek of een klacht indient waarbij een lid van de examencommissie is betrokken, neemt het betrokken lid geen deel aan de behandeling van het verzoek of de klacht.
6. De examencommissie stelt jaarlijks een verslag op over de examenkwaliteit per opleiding, aan de hand van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en haar werkzaamheden en verstrekt dit verslag aan het bevoegd gezag van de instelling of de exameninstelling.
##### Artikel 7.4.6a. Instellingsverklaring
Een deelnemer die één of meer onderdelen van de opleiding met goed gevolg heeft afgesloten waarvoor geen diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), of certificaat als bedoeld in [artikel 7.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2¶graaf=2&artikel=7.2.3&z=2017-08-01&g=2017-08-01), kan worden uitgereikt, ontvangt desgevraagd een door de desbetreffende examencommissie af te geven instellingsverklaring. Daarin zijn in elk geval opgenomen de onderdelen die op de datum van beëindiging van de opleiding met goed gevolg door de deelnemer zijn afgesloten en een lijst met examenresultaten.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
#### Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4.1a.1. Het beroep van docent
1. Onder het beroep van docent wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de instelling, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de instelling.
2. Docenten komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe als het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van deelnemers.
3. Docenten beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder wordt verstaan de zeggenschap over:
- a. de inhoud van de lesstof;
- b. de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt;
- c. de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de deelnemers en de contacten met de ouders;
- d. het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de docenten als onderdeel van het team.
4. Het bevoegd gezag maakt met de docenten afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van docenten als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd. Bij het maken van deze afspraken wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen.
#### Paragraaf 1. Het lerarenregister
##### Artikel 4.4.4. Functionaris voor de gegevensbescherming
Onze Minister benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in [artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=62) die belast is met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
##### Artikel 4.4.5. Autorisatie
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
##### Artikel 4.4.6. Gegevens in het lerarenregister
1. Het lerarenregister bevat voor elke daarin opgenomen docent:
- a. het burgerservicenummer;
- b. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, het adres, de postcode, en de geboortedatum van de docent;
- c. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, waaronder in ieder geval de ingangsdatum ervan;
- d. gegevens betreffende de instelling waaraan hij benoemd is of tewerkgesteld zonder benoeming, waaronder in ieder geval het registratienummer van de instelling;
- e. het onderwijs waarvoor de docent kan opgaan voor herregistratie;
- f. voor welk onderwijs als bedoeld in onderdeel e de docent opgaat voor herregistratie;
- g. gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en
- h. gegevens betreffende de herregistratie waaronder, indien van toepassing, de aantekening, bedoeld in [artikel 4.4.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.11&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met h, nader worden gespecificeerd.
##### Artikel 4.4.7. Levering gegevens door bevoegd gezag en leraar
1. Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het lerarenregister.
2. De docent verstrekt aan Onze Minister de gegevens, genoemd in [artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen e tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tijdstippen en wijze van levering, de correctie van gegevens en over het aantonen van de bekwaamheidseisen, bedoeld in het derde lid.
##### Artikel 4.4.8. Gegevens uit de basisregistratie personen
1. De gegevens, bedoeld in [artikel 4.4.6, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zijn gekoppeld aan het burgerservicenummer van de desbetreffende docent en worden door Onze Minister verkregen uit de basisregistratie personen indien de docent als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen.
2. Indien de docent niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, worden de desbetreffende gegevens verkregen uit de levering op grond van [artikel 4.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
##### Artikel 4.4.9. Opneming in het lerarenregister
Nadat een docent de gegevens, bedoeld in [artikel 4.4.7, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01), heeft verstrekt, neemt Onze Minister het burgerservicenummer en de andere gegevens die zijn geleverd op grond van artikel 4.4.7 en verkregen op grond van [artikel 4.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01) of [4.4.18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.18&z=2017-08-01&g=2017-08-01), op in het lerarenregister, met dien verstande dat hij de basisgegevens slechts opneemt voor zover deze niet kunnen worden verkregen uit de basisadministratie personen.
##### Artikel 4.4.10. Correctie op verzoek
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.11. Herregistratie
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.12. Gevolgen van niet-herregistreren
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.13. Verwijderen gegevens lerarenregister
1. Gegevens van een docent als bedoeld in [artikel 4.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.6&z=2017-08-01&g=2017-08-01) worden verwijderd uit het lerarenregister:
- a. indien betrokkene Onze Minister hier om verzoekt;
- b. indien betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
- c. indien betrokkene is overleden.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden alle in het lerarenregister geregistreerde gegevens van betrokkene verwijderd.
3. Indien een of meerdere gegevens van een docent op grond van het eerste lid worden verwijderd uit het lerarenregister, blijven deze gegevens tot vijf jaar na verwijdering bewaard.
4. Indien op grond van [artikel 4.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.7&z=2017-08-01&g=2017-08-01) gegevens worden verstrekt voor heropname van een docent in het lerarenregister, worden door Onze Minister van deze docent de bewaarde gegevens als bedoeld in artikel 4.4.7, eerste lid, onderdelen e tot en met h, opgenomen in het lerarenregister.
