Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 16 november 2005 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten (Besluit Wfsv)
52 versions
· 2026-04-01
2026-04-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2026-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2025-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2024-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2023-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2022-08-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2022-01-01
Besluit Wfsv
2021-10-09
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2021-07-23
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2021-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2020-09-15
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2020-07-18
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 3 más
2020-01-01
Besluit Wfsv
2019-06-26
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2018-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2017-07-01
Besluit Wfsv
2017-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
Wijzigingen op 2017-01-01
@@ -30,7 +30,7 @@
1. De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. [Artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2016-10-28) werkt terug tot en met 1 september 2005.
2. [Artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01) werkt terug tot en met 1 september 2005.
##### Artikel 5.4. Citeertitel
@@ -78,13 +78,13 @@
- g. **overige WGA-lasten:** WGA-uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) die vóór 1 januari 2012 zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van [artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29), en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen;
- h. **WGA-staartlasten:** door het UWV te betalen WGA-uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, derde lid, onderdeel h, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), aan werknemers, die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in een dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) waarbij die dag is gelegen vóór de dag van ingang van het eigenrisicodragen en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen.
- h. **WGA-staartlasten:** door het UWV te betalen WGA-uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, derde lid, onderdeel h, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), aan werknemers, die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in een dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) die uiterlijk op 1 juli 2015 eigenrisicodrager is geworden waarbij die eerste dag is gelegen vóór de dag van ingang van het eigenrisicodragen en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen.
##### Artikel 2.2. Wijze van vaststelling van het sectorpremiepercentage
1. Het UWV stelt een sectorpremiepercentage vast ter dekking van de werkloosheidslasten. Het sectorpremiepercentage bedraagt ten hoogste het lastenplafond.
2. Het UWV stelt voor de dekking van de overige ziekengeld- en WGA-lasten, bedoeld in [artikel 2.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1a&z=2017-01-01&g=2016-10-28), en de WGA-staartlasten, bedoeld in [artikel 2.1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1b&z=2017-01-01&g=2016-10-28), een opslagpercentage vast, waarmee het sectorpremiepercentage met betrekking tot dat sectorfonds wordt verhoogd.
2. Het UWV stelt voor de dekking van de overige ziekengeld- en WGA-lasten, bedoeld in [artikel 2.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1a&z=2017-01-01&g=2017-01-01), de WGA-staartlasten, bedoeld in [artikel 2.1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1b&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en de WGA-staartlasten flexibele dienstbetrekkingen, bedoeld in [artikel 2.1c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1c&z=2017-01-01&g=2017-01-01), een opslagpercentage vast, waarmee het sectorpremiepercentage met betrekking tot dat sectorfonds wordt verhoogd.
3. Indien in een sectorfonds op 31 december van het jaar waarin het sectorpremiepercentage wordt vastgesteld naar verwachting van het UWV een positief of negatief vermogen aanwezig zal zijn, stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, in dat kalenderjaar en de daaropvolgende kalenderjaren een zodanig sectorpremiepercentage vast dat het overschot dan wel tekort binnen drie kalenderjaren na die datum is ingelopen onderscheidenlijk aangezuiverd.
@@ -102,7 +102,7 @@
##### Artikel 2.3. Vaststelling verschillende sectorpremiepercentages
1. In afwijking van [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2017-01-01&g=2016-10-28) stelt het UWV op bij ministeriële regeling te bepalen wijze sectorpremiepercentages, die voor verschillende categorieën van werknemers kunnen verschillen, vast voor de sectorfondsen van:
1. In afwijking van [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) stelt het UWV op bij ministeriële regeling te bepalen wijze sectorpremiepercentages, die voor verschillende categorieën van werknemers kunnen verschillen, vast voor de sectorfondsen van:
- a. het agrarisch bedrijf;
@@ -146,7 +146,7 @@
3. Ingeval voor een sectorfonds gedurende een kalenderjaar meerdere malen een premiepercentage wordt vastgesteld, worden bij de berekening van het gemiddelde premiepercentage, bedoeld in het eerste lid, de desbetreffende premiepercentages gewogen naar rato van het deel van het kalenderjaar waarin deze premiepercentages golden.
4. Bij de vaststelling van het gemiddelde premiepercentage voor het kalenderjaar 2014 wordt bij de bepaling van het gewogen gemiddelde van de sectorpremiepercentages geen rekening gehouden met de ziekengeldlasten en de WGA- lasten flexibele dienstbetrekkingen in verband met ziekengeld en uitkeringen als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2016-10-28), die zijn toegekend vanaf 1 januari 2012.
4. Bij de vaststelling van het gemiddelde premiepercentage voor het kalenderjaar 2014 wordt bij de bepaling van het gewogen gemiddelde van de sectorpremiepercentages geen rekening gehouden met de ziekengeldlasten en de WGA- lasten flexibele dienstbetrekkingen in verband met ziekengeld en uitkeringen als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), die zijn toegekend vanaf 1 januari 2012.
#### § 2. Uniforme premie [WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524)
@@ -166,9 +166,9 @@
- f. **maximumpremie:** de gedifferentieerde premie die een werkgever ten hoogste verschuldigd is;
- g. **WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen:** de lasten van uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) voor zover deze uitkeringen uit een dienstbetrekking met een werkgever worden verstrekt en ten laste komen van de Werkhervattingskas en de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen;
- h. **WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen:** de lasten van WGA-uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) die zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), die ten laste komt van de Werkhervattingskas en de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen;
- g. **WGA-lasten:** de lasten van uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) voor zover deze uitkeringen ten laste komen van de Werkhervattingskas en uit een dienstbetrekking met een werkgever worden verstrekt of zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van de Ziektewet en de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen, met dien verstande dat de WGA-staartlastuitkeringen en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen buiten beschouwing worden gelaten;
- h. **WGA-totaallasten:** de lasten van uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), voor zover deze uitkeringen ten laste komen van de Werkhervattingskas, een sectorfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid of ten laste komen van een eigenrisicodrager als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), en uit een dienstbetrekking met een werkgever worden verstrekt of zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) en de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen;
- i. **ZW-lasten:** lasten van ziekengeld als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), voor zover deze uitkeringen ten laste komen van de Werkhervattingskas en de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen.
