Wijzigingsgeschiedenis
Regeling tot vaststelling van een nieuw examenreglement met betrekking tot bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart (Examenreglement voor luchtvarenden 2004)
20 versions
· 2024-01-01
2024-01-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 18, 23
2023-04-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 18, 23
2022-01-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 18, 23
2021-04-20
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 1, 2
2020-01-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 17
2017-04-21
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 17
2017-04-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004
2016-11-24
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 17
2016-02-11
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 17
2016-01-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 16, 17, 17
2015-05-08
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 17
2014-03-15
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 17
2013-08-23
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 16, 17, 25
2013-04-08
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 4, 4, 16 y 5 más
2013-01-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004
2009-03-12
Examenreglement voor luchtvarenden 2004
2008-08-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 4, 16, 17, 25
2008-03-05
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 4, 16, 17 y 2 más
Wijzigingen op 2008-03-05
@@ -10,15 +10,13 @@
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;
- b. praktijkexamen: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de bedrevenheideisen, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, ten behoeve van de afgifte van een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring;
- c. proeve van bekwaamheid: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de bedrevenheideisen, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, ten behoeve van de verlenging of de hernieuwde afgifte van een bevoegdverklaring;
- d. protocolhouder: een geregistreerde dan wel gekwalificeerde opleidingsinstelling of een luchtvaartmaatschappij die met de minister een protocol betreffende het toedelen van examinatoren heeft afgesloten;
- e. theorie-examen: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de kenniseisen, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, ten behoeve van afgifte van een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring.
- praktijkexamen: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de bedrevenheideisen, bedoeld in de [Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021240), ten behoeve van de afgifte van een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring;
- proeve van bekwaamheid: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de bedrevenheideisen, bedoeld in de [Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021240), ten behoeve van de verlenging of de hernieuwde afgifte van een bevoegdverklaring;
- protocolhouder: een geregistreerde dan wel gekwalificeerde opleidingsinstelling of een luchtvaartmaatschappij die met de minister een protocol betreffende het toedelen van examinatoren heeft afgesloten;
- theorie-examen: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de kenniseisen, bedoeld in de [Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021240), ten behoeve van afgifte van een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring.
2. In deze regeling wordt met de volgende toevoegingen bedoeld:
@@ -38,9 +36,9 @@
##### Artikel 3
1. De kandidaat of de door hem gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een theorie-examen op een door de minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
2. De minister verstrekt de kandidaat voor een theorie-examen een toelatingsbewijs, dat:
1. De kandidaat of de door hem gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een theorie-examen op een door Onze Minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
2. Onze Minister verstrekt de kandidaat voor een theorie-examen een toelatingsbewijs, dat:
- a. voor ATPL, CPL, behoudens CPL(FB), en IR geldig is voor alle vakken, voor ten hoogste vier examenpogingen per vak en voor ten hoogste zes examenzittingen;
@@ -54,37 +52,33 @@
- a. een wettig en geldig legitimatiebewijs, en
- b. een geldig toelatingsbewijs als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=3&z=2004-10-01&g=2004-10-01).
- b. een geldig toelatingsbewijs als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=3&z=2008-03-05&g=2008-03-05).
##### Artikel 5
1. Voor het afleggen van een theorie-examen is de kandidaat examengeld verschuldigd, volgens het door de minister vastgestelde en bekendgemaakte tarief. Voor de betaling van het examengeld ontvangt de kandidaat een factuur.
1. Voor het afleggen van een theorie-examen is de kandidaat examengeld verschuldigd, volgens het door Onze Minister vastgestelde en bekendgemaakte tarief. Voor de betaling van het examengeld ontvangt de kandidaat een factuur.
2. Indien de examineringinstantie uiterlijk acht dagen vóór de voor het desbetreffende theorie-examen vastgestelde datum schriftelijk bericht heeft ontvangen, dat de kandidaat niet aan het examen of een onderdeel daarvan zal deelnemen, zal het examengeld, verminderd met de administratiekosten, aan de kandidaat worden gerestitueerd.
3. Bij het niet dan wel niet tijdig verschijnen op het theorie-examen of op grond van geweigerde toegang als gevolg van het niet kunnen tonen van een geldig legitimatiebewijs of een geldig toelatingsbewijs als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=3&z=2004-10-01&g=2004-10-01), dan wel bij ongeldigverklaring van de uitslag van het desbetreffende theorie-examen, wordt het examengeld niet gerestitueerd.
