Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 22 mei 1997, houdende regels omtrent de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling en de verpleging van ter beschikking gestelden en overige verpleegden strafrechtstoepassing (Reglement verpleging ter beschikking gestelden)

20 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 50, 59, 61 y 4 m
2022-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 48, 50, 59 y 5 m
2021-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2020-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 48, 50, 59 y 5 m
2019-06-26
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2018-09-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 48 y 8 má
2015-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 47 y 10 m
2013-07-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2013-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 12 m
2011-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2010-08-04
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 13 m
2008-12-17
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 13 m
2008-06-27
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 3, 21 y 29 má
2008-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 3, 21 y 29 má
2006-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 13 m
2005-08-03
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
2004-04-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 14 m

Wijzigingen op 2004-04-01

@@ -50,7 +50,7 @@
- b. indien de beveiliging dan wel de personele of materiële toerusting van de inrichting, bedoeld in artikel 2, derde lid, niet meer voldoet aan de eisen die daaraan naar het oordeel van Onze Minister moeten worden gesteld.
2. De aanwijzing als particuliere inrichting kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien de rechtspersoon heeft gehandeld in strijd met de toepasselijke regelgeving alsmede hetgeen overeenkomstig [artikel 2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2004-01-01&g=2004-01-01), is verklaard.
2. De aanwijzing als particuliere inrichting kan door Onze Minister worden ingetrokken, indien de rechtspersoon heeft gehandeld in strijd met de toepasselijke regelgeving alsmede hetgeen overeenkomstig [artikel 2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is verklaard.
### HOOFDSTUK 3. RIJKSINRICHTINGEN
@@ -146,7 +146,7 @@
- d. personen, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen;
- e. personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het [Besluit inlichtingen Justitiële documentatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002292) of de politieregisters, bedoeld in [artikel 1, onder **c**, van de Wet politieregisters](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004798&artikel=1). De bezwaren dienen betrekking te hebben op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegheden.“bevoegheden” moet zijn “bevoegdheden.”
- e. personen tegen wie bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie die blijken uit de algemene documentatieregisters als bedoeld in het [Besluit justitiële gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016544) of de politieregisters, bedoeld in [artikel 1, onder **c**, van de Wet politieregisters](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004798&artikel=1). De bezwaren dienen betrekking te hebben op het vertrouwelijk karakter van de functie alsmede de aan de functie verbonden bevoegheden.
##### Artikel 11
@@ -226,7 +226,7 @@
##### Artikel 21
1. De beslissing van Onze Minister tot overplaatsing, bedoeld in [artikel 20,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=6&artikel=20&z=2004-01-01&g=2004-01-01) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De beslissing van Onze Minister, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=13) en [14, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=14) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan de inrichting tot klinische observatie bestemd onderscheidenlijk aan het psychiatrisch ziekenhuis waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De voorgaande beslissingen worden tevens gemeld aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging geschiedt, en het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging zal worden voortgezet.
1. De beslissing van Onze Minister tot overplaatsing, bedoeld in [artikel 20,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=6&artikel=20&z=2004-04-01&g=2004-04-01) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De beslissing van Onze Minister, bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=13) en [14, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=14) wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden waarin de ter beschikking gestelde verblijft en aan de inrichting tot klinische observatie bestemd onderscheidenlijk aan het psychiatrisch ziekenhuis waarheen de ter beschikking gestelde zal worden overgeplaatst. De voorgaande beslissingen worden tevens gemeld aan het openbaar ministerie bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast, het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging geschiedt, en het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de verpleging zal worden voortgezet.
2. Ingeval het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden met toepassing van [artikel 14, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=14) voorlopig beslist tot overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis deelt hij dit onverwijld mede aan Onze Minister. Indien Onze Minister de beslissing bekrachtigt is het eerste lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
@@ -364,7 +364,7 @@
4. In de situatie, bedoeld in [artikel 26, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=26), pleegt het afdelingshoofd het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde overleg. Het overleg van het hoofd van de inrichting met de in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde personen vindt zo spoedig mogelijk na de geneeskundige handeling plaats.
5. De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van [artikel 26 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=26) wordt opgenomen in het register als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=6&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en in het verpleegdedossier en dat de resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.
5. De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van [artikel 26 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&artikel=26) wordt opgenomen in het register als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en in het verpleegdedossier en dat de resultaten van het overleg alsmede de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.
##### Artikel 34
@@ -378,7 +378,7 @@
1. Zo spoedig mogelijk na de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de verpleegde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het verplegings- en behandelingsplan.
2. Indien de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling als bedoeld in [artikel 33, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=10&artikel=33&z=2004-01-01&g=2004-01-01), de duur van twee weken te boven gaat wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een arts of een psychiater en een psycholoog.
