Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)
De betaalinstelling of elektronischgeldinstelling vult een tekort in het afgescheiden vermogen terstond aan. Ingeval een tekort niet is aangevuld, keert de betaalinstelling of elektronischgeldinstelling in geval van een verzoek van een derde als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, om uitkering van zijn aandeel in het saldo van de rekening slechts zoveel uit aan deze derde als in verband met de rechten van andere in dat onderdeel bedoelde derden mogelijk is.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, de administratie en het beheer van de rekening.
Artikel 3:29b
Indien een betaalinstelling, elektronischgeldinstelling of kredietunie met zetel in Nederland tevens werkzaamheden verricht die geen verband houden met het verlenen van betaaldiensten, het uitgeven van elektronisch geld, onderscheidenlijk het bedrijf van kredietunie, kan de Nederlandsche Bank de betaalinstelling, elektronischgeldinstelling of kredietunie verplichten die werkzaamheden te doen verrichten door een aparte rechtspersoon indien het verrichten van die werkzaamheden afbreuk doet of dreigt te doen aan:
- a. de financiële soliditeit van de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling, of
- b. het toezicht op de naleving van deze wet.
Artikel 3:29c
Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland houdt alleen betaalrekeningen aan die uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt.
Geldmiddelen die een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland in verband met het verlenen van betaaldiensten van betaaldienstgebruikers ontvangt, zijn, in afwijking van artikel 1:1, geen opvorderbare gelden.
Geldmiddelen die door een elektronischgeldinstelling zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld, zijn, in afwijking van artikel 1:1, geen opvorderbare gelden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het verlenen van de onder 4 en 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde kredieten door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland.
Artikel 3:29d
Een afwikkelonderneming kan de geldmiddelen van derden die haar in verband met haar werkzaamheden zijn toevertrouwd, zekerstellen door die geldmiddelen aan te houden op een rekening die uitsluitend daarvoor bestemd is.
De rekening wordt aangehouden bij de Nederlandsche Bank. Uit de tenaamstelling van deze rekening blijkt dat deze door de afwikkelonderneming wordt aangehouden in eigen naam ten behoeve van een of meer derden, met vermelding van de hoedanigheid van de afwikkelonderneming.
In afwijking van artikel 276 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek vormen de op een rekening als bedoeld in het eerste lid aangehouden geldmiddelen een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen van:
- a. de Nederlandsche Bank in verband met het beheer van de rekening en die volgens de overeenkomst tussen de Nederlandsche Bank en de afwikkelonderneming ten laste kunnen worden gebracht van het afgescheiden vermogen; en
- b. de derden voor wie geldmiddelen op de rekening zijn geadministreerd, voor zover die vorderingen verband houden met het toevertrouwen van de geldmiddelen.
De afwikkelonderneming draagt zorg voor een adequate administratie van het afgescheiden vermogen.
Indien de geldmiddelen op de rekening bij vereffening ontoereikend zijn voor voldoening van de vorderingen, dienen deze geldmiddelen ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het derde lid.
In afwijking van het derde lid zijn andere vorderingen verhaalbaar op de geldmiddelen op de rekening indien vaststaat dat de in het derde lid bedoelde vorderingen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst dergelijke vorderingen niet meer zullen ontstaan.
De afwikkelonderneming vult een tekort in het afgescheiden vermogen terstond aan. Ingeval een tekort niet is aangevuld, keert de afwikkelonderneming in geval van een verzoek van een derde als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, om uitkering van zijn aandeel in het saldo van de rekening slechts zoveel uit aan deze derde als in verband met de rechten van andere in het vierde lid bedoelde derden mogelijk is.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de aan een rekening als bedoeld in het eerste lid te verbinden voorwaarden en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, de administratie en het beheer van de rekening.
Artikel 3:29e
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere categorieën financiële ondernemingen worden aangewezen als financiële ondernemingen waarop artikel 3:29aa van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 3:30
Een bank of verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die tot ontbinding dan wel algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar of zijn bedrijf heeft besloten, raadpleegt de Nederlandsche Bank over de wijze waarop de ontbinding onderscheidenlijk de liquidatie zal plaatsvinden ten minste dertien weken voordat aan de beslissing uitvoering wordt gegeven.
De Nederlandsche Bank kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, verkorten.
De Nederlandsche Bank wordt aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 23, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Ingeval een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid besluit tot ontbinding en geen rechtspersoonlijkheid bezit, is het bepaalde in de artikelen 19, vierde lid, 23, eerste en tweede lid, 23a, eerste lid, en 23c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de artikelen 23, eerste lid, en 23a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gelden de beherende vennoten als bestuurders en geldt de vennootschapsovereenkomst als statuten.