3. Bij het niet dan wel niet tijdig verschijnen op het theorie-examen of op grond van geweigerde toegang als gevolg van het niet kunnen tonen van een geldig legitimatiebewijs of een geldig toelatingsbewijs als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=3&z=2008-03-05&g=2008-03-05), dan wel bij ongeldigverklaring van de uitslag van het desbetreffende theorie-examen, wordt het examengeld niet gerestitueerd.
##### Artikel 6
1. De kandidaat rondt het gehele theorie-examen af binnen 18 maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin de kandidaat voor het eerst heeft deelgenomen aan een examenzitting.
2. Indien de kandidaat niet in ten hoogste vier examenpogingen per vak binnen ten hoogste zes examenzittingen voor alle vakken van het desbetreffende theorie-examen is geslaagd, is de kandidaat afgewezen.
3. In het geval van het tweede lid vervallen de reeds behaalde resultaten en dient de kandidaat opnieuw het gehele theorie-examen af te leggen.
4. De minister kan, in overleg met de opleidingsinstelling, bepalen dat de kandidaat een extra theorieopleiding volgt, voordat het theorie-examen opnieuw wordt afgelegd.
5. In afwijking van het tweede lid geldt voor het theorie-examen voor RPL, PPL en CPL(FB) geen beperking ten aanzien van het aantal examenpogingen en -zittingen.
Met inachtneming van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010629&artikel=2) en [3 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010629&artikel=3) zijn op het theorie-examen voor ATPL, CPL(A) en CPL(H), MPL, PPL en IR de bepalingen van JAR-FCL 1.490 respectievelijk JAR-FCL 2.490 van toepassing met dien verstande dat:
- a. Onze Minister in overleg met de opleidingsinstelling kan bepalen dat een kandidaat een extra theorie-opleiding volgt, voordat het theorie-examen opnieuw wordt afgelegd;
- b. voor het theorie-examen van PPL geen beperking ten aanzien van het aantal examenpogingen en -zittingen geldt;
- c. voor ATPL, CPL(A) en CPL(H), MPL en IR de eisen, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.470 respectievelijk JAR-FCL 2.470 gelden.
##### Artikel 7
Bij het afnemen van een theorie-examen gelden wat betreft de examenvakken en duur van het examen de volgende eisen:
- a. voor ATPL, CPL, behoudens CPL(FB), en IR: de eisen, gesteld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.470;
- b. voor PPL(A) en RPL(A) respectievelijk PPL(H) en RPL(H): de eisen, gesteld in Bijlage 1 bij JAR-FCL 1.130 & 1.135 respectievelijk Bijlage 1 bij JAR-FCL 2.130 & 2.135;
- c. voor CPL(FB): de eisen, gesteld in [tabel 1 van bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=1&z=2004-10-01&g=2004-10-01), behorende bij deze regeling.
Voor andere dan de in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=6&z=2008-03-05&g=2008-03-05) bedoelde theorie-examens geldt dat:
- a. de bepalingen van JAR-FCL 1.490 zijn van toepassing met dien verstande dat geen beperkingen tot RPL en CPL(FB) gelden ten aanzien van het aantal examenpogingen en -zittingen;
- b. voor CPL(FB) de eisen, bedoeld in tabel 1 van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=1&z=2008-03-05&g=2008-03-05) behorende bij deze regeling, van toepassing zijn.
##### Artikel 8
@@ -98,11 +92,11 @@
- b. voor CPL(FB), PPL en RPL: Nederlands.
4. De minister stelt de inhoud van de examens vast.
4. Onze Minister stelt de inhoud van de examens vast.
5. Ten behoeve van het theorie-examen wordt een huishoudelijk reglement opgesteld.
6. Het gebruik van andere dan de in [tabel 2 van bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=1&z=2004-10-01&g=2004-10-01), behorende bij deze regeling, vermelde materialen is tijdens het theorie-examen niet toegestaan.
6. Het gebruik van andere dan de in [tabel 2 van bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=1&z=2008-03-05&g=2008-03-05), behorende bij deze regeling, vermelde materialen is tijdens het theorie-examen niet toegestaan.
7. Na afloop van het theorie-examen wordt het gemaakte examenwerk tezamen met de verstrekte materialen, bedoeld in het zesde lid, en de examenopgaven ingeleverd.
@@ -110,39 +104,37 @@
1. Tegen de kandidaat die tijdens het afleggen van het theorie-examen onregelmatigheden pleegt, kunnen maatregelen worden getroffen.
2. Vastgestelde onregelmatigheden dienen door de surveillant onmiddellijk schriftelijk te worden gemeld aan de minister. Zo nodig wordt het niet-toegestane materiaal door de surveillant in beslag genomen en onmiddellijk overgedragen aan de minister.