@@ -180,13 +180,13 @@
##### Artikel 2.6. Vaststelling gedifferentieerde premie Werkhervattingskas
1. De gedifferentieerde premie die een werkgever verschuldigd is, is de som van drie afzonderlijk bekend te maken gedifferentieerde premiecomponenten, die worden berekend voor de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, de WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen en de ZW-lasten.
1. De gedifferentieerde premie die een werkgever verschuldigd is, is de som van twee afzonderlijk bekend te maken gedifferentieerde premiecomponenten, die worden berekend voor de WGA-lasten en de ZW-lasten.
2. Bij de vaststelling van de premie wordt een onderscheid gemaakt naar kleine, middelgrote en grote werkgevers.
3. De gedifferentieerde premie voor de kleine werkgevers is de som van de sectorale premiecomponenten op basis van de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, de WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen en de ZW-lasten van uitkeringen die zijn toegekend aan werknemers die in dienstbetrekking stonden met werkgevers die behoren tot een sector als bedoeld in [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95).
4. De gedifferentieerde premie voor grote werkgevers is de som van de individuele premiecomponenten, die voor de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, de WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen en de ZW-lasten afzonderlijk worden berekend, op basis van een per soort last vast te stellen rekenpercentage vermeerderd of verminderd met een opslag of korting op grond van een individueel werkgeversrisicopercentage, waarop een correctie wordt toegepast.
3. De gedifferentieerde premie voor de kleine werkgevers is de som van de sectorale premiecomponenten op basis van de WGA-lasten en de ZW-lasten van uitkeringen die zijn toegekend aan werknemers die in dienstbetrekking stonden met werkgevers die behoren tot een sector als bedoeld in [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95).
4. De gedifferentieerde premie voor grote werkgevers is de som van de individuele premiecomponenten, die voor de WGA-lasten en de ZW-lasten afzonderlijk worden berekend, op basis van een per soort last vast te stellen rekenpercentage vermeerderd of verminderd met een opslag of korting op grond van een individueel werkgeversrisicopercentage, waarop een correctie wordt toegepast.
5. Bij de berekening van de gedifferentieerde premie voor de middelgrote werkgever wordt een gewogen gemiddelde toegepast van de sectorale en individuele premies volgens de formule:
@@ -206,29 +206,23 @@
7. Alle percentages in de sommen die leiden tot de vaststelling van de gedifferentieerde premie worden naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.
8. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat de maximumpremie voor werkgevers in bepaalde sectoren kan worden verhoogd indien de omvang van de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, de WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen of de ZW-lasten daartoe aanleiding geeft.
8. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat de maximumpremie voor werkgevers in bepaalde sectoren kan worden verhoogd indien de omvang van de WGA-lasten of de ZW-lasten daartoe aanleiding geeft.
##### Artikel 2.7. Gedifferentieerde premie eigenrisicodrager
1. Indien een werkgever eigenrisicodrager is als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) wordt de premiecomponent berekend op basis van de ZW-lasten op nul vastgesteld.
2. Indien een werkgever eigenrisicodrager is als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), wordt de premiecomponent berekend op basis van de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen op nul vastgesteld.
2. Indien een werkgever eigenrisicodrager is als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), wordt de premiecomponent berekend op basis van de WGA-lasten op nul vastgesteld.
##### Artikel 2.8. Gemiddelde percentages
1. Het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), voor de berekening van de premiecomponent WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen wordt vastgesteld door het totaalbedrag van de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, dat naar verwachting op grond van [artikel 117b van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) ten laste komt van de Werkhervattingskas, verminderd met hetgeen op grond van [artikel 117a, onderdelen b en c, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117a) in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld naar verwachting ten gunste komt van de Werkhervattingkas, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totaalbedrag van het over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld verwachte premieplichtige loon en de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a). Onder uitkeringen als bedoeld in de eerste zin worden niet verstaan de WGA-uitkeringen en overlijdensuitkeringen, bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv voor zover deze uitkeringen uit een dienstbetrekking met een werkgever worden verstrekt, waarvan het risico van de betaling wordt gedragen door een werkgever als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40).
2. Het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), voor de berekening van de premiecomponent WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen wordt vastgesteld door het totaalbedrag van de WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, dat naar verwachting op grond van [artikel 117b van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) ten laste komt van de Werkhervattingskas, verminderd met hetgeen op grond van [artikel 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=76), en [99 van de Wet werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=99) naar arbeidsvermogen en [artikel 117a, onderdeel c, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117a) in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld naar verwachting ten gunste komt van de Werkhervattingkas, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totaalbedrag van het over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld verwachte premieplichtige loon en de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a), waarbij van de WGA-uitkeringen alleen in aanmerking worden genomen de WGA-uitkeringen en overlijdensuitkeringen, bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv die zijn toegekend in verband met een dienstbetrekking met werknemers die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888).
3. Het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), voor de berekening van de premiecomponent ZW- lasten wordt vastgesteld door het totaalbedrag van de ZW-lasten in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, naar verwachting op grond van [artikel 117b van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) ten laste komt van de Werkhervattingskas verminderd met hetgeen op grond van [artikel 117a, onderdeel c, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117a) in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld naar verwachting ten gunste komt van de Werkhervattingkas, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totaalbedrag van het over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld verwachte premieplichtige loon en de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a). Onder uitkeringen als bedoeld in de eerste zin worden niet verstaan de uitkeringen en de overlijdensuitkeringen op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) waarvan het risico van de betaling wordt gedragen door een werkgever als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40).
1. Het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), voor de berekening van de premiecomponent WGA-lasten wordt vastgesteld door het totaalbedrag van de WGA-lasten in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, dat naar verwachting op grond van [artikel 117b van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) ten laste komt van de Werkhervattingskas, verminderd met hetgeen op grond van [artikel 117a, onderdelen b en c, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117a) in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld naar verwachting ten gunste komt van de Werkhervattingkas, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totaalbedrag van het over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld verwachte premieplichtige loon en de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a). Onder uitkeringen als bedoeld in de eerste zin worden niet verstaan de WGA-uitkeringen en overlijdensuitkeringen, bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, waarvan het risico van de betaling wordt gedragen door een werkgever als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40).
