Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 28 juni 2005, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 11, 20, 22, 32, 34 en 89, van de Zorgverzekeringswet (Besluit zorgverzekering)

64 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1
2025-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1
2024-09-14
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1
2024-01-01
Besluit zorgverzekering
2023-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 1, 1
2022-09-21
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 1, 1
2022-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2021-07-23
Besluit zorgverzekering
2021-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2020-11-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 3 más
2020-09-30
Besluit zorgverzekering
2020-01-01
Besluit zorgverzekering
2019-10-31
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 1, 1
2019-10-01
Besluit zorgverzekering — art. 3
2019-09-30
Besluit zorgverzekering
2019-06-26
Besluit zorgverzekering
2019-03-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 1
2019-01-01
Besluit zorgverzekering — art. 2
2018-09-30
Besluit zorgverzekering — art. 2
2018-08-01
Besluit zorgverzekering — art. 2
2018-07-01
Besluit zorgverzekering
2018-01-01
Besluit zorgverzekering — art. 2
2017-09-30
Besluit zorgverzekering — art. 2
2017-01-01
Besluit zorgverzekering
2016-10-06
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2016-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2016-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2015-12-05
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2
2015-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2, 2
2015-02-04
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2, 2
2015-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 2 más
2014-09-30
Besluit zorgverzekering
2014-05-14
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2014-04-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2
2014-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2013-10-18
Besluit zorgverzekering — art. 2
2013-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2013-01-01
Besluit zorgverzekering
2012-12-19
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2
2012-10-31
Besluit zorgverzekering
2012-09-30
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2012-08-31
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 5 más
2012-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2011-12-29
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2011-09-30
Besluit zorgverzekering
2011-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2010-12-10
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 21 más
2010-11-17
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2010-09-15
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 33 más
2010-02-17
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2010-01-01
Besluit zorgverzekering
2009-01-01
Besluit zorgverzekering
2008-12-23
Besluit zorgverzekering
2008-09-24
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 60 más

Wijzigingen op 2008-09-24

@@ -32,7 +32,7 @@
- h. het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico: het geraamde bedrag dat verzekerden gemiddeld op grond van [artikel 18a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=18a) in een kalenderjaar aan de zorgverzekeraar betalen;
- i. **macro-prestatiebedrag:** de beschikbare middelen, met uitzondering van de middelen, bedoeld in de [artikelen 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.15&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-01-01&g=2008-09-15), vermeerderd met de voor zorgverzekeraars geraamde opbrengsten van de nominale rekenpremie en vermeerderd met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico van alle verzekerden tezamen;
- i. **macro-prestatiebedrag:** de beschikbare middelen, met uitzondering van de middelen, bedoeld in de [artikelen 3.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.15&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-09-24&g=2008-09-24), vermeerderd met de voor zorgverzekeraars geraamde opbrengsten van de nominale rekenpremie en vermeerderd met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico van alle verzekerden tezamen;
- j. **bijdrage:** de bijdrage, bedoeld in [artikel 32, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=32);
@@ -72,15 +72,15 @@
##### Artikel 2.1
1. De zorg en overige diensten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) omvatten de vormen van zorg of diensten die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15).
1. De zorg en overige diensten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) omvatten de vormen van zorg of diensten die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24).
2. De inhoud en omvang van de vormen van zorg of diensten worden mede bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en, bij ontbreken van een zodanige maatstaf, door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.
3. Onverminderd hetgeen is bepaald in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15), heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.
3. Onverminderd hetgeen is bepaald in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24), heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.
##### Artikel 2.2
1. De vergoeding van kosten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) omvat de kosten die de verzekerde heeft gemaakt voor zorg of overige diensten zoals die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15).
1. De vergoeding van kosten, bedoeld in [artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) omvat de kosten die de verzekerde heeft gemaakt voor zorg of overige diensten zoals die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de [artikelen 2.4 tot en met 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24).
2. Bij het bepalen van de vergoeding worden in mindering gebracht:
@@ -94,11 +94,11 @@
2. Het eerste lid geldt slechts indien de zorgverzekeraar waarbij de verzekerde zijn zorgverzekering heeft, zijn verplichtingen die in geval van terroristische handelingen uit de zorgverzekering voortvloeien, heeft herverzekerd bij de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V.
3. Indien na een terroristische handeling op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-01-01&g=2008-09-15) van dit besluit een aanvullende bijdrage ter beschikking wordt gesteld, heeft de verzekerde in aanvulling op de prestaties, bedoeld in het eerste lid, recht op prestaties van een bij de regeling, bedoeld in [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-01-01&g=2008-09-15) van dit besluit, te bepalen omvang.
3. Indien na een terroristische handeling op grond van [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-09-24&g=2008-09-24) van dit besluit een aanvullende bijdrage ter beschikking wordt gesteld, heeft de verzekerde in aanvulling op de prestaties, bedoeld in het eerste lid, recht op prestaties van een bij de regeling, bedoeld in [artikel 33 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=33) of [artikel 3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-09-24&g=2008-09-24) van dit besluit, te bepalen omvang.