Artikel 3:31
Een bank met zetel in Nederland die een dochtermaatschappij is van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde bank haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht.
Artikel 3:32
Het is een bank met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de uitoefening van het bedrijf van bank toegestaan de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, te verrichten, tenzij in de vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald.
Artikel 3:33
Indien een financiële onderneming met zetel in Nederland een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en deze vergunning omvat niet het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten, kan zij een uitbreiding van de vergunning met deze activiteiten aanvragen, indien zij ervoor zorgt en aantoont dat wordt voldaan aan het bepaalde ingevolge de artikelen 4:91a, met betrekking tot de eisen die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren, 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6° en 4:87 en met betrekking tot de aanvraag van de vergunning.
Artikel 3:33a
Het is een bank met zetel in Nederland verboden gedekte obligaties uit te geven zonder toestemming van de Nederlandsche Bank.
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag de toestemming, bedoeld in het eerste lid, indien de bank aantoont dat zal worden voldaan aan de bij of krachtens het derde en vierde lid en de artikelen 3:33b en 3:33ba gestelde regels.
Een bank die een programma van gedekte obligaties uitvoert, beschikt over:
- a. een adequaat programma van werkzaamheden waarin de uitgifte van gedekte obligaties wordt beschreven;
- b. adequate beleidslijnen, processen en methodieken wat betreft de goedkeuring, wijziging, verlenging en herfinanciering van in de dekkingspool opgenomen activa;
- c. met het programma van gedekte obligaties belaste leidinggevenden en personeelsleden die beschikken over adequate kwalificaties en kennis met betrekking tot de uitgifte van gedekte obligaties en het beheer van het programma van gedekte obligaties; en
- d. een adequate administratieve structuur van de dekkingspool en de monitoring daarvan.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in het derde lid.
De aanvraag voor de toestemming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 3:33b
De verplichtingen uit gedekte obligaties worden gedekt door een dekkingspool met activa waarvan de hoofdsom en de opgelopen en toekomstige rente bij voorrang worden aangewend voor aflossing van de gedekte obligatie, indien de uitgevende bank, bedoeld in artikel 3:33a, eerste lid, in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van haar een besluit tot afwikkeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen wordt genomen.
De verplichtingen omvatten ten minste:
- a. de aflossingsverplichtingen van de hoofdsom van uitstaande gedekte obligaties;
- b. de verplichtingen tot betaling van eventuele rente op uitstaande gedekte obligaties;
- c. de betalingsverplichtingen verbonden aan derivatencontracten in de dekkingspool; en
- d. de verwachte kosten met betrekking tot onderhoud en beheer voor de afbouw van het programma van gedekte obligaties.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, de dekkingspool en de in de dekkingspool op te nemen activa, alsmede met betrekking tot de verwachte kosten bedoeld in onderdeel d.
Artikel 3:33ba
Een bank als bedoeld in artikel 3:33a, eerste lid, die een programma van gedekte obligaties uitvoert, verschaft beleggers ten minste elk kwartaal voldoende gedetailleerde informatie over dat programma, waaronder in ieder geval de informatie, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de richtlijn gedekte obligaties. Deze informatie wordt ook op de website van de bank bekend gemaakt.
Een bank als bedoeld in artikel 3:33a, eerste lid, die een programma van gedekte obligaties uitvoert, verstrekt de Nederlandsche Bank periodiek alsmede op verzoek informatie aan de hand waarvan deze kan vaststellen of de uitgevende bank voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 3:33a, derde en vierde lid, 3:33b en 3:33ba gestelde regels.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde informatie en de periodiciteit.
Artikel 3:33c
Een bank of clearinginstelling die optreedt als tussenpersoon in de zin van hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer draagt zorg voor een adequate administratie van het derivatenvermogen, zodanig dat aan artikel 49g, tweede lid van die wet wordt voldaan.
Ter voldoening van het eerste lid wordt de administratie op zodanige wijze gevoerd en worden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze bewaard dat in elk geval te allen tijde op eenvoudige wijze de rechten en verplichtingen die deel uitmaken van het derivatenvermogen en van de daarmee samenhangende cliëntposities kunnen worden gekend.
Artikel 3:34
Een elektronischgeldinstelling geeft geen elektronisch geld uit via een agent.
