Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 26 maart 1998, houdende nieuwe bepalingen inzake De Nederlandsche Bank N.V. in verband met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Bankwet 1998)
22 versions
· 2002-01-28 — 2026-03-25
2026-03-25
Bankwet 1998 — arts. 5, 28, 29 y 2 más
2025-01-01
Bankwet 1998
2023-07-01
Bankwet 1998
2022-11-04
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 4 más
2022-05-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 4 más
2021-07-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2019-01-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2018-07-28
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2018-05-25
Bankwet 1998 — arts. 5, 5, 15 y 13 más
2015-11-26
Bankwet 1998
2015-01-01
Bankwet 1998
2014-01-01
Bankwet 1998
2013-07-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2013-01-01
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2012-06-13
Bankwet 1998 — arts. 5, 15, 17 y 5 más
2012-02-16
Bankwet 1998 — arts. 5, 5, 15 y 13 más
2012-01-20
Bankwet 1998 — arts. 5, 5, 15 y 13 más
2012-01-01
Bankwet 1998
2010-10-10
Bankwet 1998 — arts. 2, 5, 14 y 8 más
2004-10-30
Bankwet 1998 — arts. 2, 5, 14 y 8 más
2002-01-28
Bankwet 1998 — arts. 1, 1, 2 y 28 más
2002-01-28
Bankwet 1998
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2018-07-28
@@ -44,7 +44,7 @@
3. De Bank handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119 van het Verdrag.
4. De Bank heeft voorts als doelstelling het uitvoeren van taken, anders dan die bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-05-25), voorzover deze haar bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
4. De Bank heeft voorts als doelstelling het uitvoeren van taken, anders dan die bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-07-28), voorzover deze haar bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
##### Artikel 3
@@ -86,7 +86,7 @@
##### Artikel 5
De Bank is bevoegd die werkzaamheden te verrichten die nodig zijn ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-05-25) en [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25) genoemde taken, waaronder met name de werkzaamheden die in deze paragraaf zijn genoemd. De Bank verricht deze werkzaamheden in overeenstemming met het Verdrag.
De Bank is bevoegd die werkzaamheden te verrichten die nodig zijn ter uitvoering van de in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-07-28) en [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28) genoemde taken, waaronder met name de werkzaamheden die in deze paragraaf zijn genoemd. De Bank verricht deze werkzaamheden in overeenstemming met het Verdrag.
##### Artikel 6
@@ -138,7 +138,7 @@
5. Onze Minister draagt zorg voor de mededeling in de Staatscourant van de in dit artikel bedoelde koninklijke besluiten.
6. Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-05-25), neemt de directie de hoedanigheid van de president als lid van de Raad van bestuur alsmede van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank in acht.
6. Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-07-28), neemt de directie de hoedanigheid van de president als lid van de Raad van bestuur alsmede van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank in acht.
7. De salarissen en de toezeggingen omtrent het pensioen alsmede regelingen omtrent vergoeding van onkosten van de president en de directeuren worden vastgesteld door de raad van commissarissen en goedgekeurd door Onze Minister.
@@ -154,19 +154,19 @@
5. De leden van de raad van commissarissen kunnen door de aandeelhouders worden geschorst of uit hun functie worden ontheven indien zij niet meer voldoen aan de eisen voor de uitoefening van hun functie of op ernstige wijze zijn tekortgeschoten. Ontheffing uit de functie vindt voorts plaats op eigen verzoek.
6. Met inachtneming van het bepaalde in het Verdrag en de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, houdt de raad van commissarissen toezicht op de algemene gang van zaken binnen de Bank en het beleid van de directie ter uitvoering van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25). De raad van commissarissen staat de directie met raad terzijde en stelt de jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening behoeft de goedkeuring van de aandeelhouders.
