Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 16 november 2005 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten (Besluit Wfsv)
52 versions
· 2026-04-01
2026-04-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
Wijzigingen op 2026-04-01
@@ -10,9 +10,9 @@
### Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
##### Artikel 5.1. Overgangsrecht [artikel 2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01)
1. [Artikel 2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), zoals dat luidde op 31 december 2024 blijft van toepassing op herzieningen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2024.
##### Artikel 5.1. Overgangsrecht [artikel 2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01)
1. [Artikel 2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), zoals dat luidde op 31 december 2024 blijft van toepassing op herzieningen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2024.
2. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2030.
@@ -32,7 +32,7 @@
1. De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2026-01-01&g=2026-01-01) werkt terug tot en met 1 september 2005.
2. [Artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2026-04-01&g=2026-04-01) werkt terug tot en met 1 september 2005.
##### Artikel 5.4. Citeertitel
@@ -78,7 +78,7 @@
##### Artikel 2.3. Herziening van het lage percentage van de AWf-premie
1. Het lage percentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt herzien voor een reeds verstreken periode voor een werknemer, die niet een werknemer is als bedoeld in [artikel 27, derde lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27):
1. Het lage percentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), wordt herzien voor een reeds verstreken periode voor een werknemer, die niet een werknemer is als bedoeld in [artikel 27, derde lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27):
- a. van wie de dienstbetrekking uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking is geëindigd;
@@ -86,19 +86,19 @@
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de dienstbetrekking geacht niet te zijn onderbroken indien sprake is van elkaar zonder onderbreking opvolgende arbeidsovereenkomsten.
3. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien het aantal uren, dat is overeengekomen in arbeidsovereenkomsten die voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het lage premiepercentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in het betreffende kalenderjaar gemiddeld meer dan 30 uur per week bedraagt.
4. Bij een herziening als bedoeld in het eerste lid is het hoge percentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), met terugwerkende kracht van toepassing op de twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van de dienstbetrekking, op het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of op de verstreken periode vanaf de aanvang van de dienstbetrekking indien deze minder dan twaalf maanden heeft geduurd. [Artikel 2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.4a&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing op de periode waarop met terugwerkende kracht het hoge percentage van toepassing is. Een herziening als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats voor het deel van de periode, dat is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van [artikel III, onderdeel D, van de Wet arbeidsmarkt in balans](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042307&artikel=III).
3. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien het aantal uren, dat is overeengekomen in arbeidsovereenkomsten die voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het lage premiepercentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), in het betreffende kalenderjaar gemiddeld meer dan 30 uur per week bedraagt.
4. Bij een herziening als bedoeld in het eerste lid is het hoge percentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), met terugwerkende kracht van toepassing op de twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van de dienstbetrekking, op het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of op de verstreken periode vanaf de aanvang van de dienstbetrekking indien deze minder dan twaalf maanden heeft geduurd. [Artikel 2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.4a&z=2026-04-01&g=2026-04-01), is van overeenkomstige toepassing op de periode waarop met terugwerkende kracht het hoge percentage van toepassing is. Een herziening als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats voor het deel van de periode, dat is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van [artikel III, onderdeel D, van de Wet arbeidsmarkt in balans](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0042307&artikel=III).
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.
##### Artikel 2.4. Nadere voorwaarden voor toepassing van het lage percentage van de AWf-premie
1. Een afschrift van de schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, bedoeld in [artikel 27, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27), alsmede een schriftelijke of elektronische opgave als bedoeld in [artikel 7:626 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=626) waarin de gegevens, genoemd in artikel 7:626, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek zijn opgenomen, over het tijdvak waarover hij loonaangifte doet, worden door de werkgever in zijn loonadministratie opgenomen indien hij het lage percentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), toepast.
2. Het lage percentage van de AWf-premie, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt niet toegepast ten aanzien van werknemers op wier arbeidsovereenkomst een beding als bedoeld in [artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=691) van toepassing is.
3. Het lage percentage van de AWf-premie, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is op grond van [artikel 27, derde lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27) slechts van toepassing indien de overeenkomst, bedoeld in dat onderdeel, is ondertekend door alle betrokken partijen en voorzien is van een dagtekening, en indien op die overeenkomst, dan wel op de daarmee samenhangende arbeidsovereenkomst, niet een beding als bedoeld in [artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=691) van toepassing is
1. Een afschrift van de schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, bedoeld in [artikel 27, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27), alsmede een schriftelijke of elektronische opgave als bedoeld in [artikel 7:626 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=626) waarin de gegevens, genoemd in artikel 7:626, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek zijn opgenomen, over het tijdvak waarover hij loonaangifte doet, worden door de werkgever in zijn loonadministratie opgenomen indien hij het lage percentage, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), toepast.