Artikel 3:35
Het is een ieder verboden als betaaldienstverlener gebruik te maken van een afwikkelonderneming met zetel in een niet-aangewezen staat die haar bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland en die niet is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107, of aan wie een verbod als bedoeld in artikel 2:3.0e, 2:3.0j of 2:3.0n is opgelegd.
Het eerste lid is niet van toepassing op een betaaldienstverlener die in een groep is verbonden met degene die de afwikkeldiensten verleent.
Artikel 3:35a
Een premiepensioeninstelling met zetel in Nederland wordt op basis van kapitaaldekking gefinancierd.
Een premiepensioeninstelling met zetel in Nederland is onafhankelijk van enige bijdragende onderneming of bedrijfstak waarvoor premieregelingen worden uitgevoerd.
Artikel 3:36
Het is een financiële onderneming met zetel in Nederland die een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar, levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar heeft, verboden een ander bedrijf dan het bedrijf waarvoor de vergunning is verleend, uit te oefenen.
In afwijking van het eerste lid is het:
- a. verzekeraars toegestaan handelsactiviteiten te verrichten die voortvloeien uit hun verzekeringsbedrijf en is het levensverzekeraars die een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar hebben, toegestaan het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uit te oefenen zonder een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar;
- b. levensverzekeraars, natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars toegestaan het bedrijf van herverzekeraar uit te oefenen in de activiteit levensherverzekering, natura-uitvaartherverzekering onderscheidenlijk schadeherverzekering zonder een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar in de desbetreffende activiteit, met dien verstande dat levensverzekeraars en schadeverzekeraars het bedrijf van herverzekeraar alleen mogen uitoefenen met betrekking tot de risico’s van de branches waarvoor zij een vergunning hebben;
- c. premiepensioeninstellingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:54g, eerste lid, toegestaan te adviseren, bemiddelen of op te treden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in verzekeringen in Nederland, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren, bemiddelen of op te treden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in verzekeringen.
Het is een levensverzekeraar of een schadeverzekeraar die een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar onderscheidenlijk schadeverzekeraar heeft, verboden dat bedrijf in een andere branche uit te oefenen dan de branche of branches waarvoor de vergunning is verleend.
Op een levensverzekeraar met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de branche Levensverzekering algemeen en die uitsluitend het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uitoefent, zijn de bepalingen inzake de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar van toepassing.
Op levensverzekeraars, natura-uitvaartverzekeraars of schadeverzekeraars met zetel in Nederland die tevens het bedrijf van herverzekeraar uitoefenen in de activiteit levensherverzekering, natura-uitvaartherverzekering onderscheidenlijk schadeherverzekering, zijn de bepalingen inzake de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar onderscheidenlijk schadeherverzekeraar van toepassing, voor zover niet anders is bepaald.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, in afwijking van het derde lid, bepaald welke risico’s die behoren tot een andere branche dan de branche of branches waarvoor een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar is verleend als bijkomend risico mogen worden verzekerd, alsmede welke risico’s niet als bijkomende risico’s met andere branches mogen worden gecombineerd.
Artikel 3:37
Een levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die voornemens is vanuit een buiten Nederland gelegen bijkantoor zijn bedrijf uit te oefenen, stelt als zijn vertegenwoordiger een persoon aan.
De vertegenwoordiger heeft ten aanzien van de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit de bijkantoren van rechtswege alle bevoegdheden die een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid heeft. Hij maakt daarvan in ieder geval gebruik indien de Nederlandsche Bank zulks met het oog op de naleving van het ingevolge dit deel bepaalde verlangt.
Indien de vertegenwoordiger rechtspersoon is, wijst hij op zijn beurt een natuurlijke persoon aan die hem bij uitsluiting van ieder ander vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn verplichtingen.
De artikelen 3:8, met uitzondering van het eerste lid, derde volzin, en 3:9, met uitzondering van het eerste lid, derde volzin, zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon die als vertegenwoordiger van een verzekeraar is aangesteld en op de natuurlijke persoon, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3:38
Het is een schadeverzekeraar met zetel in Nederland verboden schaden te verzekeren veroorzaakt door of ontstaan uit gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer of muiterij die zich in Nederland voordoen. In zee-, transport-, luchtvaart- en reisverzekeringen is het evenwel toegestaan risico’s van molest te verzekeren in de algemeen gebruikelijke molestclausules zolang de Nederlandsche Bank daartegen geen bedenkingen naar voren heeft gebracht.