2. Indien de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling als bedoeld in [artikel 33, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=10&artikel=33&z=2004-04-01&g=2004-04-01), de duur van twee weken te boven gaat wordt door het hoofd van de inrichting een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een arts of een psychiater en een psycholoog.
3. De in het tweede lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het tweede lid bedoelde termijn en, indien de gedwongen geneeskundige handeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan het hoofd van de inrichting over de voortzetting van de gedwongen geneeskundige handeling.
@@ -396,13 +396,13 @@
##### Artikel 38
1. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
1. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een rijksinrichting geschiedt door of vanwege Onze Minister op voordracht van de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. De aanstelling van een geestelijke verzorger van protestantse of rooms-katholieke gezindte of een geestelijke verzorger behorend tot het humanistisch verbond bij een justitiële particuliere inrichting geschiedt door of vanwege het bestuur van de inrichting gehoord de betrokken hoofdgeestelijke, genoemd in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=37&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 39
1. Een geestelijke verzorger van een andere dan de in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=36&z=2004-01-01&g=2004-01-01) genoemde gezindte of levensovertuiging kan door het hoofd van de rijksinrichting aan diens inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een aanstelling. Het hoofd van de rijksinrichting neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers.
1. Een geestelijke verzorger van een andere dan de in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=11&artikel=36&z=2004-04-01&g=2004-04-01) genoemde gezindte of levensovertuiging kan door het hoofd van de rijksinrichting aan diens inrichting worden verbonden anders dan bij wijze van een aanstelling. Het hoofd van de rijksinrichting neemt deze beslissing niet dan na overleg met de reeds aan de inrichting verbonden geestelijke verzorgers.
2. Onze Minister kan functievereisten vaststellen ten aanzien van geestelijk verzorgers zoals bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid.
@@ -476,29 +476,29 @@
##### Artikel 47
Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-01-01&g=2004-01-01), is van toepassing.
Indien de verlenging van de terbeschikkingstelling er toe zou kunnen leiden dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, zendt het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zes maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, een voorlopig advies betreffende de wenselijkheid van de verlenging van de terbeschikkingstelling aan Onze Minister. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van toepassing.
##### Artikel 48
1. Indien de verpleging voorwaardelijk is beëindigd of aan de terbeschikkingstelling voorwaarden zijn verbonden, zendt de reclassering die de ter beschikking gestelde hulp en steun verleent, indien verlenging van de terbeschikkingstelling wettelijk mogelijk is, drie maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken, advies inzake de wenselijkheid van die verlenging aan Onze Minister. Dit advies gaat vergezeld van een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van een psychiater die zelf de ter beschikking gestelde heeft onderzocht.
2. De in het eerste lid bedoelde stukken worden twee maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken door tussenkomst van Onze Minister toegezonden aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. De in het eerste lid bedoelde stukken worden twee maanden voor het tijdstip waarop de termijn van de terbeschikkingstelling zal zijn verstreken door tussenkomst van Onze Minister toegezonden aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 49
1. Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=47&z=2004-01-01&g=2004-01-01), voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister.
2. Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor het tijdig totstandkomen van een advies of rapport van deskundigen als bedoeld in [artikel 509**o**, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o) en voor tijdige toezending daarvan aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
1. Indien het openbaar ministerie naar aanleiding van het voorlopig advies, bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=47&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voornemens is een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van zes jaar of een veelvoud van zes jaar te boven gaat, doet het daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister.
2. Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister zorg voor het tijdig totstandkomen van een advies of rapport van deskundigen als bedoeld in [artikel 509**o**, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o) en voor tijdige toezending daarvan aan het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
3. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het advies of rapport, bedoeld in [artikel 509**o**, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o).
##### Artikel 50
Indien het openbaar ministerie daarom verzoekt, wordt terstond een nieuw advies als bedoeld in [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-01-01&g=2004-01-01), of [48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=48&z=2004-01-01&g=2004-01-01), aan Onze Minister gezonden. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-01-01&g=2004-01-01), is van toepassing.
Indien het openbaar ministerie daarom verzoekt, wordt terstond een nieuw advies als bedoeld in [artikel 46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-04-01&g=2004-04-01), of [48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=48&z=2004-04-01&g=2004-04-01), aan Onze Minister gezonden. [Artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van toepassing.
##### Artikel 51
1. Het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-01-01&g=2004-01-01), doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling:
1. Het openbaar ministerie, bedoeld in [artikel 46, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=46&z=2004-04-01&g=2004-04-01), doet Onze Minister zo spoedig mogelijk mededeling:
- a. van zijn beslissing geen vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling in te dienen;
@@ -574,7 +574,7 @@
3. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis van de beslissing tot intrekking van het proefverlof.
