Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 28 juni 2005, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 11, 20, 22, 32, 34 en 89, van de Zorgverzekeringswet (Besluit zorgverzekering)

64 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1
2025-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1
2024-09-14
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1

Wijzigingen op 2024-09-14

@@ -40,7 +40,7 @@
- h. **cluster van prestaties:** het cluster «variabele zorgkosten», het cluster «vaste zorgkosten», of het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg»;
- i. **variabele zorgkosten:** de variabele kosten van in het kader van medisch-specialistische zorg verleend verblijf, verpleging en verzorging, met uitzondering van verblijf gepaard gaande met zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters die plegen te bieden, alsmede de kosten van geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden, met uitzondering van zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters die plegen te bieden, kosten van zorg als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2024-01-01&g=2024-01-01), dit alles voor zover deze kosten onder de dekking van een zorgverzekering vallen en niet bij ministeriële regeling is bepaald dat deze als tot een ander cluster behorende kosten worden aangemerkt en de kosten van onder de dekking van een zorgverzekering vallende prestaties die niet als tot een ander cluster behorende kosten worden aangemerkt;
- i. **variabele zorgkosten:** de variabele kosten van in het kader van medisch-specialistische zorg verleend verblijf, verpleging en verzorging, met uitzondering van verblijf gepaard gaande met zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters die plegen te bieden, alsmede de kosten van geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden, met uitzondering van zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters die plegen te bieden, kosten van zorg als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2024-09-14&g=2024-09-14), dit alles voor zover deze kosten onder de dekking van een zorgverzekering vallen en niet bij ministeriële regeling is bepaald dat deze als tot een ander cluster behorende kosten worden aangemerkt en de kosten van onder de dekking van een zorgverzekering vallende prestaties die niet als tot een ander cluster behorende kosten worden aangemerkt;
- j. **vaste zorgkosten:** bij ministeriële regeling aangewezen kosten van zorg die voor verzekeraars niet te beïnvloeden zijn of door onvoldoende gegevens in het kader van de risicoverevening niet normeerbaar zijn, voor zover deze kosten onder de dekking van een zorgverzekering vallen;
@@ -48,7 +48,7 @@
- l. vervallen;
- m. **macro-deelbedrag:** een in de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor een cluster van prestaties genoemd bedrag dat ex ante over de zorgverzekeraars wordt verdeeld;
- m. **macro-deelbedrag:** een in de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2024-09-14&g=2024-09-14), voor een cluster van prestaties genoemd bedrag dat ex ante over de zorgverzekeraars wordt verdeeld;
- n. **deelbedrag:** een bedrag dat een zorgverzekeraar voor een cluster van prestaties ontvangt;
@@ -78,7 +78,7 @@
- aa. **nominale rekenpremie:** een bij de berekening van de vereveningsbijdrage in aanmerking te nemen bedrag, ter hoogte van de door Onze Minister geraamde premie die een zorgverzekeraar op jaarbasis bij een premieplichtige verzekerde voor verzekerde prestaties in rekening brengt;
- bb. **geraamde kosten:** de bij de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bepaalde macro-deelbedragen, vermeerderd of verminderd met na vaststelling van deze deelbedragen maar voor 1 januari van het vereveningsjaar geraamde, bij ministeriële regeling te bepalen kosten die het gevolg zijn van wijzigingen in de over het vereveningsjaar op grond van een zorgverzekering te verzekeren prestaties waarmee bij het opstellen van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 3.1, derde lid, nog geen rekening kon worden gehouden;
- bb. **geraamde kosten:** de bij de ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2024-09-14&g=2024-09-14), bepaalde macro-deelbedragen, vermeerderd of verminderd met na vaststelling van deze deelbedragen maar voor 1 januari van het vereveningsjaar geraamde, bij ministeriële regeling te bepalen kosten die het gevolg zijn van wijzigingen in de over het vereveningsjaar op grond van een zorgverzekering te verzekeren prestaties waarmee bij het opstellen van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 3.1, derde lid, nog geen rekening kon worden gehouden;
- cc. **nacalculatie:** bijstelling van het deelbedrag op basis van het verschil tussen gerealiseerde kosten en het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar, per onderscheiden cluster van prestaties;
@@ -98,7 +98,15 @@
- kk. **MVV:** meerjarig hoge kosten van verpleging en verzorging, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden op basis van de kosten van verpleging en verzorging, die zij in het verleden hebben genoten, worden ingedeeld in klassen van kosten van verpleging en verzorging;
- ll. **hogekostencompensatie:** verevening van een percentage van hoge kosten van verzekerden boven een bepaalde drempel.
- ll. **hogekostencompensatie:** verevening van een percentage van hoge kosten van verzekerden boven een bepaalde drempel;
- mm. **MFK:** meerjarige farmaciekosten, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van hun farmaciekosten in het verleden;
- nn. **HSM:** historische somatische morbiditeit, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van hun morbiditeit in het verleden;
- oo. **SEI:** seizoenarbeiders, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen waarbij seizoenarbeiders worden onderscheiden van overige verzekerden;
- pp. **IBZ:** indicatie bevallingen en zwangerschappen, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden die zwanger zijn in het vereveningsjaar worden onderscheiden van overige verzekerden.
### Hoofdstuk 2. De inhoud van de zorgverzekering
@@ -106,19 +114,19 @@
##### Artikel 2.1
1. De zorg en overige diensten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) omvatten de vormen van zorg of diensten die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), met uitzondering van vormen van zorg of diensten die voor de verzekerden kunnen worden bekostigd op grond van een wettelijk voorschrift.
1. De zorg en overige diensten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) omvatten de vormen van zorg of diensten die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14), met uitzondering van vormen van zorg of diensten die voor de verzekerden kunnen worden bekostigd op grond van een wettelijk voorschrift.
2. De inhoud en omvang van de vormen van zorg of diensten worden mede bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en, bij ontbreken van een zodanige maatstaf, door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.
3. Onverminderd hetgeen is bepaald in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.
3. Onverminderd hetgeen is bepaald in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14), heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.
4. Onder de zorg en overige diensten, bedoeld in het eerste lid, valt niet forensische zorg als bedoeld in [artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=1.1) of forensische zorg als aangemerkt in of krachtens een algemene maatregel van bestuur.
5. In afwijking van het tweede lid vallen onder de zorg en overige diensten, bedoeld in de [artikelen 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.8&z=2024-01-01&g=2024-01-01) of [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.9&z=2024-01-01&g=2024-01-01), ook de zorg en diensten die bij ministeriële regeling zijn aangewezen onder de daarbij geregelde voorwaarden en gedurende een daarbij aan te geven termijn van maximaal veertien jaar, voor zover er sprake is van verantwoorde zorg en diensten.
5. In afwijking van het tweede lid vallen onder de zorg en overige diensten, bedoeld in de [artikelen 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-09-14), [2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.8&z=2024-09-14&g=2024-09-14) of [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.9&z=2024-09-14&g=2024-09-14), ook de zorg en diensten die bij ministeriële regeling zijn aangewezen onder de daarbij geregelde voorwaarden en gedurende een daarbij aan te geven termijn van maximaal veertien jaar, voor zover er sprake is van verantwoorde zorg en diensten.
##### Artikel 2.2
1. De vergoeding van kosten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11), omvat de kosten die de verzekerde heeft gemaakt voor zorg of overige diensten zoals die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
1. De vergoeding van kosten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11), omvat de kosten die de verzekerde heeft gemaakt voor zorg of overige diensten zoals die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14).
2. Bij het bepalen van de vergoeding worden in mindering gebracht:
@@ -132,11 +140,11 @@
2. Het eerste lid geldt slechts indien de zorgverzekeraar waarbij de verzekerde zijn zorgverzekering heeft, zijn verplichtingen die in geval van terroristische handelingen uit de zorgverzekering voortvloeien, heeft herverzekerd bij de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V.
3. Indien na een terroristische handeling op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.23&z=2024-01-01&g=2024-01-01) van dit besluit een aanvullende bijdrage ter beschikking wordt gesteld, heeft de verzekerde in aanvulling op de prestaties, bedoeld in het eerste lid, recht op prestaties van een bij de regeling, bedoeld in [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.23&z=2024-01-01&g=2024-01-01) van dit besluit, te bepalen omvang.
3. Indien na een terroristische handeling op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.23&z=2024-09-14&g=2024-09-14) van dit besluit een aanvullende bijdrage ter beschikking wordt gesteld, heeft de verzekerde in aanvulling op de prestaties, bedoeld in het eerste lid, recht op prestaties van een bij de regeling, bedoeld in [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.23&z=2024-09-14&g=2024-09-14) van dit besluit, te bepalen omvang.
##### Artikel 2.4
1. Geneeskundige zorg omvat zorg zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden, zintuiglijk gehandicaptenzorg als bedoeld in [artikel 2.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), zorg bij stoppen-met-rokenprogramma als bedoeld in [artikel 2.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5b&z=2024-01-01&g=2024-01-01), geriatrische revalidatie als bedoeld in [artikel 2.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5c&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en paramedische zorg als bedoeld in [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), met dien verstande dat:
1. Geneeskundige zorg omvat zorg zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden, zintuiglijk gehandicaptenzorg als bedoeld in [artikel 2.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5a&z=2024-09-14&g=2024-09-14), zorg bij stoppen-met-rokenprogramma als bedoeld in [artikel 2.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5b&z=2024-09-14&g=2024-09-14), geriatrische revalidatie als bedoeld in [artikel 2.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5c&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en paramedische zorg als bedoeld in [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-09-14), met dien verstande dat:
- a. de zorg niet omvat:
@@ -168,7 +176,7 @@
##### Artikel 2.5
1. De geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), omvat tevens vergoeding van de kosten van:
1. De geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14), omvat tevens vergoeding van de kosten van:
- a. specialistisch geneeskundige zorg in verband met de selectie van de donor;
@@ -188,7 +196,7 @@
1. Paramedische zorg omvat fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëtetiek.
2. Fysiotherapie of oefentherapie omvat zorg zoals fysiotherapeuten en oefentherapeuten die plegen te bieden ter behandeling van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&bijlage=1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) aangegeven aandoeningen, voor zover de daarbij aangegeven termijn niet is overschreden. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar en ouder niet de eerste twintig behandelingen.