##### Artikel 2.4
1. Geneeskundige zorg omvat zorg zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden, met uitzondering van de zorg zoals tandarts-specialisten die plegen te bieden, alsmede paramedische zorg als bedoeld in [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-09-15), met dien verstande dat:
1. Geneeskundige zorg omvat zorg zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden, met uitzondering van de zorg zoals tandarts-specialisten die plegen te bieden, alsmede paramedische zorg als bedoeld in [artikel 2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24), met dien verstande dat:
- a. de zorg niet omvat:
@@ -154,7 +154,7 @@
##### Artikel 2.5
De geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15), omvat tevens vergoeding van de kosten van:
De geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24), omvat tevens vergoeding van de kosten van:
- a. specialistisch geneeskundige zorg in verband met de selectie van de donor;
@@ -172,7 +172,7 @@
1. Paramedische zorg omvat fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en dieetadvisering.
2. Fysiotherapie of oefentherapie omvat zorg zoals fysiotherapeuten en oefentherapeuten die plegen te bieden ter behandeling van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&bijlage=1&z=2008-01-01&g=2008-09-15) aangegeven aandoeningen, voor zover de daarbij aangegeven termijn niet is overschreden. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar en ouder niet de eerste negen behandelingen.
2. Fysiotherapie of oefentherapie omvat zorg zoals fysiotherapeuten en oefentherapeuten die plegen te bieden ter behandeling van de in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&bijlage=1&z=2008-09-24&g=2008-09-24) aangegeven aandoeningen, voor zover de daarbij aangegeven termijn niet is overschreden. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar en ouder niet de eerste negen behandelingen.
3. Voor verzekerden jonger dan achttien jaar bestaat fysiotherapie en oefentherapie in andere gevallen dan het tweede lid tevens uit ten hoogste negen behandelingen van dezelfde aandoening per jaar, bij ontoereikend resultaat te verlengen met ten hoogste negen behandelingen.
@@ -290,7 +290,7 @@
##### Artikel 2.10
1. Verblijf omvat verblijf gedurende een ononderbroken periode van ten hoogste 365 dagen, dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15), al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
1. Verblijf omvat verblijf gedurende een ononderbroken periode van ten hoogste 365 dagen, dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24), al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
2. Een onderbreking van ten hoogste dertig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen.
@@ -298,11 +298,13 @@
##### Artikel 2.11
Naast de in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2008-01-01&g=2008-09-15) bedoelde verpleging, omvat verpleging tevens zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden, zonder dat die zorg gepaard gaat met verblijf, en die noodzakelijk is in verband met medisch-specialistische zorg.
1. Naast de in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2008-09-24&g=2008-09-24) bedoelde verpleging, omvat verpleging tevens zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden, zonder dat die zorg gepaard gaat met verblijf, en die noodzakelijk is in verband met medisch-specialistische zorg.
2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, omvat niet verpleging die noodzakelijk is in verband met thuisbeademing of die noodzakelijk is in verband met palliatieve terminale zorg.
##### Artikel 2.12
1. Naast de in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2008-01-01&g=2008-09-15) bedoelde verzorging, omdat verzorging tevens zorg zoals kraamverzorgenden die plegen te bieden aan moeder en kind in verband met een bevalling, gedurende ten hoogste tien dagen, te rekenen vanaf de dag van bevalling.
1. Naast de in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2008-09-24&g=2008-09-24) bedoelde verzorging, omdat verzorging tevens zorg zoals kraamverzorgenden die plegen te bieden aan moeder en kind in verband met een bevalling, gedurende ten hoogste tien dagen, te rekenen vanaf de dag van bevalling.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de verzekerde een eigen bijdrage betaalt voor de zorg, bedoeld in het eerste lid.
@@ -326,7 +328,7 @@
##### Artikel 2.14
1. Het vervoer omvat tevens ziekenvervoer per auto, anders dan per ambulance als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancevervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002757&artikel=1), dan wel uit vervoer in de laagste klasse van een openbaar middel van vervoer van en naar een persoon, instelling of woning als bedoeld in [artikel 2.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.13&z=2008-01-01&g=2008-09-15), over een enkele reisafstand van maximaal 200 kilometer voor zover:
1. Het vervoer omvat tevens ziekenvervoer per auto, anders dan per ambulance als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancevervoer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002757&artikel=1), dan wel uit vervoer in de laagste klasse van een openbaar middel van vervoer van en naar een persoon, instelling of woning als bedoeld in [artikel 2.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.13&z=2008-09-24&g=2008-09-24), over een enkele reisafstand van maximaal 200 kilometer voor zover:
- a. de verzekerde nierdialyses moet ondergaan;
@@ -362,7 +364,7 @@
- b. zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, en
- c. mondzorg bedoeld in [artikel 2.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.7&z=2008-01-01&g=2008-09-15), met uitzondering van de chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard en het daarbij behorende röntgenonderzoek en de uitneembare volledige prothetische voorzieningen.
