Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 29 juni 2000, houdende intrekking van de Wet op de studiefinanciering en vervanging door de Wet studiefinanciering 2000 (Wet studiefinanciering 2000)
100 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — art. 9
2025-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — art. 9
2024-08-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 9, 9
2024-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 9, 9
2023-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 9, 9
2023-08-01
Wet studiefinanciering 2000
2023-06-09
Wet studiefinanciering 2000
2023-04-07
Wet studiefinanciering 2000 — art. 9
2023-04-01
Wet studiefinanciering 2000 — art. 9
2023-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — art. 9
2022-09-01
Wet studiefinanciering 2000
2022-03-23
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2022-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2021-10-01
Wet studiefinanciering 2000
2021-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2021-07-03
Wet studiefinanciering 2000
2021-06-08
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 3, 9, 9
2021-04-01
Wet studiefinanciering 2000
2021-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 3, 9, 9
2020-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 3, 9, 9
2020-08-01
Wet studiefinanciering 2000
2020-07-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2020-04-01
Wet studiefinanciering 2000
2020-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2019-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2019-07-24
Wet studiefinanciering 2000
2019-07-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2019-02-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 9
2019-01-01
Wet studiefinanciering 2000
2018-09-01
Wet studiefinanciering 2000
2018-07-28
Wet studiefinanciering 2000
2018-07-06
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 3, 9, 9
2018-05-25
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 3, 3 y 3 más
2018-01-01
Wet studiefinanciering 2000
2017-10-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 3, 3, 3 y 3 más
2017-09-01
Wet studiefinanciering 2000
2017-08-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2017-07-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 3 más
2017-04-21
Wet studiefinanciering 2000
2017-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2016-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2016-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2015-09-01
Wet studiefinanciering 2000
2015-08-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 3, 3 y 5 más
2015-03-05
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 3, 3 y 5 más
2015-02-11
Wet studiefinanciering 2000
2015-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2014-08-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2014-01-06
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2014-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2013-07-04
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2013-07-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2013-05-29
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2013-02-28
Wet studiefinanciering 2000
2013-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2012-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 13 más
2012-08-22
Wet studiefinanciering 2000
2012-01-05
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2012-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 29 más
2011-12-10
Wet studiefinanciering 2000
2011-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2011-08-01
Wet studiefinanciering 2000
2011-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2010-12-15
Wet studiefinanciering 2000
2010-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2010-01-01
Wet studiefinanciering 2000
2009-10-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 69 más
2009-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 69 más
2009-08-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 72 más
2009-07-01
Wet studiefinanciering 2000
2009-03-25
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 75 más
2009-01-15
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 75 más
2009-01-01
Wet studiefinanciering 2000
2008-10-22
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 49 más
2008-04-30
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 81 más
2008-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 117 más
2007-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 90 más
2007-08-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 59 más
2007-06-13
Wet studiefinanciering 2000
2007-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 63 más
2006-10-11
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 63 más
2006-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 63 más
2006-01-01
Wet studiefinanciering 2000
2005-12-30
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 3 y 35 más
2005-12-29
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 73 más
2005-12-21
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 73 más
2005-09-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 111 más
Wijzigingen op 2005-09-01
@@ -14,83 +14,81 @@
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**afsluitend examen:**
- a. voor wat betreft [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) het examen, bedoeld in [artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.2), alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-08-03&g=2005-08-03),
- b. voor wat betreft de [hoofdstukken 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) het examen, bedoeld in [artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a), alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03),
**bacheloropleiding:**opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), die is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), met positief gevolg heeft ondergaan,
**beroepsonderwijs**: beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2), voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, en als bedoeld in [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-08-03&g=2005-08-03),
**debiteur**: degene die zich krachtens [artikel 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03) heeft verplicht tot terugbetaling,
**afsluitend examen**:
- a. voor wat betreft [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) het examen, bedoeld in [artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.2), alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-09-01&g=2005-09-01),
- b. voor wat betreft de [hoofdstukken 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) het examen, bedoeld in [artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.10a), alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01),
**bacheloropleiding**: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), die is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), met positief gevolg heeft ondergaan,
**beroepsonderwijs**: beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2), voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, en als bedoeld in [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-09-01&g=2005-09-01),
**debiteur**: degene die zich krachtens [artikel 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01) heeft verplicht tot terugbetaling,
**deelnemer**: degene die beroepsonderwijs volgt,
**gecorrigeerde belastbare loon**: belastbare loon als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=9), verminderd met het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
- a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan €119,– en niet meer dan €1 605,–,
- b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: €487,–,
**gecorrigeerde belastbare minimumloon:** bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, afgeleid van het totaal van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor een 23-jarige op grond van de [Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638), gecorrigeerd overeenkomstig het gecorrigeerde belastbare loon,
**gecorrigeerde verzamelinkomen:**verzamelinkomen als bedoeld in [artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.18) verminderd met:
- a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in [artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.76), is toegepast: €1 355,–,
- b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
- 1°. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan €119,– en niet meer dan €1 605,–,
- 2°. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: €487,–,.
**gecorrigeerde belastbare loon**: belastbare loon als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=9), verminderd met twee derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
- a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
- b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–,
**gecorrigeerde belastbare minimumloon**: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, afgeleid van het totaal van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor een 23-jarige op grond van de [Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002638), gecorrigeerd overeenkomstig het gecorrigeerde belastbare loon,
**gecorrigeerde verzamelinkomen**: verzamelinkomen als bedoeld in [artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.18) verminderd met:
- a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in [artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.76), is toegepast: € 903,–,
- b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) wordt genoten: twee derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
- 1º. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
- 2º. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–,
**hoger beroepsonderwijs**: hoger beroepsonderwijs in de zin van de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682),
**hoger onderwijs**: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs als bedoeld in [paragraaf 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en in [artikel 2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor zover de opleiding als hoger onderwijs is aangemerkt,
**hoger onderwijs**: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs als bedoeld in [paragraaf 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en in [artikel 2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor zover de opleiding als hoger onderwijs is aangemerkt,
**IB-Groep**: Informatie Beheer Groep, genoemd in de [Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320),
**lening**: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, onverminderd de herkansing, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.6&artikel=5.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en de omzetting, bedoeld in [artikel 10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03),
**masteropleiding:** opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), die is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), met positief gevolg heeft ondergaan,
**lening**: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, onverminderd de herkansing, bedoeld in [artikel 5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.6&artikel=5.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en de omzetting, bedoeld in [artikel 10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01),
**masteropleiding**: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), die is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), met positief gevolg heeft ondergaan,
**onderwijsnummer**: door de IB-Groep uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt,
**Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
**opleiding niveau 1 of 2:**
**opleiding niveau 1 of 2**:
- a. assistentopleiding en basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2),
- b. andere opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2), waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2, en
- c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2,
**opleiding niveau 3 of 4:**
- c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2,
**opleiding niveau 3 of 4**:
- a. vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2),
- b. andere opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2), waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4, en
- c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4,
- c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4,
**ouder**: natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de [artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=197),
**partner**:
- 1°. degene met wie de studerende of debiteur is gehuwd of met wie hij een geregistreerd partnerschap is aangegaan en van wie hij niet duurzaam gescheiden leeft,
- 2°. persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie de studerende of debiteur duurzaam een gezamenlijke huishouding voert maar met wie hij niet gehuwd is noch een geregistreerd partnerschap is aangegaan, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat,
**partner**: partner als bedoeld in [artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=3),
**peiljaar**: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het studiefinancieringstijdvak aanvangt,
**prestatiebeurs**: rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift, waarbij de rente teniet gaat, niet zijnde de rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift,
**reisvoorziening**: voorziening als bedoeld in [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [paragraaf 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03),
**specialistenopleiding:** specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2),
**reisvoorziening**: voorziening als bedoeld in [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [paragraaf 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01),
**sociaal-fiscaal nummer**: nummer als bedoeld in [artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2),
**specialistenopleiding**: specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2),
**student**: degene die hoger onderwijs volgt, niet zijnde een extraneus,
@@ -116,27 +114,17 @@
**voltijdse opleiding**: opleiding in de zin van de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682), met uitzondering van deeltijd onderwijs,
**vreemdeling**: hetgeen daaronder wordt verstaan in de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823),
**WEB**: [Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625),
**wetenschappelijk onderwijs**: wetenschappelijk onderwijs in de zin van de [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682),
**WHW**: [Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682).
2. In de begripsbepaling «partner» is sprake van een gezamenlijke huishouding, indien 2 personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of anderszins. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
- a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toekenning van studiefinanciering als gehuwden zijn aangemerkt,
- b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander,
- c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of
- d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de eerste volzin.
3. Bij algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het tweede lid.
4. Onder voltijdse opleiding wordt mede verstaan een duale opleiding in de zin van de WHW.
5. Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld:
2. Onder voltijdse opleiding wordt mede verstaan een duale opleiding in de zin van de [WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682).
3. Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld:
- a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524), de [Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) behoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de [Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657), en
@@ -152,7 +140,7 @@
##### Artikel 1.4. Minderjarigheid
Een minderjarige is bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om toekenning van studiefinanciering te verkrijgen. Hij is voorts bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn met betrekking tot de uitoefening, onderscheidenlijk de nakoming van de voor hem uit de toekenning van studiefinanciering voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Vervallen
##### Artikel 1.5. Woonplaats
@@ -186,11 +174,11 @@
Deze wet regelt de studiefinanciering en is van toepassing op studerenden die voldoen aan de voorwaarden inzake:
- a. nationaliteit als bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03),
- b. leeftijd als bedoeld in [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en
- c. onderwijssoort als bedoeld in de [paragrafen 2.2 tot en met 2.4.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03)
- a. nationaliteit als bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01),
- b. leeftijd als bedoeld in [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en
- c. onderwijssoort als bedoeld in de [paragrafen 2.2 tot en met 2.4.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01)
##### Artikel 2.2. Nationaliteit
@@ -232,21 +220,21 @@
1. Een deelnemer heeft geen aanspraak op studiefinanciering indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar.
2. De aanspraak op studiefinanciering van een deelnemer als bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken geen lessen, stages of beroepspraktijkvorming heeft gevolgd, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de instelling de afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), aan de IB-Groep heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
3. Een deelnemer als bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) heeft slechts aanspraak op studiefinanciering indien het beroepsonderwijs voldoet aan de volgende voorwaarden:
2. De aanspraak op studiefinanciering van een deelnemer als bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken geen lessen, stages of beroepspraktijkvorming heeft gevolgd, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de instelling de afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), aan de IB-Groep heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
3. Een deelnemer als bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) heeft slechts aanspraak op studiefinanciering indien het beroepsonderwijs voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a. de opleiding heeft een studielast van ten minste 850 klokuren per studiejaar die worden besteed aan het volgen van lessen, stages of beroepspraktijkvorming, overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling voor de desbetreffende opleiding, en
- b. de opleiding heeft per studiejaar een totale studielast van een zodanige omvang dat daarnaast geen volledige werkkring mogelijk is.
4. De aanspraak op studiefinanciering vervalt over het tijdvak waarover een deelnemer de gegevens, bedoeld in [artikel 4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.2&artikel=4.19&z=2005-08-03&g=2005-08-03), niet verstrekt. Zolang hij deze gegevens over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij ontbrekende gegevens alsnog levert, herleeft de aanspraak.
4. De aanspraak op studiefinanciering vervalt over het tijdvak waarover een deelnemer de gegevens, bedoeld in [artikel 4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.2&artikel=4.19&z=2005-09-01&g=2005-09-01), niet verstrekt. Zolang hij deze gegevens over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij ontbrekende gegevens alsnog levert, herleeft de aanspraak.
##### Artikel 2.6. Bekendmaking bij niet voldoen aan artikel 2.5, derde lid, en aanspraak op studiefinanciering
1. Indien Onze Minister heeft besloten dat een opleiding niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in [artikel 2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), maakt hij dit bekend aan de instelling. De bekendmaking heeft rechtsgevolg voor 2 opeenvolgende studiejaren. Indien de bekendmaking wordt gedaan voor 1 maart, voldoet de opleiding niet gedurende de 2 studiejaren die volgen op het tijdstip van de bekendmaking. Indien de bekendmaking is gedaan op of na 1 maart voldoet de opleiding niet gedurende het tweede en derde studiejaar die volgen op het tijdstip van de bekendmaking.
2. Voor de deelnemer die over de maand waarin het besluit tot bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, werd genomen, studiefinanciering ontving voor het volgen van die opleiding, geldt in afwijking van [artikel 2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), dat hij zijn aanspraak op studiefinanciering behoudt:
1. Indien Onze Minister heeft besloten dat een opleiding niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in [artikel 2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), maakt hij dit bekend aan de instelling. De bekendmaking heeft rechtsgevolg voor 2 opeenvolgende studiejaren. Indien de bekendmaking wordt gedaan voor 1 maart, voldoet de opleiding niet gedurende de 2 studiejaren die volgen op het tijdstip van de bekendmaking. Indien de bekendmaking is gedaan op of na 1 maart voldoet de opleiding niet gedurende het tweede en derde studiejaar die volgen op het tijdstip van de bekendmaking.
2. Voor de deelnemer die over de maand waarin het besluit tot bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, werd genomen, studiefinanciering ontving voor het volgen van die opleiding, geldt in afwijking van [artikel 2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), dat hij zijn aanspraak op studiefinanciering behoudt:
- a. tot het einde van het kalenderjaar, indien de bekendmaking is gedaan voor 1 maart, en
@@ -258,7 +246,7 @@
2. Indien de deelnemer aansluitend aan het studiejaar dat als laatste studiejaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste studiejaar aanvangt, ontstaat aanspraak op studiefinanciering voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar.
3. Indien de deelnemer na het afsluitend examen binnen 4 maanden een andere opleiding in de zin van deze wet gaat volgen, wordt, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op studiefinanciering met ten hoogste 4 maanden verlengd. Hij wordt in de tussen beide opleidingen liggende periode aangemerkt als deelnemer aan de eerste opleiding. In afwijking van [artikel 3.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.21&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
3. Indien de deelnemer na het afsluitend examen binnen 4 maanden een andere opleiding in de zin van deze wet gaat volgen, wordt, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op studiefinanciering met ten hoogste 4 maanden verlengd. Hij wordt in de tussen beide opleidingen liggende periode aangemerkt als deelnemer aan de eerste opleiding. In afwijking van [artikel 3.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.6&artikel=3.21&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
#### Paragraaf 2.3. Hoger onderwijs
@@ -354,9 +342,9 @@
- a. een normbedrag voor de ziektekostenverzekering,
- b. een toeslag voor een partner ingevolge [artikel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of
- c. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
- b. een toeslag voor een partner ingevolge [artikel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of
- c. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
3. De tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage wordt vastgesteld voor een studerende in:
@@ -366,37 +354,39 @@
4. Een studerende kan slechts voor het normbedrag voor de ziektekostenverzekering in aanmerking komen, indien hij tegen het risico van ziektekosten is verzekerd bij een verzekeraar als bedoeld in [artikel 1, onderdeel f, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009750&artikel=1).