6. Met inachtneming van het bepaalde in het Verdrag en de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, houdt de raad van commissarissen toezicht op de algemene gang van zaken binnen de Bank en het beleid van de directie ter uitvoering van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28). De raad van commissarissen staat de directie met raad terzijde en stelt de jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening behoeft de goedkeuring van de aandeelhouders.
##### Artikel 14
1. Ten behoeve van Onze Minister kan degene die ingevolge artikel 13, tweede lid, tot lid van de raad van commissarissen is benoemd op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag bij de directie van de Bank gegevens en inlichtingen inwinnen over de wijze waarop de Bank haar taken uitvoert. Hij kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag zijn bevindingen aan Onze Minister kenbaar maken.
2. De directie van de Bank is gehouden de in het eerste lid bedoelde persoon telkens op diens aanvraag al die gegevens en inlichtingen te verstrekken, welke hij tot behoorlijke uitoefening van zijn taak als bedoeld in het eerste lid, nodig acht, met uitzondering van gegevens en inlichtingen die ingevolge het Verdrag of de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25) bedoelde wettelijke regelingen geheim zijn.
2. De directie van de Bank is gehouden de in het eerste lid bedoelde persoon telkens op diens aanvraag al die gegevens en inlichtingen te verstrekken, welke hij tot behoorlijke uitoefening van zijn taak als bedoeld in het eerste lid, nodig acht, met uitzondering van gegevens en inlichtingen die ingevolge het Verdrag of de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28) bedoelde wettelijke regelingen geheim zijn.
##### Artikel 15
1. Er is een bankraad, bestaande uit tenminste elf en ten hoogste dertien leden, te weten:
- a. het in het [tweede lid van artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-05-25) bedoelde lid van de raad van commissarissen;
- a. het in het [tweede lid van artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-07-28) bedoelde lid van de raad van commissarissen;
- b. één door de raad van commissarissen uit hun midden aan te wijzen lid;
@@ -190,25 +190,25 @@
1. De [artikelen 2:363, zesde lid](onbekend), [2:380](onbekend), [2:383, tweede lid, tweede zin](onbekend), met uitzondering van de openstaande bedragen, alsmede de [afdelingen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=3) en [4 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=4) zijn niet van toepassing op de Bank. De Bank mag, mede ter bepaling van het resultaat, de waardering van de beleggingen, effecten en valuta doen berusten op grondslagen die afwijken van het bepaalde in [artikel 2:384, eerste lid, tweede zin, of tweede lid, tweede zin, van het Burgerlijk Wetboek](onbekend), voorzover dit in overeenstemming is met hetgeen in [afdeling 14 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&afdeling=14) daaromtrent is bepaald.
2. Van de bepalingen van [titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) wijkt de Bank bovendien af, voorzover die afwijking naar het oordeel van de raad van commissarissen noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-05-25) bedoelde doelstellingen.
3. Van de bepalingen van [titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) wijkt de Bank bovendien af voor zover die afwijking noodzakelijk is om uitvoering te kunnen geven aan instructies, als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-05-25). De Bank stelt de raad van commissarissen onverwijld van de afwijking in kennis.
2. Van de bepalingen van [titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) wijkt de Bank bovendien af, voorzover die afwijking naar het oordeel van de raad van commissarissen noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-07-28) bedoelde doelstellingen.
3. Van de bepalingen van [titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&titeldeel=9) wijkt de Bank bovendien af voor zover die afwijking noodzakelijk is om uitvoering te kunnen geven aan instructies, als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-07-28). De Bank stelt de raad van commissarissen onverwijld van de afwijking in kennis.
### Hoofdstuk IV. Inlichtingen en geheimhouding
##### Artikel 18
1. Onze Minister is, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-05-25), bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering.
1. Onze Minister is, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-07-28), bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering.
2. De Bank is, met inachtneming van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen te verstrekken.
##### Artikel 19
Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-05-25), kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord.
Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-07-28), kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord.