2. Het lage percentage van de AWf-premie, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), wordt niet toegepast ten aanzien van werknemers op wier arbeidsovereenkomst een beding als bedoeld in [artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=691) van toepassing is.
3. Het lage percentage van de AWf-premie, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), is op grond van [artikel 27, derde lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27) slechts van toepassing indien de overeenkomst, bedoeld in dat onderdeel, is ondertekend door alle betrokken partijen en voorzien is van een dagtekening, en indien op die overeenkomst, dan wel op de daarmee samenhangende arbeidsovereenkomst, niet een beding als bedoeld in [artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=691) van toepassing is
#### § 2. Uniforme premie [WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524)
@@ -198,13 +198,13 @@
##### Artikel 2.9. Vervangende premie
1. De gedifferentieerde premie over de uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a), en over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de [Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903) wordt bepaald op de som van de percentages berekend met toepassing van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
1. De gedifferentieerde premie over de uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a), en over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de [Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903) wordt bepaald op de som van de percentages berekend met toepassing van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-04-01&g=2026-04-01).
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het eerste lid.
##### Artikel 2.10. Sectorale premies
1. De sectorale premiecomponenten worden vastgesteld met toepassing van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01) waarbij voor de WGA-lasten en ZW-lasten wordt uitgegaan van de desbetreffende uitkeringen, die worden toegekend aan werknemers van werkgevers in die sector, bedoeld in [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95), en van het totaalbedrag van het premieplichtige loon van alle werkgevers, die tot die sector behoren. Voor de bepaling van de premiecomponent WGA-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtige loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), en van de grote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen van de werknemers van deze werkgevers. Voor de bepaling van de premiecomponent ZW-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtig loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, en van de grote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen toegekend aan de werknemers van deze werkgevers.
1. De sectorale premiecomponenten worden vastgesteld met toepassing van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-04-01&g=2026-04-01) waarbij voor de WGA-lasten en ZW-lasten wordt uitgegaan van de desbetreffende uitkeringen, die worden toegekend aan werknemers van werkgevers in die sector, bedoeld in [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95), en van het totaalbedrag van het premieplichtige loon van alle werkgevers, die tot die sector behoren. Voor de bepaling van de premiecomponent WGA-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtige loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), en van de grote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen van de werknemers van deze werkgevers. Voor de bepaling van de premiecomponent ZW-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtig loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, en van de grote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen toegekend aan de werknemers van deze werkgevers.
2. Voor de bepaling van de premiecomponenten, bedoeld in het eerste lid, wordt het premieplichtig loon van de middelgrote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen toegekend aan de werknemers van deze werkgevers per middelgrote werkgever volgens de volgende berekening buiten aanmerking gehouden:
@@ -254,7 +254,7 @@
7. Indien de werknemer bij het intreden van de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in [artikel 5 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=5), bij meer dan één werkgever in dienstbetrekking stond, wordt voor de toepassing van het tweede lid de WGA-uitkering naar rato van de loonsom toegerekend aan die werkgevers. De WGA-uitkering wordt niet toegerekend aan de werkgever bij wie de werknemer met behoud van hetzelfde loon arbeid is blijven verrichten.
8. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door driekwart van het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
8. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door driekwart van het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-04-01&g=2026-04-01), en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
##### Artikel 2.12. Opslag of korting WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen
@@ -286,11 +286,11 @@
- b. aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een uitkering op grond van [artikelen 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19a), [19b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19b) of [19c van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19c) is geëindigd dan wel niet is ingegaan, die aanspraak heeft op heropening dan wel recht heeft op ziekengeld.
6. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door driekwart van het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
6. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door driekwart van het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-04-01&g=2026-04-01), en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
##### Artikel 2.14. Premieplichtig loon uitkeringsinstellingen
Bij de bepaling van het gemiddelde premieplichtig loon, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [artikel 2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), blijft buiten aanmerking:
Bij de bepaling van het gemiddelde premieplichtig loon, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01), en [artikel 2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-04-01&g=2026-04-01), blijft buiten aanmerking:
- 1°. loon uit vroegere dienstbetrekking indien de werkgever als inhoudingsplichtige in meer dan bijkomstige mate loon uit vroegere dienstbetrekking verstrekt;
@@ -300,9 +300,9 @@
1. In geval van overgang van een onderneming in de zin van [artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=662), alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement:
- a. worden bij de toepassing van de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01) de WGA-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.11, tweede en derde lid, en de ZW-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.13, tweede en derde lid, die zijn of worden toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen dan wel arbeidsongeschikt is geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd en [artikel 46 van Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=46) van toepassing is, toegerekend aan de werkgever die de onderneming verkrijgt;
- b. wordt bij de toepassing van de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01) het ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, gekomen premieplichtig loon in enig kalenderjaar telkens opgeteld bij het premieplichtig loon van de werkgever die de onderneming verkrijgt in dat kalenderjaar, voordat het gemiddelde premieplichtig loon van laatstgenoemde werkgever wordt berekend.