2. Vastgestelde onregelmatigheden dienen door de surveillant onmiddellijk schriftelijk te worden gemeld aan Onze Minister. Zo nodig wordt het niet-toegestane materiaal door de surveillant in beslag genomen en onmiddellijk overgedragen aan Onze Minister.
3. Voorafgaand aan het opleggen van een maatregel wordt de kandidaat gehoord. Mogelijk in beslag genomen materiaal kan na het horen worden teruggegeven aan de kandidaat.
4. De kandidaat en de opleidingsinstelling worden van de maatregel schriftelijk in kennis gesteld.
5. Als maatregel, bedoeld in dit artikel, kan de minister de uitslag van het desbetreffende theorie-examen ongeldig verklaren.
5. Als maatregel, bedoeld in dit artikel, kan Onze Minister de uitslag van het desbetreffende theorie-examen ongeldig verklaren.
##### Artikel 10
1. De beoordeling in hoeverre de kandidaat aan de kenniseisen voldoet, wordt uitgedrukt in een percentage van het totaal per vak toe te kennen aantal punten.
2. Een kandidaat is geslaagd voor een vak indien ten minste 75% van het totaal aan het desbetreffende vak toegekend aantal punten is behaald.
3. Het eindresultaat van de beoordeling per examen luidt:
- a. indien alle vakken zijn behaald binnen het toegestane aantal pogingen en examenzittingen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=7&z=2004-10-01&g=2004-10-01): geslaagd;
2. Het eindresultaat van de beoordeling per examen luidt:
- a. indien alle vakken zijn behaald binnen het toegestane aantal pogingen en examenzittingen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=7&z=2008-03-05&g=2008-03-05): geslaagd;
- b. in de overige gevallen: afgewezen.
##### Artikel 11
Na het afleggen van een of meer vakken dan wel de afronding van het theorie-examen, voorziet de minister de kandidaat van een resultaatbrief.
Na het afleggen van een of meer vakken dan wel de afronding van het theorie-examen, voorziet Onze Minister de kandidaat van een resultaatbrief.
##### Artikel 12
1. De kandidaat die het niet eens is met de uitslag van het theorie-examen kan binnen 14 dagen na de dag waarop de resultaatbrief is ontvangen schriftelijk een met redenen omkleed verzoek om herziening bij de minister indienen.
1. De kandidaat die het niet eens is met de uitslag van het theorie-examen kan binnen 14 dagen na de dag waarop de resultaatbrief is ontvangen schriftelijk een met redenen omkleed verzoek om herziening bij Onze Minister indienen.
2. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat de naam en het adres van de kandidaat, alsook het registratienummer van diens toelatingsbewijs.
3. Op verzoek kan de kandidaat, bedoeld in het eerste lid, inzage krijgen in het theorie-examen.
4. De minister neemt binnen tien weken na ontvangst van het verzoekschrift een beslissing op het verzoek.
4. Onze Minister neemt binnen tien weken na ontvangst van het verzoekschrift een beslissing op het verzoek.
#### § 3. Praktijkexamen
@@ -152,13 +144,13 @@
##### Artikel 14
1. De kandidaat of een door hem daartoe gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid op een door de minister dan wel een protocolhouder verstrekt aanvraagformulier.
2. Indien de opleidingsinstelling op het aanvraagformulier verklaart dat de kandidaat de vereiste opleiding binnen de maximale termijn heeft doorlopen dan wel dat de kandidaat die een geïntegreerde opleiding volgt, het desbetreffende theorie-examen heeft behaald en voldoende is voorbereid op het praktijkexamen, verstrekt de minister dan wel een protocolhouder de aanvrager een examenformulier.
3. Indien een kandidaat die een aanvraag doet voor het afleggen van het praktijkexamen voor het bewijs van bevoegdheid CPL(FB) aantoont dat het desbetreffende theorie-examen is behaald en aan de ervaringseisen is voldaan, verstrekt de minister de kandidaat een examenformulier.
4. De minister dan wel een protocolhouder verstrekt de aanvrager van een proeve van bekwaamheid de desbetreffende examenformulieren.
1. De kandidaat of een door hem daartoe gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid op een door Onze Minister dan wel een protocolhouder verstrekt aanvraagformulier.
2. Indien de opleidingsinstelling op het aanvraagformulier verklaart dat de kandidaat de vereiste opleiding binnen de maximale termijn heeft doorlopen dan wel dat de kandidaat die een geïntegreerde opleiding volgt, het desbetreffende theorie-examen heeft behaald en voldoende is voorbereid op het praktijkexamen, verstrekt Onze Minister dan wel een protocolhouder de aanvrager een examenformulier.