2. Het gemiddelde percentage, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), voor de berekening van de premiecomponent ZW- lasten wordt vastgesteld door het totaalbedrag van de ZW-lasten in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, naar verwachting op grond van [artikel 117b van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) ten laste komt van de Werkhervattingskas verminderd met hetgeen op grond van [artikel 117a, onderdeel c, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117a) in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld naar verwachting ten gunste komt van de Werkhervattingkas, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totaalbedrag van het over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld verwachte premieplichtige loon en de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a). Onder uitkeringen als bedoeld in de eerste zin worden niet verstaan de uitkeringen en de overlijdensuitkeringen op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) waarvan het risico van de betaling wordt gedragen door een werkgever als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40).
##### Artikel 2.9. Rekenpercentages en vervangende premie
1. De rekenpercentages, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), voor de verschillende lasten zijn gelijk aan de gemiddelde percentages, bedoeld in [artikel 2.8, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2016-10-28), vermeerderd of verminderd met:
- a. een percentage ter compensatie van het naar verwachting over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld optredende verschil tussen enerzijds de premie-inkomsten die worden verkregen indien de gedifferentieerde premie, bedoeld in [artikel 38 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), wordt gebaseerd op de desbetreffende gemiddelde percentages, bedoeld in [artikel 2.8, eerste, tweede onderscheidenlijk derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2016-10-28), en anderzijds het totaalbedrag van de verschillende lasten dat naar verwachting in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld op grond van [artikel 117b van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) ten laste van de Werkhervattingskas komt, verminderd met de gelden die op grond van [artikel 117a, onderdelen b en c, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117a) naar verwachting ten gunste van de Werkhervattingskas komen;
- b. een percentage, voor zover dit nodig of mogelijk is, rekening houdend met de verplichting, bedoeld in [artikel 113a van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=113a), betreffende het vormen en in stand houden van een voldoende reserve.
1. De rekenpercentages, bedoeld in [artikel 38, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), voor de verschillende lasten zijn gelijk aan de gemiddelde percentages, bedoeld in [artikel 2.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), vermeerderd of verminderd met een percentage ter compensatie van het naar verwachting over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld optredende verschil tussen enerzijds de premie-inkomsten die worden verkregen indien de gedifferentieerde premie, bedoeld in [artikel 38 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38), wordt gebaseerd op de desbetreffende gemiddelde percentages, bedoeld in [artikel 2.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en anderzijds het totaalbedrag van de verschillende lasten dat naar verwachting in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld op grond van [artikel 117b van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b) ten laste van de Werkhervattingskas komt, verminderd met de gelden die op grond van [artikel 117a, onderdelen b en c, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117a) naar verwachting ten gunste van de Werkhervattingskas komen.
2. De gedifferentieerde premie over de uitkeringen, bedoeld in [artikel 38a van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38a), en over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening wordt bepaald op de som van de percentages berekend met toepassing van het eerste lid.
@@ -236,25 +230,25 @@
##### Artikel 2.10. Sectorale premies
1. De sectorale premiecomponenten worden vastgesteld met toepassing van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2016-10-28) waarbij voor de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen en ZW-lasten wordt uitgegaan van de desbetreffende uitkeringen, die worden toegekend aan werknemers van werkgevers in die sector, bedoeld in [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95), en van het totaalbedrag van het premieplichtige loon van alle werkgevers, die tot die sector behoren, waarbij voor de bepaling van de premiecomponent WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen het premieplichtige loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in [artikel 40, eerste lid,onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) en voor de bepaling van de premiecomponent ZW-lasten het premieplichtig loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, buiten aanmerking wordt gelaten.
1. De sectorale premiecomponenten worden vastgesteld met toepassing van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) waarbij voor de WGA-lasten en ZW-lasten wordt uitgegaan van de desbetreffende uitkeringen, die worden toegekend aan werknemers van werkgevers in die sector, bedoeld in [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95), en van het totaalbedrag van het premieplichtige loon van alle werkgevers, die tot die sector behoren. Voor de bepaling van de premiecomponent WGA-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtige loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) en de desbetreffende uitkeringen van de werknemers van deze werkgevers. Voor de bepaling van de premiecomponent ZW-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtig loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv en de desbetreffende uitkeringen toegekend aan de werknemers van deze werkgevers.
2. Het UWV stelt het sectorale premiepercentage met toepassing van het eerste lid vast.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de bepaling van de sectoren voor de toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 2.11. Opslag of korting WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen
1. De opslag of korting WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage verminderd met het gemiddelde risicopercentage gerelateerd aan deze lasten.
2. Het individuele werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten vaste arbeidskrachten die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
3. Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door het totaalbedrag aan uitkeringen van de aan de werkgevers toe te rekenen WGA-lasten vaste arbeidskrachten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totale premieplichtige loon in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
##### Artikel 2.11. Opslag of korting WGA-lasten
1. De opslag of korting WGA-lasten is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het tweede lid, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid, gerelateerd aan deze lasten.
2. Het individuele werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
3. Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door het totaalbedrag aan uitkeringen van de aan de werkgevers toe te rekenen WGA-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totale premieplichtige loon in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
4. Indien een WGA-uitkering wordt toegekend direct aansluitend op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) wordt de duur van die uitkering in mindering gebracht op de periode dat de WGA-uitkering wordt toegerekend als bedoeld in het tweede lid.