- a. worden bij de toepassing van de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-04-01&g=2026-04-01) de WGA-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.11, tweede en derde lid, en de ZW-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.13, tweede en derde lid, die zijn of worden toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen dan wel arbeidsongeschikt is geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd en [artikel 46 van Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=46) van toepassing is, toegerekend aan de werkgever die de onderneming verkrijgt;
- b. wordt bij de toepassing van de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-04-01&g=2026-04-01) het ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, gekomen premieplichtig loon in enig kalenderjaar telkens opgeteld bij het premieplichtig loon van de werkgever die de onderneming verkrijgt in dat kalenderjaar, voordat het gemiddelde premieplichtig loon van laatstgenoemde werkgever wordt berekend.
2. Indien slechts een deel van de onderneming overgaat, vindt het eerste lid toepassing naar rato van het deel van het totaalbedrag van premieplichtig loon in het overgegane deel van de onderneming van het totaalbedrag van premieplichtig loon in de gehele onderneming in het jaar voorafgaande aan dat van overgang.
@@ -312,7 +312,7 @@
##### Artikel 2.16. Niet gedurende gehele berekeningstijdvak werkgever
Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-01-01&g=2026-01-01) in een of meer van de kalenderjaren van het tijdvak, bedoeld in de [artikelen 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, derde lid, en 2.13, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over de kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had.
Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-04-01&g=2026-04-01) in een of meer van de kalenderjaren van het tijdvak, bedoeld in de [artikelen 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01), en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-04-01&g=2026-04-01), niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, derde lid, en 2.13, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over de kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had.
### Hoofdstuk 3. De financiering van de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering en de vrijwillige nabestaandenverzekering
@@ -380,7 +380,7 @@
- a. zij bij de vaststelling van die premie rekening dient te houden met de in dat kalenderjaar verschuldigde premie op grond van de verplichte verzekering ingevolge de [AOW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) of de [ANW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795); of
- b. nog onduidelijk is of [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van toepassing is.
- b. nog onduidelijk is of [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), van toepassing is.
2. Zodra dat naar het oordeel van de SVB mogelijk is, wordt de over bedoeld kalenderjaar verschuldigde premie definitief vastgesteld.
@@ -422,13 +422,13 @@
- d. **kosten van zorg:** kosten van verleende zorg en overige diensten als bedoeld in [paragraaf 3.1 van de Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917¶graaf=1), met uitzondering van de kosten van forensische zorg als bedoeld in [artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=1.1) of forensische zorg als aangemerkt in of krachtens een algemene maatregel van bestuur;
- e. **beheerskosten:** de beheerskosten van de in de [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) geregelde verzekering, waaronder begrepen de kosten van controle in het kader van die verzekering en waaronder niet begrepen de beheerskosten voor forensische zorg als bedoeld in het [Interimbesluit forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0029333);
- e. **beheerskosten:** de beheerskosten van de in de [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) geregelde verzekering, waaronder begrepen de kosten van controle in het kader van die verzekering en waaronder niet begrepen de beheerskosten voor forensische zorg als omschreven in [artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=1.1);
- f. **Wlz-uitvoerder:** een Wlz-uitvoerder als bedoeld in [artikel 1.1.1 van de Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=1.1.1);
- g. **onverantwoorde uitgaven:** uitgaven waarvan de Nederlandse zorgautoriteit heeft vastgesteld dat ze niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917);
- h. **beheerskostenbudget:** de ten laste van het Flz voor de Wlz-uitvoerders beschikbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van de [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) te maken beheerskosten;
- h. **beheerskostenbudget:** de ten laste van het Flz voor de Wlz-uitvoerders en de SVB beschikbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van de [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) te maken beheerskosten;
- i. **CAK:** het CAK, genoemd in [artikel 6.1.1 van de Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=6.1.1);
@@ -450,7 +450,7 @@
##### Artikel 4.4. Beheerskostenbudget Wlz-uitvoerder en SVB
1. Het Zorginstituut verdeelt de middelen, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), jaarlijks over de Wlz-uitvoerders en de SVB, leidende tot een beheerskostenbudget per Wlz-uitvoerder en een beheerskostenbudget voor de SVB.
1. Het Zorginstituut verdeelt de middelen, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), jaarlijks over de Wlz-uitvoerders en de SVB, leidende tot een beheerskostenbudget per Wlz-uitvoerder en een beheerskostenbudget voor de SVB.
