Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 september 2005, nr. Z/VV-2611957, houdende regels ter zake van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet (Regeling zorgverzekering)

100 versions · 2026-04-03
2026-04-03
Regeling zorgverzekering
2026-04-01
Regeling zorgverzekering
2026-03-21
Regeling zorgverzekering
2026-03-01
Regeling zorgverzekering — arts. 159, 179, 6 y 22 más
2026-02-14
Regeling zorgverzekering
2026-02-13
Regeling zorgverzekering
2026-02-12
Regeling zorgverzekering
2026-02-04
Regeling zorgverzekering
2026-02-01
Regeling zorgverzekering — art. 140
2026-01-01
Regeling zorgverzekering — arts. 28, 18, 86 y 95 más
2025-12-16
Regeling zorgverzekering
2025-12-10
Regeling zorgverzekering
2025-11-18
Regeling zorgverzekering
2025-11-15
Regeling zorgverzekering
2025-11-01
Regeling zorgverzekering — arts. 133, 6, 136 y 29 más
2025-10-29
Regeling zorgverzekering
2025-10-21
Regeling zorgverzekering
2025-10-08
Regeling zorgverzekering
2025-10-01
Regeling zorgverzekering — art. 19
2025-09-24
Regeling zorgverzekering
2025-09-17
Regeling zorgverzekering
2025-09-05
Regeling zorgverzekering
2025-09-01
Regeling zorgverzekering
2025-08-28
Regeling zorgverzekering
2025-08-12
Regeling zorgverzekering
2025-08-01
Regeling zorgverzekering — arts. 93, 94, 99 y 97 más

Wijzigingen op 2025-08-01

@@ -124,7 +124,7 @@
- j. behandeling van plagiocefalie en brachycefalie zonder craniosynostose met een redressiehelm;
- k. de verstrekking van een geregistreerd geneesmiddel met een in [bijlage 0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=0&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bij deze regeling genoemde werkzame stof in het kader van een daarbij vermelde geneeskundige behandeling;
- k. de verstrekking van een geregistreerd geneesmiddel met een in [bijlage 0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=0&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bij deze regeling genoemde werkzame stof in het kader van een daarbij vermelde geneeskundige behandeling;
- l. uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij de behandeling van diabetes voor het controleren en reguleren van stoornissen in de bloedsuikerspiegel, met inbegrip van de ketonen teststrips en insulinepompen.
@@ -146,7 +146,7 @@
- g. van 1 januari 2020 tot 1 januari 2027, hypertherme intraperitoneale chemotherapie toegevoegd aan primaire debulking bij patiënten met stadium III ovariumcarcinoom voor zover de verzekerde deelneemt aan onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, naar deze zorg;
- h. in afwijking van [artikel 2.1, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19), juncto [bijlage 0, onderdeel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=0&z=2025-07-19&g=2025-07-19), van 1 januari 2020 tot 1 januari 2027 nusinersen voor de behandeling van patiënten met 5q spinale spieratrofie die 9,5 jaar en ouder zijn, voor zover de verzekerde deelneemt aan onderzoek als bedoeld in het tweede lid naar deze zorg.
- h. in afwijking van [artikel 2.1, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01), juncto [bijlage 0, onderdeel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=0&z=2025-08-01&g=2025-08-01), van 1 januari 2020 tot 1 januari 2027 nusinersen voor de behandeling van patiënten met 5q spinale spieratrofie die 9,5 jaar en ouder zijn, voor zover de verzekerde deelneemt aan onderzoek als bedoeld in het tweede lid naar deze zorg.
2. Als onderzoek naar zorg wordt aangemerkt:
@@ -160,7 +160,7 @@
- 3°. de verzekerde heeft deelgenomen aan het hoofdonderzoek zonder de zorg te hebben ontvangen en de deelname aan het hoofdonderzoek voor die verzekerde is voltooid.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a, b, e en h, en onderdeel 136 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=2&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bij deze regeling is deelname van de verzekerde aan onderzoek als bedoeld in het tweede lid niet vereist indien het onderzoek is voltooid en:
3. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a, b, e en h, en onderdeel 136 van [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=2&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bij deze regeling is deelname van de verzekerde aan onderzoek als bedoeld in het tweede lid niet vereist indien het onderzoek is voltooid en:
- a. zolang het Zorginstituut niet heeft beoordeeld in hoeverre de zorg voldoet aan [artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.1); of
@@ -186,27 +186,27 @@
##### Artikel 2.5
1. In [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=1&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bij deze regeling worden genoemd:
1. In [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=1&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bij deze regeling worden genoemd:
- a. de op grond van [artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.8) aangewezen geregistreerde geneesmiddelen;
- b. de op grond van [artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.1) aangewezen geneesmiddelen.
2. In [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=2&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bij deze regeling worden vermeld:
2. In [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=2&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bij deze regeling worden vermeld:
- a. categorieën van geneesmiddelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, waarvoor de farmaceutische zorg slechts aflevering van dat geneesmiddel omvat indien voldaan is aan de bij die categorieën vermelde criteria;
- b. de voorwaarden waaronder en de termijn gedurende welke de farmaceutische zorg, bedoeld in de aanhef van [artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.8) de geneesmiddelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, omvat.
3. Polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten behoren slechts tot de farmaceutische zorg indien voldaan is aan [onderdeel 1 van bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=2&z=2025-07-19&g=2025-07-19) van deze regeling.
4. In [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=3&z=2025-07-19&g=2025-07-19), onderdelen A en B, bij deze regeling worden genoemd de geregistreerde geneesmiddelen die als gevolg van een beslissing als bedoeld in [artikel 2.50, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.50&z=2025-07-19&g=2025-07-19), niet zijn aangewezen, geregistreerde geneesmiddelen ten aanzien waarvan het voornemen tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2.50, achtste lid, niet is uitgevoerd en geregistreerde geneesmiddelen die als gevolg van een wijziging van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=1&z=2025-07-19&g=2025-07-19) niet meer zijn aangewezen.
3. Polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten behoren slechts tot de farmaceutische zorg indien voldaan is aan [onderdeel 1 van bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=2&z=2025-08-01&g=2025-08-01) van deze regeling.
4. In [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=3&z=2025-08-01&g=2025-08-01), onderdelen A en B, bij deze regeling worden genoemd de geregistreerde geneesmiddelen die als gevolg van een beslissing als bedoeld in [artikel 2.50, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.50&z=2025-08-01&g=2025-08-01), niet zijn aangewezen, geregistreerde geneesmiddelen ten aanzien waarvan het voornemen tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2.50, achtste lid, niet is uitgevoerd en geregistreerde geneesmiddelen die als gevolg van een wijziging van [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=1&z=2025-08-01&g=2025-08-01) niet meer zijn aangewezen.
5. Farmaceutische zorg, bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.8), omvat geneesmiddelen die gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig zijn aan:
- a. een geregistreerd UR-geneesmiddel als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=1) waarover blijkens [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=1&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=3&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bij deze regeling geen besluit over de aanwijzing, bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.8), is genomen;
- b. een in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=3&z=2025-07-19&g=2025-07-19), onderdeel A, bij deze regeling genoemd niet aangewezen, geregistreerd geneesmiddel als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=1), mits aan daarbij vermelde criteria wordt voldaan.
- a. een geregistreerd UR-geneesmiddel als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=1) waarover blijkens [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=1&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=3&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bij deze regeling geen besluit over de aanwijzing, bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.8), is genomen;
- b. een in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=3&z=2025-08-01&g=2025-08-01), onderdeel A, bij deze regeling genoemd niet aangewezen, geregistreerd geneesmiddel als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021505&artikel=1), mits aan daarbij vermelde criteria wordt voldaan.
#### § 1.4. Hulpmiddelenzorg
@@ -214,29 +214,29 @@
De aangewezen hulpmiddelen en verbandmiddelen zijn:
- a. Uitwendige hulpmiddelen ter volledige of gedeeltelijke vervanging van anatomische eigenschappen van onderdelen van het menselijk lichaam of bedekking daarvan, als omschreven in [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.8&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- b. Uitwendige hulpmiddelen voor het ademhalingsstelsel als omschreven in [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.9&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- c. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie, als omschreven in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.10&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- d. uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij urinelozing en defecatie als omschreven in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.11&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- e. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in het bewegingssysteem, als omschreven in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.12&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- f. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de visuele functie als omschreven in [artikel 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.13&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- a. Uitwendige hulpmiddelen ter volledige of gedeeltelijke vervanging van anatomische eigenschappen van onderdelen van het menselijk lichaam of bedekking daarvan, als omschreven in [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.8&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- b. Uitwendige hulpmiddelen voor het ademhalingsstelsel als omschreven in [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.9&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- c. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie, als omschreven in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.10&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- d. uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij urinelozing en defecatie als omschreven in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.11&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- e. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in het bewegingssysteem, als omschreven in [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.12&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- f. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de visuele functie als omschreven in [artikel 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.13&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- g. hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de mate van bewustzijn;
- h. vervallen;
- i. hulpmiddelen voor anticonceptionele doeleinden als omschreven in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.16&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- j. hulpmiddelen die samenhangen met verzorging en verpleging op bed, als omschreven in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.17&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- k. hulpmiddelen te gebruiken bij stoornissen in de functies van de huid als omschreven in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.18&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- l. injectiespuiten als omschreven in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.19&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- i. hulpmiddelen voor anticonceptionele doeleinden als omschreven in [artikel 2.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.16&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- j. hulpmiddelen die samenhangen met verzorging en verpleging op bed, als omschreven in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.17&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- k. hulpmiddelen te gebruiken bij stoornissen in de functies van de huid als omschreven in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.18&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- l. injectiespuiten als omschreven in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.19&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- m. uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij het langdurig compenseren van het functieverlies van aderen bij het transport van bloed en het functieverlies van lymfevaten bij het transport van lymfe;
@@ -244,15 +244,15 @@
- o. uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij het controleren en reguleren van stoornissen in de bloedsuikerspiegel, met inbegrip van de ketonen teststrips en insulinepompen bij de behandeling van diabetes;
- p. draagbare, uitwendige infuuspompen als omschreven in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.22&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- p. draagbare, uitwendige infuuspompen als omschreven in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.22&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- q. vervallen;
- r. hulpmiddelen voor het toedienen van voeding als omschreven in [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.24&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- r. hulpmiddelen voor het toedienen van voeding als omschreven in [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.24&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- s. uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan en ter compensatie van beperkingen in het spreken;
- t. hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering als omschreven in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.26&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- t. hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering als omschreven in [artikel 2.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.26&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- u. vervallen;
@@ -280,17 +280,17 @@
- gg. vervallen;
- hh. met thuisdialyse samenhangende kosten als omschreven in [artikel 2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.29&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
- hh. met thuisdialyse samenhangende kosten als omschreven in [artikel 2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.29&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
##### Artikel 2.7
1. Indien in de [artikelen 2.8 tot en met 2.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.8&z=2025-07-19&g=2025-07-19) een leeftijd is vermeld, wordt bedoeld de leeftijd van de verzekerde op het moment waarop hij zich wendt tot de aanbieder van het hulpmiddel.
1. Indien in de [artikelen 2.8 tot en met 2.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.8&z=2025-08-01&g=2025-08-01) een leeftijd is vermeld, wordt bedoeld de leeftijd van de verzekerde op het moment waarop hij zich wendt tot de aanbieder van het hulpmiddel.
2. Indien een hulpmiddel in bruikleen wordt gegeven, omvat het hulpmiddel tevens vergoeding van de kosten van vervoer van het hulpmiddel naar en van de woning van de verzekerde, van het regelmatig onderhoud ervan alsmede van de voor gebruik, ontsmetting en reiniging van de apparatuur benodigde chemicaliën.
##### Artikel 2.8
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten:
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten:
- a. hulpmiddelen ter volledige of gedeeltelijke vervanging van:
@@ -310,7 +310,7 @@
##### Artikel 2.9
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten uitwendige hulpmiddelen voor het geheel of gedeeltelijk opheffen van de gevolgen van stoornissen in de functie van het ademhalingsstelsel, met inbegrip van stoffen die met behulp van deze hulpmiddelen worden toegediend, te weten:
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten uitwendige hulpmiddelen voor het geheel of gedeeltelijk opheffen van de gevolgen van stoornissen in de functie van het ademhalingsstelsel, met inbegrip van stoffen die met behulp van deze hulpmiddelen worden toegediend, te weten:
- a. zuurstof;
@@ -326,7 +326,7 @@
##### Artikel 2.10
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten:
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten:
- a. hulpmiddelen ter correctie van stoornissen in de hoorfunctie voor zover er sprake is van een revalideerbaar oor met ten minste een verlies van 35 dB of ernstig oorsuizen;
@@ -340,7 +340,7 @@
##### Artikel 2.11
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten uitwendige hulpmiddelen met al dan niet inwendige onderdelen te gebruiken bij stoornissen in de functies gerelateerd aan urinelozing en defecatie.
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten uitwendige hulpmiddelen met al dan niet inwendige onderdelen te gebruiken bij stoornissen in de functies gerelateerd aan urinelozing en defecatie.
2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, omvat ingeval van absorberende incontinentie-absorptiematerialen:
@@ -364,11 +364,11 @@
##### Artikel 2.12
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten:
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten:
- a. hulpmiddelen ter correctie van gestoorde functies van het bewegingssysteem, aan beweging verwante functies of anatomische eigenschappen van structuren verwant aan beweging, toe te passen bij een ernstige aandoening, waarop de verzekerde permanent en niet uitsluitend bij sportactiviteiten is aangewezen.
- b. hulpmiddelen, niet zijnde een hulpmiddel voor verzorging en verpleging op bed als omschreven in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.17&z=2025-07-19&g=2025-07-19), ter compensatie van beperkingen bij het:
- b. hulpmiddelen, niet zijnde een hulpmiddel voor verzorging en verpleging op bed als omschreven in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.17&z=2025-08-01&g=2025-08-01), ter compensatie van beperkingen bij het:
- 1°. lopen;
@@ -396,7 +396,7 @@
##### Artikel 2.13
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten:
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten:
- a. hulpmiddelen ter correctie van stoornissen in de visuele functie van het oog en van functies van aan het oog verwante structuren;
@@ -440,7 +440,7 @@
##### Artikel 2.16
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel i,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19) omvatten, uitsluitend voor verzekerden jonger dan eenentwintig jaar:
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel i,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01) omvatten, uitsluitend voor verzekerden jonger dan eenentwintig jaar:
- a. pessaria;
@@ -448,7 +448,7 @@
##### Artikel 2.17
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten:
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten:
- a. bedden in speciale uitvoering met inbegrip van daarvoor bestemde matrassen;
@@ -472,7 +472,7 @@
##### Artikel 2.18
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten hulpmiddelen ter behandeling van stoornissen in de functies van de huid, niet zijnde hulpmiddelen voor het veranderen en handhaven van lichaamshouding en antidecubitusbedden, -matrassen en -overtrekken die vallen onder de in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.12&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en [2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.17&z=2025-07-19&g=2025-07-19) omschreven hulpmiddelen.
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten hulpmiddelen ter behandeling van stoornissen in de functies van de huid, niet zijnde hulpmiddelen voor het veranderen en handhaven van lichaamshouding en antidecubitusbedden, -matrassen en -overtrekken die vallen onder de in de [artikelen 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.12&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en [2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.17&z=2025-08-01&g=2025-08-01) omschreven hulpmiddelen.
2. In geval van hulpmiddelen ter behandeling van stoornissen in de functie van de huid, zoals bedoeld in het eerste lid, dient sprake te zijn van:
@@ -492,7 +492,7 @@
##### Artikel 2.19
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten injectiespuiten met toebehoren dan wel injectiepennen met toebehoren, indien sprake is van een aandoening die een langdurig gebruik van deze middelen noodzakelijk maakt, met uitzondering van gebruik bij behandeling van diabetes.
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten injectiespuiten met toebehoren dan wel injectiepennen met toebehoren, indien sprake is van een aandoening die een langdurig gebruik van deze middelen noodzakelijk maakt, met uitzondering van gebruik bij behandeling van diabetes.
2. Een hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid omvat tevens een aan een handicap aangepaste uitvoering, indien de verzekerde ten gevolge van een ernstige motorische handicap dan wel een verminderd gezichtsvermogen redelijkerwijs niet kan volstaan met een injectiespuit of injectiepen in een niet aangepaste uitvoering.
@@ -506,7 +506,7 @@
##### Artikel 2.22
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren, indien sprake is van continue parenterale toediening in de thuissituatie van een geneesmiddel dat valt onder de farmaceutische zorg, bedoeld in [artikel 2.8 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.8), met uitzondering van insuline.
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel p](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren, indien sprake is van continue parenterale toediening in de thuissituatie van een geneesmiddel dat valt onder de farmaceutische zorg, bedoeld in [artikel 2.8 van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.8), met uitzondering van insuline.
##### Artikel 2.23
@@ -514,7 +514,7 @@
##### Artikel 2.24
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten, indien het gebruik om medische redenen aangewezen is:
1. Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten, indien het gebruik om medische redenen aangewezen is:
- a. niet-klinisch ingebrachte sondes met toebehoren;
@@ -528,7 +528,7 @@
##### Artikel 2.26
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten:
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten:
- a. vervallen;
@@ -564,7 +564,7 @@
##### Artikel 2.29
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), omvatten:
Hulpmiddelen als bedoeld in [artikel 2.6, onderdeel hh](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), omvatten:
- a. vergoeding van de kosten voor de redelijkerwijs te verrichten aanpassingen in en aan de woning en voor het herstel in de oorspronkelijke staat, voor zover andere wettelijke regelingen daarin niet voorzien;
@@ -786,7 +786,7 @@
- b. deze verschillen in eigenschappen zich voordoen of kunnen voordoen bij de gehele patiëntenpopulatie, bij welke de geneesmiddelen kunnen worden toegepast, en
- c. uit de gegevens en bescheiden, bedoeld in [artikel 2.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.39&z=2025-07-19&g=2025-07-19), blijkt dat deze verschillen in eigenschappen, tezamen genomen, bepalend zijn voor de keuze van het geneesmiddel door de arts.
- c. uit de gegevens en bescheiden, bedoeld in [artikel 2.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.39&z=2025-08-01&g=2025-08-01), blijkt dat deze verschillen in eigenschappen, tezamen genomen, bepalend zijn voor de keuze van het geneesmiddel door de arts.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid worden geneesmiddelen die behoren tot een subgroep die alleen uit preparaten bestaat of alleen uit specialités onder dezelfde merknaam, niet als onderling vervangbaar beschouwd.
@@ -804,7 +804,7 @@
2. De standaarddosis wordt bepaald op basis van de Defined Daily Dose, tenzij de Defined Daily Dose lager is dan de in Nederland geadviseerde minimale dosering of hoger is dan de in Nederland geadviseerde maximale dosering.
3. Indien een werkzaam bestanddeel onder verschillende zout- of estervormen in de handel is en bij de Defined Daily Dose geen onderscheid is gemaakt naar de zout- of estervorm, wordt de standaarddosis voor de verschillende zout- of estervormen, voor zover mogelijk, herleid tot de zout- of estervorm die het meest voorkomt in de in [artikel 2.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.39&z=2025-07-19&g=2025-07-19) genoemde bronnen.
3. Indien een werkzaam bestanddeel onder verschillende zout- of estervormen in de handel is en bij de Defined Daily Dose geen onderscheid is gemaakt naar de zout- of estervorm, wordt de standaarddosis voor de verschillende zout- of estervormen, voor zover mogelijk, herleid tot de zout- of estervorm die het meest voorkomt in de in [artikel 2.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.39&z=2025-08-01&g=2025-08-01) genoemde bronnen.
4. Voor uitwendig toegepaste dermatologica geldt als standaarddosis 1 gram, 1 ml of 100 cm2, afhankelijk van de gehanteerde hoeveelheidsmaat.
@@ -832,7 +832,7 @@
2. Indien een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit geneesmiddelen die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip geregistreerd zijn of waarvan de prijs voor het eerst voorkwam in een na dat tijdstip verschenen Taxe, wordt voor de berekening van de vergoedingslimiet voor de tot die groep behorende geneesmiddelen uitgegaan van de prijs van het geneesmiddel, waarvan de prijs het eerst in de Taxe is vermeld.
3. Bij de berekening van de vergoedingslimiet worden de prijzen van parallel geïmporteerde geneesmiddelen en van combinatiepreparaten als bedoeld in [artikel 2.40, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-07-19&g=2025-07-19), buiten beschouwing gelaten.
3. Bij de berekening van de vergoedingslimiet worden de prijzen van parallel geïmporteerde geneesmiddelen en van combinatiepreparaten als bedoeld in [artikel 2.40, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-08-01&g=2025-08-01), buiten beschouwing gelaten.
##### Artikel 2.43
@@ -850,7 +850,7 @@
##### Artikel 2.44
1. Indien de groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit slechts één subgroep, is de in [artikel 2.43, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.43&z=2025-07-19&g=2025-07-19), bedoelde prijs per subgroep de basis voor de berekening van de vergoedingslimiet van de tot die groep behorende geneesmiddelen.
1. Indien de groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit slechts één subgroep, is de in [artikel 2.43, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.43&z=2025-08-01&g=2025-08-01), bedoelde prijs per subgroep de basis voor de berekening van de vergoedingslimiet van de tot die groep behorende geneesmiddelen.
2. Indien de groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit meer dan één subgroep, worden, indien:
@@ -860,29 +860,29 @@
##### Artikel 2.45
1. Indien er binnen een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen een geneesmiddel is, waarvan de prijs per standaarddosis gelijk is aan de in [artikel 2.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.44&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bedoelde berekeningsbasis, is de vergoedingslimiet voor de geneesmiddelen uit die groep gelijk aan de prijs per standaarddosis van dat geneesmiddel.
2. Indien er binnen een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen geen geneesmiddel is waarvan de prijs per standaarddosis gelijk is aan de in [artikel 2.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.44&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bedoelde berekeningsbasis, is de vergoedingslimiet voor de geneesmiddelen uit die groep gelijk aan de prijs per standaarddosis van het geneesmiddel die zo dicht mogelijk onder de berekeningsbasis ligt.
1. Indien er binnen een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen een geneesmiddel is, waarvan de prijs per standaarddosis gelijk is aan de in [artikel 2.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.44&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bedoelde berekeningsbasis, is de vergoedingslimiet voor de geneesmiddelen uit die groep gelijk aan de prijs per standaarddosis van dat geneesmiddel.
2. Indien er binnen een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen geen geneesmiddel is waarvan de prijs per standaarddosis gelijk is aan de in [artikel 2.44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.44&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bedoelde berekeningsbasis, is de vergoedingslimiet voor de geneesmiddelen uit die groep gelijk aan de prijs per standaarddosis van het geneesmiddel die zo dicht mogelijk onder de berekeningsbasis ligt.
##### Artikel 2.46
1. Indien van een geneesmiddel verschillende toedieningssterkten bestaan, wordt de vergoedingslimiet, berekend overeenkomstig de [artikelen 2.41 tot en met 2.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.41&z=2025-07-19&g=2025-07-19), voor het geneesmiddel met de kleinste toedieningssterkte gecorrigeerd door de ongecorrigeerde vergoedingslimiet te vermenigvuldigen met 2/10 maal het quotiënt van de referentiehoeveelheid en de kleinste toedieningssterkte van dat geneesmiddel, vermeerderd met 8/10.
1. Indien van een geneesmiddel verschillende toedieningssterkten bestaan, wordt de vergoedingslimiet, berekend overeenkomstig de [artikelen 2.41 tot en met 2.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.41&z=2025-08-01&g=2025-08-01), voor het geneesmiddel met de kleinste toedieningssterkte gecorrigeerd door de ongecorrigeerde vergoedingslimiet te vermenigvuldigen met 2/10 maal het quotiënt van de referentiehoeveelheid en de kleinste toedieningssterkte van dat geneesmiddel, vermeerderd met 8/10.