3. Indien een kandidaat die een aanvraag doet voor het afleggen van het praktijkexamen voor het bewijs van bevoegdheid CPL(FB) aantoont dat het desbetreffende theorie-examen is behaald en aan de ervaringseisen is voldaan, verstrekt Onze Minister de kandidaat een examenformulier.
4. Onze Minister dan wel een protocolhouder verstrekt de aanvrager van een proeve van bekwaamheid de desbetreffende examenformulieren.
##### Artikel 15
@@ -166,7 +158,7 @@
- a. een protocolhouder; of
- b. de minister.
- b. Onze Minister.
2. De datum, tijdstip en locatie waarop het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, worden vastgesteld door degene die krachtens het eerste lid de examinator toedeelt.
@@ -174,15 +166,15 @@
1. Een kandidaat is voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid een vergoeding verschuldigd aan:
- a. indien [artikel 15, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2004-10-01&g=2004-10-01), van toepassing is: de protocolhouder, voor zover deze de kosten doorberekent;
- b. indien [artikel 15, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2004-10-01&g=2004-10-01), van toepassing is: de minister.
- a. indien [artikel 15, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2008-03-05&g=2008-03-05), van toepassing is: de protocolhouder, voor zover deze de kosten doorberekent;
- b. indien [artikel 15, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2008-03-05&g=2008-03-05), van toepassing is: de minister.
2. Het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op grondslag van [artikel 4 van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017236&artikel=4).
##### Artikel 17
De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid indien hij voor aanvang aan de examinator, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2004-10-01&g=2004-10-01), de volgende bescheiden overlegt:
De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid indien hij voor aanvang aan de examinator, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2008-03-05&g=2008-03-05), de volgende bescheiden overlegt:
- a. een wettig en geldig legitimatiebewijs; en
@@ -192,7 +184,7 @@
1. De kandidaat dan wel de opleidingsinstelling draagt zorg voor de beschikbaarheid van een luchtvaartuig of STD, voor zover van toepassing, voor het afleggen van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid.
2. Praktijkexamens en proeven van bekwaamheid voor een ATPL, CFEL of een multi-pilot type bevoegdverklaring worden uitgevoerd in een STD als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=13&z=2004-10-01&g=2004-10-01), tenzij er geen STD beschikbaar is die het voor een examenonderdeel vereiste niveau van kwalificatie heeft, dan wel er voor het desbetreffende type luchtvaartuig geen gekwalificeerde STD voorhanden is.
2. Praktijkexamens en proeven van bekwaamheid voor een ATPL, CFEL of een multi-pilot type bevoegdverklaring worden uitgevoerd in een STD als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=13&z=2008-03-05&g=2008-03-05), tenzij er geen STD beschikbaar is die het voor een examenonderdeel vereiste niveau van kwalificatie heeft, dan wel er voor het desbetreffende type luchtvaartuig geen gekwalificeerde STD voorhanden is.
3. De examenonderdelen die niet geëxamineerd kunnen worden in een STD, worden afgenomen in een luchtvaartuig van het desbetreffende type of de desbetreffende klasse.
@@ -200,103 +192,71 @@
1. Een praktijkexamen en een proeve van bekwaamheid bestaan uit examensecties. Examensecties zijn onderverdeeld in examenitems, die uitsluitend positief of negatief kunnen worden beoordeeld.
2. Voor de beoordeling van examenitems worden met betrekking tot vliegers van vliegtuigen en helikopters, alsmede met betrekking tot boordwerktuigkundigen, de volgende toleranties toegepast:
- a. voor ATPL(A) respectievelijk ATPL(H): de toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onderdelen 13 en 14, respectievelijk JAR-FCL 2.240 en 2.295, onderdelen 13 en 14;
- b. voor CFEL: de toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 4.240;
- c. voor CPL(A) respectievelijk CPL(H): de toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.170, onderdelen 12 en 13, respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 2.170, onderdelen 12 en 13;
- d. voor PPL(A) of RPL(A) respectievelijk PPL(H) of RPL(H): de toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.130 en 1.135, onderdelen 17 en 18, respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 2.130 en 2.135, onderdelen 17 en 18;
- e. voor IR(A) respectievelijk IR(H):de toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.210, onderdelen 12 en 13, respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 2.210, onderdelen 12 en 13;
- f. voor een type- of klassebevoegdverklaring (A) respectievelijk (H) respectievelijk (E): de toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onderdelen 13 en 14, respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, onderdelen 13 en 14 respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 4.240.
