Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 26 maart 1998, houdende nieuwe bepalingen inzake De Nederlandsche Bank N.V. in verband met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Bankwet 1998)
22 versions
· 2002-01-28 — 2026-03-25
2026-03-25
Bankwet 1998 — arts. 5, 28, 29 y 2 más
2025-01-01
Bankwet 1998
2023-07-01
Bankwet 1998
2022-11-04
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 4 más
2022-05-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 4 más
2021-07-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2019-01-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2018-07-28
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2018-05-25
Bankwet 1998 — arts. 5, 5, 15 y 13 más
2015-11-26
Bankwet 1998
2015-01-01
Bankwet 1998
2014-01-01
Bankwet 1998
2013-07-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2013-01-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2012-06-13
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2012-02-16
Bankwet 1998 — arts. 5, 5, 15 y 13 más
2012-01-20
Bankwet 1998 — arts. 5, 5, 15 y 13 más
2012-01-01
Bankwet 1998
2010-10-10
Bankwet 1998 — arts. 2, 5, 14 y 8 más
2004-10-30
Bankwet 1998 — arts. 2, 5, 14 y 8 más
2002-01-28
Bankwet 1998 — arts. 1, 1, 2 y 28 más
2002-01-28
Bankwet 1998
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2002-01-28
@@ -267,165 +267,3 @@
Deze wet wordt aangehaald als: Bankwet 1998.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6a
1. De Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van artikel 6, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG L 181).
2. De Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van artikel 6, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG L 181).
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bij de daarin omschreven overtredingen het bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete bepaald, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50 000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid.
5. Met het toezicht op de naleving van de verplichtingen gesteld in de verordening, genoemd in het eerste en tweede lid, zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen.
6. Van een besluit als bedoeld in het vijfde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
### Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende de vennootschap
##### Artikel 12a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk IV. Inlichtingen en geheimhouding
### Hoofdstuk V. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9a
1. Kredietinstellingen, betalingsdienstverleners en economische operatoren als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij controleren alle ontvangen eurobankbiljetten op hun geschiktheid voor circulatie alvorens deze biljetten weer in omloop te brengen.
2. De geschiktheidscontrole van eurobankbiljetten wordt uitgevoerd volgens de daartoe door de Europese Centrale Bank vastgestelde procedures.
3. Eurobankbiljetten die ongeschikt zijn voor circulatie, worden door de in het eerste lid bedoelde instellingen ingeleverd bij de Bank.
4. De Bank vergoedt de nominale waarde van de op grond van het derde lid ingeleverde eurobankbiljetten.
##### Artikel 9b
1. Met het toezicht op de naleving van [artikel 9a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9a&z=2014-01-01&g=2014-01-01), en, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten, artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
##### Artikel 9c
1. De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van:
- a. [artikel 9a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9a&z=2014-01-01&g=2014-01-01);
- b. artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten;
- c. [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
2. De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bij de daarin omschreven overtredingen het bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete bepaald, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50.000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld.
4. Indien tegen een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete bezwaar of beroep wordt aangetekend, schorst dit de verplichting tot betaling van de boete totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De schorsing van de verplichting tot betaling schorst niet de berekening van de wettelijke rente.
### Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende de vennootschap
### Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9d
1. De Bank is bevoegd ten behoeve van de in [artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde taken of ter voldoening aan informatieverzoeken van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen internationale organisaties gebruik te maken van gegevens, niet zijnde persoonsgegevens in de zin van de [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), uit registraties die:
- a. in verband met de uitvoering van een wettelijke taak worden bijgehouden bij instellingen en diensten van het Rijk of bij zelfstandige bestuursorganen op het niveau van de centrale overheid;
- b. worden bijgehouden door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen of geheel of gedeeltelijk, direct of indirect, worden bekostigd uit middelen van de Staat of uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen.
2. Voor zover de in het eerste lid bedoelde verwerving niet de benodigde gegevens oplevert, is de Bank bevoegd om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens, niet zijnde persoonsgegevens in de zin van de [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), op te vragen bij in die maatregel aangewezen categorieën van ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen.
3. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde instellingen, diensten en zelfstandige bestuursorganen, de in onderdeel b van dat lid bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen verstrekken de in die leden bedoelde gegevens op verzoek van de Bank binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. Daarbij kan geen beroep worden gedaan op geheimhoudingsverplichtingen, tenzij deze verplichtingen gebaseerd zijn op internationale regelgeving.
4. De in het derde lid bedoelde verstrekking van gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de soort kosten en de hoogte van de kosten die bij de Bank in rekening mogen worden gebracht.
##### Artikel 9e
1. De door de Bank op grond van [artikel 9d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2015-01-01&g=2015-01-01) ontvangen gegevens worden, behoudens het tweede lid, uitsluitend gebruikt voor statistische doeleinden en economische analyses.
