Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 22 mei 1997, houdende regels omtrent de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling en de verpleging van ter beschikking gestelden en overige verpleegden strafrechtstoepassing (Reglement verpleging ter beschikking gestelden)
20 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 50, 59, 61 y 4 m
2022-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 48, 50, 59 y 5 m
2021-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2020-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 48, 50, 59 y 5 m
2019-06-26
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2018-09-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 48 y 8 má
2015-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 47 y 10 m
2013-07-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2013-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 12 m
2011-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
Wijzigingen op 2011-01-01
@@ -50,7 +50,7 @@
- b. indien de beveiliging dan wel de personele of materiële toerusting van de inrichting, bedoeld in artikel 2, derde lid, niet meer voldoet aan de eisen die daaraan naar het oordeel van Onze Minister moeten worden gesteld.
2. De aanwijzing als particuliere inrichting kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien de rechtspersoon heeft gehandeld in strijd met de toepasselijke regelgeving alsmede hetgeen overeenkomstig [artikel 2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-08-04&g=2010-08-04), is verklaard.
2. De aanwijzing als particuliere inrichting kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien de rechtspersoon heeft gehandeld in strijd met de toepasselijke regelgeving alsmede hetgeen overeenkomstig [artikel 2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01), is verklaard.
### HOOFDSTUK 3. RIJKSINRICHTINGEN
@@ -226,7 +226,7 @@
##### Artikel 21
1. De beslissing van Onze Minister tot overplaatsing, bedoeld in [artikel 20,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=6&artikel=20&z=2010-08-04&g=2010-08-04) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De beslissing van Onze Minister, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=13) en [14, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=14) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan de inrichting tot klinische observatie bestemd onderscheidenlijk aan het psychiatrisch ziekenhuis waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De voorgaande beslissingen worden tevens gemeld aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging geschiedt, en het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging zal worden voortgezet.
1. De beslissing van Onze Minister tot overplaatsing, bedoeld in [artikel 20,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=6&artikel=20&z=2011-01-01&g=2011-01-01) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De beslissing van Onze Minister, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=13) en [14, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=14) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan de inrichting tot klinische observatie bestemd onderscheidenlijk aan het psychiatrisch ziekenhuis waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De voorgaande beslissingen worden tevens gemeld aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging geschiedt, en het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging zal worden voortgezet.
2. Ingeval het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden met toepassing van [artikel 14, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=14) voorlopig beslist tot overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis deelt hij dit onverwijld mede aan Onze Minister. Indien Onze Minister de beslissing bekrachtigt is het eerste lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
@@ -364,7 +364,7 @@
4. In de situatie, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=26), pleegt het afdelingshoofd het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde overleg. Het overleg van het hoofd van de inrichting met de in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde personen vindt zo spoedig mogelijk na de geneeskundige handeling plaats.
5. De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van [artikel 26 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=26) wordt opgenomen in het register als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=6&z=2010-08-04&g=2010-08-04) en in het verpleegdedossier en dat de resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.
5. De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van [artikel 26 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=26) wordt opgenomen in het register als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=6&z=2011-01-01&g=2011-01-01) en in het verpleegdedossier en dat de resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.
##### Artikel 34
@@ -378,426 +378,466 @@
1. Zo spoedig mogelijk na de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de verpleegde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.
2. Indien de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling als bedoeld in [artikel 33, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=10&artikel=33&z=2010-08-04&g=2010-08-04), de duur van twee weken te boven gaat wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een arts of een psychiater en een psycholoog.
2. Indien de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling als bedoeld in [artikel 33, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=10&artikel=33&z=2011-01-01&g=2011-01-01), de duur van twee weken te boven gaat wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een arts of een psychiater en een psycholoog.
3. De in het tweede lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het tweede lid bedoelde termijn en, indien de gedwongen geneeskundige handeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan het hoofd van de inrichting over de voortzetting van de gedwongen geneeskundige handeling.
### HOOFDSTUK 10a. TOEZICHT OP TELEFOONGESPREKKEN
##### Artikel 36
Aan een inrichting zijn geestelijke verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijke verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijke verzorgers behorend tot het humanistisch verbond.
##### Artikel 37
1. Bij het Ministerie van Justitie zijn een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistisch geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen.
2. De hoofden, genoemd in het eerste lid, zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijke verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging.
##### Artikel 38
1. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
2. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
##### Artikel 39
1. Een geestelijke verzorger van een andere dan de in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=36&z=2011-01-01&g=2011-01-01) genoemde gezindte of levensovertuiging kan door het hoofd van de rijksinrichting aan diens inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een aanstelling. Het hoofd van de rijksinrichting neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers.
2. Onze Minister kan functievereisten vaststellen ten aanzien van geestelijk verzorgers zoals bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid.
3. Een geestelijke verzorger die aan een rijksinrichting is verbonden anders dan bij wijze van aanstelling, ontvangt een bij regeling van Onze Minister vast te stellen vergoeding voor zijn werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten.
### HOOFDSTUK 12. EIGEN GELD EN ARBEIDSLOON
##### Artikel 40
1. Onder eigen geld wordt verstaan:
- a. het geld dat de verpleegde bij binnenkomst in de inrichting in zijn bezit heeft;
- b. het geld dat tijdens zijn verblijf in de inrichting te zijnen gunste wordt ontvangen;
- c. de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en het arbeidsloon, bedoeld in [artikel 46, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=46).
2. Het beheer van het eigen geld van de verpleegde berust bij het hoofd van de inrichting, tenzij in het verplegings- en behandelingsplan anders is bepaald.
3. Wanneer de verpleegde geen beheer over zijn eigen geld heeft, heeft hij de beschikking over een rekening-courant bij de inrichting.
##### Artikel 41
De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde die geen inkomen heeft, ontvangt vanwege Onze Minister een door deze vast te stellen zak- en kleedgeld.
### HOOFDSTUK 13. MEDEZEGGENSCHAP
##### Artikel 42
1. De verpleegdenraad, bedoeld in [artikel 70, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=70), bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.
2. De leden worden gekozen bij meerderheid van stemmen.
3. Het lidmaatschap van de verpleegdenraad eindigt na verloop van een termijn van twee jaar of zoveel eerder als de verpleging van het betreffende lid in de inrichting eindigt, aan hem proefverlof is verleend, dan wel zodra deze schriftelijk voor het lidmaatschap heeft bedankt.