5. De bedragen zijn opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
5. De bedragen zijn opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
##### Artikel 3.3. Normbedrag ziektekostenverzekering
1. Voor de toepassing van [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is bepalend de toestand op de eerste dag van het studiefinancieringstijdvak.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld voor het normbedrag, bedoeld in [artikel 3.2, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
1. Voor de toepassing van [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is bepalend de toestand op de eerste dag van het studiefinancieringstijdvak.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld voor het normbedrag, bedoeld in [artikel 3.2, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
##### Artikel 3.4. Toeslag partner
1. Aan een studerende met een partner die financieel van hem afhankelijk is en die niet in aanmerking komt voor studiefinanciering, wordt een toeslag voor een partner toegekend.
2. Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een inkomen heeft dat minder bedraagt dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor een uitwonende studerende, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaren waarvoor op grond van de [Algemene Kinderbijslagwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) aanspraak op kinderbijslag bestaat. Onder inkomen wordt verstaan het op de voet van [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-08-03&g=2005-08-03) berekende toetsingsinkomen.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
2. Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een inkomen heeft dat minder bedraagt dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor een uitwonende studerende, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaren waarvoor op grond van de [Algemene Kinderbijslagwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) aanspraak op kinderbijslag bestaat. Onder inkomen wordt verstaan het op de voet van [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-09-01&g=2005-09-01) berekende toetsingsinkomen.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
4. [Artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=9) is van toepassing.
##### Artikel 3.5. Toeslag één-oudergezin
1. Aan een studerende zonder partner die een of meer kinderen heeft van jonger dan 18 jaren die niet tot het huishouden van een ander behoren, voor wie deze op grond van de [Algemene Kinderbijslagwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002368) aanspraak op kinderbijslag heeft, wordt een toeslag voor een één-oudergezin toegekend.
2. Het bedrag is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
2. Het bedrag is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
#### Paragraaf 3.2. Bijdrage overheid
##### Artikel 3.6. Basisbeurs
1. De hoogte van de basisbeurs is verschillend voor uit- en thuiswonende studerenden en voor beroepsonderwijs en hoger onderwijs. De bedragen zijn opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
1. De hoogte van de basisbeurs is verschillend voor uit- en thuiswonende studerenden en voor beroepsonderwijs en hoger onderwijs. De bedragen zijn opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. Van de basisbeurs maakt een reisvoorziening deel uit, tenzij anders is bepaald.
3. Van de basisbeurs kunnen de toeslagen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), deel uitmaken.
3. Van de basisbeurs kunnen de toeslagen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), deel uitmaken.
##### Artikel 3.7. Vorm toekenning reisvoorziening
@@ -410,15 +400,15 @@
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke van de in het eerste lid gegeven mogelijkheden van toepassing is.
3. Wanneer een reisvoorziening geheel of gedeeltelijk uit geld bestaat, wordt de hoogte van de bedragen die voor verschillende groepen van studerenden verschillend kunnen zijn, bepaald bij algemene maatregel van bestuur. De vorige volzin is niet van toepassing op het bedrag, bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
3. Wanneer een reisvoorziening geheel of gedeeltelijk uit geld bestaat, wordt de hoogte van de bedragen die voor verschillende groepen van studerenden verschillend kunnen zijn, bepaald bij algemene maatregel van bestuur. De vorige volzin is niet van toepassing op het bedrag, bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
#### Paragraaf 3.2. Bijdrage overheid
##### Artikel 3.8. Aanvullende beurs
1. De hoogte van de aanvullende beurs is afhankelijk van het ouderlijk inkomen en wordt berekend ingevolge de [artikelen 3.9 tot en met 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
2. Het maximale bedrag van de aanvullende beurs is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
1. De hoogte van de aanvullende beurs is afhankelijk van het ouderlijk inkomen en wordt berekend ingevolge de [artikelen 3.9 tot en met 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. Het maximale bedrag van de aanvullende beurs is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
##### Artikel 3.9. Berekeningsgrondslag veronderstelde ouderlijke bijdrage
@@ -426,13 +416,13 @@
2. Indien ingevolge [artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4) geen aanslag wordt vastgesteld of een aanslag wordt vastgesteld waarbij verrekening van de loonbelasting achterwege blijft, treedt het gecorrigeerde belastbare loon in de plaats van het gecorrigeerde verzamelinkomen.
3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2001 gelijk aan € 12937,76 per 1 januari 2005: € 14.855,83. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03) toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2001 gelijk is aan € 16634,26 per 1 januari 2005: € 19.100,35.
3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2004 gelijk aan € 14 827,15. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01) toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2004 gelijk is aan € 18 973,–.
4. Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar en de vrije voet in dat jaar.
5. Op het bruto kortingsbedrag, bedoeld in het vierde lid, worden in mindering gebracht:
- a. de ingevolge [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&z=2005-08-03&g=2005-08-03) vastgestelde termijnen over een jaar of, indien dit minder is, de berekende draagkracht indien de ouder tevens debiteur is, en
- a. de ingevolge [hoofdstuk 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&z=2005-09-01&g=2005-09-01) vastgestelde termijnen over een jaar of, indien dit minder is, de berekende draagkracht indien de ouder tevens debiteur is, en
- b. € 363,– voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=3) of [4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4) valt.
@@ -446,7 +436,7 @@
##### Artikel 3.10. Peiljaarverlegging bij terugval in inkomen
1. Op aanvraag van de ouders of een van hen of op aanvraag van de studerende wordt bij toepassing van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), indien sprake is van een terugval in inkomen over het eerste of het tweede jaar na het peiljaar, uitgegaan van dat jaar.
1. Op aanvraag van de ouders of een van hen of op aanvraag van de studerende wordt bij toepassing van [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), indien sprake is van een terugval in inkomen over het eerste of het tweede jaar na het peiljaar, uitgegaan van dat jaar.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van de som van de gecorrigeerde verzamelinkomens van de beide ouders tezamen met ten minste 15% ten opzichte van het peiljaar, met dien verstande dat:
@@ -456,15 +446,15 @@
##### Artikel 3.11. Nog niet vastgesteld of nog niet bekend inkomen
Voor de toepassing van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) wordt zolang het gecorrigeerde verzamelinkomen over het peiljaar, het eerste of het tweede jaar na het peiljaar nog niet is vastgesteld of het gecorrigeerde belastbare loon over het desbetreffende jaar nog niet bekend is, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon zo goed mogelijk benadert.
Voor de toepassing van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) wordt zolang het gecorrigeerde verzamelinkomen over het peiljaar, het eerste of het tweede jaar na het peiljaar nog niet is vastgesteld of het gecorrigeerde belastbare loon over het desbetreffende jaar nog niet bekend is, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon zo goed mogelijk benadert.
##### Artikel 3.12. Alleenstaande-ouderkorting
Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt, wordt op aanvraag van die ouder of de studerende de hoogte van de vrije voet, bedoeld in [artikel 3.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), dienovereenkomstig aangepast.
Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt, wordt op aanvraag van die ouder of de studerende de hoogte van de vrije voet, bedoeld in [artikel 3.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), dienovereenkomstig aangepast.
##### Artikel 3.13. Veronderstelde ouderlijke bijdrage
1. De veronderstelde ouderlijke bijdrage is de som van de maandbedragen, bedoeld in [artikel 3.9, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03). De veronderstelde ouderlijke bijdrage kan nooit meer bedragen dan de maximale aanvullende beurs voor een studerende.
1. De veronderstelde ouderlijke bijdrage is de som van de maandbedragen, bedoeld in [artikel 3.9, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01). De veronderstelde ouderlijke bijdrage kan nooit meer bedragen dan de maximale aanvullende beurs voor een studerende.
2. De aanvullende beurs van een studerende wordt verminderd met de in het eerste lid bedoelde veronderstelde ouderlijke bijdrage. De vermindering is nihil, indien de veronderstelde ouderlijke bijdrage negatief is.
@@ -474,7 +464,7 @@
1. Op aanvraag van een studerende kan de aan hem toegekende aanvullende lening worden verstrekt in de vorm van een aanvullende beurs, indien er sprake is van een langdurig ernstig verstoorde verhouding tussen ouder en studerende of van onvindbaarheid van de ouder. Onder een langdurig ernstig verstoorde verhouding wordt in ieder geval niet begrepen een conflict van financiële aard dat verband houdt met de studie.
2. Indien het eerste lid toepassing vindt, is [artikel 3.9, derde lid, vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), van overeenkomstige toepassing en is [artikel 3.13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03), niet van toepassing.
2. Indien het eerste lid toepassing vindt, is [artikel 3.9, derde lid, vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), van overeenkomstige toepassing en is [artikel 3.13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01), niet van toepassing.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden in ieder geval criteria gegeven ter beoordeling van de vraag of sprake is van:
@@ -486,7 +476,7 @@
##### Artikel 3.15. Basislening
De basislening is een lening. De hoogte van de basislening is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
De basislening is een lening. De hoogte van de basislening is opgenomen in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
##### Artikel 3.16. Aanvullende lening
@@ -494,7 +484,7 @@
##### Artikel 3.17. Vordering wegens eigen inkomsten studerende
1. Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van de IB-Groep op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2000 van € 8849 per 1 januari 2005: € 10.461,66. Bij de berekening van het toetsingsinkomen is [artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), van overeenkomstige toepassing.
1. Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van de IB-Groep op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2000 van € 8849 per 1 januari 2005: € 10.461,66. Bij de berekening van het toetsingsinkomen is [artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Het toetsingsinkomen is het totaal van:
@@ -516,7 +506,7 @@
- b. de studiefinanciering verstrekt op grond van deze wet en voor zover in deze inkomsten begrepen.
4. Voor iedere maand dat een studerende een uitkering ontvangt in de zin van de [Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795), blijft daarvan een bedrag ter grootte van het bedrag voor een thuiswonende, particulier verzekerde deelnemer, bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), buiten beschouwing.
4. Voor iedere maand dat een studerende een uitkering ontvangt in de zin van de [Algemene nabestaandenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795), blijft daarvan een bedrag ter grootte van het bedrag voor een thuiswonende, particulier verzekerde deelnemer, bedoeld in [artikel 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), buiten beschouwing.
5. Bij de berekening van het toetsingsinkomen blijft buiten beschouwing inkomen waarvan de studerende aantoont dat het is verworven over de periode in het kalenderjaar waarin hij zonder onderbreking geen studerende was in de zin van deze wet of waarin hij heeft afgezien van zijn aanspraak op studiefinanciering. Dit kan slechts de periode betreffen:
@@ -530,9 +520,9 @@
- a. een bedrag ter grootte van het meerinkomen, met dien verstande dat dit bedrag niet groter kan zijn dan het bedrag van de met betrekking tot dat kalenderjaar door die studerende ontvangen beurs, en
- b. voor iedere maand waarin hij op enig moment beschikte over de reisvoorziening, het bedrag gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde van de reisvoorziening, bedoeld in [artikel 5.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover met inachtneming van het vijfde lid het toetsingsinkomen is berekend.
8. Over de verschuldigde bedragen, bedoeld in het zevende lid, wordt rente berekend op de voet van de [artikelen 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de dag waarop de beschikking terzake is gegeven.
- b. voor iedere maand waarin hij op enig moment beschikte over de reisvoorziening, het bedrag gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde van de reisvoorziening, bedoeld in [artikel 5.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover met inachtneming van het vijfde lid het toetsingsinkomen is berekend.
8. Over de verschuldigde bedragen, bedoeld in het zevende lid, wordt rente berekend op de voet van de [artikelen 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de dag waarop de beschikking terzake is gegeven.
9. Indien een studerende voor 1 juni van een kalenderjaar aan de IB-Groep schriftelijk opgave doet van het bedrag aan meerinkomen in het aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar, is het achtste lid op deze studerende niet van toepassing, voor zover dat bedrag voor die datum door hem is betaald.
@@ -610,7 +600,7 @@
##### Artikel 3.23. Regels toekenning reisvoorziening als kaart
Wanneer de reisvoorziening geheel of gedeeltelijk wordt verstrekt in de vorm van een kaart, zijn de [artikelen 3.24 tot en met 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.24&z=2005-08-03&g=2005-08-03) van toepassing.
Wanneer de reisvoorziening geheel of gedeeltelijk wordt verstrekt in de vorm van een kaart, zijn de [artikelen 3.24 tot en met 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.24&z=2005-09-01&g=2005-09-01) van toepassing.
##### Artikel 3.24. Rechtspersoon die de kaart verstrekt
@@ -620,7 +610,7 @@
##### Artikel 3.25. Opleiding buiten Nederland: geen kaart maar geld
1. De studerende die recht heeft op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding buiten Nederland, ontvangt als reisvoorziening in plaats van een kaart het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
1. De studerende die recht heeft op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding buiten Nederland, ontvangt als reisvoorziening in plaats van een kaart het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. In afwijking van het eerste lid kan een studerende als bedoeld in het eerste lid, op zijn aanvraag als reisvoorziening een kaart ontvangen.
@@ -640,9 +630,9 @@
- a. zijn recht op studiefinanciering is beëindigd,
- b. de student een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is verstrekt, of
- c. zijn recht op een kaart op grond van [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 3.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld.
- b. de student een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is verstrekt, of
- c. zijn recht op een kaart op grond van [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 3.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld.
2. De studerende die een kaart die ten onrechte aan hem is toegekend, afhaalt, is verplicht deze kaart in te leveren voor de eerste dag waarop de kaart ten onrechte voor hem geldig is geworden.
@@ -650,7 +640,7 @@
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing met betrekking tot een periode ten aanzien waarvan degene aan wie de kaart is toegekend, aantoont dat het niet tijdig inleveren van de kaart hem op geen enkele wijze kan worden toegerekend. De verstrekker van de kaart kan regels geven met betrekking tot de wijze waarop en het tijdstip waarvoor dit moet worden aangetoond.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gegeven met betrekking tot de voorwaarden waaronder de studerende wordt vrijgesteld van de in het eerste en tweede lid bedoelde plicht om de kaart in te leveren indien in geval van diefstal of verlies geen duplicaat als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is verstrekt. Daarbij wordt een kostendekkend bedrag vastgesteld dat aan de studerende voor administratiekosten in rekening wordt gebracht.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gegeven met betrekking tot de voorwaarden waaronder de studerende wordt vrijgesteld van de in het eerste en tweede lid bedoelde plicht om de kaart in te leveren indien in geval van diefstal of verlies geen duplicaat als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is verstrekt. Daarbij wordt een kostendekkend bedrag vastgesteld dat aan de studerende voor administratiekosten in rekening wordt gebracht.