Artikel 3:38a
Het is een entiteit voor risico-acceptatie met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor het verrichten van haar werkzaamheden verboden andere werkzaamheden uit te oefenen dan de werkzaamheden waarvoor de vergunning is verleend. In afwijking daarvan is het entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in Nederland toegestaan handelsactiviteiten te verrichten die voortvloeien uit hun bedrijf.
Artikel 3:38b
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot voorwaarden die in door entiteiten voor risico-acceptatie gesloten overeenkomsten worden opgenomen.
Artikel 3:38c
Een kredietunie met zetel in Nederland heeft een bij ministeriële regeling te bepalen maximale hoeveelheid aangetrokken opvorderbare gelden en een maximaal aantal leden.
§ 3.3.4.2. Financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat
Artikel 3:39
Het is een bank met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uitoefent toegestaan de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, te verrichten, tenzij in de in die lidstaat verleende vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald dan wel de mededeling, bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, het verrichten van die werkzaamheden niet vermeldt.
Het is een bank met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, toegestaan de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, te verrichten, tenzij in de in die lidstaat verleende vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald dan wel zij van de werkzaamheden die zij voornemens is door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen geen kennis heeft gegeven aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft.
Artikel 3:39a
De artikelen 3:29a, 3:29b, 3:29c en 3:34 zijn van overeenkomstige toepassing op betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat en elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen.
Artikel 3:40
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld:
- a. indien een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn solvabiliteit II en het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uitoefent vanuit een bijkantoor in Nederland: met betrekking tot het adres van de door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn;
- b. indien een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een andere lidstaat die een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar heeft, welke geen vergunning is als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn solvabiliteit II en die het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uitoefent vanuit een bijkantoor in Nederland: met betrekking tot de woonplaats, het adres van de door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en de eisen waaraan die vertegenwoordiger voldoet, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn.
Artikel 3:41
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voorwaarden, waaronder wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens de artikelen 2:17, tweede lid, 2:36, derde lid, of 2:37, tweede lid, de Nederlandsche Bank gegevens heeft ontvangen, ten uitvoer mogen worden gelegd.
Artikel 3:42
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een andere lidstaat geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens artikel 2:39, eerste lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
§ 3.3.4.3. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:43
De artikelen 3:32, 3:36 en 3:38 zijn van overeenkomstige toepassing op een bank, levensverzekeraar en schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent, voorzover deze artikelen betrekking hebben op de desbetreffende financiële ondernemingen.
Een bank of levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent, geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens artikel 2:21, tweede lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, of 2:46, derde lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Artikel 3:43a
Een klasse 1-bijkantoor en klasse 2-bijkantoor geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens artikel 2:21, eerste lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, geeft onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank indien de moederonderneming in een staat die geen lidstaat is niet aan de daar geldende prudentiële vereisten voldoet, er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat de moederonderneming niet aan die vereisten voldoet, of dat de moederonderneming binnen een jaar inbreuk zal maken op die vereisten.
Artikel 3:44
Een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die tot ontbinding dan wel algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar of zijn in Nederland gelegen bijkantoor heeft besloten, raadpleegt de Nederlandsche Bank over de wijze waarop de ontbinding onderscheidenlijk de liquidatie zal plaatsvinden ten minste dertien weken voordat aan de beslissing uitvoering wordt gegeven.
Artikel 3:30, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:45
Indien een financiële onderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uitoefent en die een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en deze vergunning omvat niet het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten, kan zij een uitbreiding van de vergunning met deze activiteiten aanvragen, indien zij ervoor zorgt en aantoont dat wordt voldaan aan het bepaalde ingevolge de artikelen 4:91a, met betrekking tot de eisen die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren, 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6° en 4:87 en met betrekking tot de aanvraag van de vergunning.
Artikel 3:46
Een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uitoefent en die een dochteronderneming is van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde bank haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht.
Artikel 3:47
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die voornemens is vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor zijn bedrijf uit te oefenen, stelt als zijn vertegenwoordiger een persoon aan die zijn woonplaats in Nederland heeft.
De vertegenwoordiger van een verzekeraar heeft ten aanzien van de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar onderscheidenlijk schadeverzekeraar vanuit de in Nederland gelegen bijkantoren van rechtswege alle bevoegdheden die de levensverzekeraar onderscheidenlijk schadeverzekeraar heeft. Hij maakt daarvan gebruik voorzover de Nederlandsche Bank zulks met het oog op de naleving van het ingevolge dit deel bepaalde verlangt.