##### Artikel 20
Voor zover deze wet strekt ter uitvoering van de handelingen ter verwezenlijking van de in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-05-25), bedoelde doelstelling, is het aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen die hij bij die taakuitvoering heeft verkregen verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
Voor zover deze wet strekt ter uitvoering van de handelingen ter verwezenlijking van de in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=2&z=2018-07-28&g=2018-07-28), bedoelde doelstelling, is het aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen die hij bij die taakuitvoering heeft verkregen verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
### Hoofdstuk V. Wijziging van andere wetten
@@ -250,23 +250,23 @@
##### Artikel 28
Na inwerkingtreding van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2018-07-28&g=2018-05-25) van deze wet berusten de koninklijk besluiten die op grond van artikel 23, leden 1 en 2, van de Bankwet 1948 van kracht zijn, op [artikel 12, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2018-07-28&g=2018-05-25), van deze wet.
Na inwerkingtreding van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2018-07-28&g=2018-07-28) van deze wet berusten de koninklijk besluiten die op grond van artikel 23, leden 1 en 2, van de Bankwet 1948 van kracht zijn, op [artikel 12, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2018-07-28&g=2018-07-28), van deze wet.
##### Artikel 29
1. De benoeming voor de eerste maal van de leden van de raad van commissarissen, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-05-25), geschiedt door de aandeelhouders binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de commissarissen, benoemd overeenkomstig artikel 27 van de Bankwet 1948, af.
2. De voor de eerste maal benoemde leden van de raad van commissarissen, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-05-25), hebben, in afwijking van [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-05-25), zitting voor de tijd van één tot vier jaren volgens een door de raad van commissarissen op te stellen rooster.
1. De benoeming voor de eerste maal van de leden van de raad van commissarissen, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-07-28), geschiedt door de aandeelhouders binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de commissarissen, benoemd overeenkomstig artikel 27 van de Bankwet 1948, af.
2. De voor de eerste maal benoemde leden van de raad van commissarissen, bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-07-28), hebben, in afwijking van [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2018-07-28&g=2018-07-28), zitting voor de tijd van één tot vier jaren volgens een door de raad van commissarissen op te stellen rooster.
##### Artikel 30
1. De benoeming voor de eerste maal van de leden van de bankraad, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2018-07-28&g=2018-05-25), geschiedt door de Bank binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de leden van de bankraad, benoemd overeenkomstig artikel 32 van de Bankwet 1948, af.
1. De benoeming voor de eerste maal van de leden van de bankraad, bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2018-07-28&g=2018-07-28), geschiedt door de Bank binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de leden van de bankraad, benoemd overeenkomstig artikel 32 van de Bankwet 1948, af.
2. De overeenkomstig het eerste lid benoemde leden hebben zitting voor de tijd van één tot vier jaren, volgens een door de bankraad op te stellen rooster.
##### Artikel 31
Na de inwerkingtreding van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=9&z=2018-07-28&g=2018-05-25) van deze Wet berusten de koninklijke besluiten die op grond van artikel 21 van de Bankwet 1948 van kracht zijn, op [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=9&z=2018-07-28&g=2018-05-25) van deze wet.
Na de inwerkingtreding van [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=9&z=2018-07-28&g=2018-07-28) van deze Wet berusten de koninklijke besluiten die op grond van artikel 21 van de Bankwet 1948 van kracht zijn, op [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=9&z=2018-07-28&g=2018-07-28) van deze wet.
##### Artikel 32
@@ -294,7 +294,7 @@
##### Artikel 12a
1. Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat taken van de directie die voortvloeien uit [artikel 4, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25), worden toebedeeld aan één of meer directeuren en dat zij hieromtrent rechtsgeldig namens de Bank kunnen besluiten. Bepaling krachtens de statuten als bedoeld in de eerste volzin geschiedt schriftelijk.
1. Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat taken van de directie die voortvloeien uit [artikel 4, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28), worden toebedeeld aan één of meer directeuren en dat zij hieromtrent rechtsgeldig namens de Bank kunnen besluiten. Bepaling krachtens de statuten als bedoeld in de eerste volzin geschiedt schriftelijk.
2. De directeur of directeuren aan wie de taken, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld, kunnen door de directie worden gemachtigd tot uitoefening van de bevoegdheden die nodig zijn voor het vervullen van deze taken, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.
@@ -320,7 +320,7 @@
##### Artikel 9b
1. Met het toezicht op de naleving van [artikel 9a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9a&z=2018-07-28&g=2018-05-25), en, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten, artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen.
1. Met het toezicht op de naleving van [artikel 9a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9a&z=2018-07-28&g=2018-07-28), en, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten, artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@@ -328,7 +328,7 @@
1. De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van:
- a. [artikel 9a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9a&z=2018-07-28&g=2018-05-25);
- a. [artikel 9a, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9a&z=2018-07-28&g=2018-07-28);
- b. artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten;
@@ -348,13 +348,13 @@
##### Artikel 9d
1. De Bank is bevoegd ten behoeve van de in [artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25), bedoelde taken of ter voldoening aan informatieverzoeken van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen internationale organisaties gebruik te maken van gegevens, niet zijnde persoonsgegevens in de zin van de [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), uit registraties die:
1. De Bank is bevoegd ten behoeve van de in [artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28), bedoelde taken of ter voldoening aan informatieverzoeken van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen internationale organisaties gebruik te maken van gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, uit registraties die:
- a. in verband met de uitvoering van een wettelijke taak worden bijgehouden bij instellingen en diensten van het Rijk of bij zelfstandige bestuursorganen op het niveau van de centrale overheid;
- b. worden bijgehouden door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen of geheel of gedeeltelijk, direct of indirect, worden bekostigd uit middelen van de Staat of uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen.
2. Voor zover de in het eerste lid bedoelde verwerving niet de benodigde gegevens oplevert, is de Bank bevoegd om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens, niet zijnde persoonsgegevens in de zin van de [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), op te vragen bij in die maatregel aangewezen categorieën van ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen.
2. Voor zover de in het eerste lid bedoelde verwerving niet de benodigde gegevens oplevert, is de Bank bevoegd om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, op te vragen bij in die maatregel aangewezen categorieën van ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen.
3. De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde instellingen, diensten en zelfstandige bestuursorganen, de in onderdeel b van dat lid bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen verstrekken de in die leden bedoelde gegevens op verzoek van de Bank binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. Daarbij kan geen beroep worden gedaan op geheimhoudingsverplichtingen, tenzij deze verplichtingen gebaseerd zijn op internationale regelgeving.
@@ -362,21 +362,21 @@
##### Artikel 9e
1. De door de Bank op grond van [artikel 9d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-05-25) ontvangen gegevens worden, behoudens het tweede lid, uitsluitend gebruikt voor statistische doeleinden en economische analyses.
2. Het organisatieonderdeel van de Bank dat is belast met de in [artikel 4, eerste lid, onderdeel c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25), bedoelde taak kan de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekken aan organisatieonderdelen van de Bank die belast zijn met een andere taak, voor zover die gegevens, al dan niet rechtstreeks, afkomstig zijn van financiële instellingen waarop de Bank toezicht uitoefent op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.
1. De door de Bank op grond van [artikel 9d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-07-28) ontvangen gegevens worden, behoudens het tweede lid, uitsluitend gebruikt voor statistische doeleinden en economische analyses.
2. Het organisatieonderdeel van de Bank dat is belast met de in [artikel 4, eerste lid, onderdeel c of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28), bedoelde taak kan de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekken aan organisatieonderdelen van de Bank die belast zijn met een andere taak, voor zover die gegevens, al dan niet rechtstreeks, afkomstig zijn van financiële instellingen waarop de Bank toezicht uitoefent op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.
3. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijke onderneming, vrije beroepsbeoefenaar, instelling of rechtspersoon kunnen worden ontleend.
##### Artikel 9f
In afwijking van [artikel 9e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9e&z=2018-07-28&g=2018-05-25) verstrekt de Bank gegevens aan de in [artikel 9d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-05-25), bedoelde internationale organisaties ter voldoening aan hun informatieverzoeken, met inachtneming van het geheimhoudingsregime dat ingevolge bindende EU-rechtshandelingen op de desbetreffende gegevens van toepassing is.
In afwijking van [artikel 9e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9e&z=2018-07-28&g=2018-07-28) verstrekt de Bank gegevens aan de in [artikel 9d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-07-28), bedoelde internationale organisaties ter voldoening aan hun informatieverzoeken, met inachtneming van het geheimhoudingsregime dat ingevolge bindende EU-rechtshandelingen op de desbetreffende gegevens van toepassing is.
##### Artikel 9g
1. De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van [artikel 9d, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-05-25), indien de in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid van dat artikel bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen de in die artikelleden bedoelde gegevens niet, niet tijdig of niet volledig verstrekken.
2. De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van [artikel 9d, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-05-25). [Artikel 9c, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9c&z=2018-07-28&g=2018-05-25), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000 bedraagt.
1. De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van [artikel 9d, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-07-28), indien de in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid van dat artikel bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen de in die artikelleden bedoelde gegevens niet, niet tijdig of niet volledig verstrekken.
2. De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van [artikel 9d, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIb&artikel=9d&z=2018-07-28&g=2018-07-28). [Artikel 9c, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=IIa&artikel=9c&z=2018-07-28&g=2018-07-28), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000 bedraagt.
### Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende de vennootschap
@@ -390,7 +390,7 @@
##### Artikel 4a
De Bank neemt bij de uitoefening van haar taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25), tot uitgangspunt dat een beroep op de publieke middelen wordt vermeden. Indien met het oog op de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een beroep op buitengewone openbare financiële steun onvermijdelijk is, wordt dat beroep beperkt tot hetgeen noodzakelijk is ter verwezenlijking van die doelstellingen.
De Bank neemt bij de uitoefening van haar taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28), tot uitgangspunt dat een beroep op de publieke middelen wordt vermeden. Indien met het oog op de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een beroep op buitengewone openbare financiële steun onvermijdelijk is, wordt dat beroep beperkt tot hetgeen noodzakelijk is ter verwezenlijking van die doelstellingen.
#### § 2. Werkzaamheden
@@ -400,9 +400,9 @@
##### Artikel 12b
1. Eén van de directeuren is belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25). Deze directeur is niet tevens belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-05-25) en 4, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft het toezicht op banken, en onderdeel c.
2. Ter zake van besluitvorming in de directie waarbij de taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-05-25), wordt uitgeoefend, worden aan de directeur, bedoeld in het eerste lid, evenveel stemmen toegekend als aan de overige leden van de directie tezamen. Bij staking van de stemmen, beslist de stem van de directeur, bedoeld in het eerste lid.
1. Eén van de directeuren is belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28). Deze directeur is niet tevens belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=3&z=2018-07-28&g=2018-07-28) en 4, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft het toezicht op banken, en onderdeel c.
2. Ter zake van besluitvorming in de directie waarbij de taak, bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009508&hoofdstuk=II¶graaf=1&artikel=4&z=2018-07-28&g=2018-07-28), wordt uitgeoefend, worden aan de directeur, bedoeld in het eerste lid, evenveel stemmen toegekend als aan de overige leden van de directie tezamen. Bij staking van de stemmen, beslist de stem van de directeur, bedoeld in het eerste lid.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op besluitvorming waarbij toepassing wordt gegeven aan de [artikelen 3A:9 tot en met 3A:11 van de Wet op het financieel toezicht](onbekend) en aan de artikelen 8 tot en met 11 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.