##### Artikel 43
Het hoofd van de inrichting biedt de verpleegdenraad ten minste eenmaal per maand de gelegenheid tot het voeren van het overleg, bedoeld in [artikel 70, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=70), tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten.
##### Artikel 44
1. Het hoofd van de inrichting verschaft de verpleegdenraad de informatie, de tijd en de materiële middelen die voor zijn functioneren nodig zijn en biedt de verpleegdenraad eenmaal per maand gedurende twee uren de gelegenheid zich intern te beraden en daartoe te vergaderen.
2. De leden van de verpleegdenraad hebben het recht aan het overleg, bedoeld in [artikel 70, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=70), alsmede aan het in het eerste lid genoemde intern beraad deel te nemen.
3. Het intern beraad, bedoeld in het eerste lid, vindt zonder toezicht plaats.
4. Het hoofd van de inrichting kan op grond van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting van het bepaalde in het tweede en derde lid afwijken.
##### Artikel 45
Geschillen tussen de verpleegdenraad en het hoofd van de inrichting kunnen door elk van beide partijen ter bemiddeling worden voorgelegd aan de commissie van toezicht.
### HOOFDSTUK 14. VERLENGING VAN DE TERBESCHIKKINGSTELLING
##### Artikel 46
1. Indien drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, de verpleging nog niet is beëindigd, maakt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden binnen een maand te rekenen vanaf voornoemd tijdstip een advies, bedoeld in [artikel 509**o**, tweede lid, onder 1°, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o), op en zendt dit aan Onze Minister. Het advies betreft:
- a. de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling;
- b. de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrekken.
2. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen, doet het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij het advies, bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend schriftelijk voorstel.
3. Bij het advies wordt een afschrift van de aantekeningen, bedoeld in [artikel 509**o**, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o), overgelegd alsmede, indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden niet zelf psychiater is, het advies van een aan de inrichting verbonden psychiater.
4. Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de ter beschikking gestelde op grond van proefverlof buiten de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verblijft en in zijn proefverlof door de reclassering wordt begeleid, voegt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij zijn advies de beschouwingen van de reclassering inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling of de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging.
5. Onze Minister zendt het advies met de bijlagen aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast.
##### Artikel 47
Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2011-01-01&g=2011-01-01), is van toepassing.
##### Artikel 48
1. Indien de verpleging voorwaardelijk is beëindigd of aan de terbeschikkingstelling voorwaarden zijn verbonden, zendt de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent, indien verlenging van de terbeschikkingstelling wettelijk mogelijk is, drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, advies inzake de wenselijkheid van die verlenging aan Onze Minister. Dit advies gaat vergezeld van een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een psychiater die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht.
2. De in het eerste lid bedoelde stukken worden twee maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken door tussenkomst van Onze Minister toegezonden aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
##### Artikel 49
1. Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=47&z=2011-01-01&g=2011-01-01), voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister.
2. Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor het tijdig totstandkomen van een advies of rapport van deskundigen als bedoeld in [artikel 509**o**, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o) en voor tijdige toezending daarvan aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
3. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het advies of rapport, bedoeld in [artikel 509**o**, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o).
##### Artikel 50
Indien het openbaar ministerie daarom verzoekt, wordt terstond een nieuw advies als bedoeld in [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2011-01-01&g=2011-01-01), of [48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=48&z=2011-01-01&g=2011-01-01), aan Onze Minister gezonden. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2011-01-01&g=2011-01-01), is van toepassing.
##### Artikel 51
1. Het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2011-01-01&g=2011-01-01), doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling:
- a. van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen;
- b. van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig [artikel 38**g**, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g);
- c. indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onder **b** is ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof te Arnhem, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in [artikel 509**w**, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509w), en van de beslissing op het beroep.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de betrokkene wordt verpleegd en de reclassering die de betrokkene tijdens proefverlof hulp en steun verleent, worden door Onze Minister op de hoogte gesteld van een beslissing van de rechter als bedoeld in het eerste lid, tenzij andere wettelijke bepalingen reeds op andere wijze in die kennisgeving voorzien.
### HOOFDSTUK 15. BIJWONEN GERECHTELIJKE PROCEDURE
##### Artikel 52
1. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
- a. indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen;
- b. indien hij ter zake van een misdrijf moet terecht staan;
- c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat gedurende het verblijf buiten de inrichting toezicht wordt uitgeoefend.
### HOOFDSTUK 15. BIJWONEN GERECHTELIJKE PROCEDURE
##### Artikel 53
1. Verlof als bedoeld in [artikel 50, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=50), wordt in de navolgende vormen onderscheiden:
- a. begeleid verlof;
- b. onbegeleid verlof;
- c. transmuraal verlof;
- d. incidenteel verlof.
2. Voordat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overgaat tot het verlenen van een vorm van verlof, bedoeld in het eerste lid, verzoekt deze Onze Minister schriftelijk een machtiging. De machtiging van Onze Minister kan mede omvatten het meermalen verlenen van de in het eerste lid onderscheiden verlofsoort. De machtiging wordt verleend voor de duur van een jaar. Ten behoeve van het verlenen van een nieuwe machtiging draagt de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden twee maanden voor het verlopen van de machtiging zorg voor een evaluatie aan Onze Minister. Een nieuwe machtiging wordt slechts verleend indien een evaluatie afgegeven is.
De machtiging vervalt:
- 1°. zodra de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of
- 2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de tbs-inrichting meldt dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens de tenuitvoerlegging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.
Het hoofd van de inrichting doet van een strafbaar feit als bedoeld in onderdeel 2° binnen vierentwintig uur aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, verlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting. Het hoofd van de inrichting verleent geen verlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°.
3. Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van verlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister kan per inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of afdeling daarvan alle verlofmachtigingen intrekken indien er aanwijzingen zijn dat zich bij die inrichting of afdeling een patroon voordoet van meerdere onttrekkingen of andere incidenten.
4. Het verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden komt tot stand na multidisciplinair overleg binnen diens inrichting.
5. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in de huisregels een nadere procedure vast die voorafgaat aan het verlenen van verlof. In de huisregels wordt tevens een procedure opgenomen betreffende de wijze en de frequentie van controle op het verlof.
6. Bij aanvang van het verlof ontvangt de ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde een verlofpas. Hierop staat in ieder geval het tijdstip van aanvang en einde van het verlof aangegeven.
7. Er is een proef elektronisch volgsysteem als voorwaarde bij verlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste zes jaar. Deelname aan deze proef geschiedt op vrijwillige basis. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over deze proef waaronder de doelgroep, de criteria en de rechtspositie van de ter beschikking gestelde.
8. Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof.
##### Artikel 54
1. De machtiging tot het verlenen van proefverlof van Onze Minister, bedoeld in [artikel 51, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=51), wordt schriftelijk door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangevraagd.
2. Bij dit verzoek wordt overgelegd een proefverlofplan, opgesteld in samenwerking met de reclassering, zo mogelijk die in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde tijdens dit proefverlof zal zijn gehuisvest.
3. Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. De machtiging van Onze Minister wordt verleend voor de duur van een jaar.
4. Onze Minister brengt een machtiging als bedoeld in het eerste lid schriftelijk ter kennis van het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde zich op grond van het proefverlofplan zal vestigen en van de reclassering die aan de ter beschikking gestelde hulp en steun zal verlenen.
5. Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van proefverlof.
##### Artikel 55
Bij aanvang van het proefverlof ontvangt de ter beschikking gestelde van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een schriftelijke verklaring waarin de voorwaarden zijn vermeld die aan het proefverlof zijn verbonden, benevens de gronden waarop het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overeenkomstig [artikel 50, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=50), het proefverlof kan intrekken.
##### Artikel 56
De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde ontvangt zo nodig vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar de plaats van bestemming en voor de terugkeer, voor zover daarin niet bij een andere wettelijke regeling is voorzien.
##### Artikel 57
1. Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof intrekt, geeft hij daarvan terstond kennis aan Onze Minister. Deze kennisgeving wordt onder vermelding van de datum van ingang van de beslissing schriftelijk bevestigd.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de beslissing tot intrekking van het proefverlof.
3. Het hoofd van de inrichting geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in [artikel 54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=54&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
4. De machtiging van Onze Minister vervalt:
- 1°. zodra de ter beschikking gestelde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of
- 2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de tbs-inrichting meldt dat de ter beschikking gestelde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens het proefverlof.
Het hoofd van de inrichting doet van een strafbaar feit, als bedoeld in onderdeel 2°, binnen vierentwintig uur aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, proefverlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting. Het hoofd van de inrichting verleent geen proefverlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°.
5. Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van proefverlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister geeft terstond kennis van het intrekken van de machtiging tot proefverlof aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
##### Artikel 58
Bijzondere voorwaarden, bedoeld in [artikel 51, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=51), strekkende tot het verkrijgen van hulp en steun worden door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ter kennis gebracht van de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent. Hetzelfde geldt met betrekking tot beslissingen die strekken tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden waarop de verlening van hulp en steun betrekking heeft.
##### Artikel 59
1. De reclassering, bedoeld in [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=58&z=2011-01-01&g=2011-01-01), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met met“met met” moet zijn “met.” het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat aan de ter beschikking gestelde proefverlof heeft verleend.
2. De reclassering draagt er zorg voor dat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden in kennis wordt gesteld van alle bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.
##### Artikel 60
1. De reclassering rapporteert regelmatig aan het hoofd van de inrichting dat proefverlof heeft verleend, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd over een periode van twee maanden.
2. Indien de ter beschikking gestelde de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt of dreigt te brengen dan wel de bij het proefverlof opgelegde verplichtingen niet nakomt, wordt daarover tussentijds gerapporteerd.
3. In de loop van de eerste helft van de derde maand voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, zendt de reclassering aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden haar beschouwingen inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling. Deze beschouwingen gaan zo mogelijk vergezeld van het advies van de aan de reclassering verbonden psychiater die bemoeienis heeft gehad met de ter beschikking gestelde.
##### Artikel 61
1. De reclassering kan uit eigen beweging aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een voorstel doen tot wijziging of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 51, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=51&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
2. De reclassering kan uit eigen beweging door tussenkomst van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister aan het openbaar ministerie een voorstel doen tot het vorderen van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
3. De reclassering dient desgevraagd het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister van advies.
### HOOFDSTUK 17. VOORWAARDELIJKE BEËINDIGING VAN HET BEVEL TOT VERPLEGING EN TER BESCHIKKING GESTELDEN MET VOORWAARDEN
##### Artikel 62
Van de uitspraak waarbij de rechter aan de reclassering opdracht geeft de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), of [38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), doet het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister en aan de reclassering in het arrondissement waar de voorwaarden ten uitvoer worden gelegd.
##### Artikel 63
Het algemeen toezicht op ter beschikking gestelden die niet van overheidswege worden verpleegd, berust bij Onze Minister.
##### Artikel 64
1. Bij beëindiging van het verblijf in de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ontvangt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar zijn woon- of verblijfplaats binnen Nederland.
2. Indien de omstandigheden daartoe grond opleveren, kan Onze Minister beslissen dat de betrokkene onder geleide naar de plaats van zijn bestemming wordt overgebracht.
##### Artikel 65
1. Onze Minister ontvangt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=63&z=2011-01-01&g=2011-01-01), zo spoedig mogelijk mededeling van elke op een niet van overheidswege verpleegde ter beschikking gestelde betrekking hebbende:
- a. onherroepelijk geworden uitspraak waarbij terbeschikkingstelling met voorwaarden is gelast, als bedoeld in [artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38);
- b. rechterlijke beslissing inzake een vordering op grond van [artikel 38b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38b), [38c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38c), [38i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38i) of [38k van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38k);
- c. beslissing tot vrijheidsontneming door het bevoegd gezag;
- d. onherroepelijk geworden uitspraak van een burgerlijk of militair gerecht waarbij ten aanzien van de ter beschikking gestelde opnieuw is beslist dat hij zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt.
2. De in het eerste lid genoemde feiten worden aan Onze Minister medegedeeld door de ambtenaren met de tenuitvoerlegging van de in dat lid bedoelde rechterlijke beslissingen belast, onderscheidenlijk elke ambtenaar van het openbaar ministerie die van de in het eerste lid, onder **c**, bedoelde beslissing tot vrijheidsontneming kennis krijgt.
##### Artikel 66
1. Onze Minister doet de hem overeenkomstig artikel 65 alsmede overige met betrekking tot de ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, verschafte gegevens, voor zover hem dit wenselijk voorkomt, opnemen in een algemeen op zijn departement gehouden register.
2. Indien met betrekking tot een ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, de kennisneming van de gegevens uit het algemeen register naar het oordeel van Onze Minister van belang kan zijn voor het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, doet Onze Minister dit openbaar ministerie die gegevens toekomen, al dan niet onder bijvoeging van zijn beschouwingen.