- c. mondzorg bedoeld in [artikel 2.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.7&z=2008-09-24&g=2008-09-24), met uitzondering van de chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard en het daarbij behorende röntgenonderzoek en de uitneembare volledige prothetische voorzieningen.
2. De dag, bedoeld in [artikel 18a, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=18a), is 31 december.
@@ -410,7 +412,7 @@
##### Artikel 3.2
Het College zorgverzekeringen verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-01-01&g=2008-09-15) genoemde macro-deelbedragen elk volgens de [artikelen 3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-01-01&g=2008-09-15) in deelbedragen voor iedere zorgverzekeraar.
Het College zorgverzekeringen verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-09-24&g=2008-09-24) genoemde macro-deelbedragen elk volgens de [artikelen 3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-09-24&g=2008-09-24) in deelbedragen voor iedere zorgverzekeraar.
##### Artikel 3.3
@@ -444,7 +446,7 @@
##### Artikel 3.7
1. Het College zorgverzekeringen sommeert de ingevolge [artikelen 3.2 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.2&z=2008-01-01&g=2008-09-15) aan een zorgverzekeraar toegerekende deelbedragen tot één normatief bedrag.
1. Het College zorgverzekeringen sommeert de ingevolge [artikelen 3.2 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.2&z=2008-09-24&g=2008-09-24) aan een zorgverzekeraar toegerekende deelbedragen tot één normatief bedrag.
2. Het College zorgverzekeringen brengt vervolgens op het berekende normatieve bedrag de door hem voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie gecorrigeerd voor de gemiddelde betaling van het verplicht eigen risico in mindering.
@@ -456,9 +458,9 @@
##### Artikel 3.8
1. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2008-01-01&g=2008-09-15), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, aard van het inkomen en regio.
2. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34) vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-01-01&g=2008-09-15), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, en regio.
1. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, aard van het inkomen en regio.
2. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34) vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-09-24&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, en regio.
3. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), herberekent het College zorgverzekeringen het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar. Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening van het normatieve bedrag op de ingevolge dit besluit voor de onderscheiden deelbedragen relevante gegevens over het betreffende jaar. Indien zulks naar zijn oordeel is aangewezen, kan het College zorgverzekeringen in afwijking van de tweede volzin bepalen dat voor door hem aan te geven herberekeningen niet wordt uitgegaan van de resultaten in het betreffende jaar maar van de resultaten in een daaraan al dan niet onmiddellijk voorafgaand jaar.
@@ -468,17 +470,21 @@
##### Artikel 3.9
Het College zorgverzekeringen sommeert de ingevolge [artikelen 3.3 tot en met 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-09-24&g=2008-09-15) aan een zorgverzekeraar toegerekende deelbedragen tot één normatief bedrag per zorgverzekeraar.
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, kosten aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
2. Het College zorgverzekeringen merkt de declaraties van specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
3. Het College zorgverzekeringen past op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze hogekostencompensatie toe.
4. Na toepassing van het derde lid past het College zorgverzekeringen in een bij ministeriële regeling te bepalen mate generieke verevening toe.
5. Het College zorgverzekeringen calculeert ten slotte in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, en het resultaat na toepassing van het vierde lid.
##### Artikel 3.10
1. Het College zorgverzekeringen brengt vervolgens op het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.9&z=2008-09-24&g=2008-09-15), in mindering, de voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie en de voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico.
2. De raming van de opbrengst van de nominale rekenpremie en van het verplicht eigen risico vindt plaats op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. Het College zorgverzekeringen kent aan de zorgverzekeraar een vereveningsbijdrage toe ter hoogte van de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid.
4. Het College zorgverzekeringen deelt aan de zorgverzekeraar het berekende normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.9&z=2008-09-24&g=2008-09-15), en de toegekende vereveningsbijdrage, bedoeld in het derde lid, mee, en geeft hierbij aan welke bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij de toekenning van de vereveningsbijdrage zijn betrokken.
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, die kosten aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
2. Het College zorgverzekeringen calculeert in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging vastgesteld ingevolge het eerste lid en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging in het betreffende jaar.
##### Artikel 3.11
@@ -498,7 +504,7 @@
##### Artikel 3.13
1. Het College zorgverzekeringen sommeert de ingevolge de [artikelen 3.8 tot en met 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.8&z=2008-01-01&g=2008-09-15) herberekende deelbedragen tot één normatief bedrag.
1. Het College zorgverzekeringen sommeert de ingevolge de [artikelen 3.8 tot en met 3.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.8&z=2008-09-24&g=2008-09-24) herberekende deelbedragen tot één normatief bedrag.