2. Fysiotherapie of oefentherapie omvat zorg zoals fysiotherapeuten en oefentherapeuten die plegen te bieden ter behandeling van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&bijlage=1&z=2024-09-14&g=2024-09-14) aangegeven aandoeningen, voor zover de daarbij aangegeven termijn niet is overschreden. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar en ouder niet de eerste twintig behandelingen.
3. Fysiotherapie omvat tevens bekkenfysiotherapie in verband met urine-incontinentie. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar of ouder ten hoogste negen behandelingen.
@@ -328,11 +336,11 @@
Verpleging en verzorging omvat zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden, waarbij die zorg:
- a. verband houdt met de behoefte aan de geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of een hoog risico daarop,
- b. niet gepaard gaat met verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en
- c. geen kraamzorg als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01) betreft.
- a. verband houdt met de behoefte aan de geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14), of een hoog risico daarop,
- b. niet gepaard gaat met verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en
- c. geen kraamzorg als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14) betreft.
##### Artikel 2.11
@@ -340,7 +348,7 @@
##### Artikel 2.12
1. Verblijf omvat verblijf gedurende een onafgebroken periode van ten hoogste 1.095 dagen, dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of in verband met chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard als bedoeld in [artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.7&z=2024-01-01&g=2024-01-01), al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
1. Verblijf omvat verblijf gedurende een onafgebroken periode van ten hoogste 1.095 dagen, dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14), of in verband met chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard als bedoeld in [artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.7&z=2024-09-14&g=2024-09-14), al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
2. Een onderbreking van ten hoogste dertig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1.095 dagen.
@@ -370,7 +378,7 @@
##### Artikel 2.14
1. Het vervoer omvat tevens ziekenvervoer per auto, anders dan per motorvoertuig als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=1), dan wel uit vervoer in de laagste klasse van een openbaar middel van vervoer van en naar een persoon of instelling als bedoeld in [artikel 2.13, eerste lid, onderdelen a, b of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of een woning als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, onderdeel e, over een enkele reisafstand van maximaal 200 kilometer voor zover:
1. Het vervoer omvat tevens ziekenvervoer per auto, anders dan per motorvoertuig als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=1), dan wel uit vervoer in de laagste klasse van een openbaar middel van vervoer van en naar een persoon of instelling als bedoeld in [artikel 2.13, eerste lid, onderdelen a, b of d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.13&z=2024-09-14&g=2024-09-14), of een woning als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, onderdeel e, over een enkele reisafstand van maximaal 200 kilometer voor zover:
- a. de verzekerde nierdialyses moet ondergaan;
@@ -382,7 +390,7 @@
- e. de verzekerde jonger is dan achttien jaar en vanwege complexe somatische problematiek of vanwege een lichamelijke handicap is aangewezen op verpleging en verzorging, waarbij sprake is van de behoefte aan permanent toezicht of aan de beschikbaarheid van vierentwintig uur per dag van zorg in de nabijheid;
- f. de verzekerde is aangewezen op geriatrische revalidatie als bedoeld in [artikel 2.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5c&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- f. de verzekerde is aangewezen op geriatrische revalidatie als bedoeld in [artikel 2.5c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5c&z=2024-09-14&g=2024-09-14);
- g. de verzekerde is aangewezen op dagbehandeling die in een groep wordt verleend en die onderdeel is van een zorgprogramma bij chronisch progressieve degeneratieve aandoeningen, niet-aangeboren hersenletsel of in verband met een verstandelijke beperking.
@@ -422,11 +430,11 @@
- e. gecombineerde leefstijlinterventie,
- f. de zorg waarop ingevolge dit hoofdstuk aanspraak bestaat aan de donor nadat de periode, bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is verstreken, voor zover die zorg verband houdt met de opneming, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel d,
- g. vervoer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en
- h. verpleging en verzorging als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
- f. de zorg waarop ingevolge dit hoofdstuk aanspraak bestaat aan de donor nadat de periode, bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5&z=2024-09-14&g=2024-09-14), is verstreken, voor zover die zorg verband houdt met de opneming, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel d,
- g. vervoer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.5&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en
- h. verpleging en verzorging als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2024-09-14&g=2024-09-14).
2. De zorgverzekeraar kan bepalen dat kosten van het gebruik van zorg en overige diensten als bedoeld in [artikel 11 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) geheel of gedeeltelijk buiten het verplicht eigen risico vallen, indien:
@@ -484,23 +492,25 @@
##### Artikel 3.3
Het Zorginstituut verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) genoemde macro-deelbedragen op de bij en krachtens de [artikelen 3.4 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01) bepaalde wijze in deelbedragen.
Het Zorginstituut verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2024-09-14&g=2024-09-14) genoemde macro-deelbedragen op de bij en krachtens de [artikelen 3.4 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14) bepaalde wijze in deelbedragen.
##### Artikel 3.4
1. Het Zorginstituut verdeelt het macro-deelbedrag variabele zorgkosten aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar, verdeeld naar leeftijd en geslacht, HKG’s, FKG’s, DKG’s, AVI, SES, MHK, regio, PPA, FDG en MVV.
1. Het Zorginstituut verdeelt het macro-deelbedrag variabele zorgkosten aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar, verdeeld naar leeftijd en geslacht, HKG’s, FKG’s, DKG’s, AVI, SES, MHK, regio, PPA, FDG, MVV, IBZ, HSM en SEI.
2. Onze Minister kent aan alle klassen van de genoemde criteria gewichten toe.
3. De klassen, bedoeld in het eerste lid, en de gewichten, bedoeld in het tweede lid, worden jaarlijks bij ministeriële regeling bepaald.
4. In afwijking van het eerste lid verdeelt het Zorginstituut voor het vereveningsjaar 2023 het macro-deelbedrag variabele zorgkosten voor het vereveningsjaar 2023 aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar, verdeeld naar leeftijd en geslacht, HKG’s, FKG’s, DKG’s, AVI, SES, MHK, regio, PPA, FDG, MVV, MFK, HSM en SEI.
##### Artikel 3.5
Het Zorginstituut verdeelt het macro-deelbedrag vaste zorgkosten over de zorgverzekeraars aan de hand van de geraamde verzekerdenaantallen voor het betreffende vereveningsjaar.
##### Artikel 3.6
1. Het Zorginstituut verdeelt het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar, verdeeld naar leeftijd en geslacht, DKG’s psychische aandoeningen, FKG’s psychische aandoeningen, AVI, SES, PPA, GGZ-regio en GGZ-MHK.
1. Het Zorginstituut verdeelt het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar, verdeeld naar leeftijd en geslacht, DKG’s psychische aandoeningen, FKG’s psychische aandoeningen, AVI, SES, PPA, GGZ-regio, GGZ-MHK en SEI.
2. Onze Minister kent aan alle klassen van de genoemde criteria gewichten toe.
@@ -514,39 +524,41 @@
##### Artikel 3.8
1. In afwijking van de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01) worden verzekerden die in het buitenland wonen:
- a. ingedeeld in de klassen «Geen FKG», «Geen FKG psychische aandoeningen», «Geen HKG», «Geen DKG», «Geen DKG psychische aandoeningen», «Geen FDG»;
- b. niet ingedeeld bij de criteria regio, GGZ-regio, SES en PPA.
1. In afwijking van de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2024-09-14&g=2024-09-14) worden verzekerden die in het buitenland wonen:
- a. ingedeeld in de klassen «Geen FKG», «Geen FKG psychische aandoeningen», «Geen HKG», «Geen DKG», «Geen DKG psychische aandoeningen», «Geen FDG», «Geen HSM»;
- b. niet ingedeeld bij de criteria regio, GGZ-regio, SES en PPA;
- c. voor het vereveningsjaar 2023 ingedeeld in de klasse «Geen MFK».
2. De bij de klassen, bedoeld in het eerste lid, behorende gewichten voor de verzekerden, bedoeld in het eerste lid, worden op bij ministeriële regeling bepaalde wijze door het Zorginstituut vastgesteld.
##### Artikel 3.9
Het Zorginstituut sommeert de ingevolge de [artikelen 3.3 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01) aan een zorgverzekeraar toegerekende deelbedragen tot één normatief bedrag per zorgverzekeraar.
Het Zorginstituut sommeert de ingevolge de [artikelen 3.3 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2024-09-14&g=2024-09-14) aan een zorgverzekeraar toegerekende deelbedragen tot één normatief bedrag per zorgverzekeraar.
##### Artikel 3.10
1. Het Zorginstituut brengt vervolgens op het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in mindering de voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico.
1. Het Zorginstituut brengt vervolgens op het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-09-14&g=2024-09-14), in mindering de voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico.
