Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)
In geval van veranderingen in de intensiteit van macroprudentieel risico of systeemrisico in het financiële stelsel met mogelijk ernstige gevolgen voor dat stelsel of de reële economie kan de Nederlandsche Bank ter uitvoering van artikel 458 van de verordening kapitaalvereisten in overleg met Onze Minister tijdelijk regels stellen. Deze regels kunnen mede strekken tot verhoging of aanvulling van de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 3:17, eerste lid en tweede lid, onderdeel c, 3:57, 3:62a en 3:63.
De in het eerste lid bedoelde verplichting tot overleg met Onze Minister is niet van toepassing indien de Europese Centrale Bank de in dat lid genoemde bevoegdheid uitoefent.
De regels, bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van ten hoogste twee jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met telkens een jaar.
Afdeling 3.3.8. Technische voorzieningen
§ 3.3.8.1. Verzekeraars met zetel in Nederland
Artikel 3:67
Een verzekeraar met zetel in Nederland houdt technische voorzieningen aan voor al zijn verzekeringsverplichtingen jegens verzekeringnemers en begunstigden van verzekeringen.
De waarde van de technische voorzieningen stemt overeen met het bedrag dat een verzekeraar zou moeten betalen indien hij zijn verzekeringsverplichtingen met onmiddellijke ingang aan een andere verzekeraar zou overdragen.
Een levensverzekeraar met zetel in Nederland stelt, rekening houdend met alle financiële aspecten van zijn onderneming, de premies voor te sluiten levensverzekeringen op adequate wijze vast.
Een levensverzekeraar, schadeverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar dekt de verplichtingen die voortvloeien uit vorderingen, genoemd in artikel 213m, tweede lid, onderdelen b, c en d, derde lid, onderdelen a, b en c, dan wel artikel 213kk, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Faillissementswet, volledig door waarden.
Met betrekking tot het bepaalde in het eerste, tweede en vierde lid worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van op grond van het vijfde lid gestelde regels, voor zover het regels betreft met betrekking tot de dekking door waarden van de technische voorzieningen en de verplichtingen, bedoeld in het vierde lid, bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Indien een verzekeraar met zetel in Nederland niet voldoet aan de regels gesteld op grond van het vijfde lid, kan de toezichthouder die verzekeraar verplichten de technische voorzieningen zodanig te verhogen, dat wel voldaan wordt aan deze regels.
Artikel 3:67a
De waarde van de technische voorzieningen van een verzekeraar met zetel in Nederland waarvan de vergunning door de Nederlandsche Bank is ingetrokken, stemt overeen met het bedrag dat de verzekeraar zou moeten betalen indien hij zijn verzekeringsverplichtingen met onmiddellijke ingang aan een andere verzekeraar zou overdragen. Indien de middelen van de verzekeraar ontoereikend zijn houdt hij zoveel mogelijk technische voorzieningen aan.
§ 3.3.8.2. Levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:68
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, houdt voor zijn vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verplichtingen uit levensverzekeringen onderscheidenlijk schadeverzekeringen toereikende technische voorzieningen aan. De technische voorzieningen worden volledig door waarden gedekt.
Artikel 3:67, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars als bedoeld in het eerste lid.
De levensverzekeraar of schadeverzekeraar dekt de verplichtingen die voortvloeien uit vorderingen, genoemd in artikel 213m, tweede lid, onderdelen b, c en d, dan wel derde lid, onderdelen a, b en c, van de Faillissementswet, volledig door waarden.
De artikelen 3:67, vijfde en zesde lid, en 3:67a zijn van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars.
§ 3.3.8.3. Herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat
Artikel 3:68a
Een herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat houdt technische voorzieningen aan voor al zijn vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verplichtingen uit herverzekeringen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 3:67a is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:69
Een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat houdt voor zijn vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verplichtingen uit natura-uitvaartverzekeringen toereikende technische voorzieningen aan. De technische voorzieningen worden volledig door waarden gedekt.
De levensverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang dekt de verplichtingen uit vorderingen, genoemd in artikel 213m, tweede lid, onderdelen b, c en d, dan wel derde lid, onderdelen a, b en c, van de Faillissementswet, volledig door waarden. De natura-uitvaartverzekeraar dekt de verplichtingen uit vorderingen, genoemd in artikel 213kk, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Faillissementswet, volledig door waarden.
De artikelen 3:67, vijfde en zesde lid, en 3:67a zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met beperkte risico-omvang.