2. Voor geneesmiddelen die voor andere leeftijdscategorieën dan volwassenen zijn bestemd, is de referentiehoeveelheid de hoeveelheid die voorkomt in het preparaat van de hoogste hoeveelheid van die andere leeftijdscategorieën.
3. De dimensie van de referentiehoeveelheid moet gelijk zijn aan de dimensie van de kleinste toedieningsvorm.
4. Bij geneesmiddelen als bedoeld in de [artikelen 2.40, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-07-19&g=2025-07-19), en [2.41, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.41&z=2025-07-19&g=2025-07-19), blijven het eerste tot en met het derde lid buiten toepassing.
4. Bij geneesmiddelen als bedoeld in de [artikelen 2.40, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-08-01&g=2025-08-01), en [2.41, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.41&z=2025-08-01&g=2025-08-01), blijven het eerste tot en met het derde lid buiten toepassing.
##### Artikel 2.47
1. De vergoedingslimiet van een combinatiepreparaat als bedoeld in [artikel 2.40, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-07-19&g=2025-07-19), is gelijk aan de som van de vergoedingslimieten voor de geneesmiddelen, niet zijnde combinatiepreparaten, die de werkzame bestanddelen bevatten die in het combinatiepreparaat voorkomen en die langs dezelfde toedieningsweg worden toegediend en in het algemeen voor dezelfde leeftijdscategorie zijn bestemd als het combinatiepreparaat.
1. De vergoedingslimiet van een combinatiepreparaat als bedoeld in [artikel 2.40, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-08-01&g=2025-08-01), is gelijk aan de som van de vergoedingslimieten voor de geneesmiddelen, niet zijnde combinatiepreparaten, die de werkzame bestanddelen bevatten die in het combinatiepreparaat voorkomen en die langs dezelfde toedieningsweg worden toegediend en in het algemeen voor dezelfde leeftijdscategorie zijn bestemd als het combinatiepreparaat.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde geneesmiddelen die geen combinatiepreparaten zijn, een in het combinatiepreparaat voorkomend werkzaam bestanddeel bevatten in een andere hoeveelheid of in een andere toedieningsvorm dan die welke in het combinatiepreparaat voorkomt, wordt uitgegaan van de vergoedingslimieten, die voor die geneesmiddelen zouden hebben gegolden indien die geneesmiddelen dat werkzame bestanddeel zouden hebben bevat in de hoeveelheid en de toedieningsvorm die in het combinatiepreparaat voorkomt.
##### Artikel 2.48
Voor zover de toepassing van de [artikelen 2.40 tot en met 2.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-07-19&g=2025-07-19) naar het oordeel van de Minister tot een uitkomst leidt die niet in overeenstemming is met de strekking daarvan, kan de Minister een besluit nemen in afwijking daarvan.
Voor zover de toepassing van de [artikelen 2.40 tot en met 2.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=2.40&z=2025-08-01&g=2025-08-01) naar het oordeel van de Minister tot een uitkomst leidt die niet in overeenstemming is met de strekking daarvan, kan de Minister een besluit nemen in afwijking daarvan.
##### Artikel 2.49
@@ -948,7 +948,7 @@
1. De betaalrekeningen van het Zorginstituut bij in Nederland gevestigde banken worden door het Ministerie van Financiën in overeenstemming met de betrokken banken opgenomen in concernverband met betaalrekeningen van ’s rijks schatkist bij die banken.
2. Dagelijks op nader in overleg met de betrokken banken te bepalen tijdstippen worden de op de betaalrekeningen van het Zorginstituut voorkomende positieve saldi overgeboekt naar ’s rijks schatkist, dan wel worden voorkomende negatieve saldi aangevuld vanuit ’s rijks schatkist. De hiermee samenhangende mutaties op de betaalrekeningen worden door het Ministerie van Financiën ten gunste dan wel ten laste van de rekening-courant, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), geboekt.
2. Dagelijks op nader in overleg met de betrokken banken te bepalen tijdstippen worden de op de betaalrekeningen van het Zorginstituut voorkomende positieve saldi overgeboekt naar ’s rijks schatkist, dan wel worden voorkomende negatieve saldi aangevuld vanuit ’s rijks schatkist. De hiermee samenhangende mutaties op de betaalrekeningen worden door het Ministerie van Financiën ten gunste dan wel ten laste van de rekening-courant, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), geboekt.
3. Het Ministerie van Financiën sluit met het Zorginstituut een overeenkomst ter uitwerking van het gebruik van de rekening-courant.
@@ -956,15 +956,15 @@
##### Artikel 4.4
1. Ten gunste van de rekening-courant, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), worden door het Ministerie van Financiën tevens geboekt:
1. Ten gunste van de rekening-courant, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), worden door het Ministerie van Financiën tevens geboekt:
- a. de bijdragen van het Rijk aan de rekening-couranthouder ten behoeve van het Zorgverzekeringsfonds;
- b. de afdrachten van de door de rijksbelastingdienst geïnde bijdragen aan de rekening-couranthouder ten behoeve van het Zorgverzekeringsfonds;
- c. de creditrente, bedoeld in [artikel 4.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
2. Ten laste van de rekeningen-courant, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), wordt door het Ministerie van Financiën tevens geboekt de debetrente, bedoeld in [artikel 4.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
- c. de creditrente, bedoeld in [artikel 4.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
2. Ten laste van de rekeningen-courant, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), wordt door het Ministerie van Financiën tevens geboekt de debetrente, bedoeld in [artikel 4.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=4&artikel=4.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
3. De boekingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden door het Ministerie van Financiën van valutadata voorzien, zodanig dat deze data overeenkomen met de gemiddelde data waarop de bijdragen door de rijksbelastingdienst worden geïnd.
@@ -1018,7 +1018,7 @@
##### Artikel 5.3
Het bijdrage-inkomen, bedoeld in [artikel 43, derde lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=43), dat voor de heffing van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in [artikel 41 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=41), ten hoogste in aanmerking wordt genomen, wordt voor het jaar 2025 vastgesteld op het bedrag, bedoeld in [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
Het bijdrage-inkomen, bedoeld in [artikel 43, derde lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=43), dat voor de heffing van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in [artikel 41 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=41), ten hoogste in aanmerking wordt genomen, wordt voor het jaar 2025 vastgesteld op het bedrag, bedoeld in [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
##### Artikel 5.4
@@ -1028,9 +1028,9 @@
3. In afwijking van het eerste of tweede lid, wordt het percentage vastgesteld op nihil over bijdrage-inkomen voortvloeiende uit werkzaamheden van een verzekeringsplichtige aan boord van een zeeschip in de zin van het Burgerlijk Wetboek, mits de werkgever of de scheepsbeheerder, bedoeld in [artikel 1 van de Wet bemanning zeeschepen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050681&artikel=1), het risico als bedoeld in [hoofdstuk 3 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&hoofdstuk=3), op grond van een verdragsrechtelijke bepaling of een bepaling die daarop stoelt, in belangrijke mate voor zijn rekening neemt zolang deze verzekeringsplichtige niet is teruggekeerd of heeft kunnen terugkeren naar het land waar hij zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.
4. Indien het loon waarover de inhoudingsplichtige inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd is meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), en is samengesteld uit bestanddelen waarover een verschillend bijdragepercentage is verschuldigd, worden de bestanddelen zodanig toegerekend dat het bijdragepercentage van 6,51 het eerst in aanmerking wordt genomen, en daarna het percentage van 0.
5. Indien het bijdrage-inkomen waarover de verzekeringsplichtige inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd is meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.3&z=2025-07-19&g=2025-07-19), en is samengesteld uit bestanddelen waarover een verschillend bijdragepercentage is verschuldigd, worden de bestanddelen zodanig toegerekend dat het bijdragepercentage van 5,26 het eerst in aanmerking wordt genomen, en daarna het percentage van 0.
4. Indien het loon waarover de inhoudingsplichtige inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd is meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), en is samengesteld uit bestanddelen waarover een verschillend bijdragepercentage is verschuldigd, worden de bestanddelen zodanig toegerekend dat het bijdragepercentage van 6,51 het eerst in aanmerking wordt genomen, en daarna het percentage van 0.
5. Indien het bijdrage-inkomen waarover de verzekeringsplichtige inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd is meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.3&z=2025-08-01&g=2025-08-01), en is samengesteld uit bestanddelen waarover een verschillend bijdragepercentage is verschuldigd, worden de bestanddelen zodanig toegerekend dat het bijdragepercentage van 5,26 het eerst in aanmerking wordt genomen, en daarna het percentage van 0.
##### Artikel 5.5
@@ -1052,7 +1052,7 @@
##### Artikel 5.7
1. Voor de toepassing van dit artikel en van [artikel 5.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.8&z=2025-07-19&g=2025-07-19) worden de landen van het Koninkrijk der Nederlanden aangemerkt als afzonderlijke mogendheden.
1. Voor de toepassing van dit artikel en van [artikel 5.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.8&z=2025-08-01&g=2025-08-01) worden de landen van het Koninkrijk der Nederlanden aangemerkt als afzonderlijke mogendheden.
2. Tot het loon, bedoeld in [artikel 42 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=42), of het bijdrage-inkomen, bedoeld in [artikel 43 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=43), behoren niet:
@@ -1072,7 +1072,7 @@
1. Ten aanzien van degene die gedurende een deel van het kalenderjaar niet verzekeringsplichtig is ingevolge de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450), wordt voor de bijdrageheffing bij wege van aanslag als bijdrage-inkomen geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het bijdrage-inkomen verminderd met het gedeelte daarvan waarop, ingevolge een internationale regeling inzake sociale zekerheid die tussen Nederland en een of meer andere mogendheden van kracht is, de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is, of dat, bij gebreke van een internationale regeling, is onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake ziektekosten van een andere mogendheid.
2. Ten aanzien van degene die gedurende een deel van het kalenderjaar anders dan door overlijden niet verzekeringsplichtig is ingevolge de [Zorgverzekeringwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450), wordt voor de bijdrageheffing als bijdrage-inkomen ten hoogste in aanmerking genomen het bedrag dat naar tijdsevenredigheid is afgeleid van het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.3&z=2025-07-19&g=2025-07-19), tenzij toepassing van de bepalingen in de Zorgverzekeringswet of van de overige bepalingen in deze regeling tot een lager bijdrage-inkomen leidt.
2. Ten aanzien van degene die gedurende een deel van het kalenderjaar anders dan door overlijden niet verzekeringsplichtig is ingevolge de [Zorgverzekeringwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450), wordt voor de bijdrageheffing als bijdrage-inkomen ten hoogste in aanmerking genomen het bedrag dat naar tijdsevenredigheid is afgeleid van het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=5&artikel=5.3&z=2025-08-01&g=2025-08-01), tenzij toepassing van de bepalingen in de Zorgverzekeringswet of van de overige bepalingen in deze regeling tot een lager bijdrage-inkomen leidt.
##### Artikel 5.9
@@ -1148,7 +1148,7 @@
##### Artikel 6.2.1
In [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=2&z=2025-07-19&g=2025-07-19) wordt verstaan onder:
In [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=2&z=2025-08-01&g=2025-08-01) wordt verstaan onder:
- a. **subsidiejaar:** kalenderjaar ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt;
@@ -1394,13 +1394,13 @@
8. Ter zake van de opgaaf van niet in Nederland belastbaar inkomen is de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), met uitzondering van [Hoofdstuk VIIIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA), van toepassing als ware deze opgaaf een aangifte inkomstenbelasting.
9. Het verhoudingsgetal, bedoeld in het eerste lid, wordt per land genoemd in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=4&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bij deze regeling.
9. Het verhoudingsgetal, bedoeld in het eerste lid, wordt per land genoemd in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&bijlage=4&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bij deze regeling.
##### Artikel 6.3.1a
In de [artikelen 6.3.2 tot en met 6.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19) wordt verstaan onder:
- a. **bijdrageplichtige:** eenieder die krachtens [artikel 69 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=69) in verbinding met [artikel 6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19) een bijdrage verschuldigd is,
In de [artikelen 6.3.2 tot en met 6.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01) wordt verstaan onder:
- a. **bijdrageplichtige:** eenieder die krachtens [artikel 69 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=69) in verbinding met [artikel 6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01) een bijdrage verschuldigd is,
- b. **hoofdbijdrageplichtige:** een bijdrageplichtige met een of meer gezinsleden die niet bijdrageplichtig zouden zijn geweest indien zij niet tot het gezin van de hoofdbijdrageplichtige zouden hebben behoord,
@@ -1408,7 +1408,7 @@
##### Artikel 6.3.1b
De voor een gezinslid van een verzekeringsplichtige verschuldigde bijdrage, bedoeld in [artikel 6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19), wordt door het CAK geheven en geïnd bij de verzekeringsplichtige.
De voor een gezinslid van een verzekeringsplichtige verschuldigde bijdrage, bedoeld in [artikel 6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01), wordt door het CAK geheven en geïnd bij de verzekeringsplichtige.
##### Artikel 6.3.2
@@ -1424,7 +1424,7 @@
3. Het CAK kan een orgaan dat pensioen of rente uitkeert of een werkgever van een grensarbeider opdragen een bijdrage op het pensioen, de rente of op het loon in te houden en af te dragen, zolang het CAK niet beschikt over de gegevens, bedoeld in het tweede lid. In dat geval berekent het orgaan of de werkgever de bijdrage uitgaande van de bij hem bekende gegevens over de samenstelling van het gezin van de bijdrageplichtige.
4. Indien een bijdrageplichtige recht heeft op meer dan één pensioen of rente, wordt het in [artikel 6.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19), bedoelde nominale deel van de bijdrage dat hij en zijn eventuele gezinsleden verschuldigd zijn ingehouden op het pensioen dat of de rente die het eerst is toegekend. Indien dit pensioen of deze rente daartoe niet toereikend is, kan het CAK hetzelfde of een ander orgaan opdragen het restant op een ander pensioen of een andere rente in te houden.
4. Indien een bijdrageplichtige recht heeft op meer dan één pensioen of rente, wordt het in [artikel 6.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01), bedoelde nominale deel van de bijdrage dat hij en zijn eventuele gezinsleden verschuldigd zijn ingehouden op het pensioen dat of de rente die het eerst is toegekend. Indien dit pensioen of deze rente daartoe niet toereikend is, kan het CAK hetzelfde of een ander orgaan opdragen het restant op een ander pensioen of een andere rente in te houden.
5. Voor de inhouding van het door een gezinslid verschuldigde nominale deel van de bijdrage op het pensioen of de rente van de hoofdbijdrageplichtige dan wel op het loon van de grensarbeider, worden wijzigingen in de situatie van dat gezinslid die in de loop van een kalendermaand doch na de eerste dag van die maand plaatsvinden, eerst in aanmerking genomen vanaf de eerste dag van de daaropvolgende kalendermaand.
@@ -1434,11 +1434,11 @@
##### Artikel 6.3.3
1. Het verschil tussen de door de bijdrageplichtigen verschuldigde bijdrage en de ingehouden en afgedragen of anderszins geïnde bijdragen wordt, met inachtneming van het [zesde tot en met het achtste lid van artikel 6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en het tweede lid van dit artikel, door het CAK vastgesteld en verrekend, geïnd of uitgekeerd. Uitkering vindt plaats aan de bijdrageplichtige dan wel, indien [artikel 6.3.1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1b&z=2025-07-19&g=2025-07-19) van toepassing is, aan de verzekeringsplichtige.
2. De in [artikel 6.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19), bedoelde persoon die aanspraak maakt op één of meer van de in [hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=8) vermelde heffingskortingen niet zijnde de algemene heffingskorting, de jonggehandicaptenkorting, de ouderenkorting of de alleenstaande ouderenkorting, kan het CAK verzoeken daar bij de vaststelling van het verschil, bedoeld in het eerste lid, rekening mee te houden.
3. Indien slechts een bijdrage als bedoeld in [artikel 6.3.1, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19), verschuldigd is, stelt het CAK het in het eerste lid bedoelde verschil vast vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft. In andere gevallen stelt het CAK het verschil voor 30 september van het jaar volgend op kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft voorlopig vast, en stelt het het verschil uiterlijk zes maanden na het tijdstip waarop zowel de aanslag inkomstenbelasting als de beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen onherroepelijk zijn geworden, definitief vast.
1. Het verschil tussen de door de bijdrageplichtigen verschuldigde bijdrage en de ingehouden en afgedragen of anderszins geïnde bijdragen wordt, met inachtneming van het [zesde tot en met het achtste lid van artikel 6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en het tweede lid van dit artikel, door het CAK vastgesteld en verrekend, geïnd of uitgekeerd. Uitkering vindt plaats aan de bijdrageplichtige dan wel, indien [artikel 6.3.1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1b&z=2025-08-01&g=2025-08-01) van toepassing is, aan de verzekeringsplichtige.
2. De in [artikel 6.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01), bedoelde persoon die aanspraak maakt op één of meer van de in [hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&hoofdstuk=8) vermelde heffingskortingen niet zijnde de algemene heffingskorting, de jonggehandicaptenkorting, de ouderenkorting of de alleenstaande ouderenkorting, kan het CAK verzoeken daar bij de vaststelling van het verschil, bedoeld in het eerste lid, rekening mee te houden.
3. Indien slechts een bijdrage als bedoeld in [artikel 6.3.1, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01), verschuldigd is, stelt het CAK het in het eerste lid bedoelde verschil vast vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft. In andere gevallen stelt het CAK het verschil voor 30 september van het jaar volgend op kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft voorlopig vast, en stelt het het verschil uiterlijk zes maanden na het tijdstip waarop zowel de aanslag inkomstenbelasting als de beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen onherroepelijk zijn geworden, definitief vast.
4. Bij de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde verschil brengt het CAK enkelvoudige wettelijke rente in rekening over te weinig geheven of geïnde bijdrage dan wel vergoedt het wettelijke rente ingeval van teveel geheven of geïnde bijdrage, over het tijdvak dat aanvangt op de dag na het einde van het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft en eindigt op de dag van de dagtekening van de vaststelling door het CAK.
@@ -1558,7 +1558,7 @@
- 2°. het verlenen van medewerking aan het tot stand brengen en uitvoeren van betalingsregelingen en schuldsanering die ten minste in overeenstemming zijn met de door de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren gehanteerde richtlijnen;
- 3°. het in overleg met gemeenten verlenen van medewerking aan de uitvoering van [artikel 6.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- 3°. het in overleg met gemeenten verlenen van medewerking aan de uitvoering van [artikel 6.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- b. het inzetten van communicatiemiddelen die zijn afgestemd op de verzekeringnemers ten behoeve waarvan de medewerking wordt geleverd.
@@ -1582,7 +1582,7 @@
- a. het bestand van personen die op grond van een zorgverzekering verzekerd zijn;
- b. het bestand van personen ten aanzien waarvan het CAK de bestuursrechtelijke premie heft naar aanleiding van de meldingen, bedoeld in de [artikelen 18c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=18c), en [18d, derde lid en vierde lid, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=18d), en rekening houdend met de toepassing van de [artikelen 6.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en [6.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.7&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
- b. het bestand van personen ten aanzien waarvan het CAK de bestuursrechtelijke premie heft naar aanleiding van de meldingen, bedoeld in de [artikelen 18c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=18c), en [18d, derde lid en vierde lid, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=18d), en rekening houdend met de toepassing van de [artikelen 6.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en [6.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.7&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
5. De zorgverzekeraar administreert:
@@ -1590,7 +1590,7 @@
- b. het aantal maanden per verzekerde waarvoor de bestuursrechtelijke premie in het kalenderjaar niet verschuldigd was omdat de melding, bedoeld in [artikel 18c, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=18c) ten gevolge van de toepasselijkheid van het tweede lid, onderdeel b, c of d, van dat artikel nog niet kon worden gedaan;
- c. de toepassing van de [artikelen 6.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en [6.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.7&z=2025-07-19&g=2025-07-19) op zijn verzekeringsnemers;
- c. de toepassing van de [artikelen 6.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en [6.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=6.5.7&z=2025-08-01&g=2025-08-01) op zijn verzekeringsnemers;
- d. de verzekerden die de bestuursrechtelijke premie verschuldigd zijn en hij onverminderd onder de dekking van de zorgverzekering heeft gehouden.
@@ -1750,7 +1750,7 @@
- d. een catastrofeschadelast van meer dan 20% van de grondslag, het bedrag ter grootte van 20% van de grondslag.
5. Het Zorginstituut stelt overeenkomstig de door hem opgestelde beleidsregels de extra bijdrage lager vast dan op grond van het vierde lid, indien dat instituut ten aanzien van de zorgverzekeraar [artikel 6.6.2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=6&artikel=6.6.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), heeft toegepast. Het Zorginstituut stelt de extra bijdrage op nihil vast indien de zorgverzekeraar het verzoek om toekenning van de extra bijdrage na het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het catastrofejaar heeft ingediend.
5. Het Zorginstituut stelt overeenkomstig de door hem opgestelde beleidsregels de extra bijdrage lager vast dan op grond van het vierde lid, indien dat instituut ten aanzien van de zorgverzekeraar [artikel 6.6.2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=6&artikel=6.6.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), heeft toegepast. Het Zorginstituut stelt de extra bijdrage op nihil vast indien de zorgverzekeraar het verzoek om toekenning van de extra bijdrage na het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het catastrofejaar heeft ingediend.
#### § 7. Uitvoering van [artikel IIIA van de Veegwet VWS 2013](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034659&artikel=IIIa)
@@ -1772,7 +1772,7 @@
- **schadelastbedrag:** door de zorgverzekeraars vergoede bedrag;
- **zorgaanbieder:** zorgaanbieder als bedoeld [1, onderdeel c, van de Wet marktordening gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020078&artikel=1) die behoort tot een in [artikel 6.7.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=6.7.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), aangewezen categorie;
- **zorgaanbieder:** zorgaanbieder als bedoeld [1, onderdeel c, van de Wet marktordening gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020078&artikel=1) die behoort tot een in [artikel 6.7.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=6.7.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), aangewezen categorie;
- **zorgautoriteit:** Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in [artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020078&artikel=3);
@@ -1912,7 +1912,7 @@
##### Artikel 6a.5
De Sociale verzekeringsbank kan de ondersteuning geheel of gedeeltelijk weigeren, opschorten of beëindigen indien de verzekerde niet meer beschikt over een Zvw-pgb of indien niet of niet langer wordt voldaan aan het gestelde bij of krachtens de [artikelen 6a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6a&artikel=6a.3&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en [6a.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6a&artikel=6a.4&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
De Sociale verzekeringsbank kan de ondersteuning geheel of gedeeltelijk weigeren, opschorten of beëindigen indien de verzekerde niet meer beschikt over een Zvw-pgb of indien niet of niet langer wordt voldaan aan het gestelde bij of krachtens de [artikelen 6a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6a&artikel=6a.3&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en [6a.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6a&artikel=6a.4&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
##### Artikel 6a.6
@@ -1932,7 +1932,7 @@
##### Artikel 7.1
1. Als persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, die voor een zorgverzekeraar noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekering of van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) worden aangemerkt de in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19) bedoelde persoonsgegevens.
1. Als persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, die voor een zorgverzekeraar noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekering of van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450) worden aangemerkt de in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01) bedoelde persoonsgegevens.
2. Een zorgverzekeraar mag de in het eerste lid bedoelde gegevens gebruiken voor het verrichten van formele controle dan wel materiële controle ten behoeve van:
@@ -1950,7 +1950,7 @@
##### Artikel 7.2
De zorgverzekeraar beschikt ten behoeve van de in het voorgaande artikel aangegeven doelen en van de uitvoering van [artikel 7.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.4a&z=2025-07-19&g=2025-07-19), over de volgende gegevens van de verzekerde:
De zorgverzekeraar beschikt ten behoeve van de in het voorgaande artikel aangegeven doelen en van de uitvoering van [artikel 7.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.4a&z=2025-08-01&g=2025-08-01), over de volgende gegevens van de verzekerde:
- a. naam, adres, postcode en woonplaats;
@@ -1974,7 +1974,7 @@
1. Dit artikel is van toepassing indien een zorgaanbieder de kosten van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening brengt bij een zorgverzekeraar.