2. De raming van de opbrengst van de nominale rekenpremie en van het verplicht eigen risico vindt plaats op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. Het Zorginstituut kent aan de zorgverzekeraar een vereveningsbijdrage toe ter hoogte van de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid.
4. Het Zorginstituut deelt aan de zorgverzekeraar het berekende normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de toegekende vereveningsbijdrage, bedoeld in het derde lid, mee en geeft hierbij aan welke bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij de toekenning van de vereveningsbijdrage zijn betrokken.
4. Het Zorginstituut deelt aan de zorgverzekeraar het berekende normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de toegekende vereveningsbijdrage, bedoeld in het derde lid, mee en geeft hierbij aan welke bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij de toekenning van de vereveningsbijdrage zijn betrokken.
##### Artikel 3.11
1. Na het vereveningsjaar herberekent het Zorginstituut de deelbedragen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), op de bij en krachtens dit artikel en de [artikelen 3.12 tot en met 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en voor wat betreft de vereveningsjaren 2021 en 2022 de artikelen 3.12 tot en met 3.14 en [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.16&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bepaalde wijze.
2. Met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens de [artikelen 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.14&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.15&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bepaalt het Zorginstituut de over het vereveningsjaar gerealiseerde kosten per cluster van prestaties voor alle zorgverzekeraars tezamen.
1. Na het vereveningsjaar herberekent het Zorginstituut de deelbedragen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2024-09-14&g=2024-09-14), op de bij en krachtens dit artikel en de [artikelen 3.12 tot en met 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.16&z=2024-09-14&g=2024-09-14) bepaalde wijze. Voor wat betreft het vereveningsjaar 2023 herberekent het Zorginstituut de deelbedragen, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6, op de bij en krachtens dit artikel en de artikelen 3.12 tot en met 3.14, 3.16 en [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.17&z=2024-09-14&g=2024-09-14) bepaalde wijze.
2. Met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens de [artikelen 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2024-09-14&g=2024-09-14), [3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.14&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [3.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.15&z=2024-09-14&g=2024-09-14), bepaalt het Zorginstituut de over het vereveningsjaar gerealiseerde kosten per cluster van prestaties voor alle zorgverzekeraars tezamen.
3. Tot de gerealiseerde kosten behoren niet:
- a. kosten ten gevolge van een catastrofe als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33), in het catastrofejaar, bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b van de wet en het daaropvolgende kalenderjaar, anders dan toeslagen voor onderdekking van doorlopende kosten als gevolg van die catastrofe;
- b. kosten waarvoor bijdragen als bedoeld in [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.23&z=2024-01-01&g=2024-01-01) zijn verstrekt;
- b. kosten waarvoor bijdragen als bedoeld in [artikel 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.23&z=2024-09-14&g=2024-09-14) zijn verstrekt;
- c. de als zodanig bij ministeriële regeling aangewezen voor rekening van de verzekerden gekomen kosten; en
@@ -554,21 +566,21 @@
4. Het Zorginstituut corrigeert de geraamde kosten per cluster van prestaties voor het werkelijke aantal verzekerden in het vereveningsjaar, hun werkelijke verzekerdenkenmerken en de krachtens het vijfde lid bepaalde gewichten.
5. Bij ministeriële regeling worden ten behoeve van de herberekening, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld over de wijze van vaststelling van de werkelijke verzekerdenkenmerken, bedoeld in het vierde lid en de bepaling van gewichten die worden toegekend aan klassen van de in [paragraaf 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&z=2024-01-01&g=2024-01-01) van dit hoofdstuk genoemde criteria.
5. Bij ministeriële regeling worden ten behoeve van de herberekening, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld over de wijze van vaststelling van de werkelijke verzekerdenkenmerken, bedoeld in het vierde lid en de bepaling van gewichten die worden toegekend aan klassen van de in [paragraaf 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&z=2024-09-14&g=2024-09-14) van dit hoofdstuk genoemde criteria.
6. Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke mate een verzekerde die niet gedurende het gehele vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd is of die gedurende het vereveningsjaar bij meerdere zorgverzekeraars tegelijk verzekerd is, voor de vaststelling van de vereveningsbijdrage meetelt.
##### Artikel 3.12
1. Ten behoeve van de herberekening, bedoeld in [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01):
- a. corrigeert het Zorginstituut de deelbedragen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor het werkelijke aantal verzekerden van de zorgverzekeraar, hun werkelijke verzekerdenkenmerken en de gewichten toegekend aan klassen van toepasselijke criteria, en
- b. vermenigvuldigt het Zorginstituut vervolgens ieder gecorrigeerd deelbedrag met een factor gelijk aan het quotiënt van de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, van het bij het deelbedrag behorende cluster van prestaties.
1. Ten behoeve van de herberekening, bedoeld in [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14):
- a. corrigeert het Zorginstituut de deelbedragen, bedoeld in de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2024-09-14&g=2024-09-14), voor het werkelijke aantal verzekerden van de zorgverzekeraar, hun werkelijke verzekerdenkenmerken en de gewichten toegekend aan klassen van toepasselijke criteria, en
- b. vermenigvuldigt het Zorginstituut vervolgens ieder gecorrigeerd deelbedrag met een factor gelijk aan het quotiënt van de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, van het bij het deelbedrag behorende cluster van prestaties.
2. Het Zorginstituut vermindert ieder op grond van het eerste lid voor een zorgverzekeraar berekend deelbedrag met een bedrag dat het als volgt berekent:
- a. het Zorginstituut berekent het verschil tussen de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, voor het met het deelbedrag overeenkomende cluster van prestaties;
- a. het Zorginstituut berekent het verschil tussen de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, voor het met het deelbedrag overeenkomende cluster van prestaties;
- b. het Zorginstituut deelt de onder a verkregen uitkomst door het totaal aantal in het vereveningsjaar ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is;
@@ -576,7 +588,7 @@
3. Het Zorginstituut vermindert voor de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het vereveningsjaar 2021, in afwijking van het tweede lid, ieder op grond van het eerste lid voor een zorgverzekeraar berekend deelbedrag met een bedrag dat het als volgt berekent:
- a. het Zorginstituut berekent het verschil tussen de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, over het vereveningsjaar 2021, voor het met het deelbedrag overeenkomende cluster van prestaties;
- a. het Zorginstituut berekent het verschil tussen de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, over het vereveningsjaar 2021, voor het met het deelbedrag overeenkomende cluster van prestaties;
- b. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder a verkregen uitkomst met 0,15;
@@ -586,7 +598,7 @@
4. Het Zorginstituut vermindert voor de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het vereveningsjaar 2022, in afwijking van het tweede lid, het op grond van het eerste lid voor een zorgverzekeraar berekend deelbedrag variabele zorgkosten met een bedrag dat het als volgt berekent:
- a. het Zorginstituut berekent het verschil tussen de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, over het vereveningsjaar 2022, voor het met het deelbedrag overeenkomende cluster van prestaties;
- a. het Zorginstituut berekent het verschil tussen de gerealiseerde kosten, bedoeld in [artikel 3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de gecorrigeerde geraamde kosten, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, over het vereveningsjaar 2022, voor het met het deelbedrag overeenkomende cluster van prestaties;
- b. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder a verkregen uitkomst met 0,30;
@@ -616,35 +628,1201 @@
##### Artikel 3.16
Indien voor een zorgverzekeraar het verschil tussen enerzijds het na toepassing van [artikel 3.12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12a&z=2024-01-01&g=2024-01-01) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg», en anderzijds de gerealiseerde kosten voor dat cluster, gedeeld door het aantal bij hem in het vereveningsjaar ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is, meer dan € 10 afwijkt van het gemiddelde marktresultaat voor dat cluster, vermindert het Zorginstituut het buiten de bedoelde bandbreedte liggende deel van die afwijking met 90 procent.
Indien voor een zorgverzekeraar voor het vereveningsjaar 2023 of 2024 het verschil tussen enerzijds het na toepassing van [artikel 3.12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12a&z=2024-09-14&g=2024-09-14) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg», en anderzijds de gerealiseerde kosten voor dat cluster, gedeeld door het aantal bij hem in het vereveningsjaar ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is, meer dan € 10 afwijkt van het gemiddelde marktresultaat voor dat cluster, vermindert het Zorginstituut het buiten de bedoelde bandbreedte liggende deel van die afwijking met 90 procent.
##### Artikel 3.17
1. Voor het vereveningsjaar 2023 stelt het Zorginstituut per modelovereenkomst het deel van het voor een zorgverzekeraar na toepassing van [artikel 3.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14), resulterende deelbedrag vast voor het cluster «variabele zorgkosten» dat op die modelovereenkomst betrekking heeft.
2. Het Zorginstituut bepaalt vervolgens per modelovereenkomst de gerealiseerde kosten voor het cluster «variabele zorgkosten».
3. Het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen het op grond van het eerste lid bepaalde bedrag en het op grond van het tweede lid bepaalde bedrag en deelt dit verschil door het aantal bij die modelovereenkomst in het vereveningsjaar ingeschreven verzekerden waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
4. Indien het resultaat van het derde lid voor een modelovereenkomst meer dan € 50 of minder dan minus € 50 bedraagt, vermenigvuldigt het Zorginstituut 75 procent van het buiten die bandbreedte liggende deel van het resultaat met het aantal bij die modelovereenkomst ingeschreven verzekerden waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
5. Het Zorginstituut sommeert het resultaat van het vierde lid over alle modelovereenkomsten van alle zorgverzekeraars en deelt deze som door het totaal aantal verzekerden van achttien jaar of ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
6. Het Zorginstituut vermenigvuldigt per modelovereenkomst het resultaat van het vijfde lid met het aantal bij die modelovereenkomst ingeschreven verzekerden van achttien jaar of ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
7. Het Zorginstituut stelt per modelovereenkomst het deel van het voor een zorgverzekeraar na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) resulterende deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» dat op die modelovereenkomst betrekking heeft vast. Het Zorginstituut vermindert dit deelbedrag per modelovereenkomst met het verschil tussen het resultaat van het vierde lid en het resultaat van het zesde lid.