Afdeling 3.3.9. Waardering, boekhouding en rapportage
§ 3.3.9.1. Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
Artikel 3:69a
Een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland waardeert, tenzij anders vermeld, activa en passiva als volgt:
- a. activa worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden verhandeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk van elkaar zijn;
- b. passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden overgedragen of afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk van elkaar zijn.
Bij de waardering van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde passiva wordt niet gecorrigeerd voor de eigen kredietwaardigheid van de verzekeraar.
Artikel 3:70
Een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar met zetel in Nederland doet het boekjaar gelijk lopen met het kalenderjaar.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 3:70a
Een premiepensioeninstelling met zetel in Nederland maakt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening en het bestuursverslag overeenkomstig titel 9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op, met dien verstande dat de in de artikelen 395a, 396 en 397 van genoemd wetboek geformuleerde uitzonderingen niet van toepassing zijn.
Een premiepensioeninstelling beschrijft de wezenlijke kenmerken van haar belangrijkste beleggingsprofielen afzonderlijk in de jaarrekening en het bestuursverslag.
Artikel 3:71
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling met zetel in Nederland verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, onderscheidenlijk 391, eerste lid, en 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van de verstrekking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens.
Onverminderd het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de Nederlandsche Bank op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 3:72
Een afwikkelonderneming met zetel in Nederland, een bank met zetel in Nederland, een beheerder met zetel in Nederland van een icbe, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een betaalinstelling, een clearinginstelling, elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland, kredietunie met zetel in Nederland, premiepensioeninstelling met zetel in Nederland of een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen staten aan de Nederlandsche Bank, al dan niet tevens op geconsolideerde basis, die deze nodig heeft voor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit deel bepaalde.
Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen als bedoeld in het eerste lid, waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:63, vierde lid, is verleend.
Een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar met zetel in Nederland verstrekt periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen staten aan de Nederlandsche Bank, die deze nodig heeft voor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit deel bepaalde.
Indien een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland een nieuw type levensverzekering of natura-uitvaartverzekering heeft gesloten, voegt hij bij de staten een opgave van de technische grondslagen voor de berekening van het desbetreffende tarief en van de desbetreffende technische voorzieningen. De levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar voegt bij de staten eveneens een opgave van de wijzigingen in de technische grondslagen voor de berekening van zijn tarieven en van de technische voorzieningen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden, onverminderd het bepaalde ingevolge deel 7 bis van de verordening kapitaalvereisten en ingevolge de artikelen 54 en 55 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, regels gesteld met betrekking tot de inhoud en de modellen van de staten en de wijze, de periodiciteit en de termijnen van de verstrekking, en wordt bepaald welke staten worden verstrekt en welke staten of gegevens uit die staten openbaar worden gemaakt.
De Nederlandsche Bank kan, indien zich een gebeurtenis voordoet of heeft voorgedaan die ernstige gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële positie van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste of derde lid, voorschrijven dat een of meer staten tijdelijk worden verstrekt met een hogere frequentie of op een kortere termijn dan ingevolge het vijfde lid is bepaald. Deze staten worden niet openbaar gemaakt.
Staten, verstrekt door een afwikkelonderneming, een bank, beheerder, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar zijn periodiek voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant. De Nederlandsche Bank kan bepalen dat staten, verstrekt door een beleggingsonderneming, voorzien zijn van een verklaring als bedoeld in de eerste volzin. De accountant waarmerkt de betrokken staten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het onderzoek en de waarmerking van de staten.
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of derde lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
De Nederlandsche Bank maakt periodiek de voornaamste geaggregeerde gegevens openbaar op basis van de staten die ingevolge het eerste lid door banken met zetel in Nederland aan haar zijn verstrekt en publiceert de niet-geaggregeerde gegevens van deze banken die daartoe bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vijfde lid, zijn aangewezen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de periodiciteit van de publicatie van niet-geaggregeerde gegevens op grond van het negende lid en de procedure bij openbaarmaking.
Artikel 3:73
Een verzekeraar met beperkte risico-omvang legt de jaarrekening en het bestuursverslag, bedoeld in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op al zijn kantoren in Nederland ter inzage van een ieder tot achttien maanden na afloop van het boekjaar. Tot zolang verstrekt hij een ieder op verzoek een afschrift tegen ten hoogste de kostprijs.