5. De WGA-uitkeringen, bedoeld in dit artikel, betreffen de WGA-uitkeringen die zijn toegekend:
- a. aan de werknemers die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld in [artikel 19 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19) tot de werkgever in dienstbetrekking stonden en terzake van die ongeschiktheid de wachttijd, bedoeld in [artikel 23 van Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=23), hebben doorgemaakt;
- a. aan de werknemers die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld in [artikel 19 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19) tot de werkgever in dienstbetrekking stonden dan wel arbeidsongeschikt zijn geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd en [artikel 46 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=46) van toepassing is en ter zake van die ongeschiktheid de wachttijd, bedoeld in [artikel 23 van Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=23), hebben doorgemaakt;
- b. aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een WGA-uitkering op grond van [artikel 55 van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=55) later dan op de eerste dag na afloop van de wachttijd of indien op die dag de uitsluitingsgrond, bedoeld in [artikel 43, onderdeel b, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=43) van toepassing is, op de dag dat zich die uitsluitingsgrond niet meer voordoet, is ontstaan;
@@ -262,53 +256,31 @@
6. Indien de werknemer bij het intreden van de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in [artikel 5 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=5), bij meer dan één werkgever in dienstbetrekking stond, wordt voor de toepassing van het tweede lid de WGA-uitkering naar rato van de loonsom toegerekend aan die werkgevers. De WGA-uitkering wordt niet toegerekend aan de werkgever bij wie de werknemer met behoud van hetzelfde loon arbeid is blijven verrichten.
7. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, berekend op grond van [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2016-10-28), en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.9&z=2017-01-01&g=2016-10-28), verminderd met een vierde van het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid.
7. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, berekend op grond van [artikel 2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verminderd met een vierde van het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
##### Artikel 2.12. Opslag of korting WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen
1. De opslag of korting WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage verminderd met het gemiddelde risicopercentage gerelateerd aan deze lasten.
2. Het individuele werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
3. Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door het totaalbedrag aan uitkeringen van de aan werkgevers toe te rekenen WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totale premieplichtige loon in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
4. Voor de toepassing van het tweede en derde lid worden onder WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen mede begrepen de lasten van de WGA-uitkeringen als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), die vanaf 1 januari 2012 zijn toegekend aan werknemers als bedoeld in [artikel 2.5, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2016-10-28), die op grond van [artikel 104, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=104), en [108, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=108), zoals die artikelen luidden op 31 december 2013, ten laste van de sectorfondsen en, voor zover die zijn toegekend aan personen als bedoeld in [artikel 24 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=24), ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid zijn gekomen.
5. Indien een WGA-uitkering wordt toegekend direct aansluitend op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de [Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057) wordt de duur van die uitkering in mindering gebracht op de periode dat de WGA-uitkering wordt toegerekend als bedoeld in het tweede lid.
6. De WGA-uitkeringen, bedoeld in dit artikel, betreffen de WGA-uitkeringen die zijn toegekend:
- a. aan de werknemers die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld in [artikel 19 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19) tot de werkgever in dienstbetrekking stonden dan wel arbeidsongeschikt zijn geworden nadat dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd en [artikel 46 van Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=46) van toepassing is en terzake van die ongeschiktheid de wachttijd, bedoeld in [artikel 23 van Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=23), hebben doorgemaakt;
- b. aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een WGA-uitkering op grond van [artikel 55 van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=55) later dan op de eerste dag na afloop van de wachttijd of indien op die dag de uitsluitingsgrond, bedoeld in [artikel 43, onderdeel b, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=43) van toepassing is, op de dag dat zich die uitsluitingsgrond niet meer voordoet, is ontstaan;
- c. aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een WGA-uitkering op grond van [artikel 57 van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=57) is herleefd.
7. Indien de werknemer bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan hij ziekengeld ontving, bij meer dan één werkgever in dienstbetrekking stond, wordt voor de toepassing van het tweede lid de WGA-uitkering naar rato van de loonsom toegerekend aan die werkgevers.
8. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, berekend op grond van [artikel 2.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2016-10-28), en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.9&z=2017-01-01&g=2016-10-28), verminderd met een vierde van het gemiddelde premiepercentage, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
Vervallen
##### Artikel 2.13. Opslag of korting ZW-lasten
1. De opslag of korting ZW-lasten is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage verminderd met het gemiddelde risicopercentage gerelateerd aan deze lasten.
1. De opslag of korting ZW-lasten is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het tweede lid, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid, gerelateerd aan deze lasten.
2. Het individuele werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen ZW-lasten die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
3. Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door het totaalbedrag aan uitkeringen van de aan werkgevers toe te rekenen ZW-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totale premieplichtige loon in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
4. Voor de toepassing van het tweede en derde lid worden onder ZW-lasten mede begrepen de lasten van ziekengeld als bedoeld in [artikel 117b, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), dat is toegekend vanaf 1 januari 2012, welke lasten op grond van [artikel 104, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=104), en [108, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=108), zoals die artikelen luidden op 31 december 2013, ten laste van de sectorfondsen zijn gekomen en, voor zover dat ziekengeld is toegekend aan personen als bedoeld in [artikel 24 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=24), ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid zijn gekomen.
5. De uitkeringen, bedoeld in dit artikel, betreffen de uitkeringen op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) die zijn toegekend:
4. De uitkeringen, bedoeld in dit artikel, betreffen de uitkeringen op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) die zijn toegekend:
- a. aan de werknemers die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld in [artikel 19 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19) tot de werkgever in dienstbetrekking stonden dan wel arbeidsongeschikt zijn geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd en [artikel 46 van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=46) van toepassing is;
- b. aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een uitkering op grond van [artikelen 19a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19a), [19b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19b) of [19c van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19c) is geëindigd dan wel niet is ingegaan, die aanspraak heeft op heropening dan wel recht heeft op ziekengeld.
6. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, berekend op grond van [artikel 2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2016-10-28), en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.9&z=2017-01-01&g=2016-10-28), verminderd met een vierde van de gemiddelde premie, bedoeld in artikel 2.8, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
5. De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het rekenpercentage, berekend op grond van [artikel 2.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01), verminderd met een vierde van de gemiddelde premie, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee.