2. Mits vermeld in een declaratieregeling die van toepassing is voor een zorgaanbieder, bedoeld in het eerste lid, beschikt de zorgverzekeraar, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens dit artikel, over het gegeven zorgvraagzwaarte van de verzekerde voor de analyses en controles als bedoeld in de [artikelen 7.6 tot en met 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19), met het oog op de uitvoering van formele en materiële controle ten behoeve van de in [artikel 7.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19), aangegeven doelen en voor zover dat noodzakelijk is voor de zorgverzekeraar om te voldoen aan zijn verplichting om gegevens te leveren aan het Zorginstituut ten behoeve van de uitvoering van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450).
2. Mits vermeld in een declaratieregeling die van toepassing is voor een zorgaanbieder, bedoeld in het eerste lid, beschikt de zorgverzekeraar, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens dit artikel, over het gegeven zorgvraagzwaarte van de verzekerde voor de analyses en controles als bedoeld in de [artikelen 7.6 tot en met 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01), met het oog op de uitvoering van formele en materiële controle ten behoeve van de in [artikel 7.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01), aangegeven doelen en voor zover dat noodzakelijk is voor de zorgverzekeraar om te voldoen aan zijn verplichting om gegevens te leveren aan het Zorginstituut ten behoeve van de uitvoering van de [Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450).
3. De zorgaanbieder, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de gegevens die op grond van het bij of krachtens [artikel 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020078&artikel=38) bepaalde moeten worden verstrekt, aan de zorgverzekeraar door tussenkomst van VECOZO B.V.
@@ -1994,19 +1994,19 @@
##### Artikel 7.2b
1. VECOZO B.V. en Vektis C.V. dragen zorg voor passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen bij de verwerkingen, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-07-19&g=2025-07-19), tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.
2. De door Vektis C.V. aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars te verstrekken analyses, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-07-19&g=2025-07-19), bevatten geen tot individuele verzekerden te herleiden zorgvraagzwaartegegevens.
3. Voor VECOZO B.V. en Vektis C.V. gelden dezelfde wettelijke voorschriften inzake geheimhouding van de verwerkte gegevens, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-07-19&g=2025-07-19), als voor de zorgverzekeraar.
4. Personen werkzaam bij of ten behoeve van VECOZO B.V. en Vektis C.V. voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens die zij op grond van [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-07-19&g=2025-07-19) verwerken, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht.
5. De zorgverzekeraar beschikt niet over de sleutel om het versleutelde gegeven zorgvraagzwaarte, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-07-19&g=2025-07-19) te ontsleutelen.
6. De zorgverzekeraar beschikt, met inachtneming van het bepaalde in de [artikelen 7.5 tot en met 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19) inzake de uitvoering van materiële controle, over het gegeven zorgvraagzwaarte indien op grond van analyse op basis van geaggregeerde gegevens of naar aanleiding van een ander signaal er reden is voor het instellen van nadere formele of materiële controles, met dien verstande dat indien en voor zover dat noodzakelijk is voor die controles, het gegeven zorgvraagzwaarte van de patiënt of de gegevens die noodzakelijk zijn voor het onderbouwen en afleiden van het gegeven zorgvraagzwaarte van de desbetreffende patiënt herleidbaar naar die individuele patiënt wordt, respectievelijk worden verwerkt onder verantwoordelijkheid van een medisch adviseur in opdracht van de zorgverzekeraar.
7. De zorgautoriteit kan in een declaratieregeling, bedoeld in [artikel 7.2a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-07-19&g=2025-07-19), en onder daarbij te stellen voorwaarden, voorschriften of beperkingen, bepalen:
1. VECOZO B.V. en Vektis C.V. dragen zorg voor passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen bij de verwerkingen, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-08-01&g=2025-08-01), tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.
2. De door Vektis C.V. aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars te verstrekken analyses, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-08-01&g=2025-08-01), bevatten geen tot individuele verzekerden te herleiden zorgvraagzwaartegegevens.
3. Voor VECOZO B.V. en Vektis C.V. gelden dezelfde wettelijke voorschriften inzake geheimhouding van de verwerkte gegevens, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-08-01&g=2025-08-01), als voor de zorgverzekeraar.
4. Personen werkzaam bij of ten behoeve van VECOZO B.V. en Vektis C.V. voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens die zij op grond van [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-08-01&g=2025-08-01) verwerken, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht.
5. De zorgverzekeraar beschikt niet over de sleutel om het versleutelde gegeven zorgvraagzwaarte, bedoeld in [artikel 7.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-08-01&g=2025-08-01) te ontsleutelen.
6. De zorgverzekeraar beschikt, met inachtneming van het bepaalde in de [artikelen 7.5 tot en met 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01) inzake de uitvoering van materiële controle, over het gegeven zorgvraagzwaarte indien op grond van analyse op basis van geaggregeerde gegevens of naar aanleiding van een ander signaal er reden is voor het instellen van nadere formele of materiële controles, met dien verstande dat indien en voor zover dat noodzakelijk is voor die controles, het gegeven zorgvraagzwaarte van de patiënt of de gegevens die noodzakelijk zijn voor het onderbouwen en afleiden van het gegeven zorgvraagzwaarte van de desbetreffende patiënt herleidbaar naar die individuele patiënt wordt, respectievelijk worden verwerkt onder verantwoordelijkheid van een medisch adviseur in opdracht van de zorgverzekeraar.
7. De zorgautoriteit kan in een declaratieregeling, bedoeld in [artikel 7.2a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-08-01&g=2025-08-01), en onder daarbij te stellen voorwaarden, voorschriften of beperkingen, bepalen:
- a. op welke wijze het gegeven zorgvraagzwaarte moet worden gemaskeerd en
@@ -2020,33 +2020,33 @@
3. De zorgaanbieder, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de gegevens, die op grond van het bij of krachtens [artikel 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020078&artikel=38) bepaalde moeten worden verstrekt aan de verzekerde of namens een verzekerde aan diens zorgverzekeraar, zonder tussenkomst van VECOZO B.V.
4. Het [zesde en zevende lid van artikel 7.2b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2b&z=2025-07-19&g=2025-07-19) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het [zesde en zevende lid van artikel 7.2b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2b&z=2025-08-01&g=2025-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 7.3
1. De zorgaanbieder is verplicht tenzij bij of krachtens deze regeling anders wordt bepaald de in [artikel 7.2, onderdeel a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), bedoelde gegevens te verstrekken aan:
1. De zorgaanbieder is verplicht tenzij bij of krachtens deze regeling anders wordt bepaald de in [artikel 7.2, onderdeel a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), bedoelde gegevens te verstrekken aan:
- a. de zorgverzekeraar, of een door die zorgverzekeraar daartoe aangewezen persoon, indien die zorgaanbieder het tarief voor de geleverde prestatie krachtens een door hem met de zorgverzekeraar gesloten overeenkomst rechtstreeks bij die zorgverzekeraar in rekening brengt;
- b. de verzekerde, indien de zorgaanbieder het tarief voor de geleverde prestatie bij de verzekerde in rekening brengt.
2. De zorgaanbieder is verplicht de in [artikel 7.2, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19), bedoelde gegevens desgevraagd te verstrekken aan de zorgverzekeraar of aan een door die zorgverzekeraar daartoe aangewezen persoon.
2. De zorgaanbieder is verplicht de in [artikel 7.2, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01), bedoelde gegevens desgevraagd te verstrekken aan de zorgverzekeraar of aan een door die zorgverzekeraar daartoe aangewezen persoon.
3. Voor de door de zorgverzekeraar of de verwerker aangewezen persoon gelden dezelfde wettelijke voorschriften inzake de geheimhouding van de verwerkte gegevens als voor de zorgverzekeraar of de verwerker die hem heeft aangewezen.
##### Artikel 7.4
1. De zorgverzekeraar verricht materiële controle op de wijze zoals bepaald in de [artikelen 7.2a tot en met 7.2c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en [7.5 tot en met 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
1. De zorgverzekeraar verricht materiële controle op de wijze zoals bepaald in de [artikelen 7.2a tot en met 7.2c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.2a&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en [7.5 tot en met 7.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
2. De zorgaanbieder is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de overeenkomstig het eerste lid uitgevoerde materiële controle.
3. De zorgverzekeraar verricht fraudeonderzoek op de wijze zoals bepaald in [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.10&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
3. De zorgverzekeraar verricht fraudeonderzoek op de wijze zoals bepaald in [artikel 7.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.10&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
4. De zorgaanbieder is verplicht zijn medewerking te verlenen aan overeenkomstig het derde lid uitgevoerd fraudeonderzoek.
##### Artikel 7.4a
De zorgverzekeraar verstrekt aan het CAK voor 1 oktober van het jaar waarin een uitkering als bedoeld in [artikel 118a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) wordt verstrekt, van zijn verzekerden of gewezen verzekerden die in dat jaar de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt of nog zullen bereiken en die in de twee kalenderjaren, voorafgaande aan dat jaar voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 8.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2025-07-19&g=2025-07-19), of in een DKG als bedoeld in artikel 8.3, tweede lid, zijn ingedeeld, de volgende persoonsgegevens:
De zorgverzekeraar verstrekt aan het CAK voor 1 oktober van het jaar waarin een uitkering als bedoeld in [artikel 118a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) wordt verstrekt, van zijn verzekerden of gewezen verzekerden die in dat jaar de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt of nog zullen bereiken en die in de twee kalenderjaren, voorafgaande aan dat jaar voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 8.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2025-08-01&g=2025-08-01), of in een DKG als bedoeld in artikel 8.3, tweede lid, zijn ingedeeld, de volgende persoonsgegevens:
- a. het burgerservicenummer;
@@ -2076,17 +2076,17 @@
3. Het naar aanleiding van de algemene risicoanalyse opgestelde algemene controleplan voorziet niet in de inzet van het controle-instrument detailcontrole.
4. Indien uit het uitgevoerde algemene controleplan blijkt dat het controledoel, bedoeld in [artikel 7.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19), is bereikt, kan alleen detailcontrole worden uitgevoerd als er van een ander dan de zorgverzekeraar afkomstige of uit de uitgevoerde controle voortvloeiende aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat er sprake is van onvoldoende zekerheid.
4. Indien uit het uitgevoerde algemene controleplan blijkt dat het controledoel, bedoeld in [artikel 7.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01), is bereikt, kan alleen detailcontrole worden uitgevoerd als er van een ander dan de zorgverzekeraar afkomstige of uit de uitgevoerde controle voortvloeiende aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat er sprake is van onvoldoende zekerheid.
##### Artikel 7.7
De zorgverzekeraar maakt informatie openbaar over het ingevolge [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19) vastgestelde controledoel en het ingevolge [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19) vastgestelde algemene controleplan op een zodanige wijze dat die informatie voor verzekerden en zorgaanbieders gemakkelijk verkrijgbaar is.
De zorgverzekeraar maakt informatie openbaar over het ingevolge [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01) vastgestelde controledoel en het ingevolge [artikel 7.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01) vastgestelde algemene controleplan op een zodanige wijze dat die informatie voor verzekerden en zorgaanbieders gemakkelijk verkrijgbaar is.
##### Artikel 7.8
1. De zorgverzekeraar voert geen detailcontrole uit, dan nadat is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a. de zorgverzekeraar heeft een specifieke risicoanalyse verricht op de bevindingen uit het uitgevoerde algemene controleplan bedoeld in [artikel 7.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.6&z=2025-07-19&g=2025-07-19);
- a. de zorgverzekeraar heeft een specifieke risicoanalyse verricht op de bevindingen uit het uitgevoerde algemene controleplan bedoeld in [artikel 7.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.6&z=2025-08-01&g=2025-08-01);
- b. de zorgverzekeraar heeft naar aanleiding van de specifieke risicoanalyse een specifiek controleplan en specifiek controledoel opgesteld, waarin de objecten van materiële controle en de methoden van detailcontrole zijn opgenomen;
@@ -2110,13 +2110,13 @@
##### Artikel 7.10
1. Bij fraudeonderzoek zijn de voorwaarden bedoeld in [artikel 7.8, eerste lid, onderdelen b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.8&z=2025-07-19&g=2025-07-19), van overeenkomstige toepassing, en is de in onderdeel e bedoelde voorwaarde van overeenkomstige toepassing voor zo ver het onderzoeksbelang of het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken verzekerde zich daar niet tegen verzet.
1. Bij fraudeonderzoek zijn de voorwaarden bedoeld in [artikel 7.8, eerste lid, onderdelen b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.8&z=2025-08-01&g=2025-08-01), van overeenkomstige toepassing, en is de in onderdeel e bedoelde voorwaarde van overeenkomstige toepassing voor zo ver het onderzoeksbelang of het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken verzekerde zich daar niet tegen verzet.
2. In afwijking van het eerste lid kan de zorgverzekeraar met betrekking tot een individuele verzekerde detailcontrole uitvoeren zonder dat de in dat lid genoemde voorwaarden van toepassing zijn, indien deze verzekerde ten behoeve van het fraudeonderzoek schriftelijk toestemming heeft gegeven voor verstrekking van hem betreffende gegevens over gezondheid aan de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar verwerkt bij de detailcontrole niet meer gegevens dan gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het geval noodzakelijk is.
##### Artikel 7.11
De zorgverzekeraar verwerkt de persoonsgegevens, bedoeld in [artikel 87, eerste en tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=87) slechts verder voor de uitvoering van de zorgverzekering en de aanvullende ziektekostenverzekering indien en voor zo ver dit noodzakelijk is voor de doelen omschreven in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19) van deze regeling.
De zorgverzekeraar verwerkt de persoonsgegevens, bedoeld in [artikel 87, eerste en tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=87) slechts verder voor de uitvoering van de zorgverzekering en de aanvullende ziektekostenverzekering indien en voor zo ver dit noodzakelijk is voor de doelen omschreven in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01) van deze regeling.
### Hoofdstuk 7a. Gegevens die de zorgaanbieder moet verstrekken aan het CAK indien hij in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage in de kosten in verband met het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan bepaalde groepen vreemdelingen
@@ -2168,7 +2168,7 @@
##### Artikel 8.1
Indien de verzekerde op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in het bezit is van een hoortoestel als bedoeld in [artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.14&z=2025-07-19&g=2025-07-19), wordt dit toestel voor de toepassing van [artikel 2.14, derde tot en met het zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.14&z=2025-07-19&g=2025-07-19), beschouwd als te zijn verstrekt op grond van deze regeling.
Indien de verzekerde op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in het bezit is van een hoortoestel als bedoeld in [artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.14&z=2025-08-01&g=2025-08-01), wordt dit toestel voor de toepassing van [artikel 2.14, derde tot en met het zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.4&artikel=2.14&z=2025-08-01&g=2025-08-01), beschouwd als te zijn verstrekt op grond van deze regeling.
##### Artikel 8.2
@@ -2182,7 +2182,7 @@
##### Artikel 8.4
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van de [artikelen 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19) en [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.3&z=2025-07-19&g=2025-07-19) die in werking treden met ingang van 1 januari 2007.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van de [artikelen 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01) en [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.3&z=2025-08-01&g=2025-08-01) die in werking treden met ingang van 1 januari 2007.
##### Artikel 8.5
@@ -3418,7 +3418,7 @@
Voorwaarde:
Voorwaarde:
Vervallen.
### 87
@@ -3444,24 +3444,24 @@
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 93. Canagliflozine
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde die dit geneesmiddel krijgt voorgeschreven voor een behandeling anders dan in het kader van ondersteunende voortplantingstechnieken.
### 93
Vervallen.
### 94
Vervallen.
Vervallen.
### 95
Vervallen.
### 96
uitsluitend voor een verzekerde:
Vervallen.
### 95
Vervallen.
### 96
Vervallen.
### 97
@@ -3470,20 +3470,20 @@
Vervallen.
### 98
Vervallen.
### 99
Vervallen.
Voorwaarde:
### 103
### 100. Ivacaftor
Voorwaarde:
uitsluitend voor cystische fibrose (CF) patiënten
### 101
Vervallen.
Vervallen.
### 102
@@ -3492,7 +3492,7 @@
Vervallen.
### 103
### 104
Vervallen.
@@ -3500,80 +3500,80 @@
### 105. 6-tioguanine tabletten van 10 mg of 20 mg
Voorwaarde:
Uitsluitend voor een verzekerde van 18 jaar of ouder die dit middel gebruikt als onderhoudsbehandeling voor een inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn of ulceratieve colitis), en die onvoldoende reageert op of intolerant is voor standaard tiopurine behandeling (azathioprine of mercaptopurine), en dit middel niet gebruikt in combinatie met een TNF-alfaremmer of met vedolizumab.
Voorwaarde:
### 106. Evolocumab
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met hypercholesterolemie (familiaire en niet-familiaire) en met een voldoende hoog risico, indien de maximaal verdraagbare orale lipiden verlagende therapie van een statine en ezetimib niet de LDL-C streefwaarde bereikt conform de vigerende cardiovasculair risico management (CVRM)-richtlijn, kan evolocumab worden ingezet als volgt:
Patiënten met hypercholesterolemie met een voldoende hoog risico zijn gedefinieerd als één van onderstaande groepen:
### 107
Vervallen.
Vervallen.
Voorwaarde:
### 108. Dexamfetamine en Lisdexamfetamine
Voorwaarde:
### 109. Combinatiepreparaat bevattende sacubitril en valsartan
Patiënten met hypercholesterolemie met een voldoende hoog risico zijn gedefinieerd als één van onderstaande groepen:
Vervallen.
Vervallen.
### 108. Dexamfetamine en Lisdexamfetamine
Voorwaarde:
### 109. Combinatiepreparaat bevattende sacubitril en valsartan
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met symptomatisch (NYHA II-IV) chronisch hartfalen en een verminderde ejectiefractie (LVEF ≤ 40%) (HFrEF),
Voorwaarde:
### 110. Inclisiran
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 113
uitsluitend voor een verzekerde met hypercholesterolemie (familiaire en niet-familiaire) en met een voldoende hoog risico, indien een maximaal verdraagbare statine in combinatie met ezetimib niet de behandeldoelstelling bereikt overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard, kan inclisiran worden ingezet als volgt:
Patiënten met voldoende hoog risico zijn gedefinieerd als één van onderstaande groepen:
Vervallen.
Vervallen.
### 111
Vervallen.
Vervallen.
Voorwaarde:
### 112. Combinatie van basale insuline en een GLP-1-Agonist
Voorwaarde:
als toevoeging aan metformine bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥ 3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering.
### 113
Vervallen.
Voorwaarde:
Vervallen.
### 114. Lumacaftor/Ivacaftor
Voorwaarde:
uitsluitend voor cystische fibrose (CF) patiënten van één jaar of ouder die homozygoot zijn voor de F508del-mutatie in het CFTR-gen.
### 115. Idebenon
Voorwaarde:
uitsluitend voor adolescente en volwassen patiënten met Leber's hereditaire opticusneuropathie (LHON) die worden behandeld overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsbeoefenaren zijn aanvaard.
### 116
uitsluitend voor cystische fibrose (CF) patiënten van één jaar of ouder die homozygoot zijn voor de F508del-mutatie in het CFTR-gen.
Vervallen.
Vervallen.
### 117. Ertugliflozine
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 118. Fingolimod
uitsluitend voor adolescente en volwassen patiënten met Leber's hereditaire opticusneuropathie (LHON) die worden behandeld overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsbeoefenaren zijn aanvaard.
Vervallen.
### 117. Ertugliflozine
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 118. Fingolimod
Voorwaarde:
Voorwaarde:
@@ -3582,12 +3582,6 @@
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 120
Vervallen.
Vervallen.
### 121. Tezacaftor/Ivacaftor
@@ -3604,33 +3598,39 @@
### 123.4. Componenten meningokokken B vaccin
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van twee maanden of ouder met:
### 124. Trientine
### 125. Pentosanpolysulfaatnatrium
uitsluitend voor een verzekerde van twee maanden of ouder met:
uitsluitend voor een verzekerde met de ziekte van Wilson die niet kan uitkomen met een therapie met D-penicillamine in de maximaal verdraagbare dosering.
Voorwaarde:
### 126. Miglustat
uitsluitend voor een verzekerde met de ziekte van Wilson die niet kan uitkomen met een therapie met D-penicillamine in de maximaal verdraagbare dosering.
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met blaaspijnsyndroom gekenmerkt door ofwel glomerulaties ofwel Hunner laesies met matige tot hevige pijn, aandrang en mictiefrequentie.
Voorwaarde:
### 127. Siponimod
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met blaaspijnsyndroom gekenmerkt door ofwel glomerulaties ofwel Hunner laesies met matige tot hevige pijn, aandrang en mictiefrequentie.
uitsluitend voor een verzekerde
Voorwaarde:
### 128. Amikacine liposomale suspensie
uitsluitend voor een verzekerde
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met actieve secundaire progressieve multiple sclerose (SPMS) gedefinieerd door exacerbaties of kenmerken van ontstekingsactiviteit aangetoond door beeldvormende technieken en die niet heeft gereageerd op een behandeling met ten minste één ziektemodificerend geneesmiddel dat geregistreerd is voor de behandeling van MS.
Voorwaarde:
### 129
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met actieve secundaire progressieve multiple sclerose (SPMS) gedefinieerd door exacerbaties of kenmerken van ontstekingsactiviteit aangetoond door beeldvormende technieken en die niet heeft gereageerd op een behandeling met ten minste één ziektemodificerend geneesmiddel dat geregistreerd is voor de behandeling van MS.
uitsluitend voor een verzekerde met een niet-tuberculeuze mycobacteriële longinfectie die wordt veroorzaakt door Mycobacterium avium-complex, geen cystische fibrose heeft en die geen kweekconversie heeft bereikt na een behandeling van ten minste 6 maanden met een op de richtlijn gebaseerd antibacterieel schema overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsbeoefenaren zijn aanvaard.
Voorwaarde:
@@ -3640,45 +3640,45 @@
Vervallen.
### 130. Dapagliflozine
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 131. Recombinant herpes zoster vaccin met adjuvans
Voorwaarde:
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder:
### 132. Ozanimod
Voorwaarde:
Voorwaarde:
uitsluitend voor de behandeling van multiple sclerose.
### 133. Erenumab, fremanezumab, galcanezumab en atogepant
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar en ouder met chronische migraine na uitsluiten of behandeling van medicatie over gebruikshoofdpijn en na falen van profylactische behandeling met
### 133. Erenumab, fremanezumab, galcanezumab en atogepant
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 132. Ozanimod
tenzij het een verzekerde betreft met chronische migraine die op 17 september 2021 al in het kader van een managed access program met een CGRP-remmer werd behandeld.
Voorwaarde:
een bevestigde diagnose van acute hepatische porfyrie met een recente
voorgeschiedenis van frequente acute porfyrie aanvallen (≥2 acute aanvallen over
### 135
uitsluitend voor de behandeling van acute hepatische porfyrie voor patiënten met
een bevestigde diagnose van acute hepatische porfyrie met een recente
### 137. Levomepromazine
6 maanden of op hemine profylaxe).
Vervallen.
### 136
Vervallen.
Vervallen.
@@ -3892,9 +3892,9 @@
### 135
Vervallen.
Vervallen.
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde waarbij het geneesmiddel zal worden ingezet voor:
Vervallen.
@@ -4117,10 +4117,6 @@
Voorwaarde:
### 124. Trientine
Voorwaarde:
### 125. Pentosanpolysulfaatnatrium
Voorwaarde:
@@ -4141,6 +4137,10 @@
Vervallen.
### 129
Vervallen.
### 132. Ozanimod
uitsluitend voor een verzekerde:
@@ -4151,29 +4151,29 @@
### 134. Givosiran
uitsluitend voor de behandeling van multiple sclerose.
tenzij het een verzekerde betreft met chronische migraine die op 17 september 2021 al in het kader van een managed access program met een CGRP-remmer werd behandeld.