De vertegenwoordiger van een verzekeraar voldoet namens de verzekeraar aan de ingevolge deze wet gestelde regels. Het ontbreken van de vertegenwoordiger of zijn in gebreke zijn, ontslaat de schadeverzekeraar onderscheidenlijk levensverzekeraar niet van de verplichting deze regels na te leven.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het derde lid, eerste zin, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Is de vertegenwoordiger van de verzekeraar rechtspersoon, dan wijst hij op zijn beurt een natuurlijke persoon aan die in Nederland zijn woonplaats heeft en die hem bij uitsluiting van ieder ander vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en van zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het adres van de door een levensverzekeraar of een schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn en wordt de opvolging van de vertegenwoordiger geregeld.
Als woonplaats van de verzekeraar in Nederland geldt de woonplaats van zijn vertegenwoordiger, met dien verstande dat, indien de vertegenwoordiger een natuurlijke persoon is die een kantoor houdt, dit kantoor als woonplaats van de verzekeraar wordt aangemerkt.
De artikelen 3:8, met uitzondering van het eerste lid, derde volzin, en 3:9, met uitzondering van het eerste lid, derde volzin, zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon die als vertegenwoordiger van een verzekeraar is aangesteld en natuurlijke persoon is en op de natuurlijke persoon, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 3:48
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een staat die geen lidstaat is zijn bedrijf van herverzekeraar uitoefent, geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:45, derde lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank.
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat zijn bedrijf van herverzekeraar uitoefent, geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:46, derde lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedure, bepaald van welke wijzigingen kennis wordt gegeven, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
§ 3.3.4.4. Financiële ondernemingen met zetel buiten Nederland
Artikel 3:49
Artikel 3:29 is van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen, clearinginstellingen, entiteiten voor risico-acceptatie, herverzekeraars, verzekeraars met beperkte risico-omvang en wisselinstellingen die gegevens hebben verstrekt ingevolge de artikelen 2:3.0i, eerste lid, 2:3.0m, eerste lid, 2:7, tweede lid, 2:9, eerste lid, 2:26f, tweede lid, 2:51, tweede lid, 2:53, eerste lid, 2:54e, tweede lid, 2:54f, tweede lid, onderscheidenlijk 2:54m, tweede lid.
Artikel 3:50
Artikel 3:44 is van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-acceptatie, herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.
Artikel 3:47 is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland.
Artikel 3:51
Het is een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat verboden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor een ander bedrijf dan het bedrijf waarvoor die verzekeraar een vergunning heeft verkregen uit te oefenen.
Artikel 3:52
Een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen lidstaat die door middel van het verrichten van diensten naar Nederland zijn bedrijf uitoefent, geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:53 verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald van welke wijzigingen kennis wordt gegeven, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Afdeling 3.3.5. Minimum vermogen
§ 3.3.5.1. Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
Artikel 3:53
Een bank met zetel in Nederland, een beheerder met zetel in Nederland van een icbe, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend, een betaalinstelling, een bewaarder met zetel in Nederland, een clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling met zetel in Nederland, een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling of een verzekeraar met zetel in Nederland beschikt over een minimumbedrag aan eigen vermogen.
Onverminderd het eerste lid beschikt een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid over financiële middelen tot dekking van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de omvang en de samenstelling van het minimumbedrag aan eigen vermogen. Bij de vaststelling van het minimumbedrag aan eigen vermogen wordt bepaald wat daarbij voor de onderscheiden rechtsvormen onder eigen vermogen wordt verstaan.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid wordt uitgedrukt in het minimumkapitaalvereiste.
Indien een bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn minimumbedrag aan eigen vermogen niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het derde lid, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Indien een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid constateert dat niet meer wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste, dan wel voorziet dat er in de drie volgende maanden mogelijk niet aan wordt voldaan, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een clearinginstelling, kredietunie of premiepensioeninstelling als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het eerste of derde lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing indien een betaalinstelling alleen betaaldiensten verleent als bedoeld onder 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten.
§ 3.3.5.2. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:54
Artikel 3:53, eerste, derde, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland, en banken, levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren en bewaarders met zetel in een staat die geen lidstaat is, die zijn verbonden aan een door een Nederlandse beheerder beheerde niet-Europese beleggingsinstelling. Artikel 3:53, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op bewaarders als bedoeld in de vorige volzin.
Artikel 3:53, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het minimumkapitaalvereiste en de lokalisatie van de waarden die het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor van de levensverzekeraar of schadeverzekeraar vertegenwoordigen. Hierbij kan worden bepaald dat de levensverzekeraar of schadeverzekeraar voor bepaalde handelingen toestemming van de Nederlandsche Bank behoeft.