5. Op verzoek van een docent aan Onze Minister is het eerste lid, aanhef en onder b, op deze docent niet van toepassing.
6. Met pensioengerechtigde leeftijd wordt in dit artikel bedoeld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a).
##### Artikel 4.4.14. Het verstrekken van gegevens
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt:
- a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
- b. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming;
- c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming;
- d. indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft van de docent: gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie;
- e. overige gegevens betreffende de herregistratie.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
- a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld;
- b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
4. Uit het lerarenregister kunnen aan betrokkenen het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
5. De betrokkene heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van [artikel 4.4.13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.13&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
6. Uit het lerarenregister worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van:
- a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- b. de beleidsvorming.
7. Uit het lerarenregister worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
8. De gegevens, bedoeld in het zesde lid, onder b, en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
#### Paragraaf 2. Het registervoorportaal
##### Artikel 4.4.15. Registervoorportaal
1. Er is een registervoorportaal. In het registervoorportaal zijn van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming en niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school en de benoeming of tewerkstelling opgenomen.
2. Het registervoorportaal heeft tot doel het inzichtelijk maken welke docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen.
3. In aanvulling op het tweede lid heeft het registervoorportaal tot doel gegevens te verstrekken:
- a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en
- b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
4. Het eerste lid, is niet van toepassing op docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
5. Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het registervoorportaal.
##### Artikel 4.4.16. Gegevens per docent
1. Het registervoorportaal bevat voor elke daarin opgenomen docent de basisgegevens die op grond van [artikel 4.4.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.17&z=2017-08-01&g=2017-08-01) worden geleverd, waaronder in ieder geval het gegeven betreffende het onderwijs waarvoor hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader worden gespecificeerd.
##### Artikel 4.4.17. Gegevenslevering registervoorportaal
1. Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of zijn tewerkgesteld zonder benoeming op grond van [artikel 4.2.1, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), met uitzondering van de geschiktheidsverklaring afgegeven op grond van [4.2.4, eerste lid, onder b, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2017-08-01&g=2017-08-01), en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het registervoorportaal.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het tijdstip en de wijze van levering en over de correctie van de gegevens.
##### Artikel 4.4.18. Duur van de vermelding, overdracht, verwijderen en bewaren van gegevens
1. De docent blijft voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen vermeld:
- a. totdat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen van dat onderwijs; of
- b. maximaal voor de duur van de periode, genoemd in het artikel op grond waarvan deze docent dit onderwijs geeft.
2. Het bevoegd gezag stelt een docent die in het registervoorportaal is opgenomen in staat te voldoen aan de vereisten om voor het desbetreffende onderwijs in het lerarenregister te kunnen worden opgenomen.
3. Vanaf het moment dat een docent voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen, voldoet aan de criteria om in het lerarenregister te worden vermeld, worden de gegevens van deze docent verstrekt voor opname in het lerarenregister.
4. Indien een docent opgenomen is in het registervoorportaal niet langer voldoet aan de vereisten die op grond van de in [artikel 4.4.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.17&z=2017-08-01&g=2017-08-01), genoemde bepalingen zijn gesteld aan de docent, worden de gegevens van deze docent verwijderd uit het registervoorportaal en gedurende vijf jaar bewaard.
##### Artikel 4.4.19. Het verstrekken van gegevens
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt:
- a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
- b. overige gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; en
- c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
- a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld;
- b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
4. Uit het registervoorportaal kunnen aan de docent het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
5. De docent heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van [artikel 4.4.18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=2&artikel=4.4.18&z=2017-08-01&g=2017-08-01).
6. Uit het registervoorportaal worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming.
7. Uit het registervoorportaal worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
8. De gegevens, bedoeld in het zesde en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
##### Artikel 4.4.20. Opname in registervoorportaal bij ontbreken benoemingsgrondslag
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 4.4.21. Schakelbepaling
De [artikelen, 4.4.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.4.3 tot en met 4.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), [4.4.8 tot en met 4.4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=4.4.8&z=2017-08-01&g=2017-08-01), zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal.
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
#### § 2. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal I en II
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
##### Artikel 8.0.1. Aanmelding uiterlijk op 1 april
1. Uiterlijk op 1 april voorafgaand aan een studiejaar meldt degene die zich als deelnemer wenst te laten inschrijven voor een beroepsopleiding die start bij de aanvang van dat studiejaar, zich aan bij de desbetreffende instelling. Na de aanmelding kan de betrokkene zijn aanmelding nog wijzigen.
2. Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal beroepsopleidingen worden vastgesteld waarvoor de betrokkene zich kan aanmelden.