### 131. Recombinant herpes zoster vaccin met adjuvans
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar en ouder met chronische migraine na uitsluiten of behandeling van medicatie over gebruikshoofdpijn en na falen van profylactische behandeling met
uitsluitend voor de behandeling van acute hepatische porfyrie voor patiënten met
### 134. Givosiran
Voorwaarde:
6 maanden of op hemine profylaxe).
### 136. Ataluren, op grond van [artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.1)
### 136
Voorwaarde:
uitsluitend in combinatie met ivacaftor voor de behandeling van cystische fibrose (CF) patiënten van twee jaar en ouder die tenminste één F508del mutatie hebben in het CFTR-gen.
### 138. Elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde:
### 139. Fostemsavir en lenacapavir
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder als aanvulling op het dieet voor de behandeling van genetisch bevestigd familiair chylomicronemiesyndroom (FCS) met een hoog risico van pancreatitis bij wie de respons op dieet en triglyceridenverlagende behandeling onvoldoende was.
uitsluitend voor een verzekerde:
@@ -4181,7 +4181,7 @@
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder als aanvulling op het dieet voor de behandeling van genetisch bevestigd familiair chylomicronemiesyndroom (FCS) met een hoog risico van pancreatitis bij wie de respons op dieet en triglyceridenverlagende behandeling onvoldoende was.
Voorwaarde:
### 141. Liraglutide
@@ -4700,7 +4700,7 @@
uitsluitend voor een verzekerde met actieve relapsing multiple sclerose (RMS):
Voorwaarde:
Vervallen.
## Bijlage 4. van de Regeling zorgverzekering
@@ -4760,9 +4760,9 @@
### 145. Pitolisant
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met chronische nierschade met diabetes mellitus type 2.
Vervallen.
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met narcolepsie.
## Bijlage 6a. van de Regeling zorgverzekering
@@ -4913,17 +4913,17 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 145. Pitolisant
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 146. Dulaglutide en Semaglutide
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 146. Dulaglutide en Semaglutide
uitsluitend voor de behandeling van volwassenen in combinatie met een door het RIVM erkende gecombineerde leefstijlinterventie (GLI), indien de GLI niet succesvol is na 1 jaar, met:
De behandeling dient te worden gestaakt indien na vier maanden gebruik het aanvankelijke gewicht niet met ten minste 5% is afgenomen.
## Bijlage 4. van de Regeling zorgverzekering
@@ -5128,11 +5128,11 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 147. Bupropion met naltrexon
Voorwaarde:
uitsluitend voor de behandeling van volwassenen in combinatie met een door het RIVM erkende gecombineerde leefstijlinterventie (GLI), indien de GLI niet succesvol is na 1 jaar, met:
### 148. Setmelanotide
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van zes jaar en ouder:
### 148. Setmelanotide
@@ -5387,7 +5387,7 @@
### 147. Bupropion met naltrexon
uitsluitend voor een verzekerde met narcolepsie.
Voorwaarde:
### 147. Bupropion met naltrexon
@@ -5395,15 +5395,15 @@
### 149. Metreleptine
De behandeling dient te worden gestaakt indien na vier maanden gebruik het aanvankelijke gewicht niet met ten minste 5% is afgenomen.
De behandeling dient te worden gestaakt indien na 6 maanden gebruik van de onderhoudsdosering het aanvankelijke gewicht voor kinderen in de groei niet is gestabiliseerd en voor uitgegroeide adolescenten en volwassenen niet met ten minste 5% is afgenomen. De behandeling dient te worden uitgevoerd door een expertisecentrum.
### 145. Pitolisant
uitsluitend voor een verzekerde van zes jaar en ouder:
De behandeling dient te worden gestaakt indien na 6 maanden gebruik van de onderhoudsdosering het aanvankelijke gewicht voor kinderen in de groei niet is gestabiliseerd en voor uitgegroeide adolescenten en volwassenen niet met ten minste 5% is afgenomen. De behandeling dient te worden uitgevoerd door een expertisecentrum.
### 149. Metreleptine
uitsluitend voor een verzekerde van twee jaar en ouder:
De behandeling dient iedere 6 maanden te worden geëvalueerd en bij onvoldoende werkzaamheid gestaakt te worden. De behandeling dient te worden uitgevoerd door een expertisecentrum.
### 150. Ivermectine tabletten
Voorwaarde:
@@ -5608,7 +5608,7 @@
Voorwaarde:
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde die behoort tot een medische risicogroep en daarop is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
## Bijlage 6. behorende bij [artikel 8.3, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2022-10-05&g=2022-10-05), van de Regeling zorgverzekering
@@ -5628,19 +5628,19 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 151. Nirmatrelvir/ritonavir
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 152. Alfacalcidol en calcitriol
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde die voor behandeling met het geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd.
uitsluitend voor een verzekerde die behoort tot een medische risicogroep en daarop is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
### 152. Alfacalcidol en calcitriol
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde die voor behandeling met het geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd.
uitsluitend voor een verzekerde van twee jaar en ouder, die dit middel gebruikt:
De behandeling moet worden gestaakt als na 6 maanden gebruik van de onderhoudsdosering de aanvalsfrequentie niet met ten minste 30% is afgenomen bij evaluatie, overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
Voorwaarde:
@@ -6274,14 +6274,14 @@
uitsluitend voor een verzekerde die dit geneesmiddel krijgt voorgeschreven voor een behandeling anders dan in het kader van ondersteunende voortplantingstechnieken.
### 94
Vervallen.
### 95
Vervallen.
### 96
Vervallen.
### 98
Vervallen.
@@ -6292,7 +6292,7 @@
### 108. Dexamfetamine en Lisdexamfetamine
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met ADHD (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit), wanneer de respons op een eerdere behandeling met methylfenidaat klinisch ontoereikend bleek.
uitsluitend voor een verzekerde met hypercholesterolemie (familiaire en niet-familiaire) en met een voldoende hoog risico, indien een maximaal verdraagbare statine in combinatie met ezetimib niet de behandeldoelstelling bereikt overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard, kan inclisiran worden ingezet als volgt:
@@ -6308,9 +6308,9 @@
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van twee jaar en ouder:
### 150. Ivermectine tabletten
uitsluitend voor een verzekerde waarbij het geneesmiddel zal worden ingezet voor behandeling van scabiës.
### 151. Nirmatrelvir/ritonavir
uitsluitend voor een verzekerde waarbij het geneesmiddel zal worden ingezet voor behandeling van scabiës.
@@ -6473,7 +6473,7 @@
### 155. Sublinguaal toegediende huisstofmijtextracten 100 IR/300 IR HDM en 12 SQ-HDM
uitsluitend voor een verzekerde van twee jaar en ouder, die dit middel gebruikt:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder in de vruchtbare leeftijd:
De behandeling moet worden gestaakt als na 6 maanden gebruik van de onderhoudsdosering de aanvalsfrequentie niet met ten minste 30% is afgenomen bij evaluatie, overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
@@ -6555,13 +6555,13 @@
### 156. Solriamfetol
uitsluitend voor een verzekerde van twaalf jaar en ouder met aanhoudende door huisstofmijt geïnduceerde allergische rhinitis of rhinoconjunctivitis, gediagnosticeerd op basis van de klinische voorgeschiedenis en een positieve huisstofmijtsensitisatietest (huidpriktest en/of specifieke IgE), ondanks adequate medicamenteuze behandeling.
Het initiële recept dient te zijn voorgeschreven vanuit een SVNL-geaccrediteerd slaapcentrum én door een gespecialiseerd arts met een specifieke deskundigheid in slaap-waakstoornissen.
### 156. Solriamfetol
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder voor de behandeling van overmatige slaperigheid overdag (EDS) en het verbeteren van de mate van wakker-zijn bij een patiënt
Voorwaarde:
### 157. Pegcetacoplan
@@ -6784,15 +6784,15 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Voorwaarde:
Twaalf maanden na start van de behandeling met solriamfetol dient vanuit het SVNL-geaccrediteerd slaapcentrum beoordeeld te worden of continuering van solriamfetol nog gepast is.
### 157. Pegcetacoplan
uitsluitend voor een verzekerde met paroxismale nachtelijke hemoglobinurie die na behandeling gedurende ten minste 3 maanden met een C5-remmer anemisch is met een hemoglobinewaarde <6,5 mmol/L, of wanneer sprake is van een intolerantie voor een C5 remmer.
### 158. Dexamethason/tobramycine oogdruppels
Het initiële recept dient te zijn voorgeschreven vanuit een SVNL-geaccrediteerd slaapcentrum én door een gespecialiseerd arts met een specifieke deskundigheid in slaap-waakstoornissen.
### 157. Pegcetacoplan
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde die dit geneesmiddel krijgt voorgeschreven voor een behandeling conform de geregistreerde indicatie, anders dan na een staaroperatie.
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 8.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2023-05-05&g=2023-05-05) van de Regeling zorgverzekering, geldend voor de terhandstelling van geneesmiddelen in de kalenderjaren 2011 en 2012 voor de uitkering, bedoeld in [artikel 118a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) die betrekking heeft op het kalenderjaar 2013
@@ -6800,11 +6800,11 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 158. Dexamethason/tobramycine oogdruppels
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 159. Bempedoïnezuur
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met niet-familiaire hypercholesterolemie of gemengde dyslipidemie met een (zeer) hoog cardiovasculair risico, indien een maximaal verdraagbare statine in combinatie met ezetimib niet de behandeldoelstelling bereikt overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard; en de patiënt niet in aanmerking komt voor behandeling met een PCSK9 remmer, kan bempedoïnezuur worden ingezet als volgt:
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2023-05-18&g=2023-05-18) van de Regeling zorgverzekering
@@ -7007,11 +7007,11 @@
### 154. Relugolix/estradiol/norethiseronacetaat
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van twaalf jaar en ouder met aanhoudende door huisstofmijt geïnduceerde allergische rhinitis of rhinoconjunctivitis, gediagnosticeerd op basis van de klinische voorgeschiedenis en een positieve huisstofmijtsensitisatietest (huidpriktest en/of specifieke IgE), ondanks adequate medicamenteuze behandeling.
### 155. Sublinguaal toegediende huisstofmijtextracten 100 IR/300 IR HDM en 12 SQ-HDM
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder voor de behandeling van overmatige slaperigheid overdag (EDS) en het verbeteren van de mate van wakker-zijn bij een patiënt
### 158. Dexamethason/tobramycine oogdruppels
@@ -7033,7 +7033,7 @@
### 128. Amikacine liposomale suspensie
### 129
### 130
### 130. Dapagliflozine
@@ -7041,29 +7041,29 @@
### 132. Ozanimod
### 133. Erenumab, fremanezumab, galcanezumab en atogepant
### 134. Givosiran
### 136. Ataluren, op grond van [artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.1)
### 134. Givosiran
### 135
### 138. Elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor
### 137. Levomepromazine
### 139. Fostemsavir en lenacapavir
### 140. Volanesorsen
Voorwaarde:
### 141. Liraglutide
Voorwaarde:
### 141. Liraglutide
uitsluitend voor een verzekerde met actieve relapsing multiple sclerose (RMS):
### 142. Ofatumumab
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met chronische nierschade met diabetes mellitus type 2.
### 143. Finerenon
@@ -7075,22 +7075,22 @@
### 144. Dabigatran
### 148. Setmelanotide
### 149. Metreleptine
### 151. Nirmatrelvir/ritonavir
### 152. Alfacalcidol en calcitriol
### 152. Alfacalcidol en calcitriol
### 153. Cannabidiol
### 154. Relugolix/estradiol/norethiseronacetaat
### 155. Sublinguaal toegediende huisstofmijtextracten 100 IR/300 IR HDM en 12 SQ-HDM
### 155. Sublinguaal toegediende huisstofmijtextracten 100IR/300 IR HDM
### 156. Solriamfetol
### 156. Solriamfetol
### 158. Dexamethason/tobramycine oogdruppels
### 157. Pegcetacoplan
@@ -7107,7 +7107,7 @@
### 159. Bempedoïnezuur
Voorwaarde:
Uitsluitend voor een verzekerde tot en met 25 jaar oud (bij start van de behandeling):
uitsluitend voor een verzekerde met niet-familiaire hypercholesterolemie of gemengde dyslipidemie met een (zeer) hoog cardiovasculair risico, indien een maximaal verdraagbare statine in combinatie met ezetimib niet de behandeldoelstelling bereikt overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard; en de patiënt niet in aanmerking komt voor behandeling met een PCSK9 remmer, kan bempedoïnezuur worden ingezet als volgt:
@@ -7129,7 +7129,7 @@
uitsluitend voor een verzekerde van 18 jaar en ouder:
### 86. Empagliflozine
### 86
### 93. Canagliflozine
@@ -7143,19 +7143,19 @@
### 101
Vervallen.
Voorwaarde:
### 105. 6-tioguanine tabletten van 10 mg of 20 mg
uitsluitend voor een verzekerde met ADHD (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit), wanneer de respons op een eerdere behandeling met methylfenidaat klinisch ontoereikend bleek.
Voorwaarde:
### 109. Combinatiepreparaat bevattende sacubitril en valsartan
### 111
Voorwaarde:
### 115. Idebenon
### 112. Combinatie van basale insuline en een GLP-1-Agonist
als toevoeging aan metformine bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥ 3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering.
### 113
Vervallen.
@@ -7163,7 +7163,7 @@
### 120
uitsluitend voor een verzekerde van tien jaar of ouder met zeer actieve relapsing-remitting multiple sclerose (RRMS) die niet heeft gereageerd op een behandeling met ten minste één ziektemodificerend geneesmiddel dat geregistreerd is voor de behandeling van MS.
uitsluitend voor een verzekerde met hypofosfatasia bij wie de eerste symptomen zijn opgetreden in de baarmoeder of vóór de leeftijd van zes maanden.
### 122. Fampridine
@@ -7187,23 +7187,23 @@
Voorwaarde:
### 160. Risdiplam
Voorwaarde:
Voorwaarde:
Uitsluitend voor een verzekerde tot en met 25 jaar oud (bij start van de behandeling):
### 161. Mifepriston
Voorwaarde:
(off-label) In combinatie met misoprostol voor de medicamenteuze behandeling
van miskraam of niet-vitale zwangerschap tot en met 16 weken amenorroe.
Voorwaarde:
### 163. Odevixibat
(off-label) In combinatie met misoprostol voor de medicamenteuze behandeling
van miskraam of niet-vitale zwangerschap tot en met 16 weken amenorroe.
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met symptomatisch
(NYHA II-IV) chronisch hartfalen en een verminderde ejectiefractie
(LVEF ≤ 40%) (HFrEF) met een NT-proBNP waarde van ≤5314 pg/ml,
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2023-08-01&g=2023-08-01) van de Regeling zorgverzekering
@@ -7608,13 +7608,13 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 164. Natalizumab subcutaan
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met symptomatisch
(NYHA II-IV) chronisch hartfalen en een verminderde ejectiefractie
(LVEF ≤ 40%) (HFrEF) met een NT-proBNP waarde van ≤5314 pg/ml,
### 163. Odevixibat
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van zes maanden en ouder
De behandeling dient te worden gestaakt indien na ten hoogste negen maanden ononderbroken behandeling geen klinisch aantoonbaar, symptomatisch behandelvoordeel kan worden vastgesteld.
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2023-10-01&g=2023-10-01) van de Regeling zorgverzekering
@@ -7968,11 +7968,11 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 163. Odevixibat
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van zes maanden en ouder
### 164. Natalizumab subcutaan
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met zeer actieve relapsing-remitting multipele sclerose (RRMS):
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2023-12-23&g=2023-12-23) van de Regeling zorgverzekering
@@ -8198,40 +8198,40 @@
### 92. Leuproreline
### 96
Vervallen.
### 97
Vervallen.
### 98
### 99
Vervallen.
### 100. Ivacaftor
### 101
Vervallen.
### 102
Vervallen.
### 103
Vervallen.
### 104
### 107
Uitsluitend voor een verzekerde van 18 jaar of ouder die dit middel gebruikt als onderhoudsbehandeling voor een inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn of ulceratieve colitis), en die onvoldoende reageert op of intolerant is voor standaard tiopurine behandeling (azathioprine of mercaptopurine), en dit middel niet gebruikt in combinatie met een TNF-alfaremmer of met vedolizumab.
### 106. Evolocumab
### 111
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met symptomatisch (NYHA II-IV) chronisch hartfalen en een verminderde ejectiefractie (LVEF ≤ 40%) (HFrEF),
Voorwaarde:
### 106. Evolocumab
### 110. Inclisiran
Voorwaarde:
### 110. Inclisiran
### 112. Combinatie van basale insuline en een GLP-1-Agonist
### 113
@@ -8248,28 +8248,28 @@
Vervallen.
### 117. Ertugliflozine
uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 die niet behandeld kan worden met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat, geen insuline gebruikt en dit middel gebruikt als een tweevoudige combinatie met metformine.
### 118. Fingolimod
### 137. Levomepromazine
uitsluitend voor een verzekerde van tien jaar of ouder met zeer actieve relapsing-remitting multiple sclerose (RRMS) die niet heeft gereageerd op een behandeling met ten minste één ziektemodificerend geneesmiddel dat geregistreerd is voor de behandeling van MS.
### 119. Asfotase alfa
### 138. Elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor
### 142. Ofatumumab
### 142. Ofatumumab
### 143. Finerenon
### 144
### 153. Cannabidiol
### 154. Relugolix/estradiol/norethiseronacetaat
### 159. Bempedoïnezuur
### 160. Risdiplam
### 160. Risdiplam
Voorwaarde:
### 162. Vericiguat
@@ -8282,7 +8282,7 @@
### 165. Icosapent-ethyl
De behandeling dient te worden gestaakt indien na ten hoogste negen maanden ononderbroken behandeling geen klinisch aantoonbaar, symptomatisch behandelvoordeel kan worden vastgesteld.
of
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2024-01-19&g=2024-01-19) van de Regeling zorgverzekering
@@ -8442,7 +8442,7 @@
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met zeer actieve relapsing-remitting multipele sclerose (RRMS):
uitsluitend voor een verzekerde met een vastgestelde cardiovasculaire aandoening
## Bijlage 4. van de Regeling zorgverzekering
@@ -8688,11 +8688,11 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 165. Icosapent-ethyl
Voorwaarde:
Voorwaarde:
### 166. Alirocumab
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met hypercholesterolemie (familiaire en niet-familiaire) en met een voldoende hoog risico, indien de maximaal verdraagbare orale lipidenverlagende therapie van een statine en ezetimib niet de LDL-C streefwaarde bereikt conform de vigerende cardiovasculair risico management (CVRM)-richtlijn, kan alirocumab worden ingezet als volgt:
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 8.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2024-03-28&g=2024-03-28) van de Regeling zorgverzekering, geldend voor de terhandstelling van geneesmiddelen in de kalenderjaren 2011 en 2012 voor de uitkering, bedoeld in [artikel 118a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) die betrekking heeft op het kalenderjaar 2013
@@ -8880,17 +8880,17 @@
### 160. Risdiplam
### 161. Mifepriston
### 162. Vericiguat
### 162. Vericiguat
### 163. Odevixibat
### 164. Natalizumab subcutaan
### 166. Alirocumab
uitsluitend voor een verzekerde met een vastgestelde cardiovasculaire aandoening
Patiënten met hypercholesterolemie met een voldoende hoog risico zijn gedefinieerd als één van onderstaande groepen:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
@@ -9199,7 +9199,7 @@
Voorwaarde:
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met actieve lupus nefritis (LN) van klasse III, IV of V (met inbegrip van gemengde klasse III/V en IV/V) bij onvoldoende effect van de standaard eerstelijns immunosuppressieve behandeling.
uitsluitend op voorschrift van een internist-nefroloog en onder begeleiding van een diëtist een strikt eiwitbeperkt dieet (maximaal 0,30 g eiwit/kg/dag) voor een verzekerde:
@@ -9567,7 +9567,7 @@
### 177. Voclosporine
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met symptomatische (NYHA klasse II-III) hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (HOCM), die
## Bijlage 7. van de Regeling zorgverzekering
@@ -9579,7 +9579,7 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 177. Voclosporine
### 178. Mavacamten
Voorwaarde:
@@ -9587,7 +9587,7 @@
### 178. Mavacamten
uitsluitend voor een verzekerde met actieve lupus nefritis (LN) van klasse III, IV of V (met inbegrip van gemengde klasse III/V en IV/V) bij onvoldoende effect van de standaard eerstelijns immunosuppressieve behandeling.
Het recept dient te zijn voorgeschreven door een expertisecentrum.
Voorwaarde:
@@ -9597,9 +9597,9 @@
Het recept dient te zijn voorgeschreven door een expertisecentrum.
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar en ouder als aanvullende onderhoudsbehandeling bij patiënten met ernstig eosinofiel astma dat onvoldoende onder controle is, ondanks hoog gedoseerde inhalatiecorticosteroïden en langwerkende β-agonisten. De behandeling dient ten minste de eerste 6 maanden te worden uitgevoerd in het ziekenhuis.
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar en ouder als aanvullende onderhoudsbehandeling bij patiënten met ernstig eosinofiel astma dat onvoldoende onder controle is, ondanks hoog gedoseerde inhalatiecorticosteroïden en langwerkende β-agonisten. De behandeling dient ten minste de eerste 6 maanden te worden uitgevoerd in het ziekenhuis.
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van zes jaar en ouder als aanvullende onderhoudsbehandeling bij patiënten met ernstig allergisch (IgE-gemedieerd) astma dat onvoldoende onder controle is, ondanks hooggedoseerde inhalatiecorticosteroïden en langwerkende β-agonisten.
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2024-10-29&g=2024-10-29) van de Regeling zorgverzekering
@@ -10108,58 +10108,778 @@
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 164. Natalizumab subcutaan
### 165. Icosapent-ethyl
### 165. Icosapent-ethyl
### 172. Fenfluramine
uitsluitend voor een verzekerde van twee jaar en ouder, die dit middel gebruikt als adjuvante therapie bij aanvallen die geassocieerd worden met het Lennox-Gastautsyndroom (LGS) of het syndroom van Dravet (DS). De behandeling moet worden gestaakt als na 6 maanden gebruik van de onderhoudsdosering de aanvalsfrequentie niet met ten minste 30% is afgenomen.
### 173. Meclozine/pyridoxine
uitsluitend voor een verzekerde waarbij het geneesmiddel zal worden ingezet voor behandeling van misselijkheid en braken na operaties of na röntgenstraling.
### 174. Bempedoïnezuur/ezetimib
uitsluitend voor een verzekerde met niet-familiaire hypercholesterolemie of gemengde dyslipidemie met een (zeer) hoog cardiovasculair risico, indien een maximaal verdraagbare statine in combinatie met ezetimib niet de behandeldoelstelling bereikt overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard; en de patiënt niet in aanmerking komt voor behandeling met een PCSK9 remmer, kan bempedoïnezuur/ezetimib worden ingezet als volgt:
### 175. Tezepelumab
uitsluitend voor een verzekerde als aanvullende onderhoudsbehandeling bij patiënten met ernstig eosinofiel astma, ernstig IgE-gemedieerd astma, ernstig bewezen type 2 astma of ernstig niet bewezen type 2 astma dat onvoldoende onder controle is, ondanks hoog gedoseerde inhalatiecorticosteroïden in combinatie met een ander geneesmiddel als onderhoudsbehandeling. De behandeling dient tenminste de eerste 6 maanden te worden uitgevoerd in het ziekenhuis.
### 176. Keto/hydroxy-analogen
uitsluitend op voorschrift van een internist-nefroloog en onder begeleiding van een diëtist een strikt eiwitbeperkt dieet (maximaal 0,30 g eiwit/kg/dag) voor een verzekerde:
### 177. Voclosporine
### 178. Mavacamten
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar en ouder:
### 180. Omalizumab
De behandeling dient tenminste de eerste 6 maanden te worden uitgevoerd in het ziekenhuis.