2. Bij de verdeling van het beheerskostenbudget over de Wlz-uitvoerders maakt het Zorginstituut voor een Wlz-uitvoerder die taken als bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) uitvoert, inzichtelijk welk deel bestemd is voor het uitvoeren van die taken en welk deel voor het uitvoeren van zijn overige taken.
@@ -470,9 +470,9 @@
##### Artikel 4.5. Beheerskosten bij uitbesteding van werkzaamheden
1. Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in [artikel 4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij degene waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag aan beheerskosten dat is berekend op basis van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels.
2. [Artikel 4.4, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
1. Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in [artikel 4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01), geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij degene waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag aan beheerskosten dat is berekend op basis van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels.
2. [Artikel 4.4, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2026-04-01&g=2026-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 4.6. Reserve uitvoering Wlz
@@ -482,7 +482,7 @@
3. Het Zorginstituut bepaalt welk percentage rente de Wlz-uitvoerder over de reserve geacht wordt te maken.
4. De reserve uitvoering Wlz bedraagt ultimo enig jaar maximaal 20% van het beheerskostenbudget voor dat jaar.
4. De reserve uitvoering Wlz bedraagt ultimo enig jaar maximaal 23% van het beheerskostenbudget voor dat jaar.
5. Indien het Zorginstituut vaststelt dat de reserve het gestelde maximum te boven gaat, stort de Wlz-uitvoerder het door het Zorginstituut vastgestelde bedrag waarmee het maximum overschreden wordt binnen vier weken in het Flz.
@@ -490,6 +490,10 @@
7. Binnen twee jaar na het eindigen of wijzigen van een aanwijzing als bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4), bepaalt het Zorginstituut of de Wlz-uitvoerder een deel van zijn reserve in het Flz dient te storten en zo ja, hoe groot dat deel is. De Wlz-uitvoerder stort een op grond van de vorige zin bepaald deel binnen vier weken in het Flz.
8. Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de SVB.
9. Het achtste lid vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot het uitvoeringsjaar 2025.
##### Artikel 4.7. Toezicht op opgaven
De zorgautoriteit is bevoegd opgaven en gegevens van een Wlz-uitvoerder die van invloed zijn op de omvang van de ten laste van het Flz beschikbare middelen en op de hoogte van de kosten van zorg, op hun juistheid te beoordelen en te verbeteren.
@@ -646,29 +650,29 @@
##### Artikel 2.17. Premiepercentage startende werkgever
1. In afwijking van [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt voor de werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-01-01&g=2026-01-01), de hoedanigheid van werkgever heeft gekregen in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld of in het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaand aan dat kalenderjaar, de gedifferentieerde premie berekend overeenkomstig de premie voor kleine werkgevers op grond van artikel 2.6, derde lid.
2. Voor een werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-01-01&g=2026-01-01), de hoedanigheid van werkgever heeft gekregen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld:
- a. wordt, indien er sprake is van een kleine werkgever, de gedifferentieerde premie berekend met toepassing van [artikel 2.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- b. is, indien er sprake is van een grote werkgever, de gedifferentieerde premie in afwijking van [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), gelijk aan de som van de gemiddelde percentages voor de WGA-lasten en de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01); of
- c. wordt, indien er sprake is van een middelgrote werkgever, de gedifferentieerde premie berekend overeenkomstig [artikel 2.6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), met dien verstande dat in plaats van het individuele percentage, bedoeld in dat lid, het gemiddelde percentage voor de WGA-lasten en de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-01-01&g=2026-01-01), van toepassing is.
1. In afwijking van [artikel 2.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-04-01&g=2026-04-01), wordt voor de werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-04-01&g=2026-04-01), de hoedanigheid van werkgever heeft gekregen in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld of in het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaand aan dat kalenderjaar, de gedifferentieerde premie berekend overeenkomstig de premie voor kleine werkgevers op grond van artikel 2.6, derde lid.
2. Voor een werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-04-01&g=2026-04-01), de hoedanigheid van werkgever heeft gekregen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld:
- a. wordt, indien er sprake is van een kleine werkgever, de gedifferentieerde premie berekend met toepassing van [artikel 2.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-04-01&g=2026-04-01);
- b. is, indien er sprake is van een grote werkgever, de gedifferentieerde premie in afwijking van [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-04-01&g=2026-04-01), gelijk aan de som van de gemiddelde percentages voor de WGA-lasten en de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-04-01&g=2026-04-01); of
- c. wordt, indien er sprake is van een middelgrote werkgever, de gedifferentieerde premie berekend overeenkomstig [artikel 2.6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-04-01&g=2026-04-01), met dien verstande dat in plaats van het individuele percentage, bedoeld in dat lid, het gemiddelde percentage voor de WGA-lasten en de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2026-04-01&g=2026-04-01), van toepassing is.