##### Artikel 3.28. Duplicaten van de kaart
@@ -662,11 +652,11 @@
##### Artikel 3.29. Vergoeding bij geen kaart of duplicaat
1. Wanneer een studerende ten onrechte over een periode geen kaart ontvangt, heeft hij over die periode jegens de verstrekker van de kaart aanspraak op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in [artikel 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-08-03&g=2005-08-03), mits hij meer dan 3 maanden voor het begin van de desbetreffende kalendermaand, zowel de studiefinanciering heeft aangevraagd als alle benodigde gegevens voor het kunnen toekennen van studiefinanciering heeft verstrekt. Indien het betreft een kaart als bedoeld in [artikel 3.25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-08-03&g=2005-08-03), heeft hij slechts aanspraak op een vergoeding als bedoeld in de vorige volzin, indien hij tevens binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn, een aanvraag om deze kaart heeft ingediend. De studerende vraagt de vergoeding aan, uiterlijk binnen 2 weken na de dag waarop hij op die aanvraag voor het eerst studiefinanciering heeft toegekend gekregen of, indien dit later is, uiterlijk binnen 2 weken na het ogenblik waarop voor het eerst zijn recht op studiefinanciering inging.
2. Over de periode waarvoor de studerende ten onrechte geen duplicaat als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of geen andere kaart als gevolg van een herziene keuze als bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.26&z=2005-08-03&g=2005-08-03), ontvangt, heeft hij jegens de verstrekker van de kaart per halve kalendermaand of een deel van een halve kalendermaand recht op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in [artikel 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-08-03&g=2005-08-03). De studerende vraagt de vergoeding aan, uiterlijk binnen 2 weken na de dag waarop hij op die aanvraag voor het eerst studiefinanciering heeft toegekend gekregen of, indien dit later is, uiterlijk binnen 2 weken na het ogenblik waarop het duplicaat verstrekt had moeten zijn.
3. Gedurende de termijn die in de regeling, bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is gesteld voor de verstrekking van een duplicaat, alsmede gedurende de termijn die in de regeling, bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.26&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is gesteld voor het verstrekken van een andere kaart in geval van herziening van de keuze van de kaart, heeft de studerende geen recht op een vergoeding voor het feit dat hij geen gebruik heeft kunnen maken van de kaart.
1. Wanneer een studerende ten onrechte over een periode geen kaart ontvangt, heeft hij over die periode jegens de verstrekker van de kaart aanspraak op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in [artikel 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-09-01&g=2005-09-01), mits hij meer dan 3 maanden voor het begin van de desbetreffende kalendermaand, zowel de studiefinanciering heeft aangevraagd als alle benodigde gegevens voor het kunnen toekennen van studiefinanciering heeft verstrekt. Indien het betreft een kaart als bedoeld in [artikel 3.25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-09-01&g=2005-09-01), heeft hij slechts aanspraak op een vergoeding als bedoeld in de vorige volzin, indien hij tevens binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn, een aanvraag om deze kaart heeft ingediend. De studerende vraagt de vergoeding aan, uiterlijk binnen 2 weken na de dag waarop hij op die aanvraag voor het eerst studiefinanciering heeft toegekend gekregen of, indien dit later is, uiterlijk binnen 2 weken na het ogenblik waarop voor het eerst zijn recht op studiefinanciering inging.
2. Over de periode waarvoor de studerende ten onrechte geen duplicaat als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of geen andere kaart als gevolg van een herziene keuze als bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.26&z=2005-09-01&g=2005-09-01), ontvangt, heeft hij jegens de verstrekker van de kaart per halve kalendermaand of een deel van een halve kalendermaand recht op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in [artikel 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-09-01&g=2005-09-01). De studerende vraagt de vergoeding aan, uiterlijk binnen 2 weken na de dag waarop hij op die aanvraag voor het eerst studiefinanciering heeft toegekend gekregen of, indien dit later is, uiterlijk binnen 2 weken na het ogenblik waarop het duplicaat verstrekt had moeten zijn.
3. Gedurende de termijn die in de regeling, bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is gesteld voor de verstrekking van een duplicaat, alsmede gedurende de termijn die in de regeling, bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.26&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is gesteld voor het verstrekken van een andere kaart in geval van herziening van de keuze van de kaart, heeft de studerende geen recht op een vergoeding voor het feit dat hij geen gebruik heeft kunnen maken van de kaart.
4. De studerende heeft, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, geen recht op enige vergoeding indien van de kaart geen of slechts gedeeltelijk gebruik wordt gemaakt.
@@ -698,11 +688,11 @@
##### Artikel 4.4. Weer aanwezig binnen 8 weken
[Artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de deelnemer weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, voor zover die studiefinanciering niet reeds mede op grond van een andere bepaling dan dit artikel, de vorm van een lening had. Voorwaarde voor de toepassing van de vorige volzin is dat de deelnemer aan het onderwijs is gaan deelnemen binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
[Artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de deelnemer weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, voor zover die studiefinanciering niet reeds mede op grond van een andere bepaling dan dit artikel, de vorm van een lening had. Voorwaarde voor de toepassing van de vorige volzin is dat de deelnemer aan het onderwijs is gaan deelnemen binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
##### Artikel 4.5. Langdurige afwezigheid in het niet bekostigd beroepsonderwijs
1. Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling, bedoeld in [artikel 2.4, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), uitgaat of de natuurlijke persoon die deze instelling in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 5 weken de deelnemer in kennis dat daarvan in de administratie van de instelling een aantekening is gemaakt en verzoekt de deelnemer om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
1. Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling, bedoeld in [artikel 2.4, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), uitgaat of de natuurlijke persoon die deze instelling in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 5 weken de deelnemer in kennis dat daarvan in de administratie van de instelling een aantekening is gemaakt en verzoekt de deelnemer om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
2. Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon vast:
@@ -716,7 +706,7 @@
5. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
6. Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan de IB-Groep zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), gevolgen heeft voor de studiefinanciering van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid.
6. Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan de IB-Groep zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), gevolgen heeft voor de studiefinanciering van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid.
### Hoofdstuk 5. Hoger onderwijs; prestatiebeurs
@@ -728,25 +718,25 @@
##### Artikel 5.2. Vorm waarin studiefinanciering wordt verstrekt
1. Studiefinanciering, met uitzondering van de basislening en de aanvullende lening, wordt gedurende 4 jaren of het aantal jaren genoemd in [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift.
1. Studiefinanciering, met uitzondering van de basislening en de aanvullende lening, wordt gedurende 4 jaren of het aantal jaren genoemd in [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift.
2. Indien aan de voorwaarden, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Deze omzetting is slechts een maal mogelijk.
3. Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
3. Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
##### Artikel 5.3. Vorm waarin reisvoorziening wordt verstrekt
1. In afwijking van [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt de studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs gedurende het in dat lid bedoelde aantal jaren, vermeerderd met 3 jaren.
1. In afwijking van [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt de studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs gedurende het in dat lid bedoelde aantal jaren, vermeerderd met 3 jaren.
2. Het deel van de prestatiebeurs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde die daarvoor per studerende door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs wordt niet uitbetaald of verrekend.
3. Indien de prestatiebeurs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is toegekend.
3. Indien de prestatiebeurs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is toegekend.
##### Artikel 5.4. Lening in EER-landen
1. Een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt op aanvraag gedurende ten hoogste 36 maanden uitsluitend verstrekt voor het aantal maanden studiefinanciering in de vorm van een lening waarop de student nog geen aanspraak heeft gedaan.
2. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. [Artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is niet van toepassing.
1. Een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt op aanvraag gedurende ten hoogste 36 maanden uitsluitend verstrekt voor het aantal maanden studiefinanciering in de vorm van een lening waarop de student nog geen aanspraak heeft gedaan.
2. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. [Artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is niet van toepassing.
##### Artikel 5.5. Diplomatermijn hoger onderwijs
@@ -788,21 +778,21 @@
##### Artikel 5.8. Omzetting in gift bij opleiding van minder dan 4 jaren
1. Indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding waarvan de studielast is gebaseerd op een periode van minder dan 4 jaren overeenkomstig [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs met dit verschil verminderd.
1. Indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding waarvan de studielast is gebaseerd op een periode van minder dan 4 jaren overeenkomstig [artikel 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs met dit verschil verminderd.
2. Het aantal om te zetten maanden van zijn prestatiebeurs wordt met 12 verminderd, indien een student met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald van een opleiding ten aanzien waarvan [artikel 7.31a van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.31a) is toegepast
3. Indien een student een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), heeft ingediend, wordt het aantal maanden, bedoeld in het eerste lid, van de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
3. Indien een student een aanvraag als bedoeld in [artikel 5.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), heeft ingediend, wordt het aantal maanden, bedoeld in het eerste lid, van de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
#### Paragraaf 5.2. Omzetting bij afsluitend examen
##### Artikel 5.9. Berichtenstroom tussen instelling, IB-Groep en student
1. De omzetting, bedoeld in [artikel 5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de verzending van de mededeling, bedoeld in [artikel 7.9d van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9d), of de mededeling, bedoeld in [artikel 9.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03). Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de student daarvan in kennis.
2. Een student die het examen, bedoeld in de [artikelen 5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of [5.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), met goed gevolg heeft afgelegd aan een instelling waarop [artikel 7.9d van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9d) niet van toepassing is, zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn hoger onderwijs, een door de betrokken instelling van hoger onderwijs gewaarmerkte kopie van het aan dat examen verbonden diploma aan de IB-Groep en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs. Op die kopie vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. De omzetting vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de omzetting van de prestatiebeurs ingevolge [artikel 5.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
1. De omzetting, bedoeld in [artikel 5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de verzending van de mededeling, bedoeld in [artikel 7.9d van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9d), of de mededeling, bedoeld in [artikel 9.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01). Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de student daarvan in kennis.
2. Een student die het examen, bedoeld in de [artikelen 5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of [5.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), met goed gevolg heeft afgelegd aan een instelling waarop [artikel 7.9d van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9d) niet van toepassing is, zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn hoger onderwijs, een door de betrokken instelling van hoger onderwijs gewaarmerkte kopie van het aan dat examen verbonden diploma aan de IB-Groep en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs. Op die kopie vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. De omzetting vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de omzetting van de prestatiebeurs ingevolge [artikel 5.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
#### Paragraaf 5.4. Omzettingsprocedure bij stoppen voor 1 februari in eerste studiejaar
@@ -860,9 +850,9 @@
##### Artikel 6.2. Verplichting debiteur terugbetaling studieschuld
1. Ontvangst van een lening of omzetting in een lening, of omzetting als bedoeld in [artikel 6.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.19&z=2005-08-03&g=2005-08-03), verplicht degene die studiefinanciering heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente.
2. De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge de [hoofdstukken 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5&z=2005-08-03&g=2005-08-03) toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden.
1. Ontvangst van een lening of omzetting in een lening, of omzetting als bedoeld in [artikel 6.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.19&z=2005-09-01&g=2005-09-01), verplicht degene die studiefinanciering heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente.
2. De vanaf de dertiende maand waarvoor na het studiejaar 2000–2001 aanspraak op studiefinanciering bestaat ingevolge de [hoofdstukken 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5&z=2005-09-01&g=2005-09-01) toegekende en niet in gift om te zetten aanvullende beurs kan op aanvraag van de debiteur worden kwijtgescholden.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald:
@@ -874,7 +864,7 @@
4. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat op het tijdstip van kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, teniet.
5. Bij kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, is [artikel 6.11, eerste en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03), van overeenkomstige toepassing en zijn de [artikelen 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [6.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.15&z=2005-08-03&g=2005-08-03) niet van toepassing.
5. Bij kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid, is [artikel 6.11, eerste en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01), van overeenkomstige toepassing en zijn de [artikelen 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [6.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.15&z=2005-09-01&g=2005-09-01) niet van toepassing.
6. Indien de debiteur tevens een schuld uit een lening heeft als bedoeld in [hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4), wordt die schuld voor de toepassing van dit hoofdstuk aangemerkt als een schuld in de zin van dit hoofdstuk.
@@ -888,15 +878,15 @@
##### Artikel 6.4. Renteberekening
1. Over de aangegane leningen is, voor zover het niet betreft achterstallige schuld als bedoeld in [artikel 6.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), rente verschuldigd overeenkomstig het tweede en derde lid. De renteberekening gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de dag waarop het bedrag aan lening bij de verstrekker van die lening is afgeschreven.
1. Over de aangegane leningen is, voor zover het niet betreft achterstallige schuld als bedoeld in [artikel 6.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), rente verschuldigd overeenkomstig het tweede en derde lid. De renteberekening gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de dag waarop het bedrag aan lening bij de verstrekker van die lening is afgeschreven.
2. De rente over de door de studerende in een studiefinancieringstijdvak opgenomen lening wordt berekend per dag op basis van samengestelde interest en is verschuldigd over het bedrag van iedere terugbetaling afzonderlijk, met dien verstande dat ingeval de terugbetaling niet binnen 2 weken na de vervaldatum is ontvangen, de op voet van deze bepaling berekende rente wordt bijgeschreven bij de hoofdsom.
3. In de periode die aan de terugbetalingsperiode vooraf gaat, wordt bij de berekening van de rente, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor elk kalenderjaar het rentepercentage gehanteerd dat op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03) uiterlijk in december van het aan dat jaar voorafgaande jaar is vastgesteld. In de terugbetalingsperiode wordt bij de berekening van de rente, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor elke periode van 5 kalenderjaren na aanvang van de terugbetalingsperiode, het rentepercentage gehanteerd dat op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03) uiterlijk in december van het aan die periode voorafgaande jaar is vastgesteld.
3. In de periode die aan de terugbetalingsperiode vooraf gaat, wordt bij de berekening van de rente, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor elk kalenderjaar het rentepercentage gehanteerd dat op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01) uiterlijk in december van het aan dat jaar voorafgaande jaar is vastgesteld. In de terugbetalingsperiode wordt bij de berekening van de rente, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor elke periode van 5 kalenderjaren na aanvang van de terugbetalingsperiode, het rentepercentage gehanteerd dat op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01) uiterlijk in december van het aan die periode voorafgaande jaar is vastgesteld.