2. Het organisatieonderdeel van de Bank dat is belast met de in [artikel 4, eerste lid, onderdeel c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde taak kan de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekken aan organisatieonderdelen van de Bank die belast zijn met een andere taak, voor zover die gegevens, al dan niet rechtstreeks, afkomstig zijn van financiële instellingen waarop de Bank toezicht uitoefent op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.
3. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijke onderneming, vrije beroepsbeoefenaar, instelling of rechtspersoon kunnen worden ontleend.
##### Artikel 9f
In afwijking van [artikel 9e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9e&z=2015-01-01&g=2015-01-01) verstrekt de Bank gegevens aan de in [artikel 9d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde internationale organisaties ter voldoening aan hun informatieverzoeken, met inachtneming van het geheimhoudingsregime dat ingevolge bindende EU-rechtshandelingen op de desbetreffende gegevens van toepassing is.
##### Artikel 9g
1. De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van [artikel 9d, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2015-01-01&g=2015-01-01), indien de in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid van dat artikel bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen de in die artikelleden bedoelde gegevens niet, niet tijdig of niet volledig verstrekken.
2. De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van [artikel 9d, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2015-01-01&g=2015-01-01). [Artikel 9c, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9c&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000 bedraagt.
### Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende de vennootschap
### Hoofdstuk IV. Inlichtingen en geheimhouding
### Hoofdstuk V. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 4a
De Bank neemt bij de uitoefening van haar taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2015-11-26&g=2015-11-26), tot uitgangspunt dat een beroep op de publieke middelen wordt vermeden. Indien met het oog op de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een beroep op buitengewone openbare financiële steun onvermijdelijk is, wordt dat beroep beperkt tot hetgeen noodzakelijk is ter verwezenlijking van die doelstellingen.
#### § 2. Werkzaamheden
### Hoofdstuk IIa. Echtheids- en geschiktheidscontrole van eurobankbiljetten
### Hoofdstuk IIb. Verwerving, gebruik en verstrekking van gegevens
##### Artikel 12b
1. Eén van de directeuren is belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2015-11-26&g=2015-11-26). Deze directeur is niet tevens belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2015-11-26&g=2015-11-26) en 4, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft het toezicht op banken, en onderdeel c.
2. Ter zake van besluitvorming in de directie waarbij de taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2015-11-26&g=2015-11-26), wordt uitgeoefend, worden aan de directeur, bedoeld in het eerste lid, evenveel stemmen toegekend als aan de overige leden van de directie tezamen. Bij staking van de stemmen, beslist de stem van de directeur, bedoeld in het eerste lid.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op besluitvorming waarbij toepassing wordt gegeven aan de [artikelen 3A:9 tot en met 3A:11 van de Wet op het financieel toezicht](onbekend) en aan de artikelen 8 tot en met 11 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.
### Hoofdstuk IV. Inlichtingen en geheimhouding
### Hoofdstuk V. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 9h
1. De Bank voert, onder de naam Financieel Stabiliteitscomité, periodiek overleg met vertegenwoordigers van de Stichting Autoriteit Financiële Markten en Onze Minister over macro-economische en financiële ontwikkelingen met als doel om risico’s voor de stabiliteit van het financiële stelsel te signaleren en mogelijke oplossingsrichtingen ter mitigatie van die risico’s aan te dragen. De Bank kan, in overeenstemming met de Stichting Autoriteit Financiële Markten, dienaangaande aanbevelingen doen.
2. De deelnemers komen ten minste tweemaal per jaar bijeen onder voorzitterschap van de president van de Bank. De Bank brengt van deze bijeenkomsten en van aanbevelingen verslag uit aan Onze Minister. Onze Minister zendt afschriften van deze verslagen aan de beide kamers der Staten-Generaal.
3. Het Centraal Planbureau woont als externe deskundige de bijeenkomsten van het overleg bij.
4. De deelnemers regelen de verdere werkwijze van het overleg.
### Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12c
1. Een beoordeling of sprake is van het falen of waarschijnlijk falen van een entiteit waarop [deel 3A van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&titeldeel=3a) van toepassing is, kan in de directie ter besluitvorming worden ingebracht door de directeur verantwoordelijk voor het toezicht op de bewuste entiteit, of door de directeur, bedoeld in [artikel 12b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=12b&z=2025-01-01&g=2025-01-01). Artikel 12b, tweede lid, is niet van toepassing.
2. Indien de directie bij besluitvorming als bedoeld in het eerste lid niet vaststelt dat sprake is van falen of waarschijnlijk falen, terwijl de directeur, bedoeld in [artikel 12b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=12b&z=2025-01-01&g=2025-01-01), van oordeel is dat daarvan wel sprake is, kan deze directeur het besluit opnieuw in stemming brengen. Artikel 12b, tweede lid, is van toepassing.
### Hoofdstuk IV. Inlichtingen en geheimhouding
### Hoofdstuk V. Wijziging van andere wetten
### Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.