##### Artikel 2.14. Premieplichtig loon uitkeringsinstellingen
Bij de bepaling van het gemiddelde premieplichtig loon, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2016-10-28), [artikel 2.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.12&z=2017-01-01&g=2016-10-28), en [artikel 2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2016-10-28), blijft buiten aanmerking:
Bij de bepaling van het gemiddelde premieplichtig loon, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [artikel 2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), blijft buiten aanmerking:
- 1°. loon uit vroegere dienstbetrekking indien de werkgever als inhoudingsplichtige in meer dan bijkomstige mate loon uit vroegere dienstbetrekking verstrekt;
@@ -318,9 +290,9 @@
1. In geval van overgang van een onderneming in de zin van [artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=662), alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement:
- a. worden bij de toepassing van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2016-10-28), [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.12&z=2017-01-01&g=2016-10-28) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2016-10-28) de WGA-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid en derde lid, en artikel 2.12, tweede en derde lid, en de ZW-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.13, tweede en derde lid, die zijn of worden toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, toegerekend aan de werkgever die de onderneming verkrijgt; en
- b. wordt bij de toepassing van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2016-10-28), [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.12&z=2017-01-01&g=2016-10-28) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2016-10-28) het ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, gekomen premieplichtig loon in enig kalenderjaar telkens opgeteld bij het premieplichtig loon van de werkgever die de onderneming verkrijgt in dat kalenderjaar, voordat het gemiddelde premieplichtig loon van laatstgenoemde werkgever wordt berekend.
- a. worden bij de toepassing van de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01) de WGA-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.11, tweede en derde lid, en de ZW-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.13, tweede en derde lid, die zijn of worden toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen dan wel arbeidsongeschikt is geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd en [artikel 46 van Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=46) van toepassing is, toegerekend aan de werkgever die de onderneming verkrijgt;
- b. wordt bij de toepassing van de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01) en [2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01) het ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, gekomen premieplichtig loon in enig kalenderjaar telkens opgeteld bij het premieplichtig loon van de werkgever die de onderneming verkrijgt in dat kalenderjaar, voordat het gemiddelde premieplichtig loon van laatstgenoemde werkgever wordt berekend.
2. Indien slechts een deel van de onderneming overgaat, vindt het eerste lid toepassing naar rato van het deel van het totaalbedrag van premieplichtig loon in het overgegane deel van de onderneming van het totaalbedrag van premieplichtig loon in de gehele onderneming in het jaar voorafgaande aan dat van overgang.
@@ -330,7 +302,7 @@
##### Artikel 2.16. Niet gedurende gehele berekeningstijdvak werkgever
Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2017-01-01&g=2016-10-28) in een of meer van de kalenderjaren van het tijdvak, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2016-10-28), [2.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.12&z=2017-01-01&g=2016-10-28) en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2016-10-28), niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid, en 2.13, tweede lid, het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, 2.12, derde lid, en 2.13, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over de kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had.
Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2017-01-01&g=2017-01-01) in een of meer van de kalenderjaren van het tijdvak, bedoeld in de [artikelen 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, derde lid, en 2.13, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over de kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had.
### Hoofdstuk 3. De financiering van de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering en de vrijwillige nabestaandenverzekering
@@ -398,7 +370,7 @@
- a. zij bij de vaststelling van die premie rekening dient te houden met de in dat kalenderjaar verschuldigde premie op grond van de verplichte verzekering ingevolge de [AOW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221) of de [ANW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007795); of
- b. nog onduidelijk is of [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2017-01-01&g=2016-10-28), van toepassing is.
- b. nog onduidelijk is of [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=3&artikel=3.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), van toepassing is.
2. Zodra dat naar het oordeel van de SVB mogelijk is, wordt de over bedoeld kalenderjaar verschuldigde premie definitief vastgesteld.
@@ -462,15 +434,15 @@
##### Artikel 4.3. Macrobudget beheerskosten [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917)
1. Onze Minister geeft het Zorginstituut jaarlijks een aanwijzing terzake van het voor alle Wlz-uitvoerders tezamen voor dat kalenderjaar ten laste van het Flz komende beheerskostenbudget.
2. Bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, maakt Onze Minister een onderscheid tussen de beheerskosten die op grond van [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) aangewezen Wlz-uitvoerders ontvangen voor de in dat artikellid genoemde taken en de beheerskosten die zij ontvangen voor hun overige bij of krachtens de [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) geregelde taken.
##### Artikel 4.4. Beheerskostenbudget Wlz-uitvoerder
1. Het Zorginstituut verdeelt de middelen, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2017-01-01&g=2016-10-28), jaarlijks over de Wlz-uitvoerders, leidende tot een beheerskostenbudget per Wlz-uitvoerder.
2. Bij de verdeling van het beheerskostenbudget maakt het Zorginstituut voor een Wlz-uitvoerder die taken als bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) uitvoert, inzichtelijk welk deel bestemd is voor het uitvoeren van die taken en welk deel voor het uitvoeren van zijn overige taken.
1. Onze Minister geeft het Zorginstituut jaarlijks een aanwijzing terzake van het voor alle Wlz-uitvoerders en de SVB tezamen voor dat kalenderjaar ten laste van het Flz komende beheerskostenbudget.
2. Bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, maakt Onze Minister een onderscheid tussen de beheerskosten die de op grond van [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) aangewezen Wlz-uitvoerders ontvangen voor de in dat artikellid genoemde taken, de beheerskosten die zij ontvangen voor hun overige bij of krachtens de [Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917) geregelde taken en de beheerskosten die de SVB ontvangt voor de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=3.3.3).
##### Artikel 4.4. Beheerskostenbudget Wlz-uitvoerder en SVB
1. Het Zorginstituut verdeelt de middelen, bedoeld in [artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2017-01-01&g=2017-01-01), jaarlijks over de Wlz-uitvoerders en de SVB, leidende tot een beheerskostenbudget per Wlz-uitvoerder en een beheerskostenbudget voor de SVB.
2. Bij de verdeling van het beheerskostenbudget over de Wlz-uitvoerders maakt het Zorginstituut voor een Wlz-uitvoerder die taken als bedoeld in [artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&artikel=4.2.4) uitvoert, inzichtelijk welk deel bestemd is voor het uitvoeren van die taken en welk deel voor het uitvoeren van zijn overige taken.
3. De verdeling van het beheerskostenbudget geschiedt aan de hand van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels.
@@ -480,7 +452,7 @@
6. Indien Onze Minister aan de beleidsregel, bedoeld in het vijfde lid, eveneens goedkeuring onthoudt, stelt hij terzake zelf de beleidsregel vast.