8. Het Zorginstituut sommeert voor de bepaling van het deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» voor een zorgverzekeraar het resultaat van het zevende lid van alle modelovereenkomsten van die zorgverzekeraar.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
##### Artikel 4.1
Bij de inwerkingtreding van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) kunnen voor een zorgverzekeraar die als nieuwe rechtspersoon de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) uitvoert de gegevens van zijn rechtsvoorganger worden aangemerkt als historische gegevens.
##### Artikel 4.2
De rijksbelastingdienst verstrekt aan de zorgverzekeraar op een verzoek als bedoeld in [artikel 89, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=89) het persoonsgegeven dat een persoon als niet-ingezetene aan de loonbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid dan wel als niet-ingezetene aan de inkomstenbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland verrichte beroepswerkzaamheden anders dan in dienstbetrekking.
##### Artikel 4.3
Vervallen
##### Artikel 4.4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zorgverzekering.
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.18
Het Zorginstituut sommeert de herberekende deelbedragen, bedoeld in [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14), voor de clusters «variabele zorgkosten» en «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» en het op grond van [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.15&z=2024-09-14&g=2024-09-14) berekende nieuwe deelbedrag tot één normatief bedrag per zorgverzekeraar.
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.16a
De verzekerde van achttien jaar of ouder betaalt een eigen bijdrage voor mondzorg, bedoeld in [artikel 2.7, eerste en vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.7&z=2024-09-14&g=2024-09-14).
#### § 2. Het eigen risico
#### § 1a. Het Zvw-pgb
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1b. De eigen bijdragen
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het vrijwillig eigen risico
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3a.1
Vervallen
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
##### Artikel 4.1
Bij de inwerkingtreding van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) kunnen voor een zorgverzekeraar die als nieuwe rechtspersoon de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) uitvoert de gegevens van zijn rechtsvoorganger worden aangemerkt als historische gegevens.
##### Artikel 4.2
De rijksbelastingdienst verstrekt aan de zorgverzekeraar op een verzoek als bedoeld in [artikel 89, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=89) het persoonsgegeven dat een persoon als niet-ingezetene aan de loonbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid dan wel als niet-ingezetene aan de inkomstenbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland verrichte beroepswerkzaamheden anders dan in dienstbetrekking.
##### Artikel 4.3
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.5a
Zintuiglijk gehandicaptenzorg omvat multidisciplinaire zorg in verband met een visuele beperking, een auditieve beperking, of een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis, gericht op het leren omgaan met, het opheffen of het compenseren van de beperking, met als doel de verzekerde zo zelfstandig mogelijk te kunnen laten functioneren.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.2
Het College zorgverzekeringen verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-12-23&g=2008-09-24) genoemde macro-deelbedragen elk volgens de [artikelen 3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-12-23&g=2008-09-24) in deelbedragen voor iedere zorgverzekeraar.
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
##### Artikel 3.8
1. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, aard van het inkomen en regio.
2. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34) vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-12-23&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, en regio.
3. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), herberekent het College zorgverzekeringen het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar. Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening van het normatieve bedrag op de ingevolge dit besluit voor de onderscheiden deelbedragen relevante gegevens over het betreffende jaar. Indien zulks naar zijn oordeel is aangewezen, kan het College zorgverzekeringen in afwijking van de tweede volzin bepalen dat voor door hem aan te geven herberekeningen niet wordt uitgegaan van de resultaten in het betreffende jaar maar van de resultaten in een daaraan al dan niet onmiddellijk voorafgaand jaar.
4. Het College zorgverzekeringen deelt de vergoede kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp verleend door instellingen in het buitenland, overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, onderscheidenlijk aan de vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Indien uit de specificatie van de kosten van in het buitenland verleende hulp niet blijkt om welke soort prestatie het gaat, deelt het College zorgverzekeringen de vergoede kosten overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de kosten voor overige prestaties, variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
##### Artikel 3.9
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, kosten aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
2. Het College zorgverzekeringen merkt de declaraties van specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
3. Het College zorgverzekeringen past op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze hogekostencompensatie toe.
4. Na toepassing van het derde lid past het College zorgverzekeringen in een bij ministeriële regeling te bepalen mate generieke verevening toe.
5. Het College zorgverzekeringen calculeert ten slotte in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, en het resultaat na toepassing van het vierde lid.
##### Artikel 3.10
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, die kosten aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
2. Het College zorgverzekeringen calculeert in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging vastgesteld ingevolge het eerste lid en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging in het betreffende jaar.
##### Artikel 3.19
1. Het Zorginstituut brengt vervolgens op het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-09-14&g=2024-09-14), in mindering de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico.
2. De berekening van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico, vindt plaats op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. De berekening van de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico over het vereveningsjaar 2021, vindt, in afwijking van het tweede lid, op de volgende wijze plaats:
- a. het Zorginstituut vermenigvuldigt de uitkomst voor het verplicht eigen risico van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraar over het vereveningsjaar 2021, met het quotiënt van de gesommeerde door de zorgverzekeraars gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- b. het Zorginstituut vermindert de onder a verkregen uitkomst met een bedrag dat het als volgt berekent:
- 1°. het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen de gesommeerde door de zorgverzekeraars over het vereveningsjaar 2021 gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- 2°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 1° verkregen uitkomst met 0,15;
- 3°. het Zorginstituut deelt de onder 2° verkregen uitkomst door het totale aantal in het vereveningsjaar 2021 ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is;
- 4°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 3° verkregen uitkomst met het aantal in het vereveningsjaar 2021 bij die verzekeraar ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder, waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
4. De berekening van de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico over het vereveningsjaar 2022, vindt, in afwijking van het tweede lid, op de volgende wijze plaats:
- a. het Zorginstituut vermenigvuldigt de uitkomst voor het verplicht eigen risico van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraar over het vereveningsjaar 2022, met het quotiënt van de gesommeerde door de zorgverzekeraars gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- b. het Zorginstituut vermindert de onder a verkregen uitkomst met een bedrag dat het als volgt berekent:
- 1°. het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen de gesommeerde door de zorgverzekeraars over het vereveningsjaar 2022 gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- 2°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 1° verkregen uitkomst met 0,30;
- 3°. het Zorginstituut deelt de onder 2° verkregen uitkomst door het totale aantal in het vereveningsjaar 2022 ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is;
- 4°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 3° verkregen uitkomst met het aantal in het vereveningsjaar 2022 bij die verzekeraar ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder, waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
5. Het Zorginstituut laat de gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico ten gevolge van een catastrofe als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) over het vereveningsjaar 2021, buiten beschouwing.
6. Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage vast op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid.
7. Het Zorginstituut deelt aan de zorgverzekeraar het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de vastgestelde vereveningsbijdrage, bedoeld in het zesde lid, mee en geeft hierbij aan welke bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage zijn betrokken.
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.14
1. Waar het College zorgverzekeringen bij de berekening en de vaststelling van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het College zorgverzekeringen bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
##### Artikel 3.20
1. Het Zorginstituut kan het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-09-14&g=2024-09-14), ten behoeve van een zorgverzekeraar voorlopig vaststellen.
2. Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in het eerste lid de nacalculatie, bedoeld in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.15&z=2024-09-14&g=2024-09-14), achterwege laten.
3. Het Zorginstituut past bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in het eerste lid indien dat instituut de hogekostencompensatie, bedoeld in [artikel 3.12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12a&z=2024-09-14&g=2024-09-14), achterwege heeft gelaten, in afwijking van [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.16&z=2024-09-14&g=2024-09-14), dat artikel toe op het verschil tussen enerzijds het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg», en anderzijds de gerealiseerde kosten voor dat cluster.
4. [Artikel 3.19, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-09-14&g=2024-09-14), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 3.21
1. Waar het Zorginstituut bij de berekening van het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-09-14&g=2024-09-14) of [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-09-14&g=2024-09-14), ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het Zorginstituut bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2016-10-06&g=2016-10-06)
##### Artikel 3.15
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een vast bedrag maal het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar op peilmoment 1 juli van het betreffende jaar.
3. De hoogte van het vaste bedrag per verzekerde jonger dan 18 jaar wordt jaarlijks bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.16
1. In aanvulling op de bijdrage bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen uitkeringen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een nationale ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de bijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het College zorgverzekeringen de uitkering, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, geregeld.
##### Artikel 3.17
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), wordt verlaagd met de specifiek voor de verzekeraar geraamde betaling van het verplicht eigen risico en dat het College zorgverzekeringen bij het in mindering brengen van de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie op het berekende normatieve bedrag niet verlaagt met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico.
##### Artikel 3.18
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.22
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-09-14&g=2024-09-14), verstrekt het Zorginstituut een uitkering in verband met uitvoeringskosten voor verzekerden jonger dan achttien jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, vermenigvuldigd met het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar op 1 juli van het jaar waarop de vereveningsbijdrage betrekking heeft.
##### Artikel 3.23
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-09-14&g=2024-09-14), kan het Zorginstituut een bijdrage verstrekken in verband met een substantieel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen bijdragen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het Zorginstituut de bijdrage, bedoeld in het eerste lid vaststelt, geregeld.