Artikel 3:73a
Een afwikkelonderneming met zetel in Nederland meldt gebeurtenissen of omstandigheden die de ordelijke uitoefening van het bedrijf van afwikkelonderneming bedreigen onverwijld aan de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de Autoriteit Financiële Markten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de melding, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3:73b
Een afwikkelonderneming met zetel in Nederland draagt zorg voor het effectief verlenen van haar diensten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 3:73c
Een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland maakt jaarlijks een rapport over zijn solvabiliteit en financiële positie openbaar. Een verzekeraar met beperkte risico-omvang neemt in de toelichting op de jaarrekening gegevens op over zijn solvabiliteit en financiële positie.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 3:74
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank een opgave met betrekking tot de vanuit Nederland of andere lidstaten gelegen vestigingen gesloten levensverzekeringen onderscheidenlijk schadeverzekeringen, onder aparte vermelding van de uit hoofde van het verrichten van diensten naar andere lidstaten gesloten verzekeringen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud en de modellen van de opgaven en de wijze van de verstrekking.
Het eerste lid is niet van toepassing op de vanuit de zetel in Nederland gesloten levensverzekeringen of schadeverzekeringen waarbij geen sprake is van het verrichten van diensten.
De Nederlandsche Bank verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot een lidstaat in geaggregeerde vorm aan de toezichthoudende instantie van die lidstaat indien deze daarom verzoekt.
Artikel 3:74a
De Nederlandsche Bank kan de volgende financiële ondernemingen met een zetel in Nederland opdragen de volgende informatie met een hogere frequentie dan eens per jaar te publiceren en voorschrijven op welke wijze deze publicatie plaatsvindt:
- a. een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, met betrekking tot de informatie, bedoeld in deel 8 van de verordening kapitaalvereisten;
- b. een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, met betrekking tot de informatie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, van die verordening; of
- c. een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, met betrekking tot de informatie, bedoeld in artikel 46, tweede lid, van die verordening.
De Nederlandsche Bank kan een moederonderneming met zetel in Nederland, die aan het hoofd staat van een groep waartoe een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid behoort, opdragen om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 106, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, of, in het geval van een moederonderneming van een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en artikel 10 van de richtlijn markten financiële instrumenten 2014, een beschrijving te publiceren van de juridische structuur en de governance- en organisatiestructuur van de groep.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van de richtlijn kapitaalvereisten en de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen nadere regels worden gesteld betreffende verplichtingen voor banken of voor beleggingsondernemingen als bedoeld in het eerste lid tot het publiceren van informatie, alsmede met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Artikel 3:74b
Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die naast het verlenen van betaaldiensten tevens andere werkzaamheden verricht, voert een afzonderlijke boekhouding voor de betaaldiensten.
Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die naast de uitgifte van elektronisch geld andere werkzaamheden verricht, voert een afzonderlijke boekhouding voor de uitgifte van het elektronisch geld.
Een wisselinstelling met zetel in Nederland die naast wisseltransacties andere werkzaamheden verricht, voert een afzonderlijke boekhouding voor wisseltransacties.
Artikel 3:74c
De Nederlandsche Bank kan al dan niet periodiek, andere gegevens dan de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste tot en met vierde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen van een beheerder van een beleggingsinstelling verlangen indien zij dit nodig acht om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen.
De Nederlandsche Bank kan al dan niet periodiek, andere gegevens dan de gegevens, bedoeld in artikel 20bis, eerste en tweede lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten van een beheerder van een icbe verlangen indien zij dit nodig acht om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen.
De Nederlandsche Bank stelt de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis indien zij op grond van het eerste of tweede lid gegevens van een beheerder verlangt.
§ 3.3.9.2. Financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat
Artikel 3:75
Een bank met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, voert in Nederland een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot dat bijkantoor.
Artikel 3:76
Een bank met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag.
De jaarrekening is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de lidstaat waar de bank haar zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken.
Artikel 3:77
Indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt, verstrekt een bank met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, al dan niet periodiek, staten als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, met betrekking tot het bijkantoor. Artikel 3:72, vijfde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:78
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor zijn bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank een opgave met betrekking tot de vanuit de bijkantoren gesloten levensverzekeringen of schadeverzekeringen uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud en de modellen van de opgaven en de wijze van de verstrekking.
§ 3.3.9.3. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:79
De artikelen 3:69a en 3:70 zijn van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Artikel 3:80
Artikel 3:75 is van overeenkomstige toepassing op banken, levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren, met dien verstande dat levensverzekeraars en schadeverzekeraars de bedoelde boekhouding ter plaatse van het bijkantoor bewaren.