2. Het praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid voor ATPL, CPL(A) en CPL(H),MPL en PPL wordt afgenomen met inachtneming van [artikel 2 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010629&artikel=2) met dien verstande dat alle examensecties binnen ten hoogte 6 maanden worden behaald.
3. Onverminderd het tweede lid is bij het afnemen van het praktijkexamen [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2008-03-05&g=2008-03-05), behorende bij deze regeling van toepassing. Onze Minister kan van deze bijlage afwijken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren
##### Artikel 20
1. Bij het afnemen van een praktijkexamen wordt ten aanzien van de bewijzen van bevoegdheid uitgegaan van de volgende eisen en procedures, met dien verstande dat alle examensecties binnen ten hoogste 6 maanden worden behaald:
- a. voor ATPL(A) respectievelijk ATPL(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.295 en bijlage 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, 1 - 12, respectievelijk JAR-FCL 2.295 en bijlage 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, 1 - 12;
- b. voor CFEL: de eisen, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 4.240;
- c. voor CPL(A) respectievelijk CPL(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.170 en bijlage 1 bij JAR-FCL 1.170, 1 - 11 respectievelijk 2.170 en bijlage 1 bij JAR-FCL 2.170, 1 - 11;
- d. voor PPL(A) respectievelijk PPL(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.135 en bijlage 1 bij JAR-FCL 1.130 en 1.135, 6 - 16 respectievelijk JAR-FCL 2.135 en bijlage 1 bij JAR-FCL 2.130 en 2.135, 6 - 16;
1. Voor andere dan de in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=19&z=2008-03-05&g=2008-03-05) bedoelde praktijkexamens of proeven van bekwaamheid geldt dat:
- a. dat alle examensecties binnen ten hoogste 6 maanden worden behaald;
- b. voor CFEL de eisen, voorwaarden en toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 4.240 van toepassing zijn;
- c. voor RPL(A) respectievelijk RPL(H) de eisen en toleranties bedoeld in JAR-FCL 1.170 en bijlage 1 bij JAR-FCL 1.130 en 1.335, onderdelen 6 tot en met 18, respectievelijk JAR-FCL 2.125 en bijlage 1 bij JAR-FCL 2.130 en 2.135, onderdelen 6 tot en met 18 van toepassing zijn;
- d. voor een type- of klassebevoegdverklaring (A) respectievelijk (H) respectievelijk (E): de toleranties, bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onderdelen 13 en 14, respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, onderdelen 13 en 14 respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 4.240 van toepassing zijn;
- e. voor RPL(A), RPL(H) respectievelijk CPL(FB):
- 1°. de kandidaat heeft instructie gevolgd op dezelfde klasse vliegtuig, hetzelfde type helikopter respectievelijk dezelfde klasse vrije ballon als waarop het examen wordt afgelegd, wat betreft RPL(A) en RPL(H) in overeenstemming met de eisen gesteld aan opleidingsluchtvaartuigen in [bijlage 2 bij de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012923&bijlage=2),
- 2°. extra vlieg- respectievelijk vaarinstructie kan worden vereist nadat de kandidaat is afgewezen en wordt vereist indien de kandidaat niet in twee pogingen alle secties heeft behaald,
- 3°. de kandidaat mag een onbeperkt aantal examenpogingen doen,
- 4°. het praktijkexamen kan geheel, respectievelijk gedeeltelijk wat betreft de niet voltooide secties, opnieuw worden afgelegd indien het examen wordt afgebroken door de examinator,
- 5°. iedere manoeuvre of procedure van het examen mag door de kandidaat worden herhaald,
- 6°. de examinator kan het examen afbreken indien de vaardigheid, waarvan de kandidaat blijk geeft, een volledig nieuw examen vereist, en
- 7°. de examinator is niet betrokken bij de bediening van het luchtvaartuig tenzij diens tussenkomst noodzakelijk is in het belang van de veiligheid of teneinde vertraging van overig verkeer te voorkomen.
2. Onverminderd het eerste lid is bij het afnemen van het praktijkexamen [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2004-10-01&g=2004-10-01), behorende bij deze regeling van toepassing. Van [deze bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2004-10-01&g=2004-10-01) kan worden afgeweken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren.