##### Artikel 3.24
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen, bedoeld in [artikel 34, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), voor zover het de vaststelling betreft van de bijdragen die het Zorginstituut op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) heeft toegekend.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2009-01-01&g=2009-01-01)
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-12-23).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-12-23), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3b.1
Als vormen van zorg als bedoeld in [artikel 122a, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=122a) worden aangewezen:
- a. genderbehandelingen;
- b. in-vitrofertilisatiebehandelingen.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2009-01-01&g=2009-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2009-01-01&g=2009-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3a.2
Vervallen
##### Artikel 4.4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zorgverzekering.
##### Artikel 3a.3
Vervallen
##### Artikel 3a.4
Vervallen
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08), betreffen:
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-02-17&g=2009-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-02-17&g=2009-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
@@ -754,17 +1932,27 @@
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.18
Het Zorginstituut sommeert de herberekende deelbedragen, bedoeld in [artikel 3.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor de clusters «variabele zorgkosten» en «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» en het op grond van [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.15&z=2024-01-01&g=2024-01-01) berekende nieuwe deelbedrag tot één normatief bedrag per zorgverzekeraar.
##### Artikel 2.5b
1. Zorg bij stoppen-met-rokenprogramma omvat geneeskundige en farmacotherapeutische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering met als doel te stoppen met roken.
2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, omvat het één keer per kalenderjaar volgen van een programma.
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2011-01-01&g=2011-09-30)
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01), betreffen:
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-01-01&g=2010-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-01-01&g=2010-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
@@ -874,35 +2062,421 @@
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.16a
De verzekerde van achttien jaar of ouder betaalt een eigen bijdrage voor mondzorg, bedoeld in [artikel 2.7, eerste en vijfde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.7&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2011-01-01&g=2011-09-30).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2011-01-01&g=2011-09-30), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.8a
In afwijking van de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2012-10-31&g=2012-10-31), [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2012-10-31&g=2012-10-31) en [3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.8&z=2012-10-31&g=2012-10-31) worden verzekerden die in het buitenland wonen ingedeeld in de klasse «Geen FKG» respectievelijk «DKG «0»» en worden de bij deze klasse behorende gewichten voor deze verzekerden op bij ministeriële regeling bepaalde wijze door het College zorgverzekeringen vastgesteld.
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2012-12-19&g=2012-12-19)
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-12-19&g=2012-12-19).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-12-19&g=2012-12-19), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.5c
1. Geriatrische revalidatie omvat integrale en multidisciplinaire revalidatiezorg zoals specialisten ouderengeneeskunde die plegen te bieden in verband met kwetsbaarheid, complexe multimorbiditeit en afgenomen leer- en trainbaarheid, gericht op het dusdanig verminderen van de functionele beperkingen van de verzekerde dat terugkeer naar de thuissituatie mogelijk is.
2. De geriatrische revalidatie valt slechts onder de zorg, bedoeld in het eerste lid, indien:
- a. de zorg binnen een week aansluit op verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) in verband met geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden, waarbij dat verblijf niet vooraf is gegaan aan verblijf in een instelling als bedoeld in [artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a,van de Wet langdurige zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.1.1) gepaard gaande met behandeling als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel c, van die wet in dezelfde instelling, en
- b. de zorg bij aanvang gepaard gaat met verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14).
3. Het tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien er als gevolg van een acute aandoening sprake is van acute mobiliteitstoornissen of afname van zelfredzaamheid en waar sprake is van voorafgaande medisch-specialistische zorg voor deze aandoening.
4. De duur van de geriatrische revalidatie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal zes maanden. In bijzondere gevallen kan de zorgverzekeraar een langere periode toestaan.
#### § 2. Het eigen risico
#### § 1a. Het Zvw-pgb
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1b. De eigen bijdragen
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het vrijwillig eigen risico
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-10-31&g=2012-10-31).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-10-31&g=2012-10-31), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.16b
1. De verzekerde betaalt een eigen bijdrage voor een geneesmiddel als bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.8&z=2024-09-14&g=2024-09-14), dat is ingedeeld in een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen, indien de inkoopprijs hoger is dan de vergoedingslimiet. Een eigen bijdrage wordt ook betaald voor zover een geneesmiddel is bereid uit een geneesmiddel waarvoor een eigen bijdrage is verschuldigd.
2. Bij ministeriële regeling wordt geregeld hoe de eigen bijdrage wordt berekend.
##### Artikel 2.16c
De verzekerde betaalt voor een bij ministeriële regeling aan te wijzen hulpmiddel als bedoeld in [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.9&z=2024-09-14&g=2024-09-14) een eigen bijdrage ter grootte van:
- a. een daarbij vermeld bedrag wegens besparing van kosten,
- b. het verschil tussen de aanschaffingskosten en het bij dat hulpmiddel vermelde bedrag, dat kan verschillen naar gelang de groep van verzekerden, waartoe de verzekerde behoort, of
- c. een bij die regeling te bepalen percentage van de kosten van het hulpmiddel, dat kan verschillen voor verzekerden tot achttien jaar en verzekerden van achttien jaar of ouder.
##### Artikel 2.16d
1. De verzekerde betaalt voor kraamzorg als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14) een eigen bijdrage per uur, indien het betreft zorg ten huize van de verzekerde.
2. De verzekerde en haar kind betalen ieder voor kraamzorg als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.11&z=2024-09-14&g=2024-09-14), voor zover die verleend wordt in een instelling zonder dat verblijf in de instelling medisch noodzakelijk is, een eigen bijdrage per dag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarmee het tarief van de instelling per dag te boven gaat.
##### Artikel 2.16e
1. De verzekerde is voor ziekenvervoer, anders dan per motorvoertuig als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=1), een eigen bijdrage per kalenderjaar verschuldigd.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke situaties de eigen bijdrage niet van toepassing is.
##### Artikel 2.16f
Bij ministeriële regeling wordt de hoogte van de eigen bijdragen, bedoeld in de [artikelen 2.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1b&artikel=2.16a&z=2024-09-14&g=2024-09-14) en [2.16c tot en met 2.16e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1b&artikel=2.16c&z=2024-09-14&g=2024-09-14), vastgesteld.
#### § 2. Het eigen risico
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 2. Het eigen risico
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21), betreffen:
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2016-10-06&g=2016-10-06).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2016-10-06&g=2016-10-06), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
@@ -940,21 +2514,21 @@
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
@@ -968,21 +2542,11 @@
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
@@ -1012,17 +2576,567 @@
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3a.1
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2015-02-04&g=2015-09-30).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2015-02-04&g=2015-09-30), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.7a
Vervallen
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 2.15a
1. Met het Zvw-pgb kan worden vergoed verpleging en verzorging als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2024-09-14&g=2024-09-14).
2. De zorgverzekeraar kan in zijn modelovereenkomst opnemen dat met het Zvw-pgb tevens kan worden vergoed verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) voor zover gepaard gaande met verpleging en verzorging voor verzekerden tot achttien jaar.
##### Artikel 2.15b
Tenzij het zorg betreft waarop de [artikelen 50 tot en met 56 van de Wet marktordening gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020078&artikel=50) van toepassing zijn, kunnen bij ministeriële regeling bedragen worden vastgesteld die ten hoogste met een Zvw-pgb worden vergoed.
##### Artikel 2.15c
1. Onverminderd andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen alsmede in de zorgverzekering opgenomen voorwaarden wordt een Zvw-pgb verstrekt indien:
- a. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten met het Zvw-pgb op doelmatige wijze te voorzien in toereikende zorg of andere diensten van goede kwaliteit,
- b. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de aan het Zvw-pgb verbonden taken en verplichtingen op verantwoorde wijze uit te voeren,
- c. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de door hem verkozen zorgaanbieders op zodanige wijze aan te sturen en hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen, dat sprake is of zal zijn van verantwoorde zorg en
- d. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger te motiveren dat hij de zorg met een Zvw-pgb geleverd wil en kan krijgen.
2. Onverminderd andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen alsmede in de zorgverzekering opgenomen voorwaarden wordt het Zvw-pgb geweigerd indien:
- a. de verzekerde bij de eerdere verstrekking van een Zvw-pgb niet in staat is gebleken zich op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger te houden aan de aan het Zvw-pgb verbonden taken en verplichtingen;
- b. de verzekerde blijkens de basisregistratie personen niet beschikt over een woonadres;
- c. de verzekerde rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
- d. de vertegenwoordiger van de verzekerde niet voldoet aan regels inhoudende beperkingen of eisen die bij ministeriële regeling aan de kring van vertegenwoordigers kunnen worden gesteld in het belang van de bescherming van de verzekerde of van het waarborgen van de hulp, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d.
3. De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst geen andere voorwaarden en weigeringsgronden op ten aanzien van de persoon van de verzekerde of zijn vertegenwoordiger dan vermeld in het eerste, tweede en vierde lid.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden en weigeringsgronden ten aanzien van de persoon van de verzekerde of zijn vertegenwoordiger.
#### § 2. Het eigen risico
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 3. De premie
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2018-01-01&g=2018-01-01)
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.4a
1. Onverminderd [artikel 2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-09-14&g=2024-09-14), kan bij ministeriële regeling de verstrekking van een geneesmiddel in het kader van de behandeling van een of meer nieuwe indicaties worden uitgezonderd van geneeskundige zorg.
2. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats uiterlijk binnen vier weken na de dag dat voor het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicaties:
- a. een handelsvergunning of een parallelhandelsvergunning is verleend krachtens de [Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505) dan wel krachtens de verordening, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder fff, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=1) indien een vergunning is aangevraagd voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicatie of
- b. een protocol of standaard als bedoeld in [artikel 68 van de Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=68) is vastgesteld door de beroepsgroep indien geen vergunning is verleend of aangevraagd voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicatie.
3. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats indien in vergelijking met de verstrekking van andere geneesmiddelen in het kader van geneeskundige zorg naar verwachting onevenredig hoge kosten per jaar of per behandeling kunnen ontstaan gelet op:
- a. de prijs van het geneesmiddel;
- b. het aantal met het geneesmiddel voor de nieuwe en daaropvolgende indicaties te behandelen patiënten;
- c. het risico op ander gebruik dan gepast gebruik van het geneesmiddel voor de nieuwe en daaropvolgende indicaties.
4. Onder de kosten, bedoeld in de aanhef van het derde lid, kunnen mede worden begrepen de kosten van andere geneesmiddelen die voor de behandeling met het geneesmiddel in combinatie daarmee worden verstrekt.
5. Bij ministeriële regeling kan de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, geheel dan wel onder daarbij te stellen voorwaarden of voor een daarbij te bepalen periode gedeeltelijk worden opgeheven.
6. Bij ministeriële regeling kan de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, of de gedeeltelijke opheffing, bedoeld in het vijfde lid, worden uitgebreid met daaropvolgende indicaties. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
7. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgeheven dan nadat Onze Minister met inachtneming van een daarbij te stellen termijn voor zover noodzakelijk de gelegenheid heeft geboden aan:
- a. het Zorginstituut om aan Onze Minister advies uit te brengen over het onderbrengen van de behandeling met het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties onder geneeskundige zorg;
- b. het Zorginstituut om te initiëren dat maatregelen worden getroffen voor gepast gebruik van het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties en om Onze Minister te informeren over deze maatregelen;
- c. de aanvrager of houder van de handelsvergunning of parallelhandelsvergunning van het geneesmiddel om maatregelen te treffen ter verlaging van de kosten van het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties en om Onze Minister te informeren over deze maatregelen.
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2019-03-30&g=2019-03-30)
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2019-10-31&g=2019-10-31)
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-03-30&g=2019-03-30).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-03-30&g=2019-03-30), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2019-06-26&g=2019-10-01)
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2021-01-01&g=2021-01-01)
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-06-26&g=2019-10-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-06-26&g=2019-10-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.10a
Het Zorginstituut kan het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-09-14&g=2024-09-14), en de toegekende vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2024-09-14&g=2024-09-14), in het vereveningsjaar herzien op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen.
##### Artikel 3.12a
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut op de gerealiseerde kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van een verzekerde hogekostencompensatie toepast.
2. De hogekostencompensatie betreft een bij regeling, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld percentage van de gerealiseerde kosten van de verzekerde die de daarvoor op grond van die regeling geldende drempelwaarde, te boven gaan.
3. De gerealiseerde kosten van een verzekerde in verband met een catastrofe als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) in een catastrofejaar als bedoeld in onderdeel b van dat lid en het daaropvolgende kalenderjaar blijven bij de toepassing door het Zorginstituut van hogekostencompensatie buiten aanmerking.
4. Het Zorginstituut verlaagt het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» op een bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalde wijze, ter bekostiging van de toe te passen hogekostencompensatie.
5. Het Zorginstituut past vervolgens de hogekostencompensatie toe op het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» op een bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalde wijze.
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2024-09-14&g=2024-09-14)
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), betreffen:
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-10-31&g=2019-10-31).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-10-31&g=2019-10-31), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
@@ -1060,21 +3174,21 @@
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
@@ -1088,21 +3202,11 @@
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
@@ -1112,7 +3216,7 @@
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
@@ -1132,17 +3236,143 @@
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.5a
Zintuiglijk gehandicaptenzorg omvat multidisciplinaire zorg in verband met een visuele beperking, een auditieve beperking, of een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis, gericht op het leren omgaan met, het opheffen of het compenseren van de beperking, met als doel de verzekerde zo zelfstandig mogelijk te kunnen laten functioneren.
##### Artikel 2.20
Vervallen
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2024-09-14&g=2024-01-01)
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2021-01-01&g=2021-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01)
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe
##### Artikel 3.24
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen, bedoeld in [artikel 34, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), voor zover het de vaststelling betreft van de bijdragen die het Zorginstituut op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) heeft toegekend.
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24), betreffen:
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-09-14).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-09-14), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
@@ -1180,21 +3410,21 @@
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
@@ -1208,21 +3438,11 @@
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
@@ -1232,7 +3452,7 @@
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
@@ -1244,7 +3464,7 @@
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
@@ -1252,171 +3472,147 @@
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.2
Het College zorgverzekeringen verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-12-23&g=2008-09-24) genoemde macro-deelbedragen elk volgens de [artikelen 3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-12-23&g=2008-09-24) in deelbedragen voor iedere zorgverzekeraar.
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
##### Artikel 3.8
1. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, aard van het inkomen en regio.
2. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34) vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-12-23&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, en regio.
3. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), herberekent het College zorgverzekeringen het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar. Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening van het normatieve bedrag op de ingevolge dit besluit voor de onderscheiden deelbedragen relevante gegevens over het betreffende jaar. Indien zulks naar zijn oordeel is aangewezen, kan het College zorgverzekeringen in afwijking van de tweede volzin bepalen dat voor door hem aan te geven herberekeningen niet wordt uitgegaan van de resultaten in het betreffende jaar maar van de resultaten in een daaraan al dan niet onmiddellijk voorafgaand jaar.
4. Het College zorgverzekeringen deelt de vergoede kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp verleend door instellingen in het buitenland, overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, onderscheidenlijk aan de vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Indien uit de specificatie van de kosten van in het buitenland verleende hulp niet blijkt om welke soort prestatie het gaat, deelt het College zorgverzekeringen de vergoede kosten overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de kosten voor overige prestaties, variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
##### Artikel 3.9
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, kosten aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
2. Het College zorgverzekeringen merkt de declaraties van specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
3. Het College zorgverzekeringen past op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze hogekostencompensatie toe.
4. Na toepassing van het derde lid past het College zorgverzekeringen in een bij ministeriële regeling te bepalen mate generieke verevening toe.
5. Het College zorgverzekeringen calculeert ten slotte in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, en het resultaat na toepassing van het vierde lid.
##### Artikel 3.10
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, die kosten aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
2. Het College zorgverzekeringen calculeert in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging vastgesteld ingevolge het eerste lid en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging in het betreffende jaar.
##### Artikel 3.19
1. Het Zorginstituut brengt vervolgens op het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in mindering de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico.
2. De berekening van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico, vindt plaats op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. De berekening van de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico over het vereveningsjaar 2021, vindt, in afwijking van het tweede lid, op de volgende wijze plaats:
- a. het Zorginstituut vermenigvuldigt de uitkomst voor het verplicht eigen risico van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraar over het vereveningsjaar 2021, met het quotiënt van de gesommeerde door de zorgverzekeraars gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- b. het Zorginstituut vermindert de onder a verkregen uitkomst met een bedrag dat het als volgt berekent:
- 1°. het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen de gesommeerde door de zorgverzekeraars over het vereveningsjaar 2021 gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- 2°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 1° verkregen uitkomst met 0,15;
- 3°. het Zorginstituut deelt de onder 2° verkregen uitkomst door het totale aantal in het vereveningsjaar 2021 ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is;
- 4°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 3° verkregen uitkomst met het aantal in het vereveningsjaar 2021 bij die verzekeraar ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder, waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
4. De berekening van de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico over het vereveningsjaar 2022, vindt, in afwijking van het tweede lid, op de volgende wijze plaats:
- a. het Zorginstituut vermenigvuldigt de uitkomst voor het verplicht eigen risico van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraar over het vereveningsjaar 2022, met het quotiënt van de gesommeerde door de zorgverzekeraars gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- b. het Zorginstituut vermindert de onder a verkregen uitkomst met een bedrag dat het als volgt berekent:
- 1°. het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen de gesommeerde door de zorgverzekeraars over het vereveningsjaar 2022 gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico en van de gesommeerde uitkomsten voor het verplicht eigen risico, van de berekening, bedoeld in het tweede lid, voor de zorgverzekeraars;
- 2°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 1° verkregen uitkomst met 0,30;
- 3°. het Zorginstituut deelt de onder 2° verkregen uitkomst door het totale aantal in het vereveningsjaar 2022 ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is;
- 4°. het Zorginstituut vermenigvuldigt de onder 3° verkregen uitkomst met het aantal in het vereveningsjaar 2022 bij die verzekeraar ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder, waarop [artikel 24 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=24) niet van toepassing is.
5. Het Zorginstituut laat de gerealiseerde opbrengsten van het verplicht eigen risico ten gevolge van een catastrofe als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) over het vereveningsjaar 2021, buiten beschouwing.
6. Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage vast op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid.
7. Het Zorginstituut deelt aan de zorgverzekeraar het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de vastgestelde vereveningsbijdrage, bedoeld in het zesde lid, mee en geeft hierbij aan welke bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage zijn betrokken.
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.14
1. Waar het College zorgverzekeringen bij de berekening en de vaststelling van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het College zorgverzekeringen bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
##### Artikel 3.20
1. Het Zorginstituut kan het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-01-01&g=2024-01-01), ten behoeve van een zorgverzekeraar voorlopig vaststellen.
2. Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in het eerste lid de nacalculatie, bedoeld in [artikel 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.15&z=2024-01-01&g=2024-01-01), achterwege laten.
3. Het Zorginstituut past bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in het eerste lid indien dat instituut de hogekostencompensatie, bedoeld in [artikel 3.12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), achterwege heeft gelaten, in afwijking van [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.16&z=2024-01-01&g=2024-01-01), dat artikel toe op het verschil tussen enerzijds het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg», en anderzijds de gerealiseerde kosten voor dat cluster.
4. [Artikel 3.19, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 3.21
1. Waar het Zorginstituut bij de berekening van het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-01-01&g=2024-01-01) of [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2024-01-01&g=2024-01-01), ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het Zorginstituut bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2016-10-06&g=2016-10-06)
##### Artikel 3.15
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een vast bedrag maal het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar op peilmoment 1 juli van het betreffende jaar.
3. De hoogte van het vaste bedrag per verzekerde jonger dan 18 jaar wordt jaarlijks bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.16
1. In aanvulling op de bijdrage bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen uitkeringen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een nationale ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de bijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het College zorgverzekeringen de uitkering, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, geregeld.
#### § 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.17
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), wordt verlaagd met de specifiek voor de verzekeraar geraamde betaling van het verplicht eigen risico en dat het College zorgverzekeringen bij het in mindering brengen van de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie op het berekende normatieve bedrag niet verlaagt met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico.
##### Artikel 3.18
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.22
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-01-01&g=2024-01-01), verstrekt het Zorginstituut een uitkering in verband met uitvoeringskosten voor verzekerden jonger dan achttien jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, vermenigvuldigd met het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar op 1 juli van het jaar waarop de vereveningsbijdrage betrekking heeft.
##### Artikel 3.23
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2024-01-01&g=2024-01-01), kan het Zorginstituut een bijdrage verstrekken in verband met een substantieel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen bijdragen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het Zorginstituut de bijdrage, bedoeld in het eerste lid vaststelt, geregeld.
##### Artikel 3.24
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen, bedoeld in [artikel 34, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), voor zover het de vaststelling betreft van de bijdragen die het Zorginstituut op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) heeft toegekend.
Vervallen
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.12b
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut op de gerealiseerde variabele zorgkosten van een verzekerde hogekostencompensatie toepast.
2. De hogekostencompensatie betreft een bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld percentage van de gerealiseerde kosten van de verzekerde die de daarvoor op grond van die regeling geldende drempelwaarde te boven gaan.
3. De gerealiseerde kosten van een verzekerde in verband met een catastrofe als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) in een catastrofejaar als bedoeld in onderdeel b van dat lid en het daaropvolgende kalenderjaar blijven bij de toepassing door het Zorginstituut van hogekostencompensatie buiten aanmerking.
4. Het Zorginstituut verlaagt het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) resulterende deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» op een bij ministeriële regeling bepaalde wijze ter bekostiging van de toe te passen hogekostencompensatie.
5. Het Zorginstituut past vervolgens de hogekostencompensatie toe op het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-09-14) resulterende deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» op een bij de ministeriële regeling bepaalde wijze.
##### Artikel 3.17
Vervallen
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24), betreffen:
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
@@ -1454,21 +3650,21 @@
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
@@ -1482,21 +3678,11 @@
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
@@ -1506,7 +3692,7 @@
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
@@ -1518,2170 +3704,10 @@
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2009-01-01&g=2009-01-01)
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-12-23).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-12-23), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3b.1
Als vormen van zorg als bedoeld in [artikel 122a, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=122a) worden aangewezen:
- a. genderbehandelingen;
- b. in-vitrofertilisatiebehandelingen.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2009-01-01&g=2009-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2009-01-01&g=2009-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3a.2
Vervallen
##### Artikel 3a.3
Vervallen
##### Artikel 3a.4
Vervallen
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-02-17&g=2009-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-02-17&g=2009-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.5b
1. Zorg bij stoppen-met-rokenprogramma omvat geneeskundige en farmacotherapeutische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering met als doel te stoppen met roken.
2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, omvat het één keer per kalenderjaar volgen van een programma.
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2011-01-01&g=2011-09-30)
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-01-01&g=2010-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2010-01-01&g=2010-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2011-01-01&g=2011-09-30).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2011-01-01&g=2011-09-30), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.8a
In afwijking van de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.4&z=2012-10-31&g=2012-10-31), [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2012-10-31&g=2012-10-31) en [3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.8&z=2012-10-31&g=2012-10-31) worden verzekerden die in het buitenland wonen ingedeeld in de klasse «Geen FKG» respectievelijk «DKG «0»» en worden de bij deze klasse behorende gewichten voor deze verzekerden op bij ministeriële regeling bepaalde wijze door het College zorgverzekeringen vastgesteld.
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen, de totale geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de totale geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2012-12-19&g=2012-12-19)
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-12-19&g=2012-12-19).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-12-19&g=2012-12-19), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.5c
1. Geriatrische revalidatie omvat integrale en multidisciplinaire revalidatiezorg zoals specialisten ouderengeneeskunde die plegen te bieden in verband met kwetsbaarheid, complexe multimorbiditeit en afgenomen leer- en trainbaarheid, gericht op het dusdanig verminderen van de functionele beperkingen van de verzekerde dat terugkeer naar de thuissituatie mogelijk is.
2. De geriatrische revalidatie valt slechts onder de zorg, bedoeld in het eerste lid, indien:
- a. de zorg binnen een week aansluit op verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01) in verband met geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden, waarbij dat verblijf niet vooraf is gegaan aan verblijf in een instelling als bedoeld in [artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a,van de Wet langdurige zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.1.1) gepaard gaande met behandeling als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel c, van die wet in dezelfde instelling, en
- b. de zorg bij aanvang gepaard gaat met verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
3. Het tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien er als gevolg van een acute aandoening sprake is van acute mobiliteitstoornissen of afname van zelfredzaamheid en waar sprake is van voorafgaande medisch-specialistische zorg voor deze aandoening.
4. De duur van de geriatrische revalidatie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal zes maanden. In bijzondere gevallen kan de zorgverzekeraar een langere periode toestaan.
#### § 2. Het eigen risico
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-10-31&g=2012-10-31).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2012-10-31&g=2012-10-31), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.16b
1. De verzekerde betaalt een eigen bijdrage voor een geneesmiddel als bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.8&z=2024-01-01&g=2024-01-01), dat is ingedeeld in een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen, indien de inkoopprijs hoger is dan de vergoedingslimiet. Een eigen bijdrage wordt ook betaald voor zover een geneesmiddel is bereid uit een geneesmiddel waarvoor een eigen bijdrage is verschuldigd.
2. Bij ministeriële regeling wordt geregeld hoe de eigen bijdrage wordt berekend.
##### Artikel 2.16c
De verzekerde betaalt voor een bij ministeriële regeling aan te wijzen hulpmiddel als bedoeld in [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.9&z=2024-01-01&g=2024-01-01) een eigen bijdrage ter grootte van:
- a. een daarbij vermeld bedrag wegens besparing van kosten,
- b. het verschil tussen de aanschaffingskosten en het bij dat hulpmiddel vermelde bedrag, dat kan verschillen naar gelang de groep van verzekerden, waartoe de verzekerde behoort, of
- c. een bij die regeling te bepalen percentage van de kosten van het hulpmiddel, dat kan verschillen voor verzekerden tot achttien jaar en verzekerden van achttien jaar of ouder.
##### Artikel 2.16d
1. De verzekerde betaalt voor kraamzorg als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01) een eigen bijdrage per uur, indien het betreft zorg ten huize van de verzekerde.
2. De verzekerde en haar kind betalen ieder voor kraamzorg als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.11&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover die verleend wordt in een instelling zonder dat verblijf in de instelling medisch noodzakelijk is, een eigen bijdrage per dag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarmee het tarief van de instelling per dag te boven gaat.
##### Artikel 2.16e
1. De verzekerde is voor ziekenvervoer, anders dan per motorvoertuig als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043925&artikel=1), een eigen bijdrage per kalenderjaar verschuldigd.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke situaties de eigen bijdrage niet van toepassing is.
##### Artikel 2.16f
Bij ministeriële regeling wordt de hoogte van de eigen bijdragen, bedoeld in de [artikelen 2.16a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1b&artikel=2.16a&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [2.16c tot en met 2.16e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1b&artikel=2.16c&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vastgesteld.
#### § 2. Het eigen risico
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 2. Het eigen risico
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2016-10-06&g=2016-10-06).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2016-10-06&g=2016-10-06), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2015-02-04&g=2015-09-30).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2015-02-04&g=2015-09-30), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.7a
Vervallen
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 2.15a
1. Met het Zvw-pgb kan worden vergoed verpleging en verzorging als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
2. De zorgverzekeraar kan in zijn modelovereenkomst opnemen dat met het Zvw-pgb tevens kan worden vergoed verblijf als bedoeld in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01) voor zover gepaard gaande met verpleging en verzorging voor verzekerden tot achttien jaar.
##### Artikel 2.15b
Tenzij het zorg betreft waarop de [artikelen 50 tot en met 56 van de Wet marktordening gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020078&artikel=50) van toepassing zijn, kunnen bij ministeriële regeling bedragen worden vastgesteld die ten hoogste met een Zvw-pgb worden vergoed.