Artikel 3:80a
Een klasse 1-bijkantoor en klasse 2-bijkantoor, voldoet aan de boekingsvereisten van artikel 48 nonies, eerste en tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten met inachtneming van de ingevolge artikel 48 nonies, vierde lid, van die richtlijn gestelde regels.
Een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid zorgt frequent voor een beoordeling door een onafhankelijke derde over de uitvoering en doorlopende naleving van de in het eerste lid bedoelde vereisten. Het advies dat volgt uit de beoordeling wordt met bevindingen en conclusies ingediend bij de Nederlandsche Bank.
De Nederlandsche Bank stelt de frequentie van de beoordeling bedoeld in het tweede lid vast en deelt deze mede aan het bijkantoor.
Artikel 3:81
Een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, die haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van de verstrekking van de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag.
De jaarrekening is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met de verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de financiële onderneming, bedoeld in het eerste lid, haar zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken.
Artikel 3:82
Artikel 3:72, eerste lid en vijfde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland en in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is, met dien verstande dat de staten zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met de verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsonderneming of bank haar zetel heeft, bevoegd is de staten te onderzoeken. Artikel 3:72, negende lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3:72, derde en vijfde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars of schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is. Artikel 3:72, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3:82a
Artikel 3:73c is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3:82b
Artikel 3:72, eerste en vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op een klasse 1-bijkantoor en klasse 2-bijkantoor.
De Nederlandsche Bank kan aanvullende rapportagevereisten stellen aan een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, indien zij van oordeel is dat aanvullende informatie noodzakelijk is om een volledig beeld te krijgen van de bedrijfsactiviteiten, de solvabiliteit of liquiditeit, van het bijkantoor of de moederonderneming, om na te gaan of het bijkantoor of de moederonderneming de op hen van toepassing zijnde wetgeving naleeft en om ervoor te zorgen dat de bijkantoren dat ook daadwerkelijk doen.
De Nederlandsche Bank kan, met inachtneming van artikel 48 terdecies, derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, een in aanmerking komend bijkantoor geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de verplichting om de in artikel 48 duodecies, tweede lid, van die richtlijn bedoelde informatie te rapporteren.
Artikel 3:83
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank een opgave met betrekking tot de vanuit de in Nederland gelegen bijkantoren gesloten levensverzekeringen onderscheidenlijk schadeverzekeringen uit hoofde van het verrichten van diensten naar andere lidstaten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud en de modellen van de opgaven en de wijze van de verstrekking.
Artikel 3:74, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:78 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, die diensten verrichten naar Nederland.
Artikel 3:83a
Het bepaalde ingevolge artikel 3:74a, eerste lid, onderdeel a, tweede en derde lid, van deze wet en deel 8 van de verordening kapitaalvereisten omtrent de openbaarmaking van informatie is van overeenkomstige toepassing op een bank of een beleggingsonderneming waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend, die haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is, die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en die, in het geval van een beleggingsonderneming, indien zij haar zetel in Nederland zou hebben gehad, zou worden aangemerkt als een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten.
Het bepaalde ingevolge artikel 3:74a, eerste lid, onderdelen b en c, tweede en derde lid, van deze wet en artikel 46 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen omtrent de openbaarmaking van informatie is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend, die haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is, die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en die, zou zij haar zetel in Nederland hebben gehad, zou worden aangemerkt als een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen.
§ 3.3.9.4. Financiële ondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat
Artikel 3:84
De artikelen 3:69a en 3:70 zijn van overeenkomstige toepassing op herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Artikel 3:84a
De artikelen 3:71, 3:72, 3:73a en 3:73b zijn van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat en op in Nederland gelegen bijkantoren van afwikkelondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat.
Artikel 3:85
De artikelen 3:75 en 3:81 zijn van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen, herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Artikel 3:86
Artikel 3:72, eerste lid en vijfde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat, met dien verstande dat de staten zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met de verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de afwikkelonderneming onderscheidenlijk de clearinginstelling haar zetel heeft, bevoegd is de staten te onderzoeken.
Artikel 3:72, derde tot en met zesde en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van entiteiten voor risico-acceptatie, herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.
Artikel 3:86a
Artikel 3:73c is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.