Artikel 3:54a
Artikel 3 :53, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een klasse 1-bijkantoor en klasse 2-bijkantoor.
§ 3.3.5.3. Financiële ondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat
Artikel 3:55
Artikel 3:53, eerste, derde, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het minimumkapitaalvereiste en de lokalisatie van de waarden die het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor van de verzekeraar met beperkte risico-omvang vertegenwoordigen. Hierbij kan worden bepaald dat de verzekeraar met beperkte risico-omvang voor bepaalde handelingen toestemming van de Nederlandsche Bank behoeft.
Artikel 3:55a
Artikel 3:53, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het minimumkapitaalvereiste.
Artikel 3:56
Artikel 3:53, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Afdeling 3.3.6. Solvabiliteit en financiële positie
§ 3.3.6.1. Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
Artikel 3:57
De volgende financiële ondernemingen met zetel in Nederland beschikken over voldoende solvabiliteit:
- –. afwikkelondernemingen die werkzaamheden verrichten, gericht op salderen;
- –. banken;
- –. beheerders van beleggingsinstellingen;
- –. beheerders van icbe’s;
- –. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend;
- –. betaalinstellingen;
- –. clearinginstellingen;
- –. elektronischgeldinstellingen;
- –. kredietunies;
- –. premiepensioeninstellingen;
- –. verzekeraars.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de solvabiliteit van de financiële ondernemingen, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in het bijzonder betrekking hebben op de minimumomvang, de samenstelling en de berekening van de solvabiliteit, alsmede op de waardering van de vermogensbestanddelen die tot de solvabiliteit kunnen worden gerekend.
De aan te houden solvabiliteit van een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling of bank als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een minimaal aan te houden toetsingsvermogen. De aan te houden solvabiliteit van een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een solvabiliteitskapitaalvereiste.
Indien een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat haar solvabiliteit niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank. Indien het een verzekeraar betreft die constateert dat niet meer wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, dan wel voorziet dat in drie maanden mogelijk niet aan dat vereiste wordt voldaan, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het aanhouden van balansposten of posten buiten de balanstelling door beheerders, beleggingsondernemingen, clearinginstellingen, kredietunies en banken, bedoeld in het eerste lid, maatschappijen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland, bewaarders met zetel in Nederland.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een afwikkelonderneming, clearinginstelling, kredietunie of premiepensioeninstelling als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van ingevolge het eerste, tweede of zesde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing indien een betaalinstelling alleen betaaldiensten verleent als bedoeld onder 7 en 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten.
Artikel 3:57a
Indien een verzekeraar met zetel in Nederland constateert dat zijn financiële positie verslechtert, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Artikel 3:57b
De Nederlandsche Bank stelt bij de intrekking van de vergunning van een verzekeraar de minimaal aan te houden solvabiliteit vast en bepaalt de samenstelling en de wijze van berekening van de solvabiliteit, alsmede de waardering van de vermogensbestanddelen die tot de solvabiliteit kunnen worden gerekend. Artikel 3:57 is niet van toepassing.
§ 3.3.6.2. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:58
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op:
- a. beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland;
- b. banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren;
- c. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf van herverzekeraar uitoefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3:58a
Artikel 3 :57 is van overeenkomstige toepassing op een klasse 1-bijkantoor en klasse 2-bijkantoor.
Artikel 3:59
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars of schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het minimumkapitaalvereiste en de lokalisatie van de waarden die het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid vertegenwoordigen.
Artikel 3:57b is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:60
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die zijn bedrijf uitoefent of wil uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor, ontheffing verlenen van het bij of krachtens de artikelen 3:54, eerste en derde lid, en 3:59 bepaalde, ertoe leidend dat:
- a. het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend op basis van het gehele bedrijf van de levensverzekeraar of schadeverzekeraar dat de levensverzekeraar onderscheidenlijk de schadeverzekeraar vanuit de in de lidstaten gelegen bijkantoren uitoefent;
- b. de waarden die het minimumkapitaalvereiste vertegenwoordigen in de lidstaat aanwezig zijn van waaruit het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor wordt uitgeoefend; en
- c. ten minste de helft van de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste wordt aangehouden in waarden volgens de terzake geldende voorschriften in de lidstaat van waaruit het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor wordt uitgeoefend.