##### Artikel 67
1. Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), is steeds mede belast het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde feitelijk woont.
2. Het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, wordt, voor zover nodig, door Onze Minister in kennis gesteld van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, en van een verstrekte opdracht tot het verlenen van hulp en steun. Een op een later tijdstip gegeven rechterlijke beslissing met betrekking tot voorwaarden, opdracht tot het verlenen van hulp en steun of verlenging van de terbeschikkingstelling wordt eveneens, voor zover nodig, ter kennis van dit openbaar ministerie gebracht. Het openbaar ministerie doet zo nodig de nieuwe of gewijzigde voorwaarden op de ontslagbrief aantekenen.
##### Artikel 68
De reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2011-01-01&g=2011-01-01), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent. Zij draagt er zorg voor dat deze instantie in kennis wordt gesteld van misdrijven en andere bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.
##### Artikel 69
Met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en [38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), rapporteert de reclassering ten minste eenmaal per drie maanden aan Onze Minister en aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent.
##### Artikel 70
De reclassering kan een voorstel doen aan het openbaar ministerie tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en [artikel 38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g). Het voorstel wordt door tussenkomst van Onze Minister aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, gezonden.
##### Artikel 71
1. Indien de ter beschikking gestelde de voorwaarden overtreedt, of anderzins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, kan de reclassering een voorstel tot het geven van een bevel tot verpleging door tussenkomst van Onze Minister zenden aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast.
2. De reclassering dient desgevraagd Onze Minister en het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, van advies.
### HOOFDSTUK 18. VEREISTEN AAN INRICHTINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 38A, TWEEDE LID, WETBOEK VAN STRAFRECHT
##### Artikel 72
Van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), wordt vereist dat deze:
- a. een instelling is als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018906&artikel=1) die is toegelaten voor het verlenen van zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614), of
- b. is aangemerkt als psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in [artikel 1, onder **h**, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005700&artikel=1).
##### Artikel 73
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), verleent de door Onze Minister aangewezen ambtenaren te allen tijde toegang tot de plaatsen waar ter beschikking gestelden verblijven. De ambtenaren zijn, voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op deze personen betrekking hebbende stukken in te zien.
##### Artikel 74
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), houdt van de in deze inrichting opgenomen ter beschikking gestelden aantekeningen als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2011-01-01&g=2011-01-01). Het tweede en derde lid van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2011-01-01&g=2011-01-01) zijn van toepassing. [Artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=7&artikel=24&z=2011-01-01&g=2011-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de melding tevens wordt gedaan aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2011-01-01&g=2011-01-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent alsmede aan de reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2011-01-01&g=2011-01-01).
##### Artikel 75
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), verschaft de reclassering die is belast met de hulp en steun van een ter beschikking gestelde die in zijn inrichting verblijft de informatie die nodig is met het oog op de verlening van hulp en steun en de opstelling van de adviezen die de reclassering opstelt met betrekking tot de ter beschikking gestelde.
### HOOFDSTUK 19. BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK
##### Artikel 76
1. De beloning van de tolk of de vertaler en de vergoeding van de door hen gemaakte kosten, bedoeld in [artikel 78, onder **a**, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=78) geschieden volgens het bepaalde bij of krachtens de [Wet tarieven in strafzaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002406).
2. De secretaris van de beklag- of beroepscommissie stelt op basis van de in het eerste lid genoemde bepalingen de hoogte van de beloning en vergoeding vast. Met de uitbetaling is het hoofd van de inrichting belast.
##### Artikel 77
De vergoeding van de door een persoon als bedoeld in artikel 61, vierde lid, van de wet gemaakte kosten geschiedt volgens de [Wet tarieven in strafzaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002406). Artikel 76, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
### HOOFDSTUK 19. BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK
##### Artikel 78
Bij overlijden van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde komen de kosten van begrafenis of crematie voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk kunnen worden geacht en niet ten laste van het vermogen van betrokkene of diens erfgenamen kunnen worden gebracht, ten laste van de Staat.
##### Artikel 79
1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) komen ten laste van de Staat:
- a. de kosten van verpleging en behandeling van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die voortvloeien uit hulpverlening door gedragsdeskundigen in verband met de geestesstoornis van de betrokkene;
- b. andere kosten van geneeskundige verzorging van de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd;
- c. de kosten van overbrenging van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde naar enige voor hem in het kader van de verpleging bestemde plaats.
2. De noodzakelijke kosten van bestaan tijdens proefverlof komen niet ten laste van de Staat.
### HOOFDSTUK 20. KOSTEN
##### Artikel 80
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de wet en dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
##### Artikel 81
Wijzigt de Gevangenismaatregel.
##### Artikel 82
Wijzigt de Reclasseringsregeling 1995.
##### Artikel 83
Wijzigt de Besluit registratie justitiële gegevens.
##### Artikel 84
Wijzigt de Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994.
##### Artikel 85
Wijzigt de Arbeidstijdenbesluit.
##### Artikel 86
Wijzigt de Arbeidsomstandighedenbesluit.
##### Artikel 87
Wijzigt de Besluit voorrang hebbende regelingen ziekenfondsverzekering.
##### Artikel 88
Het Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling van 6 juni 1988 (**Stb.** 1988, 282) en de Tijdelijke regeling van de rechtspositie van ter beschikking gestelden van 29 januari 1987 (**Stb.** 1987, 55) worden ingetrokken.
##### Artikel 89
Indien een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen op grond van artikel 26, eerste lid, Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, geldt deze aanwijzing als aanwijzing op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01) van het onderhavige besluit.
##### Artikel 90
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 91
Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst.
##### Artikel 54a
Er is een proef forensisch psychiatrisch toezicht in de fase van proefverlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste drie jaar. Onze Minister wijst inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden aan waar de proef plaatsvindt. In de proef wordt, onverminderd de betrokkenheid van de reclassering, op de ter beschikking gestelde die met proefverlof is, toezicht gehouden door de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
### HOOFDSTUK 17. VOORWAARDELIJKE BEËINDIGING VAN HET BEVEL TOT VERPLEGING EN TER BESCHIKKING GESTELDEN MET VOORWAARDEN
### HOOFDSTUK 18. VEREISTEN AAN INRICHTINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 38A, TWEEDE LID, WETBOEK VAN STRAFRECHT
### HOOFDSTUK 19. BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK
### HOOFDSTUK 20. KOSTEN
### HOOFDSTUK 21. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst.
##### Artikel 35a
1. Telefoongesprekken die in verband met het toezicht, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=38) worden opgenomen, worden bewaard voor een periode van ten hoogste acht maanden.