##### Artikel 2.15c
1. Onverminderd andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen alsmede in de zorgverzekering opgenomen voorwaarden wordt een Zvw-pgb verstrekt indien:
- a. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten met het Zvw-pgb op doelmatige wijze te voorzien in toereikende zorg of andere diensten van goede kwaliteit,
- b. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de aan het Zvw-pgb verbonden taken en verplichtingen op verantwoorde wijze uit te voeren,
- c. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de door hem verkozen zorgaanbieders op zodanige wijze aan te sturen en hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen, dat sprake is of zal zijn van verantwoorde zorg en
- d. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger te motiveren dat hij de zorg met een Zvw-pgb geleverd wil en kan krijgen.
2. Onverminderd andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen alsmede in de zorgverzekering opgenomen voorwaarden wordt het Zvw-pgb geweigerd indien:
- a. de verzekerde bij de eerdere verstrekking van een Zvw-pgb niet in staat is gebleken zich op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger te houden aan de aan het Zvw-pgb verbonden taken en verplichtingen;
- b. de verzekerde blijkens de basisregistratie personen niet beschikt over een woonadres;
- c. de verzekerde rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
- d. de vertegenwoordiger van de verzekerde niet voldoet aan regels inhoudende beperkingen of eisen die bij ministeriële regeling aan de kring van vertegenwoordigers kunnen worden gesteld in het belang van de bescherming van de verzekerde of van het waarborgen van de hulp, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d.
3. De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst geen andere voorwaarden en weigeringsgronden op ten aanzien van de persoon van de verzekerde of zijn vertegenwoordiger dan vermeld in het eerste, tweede en vierde lid.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden en weigeringsgronden ten aanzien van de persoon van de verzekerde of zijn vertegenwoordiger.
#### § 2. Het eigen risico
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 3. De premie
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2018-01-01&g=2018-01-01)
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2018-01-01&g=2018-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.4a
1. Onverminderd [artikel 2.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2024-01-01&g=2024-01-01), kan bij ministeriële regeling de verstrekking van een geneesmiddel in het kader van de behandeling van een of meer nieuwe indicaties worden uitgezonderd van geneeskundige zorg.
2. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats uiterlijk binnen vier weken na de dag dat voor het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicaties:
- a. een handelsvergunning of een parallelhandelsvergunning is verleend krachtens de [Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505) dan wel krachtens de verordening, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder fff, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=1) indien een vergunning is aangevraagd voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicatie of
- b. een protocol of standaard als bedoeld in [artikel 68 van de Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=68) is vastgesteld door de beroepsgroep indien geen vergunning is verleend of aangevraagd voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicatie.
3. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats indien in vergelijking met de verstrekking van andere geneesmiddelen in het kader van geneeskundige zorg naar verwachting onevenredig hoge kosten per jaar of per behandeling kunnen ontstaan gelet op:
- a. de prijs van het geneesmiddel;
- b. het aantal met het geneesmiddel voor de nieuwe en daaropvolgende indicaties te behandelen patiënten;
- c. het risico op ander gebruik dan gepast gebruik van het geneesmiddel voor de nieuwe en daaropvolgende indicaties.
4. Onder de kosten, bedoeld in de aanhef van het derde lid, kunnen mede worden begrepen de kosten van andere geneesmiddelen die voor de behandeling met het geneesmiddel in combinatie daarmee worden verstrekt.
5. Bij ministeriële regeling kan de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, geheel dan wel onder daarbij te stellen voorwaarden of voor een daarbij te bepalen periode gedeeltelijk worden opgeheven.
6. Bij ministeriële regeling kan de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, of de gedeeltelijke opheffing, bedoeld in het vijfde lid, worden uitgebreid met daaropvolgende indicaties. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
7. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgeheven dan nadat Onze Minister met inachtneming van een daarbij te stellen termijn voor zover noodzakelijk de gelegenheid heeft geboden aan:
- a. het Zorginstituut om aan Onze Minister advies uit te brengen over het onderbrengen van de behandeling met het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties onder geneeskundige zorg;
- b. het Zorginstituut om te initiëren dat maatregelen worden getroffen voor gepast gebruik van het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties en om Onze Minister te informeren over deze maatregelen;
- c. de aanvrager of houder van de handelsvergunning of parallelhandelsvergunning van het geneesmiddel om maatregelen te treffen ter verlaging van de kosten van het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties en om Onze Minister te informeren over deze maatregelen.
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2019-03-30&g=2019-03-30)
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2019-10-31&g=2019-10-31)
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-03-30&g=2019-03-30).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-03-30&g=2019-03-30), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2019-06-26&g=2019-10-01)
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2021-01-01&g=2021-01-01)
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-06-26&g=2019-10-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-06-26&g=2019-10-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.10a
Het Zorginstituut kan het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en de toegekende vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2024-01-01&g=2024-01-01), in het vereveningsjaar herzien op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen.
##### Artikel 3.12a
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut op de gerealiseerde kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van een verzekerde hogekostencompensatie toepast.
2. De hogekostencompensatie betreft een bij regeling, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld percentage van de gerealiseerde kosten van de verzekerde die de daarvoor op grond van die regeling geldende drempelwaarde, te boven gaan.
3. De gerealiseerde kosten van een verzekerde in verband met een catastrofe als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) in een catastrofejaar als bedoeld in onderdeel b van dat lid en het daaropvolgende kalenderjaar blijven bij de toepassing door het Zorginstituut van hogekostencompensatie buiten aanmerking.
4. Het Zorginstituut verlaagt het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» op een bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalde wijze, ter bekostiging van de toe te passen hogekostencompensatie.
5. Het Zorginstituut past vervolgens de hogekostencompensatie toe op het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-01-01&g=2024-01-01) resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» op een bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalde wijze.
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2024-09-14&g=2023-01-01)
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-10-31&g=2019-10-31).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2019-10-31&g=2019-10-31), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.20
Vervallen
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2024-09-14&g=2024-01-01)
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2021-01-01&g=2021-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot [§1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01)
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe
##### Artikel 3.24
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen, bedoeld in [artikel 34, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), voor zover het de vaststelling betreft van de bijdragen die het Zorginstituut op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) heeft toegekend.
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2023-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2023-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe
### Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.17
Vervallen
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.12b
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut op de gerealiseerde variabele zorgkosten van een verzekerde hogekostencompensatie toepast.
2. De hogekostencompensatie betreft een bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld percentage van de gerealiseerde kosten van de verzekerde die de daarvoor op grond van die regeling geldende drempelwaarde te boven gaan.
3. De gerealiseerde kosten van een verzekerde in verband met een catastrofe als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) in een catastrofejaar als bedoeld in onderdeel b van dat lid en het daaropvolgende kalenderjaar blijven bij de toepassing door het Zorginstituut van hogekostencompensatie buiten aanmerking.
4. Het Zorginstituut verlaagt het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-01-01) resulterende deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» op een bij ministeriële regeling bepaalde wijze ter bekostiging van de toe te passen hogekostencompensatie.
5. Het Zorginstituut past vervolgens de hogekostencompensatie toe op het na toepassing van [artikel 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.12&z=2024-09-14&g=2024-01-01) resulterende deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» op een bij de ministeriële regeling bepaalde wijze.
##### Artikel 3.17
Vervallen
#### § 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2024-09-14&g=2024-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. vervallen;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. vervallen;
- 9°. vervallen;
- 10°. vervallen;
- 11°. vervallen;
- 12°. vervallen;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. vervallen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. vervallen;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2024-01-01
Besluit zorgverzekering
2023-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 1, 1
2022-09-21
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 1, 1
2022-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2021-07-23
Besluit zorgverzekering
2021-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2020-11-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2020-09-30
Besluit zorgverzekering
2020-01-01
Besluit zorgverzekering
2019-10-31
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 1, 1
2019-10-01
Besluit zorgverzekering — art. 3
2019-09-30
Besluit zorgverzekering
2019-06-26
Besluit zorgverzekering
2019-03-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1
2019-01-01
Besluit zorgverzekering — art. 2
2018-09-30
Besluit zorgverzekering — art. 2
2018-08-01
Besluit zorgverzekering — art. 2
2018-07-01
Besluit zorgverzekering
2018-01-01
Besluit zorgverzekering — art. 2
2017-09-30
Besluit zorgverzekering — art. 2
2017-01-01
Besluit zorgverzekering
2016-10-06
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2016-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2016-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2015-12-05
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2
2015-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2, 2
2015-02-04
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2, 2
2015-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2014-09-30
Besluit zorgverzekering
2014-05-14
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2014-04-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2
2014-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2013-10-18
Besluit zorgverzekering — art. 2
2013-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2013-01-01
Besluit zorgverzekering
2012-12-19
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2012-10-31
Besluit zorgverzekering
2012-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2012-08-31
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2012-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2011-12-29
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2011-09-30
Besluit zorgverzekering
2011-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2010-12-10
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2010-11-17
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2010-09-15
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 33 más
2010-02-17
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2010-01-01
Besluit zorgverzekering
2009-01-01
Besluit zorgverzekering
2008-12-23
Besluit zorgverzekering
2008-09-24
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 60 más
2008-09-15
Besluit zorgverzekering
2008-01-01
Besluit zorgverzekering
2007-09-21
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 29 más
2007-07-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 45 más
2007-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 46 más
2006-12-14
Besluit zorgverzekering — arts. 1, 1, 1 y 51 más
2006-10-01
Besluit zorgverzekering
2006-03-08
Besluit zorgverzekering — arts. 1, 1, 1 y 51 más
2006-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 22, 1, 1 y 106 más
2006-01-01
Besluit zorgverzekering
original version Tekst op deze datum