7. Het Zorginstituut keert jaarlijks uit het Flz aan een Wlz-uitvoerder het voor die Wlz-uitvoerder op grond van het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudget uit.
7. Het Zorginstituut keert jaarlijks uit het Flz aan de Wlz-uitvoerders en de SVB de voor hen op grond van het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudgetten uit.
8. Na het kalenderjaar waarvoor het beheerskostenbudget is verleend, stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget vast.
@@ -488,9 +460,9 @@
##### Artikel 4.5. Beheerskosten bij uitbesteding van werkzaamheden
1. Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in [artikel 4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2017-01-01&g=2016-10-28), geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij degene waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag aan beheerskosten dat is berekend op basis van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels.
2. [Artikel 4.4, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2017-01-01&g=2016-10-28), is van overeenkomstige toepassing.
1. Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in [artikel 4.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij degene waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag aan beheerskosten dat is berekend op basis van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels.
2. [Artikel 4.4, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=4&artikel=4.4&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 4.6. Reserve uitvoering Wlz
@@ -514,7 +486,7 @@
##### Artikel 4.8. Betaalbaarstelling
1. Het Zorginstituut bepaalt de wijze van betaalbaarstelling van de uitkeringen op grond van dit hoofdstuk en bepaalt welk percentage rente door de Wlz-uitvoerder dan wel het Zorginstituut verschuldigd is over verschillen tussen uitgekeerde bedragen en bedragen waarop de Wlz-uitvoerder na afloop van het kalenderjaar daadwerkelijk recht blijkt te hebben.
1. Het Zorginstituut bepaalt de wijze van betaalbaarstelling van de uitkeringen op grond van dit hoofdstuk en bepaalt welk percentage rente door de Wlz-uitvoerder, de SVB dan wel het Zorginstituut verschuldigd is over verschillen tussen uitgekeerde bedragen en bedragen waarop de Wlz-uitvoerder of de SVB na afloop van het kalenderjaar daadwerkelijk recht blijkt te hebben.
2. Het Zorginstituut is bevoegd een verschil als bedoeld in het tweede lid, te verrekenen met een over een later kalenderjaar te verlenen beheerskostenbudget.
@@ -608,7 +580,7 @@
##### Artikel 2.2a. Vaststelling sectorpremiepercentage sector uitzendbedrijven
1. Voor de vaststelling van het sectorpremiepercentage op grond van [artikel 2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2017-01-01&g=2016-10-28), voor het sectorfonds waarin werkgevers op grond van [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95) zijn ingedeeld, die zich in het kader van de uitoefening van hun bedrijf of beroep bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van de derde, waarbij die werknemers werkzaam zijn op basis van een uitzendovereenkomst als bedoeld in [artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=690), waarin tevens een beding als bedoeld in [artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=691) is opgenomen, worden de werkloosheidslasten verminderd met de bijdrage, bedoeld in [artikel 103, tweede lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=103).
1. Voor de vaststelling van het sectorpremiepercentage op grond van [artikel 2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), voor het sectorfonds waarin werkgevers op grond van [artikel 95 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=95) zijn ingedeeld, die zich in het kader van de uitoefening van hun bedrijf of beroep bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van de derde, waarbij die werknemers werkzaam zijn op basis van een uitzendovereenkomst als bedoeld in [artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=690), waarin tevens een beding als bedoeld in [artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=691) is opgenomen, worden de werkloosheidslasten verminderd met de bijdrage, bedoeld in [artikel 103, tweede lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=103).
2. Voor de toepassing van dit artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
@@ -640,13 +612,13 @@
##### Artikel 2.1a. Fondsbelasting overige ziekengeld- en WGA lasten
De overige ziekengeldlasten en WGA-lasten komen ten laste van een sectorfonds, met dien verstande dat de overige ziekengeldlasten en WGA-lasten die betrekking hebben op uitkeringen als bedoeld in [artikel 2.1, onderdelen f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1&z=2017-01-01&g=2016-10-28), toegekend aan de personen, bedoeld in [artikel 24 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=24), ten laste komen van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
De overige ziekengeldlasten en WGA-lasten komen ten laste van een sectorfonds, met dien verstande dat de overige ziekengeldlasten en WGA-lasten die betrekking hebben op uitkeringen als bedoeld in [artikel 2.1, onderdelen f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), toegekend aan de personen, bedoeld in [artikel 24 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=24), ten laste komen van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
##### Artikel 2.1b. WGA-staartlasten
1. De WGA-staartlasten komen ten laste van een sectorfonds met dien verstande dat de WGA-staartlasten die betrekking hebben op WGA-uitkeringen die worden toegekend aan de personen, bedoeld in [artikel 24 van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=24), ten laste komen van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
2. De eigenrisicodrager draagt het risico van de betaling van de WGA- uitkeringen aan werknemers, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel h, en de overlijdensuitkeringen, bedoeld in [artikel 82, eerste lid, van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=82) , op grond van [artikel 84, eerste lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=84) niet, indien deze eigenrisicodrager een kleine werkgever als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2016-10-28), is of gedeeltelijk indien hij een middelgrote werkgever als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, is, voor zover deze WGA-uitkeringen niet zijn toegekend of de wachttijd niet is ingegaan vóór de dag van ingang van een eerdere periode van eigenrisicodragen.
2. De eigenrisicodrager draagt het risico van de betaling van de WGA- uitkeringen aan werknemers, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel h, en de overlijdensuitkeringen, bedoeld in [artikel 82, eerste lid, van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=82) niet, indien deze eigenrisicodrager een kleine werkgever als bedoeld in [artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is of gedeeltelijk indien hij een middelgrote werkgever als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, is, voor zover deze WGA-uitkeringen niet zijn toegekend of de wachttijd niet is ingegaan vóór de dag van ingang van een eerdere periode van eigenrisicodragen.