- 1°. de kandidaat instructie heeft gevolgd op dezelfde klasse vliegtuig, hetzelfde type helikopter respectievelijk dezelfde klasse vrije ballon als waarop het examen wordt afgelegd, wat betreft RPL(A) en RPL(H) in overeenstemming met de eisen gesteld aan opleidingsluchtvaartuigen in [bijlage 2 bij de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012923&bijlage=2),
- 2°. extra vlieg- respectievelijk vaarinstructie kan worden geëist nadat de kandidaat is afgewezen en wordt geëist indien de kandidaat niet in twee pogingen alle secties heeft behaald,
- 3°. de kandidaat een onbeperkt aantal examenpogingen mag doen,
- 4°. het praktijkexamen geheel, respectievelijk gedeeltelijk wat betreft de niet voltooide secties, opnieuw kan worden afgelegd indien het examen wordt afgebroken door de examinator,
- 5°. iedere manoeuvre of procedure van het examen door de kandidaat mag worden herhaald,
- 6°. de examinator het examen kan afbreken indien de vaardigheid, waarvan de kandidaat blijk geeft, een volledig nieuw examen vereist, en
- 7°. de examinator niet betrokken is bij de bediening van het luchtvaartuig tenzij diens tussenkomst noodzakelijk is in het belang van de veiligheid of teneinde vertraging van overig verkeer te voorkomen.
2. Onverminderd het eerste lid is bij het afnemen van het praktijkexamen [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2008-03-05&g=2008-03-05), behorende bij deze regeling van toepassing. Van [deze bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2008-03-05&g=2008-03-05) kan worden afgeweken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren.
##### Artikel 21
1. Bij het afnemen van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid wordt, wat betreft de bevoegdverklaringen, uitgegaan van de volgende eisen en procedures, met dien verstande dat alle examensecties binnen ten hoogste 6 maanden worden behaald:
- a. voor IR(A) respectievelijk IR(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.210 en bijlage 1 bij JAR-FCL 1.210, 1 - 11, respectievelijk JAR-FCL 2.210 en bijlage 1 bij JAR-FCL 2.210, 1 - 11;
- b. voor type- en klassebevoegdverklaringen (A) respectievelijk (H) respectievelijk (E): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.262 en bijlage 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, 1 - 12, respectievelijk JAR-FCL 2.245, 2.262 en bijlage 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, 1-12, respectievelijk JAR-FCL 4.245, 4.262 en bijlage 1 bij JAR-FCL 4.240;
- c. voor FI(A) en IRI(A) respectievelijk FI(H) en IRI(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.345 en bijlage 1 en 2 bij JAR-FCL 1.330 en 1.345 respectievelijk JAR-FCL 2.345 en bijlage 1 bij JAR-FCL 2.330 en 2.345;
- d. voor CRI(A): de eisen bedoeld in bijlage 1 bij JAR-FCL 1.330 en 1.345, examensecties 1, 2, 3, 5 en 7, voor zover het betreft meermotorige vliegtuigen, en examensecties 1, 2, 3, 4 en 7, voor zover het betreft eenmotorige vliegtuigen;
- e. voor RFI(A) respectievelijk RFI(H): bijlage 1 bij JAR-FCL 1.330 respectievelijk bijlage 1 bij JAR-FCL 2.330, waarbij in plaats van FI, RFI moet worden gelezen en de onderdelen 7 en 8 van de bedoelde bijlage niet van toepassing zijn. Tijdens het praktijkexamen toont de aanvrager aan in staat te zijn een leerling-vlieger op te leiden voor een RPL, inclusief voor- en nabespreking van de vliegles en theorie;
- f. voor klassebevoegdverklaringen in het bewijs van bevoegdheid CPL(FB): de eisen bedoeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2004-10-01&g=2004-10-01), behorende bij deze regeling.
2. Onverminderd het eerste lid is bij het afnemen van het praktijkexamen [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2004-10-01&g=2004-10-01), behorende bij deze regeling van toepassing. Van [deze bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2004-10-01&g=2004-10-01) kan worden afgeweken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren.
1. Bij het afnemen van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid wordt, wat betreft de bevoegdverklaringen, uitgegaan van de volgende eisen en procedures, zoals gesteld in de bij Subdeel F JAR-FCL 1, 2 en 4 behorende bijlagen met betrekking tot praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid met dien verstande dat alle examensecties binnen ten hoogste 6 maanden behaald worden.
2. Onverminderd het eerste lid is bij het afnemen van het praktijkexamen [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2008-03-05&g=2008-03-05), behorende bij deze regeling van toepassing. Van [deze bijlage](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237&bijlage=2&z=2008-03-05&g=2008-03-05) kan worden afgeweken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren.