De aanvraag voor de ontheffing bevat een gemotiveerde keuze van de toezichthoudende instantie die zich zal belasten met het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
§ 3.3.6.3. Financiële ondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat
Artikel 3:61
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen, clearinginstellingen, herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen of herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen lidstaat die hun bedrijf uitoefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een niet-aangewezen staat onderscheidenlijk vanuit een vestiging in een niet-aangewezen lidstaat.
Artikel 3:62
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat en op bijkantoren van verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de lokalisatie van de waarden die het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor van een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat vertegenwoordigen.
Artikel 3:57b is van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 3.3.6a. Kapitaalbuffer
§ 3.3.6a.1. Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
Artikel 3:62a
Een bank met zetel in Nederland of een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, beschikt over een kapitaalbuffer die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels met betrekking tot aard, omvang en samenstelling. Bij die maatregel kan worden bepaald dat de omvang van onderdelen van de door een individuele bank of beleggingsonderneming aan te houden kapitaalbuffer wordt vastgesteld bij besluit van de Nederlandsche Bank.
De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op de minimaal vereiste omvang van de kapitaalbuffer, vermeerderd met opslagen in verband met:
- a. risico’s die voortvloeien uit een kredietcyclus;
- b. het risico dat de financiële onderneming vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel; of
- c. risico’s die voortvloeien uit macroprudentiële of systeemrisico’s die niet vallen onder de verordening kapitaalvereisten en die niet afdoende worden gedekt door de opslagen in verband met de risico’s bedoeld in onderdelen a en b.
Indien een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid niet voldoet dan wel voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat zij niet zal voldoen aan de ingevolge dat lid op haar toepasselijke vereisten, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Indien een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de ingevolge dat lid gestelde vereisten, dient zij binnen vijf werkdagen na de kennisgeving een kapitaalconserveringsplan in bij de Nederlandsche Bank waarin zij aangeeft welke maatregelen zij voornemens is te treffen om aan het eerste lid te voldoen, met dien verstande dat de Nederlandsche Bank de termijn kan verlengen tot tien dagen, indien zij dit met het oog op de schaal en de complexiteit van de werkzaamheden van de onderneming passend acht.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de kennisgeving en het kapitaalconserveringsplan, bedoeld in het derde, onderscheidenlijk vierde lid.
Indien het naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aannemelijk is dat de maatregelen in het kapitaalconserveringsplan de betrokken onderneming tijdig in staat stellen te voldoen aan het eerste lid, keurt zij het plan goed. Indien de Nederlandsche Bank haar goedkeuring aan het plan onthoudt, legt zij de onderneming een verplichting op, inhoudende:
- a. dat de onderneming uiterlijk op een voorgeschreven datum beschikt over een toetsingsvermogen van een voorgeschreven omvang; of
- b. dat de onderneming een door de Nederlandsche Bank te bepalen gedragslijn volgt ten aanzien van het doen van uitkeringen voor zover die zouden leiden tot een aantasting van het kapitaal, bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten, het toekennen of uitkeren van variabele beloningen of aanspraken daarop dan wel het doen van betalingen op kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten.
Onder uitkeringen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, worden mede begrepen de gevallen, bedoeld in artikel 141, tiende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
Artikel 3:62b
Onverminderd de artikelen 77 en 78 van de verordening kapitaalvereisten is het een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, verboden om uitkeringen te doen voor zover die zouden leiden tot een zodanige aantasting van het kapitaal, bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten, dat de betrokken bank of beleggingsonderneming niet langer zou voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 3:62a, eerste lid.
Het is een bank of beleggingsonderneming die niet voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 3:62a, eerste lid, behoudens in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, verboden:
- a. uitkeringen te doen voor zover die zouden leiden tot een aantasting van het kapitaal, bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten;
- b. variabele beloningen of aanspraken daarop toe te kennen of uit te keren; of
- c. betalingen te doen op kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten.
Onder het doen van uitkeringen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden mede verstaan de gevallen, bedoeld in artikel 141, tiende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
Artikel 3:62ba
Onverminderd de artikelen 77 en 78 van de verordening kapitaalvereisten is het een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, die een hefboomratiobuffer als bedoeld in artikel 92, eerste lid bis, van de verordening kapitaalvereisten gehouden is aan te houden, verboden om uitkeringen te doen voor zover die zouden leiden tot een zodanige aantasting van het kapitaal, bedoeld in artikel 25 van de verordening kapitaalvereisten, dat de betrokken bank of beleggingsonderneming niet langer zou voldoen aan de hefboomratiobuffer.