2. Na het verstrijken van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt een opgenomen telefoongesprek gewist.
3. Indien bij de uitoefening van het toezicht blijkt dat een telefoongesprek met een persoon als bedoeld in [artikel 36, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=36) is opgenomen, wordt dit opgenomen gesprek terstond gewist.
4. De verpleegde wordt van het opnemen van het telefoonverkeer op de hoogte gesteld.
5. Opgenomen telefoongesprekken worden slechts verstrekt aan derden die ingevolge de uitvoering van hen bij of krachtens de wet opgedragen taken, tot kennisneming daarvan bevoegd zijn.
6. De verstrekking, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts geschieden in verband met:
- a. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen;
- b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
- c. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven;
- d. de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
### HOOFDSTUK 11. GEESTELIJKE VERZORGING
##### Artikel 36
Aan een inrichting zijn geestelijke verzorgers van verschillende godsdiensten of levensovertuigingen verbonden, doch in elk geval geestelijke verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte en geestelijke verzorgers behorend tot het humanistisch verbond.
##### Artikel 37
1. Bij het Ministerie van Justitie zijn een hoofdpredikant, een hoofdaalmoezenier en een hoofd humanistisch geestelijke verzorging aangesteld. Zij treden op als vertegenwoordiging van de zendende instanties en dienen Onze Minister gevraagd en ongevraagd van advies omtrent de geestelijke verzorging in de inrichtingen.
2. De hoofden, genoemd in het eerste lid, zijn in ieder geval belast met het doen van voordrachten voor aanstelling van geestelijke verzorgers bij de rijksinrichtingen behorende tot hun gezindte of levensovertuiging.
##### Artikel 38
1. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2010-08-04&g=2010-08-04).
2. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2010-08-04&g=2010-08-04).
##### Artikel 39
1. Een geestelijke verzorger van een andere dan de in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=36&z=2010-08-04&g=2010-08-04) genoemde gezindte of levensovertuiging kan door het hoofd van de rijksinrichting aan diens inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een aanstelling. Het hoofd van de rijksinrichting neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers.
2. Onze Minister kan functievereisten vaststellen ten aanzien van geestelijk verzorgers zoals bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid.
3. Een geestelijke verzorger die aan een rijksinrichting is verbonden anders dan bij wijze van aanstelling, ontvangt een bij regeling van Onze Minister vast te stellen vergoeding voor zijn werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten.
### HOOFDSTUK 12. EIGEN GELD EN ARBEIDSLOON
##### Artikel 40
1. Onder eigen geld wordt verstaan:
- a. het geld dat de verpleegde bij binnenkomst in de inrichting in zijn bezit heeft;
- b. het geld dat tijdens zijn verblijf in de inrichting te zijnen gunste wordt ontvangen;
- c. de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en het arbeidsloon, bedoeld in [artikel 46, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=46).
2. Het beheer van het eigen geld van de verpleegde berust bij het hoofd van de inrichting, tenzij in het verplegings- en behandelingsplan anders is bepaald.
3. Wanneer de verpleegde geen beheer over zijn eigen geld heeft, heeft hij de beschikking over een rekening-courant bij de inrichting.
##### Artikel 41
De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde die geen inkomen heeft, ontvangt vanwege Onze Minister een door deze vast te stellen zak- en kleedgeld.
### HOOFDSTUK 13. MEDEZEGGENSCHAP
##### Artikel 42
1. De verpleegdenraad, bedoeld in [artikel 70, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=70), bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.
2. De leden worden gekozen bij meerderheid van stemmen.
3. Het lidmaatschap van de verpleegdenraad eindigt na verloop van een termijn van twee jaar of zoveel eerder als de verpleging van het betreffende lid in de inrichting eindigt, aan hem proefverlof is verleend, dan wel zodra deze schriftelijk voor het lidmaatschap heeft bedankt.
##### Artikel 43
Het hoofd van de inrichting biedt de verpleegdenraad ten minste eenmaal per maand de gelegenheid tot het voeren van het overleg, bedoeld in [artikel 70, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=70), tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten.
##### Artikel 44
1. Het hoofd van de inrichting verschaft de verpleegdenraad de informatie, de tijd en de materiële middelen die voor zijn functioneren nodig zijn en biedt de verpleegdenraad eenmaal per maand gedurende twee uren de gelegenheid zich intern te beraden en daartoe te vergaderen.
2. De leden van de verpleegdenraad hebben het recht aan het overleg, bedoeld in [artikel 70, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=70), alsmede aan het in het eerste lid genoemde intern beraad deel te nemen.
3. Het intern beraad, bedoeld in het eerste lid, vindt zonder toezicht plaats.
4. Het hoofd van de inrichting kan op grond van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting van het bepaalde in het tweede en derde lid afwijken.
##### Artikel 45
Geschillen tussen de verpleegdenraad en het hoofd van de inrichting kunnen door elk van beide partijen ter bemiddeling worden voorgelegd aan de commissie van toezicht.
### HOOFDSTUK 14. VERLENGING VAN DE TERBESCHIKKINGSTELLING
##### Artikel 46
1. Indien drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, de verpleging nog niet is beëindigd, maakt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden binnen een maand te rekenen vanaf voornoemd tijdstip een advies, bedoeld in [artikel 509**o**, tweede lid, onder 1°, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o), op en zendt dit aan Onze Minister. Het advies betreft:
- a. de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling;
- b. de termijn, waarover naar zijn mening, de verlenging zich zou moeten uitstrekken.
2. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen, doet het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij het advies, bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend schriftelijk voorstel.
3. Bij het advies wordt een afschrift van de aantekeningen, bedoeld in [artikel 509**o**, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o), overgelegd alsmede, indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden niet zelf psychiater is, het advies van een aan de inrichting verbonden psychiater.
4. Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, de ter beschikking gestelde op grond van proefverlof buiten de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verblijft en in zijn proefverlof door de reclassering wordt begeleid, voegt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden bij zijn advies de beschouwingen van de reclassering inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling of de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging.
5. Onze Minister zendt het advies met de bijlagen aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast.
##### Artikel 47
Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2010-08-04&g=2010-08-04), is van toepassing.