Artikel 3:87
Een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen lidstaat, die zijn bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank een opgave met betrekking tot de gesloten levensverzekeringen, natura-uitvaartverzekeringen dan wel schadeverzekeringen uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud en de modellen van de opgaven, bedoeld in het eerste lid, en de wijze van de verstrekking.
Artikel 3:87a
De artikelen 3:71 en 3:74b, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op wisselinstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
§ 3.3.9.5. Financiële ondernemingen met zetel buiten Nederland
Artikel 3:87b
Vervallen
Afdeling 3.3.10. Meldingsplichten van de accountant
§ 3.3.10.1. Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
Artikel 3:88
Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een afwikkelonderneming met zetel in Nederland, een bank met zetel in Nederland, een beheerder met zetel in Nederland van een icbe, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend, een betaalinstelling, een clearinginstelling, een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland, kredietunie met zetel in Nederland, een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling, een Nederlandse beleggingsinstelling, een icbe of verzekeraar met zetel in Nederland, dan wel van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, geeft de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk kennis van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die:
- a. in strijd is met de ingevolge dit deel opgelegde verplichtingen; of
- b. het voortbestaan van de financiële onderneming bedreigt.
Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een afwikkelonderneming met zetel in Nederland, een clearinginstelling, bank, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend kredietunie of verzekeraar met zetel in Nederland, dan wel van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, geeft de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk kennis van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een accountant die naast het onderzoek van de jaarrekening of de staten, bedoeld in het eerste en tweede lid, ook het onderzoek uitvoert van de jaarrekening of de staten van een persoon waarmee een financiële onderneming als bedoeld in het eerste of tweede lid, in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden.
De accountant, bedoeld in het tweede lid, verstrekt zo spoedig mogelijk bij algemene maatregel van bestuur te bepalen inlichtingen aan de Nederlandsche Bank ten behoeve van het toezicht op de financiële onderneming. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in acht te nemen procedures.
De Nederlandsche Bank stelt de financiële onderneming in de gelegenheid aanwezig te zijn bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste of tweede lid, en bij het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in het vierde lid, door de accountant.
De accountant die op grond van het eerste, tweede of derde lid tot een melding of op grond van het vierde lid tot het verstrekken van inlichtingen aan de Nederlandsche Bank is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat, gelet op alle feiten en omstandigheden, in redelijkheid niet tot kennisgeving of tot het verstrekken van inlichtingen had mogen worden overgegaan.
Artikel 3:89
Vervallen
§ 3.3.10.2. Financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat
Artikel 3:90
Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:77 uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een andere lidstaat.
§ 3.3.10.3. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:91
Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants of andere deskundigen die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:82, eerste of tweede lid, uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, of van een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is die diensten verricht naar Nederland.
Artikel 3:92
Vervallen
§ 3.3.10.4. Financiële ondernemingen met zetel buiten Nederland
Artikel 3:93
Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants of andere deskundigen die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:86, eerste of tweede lid, uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een afwikkelonderneming met zetel in een niet-aangewezen staat, clearinginstelling met zetel in een niet-aangewezen staat, herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat of verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.
Artikel 3:94
Vervallen
Afdeling 3.3.11. Gekwalificeerde deelnemingen in en door financiële ondernemingen
§ 3.3.11.1. Financiële ondernemingen met zetel in Nederland
Artikel 3:95
Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank of, ten aanzien van banken, niet zijnde houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, de Europese Centrale Bank, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een:
- a. afwikkelonderneming met zetel in Nederland die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:3.0b, eerste lid, heeft;
- b. bank met zetel in Nederland;
- c. beheerder van een icbe met zetel in Nederland;
- d. beleggingsonderneming met zetel in Nederland;
- e. entiteit voor risico-acceptatie;
- f. premiepensioeninstelling met zetel in Nederland;
- g. verzekeraar met zetel in Nederland;
- h. betaalinstelling die een of meer van de in bijlage I, punt 1 tot en met 7, van de richtlijn betaaldiensten bedoelde bedrijfsactiviteiten uitoefent; of
- i. elektronischgeldinstelling.
De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. De aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d, kan evenwel bij de Autoriteit Financiële Markten worden ingediend, indien die financiële onderneming op het moment van de aanvraag van de verklaring van geen bezwaar geen vergunning heeft.
Op de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, niet zijnde de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, stelt de Nederlandsche Bank een ontwerpbesluit op als bedoeld in artikel 15 van de verordening bankentoezicht.