## Bijlage 6b. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 4. Rekening gemoedsbezwaarden
#### § 4a. De bestanden waarmee onverzekerden worden opgespoord
#### § 4b. De bestanden waarmee ten onrechte verzekerden worden opgespoord
#### § 4a. De bestanden waarmee onverzekerden worden opgespoord
#### § 6. Extra bijdrage in geval van catastrofes
#### § 7. Uitvoering van [artikel IIIA van de Veegwet VWS 2013](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034659&artikel=IIIa)
#### § 8. Anonieme financiering van zorg aan ernstig bedreigde personen
#### § 9. Nationaal contactpunt
### Hoofdstuk 6a. Ondersteuning Zvw-pgb
### Hoofdstuk 7. Verwerking persoonsgegevens
### Hoofdstuk 7a. Gegevens die de zorgaanbieder moet verstrekken aan het CAK indien hij in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage in de kosten in verband met het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 7b. Gegevens die moeten worden uitgewisseld in verband met werkzaamheden gericht op het voorkomen of verminderen van schulden voortvloeiende uit de zorgverzekering
### Hoofdstuk 7a. Gegevens die de zorgaanbieder moet verstrekken aan het CAK indien hij in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage in de kosten in verband met het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan bepaalde groepen vreemdelingen
## Bijlage 1. horende bij [artikel 2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2024-12-18&g=2024-12-18), van de Regeling zorgverzekering
### B. Lijst van geneesmiddelen waarvoor geen vergoedingslimiet is vastgesteld
## Bijlage 0. horende bij [artikel 2.1, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01), van de Regeling zorgverzekering
- 1. Met ingang van 1 januari 2027: nivolumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van gevorderd melanoom bij volwassenen.
- 2. Ibrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de eerstelijnsbehandeling van chronisch lymfatische leukemie in aanwezigheid van 17p-deletie of TP53-mutatie bij patiënten voor wie chemo-immunotherapie niet geschikt is;
- b. tot 1 januari 2027: als monotherapie of in combinatie met obinutuzumab voor de behandeling van volwassen patiënten zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld, met uitzondering van fitte patiënten ≤ 65-70 jaar met gemuteerd IGHV;
- c. als monotherapie voor de behandeling van een gerecidiveerd of refractair mantelcellymfoom;
- d. als monotherapie of in combinatie met bendamustine en rituximab voor de tweedelijnsbehandeling van chronische lymfatische leukemie;
- e. als monotherapie voor de tweedelijnsbehandeling van Waldenströms macroglobulinemie of voor de eerstelijnsbehandeling van Waldenströms macroglobulinemie indien chemo-immunotherapie niet geschikt is voor de patiënt;
- f. tot 1 januari 2027: in combinatie met venetoclax voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld.
- 3. Met ingang van 1 januari 2027: pembrolizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van gevorderd melanoom bij volwassenen.
- 4. Palbociclib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker als initiële endocrien gebaseerde therapie in combinatie met een aromataseremmer of fulvestrant;
- b. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker die eerdere endocriene therapie hebben ontvangen.
- 5. Daratumumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met gerecidiveerd en refractair multipel myeloom, bij wie de voorgaande behandeling bestond uit een proteasoomremmer en een immunomodulerend middel en die bij de laatste behandeling ziekteprogressie hebben vertoond;
- b. tot 1 januari 2026: in combinatie met lenalidomide en dexamethason of in combinatie met bortezomib en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- c. tot 1 januari 2026: in combinatie met bortezomib, melfalan en prednison voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie;
- d. tot 1 januari 2026: in combinatie met lenalidomide en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie;
- e. tot 1 januari 2026: in combinatie met bortezomib, thalidomide en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie;
- f. tot 1 januari 2026: in combinatie met carfilzomib en dexamethason voor multipel myeloom bij volwassenen die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- g. tot 1 januari 2026: in combinatie met bortezomib, lenalidomide en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie.
- 6. Nusinersen, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van 5q spinale musculaire atrofie, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2027: voor de behandeling van patiënten met de eerste symptomen van 5q spinale musculaire atrofie op een leeftijd van jonger dan zes maanden en met een ziekteduur van korter dan zesentwintig weken bij de start van de behandeling;
- b. tot 1 januari 2027: voor de behandeling van patiënten met de eerste symptomen van 5q spinale musculaire atrofie op een leeftijd van zes tot twintig maanden en een ziekteduur korter dan vierennegentig maanden bij de start van de behandeling;
- c. tot 1 januari 2027: voor de behandeling van zuigelingen zonder symptomen van 5q spinale musculaire atrofie, met een genetische diagnose van 5q spinale musculaire atrofie en met twee of drie SMN2-kopieën.
- 7. Ribociclib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker als initiële endocrien gebaseerde therapie in combinatie met een aromataseremmer of fulvestrant;
- b. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker die eerdere endocriene therapie hebben ontvangen.
- 8. Met ingang van 1 januari 2027: atezolizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 9. Osimertinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderde of gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker met een epidermale groeifactor receptor T790M-mutatie;
- b. tot 1 januari 2029: als monotherapie voor de eerstelijnsbehandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderde of gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker met activerende epidermale groeifactorreceptor mutaties;
- c. tot 1 januari 2029: als adjuvante behandeling na volledige tumorresectie voor de behandeling bij volwassen patiënten met stadium IB-IIIA niet-kleincellige longkanker met tumoren met epidermale groeifactorreceptor exon-19-deleties of exon-21 (L858R)-substitutiemutaties.
- 10. Tisagenlecleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2028: voor de behandeling van pediatrische en jongvolwassen patiënten tot en met de leeftijd van vijfentwintig jaar met refractaire B-cel acute lymfoblastaire leukemie, of met een recidief na stamceltransplantatie of met een tweede of later recidief van B-cel acute lymfoblastaire leukemie;
- b. tot 1 januari 2028: voor de behandeling van volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie.
- 11. Vervallen.
- 12. Axicabtagene ciloleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassen patiënten met recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie.
- b. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassen patiënten met primair mediastinaal grootcellig B-cellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie.
- c. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van fitte volwassenen met diffuus grootcellig B-cellymfoom en hooggradig B-cellymfoom, dat recidiveert binnen 12 maanden na of refractair is voor eerstelijns chemo-immunotherapie die in de tweede lijn in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie.
- 13. Abemaciclib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker als initiële endocrien gebaseerde therapie in combinatie met een aromataseremmer of fulvestrant;
- b. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker die eerdere endocriene therapie hebben ontvangen.
- 14. Durvalumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2027 als monotherapie voor de behandeling van lokaal gevorderde, irresectabele niet-kleincellig longkanker in volwassenen, met een ECOG-PS 0-1, bij wie de ziekte geen progressie heeft vertoond na platinumbevattende chemotherapie met radiotherapie.
- 15. Met ingang van 1 januari 2029: dabrafenib, voor zover verstrekt in combinatie met trametinib in het kader van de adjuvante geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met melanoom in stadium III met een BRAF V600-mutatie, na complete resectie.
- 16. Met ingang van 1 januari 2029: trametinib, voor zover verstrekt in combinatie met dabrafenib in het kader van de adjuvante geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met melanoom in stadium III met een BRAF V600-mutatie, na complete resectie.
- 17. Met ingang van 1 januari 2031: voretigene neparvovec, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen en pediatrische patiënten met visusverlies door erfelijke retinale dystrofie veroorzaakt door bevestigde bi-allelische RPE65-mutaties en die voldoende levensvatbare retinacellen hebben.
- 18. Venetoclax, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie in aanwezigheid van een 17p-depletie of TP53-mutatie bij volwassenen die ongeschikt zijn voor een B-celreceptorremmer of bij wie een B-celreceptorremmer heeft gefaald;
- b. als monotherapie voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie in afwezigheid van een 17p-depletie of TP53-mutatie bij volwassenen bij wie zowel chemo-immunotherapie als een B-celreceptorremmer heeft gefaald;
- c. tot 1 januari 2027: in combinatie met rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- d. tot 1 januari 2027: in combinatie met obinutuzumab of ibrutinib voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld;
- e. tot 1 januari 2027: in combinatie met een hypomethylerend middel voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerde acute myeloïde leukemie die niet in aanmerking komen voor intensieve chemotherapie.
- 19. Ipilimumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van melanoom in een gevorderd stadium bij volwassenen en adolescenten in de leeftijd van van twaalf jaar en ouder;
- b. in combinatie met nivolumab voor de behandeling van melanoom in een gevorderd stadium bij volwassenen;
- c. tot 1 januari 2027: in combinatie met nivolumab voor de eerstelijnsbehandeling van gevorderd heldercellig niercelcarcinoom met een intermediair of ongunstig risicoprofiel bij volwassenen met een Karnofsky-score groter of gelijk aan 70 of een vergelijkbaar niveau van functioneren;
- d. tot 1 januari 2027: in combinatie met nivolumab en twee cycli van platinumbevattende chemotherapie als eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassen zonder sensibiliserende EGFR-mutatie of ALK-translocatie;
- e. tot 1 januari 2027: in combinatie met nivolumab als eerstelijnsbehandeling van inoperabel maligne pleuraal mesothelioom;
- f. als off-label neoadjuvante behandeling in combinatie met nivolumab gevolgd door een adjuvante behandeling voor patiënten met resectabel melanoom stadium III.
- 20. Emicizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als routineprofylaxe van bloedingen bij patiënten met hemofilie A met remmers tegen factor VIII;
- b. tot 1 juli 2026: als routineprofylaxe van bloedingen bij patiënten met ernstige hemofilie A zonder remmers tegen factor VIII;
- c. tot 1 juli 2026: als routineprofylaxe van bloedingen bij patiënten met matig-ernstige hemofilie A zonder remmers tegen factor VIII en met een ernstig fenotype voor bloedingen;
- d. tot 1 juli 2026: als off-label routineprofylaxe van bloedingen bij verworven hemofilie A.
- 21. Vervallen.
- 22. Autologe CD34+ haematopoietische stamcellen getransduceerd met een lentivirale vector coderend voor het humane βA-T87Q-globine gen voor zover verstrekt in het kader van de behandeling van transfusie afhankelijke β-thalassemie patiënten in de leeftijd van twaalf jaar of ouder en die niet het β°/β° genotype hebben en voor wie een haemotopoietische stamceltransplantatie geschikt is maar geen humaan leukocyte antigen gematchte verwante donor beschikbaar is.
- 23. Ravulizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2026: voor de behandeling van volwassen patiënten met refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis die positief zijn voor het anti-acetylcholinerecepter antilichaam;
- b. tot 1 januari 2026: voor de behandeling van paroxismale nachtelijke hemoglobinurie bij volwassen en pediatrische patiënten met een lichaamsgewicht van tien kilogram of meer:
- 1º. met hemolyse met klinische symptomen die wijzen op een hoge ziekteactiviteit; of
- 2º. die klinisch stabiel zijn nadat ze ten minste de afgelopen zes maanden behandeld zijn met eculizumab.
- 24. Larotrectinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassenen en kinderen met lokaal gevorderde of gemetastaseerde solide tumoren die een neurotrofe tyrosinereceptorkinase genfusie vertonen en die hebben gefaald op de standaardbehandeling of waarbij geen standaardbehandeling bestaat of geïndiceerd is.
- 25. Avelumab voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van gemetastaseerd Merkel-celcarcinoom bij volwassenen;
- b. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de eerstelijnsonderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcelcarcinoom die progressievrij zijn na platina-gebaseerde chemotherapie;
- c. tot 1 januari 2027: in combinatie met axitinib als eerstelijnsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderd niercelcarcinoom.
- 26. Esketamine, voor zover verstrekt als neusspray in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassenen met een therapieresistente depressieve stoornis die tijdens de huidige matige tot ernstige depressieve episode niet hebben gereageerd op ten minste twee verschillende behandelingen met antidepressiva en een behandeling met augmentatie.
- 27. Polatuzumab vedotine, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2030 in combinatie met bendamustine en rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met teruggekeerd of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom die niet in aanmerking komen voor hematopoëtische stamceltransplantatie.
- 28. Onasemnogene abeparvovec, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van:
- a. met ingang van 1 januari 2029: 5q spinale spieratrofie met een bi-allelische mutatie in het SMN1-gen en een klinische diagnose van SMA-type 1;
- b. met ingang van 1 januari 2029: presymptomatische 5q spinale spieratrofie met een bi-allelische mutatie in het SMN1-gen tot maximaal drie kopieën van het SMN2-gen;
- c. symptomatische 5q spinale spieratrofie met een bi-allelische mutatie in het SMN1-gen en maximaal drie kopieën het SMN2-gen zonder klinische diagnose van SMA-type 1.
- 29. Glasdegib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 30. Entrectinib, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met ROS1-positieve, gevorderde niet-kleincellig longcarcinoom die niet eerder behandeld zijn met ROS1-remmers.
- 31. Acalabrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten die niet eerder zijn behandeld voor chronische lymfatische leukemie met een deletie op chromosoom 17p of een mutatie in het tumorsuppressorgen TP53;
- b. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die ten minste een eerdere behandeling voor chronische lymfatische leukemie hebben gehad;
- c. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van niet-fitte patiënten zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld en die niet in aanmerking komen voor anti-CD20 behandeling;
- d. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van fitte patiënten > 65–70 jaar zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld;
- e. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van fitte patiënten ≤ 65–70 jaar zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld en met een ongemuteerd IGHV;
- f. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van niet-fitte patiënten zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld en die wel in aanmerking komen voor anti-CD20 behandeling;
- g. tot 1 januari 2027: in combinatie met venetoclax voor de behandeling van patiënten met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld;
- h. tot 1 januari 2027: in combinatie met bendamustine en rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met mantelcellymfoom, die niet eerder zijn behandeld.
- 32. Vervallen.
- 33. Niraparib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling bij volwassen patiënten met platinagevoelige, gerecidiveerde, hooggradige sereuze epitheliale eierstok-, eileider- of primaire peritoneumkanker, die volledig of partieel reageren op platina gebaseerde chemotherapie;
- b. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderde epitheliale hooggradige eierstok-, eileider- of primaire peritoneumkanker zonder bewezen BRCA1/2 mutatie, die volledig of partieel reageren na afronding van een eerstelijnsbehandeling met op platina gebaseerde chemotherapie.
- 34. Brexucabtagene autoleucel, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige geneeskundige behandeling van:
- a. volwassen patiënten met gerecidiveerd of refractair mantelcellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie waaronder systemische behandeling met een Brutons tyrosinekinase remmer;
- b. volwassen patiënten in de leeftijd van zesentwintig jaar en ouder met recidiverende of refractaire B-celprecursor acute lymfoblastische leukemie.
- 35. Carfilzomib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van:
- a. de toepassing in combinatie met lenalidomide en dexamethason of met dexamethason voor multipel myeloom bij volwassenen die ten minste een andere behandeling hebben gehad;
- b. tot 1 januari 2026: de toepassing in combinatie met daratumumab en dexamethason of isatuximab en dexamethason voor multipel myeloom bij volwassenen die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad.
- 36. Atidarsagene autotemcel, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van metachromatische leukodystrofie gekenmerkt door bi-allelische mutaties in het arylsulfatase A-gen, wat leidt tot verminderde enzymatische activiteit van het arylsulfatase A-gen:
- a. met ingang van 1 januari 2027: bij kinderen met laat-infantiele of vroeg-juveniele vormen zonder klinische manifestaties van de ziekte;
- b. bij kinderen met de vroeg-juveniele vorm, met vroege klinische manifestaties van de ziekte, met het vermogen zelfstandig te lopen en voor het begin van cognitieve achteruitgang.
- 37. Pertuzumab-trastuzumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 oktober 2025: bij vroege borstkanker in combinatie met chemotherapie voor de neoadjuvante behandeling van volwassen patiënten met HER2-positieve, lokaal gevorderde, inflammatoire, of vroeg-stadium borstkanker met een hoog risico op recidief;
- b. tot 1 oktober 2025: bij gemetastaseerde borstkanker in combinatie met taxaan voor de behandeling van volwassen patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde of lokaal teruggekeerde, niet-reseceerbare borstkanker die geen eerdere anti-HER2-therapie of chemotherapie voor hun gemetastaseerde ziekte hebben gekregen;
- c. tot 1 oktober 2025, bij gemetastaseerde borstkanker in combinatie met taxaan en aansluitend zonder taxaan bij volwassen patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde of lokaal teruggekeerde, niet-reseceerbare borstkanker die geen eerdere anti-HER2-therapie of chemotherapie voor hun gemetastaseerde ziekte hebben gekregen.
- 38. Trastuzumab-deruxtecan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2028 als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met niet-reseceerbare of gemetastaseerde HER2-positieve borstkanker die voorafgaand één of meer behandelschema's op basis van anti-HER2-therapieën hebben gekregen.
- 39. Met ingang van 1 januari 2028: tucatinib, voor zover verstrekt in combinatie met trastuzumab en capecitabine in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met HER2-positieve, lokaal gevorderde of uitgezaaide borstkanker die voorafgaand twee of meer behandelschema’s op basis van anti-HER2-therapieën hebben gekregen.
- 40. Vervallen.
- 41. Isatuximab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. in combinatie met pomalidomide en dexamethason, voor de behandeling van volwassen patiënten met gerecidiveerd en refractair multipel myeloom die minstens twee eerdere therapieën hebben gekregen, waaronder lenalidomide en een proteasoomremmer, en bij wie ziekteprogressie is aangetoond tijdens de laatste behandeling;
- b. tot 1 januari 2026: in combinatie met carfilzomib en dexamethason, voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die minstens één eerdere behandeling gekregen hebben.
- 42. Met ingang van 1 januari 2028: selumetinib, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van symptomatische, inoperabele plexiforme neurofibromen bij pediatrische patiënten met neurofibromatose type 1 in de leeftijd van drie jaar of ouder.
- 43. Evinacumab, voor zover verstrekt als aanvulling op een dieet en andere low density-lipoproteïne cholesterol verlagende therapieën in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen en adolescente patiënten in de leeftijd van twaalf jaar en ouder met homozygote familiale hypercholesterolemie, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2027 voor de behandeling van patiënten van 12 jaar en ouder met homozygote familiale hypercholesterolemie, die ondanks optimaal gebruik van lipidenverlagende behandelingen onvoldoende daling bereiken.
- 44. Met ingang van 1 januari 2027: cemiplimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met gemetastaseerd of lokaal gevorderd cutaan plaveiselcelcarcinoom die niet in aanmerking komen voor curatieve chirurgie of curatieve radiotherapie.
- 45. Idecabtagene vicleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 46. Tafasitamab, voor zover verstrekt in combinatie met lenalidomide, en gevolgd door tafasitamab als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom die niet in aanmerking komen voor een autologe stamceltransplantatie.
- 47. Zanubrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van volwassen patiënten met Waldenströms macroglobulinemie die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- b. voor de eerstelijnsbehandeling bij patiënten met Waldenströms macroglobulinemie voor wie chemo-immunotherapie niet geschikt is;
- c. als monotherapie voor de eerstelijnsbehandeling van volwassen patiënten met chronisch lymfatische leukemie in aanwezigheid van 17p-deletie of TP53-mutatie voor wie chemo-immunotherapie niet geschikt is;
- d. als monotherapie voor de tweedelijnsbehandeling van chronische lymfatische leukemie;
- e. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van fitte volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie, zonder del17p of TP53 mutatie, met ongemuteerd IGHV, die niet eerder zijn behandeld;
- f. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van niet-fitte volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie, zonder del17p of TP53 mutatie, die niet eerder zijn behandeld.
- 48. Pralsetinib, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassenen met gevorderd RET-fusiepositief niet-kleincellig longcarcinoom die niet eerder zijn behandeld met een RET inhibitor.
- 49. Sacituzumab govitecan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing tot 31 december 2027 voor de behandeling van volwassen patiënten met inoperabele of gemetastaseerde triple-negatieve borstkanker (mTNBC) die twee of meer eerdere systemische therapieën hebben gekregen, waaronder één lijn taxaan-bevattende therapie en tenminste één voor gevorderde ziekte.
- 50. Lenvatinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. in combinatie met everolimus voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderd niercelcarcinoom na een eerdere behandeling gericht op de vasculaire endotheliale groeifactor;
- b. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met progressief, lokaal gevorderd of gemetastaseerd, gedifferentieerd (papillair/folliculair/Hürthlecel-) schildkliercarcinoom, refractair voor radioactief jodium;
- c. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderd of niet-reseceerbaar hepatocellulair carcinoom die niet eerder een systemische therapie ontvingen;
- d. in combinatie met pembrolizumab als eerstelijnsbehandeling voor volwassen patiënten met gevorderd niercelcarcinoom, ongeacht risicoscore;
- e. tot 1 januari 2027: in combinatie met pembrolizumab als behandeling van gevorderd of recidiverend endometriumcarcinoom met ECOG status 0 of 1 met ziekteprogressie tijdens of na eerdere platinumbevattende behandeling, ongeacht de setting, die niet in aanmerking komen voor curatieve chirurgie of bestraling.
- 51. Ripretinib, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassenen met gevorderde gastro-intestinale tumoren wie eerder zijn behandeld met drie of meer kinaseremmers, waaronder imatinib.
- 52. Eptinezumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als profylaxe voor chronische migraine bij volwassenen waarvoor, tenzij in het kader van een managed access programma op 17 september 2021 al behandeling met een CGRP-remmer plaatsvond, behandeling van medicatieovergebruikshoofdpijn heeft plaatsgevonden of is uitgesloten en profylactische behandeling met minimaal twee maanden topiramaat of valproaat in adequate doseringen en met minimaal twee pogingen met botulinetoxine A volgens PREEMPT protocol heeft gefaald.
- 53. Avalglucosidase alfa, voor zover verstrekt als intraveneuze injectie in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 februari 2030 bij de behandeling van volwassenen met op latere leeftijd gemanifesteerde ziekte van Pompe (zure α-glucosidase [GAA] -deficiëntie).
- 54. Avapritinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassenen patiënten met niet-reseceerbare of gemetastaseerde gastro-intestinale stromale tumoren met een D842V-mutatie in het van bloedplaatjes afgeleide groeifactorreceptor-alfa-gen.
- 55. Lisocabtagene maraleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom, primair mediastinaal B-cellymfoom en folliculair lymfoom van graad 3B, na twee of meer lijnen systemische therapie;
- b. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van fitte volwassen patiënten met grootcellig B-cellymfoom, hooggradig B-cellymfoom, primair mediastinaal B-cellymfoom, en folliculair lymfoom graad 3B die recidiveren binnen 12 maanden na of refractair (ongevoelig) zijn voor eerstelijns chemo-immunotherapie die in de tweede lijn in aanmerking komen voor autologe stamceltherapie.
- 56. Met ingang van 1 januari 2029: tebentafusp, voor zover verstrekt als monotherapie voor de behandeling van humaan leukocytenantigeen-A*02:01-positieve volwassen patiënten met een niet-resectabel of gemetastaseerd uveamelanoom.
- 57. Ciltacabtagene autoleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 58. Olipudase alfa, voor zover verstrekt in het kader van de enzymvervangingstherapie voor de geneeskundige behandeling van manifestaties buiten het centrale zenuwstelsel van zure-sfingomyelinasedeficiëntie type A/B of type B, bij pediatrische en volwassen patiënten.
- 59. Selinexor, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing in combinatie met dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die ten minste vier eerdere therapieën hebben ondergaan en bij wie de aandoening refractair is tegen ten minste twee proteasoomremmers, twee immunomodulerende middelen en een monoklonale antistof tegen CD38 en die bij de laatste therapie ziekteprogressie vertoonden.