3. Van de startende werkgever, bedoeld in [artikel 40, negende lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), wordt in afwachting van de beslissing op de aanvraag om zelf het risico te dragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Wfsv met ingang van het tijdstip waarop hij aanvangt werkgever te zijn, in afwijking van het eerste lid de sectorale premiecomponent op basis van de ZW-lasten respectievelijk de sectorale premiecomponent op basis van de WGA-lasten op nul gesteld.
##### Artikel 2.18. Opslag en korting bij te veel betaalde uitkering en regres
1. Indien blijkt dat een WGA-uitkering als bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) geheel of ten dele ten onrechte is toegekend, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), in het kalenderjaar waarin het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering of de uitkering op grond van de Ziektewet wordt ingetrokken of herzien, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderscheidenlijk de aan de werkgever toe te rekenen ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de te veel betaalde WGA-uitkering of uitkering op grond van de Ziektewet.
2. Indien een werkgever recht heeft op een schadevergoeding als bedoeld in [artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=107a) dan wel een schadevergoeding op grond van een wettelijke regeling die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, worden, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is vastgesteld, gedurende een tijdvak van tien jaren, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, verminderd met een compensatiebedrag.
1. Indien blijkt dat een WGA-uitkering als bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01), of een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) geheel of ten dele ten onrechte is toegekend, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-04-01&g=2026-04-01), in het kalenderjaar waarin het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering of de uitkering op grond van de Ziektewet wordt ingetrokken of herzien, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderscheidenlijk de aan de werkgever toe te rekenen ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de te veel betaalde WGA-uitkering of uitkering op grond van de Ziektewet.
2. Indien een werkgever recht heeft op een schadevergoeding als bedoeld in [artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=107a) dan wel een schadevergoeding op grond van een wettelijke regeling die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, worden, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01), met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is vastgesteld, gedurende een tijdvak van tien jaren, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, verminderd met een compensatiebedrag.
3. Het compensatiebedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld door het bedrag van de WGA-uitkering aan de betrokken werknemer jaarlijks gedurende tien jaar te vermenigvuldigen met het getal dat is verkregen door het bedrag van de schadevergoeding, bedoeld in het tweede lid, te delen door het loon over een tijdvak van 104 weken. Het getal, bedoeld in de eerste zin, bedraagt niet meer dan 1.
4. Indien naar het oordeel van het UWV voldoende mogelijkheden bestaan om de lasten, bedoeld in [artikel 52a van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=52a), of een substantieel deel daarvan, op een derde te verhalen, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de [artikelen 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-01-01&g=2026-01-01), de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, of de ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met het bedrag van de WGA-uitkering onderscheidenlijk de uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) dat is uitgekeerd aan de betrokken werknemer, voor zover deze uitkeringen uit een dienstbetrekking met die werkgever worden verstrekt of zijn toegekend aan een werknemer, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht had op een uitkering op grond van de Ziektewet.
5. Bij de toepassing van dit artikel is een minimumpremie als bedoeld in [artikel 2.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.16&z=2026-01-01&g=2026-01-01), niet van toepassing.
4. Indien naar het oordeel van het UWV voldoende mogelijkheden bestaan om de lasten, bedoeld in [artikel 52a van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=52a), of een substantieel deel daarvan, op een derde te verhalen, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de [artikelen 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01), en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2026-04-01&g=2026-04-01), de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, of de ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met het bedrag van de WGA-uitkering onderscheidenlijk de uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) dat is uitgekeerd aan de betrokken werknemer, voor zover deze uitkeringen uit een dienstbetrekking met die werkgever worden verstrekt of zijn toegekend aan een werknemer, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht had op een uitkering op grond van de Ziektewet.
5. Bij de toepassing van dit artikel is een minimumpremie als bedoeld in [artikel 2.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.16&z=2026-04-01&g=2026-04-01), niet van toepassing.
#### § 3. Premiekorting
@@ -694,15 +698,15 @@
##### Artikel 2.17a. Premiepercentage terugkerende werkgever ZW
1. Indien voor een grote of een middelgrote werkgever het eigenrisicodragen, bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), eindigt of wordt beëindigd, wordt in afwijking van [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), onderscheidenlijk 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen vastgesteld op het sectorale premiepercentage, bedoeld in [artikel 2.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.10&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
2. Indien het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-01-01&g=2026-01-01), of in artikel 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, hoger is dan de uitkomst van het eerste lid, wordt in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen de gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld op grond van artikel 2.6, vierde lid, of artikel 2.6, vijfde lid.
1. Indien voor een grote of een middelgrote werkgever het eigenrisicodragen, bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), eindigt of wordt beëindigd, wordt in afwijking van [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-04-01&g=2026-04-01), onderscheidenlijk 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen vastgesteld op het sectorale premiepercentage, bedoeld in [artikel 2.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.10&z=2026-04-01&g=2026-04-01).