2. Het College zorgverzekeringen brengt vervolgens op het herberekende normatieve bedrag de aan de zorgverzekeraar toegerekende opbrengsten van de nominale rekenpremie gecorrigeerd voor het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico in mindering.
@@ -508,25 +514,759 @@
5. Het College zorgverzekeringen kan het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar voorlopig herberekenen en de bijdrage voorlopig vaststellen. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
6. Het College Zorgverzekeringen kan bij de voorlopige herberekeningen en de vaststelling van de bijdragen, bedoeld in het vijfde lid, [artikel 3.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.8&z=2008-01-01&g=2008-09-15), achterwege laten.
6. Het College Zorgverzekeringen kan bij de voorlopige herberekeningen en de vaststelling van de bijdragen, bedoeld in het vijfde lid, [artikel 3.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.8&z=2008-09-24&g=2008-09-24), achterwege laten.
#### § 1.4. Nadere bepaling met betrekking tot [§ 1.2.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&z=2008-01-01&g=2008-01-01) en [§ 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2008-01-01&g=2008-01-01)
##### Artikel 3.14
1. Waar het College zorgverzekeringen bij de berekening en de vaststelling van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het College zorgverzekeringen bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
#### § 1.5. Aanvullingen op de bijdrage aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.15
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een vast bedrag maal het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar op peilmoment 1 juli van het betreffende jaar.
3. De hoogte van het vaste bedrag per verzekerde jonger dan 18 jaar wordt jaarlijks bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.16
1. In aanvulling op de bijdrage bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-24), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen uitkeringen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een nationale ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de bijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het College zorgverzekeringen de uitkering, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, geregeld.
##### Artikel 3.17
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-24), wordt verlaagd met de specifiek voor de verzekeraar geraamde betaling van het verplicht eigen risico en dat het College zorgverzekeringen bij het in mindering brengen van de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie op het berekende normatieve bedrag niet verlaagt met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
##### Artikel 4.1
Bij de inwerkingtreding van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) kunnen voor een zorgverzekeraar die als nieuwe rechtspersoon de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) uitvoert de gegevens van zijn rechtsvoorganger worden aangemerkt als historische gegevens.
##### Artikel 4.2
De rijksbelastingdienst verstrekt aan de zorgverzekeraar op een verzoek als bedoeld in [artikel 89, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=89), het persoonsgegeven dat een persoon als niet-ingezetene aan de loonbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid dan wel als niet-ingezetene aan de inkomstenbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland verrichte beroepswerkzaamheden anders dan in dienstbetrekking.
##### Artikel 4.3
1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006, met uitzondering van [artikel 2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24), voor zover het betreft zorg zoals psychiaters, zenuwartsen en klinisch-psychologen die plegen te bieden, de eerstelijnspsychologische zorg voor zover die niet wordt verleend door een huisarts, de [onderdelen d, e en f van dat lid, het derde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24), [artikel 3.1, eerste lid, subonderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-09-24&g=2008-09-24), [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2008-09-24&g=2008-09-24).
2. [Artikel 2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24), voor zover het betreft zorg zoals psychiaters, zenuwartsen en klinisch-psychologen die plegen te bieden, de eerstelijnspsychologische zorg voor zover die niet wordt verleend door een huisarts, de [onderdelen d, e en f van dat lid, het derde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-09-24&g=2008-09-24), [artikel 3.1, eerste lid, subonderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-09-24&g=2008-09-24), [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2008-09-24&g=2008-09-24) treden in werking met ingang van 1 januari 2007.
##### Artikel 4.4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zorgverzekering.
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.18
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.16a
Als vormen van zorg of overige diensten waarvoor de zorgverzekeraar desgevraagd een persoonsgebonden budget verstrekt, worden aangewezen:
- a. hulpmiddelenzorg bestaande uit de op grond van [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.9&z=2008-09-24&g=2008-09-24) omschreven hulpmiddelen voor zover deze middelen aangewezen zijn ter compensatie van een ernstige visuele beperking;
- b. geneeskundige zorg die gericht is op herstel van een psychiatrische aandoening, tenzij deze zorg wordt verleend ten tijde van het verblijf als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2008-09-24&g=2008-09-24).
#### § 2. Het eigen risico
#### § 3. De no-claimteruggave
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van, en de bijdrage aan, een zorgverzekeraar
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1.4. Nadere bepaling met betrekking tot [§ 1.2.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&z=2008-09-24&g=2008-09-24) en [§ 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2008-09-24&g=2008-09-24)
#### § 1.5. Aanvullingen op de bijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3a.1
Verzekerden hebben recht op de uitkering bedoeld in [artikel 118a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) indien zij de twee opeenvolgende jaren voorafgaande aan het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zijn ingedeeld in bij ministeriële regeling aangewezen FKG’s of indien zij op 1 juli van het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zonder onderbreking meer dan een half jaar in een AWBZ-instelling verblijven.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.5a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-24), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van, en de bijdrage aan, een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.2
Het College zorgverzekeringen verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-12-23&g=2008-09-24) genoemde macro-deelbedragen elk volgens de [artikelen 3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-12-23&g=2008-09-24) in deelbedragen voor iedere zorgverzekeraar.