Het is een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid die niet voldoet aan de hefboomratiobuffer behoudens in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, verboden:
- a. uitkeringen te doen voor zover die zouden leiden tot een aantasting van het kapitaal, bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten;
- b. variabele beloningen of aanspraken daarop toe te kennen of uit te keren; of
- c. betalingen te doen op kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten.
Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid beschikt over voldoende kapitaal als bedoeld in artikel 25 van de verordening kapitaalvereisten, dat naar aard, omvang en samenstelling noodzakelijk is om zowel te voldoen aan de hefboomratiobuffer als aan de hefboomratio, bedoeld in artikel 92, eerste lid, onderdeel d, van de verordening kapitaalvereisten, en aan een hogere solvabiliteit of liquiditeit opgelegd op grond van artikel 3:111a, tweede lid, onderdeel a, om het risico van buitensporige hefboomwerking te ondervangen als dat niet voldoende gedekt wordt door de hefboomratio.
Indien een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid niet voldoet dan wel voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat zij niet zal voldoen aan de hefboomratiobuffer, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Indien een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de hefboomratiobuffer, dient zij binnen vijf werkdagen na de kennisgeving een kapitaalconserveringsplan in bij de Nederlandsche Bank waarin zij aangeeft welke maatregelen zij voornemens is te treffen om aan het derde lid te voldoen, met dien verstande dat de Nederlandsche Bank de termijn kan verlengen tot tien dagen, indien zij dit met het oog op de schaal en de complexiteit van de werkzaamheden van de onderneming passend acht.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de kennisgeving en het kapitaalconserveringsplan, bedoeld in het vierde, onderscheidenlijk vijfde lid.
Indien het naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aannemelijk is dat de maatregelen in het kapitaalconserveringsplan de betrokken onderneming tijdig in staat stellen te voldoen aan het derde lid, keurt zij het plan goed. Indien de Nederlandsche Bank haar goedkeuring aan het plan onthoudt, legt zij de onderneming een verplichting op, inhoudende:
- a. dat de onderneming uiterlijk op een voorgeschreven datum beschikt over een toetsingsvermogen van een voorgeschreven omvang; of
- b. dat de onderneming een door de Nederlandsche Bank te bepalen gedragslijn volgt ten aanzien van het doen van uitkeringen voor zover die zouden leiden tot een aantasting van het kapitaal, bedoeld in artikel 25 van de verordening kapitaalvereisten, het toekennen of uitkeren van variabele beloningen of aanspraken daarop dan wel het doen van betalingen op kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten.
Onder uitkeringen als bedoeld in het eerste, tweede, of zevende lid, onderdeel b, worden mede begrepen de gevallen, bedoeld in artikel 141, tiende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
Afdeling 3.3.6b. Reclameverbod systeemrelevantiestatus
Artikel 3:62c
Het is een bank met zetel in Nederland of een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, niet toegestaan informatie over het risico, bedoeld in artikel 3:62a, tweede lid, onderdeel b, ten behoeve van reclamedoeleinden te gebruiken.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bank met zetel buiten Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van dienstverrichting naar Nederland en een beleggingsonderneming buiten Nederland die beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel e van de definitie van een beleggingsdienst in artikel 1:1, of beleggingsactiviteiten verricht als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van dienstverrichting naar Nederland.
Afdeling 3.3.7. Liquiditeit
§ 3.3.7.1. Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
Artikel 3:63
De volgende financiële ondernemingen met zetel in Nederland beschikken over voldoende liquiditeit:
- –. banken;
- –. beleggingsinstellingen met hefboomfinanciering, waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
- –. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend;
- –. clearinginstellingen;
- –. icbe’s waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
- –. kredietunies.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de minimumomvang, de samenstelling en de berekening van de liquiditeit van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid.
Indien een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat haar liquiditeit niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, doet zij hiervan onverwijld mededeling aan de Nederlandsche Bank.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. Geen ontheffing kan worden verleend aan een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid.
§ 3.3.7.2. Financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat
Artikel 3:64
Artikel 3:63 is van overeenkomstige toepassing op banken met een zetel in een andere lidstaat als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid.
§ 3.3.7.3. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:65
Artikel 3:63 is van overeenkomstige toepassing op banken en op beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96, die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland, hun zetel hebben in een staat die geen lidstaat is en hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
Artikel 3:65a
Artikel 3 :63 is van overeenkomstige toepassing op een klasse 1-bijkantoor en klasse 2-bijkantoor.
§ 3.3.7.4. Financiële ondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat
Afdeling 3.3.7a. Tijdelijke maatregelen bij verhoogd risico in het financiële stelsel
Artikel 3:66
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)