- 60. Olaparib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met kiembaan of somatisch BRCA1/2-mutaties en gevorderd, FIGO stadia III en IV, hooggradig epitheliaal ovarium-, tuba- of primair peritoneaal carcinoom die een volledige of partiële respons vertonen na voltooien van eerstelijns platinabevattende chemotherapie;
- b. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met platinasensitief recidief hooggradig epitheliaal ovarium-, tuba- of primair peritoneaal carcinoom die een volledige of partiële respons vertonen op platinabevattende chemotherapie;
- c. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met kiembaan BRCA1/2-mutaties, die HER2-negatieve lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker hebben en die:
- 1°. eerder zijn behandeld met een anthracycline en een taxaan in de neoadjuvante, adjuvante of gemetastaseerde setting, tenzij zij niet geschikt waren voor deze behandelingen; en
- 2°. indien het hormoonreceptor positieve borstkanker betreft, progressie hebben vertoond tijdens of na eerdere endocriene therapie of beschouwd worden als ongeschikt voor endocriene therapie;
- d. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met kiembaan BRCA1/2-mutaties die gemetastaseerd adenocarcinoom van de alvleesklier hebben en die geen progressie vertonen na ten minste zestien weken platinabevattende therapie binnen een eerstelijns chemotherapie regime;
- e. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met kiembaan of somatisch BRCA1/2-mutaties en gemetastaseerde castratie-resistente prostaatkanker die progressie hebben vertoond na eerdere behandeling met een nieuw hormonaal middel;
- f. in combinatie met bevacizumab voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderd, FIGO stadia III en IV, hooggradig epitheliaal ovarium-, tuba- of primair peritoneaal carcinoom die een volledige of partiële respons vertonen na voltooien van eerstelijns platinabevattende chemotherapie in combinatie met bevacizumab en bij wie het carcinoom geassocieerd is met een positieve homologe recombinatiedeficiëntie status door een BRCA1/2-mutatie of genomische instabiliteit.
- 61. Efgartigimod alfa, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassen patiënten met refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis die positief zijn voor het anti-acetylcholinereceptor antilichaam.
- 62. Valoctocogene roxaparvovec, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 63. Teclistamab, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met recidiverend en refractair multipel myeloom die ten minste drie eerdere behandelingen hebben gekregen, waaronder een immunomodulerend middel, een proteasoomremmer en een anti-CD38-antilichaam en die tijdens de laatste therapie ziekteprogressie hebben vertoond.
- 64. Relatlimab-nivolumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 65. Loncastuximab tesirine, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom of met recidiverend of refractair hooggradig B-cellymfoom, na twee of meer lijnen systemische therapie.
- 66. Tabelecleucel, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten en kinderen in de leeftijd van twee jaar en ouder met recidiverende of refractaire Epstein-Barr virus positieve, post-transplantatie lymfoproliferatieve ziekte die ten minste een eerdere therapie hebben gekregen. Voor orgaantransplantatiepatiënten omvat de eerdere behandeling chemotherapie, tenzij chemotherapie niet geschikt is.
- 67. Lutetium-177 vipivotide tetraxetan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 68. Tremelimumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 69. Etranacogene dezaparvovec, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 70. Cipaglucosidase alfa, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 februari 2030 bij de behandeling van volwassenen met op latere leeftijd gemanifesteerde ziekte van Pompe (zure α-glucosidase [GAA] -deficiëntie).
- 71. Deucravacitinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing bij de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische behandeling waarbij orale systemische therapie wenselijk is en behandeling met conventionele middelen met een eerstelijnslabel gecontra-indiceerd is.
- 72. Darolutamide, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van volwassen mannen met niet-gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker met een hoog risico op het ontwikkelen van gemetastaseerde ziekte.
- 73. Upadacitinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie of in combinatie met methotrexaat voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op een of meer DMARD’s of die niet kunnen verdragen;
- b. als monotherapie of in combinatie met methotrexaat voor de behandeling van actieve artritis psoriatica bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op een of meer DMARD's of die niet kunnen verdragen;
- c. voor de behandeling van actieve, niet-radiografische axiale spondyloartritis bij volwassen patiënten met objectieve tekenen van ontsteking, zoals een verhoogd C-reactief proteïne of magnetic resonance imaging, die onvoldoende hebben gereageerd op niet-steroïde ontstekingsremmers;
- d. voor de behandeling van actieve spondylitis ankylopoetica bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op een conventionele behandeling;
- e. voor de behandeling van matige tot ernstige atopische dermatitis bij volwassenen en adolescenten in de leeftijd van twaalf jaar en ouder die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- f. voor de behandeling van volwassen patiënten met matige tot ernstige actieve colitis ulcerosa die onvoldoende reageerden op, niet meer reageerden op of intolerant waren voor een conventionele behandeling of een biologisch geneesmiddel;
- g. bij de behandeling van patiënten met matig tot ernstig actieve ziekte van Crohn die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageren op of intolerant zijn voor een biologische behandeling.
- 74. Met ingang van 1 januari 2028: Pegunigalsidase alfa, voor zover verstrekt als chronische enzym-substitutietherapie bij volwassenen met een bevestigde diagnose van de ziekte van Fabry.
- 75. Niraparib-abirateron, voor zover verstrekt in combinatie met prednison of prednisolon voor de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker en BRCA1/2-mutaties bij wie er geen klinische indicatie is voor chemotherapie.
- 76. Ublituximab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als behandeling van volwassen patiënten met relapsing vormen van multiple sclerose (RMS) met actieve ziekte.
- 77. Mirikizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van volwassen patiënten met matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageerden op, of intolerant zijn voor conventionele therapie of een biologische behandeling;
- b. voor de behandeling van volwassen patiënten met matig tot ernstig actieve ziekte van Crohn die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageerden op, of intolerant waren voor conventionele therapie of een biologische behandeling.
- 78. Glofitamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 79. Bimekizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing:
- a. als behandeling van matige tot ernstige plaque-psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- b. als monotherapie of in combinatie met methotrexaat voor de behandeling van actieve artritis psoriatica (PsA) bij volwassenen die ontoereikend reageerden op een of meer ziekte modificerende anti-reumatica of deze niet verdragen;
- c. als behandeling van axiale spondyloartritis (axSpA). Deze indicatie is onderverdeeld in twee deelindicaties, zijnde de behandeling van:
- –. volwassenen met actieve niet-radiografische axSpA met objectieve tekenen van ontsteking zoals aangetoond door een verhoogde C-reactieve proteïne en/of magnetische resonantiebeeldvorming, die ontoereikend reageerden op niet-steroïdale ontstekingsremmers of deze niet verdragen;
- –. volwassenen met actieve spondylitis ankylopoetica die ontoereikend reageerden op conventionele therapie of deze niet verdragen;
- d. voor de behandeling van volwassen patiënten met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa.
- 80. Talquetamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 81. Epcoritamab, voor zover verstrekt als in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 82. Tislelizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met niet-resectabel, lokaal gevorderd of gemetastaseerd plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm na eerdere platina-bevattende chemotherapie.
- 83. Lebrikizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van patiënten van 12 jaar en ouder met matige tot ernstige atopische dermatitis die in aanmerking komen voor systemische behandeling.
- 84. Melfalan flufenamide, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing in combinatie met dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die minstens drie eerdere therapielijnen hebben gekregen, wiens ziekte refractair is voor ten minste een proteasoomremmer, een immunomodulerend middel en een anti-CD38-monoklonaal antilichaam, die tijdens of na hun laatste therapie ziekteprogressie vertoonden en bij wie, indien eerder een autologe stamceltransplantatie is ondergaan, er tussen die transplantatie en de progressie ten minste drie jaren zijn verstreken.
- 85. Elranatamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 86. Met ingang van 1 januari 2027: dostarlimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met mismatch-reparatiedeficiënt (dMMR)/microsatellietinstabiliteit-hoog (MSI-H), gerecidiveerd of gevorderd EC met ziekteprogressie tijdens of na een eerdere platinabevattende behandeling.
- 87. Talazoparib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met BRCAI/2-kiembaanmutaties die HER2-negatief lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker hebben en die:
- a. eerder zijn behandeld met een antracycline of een taxaan in de neo-adjuvante, adjuvante of gemetastaseerde setting, tenzij zij niet geschikt zijn bevonden voor deze behandeling; en
- b. in geval van hormoonreceptor-positieve borstkanker eerder zijn behandeld met een hormoontherapie, tenzij zij ongeschikt zijn bevonden voor hormoontherapie.
- 88. Etrasimod, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van patiënten van 16 jaar en ouder met matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageren op, of intolerant zijn voor conventionele therapie of een biologische behandeling.
- 89. Exagamglogene autotemcel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 90. Bevacizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing ter behandeling van kanker.
- 91. Alectinib, voor zover verstrekt als monotherapie voor de adjuvante behandeling na volledige tumorresectie voor volwassen patiënten met ALK-positieve niet-kleincellige longkanker (NSCLC) met een hoog risico op recidief.
- 92. Efanesoctocog alfa, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van hemofilie A.
- 93. Capivasertib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 94. Amivantamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderde niet-kleincellige longkanker (NSCLC) met activerende epidermale groeifactorreceptor (EGFR) Exon 20-insertiemutaties, na falen van therapie op basis van platina.
- 95. Fidanacogene elaparvovec, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 96. Risankizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van:
- a. matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- b. artritis psoriatica, als monotherapie of in combinatie met methotrexaat, bij volwassenen die onvoldoende reageren op of intolerant zijn voor een of meer 'disease modifying antirheumatic drugs' (DMARD's);
- c. matig tot ernstig actieve ziekte van Crohn bij volwassenen die onvoldoende of niet meer reageren op, of intolerant zijn voor andere behandelingen (conventioneel of 'biological');
- d. volwassen patiënten met matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageren op, of intolerant zijn voor conventionele behandeling of een biologische behandeling.
- 97. Sugemalimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 98. Odronextamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 99. Faricimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van:
- a. ‘natte’ leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD);
- b. gezichtsstoornissen als gevolg van maculaoedeem dat wordt veroorzaakt door diabetes;
- c. volwassen patiënten met visusverslechtering als gevolg van macula-oedeem secundair aan retinale veneuze occlusies (veneuze takocclusie of retinale veneuze stamocclusie).
- 100. Toripalimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 101. Enfortumab vedotine, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als behandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom die eerder een platinumbevattende chemotherapie hebben ondergaan en een geprogrammeerde celdoodreceptor-1- of geprogrammeerde celdoodligand 1-remmer hebben gekregen.
- 102. Mirvetuximab soravtansine, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 103. Serplulimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 104. Marstacimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 105. Lecanemab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 106. Lazertinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 107. Nemolizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 108. Belzutifan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 109. Imetelstat, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 110. Datopotamab deruxtecan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 111. Tisotumab vedotin, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 112. Pirtobrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor volwassen patiënten met recidiverend of refractair mantelcellymfoom (MCL) die eerder zijn behandeld met een Bruton's tyrosinekinase (BTK)-remmer.
- 113. Guselkumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- b. voor de behandeling van arthritis psoriatica in combinatie met methotrexaat of als monotherapie bij volwassenen met ontoereikende respons op of intolerantie voor een 'disease modifying antirheumatic drug' (DMARD).
- 114. Linvoseltamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 115. Teprotumumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
### 1. Polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten
### 2
Vervallen.
uitsluitend voor een verzekerde
### 5. Pneumokokkenvaccin
Voorwaarde:
### 6
### 11
Vervallen.
### 12
### 16
Vervallen.
### 17
### 24
Vervallen.
### 25
### 32
Vervallen.
### 33
### 47
Vervallen.
### 48
Vervallen.
### 54
### 55
Vervallen.
### 57. Benzodiazepinereceptor-agonist in orale of rectale toedieningsvorm
### 61
Vervallen.
### 62
### 67
Vervallen.
### 68
Vervallen.
### 69
### 71. Maagzuurremmers in orale toedieningsvorm, inclusief combinatieproducten die een maagzuurremmer bevatten met uitzondering van combinatieproducten met antibiotica bestemd voor bestrijding van Helicobacter Pylori
Voorwaarde:
### 72
### 73
Vervallen.
### 74. Everolimus
### 75
Vervallen.
### 76. Cladribine
### 83
### 84
### 90
### 91
### 103
### 105. 6-tioguanine tabletten van 10 mg of 20 mg
### 108. Dexamfetamine en Lisdexamfetamine
### 108. Dexamfetamine en Lisdexamfetamine
### 109. Combinatiepreparaat bevattende sacubitril en valsartan
### 112. Combinatie van basale insuline en een GLP-1-Agonist
### 115. Idebenon
### 117
### 119. Asfotase alfa
### 120
### 120
### 123.4. Componenten meningokokken B vaccin
### 124. Trientine
### 161. Mifepriston
### 162. Vericiguat
### 163. Odevixibat
### 166. Alirocumab
uitsluitend voor een verzekerde met hypercholesterolemie (familiaire en niet-familiaire) en met een voldoende hoog risico, indien de maximaal verdraagbare orale lipidenverlagende therapie van een statine en ezetimib niet de LDL-C streefwaarde bereikt conform de vigerende cardiovasculair risico management (CVRM)-richtlijn, kan alirocumab worden ingezet als volgt:
### 173. Meclozine/pyridoxine
### 172. Fenfluramine
Voorwaarde:
### 173. Meclozine/pyridoxine
Voorwaarde:
### 174. Bempedoïnezuur/ezetimib
Voorwaarde:
### 175. Tezepelumab
Voorwaarde:
### 176. Keto/hydroxy-analogen
### 178. Mavacamten
uitsluitend voor een verzekerde met symptomatische (NYHA klasse II-III) hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (HOCM), die
### 179. Benralizumab
Voorwaarde:
## Bijlage 6b. van de Regeling zorgverzekering
### 179. Benralizumab
Voorwaarde:
## Bijlage 7. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 4. Rekening gemoedsbezwaarden
#### § 4a. De bestanden waarmee onverzekerden worden opgespoord
##### Artikel 6.3a.1
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- –. **betrokkene:** persoon als bedoeld in [artikel 68b, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b);
- –. **bijdrage:** bijdrage als bedoeld in [artikel 68b, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b);
- –. **periode:** periode als bedoeld in [artikel 68b, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b);
- –. **vergoeding:** vergoeding als bedoeld in [artikel 68b, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b).
##### Artikel 6.3a.2
1. Het CAK verstrekt slechts een vergoeding indien betrokkene gedurende de periode:
- a. ingeschreven heeft gestaan bij het orgaan van de woonplaats, bedoeld in [artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=123); of
- b. heeft voldaan aan de voorwaarden die voor het recht op verstrekkingen voor zorg golden overeenkomstig de wetgeving waarvan met terugwerkende kracht is vastgesteld dat deze niet van toepassing was.
2. In afwijking van het eerste lid kan het CAK ook een vergoeding verstrekken indien betrokkene niet heeft voldaan aan het eerste lid en hij jegens het CAK aannemelijk heeft gemaakt dat hem dat niet verweten kan worden.
3. Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van gedurende de periode verleende zorg en overige diensten als bedoeld bij en krachtens [artikel 11 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) verminderd met:
- a. kosten die hoger zijn dan in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is te achten;
- b. hetgeen betrokkene als eigen bijdrage had moeten betalen indien hij in de periode krachtens een zorgverzekering recht zou hebben gehad op de zorg of overige diensten; en
- c. hetgeen betrokkene als verplicht eigen risico had moeten betalen indien hij in de periode krachtens een zorgverzekering recht zou hebben gehad op de zorg of overige diensten.
4. Het CAK bepaalt de hoogte van de vergoeding op basis van gegevens van:
- a. het orgaan van de woonplaats als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- b. het bevoegd orgaan van de staat waarvan de wetgeving achteraf bezien niet van toepassing was; of
- c. facturen van zorgaanbieders.
5. Indien uit de gegevens, bedoeld in het vierde lid, niet kan worden afgeleid of en zo ja, in welke mate, de verleende zorg of overige diensten meer of andere werkzaamheden betreffen dan de zorg en overige diensten, bedoeld bij en krachtens [artikel 11 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11), is het CAK bevoegd om, in afwijking van de aanhef van het derde lid, ook de kosten van de verleende extra of andere zorg of overige diensten te vergoeden.
6. Het CAK is bevoegd om kosten buiten vergoeding te laten indien deze:
- a. al op grond van de wetgeving, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn voldaan, en
- b. niet door het bevoegd orgaan, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, worden teruggevorderd.
7. Het CAK betaalt de vergoeding:
- a. indien de betrokkene de kosten van de zorg inmiddels voor eigen rekening heeft genomen: aan de betrokkene;
- b. indien onderdeel a niet van toepassing is: aan het orgaan van de woonplaats, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan het bevoegd orgaan van de staat, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, of, indien het zorgkosten als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, betreft, aan de zorgaanbieder.
##### Artikel 6.3a.3
1. De bijdrage is gelijk aan een bedrag per maand overeenkomende met een twaalfde van het bedrag van de geraamde gemiddelde premie voor een verzekerde voor een zorgverzekering in het berekeningsjaar, bedoeld in [artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018451&artikel=4).
2. De bijdrage wordt berekend over de gehele periode, bedoeld in [artikel 68b, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b), met uitzondering van de periode tot en met de kalendermaand waarin de in dat lid bedoelde persoon de leeftijd van achttien jaar bereikt.
3. Voor de toepassing van de [Wet op de zorgtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018451) wordt de bijdrage volledig als premie voor een zorgverzekering beschouwd.
##### Artikel 6.3a.4
[Artikel 4:15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:15) geldt voor het geven van een beschikking op een aanvraag als bedoeld in [artikel 68b, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b) ook indien het CAK noodzakelijke informatie aan een Nederlandse instantie heeft gevraagd.
#### § 4b. De bestanden waarmee ten onrechte verzekerden worden opgespoord
#### § 4a. De bestanden waarmee onverzekerden worden opgespoord
#### § 5. De bestuursrechtelijke premie
#### § 6. Extra bijdrage in geval van catastrofes
#### § 7. Uitvoering van [artikel IIIA van de Veegwet VWS 2013](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034659&artikel=IIIa)
#### § 8. Anonieme financiering van zorg aan ernstig bedreigde personen
#### § 9. Nationaal contactpunt
@@ -10168,733 +10888,13 @@
### Hoofdstuk 7. Verwerking persoonsgegevens
### Hoofdstuk 7a. Gegevens die de zorgaanbieder moet verstrekken aan het CAK indien hij in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage in de kosten in verband met het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan bepaalde groepen vreemdelingen
### Hoofdstuk 7b. Gegevens die moeten worden uitgewisseld in verband met werkzaamheden gericht op het voorkomen of verminderen van schulden voortvloeiende uit de zorgverzekering
### Hoofdstuk 7a. Gegevens die de zorgaanbieder moet verstrekken aan het CAK indien hij in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage in de kosten in verband met het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan bepaalde groepen vreemdelingen
## Bijlage 1. horende bij [artikel 2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2024-12-18&g=2024-12-18), van de Regeling zorgverzekering
### B. Lijst van geneesmiddelen waarvoor geen vergoedingslimiet is vastgesteld
## Bijlage 0. horende bij [artikel 2.1, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19), van de Regeling zorgverzekering
- 1. Met ingang van 1 januari 2027: nivolumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van gevorderd melanoom bij volwassenen.
- 2. Ibrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de eerstelijnsbehandeling van chronisch lymfatische leukemie in aanwezigheid van 17p-deletie of TP53-mutatie bij patiënten voor wie chemo-immunotherapie niet geschikt is;
- b. tot 1 januari 2027: als monotherapie of in combinatie met obinutuzumab voor de behandeling van volwassen patiënten zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld, met uitzondering van fitte patiënten ≤ 65-70 jaar met gemuteerd IGHV;
- c. als monotherapie voor de behandeling van een gerecidiveerd of refractair mantelcellymfoom;
- d. als monotherapie of in combinatie met bendamustine en rituximab voor de tweedelijnsbehandeling van chronische lymfatische leukemie;
- e. als monotherapie voor de tweedelijnsbehandeling van Waldenströms macroglobulinemie of voor de eerstelijnsbehandeling van Waldenströms macroglobulinemie indien chemo-immunotherapie niet geschikt is voor de patiënt;
- f. tot 1 januari 2027: in combinatie met venetoclax voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld.
- 3. Met ingang van 1 januari 2027: pembrolizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van gevorderd melanoom bij volwassenen.
- 4. Palbociclib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker als initiële endocrien gebaseerde therapie in combinatie met een aromataseremmer of fulvestrant;
- b. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker die eerdere endocriene therapie hebben ontvangen.
- 5. Daratumumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met gerecidiveerd en refractair multipel myeloom, bij wie de voorgaande behandeling bestond uit een proteasoomremmer en een immunomodulerend middel en die bij de laatste behandeling ziekteprogressie hebben vertoond;
- b. tot 1 januari 2026: in combinatie met lenalidomide en dexamethason of in combinatie met bortezomib en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- c. tot 1 januari 2026: in combinatie met bortezomib, melfalan en prednison voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie;
- d. tot 1 januari 2026: in combinatie met lenalidomide en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie;
- e. tot 1 januari 2026: in combinatie met bortezomib, thalidomide en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie;
- f. tot 1 januari 2026: in combinatie met carfilzomib en dexamethason voor multipel myeloom bij volwassenen die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- g. tot 1 januari 2026: in combinatie met bortezomib, lenalidomide en dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom die in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie.
- 6. Nusinersen, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van 5q spinale musculaire atrofie, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2027: voor de behandeling van patiënten met de eerste symptomen van 5q spinale musculaire atrofie op een leeftijd van jonger dan zes maanden en met een ziekteduur van korter dan zesentwintig weken bij de start van de behandeling;
- b. tot 1 januari 2027: voor de behandeling van patiënten met de eerste symptomen van 5q spinale musculaire atrofie op een leeftijd van zes tot twintig maanden en een ziekteduur korter dan vierennegentig maanden bij de start van de behandeling;
- c. tot 1 januari 2027: voor de behandeling van zuigelingen zonder symptomen van 5q spinale musculaire atrofie, met een genetische diagnose van 5q spinale musculaire atrofie en met twee of drie SMN2-kopieën.
- 7. Ribociclib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker als initiële endocrien gebaseerde therapie in combinatie met een aromataseremmer of fulvestrant;
- b. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker die eerdere endocriene therapie hebben ontvangen.
- 8. Met ingang van 1 januari 2027: atezolizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 9. Osimertinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderde of gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker met een epidermale groeifactor receptor T790M-mutatie;
- b. tot 1 januari 2029: als monotherapie voor de eerstelijnsbehandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderde of gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker met activerende epidermale groeifactorreceptor mutaties;
- c. tot 1 januari 2029: als adjuvante behandeling na volledige tumorresectie voor de behandeling bij volwassen patiënten met stadium IB-IIIA niet-kleincellige longkanker met tumoren met epidermale groeifactorreceptor exon-19-deleties of exon-21 (L858R)-substitutiemutaties.
- 10. Tisagenlecleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2028: voor de behandeling van pediatrische en jongvolwassen patiënten tot en met de leeftijd van vijfentwintig jaar met refractaire B-cel acute lymfoblastaire leukemie, of met een recidief na stamceltransplantatie of met een tweede of later recidief van B-cel acute lymfoblastaire leukemie;
- b. tot 1 januari 2028: voor de behandeling van volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie.
- 11. Vervallen.
- 12. Axicabtagene ciloleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassen patiënten met recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie.
- b. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassen patiënten met primair mediastinaal grootcellig B-cellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie.
- c. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van fitte volwassenen met diffuus grootcellig B-cellymfoom en hooggradig B-cellymfoom, dat recidiveert binnen 12 maanden na of refractair is voor eerstelijns chemo-immunotherapie die in de tweede lijn in aanmerking komen voor autologe stamceltransplantatie.
- 13. Abemaciclib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker als initiële endocrien gebaseerde therapie in combinatie met een aromataseremmer of fulvestrant;
- b. voor de behandeling van vrouwen met hormoonreceptor positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2 negatieve lokaal gevorderde of metastatische borstkanker die eerdere endocriene therapie hebben ontvangen.
- 14. Durvalumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2027 als monotherapie voor de behandeling van lokaal gevorderde, irresectabele niet-kleincellig longkanker in volwassenen, met een ECOG-PS 0-1, bij wie de ziekte geen progressie heeft vertoond na platinumbevattende chemotherapie met radiotherapie.
- 15. Met ingang van 1 januari 2029: dabrafenib, voor zover verstrekt in combinatie met trametinib in het kader van de adjuvante geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met melanoom in stadium III met een BRAF V600-mutatie, na complete resectie.