2. Indien het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2026-04-01&g=2026-04-01), of in artikel 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, hoger is dan de uitkomst van het eerste lid, wordt in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen de gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld op grond van artikel 2.6, vierde lid, of artikel 2.6, vijfde lid.
3. De gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen wordt voor de werkgever, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 2.17b. Premieberekening WGA voor werkgevers die uiterlijk 1 juli 2015 publiek verzekerd waren
In afwijking van [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt voor een grote of middelgrote werkgever die uiterlijk op 1 juli 2015 publiek verzekerd was tot het moment dat aan hem op grond van [artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=40), toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van het daarvoor in aanmerking komende deel van de WGA-uitkering het individuele werkgeversrisicopercentage verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
In afwijking van [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2026-04-01&g=2026-04-01), wordt voor een grote of middelgrote werkgever die uiterlijk op 1 juli 2015 publiek verzekerd was tot het moment dat aan hem op grond van [artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=40), toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van het daarvoor in aanmerking komende deel van de WGA-uitkering het individuele werkgeversrisicopercentage verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
#### § 3. Bijzondere bepalingen in verband met overige ziekengeld- en WGA-lasten en WGA-staartlasten
@@ -742,7 +746,7 @@
- b. de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.8).
2. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in [artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38b), wordt aangewezen de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.8) en voor 28 oktober 2016 een verzoek ter beoordeling van het arbeidsvermogen door UWV heeft ingediend op grond van [artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2b&artikel=2.25&z=2026-01-01&g=2026-01-01), zoals dat luidde op 27 oktober 2016.
2. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in [artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38b), wordt aangewezen de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.8) en voor 28 oktober 2016 een verzoek ter beoordeling van het arbeidsvermogen door UWV heeft ingediend op grond van [artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2b&artikel=2.25&z=2026-04-01&g=2026-04-01), zoals dat luidde op 27 oktober 2016.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien die persoon duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in [artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&artikel=1a:1) of indien het een persoon betreft van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in [artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=10b).
@@ -822,17 +826,17 @@
##### Artikel 2.29. Verplichtingen uitlener
De uitlener, die verloonde uren van de uitgeleende arbeidsbeperkte toerekent aan de inlener, controleert de door het UWV aangeleverde gegevens over de inleenverbanden, bedoeld in [artikel 3.2b van het Besluit SUWI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013267&artikel=3.2b), en vult deze gegevens aan met het identificatienummer van de inlener, indien [artikel 2.28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.28&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van toepassing is.
De uitlener, die verloonde uren van de uitgeleende arbeidsbeperkte toerekent aan de inlener, controleert de door het UWV aangeleverde gegevens over de inleenverbanden, bedoeld in [artikel 3.2b van het Besluit SUWI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013267&artikel=3.2b), en vult deze gegevens aan met het identificatienummer van de inlener, indien [artikel 2.28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.28&z=2026-04-01&g=2026-04-01) van toepassing is.
##### Artikel 2.30. Verplichtingen inlener
De inlener, die verloonde uren van de arbeidsbeperkte toegerekend krijgt van de uitlener, controleert, nadat de uitlener aan zijn verplichtingen, genoemd in [artikel 2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.29&z=2026-01-01&g=2026-01-01), heeft voldaan, de door het UWV aangeleverde gegevens over de inleenverbanden, bedoeld in [artikel 3.2b van het Besluit SUWI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013267&artikel=3.2b), en fiatteert indien akkoord uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven, indien [artikel 2.28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.28&z=2026-01-01&g=2026-01-01) van toepassing is.
De inlener, die verloonde uren van de arbeidsbeperkte toegerekend krijgt van de uitlener, controleert, nadat de uitlener aan zijn verplichtingen, genoemd in [artikel 2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.29&z=2026-04-01&g=2026-04-01), heeft voldaan, de door het UWV aangeleverde gegevens over de inleenverbanden, bedoeld in [artikel 3.2b van het Besluit SUWI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013267&artikel=3.2b), en fiatteert indien akkoord uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven, indien [artikel 2.28, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.28&z=2026-04-01&g=2026-04-01) van toepassing is.