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.8
1. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, aard van het inkomen en regio.
2. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34) vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-12-23&g=2008-09-24), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, en regio.
3. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), herberekent het College zorgverzekeringen het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar. Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening van het normatieve bedrag op de ingevolge dit besluit voor de onderscheiden deelbedragen relevante gegevens over het betreffende jaar. Indien zulks naar zijn oordeel is aangewezen, kan het College zorgverzekeringen in afwijking van de tweede volzin bepalen dat voor door hem aan te geven herberekeningen niet wordt uitgegaan van de resultaten in het betreffende jaar maar van de resultaten in een daaraan al dan niet onmiddellijk voorafgaand jaar.
4. Het College zorgverzekeringen deelt de vergoede kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp verleend door instellingen in het buitenland, overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, onderscheidenlijk aan de vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Indien uit de specificatie van de kosten van in het buitenland verleende hulp niet blijkt om welke soort prestatie het gaat, deelt het College zorgverzekeringen de vergoede kosten overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de kosten voor overige prestaties, variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
##### Artikel 3.9
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, kosten aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
2. Het College zorgverzekeringen merkt de declaraties van specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
3. Het College zorgverzekeringen past op het op grond van [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2008-09-24&g=2008-09-15) herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, een bij ministeriële regeling te bepalen wijze hogekostencompensatie toe.
4. Het College zorgverzekeringen calculeert in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp enerzijds, en het resultaat na toepassing van het derde lid anderzijds, leidende tot een nieuw deelbedrag per zorgverzekeraar.
3. Het College zorgverzekeringen past op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze hogekostencompensatie toe.
4. Na toepassing van het derde lid past het College zorgverzekeringen in een bij ministeriële regeling te bepalen mate generieke verevening toe.
5. Het College zorgverzekeringen calculeert ten slotte in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, en het resultaat na toepassing van het vierde lid.
##### Artikel 3.10
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, die kosten aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
2. Het College zorgverzekeringen calculeert in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging vastgesteld ingevolge het eerste lid en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging in het betreffende jaar.
##### Artikel 3.19
1. Het College zorgverzekeringen brengt vervolgens op het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24), in mindering, de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico.
2. De berekening van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico, vindt plaats op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. Het College zorgverzekeringen stelt de vereveningsbijdrage vast op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid.
4. Het College zorgverzekeringen deelt aan de zorgverzekeraar het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24), en de vastgestelde vereveningsbijdrage, bedoeld in het derde lid, mee, en geeft hierbij aan welke bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage zijn betrokken.
#### § 1.4. Nadere bepaling met betrekking tot [§ 1.2.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [§ 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2008-12-23&g=2008-09-24)
##### Artikel 3.14
1. Waar het College zorgverzekeringen bij de berekening en de vaststelling van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het College zorgverzekeringen bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
##### Artikel 3.20
1. Het College zorgverzekeringen kan het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24), en de vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-12-23&g=2008-09-24), ten behoeve van een zorgverzekeraar voorlopig vaststellen.
2. Het College zorgverzekeringen kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in het eerste lid, de hogekostencompensatie, bedoeld in de [artikelen 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), [3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.14&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=3.14&z=2008-12-23&g=2008-09-24), [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.16&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-12-23&g=2008-09-24) of [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.17&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.17&z=2008-12-23&g=2008-09-24) achterwege laten of de nacalculatie, bedoeld in de [artikelen 3.13 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24) achterwege laten.
3. [Artikel 3.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-12-23&g=2008-09-24), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 3.21
1. Waar het College zorgverzekeringen bij de berekening van het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.9&z=2008-12-23&g=2008-09-24) of [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-12-23&g=2008-09-24), ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het College zorgverzekeringen bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
#### § 1.5. Aanvullingen op de bijdrage aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.15
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-01-01&g=2008-09-15), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar.
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een vast bedrag maal het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar op peilmoment 1 juli van het betreffende jaar.
@@ -534,7 +1274,7 @@
##### Artikel 3.16
1. In aanvulling op de bijdrage bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-01-01&g=2008-09-15), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
1. In aanvulling op de bijdrage bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen uitkeringen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een nationale ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de bijdrage aan zorgverzekeraars.