In afwijking van het eerste lid dient een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot een gekwalificeerde deelneming in een bank die in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld in de artikelen 16 of 18 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, is genomen te worden verkregen van de Nederlandsche Bank.
Artikel 3:96
Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank:
- a. een gekwalificeerde deelneming te verwerven of te vergroten in een bank, beleggingsonderneming of verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een financiële instelling waaraan geen verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 3:110, indien het balanstotaal van die bank, beleggingsonderneming, verzekeraar of financiële instelling ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vergroting, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef;
- b. een gekwalificeerde deelneming in een onderneming, niet zijnde een bank, beleggingsonderneming, financiële instelling of verzekeraar met zetel in Nederland of in een andere lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, te verwerven of te vergroten, indien het bedrag dat wordt betaald voor die verwerving, onderscheidenlijk die vergroting, tezamen met de bedragen die voor eerdere verwerving en vergroting van een deelneming in die onderneming zijn betaald, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde aanwezige eigen vermogen van de bank, bedoeld in de aanhef;
- c. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel al dan niet middellijk over te nemen indien het totaalbedrag van de over te nemen activa of van de over te nemen passiva meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef;
- d. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling indien het balanstotaal van de onderneming of instelling waarmee de fusie wordt aangegaan meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef;
- e. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie;
- f. een beherend vennoot tot de bank te doen toetreden.
De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Het eerste lid is niet van toepassing op gekwalificeerde deelnemingen in vennootschappen wier activa op het moment van verwerving van de gekwalificeerde deelneming door de bank voor meer dan negentig procent uit liquide middelen bestaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke middelen tot de liquide middelen mogen worden gerekend.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid, onderdeel b.
Onder gekwalificeerde deelneming als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, worden niet begrepen de stemrechten op aandelen die een bank kan uitoefenen op grond van een verkregen pandrecht op de aandelen en de stemrechten op aandelen die bewaarnemers van aandelen niet naar eigen goeddunken kunnen uitbrengen.
Artikel 3:96a
Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank, van de Europese Centrale Bank, of van de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat en de Nederlandsche Bank gezamenlijk, indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder is, om:
- a. een deelneming van betekenis rechtstreeks of middellijk te verwerven van ten minste 15% van haar in aanmerking komend kapitaal op individuele basis of, in voorkomend geval, op zowel individuele als geconsolideerde basis;
- b. een fusie als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten aan te gaan en zij de uit de fusie voortvloeiende onderneming zal zijn;
- c. een splitsing als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten uit te voeren.
Een bank met zetel in Nederland vraagt een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid aan bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Indien een bank als bedoeld in het eerste lid zowel op individuele, als geconsolideerde basis voldoet aan de grens van het eerste lid, onderdeel a, verzendt zij tevens een kennisgeving van haar aanvraag als bedoeld in het tweede lid tevens aan de Europese Centrale Bank, of de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, indien deze de consoliderende toezichthouder is.
De Nederlandsche Bank neemt een besluit over de aanvraag bedoeld in het derde lid, in overeenstemming met de consoliderende toezichthouder en neemt hierbij artikel 27 quater, tweede en derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.
Indien de verklaring van geen bezwaar ziet op een fusie of splitsing als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, geschiedt de aanvraag na de vaststelling van de ontwerpvoorwaarden van de fusie of splitsing.
Artikel 3:96b
Een bank met zetel in Nederland stelt de Nederlandsche Bank in kennis alvorens:
- a. een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, rechtstreeks of middellijk af te stoten;
- b. een overname of overdracht van activa of passiva uit te voeren indien deze overdracht van materieel belang is als bedoeld in artikel 27 septies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
De kennisgeving bedoeld in het eerste lid geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 3:96c
Het is een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:280a verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op de holding op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, van de Nederlandsche Bank, indien deze de in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten bedoelde consoliderende toezichthouder van de holding is, of van de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat en de Nederlandsche Bank gezamenlijk, indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder is:
- a. een deelneming van betekenis te verwerven van ten minste 15% van haar in aanmerking komend kapitaal op geconsolideerde basis;
- b. een fusie als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten aan te gaan en zij de uit de fusie voortvloeiende onderneming zal zijn;
- c. een splitsing als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten uit te voeren.