3. Indien de eigenrisicodrager een middelgrote werkgever is, wordt voor de toepassing van dit artikel het deel van de WGA- staartlasten in aanmerking genomen, dat bestaat uit deze lasten maal
@@ -654,9 +626,9 @@
- –. loonsomwgr staat voor: de verzekerde loonsom van de middelgrote werkgever twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen;
- –. loonsomlaag staat voor: 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2016-10-28), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen;
- –. loonsomhoog staat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2016-10-28), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen.
- –. loonsomlaag staat voor: 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen;
- –. loonsomhoog staat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in [artikel 2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen.
4. De vermenigvuldigingsfactor, bedoeld in het derde lid, wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.
@@ -674,29 +646,33 @@
##### Artikel 2.1c. Overgangsbepaling WGA-staartlasten flexibele dienstbetrekkingen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In afwijking van [artikel 2.1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=2.1b&z=2017-01-01&g=2017-01-01) komen de volgende lasten ten laste van het staartlastenvermogen van de Werkhervattingskas:
- a. de WGA-uitkeringen, bedoeld in [artikel 117b, derde lid, onderdeel h, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=117b), die zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan vóór 1 januari 2017 ongeschikt zijn geworden tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19) of [19aa van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=19aa) en uit dien hoofde recht hadden op een uitkering op grond van [artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=29) en die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in een dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) waarbij die dag is gelegen vóór de dag van ingang van het eigenrisicodragen, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen;
- b. de overlijdensuitkeringen, bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=74), in verband met het overlijden van de werknemer, bedoeld onder a, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen.
#### § 2. Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas
##### Artikel 2.17. Premiepercentage startende werkgever
1. Voor een werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2017-01-01&g=2016-10-28), in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, of in het eerste of tweede kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld de hoedanigheid van werkgever heeft verkregen, is het percentage van de gedifferentieerde premie, bedoeld in [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2017-01-01&g=2016-10-28), gelijk aan de som van de rekenpercentages voor de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, de WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen en de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.9&z=2017-01-01&g=2016-10-28).
2. Van de startende werkgever, bedoeld in [artikel 40, negende lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) wordt in afwachting van de beslissing op aanvraag van het eigenrisicodragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Wfsv met ingang van het tijdstip waarop hij aanvangt werkgever te zijn, het rekenpercentage voor de ZW-lasten respectievelijk het rekenpercentage voor de WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen op nul gesteld.
1. Voor een werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in [artikel 2.15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.15&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, of in het eerste of tweede kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld de hoedanigheid van werkgever heeft verkregen, is het percentage van de gedifferentieerde premie, bedoeld in [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), gelijk aan de som van de rekenpercentages voor de WGA-lasten en de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.9&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Van de startende werkgever, bedoeld in [artikel 40, negende lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40) wordt in afwachting van de beslissing op aanvraag van het eigenrisicodragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Wfsv met ingang van het tijdstip waarop hij aanvangt werkgever te zijn, het rekenpercentage voor de ZW-lasten respectievelijk het rekenpercentage voor de WGA-lasten op nul gesteld.
##### Artikel 2.18. Opslag en korting bij te veel betaalde uitkering en regres
1. Indien blijkt dat een WGA-uitkering als bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2016-10-28), of [2.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.12&z=2017-01-01&g=2016-10-28), of een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) geheel of ten dele ten onrechte is toegekend, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid, en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2016-10-28), in het kalenderjaar waarin het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering of de uitkering op grond van de Ziektewet wordt ingetrokken of herzien, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, onderscheidenlijk de aan de werkgever toe te rekenen uitkeringen op grond van de Ziektewet, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de te veel betaalde WGA-uitkering of uitkering op grond van de Ziektewet.
2. Indien een werkgever recht heeft op een schadevergoeding als bedoeld in [artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=107a) dan wel een schadevergoeding op grond van een wettelijke regeling die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, worden, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2016-10-28), met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is vastgesteld, gedurende een tijdvak van tien jaren, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, verminderd met een compensatiebedrag.
1. Indien blijkt dat een WGA-uitkering als bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of een uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) geheel of ten dele ten onrechte is toegekend, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), in het kalenderjaar waarin het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering of de uitkering op grond van de Ziektewet wordt ingetrokken of herzien, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderscheidenlijk de aan de werkgever toe te rekenen ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de te veel betaalde WGA-uitkering of uitkering op grond van de Ziektewet.
2. Indien een werkgever recht heeft op een schadevergoeding als bedoeld in [artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&artikel=107a) dan wel een schadevergoeding op grond van een wettelijke regeling die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, worden, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is vastgesteld, gedurende een tijdvak van tien jaren, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, verminderd met een compensatiebedrag.
3. Het compensatiebedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld door het bedrag van de WGA-uitkering aan de betrokken werknemer jaarlijks gedurende tien jaar te vermenigvuldigen met het getal dat is verkregen door het bedrag van de schadevergoeding, bedoeld in het tweede lid, te delen door het loon over een tijdvak van 104 weken. Het getal, bedoeld in de eerste zin, bedraagt niet meer dan 1.
4. Indien het UWV op grond van [artikel 52a van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=52a) verhaal heeft, worden de aan de werkgever toe te rekenen WGA- lasten flexibele dienstbetrekking en de ZW-lasten voor de toepassing van [artikel 2.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.12&z=2017-01-01&g=2016-10-28) en [artikel 2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2016-10-28), bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.12, tweede en 2.13, tweede lid, verminderd met een bedrag gerelateerd aan het bedrag van de schadevergoeding, bedoeld in artikel 52a, eerste lid, van de Ziektewet.
4. Indien het UWV op grond van [artikel 52a van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=52a) verhaal heeft, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de [artikelen 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), en [2.13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, of de ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met een bedrag gerelateerd aan het bedrag van de schadevergoeding, bedoeld in artikel 52a, eerste lid, van de Ziektewet.
5. Het bedrag van de vermindering, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald door het bedrag van de WGA-uitkering en de uitkering op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan de betrokken werknemer te vermenigvuldigen met het getal dat is verkregen door het bedrag van het verhaal op grond van [artikel 52a van de Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=52a) te delen door het aan betrokken werknemer op grond van de Ziektewet uitgekeerde ziekengeld. Het getal, bedoeld in de eerste zin, bedraagt niet meer dan 1.