##### Artikel 22
1. De uitslag van een praktijkexamen wordt vastgesteld door de minister aan de hand van de gegevens die door de examinator, bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2004-10-01&g=2004-10-01), op het examenformulier zijn aangetekend.
2. Als uitslag van een praktijkexamen wordt vastgesteld:
- a. indien alle vereiste examensecties, zonodig na herhaling, positief beoordeeld zijn: geslaagd;
- b. indien de kandidaat voor ten hoogste één examensectie negatief is beoordeeld, en, indien het een praktijkexamen voor ATPL of een multi-pilot typebevoegdverklaring met uitzondering van CFEL betreft, voor ten hoogste vijf examenitems binnen een examensectie negatief is beoordeeld: gedeeltelijk geslaagd;
- c. indien de kandidaat, na gedeeltelijk geslaagd te zijn, opnieuw examen aflegt voor de niet behaalde sectie en wederom negatief wordt beoordeeld voor een sectie: afgewezen;
- d. in alle overige gevallen: afgewezen.
3. Een kandidaat wordt voor een examensectie negatief beoordeeld indien binnen die sectie een of meerdere examenitems negatief zijn beoordeeld.
4. Indien het resultaat van het praktijkexamen positief is beoordeeld als bedoeld in het tweede lid onder a behoudt dit resultaat gedurende zes maanden na het behalen daarvan zijn geldigheid.
5. De minister voorziet de kandidaat van een resultaatbrief met de uitslag van het praktijkexamen.
1. De uitslag van een praktijkexamen wordt vastgesteld door Onze Minister aan de hand van de gegevens die door de examinator, bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=15&z=2008-03-05&g=2008-03-05), op het examenformulier zijn aangetekend.
2. De uitslag van een praktijkexamen wordt bepaald volgens de eisen gesteld in Bijlage 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onder 3 en 4, Bijlage 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, onder 3 en 4, en Bijlage 1 bij 4.240.
3. Indien het resultaat van het praktijkexamen positief is beoordeeld behoudt dit resultaat gedurende zes maanden na het behalen daarvan zijn geldigheid.
4. Onze Minister voorziet de kandidaat van een resultaatbrief met de uitslag van het praktijkexamen.
##### Artikel 23
1. Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van een proeve van bekwaamheid is [artikel 22, behoudens het vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=22&z=2004-10-01&g=2004-10-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de examinator een proeve van bekwaamheid positief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier en tekent hij namens de minister de verlenging dan wel de hernieuwde afgifte aan op het document waarop bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zijn weergegeven.
1. Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van een proeve van bekwaamheid is [artikel 22, behoudens het vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=22&z=2008-03-05&g=2008-03-05), van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de examinator een proeve van bekwaamheid positief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier en tekent hij namens Onze Minister de verlenging dan wel de hernieuwde afgifte aan op het document waarop bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zijn weergegeven.
3. Indien de examinator een proeve van bekwaamheid negatief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier.
##### Artikel 24
Met betrekking tot het praktijkexamen RT zijn de [artikelen 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=3&z=2004-10-01&g=2004-10-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=2&artikel=4&z=2004-10-01&g=2004-10-01), [14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=14&z=2004-10-01&g=2004-10-01) en [22, tweede lid, onderdelen a en d, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=22&z=2004-10-01&g=2004-10-01), van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
##### Artikel 25
1. In afwijking van [artikel 14 tot en met 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=14&z=2004-10-01&g=2004-10-01) kan de kandidaat aantonen te voldoen aan de bedrevenheidseisen voor afgifte, verlenging of hernieuwde afgifte, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, door met goed gevolg een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid af te leggen, afgenomen door een examinator die in overeenstemming met de bepalingen van JAR-FCL is geautoriseerd door de bevoegde autoriteit van een staat, bedoeld in [artikel 1 van de Regeling aanwijzing JAA-landen 2003](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015115&artikel=1).
1. In afwijking van [artikel 14 tot en met 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=14&z=2008-03-05&g=2008-03-05) kan de kandidaat aantonen te voldoen aan de bedrevenheidseisen voor afgifte, verlenging of hernieuwde afgifte, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, door met goed gevolg een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid af te leggen, afgenomen door een examinator die in overeenstemming met de bepalingen van JAR-FCL is geautoriseerd door de bevoegde autoriteit van een staat, bedoeld in [artikel 1 van de Regeling aanwijzing JAA-landen 2003](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015115&artikel=1).
2. Het gestelde in het eerste lid geldt niet:
@@ -306,7 +266,7 @@
3. Een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid, wordt door de kandidaat afgelegd en door de examinator afgenomen in overeenstemming met de voor het relevante praktijkexamen of de relevante proeve van bekwaamheid op JAR-FCL gebaseerde in de desbetreffende staat geldende regels.
4. Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van zowel een praktijkexamen als een proeve van bekwaamheid is [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=22&z=2004-10-01&g=2004-10-01) van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van zowel een praktijkexamen als een proeve van bekwaamheid is [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=3&artikel=22&z=2008-03-05&g=2008-03-05) van overeenkomstige toepassing.
5. De uitslag wordt slechts vastgesteld na het overleggen aan de minister van een bewijs dat de examinator is toegedeeld in overeenstemming met de in de desbetreffende staat, bedoeld in het eerste en derde lid, geldende regels.
@@ -314,29 +274,29 @@
##### Artikel 26
1. Om de minister desgevraagd van advies te dienen en te ondersteunen wat betreft de theorie-examinering betreffende ATPL, CPL en IR respectievelijk PPL en RPL kan een Nationaal Expert Team ATPL/CPL/ IR en een Nationaal Expert Team CPL(FB)/PPL/RPL instellen.
2. Om de minister desgevraagd van advies te dienen en bij te staan wat betreft het standaardiseren en bewaken van de kwaliteit van de praktijkexamens kan de minister een Nationaal Expert Team-Praktijk instellen.
1. Om Onze Minister desgevraagd van advies te dienen en te ondersteunen wat betreft de theorie-examinering betreffende ATPL, CPL en IR respectievelijk PPL en RPL kan een Nationaal Expert Team ATPL/CPL/ IR en een Nationaal Expert Team CPL(FB)/PPL/RPL instellen.
2. Om Onze Minister desgevraagd van advies te dienen en bij te staan wat betreft het standaardiseren en bewaken van de kwaliteit van de praktijkexamens kan Onze Minister een Nationaal Expert Team-Praktijk instellen.
3. Het Nationaal Expert Team-Praktijk kan subcommissies, met de benaming standaardisatiecommissies instellen.
##### Artikel 27
1. Een Nationaal Expert Team bestaat uit een door de minister vast te stellen aantal leden, die door de minister worden benoemd voor een periode van ten hoogste 3 jaar. De leden kunnen telkens voor ten hoogste 3 jaar worden herbenoemd.
2. Leden van een Nationaal Expert Team als bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=4&artikel=26&z=2004-10-01&g=2004-10-01), kunnen worden benoemd uit de kring van deskundigen met betrekking tot de relevante theorie-examenvakken.
3. Leden van het Nationaal Expert Team-Praktijk als bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=4&artikel=26&z=2004-10-01&g=2004-10-01), kunnen worden benoemd uit de kring van examinatoren en senior-examinatoren, als bedoeld in de [Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017236).
4. De minister verleent tussentijds ontslag aan een lid van een Nationaal Expert Team:
1. Een Nationaal Expert Team bestaat uit een door Onze Minister vast te stellen aantal leden, die door Onze Minister worden benoemd voor een periode van ten hoogste 3 jaar. De leden kunnen telkens voor ten hoogste 3 jaar worden herbenoemd.
2. Leden van een Nationaal Expert Team als bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=4&artikel=26&z=2008-03-05&g=2008-03-05), kunnen worden benoemd uit de kring van deskundigen met betrekking tot de relevante theorie-examenvakken.
3. Leden van het Nationaal Expert Team-Praktijk als bedoeld in [artikel 26, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=4&artikel=26&z=2008-03-05&g=2008-03-05), kunnen worden benoemd uit de kring van examinatoren en senior-examinatoren, als bedoeld in de [Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017236).
4. Onze Minister verleent tussentijds ontslag aan een lid van een Nationaal Expert Team:
- a. op eigen verzoek, of
- b. wegens ongeschiktheid voor de functie,
5. Elk Nationaal Expert Team stelt een reglement vast ter nadere regeling van haar werkzaamheden. Het reglement behoeft de goedkeuring van de minister.
6. De leden van een Nationaal Expert Team als bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=4&artikel=26&z=2004-10-01&g=2004-10-01), houden de inhoud van theorie-examenvragen geheim.
5. Elk Nationaal Expert Team stelt een reglement vast ter nadere regeling van haar werkzaamheden. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
6. De leden van een Nationaal Expert Team als bedoeld in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017237¶graaf=4&artikel=26&z=2008-03-05&g=2008-03-05), houden de inhoud van theorie-examenvragen geheim.
##### Artikel 28
2004-10-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004 — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2004-10-01
Examenreglement voor luchtvarenden 2004
original version
Tekst op deze datum