Een holding als bedoeld in het eerste lid met zetel in Nederland vraagt een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid aan onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens bij de Nederlandsche Bank, de Europese Centrale Bank, of bij de Nederlandsche Bank onder verzending van een kennisgeving van de aanvraag aan de consoliderende toezichthouder, al naar gelang de bevoegdheidsverdeling in artikel 3:280a.
De Nederlandsche Bank neemt een besluit over de aanvraag bedoeld in het tweede lid in overeenstemming met de consoliderende toezichthouder van de holding als zij dat niet is en neemt hierbij artikel 27 quater, tweede en derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.
Indien de verklaring van geen bezwaar ziet op een fusie of splitsing als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, geschiedt de aanvraag na de vaststelling van de ontwerpvoorwaarden van de fusie of splitsing.
Artikel 3:96d
Een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:280a stelt de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op de holding op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, de Nederlandsche Bank, indien deze de in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten bedoelde consoliderende toezichthouder van de holding is, of de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder van de holding is, in kennis alvorens:
- a. een deelneming als bedoeld in artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, rechtstreeks of middellijk af te stoten;
- b. een overname of overdracht van activa of passiva uit te voeren indien deze overdracht van materieel belang is als bedoeld in artikel 27 septies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
De kennisgeving bedoeld in het eerste lid geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 3:96e
Indien de Nederlandsche Bank de consoliderende toezichthouder is van een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, met zetel in een andere lidstaat, beoordeelt zij een kennisgeving als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 27 decies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 27 ter, onderscheidenlijk 27 undecies, van die richtlijn.
Indien de Europese Centrale Bank de consoliderende toezichthouder is van een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in het eerste lid, omdat zij in de plaats is getreden van de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening bankentoezicht, beoordeelt zij, op aanvraag en indien de financiële holding of gemengde financiële holding zijn zetel heeft in een niet-deelnemende lidstaat, uitsluitend in overeenstemming met de toezichthouder in die lidstaat, de kennisgeving als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, 27 septies, eerste lid, en 27 decies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 27 ter, onderscheidenlijk artikel 27 undecies, van die richtlijn.
De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank neemt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, artikel 27 quater, tweede en derde lid, onderscheidenlijk 27 duodecies, eerste en tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.
Artikel 3:97
Het is een verzekeraar met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank:
- a. zijn eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een dividenduitkering te doen, indien de verzekeraar ten tijde van deze terugbetaling dan wel uitkering niet voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste of voorziet dat hij in de twaalf volgende maanden waarschijnlijk niet aan dat vereiste zal voldoen;
- b. zijn kapitaalstructuur te wijzigen door de indiening van een verzoek tot toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van aandelen of andere effecten waaraan zeggenschap is verbonden.
Artikel 3:98
Artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, is niet van toepassing op handelingen waarvoor ingevolge artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of 3:96, eerste lid, een verklaring van geen bezwaar is verleend.
Tevens is artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, niet van toepassing op handelingen waarvoor ingevolge artikel 3:96, eerste lid, onderdeel a of b, geen verklaring van geen bezwaar is vereist.
Artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, is niet van toepassing indien ingevolge artikel 5:32d, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar is verleend voor een gekwalificeerde deelneming in een marktexploitant die tevens een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert.
Artikel 3:99
De betrouwbaarheid van de houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zal bepalen of mede bepalen of zal kunnen bepalen of mede bepalen staat buiten twijfel.
De betrouwbaarheid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld, uitgezonderd ten aanzien van entiteiten voor risico-acceptatie, met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
Artikel 3:99a
De houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zal bepalen of mede bepalen of zal kunnen bepalen of mede bepalen is, gelet op zijn reputatie, geschikt.
Artikel 3:100
De Nederlandsche Bank of, ten aanzien van banken, niet zijnde houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, de Europese Centrale Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, tenzij:
- a. de betrouwbaarheid van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar of van de personen die op grond van de voorgenomen gekwalificeerde deelneming het beleid van de financiële onderneming zullen bepalen of mede bepalen of zullen kunnen bepalen of mede bepalen niet buiten twijfel staat;
- b. de aanvrager, gelet op zijn reputatie, niet geschikt is of de personen die op grond van de voorgenomen gekwalificeerde deelneming het dagelijks beleid van de financiële onderneming zullen bepalen terzake niet geschikt zijn;
- c. de financiële soliditeit van de aanvrager, rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten van de financiële onderneming, niet is gewaarborgd;
- d. de financiële onderneming als gevolg van de gekwalificeerde deelneming niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld;
- e. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving of vergroting geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen verwerving of vergroting het risico daarop zou kunnen vergroten; of
- f. onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt door de aanvrager.