4. Voor de berekening van de rente op de voet van het tweede lid wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360 dagen.
5. Indien op grond van [artikel 10.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), de over een studiejaar toegekende studiefinanciering lening wordt, gaat de renteberekening in op 1 januari van het kalenderjaar volgend op de datum waarop de vorm van de aan een studerende toegekende studiefinanciering onvoorwaardelijk is vastgesteld.
5. Indien op grond van [artikel 10.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), de over een studiejaar toegekende studiefinanciering lening wordt, gaat de renteberekening in op 1 januari van het kalenderjaar volgend op de datum waarop de vorm van de aan een studerende toegekende studiefinanciering onvoorwaardelijk is vastgesteld.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot het tweede tot en met het vijfde lid.
@@ -918,19 +908,19 @@
##### Artikel 6.7. Aflosfase
1. De aflosfase beslaat behoudens toepassing van [artikel 6.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), 15 kalenderjaren volgend op de aanloopfase of zoveel minder maanden als er maandelijkse termijnen zijn berekend op grond van het tweede lid. Deze periode wordt verlengd indien [artikel 6.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.15&z=2005-08-03&g=2005-08-03), van toepassing is.
2. Aan het begin van de aflosfase wordt een oorspronkelijke maandelijkse terugbetalingstermijn berekend door toepassing van [artikel 6.9, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), op basis van het bedrag aan opgebouwde studieschuld bij de start van de aanloopfase, vermeerderd met de in de aanloopfase over dat bedrag berekende rente. Daarbij wordt geen rekening gehouden met bedragen die, zonder opeisbaar te zijn, zijn terugbetaald in de aanloopfase. De duur van de aflosfase wordt berekend door het bedrag dat in de aanloopfase is terugbetaald te delen door de uitkomst van de eerste volzin. Het aldus verkregen getal wordt naar beneden afgerond en geeft aan het aantal oorspronkelijke maandelijkse termijnen dat in de aanloopfase is terugbetaald. De aflosfase wordt verminderd met het aantal oorspronkelijke maandelijkse termijnen.
1. De aflosfase beslaat behoudens toepassing van [artikel 6.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), 15 kalenderjaren volgend op de aanloopfase of zoveel minder maanden als er maandelijkse termijnen zijn berekend op grond van het tweede lid. Deze periode wordt verlengd indien [artikel 6.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.15&z=2005-09-01&g=2005-09-01), van toepassing is.
2. Aan het begin van de aflosfase wordt een oorspronkelijke maandelijkse terugbetalingstermijn berekend door toepassing van [artikel 6.9, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), op basis van het bedrag aan opgebouwde studieschuld bij de start van de aanloopfase, vermeerderd met de in de aanloopfase over dat bedrag berekende rente. Daarbij wordt geen rekening gehouden met bedragen die, zonder opeisbaar te zijn, zijn terugbetaald in de aanloopfase. De duur van de aflosfase wordt berekend door het bedrag dat in de aanloopfase is terugbetaald te delen door de uitkomst van de eerste volzin. Het aldus verkregen getal wordt naar beneden afgerond en geeft aan het aantal oorspronkelijke maandelijkse termijnen dat in de aanloopfase is terugbetaald. De aflosfase wordt verminderd met het aantal oorspronkelijke maandelijkse termijnen.
##### Artikel 6.8. Achterstallige schuld
1. Onder achterstallige schuld wordt verstaan het bedrag van de verplichte terugbetaling uit hoofde van dit hoofdstuk of uit hoofde van [artikel 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) dat 2 weken na de vervaldatum nog niet is ontvangen.
1. Onder achterstallige schuld wordt verstaan het bedrag van de verplichte terugbetaling uit hoofde van dit hoofdstuk of uit hoofde van [artikel 7.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) dat 2 weken na de vervaldatum nog niet is ontvangen.
2. Over de achterstallige schuld is rente verschuldigd. Als rentepercentage wordt het percentage van de wettelijke rente gehanteerd. Deze rente wordt berekend per dag op basis van samengesteld interest, waarbij een maand wordt gesteld op 30 dagen en een jaar wordt gesteld op 360 dagen.
3. Indien de debiteur achterstallig is bij de betaling wordt met deze achterstallige schuld bij de duur van de aflosfase, bedoeld in [artikel 6.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), bij de vaststelling van de maandelijkse termijn, bedoeld in de [artikelen 6.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [6.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.17&z=2005-08-03&g=2005-08-03) alsmede bij het teniet gaan van de schuld, bedoeld in [artikel 6.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), geen rekening gehouden.
4. [Artikel 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is niet van toepassing.
3. Indien de debiteur achterstallig is bij de betaling wordt met deze achterstallige schuld bij de duur van de aflosfase, bedoeld in [artikel 6.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), bij de vaststelling van de maandelijkse termijn, bedoeld in de [artikelen 6.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [6.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.17&z=2005-09-01&g=2005-09-01) alsmede bij het teniet gaan van de schuld, bedoeld in [artikel 6.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), geen rekening gehouden.
4. [Artikel 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is niet van toepassing.
##### Artikel 6.9. Vaststelling en betaling terugbetalingstermijnen
@@ -944,9 +934,9 @@
- c. ieder vijfde jaar na het vierde jaar van de aflosfase.
3. Onverminderd [artikel 6.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), bedraagt het totaal per jaar te betalen bedrag aan maandelijkse termijnen ten minste € 545,-. Bij ministeriële regeling kan dit bedrag gelet op de loonontwikkeling worden herzien.
4. Rente en aflossing van de lening van een debiteur die in het buitenland woont, vervallen, in afwijking van het eerste lid, gedurende de aflosfase in jaarlijkse termijnen. Indien die debiteur zich voor het einde van een jaartermijn metterwoon in Nederland vestigt, wordt hij tot het einde van die jaartermijn behandeld als een debiteur die in het buitenland woont. De [artikelen 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03) zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. Op aanvraag van een in de eerste volzin bedoelde debiteur besluit de IB-Groep dat de rente en aflossing van de lening niet vervallen in jaarlijkse termijnen maar in maandelijkse termijnen.
3. Onverminderd [artikel 6.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), bedraagt het totaal per jaar te betalen bedrag aan maandelijkse termijnen ten minste € 545,-. Bij ministeriële regeling kan dit bedrag gelet op de loonontwikkeling worden herzien.
4. Rente en aflossing van de lening van een debiteur die in het buitenland woont, vervallen, in afwijking van het eerste lid, gedurende de aflosfase in jaarlijkse termijnen. Indien die debiteur zich voor het einde van een jaartermijn metterwoon in Nederland vestigt, wordt hij tot het einde van die jaartermijn behandeld als een debiteur die in het buitenland woont. De [artikelen 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01) zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. Op aanvraag van een in de eerste volzin bedoelde debiteur besluit de IB-Groep dat de rente en aflossing van de lening niet vervallen in jaarlijkse termijnen maar in maandelijkse termijnen.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regelen worden gesteld voor de vaststelling en betaling van de terugbetalingstermijnen.
@@ -970,7 +960,7 @@
##### Artikel 6.11. Draagkracht debiteur uit inkomen op jaarbasis
1. Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur uit inkomen is zijn gecorrigeerde verzamelinkomen in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld. [Artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen.
1. Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur uit inkomen is zijn gecorrigeerde verzamelinkomen in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld. [Artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen.
2. Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is gelijk aan het gecorrigeerde belastbare minimumloon in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), van toepassing is. Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, is de draagkrachtvrije voet 0%, onderscheidenlijk 50% van de voet die van toepassing zou zijn indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9) van toepassing zou zijn.
@@ -986,7 +976,7 @@
##### Artikel 6.12. Terugval in inkomen
1. Op aanvraag van de debiteur wordt bij de toepassing van [artikel 6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03) uitgegaan van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien:
1. Op aanvraag van de debiteur wordt bij de toepassing van [artikel 6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01) uitgegaan van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, indien:
- a. sprake is van een terugval in inkomen over het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, of
@@ -1006,9 +996,9 @@
##### Artikel 6.14. Draagkracht partner van debiteur
1. Indien de debiteur op grond van zijn draagkracht niet in staat is de vastgestelde termijn te betalen, wordt de draagkracht van de partner berekend overeenkomstig de [artikelen 6.10 tot en met 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
2. Indien de draagkracht van de debiteur niet voldoende is voor het betalen van de termijn, bedoeld in [artikel 6.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt de draagkracht van de partner aangewend voor het resterende gedeelte.
1. Indien de debiteur op grond van zijn draagkracht niet in staat is de vastgestelde termijn te betalen, wordt de draagkracht van de partner berekend overeenkomstig de [artikelen 6.10 tot en met 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. Indien de draagkracht van de debiteur niet voldoende is voor het betalen van de termijn, bedoeld in [artikel 6.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt de draagkracht van de partner aangewend voor het resterende gedeelte.
##### Artikel 6.15. Op aanvraag draagkracht partner niet meetellen
@@ -1018,13 +1008,13 @@
##### Artikel 6.16. Partner van debiteur ook debiteur
Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is, wordt zijn draagkracht eerst aangewend voor de eigen termijn. Ten aanzien van het bedrag dat aan draagkracht resteert is [artikel 6.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03), van overeenkomstige toepassing.
Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is, wordt zijn draagkracht eerst aangewend voor de eigen termijn. Ten aanzien van het bedrag dat aan draagkracht resteert is [artikel 6.14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.17. Wijziging maandelijkse termijn
1. Indien een debiteur gedurende een kalenderjaar op grond van zijn draagkracht minder heeft betaald dan de termijn, bedoeld in [artikel 6.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt zijn termijn opnieuw vastgesteld per 1 januari van het jaar daaropvolgend. De gewijzigde termijn wordt vastgesteld op basis van het resterende aantal maanden van de aflosfase.
2. Indien gedurende de aflosfase wijzigingen optreden in de hoogte van de oorspronkelijke maandelijkse terugbetalingstermijnen, bedoeld in [artikel 6.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt de termijn van de debiteur opnieuw vastgesteld ingevolge dat artikel met ingang van de daaropvolgende maand. De gewijzigde termijn wordt vastgesteld op basis van het resterende aantal maanden van de aflosfase.
1. Indien een debiteur gedurende een kalenderjaar op grond van zijn draagkracht minder heeft betaald dan de termijn, bedoeld in [artikel 6.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt zijn termijn opnieuw vastgesteld per 1 januari van het jaar daaropvolgend. De gewijzigde termijn wordt vastgesteld op basis van het resterende aantal maanden van de aflosfase.
2. Indien gedurende de aflosfase wijzigingen optreden in de hoogte van de oorspronkelijke maandelijkse terugbetalingstermijnen, bedoeld in [artikel 6.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt de termijn van de debiteur opnieuw vastgesteld ingevolge dat artikel met ingang van de daaropvolgende maand. De gewijzigde termijn wordt vastgesteld op basis van het resterende aantal maanden van de aflosfase.
##### Artikel 6.18. Garantiebepalingen
@@ -1036,9 +1026,9 @@
1. Op het ogenblik van beëindiging van het recht op studiefinanciering van een studerende wordt zijn schuld, ontstaan in het kader van de toepassing van deze wet, van rechtswege omgezet in een lening.
2. Indien na beëindiging van het recht op studiefinanciering van een studerende door een beschikking op grond van [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03) een vordering ontstaat van de IB-Groep, wordt die vordering omgezet in een lening op de eerste dag van de maand na de herziening. Bij de berekening van de rente voor die vordering wordt het rentepercentage gehanteerd dat geldt met ingang van 1 januari volgend op het kalenderjaar waarin de studerende is opgehouden studerende te zijn. Indien de omzetting plaatsvindt in het kalenderjaar waarin de studerende ophoudt studerende te zijn, wordt het rentepercentage gehanteerd dat geldt met ingang van 1 januari van dat kalenderjaar. [Artikel 6.4, derde lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is bij de berekening van rente van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een schuld uit een lening en een schuld, ontstaan door toepassing van [artikel 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-08-03&g=2005-08-03), niet omgezet.
2. Indien na beëindiging van het recht op studiefinanciering van een studerende door een beschikking op grond van [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01) een vordering ontstaat van de IB-Groep, wordt die vordering omgezet in een lening op de eerste dag van de maand na de herziening. Bij de berekening van de rente voor die vordering wordt het rentepercentage gehanteerd dat geldt met ingang van 1 januari volgend op het kalenderjaar waarin de studerende is opgehouden studerende te zijn. Indien de omzetting plaatsvindt in het kalenderjaar waarin de studerende ophoudt studerende te zijn, wordt het rentepercentage gehanteerd dat geldt met ingang van 1 januari van dat kalenderjaar. [Artikel 6.4, derde lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is bij de berekening van rente van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een schuld uit een lening en een schuld, ontstaan door toepassing van [artikel 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-09-01&g=2005-09-01), niet omgezet.
4. De in het eerste of tweede lid bedoelde lening wordt rentedragend met ingang van het tijdstip van de daar bedoelde omzetting.
@@ -1064,35 +1054,35 @@
- a. een beschikking genomen is waarvan de studerende of de debiteur onderscheidenlijk zijn ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was,
- b. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), zich niet heeft voorgedaan,
- c. te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend, de vorm van de studiefinanciering onjuist is vastgelegd anders dan bedoeld in onderdeel b, de vorm van de studiefinanciering op grond van [artikel 10.6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), opnieuw wordt vastgesteld, de termijn te hoog of te laag is vastgesteld of de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,
- b. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), zich niet heeft voorgedaan,
- c. te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend, de vorm van de studiefinanciering onjuist is vastgelegd anders dan bedoeld in onderdeel b, de vorm van de studiefinanciering op grond van [artikel 10.6, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), opnieuw wordt vastgesteld, de termijn te hoog of te laag is vastgesteld of de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,
- d. betrokkene heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
- e. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of de aanvraag van de debiteur op grond van [artikel 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in [artikel 3.10, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in [artikel 3.10, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk [artikel 6.12, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03) alsmede de onderdelen a en b,
- f. gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of de aanvraag van de debiteur op grond van [artikel 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in [artikel 3.10, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk [artikel 6.12, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03) alsmede de onderdelen a en b, of
- e. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of de aanvraag van de debiteur op grond van [artikel 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in [artikel 3.10, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in [artikel 3.10, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk [artikel 6.12, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01) alsmede de onderdelen a en b,
- f. gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of de aanvraag van de debiteur op grond van [artikel 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in [artikel 3.10, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk [artikel 6.12, tweede lid, aanhef](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01) alsmede de onderdelen a en b, of
- g. andere, nader gebleken feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere beschikking zouden hebben geleid.