4. Het hoofd van de inrichting geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in [artikel 54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=54&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
4. Het hoofd van de inrichting geeft van de beslissing tot intrekking van het proefverlof schriftelijk bericht aan de instanties genoemd in [artikel 54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=54&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 58
@@ -582,7 +582,7 @@
##### Artikel 59
1. De reclassering, bedoeld in [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=58&z=2004-01-01&g=2004-01-01), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met met“met met” moet zijn “met.” het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat aan de ter beschikking gestelde proefverlof heeft verleend.
1. De reclassering, bedoeld in [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=16&artikel=58&z=2004-04-01&g=2004-04-01), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met met“met met” moet zijn “met.” het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dat aan de ter beschikking gestelde proefverlof heeft verleend.
2. De reclassering draagt er zorg voor dat het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden in kennis wordt gesteld van alle bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.
@@ -596,7 +596,7 @@
##### Artikel 61
1. De reclassering kan uit eigen beweging aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een voorstel doen tot wijziging of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 51, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=51&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
1. De reclassering kan uit eigen beweging aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden een voorstel doen tot wijziging of opheffing van de voorwaarden, bedoeld in [artikel 51, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=14&artikel=51&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. De reclassering kan uit eigen beweging door tussenkomst van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en Onze Minister aan het openbaar ministerie een voorstel doen tot het vorderen van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
@@ -620,7 +620,7 @@
##### Artikel 65
1. Onze Minister ontvangt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=63&z=2004-01-01&g=2004-01-01), zo spoedig mogelijk mededeling van elke op een niet van overheidswege verpleegde ter beschikking gestelde betrekking hebbende:
1. Onze Minister ontvangt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=63&z=2004-04-01&g=2004-04-01), zo spoedig mogelijk mededeling van elke op een niet van overheidswege verpleegde ter beschikking gestelde betrekking hebbende:
- a. onherroepelijk geworden uitspraak waarbij terbeschikkingstelling met voorwaarden is gelast, als bedoeld in [artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38);
@@ -646,11 +646,11 @@
##### Artikel 68
De reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2004-01-01&g=2004-01-01), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2004-01-01&g=2004-01-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent. Zij draagt er zorg voor dat deze instantie in kennis wordt gesteld van misdrijven en andere bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.
De reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2004-04-01&g=2004-04-01), stelt zich zo spoedig mogelijk nadat zij is belast met het verlenen van hulp en steun in verbinding met het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2004-04-01&g=2004-04-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent. Zij draagt er zorg voor dat deze instantie in kennis wordt gesteld van misdrijven en andere bijzondere voorvallen welke de ter beschikking gestelde betreffen.
##### Artikel 69
Met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en [38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), rapporteert de reclassering ten minste eenmaal per drie maanden aan Onze Minister en aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2004-01-01&g=2004-01-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent.
Met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in [artikel 38, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38), en [38**g**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38g), rapporteert de reclassering ten minste eenmaal per drie maanden aan Onze Minister en aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2004-04-01&g=2004-04-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent.
##### Artikel 70
@@ -678,7 +678,7 @@
##### Artikel 74
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), houdt van de in deze inrichting opgenomen ter beschikking gestelden aantekeningen als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01). Het tweede en derde lid van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing. [Artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=7&artikel=24&z=2004-01-01&g=2004-01-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de melding tevens wordt gedaan aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2004-01-01&g=2004-01-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent alsmede aan de reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
De directeur van een inrichting als bedoeld in [artikel 38**a**, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38a), houdt van de in deze inrichting opgenomen ter beschikking gestelden aantekeningen als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Het tweede en derde lid van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=4&artikel=5&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van toepassing. [Artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=7&artikel=24&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de melding tevens wordt gedaan aan het openbaar ministerie dat op grond van [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=67&z=2004-04-01&g=2004-04-01), het toezicht op de ter beschikking gestelde uitoefent alsmede aan de reclassering, bedoeld in [artikel 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=17&artikel=62&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 75
@@ -754,7 +754,7 @@
##### Artikel 89
Indien een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen op grond van artikel 26, eerste lid, Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, geldt deze aanwijzing als aanwijzing op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2004-01-01&g=2004-01-01) van het onderhavige besluit.
Indien een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden op het moment van inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen op grond van artikel 26, eerste lid, Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, geldt deze aanwijzing als aanwijzing op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008690&hoofdstuk=2&artikel=2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) van het onderhavige besluit.
##### Artikel 90
2004-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 3, 21, 33 y 14 m
1999-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden — arts. 1, 1, 2 y 105 má
1999-01-01
Reglement verpleging ter beschikking gestelden
original version Tekst op deze datum