3. Dit artikel is niet van toepassing op:
- a. een deelnemer die zich aanmeldt bij een andere beroepsopleiding dan die waar hij oorspronkelijk was ingeschreven maar kan aantonen dat de aanmelding het gevolg is van een beëindiging van de inschrijving op grond van [artikel 8.1.7a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.7a&z=2017-08-01&g=2017-08-01), op een zodanig tijdstip dat hij zich niet kon aanmelden uiterlijk 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor hij zich wenst in te schrijven; en
- b. deelnemers aan een experiment doorlopende leerlijnen vmbo-mbo als bedoeld in het [Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033984).
##### Artikel 8.0.2. Gegevensverstrekking deelnemers voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die naar verwachting overstappen naar het middelbaar beroepsonderwijs
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van het eerste lid regels vastgesteld. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de bij de opgave te leveren gegevens, het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd.
##### Artikel 8.0.3. Te verstrekken gegevens bij aanmelding; terugmelding gegevens
1. Bij de aanmelding, bedoeld in [artikel 8.0.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), legt de betrokkene of, als deze minderjarig is, diens ouders, voogden of verzorgers, zijn persoonsgebonden nummer over onder vermelding van, indien van toepassing, de school als bedoeld in de [Wet op het voorgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of de instelling als bedoeld in deze wet waar hij op het moment van aanmelding staat ingeschreven.
2. Het persoonsgebonden nummer wordt overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document, waarop tevens de gegevens over de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene zijn vermeld. Indien geen persoonsgebonden nummer kan worden overgelegd, worden in plaats daarvan de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene vermeld.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld ter uitvoering van het derde en vierde lid. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de gegevens en het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
##### Artikel 8.0.4. Intakeactiviteiten en studiekeuzeadvies
1. Een betrokkene die uiterlijk 1 april is aangemeld in overeenstemming met [artikel 8.0.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=0&artikel=8.0.1&z=2017-08-01&g=2017-08-01), heeft desgevraagd recht op een studiekeuzeadvies.
Dit recht geldt alleen als betrokkene deelneemt aan de intakeactiviteiten die het bevoegd gezag met het oog op dit studiekeuzeadvies organiseert.
2. Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal studiekeuzeadviezen worden vastgesteld waarop de betrokkene recht heeft.
3. Het bevoegd gezag kan intakeactiviteiten organiseren en aan de hand daarvan een studiekeuzeadvies uitbrengen ten behoeve van andere dan de in het eerste lid bedoelde betrokkenen.
4. De studiekeuzeadviezen zijn niet bindend.
5. Het bevoegd gezag stelt ter uitvoering van dit artikel nadere regels vast die in elk geval betrekking hebben op de intakeactiviteiten die door de instelling, al dan niet per opleiding, worden georganiseerd, de aard en inhoud van de intakeactiviteiten, de termijn waarbinnen de intakeactiviteiten plaatsvinden en de gevallen waarin, de termijn waarbinnen en de wijze waarop studiekeuzeadviezen wordt uitgebracht.
6. Bij het vaststellen van de nadere regels treft het bevoegd gezag voor betrokkenen afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba respectievelijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten zodanige voorzieningen dat zij kunnen deelnemen aan de intakeactiviteiten zonder dat hun fysieke aanwezigheid op de instelling vereist is.
7. Het bevoegd gezag stelt de in het vijfde lid bedoelde informatie voor een ieder beschikbaar uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar waarvoor deze geldt.
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
### Hoofdstuk 11. Sancties
#### Paragraaf 1. Inhouden en opschorten bekostiging; strafbepaling
#### Paragraaf 2. Opschorten en terugvorderen rijksbijdrage educatie
### Hoofdstuk 11a. Experimenten
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Bepalingen met betrekking tot passend onderwijs
## Titel 4a. Beroepsopleidingen oude stijl
## Titel 4b. **Invoering van de Wet aanscherping eisen examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs**
##### Artikel 12.4b.1. Overgangsbepaling leden examencommissie
De leden van de examencommissie, bedoeld in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4¶graaf=1&artikel=7.4.5&z=2017-08-01&g=2017-08-01) zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van [artikel I, onderdeel B, van de wet van 25 januari 2017 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs en een technische aanpassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039194&artikel=I) (Stb. 2017, 43), worden aangemerkt als leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 zoals luidend na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van voornoemde wet.
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Bepalingen met betrekking tot passend onderwijs
## Titel 4a. Beroepsopleidingen oude stijl
## Titel 4b. **Invoering van de Wet aanscherping eisen examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs**
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2017-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2016-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 7 más
2016-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-06-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-03-04
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 12, 12 y 12 más
2014-07-19
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-06
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2013-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-07-04
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 2 más
2013-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-06-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2011-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-03-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-03-25
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-22
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-04-30
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-02-27
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-12-21
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-07-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2007-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2006-03-08
Wet educatie en beroepsonderwijs
2006-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-12-30
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2005-04-27
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-10-02
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-07-02
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-06-23
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-02-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
2003-08-15
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-01-24
Wet educatie en beroepsonderwijs
2002-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
original version
Tekst op deze datum