##### Artikel 48
1. Indien de verpleging voorwaardelijk is beëindigd of aan de terbeschikkingstelling voorwaarden zijn verbonden, zendt de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent, indien verlenging van de terbeschikkingstelling wettelijk mogelijk is, drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, advies inzake de wenselijkheid van die verlenging aan Onze Minister. Dit advies gaat vergezeld van een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een psychiater die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht.
2. De in het eerste lid bedoelde stukken worden twee maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken door tussenkomst van Onze Minister toegezonden aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2010-08-04&g=2010-08-04).
##### Artikel 49
1. Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=47&z=2010-08-04&g=2010-08-04), voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister.
2. Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor het tijdig totstandkomen van een advies of rapport van deskundigen als bedoeld in [artikel 509**o**, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o) en voor tijdige toezending daarvan aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2010-08-04&g=2010-08-04).
3. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het advies of rapport, bedoeld in [artikel 509**o**, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o).
##### Artikel 50
Indien het openbaar ministerie daarom verzoekt, wordt terstond een nieuw advies als bedoeld in [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2010-08-04&g=2010-08-04), of [48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=48&z=2010-08-04&g=2010-08-04), aan Onze Minister gezonden. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2010-08-04&g=2010-08-04), is van toepassing.
##### Artikel 51
1. Het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2010-08-04&g=2010-08-04), doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling:
- a. van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen;
- b. van zijn vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overeenkomstig [artikel 38**g**, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g);
- c. indien een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is ingediend of een vordering als bedoeld onder **b** is ingediend, van de beslissing van de rechtbank op deze vordering en, indien deze niet onherroepelijk is geworden, van het instellen van beroep bij de bijzondere kamer van het gerechtshof te Arnhem, van een voorlopige beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in [artikel 509**w**, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509w), en van de beslissing op het beroep.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de betrokkene wordt verpleegd en de reclassering die de betrokkene tijdens proefverlof hulp en steun verleent, worden door Onze Minister op de hoogte gesteld van een beslissing van de rechter als bedoeld in het eerste lid, tenzij andere wettelijke bepalingen reeds op andere wijze in die kennisgeving voorzien.
### HOOFDSTUK 15. BIJWONEN GERECHTELIJKE PROCEDURE
##### Artikel 52
1. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
- a. indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen;
- b. indien hij ter zake van een misdrijf moet terecht staan;
- c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat gedurende het verblijf buiten de inrichting toezicht wordt uitgeoefend.
### Hoofdstuk 16. Verlof en proefverlof
##### Artikel 53
1. Verlof als bedoeld in [artikel 50, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=50), wordt in de navolgende vormen onderscheiden:
- a. begeleid verlof;
- b. onbegeleid verlof;
- c. transmuraal verlof;
- d. incidenteel verlof.
2. Voordat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overgaat tot het verlenen van een vorm van verlof, bedoeld in het eerste lid, verzoekt deze Onze Minister schriftelijk een machtiging. De machtiging van Onze Minister kan mede omvatten het meermalen verlenen van de in het eerste lid onderscheiden verlofsoort. De machtiging wordt verleend voor de duur van een jaar. Ten behoeve van het verlenen van een nieuwe machtiging draagt de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden twee maanden voor het verlopen van de machtiging zorg voor een evaluatie aan Onze Minister. Een nieuwe machtiging wordt slechts verleend indien een evaluatie afgegeven is.
De machtiging vervalt:
- 1°. zodra de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of
- 2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de tbs-inrichting meldt dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens de tenuitvoerlegging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.
Het hoofd van de inrichting doet van een strafbaar feit als bedoeld in onderdeel 2° binnen vierentwintig uur aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, verlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting. Het hoofd van de inrichting verleent geen verlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°.
3. Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van verlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister kan per inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of afdeling daarvan alle verlofmachtigingen intrekken indien er aanwijzingen zijn dat zich bij die inrichting of afdeling een patroon voordoet van meerdere onttrekkingen of andere incidenten.
4. Het verzoek van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden komt tot stand na multidisciplinair overleg binnen diens inrichting.
5. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt in de huisregels een nadere procedure vast die voorafgaat aan het verlenen van verlof. In de huisregels wordt tevens een procedure opgenomen betreffende de wijze en de frequentie van controle op het verlof.
6. Bij aanvang van het verlof ontvangt de ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde een verlofpas. Hierop staat in ieder geval het tijdstip van aanvang en einde van het verlof aangegeven.
7. Er is een proef elektronisch volgsysteem als voorwaarde bij verlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste zes jaar. Deelname aan deze proef geschiedt op vrijwillige basis. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over deze proef waaronder de doelgroep, de criteria en de rechtspositie van de ter beschikking gestelde.
8. Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof.
##### Artikel 54
1. De machtiging tot het verlenen van proefverlof van Onze Minister, bedoeld in [artikel 51, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=51), wordt schriftelijk door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden aangevraagd.
2. Bij dit verzoek wordt overgelegd een proefverlofplan, opgesteld in samenwerking met de reclassering, zo mogelijk die in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde tijdens dit proefverlof zal zijn gehuisvest.
3. Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. De machtiging van Onze Minister wordt verleend voor de duur van een jaar.
4. Onze Minister brengt een machtiging als bedoeld in het eerste lid schriftelijk ter kennis van het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde zich op grond van het proefverlofplan zal vestigen en van de reclassering die aan de ter beschikking gestelde hulp en steun zal verlenen.
5. Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van proefverlof.
##### Artikel 55
Bij aanvang van het proefverlof ontvangt de ter beschikking gestelde van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een schriftelijke verklaring waarin de voorwaarden zijn vermeld die aan het proefverlof zijn verbonden, benevens de gronden waarop het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden overeenkomstig [artikel 50, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=50), het proefverlof kan intrekken.
##### Artikel 56
De ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde ontvangt zo nodig vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar de plaats van bestemming en voor de terugkeer, voor zover daarin niet bij een andere wettelijke regeling is voorzien.
##### Artikel 57
1. Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden het proefverlof intrekt, geeft hij daarvan terstond kennis aan Onze Minister. Deze kennisgeving wordt onder vermelding van de datum van ingang van de beslissing schriftelijk bevestigd.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de beslissing tot intrekking van het proefverlof.
3. Het hoofd van de inrichting geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in [artikel 54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=54&z=2010-08-04&g=2010-08-04).
4. De machtiging van Onze Minister vervalt:
- 1°. zodra de ter beschikking gestelde vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij sprake is van overmacht, of
- 2°. zodra het openbaar ministerie aan het hoofd van de tbs-inrichting meldt dat de ter beschikking gestelde wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, begaan tijdens het proefverlof.