##### Artikel 2.31. Aanwijzing categorie werknemers van wie verloonde uren in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren
Als werknemer, bedoeld in [artikel 38g, vijfde lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38g) van wie de verloonde uren in mindering wordt gebracht op het totaal aantal verloonde uren, bedoeld in artikel 38g, derde lid, van de Wfsv met betrekking tot variabele A, wordt aangewezen:
- a. voor de uitlenende werkgever: uitzendpersoneel in de zin van [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.27&z=2026-01-01&g=2026-01-01);
- a. voor de uitlenende werkgever: uitzendpersoneel in de zin van [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.27&z=2026-04-01&g=2026-04-01);
- b. voor het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in [artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740&artikel=8) dan wel een privaatrechtelijke rechtspersoon die als uitvoerder van de [Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903) is aangewezen op grond van [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=1), dan wel [artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=2) en als activiteit heeft het ter beschikking stellen van arbeidskrachten: elke persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening.
@@ -840,7 +844,7 @@
Voor de berekening van de quotumpercentages, bedoeld in [artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38f), wordt voor de toepassing van de variabelen van de formule, bedoeld in dat lid, het volgende in acht genomen:
- a. voor variabele D en E: het totaal aantal banen bij werkgevers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid (variabele D) vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren van werknemers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid (variabele E), wordt verminderd met de verloonde uren van uitzendpersoneel in de zin van [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.27&z=2026-01-01&g=2026-01-01).
- a. voor variabele D en E: het totaal aantal banen bij werkgevers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid (variabele D) vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren van werknemers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid (variabele E), wordt verminderd met de verloonde uren van uitzendpersoneel in de zin van [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2c&artikel=2.27&z=2026-04-01&g=2026-04-01).
- b. voor variabele F: het aantal arbeidsbeperkten, bedoeld in [artikel 38b, tweede lid van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38b), bij werkgevers die op grond van [artikel 34, derde, vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=34), quotumheffing zijn verschuldigd, bedraagt voor de overheidssector in:
@@ -902,7 +906,7 @@
1. De WGA-staartlasten komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
2. De eigenrisicodrager draagt het risico van de betaling van de WGA- uitkeringen aan werknemers, bedoeld in [artikel 2.19, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=2.19&z=2026-01-01&g=2026-01-01), en de overlijdensuitkeringen, bedoeld in [artikel 82, eerste lid, van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=82) niet, indien deze eigenrisicodrager een kleine werkgever als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is of gedeeltelijk indien hij een middelgrote werkgever als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, is, voor zover deze WGA-uitkeringen niet zijn toegekend of de wachttijd niet is ingegaan vóór de dag van ingang van een eerdere periode van eigenrisicodragen.
2. De eigenrisicodrager draagt het risico van de betaling van de WGA- uitkeringen aan werknemers, bedoeld in [artikel 2.19, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=2.19&z=2026-04-01&g=2026-04-01), en de overlijdensuitkeringen, bedoeld in [artikel 82, eerste lid, van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=82) niet, indien deze eigenrisicodrager een kleine werkgever als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-04-01&g=2026-04-01), is of gedeeltelijk indien hij een middelgrote werkgever als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, is, voor zover deze WGA-uitkeringen niet zijn toegekend of de wachttijd niet is ingegaan vóór de dag van ingang van een eerdere periode van eigenrisicodragen.
3. Indien de eigenrisicodrager een middelgrote werkgever is, wordt voor de toepassing van dit artikel het deel van de WGA- staartlasten in aanmerking genomen, dat bestaat uit deze lasten maal (1-(loonsomwgr – loonsomlaag)/(loonsomhoog –loonsomlaag))
@@ -910,15 +914,15 @@
- –. loonsomwgr staat voor: de verzekerde loonsom van de middelgrote werkgever twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen;
- –. loonsomlaag staat voor: 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen;
- –. loonsomhoog staat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen.
- –. loonsomlaag staat voor: 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-04-01&g=2026-04-01), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen;
- –. loonsomhoog staat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-04-01&g=2026-04-01), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen.
4. De vermenigvuldigingsfactor, bedoeld in het derde lid, wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.
##### Artikel 2.19c. Overgangsbepaling WGA-staartlasten en flexibele dienstbetrekkingen
In afwijking van [artikel 2.19b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=2.19b&z=2026-01-01&g=2026-01-01) komen de volgende lasten ten laste van de Werkhervattingskas:
In afwijking van [artikel 2.19b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=3&artikel=2.19b&z=2026-04-01&g=2026-04-01) komen de volgende lasten ten laste van de Werkhervattingskas:
- a. de WGA-uitkeringen, bedoeld in [artikel 117b, derde lid, onderdeel h, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), die zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan vóór 1 januari 2017 ongeschikt zijn geworden tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19) of [19aa van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19aa) en uit dien hoofde recht hadden op een uitkering op grond van [artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) en die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in een dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) waarbij die dag is gelegen vóór de dag van ingang van het eigenrisicodragen, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen;
@@ -932,7 +936,7 @@
##### Artikel 2.3a. Tijdelijke opschorting 30% herzieningssituatie
1. [Artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.3&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is niet van toepassing met betrekking tot de kalenderjaren 2020 en 2021.