De Nederlandsche Bank stelt een ontwerpbesluit op als bedoeld in artikel 3:95, derde lid, dat in ieder geval strekt tot afwijzing van de aanvraag indien zich een geval voordoet als bedoeld in het eerste lid.
Met betrekking tot de betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn het tweede en derde lid van artikel 3:99 van overeenkomstige toepassing.
Indien op grond van artikel 3:102, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar wordt aangevraagd voor alle groepsmaatschappijen, gelden de vereisten van het eerste lid, onderdelen b en c, behalve voor de aanvrager tevens voor alle groepsmaatschappijen die een gekwalificeerde deelneming in de financiële onderneming houden, verwerven of zodanig vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan de gekwalificeerde deelneming uitoefenen in de financiële onderneming.
Artikel 3:101
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, of 3:97, tenzij:
- a. de handeling in strijd zou kunnen komen of zou zijn met hetgeen voor de betrokken bank of verzekeraar ingevolge artikel 3:57, eerste en tweede lid, is bepaald met betrekking tot de solvabiliteit;
- b. de handeling anderszins in strijd zou kunnen komen of zou zijn met een gezonde en prudente bedrijfsuitoefening; of
- c. de handeling zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.
Artikel 3:101a
De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, tenzij:
- a. de aanvrager als gevolg van de deelneming niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld; of
- b. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen deelneming geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen deelneming het risico daarop zou kunnen vergroten.
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdelen b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdelen b en c, tenzij:
- a. de betrouwbaarheid van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar of van de personen die op grond van de voorgenomen fusie of splitsing het beleid van de financiële onderneming zullen bepalen of mede bepalen of zullen kunnen bepalen of mede bepalen niet buiten twijfel staat;
- b. de aanvrager, gelet op zijn reputatie, niet geschikt is of de personen die op grond van de voorgenomen fusie of splitsing het dagelijks beleid van de financiële onderneming zullen bepalen terzake niet geschikt zijn;
- c. de financiële soliditeit van de financiële ondernemingen betrokken bij de fusie of splitsing rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten van de financiële onderneming, niet is gewaarborgd;
- d. de financiële onderneming die ontstaat als gevolg van de voorgenomen fusie of splitsing niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld;
- e. het uitvoeringsplan van de voorgenomen fusie of splitsing vanuit prudentieel oogpunt niet realistisch en solide is; of
- f. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen fusie of splitsing geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen verwerving of vergroting het risico daarop zou kunnen vergroten.
Indien een aanvrager onvolledige of onjuiste informatie verstrekt, ondanks een verzoek overeenkomstig artikel 1:106c, eerste lid, wordt de verklaring van geen bezwaar niet verleend.
In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank, en, waar van toepassing overeenkomstig artikel 3:96a, derde lid, of 3:96c, derde lid, in overeenstemming met de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, de verklaring van geen bezwaar verlenen, indien:
- a. een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, ziet op een situatie als bedoeld in artikel 27 bis, zevende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten;
- b. een fusie als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel b, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel b, ziet op een situatie als bedoeld in artikel 27 decies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
Artikel 3:102
Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend kan op aanvraag de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van zijn gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Voor de vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een entiteit voor risico-acceptatie is geen toestemming vereist. Voor een betaalinstelling kan een bovengrens gelden van 20, 30, 50 of 100 procent.
Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, kan, op aanvraag, worden bepaald dat die verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk.
Indien een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, wordt verleend, kan deze betrekking hebben op door de aanvrager:
- a. via een dochtermaatschappij verworven en nog te verwerven middellijke deelnemingen; of
- b. verworven dan wel nog te verwerven middellijke deelnemingen, niet zijnde deelnemingen als bedoeld in onderdeel a, voorzover deze deelnemingen buiten de invloedssfeer van de aanvrager zijn verworven dan wel worden verworven.
Artikel 3:103
Een ieder geeft de Nederlandsche Bank vooraf kennis van een wijziging van zijn gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming, niet zijnde een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid:
- a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33 of 50 procent stijgt of waardoor de financiële onderneming een dochtermaatschappij wordt; of
- b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of waardoor de financiële onderneming ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
Een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel a tot en met d, f, h of i, geeft, zodra zulks haar bekend wordt, de Nederlandsche Bank kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in die onderneming:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)