@@ -542,33 +1282,59 @@
##### Artikel 3.17
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-01-01&g=2008-09-15), wordt verlaagd met de specifiek voor de verzekeraar geraamde betaling van het verplicht eigen risico en dat het College zorgverzekeringen bij het in mindering brengen van de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie op het berekende normatieve bedrag niet verlaagt met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), wordt verlaagd met de specifiek voor de verzekeraar geraamde betaling van het verplicht eigen risico en dat het College zorgverzekeringen bij het in mindering brengen van de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie op het berekende normatieve bedrag niet verlaagt met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico.
##### Artikel 3.18
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.22
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.10&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, vermenigvuldigd met het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar op 1 juli van het jaar waarop de vereveningsbijdrage betrekking heeft.
##### Artikel 3.23
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2008-12-23&g=2008-09-24 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.10&z=2008-12-23&g=2008-09-24) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-12-23&g=2008-09-24), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen uitkeringen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een nationale ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het College zorgverzekeringen de uitkering, bedoeld in het eerste lid vaststelt, geregeld.
##### Artikel 3.24
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-12-23&g=2008-09-24), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van de verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie, en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
##### Artikel 4.1
Bij de inwerkingtreding van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) kunnen voor een zorgverzekeraar die als nieuwe rechtspersoon de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) uitvoert de gegevens van zijn rechtsvoorganger worden aangemerkt als historische gegevens.
##### Artikel 4.2
De rijksbelastingdienst verstrekt aan de zorgverzekeraar op een verzoek als bedoeld in [artikel 89, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=89), het persoonsgegeven dat een persoon als niet-ingezetene aan de loonbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid dan wel als niet-ingezetene aan de inkomstenbelasting is onderworpen ter zake van in Nederland verrichte beroepswerkzaamheden anders dan in dienstbetrekking.
##### Artikel 4.3
1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006, met uitzondering van [artikel 2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15), voor zover het betreft zorg zoals psychiaters, zenuwartsen en klinisch-psychologen die plegen te bieden, de eerstelijnspsychologische zorg voor zover die niet wordt verleend door een huisarts, de [onderdelen d, e en f van dat lid, het derde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15), [artikel 3.1, eerste lid, subonderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-01-01&g=2008-09-15), [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2008-01-01&g=2008-09-15).
2. [Artikel 2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15), voor zover het betreft zorg zoals psychiaters, zenuwartsen en klinisch-psychologen die plegen te bieden, de eerstelijnspsychologische zorg voor zover die niet wordt verleend door een huisarts, de [onderdelen d, e en f van dat lid, het derde lid van dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.4&z=2008-01-01&g=2008-09-15), [artikel 3.1, eerste lid, subonderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-01-01&g=2008-09-15), [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [artikel 3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.11&z=2008-01-01&g=2008-09-15) treden in werking met ingang van 1 januari 2007.
##### Artikel 4.4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zorgverzekering.
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2006-03-08&g=2006-03-08), betreffen:
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-12-23&g=2008-09-24), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
@@ -677,767 +1443,3 @@
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3.18
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-01-01&g=2008-09-15), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-07-01&g=2007-07-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.16a
Als vormen van zorg of overige diensten waarvoor de zorgverzekeraar desgevraagd een persoonsgebonden budget verstrekt, worden aangewezen:
- a. hulpmiddelenzorg bestaande uit de op grond van [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.9&z=2008-01-01&g=2008-09-15) omschreven hulpmiddelen voor zover deze middelen aangewezen zijn ter compensatie van een ernstige visuele beperking;
- b. geneeskundige zorg die gericht is op herstel van een psychiatrische aandoening, tenzij deze zorg wordt verleend ten tijde van het verblijf als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.10&z=2008-01-01&g=2008-09-15).
#### § 2. Het eigen risico
#### § 3. De no-claimteruggave
### Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars
#### § 1. De vereveningsbijdrage
#### § 1.1. De onderverdeling van het macro-prestatiebedrag in macro-deelbedragen
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van, en de bijdrage aan, een zorgverzekeraar
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
#### § 1.4. Nadere bepaling met betrekking tot [§ 1.2.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&z=2008-01-01&g=2008-09-15) en [§ 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2008-01-01&g=2008-09-15)
#### § 1.5. Aanvullingen op de bijdrage aan een zorgverzekeraar
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2007-09-21&g=2007-09-21), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 3a.1
Verzekerden hebben recht op de uitkering bedoeld in [artikel 118a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) indien zij de twee opeenvolgende jaren voorafgaande aan het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zijn ingedeeld in bij ministeriële regeling aangewezen FKG’s of indien zij op 1 juli van het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zonder onderbreking meer dan een half jaar in een AWBZ-instelling verblijven.
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-01-01), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 2.5a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-09-15).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-01-01&g=2008-09-15), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van, en de bijdrage aan, een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.2
Het College zorgverzekeringen verdeelt de in [artikel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=3.1&z=2008-09-24&g=2008-09-15) genoemde macro-deelbedragen elk volgens de [artikelen 3.3 tot en met 3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-09-24&g=2008-09-15) in deelbedragen voor iedere zorgverzekeraar.