3. Een herziening als bedoeld in het tweede lid de onderdelen a, b, c, voor zover het betreft de vorm van de studiefinanciering, e of f, kan, behoudens het geval van bedrog, slechts geschieden binnen 5 jaren na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak, het kalenderjaar waarvoor de termijn is vastgesteld of het kalenderjaar waarvoor de draagkracht van de debiteur is vastgesteld. Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening anders dan bedoeld in de eerste volzin, slechts geschieden binnen 18 maanden na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak, het kalenderjaar waarvoor de termijn is vastgesteld of het kalenderjaar waarvoor de draagkracht van de debiteur is vastgesteld.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op een beschikking waarbij de vorm van de studiefinanciering op grond van [artikel 10.7, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), onvoorwaardelijk is vastgesteld.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op een beschikking waarbij de vorm van de studiefinanciering op grond van [artikel 10.7, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), onvoorwaardelijk is vastgesteld.
##### Artikel 7.2. Herziening door verstrekker van de kaart
1. De verstrekker van de kaart, bedoeld in [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), kan een beschikking herzien waarbij:
1. De verstrekker van de kaart, bedoeld in [artikel 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.2&artikel=3.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), kan een beschikking herzien waarbij:
- a. een herziening van de keuze van de kaart is geweigerd,
- b. in verband met het door de studerende niet tijdig inleveren van de kaart een door hem verschuldigd bedrag is vastgesteld,
- c. een duplicaat als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-08-03&g=2005-08-03), van die kaart is toegekend of geweigerd,
- c. een duplicaat als bedoeld in [artikel 3.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.28&z=2005-09-01&g=2005-09-01), van die kaart is toegekend of geweigerd,
- d. is vastgesteld dat de studerende die kaart of een duplicaat ervan, ten onrechte niet heeft ontvangen, of
- e. de aanvraag van een studerende, bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-08-03&g=2005-08-03), om als reisvoorziening een kaart te ontvangen, is toegekend of geweigerd.
- e. de aanvraag van een studerende, bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-09-01&g=2005-09-01), om als reisvoorziening een kaart te ontvangen, is toegekend of geweigerd.
2. Herziening vindt plaats op grond van het feit dat:
@@ -1112,17 +1102,17 @@
##### Artikel 7.4. Verrekening teveel toegekende en uitbetaalde studiefinanciering
1. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de basisbeurs of aanvullende beurs dat teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend. Tevens vindt verrekening plaats van de bedragen, bedoeld in de [artikelen 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en [3.29, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.29&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
2. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
1. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de basisbeurs of aanvullende beurs dat teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend. Tevens vindt verrekening plaats van de bedragen, bedoeld in de [artikelen 3.27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.27&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en [3.29, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.29&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
3. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&artikel=7.1), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag aan tegemoetkoming dat teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
4. Indien na een voorlopige voorziening als bedoeld in [titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=8.3), de beslissing in hoofdzaak daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag dat op grond van de voorlopige voorziening teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
5. Indien de overeenkomst, bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.24&z=2005-08-03&g=2005-08-03), met een andere rechtspersoon is gesloten dan de IB-Groep, worden bij ministeriële regeling nadere regels gegeven over de procedure met betrekking tot de verrekening.
6. De in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde terugbetaling, voor zover [artikel 6.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.19&z=2005-08-03&g=2005-08-03) niet van toepassing is, en verrekening geschieden overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen redelijke terugbetalingsregels.
5. Indien de overeenkomst, bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.24&z=2005-09-01&g=2005-09-01), met een andere rechtspersoon is gesloten dan de IB-Groep, worden bij ministeriële regeling nadere regels gegeven over de procedure met betrekking tot de verrekening.
6. De in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde terugbetaling, voor zover [artikel 6.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.19&z=2005-09-01&g=2005-09-01) niet van toepassing is, en verrekening geschieden overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen redelijke terugbetalingsregels.
### Hoofdstuk 8. Uitbetaling, verrekening en invordering
@@ -1136,7 +1126,7 @@
##### Artikel 8.2. Onderwijsbijdrage
1. In het studiejaar waarin een deelnemer de leeftijd van 18 jaren bereikt, wordt de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.2, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor dat studiejaar niet toegekend.
1. In het studiejaar waarin een deelnemer de leeftijd van 18 jaren bereikt, wordt de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.2, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor dat studiejaar niet toegekend.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot het geven van een voorschot op de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
@@ -1154,7 +1144,7 @@
##### Artikel 9.1. Toezicht door onderwijsinspectie
Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800), heeft mede betrekking op de vraag of de instelling of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de [artikelen 2.5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.13, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en [4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800), heeft mede betrekking op de vraag of de instelling of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de [artikelen 2.5, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.13, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en [4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
#### Paragraaf 9.2. Verstrekken van inlichtingen
@@ -1166,7 +1156,7 @@
3. Inlichtingen over zichzelf, voor zover zij kunnen leiden tot de toekenning van minder studiefinanciering of tot verhoging van het bedrag van de terugbetalingstermijn worden steeds ongevraagd en schriftelijk verstrekt door de studerende onderscheidenlijk door de debiteur, onmiddellijk na het bekend worden van die gegevens.
4. Onze Minister kan bepalen dat de inlichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, worden verstrekt op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze. Tevens kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat indien er op de eerste dag van het studiefinancieringstijdvak ten opzichte van de eerste dag van het daaraan voorafgaande studiefinancieringstijdvak zich een of meer wijzigingen hebben voorgedaan wat de administratieve gegevens met betrekking tot de ziektekostenverzekering, bedoeld in [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), betreft, de studerende deze gegevens onmiddellijk en ongevraagd op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze aan de IB-Groep te kennen geeft.
4. Onze Minister kan bepalen dat de inlichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, worden verstrekt op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze. Tevens kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat indien er op de eerste dag van het studiefinancieringstijdvak ten opzichte van de eerste dag van het daaraan voorafgaande studiefinancieringstijdvak zich een of meer wijzigingen hebben voorgedaan wat de administratieve gegevens met betrekking tot de ziektekostenverzekering, bedoeld in [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), betreft, de studerende deze gegevens onmiddellijk en ongevraagd op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze aan de IB-Groep te kennen geeft.
##### Artikel 9.3. Verschoningsrecht studentendecaan
@@ -1178,17 +1168,17 @@
##### Artikel 9.4. Verstrekken van inlichtingen door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 3.24
De rechtspersoon, bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.24&z=2005-08-03&g=2005-08-03), verstrekt desgevraagd aan Onze Minister of aan de IB-Groep de voor de uitoefening van haar taak benodigde inlichtingen. Onze Minister of de IB-Groep kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
De rechtspersoon, bedoeld in [artikel 3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.24&z=2005-09-01&g=2005-09-01), verstrekt desgevraagd aan Onze Minister of aan de IB-Groep de voor de uitoefening van haar taak benodigde inlichtingen. Onze Minister of de IB-Groep kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
##### Artikel 9.5. Verstrekken van inlichtingen door instellingen
1. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling als bedoeld in de [artikelen 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03), uitgaat, is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
2. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), uitgaat, is verplicht voor 1 mei aan de IB-Groep te melden welke opleidingstrajecten als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onderdeel f, van de WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.8), in het eerstvolgende studiejaar door de instelling worden verzorgd.
3. De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het tweede lid, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat studiejaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in [artikel 2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), in het daaropvolgende studiejaar niet aan deze voorwaarden zal voldoen.
4. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling uitgaat als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), alsmede als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, stelt aan het einde van elk studiejaar de studievoortgang, bedoeld in het eerste en tweede lid, van iedere aan de instelling ingeschreven student vast en stelt betrokkene voor 1 november van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van deze voortgang in kennis.
1. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling als bedoeld in de [artikelen 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01), uitgaat, is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
2. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), uitgaat, is verplicht voor 1 mei aan de IB-Groep te melden welke opleidingstrajecten als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onderdeel f, van de WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.8), in het eerstvolgende studiejaar door de instelling worden verzorgd.
3. De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het tweede lid, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat studiejaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in [artikel 2.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), in het daaropvolgende studiejaar niet aan deze voorwaarden zal voldoen.
4. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling uitgaat als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), alsmede als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, stelt aan het einde van elk studiejaar de studievoortgang, bedoeld in het eerste en tweede lid, van iedere aan de instelling ingeschreven student vast en stelt betrokkene voor 1 november van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van deze voortgang in kennis.
5. Voorts stelt de natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, na het einde van elk studiejaar vóór 1 november daaropvolgend de IB-Groep in kennis welke studenten de norm van 30 of 20 studiepunten niet hebben behaald.
@@ -1198,33 +1188,33 @@
##### Artikel 9.6. Verstrekken van inlichtingen door organen met een publiekrechtelijke taak en door ziektekostenverzekeringsinstellingen als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid
Organen met een publiekrechtelijke taak en ziektekostenverzekeringsinstellingen als bedoeld in [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), zijn verplicht op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
Organen met een publiekrechtelijke taak en ziektekostenverzekeringsinstellingen als bedoeld in [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), zijn verplicht op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
##### Artikel 9.6a. Verstrekken van inlichtingen door inspecteur der rijksbelastingen
De inspecteur, bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan de IB-Groep volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
De inspecteur, bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan de IB-Groep volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
#### Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
##### Artikel 9.7. Niet verstrekken van inlichtingen over studievoortgang
Indien een instelling als bedoeld in de [artikelen 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03), niet uiterlijk 1 november volgend op het einde van het studiejaar aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in de [artikelen 7.9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9a) of [7.9b van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9b), of in de [artikelen 9.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of [10.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag aan onvoorwaardelijk als gift vastgestelde studiefinanciering, bedoeld in de [artikelen 10a.3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10A¶graaf=10a.3&artikel=10a.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of [10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), dat aan de studenten aan die instelling is toegekend.
Indien een instelling als bedoeld in de [artikelen 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01), niet uiterlijk 1 november volgend op het einde van het studiejaar aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in de [artikelen 7.9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9a) of [7.9b van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9b), of in de [artikelen 9.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of [10.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag aan onvoorwaardelijk als gift vastgestelde studiefinanciering, bedoeld in de [artikelen 10a.3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10A¶graaf=10a.3&artikel=10a.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of [10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), dat aan de studenten aan die instelling is toegekend.
##### Artikel 9.8. Niet verstrekken van inlichtingen over langdurige afwezigheid van deelnemers
Indien een instelling als bedoeld in [artikel 2.4, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), op enig moment in een studiejaar niet een administratie als bedoeld in [artikel 4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voert of niet na afloop van de in de [artikelen 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03) bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden aan de IB-Groep de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan die instelling in het studiejaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
Indien een instelling als bedoeld in [artikel 2.4, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), op enig moment in een studiejaar niet een administratie als bedoeld in [artikel 4.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voert of niet na afloop van de in de [artikelen 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.1&artikel=4.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01) bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden aan de IB-Groep de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan die instelling in het studiejaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
##### Artikel 9.9. Niet verstrekken van inlichtingen over studielast
1. Indien een instelling als bedoeld in [artikel 2.4, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), over een opleiding niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in [artikel 9.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan die opleiding in het studiejaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
2. Indien een instelling als bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03), ten onrechte op grond van [artikel 7.4.8, eerste lid, onderdeel f, van de WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.8) heeft vastgesteld dat een opleidingstraject voldoet aan deze wet of ten onrechte aan de IB-Groep de melding, bedoeld in [artikel 9.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), heeft gedaan, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan dat opleidingstraject in de studiejaren waarop de vaststelling betrekking heeft, is toegekend.
1. Indien een instelling als bedoeld in [artikel 2.4, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), over een opleiding niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in [artikel 9.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan die opleiding in het studiejaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
2. Indien een instelling als bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=2.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01), ten onrechte op grond van [artikel 7.4.8, eerste lid, onderdeel f, van de WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.4.8) heeft vastgesteld dat een opleidingstraject voldoet aan deze wet of ten onrechte aan de IB-Groep de melding, bedoeld in [artikel 9.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), heeft gedaan, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan dat opleidingstraject in de studiejaren waarop de vaststelling betrekking heeft, is toegekend.
#### Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
##### Artikel 9.10. Niet verstrekken van inlichtingen
Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.
Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 9.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.
##### Artikel 9.11. Overtreding van een bepaling krachtens deze wet
@@ -1232,7 +1222,7 @@
##### Artikel 9.12. Overtreding
De in de [artikelen 9.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [9.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03) strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
De in de [artikelen 9.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [9.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.4&artikel=9.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01) strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
### Hoofdstuk 10. Hoger onderwijs; tempobeurs
@@ -1244,25 +1234,25 @@
1. Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 juli 1991 en voor 1 september 1996 voor het eerst voor het volgen van hoger onderwijs studiefinanciering ontvingen op grond van de [Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955).
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op studenten die onderwijs volgen aan een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03). De studiefinanciering aan deze studenten wordt op grond van artikel VI van de wet van 28 maart 1996 (Stb. 226) gedurende 6 jaren verstrekt in de vorm van een gift. Indien Onze Minister heeft bepaald dat het een langere opleiding betreft, wordt het aantal van 6 jaren verhoogd met het meerdere.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op studenten die onderwijs volgen aan een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01). De studiefinanciering aan deze studenten wordt op grond van artikel VI van de wet van 28 maart 1996 (Stb. 226) gedurende 6 jaren verstrekt in de vorm van een gift. Indien Onze Minister heeft bepaald dat het een langere opleiding betreft, wordt het aantal van 6 jaren verhoogd met het meerdere.
##### Artikel 10.3. Vorm waarin studiefinanciering wordt verstrekt
1. In afwijking van [artikel 3.1, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), kan studiefinanciering worden toegekend in de vorm van tempobeurs.
2. Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 5 jaren of het aantal jaren genoemd in [artikel 10.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), verstrekt in de vorm van een tempobeurs. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift.
3. Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. De [artikelen 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03) zijn niet van toepassing.
##### Artikel 10.4. Afwijking van de [artikelen 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) (voorheen artikel 9, zevende lid) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2005-08-03&g=2005-08-03) (voorheen artikel 9, tiende lid); geen aanspraak of geen aanspraak meer
In afwijking van de [artikelen 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2005-08-03&g=2005-08-03) geldt dat:
1. In afwijking van [artikel 3.1, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), kan studiefinanciering worden toegekend in de vorm van tempobeurs.
2. Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 5 jaren of het aantal jaren genoemd in [artikel 10.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), verstrekt in de vorm van een tempobeurs. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift.
3. Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van [artikel 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), naar de maatstaf van 1 januari 2000 € 680,67 per 1 januari 2005: € 787,02. De [artikelen 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01) zijn niet van toepassing.
##### Artikel 10.4. Afwijking van de [artikelen 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) (voorheen artikel 9, zevende lid) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2005-09-01&g=2005-09-01) (voorheen artikel 9, tiende lid); geen aanspraak of geen aanspraak meer
In afwijking van de [artikelen 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.16&z=2005-09-01&g=2005-09-01) geldt dat:
- a. een student geen aanspraak op studiefinanciering heeft:
- 1°. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de tempobeurs gedurende 24 maanden een lening heeft genoten,
- 2°. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de tempobeurs ingevolge [artikel 10.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), gedurende 36 maanden een lening heeft genoten,
- 2°. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de tempobeurs ingevolge [artikel 10.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), gedurende 36 maanden een lening heeft genoten,
- 3°. met ingang van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 34 jaren heeft bereikt, of
@@ -1272,7 +1262,7 @@
##### Artikel 10.5. Duur van de tempobeurs (voorheen artikel 17a, tweede, derde, vierde en achtste lid)
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die een opleiding volgen aan een onderwijsinstelling als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die een opleiding volgen aan een onderwijsinstelling als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. De tempobeurs wordt gedurende 6 jaren verstrekt, indien het betreft:
@@ -1300,7 +1290,7 @@
- e. een opleiding in de zin van [artikel 18.15 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.15) in de godgeleerdheid aan een aangewezen instelling als bedoeld in [artikel 6.9 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.9).
5. De periode van 5 jaren, genoemd in [artikel 10.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt met 1 jaar verlengd, indien de student een opleiding volgt als bedoeld in:
5. De periode van 5 jaren, genoemd in [artikel 10.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt met 1 jaar verlengd, indien de student een opleiding volgt als bedoeld in:
- a. [artikel 7.4b, tweede lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4b),
@@ -1310,39 +1300,39 @@
6. De IB-Groep verlengt op aanvraag van de student het aantal jaren tempobeurs, bedoeld in dit artikel, eenmalig met 12 maanden, indien de student blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren tempobeurs.
7. Indien een student gelijktijdig staat ingeschreven voor meer dan een studie, waaronder een studie als bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid, wordt de periode van 5 jaren, genoemd in [artikel 10.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), slechts verlengd nadat hij aan de IB-Groep een verklaring van het instellingsbestuur verstrekt waaruit blijkt dat de student 240 studiepunten heeft behaald van een studie die moet leiden tot verlenging. De verklaring, bedoeld in de eerste volzin, dient eveneens te worden verstrekt, indien de gelijktijdige inschrijving voor meer dan een studie aanvangt nadat reeds een verlenging is verleend op grond van het tweede, derde of vierde lid, en de inschrijving voor de studie op grond waarvan die verlenging is verleend niet wordt gestaakt.
7. Indien een student gelijktijdig staat ingeschreven voor meer dan een studie, waaronder een studie als bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid, wordt de periode van 5 jaren, genoemd in [artikel 10.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), slechts verlengd nadat hij aan de IB-Groep een verklaring van het instellingsbestuur verstrekt waaruit blijkt dat de student 240 studiepunten heeft behaald van een studie die moet leiden tot verlenging. De verklaring, bedoeld in de eerste volzin, dient eveneens te worden verstrekt, indien de gelijktijdige inschrijving voor meer dan een studie aanvangt nadat reeds een verlenging is verleend op grond van het tweede, derde of vierde lid, en de inschrijving voor de studie op grond waarvan die verlenging is verleend niet wordt gestaakt.
##### Artikel 10.6. Toelage na korting wegens gebrek aan studievoortgang uitsluitend lening (voorheen artikel 17b)
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die een opleiding volgen aan een onderwijsinstelling als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die een opleiding volgen aan een onderwijsinstelling als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. De tempobeurs bestaat geheel uit lening in het studiejaar waarin de student niet ten minste 30 studiepunten heeft behaald. De vorige volzin is niet van toepassing op opleidingen als bedoeld in [artikel 7.4, vierde lid, eerste volzin, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4), zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002, en in [artikel 7.4a, derde lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4a) en [artikel 7.4b, derde lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4b). Voor een student die zich als student in het onderwijs, bedoeld in de eerste volzin, inschrijft na 31 januari van een studiejaar, geldt, in afwijking van de eerste volzin een norm van 20 studiepunten.
3. In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister naar aanleiding van een door een instelling als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), alsmede als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, in te dienen aanvraag, toestaan dat in plaats van studiepunten een andere norm voor de beoordeling van studievoortgang wordt gehanteerd. Deze andere norm dient gelijkwaardig te zijn aan de norm uitgedrukt in studiepunten. De opleiding dient zodanig te worden ingericht dat een student in redelijkheid kan voldoen aan de in de vorige volzin bedoelde norm.
4. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling uitgaat als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), alsmede als bedoeld in [de artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, stelt aan het einde van elk studiejaar de studievoortgang, bedoeld in het eerste en tweede lid, van iedere aan de instelling ingeschreven student vast en stelt betrokkene voor 1 november van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van deze voortgang in kennis.
5. Voorts stelt de natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, na het einde van elk studiejaar vóór 1 november daaropvolgend de IB-Groep in kennis welke studenten de norm van de studievoortgang, bedoeld in het tweede of derde lid, niet hebben behaald. Op de verstrekking van die gegevens zijn de krachtens [artikel 9.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), vastgestelde regels van toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister naar aanleiding van een door een instelling als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), alsmede als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, in te dienen aanvraag, toestaan dat in plaats van studiepunten een andere norm voor de beoordeling van studievoortgang wordt gehanteerd. Deze andere norm dient gelijkwaardig te zijn aan de norm uitgedrukt in studiepunten. De opleiding dient zodanig te worden ingericht dat een student in redelijkheid kan voldoen aan de in de vorige volzin bedoelde norm.
4. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling uitgaat als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), alsmede als bedoeld in [de artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, stelt aan het einde van elk studiejaar de studievoortgang, bedoeld in het eerste en tweede lid, van iedere aan de instelling ingeschreven student vast en stelt betrokkene voor 1 november van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van deze voortgang in kennis.
5. Voorts stelt de natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, na het einde van elk studiejaar vóór 1 november daaropvolgend de IB-Groep in kennis welke studenten de norm van de studievoortgang, bedoeld in het tweede of derde lid, niet hebben behaald. Op de verstrekking van die gegevens zijn de krachtens [artikel 9.5, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), vastgestelde regels van toepassing.
6. De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, stuurt gelijktijdig een afschrift aan de betrokkene van de gegevens die hij over de betrokkene aan de IB-Groep verstrekt en geeft daarbij tevens aan wat de consequenties op grond van deze wet zijn voor de vorm van de studiefinanciering van betrokkene alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de mogelijkheid om studiepunten, behaald in een voorafgaand studiejaar mee te laten tellen bij de beoordeling van de vraag of aan de norm, bedoeld in het tweede lid, is voldaan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder studiepunten die in enig jaar zijn behaald, leiden tot herziening van een beschikking, inhoudende de onvoorwaardelijke vorm van de aan de student toegekende studiefinanciering op grond van [artikel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de mogelijkheid om studiepunten, behaald in een voorafgaand studiejaar mee te laten tellen bij de beoordeling van de vraag of aan de norm, bedoeld in het tweede lid, is voldaan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder studiepunten die in enig jaar zijn behaald, leiden tot herziening van een beschikking, inhoudende de onvoorwaardelijke vorm van de aan de student toegekende studiefinanciering op grond van [artikel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
##### Artikel 10.7. Voorwaardelijke toekenning studiefinanciering en latere vaststelling onvoorwaardelijke vorm (voorheen artikel 31a)
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die een opleiding volgen aan een onderwijsinstelling als bedoeld in de[artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
2. Ten aanzien van een student wordt de tempobeurs toegekend onder de voorwaarde dat de student over een studiejaar het in [artikel 10.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of het krachtens [artikel 10.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), vastgestelde resultaat behaalt.
3. Over het studiejaar waarin de student blijkens de mededeling aan de IB-Groep, bedoeld in [artikel 10.6, vierde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of de mededeling, bedoeld in [artikel 7.9a, tweede lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9a), de norm van de studievoortgang niet heeft behaald, wordt met ingang van 31 december van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, de tempobeurs van rechtswege omgezet in lening. De IB-Groep maakt de omzetting zo spoedig mogelijk aan de student bekend. De tempobeurs van de studenten voor wie de IB-Groep niet een mededeling als bedoeld in de eerste volzin, heeft ontvangen, wordt op 31 december van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van rechtswege onvoorwaardelijk als gift vastgesteld.
4. Bij de beoordeling van de studievoortgang tellen de studiepunten mee die zijn behaald in opleidingen waarop [artikel 10.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03) van toepassing is. Bij de beoordeling van de studievoortgang tellen niet mee de studiepunten die zijn behaald als gevolg van een vrijstelling als bedoeld in [artikel 7.13, tweede lid, onderdeel r, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.13).
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die een opleiding volgen aan een onderwijsinstelling als bedoeld in de[artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
2. Ten aanzien van een student wordt de tempobeurs toegekend onder de voorwaarde dat de student over een studiejaar het in [artikel 10.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of het krachtens [artikel 10.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), vastgestelde resultaat behaalt.
3. Over het studiejaar waarin de student blijkens de mededeling aan de IB-Groep, bedoeld in [artikel 10.6, vierde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of de mededeling, bedoeld in [artikel 7.9a, tweede lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9a), de norm van de studievoortgang niet heeft behaald, wordt met ingang van 31 december van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, de tempobeurs van rechtswege omgezet in lening. De IB-Groep maakt de omzetting zo spoedig mogelijk aan de student bekend. De tempobeurs van de studenten voor wie de IB-Groep niet een mededeling als bedoeld in de eerste volzin, heeft ontvangen, wordt op 31 december van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van rechtswege onvoorwaardelijk als gift vastgesteld.
4. Bij de beoordeling van de studievoortgang tellen de studiepunten mee die zijn behaald in opleidingen waarop [artikel 10.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01) van toepassing is. Bij de beoordeling van de studievoortgang tellen niet mee de studiepunten die zijn behaald als gevolg van een vrijstelling als bedoeld in [artikel 7.13, tweede lid, onderdeel r, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.13).
5. Indien een student als bedoeld in het tweede lid, in het eerste studiejaar van inschrijving in het hoger onderwijs waarvoor hij op enig moment studiefinanciering geniet, ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 februari, en hij niet over datzelfde studiejaar opnieuw studiefinanciering in de zin van dit hoofdstuk voor het volgen van hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt aan het einde van dat studiejaar de tempobeurs voor dat studiejaar onvoorwaardelijk als gift vastgesteld.
6. In het studiejaar waarin de student, bedoeld in het tweede lid, een opleiding waarvoor de student staat ingeschreven, met goed gevolg afrondt, wordt de tempobeurs voor dat studiejaar onvoorwaardelijk als gift vastgesteld.
7. Indien een onderwijsinstelling als bedoeld in [artikel 10.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), niet na het einde van elk studiejaar voor 1 november daaropvolgend aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in [artikel 7.9a van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9a), of [artikel 10.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), heeft verstrekt, wordt de tempobeurs onvoorwaardelijk als gift vastgesteld.
7. Indien een onderwijsinstelling als bedoeld in [artikel 10.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), niet na het einde van elk studiejaar voor 1 november daaropvolgend aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in [artikel 7.9a van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9a), of [artikel 10.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), heeft verstrekt, wordt de tempobeurs onvoorwaardelijk als gift vastgesteld.
##### Artikel 10.8. Omzetting van integrale lening in gemengde toelage (voorheen artikel 31b)
@@ -1352,9 +1342,9 @@
- b. een voltijdse opleiding volgen als bedoeld in [artikel 7.4, zesde lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4) , zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002, of het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in [artikel 7.4a, eerste lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4a) en een masteropleiding als bedoeld in [artikel 7.4a, vijfde lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4a).
2. Indien aan een student na de periode van 5 jaren, genoemd in [artikel 10.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), op grond van [artikel 10.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), studiefinanciering in de vorm van lening is verstrekt voor een periode van 2 jaren, vermeerderd met 1 jaar, en hij een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte kopie van het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd hebben van het afsluitend examen van een zodanige opleiding aan de IB-Groep overlegt, wordt zijn studiefinanciering over die leenperiode opnieuw vastgesteld alsof [artikel 10.3, derde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), over die periode niet van toepassing was geweest. Indien die leenperiode langer is dan 12 maanden, wordt de werking van de vorige volzin beperkt tot de eerste 12 maanden van die leenperiode.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op maanden die deel uitmaken van een studiejaar waarin de student niet het in [artikel 10.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03), genoemde aantal studiepunten heeft behaald. De eerste volzin is niet van toepassing op maanden van het studiejaar waarin de student de opleiding waarvoor hij staat ingeschreven, met goed gevolg afrondt.
2. Indien aan een student na de periode van 5 jaren, genoemd in [artikel 10.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), op grond van [artikel 10.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), studiefinanciering in de vorm van lening is verstrekt voor een periode van 2 jaren, vermeerderd met 1 jaar, en hij een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte kopie van het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd hebben van het afsluitend examen van een zodanige opleiding aan de IB-Groep overlegt, wordt zijn studiefinanciering over die leenperiode opnieuw vastgesteld alsof [artikel 10.3, derde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), over die periode niet van toepassing was geweest. Indien die leenperiode langer is dan 12 maanden, wordt de werking van de vorige volzin beperkt tot de eerste 12 maanden van die leenperiode.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op maanden die deel uitmaken van een studiejaar waarin de student niet het in [artikel 10.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01), genoemde aantal studiepunten heeft behaald. De eerste volzin is niet van toepassing op maanden van het studiejaar waarin de student de opleiding waarvoor hij staat ingeschreven, met goed gevolg afrondt.
4. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de daar bedoelde gewaarmerkte kopie van het getuigschrift niet binnen 2 jaren na het einde van de leenperiode waarop het tweede lid, laatste volzin, betrekking heeft, of wanneer dat eerder is, binnen 6 maanden na de uitreiking van dat getuigschrift, aan de IB-Groep is overgelegd.
@@ -1364,7 +1354,7 @@
##### Artikel 11.1. Aanpassing van bedragen
Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, [4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.2&artikel=4.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen.
Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de [artikelen 3.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, [4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.2&artikel=4.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [10.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=10&artikel=10.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen.