- 16. Met ingang van 1 januari 2029: trametinib, voor zover verstrekt in combinatie met dabrafenib in het kader van de adjuvante geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met melanoom in stadium III met een BRAF V600-mutatie, na complete resectie.
- 17. Met ingang van 1 januari 2031: voretigene neparvovec, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen en pediatrische patiënten met visusverlies door erfelijke retinale dystrofie veroorzaakt door bevestigde bi-allelische RPE65-mutaties en die voldoende levensvatbare retinacellen hebben.
- 18. Venetoclax, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie in aanwezigheid van een 17p-depletie of TP53-mutatie bij volwassenen die ongeschikt zijn voor een B-celreceptorremmer of bij wie een B-celreceptorremmer heeft gefaald;
- b. als monotherapie voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie in afwezigheid van een 17p-depletie of TP53-mutatie bij volwassenen bij wie zowel chemo-immunotherapie als een B-celreceptorremmer heeft gefaald;
- c. tot 1 januari 2027: in combinatie met rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- d. tot 1 januari 2027: in combinatie met obinutuzumab of ibrutinib voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld;
- e. tot 1 januari 2027: in combinatie met een hypomethylerend middel voor de behandeling van volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerde acute myeloïde leukemie die niet in aanmerking komen voor intensieve chemotherapie.
- 19. Ipilimumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van melanoom in een gevorderd stadium bij volwassenen en adolescenten in de leeftijd van van twaalf jaar en ouder;
- b. in combinatie met nivolumab voor de behandeling van melanoom in een gevorderd stadium bij volwassenen;
- c. tot 1 januari 2027: in combinatie met nivolumab voor de eerstelijnsbehandeling van gevorderd heldercellig niercelcarcinoom met een intermediair of ongunstig risicoprofiel bij volwassenen met een Karnofsky-score groter of gelijk aan 70 of een vergelijkbaar niveau van functioneren;
- d. tot 1 januari 2027: in combinatie met nivolumab en twee cycli van platinumbevattende chemotherapie als eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom bij volwassen zonder sensibiliserende EGFR-mutatie of ALK-translocatie;
- e. tot 1 januari 2027: in combinatie met nivolumab als eerstelijnsbehandeling van inoperabel maligne pleuraal mesothelioom;
- f. als off-label neoadjuvante behandeling in combinatie met nivolumab gevolgd door een adjuvante behandeling voor patiënten met resectabel melanoom stadium III.
- 20. Emicizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als routineprofylaxe van bloedingen bij patiënten met hemofilie A met remmers tegen factor VIII;
- b. tot 1 juli 2026: als routineprofylaxe van bloedingen bij patiënten met ernstige hemofilie A zonder remmers tegen factor VIII;
- c. tot 1 juli 2026: als routineprofylaxe van bloedingen bij patiënten met matig-ernstige hemofilie A zonder remmers tegen factor VIII en met een ernstig fenotype voor bloedingen;
- d. tot 1 juli 2026: als off-label routineprofylaxe van bloedingen bij verworven hemofilie A.
- 21. Vervallen.
- 22. Autologe CD34+ haematopoietische stamcellen getransduceerd met een lentivirale vector coderend voor het humane βA-T87Q-globine gen voor zover verstrekt in het kader van de behandeling van transfusie afhankelijke β-thalassemie patiënten in de leeftijd van twaalf jaar of ouder en die niet het β°/β° genotype hebben en voor wie een haemotopoietische stamceltransplantatie geschikt is maar geen humaan leukocyte antigen gematchte verwante donor beschikbaar is.
- 23. Ravulizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2026: voor de behandeling van volwassen patiënten met refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis die positief zijn voor het anti-acetylcholinerecepter antilichaam;
- b. tot 1 januari 2026: voor de behandeling van paroxismale nachtelijke hemoglobinurie bij volwassen en pediatrische patiënten met een lichaamsgewicht van tien kilogram of meer:
- 1º. met hemolyse met klinische symptomen die wijzen op een hoge ziekteactiviteit; of
- 2º. die klinisch stabiel zijn nadat ze ten minste de afgelopen zes maanden behandeld zijn met eculizumab.
- 24. Larotrectinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassenen en kinderen met lokaal gevorderde of gemetastaseerde solide tumoren die een neurotrofe tyrosinereceptorkinase genfusie vertonen en die hebben gefaald op de standaardbehandeling of waarbij geen standaardbehandeling bestaat of geïndiceerd is.
- 25. Avelumab voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van gemetastaseerd Merkel-celcarcinoom bij volwassenen;
- b. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de eerstelijnsonderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcelcarcinoom die progressievrij zijn na platina-gebaseerde chemotherapie;
- c. tot 1 januari 2027: in combinatie met axitinib als eerstelijnsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderd niercelcarcinoom.
- 26. Esketamine, voor zover verstrekt als neusspray in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassenen met een therapieresistente depressieve stoornis die tijdens de huidige matige tot ernstige depressieve episode niet hebben gereageerd op ten minste twee verschillende behandelingen met antidepressiva en een behandeling met augmentatie.
- 27. Polatuzumab vedotine, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2030 in combinatie met bendamustine en rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met teruggekeerd of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom die niet in aanmerking komen voor hematopoëtische stamceltransplantatie.
- 28. Onasemnogene abeparvovec, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van:
- a. met ingang van 1 januari 2029: 5q spinale spieratrofie met een bi-allelische mutatie in het SMN1-gen en een klinische diagnose van SMA-type 1;
- b. met ingang van 1 januari 2029: presymptomatische 5q spinale spieratrofie met een bi-allelische mutatie in het SMN1-gen tot maximaal drie kopieën van het SMN2-gen;
- c. symptomatische 5q spinale spieratrofie met een bi-allelische mutatie in het SMN1-gen en maximaal drie kopieën het SMN2-gen zonder klinische diagnose van SMA-type 1.
- 29. Glasdegib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 30. Entrectinib, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met ROS1-positieve, gevorderde niet-kleincellig longcarcinoom die niet eerder behandeld zijn met ROS1-remmers.
- 31. Acalabrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten die niet eerder zijn behandeld voor chronische lymfatische leukemie met een deletie op chromosoom 17p of een mutatie in het tumorsuppressorgen TP53;
- b. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie die ten minste een eerdere behandeling voor chronische lymfatische leukemie hebben gehad;
- c. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van niet-fitte patiënten zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie die niet eerder zijn behandeld en die niet in aanmerking komen voor anti-CD20 behandeling;
- d. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van fitte patiënten > 65–70 jaar zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld;
- e. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van fitte patiënten ≤ 65–70 jaar zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld en met een ongemuteerd IGHV;
- f. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van niet-fitte patiënten zonder del17p of TP53 mutatie met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld en die wel in aanmerking komen voor anti-CD20 behandeling;
- g. tot 1 januari 2027: in combinatie met venetoclax voor de behandeling van patiënten met chronische lymfatische leukemie, die niet eerder zijn behandeld;
- h. tot 1 januari 2027: in combinatie met bendamustine en rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met mantelcellymfoom, die niet eerder zijn behandeld.
- 32. Vervallen.
- 33. Niraparib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling bij volwassen patiënten met platinagevoelige, gerecidiveerde, hooggradige sereuze epitheliale eierstok-, eileider- of primaire peritoneumkanker, die volledig of partieel reageren op platina gebaseerde chemotherapie;
- b. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderde epitheliale hooggradige eierstok-, eileider- of primaire peritoneumkanker zonder bewezen BRCA1/2 mutatie, die volledig of partieel reageren na afronding van een eerstelijnsbehandeling met op platina gebaseerde chemotherapie.
- 34. Brexucabtagene autoleucel, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige geneeskundige behandeling van:
- a. volwassen patiënten met gerecidiveerd of refractair mantelcellymfoom na twee of meer lijnen systemische therapie waaronder systemische behandeling met een Brutons tyrosinekinase remmer;
- b. volwassen patiënten in de leeftijd van zesentwintig jaar en ouder met recidiverende of refractaire B-celprecursor acute lymfoblastische leukemie.
- 35. Carfilzomib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van:
- a. de toepassing in combinatie met lenalidomide en dexamethason of met dexamethason voor multipel myeloom bij volwassenen die ten minste een andere behandeling hebben gehad;
- b. tot 1 januari 2026: de toepassing in combinatie met daratumumab en dexamethason of isatuximab en dexamethason voor multipel myeloom bij volwassenen die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad.
- 36. Atidarsagene autotemcel, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van metachromatische leukodystrofie gekenmerkt door bi-allelische mutaties in het arylsulfatase A-gen, wat leidt tot verminderde enzymatische activiteit van het arylsulfatase A-gen:
- a. met ingang van 1 januari 2027: bij kinderen met laat-infantiele of vroeg-juveniele vormen zonder klinische manifestaties van de ziekte;
- b. bij kinderen met de vroeg-juveniele vorm, met vroege klinische manifestaties van de ziekte, met het vermogen zelfstandig te lopen en voor het begin van cognitieve achteruitgang.
- 37. Pertuzumab-trastuzumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 oktober 2025: bij vroege borstkanker in combinatie met chemotherapie voor de neoadjuvante behandeling van volwassen patiënten met HER2-positieve, lokaal gevorderde, inflammatoire, of vroeg-stadium borstkanker met een hoog risico op recidief;
- b. tot 1 oktober 2025: bij gemetastaseerde borstkanker in combinatie met taxaan voor de behandeling van volwassen patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde of lokaal teruggekeerde, niet-reseceerbare borstkanker die geen eerdere anti-HER2-therapie of chemotherapie voor hun gemetastaseerde ziekte hebben gekregen;
- c. tot 1 oktober 2025, bij gemetastaseerde borstkanker in combinatie met taxaan en aansluitend zonder taxaan bij volwassen patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde of lokaal teruggekeerde, niet-reseceerbare borstkanker die geen eerdere anti-HER2-therapie of chemotherapie voor hun gemetastaseerde ziekte hebben gekregen.
- 38. Trastuzumab-deruxtecan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2028 als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met niet-reseceerbare of gemetastaseerde HER2-positieve borstkanker die voorafgaand één of meer behandelschema's op basis van anti-HER2-therapieën hebben gekregen.
- 39. Met ingang van 1 januari 2028: tucatinib, voor zover verstrekt in combinatie met trastuzumab en capecitabine in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met HER2-positieve, lokaal gevorderde of uitgezaaide borstkanker die voorafgaand twee of meer behandelschema’s op basis van anti-HER2-therapieën hebben gekregen.
- 40. Vervallen.
- 41. Isatuximab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. in combinatie met pomalidomide en dexamethason, voor de behandeling van volwassen patiënten met gerecidiveerd en refractair multipel myeloom die minstens twee eerdere therapieën hebben gekregen, waaronder lenalidomide en een proteasoomremmer, en bij wie ziekteprogressie is aangetoond tijdens de laatste behandeling;
- b. tot 1 januari 2026: in combinatie met carfilzomib en dexamethason, voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die minstens één eerdere behandeling gekregen hebben.
- 42. Met ingang van 1 januari 2028: selumetinib, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van symptomatische, inoperabele plexiforme neurofibromen bij pediatrische patiënten met neurofibromatose type 1 in de leeftijd van drie jaar of ouder.
- 43. Evinacumab, voor zover verstrekt als aanvulling op een dieet en andere low density-lipoproteïne cholesterol verlagende therapieën in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen en adolescente patiënten in de leeftijd van twaalf jaar en ouder met homozygote familiale hypercholesterolemie, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2027 voor de behandeling van patiënten van 12 jaar en ouder met homozygote familiale hypercholesterolemie, die ondanks optimaal gebruik van lipidenverlagende behandelingen onvoldoende daling bereiken.
- 44. Met ingang van 1 januari 2027: cemiplimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met gemetastaseerd of lokaal gevorderd cutaan plaveiselcelcarcinoom die niet in aanmerking komen voor curatieve chirurgie of curatieve radiotherapie.
- 45. Idecabtagene vicleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 46. Tafasitamab, voor zover verstrekt in combinatie met lenalidomide, en gevolgd door tafasitamab als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom die niet in aanmerking komen voor een autologe stamceltransplantatie.
- 47. Zanubrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van volwassen patiënten met Waldenströms macroglobulinemie die ten minste een eerdere behandeling hebben gehad;
- b. voor de eerstelijnsbehandeling bij patiënten met Waldenströms macroglobulinemie voor wie chemo-immunotherapie niet geschikt is;
- c. als monotherapie voor de eerstelijnsbehandeling van volwassen patiënten met chronisch lymfatische leukemie in aanwezigheid van 17p-deletie of TP53-mutatie voor wie chemo-immunotherapie niet geschikt is;
- d. als monotherapie voor de tweedelijnsbehandeling van chronische lymfatische leukemie;
- e. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van fitte volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie, zonder del17p of TP53 mutatie, met ongemuteerd IGHV, die niet eerder zijn behandeld;
- f. tot 1 januari 2027: als monotherapie voor de behandeling van niet-fitte volwassen patiënten met chronische lymfatische leukemie, zonder del17p of TP53 mutatie, die niet eerder zijn behandeld.
- 48. Pralsetinib, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassenen met gevorderd RET-fusiepositief niet-kleincellig longcarcinoom die niet eerder zijn behandeld met een RET inhibitor.
- 49. Sacituzumab govitecan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing tot 31 december 2027 voor de behandeling van volwassen patiënten met inoperabele of gemetastaseerde triple-negatieve borstkanker (mTNBC) die twee of meer eerdere systemische therapieën hebben gekregen, waaronder één lijn taxaan-bevattende therapie en tenminste één voor gevorderde ziekte.
- 50. Lenvatinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. in combinatie met everolimus voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderd niercelcarcinoom na een eerdere behandeling gericht op de vasculaire endotheliale groeifactor;
- b. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met progressief, lokaal gevorderd of gemetastaseerd, gedifferentieerd (papillair/folliculair/Hürthlecel-) schildkliercarcinoom, refractair voor radioactief jodium;
- c. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderd of niet-reseceerbaar hepatocellulair carcinoom die niet eerder een systemische therapie ontvingen;
- d. in combinatie met pembrolizumab als eerstelijnsbehandeling voor volwassen patiënten met gevorderd niercelcarcinoom, ongeacht risicoscore;
- e. tot 1 januari 2027: in combinatie met pembrolizumab als behandeling van gevorderd of recidiverend endometriumcarcinoom met ECOG status 0 of 1 met ziekteprogressie tijdens of na eerdere platinumbevattende behandeling, ongeacht de setting, die niet in aanmerking komen voor curatieve chirurgie of bestraling.
- 51. Ripretinib, voor zover verstrekt in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassenen met gevorderde gastro-intestinale tumoren wie eerder zijn behandeld met drie of meer kinaseremmers, waaronder imatinib.
- 52. Eptinezumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als profylaxe voor chronische migraine bij volwassenen waarvoor, tenzij in het kader van een managed access programma op 17 september 2021 al behandeling met een CGRP-remmer plaatsvond, behandeling van medicatieovergebruikshoofdpijn heeft plaatsgevonden of is uitgesloten en profylactische behandeling met minimaal twee maanden topiramaat of valproaat in adequate doseringen en met minimaal twee pogingen met botulinetoxine A volgens PREEMPT protocol heeft gefaald.
- 53. Avalglucosidase alfa, voor zover verstrekt als intraveneuze injectie in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 februari 2030 bij de behandeling van volwassenen met op latere leeftijd gemanifesteerde ziekte van Pompe (zure α-glucosidase [GAA] -deficiëntie).
- 54. Avapritinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassenen patiënten met niet-reseceerbare of gemetastaseerde gastro-intestinale stromale tumoren met een D842V-mutatie in het van bloedplaatjes afgeleide groeifactorreceptor-alfa-gen.
- 55. Lisocabtagene maraleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom, primair mediastinaal B-cellymfoom en folliculair lymfoom van graad 3B, na twee of meer lijnen systemische therapie;
- b. tot 1 januari 2028 voor de behandeling van fitte volwassen patiënten met grootcellig B-cellymfoom, hooggradig B-cellymfoom, primair mediastinaal B-cellymfoom, en folliculair lymfoom graad 3B die recidiveren binnen 12 maanden na of refractair (ongevoelig) zijn voor eerstelijns chemo-immunotherapie die in de tweede lijn in aanmerking komen voor autologe stamceltherapie.
- 56. Met ingang van 1 januari 2029: tebentafusp, voor zover verstrekt als monotherapie voor de behandeling van humaan leukocytenantigeen-A*02:01-positieve volwassen patiënten met een niet-resectabel of gemetastaseerd uveamelanoom.
- 57. Ciltacabtagene autoleucel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 58. Olipudase alfa, voor zover verstrekt in het kader van de enzymvervangingstherapie voor de geneeskundige behandeling van manifestaties buiten het centrale zenuwstelsel van zure-sfingomyelinasedeficiëntie type A/B of type B, bij pediatrische en volwassen patiënten.
- 59. Selinexor, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing in combinatie met dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die ten minste vier eerdere therapieën hebben ondergaan en bij wie de aandoening refractair is tegen ten minste twee proteasoomremmers, twee immunomodulerende middelen en een monoklonale antistof tegen CD38 en die bij de laatste therapie ziekteprogressie vertoonden.
- 60. Olaparib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met kiembaan of somatisch BRCA1/2-mutaties en gevorderd, FIGO stadia III en IV, hooggradig epitheliaal ovarium-, tuba- of primair peritoneaal carcinoom die een volledige of partiële respons vertonen na voltooien van eerstelijns platinabevattende chemotherapie;
- b. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met platinasensitief recidief hooggradig epitheliaal ovarium-, tuba- of primair peritoneaal carcinoom die een volledige of partiële respons vertonen op platinabevattende chemotherapie;
- c. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met kiembaan BRCA1/2-mutaties, die HER2-negatieve lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker hebben en die:
- 1°. eerder zijn behandeld met een anthracycline en een taxaan in de neoadjuvante, adjuvante of gemetastaseerde setting, tenzij zij niet geschikt waren voor deze behandelingen; en
- 2°. indien het hormoonreceptor positieve borstkanker betreft, progressie hebben vertoond tijdens of na eerdere endocriene therapie of beschouwd worden als ongeschikt voor endocriene therapie;
- d. als monotherapie voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met kiembaan BRCA1/2-mutaties die gemetastaseerd adenocarcinoom van de alvleesklier hebben en die geen progressie vertonen na ten minste zestien weken platinabevattende therapie binnen een eerstelijns chemotherapie regime;
- e. als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met kiembaan of somatisch BRCA1/2-mutaties en gemetastaseerde castratie-resistente prostaatkanker die progressie hebben vertoond na eerdere behandeling met een nieuw hormonaal middel;
- f. in combinatie met bevacizumab voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderd, FIGO stadia III en IV, hooggradig epitheliaal ovarium-, tuba- of primair peritoneaal carcinoom die een volledige of partiële respons vertonen na voltooien van eerstelijns platinabevattende chemotherapie in combinatie met bevacizumab en bij wie het carcinoom geassocieerd is met een positieve homologe recombinatiedeficiëntie status door een BRCA1/2-mutatie of genomische instabiliteit.
- 61. Efgartigimod alfa, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 januari 2028 voor de behandeling van volwassen patiënten met refractaire gegeneraliseerde myasthenia gravis die positief zijn voor het anti-acetylcholinereceptor antilichaam.
- 62. Valoctocogene roxaparvovec, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 63. Teclistamab, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met recidiverend en refractair multipel myeloom die ten minste drie eerdere behandelingen hebben gekregen, waaronder een immunomodulerend middel, een proteasoomremmer en een anti-CD38-antilichaam en die tijdens de laatste therapie ziekteprogressie hebben vertoond.
- 64. Relatlimab-nivolumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 65. Loncastuximab tesirine, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom of met recidiverend of refractair hooggradig B-cellymfoom, na twee of meer lijnen systemische therapie.
- 66. Tabelecleucel, voor zover verstrekt als monotherapie in het kader van de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten en kinderen in de leeftijd van twee jaar en ouder met recidiverende of refractaire Epstein-Barr virus positieve, post-transplantatie lymfoproliferatieve ziekte die ten minste een eerdere therapie hebben gekregen. Voor orgaantransplantatiepatiënten omvat de eerdere behandeling chemotherapie, tenzij chemotherapie niet geschikt is.
- 67. Lutetium-177 vipivotide tetraxetan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 68. Tremelimumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 69. Etranacogene dezaparvovec, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 70. Cipaglucosidase alfa, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing tot 1 februari 2030 bij de behandeling van volwassenen met op latere leeftijd gemanifesteerde ziekte van Pompe (zure α-glucosidase [GAA] -deficiëntie).
- 71. Deucravacitinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing bij de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische behandeling waarbij orale systemische therapie wenselijk is en behandeling met conventionele middelen met een eerstelijnslabel gecontra-indiceerd is.
- 72. Darolutamide, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van volwassen mannen met niet-gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker met een hoog risico op het ontwikkelen van gemetastaseerde ziekte.
- 73. Upadacitinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. als monotherapie of in combinatie met methotrexaat voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op een of meer DMARD’s of die niet kunnen verdragen;
- b. als monotherapie of in combinatie met methotrexaat voor de behandeling van actieve artritis psoriatica bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op een of meer DMARD's of die niet kunnen verdragen;
- c. voor de behandeling van actieve, niet-radiografische axiale spondyloartritis bij volwassen patiënten met objectieve tekenen van ontsteking, zoals een verhoogd C-reactief proteïne of magnetic resonance imaging, die onvoldoende hebben gereageerd op niet-steroïde ontstekingsremmers;
- d. voor de behandeling van actieve spondylitis ankylopoetica bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op een conventionele behandeling;
- e. voor de behandeling van matige tot ernstige atopische dermatitis bij volwassenen en adolescenten in de leeftijd van twaalf jaar en ouder die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- f. voor de behandeling van volwassen patiënten met matige tot ernstige actieve colitis ulcerosa die onvoldoende reageerden op, niet meer reageerden op of intolerant waren voor een conventionele behandeling of een biologisch geneesmiddel;
- g. bij de behandeling van patiënten met matig tot ernstig actieve ziekte van Crohn die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageren op of intolerant zijn voor een biologische behandeling.
- 74. Met ingang van 1 januari 2028: Pegunigalsidase alfa, voor zover verstrekt als chronische enzym-substitutietherapie bij volwassenen met een bevestigde diagnose van de ziekte van Fabry.
- 75. Niraparib-abirateron, voor zover verstrekt in combinatie met prednison of prednisolon voor de geneeskundige behandeling van volwassen patiënten met gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker en BRCA1/2-mutaties bij wie er geen klinische indicatie is voor chemotherapie.
- 76. Ublituximab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als behandeling van volwassen patiënten met relapsing vormen van multiple sclerose (RMS) met actieve ziekte.
- 77. Mirikizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van volwassen patiënten met matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageerden op, of intolerant zijn voor conventionele therapie of een biologische behandeling;
- b. voor de behandeling van volwassen patiënten met matig tot ernstig actieve ziekte van Crohn die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageerden op, of intolerant waren voor conventionele therapie of een biologische behandeling.
- 78. Glofitamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 79. Bimekizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing:
- a. als behandeling van matige tot ernstige plaque-psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- b. als monotherapie of in combinatie met methotrexaat voor de behandeling van actieve artritis psoriatica (PsA) bij volwassenen die ontoereikend reageerden op een of meer ziekte modificerende anti-reumatica of deze niet verdragen;
- c. als behandeling van axiale spondyloartritis (axSpA). Deze indicatie is onderverdeeld in twee deelindicaties, zijnde de behandeling van:
- –. volwassenen met actieve niet-radiografische axSpA met objectieve tekenen van ontsteking zoals aangetoond door een verhoogde C-reactieve proteïne en/of magnetische resonantiebeeldvorming, die ontoereikend reageerden op niet-steroïdale ontstekingsremmers of deze niet verdragen;
- –. volwassenen met actieve spondylitis ankylopoetica die ontoereikend reageerden op conventionele therapie of deze niet verdragen;
- d. voor de behandeling van volwassen patiënten met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa.