#### § 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.8
1. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in de [artikelen 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.3&z=2008-09-24&g=2008-09-15) en [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.6&z=2008-09-24&g=2008-09-15), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, aard van het inkomen en regio.
2. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34) vindt een herberekening plaats van de gewichten, genoemd in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.5&z=2008-09-24&g=2008-09-15), rekening houdend met de verwachte financiële gevolgen van de toepassing van een specifieke compensatie van hoge kosten voor groepen van verzekerden naar leeftijd en geslacht, en regio.
3. Ter herberekening van de bijdrage, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=34), herberekent het College zorgverzekeringen het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar. Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening van het normatieve bedrag op de ingevolge dit besluit voor de onderscheiden deelbedragen relevante gegevens over het betreffende jaar. Indien zulks naar zijn oordeel is aangewezen, kan het College zorgverzekeringen in afwijking van de tweede volzin bepalen dat voor door hem aan te geven herberekeningen niet wordt uitgegaan van de resultaten in het betreffende jaar maar van de resultaten in een daaraan al dan niet onmiddellijk voorafgaand jaar.
4. Het College zorgverzekeringen deelt de vergoede kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp verleend door instellingen in het buitenland, overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, onderscheidenlijk aan de vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Indien uit de specificatie van de kosten van in het buitenland verleende hulp niet blijkt om welke soort prestatie het gaat, deelt het College zorgverzekeringen de vergoede kosten overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen verdeelsleutel toe aan de kosten voor overige prestaties, variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
##### Artikel 3.9
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, kosten aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
2. Het College zorgverzekeringen merkt de declaraties van specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
3. Het College zorgverzekeringen past op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze hogekostencompensatie toe.
4. Na toepassing van het derde lid past het College zorgverzekeringen in een bij ministeriële regeling te bepalen mate generieke verevening toe.
5. Het College zorgverzekeringen calculeert ten slotte in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, en het resultaat na toepassing van het vierde lid.
##### Artikel 3.10
1. Het College zorgverzekeringen merkt voor een bij ministeriële regeling te bepalen gedeelte van de verschillende geldende tarieven binnen de kosten van ziekenhuisverpleging, die kosten aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
2. Het College zorgverzekeringen calculeert in een bij ministeriële regeling te bepalen mate na het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging vastgesteld ingevolge het eerste lid en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging in het betreffende jaar.
##### Artikel 3.19
1. Het College zorgverzekeringen brengt vervolgens op het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15), in mindering, de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en de voor de zorgverzekeraar naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico.
2. De berekening van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen berekende opbrengst van de nominale rekenpremie en van de naar gerealiseerde verzekerdenaantallen genormeerde opbrengst van het verplicht eigen risico, vindt plaats op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
3. Het College zorgverzekeringen stelt de vereveningsbijdrage vast op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid.
4. Het College zorgverzekeringen deelt aan de zorgverzekeraar het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15), en de vastgestelde vereveningsbijdrage, bedoeld in het derde lid, mee, en geeft hierbij aan welke bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage zijn betrokken.
#### § 1.4. Nadere bepaling met betrekking tot [§ 1.2.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&z=2008-09-24&g=2008-09-15) en [§ 1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&z=2008-09-24&g=2008-09-15)
##### Artikel 3.14
1. Waar het College zorgverzekeringen bij de berekening en de vaststelling van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het College zorgverzekeringen bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
##### Artikel 3.20
1. Het College zorgverzekeringen kan het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15), en de vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-09-24&g=2008-09-15), ten behoeve van een zorgverzekeraar voorlopig vaststellen.
2. Het College zorgverzekeringen kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in het eerste lid, de hogekostencompensatie, bedoeld in de [artikelen 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-15), [3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.14&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=3.14&z=2008-09-24&g=2008-09-15), [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.16&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.16&z=2008-09-24&g=2008-09-15) of [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.17&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.17&z=2008-09-24&g=2008-09-15) achterwege laten of de nacalculatie, bedoeld in de [artikelen 3.13 tot en met 3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-15) achterwege laten.
3. [Artikel 3.19, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-09-24&g=2008-09-15), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 3.21
1. Waar het College zorgverzekeringen bij de berekening van het normatieve bedrag, bedoeld in [artikel 3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.9&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.9&z=2008-09-24&g=2008-09-15) of [3.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.5&artikel=3.18&z=2008-09-24&g=2008-09-15), ten behoeve van een zorgverzekeraar gebruik maakt van historische gegevens, kan hij, indien die gegevens niet beschikbaar zijn, uitgaan van een andere basis die een goede benadering geeft van de ontbrekende historische gegevens.
2. Indien het toepassen van historische gegevens tot onredelijke en niet-beoogde uitkomsten leidt, is het College zorgverzekeringen bevoegd om uit te gaan van een alternatieve basis.