##### Artikel 11.2. Titel 4.2 Awb niet van toepassing
@@ -1378,11 +1368,23 @@
##### Artikel 11.4. Inlichtingen aan particuliere ziektekostenverzekeraars
De IB-Groep geeft op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze desgevraagd en kosteloos aan een verzekeraar als bedoeld in [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), te kennen of een studerende recht op studiefinanciering heeft en of deze studerende tevens recht heeft op een van de toeslagen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
De IB-Groep geeft op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze desgevraagd en kosteloos aan een verzekeraar als bedoeld in [artikel 3.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), te kennen of een studerende recht op studiefinanciering heeft en of deze studerende tevens recht heeft op een van de toeslagen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
##### Artikel 11.5. Hardheidsclausule
De IB-Groep kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
1. De IB-Groep kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
- a. het begrip partner,
- b. het begrip sociaal-fiscaal nummer,
- c. het begrip vreemdeling,
- d. [artikel 1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en
- e. [artikel 3.4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
##### Artikel 11.6. Bewaartermijn
@@ -1394,61 +1396,33 @@
### Hoofdstuk 12. Overgangsbepalingen
##### Artikel 12.1. Afwijking van artikel 1.1
##### Artikel 12.1. Afwijking van [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01)
1. Vervallen.
2. Vervallen.
3. Onverminderd het tweede lid luiden in afwijking van [artikel 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor de berekening van het gecorrigeerde belastbare loon en van het gecorrigeerde verzamelinkomen over de kalenderjaren 2001 tot en met 2003 de begripsbepalingen daarvan als volgt:
**gecorrigeerde belastbare loon:**belastbare loon als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=9) verminderd met het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
- a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
- b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–
- c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939,–,
- d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van [artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=37), verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119,– en met niet meer dan € 1 605,–,
- e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
- f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804,–, verminderd met € 1 036,–, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804,– en € 1 036,– verhoogd tot € 5 608,– onderscheidenlijk € 2 072,–,
- g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
**gecorrigeerde verzamelinkomen:** verzamelinkomen als bedoeld in [artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.18) verminderd met:
- a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in [artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.76), is toegepast: € 1 355,–,
- b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
- 1°. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
- 2°. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–, en
- c. de bedragen, bedoeld in de begripsbepaling van gecorrigeerde belastbare loon, onderdelen c tot en met g.
3. Vervallen.
4. Vervallen.
5. De correctieposten, bedoeld in het derde lid, onderdelen c tot en met g, van de begripsbepaling gecorrigeerde belastbare loon, en die bedoeld in het derde lid, onderdeel c, van de begripsbepaling gecorrigeerde verzamelinkomen, worden indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2001 wordt berekend, voor het geheel in aanmerking genomen, indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2002 wordt berekend, voor 2/3 deel in aanmerking genomen en indien het gecorrigeerde belastbare loon of het gecorrigeerde verzamelinkomen over het kalenderjaar 2003 wordt berekend, voor 1/3 deel in aanmerking genomen.
6. Onder de begripsbepaling van «bacheloropleiding» in [artikel 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), en ten aanzien waarvan [artikel 18.18 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.18) van toepassing is.
7. Onder de begripsbepaling van «masteropleiding» in [artikel 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), en ten aanzien waarvan [artikel 18.18 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.18) van toepassing is.
5. Vervallen.
6. Onder de begripsbepaling van «bacheloropleiding» in [artikel 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), en ten aanzien waarvan [artikel 18.18 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.18) van toepassing is.
7. Onder de begripsbepaling van «masteropleiding» in [artikel 1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt mede verstaan: opleiding als bedoeld in [artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.3a), en ten aanzien waarvan [artikel 18.18 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.18) van toepassing is.
##### Artikel 12.1a. Afwijking van artikel 1.5
Voor deelnemers die voor 1 augustus onderscheidenlijk voor studenten die voor 1 september volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel XII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011964&artikel=VII), studiefinanciering op grond van de [Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955) of van deze wet ontvingen, geldt in afwijking van [artikel 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03) dat waar de studerende woont naar de omstandigheden wordt beoordeeld.
##### Artikel 12.1b. Afwijking van de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03)
1. In afwijking van de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor studiefinanciering mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in de [artikelen 18.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.14), [18.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.15) of [18.16 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.16), voorzover die opleiding is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1) of de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), met positief gevolg heeft ondergaan.
2. In afwijking van de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor studiefinanciering mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in [artikel VII van de wet van 2 april 1998, houdende wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op de studiefinanciering ter uitvoering van in het hoger onderwijs- en onderzoekplan 1996 aangekondigde maatregelen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009524&artikel=VII) (Stb. 1998, 216), voorzover die opleiding is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 5a.9 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=5a.9).
3. In afwijking van [artikel 2.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), geldt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in plaats van ‘[6.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5)’: [6.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5).
Voor deelnemers die voor 1 augustus onderscheidenlijk voor studenten die voor 1 september volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel XII van de wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011964&artikel=VII), studiefinanciering op grond van de [Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955) of van deze wet ontvingen, geldt in afwijking van [artikel 1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01) dat waar de studerende woont naar de omstandigheden wordt beoordeeld.
##### Artikel 12.1b. Afwijking van de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01)
1. In afwijking van de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor studiefinanciering mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in de [artikelen 18.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.14), [18.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.15) of [18.16 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.16), voorzover die opleiding is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel s, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1) of de toets nieuwe opleiding, bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel t, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), met positief gevolg heeft ondergaan.
2. In afwijking van de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor studiefinanciering mede in aanmerking een student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in [artikel VII van de wet van 2 april 1998, houdende wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op de studiefinanciering ter uitvoering van in het hoger onderwijs- en onderzoekplan 1996 aangekondigde maatregelen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009524&artikel=VII) (Stb. 1998, 216), voorzover die opleiding is geaccrediteerd als bedoeld in [artikel 5a.9 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=5a.9).
3. In afwijking van [artikel 2.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), geldt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in plaats van ‘[6.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5)’: [6.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5).
##### Artikel 12.2. Afwijking van artikel 3.9
@@ -1476,7 +1450,7 @@
##### Artikel 12.8. Afwijking van de artikelen 5.2, eerste lid, en 5.12
In afwijking van de [artikelen 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en [5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03) wordt de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat in het hoger onderwijs gedurende het studiejaar 2000–2001 en die niet over een eerder studiejaar voor het volgen van hoger onderwijs is toegekend, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, en uiterlijk in het jaar 2002 van rechtswege omgezet in een gift.
In afwijking van de [artikelen 5.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en [5.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01) wordt de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat in het hoger onderwijs gedurende het studiejaar 2000–2001 en die niet over een eerder studiejaar voor het volgen van hoger onderwijs is toegekend, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, en uiterlijk in het jaar 2002 van rechtswege omgezet in een gift.
##### Artikel 12.9. Afwijking van de artikelen 5.2, derde lid, 5.4, tweede lid, en 10.3, derde lid
@@ -1484,7 +1458,7 @@
##### Artikel 12.10. Afwijking van artikel 5.6
1. In afwijking van [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03) wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 5 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding:
1. In afwijking van [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01) wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 5 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding:
- a. genoemd in [artikel 7.4, derde lid, eerste volzin, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4), zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde,
@@ -1494,7 +1468,7 @@
- d. genoemd in [artikel 18.20 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.20).
2. In afwijking van [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03) wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 6 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding, genoemd in [artikel 7.4, derde lid, tweede volzin, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4), zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde. Het aantal om te zetten maanden wordt verminderd met het verschil tussen 360 studiepunten en de studielast die is gebaseerd op een geringer aantal maanden, indien een student:
2. In afwijking van [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.1&artikel=5.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01) wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 6 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding, genoemd in [artikel 7.4, derde lid, tweede volzin, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.4), zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde. Het aantal om te zetten maanden wordt verminderd met het verschil tussen 360 studiepunten en de studielast die is gebaseerd op een geringer aantal maanden, indien een student:
- a. met goed gevolg een examen heeft afgelegd van een deel van een opleiding, en
@@ -1506,14 +1480,18 @@
- b. een opleiding als bedoeld in [artikel 18.15 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.15) met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs of een opleiding in de zin van [artikel 18.15 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.15) in de godgeleerdheid aan een op grond van [artikel 6.9 van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.9) aangewezen instelling.
##### Artikel 12.11. Afwijking van de artikelen 5.8 en 5.9
##### Artikel 12.11. Afwijking in verband met de [Aanpassingswet AWIR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018471)
1. Op besluiten met betrekking tot studiefinanciering voor het kalenderjaar 2006 zijn de bepalingen, opgenomen in [hoofdstuk 1, afdeling C, artikel I, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018471&artikel=I) van toepassing.
2. Op besluiten met betrekking tot studiefinanciering voor het kalenderjaar 2007 zijn de bepalingen, opgenomen in [hoofdstuk 1, afdeling C, artikel II, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018471&artikel=II) van toepassing.
3. Op besluiten met betrekking tot studiefinanciering voor de kalenderjaren 2008 en volgende zijn de bepalingen, opgenomen in [hoofdstuk 1, afdeling C, artikel III, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018471&artikel=III) van toepassing.
##### Artikel 12.12. Vervallen van de artikelen 11.6 en 11.7
Vervallen
##### Artikel 12.12. Vervallen van de artikelen 11.6 en 11.7
Vervallen
##### Artikel 12.13. Aanspraken en verplichtingen op grond van de Wet op de studiefinanciering
1. Aanvragen op grond van de [Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955) worden van rechtswege omgezet in een aanvraag op grond van deze wet.
@@ -1622,11 +1600,11 @@
Deze wet treedt in werking op 1 september 2000, met uitzondering van:
- a. [artikel 13.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=13&artikel=13.6&z=2005-08-03&g=2005-08-03) dat voor wat betreft de onderdelen B en C in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 augustus 2000,
- b. [artikel 13.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=13&artikel=13.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) dat voor wat betreft onderdeel A in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 september 1996, en
- c. [artikel 13.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=13&artikel=13.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) dat voor wat betreft onderdeel B in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
- a. [artikel 13.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=13&artikel=13.6&z=2005-09-01&g=2005-09-01) dat voor wat betreft de onderdelen B en C in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 augustus 2000,
- b. [artikel 13.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=13&artikel=13.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) dat voor wat betreft onderdeel A in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 september 1996, en
- c. [artikel 13.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=13&artikel=13.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) dat voor wat betreft onderdeel B in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
##### Artikel 14.3. Citeertitel
@@ -1634,11 +1612,11 @@
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.1c. Afwijking van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03). [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-08-03&g=2005-08-03),[6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03)en [6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) in verband met de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353)
1. Voorzover het peiljaar, het jaar na het peiljaar, het tweede jaar na het peiljaar of het derde jaar na het peiljaar een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03):
- a. onder het gecorrigeerde verzamelinkomen in [artikel 3.9, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), verstaan het belastbare inkomen in de zin van de [Wet op de inkomstenbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471) en wordt overigens onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen,
##### Artikel 12.1c. Afwijking van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01). [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-09-01&g=2005-09-01),[6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01)en [6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) in verband met de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353)
1. Voorzover het peiljaar, het jaar na het peiljaar, het tweede jaar na het peiljaar of het derde jaar na het peiljaar een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de [artikelen 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01):
- a. onder het gecorrigeerde verzamelinkomen in [artikel 3.9, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), verstaan het belastbare inkomen in de zin van de [Wet op de inkomstenbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471) en wordt overigens onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen,
- b. onder de gecorrigeerde verzamelinkomens verstaan de belastbare inkomens,
@@ -1646,21 +1624,21 @@
- d. onder de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353) verstaan de [Wet op de inkomstenbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471),
- e. onder [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.4&z=2005-08-03&g=2005-08-03) verstaan artikel 64,
- f. onder het gecorrigeerde belastbare loon in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), verstaan het zuivere loon, bedoeld in [artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=9) en wordt overigens onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon,
- g. in [artikel 3.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: Indien een ouder voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 4 of 5, en
- h. in [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03) voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt» gelezen: Indien een ouder na het peiljaar is ingedeeld in een andere tariefgroep.
2. Voorzover voor de toepassing van [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-08-03&g=2005-08-03) het toetsingsinkomen over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar moet worden bepaald, wordt voor de toepassing van dat artikel:
- e. onder [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.4&z=2005-09-01&g=2005-09-01) verstaan artikel 64,
- f. onder het gecorrigeerde belastbare loon in [artikel 3.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), verstaan het zuivere loon, bedoeld in [artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=9) en wordt overigens onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon,
- g. in [artikel 3.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: Indien een ouder voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 4 of 5, en
- h. in [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01) voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt» gelezen: Indien een ouder na het peiljaar is ingedeeld in een andere tariefgroep.
2. Voorzover voor de toepassing van [artikel 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.4&artikel=3.17&z=2005-09-01&g=2005-09-01) het toetsingsinkomen over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar moet worden bepaald, wordt voor de toepassing van dat artikel:
- a. onder de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in de [artikelen 3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.2) en [3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.3), vermeerderd met de ondernemersaftrek verstaan de winst uit onderneming, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk II van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, en
- b. aan het slot van onderdeel b toegevoegd: «en» en voor de onderdelen c tot en met f gelezen: c. de niet als loon uit dienstbetrekking genoten zuivere inkomsten, bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
3. Voorzover het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld of het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de [artikelen 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03):
3. Voorzover het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld of het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de [artikelen 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [6.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01):
- a. onder zijn gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan zijn belastbare inkomen in de zin van de [Wet op de inkomstenbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471),
@@ -1672,9 +1650,9 @@
- e. onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon,
- f. in [artikel 6.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor «indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), van toepassing is» gelezen: « indien de debiteur voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 3, 4 of 5». Voorts wordt voor «Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: «Indien de debiteur is ingedeeld in tariefgroep 1 of 2». Ten slotte wordt voor «indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), van toepassing zou zijn» gelezen: bij indeling in tariefgroep 3, en
- g. in [artikel 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting» gelezen: «Indien de debiteur» en wordt voor «– naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), van toepassing wordt» gelezen: is ingedeeld in een andere tariefgroep.
- f. in [artikel 6.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor «indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), van toepassing is» gelezen: « indien de debiteur voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 3, 4 of 5». Voorts wordt voor «Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: «Indien de debiteur is ingedeeld in tariefgroep 1 of 2». Ten slotte wordt voor «indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), van toepassing zou zijn» gelezen: bij indeling in tariefgroep 3, en
- g. in [artikel 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=6&artikel=6.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting» gelezen: «Indien de debiteur» en wordt voor «– naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in [artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=8.9), van toepassing wordt» gelezen: is ingedeeld in een andere tariefgroep.
### Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
@@ -1702,37 +1680,37 @@
##### Artikel 10a.2. Overstappen voor 1 februari (voorheen artikel 5.11)
Indien een student in het eerste studiejaar waarvoor hij op enig moment studiefinanciering geniet voor het volgen van een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), vóór 1 februari een opleiding gaat volgen aan een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt op zijn aanvraag, indien hij binnen de diplomatermijn het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg heeft afgesloten, de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. [Artikel 5.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is van toepassing.
Indien een student in het eerste studiejaar waarvoor hij op enig moment studiefinanciering geniet voor het volgen van een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), vóór 1 februari een opleiding gaat volgen aan een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt op zijn aanvraag, indien hij binnen de diplomatermijn het afsluitend examen van een opleiding met goed gevolg heeft afgesloten, de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. [Artikel 5.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is van toepassing.
#### Paragraaf 10a.3. Omzettingsprocedure eerste 12 maanden (voorheen paragraaf 5.5)
##### Artikel 10a.3. Omzetting eerste 12 maanden prestatiebeurs (voorheen artikel 5.12)
1. Indien een student voor een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), ten minste 30 studiepunten heeft behaald in een studiejaar waarin hij op enig moment voor het eerst studiefinanciering heeft genoten, worden de eerste 12 maanden van de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Voor een student die zich heeft ingeschreven na 31 januari van een studiejaar, geldt, in afwijking van de eerste volzin, een norm van 20 studiepunten.
2. Bij de beoordeling van de in het eerste lid bedoelde prestatie tellen studiepunten mee die zijn behaald voor al dan niet voltijdse opleidingen aan een instelling als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03). Bij de beoordeling van de in het eerste lid bedoelde prestatie tellen niet mee de studiepunten die zijn behaald als gevolg van een vrijstelling als bedoeld in de [artikelen 7.13, tweede lid, onderdeel r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.13), en [7.31a, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.31a).
3. Indien de student reeds in het studiejaar, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan [artikel 5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voldoet hij tevens aan het eerste lid.
1. Indien een student voor een opleiding als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), ten minste 30 studiepunten heeft behaald in een studiejaar waarin hij op enig moment voor het eerst studiefinanciering heeft genoten, worden de eerste 12 maanden van de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Voor een student die zich heeft ingeschreven na 31 januari van een studiejaar, geldt, in afwijking van de eerste volzin, een norm van 20 studiepunten.
2. Bij de beoordeling van de in het eerste lid bedoelde prestatie tellen studiepunten mee die zijn behaald voor al dan niet voltijdse opleidingen aan een instelling als bedoeld in de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01). Bij de beoordeling van de in het eerste lid bedoelde prestatie tellen niet mee de studiepunten die zijn behaald als gevolg van een vrijstelling als bedoeld in de [artikelen 7.13, tweede lid, onderdeel r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.13), en [7.31a, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.31a).
3. Indien de student reeds in het studiejaar, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan [artikel 5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voldoet hij tevens aan het eerste lid.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid, kan Onze Minister op aanvraag van een instelling toestaan dat in plaats van studiepunten een andere norm voor de beoordeling van studievoortgang wordt gehanteerd. Deze andere norm is gelijkwaardig aan de norm uitgedrukt in studiepunten. De opleiding is zodanig ingericht dat een student in redelijkheid kan voldoen aan de in de vorige volzin bedoelde norm. Deze aanvraag kan uitsluitend worden gedaan door een instelling als bedoeld in:
- a. [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), en
- b. de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), voor zover het betreft van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of van een zodanige instelling uitgaande opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt.
5. De prestatiebeurs, bedoeld in het eerste lid, van de student voor wie de IB-Groep niet een mededeling als bedoeld in [artikel 9.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of bedoeld in [artikel 7.9b, tweede lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9b), heeft ontvangen, wordt op 1 januari van het kalenderjaar volgend op het desbetreffende studiejaar van rechtswege omgezet in een gift. De IB-Groep maakt de omzetting zo spoedig mogelijk aan de student bekend.
- a. [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), en
- b. de [artikelen 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=2.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), voor zover het betreft van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of van een zodanige instelling uitgaande opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt.
5. De prestatiebeurs, bedoeld in het eerste lid, van de student voor wie de IB-Groep niet een mededeling als bedoeld in [artikel 9.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of bedoeld in [artikel 7.9b, tweede lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9b), heeft ontvangen, wordt op 1 januari van het kalenderjaar volgend op het desbetreffende studiejaar van rechtswege omgezet in een gift. De IB-Groep maakt de omzetting zo spoedig mogelijk aan de student bekend.
##### Artikel 10a.4. Onvoldoende studieprestaties in eerste 12 maanden (voorheen artikel 5.13)
Indien de student onvoldoende studieprestaties heeft behaald blijkens de mededeling aan de IB-Groep, bedoeld in [artikel 9.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-08-03&g=2005-08-03), of bedoeld in [artikel 7.9b, tweede lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9b), wordt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het eerste studiejaar de prestatiebeurs, bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), met uitzondering van de aanvullende beurs, van rechtswege als een lening vastgesteld. In afwijking van de eerste volzin wordt voor de student die zich na 31 januari heeft ingeschreven de in dat studiejaar toegekende studiefinanciering met uitzondering van de aanvullende beurs van rechtswege als een lening vastgesteld.
Indien de student onvoldoende studieprestaties heeft behaald blijkens de mededeling aan de IB-Groep, bedoeld in [artikel 9.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=9¶graaf=9.2&artikel=9.5&z=2005-09-01&g=2005-09-01), of bedoeld in [artikel 7.9b, tweede lid, van de WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.9b), wordt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar volgend op het eerste studiejaar de prestatiebeurs, bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), met uitzondering van de aanvullende beurs, van rechtswege als een lening vastgesteld. In afwijking van de eerste volzin wordt voor de student die zich na 31 januari heeft ingeschreven de in dat studiejaar toegekende studiefinanciering met uitzondering van de aanvullende beurs van rechtswege als een lening vastgesteld.
#### Paragraaf 10a.3. Omzettingsprocedure eerste 12 maanden (voorheen paragraaf 5.5)
##### Artikel 10a.5. Herkansing voor omzetting eerste 12 maanden prestatiebeurs (voorheen artikel 5.14)
1. Indien een student als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), niet de daar vereiste 30, onderscheidenlijk 20 studiepunten heeft behaald, maar wel binnen de diplomatermijn met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald, wordt de omgezette prestatiebeurs over de in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), bedoelde maanden alsnog omgezet in een gift. [Artikel 5.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is van toepassing.
2. De omzetting vindt op aanvraag van de student plaats, gelijktijdig met de omzetting, bedoeld in [artikel 5.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03). De in dat lid bedoelde bekendmaking door de IB-Groep heeft betrekking op beide omzettingen tezamen.
1. Indien een student als bedoeld in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), niet de daar vereiste 30, onderscheidenlijk 20 studiepunten heeft behaald, maar wel binnen de diplomatermijn met goed gevolg het afsluitend examen heeft behaald, wordt de omgezette prestatiebeurs over de in [artikel 5.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.5&artikel=5.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), bedoelde maanden alsnog omgezet in een gift. [Artikel 5.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.2&artikel=5.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is van toepassing.
2. De omzetting vindt op aanvraag van de student plaats, gelijktijdig met de omzetting, bedoeld in [artikel 5.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5¶graaf=5.3&artikel=5.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01). De in dat lid bedoelde bekendmaking door de IB-Groep heeft betrekking op beide omzettingen tezamen.
### Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
@@ -1748,9 +1726,9 @@
Een deelnemer aan een opleiding niveau 3 of 4 die na 31 juli 2005 voor het eerst studiefinanciering ontving voor het volgen van beroepsonderwijs, heeft geen aanspraak op studiefinanciering beroepsonderwijs:
- a. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de prestatiebeurs, bedoeld in [artikel 4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, of
- b. indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering in de zin van de [paragrafen 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03) of [4.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is toegekend voor het volgen van beroepsonderwijs.
- a. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de prestatiebeurs, bedoeld in [artikel 4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, of
- b. indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering in de zin van de [paragrafen 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01) of [4.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is toegekend voor het volgen van beroepsonderwijs.
#### Paragraaf 2.3. Hoger onderwijs
@@ -1828,9 +1806,9 @@
### Hoofdstuk 10. Hoger onderwijs; tempobeurs
##### Artikel 12.1aa. Afwijking van [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03)
Op de deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving, blijft [artikel 2.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2005-08-03&g=2005-08-03), zoals dat luidde op 31 juli 2005 van toepassing zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet.
##### Artikel 12.1aa. Afwijking van [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01)
Op de deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving, blijft [artikel 2.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2.3&z=2005-09-01&g=2005-09-01), zoals dat luidde op 31 juli 2005 van toepassing zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet.
### Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
@@ -1840,7 +1818,13 @@
##### Artikel 1.8. AWIR van toepassing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Op deze wet zijn van toepassing van de [Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472):
- a. [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=6),
- b. [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=9), en
- c. [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=10).
### Hoofdstuk 2. Werkingssfeer
@@ -1886,15 +1870,15 @@
3. Indien aan de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift.
4. Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
4. Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
##### Artikel 4.8. Vorm waarin reisvoorziening wordt verstrekt
1. In afwijking van [artikel 4.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), wordt de studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs gedurende het in deze leden bedoelde aantal jaren, vermeerderd met 3 jaren. Indien [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is toegepast, wordt de uitkomst van de vorige volzin met 1 jaar vermeerderd.
1. In afwijking van [artikel 4.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), wordt de studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs gedurende het in deze leden bedoelde aantal jaren, vermeerderd met 3 jaren. Indien [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is toegepast, wordt de uitkomst van de vorige volzin met 1 jaar vermeerderd.
2. Het deel van de prestatiebeurs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde die daarvoor per studerende door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs wordt niet uitbetaald of verrekend.
3. Indien de prestatiebeurs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-08-03&g=2005-08-03), is toegekend.
3. Indien de prestatiebeurs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van [artikel 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.7&artikel=3.25&z=2005-09-01&g=2005-09-01), is toegekend.
##### Artikel 4.9. Diplomatermijn beroepsonderwijs
@@ -1902,9 +1886,9 @@
##### Artikel 4.10. Omzetting in gift bij afstuderen binnen diplomatermijn
1. Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge [artikel 4.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
2. Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een specialistenopleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge [artikel 4.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
1. Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge [artikel 4.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
2. Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een specialistenopleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge [artikel 4.7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
3. Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de resterende periode van zijn prestatiebeurs verstrekt in de vorm van een gift indien hij een andere opleiding niveau 3 of 4 aanvangt.
@@ -1944,19 +1928,19 @@
##### Artikel 4.16. Reikwijdte beroepsonderwijs buiten Nederland
Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van beroepsonderwijs als bedoeld in [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-08-03&g=2005-08-03).
Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van beroepsonderwijs als bedoeld in [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-09-01&g=2005-09-01).
#### Paragraaf 4.2.2. Opleiding niveau 1 of 2 buiten Nederland
##### Artikel 4.17. Reikwijdte
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2.
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2.
##### Artikel 4.18. Studiefinanciering
1. Studiefinanciering wordt gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt in de vorm van een gift.
2. Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-08-03&g=2005-08-03), naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
2. Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de [artikelen 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.1&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.1&artikel=3.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.3&artikel=3.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=3¶graaf=3.5&artikel=3.18&z=2005-09-01&g=2005-09-01), naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
##### Artikel 4.19. Studievoortgang
@@ -1966,23 +1950,23 @@
##### Artikel 4.20. Reikwijdte
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4.
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge [artikel 2.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=2¶graaf=2.4&artikel=2.13a&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4.
##### Artikel 4.21. Studiefinanciering
1. De [artikelen 4.7, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.8&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.9&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.10, eerste, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.11&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.12&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.13&z=2005-08-03&g=2005-08-03), [4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.14&z=2005-08-03&g=2005-08-03) en [4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.15&z=2005-08-03&g=2005-08-03) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.2&artikel=4.19&z=2005-08-03&g=2005-08-03) is van overeenkomstige toepassing voorzover de studiefinanciering in de vorm van een gift is toegekend.
1. De [artikelen 4.7, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.7&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.8&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.9&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.10, eerste, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.11&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.12&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.13&z=2005-09-01&g=2005-09-01), [4.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.14&z=2005-09-01&g=2005-09-01) en [4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.15&z=2005-09-01&g=2005-09-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2¶graaf=4.2.2&artikel=4.19&z=2005-09-01&g=2005-09-01) is van overeenkomstige toepassing voorzover de studiefinanciering in de vorm van een gift is toegekend.
##### Artikel 4.22. Berichtenstroom tussen deelnemer en IB-Groep
1. De deelnemer zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn, een gewaarmerkt bewijs van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van de opleiding aan de IB-Groep en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs. Op het gewaarmerkt bewijs vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten.
2. De omzetting, bedoeld in [artikel 4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.10&z=2005-08-03&g=2005-08-03), vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de deelnemer daarvan in kennis.
#### Paragraaf 4.2.4. Afwijkingsmogelijkheid [afdeling 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03)
##### Artikel 4.23. Afwijkingsmogelijkheid [afdeling 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2&z=2005-08-03&g=2005-08-03)
2. De omzetting, bedoeld in [artikel 4.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.1¶graaf=4.1.2&artikel=4.10&z=2005-09-01&g=2005-09-01), vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de deelnemer daarvan in kennis.
#### Paragraaf 4.2.4. Afwijkingsmogelijkheid [afdeling 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01)
##### Artikel 4.23. Afwijkingsmogelijkheid [afdeling 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=4&afdeling=4.2&z=2005-09-01&g=2005-09-01)
Voorzover deze afdeling daarin niet voorziet, alsmede indien noodzakelijk, kunnen in afwijking van het in deze afdeling bepaalde bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld ten behoeve van een goede uitvoering van deze afdeling.
2005-08-03
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 114 más
2005-08-01
Wet studiefinanciering 2000
2005-03-01
Wet studiefinanciering 2000
2005-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 87 más
2004-09-01
Wet studiefinanciering 2000
2004-07-01
Wet studiefinanciering 2000
2004-02-13
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 95 más
2004-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 47 más
2003-11-21
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 47 más
2003-01-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 48 más
2002-09-01
Wet studiefinanciering 2000
2002-08-01
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 2, 2, 2 y 57 más
2002-02-08
Wet studiefinanciering 2000 — arts. 1, 1, 2 y 167 más
original version
Tekst op deze datum