- 80. Talquetamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 81. Epcoritamab, voor zover verstrekt als in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 82. Tislelizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met niet-resectabel, lokaal gevorderd of gemetastaseerd plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm na eerdere platina-bevattende chemotherapie.
- 83. Lebrikizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van patiënten van 12 jaar en ouder met matige tot ernstige atopische dermatitis die in aanmerking komen voor systemische behandeling.
- 84. Melfalan flufenamide, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing in combinatie met dexamethason voor de behandeling van volwassen patiënten met multipel myeloom die minstens drie eerdere therapielijnen hebben gekregen, wiens ziekte refractair is voor ten minste een proteasoomremmer, een immunomodulerend middel en een anti-CD38-monoklonaal antilichaam, die tijdens of na hun laatste therapie ziekteprogressie vertoonden en bij wie, indien eerder een autologe stamceltransplantatie is ondergaan, er tussen die transplantatie en de progressie ten minste drie jaren zijn verstreken.
- 85. Elranatamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 86. Met ingang van 1 januari 2027: dostarlimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met mismatch-reparatiedeficiënt (dMMR)/microsatellietinstabiliteit-hoog (MSI-H), gerecidiveerd of gevorderd EC met ziekteprogressie tijdens of na een eerdere platinabevattende behandeling.
- 87. Talazoparib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met BRCAI/2-kiembaanmutaties die HER2-negatief lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker hebben en die:
- a. eerder zijn behandeld met een antracycline of een taxaan in de neo-adjuvante, adjuvante of gemetastaseerde setting, tenzij zij niet geschikt zijn bevonden voor deze behandeling; en
- b. in geval van hormoonreceptor-positieve borstkanker eerder zijn behandeld met een hormoontherapie, tenzij zij ongeschikt zijn bevonden voor hormoontherapie.
- 88. Etrasimod, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van patiënten van 16 jaar en ouder met matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageren op, of intolerant zijn voor conventionele therapie of een biologische behandeling.
- 89. Exagamglogene autotemcel, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 90. Bevacizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing ter behandeling van kanker.
- 91. Alectinib, voor zover verstrekt als monotherapie voor de adjuvante behandeling na volledige tumorresectie voor volwassen patiënten met ALK-positieve niet-kleincellige longkanker (NSCLC) met een hoog risico op recidief.
- 92. Efanesoctocog alfa, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van hemofilie A.
- 93. Capivasertib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 94. Amivantamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als monotherapie geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderde niet-kleincellige longkanker (NSCLC) met activerende epidermale groeifactorreceptor (EGFR) Exon 20-insertiemutaties, na falen van therapie op basis van platina.
- 95. Fidanacogene elaparvovec, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 96. Risankizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van:
- a. matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- b. artritis psoriatica, als monotherapie of in combinatie met methotrexaat, bij volwassenen die onvoldoende reageren op of intolerant zijn voor een of meer 'disease modifying antirheumatic drugs' (DMARD's);
- c. matig tot ernstig actieve ziekte van Crohn bij volwassenen die onvoldoende of niet meer reageren op, of intolerant zijn voor andere behandelingen (conventioneel of 'biological');
- d. volwassen patiënten met matig tot ernstig actieve colitis ulcerosa die onvoldoende hebben gereageerd op, niet meer reageren op, of intolerant zijn voor conventionele behandeling of een biologische behandeling.
- 97. Sugemalimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 98. Odronextamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 99. Faricimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing voor de behandeling van:
- a. ‘natte’ leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD);
- b. gezichtsstoornissen als gevolg van maculaoedeem dat wordt veroorzaakt door diabetes;
- c. volwassen patiënten met visusverslechtering als gevolg van macula-oedeem secundair aan retinale veneuze occlusies (veneuze takocclusie of retinale veneuze stamocclusie).
- 100. Toripalimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 101. Enfortumab vedotine, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing als behandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom die eerder een platinumbevattende chemotherapie hebben ondergaan en een geprogrammeerde celdoodreceptor-1- of geprogrammeerde celdoodligand 1-remmer hebben gekregen.
- 102. Mirvetuximab soravtansine, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 103. Serplulimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 104. Marstacimab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 105. Lecanemab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 106. Lazertinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 107. Nemolizumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 108. Belzutifan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 109. Imetelstat, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 110. Datopotamab deruxtecan, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 111. Tisotumab vedotin, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 112. Pirtobrutinib, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen met uitzondering van de toepassing als monotherapie voor volwassen patiënten met recidiverend of refractair mantelcellymfoom (MCL) die eerder zijn behandeld met een Bruton's tyrosinekinase (BTK)-remmer.
- 113. Guselkumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen, met uitzondering van de toepassing:
- a. voor de behandeling van matige tot ernstige plaque psoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie;
- b. voor de behandeling van arthritis psoriatica in combinatie met methotrexaat of als monotherapie bij volwassenen met ontoereikende respons op of intolerantie voor een 'disease modifying antirheumatic drug' (DMARD).
- 114. Linvoseltamab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
- 115. Teprotumumab, voor zover verstrekt in het kader van geneeskundige behandelingen.
### 1. Polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten
### 2
Vervallen.
uitsluitend voor een verzekerde
### 5. Pneumokokkenvaccin
Voorwaarde:
### 6
### 11
Vervallen.
### 12
### 16
Vervallen.
### 17
### 24
Vervallen.
### 25
### 32
Vervallen.
### 33
### 47
Vervallen.
### 48
Vervallen.
### 54
### 55
Vervallen.
### 57. Benzodiazepinereceptor-agonist in orale of rectale toedieningsvorm
### 61
Vervallen.
### 62
### 67
Vervallen.
### 68
Vervallen.
### 69
### 71. Maagzuurremmers in orale toedieningsvorm, inclusief combinatieproducten die een maagzuurremmer bevatten met uitzondering van combinatieproducten met antibiotica bestemd voor bestrijding van Helicobacter Pylori
Voorwaarde:
### 72
### 73
Vervallen.
### 74. Everolimus
### 75
Vervallen.
### 76. Cladribine
### 83
### 84
### 90
### 91
### 103
### 104
### 108. Dexamfetamine en Lisdexamfetamine
### 107
### 110. Inclisiran
### 112. Combinatie van basale insuline en een GLP-1-Agonist
### 115. Idebenon
### 116
### 119. Asfotase alfa
### 119. Asfotase alfa
### 120
### 123.4. Componenten meningokokken B vaccin
### 124. Trientine
### 161. Mifepriston
### 162. Vericiguat
### 163. Odevixibat
### 166. Alirocumab
### 173. Meclozine/pyridoxine
### 172. Fenfluramine
### 173. Meclozine/pyridoxine
### 174. Bempedoïnezuur/ezetimib
### 175. Tezepelumab
### 176. Keto/hydroxy-analogen
### 178. Mavacamten
### 179. Benralizumab
Voorwaarde:
## Bijlage 7. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 6.3a.1
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- –. **betrokkene:** persoon als bedoeld in [artikel 68b, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b);
- –. **bijdrage:** bijdrage als bedoeld in [artikel 68b, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b);
- –. **periode:** periode als bedoeld in [artikel 68b, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b);
- –. **vergoeding:** vergoeding als bedoeld in [artikel 68b, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b).
##### Artikel 6.3a.2
1. Het CAK verstrekt slechts een vergoeding indien betrokkene gedurende de periode:
- a. ingeschreven heeft gestaan bij het orgaan van de woonplaats, bedoeld in [artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=123); of
- b. heeft voldaan aan de voorwaarden die voor het recht op verstrekkingen voor zorg golden overeenkomstig de wetgeving waarvan met terugwerkende kracht is vastgesteld dat deze niet van toepassing was.
2. In afwijking van het eerste lid kan het CAK ook een vergoeding verstrekken indien betrokkene niet heeft voldaan aan het eerste lid en hij jegens het CAK aannemelijk heeft gemaakt dat hem dat niet verweten kan worden.
3. Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van gedurende de periode verleende zorg en overige diensten als bedoeld bij en krachtens [artikel 11 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11) verminderd met:
- a. kosten die hoger zijn dan in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is te achten;
- b. hetgeen betrokkene als eigen bijdrage had moeten betalen indien hij in de periode krachtens een zorgverzekering recht zou hebben gehad op de zorg of overige diensten; en
- c. hetgeen betrokkene als verplicht eigen risico had moeten betalen indien hij in de periode krachtens een zorgverzekering recht zou hebben gehad op de zorg of overige diensten.
4. Het CAK bepaalt de hoogte van de vergoeding op basis van gegevens van:
- a. het orgaan van de woonplaats als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- b. het bevoegd orgaan van de staat waarvan de wetgeving achteraf bezien niet van toepassing was; of
- c. facturen van zorgaanbieders.
5. Indien uit de gegevens, bedoeld in het vierde lid, niet kan worden afgeleid of en zo ja, in welke mate, de verleende zorg of overige diensten meer of andere werkzaamheden betreffen dan de zorg en overige diensten, bedoeld bij en krachtens [artikel 11 van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=11), is het CAK bevoegd om, in afwijking van de aanhef van het derde lid, ook de kosten van de verleende extra of andere zorg of overige diensten te vergoeden.
6. Het CAK is bevoegd om kosten buiten vergoeding te laten indien deze:
- a. al op grond van de wetgeving, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn voldaan, en
- b. niet door het bevoegd orgaan, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, worden teruggevorderd.
7. Het CAK betaalt de vergoeding:
- a. indien de betrokkene de kosten van de zorg inmiddels voor eigen rekening heeft genomen: aan de betrokkene;
- b. indien onderdeel a niet van toepassing is: aan het orgaan van de woonplaats, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan het bevoegd orgaan van de staat, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, of, indien het zorgkosten als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, betreft, aan de zorgaanbieder.
##### Artikel 6.3a.3
1. De bijdrage is gelijk aan een bedrag per maand overeenkomende met een twaalfde van het bedrag van de geraamde gemiddelde premie voor een verzekerde voor een zorgverzekering in het berekeningsjaar, bedoeld in [artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018451&artikel=4).
2. De bijdrage wordt berekend over de gehele periode, bedoeld in [artikel 68b, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b), met uitzondering van de periode tot en met de kalendermaand waarin de in dat lid bedoelde persoon de leeftijd van achttien jaar bereikt.
3. Voor de toepassing van de [Wet op de zorgtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018451) wordt de bijdrage volledig als premie voor een zorgverzekering beschouwd.
##### Artikel 6.3a.4
[Artikel 4:15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:15) geldt voor het geven van een beschikking op een aanvraag als bedoeld in [artikel 68b, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=68b) ook indien het CAK noodzakelijke informatie aan een Nederlandse instantie heeft gevraagd.
#### § 4b. De bestanden waarmee ten onrechte verzekerden worden opgespoord
#### § 5. De bestuursrechtelijke premie
#### § 6. Extra bijdrage in geval van catastrofes
#### § 8. Anonieme financiering van zorg aan ernstig bedreigde personen
#### § 9. Nationaal contactpunt
### Hoofdstuk 6a. Ondersteuning Zvw-pgb
### Hoofdstuk 7. Verwerking persoonsgegevens
### Hoofdstuk 7b. Gegevens die moeten worden uitgewisseld in verband met werkzaamheden gericht op het voorkomen of verminderen van schulden voortvloeiende uit de zorgverzekering
### Hoofdstuk 8. Overige en slotbepalingen
## Bijlage 1. horende bij [artikel 2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19), van de Regeling zorgverzekering
## Bijlage 2. horende bij [artikel 2.5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19), van de Regeling zorgverzekering
## Bijlage 1. horende bij [artikel 2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01), van de Regeling zorgverzekering
## Bijlage 2. horende bij [artikel 2.5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01), van de Regeling zorgverzekering
### 27. Levodopa/carbidopa intestinale gel
@@ -10904,29 +10904,29 @@
### 181. Baricitinib en ritlecitinib
De behandeling dient tenminste de eerste 6 maanden te worden uitgevoerd in het ziekenhuis.
Voorwaarde:
uitsluitend op voorschrift van een dermatoloog voor een verzekerde met als hoofdindicatie de behandeling van ernstige alopecia areata (AA) bij wie:
De behandeling dient na 6 maanden te worden geëvalueerd en bij onvoldoende werkzaamheid gestaakt te worden overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
Voorwaarde:
### 182. Codeïne
De behandeling dient na 6 maanden te worden geëvalueerd en bij onvoldoende werkzaamheid gestaakt te worden overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
Uitsluitend voor een verzekerde met chronische diarree die niet kan uitkomen met loperamide indien loperamide onvoldoende effectief is gebleken of indien loperamide door een contra-indicatie of intolerantie niet ingezet kan worden.
Voorwaarde:
### 183. Maralixibat
Uitsluitend voor een verzekerde met chronische diarree die niet kan uitkomen met loperamide indien loperamide onvoldoende effectief is gebleken of indien loperamide door een contra-indicatie of intolerantie niet ingezet kan worden.
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met ernstige cholestatische pruritus als gevolg van ALGS of met genetisch bevestigde PFIC (met uitzondering van PFIC2, subtype BSEP3),
De behandeling dient te worden gestaakt indien na ten hoogste vier maanden ononderbroken behandeling geen klinisch aantoonbaar, symptomatisch behandelvoordeel kan worden vastgesteld.
Voorwaarde:
### 184. Zilucoplan
De behandeling dient te worden gestaakt indien na ten hoogste vier maanden ononderbroken behandeling geen klinisch aantoonbaar, symptomatisch behandelvoordeel kan worden vastgesteld.
uitsluitend voor een verzekerde voor wie het geneesmiddel is voorgeschreven door een academisch centrum na goedkeuring door de indicatiecommissie voor gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG).
Voorwaarde:
@@ -11153,13 +11153,13 @@
### 185
Niet opgenomen.
op grond van [artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.1)
op grond van [artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.1)
Voorwaarde:
Voorwaarde:
tot 01-04-2030 voor een verzekerde met kortedarmsyndroom van:
waarbij natuurlijke adaptatie zoveel mogelijk is uitgesloten (conform startcriteria van de beroepsgroep).
Voor zover de verzekerde deelneemt aan onderzoek als bedoeld in [artikel 2.2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.2&z=2025-08-01&g=2025-08-01).
tot 01-04-2030 voor een verzekerde met kortedarmsyndroom van:
@@ -11718,7 +11718,7 @@
### 187. Deflazacort
Voor zover de verzekerde deelneemt aan onderzoek als bedoeld in [artikel 2.2, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.1&artikel=2.2&z=2025-07-19&g=2025-07-19).
uitsluitend voor patiënten met Duchenne musculaire dystrofie die onacceptabele bijwerkingen ervaren op prednison en onder behandeling zijn in een expertise-centrum.
Voorwaarde:
@@ -11726,7 +11726,7 @@
Vervallen
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2025-07-19&g=2025-07-19) van de Regeling zorgverzekering
## Bijlage 3. horende bij [artikel 2.5, vierde en vijfde, lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=2&paragraaf=1&sub-paragraaf=1.3&artikel=2.5&z=2025-08-01&g=2025-08-01) van de Regeling zorgverzekering
| Registratienummer | Artikelnaam |
| --- | --- |
@@ -11879,9 +11879,13 @@
| --- | --- |
| VYDURA LYOFILISAAT 75MG EU/1/22/1645/002 | VYDURA LYOFILISAAT 75MG EU/1/22/1645/002 |
| EU/1/23/1740/001 | Arexvy injpdr flacon + solv 0,5 ml |
| --- | --- |
| EU/1/23/1740/002 | Arexvy pdr susp voor injectie |
## Bijlage 4. van de Regeling zorgverzekering
Bijlage horende bij [artikel 6.3.1, negende lid, van de Regeling zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-07-19&g=2025-07-19)
Bijlage horende bij [artikel 6.3.1, negende lid, van de Regeling zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=6.3.1&z=2025-08-01&g=2025-08-01)
| Land | Woonlandfactor |
| --- | --- |
@@ -11931,11 +11935,11 @@
### 180. Omalizumab
uitsluitend voor een verzekerde van zes jaar en ouder als aanvullende onderhoudsbehandeling bij patiënten met ernstig allergisch (IgE-gemedieerd) astma dat onvoldoende onder controle is, ondanks hooggedoseerde inhalatiecorticosteroïden en langwerkende β-agonisten.
Voorwaarde:
### 181. Baricitinib en ritlecitinib
uitsluitend op voorschrift van een dermatoloog voor een verzekerde met als hoofdindicatie de behandeling van ernstige alopecia areata (AA) bij wie:
Voorwaarde:
### 182. Codeïne
@@ -11943,72 +11947,80 @@
### 183. Maralixibat
uitsluitend voor een verzekerde met ernstige cholestatische pruritus als gevolg van ALGS of met genetisch bevestigde PFIC (met uitzondering van PFIC2, subtype BSEP3),
Voorwaarde:
### 184. Zilucoplan
Voorwaarde:
Niet opgenomen.
### 186. Teduglutide
op grond van [artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018492&artikel=2.1)
### 186. Teduglutide
Voorwaarde:
### 187. Deflazacort
Voorwaarde:
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 8.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2025-08-01&g=2025-08-01) van de Regeling zorgverzekering, geldend voor de terhandstelling van geneesmiddelen in de kalenderjaren 2011 en 2012 voor de uitkering, bedoeld in [artikel 118a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) die betrekking heeft op het kalenderjaar 2013
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 25
Vervallen.
### 68
### 180. Omalizumab
### 181. Baricitinib en ritlecitinib
### 183. Maralixibat
### 183. Maralixibat
### 185
Niet opgenomen.
### 186. Teduglutide
waarbij natuurlijke adaptatie zoveel mogelijk is uitgesloten (conform startcriteria van de beroepsgroep).
### 188. Vutrisiran
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met genetisch bevestigde, erfelijke transthyretine-amyloïdose en polyneuropathie in stadium 1 of 2 die hiervoor onder behandeling is in of onder supervisie is van een expertisecentrum.
### 189. Sublinguaal toegediende huisstofmijtextract 12 SQ-HDM
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde met aanhoudende door huisstofmijt geïnduceerde allergische rhinitis of rhinoconjunctivitis, gediagnosticeerd op basis van de klinische voorgeschiedenis en een positieve huisstofmijtsensitisatietest (huidpriktest en/of specifieke IgE), ondanks adequate medicamenteuze behandeling.
## Bijlage 6. behorende bij [artikel 8.3, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2025-08-01&g=2025-08-01), van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
## Bijlage 6a. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
## Bijlage 6b. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
## Bijlage 7. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 181. Baricitinib en ritlecitinib
### 182. Codeïne
### 184. Zilucoplan en rozanolixizumab
### 187. Deflazacort
Voorwaarde:
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 8.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2025-07-19&g=2025-07-19) van de Regeling zorgverzekering, geldend voor de terhandstelling van geneesmiddelen in de kalenderjaren 2011 en 2012 voor de uitkering, bedoeld in [artikel 118a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018450&artikel=118a) die betrekking heeft op het kalenderjaar 2013
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### 25
Vervallen.
### 68
### 180. Omalizumab
### 181. Baricitinib en ritlecitinib
### 182. Codeïne
### 183. Maralixibat
### 184. Zilucoplan en rozanolixizumab
### 186. Teduglutide
### 187. Deflazacort
uitsluitend voor patiënten met Duchenne musculaire dystrofie die onacceptabele bijwerkingen ervaren op prednison en onder behandeling zijn in een expertise-centrum.
### 188. Vutrisiran
Voorwaarde:
uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met genetisch bevestigde, erfelijke transthyretine-amyloïdose en polyneuropathie in stadium 1 of 2 die hiervoor onder behandeling is in of onder supervisie is van een expertisecentrum.
## Bijlage 6. behorende bij [artikel 8.3, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018715&hoofdstuk=8&artikel=8.3&z=2025-07-19&g=2025-07-19), van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
## Bijlage 6a. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
## Bijlage 6b. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
## Bijlage 7. van de Regeling zorgverzekering
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2025-07-19
Regeling zorgverzekering
2025-07-15
Regeling zorgverzekering
2025-07-09
Regeling zorgverzekering
2025-07-01
Regeling zorgverzekering — arts. 9, 10, 11 y 174 más
2025-06-28
Regeling zorgverzekering
2025-06-05
Regeling zorgverzekering — arts. 137, 146, 147 y 51 más
2025-06-01
Regeling zorgverzekering
2025-05-01
Regeling zorgverzekering — art. 187
2025-04-30
Regeling zorgverzekering
2025-04-25
Regeling zorgverzekering
2025-04-24
Regeling zorgverzekering
2025-04-23
Regeling zorgverzekering
2025-04-10
Regeling zorgverzekering
2025-04-03
Regeling zorgverzekering
2025-04-01
Regeling zorgverzekering — arts. 139, 185, 186
2025-03-01
Regeling zorgverzekering
2025-02-22
Regeling zorgverzekering
2025-02-18
Regeling zorgverzekering
2025-02-01
Regeling zorgverzekering
2025-01-28
Regeling zorgverzekering
2025-01-11
Regeling zorgverzekering
2025-01-01
Regeling zorgverzekering — arts. 1, 2, 4 y 186 más
2024-12-18
Regeling zorgverzekering
2024-12-17
Regeling zorgverzekering
2024-12-06
Regeling zorgverzekering
2024-12-01
Regeling zorgverzekering — arts. 133, 154, 181
2024-11-30
Regeling zorgverzekering — arts. 4, 55, 87 y 164 más
2024-11-14
Regeling zorgverzekering
2024-11-01
Regeling zorgverzekering — arts. 134, 6, 6 y 12 más
2024-10-29
Regeling zorgverzekering
2024-10-12
Regeling zorgverzekering
2024-10-10
Regeling zorgverzekering
2024-10-02
Regeling zorgverzekering
2024-10-01
Regeling zorgverzekering — arts. 179, 179, 6, 6
2024-09-21
Regeling zorgverzekering
2024-09-01
Regeling zorgverzekering
2024-08-17
Regeling zorgverzekering
2024-08-01
Regeling zorgverzekering — art. 178
2024-07-27
Regeling zorgverzekering
2024-07-04
Regeling zorgverzekering
2024-07-01
Regeling zorgverzekering — art. 179
2024-06-20
Regeling zorgverzekering
2024-06-01
Regeling zorgverzekering — arts. 175, 176
2024-05-31
Regeling zorgverzekering
2024-05-09
Regeling zorgverzekering
2024-05-01
Regeling zorgverzekering — arts. 135, 6, 136 y 22 más
2024-04-11
Regeling zorgverzekering — art. 6
2024-04-01
Regeling zorgverzekering — arts. 6, 25, 40 y 6 más
2024-03-28
Regeling zorgverzekering — art. 6
2024-03-15
Regeling zorgverzekering — art. 6
2024-03-01
Regeling zorgverzekering — arts. 6, 153, 6 y 17 más
2024-02-27
Regeling zorgverzekering — art. 6
2024-02-01
Regeling zorgverzekering — arts. 6, 164, 164 y 2 más
2024-01-19
Regeling zorgverzekering — art. 6
2024-01-05
Regeling zorgverzekering — art. 6
2024-01-01
Regeling zorgverzekering — arts. 18, 6, 18, 166
2023-12-23
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-12-01
Regeling zorgverzekering — arts. 109, 6, 6, 164
2023-11-30
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-11-25
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-11-19
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-11-04
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-11-01
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-10-19
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-10-06
Regeling zorgverzekering — arts. 82, 18, 86 y 84 más
2023-10-01
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-09-15
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-09-01
Regeling zorgverzekering — arts. 6, 164
2023-08-18
Regeling zorgverzekering — arts. 6, 163
2023-08-01
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-07-01
Regeling zorgverzekering — arts. 6, 158, 25 y 4 más
2023-06-30
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-06-14
Regeling zorgverzekering — art. 6
2023-06-01
Regeling zorgverzekering — arts. 85, 87, 88 y 73 más
original version Tekst op deze datum