#### § 1.5. Aanvullingen op de bijdrage aan een zorgverzekeraar
##### Artikel 3.15
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-09-24&g=2008-09-15) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-15), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een vast bedrag maal het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar op peilmoment 1 juli van het betreffende jaar.
3. De hoogte van het vaste bedrag per verzekerde jonger dan 18 jaar wordt jaarlijks bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.16
1. In aanvulling op de bijdrage bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-09-24&g=2008-09-15) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-15), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen uitkeringen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een nationale ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de bijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het College zorgverzekeringen de uitkering, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, geregeld.
##### Artikel 3.17
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.7&z=2008-09-24&g=2008-09-15) en [3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-15), wordt verlaagd met de specifiek voor de verzekeraar geraamde betaling van het verplicht eigen risico en dat het College zorgverzekeringen bij het in mindering brengen van de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie op het berekende normatieve bedrag niet verlaagt met het gemiddeld te betalen bedrag aan verplicht eigen risico.
##### Artikel 3.18
1. In aanvulling op de bijdrage, bedoeld in [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.13&z=2008-09-24&g=2008-09-15), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
##### Artikel 3.22
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.10&z=2008-09-24&g=2008-09-15) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-09-24&g=2008-09-15), verstrekt het College zorgverzekeringen een uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar.
2. De uitkering is gelijk aan een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, vermenigvuldigd met het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar op 1 juli van het jaar waarop de vereveningsbijdrage betrekking heeft.
##### Artikel 3.23
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in de [artikelen 3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.2&artikel=3.10&z=2008-09-24&g=2008-09-15 jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.10&z=2008-09-24&g=2008-09-15) en [3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-09-24&g=2008-09-15), kan het College zorgverzekeringen een uitkering verstrekken in verband met een substantieel of structureel verschil tussen kosten en deelbedrag per verzekeraar dat rechtstreeks verband houdt met hogere kosten van verzekerden als gevolg van een zeer uitzonderlijke omstandigheid.
2. Ingevolge het eerste lid worden geen uitkeringen verstrekt dan nadat bij ministeriële regeling is vastgesteld dat sprake is van een nationale ramp die niet opgevangen kan worden binnen de reguliere wijze van vaststelling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars.
3. Bij ministeriële regeling wordt de wijze waarop het College zorgverzekeringen de uitkering, bedoeld in het eerste lid vaststelt, geregeld.
##### Artikel 3.24
1. In aanvulling op de vereveningsbijdrage, bedoeld in [artikel 3.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=3&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=3.19&z=2008-09-24&g=2008-09-15), verstrekt het College zorgverzekeringen een bijdrage voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in [artikel 16 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=16), is voldaan.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
- a. een premieschuld bestaat van zes maal de premie op maandbasis of meer;
- b. de zorgverzekeraar ten aanzien van de verzekerden met premieschuld handelt volgens de terzake door de zorgverzekeraars vastgestelde regels dan wel anderszins aantoont zich voldoende te hebben ingespannen om te komen tot inning van de verschuldigde premie, en
- c. de zorgverzekering, nadat de onder a bedoelde situatie is ontstaan, gedurende het resterende deel van het kalenderjaar niet door de zorgverzekeraar is opgezegd of ontbonden, noch de dekking ervan is geschorst of beperkt.
3. De omvang van de bijdrage wordt bij ministeriële regeling bepaald.
### Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico
### Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
## Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering
Bijlage behorende bij [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-15).
- 1. De aandoeningen, bedoeld in [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=2.6&z=2008-09-24&g=2008-09-15), betreffen:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis;
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
- 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
- 8°. reumatoïde artritis of chronische reuma;
- 9°. chronische artritiden;
- 10°. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
- 11°. reactieve artritis;
- 12°. juveniele chronische artritis;
- 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 14°. collageenziekten;
- 15°. status na amputatie;
- 16°. whiplash;
- 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
- 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
- c. of een van de volgende hartaandoeningen:
- 1°. myocard-infarct (AMI);
- 2°. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
- 3°. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
- 4°. status na hartklepoperatie;
- 5°. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
- d. of een van de volgende aandoeningen:
- 1°. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
- 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 3°. lymfoedeem;
- 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
- 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
- 7°. weke delen tumoren;
- 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
- 2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
- 3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
- 4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
- 5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
- 6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
- 7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2008-09-15
Besluit zorgverzekering
2008-01-01
Besluit zorgverzekering
2007-09-21
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 29 más
2007-07-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 45 más
2007-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 2, 2, 2 y 46 más
2006-12-14
Besluit zorgverzekering — arts. 1, 1, 1 y 51 más
2006-10-01
Besluit zorgverzekering
2006-03-08
Besluit zorgverzekering — arts. 1, 1, 1 y 51 más
2006-01-01
Besluit zorgverzekering — arts. 22, 1, 1 y 106 más
2006-01-01
Besluit zorgverzekering
original version Tekst op deze datum