Het hoofd van de inrichting doet van een strafbaar feit, als bedoeld in onderdeel 2°, binnen vierentwintig uur aangifte bij een opsporingsambtenaar. Indien aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, proefverlof is verleend, wordt dit verlof terstond ingetrokken door het hoofd van de inrichting. Het hoofd van de inrichting verleent geen proefverlof aan de ter beschikking gestelde ten aanzien van wie door het hoofd van de inrichting aangifte wordt gedaan, tot aan de mededeling van het openbaar ministerie als bedoeld in onderdeel 2°.
5. Onze Minister kan de machtiging intrekken bij overtreding van de voorwaarden, gesteld bij het verlenen van proefverlof of indien feiten of omstandigheden bekend worden waardoor, indien deze ten tijde van het verlenen van de machtiging bekend waren geweest, de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Onze Minister geeft terstond kennis van het intrekken van de machtiging tot proefverlof aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
##### Artikel 58
Bijzondere voorwaarden, bedoeld in [artikel 51, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=51), strekkende tot het verkrijgen van hulp en steun worden door het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ter kennis gebracht van de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent. Hetzelfde geldt met betrekking tot beslissingen die strekken tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden waarop de verlening van hulp en steun betrekking heeft.
##### Artikel 59
1. De reclassering, bedoeld in [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=58&z=2010-08-04&g=2010-08-04), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met met“met met” moet zijn “met.” het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat aan de ter beschikking gestelde proefverlof heeft verleend.
2. De reclassering draagt er zorg voor dat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden in kennis wordt gesteld van alle bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.
##### Artikel 60
1. De reclassering rapporteert regelmatig aan het hoofd van de inrichting dat proefverlof heeft verleend, met dien verstande dat de eerste rapportage plaatsvindt nadat een maand van het proefverlof is verstreken en dat vervolgens telkens wordt gerapporteerd over een periode van twee maanden.
2. Indien de ter beschikking gestelde de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt of dreigt te brengen dan wel de bij het proefverlof opgelegde verplichtingen niet nakomt, wordt daarover tussentijds gerapporteerd.
3. In de loop van de eerste helft van de derde maand voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal zijn verstreken, zendt de reclassering aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden haar beschouwingen inzake de wenselijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling. Deze beschouwingen gaan zo mogelijk vergezeld van het advies van de aan de reclassering verbonden psychiater die bemoeienis heeft gehad met de ter beschikking gestelde.
##### Artikel 61
1. De reclassering kan uit eigen beweging aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een voorstel doen tot wijziging of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 51, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=51&z=2010-08-04&g=2010-08-04).
2. De reclassering kan uit eigen beweging door tussenkomst van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister aan het openbaar ministerie een voorstel doen tot het vorderen van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
3. De reclassering dient desgevraagd het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister van advies.
### HOOFDSTUK 17. VOORWAARDELIJKE BEËINDIGING VAN HET BEVEL TOT VERPLEGING EN TER BESCHIKKING GESTELDEN MET VOORWAARDEN
##### Artikel 62
Van de uitspraak waarbij de rechter aan de reclassering opdracht geeft de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), of [38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), doet het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister en aan de reclassering in het arrondissement waar de voorwaarden ten uitvoer worden gelegd.
##### Artikel 63
Het algemeen toezicht op ter beschikking gestelden die niet van overheidswege worden verpleegd, berust bij Onze Minister.
##### Artikel 64
1. Bij beëindiging van het verblijf in de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ontvangt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vergoeding voor een reis of reisgelegenheid naar zijn woon- of verblijfplaats binnen Nederland.
2. Indien de omstandigheden daartoe grond opleveren, kan Onze Minister beslissen dat de betrokkene onder geleide naar de plaats van zijn bestemming wordt overgebracht.
##### Artikel 65
1. Onze Minister ontvangt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=63&z=2010-08-04&g=2010-08-04), zo spoedig mogelijk mededeling van elke op een niet van overheidswege verpleegde ter beschikking gestelde betrekking hebbende:
- a. onherroepelijk geworden uitspraak waarbij terbeschikkingstelling met voorwaarden is gelast, als bedoeld in [artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38);
- b. rechterlijke beslissing inzake een vordering op grond van [artikel 38b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38b), [38c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38c), [38i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38i) of [38k van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38k);
- c. beslissing tot vrijheidsontneming door het bevoegd gezag;
- d. onherroepelijk geworden uitspraak van een burgerlijk of militair gerecht waarbij ten aanzien van de ter beschikking gestelde opnieuw is beslist dat hij zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt.
2. De in het eerste lid genoemde feiten worden aan Onze Minister medegedeeld door de ambtenaren met de tenuitvoerlegging van de in dat lid bedoelde rechterlijke beslissingen belast, onderscheidenlijk elke ambtenaar van het openbaar ministerie die van de in het eerste lid, onder **c**, bedoelde beslissing tot vrijheidsontneming kennis krijgt.
##### Artikel 66
1. Onze Minister doet de hem overeenkomstig artikel 65 alsmede overige met betrekking tot de ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, verschafte gegevens, voor zover hem dit wenselijk voorkomt, opnemen in een algemeen op zijn departement gehouden register.
2. Indien met betrekking tot een ter beschikking gestelde die niet van overheidswege wordt verpleegd, de kennisneming van de gegevens uit het algemeen register naar het oordeel van Onze Minister van belang kan zijn voor het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, doet Onze Minister dit openbaar ministerie die gegevens toekomen, al dan niet onder bijvoeging van zijn beschouwingen.
##### Artikel 67
1. Met het toezicht op de naleving van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), is steeds mede belast het openbaar ministerie in het arrondissement waarin de ter beschikking gestelde feitelijk woont.
2. Het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, wordt, voor zover nodig, door Onze Minister in kennis gesteld van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, en van een verstrekte opdracht tot het verlenen van hulp en steun. Een op een later tijdstip gegeven rechterlijke beslissing met betrekking tot voorwaarden, opdracht tot het verlenen van hulp en steun of verlenging van de terbeschikkingstelling wordt eveneens, voor zover nodig, ter kennis van dit openbaar ministerie gebracht. Het openbaar ministerie doet zo nodig de nieuwe of gewijzigde voorwaarden op de ontslagbrief aantekenen.
##### Artikel 68
De reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2010-08-04&g=2010-08-04), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2010-08-04&g=2010-08-04), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent. Zij draagt er zorg voor dat deze instantie in kennis wordt gesteld van misdrijven en andere bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.