6. Bij de toepassing van dit artikel is een minimumpremie als bedoeld in [artikel 2.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.16&z=2017-01-01&g=2016-10-28), niet van toepassing.
6. Bij de toepassing van dit artikel is een minimumpremie als bedoeld in [artikel 2.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.16&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet van toepassing.
#### § 3. Premiekorting
@@ -712,17 +688,17 @@
2. Bij ministeriële regeling kan het aantal verloonde uren, bedoeld in het eerste lid, worden gewijzigd met ingang van het bij die regeling te bepalen kalenderjaar.
##### Artikel 2.17a. Premiepercentage terugkerende werkgever
1. Indien voor een grote of een middelgrote werkgever het eigenrisicodragen, bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), eindigt of wordt beëindigd, wordt in afwijking van [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2017-01-01&g=2016-10-28), onderscheidenlijk 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen vastgesteld op de helft van het sectorale premiepercentage, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.10&z=2017-01-01&g=2016-10-28).
2. Indien het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2017-01-01&g=2016-10-28), of in artikel 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, hoger is dan de uitkomst van het eerste lid, wordt in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen de gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld op grond van artikel 2.6, vierde lid, of artikel 2.6, vijfde lid.
##### Artikel 2.17a. Premiepercentage terugkerende werkgever ZW
1. Indien voor een grote of een middelgrote werkgever het eigenrisicodragen, bedoeld in [artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=40), eindigt of wordt beëindigd, wordt in afwijking van [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onderscheidenlijk 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen vastgesteld op de helft van het sectorale premiepercentage, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.10&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
2. Indien het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten, bedoeld in [artikel 2.6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.6&z=2017-01-01&g=2017-01-01), of in artikel 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, hoger is dan de uitkomst van het eerste lid, wordt in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen de gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld op grond van artikel 2.6, vierde lid, of artikel 2.6, vijfde lid.
3. De gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen wordt voor de werkgever, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid.
##### Artikel 2.17b. Premiepercentage terugkerende werkgever vóór 1 januari 2015
Vervallen
##### Artikel 2.17b. Premieberekening WGA voor werkgevers die uiterlijk 1 juli 2015 publiek verzekerd waren
In afwijking van [artikel 2.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=2.11&z=2017-01-01&g=2017-01-01), wordt voor een grote of middelgrote werkgever die uiterlijk op 1 juli 2015 publiek verzekerd was tot het moment dat aan hem op grond van [artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=40), toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van het daarvoor in aanmerking komende deel van de WGA-uitkering het individuele werkgeversrisicopercentage verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld.
#### § 4. Eigenrisicodragen [Ziektewet](onbekend)
@@ -756,19 +732,21 @@
##### Artikel 2.24. Aanwijzing persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als arbeidsbeperkte zonder beoordeling
1. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in [artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38b), wordt aangewezen de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=2), nadat hij zich daartoe schriftelijk meldt bij het UWV om opgenomen te worden in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in [artikel 38d, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38d).
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien die persoon duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in [artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&artikel=1a:1).
1. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in [artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38b), wordt aangewezen nadat hij zich daartoe schriftelijk meldt bij UWV om opgenomen te worden in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in [artikel 38d, eerste lid, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38d):
- a. de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in [artikel 2 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=2);
- b. de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f).
2. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in [artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38b), wordt aangewezen de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en voor 28 oktober 2016 een verzoek ter beoordeling van het arbeidsvermogen door UWV heeft ingediend op grond van [artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019070&hoofdstuk=2b&artikel=2.25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), zoals dat luidde op 27 oktober 2016.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien die persoon duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in [artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&artikel=1a:1) of indien het een persoon betreft van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in [artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=10b).
##### Artikel 2.25. Aanwijzing persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als arbeidsbeperkte met beoordeling
1. Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in [artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=38b), wordt aangewezen:
- a. de persoon die op de laatste dag van de periode waarin hij onderwijs genoot, deel uitmaakt van de doelgroep van: en van wie op eigen verzoek op of na 18 juli 2015 door UWV het arbeidsvermogen is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in [artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=2).
- 1º. een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f);
- 2º. de entreeopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2);
- a. de persoon die op de laatste dag van de periode waarin hij onderwijs genoot, deel uitmaakt van de doelgroep van de entreeopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.2.2), en van wie op eigen verzoek op of na 18 juli 2015 door UWV het arbeidsvermogen is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in [artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=2).
- b. de persoon, die op 31 december 2014 een geldende indicatiebeschikking had op grond van [artikel 11 van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=11) zoals die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903) op die dag luidde, waarvan de geldigheid op of na 1 januari 2015 is verstreken en die geen geïndiceerde is blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008903&artikel=1), zoals die wet met ingang van 1 januari 2015 luidt;
2016-10-28
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2016-10-06
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2016-07-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2016-05-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2016-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2015-07-01
Besluit Wfsv
2015-05-01
Besluit Wfsv
2015-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3, 3
2014-09-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2014-07-18
Besluit Wfsv — arts. 5, 3
2014-07-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2014-06-27
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3, 3
2014-05-14
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 3 más
2014-04-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 9 más
2014-03-24
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 6 más
2014-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 3 más
2013-01-01
Besluit Wfsv
2012-03-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 5 más
2012-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 5 más
2011-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 3 y 5 más
2010-08-27
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 7 más
2010-01-01
Besluit Wfsv
2009-12-29
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 7 más
2009-12-09
Besluit Wfsv
2009-11-18
Besluit Wfsv
2009-10-01
Besluit Wfsv
2009-07-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 5 y 12 más
2009-01-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 7 más
2008-01-01
Besluit Wfsv
2006-12-29
Besluit Wfsv — arts. 5, 2, 2 y 7 más
2006-12-14
Besluit Wfsv — arts. 5, 2, 2 y 7 más
2006-10-01
Besluit Wfsv — arts. 5, 5, 2 y 21 más
2006-09-01
Besluit Wfsv
2006-01-01
Besluit Wfsv
2005-09-01
Besluit Wfsv
original version
Tekst op deze datum