1. [Artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.3&z=2026-04-01&g=2026-04-01), is niet van toepassing met betrekking tot de kalenderjaren 2020 en 2021.
2. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2027.
@@ -964,15 +968,15 @@
##### Artikel 2.4a. Toepassing van de AWf-premie per aangiftetijdvak
Het percentage van de AWf-premie, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-01-01&g=2026-01-01), wordt slechts over een geheel aangiftetijdvak toegepast, waarbij bepalend is of op de eerste dag van dat aangiftetijdvak aan de voorwaarden voor toepassing van het premiepercentage wordt voldaan. In afwijking van de eerste zin is voor de bepaling van het aantal verloonde uren in het aangiftetijdvak, bedoeld in [artikel 27, derde lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27) bepalend het aantal verloonde uren gedurende het gehele aangiftetijdvak.
Het percentage van de AWf-premie, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2026-04-01&g=2026-04-01), wordt slechts over een geheel aangiftetijdvak toegepast, waarbij bepalend is of op de eerste dag van dat aangiftetijdvak aan de voorwaarden voor toepassing van het premiepercentage wordt voldaan. In afwijking van de eerste zin is voor de bepaling van het aantal verloonde uren in het aangiftetijdvak, bedoeld in [artikel 27, derde lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=27) bepalend het aantal verloonde uren gedurende het gehele aangiftetijdvak.
#### § 4. Gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds
##### Artikel 2.19d. Vaststelling gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds
1. Voor de gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in [artikel 34, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=34), wordt als kleine werkgever als bedoeld in [artikel 36, tweede lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=36) aangemerkt de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-01-01&g=2026-01-01), is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, in dat kalenderjaar.
2. In het geval van overgang van onderneming als bedoeld in [artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=662), alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement en indien een overheidswerkgever geheel of gedeeltelijk is overgegaan naar een andere werkgever, wordt het premieplichtige loon dat bij de toepassing van [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-01-01&g=2026-01-01) in enig kalenderjaar overgaat van de overdragende werkgever naar de verkrijgende werkgever op overeenkomstige wijze betrokken bij het al dan niet aanmerken van de werkgever als kleine werkgever als bedoeld in het eerste lid.
1. Voor de gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in [artikel 34, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=34), wordt als kleine werkgever als bedoeld in [artikel 36, tweede lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=36) aangemerkt de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2026-04-01&g=2026-04-01), is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, in dat kalenderjaar.
2. In het geval van overgang van onderneming als bedoeld in [artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=662), alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement en indien een overheidswerkgever geheel of gedeeltelijk is overgegaan naar een andere werkgever, wordt het premieplichtige loon dat bij de toepassing van [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2026-04-01&g=2026-04-01) in enig kalenderjaar overgaat van de overdragende werkgever naar de verkrijgende werkgever op overeenkomstige wijze betrokken bij het al dan niet aanmerken van de werkgever als kleine werkgever als bedoeld in het eerste lid.
3. Tenzij de overgang plaatsvindt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar vindt de toepassing van het tweede lid voor de werkgever die reeds de hoedanigheid van werkgever had voor het moment van overgang eerst plaats met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de onderneming of een deel van de onderneming is overgedragen.
2026-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2025-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2024-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2023-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2022-08-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2022-01-01
Besluit Wfsv
2021-10-09
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2021-07-23
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2021-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2020-09-15
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2020-07-18
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 3 más
2020-01-01
Besluit Wfsv
2019-06-26
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2018-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2017-07-01
Besluit Wfsv
2017-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2016-10-28
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2016-10-06
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2016-07-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2016-05-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2016-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2015-07-01
Besluit Wfsv
2015-05-01
Besluit Wfsv
2015-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3, 3
2014-09-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2014-07-18
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2014-07-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2014-06-27
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2014-05-14
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 3 más
2014-04-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 9 más
2014-03-24
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 6 más
2014-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 3 más
2013-01-01
Besluit Wfsv
2012-03-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 5 más
2012-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 5 más
2011-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 5 más
2010-08-27
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 7 más
2010-01-01
Besluit Wfsv
2009-12-29
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 7 más
2009-12-09
Besluit Wfsv
2009-11-18
Besluit Wfsv
2009-10-01
Besluit Wfsv
2009-07-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 12 más
2009-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 7 más
2008-01-01
Besluit Wfsv
2006-12-29
Besluit Wfsv — arts. 5, 2, 2 y 7 más
2006-12-14
Besluit Wfsv — arts. 5, 2, 2 y 7 más
2006-10-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 21 más
2006-09-01
Besluit Wfsv
2006-01-01
Besluit Wfsv
2005-09-01
Besluit Wfsv
original version
Tekst op deze datum