##### Artikel 69
Met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en [38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), rapporteert de reclassering ten minste eenmaal per drie maanden aan Onze Minister en aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2010-08-04&g=2010-08-04), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent.
##### Artikel 70
De reclassering kan een voorstel doen aan het openbaar ministerie tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en [artikel 38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g). Het voorstel wordt door tussenkomst van Onze Minister aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, gezonden.
##### Artikel 71
1. Indien de ter beschikking gestelde de voorwaarden overtreedt, of anderzins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, kan de reclassering een voorstel tot het geven van een bevel tot verpleging door tussenkomst van Onze Minister zenden aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast.
2. De reclassering dient desgevraagd Onze Minister en het openbaar ministerie, bedoeld in het eerste lid, van advies.
### HOOFDSTUK 18. VEREISTEN AAN INRICHTINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 38A, TWEEDE LID, WETBOEK VAN STRAFRECHT
##### Artikel 72
Van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), wordt vereist dat deze:
- a. een instelling is als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018906&artikel=1) die is toegelaten voor het verlenen van zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614), of
- b. is aangemerkt als psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in [artikel 1, onder **h**, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005700&artikel=1).
##### Artikel 73
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), verleent de door Onze Minister aangewezen ambtenaren te allen tijde toegang tot de plaatsen waar ter beschikking gestelden verblijven. De ambtenaren zijn, voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op deze personen betrekking hebbende stukken in te zien.
##### Artikel 74
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), houdt van de in deze inrichting opgenomen ter beschikking gestelden aantekeningen als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2010-08-04&g=2010-08-04). Het tweede en derde lid van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2010-08-04&g=2010-08-04) zijn van toepassing. [Artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=7&artikel=24&z=2010-08-04&g=2010-08-04) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de melding tevens wordt gedaan aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2010-08-04&g=2010-08-04), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent alsmede aan de reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2010-08-04&g=2010-08-04).
##### Artikel 75
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), verschaft de reclassering die is belast met de hulp en steun van een ter beschikking gestelde die in zijn inrichting verblijft de informatie die nodig is met het oog op de verlening van hulp en steun en de opstelling van de adviezen die de reclassering opstelt met betrekking tot de ter beschikking gestelde.
### HOOFDSTUK 19. BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK
##### Artikel 76
1. De beloning van de tolk of de vertaler en de vergoeding van de door hen gemaakte kosten, bedoeld in [artikel 78, onder **a**, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=78) geschieden volgens het bepaalde bij of krachtens de [Wet tarieven in strafzaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002406).
2. De secretaris van de beklag- of beroepscommissie stelt op basis van de in het eerste lid genoemde bepalingen de hoogte van de beloning en vergoeding vast. Met de uitbetaling is het hoofd van de inrichting belast.
##### Artikel 77
De vergoeding van de door een persoon als bedoeld in artikel 61, vierde lid, van de wet gemaakte kosten geschiedt volgens de [Wet tarieven in strafzaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002406). Artikel 76, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
### HOOFDSTUK 20. KOSTEN
##### Artikel 78
Bij overlijden van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde komen de kosten van begrafenis of crematie voor zover die redelijkerwijs noodzakelijk kunnen worden geacht en niet ten laste van het vermogen van betrokkene of diens erfgenamen kunnen worden gebracht, ten laste van de Staat.
##### Artikel 79
1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) komen ten laste van de Staat:
- a. de kosten van verpleging en behandeling van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die voortvloeien uit hulpverlening door gedragsdeskundigen in verband met de geestesstoornis van de betrokkene;
- b. andere kosten van geneeskundige verzorging van de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd;
- c. de kosten van overbrenging van een ter beschikking gestelde of anderzins verpleegde naar enige voor hem in het kader van de verpleging bestemde plaats.
2. De noodzakelijke kosten van bestaan tijdens proefverlof komen niet ten laste van de Staat.
### HOOFDSTUK 21. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
##### Artikel 80
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de wet en dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
##### Artikel 81
Wijzigt de Gevangenismaatregel.
##### Artikel 82
Wijzigt de Reclasseringsregeling 1995.
##### Artikel 83
Wijzigt de Besluit registratie justitiële gegevens.
##### Artikel 84
Wijzigt de Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994.
##### Artikel 85
Wijzigt de Arbeidstijdenbesluit.
##### Artikel 86
Wijzigt de Arbeidsomstandighedenbesluit.
##### Artikel 87
Wijzigt de Besluit voorrang hebbende regelingen ziekenfondsverzekering.
##### Artikel 88
Het Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling van 6 juni 1988 (**Stb.** 1988, 282) en de Tijdelijke regeling van de rechtspositie van ter beschikking gestelden van 29 januari 1987 (**Stb.** 1987, 55) worden ingetrokken.
##### Artikel 89
Indien een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen op grond van artikel 26, eerste lid, Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, geldt deze aanwijzing als aanwijzing op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2010-08-04&g=2010-08-04) van het onderhavige besluit.
##### Artikel 90
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 91
Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement verpleging ter beschikking gestelden.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst.
##### Artikel 54a
Er is een proef forensisch psychiatrisch toezicht in de fase van proefverlof. De proef is tijdelijk van aard en duurt ten hoogste drie jaar. Onze Minister wijst inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden aan waar de proef plaatsvindt. In de proef wordt, onverminderd de betrokkenheid van de reclassering, op de ter beschikking gestelde die met proefverlof is, toezicht gehouden door de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
### HOOFDSTUK 17. VOORWAARDELIJKE BEËINDIGING VAN HET BEVEL TOT VERPLEGING EN TER BESCHIKKING GESTELDEN MET VOORWAARDEN
### HOOFDSTUK 18. VEREISTEN AAN INRICHTINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 38A, TWEEDE LID, WETBOEK VAN STRAFRECHT
### HOOFDSTUK 19. BELONING EN VERGOEDING TOLK EN PERSONEN IN HET KADER VAN EEN BEKLAG- OF BEROEPSZAAK
### HOOFDSTUK 20. KOSTEN
### HOOFDSTUK 21. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het **Staatsblad** zal worden geplaatst.
2010-08-04
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 13 m
2008-12-17
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 13 m
2008-06-27
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 3, 21 y 29 má
2008-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 3, 21 y 29 má
2006-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 13 m
2005-08-03
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2004-04-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 14 m
2004-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 14 m
1999-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 1, 1, 2 y 105 má
1999-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
original version
Tekst op deze datum